Skip to main content

Reinier magazine 19 voorjaar 2026

Page 1


Reinier

MAGAZINE VAN REINIER VAN ARKEL

AFFECTFOBIE; BANG VOOR JE EIGEN

GEVOELENS AFBOUWEN VAN

PSYCHOFARMACA

DOE JE SAMEN ROUW IS EEN PERSOONLIJK PROCES ZONDER EINDDATUM

Sportloket oliebollenveldloop

De Oliebollenveldloop, met een kidsrun, rolstoelvriendelijke wandelroute én meerdere hardloopafstanden, vormde een prachtige afsluiting van 2025. Meer dan 500 deelnemers stonden op Oudejaarsdag aan de start. De sfeer was uitstekend dankzij het droge weer en de fijne temperatuur.

Voor de Oliebollenwensloop is in totaal maar liefst € 5200,- opgehaald!

Onze dank gaat uit naar alle deelnemers, vrijwilligers, sponsoren en organisatoren.

Samen hebben we laten zien wat er mogelijk is met zoveel betrokken deelnemers.

Cliënten van Reinier van Arkel kunnen een wens indienen voor de Oliebollenwensloop.

Vanaf april 2026 gaan de wensen van cliënten in vervulling.

Nieuws

4 – (Trans)forensisch FACT

Transforensische zorg richt zich op het behandelen van personen met een verhoogd risico op delictgedrag.

21 – LuCa

Digitale assistent LuCa van start

26 – Samenwerking in Zaltbommel

De ggz en ergotherapie werken in Zaltbommel nauw samen.

29 – Aanmeld- en Consultatieteam Herlaarhof

De voordeur voor specialistische zorg voor kinderen en jongeren

44 – Bang voor je eigen gevoelens

Affectfobietherapie (AFT) helpt adolescenten hun gevoelens weer te omarmen.

48 – De Vijf Pijlers in de praktijk

Het nieuwe behandelprogramma binnen kliniek volwassenen

50 – Herkwartiermaken

Reinier van Arkel werkt al tien jaar met ervaringsdeskundigen. Veel gaat daarbij goed, maar het is kwetsbaar.

Thema

9 – Park Voorburg: landgoed in beweging

Een vooruitblik op de toekomst van Park Voorburg, waar zorg, wonen, natuur en gemeenschap samenkomen in een nieuw hoofdstuk van ontwikkeling.

17 - Voorburg: waar geschiedenis wortel schoot

Een terugblik op de lange ontwikkeling van Voorburg: van nat agrarisch gebied tot buitenplaats en uiteindelijk zorgpark met een rijk verleden

Achtergrond

30 – Rouw na traumatisch verlies

Rouw treft ons allemaal, maar wanneer een verlies onverwacht, abrupt of gewelddadig plaatsvindt, krijgt verdriet daarnaast een andere lading.

34 – Afbouw medicatie

Anne Heesakkers: "Psychofarmaca hoeven niet voor altijd, ook niet in een leven met psychische kwetsbaarheid."

40 – Kliniek volwassenenpsychiatrie

Naar aanleiding van de film PAAZ gaan we in gesprek met psychiater Leon Vos.

Rubriek

22 – Inzicht

Korte nieuwsberichten, wetenswaardigheden en aankondigingen vanuit Reinier van Arkel

24 – De klacht begrepen De klachten voorafgaand aan een psychose

38 – Film & psychiatrie

PAAZ: Persoonlijk verhaal van opname in psychiatrische kliniek nu verfilmd

56 – De loopbaan van De loopbaan en het onderzoek van Anita Kerkhof, verpleegkundig specialist

Column

7 – Zintuigen

Een column van sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Alice Adams

8 – Raad van Bestuur van Reinier van Arkel

Deze keer de laatste column van Robert Derksen

43 – GROEN

Samen groeien

49 – Moreel beraad

Zorg die blijft, ook als het schuurt.

52 – Morele weerbaarheid in de ggz

Geestelijk verzorger Veerle den Boer over morele stress en morele verwonding

59 – Podcast & psychiatrie

Niets over jou, zonder jou, de podcast van de cliëntenraad van Reinier van Arkel

60 – Vrijwilliger in beeld Tanny van de Ven laat zien wat vrijwilligerswerk echt kan betekenen

62 – Boek & psychiatrie

'Ik moet het nog even verwerken', het nieuwe boek van Elisa van Ee, hoogleraar psychotraumatologie en klinisch psycholoog

64 - Uitzicht

"Verraad aan je eigen morele kompas"

De rubriek waarin we een kijkje nemen over onze eigen grenzen heen.

COLOFON nr. 19. Voorjaar 2026. Reinier is een magazine voor mensen in de regio 's-Hertogenbosch die, beroepshalve of als zorggebruiker, geïnteresseerd zijn in zorginhoudelijke ontwikkelingen en achtergronden van Reinier van Arkel en de geestelijke gezondheidszorg in bredere zin. Redactie Mireille Borg, Johan van Diepen, Nicole van de Gevel, Michelle Hendriks, Laura Hovens, Daan van Ooyen, Nienke Roelen, Marjo Roes, Erik Welten Hoofdredactie Ilse van den Eeden Fotografen Eveline Gerrits, Jolanda Ruijs - van Rossum Bijdragen van Sanne Graste, Robert Derksen, Tea Keijl, Diane Drost-Jansen, Alice Adams, GROEN, Moreel Beraad. Vorm en productie btz vorm en regie Oplage 2.500 Redactieadres Reinier Postbus 70058 5201 DZ 's-Hertogenbosch (073) 658 60 17 reinier@reiniervanarkel.nl www.reiniervanarkel.nl www.reinierwerktenleert.nl www.herlaarhof.nl www.ypse.nl www.MoMS.nl www.psychotraumacentrumzuidnederland.nl

De mensen die bij het (trans)forensisch FACT-team in behandeling zijn, hebben vaak op meerdere levensgebieden problemen: psychische klachten, schulden, verslaving, dakloosheid, relatieproblemen en soms ook een verleden met justitie. Het kan bijvoorbeeld gaan om iemand die ooit in de gevangenis heeft gezeten en nu weer in de samenleving probeert te functioneren, maar die opnieuw dreigt terug te vallen in delictgedrag. Of om iemand die door zijn gedrag steeds opnieuw in de problemen komt, maar niet in aanmerking komt voor reguliere hulp.

Wat deze mensen gemeen hebben, is dat ze vaak tussen wal en schip vallen. Ze passen niet binnen de bestaande kaders van de forensische zorg, omdat ze geen officiële 'forensische titel' (meer) hebben. En vanwege hun risicoprofiel (dat vergelijkbaar is met dat van een forensische

Bij het eerste huisbezoek gaan hulpverleners altijd met z'n tweeën op pad, uit veiligheid voor zichzelf en de cliënt. Als er sprake is van een crisis of onveiligheid, bespreekt het team wie er meegaat en hoe het contact het beste kan verlopen. Het team is gemakkelijk bereikbaar via de telefoon, zowel voor cliënten als voor andere hulpverleners, zoals huisartsen, politie of gemeente.

Wat maakt (trans)forensisch FACT anders?

Wat transforensisch FACT onderscheidt van gewone FACT-teams, is de speciale aandacht voor veiligheid en risicogestuurde behandeling. Het team kijkt niet alleen naar de hulpvraag van de cliënt, maar vooral naar risicofactoren: welke factoren dragen vooral bij aan het risico op delictgedrag, wat kan er misgaan en hoe kunnen we dat voorkomen?

Tijdelijke hulp bij grens (Trans)forensisch FACT-team

cliënt) krijgen ze geen toegang tot reguliere behandeling of loopt deze vast. Het transforensisch FACT-team kan in deze situatie tijdelijk ondersteuning bieden en het risicovolle gedrag behandelen, zodat daarna de reguliere zorg zoals de huisarts, regioteam of een ander FACT-team de zorg weer over kan nemen om verder te werken aan herstel.

Hoe werkt het team?

Elke ochtend heeft het team FACTbord-overleg over de cliënten die extra aandacht nodig hebben. Op een vast moment in de week bespreekt het gehele team complexe vragen en behandelplannen. Op die manier is iedereen op de hoogte en kan snel worden ingesprongen als er iets verandert.

Om risico's in kaart te brengen maken medewerkers gebruik van speciale risicotaxatie-instrumenten.

Daarnaast is het team gewend en getraind met moeilijk gedrag om te gaan, zoals antisociaal gedrag. In plaats van de deur dicht te doen, zoeken ze naar manieren om toch contact te maken en samen te werken aan verbetering. Daarbij is het belangrijk duidelijk te zijn: grenzen stellen en afspraken maken, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.

De hulp van het (trans)forensisch FACTteam is tijdelijk. Het team richt zich op het verminderen van risico's en het aanpakken van probleemgedrag. Als dat lukt, wordt de cliënt weer overgedragen aan de verwijzer. Daarom zijn er geen lange wachtlijsten.

Transforensische zorg richt zich op het behandelen van personen met een verhoogd risico op delictgedrag. Het doel is het voorkomen dat cliënten strafbare feiten plegen en (weer) met politie en/of justitie in aanraking komen. De doelgroep vertoont vaak gedrag waarbij emoties of spanningen op anderen worden afgereageerd. Dit gaat soms gepaard met agressie en is er een verhoogde kans op strafbaar gedrag. We spraken met forensisch casemanager Joanne Remijn en klinisch psycholoog Jane de Bont van het (trans)forensisch FACT-team van Reinier van Arkel.

Behandelmethoden en aanpak

Het team werkt volgens het RNR-principe: Risk, Need, Responsivity. Dit betekent dat de behandeling wordt afgestemd op het (delict)risico, de (criminogene) behoeften die er zijn en de leerstijl, motivatie en intellectuele mogelijkheden van de cliënt. Bij een hoog risico wordt vaker contact gezocht en intensiever behandeld. Daarnaast vormt het Good Lives Model een belangrijke basis voor behandeling binnen het team. Dit model richt zich op het versterken van de motivatie en het benadrukken van positieve doelen van de cliënt. Het team kijkt altijd naar wat iemand zelf wil bereiken en probeert daar op aan te sluiten.

Behandeling is maatwerk en kan bestaan uit verschillende methoden, zoals agressieregulatie-trainingen en het opstellen van een positief levensplan,

overschrijdend gedrag

maar ook reguliere interventies als CGT, medicamenteuze behandeling of ondersteuning door maatschappelijk werk.

Consulatie en samenwerking

Het transforensisch FACT werkt veel samen met andere organisaties, zoals gemeente, Bureau Nazorg, Zorg- en Veiligheidshuis, politie en begeleidingsinstanties zoals Humanitas. Vaak melden deze ketenpartners cliënten aan, omdat zij zien dat iemand hulp nodig heeft. Het team biedt intern en extern consultatie en denkt mee over de beste aanpak. Na aanmelding vindt altijd een gezamenlijke intake met het regioteam of FACT plaats, om daarna samen afspraken te maken over het vervolg.

>> Transforensiche FACT-team

Als een cliënt al in behandeling is bij een ander team van Reinier van Arkel, kan het (trans)forensisch team de behandeling tijdelijk overnemen of samenwerken. Het doel is altijd om de reguliere zorg weer op gang te krijgen en te zorgen dat iemand niet tussen wal en schip valt.

Transforensisch FACT is een waardevolle aanvulling op de bestaande zorg. Het biedt mensen met complexe problemen een kans op herstel, door maatwerk, duidelijke afspraken en intensieve samenwerking. Het team kijkt verder dan het probleemgedrag en zoekt samen met de cliënt naar oplossingen. Zo krijgen mensen die anders buiten de boot vallen toch de hulp die ze nodig hebben.

Wat is een FACT team FACT staat voor Flexible Assertive Community Treatment. Dit is een manier van werken waarbij een team van hulpverleners samenwerkt om mensen met ernstige psychische problemen te ondersteunen in hun dagelijks leven. Transforensisch FACT is hier een speciale variant van, gericht op de behandeling van verhoogd risico op bijvoorbeeld agressie, delictgedrag. Het team bestaat uit verschillende professionals, zoals casemanagers, psychologen, maatschappelijk werkers en psychiaters. Zij werken samen en stemmen dagelijks af wie welke cliënt ziet en wat er nodig is. Het doel is om mensen zo goed mogelijk te begeleiden, zodat ze niet opnieuw in de problemen komen en hun leven weer op de rit krijgen.

Eigenschappen teamleden

Hulpverleners van het FACT-team moeten stevig in hun schoenen staan, zonder oordeel naar cliënten kijken, en het werk als een uitdaging zien. Ervaring is fijn, maar het belangrijkste is de juiste instelling: openstaan om te leren, samenwerken, en altijd oog hebben voor veiligheid – zowel voor de cliënt als voor de maatschappij. Bij de behandeling wordt zorgvuldig het welzijn van de cliënt afgewogen tegen de belangen van de veiligheid van de samenleving. Daar moet je mee leren omgaan.

Joanne Remijn

"Als forensisch casemanager ben ik de spin in het web bij de behandeling van de cliënt. Ik ben de contactpersoon voor het netwerk van de cliënt zoals familie, ketenpartners, reclassering en dergelijke. Maar ook voor het team zelf ben ik het aanspreekpunt rondom de zorg voor de cliënt. Na de opleiding sociaalpedagogische hulpverlening (SPH) ben ik de post-hbo forensische psychiatrie gaan doen. Vanaf 2009 werkte ik op de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) van Reinier van Arkel, toen nog op de Zilverlinden. Tussendoor heb ik een jaar in Utrecht gewerkt, eerst een half jaar bij Lister (forensisch begeleid wonen) en een half jaar bij de Van Der Hoevenkliniek. En nu alweer 7 jaar bij het forensisch FACT-team. In september ben ik afgestudeerd bij de Master Forensisch Sociale Professional. Daarnaast ben ik meewerkend voorvrouw binnen het team."

Jane de Bont

"Als klinisch psycholoog ben ik een van de (regie)behandelaren in het team. Eerder heb ik in kader van mijn opleiding tot klinisch psycholoog van 2018 tot 2020 op de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) van Reinier van Arkel gewerkt. Daarvoor heb ik forensische ervaring opgedaan bij de psychiatrische afdeling van P.I. Vught.

Door die ervaring bij verschillende forensische afdelingen, ervaar je de kloof die er soms is in de zorg voor cliënten met een forensisch profiel. Ik gun deze cliënten dat zij ook de behandeling krijgen die zij nodig hebben."

Als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkt Alice Adams al vele jaren bij Reinier van Arkel. Ze betreedt daarbij de leefwereld van de kwetsbaarste cliënten en is oprecht nieuwsgierig naar het verhaal van de mens achter de kwetsbaarheid. In deze column probeert ze onder woorden te brengen hoe ze de verbinding aangaat met de cliënten en hun omgeving.

zintuigen

Hier klopt iets niet.

Ik voel hoe mijn onderbuikgevoel al mijn zintuigen op scherp zet. Goed kijken en luisteren horen bij mijn vak, maar soms heb je net iets meer nodig om te zien wat de ander je niet wil laten zien. De vergeelde blauwe plekken rond je polsen, je schichtige blik wanneer je partner binnenkomt. De zenuwen die je probeert te onderdrukken door je handen in elkaar te wringen. Het feit dat je partner alles voor je bepaalt en je tegen medisch advies in, mee naar huis wil nemen. Je smekende ogen om niet door te vragen, terwijl elke vezel in je lijf om hulp wil schreeuwen. Je ziet dat ik het zie en slaat je ogen neer.

Uiterst behoedzaam kies ik mijn woorden. Dat je bijna naar huis mag en wat daarvoor nodig is.

Je zwijgt en je partner doet alweer het woord. Er is niets nodig, jullie redden je wel. Nee denk ik, jullie redden het niet. Ja zeg ik, maar er is iets wat ik toch met jullie wil bespreken. De beveiliging staat paraat achter de deur. We weten immers niet hoe je partner gaat reageren op onze mededeling dat we een Veilig Thuis-melding gaan doen. Al eerder sprak ik er met je over, jij vindt het goed dat we een melding doen bij Veilig Thuis, in het belang van de kinderen. Een eventuele aangifte van huiselijk geweld bij de politie wil je niet doorzetten. Jullie redden het wel weer.

Ik geef aan dat ik me zorgen maak. Je partner staat op. Zijn gezicht staat op onweer, kaken aangespannen en vuisten gebald. Ik zie de inspanning die hij doet om beleefd te blijven. Maar bij het horen van het woord melding slaat de stemming om. Hij zet een stap in mijn richting en zijn ogen fixeren die van mij. Ik adem diep in en blijf staan. De wetenschap dat mijn collega vlak naast me staat en de beveiliging op hoor-afstand, geven mij rust. Ik zeg kalm maar duidelijk dat ik verwacht dat hij gaat zitten en dat we op een respectvolle manier met elkaar in gesprek kunnen gaan.

Jij zit met je knieën omhoog op het bed en kijkt naar beneden. Je houdt je adem in. Voorzichtig kijk je opzij wanneer je merkt dat je partner gaat zitten en je zucht bijna onhoorbaar. Ik voel de kriebels in mijn nek wanneer we het gesprek hervatten. Al mijn woorden liggen op een weegschaal.

Samen komen we erop uit dat je nog een nacht in het ziekenhuis mag blijven om de behandeling af te maken. Morgen laten we je gaan in de hoop dat Veilig Thuis een ingang krijgt in jullie gezin. En in de hoop dat we je niet heel snel weer terugzien, wellicht tegen beter weten in.

COLUMN

Reinier van Arkel - de trots is terug!

Als bestuurder ben je vaak onderweg. Niet altijd letterlijk, al hoort de auto er geregeld bij, maar vooral figuurlijk. Je beweegt je tussen vandaag en morgen, tussen wat nodig is en wat mogelijk is. Tussen zorgen voor nu en bouwen voor later.

Als ik terugkijk op de afgelopen jaren bij Reinier van Arkel, voelt het als een mooie reis. Een periode waarin we soms moesten versnellen, soms moesten afremmen en af en toe bewust een andere route hebben gekozen. Niet omdat dat leuk was, maar omdat het nodig was. Maar altijd samen. We zijn ervan overtuigd dat we dat alleen maar samen kunnen met het vakmanschap van ons allemaal. We tellen inmiddels ongeveer 1.900 collega’s.

Zo hebben we de afgelopen jaren gebouwd aan het huis van Reinier van Arkel, met bouwstenen als netwerkzorg, werkgeluk en digitale innovatie. Dat kent inmiddels een stevig fundament. Met één doel: zorgen voor meer mentaal gezonde burgers in onze mooie regio. En zo

• zijn we in staat om 16% meer cliënten te ondersteunen.

• zijn er, tegen de trend op de arbeidsmarkt in, 175 meer fulltime collega’s bij ons komen werken.

• is de Reinier Academie fors gegroeid, hebben we 15% meer collega’s opgeleid en zijn we gegroeid met 35% nieuwe leerroutes.

• zijn er 1.000 cliënten die hun zorg direct zijn gestart door digitale modules, zodat wachten op zorg stap voor stap achter ons komt te liggen.

• zijn we financieel gezond geworden met een duurzaam rendement van 2% en kunnen we investeren in de toekomst.

Zijn we er dan, het eerlijke antwoord is nee. We merken ondanks al deze inspanningen dat de vraag naar geestelijke gezondheidszorg alsmaar toeneemt. De antwoorden voor dit vraagstuk liggen niet in de specialistische gezondheidszorg, maar in een sterke regio die mentaal weerbaar is. En sterke gemeenschappen die iets voor elkaar betekenen. Desondanks voelen we er ons wel verantwoordelijk voor en hebben we er met alle partners in de regio de komende jaren voor te zorgen dat we als burgers ‘opnieuw’ leren wat je moet doen om mentaal gezond te zijn en te blijven. Zodat we voorkomen dat mensen zijn aangewezen op de ggz. Alleen dan blijft de specialistische zorg toegankelijk voor de mensen die erop zijn aangewezen.

Om dit denken verder te concretiseren schreef mijn collega Tom van Mierlo het boekje de basis van mentale gezondheid, dat we inmiddels bespreken op heel veel plekken, het is voor iedereen gratis te downloaden op www.ypse.nl/debasis-van-mentalegezondheid/.

Een mooi voorbeeld van het bouwen aan zo’n sterke gemeenschap is Park Voorburg in Vught, daar hebben we de kans om een hele nieuwe gemeenschap op te bouwen. Dat doen we met sociale ondernemers, onderwijs, community builders, sterke partners zoals Cello, Novadic-Kentron, Van Neynsel, en recentelijk is daar AM-ontwikkeling bij gekomen. Zij nemen de bouwopgave en herontwikkeling van de locatie ter hand, zodat er een wijk ontstaat waar wonenzorg-werk-recreatie in het groen samenkomt. Een plek waar men-

sen iets voor elkaar betekenen. Iets voor een ander betekenen is overigens een van de pijlers van hoe je mentaal gezond blijft. De eerste nieuwe buren verwachten we vanaf 2029 (start bouw 2028). In de tussentijd bouwen we verder aan de levendige community Voorburg en heten we hen te zijner tijd van harte welkom op de locatie.

Wat mij in dit proces bijzonder heeft geraakt, is niet alleen de uitkomst, maar vooral de manier waarop de besluiten tot stand zijn gekomen. De betrokkenheid van de cliëntenraad, de ondernemingsraad, de medische staven, de zorgeenheden en de ondersteunende diensten was geen bijzaak. Want goede besluiten ontstaan niet in isolement, maar in een zorgvuldig samenspel, ten gunste van de bedoeling. De kwaliteit van het proces is daarmee minstens zo belangrijk als de uitkomst. Het is daarmee van iedereen geworden.

Dit is een van de vele voorbeelden waarin zichtbaar wordt hoe er dagelijks, samen met partners en collega’s, wordt gebouwd aan een mentaal gezonde regio. Allemaal te lezen in dit veelzijdige magazine.

En juist daarom durf ik het hardop te zeggen: de trots is terug. Of misschien beter: hij is gebleven en staat nu weer fier overeind.

Robert Derksen
Robert Derksen
Robert Derksen is lid van de Raad van Bestuur

Park Voorburg: landgoed in beweging

Bouwen aan een community waar zorg samengaat met wonen, werken en recreëren

Al sinds 1885 biedt Reinier van Arkel op de locatie in Vught zorg aan mensen met een psychische kwetsbaarheid. Niet alleen de locatie veranderde door de eeuwen heen in lijn met de tijdsgeest, óók de zorg die we er bieden. Het Zorgpark Voorburg zoals cliënten, collega's en Vughtenaren dat kennen, staat opnieuw aan de vooravond van een grote verandering.

Voor Reinier van Arkel is het een logische volgende stap, in de voetsporen van onze naamgever, en passend in de zorginhoudelijke koers. Een koers gericht op mentale gezondheid voor alle inwoners in de regio. Het park is bijna 80 hectare groot; vandaag de dag te groot voor Reinier van Arkel.

Want: Onze zorg aan mensen met psychische problemen bieden we bij voorkeur in de eigen omgeving. Hier in deze vertrouwde omgeving ligt de basis voor herstel en welzijn; contacten met familie, buren of anderen blijven bestaan net als de mogelijkheid om deel te nemen aan de samenleving.

2019

Intentieovereenkomst

Reinier van Arkel en gemeente Vught sluiten een intentieovereenkomst om gezamenlijk een ontwikkelvisie op te stellen voor de toekomst van het park. In de afgelopen jaren hebben beide partijen gewerkt aan een voorstel waarbij belangen, wensen en uitgangspunten op een evenwichtige wijze zijn verwerkt.

2020

Participatie in corona

Een eerste voorstel voor een ontwikkelvisie wordt, als gevolg van de coronapandemie, via digitale bijeenkomsten met belanghebbenden en geïnteresseerden gedeeld.

2022

Ambitiedocument

In co-creatie met een brede vertegenwoordiging van partners op het park, gemeente en geïnteresseerde ondernemers maken we het ambitiedocument 'Op weg naar een Gezondheidspark Voorburg'.

