Martelarenlaan
n Inhoud
Voorwoord 1. Voorgeschiedenis
3 4
De aanleg van de spoorlijnen
6
De voorloper van de Martelarenlaan
7
De Eerste Wereldoorlog 2. Inrichting, evolutie en modernisering van de Martelarenlaan
12 16
Aanleg van de Martelarenlaan
16
Woningbouw
18
Nutsvoorzieningen
19
Verkeer
20
Van drukke verkeersader naar aangename woonwijk
24
3. De Martelarenlaan en de Tweede Wereldoorlog Tijdslijn 4. De bewoners en hun activiteiten Handel en diensten 5. Het verenigings- en geestelijk leven
28 29 36 37 46
Buurtcomité Belle Vue
50
Colofon
63
n Voorwoord Dit boek was nooit tot stand gekomen zonder het buurtcomité Belle Vue. Het was immers naar aanleiding van de start van de werken in 2015 voor de aanleg van het park Belle Vue en de omvorming van de Martelarenlaan tot een fietsstraat, dat enkele buurtbewoners zin kregen om de geschiedenis van de Martelarenlaan neer te schrijven. Tijdens de nieuwjaarsreceptie van het buurtcomité in januari 2015 spraken Astrid Volckaert, Karin Dekeyzer, Geert Beullens, Hans Taillieu en José Lambrechts af om de koppen bijeen te steken op een eerste vergadering ten huize van Hans en Mieke. Later zijn er nog andere buurtbewoners, onder wie bij uitstek Leo Hendrickx verdient genoemd te worden, mee aan de kar komen trekken. Onze oprechte en welgemeende dank aan allen die belangeloos tijd uittrokken en zich hebben ingezet om vorm te geven aan dit verhaal over de Martelarenlaan. Enkele huidige en vroegere buurtbewoners bij wie we langs mochten komen voor een interview, willen we hier uitdrukkelijk bedanken: José Lambrechts, Simon Raeymaekers en zijn vrouw Josée Vandenbergh, Pino Cantoro, Annie Devijver, Chris Paulus, Mon Nys, Annie Van Dijck en haar man José Raymaekers, Diane De Wit, Leon Theunis, Lucienne Larmuseau, Wim Van Eygen en Jef Vissers. Met de Erfgoedcel van Stad Leuven en het Stadsarchief namen we van in het begin contact op. Zo kon ons bescheiden initiatief verder uit de startblokken schieten. Wij waarderen hun hulp dan ook enorm en willen met name Lisa Willemaerts hartelijk bedanken. Ondertussen komt 2019 eraan en is het buurtcomité bijna 25 jaar oud. Wie had in 1995 – toen het buurtcomité Belle Vue van start ging – ooit verwacht, laat staan gedroomd, dat onze straat zo grondig ten goede zou veranderen? De straat van vroeger is niet meer te herkennen, maar dat hoeft ook niet. Juist daarom is het zinvol dat wij haar ontstaan en geschiedenis nu vastleggen in de reeks “Straathistories. Leuvense buurten in woord en beeld”. Terugkijkend kunnen wij vaststellen dat de grote doelstellingen waar het buurtcomité zich voor inzette, gerealiseerd zijn. De recente gedaanteverandering van de Martelarenlaan in een heuse fietsstraat is trouwens een teken dat wat mobiliteit, leefbaarheid én woonkwaliteit betreft, de inzichten in de loop der jaren grondig veranderd zijn. Hier heeft het stadsbestuur, zij het jaren geleden, een keuze durven te maken. Laten we hopen dat andere straten en buurten niet zo lang hoeven te wachten om van die inzichten ook de vruchten te mogen plukken. Wij zijn in elk geval trots op onze “nieuwe” Martelarenlaan! Geert Beullens en Hans Taillieu namens het buurtcomité Belle Vue 3
Ter inleiding … De Martelarenlaan is vanaf 1924 aangelegd door de gemeente Kessel-Lo en was oorspronkelijk bedoeld als verbinding tussen de Tiense- en de Diestsesteenweg. Het karakter van de Martelarenlaan evolueerde mee met de maatschappelijke noden van het moment en de lokale behoeften: van overwegend agrarisch gebied in de jaren 1920, over een voorstedelijk woongebied met plattelandskarakter vanaf de jaren 1930, via een (te) drukke verkeersader na 1970, naar een fietsstraat met het park Belle Vue nu. In de 19e eeuw bestond er op min of meer dezelfde locatie een andere straat. Die was aangelegd in het kader van de ontwikkeling van het station van Leuven, maar verdween grotendeels na de Eerste Wereldoorlog. Wij kunnen evenwel nog veel verder terugkijken, naar de tijd waarin hier geen spoorlijn of straat lag. In dit boek kan je daar in detail over lezen, met aandacht voor de bewoners, hun bezigheden, het verenigingsleven van vroeger en nu en het onheil waar de mensen lang geleden mee geconfronteerd werden. Dat alles wordt geïllustreerd met kaarten, foto’s en getuigenissen. Voor de vroegste periodes hebben we het archief van de voormalige gemeente Kessel-Lo geraadpleegd. Dat wordt bewaard in het stadsarchief van Leuven. Voor de recente evolutie en modernisering van de Martelarenlaan hebben wij ons gebaseerd op krantenartikelen uit de betrokken periode en infoboekjes uitgegeven door Stad Leuven. Het situeren en illustreren van al deze gegevens zou niet compleet geweest zijn zonder informatie en fotomateriaal van mensen die hier wonen of gewoond hebben, er een handelszaak uitbaatten of nog steeds hebben, of nauw bij het reilen en zeilen van de straat betrokken zijn of waren.
1.
Voorgeschiedenis
De stad Leuven was tijdens de middeleeuwen eigenaar van het gebied van de huidige Martelarenlaan. Het maakte deel uit van het “Lovens Broek”, dat zich uitstrekte van de toenmalige Diestsepoort (waar vandaag de Diestsestraat in de Diestsevest uitmondt) tot aan de Kesselse bergen (in het oosten) en de gronden behorend bij de Abdij van Park (in het zuidwesten). Dit moerassige gebied lag buiten de tweede ringmuur (de Vesten of de Ring) en was een gemeenschappelijk weiland.
4 Martelarenlaan
© Geopunt (www.geopunt.be)
Op deze kaart die dateert uit het midden van de 19e eeuw, gemaakt door Philippe Vandermaelen, is de spoorweg te zien met rechts, vlak ernaast, een weg. Bijna tegen de Diestsesteenweg aan prijkt de benaming “La Belle Vue”. Misschien gaat het over het cabaret met deze naam.
In 1796 moest de stad, op bevel van de Franse overheid, het stuk tussen de weg naar Diest (de huidige Diestsesteenweg) en de weg naar Tienen (de huidige Tiensesteenweg) afstaan aan de gemeente Pellenberg. Dit terrein noemde men “Lo”. Deze benaming werd gegeven aan een open bos, waar doorgaans ook mensen woonden. Door de fusie van “Lo” met het gehucht Kessel ontstond in 1827 de nieuwe gemeente Kessel-Lo. Het westelijke gedeelte van de “Lo” heette in de volksmond “den Belle Vue”. Zowel de Diestsepoort als de tweede stadsmuur waren rond 1822 namelijk afgebroken, zodat men daar een mooi uitzicht op de stad had. Dat panorama is tegenwoordig grotendeels verdwenen.
5
De aanleg van de spoorlijnen In 1837 werden de spoorlijnen Mechelen-Leuven en Leuven-Tienen aangelegd ten oosten van de huidige vesten, tussen de oude Diestsepoort en de Abdij van Park. Men koos ervoor om de sporen te plaatsen in een natuurlijke inzinking van het terrein, die later meermalen verbreed is naarmate het spoorwegnet uitbreidde. Op de weg naar Tienen overspande de Tivolibrug deze geul. In 1923 verving een verbrede en versterkte betonnen brug de oorspronkelijke houten constructie. Aan het andere uiteinde liep de weg naar Diest gewoon over het spoor, waardoor een brug daar toen niet nodig was. In 1837 bouwde de Belgische staat het eerste, houten station. Het kwam aan de rechterkant van de Diestsesteenweg, op het toenmalige grondgebied van de gemeente Kessel-Lo. Twee jaar later kwam er al een groter, stenen gebouw voor in de plaats. In 1878 werd het huidige neoclassicistische station opgetrokken. Door de snelle uitbreiding van het spoorwegnet was het ook noodzakelijk om de bijbehorende infrastructuur aan te passen. Vlak voor de Tivolibrug kwam een loods voor locomotieven. In 1907 werd die vervangen door een veel groter exemplaar met 16 sporen. De spoorwegmaatschappij legde ook een grote draaischijf aan om de treinen op het juiste spoor te leiden – wissels bestonden in die tijd nog niet. Verder liet de maatschappij een seinhuis (naast de Tivolibrug) en een watertoren (tegenover het spoor dat naar de Centrale Werkhuizen leidde) bouwen. In 1966 brak men de toren af, nadat de laatste stoomtreinen buiten gebruik gesteld waren. Al deze ontwikkelingen hadden tot gevolg dat de spoorweg steeds meer gronden inpalmde. De betrokken gemeenten waren dan ook gedwongen om delen van hun grondgebied af te staan. Dat was al in 1840 het geval, toen Leuven aan de staat de percelen moest verkopen waarop een deel van de oorspronkelijke spoorlijnen was aangelegd. Vanaf de jaren 1870 begon een jarenlang getouwtrek tussen de stad en de gemeente Kessel-Lo over de locatie van het station. Al in 1875 claimde Leuven een gebied van 13 hectare 17 are, met als voornaamste argument dat het spoorwegstation dat zijn naam droeg ook op zijn grondgebied moest staan. Kessel-Lo wees die eis lange tijd met grote verontwaardiging af, maar moest – na meerdere tussenkomsten van de arrondissementscommissaris en de provinciegouverneur – tenslotte inbinden. Het Koninklijk Besluit van 19 mei 1886 wees het gebied met het station, de sporen en een groot achterliggend stuk grond toe aan de stad Leuven. De gemeente Kessel-Lo kreeg een min of meer symbolische vergoeding. Pas vijf jaar later aanvaardde de Kesselse gemeenteraad deze toestand officieel. In 1863 begon de bouw van de Centrale Werkplaatsen op een terrein van 9 hectare, palend aan onder meer de Diestsesteenweg. Dit gebied heet nu nog “Lovensveld”. Tot het begin van de 20e eeuw werd het complex systematisch uitgebreid. Men onderhield en herstelde er het rollend materieel van de spoorwegen. De vestiging van de ateliers op deze site zorgde voor een snelle groei van de economische activiteiten en van de bevolking in de stationsomgeving.
6 Martelarenlaan
© Stadsarchief Leuven
Luchtfoto uit collectie Uytterhoeven gemaakt in 1948 om de elektrificatie van het station voor te bereiden. Op de foto zie je een kleine draaischijf rechts van het station tussen twee rijen gebouwen net voor de bocht van de Diestsesteenweg. Dit is niet de ‘grote draaischijf’ waarover sprake in de tekst, want die ligt iets verder, zo’n 200m voorbij Blauwputbrug richting Brussel. In de bocht zelf van de Diestsesteenweg merk je aan de slagschaduw de watertoren op. Ook het spoor over de weg naar de Centrale Werkplaatsen is zichtbaar, samen met een stuk van de gemeentelijke feestzaal Het Bad (onderaan in het midden). In het gebied tussen de sporen en de Martelarenlaan ontwaar je (volks)tuintjes en bomen, maar ook een huis en andere gebouwtjes.
De voorloper van de Martelarenlaan: de IJzerenwegstraat In de tweede helft van de 19e eeuw liep er in het uiterste westen van de “Lo” een weg vlak naast de spoorlijn Leuven-Tienen. Hij begon aan wat nu het kruispunt van de Diestsesteenweg en de IJzerenwegstraat is, en eindigde aan de Tivolibrug. In de jaren 1870 heette hij nog “Weg nummer 10”, maar naarmate er meer huizen bijkwamen, werd de naam gewijzigd in “IJzerenwegstraat”. Wanneer dat precies gebeurde, is niet bekend.
7
Landmeter E. Frische maakte in 1882 dit plan op om de nieuwe grens tussen Kessel-Lo en Leuven vast te leggen. Daarbij diende Kessel-Lo het geel ingekleurde grondstuk af te staan aan de stad Leuven. Het is duidelijk dat het station van Leuven oorspronkelijk op grondgebied van de gemeente Kessel-Lo stond en met deze grensaanpassing wou men dit tenietdoen en Leuven zijn station geven.
Oorspronkelijk was de IJzerenwegstraat niet veel meer dan een veldweg, gebruikt door hoveniers uit de omgeving. Voor het gedeelte dat het verst verwijderd was van het centrum van de gemeente Kessel-Lo, bleef dat ook zo. De bebouwing in deze straat hangt nauw samen met de ontwikkeling van de spoorwegomgeving. Uit een brief van 26 september 1880 van het Ministerie van Openbare Werken aan de gemeenteraad van Kessel-Lo blijkt dat de straat toen al een breedte had van meer dan 6 meter. Na de bouw van het derde spoorwegstation (1878) was de straat naar het centrum van Kessel-Lo verlegd. Bovenliggend plan uit 1882 bewijst dat er toen al een 15-tal woningen stonden en dat de IJzerenwegstraat deel uitmaakte van de gemeente Kessel-Lo. Ze was 1200 meter lang.
8 Martelarenlaan
© Stadsarchief Leuven
© Stadsarchief Leuven
Het aantal huizen liep snel op: in 1906 telde men 50 huisnummers, in 1914 waren er al minstens 100 woningen. De meeste waren eigendom van een beperkt aantal kapitaalkrachtige burgers: tien eigenaars bezaten samen 54 woningen, één had er tien, en één zelfs 15. In 1914 was meer dan de helft van de eigenaars rentenier, handelaar of zonder beroep. Zij verhuurden vooral aan bedienden, spoorwegbeambten, onderwijzers, tuinbouwers … In de straat waren verschillende handelszaken gevestigd, waaronder een smid, een bijhuis van de Antwerpse firma van graveerwerken N.V. Verhaert & Cie. en een bank- en verzekeringskantoor (Antverpia). Ook woonde er een gerechtsdeurwaarder (Vital Devos) en een ondernemer (Fr. Vanparys, die zelf vier huizen bezat). Verschillende bewoners deden aan landbouw, tuinbouw, fruitteelt en kleinschalige veeteelt. Aan een redelijk groot aantal woningen moeten stallingen verbonden geweest zijn: de lijsten van inkwartiering voor paarden die het leger tijdens oefeningen of in oorlogstijd kon opeisen, vermelden in de IJzerenwegstraat 9 mogelijke stalplaatsen in 1897, en zelfs 28 in 1906.
