Concerttoelichting
Beethovens Pastorale Do 1 oktober 2026 • 20.15 uur Vr 2 oktober 2026 • 20.15 uur
PROGRAMMA dirigent Philipp von Steinaecker viool Bomsori Kim Anton Webern 1883-1945 Symfonie, op. 21 (1927–28) • Ruhig schreitend • Variationen Ludwig van Beethoven 1770-1827 Vioolconcert in D, op. 61 (1806) • Allegro ma non troppo • Larghetto • Rondo: allegro pauze Ludwig van Beethoven Symfonie nr. 6 in F, op. 68, ‘Pastorale’ (1802–08) • Allegro ma non troppo • Andante molto mosso • Allegro • Allegro • Allegretto einde concert ca. 22.30 uur Vorige uitvoeringen door ons orkest: Webern Symfonie: jun 2024, dirigent Bertie Baigent Beethoven Vioolconcert: jun 2026, viool Paul Huang, dirigent Lahav Shani (tournee) Beethoven Zesde symfonie: apr 2021, dirigent Lahav Shani Een uur voor aanvang van het concert geeft Gijsbert Kok een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis. Cover: Foto Vivaan Trivedii (Unsplash)
Zangvogels. Schoolkaart (1950) door H.J. Slijper, uitgegeven door Thieme Zutphen
Oude vormen in een nieuw jasje De symfonieën van Beethoven betekenden een revolutie in de Europese muziek, en zijn Pastorale is daarop geen uitzondering. De symfonie die Webern een eeuw later schreef, is nog een stuk rebelser. Toch omarmen beide componisten de traditie – al moet je bij Webern goed luisteren om dat te horen.
Anton Weberns Symfonie, geschreven in 1927 en 1928, is overduidelijk een stuk uit de twintigste eeuw. Het was de eerste compositie waarin Webern gebruik maakte van de twaalftoonstechniek, een toen nog gloednieuwe, wiskundige manier van componeren die radicaal afstand neemt van de klassieke harmonieleer. Al het muzikale materiaal wordt afgeleid van één thema, waarin elk van de twaalf noten van de toonladder precies éénmaal voorkomt. Webern zei daarover ooit: ‘als alle twaalf tonen hebben geklonken, is het stuk voorbij.’ Met die uitspraak deed hij zijn eigen composities tekort, maar het is waar dat
Webern zei ooit: ‘als alle twaalf tonen hebben geklonken, is het stuk voorbij’ veel van zijn stukken zich kenmerken door hun beknoptheid, zowel in tijdsduur als in bezetting. De Symfonie is daarvan een goed voorbeeld: ze duurt maar een minuut of tien, en is geschreven voor een orkest dat uit niet meer bestaat dan basklarinet, klarinet, twee hoorns, harp en strijkers zonder contrabassen. Maar hoe vernieuwend Weberns Symfonie ook is, ze staat bol van oudere
‘Zo stil zijn de groene wouden van ons thuisland’. Portretfoto (ca. 1930) van Anton Webern met een handgeschreven fragment uit zijn lied Abendland II, op. 14 nr. 3
compositietechnieken. In het eerste deel zijn duidelijk elementen van de sonatevorm aanwezig: de klassieke structuur voor een openingsdeel van een symfonie, waarin twee contrasterende thema’s tegen elkaar worden uitgespeeld. Het tweede deel is een thema met variaties, ook al een vorm die al door Beethoven en zijn voorgangers werd gebruikt. In de eerste variatie spelen de eerste viool en de cello een canon, terwijl de tweede viool en de altviool in een andere canon zijn verwikkeld. Zo klinken er nog veel meer canons in het stuk en daarmee heeft Webern nog een oude compositietechniek gebruikt. Toch schreef hij over de Symfonie: ‘Dit stuk
is geen hedendaags classicisme. Het is iets persoonlijks.’
