6 4
inhoud top 3 kapsels
4
personage
5
interview
6
spanning
10
3
Top 3 leukste kapsels In het boek Anna & de French kiss, is Anna verliefd op St. Clair (Étienne). Het leukste aan hem vindt ze zijn haar. Dus hier een paar tips voor de jongens, check hier of je haar cute of rude is. De top 3 kan zeker, maar de 2 laatste zijn echte no go’s!
1 Het nonchalante kapsel Dit kapsel staat op 1, dit is Anna’s droomkapsel, en zo is het voor de meeste meiden wel!
2 Het opscheer kapsel De nr. 2 is een leuk kapsel, maar het moet niet te overdreven worden.
3 Het korte kapsel De nr. 3 kan er prima mee door, maar het moet natuurlijk ook weer niet té kort.
no go!
4
no go!
Het kokosnoot kapsel
Het net-uit-bed kapsel
Dit is een echte no-go! De meeste meisjes vinden dit niet erg aantrekkelijk.
Dit kapsel vinden de meeste meisjes niet zo mooi. Alhoewel, niet alle jongens zien er zo uit als ze net uit bed komen.
Het meisje – Personage Wacht. Wat? Een meisje? Wie? Waarom? St. Clair staat met zijn rug naar mij toe en met z’n gezicht naar het meisje. Een mooi meisje, lang blond haar, grote ogen en zo’n lach die je ook in de Colgatereclames ziet. Ik zie zijn handen soepel om haar middel zitten. Hij kust haar op haar hoofd. Shit, ik voel een nies opkomen. Nee, heb ik weer. Ik nies, natuurlijk weer lekker hard zodat de mensen aan de andere kant van de straat het ook kunnen horen. St. Clair draait zich meteen om. Hij trekt een geschokt gezicht. ‘Anna! Wacht, het is niet wat je denkt!’ Ik draai me om en ren weg, zo hard als ik kan. Ik huil, hoe kon hij! Hij heeft het net uitgemaakt met Ellie en geeft me de hele dag complimentjes. Heb ik me dan zo in hem vergist? Natuurlijk weet ik ook wel dat we geen relatie hebben, maar dan nog. Ik weet zeker dat hij het zelfde gevoel heeft. Als ik in zijn ogen kijk, lijkt het net alsof ik zweef, maar blijkbaar heeft hij dat niet. Opeens voel ik een hand op mijn schouder, het is St. Clair. ‘Anna laat me het uitleggen, alsjeblieft.’ ‘Ga weg St.Clair, ik weet genoeg.’ ‘Maar Anna, je laat me niet uitpraten!’ Hier heb ik geen zin in, ik draai me om en loop weg. Ik hoor St.Clair nog een paar keer mijn naam roepen, maar het doet me niks. Ik heb me vergist. Al dacht ik dat hij anders was, hij maakte me blij, zei dat ik mooi was, we hebben zelfs samen geslapen! Ik kan het niet geloven, hij heeft zelfs tegen mij gezegd dat hij van me houdt, alhoewel hij toen wel dronken was, maar zoiets verzin je toch niet? Terwijl ik mezelf zit vol te proppen met ijs, bij de dichtstbijzijnde ijssalon in de buurt, zie ik haar zitten. Het meisje van daarnet. Zal ik naar haar toegaan? Nee, dat durf ik niet, te bang om weer in tranen uit te barsten. ‘Hallo, is alles naar wens?’ Het is de ober, die me al 2 uur lang zit aan te staren omdat ik er uit zie als een of andere gek, die net zoveel honger heeft als een paard en daarom de hele ijssalon leegeet.
