Skip to main content

SoAP Februari 2026

Page 1


Door de bomen het bos niet meer zien

Redactioneel

Welkom bij de eerste editie van de SoAP van het collegejaar 2025/2026!

Na een jaar zonder SoAP-uitgaven, zijn we weer begonnen en wel met een geheel nieuwe commissie. Bij het bedenken van de titel voor dit nummer lagen dan ook ideeën als ‘’herrezen uit de as’’ of ‘’renaissance’’ voor de hand. Maar goed, misschien moesten we onszelf niet zoveel erkenning geven voordat we überhaupt iets op papier hadden gezet? Welke titel dan en wat zou onze inhoud worden? Snel werd duidelijk dat we toch niet zo vlot als een sfinx een renaissance zouden beleven, maar veel vaker door de bomen het bos niet meer zagen.

Door de bomen het bos niet meer zien is waarschijnlijk een heel bekend gevoel onder sociologen in spe: Wat kunnen we na de studie doen? Hoe overlapt sociologie met andere wetenschappen? Waar zien we de kennis die we nu proberen te krijgen terug? Hebben de professoren en professionals dit gevoel bij tijd en wijle ook nog?

In deze editie willen we u dus bij de hand nemen door dit bos vol verwarring, en wellicht ziet u tussen de bomen een stukje samenhang.

Met vriendelijke groet, De SoAP commissie 2025/2026

P.S. Een extra bedankje naar Karlijn Bakker en Ken Hesselink, uit de vorige SoAP commissie, voor het beantwoorden van al onze vragen als we er niet meer uitkwamen.

De SoAP commissie van 2025/2026

Door het bos de bomen niet meer zien - Gijs Huitsing

Waar hebben we het over? - De Almanak commissie

De mens is aan de helpende hand - Isa van Schaick

Ik ben van de partij! - Elin de Vries

Klimaatbewust op reis, hoe doen we dat? - Len Oosterveld & Rune Krol

Sociologie in het wild - Louise Augustijn en Elin de Vries

De zoektocht naar meer - Jens Pouw

Na smartphone-vrij ook vrij van AI? - Joris de Vries

In de schoenen van een socioloog - Waarom ik een krantenabbonement neem - Maëlle Hernot

Het bestuur van Sociëtas 2025/2026 - Jurgen Jansma & Elin de Vries

Vaarwel Kerst, leve de komkommertijd - Bauke van der Kooij

Krant Gekaapt! - Sociofysica: de mens als molecuul - Herke de Groot

Hoe ik mijn wereld orden: van schaatsrondes tot romans - René Veenstra

De winnaar van de Best Practice Award - Jurgen Jansma

Soap commissie 2025/2026

Louise Augustijn Voorzitter

Elin de Vries Penningmeester

Lisette Scheerder Secretaris

Silke Jager Vormgever

Jurgen Jansma Eindredacteur

Sacha van Straten Promotie

Schrijven voor de SoAP?

Neem contact met ons op via: soap.redactie@gmail.com

Socials: @soapgroningen

Website: https://www.soapgroningen.nl/

Contact: Vakgroep Sociologie t.a.v SoAP Grote Kruisstraat 2/1 9712 TS Groningen Commissie 2025/2026

Drukkerij: Canon RUG

Oplage: 400

SoAP front-cover en back-cover geillustreerd door: Basma Daadouai

SoAP logo: Thomas Bos

Door het bos de bomen niet meer zien

- Gijs Huitsing

De kerstboom die in 2025 op de Grote Markt van Groningen stond (de grootste ooit!)

kwam uit de voortuin van één van de vriendjes van mijn zoon. Talloze keren ben ik onder die boom doorgelopen zonder dat ik doorhad dat daar een parel van een kerstboom stond. Hoe kon het dat ik gemist had dat daar zo’n mooie boom stond?

Het overkomt me vaker dat ik door een bos loop en dat het vele groen me overweldigt. Mijn perspectief verschuift dan naar het totaalbeeld, waardoor ik de kwaliteit, diversiteit en uniciteit van de individuele boom mis. Sta maar eens stil in een bos en kijk om je heen. In een enigszins divers bos (dus niet zo’n productiebos met dezelfde bomen netjes op een rij) is er veel te zien: knoeperts van dikke bomen, bomen met een overontwikkelde zijtak, schriele bomen op zoek naar licht, of verstrengelde bomen die elkaar ruimte gunnen maar tegelijk vechten voor een eigen plek.

Hoe anders is dat bij solitaire bomen, die eenzaam en alleen in een wijds landschap staan. Deze bomen vallen op en nemen de visuele ruimte die ze krijgen. De voor mij dichtst-bij-huis staande solitaire boom is een eik in de Onlanden, op de oude loop van het Eelderdiep vóór de omlegging. Lengtegraad: 53°08’48.3”N, breedtegraad: 6°32’15.6”E (voor wie hem verder toch nog zoekt). Deze boom is niet te missen en biedt zomers een unieke schaduwplek voor talloze dieren.

In mijn zoektocht naar solitaire bomen sta ik niet alleen. In 2019 riep National Geographic

een boom in Nieuw-Zeeland uit tot ‘s werelds eenzaamste boom1 (ik laat hier de kwaliteit van dit onderzoek even rusten, met name wat betreft representativiteit, non-respons bij bomen en missing data). Deze boom bleek niet alleen eenzaam door het ontbreken van andere bomen in de omgeving, maar vooral omdat hij de enige was in zijn soort. De Kaikōmako (want zo heet deze boom) verkopen ze niet bij de Tuinland. Er staat er maar één van in Nieuw-Zeeland, en deze boom plant zichzelf niet voort. Je zou denken: Darwinisme, einde verhaal. Selectie afgerond. Maar met een goedgevulde wetenschappelijke trukendoos is het gelukt de boom in een klinische setting te vermenigvuldigen. Nu nog in de natuur.

Drie jaar later berichtte NRC over opnieuw een eenzame boom2, “officieel erkend als de meest afgelegen boom ter wereld” volgens Guinness World Records 2023. Dit record staat nog steeds3, en bij deze daag ik alle bomen ter wereld uit het te verbreken, bij voorkeur zonder menselijke bemoeienis. Ditmaal gaat het om een spar (voor de kenners: Sitkaspar, Picea sitchensis), wederom in NieuwZeeland. De boom is vreemd van vorm, breed uitkragend en “niet slank” (blijkbaar zijn ze bij NRC beducht voor het fatshamen van

bomen). Ook hier speelt wetenschap een rol, maar ditmaal een bedenkelijke: “Naar verluidt hebben wetenschappers jaar na jaar de top eruit gehaald om tot kerstboom te dienen.”

Mijn verdere zoektocht brengt me bij de website van Jan Tuttel4. Onder de titel Eem Kiekn (klinkt goed) identificeert hij drie eenzame bomen. Het probleem: ze zijn dood, verdwenen, omgevallen, of een combinatie daarvan. Dat past ook wel bij de Drentse volksaard. Voor een Drent is een boom uiteindelijk een aantal kubieke meters hout. Nou vooruit, nog een kleine tweedeling: bouwhout of ‘geriefhout’, een chique woord voor brandhout.

Heel anders is de benadering van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Die pakken het serieuzer aan! Zij wijden een volledig hoofdstuk uit een handboek cultuurhistorie aan solitaire bomen met cultuurhistorische waarde5. Het gaat om beschermde statussen, ingrepen in de leefomgeving, grondwaterpeilen en

het aanleggen van leidingen. Goed beheer vraagt om jaarlijkse (!) inspectie op ziekten, dood hout en beschadigingen. Voor snoeien bestaan uitgebreide richtlijnen (respecteer de takkenhaag!) en uiteraard geldt ook de floraen faunawet. Een land dat hier zoveel aandacht voor kan hebben, heeft zijn basisbehoeften goed op orde.

De Rijksdienst onderscheidt verschillende verschijningsvormen van bijzondere bomen: dorpsbomen waar berichten werden opgehangen of recht werd gesproken, etalagelindes voor feesten en religieuze rituelen, grensbomen (spreekt voor zich), kapel- of kloosterbomen en kindertjesbomen: holle bomen die kinderen ‘produceren’ (als variant op de ooievaar). En dan zijn er herdenkingsbomen. In onze Hortus staat er één ter nagedachtenis aan Anne de Ruyter de Wildt, een sociologiestudente die in 1997 werd vermoord. Bij de boom staat nog steeds een plaquette met de tekst: Anne jij was er altijd voor anderen. Deze boom is voor jou6. In 2016 organiseerde NRC een fotowedstrijd

om het beeld van de eenzame boom vast te leggen, onder de titel Boom alone7. Mogelijk een knipoog naar Putnams Bowling Alone over de teloorgang van gemeenschapsleven en sociaal kapitaal. In het licht van klimaatverandering, kaalslag en verwoesting van onze leefomgeving is die associatie niet eens zo vergezocht.

Deze zoektocht naar solitaire bomen heeft me in ieder geval geleerd waarom ik de potentiële

Foto 1: De kerstboom (helemaal links) in zijn natuurlijke habitat

https://maps.app.goo.gl/X72JACvYFmR5oQWq8

kerstboom in de voortuin van het vriendje van mijn zoon nooit echt heb opgemerkt. Verscholen achter grote beuken, dicht tegen een huis aan, hangend boven spelende kinderen die alle aandacht opeisen. Wie wil opvallen en succesvol wil zijn als boom, kan maar beter alleen staan. Niet alleen het bos, maar ook de veelheid aan prikkels verhindert dat we bomen op hun waarde schatten. Door het bos zien we de bomen niet meer. Sta daar eens bij stil als je weer om je heen kijkt.

Foto 2: De kerstboom in ontwortelde staat. https://i.regiogroei.cloud/658ddae2-8fd5-373f-8fa5697ecd15219e.jpg?width=1104&height=620&aspect_ ratio=1104:620&cb=f7c57b981b9edcd00060dd6df1168cd4

[1] Renwick, D. (2019, 31 december). Het verhaal van ’s werelds eenzaamste boom. National Geographic Nederland. https://www.nationalgeographic.nl/wetenschap/2019/12/het-verhaal-van-s-werelds-eenzaamste-boom

[2] Freriks, K. (2022, 12 september). De boom als geschiedschrijver. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/12/de-boom-als-geschiedschrijver-a4141583#:~:text=Campbell%Is-

[3] Guinness World Records. (z.d.). Remotest tree. Geraadpleegd op 22 januari 2026, van https://www.guinnessworldrecords.com/world-records/66393-remotest-tree

[4] Tuttel, H. (2000, 21 maart). Eenzame boom. ‘t Nieuwsblad van het Noorden. Geraadpleegd op 22 januari 2026, van https://tuttel.com/eemkiekn/eenzame%20boom.html

[5] Solitaire boom met cultuurhistorische waarde (cultuurhistorisch beheer). (z.d.). Kennis. Geraadpleegd op 22 januari 2026, van https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Solitaire_boom_met_cultuurhistorische_waarde_(cul tuurhistorisch_beheer)

[6] De Boer, J. (2014, 25 april). Anne de Ruyter de Wildt. Soap Groningen. https://www.soapgroningen.nl/2014/04/25/anne-de-ruyter-de-wildt/

[7] Vijftig foto’s [Redactie]. (2016, 16 september). ‘Boom alone’. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/16/boom-alone-a1521824

Waar hebben we het over?

