Concerttoelichting

vr 13 februari 2026 • 20.15 uur
![]()

vr 13 februari 2026 • 20.15 uur
dirigent Tarmo Peltokoski viool Simone Lamsma
Johannes Brahms (1833-1897)
Vioolconcert in D, op. 77 (1878)
• Allegro non troppo
• Adagio
• Allegro giocoso, ma non troppo vivace - Poco più presto
pauze
RalphVaughan Williams (1872–1958)
Symfonie nr. 3 ‘A Pastoral Symphony’ (1921–22)
Klarinetsolo: Julien Hervé
• Molto moderato
• Lento moderato
• Moderato pesante - Presto
• Lento - Moderato maestoso
Einde concert ca. 22.00 uur
Vorige uitvoeringen door ons orkest:
Brahms Vioolconcert: jun 2023, viool Bomsori Kim, dirigent Lahav Shani (tournee)
Vaughan Williams Symfonie nr. 3: eerste uitvoering door ons orkest
Een uur voor aanvang van het concert geeft Emmeline Mooij een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Luka Tennie (Unsplash)


Ralph Vaughan Williams in het uniform van de Field Ambulance Unit tijdens zijn training in Saffron Walden, 1915. Ingekleurde foto, coll. Vaughan Williams Charitable Trust
Johannes Brahms. Gefotografeerd portret door Fritz Luckhardt, Wenen, circa 1875.
Na de eerste uitvoering van zijn Vioolconcert moest Brahms vaststellen dat hij het publiek vooral in verwarring had gebracht. Vaughan Williams overkwam hetzelfde bij de première van zijn Derde symfonie. Maar hij had zijn luisteraars dan ook doelbewust op het verkeerde been gezet.
Verkapte symfonie
De voedingsbodem voor het Vioolconcert van Johannes Brahms ligt in het voorjaar van 1853. De componist was op pad met violist Eduard Reményi voor een gezamenlijke concertreis door het noordoosten van Duitsland. In Hannover arrangeerde Reményi een ontmoeting met een oude studievriend, de reeds wereldberoemde violist Joseph Joachim. Joachim was onder de indruk van de kwaliteiten van de toen twintigjarige Brahms en de basis voor een levenslange vriendschap was gelegd. Uiteraard vroeg hij Brahms ook om nieuw werk, maar zijn geduld werd zwaar op de proef gesteld. Het zou tot 1878 duren eer Brahms het aandurfde om de viool als solo-instrument te gebruiken in een concert. Dat het zo’n tijd duurde had alles te maken met Brahms’ twijfel aan eigen kunnen.
Zijn Eerste pianoconcert uit 1857 was matig ontvangen en de componist deinsde er lang voor terug om opnieuw zo’n groot orkestwerk te schrijven. Pas toen hij in 1876 eindelijk zijn Eerste symfonie voltooid had, durfde hij een vioolconcert voor Joachim aan.
In augustus 1878 lagen de eerste schetsen klaar. Brahms stuurde ze naar Joachim met het verzoek om suggesties en aanmerkingen. De violist reageerde met complimenten voor Brahms’ originele schijfwijze voor de viool en gaf inderdaad enkele suggesties die de componist grotendeels verwerkte. Het enthousiasme van Joachim gaf Brahms moed en de première werd gepland op nieuwjaarsdag 1879 met het Gewandhausorchester in Leipzig.

