Skip to main content

Groningen Bouwt en Ontwikkelt 2026

Page 1


Groningen BOUW T en ONT WIKKELT

Sierk Werner, Stiennette Balkema, Anouk Meijer en Mark Ruiter | NCG: “Versterking als kans: Hunsingoheerd straks versterkt, verbouwd en verduurzaamd” | 14

Nynke Jutten en Albert-Jaap Dam | De Suikerzijde: “We bouwen vanuit een gezamenlijk fundament en een gedeeld verlangen” | 46

Anne Plat en Jornand Veldman | Bureau Meerstad: “We willen gevarieerder, duurzamer, betaalbaarder” | 80

Groningen Bouwt en Ontwikkelt 2026 is een uitgave van RondOm Vandaag

Uitgever

RondOm Vandaag Holding bv

Ronald Jousma

Morra 2 - 40 9204 KH Drachten 0512 - 726 900 www.bouwtenontwikkelt.nl

Bladmanagement

Mieke Alferink

Redactie

Bureau Vooruitgang: Anne von Gleich

Richard Kootstra

Stefan Nieuwenhuis

Goeie Tekst!: Edmee Jongkind

Radboud Droog Tekst & Advies: Radboud Droog

Fotografie

Alwin Koops fotografie: Alwin Koops Fotopersburo Heerenveen: Mustafa Gumussu

Jantina Fotografie: Jantina Mulder

Marc Knip

Vormgeving

Dana Elmendorp

Foto credits voorpagina

Realisatie van 56 woningen aan Burg. Wellemanlaan, Appingedam – Daiwa House Modular Europe.

Foto credits colofon Visualisatie ontwikkeling van De Suikerzijde door The Imagineers.

Salesmanagement

Bouke Niggendijker 06 - 18 760 711 bouke@bouwtenontwikkelt.nl

Mieke Alferink 06 - 42 35 98 97 mieke@bouwtenontwikkelt.nl

Drukwerk

Veldhuis Media

Nabestellingen/lezersservice

Losse nummer zijn te bestellen via verkoop@rondomvandaag.nl

Disclaimer

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Typ- en/of zetfouten voorbehouden. De uitgever kan niet instaan voor de juistheid of volledigheid van artikelen, RondOm Vandaag aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid, van welke aard dan ook, voor schade als gevolg van informatie uit deze uitgave.

In deze uitgave

Inko Tien | BCN: “Huis van Ten Post moet het nieuwe hart van het dorp worden”

Jan Ligtlee, Marja Leeuwis en Guido Anker | Friso Bouwgroep “Zo bouwen organisaties samen aan Zorggebouw De Eendrachtˮ

Douwe Veltman en Inge Jongman: “Een nieuw dorpshart voor Ten Post”

Gert Engelkens | wethouder gemeente Oldambt en Thomas van Houwelingen | Van Wijnen: “Wonen in Oldambt: van krimpbeleid naar grote behoefte en grootse plannen”

Erwin Harder en Mieke Bakker | Lamberink Makelaars & Adviseurs: “Midden in de bouwwereld”

Anne Plat en Jornand Veldman | Bureau Meerstad: “We willen gevarieerder, duurzamer, betaalbaarder”

VERDER IN DIT NUMMER: Pascal Roemers | provincie Groningen: “Investeren in de ruggengraat van Groningen” 8 | Sierk Werner, Stiennette Balkema, Anouk Meijer en Mark Ruiter | NCG & Woonzorg: “Hunsingoheerd straks versterkt, verbouwd en verduurzaamd” 14 | Bart Corporaal: “Het Huis van Ten Post is straks dé ontmoetingsplek” 25 | Erich Wünker | gemeente Winschoten: “Start metamorfose centrum van Winschoten” 41 | Nynke Jutten en Albert-Jaap Dam | De Suikerzijde & Dura Vermeer: “We bouwen vanuit een gezamenlijk fundament en een gedeeld verlangen” 46 | Noor Wit en Wim Kamminga | gemeente Groningen: “Het stationsgebied als nieuwe stadsentreeˮ 52 | Jan Willem Veldman en Ronald Werkman | Woningcorporatie Lefier: “Lefier is er voor studenten” 60 | Gerke van der Werf | Heijmans: “Onderhoud aan een icoon, met een glas dat altijd vol is” 64 | Dick Janssen, Jannet Voorn en Mehdi Bulthuis | Rizoem: “Een totaalaanpak die staat als een huis” 74 | Ben de Roo en Sieb Meijer | Daiwa House Modular Europe “Nieuwe opdrachten zijn zeker welkom!” 78 | André Giezen en Wessel Holman | Wierden en Borgen: “Biobased als nieuwe standaard” 84 | Jaco Kingma, Jelmer de Vries en Willem Abma | Wierden en Borgen & Jorritsma Bouw & Wits Noord : “Duurzaam Thuis bij Wierden en Borgen” 86 | Erianne van der Burg | gemeente MiddenGroningen: “Woningbouw in uitvoering” 90 | Noordelijk Vastgoedcongres: “Een uitverkocht Noordelijk Vastgoedcongres” 94 |

Voorwoord

Welkom bij Groningen Bouwt en Ontwikkelt 2026

Beste lezer,

Met trots presenteren wij u de vijfde editie van het magazine Groningen Bouwt en Ontwikkelt, een magazine dat u meeneemt door de dynamische wereld van vastgoedontwikkeling in onze prachtige provincie.

De provincie Groningen is volop in beweging. De sterke ontwikkeling en de toenemende ambities in de regio maken duidelijk dat de provincie een cruciale rol speelt in de nationale bouwopgave.

In deze uitgave hebben we ons gericht op de meest actuele ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, zorg, onderwijs en gebiedsontwikkeling. We schetsen een beeld van de projecten die nu spelen van de eerste schetsen tot de oplevering, en belichten de visie en het vakmanschap dat hierachter schuilgaat.

U zult ontdekken hoe diverse partijen, van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars tot bouwbedrijven en makelaars samenwerken om innovatieve woonoplossingen te realiseren die aansluiten bij de behoeften van de inwoners. Van duurzame nieuwbouwwijken, zoals De Suikerzijde, tot de transformatie van bestaande gebouwen, zoals Huis van Ten Post; elk project draagt bij aan de kwaliteit van leven in deze regio.

Wij hopen dat Groningen Bouwt en Ontwikkelt u inspireert en informeert over de bruisende ontwikkelingen in deze provincie. Het is een eer om deze ontwikkelingen met u te mogen delen.

Veel leesplezier!

Ronald Jousma, eigenaar Nederland Bouwt en Ontwikkelt

Met dank aan de deelnemers voor hun inspirerende verhalen

Gedeputeerde Pascal Roemers over het masterplan voor elf regiocentra in Groningen

“Investeren

in de ruggengraat van Groningen”

Groningen is meer dan de hoofdstad. Buiten de stad wonen 350.000 mensen, verspreid over dorpen en kleine stedelijke kernen. Lange tijd lag de focus vooral op de stad. Met het Masterplan Regiocentra verschuift die aandacht nadrukkelijk naar de regio, met als doel de brede welvaart en leefbaarheid ook daar te versterken.

Met 22 miljoen euro Rijks- en provinciaal geld en een voorgenomen bijdrage van 180 miljoen euro vanuit Nij Begun zet de provincie in op elf regiocentra die de regionale ruggengraat moeten versterken. “Ik wil dat mensen blij worden als ze door Hoogezand-Sappemeer lopen, fijn winkelen in Leek en een kop koffie doen in Bedum.”

Van gemis naar beleid Het begon met een eenvoudige constatering: er was wel een grotestedenbeleid, maar geen beleid voor kleine steden. Die lacune dreef Roemers, destijds nog fractievoorzitter in de Staten, in juni 2020 tot actie. Hij diende een motie in en zette daarmee een proces in gang waarvan de provincie vandaag de vruchten plukt. “In 2021 zijn we echt gestart. Afgelopen jaar mocht ik het masterplan zelf in ontvangst nemen als gedeputeerde.” Die overhandiging was voor hem meer dan een formeel moment. “Ik ben trots dat ik het nu vanuit deze rol verder kan brengen en eraan kan werken.”

Het masterplan geeft elf kleine steden in de provincie een strategisch kader én financiële middelen om te werken aan leefbaarheid, economie en leefomgeving. In een eerste fase heeft de regio 2 miljoen euro ontvangen voor planvorming en voorbereiding. Voor de uitvoering van de plannen is € 20 miljoen vanuit een Regio Deal beschikbaar en de gemeenten leggen hier zelf eenzelfde bedrag voor bij, waarmee een bedrag van 3.52 miljoen euro per kern beschikbaar komt. De provincie legt daar 6 ton aan uitvoeringskosten bij.. Vanuit het Nij Begun-programma is het voornemen om 180 miljoen euro toe te voegen, al moet dat bedrag officieel nog worden vastgesteld. “Een enorme impuls voor de regio.”

De regiocentra-aanpak sluit daarmee bewust aan op de bredere economische agenda van Nij Begun. “Zo kun je meeliften op wat er landelijk gebeurt. Je kunt het nu een keer goed doen.”

Een sterke kern voor alle inwoners

Groningen-stad telt 230.000 inwoners. De overige 350.000 Groningers wonen erbuiten, in dorpen en kernen die sterk afhankelijk zijn van wat er in de dichtstbijzijnde grotere plaats te vinden is. Precies daar ligt de kracht van de regiocentra-aanpak: een sterke kern in een gebied krijgt een functie waar kleinere dorpjes en kernen ook gebruik van kunnen maken.

‘Of mensen nu in (de buurt) van Uithuizen, Appingedam of Leek wonen, ook zij verdienen een sterk dorps- of stadscentrum.’
De gracht van Delfzijl.
‘350.000 Groningers wonen buiten de stad, ook zij verdienen sterke centra.’

“Winschoten heeft bijvoorbeeld ook effect op Beerta of Finsterwolde”, legt hij uit. Dat zijn geen steden, maar kernen die profiteren van een vitaal centrum in de buurt. Scholen, winkels, zorg, cultuur: het hoeft niet in elk dorp te zitten, als het maar bereikbaar is vanuit een levendig regionaal centrum. “Groningen is heel belangrijk, een magneet met veel werkgelegenheid. Maar tegelijkertijd wil je ook de andere gemeenten een sterke kern geven die ertoe doet. Een plek waar fijn gewoond wordt, waar voorzieningen zijn en waar het goed leven is.”

Integrale gebiedsontwikkeling

Nieuwbouwontwikkeling in Veendam in een groene, duurzame omgeving.

De opgave in de regiocentra is breed. Het gaat niet alleen om woondeals en volkshuisvestingsplannen, maar ook om de herstructurering van winkelgebieden die al jaren onder druk staan, bijvoorbeeld door leegloop. In de herinrichting schuilt een kans: “Woningaanvragen kun je meenemen in het herstructureren van winkelgebieden, zoals andere woonvormen of meer woningen, een andere manier van inrichten.” Met als resultaat een sterker winkelgebied met een goede sfeer.

Tegelijkertijd wordt er geïnvesteerd in maatschappelijk vastgoed, in mobiliteitshubs voor pakketdiensten en bereikbaarheid, en in het verbinden van groene ruimtes om hittestress en klimaatuitdagingen aan te pakken. “Het masterplan brengt die thema’s bij elkaar, zodat er sterke regio’s ontstaan die toekomstgericht zijn. Daarnaast ontstaan er kansen voor ontwikkelaars, bouwbedrijven en maatschappelijke partners om bij te dragen aan de versterking van deze centra.”

Ruimte voor gemeentelijke visies Wat het programma nadrukkelijk níet is, is een uniforme aanpak die van bovenaf wordt opgelegd. De keuze voor de elf kernen is dan ook in nauw overleg met de gemeenten zelf gemaakt. “We zijn met de gemeenten in gesprek gegaan en

Havenkade-West in Winschoten, de Rensel krijgt de komende jaren een impuls.

hebben samen gekeken welke kernen een regiofunctie vervullen en welke daarvan een impuls kunnen gebruiken.” Dat leidde tot bewuste keuzes, gebaseerd op lokale kennis en gezamenlijk inzicht.

Alle elf gemeenten hebben vervolgens hun eigen visie ontwikkeld, afgestemd op hun specifieke opgaven, cultuur en ruimtelijke identiteit. “Het is geen blauwdruk, maar een strategisch kader met gezamenlijke ambities en financiële middelen,” benadrukt hij. Precies die vrijheid maakt het volgens hem krachtig. “Omdat het maatwerk is, kunnen juist de vraagstukken die lokaal spelen gericht worden aangepakt. Tegelijkertijd beschermt het de identiteit van de verschillende regio’s.”

De provincie fungeert als verbinder en financier, maar de richting wordt lokaal bepaald. “Gemeenten werken vanuit hun eigen toekomstbeeld, met provinciale ruggensteun.” Het enthousiasme bij de gemeenten stemt hem positief. “Iedereen wil hier verder mee aan de slag.”

Trots op de eigen regio

De horizon van het programma ligt op tien tot vijftien jaar. Dat vraagt geduld, maar ook vertrouwen in de ingezette richting. “Terugkijkend hoop ik dat het een bijdrage heeft geleverd, dat je kunt zien dat de investeringen die we hebben bedacht met elkaar effect hebben.”

Roemers’ beeld van succes is concreet en menselijk: “Levendige centra, dat mensen het fijn vinden om hun boodschappen te doen, naar de bioscoop te gaan, daar te verblijven.” Niet in plaats van de stad, maar naast de stad. “Dat ze ook blij worden als ze door Hoogezand-Sappemeer lopen, fijn winkelen in Leek en een kop koffie doen in Bedum.” En dat alles met behoud van wat de regio bijzonder maakt.

Oude Bronsmotorenfabriek in het hart van de nieuwe groene zone tussen Appingedam & Delfzijl

‘Je kunt het nu in één keer goed doen.’

Appingedam, één van de regiocentra van het Masterplan - © David Vroom Photography

“Versterking als kans: Hunsingoheerd straks versterkt, verbouwd en verduurzaamd”
Sierk Werner, Stiennette Balkema, Anouk Meijer en Mark Ruiter

Vlak naast de fraaie Menkemaborg in Uithuizen ligt Hunsingoheerd. Nu wordt er nog druk verbouwd en versterkt; straks kunnen de bewoners terugkeren in een gloednieuw en aardbevingsbestendig complex. De werkzaamheden zijn een gezamenlijke inspanning van Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en Woonzorg Nederland, en zijn om meerdere redenen speciaal. Aan tafel in de keet van Nijhuis Bouw zitten NCG-projectleider Sierk Werner, NCG-projectondersteuner Stiennette Balkema, projectleider Woonzorg Nederland Mark Ruiter en Anouk Meijer, bewonersbegeleider bij Woonzorg Nederland. Zij spreken gepassioneerd over deze bijzondere samenwerking. En terecht.

Woonzorg Nederland is een landelijke woningcorporatie en biedt specifiek sociale huurwoningen voor senioren aan, onder meer in Hunsingoheerd en daar is iets bijzonders. NCG startte samen met Woonzorg Nederland begin 2025 met de uitvoering van de versterkingswerkzaamheden. Deze werkzaamheden geven Woonzorg Nederland, eigenaar van de locatie, tegelijkertijd de kans om het pand te verduurzamen en onderhoud uit te voeren. Om die reden zijn in februari 2025 de huurders van Hunsingoheerd verhuisd naar tijdelijke huisvesting aan de Dingeweg in Uithuizen. Zodra de werkzaamheden zijn afgerond, verhuizen de huurders terug naar het hun woning. Dat staat gepland voor eind 2026.

De term koppelkans valt al in de eerste minuut van het gesprek. Sierk Werner

legt uit: “Als het aardbevingsdossier ter sprake komt, gaat het snel over schade en leed. Uiteraard, maar het dossier biedt ook zogenaamde koppelkansen om dit gebied straks beter achter te laten. Hunsingoheerd is daar een mooi voorbeeld van. We versterken én verduurzamen en creëren zo een fijnere en veilige omgeving. En dat doen we gezamenlijk.”

Die koppelkans diende zich als volgt aan: vanwege de versterkingswerkzaamheden zouden de bewoners tijdelijk elders worden opgevangen. Dat bood Woonzorg Nederland de gelegenheid om ook met verduurzaming, de indeling en het interieur van het gebouw aan de slag te gaan. Alles is in goed overleg gegaan, met vanuit NCG maar één eis: dat de werkzaamheden van Woonzorg Nederland niet langer duren dan die van de versterkingsmaatregelen.

Impressie Hunsingoheerd

Mark Ruiter van Woonzorg Nederland noemt de geschiedenis van Hunsingoheerd als voorbeeld hoe de koppelkans voor Woonzorg Nederland en de bewoners heeft uitgepakt. “Dit was oorspronkelijk een zorggebouw; pas in 2023 werd het ook een woongebouw. Het waren duidelijk twee gedeelten met ieder een eigen ingang; één voor de zorgafdeling en één voor de aanleunwoningen. Dit vonden we te veel gescheiden. De kans die zich aandiende om tijdens de versterkingswerkzaamheden het gebouw naar de moderne tijd te transformeren, hebben we daarom met beide handen aangegrepen.”

Het Groninger Model

Dat het gebouw twee ingangen had en feitelijk uit twee delen bestond, was de welstandscommissie ook opgevallen. Die stelden dat de versterkingsmaatregelen een mooie aanleiding waren om beide delen samen te voegen. Martini Architecten is toen verzocht om een compleet nieuw pand te ontwerpen met een centrale ingang. Buiten was de versterking in volle gang, maar ook binnen werd stevig doorgewerkt. Mark: “Omdat de bewoners niet in Hunsingoheerd verbleven, konden we flink aanpakken. Zo konden we in één keer 44 nieuwe badkamers, overal nieuwe ketels en een aantal nieuwe keukens plaatsen, zonder dat de bewoners daar overlast van hadden. Dat scheelt heel veel in planning en tijd. En meer nog: door de verduurzaming, de upgrade en het verbouwen tegelijkertijd in te plannen, konden veel deelopdrachten tegelijk worden uitgevoerd.”

Door het Groninger Model van NCG kon Woonzorg Nederland zelf kiezen voor Nijhuis Bouw als aannemer voor de uitvoering van de werkzaamheden. Normaal gesproken moet er een aanbesteding plaatsvinden, maar NCG heeft hiervoor het Groninger Model ontwikkeld: in de versterkingsgebieden mogen eigenaren een eigen aannemer kiezen. Voor Woonzorg Nederland was het belangrijk dat ze zelf een voorkeursaannemer konden voordragen, omdat ze in het verleden al vaker met deze bouwer hadden gewerkt. Omdat Woonzorg Nederland een opdrachtgever is met senioren als doelgroep, is het belangrijk dat er vertrouwen is en dat de aannemer bekend is met de eisen en wensen. Voor Woonzorg Nederland is het Groninger Model daarom een groot voordeel gebleken.

Mooi staaltje samenwerking

Versterken en verduurzamen heeft nog een hele belangrijke component: bewoners. Om hen zo goed mogelijk te begeleiden, werd al in oktober 2023

begonnen met de communicatie. Anouk Meijer, bewonersbegeleider van Woonzorg Nederland: “Om alles goed uit te leggen aan de bewoners zijn we al in 2024, een jaar voordat de werkzaamheden zouden beginnen, gestart met huisbezoeken. We hebben ze niet alleen verteld wat de plannen zijn, maar ook dat ze tijdelijk ergens anders zouden gaan wonen. Dat gebeurde kalm en met veel geduld, want zoiets kan heel onrustig zijn voor oudere mensen. We hebben ze gevraagd wat ze nodig hebben in hun tijdelijke onderkomen. Die inventarisatie, van aangepaste keuken, beugels tot en met de thuiszorg, is toen allemaal in gang gezet.”

De tijdelijke huisvesting is een gloednieuw park net buiten het centrum van Uithuizen, de Dingeheerd. Volgens Stiennette Balkema, projectondersteuner bij NCG, is het belangrijk dat de bewoners weer bij elkaar wonen. “We hebben daar zoveel mogelijk dezelfde omstandigheden gecreëerd als in Hunsingoheerd. Zo is er een kapper, bibliotheek en een klein winkeltje. Noorderzorg, de zorgverlener is meeverhuisd, en omdat het een locatie buiten het dorp is, heeft NCG busvervoer geregeld. Iedere middag brengt een bus de bewoners naar het centrum, voor boodschappen en ontspanning. Zo houden ze contact met het dorp. Samen houden we de bewoners op de hoogte door nieuwsbrieven: zo weten ze wat er gaande is en hoe de werkzaamheden vorderen.

De verhuizing van de bewoners was een mooi staaltje samenwerking. Anouk: “Er werden drie bewoners per dag verhuisd, helemaal ontzorgd. Alles werd ingepakt, vervoerd en uitgepakt door Jan de Jong Verhuizing. Zo kwamen de bewoners zo veel mogelijk in hun bekende omgeving terecht. En nog mooier: straks, als de bewoners weer terug kunnen naar Hunsingoheerd, is hun appartement weer precies zo ingericht als voorheen. Er zijn voor de verhuizing foto’s gemaakt en hun woningen worden later exact weer zo opgeleverd.” De nieuwe Hunsingoheerd telt

straks 120 appartementen. Daar kunnen de bewoners ook weer gebruikmaken van een groot aantal voorzieningen, zoals de winkel, de kapper en de bibliotheek.

