Concerttoelichting

Sjostakovitsj en Elgar
do 12 en vr 13 maart 2026 • 20.15 uur zo 15 maart 2026 • 14.15 uur
![]()

do 12 en vr 13 maart 2026 • 20.15 uur zo 15 maart 2026 • 14.15 uur
dirigent Santtu-Matias Rouvali cello Senja Rummukainen
Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) Capriccio espagnol, op. 34 (1887)
• Alborada
• Variazioni
• Alborada
• Scena e canto gitano
• Fandango asturiano
Sir Edward Elgar (1857-1934) Celloconcert (1919)
• Adagio - Moderato
• Lento - Allegro molto
• Adagio
• Allegro
pauze
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) Symfonie nr. 6 in b, op. 54 (1939)
• Largo
• Allegro
• Presto
Einde concert ca. 22.15 / 16.15 uur
Vorige uitvoeringen door ons orkest: Rimski-Korsakov Capriccio espagnol: nov 2014, dirigent Xian Zhang
Elgar Celloconcert: feb 2019, cello Truls Mørk, dirigent Gianandrea Noseda Sjostakovitsj Symfonie nr. 6: okt 2004, dirigent Vladimir Jurowski
Een uur voor aanvang van het concert geeft Remko de Jager een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

In Elgars Celloconcert uit 1919 klinkt de Eerste Wereldoorlog nog volop door. Met de Tweede alweer in zicht schreef Sjostakovitsj’ zijn Zesde symfonie. Wie even niet aan oorlog wil denken, kan terecht bij Rimski-Korsakov.
Nikolaj Rimski-Korsakov schreef zijn
Capriccio espagnol in de zomer van 1887. Een prachtige evocatie van Spanje, met originele Spaanse thema’s (de officiële titel is dan ook ‘Capriccio op Spaanse thema’s’). Hij legde er bepaald eer mee in: al tijdens de eerste repetitie onderbraken de musici deze met luid applaus voor de componist. Collega Tsjaikovski, die bij de première was, toonde zich heel enthousiast; een geweldig geïnstrumenteerd werk, vond hij. Dat laatste echter stak Rimski ook een beetje. Het ging hem niet uitsluitend om de instrumentatie, hoe goed die ook was, met exotica als tamboerijn, castagnetten en strijkers die in het vierde deel moeten tokkelen als een gitarist. ‘Een briljante compositie voor orkest’ – zo zag hij het liever.
Capriccio espagnol heeft vijf onderdelen. Het eerste, Alborada, is een opwindende dans met een virtuoze klarinetsolo, typisch voor de muziek uit Asturië in noordwest Spanje. Het tweede deel begint met een melodie in de hoornsectie, die de rest van het orkest dan varieert. Deel 3 pakt weer de draad op van deel 1, met deze keer de viool in de solorol. Deel 4, Scena e canto gitano (Scène en zigeunerlied) opent met vijf cadenzen boven steeds andere roffels in het slagwerk. Met een dans sluit het aan op het slotdeel, Fandango asturiano. Waarmee we weer terug zijn in Asturië.
Oorlogsherinneringen
Aan de ene kant deed het hem goed. Na een gevaarlijke operatie aan zijn ontstoken amandelen had de inmiddels 61-jarige
Edward Elgar zich in de zomer van 1919 teruggetrokken in zijn geliefde cottage ‘Brinkwells’ bij Fittleworth, Sussex, Engeland. Rust, stilte, concentratie en de troost van de natuur. Maar aan de andere kant: was het niet hier, dat hij de afgelopen jaren ’s nachts regelmatig was opgeschrikt door het rommelen van de artillerie, niet mis te verstane signalen van de oorlog die aan de andere kant van het Kanaal werd uitgevochten? Droevige herinnering. Elgar begon zijn Celloconcert nog in het ziekenhuisbed. De verdoving was nog niet uitgewerkt, of hij vroeg om pen en papier en noteerde de hoofdmelodie van het eerste deel. Geen opgewekte klanken. Wat verschilt de muziek die mijn man nu schrijft toch van zijn eerdere werk, realiseerde zich Elgars vrouw Alice. Contemplatiever, zwaarmoediger. Het Celloconcert stond voor de componist voor angst, wanhoop, desillusie. De dood en de sterfelijkheid van de mens – innig en nobilmente vertoond (‘edel’, de aanduiding bij het hoofdthema en überhaupt bij Elgar prominent). Met het einde van de oorlog was de wereld nog niet onmiddellijk veranderd in het paradijs. Ook in ander opzicht gaat het hier om sterfelijkheid. Het concert zou Elgars laatste grote werk zijn, hij schreef

