Skip to main content

Hester schuil - Thebellrings - 2024

Page 1

De bel gaat

De bel gaat

Laten we om te beginnen, zeggen dat deze bladzijde geen bladzijde is,

maar een ruimte.

Laten we om te beginnen, zeggen dat deze bladzijde geen bladzijde is,

Er zijn muren en een plafond en een vloer om op te staan. De ruimte is leeg,

wij zijn de enige daar.

Dat wil zeggen

jij, de lezer,

en ik, de tekst.

Ik besta en jij leest.

Nu ik het hier zo bekijk, denk ik dat we nog enkele aanpassingen zullen moeten maken.

Er zijn muren en een plafond en een vloer om op te staan. De ruimte is leeg,

en ik, de tekst.

Ik besta en jij leest.

Daarnaast wil ik graag dat jij je voorstelt dat ik geen tekst ben,

maar een horizon. Die zich uitstrekt door de ruimte heen waardoor ook de muren noodgedwongen zullen wegvallen.

Boven mij is een kleur, die voor nu blauw is.

En beneden mij een kleur, tijdelijk groen.

En beneden mij een kleur, tijdelijk groen.

In dat geval, zullen we op een veld blijken te staan.

In dat geval, zullen we op een veld blijken te staan.

Of,

Of,

jij staat, ik lig de verdeling te zijn tussen boven en beneden.

jij staat, ik lig de verdeling te zijn tussen boven en beneden.

wat zo nu en dan wiegt op een zacht voorbijkomend vlaagje wind. en

Op dit veld staat hooggras,

fluistert stilletjes.

Maar ik zou je aanraden te doen, alsof je dat niet gehoord hebt.

Het kon er namelijk niks aan doen. Jij deed die stap achteruit

en jij hebt je sokken aangehouden. De bel gaat.

Maar er wordt niet opengedaan.

Deze waterplas zou heel goed in het midden oneindig diep kunnen zijn.

Maar er wordt niet opengedaan.

Maar weet wel, dat zelf bedenken, hier een tijdelijke vrijheid is.

Naast de bushalte staat een bord, met daarop informatie. Of tenminste ik ga ervan uit dat er informatie op staat, ook al kunnen wij het niet ontcijferen.

De bel gaat opnieuw. maar gewoon in je eigen achtertuin.

Jij hebt een achtertuin.

Je hebt alleen nog geen huis, daarvoor is er nog geen tijd geweest.

De bel gaat opnieuw. Het had ook zo kunnen zijn dat we niet zomaar op een willekeurig veld waren beland,

maar gewoon in je eigen achtertuin.

Jij hebt een achtertuin.

Je hebt alleen nog geen huis, daarvoor is er nog geen tijd geweest.

en dan specifiek over de Begonia’s die je gister hebt geplant.

Je bent hier gekomen vandaag, om te kijken of deze de nacht hebben overleefd.

Eenmaal in de achtertuin vind je niet alleen de bloemen, maar ook een persoon.

Staand naast dat vreemde bouwwerk wat de vorige eigenaar hier heeft laten staan.

Starend naar het bord ernaast, waar onzin op staat.

Dit is helemaal niet erg, het gaat ons veel meer om de achtertuin

We staan te kijken naar het bord naast de bushalte en we proberen de informatie te begrijpen.

bedenk het zelf.

Verder op in het veld staat een klein bouwwerk, waarvan ik vermoed dat het een bushalte zou kunnen zijn.

Naast de bushalte staat een bord, met daarop informatie. Of tenminste ik ga ervan uit dat er informatie op staat, ook al kunnen wij het niet ontcijferen.

Het had ook zo kunnen zijn dat we niet zomaar op een willekeurig veld waren beland,

dus ga je gang,

Verder op in het veld staat een klein bouwwerk, waarvan ik vermoed dat het een bushalte zou kunnen zijn.

Kan ik jou ergens mee helpen? Nee, dank je, ik wacht op de bus. De persoon zei dit, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, staand hier, in jouw achtertuin.

Jij wacht op de bus? Ja, de bus. Hier?

De bel gaat.

