üc:ri B.A.S.T.T. vzw Stadsschouwburg Meistraat, 2 2000 Antwerpen (03) 231 97 50 verschijn t driemaandelijks
verantwoordelijke uitgever Dré Darden, Campinaweg 10, 2960 Striob-in-’t Goor
O°’ 2000 ANTWERPEN 1
TIJ DSCHRtFT
l BELI BFLUIE BLLGIQ
Jerôme Maeckelbergh RIjke euke1ertstrt 6 5-2000 Antwerpen 1
nummer 53
Minardschouwburg te Cent
‘
—
december ‘94
foto: Kristien Daem
1
INHOUDS PAG INA BASTT 1.3-8.
MINARDSCHOUWBURG te GENT Koen Van Synghel
2.
IN MEMORIAM ROMAIN DE CONINCK
9
11.
—
2
P.C. ARENBERG: AUDIO EN VIDEODISTRIBUTIE Guido Snoeck
14.
—
LUSSEN EN OGEN AAN STAALKABELS Rinus Bakker
15. 16
REKLAME —
18
—
17.
EENVOUDIGE GELUIDSBEWERKING MET DE PC. Ivo Kersmaekers
19.
NIEUWE VOORZITTER JACQUES BERWOUTS
20. 21
VARIA —
23
—
22.
ELEKTRICITEIT & THEATER Guido Snoeck & Mon De Leenheir
24.
BASISCURSUS THEATERTECHNIEK VOOR PROFESSIONEIEN Dré Darden
25.
BASTT FEVECC Dré Darden & Eric Van Droogenbroeck
26.
CURSUSSEN
27
:
december 1994
—
—
30.
VARIA
—
31.
REKLAME
32.
1995
%:
; .
...
.
..
OISTAT
de Volkskliniek van Gent overleed gisteren de 79-jarige revueschrijver, toneelakteur en -regis seur Romain I)e Coninck. [)e Coninck heeft als f)[)’0lget van Henri Van I)aele ge(lurende tientallen jaren zijn stempel gezet op liet votkstoneel III Gent. Hij was met zijn gezelschap ‘I)e Beren de enige die de Minardschouwburg hespeelde en daarvoor meer dan 140 satirische stukken schreef. Als een echte volksschrijver nam hij vele uitwassen van de Gentse samenleving op de korrel. Zo kwam er een nieuwe revue toen tie Gentenaars verplicht moesten overgaan op een nieuwe vuilnisbak. De politie en het stadsbestuur vormden voor hem een onophotidel ijke inspiratiebron. Ook t)UitCfl Gent kreeg een hele reeks stukken bekendheid Er waren toneelverenigingen die het Gents van Rornain De Coninck ‘vertaalden’ in hun streektaal. Romain De Coninck brak in de jaren tachtig nationaal door met tv-vertolkingen van Het stantcafé, Nonkel Miele en De filosoof van Hagel?z. Ook was hij naast Gaston Bergrnans en Leo Martin te zien in î)e kolderbrigade. Romain [)e Coninck die een expressieve ‘kop had, trad ook naast Willeke van Ammelrooy op in de films Mirci en Het dwaaltk-ht. Daarnaast had hij satirische moppenrubriekjes op de BRTN en produceerde hij ook enkele tientallen meezingers die op singles en lp werden gezet. (CVDP)
Ï
.
,
MÏNARDSCHOUWBURG
hoe een theater theater maakt Tussen 1 847, het jaar waarin het ‘Vlaamsch theater’ werd geopend en de Minardschouwburg van 994, liggen niet alleen 1 50 jaar Gents theaterleven maar ook een stuk geschiedenis van de theaterbouw. Het verhaal dat begint bij François Martin Louis Minard en eindigt voorlopig bij de renovatie naar een concept van de architect-scenografen Luc Dhooghe en Rose Werckx. Toen Minard op 27 juni 1 847 de deuren van de schouwburg opende deed hij dat niet alleen als eigenaar, opdrachtgever en sponsor, maar ook als aannemer en architect. Hij had een klassiek negentiende-eeuws lijsttheater met liervormige zaal gebouwd. Voor de gevelcompositie liet hij zich inspireren door de Italiaanse renaissance-architectuur, maar voor de rest ging hij heel eigengereid te werk. Als eigenaar zorgde Minard ervoor dat de zaak rendabel was, ook als er niet gespeeld werd. Daartoe voorzag hij een koffiehuis op de plaats waar vandaag de inkomhal ligt, waardoor de zaal aanvankelijk langs één van de zijdeuren diende betreden. Daarnaast zorgde hij in de Korianderstraat voor een tweede toegang, met name een trap naar de derde rang, het paradijs en het parterre. In tegenstelling tot wat de term parterre’ laat vermoeden had Minard die niet op het gelijkvloers maar op de eerste verdieping gesitueerd, op hetzelfde niveau en in het verlengde van de foyer. Bovendien had hij een systeem bedacht om het parterre met planken dicht te leggen, waardoor zaal, foyer en scène tot één feestzaal konden worden omgetoverd. Na de verbouwingswerken van 1 905 onder leiding van architect Jules Pascal Ledoux kon dat feest niet meer doorgaan: Ledoux liet het parterre zakken tot straatniveau. Door deze zware ingreep werd herstellingen aan het stucwerk in de zaal noodzakelijk. Ledoux heeft daarbij flink gebruik gemaakt van gipsen maskers, putti’s en muziekinstrumenten uit bestaande omamentencatalogi. Het was ook Ledoux die de hoofdtoegang definitiefverplaatste naar het midden van de voorgevel. Het koffiehuis van Minard veranderde daardoor in de Grand vestibule dattente accessible au public des premières’.
3
Na de dood van Minard en de bouw van de KN. S verloor de schouwburg zijn Vlaamse en volkse karakter. De Franse opschriften van Ledoux zijn tekenend op zich, maar de uiteindelijke verburgeljking van de Minard hangt ongetwijfeld ook samen met de verbouwingen die nog geen twintig jaar later werden uitgevoerd door de architecten-aannemers A. & P. Serck. Zij breidden het balkon op de eerste verdieping weliswaar uit met een veertigtal zitplaatsen, maar het toch was vooral een plek om ‘te zien en gezien te worden’. Maar, zoals de ‘heren’ na de oorlog uit de herenhuizen verdwenen, zo verliet de burgerij ook de Minardschouwburg. Romain Deconinck en zijn volkstheater namen er hun intrek. Fundamentele werken werden er sindsdien niet meer uitgevoerd, met als gevolg dat het gebouw aan het eind van de jaren tachtig weinig meer was dan een uitgeleefde, melancholische bouwval. Een bescheiden restauratieproject kwam op gang, maar toen in 1991 bleek dat het gebouw nauwelijks funderingen had, stond vast dat de restauratie grondiger moest worden aangepakt. Het renovatievoorstel van het architectenduo Luc Dhooghe-Rose Werckx omvatte ondermeer de sloop van het oude scèneblok en de nieuwbouw van een verbrede en verdiepte scène, met uiteraard het behoud van de historische zaal en het toegangsgebouw. De belangrijkste leidraad bij dit alles was het streven om van een historische schouwburg een speelruimte te maken voor hedendaags en toekomstig theater. Fundamenteel voor Dhooghe-Werckx was het mogelijk maken van diverse speelwijzen binnen de limieten van een klassiek lijsttheater en wel zonder afbreuk te doen aan de historische geest van de Minardschouwburg. Het concept steunt op drie pijlers: theater als laboratorium van het geheugen, theater als verlengstuk en spiegel van het stedelijk weefsel én theater als werkplaats. Daarom werd er ook gezocht naar architecturale middelen om het contact met de toeschouwer te herstellen, zodat de theatermaker in staat gesteld wordt om zich los te maken uit het ongenaakbare schrijn, de zwarte toverdoos of de black-box, die theater doorgaans herleidt tot een tweedimensioneel prentje. .
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0
]1oofdi,ga) \‘aIporn
11 apzaal
Ififil
baana
loa Cl IlgaIl
K catia l&. istt
lg,g Ad
111111 Slifitle
[oel a)lICSLCfl lcfltkla
al
lechai N1ulii(tictIoicc zaal
e
Flefpad
11111
Zijtoneel
4
aal
IlkoflIllIl fl11
MI NARDSCHÖUWBURG
Vandaar dat in de Minardschouwburg een vergeten concept uit de theatergeschiedenis, met name het creëren van één continuë ruimte voor spelers en publiek, geactualiseerd wordt. Dit wordt ondermeer bereikt door scène, zaal en toegang op één niveau te situeren, waardoor er aangeknoopt wordt bij Minards oorspronkelijke concept van ‘mukiftinctionele zaal. Maar ook door in de scènetoren balkons te hangen die rechtstreeks in verbinding staan met de balkons in de zaal wordt de continuïteit tussen podium en zaal nog eens geaccentueerd. Bovendien beschikt de zaal over technische voorzieningen om als ‘scène te kunnen functioneren. Hierdoor zijn de rollen van zaal en scène moeiteloos omkeerbaar: het podium wordt publiekszaal en de historische theaterzaal kan in de traditie van het renaissancetheater als een concreet decor in het spel worden geïntegreerd. De toeschouwers kunnen dus om het even waar plaatsnemen, zoals het spel om het even waar kan plaatsvinden: op scène, in de zaal, op de balkons en zelfs op straat. Want het beeld van toeschouwers, leunend over de balkons, zal ongetwijfeld het beeld oproepen van een straat. Een theaterstraat, die in geest van Minard dé plaats is voor volks theater. In deze context krijgt de toneellijst ook plots de bijkomende betekenis van triomfboog, wat meteen de idee van theater als verlengstuk en spiegel van het stedelijk weefsel illustreert. In functie van de venvisselbaarheid van scène en zaal werd ook het principe behouden van een tweede toegang in de Korianderstraat. Een toegang achteraan de scène wordt doorgaans gereduceerd tot diensttoegang voor artistiek personeel of poort voor aanvoer van decorstukken. Maar door deze toegang wat terug te trekken van de rooilijn ontstaat er een beschut buitengebied, interessant voor het laden en lossen bij regenweer, maar tevens een potentiële locatie voor openluchttheater, aangezien zowel de scène als de artiestenfoyer op deze plek uitkijken via deurramen die kunnen geopend worden. Ook in de Walpoortstraat stopt het theater niet bij de voordeur. De traptreden werden een soort proscenium, waardoor de neo-renaissancistische verbreed tot een smalle gevel het karakter krijgt van een steengeworden theaterdecor. Het uitwerken van de natuurlijke helling met trappen is een knipoogje van de ontwerpers naar de amfitheaters een ingreep die vooral betekenis heeft als aanzet tot openluchttheater. Precies deze aandacht voor straat- en openluchttheater en voor het opentrekken van de theaterproduktie illustreert niet alleen dat de Minardschouwburg zijn wortels van volkstheater terug heeft gevonden, maar ook dat de architectuur van een theater mee theater maakt. -
-
-
0 0
CI)
0
5
TECHNISCHE GEGEVENS 1. Afmetingen nieuw zaalgedeelte. Opening toneellijst: 7.90 M. Hart toneel tot zijmuren: 6.50 M (6.10 M achteraan). Achterkant toneellijst tot achtermuur: 20.80 M. Opening orkestbak: 2.65 M x 7.20 M. Hoogte toneelvioer tot rollenzolder: ca 13.30 M. Hefpodium (decorlift) 8.00 M x 2.60 M. Laadvermogen 8 ton, met rechtstreekse toegang naar de straat. —
—
—
—
—
—
2. Trekken. Situering tussen toneellijst en hefpodium. Aantal: 20 trekken boven het toneel. 2 zijtrekken. 0, —1, —2 trek v6Sr portaalbrug (evt. voor het inhangen van manteau). Bediening: electrisch, computergestuurd. Snelheid: variabel van 7 mm/sec. tot 700 rnm/sec. Toegelaten belasting: 250 kg/trek. Tussenafstanden: 30 cm hart/hart. —
—
—
—
—
—
3. Trussen. Aantal: 5 stuks, verrijdbaar op 4de balkon. 0 in nieuw zaalgedeelte: 3 (waarvan 2 met vaste bekabeling cee 16 A + 25 A). 0 in historische zaal: 2 (met vaste bekabeling). puntbelasting 250 kg. Toegelaten belasting: 1000 kg/trus —
—
—
4. Manteautorens verrijdbaar. Voorzien van horizontale buisjes (voor spots). Hoogte: 5.10 M. 5. Portaalbrug verstelbaar in hoogte. Dubbelzijdig opgebouwd, met langs beide zijden 2 ophangbuizen. Toegelaten belasting: 2500 kg. 6. Doeken. Poten: 2 x 7.00 M aantal 12 2.50 x 7.00 M aantal 13 Friezen: 2.50 x 14.00 M aantal 10 stuks Gaasdoek, horizondoek. 7. Genielift: max. hoogte om spots te richten 9.60 M. 8. Iichtcomputer. Compulite Micron 3E + monitor. Back—up consule + monitor. Sturing DMX 512. 9. Dinmers. 2 mobiele dimblokken met elk 24 kringen van 2,5 KW. 120 vaste dimmers 2,5 KW. 48 vaste dimmers 5 KW. 352 vaste aansluitingen. 10. Spots. ADB Zoomprofiel schijnwerper type DS 204 2 KW, 16 tot 36 graden: 15 stuks. ADB Zoomprofiel schijnwerper type DW 104 1200 W 15 tot 42 graden: 32 stuks. ADB Pebble convex schijnwerper type C 103 1200 W 5 tot 50 graden: 30 stuks. Niethammer volgspot type MZU 106 1200 W HMI 6 tot 17 graden: 1 stuks. ADB Horizonarmaturen type ACV 1001 P 1000 W: 20 stuks. 220 V: 24 stuks. PAR 64 1000 W Alle spots zijn uitgerust met CEE 16 A stekker. —
