

Concerttoelichting
PROGRAMMA
dirigent Andris Poga
cello Nicolas Altstaedt
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Symfonie-concert in e, op. 125 (1950-51)
• Andante
• Allegro
• Andante con moto - Allegretto - Allegro marcato
pauze
Sergej Prokofjev
Suite uit De liefde voor de drie sinaasappels (1921)
• De zonderlingen
• Chelio de magiër en Fata Morgana spelen kaart
• Mars
• Scherzo
• De Prins en de Prinses
• De vlucht
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Symfonie nr. 1 in f, op. 10 (1924-25)
• Allegretto - Allegro non troppo
• Allegro - Meno mosso
• Lento - Largo - Lento (attacca:)
• Lento - Allegro molto
Einde concert ca. 16.15 uur
Vorige uitvoeringen door ons orkest:
Prokofjev Symfonie-concert: nov 2007, cello
Pieter Wispelwey, dirigent Vassily Sinaisky
Prokofjev Suite uit De liefde voor de drie sinaasappels: jun 2005, dirigent Stéphane Denève
Sjostakovitsj Symfonie nr. 1: sep 2021, dirigent
Valery Gergiev
Een uur voor aanvang van het concert geeft
Sander Zwiep een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Xiaolong Wong (Unsplash)


Dmitri Sjostakovitsj, voorjaar 1925, toen hij zijn Eerste symfonie voltooide. Foto DSCH Publishers
Gouden schildwachten. Kostuumontwerp (1926) van Alexander Khvostenko-Khvostov voor De liefde voor de drie sinaasappels
Een nieuwe norm
Sergej Prokofjev voelde de tijdgeest van de Roaring Twenties haarfijn aan met zijn cartooneske opera De liefde voor de drie sinaasappels. De 19-jarige Dmitri Sjostakovitsj was aanwezig bij de Russische première in februari 1926. Drie maanden later zou hij met zijn eigen Eerste symfonie Prokofjev naar de kroon steken..
Als je één stijlkenmerk van Sergej Prokofjev zou moeten noemen is het veelstijligheid. Zijn oeuvre bevat evenveel sprookjesachtige elegantie als klanken die uit een hoogovencomplex lijken te komen; soms combineert hij ze zelfs in één stuk. Als twintiger en dertiger werkte hij voornamelijk in Europa, waar hij zijn meest representatieve stukken schreef. Toen hij uiteindelijk weer definitief naar Rusland terugkeerde, verviel hij steeds vaker in een voorspelbare, zware Sovjetstijl. Uit die periode dateert het Symfonie-concert voor cello en orkest, en kijk: hier blijkt de vroegere scherpte van de componist nog volledig intact. Melodische rijkdom, wrange harmoniek en felle ritmes gaan gelijk op. En dat komt goed van pas bij een solo-instrument dat als geen ander kan zingen en neuriën - alsmede grommen, kermen en zelfs fluiten. Dat je het stuk zelden hoort is te wijten aan de extreem virtuoze solopartij.
Ondanks de hoofdrol voor de cello verkoos Prokofjev de titel Symfonie-concert: het orkest heeft een bijna hyperactieve partij en ontstijgt
daarmee de rol van begeleider. Overigens had hij het stuk ook ‘Drieluik’ kunnen noemen, want de drie delen zouden zelfstandige concertstukjes kunnen zijn. Deel één is qua melodiek en karakter sterk verwant aan het ruim twaalf jaar eerder voltooide ballet Romeo en Julia. Voortdurende sfeerwisselingen kenmerken ook het middendeel, waarin
Prokofjev de cellist uitdaagt met flitsend spel dat je eerder van een viool zou verwachten. En tussen de acrobatiek door bloeit er ineens zo’n etherische melodie op die uit een andere wereld lijkt te komen.
Het slotdeel heeft precies het volksliedkarakter waarmee een Sovjetcomponist hoge rapportcijfers kon halen - in het begin dan, want al snel lijkt de muziek lange neuzen te trekken.
De ingezette deuntjes worden geleidelijk vervormd, gepeperd met ‘foute’ noten en bekogeld door andere instrumentgroepen.
Prokofjev was bepaald geen dissident, maar uit dit soort dubbelzinnigheden blijkt dat hij trouwer was aan zijn eigen smaak dan aan de Staat.

Dat dit celloconcert wél een succes werd was vooral te danken aan de toewijding van het toen piepjonge cellofenomeen Mstislav
Rostropovitsj: die redigeerde Prokofjevs manuscript, maar liet veel helsmoeilijke dubbelgrepen en sprongen intact - en zette daarmee een nieuwe norm voor iedereen die het nog waagde een cello aan te raken.
Kakelbont
Zo’n dertig jaar eerder had Prokofjev tevergeefs geprobeerd een carrière in Amerika op te bouwen. De enige opbrengst was De liefde voor de drie sinaasappels, gecomponeerd in opdracht van de Chicago Opera Company. Het werd Prokofjevs grootste opera-succes, mede door het kleurrijke toneelstuk van
de 18e-eeuwer Carlo Gozzi waarop hij zich baseerde. Gozzi’s komedie over hofintriges, maskerades en zwarte magie was koren op de molen van de componist, die op dat moment uitblonk in muzikale schokeffecten en grillige gebaren.
De suite uit de opera werd een tijdloos repertoirestuk en vormt een staalkaart van Prokofjevs toenmalige stijl. Soms doet het klankbeeld Russisch aan, soms Italiaans (in de vlinderachtige strijkers-tutti van De vlucht, bijvoorbeeld), en soms zelfs jazzyAmerikaans. Al vanaf het eerste deeltje is de toon absurdistisch: de schijnwerper valt niet op de personages van het toneelstuk, maar op het publiek (bestaande uit typetjes als ‘excentriekelingen’, ‘tragici’, ‘komedianten’ en ‘leeghoofden’). Vanaf dat moment razen de karikaturen voorbij, met al hun zogenaamde toverkunsten, pseudo-heroïek en ‘diepdoorvoelde’ romantiek.
Niet zozeer in Amerika, maar in Europa kreeg De liefde voor de drie sinaasappels een warm onthaal - én in Leningrad, waar de jonge Dmitri Sjostakovitsj in 1926 tot het enthousiaste premièrepubliek behoorde.
Vliegende start
In de symfonieën van Sjostakovitsj is zijn geworstel met het Sovjetregime een rode draad - eentje waar je gemakkelijk over struikelt. De politieke context geeft zijn werk extra lading, maar kan ook de puur muzikale merites vertroebelen. Daarom kan de Eerste symfonie heel verfrissend werken: muziek van een hoog-getalenteerde, 19-jarige conservatoriumstudent, vrij van de trauma’s waarmee Stalins dictatuur hem later zou opzadelen.
Veel eigenaardigheden van Sjostakovitsj’ volwassen stijl zitten al in deze eersteling. Allereerst het vermogen om pakkende deuntjes neer te zetten die aan volks- of kinderliedjes doen denken; veelzeggend is
dat een oude tante van de componist bij het horen van dit werk melodietjes herkende die de piepjonge ‘Mitya’ op de piano had gespeeld. Ook de hang naar karikatuur en overdrijving zat er duidelijk al vroeg in. Zelfs vóór de symfonie ontstond was Sjostakovitsj al door zijn compositieleraar gekapitteld over zijn ‘liefde voor het groteske’ en vooral de eerste twee delen getuigen daarvan; indirect hoor je hier terug dat de componist een bijbaantje had als bioscooppianist én een groot circusliefhebber was.
Het is te horen dat de componist een bijbaantje had als bioscooppianist én een groot circusliefhebber was
En net als in de latere symfonieën kan de bijna hysterische vrolijkheid plotseling omkieperen in treurnis. Het slotdeel heeft een desolate sfeer, ingegeven door de dood van een bevriende jonge dichter. Sjostakovitsj vertolkt zijn emotionele betrokkenheid met een opvallend spaarzame orkestratie waarbij herhaaldelijk solo-instrumenten op de voorgrond treden. Het transparante klankbeeld contrasteert sterk met de zware, ‘heroïsche’ gestiek die de Partij van componisten verwachtte.
Sjostakovitsj wilde nieuwe wegen inslaan en de romantische mooimakerij van zijn grote voorloper Rimski-Korsakov achter zich laten. Dat hoefde niet met gevoelsarmoede gepaard te gaan, zoals de Eerste symfonie bewees. Dirigent Nikolaj Malko, een groot voorvechter van nieuwe muziek, zorgde dat het werk in 1926 Leningrad in première ging. Het overdonderende succes gaf een vliegende start aan een carrière waarop de componist later met gemengde gevoelens zou terugkijken.
Michiel Cleij

Andris Poga • dirigent
Geboren: Riga, Letland
Huidige positie: chef-dirigent Stavanger Symphony Orchestra
Studie: trompet en orkestdirectie aan de Jāzeps Vītols Latvian Academy of Music, orkestdirectie aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien, filosofie aan de Universiteit van Letland
Doorbraak: 2010, Eerste Prijs in het Jevgeni Svetlanov Internationaal Dirigentenconcours
Daarna: gastdirecties bij Royal Philharmonic Orchestra, Gewandhausorchester Leipzig, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, WDR Sinfonieorchester, NDR
Elbphilharmonie Orchester, TonhalleOrchester Zürich, Mozarteum Orchester Salzburg, Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Orchestre National de France, Hong Kong Philharmonic, NHK Symphony Orchestra Tokyo, Sydney Symphony, Dallas Symphony; chef-dirigent Lets Nationaal Symfonieorkest (2013–2021)
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026

