

Concerttoelichting
PROGRAMMA
dirigent Yannick Nézet-Séguin piano Jan Lisiecki
Richard Wagner (1813-1883)
Siegfried-Idyll, WWV103 (1870/1878)
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Pianoconcert nr. 1 in g, op. 25 (1830–31)
• Molto allegro con fuoco
• Andante
• Presto – Molto allegro e vivace pauze
Robert Schumann (1810-1856)
Symfonie nr. 3 in Es, op. 97, ‘Rheinische’ (1850)
• Lebhaft
• Scherzo: sehr mässig
• Nicht schnell
• Feierlich
• Lebhaft
Einde concert circa 22:15 uur
Dit concert is mede mogelijk gemaakt door Sociëteit Harmonie
Vorige uitvoering door ons orkest:
Wagner Siegfried-Idyll: feb 2021, dirigent Lahav Shani (online concert)
Mendelssohn Pianoconcert nr. 1: feb 2010, piano Gabriela Montero, dirigent
James Gaffigan
Schumann Symfonie nr. 3: nov 2019, dirigent Nathalie Stutzmann
Een uur voor aanvang van het concert geeft Philip Ruitenberg een inleiding op het programma, toegang € 7,50.
Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Andrea Ferraio (Unsplash)

‘Het eiland der gelukzaligen – Tribschen: Wagner dirigeert de Siegdfried-Idyll op de overloop van zijn huis’: verzamelkaartje van Liebigs Vleesextract, serie 883 (1913)


Clara en Robert Schumann. Daguerreotypie door Johann Anton Völlner, Hamburg, maart 1850
Idyllen
De Siegfried-Idyll was Richard Wagners verjaardagsgroet aan zijn Cosima. Felix Mendelssohn schreef zijn Eerste pianoconcert als een liefdesbrief aan Delphine von Schauroth. In Robert Schumanns Derde symfonie voel je overal de nabijheid van zijn beminde Clara. Alles is liefde, in deze concertavond.
Verjaardagsgroet
‘Idylle uit Tribschen met vogelgezang van Fidi en een oranje zonsopgang, als symfonische verjaardagsgroet. Voor zijn Cosima gecomponeerd door haar Richard.’ Dat stond aanvankelijk op het titelblad van Wagners Siegfried-Idyll. Deze uitgebreide beschrijving verschaft de nodige informatie over het ontstaan van het stuk. Ten eerste: Tribschen is de villa in Luzern waar Wagner met zijn tweede vrouw Cosima woonde. Fidi is het koosnaampje voor hun zoon Siegfried, die een jaar eerder werd geboren. Tijdens die geboorte hoorde Wagner bij zonsopgang een vogel fluiten. Het geluid daarvan klinkt verschillende keren in het stuk, net als het wiegenliedje Schlaf mein Kind in de hobopartij.
Het mooiste verhaal dat aan de idylle kleeft gaat echter over de viering van Cosima’s verjaardag. Als verrassing bereidde Wagner met dertien musici van het Tonhalle Orchester Zürich het stuk voor, om vervolgens op Eerste Kerstdag, de dag na Cosima’s verjaardag, ’s ochtends vroeg in de hal van huize Wagner samen te komen. Na zachtjes in de keuken te hebben gestemd, wekten ze Cosima met hun uitvoering van het symfonische gedicht. Ze was verrast en ontroerd en wilde het stuk meteen nog twee keer horen. Later breidde
Wagner het werk uit tot een bezetting van 35 musici en doopte hij het tot Siegfried-Idyll. Hij heeft het later verwerkt in zijn opera Siegfried, onderdeel van zijn opus magnum Der Ring des Nibelungen. Hierin gaat het over het goud in de Rijn, de rivier die ook Schumann had geïnspireerd bij het schrijven van zijn Derde symfonie.
Charme-offensief
‘In een paar dagen en zonder veel aandacht’ heeft Mendelssohn naar eigen zeggen zijn Eerste pianoconcert geschreven. Misschien overdreef hij enigszins over de achteloosheid waarmee hij het concert, geliefd bij publiek en pianisten, heeft gecomponeerd, maar feit is dat het componeren hem bijzonder makkelijk afging. Als regelrecht wonderkind schudde Mendelssohn al op jonge leeftijd composities, schilderijen en gedichten uit zijn mouw. Afkomstig uit een rijke bankiersfamilie werd hij rond zijn twintigste op reis gestuurd om letterlijk en figuurlijk zijn horizon te verbreden.
Zo belandde hij in Italië, waar het Eerste pianoconcert in zijn hoofd vormkreeg. Op de terugweg naar huis stopte Mendelssohn in München, waar hij de baronesdochter Delphine von Schauroth ontmoette. Hij
gaf haar pianoles en was zeer van haar gecharmeerd. Zij inspireerde hem om het Eerste pianoconcert volledig uit te schrijven en aan haar op te dragen. Overlopend van geluk en inspiratie schreef Mendelssohn in München: ‘wat is het heerlijk om wakker te worden en te weten dat je vandaag een groots allegro gaat schrijven [Het eerste deel van het concert – BdG], en het lekkere weer geeft hoop op een lange wandeling in de middag.’
Mendelssohns muziek vertoont overeenkomsten met die van Mozart, maar wel in een vroegromantische stijl. Een radicale vernieuwer in de muzikale vorm was Mendelssohn niet, hetgeen hem soms de reputatie van een briljant, maar conservatief componist heeft gegeven. Binnen de klassieke vorm heeft Mendelssohn echter wel degelijke nieuwe wegen gevonden. Zo begint de solist in het Eerste pianoconcert ongewoon snel na de opening door het orkest. Minstens zo bijzonder zijn de overgangen tussen de delen. Doorgaans waren de delen van een meerdelige compositie van elkaar gescheiden en een enkele keer liepen ze in elkaar over. Mendelssohn heeft ze echter niet zonder meer in elkaar laten overlopen, maar heeft een brug geschreven tussen de delen. Zowel na het eerste als na het tweede deel leidt een koperfanfare naar het volgende deel. Het succes bij de première – de 18-jarige Von Schauroth nam eigenhandig de solopartij voor haar rekening, Mendelssohn dirigeerde –overtrof zijn stoutste verwachtingen.
Gelukzaligheid
Met Mendelssohn als een van zijn voorgangers werd Schumann in 1850 aangesteld als muzikaal leider van Düsseldorf. Tot zijn taken behoorde het dirigeren van het orkest aldaar. Dat inspireerde hem tot het componeren van zijn derde symfonie, die de bijnaam Rheinische – ‘de Rijnlandse’ – kreeg. Helaas
zou het in Düsseldorf snel de verkeerde kant opgaan met Schumann: hij had geen overwicht op de orkestmusici, kreeg oorsuizen, hallucinaties, angstaanvallen en depressies. Vier jaar na zijn aanstelling werd hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij de laatste twee jaren van zijn leven verbleef.
‘Wat is het heerlijk om wakker te worden en te weten dat je vandaag een groots allegro gaat schrijven’
Van dit droevige einde is in de Rheinische nog niets te merken. Schumann componeerde het werk kort na zijn aankomst in Düsseldorf, in het lieflijke Rijnland, waar hij samen met zijn vrouw Clara een warm welkom had gekregen. Zijn gelukzalige gevoel klinkt in het uitgelaten eerste deel, waarin de muziek vrijwel geen moment tot rust komt. Dat gebeurt pas in het tweede deel, waarin vanaf de eerste maat verschillende instrumenten een vloeiende melodie spelen en daarin het stromende water van de Rijn verklanken. Het echte rustpunt in de symfonie is echter het langzame derde deel; het koper en de pauken zijn hierin niet te horen. Verrassend genoeg is het vierde deel niet de finale, maar een ‘extra’ deel. Hierin heeft Schumann zijn indrukken verklankt van zijn bezoek, samen met Clara, aan de machtige Dom van Keulen. Met gedragen melodieën in het koper – het is de eerste keer in de symfonie dat de trombone speelt – roept dit deel de sfeer op van een religieuze processie. Het euforische vijfde deel sluit af in de toonsoort Es-groot, die ook door andere componisten vaak werd gebruikt in heroïsche passages. Geen wolkje aan de hemel: Schumanns Derde symfonie eindigt even gelukzalig als ze begon.
Bart de Graaf

Yannick Nézet-Séguin • eredirigent
Geboren: Montréal, Canada
Huidige positie: music director Metropolitan Opera New York, Philadelphia Orchestra, Orchestre Métropolitain du Grand Montréal; eredirigent Rotterdams Philharmonisch (tot 2018 chef-dirigent), erelid Chamber Orchestra of Europe
Studie: Conservatoire de musique du Québec in Montréal; orkestdirectie bij Carlo Maria Giulini
Prijzen: Royal Philharmonic Society Award (2008); Canada’s National Arts Centre Award (2010); Prix Denise-Pelletier (2011); Companion of the Order of Canada (2012); Officer of the Order of Québec (2015); Cultuurpenning Rotterdam (2018)
Doorbraak: 2004, debuut Orchestre du Capitole de Toulouse
Gastdirecties: Berliner Philharmoniker, Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Wiener Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Salzburger Festspiele
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2005

Jan Lisiecki • piano
Geboren: Calgary, Canada
Studie: Eerste pianolessen op vijfjarige leeftijd, studie aan het Royal Conservatory of Music, Toronto
Doorbraak: met 15 jaar: exclusief contract bij Deutsche Grammophon
Daarna: solo-optredens met de orkesten van Boston, Chicago, Cleveland, New York en Philadelphia, Berliner Philharmoniker, Staatskapelle Dresden, Münchner
Philharmoniker, London Symphony Orchestra, Orchestre de Paris, Filarmonica della Scala, Orpheus Chamber Orchestra; recitals in Carnegie Hall (New York), La Scala (Milaan), Théâtre des Champs-Élysées (Parijs), Herbst Theatre (San Francisco) , Bozar (Brussel) en op het Klavier-Festival Ruhr
Eretitel: UNICEF-Ambassador voor Canada sinds 2012
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2013 (Japan-tournee)
Foto: George Etheredge
Foto: Christoph Köstlin
Agenda
zo 10 mei 2026 • 14.15 uur
dirigent Andris Poga
cello Nicolas Altstaedt
Prokofjev Sinfonia concertante
Prokofjev De liefde voor de drie
sinaasappelen: suite
Sjostakovitsj Eerste symfonie
Herdenkingsconcert
do 14 mei 2026 • 20.15 uur
viool Marieke Blankestijn
cello Emanuele Silvestri
klarinet Julien Hervé
piano Hannes Minnaar
Sjostakovitsj Eerste pianotrio
Messiaen Quatuor pour la fin du temps
vr 15 mei 2026 • 20.15 uur
dirigent Jukka-Pekka Saraste
Van Dun L’appel du vide (wereldpremière)
Bruckner Vijfde symfonie
Music for Breakfast 5 zo 17 mei 2026 • 10.30 uur
Dudok aan de Maas musici en programma zie rpho.nl
do 21 mei 2026 • 20.15 uur vr 22 mei 2026 • 20.15 uur
dirigent Lahav Shani
piano Daniil Trifonov
Schönberg Verklärte Nacht
Brahms Tweede pianoconcert
Lahav and Friends
do 28 mei 2026 • 20.15 uur
Kamermuziek
Chef-dirigent
Lahav Shani
Eredirigent
Orkestleden
Yannick Nézet-Séguin
Vaste gastdirigent
Tarmo Peltokoski
Eerste viool
Marieke Blankestijn, concertmeester
Vlad Stanculeasa, concertmeester
Quirine Scheffers
Hed Yaron Meyerson
Saskia Otto
Rachel Browne
Maria Dingjan
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
Petra Visser
Sophia Torrenga
Hadewijch Hofland
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Tweede viool
Charlotte Potgieter
Frank de Groot
Laurens van Vliet
Elina Staphorsius
Jun Yi Dou
Bob Bruyn
Eefje Habraken
Maija Reinikainen
Babette van den Berg
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
Robin Veldman
Altviool
Anne Huser
Roman Spitzer
Galahad Samson
José Moura Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
León van den Berg
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Mario Rio
Eelco Beinema
Carla Schrijner
Pepijn Meeuws
Yi-Ting Fang
Killian White
Paul Stavridis
Contrabas
Matthew Midgley
Ying Lai Green
Jonathan Focquaert
Arjen Leendertz
Ricardo Neto
Javier Clemen Martínez
Marta Fossas Mallorqui
Mario Fernández
Fluit
Juliette Hurel
Joséphine Olech
Manon Gayet
Fluit/piccolo
Beatriz Baião
Hobo
Karel Schoofs
Anja van der Maten
Hobo/althobo
Ron Tijhuis
Klarinet
Julien Hervé
Bruno Bonansea
Alberto Sánchez García
Klarinet/
basklarinet
Romke-Jan Wijmenga
Fagot
Pieter Nuytten
Lola Descours
Marianne Prommel
Hoorn
David Fernández Alonso
Felipe Freitas
Wendy Leliveld
Richard Speetjens
Laurens Otto
Pierre Buizer
Trompet
Alex Elia
Adrián Martínez
Simon Wierenga
Giovanni Giardinella
Trombone
Pierre Volders
Alexander Verbeek
Remko de Jager
Bastrombone
Rommert Groenhof
Tuba
Martijn van Rijswijk
Pauken/slagwerk
Danny van de Wal
Ronald Ent
Martijn Boom
Jesús Iberti Rubira
Harp
Albane Baron