5e Jaargang.
X". 10.
October 1897.
TIJDSCHRIFT VAN DEN
NEDERLANDSCHEN SCHAAKBOND. BESTUUR VAN DEN N. S.: Dr. A. VAN RHIJN, Voorzitter; H. J. DEN HERTOG, Onder-Voorzitter; W. H. M. DE VEEB, Haarlemmerstraat 99, Amsterdam, Penningmeester; H. D. B. MEIJER, G-eldersehe Kade 37, Amsterdam, Secretaris; J. P. RUNSINK. KEDACT1E: H. J. DEN HERTOG, Marnixkade 43, Amsterdam; Mr. J. D. TRESLING; W. B. H. MEINERS.
Van dit blad, dat omstreeks den iOsten van iedere maand gratis aan de Bondsleden wordt toegezonden, zgn extra-nummers verkrijgbaar i 15 cents en een geheele jaargang tl f 1.50, eveneens slechts voor Bondsleden. Als lid van den Bond betaalt men ƒ2.50 contributie. Nadere inlichtingen verschaft de Secretaris.
INHOUD: Norman Willem van Lennep f; Bondszaken; Aan de Leden van den Nederlandschen Schaakbond; De wedstrijd te Amsterdam; Correspondentie; Problemen; Binnenland; Buitenland; Twee eindspel-studies van A. Troïtzky; Het Internationale Schaakcongres te Berlijn; Verschillende partijen.
NORMAN WILLEM VAN LENNEP. f Geb. 20 Sept. 1872; overl. 29 Sept. 1897. Wanneer ge deze regelen onder de oogen krijgt, lezer, weet ge het al, het droeve nieuws, dat hij heengegaan is, voor eeuwig heengegaan, van Lennep, ome van Lennep. We konden, we wilden het niet gelooven, het wreede bericht, dat in de bladen rondging we moesten wel: de diepbedroefde familie meldde het overlijden van haren Norman Willem op den jeugdigen leeftijd van vijf-en-twintig jaren. Als den dag van gisteren herinner ik mij een Zondagmiddag in het laatst van '89, toen eenige Amsterdamsche amateurs bijeen zaten in het welbekende hoekje van het »Café Panopticum", volgend met gespannen aandacht den loop van een Evans-gambiet, waarin het den leider der zwarte stukken gelukken mocht, den aanvankelijk veel belovenden aanval der tegenpartij af te slaan, om daarop zijn materiëel overwicht zonder veel moeite in winst om te zetten. Een goede partij wordt altijd door een praatje gevolgd; zoo ook dien middag. Bij de schande van het verlies van zijn spel had «Wit" nog de standjes der omzittende schaakvrienden te verduren ... . plotseling, daar klinkt een stem, gansch nog onbekend in de rumoerige discussiën van het iPanopticum": een blonde jonge man, die ongezien de verwikkelingen der partij heeft gadegeslagen, geeft eene voortzetting aan, waardoor Wit in het middenspel zijne kansen aanmerkelijk had kunnen verbeteren. De opmerking is juist, maar welke schaker is zoo verstandig, dat te erkennen, wanneer ze komt van iemand, nu ja, dien je niet kent, en die er dus ook wel niet zoo veel van weten zal. < Wit" haalt de schouders op, maar neemt zich vast voor, straks eens te vragen, »wie dat toch was?" Later hoorde men, dat van Lennep nu en dan met de lui in 't Panopticum speelde, dat hij heel wat won, en dikwijls heel mooi won ook — nog later, dat hij in de tweede klasse
15