- De Almanak commissie

De Soap is terug! Daar willen wij natuurlijk aan bijdragen. Het criterium voor een ingezonden stuk is duidelijk; alles mag zolang het maar gaat over het thema ‘door de bomen het bos niet meer zien’. Het leek wel overzichtelijk; we schrijven daar gewoon even wat over. Maar nog voor we konden beginnen waren we het overzicht al kwijt. Wat betekent ‘door de bomen het bos niet meer zien’ eigenlijk?

Al snel bleek dat mijn ‘door de bomen het bos niet meer zien’ niet jouw ‘door de bomen het bos niet meer zien’ hoeft te zijn. Dit maakte het toch ineens best lastig. Er is geen duidelijke definitie. Er is geen vast kader. Wel waren er ontzettend veel opties. En hoe meer opties er kwamen, hoe moeilijker het werd een afweging te maken.

Gelukkig laten we ons niet zomaar vangen. Onze oplossing was simpel: iedereen schrijft iets vanuit diens eigen visie en dat voegen we samen tot één samenhangend stuk. In de basis een goed idee, totdat daar ook weer keuzes opdoken. Want wat is eigenlijk beter? Sommigen schreven meteen een heel verhaal, anderen kwamen met wat losse gedachten, en weer anderen waren onderweg de draad al kwijt en

vergaten überhaupt wat op te sturen. Opzich wel weer een goed voorbeeld van een onderdeel van het probleem; als je uit alles kan kiezen, gebeurt er soms helemaal niets.

Zelfs het samenvoegen van de stukjes vraagt om keuzes. Wiens stijl nemen we over? Kiezen we voor één overkoepelend thema of laten we juist alle verschillen bestaan. Gaat het ene stukje ten koste van het andere? Waarschijnlijk wel. Is dat erg? Misschien niet.

Dan is er nog de invloed van anderen op jouw keuzes. “Wat heeft de rest geschreven?” is de vraag van iemand ons. Het laat zien dat een kader van anderen kan helpen om te kiezen, maar dan is je eigen input misschien wel weer minder eigen. Soms lijkt een keuze wel nooit alleen van jezelf te zijn. Je moet, voor je gevoel, altijd rekening houden met de verwachtingen, meningen en ervaringen van anderen. Terwijl je zelf al niet weet wat je wil, moet je ook nog de visie van iemand anders gaan beoordelen. Wat moet je daar ook eigenlijk mee? Voel je je ook nog eens verplicht om niemand teleur te stellen of het gevoel te geven er niet toe te doen. Tussendoor wordt er ook nog even van je verwacht dat je een eigen duidelijke mening vormt.

Daarbovenop komt de overload aan informatie. Je merkt het al bij het kopen van een broek. Je begint met een duidelijk doel maar voor je het doorhebt ben je al verdwaald in alle opties. Alles lijkt op elkaar, maar is toch anders. Je vergelijkt, analyseert en blijft zoeken, totdat je niet meer weet wat je eigenlijk zocht. Tijdens het shoppen nog overkomelijk, maar bij de grotere keuzes wordt dit problematischer. Werk, studie, social media, de straat; van alle kanten komt er informatie op je af soms is het gewoon te veel en heb je vooral behoefte aan ordening.

En toch, hoe vermoeiend en irritant het ook is, knopen doorhakken kan juist deze orde geven, en hiermee ook ontzettend fijn zijn. Eindelijk weer rust. Stilstand is achteruitgang. Hoe langer je blijft twijfelen, hoe meer bomen erbij lijken te komen en hoe minder je weet wat je moet doen. Pas wanneer een keuze gemaakt is, lijkt het bos weer zichtbaar te worden. Eigenlijk hoeft de keuze niet eens perfect te zijn, het gaat erom dat je weer loopt.

Misschien is dat wel waar ‘door de bomen het bos niet meer zien’ over gaat.

De mens is aan de helpende hand

“Help! I need somebody. Help! Not just anybody. Help! You know I need someone. He-e-elp!” of ook wel de beroemde eerste regels van het nummer getiteld ‘Help!’ door de befaamde band the Beatles. Als je goed oplet, zie je dat dit bekende woord help in allerlei varianten lijkt voor te komen in de media. In advertenties, bijvoorbeeld, lijkt soms op allerlei wijze producten te worden verkocht, die helpen tegen verschillende kwaaltjes die een mens kan hebben. Ook in december werden veel advertenties verspreid die aandrongen om te wisselen van zorgverzekering, zo ook in een advertentie van een niet nader te noemen de zorgverzekeraar, waar een babydragende verpleegkundige de woorden noemde “Bij ons helpen we elkaar op de momenten die ertoe doen.”

Niet alleen in deze reclames, die kleine en menselijke interacties kunnen laten zien, kan dit hulpgedrag worden waargenomen. Zo ook in het dierenrijk zijn zulke interacties waarneembaar. Bijvoorbeeld bij orka’s, waar hele families rondom de grootmoeder van de groep zijn verzameld en afhankelijk zijn van haar kennis over plekken waar voedsel te vinden is, en zij hen—haar kinderen en kleinkinderen—naast leert hoe het best kan worden gejaagd, ook hen gejaagd eten aanbiedt om te overleven[1]. Olifantengrootmoeders zijn ook waargenomen als diegenen die zorg dragen over onder andere het emotioneel welbevinden van haar jongere nakomelingen, en ook de wijsheid

bezitten over waar, wanneer het droog is, water kan worden gevonden. De overlevingskansen van haar kudde worden hierdoor vergroot[2].

In bossen zijn ook zulke hulpnetwerken actief. Een ingewikkeld netwerk van boomwortels en schimmels (het Wood Wide Web genoemd) zijn innig met elkaar verbonden en functioneren als hulp voor grondstoffenuitwisseling en ter informatievoorziening over bedreigingen als droogte en aanvallen van parasieten. Bovendien dragen moederbomen bij sterfte al hun grondstoffen over op hun nakomelingen[3]. Bij benadering lijkt de natuurlijke wereld daarom te zijn opgebouwd uit brede (sociale) netwerken van hulpverlening en informatievoorziening, vaak gecentreerd rond een moederfiguur. Kunnen we bedenken of dat dit ook op menselijk niveau te zien is?

Ja, aldus onder andere Nel Noddings en Carol Gillian. In hun werken over zorgethiek (ook ethics of care) berichten zij over de manieren waarop de mens over het algemeen zorg kan uit over de medemens. Enerzijds is dit institutioneel, zoals in de vorm van artsen of verpleging in ziekenhuizen, maar ook als leraren en pedagogisch medewerkers. Anderzijds ook in relationele sfeer zoals als mantelzorger, maar ook het ouder-/voogdijschap en in vriendschappen. Waar Carol Gillian deze vorm van moreel gedrag voornamelijk opmerkt als modus operandi in zij die zich identificeren als vrouwen[4], ziet Noddings dit als een eigenschap een mens an sich zou kunnen uitvoeren[5].

De zorgethiek als morele filosofische stroming is een tegenreactie op meer universalistische filosofische stromingen die in absolute termen van juistheid en rechtvaardigheid denken. Dit zijn filosofische stromingen die in het verleden met name zijn geproduceerd door mannelijke filosofen, en worden omschreven als theoretisch “juist”. Zorgethiek is een filosofische stroming die daarentegen de aandacht verlegt naar meer feminiene vormen van omgaan met moreelethische dilemma’s en beargumenteert dat er verschil zou kunnen zitten in hoe er verschil kan zitten in hoe de verschillende genders omgaan met zulke dilemma’s in de praktijk. Een manier van omgaan met de wereld en medemens waar de ene manier niet beter is dan de ander, maar anders.

Zorgethiek houdt zich als theoretisch kader bezig met hoe interacties tussen mensen zouden moeten draaien rondom de individuele behoeften van een ontvanger van zorg. Een manier van zorgverlening waarbij niet altijd rekening hoeft te worden gehouden met de gestandaardiseerde morele regels die rondom een zorginteractie

zouden moeten plaatsvinden, maar nadruk legt op differentiatie[6]. Er zijn twee vormen van zulke zorg, die Noddings omschrijft als “caringfor” (zorg dragen voor) en “caring-about” (zorg hebben om)[7]. Die laatste, omschrijft het “fundament voor rechtvaardigheid” en het ethische ideaal dat een basisniveau van beleid mogelijk maakt waarin mensen zorg kunnen dragen voor de zorgontvanger. “Caring-for” is de actie van een zorgverlener die reageert op de zorgvraag van een zorgontvanger, succesvol of niet[8]. Het is het antwoord op de vraag: ‘wat zou nu behulpzaam zijn voor deze persoon?’ Het kan verklaren waarom we in een wereld die een zekere vorm van anarchisme kent (i.e. geen werkelijke hulp van bovenaf, of een (inter)nationale organisatie die al ons gedrag stuurt) mensen toch kiezen om andere mensen te helpen en hierin individueel onderscheid kunnen maken, zoals in de ziekenhuizen of opleidingsinstituten die we als samenleving hebben opgebouwd.

Systematische zorginterventies kunnen het gewenste effect hebben en daarbij constructief zijn voor de zorgontvanger en zorgverlener.

Maar, omdat zorgverlening complex mensenwerk is, kan het ook een ongewenste reactie oproepen en daarbij destructieve vormen aannemen, voor zowel de zorgverlener als ook de zorgontvanger. Als perfecte ethische standaard werkt zorgethiek daarom niet goed, of nog niet. Wat ook een bijkomend effect is van deze standaard die aan de basis ligt voor systemische zorginstituten die we als menselijke samenleving hebben opgebouwd, is de effecten die intermenselijke-zorginteracties hebben op de omliggende omgeving. Door medicijnenvervoer, -aanmaak en -toediening, bijvoorbeeld, worden mensenlevens gered of verlengd, maar dit vergt tegelijkertijd een bepaalde inspanning en belasting op het milieu om ons heen. Zorgethiek is daarom een mechanisme dat meer antropocentrisch (i.e. mens als centrum van de wereld) naar de wereld kijkt, terwijl wij in een

tijd leven die meer en meer van onze samenleving verlangt beginnend ecocentrisch te kijken, dat wil zeggen, een wereld waarin de natuur centraal staat, willen wij aan milieudoelen onze aandacht schenken en ook voor het milieu zorg dragen.

We staan hierbij met toenemende klimaatproblemen op een kantelpunt. Dit vergt ook van ons als mensen die iets willen bijdragen aan de oplossing van problemen in de samenleving—zowel bij de medemensen, als bij milieuproblematiek—dit alleen kan door kritische zelfanalyse op allerhand terreinen, met daarbij de vraag waar wij in onze alledaagse handelingen hierin constructief of destructief deelnemen, met hoop op zelfverbetering in ons gedrag ten behoeve van mens en klimaat.

[1]Croft, Darren. “Inside the killer whale matriarchy.” Ted-Ed. Geplaatst op 11 dec, 2018. Video, 5 min., 3 sec. https://www.youtube.com/watch?v=sQpGT1BgdX4

[2]Kenya Wild Parks. “Why Do Elephants Form Matriarchical Families?” Kenya Wild Parks. Geplaatst op 3 maa, 2024. Video, 3 min., 11 sec. https://www.youtube.com/watch?v=R5tof1T03F4

[3]BBC News, “How trees secretly talk to each other,” BBC News. Geplaatst op 29 jun, 2018. Video, 1 min., 47 sec.

https://www.youtube.com/watch?v=yWOqeyPIVRo

[4]Gilligan, Carol. In a Different Voice : Psychological Theory and Women’s Development. 38e druk. Harvard University Press, 2003. doi:10.4159/9780674037618.

