Concerttoelichting
Seizoensopening vr 18 september 2026 • 20.15 uur
PROGRAMMA dirigent Bar Avni cello Sheku Kanneh-Mason Georges Bizet 1838–1875 Uit Carmen – concertsuite nr. 1 (1875/1885) • Les Toréadors Lili Boulanger 1893–1918 D’un matin de printemps (1918) Camille Saint-Saëns 1835–1921 Celloconcert nr. 1 in a, op. 33 (1872) • Allegro non troppo – Allegro molto – Tempo I – • Allegretto con moto – Tempo I – Un peu moins vite – • Più allegro comme le premier mouvement – Molto allegro pauze Darius Milhaud 1892–1974 Le Bœuf sur le toit, op. 58 (1919) Mel Bonis 1858–1937 Uit Trois femmes de légende (1909) • Ophélie, op. 165 • Salomé, op. 100/2 Maurice Ravel 1875–1937 Boléro (1928) einde concert ca. 22.15 uur Vorige uitvoeringen door ons orkest: Bizet Les Toréadors: okt 2022, dirigent Bertie Baigent Boulanger D’un matin de printemps: nov 2024, dirigent Stéphane Denève Saint-Saëns Celloconcert nr. 1: nov 2016, cello Julian Steckel, dirigent Stanislav Kochanovsky Milhaud Le boeuf sur le toit: feb 2022, dirigent HK Gruber Bonis Ophélie en Salome: eerste uitvoering Ravel Boléro: mrt 2025, dirigent Han-Na Chang Cover: Foto Melanie Kreuz (Unsplash)
Inleiding Een uur voor aanvang van het concert geeft Marien van Staalen een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Carmen: illustratie (1875) van Prudent-Louis Leray voor het affiche van de operapremière
De verleidingen van Parijs In een halve eeuw tijd transformeerde de Parijse muziekwereld van een conservatief bolwerk in een avant-gardistische hot spot. Maar wat in die roerige tijden nooit veranderde, was het Franse gevoel voor kleur, nuance, elegantie, sensualiteit en helderheid. Een programma vol muziek als verleidingskunst.
Bizet en Saint-Saëns
Toen Carmen in maart 1875 in Parijs in première ging, reageerde het publiek eerder met verbazing dan met enthousiasme. Een sigarettenarbeidster als heldin, een fatale liefde die eindigt met een moord en muziek die zich weinig aantrok van de heersende operaconventies – voor velen was het eenvoudigweg te veel. Georges Bizet, de 36-jarige componist, stierf nog datzelfde jaar, zonder te weten dat zijn opera zou uitgroeien tot een van de grootste successen uit de muziekgeschiedenis. Bizet goede vriend Ernest Guiraud stelde uit de operamuziek twee suites voor de concertzaal samen. Les Toréadors, het slot van de eerste suite, combineert twee melodieën: de Prélude waarmee de opera begint, en de processie van de toreadors uit de vierde akte. Die laatste lijkt een feestelijke mars, maar zoals zo vaak bij Bizet schuilt achter de feestelijkheid iets onheilspellends. De
arena is een plaats van glorie én van dood. Bovendien laat Bizet horen hoe een orkest licht en transparant kan klinken zonder aan dramatische kracht te verliezen – een kwaliteit die later het handelsmerk van veel Franse muziek zou worden. Twee jaar voordat de wereld kennismaakte met Bizets Carmen, beleefde het Eerste celloconcert van Camille Saint-Saëns zijn première. In de conservatieve muziekkringen van Parijs stond de componist destijds bekend als een radicale jonge modernist, en dit nieuwe concert gaf de behoudende luisteraars van alles om aanstoot aan te nemen. Alleen het begin al: de cello valt met de deur in huis, een orkestrale inleiding ontbreekt. Ook de gebruikelijke driedelige vorm lijkt opgelost in één grote muzikale boog. Maar ondanks die verrassingen reageerde het publiek unaniem enthousiast. De vernieuwing in dit werk zit dan ook niet in revolutionaire effecten,
Le bœuf sur le toit: illustratie (1920) van Eduardo Garcia Benito voor het modetijdschrift La Gazette du Bon ton
maar in vanzelfsprekendheid. De solopartij is virtuoos, maar blijft altijd zangerig en melodieus, epaterende krachtpatserij ontbreekt. Het orkest begeleidt niet alleen, maar voert een verfijnd gesprek met de solist. Saint-Saëns’ naam als een van Frankrijks meest toonaangevende componisten was gevestigd. Nauwelijks een kwart eeuw later zou men hem al hopeloos ouderwets vinden.