Tekst Ilse van den Eeden

Foto's Jolanda Ruijsvan Rossum en Dolph Cantrijn

Sfeerbeelden Karres Brands, Wennik Holtkamp architecten, Namo Architecture

Het park in Vught ontwikkelt zich de komende jaren tot een mentaal gezonde omgeving: een plek waar wonen, zorg, natuur en gemeenschapsleven als vanzelfsprekend samenkomen. Een leefomgeving waarin mensen met én zonder zorgvraag elkaar ontmoeten, ondersteund door duurzame bouw en met aandacht voor historie, landschap en veiligheid. Deze ontwikkeling realiseert Reinier van Arkel samen met gebiedsontwikkelaar AM, met de gemeente Vught, met partners op en buiten het park én met cliënten en collega's.

2023

Voorloper groene ggz

Reinier van Arkel wordt Groene Voorloper van de groene ggz. Het geeft een impuls aan onze groene beweging met initiatieven als de Reinier Wandeling, de sport- en beweegroute, het Living Museum, Werken in 't Groen. Ook de jaarlijkse Oliebollenveldloop, de Re bushalte en 'Heppie Plastic', passen in onze groene beweging. In 2024 worden de 'groene inspanningen verder bekrachtigd; we worden 'icoonlocatie groene ggz'.

>> Park Voorburg: een landgoed in beweging

Verkoop percelen

Eind 2025 sloten Reinier van Arkel en gebiedsontwikkelaar AM een overeenkomst over de verkoop van delen van het park. De overeenkomst is het slotakkoord van een langlopend traject dat het mogelijk maakt om op deze delen van het bijna 80 hectare tellende terrein ongeveer 900 woningen te realiseren. Het duurt nog even voor de eerste nieuwe bewoners hun woningen kunnen betrekken; de bouw gebeurt in fasen en zal een aantal jaren duren. De overdracht van de eerste

percelen grond aan AM staat gepland voor begin 2028, dan kan naar verwachting op die percelen een eerste schop de grond in.

Fors investeren want bestaande zorg blijft

De zorg die Reinier van Arkel maar ook de zorgpartners op het park Cello, Van Neynsel, Novadic-Kentron en Herbergier op het park bieden, blijft bestaan. Net als de aanwezigheid van Zuiderbos. Omdat Reinier van Arkel het park blijft zien als een belangrijke

zorglocatie, investeren we de komende jaren in passende en toekomstbestendige voorzieningen. Het is noodzakelijk om flink te investeren; sommige zorglocaties op het park zijn verouderd en voldoen niet aan de moderne eisen voor een omgeving die herstel ondersteunt en bijdraagt aan het woongeluk van cliënten en werkgeluk van medewerkers. Daarom werken we aan renovatie- en nieuwbouwplannen voor bijvoorbeeld locatie de Lichtboog en het hoofdgebouw van Herlaarhof. Locatie de Waterboog werd in 2025 al gron-

2024

Hoofdlijnenakkoord gesloten

Gemeente Vught en Reinier van Arkel sluiten een 'hoofdlijnenakkoord'. Dat maakt de weg vrij om op een deel van het park huizen te bouwen, ongeveer 900. Het andere deel blijft van Reinier van Arkel, daar blijven we zorg bieden.

Inloopbijeenkomsten Vughtenaren

Met inloopbijeenkomsten informeren we Vughtenaren over de ontwikkelvisie die in voorbereiding is en volgt op het hoofdlijnenakkoord. Bezoekers staan achter het doel van de ontwikkelvisie: integratie. Daarnaast is er veel interesse in het woonprogramma. Zorgen zijn er over de infrastructuur/ verkeersveiligheid en over het behoud van de sfeer van het park.

"Het plan vormt een mooie inclusieve woonwijk voor iedereen die in het groen wil wonen met elkaar."

Bezoeker inloopavond

Park Voorburg wordt een buurt waar gezond samenleven de norm is.

Een plek waar historie en toekomst elkaar versterken en waar bewoners bewust kiezen voor een inclusieve leefomgeving.

dig gerenoveerd. De overeengekomen fasering voor de bouwplannen van AM sluit aan op de eigen plannen.

Bouwen aan gemeenschapszin: met en voor elkaar zorgen

We bouwen aan een inclusieve community waar gezond samenleven, wonen, werken, recreëren en zorg samen komen. Parallel aan de plannen om op delen van het park woningen te bouwen, investeren we daarom in gemeenschapsvorming.

Ontmoeten, samen doen bewegen en ontspannen staan daarbij centraal. Het park is de laatste jaren steeds toegankelijker en opener geworden. Je vindt er nu onder andere een dierenweide met allerlei verschillende dieren, de Brandweerkazerne-cadeauwinkel waar producten van cliënten te koop zijn, en diverse wandelroutes om uit te kiezen.

Sinds 2024 geven community-builders hier samen met cliënten, collega's, vrijwilligers, buren, (sport-)verenigingen en ondernemers een extra impuls aan. Met activiteiten die variëren van kleinschalige ateliers tot grotere ontmoetingen en projecten zoals het Paradijsvogelsfestival en community-art. Social-hub RIO is een voorbeeld van hoe we bouwen aan een levendige community.

Ontwikkelvisie vastgesteld

In de ontwikkelvisie die volgt op het hoofdlijnenakkoord werkten gemeente en Reinier van Arkel de plannen verder uit. Hierin is vastgelegd welk soort huizen er komen, wat het betekent voor de veiligheid van huidige en toekomstige bewoners, wat het betekent voor de wegen en parkeren.

RIO opent: een plek op het park waar het bruist

Het gebouw Onder de Watertoren, gelegen op het plein bij de Dierenweide en de Stenen Hut, opent na een periode van leegstand de deuren. Het gebouw noemen we vanaf nu RIO een plek waar het bruist door de sociale ondernemers die er zijn gevestigd en zich willen inzetten voor het park of willen samenwerken met de zorgorganisaties op het park.

>> Park Voorburg: een landgoed in beweging

Met Cello, Van Neynsel en Novadic-Kentron sloot Reinier van Arkel eind 2025 een 'sociaal convenant'. Het convenant onderschrijft de gezamenlijke verantwoordelijkheid te blijven bouwen aan een gemeenschap waar mensen met en voor elkaar zorgen in sociale zin. Zo zorgen we dat de sociale infrastructuur meegroeit met de fysieke transformatie van het park.

Film Park Voorburg, landgoed in beweging

Inclusiviteit zit in ons DNA, onze naamgever Reinier van Arkel legde in zijn testament vast dat zijn nalatenschap wordt gebruikt voor de oprichting van een gasthuis voor 'sinnelosen', het eerste in Nederland. Mensen die hun zinnen niet meer de baas zijn, worden hierdoor niet langer verbannen buiten de stadspoorten. De buurt is nauw betrokken, committeert zich aan de vestiging van, en de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze burgers. Van een gesloten zelfvoorzienende gemeenschap werd zorgpark Voorburg door de jaren heen een steeds toegankelijker park. De komende jaren bouwen we verder, in de voetsporen van Reinier van Arkel. Aan een mentaal gezonde regio met park Voorburg als een community waar mensen verbinden en naar elkaar omkijken.

Kijk de film op YouTube:

2025

Overeenkomst gebiedsontwikkeling

Reinier van Arkel doorloopt een zorgvuldig selectieproces en sluit eind 2025 een overeenkomst met gebiedsontwikkelaar AM. Bij de keuze voor deze ontwikkelaar heeft Reinier van Arkel nadrukkelijk gekeken naar een partij die oog en aandacht heeft voor cliënten die op het zorgpark wonen.

Sociaal convenant

Met Cello, Van Neynsel en Novadic-Kentron sluit Reinier van Arkel eind 2025 een 'sociaal convenant'. Dit convenant onderschrijft de gezamenlijke verantwoordelijkheid te blijven bouwen aan een gemeenschap waar mensen met en voor elkaar zorgen in sociale zin.

Groene ggz

Samen met initiatiefnemers IVN Natuureducatie en Nature For Health, een groot aantal andere ggz-organisaties, de Buitenpsychologen, zorgverzekeraar CZ en VU-Amsterdam vormt Reinier van Arkel een groene beweging; de groene ggz. We zetten ons in om het ánders te doen; duurzamer en meer in verbinding met de omgeving en elkaar. Met aandacht voor positieve gezondheid in een vitale samenleving, eigen regie en eigen kracht van burgers,

samenwerken in communities, gezonde voeding en meer preventie en netwerkzorg. Als Reinier van Arkel zien we deelname aan de groene ggz als een mooie kans deze uitdaging aan te gaan en zo samen de ggz een stap groener te maken.

2026

Toetredingsakte getekend

Gebiedsontwikkelaar AM, gemeente Vught en Reinier van Arkel tekenen de toetredingsakte waarmee AM partner is voor de ontwikkeling van het park. Meer informatie over de parkontwikkeling door AM lees je op www.woneninparkvoorburg.nl

2028

Prognose eerste schop in de grond

De overdracht van de eerste percelen grond aan AM staat gepland voor begin 2028, dan kan naar verwachting op die percelen een eerste schop in de grond.

>> Park Voorburg: een landgoed in beweging

Park Voorburg in het kort

• Zorg blijft ook in de toekomst een belangrijke plek houden op park Voorburg. Daarom investeren we fors in onze locaties met renovatie en nieuwbouwplannen

• Een wijk met een grote variatie in huizen waar zorg, wonen, werken en recreëren samengaan.

• Een sterker groen raamwerk met ruimte voor natuur, ontmoeting en bewegen en voor historie.

• Stap-voor-stap ontwikkeling, zorgvuldig gecommuniceerd en gefaseerd, met blijvende plek voor zorglocaties.

• Een stevig sociaal fundament via communityinitiatieven die we ontplooien vanuit het sociaal convenant en met Social Hub RIO zodat de sociale basis meegroeit.

Social Hub RIO RIO bevindt zich in het bruisende hart van het park en is dé plek waar huidige bewoners, medewerkers en inwoners van Vught elkaar kunnen ontmoeten. Bij een kop koffie in de Grab & Go of herstelacademie de Stenen Hut, bij een bezoekje aan de dierenweide, tijdens een creatieve activiteit in het Living Museum of als start- of eindpunt van een van de verschillende wandelroutes die het park rijk is. Benieuwd naar de activiteiten van het bruisend hart van Voorburg, op www.parkvoorburg.nl vind je alle informatie inclusief een goed gevulde agenda.

Save the date

Paradijsvogelsfestival editie 2026

Hét festival op park Voorburg keert na een eerste geslaagde editie terug. Op donderdag 21 mei van 14 tot 19 uur vindt bij de Watertoren opnieuw het Paradijsvogelsfestival plaats met muziek, activiteiten, eten en drinken. Het festival heet Paradijsvogels omdat we iedereen uitnodigen om de paradijsvogel in zichzelf te laten zien en eventueel uit te laten vliegen. Meer info volgt op www.parkvoorburg.nl

Anton Mauve, Haagse school

Voorburg: Waar geschiedenis wortel schoot

Van drassige heide tot zorgpark

Wie vandaag over Zorgpark

Voorburg wandelt, ziet een groen en open terrein waar gebouwen losjes in het landschap liggen. Het voelt rustig, bijna vanzelfsprekend. Alsof de plek altijd zo bedoeld is geweest. Maar die indruk klopt niet helemaal. Achter het park gaat een lange geschiedenis schuil van grond die nat was, eigenaars die kwamen en gingen, en een plek die pas laat haar uiteindelijke bestemming vond.

In het boek Geschiedenis van Zorgpark Voorburg beschrijft

Goos Zwanikken hoe het gebied dat we nu kennen als Voorburg, zich eeuwenlang ontwikkelde zonder te weten waar het uiteindelijk op zou uitkomen. Dat maakt deze plek misschien wel juist zo geschikt voor zorg en wonen: Voorburg was altijd al in beweging.

Goos Zwanikken

Zwanikken werkte zelf jarenlang als psychiater en geneesheer-directeur op Voorburg, maar stond pas veel later stil bij de geschiedenis van het terrein. Tijdens een inventarisatie van mossen ontdekte hij dat bepaalde soorten alleen voorkomen op natte, moerassige bodems. Dat leidde tot een

simpele maar fundamentele vraag: wat is dit landschap eigenlijk geweest? Het antwoord zocht hij in archieven. Zijn belangrijkste bron werd een bundel eigendomsbewijzen in het Stadsarchief 's-Hertogenbosch. Die documenten, grotendeels met de hand geschreven, vormen het hart van het boek. Ze vertellen niet alleen wie Voorburg bezat, maar ook hoe bezit, landschap en samenleving door de eeuwen heen veranderden.

Voordat het Voorburg heette

De geschiedenis van Voorburg begint dus met grond. Veel grond. En vooral: natte grond. Lang voordat er sprake was van een buitenplaats, lag hier een landschap dat deels moerassig was waar bepaalde mossen groeien. Die mossen bleken onverwachte archiefstukken.

De oudste schriftelijke sporen dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw. Wat toen bestond, was geen park, maar agrarisch gebied: hoeven, heide, akkers en weilanden. Het land werd gemeten in morgens*, belastingen werden nauwkeurig berekend en het onderhoud van sloten en dijken hoorde simpelweg bij het bezit. Wie grond had, had verantwoordelijkheid. En nogal wat administratie.

De documenten uit die tijd zijn niet bepaald meeslepend geschreven. Het zijn kale beschrijvingen van percelen, pacht, belastingen en verplichtingen. Toch vertellen ze veel. Ze laten zien dat Voorburg een werkplek was. De grond moest iets opleveren en mocht vooral geen problemen veroorzaken. Waterbeheer speelde daarbij een centrale rol. Dijken moesten onderhouden worden, sloten uitgediept. Wie dat naliet, kon rekenen op boze buren of ingrijpen van het lokale bestuur. De natuur was iets om te temmen, niet om naar te kijken.

Van werklandschap naar buitenplaats

In de achttiende eeuw verandert het karakter van het terrein. Voorburg komt in handen van bestuurders en welgestelde Bosschenaren. Het gebied krijgt naast een agrarische ook een representatieve functie. Een belangrijk keerpunt is de komst van

* Een morgen is een oude oppervlaktemaat in Nederland. Het werd gebruikt om een gebied aan te duiden dat in een ochtend kan worden geploegd.

Voorburg in één oogopslag

• ontstaan als nat agrarisch gebied

• buitenplaats in de achttiende eeuw

• zorglandgoed vanaf 1884

• frontgebied in 1944

• gesloten instelling tot eind twintigste eeuw

• openbaar zorgpark in de 21ste eeuw

Voorburg telt vijf rijksmonumenten: Villa Voorburg, Jozef, Vijverhof, Klimop en de Watertoren.

professor Johan Bon, arts en hoogleraar, die rond het midden van de achttiende eeuw eigenaar wordt. Bon laat het bestaande huis slopen en bouwt een statige villa. Hij vernoemt deze naar zijn schoonmoeder, Samuele Theofyline Smids van Voorburg. Lanen worden aangelegd, tuinen ingericht. Het terrein krijgt structuur en uitstraling, terwijl landbouw onderdeel blijft van het landschap. Voorburg leidt een dubbel leven: het is tegelijk buitenplaats en werkgebied. De akten uit deze periode zijn nauwgezet. Ze beschrijven niet alleen land en gebouwen, maar ook jachtrechten, waterlopen en kerkbanken. Bezit wordt tot in detail vastgelegd. Bureaucratie blijkt geen moderne uitvinding.

Wisselend bezit, blijvend landschap

Vanaf het einde van de achttiende eeuw volgt een periode van wisseling. Voorburg gaat over van hand tot hand. Erfenissen, verkopen en juridische constructies zorgen voor veranderingen. Delen van het landgoed worden afgesplitst of opnieuw ingedeeld. Soms verdwijnen gebouwen, soms worden ze gesloopt omdat ze hun waarde verloren hebben. Maar ondanks al die veranderingen blijft het landschap als geheel herkenbaar. Lanen blijven liggen waar ze liggen. Waterpartijen behouden hun functie. Het terrein verandert langzaam, niet radicaal. Voorburg slijt de eeuwen zonder vastomlijnd plan.

Zorg zoekt ruimte

Terwijl Voorburg zich ontwikkelt als landgoed, groeit in 's Hertogenbosch een andere traditie: die van zorg. Al sinds de middeleeuwen kent de stad instellingen voor armen, zieken en mensen die niet zelfstandig konden functioneren. Het Zinnelooshuis Reinier van Arkel, opgericht in 1442, geldt als het oudste krankzinnigengesticht van Nederland.

Aan het einde van de negentiende eeuw raken de bestaande voorzieningen in de stad overvol. Daarnaast komt er een nieuwe wetgeving, de eerste krankzinnigenwet van 1841. Daarin staat dat gestichten in een stad niet meer mogen. Er moeten gestichten in het buitengebied gemaakt worden. Licht, lucht

en ruimte worden belangrijker. Afzondering in de stad maakt plaats voor zorg buiten de stad.

Voorburg komt in beeld als oplossing. Het terrein is groot, groen en rustig gelegen. In 1884 koopt de Stichting Reinier van Arkel het landgoed aan. Het doel is helder: hier moet ruimte komen voor psychiatrische zorg.

Die overgang betekent geen radicale breuk. Het landschap wordt opnieuw gebruikt. Gebouwen worden verspreid geplaatst, lanen en open ruimtes blijven behouden. Zorg nestelt zich in het bestaande terrein in plaats van het te vervangen.

Tussen zorg en oorlog

De zorggeschiedenis van Voorburg kent ook een donkere periode. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het terrein deels gevorderd door de Duitse bezetter. Drie gebouwen worden in beslag genomen. Vijf Engelse zusters worden weggevoerd naar een interneringskamp.

In 1942 neemt de druk verder toe wanneer ruim duizend patiënten uit psychiatrische instellingen aan de kust worden geëvacueerd vanwege de aanleg van de Atlantikwall. Voorburg vangt patiënten op uit onder meer Heiloo, Santpoort en Noordwijkerhout. De gevolgen zijn groot. Infectieziekten zoals tuberculose en dysenterie zorgen voor een stijgend sterftecijfer. De begraafplaats moet worden uitgebreid. Om iedereen te kunnen

Wandelroute

Wandelende gedachten is een route over het park die je zelf kunt volgen. De wandeling kan gemaakt worden met behulp van een folder die opgehaald kan worden bij de receptiepost in Vught.

Reinier wandeling: elke eerste zaterdag van de maand wandel je onder leiding van een gids over het park.

www.reiniervanarkel.nl/waarstaan-wij-voor/onze-activiteiten/

voeden, worden grasvelden en plantsoenen omgeploegd tot landbouwgrond.

Ook Joodse patiënten blijven niet gespaard. Bij Duitse razzia's zijn er twee Joodse patiënten weggevoerd. In totaal zijn er binnen Reinier van Arkel en Voorburg negen oorlogsslachtoffers te betreuren.

In oktober 1944 wordt Voorburg frontgebied. Gewonde geallieerde soldaten worden behandeld in bestaande gebouwen, werkplaatsen en schuilkelders. Op 26 oktober wordt Vught bevrijd, maar in februari 1945 treft een bom nog een afdeling van Voorburg. Het terrein overleeft de oorlog, maar niet ongeschonden.

Een landschap van zorg en leven

Na de oorlog groeit Voorburg verder als zorgterrein. In de loop van de twintigste eeuw wordt er gebouwd, gesloopt en opnieuw ingericht, telkens passend bij de heersende zorgopvattingen. Dat landschap laat zich vandaag de dag nog steeds lezen.

Langs wandelroutes* staan gebouwen uit verschillende perioden: paviljoens, kloosters voor broeders en zusters, behandelafdelingen, een watertoren en een eigen begraafplaats. Die begraafplaats, sinds 1885 in gebruik, vertelt een verhaal van verschillen. Katholieken en niet-katholieken lagen er gescheiden begraven. Armlastige patiënten deelden soms een graf. Religieuzen en personeelsleden kregen hun eigen plekken.

Voorburg was niet alleen een plek van behandeling, maar ook van wonen, werken, rituelen en afscheid. Zorg maakte deel uit van het dagelijks leven.

Een plek met geheugen

Tot ver in de twintigste eeuw is Voorburg een afgesloten wereld. Wie er niet hoorde, kwam er niet. Dat verandert wanneer het besef groeit dat contact met de samenleving voor veel cliënten belangrijk is.

Wie vandaag over Zorgpark Voorburg loopt, wandelt door eeuwen geschiedenis zonder dat die zich opdringt. Lanen volgen oude lijnen, open velden herinneren aan akkers, gebouwen vertellen over veranderende ideeën over zorg en samenleving.

Voorburg is geen plek die geboren is met een bestemming. Het terrein heeft zich die bestemming langzaam eigengemaakt. Van natte grond tot buitenplaats, van agrarisch landschap tot zorgpark.

Misschien is dat wel de kracht van Voorburg. Niet omdat het altijd mooi of rustig is geweest, maar omdat het zich steeds opnieuw wist aan te passen aan de behoeften van zijn tijd. Het landschap draagt die ervaring met zich mee.

Wie dat weet, kijkt anders naar het park. Niet alleen als werkomgeving of woonplek, maar als een plaats met herinnering.

Bronnen:

Geschiedenis van Zorgpark Voorburg (Goos Zwanikken) • archiefmateriaal Reinier van Arkel • Wandelende Gedachten • Projectblad Zorgpark Voorburg • documentatie Tweede Wereldoorlog Voorburg

Digitale assistent LuCa in de behandelkamer

Meer tijd en aandacht voor cliënt én meer werkplezier in de behandelkamer

Steeds meer behandelaren van Reinier van Arkel gaan gebruikmaken van spraakgestuurde rapportage van de digitale assistent LuCa van ValueCare. Daarbij wordt, als de cliënt daarmee instemt, een gesprek dat de cliënt voert met de behandelaar direct omgezet naar een digitaal tekstverslag. LuCa ondersteunt behandelaren door gesprekken veilig vast te leggen en automatisch om te zetten in richtlijnconforme verslaglegging, volledig geïntegreerd in het cliëntendossier.

De uitrol van digitale assistent LuCa volgt op een geslaagde testperiode onder behandelaren. Zij beoordeelden de digitale assistent gemiddeld met een 7,8. In de pilot met meer dan 1.300 verslagen lag de focus op wat er in de praktijk echt toe doet: gebruiksgemak, werkplezier en daadwerkelijke tijdsbesparing. Alle deelnemers waren tevreden tot zeer tevreden over de kwaliteit van de verslaglegging.

Audio-opname

Het gesprek tussen cliënt en behandelaar wordt opgenomen

Het gebruik van digitale assistent LuCa heeft voordelen voor cliënten én voor collega's blijkt uit de testperiode. Zo zorgt de inzet voor meer persoonlijke aandacht tijdens gesprekken met cliënten. De zorgverlener hoeft tijdens het gesprek geen aantekeningen te maken en kan daardoor beter luisteren en reageren. LuCa maakt gebruik van spraaktechnologie en slimme taalverwerking, wat de verslaglegging toegankelijker en begrijpelijker maakt, ook voor mensen die moeite hebben met praten of lezen.

Behandelaren die deelnamen aan de pilot ondervonden allemaal een verlichting van de administratieve lasten én ervoeren meer werkgeluk en meer contact met de cliënt in de behandelkamer. Mooie resultaten die Reinier van Arkel ook helpen bij het realiseren van onze maatschappelijke opgave; het beschikbaar en toegankelijk houden van onze zorg in een arbeidsmarkt die de komende jaren steeds krapper wordt.

Hoe werkt de inzet van digitale assistent LuCa?

Behandelaren die gebruik willen maken van digitale assistent LuCa vertellen dit bij de start van een gesprek. Als de cliënt hiermee instemt, dan wordt via de computer de digitale assistent LuCa aangezet. Terwijl de cliënt en de behandelaar samen praten zet LuCa het gesprek om naar tekst (transcriptie). Dat gebeurt met gebruik van AI (Artifical Intelligence).

