Concerttoelichting
Bach en Mozart vr 19 december 2025 • 20.15 uur
PROGRAMMA dirigent Jan Willem de Vriend oboe d’amore Karel Schoofs Johann Sebastian Bach (1685-1750) Sinfonia uit Cantate nr. 174 ‘Ich liebe den Höchsten von ganzem Gemüte’ (1729) Johann Sebastian Bach Orkestsuite nr. 3 in D, BWV 1068 (ca. 1730) • ouverture • air • gavotte I – gavotte II • bourrée • gigue Johann Sebastian Bach Concert voor oboe d’amore in A, BWV 1055R (ca. 1723) • allegro • larghetto • allegro ma non tanto pauze Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Adagio en Fuga in c, KV 546 (1788) Wolfgang Amadeus Mozart Symfonie nr. 35 in D, KV 385, ‘Haffner’ (1782) • allegro con spirito • andante • menuetto – trio • presto Einde concert ca. 22.15
Cover: Foto Billy Huynh (Unsplash)
Synfonia di Amadeo Wolfgango Mozart a Viena nel mese di Luglio 1782. Eerste pagina uit het manuscript van Mozarts Symfonie nr. 35
Vorige uitvoeringen door ons orkest: Bach Sinfonia BWV 174: eerste uitvoering door ons orkest Bach Orkestsuite nr. 3: dec 1997, dirigent Ton Koopman Bach Concert voor oboe d’amore: eerste uitvoering door ons orkest Mozart Adagio en Fuga: mrt 2009, dirigent Yannick Nézet-Séguin Mozart Symfonie nr. 35: aug-sep 2018 (tournee), dirigent Yannick Nézet-Séguin Een uur voor aanvang van het concert geeft Gijsbert Kok een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Johann Sebastian Bach. Portret door Elias Gottlob Haussmann (1746). Coll. Stadtsgeschichtliches Museum Leipzig
Denkrimpels en danspassen Bach staat te boek als een ernstige componist, Mozart juist als een toonbeeld van lichtvoetigheid. Dat is niet helemaal ten onrechte, maar het omgekeerde is ook waar: in zijn Derde orkestsuite schreef Bach lichte, dansante muziek, terwijl Mozarts Adagio en Fuga een dramatische diepte opzoekt. Van concert naar cantate
‘Hopelijk wordt het gebrek aan poëtische elegantie gecompenseerd door de zoetheid van de ongeëvenaarde kapelmeester Bach.’ De dichter Picander, die de tekst samenstelde voor Bachs cantate Ich liebe den Höchsten von ganzem Gemüte (‘Ik heb de Allerhoogste lief met heel mijn hart’), stelde zich uiterst bescheiden op. En dat terwijl hij toch niet de minste was: nog maar twee jaar eerder had hij teksten geschreven voor de Matthäus-Passion. Bach ‘compenseerde’ met een bewerking van zijn derde Brandenburgse Concert. Als leider van Collegium Musicum in Leipzig had hij meer musici tot zijn beschikking dan toen hij het concert componeerde. In de Sinfonia, waarmee de cantate voor Tweede Pinksterdag begint, voegde Bach aan de oorspronkelijke orkestratie voor strijkers partijen toe voor onder meer hoorn en hobo.
Van Frankrijk naar Duitsland
Na de serieuze cantate laat Bach in zijn derde orkestsuite een lichter, dansant geluid horen. De dansen waaiden over uit Frankrijk en werden mateloos populair aan de Duitse hoven. Gemengd met het Duitse contrapunt en de uit Italië overgekomen virtuositeit kwam in Bachs suites het beste van drie muzikale werelden samen. De Franse invloed is in de derde orkestsuite vooral in de ouverture duidelijk te horen. De air die daarop volgt, is het beroemdste deel van deze suite, maar ook de vreemde eend in de bijt. Oorspronkelijk is een air – ‘aria’ in het Italiaans – een lied, en volgens de conventies van de achttiende eeuw was daarvoor in een danssuite helemaal geen plaats. Bach tilde daar niet zo zwaar aan, en gelukkig maar: de air is een hoogtepunt in deze suite. Dat deze zangerige melodie een wereldhit werd, was mede te danken aan de transcriptie die de Duitse violist August Wilhelmj er in de negentiende eeuw van maakte. In zijn bewerking noteerde hij de muziek één toon lager, waardoor de eerste violen de melodie in haar geheel op de laagste snaar kunnen spelen. Wilhelmjs arrangement werd om die reden bekend onder de naam Air op de G-snaar, een titel die dus niet van toepassing is op Bachs oorspronkelijke versie. Na de air keert Bach in zijn derde suite terug naar de dansvloer, met achtereenvolgens nog
twee gavottes en een bourrée – waarin het oorspronkelijke, volkse karakter van deze gestileerde hofdansen nog te horen is – en een afsluitende gigue.
Van oboe d’amore naar klavecimbel
Bach gaf zijn meest geslaagde muzikale invallen graag een tweede leven in nieuwe composities. Het hergebruik van zijn derde Brandenburgse Concert in een cantate is maar een van de vele voorbeelden. Zo is ook elk van Bachs zeven concerten voor soloklavecimbel een latere bewerking van een concert dat hij eerst voor een ander solo-instrument schreef. Van sommige is die oorspronkelijke versie niet bewaard gebleven. Dat geldt ook voor het concert in A, maar alles wijst erop dat dit het licht zag als een werk voor oboe d’amore. Dat Bach een voorliefde had voor deze ‘liefdeshobo’, blijkt wel uit de talloze solo’s die hij dit instrument toevertrouwde, bijvoorbeeld in zijn cantates. De oboe d’amore is gestemd in A en mede daardoor past dit concert in dezelfde toonsoort dit instrument als een handschoen. Vanuit Bachs handschrift van de klavecimbelversie kon de oorspronkelijke vorm van dit verloren concert voor oboe d’amore worden gereconstrueerd: een grote verrijking van het repertoire voor dit prachtige instrument dat doorgaans in de schaduw staat van de ‘gewone’ hobo.
Van piano’s naar strijkers
Ook Mozarts Adagio en fuga voor strijkers is een voorbeeld van muzikaal hergebruik. Mozart omschreef het als ‘een kort adagio voor twee violen, altviool en bas, voorafgaand aan een fuga die ik een tijd geleden voor twee piano’s heb geschreven.’ Met dat langzame deel als inleiding plaatste Mozart die fuga in een compleet ander licht. ‘Hoekige uitbarstingen en onaardse verstilling wisselen elkaar af’, schreef musicoloog Robert D.
Levin. ‘Na die sfeer van geweld en mystiek komt het geometrische lijnenspel van de fuga als een opluchting.’ Waarom Mozart dit werk componeerde is een mysterie; over een opdrachtgever is niets bekend. Misschien was het een voorstudie voor de grote fuga aan het einde van zijn Symfonie nr. 41? Of was de fuga een eerbetoon aan Bach, de grootmeester van deze vorm?
Van serenade naar symfonie
Waar de oorsprong van Mozarts Adagio en fuga door raadsels omgeven is, is de ontstaansgeschiedenis van zijn Haffnersymfonie glashelder: dit werk kwam voort uit een opdracht van de rijke familie Haffner uit Salzburg. Voor hen had Mozart eerder de Haffnerserenade geschreven. Enkele jaren later kreeg Sigmund Haffner junior een adellijke titel en die gelegenheid kon niet voorbijgaan zonder een nieuw stuk van Mozart. Dat werd een nieuwe serenade, met een mars als introductie en twee menuetten. Toen Mozart dat stuk later wilde gebruiken voor een concert in het Weense Burgtheater, kreeg hij de bladmuziek opgestuurd door zijn vader. Mozart zette er de schaar in: hij liet de inleidende mars en een van de beide menuetten vervallen, vervolgens voegde hij aan het eerste en laatste deel twee fluiten klarinetpartijen toe. Zo hield hij een vierdelige symfonie over, die hij voor de première in het Burgtheater weer opknipte. Het programma opende met de eerste drie delen van de Haffnersymfonie, daarna volgden er een reeks aria’s, twee pianoconcerten en enkele werken voor piano solo, en helemaal aan het eind van de avond klonk alsnog de finale van de symfonie. Het schijnt een groot succes te zijn geweest. Bart de Graaf
Foto: Marco Borggreve
Foto: Koen Broos
Jan Willem de Vriend • dirigent Karel Schoofs • hobo Huidige positie: chef-dirigent Wiener KammerOrchester, eerste gastdirigent Stuttgarter Philharmoniker en Kyoto Symphony Orchestra, Artistic Partner Bergen Philharmonic Orchestra Eerder: chef-dirigent Orkest van het Oosten (2006-2017), vaste dirigent Residentie Orkest (2015–2019); vaste gastdirigent Brabants Orkest (2008-2015) en Orquestra Simfònica de Barcelona i Nacional de Catalunya (2015–2021) Studie: viool, conservatoria Amsterdam en Den Haag Doorbraak: 1982, als oprichter en artistiek leider Combattimento Consort Amsterdam Daarna: gastdirecties Koninklijk Concertgebouworkest, Mozarteum Orchester Salzburg, Tonhalle Orchester Zürich, Konzerthausorchester Berlin, Radio-Sinfonieorchester Stuttgart, NDR Sinfonieorchester Hannover Opera: zeventiende- en achttiende-eeuwse opera’s met Combattimento Consort; Festival van Sankt Moritz Basel (Don Giovanni en La Gazetta van Rossini) Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2014
Geboren: Peer, België Studie: Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen bij Jan De Maeyer, Luk Nielandt en Louis Gilis Huidige positie: solohoboïst Rotterdams Philharmonisch Orkest Eerdere aanstellingen: Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen; eerste hoboïst Nationaal Orkest van België Gesoleerd bij: Belgische Kamerfilharmonie, Brabants Orkest Als gast bij: Radio Filharmonisch Orkest, Brabants Orkest, Vlaamse Opera, De Munt, Vlaams Radio Orkest Kamermuziek: lid van de kamermuziekgroep MP21; duo met harpiste Anneleen Lenaerts; met Oxalys, Quatuor Danel, Combattimento Consort Amsterdam, I Solisti del Vento, Hexagon, Ictus Als docent: Koninklijk Conservatorium Den Haag, Koninklijk Conservatorium Brussel, masterclasses over de hele wereld Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2010
Agenda za 20 december 2025 • 20.15 uur zo 21 december 2025 • 14.15 uur dirigent Eduardo Strausser vocaal ensemble King’s Singers Kerstprogramma De notenkraker (4+) za 27 & zo 28 december 2025 • 13.15 en 15.15 uur dirigent Swann van Rechem regie Fons Merkies acteurs Eric Jan Lens, Christiaan Koetsier, Sanne Franssen scenografie Cynthia Borst Tsjaikovski De notenkraker do 8 januari 2026 • 20.15 uur zo 11 januari 2026 • 14.15 uur dirigent Giedrė Šlekytė cello Truls Mørk Dvořak Slavische dans op. 72 nr. 1 Dvořák Celloconcert Schubert Achtste symfonie ‘Onvoltooide’ Koldály Dansen van Galanta do 15 januari 2026 • 20.15 uur vr 16 januari 2026 • 20.15 uur dirigent Lahav Shani viool Vilde Frang Bartók Tweede vioolconcert Dvořák Achtste symfonie Music for Breakfast 3 zo 25 januari 2026 • 10.30 uur RDM-Kantine musici en programma zie rpho.nl vr 13 februari 2026 • 20.15 uur dirigent Tarmo Peltokoski viool Simone Lamsma Brahms Vioolconcert Vaughan Williams Derde symfonie ‘Pastorale’
Orkestleden Chef-dirigent Lahav Shani
José Moura Nunes Bruno Bonansea Kerstin Bonk Alberto Sánchez García Janine Baller Eredirigent Francis Saunders Klarinet/ Yannick Nézet-Séguin Veronika Lénártová basklarinet Rosalinde Kluck Romke-Jan Wijmenga Vaste gastdirigent León van den Berg Tarmo Peltokoski Olfje van der Klein Fagot Jan Navarro Pieter Nuytten Eerste viool Lola Descours Marieke Blankestijn, Cello Marianne Prommel concertmeester Emanuele Silvestri Vlad Stanculeasa, Gustaw Bafeltowski Fagot/ concertmeester Joanna Pachucka contrafagot Quirine Scheffers Daniel Petrovitsch Hans Wisse Hed Yaron Meyerson Mario Rio Saskia Otto Eelco Beinema Hoorn Arno Bons David Fernández Alonso Carla Schrijner Rachel Browne Felipe Freitas Pepijn Meeuws Maria Dingjan Wendy Leliveld Yi-Ting Fang Marie-José Schrijner Richard Speetjens Killian White Noëmi Bodden Laurens Otto Paul Stavridis Petra Visser Pierre Buizer Sophia Torrenga Contrabas Hadewijch Hofland Trompet Matthew Midgley Annerien Stuker Alex Elia Ying Lai Green Alexandra van Beveren Jonathan Focquaert Adrián Martínez Marie Duquesnoy Simon Wierenga Arjen Leendertz Giulio Greci Jos Verspagen Ricardo Neto Javier Clemen Martínez Tweede viool Trombone Charlotte Potgieter Pierre Volders Fluit Frank de Groot Alexander Verbeek Juliette Hurel Laurens van Vliet Remko de Jager Joséphine Olech Elina Staphorsius Manon Gayet Jun Yi Dou Bastrombone Bob Bruyn Rommert Groenhof Fluit/piccolo Eefje Habraken Beatriz Baião Maija Reinikainen Tuba Babette van den Berg Hobo Martijn van Rijswijk Melanie Broers Karel Schoofs Tobias Staub Pauken/slagwerk Anja van der Maten Sarah Decamps Danny van de Wal Ronald Ent Hobo/althobo Altviool Martijn Boom Ron Tijhuis Anne Huser Roman Spitzer Harp Klarinet Galahad Samson Albane Baron Julien Hervé