De eerste reacties op het Vioolconcert waren vrij lauw – waarschijnlijk vooral omdat de luisteraars op meer vertoon van virtuositeit hadden gerekend. Dat kregen ze pas in de finale te horen, dat met zijn Hongaarse zigeunerinvloeden voor muzikaal vuurwerk zorgt. Maar in de eerste twee delen leek het Vioolconcert een verkapte symfonie, met de soloviool als vooruitgeschoven partner van de andere instrumenten. Toen de violist Pablo de Sarasate later gevraagd werd of hij Brahms’ nieuwe concert ook op zijn repertoire zou nemen, antwoordde die hoofdschuddend. ‘Ik zal niet ontkennen dat het best goede muziek is,’ schijnt hij gezegd te hebben, ‘maar gelooft er iemand dat het mij zo ontbreekt aan goede smaak dat ik op het podium ga staan met mijn viool in de hand om te luisteren hoe de hobo
de enige melodie in het hele adagio speelt?’
De Sarasate doelde hiermee op het begin van het tweede deel, Adagio, waar de hobo begint met een inderdaad schitterende en in alles brahmsiaanse melodie.
Gelukkig dacht Joachim er anders over. Vooral dankzij zijn niet aflatende inspanningen werd Brahms’ Vioolconcert zo geliefd, dat het aan het begin van de twintigste eeuw zelfs dat van Beethoven – Btrahms’ grote voorbeeld –voorbijstreefde.
Verhulde oorlogsmuziek
Waar Brahms een ‘symfonie’ schreef vermomd als een vioolconcert, componeerde de Engelsman Ralph Vaughan Williams kort na de Eerste Wereldoorlog een diep doorvoelde rouwklacht die hij A Pastoral Symphony noemde. Met die titel wekte hij de verwachting van idyllische natuurimpressie, en de eerste inspiratie voor dit werk had hij ook daadwerkelijk gevonden tussen lieflijk glooiende heuvels. Maar de toedracht was allesbehalve sprookjesachtig. ‘Het is echt oorlogsmuziek’, zei Vaughan Williams er uiteindelijk zelf over. ‘De kiem ervan ligt voor een groot deel in al die avonden dat ik in de ambulancewagen naar Écoivres reed, een steile heuvel op, en er een prachtig Camille Corot-achtig landschap opdoemde, overspoeld door het licht van de zonsondergang. Maar de muziek gaat helemaal niet over dartelende lammetjes, zoals de meeste mensen denken.’
Een legertrompettist was aan het oefenen en dat geluid werd onderdeel van het avondlandschap
Er is inderdaad niets dartel aan de noten. De symfonie met de misleidende titel (pas jaren na de première zou Vaughan Williams
haar zijn Derde symfonie gaan noemen) weerspiegelt de ervaringen van de componist als vrijwillig bij een Field Ambulance Unit tijdens de oorlogsjaren. Hij was gestationeerd in Noord-Frankrijk, zeven kilometer achter de frontlinie, en bracht daar gewonde soldaten uit de loopgraven naar het militaire hospitaal. Componeren was onder die omstandigheden niet aan de orde, maar Vaughan Williams sloeg alle indrukken op.
Toen hij in 1922 zijn symfonie voltooide moet hij gedacht hebben aan de idyllische landschapen die de achtergrond vormden voor de meest vreselijke beelden en menselijke tragedies. Zo is zijn symfonie ook. Meteen al het eerste deel lijkt te beginnen als een melancholisch ochtendplaatje van de natuur. Slechts de onderliggende onrust vertelt de goede verstaander dat er meer aan de hand is. Die verontrustende dubbelzinnigheid blijft aanwezig gedurende de hele symfonie, die bestaat uit vier overwegend langzame delen. Een mooi voorbeeld is de trompetcadens in het midden
van het tweede deel, waarin als een soort fantoom een flard van de Last Post sluipt. Het is ontleend aan een directe herinnering van Vaughan Williams: ‘Een legertrompettist was aan het oefenen en dat geluid werd onderdeel van het avondlandschap. Dat is de oorsprong van die lange trompetsolo’.
Ook in het derde deel, een soort scherzo, en vooral in de finale ondermijnt Vaughan Williams subtiel het gangbare idee dat een pastorale idyllisch zou moeten zijn. Dat laatste deel bevat misschien wel de essentie van de symfonie. Langzame voortschrijdende muziek met twee grote klarinetsolo’s die uit een andere wereld lijken te komen. Dit ambigue klaaglied waarmee de finale begint, lijkt nergens vaste grond onder de voeten te krijgen. Als de klarinetsolo aan het slot na een heftige climax terugkeert, klinkt deze eenzamer en afweziger dan ooit. Alsof Vaughan-Williams alle zinloos verloren levens een stem wilde geven. Maar zo kort na de oorlog was zijn publiek daar nog niet aan toe.
Paul Janssen
Afscheid Francis Saunders
Dit is de laatste concertweek van onze altviolist Francis Saunders. Na 28 jaar bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest gaat hij nu met pensioen.


Tarmo Peltokoski • vaste gastdirigent
Geboren: Vaasa, Finland
Huidige positie: chef-dirigent Orchestre
National du Capitole de Toulouse, aankomend
chef-dirigent Hong Kong Philharmonic Orchestra, vaste gastdirigent Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, eredirigent Lets
Nationaal Symfonieorkest
Studie: piano aan het Kuula-college (Vaasa) en de Sibelius-Academie (Helsinki), orkestdirectie bij Jorma Panula, Sakari Oramo, Hannu Lintu en Jukka-Pekka Saraste
Doorbraak: 2022: benoemingen in Bremen, Riga, Rotterdam en Toulouse
Sindsdien: debuten bij Hong Kong
Philharmonic, Toronto Symphony Orchestra, RSO Berlin, Konzerthaus Orchester Berlin, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, SWR Symphonieorchester, Göteborgs Symfoniker, Swedish Radio Symphony Orchestra, Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Los Angeles Philharmonic Orchestra
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2022