9
© Guido Vanderweyden
Ook rond 1923 was een groot deel van de IJzerenwegstraat nog landbouwgrond. Vanaf de Tiensesteenweg, net voorbij de Tivolibrug, vertrekt de IJzerenwegstraat. De straat loopt op het talud pad naast de spoorweggeul richting de Diestsesteenweg (linkerbovenhoek).
Nog in dit verband wees de telling van het landbouwareaal in de gemeente van 1910 uit dat er 58 aangifteformulieren in deze straat waren ingediend. Daaruit kunnen we evenwel niet afleiden hoeveel individuele landbouwexploitaties er waren en wat en hoeveel ze voortbrachten. Voor elke activiteit moest immers een afzonderlijk document ingevuld worden. De ambtenarij was wettelijk verplicht deze documenten na telling te vernietigen. De straat werd ook geleidelijk aan voorzien van moderne infrastructuur. In 1883 liet de gemeente op verzoek van de Centrale Werkplaatsen een overdekte afvoerleiding voor overtollig water aanleggen. Nadien werd het wegdek verhard over een breedte van 3 meter en een lengte van 450 meter. De gemeente was eveneens verantwoordelijk voor het onderhoud van de riolering. In het deel van de straat naar de Tiensesteenweg toe stonden praktisch geen huizen. Uit de documentatie over de aanleg van de Martelarenlaan in het midden van de jaren 1920, blijkt dat dit gebied ingenomen was door akkers, moestuinen, boomgaarden en braakliggende gronden. Die behoorden zowel toe aan de gemeente als aan de NMBS en privé-eigenaars. Die woonden zelf niet in de straat, maar bijvoorbeeld aan de Tiensesteenweg, de Platte Lostraat, de Lolandvelden, in Leuven, Brussel, het huidige Waals-Brabant… Veel eigenaars waren welgestelde
10 Martelarenlaan
advocaten, dokters en notarissen, die hun gronden verhuurden. Ook baron de Becker Remy (katholiek politicus en eigenaar van de toenmalige Remy-fabrieken in Wijgmaal) bezat een groot perceel in dit gebied.
© Stadsarchief Leuven
De verbinding van het station naar de IJzerenwegstraat en de Diestsesteenweg bestond al voor 1845 uit een pad over de sporen aan de kant van wat nu de Kop van Kessel-Lo heet. Dat blijkt uit een in dat jaar gedateerde brief van het Ministerie van Openbare Werken aan de gemeente, waarin de afsluiting van het spoorweggebied wordt aangekondigd. Een veiligere verbindingsweg is pas in 1904 gerealiseerd, toen er twee spoorbruggen kwamen over de Diestsesteenweg. Zo konden de pendelaars en handelaars zich van en naar het centrum van Kessel-Lo begeven zonder een lange omweg te moeten maken.
Een van de opvallendste huizen in de IJzerenwegstraat had het uitzicht van een kasteeltje. Het dateerde van rond 1910 en was oorspronkelijk de woning voor de stationschef van Leuven. Waarschijnlijk is dit pand afgebroken eind jaren 1940 of iets later.
11
© Stadsarchief Leuven
Deze kaart geeft een heel gedetailleerd beeld van de verwoestingen door het Duitse Eerste Leger in augustus 1914. Zo markeert de rode kleur alle huizen die vernield werden in de brand van Leuven. Vooral de stad maar ook Kessel-Lo onderging dit lot, met name de stationsbuurt met de IJzerenwegstraat. Dat de schade enorm was, is ook te zien op pagina 11 en 14.
Vermelden we hier nog het bestaan (bevestigd in de hierboven vermelde brief) van een cabaret “A la Belle Vue” in de “stationsomgeving”, dat voor vermaak scheen te zorgen voor reizigers en spoorwegpersoneel – het personeel kreeg in 1845 trouwens het verbod dit oord nog verder te bezoeken. Of de naam betrekking had op het uitzicht op de stad of op de attracties binnen de muren kan men alleen raden ... Er is verder geen informatie te vinden over de juiste ligging van dit huis van vermaak, de uitbaters of de periode waarin het bestaan heeft.
12 Martelarenlaan
De Eerste Wereldoorlog Op 19 augustus 1914 bezette het Duitse Eerste Leger Leuven en omgeving, nadat de Belgische troepen enige uren voordien de stad hadden verlaten. De opeisingen door Duitse militairen bij de bevolking ontaardden spoedig in plunderingen, verdrijving van grote delen van de bewoners, terreur en moord. Zes dagen na de aankomst van het Duitse leger waren hele wijken van de stad en in de wijde omgeving systematisch platgebrand. Vele inwoners vluchtten weg of verborgen zich. Ook Kessel-Lo kreeg zijn deel van de gruweldaden,
vooral de straten in de omgeving van het station. Op 25 augustus vermoordden Duitse soldaten twee spoorwegbeambten in de IJzerenwegstraat en drie dagen later staken zij er alle huizen in brand. Over heel de oorlog stierven in de gemeente 69 mensen een gewelddadige dood – alleen al in augustus 1914 waren het er 44. In 1917 verordende von Bissing, de Duitse gouverneur-generaal van België, dat alle verwoeste gebouwen afgebroken moesten worden. Het gemeentebestuur van Kessel-Lo kon niets anders dan aan het bevel gevolg te geven, maar stond voor enorme problemen: de meeste bewoners hadden elders een onderkomen gevonden, waren onvindbaar, overleden of gedeporteerd of bleken niet in staat de kosten te betalen. Al in 1915 had de gemeente minstens 19 huizen die op instorten stonden, in de IJzerenwegstraat op haar eigen kosten laten afbreken. In enkele ervan woonden toen zelfs nog gezinnen. Er ontstonden al tijdens de oorlogsjaren (en nog lang erna) lange discussies over de schadevergoeding en de modaliteiten van de wederopbouw. Vanaf 1919 zijn er een hele reeks wetten goedgekeurd die dat in goede banen moest leiden, maar in de praktijk waren de opeenvolgende regeringen niet in staat om snel en adequaat tegemoet te komen aan alle noden. Daarvoor waren de verwoestingen te groot en te algemeen,
13
de economie te zeer verzwakt en de financiële middelen ontoereikend.
Wel wijzigde nadien de houding van de bevolking tegenover zulke gebeurtenissen: bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was zij veel beter voorbereid op mogelijk oorlogsgeweld. Dat komt verderop aan bod.
© Stadsarchief Leuven
14 Martelarenlaan
© Stadsarchief Leuven
Van enig verzet of sabotage is nergens een spoor terug te vinden, evenmin trouwens van actieve collaboratie. Overleven alleen al was een opgave. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Bevoorrading speelde een belangrijke rol: het verzorgde voedselbedelingen in onder meer de school op de Diestsesteenweg en een herberg aan diezelfde steenweg.
Deze foto’s zijn genomen na de brand in 1914 en tonen op de achtergrond de ruïnes van een netjes afgelijnde rij statige burgerhuizen in de IJzerenwegstraat. De ingang van alle woningen lag aan de kant van het station.
© Stadsarchief Leuven
Getuigenis
Lucienne Larmuseau Lucienne Larmuseau (Martelarenlaan 25) woont in het huis waar ook haar ouders en grootouders gewoond hebben. Als kind stond ze bekend als “kleindochter van de militair Larmuseau”. Haar grootvader, Joseph Larmuseau, was namelijk opperwachtmeester, wat overeenkomt met eerste sergeant-majoor. “Mijn grootvader, één van twaalf kinderen, was afkomstig uit Kortrijk. In de Eerste Wereldoorlog heeft hij gevochten in de loopgraven. Alle bevelen waren in het Frans, maar hij kende geen Frans. Het verhaal gaat dat hij op een bepaald moment een bevel geweigerd heeft en zo de soldaten voor wie hij verantwoordelijk was, gered heeft. Daarvoor heeft hij een medaille gekregen van koningin Elisabeth.
© Hendrik Conscience Bibliotheek, Antwerpen
Alle medailles zaten in een valies. Op een dag moesten ze vluchten en is hij zijn koffertje op het perron vergeten en toen was hij al zijn medailles kwijt. Er is enkel nog een foto van hem met zijn vest vol medailles. Het vest is geschonken aan het oorlogsmuseum in Ieper. Hij vond het ook erg dat zijn vrienden gesneuveld waren en hij “gewoon” gepensioneerd. Hij vond dat oneerlijk. Hij ligt begraven op het kerkhof van Vlierbeek, op zijn verzoek anoniem, als onbekende soldaat, zoals zijn vrienden.”
15
© Stadsarchief, Leuven
Op dit plan uit 1939 is de ligging van de Martelarenlaan en de zijstraten aangegeven. Zoals duidelijk te zien is, was de bebouwing beperkt tot de gedeelten tussen de Stijn Streuvelslaan en de Koning Albertlaan enerzijds, en tussen de Willem Coosemansstraat en de Diestsesteenweg anderzijds. Daartussen en aan de overkant staan nauwelijks huizen. Het tracé van de Martelarenlaan was ook iets oostelijker dan dat van de vroegere IJzerenwegstraat, zoals je kan zien op dit plan.
2. Inrichting, evolutie en modernisering van de Martelarenlaan: van verbindingsweg tot fietsstraat Aanleg van de Martelarenlaan In 1923 deed de gemeente Kessel-Lo opnieuw afstand van een perceel grond voor de verbreding van de spoorweggeul. Voordien stonden daar verschillende afgebrande huizen van de IJzerenwegstraat. De gemeente besliste tegelijkertijd deze straat grotendeels af te schaffen. Alleen het stuk tussen de huidige Oude Diestsesteenweg en de Diestsesteenweg bleef nog onder die naam bestaan. Voor het deel naar de Tiensesteenweg toe dacht men aan de aanleg van een nieuwe straat, die tegelijk zou dienen als verbinding tussen de beide steenwegen. De voordelen
16 Martelarenlaan
leken evident: een weg vlak achter het station die zorgt voor een kortere verbinding tussen twee verkeersaders en de hele omgeving voor bewoning ontsluit … Uiteraard konden de vroede burgervaders toen niet weten welke hoge vlucht het wegverkeer decennia later zou nemen. In de loop van 1926 kregen 39 eigenaars van gronden ten oosten van de spoorgeul een bericht over de nakende onteigening van hun eigendom. Het ging in totaal om 3 hectare 57 are. De eigenaars konden als compensatie kiezen tussen ofwel een vergoeding, ofwel vrijstelling van de wegenistaks, ofwel ruilafstand met de gemeente tegen “evenwaardige” stukken grond elders in Kessel-Lo. De meesten kozen voor de vergoeding. Slechts 71,5 are werd geruild. Er zijn geen bezwaren tegen deze onteigening opgetekend, behalve van één enkele grondbezitter. Nadat hij de voorgestelde compensatie hardnekkig had geweigerd, startte hij een gerechtelijke procedure. Hij eiste boven op de verkoopprijs ook nog een schadevergoeding voor “verloren inkomsten van fruitbomen”, niet alleen op het te onteigenen stuk land, maar ook op het deel dat aan de andere kant van de nieuwe straat zou komen te liggen en waartoe hij moeilijk toegang zou krijgen. Hij zag zijn eis afgewezen. De keuze voor de benaming “Martelarenlaan” is niet gedocumenteerd, maar men mag veronderstellen dat de herinnering aan de gruwelen van augustus 1914 erin meespeelde. Het plein voor het station (tot 1919 “Statieplaats”) was trouwens om dezelfde redenen Martelarenplein gaan heten. Niettemin heerste nog tot in de late jaren 1930 verwarring over de straatnaam: vaak gaven de bewoners hun adres nog steeds op als IJzerenwegstraat in plaats van Martelarenlaan. De nieuwe Martelarenlaan werd 1245 meter lang en 13,5 meter breed (8 meter voor de straat, een trottoir van 2 meter aan de bebouwde zijde en een fietspad van 3,5 meter aan de kant van de spoorweg). Ze liep in een boog van de Tiensesteenweg naar de Diestsesteenweg, wat sindsdien onveranderd is gebleven. Het tracé ligt dus iets oostelijker dan dat van de vroegere IJzerenwegstraat, zoals kan afgeleid worden uit het plan van de omgeving rond de Martelarenlaan uit 1939 (plan p. 16) en zoals ook blijkt uit de vergelijking ervan met het plan van de grensaanpassing uit 1882 (plan p. 8). Aan de kant van de Diestsesteenweg lag de straat niet meer vlak tegen de spoorwegberm. De nieuwe verbinding met de Diestsesteenweg heette eerst Kortestraat (nu: Oude Diestsesteenweg). De aanleg van de straat begon in 1924, in het begin alleen op percelen die aan de gemeente toebehoorden. De volgende jaren werd de straat doorgetrokken over de volledige lengte. De autorijweg was in het begin bedekt met twee of drie rijen kasseien aan iedere kant met daartussen aarde of sintels, maar werd kort vóór de Tweede Wereldoorlog over de hele breedte van kasseien voorzien. Op de Martelarenlaan mondden uit, van de Diestse- naar de Tiensesteenweg: de Ernest Solvaystraat, de Karel Schurmansstraat, de Willem Coosemansstraat, de Pieter Nollekensstraat, de Stijn Streuvelslaan en de Koning Albertlaan. De aansluiting met de aanpalende straten werd verder verruimd door enkele bijkomende onteigeningen, namelijk met de Karel Schurmansstraat in 1962 en 1973 en met de Koning
17
Albertlaan in 1936, 1939 en 1961/2. Een pleintje met bloemen verfraaide van 1946 tot eind jaren 1960 het kruispunt met de Koning Albertlaan. Tussen de Oude Diestsesteenweg en de Solvaystraat kruiste vroeger een spoor de Martelarenlaan. Dat leidde van het vormingsstation (de combinatie van sporen waar men de treinen samenstelt) naar de Centrale Werkplaatsen. Het spoor was nog in gebruik tot begin jaren 1960 en is pas afgebroken in 2001. Nu loopt er daar het Locomotievenpad, onder het niveau van de vernieuwde Martelarenlaan.
Woningbouw De bebouwing kwam aanvankelijk traag op gang. Slechts vier eigenaars-bewoners van de IJzerenwegstraat van vóór 1914 bouwden hun huis weer op of gingen elders in de nieuwe straat wonen. Ook toen de straat af was, vestigden er zich de eerste jaren geen nieuwe gezinnen. Er waren geen huizen die te huur stonden, en zelf bouwen was in die tijd alleen weggelegd voor de weinige mensen die het zich konden veroorloven. Leningen waren ongebruikelijk en werden alleen verstrekt aan wie al bemiddeld was. Nieuwe eigenaars konden ook proberen een vergoeding te verkrijgen van het Fonds voor Wederopbouw, maar dat was niet evident omdat er massaal veel aanvragen werden ingediend. Enkele kapitaalkrachtige personen lieten vanaf de tweede helft van de jaren 1920 verschillende woningen bouwen, waarvan zij er één zelf bewoonden en de andere verhuurden. Tussen 1920 en 1929 verleende de gemeente slechts 26 bouwvergunningen in de straat, het decennium nadien al 81. Desondanks bleven er tot eind jaren 1930 grote percelen onbebouwd. Hier volgt een historisch overzicht van de spreiding van de gebouwen over de verschillende delen van de Martelarenlaan, vanaf de Oude Diestsesteenweg (begin van de huisnummers):
1930
1940
1950
1960
9
11
6
2
-
tussen Kortestraat* en Willem Coosemansstraat (+/- 400 m)
29
39
34
36
29
tussen Willem Coosemansstraat en Stijn Streuvelslaan (+/- 500 m)
11
40
42
47
51
tussen Stijn Streuvelslaan en Tiensesteenweg (+/- 300 m)
11
21
37
38
37
totaal aantal woningen
60
111
119
123
117
kant van de spoorwegen
1980
(tot aan overkant van P. Nollekensstraat)
* tegenwoordig de Oude Diestsesteenweg
18 Martelarenlaan
Het valt op dat het zwaartepunt van de bebouwing stilaan verschoof van de kant van de Diestsesteenweg naar de kant van de Tiensesteenweg. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er slechts sporadisch nieuwe woningen bij, hoewel de open ruimten momenteel praktisch volgebouwd zijn. De laatste decennia worden bijna geen eensgezinswoningen meer opgetrokken, maar meer studio-, appartements- en kantoorgebouwen, zoals die aan beide kanten van de Kop van Kessel Lo. Het eerste appartementsgebouw, een Amelinckx-building, is eind jaren 1960 gebouwd en draagt het huisnummer 139.
Nutsvoorzieningen in de Martelarenlaan De toenemende bebouwing in de Martelarenlaan en in de aanpalende straten maakte de aanleg van allerlei nutsvoorzieningen noodzakelijk. De eerste riolering werd al aangelegd in 1922. De overstromingen van 1935 toonden echter aan dat de leidingen niet berekend waren op hevige regenval. Daarom besloot de gemeente de capaciteit en efficiëntie van de waterafvoer te vergroten. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog werd in 1950 het rioleringsnet vernieuwd. Toch bleven zich ook de volgende jaren bij zware regenval overstromingen voordoen in huizen en kelders van de Martelarenlaan. Dat was nog het geval tot in het begin van de 21e eeuw. Vooral wie tussen de Koning Albertlaan en de Stijn Streuvelslaan woonde, was er het slachtoffer van. Stad Leuven had immers (al lang) beslist om pas iets aan het rioleringsnet te doen wanneer de Martelarenlaan zou worden heraange‘Onze kelders zijn geen wachtbekken’ (Leuven) - Het Nieuwsblad legd voor het park Belle Vue. Doordat de realisatie van het park door allerlei omstandigheden vertraagd werd, werd die klus dus uitgesteld tot 2015-2018.
16-11-2018
© Het Nieuwsblad / www.nieuwsblad.be.
Bewoners Martelarenlaan zijn wateroverlast beu en vragen actie
‘Onze kelders zijn geen wachtbekken’
© Nieuwsblad, 31 juli 2013
31/07/2013 om 03:00 door Kristof Debecker - Print - Corrigeer (mailto:redactienbo@nieuwsblad.be?subject=Correctie%20%20'%E2%80%98Onze%20kelders%20zijn%20geen%20wachtbekken%E2%80%99%20'&body=https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20130730_00676027)
Bij Tim Steenwinckel en Ruth Luyckx stond 70 cm water in de garage. Ze moesten net als andere buren beschadigde meubels en spullen weggooien.
(FOTO: KDL)
KESSEL-LO - De bewoners van het bovenste gedeelte van de Martelarenlaan in Kessel-Lo vragen dat de stad Leuven
dringend werk maakt van de noodzakelijke vernieuwing van de riolering. Het voorbije weekend hadden vele bewoners af te rekenen met ernstige wateroverlast. ‘Onze kelders lijken wachtbekkens. Als dat niet zo op de plannen staat ingekleurd, moeten ze dat bij de stad toch eens dringend opnieuw bekijken want het is in realiteit wel zo’, zegt bewoner Jos Boeykens.
Eind juli 2013 sloeg het noodweer zo erg toe dat er een artikel aan gewijd werd in het Nieuwsblad. De bewoners riepen het stadsbestuur opnieuw op om werk te maken van de noodzakelijke vernieuwing van de riolering.
Lees het hele verhaal in Het Nieuwsblad Leuven-Hageland van woensdag 31 juli. Corrigeer (mailto:redactienbo@nieuwsblad.be?subject=Correctie%20%20'%E2%80%98Onze%20kelders%20zijn%20geen%20wachtbekken%E2%80%99%20'&body=https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20130730_00676027) Advertentie (https://ww (http://self-booking.ligatus.com/?utm_source=ligatus-de&utm_medium=placement&utm_content=text&utm_campaign=branding) (http://selfbooking.ligatus.com/?utm_source=ligatus-de&utm_medium=placement&utm_content=logo&utm_campaign=branding)
19
Vanaf het begin van de jaren 1930 werden er leidingen voor stadsgas, water en elektriciteit aangelegd. In die periode nam niet iedereen een aansluiting op die voorzieningen. Vele bewoners hadden bijvoorbeeld een eigen water- of beerput, en de kosten voor een aansluiting waren hoog. De beerruimdienst van Leuven kwam tot in 1956 eenmaal per week langs om beerputten te ledigen. Dat jaar werden de laatste huizen op de riolen aangesloten en werd de ruimingsdienst opgeheven. De kostprijs voor de klant bedroeg toen minimum 300 frank per ruiming. Annie Van Dijck woonde met haar ouders, broer en zuster in nummer 287. Zij vertelt: “In die jaren (1930) stond er in de tuin een waterput, die later overdekt werd en waaruit oorspronkelijk water voor huishoudelijk gebruik genomen werd. Ze hadden 25 meter diep moeten boren om het grondwater te bereiken. Het water werd met een putemmer naar boven gehaald. De wc stond buiten boven een grote beerput. Die werd eenmaal per jaar geledigd. De inhoud diende als mest voor de bloemen en de groenten. Na elke ruiming lag de ganse tuin vol met krantenpapier “ (wc-papier was toen verre van ingeburgerd, n.v.d.r.) Tot 1960 haalde een privébedrijf het huisvuil op. Vanaf dat jaar nam de gemeente die taak over. In 1964 moesten de bewoners gestandaardiseerde vuilnisemmers gebruiken. Vanaf 1972 werden het huisvuilzakken. De intercommunale Interleuven zorgde intussen al vanaf 1971 voor de ophaling van het huisvuil. Nog in de jaren dertig waren er 16 verlichtingslantaarns op gas in de straat geplaatst – soms op een eigen sokkel, soms tegen een gevel. Een aangestelde van de gasmaatschappij stak ze aan en doofde ze, telkens met de hand. De verlichting brandde maar tot 1 uur ‘s nachts. Het beginuur was afhankelijk van het seizoen en varieerde tussen 16.30 en 21 u. In 1952 verwijderde men de lantaarnpalen. Nadien kwam er verlichting op elektriciteit, die de hele nacht brandde. In de jaren 1930 kreeg de buurt de eerste telefoonpalen. Die werden in 1946 vervangen door ondergrondse kabels. Tot 1960 waren de meeste voetpaden bedekt met grint en sintels of met zand. Eigenaars die een stenen bedekking wensten, moesten die op eigen kosten laten aanleggen. In de jaren nadien is het voetpad over de volledige lengte van de straat geplaveid en afgebakend door de gemeente. Het laatste stuk voetpad aan de bewonerskant werd pas aangelegd in 1996. Het lag voor het toen nog braakliggende stuk op de hoek met de Pieter Nollekensstraat (tegenwoordig het Klaprozenveld).
Verkeer Vóór de Tweede Wereldoorlog was de Martelarenlaan een rustige straat met weinig gemotoriseerd verkeer. Na de oorlog begon de situatie grondig te veranderen. Het toenemende auto- en vrachtverkeer stelde de overheden voor grote problemen. Helemaal volgens de naoorlogse opvattingen, en met
20 Martelarenlaan
de middelen van toen, trachtten zij het verkeer efficiënter te begeleiden. Zo deed de stad Leuven in de jaren 1950 een voorstel om de verkeersdrukte op de ring te verlichten door de aanleg van een nieuwe weg. Die zou dan vertrekken vanaf de Martelarenlaan of vanaf de Koning Albertlaan en uitmonden op de Diestsesteenweg, ter hoogte van de Rerum Novarumlaan. Financiële bezwaren van de betrokken overheden en protesten van de bewoners van de nieuwe wijken ten oosten van de Martelarenlaan betekenden de doodsteek voor dit plan.
Die evolutie had uiteraard gevolgen voor het residentiële karakter van de straat. Na de overname door de staat werd de rijweg namelijk geasfalteerd en verbreed tot 13 meter, inclusief een doorlopende parkeerruimte aan de bebouwde kant. Het autoverkeer kon toen over drie stroken rijden, twee in de richting van de Tiensesteenweg en een in de andere richting. Daardoor nam de verkeerssnelheid toe en konden de bewoners de brede straat bijna onmogelijk nog veilig oversteken. Als gevolg van herhaald protest van de buurtbewoners over deze zeer gevaarlijke situatie behield men vanaf 1997 de middelste rijstrook enkel nog tussen de Tiensesteenweg en honderd meter vóór de Stijn Streuvelslaan. De verbinding met het station en de stad kwam tot stand door de bouw van een voetbrug over de sporen in 1965. Voor die tijd namen mensen uit de Martelarenlaan vaak de bus, zoals Chris Paulus.
© De Streekkrant, 30 november 1995,
Oorzaken waren de toenemende mobiliteit, het inadequate openbare vervoer (tot 1988 had geen enkele buslijn een halte in de Martelarenlaan) en de belabberde verkeerssituatie in de straat. Enkel grote infrastructuurwerken zouden de problemen kunnen oplossen. Omdat de gemeente de kosten daarvoor niet meer kon opbrengen, stond zij in 1971 de straat af aan de Belgische staat. Het hoofdargument was dat de straat een verbindingsweg was tussen de provinciale wegen Leuven-Diest en Leuven-Tienen. Zo werd de Martelarenlaan tegelijk de Rijksweg N292 (oorspronkelijk nummer 783).
uit de persoonlijk collectie van Hans Taillieu
Vanaf de jaren 1970 kwamen er meer en meer signalen dat het steeds drukker wordende verkeer de leefbaarheid in de straat zou gaan bedreigen.
De oude smalle voetgangersbrug – die echter ook door fietsers gebruikt werd - was dringend aan vervanging toe en gaf zeker ’s avonds een onveilig gevoel. Als de verlichting werkte, was dat nog maar erg zwak qua lichtsterkte. Bovendien was er nog de steile afdaling in een scherpe hoek aan voorkant van het station zelf, waardoor er geen zicht was op wat er op de brug kon gebeuren.
21
© Stadsarchief Leuven
De Martelarenlaan met drie rijstrooken zoals die was aangelegd door de Belgische staat na de overheveling door de gemeente Kessel-Lo.
“De vlotste manier om naar Leuven te gaan was met de bus. Een rit kostte 5 frank. Er was altijd veel volk op de bus. Pas na de aanleg van het brugske in 1965 kon een gezin met kinderen ook te voet naar stad gaan. Voordien was omlopen via Blauwputbrug eigenlijk te ver.” Chris Paulus Aan de bouw van de voetbrug waren talrijke vruchteloze voorstellen en petities voorafgegaan (o.m. in 1930, 1938, 1947, 1950, 1952 en 1954), en een eindeloos getouwtrek tussen de gemeente Kessel-Lo, de stad Leuven, de NMBS en het Ministerie van Openbare Werken, met name over de financiering ervan. Ten slotte koos men voor een betonnen brug van 150 meter lang en 3 meter breed. Die liep van de fietsenstalling (toen vlak naast het station) tot aan de Martelarenlaan, halverwege tussen de Ernest Solvay- en de Karel Schurmansstraat. Kessel-Lo en de NMBS betaalden ieder de helft van kostprijs. Vanwege verregaande slijtage werd deze brug in de laatste jaren van het vorige millennium weer afgebroken. Vanaf 1980 gaf een voetgangerstunnel vanaf de Martelarenlaan toegang tot de sporen. Die ondergrondse doorgang was toegankelijk van 6 tot 22 uur, maar werd jarenlang verwaarloosd. In het kader van het grote project “Stationsomgeving” is deze tunnel vervangen door de huidige, die iets verder ligt. Die ging in september 2000 open en is netter en veel breder. Op dat moment was de Martelarenlaan
22 Martelarenlaan
Chris Paulus
uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu
© De Streekkrant, 30 november 1995,
“Alle auto’s gingen langs de Diestsepoort op en af. Er was geen andere doorgang naar de Vaart en ook geen snelweg, dus alles naar de Diestesteenweg! Veel files… Zelfs op de kasseien van de Martelarenlaan was het file. De Tiensesteenweg stond en bloc. Veel ouders brachten hun kinderen naar school met de auto.”
Op deze foto zie je ook het enige bushokje (gebouwd in 1968) en de enige telefooncel (daterend van 1966) in de Martelarenlaan aan de hoek met de Karel Schurmansstraat.
nog steeds een gewestweg, maar in 1996 had het buurtcomité in een gesprek met de burgemeester al vernomen dat er mondelinge afspraken waren met Openbare Werken en de bevoegde minister Baldewijns om – na de definitieve heraanleg – de Martelarenlaan over te dragen aan de stad. Die overname is uiteindelijk gebeurd in november 2003. Doordat steeds meer mensen zich met de wagen verplaatsten en ook naar Leuven reden om daar de trein te nemen, was er een steeds grotere nood aan parkeerplaatsen. De NMBS wilde daarom parking aanleggen op haar terreinen. Vanaf 1965 stelden de NMBS en de gemeente Kessel-Lo dan ook een groot aantal parkeerplaatsen ter beschikking op de terreinen aan de kant van de spoorweg en verderop tussen de Ernest Solvaystraat en de (huidige) Oude Diestsesteenweg. Tegenover de Stijn Streuvelslaan en de Pieter Nollekensstraat bouwde de gemeente iets later 36 huurgarages voor de omwonenden. Dat alles bracht weinig soelaas, maar trok integendeel verkeer van buiten de straat aan. De vraag naar parkeerplaatsen bleef maar toenemen en ook de volkstuintjes langs de Martelarenlaan aan de onbewoonde overkant. Vanaf 1985 of 1986 (het precieze jaartal is onzeker) mochten de buurtbewoners geen gebruik meer maken van de grond aan de overkant tussen de Stijn Streuvelslaan en de Pieter Nollekensstraat, hoewel het nog twee jaar zou duren eer de parking er daadwerkelijk kwam.
23
De parkings aan de Martelarenlaan waren om nog andere redenen bekend: 1. Op het deel tussen het Texacotankstation en de Stijn Streuvelslaan kon men gratis parkeren. Dat was zelfs tot in Nederland bekend. 2. Ieder jaar in september kwamen de foorkramers er met Leuven Kermis hun woonwagens zetten. Ze parkeerden er waar ze maar konden: op het gras, tussen de bomen, tot zelfs op het aarden onverharde voetpad. 3. Ook zigeuners kwamen regelmatig naar deze parkings afzakken om er enkele dagen of weken te kamperen. 4. De parking tussen de Stijn Streuvelslaan en het Texacotankstation werd door de politie regelmatig afgezet met het oog op administratieve of alcoholcontroles. Dat gebeurde minstens twee tot drie maal per jaar. Als bewoner wist je natuurlijk hoe laat het was en was je op voorhand gewaarschuwd wanneer er bordjes “verboden te parkeren” verschenen.
Van drukke verkeersader naar aangename woonwijk Vanaf de jaren 1990 bedachten de beleidsmakers een nieuw en globaal concept van ruimtelijke ordening. Dat hield rekening met: n
de volledige integratie van de Martelarenlaan in de stationsomgeving
n
de uitbreiding van het treinverkeer (in verband met de aanleg van de hogesnelheidslijn)
n
de mobiliteitsproblematiek (met meer aandacht voor fietsers)
n
de vraag van de omwonenden voor een gezonde en leefbare omgeving
n
de integratie van zorgvuldig uitgekozen commerciële activiteiten.
Een eerste plan uit 1990, geschreven door prof. Mortelmans, voorzag in de overkapping van de volledige stationsomgeving, inclusief de spoorgeul tot aan de Tivolibrug. Daardoor zou zowel het spoor- als het auto- en busverkeer ondergronds verlopen, en konden er winkels en kantoren opgericht worden boven op de treintunnel. In dit plan werd er weinig of niets gezegd over de Martelarenlaan zelf. Het voorstel is nooit aanvaard wegens de veiligheidsrisico’s en de hoge kostprijs.
24 Martelarenlaan
Eind 1992 had het Projectteam Stadsontwerp onder leiding van prof. dr. ir. Marcel Smets van de KU Leuven het naar hem genoemde “Ontwikkelingsplan Spoorweggebied Leuven” klaar (publicatiedatum 01.10.1992). Het plan-Smets dreigde aanvankelijk een stille dood te sterven, maar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1994 brachten daar verandering in. Met het aantreden van de bestuurscoalitie onder de toen nieuwe burgemeester Louis Tobback kwam alles in een stroomversnelling en begon men met de concrete uitwerking van het plan. Prof. Smets kreeg de officiële opdracht om de zes BPA’s (Bijzondere Plannen van Aanleg) voor de stationsomgeving te ontwerpen. Een van de doelstellingen van het plan was om Kessel-Lo (als een soort “voorstad”) veel beter te verbinden met het centrum van Leuven. Dat moest gebeuren met een tweede stationstoegang, die aan de achterkant op de Martelarenlaan zou komen en die ook gekoppeld zou zijn aan de ontwikkeling van de Centrale Werkplaatsen. Ter compensatie voor de hoogbouw op de Kop van Kessel-Lo zou er een langwerpig park komen langs het deel van de Martelarenlaan tussen de Willem Coosemansstraat en de Koning Albertlaan.
© Mozaïek april 2008
Het gebied van de Centrale Werkplaatsen moest opgewaardeerd worden met een groot aantal woningen en appartementen, een jeugdcentrum, leslokalen en vergaderruimten, dat alles in een groen en aangenaam decor. In dezelfde geest pleitte het plan voor de bouw van een woonerf “Klaprozenveld” tussen de Willem Coosemansstraat, de Pieter Nollekensstraat en de Martelarenlaan. Met de latere realisatie van dit woonerf verdween het laatste stukje landbouwgrond in de Martelarenlaan..
Dit plan uit de Mozaïek, magazine over stadsvernieuwing toont hoe het Locomotievenpad op het Benedenplein wordt aangesloten onder de Martelarenlaan door en zo de doorgang via het station vanuit Kessel-Lo naar het centrum van Leuven mogelijk maakt.
Op de gemeenteraad van 26 februari 2007 werd het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP, het vroegere BPA) voor de Martelarenlaan (officieel bekend als RUP GGR-K2 Martelarenlaan) definitief goedgekeurd. Het RUP zette zowel het uitzicht als de functie van de Martelarenlaan in een modern perspectief. De straat kreeg een exclusief residentieel karakter in een uitgesproken groene omgeving, met ontspannings- en ontmoetingspunten en zonder doorgaand verkeer. De toegang tot het station vanaf Kessel-Lo werd nog uitgebreid en er kwamen ruime faciliteiten voor het fietsverkeer. De spoorwegtunnel werd verbonden met Kessel-Lo door de aanleg van het Benedenplein, dat toegang verschaft tot de sporen en van waaruit een trap naar de Martelarenlaan leidt. In 2007 onteigende de stad
25
Leuven 13 woningen in de Martelarenlaan en de Ernest Solvaystraat en liet ze afbreken. Dat maakte het mogelijk het Locomotievenpad op het Benedenplein aan te sluiten. Deze nieuwe route is een autovrije weg die de Centrale Werkplaatsen verbindt met de stationsomgeving. De aannemers sloopten eveneens de gemeentelijke feestzaal Het Bad en de aanpalende garages; op die plaats verrees een laag appartementsgebouw. Aan de andere kant van de Martelarenlaan, waar vroeger parkings en braakliggende gronden lagen, kwamen appartements- en kantoorgebouwen met winkels, twee hotels en een enorme parkeergarage. Oorspronkelijk was er ook een bioscoop gepland, maar die is er bij gebrek aan kandidaat-uitbaters niet gekomen. Voor het hotel Park Inn is een plein aangelegd (het Bovenplein), van waaruit een loopbrug over de sporen toegang geeft tot de perrons. Binnenkort wordt dat ook een fietsverbinding die uitmondt op het Martelarenplein, via de fietsspiraal die langer op zich laat wachten dan gepland. De verkeersafwikkeling in de straat is grondig herzien. Van de kruising met de Oude Diestsesteenweg tot die met de Willem Coosemansstraat lopen brede fiets- en voetpaden naast twee smalle rijstroken voor auto’s. Verderop, tot aan de kruising met de Koning Albertlaan, is de straat gesplitst. Het doorgaand autoverkeer is verlegd naar een nieuwe weg, die naast de sporen loopt en lager ligt dan de straat: de Spoordijk. De oorspronkelijke Martelarenlaan is een fietsstraat geworden, waar enkel nog plaatselijk autoverkeer is toegestaan in de richting van de Diestsesteenweg. De rijweg is versmald en afgezoomd met bomen en struiken, terwijl het aantal parkeerplaatsen met twee derde is teruggebracht. Het fietspad kruist de Koning Albertlaan en loopt naast de school De Ark. In 2019 komt er een aansluitende verbinding voor fietsers naar Park Heverlee en Haasrode, via een tunnel onder de Tiensesteenweg. Niet onbelangrijk is de aanleg van het park Belle Vue, een groene oase met speel- en hondenzones, die zich uitstrekt over ongeveer 750 meter tussen de fietsstraat en de Spoordijk. Het park bevat twee “bastions”, hoger gelegen en geplaveide ontmoetingsplaatsen.
26 Martelarenlaan
Het plan-Smets omvatte het gebied vanaf de oprit van de autostrade langs de Eenmeilaan in Kessel-Lo, over de Kop van Kessel-Lo en de Centrale Werkplaatsen tot aan de Tiensesteenweg, alsook het gebied aan de voorkant van het station vanaf de Vuurkruizenlaan en de Diestsevest over het Martelarenplein en het provinciehuis tot aan de Tiensepoort. De werkgroep had drie scenario’s ontwikkeld : een minimaal, een intermediair en een maximaal. Vooral de maximale versie kwam erg ‘bedreigend’ over. Die versie omvatte immers de volledige overkapping van de spoorweggeul en volledige opvulling met bebouwing aan de overkant (= kant van het station) van de Martelarenlaan. De schaal waarop die nieuwe plannen zouden kunnen uitgevoerd worden, was afhankelijk van het al dan niet behoud van de spoorwegbundels P en Q die voor het onderhoud van de treinen werden aangewend. Het zou daarbij gaan om flats, eengezinswoningen met tuin en “urban villa’s”, alsook kantoren, handel en horeca en tenslotte een gemeenschapsuitrusting (zoals een supermarkt of sportcomplex). In cijfers kwam dit neer op 6.600m² kantoren, 57.200m² wonen (+ diensten), 6.700m² groothandel of recreatie en 644 parkeerplaatsen (voor bewoners en bezoekers). In het smalle park tussen die ‘overkant’ en de bestaande bebouwde kant van de Martelarenlaan zouden nog enkele schaarse gebouwen ingeplant worden. Op alle plannen is er op de hoek van de Martelarenlaan met de Tiensesteenweg en tegen de spoorweggeul aan nog een gebouw met showroom en bovenliggende appartementen voorzien. Uiteindelijk heeft de ‘intermediaire’ versie het gehaald.
Uit “Ontwikkelingsplan Spoorweggebied Leuven” opgesteld door het Projectteam Stadsontwerp o.l.v. prof. Dr. Ir. Marcel Smets (publicatiedatum 01.10.1992)
27
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Diane De Wit
3.
De Martelarenlaan en de Tweede Wereldoorlog
Eind jaren dertig begonnen de burgerlijke en militaire overheden voorzorgen te nemen om de stad te verdedigen en de bevolking te beschermen. Het gemeentebestuur van Kessel-Lo nam, voor wat betreft de Martelarenlaan, de volgende maatregelen.
28 Martelarenlaan
TIJDSLIJN
1936
* oprichting van een gemeentelijke Bond voor Luchtbescherming. In het bestuur zitten geen inwoners van de Martelarenlaan. De Bond geeft voordrachten in de Rijksmiddelbare school aan het begin van de Diestsesteenweg, en begint met de publicatie van een reeks raadgevingen via aanplakbiljetten en aankondigingen in lokale informatiebladen. * installatie van een alarminstallatie (sirene) in het station * opmaak van een lijst met adressen voor inkwartiering van militairen (18 woningen, St.-Augustinusschool en zaal Het Bad). Tijdens de oorlog zullen de Duitsers van deze lijst gebruikmaken.
1938 sept.1939
inventarisatie van alle motorvoertuigen in de Martelarenlaan: 1 vrachtwagen, 1 bestelwagen, 11 personenwagens en 2 motorfietsen * bescherming van de brandkranen door zandzakjes * installatie van een alarmsirene in het gemeentehuis, met een maandelijkse oefening * opeising van de het jaar voordien geïnventariseerde motorvoertuigen.
jan.-feb. 1940 feb.1940 1940
oplijsting van alle bewoners van de straat en inventarisatie van nuttige hulpbronnen. De lijst met inwoners zal nadien nog van pas komen bij het lokaliseren van vluchtelingen. installatie van een hulppost van de Burgerlijke Bescherming en van een schuilplaats voor burgers in geval van luchtaanvallen, beide in zaal Het Bad. begin van de verplichte verduistering van gebouwen. Deze maatregel zal gelden tot mei 1945.
29
Toen op 10 mei 1940 de Wehrmacht België binnenviel, was al vlug duidelijk dat de Belgische en Franse legers en het Britse expeditiekorps geen effectief weerwerk zouden kunnen bieden. Gevolg was dat twee miljoen Belgen huis en haard verlieten en wegvluchtten richting Frankrijk. Het precieze aantal bewoners dat de Martelarenlaan verliet, is nooit officieel bepaald, maar op basis van de latere schadeclaims wegens plundering mag men aannemen dat het ging om minstens 22 gezinnen. De verdediging, die met zoveel moeite opgezet was, onder meer aan het station en de Vaart, hield geen stand. Het bleek onmogelijk om de Duitsers de toegang tot Leuven via de Tiensesteenweg te ontzeggen. Op 10 mei verstoorden een aantal Stuka’s (Duitse jachtvliegtuigen die in duikvlucht bommen dropten) de geallieerde aftocht op de Tiensesteenweg met terreurbombardementen. Daarbij vielen aan de Tiensepoort meer dan 200 doden. Britse troepen bliezen op 14 en 16 mei de spoorwegbruggen over de Tiense- en Diestsesteenweg op. De krijgshandelingen lieten ook hun sporen na op de Martelarenlaan, waar vooral in het deel tussen de Pieter Nollekensstraat en de Tiensesteenweg een groot aantal huizen bom- en granaatinslagen te verwerken kreeg. In totaal raakten in de hele straat 25 huizen licht en 13 zwaar beschadigd. Eén huis moest afgebroken worden, net zoals het benzinestation op de hoek met de Tiensesteenweg. Ook de St.-Augustinusschool was zwaar getroffen, zaal Het Bad minder. In minstens twee huizen (nummers 217 en 285) lagen er niet-ontplofte springtuigen. Terwijl een deel van de bewoners afwezig was, werden tussen 17 en 20 mei verschillende huizen geplunderd. Ditmaal waren de schuldigen geen Duitsers, maar waarschijnlijk Belgische burgers. Sommige gezinnen werden zodoende tweemaal benadeeld. Het totale bedrag aan schadeclaims als gevolg van deze plunderingen bedroeg 123.000 frank. Gelukkig maakten de oorlogshandelingen in de straat geen burgerslachtoffers. Ook de infrastructuur van de Martelarenlaan raakte beschadigd. Op meerdere plaatsen waren er gaten in de weg geslagen. Het duurde tot eind 1940/begin 1941 voor het verkeer weer ongehinderd door de straat kon rijden. Verder waren de elektriciteitskabels, een stuk van de waterleiding en een deel van de riolering vernield. Pas in de tweede helft van 1942 was de waterafvoerleiding volledig gerepareerd. De kosten beliepen in totaal bijna 100.000 frank en kwamen ten laste van de gemeente. De Tivolibrug daarentegen was al in november 1940 opnieuw in gebruik, dankzij de Organisation Todt, een paramilitaire nazi-organisatie, genoemd naar de oprichter Fritz Todt, die burgerlijke en militaire bouwwerken liet uitvoeren of zelf uitvoerde. De Martelarenlaan diende tot dan als nooddoorgang voor het schaarse verkeer tussen Leuven en Tienen. Tijdens de oorlog lieten de Duitsers de bevolking meestal met rust. In theorie betaalde de Wehrmacht voor de opgeëiste goederen en de gemeente voor de huisvesting van Duitse militairen. Over de geldelijke compensaties van geconfisqueerde goederen waren er echter ononderbroken betwistingen tussen de bewoners, de gemeente, het Ministerie van Financiën en de Duitse bezettingsoverheid. Tussen 1940 en mei 1944 waren in 7 huizen in de Martelarenlaan maximum 15 Duitse militairen ingekwartierd. De bewoners van die woningen ontvingen daarvoor 6 à 7 frank per dag huur, plus een kleine vergoeding
30 Martelarenlaan
voor de maaltijden. Ook in Het Bad waren enige soldaten gelegerd. Het gebouw was met dat doel in 1940 door de Duitsers aangepast, zeer tegen de zin van de gemeente, die wel de factuur van 50.000 frank mocht betalen. De verplichte verduistering was de hele oorlog van toepassing, van zonsondergang tot zonsopgang. De gemeentelijke politie en de bezettingsautoriteiten controleerden de toepassing van deze maatregel. Net als tijdens de Eerste Wereldoorlog was vooral de voedselbevoorrading voor de bevolking een groot probleem. De voorgeschreven rantsoenen werden steeds kleiner. De Duitsers eisten ook steeds meer voedsel op. Voor wie het kon betalen, was er een bloeiende zwarte markt. Allerlei caritatieve organisaties zoals het Rode Kruis en Winterhulp trachtten de grootste ellende te lenigen, maar de voedsel- en kolenbedeling bleef moeizaam verlopen tot midden 1945. De bezetter legde daarenboven beslag op alle mogelijke materialen, zoals het metaal van de klokken. Hoewel de meeste bewoners van de Martelarenlaan zich afzijdig hielden, sloten sommigen zich aan bij een verzetsgroep. Het verzet pleegde vooral aanslagen tegen de spoorweginstallaties, onder meer op 27 januari 1944. In de loop van de oorlog arresteerden en deporteerden de Gestapo, de Sicherheitspolizei en het (collaborerende) Veiligheidscorps verschillende bewoners van de Martelarenlaan. Het ging niet alleen om mensen die verdacht werden van verzetsactiviteiten. Het Joodse gezin Rothschild, woonachtig op nummer 179, werd in 1941 verklikt, opgepakt en naar een uitroeiingskamp overgebracht. De broer van de heer Rothschild en zijn gezin, die in de Koning Albertlaan woonden, ondergingen hetzelfde lot. Enkel vader Leo en zoon Ernst Jozef wisten te overleven. Zij keerden in 1945 terug naar het ouderlijk huis, maar vertrokken enige tijd later naar Brussel. Op 3 februari 2017 zijn deze slachtoffers herdacht tijdens een plechtigheid in de Martelarenlaan. In het voetpad voor hun vroegere woning zijn struikelstenen (Stolpersteine) aangebracht. Op de kleine stenen (10 x 10 cm) zijn, in een messing plaatje, de naam, geboortedatum, deportatiedatum, plaats en datum van het overlijden gestanst.
Deze struikelstenen voor het Joodse gezin Rothschild liggen verwerkt in de stoep van hun vroegere woning in de Martelarenlaan.
31
In 1944 arresteerde de bezetter Emile De Wit, uitbater van café Belle Vue, zijn zoon Gaston en een kennis van Gaston wegens steun aan het verzet. Ze kwamen terecht in verschillende concentratiekampen. De Gestapo nam ook Leopold François gevangen, gewezen Leuvens politiecommissaris en voorzitter van de Commissie voor Openbare Onderstand. Hij stierf van uitputting in het concentratiekamp Mittelbau-Dora. Daar moesten de gevangenen slavenarbeid verrichten voor de vervaardiging van de V1- en V2-bommen. De weggevoerde bewoners die de folteringen en de mensonwaardige omstandigheden in de kampen overleefden, kwamen pas vanaf mei 1945 terug.
Na de bevrijding was Emile De Wit nog lange tijd onderweg naar huis. Deze foto werd genomen na zijn thuiskomst. Hij heeft de herkenbare gestreepte gevangeniskledij nog aan.
32 Martelarenlaan
Na de schade die was aangericht tijdens de veldtocht van mei 1940, kreeg de Martelarenlaan het op het eind van de oorlog opnieuw hard te verduren, dit keer vooral door geallieerde bombardementen in 1944. Een overzicht:
sept.1940 aanval op het station en de Centrale Werkplaatsen; geen schade in de Martelarenlaan 19.9.1941 zelfde doelen; geen schade of slachtoffers bekend 20.3.1943 zelfde doelen; alleen de schade aan Het Bad is gedocumenteerd zelfde doelen; met zware schade aan de brug op de Tiensesteenweg en verwoes26.4.1944 ting van de locomotiefloods er vlakbij. Het gemotoriseerd verkeer moest via de Martelarenlaan en omliggende straten van Tienen naar Diest rijden.
1.5.1944 bombardement van de Centrale Werkplaatsen; geen burgerslachtoffers. 11-12. aanval op de Centrale Werkplaatsen; geen slachtoffers gemeld. 05.1944 verwoesting van de Centrale Werkplaatsen; maar nauwelijks schade in de 12-13. volledige Martelarenlaan; geen slachtoffers bekend. 05.1944 bombardement; dat zware schade aanrichtte aan een groot aantal gebouwen 25.5.1944 hevig en een deel van de infrastructuur in de Martelarenlaan
De Duitse luchtverdediging stond opgesteld achter het hoofdgebouw van de Centrale Werkplaatsen, in zijstraten van de Diestsesteenweg. Ze raakte verscheidene, meestal Amerikaanse vliegtuigen, maar niet één ervan stortte neer in de Martelarenlaan of in de omgeving. De gevolgen van de bombardementen van mei 1944 waren zwaar. Eén woning was compleet vernield, 54 andere waren onbewoonbaar. Zesentwintig huizen waren zwaar en negen licht beschadigd. Zowel de St.-Augustinusschool als Het Bad had hard te lijden onder de luchtaanvallen. Ook de infrastructuur in de straat raakte ernstig beschadigd. Door een tekort aan grondstoffen en wegens het gebrekkige transport duurde het tot eind 1944/begin 1945 tot alles min of meer hersteld was. De kosten ten laste van de gemeente beliepen in totaal 260.000 frank. Gezien het constante gevaar besloot de gemeente Kessel-Lo eind mei 1944 de getroffen gezinnen op vrijwillige basis te evacueren. Slechts 46 gezinnen maakten van het aanbod gebruik en trokken tijdelijk bij familie of kennissen in. De meesten waren eind augustus weer thuis. 33
Na de landing van de geallieerden in Normandië, in juni 1944, verzamelden alle Duitse militairen zich in kazernes in Leuven. Zij verlieten de regio in de eerste dagen van september zonder noemenswaardige gevechten. De bevrijding van Leuven op 4 september 1944 is in de Martelarenlaan met opluchting maar in alle sereniteit gevierd. Er zijn alleszins geen berichten te vinden van wraakacties, plunderingen of geweld tegen wie in de straat als pro-nazi bekendstond. Er waren dan ook maar enkele openlijke collaborateurs. Zij betaalden wel een prijs voor hun houding tijdens de bezetting: krijgsraden veroordeelden vanaf september 1944 twee bewoners van de Martelarenlaan ter dood, één kreeg levenslang en drie anderen lichtere gevangenisstraffen. Daar staat tegenover dat, nog tijdens de strengste periode van de repressie (eind 1944 – midden 1945), de rechtbanken drie mensen vrijspraken. De doodvonnissen zijn nooit uitgevoerd, en alle straffen zijn later verminderd. De meeste veroordeelden vielen begin jaren 1950 onder de opeenvolgende amnestiemaatregelen. Allemaal hadden ze al in 1958 hun burgerrechten terug. Onmiddellijk na de bevrijding werden circa 100 geallieerde soldaten ondergebracht in de St.Augustinusschool, die toen al gedeeltelijk hersteld was. Ze verbleven er tot december 1944. Hun korte aanwezigheid was voor de bevolking van de Martelarenlaan vooral een gelegenheid om goederen te verkrijgen waarvan men sinds lang het genot niet meer kende. Er waren wel enige wrijvingen over het vrijpostige gedrag van sommige militairen, maar de meeste bewoners wilden vooral hun gewone leven hernemen. Tussen de bevrijding en het eind van de oorlog in mei 1945 zou de buurt nog eenmaal getroffen worden, ditmaal door Duitse bommen, waarbij de Martelarenlaan zelf een voltreffer te verwerken kreeg.
34 Martelarenlaan
V1 stort neer in de Martelarenlaan. Er vallen 9 doden en 7 gewon8.2.1945 Een den. Eén van de doden is een jonge leerkracht die op weg is naar de
© uit de persoonlijke fotocollectie van Lucienne Larmuseau
St.-Augustinusschool. Het tuig slaat een enorme trechter in de straat, tegenover huisnummer 113. De schade aan de woningen in de omgeving, waarvan sommige nog maar pas hersteld zijn, blijft vrij beperkt.
Doodsprentje van de jonge leerkracht Maurice Petrus Hamels die tijdens het bombardement op 8 februari 1945 omkwam.
35
4.
De bewoners van de Martelarenlaan en hun activiteiten
Van de eerste inwoners van de Martelarenlaan is niet bijzonder veel geweten. Enkelen van hen woonden vroeger in de IJzerenwegstraat, maar veruit de meesten kwamen van buiten de gemeente. Dat de nabijheid van het station en de stad Leuven daarbij een grote rol speelde, is gedeeltelijk af te leiden uit de beroepsbezigheden van de gezinshoofden. In 1930 was 27% van hen arbeider, 22% was bediende of ambtenaar, 20% dreef handel (meestal in een andere buurt) en 13% werkte voor de spoorwegen.
36 Martelarenlaan
Tot 1940 woonde er één landbouwer, die ook daadwerkelijk in de Martelarenlaan zijn bedrijf uitbaatte. Rond 1975 had meer dan een derde een baan als bediende of kaderlid en was – een vroeg gevolg van de vergrijzing – een kwart gepensioneerd of rentenier. Velen van hen woonden toen al lange tijd in de straat, zoals Victor Vanhoutvinck, Michel Vergucht en Camille Fortje. De jongste jaren vestigen zich weer meer jongere gezinnen, nog steeds aangetrokken door de uitstekende ligging van de Martelarenlaan. Enkele bewoners bereikten de ouderdom van 100 jaar. Zo werden de ouders van Annie Van Dijck beiden 100 jaar (respectievelijk in 1988 en 1991). Haar vader, Denis van Dijck, was jarenlang landbouwconsulent voor de Belgische Boerenbond en werd gevierd tijdens een groot feest te zijner ere in 1988. Spijtig genoeg overleed hij drie dagen later. Een andere met hoge leeftijd gezegende bewoner was landmeter en financieel expert Georges de Bruycker. Hij woonde sedert 1932 in nummer 303 en had een wagen met chauffeur en een inwonende meid. Tot op hoge leeftijd ging hij regelmatig pintjes drinken in de stad. Opmerkelijk is ook dat tot laat in de jaren 1950 in vele huizen meerdere gezinnen woonden, en dat de eigenaars daarnaast vaak kamers verhuurden aan alleenstaanden.
Handel en diensten Hoewel de Martelarenlaan nooit een winkelstraat was zoals bijvoorbeeld de Diestsesteenweg, waren er in de loop der jaren toch verschillende handelszaken actief. De Bank van Sint-Mariaburg (later NV Antverpia genaamd) was een spaar- en verzekeringsmaatschappij uit het Antwerpse, gespecialiseerd in het verstrekken van levensverzekeringen aan de “gewone man”. Een filiaal van deze instelling had al vóór de Eerste Wereldoorlog een kantoor in twee gebouwen in de IJzerenwegstraat. Die woningen zijn in augustus 1914 afgebrand. De NV Antverpia liet ze herbouwen in de Martelarenlaan (nummer 63 en 65), en bleef er nog tot minstens 1970 de eigenaar van. In het ene huis was het kantoor gevestigd, in het andere woonde de filiaalhouder. Ook Henri Vrancken en later zijn zoon Louis hadden tot in 1964 een verzekeringskantoor, in het allereerste huis van de straat met nummer één. In 1933 verkreeg de zeepfabriek “Floréal Savonnerie” een bouwvergunning voor een opslagplaats of atelier op een perceel links van Het Bad. Het gebouw is tijdens of na de Tweede Wereldoorlog afgebroken. Later zijn op deze kavel een aantal garages gebouwd. De merknaam bestaat momenteel nog steeds in Frankrijk. Ook Leon Theunis had een atelier naast het Bad. Hij herstelde er linotypes. Dat zijn zetmachines, ontwikkeld eind 19e eeuw, die vooral gebruikt worden voor het zetten van tekst voor kranten en tijdschriften.
37
GETUIGENIS
Chris Paulus
“Er was een Shellstation op de Tiensesteenweg waar er autoreparaties gebeurden. De grote attractie was een kleine aap in een hok. Het was een kwaad en gemeen diertje dat goed beet! Ik ben veel gebeten….”
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Chris Paulus
“Dat was een groot atelier. 250 vierkante meter. Een grote ruimte. Achterkant met bureau, volledig mooi afgemaakt en linkse kant nog een bergplaats, ook apart afgemaakt met verwarming en sanitair. Alles op en aan. Dat was daar groot. Dat kon je van buiten niet zien, dat was gewoon een poort van buiten. Oorspronkelijk was dat de opslagplaats van een aannemer uit Blanden. Ik heb die man niet gekend, maar na zijn dood was zijn vrouw dus de eigenaar en die verhuurde het. Mijn buurvrouw in de Schurmansstraat zag dat het te huur stond op het moment dat ik en mijn vrouw op bedevaart naar Lourdes waren. Mijn buurvrouw die telefoneert erheen: “ik heb iemand voor u, die zal dat wel willen”. Waarop die weduwe zegt: “ja maar, ik heb er zoveel die willen”. Waarop mijn buurvrouw: “ja mevrouw, ge moet ermee wachten, want die mens is op bedevaart naar Lourdes en die moet dat absoluut hebben”. Waarop de weduwe: “awel, als hij op bedevaart naar Lourdes is, dan moet die naar mij komen als hij thuis komt! Ik had die atelier uiteindelijk (ook al had ze veel kandidaten), omdat dat die vrouw precies beviel, dat ik ne vrome mens was, dat ik naar Lourdes was gegaan. Ik betaalde toen 10 000 Belgische Frank huur per maand en dat heb ik twintig jaar lang betaald! Er is nooit gene frank bijgekomen, omdat ik haar goederen goed beheerde. Op ‘t laatste zat ik daar voor niks hè. Dat is iets geweldig als je ‘t nagaat.” Leon Theunis
Chris Paulus op de fiets voor zijn huis
38 Martelarenlaan
© Uit de persoonlijke collectie van Lucienne, de weduwe van Willy Vanderborght.