Het transcript wordt direct samengevat tot een tekstverslag waarin de hoofdpunten en besluiten van het gesprek zijn verwerkt. Na een controle op juistheid en volledigheid door de behandelaar wordt het verslag aan het cliëntendossier toegevoegd. De behandelaar blijft daarmee verantwoordelijk voor de verslaglegging en voor de behandeling.

Transcript

Deze opname wordt omgezet in een volledig transcript

Verslag LuCa zet het transcript om in een verslag op basis van prompts in een sjabloon

Belangrijk om te weten

Controle De behandelaar controleert de inhoud en past aan/voegt toe waar nodig

• Als cliënt kun je het gebruik va digitale assistent LuCa weigeren als je niet wilt dat de behandelaar het gebruikt. De behandelaar maakt dan zelf aantekeningen.

• De behandelaar controleert het verslag altijd voordat het in het dossier wordt opgenomen.

• De omzetting in tekst (transcriptie) wordt twee weken opgeslagen op een server van Reinier van Arkel. Na deze twee weken worden de opname, transcriptie en samenvatting automatisch verwijderd.

• Dataopslag vindt plaats in Europa om te voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de nieuwe European Health Data Space (EHDS) verordening.

• Digitale assistent LuCa voldoet aan de wetten en veiligheidsregels (zoals ISO/NEN7510 en VWO BOZ) en de Europese AI-wet op het gebied van privacy en beveiliging. De wetgeving op het gebied van AI verandert nog regelmatig. We volgen deze ontwikkelingen daarom goed.

FACT Den Bosch Noord West gecertificeerd

FACT Den Bosch Noord West van Reinier van Arkel heeft op donderdag 21 augustus de CCAF certificering doorlopen. Het team behaalde daarbij een eindscore van 8,9, wat staat voor een optimaal resultaat.

Tijdens de audit is gekeken naar het werken volgens het Flexible ACT model. De auditoren constateerden dat het team zich kenmerkt door het gebruik van hoopvolle taal, een veelheid aan behandelmogelijkheden en de veiligheid die binnen het team heerst. Deze kenmerken zijn benoemd als sterke punten in de beoordeling.

FACT Den Bosch Noord West heeft het keurmerk Flexible ACT met optimale implementatie ontvangen. De officiële datum van toekenning is 2 oktober 2025. Het keurmerk is geldig tot 2 oktober 2028.

FACT Den Bosch Noord West is gevestigd op de locatie Rompertsebaan 50, 5212 XC Den Bosch.

Bisschop De Korte op visite bij de Dierenweide

In december bracht bisschop De Korte uit 's-Hertogenbosch een bezoek aan de Dierenweide in park Voorburg. Hij kwam langs voor een kop koffie en bleef ook lunchen, samen met oud-collega en vrijwilliger Frans Meurkens. Het bezoek vond plaats in het kader van Project Dier en Natuur. Bisschop De Korte toont betrokkenheid bij park Voorburg en denkt mee over de toekomstplannen waarin de mens centraal staat, omgeven door dieren en natuur.

Tijdens de pauze en de lunch nam bisschop De Korte heel open, vriendelijk en meedenkend deel aan de gesprekken met onze deelnemers. Hij stelde vragen aan ze, gaf ruimte om vragen te stellen, onder andere over het samenzijn bij elkaar en dat mensen hier mogen zijn wie ze willen zijn.

Na afloop had de bisschop aangegeven zich gastvrij en hartelijk ontvangen te hebben gevoeld en de Dierenweide als betekenisvol te vinden voor onze mensen.

Coschap Psychiatrie wint titel 'Coschap van het jaar 2024-2025'!

Het coschap psychiatrie dat Reinier van Arkel geneeskunde studenten van de Radboud Universiteit in Nijmegen biedt, was genomineerd voor de titel 'Coschap van het jaar 2024-2025'. Op 9 december is bekend geworden dat we deze titel hebben gewonnen voor het coschap Psychiatrie en een derde prijs hebben gewonnen bij alle coschappen.

Trots zijn we op deze prijs. Deze nominatie als opleidingsplek kwam rechtstreeks van de studenten zelf. Na afloop van hun coschap vullen zij een enquête in, en daaruit blijkt dat ons coschap psychiatrie het afgelopen jaar bovengemiddeld heeft gescoord volgens de Medische Faculteitsvereniging Nijmegen (MFVN) en de Ko-Raad Nijmegen.

"Het winnen van de prijs is een waardering voor iedereen die meewerkt aan het gastvrij en enthousiast ontvangen van de coassistenten zodat zij veel kunnen leren. De coassistenten hebben deze betrokkenheid gevoeld en duidelijk gewaardeerd!"

Coassistenten opleiders Veronique van Thiel, Karin Burgerhout MD, PHD en de AIOS-en.

Album Van Liempt en De Laat is overal te beluisteren

Marino van Liempt (leerkracht Zuiderbos) en Ad de Laat (muziektherapeut Herlaarhof), hebben een album uitgebracht onder de titel: liedjes aan de keukentafel Van Liempt en De Laat. Ad en Marino schrijven al zo'n 30 jaar liedjes. Het album bevat veertien lach-en -traanliedjes over het leven gezien door twee mannen in de nazomer van hun leven. Geniet ván of zing mee met deze levensliedjes via de streamingdiensten.

Waanzin: een gids door de gekte

Tijdelijke samenwerking jeugdcrisisopname

Om de jeugdcrisiszorg in de regio te blijven waarborgen, werken GGz Eindhoven (Kind & Jeugd) en Herlaarhof tijdelijk intensief samen. Vanaf 13 oktober 2025 wordt de crisisopname voor jongeren van De Wederik (GGzE) ondergebracht bij de HIC Jeugd van Herlaarhof.

Door deze tijdelijke bundeling van krachten blijft de crisiszorg voor kinderen en jongeren beschikbaar en van goede kwaliteit. De samenwerking geldt in eerste instantie voor een periode van een half jaar. In deze periode werkt GGzE samen met het team van De Wederik aan een toekomstbestendige inrichting van de afdeling.

Voor verwijzers en ketenpartners verandert er niets in de toegang: aanmeldingen via de crisisdienst van GGzE blijven ongewijzigd.

In Waanzin – een gids door de gekte onderzoeken Lottie Bakker en Laurens de Vos een begrip dat zich nauwelijks laat vastleggen. Het boek, verschenen in januari 2026 bij Borgerhoff & Lamberigts, bundelt inzichten uit de geneeskunde, maatschappij en kunst en toont hoe waanzin telkens opnieuw aan elke definitie ontsnapt. De bijdragen van onder anderen Dick Swaab, Lieuwe de Haan, Wouter Kusters, Esther van Fenema en Paul Moyaert laten zien hoe veelzijdig en gelaagd het fenomeen is. De bundel staat onder redactie van Bakker en De Vos en verkent hoe waanzin tegelijkertijd leegte en overdaad kan zijn, zinloos en toch vol betekenis. Het boek nodigt uit om verder te kijken dan de vertrouwde kaders waarmee we psychische ontregeling proberen te begrijpen.

Voor Lottie Bakker, ervaringsdeskundige in opleiding bij het VIP-team van Reinier van Arkel, krijgt Waanzin een extra dimensie. Door haar professionele én persoonlijke betrokkenheid bij vroegsignalering en herstel brengt ze een waardevol perspectief in: een blik die de menselijke ervaring centraal stelt en ruimte biedt voor verhalen die niet altijd eenvoudig in woorden te vangen zijn. Waanzin sluit daarmee mooi aan bij de blik van Reinier van Arkel: blijven luisteren, juist wanneer taal tekortschiet.

Dichtbundel van oud medewerker: 'Je

bent er nog'

De afgelopen jaren heeft Sabine Tjon Pian Gi letterlijk stilgelegen – soms tot wel 22 uur per dag – als gevolg van long covid. Stilgezeten heeft zij echter niet. In deze periode begon zij te dichten over het leven met een chronische ziekte: over rouw en verlies, over veranderingen in rol en identiteit, en over de rauwe werkelijkheid van wat niet meer kan. Haar poëzie is intens, eerlijk en soms verrassend humoristisch, met ruimte voor zelfspot waar dat kan. Dit jaar verscheen haar dichtbundel Je bent er nog. Met deze bundel wil Sabine bijdragen aan meer maatschappelijk begrip voor de impact van long covid en andere chronische (psychische) aandoeningen. Daarnaast biedt haar werk herkenning en erkenning aan mensen die dagelijks leven met langdurige klachten. De bundel blijkt aan te slaan: inmiddels zijn al 500 exemplaren verkocht en verspreid.

De dichtbundel is te bestellen via de website van Stichting Long COVID:

Vroegherkenning

Een eerste psychose komt zelden uit het niets. Een psychose wordt namelijk vaak voorafgegaan door een periode waarin mensen bijzondere ervaringen krijgen. Je kan geluiden of stemmen gaan horen zonder dat er van buitenaf geluiden of stemmen zijn; dit noemen we hallucinaties. Ook kun je op een andere manier betekenis gaan geven aan wat er om je heen gebeurt. Hierdoor kun je bijvoorbeeld het idee krijgen dat er bijzondere boodschappen aan jou gericht zijn, dat je achtervolgd wordt op straat of dat je over bovennatuurlijke krachten beschikt; dit noemen we waanideeën.

Eerst worden deze ervaringen als onwerkelijk en vreemd beleefd, maar naarmate ze zich verder ontwikkelen, neemt ook de geloofwaardigheid van deze ervaringen voor de betreffende persoon toe. Deze ideeën kunnen steeds bizarder worden, waardoor de geloofwaardigheid voor de omgeving juist afneemt. Het besef van de realiteit neemt voor de betreffende persoon steeds meer af totdat het volledig is verdwenen en het organiseren van gedachten wordt ook steeds moeilijker. Op dat punt twijfelt iemand niet meer aan de hallucinaties en overtuigingen en worden deze ervaren als de enige, vaak beangstigende, werkelijkheid. Dan is er sprake van een psychotische episode.

Ultrahoog risico

Om te voorkomen dat deze bijzondere ervaringen zich kunnen ont-

wikkelen tot een eerste psychotische episode, is het van belang om vroegtijdig te herkennen dat iemand in een ultrahoog risicogroep (UHR) zit. Jaarlijks hebben twee op de honderd mensen een psychoseachtige ervaring; binnen 2 jaar herstelt 36% van deze groep spontaan en 8% ontwikkelt een psychose. Meestal zoeken mensen geen hulp voor beginnende psychotische symptomen, maar als iemand of diens omgeving zich zorgen maakt dan zou wel verwezen kunnen worden naar het Vroege Interventie Psychose (VIP-) team. Het VIPteam gaat dan in gesprek en gebruikt o.a. de Comprehensive Assessment of At Risk Mental State (CAARMS) en Social and Occupational Functioning Assessment Scale (SOFAS) om vast te stellen of er sprake is van een UHR bij de betreffende persoon. Er wordt gevraagd naar: bizarre (waan)ideeën, hallucinaties, moeite met het organiseren van gedachten en het sociale/ beroepsmatige functioneren. Nadat een UHR is vastgesteld, is de kans dat iemand een psychose krijgt binnen zes maanden ongeveer 18% en binnen drie jaar ongeveer 36%.

Effectieve behandeling

De behandeling van UHR wordt gedaan volgens een speciaal ontwikkeld cognitief-gedragstherapeutisch protocol: CGT-UHR. Dit is gericht op: uitleg over psychose, het onderzoeken hoe mensen betekenis geven aan gebeurtenissen, het uitdagen van niet-helpende overtuigingen en het wegnemen van risicofactoren voor de ontwikkeling van psychose.

‘Als ik ’s avonds in bed lig, hoor ik de stem van mijn overleden oma tegen me praten. Ik weet wel dat het niet echt is, maar ik word er bang van.’

Belangrijke risicofactoren zijn bijvoorbeeld: (onbehandelde) traumatische ervaringen, cannabisgebruik, wonen in een stedelijke omgeving en weinig sociale steun in combinatie met een terugval in sociaal functioneren (terugtrekgedrag, uitval op school of werk of ruzie met de omgeving). Behoud van sociale rollen speelt ook een belangrijke rol bij het voorkomen van psychose en dus zal er ook extra aandacht zijn voor het behoud van bijvoorbeeld:

van psychose

‘Toen ik laatst een boek las, kreeg ik het gevoel dat de schrijver het over mij had. Er zaten bijzondere boodschappen in, speciaal voor mij.

Maar hoe kan dat als ik de schrijver niet ken?’

‘Ik durf het huis niet meer uit, omdat het buiten onveilig voelt. Ik voel de ogen van de mensen om me heen in mijn rug prikken.’

studie, werk en een goed steunsysteem. Uit een groot onderzoek naar het effect van CGT-UHR, waaraan in totaal 1.112 mensen met UHR hebben meegedaan, blijkt dat de kans op het ontwikkelen van een psychose na CGT-UHR verminderd is met ongeveer 50% tot 12 maanden- en met ongeveer 35% tot 2 tot 4 jaar na de therapie. Vroegtijdige herkenning en behandeling van UHR is dus effectief om de kans op het krijgen van een psychose sterk te verminderen.

Bronnen:

Boonstra, N. (2019). Verhoogd risico en de ultrahoogrisicofa se. In W. Cahn (Red.), Handboek schizofreniespectrumstoornissen (2e druk). Amsterdam, Nederland: Koninklijke Boom uitgevers.

De Haan, L. (2019). Diagnostiek naar categorie, stadium, dimensie en profiel. In W. Cahn (Red.), Handboek schizofreniespectrumstoornissen (2e druk). Amsterdam, Nederland: Koninklijke Boom uitgevers.

Van Der Gaag, M. et al. (2013). Preventing a first episode of psychosis: meta-analysis of randomized controlled prevention trials of 12 month and longer-term follow-ups. Schizophrenia research, 149(1-3): 56-62.

Van overbelasting naar balans: de brug tussen ggz en ergotherapie

Een brug bouwen tussen twee werelden. Dat is precies wat Michelle Kaauw en Inez Dappers doen. Michelle is verpleegkundige en behandelcoördinator bij FACT- en regioteam Bommelerwaard en Inez Dappers is ergotherapeut bij praktijk Veerkrachtig in de Bommelerwaard en Rivierenland. Sinds enige tijd werken zij op een unieke manier samen. Hun doel? Cliënten meer mogelijkheden bieden. In dit artikel vertellen zij hoe deze samenwerking tot stand kwam, welke stappen ze samen zetten en wat dit betekent voor de mensen die ze helpen.

Het verhaal van Malou

Hoe ga je om met angst, paniek en extreme vermoeidheid als prikkels je dag beheersen?

Malou is 32 jaar en klopt aan bij team Bommelerwaard. Ze heeft last van angst- en paniekklachten en voelt zich soms somber. Al jaren kampt ze met extreme vermoeidheid en pijn in haar nek en schouders. In drukke periodes nemen de klachten toe: ze wordt angstiger, emotioneler en raakt snel overprikkeld. Voor haar nek- en schouderklachten gaat zij naar de fysiotherapeut. Dat helpt even, maar de klachten komen steeds terug.

Na haar intake bij team Bommelerwaard blijken haar problemen sterk samen te hangen met een verminderde belastbaarheid. Malou start met de module 'Niet rennen maar plannen'. Die geeft inzicht in wat energie kost en wat energie geeft, en hoe ze haar dag beter kan indelen. Toch knapt ze niet genoeg op. Daarom verwijst het team haar door naar de ergotherapie. Michelle vult aan: "We kregen niet duidelijk voor welke prikkels Malou precies overgevoelig is; het is dan zo fijn dat je met iemand samen kunt werken die daarin gespecialiseerd is."

Ergotherapeut Inez: "Uit onderzoek blijkt dat Malou gedurende de dag veel te veel en te intense prikkels binnenkrijgt. Daardoor kost het haar enorm veel energie om de dag door te komen." De behandeling bestaat uit inzichtgevende gesprekken, praktische tips en tools en lichaamsgerichte oefeningen volgens de Epiphora-methode. Daarvan knapt Malou zichtbaar op en voelt zich veel stabieler. Ze heeft geleerd om onderbouwde keuzes te maken. Als ze angst of paniek ervaart, weet ze nu dat dit komt door overprikkeling. Ze herkent de signalen en neemt op tijd gas terug. "Ik weet nu: als ik overprikkeld ben, kan ik zelf iets doen om weer tot rust te komen", zegt Malou.

>> De brug tussen ggz en ergotherapie

Ergotherapie staat bij veel mensen vooral bekend om hulpmiddelen en woningaanpassingen. Maar het vakgebied is veel breder. In dit artikel kijken we naar een minder bekende, maar heel waardevolle toepassing: ergotherapie bij problemen met prikkelverwerking en belastbaarheid. Deze begeleiding sluit goed aan bij de behoeften van ggz-cliënten die moeite hebben met het omgaan met prikkels en hun belastbaarheid in bredere zin.

Sinds de post-covid-periode is er steeds meer bekendheid gekomen over deze vorm van ergotherapie en zijn er meer ergotherapiepraktijken die zich richten op belasting en belastbaarheid. "Ze zijn alleen flink ondervertegenwoordigd", vertelt Inez. Ze benadrukt: "In deze maatschappij, waarbij sprake is van overbelasting en burn-out is deze vorm van behandeling hard nodig: we kunnen helpen om meer balans in het dagelijkse leven te krijgen."

Michelle: "De eerste succesvolle doorverwijzing naar ergotherapie maakte me alert; ik herkende daarna vaker clienten met prikkelgevoeligheid die er iets aan konden hebben. Ik ben meer gaan doorverwijzen en zo is deze samenwerking ontstaan. We zien veel cliënten met uitdagingen in de prikkelverwerking en andere klachten in relatie tot belastbaarheid. Mensen die continu aan staan, in de overlevingsstand. Bijvoorbeeld door maatschappelijke druk zoals werk, gezin, niet weten 'hoe' te ontspannen, geen grenzen herkennen, maar ook bijvoorbeeld ten

gevolge van autisme. Het is enorm moeilijk om daar weer uit te komen. Vaak zijn er ook lichamelijke klachten door stress en spanning. Ergotherapie kan hierin veel bieden

Hoe helpt ergotherapie bij overbelasting en prikkelgevoeligheid?

Inez legt uit: "Ergotherapie helpt om balans terug te vinden als belasting en prikkels te veel worden, bijvoorbeeld bij overbelasting, ziekte, burn-out of Post-covid. We starten vaak met een dagboek: vier dagen lang noteert de cliënt alle activiteiten, van rustige tot drukke dagen. Zo krijgen we inzicht in wat iemand doet, welke activiteiten zwaar voelen en waarom." "Aanvullend kunnen we de prikkelverwerking onderzoeken: hoe filtert iemand prikkels - of komt alles ongefilterd binnen? Deze informatie verwerken we in een signaleringsplan en bespreken we samen. We kijken terug op de afgelopen week en onderzoeken waar overprikkeling vandaan komt. Vervolgens maken we de vertaalslag naar de praktijk: wat kun je doen met deze inzichten? Vaak bieden we ook lichaamsgerichte oefeningen volgens de Epiphora-methode. Deze helpen het zenuwstelsel tot rust te komen, wat kan bijdragen aan herstel."

Hoe pak je een nieuwe samenwerking aan? Michelle zocht het uit. Michelle: "Ik was zelf erg enthousiast over deze samenwerking. Maar als je daar iets mee wilt binnen je team, moet je eerst kijken of er draagvlak is en onderzoeken wat het oplevert."

Daarom deed ze een laagdrempelig onderzoek naar de ervaringen van collega's en cliënten met aanvullende behandeling door ergotherapie. Ze sprak cliënten over hun traject: welke behandeling kregen ze, hoe hebben ze dat ervaren en wat leverde het op? Ook keek ze samen met Inez en collega's naar hun ervaringen en naar wat nodig is om goed te kunnen verwijzen: bij welke klachten, op welk moment en hoe dat het beste werkt. Soms is er overlap tussen de verschillende werkvelden. Afstemming over en weer is belangrijk. Daarom blijven we tijdens de behandeling met elkaar in contact", zegt Michelle. "Al bij verwijzing wordt vermeld wie de contactpersoon van een cliënt is zodat er ruimte is voor een warme overdracht. Verder is het cliëntafhankelijk hoe vaak er afgestemd moet worden. Omdat de samenwerking redelijk nieuw is evalueren we regelmatig.

Michelle verwijst inmiddels een derde van haar cliënten naar ergotherapie: "Je kunt iemand met bijvoorbeeld een depressie eigenlijk niet behandelen zonder aandacht te hebben voor het lichamelijke aspect en contextuele invloeden/omgevingsfactoren. Deze aspecten beïnvloeden elkaar en bepalen samen hoe iemand dagelijks kan functioneren. En als ergotherapie dit stuk al begeleidt dan kunnen wij ons toeleggen op de behandeling van het onderliggende stuk. Door de behandeling in de ggz en ergotherapie te combineren kom je samen verder."

Aanmeld- en Consultatieteam Herlaarhof

Bij Herlaarhof begint elke zorgvraag bij het Aanmeld- en Consultatieteam (ACH behandelstaf). Voor verwijzers is het ACH het centrale aanspreekpunt voor aanmeldingen en consultatie. Wij zorgen ervoor dat verwijzers en cliënten snel en zorgvuldig de juiste weg vinden binnen onze organisatie. Het team bestaat uit zorgconsulenten en gedragsdeskundigen met een zorginhoudelijke achtergrond, waaronder een jeugdarts, een orthopedagoog-generalist en een GZ-psycholoog. Samen screenen wij alle aanmeldingen, hebben contact met verwijzers om de hulpvraag te verduidelijken, regelen beschikkingen en nemen deel aan interne en externe overleggen. Wanneer aanvullende informatie nodig is, nemen wij contact op met de verwijzer om de hulpvraag verder te verduidelijken. Het ACH ondersteunt verwijzers bij het beoordelen van zorgvragen, het inschatten of onze zorg passend is en het vinden van de juiste route binnen Herlaarhof.

"Van vraag naar zorg: ACH wijst de weg."

Van links naar rechts: Lori van der Heijden-van den Bogaardt (zorgconsulent), Linda Schellekens – Leurs (zorgconsulent), Margreet Ploeger (jeugdarts), Rian den Ouden – van Gerven (zorgconsulent), Jolanda Ruijs-van Rossum (zorgconsulent), Manon van Dijk (zorgconsulent), Petrine Westland (zorgconsulent), Mariolein van Dael – Borgers (zorgconsulent), Jan Verwater (Orthopedagoog-Generalist), Marlies Voets – van der Graaff (zorgconsulent), Janine Aarts (zorgconsulent). Niet op de foto: Annekee Schippers (GZ-psycholoog)

De voordeur voor specialistische zorg voor kinderen en jongeren

Wat doet het ACH voor verwijzers?

Screening van aanmeldingen

Na administratieve verwerking van de verwijzing screenen wij de aanmelding op basis van de verwijzing en de aangeleverde informatie, zoals gegevens van eerdere hulpverlening en scholen. Wanneer aanvullende informatie nodig is, nemen wij contact op met de verwijzer of betrokkene om de hulpvraag verder te verduidelijken. Op basis hiervan bepalen wij of de aanmelding passend is binnen Herlaarhof.

Consultatie

Huisartsen, gemeenten, gecertificeerde instellingen en ouders kunnen het ACH consulteren voor advies over zorgvragen en of de zorg passend is. Wij denken graag mee met de verwijzer of Herlaarhof op dit moment de juiste organisatie is voor de zorg die nodig is.

Coördinatie

Wij vragen beschikkingen aan en stemmen hierover af met gemeenten en gecertificeerde instellingen. Intern onderzoeken we welk team het best past bij de hulpvraag van de cliënt.. Zodra een beschikking is ontvangen, zorgen wij dat de cliënt op de juiste wachtlijst wordt geplaatst.