Of juist heel ondiep. Dit is nog onduidelijk,

Maar weet wel, dat zelf bedenken, hier een tijdelijke vrijheid is.

en jij hebt je sokken aangehouden.

Deze waterplas zou heel goed in het midden oneindig diep kunnen zijn.

bedenk het zelf.

Maar ik zou je aanraden te doen, alsof je dat niet gehoord hebt.

Deze waterplas ligt daar erg onschuldig te zijn.

Jij deed die stap achteruit

Dit is helemaal niet erg, het gaat ons veel meer om de achtertuin

fluistert stilletjes.

Wanneer je een stap achteruit doet, zul je merken dat je met je sok in een waterplas bent gaan staan.

Het kon er namelijk niks aan doen.

en

Deze waterplas ligt daar erg onschuldig te zijn.

dus ga je gang,

wat zo nu en dan wiegt op een zacht voorbijkomend vlaagje wind.

Deze wind streelt ook langs jouw gezicht

Wanneer je een stap achteruit doet, zul je merken dat je met je sok in een waterplas bent gaan staan.

Of juist heel ondiep. Dit is nog onduidelijk,

jij, de lezer,

Eveneens het plafond, want daar hebben we toch niks aan.

maar een horizon. Die zich uitstrekt door de ruimte heen waardoor ook de muren noodgedwongen zullen wegvallen.

Boven mij is een kleur, die voor nu blauw is.

Deze wind streelt ook langs jouw gezicht

Dat wil zeggen

Ten eerste is de vloer nogal ongeschikt en ik wil je daarom vragen deze weg te laten.

Eveneens het plafond, want daar hebben we toch niks aan.

Op dit veld staat hooggras,

wij zijn de enige daar.

Nu ik het hier zo bekijk, denk ik dat we nog enkele aanpassingen zullen moeten maken.

Ten eerste is de vloer nogal ongeschikt en ik wil je daarom vragen deze weg te laten. Daarnaast wil ik graag dat jij je voorstelt dat ik geen tekst ben,

maar een ruimte.

en dan specifiek over de Begonia’s die je gister hebt geplant.

Je bent hier gekomen vandaag, om te kijken of deze de nacht hebben overleefd.

Eenmaal in de achtertuin vind je niet alleen de bloemen, maar ook een persoon.

Staand naast dat vreemde bouwwerk wat de vorige eigenaar hier heeft laten staan.

Starend naar het bord ernaast, waar onzin op staat.

We staan te kijken naar het bord naast de bushalte en we proberen de informatie te begrijpen.

Kan ik jou ergens mee helpen? Nee, dank je, ik wacht op de bus. De persoon zei dit, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, staand hier, in jouw achtertuin.

Jij wacht op de bus? Ja, de bus. Hier?

Nu kijken we om, achter ons staat een persoon, een beetje raar naar ons te kijken.

Dit is de bushalte toch?

Nu kijken we om, achter ons staat een persoon, een beetje raar naar ons te kijken.

Dit is de bushalte toch?

We krijgen geen antwoord, in plaats daarvan stelt de persoon een wedervraag.

We krijgen geen antwoord, in plaats daarvan stelt de persoon een wedervraag.

Deze vreemde lijkt te denken dat dit rare bouwvallige hok een bushalte is.

Deze vreemde lijkt te denken dat dit rare bouwvallige hok een bushalte is.

Zie jij hier ergens een weg? Nee maar dat bord. Daar vroeg ik niet naar, zie jij hier ergens een weg?

Nee, er is geen weg.

Dit is mijn achtertuin. Maar, er staat hier helemaal geen huis.

Je werd ineens boos.

We konden daar niks aan doen,

Sterker nog, eigenlijk denk ik, dat ze er misschien wel niet waren.

we hadden ze niet gezien.

Dit bos was er zo net nog niet. Het is ondertussen ontstaan.

Dus laten we nog maar even wachten.

De bel gaat weer, maar deze keer lijkt er iets te zijn veranderd.

Of tenminste,

De bel gaat weer,

het geluid klinkt anders.

We lopen even rond om te kijken waardoor dit zou kunnen komen en merken dat het geluid nu weerkaatst.

In een bodemloze put.

