Skip to main content

Verlicht verleden - Magreet Wieske

Page 1


Verlicht verleden

Glas in lood van de Groninger kerken en kloosters in de late middeleeuwen (1100-1600)

Wie met de trein van Assen naar Groningen gaat, passeert tussen Haren en Groningen het gehucht Essen. De plaats herinnert aan het cisterciënzer vrouwenklooster dat hier tussen 1215 en 1594 stond. Klooster Yesse is een van de 34 kloosters die de provincie Groningen heeft gekend in de late middeleeuwen en één van de 31 kloosters waarvan geen bovengrondse resten bewaard zijn gebleven. Een lichte verhoging in het landschap en de sloten eromheen zijn voor de nauwlettende voorbijganger de enige fysieke aanwijzingen voor een rijk religieus verleden. Ook op andere plekken hebben verdwenen kloosters sporen nagelaten in het landschap. In dorpen als Thesinge, Rottum en Nijenklooster (Eemsdelta) zijn de contouren van het verdwenen klooster zichtbaar als voormalige grachten, die nu vaak dienen als een natuurlijke afbakening van het dorp. Tastbare sporen van het geestelijk leven in de middeleeuwen zijn er ook ondergronds, in de vorm van scherven van beglazingen uit kloosters en kerken.

Laatmiddeleeuwse beglazingen in Groningen

Tijdens mijn studie archeologie had ik het geluk dat ik enkele jaren op rij kon deelnemen aan de opgraving van klooster Yesse door de Rijksuniversiteit Groningen. In 2019 kreeg ik een donkerbruin verkleurd stukje vensterglas met de resten van paarse brandschildering in handen. Het was de start van mijn nieuwsgierigheid: hoe had dit paneel er in zijn volledigheid uitgezien en, nog interessanter, wat voor betekenis hadden dit soort glasin-loodramen voor de bewoners van het klooster en de voorbijgangers? De glas-in-loodscherven van Yesse zijn een tastbare herinnering aan het rijke religieuze leven van de middeleeuwse samenleving. Ze bieden een perspectief dat meestal in de bodem verborgen blijft.

De vraag naar vensterglas was groot in de late middeleeuwen. De geschatte tweehonderd kerken en kloosters in de provincie Groningen zijn naar alle waarschijnlijkheid alle beglaasd geweest en geven daarmee een indruk van de schaal waarop de glaspro-

Geselecteerde sites voor het onderzoek Verlicht Verleden.

Fragment gebrandschilderd glas uit klooster Yesse. Gevonden tijdens de veldwerkcampagne in 2019.

E ect van glascorrosie op glas. Links is de scherf lichtbruin verkleurd maar nog wel transparant. Het glaasje in het midden en de fragmenten rechts zijn dermate verweerd dat alle transparantie is verdwenen en het glas is verkruimeld.

ductie in Europa plaatsvond. Over de beglazing van de Groninger kerken en kloosters is echter weinig bekend. De Reformatie heeft ertoe geleid dat de katholieke materiële cultuur voor een groot deel verdwenen is. Van de 35 kloosters zijn er van slechts vier nog bovengrondse restanten, in Ter Apel, Aduard, Thesinge en Ten Boer. Van de kerken hebben er meer de Reformatie overleefd: anno 2025 staan er nog 114 kerken die vóór 1500 zijn gesticht.1 Daarbij is een groot deel van de katholieke materiële cultuur niet bewaard gebleven. Dit geldt in het bijzonder voor de glas-in-loodramen, waarvan de overgeleverde panelen daterend van vóór 1500 in Nederland op één hand te tellen zijn.

Het onderzoek

Om inzicht te krijgen in de beglazingen van Groningen moet er naar scherven worden gekeken. Scherven die tijdens de plunde-

Thesinge, met in blauw aangegeven de voormalige kloostergrachten.

ringen in de grond en in de grachten van de kloosters zijn beland en pas eeuwen later aan het oppervlak zijn gekomen: op het land, in de grachten of – in het geval van de kerken – in de muren, grafkelders en geblindeerde nissen. Door glas uit het bodemarchief en van restauratiewerkzaamheden te bestuderen, kan er een beeld van de beglazingsgeschiedenis van de late middeleeuwen in Groningen worden geschetst. Het materiaal is niet alleen gefragmenteerd maar in veel gevallen onderhevig aan glascorrosie. Hierdoor is het aanzien en de samenstelling van het glas sterk veranderd. De uitdaging is om op grond van de bewaard gebleven scherven tot een geschiedschrijving te komen van het glasin-lood uit de middeleeuwen. Hoe zagen de glas-in-loodramen eruit en welke betekenissen droegen ze? In welke mate zijn er overeenkomsten met andere locaties in Nederland en Europa? Het project Verlicht Verleden heeft als doel inzicht te verscha en

Verlicht Verleden

Fragmenten middeleeuws vensterglas in de kloostergang van Ter Apel.

in deze verdwenen beglazingsgeschiedenis van de Groninger kerken en kloosters tussen 1100 en 1600.

Voor mijn masterscriptie archeologie heb ik de glas-in-loodscherven uit klooster Yesse onder de loep genomen.2 Dankzij het Titus Stipendium van de Stichting Oude Groninger Kerken werd ik in staat gesteld in het kader van het project Verlicht Verleden dezelfde vragen op provinciale schaal te stellen met als doel inzicht te krijgen in het aanzicht en de betekenissen van de glas-in-loodramen van middeleeuwse kloosters en kerken in Groningen.

In het project Verlicht Verleden zijn van negentien (voormalige) kerken en kloosters vensterglasscherven bestudeerd. Enkele duizenden scherven zijn onderzocht met betrekking tot de uiterlijke kenmerken en de chemische samenstelling van het glas. Door verschillende aspecten van het glas te bestuderen en de vindplaatsen met elkaar te vergelijken en in bredere (Europese) context te plaatsen, is gepoogd de herkomst, de ouderdom en de stijlen van de glas-in-loodramen te achterhalen. In dit artikel ligt de nadruk op de stilistische ontwikkelingen van de Groningse kloosters en kerken in de late middeleeuwen. Er volgt een korte toelichting op de productie van vensterglas in de middeleeuwen, en daarna een bespreking van de verschillende aangetoonde beglazingstijlen in de provincie in chronologische volgorde.

Productie van vensterglas in de middeleeuwen

Het smelten van de glasplaten vond plaats op de plekken waar de grondsto en (zand/kwarts en hout) voorhanden waren. De glasproductie in de middeleeuwen werd gekenmerkt door de vele productiecentra in bosrijke gebieden in Centraal-Europa en Noordwest Frankrijk. Door de chemische samenstelling van het glas te bestuderen, kan worden achterhaald in welke regio en in welke periode de glasplaten zijn gesmolten. Nadat de glasplaten waren gesmolten in Centraal-Europa, werden deze over land en te water vervoerd tot in het noorden van Nederland. Hier kocht een lokale glazenier de glasplaten,

die deze vervolgens beschilderde en vormde naar het gewenste ontwerp. Interessant is de aan- of afwezigheid van brandschildering. De kleur en de wijze waarop deze is aangebracht, samen met hetgeen is afgebeeld, zijn belangrijke indicatoren voor bepaalde beglazingsstijlen en dateringen. Door de scherven te vergelijken met nog bestaande ramen uit onder andere Duitsland, Engeland en Frankrijk, kan een bepaalde stijl of een afgebeeld tafereel worden gereconstrueerd. Door de aanwezigheid van een supra-regionale stijl van middeleeuws glas in lood (met name binnen de kloosters) is een internationaal perspectief zinvol voor de studie van de Groningse scherven.

Het is deze interdisciplinaire aanpak die ertoe leidt dat de gefragmenteerde en door glascorrosie aangetaste collectie van Groningen betekenis krijgt. De vele kerken in de provincie hebben nu een ander aanzicht dan in de late middeleeuwen, en dat geldt ook voor de beglazing. Door de scherven nauwkeurig te bestuderen en te contextualiseren ontstaat er inzicht in het aanzien van de kerken en kloosters en begrip voor de middeleeuwse bewoner of voorbijganger.

Cisterciënzer beglazingsstijlen (twaalfde tot veertiende eeuw)

Het ontwerp en de locatie van een glas-in-loodpaneel zit vol met christelijke symboliek. Niet alleen de op het glas geschilderde taferelen droegen betekenis, fundamenteler was het concept van licht dat de aanwezigheid van Christus symboliseerde.3 Deze conceptuele betekenis van licht komt goed naar voren in de vroegste beglazingstijlen, beïnvloed door de cisterciënzer kloosterorde.