Externe advisering

We nemen deel aan verschillende externe consultatie constructen in onze regio's. Hier denken wij mee bij complexe casussen, waarbij onderzocht wordt welke combinatie van zorg ingezet kan worden om tot herstel te komen. Denk hierbij aan Regionale Expertise teams in regio Zuid, Noord-Oost Brabant en Rivierenland.

Ook hebben we regelmatig afstemming met ketenpartners zoals de Jeugdbescherming Brabant, Veilig Thuis, Youz, Buro 3O en GGZ-Oost Brabant. Tevens leveren we psychiatrische kennis aan Klinq zodat orthopedagogische en psychiatrische zorg nog beter op elkaar wordt afgestemd.

Heeft u vragen over een zorgvraag, twijfelt u of onze zorg passend is of wilt u een casus bespreken? Neem gerust contact met ons op.

Hoe kunt u ons bereiken?

Mail: ACHbehandelstaf@reiniervanarkel.nl Telefoon: 073-6585333 (optie 3)

Locatie: Boxtelseweg 32, Vught

Foto Jolanda Ruijs-van Rossum

Rouw na traumatisch verlies

"Traumatische rouw is hard werken, maar het kan echt lichter worden"

Dit artikel is een bewerking van een artikel gepubliceerd op het EO-platform 'Ik ook van jou' geschreven door Marianne ter Mors.

Rouw treft ons allemaal, maar wanneer een verlies onverwacht, abrupt of gewelddadig plaatsvindt, krijgt het verdriet daarnaast nog een andere lading. Nabestaanden blijven dan niet alleen achter met gemis, maar soms ook met ingrijpende beelden, vragen en gevoelens die hun wereld op z'n kop zetten. In het Psychotraumacentrum Zuid Nederland ziet klinisch psycholoog Anouk van Berlo dagelijks hoe complex rouw kan worden wanneer traumatische ervaringen en verlies met elkaar verweven raken. In dit artikel vertelt ze wat traumatische rouw zo anders maakt, welke behandeling kan helpen én waarom hoop, zelfs na het donkerste verlies, toch weer kan doorschemeren.

Vroeg of laat overkomt het je; het verlies van mensen die je dierbaar zijn. Verlies hoort bij het leven maar hoe je ermee omgaat, verschilt van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Rouw gaat gepaard met allerlei emoties zoals verdriet, gemis, ongeloof, boosheid of

somberheid. Soms is het verlies moeilijk te accepteren en soms is er een gevoel van opluchting, bijvoorbeeld omdat de dierbare verder lijden bespaard blijft. Al deze emoties en gevoelens zijn normaal. Ze horen bij omgaan met verlies. Als iemand aanhoudende rouwklachten blijft houden die het dagelijks functioneren ernstig belemmeren en veel lijdensdruk geven, kan er sprake zijn van een persisterende rouwstoornis. Bijvoorbeeld een kwellend verlangen naar de overledene, voortdurende gedachten aan die persoon of het gevoel dat het leven geen betekenis meer heeft.

De kans op deze aanhoudende en levensontwrichtende rouw is groter als het overlijden niet-natuurlijk is. Daarbij kun je denken aan een overlijden door een ongeval, suïcide of geweld. Naast een intense rouwreactie kan dan ook sprake zijn van traumatische stressreacties. Dat noemen we traumatische rouw.

Rouw is een persoonlijk proces Ongeveer tien procent van de Nederlandse bevolking krijgt na het overlijden van een dierbare te maken met persisterende rouw. Gaat het om een niet- na-

tuurlijke dood, dan ligt dat percentage aanzienlijk hoger. Begrijpelijk want als een dierbare een abrupte of niet-natuurlijke dood sterft, dan komt bij het verwerken van dat verlies nog een extra dimensie. Anouk van Berlo, werkzaam als klinisch psycholoog bij het Psychotraumacentrum (PTC) Zuid Nederland is gespecialiseerd in de behandeling van traumatische rouw en een persisterende rouwstoornis.

Anouk: "Er is geen 'how to' als het gaat om rouwen. Het is een heel persoonlijk proces, zonder einddatum. Het is belangrijk dat je ruimte geeft aan alles wat komt. Laat het er zijn. Er zijn geen 'verkeerde' emoties. Probeer mee te bewegen met hoe het komt. Blijven de rouwreacties langer dan een jaar aanhouden, wordt het daardoor moeilijk het leven van alledag te leven of ontstaan er ook PTSS- en/of depressieve klachten, dan kan het zoeken van professionele hulp op zijn plaats zijn."

Ondersteuning en hulp kan ook geboden worden door naasten, in lotgenotencontact, gesprekken met een geestelijk verzorger, huisarts of POH-GGZ. Is dat onvoldoende dan kan een verwijzing

naar het Psychotraumacentrum passend zijn. Anouk: "We zijn gespecialiseerd in behandelingen aan mensen met (complexe) posttraumatische stressklachten, die zowel door gebeurtenissen in de vroege jeugd of op latere leeftijd kunnen ontstaan. Dat is een hele diverse groep mensen, een afspiegeling van de samenleving. Ook richten we ons op specifieke doelgroepen, zoals vluchtelingen en asielzoekers en mensen met beroepsgerelateerde PTSS zoals veteranen en politie. Vooral bij vluchtelingen komt traumatische rouw veel voor als gevolg van bijvoorbeeld dierbaren die vermoord zijn, omgekomen zijn bij een aanslag of tijdens de vlucht. Maar ook in de gehele groep cliënten die wij zien, komt persisterende rouw regelmatig voor."

De wereld op zijn kop

Anouk legt uit wat het verlies na een traumatisch overlijden anders maakt.

"Zodra je te maken krijgt met een traumatisch overlijden, staat je hele wereld op zijn kop. Nabestaanden kunnen na de gebeurtenis langdurig in ongeloof verkeren, kunnen de gebeurtenis niet plaatsen in het wereldbeeld dat ze hadden en kunnen last hebben van verschillende heftige gevoelens, waaronder verdriet, woede, schuldgevoelens en machteloosheid. Het verschil in rouw komt mede door het plotselinge, vaak gewelddadige karakter van het overlijden, dus in de context van een traumatische gebeurtenis. Het maakt de wereld acuut onvoorspelbaar, net als de mensen om je heen. De dader is soms een bekende van de familie, wat tot innerlijke conflicten en veel spanningen tussen de nabestaanden kan leiden. Los van je eigen verlies krijg je te maken met politie, de media en soms een langlopend onderzoek of rechtsprocedure. Er gebeurt dan zó veel om je heen, dat je nauwelijks toekomt aan je eigen verdriet. Dat alles maakt het rouwproces bij een traumatisch overlijden heel complex."

Ingrijpende momenten terughalen Naast de complexiteit van de rouw, speelt vaak ook veel angst en vermijding om stil te staan bij alle gevoelens. Soms hebben nabestaanden indringende beelden of nachtmerries hoe de laatste minuten of uren van hun dierbare eruit hebben ge-

Langzaam bewegen van een leven waarin rouw allesoverheersend is, naar een leven waarin de rouw een plek heeft.

zien. Anouk: "Het is heel invoelbaar hoe moeilijk het is als nabestaande bij deze beelden stil te staan, wat wel nodig kan zijn voor de uiteindelijke verwerking."

Dat stilstaan bij de wijze van overlijden en het verlies is de kern van een specifieke behandeling die Anouk en haar collega's van het PTC aanbieden bij persisterende en traumatische rouw. "Die behandelmethode heet voluit Beknopte Eclectische Psychotherapie voor Persisterende en Traumatische Rouw (BEPPTG)", legt Anouk uit. "Een behandeling die bestaat uit verschillende onderdelen. Een belangrijk onderdeel van deze methode is de rouwgerichte exposure. Daarbij gaan we met de cliënt terug naar ingrijpende momenten rondom het verlies die de cliënt wil vermijden, om zo pijnlijke emoties te doorvoelen. Dit gebeurt stapje voor stapje. Ook wordt gesproken over de relatie met de dierbare, door herinneringen op te halen en stil te staan bij hetgeen iemand nu vooral mist aan de overledene. Cliënten proberen soms dwangmatig vast te houden aan bepaald gedrag of gewoonten om de nabijheid van de overledene te blijven voelen. Bijvoorbeeld door meermalen per dag het graf te bezoeken, de tafel voor de

overledene te blijven dekken en alles in huis hetzelfde te laten, voor 'het geval de overledene toch nog zou terugkomen'.

Samen met de behandelaar wordt gekeken, wat helpend is voor de cliënt om de realiteit van het verlies onder ogen te komen en er meer ruimte mag ontstaan om ook met andere dingen bezig te kunnen zijn

Belangrijk in de behandelmethode is ook betekenisgeving en activering; welke activiteiten vond je eerder leuk om te doen? Wat maakt jouw leven de moeite waard, zonder jouw dierbare? Soms denken cliënten dat ze de overledene helemaal los moeten laten, maar dat hoeft niet. De band blijft, iemand neemt de overledene mee in het verdere leven, alleen dan op een andere manier. Ook een afscheidsritueel zoals het schrijven van een brief, bezoek aan het graf of ander ritueel passend bij de religie en cultuur van de cliënt, kunnen helpen om verder te komen.

Het samen met de cliënt een nieuwe manier vormen van vasthouden van de overledene biedt ruimte voor een nieuwe start. Zo kan iemand langzaam bewegen naar een leven.

Steun van naasten

Steun van mensen uit de omgeving is bij het verwerken van een (traumatisch) verlies van grote waarde. Vaak vinden mensen in de omgeving dat ook ingewikkeld, zeker als de rouw langere tijd duurt of het leven overheerst. "Laat weten dat je er bent en luister vooral naar alles wat de nabestaande wil vertellen. Probeer het niet op te lossen voor een ander, maar luister, luister en luister. Vraag wat iemand nodig heeft. Alles wat zich toont, is oké", is het eerste dat Anouk mee wil geven aan familie en naasten. "Een nabestaande kan een tijd lang in shock zijn direct na een traumatisch overlijden. Denk daarom ook aan praktische ondersteuning; staat er voor een week eten in de vriezer? Is er een hondenuitlaatschema nodig? Ik hoor vaak terug dat mensen het fijn vinden dat er naasten waren die

dit deden, aangezien zij daar toen simpelweg geen ruimte voor hadden."

Vlak na het overlijden heeft de omgeving vaak veel aandacht, aandacht die na een afscheidsdienst snel uitdooft. Anouk: "Probeer aandacht te blijven hebben voor de nabestaande, bijvoorbeeld op de sterfdag of verjaardag, met een telefoontje, kaartje of appje."

Ze vervolgt: "Wees niet te bang iets verkeerd te doen. Van belang is om het contact vanuit ongemak en angst niet uit de weg te gaan. Vraag of iemand behoefte heeft een wandeling te maken, even thee te drinken, geef ruimte aan de ander 'nee' te zeggen. En probeer niet in te vullen voor een ander, nodig iemand bijvoorbeeld uit voor een verjaardag, als je dat anders ook zou doen in plaats van voor

Over Anouk van Berlo

Anouk van Berlo werkt nu bijna 3 jaar bij het Psychotraumacentrum Zuid Nederland als klinisch psycholoog en is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van (complexe) psychotraumaklachten en persisterende (traumatische) rouw. Geruime tijd werkte ze in de forensische psychiatrie bij Fivoor, waar ze in 2010 de opleiding tot GZ-psycholoog afrondde. Daar ontstond haar behoefte zich verder te specialiseren en verdiepen in de behandeling van traumagerelateerde klachten; veel cliënten die ze er ontmoette bleken in hun eigen leven ook veel ingrijpende gebeurtenissen mee te hebben gemaakt en soms (complexe) posttraumatische stressklachten te hebben. Ze vervolgde haar loopbaan bij Arq Centrum 45 waar ze zich verder specialiseerde tot psychotraumatherapeut en uiteindelijk klinisch psycholoog/ psychotherapeut. De wens om in het Brabantse te kunnen wonen, maakte dat ze naar het Psychotraumacentrum overstapte, waar ze naar volle tevredenheid werkt. Het vakgebied interesseert haar en ze kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van specialistische traumazorg in algemene zin en behandeling van traumatische rouw. Het Psychotraumacentrum heeft hiervoor een specialistisch zorgaanbod met een steeds groeiend aantal collega's dat hierin is geschoold. Anouk combineert haar baan bij het Psychotraumacentrum met haar werk aan de Arq Academy waar ze trainingen Narratieve Exposure Therapie geeft.

de ander te besluiten dat die er nog niet aan toe zal zijn. Als je niet weet wat je moet zeggen, zeg dat dan. 'Ik vind dit zo intens en pijnlijk voor jou, dat ik niet goed weet wat ik moet zeggen.' Zo laat je zien dat je er bent. Een woordeloze, liefdevolle steun is meer waard dan je denkt!"

Een laatste advies dat Anouk naasten mee wil geven: "Nabestaanden kunnen zich onbegrepen voelen als ze een oordeel ervaren in de manier hoe ze rouwen of zoals ik ook wel eens gehoord heb, als opmerkingen worden gemaakt als 'dat het al zolang geleden is, wordt het niet eens tijd om verder te gaan?' Ze kunnen zich dan niet gezien voelen in de complexiteit van de rouw na een traumatisch verlies. Wees daarom zonder oordeel aanwezig."

Het leven waard

Traumatische rouw is hard werken en een complex, vaak langdurig proces. Maar bij veel cliënten heeft behandeling aantoonbaar effect. Anouk: "Vaak komen mensen de spreekkamer binnen met weinig hoop dat hun leven ooit lichter wordt. Maar wanneer ze in de behandeling stap voor stap de pijn durven aankijken en doorvoelen, kan langzaam weer ruimte ontstaan. Na de behandeling zie ik clienten die beter met het verlies kunnen omgaan. De gebeurtenis en de rouw zijn niet weg, dat blijft een onderdeel van je leven. Maar het leven is het weer waard om geleefd te worden. Een cliënt zei ooit: 'De zwarte mist om mij heen zakte na jaren langzaam weg en ik zag én voelde dat de zon ook voor mij scheen.' Dus hoe intens je rouwproces nu ook voelt, het kan echt lichter worden."

Bijna een op de vijf (18%) mensen met een psychische aandoening krijgt als behandeling hiervoor psychofarmaca voorgeschreven, zo blijkt uit de cijfers van het Nemisis-onderzoek1 Niet gek, want deze medicatie kan een belangrijke rol spelen in het herstel van mensen met psychische aandoeningen. Klachten kunnen erdoor verminderen of verdwijnen en psychofarmaca kunnen de effectiviteit van andere behandelingen vergroten.

Toch zijn medicijnen geen wondermiddel of een ultieme oplossing voor een psychische aandoening. Sterker nog, de invloed van langdurig psychofarmacagebruik op de lichamelijke gezondheid en kwaliteit van leven is groot. Veel cliënten worstelen met het langdurig gebruik en de wens tot afbouw.

Voor een duurzaam herstel van psychische klachten is het belangrijk dat er naast medicijnen ook een andere behandeling of therapie is. Ook is het goed om al bij de start van psychofarmaca na te denken over hoe lang iemand ze gebruikt en de afbouw.

Warm pleitbezorger voor een adequate afbouwbegeleiding is Anne Heesakkers, verpleegkundig specialist ggz en werkzaam in het regioteam Den Bosch Zuid-oost en regioteam Den Bosch Binnenstad. "Psychofarmaca hoeft niet voor altijd te zijn, ook niet als je een langdurige psychische kwetsbaarheid hebt", aldus Anne. "Het gaat niet om het afbouwen op zichzelf, maar om een zo goed mogelijke dosering. Want afbouwen, zeker na langdurig gebruik, is niet zonder gevolgen. Het vraagt om samen doen; cliënt met zijn of haar omgeving en behandelaar. En om een goede voorbereiding, stabiliteit

in de ervaren mentale gezondheid en in de sociale omgeving en tot slot om geleidelijkheid."

Adequate begeleiding ontbreekt In het kader van haar opleiding tot verpleegkundig specialist ggz verrichtte Anne onderzoek naar het adequaat begeleiden van de afbouw van langdurig gebruik van psychofarmaca. Een onderwerp dat haar al langere tijd interesseerde en waarin ze haar kennis wilde verdiepen. Anne: "Bij de crisisdienst, waar ik mijn leerwerkplek had, kwamen veel mensen opnieuw in beeld door terugval. Het viel me op dat een terugval vaak veroorzaakt werd door het abrupt stoppen met de psychofarmaca. En dat mensen jarenlang psychofarmaca gebruikten, zonder dat deze tussentijds was geëvalueerd bij de huisarts."

Maar wat als je je als cliënt al lange tijd goed voelt en je graag wilt afbouwen met zo min mogelijk last van onttrekking? En je het risico op terugkeer van de klachten zo klein mogelijk wilt houden? Wat zijn dan de mogelijkheden? En hoe ondersteun je dat als zorgprofessional? "Onderzoek laat zien dat adequate begeleiding van cliënten bij afbouw van psychofarmaca vaak ontbreekt", aldus

Onderzoek van verpleegkundig specialist,
Anne Heesakkers

Anne. "Ook voelen veel huisartsen zich onvoldoende bekwaam of blijft angst om af te bouwen van cliënten en naasten vaak in stand gehouden, doordat deze angst om af te bouwen niet wordt besproken door behandelaren."

Onderzoek en resultaten

De onderzoeksvraag die Anne wilde beantwoorden, luidde: "Hoe kan de afbouw van langdurig psychofarmacagebruik in de ambulante ggz adequaat worden begeleid door behandelaren?" Met behulp

Psychofarmaca hoeven niet voor altijd, ook niet in een leven met psychische kwetsbaarheid

van literatuuronderzoek (Pubmed, EMBASE en PsycINFO), enquêtes onder clienten (n=28), onder huisartsen (n=11), een focusgroep en een expertinterview met Mariëlle de Ruijter2, verzamelde Anne haar onderzoeksdata.

De opvallendste resultaten? Meer dan de helft (54%) van de cliënten heeft negatieve ervaringen met afbouwen. "Genoemd werden onder andere een terugval in symptomen, onttrekkingsverschijnselen of een afbouw die resulteert

in een opname", licht Anne toe. "Door een eerdere (eigen) negatieve ervaring ontstaat angst voor het afbouwen. Clienten geven aan dat afbouw van psychofarmaca een moeilijk onderwerp is om te bespreken met de behandelaar."

Dat bleek ook uit de onderzoeksresultaten. Een groot deel (39%) van de cliënten met negatieve ervaringen met afbouwen, geeft aan dat de behandelaar hier geen aandacht aan heeft besteed, terwijl dit wel wenselijk was.

"Een terugval werd vaak veroorzaakt door het abrupt stoppen met psychofarmaca"

”Afbouwen doe je samen”

Adequate afbouwbegeleiding bij langdurig psychofarmacagebruik in de GGZ

Anne: "Huisartsen voelen zich onbekwaam in afbouw van stimulantia, stemmingsstabilatoren en antipsychotica. En 81,8% van de huisartsen ervaart de huidige overdracht vanuit de ggz bij cliënten die met psychofarmaca worden terugverwezen naar de huisarts als onvoldoende. Voorafgaand telefonisch overleg, een duidelijke uniforme einde-zorgbrief met concreet afbouw- en signaleringsplan en de mogelijkheid voor laagdrempelig overleg zijn daarom essentieel."

vele positieve gevolgen kent op het functioneren van mensen, is de psychofarmacagebruik groot op gebied van de lichamelijke gezondheid cliënten worstelen met langdurig psychofarmacagebruik en de wens blijkt dat adequate begeleiding vaak ontbreekt. Dit leidde tot de kan de afbouw van langdurig psychofarmacagebruik in de ambulante begeleid door behandelaren?”

De onderzoeksresultaten laten zien dat afbouwbegeleiding nodig is tijdens de vier fasen van psychofarmacagebruik: bij de start, de voorbereiding van de afbouw, de afbouw zelf en in de nazorg.

afbouw van langdurig psychofarmacagebruik adequaat kan worden beambulante ggz.

literatuuronderzoek PsycINFO

voorschrijvers)

de Ruijnegaafbouwen, negatieve besproken. onbestimulantia, en antiervaart onvol-

praktijkdata laten afbouwbegeleiding esfasen Daarnaast gaat

informatievoorziening is start van praten over tot afrealistisch angst ver-

negatieve erfactoren. en erop succes-

Heesakkers - Verpleegkundig specialist GGZ, Regioteam Den Bosch Binnenstad en Zuid-Oost bij Reinier van Arkel

DISCUSSIE EN CONCLUSIE

"Vroege informatievoorziening is daarnaast cruciaal. Als je vanaf het begin van de behandeling al praat over de duur, verwachtingen en mogelijkheden om af te bouwen, ontstaat er een realistisch beeld. Het onderwerp wordt zo bespreekbaar. Het uitgebreid bespreken en erkennen van gevoelens van angst en eerdere ervaringen is heel belangrijk en het vergroot de kans op een succesvolle afbouw.", aldus Anne. "Daarnaast zijn structurele monitoring en maatwerk belangrijk: neem kleine stappen in het afbouwen met regelmatige evaluaties en ruimte voor flexibiliteit. En zorg voor betrokkenheid van naasten en ervaringsdeskundigen, zij versterken het vangnet en bieden emotionele steun en hoop."

Veel huisartsen voelen zich onvoldoende bekwaam of vinden afbouw van psychofarmaca een moeilijk bespreekbaar onderwerp.

Langdurig psychofarmacagebruik heeft grote impact. Toch weten we afbouw onvoldoende te begeleiden.

Dit ontwerpgericht onderzoek laat zien dat adequate afbouwbegeleiding van langdurig psychofarmacagebruik méér vraagt dan een afbouwschema. Het gaat om een zorgvuldig opgebouwd proces waarin vertrouwen, informatievoorziening, aandacht voor angst, maatwerk en samenwerking centraal staan.

De ontwikkelde toolkit biedt behandelaren handvatten voor cliëntgerichte afbouw in vier fasen van medicatievoorschriften, wat de kans op succesvolle afbouw vergroot. Het biedt mogelijk de oplossing om de angsten van de cliënt én de huisarts te doorbreken en hen het vertrouwen te geven. De boodschap is helder: “Afbouwen doe je samen”.

Toolkit Start en afbouw psychofarmaca voor behandelaren

van de

o Betrek naasten, plan gezamenlijke afspraken in afstemming met de cliënt, over de afbouw/medicatieconsulten.

o Psycho-educatie: Duur van voorschrift, risico’s van afbouwen, onttrekkingsverschijnselen, gebaseerd op recente literatuur en richtli jnen

o Bespreek de verwachte voorschrijfduur van voorschrijf de medicatie.

o Bespreek de afbouwmogelijkheden en de mogelijkheden om dit bespreekbaar te maken.

o Bespreek verwachtingen, werking, bijwerkingen, termijn van gebruik duidelijk.

o Ontwikkel (eventueel) coöpingsstrategieën rondom omgang met stress en angst

o Ontwikkel een goede dagstructuur.

o Geef de folder mee bij start psychofarmaca

Voorbereidingen behandelaar:

o Breng patiëntkenmerken-risico’s in kaart: eerdere onttrekking bij gemiste dosis, eerdere stoppogingen, negatieve verwachtingen, angsten. Betreft het een risicogroep: ouderen, LVB, ASS

o Update je afbouwkennis t.a.v. specifiek middel

o Indien nodig overleg met apotheek

o Folder(s) afbouw psychofarmaca verzamelen

Consult met de cliënt:

o Voor-nadelen van gebruik in kaart brengen.

o Eerdere (mogelijk) negatieve ervaringen met afbouw bespreken.

o Maak het signaleringsplan up to date

o Geef uitleg over verschil tussen onttrekkingsverschijnselen en terugval.

o Stel in overleg met cliënt afbouwschema op (op basis van afbouwformats)

o Plan een afspraak in met ervaringsdeskundige.

o Check zorgen, verwachtingen of specifieke gedachten over de afbouw vanuit cliënt/naasten.

o Spreek vertrouwen uit.

o Check de behoefte van naasten aan een naastengroep

o Maak afspraken over beschikbaarheid/bereikbaarheid

o Overweeg aanvullende interventies: PCT, MBCT, emotieregulatietraining, runningthearpie.