Over één ding zijn de vier het eens: het is een heel collegiaal project. Mark: “We hebben alles heel nadrukkelijk samen gedaan. Het mooie is dat dat vanzelf gebeurde; het teamwork voelt heel goed. Ook onderling zijn alle koppelkansen benut. Ik weet zeker dat we straks iets moois achterlaten voor de toekomst.”

‘Om alles goed uit te leggen aan de bewoners zijn we al in 2024, een jaar voordat de werkzaamheden zouden beginnen, gestart met huisbezoeken.’

Douwe Veltman en Inge Jongman:

“Een nieuw dorpshart voor Ten Post”

Tijdens een feestelijke bijeenkomst in december 2025 is de bouw van het multifunctionele centrum ‘Het Huis van Ten Post’ gestart. Wethouder Inge Jongman en projectleider Douwe Veltman blikken terug en kijken vooruit. Een gesprek over de versterkings- en vernieuwingsopgave, een nieuw dorpshart, leefbaarheid en een proeftuin voor duurzaamheid. “Maarˮ, zegt Inge Jongman, “We doen het vooral voor het dorp.ˮ

‘Het Huis van Ten Post’ wordt dé ontmoetingsplek voor het dorp. Het nieuwe multifunctionele centrum krijgt een oppervlakte van 1.600 m2. Het wordt gebouwd achter de huidige locatie van het dorpshuis aan de B. Kuiperweg. De nieuwe bewoners en gebruikers zijn basisschool De Wieken, dorpshuis ‘t Holt, sportvereniging TEO, de kinderopvang en de kerk. Allemaal samen onder één dak.

Op het eerste gezicht is Ten Post een leuk lintdorp met ongeveer 900 inwoners, maar het leven in Ten Post staat ook in het teken van de gevolgen van de gaswinning. De aardbevingsproblematiek loopt dwars door het dorp, volgens Inge Jongman. “Met de versterkings- en vernieuwingsopgave willen we dat Ten Post er mooier en sterker uit komt.”

Het Huis van Ten Post gaat hier zeker aan bijdragen, vindt Douwe Veltman. Hij is programmamanager Verduurzaming binnen het Vastgoedbedrijf van de gemeente en is als projectleider betrokken bij de realisatie van het Huis van Ten Post.

Vijf verschillende functies

“Het idee voor Het Huis van Ten Post is ontstaan vanuit het dorp. Wij hebben dat idee als gemeente omarmd”, vertelt Inge Jongman.

‘We creëren een nieuwe huiskamer en een nieuw hart voor Ten Post’

“We willen de leefbaarheid van Ten Post voor de toekomst bestendigen en zagen een kans om dit in samenhang met de noodzakelijke versterking en dorpsvernieuwing aan te pakken. Toen is het idee ontstaan om vijf verschillende functies -de school, het dorpshuis, de sportvereniging, de kinderopvang en de kerk- te bundelen. Het was in het begin ingewikkeld en best lastig, maar nu kunnen we hier voor Ten Post een nieuwe huiskamer en een nieuw hart creëren.

Architect: Korth Tielens

Landschap: Ziegler | Branderhorst

Alle toekomstige gebruikers hebben het samen heel goed opgepakt. Iedereen ging met de neuzen dezelfde kant op staan. Ik werd er ook steeds blijer van. Het is toch ook heel mooi dat we dit op deze manier kunnen doen.”

‘We willen dat Ten Post mooier en sterker uit de versterkings- en vernieuwingsopgave komt’

Cadeautje voor het dorp Douwe Veltman blikt terug op het ontwerpproces: “We hebben er bewust voor gekozen om het bestaande dorpshuis te blijven gebruiken. Want als er twee jaar geen plek in het dorp is om samen te komen, heeft dat ook grote invloed op het verenigingsleven.

Hij beschrijft een aantal deelprojecten, onder meer het renoveren van de sportvelden en het bouwen van het multifunctionele gebouw. Het wordt een gebouw met een open uitstraling waarin de functies zich met elkaar verbinden en de gebruikers de ruimtes met elkaar delen.

“We gaan ook een mooi plein aanleggen en inrichten. Straks, na de sloop van het oude dorpshuis, komt er ruimte voor een heel groot plein. Dat is een cadeautje voor het dorp en biedt heel veel mogelijkheden om activiteiten te organiseren. De inwoners zijn nu al bezig om plannen te maken voor nieuwe activiteiten.”

Inge Jongman knikt: “Precies, het biedt perspectief! Dorpsevenementen versterken de saamhorigheid. Verbinden en ontmoeten is belangrijk voor de gemeenschap.” Douwe Veltman: “Ja, er staat straks een hele mooie voorziening voor het dorp.”

Gerecyclede PET-flessen

Inge Jongman: “Waar ik ook heel blij van word, is het duurzame aspect, vooral van de losmaakbaarheid van het gebouw.”

Douwe Veltman haakt daar op in: “Wat het gebouw bijzonder maakt, is dat we circulair bouwen als thema hebben

meegegeven, al vanaf het eerste begin. In het ontwerp waren ook een lage CO2footprint, losmaakbaarheid en hergebruik van materialen belangrijk. Het heeft tot hele mooie resultaten geleid. Het gebouw is compleet van hout. We hebben biobased isolatie op basis van natuurlijke producten die een positief effect op de gezondheid hebben. Het gebouw is losmaakbaar en relatief makkelijk uit elkaar te halen. De akoestische panelen zijn gemaakt van gerecyclede PET-flessen. De buitengevel is bekleed met bamboe. We hergebruiken de vloer van de oude gymzaal voor de vloer van de nieuwe kantine, of beter, de dorpskamer.”

‘Het idee voor Het Huis van Ten Post is ontstaan vanuit het dorp’

Inge Jongman: “We realiseren een circulair en energieneutraal gebouw, dat past precies bij de ambities van gemeente Groningen. We passen zoveel mogelijk biobased en circulaire materialen toe. Het Huis van Ten Post wordt ook natuurinclusief. We gebruiken inheemse planten, er komen sedumdaken, nestplekken voor vleermuizen en een grote gevarieerde haag waar vogels in kunnen nestelen.”

Proeftuin

Douwe Veltman: We zijn met het project ervaringen aan het opdoen voor toekomstige regelgeving. Zo hebben we in de aanbesteding ingezet op emissievrij bouwen en op een emissieloze bouwplaats. Tijdens de bouw halen we 50% reductie. Het is de kers op de taart dat dit nu al gelukt is. Het wordt verplicht in de

toekomst, maar wij hebben er nu al mee kunnen ‘oefenen’. Er zitten nog veel meer leerpunten in dit project die we meenemen naar toekomstige projecten.”

“Dat geldt ook voor de klimaatadaptieve regentuin die we gaan aanleggen. Het wordt een soort wadi met planten en bloemen; dus letterlijk een proeftuin”, lacht Veltman. “Ik heb nog nooit zo’n duurzaam project gebouwd!”

Nieuwe energie en toekomstperspectief

De bouw is dit jaar klaar en in het voorjaar van 2027 kan Ten Post het gebouw echt in gebruik nemen. Ten Post wordt weer een dorp met perspectief en een dorp waar het fijn wonen is. Met een mooie, nieuwe plek om elkaar te ontmoeten.

Inge Jongman blikt nog een keer terug op de feestelijke start van de bouw op 11 december 2025. Op die dag moesten er twee monumentale eikenbomen verplaatst worden: “Dat was een spektakel. De één na grootste kraan van Nederland moest eraan te pas komen.”

Ze sprak die dag een hoop blije mensen. “Ze vinden het fijn dat er weer wat gebeurt in het dorp. En dat ze weer naar iets kunnen toeleven. Los van het feit dat het een doffe ellende is voor de mensen en hun eigen huizen, is het voor het dorp heel fijn dat er zoveel nieuwe energie in Het Huis van Ten Post zit.”

Douwe Veltman beaamt dat: “Ik hoop dat het nieuwe dorpshart gaat kloppen.”

Douwe Veltman en Inge Jongman

UW VASTGOED VAST GOED VERZEKERD

Met onze gespecialiseerde vastgoedverzekering profiteert u van:

Scherpe premie - Optimaal verzekerd tegen een uitstekende prijs

Uitmuntende voorwaarden - Speciaal voor vastgoedportefeuilles

Speciale dekkingen - Perfect voor verhuurd vastgoed

Minimale administratie - Efficiënt en zorgeloos geregeld

Dé verzekering voor verhuurd vastgoed en vastgoedportefeuilles.

Sylviuslaan 3, 9728 NS Groningen 050-5251234 - vastgoed@firmo.nl vastgoedverzekeringen.nl

Bart Corporaal:

“Het Huis van Ten Post is straks dé ontmoetingsplek”

De bouw van het multifunctionele gebouw ‘Het Huis van Ten Post’ is gestart. Verschillende voorzieningen komen samen onder één dak, waaronder basisschool De Wieken, dorpshuis ‘t Holt, sportvereniging TEO en de kerk. Bart Corporaal is al bijna 20 jaar voorzitter van het dorpshuis. Hij is blij met de komst, vooral met het oog op de toekomst.

“Ik ben heel blij voor het dorp”, zegt Bart. “Het is natuurlijk heel fijn voor de leefbaarheid dat een dorp als Ten Post zo’n mooie gemeenschappelijke voorziening krijgt en dat daardoor de bestaande voorzieningen behouden blijven.”

‘De Oude Dame piept en kraakt’

“Persoonlijk ben ik ook blij”, lacht hij. “Want het is onbedoeld zo’n beetje het levenswerk van de bestuursleden geworden. Het project wordt getrokken door Patrick Buntjer, onze technische man, door Stefan Rijsdijk, onze financiële man en door mij. Ik doe de overall projectleiding en voer de gesprekken met de gemeente.

Wij zijn heel blij dat het gelukt is en dat de bouw ondertussen begonnen is.”

Krachten bundelen

Bart vertelt: “Het oude gebouw is een noodgebouw uit de jaren ’60. Het mocht oorspronkelijk maar 20 jaar blijven staan.

Ondanks dat we het gebouw hebben opknapt en het er netjes uitziet, piept en kraakt de ‘Oude Dame’. Ze is nu echt op. Het einde nadert voor haar, letterlijk en figuurlijk.”

“Een jaar of tien terug was het pand al hard toe aan vernieuwing en kregen we ook te maken met de Versterkingsopgave. Het eerste idee was om te versterken en de binnenkant aan te pakken, maar al snel kwamen we erachter dat het kapitaalvernietiging is om een paar ton te investeren in een noodgebouw dat er al 50

jaar staat. We zijn gaan kijken of de andere organisaties in het dorp niet in hetzelfde schuitje zaten. Ook de school, de kerk en de sportvereniging hadden met oude gebouwen én met versterkingsopgaven te maken. Met z’n vieren besloten we de krachten te bundelen en alle gelden, ook uit het Nationaal Programma Groningen, samen te voegen voor één multifunctioneel centrum en met elkaar te gaan ‘samenwonen’. Mooi dat we het zo gedaan hebben!”

Synchroon met Dorpsvisie

“Ons initiatief liep synchroon met de Dorpsvisie die was opgesteld met alle inwoners. Hierin kwam duidelijk de wens naar voren om alle functies samen te voegen. Want als je de krachten van verschillende organisaties bundelt, kun je dingen slimmer samen doen. En je versterkt de organisatiekracht van het dorp ermee.”

“Jonge gezinnen gaan alleen in een dorp wonen als er een school is, als er gesport kan worden, als er een dorpshuis is. En als dorp hebben wij die jonge gezinnen nodig om het vrijwilligersbestand in leven te houden. Uiteindelijk is het een soort ecosysteem dat we als dorp willen behouden”, legt Bart uit. “Want we merken wel dat sinds corona mensen minder gemotiveerd zijn om vrijwilligerswerk te doen. Ik hoop dat het Huis een positief effect hierop heeft.”

Samenwerking

“Het traject met de gemeente startte moeizaam. Zo hadden we elk half jaar een nieuwe contactpersoon vanuit de gemeente. Dat werkte niet en toen hebben wij aan de bel getrokken. De gemeente reageerde goed en benoemde een projectleider; Douwe Veltman. Dat is de omslag geweest. We hebben te maken met zoveel schijven binnen de gemeente. Douwe voert de regie hierover. Wij zijn heel blij met Douwe als onze contactpersoon. De samenwerking met de gemeente gaat sindsdien hartstikke goed.”

‘Hopelijk fungeert Het Huis van Ten Post als vliegwiel’

Vliegwiel

“We zijn er natuurlijk niet met alleen Het Huis van Ten Post. Het Huis is wel een randvoorwaarde, maar het zorgt niet automatisch voor nieuwe woningen of voor extra gezinnen. Dat is een rol voor Dorpsbelangen en voor de gemeente, maar ook daar ben ik positief over. Zo is er onlangs een bijeenkomst geweest waarbij de inwoners zijn uitgenodigd om mee te denken over hoe de nieuwe woningbouw eruit gaat zien.”

“Eigenlijk is de bouw van het Huis het begin van iets nog mooiers. Hopelijk gaat het als vliegwiel fungeren en willen er nog meer jonge gezinnen in Ten Post wonen. Hopelijk gaat het vliegwiel draaien!”

‘De organisatiekracht van het dorp versterken door partijen te bundelen’

Inko Tien | BCN zet altijd de gebruiker centraal:

“Huis van Ten Post moet het nieuwe hart van het dorp worden”

TEN POST – In Ten Post, een dorp van zo’n 900 inwoners, verrijst straks een gebouw dat zich niet laat vangen in één functie. Huis van Ten Post wordt een multifunctioneel centrum dat na oplevering openklapt als een Zwitsers zakmes: dorpshuis, kerk, voetbalvereniging TEO, basisschool De Wieken, kinderopvang en ruimte voor verschillende verenigingen. Allemaal onder één dak.

“De gebruikers moeten er straks kunnen leren, werken, recreëren. Ze moeten voelen: dit is ook van ons”, zegt Inko Tien van projectmanagement- en huisvestingsadviesbureau BCN, met vestigingen in Drachten en Groningen. – Inko Tien (44), senior projectmanager en partner bij BCN, is samen met Anouk Mertens (29) verantwoordelijk voor het projectmanagement van de nieuwbouw van Huis van Ten Post. - Projectmanagement is volgens hem nadrukkelijk meer dan sturen op processchema’s en actielijsten. Natuurlijk, zegt hij, moet je voortgang bewaken en verantwoording afleggen ten aanzien van geld, risico, organisatie, tijd, informatie en kwaliteit – GROTIK: “Daar zijn wij van. En dat moet gewoon op orde zijn.”

Persoonlijke aanpak “Projectmanagement is samenwerken. Met mensen. Dan gaat het om een voorspelbaar proces creëren en bewust tijd en de juiste aandacht schenken aan situaties. Doe je dat consistent en transparant, dan leg je verbinding en groeit vertrouwen. En dit is iets waarmee BCN zich wil onderscheiden.”

Hij vervolgt: “Een project kent over het algemeen een lange doorlooptijd en verschillende fasen. Tijdens zo’n proces werk je voortschrijdend en integraal samen met mensen. Ieder met hun belang, ervaring, kennis en expertise. Als dit op de juiste momenten wordt afgestemd en uitgelijnd ontstaat er een flow. Maar juist wanneer er een uitdaging is, of de samenwerking schuurt, is het essentieel de situatie concreet en bespreekbaar te maken. Door de kernproblematiek bloot te leggen. Feitelijk en eerlijk. Maar altijd mensgericht en op basis van vertrouwen.”

Die manier van denken zie je ook terug in de aanpak van het project in Ten Post, waar BCN sinds 2021 bij betrokken is. In dat jaar startte het bureau met de selectie van de architect en adviseurs, waarna het schetsontwerp, definitief ontwerp en technisch ontwerp onder coördinatie van BCN verder zijn uitgewerkt. Het ontwerpteam heeft het ontwerp gemaakt. “De uitvoerende partijen realiseren het gebouw. Wij faciliteren het proces van samenwerking en besluitvorming.”

‘Een project kent over het algemeen een lange doorlooptijd en verschillende fasen.’

Nieuw dorpsplein

Die samenwerking krijgt concreet vorm in de inrichting van het gebied: het nieuwe MFC komt achter het huidige dorpshuis. Dat bestaande gebouw wordt later gesloopt; op die plek ontstaat een nieuw dorpsplein. Zo krijgt het dorp een nieuw hart richting de weg: een openbare ruimte met verblijfskwaliteit, een plek die meer wordt dan alleen de toegang tot een gebouw.

Tegelijk maakt juist dat het project complex. “Er zijn meerdere gebruikers, allemaal met hun eigen ritme”, zegt Tien. “De school denkt van september tot september. Voetbal heeft een seizoenvenster. De kerk draait door. Het dorpshuis ook. Wanneer is het MFC gebruiksklaar en het dorpsplein toegankelijk? Zijn de tijdelijke voorzieningen geregeld? Hoe houden we iedereen aangehaakt?”

‘Een iconisch ontwerp is niet automatisch maakbaar of betaalbaar.
Dus moet je continu blijven toetsen.’

Daar komt bij dat Ten Post in het Groningse aardbevingsgebied ligt. Het gebouw moet dus aardbevingsbestendig zijn. Dat brengt extra eisen, subsidies en gevoeligheden met zich mee. Ook bevat het ontwerp biobased materiaal en is het grotendeels van hout. Toekomstgericht en circulair, maar technisch uitdagend. “Een iconisch ontwerp is niet automatisch maakbaar of betaalbaar. Dus moet je continu blijven toetsen.”

Circulaire ambitie

Bij de nieuwbouw van het Huis van Ten Post staan staat duurzaamheid en circulariteit centraal. Anouk Mertens, BCIexpert bij BCN, is verantwoordelijk voor het inzichtelijk maken en sturen op de circulaire prestaties van het project. BCN is als adviseur circulariteit aangesloten om de circulaire ambitie samen met de gemeente Groningen en de gebruikers op te stellen en te waarborgen. Dat gebeurt onder meer via BCI-berekeningen, uitgevoerd door Mertens. De BCI brengt de circulaire waarde van een gebouw in beeld, met aandacht voor losmaakbaarheid, biobased materialen en CO₂-uitstoot. Na elke ontwerpfase wordt het ontwerp getoetst en waar nodig aangescherpt.

Na een goedgekeurd technisch ontwerp dat voldeed aan alle circulaire eisen, startte BCN met een niet-openbare Europese aanbesteding. Inmiddels zijn

Anouk Mertens, Projectmanager en BCI-expert bij BCN

een aannemer en installateur geselecteerd en bevindt het project zich in de uitvoeringsfase.

Eiken en roeken

Naast ontwerp en uitvoering spelen ook externe omstandigheden een grote rol. Twee monumentale zomereiken moesten worden verplaatst. Een complex proces waarvoor uiteindelijk slechts één gespecialiseerde partij geschikt bleek.

De voorbereidingen startten in het voorjaar van 2025, de verplaatsing vond eind dat jaar succesvol plaats. Tegelijk moest rekening worden gehouden met roekenkolonies, waardoor het broedseizoen invloed had op de planning.

Daarnaast lopen er verschillende parallelle trajecten: de vernieuwing van de voetbalvelden, de aanleg van het dorpsplein en de voorbereiding van de circulaire sloop van het bestaande dorpshuis. Ook nutsvoorzieningen moesten tijdig worden aangevraagd en afgestemd. Alles met een eigen planning en verantwoordelijkheden.

Voor gebruikers wordt die planning teruggebracht tot overzichtelijke blokken van maanden. “Een schoolleider of bestuursleden van een vereniging hebben ook gewoon andere verantwoordelijkheden ernaast”, zegt

Tien. “Die willen niet verrast worden. Als dat niet goed georganiseerd is, ontstaat er druk. Dat kan stress geven en draagt niet bij aan een betere samenwerking en besluitvorming.”

Na elke ontwerpfase wordt het ontwerp getoetst en waar nodig aangescherpt’

Kracht van samenwerking

De kracht van het project zit volgens BCN in de samenwerking. Gemeente Groningen, het dorpshuisbestuur, basisschool De Wieken, de kerk, sportvereniging TEO en andere lokale partijen trekken samen op in de ontwikkeling van het nieuwe dorpshart. Als alles volgens planning verloopt, wordt het gebouw – met een omvang van circa 1.600 vierkante meter, energieneutraal en grotendeels in hout gerealiseerd – in het najaar van 2026 opgeleverd. Als alles straks op zijn plek valt, krijgt Ten Post er een gebouw bij dat meer is dan een verzameling functies. Een plek waar school, sport, ontmoeting en gemeenschap in elkaar grijpen. Een Zwitsers zakmes inderdaad. Alleen niet voor in je jaszak, maar voor midden in het dorp.

Jan Ligtlee, Marja Leeuwis en Guido Anker Allemaal gelijk in een project van maatschappelijk belang

“Zo bouwen organisaties samen aan Zorggebouw De Eendrachtˮ

Jan Ligtlee, Marja Leeuwis en Guido Anker

APPINGEDAM - Was het toeval? De zon scheen eind maart onbelemmerd op de tafel waar de koffie, thee en frisdrank net geserveerd was. Drie mensen, vier partijen: allen tezamen werkend aan een project van maatschappelijk belang. Zorgorganisaties De Hoven, De Zijlen en ’s Heeren Loo hebben plannen gemaakt voor een bijzonder zorgproject: een woonomgeving voor 48 bewoners met een verstandelijke beperking en 120 kwetsbare ouderen.