Tederheid
Eigenlijk ging Beethoven net zo vernieuwend te werk als Webern. Zo was het verrassend dat hij zijn Vioolconcert opende met vijf zachte paukenslagen. Het ritmische motief keert maar liefst zeventig keer in verschillende instrumenten terug in het eerste deel, dat met vijfentwintig minuten bijzonder lang was in de vroege negentiende eeuw. De verrassingen die Beethoven in petto had vielen niet bij iedereen in goede aarde. Bovendien verliep die eerste uitvoering
wat rommelig; Beethoven had het werk pas vlak voor de première voltooid, waardoor violist Franz Clement het concert praktisch zonder voorbereiding moest uitvoeren. In alle haast had Beethoven geen solocadens gecomponeerd. Solisten improviseerden destijds meestal hun eigen cadens. Vandaag de dag spelen de meeste violisten de uitgeschreven cadens van violist Fritz Kreisler. Pas toen het twaalfjarige wonderkind Joseph Joachim in 1844 het concert uitvoerde, werd het stuk gewaardeerd. Inmiddels is het een van de meest uitgevoerde vioolconcerten. Het tweede deel begint met een eenvoudige melodie, die van het ene instrument naar het andere gaat. Enkele plotselinge, sterke akkoorden leiden naar een korte solocadens, die zonder onderbreking overgaat in het derde deel. Daarin speelt de violist op de laagste snaar van het instrument een aanstekelijke, volkse melodie, die het terugkerende refrein van het laatste deel vormt. Net als de vaart een beetje uit de finale lijkt te zijn verdwenen, speelt het volle orkest twee sterke akkoorden en is het concert afgelopen. Het verstilde tweede deel en een overwegend lichte finale brachten Beethovens recensenten ertoe te schrijven dat Beethoven zijn ‘spierballen’ niet had getoond. Was dit dezelfde componist als de ontvlambare man die twee jaar eerder de Eroïca had gecomponeerd? De verklaring is wellicht dat achter de norse verschijning van Beethoven een uiterst fijnbesnaard persoon schuilging.
Vernieuwing
Dat is goed te horen in Beethovens Zesde symfonie, de ‘Pastorale’. De eerste viool steekt van wal met een rustige melodie in F majeur, een toonsoort die componisten graag gebruiken wanneer ze hun muziek een landschappelijk karakter willen geven. Opmerkelijk is dat Beethoven, die naar eigen
zeggen meer van natuur hield dan wie dan ook, niet alleen muzikaal naar het pastorale karakter wijst: in de bladmuziek heeft hij op verschillende plaatsen tekst toegevoegd. ‘Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande’ heeft hij boven het eerste deel genoteerd: ‘Ontluiken van vrolijke gevoelens bij aankomst op het platteland’. Over het tweede deel schrijft hij, dat het een scène aan een beek verklankt, wat te horen is in de stromende beweging in de begeleidende partijen. Verderop in dit deel noteert hij dat de vogelgeluiden die we horen achtereenvolgens die van de nachtegaal, de kwartel en de koekoek zijn. Ook de overige delen van de symfonie hebben naast een tempoaanduiding een beschrijvende titel. Met het verwijzen naar buitenmuzikale inspiratiebronnen heeft Beethoven een stap gezet richting de programmatische muziek, die in de loop van de negentiende eeuw nog veel verder zou worden ontwikkeld. Het is opvallend dat Beethoven een extra deel heeft toegevoegd aan de normaal vierdelige vorm van een symfonie. Het uitgebreide eerste deel, het langzamere tweede deel en het lichte derde deel zijn nog volgens de conventie in Beethovens tijd. In plaats van een finale volgt echter een extra deel. ‘Gewitter, Sturm’ (‘Onweer, storm’) heeft Beethoven boven het vierde deel geschreven. Het lichte staccatospel door de strijkers verklankt regendruppels, die leiden naar een groot onweer, met forse uitbarstingen in het hele orkest, inclusief harde paukenslagen. In het vijfde deel sluit Beethoven de symfonie in de pastorale sfeer van de eerste delen af. De Zesde symfonie komt uit een heel andere tijd dan de muziek van Webern, maar met programmatische elementen en een vijfdelige vorm is de ‘Pastorale’ net zo vernieuwend. Bart de Graaf
Foto: Julian Hargreaves
Foto: Bartek Barczyk
Philipp von Steinaecker • dirigent
Bomsori Kim • viool
Geboren: Hamburg, Duitsland Huidige positie: Artistiek Leider van de Gustav Mahler Academy, Bolzano Studie: cello bij Harvey Shapiro aan de Juilliard School in New York, barokcello bij Christophe Coin aan het CNSM in Parijs, directie bij Mark Stringer aan de Musikhochschule in Wenen; Claudio Abbado was zijn mentor Doorbraak: 2024: Europese tournee Mahler Academy Orchestra, Edison Klassiek en Preis der deutschen Schallplattenkritik Gastdirigent: Mahler Chamber Orchestra, Swedish Radio Symphony Orchestra, Maggio Musicale Fiorentino, Gürzenich-Orchester Köln, SWR Symphonieorchester, Residentie Orkest, Camerata Salzburg, Scottish Chamber Orchestra, Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, Slovenian Philharmonic Orchestra (vaste gastdirigent van 2019 tot 2022) Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2026
Geboren: Daegu, Zuid-Korea Studie: viool bij Young Uck aan de Seoul National University en bij Sylvia Rosenberg en Ronald Copes aan de Juilliard School in New York Prijzen: Jean Sibelius International Violin Competition 2010, ARD International Music Competition 2013, International Tchaikovsky Competition 2015, Koningin Elisabeth Concours 2015 Soleerde met: San Francisco Symphony, Los Angeles Philharmonic, New York Philharmonic, Montreal Symphony Orchestra, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Gürzenich-Orchester Köln, Camerata Salzburg, Royal Philharmonic Orchestra, Lucerne Symphony Orchestra Instrument: Guarneri del Gesù ‘ex-Moller’ uit 1725, in bruikleen van de Samsung Foundation of Culture en de Stradivari Society Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2023 (tournee)
Agenda Scapino Ballet: La mer Do 8 oktober 2026 • 20.00 uur Vr 9 oktober 2026 • 20.00 uur Za 10 oktober 2026 • 20.00 uur Zo 11 oktober 2026 • 14.30 uur Nieuwe Luxor Theater Rotterdam dirigent en zang Barbara Hannigan koor Laurens Symfonisch dans Scapino Ballet Rotterdam concept, regie, choreografie Nanine Linning Debussy La mer Debussy Sirènes Kyriakides Abyssal (Wereldpremière) Do 15 oktober 2026 • 20.15 uur Vr 16 oktober 2026 20.15 uur dirigent Tarmo Peltokoski piano Yuja Wang Brahms Eerste pianoconcert Brahms Tweede pianoconcert Vr 30 oktober 2026 • 20.15 uur Zo 1 november 2026 • 14.15 uur dirigent Maxim Emelyanychev piano Alexander Melnikov Prokofjev Luitenant Kijé Suite Prokofjev Tweede pianoconcert Beethoven Eerste symfonie Do 5 november 2026 20.15 uur dirigent Brad Lubman regisseur Anne Kauffman productie-ontwerp Jeff Sugg koor Nationale Koren altviool Roman Spitzer Stravinsky Elegie Wolfe Fire in my mouth (NL premiere)
Orkestleden Rosalinde Kluck Alberto Sánchez García León van den Berg Olfje van der Klein Klarinet/ Jan Navarro basklarinet Vaste gastdirigent Jutta Demuynck Romke-Jan Wijmenga Tarmo Peltokoski Cello Fagot Eerste viool Emanuele Silvestri Pieter Nuytten Marieke Blankestijn, Gustaw Bafeltowski Lola Descours concertmeester Joanna Pachucka Marianne Prommel Vlad Stanculeasa, Daniel Petrovitsch concertmeester Mario Rio Fagot/contrafagot Quirine Scheffers Eelco Beinema Elias Agsteribbe Saskia Otto Carla Schrijner Maria Dingjan Pepijn Meeuws Hoorn David Fernández Alonso Marie-José Schrijner Yi-Ting Fang Felipe Freitas Noëmi Bodden Killian White Wendy Leliveld Petra Visser Paul Stavridis Richard Speetjens Sophia Torrenga Laurens Otto Hadewijch Hofland Contrabas Pierre Buizer Annerien Stuker Matthew Midgley Alexandra van Beveren Ying Lai Green Trompet Marie Duquesnoy Jonathan Focquaert Alex Elia Sarah Decamps Arjen Leendertz Adrián Martínez Ricardo Neto Tweede viool Javier Clemen Martínez Simon Wierenga Giovanni Giardinella Charlotte Potgieter Mario Fernández Laurens van Vliet Trombone Elina Staphorsius Fluit Pierre Volders Jun Yi Dou Juliette Hurel Alexander Verbeek Bob Bruyn Joséphine Olech Remko de Jager Eefje Habraken Manon Gayet Maija Reinikainen Bastrombone Babette van den Berg Fluit/piccolo Rommert Groenhof Melanie Broers Beatriz Baião Tobias Staub Tuba Robin Veldman Hobo Martijn van Rijswijk Annija Kolerta Karel Schoofs Jesús Pinillos Rivera Pauken/slagwerk Altviool Anja van der Maten Danny van de Wal Anne Huser Ronald Ent Roman Spitzer Hobo/althobo Martijn Boom Galahad Samson Ron Tijhuis Jesús Iberti Rubira José Moura Nunes Kerstin Bonk Klarinet Harp Janine Baller Julien Hervé Albane Baron Veronika Lénártová Bruno Bonansea Eredirigent Yannick Nézet-Séguin Lahav Shani