Achter de schermen:

o Preventieve wachtlijstplaatsing CGT

Houdingsaspecten:

- Duidelijke en transparante communicatie.

- Laagdrempelig contact, mogelijkheden tot contact, afbouw altijd bespreekbaar is.

- Hoopvol, perspectief, vertrouwen uitspreken en stel gerust.

- Erkenning voor angsten en zorgen.

- Maak eerdere negatieve ervaringen altijd bespreekbaar.

o Geef het afbouwschema mee op papier, inclusief:

▪ Signaleringsplan (heb aandacht voor concrete acties bij terugvalsignalen).

▪ Zelfmonitoringslijsten

▪ Tussentijdse evaluatiemomenten

o Bespreek verschillende scenario’s wat te doen/mogelijkheden van ondersteuning bij angst, onrust, onttrekkingsverschijnselen.

o Betrek evt. andere zorgverleners en ervaringsdeskundige

o Schaal zo nodig de zorg op.

o Heb tijdens contactmomenten oog voor onttrekkingsverschijnselen en terugval.

o Plan een vervolgafspraak Houd rekening met de halfwaardetijd.

o Evalueer gemaakte afspraken omtrent (telefonische) contactmogelijkheden.

Nazorg na afbouw:

o Interventies gericht op vergroten zelfredzaamheid, preventie, en herstelbevordering.

o Samenwerking andere zorgverleners voor effectieve nazorg.

o Evalueer samen, medicatievrij is geen must.

Nazorg bij overdracht naar huisarts met psychofarmacagebruik:

o Neem eerst telefonisch contact op met de huisarts als je de cliënt wilt uitschrijven.

o Geef de huisarts ruimte om hierop te reageren.

o Maak een einde zorg brief huisarts

▪ Begin hierin met de conclusie + verzoek aan huisarts.

o Stuur met de eindezorgbrief mee:

▪ Signaleringsplan

▪ Advies voor een afbouwplan en bespreek dit met de cliënt.

▪ Huidige medicatieoverzicht.

▪ Advies: hoelang voor te schrijven, jaarlijkse (lichamelijke) controles

Sta open voor:

▪ Mogelijkheid laagdrempelig overleg met huisarts ook na de overdracht.

▪ Eventueel individuele consultatie

Start van psychofarmaca
Voorbereiding
afbouw
Tijdens de afbouw Nazorg

Toolkit 'Afbouwen doe je samen' Het onderzoek van Anne laat zien dat adequate afbouwbegeleiding van langdurig psychofarmacagebruik méér vraagt dan een afbouwschema. Het is een zorgvuldig opgebouwd proces waarin vertrouwen, informatievoorziening, aandacht voor angst, maatwerk en samenwerking centraal staan.

Om dat proces te ondersteunen, ontwikkelde Anne een toolkit die behandelaren handvatten biedt voor een cliëntgerichte afbouw in de vier fasen van psychofarmacagebruik, wat de kans op succesvolle afbouw vergroot. Anne: "De toolkit geeft aandachtspunten voor de behandelaar per fase en omvat informatiefolders over afbouw voor cliënten, formats voor afbouwschema's, zelfmonitoringslijsten en een format einde-zorg brief voor de huisarts."

Nadat Anne en haar collega's van het regioteam er in de praktijk mee gingen werken, bleken cliënten, collega's en huisartsen enthousiast. Dat bleef niet onopgemerkt. "Na een check door de formularium- en dossiercommissie, huisartsen en meelezen door de Cliëntenraad implementeert Reinier van Arkel de toolkit nu in de hele organisatie." Anne is er trots op. "Afbouwen van psychofarmaca doe je samen, dat is de kern. Het gebruik van de toolkit biedt mogelijk een oplossing en handvatten om de angsten van de cliënt, naasten én de huisartsen te doorbreken en hen het vertrouwen te geven dat het samen afbouwen als een stap naar duurzaam herstel van psychische klachten lukt."

1. NEMESIS staat voor Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study een landelijke studie naar de psychische gezondheid en het welzijn van volwassen Nederlanders (https://cijfers.trimbos.nl/nemesis/zorggebruik/ zorggebruik-in-de-afgelopen-12-maanden)

2. Mariëlle de Ruijter is verpleegkundig specialist ggz en initiatiefnemer van de polikliniek bijwerkingen binnen GGz Centraal. Ze is mede-eigenaar van 'Psychofarmaca & bijwerkingen' en geeft in dat kader colleges, trainingen en workshops. Daarnaast is ze hoofdredacteur van het nascholingstijdschrift Psyfar vs over psychofarmaca en verbonden aan het Psychofarmaca expert platform Nederland (PEPNed.nl).

Meer dan de helft van de cliënten heeft negatieve ervaringen met afbouw van psychofarmaca

Over Anne Heesakkers

In 2015 liep Anne stage voor de opleiding maatschappelijk werk bij het FACT-team Noord-West Den Bosch. Een enthousiaste kennismaking met het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg volgde. Het ambulante werken in een multidisciplinair team, het voor een langere periode meelopen in het leven van cliënten. Het sprak haar zó aan dat ze na haar afstuderen besloot af te zien van een vervolgstudie en terugkeerde in het FACT-team als maatschappelijk werkende en casemanager. Haar ambitie verder te studeren en haar master te halen liet ze varen, tijdelijk dan.

Na enige tijd kriebelde haar wens zich verder te ontwikkelen en door te groeien en begon ze aan de opleiding HBO-verpleegkunde. Het werk en de studie combineerde ze met een carrière als volleybalster in de eredivisie. Anne: "Ik wilde beide, topsport bedrijven en de opleiding tot verpleegkundige volgen. Vanuit de opleiding werd me verteld dat het niet mogelijk was om beide te combineren maar ik denk graag in oplossingen en Reinier van Arkel dacht met me mee." Door met name vroege diensten en nachtdiensten op de kliniek te draaien, lukt het om tijdens haar studie als topsporter actief te zijn.

Een positieve blik

Haar afstudeeronderzoek voor de opleiding HBO-verpleegkunde bracht haar naar het regioteam Den Bosch Binnenstad. De plek waar ze nog altijd met plezier en vanuit overtuiging werkt. "Ik wist meteen dat ik hier wilde blijven werken. De visie van de herstelondersteunende zorg en de positieve gezondheid, sluit naadloos aan bij wie ik ben als mens. Mijn glas is altijd halfvol. Ik heb een positieve blik en die wil ik delen. In het regioteam zie ik mensen die vaak voor de eerste keer verwezen worden naar de specialistische ggz. Mensen die vaak nog aan het begin staan van het zoeken naar hulp voor de mentale worsteling en met een duidelijk doel voor ogen; weer meedoen in de maatschappij en werken aan hun herstel. Mensen die naast hun klachten nog vaak veel sterke en gezonde kanten hebben, die we vanuit het herstelondersteunend werken in het regioteam kunnen aanspreken of versterken. Met concrete hulpvragen waarmee we, samen met cliënt en zijn netwerk en het sociaal domein, multidisciplinair aan de slag kunnen, door de krachten te versterken met onze expertise en korte lijntjes vanuit de clusterteams als dat nodig is. Zo ondersteunen we de cliënt direct bij waar hij of zij tegenaan loopt in het leven. Vanuit een brede blik en out of the box denkend, zonder dat het daarbij altijd nodig of helpend is om er een diagnose of label aan te hangen."

Ambitieus als Anne is wilde ze haar kennis verder verdiepen en verrijken. Met de opleiding tot verpleegkundig specialist ggz besloot ze haar droom om een masterstudie af te ronden te verwezenlijken. Wat volgt in de toekomst? Anne heeft geen helder pad voor ogen, al is ze enthousiast over wat onderzoek en het delen van de resultaten daarvan professionals en cliënten kan brengen. Tijdens het Brabant Academie-symposium in oktober won ze de posterprijs voor haar onderzoek en in 2026 volgt een publicatie in Psyfar en een uitnodiging voor het spreken op het landelijke V&VN-congres. En verder wil ze vooral haar eigen gereedschapskist vullen en ervaring opdoen als VS-ggz.

Warm, humorvol

Myrthe brak in 2012 door met het boek PAAZ, over haar opname in een psychiatrische kliniek vanwege een suïcidale depressie. Van het boek zijn meer dan 130.000 exemplaren verkocht. PAAZ verscheen als toneelstuk in theaters en nu is het verfilmd. Vanaf 26 februari draait de film in de bioscoop met Gaite Jansen in de hoofdrol. Myrthe schreef zelf mee aan het scenario, wat uniek is in Nederland.

Het is dertien jaar geleden dat PAAZ verscheen. Al een jaar na publicatie werden de filmrechten aangekocht, maar nu komt de film dan eindelijk naar het witte doek. Myrthe: "Ik ben heel blij dat de film er nu eindelijk is. Het was zoeken om het boek om te zetten in beeld, met de juiste toon. Het boek PAAZ is eigenlijk mijn persoonlijke dagboek, een columnachtig verslag van wat er gebeurt op een psychiatrische afdeling. In een boek kun je iemand eindeloos op een stoel laten zitten en laten nadenken, maar dat werkt niet in een film. Je moet alles in actie omzetten.

Warm, humorvol en pijnlijk

Wat maakt PAAZ als boek én film zo bijzonder? Volgens Myrthe heeft PAAZ warmte en humor en is het tegelijkertijd pijnlijk. "Eerdere versies van het scenario waren óf te grappig óf te zwaar. Maar het echte leven op een psychiatrische afdeling is een mix van die drie. Psychiatrie gaat over mensen en dat geldt ook voor de film: over de mensen die zijn opgenomen en de mensen die er werken. De film is geworden wat ik hoopte. Ik vind het een geweldig mooie film geworden. De regisseur is Anne de Clercq, zij heeft ook Soof 3 verfilmd. Zij kan warme en moeilijke onderwerpen goed verfilmen en maakt die zo voor iedereen toegankelijk. Na de film wil je weten hoe het verder gaat, zo vervlochten raak je met de levens van de personages."

Het masker en de schaamte

De hoofdpersoon in PAAZ, Emma, doet zich beter voor dan ze is. Het kost haar steeds meer moeite om het masker op te houden. Ze houdt mensen van zich af, omdat ze een oerangst voelt om toe te moeten geven dat ze niet meer kan. Ze heeft gedachten als: 'Ik moet het zelf oplossen' en 'Ik ben zwak'. Myrthe: "Emma is op mijn eigen depressies gebaseerd. Als ik uit mijn raam keek naar andere mensen en dacht ik: 'deze mensen hebben wel een leven, kunnen wel een baan houden, waarom kan ik dat niet? Als ik tegen mensen zeg hoe het echt met me

pleegkundigen gaven mij een veilig gevoel. Je kunt niet zonder deze plek en je moet het samen doen. Je hoeft niet uit te leggen wat je voelt, want iedereen weet hoe het is om te falen, om niet meer te kunnen. Dat is confronterend, maar ook bevrijdend."

"De PAAZ was geen hemel. Ik voelde mij veilig in mijn behandelgroep, maar ik heb problemen gehad met bijwerkingen van medicatie, agressieve medepatiënten en een psychiater die mij niet geloofde. Wat me zorgen baart is dat het nu veel lastiger is om een bed te krijgen of behandeling, omdat de wachttijden veel langer zijn en de problemen daardoor steeds groter worden. Al die tijd moet je je zelf zien te redden met dat hoofd. Je moet in leven blijven tot je hulp kunt krijgen."

gaat, dan belast ik ze met mijn problemen. Ik mag anderen niet belasten, want ik ben al een last. Als ik erover praat, gaan ze zich ook nog zorgen maken.' Ik voelde me al zo schuldig dat praten erover niet lukte. Ik snapte niets van mijn gedachten. Voor mij was het vanzelfsprekend om dood te willen."

Pas tijdens haar opname op de PAAZ viel het masker. "Op een afdeling zit iedereen op het dieptepunt van zijn leven. Niemand kan zich nog groothouden. Dat schept een band. De patiënten en ver-

Niemand is een eiland

"In het boek komt de familie van hoofdpersoon Emma nauwelijks aan bod. Maar niemand is een eiland. Emma's familie is een nieuw element dat we hebben toegevoegd in de film. Dit hebben we bewust gedaan om hun perspectief te laten zien. Als je dochter ineens wordt opgenomen, heeft dat enorme impact. Ieder familielid moet omgaan met het feit dat een van hen niet meer wil leven. Dat is rauw, maar ook belangrijk om te laten zien. De reacties van Emma's ouders en vriend zijn gebaseerd op hoe mensen in werkelijkheid vaak reageren op iemand die op de PAAZ is opgenomen. Van 'Kom op, morgen ben je weer thuis' tot 'Ojee, die komt er nooit meer uit'."

Stigma's wegnemen

Myrthe is kritisch op hoe psychische kwetsbaarheid vaak wordt neergezet in media en film. "Bij het schrijven zocht ik

Myrthe van der Meer

en pijnlijk

naar informatie over mensen die zijn opgenomen, maar de meeste voorbeelden waren zo negatief. De media hebben vooral interesse in alle excessen en misstanden. Maar daarmee schrik je onbedoeld ook de mensen af die hulp nodig hebben. Het gros van de opnames draait om gewone mensen die tijdelijk vastlopen. Met de verfilming van PAAZ hoop ik te laten zien dat psychiatrie over mensen gaat, niet over stoornissen. Iedereen kan ermee te maken krijgen en iedereen verdient begrip."

"Een vooroordeel is dat mensen die op de PAAZ terechtkomen, hier nooit meer wegkomen. Alsof een opname een soort eindstation is voor je leven. Terwijl 90% van de patiënten nooit meer op de PAAZ komt en teruggaat naar hun oude rollen thuis als familiemens, een werknemer, een vriend/vriendin. Een ander stigma is: dat overkomt 'ons soort mensen' niet. Op de PAAZ kwam ik alle mogelijke beroepen tegen, van bouwvakker tot hoogleraar. Een op de vier Nederlanders krijgt in zijn leven te maken psychische problemen. Dat heeft ook impact op hun naasten, dus iedereen krijgt ermee te maken."

UP

"Na mijn opname op de PAAZ heb ik nog twee opnames meegemaakt. Die heb ik beschreven in het boek UP. Tijdens mijn tweede PAAZ-opname kreeg ik de diagnose manisch depressiviteit. Ik worstelde met deze diagnose, want naar mijn idee kreeg ik daarmee levenslang. De PAAZ was ook veranderd. Ik vond dit geen positieve verandering voor mij als patiënt. De afdeling was toen verdeeld tussen een open en een gesloten afdeling, waarbij in de praktijk de meeste zorg uitging naar de gesloten afdeling. Die scheiding was op papier briljant, maar in de praktijk viel het tegen."

De wetten van Alex

"Na 10 jaar bleek dat mijn diagnose manisch depressiviteit niet klopte en kwam ik erachter dat ik autisme heb. De wetten van Alex is een roman over het leven met (onontdekt) autisme. In dit boek wilde ik vooral laten zien hoe het is om als volwassen vrouw zonder diagnose te leven. Je denkt dan automatisch

dat alles aan jou ligt, dat je gewoon harder je best moet doen. Pas als je weet wat er speelt, kun je het leren accepteren en ermee omgaan. Ik vind het geen ziekte, maar ik heb een ander brein. Mensen zeggen tegen me, dat als ik deze diagnose eerder had gekregen, bijvoorbeeld in mijn jeugd, dan had ik misschien niet opgenomen hoeven te worden. Maar zo denk ik niet. In mijn jeugd was het begrip autisme bij vrouwen nog niet zo bekend, dat is voortschrijdend inzicht in de wetenschap. De diagnose is niet eenvoudig vast te stellen bij vrouwen. Vrouwen met autisme kunnen zich goed aanpassen en gedrag nadoen om zo een masker op te houden.

De psychiatrie heeft mij in leven gehouden. Ik verwijt niemand iets. De medicijnen, de opnames en vooral de mensen daar hebben mij in leven gehouden. Ik wilde dood toen ik 25 was en ik ben er nu nog dankzij die hulp.

Tekst Mireille Borg en Erik Welten

De ontwikkeling van de kliniek volwassenenpsychiatrie

De 'PAAZ' anno 2026

Naar aanleiding van de film PAAZ gaan we in gesprek met psychiater Leon Vos, al bijna twintig jaar verbonden aan de kliniek volwassenenpsychiatrie van Reinier van Arkel in het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ). De ziekenhuispsychiatrie blijkt de afgelopen twintig jaar ingrijpend veranderd.

Leon Vos: "Een PAAZ is een psychiatrische afdeling van het ziekenhuis, maar wij zijn een ggz-afdeling van Reinier van Arkel ín het ziekenhuis. Onze afdeling wordt door iedereen PAAZ genoemd, ook in de regio, maar we heten kliniek volwassenenpsychiatrie van het COZ, Centrum voor Ouderen- en Ziekenhuispsychiatrie. Wel werken we nauw met andere specialismes in het ziekenhuis samen."

Unieke samenwerking

"In Den Bosch werken de ggz en het ziekenhuis op een unieke manier samen. De psychiatrische opnamezorg is nauw verbonden met het JBZ. De 'schutting' tussen ziekenhuis en ggz is laag: internisten, neurologen en andere specialisten zijn gemakkelijk bereikbaar. Maar omdat wij onderdeel zijn van de ggz is er ook bijna geen drempel tussen de ziekenhuispsychiatrie en

de ggz, in tegenstelling tot veel andere ziekenhuispsychiatrie-afdelingen. Hierdoor kunnen wij complexe ziekenhuispsychiatrie bieden in samenwerking met het ziekenhuis maar hebben wij ook de ggz als ons 'achterland'. Dat is niet alleen praktisch voor de logistiek, maar bepaalt ook welke zorg we bieden. Patiënten komen bij ons met verschillende zorgvragen. Enerzijds ziekenhuispsychiatrie met onderzoek en diagnostiek op het grensvlak van lichaam en geest, eerste opnames en complexe problemen. Anderzijds algemene psychiatrie voor behandeling van depressie, psychose, suïcidaliteit, time-out en detoxificatie van alcohol of drugs, als dat in het ziekenhuis beter of minder stigmatiserend is. Wanneer de veiligheid van cliënt en/of omgeving in het geding is en er al meerdere opnames zijn geweest dan komen patiënten in principe niet bij ons en gaan ze naar de HIC. Het resultaat is een hybride afdeling: geen klassieke 'PAAZ', maar een kliniek volwassenenpsychiatrie die het beste van beide werelden combineert."

De afdeling anno 2026 "De afdeling zoals die nu is hebben we door de jaren heen opgebouwd. We hebben structuur aangebracht met een duidelijke behandelvisie. We blijven een verpleegafdeling in het ziekenhuis. We kunnen alle somatische handelingen verrichten, denk aan

wondverzorging, zuurstof toedienen en sondevoeding. In de kliniek krijgen we erg zieke mensen, vooral in de acute fase. We werken aan het stabiliseren van onze patiënten, zodat ze weer naar huis kunnen gaan. Verwijzingen komen meestal vanuit Reinier van Arkel zelf. Maar ook vanuit de spoedeisende hulp (SEH) van het Jeroen Bosch Ziekenhuis en huisartsen. Andere ggz-instellingen verwijzen naar ons bij somatische comorbiditeit, soms bij eerste opname of ECT* vraag.

De opname is zo kort mogelijk, daarna kunnen de meeste psychiatrische behandelingen vanuit huis worden verzorgd. De gemiddelde opname is ongeveer drie weken, passend bij eersteopnames en diagnostiek. We kijken bijvoorbeeld hoe medicatie kan helpen bij een zeer ernstige depressie of suïcidaliteit. Of er een lichamelijke of medische oorzaak is of dat het meer ligt aan de sociale omgeving. Patiënten blijven langer als de diagnostiek of behandeling complex is, of als de vervolgzorg nog niet beschikbaar of passend is. Een goede nazorg is belangrijk voor de patiënt. Bijvoorbeeld bij een detox van alcohol. Sommige patiënten hebben geen nazorg en gaan terug naar de huisarts of andere verwijzer. Nieuwe patiënten gaan meestal naar de cluster- of regioteams van Reinier van Arkel of naar een ggzinstelling binnen de eigen regio.

"Geestelijke gezondheid is niet alleen van de psychiater, maar van ons allemaal"

De afdeling reserveert bewust somatische crisisbedden voor de weekenden. Deze bedden zijn bedoeld voor kwetsbare patiënten bij een eerste opname (bijvoorbeeld jongeren) en voor patiënten met psychiatrische problematiek bij wie ook sprake is van somatische dreiging. Omdat er steeds minder plekken zijn voor ziekenhuispsychiatrie in de regio, neemt de kliniek vaker een bovenregionale functie op zich. Dit geldt vooral bij patiënten met ingewikkelde lichamelijke problemen die ook psychische klachten hebben en patiënten die ECT* nodig hebben."

Herstelgerichte zorg en positieve gezondheid

Sinds 2012 is er een grote verandering geweest: de zorg richt zich nu veel meer op herstel dan op stoornissen. Het is een wereld van verschil met 20 jaar geleden. Toen draaide het in de kliniek vooral om het stellen van een diagnose, het geven van medicatie en vervolgens ontslag, maar die aanpak is nu duidelijk verbreed. Leon: "We kijken nu veel meer naar de context van de patiënt: familie, levensgebeurtenissen, het omgaan met stress en problemen, persoonlijkheid. Het programma op de afdeling wordt herschreven langs de lijnen van mentale en positieve gezondheid. We kijken niet alleen naar de stoornis en symptomen, maar ook relaties, verlies, armoede, het omgaan met stress en problemen, persoonlijkheidsdynamiek, eenzaamheid en digitale belasting krijgen aandacht. Zelfregie en wat wél kan staan voorop, met minder focus op beperkingen en meer op mogelijkheden. Leefstijl wordt een vast onderdeel van het behandelplan: bewegen, slaap, voeding en dagstructuur zijn interventies, geen bijzaak. Familie en netwerk krijgen een plek aan tafel, niet als extra, maar als voorwaarde voor duurzaam herstel."

Stigma is hardnekkig

Boeken als PAAZ en films kunnen helpen om het gesprek over psychiatrie te openen en nuance te brengen. "Tegelijkertijd blijven stereotypen bestaan, zowel over patiënten als over psychiaters. Het is belangrijk om een eerlijk en realistisch beeld te blijven geven. In series op televisie zie je vaak een beeld van de psychiater dat niet klopt. De man, ja meestal een man, in het strakke pak of juist in een wollen vest, hummend, weinig zeggend en schrijvend in een boekje. Het is hilarisch, maar het is niet hoe het is. De psychiater is in de basis een arts, een medisch specialist met een lange psychiatrische opleiding, die diagnostiek doet, behandelplannen maakt en multidisciplinair werkt. Evenmin is de patiënt een karikatuur van 'de verwarde persoon'. In de maatschappij is minder begrip voor mensen met verward gedrag. Verward gedrag op straat is vaak niet primair psychiatrisch; middelengebruik, verstandelijke beperking, sociale ontregeling, eenzaamheid en armoede spelen grote rollen. Dat vraagt om maatschappelijke verantwoordelijkheid. Mentale gezondheid is een verantwoordelijkheid van de hele samenleving en niet alleen van de psychiatrie."

Leon Vos ziet dat het stigma rond psychiatrie en opnamezorg hardnekkig blijft. "Veel mensen denken dat een opname een eindstation is, maar patiënten keren terug naar hun oude rollen thuis, op het werk of in hun sociale leven. Psychiatrie is van iedereen; het kan iedereen overkomen." Ook over behandelingen als ECT* bestaan veel misverstanden. "Het klassieke filmbeeld van elektroshocktherapie is niet meer van deze tijd. Patiënten zijn tegenwoordig juist vaak positief over deze behandeling. Actieve voorlichting (ervaringsdeskundigen, patiëntverhalen, uitleg over

procedure en effect) is het belangrijkste om te laten zien dat oude stigma's niet kloppen."