[6]Botes, Annatjie. “A comparison between the ethics of justice and the ethics of care.” Journal of Advanced Nursing 32, num. 5 (2000):1071-75. doi:10.1046/j.1365-2648.2000.01576.x.

[5,7,8]Noddings, Nel. “Care ethics and “caring” organizations.” In Care Ethics and Political Theory, uitgegeven door Engster, Daniel, en Maurice Hamington. Oxford Academic, 2015. https://doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198716341.003.0005

Ik ben van de partij!

- Elin de Vries

Afgelopen 29 oktober waren de Tweede Kamerverkiezingen. Dit waren voor mij de eerste verkiezingen waar ik mocht stemmen. Ik ben altijd al politiek geïnteresseerd geweest, vanaf jongs af aan ging ik al graag discussies aan met mensen over van alles en nog wat. Dus toen bleek dat we de nieuwe ronde verkiezingen net na mijn verjaardag waren, kwam dat voor mij goed uit. Ik ging het met veel mensen hebben over de verkiezingen en als ik het dan specifiek over stemmen had, heb ik meer dan eens te horen gekregen: “Ik vind wel dat wij veel te veel partijen hebben in Nederland.” Het leek bijna alsof ze door de bomen het bos niet meer konden zien. En hier ben ik het simpelweg niet mee eens.

Als u de laatste tijd het nieuws heeft gevolgd, zal het u niet zijn ontgaan: er gebeuren rare dingen in Amerika. Maar goed, ik zal nu niet volledig ingaan op wat er allemaal mis gaat in Amerika (dan zijn we wel even bezig), maar ik wil eerder het punt

maken: Trump heeft alle macht. Ja, het moet worden betaald, maar simpel gezegd: alles wat binnen “budget” valt mag hij beslissen. Hij is min of meer de alleenheerser. En daarvoor was Biden dat. Afijn, het punt wat ik probeer te maken: Amerika heeft maar twee belangrijke partijen. Dit klinkt voor mij als een persoonlijke nachtmerrie. In een land wonen waar je maar kan kiezen tussen 2 partijen en vervolgens 1 partij volmacht krijgt. Nederland daarentegen heeft op dit moment 27 partijen, waarvan er 15 in de kamer zitten[1].

Er is eventueel een voordeel van het politieke systeem in de VS. Ze hebben “maar” 2 partijprogramma’s die ze kunnen doorlezen. In Nederland heeft elke partij zijn eigen partijprogramma. Ik heb het geluk dat ik het leuk vind om partijprogramma’s te lezen en dit ook thuis werd aangemoedigd. Maar ook al vind ik het enorm leuk om die partijprogramma’s te lezen, ook ik heb niet 27 partijprogramma’s lopen lezen. Ik snap dat dat net iets te veel van het goede is, zeker als het je niet interesseert. We hebben gelukkig

veel hulpmiddelen, denk bijvoorbeeld aan de welbekende stemwijzer. Je hebt hier zelfs de keuze om alleen kamerzittende partijen mee te laten tellen. Uit die test komt vervolgens een top 3, je zou kunnen kiezen om alleen hun partijprogramma’s te lezen. Je kunt zelfs samenvattingen vinden van de partijprogramma’s, of het volledig overslaan en een debat bekijken. En je kunt natuurlijk ook volledig uitgaan van de stemwijzer, al zou ik dit niet per se aanraden. Afijn, wat ik wil zeggen is dat je niet alle 27 partijen super goed moet kennen, maar er hoeven niet minder partijen te zijn. Je kunt immers zelf kiezen wat voor jou belangrijk is.

Afgelopen jaar waren er 40.128 blanco stemmen[1]. Dit zijn 40.128 mensen die laten zien, ik ben politiek geïnteresseerd, maar er is geen partij voor mij. Als dit niet al genoeg laat zien dat we niet minder, maar zelfs meer partijen nodig hebben, laat mij dan een scenario schetsen. Stel je voor dat we kiezen voor maximaal 10 partijen.

Voor het gemak zeggen we dat er 5 linkse partijen zullen zijn en 5 rechtse partijen. Wat zal er in het vervolg waarschijnlijk gebeuren? Als 1 van de rechtse partijen wint, zal die een coalitie vormen over rechts. Als 1 van de linkse partijen wint, zal die een coalitie vormen over links. Het gevolg: we hebben eigenlijk maar 2 mogelijke coalities, maar 2 partijen als het ware. Als het überhaupt mogelijk zou zijn om als nieuwe partij een oude partij over te nemen, wordt dit heel moeilijk.

Mensen stemmen toch vaak liever op partijen die een kans maken om in de kamer te komen. Dit hoor ik dan ook vaak uit mijn omgeving: strategisch stemmen[2]. Dus om als nieuwe partij genoeg stemmen te krijgen om een andere partij uit het rijtje van 10 te halen is bijna onmogelijk. We zouden langzaam opschuiven naar het Amerikaanse systeem. En de mensen waarmee ik het heb gehad over de hoeveelheid partijen die Nederland heeft, hebben allemaal liever geen Amerikaans politiek systeem. Stel je voor dat je voor vier jaar lang leeft onder een regering die je op geen enkel punt representeert. Dit lijkt mij verschrikkelijk. Tuurlijk kunnen we nu ook een volledig links of rechts kabinet hebben (kijk naar Schoof 1), maar het zal zeldzaam zijn dat je je in geen enkel punt kunt vinden, en dat het vervolgens wel de Eerste Kamer door komt. Ja, het is bij ons moeilijker om een nieuwe wet te maken dan het is in Amerika en gelukkig maar. Er is geen alleenmacht, er zijn vele partijen die samen tot een meerderheid moeten komen en daarna nog een keer in de Eerste Kamer.

En tuurlijk, als je het hebt over splinterpartijen ben ik de eerste die zegt, laten we dat afschaffen, maar dat is een onderwerp voor een andere keer. Het verbieden van meer nieuwe partijen in de Tweede Kamer klinkt voor mij dystopisch. Dus ja, we hebben veel partijen. Nee, we hebben niet te veel partijen. Echt niet.

[1] Kiesraad. (2025, 7 november). Kiesraad: Uitslag Tweede Kamerverkiezing betrouwbaar. Ge raadpleegd op 23 januari 2026, van https://www.kiesraad.nl/actueel/nieuws/2025/11/7/kiesraad-uitslag-tweede-kamerver kie-zing-betrouwbaar

[2] BNNVARA. (z.d.). Strategisch stemmen: wat is het en heeft het zin? Geraadpleegd op 23 januari 2026, van https://www.bnnvara.nl/artikelen/strategisch-stemmen-wat-is-het-en-heeft-het-zin? gad_source=1&gad_campaignid=9406387868&gbraid=0AAAAACfAaAis1_XXSord VtoOQ3Z3lt-pu-&gclid=CjwKCAiAjc7KBhBvEiwAE2BDOTzZOqL_8OyBggCtIakj vhIEeE0wEabsxOu4-bia-pJ-TE0uSxVftaxoCW-MQAvD_BwE

Klimaatbewust op reis, hoe doen we dat?

Om een heel simpel antwoord te geven, je kan met de bus en met de trein, maar daar zitten natuurlijk haken en ogen aan. De kosten van een reis vallen op veel manieren te interpreteren; de moeite, de prijs, de tijd en het comfort zijn de voornaamste aspecten om rekening mee te houden. Maar hoe dat je dat wanneer je een groepsreis moet organiseren? Wij maken deel uit van de Tripcommissie van Studievereniging Sociëtas en zien na veel onderzoek eindelijk het bos weer, na heel veel bomen te moeten omzeilen.

Een aantal jaar geleden heeft Studievereniging Sociëtas besloten om tijdens de jaarlijkse studiereis niet meer met het vliegtuig te reizen. Hierdoor ontstaan verschillende moeilijkheden voor de organisatie. De reis wordt namelijk duurder, moeilijker te organiseren, kost meer tijd en je hebt meer invloeden waar je weinig aan kan doen, zoals bijvoorbeeld vertraging van treinen. Mede hierdoor wordt eigenlijk je reikwijdte gelimiteerd, 20 uur lang in de trein zitten is

namelijk niet te doen en nachttreinen voldoen vaak niet aan voldoende comfort.

Wij reizen de afgelopen jaren vooral met de trein, wat een stuk duurder is dan vliegen. Maar niet getreurd, hier valt een subsidie voor aan te vragen!

De Green Office subsidieert namelijk per jaar een aantal duurzame initiatieven van verschillende verenigingen, waardoor de prijs per persoon lager uit zou kunnen vallen. Het probleem is alleen dat je van tevoren niet met zekerheid kan zeggen of en hoeveel van deze subsidie onze kant op komt. Daarnaast kan Sociëtas er ook voor kiezen om de subsidie elders in de vereniging te gebruiken. De subsidie zou dus een mooi compensatiemiddel kunnen zijn voor de hogere prijs, maar hier komen helaas veel onzekerheden mee gepaard. Hierdoor wordt het lastiger om de keuze te maken waar we heen gaan. Hier beginnen de eerste bomen zich te vormen, waardoor het bos steeds minder zichtbaar wordt.

Als je kijkt naar de verdere organisatie bij het reizen zelf, dus hoe je op de locatie komt en hoe afhankelijk je bent van andere factoren als bijvoorbeeld

treintickets, komt er een stressgedeelte om de hoek kijken. Wij gaan namelijk altijd met 30 personen op reis, dus je moet eigenlijk urenlang 30 personen in de gaten houden of alles wel helemaal goed gaat. Hierbij gaat het vooral om op tijd verzamelen, overstaptijd, of iedereen de mogelijkheid heeft om te eten en natuurlijk het in het buitenland aantonen van groepstickets. Al met al zorgt dit natuurlijk ook weer voor extra organisatorisch werk, wat op een vliegveld vaak makkelijker te overzien is. De bomen worden ook hierdoor dus steeds groter.

Maar wat eigenlijk zorgt voor de meeste bomen is het kiezen van de locatie. We krijgen gelukkig altijd een bepaald budget van de vakgroep sociologie om deze reis te ondersteunen, maar er is natuurlijk ook een eigen bijdrage nodig voor de reis. Het probleem is dat je door de gelimiteerde reikwijdte goed moet gaan kijken waar je heen gaat. Dit jaar gaan we naar Kopenhagen, dus dan betaal je bijvoorbeeld meer voor een hostel dan vorig jaar in Warschau, waardoor je weer meer per persoon moet betalen. In de afgelopen jaren is de reis naar onder andere Praag, Warschau

en Budapest geweest. Hiermee hebben we een groot deel van de leuke mogelijke locaties in (het goedkopere) Oost-Europa al wel bezocht. Maar wat moet je dan?

Je moet dus rekening houden met de prijs, de locatie, het comfort van het vervoer en of je er nog niet bent geweest. Dit zorgt er eigenlijk voor dat wanneer je net begint met de organisatie, er een groot aantal bomen te zien zijn, waardoor het bos eigenlijk niet meer zichtbaar is. Hoe hebben wij dit aangepakt?