Ik zal niet benoemen dat er niemand is die de deur open doet, ik neem aan dat je dit zelf al in de gaten hebt.

Laten we in plaats daarvan toch overgaan naar het bos.

In het bos is het koel,

het ruikt naar vochtig mos.

Het zou namelijk goed kunnen dat iemand daar iets verstopt heeft.

En we willen niet onbeleefd zijn.

als de slechtste

plek is om je geheimen te bewaren.

Maar wel vaak op zo’n manier, dat je niet helemaal zeker weet, of het nu de vorige keer wel of niet ook zo stond.

waar de naam op staat van een persoon,

Ik kan er namelijk niet op zitten,

ik

die wij niet kennen.

ben een horizon.

En ik zeg dat jij ook naast mij kan komen zitten,

op de grond.

Maar dit wil jij niet,

je hebt een schone broek aan,

die mag niet vies worden.

Of ik daar geen last van heb. Nee,

daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht.

Maar het praat zo lastig met jij op het bankje en ik op de grond. Er is zo veel afstand.

Een bankje in het bos, zou ook net zo goed een bankje bij een bushalte kunnen zijn.

Ik bedoel wat is nu eigenlijk helemaal het verschil. Nou ja zeg, zonet nog excuserend door je Begonia’s heen lopen en nu alweer terug.

En ook nog zittend op dat krakkemikkige bankje in die bouwval.

Mooie boel is dat.

Er is hier nog steeds geen weg hoor.

Als we weer bij de bushalte zijn, dan zullen we wel erg dringend met de bus moeten.

Nee, dat weet ik.

Het wordt nog wel wat, wanneer die bus hier aan zal komen.

Ik denk namelijk niet dat het bospad wijd genoeg is.

Ik vrees dat die kleine Den hier zijn leven niet zeker is.

En ik betwijfel sterk dat de zijspiegels het zullen overleven langs die Eik daar.

Dan zul je zien dat het net op dat moment gaat regenen,

waar de naam op staat van een persoon,

Ik kan er namelijk niet op zitten,

ik

die wij niet kennen.

ben een horizon.

zo net onder de lucht.

Jij vraagt mij of ik even naast je wil komen zitten.

En ik zeg dat jij ook naast mij kan komen zitten,

op de grond.

Maar dit wil jij niet,

je hebt een schone broek aan,

die mag niet vies worden.

Of ik daar geen last van heb. Nee,

daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht.

Een bankje in het bos, zou ook net zo goed een bankje bij een bushalte kunnen zijn.

Ik bedoel wat is nu eigenlijk helemaal het verschil.

Nou ja zeg, zonet nog excuserend door je Begonia’s heen lopen en nu alweer terug.

En ook nog zittend op dat krakkemikkige bankje in die bouwval.

Als we weer bij de bushalte zijn, dan zullen we wel erg dringend met de bus moeten.

Nee, dat weet ik.

Het wordt nog wel wat, wanneer die bus hier aan zal komen.

Ik denk namelijk niet dat het bospad wijd genoeg is.

Ik vrees dat die kleine Den hier zijn leven niet zeker is.

En ik betwijfel sterk dat de zijspiegels het zullen overleven langs die Eik daar.

Dan zul je zien dat het net op dat moment gaat regenen,

en wij alsnog de bus zullen missen.

Misschien dat we toch beter lopend kunnen gaan.

Misschien dat we toch beter lopend kunnen gaan.

en we beginnen onze tocht te voet.

We staan daarom op,

We lopen weer terug naar het veld, dat spreekt voor zich. Als het belangrijk was dan zullen ze wel terugkomen.

We zijn net op tijd op het veld voor het eten, de tafel is al gedekt.

of nou ja,

dat doe jij

en we beginnen onze tocht te voet.

We lopen weer terug naar het veld, dat spreekt voor zich. Ik merk op dat we in het bos buiten gehoorsafstand van de bel zijn geweest.

Er staan stoelen omheen.

Als het belangrijk was dan zullen ze wel terugkomen.

We zijn net op tijd op het veld voor het eten, de tafel is al gedekt.

Er staan stoelen omheen.

maar jij doet alsof je ze niet gezien hebt. Als eten is er pap met suiker, bubbelwater en er zijn kiwi’s alleen nog net een beetje onrijp.