hierna alleen nog wat gelegenheidsmuziek. Enkele maanden na de door veel te weinig repetitietijd mislukte première op 27 oktober 1919 in Londen, overleed Elgars vrouw. Hijzelf leefde nog vijftien jaar maar zou al die tijd haar voor het componeren broodnodige stimulans en aanmoediging missen. Het Celloconcert beleefde pas veel later, in de jaren ’60, triomfen door de celliste Jacqueline du Pré, wier opname ervan een voor klassieke muziek ongewone bestseller werd.
Capriccio espagnol. Titelblad van de eerste uitgave, naar een ontwerp van A. Antipoff. M.P. Belaieff, Leipzig 1888
Geen Leninsymfonie
Met zijn Zesde verraste Dmitri Sjostakovitsj. In 1938 had de toen 32-jarige componist verteld dat hij werkte aan een nieuwe symfonie over Lenin. Mooi Sovjetonderwerp. Maar wat kregen publiek en critici te horen, toen de symfonie het jaar daarop in première ging? Niks Lenin. Vooral dankzij de stuivende galop van de finale vroeg men zich af of de componist de zaken wel serieus nam. Wat een kort werk ook, nog geen half uur, zeker niet bedoeld om groots
uit te pakken. En waarom die luchthartige toon van het tweede en derde deel, in een tijd dat zich donkere wolken boven de wereld samenpakten, Rusland het nietaanvalsverdrag met nazi-Duitsland sloot, wat resulteerde in Duitsland’s inname van Polen en later alsnog een aanval op de SovjetUnie? Tegelijk rommelde het ook binnen het land. Zo werd opeens de begaafde regisseur Vsevolod Meyerhold, een vriend van Sjostakovitsj, door de autoriteiten opgepakt en geëxecuteerd.
Nee, er klopte iets niet. Of wel? ‘Het karakter van de Zesde symfonie zal verschillen in stemming en emotionele toon van de Vijfde symfonie waarin momenten van tragedie en spanning karakteristiek zijn. In mijn nieuwste symfonie overweegt muziek van contemplatief en lyrisch karakter. Ik wilde er stemmingen van lente, vreugde, jeugd in uitdrukken.’ Aldus Sjostakovitsj nu ten overstaan van de pers. Daarmee bleef hij dicht bij huis. Het was namelijk een periode van relatieve kalmte en vreugde voor de componist: hij was gelukkig getrouwd met Nina Varzar, had een zoon en een dochter gekregen, en zich met zijn succesvolle Vijfde

symfonie gerehabiliteerd bij Stalin en trawanten voor zijn ‘onbegrijpelijke’, ‘decadente’, ‘staatsvijandelijke’ opera Lady Macbeth van Mtsinsk.
Wat ook verraste, was de opbouw van de Zesde. Drie delen maar. Een langzaam, soms haast Tsjaikovski-achtig largo en dan twee korte, snelle: een wals en een uiterst vrolijke finale. Waar was het eerste deel gebleven?! De ontvangst van de Zesde was lauwwarm; men verweet de componist dat hij zich niet heroïscher had uitgedrukt: ‘diepe gedachten en betekenisvolle artistieke concepten’ ontbraken, volgens de Sovjetpers. Sjostakovitsj riskeerde er gelukkig geen transportatie naar Siberië mee maar wat men er wel mee moest, was wat onduidelijk.
Later kwam de Zesde een beetje knel te zitten tussen de voorafgaande dramatische Vijfde en de volgende, de enorme, populaire Zevende, ‘Leningrad’. Wat niet wegneemt dat deze Zesde duidelijk zijn eigen charmes heeft, en dat het een favoriet werd van grote dirigenten als Serge Koussevitzky en Leopold Stokowski.


