Skip to main content

Proscenium 31

Page 1

p. B. 9000 GENT X

B143

II. 4

c

Ii


DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VOOR THEATERTECHNIEK THEATERARCHITECTUUR SCENOGRAFIE

INHOUD 04

Jaargang 8 Nr. 31 juni 2004

Tt?eaterarchitectuur

-

DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT

Proscenium is een publicatie van BASTF Belgische Associatie van Scenografen en Theatertechnici vzw aangesloten bij OISTAT

Een nieuw huis voor het Théâtre Nationat in Brusset

Secretariaat, redactie, correspondentie, advertentie Azalealaan, 30 B-1030 Brussel tel.: 02 215 08 52 fax: 02 241 44 76 e-mail: proscenium@bastt.be, bastt@bastt.be website : www.basttbe

13 Contactdag

KUNST EN TECHNIEK

-

Hoofdredactie Rose Werckx

-

-

Verstag Performotieve technotogie: het perspectief von Crew Whotyou see is whotyou get

Werkten mee aan dit nummer Gerbrand Borgdorff Luc Ohooghe Ivo Kersmaekers Jerôme Maeckelbergh Luc Peumans Kurt Vanhoutte David Vanparrys Rose Werckx

22 Scenografie ‘

VERSLAG USITT CONFERENCE & STAGE EXPO OISTAT SCENOGRAPHY COMMISSION MEETING

Cover Théôtre Nationat, detail voorgevel Foto: Luc Dhooghe

1 1:G.t

Druk Sintjoris

j

25

1

Theatertechniek Nevele

-

EEN DOEK DAT DE DRUK VAN HET VUUR KAN WEERSTAAN

Vormgeving www.brusselslof.be Prijs per nummer: 5,00 € Abonnement (4 nrs.): 18,00 Bank: 402-5525161-38 van BASU vzw

Uit glasvezet geweven brandschermen nemen de plaats in von stalen scheidingswanden.

Teksten, foto’s en illustraties mogen enkel worden overgenomen mits voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

28 Cottoquium

GELUID, LICHAMELIJKHEID EN THEATRALITEIT

Verantwoordelijke uitgever Jacques Berwouts Kunstenaarsstraat 100 B-9040 Gent

Voor dit cottoqium werden mensen uitgenodigd uit verschillende disci ptines, van geluidsontwerp voor theater, experimentete elektronica en installatiekunst tot de creatie van algoritmische omgevingen, interac tieve software en meer. Een kort verslag van de eerste dag.

adverteerders: AMPCO Belgium AMPTEC Stage Studio Technology CANDELA EML/VLPS EUvOEE JOY5UCK PHLIPPO Showtights SËNNHEISER Betux SERVIOTEC STAKEBRAND HAS VERBIEST -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Verder

BASTT-NIEUWS VARIA PROSCENIUM: INHOUD

3


1 HISTORIEK

Grondpan TNB 1961 arch. J. Cuisinier ‘Les Comédiens Routiers Beges” 1945 © TNB

September 1945 Stichting van Théâtre Nationa de Begique, onder eiding van de gebroeders Jacques en Maurice Huisman animatoren van de Compagnie Les Comédiens Routiers Beges”. Reisvoorst&iingen in voks- en patronaats huizen en tenten. 1947 HetI.N.B. vestigtzich in het”Ihéâtre Résidence” aan de Wetstraat in BrusseL Directie: Maurice en Jacques Huisman. 1950 Maurice Huisman veraat T.N.B. en wordt directeurvan de Koninkijke Muntschouwburg. 1961 Verhuis naar de nieuwe ‘ocatie in het Rogier centrum. -

-

,

Zicht op de grote zaal 1961 © TNB

op weg naar de nieuwe behuizing 1961 © TNB 1968 Vanaf dit seizoen toert het gez&schap drie maar perjaar rond in Watonië en Waats-Brabant met een grote tent met 1 000 zitpLaatsen en een scène van 200 m2

door Vastgroep Louis De Waete en het Architectenbureau SCA Architects. Het gebouw zou zes verdiepingen tetten met een totate oppervtakte van 9 gosm2 met een grote zaat voor 742 toeschouwers, een kteine zaat, een repetitieruimte en ondergrondse parking. Oktober 2000 Het Théâtre Nationat is de hardnekkigste achterbtijverin de Rogiertoren. A[te verdiepingen staan teeg, maar in de sokket topen de theateractiviteiten nog gewoon door. Men denkt aan een tijdetijke verhuis naar De Bottelarij of naar de Hippodroom van Watermaat Bosvoorde. Uiteindetijk vatt de keuze op de Ktadaradasch, de vroegere Pathé-Patace kort bij de Beurs, die hiervoorin at[erijt wordt verbouwd door architect Otivier Bastin. 13 mei 2001 Officiëte opening van de “Patace”. 31 mei 2001 Het Théâtre Nationat vertrekt uit de Rogier toren. Het gezetschap bestond inmiddets uit een permanente ptoeg van $0 medewerkers en beschikte hier over een totate oppervtakte van 18 000m2 met twee zaten, een repetitieruimte, kantoren en technische nevenruimten, en enorme decor- en naaiatetiers. De Patacebeschikteovereenzaatmeteen podium van zes meterdiepte, deacteurs moesten stiekem tangs een achterdoek stuipen om van cour naar jardin te gaan. Snetle decoraanpassingen waren niet mogetijk. Decoropstagptaats en atetiers zijn ondergebracht buiten de stad in Zuun, StPieters-teeuw September 2001 De eerste productie heeft p[aats in een tent op de vismarkt in Brusset. 22 februari 2002 Het definitief ontwerp voor de bouw van een nieuw theater aan de Jacqmaintaan is ktaar. De totate vtoeroppervtakte bedraagt ongeveer 10 000m2. 18 maart 2002 Aanvang van de bouwwerken 28 mei 2004 Optevering van het gebouw November 2004 Opening van de nieuwe schouwburg

1985 Directie: ]ean-Ctaude Drouot. 1990 Directie: PhiUppe Van Kesset. 1997 Ontruimingvan hetRogiercentruminfunctievan renovatieptannen van de “Martini-Buitding”. Het Ihéâtre Nationat btijft doorspeten in de hoop dat het theater geïntegreerd wordt in het nieuwe project. September 2000 Er wordt onderhandetd met de vastgoedsector over een nieuwe tocatie: Eerste voorstudie voor een nieuwbouw aan de Emite Jacqmaintaan in “L’itot des journaux”

Ruwbouw TN 2003 foto C. Chanvihard

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT


E ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT EEN NIEUW HUIS VOOR HET THEATRE NATIONAL IN BRUSSEL LUC OH000HE

Voorgevet aan de E. Jacqmaintaan foto C. Chanvi[ard

1997: in een desoLate, nagenoeg Lege Martini-BuiLding op het RogierpLein in BrusseL bracht het Théâtre NationaL “Een vijand van het votk” van Henrik Ibsen. De winkeLs in de gaLerij, die toegang verLeende aan het theater, waren atte maaL ontruimd, de kantoren en apparte menten erboven op een na Leeg. Theater in een oase van onherbergzaamheid. Tijdens de pauze vervoegden de speLers zich bij het pubLiek en verpLaatste de actie zich van de zaaL naar de foyer, waar de hoofdfiguur Dr. Stockman zijn betoog hieLd op een tafeL, met aLs achtergrond de vertaten spoorweg, de kaaLsLag rond de noord-zuidverbinding... een haLLud nerend beeLd! Ibsens stuk Leek weL de voorbode van wat iedereen dacht dat te verwachten was: Dr. Stockman vechtend tegen het poLitiek besteL voor de gezondheid van de stad, het gezeLschap voor de cuLtuur en het voortbestaan van haar theatertocatie.

National essentieel te kunnen onderhandelen over haar vertrek uit dit gebouwencomplex, waar bouwpromotoren de woon-, handels- en cultuurfunctiesdieerderijkdomvan uitmaakten, verbanden ten voordele van kantoorruimten. Toen bekend werd dat het theater er niet kon blijven, begon het gezelschap in samenspraak met de privésector een moeilijke zoektocht naar een geschikte plek in het centrum van de stad. In een context waar men met idealen geen tegengewicht kan vormen tegen de druk van juridische en financiële belangen, bedong het Théâtre National toch een akkoord tot samenwerking tussen de privésector en de openbare besturen. Op 7 maart 2002 werd het definitieve akkoord ondertekend voor de bouw van een theater op de terreinen van voormalige krantengroepen aan de Emile Jacqmainlaan, een van de centrale lanen binnen de Brusselse vijfhoek. Ondertussen is het gebouw opgeleverd en de opening ervan gepland voor november 2004.

De eigenaars wilden de Rogiertoren slopen en vervangen door een nieuwbouw. Het lot van het theater bleef lang onduidelijk omdat men het niet eens geraakte of de drie verdiepingen hogesokkelvan hetgebouw, waarin de locatie van het theater gevestigd was, al dan niet kon geintegreerd worden in het nieuwe project. Om te overleven was hetvoor het Th éâtre

Integratie en herkenbaarheid Unertösstich ober ist es auch, dass der Charakter des Gebüudes sich von aussen valtkommen ausspreche und das Theater durchaus nurfür em Theater gehatten werden kann. (Karl FriedHch Schmnket, Bertmn 15.01.1818) “

Een theater in een anoniem torengebouw, zoals de Martini-building, was voor het Théâtre National een unieke ervaring. Bij een gesprek hierover in 1989 met Charles Boon, de toenmalige technisch directeur die het reilen en zeilen van het gezelschap van bij de aanvang meemaakte, vertelde hij me volgende anekdote: “Tot voor kort reisden we met een tent doorheen Waals-Brabant en een deel van Wallonië met onze voorstellingen. De mensen vonden dit leuk, en men kwam me zelfs vragen de tent op het Rogierplein te plaatsen vbbr de schouwburg, waar men in slechte omstandigheden de voorstellingen zou moeten bijwonen, op harde banken en met bijgeluiden van wind en autoverkeer”. (zme: Etcetera nr. 26 jg. 7 -junm 1989, btz.47) Dit stelt meteen het probleem van de herkenbaarheid van publieke, meer bepaald culturele gebouwen in een grootstad en hoe architecten hiermee dienen om te gaan. De boodschap aan de ontwerpers was duidelijk : ‘Un nouveau Théâtre National va naître, qui affirme son autonomie architecturale et une visibilité encore jamais connue depuis sa création en 145.” (Phmtmppe Van Kesset, Dmrecteur du T.N., 2002) Aan de Emile Jacqmainlaan bevonden zich tot de jaren zeventig prachtige eclectische herenhuizen, waar zich ook mettertijd een aantal bedrijven, zoals de krantengroepen van La Dernière Heure, De Standaard en Het Laatste Nieuws gevestigd hadden. Het wegtrekken van bedrijven en particulieren in de jaren zeventig en tachtig, had leegstand en verkrotting tot gevolg. Sinds enkele jaren herstelt deze zone zich langzaam, mede onder de invloed van impulsen van de overheid. Het resultaat is een mengeling van historische negentiende eeuwse met diverse postmoderne en kitcherige gebouwen, die zich alle willen manifesteren binnen het door de stad opgelegde gabariet. Hoe moetje daar een theater tussen plaatsen? Als antwoord kozen de ontwerpers voor een beglaasde “buitenhuid” in het gevelvlak van de naburige gebouwen. Op het eerste gezicht een onopvallende keuze; Brussel staat immers vol met kantoorgebouwen achter grote beglaasde wanden. Ware het niet dat de ontwerpers bij hun gevelconcept de nadelen van de klassieke gordijngevel weggewerkt hebben. Nadelen zoals spiegelende oppervlakken waardoor geen contact mogelijk is tussen binnen en buiten, het “etalage-effect” waarbij de gebruikers als

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT

5


1

1

1i S

Ï Detail voorgevel

vugaire gebruiksartikeen te kijk staan en de monotonie van de kassieke draagstruktuur van dergeLijke begazing (standardisatie). Door een spel van verticale glasvlakken afgewisseld met smalle stroken bedrukt glas bij nader inzien blijkt het de oprichtingsovereenkomst van het nieuwe gebouw te zijn krijgt de gevel een zekere abstractie, als een sluier die voor het gebouw hangt, als een filter tussen binnen en buiten. “In de intimiteit van het werk zullen de gebruikers net zilverdraden lijken, nauwelijks bewust van de blikken van de mensen op straat” stellen de architecten in hun conceptnota. De heldere beglazing op de benedenverdieping ondersteunt het sluiereffect en geeft tegelijk de mogelijkheid voor affichage en communicatie met de voorbijgangers. Onder de “sluier” dringt het voetpad gedeeltelijk in het gebouw, om het pubLiek via grote deurpartijen binnen te leiden. Hetis een subtiele ingreep, net of men het glasoppervlak even ingedrukt heeft. -

-

Theater in de wandeLgangen Door de vloer in de inkomzone te laten afhellen naar de trappenpartij, wordt het publiek als het ware naar de foyer gezogen, die zich uitstrekt over twee niveaus rond de vide van de trappen. Het visuele contact met de straat is hier bijzonder groot men voelt zich nauwelijks hoger dan de mensen die op de stoep wandelen en dit zonder dat de ruimte hierdoor aan intimiteit inboet. Muren en zoldering zijn wit geschilderd, de balies en de traptreden zijn uitgevoerd in een lichte houtsoort, strak en functioneel voor het ticket- en vestiairemeubilair, speels voor de barmeubels. Ruimteljkheid en kleuren herinneren aan het werk van de grootmeester Alvar Aalto. Centraal in de ruimte, onder een beglaasde koepel in het dak, bevindt zich een open lift, als een machine die zorgt voor de dynamiek in het gebouw. Alles is ontworpen om gebruikt te worden: de traptreden worden tribunes, niveauverschillen podia en circulatiezones de scenografie. Voor de ontwerpers begint het theater in de wandelgangen! Ze zien de architectuur niet als een lege ruimte. Ze is pas volledig met het publiek als schimmen achter de gordijngevel, met acteurs en technici op de diverse podia. -