Het uiterlijk van de glas-in-loodramen is voor met name de periode tot 1350 beïnvloed door de hervormingen die continu plaatsvonden binnen de kloosterorden. Deze hervormingen hadden ook invloed op de materiële cultuur. Voor het uiterlijk van de glas-in-loodramen is met name de Cisterciënzer Orde van groot belang. Deze kloosterorde is in 1098 gesticht in Clairvaux (Frankrijk) als reactie op de ‘verwaarlozing’ van de regel van Benedictus en het veel te wereldlijke kloosterwezen. De Cisterciënzer Orde keerde terug naar een contemplatieve levensstijl: nederigheid en gehoorzaamheid aan de abt en aan Christus zelf stonden centraal. Dit had ook betrekking op de materiële cultuur,

Links een geometrisch blankglazing-ontwerp, een patroon van een paneel uit La Bénisson-Dieu. Rechts een glaasje uit de Martinikerk in Groningen, dat vermoedelijk onderdeel van een soortgelijk ontwerp is geweest.

Vensterglas in verre vigneté-stijl uit de Groninger kerken en kloosters. A: Usquert, B: klooster Yesse, C: Midwolda Ol Kerke, D: Martinikerk te Groningen, E: Thesinge, F: Nijenklooster, G: Grijzevrouwenkloosters.

welke sober en weinig decoratief diende te zijn. Het gebruik van kleur en decoratie – in het bijzonder figuratieve afbeeldingen –werd gezien als een afleiding van de devotie tot God. Tot 1254 was er een statuut dat het gebruik hiervan actief verbood.4 Religieuze symboliek zat in het concept van licht en donker. Daarnaast zijn er christelijke symbolen verwerkt in de loodlijsten van het paneel: de drie-eenheid, de lelie, het tetragram, rozetten en de knoop van Salomon werden opgenomen in geometrische patronen.

In Groningen zijn er twee cisterciënzer beglazingsstijlen te herkennen. Deze stijlen waren tot het begin van de veertiende eeuw in gebruik. De eerste is een blankglazing-stijl waarbij geen brandschildering of gekleurd glas werd toegepast. Een compleet glaasje van de Martinikerk in de stad Groningen verwijst naar een geometrisch patroon dat kenmerkend is voor de blankglazing-stijl uit de late twaalfde en begin dertiende eeuw. De Martinikerk behoorde niet tot een kloosterorde: dit voorbeeld toont de invloed van de cisterciënzers op de beglazing van de Groninger kerken aan. De aanwezigheid van een blankglazing-stijl is in

Type beschildering op glas in lood. Links: contourverf op een glaasje uit Usquert, datering dertiende eeuw. Rechts: gebruik van zilvergeel, contourverf en grisailleverf op een laatgotisch (late vijftiende of vroege zestiende eeuw) bandruitje uit het Nijenklooster.

Glas-in-loodraam in verre vigneté-stijl uit de kathedraal van Auxerre, circa 1240-1245.

veel gevallen moeilijk hard te maken op basis van enkel scherven of losse glaasjes, omdat er wordt gebruikgemaakt van veel voorkomende patronen. Het is echter waarschijnlijk dat dit een gebruikelijke beglazingsstijl was in de regio.

De tweede stijl wordt gekenmerkt door een bladmotief, in Frankrijk ‘verre vigneté’ genoemd. Dit is een gestandaardiseerde stijl die de blankglazing opvolgt, gekenmerkt door veelal kleurloos glas waarop een bladmotief is geschilderd. Deze werd in de loop van de dertiende eeuw geïntroduceerd door de Cisterciënzer Orde en verspreidde zich snel over Europa.5

In acht van de negentien vondstlocaties6 zijn restanten van de verre vigneté-stijl gevonden. De stijl komt zowel binnen als buiten de cisterciënzer kloosterorde voor. Stilistisch kan deze stijl strak gedateerd worden tussen 1230 en 1310. De introductie van het zilvergeel in de veertiende eeuw markeert een einde van deze stijl, waarbij de jongste varianten het gebruik van zilvergeel nog omvatten.

Binnen de scherven met verre vigneté zijn er variaties in de brandschildering die wijzen op verschillende dateringen. De stijl wordt kenmerkt door het afbeelden van een vaak verticaal georiënteerd bladmotief, waarbij de achtergrond een gearceerd patroon heeft. Dit met het e ect dat het meeste licht door de bladeren/takken valt. In de helft van de gevallen is de gearceerde achtergrond op het glas geschilderd, in de andere gevallen is de hele oppervlakte beschilderd, waarna er verf in een gearceerd patroon is uitgekrast. Dit laatste lijkt een regionale variatie. Andere variaties zijn het type blad en de stijl waarin de bladeren zijn geschilderd. Al deze variaties, plus het feit dat verre vigneté in zowel kerken als kloosters is aangetro en, wijzen erop dat ook in de provincie Groningen deze beglazingsstijl gebruikelijk was in de dertiende eeuw.

Verlicht Verleden

Twee van de vondstlocaties zijn cisterciënzer vrouwenkloosters, Yesse en het Grijzevrouwenklooster. De stijl van het blad, de wit verkleurde brandschildering en de ogenschijnlijk bolle, opgezwollen bladeren wijzen op een vroege datering tussen 1240 en 1260.7 De scherven van de Martinikerk hebben daarentegen een dunner ogende verf en puntige bladeren, wat wijst op een iets latere datering, rond 1260-1280. Deze bevindingen bevestigen het vermoedden dat ook in deze regio de cisterciënzer kloosters de stijl hebben geïntroduceerd.

Bijbelse taferelen (veertiende tot zestiende eeuw)

Vanaf de veertiende eeuw komt er meer variatie in de iconografie van de glazen, wat samengaat met een verandering in de samenstelling van het glas. De brandschildering op het glas in lood

is verfijnd, naast contourverf wordt er gebruik gemaakt van een lichte schaduwverf (grisailles à modeler). De keur is overwegend bruinrood in tegenstelling tot de vaak wit uitgeslagen brandschildering van de verre vigneté.8

“Het ontwerp en de beglazingsstijl van het glas in lood van de Groninger kerken zit vol symboliek”

Vanaf de eerste helft van de veertiende eeuw wordt zilvergeel geïntroduceerd in glas-in-loodontwerpen. Een kleipapje met zilver wordt aangebracht op het glas. Wanneer het glas wordt verhit, trekt het zilver in het glas, wat een geeloranje kleur geeft.

Gotische bandruitjes afkomstig uit het Nijenklooster (links) en andere vindplaatsen in Nederland. Datering tussen 1325 en 1525.

Religieuze afbeeldingen op scherven uit het Nijenklooster. Links: de kruisiging van Jezus (linkerhand met nagel). Rechts: non met gevouwen handen.

Verdoemden worden door duivels naar de hellemuil gesleept, 1501, Evangelische Kerk in Sudwalde, Duitsland. Op de voorgrond drie scherven van het Nijenklooster die binnen dit tafereel passen.

Buiten de provincie Groningen is er in Nederland een aantal noemenswaardige vondstlocaties met grote glascollecties, geschikt voor de duiding van de Groninger scherven. In Roermond is in 2009 een grote glasvondst gedaan van circa 400.000 fragmenten (1200 kilo) daterend uit de periode van het einde van de veertiende eeuw tot het begin van de zeventiende eeuw. Daarnaast is in Zutphen in 1999 een glazenierswerkplaats gevonden, daterend uit de periode tussen 1300 en 1572.9 De gebrandschilderde fragmenten bieden een goede vergelijking voor een aantal stijlen herkend in het Nijenklooster en klooster Ter Apel. De zogeheten ‘bandruitjes’ in een gotische stijl laten sterke overeenkomsten zien tussen de verschillende sites. Dit soort bandruitjes komen vanaf het einde van de veertiende eeuw tot de renaissance in de zestiende eeuw voor. De vroegste varianten zijn geometrische patronen, vanaf de vijftiende eeuw nemen de florale elementen de overhand.10