Midden in de stad, omdat ze vinden dat kwetsbare mensen niet buiten de samenleving geplaatst moeten worden. Met Friso Bouwgroep vonden de drie organisaties een bouwer die de plannen in daden omzet. Het duurt nog even voordat de zon in figuurlijke zin gaat stralen, want de oplevering van zorggebouw De Eendracht staat gepland voor eind 2028.

In gesprek met Groningen Bouwt en Ontwikkelt vertelden de initiatiefnemers met veel enthousiasme over hun plannen. Nog niet in een bouwkeet of kantoor, maar aan de tafel van een horecagelegenheid in Appingedam, op steenworp afstand van de bouwplaats. Hier, tussen de glazen en het notitieblok, werd duidelijk dat De Eendracht veel meer is dan een groot gebouw van baksteen, beton en staal. Het is ook een oefening in vertrouwen, geduld én samenwerking.

Spreken met een stem

De oorsprong van het plan ligt al jaren terug. Rond 2017 raakten de zorgorganisaties met elkaar in gesprek over de toekomst van de langdurige zorg in Groningen; in samenhang met de aardbevingsproblematiek en de versterkingsopgave. Het ging al snel niet meer alleen over gebouwen die verstevigd moesten worden, maar over een veel grotere vraag: hoe organiseer je zorg die over twintig jaar nog steeds werkt? Uit die gesprekken groeide het Groninger Zorgakkoord voort, waarin zorgorganisaties, overheden en andere partijen afspraken maakten over versterking, vervangende nieuwbouw en toekomstbestendige zorg in het aardbevingsgebied.

De drie zorgpartijen ’s Heeren Loo is de grootste aanbieder van gehandicaptenzorg in Nederland. De Zijlen

biedt gelijkwaardige zorg aan in NoordNederland. De Hoven is gespecialiseerd in de zorg voor mensen met dementie. De bezetting is straks als volgt: in het Zorggebouw De Eendracht worden 120 zorgappartementen ingericht voor De Hoven en ‘s Heeren Loo en De Zijlen krijgen elk 24 appartementen voor hun cliënten.

Guido Anker, programmamanager zorgvastgoed bij ’s Heeren Loo voert vandaag als penvoerder van het samenwerkingsverband ook het woord namens De Zijlen: feitelijk een mooi voorbeeld van hoe het traject tot nu toe verloopt. “We zijn in dit project allemaal gelijk. En we spreken dus met een stem.”

Een kwestie van loslaten

De gedeelde belangen zijn helder en vormen het fundament van een vruchtbare samenwerking. “Want”, zegt Guido, “het doel is simpel en tegelijk enorm groot: zorgen dat we in deze regio ook in de toekomst goede zorg kunnen blijven leveren. Dan heb je het niet alleen over stenen, maar over samenwerking, zorgvisie, personeel, innovatie en leefkwaliteit.”

En ook al trekken de drie zorgorganisaties ogenschijnlijk vanzelfsprekend op, de praktijk is soms weerbarstig; iedere partij heeft een eigen geschiedenis, cultuur, beleid, werkwijze en doelgroep. Alles wat normaal gesproken één keer besproken moet worden, gebeurt hier in feite drie keer. Dat maakt het proces op momenten stroperig, maar ook rijker. “Je moet je eigen ideeën durven loslaten,” zegt Jan Ligtlee, teammanager huisvesting bij De Hoven. “Je kunt niet blijven redeneren vanuit: zo doen wij dat altijd. Je moet steeds opnieuw met elkaar in gesprek over de vraag: wat is hier het beste voor bewoners en medewerkers?”

Zorgzwaarte

Jan Ligtlee is al meer dan veertig jaar werkzaam in de ouderenzorg en weet uit ervaring hoeveel er is veranderd in zijn sector. De zorgzwaarte is toegenomen, personeel wordt schaarser en de eisen aan gebouwen zijn hoger. Dan moet je blijven zoeken naar nieuwe oplossingen. Juist daarom vindt hij het belangrijk dat De Eendracht meer wordt dan een optelsom van kamers en gangen. Het moet een plek worden waar bewoners prettig wonen, waar medewerkers goed kunnen werken en waar ontmoeting vanzelfsprekender wordt.

‘De gedeelde belangen zijn helder en vormen het fundament van een vruchtbare samenwerking.’

De keuze voor een bouwteamconstructie past bij die gedachte. In plaats van een klassiek traject waarbij een ontwerp wordt aanbesteed en aannemers pas later instappen, kozen de opdrachtgevers ervoor om de bouwer al in een vroeg stadium aan tafel te halen. Niet alleen om te rekenen, maar ook om mee te denken. Friso werd

geselecteerd op basis van plan, visie én klik. Marja Leeuwis van Friso Bouwgroep kent de zorgwereld van binnenuit. Ze werkt al meer dan dertig jaar in de bouw en was ooit hoofd bouwkunde in een psychiatrisch ziekenhuis. Inmiddels is ze ruim dertien jaar aan Friso verbonden. “Wij zijn erbij gehaald omdat dit geen standaardproject is. Het gaat om aardbevingsbestendig bouwen, een complexe zorgomgeving en om drie organisaties die samen één gebouw realiseren. Dan helpt het niet als een aannemer pas heel laat aanhaakt. Dan moet je vroeg samen optrekken.”

Jenga-blokken stapelen

Dat gebeurde dus ook. Tijdens een zogenaamd klikgesprek, een informeel gesprek dat doorgaans na een sollicitatieprocedure plaatsvindt, werden de geselecteerde aannemers gevraagd om iets persoonlijks mee te nemen. Marja koos voor een stapeltje Jenga-blokken: ieder blokje stond symbool voor de veelheid van functies in het nieuwe zorggebouw. De blokjes typeren ook de gebruikers: zolang ze samenwerken en stapelen wordt de Jenga-toren steeds groter.

Het klikgesprek lijkt een detail, maar typeert de manier waarop het project is aangevlogen: niet alleen vanuit systemen en schema’s, maar ook vanuit houding en vertrouwen. “Je wilt weten of iemand bij

je past,” zegt Guido. “Niet alleen of iemand kan bouwen, maar ook of iemand durft door te vragen en echt begrijpt wat hier nodig is.”

Het uiteindelijke resultaat moet recht doen aan alle belangen die in het project samenkomen. Aan de bewoners, uiteraard, maar ook aan medewerkers, familieleden, omwonenden, de gemeente, de architect, welstand, subsidieverstrekkers en toetsende instanties. De schaal van het project maakt dat iedere keuze effect heeft: een andere gevel, een grotere badkamer of een extra architectonisch accent lijkt op papier misschien klein, maar wordt bij een gebouw van deze omvang direct een forse kostenpost. Zo kan een ogenschijnlijk bescheiden wens - bijvoorbeeld aluminium kaders rond de kozijnen voor meer diepte in de gevel - bij bijna tweehonderd herhalingen oplopen tot tonnen extra. “Het is de wet van de grote getallen,” zegt Jan.

Waardigheid

Tegelijk mag efficiëntie nooit de enige maatstaf zijn. Juist in een gebouw als De Eendracht draait het om waardigheid. Om het besef dat kwetsbare ouderen en mensen met een beperking recht hebben op een mooie, veilige en menswaardige woonplek. En dus niet aan de rand van de samenleving, maar er middenin. Met een buurthuiskamer, wandelroutes, een stadstuin en verbinding met de wijk. Met zorg die nabij is, maar ook met leven om hen heen.

Daarin schuilt volgens de betrokkenen misschien wel de grootste belofte van De Eendracht. De gehandicaptenzorg brengt veel kennis mee over bijvoorbeeld langdurige begeleiding en gedrag. De ouderenzorg weet veel van de laatste levensfase, lichamelijke achteruitgang en comfort. In één gebouw kunnen die werelden elkaar versterken. Medewerkers kunnen van elkaar leren, expertise kan gedeeld worden en bewoners profiteren van een rijkere omgeving.

Een voorbeeld, een blauwdruk Guido gelooft dat zulke mengvormen in de toekomst onvermijdelijk worden. Niet alleen vanwege de arbeidsmarkt en de kosten, maar ook omdat de traditionele schotten in de zorg steeds minder houdbaar zijn. “We hebben in Nederland de zorg heel netjes in hokjes verdeeld. Maar de werkelijkheid van mensen laat zich niet zo makkelijk indelen. Juist door samen te werken kun je betere zorg leveren.”

Dat maakt De Eendracht tot een project dat groter is dan Appingedam alleen. Het is ook een voorbeeld, een zoektocht en misschien zelfs een blauwdruk. De vergunning moet nog onherroepelijk worden, de palen moeten nog besteld, de bouwplaats nog ingericht. Maar de basis ligt er.

Misschien is dat wel de grootste winst tot nu toe: dat drie zorgorganisaties en een bouwer in alle complexiteit toch hetzelfde zijn blijven zeggen. Dat dit gebouw er moet komen. Omdat kwetsbare mensen niet aan de zijlijn horen. Omdat goede zorg om goede gebouwen vraagt. En omdat maatschappelijke opgaven soms alleen lukken als partijen bereid zijn hun eigen vlag een beetje van tafel te halen. Want dan, weten de tafelgenoten, gaat straks onherroepelijk de zon schijnen.

film KAW De Eendracht

Buurtkamer © KAW architecten
3D

Wethouder Gert Engelkens en adjunct direceur Thomas van Houwelingen van Van Wijnen

“Wonen

in Oldambt: van krimpbeleid naar grote behoefte en grootse plannen”

Gert Engelkens (l) en Thomas van Houwelingen (r) © Martijn Heemstra

De komende jaren moet er flink gebouwd gaan worden in de gemeente Oldambt. Van een volledig nieuwe wijk in Scheemda met 100 woningen tot mooie plannen voor het terrein van het voormalige St. Lucas-ziekenhuis, het centrum van Winschoten. En dat moet ook wel, want de behoefte is groot.

Net als veel kleinere gemeenten en dorpen in de provincie, heeft Oldambt jaren moeten worstelen met een krimpbeleid. Een trend die sinds de corona jaren helemaal is omgekeerd. “Tot ongeveer 2020 moest er voor elke nieuw gebouwde woning een oude woning gesloopt worden”, aldus Wethouder Gert Engelkens (Wonen) van de gemeente Oldambt. “Dat zou de eerste oplossing moeten zijn voor de verwachte krimp tegelijk, maar het heeft er ook voor gezorgd dat de woningmarkt hier ook echt lange tijd op slot heeft gestaan. Gaandeweg kwam daarbij dat er voor ouderen weinig mogelijkheden waren om kleiner te gaan wonen. En voor jongeren die graag in Oldambt wilden blijven wonen, was het aanbod juist te krap.”

Nieuwe wijk Scheemda

Er is ook een voordeel. Zo zijn de grondprijzen in verhouding tot bijvoorbeeld het Westen van het land in Scheemda/ Oldambt nog relatief laag. Engelkens: “Dat is voor een ontwikkelaar die de grond koopt, gunstig,” aldus Engelkens. “Tegelijk zijn de bouwkosten wel hoog. En dat is weer van invloed op de kwaliteit en prijs van de nieuw te bouwen woningen, met name voor starters.” Toch verwacht de wethouder samen met bouwer en ontwikkelaar Van Wijnen een goede mix van woningen te realiseren op de locatie. “Voor de gemeente Oldambt in het algemeen en Scheemda in het bijzonder is het een groot nieuwbouwproject. Wij verwachten zeker dat dit in een behoefte voorziet.”

Scheemda luchtfoto plangebied @ Martijn Heemstra

De locatie is nu nog weiland, maar naar verwachting zal het perceel tussen de Oosterstraat, De Akkers, Rijksweg en de begraafplaats vanaf 2028 veranderen in een compleet nieuwe woonwijk in Scheemda.

“In veel opzichten zitten de plannen nog in de beginfase, maar het gaat in totaal om ongeveer honderd nieuwe woningen”, zegt Engelkens. “Het wordt in ieder geval een mix van 30% sociale huur, 30% middenhuur of betaalbare koop en 40% vrije sector woningen, op een steenworp afstand van de A7 en het Ommelander Ziekenhuis, de grootste werkgever van de gemeente.”

‘Ze hebben bewonersparticipatie hoog in het vaandel staan en dat is goed om te zien.’

Bewonersparticipatie

Van Wijnen is landelijk actief en heeft veel lokale ervaring, ook in Groningen en de gemeente Oldambt. “Ze hebben bewonersparticipatie hoog in het vaandel staan en dat is goed om te zien”, zegt Engelkens. “Zeker ook bij een project van deze omvang is het belangrijk om bewoners mee te nemen in het verhaal en ze vanaf het begin af aan te betrekken in het proces. Ook al duurt het nog wel even voordat de bouw echt begint, er staat op korte termijn al een eerste voorlichtingsbijeenkomst ingepland voor inwoners van Scheemda en omgeving. Die willen alles weten over de plannen voor hun gemeenschap. En terecht.” De inloop is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Oldambt en Van Wijnen.

Thomas van Houwelingen, adjunct-directeur Van Wijnen Projectontwikkeling Noord “De ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Scheemda laat zien hoe gemeente Oldambt en Van Wijnen vanaf het begin samen optrekken in een zorgvuldig ontwikkelproces. We werken aan circa honderd toekomstbestendige woningen die de regionale woningvoorraad versterken. De locatie, nu nog agrarisch, vraagt om een inpassing die past bij het dorp. Daarom betrekken we inwoners en omwonenden stap voor stap bij de keuzes die we maken. Met onze ervaring in gebiedsontwikkeling en sterke lokale betrokkenheid brengen we in wat nodig is om dit goed en zorgvuldig te doen. Samen realiseren we een wijk die aansluit bij Scheemda én bij de woonvraag van de komende jaren.”

Woningen op ziekenhuisterrein

Onlangs besloot de gemeenteraad van Oldambt om bij de ontwikkelplannen voor het terrein van het voormalige St. Lucas-ziekenhuis in Winschoten volledig in te zetten op de bouw van nieuwe woningen. “Het is een plek waar bewoners veel binding mee hebben en dat zag je ook wel terug in de grote opkomst bij de inloopbijeenkomst voor deze locatie. Inwoners, ondernemers, wijkraden, ze denken allemaal actief mee over de toekomstige invulling van het terrein. Vooraf hadden we daarover nog geen concrete ideeën, maar het laat goed zien dat wonen bij iedereen hoog op de agenda staat.”  “Als wethouder word ik regelmatig door bewoners aangeschoten, die aangeven dat ze vanwege de voorzieningen graag dichter bij het centrum zouden willen wonen”, vervolgt Engelkens. “Die mogelijkheden waren lange tijd beperkt, dus deze nieuwe locatie voorziet daarmee in een behoefte.

Impressie St Lucas © DAAD

De wens om dichter bij het centrum te wonen is er niet alleen onder de mensen uit Winschoten, maar ook onder de bewoners uit de omliggende dorpen.” De wethouder verwacht dat de forse nieuwbouw op de Lucas-locatie ook van effect zal zijn op de doorstroming vanuit woningen in de omliggende dorpen. “De woningen van inwoners die graag weer in het centrum willen wonen, komen dan weer op de markt. Mogelijk dat dit weer interessant is voor starters. Nieuwbouw, zoals op de Lucas-locatie, is voor die doelgroep vaak te duur.”

Starterslening

Starters vormen een aparte doelgroep binnen het woonbeleid van de gemeente. Sinds drie jaar zijn de voorwaarden voor de starterslening in de gemeente verruimd. Het is een groot succes, voor dit jaar hebben we het totale bedrag verhoogd met 1,5 miljoen euro. Dat is een aanzienlijk bedrag, maar het feit dat de gemeenteraad unaniem akkoord ging met het voorstel, laat zien hoe belangrijk iedereen dit vindt”, aldus Engelkens. “We weten dat jongeren ondanks de krapte in het woningaanbod graag binnen Oldambt blijven wonen. En deze lening geeft net die extra financiële ruimte om toch succesvol te kunnen zijn bij de eerste aankoop.”

Met de lening krijgen starters een extra budget van €27.500 bij een aankoopbedrag tot €275.000. “Daarbij hanteren we geen leeftijdsgrens, zolang het maar je eerste koophuis is en je er zelf in gaat wonen”, zegt Engelkens. “Ook zijn starters vrij om dit bedrag voor verschillende dingen gebruiken, van verduurzaming tot overbieden. Zo blijft Oldambt een aantrekkelijke woonomgeving voor nieuwe generaties en krijgen jongeren en starters de kans om in de regio te blijven wonen en werken.”

Dat de lening in de smaak valt bij starters, blijkt uit de praktijk. Sinds de start hebben enkele tientallen starters met behulp van de extra lening een woning in Oldambt op de kop getikt.

Her in te richten Lucas locatie Winschoten - bestemming wonen
Wethouder Gert Engelkens

Wethouder Erich Wünker:

“Start

metamorfose centrum van Winschoten”

© Brian Hesseling

Het is het laatste jaar op deze plek. Eind volgend jaar verhuist de gemeente naar het nieuwe gemeentehuis op een steenworpafstand. Vanuit zijn raam kijkt wethouder Erich Wünker op de nieuwe locatie. Het nieuwe gemeentehuis is één van de grote projecten die deel uitmaken van de centrumontwikkeling van Winschoten. Deze projecten hangen allemaal met elkaar samen. De wethouder is erg enthousiast over de gang van zaken en de start van de metamorfose van het centrum: “We gaan nu echt beginnen!ˮ

Erich Wünker is al acht jaar wethouder in de gemeente Oldambt. Hij heeft onder meer Economische Zaken in zijn portefeuille. Begin maart heeft hij de eerste paal van het nieuwe gemeentehuis geslagen; de eerste van 200 palen.

Aannemingsmaatschappij Friso realiseert de nieuwbouw van het gemeentehuis. Het wordt een energiezuinig, licht, open en transparant gebouw. Marcel Huizeling, projectleider van Aannemingsmaatschappij Friso: “Wij zijn trots dat wij voor de gemeente Oldambt dit nieuwe gemeentehuis mogen realiseren. Het wordt een modern en duurzaam gebouw dat past bij de ambities van de gemeente.”

Blauwdruk voor participatie

In oktober 2022 stemde de gemeenteraad unaniem in met het Ambitiedocument Centrum Oldambt. Behalve het nieuwe gemeentehuis vallen ook de herontwikkeling van het voormalige St. Lucas-ziekenhuis, de Langestraat-Noord, de Blaauw-locatie en het Marktplein onder het Ambitiedocument.

Wünker: “De totstandkoming van het Ambitiedocument was een heel mooi participatietraject. De participatie was met ondernemers, maar ook met wijkplatforms en inwoners.” Het Ambitiedocument kreeg maar liefst 900 reacties, tot uit Duitsland aan toe. “De Raad heeft dit participatieproces zelfs benoemd als de blauwdruk voor hoe participatieprocessen eruit moeten zien”, vertelt Wünker. “Voor elk deelproject houden we nu bijeenkomsten voor belanghebbenden en geïnteresseerden.”

Zes ontwikkelingsvarianten voor Lucas-locatie

Participatie speelt ook een belangrijke rol bij de herontwikkeling van de Lucas-locatie.

Impressie Marktplein

Oldambt © hkbs

“We hebben zes voorlopige herontwikkelingsvarianten. In deze voorstellen is ruimte voor een mix van functies, zoals wonen, winkels, groen en parkeren. Tijdens een inloopbijeenkomst afgelopen november kregen inwoners, ondernemers en andere geïnteresseerden de gelegenheid om deze plannen te bekijken. De interesse was groot, veel bezoekers en 300 ingevulde enquêtes. Dat is heel veel, het leeft ook echt in de gemeente”, volgens Wünker.

“De St. Lucas-locatie wordt samen met de Blaauw-locatie ontwikkeld. Deze centrumontwikkelingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”, vervolgt de wethouder.

Met de aankoop van de Blaauw-locatie in mei 2025 is het nu mogelijk om beide locaties integraal te ontwikkelen. “De Blaauw-locatie was jarenlang een doorn in het oog voor de omgeving. Met de aankoop van deze rotte kies kunnen we nu het hele gebied aanpakken en dat geeft veel meer mogelijkheden.” Woensdag 4 maart 2026 stemde een grote meerderheid van de gemeenteraad voor de Variant Wonen als toekomstige invulling van de locatie.

Ondernemers met lef De gemeente wil in Langestraat-Noord en een aantrekkelijk en multifunctioneel gebied creëren in een mix van wonen en winkelen. Op twee locaties aan de Langestraat komen circa zeven commerciële ruimtes en totaal 53 wooneenheden. Zo realiseert Visser Vastgoed de herontwikkeling van de panden Langestraat 69-71-73; de ‘brand-locatie’. Hier komen kleinschalige commerciële ruimtes, daghoreca en achttien wooneenheden.

“Met trots werken wij in goed onderling overleg met de gemeente Oldambt aan de toekomst van Winschoten. Door duurzame renovatie, vernieuwing en respect voor het historische karakter creëren we een levendig gebied waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. Samen versterken we de kwaliteit en vitaliteit van onze mooie regio.”, aldus directeur Arjan Visser van Visser Vastgoed.

De wethouder is enthousiast: “Dit is een doorbraak in de plannen voor de centrumontwikkeling. We zijn enorm trots dat we dit samen met ondernemers met lef voor de inwoners kunnen realiseren. We schrijven hier nieuwe geschiedenis. Het is prachtig wat hier gaat gebeuren. Er is sprake van een ideale combinatie van gemeente en private investeerders. Die publiek-private samenwerking hebben we ook nodig. We kunnen het niet alleen als gemeente en daarom ben ik blij dat er ondernemers als Visser Vastgoed zijn die hun nek uitsteken. Zij hebben echt hart voor Oldambt. Ze zijn betrokken en denken mee, niet alleen vanuit zakelijk belang, maar ook vanuit maatschappelijk belang.”

