Concerttoelichting
Verdi’s Requiem vr 25 september 2026 • 20.15 uur zo 27 september 2026 • 14.15 uur
PROGRAMMA dirigent Lahav Shani sopraan Aleksandra Kurzak mezzosopraan Annalisa Stroppa tenor Dmytro Popov bas Georg Zeppenfeld koor Laurens Symfonisch (Instudering: Wiecher Mandemaker) Giuseppe Verdi 1813-1901 Messa da Requiem (1873-74) · Requiem en Kyrie · Sequens. Dies irae · Offertorium. Domine Jesu Christe · Sanctus · Agnus Dei · Lux aeterna · Libera me einde concert ca. 21.45 uur er is geen pauze Vorige uitvoeringen door ons orkest: Feb 2023, koor van De Nationale Opera, dirigent Eun Sun Kim (DNO-productie) Introductie: Een uur voor aanvang van het concert geeft Michel Khalifa een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Andy Mays (Inspired-Images, Flickr)
Giuseppe Verdi dirigeert zijn Requiem in het Teatro alla Scala, 25 mei 1874. Gravure voor de Illustrazione Universale naar een tekening van Osvaldo Tofani.
Een man van gering geloof Hij is veruit de beroemdste Italiaanse operacomponist. Iedereen neuriet weleens een paar noten van zijn overbekende operamelodieën. Maar Giuseppe Verdi schreef ook een groots opgezet religieus werk. Of is zijn Messa da Requiem ook een opera, maar dan in kerkgewaad? Wie Verdi zegt, zegt opera. Weliswaar reikte de ambitie van de heel jonge Giuseppe niet verder dan organist te worden in de plaatselijke dorpskerk – wat hem op zijn negende al lukte – maar nadat hij eenmaal kennis had gemaakt met het genre opera, was er geen houden meer aan. Muziektheater ging het worden en na een valse start met Oberto en Un giorno del regno brak hij als operacomponist overtuigend door met Nabucco.
Tot een uitvoering kwam het niet. Verdi’s bazige gedrag veroorzaakte ruzie in de tent Verdi’s roem als operacomponist steeg al snel tot ongekende hoogte, maar de componist hield zich ook wel met religieuze muziek op. Na de dood van Rossini in 1868 stelde hij voor met dertien collega’s een gezamenlijk requiem tot klinken te brengen. Het werk kwam tot stand – Verdi’s bijdrage was een ‘Libera me’ – maar tot een uitvoering kwam het niet.
Waarom niet? Verdi’s bazige gedrag in het collectief veroorzaakte ruzie in de tent. Pas in 1988 heeft Helmuth Rilling het complete groepswerk onder het stof vandaan getrokken en beleefde de mis voor Rossini eindelijk zijn wereldpremière.
Overweldigend
Ondanks het mislukte groeps-requiem liet de gedachte aan een grootschalige dodenmis Verdi niet meer los. De componist begon een aantal jaren later, in 1873, opnieuw en nu alleen aan een grootschalige toonzetting van de aloude Latijnse dodenmis. Niet omdat hij in zijn latere jaren zo gelovig was geworden – zijn tweede vrouw, de sopraan Giuseppina Strepponi, noemde hem ‘zo geen atheïst, dan toch een man van gering geloof’. Verdi begon eraan nadat de door hem zo bewonderde schrijver en humanist Alessandro Manzoni – auteur van de beroemde roman I promessi sposi (in het Nederlands verschenen onder de titel ‘De verloofden’) die diepe indruk maakte op Verdi toen hij het boek als tiener las – was gestorven als gevolg van een val van de trap.
De auteur was 88, de componist 60 en zo bedroefd dat hij niet in staat was de begrafenis bij te wonen. Om dat goed te maken componeerde Verdi zijn Messa da Requiem, uit te voeren bij de herdenkingsbijeenkomst een jaar na Manzoni’s sterfdag in de Milanese San Marco-kerk. De componist dirigeerde zelf de eerste uitvoering, verzorgd door 120 koorzangers, vier solisten en honderd instrumentalisten. De toeloop naar de San Marco was zo overweldigend dat niet iedereen een plaats in de kerk kon krijgen. Na die officiële herdenking werd het Requiem dan ook nog enkele malen herhaald, nu in La scala in Milaan, om vervolgens binnen een jaar heel Europa te veroveren, met uitvoeringen in Parijs, Londen, Wenen, Keulen en München.
en emotionele werking. Het razende, angstinboezemende Dies-iraemotief, onderheid door vierdubbel-forte beuken op de grote trom, en het onheilspellend felle bazuingeschal van het koper drukken de luisteraar met zijn neus op de eindafrekening van het Laatste Oordeel. Verdi toont hier, als in zijn opera’s, een grote verscheidenheid aan vocale combinaties – soloaria, duet, terzet en kwartet – onderbouwd door een breed palet aan orkestrale kleuren. Het Dies-iraegeweld keert herhaaldelijk terug als een waarachtig noodlotsmotief, tot het extensieve deel wordt afgesloten met een smekende klacht in het ‘Lacrimosa’, gebaseerd op een duet uit Verdi’s opera Don Carlo, en een sereen, deels a cappella gezongen gebed ‘Pie Jesu’.
Angstinboezemend
Noodkreet
Met name de ‘Dies Irae’-sequens, het lange, tweede van de in totaal zeven delen tellende Messa da Requiem, heeft met zijn tien contrastrijke secties een sterk dramatische
Joke Dame
‘Iedereen’ was er wel ergens bij en iedereen had ook een mening over de mis. Johannes Brahms – componist van Ein deutsches Requiem – liet bewonderend weten dat ‘alleen een genie deze muziek had kunnen componeren’, een mening die door velen werd gedeeld. Maar er klonk ook afkeuring. Je kunt er maar beter niets over zeggen, tekende Cosima op uit de mond van Richard Wagner. Veel te theatraal, veel te hartstochtelijk, oordeelden anderen. Criticus Eduard Hanslick constateerde bij Verdi een ‘incompetente behandeling van de fuga-vorm’ en dirigent Hans von Bülow noemde het een opera vermomd als kerkmuziek. Dat laatste wordt wel eens letterlijk genomen. Nog maar drie jaar geleden voerde het Rotterdams Philharmonisch Orkest Verdi’s Requiem uit in een productie van De Nationale Opera en Het Nationaal Ballet.
In het ‘Offertorio’ treden de solisten als kwartet naar voren, waarbij het lieflijke ‘Domine Jesu’ en tedere ‘Hostias’ contrasteert met het meer energieke ‘Quam olim Abrahæ’. Het ‘Sanctus’, waarin het koor in tweeën wordt gedeeld om een complexe achtstemmige fuga te realiseren, begint met een triomfantelijke koperfanfare en mondt uit in het ‘Agnus Dei’ waarin sopraan en mezzosopraan onbegeleid en in octaven een gregoriaans-achtige melodie inzetten. Het ‘Lux aeterna’ begint onheilspellend in de solostemmen waaruit, opmerkelijk, de sopraan zich heeft teruggetrokken. Zij keert terug in het gepassioneerde slotdeel ‘Libera me’, een herziene versie van de muziek die Verdi eerder had geschreven voor de Rossinimis. De sopraan schreeuwt het uit en smeekt: ‘Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood op die vreeswekkende dag.’ Het zou een noodkreet kunnen zijn van alle sopraan-heldinnen uit Verdi’s opera’s die hun podiumleven maar al te vaak met de dood moeten bekopen.
Lahav Shani • ere-dirigent Geboren: Tel Aviv, Israël Huidige positie: music director Israel Philharmonic Orchestra; chef-dirigent Münchner Philharmoniker Daarvoor: chef-dirigent Rotterdams Philharmonisch (2018–2026) Studie: piano aan de Buchmann-Mehta School Tel Aviv; piano en directie aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ Berlijn Doorbraak: 2013: eerste prijs Gustav Mahler Dirigentenconcours Bamberg Daarna: gastdirecties bij de meest vooraanstaande orkesten ter wereld Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2016
Foto: Marco Borggreve
Foto: Aleksandra Kurzak
Aleksandra Kurzak • sopraan Geboren: Brzeg Dolny, Polen Studie: eerste viool- en pianolessen op zevenjarige leeftijd, vioolstudie in Wrocław, daarna zanglessen bij haar moeder, studie zang aan de conservatoria van Wrocław en Hamburg Doorbraak: 2004, debuut Metropolitan Opera New York Daarna: opera bij Royal Opera House Covent Garden, Teatro alla Scala, Wiener Staatsoper, Salzburger Festspiele, Bayerische Staatsoper, Lyric Opera of Chicago Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Foto: Silvia Lelli
Annalisa Stroppa • mezzosopraan Geboren: Brescia, Italië Studie: zang aan het Luca Marenzio Conservatorium van Brescia, onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Bergamo Doorbraak: 2011, Salzburger Festspiele Daarna: opera in Teatro alla Scala Milaan, Maggio Musicale Fiorentino, Teatro Real Madrid, Wiener Staatsoper, Deutsche Oper Berlin, Semperoper Dresden, Bayerische Staatsoper, Opéra Bastille Parijs, De Nationale Opera Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Dmytro Popov • tenor
Foto: Simon Pauly
Foto: Regina Ehm-Klier
Geboren: Rubizhne, Oekraïne Studie: zang conservatoria van Kharkiv en Kyiv Prijzen: Honoured Artist of Ukraine (2003), laureaat Plácido Domingo Operalia Concours 2007 Doorbraak: 2013, Royal Opera House Daarna: Opera bij Metropolitan Opera New York, Wiener Staatsoper, Deutsche Oper Berlin, Semperoper Dresden, Opéra National de Paris, concertoptredens met Berliner Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Czech Philharmonic Orchestra, Boston Symphony Orchestra Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Foto: Jan Hordijk
