Concerttoelichting
Yuja Wang speelt Brahms Do 15 oktober 2026 • 20.15 uur Vr 16 oktober 2026 • 20.15 uur
PROGRAMMA dirigent Tarmo Peltokoski piano Yuja Wang Johannes Brahms 1833-1897 Pianoconcert nr. 1 in d, op. 15 (1858) • Maestoso • Adagio • Rondo: Allegro non troppo pauze Johannes Brahms Pianoconcert nr. 2 in Bes, op. 83 (1878–81) • Allegro non troppo • Allegro appassionato • Andante • Allegretto grazioso—Un poco più presto einde concert ca. 22.30 uur Vorige uitvoeringen door ons orkest Brahms Pianoconcert nr. 1: aug 2026, piano Rudolf Buchbinder, dirigent Lahav Shani (tournee) Brahms Pianoconcert nr. 2: mei 2026, piano Daniil Trifonov, dirigent Lahav Shani Een uur voor aanvang van het concert geeft Bart de Graaf een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Hannah Wright (Unsplash)
Johannes Brahms, Wenen 1896. Foto van Maria Fellinger
Eén man, twee gezichten De beroemdste foto’s van Johannes Brahms tonen de componist als een norse, gezette man met ruige baard en borstelige snor. Portretten van Brahms als jongeman laten een nogal ander beeld zien: slank gezicht met verfijnde trekken, dromerige blik. Zo verschillend als die beeltenissen zijn ook Brahms’ twee pianoconcerten.
Brahms’ Eerste pianoconcert is een onstuimig, grillig, van hevige emotie borrelend monument. Met zijn mildere Tweede liet de componist twee decennia later zien dat zijn muziek van innerlijke strijd naar innerlijke rust was geëvolueerd.
Schaduw van Beethoven
Brahms was nogal zelfkritisch, op het onzekere af. De nalatenschap van de grote Beethoven drukte zwaar op de jonge Hamburgse pianist en componist, die vooral erg huiverig was om een symfonie te publiceren. Wie kon immers ooit tippen aan Beethovens negen orkestmonumenten?
Ook bij het ontstaan van wat wij nu als het Eerste pianoconcert kennen, speelde die onzekerheid een rol. Brahms begon het stuk als compositie voor twee piano’s, maar het resultaat was niet naar zijn zin. Het besluit om er dan maar een symfonie van te maken verergerde de boel alleen maar; pas twintig jaar later voltooide hij zijn Eerste symfonie. De schaduw van Beethoven, zoals u weet. Daarom besloot Brahms een piano aan het orkest toe te voegen, bij dat instrument voelde hij zich als vermaard pianist erg op zijn gemak. Dat Brahms’ Eerste pianoconcert een hybride vorm van symfonie en concerto is, wordt
Johannes Brahms, Leipzig 1853. Portretfoto van Bertha Wehnert-Beckmann
wel duidelijk in de orkestopening van het Maestoso. Die is bombastisch, spannend, groots en meeslepend. Een tikkeltje grimmig zelfs. Pas na minuten komt de piano met verlichting, maar de donkere muziek keert terug. Volgens Brahms’ eerste biograaf Max Kalbeck was die grimmige muziek een reactie op de mislukte zelfmoordpoging van Robert Schumann, met wie Brahms sinds enige tijd bevriend was. In het tweede deel, Adagio, is niet Robert Schumann, maar diens vrouw Clara onderwerp van de muziek. Over de latere relatie tussen Brahms en Clara Schumann is veel geschreven, de vraag of de twee goede vrienden waren of geliefden
houdt de gemoederen nog altijd bezig. Brahms omschreef dit liefdevolle Adagio als ‘een eerlijk portret van Clara Schumann’ en wie naar de emotionele opening en de warmbloedige climax van dit deel luistert, kan zijn eigen conclusies trekken. Brahms voorzag de partituur van dit deel van het bovenschrift ‘Benedictus qui venit in nomine Domini’ (‘Gezegend degene die in de naam van de Here komt’), wellicht als klinkend rouwlint voor Robert Schumann, die inmiddels was overleden. De Finale is gebaseerd op Beethovens Derde pianoconcert. De energieke piano-opening zet de toon voor de rest van het deel, waarin complex contrapunt, spannend
orkestwerk en pianistische virtuositeit om voorrang strijden. Een beethoveniaans opgewekte heroïek heeft uiteindelijk het laatste woord. Clara Schumann, een van de beste pianisten van haar tijd, was een van de weinigen die Brahms’ Eerste pianoconcert direct omarmden. Ze speelde het graag. ’Ik was zonder twijfel de gelukkigste persoon in de hele zaal (…) de vreugde van het werk overweldigde me, maar het publiek begreep er niets van en voelde niets, anders had het wel het nodige respect getoond,’ verzuchtte ze na een van die optredens. Twintig jaar later was het nauwelijks beter gesteld met de reputatie van het concerto. ‘Je mag trots op jezelf zijn dat je een werk met zo’n slechte reputatie als mijn concerto in d-mineur naar een muziekfestival hebt gebracht’, schreef Brahms aan zijn vriend, de pianist en dirigent Hans von Bülow, die het in 1882 uitvoerde.