Oldambt heeft bijna 3 miljoen euro gekregen uit het programma Impulsaanpak Winkelgebieden. Dit programma helpt gemeenten om hun winkelgebieden toekomstbestendig te maken; het verlagen van het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlak, kleinere winkelunits,

Martkplein Oldambt, impressie op het plein © hkbs

meer woningen en meer groen. Wünker: “Deze subsidie is de katalysator geweest om dit van de grond te krijgen.”

Hij vervolgt: “Als gemeente hebben wij ook een gevelsubsidie. Daarmee helpen wij bestaande ondernemers om hun pand aan te kleden. Daarmee gaat de kwaliteit van de hele straat omhoog.”

Mooie mix van winkelen en wonen

Ook verderop in de Langestraat, ondermeer op ‘de Skooterlocatie’, huisnummers 59-6365-67, komen woningen op de verdieping en kleinere winkelunits. Hiervoor is de vergunningaanvraag inmiddels ingediend en de verwachting is dat ook dit project binnenkort kan starten.

De wethouder vertelt: “We willen wonen in het centrum aantrekkelijk maken. Daar is ook behoefte aan. Dat bleek uit de inloopbijeenkomsten; wonen in het centrum stak er met kop en schouders bovenuit. Daarom zetten we in op de metamorfose naar kleinere winkels en ruimte voor wonen boven de winkels. We kiezen bewust voor kleinere winkels, ook om starters een kans te geven. Ondanks de leegstand in de rest van Nederland zien wij kans om hier nieuw leven in te blazen en een aantrekkelijke winkelstraat te creëren.”

Hij vervolgt: “Mensen vragen niet alleen om betaalbaar wonen, maar ook om kwaliteit. We kijken nu naar een combinatie van kleine studio’s en grotere appartementen.

Zo krijgen we een mooie mix in het centrum. En de levendigheid keert terug in het centrum, ook na sluitingstijd van de winkels.”

“Er is inderdaad veel vraag naar woningen, zeker in de binnenstad. We gaan daarom honderden woningen toevoegen. Er komen 200 à 300 woningen bij. Geen sloopnieuwbouw, maar echt erbij”, benadrukt Wünker.

Visser Vastgoed, Achteraanzicht nieuwbouw Langestraat 69, 71, 73 © pdbdesign
Visser Vastgoed, Langestraat 69 Achterzijde © pdbdesign
Visser Vastgoed, Langestraat Voorzijde Hoek © pdbdesign

Marktplein

Het Marktplein is ook onderdeel van de centrumplannen. Met het vaststellen van het Ontwikkelplan Marktplein door de gemeenteraad zijn de kaders voor de bebouwing rondom het plein aangegeven. Ook hier worden bewoners en ondernemers betrokken. Voor het opstellen van het Ontwikkelplan zijn vijf bijeenkomsten over de toekomst van het Marktplein geweest. Deze zijn als heel positief ervaren.

Daarnaast heeft de gemeente panden aangekocht om de herontwikkeling van Liefkenshoek mogelijk te maken. Ontwikkelaars met een mooi plan mogen altijd reageren.

Blik in de toekomst

Wünker: “Er staat hier veel te gebeuren. De schoppen gaan nu echt de grond in. Over 5-7 jaar is het centrum niet meer te herkennen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we straks een levendige en aantrekkelijke binnenstad hebben, waar we kunnen wonen, werken en recreëren. Ik hoop ook dat we veel jonge ondernemers mogen begroeten. En dat we de tweede koopstad van de regio zijn na stad Groningen. Met gratis parkeren!”

“Ik ben er vooral trots op dat we het historisch centrum koesteren, behouden en versterken. Maar”, besluit Wünker: “Het is natuurlijk nooit af!”

‘We hebben straks een levendige en aantrekkelijke binnenstad.’
Gemeentehuis Oldambt aanzicht Modastraat © DP6 architectuurstudio
Gemeentehuis Oldambt entreehal © DP6 architectuurstudio
Aanblik locatie nieuwbouw gemeentehuis

Nynke Jutten en Albert-Jaap Dam | De Suikerzijde:

“We bouwen vanuit een gezamenlijk fundament en een gedeeld verlangen”

Niet een buitenwijk, maar een nieuw, bruisend stadsdeel voor iedereen, met veel ruimte voor groen en ruimte voor ontmoetingen. Dat is de filosofie achter De Suikerzijde, waar de bouw van de eerste fase in oktober vorig jaar is gestart. Nynke Jutten, stedenbouwkundige bij De Suikerzijde en Albert-Jaap Dam, ontwikkelmanager bij Dura Vermeer, blikken terug op een bijzondere manier van samenwerken en kijken vooruit.

De Suikerzijde is een grote en unieke ontwikkeling, dicht bij het stadscentrum van Groningen. Het wordt een zelfstandig functionerend en levendig stadsdeel waarin wonen, werken en leren centraal staan. Het is een project van de gemeente Groningen, ondergebracht in een aparte De Suikerzijde BV. In totaal komen er in De Suikerzijde ongeveer 5.500 woningen en de eerste fase bestaat uit vier bouwvelden met in totaal ongeveer 750 woningen. Voor deze eerste fase heeft projectorganisatie De Suikerzijde, samen met de woningcorporaties Nijestee en Patrimonium, ontwikkelaar Dura Vermeer geselecteerd voor samenwerking.

Gedeeld verlangen

Dat proces begon in 2021 met een partnerselectie. “Dat is eigenlijk een hele unieke manier van samenwerken”, aldus Albert-Jaap Dam, ontwikkelmanager bij Dura Vermeer. “Het was ook een van de eerste partnerselecties in Nederland. Het was voor ons ook wel even schakelen, want je bent natuurlijk al heel erg geneigd om eerst een plan te maken. Maar in dit geval moet je juist eerst een stap terug doen en kijken naar welke rol je als partners hebt en wat je visie is voor het gebied op de lange termijn.”

“De visie van Dura Vermeer ‘het goede doen’ en de sociale insteek was voor projectorganisatie De Suikerzijde ook wel de doorslaggevende factor om te gaan samenwerken”, vult Nynke Jutten, stedenbouwkundige voor De Suikerzijde vanuit De Zwarte Hond aan. “Je moet onzekerheden durven accepteren, want nog niet alles is uitgedacht. En dat is vooral aan het begin soms wel spannend, omdat het allemaal nog niet tastbaar is. Maar door vanaf het allereerste begin daarin samen te werken en met elkaar mee te denken, bouw je uiteindelijk vanuit een

gezamenlijk fundament en een gedeeld verlangen. Dat is de basis voor samenhang en continuïteit.”

Stedelijk en groen

De Suikerzijde krijgt een robuuste hoofdstructuur van straten, pleinen, boulevards en intieme hofjes. Het wordt volgens Jutten nadrukkelijk een stedelijke wijk en geen buitenwijk: “Aan de ene kant heb je de reuring van de stad, maar aan de andere kant omslotenheid, veel groen en ruimte voor ontmoetingen. Dat is stedenbouwkundig gezien best een uitdaging, die we onder andere oplossen met collectief parkeren. Als er niet overal parkeerplaatsen voor de deur zijn, dan heb je ook meer ruimte voor groen. En tijdens de wandeling van de collectieve parkeerplaats naar je huis, ontmoet je ook sneller mensen.

‘Aan de ene kant heb je de reuring van de stad, maar aan de andere kant omslotenheid, veel groen en ruimte voor ontmoetingen.’

Het gaat natuurlijk niet alleen over wonen, maar ook over werken, leuke winkels en horeca” vervolgt Jutten. “De Hortusbuurt rondom het Noorderplantsoen in Groningen was daarvoor een grote inspiratie. Maar de combinatie van wonen en werken betekent ook dat je vanaf het begin af aan moet nadenken over hoe mensen elkaar ontmoeten in die verschillende ruimtes. Je wilt immers geen monotone wijk, maar juist een divers stadsdeel met veel dynamiek.”

‘De Suikerzijde wordt een zelfstandig functionerend stadsdeel, maar tegelijkertijd is het natuurlijk een onderdeel van de stad.’

Vijf generaties

“En het betekent ook dat je vanaf het begin al moet inzetten op die voorzieningen,” vult Dam aan. “Bijvoorbeeld horeca en kantoorruimte, maar ook een basisschool, waarvan de bouw eind dit jaar start. De Suikerzijde wordt een woonmix van verschillende doelgroepen en generaties, met een combinatie van koopwoningen en sociale- en middenhuur. Van de 750 woningen van de eerste fase zijn 330

bijvoorbeeld corporatiewoningen. De woningen staan per bouwveld door elkaar en je ziet ook geen verschil tussen de verschillende typen woningen. Als bewoner doe je mee met iedereen.”

“We vinden het daarbij belangrijk om te denken in vijf generaties”, vervolgt Dam. “Wat je nog weleens ziet in een woonwijk, is dat de kinderen opgroeien, uit huis gaan en de ouders in hetzelfde huis blijven wonen. Daarmee is er weinig verloop en dooft zo’n woonwijk uiteindelijk ook langzaam een beetje uit. We zorgen daarom voor een mix aan starterswoningen, grotere woningen voor gezinnen en kleinere appartementen, zodat je kunt doorgroeien in je eigen stadsdeel en je sociale netwerk kunt behouden. En daarmee groeit de gemeenschap door, zodat je niet een situatie krijgt waarbij bijvoorbeeld de basisschool overbodig wordt.”

Verbinding met de stad “De Suikerzijde wordt een zelfstandig functionerend stadsdeel, maar tegelijkertijd is het natuurlijk een onderdeel van de stad”, zegt Jutten. “De wijk moet dus iets teruggeven aan de stad. Er zijn straks twee nieuwe bruggen over het Hoendiep. De Suikerzijderoute is de snelle en veilige fietsverbinding van en naar de binnenstad, die doorgetrokken wordt naar Hoogkerk. En ergens tussen 2033 en 2035 komt er een nieuw station in het hart van De Suikerzijde, dat dan direct toegang geeft tot het uitgebreide regionale trein- en busnetwerk.”

“Het is heel mooi om te zien dat er nu echt een nieuw stuk Groningen gaat ontstaan, waar alle bewoners straks een plek kunnen vinden”, zegt Dam. “Er is nu nog bijna niks, maar de bouw van de eerste 248 woningen is gestart en dat vind ik wel echt een mooie mijlpaal. Het gaat nu ineens snel en dan gaat straks Groningen ook echt zien dat De Suikerzijde uit de grond komt. En daar zijn we ook echt trots op.”

Puzzelen op de centimeter “We werken met alle disciplines samen op ons projectbureau, ook met onze samenwerkingspartners Dura Vermeer en corporaties Nijestee en Patrimonium.” zegt Jutten. “Dat werkt heel prettig, want je kunt snel schakelen en je leert elkaar goed kennen. En na jarenlange voorbereiding staat de boel nu op de rit. Daarmee begint gelijk de volgende uitdaging, want nu gaat het om de kunst om in allerlei verschillende snelheden met elkaar door te werken.”

“Dit is eigenlijk de start van meer continuïteit”, vervolgt Jutten. “Want met deze eerste fase testen we ook wat we voor de rest van De Suikerzijde willen met mogelijk nieuwe ontwikkelpartners. Alle ideeën die we voor de hele wijk hebben, zitten namelijk al in deze eerste fase. De accenten worden misschien anders, maar de filosofie blijft overal hetzelfde. Soms is dat puzzelen op de centimeter,

maar dat is ook de praktijk van bouwen. En dat lukt omdat we een geweldig mooi gezamenlijk fundament hebben neergezet.”

‘Het is heel mooi om te zien dat er nu echt een nieuw stuk Groningen gaat ontstaan, waar alle bewoners straks een plek kunnen vinden.’
Nynke Jutten, stedenbouwkundige bij De Suikerzijde
Albert-Jaap Dam, ontwikkelmanager bij Dura Vermeer
Impressie insnijding Emmaviaduct
“Het stationsgebied als nieuwe stadsentreeˮ
Noor Wit en Wim Kamminga
Van vervoersknooppunt naar een nieuw stuk binnenstad

Het vernieuwde station van Groningen kan niemand zijn ontgaan. Sinds de feestelijke opening op 13 juli maken dagelijks duizenden reizigers gebruik van het nieuwe vervoersknooppunt. Wie langs de zuidkant van het station fietst, ziet een vlakte die klaar is om bebouwd te worden. Maar ook de noordkant, nu nog een wirwar van verkeer rond het betonnen stadsbalkon – de fietsenstalling voor het station – staat aan de vooravond van een grote verandering.

Projectmanagers Wim Kamminga en Noor Wit vertellen hoe het stationsgebied de komende jaren transformeert tot een nieuw stuk binnenstad. Daarbij doen ze één belofte: “Het Peerd van Ome Loeks blijft.”

Volgende mijlpaal: het busstation aan de zuidzijde

Na jarenlange voorbereiding, van de eerste schetsen tot de aanleg van de bustunnel onder het spoor, gaan de bussen op 28 juni officieel naar de zuidzijde. Reizigers lopen straks vanuit de reizigerstunnel rechtstreeks het nieuwe busstation op, zonder een busbaan over te steken. Voor wie richting Assen, Emmen of Hoogeveen reist, levert dat bovendien merkbare tijdswinst op.

“Het nieuwe busstation aan de zuidzijde gaan we feestelijk openen,” zegt Kamminga. “Niet alleen voor onszelf, maar vooral voor de reizigers, de omgeving en de aannemers.”

De opening markeert ook het begin van de volgende fase in het stationsgebied. Met het vertrek van de bussen ontstaat er ruimte om de noordzijde opnieuw in te richten.

De schuifpuzzel

Wit, die de afgelopen vier jaar de transformatie van de noordzijde heeft voorbereid, staat te popelen om aan de slag te gaan. “Met het vertrek van het busstation ontstaat er voor het eerst weer bewegingsruimte aan deze kant van het station,” zegt ze. “Maar die ruimte moet je wel slim benutten, want alles hangt met alles samen.”

Aan de noordzijde werkt de gemeente toe naar een nieuwe stadsentree, met meer ruimte voor voetgangers, groen en verblijf, en een betere verbinding met de binnenstad. Maar om dat mogelijk

te maken, moet eerst ruimte worden vrijgespeeld. Het stadsbalkon kan pas verdwijnen als er tijdelijke stallingsruimte is. Die komt op de plek van het busstation. Pas daarna kan het gebied stap voor stap worden heringericht.

Kamminga herkent die complexiteit ook aan de zuidzijde. “Het is een overzichtelijk gebied, maar met ontzettend veel partijen en belangen. Je hebt te maken met vervoerders, automobilisten, fietsers, aannemers, ontwikkelaars en de gemeente. Daarnaast moet je rekening houden met evenementen op het Stadspark, werkzaamheden elders in de stad en bereikbaarheid. Dat maakt het een complex traject met veel afstemming.”

‘Alles hangt met alles samen.’

Paleistuin voor het reispaleis

Het meest besproken element in de hele ontwikkeling is het stadsbalkon, dat volop in gebruik is. Vijfduizend fietsplekken, snel bereikbaar en altijd vol. Functioneel is het zeker, maar ruimtelijk minder overtuigend.

Impressie

Noordzijde station

Overzicht Spoorkwartier

Wit: “Bovendien staat het de ambities voor de noordzijde letterlijk en figuurlijk in de weg. Het stadsbalkon is niet voor iedereen even toegankelijk en ontneemt het zicht op het monumentale stationsgebouw.”

‘We willen dat je het station uitloopt en meteen de stad ervaart.’

nieuw Stationsplein dat het monumentale gebouw eindelijk de ruimte geeft die het verdient. Het Peerd van Ome Loeks, in elke schets trouw op zijn plek getekend, kijkt het allemaal rustig aan.

Water als visitekaartje

De gemeente heeft onderzocht of gedeeltelijk behoud mogelijk is. Dat bleek niet haalbaar. “Door de constructie ligt de vloer van de stalling zo hoog dat een bruikbaar plein met groen op maaiveldniveau niet mogelijk is,” zegt Wit. “We gaan daarom uit van volledige sloop. Daarmee ontstaat tegelijk de kans om het gebied als geheel aan te pakken.”

Met de verdwijning van het stadsbalkon ontstaat ruimte voor wat de gemeente een ‘paleistuin voor het reispaleis’ noemt: een

Aan de noordzijde draait het niet alleen om verkeer en logistiek, maar ook om de kwaliteit van de openbare ruimte. De huidige Stationsweg wordt opnieuw ingericht en het water krijgt een prominentere plek. “Nu loop je richting de binnenstad vrijwel direct tegen verkeer, hekjes en fietspaden aan,” zegt Wit. “We willen dat moment veel sterker maken. Dat je het station uitkomt en meteen de stad ervaart.”

In de plannen ontstaat langs het water een nieuwe kade waar ruimte komt voor verblijf en kunst. Vanuit het station kijk je straks langs het water richting de binnenstad. “Dat zicht willen we veel sterker maken,” zegt Wit. “Dat je als bezoeker echt voelt: hier kom ik aan in Groningen.”

Een zuidelijke stationsentree

Terwijl aan de noordzijde de puzzel nog op gang moet komen, zijn aan de zuidzijde de eerste stukken al op hun plek gevallen. “Dit wordt een zuidentree van Groningen die we eigenlijk nooit hebben gehad,” zegt Kamminga. “De tijdelijke trappen willen we zo snel mogelijk weghalen, zodat je straks vanaf de Parkweg zo naar het station kunt lopen. Over twee jaar ligt hier een plein, en een jaar later hopen we te starten met de eerste woningbouw. Dan gaat het gebied echt leven.”

Het hart van dat nieuwe stadsdeel Spoorkwartier wordt het Tulaplein, omringd door vier bouwvelden. Voor de eerste twee kwadranten is ontwikkelaar BPD geselecteerd, die samen met woningcorporatie Patrimonium werkt aan een gemengd programma van sociale huur- en koopwoningen en voorzieningen in de plint. “Een mijlpaal voor een gebied dat jarenlang vooral op papier bestond,” zegt Kamminga. Daarna volgen de andere kwadranten, waar hoofdzakelijk ruimte is voor kantoren, hotel en andere voorzieningen.

Werken terwijl de trein rijdt “Reizigers moeten hun weg blijven vinden en gewoon hun trein of bus kunnen halen”, zegt Wit. “Tegelijkertijd voeren we op allerlei plekken werkzaamheden uit. Iedereen moet veilig kunnen werken en het moet voor reizigers sociaal veilig en overzichtelijk blijven.” Zelfs tijdelijke oplossingen moeten comfortabel zijn. “Dat staat hoog op onze lijst.”

Kamminga wijst op een nog groter schaakbord. “Je moet ook nadenken over wat er elders in de stad gebeurt. Stel dat het Emmaviaduct een jaar niet bereikbaar is en het verkeer wordt omgeleid via de Paterswoldseweg. Dan moet daar op dat moment geen onderhoud plaatsvinden. De impact reikt dus veel verder dan het gebied zelf.” Hier werken we nauw samen met Groningen Bereikbaar.

Dit is Groningen

Projectmanagement is een kwestie van lange adem, maar Wit en Kamminga halen er nog elke dag energie uit. “Het is geweldig dat de plannen steeds zichtbaarder worden,” zegt Kamminga. “Vorig jaar liep ik voor het eerst door de nieuwe tunnel onder het station. Dan zie je hoe groot dit project eigenlijk is.”

Zijn volgende stip op de horizon ligt een paar honderd meter verderop. “Ik kijk ernaar uit om over het Tulaplein te lopen, met de eerste gebouwen eromheen. Dat mensen deze kant van het station ook leren kennen en waarderen. Ja, ik zie het al helemaal voor me, met een cappuccino op het terras.”

Wit herkent dat gevoel, maar benadrukt ook de waarde van de tussenstappen. “Je moet jezelf en je team de ruimte gunnen om te genieten van de tussentijdse successen. Om dat met elkaar in beweging te houden, dat is wat me drijft.”

Haar beeld van de toekomst is duidelijk. “Ik hoop dat mensen straks het station uitlopen en zich meteen welkom voelen. Dat je langs het water naar de binnenstad kijkt en denkt: dit is Groningen.”

Met de verhuizing van de bussen naar de zuidzijde komt die toekomst een stap dichterbij. Daarmee begint de schuifpuzzel van het stationsgebied echt te bewegen.

Tulaplein zicht vanuit de verlengde Rijnstraat

“Woningcorporaties zijn de motor binnenstedelijkvoor woongeluk”

Kees van den Berg is manager Vastgoed bij Woningstichting Patrimonium en Pieter Witzenburg is directeur Vastgoed bij Lefier. Beide corporaties willen bijdragen aan de woningbouwopgave van de gemeente Groningen. Circa 40% van de woningen in de binnenstad is in het bezit van woningcorporaties. Daarom zijn de woningcorporaties de grootste spelers als het gaat om woningen toevoegen in de binnenstad.

Begin 2026 heeft gemeente Groningen het Volkshuisvestingsplan “Bouwen aan Gronings woongeluk” vastgesteld. Dit plan is samen met inwoners, woningcorporaties en ontwikkelaars tot stand gekomen. De belangrijkste conclusie: Groningen wil de komende tien jaar 16.000 nieuwe woningen bouwen. Het toevoegen van zoveel nieuwe woningen kan door nieuwbouw en door het aanpassen van bestaande woningen, bijvoorbeeld door splitsen, optoppen en transformeren.