-

De structuur, een Logisch gevoLg Een theater dat aan twee quasi evenwijdige straten paalt is een zegen, omdat dit op een eenvoudige manier de binnendrculatie kan oplossen. De ontwerpers hebben hier dankbaar gebruik van gemaakt: de St-Pietersstraat functioneert al van oudsher als dienst- en evacuatieweg voor de bedrijven aan de Emile Jacqmainlaan, maar ook voor de hotels en bioscopen aan de Adolphe Maxlaan. Het ontwerp onderschrijft deze functie. Planmatig heeft dit tot gevolg dat er zich langs de voorgevel in hoofdzaak lokalen bevinden met activiteiten in relatie met het publiek of het straatgebeuren (publieksrui mten administratie met afzonderlj ke dienstingang, cafetaria met dakterras), en langs de achtergevel dienstlokalen en werkruimten voor de theatermakers. De zalen liggen centraal en zijn bereikbaar van beide zijden. De achtergevel is een vrij gesloten vlak, uitgevoerd in een abstracte compositie van transparante beglazing als tegenbeeld van de voorgevel, en verbergt de dieper gelegen technische ruimten en neventonelen. Het licht komt gefilterd naar binnen. Rechtstreeks uitzicht via heldere beglazing is er alleen in de betreffende loges, het kostuumatelier en de kantoorruimten. De helderheid van het gevelvlak is tegelijk een geschenk voor deze smalle en sombere dienstweg. Een groot schuifhekken maakt plaats vrij binnen het gebouw voor een vrachtwagen met aanhangwagen om droog en veilig te laden en te lossen. Van hieruit is er een toegang naar het zijtoneel van de grote zaal, en naar een goederenlift (6,00 m x 2,30 m oppervlakte en 3,20 m hoogte) van waaruit men zowel beide zalen op de verdieping als de ruime materiaal-, decor- en kostuumopslagplaatsen en geluidsstudio in de kelders kan bevoorraden. ,

Ticktbalie en afhellende vloer foto’s Luc Dhooghe

6

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT


Traditie en vernieuwing De beeidsvoerders hebben het programma van de voormaUge schouwburg in het Rogiercentrum grosso modo overgenomen als bouwprogramma. Is het uit voorzichtigheid, een gemakkelijkheidoplossing om tijd te winnen, ofis het een bewuste keuze voor de toekomstige werking? ‘Le programme du projet fut élaboré en s’inspirant de celui auquel te Ihéâtre National était parvenu après ptusieurs années d’évotution. It fut estimé que, de cette manière, le IN serait fidète â t’évolution des pratiques théâtrates contemporaines. Sans doute n’y eut-il pas, en amont du projet, une réelle interrogation sur le programme, ni sur La mission du futur Fhéâtre Nationat, ni sur son identité. II y eut malgré tout t’expression d’une votonté, pour La grande satte, qu’ette fut conçue, non pas de façon entièrement modulable, mais â géométries variabtes, ce qui Lui conférait La chance de répondre, avec beaucoup de nuances, tant des spectactes de type élisabéthain, qu’ de représentations â [‘itatienne, des événements Limités La scène, ou encore bien d’autres possibitités.” (conceptnota van de architecten, maart 2003)

Niv. +5

!•

-

‘

Niv. +4

Foyerpubtiek foto

c.

Chanvi[ard

. ,.

Vestiaire inkom foto Luc Dhooghe

![

!ftTr

h1

[Ï Lift met trappenpartij inkom foto Luc Dhooghe

Legende 1: Inkom pub’iek 2: Dienstingang 3: Laden en lossen

4: Goederentift 5: Grote zaa 6: Kteine zaal

7: Repetitiezaa 8: Cafetaria 9: Dakterras

7

;


Samengevat ziet het programma er as vogt uit: een grote zaatvoor 750 toeschouwers, een keine ftontae zaa met 250 vaste zitpaatsen, een repetitieruimte toegankeLijk voor het pubUek, een kostuumateUer met opsagruimte, een opnamestudio gekoppeki aan een regieokaa en een foyer voor de muzikanten, een decor- en materiaatopstag met een kleine werkpLaats voor hersteUingen. Het IN is in de eerste paats een producerend gezeLschap. Daarom kozen de ontwerpers resoWut voor een groot productieplateau met

-

Het auditorium van de grote zaat foto

c.

-

diverse mogeLijkheden, en een tweede kleinere zaal voor receptief werk.

De grote zaaL De eltipsvormige zaal en ook de scèneopbouw van de voormalige schouwburg (1961) in de Rogiertoren, naar een ontwerp van architect J. Cuisinier, leunde sterk aan bij de vormgeving van de grote Duitse Volksschouwburgen uit de jaren vijftig en begin van de jaren zestig. De te kleine zijtonelen en de arbeidsintensieve

]

-:

chani[[ard

Langsdoorsnede, van L naar R.: grote zaal, repetitiezaat, foyer, kleine zaal en dakterras

B

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT

-

ombouw van het toneel vormden samen met de zaalverhoudingen de voornaamste reden om het programma anders uit te werken. De architecten kozen voor een eenheidsruimte, waarbij devloertussen zaaIen scène horizontaal doorloopt en de opening van de toneelljst verdwijnt door ze even groot te maken als de dwarsdoorsnede van de zaal. Belangrijk zijn de verhoudingen zaal-scène, die hier net zoals in de 18de eeuwse Franse theaters evenwaardig zijn (zie de projecten van Ledoux, De Wailly, e.a. maar ook het oorspronkelijke plan van

IHet batkon en de zaatbruggen foto C. Chanvi[[ard


Kaaitheater aL lang op wachten, in functie van eigen werk en buitenbndse producties die een grote scène nodig hebben. Deze zaa is des te meer een handig instrument omdat de orkestbak er voor zorgt dat de zaal zowel als vlakke vloertheater, ljsttheater of muziektheater kan gebruikt worden. Het parterre is samengesteld uit 114 plaatsen op de orkestbak, 241 op een telescopische tribune en 128 op een vast tribunegedeette waarvan 16 op de zijbruggen. Het balkon is uitgerust met 269 zitplaatsen, waarvan 10 op de zijbruggen. De regiekamer bevindt zich centraal tussen parterre en balkon. De stoelen op de orkestbak zijn gemonteerd op een wegrolbare tribune die opgeslagen kan worden in de kelder naast de orkestput. De telescopische tribune kan opgeborgen worden onder het vaste tribunegedeelte. Dit levert een vlakke speelvloer op van ongeveer 600 m2 In functie hiervan is de zoldering uitgerust met beweegbare akoestische schermen, drie elektrische trekken, de nodige technische bruggen en een mobiele lichtbrug net voor de toneelljst langs de kant van de zaal. Aan zitplaatsen voor vrije opstelling ontbreekt het alsnog, omdat de zeven onderste rijen van de tribune enkel inschuiven en niet ontworpen zijn om modutair in de ruimte opgesteld te worden. .

Theater: techniek of ambacht?

Verplaatsbare hutpmotor trekkenwand foto’s Luc Dhooghe

Bourla uit 1830 in Antwerpen!). Op de uiterste rand van hettoneel, centraalvoor de orkestbak, bevindt de acteur zich in het epicentrum van het volume en vormt als het ware het scharnier van het gebouw en van de voorstelling. De betrachting was de 750 toeschouwers zo kort mogelijk bij het speelvlak te plaatsen. Dit levert een breed en ondiep auditorium op, en brengt de toneelopening op 20,80 m Deze extra brede toneelopening maakt de zaal geschikt voor grote ensceneringen en voor andere vormen van publieksopstelling (tribunes zijdelings en tegenover elkaar bijvoorbeeld), dit in functie van de productieopdracht van het gezelschap. Dit belooft dus veel locatieprojecten in de toekomst. Anderzijds beschikt Brussel hiermee plots over een groot plateau, waar zowel het Kunstenfestivaldesarts als de Muntschouwburg, het dansgezelschap Rosas en het

Terwijl voor de orkestbak wel een Spiralift gebruikt werd, heeft men voor de vloer van de scène gekozen voor handmatig openleggen. Dit is arbeidsintensiever, maar biedt meer mogelijkheden. De houten toneelvloer in oregon-pine is over 305 m2 samengesteld uitwegneembare panelen van 110 x 110 cm, die gedragen worden door een demonteerbare modulai re metalen structuur. Deze draagstructuur heeft een hoogte van 4,20 m en neemt het ganse ondertoneel in beslag. Ze kan gedeeltelijk ofin haar geheel weggenomen worden, wat zowat alles mogelijk maakt. Ook voor de trekkenwand opteerde men voor handbediening, dit niettegenstaande de tendens om in navolging van de Europese richtlijn voor veiligheid en gezondheid op het werk, het handmatig heffen en hijsen van lasten te vervangen door mecha nische oplossingen. Technici en machinisten van het TN zouden hieraan de voorkeur geven omdat ze met de handen ‘meer voeling’ hebben met het gebeuren. Deze reactie staat in contrast met wat men de laatstejaren in Vlaanderen ervaart, waar men meer en meer met de ‘gevoeligheid’ van computerbestuurde trekken vertrouwt geraakt. Bouwen we geen theater voor de 21ste eeuw? Vraag is of de volgende generatie technici, dievanjongsafaan vertrouwd zijn met computerbesturing nog zullen staan springen om zulke lichamelijke inspanningen te doen.

Het gHd in de toneettoren foto’s Luc Dhooghe

Ten einde voor zware lasten toch een tege moetkoming in te bouwen, heeft men bijkomend drie trekken voorzien van een motor en staan er in het ondertoneel twee verplaatsbare hulpmotoren die kunnen gebruikt worden voor elk van de 28 manuele trekken (350 kg). De voordoektrek, de vier zijtrekken en de trekken op het achtertoneel zijn eveneens gemotoriseerd.

De kLeine zaaL Dat de kleine zaal wel volledig met elektrische trekken uitgerustis, heeftwaarschijnljk alles te maken met het kleiner plateau dat voornamelijk reisvoorstellingen zal brengen, en waar de trekkenwand intensiever gebruikt wordt. Ik vind het jammer dat er geen computersturing voorzien is, maar misschien is dit een kwestie van budget? In het project van J. Cuisinier in de Rogiertoren (1961) was de kleine zaal van het type ‘open frontale scène’ met vaste zitplaatsen en een podium met proscenium dat tot ver in de zaal reikte. Dit zorgde er voor dat het gebeuren zich zeer dicht bij de toeschouwer afspeelde, en er toch wat variatiemogeljkheden waren. Hier echter vinden we het klassieke ljstheater met een opening van 10 m breed en 6,70 m hoog, de standaard technische uitrusting, en een vaste oplopende tribune. De scheiding tussen speelvlak en zaal is hier opvallend. Het toneel heeft geen proscenium, is slechts 8,30 m diep en voorzien van een zijtoneel. De acteurs

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT

9


TECHNISCHE FICHE BOUWPLAATS: THEATRE NATIONAL de a Communauté WALLONIE BRUXELLES Emite Jacqmainaan 103 119 1000 Brussel -

-

Architecten: SCA Architectes Associés SPRL M. LACOUR, S. LERIBAUX, D. TRIVIERE 1180 Brussel Pierre VAN ASSCHE 1150 Brussel ESCAUT Olivier BASFIN 1080 Brussel Architecten scenografen: Valentin FABRE leen PERROHET F-75012 Paris Studiebureau Theatertechnieken: CHANGEMENT A VUE F-75011 Paris Studiebureau Stabititeit: ELLYPS 1180 Brussel

Controtebureau: SECO 1040 Brussel Studiebureau Bijzondere Technieken: VK ENGINEERING 1070 Brussel Veitigheidscoördinator: ENGYrIME 1180 Brussel Studiebureau Akoestiek: CAPRI ACOUSTIQUE F-92150 Suresnes

breedte achtertoneel: 20,00 m hoogte achtertoneel: 10,20 m diepte zijtoneel (cour): 12,70 m breedte zijtoneel: 5,90 m hoogte zijtoneel: 7,38 m hoogte ondertoneel: 4,20 m vloeroppervlakte: 324 m2 oppervlakte achtertoneel: 100 m2 oppervlakte zijtoneel: 100 m2 Orkestbak: diepte in het centrum: 4,32 m diepte aan de uiteinden: 2,23 m breedte voor het kader: 17,40 m max. breedte : 20,00 m hoogte positie tribune: 0,87 m hoogte positie orkest: 1,75 m max. hoogte: 4,45 m oppervlakte 70 m2 Vrije oppervtakte van de zaaL (opgeptooide tribune) diepte in het centrum: 30,00 m diepte aan de uiteinden: 27,00 m breedte: 20,80 m oppervlakte, incL de orkestbak 638 m2 3. Scènische uitrustingen: vloer, incL achter- en zijtoneel: oregon-pine toneelvloer en een deel van achtertoneel kunnen opengelegd worden over 305 m2 orkestbak is gemotoriseerd trekkenwand: 1 gemotoriseerde trek voor het voordoek 3 gemotoriseerde trekken van 350 kg 48 manuele trekken met tegengewicht (350 kg) en twee mobiele hulpmotoren 4 gemotoriseerde zijtrekken (250 kg) 5 gemotoriseerde trekken boven het achtertoneel. grid: alle kabels en riemschijven zijn verzameld op hetvatse grid. een rooster met openingen van 70 x 50 mm over de ganse oppervlakte. rechtstreekse voedingen, aansluitingen voor geluid en DMX uitgerust met ophaallieren voor de voedingskabels. werkbruggen: 4 bruggen kant cour en 4 kant jardin (langs elke zijde is er een toegang tot de zaalbruggen). 3 bruggen boven het achtertoneel. alle bruggen hebben rechtstreekse voedingen, aansluitingen voor geluid en DMX. zaal: 2 bruggen kant cour en 2 kant jardin. 1 mobiele lîchtbrug net voor de toneellijst, 2 werkbruggen achteraan 3 gemotoriseerde trekken tussen de lichtbrug en de eerste werkbrug achteraan. alle bruggen hebben rechtstreekse voedingen, aansluitingen voor geluid en DMX.

C. DE KLEINE ZAAL 1. ALgemeen: De scène bevindt zich op de 2de verdieping Frontale scène en vaste tribune met 250 zitplaatsen. Een vaste houten toneelvloer met twee dwarsliggende opengaande kanalen, zonder voortoneel. Een doorgang van cour naarjardin onder de scène voor de acteurs. De regiekamer voor licht en geluid bevindt zich op de werkbrug in de zaal. Via kantjardin bereikt men de decorlift. 2. BeLangrijkste afmetingen: Scene: opening toneelljst: 10,00 m hoogte toneelljst: 6,70 m hoogte scènevloer: 0,75 m breedte tussen de werkbruggen: 10,00 m diepte van de scènevloer: 8,30 m breedte van muur tot muur: 17,85m hoogte onder het grid: 9,30 m oppervlakte scènevloer: 140 m2 3. Scènische uitrustingen: vloer: hout trekkenwand: 1 gemotoriseerde trek voor het voordoek 21 gemotoriseerde trekken (350 kg) 2 gemotoriseerde zijtrekken (250 kg) grid: niet toegankelijk werkbruggen: 1 werkbrug kant cour en 1 kant jardin (met toegang tot de zaalbruggen). 1 werkbrug boven de toneetljst. alle bruggen hebben rechtstreekse voedingen en aansluitingen voor geluid en DMX. zaal: 1 werkkant cour en 1 kant jardin. alle bruggen hebben rechtstreekse voedingen en aansluitingen voor geluid en DMX.