Revanche
Even daarvoor was Brahms aan zijn Tweede pianoconcert begonnen. Een vorm van revanche? Daar lijkt het wel op. Ogenschijnlijk zijn de twee concerto’s elkaars tegenpolen: het eerste is duister, tragisch, vervuld van strijd en dramatiek; het tweede is opener, lyrischer, meer ontspannen. De orkestpartij is transparanter en verfijnder, de pianopartij eleganter. Toch delen de twee concerto’s eenzelfde episch en grootschalig karakter. Waar het Eerste pianoconcert al ruim veertig minuten duurt, is het tweede nóg grootser, met niet drie, maar vier delen en een nog breder muzikaal bereik. In de twee decennia tussen de pianoconcerten is Brahms’ muziek van innerlijke strijd naar innerlijke rust geëvolueerd.
Het Tweede pianoconcert opent met een brede, warme hoornmelodie, die door de piano beantwoord wordt. De hoorn, van oudsher hét instrument van natuur en jacht, lag Brahms na aan het hart: Brahms’ vader, die zes jaar voordat Brahms aan dit Tweede pianoconcert begon overleed, was hoornist. De hoorn verklankt bij Brahms vaak gevoelens van melancholie, afscheid en troost, en deze opening is daar geen uitzondering op. Na deze roep uit het verleden speelt de piano een cadens waarin dramatiek opkomt, maar Brahms houdt die steeds in toom. Telkens als het in dit epische eerste deel bijna te dramatisch wordt, grijpt Brahms in, niet zelden met een variant op de hoornroep uit het begin.
Telkens als het in dit epische eerste deel bijna te dramatisch wordt, grijpt Brahms in Het tweede deel is een scherzo, dat herinneringen oproept aan het slotdeel van het Eerste pianoconcert. Het is dan ook het meest dramatische en stormachtige deel. Het Andante is gebaseerd op een zangerige, bitterzoete melodie die Brahms hier introduceert als cellosolo. Brahms gebruikte de melodie in zijn Lied Immer leiser wird mein Schlummer. Dood en verloren liefde zijn daarin de thema’s. Maar zoals de nieuwe lente in dat lied uiteindelijk troost brengt, overheersen ook in dit derde deel hoop en troost. Het slotdeel lijkt nog een keer alle emoties en beelden die eerder aan bod kwamen te willen aanstippen: van gracieuze lyriek naar de grootse, meeslepende dramatiek tot slot. Alexander Klapwijk
Foto: Peter Rigaud
Foto: Julia Wesely
Tarmo Peltokoski • vaste gastdirigent
Yuja Wang • piano
Geboren: Vaasa, Finland Huidige positie: chef-dirigent Orchestre National du Capitole de Toulouse en Hong Kong Philharmonic Orchestra, vaste gastdirigent Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, eredirigent Lets Nationaal Symfonieorkest Studie: piano aan het Kuula-college (Vaasa) en de Sibelius-Academie (Helsinki), orkestdirectie bij Jorma Panula, Sakari Oramo, Hannu Lintu en Jukka-Pekka Saraste Doorbraak: 2022: benoemingen in Bremen, Riga, Rotterdam en Toulouse Sindsdien: debuten bij Los Angeles Philharmonic Orchestra, Toronto Symphony Orchestra, RSO Berlin, Konzerthaus Orchester Berlin, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, SWR Symphonieorchester, Göteborgs Symfoniker, Swedish Radio Symphony Orchestra, Orchestre Philarmonique de Radio France, Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, London Philharmonic Orchestra Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2022
Geboren: Beijing, China Studie: Conservatorium van Beijing; Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Gary Graffman Prijzen: Musical America’s Artist of the Year 2017 Doorbraak: 2007 met Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert als invaller voor Martha Argerich bij het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Charles Dutoit Gesoleerd bij: de grote orkesten van Los Angeles, San Francisco, Philadelphia, Washington, New York, Staatskapelle Dresden, Berliner Philharmoniker, Münchner Philharmoniker, Koninklijk Concertgebouworkest Artist in Residence: onder meer Carnegie Hall New York, Wiener Konzerthaus, Philharmonie Luxemburg; Rotterdams Philharmonisch Orkest in seizoen 2021/22 Kamermuziek: met cellist Gautier Capuçon en klarinettist Andreas Ottensamer Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2018
Agenda Vr 30 oktober 2026 • 20.15 uur Zo 1 november 2026 • 14.15 uur dirigent Maxim Emelyanychev piano Alexander Melnikov Prokofjev Luitenant Kijé Suite Prokofjev Tweede pianoconcert Beethoven Eerste symfonie Do 5 november 2026 • 20.15 uur dirigent Brad Lubman regisseur Anne Kauffman productie-ontwerp Jeff Sugg koor Nationale Koren altviool Roman Spitzer Stravinsky Elegie Wolfe Fire in my mouth (NL premiere) Resonance Do 12 november 2026 • 19.30 uur Maaspodium Rotterdam Muziek Ensemble Rotterdams Philharmonisch Dans Maas Theater en Dans Concept en regie Jolanda Spoel Vr 13 november 2026 • 20.15 uur dirigent Arie van Beek Laurenskerk Rotterdam Stravinsky Symphonies d’instruments à vent Debussy Syrinx De Leeuw Symphonies of Winds Messiaen Et exspecto ressurrectionem mortuorum
Orkestleden León van den Berg Eredirigent Klarinet/ Yannick Nézet-Séguin Olfje van der Klein basklarinet Jan Navarro Lahav Shani Romke-Jan Wijmenga Jutta Demuynck Vaste gastdirigent Fagot Cello Tarmo Peltokoski Pieter Nuytten Emanuele Silvestri Lola Descours Gustaw Bafeltowski Eerste viool Marianne Prommel Joanna Pachucka Marieke Blankestijn, Daniel Petrovitsch concertmeester Fagot/contrafagot Mario Rio Vlad Stanculeasa, Elias Agsteribbe Eelco Beinema concertmeester Carla Schrijner Quirine Scheffers Hoorn David Fernández Alonso Pepijn Meeuws Saskia Otto Felipe Freitas Yi-Ting Fang Maria Dingjan Wendy Leliveld Killian White Marie-José Schrijner Richard Speetjens Paul Stavridis Noëmi Bodden Laurens Otto Petra Visser Pierre Buizer Contrabas Sophia Torrenga Matthew Midgley Hadewijch Hofland Trompet Ying Lai Green Annerien Stuker Alex Elia Alexandra van Beveren Jonathan Focquaert Adrián Martínez Arjen Leendertz Marie Duquesnoy Simon Wierenga Ricardo Neto Sarah Decamps Javier Clemen Martínez Giovanni Giardinella Mario Fernández Tweede viool Trombone Charlotte Potgieter Pierre Volders Fluit Laurens van Vliet Alexander Verbeek Juliette Hurel Elina Staphorsius Remko de Jager Joséphine Olech Jun Yi Dou Manon Gayet Bob Bruyn Bastrombone Eefje Habraken Rommert Groenhof Fluit/piccolo Maija Reinikainen Babette van den Berg Beatriz Baião Tuba Melanie Broers Martijn van Rijswijk Hobo Robin Veldman Karel Schoofs Annija Kolerta Pauken/slagwerk Jesús Pinillos Rivera Danny van de Wal Anja van der Maten Altviool Ronald Ent Anne Huser Martijn Boom Hobo/althobo Roman Spitzer Jesús Iberti Rubira Ron Tijhuis Galahad Samson José Moura Nunes Harp Klarinet Kerstin Bonk Albane Baron Julien Hervé Janine Baller Bruno Bonansea Veronika Lénártová Alberto Sánchez García Rosalinde Kluck