Bonis en Boulanger
Parijs was razendsnel veranderd. Wereldtentoonstellingen hadden bezoekers uit alle windstreken getrokken, nieuwe ideeën staken voortdurend de kop op. Schilders gaven met het impressionisme een andere blik op de werkelijkheid, componisten deden iets vergelijkbaars met klank. Harmonie werd kleur, ritme werd beweging en het
orkest kreeg een steeds rijker spectrum aan tinten. Het is die wereld waarin ook Mel Bonis tot bloei kwam. Tegenwoordig wordt haar muziek gelukkig steeds vaker uitgevoerd, maar tijdens haar leven stond zij grotendeels buiten de schijnwerpers. Dat had minder met haar talent te maken dan met de beperkte mogelijkheden die vrouwelijke componisten rond 1900 kregen. Toch werd Bonis hogelijk gewaardeerd door onder anderen Saint-Saëns en Debussy. Ophélie en Salomé, beide uit 1909, zijn twee dramatische verhalen. En toch lijft alles beheerst; nergens slaat de expressie om in effectbejag. Juist daarin toont Bonis zich een groot en ook een op en top Frans componist.
Motieven verschijnen en verdwijnen als zonlicht tussen bladeren, ritmes buitelen over elkaar heen Eén generatie jonger dan Mel Bonis leek Lili Boulanger het tij mee te hebben om door het glazen plafond te breken. Ze was een uitzonderlijk talent en won in 1913 als eerste vrouw ooit de Prix de Rome. Haar leven was echter kort. Toen zij in 1918 overleed, was zij pas 24 jaar. D’un matin de printemps behoort tot haar laatste werken. Het wonderlijke is dat de muziek nauwelijks iets van afscheid verraadt. Alles beweegt. Motieven verschijnen en verdwijnen als zonlicht tussen bladeren, ritmes buitelen over elkaar heen en het orkest lijkt voortdurend van kleur te veranderen, in een nieuw soort helderheid en optimistische lichtheid. In die zin lijkt het werk van Boulanger een prelude op de nieuwe ideeën die na de oorlog de Franse muziek veranderen.
Milhaud en Ravel
Na de wapenstilstand van 1918 zochten veel componisten niet langer naar grootsheid,
maar naar helderheid, eenvoud en directheid. In een stad die bruiste van nieuwsgierigheid ontmoetten Amerikaanse jazz, ZuidAmerikaanse ritmes en Europese avant-garde elkaar. De ernst van de negentiende eeuw maakte plaats voor ironie en spel. Precies dat karakteriseert de taal van Darius Milhaud. Tijdens een verblijf in Brazilië raakt hij gefascineerd door de levendigheid van de populaire volksmuziek. Het surrealistische ballet Le Bœuf sur le toit uit 1919 is een weerslag daarvan. Ook Maurice Ravel liet diverse invloeden van buiten toe. Hij verkende de jazz en de blues en hij wist zijn Spaanse achtergrond (zijn moeder was een Baskische) vaak op een subtiele wijze te verwerken in zijn muziek. Zo ook in zijn bekendste orkestwerk, de Boléro uit 1928. In dit welhaast minimalistische meesterwerk heerst de geest van destructie en vernieuwing die de jaren twintig van de twintigste eeuw tekenden volop. Het werk ontstond naar aanleiding van een verzoek van de fameuze Russische ballerina Ida Rubinstein. Ravel stelde zich ten doel een ritme en een enkele melodie zo lang mogelijk vol te houden en daarmee een werk te maken dat diende als basis voor een ballet over verleiding en destructie. Nadat Ravel het kenmerkende ritme in de snaredrum heeft neergezet, reist de zich herhalende melodie door het orkest en klinkt steeds voller. Bijna aan het slot moduleert Ravel even plotseling als kort van C naar E. Een dramatisch en explosief moment dat het publiek tijdens de première van het ballet in 1928 in Parijs tot ware razernij aanzette. ‘Ik heb slechts één meesterwerk geschreven’, verklaarde Ravel later aan zijn Franse collega Arthur Honneger. ‘Dat is de Boléro. Helaas bevat het werk geen muziek’. Paul Janssen
Foto: Jean-Baptiste Millot
Foto: Mahaneela
Bar Avni • dirigent
Sheku Kanneh-Mason • cello