Afscheid Arno Bons
Dit is de laatste concertweek van onze violist Arno Bons. Na 44 jaar bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest gaat hij nu met pensioen.
Geboren: Lahti, Finland
Huidige positie: chef-dirigent Philharmonia Orchestra, eredirigent Tampere Philharmonic Orchestra
Hiervoor: chef-dirigent Tampere Philharmonic Orchestra en Gothenburg
Symphony Orchestra
Studie: studie slagwerk en orkestdirectie aan de Sibelius-Academie te Helsinki, onder meer bij Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu
Gastdirecties: Berliner Philharmoniker, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Münchner Philharmoniker, Orchestre Philharmonique de Radio France, Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles, Koninklijk Concertgebouworkest
Discografie: Opnames voor Ondine, Orfeo, Alpha Classics en Philharmonia Records, onderscheiden met Editor’s Choice Award (Gramophone), Choc (Classica), Diapason d’Or, Preis der deutschen Schallplattenkritik Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Geboren: Helsinki, Finland
Studie: eerste cellolessen op zesjarige leeftijd, studie aan de Sibelius-Academie (Helsinki), Folkwang Universität der Künste (Essen), Noorse Muziekacademie (Oslo) bij Truls Mørk en de Universität der Künste (Berlijn)
Doorbraak: Seizoen 2024–2025: debuten BBC Proms en Osterfestspiele Salzburg
Gastoptredens: Helsinki Philharmonic Orchestra, Finnish Radio Symphony Orchestra, Tapiola Sinfonietta, Iceland Symphony Orchestra, Gothenburg Symphony Orchestra, BBC Symphony Orchestra, BBC National Orchestra of Wales, Royal Scottish National Orchestra, Orquestra Filarmônica de Bogotá, Cleveland Orchestra
Kamermuziek: met o.a. Ilya Gringolts, Augustin Hadelich, Janine Jansen
Instrument: David Tecchler (1707), in bruikleen van de Finnish Cultural Foundation
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Desplat dirigeert zijn filmmuziek
vr 20 maart • 20.15 uur
za 21 maart • 20.15 uur
dirigent Alexandre Desplat
Desplat Muziek uit Godzilla, The King’s Speech,The Shape of Wateren andere films
Olli begint een orkest (4+)
zo 22 maart • 13.15 en 15.15 uur ensemble van het
Rotterdams PhilharmonischOrkest tekst en regie Freek den Hartogh acteur Nina Elisa Euson vormgevingCynthia Borst Kamperman Olli begint een orkest
Apollo (6+)
zo 29 maart • 13.15 en 15.15 uur
dirigent RolfVerbeek acteurs HannavanVliet, Amro Kasr, Martijnvan derVeen, Freek den Hartogh regie Rosa Peters Binsbergen Apollo
do 2 april • 19.30 uur
vr 3 april • 19.30 uur
za 4 april • 19.30 uur
dirigent LeonardoGarcíaAlarcón sopraan Sophie Junker alt Wiebke Lehmkuhl tenor(evangelist) Moritz Kallenberg tenor(aria's) Mark Milhofer bas (Christus) AndreasWolf bas (aria's) Tomáš Král koorLaurensCollegium, Nationaal Kinderkoor Bach Matthäus-Passion
Chef-dirigent
Lahav Shani
Eredirigent
Yannick Nézet-Séguin
Vaste gastdirigent
Tarmo Peltokoski
Eerste viool
Marieke Blankestijn, concertmeester
Vlad Stanculeasa, concertmeester
Quirine Scheffers
HedYaron Meyerson
Saskia Otto
Arno Bons
Rachel Browne
Maria Dingjan
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
PetraVisser
Sophia Torrenga
Hadewijch Hofland
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Tweede viool
Charlotte Potgieter
Frank de Groot
Laurens vanVliet
Elina Staphorsius
JunYi Dou
Bob Bruyn
Eefje Habraken
Maija Reinikainen
Babette van den Berg
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
RobinVeldman
Altviool
Anne Huser
Roman Spitzer
Galahad Samson
José Moura Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
León van den Berg
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Mario Rio
Eelco Beinema
Carla Schrijner
Pepijn Meeuws
Yi-Ting Fang
Killian White
Paul Stavridis
Contrabas
Matthew Midgley
Ying Lai Green
Jonathan Focquaert
Arjen Leendertz
Ricardo Neto
Javier Clemen Martínez
Marta Fossas Mallorqui
Mario Fernández
Fluit
Juliette Hurel
Joséphine Olech
Manon Gayet
Fluit/piccolo
Beatriz Baião
Hobo
Karel Schoofs
Anja van der Maten
Hobo/althobo
Ron Tijhuis
Klarinet
Julien Hervé
Bruno Bonansea
Alberto Sánchez García
Klarinet/
basklarinet
Romke-Jan Wijmenga
Fagot
Pieter Nuytten
Lola Descours
Marianne Prommel
Hoorn
DavidFernándezAlonso
FelipeFreitas
WendyLeliveld
RichardSpeetjens
LaurensOtto
PierreBuizer
Trompet
Alex Elia
Adrián Martínez
Simon Wierenga
Giovanni Giardinella
Trombone
PierreVolders
AlexanderVerbeek
Remko de Jager
Bastrombone
Rommert Groenhof
Tuba
Martijn van Rijswijk
Pauken/slagwerk
Danny van de Wal
Ronald Ent
Martijn Boom
Jesús Iberti Rubira
Harp
Albane Baron