Binnenstedelijk verdichten

Kees: “De woningcorporaties hebben een opgave uit het Volkshuisvestingsplan. Onze rol spitst zich naast de realisatie van woningen in de uitleggebieden vooral toe tot het binnenstedelijk verdichten en wijkvernieuwing.” Pieter: “We moeten enkele duizenden woningen in de binnenstad bouwen. Dat is een hele opgave, dat doen we samen met marktpartijen en met de gemeente.”

Kees: “De demografische ontwikkelingen laten zien dat de stad enorm groeit en dat de krapte op de woningmarkt en de wachtlijsten alleen maar toenemen. Verdichting is heel belangrijk om onze doelstelling te halen.” Pieter: “Allereerst willen we meer woningen bouwen in de stad. Dat doen we door het intensiveren van de ruimte; als we slopen willen we meer woningen terugbouwen en dan het liefst met factor 2.” Kees geeft een voorbeeld: “Patrimonium sloopt in de Bottelroosstraat in Selwerd 43 woningen en bouwt daar 76 woningen terug. Daar halen we de verdichtingsfactor.”

Verdichten kan ook door optoppen en door splitsen van grote eengezinswoningen. Zo heeft Lefier de Van Heemskerckflat, een studentenflat in de Zeeheldenbuurt, opgetopt met een extra verdieping. Per saldo kwamen er 34 extra woningen bij.

Binnenstedelijke wijkvernieuwing Een compacte en ongedeelde stad is het beleidsdoel van gemeente Groningen om sociale tweedeling tegen te gaan door gemengde wijken te creëren. Dit gebeurt vooral door wijkvernieuwing in wijken waar woningcorporaties veel woningen bezitten.

Pieter: “Dat betekent dat we in die wijken sociale huurwoningen slopen en we daar meer koopwoningen, middenhuur en vrije sector voor terugbouwen om zo een beter gemengde wijk te krijgen. Het omgekeerde gebeurt in binnenstedelijke wijken in Groningen-Zuid waar we juist sociale

huurwoningen toevoegen om die wijken beter in balans te krijgen.”

Hij vervolgt: “Bij het beter mengen van buurten werken we samen met marktpartijen. Dat moet ook, want woningcorporaties mogen alleen sociale huur en middenhuur bouwen. Wij mogen geen koop en vrije sector bouwen en ook geen winkels en voorzieningen. Om een hele wijk te vernieuwen, hebben we dus marktpartijen nodig.”

Patrimonium bouwt

76 woningen aan de Bottelroosstraat in Selwerd.

‘Het concept Meer dan Wonen stimuleert structureel ontmoetingen.’

Inbreiding Jullenshof Lefier.

Artist impressie project morgenzon dat patrimonium samen ontwikkelt met Helperblok bv.

Lefier doet dat in een zogenaamd ‘stedelijk huwelijk’ met ontwikkelaar BPD. Pieter licht toe: “Als wij onze sociale huurwoningen slopen, mag BPD op onze grond bouwen, bijvoorbeeld koopwoningen of vrije sector. In ruil daarvoor mogen wij in uitleggebieden als De Held of Meerstad op hun grond sociale huurwoningen bouwen.”

‘De woningcorporaties zijn de motor voor het toevoegen van woningen.’

In de volledig gerenoveerde seniorenflat de Zuiderflat in de Wijert Zuid is het meerwonen concept gelanceerd.

Kees vult aan: “Andersom doen we het ook. Een concreet voorbeeld: ontwikkelaar Helperblok B.V. heeft in de zuidelijke wijk Helpman een fabriek gekocht en wil daar 139 woningen bouwen. Patrimonium koopt daarvan 83 woningen, zodat het percentage sociale huur in die wijk omhoog gaat. Door zo samen te werken met ontwikkelaars dragen we bij aan ongedeelde wijken.”

Pieter geeft nog een voorbeeld: “Wij steken onze nek uit in de Indische Buurt door eerst te slopen en dan pas plannen te maken voor nieuwbouw. Die nieuwbouw komt er zeker, dat doen we samen met BPD. Zo maken we ook hier een ongedeelde wijk.”

Community building

In het Volkshuisvestingsplan staat dat er meer ruimte komt voor andere woonvormen, zoals corporaties en collectieven. Pieter: “Meer samen doen is een opkomende trend in onze maatschappij. Community building is daar een onderdeel van. Daar zijn wij al mee aan de slag gegaan, o.a. in het kader van Wijkvernieuwing.” Community building versterkt de leefbaarheid van wijken door het verbinden van bewoners. Lefier doet het bijvoorbeeld in studenten- of appartementencomplexen. “We bouwen daar collectieve ruimtes om bewoners te binden.”

Het volkshuisvestingsplan stelt ook: Eenzaamheid tegengaan in inpandige ontmoetingsruimte. Kees haakt hierop in: “Wij hebben verschillende woonzorginitiatieven. Zo hebben wij het concept Meer dan Wonen gelanceerd. Hierbij stimuleren wij structureel ontmoetingen. We proberen hier te bouwen aan communities waar mensen elkaar kennen.”

Een mooi voorbeeld van dit concept is de Zuiderflat: zelfstandige appartementen met voorzieningen in of dichtbij de flat, zoals eerstelijnszorg, ontmoetingsruimtes waar

bewoners samen dagactiviteiten kunnen doen en een wijkrestaurant.

Kees vervolgt: “Samen met ZINN en het Odensehuis en de gemeente Groningen werken wij samen aan buurthuiskamers. Daarmee zorgen we voor het tegengaan van vereenzaming. Buurthuiskamers zijn van oudsher kenmerkend voor woningcorporaties. De behoefte om samen te komen, draagt bij aan een betere samenleving.”

Pieter vult aan: “Ook hier moeten we samen optrekken met marktpartijen en de gemeente. De gemeente kan het samenkomen versterken door meer openbare ruimte of voorzieningen te bieden om samen te zijn. Er zijn al mooie voorbeelden van, zeker in de nieuwe woonwijk Stadshavens.”

Kleiner bouwen

Er is grote behoefte aan betaalbare woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens in stedelijk gebied. Pieter: “Huishoudens worden steeds kleiner. Daarom neemt de vraag naar kleinere woningen steeds meer toe. Het is nu mogelijk om woningen kleiner dan 50 m2 te bouwen. Dit initiatief steunen wij, want zo is het mogelijk om betaalbare huurwoningen te bouwen voor kleine huishoudens die anders meer dan 1.300 euro huur moeten betalen in de vrije sector.”

Kees beaamt dat: “Kleiner bouwen is noodzakelijk om de betaalbaarheid overeind te houden.”

Pieter vervolgt: “Kleiner bouwen bevordert ook de doorstroming. Om de doorstroming te bevorderen, zetten wij wooncoaches in.” Kees knikt: “Wij ook, wij zetten seniorenmakelaars in. Bij seniorenappartementen krijgen mensen die een grote eengezinswoning achterlaten voorrang om de doorstroming te bevorderen.”

De woningcorporaties spelen een belangrijke rol in de binnenstedelijke opgaven uit het Volkshuisvestingsplan. Pieter: “De woningcorporaties zijn de grootste spelers in de bestaande stad.” Kees knikt: “Dat klopt, in het binnenstedelijk gebied is bijna de helft sociale huur en in bezit van woningcorporaties. Wij zijn de motor voor het toevoegen van woningen.”

‘Kleiner bouwen is noodzakelijk om de betaalbaarheid overeind te houden’
Optopping van Heemskerckflat Lefier.

Van grote flats tot monumentale binnenstadspanden: verduurzamen, groeien en betaalbaar blijven

“Lefier is er voor studenten”
Jan Willem Veldman en Ronald Werkman

Voor veel jongeren begint het echte leven in een studentenhuis. Je leert zelfstandig wonen, koken voor jezelf, omgaan met huis- en buurtgenoten. Woningcorporatie Lefier wil studenten die kans blijven bieden. Met circa 3.500 studenteneenheden verspreid over de stad is Lefier een van de grootste spelers in de Groningse studentenmarkt. Maar de opgave is groot: verduurzamen, uitbreiden en betaalbaar houden, terwijl de markt onder druk staat. Jan Willem Veldman (assetmanager) en Ronald Werkman (manager Lefier Student) vertellen hoe Lefier die opgave aanpakt.

Een portefeuille met karakter

De studentenportefeuille van Lefier is allesbehalve uniform. “We hebben grote studentenflats zoals de Van Heemskerckflat nabij het centrum en drie flats in Selwerd, maar ook monumentale panden in de binnenstad waar studenten individueel een kamer huren, ook verhuurd aan leden van studentenverenigingen,” vertelt Werkman. Die diversiteit zit ook in het aanbod zelf: van klassieke onzelfstandige kamers, tot onzelfstandige kamers met eigen sanitair tot zelfstandige studio’s.

“Iedereen wil wat anders,” vervolgt Veldman. “De één wil zelfstandig wonen, de ander zoekt juist de gezelligheid van een studentenhuis. Wij willen al die vormen blijven aanbieden.” Kamerzoekenden kunnen zich voor kamers van Lefier inschrijven bij Room, het landelijke platform voor studentenhuisvesting. Lefier werkt met campuscontracten: studenten moeten aantonen dat ze een studie volgen. Dat zorgt voor doorstroming met een mutatiegraad van zo’n 33 procent per jaar.

Bijzonder is dat Lefier voor veel van haar panden huurtoeslag kan aanbieden, ook voor onzelfstandige kamers. “Dat is vrij ongebruikelijk voor dit type woningen,” legt Werkman uit. “Maar onze panden hebben een aangewezen status gekregen. Dat is een groot voordeel, zeker voor studenten met een smalle beurs.”

Groeien door transformatie en nieuwbouw

Lefier wil haar studentenportefeuille niet alleen behouden, maar ook laten groeien. Een deel van die groei komt uit transformatie van bestaande gebouwen. Een recent voorbeeld is de Van Heemskerckflat, waar een ingrijpende verbouwing ruimte

bood voor 34 extra kamers. “Zulke projecten zijn eigenlijk bijna nieuwbouw,” zegt Veldman. “Ze laten zien hoeveel potentie er nog in bestaande gebouwen zit.”

‘Wij willen verschillende vormen van studentenhuisvesting blijven bieden.’
– Jan Willem Veldman

De afgelopen jaren zijn in samenwerking met bouwpartner Van Wijnen vier grote studentencomplexen getransformeerd, elk met circa 300 kamers. Door de gevels naar voren te plaatsen werden kamers groter en kregen ze eigen sanitair. Daarnaast onderzoekt Lefier in het zuiden van de stad de mogelijkheid om op eigen terrein, bij een bestaand studentencomplex, circa 45 studio’s toe te voegen.

Ronald Werkman en Jan Willem Veldman voor Studentencomplex Oosterkade 9

Studentencomplex

Winschoterdiep

Studentencomplex

Ouder Boteringestraat 59

Verduurzamen: van label F naar A Veel transformaties gaan hand in hand met verduurzaming. En dat is hard nodig. “De energielabels van onze studentencomplexen varieerden in de meeste gevallen van C tot en met G,” zegt Werkman. “In veel gevallen zaten we nog op F of G. Dan is er veel nodig om richting label A te komen.”

De aanpak is gericht op de basis: betere isolatie, nieuw glas en goede ventilatie. Bewust wordt nog terughoudend omgegaan met zonnepanelen en installaties. “We willen de stap naar energieneutraal later kunnen zetten,” legt Veldman uit. “Eerst de schil op orde, daarna kunnen we installaties toevoegen, zoals warmtepompen en zonnepanelen. Zo bouwen we stap voor stap toe naar CO₂-neutraal in 2050, ook voor ons studentenbezit.” Bij een aantal grotere complexen zijn inmiddels al

hybride warmtepompen met zonnepanelen toegepast, maar de hoofdlijn blijft: eerst isoleren en ventileren.

Een concreet voorbeeld: de complexen aan de Oosterkade en Lijnbaanstraat, samen goed voor circa 130 eenheden, zijn recent in bewoonde staat verduurzaamd naar label A, in samenwerking met DuraVermeer. “In bewoonde staat verduurzamen is ons streven,” aldus Werkman. “Dat vraagt om goede communicatie met bewoners, maar het is voor iedereen prettiger.”

Maatwerk in de binnenstad

De grootste uitdaging ligt in en rond de binnenstad. Lefier bezit daar circa zeventig studentenpanden, met doorgaans vier tot twintig kamers per gebouw. Veel van die panden vallen onder erfgoedregels of liggen in beschermd stadsgezicht. “Je kunt niet zomaar installaties toevoegen of gevels aanpassen,” zegt Veldman. “Daarnaast is de bouwlogistiek in het centrum een extra uitdaging door een gebrek aan ruimte, de venstertijden en de zero-emissiezone in Groningen.”

Lefier pakt deze panden aan onder de naam ‘bouwstroom binnenstad’, samen met vaste partners Rottinghuis en Friso. Door steeds met dezelfde teams te werken, bouwt Lefier ervaring op die in elk volgend project wordt benut. Hopelijk gaan de eerste panden nog voor de zomer in uitvoering, waarna een traject van ongeveer vijf jaar volgt.

Ontmoeting als onderdeel van wonen Studenten verhuizen vaker, communiceren digitaal en hebben andere woonwensen dan reguliere huurders. Lefier heeft daarom een gespecialiseerd team ingericht: Lefier Student. Dit team zorgt voor het dagelijks beheer: onderhoud, kwaliteit van keukens en badkamers en een veilige woonomgeving, maar denkt ook na over bredere vragen. Want eenzaamheid is een groeiend thema onder studenten.

“We proberen ontmoeting te faciliteren,” zegt Werkman. “Denk aan gedeelde keukens

en gemeenschappelijke ruimtes. Studenten vinden contact en gezelligheid belangrijk. Dat is ook waarom we kamers in een studentenhuis willen blijven aanbieden, naast zelfstandige studio’s.”

De communicatie verloopt grotendeels digitaal, via een eigen app van Lefier Student. Bewoners vinden er informatie over hun woning, kunnen meldingen doen en contact opnemen met de corporatie. Een deel van de communicatie is Engelstalig, voor de internationale studenten in de portefeuille.

Een markt onder druk

Ondertussen staat de Groningse studentenwoningmarkt onder druk. Er is nog altijd een tekort van circa 1.900 studenteneenheden, terwijl het aanbod tegelijk daalt. Tijdelijke complexen verdwijnen na verloop van tijd. Studentenhuizen worden omgebouwd naar zelfstandige studio’s, wat meestal ten koste gaat van de aantallen. En particuliere beleggers trekken zich terug door hogere rente, strengere regelgeving en toenemende belastingdruk.

Daar komt bij dat het aantal studenten mogelijk licht daalt. De verwachte afname van internationale studenten, mede door de Wet internationalisering in balans, die het onderwijs meer Nederlandstalig wil maken, speelt daarin een rol. “Maar ook het aantal Nederlandse studenten daalt op dit moment,” signaleert Veldman. “Toch is het tekort nu nog steeds groot.”

Investeren omdat het ertoe doet Lefier kiest er bewust voor om actief te blijven investeren in studentenhuisvesting. De corporatie wil het marktaandeel, nu circa 10 procent van het totale aanbod, minimaal behouden en waar mogelijk laten groeien. Daartoe worden ook panden overgenomen van andere partijen. Zo nam Lefier onlangs veertig studentenkamers over van Nijestee. “Een logische keuze. We hebben al veel studentenpanden in de buurt én een gespecialiseerd team klaarstaan.”

De strategie voor de komende jaren is

helder: lichte groei van de portefeuille, verduurzaming van het bestaande bezit en betaalbaarheid bewaken. Samen met de gemeente en andere corporaties heeft Lefier een convenant gesloten om het studentenaanbod in Groningen structureel te versterken.

Dat sociale aspect zit in het DNA van Lefier. “Voor veel mensen is het wonen in een studentenhuis een belangrijke fase in hun leven,” sluit Veldman af. “Je leert zelfstandig wonen en samenleven. We willen studenten die kans blijven bieden.”

Studentencomplex Acero Esdoornlaan, Groningen

Jan Willem Veldman en Ronald Werkman

Studentencomplex Lijnbaanstraat 1

Gerke van der Werf

Voormalig Graanpakhuis Albion:

“Onderhoud aan een icoon, met een glas dat altijd vol is”

Gerke van der Werf is een optimist. “Type glas-is-half-vol?” Hij denkt even na en zegt: “Eerder het type glas-is-helemaal-vol.” Het past bij de 44-jarige commercieel manager van Heijmans. Van der Werf omarmt het leven met volle teugen: wacht niet op een goede dag, maak er een. Die houding klinkt prettig licht, maar is in de praktijk vooral ook handig. Want wie zich bezighoudt met onderhoud en verduurzaming in de binnenstad, weet dat je aan één ding zeker tekortkomt: ruimte. En aan één ding nooit: verrassingen.

Met Van der Werf kijkt Bouwt en Ontwikkelt terug op de omvangrijke onderhoudsklus die Heijmans uitvoerde in Albion, een beeldbepalend pand aan de Noorderhaven in Groningen: het voormalige graanpakhuis, gebouwd rond 1890 en in de jaren negentig getransformeerd tot wooncomplex. In opdracht van woningstichting Patrimonium werden in 2024 en 2025 47 appartementen planmatig onderhouden en tegelijk verduurzaamd, met als ambitie dat alle woningen minimaal energielabel A halen. Een traject dat anderhalf jaar aan werkzaamheden vroeg – en dat, ondanks ferme uitdagingen, volgens planning werd afgerond.

Tien jaar Heijmans, in twee rondes Van der Werf is inmiddels in twee periodes al zo’n tien jaar bij Heijmans werkzaam. Hij begon ooit in de wereld van de voorbereiding en uitvoering, maakte vervolgens een uitstap richting corporatiewereld toen de crisis in 2008 de bouw hard raakte, en keerde later weer terug. “Het cirkeltje is rond”, zegt hij. In zijn loopbaan combineerde hij een bouwkundige basis met een bedrijfskundige blik: HTS Bouwkunde, later aangevuld met een opleiding bedrijfskunde. “Achteraf ben ik blij dat ik die bedrijfskunde later heb gedaan. Dan heb je al meters gemaakt, afdelingen gezien, organisaties gevoeld. Dan landt het beter.”

Die combinatie - techniek en organisatietypeert ook zijn huidige rol. Van der Werf is veel bij klanten over de vloer. Niet alleen om een opdracht ‘binnen te halen’, maar vooral om de echte vraag scherp te krijgen. “Je kunt een vraag krijgen die heel stellig klinkt, maar is dat ook wat iemand echt bedoelt? Daar zit voor mij de lol: ontdekken waar de meeste meerwaarde zit. En dat kan alleen door goed te luisteren en door te vragen.”

‘Het aanzicht is niet veranderd. Het is wat het was, alleen duurzamer.’

het echt hebt geprobeerd.” Hij legt een uitspraak van een vroegere collega op tafel: “Die antwoordde eens op de vraag of hij kon lassen met: dat kan ik nóg niet. Als je er zo in staat, dan wil je leren en dan kom je ergens. Ja toch?” Het is ook de houding die hij zijn kinderen probeert mee te geven. “Met je handen in je zakken gebeurt er niks.”

Geen doorsnee klus

Hij noemt het met een knipoog “LSD”: luisteren, samenvatten, doorvragen. Het klinkt als een training uit een vergeeld managementboek, maar in de praktijk blijkt het precies het verschil te maken tussen een plan dat ‘op papier klopt’ en een aanpak die in het veld werkt – zeker in een complex als Albion, waar geen woning hetzelfde is.

Een huis in de achtertuin

Hij en zijn vrouw bouwden eigenhandig een nieuwe woning in de achtertuin van hun huidige huis. “Met onze eigen handen,” zegt hij. Zijn mindset kwam opnieuw van pas. “Je weet pas of je iets niet kan tot je

Albion is geen doorsnee onderhoudsproject. Het complex bestaat uit het oorspronkelijke graanpakhuis, dat in de jaren negentig door Patrimonium werd verbouwd tot woongebouw met 27 appartementen en drie bedrijfsruimtes, én een later toegevoegd gebouw aan de Havenstraat met 20 woningen. Beide delen zijn bouwkundig met elkaar verweven en vormen samen één complex. “Binnenstedelijk, midden in een stad en aan het water”, vat Van der Werf samen. En dan is er nog het monumentale karakter.

Op lastig bereikbare plekken verving Heijmans houten kozijnen door kunststof, zodat het complex minder afhankelijk wordt van kostbare steigerbeurten. “Je wilt niet elke keer met dure steigers aan de slag”, zegt hij. Tegelijk mocht het karakter van het voormalige graanpakhuis niet aangetast worden. Dat vroeg om zorgvuldig maatwerk in detaillering en profilering: de nieuwe kozijnen moesten zó passen dat het historische aanzicht overeind bleef.

“Het aanzicht is niet veranderd. Het is

wat het was, alleen duurzamer.” Rond die ingreep werden ook gevels, schilderwerk, dakbedekking en andere bouwkundige onderdelen meegenomen, met één heldere opdracht: kwaliteitsverbetering en een energiesprong, zodat alle woningen richting minimaal label A konden.

Schriksteigers

Binnenstedelijk onderhoud betekent bovendien werken met risico’s die je niet kunt wegredeneren. De bouwplaats rond Albion is krap en de gevels zijn hoog; veiligheid en bereikbaarheid werden daarmee een project op zichzelf. Heijmans paste het steigerwerk aan met extra voorzieningen, zogeheten schriksteigers, om te voorkomen dat eventueel vallend materiaal zou doorstuiteren richting bewoners of voorbijgangers.

