Skip to main content

Concerttoelichting | Dvořák en Bartók

Page 1

Concerttoelichting

Dvořák en Bartók do 15 januari 2026 • 20.15 uur vr 16 januari 2026 • 20.15 uur


PROGRAMMA dirigent Lahav Shani viool Vilde Frang Béla Bartók (1881-1945) Vioolconcert nr. 2, Sz. 112 (1937–38) • Allegro non troppo • Andante tranquillo • Allegro molto pauze Antonín Dvořák (1841-1904) Symfonie nr. 8 in G, op. 88 (1889) • Allegro con brio • Adagio • Allegretto grazioso – Molto vivace • Allegro ma non troppo Einde concert ca. 22.00 uur Vorige uitvoeringen door ons orkest: Bartók Vioolconcert nr. 2: mei 2021, viool Leonidas Kavakos, dirigent Lahav Shani (online) Dvořák Symfonie nr. 8: aug 2025, dirigent Miguel Sepúlveda Een uur voor aanvang van het concert geeft Michel Khalifa een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.

Cover: Nils Rasmusson (Unsplash)

Nelahozeves, de geboorteplaats van Antonín Dvořák. Ansichtkaart (1911) van uitgeverij Zikmund Katz, Kralupech


Béla Bartók. Ets (1981) van Imre Kovács


Vol van volksmuziek Opzwepende ritmes, virtuoze versieringen en aanstekelijke melodieën: zowel Béla Bartók als Antonín Dvořák lieten zich inspireren door de muziek die klonk in huiskamers en herbergen, op boerenerven en dorpspleinen. Terwijl het succes internationale deuren opende voor Dvořák, werd Bartóks wereld door het fascisme steeds kleiner. In de laatste weken van 1938 voltooide Béla Bartók een vioolconcert voor zijn goede vriend, violist Zoltán Székely. Sinds Székely’s studietijd bij Jenő Hubay aan het conservatorium van Boedapest – waar ook Bartók les gaf – traden ze regelmatig samen op. Ook toen Székely als jonge, talentvolle violist het antisemitische Hongarije verliet en zich in 1922 in Nijmegen vestigde, bleven de vrienden elkaar trouw. Bartók bracht regelmatig een bezoek aan Nederland en Székely liet nooit na Bartóks muziek aan zijn recitals toe te voegen als de kans zich voordeed. In augustus 1936 vroeg hij zijn vriend een vioolconcert voor hem te componeren. Die stemde toe; de virtuoze violist, opgegroeid in een huis vol volksmuziek, was de gedroomde solist voor de muziek die hij in z’n hoofd had. Dankzij jarenlang veldwerk, waarin hij met een fonograaf zingende landarbeiders uit alle windstreken van het Hongaarse rijk had opgenomen, had hij een eigen muzikale taal gevonden. In dit vioolconcert is vanaf de eerste inzet van de soloviool de invloed van volksmuziek herkenbaar in scherpe ritmes, wendingen van de melodie, de verschillende

variatievormen en het virtuoze vuurwerk van de solist. Af en toe plukken de violisten zo hard aan de snaar, dat je deze tegen het hout hoort ketsen, een techniek die bekend staat onder de naam ‘Bartókpizzicato’. Het is een van de verwijzingen naar de verbunkos: een dans, meestal begeleid door Roma musici, waarbij de mannen onder andere met de vlakke hand op de laars slaan. Het concert eindigt met twee van deze klappen.

Niet langer veilig

Vanaf het najaar van 1938 ontving Székely deel voor deel kopieën van het manuscript. Niet alleen voor de solist zelf, maar ook voor de kopiist die de partijen moest uitschrijven voor het orkest en een extra kopie voor jeweet-maar-nooit. Bartók, die z’n afkeer voor het Hongaarse regime niet onder stoelen of banken stak, was inmiddels niet meer veilig in Boedapest. Hij liet zijn muziek niet langer uitvoeren in Duitsland en Italië en wilde niet meer samenwerken met zijn OostenrijksDuitse uitgever, nu volledig in handen van de nazi’s. Emigreren leek bijna onvermijdelijk, maar Bartók aarzelde om Hongarije te