—
—
—
—
—
—
11. Toebehoren. Losse kabels, verlengkabels, multiblok, etc. : detaillijst op aanvraag.
MI NARDS CHOUWBURG V4ST PERSONEEL DIRECTEUR COORDINATOR TONEELMEESTER THEATERTECfINIEK THEATERTECIINIEK ONDERIJOUD
John DIERICKX Trees DE WEVER Marc LAMBERT Peter GOES Pascaf VANDENDAELE Tania COOLENS
4
[1
ii
EEEEEEEEEEEEEEEE tr=-t: i p
1
+
MINARDS CHOUWBURG theater voor theater door theater
Het werkingsprincipe van de vernieuwde Minard is voor Vlaanderen uitzonderlijk genoeg om er trots op te mogen zijn: drie autonome culturele organisaties die de handen in elkaar hebben geslagen om samen een schouwburg te beheren. V.z.w. Minard, die de schouwburg zal exploiteren, is namelijk het resultaat van een samenwerkingsverband tussen Kunstencentrum Vooruit, Nederlands Toneel Gent en Blauwe Maandag Compagnie. Zij zijn de bevoorrechte partners van v.z.w. Minard: hun zakelijke directies maken deel uit van de Raad van Beheer en zij stellen hun personeel en hun professionele kennis & kunde ten dienste van Minard. De efficiënte en zuinige beheerstructuur die zo tot stand komt, moet het mogelijk maken om met de bestaande financiële middelen meer te realiseren en dat is in de creatieve sector altijd mooi meegenomen. De eigenlijke basis voor de Minard-exploitatie is evenwel gelegd door de Stad Gent, die eigenaar is van het gebouw en het voor twintig jaar in concessie heeft gegeven aan v.z.w. Minard. Daarnaast is er eenjaarljkse subsidie van 12,5 miljoen frank voorzien door de Stad Gent en de Provincie Oost-Vlaanderen voor het dekken van de vaste kosten van de exploitatie. Minard bewoont Minard en in de financiële basisbehoeften is voorzien. Dat is het vertrekpunt voor de drie culturele partners, die instaan voor de artistieke invulling, m.a.w. voor de basisprogrammatie van Minard. En hier zal het eigenzinnige architecturale karakter van de vernieuwde schouwburg ongetwijfeld een rol gaan spelen. Het centrale podium fungeert als schamier tussen het raffinement en zelfs de lichte overdaad van de gerestaureerde Minard aan de ene kant en de ruwe soberheid van de aangebouwde nieuwe zaal aan de andere kant. Zo is er een bijzondere ruimte ontstaan, in een hedendaagse, eclectische aankleding, met de mogelijkheid van wisselende speelpiateaus en wisselende toeschouwersbezetting. Minard kan nog steeds het kleine, knusse theater zijn dat het zo lang is geweest, maar het kan ook groot en wijd zijn ofmiddelgroot en minder aangekleed. Per produktie kan de theaterruimte anders worden ingericht, de historische Minard kan dienen als decor voor een stuk dat vanuit de nieuwe zaal wordt gespeeld of omgekeerd, het publiek kan toeschouwer zijn vanuit verschillende gezichtshoeken. Niet alleen oefent dat architecturale kader invloed uit op de keuze van te programmeren produkties, het zal ongetwijfeld ook een uitdaging en een inspiratiebron vormen voor de theatermakers van vandaag en leiden tot de creatie van specifieke Minard voorstellingen. Op die manier zal Minard als artistieke entiteit én als ruimte voor theater een nieuwe impuls geven aan de creatieve cultuur in Vlaanderen. Dat v.z.w. Minard nieuwsgierig naar de toekomst kijkt, betekent echter niet dat ze de ogen sluit voor het verleden. Zo heeft de schouwburg nog een vierde bevoorrechte partner in de programmatie: het volkstheater. Als herinnering aan het werk van Romain Deconinck zijn er twee maanden van het seizoen juli en december volledig voorbehouden voor diverse opvoeringen van volkstheater. Tot slot worden er ook nog vijfentwintig speeldagen vrijgehouden voor manifestaties van andere culturele verenigingen. Die dagen krijgt de Stad Gent ter beschikking: zij beslist, in onderling overleg met v.z.w. Minard, over de invulling ervan. De manifestaties zelf worden professioneel begeleid door de vaste ploeg van v.z.w. Minard. -
-
-
-
-
-
-
-
In Gent, in de Walpoortstraat, is niet zomaar een sympathiek bonbonnièretheater uit zijn as verrezen. Er is een gloednieuwe schouwburg ontstaan, ruw en geraffineerd, uit respect voor het verleden, met oog voor de toekomst.
P C ARENBERG : AUDIO- EN VIDEODISTRIBUTIE. .
.
Het provinciebestuur van Antwerpen verbouwde de inkom en de daaropvolgende ruimten. De scène en omgeving blijven voorlopig onaangeroerd. De gevelbreedte is nu verdubbeld. De voornaamste ingreep bestond uit het inrichten van bar en toiletten op de eerste verdieping en een tentoonstellingsruimte op het gelijkvloers. Alle elektro—technische leidingen lopen naar een centraal lokaal. Telefoon, fax en data.lijnen zijn in elk bureel aanwezig. In iedere ruimte met publieksbeweging is er een geluids— en videodistributie voorzien. Tevens zijn er vier draagbare telefoons om in geval van nood bepaalde mobiele personen bereikbaar te houden. Met deze telefoons kan men vanuit het distributielokaal alle ingrepen melden en laten controleren. In elke publieksruimte is er een mogelijkheid tot selektie van vier geluids bronnen, een mikrofoonaansluiting en een extra AUX—ingang De begroting voor de videodistributie is nog niet afgerond, maar volgende opties worden in acht genomen. Bedoeling:
—
—
—
—
—
—
Bediening:
—
—
—
—
—
—
Bepaling:
—
—
—
—
Informatie voor de schouwburgbezoeker Werking provinciebestuur Programmatie P.C.A. Aksenten programma P.C.A. Pauze en einde vermelding Tentoonstellingen Eenvoud in verwerking van gegevens Geen extra tijdverlies Dagelijkse aanpassingen van 15’ Wekelijkse aanpassingen van 60’ Multifunktioneel Bediening door personeel P.C.A. Prijslijk en beste koop Duurtijd 4’ â 15’ Geen agressief beeldritme Geen cut op cut
HARDWARE Camera op statief
t,
VGA
CD RON
=
1
.
A A A
= = =
1 2 3
INKOM LOKATIE TENTOONSTEL.
VHS VHS
2
B1 B = 2 B= 3
BAR+ FOYER
(?)
3
C = 1 C = 2 C= 3
VIDEO—PROJ. in TENTOONSTEL.
1.0 Computer: AMIGA of P.C. en is in elk geval gebruiksvriendelijk en beschikt over een ruim geheugen en snelheid (420 MB en 66MHz klok). (VR): Als docimenten1ezer op A4 amara 1.1Video—c aanbod en toekomstig gericht Groot 1.2 CD—ROM: kunnen in het programma worden toegevoegd beelden Video 1.3 VHS:
9
2.0 VHS: Kan naar een of meer lokalen gestuurd worden 3.0
(?) Aansluiting voor extra toestel De toestellen 1,2 en 3 kunnen via een schakelsysteem naar drie lokatie’s worden gestuurd t.t.z: A: Inkorn, kaartenverkoop en tentoonstellingsruimte B: Bar en foyer c: Videoprojektie in tentoonstellingsruimte
SOFTWARE 1.0 Computer:
—
—
Amiga: SCAlA MM300(AGA) PC: Miro video DC1 TV met adobe première
EENHEDEN Configuratie AMIGA 4000/030 3 x 4MB fast RAM 420MB IDE harddisk Monitor Micorovitec Cubscan 1440 IV—24 A4000 (Genlock) Confïguratie PC 486 DX—66 vesa lokal bus 8MB—RAM 420MB harddisk voor data 210MB harddisk voor programma’s Soundblaster wave I’Iultiscan monitor Grafische kaart lokal bus met 2MB Video—signaal versterker: 3 stuks voor de standaard TV—toestellen TV—toestellen: Verdeelt over 3 versterker Groep A: 1 x 55 1 x 72 2 x 72
groepen telkens met een video—
cm Lokatie (op muur) cm Inkom (op muur) cm Tentoonstellingsruimte ( op muur—gyproc) Groep B: 2 x 55 cm Bar (op muur—gyproc) 2 x 63 cm Foyer (op muur—gyproc) Groep C: 1 x VP met filmscherm (2,4 x 1,8m) ( aan plafond—7Okg—max is voorzien) in de tentoonstellingsruimte
Schakelsysteem: Videotoestellen 1,2 en 3 naar groepen A en/of B en/of C Video—kamera: Met tafelstatief en documentverlichting CD—ROM: Dubbele snelheid VHS: 2 stuks 19”Rack: Voor inbouw 2 x VHS 1 x VGA—convertor 3 x Video—versterkers Nodige verbindings— en voedingssnoeren
P. C .ARENBERG : AUDIO— EN VIDEODISTRIBUTIE. Installatie en instruktie
REEDS VOORZIEN De coaxiale— en voedingskabels voor de TV—toestellen
In de toekomst zal eveneens met de verbouwingswerken op de scène, waarvoor nog geen definitief fiat gegeven is, videodistributie voorzien worden. Maar dat zien we wel.
SNOECK Guido
rF)
11
_ LUSSEN EN OGEN AAN STAALKABËLS Uit: ZICHTLIJNEN nummer 37, oktober 1994
T
heatertechnici zijn vaak verant woordelijk voor installaties waarmee zware lasten gehesen of verplaatst worden. Om daar veilig mee te kunnen werken, is het belangrijk te beseffen dat een installatie zo sterk is als haar zwakste schakel. Dat kan een oog of een lus in een staalkabel zijn.
Staalkabel De sterkte van een staalkabel is afhanke lijk van veel factoren. Van invloed is de manier waarop een staalkabel geconstrueerd is, dat wil zeggen het aantal staaidraden dat gebruikt is, de diameter van de afzonderlijke staaidraden en de wijze waarop ze onderling in strengen zïjn gerangschikt. Ook de treksterkte van de staalkabels (kracht per opper vlakte) is van belang. Die is afhankelijk van de kwaliteit van het staal waaruit de draden zijn gemaakt. In dit artikel zullen we daar niet nader op ingaan, maar we zullen ons beper ken tot de eindverbinding aan de kabel.
Normalisatie De Europese Unie heeft besloten om nor men op te stellen voor het vormen van een eindverbinding, zoals een lus of oog, aan een staalkabel waarmee hijs- span- sjor- trek- of sleepwerkzaamheden verricht worden.
Sterktevermindering Wanneer er een eindverbinding aan een staalkabeÏ tot stand wordt gebracht, treedt er sterkteverlies op. Dit is vergelijkbaar met een knoop die in een touw gelegd wordt. De mechanische sterkte van een eindverbinding is altijd gebaseerd op een combinatie van inklemmings- en wrijvingskrachten. Het is onzin om te beweren dat klemming voorkomen moet worden. Wel moet verstoring van de strengenligging in de kabel zoveel mogelijk worden beperkt: er mogen geen ab mpte liggingsverandenngen optreden! Zonder klemming is er echter geen wrijving, en zonder wrijving geen houdkracht. Efficiëntie De strengenligging van een kabel is in, of net achter een verbinding altijd min of meer Nicopress-klem
12
verstoord, en daardoor treedt er verzwakking op. Om aan te geven hoe groot deze verzwak king is, wordt de sterkte van een kabel met een bepaalde eindverbinding (onder specifiek voorgeschreven omstandigheden) vergeleken met de sterkte van eenzelfde kabel in een rechte lijn. Om de sterktevermindering aan te geven die veroorzaakt wordt door de eindverbinding, gebruikt men de term efficiëntie. Een eindverbinding met een efficïëntie van 60% bezit maar 60% van de sterkte (de breukbelasting) van de staalkabel in rechte lijn. De efficïëntie wordt soms ook uitgedrukt als een decimale breuk, waarbij de sterkte van de staalkabel zonder eindverbïnding op 1 wordt gesteld. Als een staalkabeÏ met een werklast van 100 kg door het gebruik van een slechte eindverbinding nog maar een werklast van 60 kg overhoudt, is de efficiëntie 0,6. In zo’n geval kan het verschil in de gebruikte eindverbinding uitmaken of het wel of niet veilig en verantwoord is om met die kabel een persoon te hijsen!
Breukbelasting Met breukbelasting wordt de waarde (kracht) aangeduid, waarbij er een breuk of blijvende vervorming optreedt in het te testen object. De omstandigheden waaronder hijs gereedschappen getest worden zijn specifiek voorgeschreven. In zon genormaliseerde proefopstelling wordt de zogenaamde werke lijke breukbelasting bepaald. De breukbelasting kan ook worden berekend op basis van gegevens als materiaalkwaliteit, afmetin gen en dergelijke. Men heeft het dan over de theoretische breukbelasting. Het zal niemand verbazen dat er tussen beide waarden een verschil kan voorkomen.
Werkbelasting Onder werkbelasting (WB) verstaan we de maximale last die met behulp van een kabel mag worden gehesen, oftewel de maximale kracht die ermee mag worden uitgeoefend, in welke richting dan ook. Synonïeme begrippen in het binnenland zijn: veilige werklast (V\VL) of werklast (WL). In het buitenland zijn de equivalenten: Nenntragfdhigkeit, Nenntraglast; safe working bad (SWL), working bad limit (WLL); charge
maximale d’utiÏisation (CMU). Deze werkbelasting dient onuitwisboar op een staalkobeistrop te zijn aangebracht.
efficiëntje. Voorbeelden van permanente verbindingen zijn: .
Veiligheidsfactor De vefflgheiösfactor (Vf) wordt ook wel de ontwerpfactor of gebruiksfactor genoemd. Dit is een getal dat de verhouding tussen de breukbelasting en de werkbelasting aangeeft. Deze verhouding zorgt voor de ‘ingebouwde veiligheld’. Men stelt per bedrijfssector bepaalde veiligheidseisen vast, afhankelijk van het ri sico op levensgevaar of economische schade in de betreffende sector. Deze veiÏïgheidsfactor wordt dan als minimum-eis wettelijk vastge legd. In praktijk betekent dit dat er bepaalde ontwerpnormen en rekenregels opgesteld wor den. In de industrie geldt in het algemeen voor staalkabeïs een Vf van 5. Dat wil zeggen dat de breuklast en de werklast zich verhouden als 5: 1. Bij de toepassing in liften geldt voor staalkabels vaak een Vf van 10:1 12:1. In beide gevallen geldt er naast zo’n V-factor ook nog een heel stel randvoorwaarden en gebruiks voorschriften.
Ongelukken in de entertainmentindustrie zijn al deze zaken nog niet eenduidig geformuleerd. en dat heeft geleid tot chaos in de omgang met de veiligheid. Er zijn al veel ongelukken gebeurd, waarvan een aantal met ernstige gevolgen, doordat voorschriften werden genegeerd, en er wat ‘geleend’ werd uit de marge van de veiliglieidsfactor. in feite werd het materiaal dus met meer dan de werklast belast! Om die reden wordt het begrip veiligheidsfactor steeds vaker vervangen door gebruîksfactor, maar in principe is dit hetzelfde. Ook blijft het zo dat het overbelasten van hijsqereedschap nooit is toegestaan. Een vaak gehoorde en zeker als redelijk te beschouwen V-factor voor de entertainment industrie is 8, dat wil zeggen breuklastwerklast = 8:1.
Oogsplits De efficiëntie van een oogspiits is circa 80%. Deze methode van eindverbindingen maken vereist een zeer degelijke kennis van staalkabels. Het is arbeidsintensief werk en dus duur. Op dikkere kabels is de efficiëntie minder groot dan op dunnere. in theorie is een splits losneembaax maar dat zal in de prak tijk niet gauw gebeuren. Niet alle kabelconstructies zijn overigens te splitsen. Het splitsen van staalkabels vraagt ervaring en vakkennis! Taluritklem of taluriet Bij het aanbrengen van een taluritkiem (ef ficiëntie: 90-95%), wordt een nauwkeurig aansluitende, ovale huis van een ‘kneedbare’ aluminïumlegering om de kabel geschoven, waarna het dode part van de kabel door de huls teruggestoken wordt. Na kiemming met behulp van bij voorbeeld een hydraulische pers is de huis vrijwel rond van doorsnede. (Hierbij kunnen de klemmîngs- of kneedkrachten voor een kabel van 10 mm al oplopen tot zon 100 ton!) Het dode part van de kabel moet altijd zichtbaar uitsteken. De taluntkiem is een re latief goedkope en zeer betrouwbare verbïn ding. waarvoor echter wel speciaal, duur, omvangrijk en zwaar gereedschap nodig is. Deze klem is toepasbaar op alle gangbare staalkabelconstructies. Talurit-typen met een conisch eind om het dode part zijn vanaf 1 januari 1995 niet meer toegelaten, omdat het dode part niet zichtbaar uitsteekt en daardoor de inklemmïng niet controleerbaar is. .
Permanente verbindingen
Nicopress-klem De nicopress-klem heeft een efficiëntie van circa 90°b. Deze variant op de taluritklem is geschikt voor dunnere staalkabels, tot maxi maal 6 mm. Met behulp van een tang met speciaal gevormde bekken wordt een voorge schreven aantal persîngen op de huls aange bracht, waardoor de huis van een ovale naar een ronde doorsnede wordt vervormd. Een re iatïef goedkope en zeer betrouwbare verbin ding, waarvoor wel speciaal gereedschap (de tang) benodigd is, en een zekere mate van vakkennis. Ook deze methode is toepasbaar op alle gangbare staalkabelconstructies. Vanwege de hoge betrouwbaarheid en het gemak bij het aanbrengen is dit een aanrader voor alle bedrijven en instellingen in de entertainmentindustrie, waar vaak staalkabel stroppen van kleine diameters gebruikt wor den.
Een staaikabel-oog kan aangemaakt wor den om een permanente verbinding tot stand te brengen. Dit is mogelijk wanneer de kabel niet door een zeer nauw gat geleid hoeft te worden om de verbinding tot stand te kunnen brengen, het oog nooit groter of kleiner gemaakt hoeft te worden en de kabel ook niet van lengte hoeft te worden veranderd. iedere permanente verbinding heeft een specifieke
Walsterminal De walsterminal (efficiëntie 95-100%) is een zeer slanke eindverbinding: de staalkabel wordt niet teruggelegd, maar de terminal wordt om het eind van de kabel gewaist. Daardoor ondervindt hij rondom een gelijke wrijvingskracht. Het oog bestaat uit een gat in het eindgedeelte van de terminal, en wordt
Buigen Voor alle eindverbindingen geldt dat de kracht alleen in de lengtenchting van de staalkabel mag worden uitgeoefend. Dwarse belas ting en/of zijwaartse buiging van de eindverbindingen is niet toegestaan. Voor vrijwel alle verbindingen geldt ook dat de kabel zelf niet gebogen mag worden in het gebied dat minder dan 6 kabeïdiameters van de eindverbinding ligt.
.
.
dus niet gevormd door de kabel zelf. Een fraaie, maar vooral een dure oplossing, die niet altijd bruikbaar is in het entertainment.
Tij delijke eindverbindingen worden gebruikt wanneer een kabelverbinding moet kunnen worden losgenomen, bijvoorbeeld om meervoudig te kunnen worden ingeschoren (om over een stelsel van schijven te worden gelegd), zoals op een mobiele kraan. Ook kan het nodig zijn om na verloop van tijd de rek te corrigeren die in een staalkabel opgetreden is. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij kabels aan liftkooien, portaaÏbruggen of trekroedes. In de loop der tijd zijn er enkele tientallen varianten op de losneembare eindverbinding verzonnen, en ze zijn bijna allemaal na verloop van tijd weer afgekeurd, meestal vanwege de hun geringe betrouwbaarheid.
afhankelijk van de diameter en constructie van de kabel. De grootte van het moment is op te zoeken in tabellen die bij de leverancier zijn op te vragen. Dit klemtype heeft goedkeuringsnummer 1287 van de Arbeidsinspectie, maar alleen voor staalkabels van 12.7, 15.9 en 25.4 mm. We hebben ons in verbinding gesteld met de Dienst Arbeidsinspectie van het Ministerie, en daar zegt men dat dit niet betekent dat de kleinere maten automatisch afgekeurd zijn. Deze klem kent wel het probleem dat het voorge schreven aandraaimoment zeer moeilijk te verwezenlijken is op plaatsen waar bankschroef en momentsleutel in de lucht moeten worden gehouden, bijvoorbeeld boven een trekroede. Dat installateurs hierdoor nog wel eens de hand lichten met de veiligheid, is een bekend euvel. Overigens gelden dezelfde be perkingen bij het monteren van U-bout klemmen op trekroede-ophangingen.
.
.
Tijdelijke (losneembare) eindverbindingen
Knoop Het knopen van staalkabels (efficiëntie 40-50%) is wettelijk niet toegestaan. Bovendien slippen knopen in staalkabels gemakkelijk los. Door de extreme verstoring en vervorming van de strengenligging is dit een uiterst inefficïënte verbinding. De knoop wordt hier vooral genoemd om er nog eens de nadruk op te leggen dat dit soort vindingrïjkheid uiterst onverant woord is en grote risico’s oplevert! De verboden U-bout verbinding
U-boutverbinding U-boutverbindingen, kabelkiemmen en kabelkiezen hebben een efficiëntie die tussen 60 en 80% ligt. Van dit soort verbindingen zijn zoveel slechte produkten op de markt gebracht, en er wordt zo vaak een foufieve verbindin gen mee gemaakt, dat het per 1 januari 1995 in de gehele Europese Unie verboden is om ze te gebruiken. Het was al verboden om deze klemmen te gebruiken in permanente verbindin gen, of op plaatsen waar dynamische belas ting voorkomt. Het feit dat deze verbindingen nog erg veel voorkomen, en dat ze vaak op volledig verkeerde wijze gemonteerd worden. is de reden dat ze hier wèl genoemd worden. Het is een voortdurende opdracht aan toneeltechnici om alert te zijn op mogelijke geva ren. .
Eureka-klem Deze klem (efficiëntie 60-90%) bestaat uit twee gelijkvormïge helften, welke door mid del van hoogwaardig stalen inbusbouten tegen elkaar getrokken worden, met de kabelparten ertussen (zie ook Zfchtlilnen 14, dec. 1990). Het aandraaimoment van de bouten is .
Wigkiem De wigkiem ook wel kegsocket, draadhuis klem ofliftsocket genoemd. heeft een efficiën tie van 80 tot 100%. Dit is de enige volledig toegelaten tijdelijke eindverbinding. Een spievormige kern klemt de beide kabelparten tweezijdig in een taps toelopend huis. Een aanvullende eis is dat alléén op het dode part een borging wordt gemaakt tegen het uit de klem slippen van de kabel wanneer die niet belast is. Deze borging wordt uitgevoerd met een U-boutklem (sic transit gloria mundi). Aan het huis kan de feitelijke koppeling tot stand worden gebracht door middel van een gaffel-pen verbinding. Er zijn symmetrische versies waarbij de gaffel in het hart van het draadhuis ligt. In dat geval wordt vaak de term liftsocket gebruikt. Bij de asymmetrische wigklemmen, waar de gaffel uit de hartlijn van het halende part is geplaatst, wordt vaak gespraken van draadhuiskiemmen. Kegsocket is de term die in het kraanbedrijf gebruikt wordt om een wigkiem aan te duiden. In Nederland wordt voor deze klemmen een efficiëntie van 100% opgegeven, in de Vere nigde Staten is sterkte van dit klemtype (wedge socket) op 80% gesteld! Rinus Bakker is directeur van Flashlight Rigging
LITERATUUR 1 . Drahtselle-Normen, DIN-Taschenbuch 59; Beuth, 1 990; ISBN 3410-12441-1 2. Handbook of Rigging, W.E. Rossnagel; McGraw-HiIl, 1988; ISBN 0-07-053941 -3 3. Eisen en beproevingsmethoden voor (.) staaidraad en staalkabels NEN 3560 4. Hijsgereedschappen Pl 1 5 1 t/m 3; Publicaties van de Arbeidsinspectie -
5. Hijsgereedschap 58W leerboek 21 3; 56W, 1992; Gouda
4
Cu1turee1 Centrum
pia StadhUiS
(urUU )
BOtWnarkt 2 ROESELARE soo
et Cultureel Centrum De Spil wenst voor haar Centn.im n opbouw reeds een
HQOËDTECHNICUS
(m/v)
an te werven
w zoeken eman die ‘
vô!doet aan het vend ptofiel:
maximum S5 jaat 5eJg ziJn, recent bewijs vn gQed zedeijk 9edrg kunren vocrIggen. minimum dpicma:
‘
T9chnisch Secund&r OnderwJ met 5 Jaar technische er’arfn
in de cuIturIë sector, of
hoger Technisch Qndefwîjs van het iang• f het kcrte typa met 2 jaw technische eriaring in d cItuteI sector. kunnen eÏd geven en samenwerken in pIöegverbnd inzicht in de techrische vereisten van een hedendase kunstprouctIe, betangstefllng voor cuttuur bereid Jn om zich in es1are le vestI•n. in het bezit ‘ijn van een rijbewijs B ‘
-
. 4
-
Bezoldiging volgens scha1 87 van ö gemeente Kanddaturen diener schrIftei]k geicht an de 1eer Voorzitter van de vzw. De SpU’ H. SpWeboutdree 1, 8$OO Roes&ate, verzId van ësn afschrift van het dpom en hët getugschrÏft van goed zedelijk gedrag 1t uiterlijk 27 janurJ 1 995
15
EENVOUDIGE GELUIDSBEWERKING MET DE PC. DEEL 2:
soorten samples Nu het geluid gesampled is kunnen we het opslaan als een file in de computer en kunnen we ermee aan de slag, ware het niet dat er verschillende formaten van samples op de markt zijn, die natuurlijk niet met elkaar compatibel zijn. Het is te vergelijken met de verschillende formaten van afbeeldingen (bvb. WPG, GIF, PCX, TIF, enz.) Van de samples die we zelf hebben opgenomen, weten we natuurlijk van welk type ze zijn. Waarschijnlijk van de soort die je gelietkoosd bewerkingsprogramma prefereert. Met samples die we krijgen bij programma’s, elektronische tijdschriften of via een BBS of internet, is dit niet altijd even duidelijk. Meestal heeft een sample een identificatie in de vorm van een ‘header, die het geluid vooraf gaat. Aan de hand van die header kan het gemiddelde programma zien welk vlees hij in de kuip heeft. Vaak kunnen we ook iets opmaken aan de hand van de extensie van de filenaam. Raw files (*JW of **) hebben geprompt worden voor informatie over grote (8, 16, 32, 64 of 80 bits) , de of de sample lineair of logaritmisch kanalen (1, 2 of 4).
geen header, en je zal de sample rate, de woordstijl (signed, unsigned) is, en soms het aantal
De meeste geluiden worden opgeslagen als lineaire samples. Bij unsigned sounds wordt de hoogte van de golf (in een 8 bits sample) weergegeven door een getal van 0 tot 255. Bij signed sounds is dit een getal tussen -12$ en +127. Het is mogelijk signed sounds, zoals Amiga sounds, te geconverteren naar unsigned sounds. (en vice versa) Dit geldt alleen voor lineaire samples, waarbij de amplitude in conventionele, lineaire nummers wordt opgeslagen. ,u-law samples zijn een andere manier om klank te coderen. In -law gecodeerde geluiden zijn de samples logaritmisch, ipv. lineair. Dit heeft het voordeel dat het een 14 bits resolutie geeft, terwijl het slechts 8 bits aan plaats nodig heeft. j-law codering wordt vooral op workstations gebruikt. Er bestaat ook nog zoiets als A-law. ji-law en A-law codering zijn de Amerikaanse en de internationale standaard voor logaritmische telefoon geluidscompressie.
W±ndows heeft een eigen formaat ontwikkeld, de PCM Waveforrn (*WAV) RIFF files. Deze lijken erg op het Arniga *.IFF formaat, maar is er niet helemaal gelijk aan. WAV-files zijn 8 of 16 bit, stereo of mono, en met een instelbare samplefrequentie. (ook de ADPCM Compressed Waveform is voor handen) Bij *.WAVfiles is het mogelijk geschreven informatie over de sample toe te voegen zoals titel, original artist, name, genre, key words, digitizion source, original medium, engineers, digitizer, comments, subject, source supplier, copyright, software package en creation date. Nu Windows meer en meer verspreidt raakt als interface, en er dus ook meer geluidsbewerkingsprogramma’s uitkomen voor Windows, wordt de *JJ standaard hoe langer hoe meer gebruikt. Sound Blaster VOC files (*.VOC) zijn ontwikkeld door de belangrijkste producent van geluidskaarten, nl. de Sound Blaster company. Praktisch alle geluidskaarten van andere producenten zijn compatibel aan de Sound Blaster norm. Voc-files kunnen bestaan uit verschillende delen, en loops en verschillende sample rates bevatten. Amiga Sound (*.IFF)files zijn altijd signed, mono of 8 of 16 bit mono of stereo. de standaard sample rate is 16000 kHz.
en 8 bit
Verder zijn er nog minder voorkomende types, zoals de *AUfiles van Sun/NeXt microsystems en de *.5NDfiles, welke beide i-law gecodeerd zijn, *.5F van IRCAM (gebruikt bij music software zoals theCSound package en the MixVieuwsound sample editor) en *54 van Turtle Beach Sample Vision. Apple-Macintosh is alweer een verhaal apart. We onderscheiden er de *AIFF files, gebruikt op de Apple lic/ligs en SGI, welk een soort multimedia drager is (meerdere beelden en geluiden in één file) en praktisch onleesbaar zonder de speciale af speel-software. De Macintosh HCOM files daarin tegen laten zich makkelijk inlezen in de meeste windows-programnia’s, maar de sample rate wordt niet altijd herkent, maar gewoonlijk dubbel zo hoog geschat als het in werkelijkheid is. Aanpassen dus. De meeste Macsound files zijn unsigned met een sample rate van 11025 of 22050 kHz. Natuurlijk zijn er de nodige converteer programma’s op de markt, waarvan het ene al beter werkt dan het andere. (mijn favoriet: SOnd eXchange van Lance Norskog thinman@netcom. com) Nu we alle geluiden kunnen inlezen die we willen, kunnen we ze bewerken. Dit behelst heel wat meer dan enkel knippen en plakken. Hierover meer in deel 3. Ivo Kersmaekers. Ï
17
BASTT NÏËUWS NIEUWE VOORZITTER Sinds Vorige van BASTT werd ik tot VOorzitter Dre Darden die deze Ofldankbare taak jaren op zich heeft genomen houdt het Voor bekeken. Hij Vindt Van zichzelf dat hij al te lang uit de actieVe running is om nog het voorzitterschap waar te nemen Van een aantal actieve leden. Gelukkig moeten we Dré niet helemaal missen en zal hij Ons nog met raad en daad blijven steunen Ervaring is en blijft wat men ook moge beweren een onmis— bare factor ook binnen de Vereniging Het is vanuit deze erVaring dat ik sterk getwjjfe heb het Voorzitterschap te aanvaarden Immers hoge bomen vangen veel wind en iongstle heeft het BASTT_bestuur heel wat kritiek te verduren gekregen als zouden zij de vereniging niet voldoende actief stuwen en teveel vervreemd zijn van de leden. Akkoord dat men na enige jaren van bestaan gaat drijven op routine, maar de weinige activiteiten die er dan toch nog zijn zoals het bijwer van een TT— gids, het organiser van een beurs, het voorbereiden en geven van een basis— cursus, het vertegenwoorjg van ons kleine land op een internationale lling en platform van teatertentoonste teatermakers, vergt heelwat energie van mensen die dit alles onbezoldigd en in hun vrije tijd moeten waarmaken Er is gemompeld dat BASTTbestuursleden zich op de vereniging konden verrijken door gebruj te maken van hun relaties binnen de theaterwereld en daarbij Vergeer men meestal dat die mensen Voor ze BASTT—lid Werden reeds Over deze relaties beschikten en dat ze BASTT helemaal niet nodig hadden om zich te verrijken als dit al het geval zou zijn geweest Het tegende kan eerder worden gesteld Het enige voordeel dat BASTT_bestuurs leden mogen genieten is een etentje na een geslaagde beurs als vergoeding Voor al hun niet Vergoed inspanningen. Niemand heeft ooit BASTT Vervoegd om zich te verrijken maar wel uit de over— tuiging dat de vereniging een platform kon worden om informatie door te Spelen en zodoende het werk aangena en meer up—to—date te maken. En daar wringt nog steeds het schoentje De informatie die wordt doorgesp00 komt teveel van bovenuit en te weinig van de collegas die in de verschillende regios werkzaam zijn. Het Verzamelen Van het materiaal Voor het tijdschrjf is telkens heksenwerk en men dient te Putten uit internationale publikaties omdat er van eigen bodem niets of weinig binnenicomt Herhaalde oproepen hebben totnogtoe niets opgelev Het Opstarten van region overlegcoj5 op initiatief van enkele collegas los van het BASTT_bestuur is een gelukkig initiatief dat naar wij hopen in alle provincies weldra zal Opbloeien. Wij hopen dan ook van die kant uit binnen de kortste tijd bergen informatie te zien binnenstromen over wat zich werkelijk afspeelt in alle regios van het in Vlaanderen om Zodoende onze taak als informatjeplat forrn ten Volle te kunnen vervullen Wat niet wegnee dat we de internatio_ nale activiteit zullen blijVen volgen. We zullen blijvend informeren Over wat zich j de buurlanden aan vernieuwing Voordoet maar even graag en nog liever informeren wij Over wat zich in de eigen regio afspeelt. Daarnaast Willen wij ook onze taak ten opzichte van de scenograf niet en zullen wi in de toekomst er zelfs bij het ministerie nog meer de nadruk opleggen geconsult te worden bij nieuwe projec zodat miskleunen die nu nog altijd het daglic zien kunnen worden vermeden. Naar ook Over bestaande ongezonde situaties willen wij graag berichten en agere Gevaarlijice ongezonde voorstellen tot verbetering het past allemaal onder de noemer van activiteiten van onze vereniging maar dit is slechts mogelijk wanneer onze leden “actieve leden” worden en hun ervaringen en suggestj5 aan ons doorspelen
C/)
0
(0 0)
z u (0
....
BASTT NÏËUWS SAMENSTElLING VAN DE NIEuWE RAAD VAN BESTUuR
Voorzitter:
Jackie Berwouts (O.V1.)
Ondervoorzitter:
Ivo Kersmaekers (A.)
Penningneester:
Guido Snoeck (A.)
Secretaris:
Dré Darden (A.)
Raadsleden:
Mon De Leenheir (A.) Frank D’haene (‘J.V1.) Rudy Dox (L.) Jerôre Maeckelbergh (A.) Chris Van Goethem (A.) Eric Van Droogenbroeck (O.V1.) Piet Verscheiden (Br.) Rose Werckx (Br.)
BRUSSEL IS EEN REPETITIERUIMTE RIJKER...
voor dans, theater, fotografie,... De ruimte ligt aan de Hollandstraat 39 te 1060 Brussel (tegenover het Zuidstation) en beschikt over: een verende parketvioer van 100 m2, douche, wc, kitchenette, cassette— deck en versterker (3*60W) Huurprijzen: 250,—/uur dagprijs 1 (zonderinschrijvingsgeld) geld) 350,—/uur dagprijs 2 (met inschrijvings avondprijs 1 350,—/uur avondprijs 2 450,—/uur dag = 2000,—B.fr. Inlichtingen: Aza Declercq, Dolfijnstraat 90 te 2018 Antwerpen, Tel.03/235.87.15 of ook: Diederik Van Coillie, Babeistraat 17 te 3320 Meldert (Hoegaarden), Tel.016/76.76.72. —
—
—
—
—
RUDY VAN QUAQUEBEKE OP DE EERSTE RIJ. BELEIDSREFLECTIES OP KUNST EN CULTUUR.
Met een inleiding door Marc Reynebeau en tekeningen van Kamagurka. Het gebeurt zelden dat een politicus aan de burger verantwoording aflegt over zijn beleid en zijn vizie toelicht. De flamboyante Gentse Schepen van Cultuur Rudy Van Quaquebeke ontziet er geen heilige huisjes. Voor al wie begaan is met de cultuursector is dit een belangwekkend boekje! Het eerste in een cultuur—filosofische en cultuur—politieke reeks ‘Reflecties’. 325,—fr, verkrijgbaar in de boekhandel. ISBN 90—72931—60—2
BASTT NIEUWS ELEKTRICITEIT & THEATER Herhaaldelijk stelden we vast dat deelnemers aan de basiscursus qua elektriciteitskennis nog extra bijscholing kunnen gebruiken. Om hieraan tegemoet te komen zouden we in samenspraak met FEVEC een cursus organiseren vc35r de BASTT—cursus (12—16 juni in Lokeren). Zo’n elektriciteitscursus is belangrijk voor een mogelijke evaluatie en wordt afgesloten met een examen. Wie slaagt ontvangt een certificaat. We zijn ervan overtuigd dat deze bijscholing belangrijk is en publiceren daarom een overzicht van de besproken items. Bent U geinteresseerd? Dring dan bij uw direktie aan, om deze cursus te mogen volgen. De kostprijs is nog niet bepaald. Het urenpakket zal ongeveer 40 uren in houden. We stellen het maximum aantal deelnemers op 15 personen. 1.
TET VAN OHN (gelijkstroom)
1.1.
1.7.
Elektrisch veld—Spanning. Symbolen en eenheden. Elektrische stroom. Symbool en eenheden. Elektrische weerstand(en). Svvboo1 en eenheden. Verhoudingen Spanning—stroom—weerstand t.o.v. elkaar. Oefeningen. Elektrisch vermogen. symbool & eenheden invloed U, 1 en R op P. Oefeningen.
2.
SOORTEN SPANNING.
2.1. 2.2. 2 3 2.4.
Gelijk—wisselspanning—Symbolen + eenheden. en’spanning. Verschillen tussen Battery—soorten—opladen. Iransformatoren—wat is VA.
3.
SOORTEN STROOM.
3.1.
Gelijkstroom
4.
SOORTEN WEERSTANDEN.
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
Serie/parallel. Combinatie. Invloed op het vermogen. Oefeningen.
5.
HOE ZIT EEN ELEKTRISCH NET IN ELKAAR.
5.1.
Van Centrale thuis 2 fazen t.. theater Hoogspanning. ,Çen22O/38O Vermogen berekening ,J. en Nefaste gevolgen bij gebruik,,Çen. Draad dikte/lengte/soorten. Zekeringen af zekeren.
1.2. 1.3. 1 1.3. 1.6. ...
—
—
.
.
5 2 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. .
.
wisselstroom.
—
—
21
6.
MAGNETISME.
6.1. 6.2. 6 3
Opwekken. Principe dynarno en elektrische meter. Magneetschakelaars
7.
SCHAKELINGEN.
7.1. 7.2. 7.3. 74.
Enkelpolig .enz + symbolen. TL—lampen. Afstandsbediening. Verliesstroornschakelaar gebruik
8. 8.1.
WERKEN MET MULTIMETER. Storing opzoeken.
9.
L, C kringen en invloed door frequentie + vermogen.
10.
Enkelvoudige begrippen van elektrisch reglement.
11.
Controle organismen + CEBEC
12.
Samenstelling materiaalkoffer + gebruik.
.
.
.
.
—
.
.
—
aarding.
.enz + wat is KW/u.
Guido SNOECK Non DE LEENHEIR
Vijanden van de veiligheid Veiligheid heeft veel vijanden, maar we zien ze zelden of nooit. Waar zijn ze, wïe zijn die vijanden van de vei ligheid ?
gaat het nog met een stuk isolatietape of met een extra knoop of lus en de voorlopige herstelling wordt permanente onveiligheid.
De ontdekker, met als motto’s “Al doende leert men” en “Met scha en schand wordt men wijs”. Mooie spreuken doch als men “Al doende” in contact komt, met oevaarlij ke produkten of hoogspanning, en de “Scha en schand” zijn bijvoor beeld ernstige brandwonden, dan had men beter op voorhand wat wijsheid opgedaan.
De routine-mens, die een bepaal de handeling honderd of meer maal per dag uitvoert en daardoor erg vertrouwd raakt met de eraan verbonden gevaren zolang de aandacht maar niet verzwakt of verdwijnt.
...
De improvisator, de man van de dul zend en één lapmiddeljes, die voor elke job het verkeerde gereedschap gebruikt: de schroevedraaier als beltel, het mes als schroevedraaier, De voorlopige hersteller, vol goe de voornemens die de reparaties steeds “morgen” of “volgende week” laat uitvoeren, maar och vandaag . . .
22
..
.
...
De nïeuwsgierige mens, die het niet kan nalaten te drukken op elk knopje, op elke schakelaar die hij ontmoet. Vroeg of laat zal er wel eens iets gebeuren met ernstige gevolgen, al was dat helemaal de be doeling niet ...
De betweter, die alles al heeft meegemaakt, die de machine waarmee hij werkt bijna zelf heeft uîtgevon den. Zon man hoeft toch geen instructies meer te lezen, laat staan
toe te passen
...
of toch?
De emotionele mens, enerzijds is er de persoon die angst heeft om een bepaalde taak uit te voeren of om een bepaalde machine te gebruiken. Zo iemand kan met de meest onverwachte schrîkreflexen reageren. Angst is een slechte raadgever Anderzijds is er de man die vecht met zijn machines. Het hout wordt de zaagmachine in geramd, krijgt nog een duw erbij, en wordt er aan de andere kant uitgesleurd. Als puntje bij paaltje komt is de verlie zer steeds dezelfde ...
Ook factoren als stress en vermoeidheid dragen hun steentje bij tot het onveilig worden van gelijk welke arbeidssituatie. Veel vijanden van de veiligheid be kijken we ‘s morgens onbewust in de spiegel.
BASTT NIEUWS BASISCURSUS TI-IEATERTECHNIEK VOOR PROFES S ÏONELËN Volgend jaar richt BASTT voor de zesde maal een basiscursus theatertechniek in. De plaats van handeling is ditmaal het Centrum voor Jeugdtoerisme “Verloren bos” te Lokeren en wel van maandag 12.06.95 om 16 uur. De hoofdlijnen van de cursus zijn de theoretische en praktische grondslagen van algemene theatertechniek, geluids— en belichtingstechniek, aangevuld met veiligheid, speciale effekten, muziek in het theater, produktieproblemen en de struktuur van het theater in Vlaanderen. We voorzien ook enkele demonstraties. Het wordt een zwaar lesrooster, dagelijks van 9 tot 22 uur (46 uur in totaal), maar een enthousiast interesse garandeert een prima resultaat. De cursusgevers zijn ook ditmaal theaterpractici met jarenlange ervaring in het vak. De cursisten moeten in het theatertechnisch beroep staan en persoonlijk lid van BASTT zijn. Het cursusgeld bedraagt 12.000,—fr voor BASTT, niet—leden betalen bovendien 750,—fr lidgeld; dit kan éénmalig op hetzelfde nummer : BASTT—cursus 880 3794441 .42 Hiervan dient v&r 1 mei ‘95 een voorschot van 2.000,—fr gestort te worden. Het saldo v5r 1 juni. Wacht niet te lang met uw inschrijving, er zijn reeds verschillende aanvragen en het deelnemersaantal is beperkt tot 24. .
In het cursusgeld is begrepen: het lessenpakket 4 overnachtingen (kussensloop en lakens meebrengen) ontbijt, middagmaal, vieruurtje, avondmaal
—
—
—
Ben je genterresseerd neem dan contact met Chris Van Goethem: Tel. 03/230.15.53 Fax. 03/281.12.75
23
\__‘
Legende 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
T1
-
*
.
jJ
-
_1
4-
if
t!
,— HaW Kasteel
24
:;z’
:
Eetzaal
.
Kasteel Koetshuis Parking Brugje Zwembad Sporthall Balspelen Atletiekpiste Speelbos Tennis Visvijver Basket Voetbal Voetbal Avont. Speelplein Speelweiden
BASTT:
FËVËCC
SAMENWERKING fEVECC
—
BASTT
In verband met de verplichte bijscholing werd tloor FEVECC een enquète gehouden bij haar leden. In samenwerlcing met BASTT werd een formulier samengesteld waarop de aange— schrevenen konden aantekenen voor welk specjfjel( deel van het vak theatertechnicus bij scholing verlangd werd op (leze enquète kwamen 35 reakties van groLe en kleine Culturele Centra: de directies kregen dezelfde formulieren als de technici Hieruit blijkt (fit de zechnici de volgende priorit-eiten hel)ben: ,
—
theatertechnische terminologie
veiligheid op de scène brandveiligheid hijstechnieken basis licht en geltiid en nieuwe apparatuur wie is waarvoor verantwoordeliji omgaan met receptieve gebruikers Bij de directies lopen de interesses bijna evenwijdig: lezen van technische fiches veiligheid OJ) de scène brandveiligheid alles over technische vakken wie is waarvoor verantwoordelijk omgaan met receptieve gebruikers Sonmige directeuren vinden ook dat de technisch verantwoordelijken een bijscholing moeten krijgen in ?leiding geven”. Als eerste conclusie blijkt dat er duidelijke verantwoordelijJcJede;i moeten gesteld worden in verband met: brandveiligheid, mechanische en elektrische veiligheid. Er wordt contact genomen met verschillende officile instanties die op dit terrein beslagen zijn om hen uit te nodigen tot een ronde—tafelgesprek. Deze instanties zijn: Binnenlandse Zaken, Vlarern, OtIOB—preventie, Arbeidsinspectie, Nat. Opleidingscentrum Brandweer en Controle organismen. Na dit ronde—tafelgesprek dat reeds in januari ‘95 zal plaats hebben, wordt een studiedag gepland waarop alle geinterresseerden kunnen deelnemen. —
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Wij houden U op de hoogte. Dré Darden
Geachte collega, Zoals reeds gemeld in vorig schrijven hel) ik de eer u uit te nodigen op onze volgende vergadering die doorgaat op 23 januari 1995 om 9.30 u. in het Ct;ltureel Centrt;n, Zonnehloemstraat te 9500 Ceraardsbergen. Tel. 054/41 13.94. .
Voorlopige agenda:
—
—
—
—
—
situatie BASTT en FEVECC enquête FEVECC stage en bijscholing BASTT voorstel eventueel bezoek stadsschouwburg Antwerpen varia
Indien ii reeds op voorhand weet dat u niet aanwezig kunt zijn, gelieve dan een seintje te geven aan mijzelf of het C.C.Geraardsbergen. Hopend u op deze vergadering te mogen ontmoeten dank ik u reeds bij voorbaat.
Hoogachtend, Van Droogenbroeck Eric p/aCultureel Centrum Lokeren Torenstraat, 1 9160 Lokeren Tel. 09/340.50.61 Fax. 09/340.50.53
25
CURSUSSEN Van onze Nederlandse Collega’s kregen wij volgend bericht:
Naar aanleiding van het succesvolle symposium voor live geluidstechnici gehouden op 9 mei 1994 is het nu de hoogste tijd voor de volgende ontmoeting. Ditmaal georganiseerd in samenwerking met de AES (Audio Engineering Society). Met het programma is een duidelijke aansluiting gemaakt op de vorige dag en we verwachten dan ook een grote opkomst, meldt u zich tijdig aan. op maandag 20 februari 1995 organiseerd de AES in samenwerking met de Media Academie een symposium voor live geluidstechnici. De sprekers:
—
—
—
Programma:
Plaats:
Dr. Ir. Diemer de Vries; TU Delft. Akoestiek in PA praktijk. Bart de Groot; Opnameproducer en theaterproducent. De profielschets voor een live—geluidstechnicus. Arthur van Maurik; Management consultant. freelance! maar hoe verkoop ik mezelf?
10.30
koffie
11.00
Cees Wagenaar:
Welkomstwoord en korte inleiding.
11.15
Dr.Ir.Diemer de Vries:
Akoestiek in PA praktijk.
1.oo
Pauze.
12.15
Dr.Ir.Diemer de Vries:
13.00
Lunch.
13.30
Bart de Groot:
14.30
Pauze.
14.45
Arthur van Maurik:
15.45
Pauze.
16.00
Gerrit Viring: ( discussieleider)
17.00
Einde.
Deel 2.
De profielschets voor een liv e—geluidstechnicus.
Freelance! maar hoe verkoop ik mezelf?
Gelegenheid tot discussie, na afloop borrelen.
Media Academie Noorderweg 2 1221 AA Hilversum
Deelname F1. 20,— Lunch inbegrepen. Graag vr 15 februari 1995 opgeven bij de Media Academie. Tel. 035—77.80.49 Fax. 035—77.26.47
26
ORGANISATION INTERNATIONALE DES SCÉNOGRAPHES, TECHNICIENS ETARCHITECTES DETHÉÂTRE
[ 1
HERFST 1994
INTERNATIONAL ORGANISATION OF SCENOGRAPHERS, THEATRE TECHNICANS AND ARCHTECTS CompuServe 100333,1443 Fax + 31 85 457235 Tel. + 37 74 505095 Utgave van het Secretariaat Generaal van OlSTA1 Lindengracht 93, 1015 KD Amsterdam, Nededand •
De nieuwe Opera van Glyndebourne Geschiedenis in het kort De Opera van Glyndeboume (Sussex, Engeland) werd in 1934 geopend Het werd als Festivaitheater gebouwd, waarbij Bayreuth als voorbeeld diende. Oorspron kelijk telde het theater 300 zitplaatsen, maar liet aantal stoelen werd steeds uitge breid. In 1977 zaten nog 845 bezoekers dicht opeen in de rechthoekige zaal, een ongebruikelijke vorm die steeds behouden bleef. Het oorspronkelijke theater werd gebouwd door John Christie, de vader van Sir George Christie, de huidige bezitter en bouwheer van Glyndebourne. Gebrek aan ruimte in de zaal en groter wordende artistieke en technische eisen, maakten nieuwbouw noodzakelijk. In 1988 werd John Bury advies gevraagd. Bury kwam tot de conclusie dat een waaiervor mige zaal plaats kon bieden aan 1200 toeschouwers, waarbij de zaal niet dieper zou worden dan de bestaande zaal. In 1989 werd het architectenbureau Michael Hopkins & Partner gevraagd ecn plan te ontwikkelen. De ingenieurbureau’s Theatre Projects, Arup Acoustics en Ove Arup & Panners werden gevraagd te ad viseren. De ontwikkeling van het plan duurde van april 1990 tot juli 1991. De waaiervormige zaal werd losgelaten. lam Mackintosh overtuigde de anderen dat een hoefijzervorm de beste vorm zou zijn. Een ‘
‘
•
•
Het OISTAT-Bulletjn stelt zich voor
H
et OISTAT-Bulletin kan, dankzij de royale steun van vier firma’s uit verschillende takken van de theaterbouw, twee keer perjaar in en talen verschijnen. Colortran (Californië, Verenigde Staten) is een producent van schijnwerpers met vertegenwoordigingen in de gehele wereld. Nobel Elektronik (Zweden) produceert elektronisch gestuurde, nauwkeurig wetkende trekinstallaties. Theatre Projects
(Engeland en New York) is een advies- en projectbureau voor de bouw van theaters. Waagner-Biro (Oostenrijk) heett als groot staalconstructiebedrijf, een traditionele afdeling voor de ontwikkeling en de construc tie van toneelmachinerie. Wij bedanken deze firma’s voor hun bijdragen en zijn verheugd dat zij het belang van het verschijnen van een internationaal bulletin onderschrijven. +
This publication has been made possible by
COLORTRAN INC 1015 Chestnut St., Burbank, GA 91506-9983 United States of America Tel: +1 81 8 843 1200 1 Fax: ÷1 81 8 972 5599
NOBEL ELEKTRON1K Box 423, 5-691 27 Kariskoga Sweden Tel: ÷46 586 888 00 1 Fax: ÷46 586 334 68
THEATRE PROJECTS CONSULTANTS 3 Apollo Studios, Charlton Kings Road, London United Kingdom Tel: +44 71 482 4224 1 Fax: ÷44 71 284 0636 871 Ethan Allen Highway, Ridgefleld Connecticut 06877-2801 United States of America Tel: +1 203 431 3949 1 Fax +1 203 431 4790
WAAGNER-BIRO BUEHNENTECHNIK Stadlauer StraBe 54, A-1 221 Vienna Austria Tel: +43 222 2244 1 Fax: +43 222 22 44 333
De Opera van GÏyndebot4rne, architecten Mtchaet JÏopkin.s & Partners
gevoel van intimiteit kan alleen bij cle toeschouwer ontstaan, als zij zich als ‘een warme deken’ rondom de toneelopening bevinden. De voorbereidingen in het oude operagebouw begonnen in juli 1 992. Dc laatste voorstelling vond op 24 juli 1992 plaats. Slechts één seizoen ging verloren en het nieuwe theater werd na minder dan twee jaar op 28 mei 1 994 geopend met dezelfde opera, ‘Le nozze di Figaro’ waarmee het gebouw zestig jaar ervoor was ingewijd. ,
Het nieuwbouwplan Binnen de bekende groep huizen, zoals het oude blok met de kleedkamers en de andere gebouwen, werd de nieuwe opera op het grondvlak van de oude gebouwd. De groep huizen vormt de verbinding Ws sen het nieuwe bouwvolume en het landschap er omheen. Het gebouw werd 180 graden gedraaid, zodat de foyer op het zui den kwam te liggen en de toeschouwers direct dc tuin in konden. Dc laad- en losplaats VOOf het toneel ligt in het noorden,
27
zodat het volume van de toneeltoren verder van het huis kwam te liggen. De foyer is ‘s zomers het ontmoetingspunt en verlengstuk van de tuin. De zaal en het toneelhuis vormen de kern van het gebouw. Het achtergebouw heeft een heldere indeling en er is een grote repetitieruimte. Alle kantoren en ateliers zijn rondom de kern gegroepeerd. Er zijn veel ramen waardoor het gebouw een menselijk uitstraling heeft. De medewerkers die hier het helejaar werken, hebben een werkomgeving met daglicht, lucht en uitzicht en zijn desalniettemin vlakbij hun werk.
Doorsnede van zaal en toneelhuis
•JIil Ii
/
:
i1 1.
[ LirL .,
De zaal De zaal heeft de compacte en tegelijker tijd intieme vorm van een hoefijzcr met 1200 zitplaatsen, 42 staanplaatsen en 12 plaatsen voor rolstoelgebruikers Rondom de zaal zijn op de verschillende niveau’s gangen. De muren van de zaal zijn van schoon metselwerk. De vooraanzichten van de balkons en de wandbekledingen zijn van dennehout, dat voor een deel meer dan honderdjaar oud is. De ruimte en de keuze van de materialen dragen bij tot een betere akoestiek. Vergeleken met de oude zaal werd het zaalvolume 50 % per toeschou WeT groter. De nagalmtijd bedraagt 1,4 5econden. Dit was eerst 0,8 seconden, waardoor de klank zeer droog was. Bij het plannen van de zaal werd rekening gehouden met de akoestische eisen en werden balconranden gebogen en houten panelen op de wanden en het plafond aangebracht. De orkestbak is groter dan de oude en dc opening is verstelbaar. Er is plaats VOOT 80 musici.
gang tot het achtertoneel; een goederenlift voert naar de opslagruimte onder het toneel. Toneelcritici en zangers waren na de opening meteen enthousiast. Ondanks het grotere aantal plaatsen was er vooral lof voor de intimiteit van de zaal, VOOT de goede zichtlijnen en ‘oor de akoestiek. 4
.
Het toneel Het toneel, achtcrtoneel en repetitietoneel zijn zo ingericht dat ingewikkelde, dagelijkse decorwisselingen mogelijk zijn. Hetpodium is 1 8,5 m x 22,00 m, de toneelopening is zo ‘n 1 0 m breed en 7 in hoog. De toneeltoren omvat een dubbelgeschaard trekkensysteem en er zijn twee grote zijtonelen. Er is een elektromotorisch punttrekken-systeem met 32 punten, waarvan dc snelheid instelbaar ofvast is, dc bedie ning geschiedt door middel van computer en beeldscherm. Direct achter het toneel bevindt zich een montageruimte voor maximaal vier produkties (650 vierkante meter met een hoogte van 9,25 in). Het hoofdtoneel wordt van het achtertoneel gescheiden door grote akoestische branddeuren (met een brand-weerstand van twee uur en een geluidsdemping van 34
28
I)e zaal
tot 6$ dB). Het achtertoneel is direct verbonden met de laad- en losplaats en de hin nenplaats. De montagenhimte staat weer in verbinding met de zijtonelen. Deze iijn akoestisch geïsoleerd en hebben een natuurlijkc luchttoevoer. De laad— en losruimte met zijn vrachtwagcnlift biedt toe-
Een kleedkamer van het koor
Agenda 04-06 november 1994
Zitting van het Executive Committee in Budapest (Hongarije)
05-09 december 1994
Symposium en congres van cle commissie Scenografie in Beijing (China)
20-23 maart 1995
Internationale bijeenkomst van kostuumontwerpers en -makers ter gelegenheid van het USITT Congres, in Las Vegas, VS.
mei 1995
Bijeenkomst van de commissie Techniek in Göteborg, Zweden, ter gelegenheid van het Congres van de NoTF
juni 1995
Zitting van de PIEC in Berlijn, Duitsland, ter gelegenheid van de Show-Tech
juni 1995
Klein OISTAT-congres met symposium en zitting van het Executive Committee, in Praag, Tsjechië, ter gelegenheid van PQ ‘95
hedst 1995
Zitting van het Executive Committee in Zwitserland.
Activiteiten van de commissies Theorîe en geschiedenis Dc commissie hervatte in november 1993 in Amsterdam zijn werkzaamheden. De belangstelling van de vertegenwoordi gers uit dertien landen liep zeer uiteen. Na intensieve besprekingen, kristalliseerden zich vier onderwerpen uit, die in werkgroe pen worden uitgewerkt. Twee werkgroe pen zullen zich bezighouden met de voorbereiding van een catalogus met criteria voor het verzamelen van toneelattributen, theaterkostuums en theaterliterawur met een cultuurhistorische waarde, als ook het inventariseren van bestaande musea en verzamelingen op dit gebied. Verder staat er een cultuurgids op stapel, waarin een overzicht wordt gegeven van de theaters die de moeite van het bezichtigen waard zijn; de gids is bestemd voor geïnteres seerde swdenten en toeristen. Een vierde werkgroep zal zich bezighouden met de theoretische definitie van het begrip scenografie. Arnold Aronson (Verenigde Staten) werd tot voorzitter van de commis sie gekozen; Heta Reitala (Finland) en Bob Logger (Nederland) tot vice-voorzitters. Arch îtectu ur De commissie architectuur schreef een wedstrijd uit voor een studiotheater in Moskou. De wedstrijd werd onlangs afge rond. De commissie heeft een catalogus van de belangrijkste inzendingen samengesteld en gepubliceerd. Dc catalogus kost 10 US dollar en is te bestellen bij het ()ISTAT-centnim in Nederland. De cornmissie architectuur is op uitnodiging van vicevoorzitter Joeri Gnedowski in septem ber 1994 in Moskou bijeengekomen. Techniek In mei 1994 vonden op uitnodiging van Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland in Bregenz (Oostenrijk) bijeenkomsten plaats van de commissie ‘Techniek’ en de cornmissie ‘Publikatie en Informatie’ (PIEC). Aanleiding voor de uitnodiging was het Theatertechnisch Congres dat door de drie landen voor het eerst gezamenlijk, werd georganiseerd. Bij de verkiezingen voor de functie van voorzitter werd Bill Graham (Groot-Brittannië) gekozen. Bill Graham volgt Rudolf Kück (Duitsland).op, die de functie 15 jaar vervulde. Rudolf Kück en Louis Janssen (Nederland) zijn de nieuwe v ice-Voorzitters Dc deelnemers consta tcerden dat, ondanks de uiteen lopende .
werkomstandigheden in de diverse landen, het heel goed mogelijk is theatertechnische problemen in een internationaal kader te bespreken. Uit het omvangrijke takenpakket koos de commissie drie onderwer pen, die met voorrang behandeld zullen worden. Om effectief te kunnen werken werden drie werkgroepen gevormd: Werkgroep 1 zal zich bezighouden met veiligheid in het theater en de strnclaardi satie van voorschriften, een proces dat vooral in een éénwordend Europa van he lang is. Werkgroep 2, Computer en cornmunicatie: de commissie zal de mogelijkheden onderzoeken van genorrnaliseerde computerraal, evenals het gebruik van dek tronische media voor de uitwisseling van informatie. Werkgroep 3 Theateratlas, een initiatief uit Nederland. Relevante gege vens van theaters worden vastgelegd in een eenvoudig, niet duur computersysteem. Dit systeem is nuttig hij gastvoorstellingen, verhuringen van decors en voor informa tie in het algemeen. Verder biedt het proJect de mogelijkheid om theatergegevens internationaal op elkaar af te stemmen. De werkgroepen zullen de resultaten van het werk tijdens de eerstvolgende cornmissie vergadering presenteren. ,
Commissie Publikatie en Informatie (PIEC) De commissie werd tezamen met de commissie Techniek in Bregenz uitgeno digd. De laatste werkzaamheden aan het theaterwoordenhoek werden op elkaar afgestemd. Theatre Words zal nog in 1994 verschijnen Verder werd communicatie door middel van elektronische media be sproken aan de hand van een demonstratie van een commercieel Amerikaans bedrijf. Tijdens de demonstratie werd gediscussi eerd over de mogelijkheden van elektro nische communicatie voor OTSTAT. Door de commissies Techniek en PIEC werd gezamenlijk een werkgroep opgericht. Patrick GilI (Verenigde Staten) nam het voorzitterschap op zich. De groep bereidt voorstellen voor een kostenvriendelijk en effectieve entree van de )ISTAT op de .
elektronische snelweg.
Scenog rafie In Beijing vindt van 5
t/in 9 december decoront een voor 1994 5ympOsiurn werpers plaats met als thema: “Kansen voor de toekomst”. Het wordt geo)rgimi seerd door het Chinese ()ISTAT-centrum en de scenografische faculteit van de Toneelacadernie. John Bury zorgde via de
OISTAT-centra Voor de internationale deelname aan het symposium. In het kader van het symposium vindt eveneens dejaarver gadering van de commissie Scenografie plaats. De deelnemers wacht een uitgebreid en afwisselend progranma; het sympo sium met lezingen van de organisatoren en de genodigde decorontwerpers moet een openbaar gesprek worden over de intema tionale culturele uitwisseling. Daarnaast vinden discussies plaats, waaraan ook de studenten van de Toneelacademie zullen deelnemen. Ook staan bezoeken aan theaters en andere belangwekkende gebouwen in en rond Beijing op het programma, zoals de Chinese Muur en de Verboden Stad. Eventuele andere belangstellenden kunnen op eigen kosten aan het programma deelnemen. 4
In Memoriam Antonio Lopez Mancera, Mexico, decorontwerper. Dankzij Mancera, de directe “erf genaam” van Julio Prieto, verwierf de Mexi caanse scenografle internationaal faam en werden onderscheidingen verkregen. Mancera beheerste alle facetten van deze kunstvorm: van het traditionele decor tot de hedendaagse ruimtelijke vormgeving en ook kostuumontwerp en belichting. Het ging hem niet alleen om de ruimtelijke vormgeving, maar ook om het gebruik van die ruimte, om de bewegingsmogelijkheden van de acteurs en de integratie van de verschillende theaterdisciplines. Daarnaast doceerde hij gedu rende vele jaren aan het lnstitut de Bellas Artes. Mancera was gedurende lange tijd de Mexicaanse vertegenwoordiger binnen de OISTAT. Mancera wilde vooral Mexico inte greren in de internationale theatergemeen schap. Rudolf Biste, Duitsland, toneeltechnisch ingenieur. Biste begon zijn loopbaan op het bureau van de grondlegger van deze beroepstak, professor Unruh. Met zijn eigen bureau realiseerde hij later meer dan 100 theaters. De techniek was voor hem nooit een doel op zich, hij geloofde dat technische mo gelijkheden vrijheid verleende aan de vormgevers van voorstellingen en daarnaast de arbeidsomstandigheden menselijker maakte. Hij verkreeg internationale bekendheid door de ontwikkeling van het Congrescentrum te Berlijn, de Opera Bastille te Parijs en de Opera te Genua. Samen met zijn partner Kurt Gerling heeft hij aanzienlijk bijgedragen aan de acti viteiten van het OISTAT-centrum in Duitsland. +
29
Berichten van OISTAT-centra Verenigde Staten Internationaal congres voor kostuumontwerpers en -makers in Las Vegas 1995. Uit de Verenigde Staten ontvingen we van Sarah Nash Gates en haar collega’s de volgende informatie: “We willen u op de hoogte stellen van een bijzondere gebeurtenis: Ter gelegenheid van het Congres van de US1TF 1995, zal van 20 t/rn 23 maart 1995 in het MGM-hotel, Las vegas, een internationale bijeenkomst van kostuumontwerpers plaatsvinden USWF heeft de 33 OISTAT-centra uitgenodigd gerenom meerde kos tuumontwcrpers naar Las Vegas te sturen. Dit congres is, voorzover bekend, het eerste in zijn soort. We gaan ervan uh dat deelname stimulerend en bevruchtend zal zijn. We zullen ons best doen de deelnc mers kennis te laten maken met de Amenkaanse theatergemeenschap. De deelnemerslijst kan pas begin ‘95 bekend wor den gemaakt, maar we weten nu al dat de beste vertegenwoordigers van de geno digde landen aanwezig zullen zijn. Er is een bijeenkomst gepland om de gasten de gelegenheid te geven hun werk te presen teren en bij ten minste twee informele re cepties is er gelegenheid elkaar te ontmoe ten en informele gesprekken te voeren, hetgeen vruchtbaar kan zijn zowel voor het beroep als voor de persoon.
OISTAT-BULLETIN Hei Bulletin verschijnt twee keet pet jaat en is bestemd voor de leden van de organisaties die bij de OISTAT zijn aangesloten. Het Bulletin verschijnt in de volgende talen: Nederlands, Engels, Fins, Frans, Duits, Hongaars, Pools, Spaans, Zweeds en Tsjechisch. Het Secretariaat Gene taal is verantwoordelijk voor de uitgave. De arti kelen worden aangeleverd door de verschillende OISTAT-centra en vervolgens getedigeerd door Karin Winkelsesser. De grafische vormgeving is in handen van Frank Lever DTP, Nederland. De vertalingen worden verzorgd door TLUMOC NICKO PREKLADATELSKA AGENTURA te Praag. Het Bulletin wordtterverspteiding gezon den aan de OISTAT-centra in Australid, Oostenrijk, België, Canada, Chili, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Duitsland, Hongkong, Israël, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Zweden, Zwit sedand, Nederland, Groot-Brittannië, Verenigde Staten en Venezuela. Aan de centra in Japan, China en Zuid-Korea wordt de Engelse versie toegezonden.
30
Joel Rubin, de voorzitten van de OISTAT in USA, heeft uitnodigingen vcrstuund aan alle OISTAT-cenina. Uit ieder land is één gedelegeerde uitgenodigd en er wonden, indien mogelijk, twee gedelegeerden uitgenodigd. Op het congres zullen cle artistieke, historische, ambachtelijke en tech nische aspecten van het kostuum wonden besproken en vraagstukken over dc vakopleidingen.
Chili Het Chileense 1STAT-centrum tracht in Chili, de verschillende disciplines van toneel, opera en dans bij elkaar te bnen gen. Daartoe worden lezingen met de volgende onderwenpen geongan i seend: ‘Adolphe Appia’, ‘licht en ruimte’, ‘Chi Icense toneel- en kostuurnontwenpers in de opera’, Scenognafie en identiteit’ en, ‘kostuum als ruimte’ De lezingen zijn aanleiding ideeën uit te wisselen en te discus sieren. ,
‘
.
Canada In Oktoben 1 994 houdt het )1STAT-centruni in het kader van het congres van het Canadese Instituut voor Theaten technologie, CITF, zijn jaarlijkse ledenvergadering. Er worden workshops met de volgende ondenwenpen gehouden: het gebmik van computers bij het ontwerpen van kostuum, pneumatiek en hydraulica, vervaardiging van schoenen, een schilden cursus voor gevorderden, alsmede cursussen voor geluidstechnick, technische Ici ding en produktieleiding. Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland In Bregcnz, Oostenrijk hielden dc theatcrtcclrnischc organisaties v an de drie Duitssprckëndc landen voor het eerst hun j aarvergadening gemeenschappelijk. Op het gebied van tlieaterondcrwijs en theaterveiligheid werken deze landen al langere tijd nauw samen. Twee commissies van dc OISTAT wa ren uitgenodigd om deel te nemen aan hei congres, de commissie ‘Techniek’ en de commissie ‘Publikatie en Informatieuitwisseling’ Het thema van het congres was: “?Toekomst! Moeilijke tijden vra gen om nieuwe gedachten”. In cle lezin gen en discussies werd gezocht naar ant woorden op structurele veranderingen bij het produceren van theater en bij theaterorganisaties. .
-
Frankrijk Het gebrek aan activiteit van de Franse OISTAT-sectie werd in de laatste jaren veroorzaakt door het ontbreken van samenwerking tussen de diverse theaterorganisaties en -beroepsgroepen Vooral op het gebied van theaterveiligheid en -onderwijs is coördinatie dringend nodig. 0p mi tiatief van het centrum voor voortgezet onderwijs, CFPTS, werd in Juni ‘94 een bijeenkomst gehouden van theatertechnische instellingen en -organ is aties met als doel de gemeenschappelijke belan gen van de technici te coördineren en naar mogelijkheden te zoeken Frankrijk een actieve rol te laten spelen bij Europese en internationale projecten, bijvoorbeeld op het gebied van het standaardisercn van v eilighcidsvoorschniften. Door middel van regionale werkgroepen zou ecn hecht cornmt;nicatienetwerk moeten wonden opgebouwd. Met dit initiatief wordt het Franse )ISTAT-centrurn geactiveerd, fl1 het initiatief wordt gesteund door alle theaterorganisaties in dat land. .
Hongarije- een OISTAT-centrum stelt zich voor Het centrum is ontstaan uit de Wetenschappelijke Vereniging voor Optiek, Akoestiek en Filmtechniek (OPAKFI), de Sectie Theatertechniek van de Hongaarse Architectenvereniging en het Genootschap voor Theatervormgeving. Momenteel wordt het centrum beheerd door dc Sectie Theatcnteclmiek, waardoor een nauwe sa menwerking tussen techniek en kunst is ontstaan. De leden van het Hongaarse ()ISTAT-centrum komen twee keer per jaar bijeen om actuele thema’s te bespreken. In internationaal verband organiseerde het ()ISTAT-centmm de deelname van ecn Hongaarse delegatie van 65 personen aan het Theatertechnisch Congres in Brcgenz. Het Congres had een zeer stimulerende invloed op de delegatie. Verder nodigde het centrum het Executive Cominittee van de OISTAT uit voor een zitting in Budapest in november 1994. In 1996 zal de Wereldtcntoonstelling ‘EXPO’ in Budapest worden gehouden. Het Hongaarse centnini heeft voorgesteld 0111 in samenwerking met cle Duitse, Oostenrijkse en Zwitserse v erenigingen een congres, met expositie in Budapest te organiseren. Eventuele andere landen die hieraan mee willen werken of het project willen steunen, zijn van harte welkom. + Ernô Répaszky
,!
,
r::.’
.
1
t
cy
: ;
c
4
!‘ CÇ
4
%j
-
•rj
1
__
cy
.
Ë-
c
L
\;4
4
1
I
j I
c
4
Ic’ cy
bc:
1
j
‘:i
(
cç
c
% %
c
[
t
L
..
4
I
r1
f
f4
L .1 I.I
L4I1 ::
\-4II \_ 1 41
\4
___ _
S.
1
,-1
c1 i ct]
ij
tt 2 ‘
1)
3 (It ti)
2
4)
(
‘A
)
‘T
,
t-2
‘-
*1 t
‘P
.-
O._2v
F j
tj:
,
J%
c
J 4
.
IU T
yw
çl
2
‘Ej
;;;
•:
1
J’
ti
__
___
I
%l
1
411
411 I 41
4
c
T
Ib
0•
tr