Ondertussen dook er wel een tegenvaller op: bij het openen van een aantal schachten voor het vervangen van de rookgasafvoeren, bleek ook het rioleringsysteem deels aan vervanging toe te zijn. Dat schuurde met planning en werkvolgorde, maar door strak te sturen - dankzij leansessies en afstemming met ketenpartners - kon Heijmans prioriteiten verleggen zonder het project te laten ontsporen.

Een icoon dat weer jaren mee kan Albion staat er weer goed bij. De bewoners bleven gedurende het traject wonen, de bouwplaats bleef krap en de stad draaide door, maar het werk liep door. Met oplossingen die technisch waren, maar ook praktisch. En met een team dat, in de woorden van Van der Werf, vooral bleef denken in nog niet in plaats van nee. “Zo is het precies”, besluit Van der Werf. “Voor het onderhoud van een monumentaal pand, midden in de stad, komt die instelling heel goed van pas.” In de woorden van Van der Werf: zorgen dat het glas niet halfvol is, maar helemaal.

Patrimonium: vaste klant, gedeelde lat Christelijke Woningstichting Patrimonium is een belangrijke opdrachtgever voor Heijmans in Groningen. De corporatie beheert en verhuurt duizenden sociale huurwoningen in de stad. Het onderhoud aan Albion is een recent voorbeeld van de samenwerking met Heijmans. Heijmans voerde hier planmatig onderhoud en verduurzaming uit aan 47 appartementen in het voormalige graanpakhuis aan de Noorderhaven. Maar het is niet het enige project dat beide partijen samen oppakten. Zo werkte Heijmans eerder aan 90 portiekwoningen aan de Wilgenlaan, waar onder meer kunststof kozijnen werden geplaatst, dakbedekking werd vernieuwd en isolatiemaatregelen werden getroffen, zoals het isoleren van bergingsplafonds en het na-isoleren van spouwmuren. Daarnaast voerde Heijmans in de afgelopen jaren meerdere onderhouds- en isolatieprojecten uit voor Patrimonium, variërend van kleinere renovaties tot grotere planmatige onderhoudsopgaven.

Volgens commercieel manager Gerke van der Werf draait de samenwerking vooral om wederzijds vertrouwen en lange termijn denken. “Je leert elkaar steeds beter begrijpen: wat een opdrachtgever nodig heeft, waar de prioriteiten liggen en hoe je samen een project zo goed mogelijk uitvoert. Patrimonium heeft mooie projecten in de stad en wij hopen daar ook in de toekomst weer samen aan te mogen werken.”

Albion Groningen Heijmans

Erwin Harder en Mieke Bakker | Lamberink Makelaars & Adviseurs:

“Midden in de bouwwereld”

Lamberink Makelaars & Adviseurs is het grootste makelaarskantoor van het Noorden. Dagelijks zijn meer dan 80 medewerkers actief in de noordelijke vastgoedmarkt. Hun lokale kennis, aangevuld met relevante data, maakt dat Lamberink goed kan inspelen op de markt. Daardoor ligt hun kracht niet alleen aan de aanbodzijde, maar is ook de vraagzijde goed in beeld. Het bedrijf adviseert zowel ontwikkelaars en aannemers, als gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties bij uitbreidingsplannen met heldere adviezen en scherpe marktanalyses.

“In Noord-Nederland zijn wij bij veel projecten betrokken, bij zowel lokale als regionale initiatieven. Of het nu gaat om een kleinschalig project in een dorp of een project van een paar honderd woningen bij een grote stad. We staan midden in de bouwwereld. We trekken samen op met ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee bij vraagstukken van gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties”, vertelt manager nieuwbouw Erwin Harder. Erwin is per 1 januari 2026 Lamberink Makelaars & Adviseurs komen versterken als de nieuwe manager nieuwbouw.

Hij en zijn team nieuwbouwmakelaars en adviseurs vertellen hier samen enthousiast over het bedrijf en hun samenwerking.

Alles onder één dak

Het familiebedrijf bestaat al meer dan 37 jaar. Harry Lamberink richtte het bedrijf in 1988 op en heeft het, samen met de medewerkers, opgebouwd tot waar het nu staat.

Erwin Harder: “Wij bieden alles onder één dak op het gebied van wonen, bedrijfshuisvesting, taxaties, nieuwbouw, hypotheken en verzekeringen. Zo kunnen wij de markt optimaal bedienen. Wij ontzorgen de klant; of dit nu de ontwikkelaar is of de eindklant.

Kenmerkend daarbij is de persoonlijke aanpak; het belang van de klant staat altijd op nummer 1.”

Regionaal en lokaal geworteld

Met elf vestigingen verspreid over de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Noordoost-Overijssel is Lamberink verweven met Noord-Nederland.

Nieuwbouwspecialist Anita Timmer

licht het als volgt toe: “Wij zijn lokaal én regionaal geworteld. We kennen NoordNederland door en door. Ongeacht waar in het Noorden, we zijn goed op de hoogte van wat er speelt en we kunnen goed inspelen op vragen uit de markt.”

“In die rol vervullen wij een sleutelrol, zowel voor onze zakelijke opdrachtgevers als voor onze particuliere klanten. Het is immers de kunst om vraag en aanbod op de juiste manier aan elkaar te koppelen”, vult Harder aan.

‘Met onze diepgaande data en marktkennis kunnen wij actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen.’

Diepgaande marktkennis

“We hebben data tot op postcodeniveau; we weten daardoor precies wat de woonbehoefte is en wat de woonwensen zijn qua woningtypes, oppervlakte, locaties, budgetten voor koop en huur, etc. Bij nieuwbouwprojecten zijn deze data belangrijk. Al ver voordat een project daadwerkelijk van de grond komt, hebben wij al veel wensen van de geïnteresseerden in beeld en ruim voordat de eerste steen geplaatst is, bereiken wij deze groep via onze nieuwsbrieven en andere media”, vertelt nieuwbouwspecialist Zwanet Akker.

‘We staan midden in de bouwwereld. We bedienen ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties.’

op een bepaalde locatie. Al onze inzichten in de lokale woningmarkt delen we met gemeenten, provincies, ontwikkelaars, aannemers en woningbouwcorporaties, zodat zij hun inzichten kunnen optimaliseren en faalkosten kunnen reduceren. Wij denken écht mee.”

Unieke database

Harder: “Wij zijn als partner aangesloten bij Dynamis, een landelijk samenwerkingsverband met 13 vastgoedpartners op het gebied van research, kennisdeling, opleiding, marketing en acquisitie. Samen hebben wij een landelijke database gebouwd met inzichten in de markt op doelgroepniveau die verrijkt wordt met de lokale kennis. Hiermee kunnen we heel specifiek de actuele vraag en woonbehoefte in beeld brengen.”

“Wij verdiepen deze database steeds verder met nieuwe tools en meer data. We kunnen opdrachtgevers realtime inzicht geven in relevante data van meer dan 8 miljoen huishoudens. Met deze unieke uitgebreide database zijn we nog meer van toegevoegde waarde voor de hele keten”, voegt nieuwbouwadviseur Iris Boschma toe.

“Met deze diepgaande marktkennis kunnen we actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen. Zo kunnen we de vraagzijde goed in beeld brengen waardoor het voor een ontwikkelaar duidelijk wordt of het zin heeft om de grond aan te kopen

Nieuwbouwspecialist René Warnders vervolgt: “We adviseren niet alleen ontwikkelaars en aannemers, maar ook gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties. Gemeenten vragen ons bijvoorbeeld voor een marktanalyse of advies bij nieuwe uitbreidingsplannen. Die plannen zijn vaak een kwestie van een lange adem, zo’n plan wordt dus ook tussentijds regelmatig getoetst. Het is weleens gebeurd dat een plan met vooral vrijstaande woningen aangepast is naar vooral 2-onder-1-kap woningen omdat dat beter aansloot op de vraag. Het blijft altijd balanceren tussen vraag en aanbod, dat moet altijd op elkaar afgestemd zijn.”

Synergiekansen zien

Harder: “Het is voor ons heel vanzelfsprekend dat we een vraag uit de markt ook even bij een andere afdeling

neerleggen om mee te kijken, zodat we de vraag nog breder kunnen beantwoorden. We zien dan synergiekansen voor de hele organisatie.”

Hij geeft een voorbeeld om de synergie en samenwerking tussen de bedrijfsmakelaars, woningmakelaars, nieuwbouwmakelaars en financieel adviseurs te illustreren: “Stel, de lokale slager, gevestigd op een mooie prominente plek in het dorp, stopt omdat hij geen opvolging heeft. Hij neemt contact op met onze bedrijfsmakelaars om het pand in verkoop te nemen. We kijken dan verder dan alleen de verkoop en de huidige functie en bestemming. We onderzoeken mogelijk nieuwe functies van een locatie, zoals transformatie of herontwikkeling naar wonen. Daarom vragen we ook onze nieuwbouwmakelaars om mee te kijken bij deze locatie.”

Passend plan

Hij vervolgt: “Onze nieuwbouwmakelaars kunnen met hun kennis en ervaring, en natuurlijk ook met onze data, snel inschatten wat mogelijk is op die plek. Ze maken een analyse van de lokale vraag uit de markt en samen met Dynamis zetten ze de data om in een passend plan.

Stel dat de plek van de slagerij goed geschikt is voor het bouwen van een appartementencomplex dat past bij de vraag in de omgeving, dan gaan we op zoek naar een ontwikkelaar om mee te denken over de mogelijkheden. De bedrijfsmakelaars verkopen het pand aan de ontwikkelaar waarmee de slager de beste opbrengst heeft. De nieuwbouwmakelaars pakken het traject vervolgens verder op en zij kunnen de ontwikkelaar van A tot Z ondersteunen op verkoopgebied.”

“Bij de verkoop van het nieuwe appartementencomplex trekken de verschillende afdelingen binnen Lamberink ook weer samen op. Geïnteresseerden willen weten hoeveel hun huidige woning waard is en hoe snel deze verkocht kan worden. Onze woningmakelaars kunnen hen snel informeren met hun kennis van

de lokale markt en zij kunnen de woning uiteindelijk in verkoop nemen. Daarnaast speelt er natuurlijk ook altijd een financiële vraag; hoe werkt dat nu eigenlijk met een nieuwbouwwoning en kan ik dat betalen? Dan komen onze financieel adviseurs om de hoek kijken. De klanten weten dan snel waar ze staan en wat hun mogelijkheden zijn om onbezorgd de keuze voor hun nieuwe woning maken.”

“Kortom”, besluit hij, “al onze afdelingen komen aan bod. Van het eerste advies van de bedrijfsmakelaar en het idee voor nieuwbouw tot alles tot in de puntjes regelen voor de potentiële kopers van de appartementen.”

“Een totaalaanpak die staat als een huis”
Dick Janssen, Jannet Voorn en Mehdi Bulthuis van Rizoem:

Rizoem begeleidt en realiseert project- en gebiedsontwikkelingen van de initiatiefase tot en met de nazorg. Dick Janssen, Mehdi Bulthuis en Jannet Voorn zijn alle drie partner bij Rizoem en vertellen trots over hun totaalaanpak. “We maken het verschil met voorspelbaarheid, regie en besluitkracht, in de vernieuwing en aanpak van wijken en buurten waar mensen graag verblijven”, vertelt Dick. Zes jaar geleden begon Rizoem met dit idee. Nu staat er al ruim vijf jaar een totaalaanpak die werkt.

Er ligt een grote opgave in woningbouw. Er is niet alleen behoefte aan fors meer woningen, maar ook aan andere typen woningen en toekomstbestendige buurten. Ondertussen hebben we te maken met strengere regelgeving, langdurige vergunningentrajecten, stijgende kosten, onvoldoende capaciteit en kritische belanghebbenden.

De opdrachtgevers van Rizoem willen snelheid aanbrengen in hun opgaven, maar wel met behoud van kwaliteit. Betaalbaarheid, duurzaamheid en draagvlak van bewoners en omgeving zijn daarvoor cruciaal. Rizoem geeft hier met hun totaalaanpak invulling aan.

Rizoem integreert visie, strategie, haalbaarheid en realisatie in één samenhangende aanpak, waarin ruimtelijke kwaliteit, financiële robuustheid en maatschappelijke meerwaarde elkaar versterken en leiden tot duurzaam rendement voor alle betrokken partijen.

Mehdi vat de totaalaanpak als volgt samen: “Van wensportefeuille tot nazorg: één partner, één proces, één regie. Zo komen doordachte keuzes en resultaat samen.”

Altijd maatwerk

Rizoem is 14 jaar geleden ontstaan vanuit een passie voor ruimtelijke ontwikkeling met aandacht voor de leefomgeving. Dick: “We staan voor kwaliteit, zowel in de gebouwde omgeving als onze dienstverlening. Met onze bijdrage willen we de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een buurt vergroten. We willen plekken creëren waar mensen graag zijn.”

Dat doet Rizoem door goed samen te werken. Niet alleen met de opdrachtgever,

maar ook met andere belanghebbenden. Zodat kansen altijd optimaal benut worden. Voor woningcorporaties werkt Rizoem aan toekomstbestendige en betaalbare woningen waar mensen zich thuis voelen. Samen met gemeenten wordt gewerkt aan leefbare en duurzame wijken en dorpen.

“Wij positioneren ons nadrukkelijk als partner binnen een gezamenlijk geformuleerde opgave op buurt-, wijk- en portefeuilleniveau. Vanuit die gedeelde ambitie werken wij integraal samen aan structurele waardecreatie, met oog voor zowel strategische doelstellingen als uitvoerbaarheid.”

‘Wij creëren plekken waar mensen graag zijn.’

“Onze inzet vindt plaats tegen een vooraf vastgestelde prijs. Daarmee onderscheiden wij ons expliciet van de traditionele adviseur die werkt op basis van uurtjefactuurtje en daarmee een prikkel heeft op inzet in plaats van op resultaat. Onze focus ligt op impact, voorspelbaarheid en

gezamenlijk succes. Niet op urenproductie, maar op het realiseren van concrete, meetbare voortgang.”

Verbinden

Hoe groot of hoe klein een project ook is, Rizoem zet altijd een compleet team in. Dick legt uit: “In onze projectteams zitten altijd een projectleider wonen, een projectleider bouw, een procesbegeleider, een communicatiedeskundige en een financieel expert. Alle noodzakelijke specialismen hebben wij zelf in huis.” Dick: “Soms is een expertise nodig die we niet in ons vaste team hebben. Daarvoor hebben we een flexibele schil van vaste specialisten die ons kunnen versterken als dat nodig is.”

‘Onze totaalaanpak: één partner, één proces, één regie.’

“De totaalaanpak bestaat uit één geïntegreerde aanpak waarin alle noodzakelijke specialismes écht samenwerken. We doen alles in verbinding. En dat niet alleen, we doen het ook samen met onze opdrachtgevers. In projecten fungeren we als het verlengstuk van de organisatie van de opdrachtgever”, licht Dick toe.

Jannet legt uit: “We hebben alle expertise in huis om onze opdrachtgevers volledig te

kunnen ontzorgen. Tegelijkertijd werken we ook juist nauw samen met collega’s bij de opdrachtgever zodat kennis goed wordt overgedragen en de organisatie goed op vlieghoogte is wanneer wij weer weggaan. Dat vraagt om maatwerk, en daar ligt onze kracht.”

Jannet vervolgt: “Onze aanpak is procesgericht en participatief. Alle belanghebbenden betrekken we actief zodat we een open proces doorlopen. Daardoor ligt de focus niet alleen op het voorgenomen eindresultaat. We kunnen echt de kwaliteit verhogen door deze samenwerkingen. Een goed proces is belangrijk voor het gevoel waarmee betrokkenen achterblijven.”

Dick: “Over onze totaalaanpak is nagedacht. Al onze expertise en onze kennis en kunde zit erin.”

“En onze ervaring”, voegt Jannet toe. “Dankzij die ervaring kunnen we snel schakelen tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau.”

Versnellen

“In het kader van de versterkingsopgave voeren we voor woningcorporatie Goud Wonen verschillende sloopnieuwbouwprojecten uit. De eerste 150 woningen zijn al opgeleverd. We hebben nu nog 250 woningen te gaan. Daar gaan we de komende twee jaar mee aan de slag”, vertelt Dick.

Uithuizen

Met de totaalaanpak heeft Rizoem bewezen dat er continuïteit en zekerheid mogelijk is bij complexe opgaven. De aanpak maakt projecten haalbaar en biedt zelfs kansen om te versnellen. Dick: “Je hoort vaak dat het in het aardbevingsgebied zo traag gaat, maar met onze aanpak lopen de twaalf projecten die wij uitvoeren volgens planning en konden we op een aantal projecten versnellen. Wij zijn in 2028 echt klaar.”

Bovendien laat Rizoem zien dat het beheersbaar houden van projecten niet betekent dat er wordt ingeleverd op kwaliteit. Bij alle projecten is sprake van architectuur op maat, steeds tot stand gekomen samen met bewoners. Door de samenwerking met alle betrokken partijen kan er vaak meer. De wijk Uithuizen-Noord is daar een voorbeeld van. Hier koos ook de gemeente bewust voor medewerking aan meer kwaliteit in het ontwerp van de woningcorporatie.

Bedankkaartjes

Dick vervolgt: “Wij ontwikkelen in bestaande wijken. Dat betekent dat je een buurt verandert waar mensen elkaar kennen en eigen plekjes en gewoontes hebben. Dat is iets heel anders dan alleen nieuwe huizen bouwen. Vanuit de opdrachtgever en overheid zijn er vaak regels en wensen om aan te voldoen, zoals klimaatadaptieve oplossingen en parkeren. Ondertussen is het belangrijk dat bewoners hun ‘nieuwe’ buurt ook echt als een fijne plek ervaren. We vinden het mooi om te horen dat bewoners trots zijn op de plek waar ze na oplevering wonen. We krijgen zelfs weleens bedankkaartjes.”

Mehdi legt uit: “Wij vinden participatie erg belangrijk. Bewoners staan centraal in onze aanpak. Zorgvuldige communicatie met hen is cruciaal om een project goed uit te voeren. We geven veel persoonlijke aandacht. De projectleider wonen voert met alle bewoners altijd persoonlijke gesprekken en we zorgen voor een wekelijks spreekuur op locatie. Daardoor

weten we al vroeg wat er speelt. Zo voorkomen we verrassingen die het proces vertragen en kunnen we beter aan woonwensen van bewoners voldoen. We werken met een informatiewaaier waarin we stap voor stap het proces uitleggen. De waaier bestaat uit losse kaarten waarmee we de informatie op maat kunnen samenstellen, precies afgestemd op de persoonlijke situatie van de bewoners.”

Woningcorporaties en beleggers De totaalaanpak van Rizoem is uitermate geschikt voor woningcorporaties en beleggers. Dick beaamt dat: “Bijvoorbeeld voor woningcorporaties die moeite hebben om hun woningbouwproductie, transformatie of verduurzaming op gang te krijgen. Of voor beleggers, investeerders of pensioenfondsen die graag woningen willen toevoegen aan hun portefeuille of hun woningvoorraad willen verduurzamen en de bijbehorende omgeving willen vergroenen.”

Trots besluit hij: “We zijn er hartstikke trots op dat wat we zes jaar geleden bedacht hebben, nu zo goed loopt. Wij laten zien dat het werkt. Onze aanpak staat gewoon, we ontzorgen echt.”

Twee onder een kap woningen van zandeweer

‘Versnellen kan!
Ook in het aardbevingsgebied.’

“Nieuwe opdrachten zijn zeker welkom!”

Daiwa House Modular Europe, specialist in modulair gebouwde hoogwaardige woningen, maakt een gezonde groei door. Afgelopen jaren werden er in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel al diverse projecten gerealiseerd. Als het aan Ben de Roo en Sieb Meijer, beiden werkzaam als woningbouwadviseur bij de vestiging in Eemshaven, ligt komen daar nog veel meer mooie modulaire woningbouwprojecten bij. Dat kunnen bijvoorbeeld grondgebonden woningen zijn.

Ben de Roo: “Ik ben een Drent en woon, met veel plezier, al mijn hele leven in Zuidwolde. Inmiddels heb ik aardig wat ervaring in het bouwen met modules. Ik heb onder meer gewerkt voor het toenmalige

Direktbouw in Coevorden. Na daar een aantal jaren technisch werk gedaan te hebben wilde ik iets anders. Uit een competentietest bleek dat ik zowel technische als commerciële kwaliteiten heb. In mijn huidige functie komt die combinatie goed van pas.”

Sieb Meijer: “Mijn wortels liggen in Groningen. Daar ben ik geboren en getogen en ben ik naar school gegaan. Ik heb wat minder ervaring dan Ben maar ben minstens net zo enthousiast over modulaire woningbouw als hij. Afgelopen 3,5 jaar werkte ik bij Daiwa House als projectleider aan allerlei woningbouwopdrachten voor Nationaal Coördinator Groningen. Dit overheidsorgaan is verantwoordelijk voor de huisvesting van slachtoffers

van de aardbevingen in de provincie Groningen. Bij mijn vorige job had ik onder meer veel contact met regionale aannemers en overige toeleveranciers in het Noorden en Oosten van Nederland. Ik wilde binnen

Daiwa House meer de advieskant op en ben dan ook heel blij met mijn nieuwe functie.”

