D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D
DEC ‘20
ENERGIE & INNOVATIE
Bart Steukers Digitale transformatie in versnelling
Klimaatneutraal 2050 Een proces(industrie) van lange adem?
Wim Vancauwenberghe Slim op weg naar minimaal energieverbruik
ALLARD CASTELEIN “Aangezien de klimaatuitdaging heel groot is, kunnen we niet anders dan groots denken in termen van oplossingen.” LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE • #FOKUSENERGIE
02
VOORWOORD
FOKUS-ONLINE.BE
Bart Steukers
Versnelt corona de omslag naar de digitale transformatie? Al bijna tien maanden lang woedt het coronavirus in ons land. Een tweede verstrengde lockdown werd een feit. Honderdduizenden landgenoten waren al besmet. Duizenden mensen zijn overleden. Is het einde in zicht?
04
10
16
18
LEES MEER... 04 Digitalisering in de maakindustrie 08 Procesindustrie: Klimaatneutraal tegen 2050? 10
Interview: Allard Castelein, Rotterdams Havenbedrijf
12
Maak onze planeet niet te heet
14 Expertpanel: Duurzaam van baksteen tot op de baan 16 De verschillende lagen van Industrie 4.0
M
eer dan ooit staat onze industrie voor grote ontwikkelingen. De COVID-19-crisis heeft er serieus ingehakt, maar schudde ons ook wakker. Industrieën hebben zichzelf heruitgevonden en zijn tot nieuwe inzichten gekomen. Er heerst een gevoel van solidariteit, de wil naar een meer circulaire en groene economie, op wereldschaal én in onze buurt. En dat gaat hand in hand met innovatie. De afgelopen maanden werd ieder van zijn sokken geblazen door de prachtige initiatieven en technologische ontwikkelingen uit meerdere sectoren. De industrie stond in de hoek waar de klappen werden uitgedeeld, maar ze slaat terug. Wij slaan terug. Vaak zeggen mensen dat corona de omslag naar een digitale transformatie van onze samenleving en bedrijfsvoering versneld heeft. Maar is dat ook zo? Agoria nam de proef op de som. Intussen vulden meer dan 600 industriële kmo’s de DigiScan in. Dat is een tool die Agoria in mei van dit jaar lanceerde en die bedrijven de mogelijkheid biedt om zichzelf te evalueren op vlak van digitale transformatie. Daar leren we heel wat uit. De technologiebedrijven blijken een snelle digitale omslag te hebben gemaakt tijdens de eerste lockdown. 53 procent investeerde in de periode van maart tot april in de mogelijkheid tot telewerk, 26 procent in de organisatie van webinars en 20 procent in verder gebruik van de cloud. Uit bevragingen naar de plannen voor het komende jaar komen er drie thema’s duidelijk naar boven: klantgerichte innovatie, digitale bijscholing van werknemers en datagebruik van data.
De industrie stond in de hoek waar de klappen werden uitgedeeld, maar ze slaat terug.
42 procent plant extra innovatie in omgang met de klant of consument. Vermeldde in 2019 nog maar 4 procent van de bedrijven nieuwe inkomstenstromen als driver voor digitalisering, dan is dat op dit moment al gestegen naar 38 procent. Daarnaast verschuift de focus ook naar de werknemers. Zo’n 45 procent van de industriële kmo’s in ons land gaat zijn medewerkers de komende twaalf maanden bij- of omscholen. Een derde betrekt de medewerkers ook in de digitale innovatie van het bedrijf. Opvallend is echter dat de helft van de kmo’s nog steeds geen verantwoordelijke digitalisering heeft. Nochtans creëer je de grootste meerwaarde door silo’s te doorbreken, processen van verschillende businessunits op elkaar af te stemmen en data te delen. Een digitale transformatie is ook voor elk bedrijf een leer- en veranderingsproces. Zonder een persoon die het overzicht bewaart, blijven veel opportuniteiten onbenut. Deze Fokus-editie brengt een positief verhaal over de comeback van de industrie. Je ziet de ongekrenkte waarde van de sectoren en waar ze echt voor staan. Van het digitaal inhaalmanoeuvre van de maakindustrie (manufacturing matters!) tot de nieuwe competenties van werknemers. Van nieuwe en duurzame innovaties in de bouwsector tot de nieuwste trends op gebied van maintenance. TEKST BART STEUKERS, DIRECTEUR CONTEXT VAN AGORIA
17
Eigen wijk: energiecentrale van de toekomst?
18
Wim Vancauwenberghe: Slim op weg naar minimaal energieverbruik
COLOFON. PRODUCTIELEIDER
CHRISTIAN NIKUNA PEMBA HOOFDREDACTIE
ELLEN VAN HOEGAERDEN CREATIVE DIRECTOR
BAÏDY LY TEKST
HANNES DEDEURWAERDER HILDE VAN RAEMDONCK ROSALIE VAN HOOF JEROM ROZENDAAL KIM BEERTS LAYOUT
DEE BERNAERS COVERBEELD
ERNST BODE/HAVENBEDRIJF ROTTERDAM DRUKKERIJ
CORELIO
SMART MEDIA AGENCY LEYSSTRAAT 27 2000 ANTWERPEN +32 3 289 19 40 REDACTIE@SMARTMEDIAAGENCY.BE
VEEL LEESPLEZIER
MATS VAN BRUSSELEN PROJECT MANAGER
#FOKUSENERGIE
NTT • BRAND REPORT
Digitaal transformeren is vooral impact genereren Digitale transformatie is vandaag key, maar hoe kunnen bedrijven vermijden dat het méér wordt dan een buzzword? “Bedrijven die het gemak van digitaal en de behoefte aan fysiek slim combineren, zullen hier voordeel uit halen.”
H
oe begin je aan een digitale transformatie? “Bij ons start het altijd met een ideation proces, waarbij we samen met de klant brainstormen over hun challenges op vijf à tien jaar”, geeft Robin Joncheere als voorbeeld. Hij is Vice President Go to Market Belgium van NTT, Japanse wereldspeler in Telecom. “Tijdens dit creatieve proces vertrekken we van een wit blad en worden er zoveel mogelijk ideeën gegenereerd, waarbij letterlijk alles mogelijk is – dus zonder oogkleppen. Innovatie is daarbij een leidraad: wij willen meewerken aan een connected en duurzame toekomst door slimme technologieën in te zetten en Europese bedrijven te helpen toepassingen te vinden om onze disruptieve R&D te vertalen naar realiseerbare innovaties.” Waarin ligt dan de sleutel van een geslaagde digitale transformatie? Robin Joncheere: “In het besef dat digitaal een impact kan hebben op élk aspect van de business. Digitaal wordt in bedrijven ingezet om dingen beter, slimmer of goedkoper te doen dan de concurrent. Vervolgens komt het erop aan om slim te kiezen waarmee je begint. De impact kan dus plaatsvinden in verschillende domeinen, afhankelijk van de focus: digitaliseren van office spaces, implementeren van uniforme klantenervaring over alle mogelijke communicatiekanalen heen – denk aan Twitter, helpdesk, chatbots, sms… En ook
De coronacrisis zorgt voor een omgeving waar innovatie noodzakelijk geworden is. Oplossingen uit het precovidtijdperk blijken nu vaak ontoereikend. het automatiseren van bedrijfsprocessen of zelfs nieuwe inkomstenbronnen vinden via technologie. En van welke technologie en/of tools kan er dan het meest worden verwacht? “De mogelijkheden op het gebied van AI zijn enorm. Chatbots vormen daar slechts het tipje van de ijsberg. We zijn nu bezig met het connecteren van verschillende toepassingen, wat enorme datahoeveelheden genereert. Vooral de integratie tussen verschillende slimme componenten zorgt voor echte innovatie. Maar daarin schuilt ook de uitdaging voor ons en onze klanten. Artificiële intelligentie (het brein), in
combinatie met robotics (het lijf ), wordt een enorme katalysator voor onze economie. Er bestaan wilde doemverhalen rond dit thema, maar ik geloof in het inzetten van technologie voor een betere, duurzame toekomst. You can use tech for good or for bad. Ik heb mijn keuze gemaakt.”
zijn op bepaalde vlakken. Denk maar aan thuiswerken, of alle nieuwe tools die op de markt zijn gekomen om anders te kunnen samenwerken. Hierdoor komen bepaalde innovatieve toepassingen sneller in beeld. Bijvoorbeeld camera’s om social distancing in kaart te brengen. “Tot slot wil ik nog even zeggen dat we in deze bizarre tijden allemaal blij zijn dat we digitaal kunnen connecteren met familie, overheid, enzovoort. Maar ook dat het besef van de nood aan human interaction alleen maar groter is geworden. Bedrijven die het gemak van digitaal en de behoefte aan fysiek slim combineren zullen hier voordeel uit halen.”
In hoeverre kan de coronacrisis hierin een accelerator vormen? “De coronacrisis zorgt voor een omgeving waar innovatie noodzakelijk geworden is”, antwoordt Robin Joncheere. “Oplossingen uit het precovidtijdperk blijken nu vaak ontoereikend. De crisis heeft er ook voor gezorgd dat de geesten sneller gerijpt
Artificiële intelligentie, in combinatie met robotics, wordt een enorme katalysator voor onze economie.
IN SAMENWERKING MET... De van oorsprong Japanse NTT Group is momenteel een van de vijf grootste IT-serviceproviders ter wereld en bestaat al meer dan 150 jaar. Het bedrijf draait een jaarlijkse omzet van zo’n 109 miljard dollar en heeft meer dan 310.000 mensen in dienst en biedt onder meer telecomdiensten aan, managed IT services, cybersecurity-oplossingen en datacenterinfrastructuur. Dat laatste in meer dan 140 locaties in twintig landen. Innovatie en digital maakt deel uit van de strategie van NTT wereldwijd. Het openen van een Europees Innovatiecentrum in Brussel is een illustratie hiervan en brengt technologieën als AI, AR, VR… naar de klanten.
Robin Joncheere Vice President Go to Market
03
04
DIGITALE TRANSFORMATIE
FOKUS-ONLINE.BE
Digitalisering in de maakindustrie is een noodzakelijke gamechanger De Amerikaanse denker Nassim Nicholas Taleb noemt het ‘zwarte zwanen’: totaal onverwachte gebeurtenissen die de economie op haar grond vesten doen daveren. Zoals de coronacrisis er overduidelijk één was en nog steeds is. Binnen de (maak)industrie was een ongeziene digitaliseringsgolf wellicht de belangrijkste reactie. En die was broodnodig.
U
it een recente bevraging van het Nederlandse Axians bij 575 medewerkers en leidinggevenden in de maakindustrie, bleek dat volgens 31 procent hun bedrijf achterliep op vlak van digitalisering en innovatie. Enigszins merkwaardig als je beseft hoeveel winst er geboekt kan worden door processen te automatiseren, met elkaar te connecteren, digitaal te versleutelen... Ook predictive maintenance van machines is dankzij digitalisering perfect mogelijk. Net als remote working, opdat ingenieurs en operatoren vanop afstand kunnen monitoren, controleren en zelfs tussenkomen in processen. En wat te denken van hyperautomatisering, waardoor via artificiële intelligentie (AI) en Machine Learning (ML) ook mogelijke scenario’s worden uitgewerkt en experimenten worden uitgevoerd binnen de zogenaamde ‘digitale tweeling’ van het maakbedrijf. Als bedrijven er bovendien in slagen om via digitale middelen de wisselwerking tussen die verschillende processen – planning, productie, onderhoud, supply chain, warehousing, levering – te verbeteren en zo vraag en aanbod meer dan ooit op elkaar af te stemmen, zijn de voordelen navenant: efficiëntiewinst, omzetverhoging, kostenverlaging, betere arbeidsflexibiliteit... De vraag is in hoeverre bedrijven in de maakindustrie klappen krijgen door corona en hierdoor net hun plannen rond digitale transformatie moeten opbergen. Karl D’haveloose is managing director van Industrial Fairs, dat met de zopas afgelopen beurs ABISS C-levels en afdelingshoofden uit alle takken binnen de industrie verwelkomde die op zoek zijn naar concrete oplossingen om
Integratoren en specialisten die vooral industriële hightech en software-gerelateerde projecten uitvoeren hebben weinig of geen daling van nieuwe orders. — KARL D’HAVELOOSE, ABISS processen slim, veilig, geconnecteerd en digitaal te sturen: “Zoals het er nu naar uitziet, gaan velen uit van een herstel in twee snelheden: enerzijds een daling van de bestellingen van werktuigmachines en productiesystemen, anderzijds een iets minder scherpe daling inzake industriële automatisering en digitalisering. Maar de vooruitzichten voor 2021 geven, volgens ons, een wel vrij ambitieus
verwachtingspatroon: 64 procent verwacht dat de bestellingen voor machinebouw eind 2022 terug op de precovidniveaus zitten.” Nochtans kan de huidige crisis net een opportuniteit zijn om helemaal in te zetten op digitalisering en innovatie. “Corona kan de zwarte zwaan geweest zijn die de maakindustrie nodig had in termen van digitalisering”, aldus
Jef Vandenberghe van CREAX, expert in innovatie-adviesverlening voor bedrijven in de brede maakindustrie. “Die versnelling is ook nodig, want laat ons eerlijk zijn: het is vandaag oorlog, en meer dan ooit ‘innovate or die’. Technologie en digitalisering zullen bijgevolg alleen maar belangrijker worden. Niet alleen in termen van operationele efficiëntie, maar ook om op korte en lange termijn nieuwe producten en/of processen te ontwikkelen om zowel de vraag van de markt te beantwoorden als nieuwe markten aan te boren.” Het mag dus duidelijk zijn dat digitalisering niet alleen een must is, maar maakbedrijven ook alleen maar voordelen oplevert, die samen te vatten zijn als efficiënter (Industry of Things), slimmer (Intelligence of Things) en veiliger werken (Security of Things). “Het goede nieuws in dat opzicht is dat projecten voor industriële automatisering en softwareintegraties in de industrie nauwelijks of geen klappen lijken te krijgen”, stelt Karl D’haveloose vast. “Integratoren en specialisten die vooral industriële hightech en softwaregerelateerde projecten uitvoeren hebben weinig of geen daling van nieuwe orders in de pijplijn.” Jef Vandenberghe heeft hier nog een nuance aan toe te voegen: “Digitalisering mag nooit het doel op zich vormen, maar moet altijd de enabler van betere oplossingen zijn. Daarom is het belangrijk eerst samen te zitten en de processen grondig te bekijken en begrijpen. Pas wanneer je je probleemdefinitie en -analyse helder hebt, kun je over innovatieve oplossingen beginnen nadenken.” TEKST HANNES DEDEURWAERDER
#FOKUSENERGIE
WONDERWARE BENELUX • BRAND REPORT
05
Smooth operations: kiezen voor standaardsoftware Van kleinste deegwarenfabrikant tot grootste chemiereus: vandaag beschikt élke onderneming over waardevolle data die – mits juist geïnterpreteerd – processen efficiënter kunnen maken.
D
ie standaardsoftware is bovendien geen specialistenwerk meer, wel integendeel: zo’n systeem kan snel, eenvoudig en betaalbaar gerealiseerd worden – in kleine stapjes bovendien, zodat de oplossing groeit met de noden van de gebruiker of productieverantwoordelijke. “Er zijn vandaag bedrijven die zodanig veel data verzamelen dat ze op een bepaald moment niet meer de naald in de hooiberg zoeken, maar nog extra hooi op de hoop gooien”, begint Omar Thiam met een boutade. Hij is specialist asset performance management van Wonderware Benelux, dat industriële software levert. “En dat terwijl die data op zich eigenlijk niet het belangrijkste is, als je je processen wilt optimaliseren en inzichten wilt verwerven. Wat je ermee doet is cruciaal. En daar heb je vandaag, gezien de vaak gigantische datahoeveelheden, de juiste software voor nodig. Die aan de hand van voorgeconfigureerde regels of AI de data interpreteert en met die inzichten de gebruiker behoedt voor dure downtimes van installaties of zelfs hele fabrieken, die niet zelden impact hebben op mens en milieu. En dat door te wijzen op bepaalde afwijkingen die de gebruiker zelf nooit uit die honderden tot zelfs miljoenen informatiepunten had kunnen lezen.” Het goede nieuws is dat zo’n systeem vandaag heel toegankelijk is, waar tot voor kort alleen maar complexe en dure systemen bestonden die door al even dure specialisten geïntegreerd en beheerd moesten worden. Waardoor het overgrote deel van deze projecten faalde. Omar Thiam: “Een eenvoudige organisatie – pakweg een zoetwarenfabriekje, maar ook de beheerder van een brugsysteem – kan in een halve dag zo’n systeem operationeel maken. Bovendien kan de complexiteit van het
Een standaardsoftware systeem kan in een halve dag operationeel worden gemaakt. Bovendien kan de complexiteit van het takenpakket probleemloos aan het bedrijf worden aangepast. takenpakket probleemloos aan het bedrijf worden aangepast. Zo moet de gebruiker bij automated analytics zelf niets doen: het systeem kijkt naar alle inkomende signalen en laat iets weten wanneer zich afwijkende waarden voordoen. Een stapje verder zijn condition based rules, waarbij de gebruiker zélf variabelen aanmaakt, gebaseerd op de tags van de verschillende assets. Bij guided analytics kan de gebruiker normale procespatronen aanduiden, aangeven of aanwijzen en zo de software trainen om abnormale patronen te herkennen – vooral handig bij kritische assets. Ten slotte zijn er advanced analytics, waarbij het systeem op basis van artificiële intelligentie echt gaat voorspellen, op basis van historische data uit duizenden assets. Maar dan spreken we al over systemen voor de grote bedrijven en raffinaderijen die non-stop moeten draaien.
IN SAMENWERKING MET... Als marktleider in softwareoplossingen voor industriële automatisering wil Wonderware in de allereerste plaats een partner zijn die innovatieve oplossingen aanreikt om bedrijfsprocessen te optimaliseren. Hun standaardsoftware – geconfigureerd op maat van het productiebedrijf, datacenter of overheidsinstelling – genereert relevante, visueel performante en real-time stuurinformatie uit operationele en onderhoudsdata, op basis waarvan de monitoring- en controleprocessen slimmer en futureproof gemaakt kunnen worden. Bovendien garandeert Wonderware een vlekkeloze implementatie van hun oplossing, dankzij de honderden systeemintegratoren in de Benelux die aan hen gelieerd zijn.
‘Normale’ productiebedrijven hebben vaak al genoeg aan een detectiesysteem dat hen op afwijkingen wijst.” “Standaardsoftware kun je eigenlijk vergelijken met het voorschrift dat je van de dokter krijgt, met instructies die je moet volgen om niet ziek te worden. Als je die volgt, natuurlijk. Zo zal ook de software signaleren en adviseren en niet zelf ingrijpen. Dat is nog altijd de taak van de gebruiker.” Standaardsoftware maakt het mogelijk om af te stappen van reactief onderhoud – repareren wanneer iets kapotgaat – en zelfs preventief onderhoud. Want ook daarin kan het misgaan: regelmatig smeren van een motor is bijvoorbeeld geen garantie dat deze niet zal falen. “Bedrijven zullen dankzij standaardsoftware meer kunnen inzetten op condition based, predictive of zelfs prescriptive maintenance, dat voorschrijft welke faaloorzaken je als gebruiker van de asset voor kunt blijven”, aldus Omar Thiam. “Je laat dan de machine gewoon draaien en het systeem vertellen wanneer het tijd is om in te grijpen. De voordelen zijn navenant: niet alleen voorkom je op die manier kostbare downtime, je kunt als organisatie ook je onderhoudsplanning optimaliseren en de levensduur van je assets verlengen.” Dat is de basisgedachte achter standaardsoftware: de connected worker van de organisatie – de CEO, een dataspecialist, een planner, een operator… – krijgt data toegestuurd in de vorm van werkbare, inzichtelijke informatie waarmee hij beslissingen kan nemen, zodat de assets in de bedrijfsomgeving optimaal blijven werken. “En dat ongeacht de grootte van het bedrijf ”, besluit Omar Thiam. “Elke onderneming die data genereert en met machines werkt die niet mogen falen – en dat zijn ze toch allemaal? – kan met standaardsoftware aan de slag.”
06
LOGISTIEK
FOKUS-ONLINE.BE
Investeren in innovatie is investeren in mensen Tijdens de coronacrisis bijna vergeten, ondertussen alweer dagelijkse kost: de files in ons land. Mobiliteit blijft de achilleshiel van de Belgische industrie. De digitalisering van de logistiek komt dit ten goede, maar wat betekent dat voor de medewerker?
D
e Nationale Veiligheidsraad erkent de logistieke sector als cruciaal om de productieketen draaiende te houden. Logistiek als de motor van de industrie, want supply chain strekt zich uit over alle sectoren heen. Een studie van de Nationale Bank van België van 2017 geeft aan dat de sector indirect goed is voor 7,6 procent van de Belgische werkgelegenheid. De variëteit aan activiteiten en diensten is groot. Zo is het verwerken van metaalproducten niet vergelijkbaar met de levering van afhaalmaaltijden. Mobiliteit blijft echter een kink in de kabel. Hier moet de grootschalige automatisering en digitalisering soelaas bieden. “Technologie maakt onze supply chain duurzamer, sneller en goedkoper”, zegt Ann Vereecke, professor in Operations & Supply Chain Management aan Vlerick Business School en UGent. “Bedrijven zien het landschap veranderen met slimme stockagesystemen, geautomatiseerde warehouses, forecasting tools, maar ook met meer onderlinge samenwerking dankzij data-uitwisseling, gedeelde infrastructuur en investeringen in deze nieuwe technologieën.” Automatisering is een verhaal waarbij iedereen de vruchten plukt, inclusief de werknemer. “Repetitief werk zal verdwijnen. Data-input bijvoorbeeld, een routinematige job, zal gerobotiseerd worden.” Puur uitvoerend werk wordt overgenomen door geavanceerde technologie. Dit type jobs krijgt een nieuwe invulling en dat verhoogt de vraag naar technische profielen. Er is nood aan mensen met een sterk analytisch inzicht, merken ze bij hr-bedrijf Hays.
De toename van beschikbare data zorgt voor een gestegen vraag naar efficiënte professionals die de massale hoeveelheid data kunnen omzetten in bruikbare informatie. — DRIES SERRÉ, HAYS In het rapport ‘Baan van de Toekomst’ brengt Hays de gevolgen van de digitalisering voor het personeelsbeleid in de Nederlandse logistieke sector in kaart. De logistieke medewerker van de toekomst is een efficiënte professional die analytisch kan nadenken. “De wil om zich te laten bijscholen wordt voor logistieke werknemers in de toekomst van groot belang”, zegt Dries Serré, Business Unit
Manager Experts Zaventem. “We zien een verschuiving in de markt. De toename van beschikbare data zorgt voor een gestegen vraag naar supply chain-analisten, efficiënte professionals die de massale hoeveelheid data kunnen analyseren en omzetten in bruikbare informatie voor directies en het management.” Ook andere jobs, zoals die van logistiek ingenieur, zijn duidelijk veelgevraagd.
Maar vallen laaggeschoolde profielen dan uit de boot? “Nee”, luidt het klaar en duidelijk bij VIL, het Vlaamse innovatieplatform voor de logistieke sector. Met innovatieve onderzoeksprojecten houden zij de vinger aan de pols. “Doemdenken dat robots alles zullen overnemen, klopt niet”, zegt algemeen directeur Liesbeth Geysels. Zelfrijdende trucks zijn nog niet voor morgen en in de e-commerce blijven mensen altijd onvervangbaar. “Technologie werkt ondersteunend en neemt repetitieve taken over, maar schakelt de mens niet uit.” Vacatures voor een knelpuntberoep zoals vrachtwagenchauffeur raken niet ingevuld omdat het een onaantrekkelijke job is. “Dat heeft niets te maken met een gebrek aan vaardigheden of de toenemende automatisering”, benadrukt Geysels. Investeren in innovatie, betekent investeren in werknemers. “In tijden van automatisering moet de werkgever ondersteuning bieden bij het levenslang leren”, weten ze bij Hays. Dat kan via de traditionele kanalen van bijscholing, zoals workshops en tutorials. “Methoden zoals reverse-mentoring of het klassieke peter-meterschap hebben hun nut al bewezen. Op die manier trekken junior werknemers de seniorprofielen mee in het verhaal van digitalisering.” Aan opleidingen is er in Vlaanderen geen gebrek, al benadrukt Serré dat het hier gaat om een tweerichtingsverkeer: “Openstaan voor zelfontwikkeling en trainingen is essentieel bij werknemers. Werkgevers moeten hen dan weer het gevoel geven dat ze hierin ondersteund worden.” TEKST ROSALIE VAN HOOF
Absolem: ingenieurs die meedenken met de klant Waar klop je als bedrijf aan als je engineering-expertise nodig hebt? Bij het ingenieursbedrijf Absolem bijvoorbeeld. Een zeventigtal ingenieurs denkt er mee met bedrijven die nieuwe machines willen bouwen, processen willen verbeteren of met lasertechnologie aan de slag willen. Business Development manager Wim Verboven, Digital Engineering Manager Gunther Van Goolen en Operations manager Herman Van Dijck geven een blik in de interne keuken en leggen uit hoe Absolem ondernemingen helpt bij hun uitdagingen.
Maar laten we beginnen met het begin: hoe zouden onze drie gesprekspartners omschrijven wat Absolem precies is en doet? “Wij zijn een ingenieursbureau en zetten onze expertise in om concrete oplossingen voor onze industriële klanten te bedenken en te implementeren”, steekt Wim van wal. “Dat kan zowel bij R&D, bij de engineering als bij de concrete productie. En daarnaast doen we ook veel aan in house-engineering en -ontwikkeling.” Wim geeft een concreet voorbeeld van een case die op het bord komt van de Absolem-ingenieurs. “Een klant in de voedingsindustrie wil bijvoorbeeld een nieuwe machine installeren, maar die moet aangepast worden aan zijn specifieke noden. Wij stellen een concept op, zorgen voor het mechanische ontwerp, werken een 3D-studie uit en maken alle berekeningen. We werken voor zo’n dossiers ook heel vaak samen met partners, bijvoorbeeld op het gebied van machine vision bijvoorbeeld. Of op het gebied van aansturing van de machines.”
Van machines tot papers
“Let wel: we dekken ook meer af dan het pure bouwen van machines”, pikt Herman in. “We bedenken even graag nieuwe processen of optimaliseren bestaande processen voor klanten. Wat betreft lasertechnologie bijvoorbeeld, hebben wij heel veel kennis in huis, via een laserlab van Philips dat Absolem heeft overgenomen. Dat lab doet bijvoorbeeld onderzoek naar nieuwe verbindingen die kunnen gemaakt worden met lasers of nieuwe oppervlaktestructuren die we kunnen creëren. In Turnhout hebben we zo 25 verschillende laserapparaten
bijeen staan, dat is uniek in Europa. En die zetten we, stap voor stap, in voor klanten, van feasibility-studies over procesonderzoek tot het bouwen van het uiteindelijke apparaat. Zo zijn we bijvoorbeeld al vaak ingeschakeld om technologie voor telecombedrijven te ontwikkelen, maar proberen we evengoed innovatieve lastechnieken te bedenken om elektrische racewagens te bouwen. En ook de farma-industrie weet ons ondertussen wonen, bijvoorbeeld om minuscule gaatjes in glas te maken, van enkele micron groot.” Soms is het resultaat van alle noeste arbeid zelfs geen tastbaar product, zegt Herman. “Onze taak is vaak ook pure procesoptimalisatie: klanten wijzen op efficiëntieverbeteringen, op manieren om beter van data gebruik te maken, op manieren om kosten te besparen. Het gebeurt ook dat we samen met een bedrijf gesubsidieerd onderzoek verrichten en dat het eindresultaat een paper is.”
De trends van vandaag
In de industriële wereld van vandaag zijn er een paar sterke trends, merkt Gunther op. “Wat opvalt, is dat alles almaar sneller moet gebeuren”, zegt hij. “Wat maakt dat wij projecten in kleine stukjes aanpakken om snel van start te kunnen gaan. Heel vaak is dat ook hand in hand met de klant zelf en met partners, in co-creatie en met partnerships. Ons sterk punt daarbij is dat onze ingenieurs een brede ervaring meebrengen, zowel in jaren als in sectoren. Dat maakt het gemakkelijk en natuurlijk voor ons om out-of-the-box te denken. Voor een klant is vaak veel lastiger om uit zijn stramien te stappen.”
Absolem kijkt geregeld over de landsgrenzen op zoek naar projecten, dat is ook nodig om te kunnen blijven groeien. Maar toch mogen we niet te bescheiden zijn over de Belgische maakindustrie, zegt Wim. “Wat corona heeft aangetoond, is dat we de laatste jaren misschien wat té ver zijn gegaan in het off-shoren van onze industriële productie. In crisistijd wordt duidelijk dat dit systeem zijn zwakke punten heeft. We zien al enkele jaren dat dit wordt teruggedraaid, steeds meer bedrijven doen dus aan ‘re-shoring’. Het heeft ook zo zijn voordelen om productie lokaal te houden. Loonkost, dé reden waarom vele bedrijven kozen voor off-shoring, wordt trouwens ook minder belangrijk naarmate machines slimmer worden.” Besluit Gunther.
In de glazen bol
Tot slot: een blik in de glazen bol. Waar zien onze gesprekspartners Absolem binnen vijf à tien jaar staan? “We hebben een vrij ambitieus groeiparcours voor onszelf opgesteld”, zegt Wim. “Tegen dan moeten we zowel in omzet als personeelsbestand verdubbeld zijn. Het zou ook mooi zijn als we ons tegen dan nog meer kunnen profileren als een soort incubator, een ideeëntank voor innovatieve technologie, zowel in hardware, software als processen en producten. Dat is een persoonlijke droom voor mij. Tegelijk denk ik ook dat we dat samenwerkingsmodel zeker moeten blijven uitbouwen en dat we ook intern onze waarden moeten behouden. De mens achter de job is nu al een belangrijk gegeven in dit bedrijf en het zou mooi zijn als we op dat gebied tot een echte referentie voor onze sector kunnen uitgroeien.”
08
PROCESINDUSTRIE
FOKUS-ONLINE.BE
Klimaatneutraal tegen 2050: een proces(industrie) van lange adem? Versterking circulariteit van bedrijfsmatige verpakkingen Het VBO en zijn sectorfederaties hebben, samen met Valipac, een ambitieus actieplan uitgewerkt om tegen 2030 bedrijfsverpakkingen beter te recycleren en vaker te hergebruiken. Binnen Europa is België sterspeler in het beheer van industriële verpakkingen die door en tussen bedrijven worden gebruikt. Zo’n 80 procent van het totaalvolume bedrijfsverpakkingen op de markt is herbruikbaar, en onze industrie kent ook voor eenmalige verpakkingen een recyclagepercentage van 89,4 procent.
Operation Clean Sweep zet zich voort in Haven van Antwerpen Vorig jaar werd er een actieplan in het leven geroepen dat zich toespitst op het voorkomen dat kunstkorrels per ongeluk in het milieu belanden. De partnerorganisaties van het zogenaamde Zero Pellet Loss-initiatief zetten ondertussen reeds verschillende acties op, van een intensief veegplan tot specifieke trainingen voor truckchauffeurs. Binnenkort volgt er nog een mobiele app, waarmee de gebruiker plastic pellets in het havengebied kan melden om ze laten opruimen. Bron: essenscia
De procesindustrie hoeft niet per se vervuilend en energie-intensief te zijn. Daarom worden vandaag heel wat duurzame inspanningen geleverd. Dat moet ook, aangezien ruim 95 procent van de in Europa geproduceerde producten en goederen gelinkt zijn aan chemie of chemische processen.
E
nerzijds is de (proces) industrie verantwoordelijk voor significante omzet en (in)directe tewerkstelling in ons land, anderzijds is de nood aan verduurzaming groot – zo zijn de sectoren chemie, petrochemie en staal samen verantwoordelijk voor 90 procent van de Vlaamse industriële CO2-uitstoot. De ambities zijn gelukkig even groot: zo wil de Vlaamse industrie tegen 2050 klimaatneutraal worden. Belangrijkste speerpunten: biomassa als grondstof; circulair gebruik van kunststoffen via doorgedreven recyclage; transformaties van processen via elektrificatie en gebruik van waterstof; afvang en hergebruik van CO2. Doorgedreven en zelfs disruptieve innovatie zal hierbij nodig zijn. Binnen de procesindustrie tekenen zich twee grote domeinen af waarop winst kan worden geboekt: de energievraag van de processen enerzijds en de grondstoffen anderzijds. Pieter Nachtergaele onderzoekt met en voor chemiebedrijf Oleon het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en energie in de chemische industrie. “Veel traditionele chemische processen hebben een hoge energievraag”, vertelt hij. “Dat maakt hen niet per se vervuilend, omdat ze hun energiemix op verschillende manieren kunnen verkrijgen. Maar de voorbije jaren heeft de sector toch vooral ingezet
De chemische procesindustrie is essentieel om een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij te garanderen. — JAN VAN HAVENBERGH, CATALISTI
op energiebesparing. Met succes: Europees gezien worden vandaag in de sector meer producten gemaakt met minder energie.” Een mooi resultaat, maar geen reden om op onze lauweren te rusten. Jan Van Havenbergh is directeur van Catalisti, de speerpuntcluster van chemie en kunststoffen die bedrijven, kennisinstellingen, universiteiten en overheid samenbrengt rond innovatie en verduurzaming. Daarnaast is Catalisti regisseur van het Moonshot-innovatieprogramma, geïnitieerd door de Vlaamse overheid en ondersteund door VLAIO. Dat wil de hierboven vernoemde klimaatdoelstellingen voor de chemie, petrochemie en staalindustrie tegen 2050 helpen realiseren. “Het laaghangend fruit is ondertussen geplukt”, vertelt hij. “Vooral omdat de chemiesector al decennialang werkt aan het terugdringen van haar eigen energie- en grondstoffenverbruik.
Maar ondanks de geboekte winsten blijft het doel om de efficiëntie op dat vlak verder op te drijven, al wordt het steeds moeilijker om dat beter te doen. Vandaar dat nieuwe technologieën, producten, grondstoffen en productieprocessen nodig zijn om de nooit geziene maatschappelijke klimaat- en energie-uitdaging te realiseren.” Toch blijven opportuniteiten zich aandienen. “Zo kunnen we het gebruik van fossiele brandstoffen al sterk reduceren door het inzetten van warmtekrachtkoppelinginstallaties die tegelijkertijd warmte en elektriciteit produceren”, zegt Nachtergaele. “Daarnaast wordt er gekeken naar elektrificatie van processen, waarbij de elektriciteit uiteraard bij voorkeur uit hernieuwbare bronnen wordt gewonnen. Voor sommige processen is er ondertussen ook een biotechnologisch alternatief, die mildere procescondities vereisen, waardoor hun energievraag lager is.”
Ook het gebruik van fossiele, klimaatbelastende grondstoffen kan in vraag worden gesteld. “Hier kijken we naar alternatieven die uit biomassa worden gewonnen”, aldus Nachtergaele nog. “Zo gebruikt Oleon vandaag al koolzaadolie en zonnebloemolie. Maar ook hout en zijstromen uit de landbouw zijn een optie. Ook de koolstof die wordt uitgestoten als CO2 tijdens industriële processen kan terug als grondstof worden gebruikt.” Al van in de ontwerpfase van een product kun je nadenken over hoe het einde van de levenscyclus een tweede leven kan krijgen, of over meer procesefficiëntie. “Als geen ander bezit de chemie knowhow over moleculen en materialen, en chemische en biotechnologische processen”, aldus Van Havenbergh. “Zo kan chemische recyclage kunststofafval ontbinden tot op moleculair niveau, om zo herbruikbare grondstoffen te leveren voor de chemiesector.” “De chemische procesindustrie in Vlaanderen is essentieel om een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij te garanderen”, besluit hij, “omdat de producten bijdragen aan het invullen van zowat alle maatschappelijke behoeften – van de meest elementaire tot de meest gesofisticeerde.” TEKST HANNES DEDEURWAERDER
#FOKUSENERGIE
BEBAT • BRAND REPORT
09
Batterijen: innovatie onder st(r)oom Dat wij Belgen wereldwijd koploper zijn in het terugbrengen van gebruikte batterijen, wist je misschien al. Zo wist Bebat in 2019 maar even 3.624 ton in te zamelen – een absoluut recordcijfer, want hiermee doen ze het nog 13 procent beter dan in 2018.
B
atterijen maken ons leven beter en mobieler. Zo voorzien ze onze smartphone, auto, rookmelder, afstandsbediening en elektrische fiets van de nodige stroom. Maar omdat alles altijd beter kan – zeker in termen van oplaadsnelheid, duurzaamheid, circulariteit en traceerbaarheid – vormen batterijen een dankbaar onderwerp voor onderzoek en innovatie. Want batterijen zijn geen ‘vaststaand’ gegeven en worden constant onderzocht en getest. Met als doel die veiliger, compacter, performanter en milieuvriendelijk te kunnen ontwikkelen en inzetten. Op dat gebied worden er dan ook regelmatig en wereldwijd belangrijke sprongen voorwaarts gemaakt. Zo is de warmteontwikkeling bij oplaadbare lithiumion-batterijen lange tijd een probleem geweest, omdat ze op die manier beschadigd worden en capaciteit verliezen. Onderzoekers van Penn State University ontwikkelden daarom een batterij die opwarmt tot een temperatuur van ongeveer 60 graden Celsius, en vervolgens – dankzij de nikkelfolie aan de minpool van de batterij – weer afkoelt. Met als gevolg dat deze lithium-ion-batterij maar liefst 1.700 laadbeurten aankan. Nog een recente ontwikkeling is een batterij die zowaar CO2 aanzuigt en bijhoudt.
Onderzoekers van het MIT (Massachusetts Institute of Technology) hebben namelijk een zogenaamde electro swing battery ontwikkeld, waarvan de coating van polyanthraquinone koolstofdioxidedeeltjes aantrekt. Die deeltjes kunnen vervolgens worden opgeslagen of verder gebruikt, bijvoorbeeld in een andere batterij. Zo hebben onderzoekers van de Universiteit van Illinois een batterij ontwikkeld die door lithium en CO2 te combineren tot zeven (!) keer meer stroom vasthoudt dan de combinatie lithium-ion vandaag. Méér batterijcapaciteit, minder gewicht en minder CO2 in de lucht: driedubbele winst dus.
Batterijen zijn echt innovatieve producten die ons leven alleen maar comfortabeler zullen maken. Ook ons land speelt in dit innovatie onderzoek een belangrijke rol, vooral dan in de hoedanigheid van het Battery Innovation Centre (BIC) van de onderzoeksgroep
MOBI aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Zij onderzoeken hoe de vloeibare elektrolyt – de zure materie die grote schade kan veroorzaken wanneer batterijen lekken – vervangen kan worden door een vast materiaal. Om het onderzoek naar en de productie van nieuwe technologieën in de beste omstandigheden te kunnen doen, pakte MOBI in oktober 2019 ook uit met een ultramoderne dry room. Een van de belangrijkste doelstellingen binnen deze infrastructuur is de capaciteit van batterijen voor elektrische auto’s aanzienlijk verhogen. Die hebben nu een actieradius van om en bij de 400 kilometer, maar dat moet tot 800 kilometer en meer worden. Hierdoor zullen ook de batterijkosten dalen en elektrische wagens goedkoper worden. We denken bij batterijen voornamelijk in termen van energie geven en toestellen laten draaien. Maar (mega)batterijen kunnen ook gebruikt worden om energie in op te slaan – bijvoorbeeld de overproductie van stroom die wordt opgewekt uit zonnepanelen en windmolens. Daartoe bouwde Tesla in 2017 een mega lithium-ion batterij in Australië, goed voor een opslag van maar liefst 100 megawatt. Ook hier liet ons land zich niet onbetuigd: in 2018 kwam namelijk
IN SAMENWERKING MET... Bebat is een vereniging zonder winstoogmerk (vzw), opgericht in 1995 door de producenten van batterijen en zorgt er voor dat bedrijven kunnen voldoen aan hun wettelijke aanvaardingsplicht. Bebat geeft gebruikte batterijen een nieuw leven en behoort tot de wereldtop voor de inzameling van batterijen. In bijna 24.000 inzamelpunten kunnen gebruikte batterijen gratis en gemakkelijk worden gedeponeerd. Bebat organiseert de ophaling, sortering en recyclage ervan.
in het Limburgse Dilsen-Stokkem via een grootschalig Europees batterijproject een krachtige megabatterij tot stand, die zelfs de eerste in Europa was. Maar het ging hier niet per se om de eerste te zijn of de grootste te hebben. Het gaat vooral om met die batterij de grote fluctuaties in ons elektriciteitsverbruik te neutraliseren, zodat er stabieler net kan ontstaan. ‘Peak shaving’, zoals die afvlakking officieel wordt genoemd. Batterijen zijn dus echte innovatieve producten, die ons leven alleen maar comfortabeler (zullen) maken. Maar daarnaast blijft het belangrijk om gebruikte batterijen binnen te brengen in een Bebatinzamelpunt. Ze bevatten namelijk kostbare en recycleerbare materialen als zink, ijzer, mangaan, cadmium, nikkel, lithium en lood. En hoewel België wereldwijd absoluut koploper is als het op het inzamelen van draagbare batterijen aankomt, blijft er werk aan de winkel: in de gemiddelde woning slingeren nog altijd 26 lege batterijen rond – in speelgoed, afgedankte apparaten of zelfs gewoon in de lade of kast. Innoveer dus zeker ook jouw zoekmethodes en breng de lege batterijen naar een van de 23.500 inzamelpunten van Bebat, die je vindt op heel bereikbare plaatsen als hyper- en supermarkten, winkels, scholen, bedrijven en recyclageparken.
010
INTERVIEW
FOKUS-ONLINE.BE
Allard Castelein
‘We moeten streven naar impact – zowel sociaal, maatschappelijk als economisch’ ‘With great power comes great responsibility’. Een quote die ook zeker opgaat voor de Rotterdamse haven, de grootste zeehaven van Europa. Vooral op vlak van digitalisering en duurzame energietransitie wil de haven een (inter)nationaal voorbeeld zijn. Een gesprek met president-directeur Allard Castelein.
TEKST HANNES DEDEURWAERDER
BEELD ERNST BODE/HAVENBEDRIJF ROTTERDAM
#FOKUSENERGIE
INTERVIEW
011
Ik geloof niet in laaghangend fruit: energietransitie is een proces met veel betrokkenen en van veel kleine stapjes over héél lange tijd.
H
eeft de grootste zeehaven van Europa een voorbeeldfunctie inzake klimaatoplossingen en energietransitie? “Dat vind ik wel. We hebben hier een heel mooie infrastructuur en goede bedrijven én we onderschrijven de klimaatambities die in het akkoord van Parijs staan. Dan lijkt het me logisch dat we, samen met die bedrijven, het voortouw nemen. Door zelf de nodige inspanningen te doen, maar ook onze ervaringen te delen met zaken die wel en niet werken, zodat andere regio’s en havens daarin kunnen volgen. Want het klimaatprobleem lossen we niet op door al onze kaarten dicht tegen eigen borst te houden en het alleen te willen oplossen: het is een collectieve uitdaging voor onze planeet. En als je de kwaliteit, de mogelijkheden en de middelen hebt om mee het verschil te maken, dan moet je dat gewoon doen. Met alle respect, maar als grootste haven van Europa kunnen wij niet wachten tot een kleine haven als pakweg Manilla op vlak van klimaatinspanningen een voortrekkersrol gaat spelen. Dat moeten wij doen. Als een vorm van verantwoordelijkheid, van lead by example.”
Het klimaat probleem gaan we niet oplossen door al onze kaarten dicht tegen eigen borst te houden. Een zeehaven is heel complex en telt veel stakeholders. Hoe krijg je alle neuzen in dezelfde duurzame richting? “Dat is een werk van lange adem, waarbij we heel helder een inclusieve ambitie moeten formuleren en daarover blijven communiceren: waarom doen we dit, waarom is het goed voor bedrijven en samenleving, hoe genereren we hier als haven impact mee? Want ‘impact’ vind ik veel breder en belangrijker dan een eerder eendimensionaal gegeven als ‘volume’ of ‘marktaandeel’. We moeten met de haven niet de grootste willen zijn, maar streven naar de meeste impact – zowel sociaal, maatschappelijk als economisch. Dan zullen bedrijven sneller geneigd zijn om daarin mee te gaan, en die omslag niet zo bedreigend te ervaren. En die aanpak werkt, want toen ik dit alles zo’n zes jaar geleden voor het eerst als presidentdirecteur van het Rotterdams Havenbedrijf
aankaartte, werd dat toch met enig argwaan en weerstand ontvangen. Nu merk ik veel meer intentie, tractie, enthousiasme en energie.” De petrochemische bedrijven in de haven zijn goed voor 15 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot. Je wilt tegen 2050 naar ‘praktisch nul’. Is helemaal nul niet haalbaar, of is dat gewoon voorzichtigheid? “Toch even nuanceren: we willen tegen 2050 effectief emissieneutraal zijn – dat blijft onze ambitie. Maar dat betekent níét dat we aan de voorzijde geen fossiele brandstoffen en grondstoffen meer zullen inzetten, wél dat we dat moeten compenseren. Zo hebben we eind 2019 met vier bedrijven een overeenkomst gesloten over een project rond afvang, transport en opslag van zo’n 2 miljoen ton CO2 per jaar in een leeg gasveld onder de Noordzee. Een oplossing die we trouwens ook aan andere havens aanbieden, zoals Antwerpen. Omdat klimaat, zoals ik al eerder zei, een collectieve uitdaging is.” In hoeverre kan de huidige coronacrisis roet in het eten gooien wat die klimaatambities betreft? “Dat is een interessante vraag. De crisis kan effectief een accelerator zijn voor de duurzame programma’s die lopen. Tot op heden zie ik wat Rotterdam betreft geen tekenen van vertraging. Hoewel ik me er heel bewust van ben dat dit snel kan veranderen, en dat we dus goed de vinger aan de pols moeten houden.” Jullie willen in de Rotterdamse haven de grootste groene waterstoffabriek van Europa bouwen. Waarom geloof je zo sterk in waterstof? “We hebben een aantal jaren geleden, in samenwerking met het Wupperthal Institute for Climate, Environment and Energy, scenario’s ontwikkeld rond de overgang naar een CO2-neutrale haven. We kwamen uit op drie stappen naar duurzaamheid: meer energie-efficiëntie, een nieuw energiesysteem – de vervanging van olie en aardgas door groene elektriciteit en waterstof – en circulaire processen. Waterstof stond dus al enige tijd op onze radar én tegelijkertijd zien we overal ter wereld processen opstarten waarin de rol van waterstof dominanter wordt. Aangezien wij momenteel dé energiehaven van NoordEuropa zijn, denken we bijgevolg dat we in toekomstige verdienmodellen niet zonder infrastructurele investeringen in waterstof zullen kunnen. En omdat de energie-uitdaging heel groot is, kunnen we niet anders dan
groots denken in termen van oplossingen. Maar uiteraard moeten en gaan we veel meer paden bewandelen dan alleen waterstof. Zo bekijken we ook hoe we zoveel mogelijk daken van bedrijven in de haven van zonnepanelen kunnen voorzien, bouwen we windmolens op de buitenste zeekering…” Waar zie je de quick wins, het laaghangend fruit? “Dan moet ik je teleurstellen: ik geloof niet in laaghangend fruit (lacht). Energietransitie is namelijk een proces met veel partijen en van veel kleine stapjes over héél lange tijd. Er is niet één knop om in te drukken om van vervuilend naar volledig duurzaam te gaan. Het is een enen-strategie: bestaande fabrieken vernieuwen en nieuwe fabrieken verwelkomen.” Jullie willen ook de slimste haven ter wereld worden, onder meer door samen met onder andere IBM een digital twin te bouwen. In hoeverre draagt dit bij tot de duurzame ambities? “Het gaat hand in hand, natuurlijk. Als we erin slagen de logistieke keten veel slimmer en efficiënter te maken, winnen we niet alleen geld en tijd, maar vermijden we ook dat schepen werkloos in de dokken liggen. Door zeeschepen efficiënter in te zetten, kunnen we de logistieke en transportprocessen verduurzamen. Een ander voorbeeld: vandaag zetten we sensoren in om onze kademuren slimmer te maken, vooral in het kader van inspecties en predictive maintenance. Hoe efficiënter we kunnen werken – betere logistiek, supply chain, meer big data om te interpreteren, autonoom varende schepen… – hoe duurzamer we uiteindelijk worden.”
Ooit de grootste Vandaag is de haven van Rotterdam met zijn 12.686 hectaren en een aan- en afvoer van maar liefst 469,4 miljoen ton (in 2019) de grootste zeehaven van Europa. Een fraaie prestatie, zeker als je weet dat de haven ook nog eens in de top 20 staat van grootste havens ter wereld, meer bepaald op de elfde plaats. Toch was er een tijd dat Rotterdam de grootste haven ter wereld was: dat was het geval van 1962 tot 2004, toen Shanghai het kroontje overnam.
SMART FACT. Zijn je uitgesproken havenambities het gevolg van de eeuwenlange, bijzondere relatie dat Nederland heeft met de zee? “In Nederland hebben wij inderdaad een mooie geschiedenis wat betreft het overwinnen van water – kijk maar naar de grote Deltawerken, waardoor ook de haven van Rotterdam zo groot is kunnen worden. Maar dat was eerder een infrastructurele overwinning – kademuren, betonnen verankeringen… Vandaag willen we meer dan ooit inzetten op de digitale component om hetzelfde resultaat te verwezenlijken. En dat ik een optimistisch persoon ben, kan daar alleen maar bij helpen (lacht).”
Vernieuwende projecten De haven van Rotterdam zet volop in op innovatie. Een van die nieuwigheden die vandaag aan schepen wordt aangeboden, is het zogenaamde hydro-meteo-dashboard. Hierop staat alle mogelijke, actuele informatie over windrichting, waterstanden, stroomrichting en zelfs het zoutgehalte van het water. Dankzij die informatie kunnen schepen in functie van de omstandigheden optimaal – lees: maximaal – beladen worden. Zo krijgt de vaarefficiëntie een flinke boost.
012
GREEN DEAL
FOKUS-ONLINE.BE
Maak onze planeet niet te heet Alles staat of valt met een groene en vooral klimaatneutrale toekomst. Vanuit die zekerheid werkte Europa een ambitieuze Green Deal uit. Maar wat houdt die precies in? Voorzitter van de Europese Commissie Ursula Von Der Leyen zette de tien belangrijkste doeleinden op een rijtje.
K
limaatneutraal Europa tegen 2050 Tegen 2050 moet Europa CO2- en dus klimaatneutraal zijn, waardoor vooral sterk vervuilende industrieën en technologieën een omslag moeten maken. Dit is het belangrijkste, overkoepelende element uit de European Green Deal. Het is een flinke verstrenging ten opzichte van de eerdere ambities, die een reductie van 40 procent in broeikasgas voorstonden tegen 2030. Nu wordt dat 50 à 55 procent tegen 2050, als dat cijfer tenminste bestand blijkt tegen een uit te voeren kosten-batenanalyse. Alles wordt nu in het werk gesteld om alle Europese wetten en regels conform die nieuwe klimaatdoelstellingen te maken, en om de elektriciteits-, gas- en verwarmingssector in één systeem onder te brengen. Circulaire economie Een economie waarin zo goed als niets verloren gaat en afvalstoffen opnieuw in het systeem worden ingezet, dat is het nieuwe actieplan rond circulaire economie dat binnen het kader van de European Green Deal werd voorgesteld. Kernpunten zijn: zowel minder en duurzame materialen, als herbruikbare en recycleerbare materialen gebruiken. Ook industrieën die sterk op koolstof gebaseerd zijn – zoals staal, cement en textiel – krijgen de nodige aandacht. Zo wil de staalindustrie een stuk properder worden door tegen 2030 met waterstof te werken. 2030 is het laatst mogelijke moment om een investeringscyclus op te starten om de deadline van 2050 te halen. Gebouwrenovatie Het principe van ‘vele kleintjes maken één groot’: een slecht geïsoleerd huis is misschien geen probleem, maar een massa ondermaats aangepakte gebouwen kan een enorme impact hebben. Vandaar dat de European Green Deal ook sterk inzet op gebouwrenovatie en de snelheid ervan wil verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Daarmee wordt ook
duidelijk dat de ambities in de Deal alleen maar waargemaakt kunnen worden als ook de burger de schouders eronder zet. De Deal is dus niet alleen het aanpakken van grote, vervuilende industrieën en het inzetten op innovatieve technologieën, zoals offshoreenergie, maar ook het beter isoleren van huizen, kantoren en appartementen. Geen vervuiling Vervuiling is wereldwijd altijd al een probleem geweest: plastic in de oceanen, afvallozingen in waterlopen, sluikstorten langs de wegen… Daarom wil Europa nu met de spierballen rollen door tegen 2050 een ‘vervuilingsvrije omgeving’ te ambiëren. Hier wordt vooral gekeken naar de chemische bedrijven en onderzoeksgroepen, die moeten inzetten op nieuwe producten en stoffen die geen toxische elementen bevatten, zodat ze de omgeving niet kunnen vervuilen. Ook initiatieven waarbij vissers hun kerntaak uitbreiden met plasticverwijdering uit de zee, zullen verder ondersteund worden. “Het uiteindelijke doel is om onze economie te verzoenen met onze planeet”, aldus Ursula Von Der Leyen. Ecosystemen en biodiversiteit Gezonde ecosystemen en een rijke biodiversiteit zijn de beste bewijzen van een gezonde omgeving en mogen niet gezien worden als vijanden van de economie, maar partners. Daarom wil Europa sterk inzetten op maatregelen die de drastische teloorgang van biodiversiteit tegengaan. Zo zal er gekeken worden naar oplossingen voor water- en bodemvervuiling, en zal bestudeerd worden hoe een nieuwe bossenstrategie kan worden uitgewerkt. Want als er één ding is waar iedereen het over eens is, dan wel het feit dat Europa meer bomen nodig heeft – zowel in de stad als op het platteland. Verder zullen nieuwe labels ontwikkeld worden die landbouwproducten promoten waarvoor geen bossen moesten sneuvelen.
Farm-to-fork-strategie Landbouw is de grootste kostenpost van de EU – maar liefst een derde van de budgetten gaat naar de sector. Logisch dan ook dat er vanuit die kant de nodige inspanningen worden gedaan en gevraagd. Daarom wil de Green Deal ook werk maken van een ‘groen en gezonder’ landbouwsysteem. Dat houdt onder meer in dat het gebruik van pesticiden, meststoffen en antibiotica drastisch moet verminderen. Op die manier wil men een soort farm to fork-strategie uitrollen: wat van het veld komt, zou de consument in principe zonder risico moeten kunnen opeten of drinken. Ook het idee van de korte keten – rechtstreeks van boer naar consument – vindt hier een plaats. Transport De impact van verkeer en transport in Europa – zeker aangezien het een echte vrijhandelszone is – kan niet onderschat worden. In de eerste plaats wordt er gekeken naar het autoverkeer. Momenteel is de ambitie om tegen 2021 een maximum van 95 gram CO2 per kilometer te halen, maar dat zal tussen 2030 en 2040 naar nul gereduceerd moeten worden. Verder wil men tegen 2025 één miljoen laadpalen over heel Europa hebben, om elektrische wagens verder te stimuleren. Met als achterliggende gedachte dat geen enkele chauffeur in Europa zich zorgen moet maken over een laadstation in de buurt. Verder wordt er stevig ingezet op biobrandstof en waterstof als alternatieven voor fossiele brandstoffen. Geld voor kwetsbare regio’s Geld is natuurlijk op zich niet vervuilend: met dit achtste doeleind wil de Europese Commissie vooral aangeven dat ze pal achter haar statement staat van leave no-one behind: kwetsbare regio’s in Europa die voor hun inkomsten en industrie sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en die dus tot 2050 een periode van heuse disruptie zien
opdoemen, moeten hier financiële compensatie voor krijgen. Voor dat transitieprogramma wordt zo maar even 100 miljard euro vrijgemaakt. Maar uiteraard wordt er van de regio in kwestie ook een financiële inspanning gevraagd. De EU werpt zich ook graag op als gids, om die regio’s richting propere energie te sturen. R&D en innovatie Duurzame energie en technologie is in de eerste plaats het resultaat van doorgedreven onderzoek en focus op innovatie. Logisch dus dat de EU sterk op die twee domeinen wil inzetten. Voor de periode tot 2027 wordt daarom 100 miljard euro vrijgemaakt voor het Horizon Europe research- en innovatieprogramma. 35 procent van dat budget dient voor de ontwikkeling van klimaatvriendelijke technologieën. De ambitie is duidelijk: Europa wil wereldwijde koploper zijn in duurzame industrie en propere technologie. Ursula Von Der Leyen: “Ik ben ervan overtuigd dat het oude groeimodel, gebaseerd op fossiele brandstof en vervuiling, gedateerd is en niet meer rijmt met het welzijn van onze planeet.” Externe relaties Dit is misschien wel het meest controversiële punt, omdat het buiten Europa vrij defensief kan overkomen. Europa neemt zich namelijk voor om enorme inspanningen te doen op vlak van klimaatneutraliteit en energietransitie, en verwacht van andere wereldspelers bijgevolg ook een bijdrage. Landen die daar niet aan tegemoetkomen, zullen zich mogen opmaken voor maatregelen als een CO2-grenstaks, te betalen wanneer ze de grenzen van Europa willen oversteken. Of die taks er effectief komt, is nog niet zeker. Maar als Europa écht leader by example wil zijn, moet het Avondland effectief maatregelen nemen die (anderen) pijn zullen doen. TEKST HANNES DEDEURWAERDER
Maak Maak je je onderneming onderneming FUTUREPROOF FUTUREPROOF metmet de de SUSTATOOL! SUSTATOOL! Wil jij duurzaamheid Wil jij duurzaamheid vertalen invertalen je organisatie in je organisatie of of in je job als in consultant? je job als consultant? Schrijf je in Schrijf voor een je in voor een gratis online gratis workshop online workshop op www.sustatool.be. op www.sustatool.be.
Analyseer Analyseer
Concretiseer Concretiseer
Geef richting Geef richting
Rapporteer Rapporteer
Voer uitVoer uit
koploper koploper MVO-opleidingen MVO-opleidingen en en -masterclasses-masterclasses op maat van op maat van sectorverenigingen, sectorverenigingen, netwerken netwerken en middenveldorganisaties en middenveldorganisaties
live live
Gratis MVO-workshops Gratis MVO-workshops en -masterclasses en -masterclasses die jij faciliteert die jij faciliteert voor voor je netwerk. je netwerk. Vind meer Vind infomeer op mvovlaanderen.be/koploper-live info op mvovlaanderen.be/koploper-live
LOGISTIEK INNOVATIECENTRUM LOG!VILLE: OPENING LENTE 2021
In de lente volgend jaar opent Log!Ville zijn deuren. Het state-of-the-art belevings- en demonstratiecentrum bevindt zich aan de ingang van het Science Park in Niel (Boom). Het is opgericht door VIL (Speerpuntcluster Logistiek), met de steun van EFRO. Doelstelling is om bedrijven versneld te laten innoveren door nieuwe technologieën en concepten te laten zien, beleven en testen. Dit landmark gebouw van 2500m² is uniek in de Benelux. “Het is een bewuste keuze om te opteren voor een open centrum”, zegt Liesbeth Geysels, initiatiefneemster en directeur van VIL. “Ervaring in binnen-en buitenland leert dat gesloten testcentra, al dan niet gehuurd, enkel weggelegd zijn voor de happy few. Wij mikken op 6000 bezoekers per jaar en willen als neutrale en onafhankelijke partij alle ondernemers kennis laten maken met innovatie. We focussen ons op B2B, werknemers van de toekomst en buitenlandse delegaties die investeringen in Vlaanderen overwegen.” Log!Ville combineert een digitaal belevingscentrum (650m²) met een demonstratiehub (1300m²). In het digitaal belevingscentrum ontdekken bedrijven op een interactieve manier de logistiek 2050. Met films, touchscreens, AR en VR brillen worden de bezoekers ondergedompeld in een wereld van autonome magazijnen en voertuigen, synchromodaliteit, 3D-printing, IoT, artificiële intelligentie, predictive analytics, en meer.
De aanpalende demonstratiehub is dan weer het neusje van de zalm voor innovatieve technologieën en concepten, die matuur maar niet mainstream zijn. “Innoverende bedrijven, zowel gevestigde waarden als start- en scale-ups, demonstreren er hun innovaties”, aldus Geysels. Bezoekers worden rondgeleid in kleine groepen door een ervaren innovatieambassadeur. “Log!Ville is geen beurs, we geven kwalitatieve rondleidingen en screenen onze partners uitvoerig op hun innovatief karakter. Om een heftruck aan het werk te zien, moet je dus niet bij Log!Ville zijn. Tenzij het er ééntje is die autonoom rijdt, natuurlijk”. Log!Ville zet ook volop in op samen werken, waardoor krachten gebundeld in plaats van versnipperd worden. Samenwerking met de andere Vlaamse provincies aan wie het de hand reikt, tussen bedrijven via co-creatie en met internationale partners als Georgia Tech, Fraunhofer en Supply Chain Asia. Op de eerste verdieping (600m²) bevinden zich de vergader- en eventfaciliteiten. “Een slopende teammeeting kan je zo afwisselen met een inspirerend bezoek aan het demonstratiecentrum”, zegt Geysels. Een twintigtal partners zetten reeds mee hun schouders onder Log!Ville. Benieuwd wie het zijn? Neem een kijkje op www.logiville.be.
014
EXPERTPANEL • WAREHOUSING EN LOGISTICS
FOKUS-ONLINE.BE
Duurzaam van baksteen tot op de baan Bedrijven binnen de logistieke dienstverlening kunnen beslist een groen steentje bijdragen. Door een bewuste keuze te maken tussen diverse transportmodi, of een combinatie ervan. Door nieuwe energie en technologie, maar ook het bedrijfsgebouw zelf kan ecologisch(er).
STEVE SEL. Manager Projecten bij Vil
PIETER LEONARD. Verantwoordelijke Supply Chain Food bij de Colruyt Groep
JO DE WOLF. CEO Montea
Hoe kunnen bedrijven innoveren in de richting van duurzaamheid? “Bedrijven die in logistiek en warehousing actief zijn, kunnen tal van maatregelen treffen die op verschillende manieren bijdragen tot een meer duurzame bedrijfsvoering. Alles begint bijvoorbeeld bij hun gebouw(en). Bij nieuwbouwprojecten worden de meest recente technologieën geïntegreerd om richting klimaatneutraliteit te gaan. Met isolatie, zonnepanelen, warmtepompen, windenergie, ledverlichting… Het nieuwe Nike distributiecentrum in Laakdal is een mooi voorbeeld. Het gebouw werkt met hernieuwbare energie, afkomstig van zonnepanelen, windturbines en geothermie. Uiteraard is duurzaamheid meer dan alleen CO2 reduceren. Denk maar aan luchtkwaliteit, geluidsoverlast, ruimtebeslag, veiligheid…”
“Alles begint met de gebouwen. We houden alle energetische componenten nauwlettend in de gaten. Colruyt heeft altijd getracht zo economisch en ook ecologisch mogelijk te functioneren, en het zit soms tot in de kleinste details. De diepvriesstockage is altijd noordwaarts gericht, weg van de zon, er is overal ledverlichting… Het distributiecentrum, een gebouw zonder buitenlicht, hebben we uiteindelijk – waar het kon – van dakramen voorzien om zo te besparen op energie voor verlichting. Een combinatie van zonnepanelen op de winkeldaken, windturbines op onze site en de participatie in offshore windfarms zorgt ervoor dat we zelfvoorzienend zijn. En dan is er natuurlijk het transport zelf.”
“De focus ligt op vier domeinen: gebouwen, welzijn, maatschappelijke relevantie en locatie. Bij de gebouwen zijn dat zonnepanelen, ledverlichting, cradle-to-cradle… Wij waren bijvoorbeeld de eersten in België met light catchers om licht te capteren in onze magazijnen. Ook regenwater kun je opvangen en zuiveren tot drinkbaar water. En op termijn streven wij ernaar met nieuwe projecten volledig off-grid te gaan en te investeren in locaties die multimodaal ontsloten zijn. Om de schaarse beschikbare ruimte beter te benutten, startten we recent samen met DPD een logistiek project op twee niveaus: de vrachtwagens parkeren aan de gebruikelijke laadkades, kleinere bestelwagens doen hetzelfde op de verdieping.”
Hoe kan logistiek bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen? “Cijfers van de Europese Commissie, met betrekking tot de doelstellingen per sector, geven aan dat er nog een behoorlijke kloof te overbruggen is. En ja, ook de logistiek moet er haar steentje toe bijdragen. En er zijn echt wel transportbedrijven die elke dag het beste van zichzelf geven, maar er zijn er ook andere. Veel begint met goede data. Je wilt weten waar je heen wilt. Inzetten op multimodaliteit is een goede optie, maar wegtransport is de makkelijkste keuze, waardoor alternatieven het vaak niet halen. Hoewel duurzaam niet per se duurder hoeft te zijn. We zullen hoe dan ook met zijn allen de neuzen in dezelfde richting moeten krijgen, want ook als consument zijn we verantwoordelijk.”
“Door heel bewust te kijken naar elke stap binnen de logistieke keten. Waar het kan, tracht kilometers en transport uit te sparen door vrachtwagens optimaal te laden en doordacht te plannen. Onze laadcapaciteit bedraagt 95 procent, wat zeer hoog is. Lege ritten zijn uit den boze. Ook alternatieve transportmodi zijn mogelijk. Importgoederen die per schip via Antwerpen toekomen, transporteren we via binnenvaart naar Brussel. De inkomende goederenstroom is doorgaans de verantwoordelijkheid van de leverancier, maar waar mogelijk laten we producten uit Spanje of Italië overkomen via het spoor, in partnership met leveranciers. Rijd ook bij voorkeur ’s nachts wanneer er minder verkeer is, zodat je niemand tot last bent.”
“Alles begint met de juiste locatie, die multimodaal bereikbaar is zodat er minder afhankelijkheid is van trucktransport. Sinds corona is e-commerce exponentieel toegenomen, zelfs na de eerste lockdown nog. Dus ook de laatste kilometer is essentieel geworden. Vraag is natuurlijk hoe dat op de meest duurzame manier kan. Wellicht worden het distributiecentra buiten de stadsrand van waaruit (elektrische) trucks, bestelwagens en cargofietsen de laatste kilometers afleggen voor leveringen in het stadscentrum. We hebben op dat vlak een pilootproject lopen op Blue Gate Antwerp, een gesaneerd terrein vroeger gekend als Petroleum Zuid. Het is het eerste watergebonden eco-effectief bedrijventerrein in België.”
Hoe zit het met de energievoorziening/-transitie? “Qua wegtransport is het op dit moment niet echt duidelijk waarop we best focussen. Hetzelfde geldt voor equipment voor intern transport, zoals heftrucks. CNG en LNG bieden beperkte voordelen, maar zijn eerder een overgangsbrandstof. Bieden waterstof en/of batterij-elektrisch dé oplossing? Om waterstof te doen slagen, is kritische massa nodig om de prijs te doen dalen en competitief te worden. Het wetgevend kader ontbreekt ook nog, waardoor we voor infrastructuurvergunningen terugvallen op maximumtermijnen van vijf maanden. Ook batterijtechnologie is volop in verdere ontwikkeling. Batterijen worden compacter, goedkoper en efficiënter. Wat dan ook, de infrastructuur ervoor zal alleszins moeten volgen.”
“We weten allemaal dat we van fossiele brandstoffen af moeten. De vraag is alleen: wat gaat het worden? Waterstof ? Elektriciteit? Colruyt heeft al een aantal experimenten gelanceerd: een kleine productie-eenheid om waterstof te produceren uit hernieuwbare energie van windturbines en zonnepanelen. Die groene waterstof wordt gebruikt als energiedrager. Het overschot aan groene energie slaan we op als waterstof, die we opnieuw omzetten in elektriciteit als het voertuig het nodig heeft. Op dit moment is het nog onduidelijk wat dé energiedrager van de toekomst zal zijn. Een elektrische truck laden is tijdrovend, en time is money. Waterstof ‘tanken’ gaat sneller. Misschien een combinatie van de twee?”
“We zijn betrokken bij verschillende studies rond zonne-energie en waterstof, maar alles zit voorlopig nog in een studiefase. Daar kan ik dus nog niet veel over zeggen. Maar we zijn hoe dan ook erg begaan met duurzame energievormen. Zo hebben al onze gebouwen in België en Nederland zonnepanelen op de daken en bieden we klanten ook energie aan. Maar de grote uitdaging in de nabije toekomst zal zijn hoe we de hernieuwbare energie, die we winnen uit zon en wind, zullen kunnen opslaan voor uitgesteld gebruik of als aanvulling om black-outs te voorkomen. Voorlopig zijn we nog afhankelijk van het energienetwerk, maar het is zeker de bedoeling op termijn volledig off-grid te kunnen gaan.” TEKST HILDE VAN RAEMDONCK
#FOKUSENERGIE
STOW • BRAND REPORT
015
Supply chain: enkele trends op een rijtje Het West-Vlaamse stow werd onlangs uitgeroepen tot Onderneming van het Jaar. De jury loofde het feit dat het bedrijf ‘succesvol opereert in de snelgroeiende logistieke markt en inspeelt op de continu veranderende trends in de sector van supply chain.’ Maar welke trends zijn dat? Dat kunnen de rack stars, zoals stow-medewerkers zich graag noemen, beter zelf toelichten. Om te beginnen tekenen er twee macrotrends zich duidelijk af, volgens Jos De Vuyst, CEO van stow. “De eerste is automatisering. Bedrijven willen af van conventionele magazijnen met heftrucks die tussen rekken rijden en daar paletten stapelen of afladen – dat zijn processen die in de huidige competitieve markt geautomatiseerd kunnen en moeten worden.”
Omdat logistiek complexer wordt, zal andere knowhow nodig zijn om alles gestroomlijnd en correct te laten verlopen. De tweede trend – e-commerce – sluit daarbij aan, volgens hem. Want hoewel de boom al enige tijd bezig was, heeft de coronacrisis e-commerce een extra boost gegeven. “Logisch ook: omdat mensen thuis zitten en heel wat winkels dicht zijn, wordt onlineshoppen een heel aantrekkelijk alternatief. Die trend draaien we niet meer terug. Het gevolg is dat nu heel veel magazijnen worden bijgebouwd om de stijgende voorraden en volumes op te kunnen slaan.”
Ook in België is e-commerce booming business, al hebben we hier verzuimd om zelf grote logistieke platforms uit te bouwen – een Zalando of Amazon hebben wij hier niet. “Dat komt vooral omdat België een heel star systeem heeft qua weekendwerk en flexibele arbeid”, verklaart CSO Philip Mylle. “Hierdoor trekken veel van die platformen richting Nederland, Duitsland en Frankrijk. Voor ons als bedrijf is dat uiteraard geen probleem – waar wij precies bouwen maakt ons weinig uit – maar voor de Belgische economie is het natuurlijk minder. We mogen het echter niet te zwart-wit stellen: er worden in ons land wel degelijk e-commerceplatformen uitgebouwd, alleen zijn ze qua omvang niet vergelijkbaar met wat we in het buitenland bouwen.” Nog een trend die stow ontwaart, is het feit dat heel wat retailers zich voorbereiden op de switch naar e-tail. “Daarmee bedoelen we grote winkelcomplexen met reusachtige parkeerplaatsen die op termijn zullen veranderen in een soort drive-insysteem – eventueel met kleinere warehouses – waarbij consumenten met de wagen komen ophalen wat ze hebben besteld”, verduidelijkt De Vuyst. “Veel van onze grote klanten zijn daar volop mee bezig, bijgevolg spelen wij daarop in. Dat is de reden waarom wij naast rekkenbouwer producent van machines geworden zijn. Zo ontwikkelen wij volautomatische en computergestuurde shuttles, devices die tussen de rekken heen en weer rijden en op die manier heftrucks kunnen vervangen. Op die manier kan er sneller gewerkt worden,
en worden bedrijven minder afhankelijk van arbeid, toch vaak de beperkende factor en zwakke schakel in de supply chain – niet alleen in termen van verzuim, maar ook schade aan de infrastructuur. Dus hoe meer een bedrijf automatiseert, hoe meer het werk- en continuïteit-zeker is. Covid versnelt dit proces van automatisatie bovendien: veel operatoren waren het al beu dat heel wat van hun mensen slag om slinger niet aanwezig zijn, en dat maakt de huidige crisis alleen maar erger. Zelfs logistieke dienstverleners beginnen om die reden steeds meer te automatiseren.”
Puur fysieke arbeid, waarbij iemand een pakje in een magazijn van punt A naar B brengt, zal op termijn volledig verdwijnen. Of we op termijn dan naar een volledig geautomatiseerde logistiek en supply chain gaan, willen de heren niet gezegd hebben. “Feit is wel dat we naar een daling van menselijke arbeid in de logistiek gaan”, antwoordt Mylle. “Maar omdat logistiek tegelijkertijd complexer wordt – meer digitalisering, meer AI, meer forecasts – zal andere knowhow nodig zijn om alles gestroomlijnd en correct te laten
IN SAMENWERKING MET... stow ontwikkelt en produceert industriële stockage-oplossingen. Daarin zijn ze Europese marktleider. Hun meest recente innovatie is de pallet shuttle stow Atlas® 2D, die heftrucks vervangt in het magazijn. Deze productinnovatie kent een razendsnelle marktlancering. stow wil in de toekomst van Europese marktleider transformeren naar globale marktleider, onder meer door expansie naar de Verenigde Staten.
verlopen. Dus daar zal menselijke input belangrijk blijven. Maar puur fysieke arbeid, waarbij iemand een pakje in een magazijn van punt A naar B brengt, zal op termijn volledig verdwijnen.” Ondanks het feit dat stow in een klassieke industrie opereert – rekken bouwen – zet het bedrijf dus volop in op technologie en innovatie. “Maar vergelijk ons nu alstublieft niet met grote 100% technologieondernemingen zoals Apple of Google”, lacht De Vuyst. “Maar het is een feit dat we snel aan het evolueren zijn van klassieke rekkenbouwer naar een technologieonderneming. Hoewel we onze corebusiness van rekkenbouwer voor alle duidelijkheid nooit zullen verloochenen. Het is geen switch, maar een en-en-verhaal.”
Jos De Vuyst CEO van stow
016
SMART INDUSTRY
FOKUS-ONLINE.BE
De verschillende lagen van Industrie 4.0 Industrie 4.0 biedt maakbedrijven de kans hun productiekosten te reduceren. Het real-time beschikbaar stellen van informatie is de eerste stap. Het automatisch bijsturen van de productie op basis van data-analyse is het summum.
D
e productie is bij veel bedrijven voor een groot stuk al geautomatiseerd, zegt Peter ten Haaf van de technologieinstelling Sirris. “Maar de transitie naar Industrie 4.0 kan tot een volledige automatisering leiden.” Hij omschrijft Industrie 4.0, ook wel Smart Industry genoemd, als de “automatisering van digitale informatiestromen.”
Ieder bedrijf moet voor zichzelf uitmaken welke mate van automatisering en digitalisering nuttig is. — PETER TEN HAAF, SIRRIS
Sirris lanceerde eind vorig jaar de factory of the future (FoF), een proeffabriek waar ondernemingen Industrie 4.0-aanpassingen aan hun productieproces kunnen testen. De fabriek is uitgerust met onderling verbonden robots, cobots en CNCmachines, en is ingericht naar de productie van een gepersonifieerd horloge. Online kunnen mensen de gewenste kleur en vorm van het horloge uitkiezen, waarna het order automatisch in productie gaat. Door de opkomst van computers en computergestuurde machines is er veel meer data beschikbaar. Door die data real-time zichtbaar te maken, kan het productieproces op basis hiervan aangestuurd worden. Maar niet elk maakbedrijf is geschikt voor Industrie 4.0-toepassingen. “Als je stukproductie draait, is een digitale automatisering heel wat moeilijker”, stelt ten Haaf. “Het meest geschikt zijn bedrijven die serieproductie met verschillende productiefamilies draaien.” De horlogelijn is daarvan een voorbeeld. Door automatisering van de informatiestromen kan een gepersonifieerd product gemaakt worden tegen de kostprijs van een serieproduct. Sirris stelt een aantal stadia vast binnen de
transitie naar Industrie 4.0. Het begint bij het capteren van data door het verbinden van de verschillende systemen binnen een bedrijf. Daarbij moeten administratieve systemen, zoals ERP, gekoppeld worden aan de productiesystemen en de machines moeten ook onderling verbonden worden. In zo’n geïntegreerd systeem is de informatie real-time beschikbaar; je hoeft niet langer informatie van het ene naar het andere softwaresysteem over te typen. “Hierdoor kun je sneller schakelen. Het
vergroot de efficiëntie en verkleint de doorlooptijden”, vertelt Christian Hocken, directeur van het Industrie 4.0 Maturity Center in Aken, Duitsland. Hij schetst het voorbeeld van een machine die kapotgaat. In het oude systeem duurt het even voordat de storing opgemerkt wordt, waarna er een analyse van het probleem volgt. Hierna moet er gezocht worden naar de oplossing. Als informatie realtime beschikbaar is, worden deze stappen aanzienlijk verkort.
Het Industrie 4.0 Maturity Center begeleidt Europese bedrijven bij de transformatie naar Industrie 4.0. Het ontwikkelde een toolkit waarmee bedrijven de interne obstakels in de digitale transitie in kaart kunnen brengen. Niet alleen de aanwezigheid van een mate van automatisering en digitalisering binnen een bedrijf is een voorwaarde, ook de bedrijfscultuur speelt een belangrijke rol. “Je moet mensen meekrijgen in de digitale transitie”, stelt Hocken. “Je moet duidelijk maken dat het geen bedreiging voor hen vormt, maar juist mogelijkheden biedt.” Het personeel zou zich bedreigd kunnen voelen als een bedrijf een vergevorderd stadium ingaat van de transitie naar Industrie 4.0. Hierbij wordt alle beschikbare real-time informatie door middel van artificiële intelligentie geanalyseerd en neemt het systeem op basis van deze gegevens autonome beslissingen. Data is richtinggevend geworden en beslissingen worden niet langer genomen op basis van ervaring en buikgevoel. In een ideale toekomst zijn fabrieken, toeleveranciers en afnemers geconnecteerd. Volgens Hocken en ten Haaf bestaat er geen blauwdruk voor de transitie naar Industrie 4.0. “Ieder bedrijf moet voor zichzelf uitmaken welke mate van automatisering en digitalisering nuttig is. Automatisering moet niet een doel op zich zijn, een bedrijf moet inzichtelijk maken wat zij ermee willen bereiken”, aldus ten Haaf. Voor een bedrijf kan de eerste stap in de digitale transitie al grote voordelen opleveren: het real-time beschikbaar stellen van informatie. TEKST JEROM ROZENDAAL
#FOKUSENERGIE
LOKALE ENERGIE
017
Eigen wijk: energiecentrale van de toekomst? De steden en gemeenten van de toekomst zijn zelfbedruipende energiecentra. Ze springen niet alleen zuiniger om met hun energie, maar kunnen die ook zelf lokaal opwekken, opslaan en verdelen. De eerste stappen daarnaartoe worden vandaag al gezet.
W
aar de opwekking van energie vandaag nog vooral door grote installaties op een centrale locatie gebeurt, zien we stilaan de omslag naar een gedecentraliseerde energieproductie, dicht bij de verbruikers. “Denk maar aan de zonnepanelen op onze daken”, vertelt Stijn Verbeke, energiespecialist bij onderzoeksinstituut EnergyVille/VITO. “Zo switchen we ook van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen. Noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen van 2050 te halen.” Ook Europa meent dat de energietoekomst op lokaal vlak ligt. Het wil tegen 2025 honderd ‘Positive Energy Districts’ creëren – wijken die klimaatneutraal en zelfvoorzienend zijn op het vlak van energie. “Naast energiebesparing, focussen we vandaag dus best al zoveel mogelijk op lokale energieproductie en -distributie”, zegt Verbeke. “De technologie om dat te doen, is er al in grote mate. Om de omslag succesvol te maken, is er vooral nood aan toekomstgerichte planning: welke mogelijkheden zijn er lokaal en waarop zetten we in?” Zo zien we in Antwerpen, met een grote haven vol restwarmte, warmtenetten opduiken, terwijl er in landelijke gebieden aan de slag wordt gegaan met maaiafval dat via vergisting in energie wordt omgezet. “De lokale setting bepaalt dus de toekomstige energieoplossing”, gaat Verbeke verder. “Een lokaal bestuur kan daarop inspelen bij de inplanning van nieuwe wijken: welke gebouwen
worden naast elkaar geplaatst, zodat ze optimaal energie kunnen uitwisselen? Het lokaal opwekken van energie kan ook gestimuleerd worden via extra voorwaarden in de openbare aanbesteding. Iets wat een tijd geleden gebeurde in het Duitse Freiburg. Daar wordt nu de restwarmte van het rioleringsnetwerk gerecupereerd voor een nieuwe energieneutrale wijk.” Ook in België duiken zo’n energie voorwaarden op, merkt Jan De Pauw, bestuurder van REScoop, de federatie van burgercoöperaties voor hernieuwbare
energie: “De lokale besturen willen de overvloed aan hernieuwbare energie op hun grondgebied maar wat graag oogsten. Liefst samen met de burgers, om zo het energieproject lokaal te verankeren. Vanuit REScoop raden we hen aan om daarvoor een wettelijk kader te scheppen.” Dat gebeurde bijvoorbeeld al in Eeklo: de stad stelde in haar aanbesteding voor windmolens de voorwaarde dat het project minstens voor de helft uit burgerparticipatie moest bestaan. Zo won een van hun leden, burgercoöperatie Ecopower, het pleit.
Lokale streekgebonden energie-initiatieven worden de norm. Tijd dat ook de Vlaamse regering op die kar springt.
De windturbines werden gefinancierd door gezinnen en kmo’s, die de stroom tegen kostprijs aankopen. Volgend jaar produceren ze voldoende lokale windstroom voor alle huishoudens in Eeklo. “Intussen nam de stad ook het initiatief voor zonnepanelen op publieake en private daken, en voor een warmtenet met de restwarmte van de afvalverbrandingsoven. Zo kan Eeklo in 2040 volledig zelfvoorzienend zijn op het vlak van energie.” Nu er zowel top-down, vanuit Europa, als bottom-up vanuit de gemeente stimulansen voor lokale energie-oplossingen zijn, ziet De Pauw het tij snel keren: “Lokale streekgebonden energie-initiatieven worden de norm. Tijd dat ook de Vlaamse regering op die kar springt. Vandaag geven ze voor hernieuwbare energie nog te vaak carte blanche aan grote energiespelers, waardoor de gemeente en haar burgers geen lokale meerwaarde zien in de vele windmolens. Natuurlijk volgt er dan protest.” Ook bij EnergyVille geloven ze dat burgerparticipatie belangrijk is in de overgang naar lokale energie-initiatieven. “Al zijn ook de grote investeerders en energiedistributeurs nodig om wijken zelfvoorzienend te maken en reststroom te recupereren”, nuanceert Verbeke. “En de overheid moet met toekomstgerichte regels en taksen op fossiele brandstof de overgang naar groene energie vergemakkelijken en promoten. Zo leggen we allemaal samen de basis voor de lokale energie-centra van de toekomst.” TEKST KIM BEERTS
018
NAWOORD
FOKUS-ONLINE.BE
Wim Vancauwenberghe
Slim op weg naar minimaal energieverbruik Onder het klimaatakkoord van Parijs streeft de EU ernaar om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990. Beleidsmakers willen die ambitie nog verhogen. Eén van de pistes is het zwaarder belasten van CO2uitstoot. Meer dan ooit moeten bedrijven dus inzetten op minimaal energieverbruik.
N
atuurlijk is het belangrijk om fundamenteel de juiste proceskeuzes te maken waarbij gekozen wordt voor de meest energievriendelijke productiemethode. Maar ook het energieverbruik van bestaande productieprocessen kan aanzienlijk verminderd worden. Dat hoeft niet altijd veel moeite te kosten, bijvoorbeeld door innovatieve onderhoudspraktijken. Zo brengt het toepassen van low friction-lagers, magneetkoppelingen en een geoptimaliseerd smeerbeleid heel wat minder wrijvingsweerstand in machines, en dus minder energieverbruik. Dit verlengt trouwens ook de levensduur van de machines, wat een extra CO2-winst oplevert. Het bouwen van machines vergt immers ook heel wat energie. Het is dus niet toevallig dat onderhoud in het hart van de circulaire modellen staat. Ook digitale innovaties kunnen helpen energie besparen. Veel bedrijven hebben reeds een monitoringsysteem waarmee energieprestaties kunnen worden opgevolgd. Maar een slimme aansturing van de productieprocessen kan een nog groter verschil maken. Operators hebben immers vaak
De jacht op elke vorm van energieverspilling is geopend. voorkeursinstellingen, gebaseerd op eigen voorstellingen of vastgelegde voorschriften. Die instellingen zijn niet altijd de meest optimale in functie van het energieverbruik. AI en slimme algoritmes slagen erin om op basis van historische data op zoek te gaan naar de ideale procesinstellingen in functie van de omstandigheden. Door die onmiddellijk over te nemen in het huidige productieproces kan in real-time heel wat energie bespaard worden. Daarnaast kan AI ook waarschuwen voor abnormale pieken in het energieverbruik. Streven naar CO2-reducties is dus niet zomaar de verantwoordelijkheid van één persoon of afdeling. Een effectief energy management vereist dat objectieven op
gebied van energie vertaald worden naar concrete en specifieke doelstellingen voor alle afdelingen. Projecten in de engineeringafdeling mogen niet enkel meer afgerekend worden op timing en budget. Voor projectingenieurs moet het energieverbruik over de hele levenscyclus van een machine het belangrijkste criterium worden. Inkopers worden bij aankoopbeslissingen niet enkel afgerekend op bekomen kortingen, maar ook op gerealiseerde CO2-bijdrage, dit alles gekaderd in een circulair en duurzaam aankoopbeleid. Door de ambitieuze klimaatdoelstellingen, gecombineerd met de intenties van de Belgische overheid om de kerncentrales te sluiten, komt de reductie van energieverbruik hoog op de agenda te staan. Door het realiseren van innovatieve ingrepen, het stellen van de juiste doelstellingen en inzetten op gedragsverandering, kunnen we bouwen aan een ware energiebesparingscultuur. Bij deze verklaar ik de jacht op elke vorm van energieverspilling voor geopend! TEKST WIM VANCAUWENBERGHE, DIRECTEUR BEMAS
Steek uw energie in de ERIKS TCO motorcalculator en bespaar kosten Uw elektromotor defect of aan vervanging toe? Bepaal de keuze van uw nieuwe elektromotoren niet enkel op basis van de aankoopprijs of reparatiekosten. Wist u dat de investeringskost van een nieuwe motor slechts 1% van de Total Cost of Ownership (TCO) bedraagt? Maar liefst 97% is toe te schrijven aan energiekosten. Wanneer u een nieuwe motor aankoopt, kiest u dan voor een goedkopere motor die meer energie verbruikt of een motor die duurder in aankoop is, maar wel minder energie verbruikt en zorgt voor minder CO2-uitstoot. Een beslissing die vaak niet eenvoudig is. Met de nieuwe ERIKS TCO motorcalculator kan je een goede keuze maken. Deze online tool berekent, op basis van de door u ingegeven parameters, welke voor u de beste
Let’s make industry work better
(vervangende) motoren zijn, welk besparingspotentieel eraan gekoppeld is en wat de terugverdientijd is. Snel en simpel naar de juiste motor In een eerste stap geeft u online enkele typische gebruiksdata (vermogen, energiekosten, soort motor (IE-klasse), aantal draaiuren per dag, vooropgestelde levensduur, montageopties,..) in. Aan de hand van de ingevoerde gegevens, vormt de ERIKS TCO motorcalculator zich een beeld van hoe de motor zal moeten presteren in uw toepassing. Vervolgens ontvangt u een overzicht van een aantal geschikte motoren, inclusief de kosten, energiewinst, CO2-uitstootreductie en terugverdientijd. Zo kunt u duidelijk zien welke voor u de beste
opties zijn. Wie een login heeft, krijgt er ook meteen de juiste aankoopprijzen bij. De TCO motorcalculator is een eenvoudige tool om een goed inzicht te verwerven van de mogelijke impact van dergelijke investeringen.
Meer info ERIKS Power Transmission T +32 (0)56 41 47 65 E mgd@eriks.be I www.eriks.be Bereken uw voordeel met de ERIKS TCO motorcalculator: https://select.eriks.be/nl/motorcalculator/
De slimme fabriek van morgen begint vandaag. Met de ultrabreedband technologie van Pozyx. Nooit meer een werktuig niet vinden wanneer je het nodig hebt, altijd weten waar een order zit in het productieproces, het aantal benodigde vorkliften verminderen in je magazijn door ze efficiënter in te zetten. Het zijn maar enkele voorbeelden van wat je kan doen met een systeem dat in reële tijd supernauwkeurige posities bepaalt. De Gentse scale-up Pozyx gebruikt daarvoor ultrabreedband (UWB), een nieuwe radiotechnologie die accurate plaatsbepaling tot op 10 cm mogelijk maakt. Zo krijgen fabrieken en bedrijven in de maakindustrie een digitale spiegel van elke fysieke beweging. Het resultaat? Een stroom aan mogelijkheden om sneller, efficiënter en kostenbesparender te gaan werken.
Ultrabreedband is aan een steile opmars bezig. Zo’n zes jaar geleden ontkiemden de eerste toepassingen in academische context en daar begint ook het verhaal van Pozyx. “Tijdens doctoraatsonderzoek aan UGent werd duidelijk hoe veelzijdig en praktisch UWB kon zijn”, zegt Samuel Van de Velde, mede-stichter van Pozyx. Ultra-breedband biedt een unieke combinatie aan: nauwkeurigheid en kostenefficiëntie. Met 10-30 cm is de radiotechnologie tot 20 keer nauwkeuriger dan Bluetooth en 50 keer nauwkeuriger dan GPS. Door de positioneringstechnologie te koppelen aan slimme sensoren kunnen bedrijven een schat aan informatie ontdekken. Waar vorklifttrucks te snel rijden en waar ongevallen plaatsvinden, bijvoorbeeld. Of waar een artikel op een pallet ligt. Heel wat bedrijven ontdekken vandaag waarom UWB dé technologie bij uitstek is om bedrijfsprocessen te verbeteren, precies door die grote nauwkeurigheid. “Onze oplossing laat klanten toe om tot op 10 tot 20 cm nauwkeurig
te werken. Dat opent nieuwe deuren die voorheen waren gesloten en waar Bluetooth en Wi-Fi bijvoorbeeld minder voor geschikt zijn”, merkt Van de Velde op. Zo kan je in een productieproces veel duidelijker gaan afbakenen hoe lang een stuk in een bepaalde zone zit en precies wanneer het een andere zone in gaat. Dat laat je dan toe om per post de efficiëntie in kaart te brengen en te optimaliseren waar nodig. Pozyx telt vandaag ruim 4.000 klanten in 80 landen die slimmer en efficiënter werken dankzij ultra-breedband. Het bedrijf praat vandaag zelfs met Tesla. Recent nog zag Bonduelle in haar Italiaanse magazijnen de efficiëntie met 3% stijgen na de ingebruikname van het systeem van Pozyx. “Dat vertaalt zich in ruim 50 mandagen tijdswinst per jaar”, zegt Van de Velde. “Die precieze cijfers maken een verhaal over ROI ijzersterk.” Ontdek hoe bedrijven vandaag al Pozyx technologie gebruiken om sneller, productiever en efficiënter te worden op: www.pozyx.io.
Remotive: bedrijven ontzorgen in onderhoud Remotive, relatief jonge speler binnen het domein van maintenance, bouwde op korte tijd een stevige reputatie op. Niet alleen dankzij technische expertise en oog voor digitale ontwikkeling, maar ook door een persoonlijke aanpak en klantenbenadering. “Ontzorgen is ons handelsmerk. Daarom werken wij ook met contracten op maat.” Machineherstel en -onderhoud is de specialiteit van Remotive, gevestigd in de Gentse haven en sinds kort in Stabroek (Antwerpen). “Wij werken sectoronafhankelijk”, aldus key accountmanager Sven Van Lierop. “Voornamelijk voor productie-eenheden, bijvoorbeeld binnen chemie en petrochemie, maar ook voor pret- en tankparken. Kortom, we zijn van alle markten thuis en werken toch op maat van elk bedrijf.” Het bedrijf dekt het hele spectrum van maintenance: van predictief tot curatief onderhoud, nog steeds wezenlijk onderdeel van het onderhoudsgebeuren. De herstellingen neemt Remotive ook voor eigen rekening, in samenwerking met Desmedt NV voor het elektrische gedeelte. “Onderhoudsorganisaties zijn vaak verantwoordelijk voor pompen, tandwielkasten, sturingen, pneumatica, hydraulica, tot de lichten in de kantoorgebouwen”, gaat Sven Van Lierop verder. “Hierdoor gaat de focus op rotating equipment vaak verloren. Dat willen wij oplossen door contracten op maat aan te bieden en een deel van die focus op ons te nemen. Zo ontlasten we niet alleen de onderhoudsorganisatie, we slagen er ook in de mean time between failures (MTBF) bij onze klanten te verbeteren. Dat spreekt misschien tegen onze eigen winkel, maar ons gaat het in de eerste plaats
om tevreden klanten, met wie we op lange termijn willen samenwerken.” Contractvorm op maat Een machine die niet optimaal draait, heeft een negatieve invloed op de productiviteit. Bovendien kost een productiestop veel geld en tijd. Als een machine toch onverwacht zou falen, doet Remotive er alles aan om de klant zo snel mogelijk weer 100 procent operationeel te krijgen. “Dan is het alle hens aan dek en zijn wij bereid om overuren te draaien”, aldus Sven Van Lierop. “Wij focussen trouwens niet alleen op het herstel zelf, maar onderzoeken ook waarom iets moet behandeld worden, zodat beide partijen eruit kunnen leren voor de toekomst. “De inzet van open communicatie en digitale tools is hierbij heel belangrijk. Wij zijn in 2019 begonnen met digitale rapportage via een eigen, innovatieve revisie-applicatie. Met als gevolg dat de kans op vergetelheden bij revisie wordt herleid tot een absoluut minimum en dat de autonomie en efficientie van onze technici sterk stijgt: alle demontages en montages worden via de iPad in de applicatie ingegeven. Resultaat: een snel en transparant rapport, voorzien van verduidelijkend beeldmateriaal dat quasi onmiddellijk na de actie beschikbaar is voor de klant. We stellen trouwens vast dat bij veel klanten die zelf revisies uitvoeren zo’n handige tool ontbreekt. Die stellen wij graag ter beschikking, omdat zo geen kostbare data verloren gaan.” “Koppel dat alles aan onze focus op transparante communicatie en je weet dat wij de klant in alle opzichten ontzorgen”, besluit de key accountmanager. “Door hen technisch te ondersteunen én een rechtstreekse lijn met hen op te zetten, bijvoorbeeld via een dedicated persoon on site.”
REMOTIVE INDUSTRIAL MAINTENANCE
Fabriek Logistiek, het testcentrum waar bedrijven hun logistieke processen in alle vrijheid kunnen optimaliseren In Zwijnaarde bij Gent bouwt de POM Oost-Vlaanderen Fabriek Logistiek, het allereerste logistieke test- en opleidingscentrum in België dat vanaf voorjaar 2021 gefaseerd de deuren opent. Je zal er in een realistische, bedrijfsveilige omgeving kunnen experimenteren met nieuwe logistieke processen en concepten. De voordelen? Zeer heldere simulaties, minder implementatiefouten, efficiëntere processen en een aanzienlijke besparing op kosten en tijd.
“Bedrijven, productontwikkelaars en onderzoeksinstellingen zullen in Fabriek Logistiek terechtkunnen om nieuwe logistieke technieken, concepten en processen te simuleren en uit te testen. Belangrijk is dat ze een heel goed zicht zullen hebben op hun slaagkansen en effectiviteit omdat ze met hun eigen producten en mensen aan de slag moeten”, aldus Danny Vanrijkel, key accountmanager van Fabriek Logistiek. “Dat testen en simuleren zien we overigens zo breed mogelijk: vanaf het moment dat de bedrijfspoort openzwaait en de goederen binnenkomen tot de vrachtwagens met de te leveren producten weer vertrekken. Er komt ook een opleidings- en trainingsgedeelte in het gebouw, waar we competente mensen willen vormen die de nieuwe technologieën efficiënt kunnen toepassen zodat zij vlot in de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet.” Volledige logistieke keten opzetten Maar wie zal er nu concreet terechtkunnen in Fabriek Logistiek? Eerst en vooral kmo’s die logistieke processen willen herbekijken of die iets volledig nieuw willen uitproberen. Daarnaast onderzoekers en ontwerpers die innovatieve warehouseproducten maken. Zij kunnen er bepaalde elementen, zoals software, het uitlezen van barcodes, de verpakking, de stabiliteit, als proof of concept uittesten in een veilige en realistische magazijnomgeving waarin de volledige logistieke keten kan worden opgezet. Tenslotte kunnen opleidings- en onderwijsverstrekkers binnen Fabriek Logistiek de nodige logistieke praktijkervaring aanbieden, door de aanwezige technieken en processen in hun
lespakketten te integreren. “Hiervoor richten we binnen Fabriek Logistiek een trainingsplatform op, waarvoor we samenwerken met de VDAB”, verduidelijkt Danny Vanrijkel. Het project, waarin de POM Oost-Vlaanderen maar liefst 13 miljoen euro investeerde, duidt volgens Danny Vanrijkel op het groeiende besef bij het Provinciebestuur dat logistieke optimalisatie enorm veel voordelen biedt. “Logistiek is daarom een van de speerpunten waar de POM op inzet, door maatregelen te nemen die de concurrentiële slagkracht van onze bedrijven vergroot, die innovatie alle ruimte geven en die het mogelijk maken beter in te spelen op de booming business die e-commerce vandaag meer dan ooit is. Daarom ook ligt de focus in een van onze twee testunits volledig op e-commerce. Fabriek Logistiek maakt een belangrijk onderdeel uit van de ambitie van de Provincie om zich verder als logistieke topregio te profileren. Nog ruimer bekeken kan ons project als een hefboom dienen om grote internationale logistieke congressen naar Gent te halen.” Kostenefficiëntie van 20 tot 25 procent “Maar Fabriek Logistiek is vooral nodig voor bedrijven”, benadrukt Danny. “Er gaat in het bedrijfsleven enorm veel geld verloren door gebrek aan logistieke efficiëntie. De verbeteringsmogelijkheden zijn enorm, want order pick- en fulfilment maakt bijvoorbeeld soms nog tot 70 procent van de operationele kosten uit. Wie daar optimaliseert door mensen beter met technologie te ondersteunen zodat die productiever gaan werken, kan merkbaar
besparen op tijd en kosten. Zo moet je als bedrijf niet meer in de eerste plaats focussen op grotere verkoopmarge of scherpere inkoopprijzen. Een kostenbesparing van 20 tot 25 procent is absoluut niet onrealistisch. En Fabriek Logistiek kan hier als logistieke testruimte zeker bij helpen. We gaan overigens niet louter op zoek naar de nieuwste en meest innovatieve technologie: als wij een bedrijf kunnen overtuigen om over te schakelen van een papieren orderpick naar een scanner – die toch ook al meer dan twintig jaar bestaat – dan zal dat ook een succes zijn. Het is de stap naar meer efficientie die voor ons de grote innovatie uitmaakt.” Geen privéspeler Fabriek Logistiek wil, kortom, laagdrempelig faciliteren. “En met laagdrempelig bedoelen we ook dat we zullen werken met een lage dagelijkse fee, die bovendien met de kmo- portefeuille kan worden gecombineerd”, aldus Danny Vanrijkel. “Fabriek Logistiek is geen privéspeler die zoveel mogelijk winst wil draaien, maar een volstrekt neutrale partner die logistieke spelers de kans en infrastructuur aanbiedt om in alle rust hun concepten en processen te (her)bekijken en te verbeteren. Daarom noem ik Fabriek Logistiek ook graag een black box: het is neutraal, volledig afgeschermd en laat bedrijven toe volstrekt discreet dingen uit te proberen. Lukt er iets niet, dan dragen ze daar niet de negatieve gevolgen van die ze zouden hebben wanneer ze in de bedrijfsomgeving zelf zouden testen. En lukt het wel, dan hebben ze een fantastische stap gezet in de richting van efficiënter werken!”
Ben je geïnteresseerd om als partner mee te werken met Fabriek Logistiek – bijvoorbeeld door conceptuele knowhow en expertise te delen – dan kan je contact opnemen met Danny Vanrijkel via danny.vanrijkel@fabrieklogistiek.be.