7e Jaargang.
N°. 9.
September 1899.
TIJDSCHRIFT VAN DEN
NEDERLANDSCHEN SCHAAKBOND. BESTUUR VAN DEN N. S.: Dr. A. VAN RHIJN, Voorzitter; H. J. DEN HERTOG, Onder-Voorzitter; B. WIELING, Groningen, Penningmeester; H. D. B. MEIJER, Geldersche Kade 37, Amsterdam, Secretaris; J. P. RUNSINK. REDACTIE: H. J. DEN" HERTOG, Marnixkade 43, Amsterdam; J. F. S. ESSEH, J. F. HEEMS KERK, J. W. TE KOLSTÉ, Dr. A. G. OLLAND, C. TINHOLT. Van dit blad, dat omstreeks den 20sten van iedere maand gratis aan de Bondsleden wordt toegezonden, zijn extra-nummers verkrijgbaar ii 13 cents en een geheele jaargang fi f 1.5», eveneens slechts voor Bondsleden. Als lid van den Bund betaalt men fi.öli contributie. Nadere inlichtingen verschaft de Secretaris.
INHOUD: Bondszaken ; Nog een enkel woord over onzen Internationalen Wed strijd; H. E. Atkins (biographie); Problemen; Binnenlandsch Nieuws; Buitenlandsch Nieuws; Aan de Hollanders, die belang stellen in de Londensche tornooien en schaak wereld (vervolg); Partijen van het Meestertornooi — Eerste klasse te Londen; Par tijen van den Internationalen Hoofdklassewedstrijd te Amsterdam; Eindspelen; Cor respondentie.
Bondszaken. Nieuwe Leden. C. J. J. Sixma Baron van Heemstra, 's Gravenhage. Jhr. A. C. Druijvesteijn, Amsterdam.
A. P. Wirix, Amsterdam. J. J. Krone, „ L. Olivier Boelstra, Leeuwarden.
Schaakspellen. Zij, die nog in 't bezit wenschen te komen van een goed en goedkoop stel stukken, moeten zich haasten; ze zijn bijna uitverkocht. (Zie Juli-afl. blz. 166.) DE BONDS-SECRETARIS.
Nog een enkel woord over onzen Internationalen Wedstrijd. Ons plan, om in dit nummer een artikel van zekere uitvoerigheid te wijden aan ons eerste Internationaal Tornooi, kan niet worden uitgevoerd. Wij hadden ons voorgesteld, een overzicht te geven van het spel van elk der deelnemers, toegelicht door de eindspelen hunner meest interessante partijen. Dit nu is ons niet mogelijk, want wij hebben slechts een klein deel der gespeelde partijen bij de hand, aange zien de meeste zijn toegezonden aan de verschillende deelnemers, ter bewerking voor het uit te geven congresboek. Spijt het ons aan den eenen kant, dat wij de verwezenlijking van ons plan moeten opgeven, aan den anderen kant doet het ons genoegen, dat wij nu over de noodige ruimte kunnen beschikken, om een aantal partijen van den Internationalen Wedstrijd op te nemen en ook nog een deel der copij, waarvoor wij in het vorige nummer geen plaats hadden. Wij maken van deze gelegenheid gebruik, om toch nog even te wijzen op het
11