‘Onze woningen gaan minstens 80 tot 100 jaar mee!’

Ben de Roo

Soort van Lego

Ben: “Daiwa House Modular Europe is geen traditioneel bouwbedrijf. Onze vestigingen in Montfoort in de provincie Utrecht (ook hoofdkantoor)

Sieb Meijer (links) en Ben de Roo, in het Experience Center van Daiwa House Modular Europe

en Eemshaven zijn gespecialiseerd in het fabrieksmatig produceren van complete woningbouwmodules van permanente kwaliteit. Je kunt het zien als een soort Lego voor grote mensen. We werken met hout, staal en beton en bieden keuze uit diverse maten modules, architectuurstijlen en gevelafwerkingen. Onze klanten zijn woningcorporaties, gemeentes, projectontwikkelaars en beleggers.”

Lopende band

Sieb voegt enthousiast toe: “Een realisatietijd van 6 of 7 maanden is bij ons eerder regel dan uitzondering. Voorbereidende werkzaamheden op de bouwlocatie worden grotendeels gelijktijdig uitgevoerd met de productie in onze fabriek. We maken duurzame modules voor onder andere arbeidsmigrantenhuisvesting, studentenhuisvesting, seniorenappartementen en grondgebonden woningen letterlijk aan de lopende band. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een prachtig en bijzonder duurzaam asielzoekerscentrum (azc) in Dalfsen opgeleverd.”

50% sneller

Volgens Sieb is snelheid een belangrijk pluspunt van de modulaire bouwwijze van Daiwa House: “De bouw van een complete woning in onze gerobotiseerde fabriek kost slechts een dag. Alles zit er dan in: elektra, leidingwerk, keuken, sanitaire voorzieningen, de badkamer, enzovoort. Modules hoeven dan alleen nog maar te worden vervoerd naar de bouwlocatie. Het plaatsen en monteren van de modules kost 1 dag. Vervolgens brengen we de gevelbekleding aan en sluiten we alle leidingen aan. We bouwen tot 50% sneller dan traditionele bouwers.”

‘Extra productieopdrachten zijn van harte welkom’

Bijzonder duurzaam

Ben sluit af: “Vergeleken met de traditionele bouw hebben we een 50% lagere CO2uitstoot. Het geheim? We hebben veel minder transportbewegingen en gebruiken duurzame en herbruikbare componenten. Onze hoogwaardige modules kunnen na 15 jaar of zelfs na vele decennia van gebruik uit elkaar worden gehaald en op een andere locatie opnieuw worden ingezet. Wij hoeven dus niets te slopen. Onze woningen hebben een lange levensduur. Kortom: we leveren in korte tijd toekomstbestendige woonoplossingen en hebben productiecapaciteit.

Interesse? Laten we vrijblijvend kennismaken, dat kan bijvoorbeeld via onze website (dhme.eu).

Project NCG (Nationaal Coördinator Groningen), locatie: Appingedam, Burg. Welleman.

Anne Plat en Jornand Veldman

Plangebied Meerstad: van Wensbeeld naar werkelijkheid

“We willen duurzamer,gevarieerder, betaalbaarder”

PLANGEBIED MEERSTAD – Tienduizend woningen. Focus op betaalbaarheid. Innovatieve concepten. En een meer dat nog flink groter wordt. Plangebied Meerstad gaat de komende decennia een belangrijke bijdrage leveren aan de grote opgaven van deze regio. Denk aan wonen, klimaatadaptatie, energie en leefkwaliteit. Dat betekent bouwen aan die duizenden nieuwe woningen, maar ook aan water, groen, mobiliteit en voorzieningen die het wonen van morgen mogelijk maken. Een complexe en prachtige opgave.

Binnen Bureau Meerstad wordt daar elke dag hard aan gewerkt, met één uitgangspunt: kijken hoe het wél kan. Hoe je tempo maakt zonder kwaliteit te verliezen. Hoe je betaalbare woningen kunt realiseren en tegelijk ruimte houdt voor innovatie en duurzaamheid. Want Meerstad groeit niet alleen in omvang, maar ook in ambitie.

Meerstad is een dorp én daaromheen een enorm plangebied van 1.900 hectare dat zich vanaf de oostelijke ringweg uitstrekt tussen het Eemskanaal en Harkstede: de gebiedsontwikkeling ten oosten van Groningen is niet te missen. De komende decennia wordt dorp Meerstad ‘afgebouwd’ en verrijzen in het plangebied nog zo’n achtduizend woningen, in drie nieuwe deelgebieden: stadswijk De Eems, het gebied rond de Grunoplas en de uitbreiding van Harkstede. De provincie krijgt er meer groen bij, meer huizen (met een flink aandeel sociale huur), meer woongeluk, meer stad én meer ommeland. Met het Woldmeer als centrale, unieke voorziening.

Werken aan het fundament Veel werk in plangebied Meerstad speelt zich nu nog onder de grond of op papier af. Pas als er huizen staan, lijkt het ‘echt’ en worden de veranderingen, en het vele werk, zichtbaar. Terwijl er daarvoor al jaren aan een fundament is gewerkt. Daarom worden binnen het team ook kleine successen gevierd. “Als er een mijlpaal is, regelen we taart,” zegt projectsecretaris Anne Plat. “Even stilstaan bij wat is gelukt.”

Onder die taart ligt een serieuze ambitie: slimmer, duurzamer, gevarieerder en waar mogelijk betaalbaarder bouwen.

Lintweide: innovatief en slim bouwen

Lintweide, het eerste buurtje binnen de nieuwe stadswijk De Eems, moet laten zien hoe bouwen er morgen uit kan zien. Hier wordt niet simpelweg een woonwijk uitgerold, maar gezocht naar een andere manier van ontwikkelen: slimmer, duurzamer en dichter bij de bron. Biobased bouwen speelt daarin een sleutelrol. Materialen komen niet langer van ver, maar groeien – letterlijk – in de regio.

Een van de meest sprekende voorbeelden is de inzet op lisdodde, een gewas dat van natte voeten houdt. Plat: “Samen met de provincie Groningen en diverse partners werken we aan een pilot waarin lisdodde lokaal wordt verbouwd en verwerkt tot biobased isolatiemateriaal. Daarmee ontstaat een bijna gesloten kringloop: van landschap naar woning en weer terug. We proberen hier echt die koppeling te maken tussen landbouw, natuur en woningbouw”, zegt Plat, die in haar rol nauw betrokken is bij de ontwikkeling van Lintweide. “Het idee dat je straks in een huis woont dat is geïsoleerd met materiaal van hier, dat geeft een heel andere waarde aan zo’n woning.”

‘Samen met de provincie Groningen en diverse partners werken we aan een pilot waarin lisdodde lokaal wordt verbouwd

en verwerkt tot biobased

isolatiemateriaal.’

Wensbeeld 2050 – uit de Agenda voor de Toekomst plangebied Meerstad

Nieuwe bouwsystemen en woonconcepten

Die circulaire gedachte gaat verder dan alleen materiaalgebruik. In Lintweide wordt gekeken naar losmaakbaar bouwen, hergebruik en het verkorten van ketens: minder transport, minder verspilling, meer grip op de herkomst van materialen. Tegelijkertijd fungeert de buurt als testlocatie voor nieuwe bouwsystemen en woonconcepten. Denk aan zelfbouwwoningen zoals WikiHouses, maar ook aan innovatieve concepten die inspelen op veranderende woonwensen.

Opvallend is ook de aandacht voor installatiearme woningen. In plaats van steeds complexere techniek wordt hier gezocht naar eenvoud: goede isolatie en natuurlijke oplossingen die de behoefte aan installaties beperken. Dat maakt woningen niet alleen duurzamer, maar ook betaalbaarder en robuuster in gebruik.

Want dat is wel een grote uitdaging die in Lintweide wordt aangegaan: hoe combineer je innovatie met betaalbaarheid? In het plan is ruimte voor zo’n 450 woningen, verdeeld over sociale huur, betaalbare koop en vrije sector. Juist die mix maakt het mogelijk om nieuwe ideeën in de praktijk te testen zonder dat de wijk een experimenteel eiland wordt. Plat vat het samen: “We willen hier laten zien dat anders bouwen niet alleen kan, maar ook logisch voelt.”

Dagelijkse vertaalslag van beleid naar plek

Misschien is het meest onderschatte werk in Meerstad niet het zand, niet de shovels, niet de kabels en leidingen die nog de grond in moeten. Maar het verhaal. De dagelijkse vertaalslag van beleid naar plek. Van wensbeeld naar werkelijkheid. Bureau Meerstad is de organisatie die die vertaalslag, samen met partners, elke dag opnieuw maakt. Het bureau ontwikkelt het gebied, legt de openbare ruimte aan,

maakt gronden bouwrijp, zorgt voor infrastructuur en begeleidt de ontwikkeling en uitgifte van woningen en kavels.

Jornand Veldman, technisch directeur van Bureau Meerstad, zegt daar met gevoel voor understatement over: “Ons werk is eigenlijk heel simpel. We moeten een groot gebied ontwikkelen. En er moeten uiteindelijk tienduizend woningen staan.” Maar achter die uitleg schuilt een wereld waarin zo ongeveer alle beleidsdisciplines van overheden bij elkaar komen: wonen, ecologie, water, archeologie, mobiliteit, klimaatadaptatie, zorg, sport en bewegen, onderwijs, sociale opbouw, financiën en participatie. “En alles beïnvloedt elkaar.”

Wensbeeld als kompas in een veranderende wereld Bureau Meerstad werkt vanuit een zogenoemd wensbeeld: een breed gedragen visie op de ontwikkeling van het gebied, samen met bewoners opgesteld en politiek vastgesteld. Het fungeert als kompas. Maar in dat kompas staan vooral de windrichtingen vast; de exacte route verschuift. De ontwikkeling van plangebied Meerstad is langjarig en strekt zich uit tot halverwege de 21ste eeuw. Dat vraagt om voortdurend meebewegen met nieuwe inzichten, veranderende regelgeving, maatschappelijke verwachtingen en impactvolle vraagstukken als stikstof en netcongestie: het projectbureau moet tegelijk vasthouden én meebewegen. De geest van het plan bewaken, zonder blind te zijn voor nieuwe eisen. “Wij werken in jaren, in fases, in procedures. En ondertussen verandert de wereld sneller dan een plan kan worden getekend. De wereld van vandaag is niet dezelfde als die van vijf jaar geleden of die van over vijf jaar,” zegt Veldman.

Neem de voorzieningen. “Je doet je boodschappen nog steeds in een supermarkt, maar er rijden steeds meer bezorgbusjes door de wijk. Dat verandert hoe je naar winkels, logistiek en mobiliteit kijkt en dus welke beslissingen je neemt.”

Of neem het Woldmeer, dat in oppervlakte gaat verdubbelen en dé voorziening aan de oostkant van de stad is. “Het is lang vooral als recreatiemeer gepresenteerd. Maar het wordt óók een bergingsmeer, belangrijk voor stad en regio. Klimaatadaptatie speelt een steeds grotere rol. Die boodschap is urgenter geworden. Dat vraagt onder meer om een andere toelichting aan bewoners en politiek.”

“Gebiedsontwikkeling is geen blauwdruk die je uitrolt, het is een ontwikkeling die je dag na dag begeleidt, duidt en als het nodig is bijstuurt”, zegt Veldman. “Daarbij houden we ons altijd vast aan ons Wensbeeld, dat is en blijft onze basis.”

En ondertussen, glimlacht Plat, wordt er af en toe ook gewoon taart gegeten.

Jornand Veldman
Anne Plat

André Giezen en Wessel Holman

Waarom Wierden en Borgen kiest voor natuurlijke isolatiematerialen

“Biobased als nieuwe standaard”

De woningbouw staat voor een grote opgave. Woningen moeten energiezuiniger, comfortabeler en duurzamer worden, terwijl ze ook betaalbaar blijven voor huurders. Wierden en Borgen kiest daarin een duidelijke koers: bij de verduurzaming van woningen passen ze in principe biobased isolatie toe. Niet omdat het moet, maar omdat de organisatie ervan overtuigd is dat dit de juiste keuze is voor de toekomst. Wessel Holman (duurzaamheidsadviseur) en André Giezen (manager vastgoed) vertellen waarom.

Een brede visie op duurzaamheid

De verduurzaming van woningen draait voor Wierden en Borgen om meer dan energie besparen. “We kijken naar de energietransitie, maar ook naar circulariteit, klimaatadaptatie en een gezond binnenklimaat,” zegt Holman. Biobased isolatie, gemaakt van natuurlijke grondstoffen zoals houtvezel, sluit daar goed bij aan. De materialen zijn hernieuwbaar, bevatten geen giftige stoffen en zijn aan het einde van hun levensduur geen afvalproduct. “Als je een woning na einde levensduur uit elkaar haalt, wil je dat er zo weinig mogelijk restafval overblijft.”

Daarnaast heeft biobased isolatie een ander effect op het binnenklimaat. Waar veel verduurzamingsmethoden de woningen volledig luchtdicht maken en installaties de ventilatie regelen, ademen natuurlijke materialen mee. “Dat maakt een woning iets vergevingsgezinder,” zegt Holman. “Voor bewoners die niet altijd bewust ventileren of weten hoe dat moet, helpt dat bij een gezonder binnenklimaat en minder kans op schimmel.”

Biobased, tenzij

Biobased isolatie is op dit moment nog iets duurder dan synthetische. Toch vindt Giezen dat geen reden om het niet te doen. “Ongeveer dertig procent van de woningen in Nederland is corporatiebezit. Als de sector het meer gaat toepassen, ontstaat er vraag en kan de markt zich ontwikkelen. Hoe meer vraag, hoe groter het aanbod, hoe lager de prijs.”

Wierden en Borgen draait daarom de vraag om. Niet: kán het biobased? Maar: waarom zouden we het niet doen? “We gaan uit van biobased isoleren, tenzij er een goede reden is om het niet te doen.”

Iedereen doet mee

Wat opvalt, is hoe breed de betrokkenheid binnen de organisatie is. Medewerkers volgen trainingen over biobased bouwen en circulariteit. Deze training is in samenwerking met Hanze opgesteld door GeWOON Groen. Een regionaal samenwerkingsverband van Groningse corporaties waar Wierden en Borgen onderdeel van uitmaakt. Het verband deelt kennis en werkt gezamenlijk aan duurzame vraagstukken. Dat het onderwerp leeft, is merkbaar. “Van projectleiders tot werkvoorbereiders: iedereen is ermee bezig,” zegt Giezen. “Je merkt dat collega’s er echt wat mee willen.”

Een ander concreet voorbeeld is een nieuw project in Middelstum, waar veertien woningen klimaatadaptief

en biobased worden gebouwd. Daarin gaat Wierden en Borgen ook monitoren hoe het binnenklimaat zich ontwikkelt als huurders er wonen. “We willen weten wat het echt doet,” zegt Holman. Dit zorgt voor betere keuzes in de toekomst, maar ook voor doorontwikkeling van producten en systemen.

Die motivatie vertaalt zich ook naar de samenwerking met marktpartijen. Bij de selectie van partners voor de verduurzaming van 700 woningen stelde Wierden en Borgen een andere vraag dan gebruikelijk: niet wie het goedkoopst is, maar wie het beste bij hen past. “Als je gelijkwaardig aan tafel zit, kom je gezamenlijk tot het beste resultaat.”

‘Niet: kán het biobased?
Maar: waarom zouden we het niet doen?’

Toekomstbestendig bouwen “Wij bouwen voor mensen met een kleinere portemonnee,” zegt Holman. “Juist daarom willen we woningen maken die toekomstbestendig zijn, voor bewoners van nu én de generaties daarna.”

En het is mogelijk, zo besluit Giezen. “De materialen zijn er, de partijen zijn er. Nu nog de vraag, en die groeit vanzelf als wij het gewoon gaan doen.”

Middelstum

Jaco Kingma, Jelmer de Vries en Willem Abma 678 woningen, 35 dorpen, één bouwteam:

“Duurzaam Thuis bij Wierden en Borgen”

Onder de naam Duurzaam Thuis pakt Wierden en Borgen de komende jaren 678 sociale huurwoningen aan, bijna tien procent van het woningbezit. Woningen met energielabel E, F of G worden opgewaardeerd naar de isolatiestandaard, met hybride warmtepompen en PV-panelen. Begin 2025 ging het project van start, met als gewenste doelstelling eind 2027. De woningen liggen verspreid over 35 dorpen en de stad Groningen. Jelmer de Vries (projectmanager Wierden en Borgen), Jaco Kingma (projectleider bij Wits Vastgoedonderhoud) en Willem Abma (ketenregisseur Jorritsma Bouw) vertellen over de samenwerking.

Innovatieve manier van aanbesteden

De aanbesteding voor dit project verliep anders dan gebruikelijk. In plaats van drie partijen uit te nodigen om een prijs te berekenen, opende Wierden en Borgen de deur voor de hele markt. “Ben jij onze match?” was de centrale vraag in de campagnevideo. Veel partijen reageerden, waarvan er tien doorgingen naar de volgende ronde. Niet de prijs, maar de visie van de partijen gaf uiteindelijk de doorslag.

In de volgende fase moest er toch gerekend worden, wat op deze schaal een nieuwe uitdaging met zich meebracht. “Hoe ga je 700 woningen goed laten vergelijken door al die partijen?” zegt De Vries. “Dat moet correct en zorgvuldig zijn, met zo min mogelijk ruimte voor interpretatie.”

Om toch een eerlijke vergelijking te maken, creëerde een adviesbureau een fictieve woning als gemeenschappelijk rekenelement. Dat leidde tot twee percelen per aannemer: Wits werkt aan de linkerzijde van Groningen, Jorritsma Bouw aan de rechterzijde.

“We geloven er heel sterk in dat je vertrouwen moet geven,” vertelt De Vries. “We willen niet optreden als controlerende opdrachtgever, maar als partner die partijen ruimte geeft om te doen waar ze goed in zijn. Met zo’n houding haal je het beste uit de samenwerking.”

Twee aannemers, één bouwteam

De samenwerking tussen Wits en Jorritsma Bouw kent een eigen dynamiek. Beide bedrijven organiseren hun werk op een andere manier. Waar Jorritsma engineering en uitvoering bewust als twee aparte afdelingen heeft ingericht, combineert Wits dat in één proces. In het bouwteam is er daarom bewust voor gekozen om beide

werkwijzen naast elkaar te laten bestaan. “Dat werkt in de praktijk het beste,” zegt Jaco Kingma van Wits. “Zo kan ieder bedrijf doen waar het goed in is en blijft iedereen in zijn eigen kracht.”

Die aanpak vraagt om afstemming, maar levert volgens de betrokkenen juist snelheid op. Veel onderwerpen worden gezamenlijk besproken, waardoor besluiten sneller genomen kunnen worden en kennis direct wordt gedeeld. “Als je goed samen door één deur kunt, zie je dat terug in de bereidwilligheid van iedereen,” aldus Kingma.

‘Zo kan ieder bedrijf doen waar het goed in is en blijft iedereen in zijn eigen kracht.’
Zoutkamp Grachtstraat

Volgens Willem Abma van Jorritsma Bouw zit daar ook de kracht van het project. “Het is echt een team. Niet Wierden en Borgen met twee aannemers, maar een echte ketensamenwerking.”

De Vries ziet dat ook terug in de praktijk. “Ik merk eigenlijk geen onderscheid: met wie ik ook spreek, iedereen voelt evenzeer als een betrokken collega. En dat is precies wat je wilt.”

Comfortabeler, gezonder en goedkoper

Voor bewoners betekent het project in de eerste plaats een comfortabeler en energiezuiniger huis. De woningen worden beter geïsoleerd, krijgen nieuwe installaties en wekken deels hun eigen energie op. Dat vertaalt zich in lagere energielasten en een prettiger binnenklimaat.

Tegelijk grijpt het project de kans aan om meteen breder te verbeteren. Waar nodig worden ook de keuken, badkamer of douche vernieuwd en planmatig onderhoud, zoals gevelherstel, nieuwe dakpannen en voegwerk, wordt gelijk meegenomen.

De eerste bewoners die inmiddels zijn teruggekeerd, merken dat direct. “Ze zijn blij met de rekening aan het einde van de maand,” zegt De Vries. “Maar ook gewoon met een prettiger huis. Minder hittestress in de zomer en de warmte blijft beter buiten.”

Respect voor iemands thuis

Tegelijkertijd vraagt zo’n verduurzaming ook veel van bewoners. Bij een volledige renovatie wordt een woning letterlijk opengelegd: vloeren gaan open, installaties worden vervangen, enzovoorts. “Je vraagt veel van een bewoner,” zegt Abma. “Je vertelt vooraf wat er gaat gebeuren, maar het is lastig om je dat echt voor te stellen. Zeker als je vier kinderen hebt en twee honden.” Voor situaties waarin de werkzaamheden te intensief zijn, zijn wisselwoningen beschikbaar.

Communicatie speelt daarom een belangrijke rol in het project. “We werken met filmpjes, QR-codes en uitleg op maat,” zegt Kingma. “En we vragen de vaklieden om respect te hebben voor de situatie van bewoners. Het is belangrijk dat iedereen goed weet wat er wanneer gebeurt.” Voor situaties waarin de werkzaamheden te intensief zijn, zijn wisselwoningen beschikbaar.