Om te beginnen zijn we samen in overleg gegaan; wat voor reis willen wij neerzetten? Wanneer daar overlap over is gaan we kijken naar beschikbare steden waar sociologie gestudeerd wordt. Iedereen kiest een top 5 steden en die gaan we allemaal naast elkaar leggen om daarna allemaal diep in een aantal steden te duiken. Dan is het een kwestie van het uitzoeken van de trein (of bus) reis en de mogelijke hostels waar overnacht kan worden. Wanneer je weet wat daadwerkelijk mogelijke steden zijn ga je pas kijken: Welke stad is nou echt een leuk voor onze reis? Vervolgens ga je dan de keuze maken uit deze mogelijke steden.

Natuurlijk wil je eerst kijken of de stad leuk is en natuurlijk wil je een locatie die uniek is, maar dat kost tegenwoordig erg veel moeite, als je ook nog eens klimaatbewust te werk wil gaan. Gelukkig hebben wij onze manier van werken nu goed functioneel en efficiënt gemaakt en hebben we zo een superleuke locatie kunnen kiezen. Stel, je wilt nog graag een klimaatbewuste reis organiseren voor meerdere mensen, gebruik onze tips om een hoop (keuze)stress te voorkomen om zo hopelijk het totale bos weer te kunnen zien.

Sociologie

Als aspirant sociologen gebeurt het ons regelmatig dat we collegestof in het wild zien rondlopen. Gelukkig niet de bijtende soorten, als er ooit een segregatie theorie op je pad komt moet je je vooral groot maken en schreeuwen, maar dat wisten jullie vast al. In deze rubriek gaan we actief op zoek naar sociologie in het wild en laten het niet aan toeval over. Onze eerste bestemming: een demonstratie in Amsterdam tegen onderwijsbezuinigingen, gekozen omdat we dachten dat iedereen hier wel een

koppeling naar kan maken. Een paar van de grootste sociologen hebben geschreven over demonstreren, denk aan Weber, Marx of Durkheim, namen die bij meer vakken terugkomen (vooral bij KST, voor wie dat beest al getemd heeft). Bij het vak overheid hebben we de democratie veel besproken, of bij inleiding in de sociologie hebben we groepsgedrag besproken. Afijn, genoeg redenen waarom een demonstratie als de perfecte plek voelde om sociologie tegen te komen.

Op 9 december stapten we met een grote groep andere boze studenten in de bus van Groningen naar Amsterdam om te protesteren tegen de bezuinigingen. Juist tijdens het formatieproces is het belangrijk om onze stem te blijven laten horen. Hiermee geven we aan dat wij het niet eens zijn met de plannen en laten we merken dat als het aan ons ligt, deze niet in het formatieakkoord worden opgenomen. Dit is niet het eerste protest tegen de bezuinigingen. Vorig jaar was er ook een groot protest op de Dam tijdens kabinet Schoof. Deze demonstratie heeft er toen mede voor kunnen zorgen dat een flink deel van die plannen van tafel is gehaald. Nu was er een tweede protest nodig, omdat nog steeds niet alle bezuinigingsplannen zijn geschrapt. Wij persoonlijk stonden daar niet alleen met het idee dat de bezuinigingen moeten worden geschrapt, maar vinden dat er juist meer moet worden geïnvesteerd in het onderwijs. Afijn, dit betoog zullen we bewaren voor een andere keer, spreek ons vooral hierover aan in ‘de Minnaar’, we gaan het nu hebben over waarom ons sociologisch hart sneller begon te kloppen op de Dam. Protesteren is hét voorbeeld van positief groepsgedrag. In je eentje maak je niet veel indruk, in een groep wel. Op 9 december stonden we dan ook met een indrukwekkende groep, 7.000-10.000 mensen op de Dam. Heel veel mensen waren er met borden tegen de onderwijsbezuinigingen.

in het wild

Louise Augustijn & Elin de Vries

Maar er was ook een goed deel van de stoet die vlaggen en borden voor Palestina hadden. Wij zijn pro-Palestina en ook voor het tegenwerken van de onderwijsbezuinigingen, maar toch, merkten we toen, tegen het verbinden van verschillende doelen in het protest. Tijdens het vak overheid hebben we het gehad over polarisatie, waar we het ook hadden over hoe een teken hiervan standpunten bundeling is; standpunten van verschillende onderwerpen worden samengenomen waar, als je voor het ene bent, het haast logisch is dat je ook voor het ander bent. Dat bevordert hokjesdenken en ondermijnt gedifferentieerd denken - wellicht ligt hier wel de kern van onze tegenwoordige polarisatie: O, je drinkt havermelk — dan ben je vast tegen onderwijsbezuinigingen én tegen het stikstofbeleid van Wiersma. Toen wij de pro-Palestina-vlaggen op 9 december zagen waren we dus bang dat dit mensen die pro-Israël zijn, of geen standpunt hebben over deze kwestie, zou doen afschrikken, in een protest waar ze misschien wel aan mee hadden willen doen. Protesteren is een geweldig grondrecht en moeten we ook zeker zo vaak als het nodig is inzetten, maar misschien niet als we alles tegelijk gaan zeggen. Het lijkt ons een domme zet om anti-onderwijsbezuinigingen een standpunt te maken waar dan alleen nog pro-Palestina mensen bij zouden kunnen horen. Bovendien kan het ervoor zorgen dat het punt dat we proberen te maken minder sterk overkomt.

Om wel positief af te sluiten willen we eindigen met dat er drie verschillende politici kwamen spreken op de Dam, waaronder Ilana Rooderkerk van de D66. Ook zij beweert, namens D66, tegen de bezuinigingen te zijn en dit is hoopvol. Laten we hopen dat de onderwijsbezuinigingen onder het nieuwe kabinet volledig zullen worden geschrapt.

Het recht om te demonstreren vinden wij een prachtig recht, dus maak hier vooral gebruik van, maar zorg ervoor dat we het open houden voor iedereen. Dus zoals we 9 december op de Dam hebben geschreeuwd: “Hoe laat is het?” Solidariteit.

De zoektocht naar meer

- Jens Pouw

Het thema van deze editie laat veel tot de eigen interpretatie over. In mijn eigen beleving zie ik het als een overweldigend gevoel van de vele keuzes waarmee we worden overspoeld in onze samenleving. Zo stond ik laatst in de supermarkt toch met enige verbazing te kijken hoeveel soorten chocola er wel niet in de schappen ligt. Smaken als ‘angelhair knettersuiker’ en ‘matcha framboos’ laten zien hoe overweldigend veel keuzes we ondertussen wel niet hebben.

Nou is dit geen betoog over welke chocoladesmaak het lekkerst is (Lindt), maar het laat wel duidelijk zien dat we in onze samenleving schijnbaar het idee van meer associëren met een verbetering van geluk. Maar klopt zo’n belofte wel? Wat als keuze niet iets bevrijdend is, maar een last?

In dit opzicht fungeren de supermarkten als een symbool voor onze samenleving, waarin keuzes een centrale rol spelen. De vraag is dan, beïnvloeden wij de supermarkten of beïnvloeden de supermarkten ons in de hoeveelheid keuzes? Simpel gezegd is het geen eenrichtingsverkeer maar eerder een wisselwerking. Als mens verlangen we naar vrijheid en controle wat de markt geeft in de vorm van meer opties, wat ons onrust geeft waardoor we opnieuw verlangen naar nóg meer opties.

Maar heeft deze zoektocht naar meer ons daadwerkelijk gelukkig gemaakt? Meer opties klinkt op het eerste gezicht geweldig,

maar het creëert tegelijkertijd een omgeving waarin vergelijken en twijfelen centraal staat. De gedachte dat je ook een andere keuze had kunnen maken die misschien wel meer genot opleverde houdt ons bezig. Het zorgt ervoor dat geluk iets toekomstigs wordt, pas na de volgende keuze of aankoop kunnen we gelukkig zijn. Al met al belanden we in een paradox waarin we op zoek zijn naar meer om ons geluk te bevorderen, alleen streven we hierdoor juist verder van geluk af.

Als de zoektocht naar meer ons ongelukkiger maakt, waarom klampen we ons hieraan vast? Is het iets menselijks om vast te houden aan dingen die ons ongelukkig maken? Naar mijn mening wel, mensen verkiezen bekendheid boven leegte. Meer voelt simpelweg beter, ondanks dat het ons uitput. Het is de reden waarom mensen vasthouden aan slechte routines, overconsumptie en falende relaties. Niet omdat het ons gelukkig maakt, maar omdat het betekenis geeft aan ons leven.

Uiteindelijk rechtvaardigen we vooral deze zoektocht naar meer door middel van rationalisatie. Gedrag wordt logisch verklaard door redenen als “Dit is efficiënt”, “Dit is vooruitgang” “Ik heb dit nodig”, maar wanneer is het genoeg? Is er ergens een eindstreep, of blijven we ons hele leven op zoek naar meer? Dit is ook terug te zien in de wetenschap, wat willen met wetenschap nou bereiken? Blijven we onderzoeken totdat we alles weten, zo ja wat levert dat nou voor ons als mens op? Het punt wat ik hiermee wil maken is dat

we gebruik maken van rationalisatie als een redenatie om twijfel te dempen, en onrust niet te hoeven voelen. Echter houden we met deze manier van denken wel de zoektocht naar meer in stand.

Is er dan een manier om buiten deze rationele wereld te stappen? Vrijwel alles in deze wereld moet meetbaar, verklaarbaar en nuttig zijn. Zelfs over abstracte begrippen als geluk denken we rationeel en wetenschappelijk, terwijl die zich niet volledig laten omvatten door logica. Wanneer we proberen om buiten deze rationele wereld te stappen voelt dit vooral naïef en onverstandig aan. Denk aan acties als op bed liggen zonder dat je moe bent of gewoon op een stoel zitten. Grote kans dat je dit beschouwt als zinloos en onverstandig,

niet zozeer omdat we dit van nature denken, maar doordat de rationele wereld van ons verlangt dat achter onze acties een logische reden zit. We zitten niet alleen in het systeem, maar denken ook volgens het systeem.

Nou snap ik dat dit niet al te rooskleurig klinkt, dat we als het ware voor altijd moeten conformeren aan een rationeel ingedeelde samenleving. Echter biedt de bewustwording hiervan wel mogelijkheden. Zo zijn we als samenleving snel om negatief te oordelen over mensen die: geen carrière ambities hebben, geen succes nastreven, geen levensplanning hebben. Echter denk ik dat we juist veel van deze mensen kunnen leren want, wat als minder kiezen geen verlies is, maar juist ruimte geeft?

Na smartphone-vrij ook vrij van AI?

Nadat een eerste generatie jongeren inmiddels is opgegroeid met een smartphone, is het niet gek dat er een initiatief is ontstaan om jongeren smartphone-vrij op te laten groeien: smartphone-vrij opgroeien1. Bezorgde ouders hebben wetgeving van de overheid op dit gebied niet afgewacht, en zijn zelf met dit initiatief gestart. De Nederlandse overheid is er wel over aan het nadenken en het is niet ondenkbaar dat er in Nederland vergelijkbare wetgeving komt als er recent in Australië is ingevoerd, namelijk een verbod op sociale media voor jongeren tot 16 jaar oud. De opkomst en het gebruik van sociale media kan niet los gezien worden van de opkomst van de mobiele telefoon. Na 10 jaar smartphone gebruik door jongeren blijkt uit onderzoek dat er een verband is tussen meer smartphone gebruik en toename van gezondheidsproblemen, zowel fysiek als mentaal, afnemend concentratievermogen en, door meer tijd op het scherm, minder ‘kans’ om te spelen, te ontdekken en fysieke interactie te hebben met andere jongeren en hiermee sociale vaardigheden te kunnen ontwikkelen. Het staat nog niet vast of het ook een causaal verband is, maar gezien de kans hierop is het voor jongeren beter het voorzorgsbeginsel toe te passen en hen te beschermen voor deze risico’s.