Nicolas Altstaedt • cello
Geboren: Heidelberg, Duitsland
Studie: Hochschule für Musik Detmold; Musik-Akademie Basel bij Ivan Monighetti; Hanns Eisler Hochschule Berlin bij Boris Pergamenschikow en Eberhard Feltz
Prijzen: Credit Suisse Young Artist Award (2010), BBC New Generation Artist (2010-12), Beethovenring Bonn (2015), Musikpreis der Stadt Duisburg (2018)
Doorbraak: 2010, debuut met de Wiener Philharmoniker onder Gustavo Dudamel, Lucerne Festival
Daarna: London Philharmonic Orchestra, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Münchner Philharmoniker, TonhalleOrchester Zürich, Budapest Festival Orchestra, Tsjechische Philharmonie, Tokyo Metropolitan Orchestra, Koninklijk Concertgebouworkest; Artist in Association Tapiola Sinfonietta 2025–2028; artistiek directeur Lockenhaus Kammermusikfest (sinds 2012)
Instrument: Giulio Cesare Gigli, Rome ca. 1760
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2016
Foto: Jānis Deinats
Foto: Marco Borggreve
Agenda
Herdenkingsconcert
do 14 mei 2026 • 20.15 uur
viool Marieke Blankestijn
cello Emanuele Silvestri
klarinet Julien Hervé
piano Hannes Minnaar
Sjostakovitsj Eerste pianotrio
Messiaen Quatuor pour la fin du temps
vr 15 mei 2026 • 20.15 uur
dirigent Jukka-Pekka Saraste
Van Dun L’appel du vide (wereldpremière)
Bruckner Vijfde symfonie
Music for Breakfast 5
zo 17 mei 2026 • 10.30 uur
Dudok aan de Maas musici en programma zie rpho.nl
do 21 mei 2026 • 20.15 uur
vr 22 mei 2026 • 20.15 uur
dirigent Lahav Shani
piano Daniil Trifonov
Schönberg Verklärte Nacht
Brahms Tweede pianoconcert
Lahav and Friends
do 28 mei 2026 • 20.15 uur
sopraan Chen Reiss
piano Lahav Shani
musici van het Rotterdams
Philharmonisch
Mozart Kwintet voor piano en blazers
Mahler Drie Rückert-liederen
Schubert Forellenkwintet
Orkestleden
Chef-dirigent
Lahav Shani
Eredirigent
Yannick Nézet-Séguin
Vaste gastdirigent
Tarmo Peltokoski
Eerste viool
Marieke Blankestijn, concertmeester
Vlad Stanculeasa, concertmeester
Quirine Scheffers
Hed Yaron Meyerson
Saskia Otto
Rachel Browne
Maria Dingjan
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
Petra Visser
Sophia Torrenga
Hadewijch Hofland
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Tweede viool
Charlotte Potgieter
Frank de Groot
Laurens van Vliet
Elina Staphorsius
Jun Yi Dou
Bob Bruyn
Eefje Habraken
Maija Reinikainen
Babette van den Berg
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
Robin Veldman
Altviool
Anne Huser
Roman Spitzer
Galahad Samson
José Moura Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
León van den Berg
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Mario Rio
Eelco Beinema
Carla Schrijner
Pepijn Meeuws
Yi-Ting Fang
Killian White
Paul Stavridis
Contrabas
Matthew Midgley
Ying Lai Green
Jonathan Focquaert
Arjen Leendertz
Ricardo Neto
Javier Clemen Martínez
Marta Fossas Mallorqui
Mario Fernández
Fluit
Juliette Hurel
Joséphine Olech
Manon Gayet
Fluit/piccolo
Beatriz Baião
Hobo
Karel Schoofs
Anja van der Maten
Hobo/althobo
Ron Tijhuis
Klarinet
Julien Hervé
Bruno Bonansea
Alberto Sánchez García
Klarinet/
basklarinet
Romke-Jan Wijmenga
Fagot
Pieter Nuytten
Lola Descours
Marianne Prommel
Hoorn
David Fernández Alonso
Felipe Freitas
Wendy Leliveld
Richard Speetjens
Laurens Otto
Pierre Buizer
Trompet
Alex Elia
Adrián Martínez
Simon Wierenga
Giovanni Giardinella
Trombone
Pierre Volders
Alexander Verbeek
Remko de Jager
Bastrombone
Rommert Groenhof
Tuba
Martijn van Rijswijk
Pauken/slagwerk
Danny van de Wal
Ronald Ent
Martijn Boom
Jesús Iberti Rubira
Harp
Albane Baron