Eerst de schil, dan de techniek Technisch is het project ambitieus. Elke woning krijgt een combinatie van isolatie, nieuwe installaties en zonnepanelen. De volgorde daarin is bewust. “We kijken eerst naar de schil: goed gesloten, goed geïsoleerd,” lichten Abma en Kingma toe. “Daarna pas naar de installaties, en als laatste naar duurzame opwek. Dat maakt het systeem robuuster en toekomstbestendiger.”

Woningen Borgweg
Ulrum in steigers
Sint Annen Hoofdweg

Die aanpak volgt het principe van de Trias Energetica: eerst de vraag verminderen, dan efficiënt voorzien, dan duurzaam opwekken.

Voor de installaties koos Wierden en Borgen bewust voor hybride warmtepompen. “We hebben veel gesprekken gevoerd met de fabrikant,” vertelt De Vries. “Die kwam met het idee om de pomp te ‘cappen’: als het piekvermogen een grens bereikt, neemt de cv het over. Dat beperkt het elektriciteitsgebruik op de drukste momenten, zonder dat je hoeft te wachten tot het elektriciteitsnet klaar is voor volledig elektrisch.”

Tegelijk groeit de ambitie om ook de isolatie te verduurzamen en waar mogelijk circulair in te vullen. Vanuit het samenwerkingsverband van Groningse Corporaties ‘GeWOON Groen’ is subsidie verkregen voor biobased dakisolatie. “Biobased isolatiematerialen zijn de toekomst,” zegt Abma. “Dit project is een kans om dat mogelijk de nieuwe standaard te laten worden.” De aannemers denken daarin mee en kijken daarbij ook naar de lokale keten. “We onderzoeken wat er mogelijk is, ook dichtbij huis,” vult Kingma aan. “Denk aan hennep die in de regio wordt verbouwd. Waar het kan, doen we het gewoon.”

Als het aan Abma ligt, is biobased isolatiemateriaal nog maar het begin van een bredere beweging. “We vragen veel van onze planeet. Dat moet veranderen.” Impact op 35 dorpen

Wat dit project onderscheidt van veel andere verduurzamingsprojecten is de schaal én de spreiding. Het vernieuwen van 678 woningen verspreid over 35 dorpen en de stad Groningen vraagt om logistieke flexibiliteit, maar betekent ook dat het effect groot is. Veel van de woningen staan in kleine kernen waar elke verbetering merkbaar is.

Voor de aannemers heeft de continuïteit van het project een bijkomend voordeel. De inkooppositie is sterker, het bouwproces loopt soepeler en er is ruimte om te experimenteren, zoals met biobased materialen. “Het is waardevol om bij een opdrachtgever te werken die dat probeert,” zegt De Vries. “En dan marktpartijen te hebben die zeggen: ja, wij doen mee.”

“Als dit lukt, maken we met elkaar veel impact,” zegt De Vries. “Een goed geïsoleerde woning waar bewoners prettig wonen en lagere energielasten hebben. Als we dat op deze schaal kunnen realiseren, in 35 dorpen en met twee aannemers die als één team werken, dan hebben we echt iets bereikt.”

‘Als dit lukt, maken we met elkaar veel impact.’

Project in cijfers

• 678 sociale huurwoningen (circa 10% van het woningbezit)

• Energielabel E, F of G naar de isolatiestandaard

• Start uitvoering: begin 2025

• Afronding verwacht: eind 2027 (prestatieafspraak eind 2028)

• Verspreid over 35 dorpen en de stad Groningen

• Twee aannemers: Wits Vastgoedonderhoud en Jorritsma Bouw

• Jaarproductie: circa 100–130 woningen per aannemer

Dakdekker

Wethouder Erianne van der Burg over samenwerking met corporaties, nieuwe projecten en initiatieven uit dorpen in Midden-Groningen

“Woningbouw

in uitvoering”

De woningbouwopgave in Midden-Groningen is groot. In een eerder interview schetste wethouder Erianne van der Burg de ambitie om 1350 woningen te realiseren vóór 2030. Inmiddels zijn veel van die plannen in uitvoering en worden de resultaten zichtbaar in dorpen en wijken. Met een bestuursopdracht voor wonen, nieuwe woningbouwprojecten en een sterke samenwerking met woningcorporaties werkt de gemeente op meerdere fronten tegelijk. Tegelijkertijd groeit ook de rol van initiatieven uit de samenleving zelf. “Je wilt bouwen voor iedereen die hier wil (blijven) wonen,” zegt Van der Burg. “Maar ook ruimte geven aan nieuwe ideeën en woonvormen die uit dorpen en inwoners zelf ontstaan.”

Meer grip op de woningbouwopgave

Om beter zicht te krijgen op de voortgang van woningbouw heeft de gemeente een bestuursopdracht wonen opgesteld. Daarbij is ook een monitor ontwikkeld die inzicht geeft in de voortgang van projecten en de ontwikkeling van de woningvoorraad.

“We willen in totaal ongeveer 1900 woningen bruto realiseren,” legt Van der Burg uit. “Dat is inclusief vervangende nieuwbouw, bijvoorbeeld in het kader van de versterkingsopgave.”

De monitor laat zien dat inmiddels bijna 1100 woningen zijn gerealiseerd.

Daarmee komt de gemeente steeds dichter bij de ambities uit de woondeal richting 2030. Tegelijkertijd vraagt de opgave om voortdurende aandacht.

“Waar lopen projecten vast? Waar kunnen we versnellen? Door dat beter in beeld te hebben, kunnen we ook gerichter bijsturen,” aldus Van der Burg.

De woningbouwopgave staat bovendien niet los van andere ontwikkelingen. In verschillende dorpen en wijken speelt de versterkingsopgave als gevolg van de aardbevingen. Soms betekent dat dat woningen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. “Dat is een ingewikkelde situatie voor bewoners,” zegt Van der Burg. “Maar het biedt ook de kans om buurten opnieuw op te bouwen en toekomstbestendig te maken.”

Sterke samenwerking met woningcorporaties

Een belangrijk deel van de woningbouwopgave wordt gerealiseerd in samenwerking met woningcorporaties.

In Midden-Groningen zijn onder meer

Lefier, Groninger Huis en Woonzorg Nederland belangrijke partners, onder andere op het gebied van sociale huur, verduurzaming en wijkvernieuwing.

“Met de corporaties hebben we goede prestatieafspraken gemaakt,” vertelt Van der Burg. “Zij nemen hun verantwoordelijkheid en investeren volop in de kwaliteit van hun woningvoorraad.” Dat gebeurt bijvoorbeeld door bestaande woningen te verduurzamen en door nieuwe sociale huurwoningen te bouwen.

Soms is verduurzamen of versterken niet meer haalbaar, bijvoorbeeld bij woningen uit de jaren zestig met hoge energielasten. “Dan is sloop en nieuwbouw uiteindelijk de beste oplossing,” legt Van der Burg uit. “Dat is ingrijpend voor bewoners, maar het levert wel toekomstbestendige woningen op met lagere energielasten en meer wooncomfort. Goed communiceren over het belang van die vernieuwing is daarbij cruciaal.”

‘Je wilt bouwen voor iedereen die in Midden-Groningen wil (blijven) wonen.’
Nieuwbouw

in woonwijk Vosholen

Van leegstaande panden naar nieuwe woonkwaliteit

Naast grootschalige woningbouwprojecten werkt de gemeente ook aan de verbetering van bestaande dorps- en wijkstructuren. Een concreet voorbeeld is de herontwikkeling van Winkelhoek in Sappemeer. Drie voormalige verpauperde winkelpanden die lange tijd leegstonden, maakten daar plaats voor 33 sociale huurwoningen, ontwikkeld in samenwerking met Groninger Huis.

‘Samen met corporaties werken we stap voor stap aan betere woningen en buurten.’
NLV

“Langs oude winkelstraten zie je vaker dit soort plekken,” zegt Van der Burg. “Panden die hun functie hebben verloren en waar je denkt: hier moet iets gebeuren. Met de nieuwe woningen haal je verpaupering weg én creëer je woningen voor mensen die daar behoefte aan hebben. Dat is echt een win-win.”

Voor dit soort projecten maakt de gemeente samen met de partners gebruik van landelijke regelingen en gemeentelijke subsidies zoals de Start Bouwimpuls (SBI) en Woningbouwimpuls (WBI). De laatste regeling is alleen beschikbaar voor grote projecten of een verzameling van projecten van minimaal 200 woningen. Door projecten te combineren en slim te puzzelen met verschillende financieringsbronnen kunnen plannen alsnog haalbaar worden gemaakt.

Schoollocaties bieden kansen voor woningbouw

Een andere belangrijke pijler zijn de voormalige schoollocaties. Nadat nieuwe kindcentra zijn gebouwd, kwamen meerdere schoolgebouwen vrij voor herontwikkeling. De gemeente heeft deze locaties samengebracht in het Programma Vrijkomende Locaties. Inmiddels is één locatie herontwikkeld, liggen voor verschillende deellocaties concrete bouwplannen en zijn drie locaties versneld naar voren gehaald in het programma. Bewoners worden actief betrokken bij de planvorming. “Bij een school heb je jarenlang te maken gehad met geluid en beweging. Als daar woningen voor terugkomen, moet je goed kijken hoe dat aansluit bij de omgeving,” zegt Van der Burg. Zo werd recent in Westerbroek een presentatie gehouden door de projectontwikkelaar. De opkomst was groot en de reacties waren positief.

De centrale ligging van schoollocaties maakt ze bij uitstek geschikt voor betaalbare woningbouw. In het programma wordt ingezet op minimaal 50 procent betaalbare woningen. “Juist omdat

Borgmeren, Harkstede
Woldwijckhuis van Dagelijks Leven (Programma Vrijkomende Locaties)

deze plekken midden in dorpen liggen, is het logisch om hier woningen te realiseren die voor veel mensen bereikbaar zijn,” aldus Van der Burg. Omwonenden noemen daarbij ook regelmatig de wens voor starterswoningen, levensloopbestendige woningen of seniorenwoningen.

Bouwen voor verschillende doelgroepen Naast nieuwbouwprojecten werkt de gemeente ook aan grotere gebiedsontwikkelingen. In Noorderpark in Hoogezand wordt samen met Lefier en Groninger Huis gewerkt aan een combinatie van renovatie, sloopnieuwbouw en uitbreiding van de woningvoorraad. “De wijk bestaat nu grotendeels uit huurwoningen. Met de nieuwe plannen willen we een betere mix maken, ook met koopwoningen,” legt Van der Burg uit. De tender daarvoor is al gestart.

Een vergelijkbare ontwikkeling speelt in Schildwolde en Slochteren, waar in totaal zo’n negentig woningen worden versterkt of vervangen als onderdeel van de versterkingsopgave in het kader van de aardbevingen. “Dat zijn grote ingrepen,” zegt Van der Burg. “Maar ze zorgen voor veiligere en comfortabelere woningen. En vaak kunnen we de omgeving tegelijk verbeteren.”

Ruimte voor nieuwe wooninitiatieven Naast gemeentelijke projecten en corporatieplannen ziet Van der Burg steeds meer initiatieven vanuit inwoners zelf ontstaan. In verschillende dorpen worden plannen ontwikkeld voor collectieve woonvormen of gezamenlijke projecten, van ouderenwoningen met gedeelde voorzieningen tot creatieve herbestemmingen van bestaand vastgoed. “In dorpen denken mensen vaak actief mee over de toekomst van hun leefomgeving,” zegt Van der Burg. “Als inwoners zelf met plannen komen, kijken we hoe we dat kunnen ondersteunen. Die betrokkenheid maakt het verschil.”

Van dorpen in het landschap tot stedelijke wijken en nieuwe uitbreidingsgebieden: vrijwel elk woonmilieu is in MiddenGroningen te vinden. “Voor elk wat wils,” zegt Van der Burg. “En die variatie is ook onze kracht. We kunnen inspelen op wat mensen nodig hebben, of het nu gaat om een starterswoning, een gezinswoning of een plek waar je oud kunt worden in je eigen dorp.”

Dat is dan ook de ambitie die alle projecten met elkaar verbindt. “Je wilt bouwen voor iedereen die hier wil (blijven) wonen. En je hoopt nieuwe mensen aan te trekken die hier willen werken en leven. Niet als doel op zich, maar omdat een gevarieerde en levendige gemeente uiteindelijk een fijnere plek is om te wonen voor iedereen.”

Oplevering Winkelhoek © Groninger Huis
Klompéflat Hoogezand © Groninger Huis

Recordeditie bevestigt groei en ambitie

“Een uitverkocht Noordelijk Vastgoedcongres”

De ticketshop ging dicht. Niet omdat er iets misging, maar omdat alle 400 plekken voor het Noordelijk Vastgoedcongres vergeven waren. Op 11 februari 2026 stond Martiniplaza Groningen vol met studenten, bedrijven en professionals. Voor het eerst in jaren was het evenement uitverkocht. Daarmee bereikte de organisatie een mijlpaal.

Voor organisator Ewoud Bolt is het zijn derde jaar bij de congrescommissie en zijn eerste als voorzitter. Voor medeorganisator Lotte Jodi Groote is het haar tweede jaar als secretaris. Met vijf andere commissiegenoten van de opleiding Vastgoedkunde legden ze de lat dit jaar weer hoger. “Dit zegt wel iets over waar dit congres nu staat,” zegt Ewoud. Lotte Jodi is nog aan het nagenieten van het moment waarop de bedrijvenbeurs volledig gevuld was. “Toen dacht ik: dat hebben we maar mooi samen neergezet.”

Netwerken leer je niet uit een boek Het Noordelijk Vastgoedcongres brengt studenten en bedrijven samen op een moment waarop beide elkaar nodig hebben. Eerstejaars zetten hun eerste stappen in de sector, tweedejaars werken vanuit een studieopdracht aan hun netwerk, en derde- en vierdejaars oriënteren zich op stages en traineeships. Bedrijven, variërend van lokale kantoren tot landelijke spelers, komen gericht voor nieuw talent.

Binnen het vastgoed speelt netwerkvorming een grote rol. “’Als je ambitieus bent, is een goed opgebouwd netwerk cruciaal in de vastgoedsector’’,” zegt Ewoud. “Hier krijgen studenten de kans om dat op te bouwen.” Lotte Jodi herkent hoe groot die stap is: “In het begin is het spannend. Maar gedurende de dag zie je studenten groeien in hun zelfvertrouwen. En ineens staan ze diep in gesprek met iemand die precies doet wat zij willen gaan doen.”

Om de drempel te verlagen, organiseerde het bestuur speeddates in kleine groepen van vier of vijf studenten. Met behulp van gespreksstarters en verdiepende vragen ontstonden gesprekken over ambities, loopbaanroutes en de dagelijkse

praktijk. “Veel bedrijven keren jaarlijks terug, juist omdat zij hier vroegtijdig in contact komen met studenten die zij later aannemen”, vertelt Ewoud. Dat het congres daadwerkelijk deuren opent, weten ze uit eigen ervaring: zowel Ewoud als Lotte Jodi vonden er hun stageplek.

‘Wat studenten hier leren, vormt de basis voor het vastgoed van morgen.’

Een goede fundatie voor het vastgoed van morgen Het centrale thema van deze editie draaide om investeren in het talent dat straks projecten ontwikkelt, gebieden transformeert en de markt verder vormgeeft. Dat was niet alleen zichtbaar in de naam van de dag, maar in de kern van het programma. In een markt waarin regelgeving, financiering en maatschappelijke verwachtingen continu veranderen, vraagt dat om wendbaarheid.

Sprekers, marktanalyses en workshops draaiden allemaal om dezelfde vraag: hoe bereid je jonge professionals voor op een sector die continu verandert?

“Het talent dat hier rondloopt, ontwikkelt het vastgoed van later,” zegt Ewoud. “Wat studenten nu leren en meekrijgen, vormt de basis voor de sector over tien of twintig jaar.” Dat perspectief kwam terug in gesprekken over transformatieopgaven en langetermijnontwikkelingen in de markt. De crisis van 2008 werd daarbij niet als schrikbeeld benoemd, maar als moment waarop nieuwe strategieën ontstonden. “Elke moeilijke periode biedt ook kansen,” zegt Lotte Jodi. “Het gaat erom dat je leert hoe je daarop inspeelt.”

Het discussiepanel bouwde daarop voort. Acht stellingen werden besproken door vier panelleden met verschillende achtergronden, in een professionele woonkamersetting. De zaal deed mee via stemkaarten en een vragenkubus. “Je ziet meteen of de zaal het ergens mee eens is of niet,” zegt Lotte Jodi. “En dan mag je je mening ook toelichten. Dat samenspel tussen panel, dagvoorzitter en publiek maakte het heel levendig.”

‘Binnen het vastgoed kom je er niet zonder netwerk.’

Casussen, stellingen en een lekker drankje

Alle workshops werden praktijkgerichter opgezet met concrete casussen over WWSpunten bij de verhuur van woningen, stakeholdermanagement binnen projectontwikkeling, participatie bij

gebiedsontwikkeling en taxaties. Daarmee raakten studenten niet alleen bekend met de breedte van het vakgebied, maar ook met de complexiteit ervan. Binnen de vastgoedwereld zijn vele disciplines. Dit kunnen juridische, financiele maar ook maatschappelijke aspecten omvatten. “We wilden laten zien welke kanten de branche opgaat,” zegt Lotte Jodi. “Zodat studenten ontdekken waar hun interesse ligt.”

Nieuw op het programma was een cocktailworkshop, geïnspireerd op het idee dat samen iets maken het contact vergemakkelijkt. Studenten en professionals werkten zij aan zij, zonder vaste agenda. “Je praat ineens met een directeur terwijl je samen een drankje mixt,” zegt Lotte Jodi. “Dat contact ontstaat normaal gesproken niet vanzelf.” Ewoud vult aan: “Omdat je samen bezig bent, ontstaat het gesprek vanzelf. Zeker later op de dag, als het programma intensief is geweest, werkt zo’n luchtige activiteit heel goed.”

Dat ook grote partijen als Cushman & Wakefield en CBRE deelnamen, naast woningcorporaties en gespecialiseerde kantoren, onderstreept de positie die het congres inmiddels inneemt. “Bedrijven zien het als een serieuze ontmoetingsplek,” aldus Ewoud.

Veertig partners, één podium

Met veertig partners groeide ook het aantal partners opnieuw. De bedrijvenbeurs maakte volgens Lotte Jodi zichtbaar hoe groot de betrokkenheid inmiddels is. “Je zag overal gesprekken ontstaan. Dat is het moment waarop je voelt dat het werkt.” De dag werd afgesloten met een netwerkborrel in ontspannen sfeer. Niet alleen gezellig, maar ook het moment waarop contacten worden omgezet in kansen.

Lotte Jodi en Ewoud sluiten af met een dankwoord: “Naast dat we heel trots zijn op onze mede-organisatoren, gaat onze dank uit naar alle bedrijven die deelnemen. Zonder jullie geen succesvol congres! Graag tot volgend jaar.”

‘Bedrijven zien het congres als een serieuze ontmoetingsplek.’

Noordelijk Vastgoedcongres

Het Noordelijk Vastgoedcongres is een van de grootste vastgoedbijeenkomsten van Noord-Nederland. Jaarlijks komen honderden studenten en professionals samen voor een dag vol kennisdeling en actuele thema’s als duurzaamheid en innovatie. De missie: studenten en het bedrijfsleven effectief met elkaar verbinden. De volgende editie vindt plaats op 11 februari 2027 in Martiniplaza Groningen.

Het congres wordt georganiseerd door studenten van S.V. Villa ’96. Teamleden in 2025-2026 zijn: Ewoud Bolt, Lotte Jodi Groote, Sven van Rosmalen, Jasper Bos, Stijn Dijkslag, Niels Dijkshoorn en Merel Sikkens.

Nederland Bouwt en Ontwikkelt: Het Vastgoedmagazine

Het jaarlijkse regionale magazine Bouwt en Ontwikkelt biedt een actueel, regionaal overzicht van gebieds- en projectontwikkeling. De focus ligt binnen het vastgoeddomein bij de sectoren woningbouw, infrastructuur, retail en zorg.

Door de interviews met beslissers uit de overheid, semioverheid en de vastgoedmarkt, belicht het magazine hun visies en ambities.

Distributie

Het magazine wordt exclusief en op naam verspreid onder een breed, relevant publiek van beslissers en opdrachtgevers, waaronder: besturen van overheden (provincie/gemeente), corporaties, ontwikkelaars, bouwondernemingen, architecten en financiers.

Waarde voor deelnemers:

Met elkaar de markt versnellen

Het magazine is een waardevol platform voor organisaties die willen inspelen op de dynamische regionale ontwikkelingen. Het creëert synergie tussen overheid en marktpartijen, wat essentieel is om de woningmarkt te versnellen.

Door deel te nemen, vergroot u uw zichtbaarheid bij de opdrachtgevers in de sector en breidt u uw netwerk uit. Het is een unieke kans om uw bedrijf direct te presenteren aan de professionals die, samen met elkaar, de toekomst van de regio vormgeven.

Planning 2026:

• Februari Gelderland Bouwt en Ontwikkelt

• Maart Groningen Bouwt en Ontwikkelt

• Mei Rotterdam Bouwt en Ontwikkelt (PROVADA)

• Juni Drenthe Bouwt en Ontwikkelt

• Juli Amsterdam Bouwt en Ontwikkelt

• September Haaglanden Bouwt en Ontwikkelt

• Oktober Utrecht Bouwt en Ontwikkelt

• November Overijssel Bouwt en Ontwikkelt

• December Noord-Holland Bouwt en Ontwikkelt

• December Friesland Bouwt en Ontwikkelt

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook