Concerttoelichting
Het Celloconcert van Dvořák do 8 januari 2026 • 20.15 uur zo 11 januari 2026 • 14.15 uur
PROGRAMMA dirigent Giedrė Šlekytė cello Truls Mørk Antonín Dvořák (1841-1904) Slavische dans op. 72 nr. 1 (1886) Antonín Dvořák Celloconcert in b, op. 104 (1894) • Allegro • Adagio, ma non troppo • Finale: Allegro moderato – Andante – Allegro vivo pauze Franz Schubert (1797-1828) Symfonie nr. 8 in b, D. 759 ‘Onvoltooide’ (1822) • Allegro moderato • Andante con moto Zoltán Kodály (1882–1967) Dansen van Galanta (1933) • Inleiding – • Dans I (klarinet) – • Dans II (fluit) – tussenspel – • Dans III (hobo) – tussenspel – • Dans IV (strijkers) – tussenspel – • Dans V (volledig orkest) – tussenspel – • Coda Einde concert ca. 22.30 Vorige uitvoeringen door ons orkest: Dvořák Celloconcert: nov 2023, cello Jaemin Han, dirigent Alexandre Bloch Schubert Symfonie nr. 8: feb 2019, dirigent Lahav Shani Kodály Galanta-dansen: sep 2023, dirigent Tarmo Peltokoski Een uur voor aanvang van het concert geeft Bart de Graaf een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis. Cover: Foto Tim Mossholder (Unsplash)
Nationale klederdracht van Hongarije. Illustratie van Pietro Giarré uit Il costume antico e moderno, band 7, deel 2 van Giulio Ferrario (1831)
Van het land Nationalisme was een hot topic in de negentiende eeuw. Toen de kaart van Europa drastisch hertekend werd, gingen kunstenaars massaal op zoek naar nationale elementen die de kunst van hun land onderscheidden. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan kwam een zelfde ontwikkeling op gang.
Trans-Atlantisch celloconcert
In 1885 werd in New York het eerste Amerikaanse conservatorium opgericht. De Tsjech Antonín Dvořák werd gevraagd als directeur: niet alleen omdat hij een van de beroemdste componisten van Europa was, maar vooral ook omdat hij veel had gedaan voor de emancipatie van de Tsjechische volksmuziek. In de voetsporen van zijn landgenoot Bedřich Smetana had hij de melodieën en dansritmes van Bohemen en Moravië in een romantische vorm gegoten. De opdracht die hij meekreeg als conservatoriumdirecteur in New York: laat op dezelfde manier ook een Amerikaanse nationale muziek opbloeien. Dvořák greep die uitdaging met beide handen aan. In 1892 maakte hij de oversteek van Praag naar New York, begon daar met lesgeven, verdiepte zich in de spirituals van de AfroAmerikaanse bevolking en bestudeerde de muziek en instrumenten van de inheemse
stammen. Na zijn eerste academische jaar bracht Dvořák de zomer van 1893 door bij een gemeenschap van Tsjechische immigranten in Spillville, Iowa. Hij genoot ervan om tussen zijn landgenoten te verkeren, maar zijn heimwee werd er alleen maar groter. Dat is te horen in zijn Celloconcert, waaraan hij begon toen hij weer was teruggekeerd in New York. De Boheemse invloeden vrolijke levendigheid gecombineerd met een subtiele melancholie – zijn nooit ver weg in dit machtige werk: muziek van wereldse grootsheid en intieme ontroering. Het openingsdeel is symfonisch opgezet, de cello doet pas na een lange orkestrale inleiding zijn intrede. De thema’s zijn krachtig, memorabel en staan als een huis. De cellopartij is technisch veeleisend, lyrisch en nobel. Het intieme tweede deel is Dvořáks ode aan zijn schoonzusje Josefina Kaunitzová, op wie hij dertig jaar eerder verliefd was, voordat hij met haar zus trouwde. Tijdens
Antonín Dvořák. Portretfoto (1891) door Jan Mulač, Praag, gesigneerd door de componist
het componeren van het Celloconcert kreeg Dvořák bericht dat Josefina stervende was. Kort voordat het werk voltooid was, overleed zij. In het tweede deel citeert hij zijn lied Kéž duch můj sám (Laat me alleen), Josefina’s lievelingslied. De finale wisselt dramatische grandeur af met vrolijke volksdansen en bitterzoete melancholie. Terwijl de muziek afstevent op een groots heroïsch einde, wordt het ineens introspectief en keren we terug naar stille intimiteit, nostalgisch verlangen
en verdriet. Dvořák is hier opnieuw met zijn gedachten bij Josefina. Met een prachtige passage van de solist zwelt het orkest nog één keer aan om te eindigen in een muzikale omarming van intense schoonheid.