De collectie van het voormalige premonstratenzer Nijenklooster biedt een rijk perspectief op de periode tussen de veertiende en de zeventiende eeuw. Op basis van de scherven kunnen er Bijbelse en religieuze taferelen worden herkend. Een voorbeeld is een linkerhand met een object door de palm. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid om de kruisiging van Jezus, een veel voorkomend tafereel in het koor van (klooster)kerken. Een andere duidelijk religieuze afbeelding zijn de ‘biddende nonnen’. Twee gezichten zijn te herkennen in de totaal zes scherven die met zekerheid horen bij deze afbeelding. Er is een contrast met het cisterciënzerklooster Yesse. Beide zijn vrouwenkloosters, maar de collectie van klooster Yesse wordt getypeerd door juist de afwezigheid van dergelijke figuratieve afbeeldingen. Het contrast tussen de aangetro en stijlen binnen klooster Yesse en het Nijenklooster is onder andere beïnvloed door de verschil-

lende kloosterorden van beide kloosters. De cisterciënzer kloosterorde had, wat betreft de beglazing, strakkere richtlijnen waarbij het afbeelden van figuren verboden was.

Om een indruk te krijgen welke thema’s en (Bijbelse) taferelen populair waren in de late middeleeuwen, kan worden gekeken naar overgeleverde muurschilderingen in kerken. In de evangelische kerk van Sudwalde (Duitsland) biedt de muurschildering van de Hellemuil, daterend uit 1501, een interessante vergelijking voor een reeks scherven van het Nijenklooster. Op de afbeelding worden verdoemden naar de Hellemuil gesleept. Dat dit tafereel ook voorkwam op glas-in-loodpanelen weten we van overgeleverde exemplaren in het buitenland, zoals in de kathedraal van Bourges in Frankrijk. De rijke collectie van het Nijenklooster laat een aantal scherven zien waarvan de beschildering kan wijzen op een tafereel als de Hellemuil. Zo is er een scherf waarop een puntige knots is afgebeeld, een (duivels)vleugeltje en de kop van een hondachtig wezen. De collectie van het Nijenklooster geeft een indruk van de thematiek afgebeeld op de ramen.

Renaissance (zestiende en zeventiende eeuw)

Vanaf de zestiende eeuw verandert de gotische schilderstijl in de stijl van de renaissance. Het gebruik van bandruitjes verdwijnt daarmee grotendeels. Typerend voor de renaissance zijn een groteske en grillige schilderstijl met vegetatieve en figuratieve (vaak fabelachtige) elementen. Ook komen arabesken (oppervlaktedecoratie met ritmische patronen), moresken (Moors rankenornament) en grotesken (overdadige, opeengestapelde en symmetrische versiering) veel voor in de renaissance. Deze van oorsprong islamitische ornamentvorm wordt gekenmerkt door ritmische en vervlochten patronen met vaak vegetatieve elemen-

Verlicht

Renaissance-elementen in de scherven van Ter Apel (A-E), Yesse (F) en de Martinikerk in Groningen (G). Het gevlochten patroon van scherven F en G doet denken aan moresken.

ten. Ze werden verspreid via prenten en kwamen zo veelvuldig in de kunstvormen terecht.11

Deze renaissancestijl is het best te herkennen in de collectie van klooster Ter Apel. Het gaat om een laat kruisherenklooster dat pas in 1465 is gesticht. Het vervlochten karakter van de moresken kan echter ook worden herkend in fragmenten uit klooster Yesse en de Martinikerk.

Een andere ornamentvorm die typerend is voor de renaissance, is die van het rol- en beslagwerk. Vanaf halverwege de zestiende eeuw tot het einde van de zeventiende eeuw is dit een veelgebruikte ornamentstijl. Het gaat om driedimensionale omlijstingen, vaak rond tekstregels of wapenschilden. Dit ‘rolwerk’ rolt als het ware om het onderwerp van het glas heen. Vaak wordt het gecombineerd met beslagwerk, dat herkenbaar is aan de geschilderde gaatjes, waardoor het op ijzerbeslag lijkt. Naast de schilderstijl en het breed ingezette zilvergeel is het gebruik van sanguineverf, meestal toegepast voor huidtinten, een indicatie voor een vijftiende- of zestiende-eeuwse datering.12 Hoewel klooster Ter Apel het rijkste perspectief biedt op de renaissancestijl in Groningen, zijn elementen ook te herkennen bij vondsten van andere sites.

Verlicht Verleden

Uit mijn onderzoeksproject Verlicht Verleden is naar voren gekomen dat het uiterlijk en de betekenis van glas in lood in de Groninger kerken en kloosters tussen 1100 en 1600 onderhevig is geweest aan veel veranderingen. In de eerste eeuwen, tot hal-

Rol- en beslagwerk op glas-in-loodscherven uit A: Ter Apel, B: Hellum, C: Aduard en D: Nijenklooster. Datering 1550-1700.

verwege de veertiende eeuw, is het uiterlijk van de glazen sterk beïnvloed door de regels van de Cisterciënzer Orde, met een sterk internationaal karakter. In de loop van de veertiende eeuw lijkt dit te veranderen. Er zit meer variatie in de beglazingstijlen, waarbij figuratieve elementen verweven zijn met bijbelse taferelen. Hoewel er kan worden gesproken van lokale invloeden, zijn er vanaf de vijftiende eeuw sterke overeenkomsten met andere glasvondsten in Nederland, onder andere in de typische bandruitjes en de groteske en arabeske invloeden op de kleine scherven.

De glas-in-lood-scherven van de Groninger kerken en kloosters verscha en inzichten in de beleving en het aanzien van de middeleeuwse kloosters en kerken, waar de provincie rijk aan was. Van de kloosters is weinig tastbaars over, maar de van oorsprong middeleeuwse kerken staan op veel plekken nog overeind. Het zijn plekken om je even in het verleden te wanen. De vensters dragen nu veelal kleurloze monotone panelen, die weinig lijken op de middeleeuwse voorgangers. Dat terwijl de betekenis van glas-in-loodramen binnen het christendom groot was. Hoewel er geen middeleeuwse panelen meer aanwezig zijn, is de provincie Groningen (en ongetwijfeld vele andere provincies) rijk aan middeleeuws glas-in-lood. Verweerd en gefragmenteerd herbergt deze archeologische en bouwhistorische materiaalcategorie verloren gewaande inzichten in de middeleeuwse beleving ervan. Een combinatie van chemische en stilistische analyses biedt nieuwe perspectieven op het aanzien en de betekenis van ramen. Dat geeft ruimte voor verbeelding en voor waardering. Waardering voor het verleden wanneer je in een van de oude kerken staat en waardering voor diegene die zevenhonderd jaar geleden op dezelfde plek hetzelfde invallende licht stond te bewonderen.

Een prent van een grotesk rolwerk, 1556.

Verantwoording

Noten

1 Knotnerus (2011).

2 Wieske (2022).

3 Lillich (2019).

4 Hillenga en Kroeze (2012).

5 Lillich (2019).

6 Grijzevrouwenklooster, Martinikerk, Midwolda Ol Kerke, Nijenklooster, Thesinge, Usquert, Yesse en Zuidbroek.

7 Lillich (2019); Wieske (2022).

8 Wieske (2022).

9 Melis (2020).

10 Caen e.a. (2019).

11 Caen e.a. (2019).

12 Caen e.a. (2019).

Literatuur

Caen, J.M.A., K. Berserik, G. van de Garde, A. Janssens, D. van de Leemput, Z. Ruyven-Zeman (2019), Roermond glazeniersstad, Roermond Knotnerus, O. (2011), ‘Verdronken Dorpen’, in: GroningerKerken 28, nr. 1, 3-8 Lillich, M.P. (2019), ‘French Grisaille Glass’, in: B. Kurmann-Schwarz en E.C. Pastan (red.), Investigations in Medieval Stained Glass. Materials, Methods, and Expressions, Leiden, 282-295 Melis, J. (2020), ‘De glasdepositie – Een glazenier in de schaduw van de kerk’, in: J. Krijnen en M. van Velzen-Barendsen (red., 2020), De Nieuwstadskerk in Zutphen. 750 jaar bouwgeschiedenis, restauratie, inrichting, Dieren, 137-146 Wieske, M. (2022), The glazing of Yesse. Analyses of the medieval window glass from a former Cistercian nunnery (1215-1594 A.D.) in the northern Netherlands, Groningen (ongepubliceerde scriptie, Rijksuniversiteit Groningen)

Over de auteur

Margreet Wieske is archeoloog bij archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verlicht verleden - Magreet Wieske by Groninger Kerken - Issuu