Toekomst: samenwerking en innovatie

"Die beweging naar ziekenhuispsychiatrie nieuwe stijl is de ontwikkeling waar we trots op zijn. Niet omdat alles af is, maar omdat we blijven leren, bouwen en samenwerken. Dat is precies wat patiënten, naasten en collega's vandaag van ons mogen verwachten. De afdeling blijft zich ontwikkelen. "We herschrijven het programma, werken aan meer samenwerking met het ziekenhuis en zetten in op positieve gezondheid. De zorg is veel breder geworden: van puur medisch of puur psychotherapeutisch naar een brede aanpak, met aandacht voor context en herstel zonder de diagnostiek van onze stoornissen uit het oog te verliezen."

Leon Vos besluit: "Geestelijke gezondheid is niet alleen van de psychiater, maar van ons allemaal. Het vraagt om openheid, samenwerking en voortdurende ontwikkeling. Daar werken we elke dag aan. De ziekenhuispsychiatrie richt zich daarbinnen op korte intensieve multidisciplinaire interventies gericht op diagnostiek en behandeling, mogelijk gecombineerd met somatische problematiek."

*ECT (elektroconvulsietherapie) is een psychiatrische behandeling waarbij onder narcose met een korte elektrische prikkel een gecontroleerde epileptische aanval wordt opgewekt. Dit gebeurt via elektroden op het hoofd en duurt enkele seconden. De methode wordt vooral toegepast bij ernstige depressies die niet reageren op medicijnen, vaak bij psychotische depressies of katatonie.

Samen groeien

Werken vanuit vertrouwen, vakmanschap en betekenis

Je merkt het meteen als je bij ons binnenstapt: hier werken we aan iets dat ertoe doet. Onze manier van samenwerken laat zich niet vangen in schema's of indicatoren, maar is zichtbaar in hoe we besluiten nemen en met elkaar omgaan. We bouwen aan een organisatie die bij ons past: een cyane organisatie met een Rijnlandse grondhouding.

We werken vanuit een Rijnlandse grondhouding, waarin de mens centraal staat. Vakmanschap is het vertrekpunt, relaties geven richting en vertrouwen vormt de basis. Vanuit die overtuiging bouwen we verder aan onze groene beweging. Structuur is bij ons geen keurslijf, maar ondersteuning. Ze helpt het werk daar te laten ontstaan waar de inhoud zit. Collega's krijgen ruimte om hun werk goed te doen, met eigenaarschap als vanzelfsprekende tegenhanger. Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan daarbij hand in hand.

Vertrouwen als vertrekpunt

Bij GROEN begint alles met vertrouwen. We gaan ervanuit dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om bij te dragen aan iets dat groter is dan henzelf. Dat ze onderdeel willen zijn van een beweging waar je achter kunt staan. Die overtuiging zie je terug in hoe we samenwerken: we investeren in elkaar, in het team en in wat we samen willen leren. Wie een thema heeft om te ontwikkelen, brengt het in en organiseert het. Zo blijft onze cultuur in beweging. Ontwikkeling ontstaat door te doen, te proberen en samen verder te komen.

"Bij GROEN is vertrouwen het vertrekpunt, voor collega's én netwerkpartners. Complexe vraagstukken vragen om meerdere perspectieven. Juist daarin ontstaat kwaliteit."

Eva Flinsenberg, spv bij GROEN

Vakmanschap krijgt de ruimte

Rijnlands organiseren betekent voor ons ruimte geven aan vakmanschap. Kwaliteit ontstaat waar professionals hun kennis, ervaring en intuïtie kunnen inzetten. We vertrouwen op de professionele dialoog: het gesprek waarin collega's elkaar scherp houden en

ondersteunen. Dat levert betrokkenheid, trots en werk dat ertoe doet.

Gelijkwaardigheid als basis

In onze groene cultuur zijn rollen helder, maar staat gelijkwaardigheid centraal. Leiderschap betekent ruimte maken, luisteren en richting geven zonder dicht te timmeren. Goede ideeën hebben geen functietitel nodig; ze mogen van iedereen komen. Dat vraagt om een open houding en een veilige omgeving. Die veiligheid bouwen we samen, elke dag opnieuw, door elkaar serieus te nemen en verschillen te waarderen. Wat ons misschien wel het meest kenmerkt, is dat we ons werk zien als onderdeel van een groter systeem. Groen, leefomgeving, preventie, gemeenschap en menselijk welzijn zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

"We kijken voorbij de korte termijn, voorbij afdelingen en belangen, en zoeken naar wat op de lange termijn klopt. Dat maakt ons werk betekenisvol. Niet alleen wat we doen telt, maar ook waarom we het doen en hoe we dat samen vormgeven."

Esmee van der Biezen, gezinsbehandelaar GROEN

Samenwerken in en met het netwerk Onze manier van werken stopt niet bij de organisatiegrenzen. Het netwerk is onderdeel van het team. We delen context, dilemma's en ambities en bouwen aan gedeeld eigenaarschap. Kennis is verspreid en innovatie ontstaat in de ontmoeting tussen verschillende perspectieven.

"Als je gelooft in vakmanschap, dan erken je dat het niet ophoudt bij je eigen mensen. Kennis zit verspreid. Innovatie ontstaat in de ontmoeting"

Relinde Koot, teamleider GROEN

Het netwerk verruimt onze blik en houdt ons scherp. We investeren daarom in relaties, nemen de tijd om elkaar te leren kennen en delen verwachtingen en feedback. Zo bouwen we aan samenwerking die blijft.

Samenwerken in een netwerk vraagt een gedeelde grondhouding. In een complexe wereld vormen we geen losse schakels, maar een levend geheel, verbonden door een gedeelde cultuur, verantwoordelijkheid en de ambitie om samen het verschil te maken.

"Door het netwerk als onderdeel van het team te maken, ontstaat ruimte voor echte samenwerking. We delen context, dilemma's en ambities niet alleen opdrachten. Daardoor kunnen netwerkpartners meedenken, spiegelen en mede-eigenaar worden van het resultaat."

Dide Hoop, manager GROEN

Een levende cultuur

Onze cultuur is geen model of project, maar leeft in gedrag, keuzes en gesprekken. Ze vraagt aandacht en soms het ongemakkelijke gesprek. Juist daarin zit onze kracht: we durven te vertragen om beter te versnellen en te vertrouwen omdat mensen groeien als je ze serieus neemt.

"We vieren hier aanwezigheid en brengen elke maandag een weekfocus aan, we kijken naar elkaar om en iedereen doet mee, ik mag elke dag doen waar ik goed in ben en hulp vragen bij de alledaagse taken die ik lastiger vind, we hebben zoveel plezier samen."

Daphne de Laat, hersteldeskundige en social-mediadeskundige GROEN:

Bij Expertisecentrum GROEN bouwen we zo aan een levende beweging. Een plek waar professionals goed werk leveren, blijven groeien en samen het verschil maken — met elkaar en met de wereld om ons heen.

Bang voor je

Iedereen heeft wel een fobie. De een is bang voor spinnen, de ander heeft hoogtevrees en nog weer een ander heeft Paraskevidekatriafobie (angst voor vrijdag de dertiende; het bestaat). Maar wist je ook dat je een affectfobie kunt hebben? Een fobie voor gevoelens of belevingen in jezelf? Dat er dingen in het leven zijn gebeurd, waardoor bepaalde gevoelens angst oproepen? Jazeker, en daar bestaat ook een therapie voor: Affectfobietherapie (AFT). In Nederland is er maar één plek waar er een deeltijdbehandeling van Affectfobietherapie voor adolescenten in groepsverband is: bij het centrum adolescentenpsychiatrie (CAP) van Reinier van Arkel. Echte pioniers zijn het! Ruben van der Mijl, psychotherapeut, en Marjolijn Nijrolder, klinisch psycholoog en psychotherapeut geven uitleg.

"Als je bijvoorbeeld als kind altijd van je ouders hoort dat boosheid een slechte emotie is ("als je boos bent ga je maar boven zitten, en kom maar naar beneden als je weer vrolijk kunt doen"), dan leert dat kind dat boosheid een slechte emotie is. Het wordt gekoppeld aan iets negatiefs en het kind leert onbewust dat gevoel dan maar niet meer te laten zien of misschien niet eens meer te voelen. Om de afwijzing van zijn ouders te voorkomen is dit op dat moment een 'helpende' oplossing, maar op de lange termijn gaat dit soort patronen klachten geven. Als hetzelfde kind 15 jaar ouder is, komt hij bij ons langs en zegt hij: "ik noem mezelf eigenlijk steeds een sukkel en ik weet niet zo goed waarom", of "het lukt me nooit om mijn grenzen aan te geven" of "ik ben zo somber". Omdat het patroon onbewust is ontstaan, herkent de cliënt

vaak de fobie niet als zodanig, maar komt die met andere klachten binnen. Met Affectfobietherapie (AFT) proberen we deze fobie helder te krijgen en zoeken we naar meer helpende uitingen van het gevoel", aldus Ruben.

Conflicterende gevoelens

In AFT maken we onderscheid tussen twee groepen gevoelens: activerende en remmende gevoelens. Activerende gevoelens zijn helpend voor jezelf en voor de relatie met de ander. Remmende gevoelens maken dat je je terugtrekt en dat je niet naar de activerende gevoelens durft toe te gaan. Binnen de AFT werken we met de conflictdriehoek en persoonsdriehoek (zie afbeelding 1 en 2). De persoonsdriehoek laat zien dat de manier van omgaan met je innerlijke gevoelens en behoeften (weergegeven in de

Affectfobietherapie (AFT) helpt adolescenten hun gevoelens weer te omarmen

eigen gevoelens

conflictdriehoek) is ontstaan in het contact met personen in het verleden, in combinatie met eigen karaktertrekken en eventuele ingrijpende gebeurtenissen in je leven. Door deze driehoeken te tekenen, wordt het probleem visueel helder zichtbaar en kun je de verbanden zien. Goed om te vermelden is dat de therapie niet alleen verbaal is, maar dat je ook in

de gymzaal spelenderwijs werkt aan onder andere vertrouwen in jezelf en de ander, je eigen grenzen voelen en deze aangeven of juist een stukje verleggen (tijdens de PMT). En tijdens muziektherapie maken cliënten samen muziek, waarbij ze dezelfde uitdagingen tegenkomen waar ze in hun dagelijks leven ook tegenaan lopen, zoals eigen behoeftes

aanvoelen of van zich laten horen. Naast de groepsbehandelaren (Marjolijn en Ruben) bestaat het team uit een psychomotorisch therapeut, een muziektherapeut en enkele sociotherapeuten. In de sociotherapie wordt steeds de brug gelegd tussen de therapiedoelen en het dagelijks leven. Het hele team werkt samen aan herstel voor de cliënten.

Tekst Laura Hovens foto Evelien Gerrits

Patronen herkennen

Nu weten we wat AFT is. Maar, wat gebeurt er dan precies in zo'n sessie? "Ter plekke kunnen cliënten oefenen in een groep met het leren herkennen en aanpakken van hun afweer. Mensen vertellen over wat ze hebben meegemaakt in de afgelopen week of eerder en wat er is gebeurd. Het is enorm belangrijk hóe iemand in de groep vertelt, want hierin worden de patronen zichtbaar. De groep herkent de patronen en ze haken bij elkaar in op de verhalen. Daarnaast houden ze elkaar ook geregeld een spiegel voor. Ze luisteren vaak beter naar hun medegroepsgenoten en leeftijdsgenoten dan naar ons", aldus Ruben. Marjolijn:

"Vaak beginnen we met hoe cliënten naar zichzelf kijken en hoe ze denken dat groepsgenoten naar hen kijken. Meestal is dat bij onze doelgroep heel negatief. Het eerste doel in de therapie is het bewerken van het zelfbeeld. Als dat gelukt is, is het volgende doel om de cliënt meer zicht te laten krijgen op zijn afweer en het onderscheiden van activerende en remmende gevoelens. De derde stap is het bewerken van het gevoel en het onderscheid tussen activerende en remmende gevoelens. Wat je uiteindelijk wilt leren is een gezonde uiting geven aan die activerende gevoelens, dat is de kern van de therapie."

Voor wie is deze deeltijdbehandeling?

Marjolijn: "In de deeltijdbehandeling zitten jongeren tussen 18-24 jaar met vermijdende persoonlijkheidsproblematiek, bij wie ambulante therapie onvoldoende resultaat geeft. Ze zijn fors vastgelopen, waardoor bijvoorbeeld studie of werk niet meer lukt. Vaak is hun wereldje klein geworden. Het is wel belangrijk dat de cliënten in redelijke mate over zichzelf na kunnen denken en in ieder geval nieuwsgierig naar zichzelf moeten zijn en iets moeten willen veranderen." Ruben: "We kijken of AFT geschikt zou kunnen zijn en of de deeltijdbehandeling de juiste intensiteit is voor iemand. In grote lijnen past het bij iemand die eer-

der vermijdend, afhankelijk of controlerend is. Meer bij internaliserende problematiek. Het zijn ook cliënten bij wie eerdere behandelingen niet voldoende hebben gewerkt."

AFT kan individueel aangeboden worden, maar Marjolijn benadrukt de meerwaarde van deze therapie in de groep. Juist voor adolescenten zijn groepen heel erg passend: jongeren leren het meest van hun leeftijdsgenoten. Ze herkennen veel bij elkaar, steunen elkaar, houden elkaar een spiegel voor. De groep is, zeker in deze intensieve vorm, een soort mini-gemeenschap, waarin ze zichzelf

heel goed leren kennen en ter plekke kunt oefenen met ander gedrag. De deeltijdbehandeling heeft een bovenregionale functie. Dat geldt niet voor de ambulante groep. Binnen het CAP wordt ook een ambulante AFT-groepstherapie aangeboden, eens per week anderhalf uur groepspsychotherapie. Deze richt zich op jongeren uit de regio Den Bosch, met vergelijkbare klachten, maar waarbij de verwachting is dat ambulante groepstherapie voldoende in beweging kan zetten.

Regie over eigen leven terug

Dat klinkt allemaal mooi, maar wat vinden de cliënten zelf van deze therapie? Volgens Ruben is het echt een hele grote stap om drie dagen per week zes uur per dag in therapie te gaan. Het leven moet even (deels) op een pauze en ze zien er ook wel tegenop. Volgens Ruben is vooral de eerste fase erg wennen: "Hoe werkt het in deze groep? Het is een doorlopende groep, dus als iemand de acht maanden therapie heeft afgerond is er weer ruimte voor een nieuwe cliënt.

Cliënten geven terug dat ze zich verrassend veilig en verbonden voelen in de groep, ook mensen die juist hele negatieve ervaringen hebben gehad in groepen met leeftijdsgenoten. Vrijwel altijd ontstaat er een hechte groep doordat er zoveel met elkaar wordt gedeeld. Als ze na acht maanden afscheid nemen is dat voor zowel het vertrekkende groepslid als voor de achterblijvende groepsleden (het is een 'open' groep) intens. Er wordt veel aandacht aan besteed.. Ook als therapeut bouw je een intensief contact op met de cliënten." In de groep ontstaat vaak een hele mooie dynamiek. Een mooi verhaal is dat de huidige groep een therapeutenbingo heeft gemaakt: "Ze hadden een bingo gemaakt met allemaal standaard uitspraken die wij als therapeuten blijkbaar vaak zeggen. Toen hadden ze al halverwege de dag bingo en wij wisten helemaal niet waar het over ging. We moesten er allemaal heel hard om lachen."

En werkt het ook? Volgens Marjolijn zeker wel: "De therapie pakt voor het leeuwendeel van de mensen echt heel positief uit. Hun wereld wordt weer groter. De eindverslagen die cliënten aan het einde van hun behandeling schrijven zijn meestal heel ontroerend: hoe ze in een relatief korte tijd weer regie over hun leven hebben kunnen krijgen en met meer mildheid naar zichzelf hebben leren kijken. Afscheid nemen van een jongere met wie je als team zo intensief hebt gewerkt, voelt een beetje als een kind met vertrouwen loslaten om het zelf de wereld in te laten stappen."

AFT is ontwikkeld voor mensen met vermijdende persoonlijkheidsproblematiek, angstproblematiek en/of depressie. Het kan individueel aangeboden worden of in een groep, en meer of minder intensief. Uit alles blijkt dat AFT in groepsverband een mooie toevoeging is aan therapieland (zie ook Saschowa, 2020). Zolang er geen therapiefobie is, zeker de moeite waard om eens te bekijken voor je cliënten!

Wat is Affectfobietherapie (AFT)?

AFT is een behandeling waarin belemmerende patronen onderzocht en doorbroken worden. Het doel is dat cliënten zich bewust worden van de patronen die vroeger misschien helpend waren, maar die iemand nu in de weg zitten. Voor deze patronen worden betere alternatieven gezocht. AFT is gebaseerd op de gedachte dat klachten ontstaan door het vermijden van bepaalde gevoelens en verlangens. Je durft deze gevoelens en verlangens niet te voelen en te uiten, bijvoorbeeld uit angst of schaamte. Of omdat je geleerd hebt dat het 'foute' emoties zijn en je deze gevoelens niet mag laten zien. Je lost het dan voor de korte termijn op door je bijvoorbeeld aan te gaan passen of je terug te trekken, maar op de lange termijn bezorgen deze patronen je meer klachten dan dat ze helpen. De manier waarop gevoelens weg worden gehouden noemen we afweer. In AFT leer je deze afweer te herkennen en te veranderen. Je wordt je bewust van hoe jij belangrijke gevoelens vermijdt en je gaat stap voor stap leren deze gevoelens weer serieus te nemen en te uiten. Hierdoor kunnen de klachten minder worden of verdwijnen.

Wil je bij dit team werken kijk dan bij de vacatures van het CAP op www.reinierwerktenleert.nl

De Vijf Pijlers in de praktijk

Het nieuwe behandelprogramma binnen kliniek volwassenen

Sommige mensen vinden het wiel uit. Andere mensen vinden het wiel opnieuw uit. En nog weer anderen bedenken wat ze allemaal met het wiel kunnen. Tot deze laatste groep behoren Janine van Hellenberg Hubar - van Bergen, Jody de Laat, Babette Konings en Charlotte van Heesewijk. Binnen de kliniek (voor volwassenen van 18 tot begin 60 jaar met psychiatrische problematiek in de breedste zin, inclusief somatische comorbiditeit) liepen ze tegen het probleem aan dat het bestaande programma voor cliënten verouderd was en niet meer aansloot bij de huidige populatie. Er was behoefte aan een meer herstelgericht en samenhangend programma dat beter aansluit bij de doelgroep en dat beter aansluit bij de huidige ontwikkelingen binnen de ggz. Manager behandelzaken Helma Cissen - van Heugten kwam op een dag met het boekje De Basis van Mentale Gezondheid onder de arm de kliniek binnen, waarna het goede idee ontstond om een nieuw programma te baseren op de vijf pijlers van mentale gezondheid.

Momenteel zijn Janine, Jody, Babette en Charlotte druk bezig om met het hele team het nieuwe programma op te zetten, waarin cliënten in vijf weken alle pijlers doorlopen tijdens

hun klinisch verblijf. Alle professionals vertalen de vijf pijlers naar hun eigen therapieonderdelen; de psychomotorisch therapeut, danstherapeute, creatieve therapeuten, verpleegkundigen met aanvullende opleidingen (zoals yoga), ervaringsdeskundigen, sportbegeleiders en activiteitenbegeleiders en psychologen, ze gaan allemaal gebruikmaken van de vijf pijlers. Het nieuwe programma voorziet in vier programmaonderdelen per dag en werkt met drie verschillende groepen, zodat cliënten op hun eigen niveau en in hun eigen tempo kunnen deelnemen en doorgroeien.

Wat gaat dit nieuwe programma betekenen voor cliënten en professionals? Het programma gaat professionals meer houvast bieden in de begeleiding en behandeling van cliënten, omdat er een gemeenschappelijke taal is en het hele team met één pijler per week werkt.

Ook vergemakkelijkt dit het gesprek met cliënten over mentale gezondheid. Voor cliënten vergroot het programma de interne motivatie en het herpakken van regie. Er is meer samenhang tussen de verschillende therapieën en behandelaren, waardoor cliënten en behandelaren een duidelijkere rode draad ervaren in het behandeltraject.

Op 20 januari werd het programma feestelijk gelanceerd en is met enthousiasme en daadkracht gestart. Dit jaar wordt gebruikt om binnen de kliniek het programma te verankeren, zodat er voor toekomstige cliënten een mooi, effectief én toegankelijk programma is waarin cliënten aan hun herstel kunnen werken. De vijf pijlers vormen een belangrijke basis voor verder herstel. Nu is het interessant om te zien of het wiel ook succesvol kan draaien.

Wat je altijd al wilde weten over mentale gezondheid

De vijf pijlers

Pijler 1

Omarm je gevoelens

De pijler 'Omarm je gevoelens' gaat over voelen, over voelen van gevoelens. We onderscheiden vier basisgevoelens: boos, bang, bedroefd en blij (de '4 B's).

Pijler 2

Denk positief

Je mentale gezondheid wordt beter als je je negatieve mindset weet om te zetten in positieve gedachten over jezelf door 'om te denken'.

Pijler 3

Bouw aan een gezond sociaal netwerk

Als je mentaal gezond bent, bouw je gemakkelijk een gezond netwerk op. Maar het is ook zo dat een goed sociaal netwerk je beschermt tegen een slechte mentale gezondheid.

Pijler 4

Investeer in jezelf

De maatschappij van vandaag de dag, de druk en de hectiek, vraagt om investeren in jezelf en hernieuwde mentale vaardigheden. 'Hernieuwde' vaardigheden betekent niet per se 'nieuwe' vaardigheden. Wijsheden en tips uit het (verre) verleden die nog steeds relevant zijn in het hier en nu, kunnen helpen je eigen vaardigheden en kwaliteiten te leren kennen en in te zetten voor jezelf en voor anderen.

Pijler 5

Investeer in de ander/het algemeen belang

Als je goed kunt voelen, positief kunt denken, een goed netwerk om je heen hebt en gericht en toegewijd aandacht wilt besteden aan je eigen kwaliteiten en competenties en die wilt inzetten voor een ander, dan kan mentale gezondheid overgaan in geluk. Geluk kent verschillende gradaties. Als jij je inzet voor een ander/het algemeen belang, is jouw geluk het grootst.

Zorg die blijft, ook als het schuurt

Tekst door Sanne Graste

De ggz staat onder structurele druk. We kennen de opsomming inmiddels uit ons hoofd: personeels-tekorten, steeds complexere zorgvragen, administratieve last en een roep om efficiëntie. Maar wat vaak onderbelicht blijft, is hoe deze druk doorwerkt in de morele en menselijke aspecten van het verlenen van zorg.

In de ggz zijn morele vragen vaak concreet, lichamelijk en alledaags. Wat doe ik als ik alleen ben, terwijl deze situatie eigenlijk vraagt om twee paar handen? Wat doe ik als een patiënt onrustig wordt en ik niemand kan inschakelen? Blijf ik bij deze patiënt, of laat ik anderen even alleen? Dit lijken praktische vragen, maar ze raken aan diepe morele thema's: afhankelijkheid, verantwoordelijkheid, nabijheid en respect. Zorgverleners komen soms in situaties terecht waarin ze weten wat het goede is om te doen, maar daar niet naar kunnen handelen, of waarin ze een keuze moeten maken die botst met professionele of persoonlijke waarden. Dit kan vertwijfeling, frustratie, een gevoel van tekortschieten of machteloosheid oproepen. De spanning tussen de wil om goede zorg te verlenen en dit niet te kunnen door de omstandigheden, vergroot de kans op morele stress*.

