Skip to main content

Simon Ster 45.2

Page 1

simon

Doping: Stimulerend Spul TRIZ Geschiedenis van Egypte Centuries of Success (?)

Jaargang 45 | nummer 2 | januari 2014


28

12 | James Clerk Maxwell: natuurkundige, wiskundige en wetenschappelijk bruggenbouwer.

| Eigenlijk best wel logisch: een elektrische Smart!

| Zang, charme en een bijzondere uitstraling. Lees alles wat je wil weten over de Tuna Ciudad de Luz

| Staal, Bier en Snert. En dan ook nog Sjaarzen die de Dommel in kukkelen... Leuk.

50

38 Colofon Januari 2014/ 45e jaargang nr. 2 De ‘Simon Ster’ is een uitgave van de Werktuigkundige Studievereniging Simon Stevin van de Technische Universiteit Eindhoven. De ‘Simon Ster’ verschijnt dit jaar vijf maal.

Eindredactie Robin Mommers

Redactie Liesbeth Campmans, Lennard van Damme, Martijn Deenen, Karel Drenth, Jules Frints, Sanne Janssen, Max van Lith, Robin Mommers, Willem Prajitno, Bas Raes, Jaap Schuit, Yuri Steinbuch, Jordy Wesseling en Jeroen de Wit

Ontwerp Vormgeving vM-design

Vormgeving Robin Mommers Lennard van Damme

Illustraties en foto’s

Drukker

Redactie & leden der W.S.V. Simon Stevin

Drukkerij Snep BV

Adres

Oplage

Technische Universiteit Eindhoven Gemini-Noord 1.61 Den Dolech 2 5612 AZ Eindhoven Postbus 513 5600 MB Eindhoven Telefoon: (040) 247 33 13 Telefax: (040) 243 49 70 E-mail: redactie@simonstevin.tue.nl Homepage: wsv.simonstevin.tue.nl

900

Financieel ABN-AMRO: NL87ABNA0529096358

Abonnementen Er bestaat de mogelijkheid de Simon Ster thuis te ontvangen. Men kan zich abonneren op de Simon Ster voor €15,- per jaar, inclusief verzendkosten. Indien u geïnteresseerd bent of meer informatie wilt, kunt u contact opnemen met de hoofdredactie op bovenstaand adres.

© Simon Stevin MMXIII Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur der W.S.V. Simon Stevin. De hoofdredactie behoudt zich te allen tijde het recht artikelen in te korten of te wijzigen. Plaatsing van een artikel houdt niet in dat het de mening weergeeft van W.S.V. Simon Stevin. Iedereen kan kopij inleveren bij de redactie in de Simonkamer: Gemini-Noord 1.61, of per e-mail: redactie@simonstevin. tue.nl


Inhoudsopgave Smile of Science

4

Doping: Stimulerend Spul

6

Broeikaseffect 10 James Clerk Maxwell

12

Stageverslag: Stefan Verdenius

16

TRIZ 18 De Geschiedenis van Egypte

21

Brascursie 2013

26

Profiel: Electri-city

28

Tech United

32

Kijk in de Sterren

34

Bio(on)logisch 36 Tuna Ciudad de Luz

38

PRECEYES Medical Robots

42

De Hobby van...

45

Ekranoplans 46 Staut: Wim van der Leegte

48

Constructiewedstrijd 2013

50

Uit de oude doos: De Klapschaats

52

Wisseling van de Wacht

54

The New Managing Director

55

Centuries of Success (?)

56

Fact & Opinion: Weigerambtenaren

58

Hidden Symbolism

64

Redactief Beste lezer, Het kerstreces is alweer voorbij, de familiebezoekjes zitten erop en vol goede moed zijn we met zijn allen begonnen aan het nieuwe jaar: 2014. Ik wens dan ook iedereen het beste toe voor dit jaar en hoop dat u er allemaal net zoveel zin in heeft als ik. Het belooft een spannend jaar te worden: de Olympische Winterspelen zullen over enkele weken weer beginnen, er zal voor het eerst een Koningsdag plaatsvinden, het WK voetbal zal de zomer een oranje tintje geven en de alcoholleeftijd is naar boven gegaan. Ook ondergaat de faculteit Werktuigbouwkunde de nodige veranderingen. Zo komt er bijvoorbeeld een nieuwe directeur bedrijfsvoering, waarover verder in deze Simon Ster meer. Daarnaast zijn er ook wat veranderingen binnen de Simon Ster. Door de inbreng van nieuwe redactieleden zijn er meerdere rubrieken bedacht die vaker gepubliceerd zullen gaan worden. In de vorige Ster vond u bijvoorbeeld al de “Feit & Mening” (voortaan in het Engels) en ditmaal hebben de nieuwe rubrieken “De Hobby van...” en “Uit de oude doos” zich hierbij aan weten te sluiten.

Prijsvraag 66

Naast deze nieuwe terugkerende toevoegingen zijn er natuurlijk ook een heleboel andere artikelen geschreven en heeft de gehele redactie ook deze editie van de Simon Ster goed vol weten te krijgen.

Adverteerders

Rest mij nog u allen veel succes toe te bidden bij het naleven van uw goede voornemens en u veel plezier te wensen bij het lezen van deze Simon Ster.

Sterrenhoekjes 66

Frames 9 Exxon Mobil (banner Profiel)

28

ASML 41 Deerns 63 Wervingsdagen 67

Robin Mommers


4

Smile of Science

Sanne Janssen

De zin en onzin achter de techniek

Bevolking

In Nederland kunnen 485 miljoen mensen wonen Momenteel wonen er in Nederland bijna 17 miljoen mensen, maar hoeveel kunnen er nog bij? Als we ervan uit gaan dat de we alle voedingswaren importeren en de landbouwgronden volbouwen. We kunnen de Hoge Veluwe bewaren als stadspark en het IJsselmeer als stadsvijver, maar verder bouwen we alles vol.

In dat geval passen er 485 miljoen mensen op het Nederlandse oppervlak. Bij de berekening is er uitgegaan van het dichtstbevolkte stukje land ter wereld: Macau. Op elke vierkante kilometer Nederland wonen nu gemiddeld 450 mensen, in de stadstaat Macau zijn dat er 19.433.

Astronomie

Een op vijf sterren heeft planeet als aarde 22 procent van alle sterren als de zon heeft een planeet zo groot als de aarde in het Goudlokje-gebied. Het Goudlokje-gebied is de regio waar het niet te heet en niet te koud is. Dit percentage is vastgesteld met behulp van beelden van de ruimtetelescoop Kepler. Deze kijkt naar ongeveer 150.000 sterren en

daarvan zijn er circa 42.000 vergelijkbaar met de zon. Een planeet in het Goudlokje-gebied is niet meteen leefbaar, hiervoor moet onder andere het oppervlak van de planeet vast zijn en de dampkring mag niet te dicht en niet te dun zijn.

Dieet

Sportvasten Om een betere duursporter te worden, sport je tien dagen lang terwijl je alleen de hoognodige voedingsstoffen binnenkrijgt. Je wilt namelijk je energie uit je vetreserves gaan halen; dat is energie waar je het langer op uithoudt. Daarbij is de energie in je vetreserves veel groter dan in je voorraad suikers. Met sportvasten ga je over van suikerverbranding op vetverbranding, dit wordt de ‘metabolic switch’ genoemd. Wat je daarvoor moet doen? Eerst bouw je je voedselinname gedurende enkele dagen af. Vervolgens zijn er drie tot vier vastendagen; drie keer per dag een sapje en benodigde natuurlijke supplementen. In deze vastenperiode maak je de switch. Als dat eenmaal is gebeurd, mag je langzaam aan weer gaan eten. Je lijf blijft dan in een toestand van vetverbranding. Het resultaat? Je bent fitter én je presteert beter als duursporter. Ook namen het gewicht, het vetpercentage en de buikomvang bij de proefpersonen significant af.

Energie

Energie opwekken uit ontlasting Onderzoekers in Singapore hebben een systeem ontwikkeld voor het lokaal opwekken van duurzame energie, waarin een belangrijke rol is weggeelegd voor het toilet. Er is een wc-pot ontworpen die uitwerpselen opvangt. Om de ontlasting goed te kunnen vergassen, is het wel noodzakelijk om deze van het vocht te scheiden. De toiletpot heeft daarom

twee afvoeren. Vervolgens gaat dit samen met het GFT-afval naar een gasinstallatie. Met het biogas kan bijvoorbeeld worden gekookt. Na de vergassing blijft het restwater over. Ook daar weten de onderzoekers raad mee: ze kweken in het water algen die tot biobrandstof worden omgezet.


5

Simon Ster 45.1 | november 2013

Anatomie

Nieuwe gewrichtsband in knie

Brein

Hersenvolume neemt toe door gamen Het is gebleken dat bij mensen die dagelijks een half uur Super Mario spelen, het volume toeneemt van de hersenengebieden betrokken o.a. het geheugen, planning en fijne motorische vaardigheden. Ook zou regelmatig gamen een therapeutische werking kunnen hebben voor bepaalde psychiatrische patiënten waarbij één van deze hersengebieden is aangetast. Na twee maanden vertoonden de proefpersonen een toename van grijze stof onder meer in de hippocampus, een hersengebied dat betrokken is bij het geheugen, in de prefrontale cortex, betrokken bij planning en het cerebellum, functioneel bij de motoriek. Grijze stof is de naam voor de cellichamen van zenuwcellen die binnenkomende informatie in de hersenen verwerken.

Het gaat om een gewrichtsband aan de buitenzijde van de knie waarvan het bestaan al in 1879 werd vermoed door een Franse arts. De ontdekking van de band verklaart waarom sommige patiënten die hun voorste kruisbanden scheuren, na een goed uitgevoerde operatie, nog steeds door hun knieën zakken. De

mysterieuze gewrichtsband is dan namelijk beschadigd tijdens de operatie. De ontdekking van de band bewijst dat de anatomie van het menselijk lichaam, ondanks alle moderne medische technologieën, nog niet volledig in kaart is gebracht.

Cultuur

Rare restaurants Sommige restaurants maken het wel heel bont. Zo zijn er in Japan makaken afgericht tot obers en worden er in Lloret de Mar aardbevingen gesimuleerd tijdens je diner. Je kunt je in Letland laten voeren door de serveersters in een zusterkostuum. Dit kan ook niet anders, want alle gasten worden in een dwangbuis gehesen. Naast restaurants met een raar thema zijn er ook restaurants waar die gespecialiseerd zijn in bijzondere gerechten. Zo kan je In China in het penisrestaurant mannelijke geslachtsdelen eten van verschillende dieren. Hun ‘grootste’ specialiteit is de yak-penis, jakkes! Ook hebben ze in China een restaurant met wc als thema. Je zit op een toilet en je eet uit een toiletpot. De gerechten zien er ook uit als het eten

dat normaal gesproken je lichaam verlaat. Toch is de tent een ‘spetterend’ succes, want onlangs is de vierde vestiging geopend. In Tokyo draaien ze helemaal door met het kanibalenthema. Je krijgt een pop in de vorm van een blote vrouw en de ober snijdt voor jou haar buik open. Je kunt met je stokjes lekker de ingewanden, sushi in bloedrode saus, eruit gaan halen. Eet smakelijk!

Psychologie

De bioscoop Het gaat goed met de bioscopen: vorig jaar zijn er in Nederland meer dan 30 miljoen kaartjes verkocht. Maar wist je dat mensen een duidelijke voorkeur hebben om aan de rechterkant van de bioscoopzaal te gaan zitten? Ander onderzoek toont aan dat mensen, die de vaste gewoonte hebben om popcorn te eten in de bioscoop, niet minder eten wanneer ze een week oude popcorn krijgen voorgeschoteld. Achteraf vertelden de proefpersonen wel dat ze de popcorn minder lekker vonden, maar intussen hadden ze er evenveel van gegeten als proefpersonen die verse popcorn kre-

gen. Wanneer de verstokte bioscooppopcorneters in een laboratoriumsituatie naar muziekvideo’s moesten kijken, en dus uit de bioscoop-setting waren, aten ze minder van de oude popcorn. Eten van popcorn heeft ook een invloed op de bioscoopervaring. Mensen die popcorn eten in de bioscoop onthouden daarnaast de boodschap van reclamespots minder goed. Ze hebben minder kans merknamen voor zich uit te prevelen, iets dat mensen onbewust doen, omdat hun mondspieren aan het kauwen zijn.


6

Doping: Stimulerend Spul

Over dopingkonijnen en doe-het-zelfapothekers

Doping is het afgelopen jaar weer veelvuldig in het nieuws geweest. De klapper was natuurlijk de bekentenis van Lance Armstrong en de daaropvolgende beerput die openging in de wielerwereld. Doping komt echter voor in heel wat meer sporten dan alleen wielrennen, sterker nog: geen enkele sport lijkt eraan te ontkomen. Bas Raes Oprah Op 18 januari 2013 gaf Lance Armstrong na vele jaren van geruchten en evenveel ontkenningen dan toch eindelijk toe dat hij prestatiebevorderende middelen heeft gebruikt tijdens zijn wielercarrière. Heel veel andere opties had de Amerikaan toen al niet meer na het uitkomen van het USADA-rapport over dopinggebruik binnen de ploegen waar Armstrong voor reed. In de maanden na dit interview kwamen er steeds meer verhalen boven water over doping. Zo waren er ook meerdere Nederlandse oud-wielrenners die toegaven dat zij doping hebben gebruikt. Onder hen was ook Michael Boogerd die, net als Armstrong, in een televisie-interview toegaf naar de verboden middelen te hebben gegrepen.


7

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Altijd weer dat wielrennen De ‘Lance-gate’ bevestigde nog maar weer eens dat er zich al jaren ongeoorloofde praktijken voordeden in het wielerpeloton. Dat op zich is natuurlijk niet iets nieuws, er doen al veel langer verhalen de ronde over wat er allemaal mis ging in de wielersport. Wat deze zaak zo opmerkelijk maakte was de dubieuze rol die de internationale wielerunie speelde, de klinische uitvoering van het dopinggebruik en dat het een zevenvoudig tourwinnaar betrof. Een renner die nota bene ooit was bejubeld als een soort verlosser na ‘Le Tour Dopage’ van 1998. In de Tour van dat jaar werd voor de rest van de wereld duidelijk dat er sprake was van structureel dopinggebruik in het wielerpeloton. Zo werd een ploegverzorger gepakt met een heuse apotheek in zijn kofferbak. Uit de jaren daarvoor zijn echter nog genoeg voorbeelden te noemen. De winnaar van 1996 Bjarne Riis had door de doping zulk dik bloed gekregen dat hij ’s nachts meerdere keren gewekt moest worden om zo te voorkomen dat zijn bloedsomloop tot stilstand zou komen. Of wat te denken van de Belgische wielrenner Michel Pollentier die de dopingcontrole probeerde te omzeilen met een slangetje met nep-urine? Dit lijstje kan moeiteloos nog veel langer worden gemaakt. Ter illustratie, de laatste tourwinnaar die nooit is betrapt of beschuldigd van dopinggebruik is Lucien van Impe en die won de tour in 1976, toch al 37 jaar terug.

‘Moge de beste apotheker winnen’ Bovenstaand kopje en varianten hiervan is een vaak gebezigde term in kroegdiscussies over doping. Het geeft maar eens aan dat er nogal wat misverstanden bestaan wat betreft doping. Daarom lijkt het verstandig om ook wat achtergrondinformatie over dit onderwerp te verschaffen. Heel wat mensen verkeren in de veronderstelling dat je met de juiste dopingcocktail zomaar in staat bent tot topprestaties. Dat is ronduit belachelijk, want hoewel doping je prestaties verbetert, maakt het van een doorsnee atleet geen topper. Armstrong bijvoorbeeld gaf een klein fortuin uit aan doping, maar hij leefde ook op Spartaanse wijze en volgde een uitgekiend trainingsprogramma. Zonder deze zaken had hij ook nooit zeven maal de Tour de France kunnen winnen. Voor het begrip zal hier het effect worden beschreven van enkele van de vaakst voorkomende middelen. • EPO: dit middel is misschien wel de bekendste vorm van doping, al wordt het ook wel als verzamelnaam gebruikt voor allerlei varianten van het middel met eenzelfde effect. In principe is EPO een lichaamseigen hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. Hierdoor kan er meer zuurstof worden getransporteerd in het lichaam, wat ervoor zorgt dat een sporter minder snel zal verzuren. EPO heeft dus vooral positieve effecten voor sporten als langlaufen, duurlopen en wielrennen. • Testosteron: hier zullen de meeste mensen al weleens van gehoord hebben. Het is een hormoon dat van nature in ons lichaam voorkomt en heeft tal van werkingen. De reden dat sporters het tot zich nemen is vooral vanwege de anabole werking. Dat betekent dat het de spiermassa doet toenemen en dat is een voordeel bij tal van sporten.

• Bloeddoping: het betreft hier eigenlijk een methode in plaats van een middel. Er wordt namelijk geen gebruik gemaakt van hormonen of steroïden. In plaats daarvan neemt een atleet een paar maanden voor zijn wedstrijd een hoeveelheid bloed af. Ten tijde van de wedstrijd wordt dit dan weer geïnjecteerd zodat de hoeveelheid bloed toeneemt. Dit heeft eenzelfde effect als EPO en is dus vooral nuttig voor duursporten. Deze en andere stoffen op de dopinglijst hebben dus een positief effect op de prestaties van sporters. Echter, hun effect moet dus ook weer niet overdreven worden. Een atleet zal profijt hebben van het gebruik van doping, maar met alleen doping ben je er nog niet. Talent, training en mentaliteit zijn minstens van even groot belang.

There is more than meets the eye Er is dus een hoop mis in de wielersport en veel van deze problematiek is al breed uitgemeten in de media. Waar we dan wel weer weinig over horen is dopinggebruik in andere sporten. Zou dit komen omdat er domweg minder doping wordt gebruikt in al die andere sporten? Verklaringen die hier soms voor gegeven worden zijn dat er nou eenmaal meer belangen zijn in de wielersport of dat doping meer effect sorteert voor een wielrenner. Dat is echter niet aannemelijk, want hoewel er veel belangen zijn in de wielersport, zijn er genoeg andere sporten waar dit ook voor geldt. Daarnaast heeft doping wel degelijk effect in andere sporten dus ook die verklaring is niet afdoende.

Vorig jaar is er een aflevering van Andere Tijden Sport gewijd aan het vermeende doping gebruik van de Italiaanse club Juventus. Waar Ajax in 1996 de Champions-league finale van verloor.

Doping in andere sporten Wat onderzoek levert al snel genoeg voorbeelden op van doping in andere sporten. Neem voetbal, daarin hebben zoveel mensen –zowel sporters als verzorgers- toegegeven zich met doping te hebben ingelaten dat er gerust gesteld kan worden dat menig voetbalsucces gedrogeerd is behaald. Het heeft er ook alle schijn


8

van dat er genoeg Nederlandse clubs waren, waar de spelers voor de wedstrijd een pilletje ‘tegen de zenuwen’ kregen. Het blijft echter altijd vrij rustig met dopingaantijgingen na een voetbaltriomf. Een luxe die niet gegeven is aan wielrenners, zelfs sporters die niet meedoen om de echte hoofdprijzen krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd. Onlangs was er ook nog wat rumoer binnen het tennis. Topspelers Novak Djokovic en Roger Federer pleten ervoor om de het antidopingbeleid binnen de tennissport eens op de schop te nemen. Voornamelijk om ervoor te zorgen dat er meer controles zouden plaatsvinden, want dat zijn er in vergelijking met wielrennen nogal weinig: 21 om 4.613 (out-of-competion controles binnen een jaar). Gelet op dat feit is het ook niet zo gek dat er veel meer wielrenners betrapt worden dan tennissers.

Behalve het gebruik zijn Nederlanders ook nog op een andere manier betrokken met doping. Er zijn twee verhalen gangbaar over waar het woord doping vandaan komt en in beide spelen Nederlanders –daar is de VOC-mentaliteit weer- een rol. In het eerste verhaal kregen Hollandse kolonisten een saus die verkwikkend werkte van de lokale indianen. Waar dit goedje precies uit bestond, is niet bekend, maar de Nederlanders noemden het ‘doop’ wat oudNederlands is voor dikke saus. Het kwam in ieder geval goed van pas tijdens de bouw van de nederzetting Fort Nassau, tegenwoordig beter bekend als New York. Ook het tweede verhaal heeft zijn toneel in een voormalig kolonie: Zuid-Afrika. Hier namen Hollandse kolonisten een stimulerende drank over van een lokaal Afrikaanse stam die de drank ‘dop’ noemden. Beide koloniën zouden later worden overgenomen door de Engelsen die daarop het woord overnamen.

Atletiek

Oplossing

De twee voorgaande voorbeelden brachten verder niet zoveel teweeg in de media, er werd over bericht maar echt veel gebeurde er daarna niet. Afgelopen jaar was er echter wel een dopingschandaal dat eens wat meer aandacht kreeg dan gebruikelijk. Niet zo vreemd gezien er zich in de groep van betrapte sporters de tweede, vierde en vijfde snelste man ooit op de 100 meter bevonden. Als er kritisch gekeken wordt naar die lijst van de snelste mannen ooit op de 100 meter dan blijven er nog maar een paar namen staan, waarvan Usain Bolt de meest bekende is. Zo zijn de eerste zeven sprinters na Bolt allemaal weleens betrapt. Waar komt dit bekend van voor? Juist ja, ten tijde van de gloriedagen van Lance Armstrong was hij als tourwinnaar nog nooit betrapt terwijl zijn naaste concurrenten één voor één door de mand vielen. Dit verdient wel enige nuance, want van Bolt is niet bekend dat hij andere mensen heeft bedreigd of op andere manieren onheus heeft bejegend.

Kunnen we dan ooit nog wel eens naar sport kijken zonder de twijfel over doping? Dat lijkt een lastig verhaal, want zodra de prestaties in een sport een rol van betekenis gaan spelen, zullen mensen op zoek gaan naar methoden om hun prestaties te verbeteren. Eén van de manieren om dat te doen is doping, waarschijnlijk zullen er dus altijd mensen zijn die proberen om oneerlijk voordeel te halen. Wel zijn er een flink aantal stappen gemaakt met dopingbestrijding in de afgelopen jaren. Zo worden testmethoden steeds verfijnder en wordt er beter samengewerkt tussen verschillende instanties, zoals sportbonden en het Wereld Anti Doping Agentschap (WADA). Misschien wel een van de grootste verbeteringen is het biologisch paspoort, waarin de bloedwaarden van sporters zijn vastgelegd zodat verdachte schommelingen reeds eerder kunnen worden opgemerkt. Dit alles is hoopgevend maar er komen nog steeds verhalen naar buiten over doping, wat maar weer eens aangeeft dat doping nog lang niet verdwenen is.

Usain Bolt op de foto in 2009 in Berlijn samen met het bord waarop zijn net gelopen wereldrecord op de 100 meter staat.


Leading in Oil & Gas Technology Frames defines itself by implementing new technologies in a dynamic market with growing internationalization. In addition, we highly appreciate a good working atmosphere in an informal setting. Well educated ambitious people are working at Frames. Our terms of employment are correspondingly. Frames tries to stimulate its employees to continue learning, both “on the job” as well as through providing training. Our study costs arrangement allows employees to follow an adequate education in an affordable and easy manner. Specialized in the design, manufacturing, supply, installation and commissioning of complete systems for oil & gas treatment, separation, heat exchanging, flow control and safeguarding, we constantly expand our technological capabilities as well as our customer base to include virtually all the major oil & gas production companies worldwide. Opportunities to grow in one of our offices are plentiful. Besides developing opportunities in the Netherlands, we are continuously looking for employees who are willing to help with the growth of our international offices.

In total, Frames has five offices in the Netherlands located in Alphen aan den Rijn, Vollenhove, Woerden and Zoeterwoude. Besides expanding in the Netherlands, more and more Frames offices are opened abroad. Supported by offices in Brazil, Germany, India, Malaysia, Russia, Saudi Arabia, UAE and the USA, Frames has managed to make a name for itself in the global oil & gas industry in the past three decades. The following technology and product groups are part of the Frames portfolio:

• • • • • • • •

Flow control & safeguarding Gas & liquid treatment Separation technologies Gas processing Biogas processing Heat transfer Automation Field services

Interested? Please visit www.jobsatframes.com or www.frames-group.com for more information.

Frames is a medium sized international company providing turn-key technology for the upstream oil & gas industry. Headquartered in Zoeterwoude the Netherlands with offices in Alphen a/d Rijn, Woerden, Germany, United Arab Emirates, USA, India, Malaysia, Brazil and Saudi Arabia. Our business plan includes a sustainable growth for the coming years. The Frames organization is characterized by an open, international, committed and relatively young staff. Visit www.frames-group.com to learn more about our company.


10

Broeikaseffect

Wie het weet mag het zeggen

“Zee-ijs op de Noordpool met 60% gegroeid”, zo las ik aan het begin van dit collegejaar op geenstijl.nl. Omdat ik het een nogal merkwaardig bericht vond, besloot ik te zoeken of het ook op andere plaatsen bericht of in ieder geval weerlegd werd. NRC, Volkskrant en NOS zwegen echter in alle toonaarden, terwijl ik er de afgelopen jaren ieder jaar opnieuw op attent werd gemaakt dat de Noordpool aan het smelten was. Op 20 September 2012 nog schreef de NOS: “Noordpoolijs smelt nog verder weg”.

Martijn Denen De foto over de groei van de ijskap verscheen wel in de Daily Mail, al werd het cijfer daar al afgezwakt tot 29%. Maar ook toen de Britse Europarlementariër Nigel Farage het krantenbericht in een klimaatdebat aan Brussel toonde, was hierover niets te lezen in de kwaliteitsmedia. Geenstijl was wederom mijn enige Nederlandse nieuwsbron. Rechtse media claimen dan ook vaak dat het broeikaseffect een complot is van “de linkse maffia” die de wetenschap gegijzeld houdt. Dat lijkt me persoonlijk niet erg geloofwaardig. Met uitzondering van enkele Diederik Stapels zijn de meeste wetenschappers niet bijzonder geïnteresseerd in het verzinnen van dingen waarvan uiteindelijk toch wel blijkt dat ze niet waar zijn. Maar dat sommigen van hen in hun drang om de wereld te redden lichtjes overdrijven lijkt inmiddels wel duidelijk. Interessant is in dat opzicht ook de parallel die media als Geenstijl vaak trekken met de zure regen, die volgens hen achteraf ook een zogenaamde “hoax” zou zijn geweest. Nu ben ik niet helemaal thuis in die sector, maar in de afgelopen jaren is de uitstoot van

de voor zure regen verantwoordelijke NOx-verbindingen enorm teruggebracht en dit heeft wel degelijk een positief effect op het milieu gehad. Wat is dan de waarheid over het versterkte broeikaseffect, zoals de correcte bewoording luidt? Daar hoop ik het komende jaar achter te komen. In navolging van Joris Luyendijk (zie kader) probeer ik bij het begin te beginnen, om van daaruit te komen tot een uitleg van een debat dat al lang niet meer alleen op basis van wetenschappelijke argumenten gevoerd wordt. Deze eerste aflevering zal voor SET-studenten een korte herhaling van het eerste college van al hun vakken zijn, maar desondanks wil ik hier toch even graag kort de theorie achter het broeikaseffect bespreken opdat ook de bachelorgeneratie van 2013 snapt waar we het over hebben. De zon is een gasbol met een oppervlaktetemperatuur van zo’n 5780 K, de aarde een bol van land en water met een gemiddelde oppervlaktetemperatuur van zo’n 287 K. Zonder dit in formules


11

Simon Ster 45.2| Januari 2014

te vatten kan in ieder geval gesteld worden dat de straling van de zon daardoor een kortere golflengte heeft dan de straling van de aarde, zoals de kleur ook langzaam van rood naar geel naar wit verandert wanneer bijvoorbeeld een metaal wordt verhit. De emissiespectra van de zon en de aarde staan weergegeven in de afbeelding hiernaast. Op de middelbare school is u geleerd dat atomen een wolk van elektronen om zich heen hebben die zich op verschillende energieniveaus bevinden (atoommodel van Bohr). Ook is u geleerd dat deze elektronen onder invloed van elektromagnetische straling van energieniveau kunnen veranderen. Dit gebeurt enkel als de energie van deze straling gelijk is aan het verschil tussen de energieniveaus. De energie van de straling schaalt met de golflengte, de energieniveaus hangen af van atoomsoort en atoombinding. Elk molecuul heeft dan ook zijn eigen absorptiespectrum, dat bepalend is voor welke golflengten de stof absorbeert. Onder de meeste condities valt een elektron na korte tijd weer terug naar zijn oorspronkelijke energieniveau, waarbij de energie weer als elektromagnetische straling wordt weggezonden in een willekeurige richting. In onderstaande afbeelding is het absorptiespectrum van enkele stoffen weergegeven.

Figure 6.4 Solar spectral irradiance (flux) at the top of the atmosphere and

at the surface.

gassen en een deel van deze opname wordt weer teruggezonden naar de aarde. Het bestaan van het broeikaseffect en de bijdrage NOTE: Atmospheric gases absorb only a small fraction of visible radiation. van CO2 hieraan zijn dus fysische verschijnselen die in een laboratorium te meten zijn. Hoewel niet alle ‘global warming’-critici van deze feiten op de hoogte zijn, is hier in de wetenschappelijke wereld geen discussie over. Maar dit is dan ook nog maar het eenvoudige deel. Want om dit effect in graden Celsius om te zetten, is nog niet zo eenvoudig. De aarde is immers geen simpel gedempt massa-veersysteem, maar een uitgebreid systeem met positieve en negatieve terugkoppeling. Een eenvoudig voorbeeld van positieve terugkoppeling is het smeltende poolijs. Sneeuw weerkaatst immers een groot deel van het zonlicht terug de ruimte in, terwijl water en aarde 7 een groot deel absorberen en omzetten in warmte (sommige wetenschappers geloven zelfs dat bij een omgekeerd broeikaseffect de wereld ooit volledig bevroren is geweest, de zogeheten snowball earth hypothesis). Andersom gaan planten sneller groeien van een hogere CO2 concentratie in de lucht, wat leidt tot meer CO2 opslag. Andere terugkoppelingen zijn ingewikkelder. Zo leidt een temperatuursverhoging tot een hogere waterdampdruk. Zoals te zien is in het absorptiespectrum is waterdamp een broeikasgas. Maar het is ook een gas dat zonlicht weerkaatst, wat voorkomt dat dit zonlicht de aarde bereikt. Fijnstof is een nog ingewikkelder probleem, dat enerzijds voor meer wolken zorgt (en dus voor meer weerkaatsing in beide richtingen) en anderzijds neerslaat op sneeuw die door deze vervuiling sneller smelt.

Wanneer u de afbeeldingen goed bestudeert, zult u zien dat stoffen als CO2 en CH4 in staat zijn om de straling die door de aarde wordt uitgezonden te absorberen. Een deel van de straling die de aarde uitzendt wordt dan ook opgenomen door deze broeikas-

Dit zijn slechts enkele voorbeelden en ik ben nog lang niet met alle factoren, modellen en discussies bekend. Ik hoop echter dat ik uw interesse gewekt heb en zal proberen om u in de volgende ster wat meer te vertellen over zaken als ‘climategate’- en de ‘hockeystick’-grafiek. Mocht u een onderzoek, artikel of andere informatie hebben die mij hierbij kan helpen, dan kunt u dit mailen naar de redactie.


12

James Clerk Maxwell

Inderdaad. Die van de vergelijkingen

Menig student heeft al kennis mogen maken met de Maxwellvergelijkingen, wellicht al op de middelbare school, toen je uitgelegd werd hoe een dynamo werkt. Het gros van de studenten kent echter niet de man achter deze vergelijkingen: daarom nu een artikel over hem en de totstandkoming van de Maxwellvergelijkingen. Liesbeth Campmans James Clerk Maxwell was het enige kind, op een zeer jong gestorven zus na, van John Clerk en Frances Cay. Hij werd in 1831 geboren in Edinburg, in een gegoed milieu. Zijn vader kwam uit een familie van baronets, een erfelijke doch niet adellijke eretitel in Groot Brittannië, en had van de Maxwell familie een landgoed geërfd. Vandaar de toevoeging van de naam Maxwell aan de naam van John Clerk, en dus ook aan de naam van zijn zoon James. De ouders van James lieten een landhuis bouwen op hun landerijen in Middlebie, genaamd Glenlair House en dit is waar James opgegroeid is.

Als klein kind was James al bijzonder nieuwsgierig en vroeg bij alles wat bewoog of geluid maakte hoe dat kwam en hoe je die dingen kon weten. Met vage antwoorden nam hij geen genoegen en hij leerde al snel zijn vragen nog duidelijker te stellen en pas tevreden te zijn met een duidelijk antwoord. Zijn grootste interesse ging uit naar kleuren en hij hield ervan om bellen te blazen en deze van kleur te zien veranderen. James’ nieuwsgierigheid, die kennelijk typerend was voor zijn familie, werd gestimuleerd door het onderwijs dat hij kreeg. Aanvankelijk was zijn moeder hier verantwoordelijk voor, zoals in die tijd gebruikelijk was. Toen


13

Simon Ster 45.2| Januari 2014

zijn moeder echter overleed toen hij acht jaar oud was, werd deze taak overgelaten aan zijn vader en de zus van zijn moeder, Jane. Zij regelden snel een tutor aan huis. Dat bleek echter niet zo’n succes, omdat de tutor de stof niet op een interessante manier wist te presenteren en de jonge James als traag bestempelde. Uiteindelijk werd de tutor ontslagen omdat hij zijn leerling zelfs bleek te mishandelen. Kort hierop werd besloten om James naar school te sturen in Edinburgh, waar hij bij zijn tante Isabella, de zus van zijn vader, bleef wonen. Ook dit was niet meteen een succes, waarschijnlijk omdat hij in intelligentie voorliep op zijn leeftijdsgenoten. Vandaar dat zijn vader hem naar de Edinburgh Academy probeerde te brengen, waar de jongen tegen zijn zin een net schooluniform dragen. Aanvankelijk werd hij daar dan ook gepest, omdat hij een excentriekeling was die met andere kleren rondliep, maar al snel dwong hij het respect af van zijn medeleerlingen. Hij maakte niet veel vrienden, maar werd wel aardig, zij het een beetje raar, gevonden. In deze periode onderhield hij veel briefcontact met zijn vader, aan wie hij alles vertelde over zijn kwajongensstreken. Dit briefcontact is bewaard gebleven en in zijn teksten zijn allerlei geheime boodschappen verborgen. Hij raakte gefascineerd door perfecte symmetrie en begon zelf allerlei vormen, zoals tetra-, octo- en dodecahedrons te maken. Pas later, in zijn vijfde jaar op de Edinburgh Academy, kreeg hij onderwijs in geometrie. Hoewel veel van zijn klasgenoten het er niet slecht vanaf brachten, kennelijk grotendeels dankzij hun enthousiaste docent, blonk James hier in uit. Waar slechts een tipje van de sluier gelicht werd in de klas, zat hij midden in de stof. Destijds worstelde de Society of Arts in Edinburgh met een vraagstuk over het tekenen van perfecte ovalen. Op zijn 14e vond

James hier een oplossing voor. Er waren hier al oplossingen voor gevonden door Descartes, maar de oplossing van James was veel simpeler en eleganter. Hierbij werd hij wel gesteund door professor James D. Forbes, waar hij vanaf dat moment goede vrienden mee was. Ondanks deze prestaties vervolgde hij zijn onderwijs aan de Edinburgh Academy. Hier was hij echter wel steeds vaker afwezig, hoewel dat voor een deel ook aan zijn gezondheid te wijten was. Wat hem precies mankeerde is onduidelijk, maar hij heeft lange periodes van koorts gehad. In zijn laatste jaar op deze Academy was hij duidelijk meer bezig met wetenschap, vooral magnetisme en polarisatie van licht behoorden tot zijn favoriete onderwerpen. Het werd leerlingen in die tijd aangeraden om ook fysische wetenschap als vak te kiezen, maar al snel bleek dat James en een andere jongen, Peter Tait (grondlegger van de knopentheorie), daar veel meer van wisten dan de docent, die niet veel meer deed dan een boek doorlopen. In 1847 slaagde hij, ondanks veel afwezigheid, als beste in Wiskunde en Engels, en ook bij andere vakken behoorde hij tot de top. Op 16 jarige leeftijd werd Maxwell naar de universiteit van Edinburgh gestuurd. Hier hoefde hij niet meer eindeloos te repeteren op Griekse en Latijnse werkwoorden, maar mocht hij logica, wiskunde en natuurfilosofie studeren. Hij heeft hier drie jaar gestudeerd en werd omschreven als een originele werker en een ontdekker. In deze periode werkte hij voornamelijk aan polarisatie van licht, galvanisme, rollende curves en de compressie van vaste stoffen. Een tweetal van zijn papers over de laatste twee onderwerpen werd door zijn professoren voorgelezen aan de Royal Society. Hij mocht deze niet zelf presenteren, omdat hij nog altijd niet hield van het dragen van nette pakken, en zijn kleding voor een dergelijke presentatie ongepast werd geacht. Zijn beste vrienden vertrokken al snel na binnenkomst op de universiteit van


14

Vanaf dit moment is Maxwell helemaal vrij om zelf zijn carrière te kiezen en zijn leven in te vullen. Hij besloot een positie als fellow van Trinity College aan te gaan en blijft zodoende verbonden aan Cambridge. In deze positie bloeit zijn passie voor licht weer op en hier gaat hij steeds meer mee experimenteren. Tegelijkertijd begint hij zich ook in te lezen in elektriciteit en vloeistofstromen en gaat ook hiermee experimenteren. Bij zijn functie hoort ook het geven van onderwijs en hier begint hij ook aan. Gedurende zijn fellowship wordt hij echter steeds drukker met zijn eigen onderzoek en weigert hij steeds meer lesgevende functies uit te voeren. Ondertussen wordt hij ook belast met zorgen over de gezondheid van zijn vader, die in deze periode hard achteruit gaat. In deze tijd produceert hij een heleboel filosofische essays, waarbij hij zich onder andere afvraagt of het mogelijk is om een goede autobiografie te schrijven en of het erger is om te veel of te weinig gedachtes te hebben.

Edinburgh naar andere universiteiten, voornamelijk Cambridge, om hun studie voort te zetten. Maxwell volgde hen uiteindelijk pas na 3 jaar, zonder een diploma te halen in Edinburgh, omdat zijn vader hem liever in de buurt hield en hoopte dat hij hem op zou volgen als advocaat. Zoals James het zelf uitdrukte, wilde hij liever ‘een ander soort wetten’ bestuderen. In 1850 begon hij daarom aan zijn studie wiskunde in Cambridge. Hier werd hij aanvankelijk in Peterhouse ingeschreven, maar al snel werd hij overgeplaatst naar Trinity College. Ook hier was hij enigszins een vreemde eend in de bijt. Dit kwam omdat hij bijvoorbeeld experimenteerde met zijn dag en nachtritme door ’s nachts tussen 2 en half 3 te gaan rennen over de gang, tot de bewoners van omringende kamers klaar stonden om hem met schoenen en andere vliegende objecten duidelijk te maken dat dit niet gewaardeerd werd. Hij leerde zich al snel beter te gedragen, op dringend advies van onder andere zijn vader, en maakte veel nieuwe vrienden. Hij bleef spaarzaam met woorden, maar zijn woorden waren meestal raak gekozen. Ook werd hij steeds sterker religieus in zijn denken en uitspraken. Na een jaar werd hij benoemd tot lid van de Select Essay Club, de crème de la crème van Cambridge. Hierbij erkende hij (ook jaren later) zeker dat goede educatie van belang was voor zijn werk en dat het niet simpelweg zijn eigen genialiteit was die tot meesterwerken heeft geleid. Uiteindelijk slaagde hij in 1854 als ‘Second Wrangler’ ofwel als de op een na beste student.

In 1856 hoort Maxwell dat er een vacature voor professor in de natuurfilosofie is bij de universiteit van Aberdeen. Hier solliciteert hij naar, opdat hij nog meer ruimte zou krijgen voor onderzoek en met de gedachte om meer tijd door te kunnen brengen met zijn vader te Glenlair. Voor dit laatste krijgt hij echter niet de gelegenheid, omdat John Clerk Maxwell overlijdt terwijl James zich voorbereidt op vertrek naar Cambridge voor het afronden van zijn functie daar. Voor de buitenwereld lijkt hierdoor niet veel te veranderen, maar uit zijn dagboeken blijkt dat James het erg zwaar heeft met het verlies van zijn vader. Vanaf dit moment is Glenlair zijn landgoed en is hij dus ook verantwoordelijk voor het onderhoud daarvan. Hiervoor komt het dan ook goed uit dat zijn nieuwe positie, als professor in Aberdeen, dichter bij huis is. Een ander voordeel van zijn positie in Aberdeen is dat het Schotse onderwijssysteem minder strikt was. Zo is hij vrij om te kiezen in welke volgorde zijn studenten bepaalde vakken volgden en hier maakt hij dan ook gebruik van. Na een jaar als professor


15

Simon Ster 45.2| Januari 2014

raakt Maxwell afgeleid van zijn dan lopende onderzoek naar elektriciteit door de ontdekking van Neptunus. Enige tijd houdt hij zich bezig met de structuur van de ringen van Saturnus. Ook in Aberdeen maakt Maxwell nieuwe vrienden, onder andere het hoofd van het Marischal College, Daniel Dewar. Hier wordt hij regelmatig thuis uitgenodigd, en zodoende leert hij diens dochter, Katherine Mary Dewar kennen, met wie hij in 1858 trouwt. Katherine Maxwell was 7 jaar ouder dan James, en uit het huwelijk zijn nooit kinderen voortgekomen. Na het huwelijk blijft Maxwell nog twee jaar professor in Aberdeen, tot zijn functie in 1860 komt te vervallen bij een fusie van universiteiten. Vanaf dit moment is hij, behalve zeer toegewijd aan zijn vrouw, buitengewoon geconcentreerd bezig met zijn wetenschappelijke carrière. Hij krijgt een positie als professor in de natuurfilosofie toegewezen aan King’s College in Londen. In deze positie is zijn werk meer exact wetenschappelijk en dit is de meest productieve periode van zijn leven. Zo schrijft hij een paper waarmee hij zowel de viscositeit als de lage thermische geleidbaarheid en diffusie van gassen verklaart en een theorie over de kleuren van licht poneert. Verder werkt hij mee aan het bepalen van een standaard voor de elektrische weerstand en maakt hij ’s werelds eerste kleurenfoto. Ondertussen is Maxwell bezig met het grondwerk voor zijn theorie van elektriciteit en magnetisme. Hij leert Michael Faraday kennen in Londen, en hoewel deze seniel begint te worden,

levert dit contact nieuwe inzichten op voor zijn eigen theorie. In 1861 publiceert hij zijn ‘On Physical Lines of Force’, waarmee hij elektromagnetische inductie en magnetische flux introduceert, tezamen met zijn bekende wetten. Hier worden binnen een jaar nog stukken aan toegevoegd om de theorie verder af te maken. Dit werk wordt gezien als de tweede grote unificatie van de natuurkunde (na die van Newton), en om deze reden behoort Maxwell dan ook tot de grootste natuurkundigen ooit. Vanwege gezondheidsredenen legt Maxwell in 1865 zijn functie als professor in Londen neer. Hij verblijft vanaf dat moment enkele jaren op Glenlair, maar verricht wel werk voor Cambridge. Ook in deze periode blijft hij publiceren, onder andere over de viscositeit van gassen. In 1870 neemt hij weer een nieuwe functie aan als professor, ditmaal aan de universiteit van Cambridge. Hij wordt hier aan het hoofd gezet van de ontwikkeling van het Cavendish Laboratorium. Hier draagt hij onder andere nog bij aan de aanpassingen van het werk van Henry Cavendish en onderzoekt zodoende onder andere de dichtheid van de aarde en de compositie van water. Op 5 november 1879 overleed James op 48-jarige leeftijd aan hetzelfde soort kanker als waar zijn moeder op gelijke leeftijd aan overleden was. Maxwell werd begraven in Parton Kirk in Galloway, niet ver van waar hij opgegroeid was.


16

Stageverslag: Stefan Verdenius

Si Si, Stefan in Spain!

Waar sommige studenten voor het avontuur van Amerika of Australië kiezen, besloot ik om het gevaar iets dichter bij huis te zoeken. Voor mij geen kangoeroes of tochten door de jungle, maar 24/7 paella met sangria. Vier maanden heb ik in het prachtige Spaanse Valencia mogen vertoeven voor mijn stage en natuurlijk voor heel veel educatief onverantwoorde activiteiten. Graag geef ik jullie een kijkje in de wereld van de tapas, het stierenvechten en de flamenco.

Stefan Verdenius Met mijn verjaardagstaart net achter de kiezen vertrok ik donderdag 22 augustus naar Eindhoven Airport. Daar bleek dat de piloot Spaans was, want ik had meteen twee uur vertraging. Gezien ik pas maandag zou beginnen op de universiteit, had ik nog drie dagen de tijd om speed-sight-seeing te doen. Gewapend met mijn toeristengids ben ik de stad ingetrokken en natuurlijk heb ik ook het strand grondig geïnspecteerd. Zondagavond bleek dat mijn sight-seeing met zeven dagen verlengd zou worden, omdat mijn begeleider nog op vakantie was. Nogmaals, de Spanjaarden hebben een andere definitie van het woord ‘tijd’. Als je een half uur later aankomt dan afgesproken, ben je op tijd. Als je eventjes pauze neemt, kom je gewoon twee uur later terug. Doordat ik opeens een week extra ‘vakantie’ had, besloot ik naar een taalschool te gaan. Mijn Spaans kwam namelijk niet verder dan “dos cervezas por favor, elke Spanjaard heeft een snor” en in Valencia aangekomen bleek dat laatste niet eens Spaans te zijn…

Uiteindelijk werd ik 1 september met open armen ontvangen op de universiteit. Het zou echter nog wel tot halverwege november duren voordat ik officieel geregistreerd was als student. Mijn project bestond uit het ontwerpen, maken en testen van een nieuwe krachtsensor, die gebruikt moest worden om de krachten op treinwielen te meten. Hiervoor moest ik gaan werken met Marc Mentat 2.0, het meest ongebruiksvriendelijke programma ooit. De ‘undo’-optie was nog niet bedacht en ook het spontaan afsluiten van het programma behoort tot de dagelijkse routine. Uiteindelijk heb ik met dit programma een balk ontworpen, die precies past in het profiel van een treinwiel. Krachten op dit treinwiel worden doorgeleid naar de balk, waardoor deze elastisch vervormt. Met behulp van acht rekstrookjes wordt deze vervorming geregistreerd en omgerekend naar een kracht, die dan hopelijk gelijk is aan de daadwerkelijk uitgeoefende kracht. Dit laatste mocht ik gaan testen, nadat mijn balk ook daadwerkelijk


17

Simon Ster 45.2| Januari 2014

gemaakt was. Zelf moest ik de balk testklaar maken door onder andere de rekstrookjes te bevestigen en de nodige bedrading te solderen. Door de prehistorische apparatuur op de universiteit ging het testen niet helemaal vlekkeloos. De gevonden resultaten waren dan ook niet perfect, maar de verwachte lineaire relatie werd gevonden, hetzij met een lichte fout in de helling. Mijn Spaanse professor was gelukkig tevreden met het resultaat. Natuurlijk was er meer dan studeren. In Valencia woonde ik in een moderne residentie met 300 andere studenten. Wel had ik mijn eigen kamer, zodat ik ongegeneerd mee kon zingen met de grootste hits van Guus Meeuwis en Dries Roelvink. Toch was dit was een erg goede manier om in contact te komen met andere studenten. In de eerste weken nog niet, want natuurlijk doen de Spanjaarden het rustig aan en begon het schooljaar pas halverwege September. Veel winkels en restaurants waren gedurende de maanden juli en augustus gesloten. Hoe zou het toch komen dat het land in een crisis verkeert? Ik was erg blij met de Spaanse les, want het Engels van de gemiddelde Spanjaard is niet meer dan “two beers please, todos los españoles tienen bigotes”, waarbij ze niet weten dat het laatste geen Engels is. Gelukkig werd er begin september door drie Spaanse meisjes op mijn deur gebonkt die mij in hun beste Engels uitnodigden voor een Sangriaparty. Hier ben ik op een paar nietSpaans-sprekende-mensen afgestapt en met deze groep heb ik ook een groot deel van mijn Spanje-tijd doorgebracht. Een kleine selectie van onze activiteiten: een weekend Sevilla, vijf dagen Ibiza, een wedstrijdje stierenvechten, Valencia CF – FC Barcelona, een wekelijkse strandsessie en een mountainbike tocht naar Albufeira. Er is natuurlijk nog veel meer, maar daarvoor verwijs ik jullie graag naar mijn blog.

Het dagelijkse leven is hier ontspannen. De belangrijkste onderdelen zijn eten, slapen, niks doen, eten en slapen. Niet voor niets hebben de Spanjaarden dan ook zeven verschillende woorden voor eten, elk te gebruiken op een ander tijdstip. Op de uni probeerde ik toch wel meer te studeren dan te lunchen, waardoor ik gebruikelijk van 9 tot 14 studeerde en dan weer van 15:30 tot 18:30. Onder lunch verstaan de mensen hier een driegangendiner, gevolgd door koffie. De campus bevat dan ook een tiental

restaurants waar je heerlijk kunt eten en aangezien het hier tot halverwege november nog warm en zonnig was, kon je lekker buiten lunchen. De locals doen hier ook aan alcohol tussen de middag, maar ik kan bevestigen dat dit de productiviteit niet ten goede komt. De creativiteit daarentegen gaat met rasse schreden vooruit… Avondeten gebeurt hier rond een uur of 8 à 9 en daarna wordt er meestal nog wat gedronken. Door het heerlijke weer kon ik tot eind oktober ’s avonds nog gewoon op het terras zitten. Ook was er genoeg mogelijkheid tot uitgaan. Nadat ik aangesloten was bij 20 verschillende facebook-pagina’s kreeg ik iedere dag weer 10 herinneringen voor Erasmus-feestjes. Uitgaan is hier overigens niet zoals Stratumseind: bier drinken en mee-blèren met Guus Meeuwis tot 2 uur. Alle studenten gaan hier naar de ‘club’ (spreek uit: klaawhb, alsof je een aardappel in je mond hebt) en voor 2 uur hoef je daar je hoofd niet te laten zien. Vervolgens moet je hippe drankjes drinken en dansen op muziek zonder tekst. Je kunt je voorstellen dat ik in het begin wat moeite had me aan te passen, maar inmiddels ben ik niet meer van Juan en Carlos te onderscheiden. Zo praat ik tegenwoordig erg snel en zeg ik zes keer ‘si’ als ik één keer ‘ja’ bedoel. Ook ga ik bij de supermarkt eerst op mijn dode gemak mijn tas inpakken voor ik ook maar op het idee kom om te betalen. Als ik veel te doen heb, neem ik gewoon een extra siësta en wanneer ik om 8 uur ergens moet zijn, kom ik om half 9 mijn bed uit. Heerlijk leven hier. Het zal weer lastig worden om me tussen de Hollanders te voegen, die hier overigens bekend staan als Amsterdammers die driemaal-daags wiet nuttigen en hun tanden poetsen met Heineken. Ik heb geprobeerd dit beeld een beetje bij te stellen. Tot 7 december heb ik mogen vertoeven in dit prachtige land en van 10 tot 31 december ga ik avonturenpunten scoren in Azië, om vervolgens in de kou en regen het nieuwe jaar in te mogen luiden. En voor alle thuisblijvers die mijn humor hebben gemist: Wat zegt een Spanjaard als hij vol zit en nog meer tapas krijgt aangeboden? Ta’past nie! Adios!


18

TRIZ

De oplossing?

Bij vrijwel ieder project is het weer hetzelfde, direct nadat de opdrachtomschrijving is uitgedeeld en de eerste snelle analyses zijn uitgevoerd moet er een oplossing worden gevonden. Een projectruimte wordt gereserveerd, het whiteboard raakt al snel volgeschreven en na enkele uren zwoegen is de brainstormsessie afgelopen. De oplossingen worden opgetekend in een morfologisch overzicht en beoordeeld. In het verslag zitten uiteraard een aantal schijnconcepten ( je hebt er immers meerdere nodig volgens de opdrachtomschrijving) en het meest reële concept wordt uitgevoerd. Maar of er ook echt creatieve oplossingen zijn bedacht? Het valt iedere keer weer tegen als je het vergelijkt met andere groepen, welke allemaal een net iets beter concept lijken te hebben; waarom kwam je er zelf niet op? Het moge duidelijk zijn, brainstormsessies zijn niet de beste manier om creatieve oplossingen te verzinnen. Maar wat werkt dan wel? Want hoewel het proces inefficiënt is, is er niet echt een alternatief. Of toch?

Voor we hier verder op ingaan eerst even een stukje geschiedenis; TRIZ is in 1946 ontwikkeld in Rusland door Genrikh Saulovich Altshuller, een Russische ingenieur en science fiction schrijver die werkzaam was bij een patentenbureau. Doordat iedereen in die tijd een baan had, ook als er eigenlijk niets te doen was, hadden hij en zijn collega’s de tijd om duizenden patenten te analyseren. Hun doel was uit te vogelen wat een innovatie nou eigenlijk is, een patroon te vinden dat kon verklaren waar innovaties vandaan kwamen en, met een beetje geluk, een methode vinden die innovatie in de USSR kon stimuleren of forceren. Het bleek allemaal mogelijk. Te beginnen bij wat een innovatie nu eigenlijk inhoudt: een innovatie is een oplossing van een contradictie, zodanig dat er een win-winsituatie ontstaat zonder negatieve bijwerkingen. Het heeft immers geen zin een probleem op te lossen als je daarmee een nieuw (groter) probleem creëert. Een duidelijk werktuigbouwkundig voorbeeld hiervan is dat van buiging: hoe creëer je een zo stijf mogelijke constructie die tegelijkertijd zo licht mogelijk is? Hoewel de oplossing tegenwoordig erg voor de hand ligt (gebruik een vakwerk), was het destijds revolutionair. Een ander voorbeeld: hoe zorg je ervoor dat je MP3-speler zoveel mogelijk opslagruimte heeft, maar tegelijkertijd zo klein mogelijk is?

Karel Drenth Dat is het moment waarop теория решения изобретательских задач of TRIZ zijn intrede doet. Aangezien de meeste mensen de vorige zin moeilijk kunnen uitspreken, is de Engelse vertaling misschien handiger: “Theory of Inventive Problem Solving”. Net als brainstormen is TRIZ een methode die je kunt gebruiken om (technische) problemen op te lossen. Echter, anders dan bij brainstormen is TRIZ een systematische manier om creatieve oplossingen te vinden en hoewel dat een tegenspraak lijkt, is het toch mogelijk!

Er bleek een patroon aanwezig te zijn dat verklaart waar innovaties vandaan komen. Als je patenten analyseert kun je namelijk vijf niveaus onderscheiden. De eerste en meteen ook moeilijkste is de ‘Discovery’, het ontdekken van een wetenschappelijk principe. Denk hierbij aan de ontdekking van röntgenstraling. Hoewel ze veel nieuwe mogelijkheden bieden, zijn deze ontdekkingen erg zeldzaam. Het zijn dan ook de overige vier niveaus die 99,8% van de patenten uitmaken en allemaal één ding gemeen hebben: ze passen bestaande wetenschappelijke principes uit een ander vakgebied toe om een bestaande contradictie op te lossen. De


19

Simon Ster 45.2| Januari 2014

meeste innovaties zijn dus niet eens zo heel innovatief, maar passen gewoon een al een bestaande oplossing toe op een net iets ander probleem.

oplossing is. Hoewel het slechts enkele suggesties zijn, geven ze vaak al een richting aan waarin je kunt denken en genereren dan zo eigenlijk automatisch al veel goede ideeën die kunnen worden gebruikt.

Het was na deze inzichten dat Altshuller zich boog over het laatste punt, hoe kun je dit combineren en systematisch toepassen? Met andere woorden, hoe kun je systematisch creatieve oplossingen verzinnen voor technische problemen? De kunst hiervan zit erin je mentale barrières te doorbreken zodat je ook aan oplossingen in andere vakgebieden denkt. Dit is het makkelijkst te doen door het probleem eerst op een abstract niveau te omschrijven, daar op te lossen, en vervolgens terug te vertalen naar de werkelijkheid. Makkelijk gezegd, maar hoe doe je dat? Het begint bij een Root Cause Analysis (RCA+), een tool die op zoek gaat naar de contradictie die moet worden opgelost. Door je constant af te vragen “wat veroorzaakt dit” in plaats van “waarom”, kun je uitkomen bij ofwel een positief effect, een negatief effect waar je geen invloed op kan uitoefenen, of een contradictie. Vooral die laatste is interessant, omdat dit aangeeft welk probleem er moet worden opgelost. Door alles in een diagram te zetten creëer je een visueel overzicht dat alle relaties aangeeft en laat zien wat nu de werkelijke onderliggende contradictie is die moet worden opgelost. Zoals misschien verwacht zijn het vaak slechts enkele contradicties die voor alle problemen zorgen. Nadat je de belangrijkste contradictie hebt gevonden, kun je deze omschrijven in een relatief probleem. Door het in algemene termen te formuleren kun je gebruik maken van 40 Inventive Principles, een lijst met mogelijke oplossingen welke een eerste indicatie geven over wat statistisch gezien de meest gebruikelijk

Nu zijn veel goede ideeën natuurlijk fijn, maar het is meestal slechts mogelijk er maar één uit te voeren. Dat is dan ook het punt waarop ideeën geëvalueerd moeten worden om de beste te selecteren. Maar wat is het beste idee überhaupt? Dit is te bepalen aan de hand van een Ideal Final Result, de ideale oplossing waar je naar op zoek bent. Hoewel niet altijd haalbaar, geeft het je de juiste richting waar je naartoe moet werken en geeft het je ook een maatstaaf waaraan je ideeën kunt beoordelen. Het resultaat is als volgt geformuleerd: “A function is delivered while there is no system to deliver the function”. Eigenlijk is de ideale oplossing dan ook een oplossing die niets toevoegt aan het systeem en slechts een hele kleine verandering of zelfs versimpeling vereist. Doordat je weet waar een oplossing aan moet voldoen, is het een stuk makkelijker je ideeën te beoordelen.


20

Parallel aan deze methodes is er ook een andere manier om oplossingen te genereren, in de vorm van een algoritme, ARIZ. Hierbij is vooral de laatste stap om oplossingen te vinden erg opvallend. Wat je doet is het probleem omschrijven doormiddel van kleine miniatuur dwergjes. Deze dwergjes beelden het probleem uit (bijvoorbeeld: in het geval van frictie houden de rode en groene dwergjes elkaars handen te stevig vast) en jij moet “een” oplossing verzinnen. Dit mag echt alles zijn! Je geeft de groene bijvoorbeeld indiaanse curry waardoor ze hard wegrennen naar de toilet, je laat de rode afvoeren door de politie of stuurt de groene weg op vakantie met een vliegticket naar Hawaï. Naast de hilariteit die dit veroorzaakt, zorgt het ervoor dat je geen mentale barrières meer hebt en veel oplossingen “out of the box” verzint. Het is dan ook na afloop wanneer je de oplossingen vertaalt naar de werkelijke situatie dat de waarde hiervan duidelijk wordt. Meestal blijken er een aantal oplossingen tussen te zitten waar normaal gesproken immers nooit aan had gedacht! Nu staat het hier allemaal erg mooi verwoord, maar werkt het ook? Heeft het toepassing in het werkelijke leven buiten de Sovjet Unie? Het antwoord is een volmondig ja. Een bekend probleem dat middels TRIZ is opgelost is dat van de hydrofoil onder boten. Wanneer een boot hard genoeg gaat, kan deze opstijgen uit het water om op een heel klein oppervlakte, de hydrofoil, verder te gaan. Hoewel dit voor weinig weerstand zorgt, krijgt de foil het zwaar te voorduren en zal het relatief snel door cavitaties kapot gaan. Nu is het natuurlijk mogelijk om een sterker materiaal te gebruiken, maar dit is uiteraard duurder en zal uiteindelijk alsnog kapot gaan . De oplossing die TRIZ bood? Gebruik het water! Door de foil te koelen zal er een beschermende ijslaag ontstaan die de

cavitatie schade opvangt. Zelfs als de druk te hoog wordt en het ijs afbreekt,wat vroeg of laat gebeurd, zal de ijslaag vanzelf weer aangroeien en bescherming bieden. Hoewel TRIZ nog niet erg populair dan wel bekend is, wordt het langzamerhand door steeds meer grote bedrijven met succes opgepakt; Boeing wist (dankzij TRIZ) de verkoop met $1.5 miljard te verbeteren, Samsung Electronics claimt een omzet stijging van $100 miljoen sinds het oppakken van TRIZ binnen het bedrijf en Mars Incorporated heeft al zes “unsolvable problems” opgelost. Wat dat betreft heeft deze nieuwe manier van problemen bekijken veel succes. Want hoewel het iets meer tijd kost dan het traditionele brainstormen, levert het op een systematische manier een goede oplossing voor je probleem, welke WTB’er wil dit nou niet?


21

De geschiedenis van Egypte

Simon Ster 45.2 | januari 2014

Piramides en revoluties

Egypte: Een land met een zeer rijke historie. Wij kennen natuurlijk allemaal de piramides van Egypte wel, maar ook hiërogliefen, sfinxen en farao’s zijn welbekende Egyptische begrippen. De laatste tijd is Egypte ook veel in het nieuws geweest vanwege de revoluties die daar gaande zijn en zijn geweest. Maar wat is nu echt de geschiedenis van dit land? Hoe zit het met het verleden en de huidige toestand van het land? Een greep uit de geschiedenisboeken en de ochtendbladen over Egypte. Yuri Steinbuch De prehistorie

Het Oude Egypte

Centraal in de gehele geschiedenis van Egypte is natuurlijk de Nijl. Deze rivier, die als hoofdader door het land stroomt, zorgt dankzij zijn grote overstromingen voor een zeer vruchtbaar landschap. Het is dan ook niet gek dat vrijwel alle beschaving van het land, zowel 7000 jaar geleden als nu, gecentreerd is rond deze rivier. De eerste mensen kwamen vanuit Libië en West-Azië naar Egypte , waar zij zich rond 10.000 voor Christus voor het eerst vestigden. Het begon uiteraard met jagers en verzamelaars, die langzaamaan dorpjes gingen bouwen rondom de Nijl. De eerste steden waar restanten van zijn gevonden zijn tussen 3500 en 3300 voor Christus ontstaan; vanaf 3300 spreekt men van het Oude Egypte.

De periode van 3300 tot 332 voor Christus wordt het Oude Egypte genoemd. De eerste 150 jaar is de macht nog verspreid; er is niet één centrale regering, en er is weinig feitelijke informatie overgebleven uit deze periode. Vanaf ongeveer 3150 voor Christus, toen koning Menes Boven- en Onder-Egypte verenigde, regeerden 31 verschillende dynastiën over Egypte. Tijdens de 3000 jaar van de dynastiën is het land ongelofelijk stabiel, waarbij ook de cultuur, de taal en de religie onwaarschijnlijk weinig veranderen.


22

In 2680 liet koning Djoser een piramide bouwen om voor hem als graf te dienen. Hij was de eerste van een lange reeks van farao’s die zich in een dergelijk bouwwerk liet begraven; deze traditie zette zich ongeveer 1000 jaar voort. Helaas zijn er nog maar 80 piramides over in Egypte. De bekendste piramides zijn natuurlijk de Piramide van Cheops en de Grote Piramide van Gizeh.

Rijk, welke de Egyptische religie niet langer tolereerde, maar het christendom aan het land opdrong. Na de val van het Romeinse Rijk was Egypte deel van het Byzantijnse (= Oost-Romeinse) Rijk. Vervolgens regeerden eerst de Arabieren, gevolgd door de Fatimiden, Ajjoebiden en Mamlukken, waarna de Ottomaanse Turken het Mamlukse rijk veroverde in 1517.

Rond het jaar 525 voor Christus wordt Egypte veroverd door de Perzen. De Egyptenaren slaan nog een keer terug, maar worden vervolgens weer heroverd, wat in 332 voor Christus echt het einde van het Oude Egypte betekent.

De Ottomaanse Turken regeerden over Egypte vanaf 1517 tot formeel gezien 1914. In 1798 veroverde de Franse generaal Napoleon Bonaparte Egypte, maar Napoleon werd drie jaar later alweer van de troon gestoten. Dit luidde het begin in van het heden.

Het Egypte tot aan 1800

Egypte vanaf 1800

Vanaf het einde van het Oude Egypte tot aan de dag van vandaag zijn de spanningen rondom dit land groot. Zijn positie als belangrijkste verbindingspunt tussen het westen van Azië en Afrika maakt het een geliefd land om te bezitten; er zijn dan ook veel grootmachten die dit land onder en weer van elkaar overnemen.

Egypte is dus weer ingelijfd bij het Ottomaanse Rijk, en is in de eerste helft van de 19e eeuw een autonome provincie die steeds meer eigen macht begint te krijgen. De spanningen tussen de Turken en de voornamelijk in Egypte wonende Mamlukken, die al 300 jaar niet meer regeren over het land, beginnen echter steeds toe te nemen. De Turken sturen herhaaldelijk legers naar Egypte om opstanden de kop in te drukken en de banden met Turkije worden echter steeds losser waardoor Egypte steeds meer macht verwerft.

Het einde van het Oude Egypte wordt in 332 voor Christus ingeleid door Alexander de Grote. Hij veroverde het land en stichtte tevens de stad Alexandrië, dat uitgegroeid is tot een van de belangrijkste steden van het land. Na de dood van Alexander, tien jaar later, neemt een van zijn ex-veldheren, Ptolemaeos, het heft in handen. Hij verraadt zijn land door Egypte aan zichzelf toe te kennen, en hij en de zijnen regeren het land nog 300 jaar lang. Het laatste staatshoofd van Ptolemeos zijn dynastie is Cleopatra VII Philopator, een zeer bekende koningin. Zij had een relatie met Julius Caesar, maar toen hij vermoord werd en zijn opvolger zich tegen Egypte keerde, betekende dat het einde van de Ptolemaeïsche dynastie. De 2000 jaar daarna, tot 1800, wordt Egypte door veel verschillende partijen geregeerd. Eerst kwam natuurlijk het Romeinse

De staatsschuld van Egypte loopt steeds verder op en in 1882 besloten de Britten dat het genoeg is. Zij bezetten Egypte om het land te dwingen zijn staatsschuld terug te betalen. De inheemse Egyptenaren en Mamlukken zijn echter helemaal niet blij met de situatie; zij zien de Britten als uitbuiters. De ‘cultuurclash’ is natuurlijk ook immens groot, waardoor de spanningen verder stijgen. In 1952 besloot een groep van ongeveer 300 Egyptische militaire officieren, die zichzelf de Vrije Officieren noemden, om de Britsen koning af te zetten en een staatsgreep te plegen. In een nacht be-


23

Simon Ster 45.2| Januari 2014

zette zij alle machtsposities en vertelden de koning dat zijn macht ten einde was. Deze vroeg hulp van de Amerikanen en Britten, maar die weigerden, en met de hulp van de Moslimbroederschap veroverden de Vrije Officieren, onder leiding van luitenant-kolonel Gamal Abdel Nasser, het land. Aldus kwam Egypte weer onder zijn eigen bewind. Nasser vond dat de macht bij hem en zijn Vrije Officieren moest liggen. Hij zuiverde de officieren van alle tegenstanders en greep op die manier de macht. Hij voerde een strict pro-Sovjet-Unie- en anti-Israël-beleid. Nasser werd opgevolgd door Sadat, die, tot onbegrip van de Egyptenaren, in 1978 vrede sloot met Israël. Dit, samen met de vrijlating van de meeste Moslimbroeders uit de gevangenis 5 jaar eerder, zorgde voor de vorming van nieuwe radicale moslimgroepen. In 1981 werd Sadat door een groep al-Jihad activisten neergeschoten. Meteen nadat Sadat was neergeschoten werden de volgende verkiezingen voorbereid, waarin Hosni Moebarak zonder tegenstander als president werd gekozen. Hij regeerde volgens het systeem zoals dat al jaren bestond; de president had in principe volmacht om te besluiten wat hij wilde. Hij liet het verbod op de Moslimbroederschap, en op religieuze partijen in de poltiiek in het algemeen, bestaan, ook al waren de leden van de broederschap publiekelijk bekend en geroemd om hun netwerk en sociale dienstverlening.

Het huidige Egypte Moebarak regeerde vanaf 1981 tot aan de Egyptische revolutie van 2011, die wij allen uitvoerig hebben kunnen volgen op de televisie. In januari en februari 2011 vonden grootschalige pro-

testen plaats, die waren geïnspireerd op de in Tunesië succesvolle Jasmijnprotesten. Er gold een noodtoestand in Egypte; al sinds het aantreden van Moebarak, wat uiteraard zorgde voor grote onvrede onder het volk. De revolutie ging niet zonder slag of stoot; na veel massaprotesten, brandstichtingen en veel tegenstand is het de burgers echter toch gelukt om Moebarak af te zetten; hij trad af op 11 februari. Deze benoemde nog wel een vice-president en een minister-pre-


24

sident. Onder druk van het volk werd een referendum gehouden voor een nieuwe grondwet, dat op 19 maart 2011 werd gesteund door 77% van de kiezers. Hiermee werd de noodtoestand teruggetrokken en moesten er democratische verkiezingen komen voor zowel staatshoofd als parlement. Een jaar later, op 24 juni 2012, werd Mohammed Morsi, lid van de Moslimbroederschap, democratisch gekozen als nieuwe president van Egypte. Het is interessant om te noemen dat de Moslimbroederschap eerst afwezig was tijdens de protesten, maar zich steeds meer liet horen. Zoals gezegd was hun bestaan officieel verboden, maar wellicht maakten zij gebruik van de situatie om hun positie in het land te verstevigen. Tijdens een van de demonstraties, op 18 februari, riep de spiritueel leider van de broederschap op vol te houden tot aan de zege van de revolutie. Hierna waren er steeds meer leden van de Moslimbroederschap aanwezig tijdens de protesten.

De piramide van Cheops is de grootste van de pirami-

Helaas mocht het kiezen van de nieuwe president Morsi niet baten. Economisch herstel bleef uit, en de Egyptische pond devalueerde verder. Er ontstonden spanningen tussen de overheersende soennieten enerzijds en de christelijke Kopten en mohammedaanse sjiieten anderzijds. Op 22 december 2012 gaf Morsi zichzelf onbeperkte macht ‘om het land te beschermen’; en zo was Egypte weer terug bij af, althans zo voelden de burgers zich. Dit leidde echter opnieuw tot grootschalige protesten, van wel tweehonderdduizend protestanten in CaĂŻro alleen.

is gelijk aan het kwadraat van de hoogte (verwijzing

des van Gizeh. Deze was een kleine vier millenia lang het hoogste gebouw ter wereld, met zijn hoogte van 146 meter en zijn breedte van 230 meter. Het is het enige overgebleven klassieke wereldwonder. De piramide bestaat uit 2,3 miljoen stenen met elk een gewicht van ongeveer 2500 kilogram. De piramide is gebouwd tussen 2551 en 2472 voor Christus; zijn bouw duurde ongeveer 20 jaar. De piramide is gebouwd met enkele bijzondere geometrische kenmerken. Het oppervlak van elk zijvlak naar stelling van Pythagoras), de omtrek aan de basis is gelijk aan de omtrek van een cirkel met de hoogte van de piramide als straal (verwijzing naar pi) en de dwarsdoorsnede (over vlak A-B) vormt een driehoek van Kepler, wat verwijst naar de gulden snede.


25

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Vanaf april 2013 verzamelde de oppositiegroep Tamarod 22 miljoen handtekeningen die pleitten voor het aftreden van Morsi. Een maand later, op 30 juni 2013, wat de eerste verjaardag van de inauguratie van Morsi was, gingen naar schatting 14 miljoen Egyptenaren de straat op om te protesteren. Hierbij stelden zowel de protestanten als het Egyptische leger een ultimatum tegen Morsi.

Deze sfinx is het grootste en bekendste beeld van een sfinx ter wereld. Hij staat bij de Piramides van Gizeh. De Sfinx is eigenlijk de bewaker van de piramides. Hij is 57 meter lang, 6 meter breed en 20 meter hoog. Over de origine van de sfinx zijn we-

En nu?

tenschappers het nog niet eens; sommige zeggen

Op 3 juli 2013 pleegde het leger onder leiding van Abdul Fatah alSisi een staatsgreep en zette Morsi af. Dit schoot in het verkeerde keelgat bij aanhangers van de Moslimbroederschap, die zijn vrijlating en terugkeer als president eisten. Tientallen doden vielen bij confrontaties tussen aanhangers van Morsi en tegenstanders. Op 14 augustus 2013 is de noodtoestand in Egypte uitgeroepen.

dat hij al gebouwd is in 10.000 voor Christus, toen

Inmiddels is de noodtoestand weer teruggedraaid. President Morsi zit nog steeds gevangen, maar hij heeft recent een verklaring aan het volk laten voorlezen door zijn advocaten, waarin hij verklaart dat de leiders van de machtsgreep moeten worden berecht en dat de machtsgreep moet worden teruggedraaid. Sinds de machtsgreep zijn duizenden leiders van de Moslimbroederschap en honderden normale burgers opgepakt. De interimregering is bezig met het maken van een transistieplan, dat volgend jaar moet leiden tot nieuwe verkiezingen voor president en parlement.

hij een beeld van een leeuw zou zijn geweest, wat hem ver voor de dynastiĂŤn van Egypte dateert. De betogingen tegen de staatsgreep zijn inmiddels steeds kleinschaliger; de Moslimbroederschap in Egypte is uitgedund en de betogingen door de achterban van Morsi zijn beperkt tot kleinschalige betogingen op universiteiten. Hoe het verder gaat? Dat weet niemand. Tegen de tijd dat u dit artikel leest, is de situatie waarschijnlijk alweer anders. Wellicht wordt Morsi weer teruggezet als president, wellicht komen er inderdaad gewoon nieuwe verkiezingen. Hopelijk keert de rust snel terug, zodat de burgers weer rustig kunnen slapen, en de toeristen weer rustig naar de piramides kunnen komen kijken.


26

Brascursie 2013

Het zesenvijftigste bestuur bedankt met het thema ‘boten’

Ieder jaar organiseert het nieuwste oud-bestuur een dag om de actieve leden van het afgelopen jaar en oud-besturen te bedanken. Altijd een geslaagde dag die bestaat uit een een excursie, een activiteit, veel eten en stappen in een andere stad met een touringcar vol enthousiaste studenten. Tiemen Schuijbroek Een groep van 49 werktuigbouwers stapt ’s ochtends vroeg in een bus met een nog onbekende bestemming. Stad en land passeert en de meest gokgrage types leggen zich toe tot het verkondigen van hun idee van het bedrijf, de activiteit en de stad die vandaag op ons pad gaan komen. Het bordje ‘Zeeland’ wordt gepasseerd en het geroezemoes neemt toe. De afslag wordt genomen en daar staat een lieftallig, schattig, klein wagentje op ons te wachten. Het wagentje voert ons naar een loods. Dat het nog vroeg was blijkt wel, want sommigen komen er binnen pas achter wat de rest al op de loods had gelezen; Damen.

Damen Damen Schelde Naval Shipbuilding om precies te zijn. De kracht van Damen zit hem in de brede selectie aan standaardboten die snel geleverd kunnen worden en een hoge standaard nastreven. Met de kleinere schepen (baggeraars, sleepboten) zijn ze groot


27

Simon Ster 45.2| Januari 2014

geworden en daar de Nederlandse Marine hun schepen graag binnenlands laat maken, is Damen Schelde Naval Shipbuilding voor hen de ideale partner. Ook in deze klassen heeft Damen namelijk een aardige staat van dienst. Het schip dat vandaag centraal staat en toevallig ook aangemeerd ligt om afgebouwd te worden is de ‘Karel Doorman’, een Joint Support Ship. Na een korte uitleg blijkt dit schip niet met gigantische kanonnen te varen, maar dient het als controlecentrum, uitvalsbasis en bevoorrading voor een flinke vloot. Dat houdt niet in dat er geen ‘Goalkeepers’ worden geïnstalleerd, want het blijft natuurlijk wel nodig om aankomende raketten nauwkeurig uit de lucht te schieten. Met flink goede projectieltracking en voor de zekerheid een zevental lopen die gezamenlijk met 60 Hz de goede kant op maaien. That should do the job!

Het wordt nog leuker, we mogen het schip ook van binnen aanschouwen! In het midden van alle chaos en arbeiders aldaar nemen we een kijkje in alle mooie ruimtes die het schip te bieden heeft. Hoogtepuntjes: machinekamer met enkele dieselgeneratoren (“dit zijn er twee.” … “nu door naar de volgende ruimte, daar staan er nog drie!”), controlekamers en de verschillende liften die naast voetvolk ook best een tank mee kunnen nemen.

Zelf aan het roer De volgende stop is in hetzelfde thema. De route is zowaar nog rustieker dan die naar het eerste onderdeel met smalle straatjes waar de huizen de bus lijken te willen knuffelen, maar niks is te bont voor onze topchauf! De bijbehorende locatie: de Biesbosch! Met enkele overlevingspakketjes wordt de groep verdeeld over bootjes. Hoewel de bootjes geen stoombootaandrijving hebben, stijgen er genoeg rookpluimen op. In alle rust wordt er gefilosofeerd over het leven onder het genot van een sigaar. De minder filosofisch ingestelden denken minder na en omarmen de natte omgeving van het water om tot rust te komen. En er is bier.

Dineren en stappen Na een tempus commune wordt de reis voortgezet richting het bebouwde stuk grond dat onder de naam Breda door het leven gaat. Een nacht vol Brabantse gezelligheid ligt in het verschiet!

Voorspelbaar doch enorm geschikt voor ons werktuigbouwers: onbeperkt spareribs. Iedereen begint aan ronde 1, de meeste eindigen bij ronde 2 en de die-hard kaanberen met obese trekjes komen nog wel wat rondes verder. Gevulde magen zullen het nodige gerstenat moeten kunnen verdragen. Maar niet voordat het nieuwe Bestuur zich nog eens presenteert aan de actieve leden van het afgelopen jaar en wordt onderworpen aan de nodige vragen en daarbij behorende toezeggingen. Met alle verplichte onderdelen van de Brascursie voltooid, wordt de kudde werktuigbouwers losgelaten op het Bredaas equivalent van het Stratumseind. Echter blijkt het zo te zijn dat het hier niet zo gebruiksvriendelijk is opgezet als in ons vertrouwde Eindhoven. Er zijn verschillende conglomeraties van kroegen, waartussen gekozen moet worden. Gelukkig zijn er Bredanaren in ons weledele gezelschap, dus wordt de zware taak van het maken van de keuze al gauw volbracht. De pitchers vloeiden rijkelijk in de Walkabout en zoals altijd: de tijd vliegt als je het leuk hebt! Naast de zaken die niet kunnen, hebben we ook nog een heuse adwedstrijd tussen de voormalig Voorzitter en huidig Voorzitter van het Bestuur mogen aanschouwen en was niet al te lang daarna de avond alweer schluss! Wanneer we onze blik laten glijden over alle deelnemers in de bus tijdens de terugreis, kunnen wij als zesenvijftigste Bestuur niet anders dan concluderen dat het een enorm plezier is geweest om met al deze, en ook alle niet aanwezige, actieve leden uit ‘ons jaar’ te hebben samengewerkt en deze dag als bedankje daarvoor te organiseren! “Daadkracht geeft doorslag”


28

Profiel: Electri-city

Smart ForTwo Electric Drive

De Small Mercedes Art ofwel Smart. Het ultieme kleine stadskarretje rijdt inmiddels al meer dan 15 jaar door Europese steden, een gebied bij uitstek geschikt voor elektrisch rijden. De slimme stadsmini is dan ook sinds 2012 te verkrijgen als Electric Drive. Maar is deze combinatie wel zo smart als het lijkt? Jules Frints & Jeroen de Wit De kunst van het laden Voordat we bij het Nederlandse Mercedes-hoofdkwartier de sleutels van de elektrische Smart overhandigd krijgen, moet er eerst nog een en ander uitgelegd worden over het laden in diverse situaties. Standaard wordt bij de ForTwo Electric Drive een thuislader geleverd, een kabel met adapter die met een huis-, tuin- en keukenstekker op 230V in 7 uur van 0 tot 100% kan laden. In het dagelijks leven is dit natuurlijk prima: na een nachtje opladen kunnen er overdag probleemloos honderd kilometers afgelegd worden. Voor opladen aan de laadpaal of een optionele thuis geïnstalleerde wallbox is een spiraalvormige 11 kW-kabel bijgeleverd om in 6 uur volledig op te laden. Wie 6 uur te lang vindt of simpelweg verder wil komen in minder tijd, is er de optie (à €3111,- incl. BTW) van een 22 kW-boordlader met snellaadfunctie. Als je een laadpaal vindt die zo’n vermogen powered by:

leveren kan, is het mogelijk om binnen 1 uur je lege smart weer vol te ‘tanken’. Aangezien de meeste laadpalen helaas geen 22 kW leveren, kost een laadbeurt meestal toch wat meer tijd. Vaak volstaat de spiraalvormige 11 kW-kabel met Mennekes-stekker – het stekkertype dat voor een laadpaal nodig is.

Prachtig panorama Wie plaatsneemt in de smart wordt aangenaam verrast: het ruime gevoel lijkt niet te kloppen met de kleine buitenmaten van de auto. De stoelen kunnen ver naar achteren worden geschoven, waardoor er dus ook voor lange mensen voldoende plek is. Wat enorm bijdraagt aan het ruime gevoel is het panoramadak. Behalve handig om naar hooggeplaatste verkeerslichten te kijken, is het panoramadak ook aan te raden voor dat gevoel van ruimte. Met gesloten zonwering voelt de smart direct kleiner. Het panoramadak is een optie die je wilt.


29

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Interieur Je zit goed in de smart. De sleutel moet tussen de twee stoelen, dicht bij het pookje waarmee de elektromotor voor- of achteruit gestuurd kan worden. Wie achter het stuur zit heeft de snelheidsmeter recht voor zijn neus en kan daar ook onder andere zien hoe veel kilometers de accu nog aankan. Bovenop het dashboard staan twee metertjes, een geeft het resterende accuvermogen in procenten aan, terwijl de ander laat zien hoeveel vermogen de elektromotor aan de wielen levert, of hoe hard de accu opgeladen wordt. Voor de neus de passagier bevindt zich het dashboardkastje, dat op slot gedaan kan worden. De ForTwo Electric Drive die wij rijden is voorzien van navigatie via een touchscreen. Dat touchscreen zit in het midden en kan fancy wegklappen om de cd-speler, SDkaartlezer en USB-poort te onthullen voor alle gewenste manieren van muziekspelen. Via het touchscreen worden behalve de navigatie ook enkele andere zaken bediend, waaronder de radio en een videospeler. De navigatie bevat de noodzakelijke functionaliteit, al zou het een mooie toevoeging zijn als de locaties van nabijgelegen laadpalen ermee gevonden konden worden.

Specificaties

Smart ForTwo Electric Drive

Brandstof

Electriciteit

Motor

Permanente magneet-synchroonmotor van EM-motive

Vermogen (kW)

Continu 35, maximaal 55 (75pk)

Koppel (Nm)

130

Accu

Li-Ion accu van Deutsche ACCUmotive

Accuvermogen (kWh)

17,6

Actieradius (km) (NEFZ)

145

Oplaadtijd 0-100% (uur)

7 (zonder wallbox), 1-6 (met wallbox)

Aandrijving

Achterwielaandrijving

Topsnelheid (km/h)

125

Acceleratie 0-60 km/h (s)

4,8

Acceleratie 0-100 km/h (s)

11,5

Stroomverbruik (kWh/100km)

15,1

Vanafprijs (excl. Accu) (€)

19.228 + 65/maand accuhuur

Vanafprijs (incl. Accu) (€)

24.078

Prijs testexemplaar (€)

24.438

Rijden van de smart

Bepakt en bezakt Wat betreft opbergruimte is de smart slim ingericht. De kofferklep gaat in twee delen open: in eerste instantie klap je de achterruit naar boven, waarna het onderste deel van de klep naar beneden kan. Zo kan er flink gestapeld worden door de achterruit als het onderin al vol zit, terwijl bij inladen met open klep een en ander tijdelijk op de onderste klep gezet kan worden. De laadkabel is mooi weggestopt in dat naar beneden klappend deel, waar plek is voor één van de drie laadkabels. Het laadruim kan afgedekt worden met een schattig klein afdekzeiltje. De achterwand van het ruim is flexibel en aan de kant van de stoelen zijn er nog netten om de losse bagage tussen stoelen en achterbak te stouwen.

Wanneer de smart gestart wordt, merk je pas echt dat er geen verbrandingsmotor in de auto aanwezig is. Het motorgeluid bestaat slechts uit een licht gefluit, dat op zijn hardst – bij maximale acceleratie – uitgroeit tot een zacht gezoem dat je doet denken aan het geluid dat ruimteschepen maken in B-films. Later bleek dat een bladblazer die zich naast de auto bevond een stuk meer lawaai maakte dan de motor van deze smart. Nadat we waren weggereden merkten we al snel dat de smart bij lage snelheden erg vlot accelereert. Een elektrische auto heeft direct koppel. Hierdoor en omdat de auto zo licht is waren we in staat om bij lage snelheden snel op te trekken. Zo kostte het geen moeite om bij stoplichten als snelste weg te rijden. Mede omdat je in een elektrische auto niet hoeft te schakelen was het ook geen probleem om deze voorsprong te behouden. Een smart heeft natuurlijk, zoals je van een miniauto verwacht, een kleine draaicirkel. Eigenlijk is het, samen met drempels die je goed voelt door de korte wielbasis, het enige waardoor je beseft dat je in een miniauto zit, in plaats van een gewone compacte middenklasser. De auto heeft geen problemen met het maken van een U-bocht in normale straten en kan zelfs op het fietspad keren. Je merkt wel dat je als bestuurder erg dicht op de, sturende, voorwielen zit. Tijdens het maken van bochten waarbij je wel achteruit moet rijden bellemeren je eigen stoel en de passagiersstoel het zicht achter je, dus pas op als je achteruit rijdt.

powered by:


30

De afwezigheid van een schakelbak en van het motorgeluid, in combinatie met de goede wegligging door de laaggeplaatste accu’s zorgen ervoor dat je makkelijk te hard rijdt. Behalve bij de maximale snelheid is er vrij weinig terugkoppeling vanuit de auto betreffende de snelheid. Hoewel je natuurlijk ook gewoon op het metertje kan kijken.

Concurrentie De smart ForTwo Electric Drive is zeker niet alleen op de markt van de compacte elektrische auto’s. Eerder in deze rubriek zagen we al de Renault

De elektrische smart

Twizy, eveneens elektrisch en buitengewoon klein,

Op het dashboard van de smart een metertje dat het verbruik van de auto op dat moment laat zien. Standaard wordt tot 75% van de maximale kracht gebruikt. Als je het gaspedaal intrapt, merk je dat er aan het eind nog een stukje is dat meer weerstand geeft. Het voelt als een knop. Wanneer je die intrapt komt de laatste 25% van het vermogen erbij en accelereer je maximaal. Dit extra stukje gaspedaal heb je zeker nodig op de snelweg, want hoewel hij wel heel soepel door de stad kan rijden, is hij eigenlijk niet gebouwd voor de hogere snelheden.

maar ook veel minder auto. Renault biedt echter

Ditzelfde metertje kan ook naar de andere kant uitslaan, zodat je verbruik onder de nul zit. Dit gebeurt wanneer je bergaf rijdt, snelheid mindert of remt. De motor wordt in zo’n geval omgepoold en werkt dus als een soort dynamo. Hierdoor zorgt hij ervoor dat de accu iets bijlaadt en verlengt hij zijn eigen actieradius. Hoewel dit al gebeurt als je je gas loslaat bij een redelijke snelheid, merk je dan niet dat hij hard remt op de motor.

de smart een achterbank, en zijn daarmee dan ook

ook de Zoe, met een vanafprijs van €20.990,- inclusief een 22kW-laadkabel is dit misschien wel de belangrijkste concurrent voor de smart. BMW biedt de i3, maar met €35.500,- voor het instapmodel is deze gericht op een ander segment. Zowel de Renault als de BMW hebben in tegenstelling tot een maatje groter – wie voor écht klein gaat, kan niet om de smart heen. Laadperikelen Op een volle dag proefrijden met een elektrische auto ontkom je er natuurlijk niet aan de auto tussentijds op te laden. Tegen de lunch, met nog zo’n 30% accuvermogen op zak, zoeken we dan ook voor het eerst een laadpaal. De tip dat de meeste vestigingen van een bekende keten met een kenmerkende gele M wel een laadpaal op de parkeerplek hebben staan, volgen we graag op. Aangekomen bij een dergelijk etablissement is het even zoeken, aangezien de laadpaal aan de overkant van de parkeerplek blijkt te staan. Aanmelden bij de laadpaal gaat met een pasje, waarna de aangesloten smart aangeeft dat het laden begonnen is door een lampje bij de ‘tankdop’. Volgens het dashboard kunnen we over zo’n anderhalf uur met volledig opgeladen accu weer verder. Na 40 minuten en een smakelijk broodje keren we terug bij ons kekke karretje om eens te zien hoe ver het laden gevorderd is. Helaas! Het laden is om onbekende redenen gestopt. Als dit nog een paar keer voorkomt bellen we de helpdesk van de laadpaal, maar ook zij kunnen het probleem niet oplossen. Wel kunnen we naar een andere paal. Als de andere laadpaal ook niet wil, gebruiken we in een laatste poging de 11 kW-kabel, in plaats van de zwaardere 22 kW-kabel, waarvan we dachten dat hij het altijd zou moeten doen. Na een wandeling door het sfeervolle centrum van Nieuwegein komen we terug bij de smart en… hoera! Het bijladen is gelukt.

powered by:


31

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Dit relaas wekt wellicht de suggestie dat laden een crime is. Hierbij moeten we wel opmerken dat we bij onze ervaringen niet de beschikking hadden over de smart Vehicle Homepage, waarmee we met telefoon, tablet of pc onder andere de laadstatus van de smart zouden kunnen uitlezen. Verder werd de storing waarschijnlijk veroorzaakt door de laadpalen: bij Mercedes thuis laadde de smart wel op volle snelheid. Met wat meer ervaring en die handige app is opladen geen enkel punt. Het blijkt dat de laadpaal-dichtheid in Nederland al vrij goed ontwikkeld is – en hij groeit, al doet het elektrisch wagenpark dat natuurlijk ook.

Conclusie Al met al is de smart een mooie auto als je in de stad woont en enkel een auto wil om jezelf binnen de stad te verplaatsen of sporadisch een keer wat verder. Voordelen hieraan zijn dat je weinig geld kwijt bent aan brandstof en je hebt weinig overige kosten aan deze auto, wanneer de accu’s in eigen bezit zijn. Voor een kleine stadsauto is hij erg comfortabel en de laadruimte is handig ingericht voor boodschappen. Ook accelereert hij soepel en kan je bijna overal op een eenvoudige manier komen. Wel dien je rekening te houden met de actieradius die in de praktijk een kleine 100 km bedraagt en met de laadpalen die je onderweg aan zal moeten doen bij lange ritten.

powered by:

Een smart is, als je naar de kwaliteit, opties en uitstraling kijkt, een goede keuze wanneer je aan een miniauto denkt. Aan kwaliteit hangt wel een prijskaartje, en wat voor een. Een kleine €25.000,- kost het testmodel, en dan moet je de accu’s ook nog huren. Hiervoor koop je met gemak een grotere auto met verbrandingsmotor. Je moet deze auto als stadsauto kopen, of als een kleine auto erbij. Natuurlijk heb je dan wel de Mercedes onder de mini’s.


32

Tech United

Een nieuwe vriend

Tech United is weer volop bezig met het verbeteren van hun robots. Het doel is om in 2014 in BraziliĂŤ de wereldtitel in de Middle Size League te heroveren en daarnaast staan de ontwikkelingen rond zorgrobot AMIGO niet stil. TechUnited AMIGO krijgt een vriend AMIGO heeft bij het WK in eigen huis een nette 3e plaats behaald in de @Home-League. Dat smaakt naar meer. AMIGO gaat inmiddels al weer wat jaartjes mee en heeft wat fundamentele beperkingen ten opzichte van andere robots in zijn competitie. Daarom krijgt AMIGO een opvolger! AMIGO staat voor Autonomous Mate for IntelliGent Operations. Voor zijn opvolger hebben we nog geen naam, dus noemen we hem nog even AMIGO 2. De eerste onderdelen zijn al klaar en de base zit mechanisch al in elkaar. Deze base heeft onafhankelijk geveerde wielophangingen. Hierdoor houden de wielen ook contact met de vloer als deze wel hard, maar niet precies vlak is. Hierdoor zou hij niet meer moeten slippen waardoor hij vloeiender en preciezer kan rijden. De voetbalrobots en AMIGO rijden op zogenaamde omniwielen, dat zijn wielen die tegelijkertijd meerdere kanten op kunnen rijden. Deze omniwielen worden bij AMIGO 2 vervangen door mecanumwielen. Deze wielen zijn qua functie vergelijkbaar met de omniwielen maar zullen er bij AMIGO 2 voor zorgen dat hij stabieler is. Bovendien komt er meer ruimte vrij voor overige onderdelen en wordt het (voorwaarts) rijden over hobbels of drempels door deze wielen makkelijker gemaakt. Ook de torso van AMIGO zal


33

Simon Ster 45.2| Januari 2014

verbeterd worden. De torso van AMIGO 2 krijgt namelijk meerdere vrijheidsgraden waardoor hij meer op een mens zal lijken. Hij krijgt een onderbeen, een bovenbeen en een torso. Hierdoor kan hij makkelijker bij de grond en voorwerpen pakken die ver op tafel liggen. Ook zal AMIGO 2 modulair worden opgebouwd. Dit betekent dat de torso in principe op een andere basis kan worden gebouwd, of andersom. Dit is gemakkelijk voor het testen en voor onderhoud maar het is de bedoeling dat je een robot (net als bij PC’s) kunt opbouwen met verschillende onderdelen van verschillende fabrikanten. Voorlopig kunnen beide robots naast elkaar blijven bestaan want AMIGO zal nog niet van het toneel verdwijnen. Als AMIGO 2 voor de RoboCup in Brazilië klaar is en goed werkt nemen we die mogelijk mee. Het is ook mogelijk om twee robots in te schrijven.

TURTLE-5k TURTLE staat voor Tech United Robocup Team Limited Edition. Deze voetbalrobots, waarmee wij vorig jaar in Mexico wereldkampioen zijn geworden, kosten ruim €25.000 per stuk. De keeper is iets duurder dus voor een heel team heb je al snel €130.000 nodig. Dit is voor veel bedrijven en universiteiten een te grote investering om mee te doen in deze voetbalcompetitie. Inmiddels zijn studenten onder leiding van Frank Steeghs bezig met het maken van de TURTLE-5k. Dit is een voetbalrobot die gebaseerd is op de gewone voetbalrobots van Tech United maar door deze in serie te maken, en gebruik te maken van goedkopere onderdelen moet de kostprijs gereduceerd worden naar €5.000. Voor €25.000 heb je dan dus een heel team. Het eerste prototype is inmiddels af en is al gepresenteerd tijdens de RoboCup in Eindhoven. Onlangs maakte ASML bekend dat zij de eerste partij zullen zijn die met een TURTLE-5k-team een vliegende start gaat maken in het robotvoetbal. Hun ambitie is om op de RoboCup van 2014 in Brazilië al mee te doen. Uiteindelijk wil ASML natuurlijk ook wereldkampioen worden. Het klinkt misschien gek om onze eigen technologie beschikbaar te stellen om andere teams de gelegenheid te geven om ook mee te doen. We willen echter met de RoboCup niet alleen winnen, we willen ook graag van elkaar leren. Het hele project is daarom open-source. Door van elkaar te leren en elkaar te helpen zal de ontwikkeling in de robotica sneller gaan waardoor we eerder in staat zijn om robots te ontwikke-

len die mensen kunnen helpen en het leven makkelijker kunnen maken. We hopen dus dat er na ASML meerdere bedrijven of universiteiten €25.000 willen investeren in een TURTLE-5k-team om het robotvoetbal gezamenlijk naar een hoger niveau te kunnen tillen.

Voetbalrobots De met 3-2 verloren finale tegen China op het WK in Eindhoven was een zware tegenvaller voor het team. Tot aan de finale hadden we immers 64 doelpunten voor en 0 tegen. Onze concurrenten uit onder meer China, Portugal, Iran en Duitsland zullen dit jaar natuurlijk niet stil blijven zitten, dus om in Brazilië dus weer kans te maken om wereldkampioen te worden zullen wij onze robots ook moeten verbeteren. De robots gebruiken een omnivision-camera om zich te lokaliseren op het veld en om objecten op het veld, zoals de bal en tegenstanders, te detecteren. Deze camera vormt een 2D-beeld van 360° rondom de robot. Het nadeel van deze camera is dat de robot ballen die hoger zijn dan hijzelf niet kan zien. Bovendien kan de robot door het 2D-beeld een stuiterbal niet goed detecteren. Hiervoor hebben wij naast de omnivision-camera nu ook een Kinect-camera op de robots gemonteerd. Met deze goede en goedkope 3D-camera van Microsoft kunnen de robots onderscheid maken tussen ballen die op de grond liggen en ballen die in de lucht zijn. Hierdoor kunnen wij in de toekomst ook passes door de lucht geven en kunnen de robots ballen zien die hoger zijn dan de henzelf. De keeper heeft zelfs vier van deze camera’s. Ook de wielen van onze voetbalrobots hebben een update gekregen. De oude omniwielen zijn vervangen door nieuwe die meer grip hebben, waardoor ze minder slippen en de robots sneller en preciezer kunnen rijden. Het volgende WK RoboCup is van 19 tot 25 juli in de Braziliaanse stad João Pessoa. Tot die tijd zullen we met het team hard aan het werk zijn om daar een goed resultaat neer te zetten. Tussendoor geven wij ook regelmatig demonstraties om jongeren en kinderen te interesseren voor techniek en om mensen te laten zien waar wij als Tech United mee bezig zijn.


Kijk in de Sterren

Maanlandingen

Луна-9 (Luna 9)

De Luna 9 landde op 3 februari 1966 op de maan. Dit was de eerste keer dat een sonde rustig landde en intact bleef, een zogenaamde soft landing.

Surveyor 1

De Surveyor 1 was de eerste Amerikaanse sonde die een soft landing voltooide, vier maanden na de Luna 9. De Surveyor sondes dienden als verkenners voor het Apollo programma.

嫦娥三号 (Cháng’e-3) De Chang’e-3 werd op 14 december 2013 de eerste sonde die een soft landing uitvoerde sinds de Luna 24 in 1976. Met deze sonde werd de volksrepubliek China het derde land dat met succes een soft landing uitvoerde.

SMART-1

De ESA satteliet SMART-1 is het tot dusver enige west-Europese object op de maan. Na drie jaar in een baan om de maan te hebben geopereerd is de sonde volgens de planning gecrasht in 2006.


35

Simon Ster 45.2| januari 2014

Луна-2 (Luna 2)

De Luna 2 was in 1959 het eerste door mensen gemaakte object dat op de maan landde. Een zachte landing was het niet, de sonde crashte met een snelheid van ruim 12.000 km/h.

Ranger 4

De Ranger 4 zou eigenlijk fotos van de achterkant van de maan te maken en vervolgens netjes te landen. Door fatale defecten crashte de sonde echter op 26 april 1962. De Ranger 4 was het eerste Amerikaanse object op de maan.

Apollo 11

De bekendste maanlander van allemaal. Op 24 juli 1969 stapten Neil Armstrong en Buzz Aldrin uit deze sonde om de eerste menselijke voetstappen op de maan te zetten.

Луна-3 (Luna 3)

De Luna 3 is eigenlijk geen maanlander, maar toch zeker het vermelden waard. Deze sonde vloog op 6 oktober 1959 voorbij de maan en bezorgde de mensheid de eerste beelden van de achterkant van de maan.


36

Bio(on)logisch

Een paar centen extra, is dat het waard?

Ieder jaar wordt er meer biologisch voedsel verkocht, vooral biologische eieren zijn erg in trek. Het is onbespoten, lekkerder, gezonder en levert minder CO2 op. Of toch niet? Sanne Janssen Biologisch voedsel kent enkele voordelen; zo is biologisch vlees diervriendelijker geproduceerd dan gewoon vlees, bevat een biologische landbouwbodem meer micro-organismen en regenwormen dan ‘gangbare’ bodems en groeien er ook meer wilde planten aan de randen van akkers en in de weide waar koeien grazen, wat goed is voor de biodiversiteit. Daar tegenover zijn bijvoorbeeld biologische scharreleieren gemiddeld genomen ongezonder dan hun niet-biologische tegenhangers. De biologische variant bevat iets meer dioxine, een stof die een schadelijk effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen, dan de niet-biologische. Dit komt mogelijk doordat biologische kippen buiten lopen en daardoor wormen en zand uit de grond oppikken die door luchtvervuiling meer dioxine bevatten. Het feit dat er meer dioxine in biologische scharreleieren aanwezig is, is een voorbeeld dat biologisch niet altijd gezonder is. In dit artikel voelen we de meest gebruikte biologische statements aan de tand om te zien of het allemaal wel zo (bio)logisch is.

Biologisch eten is onbespoten en dus gezonder Voor 95 procent van de consumenten die biologisch eten kopen, is het idee dat het voedsel onbespoten is de belangrijkste reden voor aanschaf. De richtlijnen voor het EKO-keurmerk (de Europese standaard) staan echter een groot aantal pesticiden toe. Het

verschil met reguliere landbouw is dat de bestrijdingsmiddelen op natuurlijke basis zijn, en niet chemisch. Klinkt goed, maar natuurlijke producten kunnen net zo goed ongezond zijn. Zo staan de EKO-richtlijnen het gebruik van rotenon toe. Deze stof gemaakt van de wortels van subtropische planten wekt bij ratten parkinson-achtige verschijnselen op. Het goedje valt mitochondria in de neuronen aan, waardoor het gevaarlijk is voor mensen en dodelijk voor veel insecten en vissen. Maar als rotenon verstandig wordt gebruikt hoeft er geen gevaar op te treden, net als bij de synthetische bestrijdingsmiddelen. Biologische bestrijdingsmiddelen hebben als voordeel dat ze over het algemeen sneller afgebroken worden dan chemische. Voor sommige chemische middelen duurt het enkele decennia voordat de stof volledig is afgebroken, waardoor het langdurig het grondwater vervuilt. Natuurlijke bestrijdingsmiddelen kunnen giftiger zijn dan hun chemische concurrenten. Onderzoekers vergeleken een synthetisch en een biologisch bestrijdingsmiddel tegen bladluis op sojaplanten. Het synthetische middel bleek effectiever waardoor er minder bestrijdingsmiddel nodig was. Het biologische gif veroorzaakte daarnaast meer ecologische schade: het doodt niet alleen de bladluis, maar ook de dieren die bladluis eten.


37

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Maar van welke variant zitten er meer restanten op het eten dat op ons bord ligt? Op regulier voedsel zitten meer restanten van bestrijdingsmiddelen. De percentages liggen zo ver beneden wettelijke eisen dat er geen wetenschappelijke consensus is dat biologisch voedsel veiliger of onveiliger is dan regulier voedsel. De wetenschap probeert al ruim vijftig jaar een antwoord te vinden op de vraag of biologisch voedsel gezonder is. Naast naar restanten van bestrijdingsmiddelen is er gekeken naar voedingswaarden. Er zijn geen verschillen gevonden voor vijftien belangrijke nutriënten, zoals vitamine C en calcium. Conventionele groenten bevatten meer nitraten, terwijl biologische weer meer fosfor in zich dragen. Ook in vlees en zuivel werden geen noemenswaardige verschillen gemeten.

Koop lokaal, dat is beter voor het milieu Het is onzin om appels uit Nieuw-Zeeland te laten overvliegen als we ze ook in de Betuwe kweken. 'Voedselkilometers' moeten tot een minimum beperkt worden. Helaas, soms is het tegengestelde waar. Het produceren van voedsel kost verreweg de meeste energie waardoor vervoerskilometers bijna te verwaarlozen zijn. Een pond sla (70 calorieën) kweken vergt bijvoorbeeld een kleine 5000 calorieën en deze per vrachtwagen 2500 kilometer (Nederland - Zuid-Spanje) vervoeren kost 175 calorieën. Omdat de kroppen sla met duizenden tegelijk in een vrachtwagen gaan, is de benodigde transportenergie per krop gering. Veruit de meeste energie wordt verbruikt door consumenten bij het halen, bereiden en bewaren van het voedsel. Een koelkast verbruikt in een week al gauw 9000 calorieën en een autoritje van 15 kilometer naar de boerenmarkt kost al snel 10.000 calorieën - twee keer meer dan het kost om de sla te kweken. De meeste voedselkilometers per product worden dan ook door de consument zelf gemaakt, namelijk als hij boodschappen doet. Britse onderzoekers berekende dat sperziebonen die per vliegtuig worden ingevlogen uit Kenia minder milieubelastend kunnen zijn dan die van een Britse akker. De productiemethoden in Kenia zijn minder belastend doordat boeren in Kenia natuurlijke mest gebruiken in plaats van kunstmest en omdat het werk met de hand wordt gedaan in plaats van met diesel slurpende tractors. Lokaal is dus lang niet altijd beter. Zelfs groenten die nul voedselkilometers afleggen, groenten uit eigen moestuin, kunnen het milieu zwaarder belasten dan groenten van verafgelegen akkers. Je hoeft maar een keer met de auto een zak (kunst-)mest te halen en de CO2-uitstoot per kilo wortelen (of andere groenten) overstijgt die van wortelen die in de supermarkt liggen. Grote boerenbedrijven gaan over het algemeen efficiënter om met mest, water en andere grondstoffen dan dat je dat zelf kunt. Het kopen van lokaal geproduceerd voedsel op de boerenmarkt zorgt dus voor een onterecht goed gevoel. Het vergroot de klimaatverandering vaak, in plaats van het tegen te gaan.

Iedereen moet biologisch eten Het zou een ramp zijn als iedereen biologisch at: honderden miljoenen mensen zouden van de honger sterven. Dit doordat biologisch voedsel gemiddeld drie keer zo duur is als gewoon voedsel. Ruim een miljard mensen leven van minder dan een dollar per dag en besteden de helft tot tweederde van hun inkomen aan voedsel. Een verdrievoudiging van de voedselprijzen zou voor hen catastrofaal zijn. Verder produceren biologische boeren per vierkante kilometer maximaal tachtig procent van wat de akkers van reguliere bedrijven opleveren, volgens sommige onderzoeken zelfs maar vijftig procent. Als de wereld zou overgaan op biologisch boeren, zou 26 miljoen vierkante kilometer aan bos tegen de vlakte moeten. Naast kosten en oppervlak kleeft aan biologisch voedsel nog een nadeel. Zo leidt biologisch vee tot meer klimaatverandering dan gewoon vee. Per liter geproduceerde melk stoten biologische koeien weliswaar minder CO2 uit dan hun zusters in de reguliere veehouderij, ze produceren wel meer methaan en lachgas, wat een groter invloed heeft op het broeikaseffect.

Biologisch eten is lekkerder In Brits onderzoek zei tweederde van de ondervraagden dat biologisch voedsel beter smaakt. Maar bijna niemand kon zonder etiket het verschil proeven tussen reguliere en biologische producten.De claim dat 'biologisch voedsel beter smaakt' is in algemene zin dus niet houdbaar.

Biologisch of bio-onlogisch Biologisch voedsel levert niet per definitie minder CO2 op dan regulier voedsel, leidt tot hogere kosten voor voedsel en heeft een lagere opbrengst per vierkante meter. Ook zijn er geen meetbare verschillen in voedingswaarden die het eten gezonder maken of meetbare verschillen in schadelijkheid voor mensen tussen biologische en conventionele bestrijdingsmiddelen. Er lijken dus niet veel maatschappelijke en persoonlijke voordelen te zitten aan biologisch voedsel. Nu is het wel even belangrijk om te relativeren. Wanneer jij groentes hebt in je eigen moestuin, kun je deze 100 procent onbespoten maken. Als je de moestuin hebt in plaats van je grasveld, dan is dat goed voor de biodiversiteit. Als je mest gebruikt van je eigen scharrelkippen, dan is de kans groot dat het beter is voor het milieu. Natuurlijk is eten uit je eigen tuin lekkerder; smaak zit toch grotendeels tussen de oren. Ik wil mensen die biologisch eten omdat ze daar gelukkiger van worden niet veroordelen, je moet alleen niet denken dat je de wereld redt.


38

Tuna Ciudad de Luz

Let’s go Spanish!

De Tuna Ciudad de Luz is een studentenvereniging die bekend staat om de Spaanse en Portugese liederen die de leden ten gehore brengen. Dan trekken ze van die zwartenpietenpakjes aan, rammen ze op hun rare banjo’s en bovendien proberen ze je vriendin te versieren met wat zij een serenade noemen. Laten we een kijkje achter de schermen nemen. Max van Lith Een korte introductie Mijn naam is Max van Lith. Menigeen van jullie werktuigbouwers zal mij herkennen aan mijn zwarte krulletjes, of aan het geblaat wat ik zo nu en dan tentoonspreid in de Simonkamer. Ooit zal zo’n blaatverhaal gaan over ‘een optreden’ waar ik ‘met de Tuna’ ben geweest. Soms zie je me zelfs ook in zo’n voornoemd zwartenpietenpakje (overigens is het helemaal geen zwartepietenpak, maar een ‘traje de tuno’) in het rond flaneren. Niet alleen ben ik een actief Simon-lid, maar ook ben ik al sinds het begin van mijn studie aangesloten bij de Tuna Ciudad de Luz. Ik ben daar vol gaarne actief geweest in de afgelopen jaren: ik woon in het verenigingshuis, ik heb meerdere introductieweken en gitaarworkshops georganiseerd en, als klap op de vuurpijl, ik ben

sinds 27 augustus jongstleden in het bestuur van de Tuna Ciudad de Luz getreden. Ik vervul nu de secretaristaak binnen dit clubje troubadours. Ik ben dus contactpersoon voor externen, regel alles rondom onze optredens, organiseer zo nu en dan eens een borreltje met een andere club en, mijn favoriet, ik moet notuleren op ALV’s. Genoeg over mij, nu over de Tuna.

Het ontstaan van Tuna Een tuna is een studentenvereniging met diepgaande wortelen. Niemand weet precies wanneer de groepen voor het eerst zijn ontstaan. Er gaan geruchten rond over de eerste schriftelijke vermelding van een tuna. Naar verluid was dit een klacht van een dorpeling naar een leermeester, waarin vermeldt werd dat zijn


39

Simon Ster 45.2| Januari 2014

leerlingen laat in de nacht lawaai aan het schoppen waren onder het balkon van zijn dochter. Ze waren aan het drinken, muziek aan het maken en probeerden steeds op het balkon te klimmen. Dit verhaal zou zich ergens in de 12e eeuw hebben afgespeeld. Hoewel de datum onbekend is waarop de tuna’s zijn ontstaan, is wel de bestaansrede vanaf het begin van de traditie duidelijk geweest. In de Middeleeuwen waren er nog geen universiteiten zoals de TU/e. De meer begaafde jongeren zoals u en ik zochten het verder dan het simpele werk op het platteland. Deze jongeren zochten leermeesters op waarvan ze een vak konden leren, zoals wij calculus of regeltechniek krijgen. Echter, waar wij ons in kunnen schrijven voor een college op één centrale plek, was dat in de Middeleeuwen nog niet het geval. Wilde je een nieuw vak leren, dan moest je de leermeester opzoeken op een andere plek. Soms was dit wel enkele honderden kilometers verderop. Net zoals in het heden, hadden de studenten van toen vrij weinig geld. Daarnaast was het gevaarlijk om lange reizen te maken in je eentje. Studenten gingen dus in groepen rondreizen. Ze zwierven van leermeester naar leermeester. Vanwege dit rondzwerven werden ze tuno’s genoemd, of in een groep een tuna. Dit komt van het Spaanse woord tunar af, dat zoiets als zwerven betekend. Ze trokken hun meest chique galakledij aan om indruk te maken op de leermeesters en onderweg zochten ze onderdak bij schone jonkvrouwen of gezellige herbergen. In ruil voor hun liederen, waarin ze hun avonturen bezongen, werd er onderdak of wat te eten aangeboden aan de studenten. Een tuno wordt ook wel sopista (sopa is Spaans voor soep) genoemd vanwege zijn eetgewoontes. Doordat ze een lepel en een vork aan hun pak gebonden hadden konden ze meteen toeslaan. Geen bord soep was veilig en geen onderjurk bleef heel als een tuna langskwam.

Terugkeer naar Eindhoven Na het ontstaan van universiteiten was de noodzaak van tunagroepen verdwenen. Studenten konden naar een stad verhuizen waar de studenten en leermeesters samenkwamen op een centrale plek om zo hun kennis te delen. Er hoefde nog maar een enkele reis gedaan te worden en de student had alles tot zijn beschikking. In Spanje en Portugal is de traditie echter blijven hangen. Studenten gingen samen op pad om wat zakcenten te verdienen. Sommige groepen deden dit om het collegegeld te kunnen betalen, anderen om doordeweeks gratis te kunnen eten en weer anderen puur voor de gezelligheid. In de rest van Europa stierf de traditie van het rondzwerven en muziek maken uit in ruil voor het corps-wezen. Het was juist vanuit het ESC (volgens het ESC zelf ook een corps) dat de tuna-traditie weer terug naar Nederland kwam. Een groep studenten was op vakantie in Spanje en allemaal waren ze onder de indruk van de lokale tuna’s. De studenten waren lid van de ontgroeningscommissie van het ESC. Voor de ontgroening van 1964 hadden ze genoeg inspiratie opgedaan in Spanje. Als ontgroeningsstunt moest de lichting ESC-foeten van dat jaar een serenade brengen aan de vrouw van Frits Philips. Dit vonden sommigen zo leuk dat ze er mee door zijn gegaan. Na lang oefenen en hard werk hebben ze in dat zelfde jaar nog officieel de Tuna Ciudad de Luz (Tuna van de Lichtstad) kunnen oprichten als ondervereniging van het ESC. Toen er later

te weinig nieuwe leden vanuit het ESC naar de Tuna Ciudad de Luz kwamen, is de club afgesplitst. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds een volledig onafhankelijke studentenvereniging. Veel mensen denken dat de Tuna Ciudad de Luz onder Scala valt, maar zelfs hier zijn wij onafhankelijk van. Hoewel de traditie dus al enkele honderden jaren oud is, bestaat deze pas sinds 1964 officieel in Eindhoven. De oplettende lezer heeft natuurlijk al opgemerkt dat 2014 dus het gouden lustrum van de Tuna Ciudad de Luz zal worden.

Festivals over heel de wereld De tuna-groepen wereldwijd hebben de gewoonte om één keer per jaar een festival te organiseren in hun eigen stad. Dit wordt


40

ook wel een certamen genoemd. Ook in Eindhoven hebben we sinds 1986 een jaarlijks certamen. Twee keer per vijf jaar zijn dit grote certamens waar ongeveer 10 tot 15 groepen voor worden uitgenodigd, welke plaats vinden tijdens de lustrumjaren van de TU/e en van de Tuna Ciudad de Luz zelf. De overige drie jaren wordt een klein certamen georganiseerd waar tussen de drie en de vijf groepen worden uitgenodigd. Deze certamens noemen zij ‘Noche de Tuna’. In Eindhoven wordt dit elk derde weekend van september georganiseerd. Zoals al eerder vermeld wordt 2014 een special jaar voor de Tuna Ciudad de Luz. Dan bestaat de Eindhovense tuna maar liefst 50 glorieuze jaren lang. Dit wordt gevierd met het grootste certamen dat ooit is georganiseerd. Thans zijn er plannen gemaakt om minstens 35 groepen uit te nodigen! De ervaring leert dat er altijd wel meer groepen op komen dagen dan officieel aangekondigd. Het wordt ten slotte een van de meest epische certamens ooit. Deze tuna’s doen dan niet mee met het officiële programma. Als je als tuna wel meedoet in het programma probeer je zo veel mogelijk feest te maken. Dit doe je door zelf zo veel mogelijk muziek te maken en zo veel mogelijk mensen te vermaken. Op vele plekken in Eindhoven, zowel verborgen als juist expliciet aangekondigd, zal een jury beslissen over de kwaliteit van de tuna’s. De groepen die meedingen voor de prijzen proberen onder andere de ‘tuna mas tuna’ (Meest tuna-achtige tuna) prijs te krijgen, of ze gaan voor de prijzen zoals bijvoorbeeld beste solist of beste groep. Ook de Eindhovense Tuna Ciudad de Luz gaat graag op reis naar deze certamens. In de afgelopen jaren zijn we in Mojacar, Las Palmas, Granada, Malaga en nog veel meer steden geweest om een feestje te vieren. De meest recente prijs die de Eindhovense tuna heeft gekregen is de ‘tuna mas noctámbula’, een prijs voor de meest actieve tuna-groep tijdens de nachten van het certamen in Las Palmas.

De uitrusting van een tuno Ik heb al eerder laten doorschemeren dat het zwartenpietenpak van een tuno helemaal geen zwartepietenpak is. Hij draagt een traje de tuno (uitspreken als “Traa-gchu de toe-no”). Dit is een traditioneel galakostuum dat ontworpen is om alle mannelijke attributen van het lichaam van een tuno te benadrukken. De pofmouwen van het jasje laten de armen en schouders gespierder lijken dan ze zijn. Daarnaast komt de broek net tot over de knieën in plaats van tot de enkels. Er worden lange sokken gedragen om het gat tot de knie te dichten. Dit laat de bovenbenen breder lijken terwijl de contouren van de kuit duidelijk te zien zijn in de sokken. Om het af te maken draagt de tuno een riem om zijn heup om het jasje te tailleren en zwarte leren schoenen. Optioneel hierbij is een ‘capa’, een mantel die over de rechterschouder en onder de linkerschouder wordt gedragen. Deze zorgt voor bescherming tegen weersinvloeden zoals wind en regen. Zelf heb ik hem vaak genoeg als slaapzak kunnen gebruiken. Op deze capa worden doorgaans ‘escudos’ geplaatst. Dit zijn geborduurde wapenschilden van buitenlandse steden die de tuno heeft bezocht. Aan de kraag van de capa hangen vaak kleurrijke linten en bloemen. Deze worden cinta’s genoemd. Een tuno krijgt een cinta als hij een mejuffrouw een serenade heeft gebracht. In vroegere

jaren was het een afgescheurd stuk van de onderjurk, waar de dame dan haar naam en adres in borduurde. Zo kon de rondzwervende sopista haar terugvinden, mocht hij ooit in de buurt zijn. De linkermouw van de tuno wordt gesierd door kleine cadeautjes, aan de traje de tuno gehangen als aandenken. Zo hangen er bijvoorbeeld sleutelhangers aan mijn pak, gekregen van fans in Berlijn. Mocht je een nieuweling van een tuna tegenkomen, dan houdt het hier wel bij op. Een onervaren nieuweling, een foetje, een aspirant lid wordt in tuna-kringen een novato genoemd. Onder begeleiding van zijn padrino (Spaans voor peetvader) tracht hij het tuno-zijn tot zich te nemen. De novato wordt een volwaardig lid, een echte tuno, als hij zijn beca krijgt. Deze felbegeerde sjerp wordt over de schouders gedragen, met het logo van de tuna op het hart en een vouw voor de buik. In die vouw kun je je arm ergonomisch verantwoord laten rusten, mocht je een zwaar glas pils vasthouden. De kleur van de beca geeft aan wat voor opleiding je volgt. Geel staat voor medicijnen, paars voor weg- en waterbouw en rood met een zwarte streep, zoals die van de Eindhovense tuna, is een aanduiding voor alle ingenieursopleidingen. Bijna elke richting of studie heeft zijn eigen kleur. De volledige traje de tuno vertelt dus eigenlijk het hele verhaal van de studententijd van die tuno. Niet te vergeten, het belangrijkste van de tuna-uitrusting is een instrument. Een tuno speelt bijvoorbeeld gitaar, pandereta (een soort tamboerijn), bandurria of luit (in principe dezelfde instrumenten, maar een bandurria is een octaaf hoger gestemd) en in sommige gevallen accordeon. Dit laatste is bekend van de introductiecantus. Daar spelen, al sinds het begin van de intro-cantus, een tweetal tunos procantoren. Tijdens de cantus is dus een tuna te bewonderen. Dit staat ogenschijnlijk ver weg van de originele tuna’s. Deze armoedige jongens speelde voor hun en onderdak, maar wat nog altijd hetzelfde is gebleven, in de honderden jaren, is het maken van plezier en hun liefde voor muziek. Dat plezier is al honderden jaren aanwezig. Bij de cantus, bij optredens, op certamens, overal heeft ook de Tuna Ciudad de Luz plezier. Dat hebben tuna’s al honderden jaren. De Tuna ciudad de Luz doet dat al bijna 50 jaar en we zien er naar uit om dat ook de komende 50 jaar vol te houden.


How do you stop thermal expansion... even by a nanometer? Join ASML as a Mechanical Engineer and help push the boundaries of technology. At ASML we bring together the most creative minds in science and technology to develop lithography machines that are key to producing cheaper, faster, more energy-efficient microchips. Not surprisingly then, Mechanical Engineering at ASML is rather special. For example, most of us are familiar with handling fire-water type temperature gradients, but at ASML you’ll have to control temperatures to within an incredible +/-10 mK, which is necessary to prevent a 300 mm wafer from expanding or shrinking – even by a nanometer. If it does, catastrophic misalignments will happen. You’ll also need to work within a tolerance window of an unimaginable 0.1nm. Just two examples of what you will face at ASML. Engineering achievements that require superb understanding of thermal dynamics as well as mechanical design. If you’re up for the challenge, we’ll put you in a multidisciplinary team and give you plenty of freedom to experiment and learn new skills. Although your silicon wafers won’t expand, your own knowledge definitely will.

www.asml.com/careers


42

PRECEYES Medical Robotics

Visie voor de toekomst

Diep in de duistere kelders van onze faculteit wordt hard gewerkt aan technologie waarmee mensen het licht weer zullen zien. Hier zit een heel precies bedrijfje, waar met visie gewerkt wordt aan een robotisch systeem voor oogchirurgie, die de medische wereld vernieuwen zal. Precies, we hebben het over PRECEYES Medical Robotics. Om een beter beeld te krijgen van PRECEYES zijn we een gesprek aangegaan met de managing director van het bedrijf: Gerrit Naus.

Wat is PRECEYES precies, en wat doen jullie? Wij zijn een spin-off bedrijf, dat op dit moment nog onderdeel is van de TU/e. Met vijf man maken wij een mechatronisch systeem, en wel een robotische assistent voor vitreoretinale chirurgie: opereren aan de binnenkant van het oog. Deze assistent is 10-20 keer nauwkeuriger dan de beste chirurgen met de hand. Een voorbeeld van nieuwe mogelijkheden is het behandelen van door diabetes verstopte adertjes in het netvlies (diabetische retinopathie). Met ons systeem kun je de adertjes dotteren (bijvoorbeeld door medicijnen in te spuiten). Op die manier hopen wij blindheid te kunnen voorkomen en verhelpen. Op dit moment is deze operatie nog niet mogelijk, aangezien chirurgen met de hand de vereiste precisie (ordegrootte micrometers) niet kunnen halen. Deze assistent kan dat wel. Zo hopen wij per jaar een half tot een miljoen extra patienten te kunnen helpen die nu niet of slechts gedeeltelijk geholpen kunnen worden. Uiteraard zijn er nog veel meer toepassingen; dit is slechts een aansprekend voorbeeld. Ons team bestaat uit één man van de mechaniek, één regeltechneut, één business developer, één chirurg uit Lausanne en ikzelf, de managing director. Op dit moment zijn wij bezig om externe investeerders te vinden die de financiering van de universiteit

overnemen. Bij voorkeur een industriële speler uit de vitreoretinale chirurgie die niet alleen financieel kan helpen, maar ook synergy biedt met onze ontwikkelingen, bijvoorbeeld met een distributienetwerk. Een ultieme samenwerking, dus.

Hoe is PRECEYES begonnen? PRECEYES is opgericht in december 2011. Daarvóór werkte ik echter al een jaar samen met Linda van den Bedem, nadat zij was gepromoveerd op een buikoperatierobot. Eigenlijk komt het initiatief van medische robotica van Maarten Steinbuch: hij kwam van Philips, vond dat ze daar mooie dingen deden aan robotica en zag de potentie om deze high-tech expertise voor deze applicatie te ontwikkelen. Sindsdien hebben er een aantal projecten gelopen en zijn meerdere patenten verzameld. Op conferenties zijn chirurgen razend enthousiast; toen kwam het idee om commercieel te gaan met een van onze ontwikkelingen, naast de onderzoeksactiviteiten. Er zijn meerdere toepassingen bekeken, maar uiteindelijk is gekozen voor oogchirurgie. Linda was echter toe aan een nieuwe uitdaging en werkt nu bij Mars (binnenkort zijn jullie Twixen korter door haar!).


43

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Van het begin af aan is een chirurg bij het onderzoek en de ontwikkeling betrokken geweest. We praten echter met een grotere groep. Aangezien zij uiteindelijk het systeem moeten gaan gebruiken, is het natuurlijk erg belangrijk om de chirurgen bij elke stap te betrekken. Het probleem nu is vooral een verkooppartij: wij kunnen niet op een wereldwijde schaal verkopen. Een industriële partij uit de vitreoretinale chirurgische markt kan dat bijvoorbeeld wel: hij heeft al een wereldwijd netwerk waar wij dan gebruik van zouden kunnen maken. Ook bij investeerders ligt nog een probleem. Het systeem gaat waarschijnlijk pas in 2017 verkocht worden en dat vinden ze een te lange termijn investering.

in de buik ook niet zo heel belangrijk, maar in een oog wel, dus PRECEYES is wel 100 maal preciezer dan DaVinci. Het DaVinci systeem is een groot commercieel succes, maar het is de enige in zijn soort. Dat is ook te verklaren, aangezien het bedrijf dat deze tool maakt in de begintijd patenten kreeg op zaken als “een parallellogram-constructie” of “een master-slave systeem voor medische robotica”. Gelukkig zijn die patenten inmiddels verlopen. Verder bestaan er robotische systemen voor ondersteuning bij orthopedie, maar PRECEYES is zeker uniek. Wat oogchirurgie betreft zijn er wereldwijd verschillende academische groepen actief, maar – behalve PRECEYES – niemand commercieel.

Waarom dan die keuze voor oogchirurgie? Waarom gaat het systeem dan pas in 2017 verkocht worden? Ten eerste is er op dit moment nog geen procedure om de vaatjes te dotteren bij diabetici, terwijl dit in eerste instantie toch het hoofddoel wordt van onze ontwikkeling. Aangezien deze procedure eerder nog niet mogelijk was, zijn er uiteraard ook geen methodes voor ontwikkeld. Dit zal dus nog enkele jaren duren. Het apparaat is technisch nu al functioneel, maar het nut van een derlijke procedure moet dus nog op mensen bewezen worden. Er gaan een heleboel procedures vooraf aan het daadwerkelijk opereren op patiënten in ziekenhuizen. Het nut is al wel aangetoond op modellen en varkensogen. Dit maakt chirurgen gelukkig al wel enthousiast. Overigens is het medicijn voor het ontstoppen van vaatjes al FDA-approved; op dit moment wordt het los in het oog gespoten, maar werkt dan slechts beperkt. Wij zullen zorgen dat dit medicijn een stuk beter gaat helpen bij een veel hoger percentage van de patiënten.

Hoe uniek is PRECEYES? PRECEYES is helemaal uniek. Op het gebied van medische robotca is het DaVinci Surgical System hét voorbeeld van een commercieel systeem. Echter, met dit systeem kunnen buikoperaties uitgevoerd worden. Hij is heel groot en niet heel precies. Nu is dat

Een dergelijke systeem heeft hier de grootste toegevoegde waarde. Door de extra precizie kan een oogchirurg operaties uitvoeren die hij voorheen niet kon. Patiënten worden minder snel blind, dankzij deze nieuwe mogelijkheden. Die DaVinci systemen, waar ik het net over had, maken operaties vooral makkelijker, maar heeft nog geen klinisch bewezen nut. Dat kan ook bijna niet, want chirurgen vergelijken is al een kwestie van goed/beter/best: slechte chirurgen bestaan zogenaamd niet. Een vergelijking tussen een slechte chirurg mét ondersteuning en een goede zonder is dus niet te doen. Natuurlijk zorgt zo’n DaVinci systeem er wel voor dat een chirurg langer, alerter of beter kan opereren, juist doordat het hem makkelijker gemaakt wordt. Dat we nieuwe operaties mogelijk maken is het eerste argument voor oogchirurgie. Het tweede is ook niet onbelangrijk: PRECEYES doet wat we in de regio goed kunnen, namelijk nauwkeurig positioneren,wat essentieel is als je in een oog opereert. PRECEYES haalt nu nauwkeurigheden in de ordegrootte micrometers, maar ASML gaat al tot nanometers. Er is dus nog veel mogelijk. Onze expertise, met hoge precizie dynamisch positioneren door een goed mechanisch ontwerp en slimme regeltechniek, sluit perfect aan bij deze ontwikkeling.

Verwachten jullie geen weerstand van chirurgen of patiënten? We kunnen ons voorstellen dat een chirurg niet graag zijn taken afdraagt aan een machine, en dat er bij patiënten angst is om een ‘robot’ in je ogen te laten peuteren. Nee, we verwachten geen weerstand van de chirurg. Oorspronkelijk hadden we een systeem zoals DaVinci, dat wil zeggen met een robotisch systeem bij de patiënt en een scherm met bediening daarnaast of zelf in een aparte kamer. De chirurg wil echter twee dingen: hij wil contact houden met de patiënt en hij werkt liever met een microscoop dan met een scherm.

Concepttekening van het systeem

PRECEYES neemt nu maximaal één arm van de chirurg over en zit vast aan de operatietafel. Verder kan het systeem eenvoudig weggeklapt worden. De chirurg houdt zo contact met de patiënt, hij zit in de operatiekamer en hij hoeft niet de hele operatie met het systeem te werken. De angst dat PRECEYES de operatie over


44

zou nemen is dus helemaal weg. Resultaat is dat 80-90% van de chirurgen meteen enthousiast is. De rest nodigen we uit en draait dan bij. Wat betreft de patiënten: ook daarvan verwachten we geen weerstand. Er is namelijk geen andere optie: PRECEYES maakt operaties mogelijk die voorheen niet konden. De keuze is dan niet met of zonder ons systeem, maar met ons systeem of zonder zicht. We hadden een keer een optreden in een tv-programma, en direct daarna belden vijf kijkers dat ze geopereerd wilden worden!

Wat gaan jullie binnenkort zoal doen? Dit jaar gaan we drie tot vijf prototypes bouwen, voor tests op dieren. We willen bewijzen dat de procedure voor de verstopte vaatjes bij diabetes werkt, dus er moet wel bloed door de vaten stromen. Bij de dieren waarop getest wordt moet dus artificieel een vernauwing aangebracht worden. PRECEYES levert vervolgens de tool, waarmee een chirurg dit dan moet kunnen oplossen. De resultaten van de prototypetests moeten eind 2014 of begin 2015 binnen zijn. In de tussentijd zullen we nog extra patenten aanvragen en zorgen dat alles perfect werkt. In 2015 en 2016 bouwen we dan het ‘echte’ apparaat en laten hem keuren. In 2017 moet het PRECEYES Surgical System dan op de markt staan en start de verkoop. Op de wat langere termijn komen we natuurlijk met nieuwe versies. We zijn al bezig met release 2: een intelligenter systeem. Op dit moment hebben we eigenlijk een ‘domme’ tool: een master-slave systeem, dat de bewegingen van de chirurg eenvoudig kopieert. Bij een intelligenter systeem kun je denken aan een combinatie van onze precieze assistent met verschillende sensoren die het operatiegebied op allerleid manieren meten. Denk bijvoorbeeld aan vision-technieken, waarmee de robot kan ‘zien’ wat hij doet of een krachtsensor om te voelen.

Wat voor studenten zitten er zoal op jullie projecten? Er komen natuurlijk afstudeerders van Nick Rosielle of uit de regeltechniek, maar we hebben ook studenten die hun HBO-eindproject doen en daarnaast onder andere ICT-studenten en ID’ers. Wat voorbeelden van projecten zijn: • • • •

De steriele barrière tussen het systeem en de instrumenten. Modelleren, meten en compenseren van hoofdbewegingen Aansturing motoren en actuatoren Krachtmeting bij het raken van het netvlies

Zeg, hoeveel kost zo’n unit nu? Voor wie hem wil kopen: we schatten op dit moment enkele tonnen. De maakkosten liggen natuurlijk lager; in onze strategie houden we rekening met 30% van de kosten voor distributie en service, 30% voor de suppliers, en de rest voor onderzoek en ontwikkeling. Een procedure van €2000,- wordt met PRECEYES €100-200,- duurder. Dat valt dus best mee.

Ter vergelijking de kosten van andere operatieapparatuur: • Microscoop: € 2,5 ton • Vitrectomy cabinet*: € 50.000-120.000,• DaVinci: € 2 miljoen *Instrument om een glasachtig lichaam te verwijderen.

Is dat alles? Nee, de grootste kostenpost is de instrumentatie. Bij DaVinci vormt dit het grootste deel van de omzet: per operatie heb je gemiddeld 5 instrumenten à €2000,- nodig, en na 10 operaties moet een instrument vervangen worden. Wat betreft de oogchirurgie kosten disposable instrumenten op dit moment enkele honderden euro’s en de steriliseerbare variant enkele duizenden euro’s.

Gaan robots dan ooit hele operaties overnemen? Robots gaan behandelingen ooit overnemen, zeker, maar op een andere manier. Ik geloof dat de behandeling zal veranderen. De operatie door een chirurg wordt niet vervangen door de operatie door een robot. PRECEYES is een tool voor de chirurg. De robot gaat de behandeling overnemen. Een operatie wordt bijvoorbeeld vervangen door een bestraling. Kijk maar naar kankerbestrijding: in plaats van een operatie wordt steeds vaker gekozen voor een lokale chemo of bestralingen. Het stukje ín mensen gaat weg en wordt vervangen door medicijnen. Overigens zal de chirurg niet verdwijnen. Die blijft nodig bij bijvoorbeeld het vervangen van een knie. Dergelijke grote operaties kun je natuurlijk niet vervangen door medicijnen of bestralingen.


45

De Hobby van...

Simon Ster 45.2 | januari 2014

Justin Wildschut Waar de meeste studenten het wellicht bij een voornemen hadden gelaten, heeft Justin actie ondernomen om dit plan echt uit te gaan werken. In eerste instantie vond hij een oude hand aangedreven naaimachine van zijn oma. Deze is vervangen door een oude elektrische naaimachine van Jeremy Karouta. Hiervan is de motor vervangen, zodat de steken van de naaimachine gesynchroniseerd kunnen worden met de computer. Met wat elektrotechnische kennis was dit gelukkig geen groot probleem.

Heel wat werktuigbouwers houden er bijzondere hobby’s op na. Dat vindt de redactie van de Simon Ster voldoende reden om een nieuwe rubriek te introduceren. Het spits wordt afgebeten door Justin Wildschut en de borduurmachine die hij bouwt.

Helaas ben je er nog niet met een aanstuurbare naaimachine. De stof moet ook nog op de gewenste manier onder de voet van de machine door bewegen. Aanvankelijk wilde Justin hiervoor zijn freesmachine gebruiken. Dat was lastig, omdat er gaten in de behuizing moesten komen en de naaimachine erin gebouwd moest worden. Bovendien was het bereik van de CNC-tafel niet groot genoeg en was de massatraagheid te groot. Daardoor kon de stof niet snel genoeg getransporteerd worden, iets wat vervelend is als de stof telkens over een kleine afstand heen en weer moet bewegen voor het borduren. Dus besloot hij om een aparte tafel te construeren. Hiertoe heeft Justin een bezoekje gebracht aan Ron’s Textiel (waar het gros van onze commissiekleding bedrukt en geborduurd wordt) en daar naar de machine gekeken. Vervolgens heeft hij de nodige uren besteed met Inventor en het resultaat mag er zijn. Een heuse tafel die in het vlak kan bewegen. Er is nagedacht over interne vrijheidsgraden, zo licht en stijf mogelijk construeren en het bereik dat de tafel moet hebben om een mooie rugprint te kunnen maken. Verassend is dat hij de kosten onder de vijftig euro heeft gehouden door goed op te letten wat mensen weg wilden gooien en bijvoorbeeld zijn skateboard te ontdoen van de lagers. Alleen de snaren voor de aandrijving van de stage zijn helemaal nieuw en vrij prijzig.

Justin Wildschut Justin is een 4e jaars student en is in deze jaren behoorlijk actief geweest. Zo heeft hij in het collegejaar 2011-2012 in het bestuur gezeten van E.S.W.Z.V. Nayade, de zwem- en waterpolovereniging. Vooral vanuit zijn functie als vice-voorzitter moest hij veel kleding laten bedrukken of borduren. Dat vond Justin nogal prijzig en hij vond dan ook dat dat goedkoper moest kunnen. Als echte werktuigbouwer bedacht hij dat hij er zelf een ging bouwen.

De gezamenlijke besturing van de tafel en de naaimachine ontbreekt nog. Hier zal Justin de komende tijd de nodige vrije uurtjes aan besteden. Ook is de ontwikkeling van het genereren van stekenpatronen aan de hand van een figuur op de computer in volle gang. Als Justin weer eens over zijn project begint, is de eerste reactie vaak dat het nogal suf is, een borduurmachine. Dat is alleen zo omdat mensen niet weten wat je ermee kan doen en hoe gaaf het is om zelf zo’n ding te maken. Na enkele minuten van zijn enthousiasme ben je er helemaal van overtuigd dat het absoluut geen suffe hobby is. Als zijn project af is, wil hij graag een shirt gaan borduren met de tekst ’Justin is cool’ erop. Hij verwacht dat binnen een jaar te doen. Dus als we hem in een dergelijk shirt zien rondlopen, weten we dat de tijd is aangebroken om hem te voorzien van borduurverzoekjes. Voorlopig wenst de Redactcie Justin veel succes met zijn borduurmachine!


46

Ekranoplans

Over grootse vliegtuigen die toch niet kunnen vliegen

It’s a boat… It’s a plane… It’s an ekranoplan! Dat is een geheel aparte klasse voertuigen. De Russen ontwikkelden in de Koude Oorlog deze bizarre combinatie van een vliegtuig en een hovercraft die grootse snelheden kon bereiken terwijl zij volgeladen was met honderden tonnen vracht. Het is verbazingwekkend dat bijna niemand ooit van deze voertuigen gehoord heeft! Jordy Wesseling Een ekranoplan, ook wel ‘grondeffectvoertuig’ genoemd, maakt gebruik van het zogenaamde grondeffect. Dit effect treedt op als een vliegtuig laag boven de grond vliegt. In dat geval kunnen de vortices rond de vleugel zich niet geheel vormen, doordat ze onderbroken worden door de grond. Dit leidt tot extra drukopbouw onder de vleugel en als de vleugel hiernaar ontworpen wordt (breder dan normaal), zal de lift die de vleugel genereert toenemen, terwijl de luchtweerstand relatief juist afneemt. Dit effect werkt tot een hoogte ongeveer gelijk aan de spanwijdte van het vliegtuig. Het grondeffect zorgt dus voor een soort luchtkussen waarop het vliegtuig vliegt, wat in principe gelijk is aan een hovercraft. Een hovercraft kan zweven doordat ze met een flinke motor druk opbouwt onder de schorten die zich rondom het voertuig bevinden. Echter, een ekranoplan gebruikt de voorwaartse snelheid om een luchtkussen op te bouwen. Logischerwijs is een ekranoplan dus veel efficiënter dan een hovercraft doordat er alleen energie gebruikt wordt om een voorwaartse beweging te genereren, waar het zweven er gratis en voor niets bij komt.


47

Simon Ster 45.2| Januari 2014

in het water ligt. Daarom had de KM tien straalmotoren waarvan acht nogal bijzonder geplaatst, aan de voorzijde van het voertuig. Zelfs dan kon de KM alleen opstijgen bij een flinke tegenwind. Als het grondeffect eenmaal was opgetreden konden enkele motoren worden uitgeschakeld.

The Kaspian Monster Er zijn tegenwoordig wel wat kleine ekranoplans in gebruik. Sommige zijn zelfs zo klein dat het slechts afstandsbestuurbaar speelgoed is. De Russen waren de enigen die ooit grootse ekranoplans ontwikkelden. In de jaren zestig bouwden zij de KM. Dit stond officieel voor Korabl Maket, wat niet veel meer dan scheepsprototype betekent. Dit toestel kon een snelheid bereiken van 550 km/h terwijl hij was volgeladen tot een totaalgewicht van 540 ton! Dat is een twee keer zo grote massa als elk ander vliegtuig uit die tijd. In vergelijking met 50 jaar later; nu is de Antonov An-225 het vliegtuig met het hoogste startgewicht van een vergelijkbare 600 ton. De KM werd getest in de Kaspische Zee. Toen de Amerikanen dit voertuig ontdekten, stuurden zij direct één van de eerste onbemande drones er op af voor een spionagemissie. Geschokt door de grootte noemden zij het voertuig ‘Kaspian Monster’, naar aanleiding van de letters KM die op het voertuig stonden. De Russen ontwierpen ekranoplans met het idee om snel grote hoeveelheden manschappen en voertuigen aan land te kunnen zetten op de Europese kusten in geval van een eventuele Europese invasie. Bijkomend voordeel was dat ze onder de radar vlogen, wat erg nuttig was voor zulke grote voertuigen. De KM werd 15 jaar getest, totdat deze in 1980 zonk door een fout van de piloot. In deze 15 jaar werden geen grootse successen geboekt. De ekranoplan kampte met nogal wat structurele problemen. Er konden geen scherpe bochten worden gemaakt aangezien het toestel crasht als de vleugel het water raakt. Zeker met de hoge snelheden zou dit desastreuse gevolgen hebben. Ook het ‘opstijgen’ is een uitdaging. Het grondeffect treedt pas op bij hoge snelheden die lastig bereikt kunnen worden als het voertuig nog

Verder waren er ook grote en minder grote praktische problemen. Door het gebrek aan manoeuvreerbaarheid waren er verkenningsboten nodig om de route te verkennen. Een ander probleem was dat de straalmotoren ernstig te kampen hadden met het zoute water van de Kaspische Zee. Bij gebruik op de zoutere oceanen zou dat probleem nog erger worden. Ook was het de vraag of een ekranoplan nou bij de marine of de luchtmacht hoort. Officieel was het een schip en de KM werd ook gedoopt met een fles champagne tegen de neus. De KM werd echter bestuurd door testpiloten van de luchtmacht.

De Lun-klasse Na de KM bouwden de Russen nog een aantal andere ekranoplans, maar geen van alle was zo groot als de KM. De enige die nog in de buurt kwam was de uit 1987 stammende Lun-klasse met een maximaal opstijggewicht van 380 ton. Meest opvallend aan de Lun waren de 6 raketsilos aan de bovenkant van het voertuig. Hiermee konden belachelijk grote raketten worden afgeschoten over grootse afstanden. Indien deze machine was doorontwikkeld had dat zeker een dreiging voor de NAVO kunnen zijn, echter stortte al snel de Sovjet-Unie in waarna de Lun werd gedumpt in Dagestan. Er werd nog geprobeerd om een civiele versie van deze ekranoplan te maken, maar dat is door een gebrek aan geld nooit van de grond gekomen...


48

Staut: Wim van der Leegte

Eerlijkheid en openheid

Wim van der Leegte: president-directeur van de VDL Groep, een geschat vermogen van 750 miljoen euro, verkozen tot één van de beste bestuurders van 2013 en volgens sommigen de held van het Nederlandse bedrijfsleven. Hoe heeft deze man het voor elkaar gekregen zo succesvol te worden? Rogier de Rijk Wim van der Leegte groeide op als een normale jongen, eerst voltooide hij de basisschool en vervolgens middelbare school. Na het behalen van zijn middelbare school diploma, toentertijd HBS-B diploma genaamd, begon Van der Leegte aan de studie werktuigbouwkunde aan de HTS in Eindhoven. In 1966, het derde jaar van zijn studie, kreeg hij toestemming om bij ‘Metaal- en Constructiewerkplaats P. van der Leegte’, het bedrijf van zijn vader, stage te lopen. Deze stage was het begin van zijn, toen nog onbekende, maar glansrijke, carrière. Hoewel de werkzaamheden tijdens de stage relatief eenvoudig waren, kreeg Wim al snel het gevoel dat er veel te verbeteren viel binnen het bedrijf. Het bedrijf had het financieel zwaar en zijn vader, Pieter van der Leegte, had gezondheidsproblemen. Pieter van der Leegte was een bijzonder technische man en uitstekend in zijn vakgebied, echter was hij geen ondernemer. De nadruk lag op de kwaliteit van het product, niet op het verdienen van geld.

“Dat mijn vader een snaarschijf voor DAF mocht maken vervulde hem met zoveel trots dat hij vergat dat hij ook nog winst moest maken” Wim bleek hier echter wel aanleg voor te hebben. Mede door de slechte gezondheidstoestand van zijn vader nam hij al na drie

maanden de leiding over. De stage duurde langer en langer. Na 9 maanden besloot de school dat Wim pas terug hoefde te komen wanneer hij dat zelf wilde. De negentienjarige Wim nam binnen mum van tijd het roer over en werd directeur. Al snel bleek dat de financiële situatie van het bedrijf slechter was dan gedacht. Met meer dan honderdduizend gulden in het rood was een drastische verandering broodnodig. De oplossing was naar eigen zeggen simpel maar essentieel: het nacalculeren van orders. Als een order gemaakt was, controleren hoeveel geld er in gestoken is en hoeveel er aan wordt verdiend. Met deze nacalculatie heeft Van der Leegte binnen korte tijd grote stappen vooruit geboekt; het aannemen van verlies draaiende orders was verleden tijd. Alleen die orders werden aangenomen waar goed geld mee kon worden verdiend, hoe technisch mooi of lelijk het product dan wel niet was. Enkele jaren later had Van der Leegte een winstmakende organisatie onder zijn hoede. Na in 1972 de aandelen van zijn vader te hebben gekocht werd Wim de enige eigenaar van het bedrijf. Ondanks de grote vooruitgang die Van der Leegte had geboekt met het bedrijf, ging het niet allemaal van een leien dakje in de beginjaren van het bedrijf. Mede door een economische crisis vielen de jaren ’75 en ’76 tegen. Het bedrijf boekte in deze jaren verlies, terwijl Van der Leegte zich uitzonderlijk hard inzette.


49

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Naast het feit dat er een economische crisis was, ging er ook in het bedrijf zelf van alles mis op het gebied van orders, leveringen en productkwaliteit. Het beleid moest worden aangepast; hard werken en geen resultaat is een teken van een slecht beleid. Er was te weinig contact met de werknemers op de werkvloer; dit contact moest verbeterd worden. In de eerste maanden van 1977 begon Van der Leegte aan zijn, naar eigen zeggen, bijzondere aanpak. Hij organiseerde elke week een overleg met verkopers, werkvoorbereiders, bedrijfsleiders en alle andere voorlieden. Om te beginnen werd de basiskennis over de bedrijfsgebeuren uitgelegd: wat is het bedrijf? Hoe komt een uurloon tot stand? Hoe werkt een resultatenrekening? Hoe calculeer je dit alles? Hij gaf de instructie dat de voorlieden ditzelfde met de mensen op de arbeidsvloer moesten gaan doen. Dit alles moest buiten werktijd en zonder betaling; geld was er immers niet. Op deze manier werd elk product en elk probleem op de vergadertafel besproken. Binnen no-time was de gehele organisatie weer op het goede spoor; de neuzen stonden dezelfde kant op. Dit was ook duidelijk terug te zien in de financiën. Het bedrijf boekte in het laatste kwartaal meer dan twee keer zoveel winst als in de afgelopen twee jaar. Voor Van der Leegte was dit het omslagpunt. Zijn manier van ondernemen was tot stand gekomen: eerlijkheid en openheid is het idee achter zijn open-overleg-structuur. In 1979 kwam een nieuw probleem- een luxeprobleem- op het pad van Van der Leegte: er was niks meer te doen. Het bedrijf draaide zo goed, dat er geen problemen meer waren en dat ze hem in principe niet meer nodig hadden.

“Het is lastig als je geen problemen hebt” Van der Leegte begon vanaf dat moment de problemen op te zoeken. Slecht lopende bedrijven kocht hij op, en werden onderge-

bracht bij de, vanaf toen hetende, VDL groep. Vanaf deze periode kwam de groei van het bedrijf op gang. Op dezelfde manier als hij eerder bij zijn eigen bedrijf deed, nam Van der Leegte de slecht draaiende bedrijven onder handen. Door het invoeren van de open-overleg-structuur kwamen de bedrijven binnen korte tijd uit de rode cijfers. Bij de overnames van bedrijven was het voor Van der Leegte belangrijk dat de bedrijven uit verschillende markten kwamen en verschillende klanten hadden, deze strategie zorgde voor risico spreiding waardoor VDL minder kwetsbaar werd in economisch mindere tijden. Vele overnames volgden. Het failliet verklaarde DAF Bus International maakte in 1993 een doorstart onder de VDL Groep, in 2006 volgde de grootste overname van Philips Enabling Technologies Group, en de meeste recente overname is die van NedCar in 2012. Momenteel is VDL nog altijd een familiebedrijf en omvat het 82 werkmaatschappijen verspreid over 18 landen met ruim 9.100 werknemers. In 2004 is Van der Leegte terug gekomen om datgene af te maken waar hij in 1966 mee gestopt was. Hij is afgestudeerd in Technische Bedrijfskunde aan de Fontys hogeschool in Eindhoven. In principe heeft hij 38 jaar stage gelopen en hierin een miljoenenbedrijf opgebouwd. Zijn diploma werd uitgereikt door Mark Rutte, destijds Staatssecretaris van Onderwijs. Wim van der Leegte heeft zijn bedrijf in 45 jaar van een kleine constructiewerkplaats tot een internationaal miljoenenbedrijf gemaakt. Dit door middel van het samenwerken op alle niveaus, gezond verstand, aangeboren ondernemersinstinct en misschien hier en daar een vleugje gelukt. Openheid en eerlijkheid: daar bereik je wat mee…


50

Constructiewedstrijd 2013

Een zwart jaar in de geschiedenis van de CWC

2012-2013 was een uitzonderlijk jaar voor de commissie. Het was een jaar van voor- en tegenspoed. Het verhaal van een half jaar voorbereidingswerk om die ene zonnige woensdagmiddag tot een groot succes te maken. Willem Prajitno Vooraf Het motto luidt: Beunt hard, wipt goed! Het is bij werktuigbouwkundestudenten bekend dat de CWC een beuncommissie is. De commissie dient een afwisseling naast het leren en zitten in collegebanken. De wip is een belangrijk element bij de constructiewedstrijd. Goed wippen is een kunst die van belang is bij de studenten. Zonder een goede wip worden de studenten niet nat, maar hier komen we later uitgebreid op terug. Het begon met een groter aantal commissieleden dan normaal gesproken. De gedachte dat met tien leden alles goed zou komen, bleek niet te kloppen. Er is zelfs een vrouw bij de commissie gekomen wat in het verleden nooit is voorgekomen. Een ander opmerkelijke feit is dat mevrouw Verhagen geen echte W-studente was. Vanwege een gipsbeen werd zij vorig jaar namelijk niet gedoopt in de Dommel. Er ontstond veel discussie over de vraag of ze lid mag worden van de commissie. Uiteindelijk is ze toch toegelaten, mits ze dit jaar wordt gedoopt. Enfin, dit was het verhaal van een vrouw in de commissie.

Ondanks het versterkte broeikaseffect en het stijgende waterspiegel stond het waterpeil in de Dommel laag. De veiligheid van de CWC-leden was sinds dit jaar verbeterd. Zo raakten studenten niet meer gewond door in het ondiepe water of bovenop de stijgerpijpen te vallen. Ook de veiligheid van de eerstejaars speelde een rol in het nieuwe constructieontwerp. De oude wipconstructie had al 30 jaar lang de constructiewedstrijdcasus traditie van de W.S.V. Simon Stevin haar hoofd boven water weten te houden. Door de plannen van Waterschap De Dommel om de watergang een natuurlijker karakter te geven, was de Dommel een tijdje geleden verlegd. Sindsdien lag de fundering van de constructie niet meer aan de rand van het water. Als de wip zonder vernieuwing werd opgebouwd dan zouden de studenten de blunder van vorig jaar ervaren (zie Simon Ster 44.5 voor een uitgebreid verhaal). Dus werd dit jaar gebruik gemaakt van een gloednieuwe basis. De grandioze ontwerpers van de nieuwe constructie waren de heren Van de Schepop, Schuit en Ter Elst. Met behulp van Matlab en NX was de constructie berekend en ontworpen. De wip werd bevestigd op deze stalen balken en daardoor verder boven het diepe water gehangen.


51

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Gesmeerd verloop Tijdens de werkdagen van vrijdag 18 oktober tot en met woensdagmiddag 23 oktober vond het beunen plaats. Met een busje en een aanhangwagen werden onder andere de gloednieuwe balken vervoerd naar de Dommel. De balken werden als eerste met bouten gemonteerd aan de bevestigingsplaten. Later in de ochtend was de basis en de wip aangelegd. Bij het aanbreken van de tweede dag werd vet aangebracht zodat twee zware balken konden glijden. Beide balken waren op twee plaatsen bevestigd aan de vaste wereld. Voor dit onderdeel waren de bouten van de bevestigingspunten ietwat losgedraaid. De twee lange balken dienden als een basis voor de wipconstructie, dus die moesten ver richting het water komen te staan. Op de tweede en derde dag werden voornamelijk steigerpijpen met enorme mokerslagen in de grond geslagen. Op de eerste dag voelde de heer Van Lith, na een nachtje stappen, zich minder brak door hard te zwoegen. Bij het vastdraaien van de tweede bout bleek de heer Prajitno gewond te zijn aan zijn vinger. De moer bevatte een scherp uitsteeksel waaraan hij zich gesneden had. Desondanks werd het werk door de commissie niet neergelegd. Op een lege maag leek volgens de heer Prajitno het aangebrachte vet sprekend op pindakaas. Ze moesten ook ervoor zorgen dat de studenten, na de wip, zeker nat zouden worden. De heer Van Lith beweerde de expert op het gebied van goed glijden te zijn, daarom had hij de balken ingesmeerd. En warempel gleden de balken met behulp van takels goed over de bevestigingspunten richting het water. Tot nu aan toe verliep alles volgens planning, maar alles veranderde toen de dinsdagmiddag aanbrak.

uitgescheurd, de twee buitenste driehoeken van de moederconstructie zijn geknikt, de grondplaten om ze op de lagers te bouten zijn verbogen en de rechter grondplaat heeft een uitgescheurd boutgat. Tot nu toe is dit alleen de zichtbare schade. Het kan meer worden, laten we hopen dat het hier bij blijft.” Aldus de heer Van Lith, die de constructie naderhand had geïnspecteerd. De heer Remmers vermeldde dat nat worden een onderdeel was van de Constructiewedstrijd waarna vrijwel alle studenten in het water sprongen. De leuke sfeer bleef nog hangen, ongeacht de faal van de wip. Gelukkig was een alternatief gevonden om de constructie te testen: met de takels. Sommige OGO-groepen namen hun lot zelf in de hand. Er waren twee uitzonderlijke groepen waarbij de constructie meer dan 8000N aan trekspanning konden verdragen. Dit resulteerde in twee gebogen stijgerpijpen. Jaren geleden had soortgelijke ontwerpeis ook materiële schade veroorzaakt.

Alles valt in het water Het weer was veelbelovend op die dinsdagmiddag. Dit bleek een uitzondering te zijn in de latere helft van oktober wanneer het normaal gesproken regende en hagelde. Met muziek en goede sfeer was de Constructiewedstrijd begonnen. Echter was het noodzakelijk om telefoons te gebruiken als microfoon, omdat die nog niet was gearriveerd. De menigte hoorde steeds een ringtone voordat de telefoon werd opgenomen. Dit alternatief zorgde voor veel echo en overlast aan de omgeving. Vol spanning keek iedereen naar de eerste groep eerstejaars studenten en één tweedejaars, de heer Van Archidrem had het vak vorig jaar niet gedaan, die plaats namen op de wip. De spanning nam letterlijk en figuurlijk toe met het water dat uit de bak stroomde. Na de plons van een groep nieuwe werktuigbouwkundestudenten volgde gejuich van het enthousiaste publiek. Terwijl het publiek, helaas met lauw bier, genoten van het spektakel werd de volgende groep alweer opgetrommeld. Na de derde groep lukte het niet om de wip terug te kantelen. De heer Ter Elst zei dat het is afgelopen en het wip kapot was. Vrijwel iedereen was teleurgesteld na die uitspraak. Er werd ter plekke onderzocht naar de oorzaak van de kapotte wip in de hoop dat het werd gerepareerd. Helaas de oplossing tot het probleem mocht niet baten. “Vanaf de kade gezien is het linker lagerhuis

De bekendmaking van de winnaars vond plaats nadat 32 groepen hun constructie konden testen. De constructie van groep 30 had meer dan 8500N kunnen verdragen, gevolgd door groep 26 met 8400N. De winnaars hadden met trots een mooie prijs in ontvangst genomen van de Constructiewedstrijdcommissie. Na de prijsuitreiking was het de beurt aan het nieuwe 57e Bestuur der W.S.V. Simon Stevin om de robuuste constructie te testen. Zij hadden beloofd om volgend jaar plaats te nemen op de wip. De traditie werd meerdere of mindere mate in stand gehouden door het Simonlied te zingen en het Bestuur met een brandweerslang nat te maken. Zo eindigde het middagje aan de Dommel voor het publiek.

Afsluiting Kortom, het was een gezellige middag waar studenten het water insprongen om toch gedoopt te worden. Het nieuwe 57e Bestuur was ook nat geworden. Ondanks het falende materiaal, bleef de sfeer uitstekend. Voor het aankomend jaar wordt het een verassing wat er met de wipconstructie gaat gebeuren. Een nieuwe uitdaging staat alweer klaar voor de Constructiewedstrijdcommissie van 2014. Wat we wel weten voor de komend jaar is dat het weer een spetterende middag gaat worden.


52

Uit de oude doos: De Klapschaats

Uit Simon Ster 29.2 - februari 1998

In de afgelopen 45 jaar zijn vele artikelen voor de Simon Ster geschreven over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dit jaar is de redactie op zoek gegaan naar een reeks interessante en opvallende stukken uit oude Simon Sterren om deze nu geheel in oude stijl opnieuw te presenteren. Onderstaand stuk gaat over de klapschaats en is geschreven toen deze net populair werd bij de topschaatsers. Er is iets aan de hand in de schaatssport. Het ene record na het andere wordt gebroken. Dit is niet omdat er ineens veel meer getraind wordt, maar de oorzaak hiervan is de klapschaats. Zeker met de Olympische Spelen van Nagano in het vooruitzicht is de klapschaats ineens heel erg belangrijk geworden. Gerrit van der Straaten Foto’s: Kijk, Ton Poortvliet Illustraties: Ruud Looman Klapschaats van Rotrax en Viking

V

orig jaar al waren er pioniers die het aandurfden om op klapschaatsen te gaan rijden. Het waren vooral de leden van de Nederlandse kernploeg die het aandurfden om op de klapschaats wedstrijden te gaan rijden. Tonny de Jong heeft er vorig jaar het Europees kampioenschap allround mee gewonnen. Gunda Niemann, de te kloppen vrouw, werd daadwerkelijk verslagen! Met de klapschaats. Toen Niemann tijdens het wereldkampioenschap ook op klapschaatsen van start ging stak ze echter weer met kop en schouders boven iedereen uit. Het is dus duidelijk dat de klapschaats veel invloed heeft op de prestaties van de sporters. Wil een topschaatser in de wereldtop meedraaien is het echt noodzakelijk dat hij op de klapschaats schaatst. Maar wat is nu eigenlijk de klapschaats? de techniek Bij de klapschaats wordt het ijzer alleen bij de punt van de schoen met behulp van een scharnier aan de schoen vast gemaakt, zodat het ijzer ten opzichte van de schoen kan

roteren. De klapschaats is al een heel oud principe, maar in de huidige vorm ontwikkeld aan de Vrije Universiteit Amsterdam door prof. dr. ir. G. J. van Ingen Schenau. Hardlopers strekken eerst de knieÙn en vervolgens de enkels om een optimale afzet te krijgen, waarbij de grootste kracht gezet kan worden. Schaatsers die schaatsen op de klassieke Noorse schaats echter kunnen deze enkelstrekking niet doen omdat dan de punt van het ijzer in het ijs hakt. Daardoor ontstaat er natuurlijk veel wrijving. Om dit te voorkomen wordt al van de eerste schaatsles af aangeleerd om die natuurlijke beweging van het enkelstrekken te voorkomen. Hierdoor wordt ook niet de maximale energie uit de strekking van het kniegewricht gehaald, die wel vrij zou komen als de knie helemaal gestrekt zou worden. Met de klapschaats wordt het mogelijk de enkel helemaal te strekken. Er kan

dus meer energie vrijkomen uit die enkelstrekking. Maar bovendien is het mogelijk de knie helemaal te strekken, waardoor ook daar energiewinst geboekt kan worden. Daarnaast is het ook nog zo dat wanneer de enkel helemaal gestrekt kan worden, de slag die de schaatser maakt langer is. (Zie figuur 1). Hierdoor hoeft de schaatser zo’n twintig procent minder slagen te maken. Naast de klapschaats, die in Nederland door Viking in productie is genomen, zijn er nog varianten op de klapschaats. Eén ervan komt van de Nederlandse firma Interraps. Daar heeft industrieel ontwerper Diederik Hol de Rotrax ontworpen. Bij deze schaats kan niet alleen de schoen roteren, maar er is ook een translatie mogelijk ten opzichte van het ijzer. Dit is goed te zien in figuur 2. Het systeem is opgebouwd uit een vierstangen-mechanisme. Hierdoor wordt het gevoel van de natuurlijke beweging waarbij de


53

Simon Ster 45.2| Januari 2014

enkel gestrekt wordt nog beter bereikt. Het systeem imiteert de natuurlijke afwikkeling van de voet beter. Het grote voordeel hiervan is dat de schaatser stabieler op de schaatsen staat. Iets wat vooral in de bochten van groot belang is. Een ander voordeel van de verbeterde afwikkeling van de voet is dat de schaatser in het begin van de slag af kan zetten met de bal van de voet. Dit is te illustreren door te vergelijken met fietsen, iets wat voor de meeste mensen wat meer herkenbaar is. Als je op de fiets hard wilt fietsen, zet je af met de bal van je voet en niet met je tenen. Hetzelfde geldt voor hardlopen. Daarbij wikkel je heel de voet af bij iedere pas, waardoor je veel meer kracht kunt zetten dan wanneer je alleen met je tenen af zou zetten. ontwikkeling Een groot nadeel van de Rotrax is dat de schaats heel erg zwaar is. Er wordt in het materiaalkunde laboratorium van de TU Delft hard gewerkt om dit bezwaar er uit te halen. De testmodellen, die nu nog gebruikt worden, zijn gemaakt van een aluminium-magnesium-zink

legering. Het is de bedoeling dat daar in de toekomst titanium voor te gebruiken. Een ander mankement is dat er nog te veel energie verloren gaat door wrijving in het schuifmechanisme. Er wordt een meetschaats gebouwd om nauwkeurig zaken als wrijving, druk en energieverlies te kunnen meten recordschaats Door het gebruik van de klapschaats of de Rotrax is het wel nodig een andere techniek aan te leren. De slagen die de schaatser maakt zijn langer en de start is anders. Bij de klassieke Noorse start werd een punt van de schaats in het ijs geprikt. Met klapschaatsen is dit niet meer mogelijk. Er moet op z’n Japans gestart worden, met twee schaatsen vlak op het ijs. Bij internationale wedstrijden tel je niet meer mee als je niet op de klapschaats rijdt. Er waren in het seizoen 1996-1997 nog schaatser die riepen dat ze nooit van hun leven op zo’n schaats zouden rijden. Eén van hen, Gianni Romme, heeft 7 december 1997 een legendarisch wereldrecord aan flarden gereden. Op de klapschaats! Dat was een wereldrecord van de Noor Johan Olav Koss. Hij reed tijdens de Olympische Spelen van Hamar 1994(!) het wereldrecord op de vijf kilometer nog op de klassieke Noorse schaats. Ook het wereldrecord op de tien kilometer werd door Johan Olav Koss tijdens die zelfde winterspelen in de boeken gereden. Dit wereldrecord staat nog steeds. Dat die records in een tijd met zo’n technologische ontwikkeling toch overeind blijven bewijst dus alleen maar de grote klasse van Johan Olav Koss. Of zoals Henk Gemser, coach van de Nederlandse kernploeg, het na het wereldrecord van Gianni Romme op

de vijf kilometer verwoordde: “We moeten die tijden van Koss inlijsten met een gouden randje er om heen. Met de klapschaats is er een nieuw schaatstijdperk aangebroken en zonder die ontwikkeling had het nog wel een tijd geduurd voor die records gebroken zouden worden.” Zelfs in het marathonschaatsen is de klapschaats een geaccepteerd hulpmiddel geworden. Ook daar werd vorig jaar nog geroepen: wij nooit! Maar intussen zijn er al velen marathonschaatsers overgestapt op de klapschaats. De klapschaats is al een tijdje in produktie. De Rotrax zat echter aan het einde van het vorige seizoen nog vol met kinderziektes zoals het te grote gewicht en te veel wrijving in het schuifmechanisme. Voorlopig rijdt iedereen nog op de conventionele klapschaats. De Olympische Spelen van Nagano in februari 1998 zullen dus waarschijnlijk nog iets te snel komen om met een nieuw ontwerp iedereen te verrassen en zo medailles te winnen. Dit terwijl, met name in het buitenland, stemmen klinken die zeggen dat de oranje schaatsers vlak voor de Olympische Spelen iets nieuws krijgen van de Nederlandse fabrikant.

Figuur 2: De schoen kan niet alleen roteren maar ook transleren t.o.v. het ijzer

Figuur 1: Schaatsers die hun enkel kunnen strekken hebben een langere afzet, waardoor ze het rechte stuk met 20 procent minder slagen kunnen afleggen


54

Wisseling van de Wacht

Een bekend gezicht op een nieuwe plaats

Een jaar eerder dan aanvankelijk gepland stopt Alfons Bruekers na zeven jaar als directeur bedrijfsvoering van de faculteit Werktuigbouwkunde. Per 1 januari maakt hij de overstap naar de faculteit Electrical Engineering, waar hij de nieuwe directeur bedrijfsvoering zal worden. Pascal Appel “Sinds anderhalf jaar combineerde ik mijn rol als directeur bedrijfsvoering bij Werktuigbouwkunde al met dezelfde functie bij de faculteit Technische Natuurkunde. Aangezien laatstgenoemde samen met Electrical Engineering het nieuwe Flux-gebouw zal betrekken en daar gezamenlijke beslissingen over inrichting, samenwoning en integratie genomen zullen worden, was het een logische keuze om nu de overstap naar Electrical Engineering te maken”, legt Alfons zijn overgang uit . “Bovendien was het moment nu daar. Ik laat een gezonde en bloeiende faculteit achter met een groeiend aantal studenten, een duidelijk leerstoelenplan en onze geldstromen zijn ook op orde.” De afgelopen zeven jaren kenden voor Alfons Bruekers veel hoogtepunten en hij verlaat de faculteit dan ook met een dubbel gevoel. “Aan de ene kant vind ik het een mooie uitdaging om bij Electrical Engineering te beginnen, aan de andere kant verlaat ik wel een faculteit waar ik 7 jaar met veel plezier gewerkt heb. Vooral de ondernemende spirit binnen de faculteit zal ik me blijven herinneren. Ik denk hierbij aan de succesvolle spin-off bedrijven, de vele interessante wetenschappelijke projecten en bruisende studie- en studentenactiviteiten binnen de faculteit, met onder andere Simon Stevin, Tech United en URE.” Een van de hoogtepunten van deze periode is de verbouwing van het toenmalige W-hoog en W-laag. Beide gebouwen zouden in eerste instantie niet meegenomen worden in het project Campus 2020. Door eigen initiatief en samenwerking met de faculteit Biomedische Technologie werd de noodzaak van een verbouwing duidelijk gemaakt aan het College van Bestuur. Uiteindelijk werd alsnog besloten om W-hoog en W-laag te verbouwen binnen Campus 2020, wat resulteerde in het huidige Gemini Noord en Zuid. “In feite was dit een van mijn eerste faculteitsoverstijgende projecten. Meer recentelijk ben ik druk bezig geweest met de realisatie van het nieuwe Magnetenlab in Gemini Noord. Ook dit was een faculteitsoverstijgend project, met als resultaat een nieuw gedeeld lab voor de faculteiten Werktuigbouwkunde en

Technische Natuurkunde. Voor mij persoonlijk waren dit goede en leerzame ervaringen met faculteitsoverstijgende projecten, iets wat ik in mijn nieuwe rol binnen de Flux-faculteiten in veel grotere vorm zal meemaken.” Alfons Bruekers wordt opgevolgd door Jolanda Snelders, de huidige adjunct directeur bedrijfsvoering van de faculteit Werktuigbouwkunde. Zij kent de faculteit en heeft ruime managementervaring, onder andere bij het ROC. “Voor mij is een mooi moment om in te stappen; er is nu een stabiele basis maar er komen ook volop nieuwe uitdagingen aan, zoals een huisvestingsprobleem als gevolg van de groei van het aantal studenten en enkele automatiseringsprojecten om de bedrijfsvoering te optimaliseren”, legt Jolanda Snelders uit. Omdat zij eerst nog haar masteropleiding Strategisch Management wil afronden, zal zij pas per 1 april als directeur bedrijfsvoering beginnen. “Tot die tijd heb ik al wel het beheersmandaat over de faculteit en zal Alfons mij met raad en daad terzijde staan. Een beetje als mijn personal assistent”, besluit zij met een knipoog.


55

The new Managing Director

Simon Ster 45.2 | januari 2014

A familiar face in a new place

‘For the past year and a half I have combined my role as managing director of the department of Mechanical Engineering with the same position at the department of Applied Physics. Since both Applied Physics and Electrical Engineering will move into the new Flux-building many decisions on decor, cohabitation and integration will soon have to be taken. It was a logical decision to make the move to Electrical Engineering’, Alfons explains his move. ‘In addition, the time was right . I leave a healthy and thriving department with a growing number of students , a clear chair plan and our cash flows are also in order.’ The past seven years have seen many highlights, and Alfons leaves the department with mixed feelings. ‘On the one hand I think it is a great challenge to start at Electrical Engineering, but on the other hand this means I have to leave the department where I worked for seven years with much pleasure. I will especially remember the entrepreneurial spirit within the department, for example the successful spin-off companies, a lot of interesting scientific projects and lively study and student activities within the department including those of Simon Stevin, Tech United and URE.’ One of the highlights of this period has been the renovation of the former W-hoog and W-laag buildings. Both buildings were initially not included in the Campus 2020 projectbut we convinced the Executive Board of the need for renovation. Eventually, it was decided to renovate both buildings within Campus 2020, which resulted in the current Gemini North and South building. ‘In fact, this was one of my first cross-departmental projects. More recently I have been working on the construction of the new Magnet Laboratory in Gemini North . This was also a cross-departmental project, resulting in a new shared lab for the departments of Mechanical Engineering and Applied Physics. For me personally, this was a valuable experience with cross-departmental projects, something I will experience within my new function at the Flux departments in a much larger form.’

After seven years, one year earlier than planned, Alfons Bruekers will step down as managing director of the department of Mechanical Engineering. As of January 1, he will be the new managing director of the department of Electrical Engineering. Pascal Appel

Alfons Bruekers will be succeeded by Jolanda Snelders, the current deputy managing director of the department of Mechanical Engineering. She already knows the department and has extensive management experience, for example at ROC . ‘For me it is a good moment to start, there is a stable base, but there are also plenty of new challenges ahead, such as a housing problem due to the growth in the number of students and some automation projects to optimize business operations’, Jolanda Snelders explains. Because she first wants to complete her master's degree in Strategic Management, she start as managing director from April 1. ‘Until that time, I have the management mandate over the department and Alfons will assist me. A bit like my personal assistant ‘, she concludes with a wink.


56

Centuries of Success (?)

Sometimes persistence pays off

Europe has an extensive and intense history. Over the centuries Europeans have established republics, nations and empires. Our long and rich history has yielded some fantastic discoveries, some bitter resentments and also some of the world’s oldest institutions. Some of these are still going strong today, while others have suffered an unceremonious end. Lennard van Damme Weihenstephan (1040) Weihenstephan is a contraction of weihen Stephan which literally means sacred Stephan but is more accurately translated as Saint Stephen. In 720 a church dedicated to this saint was established in Bavaria, Germany. This church grew into a monastery and in 1040 a brewery was licenced (this date is contested by the brewery at nearby Weltenburg which was established in 1050 and also claims to be the world’s oldest brewery). In 1803, feeling threatened by Napoléon, the state of Bavaria took possession of many church-owned assets in order to fill the state’s war chest. This included the Weihenstephan brewery which has been property of the state of Bavaria ever since.

The Marinelli foundry never changed its methods. The craftsmen still make a single-use mould out of clay and beeswax for every bell that is produced. Besides the leaning tower of Pisa, Marinelli bells can be found in St. Peters square, the UN building in New York and churches worldwide including in Beijing and Jerusalem. Despite its big reputation, it is still a small family business. The company currently employs 20 people, including 5 members of the Marinelli family.

Today Weihenstephan is considered to be the ultimate German Weißbier and over 31 million litres of the beer are being shipped around the globe every year.

University of Oxford (1096) The University of Oxford is the second oldest university in the world still in existence, after Università di Bologna in Italy which was founded in 1088. It is not exactly known when the University of Oxford was established, but it is known that teaching took place at least as early as 1096. It started growing rapidly when in 1167, King Henry II decreed that no English student could attend the University of Paris any more. This growth caused some friction with the people of Oxford however, culminating in the lynching of two university scholars by the townsfolk in 1209. This lynching had a very significant side effect: some of the other scholars fled Oxford and established the University of Cambridge.

Marinelli Bell Foundry (1040) Companies usually try to grow and expand, so one might expect a thousand year old company to be rather large. This is not the case with the Marinelli papal bell foundry. This artisan foundry is (as the name suggests) the main supplier of bells for the Vatican. The foundry was established in 1040, but didn’t start making bells until it came under the ownership of the Marinelli family in 1339. One of its most recent bells is installed in the bell tower of the cathedral of Pisa, better known as the leaning tower of Pisa. This bell was installed in 2004 to replace the original bell that was destroyed in WO II. The original dated back to 1606 and was also made by the Marinelli foundry.

In the renowned international university ranking of Times Higher Education, the University of Oxford currently shares the number two spot with the American Harvard University. Only the California Institute of Technology (Caltech) in Pasadena ranks higher.


57

Simon Ster 45.2| Januari 2014

Beretta (1526) Fabbrica d’Armi Pietro Beretta is an Italian arms manufacturer. The company started in the early days of the Italian renaissance as a supplier of arquebuses (early firearms) to the powerful Serenìsima Respùblica de Venexia. The exceptional performance of Beretta’s products yielded the company a strong reputation for quality. The descendants of founder Bartolomeo Beretta continued to produce and innovate, desiring to maintain the company’s reputation. The company thrived on the situation that existed on the Italian peninsula at the time: a number of small republics that were often at each other’s throat. When Italy was unified in 1861, Beretta became the main supplier of arms to the newly formed kingdom of Italy, but it also started to expand abroad. The 20th century was a time of quick modernisation for Beretta. Many modern manufacturing methods were developed, causing the company to leap ahead of the global competition. Today, Beretta is one of the most successful arms manufacturers in the world. Its signature weapon, the Beretta model 92, is used around the world, most notably as the standard issue sidearm of the US armed forces which designate it as M9. The company is still owned and operated by the Beretta family.

estate. This is not the only record held by Twinings, as their logo is the oldest continuously used company logo in the world, dating back to 1787.

Pleyel et Cie (1807-2013) Some companies can be successful for decades or centuries, only to eventually fade out of existence. This has been the sad fate of Pleyel. Founded by composer Ignace Pleyel in 1807, this company has spent more than two centuries building some of the best pianos in the world. Various composers preferred Pleyel pianos including Debussy, Saint-Saëns and Stravinsky. Frédéric Chopin even went so far as to demand a Pleyel Piano for each and every one of his concerts. One of Paris’ most significant concert halls is called the Salle Pleyel. Business dwindled in recent years. While the company still made 1700 pianos in 2000, by 2012 that number had dropped to 20. Citing an inability to compete with cheaper Asian pianos, Pleyel announced the immediate end of the company last November.

Twinings (1706) While tea has been cultivated in China and other parts of eastAsia for over 1700 years, the product wasn’t introduced in Europe until a ship of the Dutch East India Company (VOC) carried a shipment of green tea leaves form China to Amsterdam in 1610. The drink was brought to Great Britain sometime around 1660 where it remained an upper-class luxury drink for over half a century. In the early 18th century tea started to spread to the lower classes and in 1706 Thomas Twining opened Britain’s first tea room in London. This tea room soon became known for having some of the finest blends in London and quickly started selling dry tea in addition to brewed tea. By 1734, Twining focussed exclusively on tea, abandoning his trade in coffee. The Twinings brand is also strongly connected to the bergamotflavoured tea known as Earl Grey. The story goes that in 1830 Charles Grey, the 2nd Earl Grey and Prime Minister of the United Kingdom, received the recipe for bergamot-flavoured tea as a gift from the Chinese. He took this recipe to the Twinings company which started production. It is doubtful that there is much truth to this story, but Twinings was one of the first producers of Earl Grey tea and its blend is highly appreciated by tea aficionados. The original tea room now serves as the brand’s flagship store, having been in continuous business for the past 300 years. This makes Twinings the oldest continuous occupant of London real

News of the World (1843-2011) News of the World was a British tabloid newspaper that had been a steady success since its founding in 1843. By 1950 News of the World had the largest circulation of any newspaper in the world with editions selling over 9 million copies. The company’s downfall was caused by a series of scandals involving illegal invasions of privacy by reporters and editors of the newspaper. People that were tapped or hacked included victims of the London metro bombings of July 2005 and relatives of British soldiers who died in Iraq and Afghanistan. The paper continued to be successfull right up to the very end, boasting a circulation of over 2.5 million copies when the newspaper was shut down in 2011.


58

Fact & Opinion: Weigerambtenaar

Objective

Should marriage officiants be allowed to refuse marrying same-sex couples? Since this question was first asked in 2007, every possible answer from ‘But of course!’ all the way to ‘Hell no!’ has been vigorously defended. This article will try to provide you with the necessary facts and opinions to make up your own mind. Lennard van Damme The objective part of this article will provide context on what a marriage officiant is, what a marriage officiant does and on the origins of the weigerambtenaar-debate.

What exactly is a marriage officiant? A marriage officiant is a person who officiates a marriage, i.e. the person who proclaims a couple man and wife. A couple can’t just marry each other, they have to be married by a third person who has the authority to do so. Historically this was usually a member of the local clergy, when marriage was still a strictly religious matter with no legal impact. This all changed when Napoléon Bonaparte introduced the Code Napoléon in 1804. This set of laws introduced the concept of civil marriage in the Netherlands. Marriage became primarily a civil matter rather than a religious matter. In the Netherlands marriage officiants are appointed as such by a municipality after having taken an oath before a court. There are

two kinds of marriage officiants. If they are municipal employees tasked with the registration of births, marriages, divorces, adoptions and deaths then they are known as an ambtenaar van de burgerlijke stand (official of the civil registry). Most marriage officials however are volunteers who have regular jobs outside of government and who officiate marriages as a hobby. These persons are also appointed by the municipality and take the same oath but their authority is limited to officiating marriages and civil unions. These marriage officiants are known as buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (special official of the civil registry).

The role of the marriage officiant Today most countries have some form of civil marriage. In many countries civil marriage is seen as a strictly legal matter and is not part of the actual wedding. Couples usually have a (religious) wedding ceremony in which they exchange vows and are married by a marriage officiant who is not connected to any kind of civil


59

Simon Ster 45.2| Januari 2014

authority. This can be a member of the clergy or even a friend or family member. The civil marriage is often finalised sometime after the wedding and is not much more than signing some paperwork to let the authorities know they are now married. This is quite different from the situation in the Netherlands. Once a couple decides to get married they must formalise their engagement with the municipality in a process called ondertrouw (literally ‘undermarriage’ or ‘submarriage’). It is during this period that the couple first meets with the marriage officiant to set a date for the wedding and discuss their ceremonial preferences. The marriage officiant will also ask the couple a variety of questions such as their views on marriage and how they met so he can tailor the ceremony to their situation. The wedding ceremony, led by the marriage officiant, usually takes place at city hall. During the ceremony the couple exchange vows and rings, they are proclaimed man and wife and the marriage certificate is signed by the bride, groom, marriage officiant and between two and four witnesses. The couple may choose to also hold a religious ceremony, but Dutch law prescribes that a religious marriage must be preceded by a civil marriage. As such the civil marriage ceremony plays a central role in any Dutch wedding.

Legalisation of same-sex marriage In the Netherlands marriage is regulated by title 5 of the civil code (Burgerlijk Wetboek). This law contains a list or requirements a couple must meet before being allowed to marry. Some of these are predictable such as not being married to someone else, not being siblings and having reached the legal marrying age of 18 years. Some of the requirements may seem a bit silly, such as the requirement that both partners must be able to prove that they are alive. In December of 2000, the Dutch House of Representatives voted to change this list by removing the requirement that the partners must be of different sexes. The change was swiftly approved by the senate, thereby legalising same-sex marriage. The change entered into force a few months later. The first same-sex marriages in the world were conducted by then-mayor of Amsterdam Job Cohen on April 1st, 2001. Since then, same-sex marriage has been legalised in Belgium (2003), Spain and Canada (2005), South Africa (2006), Norway and Sweden (2009), Portugal, Iceland and Argentina (2010), Denmark (2012) and in Brazil, France, Uruguay and New Zealand (2013). Same-sex marriage has also been legalised in 14 US states since 2004, it will be legalised in England and Wales in 2014 and the process of legalisation is ongoing in Luxembourg and Scotland.

Rise of the ‘Weigerambtenaar’ The term Weigerambtenaar, which can be loosely translated as ‘refusal official’, has been used to describe marriage officiants who refuse to marry same-sex couples since 2007. The term was coined in the political aftermath of the coalition agreement of the fourth Balkenende cabinet. The Christian parties CDA and ChristenUnie had formalised the status quo that had existed since the legalisation of same-sex marriage: same-sex couples

Job Cohen created the bill to legalise same-sex marriage when he was state secretary of justice. As mayor of Amsterdam he was the first person in the world to officiate a same-sex marriage

have the right to get married in any and all municipalities and at the same time marriage officiants who have strong objections to same-sex marriage have the right to have someone else officiate the marriage. The Christian parties had hoped to secure this status quo by including it in their coalition agreement with the PvdA. The plan backfired hopelessly as it sparked a national debate on the subject. During the tenure of the fourth Balkenende cabinet, government policy has remained supportive of the weigerambtenaar. This position was extended by the Rutte I cabinet, but over the past few years resistance to this policy has grown. In 2011, the Dutch House of Representatives adopted a resolution to prohibit marriage officiants from refusing to conduct same-sex marriages. The resolution, introduced by GroenLinks, received the support of 84 out of 150 members of the House. The cabinet, consisting of VVD and CDA, however decided not to execute the resolution. This decision was made in part because the cabinet depended on support from the orthodox Christian SGP for its majority in the senate. The resolution was reintroduced in 2012 after the cabinet had lost the support of the PVV. The resolution was again adopted, this time with the support of 122 out of 150 members of parliament. The cabinet however, still refused to execute the resolution. Four months later the second Rutte cabinet presented its coalition agreement. In this agreement VVD and PvdA announced their intention to stop the appointment of new weigerambtenaren. Implementation of this intention is currently pending.


60

Fact & Opinion: Weigerambtenaar

Subjective

In favour of Weigerambtenaren Lennard van Damme Should marriage officiants be allowed to refuse their services to same-sex couples? Yes. Yes they should. It is when we accept intolerance, no matter how fiercely we may disapprove of it, that our most revered liberties are the strongest.

Who’s the real minority? Since 2001 our country has been the proud exporter of a controversial product: same-sex marriage. The Netherlands were the first country in modern times to open up the institution of marriage for all its citizens, no matter their sexual orientation. It is a source of profound pride for me and many others that such openness and equality exists in our tiny nation. I am also particularly proud of the huge shift in public opinion towards same-sex marriage over the last twelve years. When it was first legalised approximately 60% of Dutch people approved of same-sex marriage. Today that number is 96%. It is impossible to determine exactly what percentage of the population is homosexual. In part this is because quite some people are still in the closet, but mostly because sexual orientation is not a binary state. People may consider themselves ‘mostly heterosexual’, equally bisexual or ‘mostly homosexual. A persistent number of LGB (Lesbian, Gay, Bi) people is 10%, but that number is based on a 1948 study that has been thoroughly debunked. A 2012 survey by the Sociaal en Cultureel Planbureau (Bureau of Social and Cultural analysis) put the number at 3.5% gay and lesbian and an additional 3% bisexual for a total of 6.5% LGB. One may expect the number of weigerambtenaren to be vague or completely unknown, but municipalities are surprisingly open

about this. Dutch gay rights movement COC has been keeping track of the number of weigerambtenaren for several years and they have made a list of municipalities that employ such officials. Weirdly, it is the total number of marriage officiants that is unknown. Even the association for marriage officiants, ‘Matrimonium’, does not know how many there are. Based on a few municipalities that do disclose the number of marriage officiants they employ and the population of these municipalities, we can estimate the total number of marriage officiants in the Netherlands to be around 3000. According to COC, out of these 3000 marriage officiants the number that refuse to officiate same-sex marriages is 87. That’s not a typo, that’s really the scope of this so-called problem: 87 people. Whereas LGB’s used to be the small minority that was discriminated against, that role is now shared with the very people by

Political situation in the House of Representatives: Against weigerambtenaren: VVD, PvdA, D66, SP, GroenLinks, PvdD (110 seats) Supportive of weigerambtenaren: ChristenUnie, SGP (8 seats) No official stance: CDA, PVV (32 seats)


61

Simon Ster 45.2| Januari 2014

whom they are being discriminated. We should continue to fight the injustice that some LGB’s face in their lives. LGB’s being harrssed to the point where they decide to move or same-sex couples being physically assaulted when walking hand in hand: these are absolutely unacceptable phenomena that we must all face head on. But why should this defence of LGB’s escalate into a mobmentality against people who quietly and peacefully disagree with the majority opinion?

Prohibition seems reasonable... Support for weigerambtenaren seems to be dwindling. A majority of the House of Representatives is now in favour of prohibiting marriage officiants from refusing to marry same-sex couples. The arguments for such a prohibition are usually a variation of either ‘we have to stop discrimination’ or ‘the law is the law’. The anti-discrimination argument is based on the desire to provide equal treatment for same-sex couples compared to heterosexual couples. They already have the same rights, but what is this equality worth when it isn’t followed by equal treatment? The core of the ‘the law is the law’-argument is that since marriage officiants are employed by the government, they are obligated to execute government policy, which is to allow same-sex couples to be married. After all, the government must provide the rights it awards.

...but it ain’t quite that simple There are significant flaws in the reasoning behind both these primary arguments. The first, the anti-discrimination argument, is a prime example of outright hypocrisy. By prohibiting weigerambtenaren we would create an ideological barrier for appointing marriage officiants, while the Dutch constitution clearly states that all persons must be treated equally in government appointments. Any distinction in this field based on ideological or religious grounds is thereby unconstitutional. A prohibition would mean fighting discrimination with more discrimination, protecting a minority by oppressing an even smaller minority. Worst of all, it means that parliament will start to define what people are allowed to believe in. Just because there are so few weigerambtenaren does not make their beliefs inferior to that of the majority. A free society should protect such rights, not abolish them. The second, the ‘the law is the law’ argument, is a bit more devious. At first glance, it seems logical: marriage officiants work for the government, their job is to execute the law, so they can’t ignore the law. The point is, they don’t ignore the law. The ability of same-sex couples to marry is in no way hindered by the existence of weigerambtenaren. Almost all marriage officiants, and all weigerambtenaren, are buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. This means they work for the municipality on a freelance basis and as such they can choose which jobs they accept and which they don’t. These marriage officiants are paid per marriage they officiate, so if they refuse to marry a couple, they don’t get paid. Moreover, since they work as freelancers, so they can easily refuse any job for any reason. As such, they have no obligation to execute the law whatsoever.

Is there even a problem? Not really. Same sex-couples can get married in any municipality they want and they have the exact same options and choices as heterosexual couples. Most municipalities don’t offer couples the option of choosing their marriage officiant and the ones that do don’t employ weigerambtenaren. There are no municipalities without marriage officiants who are prepared to marry same-sex couples so a same-sex couple who get married in a municipality with one or more weigerambtenaren are simply assigned a different marriage officiant. The couple will never know any of this has happened, so they don’t actively feel rejected or discriminated against. Hence same-sex couples already receive equal treatment when it comes to getting married. The opposition to weigerambtenaren is based solely on the fact that some people are offended by the very existence of weigerambtenaren. They want to abolish something not because is harms them, not because it affects them in any way, but simply because they disapprove of it.

The best freedom is universal freedom Freedom of speech, freedom of religion and the overall freedom to live your life as you see fit. These are rights that are valued greatly in a free society such as ours. These rights are not available by default, their existence is the result of centuries of progress. These rights are also not invincible, they require constant vigilance to remain strong. In a truly free society democracy does not escalate into mob rule. The majority is not always right and a strong electoral mandate does not automatically make you right. When we reserve the freedom to believe what you want for those persons who agree with the majority, it chips away at our freedom. The hallmark of true freedom is when everyone can believe what they want, even when working for the government. The hallmark of true tolerance is when that tolerance is universal: no matter how fiercely we may disagree with something, we still tolerate it.

Een trouwambtenaar ondertekent de trouwakte


62

Fact & Opinion: Weigerambtenaar

Subjective

Based on that, a marriage officiant is only allowed to marry couples as long as he or she marries all couples that fulfil the requirements of marriage. This list of requirements, part of the civil code, was created to prevent extreme scenarios from happening. To marry both individuals must prove they are alive, are eighteen years or older, are not already married to someone else, are not closely related etc. The requirement both individuals have to be from the different sex used to be on this list as well, but this requirement was officially removed on the 1st of April 2001; The day the first gay-marriage was officiated by Job Cohen.

Opposed to Weigerambtenaren Jaap Schuit In the second half of the previous century the emancipation of homosexuals has taken a big step forward. In more and more countries homosexuality has been accepted by the majority and being a homosexual is no longer illegal. Also, homosexuality is no longer seen as a disease as the world health organization took homosexuality of the list of mental illnesses in 1990. And as the cherry on the pie; the first gay marriage was concluded in the Netherlands in 2001, making it the first country in the world to legalize gay-marriage. From that moment on other countries followed their lead.

Both arguments insist a marriage officiant, an official of the government, marries every couple fulfilling the set of requirements. But still some officiants refuse to conclude a marriage between same-sex couples, mostly based on the religious argument; god intended marriage between a man and a woman. The officiant hereby invokes his freedom of religion, a freedom which should also be respected.

Civil marriage However, invoking freedom of religion is out of place, considering the refusing officiant. Since the set in of the Code Napoleon, introduced by Napoleon Bonaparte in 1804, marriage has been a primarily civil matter, instead of a religious matter. People still married with a religious ceremony, but it must be preceded by a civil marriage, the marriage conducted by the marriage officiant. In other words the civil marriage is a matter of the state, a party that always has to be neutral and always has to carry out the prescribed policy. A policy, each officiant swore an oath on to carry out the moment they were constituted.

Refusal Despite this trend, a couple of marriage officiants in the Netherlands refuse to marry same-sex couples, based on their conscience and their believe marriage should be between a man and a woman, not between two people of the same sex. That brings us to the question to be answered: “Should marriage officiants be allowed to refuse marrying same-sex couples?” My answer to that question is: “No, marriage officiants should not be allowed to refuse their services.”

Freedom & rights The first reason my answer is “no”, is my belief that the Netherlands is a country of many rights and liberties. As the people of the Netherlands, we among others have the freedom of speech, the freedom to vote and the right to education, but the most important right; is the right to equal treatment and the prohibition of discrimination. It is not a coincidence that the first article of the Dutch constitution states: “All persons in the Netherlands shall be treated equally in equal circumstances. Discrimination on the grounds of religion, belief, political opinion, race, sex or on any other grounds shall not be permitted.” Translated to the situation of the marriage officiants this means a marriage officiant is allowed to refuse his/her services to same-sex couples. But this would also mean they cannot marry any other couple.

As an addition to this statement, I would like to bring forth the case of the marriage officiant Wim Pijl. In 2011 he was fired by the municipality of The Hague for refusing his services to a same sex-couple. As an former council-member of the CU and the SGP, both Christian parties, he was not allowed by god to conclude the marriage. He was fired because the municipality of The Hague uses a strict policy as it was a job-requirement, from 2007, for officiants to marry all couples, no matter the sex of the couple. Wim Pijl went to court to fight his dismissal, but the judges decided the municipality had every right to fire him, because municipalities are allowed to form their own ranking when articles of the constitution are conflicting. The municipality of The Hague, and many others, choose priority on the article of equality, choosing not to discriminate same sex-couples.

“I now pronounce you...” This brings us back to the question proposed in the beginning of this argument; “Should marriage officiants be allowed to refuse marrying same-sex couples?” Based on the Dutch constitution and civil code, I concluded a marriage officiant should not be allowed to refuse marrying same-sex couples. By refusing their services to this particular group the officiant infringes the right of equal treatment, the first article and perhaps the most important article of the Dutch constitution.


Samen bouwen aan duurzaamheid

...brengt ideeën tot leven

Deerns is het grootste onafhankelijke adviesbureau in Nederland als het gaat om het ontwerpen van installatietechniek, energieconcepten en bouwfysica in en rondom de gebouwde omgeving. Met 22 vestigingen in 12 landen is Deerns een toonaangevend internationaal bureau. Bijdragen aan een duurzame leef- en werkomgeving is onderdeel van onze missie. Dat doen we door de ontwikkeling van efficiënte, innovatieve en energiebesparende gebouwconcepten. Met meer dan 50 BREEAM- en LEED-projecten zijn we Europa’s toonaangevende consultant geworden op het gebied van duurzaamheid. www.deerns.com


64

Hidden Symbolism

Iconic logo’s with hidden symbols

In the world of advertising, logo design & branding is one of the key pillars of a company’s identity. The amount of thought and work that goes behind the seemingly simplest of logos would boggle the mind of any advertising outsider. On this page we will review a few clever logos that have hidden symbolism you may have not noticed before. Some are obvious, others are subtle, but all of them are interesting to examine. Enjoy! Jordy Wesseling FedEx The white space between the ‘E’ and the ‘x’ forms a perfect arrow, suggesting a company moving forward and looking ahead. It’s subtle, but now it’s all I see whenever the logo appears. You cannot unsee!

Amazon.com Did you ever notice the arrow from ‘A’ to ‘z’ in the Amazon logo? The thought is that Amazon carries everything from anywhere to everywhere. Some say it also forms a slight smiley face to give the logo a positive feeling.


65

Simon Ster 45.2| Januari 2014

NBC The iconic NBC logo has a peacock in white with six colorful feathers representing each division of NBC (when the logo was originally designed, as there are more now). The peacock is also looking to the right, often associated with looking ahead or forward.

Yamaha A tuning fork on your motorcycle… It happens when you buy a Yamaha. You might have never realized that Yamaha’s logo consists of a trio of interlocking tuning forks. It shows the company’s origins as a musical instrument manufacturer.

Toblerone The Toblerone logo elegantly contains a bear. This bear represents the capital city of Switzerland Bern, in which Toblerone is produced, as the bear is also present in the emblem of the city. Furthermore, the name ‘Toblerone’ exactly contains the letters of the city Bern.

Tour de France This is probably the best known example of such a logo. The Tour de France logo actually contains the image of a cyclist which can be seen in the letter ‘R’, with the orange circle symbolizing the front tire. The orange circle may also represent a sun as it’s always sunny in France. (Except for Lille)


66

Sterrenhoekjes Geniet mee van deze volkomen uit hun verband gerukte uitspraken, verpraatsels en vertypsels. Mocht je er nog meer horen: aarzel niet en stuur de uitspraak en context op naar sterrenhoek@simonstevin.tue.nl!

Bas gooit een berg bonnetjes in de papierbak, Rik merkt op dat hij ze moet bewaren. Bas zijn reactie: “Dat weet ik, ik had ze daar alleen even tijdelijk neergelegd om ze te bewaren.”

Sef vraagt Nienke of ze met haar opvallende broek soms een fashionstatement wil maken. Irma: “Als Nienke iets aandoet is het altijd een fashionstatement!”

Nienke terwijl ze een oud lid op zoekt met een vreemde naam: “Wow, hij is gewoon Google-baar.”

Bas klaagt over dat er maar niet naar hem wordt geluisterd: “Het is niet dat ik het ze meerdere malen heb gezegd, maar ik heb het ze wel een paar keer verteld.”

Niki op een doorsnee dag: “Ik heb maar ooit één iemand aangevallen in mijn ondergoed!” Bart: “Ik zag net Pascal Appel lopen en toen moest ik denken aan Pascal Appel.”

De BACo moet bellen om een bus te bestellen. Er wordt besloten dat ze een beetje aanzienlijk over moeten komen. Sebastiaan: “Ik bel wel, ik ben zo prominent dat bij mijn geboorte mijn navelstreng al in een dubbele windsor zat.”

Jasper: “Ze zeggen wel eens dat mannen vrouwen niet snappen, maar vrouwen elkaar wel.” Sandra’s reactie: “Nee dat is niet waar, ik snap vaak mezelf nog niet eens.”

Bas belt Aron om te vragen of hij zijn nummer langs de deur mag hangen voor mensen die later naar de ALV komen. Arons reactie: “Is goed, heb je mijn nummer?”

Prijsvraag Ook deze Simon Ster bevat weer een nieuwe prijsvraag. De prijs die je kunt winnen is een bierkaart, te gebruiken in De Weeghconst. Wil je kans maken op deze bierkaart? Lever dan je antwoord in de Simonkamer in of stuur een e-mail naar redactie@simonstevin.tue.nl. Vermeld hierbij duidelijk je naam. De prijs wordt verloot onder de correcte inzendingen en de winnaar zal bekend worden gemaakt in de volgende uitgave van de Simon Ster

Antwoord 45.1 ‘Nul nullen’ In de vorige Ster stond de volgende prijsvraag

Vraag Hoe kan 1.000.000.000 geschreven worden als het product van twee factoren waarvan geen van beide een nul bevat?

Oplossing 1.000.000.000 = 109 = 29 x 59 = 512 x 1953125. Zoals je ziet is op deze manier elke macht van 10 te schrijven als het product van dezelfde machten van 2 en 5, maar de laatste bevatten zelf meestal tenminste één nul. Twee grotere producten die nul-vrij zijn zijn 1018 en 1033. Uit alle inzendingen is Ruben Brugman tot winnaar geloot en hij kan de bierkaart ophalen in de Simonkamer!

Prijsvraag 45.2 ‘Cloten probleem’ Simon Stevin gaat zijn Clootcrans maken en heeft hiervoor prachtige stalen kogels gekocht. Om ze aan een ketting te rijgen, boort hij er eerst gaten in. Er blijft een cilindervormig gat over waarvan het midden precies door het midden van de kogel gaat. Nadat hij tevreden is over zijn werk meet Simon de lengte van het gemaakte gat. Deze blijkt exact 10 cm te zijn. Wat is nu het totale volume van de doorboorde kogel?


MAAK JIJ GEBRUIK VAN VOORKENNIS?

KOM NAAR DE BEDRIJVENDAG www.wervingsdagen.nl

2014 25 FEBRUARI

study association industrial design

SVTN “J. D. van der Waals”


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook