Skip to main content

'Spiegelbeeldige bezieling' | Tjitske Zuiderbaan - GK december 2025

Page 1

Etser Reinder Homan. Foto David Vroom.

Spiegelbeeldige bezieling Tjitske Zuiderbaan


28

29

Toen Reinder Homan zichzelf ooit voor de keus zag gesteld om óf tekenende boswachter te worden, óf tekenaar in het bos, koos hij door zijn ‘ongebreidelde onafhankelijkheidszin’ voor het laatste. Zijn jeugd op de Drentse hei legde de voedingsbodem al voor deze keuze en de liefde voor de natuur is alom tegenwoordig in zijn werk. Voortgedreven door verwondering vertelt hij zijn belevenissen in verstilde prenten. Voor de ‘eervolle opdracht’ van Groninger Kerken werkt Reinder momenteel aan een serie etsen van vier kerken in vier jaargetijden. Geen standaard kerkgezichten, het gaat hem om de atmosfeer en het beeld hoe de kerk in het landschap is geworteld.

‘Beuk’. Ets/aquatint, 2017, 45x50 cm. Foto Art Revisited, Tolbert.

Hoewel hij geen kerkelijke achtergrond heeft, trokken de plattelandskerken hem altijd al aan. ‘Vooral de oude romaanse kerkjes. Die zijn heel aards, in tegenstelling tot de meer naar de hemel reikende gotische godshuizen. Je kunt je er voorstellen hoe de nietige mens zich verhoudt tot de grote machten, wat die ook mogen zijn. Hier liggen de ‘natuurgelovers’ en de vroege christenen niet zover uit elkaar. De dankbaarheid van onder andere visser en boer voor goede vangst of oogst, het zoeken van troost bij verdriet en tegenslag. Dat kleine gebeuren, dat vind ik heel mooi.’ Hij wilde iets doen met ‘onze piramides van Groningen’. En zo kwam Reinder bij Groninger Kerken terecht. De vier te portretteren kerken koos hij in nauw overleg met Patty Wageman, directeur van de stichting. Voorwaarde was dat ze over de provincie verdeeld zouden zijn. De keuze viel op Leegkerk, Pieterburen, Marsum en Wittewierum. ‘Ik portretteer ook landgoederen en mijn eerste zin is altijd: het gaat jullie om die stapel stenen, maar het gaat mij om de sfeer, de ziel, het karakter van de plek. Het kan zijn dat

de omgeving een grotere rol speelt dan het gebouw.’ Dat de rode beuk in Pieterburen prominenter is geportretteerd dan de kerk zelf, is dan ook typisch Homan. Waardering Reinder is een van de meest gevraagde etsers van ons land, met werken in onder meer het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, het Kunstmuseum Den Haag, Museum Boijmans van Beuningen, de Van Diepenstichting in Slochteren en uiteraard het Drents Museum. De opname in de collectie van het Hunt Institute for Botanical Documentation in Pittsburgh, zegt iets over zijn meesterlijke weergave van de natuur. Morandi versus Picasso ‘Ik ging naar de academie (avondopleiding Minerva) met het idee: kunst is olieverf op doek. Van grafiek had ik nog nooit gehoord. Toen ik in het tweede jaar hiermee in aanraking kwam en met name met het etsen, was ik verkocht. Dat werken met die zuren en het steeds uitstellen van je resultaat (je bent wel aan het tekenen

en het etsen, maar je ziet immers pas met de eerste proefdruk wat je hebt gedaan) maakte het een spannend spel.’ Hij werd er door gegrepen en het heeft hem nooit meer losgelaten. ‘Ik ben geneigd de diepte in te gaan. Onder kunstenaars heb je, grof gezegd, de Morandici, die zich eindeloos met vijf flesjes kunnen bezig houden, en de Picasso’s die om de ongeveer zeven jaar weer iets heel anders proberen. Ik behoor duidelijk tot de eersten.’ Mazzel Tijdens zijn opleiding werkte hij twee weken per maand via uitzendbureaus en leefde daar een maand van, als kluizenaar. Zo kocht hij vrije tijd. Die tijd bracht hij door op de academie, waar hij in lege lokalen, of tijdens de lessen in een hoekje van de klas zat te werken. Hij slaagde met goede cijfers, maar voor zijn gevoel nog niet uitgeleerd, volgde hij nog eens twee jaar de dagopleiding en had uiteindelijk twee dezelfde diploma’s. Nog altijd leergierig, en om de ‘maatschappelijke strijd’ nog een jaar uit te stellen, ging hij naar de Jan van Eyckacademie in Maastricht. Het was de tijd van

de studentenrevolutie en aan iets rationeels als jezelf als kunstenaar in de markt zetten, werd geen aandacht besteed op de academie. Maar die nuchterheid had Reinder inmiddels wel meegekregen tijdens zijn diverse werkzaamheden voor de uitzendbureaus. Hij besefte dat als hij na de academie van zijn werk wilde leven, hij wel werk moest hebben om te verkopen. ‘Dus drukte ik op de academie al kleine oplagen en ging ik met een stapeltje werk langs galerieën. Dan moet je de mazzel hebben dat mensen het leuk genoeg vinden.’ Galerie het Soephuis in Groningen nodigde hem al tijdens zijn opleiding uit voor een expositie. Andere, waaronder Van Hulsen in Leeuwarden, Petit in Amsterdam, Pulchri Studio in Den Haag en Willy Schoots in Eindhoven volgden. Langs deze weg kwam zijn werk in vele openbare en particuliere collecties terecht.


30

‘Winter’, met de kerk van Leegkerk. Ets, 17 x 28 cm.

Honderden groefjes Waarom koos hij in die tijd bijna contrarevolutionair voor het ambachtelijke etsen? ‘Het is de techniek, die zo fascinerend is. Voor het etsen gebruik ik een zinken plaat waar een waslaag op wordt aangebracht. Daarin teken je met een naald. Vervolgens leg je die plaat in een bad met salpeterzuur. Dat zuur bijt alleen op de plekken waar je hebt getekend. Dan verwijder je de waslaag en houd je een plaat met honderden groeven en groefjes over. Je smeert de plaat in met inkt, die je ook weer weghaalt. Deze blijft dan alleen in de groeven achter. Met een vochtig stuk papier erop, haal je de plaat onder de pers door. Het papier wordt in de groeven gedrukt en zuigt de inkt op en dan heb je je tekening spiegelbeeldig op papier staan. Wanneer je alles in één keer tekent en in één keer etst, zijn alle groeven even diep en breed en hebben alle lijnen op je afdruk dezelfde zeggingskracht. Om verschillende zwarten en grijzen te creëren, kun je ervoor kiezen om in verschillende fasen te etsen.’ Bijten in fasen ‘Atmosfeer en ruimtebeleving zijn heel belangrijk als je in de natuur werkt. Je geeft de illusie van ruimte op het platte vlak weer. Door in fasen te bijten, wordt die wereld ruimtelijk. Daarin ga ik eindeloos ver door. Mijn bladen gaan wel vijftig-zestig keer het zuur in om al die verschillende nuances te krijgen.’ Eerst tekent Reinder dat wat het donkerst moet worden, dat bijt hij dan, waardoor deze partij een voorsprong krijgt. Vervolgens tekent hij de op één na donkerste partij en etst die ook. Zo gaat hij consequent door, van donker naar licht. ‘Het is een ingewikkeld proces. Je bijt namelijk al zaken in de plaat voordat je het

Homan voor het raam van zijn atelier in Bakhuizen. Foto David Vroom.

hele beeld compleet voor je ziet, dat moet dus goed in je hoofd zitten. Wanneer alle partijen zijn gebeten, maak je een eerste proefdruk, waarna meestal wel verbeteringen nodig zijn. Je bedekt de plaat opnieuw met was en vervolgens teken en ets je verder. Vaak zijn er zo’n twintig proefdrukken nodig voordat ik tevreden ben.’ ‘Vleugelnood’ Op dit moment werkt Reinder ook aan een opdracht voor het Rijksmuseum in Amsterdam. De vleugelnootboom in de tuin van het museum, die destijds nog is geplant door architect Pierre Cuypers, is stervende. Reinder is gevraagd de boom te portretteren om hem onvergankelijk te maken. Een opdracht naar zijn hart, waarvan hij hoopt dat er nog vele mogen volgen. ‘Daarnaast ben ik blij en dankbaar dat ik met de prachtige opdracht van Groninger Kerken al mijn liefde en enthousiasme voor het Groninger land en zijn historie kan delen met de leden van de stichting.’ Golfbeweging De computer heeft het op veel fronten overgenomen ten koste van het ambacht en de jachtigheid van het moderne bestaan heeft zaken als aandacht en geduld naar de achtergrond verdreven. ‘Gemiddeld ben ik zo’n twee à drie maanden bezig met een werk, in die tijd kun je een huis bouwen.’ Voor een ambacht als het zijne, ziet Reinder momenteel minder belangstelling (op sommige kunstacademies zijn hele grafiekafdelingen ontmanteld), maar zelf vertrouwt hij op de golfbeweging, die de aandacht voor zijn prachtige vak doet opleven. Om het vuurtje door te geven, blijft hij daarom met veel plezier les geven aan de Klassieke Academie in Groningen.

Over de auteur Tjitske Zuiderbaan (tekstjes@outlook.com) was tot haar pensionering in 2021 werkzaam op het bureau van Groninger Kerken. Ze schrijft regelmatig interviews en human interest-artikelen, onder meer voor Groninger Kerken en Terebinth; van dat laatste tijdschrift is ze ook redacteur.

Vier seizoenen voor donateurs Reinder Homan maakt in opdracht van Groninger Kerken een serie van vier etsen, waarin telkens één Groninger kerk centraal staat in een ander seizoen. Winter verschijnt in deze editie van GK, gevolgd door Lente in maart, Zomer in juni en Herfst in september 2026. In december 2026 wordt de complete serie als set gepresenteerd. Reserveer uw favoriete seizoen De etsen zijn exclusief gemaakt voor donateurs en verschijnen per seizoen. Elke ets kost € 375,- en is in beperkte oplage beschikbaar. Donateurs ontvangen 10% korting op losse exemplaren en 20% korting bij voorintekening op de complete serie. Voorintekenen kan voor één of meerdere etsen via groningerkerken.nl/reinderhoman.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
'Spiegelbeeldige bezieling' | Tjitske Zuiderbaan - GK december 2025 by Groninger Kerken - Issuu