Skip to main content

Simon ster 45 3

Page 1

Simon Ster

HET WEER leesweer

Speciale thema-uitgave

23 artikelen 64 pagina’s

Editie 45.3, maart 2014

Jaar XLV

OORLOG!

Over duizenden jaren van menselijke bloeddorstigheid

De Tocht naar Wunder waf fen Recent Histor y Chatham Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kwamen een paar van de Crusader knights lived De Tocht naar Chatham is, op het EK van 1988 na, de grootste en meest indrukwekkende overwinning in de Nederlandse historie. Deze aanval onder leiding van Michiel de Ruyter op de Engelse vloot in 1667 is tot op de dag van vandaag het grootste militaire verlies ooit van de Britse defensie, welke nog steeds zeer gevoelig ligt binnen Britse maritieme kringen. Lees verder op pagina 6.

meest vooraanstaande ingenieurs ter wereld uit Duitsland. Hun talenten werden door de nazi’s aangewend voor het bouwen van een modern leger. Wetenschappers en industriëlen bedachten ideeën voor wapens die de oorlog in het voordeel van Nazi-Duitsland moesten beslissen. In dit artikel zullen, na een kleine inleiding, een paar van deze projecten worden behandeld. Lees verder op pagina 26.

in medieval times, gunslinger standoffs in the Wild West took place in the second half of the 19th century, the allies made peace with Germany in 1945 and colonies are a thing of the past. These statements probably won’t surprise you, since they are general knowledge. It may therefore surprise you all that much more to learn they are all untrue. Continue on page 60.

Een Duitse Messerschmitt Me 262, de eerste straaljager ter wereld.

Drugsoorlog in Mexico Al sinds de jaren 80 is Mexico de nummer één leverancier voor cocaïne en andere drugs aan Amerika. Recent is de overheid begonnen met een aanval op de kartels en dit blijkt moelijker dan gedacht door de enorme corruptie in het land. Na 100.000 doden lijkt de overheid nog geen stap vooruit te hebben gemaakt. De overheid vecht op dit moment met 50.000 militairen en 35.000 man staatspolitie tegen de drugskartels. De drugskartels vechten echter ook tegen elkaar en tegen burgerwachten. Denk hierbij niet aan de Nederlandse buurtwachten die een rondje door de straat lopen om inbraken te voorkomen. Ze doen aanvallen met honderden zwaarbewapende mannen om de kartels uit hun dorpen te verdrijven. Lees verder op pagina 34. Neem voor een abonnement contact op via redactie@simonstevin.tue.nl. Abonnementskosten bedragen €15,00 per jaar.

Prijzen los exemplaar

Adres

Simonkamer: €0,00 Sterrenkast: €0,00 Uitgedeeld: €0,00 Hal W-Hoog: €0,00 Overig: €0,00

Technische Universiteit Eindhoven Gemini-Noord 1.61 Den Dolech 2 5612 AZ Eindhoven Postbus 513 5600 MB Eindhoven

Telefoon: (040) 247 33 13 Telefax: (040) 243 49 70 E-mail: redactie@simonstevin.tue.nl Homepage: wsv.simonstevin.tue.nl

Een Mexicaanse agent tussen de cannabisplanten

© Simon Stevin MMXIII

Index

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur der W.S.V. Simon Stevin.

Colofon 2 Redactief 3 Smile of Science 4 Uit de oude doos 12 Profiel 20 Staut 22

Kijk in de Sterren 32 De Hobby van... 46 Fact & Opinion 54 Prijsvraag 62 Sterrenhoekjes 62


16

10 | Niet alleen Rotterdam, maar ook Eindhoven is zwaar gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

| Generaal Eisenhower schreef de geallieerde overwinning toe aan deze prachtige wagen.

| In oorlogstijd doet de ethiek soms ook in de wetenschap een stapje achteruit.

| Chemical Weapons: necessary or inhumane?

38

54

Colofon April 2014/ 45e jaargang nr. 3 De ‘Simon Ster’ is een uitgave van de Werktuigkundige Studievereniging Simon Stevin van de Technische Universiteit Eindhoven. De ‘Simon Ster’ verschijnt dit jaar vijf maal.

Eindredactie Robin Mommers

Redactie Liesbeth Campmans, Lennard van Damme, Martijn Deenen, Karel Drenth, Jules Frints, Sanne Janssen, Max van Lith, Robin Mommers, Willem Prajitno, Bas Raes, Jaap Schuit, Yuri Steinbuch, Jordy Wesseling en Jeroen de Wit

Ontwerp Vormgeving vM-design

Vormgeving Robin Mommers Lennard van Damme

Illustraties en foto’s

Drukker

Redactie & leden der W.S.V. Simon Stevin

Drukkerij Snep BV

Adres

Oplage

Technische Universiteit Eindhoven Gemini-Noord 1.61 Den Dolech 2 5612 AZ Eindhoven Postbus 513 5600 MB Eindhoven Telefoon: (040) 247 33 13 Telefax: (040) 243 49 70 E-mail: redactie@simonstevin.tue.nl Homepage: wsv.simonstevin.tue.nl

900

Financieel ABN-AMRO: NL87ABNA0529096358

Abonnementen Er bestaat de mogelijkheid de Simon Ster thuis te ontvangen. Men kan zich abonneren op de Simon Ster voor €15,- per jaar, inclusief verzendkosten. Indien u geïnteresseerd bent of meer informatie wilt, kunt u contact opnemen met de hoofdredactie op bovenstaand adres.

© Simon Stevin MMXIII Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur der W.S.V. Simon Stevin. De hoofdredactie behoudt zich te allen tijde het recht artikelen in te korten of te wijzigen. Plaatsing van een artikel houdt niet in dat het de mening weergeeft van de W.S.V. Simon Stevin. Iedereen kan kopij inleveren bij de redactie in de Simonkamer: Gemini-Noord 1.61, of per e-mail: redactie@simonstevin. tue.nl


Inhoudsopgave Smile of Science

4

Tocht naar Chatham

6

Bombardement op Eindhoven

10

Uit de oude doos: Robotwars 2002

12

Willys Jeep

16

Profiel: Willys Jeep

20

Staut: Studentenmanifest voor Privacy

22

Frietje Oorlog

24

Samourai 25 Wunderwaffen 26 log 30

oor

Kijk in de Sterren

32

Mexicaanse drugsoorlog

34

(On)menselijke experimenten

38

Solar Team Eindhoven

40

1000 Bommen en Granaten

41

Historisch Persoon

42

De Hobby van...

46

Lockheed Martin

48

Evolution of the Trebuchet

51

Tu-95 Patrols

52

Fact & Opinion: Chemical Weapons

54

Recent History

60

Sterrenhoekjes 62 Prijsvraag 62

Redactief Beste lezer, Zoals u waarschijnlijk inmiddels al is opgevallen heeft deze Simon Ster een iets ander uiterlijk dan u gewend bent. Dit komt door het thema van deze Ster: Oorlogen. Al op jonge leeftijd lost de mens meningsverschillen op door in gevecht te gaan, dit zit nu eenmaal in de aard van het beestje. Bij jonge kinderen gaat het vaak om iets kleins, maar wanneer de mens ouder wordt, worden naast de meningsverschillen ook de gevechten serieuzer. Dit kan dan leiden tot oorlogvoering. Doordat de mens al duizenden jaren zo in elkaar zit is er natuurlijk al veel gebeurd en ontzettend veel interessants beschikbaar om over te schrijven. Dit is dan ook de aanleiding geweest voor de keuze voor dit thema. De redactie heeft met het maken van deze uitgave een scala aan verschillende oorlogsgerelateerde onderwerpen bij elkaar weten te rapen. Van het bombardement op Eindhoven tot de drugsoorlog in Mexico, van strijders uit het Verre Oosten tot de oorlogsverhalen uit onze eigen Gouden Eeuw. Van alles komt aan bod in deze goed gevulde Ster. Naast de speciale artikelen zijn ook de vaste rubrieken helemaal aan het thema aangepast. Zo gaat bijvoorbeeld de Fact & Opinion deze keer over chemische wapens en is voor het profiel een heuse Willys Jeep getest. Kortom, genoeg reden om eens rustig te gaan zitten en de hele Simon Ster lekker weg te lezen.

Adverteerders IHC 19 Exxon Mobil (banner Profiel)

20

Wervingsdagen 37 AkzoNobel 47 Symposium 63 Dynaflow 64

Robin Mommers


4

Smile of Science

Robin Mommers

De zin en onzin achter de techniek

Speelgoed

Bucket of Soldiers De meerderheid van de jonge Nederlandse populatie heeft voor het eerst kennis gemaakt met de groene legerpoppetjes tijdens het kijken van Pixars Toy Story (of één van de vervolgen), maar deze groene mannetjes hebben een veel langere geschiedenis in het vermaken van kleine jongens. De tinnen soldaten werden voor het eerst gemaakt door de Duitsers aan het einde van de negentiende eeuw en kort daarna ook door de Fransen en de Engelsen. De soldaten werden in veel verschillende poses gemaakt, met verschillende wapens en

attributen. Ze werden zelfs gebruikt voor het spelen van strategische oorlogsspellen. Vanwege de kans op loodvergiftiging en de komst van nieuwe plastics, werden in de jaren ‘50 de eerste groene soldaatjes geproduceerd die al snel in massaproductie gingen. De soldaten hadden verschillende

kleuren die allemaal voor een natie stonden. Groen stond symbool voor het Amerikaanse leger, grijs voor de Duitsers en de Japanners waren geel. Helaas nam de populariteit van het speelgoed af tijdens de Vietnamoorlog en door de toenemende prijs van olie tijdens de oliecrisis.

Theologie

Kameel ondermijnt de Bijbel

Metrisch Stelsel

Kleine Napoleon Ten tijde van zijn heerschappij zijn veel spotprenten en karikaturen gemaakt over Napoleon Bonaparte en zijn geringe lengte. Dit is echter een misverstand dat ook in veel hedendaagse media overgenomen is. Napoleon was in werkelijkheid 1,67 meter lang, wat in die tijd de gemiddelde lengte was voor een man. De foutieve opvatting over zijn lengte kent meerdere oorzaken. Allereerst verkeerde Napoleon vaak in het gezelschap van zijn wachters, die doorgaans werden geselecteerd op hun uitzonderlijk grote lengte. Hierdoor leek Napoleon in verhouding tot hen heel klein. Daarnaast is het misverstand terug te voeren naar de Britse oorlogspropaganda en het feit dat de Britse voet kleiner is dan de Franse voet. Daardoor gingen veel Britten ervan uit dat Napoleon een onderdeurtje was, als ze zijn lengte overnamen uit Franse verslagen.

Bijbelverhalen waarin Abraham, Jozef en Jacob kamelen gebruikten als vervoermiddel in de barre woestenij van het Midden-Oosten blijken sprookjes. Israëlische wetenschappers ontdekten dat het zoogdier vermoedelijk pas vele eeuwen na het overlijden van de aartsvaders getemd is. De archeologen hanteerden de C14-methode, ook wel koolstofmethode genoemd, om te bepalen wanneer men de kameel domesticeerde. Volgens Fox News bleek deze ontwikkeling niet samen te vallen met de periode van Abraham & Co, die leefden rond 2000 of 1500 jaar voor de

geboorte van Christus, maar eerder met het tijdperk rond het jaar 900 voor Christus. De wetenschap weerspreekt hier dus de Heilige Schrift. Onderzoekers zien dit als bewijs voor het idee dat de Bijbelverhalen indertijd niet onmiddellijk opgeschreven zijn, maar pas vele eeuwen later. "De introductie van de kameel was zeer belangrijk voor de economische en sociale ontwikkeling in deze regio", aldus archeoloog Ben-Yosef. Het is nog niet bekend of er meer van dit soort onwaarheden in de Bijbel staan.


5

Simon Ster 45.3 | april 2014

Evolutie

Historie

Moge de knapste winnen

Jan van Speyk

Wie zal dit jaar de Tour de France winnen? Of het winnende doelpunt scoren tijdens het WK voetbal? Geen idee, maar het zal waarschijnlijk een knappe man zijn. In een baanbrekend onderzoek koppelt de Nederlandse onderzoeker Erik Postma lichamelijke vermogens aan het uiterlijk van mannen.

Op 5 februari 1831, ten tijde van de Belgische opstand, kreeg Jan van Speyk de opdracht om naar Oosterweel te varen om scheepsladingen te controleren. Eenmaal op de Schelde dreef zijn schip door een harde noordenwestenwind en een slecht functionerend anker naar de kant, waar een woedende menigte van Antwerpse arbeiders op zijn schip sprong en het veroverde. Van Speyk zou hierop zijn laatste historische woorden hebben gesproken: “Eerder nog boot en kruid en mij de lugt in, dan immer een infaame Brabander te worden of het vaartuig overtegeven” en bracht daarna het schip tot ontploffing door zijn sigaar in het buskruit te steken. Deze zelfopoffering zorgde voor grote bewondering in het Koninkrijk der Nederlanden en er werd door Koning Willem I besloten dat er altijd een schip bij de Koninklijke Marine zal varen dat Van Speyk heet.

Sterke mannen zouden volgens dit onderzoek vaak aantrekkelijker zijn. De evolutie is gebaat bij sterke mannen die knap worden gevonden door vrouwen. Dergelijke mannen vinden snel een partner en verwekken waarschijnlijk nageslacht bij haar - en wellicht een paar andere dames - en ze zijn vervolgens sterk genoeg om dat nageslacht te beschermen en te voeden.

de best presterende renners gemiddeld een 5 procent hogere score haalden in de beoordeling op knapheid. De correlatie was het hoogste bij vrouwen die de pil niet slikken. De aantrekkelijkheid van een man is dus een signaal voor vrouwen dat hij lichamelijk ook goed van wanten weet. Vooral in vroeger tijden was het belangrijk voor een vrouw om een man te kiezen die lange einden kon lopen om te jagen en die genoeg kracht had om vervolgens een dier te doden. Die eigenschappen vertalen zich nu naar een lange etappe in de Tour, gevolgd door een eindsprint.

Postma deed onderzoek met foto's van deelnemers aan de Tour de France. Hij liet een groep van 800 proefpersonen, hoofdzakelijk vrouwen, de wielrenners beoordelen op aantrekkelijkheid. Daaruit bleek dat

Materialisme

Nooit meer afwassen Wetenschappers in Stockholm hebben servies ontworpen dat je niet hoeft af te wassen. Dankzij allerlei coatings die vocht en vuil afstoten, heb je nooit meer een vuile vaat. De makers vergelijken het met de bladeren van de lotusplant, die dankzij hun patroon altijd schoon en droog zijn. De coatings zijn daarop gebaseerd. Door het ultragladde oppervlak snijdt het mes

qua milieubelasting aan twee kanten. Het servies is keihard, dus het gaat een leven lang mee en er is geen zeep en nauwelijks nog water meer nodig. De Zweedse designstudio Tomorrow Machine heeft intussen een hele lijn gemaakt van het revolutionaire servies. Er zijn borden, kommen en schalen, uitgevoerd in blauw en wit. Het is echter nog niet op de markt, daarvoor moet het nog iets meer worden geperfectioneerd.

Bureaucratie

Zwitserse luchtmacht werkt alleen tijdens kantoortijden Toen een paar weken geleden een vliegtuig uit Ethiopië werd gekaapt boven Zwitserland, werd er door de Zwitserse luchtmacht niet ingegrepen omdat dit buiten kantoortijden gebeurde. De co-piloot van het toestel kaapte het vliegtuig rond zes uur 's ochtends toen de piloot naar de wc was. Twee uur later ging de Zwitserse luchtmachtbasis pas open. Toen duidelijk werd dat het

vliegtuig gekaapt was, stuurden Frankrijk en Italië gevechtsvliegtuigen op het toestel af. Tijdens de kaping meldde de co-piloot te landen in Zwitserland, maar de Zwitserse luchttroepen bleven aan de grond. De tijden waarop de Zwitserse luchtmacht actief kan zijn, zijn van 8.00 uur tot 12.00 uur en van 13.30 uur tot 17.00 uur. Ook is de basis gesloten in de weekeinden. Dat de ba-

sis niet 24 uur per dag open kan zijn komt volgens door bezuinigingen en onderbezetting. Dit hoeft, naar eigen zeggen, geen probleem te zijn voor de veiligheid, want de luchtmacht heeft goede afspraken met buurland Frankrijk. Het buurland verdedigt het luchtruim boven Zwitserland buiten kantoortijden, maar mag luchtvoertuigen alleen escorteren en niet neerschieten.


6

De Tocht naar Chatham

Neerlands oorlogsglorie in de Gouden Eeuw

De Tocht naar Chatham is, op het EK van 1988 na, de grootste en meest indrukwekkende overwinning in de Nederlandse historie. Deze aanval onder leiding van Michiel de Ruyter op de Engelse vloot in 1667 is tot op de dag van vandaag het grootste militaire verlies ooit van de Britse Royal Navy, hetgeen nog steeds zeer gevoelig ligt binnen Britse maritieme kringen. Jordy Wesseling De Tocht naar Chatham vond plaats gedurende de Tweede Engelse Oorlog en leidde tot een voor Nederland positief vredesverdrag. Deze oorlog volgde uiteraard op de Eerste Engelse Oorlog welke werd gevoerd tussen 1652 en 1654, halverwege de Nederlandse Gouden Eeuw. Jaloezie van de Engelsen op de welvaart en vooral de sterke handelspositie was de aanleiding voor de niet al te positieve relatie tussen Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoals Nederland toen voluit heette. Engeland kon het niet verdragen dat de Republiek erg succesvol was in de handel en de wereldzeeĂŤn beheerste. Dit ging natuurlijk ten koste van het Engelse aandeel in de wereldhandel met alle economische gevolgen van dien. Zelfs de handel van het Europese vasteland naar Engeland en terug werd gedomineerd door Nederlandse handelsschepen. Engeland probeerde dit in te

perken door in 1651 de Akte van Navigatie af te kondigen. Hierin stond dat handel van en naar Engeland alleen mocht worden uitgevoerd door Engeland zelf, of het land waar de handelswaar oorspronkelijk vandaan kwam.

De Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) Ondanks dat de Akte van Navigatie aanvankelijk schadelijk was voor de Republiek, was dit waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak voor het uitbreken van deze eerste oorlog. Lang niet alle Nederlandse handelaren accepteerden de Akte en gingen rustig door met handelen met Engeland. Wat de oorlog uiteindelijk onvermijdelijk maakte, was het feit dat de Engelse vloot voordurend Nederlandse handelsschepen aanviel. Engelse kaperschepen kaapten Nederlandse schepen en verkochtten deze vervolgens in


7

Simon Ster 45.3 | april 2014

Engeland. Dit was een directe bedreiging voor de handel van de Republiek en zette de gemoederen op scherp. Vergelijkbaar met de Eerste Wereldoorlog, die bijna 3 eeuwen later uitbrak na de moord op Frans Ferdinand, brak de Eerste Engelse Oorlog ook uit na een relatieve futiliteit. De werkelijke oorzaken lagen, zoals eerder genoemd, veel dieper. De futiliteit was een incidentje waarbij de Nederlandse admiraal Tromp niet als eerste de vlag streek bij een ontmoeting met een Engelse admiraal. In principe een volkomen onbelangrijke gebeurtenis, maar door de hevige frustraties tussen beide landen brak hierdoor in mei 1652 de oorlog uit. De Republiek was tot dan toe uiterst dominant in het bevaren van de zee voor economische belangen, echter had ze een stuk minder kaas gegeten van het varen met militaire doeleinden. Het merendeel van de zeeslagen tegen de Engelsen werd dan ook grotendeels verloren. Bovendien verloor de Republiek haar bekwame en geliefde opperbevelhebber Tromp, die zogenaamd de oorlog had veroorzaakt. De Eerste Engelse Oorlog had dan ook een negatief resultaat voor de Republiek. In 1654 werd een vredesverdrag gesloten waarin de Republiek de Akte van Navigatie volledig moest accepteren. Ook moest zij aanvaarden dat Nederlandse schepen op volle zee altijd hun vlag moesten strijken voor de Engelsen.

Interbellum (1654-1665) De periode tussen de Eerste en de Tweede Engelse Oorlog gebruikte de Republiek om haar vloot weer op te bouwen en vooral uit te breiden. Nederlandse staatsmannen hadden het verlies van de oorlog bijna aan den lijve ondervonden. Een grote slag van de Eerste Engelse Oorlog vond plaats voor de kust van Scheveningen en de oorverdovende kanonsschoten waren makkelijk te horen op het Binnenhof in Den Haag. Hierdoor was bij de staatsmannen, waaronder de Raadspensionaris (soort van minister-president) Johan de Witt, de drang om te investeren in de vloot een stuk sterker dan voor de oorlog. Het Nederlandse vlaggenschip de Zeven Provinciën werd zodoende in slechts negen maanden gebouwd. Het verlies van de Eerste Engelse Oorlog betekende in eerste instantie een economsche terugslag voor de Republiek, echter herstelde zij zich al snel. Onder andere door de nieuwe oorlogsindustrie was de laaste periode van de jaren 50 één van de meest bloeiende uit de Gouden Eeuw. De Engelsen waren alweer in een nieuwe oorlog met Spanje beland, waardoor de Engelse druk op de Nederlandse handelsschepen flink verminderde. Hierdoor hernam de Republiek rond 1660 ook haar dominante positie in de wereldhandel. Dit leidde tot ongeveer dezelfde situatie als rond 1650. De Engelsen hadden dan ook het geniale idee om in 1660 een tweede Akte van Navigatie in te voeren. Deze had als doel om de Nederlanders ook uit de Atlantische handel te stoten. De Engelse strategie voor de aankomende Tweede Engelse Oorlog was dan ook voornamelijk om de Nederlandse zeehandel onmogelijk te maken. Een

Schilderij van Jan Abrahamsz Beerstraten van de slag bij Scheveningen (ook wel Slag bij Terheide). In het midden het gevecht tussen het vlaggenschip van admiraal Tromp de Brederode - met gebroken mast - en het Engelse vlaggenschip Resolution.

Engelse ambassadeur schreef: “Zolang de zee open is en hun handel voortgaat, kunnen zij ad infinitum geld krijgen; maar als daaraan een einde wordt gemaakt ziet het er heel anders uit.” De Engelsen hoopten op deze manier dus de Nederlandse oorlogsindustrie plat te leggen.

De Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) In de jaren voor 1665 werd de Nederlands-Engelse verstandhouding verslechterd wegens de terugkerende acties van Engelse kaperschepen onder het mom van de tweede Akte van Navigatie. Ook in Azië hadden de VOC en de Engelse East India Company geregeld mot met elkaar. In Engeland was de stemming vanaf 1664 dan ook zeer anti-Nederlands geworden. Die rare Engelsen waren er tot in de hoogste kringen van overtuigd dat een oorlog tegen de Republiek grote winsten zou opleveren. In januari 1665 verklaarde Engeland dan ook de oorlog aan de Republiek. In tegenstelling tot de Eerste Engelse Oorlog, verliepen de zeeslagen tijdens deze tweede oorlog voor de Republiek beduidend positiever. De investeringen in de oorlogsindustrie hadden zeker hun vruchten afgeworpen. Van de vier grote confrontaties kunnen er twee duidelijk als een overwinning voor de Republiek worden beschouwd, namelijk de Vierdaagse Zeeslag (1666) en uiteraard de Tocht naar Chatham. Van de vier maritieme confrontaties is de Tocht naar Chatham de bekendste geworden. Vreemd is dat niet, aangezien voor dit huzarenstukje veel tactische kennis en moed nodig was en de doorslag gaf in deze oorlog. De andere drie zeeslagen waren voor die tijd redelijk conventioneel. Het zat de Engelsen buiten de oorlog om ook niet echt mee. In het voorjaar van 1665 sloeg de pest toe in Londen. De medische wetenschap had in die tijd nog weinig kennis van deze ziekte,


8

waardoor er elke dag honderden mensen aan stierven. De gevolgen van de pest waren voor Engeland aanzienlijk, met hoge directe kosten. De zieken dienden immers verzorgd te worden en de doden moesten worden begraven. Schattingen gaan uit van 70.000 dodelijke pestslachtoffers in Londen. Een andere tegenslag waar de Engelsen mee te kampen hadden, was de Grote Brand van Londen in september 1666. Een brand in een bakkerij liep enigszins uit de hand, waarna er in vier dagen tijd 13.200 huizen en 87 kerken in vlammen op gingen. Het vertrouwen van de bevolking zakte naar een dieptepunt, zeker door het bijgeloof wat er in die tijd heerste. Het jaartal 1666 bevat namelijk het getal van het Beest (666). Ook is het jaartal in Romeinse cijfers een aflopende reeks: MDCLXVI, dit was volgens het bijgeloof ook een erg beangstigend gegeven. De gevolgen van de pest en de Grote Brand waren voor de Engelse staatskas rampzalig. Om de kosten te drukken werd het besluit genomen om het grootste deel van de scheepsvloot uit de vaart te nemen en matrozen werden naar huis gestuurd. Een deel van de Engelse schepen kwam zo stil te liggen bij de plaats Chatham, ten oosten van Londen. Ook de bevolking wilde rust na deze periode en verlangde naar vrede met de Republiek. Met dit in het achterhoofd gokten de Engelsen erop dat de Republiek een soort onofficiĂŤle vrede in acht zou nemen, nadat de Republiek door had laten schemeren aan vredesonderhandelingen te willen beginnen. Ondanks dat de oorlog dus nog niet voorbij was, had de Republiek aan het einde van 1666 de oorlog psychologisch eigenlijk al gewonnen. In maart 1667 begonnen de voorzichtige vredesbesprekingen tussen de Republiek en Engeland. De uitkomst hiervan stond nog geenszins vast omdat Engeland zoveel mogelijk uit het verdrag probeerde te halen wat in haar eigen voordeel was. De Engelsen stelden zich totaal niet op als de mindere partij, misschien nog

wel met het verdrag van de Eerste Engelse Oorlog in het achterhoofd. De Nederlanders waren het hier uiteraard niet mee eens en bedachten in het diepste geheim de Tocht naar Chatham om duidelijk te maken wie de baas was.

De Tocht naar Chatham (1667) De vloot onder leiding van admiraal Michiel de Ruyter vertrok op 4 juni 1667 vanuit Nederland en kwam twee dagen later aan bij de monding van de rivier de Theems. De zeemacht bestond uit ongeveer zestig zwaar bewapende schepen. Bovendien voerde het pas gevormde Korps Mariniers mee op de vloot. De Nederlandse vloot was daarmee de vijfde ter wereld met troepen die speciaal getraind waren voor amfibische aanvallen. Aangekomen bij de Engelse kust splitste de vloot zich op. Een gedeelte ging rechtdoor de Theems op richting Londen onder leiding van luitenant-admiraal Van Ghent. De andere helft voer onder leiding van De Ruyter linksaf de veel kleinere Medway op, die leidt naar het plaatsje Chatham, waar een deel van de Engelse vloot voor anker lag wegens de bezuinigingen. De aanval op de Theems was slechts een afleidingsmanoeuvre, maar leidde wel tot grote angst bij de Engelsen. Zij dachten dat de Republiek uit was op hun hoofdstad Londen, waardoor zij minder oog hadden voor het deel van de vloot dat richting de Medway voer. De vloot van de Ruyter bestookte het Fort van Sheerness, de Engelse militaire vestiging aan de monding van de Medway. Het enige grote Engelse schip dat in de buurt was om het fort de verdedigen was de Unity. Dit schip hadden de Engelsen eerder in de oorlog veiliggesteld van de Nederlanders, toen het Eendracht heette. Dit ene schip was echter geen partij voor de grote vloot van De Ruyter en werd dus snel teruggepakt, nadat het twee jaar in Engelse handen was geweest. Daarnaast zette de vloot de 800 leden van het Korps Mariniers aan land die het Fort Sheerness innamen. Nadat dit was gebeurd, realiseerden de Engelsen pas dat de Nederlandse vloot op weg was naar de basis van Chatham. De Engelsen probeerden de doorgang over de Medway onmogelijk te maken door een naar schatting 15 ton zware ketting over het water te spannen die de Nederlandse vloot moest tegenhouden. Ook zonken ze een aantal schepen af in de vaargeul, wat voor licht oponthoud zorgde. De vloot kon zich slechts in stappen voortbewegen als het tij gunstig was. De Nederlandse vloot was echter niet te stoppen. Ze was onderhand nog groter, omdat het gedeelte dat eerst de Theems opvoer zich nu ook bij de vloot van De Ruyter had gevoegd. Met overmacht versloeg ze de Engelsen, maakten de vaargeul vrij en voeren probleemloos door de ketting heen. Het is niet helemaal bekend of de ketting werd gebroken, of dat er gewoon overheen kon worden gevaren, maar het is wel overduidelijk dat het concept van de Engelsen weinig succesvol was tegen de vernuftige Nederlanders.

Schiderij van Peter van de Velde: Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham op 20 juni 1667.

Een laatste opstakel voor de Nederlanders was de passage langs kasteel Upnor. Een Engelse getuige schreef hierover: “The bravery of the Dutch in adventuring these narrow waters under intense


9

Simon Ster 45.3 | april 2014

bovendien lag de grote Nederlandse aanvalsvloot nog steeds voor de kust van Engeland te wachten op eventuele orders om nog meer schade aan te richten. Uiteindelijk werd op 24 augustus de vrede officieel ondertekend. Het vredesverdrag was voor de Republiek een overwinning met gunstig resultaat. In het verdrag werd Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, geruild voor Suriname, Sint Eustatius en Saba. Nu wordt daar over getwijfeld, maar toentertijd was dit voor Nederland een goede deal. Daarnaast werd de Akte van Navigatie een heel stuk verlicht in Nederlands voordeel.

Schilderij van Jeronymus van Diest II: Het opbrengen van het Engelse admiraalsschip de Royal Charles, buitgemaakt tijdens de Tocht naar Chatham.

fire was astounding, and was rewarded by the demoralizing effect it had on the man who had been left on board the Royal James, Royal Oak and Loyal London.” Dit waren drie kapitale Engelse linieschepen die bij Chatham lagen. Deze drie werden door de Nederlanders vernietigd met behulp van branders. Branders waren kleine schepen die volledig gevuld waren met explosieve en brandbare materialen. Deze werd aangestoken en in de richting van het vijandelijke schip gestuurd. Uiteindelijk werden er 13 Engelse schepen neergehaald door de Nederlanders, buiten de schepen om die de Engelsen zelf al hadden afgezonken. De Nederlanders verloren slechts acht branders, wat in principe het hele concept van de scheepjes was.

Ondanks dat de Londense pers en Engelse bewinslieden de omvang van de gevolgen van de Tocht naar Chatham probeerden te bagatelliseren, was het duidelijk dat het in Engeland als een ramp en een vernedering werd beschouwd. De bevolking van Londen was volledig in paniek geraakt en vreesde een directe aanval op hun stad. Londenaren eisten hun geld op bij de bank en probeerden een veilig heenkomen te zoeken buiten de stad. In de Republiek werd de uitkomst uiteraard met vreugde begroet. Overal werd feest gevierd, luidden de kerkklokken en werden vreugdevuren ontstoken. Dat er van de Tocht naar Chatham in de Engelse media geheel anders verslag werd gedaan dan in de Nederlandse media is overigens nog steeds te merken bij de artikelen op internet. De Engelstalige stukken zijn een stuk genuanceerder dan de Nederlandstalige teksten. Laten we het houden op gepast patriottisme. Dat de Engelse marine zich eeuwen na de vernedering nog altijd bewust is van de Tocht bleek in de Tweede Wereldoorlog. Een Nederlandse mijnenlegger die in 1941 voor de Engelse kust escorteerde, raakte per ongeluk een detectieboei voor de monding van de Medway. Toen de Engelse wachtpost dit meldde aan zijn meerdere reageerde deze uiterst historisch bewust: “What? Not again!”

Als klap op de vuurpijl werd niet alleen de Unity van de Engelsen meegenomen, maar ook de Royal Charles werd veiliggesteld. Dit was het vlaggenschip en de trots van de Engelse marine en de Nederlandse entering was een groot verlies voor de hele Engelse natie. Het schip werd naar Nederland gesleept alwaar het werd tentoongesteld als toeristische attractie voor het Nederlandse volk. Nadat de Engelsen hierover begonnen te klagen, werd het schip gesloopt en als brandhout verkocht. Het enige wat bewaard is gebleven is het wapenschild (de ‘spiegel’ in vaktermen) dat aan de achtersteven van het schip was bevestigd. Dit is als de staart van een pauw en wordt tot op de dag van vandaag tentoongesteld in het Rijksmuseum in Amsterdam. 350 jaar na deze prachtige oorlogsoverwinning is deze trofee van onze helden op zee dus nog steeds te bewonderen!

De nasleep De Tocht naar Chatham had grote invloed op de lopende vredesbesprekingen. Toen het bericht op 24 juni aankwam bij de onderhandelaars in Breda, deed dit de balans volledig omslaan. Engeland was niet meer in positie om de oorlog voort te zetten,

De spiegel van de Royal Charles zoals deze vandaag de dag te zien is in het Rijksmuseum in Amsterdam.


10

Bombardement op Eindhoven

De lichtstad in lichterlaaie

Velen zullen tijdens de geschiedenisles op de middelbare school wel hebben gehoord van het bombardement op Rotterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De gehele binnenstad werd weggevaagd en om herhaling te voorkomen, capituleerden de Nederlandse strijdkrachten. Minder bekend is dat Eindhoven ook meerdere keren is gebombardeerd gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het effect daarvan minder groot was op het verloop van de oorlog, was Eindhoven toch, op Rotterdam na, de zwaarst getroffen stad van Nederland qua materiële schade. Bas Raes Sinterklaasbombardement In de oorlog zijn in totaal drie bombardementen uitgevoerd op Eindhoven, waarvan twee door de geallieerden en één door de Duitsers. Het eerste bombardement werd uitgevoerd door de Britse luchtmacht op 6 december 1942 en wordt daarom ook wel het sinterklaasbombardement genoemd. Doelwit van de aanval waren de Philipsfabrieken in Eindhoven, waar veel radio’s werden geproduceerd voor de Duitse oorlogsmachine. Om de Duitse oorlogsinspanningen een klap toe te brengen, werd besloten tot een aanval op deze fabrieken. Op klaarlichte dag kwamen de bommenwerpers laag overvliegen om zo accuraat mogelijk hun dodelijke lading te lossen. De fabrieken lagen echter midden in de stad, met als gevolg dat er in het omliggende gebied een hoop schade werd aangericht. Wat wel veel scheelde was het feit dat het een zondag was, waardoor haast alle Philipsmedewerkers thuis waren en niet in de fabriek.

Op herhaling Het bombardement van 1942 was tamelijk succesvol geweest in zijn opzet, het Philipscomplex had grote schade opgelopen. Desondanks werden de faciliteiten al snel weer opgebouwd en kwam de productie van radioapparatuur weer opgang. Dit was uiteraard een doorn in het oog van de geallieerden die daarop besloten om wederom een aanval uit te voeren op Eindhoven. Deze aanval werd uitgevoerd in maart 1943 en verwoestte opnieuw een groot deel van de complexen. Net als bij de eerste aanval was de schade in de omliggende wijken vrij groot.

Bevrijdingsbombardement Midden september 1944 werd Eindhoven in het kader van operatie ‘Market Garden’ bevrijd door de geallieerden. Het doel van die operatie was om de bruggen over de rivieren bij Arnhem en Nijmegen te veroveren, zodat de weg naar Duitsland open zou komen te liggen. Om de geallieerde opmars te vertragen, ging de Duitse luchtmacht in de tegenaanval door middel van een

bombardement. De bevrijders hadden nog maar weinig luchtafweergeschut het net bevrijde Eindhoven in kunnen brengen, waardoor de bommenwerpers vrij spel hadden. Een eerste golf richtte zich nog maar weer eens op de Philipsfabrieken, waarna een tweede golf het centrum van de stad als doel had. Over de gehele stad verspreid vielen bommen met als gevolg dat dit het meest verwoestende bombardement van de drie was.

De wederopbouw Na drie opeenvolgende bombardementen waren grote delen van Eindhoven weggevaagd. Hoewel dit betekende dat oude gebouwen uit het centrum voorgoed verloren zijn gegaan, bood het ook kansen voor een nieuwe inrichting van het stadscentrum. Vlak na de oorlog werd begonnen met de wederopbouw van de winkelstraat De Demer (loopt van de C&A naar Stratumseind) in de stijl van vooroorlogs straten. Alle winkeleigenaren mochten zelf hun pand laten ontwerpen met als gevolg een grote diversiteit in stijl. Dit beviel toch niet zo bij de ambitieuze gemeenteraad van Eindhoven, waardoor er voor een andere aanpak werd gekozen bij het herbouwen van de Hermanus Boexstraat (deze loopt parallel aan De Demer en komt uit op de markt). Hier werd gekozen voor één architect die een straat ontwierp die bestond uit één ontwerp, in plaats van verschillende stijlen. Ten noorden van de binnenstad was door de bombardementen ook een stuk terrein braak komen te liggen. In de eerste jaren na de oorlog werd hier nog niet zoveel meegedaan, zodat er op dit terrein in 1956 plaats was voor wat we nu kennen als de Technische Universiteit Eindhoven. Als Eindhoven dus nooit zou zijn gebombardeerd, dan had de campus nooit op zo een centrale locatie in de stad gelegen.


11

Simon Ster 45.3 | april 2014

schade aan de Philips' Polikliniek na het bombardement

De hoek van de Marktstraat met Demer: CafĂŠ Limburgia

Voltreffer op de schuilkelder op de OrchideeĂŤnstraat tijdens het bombardement in september 1944. Hierbij vielen vele slachtoffers.

Gevolgen van een bombardement op de Trudokerk

De Demer eindelijk puinvrij

Oorlogsschade in de Stevinstraat


Uit de oude doos:

5RERWZ Z

5RERWZDUV

Uit de Simon Ster 34.2, januari 2003

Rond de millenniumwissel was het tv-programma Robotwars razend populair, zo ook

onder de werktuigbouwkundestudenten. Het idee was om een radiografisch bestuurbare strijdrobot te ontwerpen en te bouwen, die het vervolgens opnam tegen andere creaties. Simon Stevin besloot ook een robot te ontwerpen en mee te doen aan dit spektakel.

,HGHUHHQ NHQW KHW ZHO YDQ

Het idee om als W.S.V. Simon Stevin deel te nemen aan Robotwars is zo oud als het programma zelf. In 2001 werd het idee echter serieus opgevat en werd er geld vrijgemaakt. Wij als robotwarscommissie zouden voor Simon op z’n minst een finale plaats moeten bereiken. Vol goede moed gingen we, 4 werktuigbouwers en 2 electro’s, als team “Simon Says‌.â€? in het najaar van 2001 aan de slag om dit met robot â€?Cycloneâ€? te verwezenlijken.

WHOHYLVLH URERWV GLH HONDDU

+HW FRQFHSW

DIVODFKWHQ 'H XOWLHPH FRPELQDWLH YDQ ORPS JHZHOG HQ GHOLFDWH WHFKQLHN =HHU JHIDVFLQHHUG GRRU GH URERWZDUV JHNWH GHQN MH GDW NDQ LN EHWHU =R ZDUHQ RRN GH JHGDFKWHQ YDQ GH OHGHQ YDQ GH 5RERWZDUV FRPPLVVLH

GLH

]LFK

DIJHORSHQ MDDU YRO RYHUJDYH KHEEHQ EH]LJ JHKRXGHQ PHW KHW RQWZHUSHQ HQ ERXZHQ YDQ HHQ URERW YRRU GHHOQDPH DDQ ³5RERWZDUV 7KH 'XWFK %DWWOH´ 'H]H ]LMQ LQPLGGHOV DFKWHU GH UXJ 7LMG YRRU HHQ WHUXJEOLN

In het najaar van 2001 wordt er begonnen met het brainstormen over verschillende concepten. Iedere werktuigbouwer heeft natuurlijk al menig discussie met een collega gewijd aan het beste robotconcept en kan zich dus ongeveer voorstellen hoe het er aan toe ging, vrij heftig. Na weken van discussie was het aantal mogelijkheden dan toch gereduceerd tot drie, en tegen de kerstvakantie zat de hele commissie geheel onverwacht dan toch op een lijn wat betreft het beste concept. De uitgangspunten die hierbij zijn gehanteerd zijn de volgende: - Maximale integratie van functies om gewicht te besparen - Flipable design - Hoog kinetisch roterend wapen voor maximale destructiviteit. - Aandrijving wapen met verbrandingsmotor - Geen hydraulica/ pneumatiek

Bart Janssen

6LPRQ 6WHU

Op basis van deze eisen is het “koekblik� concept tot stand gekomen. Een ronde robot in de vorm van een koekblik met rupsbanden door dak en bodem. (Waarom zou je de ketting

waarmee je de all-wheel drive wil realiseren niet direct gebruiken om op te rijden?) Door de mantel te laten roteren ontstaat er een roterende massa met zeer veel voordelen boven een “conventionele� draaiende schijf. Door de mantel te gebruiken als wapen bevindt zich de roterende massa op de grootst mogelijke straal en kan deze massa tevens gebruikt worden als pantser van de zijkanten. Daarnaast blijven dak en bodem beschikbaar voor de montage van rupsen om het geheel bestand te maken tegen “flippen�

Concept ontwerp

/DJHULQJ Een van de meest complexe onderdelen uit het geheel is de lagering van de ring. Met minimale afmetingen en gewicht moet de lagering de ring niet alleen lageren, maar ook alle klappen van botsingen en “treffers� doorleiden naar het frame, zowel axiaal als radiaal. 6 lagerpunten leken ons daarvoor noodzakelijk. Bij een op 500 rpm draaiende ring zorgen 18 met rubber bekleedde wielen (10.000 rpm elk) ervoor dat de ring op zijn plaats blijft. Overbepaaldheid lijkt onvermijdelijk, maar wordt voorkomen door een combinatie van voorspanningen, spelingen en aanslagen.


³6LPRQ 6D\V´ LQ 5RERW ZDUV ³7KH 'XWFK %DWWOH´

ZDUV Z

vatverwarming!). Met behulp van een V snaar werd de overbrenging (1:1) naar het wrijvingswiel op de stalen ring gerealiseerd.

)UDPH Om de 6 lagerpunten met een vakwerkframe aan elkaar te verbinden tot een frame ontstaat al snel de voor de robot zo karakteristieke ster vorm. Het frame is in deze vorm erg sterk en ziet er ook heel apart uit, maar heeft, door het ontbreken van rechte hoeken, voor veel irritatie gezorgd bij het uitlijnen en monteren van onderdelen in latere stadia van de bouw. Ook het lassen van het geheel was, ondanks dat de kokerprofielen CNC op maat gezaagd waren, een hels karwei.

9RRUWEHZHJLQJ

Voor de voortbeweging moest toch worden teruggegrepen op elektromotoren omdat die iets eenvoudiger regelbaar zijn. Vanwege een hoog specifiek vermogen werd in eerste instantie gedacht aan startmotoren. Bij het testen van een tot “standaard” elektromotor omgebeunde vorkheftruck startermotor in het vermogenslab van Elaag bleek deze echter 660 A te trekken. Ondanks de uitstekende prestaties (Statisch koppel van 25 Nm t.o.v. 11

Omgebeunde startmotor

Nm “standaard”) zullen we het toch moeten doen met, in het Robotwars circuit zeer standaard, Bosch motoren omdat 660 A niet “compatible” is met de specificaties van onze accu’s. Met de 750 W Bosch motoren worden, via een twee-traps ketting overbrenging, twee rupsbanden aangedreven. Deze zijn gerealiseerd door op alle schakels van een ½” ketting een stukje speciaal gezet omega profiel te lassen.

$DQGULMYLQJ 0DQWHO Dat de ring aangedreven zou moeten worden door een verbrandingsmotor was al snel duidelijk. Naast een hoog specifiek vermogen en een audiovisueel aantrekkelijk schouwspel dat het gebruik van het apparaat der apparaten oplevert, kan een robot van Simon gewoon niet zonder. Husqvarna was bereid ons een 5 pk exemplaar ter beschikking te stellen (formaatje regenwoud, met hand-

Omdat dit stuk geschreven wordt door een werktuigbouwer wordt de elektronica per definitie onderbelicht. De elektronica van “Cyclone” is echter volledig zelf ontworpen en gebouwd en behoort tot de meest geavanceerde van het hele (Nederlandse én Engelse) veld. Daar waar het mechanisch niet altijd optimaal functioneerde heeft het elektronisch nooit gehaperd.

Een gedeelte van de electronica

0DQWHO De kern van de mantel bestaat uit een 10 mm dikke stalen ring, die tevens als loopvlak dient voor de loopwielen. Unisign was bereid deze ring voor ons te maken. De mantel waarmee de ring is bekleed bestond oorspronkelijk uit 9 mm polycarbonaat, dit is later vanwege de gewichtsproblematiek echter gereduceerd tot 6 mm. Aan de buitenzijde van de ring zijn op verschillende hoogten slijtvast stalen pinnen gemonteerd om de impuls uit de roterende mantel op een klein oppervlak op de tegenstander te kunnen overbrengen.

(OHNWURQLFD

Als enige robot wordt “Cyclone” geheel bestuurd door drie processoren op basis van zelf geschreven software. Een van de processoren stuurt de, eveneens zelf gebouwde, H-brug snelheidsregelaars aan (250 A piek capaciteit), de andere zijn voor de aansturing van de overige onderdelen. Om ruis en spanningspieken te kunnen elimineren zijn de processoren via een optische scheiding aan de rest van de elektronica gekoppeld. Met behulp van encoders werden de omwentelingen van de motoras uitgelezen en teruggekoppeld naar de processoren, iets wat nog nooit eerder binnen Robotwars is vertoond. Met de terugkoppeling wordt rechtuit rijden dan ook werkelijk rechtuit rijden. Helaas is er te weinig tijd geweest om de terugkoppeling te testen om er ook daadwerkelijk gebruik van te kunnen maken.

'H %RXZ

Twee-traps kettingoverbrenging

Met nog 8 maanden te gaan (de opnames zouden rond september 2002 zijn) gaan we in de kerstvakantie van start met het maken van kartonnen dummy’s van de verschillende onderdelen om de optimale plaatsing ervan in het frame te kunnen bepalen en uiteindelijk de minimale frame afmetingen. Al snel wordt dit kartonnen

-DQXDUL


frame omgezet in een stalen frame. De complexe lagerophanging kost 6 weken, maar dan begint het ergens op te lijken. Na nog eens 6 weken klussen komt de eerste tegenslag, de startermotoren blijken niet te voldoen en er moet worden uitgekeken naar Bosch motoren. Ondertussen wordt er ook aangevangen met het bouwen van de elektronica. Half april is de overbrenging naar de rupsbanden gereed en hangt ook de kettingzaagmotor op z´n plaats. Inmiddels hebben we ons aan het oog van veel werktuigbouwers onttrokken door van de Werf te verkassen naar de robotwerkplaats in E-hoog. Dit is noodzakelijk omdat de onderdelen steeds kleiner worden, wat iets subtieler gereedschap vergt dan in de Werf voorhanden is. Dan wacht ons een volgende tegenslag. BNN maakt bekend dat de opnames al in juli zullen plaatsvinden! Dit betekent dat we nog maar twee maanden hebben om het geheel slag klaar te maken in plaats van de geplande vier. Mei en juni wordt er dan ook ontzettend hard gewerkt en krijgen we veel hulp. Het geluk hierbij is dat we 24 uur per dag over de werkplaats in E-hoog kunnen beschikken. Die uren hebben we dan ook nodig gehad. In de nachten voor de presentatie van de robots aan BNN, de kwalificaties en het vertrek naar Engeland werken we in een

soort ploegendienst 24 uur door, maar uiteindelijk is het geheel net op tijd af.

'H *HZLFKWVSUREOHPDWLHN Naast een enorm tijdsprobleem begint in april ook steeds meer duidelijk te worden dat we te maken zullen krijgen met het gevreesde gewichtsprobleem. Omdat de prioriteit ligt bij het tijdsprobleem wordt het gewichtsprobleem eigenlijk een beetje onderschat. We nemen dan ook niet de moeite het geheel eens nauwkeurig te

6LPRQ 6WHU

Voor het opladen van de kratten op de vrachtwagen heeft BNN gelukkig een vorkheftruck meegenomen. Waarom voor het transport daarvan een dieplader nodig is, is ons echter nog steeds onduidelijk. Wat ook nog steeds een raadsel is, is waarom het kleine heftruckje van de dieplader gehesen moest worden met een speciaal meegereden 4assige telescoopkraan voor een ton of 60.

(QJHODQG

Cyclone in afgebouwd stadium. Alleen het bovenpanser ontbreekt nog

wegen. Tijdens de kwalificaties in Hilversum, een week voor vertrek naar Engeland, neemt de wedstrijdleiding zich die moeite echter wel. Cyclone blijkt ruim 8 kg meer te wegen dan de maximum toegestane 100 kg. De laatste week worden er dan ook weer een aantal dagen tot diep in de nacht doorgewerkt om de robot volledig te demonteren en volledig te doorzeven met gaten. Samen met het weglaten van een aantal minder essentiële onderdelen brengt dit het gewicht net terug naar de maximale 100 kg.

9HUWUHN

Half Juni, de robot op zijn kant

Engeland, om 10.00 wordt er namelijk vertrokken, hoog tijd om in te pakken dus. Gelukkig is het verzamelpunt van het konvooi dat robots en deelnemers naar Engeland zal brengen de parkeerplaats achter E-hoog en is het enige vervoersmiddel dan we dan ook nodig hebben een palletwagen.

Donderdagmorgen 11 juli om 06.00 is het zover. De robot is af en er kan er voor het eerst een volledige worden getest met het totale systeem. Hoewel alle onderdelen afzonderlijk getest zijn, brengt deze totaal test toch nog een aantal problemen aan het licht. Het oplossen daarvan stellen we echter uit tot in

Het verblijf in Engeland is uitstekend geregeld. Op de verlaten campus van Nottingham University heeft ieder z’n eigen kamer. ’s Morgens wordt er om 08.00 vertrokken met de bus naar RAF Newton, een voormalig luchtmachtbasis op 3 kwartier rijden van Nottingham alwaar in een oude hangar de opnames plaatsvinden. De eerste dag richten we onze werkplaats in er worden de kleine problemen die tijdens de tests aan het licht kwamen verholpen. Dan is het tijd voor de “tech-check”. Dat is het begin van het einde van een groot pech verhaal. Bij het starten van de kettingzaagmotor bij de tech-check stijgt er rook op uit het frame op een plaatst waar we dat niet graag zouden zien. Het is al snel duidelijk dat de elektrische startermotor die de kettingzaagmotor op gang brengt doorgebrand is. De reden hiervoor is tot nu toe nog steeds niet duidelijk. Gelukkig hebben we hier stiekem rekening mee gehouden en is er een speciaal verloopstuk gemaakt dat ingespannen kan worden in de boormachine en ingrijpt op het vliegwiel van de kettingzaagmotor. Met het


0DDUW RS %11 WH ]LHQ demonteren van de startermotor en het zagen van een groot gat in het pantser om de boormachine door te steken lijkt het probleem opgelost en kan er toch gestart worden. Vlak voor de eerste wedstrijd krijgen we voor de tweede maal pech. Het starten van de kettingzaagmotor met de boormachine, die in Eindhoven onder alle omstandigheden altijd na enkele seconden aansloeg, lukt niet. Als de maximale opstarttijd van een minuut verstreken is moeten we zonder draaiende ring de arena in. Met veel geluk (pech van de tegenstander eigenlijk) weten we de eerste wedstrijd zonder draaiende ringt te winnen en spelen we tikkertje met Ref-bot om wat rijvaardigheid op te doen. (Zie uitzendingen in maart 2003). De dag erna hebben we de hele dag de tijd om aan de kettingzaagmotor te werken. Toch duurt het nog tot in de middag voordat we in de gaten hebben dat het vliegwiel is losgelopen van de krukas. Hierdoor wordt de krukas niet rondgedraaid bij het starten en is ook de ontsteking volledig ontregeld. (magneten zitten op het vliegwiel). De aluminium spie die aan het aluminium vliegwiel is gegoten en de borging tussen krukas en vliegwiel verzorgt is geheel weggesleten door de vele pogingen de kettingzaag te starten. Het is zondag en we zitten op een verlaten luchtmachtbasis in Engeland, een nieuw vliegwiel kunnen we dus vergeten. Dan maar een nieuwe spie. Provisorisch wordt er een nieuwe spie en met bij behorende spiebaan gebeund. Dat lukt allemaal verrassend goed, alleen de referentie wat betreft de oriëntatie van het vliegwiel t.o.v. de krukas is met de originele spie volledig verloren gegaan. Op de gok monteren we het vliegwiel en wordt het geheel goed vast gelock-tite. Tijd om te testen is er niet meer, we worden de werkplaats uitgeveegd naar de bussen, de lichten gaan uit. Die nacht is het hopen dat de oriëntatie van het vliegwiel en dus de ontstekingstiming juist is. De dag erna staan we ingeroosterd voor het eerste gevecht en er is dus geen tijd meer voor een tweede kans.

Bekijk hier de uitzending!

Als we de volgende ochtend achter da arena beginnen aan een zenuwslopende opstartminuut is het verdriet groot. De kettingzaag motor komt niet tot leven. Weer de arena in zonder draaiende ring dus. Dit keer hebben we minder geluk, veel pech eigenlijk. De tegenstander is een flipper die ons telkens op de kop legt, maar dat is voor ons geen probleem en we kunnen dan ook rustig verder rijden, totdat we op de zijkant belanden. Iets dat met draaiende ring nooit had kunnen gebeuren. Gelukkig is de tegenstander ons goed gezind en worden we niet richting huisrobots geduwd om te worden gesloopt, maar netjes in de pit geschoven. Einde oefening.

9RRUXLWEOLN Hoewel de beoogde prestaties van een finale plaats niet gerealiseerd zijn, is het project geenszins mislukt. Na terugkomst uit Engeland is het vliegwiel vervangen en is de destructiviteit van het wapen getest en bewezen. Een oude kano en een verkeersbord hebben het niet overleefd. Er is heel veel robotwars kennis vergaard, het concept blijkt ontzettend goed alleen de betrouwbaarheid is niet optimaal. Inmiddels is de nieuwe robotwarscommissie begonnen met het ontwerp van een nieuwe robot. Deze zal waarschijnlijk gebaseerd zijn op hetzelfde concept maar geheel opnieuw en beter worden uitgevoerd.

0HW GDQN DDQ Een woord van dank gaat uit naar iedereen zonder wie er nooit (op tijd) een robot was geweest, de sponsoren (Unisign, Husqvarna, Te Strake, Intersil, Woodhead Connectivity) , de mensen die (ook in de nachtelijke uren) mee geklust hebben en de mensen binnen de TU/e voor het beschikbaar stellen van kennis, tijd en faciliteiten. Rest mij nog de nieuwe commissie veel succes te wensen bij ontwerp en bouw van de robot die de “Dutch Battles” van 2003 zal gaan winnen.

6SHFLILFDWLHV Diameter:

950 mm

Hoogte:

300 mm

Massa:

100 kg

Panster:

6 mm PC

Snelheid:

12 km/ uur

Massa ring:

22 kg

Toerental ring:

500 rpm

Kettingzaagmotor:

Husqvarna, 5 pk.

Elektromotoren: 2 maal 750 W Bosch GPA 750 (24 volt) Accu’s:

4 x 12 V, 14Ah Hawker SLA

%RRGVFKDSSHQOLMVWMH 12 m 20x20x2 stalen kokerprofiel 3 m2 Polycarbonaat (6 mm) 0,5 m2 staalplaat 3 mm 0,5 m2 staalplaat 2 mm 0,5 m2 Al plaat 2 mm 1 m2 vertind staalplaat (0,4 mm) 4 m speciaal gezet omega profiel (2 mm) 18 gelagerde loopwielen 16 kettingwielen 4 m ½” ketting 2 m ¼” ketting 20 lagers 16x32x6 1 stalen ring (860 uitw, 800 inw, 10 dik) 5 kg bouten / moeren 64 MOSFET’s 0,3 m2 PCB 1 Heftruck accu-laad stekker (250 A) 5 snelle zekeringen 100 A 30 AA herlaadbare batterijen 3 Atmel processoren 40 5-pins haevy-duty connectoren 1 m flatcable 6 meter signaalkabel 1 relais 20 A 2500 manuren

De Dutch Battles Series II zullen vanaf 17 maart 2003 om 20.35 worden uitgezonden bij BNN op Ned. 2 www.simonsays.tk

-DQXDUL


16

Willys Jeep

De bijzondere geschiedenis van een wereldveranderaar We schrijven 27 juni 1940, als het Quartermaster Corps van het Amerikaanse leger 135 fabrikanten vraagt om een offerte voor een light reconnaissance vehicle. De lijst met eisen is enkele dagen eerder vastgesteld, nadat officieren van infanterie, cavalerie en artillerie allemaal hun specifieke wensen kenbaar hebben gemaakt. Belangrijke punten zijn vierwielaandrijving, afmetingen, en (licht)gewicht. Ook wordt er natuurlijk voldoende laadcapaciteit, bodemvrijheid en klimvermogen gevraagd van het voertuig, dat door een viercilinder motor aangedreven zal worden. Aan de fabrikanten de vraag een voertuig te ontwerpen. Deadline? Drie weken later, op 22 juli om 9 uur ‘s ochtends! Voor velen was deze deadline natuurlijk onmogelijk, onhaalbaar, of simpelweg niet interessant, maar de American Bantam Company en Willys-Overland Motors Inc. namen de handschoen op. Alleen Bantam heeft echter een ontwerp, Willys kan nog alleen de kosten schatten. Ford is ook geïnteresseerd. Het kleine, noodlijdende Bantam had een freelance ingenieur, Karl Probst, ingehuurd, die in een luttele 5 dagen even een ontwerpje op tafel legde – en daarmee de basis legde voor een van de belangrijkste machines in de militaire geschiedenis. Aangezien Bantam, hoewel het de kosten hoger schat, sneller kan leveren dan Willys, krijgt Bantam de order. Volgende deadline: een prototype, binnen 49 dagen a.u.b.!

Onverwoestbaar offroad geweld. Vierwielaandrijving, terreincapaciteiten van een neushoorn. Nee, we hebben het niet over de nieuwste Leopardtank. We hebben het over de Willys Jeep!

Het kleine Bantam ging ervoor. Bantam was oorspronkelijk een bedrijf dat Austins importeerde, hoewel de vraag naar kleine auto’s als de Austin Seven in Amerika niet groot was. Bantam bouwde het eerste prototype voor de latere Jeep binnen de gestelde deadline. Natuurlijk werd er gebruikgemaakt van bestaande onderdelen, zo werd de aandrijflijn ingekocht bij het de Spicer Manufacturing Company, maar toch was de auto revolutionair. In een tijdsbestek van maanden werd een icoon geboren, waar autofabrikanten nu jaren nodig hebben. Het prototype was twee dagen voor de deadline af, waardoor er al wat tests gedaan werden. Op de dag van de deadline vertrok Karl Probst met fabrieksmanager Harold Crist naar het militaire Camp Holabird, waar het prototype om uiterlijk 17 uur aanwezig moet zijn. Camp Holabird ligt 270 km verderop, en Probst arriveerde net op tijd, om 16.30 uur.

Jules Frints

In de weken daarop volgden tests, waarin enkele gebreken gevonden werden. Toch werd Bantam gevraagd 70 prototypes te leveren, waarvan 8 met vierwielbesturing. Bantam verwerkte het commentaar en kreeg ook dit voor elkaar.

Vóór de Tweede Wereldoorlog waren er nog weinig militaire voertuigen. Het aantal terreinwaardige auto’s bedroeg precies nul. In het terrein waren de militairen aangewezen op het paard, dat al eeuwenlang trouw dienst deed. Met de Tweede Wereldoorlog in aantocht, realiseerden de Verenigde Staten zich echter dat een licht, terreinwaardig voertuig buitengewone voordelen zou hebben.

Nu de eerste grote orders van het leger eraan zaten te komen, begon het Quartermaster Corps te twijfelen aan het vermogen van Bantam om voldoende aantallen voertuigen te produceren. Bij de eerdere tests hadden ze observatie door Ford en Willys al toegestaan en nu wilden ze de order splitsen. Ford en Willys kregen de tekeningen van de auto van Bantam en gingen ook aan de slag met een prototype. Uiteindelijk leidde dit tot ontwerpen die nauwelijks van de Bantam verschilden, en alle drie de bedrijven

Oorsprong van een legende


17

Simon Ster 45.3 | april 2014

De naam ‘Jeep’ Over de oorsprong van de naam Jeep doen verschillende verhalen de ronde. Sommigen denken dat ‘Jeep’ een samentrekking van de uitspraak van ‘GP’ is, voor ‘General Purpose’ in de Ford-naam GPW. In GPW staat de G echter voor Governement, en P voor een verkenningsvoertuig met een wielbasis van 80 inch.

In de daaropvolgende jaren produceerde Willys voornamelijk militaire en civiele jeeps, met diverse uitstapjes naar andere modellen. Hoewel de CJ’s in eerste instantie weinig belangstelling kenden, werden ze later opgepikt als cabriolet die ook op het strand uit de voeten kan. Noemenswaardig is verder de Wagoneer, geïntroduceerd in 1962, de allereerste echte SUV.

De Jeep is waarschijnlijk wél vernoemd naar een stripfiguurtje. In maart 1936 verscheen er een nieuw karakter in de Popeye-stripverhalen van E.C. Segar: Eugene the Jeep. Dit beestje, ter grootte van een hond, was afkomstig uit de vierde dimensie, en kon daardoor onzichtbaar worden en op een andere plek weer opduiken. Om deze reden zouden soldaten in WOII hun voertuig Jeep genoemd hebben, want het was ‘klein, kon zich tussen dimensies bewegen en kon onmogelijk lijkende problemen oplossen’.

Het bedrijf Willys werd in 1953 gekocht door de Kaiser-Frazer Corporation, en in 1963 veranderde het bedrijf zijn naam in Kaiser Jeep. Vervolgens kocht de American Motors Corporation Kaiser Jeep, om het te veranderen in de Jeep Corporation. Vanaf 1987 is Jeep onder de hoede van Chrysler.

Ook is het bekend dat het woord ‘jeep’ al eerder veelvuldig in het leger gebruikt werd, voor diverse nieuwe voertuigen, zoals een landbouwtractor en een Boeing-prototype voor de B-17 ‘Flying Fortress’.

kregen op 14 november 1940 een order voor 1500 voertuigen. Aangezien Ford over grote productiecapaciteit beschikte, wilde het leger de volgende orders graag aan Ford gunnen. Om hogere productieaantallen te halen en om te voorkomen dat door sabotage de productie stil kon vallen, was er echter nog een fabrikant nodig. Bantam en Willys boden tegen elkaar op en de productie werd aan Willys gegund. Uiteindelijk zou Willys meer dan 360.000 jeeps produceren en Ford ruim 280.000. Bantam had tot dan een kleine 2700 voertuigen afgeleverd. De rest van de oorlog zou Bantam nog aanhangers maken voor de jeeps: de Willys MB’s en Ford GPW’s. Auto’s zou het bedrijf echter nooit meer bouwen, waardoor het bedrijf dat aan de wieg stond van het ontwerp van de legendarische jeep na de oorlog failliet ging.

Willys na de Wereldoorlog De oorlogsjeeps waren buitengewoon succesvol. De Willys MB en de Ford GPW waren tezamen goed voor meer dan 640.000 exemplaren, die overal ingezet konden worden. Toen de oorlog voorbij was, maakte men dan ook dankbaar gebruik van de door de Amerikanen achtergelaten jeeps. Boeren konden ze bijvoorbeeld goed als tractor inzetten. Willys-Overland ging ondertussen vrolijk door met het bouwen van jeeps. Natuurlijk werd er doorontwikkeld, zodat we ook de Willys MC en MD kennen, goed herkenbaar aan de iets grotere koplampen vergeleken met MB. Daarnaast kwamen er civiele uitvoeringen. De eerste Civilian Jeep, op basis van de MB, werd de CJ-2A. Deze werd in de markt gezet als werkpaard op de boerderij met leuzen als “A ‘Jeep’ on the payroll saves money for you”. Naast de CJ-2A bouwde Willys ook de Willys Wagon, de Willys-Overland Truck en de Jeep Jeepster. De stationwagen en de pick-up werden tot in de jaren zestig geproduceerd, maar de Jeepster lag technisch achter op de concurrentie. De productie werd beëindigd na drie jaar en de auto is nu een zeldzaamheid.

Tegenwoordig heeft Jeep verschillende modellen, waaronder de Wrangler, die nog steeds gepresenteerd wordt als de directe afstammeling van de jeepjes die we uit de oorlog kennen.

Willys MB: een blijvertje In Europa waren na de oorlog zoals gezegd vele jeeps achtergebleven. Aanzienlijke aantallen waren nog in goede staat, of konden met onderdelen opgelapt worden. Toch was er vraag naar nieuwe militaire voertuigen. Het Franse leger startte een zoektocht naar een opvolger voor de Willys MB. Dit was lastiger dan gedacht. De grote Franse fabrikanten Renault en Citroën deden al niet mee, ze wilden zich richten op de civiele markt. Bij andere fabrikanten was in eerste instantie ook weinig behoefte. Alleen het bedrijf Delahaye ging met de opdracht aan de slag. Zij ontwikkelden een voertuig, vele malen moderner, sneller en comfortabeler dan de Willys. Resultaat: soldaten raakten overmoedig en reden tegen dingen op, of hadden klachten over zaken waar ze niet mee om konden gaan (er werd ook geen handleiding meegeleverd). Peugeot ging ook aan de slag, maar stuitte op tegenslagen. Uit-


18

Club WHEELS De vereniging WHEELS heeft het doel militaire voertuigen uit de periode 1940-1975 in stand te houden. Het is een vereniging van liefhebbers, geen re-enactmentclub (ze spelen geen veldslagen na), maar een speciaal soort oldtimervereniging. WHEELS telt ruim 500 leden, van wie een groot deel in Brabant woont. De voertuigen zijn divers: natuurlijk veel Jeeps, aangezien dit praktische autootjes zijn, maar er zijn ook lomp grote trucks, en alles daartussen. Via de vereniging helpen de leden elkaar met de technische aspecten van de hobby, maar natuurlijk organiseren ze ook de nodige ritten en evenementen. Daarnaast rijden WHEELS-leden regelmatig mee in herdenkingen, zoals op 18 september in Eindhoven.

eindelijk werd Delahaye overgenomen door Hotchkiss. Dat bedrijf kocht een licentie van Willys en bouwde simpelweg nieuwe jeeps, nu met de naam Hotchkiss. Niet alleen in Frankrijk werden nieuwe jeeps gebouwd, ook in ons eigen Lage Landje was de jeep populair. Op 28 mei 1955 rolde in Rotterdam de eerste Nekaf-jeep van de band. Nekaf stond voor Nederlandse Kaiser-Frazer Fabrieken NV, aangezien Willys-Overland toen onderdeel was van Kaiser-Frazer. De Nekaf-jeep was gelijk aan de Willys MD, een doorontwikkelde – maar nog altijd goed lijkende – versie van de originele Willys MB.

Voor de Jeepster moest echter plaats gemaakt worden door de eerste van de twee Jeeps. Naast de Jeepster staat een – eveneens eigenhandig gerestaureerde – Harley uit de Tweede Wereldoorlog. De heer Walraven weet duidelijk raad met oude voertuigen. Van de verschillende restauraties heeft hij veel geleerd. Zo heeft hij tijdens het uit elkaar halen van de Jeepster overal foto’s van gemaakt. Bij een gewone Willys is er nog voldoende documentatie als je het niet meer weet, maar bij de zeldzamere Jeepster ligt dat moeilijker. Verder heeft een lascursus geresulteerd in een lasdiploma, al doet hij het laswerk niet meer zelf. “Oud en nieuw plaatwerk aan elkaar lassen is lastig, dat leer je niet.” Dat laat hij dan ook over aan de vakman, net als revisie van de motor en bij de Jeepster het spuitwerk. “De Jeeps heb ik zelf gespoten, het is bij die auto’s niet erg als het niet perfect is, met die matte kleur en de vele popnagels. De Jeepster is een luxewagen, dus daar zie je elke fout.”

Met dank aan Joost Walraven

De liefhebber Een auto als de Willys kent natuurlijk ook nu nog vele liefhebbers. Ik spreek met Joost Walraven, vice-voorzitter van WHEELS (zie kader) en trotse eigenaar van onder andere een Willys MB, een echte jeep (zie ook Profiel op pagina 20). Zijn liefde voor de jeep begon al een hele tijd geleden, toen zijn buurman een jeep had. De auto sprak hem aan, en enige tijd later kon hij begin jaren ’80 via via een eigen jeep kopen. Deze jeep was afkomstig van de sloop, kon weliswaar rollen, maar de motor lag in de achterbak. Walraven begon aan zijn project. Vier jaar later had hij elk boutje en moertje van de jeep uit elkaar gehad en stond er een prachtige, eigenhandig gerestaureerde auto. Tijd voor een tweede. Met behulp van de opgeknapte eerste jeep kon dit nieuwe project versleept worden. Met de ervaringen van de eerste, werd ook deze tweede jeep netjes opgeknapt. Met twee opgeknapte jeeps was er duidelijk sprake van een passie en er volgde dan ook een nog unieker voertuig: een Jeepster uit ’49. De Jeepster werd door Willys geproduceerd na de oorlog als luxewagen voor het grote publiek. De auto was destijds niet erg succesvol, maar een blik op het exemplaar in de garage van de heer Walraven laat zien dat de auto een bijzonder plaatje was. De jeep-erfenis is duidelijk herkenbaar in de grille. De restauratie van de Jeepster heeft 6 jaar en een aanzienlijk bedrag gekost, maar het resultaat dan ook een 65 jaar oude auto in nieuwstaat.

De amfibie Van de Jeep zijn diverse speciale uitvoeringen uitgebracht tijdens de Oorlog, waaronder zelfs een zeswieler. Die uitvoeringen waren helaas niet buitengewoon succesvol, met uitzondering van de Ford GPA. Dit was een amfibie-uitvoering, waarvan nog significante aantallen in gebruik genomen zijn, ook door de brandweer. De bouw van een amfibie betekent echter altijd compromissen, waardoor je een voertuig krijgt dat weliswaar op land en water kan, maar op beide niet excelleert. De GPA presteerde toch nog behoorlijk, maar het voornaamste probleem vormden de hoge rivieroevers in Europa, waardoor het lastig uit het water komen was. De GPA’s zijn dan ook voornamelijk ingezet aan het Russische front. Er zijn zo’n 12.800 exemplaren gebouwd.


GEZOCHT: GRENSVERLEGGERS M/V

“Binnen vier maanden een commercieel product ontwikkelen” Nuur Nuur, Product Developer IHC Merwede is wereldmarktleider in de bouw van gespecialiseerde schepen voor natte mijnbouw- en baggeractiviteiten en een belangrijke speler op het gebied van complexe custom-built offshore schepen. Daarnaast ontwikkelen we voor alle schepen die we bouwen geavanceerd equipment en bieden we life cycle support. Dit realiseren we dagelijks met ruim 3.000 collega’s in binnen- en buitenland. Werken bij IHC Merwede betekent dat je de kans krijgt om alles uit jezelf te halen en groter te worden in je vak. Uitstekende arbeidsvoorwaarden zijn bij ons standaard. Net als ruimte om jezelf te ontwikkelen en de kans op doorstroming naar hogere functies, in Nederland of bij een van onze vele buitenlandse vestigingen. Bij ons ga je het maximale uit jezelf halen. En dat is een garantie! Kijk op www.ihcjobs.nl voor meer informatie over stages, afstudeeropdrachten en werkstudenten.

INNOVATE YOURSELF@ ihcjobs.nl


20

Profiel: Willys MB ‘Jeep’

Robuust, functioneel, leuk

Het is meteen duidelijk, de Willys is een robuuste machine. In alles straalt de Jeep functionaliteit uit. Bij de eerste ontmoeting met het exemplaar van liefhebber Joost Walraven (zie ook het artikel op pagina 16 van deze Ster) laat hij zien hoe praktisch de motorruimte is, duidelijk gemaakt voor makkelijk sleutelen. De koplampen kun je naar binnen omklappen, waardoor ze de motorruimte verlichten. Jules Frints Willys is offroad Vierwielaandrijving was natuurlijk essentieel voor het door het Amerikaanse leger gewenste voertuig. De Willys is hier vanzelfsprekend van voorzien, maar alleen in het terrein. Op asfalt is het aan te raden de vierwielaandrijving uit te zetten, waardoor het vermogen alleen naar de achterwielen geleid wordt. Doe je dat niet, dan resulteert dat in een bijzonder weggedrag: tussen de voor- en achteras ontbreekt namelijk een differentieel. De assen die naar voor en achter gaan koppelen beide direct aan de versnellingsbak, waardoor ze dus hetzelfde aantal toeren maken. Voor en achter draait alles dus even hard, terwijl dat bij een bocht op asfalt niet bepaald optimaal is. Overigens zijn er wel differentiëlen tussen links en rechts. De banden op de Jeep hebben het originele profiel. Het valt op hoe smal de bandjes zijn en hoe veel ruimte er rond de wielen is. Ook zijn de wielen ver naar voren en naar achteren geplaatst, een powered by:

geringe overhang was immers ook nodig om de gewenste hellingshoek van 45° (!) aan te kunnen.

Willys is militair Zoals het een militair voertuig betaamt, is ook de Willys uitgerust met een paar handige gadgets. Zo zijn er ‘black-out lights’: om ’s nachts ongezien te kunnen blijven voor vijandige vliegtuigen kan er een schakelaar omgezet worden, zodat in het interieur slechts twee kleine, van boven afgedekte lampjes branden en de koplampen reduceren tot smalle streepjes. De Willys van Walraven heeft deze koplampfeature helaas niet, omdat hij anders niet legaal aan het Nederlandse wegverkeer mag deelnemen. Een andere nuttige functionaliteit is het neerklappen van de voorruit. Deze kan naar voren plat op de motorkap geklapt worden, wat buitengewoon praktisch is als je je grote machinegeweer goed moet kunnen richten.


21

Simon Ster 45.3 | april 2014

Specificaties

Willys MB ‘Jeep’

Motor

Willys ‘Go Devil’ 2.199 cc viercilinder in-lijn

Vermogen (pk)

60

Aandrijving

Achterwielaandrijving of 4WD, schakelbaar met hendel

Versnellingen

3 versnellingen, plus keuze hoge of lage gearing

Topsnelheid (km/h)

105

Bodemvrijheid (m)

0,22

Maximale hellingshoek

45°

Verbruik (km/liter)

8,5

Nieuwprijs ($)

1262,- (in 1948)

Maar hoe rijdt dat dan? Om daar achter te komen, halen we de Jeep van Walraven uit zijn stalling. Direct wordt duidelijk hoe praktisch de auto is: rondom zitten op zes plekken handvatten, waaraan we de machine naar buiten trekken. Voordat er gereden kan worden, moet onder de motorkap het brandstofpompje even handmatig bediend worden, zodat de brandstoftoevoer ook na lange stilstand op gang kan komen. Eenmaal in de hoge Jeep gestapt, kan er gestart worden met choke en een starter, een knop rechts van het gaspedaal. De knop wordt ingetrapt en de motor slaat aan. Direct hoor je het zware, militaire geluid van de 2,2 liter ‘Go Devil’ viercilinder, een indrukwekkend geluid voor zo’n klein autootje. Automatisch voel ik naar een riem. “Ja, doe de deur maar dicht, anders is het zo koud,” wijst de heer Walraven mij op de functie ervan: de riem dient niet als gordel, maar als deur. De cabrio komt van zijn plek op deze zonnige winterdag. Onderweg vertelt Walraven dat de tweede en derde versnelling gesynchroniseerd zijn, maar de eerste niet. Als ik straks het stuur overneem, mag ik dus alleen terugschakelen naar de één als de auto volledig stilstaat. Verder gaat het hier natuurlijk om 70 jaar oude techniek, dus de pook dient rustig bediend te worden, tussengas geven is dan niet nodig. Ook is het opletten dat waar normaal de eerste versnelling zit, de Willys achteruit zal gaan. De één zit vervolgens waar tegenwoordig de twee zit, enzovoort.

Offroad geweld Aangekomen bij een geschikte landweg, mag ik het stuur overnemen. Het dunne, metalen stuurwiel glijdt langs mijn stoffen handschoenen en die gaan dus uit. Het is eventjes wennen aan het ontbreken van rembekrachtiging en het feit dat het stuur niet vanzelf terugdraait. Het went echter snel, en al snel voel ik me een woeste offroad-kunstenaar als we over de landwegen en glooiende grasvelden door het bos rijden. powered by:

De hoge Willys hoeft zijn vierwielaandrijving hier niet aan te spreken en hobbelt vrolijk door kuilen en plassen. Bij de oever van een meer bedwing ik een heuvel om de Jeep voor de foto te positioneren. Dit is het echte rijden!

Geliefde veteraan Tijdens de fotosessie bij het meer komen er een aantal wandelaars langs. Een zoontje wijst zijn vader op wat voor leuke auto daar staat, een kind raakt gefascineerd door de asmoer van een voorwiel en vrouwen met kinderen vragen nieuwsgierig naar de auto. Als ik de Jeep weer over de heuvel naar de landweg rijdt, wijst Walraven, te voet, mij erop hoe stoer het eruit ziet. Het is duidelijk: de Willys is een voertuig dat iedereen, om wat voor reden dan ook, aanspreekt. Een stoer, terreinwaardig monster? Een schattig ogende oorlogsheld? De Jeep is het allemaal.

Koning van het asfalt Op de terugweg blijkt de terreinwaardige Willys zich ook buiten zijn natuurlijke habitat goed te gedragen. Het golvende asfalt laat wel merken dat comfort geen prioriteit had: er is geen sprake van comfortabele vering, en de stoeltjes zijn hard, bekleed met stof. Dat is niet erg, de charmes van de Jeep zijn de functionaliteit, de eenvoud en zijn stoere looks. Toch vertelt Joost Walraven dat hij met de kleine 4x4 naar Normandië is gereden bij de 60-jarige herdenking van D-Day. Hij deed er twee dagen over, met de nodige pauzes om zijn rug op adem te laten komen na het Belgische asfalt.

Conclusie De Willys MB, de Jeep, is een icoon. Weinig auto’s hadden zo’n grote impact op de wereldgeschiedenis. Kom je er een in levenden lijve tegen, dan waardeer je de machine des te meer. Alles aan de auto is functioneel en robuust, het is een pure machine. Hij is weliswaar wat fris in de winter, maar daarvoor biedt de auto iets wat oldtimer-eigenaren zoeken in hun auto: beleving. De beleving van het ‘echte rijden’, waarbij de Jeep dit ook nog in het terrein waar kan maken. Met zijn kleine formaat en uiterlijk spreekt de Jeep iedereen aan. Het exemplaar van Walraven is ook nog eens zeer grondig gerestaureerd, waardoor de auto alles biedt wat je van een hobby verwacht: plezier.


22

Staut: Tau verklaart de oorlog aan de dommigheid en presenteert het studentenmanifest voor de privacy

Rhetoricadispuut Tau is een onafhankelijk werktuigbouwkundig dispuut. Zoals de naam al aangeeft houdt het dispuut zich bezig met de rhetorica, oftewel de welsprekendheid. De leden van het dispuut gaan minstens één keer per maand met elkaar in debat over diverse onderwerpen. Ze willen deze debatten graag met u delen, derhalve wordt er hier een onderwerp besproken dat zij in een van hun debatten hebben behandeld. Johan Freens Wij, het Rhetoricadispuut Tau, zullen in dit artikel binnen het thema oorlog blijven – door de redactie van kwaliteitsblad de Simon Ster aangereikt. Wij verklaren in dit artikel namelijk de oorlog aan de dommigheid. Onder dommigheid verstaan wij: niet genuanceerde opvattingen (zoals die van schapen met garnalenhersens). Andere vormen van dommigheid kennen wij niet en blijven hier dan ook onbesproken.

Begonnen is dat gepalaver toen het grootschalig bespioneren van burgers door hun overheden aan het licht is gekomen, en vooral sinds de berichtendienst Whatsapp door de sociaalnetwerkwebsite Facebook is overgenomen. In dit artikel willen wij onze medestudenten bewust maken van hun dommigheid; misschien zal het storende, dagelijkse schapengeblaatgehalte daarmee verminderen. Enfin, nu gaan wij echt beginnen.

Nu zult u zeggen, in al uw bescheidenheid, dat academische studenten, zoals u en wij, niet dom zijn. Helaas. Hier hebt u het mis (en hier gaat u dus al in de fout); dit is namelijk wel het geval. Inmiddels vraagt u zich ongetwijfeld af: “Waar heb je het over?”. Dat zullen wij uitleggen.

Intermezzo: met deze introductie proberen wij u overigens geenszins te manipuleren door u als onbenullig te bestempelen als u het niet eens bent met de stelling die hieronder zal worden ingenomen door het dispuut. Slechts schapen laten zich manipuleren. In de rhetorica wordt dit ook wel bewijs per intimidatie genoemd.

Wij zijn ons vooral bewust geworden van genoemde dommigheid sinds de recente discussie omtrent privacy is losgebarsten.

Iedereen weet wel dat tegenwoordig uw leven op straat ligt. Het is dan ook overbodig om u uw gebrek aan privacy uit te gaan uit-


23

Simon Ster 45.3 | april 2014

leggen. Voor de compleetheid van dit artikel doen wij dit toch: uw locatie wordt constant bijgehouden (telefoon, ov-chipkaart); de mensen met wie u omgaat (Facebook); uw e-mail wordt gescand en uw telefoon afgeluisterd (AIVD); uw betalingsverkeer wordt gevolgd (bank en belastingdienst); uw boodschappenvoorkeur wordt bijgehouden (Albert Heijn); en uw internetbezigheden worden volledig gevolgd (Google). Wij kunnen zo nog wel even doorgaan. Met de beveiliging van deze gegevens wordt zeer lichtzinnig omgegaan; bovendien zijn deze data ongeacht de beveiliging verkrijgbaar voor minister Plasterk en zijn compagnons (vaak zonder tussenkomst van een rechter). Omtrent deze zaken horen wij regelmatig een onzer medestudenten zeggen: “Ik heb niks te verbergen; iedereen mag dus alles van me weten”. Hiermee zijn wij het niet eens. U heeft namelijk wél wat te verbergen! Wij zullen u in dit artikel het belang van privacy uitleggen en pleiten voor een strengere privacywetgeving. We zullen dit doen met echte argumenten en de gevoelsargumenten (“u heeft recht op een eigen identiteit!”, en meer van dat schapengeblaat) achterwegen laten. Laten we een gedachten experiment doen: stelt u zich eens voor dat u geen enkele privacy heeft. Dit betekent dat iedereen alles van u weet. Overal en altijd dezelfde identiteit, dat staat u te wachten. Geen enkele mogelijkheid uw rol aan te passen aan de context van uw opereren. We zullen dit illustreren met een gemiddelde student werktuigbouwkunde. Bij zijn schoonmoeder (het is weekend) is hij een voorbeeld van matigheid en bescheidenheid. Hij is in voor een grapje en bovendien toont hij een bovengemiddelde interesse in de kookrecepten van zijn schoonmoeder. Ze vind hem hierdoor erg aardig: de ideale schoonzoon.

(reductio ad absurdum). De realiteit is zo, dat het alleen de overheid is die precies weet wat je doet, en dat een medestudent (of schoonmoeder) slechts de voor hem of haar bedoelde informatie zal krijgen”. We zullen hierop reageren. U heeft inderdaad gelijk. Wij lieten ons even gaan. Maar een overheid die alles weet, is ook ongewenst. We zullen dit uitleggen. U gaat er vanuit dat de overheid intrinsiek integer is. Als dit zo zou zijn, dan heeft u gelijk; dan heeft u inderdaad niks te verbergen voor de overheid. Is dit het geval? Nee, dit is niet het geval. Kijk maar naar andere welvarende landen zoals Rusland, Cuba, Venezuela, Turkije, etc. Hier gelden wetten die door grote delen van hun bevolking niet worden gezien als rechtvaardig. U weet niet, net zoals wij, welke overheid Nederland in de toekomst zal hebben. Als de overheid alles van u weet, dan wordt het een stuk moeilijker om te protesteren of burgerlijke ongehoorzaamheid te tonen. U wordt dan namelijk al gearresteerd voordat u dit heeft kunnen doen. Een autoritair bestuurd Nederland komt dan dichterbij; dat wilt niemand. Strengere privacybeschermende maatregelen zijn dus nodig om ons te behoeden voor onze eigen, potentieel niet rechtvaardige overheid. Denkt u dat dit artikel veel gescheer en weinig wol bevat (Brabants voor veel geschreeuw en weinig wol) en bent u nog steeds niet overtuigd, dan gaan we graag met u de peripatetische discussie aan in de uitnodigende gangpaden van onze onvolprezen faculteit. Kortom: leve het leven, leve de privacy. Met peripatetische groet, Rhetoricadispuut Tau.

Bij zijn medestudenten (het is dinsdagavond) is hij een arrogante, gulzig zuipende, rokkenjagende kwal die slechts diepvriespizza’s eet. Een grapje veroordeelt hij snedig met een neerbuigend weerwoord. Zijn medestudenten vinden hem hierdoor erg aardig: de ideale medestudent. Wat u hierboven leest is geen hypocrisie. Dit is slechts het aanpassen van iemand aan de situatie waarin hij opereert. Zonder privacy, en dus met volledige openheid van zijn eigen denkwereld, is zoiets niet mogelijk. Er zal dan onoplosbare frictie zijn tussen de student, zijn schoonmoeder en zijn medestudenten. Dit is uiterst ongewenst. Op grotere schaal zal het zelfs niet meer mogelijk zijn voor mensen om samen te werken. Oorlog (het thema van deze Simon Ster) zal heersen. Mars overwint Venus. Wie wil dat nou? Ik hoor u al denken: “Jullie passen wederom een rhetorisch trucje toe: jullie overdrijven het gemis aan privacy tot in het absurde


24

Frietje Oorlog

Een ongezouten uiteenzetting Oorlog Voorheen benoemden sommige personen deze specialiteit ook wel patatje ‘Kosovo’ als verwijzing naar de oorlog die daar op dat moment woedde. De Kosovo-oorlog vond plaats van 1996 tot 1999 bij het tekenen van de Overeenkomst van Kumanovo en het terugtrekkende Servische leger. Het valt te betwisten of een ander benaming van de specialiteit kan worden gegeven afhankelijk van de oorlog die op dat moment afspeelt. Bovendien brengt dit onduidelijkheid met zich mee voor de medewerkers in een frietzaak .

Veel Nederlanders bestellen wel eens friet bij een frietkraam of bereiden het gerecht zelf. De meeste mensen voegen verschillende soorten saus toe voor extra smaak. Over het bestaan van de combinatie van friet en oorlog wordt in dit artikel meer verteld. Willem Prajitno Herkomst van friet Spanje heeft in de 16e eeuw een eeuwenoude cultuur uit ZuidAmerika, die van de Inca’s, weggevaagd. Ondanks de gruweldaden, hebben de Spanjaarden ook iets positief bijgedragen aan de samenleving. Ze namen een plant mee die door de Zuid-Amerikanen van die tijd ‘papa’ werd genoemd. In Europese landen is de benaming uiteindelijk verbasterd tot ‘potato’ (‘po-tee-to’), ‘potahto’ (‘po-taa-to’), patatas of patate. Dit moet niet worden verward met de term pomme de terre die afkomstig is uit het Latijn. Pomme de terre betekent letterijk aardappel en pommes frites wat hetzelfde betekent als frites. De term patates frites betekent letterlijk gefrituurde aardappelen. Ondertussen is de term in de Lage Landen opgesplitst in patat en friet, dat verschilt per regio. Het valt te betwisten of dit gerecht is uitgevonden door de Belgen of Fransen. De friet, zoals de Zuiderlingen dat noemen of patat door de Noordelingen, wordt wereldwijd geserveerd door en voor de bevolking. In fastfoodketens en restaurants wordt het meestal als bijgerecht geserveerd terwijl friet in snackbars, cafetaria’s of ‘frietkotten’ een hoofdgerecht is. Een simpel gerecht dat er mede verantwoordelijk voor is dat sommige mensen kampen met overgewicht.

Bij het uitspreken van frietje ‘oorlog’ zullen velen denken aan satésaus, mayonaise en rauwe uitjes over de friet. Met dank aan de Nederlandse kolonisatie van Oost-Indië is het satégerecht beschikbaar in Nederlands-Chinese (afhaal)restaurants. Die drie toppings symboliseren namelijk een gewelddadige combinatie van drie overheersende smaken die leidt tot een goed smaakcompromis. Bovendien schrikt een friet ‘oorlog’ veel mensen af om het eens te proeven, een deel van de bevolking houdt namelijk niet van de ‘ongewone’ combinatie op de friet. Uit ervaring blijkt dat verwarring van toppings naast het afschrikken, ook woede in mensen kan veroorzaken. Let dus goed op bij het bestellen bij een friettent dat de terminologie voor ‘oorlog’ kan verschillen per regio en sommige mensen boos worden als ze uitjes bovenop de friet krijgen. Om de terminologie over friettoppings uit te breiden, dient in geval van een friet ‘kernoorlog’, curry te worden toegevoegd. Friet ‘rotzooi’ is een synoniem voor ‘kernoorlog’ dat algemeen bekend is in heel Nederland. Even terzijde, uit persoonlijke ervaring kan hachee ook worden toegevoegd aan een frietje ‘oorlog’. Aan deze excellente combinatie heeft de auteur nog geen benaming gegeven. Frietje ‘oorlog’ is een delicatesse die toebehoort aan de Nederlandse cultuur en ervoor zorgt dat de meeste buitenlanders hun wenkbrauwen fronsen bij het zien van een frietje of patatje ‘oorlog’, want niet iedereen houdt daarvan.


25

Samoerai

Simon Ster 45.3 | april 2014

Hirumanai!

De samoerai waren de ridders van Japan van omstreeks de 9e tot het eind van de 19e eeuw. Ongetwijfeld heb je van deze strijders gehoord of heb je ze gezien in films, zoals ‘The Last Samurai’. Ook zonder Tom Cruise waren deze strijders interessant genoeg om een stukje over te schrijven. Mathijs Vermeulen De samoerai (letterlijk: hij die dient) ontstonden toen belangrijke families, de clans, zich beter wilden beschermen. Dit was nodig omdat andere clans hun macht wilden uitbreiden. Naarmate de tijd verstreek werden deze dienaars steeds professioneler. Zo werd de kunst van het Japanse zwaardvechten ontwikkeld. Naast het harnas dat een samoerai droeg, hoorde de dolk (tanto), het korte zwaard (wakizashi) en het samoeraizwaard (katana) ook bij de standaard uitrusting. Deze wapens waren zo belangrijk, dat rituele zelfdoding (seppuku) vaak nog de enige uitweg was om zijn eer te redden als een krijger zijn wapen verloor.

er dus een hoop krijgers zonder werk te zitten. Degenen die geen zelfmoord pleegden, zochten hun heil in het verkopen van vechttechnieken. In deze periode ontstonden er veel scholen, waar de ongewapende technieken van de samoerai werden onderwezen. De verzamelnaam van deze scholen is ‘Ko-Ryu’, wat letterlijk ‘oude school’ betekent. De verzameling van deze technieken noemen we tegenwoordig ‘Jiujitsu’, wat ‘zachte techniek’ betekent. Het is een algemene misvatting dat die technieken Keizer Meiji echt zacht zijn, het is namelijk geen yoga en de technieken die beoefend werden, waren stuk voor stuk gemaakt voor het uitschakelen van een vijand in het gevecht. Het woord ‘zacht’ moet je hier lezen als meegevend. Door mee te geven met de kracht van een tegenstander, kost het jezelf minder energie om te overwinnen. In deze periode waren er veel verschillende Ko-Ryu, allemaal met een andere specialiteit. Zo was bijvoorbeeld ‘Kito-Ryu’ gespecialiseerd in werptechnieken, ‘Tenjin-Shinyo-Ryu’ was gespecialiseerd in klemtechnieken. Het was in deze periode van Japanse verwesterlijking dat men de interesse in de vechtkunsten verloor. Rond deze tijd maakten de oorspronkelijke vechtkunsten plaats voor een nieuwe trend. Jigoro Kano bestudeerde het Jiujitsu van verschillende scholen en creëerde het welbekende judo. Morihei Ueshiba deed iets soortgelijks en maakte aikido, respectievelijk de meegevende weg en de weg van het harmoniseren met energie. Dit zijn ‘vecht’kunsten waar niet alleen het fysieke aspect, maar ook het mentale aspect een grote rol speelt. Hieronder vallen bijvoorbeeld respect voor je tegenstander en wederzijds welzijn. Deze martiale kunsten worden nu in veel landen over de hele wereld beoefend. Zo werd het erfgoed van de samoerai gemeengoed.

Het leven van een samoerai stond in het teken van dienen. Als hij niet in oorlog was, dan werd de hele dag besteed aan het trainen van de zwaardvaardigheid en het ongewapend gevecht. Die zwaardvaardigheid vergde erg veel precisie, gezien een vermeende tegenstander van top tot teen bekleed was met een harnas. Er waren maar een paar plekken waar men effectief op kon slaan, bijvoorbeeld de polsen, of onder de oksels. Zo’n slag moest dan ook in een keer goed gaan, want door aan te vallen stel je jezelf erg kwetsbaar op. In de praktijk telde een zwaardgevecht vaak niet meer dan drie slagen. Dat is wat anders dan wat films ons doen geloven. In 1873 heeft keizer Meiji alle samoerai ontheven uit hun functie en ontnam hij ze de rechten die ze verworven hadden. Dit ten gunste van een moderner, westers leger. In deze periode kwamen

Jigoro Kano


26

Wunderwaffen

Wapens die de Tweede Wereldoorlog anders hadden moeten laten aflopen

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kwamen een paar van de meest vooraanstaande ingenieurs ter wereld uit Duitsland. Hun talenten werden door de nazi’s aangewend voor het bouwen van een modern leger. Wetenschappers en industriëlen bedachten ideeën voor wapens die de oorlog in het voordeel van NaziDuitsland moesten beslissen. In dit artikel zullen, na een kleine inleiding, een paar van deze projecten worden behandeld. Bas Raes Blitzkrieg! Duitsland was al jaren van tevoren begonnen met de voorbereiding op wat uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog zou worden. De militaire staf kreeg de vrijheid om het leger opnieuw te organiseren en zich te bekwamen in nieuwe gevechtstactieken. Deze tactiek zou bekend komen te staan als de Blitzkrieg. Het idee achter deze tactiek was om met een goed gecoördineerde aanval een bres te slaan in de vijandelijke linies en vanaf daar door te breken. Of zoals een Duitse generaal het beschreef: ‘klotzen nicht kleckern’ (erop los beuken zonder aan te kloppen). Vooral in het begin van de oorlog leverde dit grote successen op voor het Duitse leger. Om deze Blitzkrieg te laten werken was het wel noodzakelijk dat het Duitse leger beschikte over het juiste materieel. Dit betekende vooral dat er genoeg degelijke voertuigen moesten zijn om snel toe te kunnen slaan. De oorlogsindustrie zorgde ervoor dat de Duitsers konden beschikken over uitstekende tanks, pant-

serwagens en vliegtuigen. De superioriteit van enkele van deze Duitse producten droeg voor een groot deel bij aan het succes van de Blitzkrieg.

De omslag Door een reeks foute beslissingen, blunders en tegenslagen kantelde het momentum naar de geallieerden. Naarmate de oorlog voortduurde begon het er steeds slechter uit te zien voor de nazi’s. Onder druk hiervan werd Hitler steeds krankzinniger met als gevolg dat hij steeds absurdere eisen begon te stellen. Samen met een handvol kopstukken bepaalde hij dat er veel tijd moest worden gestoken in enkele projecten, de zogenaamde wonderwapens. Deze moesten ervoor zorgen dat het tij gekeerd werd en Duitsland alsnog zou winnen. Ironisch genoeg versnelden sommige van deze projecten waarschijnlijk de ondergang van het Derde Rijk, aangezien er onevenredig veel capaciteit aan gespendeerd werd.


27

Simon Ster 45.3 | april 2014

Er kwam echter wel een aantal bijzondere ideeën uit de koker van deze programma’s. Duitse wetenschappers bedachten de vliegende bommen V1 en V2 (zie kopje ‘Ook Interessant’), die veel invloed zouden hebben op de latere ruimtevaart. Ook zijn er ideeën geweest voor helikopters, superkanonnen, geavanceerde handwapens en luchtafweergeschut. Daarnaast lieten de Duitsers ook een sterk staaltje bouwkunst zien met de constructie van de ‘Atlantik wall’. Dit was een linie van verdedigingswerken langs de Atlantische kust dat zich uitstrekte van Zuid-Frankrijk tot Noorwegen en dat bedoeld was om een geallieerde invasie tegen te houden. Zoals eerder vermeld zullen er nu een paar projecten worden behandeld, dit zijn onderdelen die over het algemeen wel succesvol waren. Deze wapens hebben gemeen dat ze individueel vaak beter waren dan hun opponenten, maar door slecht gebruik, onvoldoende training en een tekort aan grondstoffen werd hun potentieel vaak niet ten volste gebruikt. Vaak werd er na de oorlog wel dankbaar gebruik van gemaakt door de geallieerden en ingezet in de Koude Oorlog.

Tanks Gedurende de Eerste Wereldoorlog waren tanks op het strijdtoneel verschenen. De Duitse legerleiding was toen echter niet overtuigd van het potentieel van dat nieuwe wapen met als gevolg dat de Duitsers achterliepen. Later zou men moeten toegeven dat dat een inschattingsfout was geweest. Toen Hitler en de zijnen aan de macht kwamen, beseften zij zich dat de tank cruciaal was in moderne oorlogsvoering. Hitler richtte het Panzerwaffe op en gaf opdracht tot het produceren van grote hoeveelheden tanks. De pantserdivisies kregen een prominente rol in de Duitse oorlogsvoering. Ondertussen had ook de ontwikkeling van de tank niet stilgestaan in Duitsland. Men was begonnen met het bouwen van grotere tanks die met grotere kanonnen konden worden uitgerust. Zeker in vergelijking met de tanks van de geallieerden uit die tijd. Het maakte de Duitse tanks gevreesde tegenstanders. Tijdens de invasie van de Sovjet-Unie kwamen de nazi’s er echter achter dat hun tanks ook gestopt konden worden. Hoewel het initiële succes in Rusland enorm was, lukte het de Duitsers niet om de SovjetUnie te verslaan. De Sovjets vochten daarna hard terug met tanks die zich konden meten met hun Duitse tegenhangers, maar misschien nog wel belangrijker: ze waren met veel meer. Daarnaast hadden de Sovjets hulp van een vriend die ze tegen Napoleon ook al te hulp was geschoten: Generaal Winter. Gebaseerd op ervaringen van het slagveld werden de Duitse tanks verder doorontwikkeld. Dit leverde twee van de meest iconische tanks uit de geschiedenis op: de Panther-tank en de Tiger-tank. Deze twee tanks werden halverwege de oorlog geïntroduceerd en toonden de Duitse technische superioriteit aan. Ze waren beter bepantserd en beschikten over zwaardere kanonnen. Het zou tot het eind van de oorlog duren vooraleer de geallieerden tanks ten tonele brachten die gelijkwaardig waren. Er doet

een verhaal de ronde over een variant van de Tiger die een stuk of 30 Amerikaanse voertuigen uitschakelde alvorens te worden vernietigd door een jachtbommenwerper. Dat verhaal illustreert ook meteen een van de grootste problemen van de Duitse tanks aan het einde van de oorlog. De Duitse luchtmacht stelde niet meer zoveel voor en dus konden ze de tanks niet verdedigen voor aanvallen vanuit de lucht.

Groot, groter, grootst Hitler was een liefhebber van grote ontwerpen en dat ging zeker ook op voor tanks. Zijn enthousiasme werd gedeeld door enkele vooraanstaande industriëlen. Het leverde een opvolger voor de Tiger op, de Tiger 2. Deze tank was wederom groter en zwaarder dan zijn voorgangers en kon zonder moeite de zwaarste geallieerde tank aan. Zijn grote omvang gaf echter wel problemen met betrouwbaarheid en veldprestaties, toch hield het nog niet op bij deze Köningstiger. Er moesten namelijk nog grotere tanks komen. Sommige ontwerpen behelsden gigantische tanks zoals de Ratte, die 1000 ton zou gaan wegen. Veel van die ontwerpen kwamen echter niet verder dan het ontwerpstadium. De zwaarste variant waarbij men ook nog toegekomen is aan het bouwen van prototypes was de Maus, die net geen 200 ton woog. Dat gewicht zou in gevechtsituaties al voor de nodige problemen hebben gezorgd, aangezien er bijna geen bruggen waren die dat gewicht aan zouden kunnen. Andere problemen waren het verplaatsen over geaccidenteerd terrein en het enorme brandstofverbruik.

Een buitgemaakt prototype van de Maus-tank. Door de persoon naast de tank kunt u een indruk krijgen van de grootte van deze kolos.

Tot dusver is deze Maus nog altijd de zwaarste tank die daadwerkelijk is gebouwd, maar de tank is de Duitse zaak nooit ten goede gekomen. Er werd kostbare ontwerp- en fabricagecapaciteit in gestoken zonder dat er ooit sprake is geweest van een bruikbaar wapen.

Vliegtuigen In de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog hadden legers een stuk minder behoefte aan vliegtuigen. Hierdoor kwam de ontwikkeling van het gevechtsvliegtuig op een wat lager pitje te


28

staan. Mogendheden hadden hun handen vol aan andere urgente zaken en betere vliegtuigen werden bijzaak, toch vond er wel de nodige ontwikkeling plaats in de luchtvaart. Zo slaagden luchtvaartpioniers erin om steeds grotere afstanden af te leggen en de eerste lijndiensten werden opgezet. Vanuit militair oogpunt vonden de meeste ontwikkelingen in Duitsland plaats. In de tijd voor Hitler waren enkele van de meest invloedrijke figuren in Duitsland oud-piloten uit de Eerste Wereldoorlog de ontwikkeling van gevechtstoestellen stimuleerden. Ook toen Hitler aan de macht kwam, bleef de luchtmacht belangrijk. Naast een sterke conventionele luchtmacht, leverde dit ook een aantal interessante nieuwe ontwerpen op.

Straalvliegtuigen In de jaren dertig slaagden Duitse wetenschappers er al in om een werkende straalmotor te bouwen. Enkele vliegtuigfabrikanten zagen het potentieel van deze nieuwe technologie en begonnen met het ontwerpen van vliegtuigen met deze nieuwe motor. Al vrij snel slaagde men erin om een vliegtuig te produceren dat kon vliegen, maar daarmee was het straalvliegtuig nog niet klaar voor het slagveld. De nieuwe techniek was erg complex en het vereiste veel expertise om er mee om te kunnen gaan, zowel voor de mecaniciens als de piloten. Uiteindelijk zouden de nazi’s drie straalvliegtuigen (twee jagers en één bommenwerper) operationeel krijgen, met redelijk succes. In de lucht bleken de Duitse straaljagers superieur aan hun opponenten in zowel snelheid als bewapening. De bommenwerper was slechts in zeer kleine getalen beschikbaar en werd meestal gebruikt voor verkenningsdoeleinden, maar het bleek wel dat het haast onmogelijk was om de bommenwerpers in de lucht te onderscheppen. De geallieerden kwamen er al gauw achter dat het effectiever was om de straalvliegtuigen aan te vallen terwijl ze op de grond stonden of tijdens het landen en opstijgen in plaats van de directe confrontatie te zoeken.

De geallieerden waren waarschijnlijk niet eens het grootste probleem voor de Duitse vliegtuigen. De nieuwe techniek had de nodige kinderziektes en ook was er nog betrekkelijk weinig ervaring met het bouwen van vliegtuigen die opereerden bij de snelheden die gehaald konden worden met straalmotoren. Daarbovenop waren grondstoffen schaars in Duitsland aan het eind van de oorlog, wat de kwaliteit van de vliegtuigen niet ten goede kwam. Onbetrouwbaarheid veroorzaakte dus ook een groot deel van de verliezen bij de Duitse straalvliegtuigen. Ten slotte was er in Duitsland ook een chronisch tekort aan goed opgeleide piloten, aangezien het merendeel al snel sneuvelde in de strijd. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog stonden de Amerikanen en Sovjets in de rij om de hand te leggen op de technologie van de straalvliegtuigen. Dankbaar maakten beide landen gebruik van de Duitse expertise bij het bouwen en verbeteren van hun eigen straalvliegtuigen. Duitse geleerden konden vaak na de oorlog in dienst treden bij de luchtmacht van een van beide landen.

Amerika Bomber Vanaf 1941 was Duitsland ook in oorlog met de Verenigde Staten, die in het begin vooral de Britten ondersteunden met voorraden. Om deze aanvoer te stoppen werden voornamelijk onderzeeërs ingezet om transportschepen aan te vallen. Als ondersteuning van de onderzeeërs in de Atlantische Oceaan wilde de Duitse marine een vliegtuig hebben dat een passend bereik had. Daarnaast had men het idee om aanvallen uit te voeren op de Amerikaanse oostkust met bommenwerpers. Daartoe werd een aantal vliegtuigen ontworpen, veelal grote zesmotorige vliegtuigen, met bereiken van 10.000 kilometer en meer. Het project werd uiteindelijk afgeblazen omdat het te kostbaar bleek. Toch doen er verhalen de ronde over Duitse vliegtuigen die over New York hebben gevlogen, al wordt de echtheid van de verhalen betwist.

Duikboten Het Duitse onderzeebootprogramma bestond al lang voor de nazitijd, gedurende de Eerste Wereldoorlog liepen de Duitsers al voorop met de ontwikkeling van de onderzeeër. Het hoofd van de Duitse marine ten tijde van het uitbreken van die oorlog was geïnteresseerd in onderzeeërs. Daarnaast was de technologie rond die tijd zover gevorderd dat men ook daadwerkelijk in staat was om er serieuze wapens van te maken. De bruikbaarheid van de U-boten was in eerste instantie beperkt, omdat men door gelimiteerde accu- en zuurstofcapaciteit niet lang onder water kon blijven. De techniek stond nog in de kinderschoenen en eigenlijk gold dit ook voor tactieken met onderzeeërs. Toch behaalden de Duitsers het nodige succes met hun U-boten, voornamelijk vanwege het feit dat de geallieerde commandanten niet wisten hoe ze zich moesten verdedigen tegen dit nieuwe wapen. Uiteindelijk droeg de onbeperkte onderzeebootoorlog wel in grote mate bij aan het feit dat de Verenigde Staten zich in de oorlog mengden, hetgeen het lot van Duitsland in de oorlog bezegelde.

Een Messcherschmit 262 die opgesteld staat op een landingsbaan, eigenlijk de meest kwetsbare positie voor het toestel.

Na de Eerste Wereldoorlog werd via het verdrag van Versailles bepaald dat de Duitsers geen onderzeebootmarine meer mochten


29

Simon Ster 45.3 | april 2014

van de aanvallen van de U-boten, maar deze kon nu onderschept worden en tegen ze worden gebruikt. Daarnaast ontwikkelden de geallieerden geavanceerdere radar en sonar, waardoor men de onderzeeboten sneller en beter kon opsporen. Een laatste ontwikkeling was dat er vliegtuigen verschenen met veel grotere bereiken, op deze manier konden de geallieerden veel beter de oceaan patrouilleren en tegelijkertijd waren aanvallen uit de lucht zeer effectief tegen de U-boten. Deze konden namelijk weinig uitrichten tegen luchtdoelwitten.

Een replica van het U-boot type XXI, dit ontwerp zou van grote invloed zijn op latere onderzeeërs.

hebben. Vooral de Britten namen veel van de Duitse technologie in beslag en gingen zelf verder met het doorontwikkelen van de technologie. De situatie veranderde toen Hitler aan de macht kwam, deze lapte de regels van het verdrag ook met betrekking tot het U-bootwapen aan zijn laars. De Kriegsmarine maakte zich de nieuwste ontwikkelingen eigen en kreeg alle ruimte om deze verder te perfectioneren. Zodoende namen de mogelijkheden van de U-boten enorm toe. Dit alles werd toegelaten door de Britten, die dachten dat ze de onderzeeboten wel de baas zouden kunnen door betere opsporingsapparatuur en het gebruik van dieptebommen.

Hoewel het Duitse U-bootwapen indrukwekkende successen heeft geboekt hebben ze de oorlog niet kunnen beslissen. Vooral toen de VS, met zijn gigantische productiecapaciteit, zich er tegenaan begon te bemoeien werd de invloed van de U-boot ingeperkt. Er waren maar een paar honderd U-boten tegenover duizenden geallieerde vaartuigen. Wel was de techniek achter de Duitse boten vooruitstrevend te noemen, aangezien de prestaties van de Duitse boten niet geëvenaard konden worden door hun tegenhangers. Zo liepen ze voorop met nieuwe aandrijfvormen, maar bij zoals wel meer projecten kwamen de nieuwe boten te laat en met te weinig om nog een impact te maken.

Ook interessant Aan het begin van dit stuk worden de vliegende bommen V1 en V2 genoemd. Dit zijn ook erg bekende voorbeelden van de ‘Wunderwaffen’. In Simon Ster 44.4 is al eens een apart artikel gewijd aan dit onderwerp.

Het Duitse oppercommando realiseerde zich al vrij snel dat dé manier om Groot-Brittannië te verslaan was door het ondermijnen van hun economie . Om dit te bewerkstelligen wilde men het eiland volledig afsluiten van scheepvaart, zodat het zonder grondstoffen zou komen te zitten en uiteindelijk dus wel zou moeten opgeven. Ervaren Duitse onderzeebootkapiteins uit de Eerste Wereldoorlog ontwikkelden nieuwe tactieken (met als meest bekende voorbeeld de ‘Rudeltaktik’) en in combinatie met de nieuwe onderzeeërs werden de U-boten een effectief wapen. Zelfs konvooien met oorlogsschepen waren niet veilig en in de eerste jaren van de oorlog waren de U-boten heer en meester op de Atlantische Oceaan. De Britse bevoorrading kwam hierdoor inderdaad erg onder druk te staan en op enkele momenten spande het erom of de Britten de oorlog nog wel vol zouden kunnen houden. Voordat het zover kwam, keerde echter het tij in de oorlog op de Atlantische Oceaan. Een reeks tegenslagen betekenden de neergang van de U-boot als heerser van de oceaan. De geallieerden slaagden erin om de Duitse Enigma-code te breken. Een goede communicatie had een sleutelrol gespeeld in het succes

Een V2 tijdens zijn lancering


30

log

oor

Vôôôôlumuuh!

Iemand brabbelt wat onverstaanbaars. Je hebt moeite om te verstaan wat voor blaat er nu weer geproduceerd wordt. Je vraagt of de ander duidelijker wilt praten. Het antwoord luidt echter: “Dan moet je maar harder luisteren.” Max van Lith Fijn is dat, je moet harder luisteren. Hoe begin je daar nou weer aan? Om het antwoord enigszins duidelijk te maken zullen we het oor eens wat nader beschouwen. Een kleine basis van neurologie en de opbouw van het oor zullen verklaren wat ‘harder luisteren’ nou precies is. Op de eerstvolgende constitutieborrel zal het vast voorkomen dat je de pedel een luidkeelse “Vôôôôlumuuh!” naar het hoofd schreeuwt. Na het lezen van dit artikel snap je ook wat je eigenlijk verlangt van voornoemde pedel.

Versterking Het oor bestaat uit drie delen: Een buitendeel, een middendeel en een binnendeel. Het buitendeel is in principe wat je elke dag ziet. Het bestaat uit de pinna (oorschelp) en de meatus (gehoorgang). De oorschelp heeft een ingewikkelde vorm die frequenties tussen de 1500Hz en de 7000Hz versterkt. Tegelijkertijd worden hoge tonen gedempt. De mate van demping is afhankelijk van de verticale positie van de geluidsbron ten opzichte van het hoofd. De oorschelp zorgt er dus voor dat we stemmen duidelijk horen

en dat we de locatie van een geluid kunnen schatten. Via de gehoorgang wordt trillende lucht naar het trommelvlies geleidt. Hier begint het middendeel van het oor. Een drietal kleine botjes verbinden het trommelvlies met het binnendeel. Het middendeel wordt onder atmosferische druk gehouden door een buisje naar de neusholte. Deze veroorzaakt het krakende geluid als je je oren ‘klaart’, zoals scubaduikers dat doen. De drie botjes staan bekend als hamer, aambeeld en stijgbeugel. Deze botjes leveren een hefboomwerking op met ongeveer i=1,3 op het ovale venster. Het ovale venster is een vlies dat het binnendeel van het gehoororgaan afschermt. Deze is gevuld met vloeistof. Omdat geluid meer weerstand ondervindt in vloeistoffen, is het noodzakelijk om het ingangssignaal te versterken. Dat wordt enerzijds dus door het bottentrio gedaan. Anderzijds wordt dit bewerkstelligd door het verschil in oppervlakte van het trommelvlies en het ovale venster. Het ovale venster heeft een ruim 15 keer kleiner oppervlak dan het trommelvlies. Het signaal dat naar het binnendeel gaat is ondertussen ongeveer 44 keer sterker.


31

Simon Ster 45.3 | april 2014

Ontcijfering Heel erg mooi dat er fysieke trillingen je binnenoor bereiken. Echter, het brein is niet in staat om trillingen te interpreteren, dus er zal wat moeten gebeuren met de trilling. Daar zorgt het binnendeel van het oor voor. Geluid wordt door de mens waargenomen als een verschijnsel in het tijdsdomein. Het binnenoor is grofweg gezegd een fouriertransformator en een D/AC in één. De trillingen worden doorgegeven aan de Cochlea (slakkenhuis). Dat is een buis met een over de lengte afnemende diameter, in het midden omgeknikt en daarna opgerold in spiraalvorm, inderdaad net als een slakkenhuisje. In deze met vloeistof gevulde buis zit ook een membraam. Dit wordt het basilaire membraam genoemd. Dit membraam buigt heen en weer met de drukverschillen van de vloeistof in het slakkenhuis. Door de vormen van zowel het basilaire membraam als de buis, heeft het basilaire membraam een continu bereik aan resonantiefrequenties. Het punt waar het membraam het sterkste resoneert is een functie van de frequentie van het geluid. Bij het begin van het slakkenhuis zitten de hoogste frequenties en bij de knik de laagste. Het slakkenhuis is dus een soort mechanische fouriertransformator! Het orgaan van Corti, wat tussen de twee helften van de buis en het membraam in zit, verzorgt de analoog naar digitaal conversie. Als er een trilling wordt opgevangen, dan buigen de haarcellen in dit orgaan om vervolgens een elektrisch signaal door de zenuwen te versturen.

Verwerking Elektrische signalen worden dus vanaf zenuwen verstuurd naar de hersenen. Deze construeren er dan een geluidsbeeld van door te kijken naar hoe vaak een signaal wordt verstuurd. Een zenuw kan alleen een digitaal signaal versturen, een korte dirac-piek zogezegd. Dit kan tot ongeveer 250 keer per seconde. Het aantal pieken dat binnenkomt van een enkele bundel zenuwen bij de hersenen vertelt iets over de geluidsintensiteit. Er zijn bundels die vuren als er een zacht geluid wordt opgevangen, maar er zijn aparte bundels met een hoge threshold, die erg sterke geluiden aangeven. De hoogte/toon van het geluid wordt vooral bepaald door de oorsprong van het signaal. De plek op het slakkenhuis waar de zenuw vanaf komt geeft namelijk informatie over de frequentie.

Waarneming Geluidssterkte wordt veelal uitgedrukt in decibels, een logaritmische schaal. Als het om menselijk gehoor gaat wordt de SPL-luidheid (Sound Pressure Level) vaak gebruikt. Dit is 20 maal het logaritme van de daadwerkelijke geluidsdruk gedeeld door de referentiedruk. De referentiedruk is de minimale druk die waargenomen wordt door mensen bij een zuivere toon van 1000Hz. Als het om een waargenomen verschil van twee geluiden gaat, wordt vaak de eenheid sone gebruikt. 1 sone is willekeurig gekozen als de ervaren geluidsintensiteit van 1000Hz op

40dB-SPL. Als het geluid wordt ervaren als twee maal zo intens, dan wordt dit aangeduid met 2 sone. Driemaal zo sterk als het originele geluid wordt aangeduid met 3 sone, enzovoorts. Het menselijk gehoor is echter geen perfect gekalibreerd instrument. Als een geluid buiten de frequenties van de menselijke stem valt, moet de geluidsdruk al snel enkele decibels hoger zijn om het als dezelfde hoeveelheid sones te ervaren. Ook is te zien dat geluiden die als sterk ervaren worden minder gevoelig zijn voor de niet-lineariteit van het oor. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een spiertje in het middenoor. Zodra er hoge geluidsdrukken worden ervaren sluit deze de gehoorgang gedeeltelijk of geheel. Dit zorgt voor een aanzienlijke demping. Een reflex verzorgt het spannen van de spier. Dit is een manier om de oren te beschermen tegen erg sterke geluiden, zoals inslaande bliksem op korte afstand. Op basis van metingen zijn de curves hieronder gemaakt. Ze vormen de basis voor een schaal die phon heet. Eén phon is de geluidssterkte van 1dB-SPL op 1000Hz. Net als de sone is het een manier om te corrigeren voor de eigenschappen van het oor zodat de luidheid van een geluid gekwantificeerd kan worden. De grafiek hier beneden laat zien wat wordt ervaren als een enkele geluidssterkte. Hier zie je duidelijk het effect van de filterende en versterkende werking van het oor. Een sone is wat volgens je ervaring een factor luider of zachter is dan een referentiegeluid. Het aantal phon is de dB-SPL van een geluid dat als exact even luid wordt ervaren als het een zuivere toon van 1000Hz zou zijn geweest. Ze geven allebei dus informatie over hoe luid de pedel schreeuwt. Nu snap je eindelijk wat je nou precies van de pedel verlangt, wanneer je hem een “Vôôôôlumuuh!” toebijt.


Kijk in de Sterren

Operation Crossroads, Baker

Operation Crossroads was een Amerikaanse operatie in 1946 waarbij twee atoombommen, Able en Baker, werden getest. Binnen de bekende Bikini Atoll werden 95 afgeschreven marineschepen verzameld als doelwit voor de tests. Men was destijds nog niet goed op de hoogte van de gevaren van kernwapens, en de explosie werd dan ook door militairen geobserveerd vanaf een afstand van nog geen zes kilometer. De bevolking van Bikini Atoll is wel van tevoren geĂŤvacueerd en het eiland is sindsdien onbewoond. Ondanks het feit dat de explosie allesbehalve een ongeluk was, wordt Baker wel gezien als ‘s werelds eerste kernramp.

Lennard van Damme


33

Simon Ster 45.3 | april 2014


34

Drugsoorlog in Mexico

Kartels, corruptie en intimidatie

Al sinds de jaren 80 is Mexico de nummer één leverancier voor cocaïne en andere drugs aan Amerika. Recent is de overheid begonnen met een aanval op de kartels en dit blijkt moelijker dan gedacht door de enorme corruptie in het land. Na 100.000 doden lijkt de overheid nog geen stap vooruit te hebben gemaakt. Sanne Janssen De overheid vecht op dit moment met 50.000 militairen en 35.000 man staatspolitie tegen de drugskartels. De drugskartels vechten echter ook tegen elkaar en tegen burgerwachten. Denk hierbij niet aan de Nederlandse buurtwachten die een rondje door de straat lopen om inbraken te voorkomen. Ze doen aanvallen met honderden zwaarbewapende mannen om de kartels uit hun dorpen te verdrijven. Naar schatting zijn 12.500 kartelleden gedood, 122.000 aangehouden en 8.500 veroordeeld. In totaal loopt het aantal doden op tot 100.000, maar dit is moeilijk te schatten door het grote aantal verdwenen mensen.

gebieden en een strijd tegen de Mexicaanse overheid en tegen groepen burgerwachten. Pas in 2006 is het leger zich gaan bemoeien met de conflicten, met als hoofddoel om het drugsgerelateerde geweld te verminderen en dus niet om de drugssmokkel te verminderen. De drugssmokkel bestaat al vele decennia, maar is veel belangrijker geworden sinds de kartels in Colombia uiteen vielen in de jaren 90. Hierdoor zijn de Mexicanen niet meer de ‘kleine’ transporteurs; ze beheren nu de hele markt.

Stand van zaken

In 2007 is geschat dat 90% van de cocaïne die Amerika binnenkomt van Mexicaanse drugskartels komt. De opbrengst hiervan zit tussen de $13.6 en $49.4 miljard per jaar.

De drugsoorlog in Mexico is een lopend conflict tussen rivaliserende drugskartels om de controle in in bepaalde strategische

Kartels zijn niet constant; er komen nieuwe op, kartels fuseren


35

Simon Ster 45.3 | april 2014

of vallen uit elkaar. Wanneer hoge leiders worden aangehouden of vermoord volgt een interne strijd om de lege plekken te vullen, wat leidt tot tijdelijke verzwakking naar buiten toe. Daarom gebruiken kartels de overheid door haar om te kopen om de rivaal aan te vallen of door informatie te ‘lekken’ over grote projecten van een rivaliserend kartel.

Achtergrond Door haar locatie is Mexico al lang een land dat drugs, immigranten en ander smokkelwaar van Zuid-Amerika naar de V.S. brengt. In de jaren 80 en 90 was Colombia de belangrijkste exporteur van cocaïne en had netwerken over de hele wereld. De Colombianen gingen samen werken met Mexicanen om de drugs te vervoeren. Dit was snel geregeld aangezien Mexico al jaren heroïne en cannabis vervoerde en tijdelijk ook alcohol toen dit verboden was in de V.S.

Ontstaan van de kartels Eerst was er één man, Migues Ángel FéLix Gallordo (“The Godfather”) en één kartel in 1980. Hij was de eerste die ging samenwerken met de Colombianen. Hij overzag alle operaties en de politiek verkocht hem bescherming. Om het voortbestaan van het kartel te garanderen besloot hij om de onderdelen van zijn organisatie op te delen. Hij ‘privatiseerde’ de Mexicaanse drugswereld aan leiders die minder bekend waren. Hij riep iedereen bij elkaar en verdeelde de belangrijkste routes. De leiders regelden hun eigen handeltje en zorgden voor genoeg mensen onder zich en een ‘regeling’ met de politie. Vaak werden de andere hoge posities in de jonge kartels bekleed door familie. Later wilden de kartels meer opbrengst en proberen ze elkaars routes en afnemers over te nemen. The Godfather had er toen geen invloed meer op.

Intimidatie Kartels laten graag hun macht zien aan hun rivalen en om de mensen in de gebieden rustig te houden. Ze zoeken ook altijd nieuwe jonge leden voor hun organisatie en proberen het leven in kartels daarom in positief daglicht te zetten. Het woord ‘narco’ is een merk geworden en onderdeel van de Mexicaanse cultuur. Volksliederen zingen lovend over de helden die de straten beheersen en een rijk leven kunnen leiden van hun drugsgeld. Naast muziek is er ook drank, eten, televisieshows, literatuur en een bouwstijl die wordt verbonden met ‘narco’. Ondanks dat lang niet alles iets te maken heeft met de kartels of het leven van de leden, kijken mensen er naar op en willen jonge mensen die geen kans hebben op een studie graag opgenomen worden. In het begin van de 21e eeuw werd Mexico gezien als het gevaarlijkste land ter wereld voor journalisten. Tientallen journalisten zijn vermoord voor het negatief berichten over narco-nieuws. Kantoren van “Televisia” en van lokale kranten zijn gebombardeerd en ook in de V.S. zijn journalisten bedreigd om hun berich-

ten over drugsgeweld. Sommige media zijn gestopt met berichtgeving voor hun veiligheid, van andere is bekend dat kartels de hoge posities binnen de organisaties bekleden en dus bepalen wat er wel en niet in het nieuws komt. Een laatste strategie van de kartels is het simpelweg omkopen van de stations. Hierdoor zijn er anonieme blogs onstaan en ook via Twitter worden er berichten verspreid met negatieve geluiden over bepaalde kartels. Deze mensen worden regelmatig gevonden en vermoord. Ook martelen is gangbaar wanneer het niet bekend is waar de informatie vandaan is gekomen. Logischerwijs hoor je hier niet zo veel over in het nieuws.

Amerika De invloed die Amerika kan uitoefenen op de drugsoorlog in Mexico is groot. Niet alleen gaan vrijwel alle drugs ernaartoe; ook komen er wapens vandaan. Ondanks de vele onderzoeken die aantonen dat waarschijnlijk meer dan 90% van de wapens uit de V.S. komt, wordt dit ontkent door de U.S. Department of Homeland Security en andere organisaties. Een voorbeeld van een Amerikaanse actie die tot veel commotie heeft geleid is ‘Project Gunrunner’. Amerika verspreidde traceerbare wapens in de hoop dat ze terecht kwamen bij de hoge posities binnen de kartels en deze zo opgepakt konden worden. De commotie kwam niet alleen doordat de overheid wapens ‘uitdeelde’ aan Mexicaanse criminelen maar ook doordat een gedeelte van de wapens in het eigen land bij ongerelateerde misdrijven is teruggevonden. In de V.S. hebben de kartels meer invloed dan je zou verwachten. ‘The Godfather’ gaf geld, wapens en hulp aan de rebellen in Nicaragua, de ‘Contras’. De CIA en de DEA waren op de hoogte van zijn drugsactiviteiten, maar hij kreeg immunitie vanwege deze donaties. Het golfkartel gebruikte tussen 1986 en 1990 bussen van de U.S. Immigration and Naturalizations Sevice (INS) om tonnen met cocaïne in te voeren en had afspraken gemaakt zodat deze bussen bij de grens nooit werden gestopt.


36

Ook zijn er gevallen van arrestanten die claimen dat ze toestemming hadden gekregen om hun waar over de grens te smokkelen door informatie te verschaffen over projecten van andere kartels.

Michoacan Op dit moment zijn de grootste problemen in de provincie Michoacan. Het geweld is geëscaleerd vanaf 2008 en dagelijks zijn er gevechten in de regio. Op 11 december 2006 stuurde de net verkozen president er 6.500 militairen naar toe om een einde te maken aan het geweld. Op dit moment zijn er ongeveer 45.000 militairen. De regels die er gelden worden bepaald door degene die op dat moment het gebied bezet. In 2010 en 2011 alleen zijn er meer dan 40.000 mensen aangehouden. Ditzelfde aantal mensen zijn er vermoord sinds 2006 en het aantal moorden neemt jaarlijks sterk toe. De acties van de president hebben dus nog geen positief effect gehad. Een groot probleem van de president is dat een groot gedeelte van de militairen ervan verdacht wordt corrupt te zijn, waaronder ook een aantal hooggeplaatste generaals. Zo weten de kartels al vooraf dat er een aanval komt en kunnen ze een hinderlaag opzetten. De burgers in de gebieden zijn regelmatig het slachtoffer van intimiderende acties als beroving, marteling, verkrachting en moord. Dit laten zij nu niet meer zomaar gebeuren. Er zijn burgergroepen opgestaan die tot de tanden toe bewapend de aanval openen op de kartels en proberen ook dorpen en steden over te nemen. Mexicanen zijn allemaal erg trots en zeggen dat de provincie waar zij vandaan komen de mooiste en de beste is. Toch geven de mensen uit Michoacan toe dat er op dit moment een ernstige burgeroorlog is en dat ik daar zeker niet naar toe moet gaan.

Corruptie Corruptie is een groot probleem in het hele land, op alle vlakken. Politie-eenheden worden ingezet als bodyguards van smokkelaars en politici zijn omgekocht om de aanval in te zetten op andere kartels, of zijn zelf gewoon lid van een kartel. In de provincie Baja California zijn vijftig hoogeplaaste lokale policiti verdacht van banden met kartels; veel van hen hebben ontslag genomen of zijn zelfs gevlucht of verdwenen. Hier zijn nog zeer recentelijk acties tegen ondernomen. De corruptie gaat erg ver, het gaat hier niet om incidenten. Vaak werken locale besturen, provinciebesturen en de overheid samen met de politie in een georganiseerd netwerk. ‘A Pax Mafioso’ is een voorbeeld dat stemmen garandeerd voor een politicus in ruil voor het toeknijpen van een oog richting een bepaald kartel. Van de 7.000 werknemers van het Federal Investigations Agency (AFI) worden er 1.500 verdacht corrupt te zijn en er zijn er 500 veroordeeld. Ook de politie wordt steeds vaker gecontroleerd door de overheid. Zo worden wapens van agenten gechecked of ze gebruikt kunnen zijn buiten werktijd. Ook werden in 2007 284 federale politie commandanten uit het hele land ontslagen. In 2008 werden onder de ‘Cleanup Operation’ veel hooggeplaaste ambtenaren naar huis gestuurd en waar mogelijk veroordeeld. Volgens het rapport van de U.S. Army Intellegence zijn er in 6 jaar van de 250.000 militairen in het leger 150.000 overgelopen naar de drugsindustrie. Omdat de lokale burgemeester hier de politiechefs benoemen zijn zij vaak het doelwit van omkoping. Burgemeester zijn is een gevaarlijk beroep hier. Je kunt vermoord worden omdat je een rivaliserend kartel vrijuit laat gaan, omdat je een kartel niet genoeg helpt of gewoon om de burgers te intimideren.

Europa De effecten van de drugsoorlog zijn in Europa redelijk klein. Cocaïne is hier twee keer zo duur als in Amerika en dat maakt Europa een interessante markt. In 2012 bleek dat sommige Mexicaanse kartels al 10 jaar samenwerken met the Siciliaanse mafia om de drugs via Italië Europa in te voeren.

Mislukking Tot nu toe lijkt de aanval van de overheid op de kartels een grote mislukking te zijn en te blijven. Het geweld neemt toe, de grootte van de kartels neemt niet af en de drugsdoorvoer ook niet. Het nut van infiltreren in de overheid en het leger is versterkt en het is moeilijk te zeggen of de corruptie toe of afneemt aangezien er lange tijd geen controle op is geweest. Zo lang er geen eind komt aan de corruptie is er een kleine kans dat er een eind komt aan het geweld dat veel minder was toen de overheid de kartels hun gang liet gaan.


MAAK JIJ GEBRUIK VAN VOORKENNIS?

2014 DAGEN KOM NAAR DE GESPREKKEN

28 APRIL T/M 1 MEI

Meld je uiterlijk 13 april aan www.wervingsdagen.nl

study association industrial design

SVTN “J. D. van der Waals”


38

(On)menselijke experimenten

De experimenten zonder goed einde

Men zegt wel eens dat oorlog de daadwerkelijke motor van vooruitgang is. Ware het niet voor onze drang om anderen op een zo inventief mogelijk manier kwaad te doen, dan zouden vele uitvindingen (denk aan de radar, straalmotoren, computers, etc.), veel later of zelfs niet gedaan zijn. Een oorlog kan de mensheid op technologisch gebied dan ook zeker vooruit helpen. Echter zit er een keerzijde aan deze vooruitgang. Hoewel mechanische systemen vaak zonder gevolgen getest kunnen worden, is er ook kennis die alleen vergaard kan worden door testen op mensen uit te voeren. Specifieke kennis die alleen door experimenten kan worden vergaard. Het soort experimenten dat geen enkele goede afloop kent (voor de proefpersonen) en vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig voorkwam; de menselijke experimenten.

Karel Drenth Het begon allemaal met de Eerste Wereldoorlog, toen veel geëxperimenteerd werd met het nieuwe wapentuig. Mitrailleurs, vliegtuigen en tanks waren tot die tijd nog onbekende wapens op een strijdveld dat tot dan toe werd geregeerd door de cavalerie en het kanon. Ook het gebruik van chemische en biologische wapens was nieuw, maar bleek efficiënt te zijn. Alleen al tijdens het eerste echte grootschalige gebruik bij Ypres (1915) vielen ongeveer 15.000 doden door het gebruik van Chloorgas. De Duitsers zouden dit later gebruiken voor de ontwikkelen tot mosterdgas. Het was door de effectiviteit van deze wapens qua dodelijkheid en het effect dat het op het moraal had, dat vele landen geïnspireerd begonnen met het ontwikkelen en op grote schaal produceren van dit soort wapens. Om het effect op mensen te bestuderen heb je, al dan niet vrijwillig, proefpersonen nodig. Dit is het punt waarop Duitsland en Japan hun intrede doen. Rond de tijd van

de Tweede Wereldoorlog hadden zij, door hun veroveringen en afkeer voor bepaalde geloven en rassen, een overschot aan gevangenen. Daarnaast was er ook weinig bekend over overlevingsstrategieën onder extreme situaties.

Nazi Duitsland De Nazi experimenten begonnen al vroeg in 1940. De eerste menselijke experimenten werden gedaan waren in Auschwitz. Ze waren bedoeld om een gas te vinden dat snel, goedkoop en op industriële schaal kon worden geproduceerd voor gebruik in de gaskamers. Het uiteindelijke gas, Zyklon B, is in het verdere verloop van de oorlog veelvuldig gebruikt. Het onderzoek bleef echter niet beperkt tot gas. De gevangenen die Auschwitz binnen werden geleid, werden in enkele gevallen door de arts Josef Mengele, als ware engel des doods, ‘gered’. Dit hield in dat de gevangene


39

Simon Ster 45.3 | april 2014

niet zou worden vergast of als dwangarbeider werd ingezet, maar zou worden gebruikt in zijn onderzoek. Hoewel niet al het onderzoek tot doel had een manier te vinden om mensen om te leggen (sommige experimenten waren daadwerkelijk gericht op het redden van mensenlevens), is dit de patiënt zelf nooit ten goede gekomen. Zo kreeg de helft van een tweeling ziektes ingespoten om middels een vergelijkende autopsie precies na te gaan wat het met het lichaam deed, werd er gemeten hoeveel stroom iemand maximaal kon worden toegediend voordat hij of zij zou overlijden (de resultaten van dit onderzoek staan overigens nog steeds aan de basis van de aardlekschakelaar) en werden gevangen gebruikt om te bepalen wat het effect van onderkoeling was en of ze op een of andere manier nog konden worden gered. Indien iemand een experiment overleefde, wat zeer onwaarschijnlijk was, was er een bepaalde tijd waarin hij of zij beter moest worden, waarna het volgende experiment begon. Werd je niet op tijd beter, dan werd je alsnog geëxecuteerd. Josef Mengele

Unit 731 Nazi Duitsland was uiteraard niet de enige die naarstig bezig was met experimenten. In Japan, geïnspireerd door de slag van Ypres, was er het “Departement van Preventie van Epidemieën en Water Purificatie” of kortweg Unit 731, welke zich bezighield met het ontwikkelen van biologische wapens. De wapens die hier zijn ontwikkeld (antrax, zwarte builenpest) zijn ook op het strijdveld gebruikt en verantwoordelijk voor een slordige 40.000 doden, wat ongeveer 0.7% van het totaal aantal slachtoffers was. Dit aantal had vele malen hoger kunnen zijn, ware het niet dat de bommen die werden gebruikt, voor zowel de chemische- als biologische wapens, vaak dienst weigerden. Net als bij de Nazi’s werden de wapens eerst zorgvuldig uitgetest op gevangenen. Anders dan de experimenten van de Nazi’s, onderscheiden de experimenten van unit 731 zich door wreedheid. Het onverdoofd amputeren van ledenmaten (om deze op andere plaatsen weer aan te hechten), het plaatsen van slachtoffers in hoge- of lage druk kamers, het bevriezen en ontdooien van ledematen om celrot te bestuderen; de lijst kan nog even doorgaan.

Na de oorlog Nadat Duitsland en Japan zich beide hadden overgegeven werd pas bekend wat de omvang van de experimenten waren. Dit is niet goed geëindigd voor de Duitse wetenschappers die uiteindelijk verantwoordelijk zijn gehouden voor de Nazi experimenten. Zeven van hen zijn ter dood veroordeeld, anderen kregen gevangenisstraffen van ten minste tien jaar kreeg opgelegd, maar enkelen, waaronder Mengele, wisten aan vervolging te ontsnappen en zijn nooit verantwoordelijk gehouden voor hun daden. Ironisch genoeg zijn de Japanse wetenschappers nooit veroordeeld. Doordat hun onderzoek meer gericht was op het daadwerkelijk produceren van biologische en chemische wapens en er geen documentatie was overgebleven (deze was met grote precisie en haast vernietigd), kregen zij immuniteit aangeboden door de Verenigde Staten, welke de kennis niet zelf konden vergaren. Van de Japanse onderzoekers is het merendeel uiteindelijk ook blijven werken in de VS, alwaar ze vele hoge functies binnen adviesorganen over biologische oorlogvoering verworven. De resultaten van toen zorgen tegenwoordig nog steeds voor ethische dilemma’s. Vrijwel alles wat bekend is over de effecten van bevriezing op het menselijk lichaam komt voort uit de experimenten van destijds. Het is voor vele artsen dan ook nog steeds een moreel bezwaar om de gegevens van toen te gebruiken in onderzoek. Zeker als men nadenkt over het aantal gevangenen dat op gruwelijke wijze is omgekomen om de kennis te vergaren. In totaal hebben, alleen door deelname aan de experimenten, zo’n 12.000 mensen het leven gelaten.

Het hoofdgebouw van Unit 731


40

Solar Team Eindhoven

3000 kilometer lang strijden voor het vaderland Die laatste etappe was absoluut het spannendst, de winst was nu minder goed te proeven en dat had ons op scherp gezet. De Duitsers besloten die etappe tot het uiterste te gaan en flinke risico’s te nemen, daarom hebben we ze na hun inhaalactie van de eerste dag van de etappe eigenlijk niet meer gezien. Mogelijk het mooiste moment van confrontatie met Bochum was op de tweede dag van de laatste etappe. Wij kwamen ze weer tegen op de laatste dag van de hele race. Op de laatste controle post van de race stonden ze langer statisch te laden dan de verplichte tijd, iets wat je eigenlijk alleen doet als je batterij vrijwel volledig leeg is. Nu hadden zij een probleem, want hun gemaakte voorsprong bleek onterecht. Dankzij dit probleem konden we de Duitsers van Bochum al kort na de controle post inhalen en voor de rest van de route achter ons laten.

De relatie met onze oosterburen is door de geschiedenis heen natuurlijk niet altijd als vriendelijk te bestempelen; oorlogen en bezettingen. Gelukkig is deze strijd tegenwoordig gereduceerd tot een potje intens voetbal zo nu en dan. Om het verhaal van de meest recente Nederland-Duitsland aanvaring te vertellen, nemen wij jullie mee naar Australië. Daar werd in oktober vorig jaar te midden van het rode woestijnzand de strijd om de beste zonne-auto beslist.

Solar Team Eindhoven Hochschule Bochum, dat was onze grote tegenstander gedurende de World Solar Challenge. In de nieuwe Cruiser Class reden wij (Solar Team Eindhoven) 3000 kilometer door de barre omstandigheden om het Nederlands (en Eindhovens natuurlijk) vaandel hoog te houden. Zodra we van het Duitse team hoorden, wisten we zeker dat zij dé grote concurrent waren. Met al een twee persoonsauto in hun renstal waren zij namelijk duidelijk het meest ervaren op het gebied van zonne-auto’s voor meerdere personen. Al op de kwalificatie daagde Bochum ons uit door een flink risico te nemen. Dat bleek teveel te zijn, toen ze met een 360 graden omwenteling de laatste bocht uitkwamen. Dit gaf ons 15 seconden winst op hun tijd, waardoor wij aan kop kwamen. Pas op de tweede dag van de Challenge werden we wederom goed door ze uitgedaagd. Continu haalden we elkaar in, maar uiteindelijk waren de Duitsers toch nog net voor ons geëindigd toen de eerste etappe voorbij was. In de tweede etappe lieten we het Duitse Mannschaft zien dat Nederland zich niet zo gemakkelijk aan de kant laat zetten. Met 120 kilometer per uur knalde Stella Bochum voorbij waarna we ze de rest van de etappe niet meer terug hebben gezien. Na die pieken komen er dan natuurlijk ook weer dalen, die tijdens de derde etappe bestonden uit pech voor Stella en inhalende Duitsers. Maar wie een veldslag wint, wint de oorlog nog niet!

Wat ook bijdroeg aan de schoonheid van het moment op de controle post was toen wij zelf actief gingen statisch laden. We duwden Stella, met haar 388 kilo, aan de haak, twee grote houten hellingen op om zo nog net wat meer zon te kunnen pakken. De blikken van de Duitsers op dit moment waren onbetaalbaar. Elk Duits kopje keek met open mond naar deze actie van ons terwijl ze langzaam maar zeker vergaten waar ze nu eigenlijk zelf mee bezig waren. Uiteindelijk kwamen we als kampioenen aan in Adeliade toen de puntentelling compleet was. Op tijd, persoonkilometers en het meest praktisch zijn hadden we Bochum verslagen. Enkel in extern energieverbruik waren de Duitsers net beter, maar dat kon ze niet meer redden. Het laatste dat gezegd moet worden over deze mooie concurrenten is dat ze eindbazen zijn. Bijvoorbeeld hun aankomst in Adelaide zal ons nog lang heugen. Dat er drie man met elk een karton met dertig blikken bier uit hun auto stapte was wel het meest iconische. Hun yell, die vooral bestond uit hard Duits geschreeuw, was nog iets dat bijdroeg aan de sfeer. Het absolute hoogtepunt was de burnout die ze vervolgens op de dunne plastic matten maakten. Diepe remsporen en een brandlucht verder, hadden de Duitsers van hun aankomst een waar spektakel gemaakt. We kijken mede daarom ook uit naar onze volgende ontmoeting op het strijdveld. De World Solar Challenge 2015.


41

“1000 Bommen en Granaten”

Simon Ster 45.3 | april 2014

- Kapitein Haddock

Zoals kapitein Haddock altijd zei, zijn er duizenden bommen en

Stinkbom

granaten. Dit schandalige aantal kent een diversiteit van jewel-

De stinkbom is een chemische bom, die ontworpen is om groepen demonstranten uit elkaar te drijven of weg te jagen van een locatie. Ook worden ze ingezet als practical joke. In het grootste deel van de gevallen bevat dit soort bommen ammoniumsulfide; een gas dat ruikt naar rottende eieren.

ste. Bommen variëren onder andere in afmeting en ontploffingsmechanisme. Maar het moge duidelijk zijn dat ze een dominante rol spelen in oorlogen. Om het aantal tot een minimum te beperken wordt hier een selectie van bommen getoond.

Jaap Schuit MOAB De “Massive Ordnance Air Blast” behoort tot het standaard bommenpakket van het Amerikaanse leger en is beter bekend onder de naam: “Mother Of All Bombs”. De bom heeft deze bijnaam verkregen omdat zij destijds, met een explosiecapaciteit van elf ton TNT, de sterkste niet nucleaire bom was. Als reactie op deze bom bouwden de Russen een vier keer zo sterke bom; “The Father Of All Bombs”.

Molotov cocktail

Gay Bomb De homo-bom was een hersenspinsel van Amerikaanse wetenschappers in 1994. Deze niet schadelijke chemische bom zou veel vrouwelijke hormonen verspreiden opdat de soldaten zo hitsig werden dat ze zich aan elkaar zouden vergrijpen. Op deze manier zouden manschappen eenvoudig kunnen worden uitgeschakeld zonder ze te hoeven doden. Tot heden dag is deze bom niet ontwikkeld.

Holy Hand Grenade De Holy Hand Grenade deed zijn intrede in “Monty Phyton and the Holy Grail” uit 1975, op het moment dat koning Arthur en zijn nobele ridders het pad kruisten met het moordlustige konijn van Caerbannog. Nadat al meerdere mannen waren geveild door dit demonische beest, bood alleen de granaat een uitweg. Het bijzondere van deze granaat is het feit dat hij alleen afgaat indien er tot drie wordt geteld (“Book of Armaments”, hoofdstuk 2, vers 9-21). Dan en slechts dan zal de granaat onder kerkelijk gezang ontploffen.

De naam van deze vuurbom, niet te verwarren met een heerlijk drankje, vindt zijn oorsprong in Finland gedurende de Winteroorlog, de oorlog tussen Finland en Rusland. Die oorlog begon nadat de Russen met de Duitsers een verdrag hadden gesloten, waarin stond dat de Russen recht zouden hebben op Finland. Daaropvolgend viel Rusland met het zware geschut Finland binnen. Als tegen wapen gebruikte de Finnen glazen met benzine gevulde flessen die op impact een vlammenzee veroorzaakte. Doordat de benzine in de flessen gemakkelijk door de kieren van de Russische tanks kon stromen was dit een bijzonder effectief wapen tegen het Russische grof geschut. Wat mede leidde tot een overwinning van de Finnen. De bom dankt zijn naam aan de toen zittende Minister van Buitenlandse Zaken Vjatsjeslav Molotov die namens Rusland zijn naam op het pact had gezet.

Zure bom Dit groentje onder de bommen ontleent zijn naam aan de zoetzure smaakexplosie die in je mond plaatsvindt gedurende de consumptie. Als een van de weinige is deze bom verkrijgbaar in vrijwel iedere lokale supermarkt en wordt verwerkt in menig gerecht zoals; salades, hamburgers en in de traditionele rolmops.


42

Max Karl Ernst Ludwig Planck

Hoe de oorlog invloed heeft op een wetenschapper

Misschien denk je dat dit iets met planking te maken heeft of zegt deze naam je iets omdat je in de BINAS een constante van Planck hebt gezien. Dit artikel gaat echter over een van de grootste wetenschappers ooit, een grondlegger van de quantumfysica, wiens leven duidelijk getekend is door alle oorlogen die hij heeft meegemaakt. Liesbeth Campmans Op 23 april 1858 werden Wilhelm Planck en zijn tweede vrouw Emma verblijd met de geboorte van hun vierde kind, een zoon die Karl Ernst Ludwig Marx Planck gedoopt werd. Marx werd als roepnaam opgegeven. Vanaf 1867 echter schreef de jonge Marx zijn naam als Max en dit is de rest van zijn leven zo gebleven. Hier zijn drie mogelijke verklaringen voor, de eerste is dat het simpelweg een schrijffout is geweest in het doopregister. De tweede is dat zijn vader in dat jaar van werkgever veranderde en als professor rechten aan de Ludwig Maximiliaans Universiteit in München ging werken en zelf naar het Maximiliaans gymnasium ging, waardoor zijn naam een afkorting zou zijn van de personen naar wie deze instituten vernoemd zijn (in plaats van een afkorting van het Latijnse Marcus). Als laatste mogelijke verklaring is te noemen dat hij uit een rijke familie van professoren kwam en in 1867 de eerste versie van Das Kapital van Karl Marx verscheen. Wellicht was deze associatie niet zo gewenst. Max werd geboren in Kiel en hier is ook de plek waar hij zijn eerste oorlogsherinneringen aan heeft. In 1864 begon namelijk de tweede Duits-Deense oorlog, een twist tussen Pruisen en Denemarken om de hertogdommen Sleeswijk en Holstein die, als resultaat van de eerste Duits-Deense oorlog, als onafhankelijke staten behandeld moesten worden. Hoe de troepen van het Pruisische en Oostenrijkse leger Kiel binnen kwamen marcheren is een van de eerste dingen die hij zich later nog goed kon herinneren. Kiel was vanwege de haven een belangrijke stad en is gedurende de oorlog, die van april tot oktober 1864 duurde, in handen geweest van het Pruisische en Oostenrijkse leger. In 1866 ontstond er echter ook een conflict tussen Pruisen en Oostenrijk, waardoor Kiel in het daarop volgende jaar volledig in Pruisische handen viel. Wellicht heeft deze politieke instabiliteit een rol gespeeld bij de baanwissel van Max vader Wilhelm, die van 1850

Max Planck in 1933

tot 1867 als professor in de Rechten werkte in Kiel, tot hij vertrok naar München. Niet lang na deze verhuizing ontstond het Duitse Keizerrijk, door toedoen van Bismarck. Na de verhuizing naar München ging Max naar het Maximilliaans gymnasium, waar hij les kreeg van een wiskundige, die talent in hem zag en hem onder andere onderlegde in wiskunde, mechanica en astronomie. Ook liet hij hem voor het eerst kennismaken met de wet van behoud van energie. Daarnaast bleek Max talent te hebben voor muziek. Naast zijn reguliere lessen nam hij ook zanglessen en leerde de piano, cello en orgel te bespelen. Hoewel hij hier veel tijd in stak en al jong zijn eigen muziek componeerde en volgens enkele tijdgenoten het talent had om een muzikale carrière te beginnen, wou hij graag natuurkunde gaan studeren. Dit werd hem afgeraden door de natuurkunde professor van de universiteit in München, omdat men dacht dat bijna alles in de natuurkunde al ontdekt was. Hierop reageerde de jonge Max dat het ook niet zijn doel was om nieuwe dingen te ontdekken, maar de principes van de natuur te gaan begrijpen. Na dit gezegd te hebben, begon hij zijn studie natuurkunde in 1874. Tijdens zijn studie heeft hij enkele experimenten gedaan, maar hij besloot al snel dat experimentele natuurkunde niet zijn ding was en dat hij zich wou gaan richten op theoretische natuurkunde.


43

Simon Ster 45.3 | april 2014

Na drie jaar in M端nchen heeft Max zijn studie voortgezet in Berlijn, waar hij studeerde onder supervisie van Hermann von Helmholtz (voor diegenen die met thermodynamica hebben geworsteld, de Helmholtzenergie is naar hem vernoemd) en Gustav Kirchhoff (van de wetten van Kirchhoff die wij kennen van de elektrische circuits, maar ook bekend vanwege zijn werk op gebied van zwarte straling). Hij had commentaar op hun manieren van lesgeven, maar raakte al snel bevriend met von Helmholtz. Tijdens zijn studie in M端nchen besloot hij zich te gaan specialiseren in warmteleer, waar hij in Berlijn mee verder ging. Na het afronden van zijn studie promoveerde hij binnen een jaar op zijn werk over de tweede wet van de thermodynamica. Ook werkte hij aan de evenwichtstoestanden van isotrope materialen bij verschillende temperaturen. Kort hierna begon hij met lesgeven en in 1885 werd hij universitair hoofddocent in theoretische natuurkunde aan de universiteit van Kiel. Hier werkte hij verder aan diverse warmteleerproblemen, vooral met betrekking tot entropie. Er waren daar niet veel studenten die zijn vakgebied interessant vonden, waardoor Max veel tijd had om zijn eigen onderzoek te doen en zijn reputatie op te bouwen. In 1887 trouwde hij met zijn jeugdvriendin Marie Merck en ging met haar samenwonen in een klein appartementje. Een jaar later werd hun zoon Karl geboren, nog een jaar later de tweeling Grete en Emma. In 1893 volgde nog een zoon genaamd Erwin.

Een schets van Hermann Ludwig Ferdinand Helmholtz

In 1889 verhuisde de familie naar Berlijn, waar Max een functie aangeboden kreeg. Hier volgde hij Kirchhoff op, die in 1887 was overleden. De universiteit wilde in eerste instantie liever Ludwig Boltzmawnn als opvolger hebben, maar deze had geen interesse. In 1892 werd hij officieel als hoogleraar aangesteld, op advies van zijn vriend von Helmholtz. Deze vriendschap heeft er in 1894 ook toe geleid dat hij werd gekozen om toe te treden tot het Pruisisch Wetenschappelijk Gezelschap, terwijl hij nog maar 35 jaar oud was. De gemiddelde leeftijd bij toetreding lag tegen de 60 en dit was dan ook zeker opmerkelijk. In Berlijn verwierf hij veel sneller status, zowel doordat zijn werk meer gewaardeerd werd door een groter aantal studenten, als ook door de grotere kring van gerenommeerde wetenschappers om hem heen. In 1905 verhuisde hij naar de villawijk Grunewald, waar vooral veel professoren woonden.

Standbeeld van Max Planck in de Humboldt-Universiteitstuin in Berlijn

In deze tijd was Planck in eerste instantie vooral bezig met straling van zwarte stralers. Al doende legde hij alvast de basis voor de kwantummechanica, door alleen gekwantiseerde energietoestanden toe te staan voor de oscillatoren die in zijn model voor zwarte stralers gebruikt werden. In 1905 kwam hij in contact met de toen nog onbekende Albert Einstein, en hij was een van de eersten die de waarde van diens eerste papers inzag. Mede dankzij zijn invloed in de Duitse wetenschappelijke kringen werd diens relativiteitstheorie relatief snel breed gedragen in Duitsland. Ook heeft Max een flinke bijdrage geleverd aan de speciale relativiteitstheorie.


44

Het Max Planck Instituut voor fysica in München

Aan deze zeer succesvolle periode kwam in 1909 vrij abrupt een einde toen zijn vrouw Marie na een lang ziekbed overleed aan vermoedelijk tuberculose. Hoewel hij in een van zijn brieven aan een vriend geschreven heeft dat hij hoopte dat de zorgen vanuit de wetenschap (en die voor zijn kinderen) hem eroverheen zouden helpen, kreeg hij pas weer plezier in het leven toen hij in 1911 trouwde met Marga, een nichtje van zijn overleden vrouw. Dit huwelijk werd door veel wetenschappers in zijn omgeving niet goedgekeurd, omdat Marga 25 jaar jonger was dan Max. Binnen een jaar na het huwelijk volgde hun zoon Hermann. Hierna werd hij gekozen tot bestendig secretaris van het Keizer Wilhelm Instituut ter bevordering van de wetenschap en hij begon langzaam aan de centrale figuur te worden in de wetenschappelijke kring van destijds. Zoals ongetwijfeld bekend brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit. Deze keek Max in eerste instantie met plezier tegemoet. Hij

De Max Planck munt is twee Duitse Marken waard

beschreef het letterlijk als een heerlijke tijd, waarin vereniging van politieke partijen (binnen Duitsland) tot stand kwam om samen te strijden voor het behoud van het vaderland. Max was erg patriotisch en landstrouw ingesteld. Hij heeft zelfs het manifest van 93, ofwel ‘An die Kulturwelt!’ ondertekend, waarin onder andere het binnenvallen van het neutrale België door Duitsland goedgepraat werd. Toen hierover kritiek ontstond, beweerde hij dat hij het manifest niet eens gelezen had en zich alleen had laten overhalen een handtekening te zetten. Twee weken na deze ontkenning ondertekende hij echter ook de Verklaring van Hoogleraren van het Duitse Rijk, waarmee hij wederom zijn steun aan de militaire zetten van Duitse Rijk liet blijken. Later, in 1916, heeft hij zich van deze uitspraken gedistantieerd, hoewel hij wel bleef zeggen dat het Duitse leger onlosmakelijk verbonden was met de rest van de Duitse bevolking. Zijn steunbetuigingen waren naar eigen zeggen dan ook voor de vorm om steun aan het rijk te betuigen en niet zozeer bedoeld als een akkoord met de inhoud van de getekende manifesten. In 1916 draait hij zelfs nog verder bij en komt, met succes, actief in opstand tegen het besluit om geen studenten en werknemers uit vijandige gebieden meer toe te laten. Tijdens de oorlog heeft Max te maken met enkele zware verliezen. Zo valt zijn zoon Erwin al in september 1914 in de handen van de Fransen en blijft hier krijgsgevangen tot het einde van de oorlog. Zijn andere zoon Karl is ook militair in de strijd. Hij brengt het er minder goed vanaf en sterft in 1916 in strijd bij Verdun. Planck laat hier in eerste instantie weinig van merken en gaat zeer plichtsbewust door met zijn werk, maar grijpt langzaam steeds sterker naar religie als steun. Beide dochters werkten als


45

Simon Ster 45.3 | april 2014

zusters. In 1917 sterft dochter Grete in het kraambed aan een longembolie, die gezien de oorlogssituatie niet behandeld kon worden. Dochter Emma neemt de zorgen voor het kind over en trouwt uiteindelijk met Grete’s weduwnaar. Vlak na de oorlog, in 1919 sterft ook zij in het kraambed en laat Max nog een kleindochter na. Zoon Erwin is dan inmiddels terug en begint aan zijn politieke carrière. Na de oorlog is Planck de hoogste autoriteit op het gebied van wetenschap in Duitsland. Hij zet iedereen aan om hard door te werken en niet bij de pakken neer te zitten. Daarnaast ontmoedigt hij politieke stellingname door de wetenschappelijke kring, opdat dit geen politieke gevolgen kan hebben. Hiervoor maakt hij echter een uitzondering als Albert Einstein en zijn relativiteitstheorie in 1920 onder vuur komen te liggen. Hoewel niet onder zijn naam werd wel in zijn opdracht een verdediging voor Einstein uitgesproken. In 1933 greep Hitler de macht in Duitsland en al snel kreeg Planck het bevel het Keizer Wilhelm Instituut op te schonen, waarmee bedoeld werd dat bepaalde rassen gezuiverd moesten worden uit de organisatie. Planck zag, vanwege de grote gewildheid van de posities die enkele Joodse collega’s bekleden geen mogelijkheid om zich hiertegen te verzetten, omdat hij bang was dat hijzelf en al zijn collega’s anders snel ruimte moesten maken voor een hele nieuwe generatie ambitieuze wetenschappers die nog meer in het belang van het rijk in plaats van het belang van de wetenschap zouden handelen. In 1933 heeft hij wel een reddingspoging gedaan voor zijn vriend Fritz Haber, met wie hij eerder de Noodgemeenschap voor de Duitse Wetenschap heeft opgericht voor de wederopbouw en die wel openlijk probeerde Joodse werknemers aan te houden. Hiervoor heeft hij persoonlijk contact gezocht met Hitler om de situatie te bespreken, maar deze poging mislukte en Haber stierf in 1934 in ballingschap. Mede door deze actie werd hij in 1936, toen zijn termijn als president van het Keizer Wilhelm Instituut afliep, onder druk gezet om een andere baan te zoeken. De sfeer in de wetenschappelijke kring werd steeds vijandiger en Planck werd ervan beschuldigd een ‘witte Jood’ te zijn, omdat hij doorging met het lesgeven in de theorieën van Joodse wetenschappers, zoals Einstein. In het geheim heeft hij zelfs nog meer gedaan, door diverse Joodse wetenschappers op hun positie te houden. Steeds heftiger verzette Max zich tegen de vijandelijkheid en zoals gebruikelijk deelde hij bij zijn verjaardag de Max-Planck Medaille uit, welke gold als de hoogste fysische prijs die er te winnen was. Bij zijn 80e verjaardag in 1938 deelde hij deze bij wijze van protest naar de politieke spanningen uit aan de fransman Louis de Broglie. Later in 1938 werd het Duitse Fysische Gezelschap, waar Planck ook president van was, overgenomen door de Nazi’s en uit protest legde hij zijn functie daar neer. In verband met de luchtaanvallen in Berlijn moest Max al snel na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn huis in Berlijn verlaten. Hij vond elders onderdak, maar heeft meegemaakt hoe zijn familieleden in Kassel, toen hij daar in verband met lezingen logeerde, bij luchtaanvallen om het leven zijn gekomen. In 1944

Fritz Haber

werd zijn villa in Berlijn volledig verwoest door bommenwerpers. In datzelfde jaar werd zijn zoon Erwin opgepakt wegens verzetsactiviteiten. Hij heeft persoonlijk contact gehad met Himmler om de onschuld van zijn zoon te bewijzen. Deze poging was tevergeefs en zijn zoon werd in oktober alsnog ter dood veroordeeld. Als reactie hierop smeekte hij bij Hitler om het leven van zijn zoon, als dank voor als zijn werk voor het vaderland. Helaas wederom tevergeefs: Erwin werd in januari 1945 om het leven gebracht. Na het einde van de oorlog kreeg Max het presidentschap van het Keizer Wilhelm Instituut weer aangeboden, dat nu vanuit Göttingen weer opgebouwd werd. De man was echter gebroken door alles wat hij had meegemaakt en in 1947 overleed hij op een respectabele leeftijd van 89 jaar. Daarmee heeft hij vier van zijn vijf kinderen en zijn eerste vrouw overleefd. Gedurende zijn leven heeft hij een gigantische bijdrage geleverd aan de wetenschap, waarvoor hij onder andere de Nobelprijs voor de Natuurkunde van 1918 won. Ondanks zijn dubieuze rol in de oorlogen, heeft hij zowel tijdens zijn leven als daarna van enorme waardering voor zijn werk genoten.


46

De hobby van...

Ruud van de Looij op Ruuds advies, een barbecue bouwen, maar gelukkig hebben ze samen genoeg aan een brandstoftank, zodat zijn project dan eindelijk kon beginnen. De cilinder werd in de lengte in tweeën gedeeld, daardoor kon Ruud mooi vanaf een zijkant een deurtje in de kachel maken. Hij maakt gebruik van allerlei restmaterialen, die hij voornamelijk in de werf vindt. Zo is het handvat voor het kacheldeurtje gemaakt van een restant oude brommerketting en zijn diverse reststukken CWC-staal gebruikt.

Hoewel sommige werktuigbouwers een groot project aangaan, heb je ook het soort dat voortdurend allerlei kleinere projecten heeft lopen. Sommigen moeten zelfs altijd zo’n project om han-

Een ander voorbeeld van hoe Ruud zijn materialen gebruikt is te vinden in het ontwerp van de kachel, deze lijkt namelijk op een zwijn. Om het design tot leven te wekken is het varkentje uitgerust met ogen, oren, een heuse varkenssnuit, vier pootjes en een uitlaat op de plek waar je bij een echt zwijn de staart zou verwachten. Daarnaast staat er ook nog een pookhouder op het programma, die er waarschijnlijk uit zal gaan zien als een haan. Terwijl hij nog aan zijn zwijntje aan het werken is, is Ruud al druk op zoek naar allerhande materialen voor de kip. Van een deel van de stalen objecten die hij tegenkomt heeft hij eigenlijk geen idee wat ze zijn, maar hij denkt dat de ontwerpers en makers daarvan blij zullen zijn dat het materiaal niet wordt verspild, maar gebruikt wordt voor zijn kunstwerken. Het beschikbare staal is helaas wel vaak de bottleneck voor de voortgang van zijn projecten en soms moet Ruud enige tijd wachten totdat er interessante materialen op zijn pad komen. Anderzijds weet hij vaak op het moment dat hij ze opraapt nog niet wat hij ermee zal doen, maar de ideeën voor een project komen vanzelf.

den hebben en weten met zo’n beetje alles wat los en vast zit iets moois of functioneels te maken. Een van deze mensen is Ruud van de Looij.

Liesbeth Campmans Velen van jullie zullen Ruud al kennen, hij is namelijk Zeilwagencommissaris en Vice-Voorzitter van het 53e bestuur . Sinds zijn bestuursjaar is hij regelmatig in de werf te vinden geweest wat bij vlagen zijn tweede thuis te noemen is. Daarvoor was hij ook al een creatieveling, maar sindsdien is Ruud niet meer te stoppen met zijn projecten. Zo heeft hij bijvoorbeeld ook hele mooie schilderijen gemaakt en de nodige duct-tape kunstwerken, waaronder een fraaie portemonnee. Enige tijd geleden kwam Ruud op internet een mooie houtkachel gemaakt van een oude gasfles tegen. Deze vond hij zo gaaf dat hij besloot dat hij er ooit ook zo een zou hebben en zodoende begon zijn zoektocht naar de benodigde materialen te zoeken voor zijn eigen houtkachel. Al snel na terugkomst van zijn stage had hij zijn zinnen gezet op de brandstoftank, die het 57e Bestuur cadeau kreeg voor hun constitutie. Hiervan wil Ardin, onze voorzitter,

Tegen de tijd dat u als lezer dit leest, is de kachel waarschijnlijk al lang af, en wellicht in combinatie met de scrap-metal haan al op marktplaats gezet om te kijken hoeveel het op kan leveren. Mocht u geïnteresseerd zijn in het resultaat van het project of in een van de andere projecten van Ruud, neem dan eens een kijkje op zijn instructables pagina , waar hij zelfs uitleg geeft over hoe je het zelf ook zou kunnen maken: www.instructables.com/member/RuudvandeLooij/


Masterclass 2014 Business course

After

TWO

inspiring days,

MY DECISION

was made

Meet Marcia and Ramon Marcia works for AkzoNobel as a Sales Support Specialist, while Ramon is a Process Engineer. Ramon joined us after his Post Master Product and Process Design in Eindhoven in 2012. Marcia joined us after attending the 2013 AkzoNobel Masterclass. During the Masterclass she encountered a spirit of ‘winning together as a team’ at AkzoNobel that she hadn’t experienced on visits to other companies. And she was impressed that HR put her in touch with people from all layers of AkzoNobel. You will find out more about the roles that Marcia and Ramon play within AkzoNobel on our website. AkzoNobel’s annual Masterclass is your chance to find out if you’d like to be part of this environment. Join us for two intensive and exciting days of introductions and interdisciplinary teamwork. You’ll see our organization from different angles and have plenty of opportunities to meet senior management and young employees. When: May 12 & 13, 2014 For: Masters students approaching graduation Deadline for registration: April 11, 2014

Please visit www.akzonobel.nl/masterclass for more information and to apply online.

07774_271213

Where your ideas go far


48

Lockheed Martin

Meer dan een eeuw aan innovatie

Lockheed Martin maakt onder andere verkenningsvliegtuigen, helikopters, marineschepen, landmachtvoertuigen en ruimtevaartuigen, maar het bedrijf is het bekendst om de jachtvliegtuigen die het bouwt. Het is het grootste defensieconcern ter wereld en ook de Joint Strike Fighter wordt door hen gebouwd. Jeroen de Wit Geschiedenis San Fransisco, 1912. De Lockheed Corperation wordt opgericht door Allan en Malcolm Loughead. Na vier jaar van ontwikkeling bouwden de broeders Loughead hun eerste vliegtuig. Het bedrijf werd hierna snel groot. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het dit bedrijf voor de wind ging nam het Vega Aircraft Co. over. Niet veel later voegde Lockheed een derde complex toe aan zijn bestand, speciaal voor ruimtevaartprojecten. Lockheed produceerde hierna een aantal beroemde vliegtuigen zoals het Hercules-transportvliegtuig. Later in 1993 nam het bedrijf de General Dynamics Fort Worth aircraft division over, de bouwers van de F16. Martin Marietta was een luchtvaartbedrijf dat in 1961 werd opgericht door het samengaan van de Glenn L. Martin Company en de American-Marietta Corporation, het hoofdkwartier stond in Chicago. Het bedrijf richtte zich voornamelijk op het maken van langeafstandsraketten ten behoeve van de oorlogsvoering. Martin Marietta is in 1982 bijna ten onder gegaan aan een vijandige overname, maar wist deze te voorkomen door alle nevenactiviteiten af te stoten en het overnemende bedrijf (Bendix) zelf over

te nemen. Het beroemdste product van Martin Marietta zijn de Titan-raketten. Lockheed Martin is in 1995 ontstaan uit de fusie tussen de twee eerdergenoemde bedrijven, de Lockheed Corperation en Martin Marietta. Daarmee was het meteen het grootste bedrijf in de oorlogsindustrie, en is dat vandaag de dag nog steeds. Het bedrijf heeft hier in 1998 last van gehad toen het probeerde te fuseren met Northrop Grumman. Wanneer dit door zou gaan zou het nieuwe bedrijf 25% van het Amerikaanse aanbestedingenbudget van het ministerie van defensie ontvangen en is hierom geblokkeerd door de Amerikaanse overheid. Later, in 2001, won Lockheed Martin het contract om de Joint Strike Fighter te bouwen, hierover verderop in dit stuk meer.

Lockheed Martin en haar klanten Lockheed Martin is erg actief met betrekking tot contact met de Amerikaanse Overheid. Het werkt voor meer dan 24 overheidsinstellingen, waaronder de CIA, FBI, NSA en uiteraard de US Air Force. Hieraan verdient het bedrijf vele miljarden, maar de


49

Simon Ster 45.3 | april 2014

contacten met de overheid zijn niet zonder kritiek, op de lijst van de partijen met de meeste incidenten in de VS staat het bedrijf op de derde plaats. Na de fusie in 1995 heeft Lockheed Martin $606 miljoen moeten betalen aan de overheid vanwege “gevallen van wangedrag”. Lockheed Martin staat al jaren met afstand bovenaan de lijst van contractors van de Amerikaanse federale overheid. Lockheed Martin is voor ongeveer 85% van zijn inkomsten afhankelijk van de Amerikaanse overheid.

schappen gaat. In dit ruim zijn vier ophangpunten waar wapensystemen aan opgehangen kunnen worden, waarvan de middelste twee geschikt zijn voor lucht-luchtraketten, de andere twee zijn geschikt voor zowel lucht-lucht raketten als bommen. Extern zijn er zeven ophangpunten, waar boordkanonnen, korte afstand lucht-luchtraketten, bommen, lucht-grondraketten en pylontanks (voor extra brandstof) aan kunnen worden gehangen.

Ook in de rest van de wereld is Lockheed Martin een belangrijke leverancier voor defensie. Zoals eerder vermeld bouwt Lockheed Martin ook de JSF en is ook lange tijd verantwoordelijk geweest voor de F16’s. Indien een land meedoet aan een project van Lockheed Martin, dan eist het meestal dat eigen bedrijven mogen meewerken aan de ontwikkeling van het project en dat bedrijven in dat land onderdelen voor het project mogen fabriceren.

Joint Strike Fighter Deze straaljager is de afgelopen jaren regelmatig voorbijgekomen in het nieuws onder de naam “Joint Strike Fighter”, hoewel dit eigenlijk niet helemaal correct is. De naam Joint Strike Fighter was de naam die het Amerikaanse ministerie van defensie gebruikte voordat bekend was welke partij dit vliegtuig zou ontwikkelen, maar nadat Lockheed Martin de laatste andere kanidaat (Boeing) versloeg in 2001 heeft dit project een andere naam gekregen: de “F-35 Lightning II”. De landen die deelnemen aan dit project zijn: de VS, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Nederland, Turkije, Canada, Australië, Denemarken en Noorwegen. Nederland heeft deze aanvalsvliegtuig gekozen als de vervanger van de F-16 en heeft ook een aanzienlijk deel mee ontwikkeld. Nederland heeft eind 2011 voor $410 miljoen aan ontwikkelingswerk en $128 miljoen aan productiewerk geincasseerd. Uiteindelijk hebben zesenzestig Nederlandse bedrijven, direct of indirect, meegewerkt aan dit vliegtuig. En hoewel Nederland op deze manier wel profiteert van de productie van de apparaten is er toch een hoop discussie over geweest, want de voorlopige prijs (dat wil zeggen: “het kan nog oplopen”) is $155,1 miljoen (€112,9 miljoen) per stuk. En dat vinden enkele partijen aan de hoge kant. De deelnemende partijen hebben besloten dat er drie modellen van de Joint Strike Fighter worden ontwikkeld. De F-35A, het model dat het meest op een F-16 lijkt. De F-35B, een model dat naast de functionaliteiten van de F-35A ook nog verticaal kan opstijgen en landen, net als de beroemde “Hawker Harrier”en de F-35C, een model dat is geoptimaliseerd voor gebruik in combinatie met vliegdekschepen. Verder is er nog een licht afwijkende F-35I, een versie speciaal voor de Israëlische luchtmacht die hetzelfde is als de F-35A, maar dan met Israëlische systemen. Een van de sterkste punten van de JSF is het grote aantal wapens waarmee het compatibel is. Zo heeft het vliegtuig een intern wapenruim waaruit het wapens kan lanceren. Er is gekozen voor een intern ruim omdat dit in tegenstelling tot de “normale” extra wapenlast dit een stuk minder ten koste van de stealth-eigen-

Overige beroemde producten C-130 “Hercules” De C-130 Hercules is in 1954 ontwikkeld door de Lockheed Corporation en is een middelzwaar militair transportvliegtuig. De C-130 kent veertig modellen en wordt in meer dan zestig landen gebruikt. De C-130 wordt nog steeds gemaakt en gebruikt, en een van de enige militaire vliegtuigen die meer dan vijftig jaar onafgebroken is geproduceerd. De Hercules wordt onder andere gebruikt om infanteristen of parachutisten te vervoeren. Ook kan het als ambulancevliegtuig dienen. Een van de redenen dat de C-130 zo bekend is, is vanwege de “herculesramp”. Deze vond plaats op 15 juli 1996, toen een Belgische C-130 neerstortte op Eindhoven Airport. Op het moment van deze ramp waren er 41 inzittenden van wie er 34 omkwamen. F-16 “Fighting Falcon” De F-16 is ontwikkeld door General Dynamics, wat later is overgenomen door de Lockheed Coporation. De F-16 is de kern van de huidige vloot van de Nederlandse luchtmacht en zal dit blijven tot de F-35 hem vervangt. De F-16 is een van de meest geproduceerde westerse toestellen sinds WOII, dit is mede omdat het een volwaardig gevechtsvliegtuig is dat naar verhouding erg goedkoop is, de stukprijs ligt onder de $15 miljoen dollar. De F-16 is zo goedkoop omdat er tijdens het ontwerpproces is gekozen voor een eenvoudiger ontwerp dan de voorgangers, gemaakt van aluminium. Verder valt het toestel op omdat dit het eerste toestel is met een computergestuurd besturingssysteem. Dit was ook daadwerkelijk nodig omdat het vliegtuig uit zichzelf niet stabiel


50

was als het vloog. Sinds het begin van de productie in 1974 zijn er ruim 500 toestellen verloren gegaan, waaronder 36 van Nederland. Verreweg de meeste toestellen zijn neergestort als gevolg van een fout van een vlieger of als gevolg van een mechanisch probleem. Slechts vijf zijn er neergehaald als gevolg van vijandig vuur. F-22 “Raptor” De F-22 is ontwikkeld door Lockheed Martin in samenwerking met Boeing en Pratt & Whitney. Dit vliegtuig wordt enkel gebruikt door de Amerikaanse Luchtmacht. Dit toestel is in staat om langdurig op supersonische snelheid te vliegen zonder gebruik te maken van naverbranders, mede hierdoor kan hij op deze snelheid onzichtbaar blijven voor radars. Verder is hij extreem wendbaar en beschikt hij over ver doorontwikkelde stealtheigenschappen. Ook kunnen computers motoren, besturing en navigatie op een optimale manier bedienen. De stuksprijs van dit elitemodel is ongeveer $150 miljoen.

AH-56 “Cheyenne” De AH-56 was een gevechtshelikopter die veel leek op de later ontwikkelde Apache. Dit model helikopter is speciaal ontwikkeld voor de Verenigde Staten. De opvallendste eigenschap van dit model is een extra propeller bovenop de gebruikelijke twee propellers. De extra propeller is een duwende propeller die zo is gemonteerd in de staart dat hij de helikopter kan voortduwen. Hierdoor kan deze helicopter versnellen en afremmen zonder de cabine te kantelen en is de helicopter ook in staat om de cabine te kantelen zonder te versnellen danwel af te remmen. Het model is nooit verder gekomen dan de tien prototypemodellen die zijn geproduceert. Lockheed Corporation had na de tien prototypes wel een productiecontract gekregen, maar na een fatale crash en technische problemen is de productie van de helicopter uitgesteld en later geannuleerd. Hiervoor in de plaats is het Apache project begonnen, dat Boeing had gewonnen.

SR-71/SR-72 De SR-72 is het vervolg van de SR-71 “Blackbird”. De SR-71 was een hogesnelheids verkenningsvliegtuig die snelheden tot drie maal de geluidssnelheid kan halen en op bijna zesentwintig kilometer hoogte en in een indrukwekkende 1 uur, 54 minuten en 56,4 seconde van New York naar Londen is gevlogen. Hiervoor gebruikte het twee J58 turbojetmotoren (zie afbeelding) met ieder een stuwkracht van 145 kN. De SR-72 is op het moment in ontwikkeling en wordt “Son of Blackbird” genoemd. Dit vliegtuig wordt een soortgelijk vliegtuig als de SR-71, maar dan met nog indrukwekkendere specificaties. De SR-72 moet bijvoorbeeld zes maal de geluidsnelheid kunnen vliegen. Om deze indrukwekkende snelheden te halen moet er uiteraard rekening worden gehouden met de aerodynamica, maar er moet ook rekening worden gehouden met aerothermische effecten en de navigatie. Om dit voor elkaar te krijgen werkt Lockheed Martin samen met Aerojet Rocketdyne, een raketfabrikant uit Californië. Helaas gaan bemande vluchten op deze snelheden er voorlopig niet inzitten. De SR-72 heeft op het moment de status “ontwerpvoorstel”, en kan indien goedgekeurd en zonder vertraging klaar zijn in 2030.

Ethiek Zoals men zich bij elk bedrijf dat werkzaam is in de oorlogsindustrie kan afvragen of de wereld geen betere plaats zou zijn als zij er niet waren geweest kan je je dit bij Lockheed Martin ook afvragen. Zeker omdat het het grootste bedrijf is dat in de oorlogsindustrie werkzaam in is. Hoewel Lockheed Martin enkel aan overheden levert, en niet eens aan elke overheid, maakt het bedrijf toch voornamelijk wapentuig. Er zijn zeker vreedzame projecten waarin het bedrijf participeert maar het bedrijf streeft vooral een winstdoelstelling na, zoals bijna elk ander bedrijf dit doet. Zelf zegt Lockheed Martin een ethiek-code na te leven, en bij te dragen aan veiligheid in plaats van aan oorlog. Ook zegt het bedrijf te doen wat “juist” is en anderen met respect te behandelen. Verder produceert het bedrijf met excellentie, iets wat klanten uiteraard altijd graag horen. Maar of dit het maken van genadeloze moordmachines rechtvaardigt?


51

Evolution of the Trebuchet

Simon Ster 45.3 | april 2014

Still cool without Age of Empires II

Last January the first year students tested the trebuchets they designed. This project, introduced in the academic year 2010-2011, challenges students to design the best trebuchet with a limited amount of material available, combining dynamical modeling with 3D modeling skills. Jaap Schuit A long time ago Just like the freshmen our ancestors also had limited material at hand. When the precursor to the trebuchet was first designed, it was nothing more than a small pouch attached to two cords. This cradle currently goes by the name “sling” and was invented by our ancestors a couple of thousand years B.C. Invented to hurl small, blunt objects, like stones, at prey or the enemy, in order to kill them. To hurl a stone, one places the loop at the end of one of the cords around the thumb, while holding the other loop in the same hand. Now it becomes possible to put the desired object of choice into the pouch. By swinging the pouch in an arc shape and releasing the chord with precise timing one could sling an object up to 400-450 meters away. However most of the time it was favorable to hit closer targets with high speeds of up to 120 kph. Because the sling was easy to manufacture and ammunition was mostly at hand, it was often preferred above a bow and arrow.

From sling to staff sling As the human race developed into a more ‘advanced’ race, the sling was accompanied by the staff sling. A staff with a sling at one end, just as the name suggests. The addition of the two meter long pole made it possible to apply a bigger momentum to the projectile. Also heavier and bigger objects could be slung at the enemy; unfortunately this came along with a decrease in accuracy. Besides the increase in firepower and range the staff could instantly be used as a two handed melee weapon, which could come in handy when opponents use tactics with surprise attacks. However, since both hands were required to operate the staff sling the wielder could not profit from the defensive bonus he would get from wielding a shield. It seems the waterbed-effect does not only apply to control theory.

Supersize me Because of its effectiveness and the boasting of men about having the biggest tool, the staff sling was upgraded sometime around 500 AD to a traction trebuchet. With this upgrade the sling was first used as a siege weapon. Depending on the size of the trebuchet it could either be used to wipe out armies or to tear down small unfortified walls. To do the latter, up to forty-five man were needed to swing the rocks, weighing over a hundred kilo-

grams, over a distance of thirty to sixty meters. Not very efficient, but it did the job. Efficiency was greatly improved sometime around the beginning of the 12th century, when the counterweight was introduced. Fully manned it could achieve fire rates of 2000 stones per day, assuming the soldiers operated in shifts. This translates to approximately one shot every 40 seconds. With a counterweight trebuchet, the enemy could no longer hide in their huge castles and scare you off by farting in your general direction. In the unfortunate case a wall could not be torn apart, the trebuchet was used to hurl the bodies of dead soldiers and horses into the cities, conquering the city by disease. These tactics made it one of the first biological weapons. A victory was mostly guaranteed, once a trebuchet was constructed. Because these siege engines were enormous, they were mostly built on-site. This approximately took a week or two. Due to their effectiveness, trebuchets were still in use at the end of the 15th century, long after the introduction of gunpowder. When the cannons took over, most documentation and instructions were lost. Luckily, in 1984, documents were discovered that allowed reconstruction of these destructive siege engines, giving us the opportunity of having an entertaining study case.


52

Russian Tu-95 patrols

Nuclear bombers over Europe

The Tu-95 turboprop heavy bomber was the workhorse of the Soviet air force since 1956 and continues to operate in the air force of the Russian Federation. Even twenty years after the end of the cold war, these planes are regularly engaging in long range patrols to the North sea or the US east coast. When they do so, they often fly so close to another country’s airspace that these countries (including the Netherlands) send fighter jets to intercept the incomming Russians. This may sound odd, but it gets even stranger as the Tupolev Tu-95 isn’t just any bomber, it is Russia’s primary nuclear bomber.

Lennard van Damme Whose crazy idea was that? Well, the idea originated in the Soviet Union of course. During the Cold War patrols along the enemy’s borders were standard operating procedure for both sides of the conflict. The Soviets flew bombers along the airspace of the US and its allies and submarines routinely patrolled the American seaboards. The Americans did the exact same thing. This was all part of the mutual intimidation and provocation that comes with operating under the doctrine of mutually assured destruction, aptly acronymed MAD. After the end of the Cold War these patrols were abandoned in 1992 due to a lack of funding. For 15 years the Bears, the NATO call sign for the Tu-95, mostly stayed on the ground. Then, in 2007, Russian president Vladimir Putin announced that Russia would be resurrecting the old Soviet long range patrol program.

Okay, so it’s Putin’s idea, but why? There are a couple of reasons why president Putin booted up this old programme again. For starters, it works great with the folks back home: pompous military displays usually instil a sense of national pride in a population. Secondly, there are true honest-togod military reasons for conducting the patrols. After 15 years of the Tu-95s being grounded, experienced pilots were starting to

become rare. If a nation wants to have a certain military capability, it had better make sure it has the right people available. If you ever have to drop a nuclear bomb, you’re going to want an experienced crew flying the plane. Even if it is extremely unlikely that the Russians will ever drop a nuke on western-Europe, one can see the logic in them wanting to keep their capabilities up to date. So, these are two reasons for conducting these patrols. But the primary reason has nothing to do with the Russian people or the training of military personnel. It has everything to do with the shifting balance of power in the world. In 1992, when the original patrols were put on hold indefinitely, Russia was not doing too well. The Soviet Union had collapsed six months earlier, and although a Russian government was rapidly forming behind Boris Yeltsin, the country was only a shadow of its former self. Over the next six years, the Russian economy would show a sharp decline, shrinking by as much as 10% annually. Twenty years later, a lot has changed. The Russian GDP has grown by 150%, The People’s Republic of China has become the world’s second largest economy and the United States has spent well over a decade fighting two expensive wars with very little to


53

Simon Ster 45.3 | april 2014

show for it. America is losing its dominance and Russia is once again becoming a power that can’t be ignored. This shift in international relations was made painfully clear in 2013, when military intervention in the Syrian civil war by the US and France was prevented by Russian diplomacy. President Putin is working very hard to restore his nation’s former status as a superpower and conducting impressive long range patrols fits perfectly into his strategy, because in order to be a superpower, you need to act like one.

Where exactly are they flying? The patrols seem to follow a number of routes, aimed at a specific region of interest. All patrols take off from the same place, Engels Air Force Base. Four prominent examples of patrol routes are: 1.

2.

3.

4.

Heading north towards the Arctic, the bombers will fly over the Barents Sea, the Norwegian Sea and the North Sea. While the bombers mostly remain in international airspace, they hug the coastlines of Norway, the Netherlands and the United Kingdom. Starting the same way as the previous route, they fly over the Barents Sea along the Norwegian north coast. Heading west from there, the bombers closely approach the eastern seaboards of the US and Canada before turning back. Heading north-east until they reach the Arctic Ocean, the bombers fly along the Russian north coast. They then fly over the Bering Strait between Russia and Alaska, sometimes closing to just a few kilometres from the US. The bombers head south-west over the Pacific towards the southernmost Japanese islands, passing the US military base on Okinawa. The final stretch of the patrol takes the bombers between Japan and South Korea before returning home. This route starts the way the previous one ends, flying between Korea and Japan towards the Philippines. After passing the Philippines, the planes continue east towards the US island of Guam in the south-Pacific before heading back to Russia.

Map showing the routes of the Tu-95 patrols. Route 1 is shown in red, route 2 is shown in blue, route 3 is shown in green and route 4 is shown in purple.

Are they actually carrying nukes? Maybe. There hasn’t been any official statement from any nation denying of confirming the presence of nuclear weapons aboard the Russian planes, but the Dutch Royal Air Force has said that they know whether or not the Russians are carrying nukes. It is hard to be that confident unless you have actually detected something. Furthermore, it is well documented that similar patrols by the Americans during the Cold War were usually conducted while carrying live nuclear bombs, and that the American intelligence community at the time assumed the Soviets did the same. This would make it standard procedure to carry real nukes on those patrols, but that doesn’t mean the Russians are still doing so today. For now, we simply can’t be sure whether the bombers are empty or not.

What is the direct response? The Russians mostly stick to international airspace, but they are always close to, and sometimes even enter, the airspace of other nations. These countries usually scramble fighter jets to intercept the Russian bombers. On the European route (route 1), the Russians are constantly escorted by Norwegian, Dutch or British aircraft. On other routes, they have been intercepted by Canadian, American, Columbian, Korean, Japanese and Australian forces. Since the Russians have every right to patrol international airspace, these interceptions don’t mean that the Russians will turn back, they simply complete their patrol while being escorted by aircraft from the country whose borders they are patrolling.

A Russian Tu-95 is intercepted by a British Eurofighter Typhoon over the North Sea


54

Fact & Opinion: Chemical Weapons Objective

An effective tool or completely inhumane? Chemical weapons have been the subject of a heated debate for decades now. Recently, Syria vowed to destroy its entire stockpile. Why did we ever start using chemical weapons and should we put an end to their use? Lennard van Damme Four kinds of weapons Weapons are usually divided into four categories: conventional, chemical, biological and nuclear. Conventional weapons are by far the largest category, ranging from spears to tanks. In fact, any weapon that is not chemical, biological or nuclear is conventional. Biological weapons consist of living organisms, usually viral or bacterial, that inflict damage by causing diseases or aggressively accelerating normal biological processes. The most prominent example is Anthrax, a bacterial weapon used in 2001 to attack a number of US senators via contaminated letters. Nuclear weapons are of course based on nuclear reactions or radioactivity. Chemical weapons are weapons that are either complex chemicals themselves or that use chemical reactions to cause damage. The most common representation of chemical weapons is poisonous gas, such as the Sarin gas recently used in Syria. There are a great number of chemical weapons however, that work very differently. Strong acids can be chemical weapons when used directly against people. White phosphorus is often used in military smoke bombs and as such is considered a conventional weapon (or not a weapon at all). But, white phosphorus can also

be used in artillery shells as incendiary weapons. White phosphorus burns very violently and if burning white phosphorus comes into direct contact with human skin, it not only burns the victim intensely, but the phosphorus is also absorbed into the body. This can cause multiple organs to fail and can be fatal. As such, white phosphorus as an incendiary weapon is sometimes considered to be a chemical weapon. The same goes for tear gas, which is normally used in the open air to temporarily disable a large group of people, i.e. rioters, protestors, etc. Under these circumstances the most dangerous aspect of tear gas is the canister itself being fired into a crowd. The use of tear gas by riot police is accepted in many countries including the Netherlands. However, tear gas can lead to lethal burns and asphyxia when it is used in a closed environment, and it can then be considered a chemical weapon. So the definition of chemical weapons is not as clear as one might initially suspect. It is not so much the technical nature of the weapon that makes it a chemical weapon, but rather the manner in which it is used.


55

Simon Ster 45.3 | april 2014

A bit of history There are sporadic records of chemical weapon being used in ancient times. The ancient Greeks used poisoned arrows as early as 1300 BC and the Chinese used smoke containing trace amounts of arsenic in 1000 BC. The Romans also faced chemical warfare on several occasions, specifically when fighting the Sassanid (Persian) Empire around 300 AD. New developments would be scarce for the next 1200 years. During the renaissance, as mankind developed a more complete understanding of biology and other sciences, the chemical weapons that were used became progressively more advanced and deadly. The new generation of chemical weapons were mostly based on a combination of a conventional artillery shell and a toxic substance such as sulphur, turpentine or saltpetre. This combination created toxic smoke when ignited. Since there was no real understanding of chemistry, the toxins were substances that could be found in or easily extracted from nature. Large scale use of chemical warfare started in World War I. Both the Allies and Axis powers used early synthesised chemical weapons such as chlorine gas and mustard gas. Although few casualties were sustained due to chemical warfare in WW I, it did create widespread fear amongst both soldiers and civilians. This fear was caused by the relative novelty of the weapons, the initial lack of a proper defence and the inability to fight back. The fact that the weapons were rarely fatal due to the primitive delivery system (wind) and quick dissipation, had little comforting effect.

British football team wearing gas masks on the western front of WW I

Although the Nazis invented the potent nerve gasses Tabun and Sarin in 1937 and 1939 respectively, chemical warfare was practically non-existent in the European theatre of World War II for several reasons. First of all, the problems of limited effectiveness on the battlefield that had been experienced in WW I still existed. Fast, accurate delivery systems were still unavailable and since WW II never developed into a slow trench war, the enemy was usually gone before chemical weapons could be used. Another factor that lead to chemical weapons not being used was the mutual fear of retaliation. The allies were scared shitless of the new German nerve gasses. The Germans in turn were not overly enthusiastic about the idea of British anthrax being used against

them. Hitler’s reluctance to risk the widespread use of chemical weapons may have been caused by the fact that he himself had been badly injured by mustard gas during WW I. Even though chemical weapons were not used on the European battlefields, the most deadly deployment of chemical weapons in history was the Nazis’ endlösung: the holocaust in which millions of Jews, Gypsies, homosexuals and other ‘undesirables’ were massacred using poison gas. The last large scale use of chemical warfare was during the IranIraq war in the 1980s. During this conflict, Saddam Hussain used various toxic gasses on approximately 100.000 Iranian troops, 20.000 of whom died. He also used gas attacks on Iraqi towns whose populations were sympathetic to Iran.

Legality The first legal restrictions on the use of chemical weapons were set forth in the Strasbourg Agreement of 1675 between France and the Holy Roman Empire. The treaty banned the use of toxic weaponry by these powers against each other. This treaty would remain the only ban on chemical weapons until the Geneva Protocol of 1925. In 1899 the Netherlands hosted the first Hague convention. During this convention, which was called for by Russia and attended by all major powers, the signatories agreed not to use projectiles with the sole purpose of spreading poisonous gasses. This agreement, combined with many other subjects of the convention concerning the rules of war was eventually formalised in the Geneva protocol in 1925 (not to be confused with the Geneva convention of 1949, which dealt with the treatment of certain groups such as medics, clergy and prisoners during wartime). The Geneva protocol was completely ratified by all major powers except the United States (the US later ratified the protocol in 1975). The latest treaty to deal with chemical weapons is the Chemical Weapons Convention of 1993. This convention, signed and ratified by nearly every country in the world, outlaws the production, stockpiling and use of chemical weapons. The treaty also obligates all parties to destroy all their chemical weapons, a process that is administered and verified by the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) in The Hague. The latest country to become party to the convention is Syria, which ascended in late 2013 after coming under considerable pressure from Russia to do so. Syria’s accession to the treaty leaves only six countries that are not parties: Angola, Egypt, Israel, Myanmar, North Korea and South Sudan. Although the Chemical Weapons Convention is legally as close to airtight as possible, its effectiveness is undermined by two important problems. First of all, six countries are not party to the treaty, most notably North Korea and Israel. Secondly, quite a few parties to the treaty still have stockpiles of chemical weapons or production facilities, including the United States, Russia, Japan, China, France, India, Iran, Libya, Serbia and the United Kingdom.


56

Fact & Opinion: Chemical Weapons Subjective

In favour of chemical weapons Lennard van Damme It sucks to get killed Civil war has raged in Syria for three years now and so far, the outside world has mostly just been watching, unable or unwilling to do something about it. Until August the 21st, 2013, around 100,000 people had been killed during the conflict, yet the deaths of approximately 1500 people that day were widely considered to be much worse. The event even triggered French, Turkish and American preparations for military intervention. These deaths provoked such strong responses because they were caused by chemical weapons. Why would a death be worse when caused by chemical weapons? It sucks to get killed anyway, and I can’t think of any reason why it would be systematically worse to die from chemical weapons than to die from conventional weapons. Both kinds of weapons can cause quick, painless deaths as well as slow and excruciating ones. I really can’t imagine any war casualty thinking “I hate you for killing me, but thanks for not doing so using chemical weapons”. If you are going to get killed, you’ll probably want a quick and painless death. This wish is not really connected to the weapon

used however. A gunshot to the head is a pretty quick, but it is a rarity in warfare. Anyone who has seen the first thirty minutes of Saving Private Ryan has some idea of how slow and painfull it can be to die from conventional weapons. Nowadays, most chemical weapons are nerve agents. These substances disrupt or overload the function of the nerves, causing the brain to lose control over the body. While dying from a nerve agent is very painful, it is also quite fast: a lethal dose of sarin kills in one minute, and sarin is a relatively primitive and slow nerve agent. There are also chemical weapons that cause a completely painless death. Blood agents such as cyanide disrupt the ability of blood the carry oxygen. The first symptom of exposure to a blood agent is unconsiousness or even coma, which effectively makes the victim unaware of all further symptoms. It is unfair, by the way, to directly compare chemical weapons with biological or nuclear weapons. Nuclear weapons can cause very long-term problems since the fallout can render the struck area uninhabitable for a few years. Biological weapons are very risky because their effects are often contagious. This makes it very hard to use biological weapons with precision, since the weapon


57

Simon Ster 45.3 | april 2014

can multiply. Neither of these properties apply to chemical weapons. The point is: dying from chemical weapons sucks, but not necessarily more so than dying from conventional weapons.

Force multiplication One of the very basic principles of warfare is a concept known as force multiplication, i.e. amplifying your strength through superiour equipment. On a small scale, force multiplication is a woman using pepper spray to defend herself from a physically stronger assailant. On a large scale, force multiplication is the US Air Force deploying B-2 bombers against AK-47s. Without force multipliers, a small country such as the Netherlands can never stand a chance against a much larger enemy such as Germany, France or the UK. During the wars the Dutch Republic succesfully fought against France and England, it used powerful force multipliers. An important force multiplier against the English was the tactical brilliance of admirals such as Michiel Adriaanszoon de Ruyter. Against the French the Dutch utilised the terrain to create a waterline (a barrier created by combining existing rivers and flooded polders). Chemical weapons can also be a powerful force multiplier. Today, the conventional Dutch armed forces would not stand a chance against France or the UK. In order to defend itself, the Netherlands would need something more powerful. This example is irrelevant since the Netherlands, France and the UK are all firmly allied (and because both France and the UK possess nuclear weapons), but there is a similar geographical case with very different politics. Israel has a population of about 8 million and is surrounded by more or less hostile countries with a combined population of about 200 million (Egypt, Jordan, Lebanon, Syria and Iran). This means that they need a pretty damn good force multiplier to defend themselves. And that is exactly why Israel is one of the few countries that openly has chemical weapons in its arsenal. Abolishing chemical weapons is easy when you live in Western Europe surrounded by allies, but it is very different if you are in a situation where you may actually need chemical weapons some day.

Oh, go hug a tree! Israel’s situation is a clear illustration of everything that is wrong with the ban on chemical weapons. It is a symptom of people forgetting what it is like to not have peace as their default setting. There is something poetically appropriate about the fact that the basis of the chemical weapons ban is the Geneva Protocol while the last time Switzerland was at war was in 1536. It symbolises how far this treaty is removed from reality. Those who desire to completely remove chemical weapons from existance ignore a very important fact: chemical weapons can be pretty damn useful! Like any other weapon, chemical weapons are tools used to kill the enemy. What tool you use depends on the situation and in some situations the best option is to use chemical weapons.

What matters is who you kill and why, it matters very little how you do it. Imagine a bunker, full of enemy soldiers, that contains valuable intelligence. The enemy will defend the intelligence to the death and the only way to get it, is to kill everyone in the bunker. You can’t very well destroy the bunker, because that would destroy the intelligence. You will have to send infantry into the bunker for extensive close quarters combat, which is one of the most risky and unpredictabel forms of battle. But what if you had access to chemical weapons? You could achieve the exact same result: a bunker full of dead enemies, yet without risking the lives of your own soldiers. We ought to be grateful to the men and women who choose to serve and protect our country, and we ought to do everything possible to make sure they come back alive. To send troops into combat, into some of the most dangerous situations possible, and then deny them the tools that may keep them alive is outright ridiculous. No treaty can foresee what situations might occur on the battlefield.

Si vis pacem, para bellum When it comes to war, no decision should be made lightly and the more frightning the weapon, the harder the decision to use it. But warfare is so very unpredictable that it is impossible to know what may become necessary in the future. We should not remove options when we don’t know whether or not we’ll have alternatives. Wishing for chemical weapons to be needless just doesn’t make it so.


58

Fact & Opinion: Chemical Weapons Subjective

Against chemical weapons Martijn Deenen Killing is killing. Or is it? Sure, whether you die by a gunshot or by Sarin gas hardly matters, you would rather not die at all. Even though chemical weapons usually cause more painful deaths than their conventional counterparts, there are some very nasty conventional weapons out there as well. One could argue from an economical point of view that it would be best for the world to either kill a person or leave them unharmed, since returning disabled soldiers, either physical or psychological, puts a high burden on an economy recovering from a war. Since human lives cannot simply be expressed in money, that is not a point I would want to make either. However, I do certainly think that chemical weapons have no justified place in modern warfare. Not necessarily because they kill people, most weapons do. But because of which people they generally kill. So the question to answer is: should governments be allowed to have chemical weapons? The first reason for this is the lack of accuracy. Since World War 2, when the allied forces accidentally bombed the city of Nijmegen, public acceptance of unintended civil casualties has declined dra-

matically. Nowadays, military targets are carefully selected and bombed either with high precision cruise missiles from submarines or by drones that can come very close without risking lives. Despite the improved technology, chemical weapons are still very hard to aim. Impact calculations are difficult, since minor wind fluctuations can have severe consequences for the area of effect. Therefore, unlike bullets or even explosions, it is virtually impossible to guarantee that no bystanders will be killed when using chemical weapons. The Russians special forces were painfully reminded of this when they used a chemical agent on Chechen terrorists during the Moscow theatre hostage crisis in 2002. Yes, the 43 terrorists were killed, but so were 118 hostages. The unpredictable nature of chemical weapons makes them unacceptable in modern warfare. On top of being unpredictable, chemical weapons are also uncontrollable once they are released. If the enemy surrenders, or worse, innocent civilians appear on the battlefield, there is no possibility of ceasing fire. The chemical agent will continue to inflict casualties, sometimes continuing to do so for multiple


59

Simon Ster 45.3 | april 2014

personnel, the fear factor was the only real use of it (especially considering the difficulties and costs of using chemical weapons). Although Saddam Hussein was able to use them on the inexperienced, chaotic army of the new Islamic Republic of Iran in the 1980’s, most traditional chemical weapons would be useless against any national army. Since these weapons are dangerous (and thus expensive) to store, why not get rid of them?

Flags of the OPCW, which stands for Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons

hours. The traumatising sight of people suffering and dying in a cruel way even after the fight is over is something that no human should have to experience in the 21st century. The arguments stated above are no problem for terrorists, who generally desire to create as many civil casualties as possible. Since they are easily transported and much harder to detect than conventional weapons such as bombs or guns, chemical weapons might even be considered an ideal choice for terrorists. Sarin gas has been successfully deployed by a Japanese cult in the Tokyo subway in 1994, and multiple terrorist bombings using chlorine gas were reported in Iraq in 2007. Al-Qaeda already announced their intent to acquire chemical weapons right after 9/11, and the corruption and lack of safety in many countries is another reason why no country should be storing supplies of chemical weapons.

The result of the use of chemical weapons on birds

Strangely enough, the best argument against chemical weapons is their ineffectiveness. On the battlefield, that is. As stated in the objective part, even in World War I, very few casualties were actually caused by chemical weapons. Especially after the mass spreading of gas masks and other protective gear under military

Only one reason remains: their effectiveness against (your own) civilians. Especially those nasty protesters, hiding in expensive, precious buildings in the country that is yours to rule. Bullets and bombs do not discriminate, chemical weapons do. Any person or organization with access to gas masks and protective clothing will be unharmed. Even rebels such as the ones in Syria will probably be able to get these, funded by people from Saudi Arabia or Qatar. The only effective use I can think of for chemical weapons is against civilians, the type that are not supported by money or power, the most vulnerable type. The people that would not be worth the destruction of your city centre. Chemical weapons offer a perfect opportunity to get rid of them in a clean way. To rephrase the question raised in the introduction: should governments be allowed to have weapons that are ineffective in conventional warfare? Should these weapons be kept in storage, just like they did for several years in Syria, until suddenly the pressure and thus the temptation to use them becomes high? Whether it was the Syrian government or a rebel group using the Sarin gas remains unclear. But the graphical footage filmed by local civilians certainly show one thing: chemical weapons are never beneficial to the ordinary citizen.


60

Recent History

It’s not all that long ago

Crusader knights lived in medieval times, gunslinger standoffs in the Wild West took place in the second half of the 19th century, the allies made peace with Germany in 1945 and colonies are a thing of the past. These statements probably won’t surprise you, since they are general knowledge. It may therefore surprise you all that much more to learn they are all untrue. Lennard van Damme Roman Emperor

Cowboys vs Indians

Who was the last Roman Emperor? Grab any history textbook and you will probably read that the western Roman Empire ended in the late fifth century A.D. due to internal conflict, corruption and constant invasion by various barbarian tribes. That same book will tell you that the last Roman emperor was Romulus Augustus. The eastern Roman Empire ended when Constantinople fell to the Ottomans in 1453 and its last Emperor was Constantine XI.

It is the pinnacle of American badassery: cowboys fighting indians. After the United States of America won its independence in 1783, the 19th century was a time of vast expansion for the fledgling nation. In 1800, the US was comprised of 16 states and had a population of slightly over 5 million. By 1900, the US had grown to 45 states and over 76 million people. This westward expansion was only possible because of the ruthless massacre of the native American population.

So, was Constantine XI the last Roman Emperor? Nope. Although the western Roman Empire fell in 476, a new empire was founded in 962. That year, Otto I was crowned Holy Roman Emperor. The addition of the word Holy signified the fact that the new Roman Emperors were all crowned by the pope. The Holy Roman Empire would endure for well over 800 years until it was dissolved by the true last Roman Emperor, Francis II, after he was defeated by Napoleon in 1806.

The period colloquially known as the ‘Wild West’ was an approximately 50-year period from 1840 until 1890, although it is hard to define boundaries for the period. The massacre at Wounded Knee took place in 1890 and by that time, men like Sitting Bull, Crazy Horse and George Armstrong Custer were dead. The American Indian Wars continued until 1924, although the last major battle ended in 1886 with the surrender of Geronimo. But when did the United States last fight native Americans? In 1973.

Crusader Knights When was the last time a European nation deployed crusader knights? The 11th century? The 13th century? Nope, it was in 2005. The armed forces of the Italian Republic contain a most peculiar unit, the Corpo speciale volontario ausiliario dell’Esercito dell’Associazione dei cavalieri italiani del sovrano militare ordine di Malta. This unit is the last military remnant of the crusader orders that were so very powerful during the second half of the Middle Ages. Although it is incorporated into the Italian army, it is also part of the Sovereign Military Order of Malta, formerly known as the Knights Hospitaller. All members of the corps are knights of this order. The last (and ongoing) deployment of personell was in 2005 to aid the UN peacekeeping mission in Kosovo.

On February 27, 1973, approximately 200 native Americans of the Lakota Sioux tribe captured and occupied the town of Wounded Knee in South Dakota. 83 years after the aforementioned massacre, Wounded Knee would once again be the site of a standoff between native Americans and the US government. The town was surrounded by US soldiers equipped with helicopters, armoured vehicles, rifles and grenade launchers. The siege lasted for over two months until the native Americans surrendered on May 8th. The two months of skirmishing resulted in a total of 18 casualties, of which 3 were fatal.


61

Simon Ster 45.3 | april 2014

Charge!! Since the invention of gunpowder and the internal combustion engine, horses have been becoming obsolete in warfare. While cavalry was the backbone of any army in the middle ages, the renaissance saw its dominance being reduced by gunpowder. In the early 1800s Napoleon claimed that “God fights on the side with the best artillery” and by the mid-20th century, military horses were rare. Many countries abolished traditional cavalry units shortly after WW II. The 1979 movie ‘Apocalypse Now’ showcased the “new” cavalry in the form of the US 1st Cavalry Division which “had cashed in its horses for choppers and had gone tear-assing around ‘nam looking for the shit”. So when did US forces last fight on horseback? In 2001. In the early months of the war in Afghanistan, only 39 days after 9/11, a 12-man team of US special forces was dropped in northern Afghanistan with the objective of aiding the local Northern Alliance in driving out the Taliban. The only mode of transportation that was available and suitable to the terrain was horseback riding. A Northern Alliance force of 1500 cavalry and 1500 infantry, joined by the 12 Americans, attacked a fortified village, defended by several tanks and infantry fighting vehicles. With the assistance of American air cover, the cavalry charge was successful. The cavalry force eventually grew to 15.000 Northern Alliance fighters and 450 US troops. This combined army, in a huge cavalry charge, surprised and defeated a Taliban force of 50.000 troops.

Deutschland (BRD) while the Soviet zone became the Deutsche Demokratische Republik (DDR). This split created a problem, since no peace treaty was ever signed and there was no longer any government representing all of Germany. Throughout the Cold War, Germany would remain under allied occupation. In 1990, the four occupying countries started talking about withdrawing from Germany. On September 12th 1990, the DDR, the BRD, the Soviet Union, the US, the UK and France signed the Treaty on the Final Settlement with Respect to Germany. Germany was reunited three weeks later and on March 15th 1991, the treaty became effective, formally ending the war.

Colonies Several nations, mostly European, have had colonies at some point in time. The Netherlands have had colonies in Suriname, Indonesia, India and the US to name a few. After WW II, the world was rapidly decolonised. A few important dates are: • • • • • •

• • • • •

1945: Indonesia declares independence. 1946: The US recognise Philippine independence. 1947: India declares independence. 1949: The Netherlands recognise Indonesian independence. 1954: France recognises Vietnamese independence, starting the Vietnam War. 1954: The Netherlands Antilles and Suriname cease to be colonies and become constituent countries within the Kingdom of the Netherlands. 1962: Netherlands New Guinea is the last Dutch colony to be decolonised. It becomes part of Indonesia. 1975: Suriname gains independence. 1980: Southern Rhodesia is the last African colony to gain independence and becomes Zimbabwe. 1981: Belize is the last American colony to gain independence. 1999: Macau is the last Asian territory to be decolonised. It becomes a special administrative region of China.

So, are we done? Is everyone free? Not according to the UN! The UN keeps a list of colonies (euphemistically called Non-SelfGoverning Territories) with 17 entries. The UK, France, the US and New Zealand still have colonies. All of these colonies are islands, except for Gibraltar. All in all, a little over a million people live in colonies today. US and Afghani soldiers on horseback in northern Afghanistan.

Peace with Germany On the 8th of May, 1945, the German armed forces surrendered unconditionally to the Allies, thus ending the Second World War in Europe. Although this ment the fighting was over, it did not mean peace. Instead, it marked the beginning of the Allied occupation of Germany. The country was split into four occupation zones: a British zone, a French zone, an American zone and a Soviet zone. In 1949, first three zones merged into the Bundesrepublik


62

Sterrenhoekjes Geniet mee van deze volkomen uit hun verband gerukte uitspraken, verpraatsels en vertypsels. Mocht je er nog meer horen: aarzel niet en stuur de uitspraak en context op naar sterrenhoek@simonstevin.tue.nl!

Bart: “Het leven van een CoBA gaat niet over rozen. En het ruikt ook niet naar rozen.” Justin: “Mannen zijn eigenlijk gewoon een blackbox met een causale overdrachtsfunctie. En vrouwen zijn gewoon pffff.” Nienke gaat eten koken: “Bas, wat voor pasta wil je?” Bas: “Doe maar penne, blijft toch secretaris hè.” Sef over de opdringerigheid van Tom: “Ook al is Tom in zijn eentje, dan voert ie nog peer-pressure uit!” Bart: “2,50 voor een bootritje naar Texel! Dat is toch niks!.” Bas: “Ja, alles is goedkoop in Zeeland.”

Rik deed nogal lang over het stemmen: “Hoe langer je erover doet, hoe langer je er van kan genieten.” Barts reactie: “Heb je dat van Sylvia geleerd?” Sef op een vrijdagochtend: “Ben eens stil, ik probeer te werken!” Bas trommelend op zijn buik welke iets van omvang veranderd schijnt te zijn in de afgelopen maanden: “De akoestiek verandert ook!” Ben over Urthel-bier: “Dit is eigenlijk een beetje een anti-climax in een glaasje.” Niki: “Het lijkt of er een bouwvakker aan het tapdansen is in mijn hoofd.”

Robin: “Ik kan niet kiezen wat ik wil, ik lijk wel een vrouw.” Chloé tijdens het flyeren voor W-Homeless: “Ik ben nog nooit door zoveel jongens genegeerd.”

Ardin tegen Bart (die net ongeveer 42 uur gestudeerd heeft): “Het is 4 uur geweest, neem een biertje… Oh wacht, er is geen bier meer.“ Bart: “Je maakt me ook weer wakker met een dode baby.”

Prijsvraag Ook deze Simon Ster bevat weer een nieuwe prijsvraag. De prijs die je kunt winnen is een bierkaart, te gebruiken in De Weeghconst. Wil je kans maken op deze bierkaart? Lever dan je antwoord in de Simonkamer in of stuur een e-mail naar redactie@simonstevin.tue.nl. Vermeld hierbij duidelijk je naam. De prijs wordt verloot onder de correcte inzendingen en de winnaar zal bekend worden gemaakt in de volgende uitgave van de Simon Ster

Antwoord 45.2 ‘Cloten probleem’ In de vorige Simon Ster stond de volgende prijsvraag.

Vraag Simon Stevin gaat zijn Clootcrans maken en heeft hiervoor prachtige stalen kogels gekocht. Om ze aan een ketting te rijgen, boort hij er eerst gaten in. Er blijft een cilindervormig gat over waarvan het midden precies door het midden van de kogel gaat. Nadat hij tevreden is over zijn werk meet Simon de lengte van het gemaakte gat. Deze blijkt exact 10 cm te zijn. Wat is nu het totale volume van de doorboorde kogel?

Oplossing Het volume van het overgebleven deel is gelijk aan: 4 x π x (10/2)^3 / 3 = 523,6 cm^3 Uit alle inzendingen is Jaap Schuit tot winnaar geloot en hij kan de bierkaart ophalen in de Simonkamer!

Prijsvraag 45.3 ‘Mijn naam is haan’ De haan van boer Bas kraait elke ochtend op een willekeurig tijdstip tussen 5:30 uur en 6:30 uur. Boer Bas zelf staat om 5:30 uur op en gaat elke ochtend op een willekeurig tijdstip tussen 6:00 uur en 7:00 uur met zijn trekker het land op. Hoe groot is de kans dat hij op een dag op zijn trekker zit voordat de haan gekraaid heeft?


Has problem solving always been your passion? As Engineering Consultants we at Dynaflow Research Group solve the most complex technical problems in the petrochemical industries. Our teams work closely together with the largest Oil & Gas companies. On world wide projects we are able to generate high quality engineering solutions that can save our clients millions a day.

High Quality Engineering Solutions www.dynaflow.com


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Simon ster 45 3 by Simon Stevin - Issuu