Simone Lamsma • viool
Geboren: Leeuwarden
Studie: Yehudi Menuhin School bij Hu Kun; Royal Academy of Music in Londen bij Maurice Hasson
Prijzen: Internationaal Vioolconcours
Indianapolis (2006), Benjamin Britten International Violin
Solodebuut: als veertienjarige bij het Noord Nederlands Orkest met het Eerste vioolconcert van Paganini
Gesoleerd bij: London Symphony Orchestra, Academy of St Martin in the Fields, Wiener Symphoniker, Chicago Symphony Orchestra, Cleveland Orchestra, New York Philharmonic, Los Angeles Philharmonic, Hong Kong Philharmonic, Koninklijk Concertgebouworkest
Premières: Vioolconcerten van De Roo, Van der Aa en Wantenaar, Lost Landscapes van Rautavaara
Instrument: ‘Aurora ex-Foulis’-Stradivarius uit 1703
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2009
zo 1 maart 2026 • 14.15 uur
dirigent en piano Lahav Shani
Dukas De tovenaarsleerling
Sjostakovitsj Suite voor variétéorkest
Sjostakovitsj Tweede pianoconcert
Strauss Tijl Uilenspiegel
do 12 maart 2026 • 20.15 uur
vr 13 maart 2026 • 20.15 uur
zo 15 maart 2026 • 14.15 uur
dirigent Santtu-Matias Rouvali
cello Senja Rummukainen
Rimski-Korsakov Capriccio espagnol
Elgar Celloconcert
Sjostakovitsj Zesde symfonie
Desplat dirigeert zijn filmmuziek
vr 20 maart 2026 • 20.15 uur
za 21 maart 2026 • 20.15 uur
dirigent Alexandre Desplat
Desplat Muziek uit Godzilla, The King’s Speech, The Shape of Water en andere films
Olli begint een orkest (4+)
zo 22 maart • 13.15 en 15.15 uur ensemble van het
Rotterdams Philharmonisch Orkest tekst en regie Freek den Hartogh acteur Nina Elisa Euson
vormgeving Cynthia Borst
Steven Kamperman Olli begint een orkest
Apollo (6+)
zo 29 maart • 13.15 en 15.15 uur
acteurs Hanna van Vliet, Amro Kasr, Martijn van der Veen, Freek den Hartogh
regie Rosa Peters Binsbergen Apollo
Chef-dirigent
Lahav Shani
Eredirigent
Yannick Nézet-Séguin
Vaste gastdirigent
Tarmo Peltokoski
Eerste viool
Marieke Blankestijn, concertmeester
Vlad Stanculeasa, concertmeester
Quirine Scheffers
Hed Yaron Meyerson
Saskia Otto
Arno Bons
Rachel Browne
Maria Dingjan
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
Petra Visser
Sophia Torrenga
Hadewijch Hofland
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Tweede viool
Charlotte Potgieter
Frank de Groot
Laurens van Vliet
Elina Staphorsius
Jun Yi Dou
Bob Bruyn
Eefje Habraken
Maija Reinikainen
Babette van den Berg
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
Robin Veldman
Altviool
Anne Huser
Roman Spitzer
Galahad Samson
José Moura Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Francis Saunders
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
León van den Berg
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Mario Rio
Eelco Beinema
Carla Schrijner
Pepijn Meeuws
Yi-Ting Fang
Killian White
Paul Stavridis
Contrabas
Matthew Midgley
Ying Lai Green
Jonathan Focquaert
Arjen Leendertz
Ricardo Neto
Javier Clemen Martínez
Marta Fossas Mallorqui
Mario Fernández
Fluit
Juliette Hurel
Joséphine Olech
Manon Gayet
Fluit/piccolo
Beatriz Baião
Hobo
Karel Schoofs
Anja van der Maten
Hobo/althobo
Ron Tijhuis
Klarinet
Julien Hervé
Bruno Bonansea
Alberto Sánchez García
Klarinet/
basklarinet
Romke-Jan Wijmenga
Fagot
Pieter Nuytten
Lola Descours
Marianne Prommel
Hoorn
David Fernández Alonso
Felipe Freitas
Wendy Leliveld
Richard Speetjens
Laurens Otto
Pierre Buizer
Trompet
Alex Elia
Adrián Martínez
Simon Wierenga
Giovanni Giardinella
Trombone
Pierre Volders
Alexander Verbeek
Remko de Jager
Bastrombone
Rommert Groenhof
Tuba
Martijn van Rijswijk
Pauken/slagwerk
Danny van de Wal
Ronald Ent
Martijn Boom
Jesús Iberti Rubira
Harp
Albane Baron