Georg Zeppenfeld • bas
Laurens Symfonisch • koor
Geboren: Attendorn, Duitsland Studie: zang aan de muziekacademies van Detmold en Keulen Doorbraak: 2010, debuut Bayreuth Festival Vervolgens: opera bij Wiener Staatsoper, Salzburger Festspiele, Deutsche Oper Berlin, Bayerische Staatsoper, Semperoper Dresden, Royal Opera House, De Nationale Opera Onderscheidingen: Sächsische Kammersänger (2015), Semperoper Foundation Prize 2018, Österreichische Musiktheaterpreis 2022 Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2011
Opgericht: Rotterdam, 2013, in samenspraak met de Doelen en Rotterdams Philharmonisch Orkest Dirigent: Wiecher Mandemaker Repertoire: groot symfonisch repertoire met koor Wapenfeiten: samenwerkingen met Koninklijk Concertgebouworkest (onder meer in de wereldpremière van Tan Duns Requiem for Nature en in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher), BBC Symphony Orchestra, BBC Scottish Symphony Orchestra, Residentie Orkest, Orkest van de Achttiende Eeuw Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2014
Agenda Do 1 oktober 2026 • 20.15 uur Vr 2 oktober 2026 • 20.15 uur dirigent Philipp von Steinaecker viool Bomsori Kim Webern Symfonie Beethoven Vioolconcert Beethoven Zesde symfonie ‘Pastorale’ Scapino Ballet: La mer Do 8 oktober 2026 • 20.00 uur Vr 9 oktober 2026 • 20.00 uur Za 10 oktober 2026 • 20.00 uur Zo 11 oktober 2026 • 14.30 uur Nieuwe Luxor Theater Rotterdam dirigent en zang Barbara Hannigan koor Laurens Symfonisch dans Scapino Ballet Rotterdam concept, regie, choreografie Nanine Linning Debussy La mer Debussy Sirènes Kyriakides Abyssal (Wereldpremière) Do 15 oktober 2026 • 20.15 uur Vr 16 oktober 2026 20.15 uur dirigent Tarmo Peltokoski piano Yuja Wang Brahms Eerste pianoconcert Brahms Tweede pianoconcert Vr 30 oktober 2026 • 20.15 uur Zo 1 november 2026 • 14.15 uur dirigent Maxim Emelyanychev piano Alexander Melnikov Prokofjev Luitenant Kijé Suite Prokofjev Tweede pianoconcert Beethoven Eerste symfonie
Orkestleden Rosalinde Kluck Alberto Sánchez García León van den Berg Olfje van der Klein Klarinet/ Jan Navarro basklarinet Vaste gastdirigent Jutta Demuynck Romke-Jan Wijmenga Tarmo Peltokoski Cello Fagot Eerste viool Emanuele Silvestri Pieter Nuytten Marieke Blankestijn, Gustaw Bafeltowski Lola Descours concertmeester Joanna Pachucka Marianne Prommel Vlad Stanculeasa, Daniel Petrovitsch concertmeester Mario Rio Fagot/contrafagot Quirine Scheffers Eelco Beinema Elias Agsteribbe Saskia Otto Carla Schrijner Maria Dingjan Pepijn Meeuws Hoorn David Fernández Alonso Marie-José Schrijner Yi-Ting Fang Felipe Freitas Noëmi Bodden Killian White Wendy Leliveld Petra Visser Paul Stavridis Richard Speetjens Sophia Torrenga Laurens Otto Hadewijch Hofland Contrabas Pierre Buizer Annerien Stuker Matthew Midgley Alexandra van Beveren Ying Lai Green Trompet Marie Duquesnoy Jonathan Focquaert Alex Elia Sarah Decamps Arjen Leendertz Adrián Martínez Ricardo Neto Tweede viool Javier Clemen Martínez Simon Wierenga Giovanni Giardinella Charlotte Potgieter Mario Fernández Laurens van Vliet Trombone Elina Staphorsius Fluit Pierre Volders Jun Yi Dou Juliette Hurel Alexander Verbeek Bob Bruyn Joséphine Olech Remko de Jager Eefje Habraken Manon Gayet Maija Reinikainen Bastrombone Babette van den Berg Fluit/piccolo Rommert Groenhof Melanie Broers Beatriz Baião Tobias Staub Tuba Robin Veldman Hobo Martijn van Rijswijk Annija Kolerta Karel Schoofs Jesús Pinillos Rivera Pauken/slagwerk Altviool Anja van der Maten Danny van de Wal Anne Huser Ronald Ent Roman Spitzer Hobo/althobo Martijn Boom Galahad Samson Ron Tijhuis Jesús Iberti Rubira José Moura Nunes Kerstin Bonk Klarinet Harp Janine Baller Julien Hervé Albane Baron Veronika Lénártová Bruno Bonansea Eredirigent Yannick Nézet-Séguin Lahav Shani