verlaten. Wat zou hij in het buitenland moeten doen als hij daar niet zijn onderzoek naar volksmuziek kon voortzetten? Pianoleraar worden in een of andere muziekschool in een kleine stad? En zijn oude moeder achterlaten in Boedapest? Begin maart 1939 was Bartók voor concerten in Parijs en hij vroeg Székely naar hem toe te komen om het vioolconcert samen door te nemen. ‘Zorg dat je je partij door en door kent tegen de tijd dat je hier bent’, schreef hij. Vier dagen werkten ze samen in het appartement van Pál Hermann, Hongaars cellist en eveneens bevriend met de twee sinds zijn studietijd. Het zou de laatste keer zijn dat ze elkaar zagen. Bartók reisde terug naar Boedapest en moest de première van zijn vioolconcert op 23 maart 1939 in Amsterdam missen. Begin 1940 emigreerde hij uiteindelijk toch naar de VS, waar hij in september 1945 overleed. Pál Hermann werd tijdens een razzia in Toulouse gearresteerd en weggevoerd. Hij is nooit meer teruggekomen. Zoltan Székely werd door de bezetter van het podium verbannen en kon pas na de bevrijding weer optreden. Het nieuws van Bartóks overlijden bereikte hem met enige vertraging tijdens een concert in Londen.

Muziek met een glimlach

Vijftig jaar eerder zette Antonín Dvořák in zijn zomervilla in een klein dorpje ten zuidwesten van Praag de eerste schetsen voor zijn Achtste symfonie op papier. Zijn successen als componist hadden hem inmiddels genoeg geld opgeleverd om een stuk grond te kopen en een mooie villa te laten bouwen. In tegenstelling tot Bartók werd hij door de machthebbers op handen gedragen. Het volgend voorjaar zou hij lid worden van Keizer Franz Josefs Boheemse Academie voor Wetenschap, Literatuur en Kunsten en deze symfonie markeerde de feestelijke gebeurtenis. Zowel het geluk van de componist als de vredige landelijke omgeving

klinken erin door. Ook zit de symfonie barstensvol met invloeden van Tsjechische volksmuziek. Dvořák hoefde daarvoor geen veldonderzoek te doen, hij kreeg de muziek met de paplepel ingegoten. Hij groeide op in de herberg die de familie al generaties runde, op een steenworp afstand van de kerk in Nelahozeves, een klein dorpje aan de Moldau. Er werd veel gemusiceerd op viool, trompet en citer, zoals gebruikelijk op het Boheemse platteland. De kleine Antonín met zijn viool was populair in de herberg. Van de plaatselijke muziekleraar kreeg hij daarnaast orgelles in de kerk.

Vanaf de eerste inzet van de soloviool is de invloed van volksmuziek herkenbaar in de scherpe ritmes, de wendingen van de melodie en het virtuoze vuurwerk In de Achtste symfonie buitelen al deze muzikale herinneringen over elkaar heen, van de prachtig zangerige volksmelodie in de lage strijkers aan het begin, tot de stralende klaroenstoten en de koraalachtige akkoorden, afgewisseld met kwinkelerende vogelgeluiden in de fluit en bruisende en wervelende dansmuziek. In het langzame tweede deel komt zelfs de jonge Antonín met zijn viool nog even aan het woord. Het is muziek die bij elke luisteraar een glimlach op het gezicht tovert. De symfonie was dan ook vrijwel onmiddellijk een internationaal succes. Na een concert in Londen schreef Dvořák aan een vriend: ‘Na de finale was het applaus stormachtig. Iedereen klapte zo hard dat het bijna pijn deed aan je oren, ik moest meerdere keren terugkomen op het podium.’ Carine Alders


Foto: Marco Borggreve

Foto: Marco Borggreve

Lahav Shani • chef-dirigent

Vilde Frang • viool

Geboren: Tel Aviv, Israël Huidige positie: chef-dirigent Rotterdams Philharmonisch Orkest; music director Israel Philharmonic Orchestra; toekomstig chefdirigent Münchner Philharmoniker (vanaf 2026) Eerder: vaste gastdirigent Wiener Symphoniker Studie: piano aan de Buchmann-Mehta School of Music Tel Aviv; piano en directie aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ Berlijn; mentor: Daniel Barenboim Doorbraak: 2013: eerste prijs van het Gustav Mahler Dirigentenconcours in Bamberg Daarna: gastdirecties Wiener Philharmoniker, Berliner Philharmoniker, Gewandhaus Orchester, Münchner Philharmoniker, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, London Symphony Orchestra, Boston Symphony Orchestra, Chicago Symphony Orchestra, Philadelphia Orchestra, Koninklijk Concertgebouworkest Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2016

Geboren: Oslo, Noorwegen Studie: Eerste vioollessen op vierjarige leeftijd, vioolstudie aan het Barratt Due Muziekinstituut, Oslo, vervolgstudie bij Kolja Blacher aan de Hochschule für Musik und Theater Hamburg en bij Ana Chumachenco aan de Kronberg Academy Doorbraak: Als 12-jarige solist bij Oslo Filharmonisch Orkest met Mariss Jansons Daarna: Berliner Philharmoniker, Gewandhausorchester Leipzig, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, London Symphony, Budapest Festival Orchestra, Chamber Orchestra of Europe, New York Philharmonic, Chicago Symphony, Cleveland Orchestra, Los Angeles Philharmonic, Koninklijk Concertgebouworkest; festivals van Salzburg, Verbier, Lucerne, BBC Proms, Prague Spring, George Enescu Festival Instrument: ‘Rode’ Guarneri uit 1734 Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2019 (tournee)


Agenda Music for Breakfast 3 zo 25 januari 2026 • 10.30 uur RDM-Kantine musici en programma zie rpho.nl vr 13 februari 2026 • 20.15 uur dirigent Tarmo Peltokoski viool Simone Lamsma Brahms Vioolconcert Vaughan Williams Derde symfonie ‘Pastorale’ zo 1 maart 2026 • 14.15 uur dirigent en piano Lahav Shani Dukas De tovenaarsleerling Sjostakovitsj Suite voor variétéorkest Sjostakovitsj Tweede pianoconcert Strauss Tijl Uilenspiegel do 12 maart 2026 • 20.15 uur vr 13 maart 2026 • 20.15 uur zo 15 maart 2026 • 14.15 uur dirigent Santtu-Matias Rouvali cello Senja Rummukainen Rimski-Korsakov Capriccio espagnol Elgar Celloconcert Sjostakovitsj Zesde symfonie Desplat dirigeert zijn filmmuziek vr 20 maart 2026 • 20.15 uur za 21 maart 2026 • 20.15 uur dirigent Alexandre Desplat Desplat Muziek uit Godzilla, The King’s Speech, The Shape of Water en andere films

Orkestleden Chef-dirigent Lahav Shani

Klarinet José Moura Nunes Julien Hervé Kerstin Bonk Bruno Bonansea Janine Baller Eredirigent Alberto Sánchez García Francis Saunders Yannick Nézet-Séguin Veronika Lénártová Klarinet/ Rosalinde Kluck Vaste gastdirigent León van den Berg basklarinet Tarmo Peltokoski Romke-Jan Wijmenga Olfje van der Klein Jan Navarro Eerste viool Fagot Marieke Blankestijn, Pieter Nuytten Cello concertmeester Lola Descours Emanuele Silvestri Vlad Stanculeasa, Marianne Prommel Gustaw Bafeltowski concertmeester Joanna Pachucka Quirine Schewers Hoorn Daniel Petrovitsch Hed Yaron Meyerson Mario Rio David Fernández Alonso Saskia Otto Felipe Freitas Eelco Beinema Arno Bons Wendy Leliveld Carla Schrijner Rachel Browne Richard Speetjens Pepijn Meeuws Maria Dingjan Laurens Otto Yi-Ting Fang Marie-José Schrijner Pierre Buizer Killian White Noëmi Bodden Paul Stavridis Petra Visser Trompet Sophia Torrenga Alex Elia Contrabas Hadewijch Hofland Adrián Martínez Matthew Midgley Annerien Stuker Simon Wierenga Ying Lai Green Alexandra van Beveren Jonathan Focquaert Giovanni Giardinella Marie Duquesnoy Arjen Leendertz Trombone Ricardo Neto Tweede viool Javier Clemen Martínez Pierre Volders Charlotte Potgieter Marta Fossas Mallorqui Alexander Verbeek Frank de Groot Remko de Jager Mario Fernández Laurens van Vliet Elina Staphorsius Bastrombone Fluit Jun Yi Dou Rommert Groenhof Juliette Hurel Bob Bruyn Joséphine Olech Eefje Habraken Tuba Manon Gayet Maija Reinikainen Martijn van Rijswijk Babette van den Berg Fluit/piccolo Melanie Broers Pauken/slagwerk Beatriz Baião Tobias Staub Danny van de Wal Sarah Decamps Ronald Ent Hobo Karel Schoofs Martijn Boom Altviool Anja van der Maten Anne Huser Harp Roman Spitzer Hobo/althobo Albane Baron Galahad Samson Ron Tijhuis


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Concerttoelichting | Dvořák en Bartók by Rotterdams Philharmonisch Orkest - Issuu