Geboren: Sachalin, Rusland - opgegroeid in Israël Huidige positie: 2026 Villa Albertine Artist in Residence Eerder: chef-dirigent Bayer Philharmoniker (2021–24) Studie: Eerste slagwerklessen op achtjarige leeftijd, studie orkestdirectie in Tel Aviv bij Yoav Talmi, in Graz bij Martin Sieghart en in Hamburg bij Ulrich Windfuhr, Doorbraak: 2024, als winnaar van de Eerste Prijs en vier speciale prijzen in het La Maestra Dirigentenconcours Parijs Daarna: projecten met Paris Mozart Orchestra, Orchestre de Paris, Bremen Philharmonic, debuut-uitnodigingen van London Symphony Orchestra, Gothenburg Symphony, Copenhagen Philharmonic, WDR Symphony Orchestra, Stuttgart Radio Symphony Orchestra, Lausanne Chamber Orchestra, Gulbenkian Orchestra Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Geboren: Bahrein - opgegroeid in Nottingham, Engeland Studie: cello aan de Junior Academy van de Royal Academy of Music vanaf zijn negende, daarna bij Hannah Roberts aan de Royal Academy of Music Doorbraak: 2016, winnaar BBC Young Musician Competition Daarna: Los Angeles Philharmonic Orchestra, London Symphony Orchestra, London Philharmonic Orchestra, Orchestre de Paris, gastsolist bij het huwelijk van Prince Harry en Meghan Markle (2018), Artist in Residence 2025-26 bij de New York Philharmonic, ambassadeur van het Antigua and Barbuda Youth Symphony Orchestra, recitals in Parijs, Madrid, Barcelona, Berlijn, Amsterdam Onderscheidingen: Member of the Order of the British Empire (2020) Instrument: Matteo Goffriller uit 1700 Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Agenda Vr 25 september 2026 • 20.15 uur Zo 27 september 2026 • 14.15 uur dirigent Lahav Shani sopraan Aleksandra Kurzak mezzosopraan Annalisa Stroppa tenor Dmytro Popov bas Georg Zeppenfeld koor Laurens Symfonisch Verdi Messa da Requiem
Orkestleden
Rosalinde Kluck Alberto Sánchez García León van den Berg Olfje van der Klein Klarinet/ Jan Navarro basklarinet Vaste gastdirigent Jutta Demuynck Romke-Jan Wijmenga Tarmo Peltokoski Cello Fagot Eerste viool Emanuele Silvestri Pieter Nuytten Marieke Blankestijn, Gustaw Bafeltowski Lola Descours concertmeester Joanna Pachucka Marianne Prommel Vlad Stanculeasa, Daniel Petrovitsch Do 1 oktober 2026 • 20.15 uur concertmeester Mario Rio Fagot/contrafagot Vr 2 oktober 2026 • 20.15 uur Quirine Scheffers Eelco Beinema Elias Agsteribbe dirigent Philipp von Steinaecker Saskia Otto Carla Schrijner viool Bomsori Kim Maria Dingjan Pepijn Meeuws Hoorn Webern Symfonie David Fernández Alonso Marie-José Schrijner Yi-Ting Fang Beethoven Vioolconcert Felipe Freitas Noëmi Bodden Killian White Beethoven Zesde symfonie Wendy Leliveld Petra Visser Paul Stavridis Richard Speetjens Sophia Torrenga ‘Pastorale’ Laurens Otto Hadewijch Hofland Contrabas Pierre Buizer Annerien Stuker Matthew Midgley Scapino Ballet: La mer Alexandra van Beveren Ying Lai Green Do 8 oktober 2026 • 20.00 uur Trompet Marie Duquesnoy Jonathan Focquaert Vr 9 oktober 2026 • 20.00 uur Alex Elia Sarah Decamps Arjen Leendertz Za 10 oktober 2026 • 20.00 uur Adrián Martínez Ricardo Neto Zo 11 oktober 2026 • 14.30 uur Tweede viool Javier Clemen Martínez Simon Wierenga Nieuwe Luxor Theater Rotterdam Giovanni Giardinella Charlotte Potgieter Mario Fernández dirigent en zang Barbara Hannigan Laurens van Vliet koor Laurens Symfonisch Trombone Elina Staphorsius Fluit dans Scapino Ballet Rotterdam Pierre Volders Jun Yi Dou Juliette Hurel concept, regie, choreografie Nanine Bob Bruyn Alexander Verbeek Joséphine Olech Linning Remko de Jager Eefje Habraken Manon Gayet Debussy La mer Maija Reinikainen Debussy Sirènes Bastrombone Babette van den Berg Fluit/piccolo Rommert Groenhof Beatriz Baião Kyriakides Abyssal (Wereldpremière) Melanie Broers Tobias Staub Tuba Robin Veldman Hobo Do 15 oktober 2026 • 20.15 uur Martijn van Rijswijk Annija Kolerta Karel Schoofs Vr 16 oktober 2026 • 20.15 uur Jesús Pinillos Rivera dirigent Tarmo Peltokoski Pauken/slagwerk Altviool Anja van der Maten piano Yuja Wang Danny van de Wal Anne Huser Brahms Eerste pianoconcert Ronald Ent Roman Spitzer Hobo/althobo Brahms Tweede pianoconcert Martijn Boom Galahad Samson Ron Tijhuis Jesús Iberti Rubira José Moura Nunes Kerstin Bonk Klarinet Harp Janine Baller Julien Hervé Albane Baron Veronika Lénártová Bruno Bonansea Eredirigent Yannick Nézet-Séguin Lahav Shani