In zulke situaties helpt een ethiek die niet alleen idealen stelt — autonomie, eigen regie, doelmatigheid — maar ook oog heeft voor het verdragen van morele spanning. Zorgen onder druk vraagt om een andere houding: aanwezig blijven bij het ongemak, zonder weg te kijken en zonder de illusie dat alles oplosbaar is. In de ggz zie ik dat dagelijks gebeuren. Verpleegkundigen die rustig blijven zitten bij iemand die onrustig is, terwijl de klok doortikt en de volgende cliënt al wacht. Begeleiders die blijven zoeken naar nabijheid, ook als het contact moeizaam is of steeds opnieuw stokt. Dit is zorg die blijft: bij mensen, bij onzekerheid, bij vragen zonder pasklare antwoorden. Geen groot gebaar en zelden spectaculair. Het is zoeken, aarzelen, volhouden. Meebewegen, soms tegenhouden, soms loslaten, soms vertragen. Erbij blijven omdat het ertoe doet, ook als er geen duidelijke oplossing in zicht is. Juist dit soort zorg gebeurt vaak buiten het zicht van beleid en protocollen. Daar waar regels tekortschieten, handelen professionals vanuit relaties, ervaring en morele intuïtie. Zorg dus als een praktijk van blijven, die niet belooft dat alles goed komt, maar die serieus neemt dat zorg soms betekent: er zijn, ook als het schuurt.

* Zie het interview in deze uitgave van de Reinier met geestelijk verzorger Veerle den Boer, die onderzoek deed naar morele stress bij FACT-zorgverleners.

Tekst Laura Hovens

Tekst Tea Keijl

Herkwartiermaken bij ervaringsdeskundigheid is funderingswerk

Dit artikel verscheen eerder op de website van Movisie: https://www.movisie.nl/artikel/ herkwartiermaken-ervaringsdeskundigheidfunderingswerk

Ggz-aanbieder Reinier van Arkel werkt al een jaar of tien met ervaringsdeskundigen. Veel gaat daarbij goed, maar het is kwetsbaar. Daarom doet de organisatie mee aan een traject herkwartiermaken van Movisie. Suzanne Haneveer-Leemans: "We gaan nu bestendigen wat we allemaal hebben opgebouwd."

Tijdens het traject van herkwartiermaken dat Reinier van Arkel met Movisie doorloopt, versterken de deelnemers de fundering onder de manier van werken. "Ongeveer tien jaar geleden zette onze organisatie de eerste stappen met ervaringsdeskundigheid", blikt Suzanne Haneveer-Leemans terug. Zij werkt bij Reinier van Arkel als adviseur herstel- en ervaringsdeskundigheid en als coordinator van het Herstelpunt. "In de eerste jaren waren dat vooral cliënten en verpleegkundigen die een cursus hadden mogen volgen. Zij kregen weinig ondersteuning en begeleiding, en dat was niet goed voor de beeldvorming in de rest van de organisatie."

Vastleggen

"Inmiddels zijn deze en andere knelpunten wel verholpen", vertelt Haneveer-Leemans. De dertig ervaringsdeskundigen die momenteel in dienst zijn bij Reinier van Arkel

krijgen volop coaching en begeleiding, zag Haneveer-Leemans meteen toen zij bij de organisatie kwam werken, nu ruim 2,5 jaar geleden. "Het Herstelpunt dat we hier hebben werkt heel goed. De wind staat in deze periode onze kant op: het management, de raad van bestuur en de raad van toezicht zijn helemaal voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. Maar het punt is dat er nauwelijks iets op papier staat. We willen alles wat we hebben opgebouwd nu bestendigen." In het traject met Movisie maakt Reinier van Arkel daarom een pas op de plaats om goed te kijken: Wat hebben de ervaringsdeskundigen nodig? Wat heeft de organisatie nog nodig? Door de visie en de bijbehorende werkafspraken vast te leggen, wordt de positionering van ervaringsdeskundigheid bovendien minder afhankelijk van wie het voor het zeggen heeft.

Het Herstelpunt van Reinier van Arkel

Bij het Herstelpunt komt alles op het vlak van ervaringsdeskundigheid binnen Reinier van Arkel samen. Alle ervaringsdeskundigen die verbonden zijn aan Reinier van Arkel kunnen bij het Herstelpunt terecht voor intervisie, collegiale coaching en themabijeenkomsten. Cliënten kunnen er terecht met vragen over herstelwerkgroepen en cursussen. Het Herstelpunt biedt zelf ook diverse cursussen en begeleiding van groepen. Voor de gehele organisatie verzorgt het Herstelpunt voorlichting, informatie en advies over herstel en ervaringsdeskundigheid. Verder biedt het Herstelpunt projectondersteuning bij het organiseren van her-

stelondersteunende zorg, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van herstelacademies.

Aandacht blijft rondgaan Jeroen de Haan-Rissmann, senior ervaringsdeskundige bij Movisie, begeleidt het traject. Hij introduceerde ook de term herkwartiermaken. Hij legt uit wat dat inhoudt en waarom het nodig is: "Veel organisaties die ervaringsdeskundigen in dienst hebben, hebben voordat ze daarmee begonnen echt wel aan kwartiermaken gedaan: ze hebben het begrip ervaringsdeskundigheid geïntroduceerd in de organisatie en hebben vervolgens werk gemaakt van de implementatie en de borging. Maar daar bleef het dan bij. En dan gaat het versloffen. Met herkwartiermaken zorg je ervoor dat je het werken met ervaringsdeskundigen verduurzaamt: de aandacht blijft rondgaan, de cirkel blijft gesloten."

Achter de façade

Zonder het fundament dat je met herkwartiermaken bouwt, blijkt de positie van ervaringsdeskundigen in organisaties vaak kwetsbaar, ziet De Haan-Rissmann. "Veel bestuurders van organisaties zien ervaringsdeskundigheid als gemakkelijk werk dat iedereen wel kan doen. Bovendien is het vaak de sluitpost op de begroting." Hij maakt het plaatje niet mooier dan het is: "Bij veel organisaties heerst achter de façade toch nog scepsis. Zo blijft het omstreden. Ervaringsdeskundigen hebben dan geen goede rugdekking in hun organisatie, of ze worden wegbezuinigd bij financiële tegenwind of als

er een nieuwe bestuurder komt." HaneveerLeemans herkent dit beeld zeker niet bij Reinier van Arkel. Maar ze heeft de kwetsbaarheid bij andere organisaties wel gezien. "Als er geen coördinator is of ervaringsdeskundigen vertrekken, dan raakt de kennis en ervaring versnipperd over de organisatie en niemand heeft meer het totaaloverzicht."

Dwarsdoorsnede

De Haan-Rissmann is zeer te spreken over hoe Reinier van Arkel dit traject benadert: "Er doet een dwarsdoorsnede van de organisatie mee aan de bijeenkomsten. Behalve Suzanne doen er managers mee, de bestuurder, medewerkers uit verschillende teams, leden van de cliëntenraad, van de familie- en betrokkenenraad en familieervaringsdeskundigen. Dat is heel sterk. In twee sessies halen we met verschillende werkvormen de elementen op die terecht gaan komen in de organisatievisie op het werken vanuit ervaringsdeskundigheid." Tijdens een van de sessies werkt de groep met Waardekaarten, die helpen om gezamenlijk de belangrijkste waarden te benoemen.

Vaart erachter

Haneveer-Leemans werkt de input die naar voren komt in de sessies samen met een collega en onder begeleiding van De HaanRissmann uit tot de conceptversie van de visie. "We willen niet te lang blijven praten, er zit echt vaart achter", zegt ze. Ze noemt een aantal belangrijke elementen die er sowieso in zullen komen: "Dat niet alleen de ervaringsdeskundigen zelf, maar ook hun

leidinggevenden en het management begeleiding blijven krijgen, bijvoorbeeld. Dat er altijd een aanspreekpunt moet zijn waar mensen terecht kunnen. Of dat de adviseur ervaringsdeskundigheid altijd betrokken is bij de werving en selectie."

Macht delen

Er is nog een andere reden waarom De Haan-Rissmann positief is over hoe Reinier van Arkel omgaat met ervaringsdeskundigheid. Dat zit hem erin dat de organisatie goed begrijpt dat dit vergaande impact heeft, bijvoorbeeld op bedrijfsprocessen door de hele organisatie. "En het gaat ook over daadwerkelijk macht delen. Als je met ervaringsdeskundigen werkt, volgens een herstelondersteunende visie, dan ga je meer procesgericht werken in plaats van resultaatgericht."

Herstelgericht werken

Als organisatie kun je dan niet langer werken op een manier die voorschrijft dat de cliënt na bijvoorbeeld drie sessies doelen geformuleerd moet hebben. Dat klinkt misschien niet als erg ingewikkeld, maar kan het wel degelijk zijn, weet De Haan-Rissmann: "Minder resultaatgericht werken kan ggzaanbieders in een lastig parket met de financiers brengen. De reflex is nu eenmaal richting kwantitatieve verantwoording. Maar in plaats van bijvoorbeeld '20 procent meer mensen die herstellen', vraagt herstelgericht werken om kwalitatief verantwoorden: Wat zien we gebeuren bij mensen? Wat verandert er bij hen?"

In de haarvaten

Tegen het einde van het gesprek benoemt Haneveer-Leemans wat het traject oplevert: "Als de visie straks op papier staat en de werkafspraken goed zijn vastgelegd, dan helpt dat de ervaringsdeskundigheden, en in feite de hele organisatie, om het verhaal over ervaringsdeskundigheid goed te kunnen vertellen." Verder zorgt herkwartierenmaken ervoor dat ervaringsdeskundigheid nog beter ingebed raakt in de organisatie, verwacht ze. "Het gaat nu goed, eigenlijk in alle lagen van de organisatie. Maar verspreid door de organisatie zijn er ook nog teams waar het niet zo goed lukt. We moeten bij die teams langsgaan om ze voor te lichten over wat ervaringsdeskundigen allemaal kunnen en doen. Die loop moeten we blijven lopen. Ik hoop dat ervaringsdeskundigheid zo in de haarvaten gaat zitten dat het net zo vanzelfsprekend wordt als bijvoorbeeld communicatie of HR." Daar sluit De HaanRissmann zich graag bij aan: "Soms is het misschien vooral een kwestie van op papier vastleggen wat er in de praktijk gebeurt, een andere keer juist om de visie opnieuw tot leven te brengen in het dagelijks werk. Herkwartiermaken doe je niet alleen voor het hier en nu, je doet het vooral voor over vijf, tien en vijftien jaar."

Veerle den Boer over morele stress en morele verwonding

Zorgverleners komen soms in situaties die hen in de kern raken; gebeurtenissen waarbij 'goede zorg' op het spel komt te staan. Humanistisch geestelijk verzorger Veerle den Boer onderzocht wat zulke ervaringen doen met medewerkers van FACT-teams. In dit artikel vertelt ze over haar werk, haar onderzoek en over de morele vragen die zorgverleners dagelijks meenemen naar huis.

Veerle den Boer is humanistisch geestelijk verzorger. Ze studeerde onlangs af aan de Universiteit voor Humanistiek met onderzoek naar morele stress en morele verwonding bij FACT-zorgverleners. Ze woont in Utrecht en is ook edelsmid.

"Als geestelijk verzorgers hebben we aandacht voor zingeving en levensvragen. Wij mensen hebben allemaal een manier waarop we in het leven staan en hoe we naar het leven kijken. Maar soms", vertelt Veerle, "wordt die kijk opgeschud. Zeker wanneer het leven even niet vanzelfsprekend is,

Morele weerbaarheid in de ggz

bijvoorbeeld bij mentale gezondheidsproblemen. Dan kunnen er vragen ontstaan als: Waarom overkomt mij dit? Wie ben ik eigenlijk tijdens of na dit herstelproces? Wat vind ik belangrijk? Waar sta ik voor? Wat geeft me hoop of houvast?" Over deze vragen gaat zij met mensen in gesprek. Ze begeleidt mensen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden, maar haalt zelf inspiratie uit het humanisme.

Drijfveren en achtergrond

Op de vraag wat haar drijft, zegt Veerle: "Ik vind het belangrijk om de mens in zijn volledigheid te zien en te benaderen: vanuit het psychisch herstel, maar ook vanuit wat het in het algemeen betekent om mens te zijn. Ik zie hoe waardevol dit is. In een snelle samenleving, waarin veel moet en die draait om prestatie, wil ik ruimte bieden voor vertraging en voor de soms tragische, minder fijne kanten van het leven. Die kanten van het leven kom je veel tegen in de psychiatrie, en ik vind het waardevol om mensen daarin te mogen begeleiden."

Hoe zij voor dit onderzoek koos

Veerle vertelt: "Tijdens mijn stage sloot ik aan bij moreel beraad (een vorm van ethiekondersteuning): Je gaat dan met teams en zorgverleners in gesprek over de vraag van waaruit je goede zorg levert of wat goede zorg daadwerkelijk betekent. In die bijeenkomsten werden moeilijke casussen besprokenwaarin zorgverleners klem zaten: situaties waarvan je buikpijn krijgt en waar je last van hebt. En ik hoorde ook hun reacties: 'Hiervoor ben ik niet de zorg in gegaan.' Of: 'Ik kijk nu anders naar mijn werk.' Dat maakte indruk op mij."

Ze herkende dit gevoel uit haar eerdere werk in de 24-uurs PGB-zorg tijdens corona. "Ik voelde daar morele stress: ging mijn grenzen over om goede zorg te kunnen bieden. Ik wist dus zelf hoe aangrijpend dit soort ervaringen kunnen zijn. Wat betekende dit dan voor zorgverleners in de ggz?"

Ze onderzocht de literatuur over morele stress en morele verwonding. "Morele verwonding wordt vooral bij politie en militairen onderzocht, morele stress veel in de reguliere zorg en gelukkig ook steeds meer in de ggz. Ook uit literatuuronderzoek bleek het wetenschappelijke relevant om dit onderwerp verder uit te diepen. ''Dat is altijd fijn als je een scriptie wilt schrijven", merkt Veerle grappend op.

Over morele stress en morele verwonding

Morele stress en morele verwonding zijn twee gradaties op één spectrum: beide gaan over het overschrijden van je

morele kompas, maar verschillen in impact. Morele stress ontstaat wanneer een zorgverlener weet wat hij of zij het juiste vindt, maar dit door omstandigheden niet kan uitvoeren. Dat kan komen door personeelstekort, regels of botsende waarden. Het kan ook ontstaan bij complexe morele dilemma's: om goede zorg te leveren wil je graag aan meerdere waarden tegelijk voldoen, maar het nastreven van de ene waarde gaat ten koste van de ander.

Morele verwonding gaat verder. "Het gaat dan ècht over verraad van je eigen morele kompas. Een dusdanig grote overschrijding van je morele kompas - door jezelf of door een ander - waardoor een wond of schade ontstaat in hoe je naar de wereld kijkt. Bij militairen zie je bijvoorbeeld dat zij zichzelf of de wereld als slecht kunnen gaan zien na situaties waarbij zij niet konden ingrijpen bij mishandeling, of per ongeluk de verkeerde persoon doodden in een hoge stresssituatie. Tijdens COVID gebeurde iets vergelijkbaars in ziekenhuizen, waar artsen moesten beslissen over leven en dood omdat er te weinig bedden waren."

Het onderzoek

Veerle deed onderzoek bij FACT-teams. De doelgroep bestond uit verpleegkundigen en agogen van deze teams. Zij onderzocht:

Wat ervaren verpleegkundigen en agogen als moreel overschrijdend?

Wat doet dit met de betekenis die zij geven aan hun werk?

Ze vertelt dat de respondenten met name morele stress ervoeren, die vaak terugkeerde in hun werkzaamheden.

Zorgverleners komen door allerlei beperkingen herhaaldelijk in situaties waarin zij niet kunnen of mogen doen wat zij zelf het goede vinden om te doen, of waarbij het niet helemaal duidelijk is wat het 'goede' is om te doen. Juist het herhaaldelijk ervaren van morele stress werd als schadelijk ervaren.

Voorbeelden uit de praktijk

Aan zorgverleners werd gevraagd om één voorbeeld van morele stress te noemen, maar wat opviel is dat zij vaak een hele opsomming gaven. Er was steeds iets wezenlijks in het geding: zoals gezondheid van cliënt of zorgverlener, veiligheid of leven. Dat bracht vaak machteloosheid, twijfel en de vraag 'Doe ik wel het goede?'.

In hun werk komen zorgverleners situaties tegen die ingewikkeld en soms moreel belastend kunnen zijn. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer een cliënt nét voor je weekend appt >> Morele weerbaarheid in de ggz

Morele verwonding gaat over verraad van je eigen morele kompas

dat het niet goed gaat? Of wanneer je ziet dat het erg slecht gaat met een cliënt, maar dat diegene geen hulp aan wil nemen? Wat dit extra lastig maakt, is dat de zorg vaak in de thuissituatie wordt gegeven: je laat iemand aan het eind van de dag achter in zijn eigen omgeving, wat anders voelt dan in een kliniek waar collega's de zorg van je overnemen

In privacyregels komen zorgverleners ook regelmatig hun eigen morele kompas tegen.

Bijvoorbeeld wanneer een moeder altijd betrokken is geweest, goed contact had met de cliënt, hoog in de stress zit

en zich ernstige zorgen maakt, maar de cliënt aangeeft dat zij niet geïnformeerd mag worden. Zorgverleners volgen de privacyregels, maar voelen een dilemma.

Effect op betekenisgeving

Herhaaldelijke morele stress beïnvloedt hoe zorgverleners betekenis geven aan hun werk. Veel zorgverleners zeggen: "Ik ging de zorg in om iets zinvols te doen." Maar door herhaaldelijke conflicten met hun kompas wordt dat beeld soms bijgesteld. Dat raakt zingeving, werkgeluk en motivatie. Veerle noemt het een belangrijke vraag om het samen over te hebben: Tot op welke hoogte is dat bijstellen oké, en ten koste van wat?

Hoe versterk je je morele kompas?

Morele weerbaarheid begint bij bewustwording: stilstaan bij wat je belangrijk vindt en vanuit welke gedachten en uitgangspunten je zorg levert. Als je dat weet, herken je eerder waar het wringt en wat het met je doet.

Onderwijs, intervisie en vooral moreel beraad binnen teams kunnen hierbij helpen. ''Een moreel beraad is waardevol omdat je een team uitnodigt te vertragen en bij elkaar te onderzoeken wat voor hen belangrijk is. Alleen al hierover spreken en delen schept ruimte. Ook geloof ik dat het bijdraagt aan betere, waarde gedreven zorg: Wat helpt zorgverleners?

"Uit het onderzoek bleek duidelijk: delen helpt. Het is belangrijk om te kunnen delen met jouw team, om erkend te worden in je ervaring en om machteloosheid te delen. Het is dus echt belangrijk hier ruimte voor te maken, allereerst bij jezelf, maar ook met elkaar, door de vraag te stellen: wat doet het met je om in zo'n complexe context te werken? Dit kan bijvoorbeeld door middel van intervisie en moreel beraad. De combinatie van reflectie, delen en herkenning is hierin belangrijk."

'Altijd al heel normaal gevonden'

Anita Kerkhof is verpleegkundig specialist ggz en manager behandelzaken ART in de Wijk. We duiken in haar loopbaan die begint in 1985, haar filosofie – die perfect past bij daar waar Reinier van Arkel voor staat en hoe dat samenkomt in haar onderzoek dat onlangs is gepresenteerd aan netwerkpartners. Terwijl ze vertelt over haar loopbaan wordt duidelijk dat haar onderzoeksvraag een gedachtegoed bevat dat altijd al heel normaal is geweest: het multidisciplinair werken en alles in samenwerking met de cliënten en hun naasten.

In 1985 begon Anita haar opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige bij Reinier van Arkel. "Vervolgens werkte ik als verpleegkundige in het klooster hier op Park Voorburg. Daar verbleven cliënten met chronische psychiatrische problemen, bij wie vaak sprake was van dubbele problematiek zoals de aanwezigheid van een verslaving." Na een paar jaar stelde Anita zichzelf de vraag welke richting haar leven op moest gaan. Wilde ze verder studeren of was het tijd voor haar wens om kinderen te krijgen? "Het is kinderen geworden, maar toen mijn jongste kind vier jaar oud was ben ik alsnog de opleiding tot sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (spv) gaan volgen. Dat was in 1998, een jaar na een ernstig ongeluk."

"Na mijn late dienst kwam ik onverhoopt in een auto-ongeluk terecht." Anita heeft hiervan acht maanden

moeten revalideren. "Reinier van Arkel nam de verantwoordelijkheid. Ik werkte 32 uur per week, maar dat lukte mij niet meer. Door aangepaste werktijden en diensten kon ik 20 tot 24 uur per week blijven werken." Destijds was het moeilijk om aan verpleegkundigen te komen. "Zo kon ik toch blijven werken en Reinier van Arkel toonde goed werkgeverschap. Het was voor ons beiden een win-win." Door het ongeluk startte ze eerder dan verwacht met de SPV-opleiding, zodat het fysiek minder zwaar zou zijn.

Meer uitdagingen

Haar enorm gedreven houding is intussen duidelijk zichtbaar. Nog voordat ze haar driejarige opleiding afrondde, startte ze als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij de ambulante behandeling voor ouderen. "Vervolgens greep ik in 2004 de laatste

mogelijkheid aan om als zij-instromer de 1-jarige opleiding tot docent Verpleegkunde te doen." Een opleiding die haar later nog van pas zou komen. "In 2006 volgde ik een extra opleiding om het juiste niveau van spv te behouden." In 2007 gaf Anita aan meer uitdaging te willen en in 2008 liet haar leidinggevende weten haar te hebben aangedragen als teamleider. "Van 2008 tot 2015 heb ik bij centrum voor ambulante psychiatrie gewerkt - eerst als teamleider en al snel werd ik manager." Ondertussen volgde ze de master Bedrijfskunde voor Zorg en Dienstverlening.

Anita: "Begin 2015 besloot ik Reinier van Arkel te verlaten. Door de reorganisatie greep ik de kans om na 29 jaar iets anders te gaan doen." Ze werd docent verpleegkunde mbo niveau 2 t/m 4. "Ik miste echter in het onderwijs

Tekst Johan van Diepen foto Jolanda Ruijs-van Rossum
De

loopbaan en

het

onderzoek van Anita Kerkhof

het multidisciplinair werken - iets wat we in de ggz al heel lang gewend zijn. Daarnaast wil ik innoveren en als een simpel probleem eenvoudig op te lossen is, wat houd je tegen?" Met een kleine kans op verandering in het onderwijs besloot ze terug te gaan naar de gezondheidszorg. Van 2017 tot 2022 werkte ze in de ouderenzorg als locatiemanager. Dit sloot goed aan bij haar eerdere ervaring die ze bij Reinier van Arkel had opgedaan als spv. Uiteindelijk veranderde daar in 2022 de organisatiestructuur en gaf het haar de aanleiding om terug te willen naar Reinier van Arkel.

Het juiste gesprek

"Voor mij is Reinier van Arkel altijd een goede werkgever geweest en omdat het

een grote organisatie is kun je wisselen tussen diverse functies." Ook spreekt Anita de beweging naar netwerkpsychiatrie aan.

"Wat Reinier van Arkel goed doet is op tijd het gesprek voeren over wat je wil doen na je opleiding." Anita startte namelijk als spv en rondde op haar 60ste de opleiding tot verpleegkundig specialist af.

"Mij werd gevraagd na te denken over de vacature Manager behandelzaken." Ze was niet direct enthousiast, omdat ze binnen de huidige functie twee onderzoeken in één jaar moest afronden. Maar Anita zag een kans om vanuit haar rol als manager het ARTmodel verder te ontwikkelen.

ART staat voor Active Recovery Triade en richt zich op de behandeling van cliënten

die onterecht buiten beeld zijn geraakt, om hen weer hoop te bieden. "Dit model en ons teamoverstijgend samenwerken verdienen de aandacht ten gunste van de cliënt en onszelf."

Haar filosofie – cliënten en onze collega's

"Wat zo mooi is aan het ART-model is de samenwerking en het gelijkwaardig omgaan tussen collega's, cliënten en hun naasten." Dit wordt ook wel triadisch werken genoemd. "Zie je leven maar eens te leiden als je veel hebt meegemaakt, veel behandelingen hebt gehad die allemaal mislukt zijn en chronische aandoeningen hebt. En dat terwijl er een stigma heerst op het hebben van een psychiatrische aandoening."

Anita ziet het als onze plicht dat wij als ggz samen met deze cliënten optrekken, hen als volwaardig lid van de maatschappij zien en hen hoop geven. "Het ART-model gaat daarvanuit en het is mijn ambitie om dat model met elkaar verder te ontwikkelen."

"En hoe kunnen wij hierbij onze collega's zó steunen dat zij vaardig genoeg zijn voor de meest complexe casussen?"

Anita stelt daarbij als uitgangspunt dat de collega's zich gehoord, gezien en gewaardeerd voelen. "Twee jaar geleden startten we met Masterplan ART in de Wijk met als doel om in goede samenwerking tussen verschillende teams de medewerkers zelf te laten bepalen waarin we ons moeten doorontwikkelen ten gunste van de cliënt. Destijds startten we met een nulmeting en onlangs vonden op de meeste locaties interne audits plaats." Die uitslag gaan de teams met elkaar analyseren. "We destilleren er thema's uit waarvan de medewerkers zelf vinden dat we daarop moeten doorontwikkelen. Gestructureerd en behapbaar gaan we er samen mee aan de slag." Per thema bekijken de teams wie eraan moeten deelnemen: collega's, clienten, naasten en netwerkpartners. "Het gaat om de aandacht voor onze medewerkers en cliënten en de onderlinge harmonie – er is aandacht voor hen en samen kunnen ze invloed uitoefenen."

Het onderzoek - posterpresentatie "Vandaar mijn onderzoeksonderwerp 'triadisch werken'." Anita sprak namelijk eerder twee aandachtfunctionarissen Naasten met de vraag: 'hoe krijgen we de naasten van cliënten beter in beeld?' Bij Reinier van Arkel zijn we er namelijk van overtuigd dat het actief samenwerken tussen cliënt, naasten en de behandelaar ten goede komt aan het herstel van de cliënt. "Eén op de vier cliënten kiest er echter voor om naas-

"Reinier van Arkel is een organisatie in beweging."

ten niet actief te betrekken." Anita liet haar collega's weten "als je niet komt tot de kern van dit probleem, kom je niet tot een passende interventie." Ze koos dit onderwerp als afstudeeronderzoek voor haar VS-opleiding. Met behulp van valide onderzoekmethodes ging ze op zoek naar de diepere laag waarom sommige cliënten dit niet willen. "Ik heb het altijd al heel normaal gevonden om naasten erbij te betrekken – al vanaf 1985."

Ze koos onderzoeksmethoden waarbij behandelaren, cliënten en naasten met elkaar aan tafel zaten. "Dat is heel waardevol, want dan horen zij elkaars perspectief. Dan blijkt dat de meningen niet ver uit elkaar liggen." Anita ontdekte dat behandelaren zich realiseren dat ze naasten erbij moeten betrekken, maar te voorzichtig zijn met dit voorstel aan hun cliënten. "Als zij direct vanaf het begin duidelijk maken dat dit onze manier van werken is, stemmen veel cliënten in. Het gaat dus niet om de vraag 'kun je een naaste meenemen?', maar 'wie breng je mee?'. Een andere ggz-instelling van vergelijkbare grootte bewijst dat deze attitude een naastenparticipatie van 97% oplevert."

Naasten willen helpen "Bijna alle cliënten benoemen een naaste tot eerste contactpersoon, maar als wij geen contact met hen opnemen weten zij niet van hun rol en onze verwachtingen naar hen toe." Anita stelt dat je direct met de cliënt afspreekt dat je de naaste een brief stuurt met een uitnodiging voor een behandelplanevaluatie. "Zo zorg je voor een goede aanzet voor deze steungroep."

Hoewel cliënten denken dat hun naasten hen niet willen helpen doordat ze al zoveel met elkaar hebben meegemaakt, blijkt het tegendeel waar. "We bieden daarbij van alles aan om de naasten

goed in hun steunrol te plaatsen. Merk je dat bij de naaste zelf een probleem speelt? Dan kun je hem doorverwijzen naar de juiste hulp." Anita laat duidelijk zien dat zij oog heeft voor naasten die bij ons aankloppen met zorgen om de cliënt. "Zelfs wanneer de cliënt zich beroept op zijn privacy, kun je in algemene termen naasten verder helpen."

De onderzoeksposter van Anita werd gepresenteerd tijdens het symposium van de Brabant Academie. Hieraan nemen verschillende ggz-instellingen in de regio deel om met elkaar op te trekken in wetenschappelijk onderzoek en van en met elkaar te leren.

Het onderzoek heeft ze intern besproken met verschillende managers en op dit moment worden er brieven aangepast. De voorbeeldbrief voor naasten, die in samenwerking met cliënten is ontwikkeld en ingaat op herstel en de rol van naasten, wordt momenteel standaard toegevoegd aan alle uitgaande correspondentie. Anita laat weten: "deze oplossing is niet alleen bruikbaar voor ons team, maar voor alle teams."

Niets over jou zonder jou

Luisteren naar zeggenschap in de praktijk

Zeggenschap is een begrip dat in de psychiatrie vaak wordt gebruikt, maar niet altijd wordt gevoeld. De podcast Niets over jou, zonder jou laat horen hoe inspraak, samenwerking en gelijkwaardigheid er in de praktijk uitzien. In deze serie van de cliëntenraad van Reinier van Arkel staan gesprekken centraal met cliënten, collega's en bestuurders. Niet om abstracte ideeën te bespreken, maar om ervaringen te delen en elkaar beter te begrijpen.

De titel is veelzeggend. Niets over jou, zonder jou is geen slogan, maar een uitgangspunt. In elke aflevering klinkt dezelfde overtuiging door: zeggenschap is meer dan een formeel recht. Het is een houding, een cultuur en een uitnodiging om mee te doen. De podcast nodigt uit tot luisteren, meedenken en meepraten. Wat direct opvalt, is de open en rustige toon. De gesprekken worden gevoerd zonder haast, met ruimte voor reflectie en nuance. Dat maakt de podcast toegankelijk voor iedereen die in of met de psychiatrie te maken heeft, of je nu cliënt bent, professional, naaste of bestuurder. Het gaat steeds over mensen, niet over systemen.

"De verbetering van kwaliteit van zorg en veiligheid begint bij medezeggenschap."

Rianne van verpleegkundigeErp,IHT

In de eerste aflevering verkennen Edwin van Cromvoirt, voorzitter van de cliëntenraad, en Ron van Beers, voorzitter van de ondernemingsraad, samen met Rufen Liket wat medezeggenschap voor hen betekent. Vertrouwen speelt daarbij een centrale rol. Ron benadrukt dat iedereen vanaf dag één iets bij te dragen heeft. Ervaring begint niet pas na jaren, maar direct.

Die gedachte komt terug in de tweede aflevering, waarin leden van de Verpleegkundige adviesraad aanschuiven. Zij

leggen een directe verbinding tussen medezeggenschap en kwaliteit van zorg. Zeggenschap blijkt niet alleen wenselijk, maar essentieel voor veiligheid en verbetering. Je vrij voelen om je uit te spreken en vertrouwen ervaren binnen de organisatie zijn daarbij onmisbaar.

"Maak gebruik van elkaars krachten en bundel dat."

Margret van der Leest, kwaliteitsverpleegkundige

In aflevering drie verschuift de focus naar het bestuurlijke perspectief. Samen met de directeur algemene zaken van Reinier in de Wijk en Ypse wordt gesproken over het belang van meerdere perspectieven. Medezeggenschap betekent hier letterlijk: samen zeggenschap hebben. Door in contact te blijven en wederzijds vertrouwen op te bouwen, ontstaat ruimte voor betere afwegingen. Ook wordt vooruitgekeken, bijvoorbeeld naar het verder betrekken van cliënten bij de beweging richting herstelondersteunende netwerkzorg.

De meest recente aflevering brengt het gesprek terug naar de behandelpraktijk. Anita Kerkhof, verpleegkundig specialist en manager behandelzaken ART in de wijk, benadrukt dat zeggenschap onlosmakelijk verbonden is met mens-zijn. Behandelaren spelen volgens haar een sleutelrol, onder andere door cliënten goed te informeren. Medezeggenschap hoort niet alleen thuis in de behandelkamer, maar ook in beleid en overleg op alle niveaus.

Wat alle afleveringen verbindt, is het besef dat zeggenschap geen vanzelfsprekendheid is. Het vraagt om uitnodigen, luisteren en reflecteren. Soms ook om durven afwijken. Niets over jou, zonder jou laat horen hoe waardevol dat kan zijn. Wie luistert, hoort niet alleen verhalen over medezeggenschap, maar ervaart hoe het klinkt als het daadwerkelijk wordt geleefd.

https://nietsoverjouzonderjou.podbean.com/

Tekst Diane Drost-Jansen
Tekst Nienke Roelen Foto Evelien Gerrits

Binnen Reinier van Arkel zetten zo'n 300 vrijwilligers, van jong tot oud, zich elke dag met hart en ziel in voor cliënten. Een van hen is Tanny van de Ven. Al decennialang is zij een vertrouwd gezicht binnen de organisatie. Vrijwilligerscoördinator Marjan van Ree noemt haar zelfs 'een vrijwilliger waarvan we er wel honderd zouden willen'. Reinier ging met haar in gesprek over haar jarenlange betrokkenheid, bijzondere ontmoetingen en wat vrijwilligerswerk haar, en anderen, oplevert.

Tanny van de Ven is 75 jaar en woont in Vught. Haar betrokkenheid met Reinier van Arkel gaat ver terug. In 1970 startte ze als leerling-verpleegkundige op het toenmalige Voorburg. Na haar opleiding werkte ze vier jaar als leidinggevende op de afdeling Lucia. Daarna verhuisde ze en stopte ze met haar werk bij Reinier. Na een aantal jaar keerde ze terug bij Reinier van Arkel. Daar werkte ze onder andere in de sociowoningen, kleinschalige woonvormen voor mensen met een langdurige psychische aandoening en ondersteunde ze bewoners bij hun dagelijkse leven.

Haar weg naar vrijwilligerswerk vinden

Rond 2010 stopte Tanny met haar baan, omdat haar man ziek werd. Ze wilde die periode bewust samen met hem doormaken, maar ook iets voor anderen blijven betekenen. Door haar lange loopbaan bij Reinier was de stap naar vrijwilligerswerk binnen de organisatie klein. Ze kende de cliënten, de cultuur en het terrein al goed.

In haar huidige rol is Tanny onder andere betrokken bij de zondagse kerkvieringen. Daar is ze een vertrouwd gezicht. Ze haalt cliënten op, begeleidt hen terug én neemt de tijd om samen een kop koffie te drinken. Ook helpt ze bij de Verwenzorg, waar extra aandacht en kleine verwenmomenten centraal staan, zoals uitstapjes of activiteiten naast de dagelijkse zorg.

Daarnaast geeft Tanny met veel plezier rondleidingen op het terrein. Ze vertelt bezoekers graag over de geschiedenis, de natuur en de bijzondere gebouwen die er staan. Door deze verschillende activiteiten blijft ze dicht bij de cliënten en bij de plek waar zij zich al zo lang thuis voelt.

Ook buiten Reinier werkt ze als vrijwilliger. Ze helpt bijvoorbeeld bij Nationaal Monument Kamp Vught en Amnesty International. Ook is ze taalmaatje voor vluchtelingen. Vrijwilligerswerk speelt een grote rol in haar dagelijks leven. "Het gaat om mensen die het minder goed getroffen hebben dan ik", zegt ze. "Mijn ouders leerden mij altijd om solidair te zijn en anderen te helpen die het moeilijker hebben dan ik."

Bijzondere verhalen en ontmoetingen Wat Tanny het meest raakt, zijn de contacten met cliënten. Door de jaren heen heeft ze veel mensen ontmoet en zijn er bijzondere relaties ontstaan. De herkenning en het vertrouwen die daarbij ontstaan, betekenen veel voor haar.

Ze vertelt over cliënten die blij zijn als ze haar zien, naar haar toekomen voor een praatje of haar vragen om samen een kopje koffie te drinken. Deze kleine momenten laten zien dat haar aanwezigheid er echt toe doet. Vooral de chronisch psychiatrische cliënt heeft daarbij een speciale plek in haar hart. "Die doelgroep zit echt in mijn hart, daar heb ik echt een zwak voor", zegt ze.

Ook in haar vrijwilligerswerk als taalmaatje voor vluchtelingen ontstaan bijzondere relaties. Ze helpt bij de taal en bij praktische zaken. Soms ondersteunt ze ook bij spannende of belangrijke momenten. Bij een van haar taalmaatjes is ze zelfs getuige geweest op de bruiloft. Zulke ervaringen laten zien hoe vrijwilligerswerk kan uitgroeien tot een sterke band die wederzijds veel betekent.

Vrijwilligerswerk geeft veel terug. Je legt nieuwe contacten en ziet meteen wat je inzet betekent, soms al in een lach, een bedankje of een hand op je arm. Voor Tanny levert dat een gevoel van zingeving en verdieping op, dat lastig in woorden te beschrijven is. Daardoor is vrijwilligerswerk voor haar geen losse bezigheid, maar een belangrijk onderdeel van haar leven.

Motiveren en inspireren om vrijwilliger te worden

Met haar verhaal laat Tanny goed zien hoe waardevol vrijwilligerswerk kan zijn, voor cliënten, voor de organisatie en voor jezelf. Ze wil anderen dan ook graag aanmoedigen om de stap te zetten en vrijwilliger te worden.

Ze hoeft niet lang na te denken wat ze tegen mensen zegt die twijfelen over vrijwilligerswerk. "Doen!" is haar eerste reactie. Meteen voegt ze daaraantoe: "Er is wel één heel groot verschil tussen vrijwillig en vrijblijvend. Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend. Als je ja zegt, moet je ook ja doen en doe het dan met hart en ziel." Daarmee bedoelt ze dat mensen op je rekenen. Juist bij mensen die kwetsbaar zijn, is het belangrijk dat je betrouwbaar en betrokken bent en blijft. Voor Tanny staat dus vast dat vrijwilligerswerk geen eenrichtingsverkeer is. "Waar je energie kunt geven, kun je ook energie ontvangen. Je krijgt er onvoorstelbaar veel voor terug."

Word jij onze nieuwe vrijwilliger?

Tanny hoopt dat ze nog een lange tijd gezond en fit genoeg blijft om haar vrijwilligerswerk te blijven doen. Ze weet namelijk dat dit niet vanzelfsprekend is en is daarom dankbaar dat ze het nu nog allemaal kan.

Met haar lange verbondenheid aan Reinier, haar betrokkenheid bij cliënten en haar brede inzet is Tanny een inspirerend voorbeeld van wat vrijwilligerswerk kan betekenen. Haar verhaal laat zien hoeveel impact één vrijwilliger kan hebben en hoeveel voldoening dat geeft. Binnen Reinier van Arkel zijn er talloze mogelijkheden om met jouw tijd, talent en aandacht iets te betekenen voor een ander. Of je nu graag wandelt, creatief bezig bent, praktisch ondersteunt of een-op-een-contact waardeert: er is altijd een plek waar jij het verschil kunt maken.

Wil jij ontdekken waar jouw kracht ligt? Meld je aan als vrijwilliger en ervaar zelf hoeveel je terugkrijgt. Stuur een mail naar vrijwilligerswerk@reiniervanarkel.nl

Ik moet het nog verwerken

Maar hoe dan?

We kennen allemaal die zin: "Ik moet het nog even verwerken". Maar wat betekent dat nu echt? Elisa van Ee, hoogleraar psychotraumatologie en klinisch psycholoog, geeft in haar nieuwste boek een antwoord dat niet alleen helder is, maar ook hoopvol. Ze laat zien dat verwerken geen kwestie is van wachten tot de tijd zijn werk doet, maar een actief proces waarin we zelf keuzes maken. Hoe we omgaan met pijnlijke ervaringen bepaalt niet alleen hoe we verder leven, maar ook wie we worden.

Dit boek is geen standaard zelfhulpboek, maar een inspirerende mix van wetenschap, filosofie en persoonlijke verhalen. Van Ee put uit psychotherapie, traumabehandeling en filosofische reflecties, maar schrijft in begrijpelijk taal. Freud en Spinoza komen voorbij, net als actuele traumatherapieën zoals EMDR en cognitieve gedragstherapie. Zo legt ze bijvoorbeeld uit hoe EMDR werkt: door een pijnlijke herinnering op te roepen terwijl het werkgeheugen wordt belast, ontstaat ruimte voor nieuwe associaties en perspectieven. Filosofen als Rilke en Viktor Frankl geven het boek een extra laag die uitnodigt tot nadenken over de zin van lijden en de kracht van betekenis.

Naast de theoretische basis biedt het boek praktische handvatten. Van Ee neemt ons mee langs de bouwstenen van verwerking: stilstaan bij wat er is gebeurd, emoties toelaten in plaats van vermijden, betekenis geven aan wat ons overkomt en verbinding zoeken. Schrijven, praten en luisteren kunnen helend zijn, mits we voorbij oppervlakkige gesprekken durven gaan. Ook schuld,

schaamte en ambigu verlies krijgen aandacht. Het hoofdstuk over vergeving is een van de krachtigste: niet als goedkope oplossing, maar als bevrijdende daad die ruimte schept voor een nieuw begin.

Wat dit boek bijzonder maakt, is de menselijke toon. Van Ee verweeft haar eigen ervaringen met verlies met wetenschappelijke inzichten, waardoor het boek warmte en authenticiteit uitstraalt. Ze schrijft eerlijk over machteloosheid en schaamte, en laat zien hoe kwetsbaarheid een bron van kracht kan worden. Een aangrijpend voorbeeld is het hoofdstuk waarin ze naast het bed van haar stervende moeder stond, zoekend naar woorden die troost konden bieden. Zulke passages raken, zonder sentimenteel te worden, en nodigen uit tot reflectie: Hoe zou ik zelf reageren in zo'n situatie?

Voor professionals biedt het boek herkenning: de worsteling tussen nabijheid en afstand, tussen empathie en eigen grenzen. Maar ook voor wie niet in de zorg werkt, biedt het inzichten die raken aan universele vragen: Hoe leef je

met verlies? Hoe vind je betekenis in wat je niet kunt veranderen? Van Ee laat zien dat verwerking niet betekent dat pijn verdwijnt, maar dat we leren ermee te leven zonder dat het ons verlamt. Pijn is niet alleen een wond, maar ook een bron van wijsheid en verbinding.

Mijn oordeel? Ik moet het nog even verwerken is geen handleiding, maar een reis. Een reis die je soms confronteert, soms troost, en altijd uitnodigt om eerlijk naar jezelf te kijken. Het vraagt tijd, maar wie die tijd neemt, krijgt er veel voor terug: inzicht, hoop en inspiratie.

Elisa van Ee | Ik moet het nog even verwerken - Maar hoe dan? | ISBN 9789044659603 | Paperback | 216 pagina s | Uitgeverij Prometheus | november 2025

Biografie

Prof. Dr. Elisa van Ee is bijzonder hoogleraar psychotraumatologie in ontwikkelingsperspectief aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit en plaatsvervangend hoofdopleider bij het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog, psychotherapeut en systeemtherapeut bij het Psychotraumacentrum Zuid Nederland, onderdeel van Reinier van Arkel, waar zij wetenschappelijk onderzoek combineert met de praktijk. Haar onderzoek richt zich op trauma en herstel binnen gezinnen, zoals vluchtelingengezinnen en moeders van kinderen geboren uit seksueel geweld. Van Ee ontwikkelt een integratief perspectief op trauma, waarin individuele, gezins- en maatschappelijke factoren samen bepalen hoe klachten ontstaan of oplossen. Ze publiceerde internationaal en schreef eerder het boek Mag ik bij jou? Omgaan met trauma, waarin ze de rol van naasten en sociale steun bij herstel benadrukte voor een breed publiek.

Een pas voor iedereen in Den Bosch

De stad zit vol mogelijkheden, maar niet iedereen komt er vanzelf. Daarom is er de Bossche Pas: een nieuw initiatief van de gemeente ’s-Hertogenbosch dat inwoners uitnodigt om eropuit te gaan. Met korting of soms gratis. Dichtbij huis, in de eigen wijk of juist ergens anders in de gemeente. Sport, cultuur, horeca of een uitje: het aanbod is breed en wisselt voortdurend.

De Bossche Pas is er voor iedereen. Jong of oud, alleen of met gezin. Wie de pas koopt, kan het hele jaar gebruikmaken van acties bij musea, theaters, sportlocaties, cafés en andere plekken in de stad en dorpen. De pas werkt eenvoudig: je kiest een actie, laat de pas of QR-code scannen en profiteert direct van het voordeel.

Voor sommige inwoners heeft de Bossche Pas extra betekenis. Inwoners met een lager inkomen kunnen de pas gratis krijgen en ontvangen een tegoed om te besteden aan activiteiten in de gemeente. Ook mantelzorgers krijgen een bijzondere plek. Wie als mantelzorger geregistreerd staat bij Farent kan kiezen voor een gratis Bossche Pas als jaarlijkse waardering. Daarmee ontstaat ruimte om zelf even op pad te gaan, alleen of samen, en iets te doen dat ontspant of inspireert.

De Bossche Pas is geen grote belofte, maar een praktische uitnodiging. Om vaker ja te zeggen tegen wat de stad te bieden heeft. Om nieuwe plekken te ontdekken. En om te laten zien dat meedoen in Den Bosch voor iedereen mogelijk is. www.bosschepas.nl

In je bol, voor iedereen tussen 16 en 27 jaar

Injebol.nl is een laagdrempelig online platform dat jongeren tussen de 16 en 27 jaar ondersteunt bij hun mentale gezondheid. Het platform fungeert als een betrouwbaar startpunt voor iedereen die zich gestrest, overweldigd, somber of onzeker voelt. Op de website vinden jongeren duidelijke en begrijpelijke informatie over uiteenlopende thema’s zoals stress, relaties, zelfbeeld, eenzaamheid, rouw en prestatiedruk. Daarnaast biedt In je bol praktische tips, oefeningen en tools waarmee jongeren direct zelf aan de slag kunnen om beter in hun vel te komen.

Een belangrijk onderdeel van het platform is de mogelijkheid om anoniem te chatten of te bellen met getrainde vrijwilligers. Deze ondersteuning is gratis en vertrouwelijk; persoonlijke gegevens zoals IP-adressen en telefoonnummers worden versleuteld. De gesprekken zijn bedoeld om een luisterend oor te bieden en jongeren te helpen hun gedachten te ordenen wanneer hun hoofd ‘te vol’ zit.

Injebol.nl is ontwikkeld door zeven samenwerkende organisaties, waaronder De Kindertelefoon, MIND Us, MIND, 113 Zelfmoordpreventie, Join Us, Transformers Community en @ease. Het platform biedt naast informatie ook een online community, ervaringsverhalen en een ‘Save Space’ waarin gebruikers hun favoriete content kunnen bewaren. Zo helpt In je bol jongeren niet alleen om passende hulp te vinden, maar ook om herkenning, steun en overzicht te ervaren in een periode vol uitdagingen. www.injebol.nl

Vertel ik het wel of vertel ik het niet?

Twijfel je of je open wilt zijn over je psychische kwetsbaarheid? Je bent niet de enige. Openheid is persoonlijk en roept vaak vragen op: wat deel je, met wie en op welk moment? Het online boek Vertel ik het wel of vertel ik het niet? nodigt je uit om daar op een rustige en veilige manier bij stil te staan.

In deze toegankelijke handreiking vind je herkenbare situaties, heldere uitleg en praktische hulpmiddelen die je helpen bij het maken van je eigen keuzes. Met tips, vaardigheden en werkbladen krijg je inzicht in wat voor jou werkt en wat je nodig hebt om het gesprek aan te gaan – op jouw manier en in jouw tempo. Download de pdf:

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook