Skip to main content

Leesfragment - Liften naar de hemel

Page 1

Er stond niemand op mij te wachten. In films had ik weleens gezien dat er mensen met een kartonnen bordje, met de naam van de reiziger, bij de uitgang stonden. Die bordjes waren er, de gespannen blikken die uitkeken naar de gezichten van de vermoeide reizigers ook, maar op geen ervan stond mijn naam en niemand leek naar mij uit te kijken. Mensen werden omhelsd en geholpen met hun bagage. Ik zocht in de drukte naar meneer Decker. Ik voelde nu pas hoe moe ik was. ‘Jij moet Quintin zijn.’ Een tikje op mijn linkerschouder deed mij me omdraaien. Twee blauwe ogen, achter een bril met vierkant montuur, bekeken mij van top tot teen. Een keurig verzorgde snor sloot naadloos aan bij het kortgeknipte haar dat in een strakke scheiding was gekamd. Ik stak mijn hand uit om me voor te stellen. ‘Kom, we gaan naar de auto.’ Mijn uitgestoken hand werd genegeerd en meneer Decker beende mij voorbij. Ik hobbelde zo snel ik kon achter hem aan. Om me heen zag ik koffers met wieltjes voortgetrokken worden en ik nam me voor om bij een volgende reis ook zo’n koffer te kopen. ‘Doorlopen, graag.’ Mijn koffer sloeg bij iedere stap tegen mijn been en vertraagde me enorm. ‘Quintin! Wat loop je te treuzelen, deze kant op.’ Ik voelde een hand in mijn nek, en de stevige greep van de vingers dwong mij naar de uitgang. Ik keek op en zag meneer Decker glimlachen. Althans, daar moest het voor doorgaan. Hij krulde zijn mondhoeken omhoog en zijn tanden kwamen tevoorschijn, vreemd genoeg lachten zijn ogen niet mee. Dat deed mij denken aan een hond bij mij in het dorp, een boxer genaamd Lola. Doorgaans een lief beest, maar af en toe kon ze vals uit de hoek komen en liet ze haar tanden zien. ‘Waarom lach je? We moeten naar de auto. Ik sta dubbel geparkeerd, er is totaal geen reden om te lachen.’ De schuifdeuren gingen open en de kou die in mijn gezicht sloeg voelde als duizend naalden die mijn longen doorboorden. Het skipak van Scapino maakte geen schijn van kans. Meneer Decker kreeg zijn zin, mijn lach verdween en ik wist niet hoe snel ik achter hem aan moest lopen. Bij de auto stond ik verbijsterd stil. Dit kon toch niet het vervoermiddel zijn waarmee de kinderen naar school of het sporten werden gebracht? ‘Stap in, het is koud.’ Daar was geen woord van gelogen, maar deze auto was wel gewend aan koude passagiers, het was een lijkwagen. Onderweg naar de laatste halte van mijn nieuwe leven kreeg ik een lift van de Dood. Het gitzwarte voertuig, een Cadillac Fleetwood, bleek door meneer Decker


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Leesfragment - Liften naar de hemel by Stichting CPNB - Issuu