Of we geen aardappelen hebben.

Ik kijk jou aan,

maar jij doet alsof je ze niet gezien hebt.

Of, misschien rijst? Ik weet niet zo goed wat ik hierop moet antwoorden.

Mooie boel is dat.

jouw schone broek nat gespetterd wordt

en wij alsnog de bus zullen missen.

Ik merk op dat we in het bos buiten gehoorsafstand van de bel zijn geweest.

om op dat bankje te zitten.

De bus niet meer kan remmen,

jouw schone broek nat gespetterd wordt

Het blijft een tijdje stil.

Als eten is er pap met suiker, bubbelwater en er zijn kiwi’s alleen nog net een beetje onrijp.

Of we geen aardappelen hebben.

Of, misschien rijst?

Het blijft als gevolg nog even stil.

Ineens ben jij een sinaasappel aan het eten. Je biedt mij een partje aan,

Met op de rugleuning zo’n metalen plaatje,

waardoor de wielen diep door de modder zullen snijden.

De bus niet meer kan remmen,

Die heb je denk ik van thuis meegenomen.

van hout.

Er is hier nog steeds geen weg hoor.

waardoor de wielen diep door de modder zullen snijden.

Het is een mooi bankje,

Of ik het toch niet liever nog eens wil proberen,

Het blijft een tijdje stil.

Het duurde een tijdje voordat je terug was en ik heb daarom een bankje opgezocht.

Maar het praat zo lastig met jij op het bankje en ik op de grond. Er is zo veel afstand.

om op dat bankje te zitten.

Maar wel vaak op zo’n manier, dat je niet helemaal zeker weet, of het nu de vorige keer wel of niet ook zo stond.

Hierbij ben je geïnformeerd en ik zal mij nu dus ook even omdraaien, zodat jij gerust in privacy kan bepalen wat je doet.

In plaats van op het bankje, rust ik op de grond,

Jij vraagt mij of ik even naast je wil komen zitten.

Ik ben er op gaan zitten, maar hier lopen we tegen een probleem aan.

zo net onder de lucht.

een geheim.

of in dezelfde vorm.

Het duurde een tijdje voordat je terug was en ik heb daarom een bankje opgezocht. Met op de rugleuning zo’n metalen plaatje,

dat is natuurlijk,

En je het dus alleen nog probeert achter te houden, voor het fatsoen.

Hierbij ben je geïnformeerd en ik zal mij nu dus ook even omdraaien, zodat jij gerust in privacy kan bepalen wat je doet.

plek is om je geheimen te bewaren.

Het is voor hoever ik weet alleen adviseerbaar om hier je geheim te verstoppen, wanneer je denkt, dat iedereen het toch eigenlijk allang weet.

En je het dus alleen nog probeert achter te houden, voor het fatsoen.

Ik kijk jou aan,

als de slechtste

Daarnaast willen de bomen op winderige dagen nog wel eens met elkaar roddelen.

Het is voor hoever ik weet alleen adviseerbaar om hier je geheim te verstoppen, wanneer je denkt, dat iedereen het toch eigenlijk allang weet.

zowel de beste,

Maar natuurlijk wel, voor degene die er iets verstopt heeft.

Daarnaast willen de bomen op winderige dagen nog wel eens met elkaar roddelen.

En we willen niet onbeleefd zijn.

Wat mij betreft maakt dat niet zo veel uit.

Maar natuurlijk wel, voor degene die er iets verstopt heeft.

dat doe jij

Het zou namelijk goed kunnen dat iemand daar iets verstopt heeft.

Alleen nooit helemaal precies op dezelfde plaats

Wat mij betreft maakt dat niet zo veel uit.

of nou ja,

het komt eigenlijk altijd ook wel weer terug.

of in dezelfde vorm.

Of ik het toch niet liever nog eens wil proberen,

Maar daar moeten we maar beter niet al te veel aandacht aan besteden.

En wees gerust,

Alleen nooit helemaal precies op dezelfde plaats

In plaats van op het bankje, rust ik op de grond,

Er zijn holletjes, plekken onder blaadjes en tussen het schors van de bomen.

Waar het heen gaat dat weet ik niet,

het komt eigenlijk altijd ook wel weer terug.

Ik ben er op gaan zitten, maar hier lopen we tegen een probleem aan.

het ruikt naar vochtig mos.

Het bos verdwijnt zo nu en dan.

En wees gerust,

van hout.

Ik zal niet benoemen dat er niemand is die de deur open doet, ik neem aan dat je dit zelf al in de gaten hebt.

In het bos is het koel,

Ik zal je daarom nu vertellen, dat het bos

een geheim.

In een bodemloze put.

Hieruit concludeer ik dat je wellicht zelf op zoek bent naar een plekje om iets te verstoppen.

Het bos verdwijnt zo nu en dan. dat is natuurlijk,

Toch zie ik jou nieuwsgierig om je heen kijken.

Hieruit concludeer ik dat je wellicht zelf op zoek bent naar een plekje om iets te verstoppen. zowel de beste,

Toch zie ik jou nieuwsgierig om je heen kijken. Ik zal je daarom nu vertellen, dat het bos

het geluid klinkt anders.

We lopen even rond om te kijken waardoor dit zou kunnen komen en merken dat het geluid nu weerkaatst.

Maar daar moeten we maar beter niet al te veel aandacht aan besteden.

Of tenminste,

Waarvan ik vind dat het een zeer geheimzinnige plek is, of in elk geval die reputatie probeert te verkrijgen.

Er zijn holletjes, plekken onder blaadjes en tussen het schors van de bomen.

maar deze keer lijkt er iets te zijn veranderd.

Laten we in plaats daarvan toch overgaan naar het bos.

Waarvan ik vind dat het een zeer geheimzinnige plek is, of in elk geval die reputatie probeert te verkrijgen.

We staan daarom op,

Dit bos was er zo net nog niet. Het is ondertussen ontstaan.

Het is wel nog steeds een beetje lastig.

Dus laten we nog maar even wachten.

Het is een mooi bankje,

Sterker nog, eigenlijk denk ik, dat ze er misschien wel niet waren.

We zitten nu op het veld, met de rug gekeerd naar het bos.

Het is wel nog steeds een beetje lastig.

Je werd ineens boos.

Op onze vlucht de achtertuin uit, zijn we per ongelijk over de Begonia’s heen gelopen.

We konden daar niks aan doen,

Waar het heen gaat dat weet ik niet,

Nee, er staat hier geen huis nee, nee daar ben ik nog mee bezig.

Er wordt nog steeds niet opengedaan.

Op onze vlucht de achtertuin uit, zijn we per ongelijk over de Begonia’s heen gelopen.

We zitten nu op het veld, met de rug gekeerd naar het bos.

Maar, er staat hier helemaal geen huis.

Er wordt nog steeds niet opengedaan.

we hadden ze niet gezien.

Nee, er is geen weg.

Oh.

Nee, er staat hier geen huis nee, nee daar ben ik nog mee bezig.

Zie jij hier ergens een weg? Nee maar dat bord. Daar vroeg ik niet naar, zie jij hier ergens een weg?

Dit is mijn achtertuin.

Oh.

Ik weet niet zo goed wat ik hierop moet antwoorden.

Het blijft als gevolg nog even stil.

Ineens ben jij een sinaasappel aan het eten.

Want ik weet heel zeker dat wij hier geen sinaasappels hebben.

Die heb je denk ik van thuis meegenomen.

alleen valt het per ongeluk op de grond.

Je biedt mij een partje aan,

Dat is niet erg.

Want ik weet heel zeker dat wij hier geen sinaasappels hebben.

alleen valt het per ongeluk op de grond.

Dat is niet erg.

We staren nu beiden naar de bodemloze put,

ik ga er zelfs bij liggen.

Jij vraagt mij of ik iets kan zien,

maar ik schud mijn hoofd.

Hester Schuil ‘24

We staren nu beiden naar de bodemloze put,

ik ga er zelfs bij liggen.

Jij vraagt mij of ik iets kan zien,

maar ik schud mijn hoofd.

Hester Schuil ‘24


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hester schuil - Thebellrings - 2024 by stjoost - Issuu