‘Doe mij nog maar een Ben & Jerry ijsje.’ antwoord ik. ‘Komt eraan!’ Ondertussen zie ik het meisje langzaam mijn richting opkomen. Ze zwaait voorzichtig. Ik draai me om, zwaait ze nou naar mij of naar iemand achter me? Ze komt steeds dichter naar me toe. ‘Anna, ik weet wat je gezien hebt net, maar het is niet wat het lijkt, echt niet!’ Hier heb ik geen zin in, ik hoef geen uitleg van het meisje, dat zomaar even aan komt wandelen en meteen mijn vriendje inpikt. Nou ja, toekomstige vriendje dan. ‘Ik weet niet wie je bent, maar dat wil ik waarschijnlijk ook helemaal niet weten. Dus doei, een fijne middag verder!’ zeg ik terwijl ik opsta en richting de kassa toe loop. ‘Laat dat laatste ijsje maar zitten.’ Ik betaal met een briefje van 20 en zeg dat de rest fooi is. Ik wil hier zo snel mogelijk weg. ‘Anna! Wat ben je aan het doen? Doe eens open!’ Ik herken de stem van Meredith meteen en open de deur. ‘Hèhè eindelijk, wat ben je aan het doen man, je zit al de hele middag op je kamer.’ Zal ik het Meredith vertellen? Ik weet het niet, ze is wel een van mijn beste vrienden. ‘Meredith, kom is, ik wil je iets vertellen. Vanmiddag liep ik door de stad en toen zag ik St.Clair samen met een meisje. Hij kuste haar op haar hoofd en had zijn handen om haar middel.’ Meredith kijkt me verbaasd aan. ‘Een meisje? Maar, waarom? Iedereen weet dat jullie verliefd op elkaar zijn, zelfs Rashmi en Josh zien het. Wat een wonder is, omdat ze normaal alleen oog voor elkaar hebben.’ ‘Ik weet het ook niet, ik heb me zo in hem vergist.’, probeer ik te zeggen zonder in tranen uit te barsten. Isa van Bergen
Interview met Stephanie Perkins Schrijver van Anna & de French kiss
Wij, Isa van Bergen & Eva Luijkx, hebben een interview gedaan met Stephanie Perkins, de schrijver van Anna & de French kiss. Dit interview gaat over hoe zij spanning heeft gecreëerd in dit boek. Als je dit boek voor het eerst ziet, lijkt het niet een heel spannend boek. Maar als je je erin gaat verdiepen, merk je dat er eigenlijk best veel spannende stukken in zitten. Een paar manieren om spanning te creëren zijn: Onverwachte wending: Er gebeurt iets wat je totaal niet verwacht. Je wil weten wat er verder gebeurt en je leest nu extra nieuwsgierig verder. Het wekken van verwachtingen/vermoedens: Door wat er wordt verteld, vermoed je wat er verder zal gaan gebeuren. Je leest verder om erachter te komen of je verwachtingen en vermoedens waar blijken te zijn. Informatievoorsprong: Hier weet de lezer meer dan de personen in het verhaal. Je leest verder om erachter te komen hoe het afloopt.
6
Stephanie Perkins
Wij vonden het heel spannend of Anna een relatie kreeg met St. Clair/Étienne, of Toph. In dit fragment belt Anna met Toph waar St. Clair bij is. Dit is erg ongemakkelijk voor Anna. ‘Hé, sorry, ik moet ophangen,’ zeg ik. ‘Is daar iemand bij je?’ ‘Eh, ja. Een vriend van me. Hij neemt me vanavond mee uit.’ Even blijft het stil. ‘Híj?’ ‘Hij is gewoon een vriend.’ Ik ga met mijn rug naar St. Clair toe staan. ‘Hij heeft een vriendin.’ Ik knijp mijn ogen dicht. Had ik dat wel moeten zeggen? ‘Dus je vergeet het niet, van ons? Ik bedoel....’ Hij praat nu langzamer. ‘Van ons, hier in Atlanta? Dat je ons niet dumpt voor een of andere fransoos en nooit meer terugkomt?’ Hoe heeft u ons nieuwsgierig gemaakt naar wie Anna ging kiezen (spanning weten te creëren)? Ik heb dit probleem iedere keer in het boek laten terugkomen, wie zal Anna kiezen, St. Clair of Toph? Hierdoor worden mijn lezers nieuwsgierig. In het begin lijkt het alsof Anna Toph leuker vindt, deels ook omdat het al haar half-vriendje was. Dit wekte verwachtingen en vermoedens op. Later bleek dat Toph vreemdging met Anna’s beste vriendin en dat Anna St. Clair toch leuker vond. Dit was een onverwachte wending. Hoe heeft u ons laten geloven dat Anna Toph leuker vond? Ik heb voor Toph meer van Anna’s gevoelens beschreven, terwijl ik St. Clair alleen maar knap noemde. Ook had St. Clair vanaf het begin tot het midden van het boek al een vriendin, dus was het met Toph ook geloofwaardiger.
7
Wij dachten niet dat het nog goed zou komen tussen haar en haar beste vriendin. Dit is het stuk waarin Anna erachter komt dat haar beste vriendin, Bridge, vreemd is gegaan met Toph, haar halfvriendje.
Niemand had gedacht dat Bridge en Toph met elkaar gingen. Hoe heeft u daar spanning weten te creëren?
Eindelijk kijkt Bridge me aan. ‘Sorry,’ fluistert ze.‘Sorry? Je gaat al een maand met Toph en je zegt sorry?’
Ik heb spanning gecreëerd door het wekken van verwachtingen en vermoedens. Doordat Toph en Anna de hele tijd belden en Anna en Bridge mailden. Hierdoor leek het alsof alles goed was en alsof Toph nog steeds haar bijna-vriendje was. Maar, toen ze in de vakantie terug naar Atlanta ging voor een week, kwam ze erachter dat Toph en Bridge met elkaar gingen. Dit was een onverwachte wending.
‘Het gebeurde gewoon. Ik wilde het je vertellen, ik wilde zeggen...’ ‘Maar je was de macht over je mond verloren? Want het is gemakkelijk, Bridge. Praten is gemakkelijk. Kijk me aan! Ik praat nu tegen...’ ‘Je weet best dat het niet zo gemakkelijk was! Het was niet mijn bedoeling dat het zou gebeuren, het gebeurde gewoon...’ ‘O, dus het was niet je bedoeling om mijn leven te verpesten? Het “gebeurde gewoon”?’ Bridge staat op vanachter haar drums. Het is onvoorstelbaar, maar ze is nu langer dan ik. ‘Hoe bedoel je, “om je leven te verpesten”?’ ‘Hou je niet van den domme, je weet precies wat ik bedoel. Hoe kun je me dit aandoen?’ ‘Wat heb ik dan gedaan? Het is niet dat jullie verkering hadden!’ Ik schreeuw het uit van frusratie. ‘Nee, en dat zal nu zeker niet meer gebeuren!’ Ze lacht spottend. ‘Het is een beetje moeilijk om verkering te hebben met iemand die niet in je geïnteresseerd is.’ ‘DAT LIEG JE!’ ‘Wat wil je nou? Jij dumpt ons voor Parijs, en dan moeten wij ons leven maar even voor je in de wachtstand zetten?’ Mijn mond valt open. ‘Ik heb jullie niet gedumpt. Ze hebben me weggestuurd.’ ‘Ooo, ja. Naar Parijs. En intussen zit ik hier in Shitlanta, Georgia, op dezelfde shitschool, met dezelfde shittige oppasbaantjes...’ ‘Als het zo shit is om op mijn broertje te passen, waarom doe je het dan?’ ‘Ik bedoelde niet...’ ‘Wilde je hem soms ook tegen me opzetten? Nou, gefeliciteerd, Bridge. Het is gelukt. Mijn broertje houdt van jou en hij haat mij. Dus als ik wegga, moet je maar gauw bij ons intrekken, want dat wil je, toch? Mijn leven?’ Ze trilt van woede. ‘Stik, jij.’ ‘Neem mijn leven maar. Je mag het hebben. Alleen even oppassen bij het stuk WAAR IK WORD BELAZERD DOOR MIJN BESTE VRIENDIN!’
8
Net toen wij dachten dat er iets aan het ontstaan was tussen Étienne en Anna, ging het mis. Dit is het fragment waar Étienne en Anna net gezoend hebben, maar dan rent Étienne ineens weg. En dan stop hij. Instinct. Zijn lichaam verstijft. ‘Hoe kún je?’ gilt een meisje. Mijn eerste gedachte is: Ellie. Ellie heeft ons gevonden en ze gaat me wurgen met haar blote handen, hier, ter plekke, me de poppenspeler, de carrouselpaarden en e bijenhouders als getuigen. Mijn hals zal langzaam paars worden, en ik zal ophouden met ademen en doodgaan. En dan gaat zij naar de gevangenis en dan schrijft ze Étienne de rest van zijn leven psychotische brieven op perkament, gemaakt van gedroogde huid.
Hoe heeft u in dit fragment spanning weten te creëren? In dit fragment heb ik gebruik gemaakt van een onverwachte wending. Iedereen dacht dat Étienne en Anna vanaf dit moment bij elkaar zouden komen, maar toen kwam Meredith. Étienne rende weg, en Anna begreep niet meer wat er aan de hand was. Dit was een onverwachte wending.
Étienne springt van me af. Maar het is Ellie niet. Het is Meredith. Ze wendt haar gezicht af, maar voor ze dat doet, zie ik dat ze huilt. ‘Mer!’ Ze rent weg voor ik verder nog iets kan zeggen. Ik kijk naar Étienne, en hij wrijft ongelovig over zijn hoofd. ‘Shit,’ zegt hij. ‘Dat kun je wel zeggen,’ zegt Rashmi. Tot mijn schrik kom ik tot de ontdekking dat Josh en zij hier ook zijn. ‘Meredith,’ kreun ik. ‘Ellie.’ Hoe konden we dit laten gebeuren? Hij heeft een vriendin, en we hebben samen een vriendin die verliefd op hem is-het geheim dat geen geheim is en dat ook nooit is geweest. Étienne springt overeind. Zijn T-shirt zit onder het gedroogde gras. En dan is hij weg. Hij rent achter Meredith aan en schreeuwt haar naam. Hij verdwijnt achter een groepje bomen. Josh en Rashmi staan te praten, maar ik kan hun woorden niet begrijpen. Heeft Étienne me nou net laten staan? Voor Meredith?
9
Spanning algemeen ~ Eva Twee bladzijdes uit het boek waar weinig spannends gebeurt zijn herschreven tot een spannender stuk. Dit zijn de originele bladzijdes: Iemand gromt iets tegen me in het Frans. Een zakenman met onberispelijk zwart haar probeert zijn ticket aan de stewardess te geven. Ik mompel een verontschuldiging en stap opzij. St. Clairs schouders zakken naar beneden. Hij zwaait gedag en verdwijnt om de hoek. Waarom kunnen we niet naast elkaar zitten? Wat heeft het trouwens voor zin om stoelen te reserveren? De verveelde vrouw roept nu mijn rij op, en ik denk verschrikkelijke dingen over haar terwijl ze mijn ticket door het apparaat haalt. Ik zit in elk geval bij het raam. In het midden en naast het gangpad zitten twee zakenmannen. Ik grijp weer naar mijn boek – het is fijn om op een lange vlucht te zitten – als iemand met een beleefd Engels accent de man naast me aanspreekt. ‘Neem me niet kwalijk, maar zou u het erg vinden om met mij van plaats te ruilen? Dat meisje daar is namelijk mijn vriendin, en ze is zwanger. En omdat ze tijdens het vliegen een beetje misselijk wordt, denk ik dat het goed is als er iemand naast haar zit om haar haren naar achteren te houden als ze moet... nou ja...’ St. Clair houdt het spuugzakje omhoog en schudt het heen en weer. Het papier kraakt dramatisch. De man schiet als een haas overeind uit zijn stoel en mijn gezicht wordt knalrood. Zijn zwangere vriendin? ‘Dank u wel. Ik zat in stoel 45 G.’ Hij glijdt in de leeggekomen stoel en wacht tot de man weg is voor hij weer iets zegt. De man aan zijn andere kant staart ons vol afgrijzen aan, maar St. Clair trekt zich er niks van
10
aan. ‘Ze hadden me naast een afschuwelijk stel gezet in bij elkaar passende hawaïshirts. Er is geen enkele reden om deze vlucht alleen te lijden als we het samen kunnen doen.’ ‘Dat is vleiend, dank je.’ Maar ik lach, en hij kijkt tevreden. Tot we gaan opstijgen en hij zich aan de armleuning vastklemt en een kleur krijgt die verontrustend veel lijkt op limoen-roomtaart. Ik leid hem af met een verhaal over de keer dat ik mijn arm had gebroken toen ik Peter Pan speelde. Vliegen bleek toch meer om het lijf te hebben dan wat blije gedachten denken en uit het raam springen. Zodra we boven de wolken zijn, ontspant St. Clair zich. Voor een vlucht van acht uur gaat de tijd snel voorbij. We praten niet over wat er wacht aan de andere kant van de oceaan. Niet over zijn moeder. Niet over Toph. In plaats daarvan bladeren we door Sky-Mall. We doen het spelletje als-jevan-elke-bladzijde-iets-zoumoeten-kopen. Hij lacht als ik het hotdogrooster kies en ik plaag hem met de wasemvrije douchespiegel en het grootste kruiswoordraadsel ter wereld. ‘Die zijn tenminste praktisch,’ zegt hij. ‘Wat ga je nou doen met een gigantische poster met een kruiswoordraadsel? “O, sorry, Anna, ik kan vanavond niet naar de film. Ik ben bezig met tweeduizend horizontaal, roep van een Noorse vogel.”’ ‘Ik koop ten minste geen grote plastic steen om “onooglijke tuinartikelen” onder te verbergen. Je beseft toch dat je geen tuin hebt?’
‘Ik kan er ook andere dingen onder verstoppen. Zoals... slecht gemaakte proefwerken Frans. Of benodigdheden voor een illegale drankstokerij.’ Hij klapt dubbel. Ik hoor die heerlijke jongensachtige lach van hem, en ik grijns. ‘Maar wat ga jij doen met een gemotoriseerde drijvende snackinstallatie voor in het zwembad?’ ‘Die gebruik ik in bad.’ Hij veegt een traan van zijn wang. ‘Ooo, kijk! Een tuinbeeld van Mount Rushmore. Precies wat je nodig hebt, Anna. Veertig dollar maar! Een koopje!’ Op de pagina met golfaccessoires lopen we vast, dus gaan we over op het tekenen van spotprenten van de Euro Disney-vent in het Panthéon. St. Clairs ogen glinsteren als hij tekent hoe de man van de wenteltrap naar beneden stort. Er komt veel bloed aan te pas. En Mickey Mouse-oren. Na een paar uur wordt hij slaperig. Zijn hoofd zakt op mijn schouder. Ik durf niet te bewegen. De zon komt op, en de lucht is roze en oranje en doet me denken aan een sorbet. Ik snuif de geur van zijn haar op. Niet uit rarigheid of zo. Het... is er gewoon. Blijkbaar is hij vroeger opgestaan dan ik dacht, want het ruikt douchefris. Schoon. Gezond. Mmm. Ik soes weg en heb een rustige droom, waar ik heel af en toe een beetje uit wakker word en daarna weer verder slaap. Dan hoor ik plotseling de metalige stem van de gezagvoerder door het vliegtuig kraken. We zijn er. Ik ben thuis.
Dit is het herschreven stuk: Het einde Iemand gromt iets tegen me in het Frans. Een man met zwart haar en een zwarte jas met de capuchon over zijn hoofd probeert zijn ticket aan de stewardess te geven. Ik mompel een verontschuldiging en stap opzij. St. Clairs schouders zakken naar beneden. Hij zwaait gedag en verdwijnt om de hoek. Waarom kunnen we niet naast elkaar zitten? Wat heeft het trouwens voor zin om stoelen te reserveren? De verveelde vrouw roept nu mijn rij op, en ik denk verschrikkelijke dingen over haar terwijl ze mijn ticket door het apparaat haalt. Ik zit in elk geval bij het raam. In het midden en naast het gangpad zitten twee zakenmannen. Ik grijp weer naar mijn boek – het is fijn om op een lange vlucht te zitten – als iemand met een beleefd Engels accent de man naast me aanspreekt. ‘Neem me niet kwalijk, maar zou u het erg vinden om met mij van plaats te ruilen? Dat meisje daar is namelijk mijn vriendin, en ze is zwanger. En omdat ze tijdens het vliegen een beetje misselijk wordt, denk ik dat het goed is als er iemand naast haar zit om haar haren naar achteren te houden als ze moet... nou ja...’ St. Clair houdt het spuugzakje omhoog en schudt het heen en weer. Het papier kraakt dramatisch. De man bromt chagrijnig maar gaat toch weg. Zijn zwangere vriendin? ‘Dank u wel. Ik zat in stoel 45 G.’ Hij glijdt in de leeggekomen
stoel en wacht tot de man weg is voor hij weer iets zegt. De man aan zijn andere kant staart ons vol afgrijzen aan, maar St. Clair trekt zich er niks van aan. ‘Ze hadden me naast een afschuwelijk stel gezet in bij elkaar passende hawaïshirts. Er is geen enkele reden om deze vlucht alleen te lijden als we het samen kunnen doen.’ ‘Dat is vleiend, dank je.’ Maar ik lach, en hij kijkt tevreden. Tot we gaan opstijgen en hij zich aan de armleuning vastklemt en een kleur krijgt die verontrustend veel lijkt op limoen-roomtaart. Ik leid hem af met een verhaal over de keer dat ik mijn arm had gebroken toen ik Peter Pan speelde. Vliegen bleek toch meer om het lijf te hebben dan wat blije gedachten denken en uit het raam springen. Zodra we boven de wolken zijn, ontspant St. Clair zich. We praten over van alles, maar mijn gedachten zijn er niet bij. Die man, met die zwarte capuchon over z’n hoofd. Iets klopt niet aan hem. Ik weet dat ik mensen niet kan beoordelen zo op het eerste gezicht, maar toch. ‘St. Clair? Die man van daarnet, met die zwarte capuchon. Iets klopt niet aan hem.’ ‘Ach maak je niet zo druk Anna, het is maar een man. Probeer anders even te slapen.’ Ik word wakker uit een hemelse droom, ik droomde dat ik samen met St.Clair op een eiland zat. Niemand wist dat het bestond, heerlijk was het. ‘St. Clair, word wakker! Voel je alles
schudden? Dit kan niet goed zijn!’ St.Clair wordt langzaam wakker. Ondertussen wordt iedereen in het vliegtuig een beetje ongerust. Ik kijk om me heen en zie mannen en vrouwen door elkaar rennen, iedereen is door elkaar aan het schreeuwen, maar de enge man van daarnet is nergens te bekennen. Waar is hij? Wat gebeurt er? Als ik een stewardess voorbij zie lopen vraag ik wat er aan de hand is. ‘Er zijn problemen met de motor, maar blijf vooral rustig, het komt goed,’ zegt ze. Rustig?! Hoe kan ik nou rustig blijven als iedereen door elkaar blijft roepen en niemand weet wat er zal gebeuren! Opeens hoor ik een stewardess praten door de microfoon. ‘Dames en heren, even uw aandacht graag. Er zijn wat probleempjes met de motor, maar blijft u vooral rustig. We zijn er mee bezig!’ Wat zegt ze nou toch weer? Dit maakt de mensen alleen maar meer ongerust. Ik kijk St.Clair bang in zijn ogen aan. ‘Het komt goed lieve Anna, wees maar niet bang.’ Hij pakt mijn hand en ik knijp er hard in. Op dat moment roept de stewardess door de microfoon: ‘Opgelet, we gaan een noodlanding maken! Pak allemaal uw zuurstofmasker boven uw hoofd!’ Veel mensen beginnen te huilen. Ik voel het vliegtuig snel naar beneden gaan. Is dit een noodlanding? Of een neerstorting? Voordat ik daar antwoord op krijg, hoor ik mensen schreeuwen en wordt alles zwart....
11