Symfonisch mysterie
Het blijft een van de grote raadsels in de klassieke muziek: waarom voltooide Schubert zijn Symfonie in b-klein niet? Hoe kan het dat de componist deze twee monumentale delen,
die samen vaak het eerste échte romantische symfonische werk genoemd worden, in de zes levensjaren die hem nog restten nooit van een vervolg voorzag? We zullen het nooit weten. Er zijn pogingen gedaan om de symfonie te voltooien op basis van Schuberts schetsen voor een scherzo. Maar als mysterieus, onaf stuk werkt ze misschien toch wel het beste. Toen Schubert overleed, was het manuscript van zijn Onvoltooide in bezit van een van zijn vrienden, die het een kleine veertig jaar verborgen zou houden voor de rest van de wereld. Pas in 1865 kwam het tot een première. Recensent Eduard Hanslick was erbij en bracht er lyrisch verslag van uit. ‘Als na enkele inleidende maten de klarinet en de hobo hun lieflijke lied inzetten, boven een rustig gemurmel van de violen, herkent iedereen de componist van deze muziek, en gonst er door de zaal een half-onderdrukte uitroep: Schubert! Hij is nog maar nauwelijks binnengekomen, maar het is alsof we hem herkennen aan zijn voetstappen en aan zijn manier om de deurklink omlaag te drukken.
Er zijn pogingen gedaan om de symfonie te voltooien. Maar als mysterieus, onaf stuk werkt ze misschien toch wel het beste Wanneer vervolgens, na die smachtende mineur-melodie, een contrasterend thema in de cello’s klinkt, een heerlijk lied in majeur, aanstekelijk als een danswijsje, voelt iedereen een juichen in zijn borst, alsof de componist na lange afwezigheid eindelijk weer in levenden lijve tussen ons in staat.’ Dat landelijke, volkse thema wordt bruut
onderbroken; later in dit Allegro moderato zal Schubert ons nog vaker op het verkeerde been zetten. In het beeldschone tweede deel is de lucht opgeklaard. De muziek is zangerig, licht en statig tegelijkertijd. Langzaam komt het Andante con moto tot een climax, om uiteindelijk zachtjes en verstild te eindigen. Het is, schrijft Hanslick, alsof Schubert in de oneindigheid opstijgt, en we op het laatst alleen nog het geluid van zijn vleugelslag horen.
Hongaarse volksmuziek
Zoltán Kodály was een man met een missie. Net als zijn vriend en medeHongaar Béla Bartók wilde hij de MiddenEuropese volksmuziek laten versmelten met de traditionele klassieke muziek. Bij de modernistische Bartók pakte het resultaat soms wat weerbarstig uit; Kodály componeerde een stuk toegankelijker. Bartók omschreef het als volgt: ‘Kodály zoekt geen Dionysische roes, maar streeft naar innerlijke contemplatie. Zijn muziek is niet bepaald wat we nu modern noemen. Tóch is zijn idioom nieuw. Hij zegt dingen die nog nooit gezegd zijn en bewijst daarmee dat het tonale systeem zijn bestaansrecht nog niet kwijt is.’ Met de Dansen van Galanta bracht Kodály een eerbetoon aan de stad in het SlovaaksHongaarse grensgebied waar hij het grootste deel van zijn jeugd had doorgebracht. Hij schreef de vijf dansen, die naadloos in elkaar overgaan, in 1933 ter gelegenheid van het tachtigjarige bestaan van het Boedapest Philharmonisch Orkest. De lokale volksmuziek en met name de zigeunermuziek die Kodály zelf in dorpen in de regio optekende, speelt een prominente rol. Alexander Klapwijk
Foto: Theresa Pewal
Foto: Josh Boe
Giedrė Šlekytė • dirigent
Truls Mørk • cello
Geboren: Vilnius, Litouwen Studie: Nationale Čiurlionis Kunstschool, Vilnius, vervolgstudie orkestdirectie in Graz aan de Universität für Musik und darstellende Kunst, in Leipzig aan de Hochschule für Musik und Theater en in Zürich aan de Zürcher Hochschule der Künste Doorbraak: 2015: nominatie Salzburg Festival Young Conductors Award, prijswinnaar International Malko Competition for Young Conductors, Kopenhagen Daarna: gastdirecties bij Los Angeles Philharmonic, Wiener Symphoniker, Münchner Philharmoniker, Sächsische Staatskapelle Dresden, Staatskapelle Berlin, Orchestre Philharmonique de Radio France, Swedish Radio, Nederlands Philharmonisch; opera bij Royal Opera House, Bayerische Staatsoper, Staatsoper Berlin, Komische Oper Berlin, Semperoper Dresden, Oper Zürich, Royal Danish Opera Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Geboren: Bergen, Noorwegen Studie: Edsberg Muziek Instituut bij Frans Helmerson, bij Heinrich Schiff en Natalia Tsjakovskaja Prijzen: Internationaal Tsjaikovski Concours Moskou (1982); Cassado Cello Concours in Florence (1983); UNESCO Prijs Bratislava (1983); Naumburg Competition New York (1986); Sibelius Prijs (2010); Norwegian Critics Prize (2011) Doorbraak: 1994: tournee in de Verenigde Staten met het Filharmonisch Orkest van Oslo en Mariss Jansons Daarna: Orchestre de Paris, Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker, Koninklijk Concertgebouworkest, Philharmonia Orchestra, Münchner Philharmoniker, London Philharmonic Orchestra, Gewandhausorchester Leipzig, New York en Los Angeles Philharmonic Orchestra, symfonieorkesten van Philadelphia, Cleveland en Boston Debuut Rotterdams Philharmonisch: 1993
Agenda do 15 januari 2026 • 20.15 uur vr 16 januari 2026 • 20.15 uur dirigent Lahav Shani viool Vilde Frang Bartók Tweede vioolconcert DvoWák Achtste symfonie Music for Breakfast 3 zo 25 januari 2026 • 10.30 uur RDM-Kantine musici en programma zie rpho.nl vr 13 februari 2026 • 20.15 uur dirigent Tarmo Peltokoski viool Simone Lamsma Brahms Vioolconcert Vaughan Williams Derde symfonie ‘Pastorale’ Bolleke (4+) zo 22 februari 2026 • 11.15 en 13.15 uur ensemble van het Rotterdams Philharmonisch Orkest acteur TiRany Vicario regie en tekst Lotte van Dijck beeld MurMur Animation/ Janneke Swinkels en Tim Frijsinger decor Femke Ratering Knigge Bolleke zo 1 maart 2026 • 14.15 uur dirigent en piano Lahav Shani Dukas De tovenaarsleerling Sjostakovitsj Suite voor variétéorkest Sjostakovitsj Tweede pianoconcert Strauss Tijl Uilenspiegel
Orkestleden Chef-dirigent Lahav Shani
Klarinet José Moura Nunes Julien Hervé Kerstin Bonk Bruno Bonansea Janine Baller Eredirigent Alberto Sánchez García Francis Saunders Yannick Nézet-Séguin Veronika Lénártová Klarinet/ Rosalinde Kluck Vaste gastdirigent León van den Berg basklarinet Tarmo Peltokoski Romke-Jan Wijmenga Olfje van der Klein Jan Navarro Eerste viool Fagot Marieke Blankestijn, Pieter Nuytten Cello concertmeester Lola Descours Emanuele Silvestri Vlad Stanculeasa, Marianne Prommel Gustaw Bafeltowski concertmeester Joanna Pachucka Quirine Schekers Hoorn Daniel Petrovitsch Hed Yaron Meyerson Mario Rio David Fernández Alonso Saskia Otto Felipe Freitas Eelco Beinema Arno Bons Wendy Leliveld Carla Schrijner Rachel Browne Richard Speetjens Pepijn Meeuws Maria Dingjan Laurens Otto Yi-Ting Fang Marie-José Schrijner Pierre Buizer Killian White Noëmi Bodden Paul Stavridis Petra Visser Trompet Sophia Torrenga Alex Elia Contrabas Hadewijch Hofland Adrián Martínez Matthew Midgley Annerien Stuker Simon Wierenga Ying Lai Green Alexandra van Beveren Jonathan Focquaert Giovanni Giardinella Marie Duquesnoy Arjen Leendertz Giulio Greci Trombone Ricardo Neto Javier Clemen Martínez Pierre Volders Tweede viool Marta Fossas Mallorqui Alexander Verbeek Charlotte Potgieter Remko de Jager Mario Fernández Frank de Groot Laurens van Vliet Bastrombone Fluit Elina Staphorsius Rommert Groenhof Juliette Hurel Jun Yi Dou Joséphine Olech Bob Bruyn Tuba Manon Gayet Eefje Habraken Martijn van Rijswijk Maija Reinikainen Fluit/piccolo Babette van den Berg Beatriz Baião Pauken/slagwerk Melanie Broers Danny van de Wal Tobias Staub Ronald Ent Hobo Sarah Decamps Martijn Boom Karel Schoofs Anja van der Maten Altviool Harp Anne Huser Albane Baron Hobo/althobo Roman Spitzer Ron Tijhuis Galahad Samson