—

BOUWTEAM: Opdrachtgever: BRUSSELS BUSINESS CENTER SA 1000 Brussel Afgevaardigde opdrachtgever: IMMOMILS DEVELOPMENT 1080 Brussel

BESCHRIJVING: A. HEf GEBOUW: 1. Functies: grote zaal met 750 zitpLaatsen (niveau 0) kleine zaal met 250 vaste zitplaatsen ( niveau +2) repetitielokaal (niveau +4) publieksfoyer opslagruimten (niveau -1 en -2) kostuumatelier (niveau +5) studio voor geluid (niveau -2) kantoren voor administratie, techniek en promotie 2. Laad- en toskade: Aanvoer achter het gebouw in de St. Pietersstraat. Een vrachtwagen met aanhangwagen kan zich plaatsen in de inham van de geveL met rechtstreekse toegang tot de goederenlift en de grote scène. 3. Verticate Urcutatie: goederenlift (ook toegankelijk voor personeel) met een capaciteit van 7 500 kg: afmetingen 6,00 x 2,30 m 3,20 m hoog. goederenlift met een capaciteit van 1.000 kg: afmetingen 1,10 m x 2,10 m 2,10 m hoog. 4. Akoestiek: Van bij de ontwerpfase werd er al speciaal aandacht besteed aan isolatie en akoestiek, zodat de drie zalen simultaan kunnen gebruikt worden. -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

—

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

B. DE GROTE ZAAL 1. Atgemeen: het toneel van de grote zaal, op het gelijkvloers, omvat: de scène met toneeltoren en ondertoneel voorzien van luiken. achtertoneel zijtoneel, kant cour orkestbakjuist voor het kader zonder proscenium de zaal is gescheiden van de scène door een brandwerend metalen gordijn de zaal is modulair. Het basisconcept omvat 752 plaatsen verdeeld als volgt: 1. Op parterre: 483 plaatsen waarvan 114 op de orkestbak, 241 op telescopische tribune en 128 vaste plaatsen (waarvan 16 en galerie). De eerste vier rijen kunnen via de orkestbak verdwijnen in een lokaal, zonder dat zij gedemonteerd worden. De 7 volgende rijen zijn geplaatst op een gemotoriseerde telescopische tribune. 2. Op balkon: 269 vaste plaatsen (waarvan 10 en galerie) licht- en klankregie bevindt zich tussen parterrre en balkon. 2. BeLangrijkste afmetingen: Scène: opening toneelljst: 20,80 m hoogte lijst: 10,60 m breedte tussen werkbruggen: 21,00 m diepte toneeltoren: 12,70 m hoogte onder het grid: 24,00 m diepte achtertoneel (zonder brug): 5,00 m

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

0 PROSCENIUM: DE AI.CHEMIE VAN EEN INSTRUMENT

UiTVOERING THEATERTECHNIEKEN: Taneetuitrusting, schnjnwerk en machinerie: AMG-FECHOZ F-75018 Paris Onderaannemer: SYNERTRA 1930 Zaventem Tribunes en theaterzetets: JEZET SEAUNG 3900 Overpelt Houten vloeren: SOMEDEC sprl 5001 Belgrade

Leidinggevende architect van de cutturete infrastructuur van het Ministerie van de Franse Gemeenschap: Chantal DASSONVILLE

-

-

-

E. DE ARUESTENLOGES 1.Aantat: 11 toges voor 30 acteurs 2 loges voor haarkappen en grime 2. Situering: 3de verdieping: 2 individuele loges 1 loge voor 4 personen 2 loges voor 5 personen 1 loge voor 6 personen 2 loges haarkappen en grime -4de verdieping: 2 individuele loges 1 loge voor 6 personen wasplaats en onderhoud kostuums een hulploge voor twee acteurs sluit rechtstreeks aan op het toneel, kant jardin.

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

F.BERGINGEN Alle bergingen hebben rechtstreeks toegang tot de decorlift en goederenlift. De hoogte van deuren en gangen stemt overeen met die van de liften. iste kelderverdieping: gordijnen: 48m2 en 66 m2 elektrisch materiaal: 210 m2 2de kelderverdieping: kostuums: 200 m2 geluidsmateriaal: 100 m2 decors van gemiddelde hoogte (4 m): 340 m2 decors grote hoogte (7,50 m): 350 m2 vloeren en meubilair: 140 m2 atelier machinisten: 150 m2 -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

G.GELUIDSSTUDIO op de 2de ketderverdieping met opnamestudio 65 m2, regielokaal 30 m2 en foyer voor de muzikanten. rechtstreekse toegang naar de decor-, goederen- en personenlift.

-

-

-

H. KOSTUUMATELIER op de Sde verdieping en omvat: een werkruimte van 90 m2 een goederenopslagplaats van 50 m2 een paskamer van 22 m2 een opslagplaats van 42 m2 een opslagplaats van 22 m2 rechtstreekse toegang naar de goederenlift.

-

D. REPEIIUEZAAL 1. ALgemeen: De repetitiezaal bevindt zich op de 4de verdieping. Vlakke zaal zonder tribune. Maximaal aantal toeschouwers: 150 (volgens de voorschriften van de brandweer). De bediening van licht en geluid: in het midden van de zaal op halve hoogte. Rechtstreekse toegang naar de decorlift. 2. BeLangrijkste afmetingen: lengte van wand tot wand: 23,30 m breedte van wand tot wand: 18,00 m hoogte onder het grid: 8,00 m oppervlakte: 414 m2 3. Uitrustingen: houten vloer technisch rooster met openingen van 1,OOm x 1,50 m aan de zoldering -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

L BESTAAND CONSTRUCIJEATEUERVOOR DECORS (niet in bouwprogramma) in Sint-Pieters-Leeuw oppervlakte: 1.500 m2 omvat: schrijnwerkeratelier en montageruimte uitgerust met elektrische trekken atelier metaalbewerking schildersatelier uitgerust met twee elektrische trekken bergruimte voor decors: 500m2 -

-

-

-

-

-

-


benedenverdiepingen alle ruimte in beslag genomen wordt door de grote zaal met bijhorende functies zoals laden en lossen en de publieksruimten, groepeerde men de loges van artiesten op de derde en vierde verdieping nabij de repetitieruimte, op weg naar het kostuumatelier en de cafetaria op de vijfde verdieping. Om snellewissels mogelijkte maken, heeft men naast het toneel aan de jardinkant, een ‘hulploge’ voor twee acteurs toegevoegd, en op het zijtoneel van de grote zaal ook nog de mogelijkheid voorzien om een tijdelijke loge in te richten. De repetitieruimte ligt centraal boven het auditorium van de grote zaal, en heeft dezelfde afmetingen, namelijk 23,30 x 18,00 m, en een vrije hoogte onder het grid van 8,00 m. Hettechnische rooster heeft openingen van 1,00 x 1,50 m. Het is een donkere vlakke zaal met zwevend parket, voor maximaal 150 toeschouwers, volgens de voorschriften van de brandweer. In het midden van de lange wand is een uitkragend balkon voor de bediening van licht en geluid, geflankeerd door inkomdeuren voor het publiek en ramen die toelaten het gefilterde daglicht van de naastgelegen gang naar binnen te halen. Bij het verlaten van de zalen word je telkens weer verrast door het contrast tussen de sferen binnen en die in de wandelgangen : onverwachte niveauverschillen, hellende vlakken, bruggetjes met inkijk naar beneden, lichtkokers en het pittoreske smalle trapje naar de archieven op de bovenste verdiepi ng Doorgangen en trappen h uizen baden in fel doch onrechtstreeks licht dat overal binnendringt. .

moeten via een trap achteraan de scène en een gang onder het podium de afstand cour en jardin overbruggen. Dit heeft aLles te maken met de krappe oppervlakte van het bouwterrein. In contrast met de grote zaal die volledig in zwarte en donkergrijze tinten uitgevoerd is, zijn de wanden van het auditorium van de kleine zaal gebogen en bekleed met een halfopen structuur van verticaal geplaatste latten in een lichte houtsoort. Dit bevordert de zaalakoestiek en de herkenbaarheid. De zaal ademt een intieme sfeer, voornamelijk door haar vorm en de diffuse verlichting doorheen de spleten van het latwerk.

Vanuit de cafetaria heb je uitzicht aan beide kanten van het gebouw. Achteraan kijkt men over de daken van het inmiddels gerestaureerde Plaza Theater dat door het gelijknamige hotel gebruikt wordt voor evenementen en conferenties, de leegstaande bioscopen

Trapje naar de archieven

Marivaux, en het vervallen modernistische Ihéâtre des Variétés van de architecten Gridaine en Bourgeois uit de jaren dertig. Hopelijk is de opening van dit nieuwe theater een impuls voor promotoren en openbare besturen om eindelijk een oplossing te bedenken voor de invulling van deze historische panden. Aan de voorzijde paalt de cafetaria aan een zonovergoten terras gericht op het westen. Centraal in het blikveld ontwaarje een deel van de voorgevel en het dak van de neorenaissance Koninklijke Vlaamse Schouwburg (architect J. Baes, 1876), die in volle restauratie is en in 2005 haar deuren heropent. Nieuwe infrastructuren kunnen leiden naar hernieuwde samenwerkingsvormen. Misschien wacht Brussel een mooie toekomst!

Van productie naar opvoering In een groot complex met drie zalen moet men onvermijdelijk keuzes maken, zeker als men beperkt is in oppervlakte. De ontwerpers zijn er (terecht) van uitgegaan dat het productieproces moet pdmeren. Omdat op de Zicht vanuit de cafetaria over het dakterras foto’s Luc Dhooghe

PROSCENIUM: DE ALCHEMIE VAN EEN INSTRUMENT 1 1


ONTACTOAG dKUNST EN TECHNIEK! 2 JUNI 2004 CC SCHARPOORD 9h30 Gutsende regen in Knokke-Heist, een gunstig teken? het kan alleen maar opklaren! de deelnemers komen druppelsgewijs naar binnen aan het onthaal (1) verloopt alles vlot het team van CC De Schakel verdeelt de nieuwe BASU-agenda Yves De Bruyckere vergaart de internetgegevens ter vervollediging van de lijst van de theaterinfrastructuur in Vlaanderen en Brussel. 10h30: De grote opkomst en een eerste babbel (2) met koffie zorgen voor enige vertraging in haar welkomstwoord (3) onderstreept Rose Werckx het belang van het gekozen thema “Kunst en Techniek”, dat volledig in de lijn ligt van de BASTF-doelstellingen om de dialoog tussen conceptvorming en technische knowhow te bevorderen de Schepen van Cultuur van Knokke-Heist blikt even terug op 14 jaar -

-

-

-

-

-

-

M.L.

geleden toen organiseerden wij hier een theatertechnische beurs gekoppeld aan een tentoonstelling over het werk van de scenograaf Andreï Ivaneanu en de Vlaamse selectie voor de Praagse Quadriënnale. 10h45: Kurt Vanhoutte start zijn betoog met enkele leuke prenten over oude computers om vervolgens het werk van Crew (4) te belichten de redactie van Proscenium vindt dit boeiend en vraagt Kurt hier iets over te schrijven (zie elders in dit nummer) het debat is niet zo scherp, het mist een “dwarsligger”(5 en 6). 12h30: In de ondertussen door de zon verwarmde cafe taria is het eten lekker de verbroedering gaat door. 14h: Verdeling in vier groepen de blauwe groep vangt aan bij de mensen van XL Video ze geven een overzicht van verschillende videodisplay systemen en toepassingen (7) ze leggen de klemtoon op performante projectoren en LEDsystemen en geven uitleg over de aanmaak, verwerking en aansturing van beeldmateriaal een pdf-versie van beide interessante uiteenzettingen kunnen per e-mail opgevraagd worden op het secretariaat van BASU de gele groep volgt de demonstratie over Lichtontwerp met de -

-

-

-

-

3D-software Wysiwig (8) een ingekorte versie publiceren we in dit nummer onder de titel “What you see is what you get” de schrijvers relativeren ook de “goddeljkheid” van de techniek, een gezond standpunt! rood staat op de scène waar Roden Staal uitleg geeft over de door hen geplaatste elektrische trekken en vragen beantwoordtovertrekkenwanden (9) en besturing groen krijgt een begeleide wandeling doorheen het gebouw CC De Scharpoord heeft een goede infrastructuur, met veel ruimte voor tentoonstellingen de fototentoonstelling blijft een dagje langer open voor de deelnemers. 17h: One for the road een belangrijk moment om na te praten bij een drankje, ergernissen en belevenissen uit te wisselen, de directie en de technische ploeg te bedanken voor het gastvrij onthaal de hemel is blauw en de zee roept! -

-

-

-

-

-

—

-

-

-

-

-

Foto’s Jerôme Maeckelbergh

PROSCENIUM: CONTACTDAG “KUNST EN TECHNIEK” 73


ERFORMATIEVE TECHNOLOGIE: HET PERSPECTIEF VAN CREW KURT VAN HOUTTE

Toen enkeLe Amerikaanse hackers in 1962 de eerste minicomputer met een beeLdscherm verbonden, Lag het voor de hand een speLLetje Spacewar op te zetten. Dat de eerste inzet van de revoLutionaire technoLogie het spetenderwijs neerhaLen was van vij andige ruimtetuigen, is minder absurd dan op het eerste gezicht Lijkt. Niet toevaLLig zou de computer exact tien jaar Later voor het eerst in de vorm van computergames popuLair worden. Even veeLbetekenend is dat de bedenkers van artifidëLe inteLLigentie van bij het begin at experimenteerden met bordspeLen aLs schaken of dammen. Het speL is een van de beLangrijkste stappen in een Leerproces. TeLkens wanneer een nieuwe technoLogie ontstaat, veranderen de voorsteLLingen die we hebben van de wereLd en van onszeLf. Om deze veranderingen te beteugeLen, brengt de mens ze onder in beeLden. De begrensde ruimte van het speL met zijn regeLs en strategieën Laat toe de nieuwe beeLden op een veiLige manier te testen en te beheersen. Het vergemakkeLijkt de integratie van de aanvankeLijk vaak verontrustende effecten van technoLogie. Het speteement is wat de videogame met het theater verbindt. OppeMakkig beschouwd representeren beide natuurLijk een ruimte bevokt met personages in dramatische situaties ( de mens in strijd met zijn medemens, abens, draken, zichze’f of gewoonweg het noodot). Maar vooral Leert ook het toneelspel, kunst van de spelende mens bij uitstek, omgaan met het nieuwe en het onvertrouwde door het in beelden te vatten. Wat ik hier meer bepaald suggereer, is dat het theater de aangewezen plek is om nieuwe technologieën te verkennen. De film werd aan het begin van deze eeuw pas algemeen aanvaard toen de kunstenaar er zijn medium van gemaakt had. Een zelfde taak is weggelegd voor de theatermaker: de verzoening van de mens met zijn eigen uitvindingen. Het toneel bezit een traditie van duizenden jaren in de studie van menselijke ervaring en communicatie. Welk kunstmedium zou beter geschikt zijn om de hedendaagse mediatisering van onze omgangsvormen te verkennen?

zowel voor ons dagelijks leven als voor onze kunstopvattingen. Deze evolutie lijkt vandaag op artistiek vlak twee zijden te kennen. Het ‘multimediale theater’ is de meest vanzelfsprekende. Het gebruik van elektronische media wordt hier veelal ingebed in traditionele theaterstructuren. Technologie is ondergeschikt aan het concept, dat in de meeste gevallen relatief onafhankelijk van de techniek tot stand komt. In het eindresultaat kan de technologie een grote of kleine rol vervullen. In alle gevallen is ze ondergeschikt aan het dramaturgische uitgangspunt van de productie in kwestie. In het beste geval gaan de technologische media (meestal film of video, de laatste jaren ook zeer uitdrukkelijk muziek of soundscapes) een interessante confrontatie aan met het theaterparadigma. In het slechtste geval verwordt de technologie tot een illustratie van iets (een concept, een idee), wat men meestal eenvoudigere en ook met andere middelen tot uitdrukking kan goedkopere brengen. Technologie is dan esthetische opsmuk, decorum. Daar staat tegenover wat ik de gemntegreerde benadering zou willen —

—

Deze vraag ligt aan de basis van het werk van CREW. Als performance-groep is CREW gegroeid uithetbeeldendwerkvan EricJoris. MetJoris als centrale figuur verzamelde het gezelschap van bij het begin mensen uit verschillende domeinen rond een bepaald project. De leden van de crew liggen met andere woorden nooit vast, een vast organigram is er niet. Samenwerking ontstaat organisch en in functie van de afzonderlijke projecten. Die ontstaan zonder uitzondering op het smeltpunt van ‘Live art’ en technologie. de machine, zo De stand van de techniek men wil vormt telkens het uitgangspunt van de creatie. Technologie is dan geen middel om een vooropgezet doel te bereiken maar brengt een veeleer een eigensoortige logica mee die van bij het begin bepalend denklogica is voor het productieproces. Het is bekend dat de overgang van het machinetijdperk naar het tijdperk van de cybertechnologie radicale veranderingen met zich meebrengt, —

—

—

-

“CRASH” 2004 -

74 PROSCENIUM: PERFORMATIEVE TECHNOLOGIE: HET PERSPECTIEF VAN CREW

noemen. In dat perspectief ontvouwt de technologie zelf een performatief of theatraal potentieel. Deze benadering veronderstelt een andere manier van denken over de verhouding van toneel en techniek. Dit soort van performances maakt niet louter gebruik van technische middelen. De natuur en de structuur van de technologie vervult veeleer een centrate rol in de dramaturgie van deze producties. Anders geformuleerd, het gebruik van de technologie bepaalt de dramaturgische opzet en niet omgekeerd. Almaar meer kunstenaars lijken de eigenheid van de machine als theoretisch en praktisch beginpunt van hun creaties te nemen. Het is geen toeval dat dit soort projecten haast altijd voortkomt uit de directe samenwerking


met techno-wetenschappers (informatica, robotica, biogenetica, getuidsingenieurs, etc.). De artistieke uitdaging bestaat dan in het vinden van manieren om de technogische schema’s en structuren, of beter nog, de ervaringscategorie van de technoogische conditie, te vertaen in dramaturgische begrippen. In het Ucht van die tweede optie wit CREW het theater inzetten aLs een artistiek onderzoeksinstrument. Het tonee wordt zo een ruimte waar zowe’ op theoretisch als op praktisch vlak kan onderzocht worden in welke mate technologie onze huidige cultuur vormgeeft, verandert of zelfs produceert en tot stand brengt. Iedere voorstelling kan beschouwd worden als een poging om theater en technologie zodanig op elkaar te laten inspelen dat de grens tussen beide grootheden irrelevant wordt en in het schemergebied een hybride kunstvorm ontstaat. In dat licht is de samenwerking met onderzoekers van verschillende universiteiten een constante in het oeuvre van CREW. De wetenschappers vinden in het theater van hun kant een uitgelezen vrijplaats waar de nieuwste technologieën kunnen worden getest. De toneelruimte wordt zo een laboratorium waar ze ontwikkelingen uit hun vakterrein in de praktijk brengen en toetsen aan een live aanwezig publiek. Als gevolg van die intuïtieve band tussen kunstenaar en techno-wetenschapper kan CREW beschikken over de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van digitale technologie en / of robotica. In vele gevallen werd de techniek zelfs speciaal voor het gezelschap aangemaakt.

“KAUFHAUSINËËRNO” 1998 -

-

Kaufhauslnferno (1998) Kaufhauslnferno was een intermediale onderneming in de letterlijke zin van het woord. Het project begon als een stripverhaal van Eric Joris in de krant De Morgen, dat leidde naar een interactieve website, een tentoonstelling met een installatie, een boek en ten slotte de performance. De theatervoorstelling werd opgebouwd uit de deconstructie van het computerspel DOOM. Toen het werd uitgebracht in 1993 bleek DOOM de meest verbazingwekkende revolutie op het gebied van elektronische games. Het betreft een 3D ‘shoot m up’, dat de zogenoemde ‘multiplayer’ optie ondersteunt, zodat miljoenen geïnteresseerden met elkaar kunnen spelen via de telefoonlijn. —

Tijdens het openleggen van de DOOM-omgeving vond CREW frappante overeenkomsten tussen videogames als deze en de Divina Commedïa zoals gepubliceerd door Dante in 1314. Vergelijkbare dromen en verlangens sturen de personages doorheen de opeenvolgende levels van de Cirkels van de Hel. Voorbij de poorten en hun bewakers neemt het bedrog evenveel gedaantes aan in de klassieke tekst van Dante als in het digitale universum van DOOM, zo bleek. Vooral het eerste deel van de Commedia, het Inferno, bleek interessant. Met de herwerking van hetlnferno door Paul Mennes voor ogen, bouwde CREW een grote grotachtige ruimte die het publiek mee insluit. De wanden waren panoramische schermen waarop infernale beelden werden geprojecteerd. In het midden liep een catwalk waarop de acteur speelde. De technici zaten langszij aan hun computers en waren voor het publiek duidelijk zichtbaar. Aangezien ze als makers de beelden in real-time samenstelden en manipuleerden, leek het niet meer dan evident dat ze in de opvoering aanwezig waren. Bovendien leek het een goed idee om het maakproces te veruiterljken in een tijd dat de productie van beelden verdwijnt achter de distributie, en technologie ogenschijnlijk feilloze, gladde fantasieën aflevert. Om vergelijkbare redenen bleef ook de cameraman die verschillende monitoren tegelijk bediende, een zichtbare spil in de enscenering. Voor de scenografie werd de 3D ruimte van DOOM gereconstrueerd in het beeld van een hel bewoond door digitale avatars. Hiervoor gebruikte Eric Joris onder meer scans van naakte lichamen, die zodra ze deel uit maakten van de virtuele ruimte, muteerden in indrukwekkende theatrale iconen. Voorts bestond het diabolische landschap uit OuickTime-omgevingen die door Eric Joris waren getekend, infotainment-filmpjes, chatrooms en mail-programma’s. Samen smeedden deze projecties zich aaneen tot een desoriënterend beeld van de huidige samenleving. Het warenhuis was de centrale metafoor die de verschillende beelden en media samenhield. Ten tijde van hun ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw waren deze centra nog het zinnebeeld van vrijheid en vooruitgang. Wie nu een shoppingcentrum op zaterdag bezoekt denkt daar anders over! CREW wilde deze mentale en fysieke druk voelbaar maken voor het publiek. De projectiebeelden die het publiek omgaven, zou men in die zin ‘fantasmagorisch’ kunnen noemen. Dit woord werd aan het begin van de negentiende eeuw vaak aangewend om het effect van de toverlantaarn te omschrijven. De toverlantaarn was een technisch apparaat dat de vroege verschijningsvormen van het bewegende beeld liet ervaren. Het was een soort slideshow, die ontstond door bewegende gekleurde transparanten voor een intense lichtbron te houden zodat de projectie op de muur zichtbaar werd. De pointe van Kaufhauslnferno was in zekere zin de constructie van één grote toverlantaarn, waar de toeschouwer niet langer voor zit maar waarin hij opgesloten wordt.

compitatie

,,Fr:

Achteraf beschouwd, bleek Koufhauslnferno een leerzaam proefstuk voor de relatie tussen toneel en technologie. CREW stelde namelijk vast dat theater en techniek niet zomaar met elkaar te verenigen zijn.

PROSCENIUM: PERFORMATIEVE TECHNOLOGIE: HET PERSPECTIEF VAN CREW 15


Je kunt dan wel een virtuee wereLd op scène projecteren, maar zodra je acteurs in die wereW introduceert, ontstaat een schizofrene situatie. Het risico is groot dat de techno’ogie as vanzef behangpapier wordt, een soort illustratie van het narratief. In dat opzicht bleven de theatrale en de technologische ervaring in deze voorstelling misschien nog te zeer gescheiden. Theater en technologie bleven communicerende vaten. Het volgende project, Icarus, trachtte dit inzicht vruchtbaar te maken door een radicale stap verder te zetten.

man en machine een feit was, en niet louter een narratief element. De acteur die Philoctetes speelde, Paul Antipoff, is een voormalige theatertechnicus die besmet werd door een virus dat hem tot aan zijn nek verlamd liet. Hij stuurt zijn dagelijkse leven (elektrische rolstoel, computer, telecommunicatie) aan met bewegingen van zijn tong, kin en voorhoofd ( een op het hoofd gemonteerde laser). De fusie met de technologie is met andere woorden zijn bestaansvoorwaarde. Het publiek in de voorstelling diende ervan te worden overtuigd dat Antipoff de virtuete wereld wat daadwerkelijk het volledig controleerde geval was. Daarom gebruikte hij een computer die op zijn stoel gemonteerd was en waarmee hij teksten kon typen, programma’s kon laten lopen en dirigeren enzovoort. De portable werd gestuurd door een met de laser aangedreven klavier en een muis. Dit bleek echter niet voldoende om geloofwaardig te maken dat de acteur de vormgeving zelf en in real-time manipuleerde. Daarvoor werd een digitale interface ontwikkeld die de technische link tussen de virtuele omgeving en zijn lichaam vervolledigde. Het betreft een gesofisticeerd tracking-systeem dat de bewegingen van de rolstoel registreert en omzet in signalen voor de centrale computers die de virtuele wereld ter plaatse ontwierpen. De controle van die technologische omgeving gebeurde met andere woorden intuïtief. De bewegingen van Antipoff vormden de directe input voor de virtuele wereld die in 3D over de scène werd geprojecteerd. De beleving van het publiek was in die zin het resultaat van de simultane perceptie van de 3D wereld en het aura van de acteur. —

“ICARUS MAN-O-WAR” Compiatie -

Icarus Man-o-War (2001)

In Icarus werd de klassieke relatie tussen het lichaam en zijn technische prothese, mens en technologie, omgekeerd. Het was niet langer helemaal duidelijk of de mens een extensie was van de technologie, een prothese van de machine ofvice versa.

PhiLoctetes Man-o-War (2002) Icarus bleek achteraf een soort voorstudie voor de volgende voorstelling, een bewerking van Sophokles’ Phitoctetes, die in het kader van Brugge 2002 Culturele Hoofdstad van Europa in première ging. In de versie van CREW ervaarde het publiek hoe de gewonde Griekse outcast zijn eigen wereld creëerde: het eiland Lemnos. Uit naakte noodzaak en met behulp van mechanische technieken, zijn legendarische boog en pijl, ontwikkelt hij een technologische levensmodus. Philoctetes werd opnieuw belichaamd in de figuur van Paul Antipoff. Bovendien bouwde CREW een unieke theaterscène waarin het lichaam van Antipoff centraal lag en waarin ook het publiek diende plaats te nemen. Model hiervoor stond het anatomische theater, waarin de toeschouwer vroeger achttiende eeuw deinnerljke waarheid van het lichaam kon komen bewonderen. Anders bekeken, bood de constructie de aanblik van een soort van exoskelet, het skelet dat insekten aan de buitenkant van hun lichaam dragen. De toeschouwers bevonden zich in het lichaam van de performer. Voor de duur van de opvoering bewoonden ze als het ware diens prothese. De parameters van dit technische lichaam werden door de acteur in real-time gegenereerd en gestuurd. Autonome en artificiële intelligenties bevolken zijn prothetische wereld als dieren in een door hem zelf geanimeerd Utopia. —

-

De gelijktijdige aanwezigheid van een virtuele en fysieke realiteit op scène bleek allesbehalve evident, zo leerde Kaufhauslnferno. Het valt de toeschouwer per definitie moeilijk om zich met beide dimensies van de werkelijkheid de directe en de gemediatiseerde te identificeren. Deze observatie zette CREW ertoe aan een expressieve technische omgeving te maken en een theatraal concept te ontwikkelen dat een natuurtijke vereniging van het lichamelijke en het digitale mogelijk zou maken. Het gezelschap vond dit in het gegeven van de prothese, van technologie als een prothese. —

—

Peter Verhelst herschreefvoor CREW het verhaal van Icarus in een narratief op het snijpunt van het viscerale en het virtuele. Hij evoceerde een Icarus na de crash: hij zoekt een uitweg uit het laboratorium en maakt daarbij metaforisch gebruik van de technologie als zijn vleugels en wassen gestel. Hoofddoel van de performance was de versmelting van de technische en de analoge wereld. Opzienbarend was in dat opzicht dat de wederzijdse afhankelijkheid van

“PHILOJETES” 2002 -

16 PROSCENIUM: PERFORMATIEVE TECHNOLOGIE: HET PERSPECTIEF VAN CREW

j


1 -

j

4,%c

-

j1 1 :

,

:

f L •:

“CRASH” 2004 -

Het Expertise Centrum voor Digitae Media (EDM) van het Limburgs Universitair Centrum construeerde een robotarm die direct op zijn Uchaam werd aangesLoten en door de acteur zeLf werd bediend door middeL van kLeine bewegingen van tong en kin. Vanuit het standpunt van de toeschouwer werden Lichaam en technoLogie op die manier uitwisseLbaar, zodat de opvoering een soort derde dimensie kreeg.

Crash (2004) Die derde dimensie, het resuLtaat van de koppeLing van reaLiteit en virtuaLiteit, vormt in CRASH de centraLe en zeer fysieke biotoop van zoweL acteurs aLs toeschouwers. De voorsteLLing ging onLangs in première in het ToneeLhuis te Antwerpen. Niettemin is aL duideLijk dat dit project een organisch vervoLg bouwt op de Lijn die met Kaufhauslnferno werd uitgezet. De titeL ontLeent het gezeLschap aan de noveLLe van ].G. BaLLard (verfiLmd door D. Cronenberg), die de geweLddadige vereniging van mens en machine verbeeLdt aLs een erotische ervaring. Dit is CREW in zijn meest radicaLe vorm tot dusver: de toeschouwer wordt aan de hand van VR-heLmen ondergedompeLd in een omgeving waarvan niet Langer zintuigeLijk vast te steLLen vaLt of ze reëeL dan wel virtueeL is. Hiervoor ontwikkeLde EDM een nooit eerder gezien systeem, dat de motoriek van de toeschouwer registreert en onmiddeLLijk vertaaLt in paraLLeLLe bewegingen in de beeLdwereLd. De toeschouwer Leeft de beeLden LijfeLijk aLs zijn werkelijkheid. De immersie in de technologie is bijgevoLg totaaL, het theatrale effect van een nieuwe orde. CRASH biedt ongetwijfeLd een opzienbarend perspectief van waaruit de liaison van theater en technologie zich kan herontdekken.

“CRASH” 2004 -

(Meer informatie over CRASH en het werk van CREW is te vinden op www.crewontine.org)

ALle foto’s en compilatie’s zijn van Eric Joris.

.

PROSCENIUM: PERFORMATIEVE TECHNOLOGIE: HET PERSPECTIEF VAN CREW 17


HAT YOU SEE IS WHAT YOU GET LICHTONTWERP MET DE 30 SOFTWARE WYSIWYG LUC PEUMANS Tegenwoordig bestaat er redelijk wat software voor het maken van een lichtontwerp. Programma’s die luisteren naar namen zoals AutoCAD, Vectorworks, Stardraw en WYSIWYG zullen veel mensen bekend in de oren klinken.Afhankelijkvan hoeveeljewiltinvesteren, kanjeerlichtontwerpen mee maken in 2D en/of 3D, tekeningen afdrukken, materiaalljsten samenstellen en fotorealistische afbeeldingen of ‘renders’ maken van je ontwerp. Met de meest uitgebreide hard- en softwarecombinaties kan je zelfs op voorhand off-line een show programmeren zonder dat je ook maar één echte lamp gezien hebt. De WYSIWYG software suite was een van de eerste, en blijft tot op heden ,en van de meest krachtige hulpmiddelen voor ontwerp, presentatie, pre programmatie en visualisatie van belichting. De Canadese fabrikant CAST Software kreeg hiervoor in 2001 een Emmy Award. Elk trimester brengen zij een update uit waardoor zowel de bibliotheek als het programma blijft evolueren en blijft beantwoorden aan de snel veranderende lichtindustrie. Deze software is verkrijgbaar in drie niveaus: Report, Design en Perform. De logica van de WYSIWYG software suite is dat elk hoger niveau ook alle kenmerken van de producten van lagere niveauomvat. ‘Report’ staat in voor de 2D-CAD oplossingen en alle nodige papierwerk. ‘Design’ heeft een 3D-CAD omgeving met geïntegreerde database en een render engine die toelaat fotorealistische afbeeldingen van je ontwerpen te laten zien. ‘Perform’ is de meest uitgebreide versie en bevat een zeer krachtige simulatiemogelijkheid waarbij eender welke DMX-lichttafel kan aangesloten worden op de WYSIWYG computer die deuitgangen van de lichttafel in real-time zal simuleren. Het is uiteraard deze simulatie die bijzondere mogelijkheden biedt. De firma ‘Painting with Light’ is naast WYSIWYG-dealer voor België ook een van de eerste Europese WYSIWYG Certified Service Providers (CSP). Niet elke lichtontwerper wil investeren indeze technologie maar wil soms wel gebruik maken van de simulatiemogeljkheden. Painting with Light beschikt daarom over een volledig ingerichte 3D-studio met groot videoscherm en professionele afluistering waarbij deze mogelijkheden geboden worden. Lichtontwerpers, operators, regisseurs en producenten kunnen hiereen realistischeindruk krijgen van hun concert of theatershow. De voordelen zijn legio: lichteffecten kunnen vooraf beoordeeld worden, de lichttafel kan in alle rust geprogrammeerd worden, er kan aanzienlijke tijdswinst geboekt worden bij de repetities, knelpunten met zichtljnen of changementen kunnen al in de voorbereiding worden opgespoord. Door het aantal effectieve dagen die nodig zijn om op locatie het licht te programmeren te beperken, kan er flink bespaard worden op de productiekosten. Een extra dagje een zaatals hetSportpaleisin Antwerpen huren, inclusief crew en materiaal, kost immers een aardige duiti Bovendien verdwijnt de stress van ‘we moeten nog altes programmeren’. Zeker met de toenemende complexiteit van shows en hoeveelheden lichtmateriaal worden deze hulpmiddelen onmisbaar. Samen met hun Nederlandse partner Tenfeet beschikt Painting with Light over de krachtigste WYSIWYG-suite in Europa. Dankzij het forse videoscherm en de mogelijkheid om driedimensionaat in de productie

18 PROSCENIUM: WHAT YOU SEE IS WHAT YOU GET

‘rond te lopen’, krijgje een goed beeld van hoe een voorstelling er straks uit gaat zien. Door middetvan een DMX gestuurde camera kunnen voor tv opnames cameraposities en -bewegingen geëvalueerd worden. Een groot aantal producties werden al op deze manier voorbereid: concerten zoals ‘Clouseau, Froger en Borsato’ TV-shows zoals ‘Star Academy en IME Awards’, en musicals zoals ‘De 3 Biggetjes en The Sound of Music’ ,

De WYSIWYG systemen zijn door hun modulaire opbouw ook mobiel inzetbaar. Zo wordtbijvoorbeeld aldriejaarlang op het Nederlands festival Pinkpop twee WYSIWYG systemen in een productietrailer geplaatst, een voor elk festivatpodium. De bands die daar spelen zijn meestal op tour en komen vaak pas de dag tevoren aan. Dat wil zeggen dat de hele nacht moet geprogrammeerd worden als het podium vrij is. Technici, operators en catering moeten de ganse tijd stand-by zijn. Minstens tien techniekers zijn de hele nacht bezig om dergelijk tichtsysteem te programmeren. De volgende dag moeten ze dan de show draaien. Dankzij de twee mobiele 3D-systemen is dit probleem opgelost. De lichtontwerpers en -operators worden daar ontvangen met een hapje en een drankje en kunnen in alle rust overdaghun show programmeren. Een van de lichtontwerpers die regelmatig in de Bekkevoortse 3D-studio te vinden is Michiel Milbou. Hij werkte hier o.a. aan de TMF-Awards die in oktoberin hetAntwerpse Sportpateis gehouden werden. De lichtset bestond uit meer dan 300 moving lights op vier dagen voorgeprogrammeerd op twee Wholehogs. Eerst moet hiervoor een compleet 3D-model getekend worden. De originele decor- en lichtplannen werden door Michiel in Vectorworks 10 aangeleverd. Hoofdzakelijk via DXF-import en gedeeltelijk door het hertekenen, worden deze uiteindelijk in de door Painting with ‘ Light 3D getekende Sportpaleis geplaatst waardoor dan een totaalbeeld verkregen wodt. Ondertussen is er door de jaren heen een ruim archief van 3D-locatiein WYSIWYG opgebouwd, die uiteraard voor klanten ter beschikking gesteld worden. •1b.

•i%

Michiel Milbou gebruikte voor deze show twee operators, een voor het licht op het podium en een voor het licht in de zaal. Als ze op locatie moeten programmeren, zitten ze elkaar snel in de weg. In de 3D-studio heeft daarom elke operator zijn eigen WYSIWYG-systeem. Op het beeldscherm ziet elke operator enkel het licht dat hij zelf onder controte heeft. De operators kunnen dus tegelijk programmeren zonder elkaar te storen. Het resultaat wordt samengevoegd in een derde WYSIWYG-systeem, dat wordt geprojecteerd op het videoscherm. De ontwerper ziet dan het totaalbeeld en kan dat van alle kanten bekijken, ook weer zonder de operators te storen. Op deze manier wordt de rekenkracht verdeeld zodat alles soepel blijft werken. Een nauw contact en een goede communicatie met de hardwareleverancier is uiteraard erg belangrijk: voor een optimaal rendement moet alles nagebouwd worden zoals het getekend staat. De set werd gebouwd tijdens de WYSIWYG-sessies. Toen Michiel Milbou met zijn operators op de locatie kwam, was er één dag voorzien om alles op elkaar afte stemmen. De tweede dag waren er repetities voor de nationale acts, de derde dag repetities voor de internationale acts en ‘s avonds... showtime! Als tichtontwerper moetje natuurljkwelweten waarje mee bezig bent. Op


een computerscherm ziet een bauwe tichtstraat er even intens uit as een gele lichtstraal. In realiteit is dat natuurlijk anders. Als je alle nuances goed wil zien, moet je renderen en dat neemt uiteraard een hoop tijd in beslag. Om dit proces enigszins te versnellen, beschikt Painting with Light over een renderfarm van 20 computers om op de achtergond renders te kunnen maken zonder dat de programmatie al te veel wordt vertraagd. Om je klanten een goed beeld te kunnen geven van hoe alles er gaat uitzien, beschikken ze tevens over de mogelijkheid om gerenderde filmpjes te maken van je project. Natuurlijk is het hele WYSIWYG gebeuren niet zaligmakend. Denk maar niet dat er helemaal niet hoeft gerepeteerd te worden, in de praktijk zijn er altijd dingen die nog moeten aangepast worden. Je begint op locatie met de set te ijken door een positie te bepalen waaruit het hele systeem wordt opgebouwd. Op dat moment moet er altijd nog een en ander worden opgelost. Het allergrootste voordeel is wel dat je stressvrj én met een gevulde tafel het theater binnenwandelt.

TMF-AWARDS 3D presentatie. Uchtontwerp: Michiet Mi[bou

rendering: Painting with Light 3D-studio

.

Meer info: op www. paintingwithtight.be

Sting, Phil Collins, B.B. King, J.J. Cale, Mstislav Rostropovich, Peter Sellars, Pina Bausch en La Fura dels Baus. De tentoonstellingen omvatten onder andere de lemen krijgers van de eerste keizer van China uit Xi’an. Een vakantietip, voor meerinfo kanje surfen naar www.barcelona2004.org. BARCELONA NODIGT DE WERELD Uif Martin Luther Kings woorden 1 have a dream” gelden als vertrekpuntvoor het Forum Barcelona 2004, een ambitieus programma waarmee de hoofdstad van Catalonië niet alleen de absolute top van de showwereld lokt, maar ook ‘s werelds grootste denkers laat discussiëren over mondiale problemen. Voor het wereldforum Barcelona 2004, dat plaatsvindt van 9 mei tot 26 september, is aan de kust een spectaculair nieuw stuk stad aangelegd, op het einde van de Avinguda Diagonal. Het wereldforum draait rond drie thema’s: culturele duurzame verscheiden heid, ontwikkeling en vrede. Met de volle steun van alle Unesco lidstaten is een programma van onder meer tentoonstellingen, concerten en congressen uitgewerkt dat, “wie eraan deelneemt, een andere kijk op de wereld zal bieden”. Dat programma vermeldt 423 concerten, 170 orkesten, 44 theater- en dansgezelschappen en tientallen circusacts. Top of the bill zijn

—

begint vanaf september ditjaar al wel aan een nieuw hoofdstuk onder de naam NTGent. Het zevende lustrumboek is mooi en overzichtelijk uitgegeven en bevat, behalve productiefoto’s en een summiere beschrijving van alle producties die in de zesjaar werden gespeeld, bijdragen van kunstenaars en academici die de eigen band met of de plaats van het theater in de huidige wereld bevragen. (DM 25 maart 2004) Lustrum VII kost 20 euro en is te koop bij: Publiekstheater/NTGent; Standaard Boekhandel, SintBaafsplein en boekhandelWalry, Zwijnaardsesteenweg 6 te Cent. Bestellen kan ook via 09 225 12 02 of info@publiekstheater.be. Meeroverhettheatererfgoedvan het Publiekstheater/ NTGent is te vinden op www.podiumarchief.be.

ZEVENDE LUSTRUMBOEK “NEDERLANDS TONEEL GENT” De traditie van het lustrumboek bestaat in Gent al langer dan 35 jaar. Volgens Dirk De Corte is het destijds ontstaan om de lacune aan degelijke essayistische theaterliteratuur in Vlaanderen op te vullen. De huidige uitgave documenteert de woelige periode 1995-2001 en is opgedragen aan Jean-Pierre De Decker. Onlangs maakte Johan Simons zijn Blijde Intrede in Gent als nieuw artistiek leider van het Publiekstheater. Hij neemt de functie evenwel pas op vanaf het seizoen 2005-2006. Maar het Publiekstheater

.

PROSCENIUM: WHAT YOU SEE IS WHAT YOU GET/ VARIA 19


Ook controtearmbanden in diverse kLeuren en materiaLen.


U

SITT CONFERENCE & STAGE EXPO OISTAT SCENOGRAPHY COMMISSION MEETING VAN 17 TOT 20 MAART 2004 JERÔME MAECKELBERGH

Di maaL mocht de Scenography Commission naar de Catifornische zon. British Airways vLoog met ons een baan over IJsLand en het zuideLijk deeL van GroenLand. De hete vLucht Lang genoten we van een meestaL heLdere hemeL. Misschien moeten we in dit gevat over “heLdere aarde” spreken; de witte bergen op GroenLand waren ronduit indrukwekkend. Jammer dat we geen fototoesteL bij de hand hadden; we hadden majestueuze Landschapsfoto’s kunnen schieten. Sneeuw en ijs bLeven van de partij in Canada tot ver in de VSA, tot zeLfs een eind voorbij de boorden van SaLt Lake. Langzaam verdween dan het witte dek, en wat verder Landden we in Los AngeLes, bij een naar BeLgische normen hoogzomerse temperatuur.

Conference & Stage Expo Elk jaar organiseert de USIU, onze zustervereniging in de USA, haar Conference & Stage Expo in een ander dee van de VS. Dit keer was de westkust aan de beurt. 150 firma’s waren present in Long Beach, CaUfornië, waar zo’n 3 000 bezoekers hun aandacht verdeeden tussen 160 bezingen, symposia, forums en workshops. Voor de Uefhebbers waren er dan nog een hete reeks vergaderingen van USlU commissies en regionaLe afdeUngen. De Conference is gespreid over vier dagen, de Stage Expo zef duurt twee dagen. De USD1 maakt telkens van dit evenement gebruik om een OISTAT commissie uit te nodigen De OISTAI genodigden kregen met een pasje toegang tot alle USlU activiteiten. Twee halve dagen waren voorbehouden aan de eigen meeting. Er was overeengekomen dat iedere deelnemer een korte lezing zou geven over “How T Became a Designer” of “Beginning to End: Production Process”.

Stage expo

Scenography Commission Meeting Naast zestien afgevaardigden uit twaalf landen (Bangladesh, België, Canada, Hongarije, Japan, Nederland, Servië en Montenegro, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Zuid Korea) waren er nog een twaalftal belangstellenden uit Canada en de Verenigde Staten op deze open vergadering. Leon Brauner (USA) verwelkomde iedereen in naam van de USlU. Voorzitter van de Scenography Commission (SC), In Suk Suh (Korea), dankte voor de ontvangst. Na de goedkeuring van het verslag van de vorige bijeenkomst in juni 2003 tijdens de P0 in Praag, kon de vergadering beginnen. Henk van der Geest (Nederland) ontvouwde plannen voor een bijeenkomst van de Lighting Design Working Group (LDWG) in Nederland, die eerst voorzien was voor 2005 maar moest worden uitgesteld tot 2006. In Suk Suh rapporteerde over de tweede China Scenografie Tentoonstelling in december in Nanjing. Voor OISTAT waren daar te gast: de president Maija Pekkanen (Finland), In Suk Suh als voorzitter van de SC en de voorzitter van de Japanse vereniging Isido Takada. Hoewel er geen officiële uitnodiging was om een SC bijeenkomst te houden, werd toch voorgesteld bij de volgende gelegenheid, in Shanghai 2005, een kleine groep van OISTAT afgevaardigden uit te nodigen. Ursuta Belden (USA) berichtte over “World Stage Design”. Dit is een tentoonstelling die in samenwerking met USD1, CIII en OISTAT en zal plaatsvinden tijdens het volgende OISTAT Congres in maart 2005 in Toronto. In tegenstelling tot de Praagse Quadriënnale, waar de nationale verantwoordelijke een selectie maakt, is het hier de ontwerper zelf die een of meerdere werken inzendt. Alle ingezonden werken worden digitaat opgenomen. Een jury maakt dan een selectie voor de tentoonstelling. Naast theaterproducties wordt ook design voor film en

Stage expo

televisie aangenomen. Er ontstond een discussie over de naam van de commissie. De Amerikanen blijken nog steeds de voorkeur te geven aan “Design” boven “Scenography”, omdat het woord scenography nog steeds niet is doorgedrongen bij hun leden. Hoewel bij OISTAT een grote meerderheid vermoedelijk voor het behoud van de naam is, werd een “definitieve” beslissing uitgesteld tot het congres, gezien er slechts elf OISTAT Centres op de vergadering aanwezig waren. Parallel met de Nordic Theatre Technical Expo (NOU) van 6 tot 9 mei in Malmø, inviteert het Zweeds Centrum SUF de Scenography Commission voor een tweede vergadering dit jaar, met de LDWG als actieve motor. Sunniva Thelestam stelde het voorlopige programma voor. Er zijn verschillende technische lezingen geprogrammeerd, waarvan de Engelstatige op het OISTAT programma werden geplaatst. De vergaderingen van de LDWG worden door Henk van der Geest in overleg met Sunniva Thetestam samengesteld. Een exclusief bezoek aan de werf van het nieuwe operagebouw in Kopenhagen staat ook op de agenda. Verder deelde Sunniva mee dat het SUF van plan is om ook de Scenography Commission meeting 2006 te organiseren. Laura Crow (USA) startte een discussie over mogelijke plaatsen van bijeenkomst. Naast de uitnodigingen van de bestaande OISTAT Centers, zouden we ook andere streken waar nog geen Centra zijn bij de zaak moeten kunnen betrekken. Afrika is wat dat betreft nog een witte plek PROSCENIUM: USITT CONFERENCE & STAGE EXPO 27


in de OISIAT aflas. Heaas is de poUtieke en economische toestand in de meeste tanden “onstabiet”. Ghana en Zuid Afrika werden echter veitig genoeg geacht om eventueel een poging te wagen. Laura Crow vroeg en kreeg de toelating om toenadering tot deze landen te zoeken voor toekomstige samenwerking. Als voorzitter van de Costume Working Group ( CWG) presenteerde Laura een dia-voorstelling van de CWG-workshop tijdens de vorige PQ, waar studenten met professioneten samen wonderlijke kostuums samenstelden met afvalmateriaal, en de verrassende resultaten tijdens een gesmaakte show lieten zien. De verschillende activiteiten voor en met studenten tijdens deze PQ, vormden een schitterend voorbeeld van de uitzonderlijke samenwerkingsmogelijkheden van de OISIAT commissies en hun respectieve werkgroepen. Laura Crow organiseert in samenwerking met Cubaanse collega’s ook een Cubaans Carnaval Symposium, van 19 juli tot 3 augustus 2004. Voor een gedetailleerd programma kan men terecht op de OISTAT website (Scenography > Costume Design Workgroup > Events). In SukSuh dankteiedereenvoorzijninzet,in het bijzonder de actieve werkgroepen, en hoopte op nog meerinteressante nieuwe projecten. Nauwe samenwerking met de Education Commission voor de nieuwe ScenoFest activiteiten tijdens de volgende P0 werd alvast beloofd. Volgende algemene vergadering van de SC is gepland tijdens het OISTAT congres in Toronto, maart 2005.

Theatres for Chitdren Tijdens het symposium “Theatre for Children” werd van gedachten gewisseld over de speciale voorzieningen van theateraccommodatie voor kinderpubliek. In het panel zaten Gregory Miller van de Talaske Group (consuttants voor akoestiek, audio en video), Steve Pollock van Auerbach Pottock Friedlander (lighting design consultants), Jim Tinsley van het Children’s Theatre Company in Minneapolis, en Sherrit Myers van LMN architects (verantwoordelijk voor het Seattte Children’s Theatre). Miller onderstreepte het belang van een verzorgde akoestiek. Een zaal moet fluister-gevoelig” zijn en vrij van externe stoorgeluiden. Een volwassene kan, aan de hand van fragmenten, een zin reconstrueren of zelf verder de betekenis invullen, een kind dat niet elk woord kan verstaan, heeft deze mogelijkheid niet. Een slechte akoestiek kan dus oorzaak zijn voor het afhaken van het jonge toeschouwertje. Wij echter gaan er van uit dat de akoestiek in élke zaal optimaal moet zijn, om het even voor welk publiek. Dat de zichtljnen gunstig moeten zijn, spreekt ook vanzelf. Omgevingsgeluiden moeten worden onderdrukt, natuurlijk. Zetels

22 PROSCENIUM: USITT CONFERENCE & STAGE EXPO

stevig en stil, uiteraard... Het voorzien van een “huilruimte” bleek wel een aparte benadering. Nogal wat peuters worden bang bij het verduisteren van de zaal en barsten in tranen uit. Ik had eigenlijk moeten vragen of ze daardan de gansevoorstelling moeten blijven, en ofdeze ruimte ooktherapeutische kwaliteiten heeft, zodat Janneman of Miekevrouw, wat later, weer onvervaard de duistere theaterzaal kan induiken. De huilruimte biedt plaats voor een twaalftal jongelui en is ook bedoeld voor kinderen die niet meer willen blijven kijken. Stoorzenderjes in afzondering dus! Bij het ontwerpen van het gebouw moet men ook letten op de inplanting, vooral wat de verkeerssituatie betreft. Een gemakkelijke aanvoerroute, met ruimte voor het aanschuiven van auto’s en autobussen voor het brengen en afhalen van het jonge publiek, met een goed zichtbare toegang. Veiligheid moet optimaal zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld trapleuningen op twee verschillende hoogtes. Wat het interieur betreft is een “Black Box” uit den boze, althans wat de kleur betreft. Kleur en vormen moeten aangenaam en feestelijk zijn, geen donkere en schrikaanjagende ruimten. Liefst ook een korte afstand tot het gebeuren.

Seattte ChiLdren’s Theatre Wel goed om weten was dat de USA dan toch ook enkele grote theaterpaleizen heeft met een professionele programmatie uitsluitend voor kinder- en jeugdtheater. Het Seattle Children’s Theatre (SCT) opgericht in 1993, werkt met professionele acteurs en bereikt jaarlijks een publiek van 260 000 mensen. Het bracht nog eens 7,4 miljoen dollar samen voor de aanpassingen van het Allen Family Pavilion, heropend in juni 2000. In het SCT complex vindt men nu ook het kostuumatelier, decoren rekwisieten atelier, naast repetitieruimten en klaslokalen. Er is ook een Drama School verbonden aan het SCT. Voorheen waren al deze locaties her en der verspreid in de stad. Het SCT heeft twee zalen: de Eve Alvord Theatre met 280 plaatsen en het Charlotte Martin Theatre met 485 plaatsen. Naast de Drama School opleiding en losse workshops in de Education Outreach Program heeft het SCT ook een Deaf Youth Drama Program. De missie ervan is om dove en hardhorende studenten mogelijkheden te bieden zich te ontwikkelen, zowel op persoonlijk als op artistiek gebied, door middel van een kunstzinnige theatertraining. Seattle heeft namelijk het hoogste percentage van gehoorgestoorden in de USA. Het Deaf Youth Program bestaat sinds 1992 en bereikt jaarlijks 3 300 studenten. Het project vergemakkelijkt de integratie van gehoorgestoorden door verblijf in de schoolresidenties, door de creatie en voorstelling van het Deaf Kids Drama Festival,


uitzonderlijke en diepgaande training die niet uitsluitend gericht is op het afleveren van acteurs, maar op de ontwikkeling van zelfbewuste mensen en de krachtvan hetwerken in groepsverband tot het bereiken van succes. Elkjaar zijn er zo’n 800 studenten. Gevorderde studenten hebben ook de mogelijkheid mee te werken aan alle aspecten van het monteren van een productie. In juni vorig jaar hebben studenten van het CTC’s Junior Conservatory deelgenomen aan het lide symposium van de Internationale Brecht Vereniging, als enig Amerikaans theatergezelschap en enig kindertheater dat geselecteerd was. Zij hadden een voorstelling in het GRIPS Theater in Berlijn. Het CTC bevindtzich op een campus in het zuiden van Minneapolis, samen met het Minneapolis Institute of Arts en het Minneapolis College of Art and Design. Het gebouw dateert van 1974 en heeft een oppervlakte van 18 000 m2. De toneelzaal heeft een capaciteit van 746 zetels. Jaarlijks genieten meer dan 283 000 mensen van 390 voorstellingen. Het werkt met een budget van 9 miljoen dollar per jaar. 55% van het budget komt van ticketverkoopen’earnedrevenue”,vergelijkbaar met “merchandising”. De overige inkomsten zijn van giften van privé en foundations. Er werd 20,5 miljoen dollar bijeengebracht voor uitbreiding en renovatie. Bij de uitbreiding zit er een nieuw zaalje met een capaciteit van 288 zitplaatsen, en een programmatie voornamelijk van en voor tieners. Chinese FormaLity, American Expression

CTC Minneapotis, zicht op de zout

door theater-workshops, en een jaarLijkse zomerproductie. ChiLdren’s Theatre Company Het ‘ChiLdren’s Theatre Company” (CIC) in MinneapoLis dateert van 1965. De werking is professioneel, maar de acteurs zijn leerlingen van het Theatre Arts Training Program, waarvan de ouderdom varieert tussen acht en achttien jaar, kinderen voor kinderen dus. Met zeven shows per jaar bereiken ze een publiek van 300 000 personen. Naast stukken gebaseerd op de klassieke sprookjes, worden er ook stukken gecreëerd speciaal geschreven door gerenommeerde theaterauteurs. De productie ‘A Year with Frog and Toad” liep zelfs in Broadway in juni 2003, en werd genomineerd voor drie Tony Awards. De werking van het CTC steunt op het Theatre Arts Training Program. Dit voorziet in een

Onder deze titel werden de theaterontwerpen en kunstwerken van de Chinese kunstenaars Shanfu Zhao en Xuzheng He voorgesteld. Beide artiesten hebben zowel in de Volksrepubliek China als in de VSA gewerkt. Hun Chineestraditionele opleiding werd later beïnvloed door de vrijheid van expressie in de USA. Het resultaat van hun “vrije werk” was een aantal klassiek aandoende Chinese landschappen en een mij nieterg overtuigende reeks Amerikaanse landschappen in een soort impressionistische stijl. Naast Chinese theaterontwerpen zagen we enkele kostuumtekeningen, die beïnvloed leken door de Europese Jugendstil. Hier viel nogmaals op hoeveel aandacht de

Amerikanen besteden aan integratie van mindervaliden. Er was één gehoorgestoorde in de zaal, waarvoor USD1 twee tolken had voorzien die elkaar aflosten.

Kostuumontwerp, Xuzheng He

RaLph FuniceLLo Ten slotte was er de Design Expo 2004, USIU’s biënnale in theatervormgeving. Deze tentoonstelling toont werk van studenten, leraars en professionelen, allen leden van USIU. Eris eenjury die de werken beoordeelt en de voortreffeljkste werken zullen opgenomen worden in een publicatie. Geselecteerde werken komen in aanmerking voor de volgende PQ’07. Hier was ook een kleine retrospectieve te zien van het werk van Ralph Funicello, oud-student van Ming Cho Lee, van aankomende ster tot gevestigde waarde. CuLinaire noot Naast het Convention Center in Long Beach vond ik een eethuisje met uitsluitend ‘Belgian Frites”, nog geserveerd in de klassieke puntzak. Het bijbehorende mayonaise-kaassausje kon mij evenzeer bekoren. Een stevige basis om de terugtocht aan te vatten. Foto’s Jerôme MaeckeWergh

Decorontwerp, Ratph Funicetto

PROSCENIUM: USITT CONFERENCE & STAGE EXPO 23


Het mÖerbedrijf Stakebrand BV.

TTAS studiebureau voor theatertechnïeken Blekerijstraat 87, 9000 Gent Tel. 32 (0)9 233 79 30 Fax. 32 (0)9 224 15 31 E-maïl ïnfo@ttas.be ïnternet www.ttas.be -

-

,

1 S C 0

L A S E fl

0 RIGGING

0 A U 0 1 0 0

-a

CASES

0

-x

SlAG 1 N G

0

u SOUND 0 0

ontwerp & 0

Antwerpsesteenweg 334 Belgium 2500 Liet Tel. : + 32 3 491 91 70 Fax: + 32 3 489 05 62

theatertechnïeken

-

6-mail: info@phlippo.com URL: www.phlippo.com

24 ,

SLES

8

IEI’1FAL.


t

EN DOEK DAT DE DRUK VAN HET VUUR KAN WEERSTAAN

UIT GLASVEZEL GEWEVEN BRANDSCHERMEN NEMEN DE PLAATS IN VAN STALEN SCHEIDING.$W

Waarom hebben eenden zuLke Dat is om kLeine bosbrandjes Waarom hebben oLifanten zuLke Dat is om brandende eendjes Waarom hebben we brand Omdat we geen eenden en oLifai Wat is de functie van het bran worden tegenwoordig toegepast andere gemeente niet geĂŤist?

1 brandscher)n, weLke brandschermen gemeente wel en in de

In de oop der tijd zijn er aL flink wat theaters afgebrand. Nog niet eens zo lang gereden ontstonden veel van die branden door omgevallen kaarsen in de kleedkamer. Acteurs lieten daar ‘s nachts kaarsen branden, omdat het anders in de loop van de nacht zo verschrikkelijk koud werd. Zonder toezicht kan een kaars natuurlijk een hoop schade aanrichten. Branden ontstonden ook door onvoorzichtigheid met gaslicht. Danseresjes die met hun tutu iets te dicht bij het voetlicht stonden, konden gemakkelijk vlam vatten. Moderne gemakken als centrale verwarming en elektrisch licht zijn overigens geen garantie om brand te voorkomen; getuige bijvoorbeeld de branden in de Flint in Amersfoort en het Hofpleintheater in Rotterdam. Bij die branden zijn gelukkig geen slachtoffers gevallen, maar bij eerdere branden gebeurde dat maar al te vaak. De meeste van hen komen niet om door de brand zelf, maar door de paniek die ontstaat als gevolg van de brand. Soms is indirect het brandalarm zelf de doodsoorzaak, namelijk in die gevallen waar het alarm onnodig af gaat, waarna tijdens de ontruiming van de zaal paniek uitbreekt waardoor mensen worden vertrapt. Geen brand, toch slachtoffers. Bij echte branden verbrandt ook vrijwel nooit iemand, maar wel raken mensen verstikt door de rook, terwijl anderen worden vertrappeld. Een brand is dus potentieel levensgevaarlijk en veroorzaakt vrijwel altijd enorme schade. Reden genoeg om maatregelen te eisen. Die zijn er dan ook. Een gebouw moet zo worden gebouwd dat bij brand: 1. de mensen veilig het gebouw uit kunnen; 2. de brandweer veilig naar binnen kan om mensen te redden en de brand te bestrijden; 3. de schade aan het gebouw beperkt blijft; 4. de schade aan de omgeving beperkt blijft.

Mensen er veilig uit krijgen is de eeste prioriteit. Dat hangt niet alleen af van het gebouwontwerp. Om te beginnen is het van belang dat mensen rustig worden toegesproken. Je kunt natuurlijk ook een slow whoop aanzetten Dat is ongeveer het geluid dat ooit gebruikt werd om te waarschuwen tegen Sowjet-troepen die elke eerste maandag van de maand Nederland dreigden binnen te vallen, maar dat is al weer een tijdje geleden en het is maar de vraag ofjongere bezoekers het geluid op de juiste wijze zouden interpreteren. Verstandiger is het als een van de spelers vraagt om zaallicht en het publiek uitlegt dat de voorstelling even onderbroken wordt en dat iedereen zich buiten moet verzamelen tot de brandweer is geweest om te controleren of alles veilig is. Als dan bovendien de vluchtwegen goed zijn aangegeven, breed genoeg zijn en niet worden geblokkeerd door bierkratten, kleedkisten en folders van de voorstellingen van vorig jaar, is de kans groot dat iedereen veilig buiten komt, althans iedereen die beneden in de zaal zat. Op het balkon is het bovendien van belang dat de bezoekers niet verstikt kunnen raken door rook en hete gassen. Rook verstikt en hete gassen verbranden je longen. Beide zijn dus echt levensgevaarlijk. Hetis dus zaak om de zaalbij brand effectiefafte sluiten van de omliggende ruimten. Vaak wordt de zaal dan ook beschouwd en gebouwd als een apart brandcompartiment. Afhankelijkvan de groottevan zaaIen toneelhuis wordt het toneelhuis soms beschouwd als onderdeel van dat brandcompartiment, maar als zaal en toneelhuis samen groter zijn dan 1000 m2 eist de brandweer meestal dat ze als gescheiden ruimten worden aangemerkt. In normale omstandigheden mag daartussen een open verbinding zijn, maar bij brand moeten beide ruimten worden gescheiden. Aangezien de open verbinding de toneetopening is, hebben we het over een flink oppervlak

PROSCENIUM: EEN DOEK DAT DE DRUK VAN HET VUUR KAN WEERSTAAN 25


dat gestoten moet worden bij brand. Dat oppeMak wordt bij de brand ettertijk onder zware druk gezet: de rook- en gasontwikkeling zorgen voor een enorme druk. De brandscheiding mag onder die druk natuurhjk niet bezwijken. De eis die aan een brandscherm gesteW wordt is dat het een druk van 40 pasca per vierkante meter moet kunnen weerstaan voor een periode van minimaa een uur. Dat betekent een druk van 4 kiLogram per vierkante meter. Bij een toneeLopening van 16 breed en 8 hoog is dat een totaLe druk van 512 kg. Wetke brandschermen worden toegepast? Een conventioneeL brandscherm is een staLen schuifdeur, die bij brand de opening tussen toneeL en zaaL afsluit. Een dergelijk scherm is in een flink aantaltheaters nog te vinden. Het conventionele brandscherm heeft enkele grote nadelen: Het is duur. Dat maakt niet veel uit als het er al hangt, maar bij vervanging is de prijs natuurlijk wel belangrijk. Het neemt ruimte in. Dat is echt een zeer groot bezwaar. Het is voor de voorstelling van belang dat de ruimte tussen spelers en publiek zo klein mogeljkis. Preciesin hetbrandpuntvan aandachthangteen brandscherm in de weg. Het lijkt misschien een kleinigheid dat de afstand tussen acteurs en publiek 20 cm te groot is (en bij een dubbel brandscherm soms wel 80 cm), maarjuist omdat het om de essentie van het contact tussen spelers en publiek gaat telt iedere centimeter. Het is erg zwaar. Je kunt er beter niet onder staan als het naar beneden komt. Een stalen brandscherm vraagt om aanvullende voorzieningen. Van zichzelfis het namelijk niet bestand tegen de hitte. Reden om een stalen brandscherm te voorzien van een sprinklerinstallatie. Het scherm raakt dan niet oververhit en zal niet vervormen. -

-

-

-

GtasvezeL en roestvrij staaL Nieuwe brandschermen zijn vrijwel allemaal gemaakt van glasvezeldoek. Glasvezeldoek? Is dat sterk genoeg? Waait dat niet direct weg bij een zuchije wind of rook? Wat kost dat wel niet? Voor het antwoord op die vragen heb ik een bezoekje gebracht aan de firma Gorter in Wormerveer. Dit bedrijf importeert en verkoopt brandschermen van glasvezeldoek. Ze zijn daar niet uniek in. Ook een firma als Colt levert brandschermen van glasvezeldoek, maar Gorter is in Nederland wel de enige die doeken levert van het merk Stöbich en deze zijn als enige voorzien van een Nederlands veiligheidscertificaat. Hoe sterk is een glasvezeldoek? Een glasvezeldoek is licht en sterk, maar hetis op zichzelf niet sterk genoeg als brandscheiding. Zeker niet als het gaat om grote oppervlakten. Om die reden worden in het doek ook draden van roestvrij staal ingeweven. Daarmee wordt het doek zo sterk dat het gegarandeerd wordt tot 100 pascal per vierkante meter, ofwel 10 kg/m2. Voor ons scherm van 16 bij 8 is dat een totale druk van 1280 kg. en dat is 2,5 maal wat de brandweer als minimum stelt. Maar hoe sterk ook, waait het niet weg? Om dat te voorkomen is een eenvoudige constructie bedacht. Het doek is aan beide zijden voorzien van een brede zoom. Die schuift over roestvrij stalen staven die links en rechts in de geleiding staan (figuren 1 en 2). Als het doek gesloten is en de druk wordt opgevoerd, wordt hard getrokken aan de staven. Aangezien ze zijn opgesloten in een profiel kunnen deze staven niet weg. Wel zorgt de druk ervoor dat de kieren links en rechts van het doek worden afgesloten (figuur 3). VoordeLen Het doek lijkt dus sterk genoeg om de druk te weerstaan, maar het is

jij!jMPCO USIUjL:[

. . .

. .

Sate of Professionat Audio Equipment

Paskiare oplossingen voor elk project Advîes, ontwikkeling en realisatïe Technische ondersteuning en opvolgîng Bekabeling Akoestische studie

Hoek 76 Unit 72 2850 Boom Tel: 03/844.67.97 Fax:03/844.67.46 Contact: Steven Kemland e-maîl: steven@ampcobelgium.be

AKG MOTU

• •

1

AKG WMS4000 UHF WIRELESS

ASL • BSS • CREST AUDIO • GARWOOD • FURMAN • MARTIN AUDIO • MIDAS SMART CABLE • MEDIA MATRIX • QUESTED • RENKUS HEINZ • VARIPHONE • )CrA


Lastig om datte controeren. Eris geen oven in Europa die groot genoeg is om te testen of het doek ook bij grote oppeMakten sterk genoeg is. Voor de normering en de certificering is dat geen probLeem. In de norm is vastgeegd dat voor doeken die groter zijn dan 2, 40 x 2 m niet bewezen hoeft te worden dat ze aan de norm voLdoen. Dat is nameLijk de maat van de grootste oven die nu beschikbaar is. Dat is prettig voor de fabrikant, maar voor Gorter was het reden om zef een test te doen. Men heeft een doek gespannen en daar is men vervogens met een vrachtwagen op ingereden met een sneLheid van 50 km per uur. Het doek bLeef heeL Dat is natuurLijk geen gecontroLeerde test en het heeft ook geen bewijskracht voor certificering, maar het geeft we aan dat een gasvezedoek niet hoeft onder te doen voor een staren scherm. Een gasveze[doek is dus functioneeL gelijkwaardig aan een stalen scherm, maar het heeft een aantal voordelen die een stalen scherm niet heeft. Het neemt veel minder ruimte in. Aangezien het gaat om een rolgordijn is zeerweinig ruimte nodig om het te plaatsen. De cassette waar het gordijn in opgerold is, is meestal niet breder dan de dikte van de prosceniumwand en kan dus in de opening zelf worden gehangen zonder hinder voor sluitertrekken, voordoek en zaaltrekken. Uiteraard wordt in een bestaand theater de toneelopening dan iets lager (circa 40 cm), maar vaak is dat geen ramp en bij een nieuw theater is het zelfs een kwestie van eenvoudigweg een iets hogere toneelopening maken. Een brandscherm van glasvezeldoek is ook veel goedkoper dan een stalen scherm. Een stalen scherm is al gauw vijf maal zo duur. Bij een bestaand theater kan het dan ook de moeite lonen het oude brandscherm te verwijderen. De ruimte die daarmee beschikbaar komt kan benut worden om de toneelhijsinstallatie opnieuwin te delen. Juistop dit moment, nu toch een groot deel van de installaties vervangen worden, is het een goed moment om te kijken of die mogelijkheid bestaat. In de schouwburgen van onder meer Amsterdam en Nijmegen betekende deze ingreep een forse verkleining van de afstand van de eerste rij in de zaal tot de eerste decortrek en daarmee van de afstand tussen acteurs en publiek en dus een grote verbetering van de bespeelbaarheid.

Wanneer wet en waneer niet? Waarom wordt een brandscherm soms wel en soms niet geëist? Dat hangt af van de brandweercommandant die het gebouw moet beoordelen. Of een brandweercommandant een gebouw als brandveilig bestempeld hangt af van vele factoren. Niet in de laatste plaats van zijn eigen kennis en ervaring. Bij mensen in het theater bestaat dan ook vaak de indruk dat er net zoveel regels zijn als dat er mensen werken bij de brandweer.

1

1

;=())

Geleiding van hetbrandwerende doek(figuur 1 en 2)

Bij Warmte-Ontwikkeling neemt de druk toe en worden de kieren afgesloten (figuur 3)

J—--

-.

\_

\

Tekeningen: Eric HeIdens Overgenomen uit Zïchttijnen nr. 94 mei2004

. PROSCENIUM: EEN DOEK DAT DE DRUK VAN HET VUUR KAN WEERSTAAN 27


OLLOQUIUM: GELUID, LICHAMELIJKHEID EN THEATRALITEIT Ivo KERSMAEKERS

op zaterdag 8 en zondag 9 mei organiseerde de Universiteit Antwerpen en MUHKA een internationaaL cottoquium over getuid, LichameLijkheid en theatratiteit. In het nieuwe audi torium van het FotoMuseum werd besproken hoe getuid kan worden ingezet in de podium kunsten.

4:

Christoph De Boeck van de faculteit theaterwetenschappen (UIA) organiseerde dit co[oquium naar aaneiding van zijn studie over de structuur van het geluid versus de dramaturgie. Literatuur over dit onderwerp is zo goed als onbestaande, zei hij in zijn inleiding. Het vakgebied is heel ruim, alsook de verschillende methodes die worden toegepast. Daarom koos hij voor een brede waaier van invalshoeken. Met name het fysieke aspect van geluid en de theatrale mogelijkheden van dit medium kwamen aan bod. Voor dit colloquium werden mensen uitgenodigd uit verschillende disciplines, van geluidsontwerp voor theater, experimentele elektronica en installatiekunst tot de creatie van algoritmische omgevingen, interactieve software en nog veel meer. De reeks werd geopend door Jelle Dierickx ook bekend als Krikri onderzoeker aan de faculteit musicologie van de universiteit van Gent. Hij ging van start met een historische inleiding over het verschijnsel “polypoetry”. Deze beweging benadert de woorden niet als een verhaal, maar voor de klank an sich, en speelt zo het musicologische uit tegenover de literatuur. Zo wordt er met gedichten gewerkt die geen betekenis hebben maar wel een belangrijke klankwaarde. De dichter ontdekt terug zijn lichaam en stem als instrumenten. Jelle Dierickx trek deze traditie door naar de hedendaagse kunst, waar het gebruik van multimedia, tape, cd, md de weg hebben gevonden in de dichtkunst. Een interessante toepassing ziet hij in toestellen die bewegingen onmiddellijk omzetten in klanken, hetzij door middel van radar of sonar, hetzij door laserstralen, hetzij door computerprogramma’s die reageren op bewegende beelden. Zo is het niet alleen de stem van de acteur die geluiden produceert, maar wordt het hele lichaam een instrument. -

Sodetas Raffaetto Sanzio

-

Michael van Hoogenhuyze (1946) werkt als kunsthistoricus al meer dan 25 jaar in het kunstonderwijs. Momenteel is hij docent en hoofddocent aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij lessen kunsttheorie en kunstgeschiedenis geeft aan de Interfaculteit Beeld en Geluid. Als dramaturg leverde hij bijdragen aan theaterproducties van Paul Koek (ZiHollandia). De afdeling Beeld en Geluid is een relatief nieuwe faculteit, en het resultaat van het noodgedwongen samengaan van het Muziekconservatorium en de Academie voor Beeldende Kunsten. In deze afdeling worden de studenten, die een in se individuele kunstvorm volgen, aangespoord om samen te werken. Het is de bedoeling dat ze hun “kunst” presenteren in een aantal presentatiemomenten. Dit doen ze ook in samenwerking met acteursopleidingen, zoals die van Maastricht en het Zuidelijk Toneel. Een opvallend verschil in de opleidingen bestaat er in dat de acteursstudenten veel wensen te repeteren en hard aan de voorstelling werken, in tegenstelling tot de academiestudenten die meer rekenen op de inspiratie van het moment, en zo niet alleen het publiek, maar ook zichzelf willen verrassen met het resultaat. Er wordt ook geëxperimenteerd met bewegende objecten en machines die geluid maken. Dit leidt tot interessante inzichten op het gebied van het al dan niet zichtbaar tonen van de techniek. Er is een trend de techniek te

28 PROSCENIUM: COLLOQUIUM: GELUID, LICHAMELIJKHEID EN THEATRALITEIT


romantiseren, en aes aan het pubLiek te aten zien, t.o.v. de stroming die net alLe technologie wenst te verbergen. Michael van Hoogenhuyze is van mening dat het tonen van de technologie de voorstellingen alleen maar interessanter kan maken. Als extreem tegenvoorbeeld gaf hij een beschrijving van een concert waarbij een man met een laptopje aan een tafel zat met links en rechts van hem een grote luidspreker. Prachtige muziek, maar een zéér saaie belevenis. Een van de problemen die in de opleiding worden onderkend, is de “moeiljkheidsgraad” van moderne kunst: de toeschouwer krijgt het hoe langer hoe moeilijker om het te duiden, aangezien er geen regels meer lijken te zijn. Als kunst niet aan regels gebonden is, proberen wij als publiek een betekenis ofeen regelte vinden. Zou de appreciatie van hedendaagse kunst dan niet betekenen dat we blij zijn uiteindelijk iets te ontdekken waaraan we ons kunnen spiegelen? Na de middag kwam de Spaanse Charo Catvo haar werk voorstellen. Sinds haar carrière als danseres bij Wim Van De Keybus en Ultima Vez is ze nu al meer dan tien jaar aan de slag als componiste/sound-designer. De overstap van dans naar geluidsontwerp was voor haar een logische stap: geluid is een dynamisch gegeven

Sodetas Raffaetto Sanzio

dat in de tijd verandert, net als beweging. Ze probeert dan ook geluid als beweging te behandelen. Charo heeft een voorkeur voor het gebruik van natuurlijke geluiden, die ze samplet, bewerkt en herhaalt. Ze heeft een voorkeur voor insectengeluiden, die wel heel bevreemdend overkomen. Voorbeelden uit haar werk voor Jan Fabre en Wim Van De Keybus kunnen ons in elk geval wel overtuigen. De Spaanse heeft ook het geluidsdecor verzorgd voor een documentaire film over Mongolië van Jan Broosens. Ook hier de theatraliteit van vervormde en verknipte realistische geluiden wat bijdraagt bij tot een droomerige sfeer die de realiteit ver overstijgt. Tot slot van deze eerste dag zien we een videoopname van een interview van Christoph De Boeck met de Britse componist Scott Gibbons. Scott Gibbons is voornamelijk bekend van zijn werk voor de theatermaker Romeo Casteltucci en zijn gezelschap, de Societas Raffaello Sanzio. Hij maakt voornamelijk gebruik van geluiden die door het menselijk lichaam worden geproduceerd, zoals voetengeschuifel,

eetgeluiden, ademen, hartstag, enz. Ook de stem is een belangrijke ktankbron voor hem, maar dan niet op de klassieke manier met woorden of zang, maar met soms ruwe oergeluiden. Veel van deze geluiden worden live opgepikt en bewerkt en terug weergegeven, maar evengoed worden ze gemixt met samples zodat het publiek absoluut niet meer weet wat ‘werkeljkheid” is en wat fictie”. Opvallend in het werk van deze “getuidsartiesten” is de ondergeschikte rol die de techniek speelt; het is slechts een middel om een doet te bereiken. Niettemin gebruiken zij de allernieuwste technieken met veel kennis van zaken, maar enkel in zoverre het ze helpt bepaalde gevoelens weer te geven. Op zondag waren er nog lezingen van Koen Tachelet, Kim Cascone, Bart Meuteman en Senjan Jansen, Yves De Mey en Atex Waterman, Josh Martin en Marko Petjhan.

.

Gtowing-icons, © Jan Fabre

PROSCENIUM: COLLOQUIUM: GELUID, LICHAMELIJKHEID EN THEATRALITEIT 29


%

BASTI-N 1 EUWS

EvaLuatie: Dit aanbod komt in aanmerking voor de vereiste vorming in het kader van de vormingsplicht voor ambtenaren. Het attest wordt uitgereikt op basis van de volgende evaluatiecriteria: aanwezigheid actieve participatie -

-

BASflvzw CURSUSSEN

CURSUS KLANK EN GELUID Deze cursus is bedoed voor ervaren poy4ente technici die zich wi[en speciaUseren in iiank en geluid DeeL 1 Luidsprekers en versterkers 1. Algemene akoestische kenmerken en basisbegrippen Psycho-akoestische kenmerken en fenomenen Versterkers: soorten en toepassingsgebieden 2. Luidsprekers: types en toepassingsgebieden Luidsprekerkenmerken zoals spreiding, gevoeligheid, drop van luidheid e.d. 3. Luidsprekers: vervolg Concept: concreet uittekenen en berekenen van installaties, geschikt voor specifieke toepassingen 4. Hands on: demo’s, tests, computer design van installaties Docent: Daniël de Bouck Tijdstip: maandagen 4, 11,18 en 25 oktober 2004 telkens van 10.00 tot 17.00 uur Plaats: CC Ter Vesten, Zwarte Dreef 2, B-9120 Beveren. Maximum aantal deelnemers: 16 Prijs (mcl. lunch): BASTf-leden: 280 euro, Niet-leden: 310 euro DeeL 2 Microfoons en toepassingen akoestiek Docent: Eric Sieijacobs Tijdstip: Woensdagen 10, 17, 24 november en 1 december 2004 telkens van 14.00 tot 21.00 uur Plaats: CC Ter Vesten, Zwarte Dreef 2, B-9120 Beveren Maximum aantal deelnemers: 16 Prijs (mcl. lunch): BASTf-leden: 220 euro, Niet-leden: 250 euro DeeL 3 Mengpanelen en randapparatuur Bespreken van Mengpanelen, Compressor, Limitor, Noise Gate, EO., Hall, Delai, CD, Dat, Mini Disque Docent: Raf Lenssens Tijdstip: Maandagen 10, 17, 24 en 31januari 2004 en 7, 14 februari 2005 telkens van 10.00 tot 17.00 uur Plaats: CC Ter Vesten, Zwarte Dreef 2, B-9120 Beveren Maximum aantal deelnemers: 16 Prijs (incL lunch): BASTF-leden: 405 euro, Niet-leden: 435 euro

30 PROSCENIUM: BASTT-NIEUWS

Info en inschrijvingen: Het bedrag kan overgemaakt worden op rekening nr. 402-5525161-38 van BASU met vermelding ‘cursus Klank en Geluid’. Men kan voor deze cursus ook per deel afzonderlijk inschrijven. Inschrijven kan tot 15 september 2004. Voor bijkomende inlichtingen kan men zich wenden tot het BASU-secretariaat. BELANGRIJK: BASU tracht het bijscholingsaanbod aan redelijke prijzen te organiseren. Daarom rekenen we er ook op dat wie inschrijft, ook daadwerkelijk deelneemt. Tijdens de voorbijejaren hebben we enkele onpreffige ervaringen gehad met laattijdige annulaties. Daarom volgende afspraken: wie een maand voorafannuleert, krijgt alle kosten terugbetaald, wie 14 dagen vooraf annuleert, krijgt 50% terug, wie nog later annuleert, betaalt de volledige prijs. Wij hopen dat u begrip hebt voor deze regeling. -

-

INVENTARIS Afgelopen wintertoerde ik voor het eerst met een kindertheaterstuk in het kleinere zalencircuit. De voorstelling was een herneming, en was gecreëerd in De Werf in Brugge. De Werf is een prototype van compacte efficiëntie. Klein en fijn. De zalen die daarop volgden waren soms ontnuchterend. Wat hadden we bijvoorbeeld? De vermomde parochiezaal, met de geluiden uit de gang van de school ernaast als extraaije. Devermomdefeestzaal, metdiezalige menggeur van braaksel en bruine zeep. De prachtige nieuwbouw, met een piepklein podiumvloeroppeMak, maar wèl wapperspots en een 03D in huis. De polyvalente zalen, met z’n uitbundig krakende uitschuifbare tribunes! De vermomde cinema De perfecte theaterzaal bestaat niet, maar is het andere uiterste toch niet iets te vaak aanwezig? Wie beslist er uiteindelijk over hoe theaterzalen fu n ction eren?

Vaak mensen zonder technische of artistieke opleiding, die foute klemtonen leggen naar bijvoorbeeld het kostenplaaije, de kwaliteit van de stoelen of het monumentale karakter van het gebouw. Dat een schouwburg in wezen een werkruimte is, met een aantal basisregels qua verhoudingen scèn e-publiek, laad-en lossituati es, ophangmogeljkheden,... is te weinig bekend. Dat een efficiënt uitgeruste schouwburg zichzelf terugverdientin manuren evenmin. Een van de doelstellingen van BASU is om deze boodschap kenbaar te maken en zodoende de toestand om te buigen naar een werkbare infrastructuur van zalen. Artikels over theaterarchitectuur, techniek en veiligheid in Proscenium, colloquia zoals tijdens de theatertechnische dagen (2000) in de Muntschouwburg en de contactdagen over “trekkenwanden” of “kunst en techniek” trachten bij leden en geïnteresseerden een nieuw klimaat te scheppen. Een aantaljaren geleden maakte BASTF een aanvang met het opstarten van de Theateratlas met technische fiches van de bestaande zalen. De kleine en minder goed uitgeruste en bemande zaaljes blijven echter buiten schot. Nochtans is het belangrijk een juist inzicht te krijgen in de werkelijke toestand van de bestaande infrastructuur, vooraleer stappen te ondernemen naar beleidsverantwoor deljken en overheid. Vandaar het idee om de bestaande inventaris zo snel mogelijk uit te breiden naar aLLe podia in Vlaanderen en Brussel. De bedoeling is in eerste instantie een eenvoudige Lijst op te stellen van aLLe podia (ook in open lucht), hun zitcapadteit, trekkenwand of niet, en internetLink. Het antwoord hierop willen we kennen tegen eind september. Alle tips zijn welkom. Yves De Bruyckere Wie informatie wil doorsturen kan dat bij Yvesdb@skynet.be.

L—

—

.


SERVIOTEC JOYSTICK AUDIO BVBA Raf Lenssens consulting

GELUID VOOR THEATER *Advjes van een specialist met ervaring in theater persoonlijke begeleiding *Voorstel totaal-project of losse apparatuur

Specialist in uw voLledige theateruitrusting, zowel voor nieuwbouw als voor kleine of grote renovaties. Wij bieden U geïntegreerd of afzonderLijk: metalen draagstructuren, loopbruggen, beweegbare podia, eLektrische trekken (van prijsgunstige tot snelle computerge stuurde systemen), aLsook de bijkomende benodigdheden: doeken, horizonts, danstapijten, Aarzet niet voor vrijblijvende inlichtingen en raadgevingen.

*opleiding, vorming, cursus geluid in uw eigen theater —

Tel. + 32 (0)51 24 00 96 Fax + 32 (0)51 21 04 92 servio@skynet.be

VERKOOP VAN TOPMERKEN AUDIO Soundcraft, Midas, Sennheiser, Lexïcon, Meyer Sound BSS Tascam, Neumann, AKG, Shure, RPG, DPA dbx, Klark Teknik, d&b Multikahelsystemen, ....etc... ,

contacteer: Raf Lenssens Joystick audio Luchterenstraat 25 A 9031 Drongen Tel: 09/2363718 Fax: 09/2363719 GSM: 0475/669849 joystick@skynet.be

www.joystick.be

ÏÏ/ff=) ÏI TI° Wr4JI L II Exclusïef distrïbuteur Benelux

Distribution of professional Iighting equipment

Service and support ‘Intelligent’ Iïghting for theatre and projects

Exclusïve distribution -

___J1_____

Cirro . CIay Paky • CLS • E-CUE • Major MA Lïghtïng • Rainbow • VarÏ*LÎte •Xilver

Distribution GE Lightïng

•

Osram

•

Philips


1

!

1

(11 ED

eS

(0

S

VI

0)

ED

(S

Lâr

0) -S’

0,

0

ED

0)

4»

a

0)

3aJ

t 0

S

La

0)

1:

ED 0,

(0 S 0

4W

0

S

%%

0

4»

4-.

0)

c Ic c

1

0=Y

0

LOfrIQOP


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook