Skip to main content

Concerttoelichting | Wederopstanding der doden

Page 1

Concerttoelichting

Wederopstanding der doden vr 13 november • 20.15 uur


PROGRAMMA dirigent Arie van Beek lichtontwerp Paul van Laak Igor Stravinsky 1882-1971 Symphonies d’instruments à vent (1920/1947) Ter nagedachtenis van Claude Achille Debussy Ton De Leeuw 1926-1996 Symphonies of Winds (1963) Homage aan Igor Stravinsky Claude Debussy 1862-1918 Syrinx; voor fluit solo (1913) Olivier Messiaen 1908-1992 Et Exspecto Resurrectionem Mortuorum (1964) • Des profondeurs de l’abîme, je crie vers toi, Seigneur: Seigneur, écoute ma voix! • Le Christ, ressuscité des morts, ne meurt plus; la mort n’a plus sur lui d’empire. • L’heure vient où les morts entendront la voix du Fils de Dieu... • Ils ressusciteront, glorieux, avec un nom nouveau - dans le concert joyeux des étoiles et les acclamations des fils du ciel. • Et j’entendis la voix d’une foule immense… er is geen pauze einde concert ca. 21.30 uur Vorige uitvoeringen door ons orkest Stravinsky Symphonies d‘instruments à vent: mrt 2004, dirigent Hans Leenders De Leeuw Symphonies of Winds: nov 1997, dirigent Jurjen Hempel Messiaen Et exspecto ressurectionem mortuorum: mei 2010, dirigent Yannick NézetSéguin

Cover: Foto Daniel Thurler (Unsplash)

Olivier Messiaen legt de zang van een vogel vast in muzieknoten. Foto van Yvonne Loriod


Ter nagedachtenis In Syrinx vereeuwigde Debussy de waternimf die haar einde vond in de handen van de god Pan. Zijn eigen monument kreeg hij met Stravinsky’s Blazerssymfonie. Stravinsky werd weer geëerd door De Leeuw. Diens leraar Messiaen overtrof hen allemaal: hij richtte een glorieus gedenkteken op voor de doden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog – en misschien ook wel voor alle andere overledenen.

Russische kerkzang

Igor Stravinsky en Claude Debussy waren collega’s en vrienden – dat laatste met enige reserves. Stravinsky verklaarde achteraf dat hij uiteindelijk het meest van Debussy had geleerd, ‘ook al vond ik zijn opera Pelléas et Mélisande ontzettend saai’. Omgekeerd gaf Debussy de twintig jaar jongere Rus vaderlijke complimenten terwijl hij aan zijn uitgever schreef: ‘Stravinsky is een groot kind dat af en toe in de neus van de muziek peutert.’ Daar spreekt ook frustratie uit; Debussy zag dat Stravinsky radicale vernieuwingen aandroeg die het einde van zijn eigen poëtische toontaal zouden inluiden. Het teleurstellendst vond hij dat Stravinsky hoorbaar afstand nam van zijn Russische wortels, al was dat een logisch

gevolg van diens emigratie. In 1915 schreef Debussy bezorgd aan Stravinsky: ‘Je bent een groot kunstenaar, maar blijf alsjeblieft een groot Rússisch kunstenaar! Het is iets goeds om iemand uit je land te zijn.’ Tevergeefs. Stravinsky wilde niet in folklorisme verzanden en verkende nieuwe horizons. De Symphonies d’instruments à vent is één van laatste werken waarin Stravinsky nationale kleur bekende. Misschien deed hij dat om Debussy postuum te plezieren; aan hem is het werk opgedragen. Vorm, melodiek en frasering zijn deels geïnspireerd op de rituele muziek van de Russisch-Orthodoxe rouwdienst, met afwisselend statische


Igor Stravinsky (zittend) op bezoek bij Claude Debussy, Parijs 1915. Foto van Erik Satie

akkoordblokken (koorzang) en melodische passages (de half-gesproken, half-gezongen gebeden die de koralen verbinden). Stravinsky vermoedde dat dit stuk aan westerse oren weinig houvast bood. Maar het klinkt niet vreemder dan Debussy’s exotisch aandoende composities, zoals Syrinx.

Indiase dromen

Anders dan Debussy zal Ton de Leeuw toegejuicht hebben dat Stravinsky over de grens keek. De Leeuw was één van de eerste Nederlandse componisten die aansluiting zochten bij niet-westerse muziektradities, aangemoedigd door zijn leraar Olivier Messiaen. Zijn werken stellen het zonder

nadrukkelijke dramatiek of een markante spanningsboog. Vaak laat hij zijn klankweefsels groeien uit de akoestische eigenaardigheden van de gekozen instrumenten. Die combineerde hij met Middeleeuwse kerktoonsoorten en toonsystemen die hij in Azië hoorde. De Leeuw had een persoonlijke reden om zijn inspiratie in het verre verleden en ver over de grens te zoeken: hij wilde de ‘puurheid’ terugvinden die door ego-geile componisten en commercie uit de Europese muziek was verdreven. Op grond van de titel kan De Leeuws Symphonies of winds niks anders zijn dan een hommage aan Stravinsky. Maar het is


ook een staaltje van De Leeuws muzikale kruisbestuiving. Een reis door India, twee jaar eerder, had een blijvend stempel op zijn componeerstijl gedrukt en dit werk is daarvan één van de eerste resultaten: het begin is gemodelleerd naar de alap, een geïmproviseerde melodie die traditionele Hindoestaanse muziek inleidt. Messiaen, inmiddels een expert op het gebied van Indiase muziektradities, was er uiteraard gecharmeerd van. Hij hoorde in De Leeuws werk ‘een statische sfeer die oosterse muziek dicht benadert en die de luisteraar in een soort droomtoestand brengt’.

‘De Leeuws werk heeft een sfeer die de luisteraar in een soort droomtoestand brengt’ Griekse mythen

Dat laatste kun je ook zeggen van Syrinx, een kort maar volstrekt uniek stuk dat Claude Debussy in 1913 schreef - de eerste belangrijke fluitcompositie in honderdvijftig jaar. Juist Debussy, een chauvinist en een huismus die niet van reizen hield, blonk uit in het evoceren van verre streken en voorbije tijden. Zijn fantasie was geprikkeld door de Parijse Wereldtentoonstellingen die een vertekend maar kleurrijk beeld gaven van Aziatische en Afrikaanse culturen. Samen met de invloed van symbolistische dichters - en de bereidheid om traditionele structuur van klassieke muziek overboord te gooien - leverde dat wonderlijke, uiterst sfeervolle muziek op die vaak als spontane improvisatie klinkt. Syrinx is vernoemd naar een waternimf uit de Griekse mythologie. Volgens het verhaal nam ze de gedaante aan van een rietstengel om te ontkomen aan de avances van de herdersgod Pan. Wanneer die nietsvermoedend een

riethalm afsnijdt doodt hij haar - en zo ontstond de panfluit met zijn klaaglijke klank.

Wereldomvattende extase

De grensverleggende klankwereld van Debussy had een enorm effect op latere componisten. Voor zijn landgenoot Olivier Messiaen was Debussy’s esthetiek een logisch uitgangspunt, maar nog altijd niet inclusief genoeg. Bij Messiaen vind je Hindoe-ritmes, invloeden van Javaanse en Balinese gamelan en snufjes Japanse muziek; daaraan voegde hij zijn fascinatie voor vogelzang en de sterrenhemel toe, met een diepreligieuze overtuiging als bindmiddel. Met elke noot eerde Messiaen de Schepping. Dat geeft zijn muziek vaak een extatisch karakter, mede doordat hij vaak ongewoon instrumentarium met felle klankkleuren gebruikte. In 1963 accepteerde Messiaen van de Franse cultuurminister de opdracht voor een compositie die alle doden van beide wereldoorlogen moest herdenken; geen onderwerp was voor hem te groot. Het resultaat was Et Exspecto Resurrectionem Mortuorum (‘En ik wacht op de wederopstanding der doden’), gecomponeerd voor een opmerkelijke bezetting van blazers en slagwerk. Daarbij hield Messiaen rekening met de akoestiek van de kerken waarin het stuk uitgevoerd diende te worden. De muziek bestaat dan ook vooral uit gelaagde klankblokken die in zo’n ruimte een monumentaal effect sorteren. Vanaf de ‘roep uit de diepte’ (deel 1) heeft het stuk een ritueel karakter, versterkt door terugkerende slagen op een gong. De blazers presenteren zich vooral als een koor met psalm-achtig gezang. Even, in deel vier, permitteert Messiaen zich meer melodische vrijheid: hier imiteren de blazers de zang van de orpheuswinterkoning (uirapuru), een vogel uit het Amazone-woud. Michiel Cleij


Foto: Yannick Perrin

Arie van Beek • dirigent Geboren: Rotterdam Huidige positie: Huidige positie: chef-dirigent Orchestre des Pays de Savoye Hiervoor: chef-dirigent Orchestre National d’Auvergne, Orchestre de Picardie, Geneva Chamber Orchestra, Doelen Ensemble Studie: slagwerk en orkestdirectie aan het Rotterdams Conservatorium bij Edo de Waart en David Porcelijn Prijzen: Elly Ameling Prijs (2003); medaille van de stad Clermont Ferrand; Erasmusspeld van de stad Rotterdam; Commandeur de l’Ordre des Arts et des Lettres Gastdirecties: Orchestre Philharmonique de Radio France, Orchestre National de Lyon, Orchestre des Champs-Élysées, Sofia Philharmonic Orchestra, Sinfonia Varsovia, Nieuw Ensemble Wereldpremières: Guillaume Connesson, Suzanne Giraud, Kaija Saariaho, Aulis Sallinen, Klaas de Vries, Peter Jan Wagemans Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2016


Agenda House of Victory Za 14 november 2026 • 19.30 uur Zo 15 november 2026 • 14.30 uur Theater Babel Rotterdam Muziek Ensemble Rotterdams Philharmonisch Spel Ensemble Babel en gastacteurs Regie en compositie Jonathan Bonny Music for Breakfast #1 Zo 15 november 2026 • 10.30 uur Trattoria Sophia musici en programma zie rpho.nl Di 17, wo 18, do 19, vr 20, za 21 november 2026 • 19.30 uur Zo 22 november 2026 • 13.30 uur dirigent Justin Freer Williams Harry Potter and the Chamber of Secrets Sint Sing Along (3+) Wo 18 november 2026 • 13.30 en 16.00 uur (de Doelen) Za 21 november 2026 • 11.00 en 14.00 uur (Hofpleintheater) Zo 22 november 2026 • 11.00 en 14.00 uur (Hofpleintheater) dirigent & arrangeur Ronald Ent Sinterklaas Sinterklaas Stip en Stippel Rik van der Loos, Maaike Wijntje koor Jeugdtheater Hofplein script en regie Peter Speijer

Orkestleden León van den Berg Eredirigent Klarinet/ Yannick Nézet-Séguin Olfje van der Klein basklarinet Jan Navarro Lahav Shani Romke-Jan Wijmenga Jutta Demuynck Vaste gastdirigent Fagot Cello Tarmo Peltokoski Pieter Nuytten Emanuele Silvestri Lola Descours Gustaw Bafeltowski Eerste viool Marianne Prommel Joanna Pachucka Marieke Blankestijn, Daniel Petrovitsch concertmeester Fagot/contrafagot Mario Rio Vlad Stanculeasa, Elias Agsteribbe Eelco Beinema concertmeester Carla Schrijner Quirine Scheffers Hoorn David Fernández Alonso Pepijn Meeuws Saskia Otto Felipe Freitas Yi-Ting Fang Maria Dingjan Wendy Leliveld Killian White Marie-José Schrijner Richard Speetjens Paul Stavridis Noëmi Bodden Laurens Otto Petra Visser Pierre Buizer Contrabas Sophia Torrenga Matthew Midgley Hadewijch Hofland Trompet Ying Lai Green Annerien Stuker Alex Elia Alexandra van Beveren Jonathan Focquaert Adrián Martínez Arjen Leendertz Marie Duquesnoy Simon Wierenga Ricardo Neto Sarah Decamps Javier Clemen Martínez Giovanni Giardinella Mario Fernández Tweede viool Trombone Charlotte Potgieter Pierre Volders Fluit Laurens van Vliet Alexander Verbeek Juliette Hurel Elina Staphorsius Remko de Jager Joséphine Olech Jun Yi Dou Manon Gayet Bob Bruyn Bastrombone Eefje Habraken Rommert Groenhof Fluit/piccolo Maija Reinikainen Babette van den Berg Beatriz Baião Tuba Melanie Broers Martijn van Rijswijk Hobo Robin Veldman Karel Schoofs Annija Kolerta Pauken/slagwerk Jesús Pinillos Rivera Danny van de Wal Anja van der Maten Altviool Ronald Ent Anne Huser Martijn Boom Hobo/althobo Roman Spitzer Jesús Iberti Rubira Ron Tijhuis Galahad Samson José Moura Nunes Harp Klarinet Kerstin Bonk Albane Baron Julien Hervé Janine Baller Bruno Bonansea Veronika Lénártová Alberto Sánchez García Rosalinde Kluck


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Concerttoelichting | Wederopstanding der doden by Rotterdams Philharmonisch Orkest - Issuu