Dit stond er als hoofding op de facturen van garage en reisbureau Belle Vue.
© Uit de persoonlijke collectie van Lucienne, de weduwe van Willy Vanderborght.
Gedurende een twintigtal jaren baatte P. Vandenbossche in nummer 199 een garage uit, onder de naam Ets. B M Spiers NV, totdat hij in de jaren 1950 de deuren sloot. Een andere garage, eigendom van Shell, was oorspronkelijk gelegen op de hoek van de Martelarenlaan en de Tiensesteenweg, aan de kant van de spoorweg. Ze werd volledig vernield in 1940, maar werd drie jaar later heropgebouwd. Begin jaren 1960 verhuisde het tankstation naar een terrein schuin tegenover de school De Ark. Later nam Texaco de zaak over. Het gebouw en de installaties zijn in 2015 afgebroken, om plaats te maken voor de Residentie Woods. Op nummer 123 (nu nummer 129) stichtte Willy Vanderborght in 1952 de garage, later autobusdienst en reisbureau “Belle Vue”. De firma verzorgde schoolreizen en dagtrips voor bewoners uit de omgeving. In nummer 199 woonde Felix Vandeput. Vanaf 1948 baatte hij in het aanpalende pand (nummer 201) de zelfwasserij “Belle Vue” uit. In 1980 kocht Wim Van Eygen dat laatste pand en begon er zijn Garage Van Eygen. Hij verkocht er eerst wagens van de merken Lada en Subaru, maar schakelde vanaf 2004 over op Skoda. Hij doet er nog steeds herstellingen en carrosseriewerken aan alle merken. De werken voor de vernieuwing van de Martelarenlaan
Op de foto staan Willy Vanderborght en zijn moeder. De foto dateert van vóór 1962. In dat jaar liet Willy immers twee appartementen bouwen boven zijn garage. De garage doet nu enkel nog dienst als overdekte parkeerruimte. 39
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Diane De Wit
Op het terras voor café Belle Vue zit cafébaas Emile De Wit met zijn vrouw Victorine Creffier met hun dochter Irène.
zorgen er nu wel voor dat hij sneller zal stoppen dan eerst gedacht. Enkel de achterzijde en de later aangebouwde toonzaal zijn nog in gebruik als garage. In 1993 begon zijn zoon Koen immers een fietsenwinkel in het voorste deel. “Fietsen Koen” werd al gauw heel bekend. Later nam medewerker Olivier de zaak over. De naam veranderde in Fietsen King, en in 2014 verhuisde de fietsenwinkel naar een nieuwbouw op de hoek van de Diestsesteenweg met de Werkhuizenstraat. Koen is echter gebleven op de Martelarenlaan en heeft er nu met zijn (nieuwe) bvba Koli3 een groothandel in fietsen voor merken als Rohloff, Kokua, …. Op nummer 221 op de hoek met de Stijn Streuvelslaan opende Chris Paulus in de jaren 1980 een winkel in elektrische huishoudtoestellen met eigen hersteldienst. Hij was de zoon van Martin (die in nummer 269 woonde). Martin was luitenant bij de Luchtmacht. In 1958 moest hij noodgedwongen landen in Oost-Duitsland, nadat hij met zijn verkenningsvliegtuig verdwaald was. Pas een maand later lieten de Oost-Duitsers hem weer vrij. Martin Paulus was getrouwd met “Lily” Bruynickx. Haar vader, beter bekend als “Meneertje”, had gewerkt bij de Belgische Boerenbond en bezat meedere huizen en gronden in de Martelarenlaan. “Elektro Paulus” sloot in 2016 zijn deuren in de Martelarenlaan en verhuisde naar Lovenjoel, waar de zonen van Chris zich specialiseerden in keuken- en badkamerinrichtingen.
40 Martelarenlaan
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Diane De Wit
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Diane De Wit
Deze foto’s zijn genomen voor café Belle Vue, uitgebaat door Emile De Wit. Het café had een wielerclub en er werd muziek gespeeld. Zoals toen vaak gebeurde, was dat accordeonmuziek
41
Getuigenis
In de loop der jaren zijn er in de Martelarenlaan twee beenhouwerijen geweest: een op de hoek met de Willem Coosemansstraat en een andere op de hoek met de Tiensesteenweg (“bij Wiske”). In het laatste gebouw is nu een beauty- en dameskapsalon actief. In nummer 145 (de woning is op dit moment afgebroken) hield Emile De Wit vanaf 1933 een café (ook “Belle Vue” genaamd). De herberg was het lokaal van een wielerclub, waarvan Jef “Poeske” Scherens zo niet een lid, dan toch minstens een supporter was. Scherens was tussen eind jaren 1920 en begin jaren 1950 een beroemd wielrenner. De jaarlijkse wielerkoers in en rond Leuven is naar hem genoemd. Een andere drankgelegenheid werd uitgebaat in het gebouw van de huidige Belfius Bank (eerste huisnummer van de Koning Albertlaan). De oorspronkelijke eigenaars heetten Jeanne en Polle; vanaf eind jaren 1950 nam Nicole Buelens de zaak over. Stichtingsjaar en naam van dit café zijn onbekend. Na de sluiting van het café, begin of midden jaren 1960, waren in dit pand verschillende andere handelszaken bedrijvig, onder meer een wasserij, een kruidenierswinkel en een bijhuis van Delhaize. Kapper Serraes had vanaf de jaren 1940 zijn salon in nummer 17. Kurt Verbinnen, een andere kapper, was in de jaren 1990 gevestigd in nummer 83 maar verhuisde na een tijd naar een nieuw gebouwd handelspand met bovenliggend appartement op nummer 79, op de hoek met de Willem Coosemansstraat. Die kapperszaak bestaat nog steeds. Pino Cantoro baatte vanaf 1989 tot mei 2018 de zeer bekende videotheek “Videocorner” uit. Eerst was dat in nummer 79, op de hoek van de Martelarenlaan met de Willem Coosemansstraat: daarnaar verwijst de naam “Videocorner”.
42 Martelarenlaan
“In de beginjaren was het moeilijk om mijn zaak draaiende te houden, onder meer door de moordende concurrentie. Geleidelijk aan verwierf ik een vast cliënteel door hard te werken (de zaak was 24/7 open) en doordat ik meer kwalitatieve films ging verhuren. Vanaf het begin van deze eeuw evolueerde de videobusiness opnieuw door de opkomst van het internet en door het ruimere zenderaanbod van de digitale tv. Ook de langdurige werken aan de Kop van Kessel-Lo waren niet goed voor mijn zaak.” Pino Cantoro
Toen kapper Kurt verhuisde naar de 79, trok Pino naar nummer 83. Op de 83 was er voor de komst van Videocorner in de jaren 1990 al een christelijke boek- en muziekwinkel gevestigd onder de naam “Het Goede Boek”. De zaak verhuisde nadien naar de Tervuursesteenweg in Heverlee. Het pand aan nummer 83 was in de jaren 1930 de achterkant van een herberg in de Willem Coosemansstraat, de “Drie Pistolen”. De kroegbaas heette Fabes en woonde in de Spaarstraat. Het gebouw is tijdens de Tweede Wereldoorlog volledig vernield. Alleen de gelagzaal in de Willem Coosemansstraat werd nadien heropgebouwd. De uitbater en de klanten organiseerden vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog een volksfeest rond “Den Drogen Hoek” (rond het kruispunt van de Martelarenlaan met de Karel Schurmansstraat en de Willem Coosemansstraat). Deze Vlaamse kermis vond plaats op de laatste zondag van april en de tweede zondag van november en verdween toen het café zijn deuren sloot. Aan de overzijde van de Martelarenlaan stond er jaren geleden een frituur op de parking van de NMBS, ter hoogte van het voetgangersbrugje. Oorspronkelijk was het een van de frietkoten op het Martelarenplein, aan de voorkant van het station. Toen die daar allemaal moesten verdwijnen, had de eigenaar het idee om zijn zaak te verplaatsen naar de achterkant van het station, langs de Martelarenlaan dus. Toen de frituur vervolgens ook daar weg moest, verhuisde ze naar nummer 81, tussen de kapperszaak en de videotheek. Ze kreeg de naam frituur Belle Vue. Bijna onmiddellijk na de sluiting van de Videocorner werd ook de frituur gesloten. Beide panden zijn nu samengevoegd tot een grote frituur met zitplaatsen, frituur Bomma. Op de hoek met de Ernest Solvaystraat bevindt zich op nummer 17 ten slotte nog frituur Station. Die is er zich komen vestigen nadat de Kop van Kessel-Lo af was. Eerder bevond zich op dit nummer een kapperszaak, bij Wiske en François. Sedert vele jaren is er op de hoek met de Willem Coosemansstraat en de Karel Schurmansstraat (eerste huisnummer van de Karel Schurmansstraat) een bakkerij. Die kende verschillende uitbaters: Rita Minnoye, Gerda Boon, Richard Van Steenkiste, de gebroeders André en Patrick Moureau. Daarna heette ze Patisserie Nathalie, en nu is het Patisserie Alexandre (broer van André en Patrick). Op de hoek met de Pieter Nollekensstraat (huisnummer 155) bevond zich een kruidenierszaak en was er in de jaren 1990 een nachtwinkel. Ook Marc Dewil baatte van 1984 tot 2007 een zeer goed draaiende kruidenierszaak uit op nummer 15 op de hoek van de Martelarenlaan met de Ernest Solvaystraat, totdat zijn woning onteigend werd voor de doortrekking van het Locomotievenpad naar de tunnel onder de sporen. Zijn klanten noemden deze man vol affectie “Marcske”, hoewel hij een beer van een vent was.
43
Getuigenis
Vanaf de jaren 1930 tot de jaren 1960 deed in de Martelarenlaan en omgeving een vishandelaar zijn ronde, die men “Den Hollander” noemde. Een plan uit 1968 voor de oprichting van een postkantoor aan de zijkant van de toenmalige voetgangerstunnel is nooit gerealiseerd wegens de toen geplande verbreding van de rijweg. Aan de kant van de spoorweg had de ondernemer Deroost vanaf 1949 een magazijn, kantoren en een showroom (toen nummer 250). Emile Vandeput, die aan de overzijde woonde, nam het complex begin jaren 1960 over. Een andere ondernemer in de straat was Felix Luyckx. Hij was vanaf 1944 betrokken bij de heropbouw en het herstel van oorlogsschade aan woningen in de Martelarenlaan. Aan de spoorwegzijde van de straat lagen terreinen die de NMBS verhuurde aan de gemeente of aan particulieren. Die deden hier voornamelijk aan tuinbouw: in 1941 was ongeveer 70 are in gebruik als landbouwgrond, begin jaren 1970 waren er nog 25 volkstuintjes. Lucienne Larmuseau woont al sinds 1945 in de Martelarenlaan nummer 25 en denkt vol weemoed terug aan hun volkstuintje. Ook Jef Vissers (woonachtig op nummer 199) getuigt dat voor zijn huis aan de overkant fruitbomen stonden, meer bepaald appelen en peren. Verder lagen er onder meer enige boomgaarden, twee commerciële uitbatingen, magazijnen en stapelplaatsen. Eén perceeltje was vanaf 1949 verhuurd aan een fanclub, die er honden trainde. Na de Tweede Wereldoorlog bouwden particulieren er een aantal garages, die ze meestal verhuurden. In 1948 besliste de gemeente Kessel-Lo dat de huurders van gronden van de NMBS op deze plek geen nieuwe garages of magazijnen meer mochten oprichten. In 1971-1972 zijn de laatste huurcontracten door de gemeente opgezegd.
44
Martelarenlaan
“Ons tuintje lag aan de overkant van de straat. Ik vond dat zalig. Ik zag groen en bomen tot aan de sporen. Geen huizen die in de weg stonden.” Lucienne Larmuseau
“Wat verderop, ter hoogte van nummer 191, begonnen dan de volkstuintjes (zo’n 5 tot 6 m breed en 20 tot 30 m diep tot tegen de spoorgeul aan) en dat tot aan de Pieter Nollekensstraat. Ik had daar ook een eigen volkstuintje. Dat had ik in 1982 gewoon overgenomen na mondeling akkoord en zonder enige vergoeding of papier. Mijn tuintje lag naast dat van Jaak Ward. Lang heb ik er echter niet van kunnen genieten, want in 1985 – of was het 1986? – kreeg ik van de NMBS het verbod om het nog langer te gebruiken.” Jef Vissers
De heer Simon Raeymaekers (een voormalige kolenhandelaar die ook de Martelarenlaan bevoorraadde, sedert enige jaren woonachtig in nummer 245) herinnert zich nog levendig welke zaken en magazijnen er allemaal aan de overkant gevestigd waren. Op de plaats van die afgebroken loodsen en stapelplaatsen — op een terrein van 2.500m, ongeveer in het midden van de Martelarenlaan – plantte de firma Arbor uit Houtvenne in 1972 125 bomen. De zaakvoerder van Arbor was de zoon van Denis Van Dijck, die in nummer 287 woonde. Door de ontwikkeling van hoogbouw op de Kop van Kessel-Lo is er aan de stationszijde nu ook bewoning, in appartementsblokken. Er zijn tevens een aantal handelszaken en kantoren bijgekomen, zoals het driesterrenhotel ParkInn van de Radissonketen aan het Bovenplein (nummer 36) en een Ibis Budgethotel uit de Accorgroep aan het Benedenplein (nummer 10). Verder is er een Tempurwinkel met bedden en matrassen op nummer 32, een vestiging van het uitzendbureau Accent (Select Services) op de nummers 30 en 28, een muziekwinkel Keymusic op de 26 (die medio 2018 echter de deuren sloot en verhuisde naar het Benedenplein op nummer 1), en ten slotte de ACV-ACW-kantoorblokken. Na het Arco-schandaal veranderde het ACW wel van naam: het heet voortaan Beweging. net. In de blokken zitten een aantal organisaties uit die koepel: ACV Verbond Leuven op nummer 8, DVV (nu onderdeel van Belfius Insurance) op nummer 6B en Familiehulp op nummer 6A.
“Vanaf de Tiensepoort had men: de onderneming “Georges Cement”, totdat die midden jaren 1950 naar Canada verhuisde; het pompstation en garage; mijn kolenhandel; de metser Nackaerts (“De Pès”); Peeters, een plafonneerder uit de Pieter Nollekensstraat; glazenmaker Kayaerts uit Heverlee, wiens magazijn recht tegenover de huidige Belfiusbank lag; een terrein met fruitboompjes; en ten slotte ondernemer Vandeput (diens huur is opgezegd in 1972). Vanhaelewyck, een steenkapper uit Heverlee, huurde eveneens een stuk grond, maar dat lag naast feestzaal Het Bad, dus aan de andere kant van de straat. Een aannemer uit Blanden bouwde op een niet meer te situeren perceel een aantal garages en een loods, die hij doorverhuurde. Maar hij moest alles afbreken in 1966, omdat hij geen bouwvergunning aangevraagd had. Tegenover de Karel Schurmansstraat huurden een drietal aannemers en handelaars in bouwmaterialen een loods, waaronder Peeters, die later zijn zaak overliet aan Minnoye (gevestigd in de Willem Coosemansstraat). Sommige volkstuintjes waren verhuurd aan bewoners van de Martelarenlaan, onder meer aan Camille Fortje en Martin Paulus. Er kampeerden regelmatig zigeuners op bepaalde delen van de terreinen van de NMBS.” Simon Raeymaekers
45
© Uit de persoonlijke fotocollectie van Diane De Wit
Een concert in feestzaal Het Bad.
5.
Het verenigings-en geestelijk leven
Het interbellum kende een rijk verenigingsleven: allerlei sportieve, culturele en muzikale verenigingen zorgden voor ontspanning. Behalve de wielerclub in café Belle Vue had geen enkele van die verenigingen echter haar lokaal in de Martelarenlaan. Tot eind jaren 1930 was er namelijk geen andere geschikte ruimte in de straat. In 1939 liet Kessel-lo daarom een multifunctioneel complex oprichten op een perceel grond vlak naast de ingang van de Centrale Werkplaatsen. Dat perceel had zij daartoe in 1934 voor 25 jaar gehuurd van de NMBS. Het complex bestond aanvankelijk uit twee gebouwen, die in V-vorm tegen mekaar aanleunden. Het eerste gebouw diende als feest-, ontspannings-, turn- en toneelzaal. Het tweede gebouw had een badinrichting – de meeste huizen hadden in die tijd geen badkamer. Het hele complex met huisnummer 11 kreeg daardoor al vlug de naam Het Bad. Later had het nog vele andere functies (schuilplaats voor burgers tijdens de oorlog, legerplaats voor militairen, tentoonstellingszaal, stemlokaal …). Vanaf het
46 Martelarenlaan
© Willem Vanderweyden, 2007
Deze foto uit 2007 toont de toch wel speciaal uitziende buitenkant van de nu afgebroken gemeentelijke feestzaal Het Bad. Net naast het gebouw ligt rechts een voetpad. Daar liep vroeger de spoorverbinding van het station van Leuven naar de Centrale Werkplaatsen in Kessel-Lo. Die verbinding bleef nog in gebruik tot aan de sluiting van de Centrale Werkplaatsen in 1993. Je ziet nog de pijler staan van het inmiddels verdwenen ijzeren hek waarmee die toegang afgesloten kon worden. Het spoor over de Martelarenlaan werd uiteindelijk in augustus 2001 uitgebroken op kosten van het Vlaams Gewest omdat de Martelarenlaan toen nog een gewestweg was. Op deze foto uit 2007 ligt de Martelarenlaan er dan ook mooi egaal geasfalteerd bij.
begin van de jaren 1960 stelde de gemeente de feestzaal ter beschikking voor allerlei zeer gevarieerde activiteiten: bals, tentoonstellingen, muzikale avonden, volksdansen … In 1970 bijvoorbeeld huurden minstens 28 verenigingen de zaal, onder meer Jehova’s Getuigen, de Vriendenkring van de Postmannen en de Zeescouts. De gebouwen werden verschillende keren gerenoveerd en gemoderniseerd, onder meer als gevolg van oorlogsschade. In 1973 vernielde een brand een deel van de installaties. De badinrichting werd in de jaren 1950 afgebroken, de rest ging in 2007 tegen de grond bij de herinrichting van de Kop van Kessel-Lo. Er waren vóór 1940 twee lokale kermissen in de onmiddellijke omgeving. De eerste vond sedert 1882 plaats in Blauwput, aan de Diestsesteenweg en op het De Becker Remyplein, op twee zondagen in mei of juni en twee zondagen in augustus. De tweede werd gevierd op de Tiensevest, op een zondag in maart en een in juli. De bezoekers konden deelnemen aan of supporteren tijdens onder andere het struifspel, velokoersen, volksspelen, voetbalmatchen en hondenprijskampen. Daarnaast hielden verschillende fanfares en dansgroepen concerten en optochten. Na 1944 bleef alleen de kermis in Blauwput bestaan.
47
De processie van Blauwput deed eveneens de Martelarenlaan aan, maar die stapte dan richting Diestsesteenweg. Op de foto links, genomen tijdens de processie van 20 mei 1951, zie je op de achtergrond nog de oude stationsoverkapping. Het jongetje vooraan links is José Lambrechts, die nu aan dit boek heeft meegewerkt. Op de rechterfoto uit 1956 staat op de achtergrond een nog steeds bestaand muurtje op de hoek van de Martelarenlaan met de Karel Schurmansstraat waartegen in 2018 een fietsparking werd ingericht.
Na de Tweede Wereldoorlog hadden enige verenigingen hun secretariaat in huizen van bewoners van de Martelarenlaan: Davidsfonds Blauwput, KWB Tiensepoort en de Christelijke Bond van Gepensioneerden. De Martelarenlaan behoorde bij de stichting tot twee parochies. De grens lag op de woning met huisnummer 199, dus tussen de Pieter Nollekensstraat en de Stijn Streuvelslaan. De parochie van het Heilig Hart in Blauwput was verantwoordelijk voor het zielenheil van de gelovigen die woonden in het deel van de straat van de Oude Diestsesteenweg tot bijna aan de Stijn Streuvelslaan. De anderen konden terecht
48 Martelarenlaan
© Archief van de Parochie Sint-Franciscus (bovenste foto) © Uit de persoonlijke fotocollectie van José Lambrechts (onderste foto’s)
Naar aanleiding van de inzegening van de nieuw gebouwde kerk in Heverlee van de parochie H. Hart langs de Tiensesteenweg trok op 8 september 1938 een groots opgezette stoet doorheen de parochie. De foto toont hoe paarden de praalwagen met de maquette van de kerk trokken over de toen nog gekasseide Martelarenlaan richting Tiensesteenweg.
© Stadsarchief Leuven © Karin Dekeyzer, 2013
Afbakening van de parochies die de zielenzorg over de bewoners van de Martelarenlaan waarnemen. Dit plan dateert van vóór 1982: de H. Hart parochie in Heverlee werd in dat jaar Sint-Franciscusparochie.
Op initiatief van de kerkfabriek van Blauwput werd dit kapelletje in 1954 gebouwd ter ere van het Maria. In de blauwe steen staat volgende tekst gebeiteld: Mariajaar 1854-1954. Het stond verscholen tussen een aantal bomen op de parking tegenover het kruispunt met de Pieter Nollekensstraat (zie ook foto p. 53). Dit kapelletje is in 2016 afgebroken om plaats te maken voor het park Belle Vue, maar de gedenksteen en het beeld zouden in het grote bastion ter hoogte van de Pieter Nollekensstraat ingewerkt worden.
bij de parochie met dezelfde naam aan de Tiensesteenweg, in Heverlee. Omdat het bij begrafenissen en huwelijken niet altijd duidelijk was in welke kerk de erediensten plaatsvonden, besloot de parochie aan de Tiensesteenweg in 1982 haar naam te wijzigen in Sint-Franciscus. In 1933 kocht de kerkfabriek van de parochie aan de Tiensesteenweg een perceel grond op de hoek van de Martelarenlaan en de Koning Albertlaan. Daar liet ze de St.-Augustinusschool bouwen (vanaf 1983 De Ark). Totdat zij hun eigen stek kregen, maakten het “patronaat” (de voorloper van de Chiro) en enkele christelijke verenigingen ook gebruik van de klaslokalen. De school is in 1950 grondig verbouwd en uitgebreid, onder meer met een doorgang naar de Platte Lostraat.
49
Buurtcomité Belle Vue Een belangrijke beweging in de straat, die zeker niet mag ontbreken in dit overzicht, is het buurtcomité Belle Vue. Toen de plannen van prof. Smets eind 1994 in de openbaarheid kwamen en als een donkere wolk boven de Martelarenlaan hingen, sprak Hans Taillieu (Martelarenlaan 267) erover met Paul Vandepitte (Martelarenlaan 187), die hij kende van bij het bestuur van de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen (nu de Gezinsbond).
© Uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu
Dat was de kiem. Samen schreven zij een brief met een oproep aan de buurtbewoners van de Martelarenlaan, de (toen nog) Kortestraat, de IJzerenwegstraat en een deel van de Diestsesteenweg. De respons was een succes. Op de eerste werkvergadering op 23 februari 1995, ten huize van Hans en Mieke Taillieu-Cantineaux, was ook Geert Beullens (Martelarenlaan 271) aanwezig, en zo was de kern van het buurtcomité gevormd. Die bijeenkomst mag dan ook beschouwd worden als de officiële opstart van het buurtcomité Belle Vue. De nood aan meer en duidelijke informatie was onmiskenbaar. Zo waren er veel vragen rond de Kop van Kessel-Lo (het deel van de Martelarenlaan vanaf de Karel Schurmansstraat tot aan de toenmalige Kortestraat, de IJzerenwegstraat en de Diestsesteenweg tussen de Kortestraat en de Blauwputbrug): geruchten over onteigeningen, de voorstellen in het plan-Smets, de overkapping van de spoorweg en het inplanten van kantoorgebouwen… De gesprekken rond de leefbaarheid van de stationsbuurt brachten algauw de problematiek van de verkeersveiligheid en van de bestemming van de toenmalige bebouwing langs de Martelarenlaan onder de aandacht. Daaruit volgde de algemene en meest essentiële doelstelling van
50 Martelarenlaan
het buurtcomité: ijveren voor het behoud van de woonfunctie van de buurt en de verbetering van de woonkwaliteit ervan. Dat alles wilde het buurtcomité bereiken door samen te werken en een constructieve dialoog aan te gaan met het stadsbestuur van Leuven. Een conflictstrategie was niet aan de orde. Toen al pleitte het buurtcomité ervoor dat er bij Stad Leuven een dienst zou worden opgericht voor gestructureerd overleg met buurtcomités. Van bij het begin werden trouwens de buurtcomités van de aanpalende straten erbij betrokken, net zoals het oudercomité van de lagere school De Ark 2 (nu De Ark 3) op de hoek van de Koning Albertlaan met de Martelarenlaan. Het was niet de bedoeling om problemen van de ene straat naar de andere te verschuiven, maar te streven naar een globale aanpak door samen te werken. De eerste jaren waren heel intensief. De werking van het buurtcomité had echter nooit zo’n vaart genomen zonder de onverdroten inzet van wijlen Paul Vandepitte. Naast de maandelijkse vergaderingen bij iemand thuis, waren er gesprekken met allerlei personen, diensten, instanties en organisaties om de nodige dossierkennis en verkeersdeskundigheid te verwerven. Vrij snel werd een strategisch plan opgemaakt met doelstellingen en concrete voorstellen met betrekking tot 1) het behoud van de woonfunctie en de verbetering van de woonkwaliteit, 2) de verkeersveiligheid en 3) de sociale veiligheid.
© Leo Fabri
De definitieve naam van het buurtcomité werd pas na enkele maanden vastgelegd. Het werd “Buurtcomité Belle Vue”, met als baseline “Voor een leefbare stationsbuurt. Laten wij de trein niet missen”. Al snel bleek het met het plan-Smets niet zo’n vaart te lopen, maar voor de verkeerssituatie op de Martelarenlaan lagen de kaarten anders. Op 27 juni 1995 had het buurtcomité een ontmoeting met enkele ambtenaren van de dienst Ruimtelijke Ordening van Stad Leuven, om meer te weten te komen over de plannen rond de aansluiting van de Koning Albertlaan met de Martelarenlaan en de Tiensesteenweg. Dat die plannen bestonden, wist het buurtcomité van Langzaam Verkeer VZW.
Deze affiche diende voor de tekenwedstrijd in februari-maart 1996 en werd meteen ook het logo van het buurtcomité. Ze werd ontworpen door Leo Fabri (Borgerhout, 1945), een kunstenaar die werkt voor de kranten van de Standaardgroep en ook illustraties maakt voor allerlei publicaties en boeken. 51
Groot was de verwondering toen bleek dat er ook plannen bestonden om, via enkele beperkte en voorlopige ingrepen, de veiligheid van de Martelarenlaan op korte termijn te verbeteren. Op zich niets dan lof voor dit initiatief, maar toch waren er een aantal vragen en bedenkingen. Het vermoeden bestond ook dat de definitieve heraanleg van de Martelarenlaan uitgesteld zou worden tot de realisatie van het BPA (Bijzonder Plan van Aanleg) en dat dat nog 10 tot 15 jaar zou kunnen duren – intussen weten we dat het bijna 25 jaar geduurd heeft voor de “nieuwe” Martelarenlaan een feit werd. Daarom was het belangrijk dat de beperkte en voorlopige ingrepen degelijk zouden worden uitgevoerd. Daarenboven bleek uit het gesprek met de ambtenaren dat er verder geen formele inspraakprocedure zou komen. Dat was het sein voor het buurtcomité om vaart te zetten achter hun eigen voorstellen en om informele contacten aan te knopen met het stadsbestuur. Het buurtcomité ijverde verder bij verschillende instantie om de “voorlopige werken” zo snel mogelijk en in een zo definitief mogelijke vorm te laten doorgaan. Een “herinrichting” kon er immers toe bijdragen dat Martelarenlaan minder als sluipweg gebruikt zou worden als in 1997 de tunnelwerken onder het Martelarenplein van start zouden gaan. Zonder enige communicatie met de buurt kreeg de Martelarenlaan in het voorjaar van 1997 dan haar nieuwe kleedje. Plots waren er geen drie rijstroken meer. De vrijgekomen ruimte kreeg de functie van parkeerstrook en de fietspaden lagen er nu duidelijk meer afgetekend bij. Samen met het toen recent aangelegde voetpad ter hoogte van de voetgangersbrug over de spoorweg was daarmee het startschot gegeven voor een woonvriendelijker Martelarenlaan. Toch was het jammer dat de fietspaden niet breder – en dus veiliger – geworden waren en dat het voetpad aan de toen onbewoonde kant niet verder doorgetrokken was over de ganse lengte. Ook de snelheid diende nog aangepakt, want men bleef er snel – sneller dan toegelaten – rijden. In de beginjaren maakte het buurtcomité ook werk van de naamsbekendheid. Het dacht na over een affiche (die tevens kon dienen als logo), het maakte een analyse van de problemen in de straat en nam een enquête af bij de buurtbewoners. Alle resulta ten werden verwerkt in een “Beknopte knelpuntenanalyse van de omgeving van de Martelarenlaan”, uitgebracht in november 1995. Er volgden daarop nog gesprekken met onder meer burgemeester Louis Tobback, provinciegouverneur Lode De Witte, prof. Marcel Smets en Christian Caestecker van Openbare Werken van het Vlaamse Gewest.
52 Martelarenlaan
© Willem Vanderweyden 2008
© Uit het Stadsarchief
Op deze oude foto is mooi te zien dat de Martelarenlaan bestond uit 2 rijstroken richting Tiensesteenweg en 1 rijstrook richting Diestesteenweg gescheiden door een volle witte lijn, al was dat voor de automobilisten richting Diestsesteenweg toch geen bezwaar om in te halen. Het brede wegtraject nodigde duidelijk uit om sneller te rijden dan toegelaten. Voor fietsers was dat op het smalle fietspad soms een hachelijke en gevaarlijke bedoening. Pas in 1970 werd het voetpad aangelegd aan de kant van de spoorweg, waar de terreinen aan de NMBS behoorden. Het was bedekt met zand. Aan dezelfde kant zijn er nog geen parkings te zien, maar liggen de volkstuintjes achter de pas aangeplante boompjes.
Deze foto is zoveel jaren later bijna vanuit hetzelfde perspectief genomen (richting Tiensesteenweg). De bomen zijn beduidend gegroeid ten opzichte van de foto hiernaast. Op deze foto zie je nog net op de hoek van de Martelarenlaan met de Pieter Nollekensstraat een postbus naast een bushokje en een bushalte deels op de geasfalteerde deel van de parkeerstrook. Aan de overkant staat het kapelletje tussen de bomen. Dit geeft een goed beeld van de in 1997 heringerichte Martelarenlaan : - nog slechts 1 rijstrook richting Tiensesteenweg - zebrapad om te kunnen oversteken - bushalte nu opzij van de rijbaan - een parkeerstrook voor wagen aan de onbebouwde zijde tussen het (nog te smalle) fietspad en het onder de afgevallen bladeren verdwenen onverharde ‘voetpad’
Aan de opmaak van deze knelpuntenanalyse werkten alle toenmalige leden en hun buren heel actief mee. De knelpunten werden behandeld vanuit het perspectief van de verschillende weggebruikers : voetgangers, fietsers, … Naast de analyse en het aftoetsen van de voorlopige plannen van zowel Openbare Werken als van de Stad Leuven aan de vaststellingen en bevindingen van de buurt werden er ook conclusies getrokken, prioriteiten voorgesteld en concrete voorstellen gedaan om (op korte termijn) de verkeersveiligheid van alsook de leefbaarheid op de Martelarenlaan te verhogen. Enkele voorstellen uit die knelpuntenanalyse die grotendeels gerealiseerd werden : - een volwaardig voetpad over de ganse lengte van de Martelarenlaan en dit aan beide zijden - het aantal rijstroken van drie terug brengen naar twee - zo ruimte voor de aanleg van fietspaden aan beide zijden van de laan - volwaardige en veilige stopplaatsen met bushokje voor het openbaar vervoer - de snelheid beperken tot 50km/u en aan de school tot 30km/u - veiliger oversteekplaatsen en een uitgebouwd plein recht voor de school de Ark - zone 30 voor de omliggende straten
53
© foto genomen door Pol Vandepitte, uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu
In de jaren 1996 en 1997 ondernam het buurtcomité enkele strategische buurtgerichte acties: n De verkoop van het knelpuntendossier en de verdeling van affiches (februari 1996); n De eerste activiteiten en infovergaderingen voor de buurt, al dan niet in samenwerking met de andere buurtcomités:
p Een wandelnamiddag op 24 maart 1996 met nadien een infomoment, een hapje en een drankje, én de prijsuitreiking van de affichewedstrijd;
© Virginie Descamps (uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu)
Deze foto werd gemaakt bij de start van de wandeling tijdens de eerste buurtactiviteit op 24 maart 1996. Hier werd er verzameld op de hoek van de Martelarenlaan met de Pieter Nollekensstraat. U ziet het toen – op vraag van het buurtcomité - pas aangelegde voetpad (het zand ligt er nog op). Op de achtergrond staan de garageboxen die Stad Leuven o.a. daar langs de Martelarenlaan te huur aanbood. Graffiti en allerlei zwerfvuil, maar ook putten en plassen en het ontbreken van enige verlichting gecombineerd met een slechte zichtbaarheid vanaf de straat doordat de achterkant van de boxen gericht was naar de Martelarenlaan, zorgden voor een onveilig gevoel. Het was er een troosteloze bedoening.
54 Martelarenlaan
p Een infovergadering op 9 mei 1996 “Wonen in Kessel-Lo” met Bart Massart, schepen van Ruimtelijke Ordening; p Wandelnamiddag op 6 oktober 1996 met een stand van zaken door schepen Bart Massart; p Een Open Straatdag op 12 oktober 1997 in Het Bad, waar schepenen Bart Massart en Dirk Robbeets toelichting kwamen geven; n De opstart van een buurtkrantje, de “Revue Belle Vue”, dat enkel verscheen als er nieuws of een activiteit te melden was; n Het uitbouwen van de website, door Peter Vanroose, zorgde voor weerklank en info voor de buren en evolueerde naar een gezamenlijke fotogalerij. Dat het buurtcomité zich in de kijker had weten te werken, mag onder andere blijken uit het feit dat Virginie Descamps, student aan de Universiteit Gent, met het comité contact opnam. Zij werkte aan een thesis met als titel “Een vergelijkend onderzoek naar de inbreng van lokale projectgroepen bij stationsherwaarderingen (GentDampoort en Leuven)”. Daarin bestudeerde zij expliciet de werking en de aanpak van o.a. het buurtcomité Belle Vue. Haar thesis kwam uit in 1998.
© Het Nieuwsblad, 19 december 1995, uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu. © Uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu
© Uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu
Naar aanleiding van de persconferentie eind december 1995 verscheen er in de pers een aantal artikelen over het nieuwe buurtcomité. Op de foto zie je Hans en Paul† die – samen met Geert (niet op de foto) - aan de basis lagen van het buurtcomité.
55
© De Streekkrant 10 september 1998. Uit de persoonlijke collectie van Hans Taillieu.
Toen na de herinrichting van de Martelarenlaan in 1997 een periode van afwachten aanbrak en er niet meteen meer iets anders gedaan kon worden dan verder opvolgen, info verzamelen en knelpunten blijven signaleren, begon de focus van het buurtcomité zich te verleggen. De straat is op zich vrij lang, en was toen ook maar aan één kant bebouwd. Zo “kenden” bewoners meestal alleen maar hun onmiddellijke buren van een paar huizen links en rechts van hun eigen woning. Om meer buren met elkaar kennis te laten maken, ontstond het idee om de nieuwjaarsdrink – die tot dan toe tussen een beperkt aantal buren georganiseerd was, en dat voor het eerst in januari 1993 bij Hans en Mieke Taillieu-Cantineaux thuis op nummer 267 – uit te breiden naar de hele buurt. De eerste nieuwjaarsreceptie van het buurtcomité was in 2004. In de eerste jaren werd de receptie georganiseerd in garage Van Eygen (nummer 201) en ook eens bij Elektro Paulus (nummer 221), maar daarna altijd in de school De Ark (nummer 313).
Uit dit artikel in De Streekkrant van 10 september 1998 blijkt dat toen op de Martelarenlaan nog altijd 70km/u mocht gereden worden. De ‘strijd’ voor meer verkeersveiligheid ging dus door. Op de foto staat Hans Taillieu en niet de in het artikel geciteerde Paul Vandepitte bij de pas heringerichte aansluiting van de Martelarenlaan met de Tienstesteenweg waarbij o.a. het fietspad (met 2 rijrichtingen) te zien is. Nog geen twee maanden later was de snelheidsbeperking van 50km/u
In 2004 werd voor het eerst ook meegedaan op de Martelarenlaan een feit. aan de 11 julivieringen in Vlaanderen. Die bijeenkomsten gingen door in de jeugdherberg – in het ‘benedendeel’ van de Martelarenlaan, maar twee keer (namelijk in 2009 en 2010) was dat in de openlucht op het dan pas aangelegde Benedenplein onder de Martelarenlaan.
Op alle festiviteiten werd telkens ook het gemeentebestuur uitgenodigd. Er was meestal een infomoment, een infostand met persartikelen en/of plannen, en op de julifeesten zeker een muzikale toets.
56 Martelarenlaan
Een greep uit de activiteiten van het buurtcomité: - de Nieuwjaarsdrink,
De nieuwjaarsrecepties in januari en de buurtfeesten in juli waren niet mogelijk geweest zonder de belangeloze medewerking en trouwe inzet van andere buurtbewoners, zoals Steven en Catherine Timmermans - Van Hoof (uitnodigingen, affiches, belettering…), Egide en Bernadette Verlinden Van Roy (drank, glazen en bekers ,…), Jef Vissers (hapjes) alsook Geert Beullens voor de coördinatie. Deze opsomming is zeker niet volledig, maar we kunnen hier ook niet elke helpende hand vernoemen!
57
In het sociaal luik past tot slot zeker nog de organisatie van de quiz “Wouter loopt” eind 2017. Tim Steenwinckel (nummer 241) en Geert Beullens stelden deze samen en stonden ook in voor de presentatie ervan. Wouter Thierie (nummer 169) ging voor het goede doel de marathon van New York lopen, met name ten voordele van de Cliniclowns. Met de opbrengst van deze quiz wilde het buurtcomité deze actie van Wouter ondersteunen. Een leuke anekdote is dat op de nieuwjaarsreceptie van 2014 of 2015 in De Ark aan het licht kwam dat de nieuw aan te leggen weg langs de spoorweg de naam “Martelarenlaan” zou krijgen, en dat de nieuwe ventweg en fietsstraat langs de huizen “Spoordijk” zou gaan heten. Het was nog niet beslist, maar dat zou op de eerstkomende gemeenteraad gebeuren. Snel werd er een petitie opgemaakt met argumenten voor het behoud van de naam “Martelarenlaan” voor de nieuwe fietsstraat, en van “Spoordijk” voor de weg langs
het spoor. Het voorval zorgde ervoor dat de Martelarenlaan is blijven liggen waar ze lag, dat de buurtbewoners niet opgezadeld zaten met de administratieve rompslomp van een adresverandering en … dat wij nu niet de geschiedenis van een andere straat geschreven hebben.
Een greep uit de activiteiten van het buurtcomité: - 11 juli-viering
58 Martelarenlaan
59
60 Martelarenlaan
© uit Ontwerpteam Johan Van Reeth, Stadsontwerp Kop van Kessel-Lo/ Martelarenlaan, 2005.
61
62 Martelarenlaan
n Colofon
Redactie: Leo Hendrickx en Geert Beullens, José Lambrechts Hans Taillieu en Astrid Volckaert. Eindredactie: Heyvaert & Janssens, Erfgoedcel Leuven Druk: Drukkerij Ameel Design en Layout: Buzzbee Cover: © Stadsarchief Leuven Verantwoordelijke uitgever: buurtcomité Belle Vue p/a Hans Taillieu, Martelarenlaan 267, 3000 Leuven Geraadpleegde geschreven bronnen Gemeentelijk archief Kessel-Lo (bewaard in het Stadsarchief Leuven, Rijschoolstraat): informatie over o.a. allerlei belastingen, zaal Het Bad, bouwtoelatingen, concessies, economische activiteiten en tellingen, huur gronden, kieslijsten 1919-1975, kermissen en verenigingen, lijst met huisnummers IJzerenwegstraat & Martelarenlaan 1920-heden, nutsleidingen, openbaar vervoer, openbare werken, parkings, spoordomein, vuilnisdiensten, wegenis, beide wereldoorlogen. Brochures 150 jaar Kessel-Lo 1829-1979, uitgave van de Gemeente. Gemeentelijk informatieblad Kessel-Lo 1952-1976, uitgave van het gemeentebestuur. “Welkom in Kessel-Lo, brochure voor nieuwkomers”, uitgave van het gemeentebestuur. Zonder datum. Mozaïek, Stadsvernieuwing Leuven, Brochure van de Stad Leuven: december 2005, juni 2008, augustus 2010, september 2011, juni 2012. Het Park Belle Vue, brochure van de Stad Leuven, juni 2009. Kranten- en tijdschriftartikels F.A. Cresens, Het Leuvense spoorwegknooppunt en de Centrale Werkplaatsen in: “Monumenten & Landschappen”, september/oktober 1995 (pp. 21 à 59). Artikels specifiek over de Martelarenlaan, verschenen vanaf 1980 in: Gazet van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Het Volk. Zij zijn bijgehouden in het Stadsarchief Leuven. De oorlogskranten, uitg. Albertas Ltd, 2016, onder meer de nummers 13 en 19. Boeken, naslagwerken Ceunen, M., De stilte van de dood omhelst ons, getuigenverklaringen over de brand van Leuven in augustus 1914, SALSA, 2014 De Decker, C. & Roba, J-L, Doelwit Leuven: de luchtaanvallen van 12 & 13 mei 1944. Uitg. De Krijger, 1998 De Vos, L. e.a., Leuven in de Tweede Wereldoorlog, uitgave van de Stad Leuven. Zonder datum De Vos, L. e.a., Leuven de Bevrijding 1944-1945, uitgave van de Syad Leuven. Zonder datum De Wever, P., Leuven en Oost Brabant in de Tweede Wereldoorlog, Aqua Fortis, 2006 Parochie van de Bovenlo, Geschiedenis van de Lo, 2000 Smets, M., Tussen Stad en Spoor, project “Stationomgeving”, Ludion, 2002 Smeyers, A., Kessel-Lo in oude prentkaarten (2 dln), Europese Bibliotheek, 1977 Snaet J & Marcoen, A., Een huis vol mensen, 100 jaar Sint Franciscus gemeenschap, 2013 Uytterhoeven, H., Leuven in oude prentkaarten (2 dln), Europese Bibliotheek, 1978 Van Uytven, R., Leuven de beste stad van Brabant (2 dln), 1978 December 2018
63
eg Spoorw -Brussel n Leuve
eenweg Diestsest
laan aren
RING
rtel Ma
n Statio
Met de steun van
enw eg este Tien s