Wat merk ik ervan als docent in de klas? Ik herken het afnemende concentratievermogen en merk ook dat er steeds minder huiswerk gemaakt wordt door meer schermtijd. En als er al tijd aan het huiswerk besteed wordt, is dat vaak minder kwalitatief door de vele afleidingen van digitale apparaten. Ik weet niet of dit door onderzoek wordt bevestigd, maar ik heb ook het idee dat leerlingen minder gemotiveerd zijn voor school. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, maar het aantal leerlingen dat echt uit wil blinken, lijkt steeds minder te worden. Echt je best doen om iets te doorgronden of om ergens goed in te worden, zit er niet meer in. Dit is niet alleen een probleem in het onderwijs, maar ik zie het

ook bij mijn muziekvereniging waar het steeds lastiger is om kinderen enthousiast te maken om een muziekinstrument te leren spelen. Ook daar is best veel doorzettingsvermogen voor nodig.

Waar we 10 jaar terug vooral de voordelen van een mobiele telefoon, gevolgd door sociale media, zagen, wilden of konden we nog niet het grote geheel overzien met, naar nu blijkt, ook veel nadelen en risico’s. We zagen dus wel een aantal bomen, maar nog niet het hele bos. Met de kennis van nu zouden we dus heel kritisch moeten zijn op nieuwe technologische ontwikkelingen, zeker ook omdat deze ontwikkelingen vaak gepaard gaan met een

lucratief verdienmodel van (tech)bedrijven. En inmiddels weten we wel dat deze bedrijven meer op hebben met hun winst dan met onze maatschappij. Daar komt bij dat we jongeren uit voorzorg moeten beschermen, ook als nadelige effecten nog niet helemaal bewezen kunnen worden. Beter oog voor veiligheid en welbevinden vooraf, dan excuses achteraf.

Zo’n nieuwe technologische ontwikkeling waar we nu mee te maken hebben is overduidelijk AI. Sommige mensen zien vooral de voordelen van AI, maar er zijn nu ook al zorgen. En waar we bij smartphones een redelijk beeld hadden van de mogelijkheden, maar (nog) niet voldoende beeld hadden van de impact die ze hebben op ons als mensen en op onze maatschappij, hebben we bij AI volgens mij nog niet eens een beeld van de mogelijkheden die deze technologie gaat opleveren, laat staan wat de impact daarvan op ons en onze maatschappij gaat zijn. We hebben dus zelfs nog geen goed zicht op de bomen, laat

staan op het hele bos. Het is niet voor niets dat verschillende hoogleraren en AI-experts er voor pleiten om de ontwikkeling van AI (tijdelijk) stop te zetten en als maatschappij eerst eens goed na te denken over hoe we hiermee om willen gaan. Willen we wel al die mogelijkheden van AI benutten? En kunnen wij hier als maatschappij eigenlijk wel goed mee omgaan? Recent was er ook een pleidooi van docenten en hoogleraren uit het hoger onderwijs om AI geen plek te geven in het hoger onderwijs, vooral omdat AI-gebruik aantoonbaar het leren van studenten hindert en het vermogen tot kritisch nadenken aantast. Maar net als bij de smartphone zijn het ook hier de techbedrijven die niet van plan zijn pas op de plaats te maken.

De ontwikkeling van AI moet doorgaan en deze veelal Amerikaanse bedrijven wordt geen strobreed in de weg gelegd, aangezien de regering Trump ook alleen maar de kansen

van AI (en hun moederbedrijven) lijkt te zien. Initiatieven voor regulering van AI door bijvoorbeeld de EU lijken steevast te worden ‘bestraft’ door de VS met economische sancties, en gezien de grote impact van dit soort sancties is de kans groot dat de regulering niet doorgezet wordt of in het ‘gunstigste’ geval wordt afgezwakt.

De ontwikkeling van AI lijkt dus niet tegen te houden, en regulering van AI-ontwikkeling en AI-gebruik lastig te realiseren. Reden tot zorg, ja, reden voor wanhoop, nee. Het staat ons immers zelf altijd vrij om wel of geen AI te gebruiken en als we het gebruiken, zelf te kiezen hoe we het gebruiken. En natuurlijk zie ik ook de mogelijkheden van AI, bijvoorbeeld om op basis van een voorbeeld ontwerpopdracht zes vergelijkbare ontwerpopdrachten te laten maken, maar ik zie ook de risico’s. En dan gaat het niet alleen om foutieve of bevooroordeelde informatie die een AI kan geven, maar ook om gevaren van toename van polarisatie in de maatschappij, gevaren voor de mentale gezondheid van mensen die een ‘relatie’ aangaan met een AI en natuurlijk het schrikwekkende gebruik van energie en water door datacenters die voor AI noodzakelijk zijn.

Pleit ik er dan voor om AI in de ban te doen? Nee, zeker niet. Maar als je AI wilt gebruiken, stel je dan eerst de vraag of het echt van toegevoegde waarde is. Zo ja, laat AI je dan assisteren op gebieden waar je zelf kennis van hebt zodat je kunt beoordelen of de output van de AI juist is en wees alert op (ongewenste) vooroordelen. En houdt altijd in het achterhoofd dat een AI niet kan denken en geen bewustzijn heeft, al lijkt het soms wel zo, en dat een AI-chatbot vooral aardig lijkt omdat die jou vast wil houden. En, terugkomend op de eerste vraag die je je zou moeten stellen, bedenk ook altijd dat het voor je eigen ontwikkeling goed is om zelf een probleem op te lossen, zelf creatief te zijn of zelf ergens goed (kritisch) over na te denken. Het zal je dan ook niet verbazen dat ik dit artikel geschreven heb zonder de hulp van AI.

Laten we voor de ‘nieuwe’ jongeren ook het voorzorgsprincipe toepassen wat AI betreft. Laten we ervoor zorgen dat we eerst het bos goed kunnen zien, voordat we de jongeren het bos in laten gaan. En als we ze het bos in laten gaan, laten we ze dan in ieder geval zo goed mogelijk voorbereiden én de juiste uitrusting meegeven.

[1] Smartphonevrij opgroeien. (z.d.). Geraadpleegd op 23 januari 2026, van https://smartphonevrijopgroeien.nl/

In de schoenen van een socioloog

Waarom ik een krantenabbonement neem

In het bos van het huidige geopolitieke klimaat worden we dagelijks geconfronteerd met wel duizend bomen aan nieuws. Van Cestmocro op Instagram tot BBC of Fox News. De eindeloze vloedgolf aan nieuws waarin opinie en feiten bijna niet meer te onderscheiden zijn, maakt ons als studenten het leven moeilijk.

Als tweedejaars student International Relations bestaat een groot deel van mijn tentamens uit nieuwsartikelen, en voelen werkgroepen soms als een wedstrijd waarin de meeste wereldkennis en obscure nieuwtjes winnen. Het kunnen meepraten over wereldnieuws is dan ook een pre voor ieder die zich volwaardig student IR wil noemen. Toch valt er lastig te ontkennen dat het meeste gekwakkel simpelweg het herhalen van shockerende krantenkoppen inhoudt. Weten we überhaupt wel waar we het over hebben?

In een tijd waarin politiek meer dan ooit wordt gedreven door publieke sensatie, waarin Thierry Baudet campagne voert met gymvideo’s en Hans Vijlbrief (D66) bier zuipt met studenten op TikTok, vraag ik me steeds vaker af waar het nuttige nieuws eigenlijk nog te vinden is. In één feed krijg je alles te zien van oorlogen en misbruikschandalen tot BN’er nieuwtjes en artikelen over chips met Eierbalsmaak.

Allemaal even groot, even luid, even dringend. Het nieuws wordt niet alleen meer, het wordt ook vlakker: alles staat naast elkaar en concurreert om dezelfde paar seconden

aandacht. Ik betrap mezelf erop dat ik wegscroll van nieuws uit Gaza, merk dat nieuws uit Oekraïne niet sensationeel genoeg meer is om voorpagina’s te halen, en ik hoor steeds meer mensen met het goede voornemen om “minder nieuws te lezen”.

Op een bepaalde manier doen we precies wat er van ons verwacht wordt. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat het toeval was dat de ontvoering van Venezolaanse president Maduro toevallig vlak na de publicatie van -incomplete- Epstein-files plaatsvond, maar ik kan wel toegeven dat mijn aandacht snel van het één naar het ander werd getrokken.

De term flooding the zone, de strategie van het verbergen van groot nieuws met vele kleine nieuwtjes is geen nieuws meer. Wat wel nieuw is, is hoe normaal het voor ons is gaan voelen. We halen onze schouders op, zuchten, en scrollen verder. Deze apathische houding zie ik terug in mezelf en vele andere studenten. Als je op donderdagavond moet kiezen tussen een borrel en een diepgaande analyse van de verdeeldheid over het (ex-?)presidentschap van Maduro, dan is de keuze immers al snel gemaakt. Niet omdat het ons allemaal niet kan schelen, maar omdat het voelt alsof het toch nooit zal ophouden. Deze onverschillige, cynische houding doet me verlangen naar een tijd niet heel lang geleden, waar men de krant op de deurmat gesmeten kreeg en geen last had van van de innerlijke strijd die ik op mijn scherm voer terwijl ik probeer te kiezen welke nieuwsbron mij zal vertellen wat ik wil horen.

De krant op papier is niet objectief, niet volledig, en niet neutraal. Maar wel eindig. Ik denk dat de eerste stap in het vinden van het bos tussen de bomen is om bewuster te kiezen waar we onze aandacht aan geven. Voor mij betekent dat teruggaan naar zoiets ouderwets als een krantenabonnement. Dat verandert niets aan de situatie van Maduro, Zelensky en Netanyahu, maar het verandert wel hoe we ons tot het nieuws verhouden. Tussen de vaste rubrieken, diepere analyses en af en toe een domme column, ontstaat er iets wat het internet me niet kan geven: een begin en een einde. En als ik dan ‘s ochtends met een kopje koffie de krant lees, kan ik misschien ook nog een glimp van het bos ontvangen.

Nu eerst nog uitzoeken welke krant dat mag wezen.

Het bestuur van Sociëtas 2025/2026

- Jurgen Jansma & Elin de Vries

Zoals gebruikelijk is in de SoAP zijn wij ook dit jaar weer op bezoek geweest bij het bestuur van onze studievereniging Societas. Hier werden wij met open armen ontvangen en hebben wij veel van onze vragen kunnen stellen! Alles wat je wil weten en meer over het bestuur van Societas vind je in dit stuk.

Ik en mijn commissiegenoot Elin de Vries treffen het bestuur op een druilerige maandagmiddag, waar de stemming van het weer nog wat te wensen overlaat, maar de stemming van het bestuur niet! Wij worden ontvangen in de bestuurskamer waar het grootste gedeelte van het bestuur al op ons zit te wachten. Of dit is omdat ze zitten te popelen om onze vragen te beantwoorden of omdat ze gewoon punctueel zijn laten we maar even in het midden. Snel wordt er door Silvijn en Benjamin nog even de nodige brandstof gehaald in de vorm van wat koffie en thee, maar daarna is het dan toch echt tijd om te gaan beginnen.

Allereerst stellen wij hen de vraag hoe het bestuur ze tot nu toe bevalt. Hierop wordt er eerst wat gelachen maar daarna wordt toch wel aangegeven dat het tot nu toe nog aardig goed gaat. Het is een drukke functie, maar doordat het altijd heel gezellig is binnen de groep wordt het niet echt ervaren als werk. Wel geeft Silvijn aan dat de taak in je eentje uitvoeren misschien wel sneller zou gaan, maar dat de extra tijd die je kwijt bent door het allemaal samen te doen niet nutteloos besteed is. “Binnen groepsverband kun je elkaar toch weer helpen en het is ook nog eens gezelliger”. Het is in de basis een parttime baan en ze worden hier dan ook parttime voor vergoed, toch besteden ze er meer tijd aan dan dat. 4 tot 5 uur bezig zijn per dag is dan ook geen uitzondering.

Hierna proberen we wat meer te vragen over de doelen die zij in dit bestuursjaar willen bereiken. Benjamin geeft hierop aan graag verder te willen waar het vorige bestuur is gebleven. Bestuur 35 heeft zich erg ingezet op het gebied van diversiteit en inclusiviteit, de lijn van het vorige bestuur moet worden doorgezet en kan misschien zelfs worden overtroffen. Dit gebeurt al volop bij bijvoorbeeld de nieuwe eerstejaarsactiviteit die de introcie heeft georganiseerd. Hier kunnen nu alle eerstejaars aan meedoen ongeacht of ze lid zijn van societas of niet.

Eerstejaars zijn sowieso een belangrijk thema dit jaar, dit zijn er namelijk minder dan in voorgaande jaren. Op de vraag of hier ook in de studievereniging iets van te merken is antwoordden ze dat dit zeker wel het geval is. “Op het afgelopen introkamp waren zichtbaar een stuk minder eerstejaars aanwezig dan in voorgaande jaren”. Wel geven ze aan dat deze daling nog niet te merken is op bijvoorbeeld de borrels omdat deze kleinere groep eerstejaars wel heel actief is binnen de vereniging. Door de kleinere groep is er dit jaar geen mastercie, dit vangt het bestuur op. Dit komt doordat de doorstroom van actieve leden al langer minder is. Maar, benadrukken ze wel: “dit heb je als bestuur ook niet echt in de hand, en zo’n kleine vereniging is dan ook wel de charme van wat Sociëtas is”.

Hierna proberen we het gesprek wat meer op de personen zelf te richten. Als lezer van deze editie van de SoAP ben je denk ik ook wel benieuwd naar de mensen achter de regels. De leden van dit bestuur waren elkaar niet onbekend voordat ze begonnen aan bestuur 36, Sterre en Anne hebben samen in de commissie-intro gezeten en verder zaten Silvijn en Benjamin in hetzelfde dispuut. In de opleiding zelf kenden ze elkaar ook al: Silvijn, Jorine en Anne delen een jaarlaag. Samen eten en leuke dingen doen staan ook geregeld op de agenda. Op de vraag of het dan ook heeft geholpen dat ze elkaar al kende voordat ze eraan begonnen, antwoordden ze dat dat niet veel heeft uitgemaakt. Je ziet elkaar zo veel op het moment dat je hieraan begint dat je elkaar al heel snel goed kent.

Hierover gesproken wordt op de vraag wat het leukste was als bestuur de afgelopen tijd wordt het lustrum meteen als antwoord gegeven. 10 activiteiten in 5 dagen was volgens hen echt gekkenhuis, Silvijn kijkt ook geregeld nog terug naar zijn agenda uit die tijd omdat hij amper kan

geloven dat hij dat allemaal heeft volgehouden. “Van 3 uur ‘s nachts thuis om 8:30 weer zitten te vergaderen”. Dit was daarom ook een toptijd als het ging om bonding: “Je ziet elkaar op je slechtste en beste momenten”. Ook in de toekomst kijken ze weer uit naar alle leuke activiteiten die er nog gaan komen. Na het lustrum blijven ze overleggen, want volgens hen gaat alles leuk worden.

Het bestuur geeft erg enthousiast antwoord op de vragen en dit sijpelde dan ook goed door in de volgende set van vragen die we hen hebben gesteld. “Wat is de beste eigenschap van iedereen binnen het bestuur?” vraagt mijn collega Elin. Er klinkt wat gelach, “Dat is een taaie”. “Silvijn is ontzettend zorgzaam, hij maakt zich altijd druk om hoe het met mensen gaat”, zegt Sterre. Ook wordt er lachend nog aan toegevoegd dat Silvijn daarnaast ook heel enthousiast en aanwezig is. Van Benjamin wordt er aangegeven dat hij altijd enthousiast en positief is. Ze voegen hier zijn standaard spreekwoord bij: “pierenbadje, it’s not that deep”. Jorine is daarna aan de beurt: Benjamin benoemt hierin meteen: “Betrokkenheid, Jorine

is betrokken bij iedereen op een lollige manier.” “Ze is goed op de hoogte wanneer iemand iets nodig heeft”, geeft Sterre daarna aan. Van Sterre wordt aangegeven dat ze altijd super sociaal is: “Sterre gaat in gesprek met iedereen” geeft Silvijn aan. “Dit past ook echt heel goed bij haar functie (Commissaris externe contacten, red.)”. Anne is dan als laatste aan de beurt. Sterre geeft daarop direct aan: “Anne is heel erg zichzelf en weet heel goed wat ze wil”. Ook is ze volgens de groep echt “the life of the party”.

Wat een mooie woorden hebben de mensen van het bestuur toch voor elkaar over. Toch vinden wij als interviewers van kwaliteit dat alleen maar goede dingen ook niet leuk is om te lezen. Daarom hebben wij voordat we naar de afsluitende vragen gingen direct gevraagd wat de slechtste eigenschap van iedereen is. Sterre speelt hier direct op in: “Ik ben nooit op tijd” roept ze direct nadat we deze vraag stelden. Silvijn antwoordt hier dan ook op dat hij dit niet gaat tegenspreken. “Silvijn is veel te ijverig” antwoordt de groep, Sterre moet hem soms ook stoppen omdat hij anders te lang doorgaat. Benjamin is volgens hemzelf meestal wat te laks en stelt het wat te veel uit. Sterre voegt hier wel aan toe dat dat haar helemaal niet opvalt. Anne geeft aan soms te stil te zijn. Als notulist moet ze soms alles opschrijven en om dan je eigen mening te geven is soms lastig. Jorine heeft van zichzelf het gevoel dat ze het moeilijk vindt dingen los te kunnen laten.

Als volgende vraag zijn we benieuwd naar hoe het bestuur zichzelf zou omschrijven in één woord. Na lang wikken en wegen komt uiteindelijk het woord huis naar boven. Dit omdat ze bij de eerste activiteit als kandidaatsbestuur een foto moesten maken en hier een huis werd gevormd. Anne geeft aan: “Het is een groep met veel vertrouwen

en we kunnen altijd op elkaar bouwen.” Sterre geeft hierna aan dat ze er ook het woord thuis van kunnen maken: “Thuis, omdat we een huis zijn en mensen zich er thuis moeten voelen.” De groep stemt hier dan ook luidkeels mee in.

Waarom Societas de leukste studievereniging van Groningen is? “Klein maar fijn” was uiteindelijk de consensus, “Het is geen hele grote studie dus iedereen is erg hecht”. Alle antwoorden die daarna worden genoemd komen eigenlijk op hetzelfde neer. Het is gewoon een super gezellige vereniging waar iedereen elkaar kent.

Dit was dan alweer het interview met het 36ste bestuur van Societas. Terwijl ik en mijn collega ze hartelijk bedanken voor de tijd die ze hebben vrijgemaakt voor dit interview, vragen we ze om nog 1 laatste boodschap aan onze lezers mee te geven. “Schrijf een stukje voor de SoAP” zegt Silvijn direct. “En bedankt als je dit leest”. Ook roepen ze op om te kijken naar een functie binnen Societas: “Kijk wat Societas jou kan bieden, er is voor iedereen wat wils”.

Vaarwel Kerst, leve de komkommertijd

- Bauke van der Kooij

Ten tijde van het schrijven van dit stuk is het begin januari, een periode gekenmerkt als ‘stilte na de storm’. De kerstvakantie, en eigenlijk de hele bredere winterperiode, is een bijna paradoxale mix van enerzijds ‘the most wonderful time of the year’ en anderzijds een soort koortsdroom. Maar waar een koortsdroom na een nacht voorbij is, duurt deze periode ongeveer twee maanden – twee maanden waarin we in een soort onontkoombare maatschappelijke trechter worden gedrukt, en pas in januari murw weer uitkomen.

Laten we, als we dan toch een strikte afbakening moeten kiezen, gaan voor de eerste dag van november als startdatum – de dag na Halloween (technisch gezien zou je ook het moment dat de eerste kruidnoot in de supermarkt ligt, kunnen kiezen).

Vanaf begin november staan de Sinterklaasliedjes al te blèren in elke supermarkt, slaan we vervolgens massaal snoep in voor Sint-Maarten, en vervolgens andere goedbedoelde troep op Black Friday (want… korting?), tegelijkertijd vliegen de chocoladeletters en het Sinterklaasjournaal ons om de oren.

Echt rust krijgen we niet als de Goedheiligman weg is, want vervolgens is het land in de ban van Spotify Wrapped, Serious Request en stemmen op de Top 2000, hetgeen voor menig babyboomer bijna belangrijker wordt geacht dan stemmen tijdens politieke verkiezingen. Begrijp me niet

verkeerd – ik heb niks tegen de deze feestdagen an sich, wel tegen het onvermijdelijke karakter die deze maanden kenmerken.

Dan Kerst, waar wij in Nederland een uitzondering zijn door zowel Eerste Kerstdag als Tweede Kerstdag te vieren, maar met alle goedbedoelde schoon-, stief- en andere familie zouden we ondertussen wel een Vijfde Kerstdag kunnen hebben, waarin we dan All You Need is Love, Love Actually én Home Alone kunnen kijken.

Tussen Kerst en Oudejaarsavond kun je misschien net een paar keer ademhalen, temidden van de semi-verplichte oliebol en de meer-dan-semiverplichte Top 2000 (en, nieuw: het WK Darts!), voordat je het jaar knallend uitgaat onder het genot van de Oudejaarsconference en daarna Rollercoaster en Bohemian Rhapsody, waarna alles weer ‘normaal is’.

Tenminste, eigenlijk is dat rond half twee, want het is niet sociaal wenselijk om direct na twaalf uur naar huis te gaan, nee, je moet minstens nog anderhalf uur vullen voordat je volgens het Onuitgesproken Handboek der Feestdagen vriendelijk mag zeggen dat je toch wel heel erg moe bent en graag maar eens naar huis toe gaat.

Heel anders is de zomervakantie. De zomervakantie is een periode van ongekend niksen. Geen vastgeroeste rituelen, geen collectieve trechter. Vaak is het ook nog veel te

warm, dus behalve dat je niks moet, kan je ook precies niks. Geen enkele vrijheid is vergelijkbaar met deze komkommertijd-vrijheid. In de zomer ontbreekt het ons aan een collectief draaiboek, sociale scripts en zijn er veel minder regels ‘hoe het hoort’. Tijd en identiteit smelten (figuurlijk) als sneeuw voor de brandende zomerzon. Je kunt op vakantie, je kunt in je achtertuin een boek lezen, je kunt beginnen aan een project, maar je kunt het even goed ook niet doen. Oke, de zomer

heeft ook wel elementen van verplichting, zoals tot vermoeiens aan toe wit stokbrood eten voordat de barbecue eindelijk warm is, maar verder: that’s it.

De winter probeert ons voortdurend te zeggen wat we moeten doen, de zomer niet, de zomer is meer dan een vakantie – het is een sociologisch gedoogbeleid om te doen wat je wilt. Daarom zeg ik: vaarwel winter, leve de zomer!

Krant gekaapt!

door Francken Vrij

Sociofysica: de mens als molecuul

- Herke de Groot

Op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat er veel raakvlakken zijn tussen sociologie en natuurkunde. En dat klopt ook wel, maar toch is er een vakgebied dat de twee disciplines verbindt: sociofysica. Wat mij in eerste instantie een extreem niche vakgebied leek, blijkt de laatste jaren enorm gegroeid te zijn. Sinds de millenniumwisseling zijn de hoeveelheid studies gepubliceerd in het vakgebied enorm gestegen. [3] Een voorbeeld van een sociofysisch systeem is een moshpit bij een heavymetal concert dat kan worden beschreven als een 2D gas. [4] Of hoe het veranderen en verspreiden van meningen kan worden beschreven met het Ising-model, een model dat in eerste instantie werd ontworpen om fasetransities in een ferro-magnetisch systeem te modelleren, maar later ook werd gebruikt in kwantummechanica. [3] Om een beter beeld te krijgen van zo’n sociofysisch model zal ik er eentje in grote lijnen uitleggen.

1. Uitgebreid voorbeeld

Ik begin maar gewoon gelijk met een formule:

dU =TdS−pdV (1)

Dit is de eerste wet van thermodynamica. Deze formule beschrijft de verandering in totale energie dU in een thermodynamisch systeem, waarbij T de temperatuur, dS de verandering in entropie, p de druk en dV de verandering in volume is. [1] Maar met een paar kleine aanpassingen kan deze formule ook worden gebruikt om het sociologische collectieve gedrag van een staking in eenfabriek te simuleren. Dan krijg je de volgende formule:

dF (H,T) = −MdH −SdT (2)

In dit geval zijn we alleen niet op zoek naar de verandering in totale energie, maar naar het verschil in ontevredenheid van de arbeiders dF. Deze formule gaa er vanuit dat ontevredenheid afhankelijk is van: de gemiddelde productiviteit M, het salaris H (ook pensioen, vakantiedagen, etc. worden meegerekend met deze parameter), de entropie S en de sociale permeabiliteit 1/T (de mate waarin een individu reageert op zijn sociale omgeving). [2]

Figuur 1: Een plot van de ontevredenheid F op de y-as en productiviteit M op de x-as, waarbij T constant is. [2]

Om de ontevredenheid onder de arbeiders zo laag mogelijk te krijgen, moet F zo klein mogelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld door H groter te maken, oftewel het salaris van de arbeiders te verhogen. Of je maakt T groter door de sociale permeabiliteit te verlagen, alhoewel dit in praktijk misschien een lastigere opgave is.

Om dit te visualiseren laat ik een plot zien van de ontevredenheid en de productiviteit, waarbij we ervan uit gaan dat de sociale permeabiliteit niet verandert (zie figuur 1). Je ziet 2 dalen; dit zijn de twee stabiele staten van het systeem. Het dal aan de linker kant van de grafiek moet de staat voorstellen waarin de arbeiders staken, want er is negatieve productie (M < 0). In het dal met M > 0 is een stabiele staat waarin alle arbeiders tevreden zijn en hun werk doen.

In welke staat het systeem zich daadwerkelijk bevind is afhankelijk van hoe hoog het salaris is. Bij hogere salarissen is het dal bij M0 dieper en bij lagere salarissen bij M′0. Ook hangt het af van de geschiedenis van het systeem. In principe is het systeem in de staat van het diepste dal, maar door de geschiedenis kan dit ook anders zijn. Bijvoorbeeld wanneer de arbeiders eerst in een een productieve staat zijn, maar het salaris zodanig omlaag gaat dat het diepste dal bij de staakstaat ligt. De enige manier om dan alsnog naar het diepere dal te komen is door middel van externe factoren die storingen aanbrengen in het systeem. Dit is te zien in figuur 2.

Fguur 2: In dit figuur is te zien hoe een sprong kan worden gemaakt van M0 naar M′0 door storingen in het systeem. [2]

2. Hoe accuraat kan een formule sociale systemen beschrijven?

Ik studeer nu dik een jaar sterrenkunde en één ding waar ik wel achter ben is dat natuurkundigen enorm houden van ’approximations’ en dingen versimpelen: π is 3 en een kip is een perfecte bol. Zo zijn eigenlijk alle natuurkundige formule maar een benadering van de werkelijkheid. Neem de drie wetten van Newton: als je kijkt naar de banen van planeten in ons zonnestelsel, dan kun je Newtons werk prima gebruiken om dit te beschrijven. Maar wanneer je naar subatomaire processen gaat kijken, heb je vrij weinig aan F = ma. Dan kom je toch al gauw uit bij kwantummechanica, wat over honderd jaar misschien ook maar ongeveer blijkt te kloppen.

Wat ik hier mee wil zeggen is dat in de natuurkunde het al ingewikkeld isom parameters goed te controleren in een onderzoek, maar dat dit bij sociologische onderzoeken nog ordes van grootte lastiger is. De interne processen van één individu zijn al zeer lastig te beschrijven, laat staan die van een volledige populatie. Sociofysica is een interessant vakgebied en kan echt helpen bij het begrijpen van sociale structuren (zoals die van arbeiders in een fabriek), maar het is wel heel belangrijk om stil te blijven staan bij het feit dat deze modellen maar een ruwe benadering zijn van de werkelijkheid. Mensen zijn niet zo simpel als moleculen en interacteren op een nog ingewikkeldere manier. Bovendien is elk mens uniek! Niemand is écht te reduceren tot een molecuul.

References

[1] Stephen J. Blundell and Kather Ine M. Blundell. Concepts in Thermal Physics, 2nd edition. Oxford University Press Inc., New York, 2010.

[2] Serge Galam, Yuval Gefen, and Yonathan Shapir. Sociophysics: a new approach of sociological collective behaviour. i. mean-behaviour description of a strike, 2022.

[3] Pratik Mullick and Parongama Sen. Sociophysics models inspired by the ising model, 2025.

[4] Jesse L. Silverberg, Matthew Bierbaum, James P. Sethna, and Itai Cohen. Collective motion of humans in mosh and circle pits at heavy metal concerts. Physical Review Letters, 110(22), May 2013.

Hoe ik mijn wereld orden: van schaatsrondes tot romans

Sinds mijn jeugd heb ik een zwak voor lijstjes. Op de lagere school begon het met sportuitslagen. Wanneer het kon zat ik voor de televisie om bij elke schaatsronde de tijden te noteren. Ik zag vaak sneller dan de commentatoren of een rijder terugviel of juist versnelde. Op zondagmiddag luisterde ik trouw naar Langs de Lijn en volgde ik allerlei sporten.

Voetbal op televisie bleef eind jaren zeventig meestal beperkt tot korte samenvattingen. Als ik FC Groningen wilde zien winnen van Atletico Madrid of Inter Milaan, dan ging ik gewoon naar het Oosterparkstadion. Wielrennen was er wél volop en dat was pure rijkdom. De Nederlandse TI Raleigh ploeg domineerde, met 55 etappezeges in de Tour tussen 1976 en 1983 en in 1980 de eindzege van Joop Zoetemelk.

Op de middelbare school verschoof mijn aandacht steeds meer naar muziek en film. Al snel maakte ik elke week mijn eigen hitlijst, de Rally Top 40, vermoedelijk genoemd naar de wielerploeg die ik toen bewonderde. Om niets te missen luisterde ik zo veel mogelijk naar Hilversum 3 en nam ik favoriete nummers op cassette op.

Mijn liefde voor oudere muziek kreeg een enorme impuls toen ik de Top 100 Allertijden ontdekte, het nachtelijke Veronica programma dat maar eens per jaar werd uitgezonden. Via die lijst leerde ik Deep Purple kennen, jarenlang bovenaan met Child in Time, en Led Zeppelin, dat drie jaar lang de eerste plaats bezet hield met Stairway to Heaven. Luisteraars konden tien favoriete nummers per briefkaart insturen en bij mij stond Riders on the Storm van The Doors op nummer een.

Tegelijkertijd groeide mijn honger naar alternatieve muziek. Bij de VPRO luisterde ik naar De Wilde Wereld, dat met een eigen album Top 100 kwam. In 1987 prijkte The Velvet Underground & Nico uit 1967

bovenaan, met ook klassiekers als Ascenseur pour l’échafaud (1957) van Miles Davis, A Love Supreme (1965) van John Coltrane, Revolver (1966) van The Beatles, I Never Loved a Man the Way I Love You (1967) van Aretha Franklin, Trout Mask Replica (1969) van Captain Beefheart, What’s Going On (1971) van Marvin Gaye, het debuut van de Ramones uit 1976, Marque Moon (1977) van Television en Let It Be (1984) van The Replacements hoog in de lijst.

Gratis naar concerten en films

Als student kon ik bijna elke week naar concerten omdat ik als vrijwilliger gratis naar binnen mocht in Vera. In die eerste jaren waren concerten van Dinosaur Jr, Wipers, Gories, Pavement, Screaming Trees, Jesus Lizard en Melvins onvergetelijk. Ik zag er ook bands die later wereldberoemd werden, zoals Pearl Jam, White Stripes, Beck, The War on Drugs en Wet Leg.

In Vera verzorgde ik de filmprogrammering, want ook film was een grote liefde. Op de middelbare school, toen mijn budget beperkt was, had ik al een slim systeem bedacht: twee films voor de prijs van één. Ik kiende het kopen van een kaartje voor een voorstelling altijd zo uit dat ik aansluitend zonder te betalen door kon naar een andere film. Het draaide om timing. Pas zodra de kaartcontrole klaar was durfde ik naar een andere zaal te gaan, en dan bleef het spannend of er nog plek was.

Als filmprogrammeur van Vera mocht ik gratis naar alle vertoningen. Op mijn studentenkamer stond de televisie bijna nooit aan. Ik zat liever in de bioscoop, meerdere avonden per week. Dinsdag bij Vera, woensdag bij de Usva, donderdag of vrijdag bij Simplon en zondag of maandag bij het RKZ. Zaterdag ging ik naar de swingavond in Vera. Verveling had geen kans.

Liefde voor film en muziek op mijn website

In 2005 vroeg Tom Snijders mij om een eigen website te maken. Ik wilde daar niet alleen mijn onderzoek kwijt, maar ook mijn liefde voor film en muziek. Zo ontstond mijn lijst met favoriete films, inmiddels uitgegroeid tot meer dan 500 titels.

Aan het einde van elk jaar kijk ik terug en maak ik mijn favorietenlijstjes. In 2025 waren de hoogstgenoteerden Sorry Baby (Eva Victor 2025 USA), een indrukwekkend debuut over de nasleep van seksueel geweld, en One Battle After Another (Paul Thomas Anderson 2025 USA), een scherpe actiekomedie over de Amerikaanse geweldscultuur. Verder in mijn top 10: A Complete Unknown (James Mangold 2024 USA), April (Dea Kulumbegashvili 2024 GEO), Drømmer (Dag Johan Haugerud 2024 NOR), Good One (India Donaldson 2024 USA), Black Dog (Guan HU 2024 CHN), Weapons (Zach Cregger 2025 USA), A House of Dynamite (Kathryn Bigelow 2025 USA) en Memoir of a Snail (Adam Elliot 2024 AUS).

Wat documentaires betreft vond ik Youth: Spring, Hard Times, & Homecoming (Wang Bing 2023-2024 CHN), Cutting through Rocks (Mohammadreza Eyni & Sara Khaki, 2025 IRN) en Coexistence, My Ass! (Amber Fares 2025 USA) zeer goed. Het allerbest vond ik echter Remake (Ross McElwee 2025 USA), waarin een regisseur via familievideo’s terugkijkt op het leven van zijn overleden zoon, en Mijn woord tegen het mijne (Maasja Ooms 2025 NLD), over mensen die stemmen horen. De enige serie die ik dit jaar echt geweldig vond was Adolescence (Stephen Graham & Jack Thorne 2025).

In mijn muziek top 10 voeren de Limiñanas uit Frankrijk, Geese met Cameron Winter en Wednesday, dat in 2023 nog in Vera stond, de lijst aan. Verder in de lijst onder meer hiphop van Little Simz, jazz van James Brandon Lewis en Ambrose Akinmusire, americana van Ryan Davis en elektronische muziek van Djrum.

Ontdekkingen van het afgelopen leesjaar

Ook van lezen houd ik veel. Een van de mooiste ontdekkingen van 2025 was Butter van Asako Yuzuki, waarin een journalist een veroordeelde foodblogger en seriemoordenaar bezoekt. Deze thriller is gebaseerd op een waargebeurd verhaal en verweeft maatschappelijke thema’s met culinaire verleiding. De kern is eenzaamheid, die mensen tegelijk kwetsbaar en manipulerend maakt.

Boek 1 van Martin Rombouts vond ik een brutaal en vernieuwend debuut over kunstenaarschap. Met scherpe bravoure legt hij de rauwe werkelijkheid bloot van het beginnend schrijverschap en het onvermijdelijke literair ondernemerschap, in een boek vol micro-obsessies, van darkrooms en cruisevakanties tot gokspelen en kapitalisme.

In Vrienden schrijft Hisham Matar fijnzinnig over ballingschap, vriendschap en het afgesneden zijn van het land dat je lief is maar waar je niet kunt leven. Hoofdpersoon Khaled beweegt in een diepe existentiële eenzaamheid, gevangen tussen loyaliteit, angst en de onmogelijkheid om terug te keren.

Wat non-fictie betreft maakte Every Living Thing van Jason Roberts veel indruk. Hij verweeft de levens van Carl Linnaeus en Georges-Louis Leclerc de Buffon tot meer dan een dubbele biografie. Het is een geschiedenis van ideeën, een verhaal over hoe hun werk de moderne wetenschap vormde en de weg effende voor JeanBaptiste Lamarck en Charles Darwin.

Beladen huis van Christien Brinkgreve schetst een huwelijk dat langzaam uit balans raakte. Zij voelde zich ingeperkt door haar man en legde zich daarbij neer. Als feministe en hoogleraar vrouwenstudies zocht zij gelijkwaardigheid, maar worstelde met de praktijk. Na zijn overlijden begint zij op te ruimen en probeert zij te begrijpen waar het misging. Het resultaat is een intiem en aangrijpend portret.

In More Everything Forever fileert Adam Becker het misplaatste optimisme van de tech-elite. Hij betoogt dat hun geloof in AI en toekomstige doorbraken vooral dient als excuus om urgente problemen zoals armoede en klimaatverandering vooruit te schuiven. Hun toekomstbeeld is volgens hem grenzeloos kapitalisme, gedreven door blind vertrouwen in technologie en de overtuiging dat hun waarheid boven expertise staat.

Academische hoogtepunten van 2025

Op mijn werk blik ik elk jaar terug. Een dieptepunt in 2025 was dat MENTOR, onze subsidieaanvraag om de sociale en emotionele groei van adolescenten op scholen te stimuleren, ondanks de inzet van meer dan vijftig betrokkenen geen financiering kreeg van de Nationale Wetenschapsagenda. Gelukkig stond tegenover die teleurstelling ook een reeks mooie hoogtepunten:

Chloé Tolmatcheff ontving een VENI-beurs voor Let’s get our priorities straight, en samen publiceerden we in Aggression and Violent Behavior dat antipestprogramma’s beter werken als afzonderlijke onderdelen getest en verfijnd worden. Zhe Dong liet in Prevention Science zien dat positieve leiders stabieler zijn dan negatieve, en dat KiVa negatieve leiders kan omvormen tot positieve.

Tijdens de Nacht van de Sociologie gaf ik een lezing over seksuele netwerken op scholen met PEARgegevens. Stefanie Richters toonde dat opkomen voor leeftijdsgenoten de populariteit vergroot (Developmental Psychology), terwijl Simone Dobbelaar de invloed van sociale tegenslagen op hersenontwikkeling onderzocht (Developmental Cognitive Neuroscience). Xingna Qin belichtte hoe voorkeuren van leeftijdsgenoten en leraren vriendschapspatronen onder Chinese adolescenten vormen (Journal of Youth and Adolescence).

Lydia Laninga-Wijnen leverde nieuw bewijs voor de ‘healthy context’-paradox (Development and Psychopathology), en Minita Franzen onderzocht de rol van interpersoonlijke stijl bij depressieve symptomen na de middelbare school (Journal of Interpersonal Violence). Essi Viding, Pasco Fearon en Alex Lloyd evalueerden het transdiagnostische ReSETprogramma, dat geestelijke gezondheidsproblemen bij adolescenten verminderde. Tijdens mijn Londenbezoek zag ik ook de indrukwekkende tentoonstelling van Kerry James Marshall in de Royal Academy of Arts.

Thijmen Jeroense vond geen bewijs voor selectie of beïnvloeding van politieke opvattingen bij Zwitserse studenten (Merrill-Palmer Quarterly). Sinds dit jaar redigeer ik dit tijdschrift samen met Brett Laursen, Hannah Schacter en Melanie Zimmer-Gembeck om het nieuw leven in te blazen.

De winnaar van de Best Practice Award

- Jurgen Jansma

Toen wij met de SoAP aan het brainstormen waren over deze eerste editie kwam ons opeens iets ten gehore. Het project Waarden en Wijken, waar menigeen van ons op dat moment middenin zat, had een prijs gewonnen voor het beste vak binnen de faculteit. Dit was natuurlijk reden genoeg om even langs te gaan bij Marina Roos, de coördinator van dit vak.

Mijn eerste vraag die ik haar stel is een vraag die vooral voor de eerstejaars die dit blad lezen en denken: “wat houdt dit vak precies in”. Marina antwoordt daarop het volgende: “Je loopt in dit vak eigenlijk als student zelf helemaal de empirische onderzoekscyclus door. De dingen die je hebt geleerd in het eerste jaar vanuit statistiek, methodologie en dataverzameling en natuurlijk ook die sociologisch inhoudelijke dingen. Die ga je allemaal toepassen in de echte wereld door zelf onderzoek te doen naar een leefbaarheidsthema in Groningen.” Marina voegt hieraan toe dat het onderzoek in “onze achtertuin” het vak zo leuk maakt. “De wijken die je in dit vak onderzoekt zijn ontzettend nabij en je kunt er dan ook letterlijk naartoe fietsen. Dit is dan ook de vrijheid die wij studenten geven binnen het kader waarin ze onderzoek moeten doen. Ze mogen zelf een leefbaarheidsthema kiezen waarover ze onderzoek willen doen.” Wel benadrukt ze nog dat het de bedoeling is dat je ook gaat kijken waar er een verschil zit in dit thema waar je dit eigenlijk niet zou verwachten.

De data die in dit onderzoek wordt gebruikt komt van OIS. Dit is de onderzoeksafdeling van de gemeente Groningen en ik vroeg me dan ook af hoe ze hiermee in aanraking zijn gekomen. “We hebben natuurlijk hier wat contacten in het werkveld waar oudstudenten van ons werken en Erik van der Werff die nu werkzaam is bij OIS is ook een oud-student van ons. Zodoende zijn wij met elkaar in contact gekomen.” Het vak Waarden en Wijken bestaat ook nog niet zo lang, geeft ze daarna aan. “Het heette vroeger toen ik hier net begon dutch values. Daarna zijn we overgestapt op de vergelijking tussen landen (Europese waarden, red.) omdat we mooie data hadden waarmee we landen uit Europa konden vergelijken.”

Dan de prijs een zogeheten: “Best practice award”, mijn volgende vraag is dan ook hoe ze hiervoor in aanmerking zijn gekomen en wat ze hiervoor heeft moeten doen. “Wat ik daarvan heb gehoord is dat de studenten van de opleidingscommissie het vak hebben genomineerd.” Op mijn vraag of ze ook weet waarom de studenten juist dit vak naar voren hebben geschoven geeft ze aan dit niet precies te weten. “Ik heb dat niet concreet gezien dus ik moet dat ook een beetje invullen. Wat ik natuurlijk wel hoor van studenten de afgelopen jaren is dat ze de keuzevrijheid voor het onderwerp leuk vinden. Ook dat ze veel autonomie krijgen.” Nadat het vak en nog een aantal andere vakken van andere opleidingen naar voren waren geschoven mocht Marina

dit vak en waarom het zo’n geweldig vak is presenteren. Eerst aan de jury en daarna in een bijeenkomst in de kantine van het Heymansgebouw. Hieruit is daarna dit vak uit de bus gekomen als het beste vak.

Maar hoe nu verder? De prijs is behaald maar wat brengt de toekomst voor dit vak. Allereerst geeft Marina aan dat er nog een vervolg aankomt. Van alle winnaars van de faculteiten wordt een uiteindelijke winnaar gekozen.

Maar hoe het vak verder gaat: “Ik heb nog wel wat dromen van wat we allemaal nog meer kunnen doen met dit project [...] Ik hoop dat we de samenwerking met de stadjers kunnen behouden en dat we die ook wat uit kunnen

bouwen. Nu zit je met 1 stadjer om tafel, maar ik kan me ook voorstellen dat het mooi zou zijn om met een wat grotere groep stadjers een gesprek te hebben. Dat je misschien ook zelf kan kiezen of je het met iemand wil hebben over jouw thema of iemand die specifiek uit de door jou gekozen wijken komt.”

Als laatste ben ik als interviewer altijd nog wel benieuwd naar een centrale boodschap. Wat wil Marina zelf en met dit vak mensen meegeven voor later? Haar antwoord is hierop kort maar krachtig:

“Dat je nieuwsgierig bent, want het is eigenlijk heel leuk om nieuwsgierig te zijn.”

In deze SoAP komen er weer volop interessante onderwerpen aan bod. Met artikelen reikend van eenzame bomen tot verschillende smaken chocola, en van AI-gebruik op scholen tot aan de overlap tussen natuurkunde en sociologie. Daarnaast duiken we de politiek in met een betoog over de hoeveelheid partijen in de tweede kamer. Ook kunt u lezen dat nieuws eindig moet zijn, dus bij deze.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook