Egels kunnen niet vliegen
Babs Wijnstra
Kijk, daar is Douwe Das. Hij zit helemaal alleen boven op de heuvel. Hij verveelt zich een beetje. Was er hier maar iemand om mee te spelen, zucht hij. Verstoppertje... tikkertje... of kopjeduikelen...
Plotseling hoort hij iets. Het is alsof de blaadjes ritselen. Alsof er iemand proest... Douwe kijkt verbaasd om zich heen. Wie is daar? vraagt hij nieuwsgierig. Een klein snuitje komt onder bij de boom tevoorschijn.
Hoi, zegt het snuitje. Hoi, zegt Douwe. Wat ben jij voor een rare? Ik ben Egbert. En ik ben géén rare. Ik ben een egel. Een hele stoere!