














![]()















Tekst & Redactie
Amber van Laar
Annemarie Bouwmeester
Anita Pepping
Demi van der Mei
Hanneke Aaftink
Marieke Pross
Mindy Strampel
Ronny Veldhuis
Stef Meilink
Sandra Stevens
Wieke van der Zee
Vormgeving
André Heetkamp
Inge Folkert-Hegteler
Rachèl Kok
Rik Dalhuisen
suggesties en/of verbeteringen: info@halloholten.nl
Disclaimer/meer informatie: www.halloholten.nl
Online






Kasten op maat | Vloeren | Binnen- en buitendeuren | Binnen- en buiten
zonwering | Horren | Traprenovatie | Veilig wonen | Besparend wonen
Mooi wonen | Buiten wonen | Zelfstandig wonen | Zorgeloos wonen
Hubo Holten
Aaltinksweg 16 - 7451 DX Holten Tel: 0548 - 364050
Email: holten@hubo.nl - decorette.holten@hubo.nl
Openingstijden: Ma-vr 08.30 - 18.00 Za 08.30 - 17.00
Het zonnetje laat zich steeds vaker zien en de vakantiekriebels beginnen te komen.
Toch ontbreekt er nog één ding om het zomerse plaatje compleet te maken: een nieuwe editie van Hallo Holten.
Ons team is de afgelopen maanden weer druk bezig geweest om een editie samen te stellen vol mooie verhalen, bijzondere ontmoetingen en nieuws uit Holten. Zo heb jij deze zomer weer genoeg leesvoer om van te genieten.
Dus ontspan, schenk iets lekkers voor jezelf in en zoek een fijn plekje in de tuin, op het balkon of aan het zwembad. Wij wensen je alvast veel leesplezier!
Voor de twaalfde editie verzamelden we bijzondere verhalen over mensen, unieke initiatieven en andere zaken die een podium verdienen. Dit alles is mogelijk door onze donateurs, adverteerders en door de Holtenaren die elke editie weer leuke onderwerpen aandragen. Bedankt daarvoor!
In deze editie lees je over Holten, het dorp waar: inwoners zich dagelijks met passie inzetten binnen de muren van het Deventer Ziekenhuis in Dorpstuin Het Sportdal de eerste groenten langzaam tot bloei komen
… prachtige kunstwerken uit hout ontstaan
… een wel heel herkenbare lesauto door de straten rijdt een oude boerderij is getransformeerd tot een prachtig landhuis
… een spetterende vereniging haar 60-jarig jubileum viert
We wensen je een mooie zomer toe en hopen dat je weer geniet van de verhalen in deze Hallo Holten. Heb je tips of suggesties voor het volgende nummer? Wij horen het graag! Neem contact met ons op via info@halloholten.nl. Uiteraard ben je ook van harte welkom om bij één van onze bedrijven binnen te lopen.
Dag Holten, tot in december!



Meer
Hallo Holten?
Volg ons via social media voor exclusieve foto’s van onze dorpsgenoten en nieuwtjes over de volgende editie.
/halloholten
/halloholten
Hallo Holten is een initiatief van André Heetkamp (Reclamemakers Holten), Hanneke Aaftink (Door Communicatie) en Jennita Stegeman (Karakter Fotografie). Het is een cadeau aan Holten. Een magazine dat we twee keer per jaar uitbrengen. Waarmee we de kracht en schoonheid van het dorp waar we wonen onder de aandacht willen brengen. En mensen een podium geven; gewoon omdat ze dat verdienen. En omdat het verhalen zijn die jij als Holtenaar niet wil missen!
Ben je enthousiast over dit magazine? En wil je graag dat we hiermee doorgaan? Dan kun je ons helpen door geld te doneren voor de productie van het volgende nummer (IBAN NL10 ABNA 0886 8241 41). Je bepaalt uiteraard zelf wat deze editie je waard is. Heb je een bedrijf? Dan kun je ook adverteren. Vraag ons gerust naar de mogelijkheden.
Alvast hartelijk dank!

Hallo André Heetkamp en Rik Dalhuisen
Woensdag 1 april 2026 was een bijzondere dag voor Reclamemakers: oprichter André Heetkamp droeg het stokje over aan Rik Dalhuisen. In een gesprek dat moeiteloos schakelt tussen serieus vakmanschap en anekdotes uit de oude doos, blikken ze terug op twintig jaar Reclamemakers: van het eerste idee tot het bedrijf dat het nu is. Een nuchter creatief bureau met een mentaliteit van aanpakken.
- Door Demi van der Mei | Fotografie Jennita Stegeman
De basis werd al vroeg gelegd. André: “Mijn vader was drukker bij Drukkerij Veldhuis. Daar kwam ik als klein kereltje heel vaak. Ook thuis waren mijn ouders vaak bezig met drukwerk: vergaderen, lijmen en regelen. Het kon eigenlijk niet anders dan dat ik in het grafische vak terecht zou komen.” Hij koos dan ook voor een grafische MBO-opleiding in Zwolle. Daar werd nog volledig analoog gewerkt, maar de digitalisering diende zich snel aan. “In 1987 begon ik te werken met de computer, een Apple. Dat werd nooit meer anders”, vertelt André.
Een strak ondernemersplan; dat was er nog niet. Zijn verhaal begint heel ergens anders: in de feestcommissie van het Dijkerhoeksfeest. “Toen ik in de feestcommissie zat, was ik verantwoordelijk voor het programmaboekje. Vanuit die rol ontstond de vraag: moeten we vanuit het Dijkerhoeksfeest niet gaan adverteren in de Fienpreuver?” In 2003 stond hij voor deze advertentie bij Jan Rozendom aan de deur. “In zijn kantoor stond ook zo’n grote Apple-computer. Daar werkte ik zelf ook al mee, maar die had ik daar niet verwacht. Toen dacht ik: ‘Die doet dus ook echt serieus werk’.”
Het pand op de hoek
Jan en André besloten samen een bedrijf te starten. André: “Zo ontstond Reclamemakers, letterlijk achterin een mooi bijgebouw aan de Rietmolenstraat 8.” Vanaf 1 april 2006 gingen ze er vol voor. De eerste opdrachten kwamen meteen binnen: van catalogi tot advertenties. Alles werd vanaf nul opgebouwd
en stap voor stap kreeg het bedrijf meer voet aan de grond in Holten. Jan besloot op een gegeven moment uit het bedrijf te stappen, maar André ging vol energie door. Ook buiten het werk om werd Reclamemakers bekender. André lacht: “Toen ik Prins Carnaval werd, wist ineens iedereen wie ik was. Dat heeft zeker geholpen.” In 2014 verhuisde het bedrijf naar het huidige pand op de hoek bij de rotonde aan de Stationsweg. Een nieuw pand dat uitgroeide tot een herkenbare plek in Holten.
Projecten met een verhaal
Wat Reclamemakers volgens André kenmerkt, is de breedte van het werk. “We doen eigenlijk alles: van logo en huisstijl tot websites en magazines.” Sommige projecten springen er voor hem uit, zoals het magazine voor FC Twente: “Hoe bijzonder is het dat je voor ‘jouw’ club werkt?”
Minstens zo belangrijk zijn de lokale opdrachten. André noemt Hallo Holten als voorbeeld: “Het idee was om een magazine te maken om te laten zien wat er allemaal in het dorp gebeurt. Dat is uiteindelijk echt iets geworden dat leeft”, vertelt hij. Opvallend was ook de timing: de eerste editie viel bij ingang van de tweede lockdown, in december 2020, op de mat. Hierdoor hadden mensen veel tijd over. Een jaar later verscheen de derde editie precies in zo’n zelfde periode. “De timing kon bijna niet beter; een geluk bij een ongeluk”, zegt hij lachend. “Ik ben trots dat zo’n lokaal idee is uitgegroeid tot iets dat echt blijft leven en waar nog steeds met veel plezier aan wordt gewerkt.”


Wij zijn door bovenstaande merken erkend om met originele apparatuur te mogen werken voor onderhoud, reparatie, coulance en software inladen.
100% behoud fabrieksgarantie





APK Onderhoud Reparatie Aanpassingen opbouw Spotrepair Schadeherstel
Leverancier en service steunpunt Alko chassis en camper / caravan opbouwsystemen





We werken hard, maar er wordt ook gelachen
Sommige ideeën blijven niet op de plank liggen, maar gaan letterlijk de straat op. Zo lanceerde Reclamemakers ooit een ‘bom’campagne in Holten. André: “We hebben toen een bom laten vallen in Holten. Geen echte natuurlijk, maar een creatieve actie waarbij BOM stond voor Bedenkt, Ontwerpt, Maakt. Het zorgde voor flink wat gesprekken in het dorp.”
Van samenwerken naar samen ondernemen
André en Rik kennen elkaar eigenlijk al zo’n dertig jaar, al was dat lange tijd vanuit verschillende werelden. Pas later kwamen hun vakgebieden echt samen. Rik komt uit de audiovisuele hoek en werkte aan televisieproducties, regie en bedrijfsvideo’s. Na het overlijden van zijn zakenpartner ging hij zelfstandig verder en gaf hij les in zijn vak. Gaandeweg groeit de overlap in hun werk. “Video en grafisch ontwerp lopen steeds vaker in elkaar over”, zegt Rik. “We merkten dat het logisch werd om elkaar te versterken. Ik kon mijn klanten doorgeven aan André en andersom.”
Voor André speelt ondertussen nog iets mee: het moment van overdracht. “Ik wilde het bedrijf twintig jaar laten bestaan en dan de cirkel rond maken”, zegt hij. “En dat moment is nu daar.” Op 1 april werd de overdracht officieel vastgelegd en gevierd met het team, relaties, vrienden en familie. “Een mooi moment om samen stil te staan bij wat er staat”, zegt André.
Een team dat het draagt
Waar het ooit klein begon, is Reclamemakers uitgegroeid tot een mooi team en een vaste klantenkring. “Er wordt
hard gewerkt”, zegt André, “maar er wordt ook zeker gelachen.” Zo zijn er spelletjescompetities en kleine tradities. Rik vertelt: “We hadden een tijdlang een sjoelcompetitie, met een ranglijst waar ik zelf niet op te vinden was. Rachèl wint eigenlijk altijd.” Hij lacht: “George van Altamura kwam hier een keer binnen en had nog nooit gesjoeld, maar deed gewoon mee.”
Die sfeer zie je ook terug in hoe het bedrijf werkt. Iedereen is welkom: van grote opdrachtgevers tot iemand uit het dorp die ‘even een spandoek nodig heeft’. Rik: “Het wordt hier gemaakt door mensen. Reclamemakers moet een plek zijn waar je gewoon binnenloopt.” Die houding maakt volgens hem het verschil: groot genoeg om serieuze projecten aan te kunnen, klein genoeg om benaderbaar te blijven.
Een nieuw hoofdstuk
Met de overdracht veranderen er dingen, maar de vertrouwde basis blijft. Voor Rik ligt de toekomst open: “Ik wil voortbouwen op de stevige basis en tegelijk ruimte houden voor nieuwe ontwikkelingen zoals AI en digitale media.” André blijft op de achtergrond betrokken. “Het voelt als een afgerond hoofdstuk”, zegt hij. “Maar niet als een gesloten deur.”
Wat voor hen allebei belangrijk is, is dat de cultuur behouden blijft: de manier van werken, de sfeer en vooral de toegankelijkheid. Rik sluit af: “Ik hoop vooral dat Reclamemakers blijft zoals het is: een bureau waar je binnenloopt met een idee, maar net zo goed met een vraag of een grap. Waar hard gewerkt wordt en ruimte is voor gekke ideeën.”
Hallo Edwin de Groot en Marieke Dollekamp
Ergens tussen het Oosten en Amsterdam, tussen repetities en optredens door, ontstaat iets wat niets met muziek te maken lijkt te hebben. En er tegelijkertijd alles mee te maken heeft. Edwin de Groot en Marieke Dollekamp spelen sinds 2014 allebei in de band van Marco Borsato. Ze komen uit dezelfde regio en rijden daarom vaak samen. Wat begint als een praktische oplossing, werd langzaam de plek waar ze elkaar, tussen gesprekken en stiltes door, echt leren kennen.

In 2014 kwamen ze allebei terecht in de band van Marco Borsato, waar ze elkaar voor het eerst echt leerden kennen. Voor Marieke begon het met een telefoontje van manager Kiki, die haar vroeg als achtergrondzangeres na enkele wisselingen in de band. Het was een kans die ze meteen aangreep. “Ik sprong een gat in de lucht”, vertelt ze. “En ik dacht dat het maar om één tour zou gaan.” Maar die ene tour groeide uiteindelijk uit tot een vaste plek in de band.
Wat Marieke en Edwin vanaf het begin verbond, was niet alleen de muziek, maar ook hun achtergrond. Ze komen allebei uit het oosten van het land en delen een nuchtere manier van denken. “Het voelde gewoon vertrouwd”, zegt Edwin. In de auto ontstonden gesprekken die nergens naartoe hoefden, maar gaandeweg steeds persoonlijker werden. Ze herinneren zich nog goed dat ze in de auto zaten en op het punt stonden om de file in te rijden. “Zullen we anders eerst wat eten?”, stelde Marieke voor. Ze stopten bij een restaurantje langs de weg. Niets bijzonders, maar wel een moment dat later het begin van hun liefde bleek te zijn. Edwin heeft de foto van die middag nog steeds. “Dat was eigenlijk ons eerste etentje samen”, vertelt hij. “Zonder dat we dat zelf toen zo zagen.”
The Voice of Holland
Nog vóór haar tijd in de band van Marco Borsato deed Marieke in 2011 mee aan The Voice of Holland. Alle stoelen draaiden om en ze koos voor Marco Borsato als coach. Ze bereikte de kwartfinale. Achteraf kijkt ze daar met verwondering op terug. “Soms denk ik: hoe heb ik dat ooit gedurfd? Toen keken er drie miljoen mensen naar het programma. Het was heel populair.” Tegelijkertijd merkte ze dat er meer bij kwam kijken dan alleen zingen. “Het was een heel spektakel”, zegt ze. “Het is televisie. Dus ik moest ineens interviews doen, maar daar ben ik helemaal geen type voor.” Toch was die periode een belangrijk keerpunt in haar carrière. Ze kwam in een nieuw netwerk terecht en werkte ineens met gevestigde artiesten in Nederland. Daarmee veranderde ook haar rol als zangeres. “Voor die tijd zong ik in coverbands en was ik leadzangeres”, vertelt ze. “Ik verruilde deze rol voor koorzangeres en daar voel ik me heel prettig bij.”
Optreden in Curaçao
Voor Edwin liep de route anders. Hij zat al langer in de muziek, speelde met verschillende artiesten en kende daardoor al mensen uit de band van Marco Borsato. In het begin zong hij vooral achtergrondzang en speelde hij gitaar. “Ik deed eigenlijk van alles”, zegt hij. “Zingen, gitaar of gewoon wat nodig was.”
Rond dezelfde periode kwamen Edwin en Marieke allebei nieuw in de band. Nog geen maand later vertrokken ze samen naar Curaçao. Tijdens deze reis ontstond voor Edwin een nieuwe kans toen de bassist wegviel. “Marco vroeg of ik het op de bas wilde proberen”, herinnert hij zich. Tijdens die reis stond hij voor het eerst als bassist op het podium. Het begin van een nieuwe rol binnen de band.

Die reis bleek niet alleen muzikaal belangrijk, maar ook een persoonlijk keerpunt. Er ging ook familie mee, onder wie de moeder van Marieke en de achternicht van Edwin, wat zorgde voor een andere sfeer dan tijdens een normale tour. “We traden eigenlijk maar één keer op”, zegt Marieke. “De rest van de tijd waren we samen.” Edwin en Marieke trokken veel met elkaar op en leerden elkaar zo op een andere manier kennen. “Daar is de vonk echt overgeslagen”, vertelt Marieke.
Achter de schermen
Naast het werk in de band ontwikkelden ze zich allebei verder. Edwin groeide uit tot producer en werkt met verschillende artiesten. “Ik produceer gewoon muziek voor artiesten”, zegt hij nuchter. Zo werkte hij onder andere voor Yves Berendse, voor wie hij samen met Justin Pieplenbosch het album ‘Terug In De Tijd’ produceerde. “Ik heb de nummers niet geschreven, maar wel geproduceerd”, legt hij uit. Dat was de doorbraak waarmee hij de stap van regionaal naar landelijk maakte.
Daarnaast werkte hij onder andere samen met Edwin van Hoevelaak en Jeroen van der Boom. Ook is hij samen met Justin Pieplenbosch betrokken bij nieuwe producties voor Tino Martin. “Nu werk ik meer thuis”, vertelt hij. “Dat is in onze situatie ook gewoon fijn, met een kind en een hond.”
Beste Zangers
Edwin is als muzikant verbonden aan het televisieprogramma Beste Zangers, waar hij onderdeel uitmaakt van de vaste band. “Ik heb de afgelopen week weer repetities gehad”, vertelt hij.
“Heel gezellig, maar ook intens, want ik had daarvoor ook al een drukke periode.” Tijdens zo’n repetitieweek gebeurt er van alles:
We geven lokale ondernemers de kans om op deze manier in ons magazine te schitteren. Zij steunen Hallo Holten met een jaarlijkse bijdrage van 150 euro en krijgen daarvoor een mooie plek op deze pagina. Deze Vriendenpagina is ontstaan uit de positieve reacties vanuit ondernemend Holten op onze enquête. Dankzij de bijdrage van deze ondernemers kunnen wij verhalen blijven delen uit ons prachtige dorp. Wil jij ook met je logo op deze Vriendenpagina staan in de komende edities van Hallo Holten en zo bijdragen aan ons mooie magazine? Word dan ook Vriend van Hallo Holten! Stuur voor meer informatie een mailtje naar: info@halloholten.nl.




nummers worden aangepast, soms in een andere toonsoort gezet of in een nieuw arrangement gegoten. “Dingen veranderen nog wel eens tijdens de repetities”, legt hij uit. “Dan moet je je aanpassen. De kern van de band bestaat echt uit hele goede muzikanten”, zegt Edwin. “Ze spelen bladmuziek zo weg.” Of als een nummer ineens in een andere stijl moet, dat maakt volgens hem weinig uit. “Het klinkt gewoon goed als je met hen werkt.”
Thuis in de oude houtzagerij Hun leven speelt zich inmiddels grotendeels af in Dijkerhoek, een plek waar ze zich helemaal thuis voelen. Edwin geniet van de rust: “Ik vind het hier bijzonder prettig. Het is een fijne plek om te wonen.” De weg naar hun huidige woning was een toevalstreffer. Edwin werkte destijds in de studio bij Edwin van Hoevelaak, wiens broer Coen hem tipte over een huis dat te koop stond. “Het bleek iets heel anders te zijn: een oude houtzagerij”, vertelt Edwin. “Er stonden grote werkplaatsen en schuren om het huis heen.” In het begin was de schoonheid van de plek nog verscholen achter de bebouwing. “Ik zag het uitzicht eerst niet eens, want er stond een grote schuur voor. Maar toen die schuur verdwenen was, zag je ineens hoe de straat verder loopt over de landerijen.”
In de verbouwde zagerij richtte Edwin zijn studio in. Sinds de coronaperiode is hij minder gaan optreden en meer thuis gaan produceren. “Je moet op de één of andere manier toch de schoorsteen laten roken”, zegt hij. “We hebben geen zonnepanelen”, voegt hij er lachend aan toe. De ongedwongen sfeer trekt ook muzikanten van ver buiten de regio aan. “Ik heb ook jongens uit België die hun muziek hier komen opnemen. Die voelen zich hier op vakantie.”
Thuis is er volop leven, mede dankzij hun puppy Frits. Nadat ze afscheid moesten nemen van hun vorige hond, wist Marieke precies wat ze zocht toen ze in Diepenheim bij een nestje ging kijken. De keuze viel op Frits, een kruising met onder andere Vizsla, Duitse Staande en Labrador. Marieke vertelt: “Eigenlijk moet je ook niet gaan kijken bij zo’n nestje, want dan ben je direct verkocht.”
De coronaperiode bracht rust in hun drukke agenda’s. Optredens vielen stil en er ontstond ruimte. Waar ze normaal vooral bezig waren met muziek voor anderen, konden ze nu iets voor zichzelf maken. “Dat idee bestond al langer”, vertelt Marieke. “Maar we maakten er nooit tijd voor.” Die tijd kwam er nu wel. Vanuit hun studio aan huis werkten ze aan eigen muziek. Edwin schreef het nummer en Marieke zong het in. Samen zochten ze naar een geluid dat echt bij hen paste. Het resultaat was de single ‘Stars in May’, die in 2021 verscheen. De reacties op Stars in May waren positief en het nummer kreeg onder meer aandacht op radio en online platforms, maar belangrijker nog: het bevestigde dat ze samen ook muzikaal een eigen verhaal kunnen vertellen. Inmiddels is het leven weer in beweging gekomen. Optredens gaan weer door, de studio draait en hun werk voor andere artiesten vraagt opnieuw de meeste tijd. Van het maken van nieuwe eigen muziek is het nog niet structureel gekomen. Niet uit gebrek aan ideeën, maar omdat de agenda zich weer vult, zoals voorheen.
En misschien past dat ook wel bij wie ze zijn. Geen artiesten die per se op de voorgrond willen staan, maar muzikanten die hun plek hebben gevonden. Op het podium, in de studio en thuis in Dijkerhoek.

Edwin Beldman en Arno Meijerman
- Door Marieke Pross | Fotografie Jennita Stegeman
Waar ooit koeien stonden die het ritme van het boerenleven bepaalden, staan tegenwoordig kampeermiddelen. In de voormalige stal van Edwin Beldman is het stil geworden. Als boer ‘van jongs af aan’ zette hij het boerenbedrijf van zijn ouders in 1999 voort. Hij was toen 26 jaar. Een periode van hard werken en groei volgde, zoals de investering in een grote nieuwe stal. Juist die stal kreeg eind 2021 een heel andere bestemming; namelijk die van camper- en caravanstalling. Het boerenbestaan zei hij vaarwel.
Hij vertelt waarom: “Natuurlijk zijn het ondernemerschap en de vrijheid die je als boer hebt erg mooi.” Hij lacht: “Ook ben ik een echte koeienliefhebber. Maar tegelijkertijd vergt het boeren veel. Je bent altijd druk, vaak zeven dagen in de week. Het moet echt op volle kracht gebeuren tussen je 25e en 40e.” Op een gegeven moment werd de toekomst bepalend. “Er was geen opvolging. Ook zaten er nog grote investeringen aan te komen. Je stelt jezelf de vraag: wil ik dit nog en voor wie doe ik het dan? Dan moet je een eerlijke keuze maken, en ik besloot de knoop door te hakken in 2021 en te stoppen.”
Het afscheid van ‘zijn’ koeien maakte indruk. Edwin: “Toen de koeien weggingen, ben ik er een paar dagen tussenuit geweest. Vervolgens ben ik zo’n driekwart jaar thuis geweest om alles rustig te laten bezinken. We kregen een nestje met jonge honden, daar had ik alle tijd voor.” In die periode ontstond een nieuw idee. Het ombouwen van de grote lege koeienstal naar een camper- en caravanstalling. Dat bleek daarvoor een uitstekende locatie te zijn. Ook kwamen er in de oude stal toch nog veertig stuks vleesvee.
Een succesvolle switch
Hij blikt terug: “De coronatijd was net begonnen. En kamperen was erg populair. Het liep meteen goed.” Dat is bijna vijf jaar later nog steeds zo. Edwin heeft ruim honderd stallingsplekken. “Mensen huren een plek voor een jaar. In het voorjaar komen de caravans eruit, in het najaar gaan ze weer terug. Piekmomenten zijn er rond Pasen, Hemelvaart en Pinksteren bijvoorbeeld, en verder loopt het wel het hele seizoen door.” Als boer ben je niet gewend om stil te zitten, dus voor Edwin betekende dit dat hij koos voor nóg een andere dagelijkse invulling. Hij ging aan de slag bij ForFarmers; dat bleek een schot in de roos.
Op z’n plek
Met zijn agrarische ervaring kent hij de wereld van de ‘boeren’ als geen ander. Edwin vertelt: “Ik werk daar in de meststoffen op de shovel en breng kleine orders of spoedbestellingen rond met de bus. Dat is vertrouwd werk voor mij.” Ook de mentaliteit is
onveranderd gebleven. “We gaan gerust een uurtje door als dat nodig is. Die aanpakkersmentaliteit zit er nog steeds in.”
Het verschil met vroeger? “Het is leuk om collega’s te hebben. Ik ga er echt met plezier naartoe. Bovendien is het werk seizoensgebonden”, zegt hij lachend. “Veel uren in een korte periode en dat geeft ook ruimte en flexibiliteit voor de rest van het jaar. Dus ook tijd voor leuke dingen.”


Stoppen met het boerenbestaan; een beslissing die je niet zomaar maakt. Het was voor Arno Meijerman iets waar hij lang over heeft nagedacht. Het betekende een afscheid van het leven dat hij van jongs af aan had gekend. Een afscheid van de koeien en een afscheid van het vertrouwde dagelijkse ritme. In 2023 beëindigde hij samen met zijn gezin de melkveeboerderij officieel. Maar waar de ene deur sloot, opende zich wel een andere. Inmiddels heeft deze switch hem veel gebracht; zijn nieuwe rol als docent Veehouderij past hem goed.
Arno blikt terug: “Het was een lastige beslissing. Ik heb mezelf eerlijk de vraag gesteld of dit de plek was waar we de boerderij nog 25 jaar zouden kunnen voortzetten. En dat was het simpelweg niet. We zouden veel te veel moeten investeren om mee te kunnen blijven draaien. We wonen op een plek aan de rand van Dijkerhoek, waar de verkaveling niet gunstig is. Er waren te veel koeien op te weinig grond. Geen ideale uitgangpositie voor de toekomst.” Hij besloot de regie in eigen hand te houden. In januari 2023 stopt hij definitief met het boerenbestaan. Met pijn in zijn hart gingen de koeien weg en werd een deel van de grond verkocht.
Nieuw begin
Na die beslissing werd Arno in diezelfde week getipt over een vacature als docent Melkveehouderij bij Landstede MBO Raalte. Een bijzonder mooi toeval. “Ik vond het altijd al leuk om kinderen rond te leiden op de boerderij en om erover te vertellen. Het was toevallig de school waar ik zelf ook les had vroeger.” Hij lacht: “Eerst was ik bang dat ze me met de hooivork weer de klas uit zouden sturen.” Maar het tegendeel bleek waar. Arno werd aangenomen en volgde daarna anderhalf jaar de PDG-opleiding; een zogenoemd leerwerktraject. “Ik ontwikkelde didactische vaardigheden, waaronder het effectief overbrengen van lesstof en het coachen van de studenten. Verder bewoog ik op 25 jaar boerderij-ervaring.” Dat werd gewaardeerd door de studenten. “Ik hoef ze geen kulverhaal op te hangen. Het is mooi dat ik het vanuit de praktijk kan vertellen.”
En net als het boerenbestaan, brengt ook het docentenleven genoeg dynamiek. “Elke dag beleef je wat anders. Daarnaast begeleid ik een vaste mentorklas, waar soms ook uitdagingen zijn.” Hij gaat verder: “Dus de werkdag is niet standaard om 16.30 uur afgelopen. Maar die twaalf weken vakantie zijn geen straf.”
Leven na het boerenbestaan Ook zijn vrouw Anneke heeft inmiddels haar (nieuwe) draai gevonden bij Speelboerderij Dondertman. Arno vat samen: “Het was een complete reset na een turbulente periode. Dan is het
heel waardevol dat je dat met zijn tweeën kunt delen. Anneke snapt dat als geen ander.” Ze wonen nog steeds op de boerderij. De plek waar zelfs weer een aantal vleeskoeien grazen. “Daar zijn we heel blij mee. Net als de boerderijwinkel die we nu, naast onze banen, aan huis hebben. Zo blijven we toch een beetje feeling houden met het boerenbedrijf.”

Hallo Roefeldag Holten
Voor veel kinderen in Holten is er één middag in het jaar waarop ze een inkijkje krijgen in de wereld van volwassenen. De zogenaamde Roefeldag. Leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool gaan op pad voor een bezoek aan bedrijven en organisaties in het dorp. Van bakker tot brandweer, van fietsenmaker tot fysiotherapeut: tijdens de Roefeldag ontdekken kinderen wat er allemaal gebeurt op de werkvloer in Holten.

- Door Amber van Laar | Fotografie Jennita Stegeman
De naam van het evenement klinkt misschien een beetje geheimzinnig, maar de betekenis is eigenlijk heel eenvoudig. ‘Roefelen’ is een Vlaams woord dat letterlijk ‘snuffelen’ of ‘ontdekken’ betekent. En dat is precies wat kinderen doen: rondkijken, vragen stellen en soms zelfs een beetje meehelpen met het werk. Zo ervaren ze hoe het is om winkelmedewerker, technicus of dierenarts te zijn. Het idee achter de Roefeldag ontstond begin jaren negentig in Vlaanderen. Sinds 1992 wordt het concept ook in Nederlandse plaatsen georganiseerd, vaak met behulp van lokale vrijwilligers en enthousiaste bedrijven. Ook in Holten is de Roefeldag inmiddels uitgegroeid tot een geliefde traditie.
Achter dit bijzondere evenement staat een groep betrokken vrijwilligers. Eén van hen is Ilse Tuijnder, die zich al jaren inzet voor de organisatie. Voor haar is de Roefeldag dé kans om kinderen kennis te laten maken met de bedrijven in hun eigen omgeving en met het werk dat daar dagelijks gebeurt. Dit jaar beleeft Ilse de Roefeldag vanuit twee kanten: als vrijwilliger én als moeder. Haar dochter Marit doet al een paar jaar mee en kijkt er ieder jaar weer naar uit om op roefelavontuur te gaan. En nu mag jongste dochter Elyn ook voor het eerst meedoen.
Een traditie die bijna verdween
Dat de Roefeldag vandaag de dag nog steeds bestaat, is niet vanzelfsprekend. Tijdens de coronaperiode lag het evenement drie jaar stil en viel het toenmalige comité uit elkaar. Uiteindelijk bleef er nog maar één vrijwilliger over. “Er moest echt iets gebeuren”, vertelt Ilse. “Daarom werd een oproep geplaatst in de lokale kranten om nieuwe comitéleden te vinden. Zonder nieuwe vrijwilligers zou de Roefeldag niet meer kunnen doorgaan.” Die oproep leverde verrassend veel reacties op. Uiteindelijk meldden zich elf mensen aan om te helpen. Daaruit ontstond een nieuw comité dat de Roefeldag in Holten weer op poten zette. Sinds 2023 wordt het evenement opnieuw georganiseerd door een enthousiast team van vrijwilligers in samenwerking met ViaVie Welzijn, die een ondersteunende rol vervult.
Snuffelen aan verschillende beroepen
De Roefeldag draait om ontdekken. Kinderen gaan in kleine groepjes langs verschillende bedrijven in Holten en krijgen daar een kijkje in het dagelijkse werk. Vaak blijft het niet bij alleen kijken. “We proberen altijd bedrijven te vinden waar kinderen ook iets kunnen doen”, vertelt Ilse. “Bijvoorbeeld een winkel, een houtbedrijf of de brandweer. Bedrijven geven eerst een korte uitleg over hun werk, waarna de kinderen zelf aan de slag gaan met een kleine opdracht.” Die combinatie van uitleg en praktijk werkt het beste. “Als je drie kwartier alleen maar vertelt, haken kinderen al snel af”, zegt Ilse. “Maar als ze daarna zelf iets mogen proberen, begrijpen ze veel beter wat het werk inhoudt.”
Sommige kinderen stellen zelfs al vragen over hun toekomst. “Ze vragen soms ook wat je nodig hebt om later te kunnen

werken”, zegt Ilse. “Bij de supermarkt horen ze dan bijvoorbeeld dat ze er ook een bijbaantje kunnen krijgen als ze vijftien of zestien zijn. Dat soort dingen inspireert kinderen.”
Een grote puzzel
Achter de schermen vraagt het organiseren van de Roefeldag behoorlijk wat voorbereiding. Het comité bestaat momenteel uit zes leden en het werk is verdeeld in twee groepen: één groep onderhoudt het contact met bedrijven, de andere groep houdt zich bezig met alles organiseren rondom de kinderen. Ilse hoort bij die laatste groep. Ze vertelt: “Wij regelen de brieven naar de scholen, de aanmeldingen en natuurlijk de indeling.” Dat indelen blijkt ieder jaar weer een flinke puzzel. Er doen namelijk ongeveer 160 kinderen mee. Kinderen mogen geen voorkeur aangeven voor een bedrijf, maar ze kunnen wel doorgeven waar ze eerder al zijn geweest. De organisatie houdt daar dan rekening mee. “Vooral bij groep 7 en 8 is het puzzelen. Een deel van de kinderen heeft al meerdere bedrijven bezocht, dus je moet goed kijken waar ze nog niet zijn geweest.” Soms kost het de organisatie meerdere avonden om alle groepjes goed in te delen.
“We werken met groepjes van vier tot zes kinderen per bedrijf”, legt Ilse uit. “En we proberen ze zoveel mogelijk per school of klas bij elkaar te houden.” De middag begint in het Kulturhus, waar de kinderen zich verzamelen. Daarna vertrekken ze met hun begeleiders naar de bedrijven in het dorp. De organisatie probeert de middag zo afwisselend mogelijk te maken.
De rijschool voor Holten en omgeving
Kies voor een rijschool met ervaring, persoonlijke aandacht en vertrouwen.
Altijd 1-op-1 les en mogelijkheid tot 1,5 uur rijlessen voor extra rust en resultaat.
Ervaren begeleiding Lessen in jouw tempo Persoonlijke aanpak
rijschoolholten@gmail.com
06 51 99 25 27 rijschoolholten.nl


Daarom bezoeken kinderen vaak twee compleet verschillende bedrijven. Ilse vertelt: “Soms sturen we kinderen juist naar een bedrijf waar ze zelf nooit aan gedacht zouden hebben. Dan worden ze echt verrast.” Zo kan een middag bijvoorbeeld beginnen in een winkel en eindigen bij een technisch bedrijf of een restaurant.
Het met elkaar doen
“Het lijkt misschien alsof alleen het comité het organiseert, maar eigenlijk zijn er heel veel mensen nodig om zo’n middag mogelijk te maken.” Die gezamenlijke inzet maakt de Roefeldag volgens Ilse juist zo bijzonder. Bedrijven vinden het vaak net zo leuk als de kinderen zelf. Sommige bedrijven doen al jaren mee en zijn inmiddels zelfs ‘Vriend van de Roefeldag’ geworden. Ilse legt uit: “Dankzij die bedrijven kunnen we de Roefeldag tegenwoordig gratis aanbieden aan de kinderen. Voorheen werd om een kleine bijdrage gevraagd.”
Op roefelavontuur
Voor Marit is de Roefeldag inmiddels een bekende traditie. Ze heeft al verschillende bedrijven bezocht zoals: Hoog Holten, Bakkerij Nijkamp, ‘t Klavertje, Bemei RVS Industrie, DACHSER en de dierenartspraktijk. “Bij Hoog Holten kregen we eerst een rondleiding met wat lekkers”, vertelt ze. “Daarna moesten we zelf tafels dekken, zoals ze dat in het restaurant doen. We leerden ook hoe je servetten moet vouwen. Na afloop kregen we een diploma mee naar huis.” Bij de dierenarts mochten ze knuffels ‘hechten’. “Dat was heel leuk”, zegt Marit. “Maar dierenarts wil ik later niet worden, want ik kan niet tegen bloed.” Als ze moet kiezen waar ze later zou willen werken, heeft ze wel een idee: “Bij Hoog Holten of bij ‘t Klavertje lijkt me wel leuk.”
Een middag om naar uit te kijken
Bijna de helft van de basisschoolleerlingen in Holten doet mee. “Als iedereen mee zou doen, hadden we als comité een probleem, want zoveel plekken hebben we niet.” Toch merkt Ilse dat de Roefeldag leeft in het dorp. Veel kinderen doen meerdere jaren mee en ouders die het vroeger zelf hebben meegemaakt, moedigen hun kinderen vaak extra aan om mee te doen. Volgens Ilse is het evenement dan ook voor iedereen een aanrader. “Het is gewoon een leuke middag. Even op pad, nieuwe dingen ontdekken en zien wat er allemaal gebeurt in je eigen dorp.”
De Roefeldag kan alleen bestaan dankzij enthousiaste vrijwilligers. Daarom is de organisatie altijd op zoek naar nieuwe mensen die willen helpen bij de voorbereiding en organisatie van deze bijzondere middag.
Lijkt het je leuk om mee te denken, bedrijven te benaderen of te helpen bij de indeling van de kinderen? De commissie vergadert een paar avonden per jaar en zorgt er samen voor dat ongeveer 160 kinderen een kijkje krijgen in de wereld van werk in hun eigen dorp.
Nieuwe vrijwilligers zijn van harte welkom!
Lijkt het je leuk om mee te helpen bij de organisatie van de Roefeldag? Neem dan contact op met Lesley Altena van ViaVie Welzijn via altena@viaviewelzijn.nl.
Hallo Bibliotheekkastjes
Wie kent ze niet: de bibliotheekkastjes. Even stilstaan, neuzen tussen de boeken of juist een exemplaar achterlaten voor een volgende lezer. Verspreid door het dorp en het buitengebied staan ze er in allerlei vormen en kleuren, maar met één overeenkomst: ze laten boeken van lezer tot lezer gaan. Achter elk kastje schuilt bovendien een eigen verhaal. Wie zijn de initiatiefnemers en wat maakt hun kastje bijzonder?

Het Trefpunt – Arjan Stevens
Arjan Stevens is voorzitter van Het Trefpunt in Espelo en ook beheerder van het bibliotheekkastje. “Het plaatsen van een grote inzamelcontainer voor oud papier was indirect de aanleiding voor het bibliotheekkastje”, vertelt hij. “Als buurthuis controleren we regelmatig de container om te checken of er geen gekke spullen in zitten. Een jaar geleden kwam mijn vader thuis met een doos vol prachtige boeken. Hij vond het zonde om die bij het oud papier te laten belanden en bedacht een aparte plek, zodat mensen de boeken vrij mee naar huis konden nemen.”
Gelijktijdig kwam er op het erf van huize Stevens een oude boekenkast vrij. “We dachten: laten we eens gaan knutselen en kijken wat er gebeurt”, vertelt Arjan. Zo gezegd, zo gedaan. De boekenkast werd opgeknapt, voorzien van een dakje met logo en kreeg een plek naast de inzamelcontainer. Arjan deed een oproep in Espelo: ‘Breng je oude boeken naar het kastje, dan wordt het goed gevuld.’ Een paar dagen later zat het bomvol.
Al snel werd duidelijk dat het kastje ook moet worden beheerd. “Mensen zijn super enthousiast. Elke week staan er nieuwe boeken in. Je kunt het zo gek niet bedenken: van catalogi voor geneeskundestudenten tot Duitse kookboeken”, lacht Arjan. “Daarom check ik wekelijks wat mooi is en wat weg kan. Zo blijft de focus op mooie leesboeken.”
De vele positieve reacties uit de buurt maken duidelijk dat het bibliotheekkastje eigenlijk al veel eerder een plek had mogen krijgen in Espelo.
- Door Demi van der Mei | Fotografie Jennita Stegeman

Zandvoortspad – Thea van Oostende
Wie graag rondom Holten wandelt of de voormalige route van het Pieterpad heeft gelopen, kent het kastje aan het Zandvoortspad vast. Bewoners Marco en Thea van Oostende verhuisden in 2024 naar Holten. Tijdens de bezichtiging viel hun oog meteen op het kastje dat er al stond. Voor leesfanaat
Thea leefde de wens voor een bibliotheekkastje al langer: “Ik vind het mooi als boeken blijven circuleren en niet ergens op zolder blijven liggen”, vertelt ze.
Toen ze eenmaal verhuisd waren, bleek het kastje echter verdwenen. Thea wist meteen wat haar te doen stond. “We hebben meteen een vervanger gezocht op Marktplaats”, zegt ze. Met hulp van de buurman werd het kastje weer op zijn vertrouwde plek langs het pad gezet. “De reacties waren meteen heel positief. ‘Wat leuk dat hij er weer is’, hoorden we vaak. Ook ouders vertellen dat hun kinderen het leuk vinden om even te snuffelen.”
Het kastje blijkt een plek waar mensen graag even pauzeren en uitrusten op het bankje dat voor de kast staat. “Soms zie je er wandelaars picknicken, een stukje lezen en daarna verder gaan richting het dorp”, vertelt Thea. Ook mensen die het Pieterpad ooit hebben gelopen, herkennen het kastje en maken er graag gebruik van.
Om het kastje netjes te houden, werpt Thea er dagelijks een blik in. “Ik kijk even of alles er goed bij staat en haal er zo nodig wat tussenuit.” Het aanbod is breed en verrassend. “Van magazines tot kinderboeken over verlies, oorlogsverhalen en bijzondere titels als ‘Hoe sms’t een Chinees?’ Er zit van alles tussen.”
Voor Thea draait het kastje om delen. “Op zolder stonden nog veel boeken die ik zelf niet meer las. Dan is het zonde om ze te laten verstoffen.” Door ze in het kastje te zetten, krijgen ze een nieuw leven. “Het kost niets, terwijl je er anderen echt blij mee maakt. En dat werkt aanstekelijk, want daar word ik zelf ook blij van.”

Larenseweg – Familie Mellor
Aan de Larenseweg staat een kastje dat bijna niet te missen is. Het is een drukke, doorgaande weg: auto’s rijden af en aan en ook veel schoolgaande kinderen komen er langs. Die levendigheid maakt het een ideale plek voor een bibliotheekkastje.
Caitlen Mellor vertelt dat het idee al eerder was ontstaan. “Wij komen uit het westen, daar zie je dit soort kastjes veel. We woonden toen in een vrij afgelegen wijk, maar vonden het concept altijd heel leuk.” Toen het gezin in 2021 naar Holten verhuisde, besloot haar vader er zelf één te bouwen. “Een groene kast die goed bij het huis past.”
Voor Caitlen, die in het onderwijs werkt, is het belang van lezen vanzelfsprekend. “Via zo’n kastje komen kinderen op een laagdrempelige manier in aanraking met lezen. En het mooie is: het kost nauwelijks moeite. Het idee is juist dat je deelt
met elkaar.” Dat mensen het concept soms nét iets te serieus nemen, blijkt uit een anekdote die ze lachend vertelt: “We kregen een brief van iemand uit een studentenvereniging. Die had tijdens een weekendje Holten een boek meegenomen en voelde zich daar schuldig over. Hij stuurde een nieuw boek op als compensatie. Super lief, maar niet nodig!”
Het kastje leeft duidelijk in de buurt en blijft zich ontwikkelen. Caitlen heeft nog ideeën voor de toekomst. “Ik zou het leuk vinden om een aparte kinderboekenafdeling te maken. Soms neem ik zelf al wat boeken mee vanuit mijn werk, maar het zou leuk zijn als mensen zelf ook kinderboeken brengen. Het lijkt me mooi om zoiets terug te geven aan het dorp.” De uitnodiging is in ieder geval duidelijk: wie langsloopt of -fietst, mag gerust een boek meenemen of juist iets achterlaten. “Voel je vrij”, zegt Caitlen. “Juist doordat iedereen bijdraagt, blijft het zo’n leuke plek.”

Kolweg – Suzanne Tuitert
Aan de Kolweg staat een bibliotheekkastje met een opvallende uitstraling. Niet toevallig, want eigenaresse Suzanne Tuitert wilde er bewust iets vrolijks van maken. “Ik heb het knalroze geverfd, met een aparte plank voor kinderboeken. Het moet er niet suf uitzien, maar juist uitnodigen, zeker voor kinderen.”
Suzanne leest veel, maar ze pakt zelden een boek twee keer op. Haar boekenkast groeide daardoor al snel uit zijn voegen. Eerst gaf ze haar gelezen boeken mee aan haar moeder, die ze tijdens wandelingen in andere kastjes achterliet. Tot haar vader met een simpel idee kwam: ‘Waarom begin je er zelf niet één?’ Dat idee liet haar niet meer los. Niet alleen om haar eigen boeken een nieuwe plek te geven, maar ook vanuit een bredere gedachte. “Kinderen lezen steeds minder, terwijl het juist zo mooi is om even uit die drukke wereld te stappen en in een verhaal te verdwijnen. Ik hoop dat zo’n kastje ze nieuwsgierig maakt.”
Het kastje wordt dagelijks gebruikt. Suzanne beheert het zelf en kijkt er elke dag even in. “Er komen veel mensen langs. Soms maak je een praatje, bijvoorbeeld als oudere mensen even blijven staan.” Boven heeft ze nog een voorraad boeken liggen, voor als iemand iets specifieks zoekt. “Laatst was er een man die van spannende, James Bond-achtige boeken hield. Dan pak ik van zolder nog een hele stapel voor hem.” Af en toe vindt Suzanne ook iets anders in het kastje. “Cadeautjes!”, zegt ze enthousiast. “Bijvoorbeeld geluksarmbandjes of een doosje bonbons om me te bedanken.”
Zo verandert het kastje volgens Suzanne steeds opnieuw. “Het gaat erom dat mensen er iets uit halen waar ze blij van worden.” Zelf profiteert ze er inmiddels ook van. “Eerst kocht ik al mijn boeken, nu lees ik wat er in het kastje staat. Zo is het cirkeltje rond.”

Aan het Zandvoortspad, aan de rand van Holten en vlak bij de Beuseberg, staat een boerderij met een bijzonder verhaal. De wederopbouwboerderij uit 1947 is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een warm thuis voor Harry en Renate Mols. Naast het huis ligt inmiddels zelfs een eigen wijngaard. Hier, waar het dorp langzaam overgaat in landerijen en de kerktoren van Holten nog net boven de daken uitsteekt, voelt het buitenleven dichtbij. De plek kent een rijke geschiedenis: verhalen over oorlog en wederopbouw, over koeien op de deel en hooi op zolder. Voor Harry en Renate begon het met een gedachte die ze al vaker hadden uitgesproken tijdens hun avondwandelingen. ‘Als dát huis ooit te koop komt…’
- Door Amber van Laar | Fotografie Jennita Stegeman
Destijds woonden ze al prettig aan de Larenseweg. Groter wonen leek hen wel wat, maar het dorp verlaten? Dat zag Renate niet zitten. “Ik wilde Holten niet uit.” Dus bleven ze dromen binnen de dorpsgrenzen. En juist die boerderij aan het Zandvoortspad, aan de rand van het dorp, trok al langer hun aandacht. Tot Harry op een dag thuiskwam met het nieuws: “Hij staat te koop.”
Het huis dat nooit te koop zou komen
Ze hadden de makelaar ooit al eens voorzichtig gepolst. Het antwoord was duidelijk: dit soort huizen komt eigenlijk zelden op de markt. En als het al gebeurt, gaat het vaak snel en stil. Tot de woning ineens op Funda verscheen.
Het eerste bezoek was tijdens een open huis. Geen instapklare woning, maar een plek waar - zoals Harry het diplomatiek omschrijft - ‘nog wel wat verbetering mogelijk was’. Het voorhuis bestond uit een klassieke boerderijkamer, een woonkamer en een keuken. Daarachter lag een enorme deel die jarenlang als werkplaats had gediend. “Je moest er wel een beetje doorheen kunnen kijken”, zegt Renate. “Maar ik zag het meteen. Hier kun je iets heel moois van maken; een paradijsje.” Harry lacht. “Ik zag vooral heel veel werk.”
Gebombardeerd en herboren
Het huis heeft een indrukwekkend verleden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de oorspronkelijke boerderij opgeëist door de Duitse bezetter. In de omgeving vonden gevechten plaats, waarbij Canadese soldaten omkwamen. Als vergelding werd er een fosforbom op de boerderij gegooid. Het gebouw brandde in 1945 volledig af. Bij de wederopbouw in 1947 werd veel beton gebruikt. Dit in tegenstelling tot de traditionele houten gebinten die je vaak bij oude boerderijen ziet. Snelheid was belangrijker dan esthetiek; de voedselproductie moest immers weer op gang komen. Met steun van het Marshallplan werd de boerderij herbouwd. Het karakter van de boerderij zit vooral aan de buitenkant. “Dat wilden we graag behouden”, vertellen Renate en Harry. Zelfs in de tuin zijn de sporen van het verleden nog zichtbaar. Harry vertelt: “Bij het graven in de tuin stuitte ik nog op oude bakstenen. Dat waren de restanten van wat hier ooit stond.”
Slopen tot alleen de muren bleven staan
De sleutel kregen ze in november 2018. “We zijn meteen begonnen”, vertelt Renate. Eerst zelf wat strippen en opruimen. Begin 2019 ging het grote werk van start. Op 5 januari begon de aannemer met slopen. Elf maanden later, op 1 december, betrokken ze de woning. “Achteraf is dat eigenlijk best snel”, zegt Harry. “Maar als je er middenin zit, draait alles om de verbouwing.”
Binnenmuren verdwenen en oude hokjes maakten plaats voor open ruimtes. Uiteindelijk bleven alleen de buitenmuren staan. De voormalige stal en later werkplaats werd volledig bij de woning betrokken. Dat gaf enorm veel ruimte en keuzevrijheid. “We konden het helemaal opnieuw indelen, zoals wij het wilden”, zegt Renate. “Dat is het mooie aan zo’n ingrijpende verbouwing.”

Keuzestress
Ze pakten zelf ook flink aan. Wekenlang schilderden ze plafonds en muren. Alles twee keer. “Dat klinkt als een klein onderdeel”, lacht Harry. “Maar het is echt heel veel werk.” Overdag werken, ’s avonds verven en in het weekend weer verder. Het was intensief, maar ook bijzonder om samen te doen. Ondertussen moesten er keuzes worden gemaakt. Heel veel keuzes: van vloeren, deuren, klinken, de trap, lichtpunten tot aan de kleur op de muur. “Op een gegeven moment word je er bijna gek van”, zegt Renate. “Dan denk je echt: waren er maar drie opties.” Toch zorgen juist al die beslissingen ervoor dat het huis nu precies bij hen past.
Kleine hobbels tijdens de verbouwing Natuurlijk waren er onderweg ook wat hobbels. In het begin bleek op een aantal kleine plekken asbest te zitten, achter de oude kachels. Dat moest eerst worden verwijderd, voordat de aannemer verder kon. “Daarvoor moesten we een gespecialiseerd bedrijf inschakelen. Renate heeft dat direct geregeld, waardoor we snel verder konden”, vertelt Harry. “Toen dachten we wel even: lekker begin van de verbouwing. Maar verder viel het gelukkig mee.” Later kwam er op een avond nog een verrassing: een deel van het net gestucte plafond lag ineens op de grond. “Dat zijn momenten waarop je baalt”, geeft Renate toe. “Maar het is opnieuw gedaan en daarna was het in orde. Het hoort er gewoon een beetje bij.”
Goed plannen is het halve werk
Wat hen tijdens de verbouwing vooral hielp, was een goede planning. Vanaf het begin probeerden ze steeds een paar stappen vooruit te denken. “Daar hebben we best veel tijd in gestoken”, vertelt Harry. “Wat moet wanneer gebeuren en wanneer moet je een keuze maken? Bijvoorbeeld bij de trap. Je moet ruim van tevoren beslissen, omdat de levertijd best lang kan zijn. Door alles goed in de tijd uit te zetten, bleef de verbouwing overzichtelijk. En een goede samenwerking met de aannemer maakt echt het verschil.”
Van slopen naar opbouwen
Een groot voordeel was dat ze tijdens de verbouwing nog in hun huis aan de Larenseweg woonden. “Dat gaf rust”, zegt Renate. “In een caravan op de oprit wonen tijdens de verbouwing? Dat zagen wij niet zitten.” Dus reden ze elke dag heen en weer, terwijl hun toekomstige thuis stap voor stap vorm kreeg. En dan komt dat kantelpunt: het moment waarop de sloop voorbij is en de opbouw begint. “Dat geeft zóveel energie”, zegt Renate. “Als de stutpalen eruit gaan en je ineens weer ruimtes ziet ontstaan.”

Slimme indeling zorgt voor sfeervolle ruimtes
Dat de grote ruimtes zo prettig aanvoelen, is geen toeval. De architect, met wie het vanaf het eerste moment goed klikte, begreep precies wat ze voor ogen hadden: een huis met veel licht en ruimte én met sfeer. Harry legt uit hoe dat is opgelost: “De architect heeft eigenlijk alles wat belangrijk is in het midden van de ruimte geplaatst. De keuken staat centraal, de bank vormt een eiland in de woonkamer en de eettafel heeft een plek in het midden.” Door die indeling ontstaan vanzelf verschillende leefplekken. “De ruimtes blijven open en overzichtelijk, maar voelen tegelijkertijd warm en uitnodigend”, zegt Renate. “En dat was precies de bedoeling.”
Hun favoriete plek in huis? De keuken. Vooral in de avond, als er wordt gekookt, een glas wijn wordt ingeschonken en gesprekken vanzelf langer duren dan gepland. “Daar speelt het leven zich af”, volgens Renate. Het is de plek waar iedereen aanschuift en blijft hangen. In de zomer verplaatst dat leven zich als vanzelf naar buiten. De tuin ligt op het zuidoosten en krijgt de hele dag zon. “Dat hebben we ons vooraf eigenlijk niet eens zo gerealiseerd”, vertelt Harry. “Maar als je ’s ochtends zit te ontbijten, heb je een prachtige zonsopkomst.”
Misschien is dat wel de grootste charme van deze plek: binnen een paar minuten sta je in het dorpscentrum, maar als je naar buiten kijkt, heb je uitzicht over de uitgestrekte landerijen. Precies zoals Harry en Renate het voor ogen hadden.
Van hotel naar vinoloog
Renate werkte jarenlang in een hotel, een wereld die haar
paste: gastvrijheid, beleving, aandacht voor detail. Maar toen haar werkgever werd overgenomen, begon het te kriebelen. Wilde ze dit nog wel? Harry zag het eerder dan zijzelf. “Ga door voor vinoloog”, moedigde hij haar aan. Renate besloot de sprong te wagen, startte de opleiding en slaagde. Wat begon met cursussen en wijnproeverijen, groeide uit tot een eigen wijnbedrijf aan huis.
Een huis dat ook gasten raakt
Gasten van De Wijnkamer komen via een klein ‘varkensdeurtje’ aan de zijkant van het huis naar binnen. Daar stappen ze een warme, knusse ruimte binnen. Lage balken, zachte verlichting en een tafel waaraan wordt geproefd en gelachen. De deur naar de hal blijft meestal nog even dicht. “Op een gegeven moment zeg ik: als je naar het toilet wilt, moet je door de witte deur naar de hal”, vertelt Renate. “Mensen hebben dan eerst alleen die gezellige wijnkamer gezien. Vervolgens komen ze terug en zeggen ze tegen elkaar: ‘Heb je díe hal gezien?’” Die reactie hoort Renate vaker. “Mensen vinden de hal echt fantastisch”, zegt ze. Zelf kijkt ze er ook nog altijd met bewondering naar. “De architect heeft dat echt fantastisch bedacht. Hij heeft bepaalde elementen behouden, zoals de oude betonnen staanders waar vroeger de lage zolderverdieping op rustte.”
Een eigen wijngaard
Het echte avontuur begon toen ze de naastgelegen grond konden kopen. Wat jarenlang een maisveld was, veranderde in mei 2023 in een jonge wijngaard. Twee hectare groot, met bijna 9.000 stokken. Het idee ontstond vrij spontaan.


“We hadden het er eens over hoe leuk het zou zijn om hier een wijngaard te beginnen”, vertelt Harry. De grond hoorde toen nog bij de vorige eigenaar van de boerderij en werd verpacht aan een boer. De naam van de wijngaard verwijst naar de geschiedenis van de plek: Wijngaard Erve Zandvoort. Een knipoog naar de oude erfnaam.
De eerste wijn uit Holten
Het wijn maken doen ze samen met De Wijnmakers uit Geesteren, al jaren een samenwerkingspartner van het stel. Dat bedrijf brengt de technische kennis en ervaring in. Renate en Harry verbouwen zelf de druiven in hun wijngaard en plukken die samen met vrijwilligers. Tijdens de oogst staat het veld vol: buurtbewoners, vrienden en wijnliefhebbers. “Dat is misschien nog wel het leukste”, vertelt Renate. “Dat zoveel mensen hier samenkomen om te helpen.”

Langzaam kwam het moment dichterbij waar ze samen zo hard naartoe hebben gewerkt. Dit voorjaar kwam hun eerste wijn officieel op de markt. Spannend? Dat zeker. “We hebben natuurlijk al geproefd”, zegt Harry met een glimlach. “Maar straks moet de rest van Holten er iets van vinden.” Stiekem hopen ze dat de wijn straks ook op de kaart verschijnt bij restaurants in de regio. “Dat zou natuurlijk heel leuk zijn”, zegt Harry.
Gewoon doen
Het was alle moeite meer dan waard
Vervolgens neemt De Wijnmakers het proces over. “Wij leren elke keer weer bij”, zegt Renate. De wijn zelf wordt uiteindelijk gemaakt in Geesteren, maar Renate en Harry blijven bij elke stap betrokken. Van de oogst tot aan de keuze voor de fles en het etiket. De wijngaard blijft niet onopgemerkt. “Holtenaren zijn trots op hun dorp”, zegt Renate. “Je hoort vaak enthousiaste reacties. Mensen vinden het leuk dat hier iets nieuws ontstaat.” De wijngaard ligt vlak bij het Pieterpad en trekt daardoor ook de aandacht van wandelaars en buurtbewoners.
Zouden ze het verbouwingsavontuur opnieuw aangaan? Daar hoeven ze niet lang over na te denken. “Als je de mogelijkheid hebt, gewoon doen”, zegt Renate. “Het mooie is dat je er helemaal je eigen plek van kunt maken.” Volgens Harry hoort daar wel een beetje nuchterheid bij. “Maak een goede planning”, adviseert hij. “En raak niet meteen in paniek als er iets tegenzit. Dat hoort erbij.”
Inmiddels, zo’n zeven jaar na de aankoop, kijken Renate en Harry nog altijd met veel plezier terug op hun beslissing. Tijdens de verbouwing kregen ze vaak positieve reacties van mensen uit de omgeving. Veel dorpsgenoten vonden het mooi dat de boerderij weer werd opgeknapt. Al werden ze soms ook voor gek verklaard. Maar als ze nu vanuit hun keuken uitkijken over de wijngaard achter het huis, weten ze één ding zeker: het was alle moeite meer dan waard.

Hallo Harry Kolkman
Dit jaar viert Harry Kolkman zijn twintigjarig jubileum als eigenaar van Rijschool Holten. Een prachtige mijlpaal voor de rij-instructeur die al twee decennia jong (en oud) begeleidt naar dat felbegeerde roze pasje. In Holten en omstreken is hij inmiddels een vertrouwd gezicht op de weg. Met zijn rustige stem, nuchtere Twentse houding en gevoel voor humor weet hij zelfs de meest gespannen leerling binnen no-time op zijn gemak te stellen. Harry vertelt trots: “Ik vind het nog elke dag leuk! Als ik ’s ochtends achter het stuur stap, heb ik nooit het idee dat ik naar mijn werk ga.”
- Door Amber van Laar | Fotografie Jennita Stegeman
Voor Harry begon het avontuur niet in de lesauto. Tien jaar lang reed hij op de vrachtwagen en daarna werkte hij als vertegenwoordiger in een andere branche. “Ik hou van autorijden en heb het verkeer altijd leuk gevonden”, vertelt hij. “Vroeger, in de jaren ’50, gaf mijn vader ook rijles in Holten. Het idee om zelf ooit een rijschool te starten, zat dus altijd al ergens in mijn achterhoofd.” Toen Harry een periode zonder werk kwam te zitten, besloot hij de stap te zetten. In september 2005 startte hij met de opleiding tot rij-instructeur in Nieuwegein. Twee dagen per week volgde hij lessen. In mei 2006 rondde hij de opleiding af en startte hij met Rijschool Holten. “We zijn inmiddels twintig jaar verder; dat is toch bijzonder als je erop terugkijkt.”
Groter is niet altijd beter Harry's allereerste leerling was de zoon van een oud-collega uit Deventer. “Hij was al achttien, maar had speciaal gewacht met lessen totdat ik officieel mijn papieren had. Hij vond het leuk om juist bij mij te lessen. Kort daarna wilde een vriend van hem ook starten met rijles. Omdat ze allebei uit Deventer kwamen, kon ik het mooi combineren.”
De rijschool groeide snel. “Misschien ging het in het begin wel wat té snel”, blikt Harry terug. “In de eerste jaren breidde ik al uit naar drie lesauto’s, waarvan één met aanhanger.” Door persoonlijke omstandigheden deed hij in 2014 een stap terug.
Hij vertelt: “Ik heb de keuze gemaakt om terug te gaan naar één auto. Dat bevalt me goed.” Deze keuze blijkt ook zijn kracht te zijn. “Je hebt altijd dezelfde instructeur; dat vinden de leerlingen heel prettig. Ik les ook nooit met twee leerlingen tegelijk in de auto. Dus ook niet ophalen en wegbrengen tijdens de les. Mijn lessen zijn allemaal één-op-één. Zelf vind ik dit ook fijner.”
Stap voor stap zelfstandig rijden
Harry werkt nog altijd volgens de methode ‘de Rijopleiding in Stappen’. Hij legt uit: “Als eerste leer je om de auto onder controle te hebben. Daarna begin je met eenvoudige verkeerssituaties en bouw je het verder uit. Dit vind ik een fijne methode die ik al vanaf het begin gebruik.” Het verkeer is in de afgelopen jaren volgens Harry wel veranderd: “Het is drukker geworden op de weg. Ik denk niet dat mensen agressiever zijn geworden, want dat was vroeger ook al zo. Wel zie ik dat het bij examens nu veel belangrijker is om vooruit te kijken en denken.” Ook technische ontwikkelingen zorgen voor verandering. “Het rijden met navigatie is tegenwoordig een verplicht onderdeel tijdens het CBR-rijexamen. Tegelijkertijd mogen leerlingen (bijna) alle hulpsystemen in de auto gebruiken, zoals lane assist en cruise control. Alleen automatisch inparkeren is niet toegestaan.”
Ondanks dat steeds meer auto’s zijn uitgerust met een automaat, rijdt Harry zelf nog altijd in een handgeschakelde lesauto. Bewust.
We geven lokale ondernemers de kans om op deze manier in ons magazine te schitteren. Zij steunen Hallo Holten met een jaarlijkse bijdrage van 150 euro en krijgen daarvoor een mooie plek op deze pagina. Deze Vriendenpagina is ontstaan uit de positieve reacties vanuit ondernemend Holten op onze enquête. Dankzij de bijdrage van deze ondernemers kunnen wij verhalen blijven delen uit ons prachtige dorp. Wil jij ook met je logo op deze Vriendenpagina staan in de komende edities van Hallo Holten en zo bijdragen aan ons mooie magazine? Word dan ook Vriend van Hallo Holten! Stuur voor meer informatie een mailtje naar: info@halloholten.nl.
Jemakowebshop.nl




“De meeste jongeren willen dat nog steeds”, vertelt hij. Wie examen doet in een automaat, krijgt namelijk een rijbewijs waarmee je alleen in een automaat mag rijden. En dat weegt mee in de keuze. “Veel jongeren kopen als eerste auto toch een handgeschakelde auto. Maar ik merk bij collega rij-instructeurs wel dat de automaat steeds populairder wordt.”
Van stressvolle examens tot pech onderweg
In twintig jaar als rij-instructeur maak je van alles mee. Van gespannen examenleerlingen tot onverwachte situaties midden in het verkeer. Zo herinnert Harry zich nog goed dat ene moment op één van de drukste kruispunten van Deventer. Het verkeerslicht sprong op groen, de leerling wilde optrekken… maar de auto gaf geen krimp. De aandrijfas bleek losgeraakt. “Daar sta je dan, midden op een kruising.” Omstanders schoten meteen te hulp om de lesauto samen van de kruising af te duwen.
Harry heeft in al die jaren gelukkig nauwelijks ongelukken meegemaakt. “Het zijn er echt maar een paar geweest”, vertelt hij. “Een keer stonden we voor een verkeerslicht. Toen het groen werd, sloeg de auto af bij het optrekken. De bestuurder achter ons had dat net te laat in de gaten en klapte achter op de lesauto.” Ook op zo’n moment blijft hij kalm. “Je moet rustig blijven voor jezelf en voor je leerling.”
Vertrouwd gezicht in Holten
Harry kijkt met voldoening terug op de afgelopen jaren. “Ik ben trots op wat ik heb opgebouwd. En het mooiste vind ik misschien nog wel dat mensen me na al die jaren nog steeds weten te vinden, ook al doe ik alles alleen.” Dat hij in Holten een vertrouwd gezicht is geworden, heeft volgens hem ook te maken met de verbondenheid in het dorp. “Je kent hier veel mensen. Vrienden en kennissen krijgen op een gegeven moment kinderen die achttien worden en hun rijbewijs willen halen. Vaak kloppen ze dan bij mij aan.” Extra bijzonder was het moment dat zijn eigen dochters wilden beginnen met lessen. “Die heb ik zelf lesgegeven”, zegt hij trots.

oudere bestuurders die een herkeuring krijgen. De test kan plaatsvinden in de lesauto, maar soms ook in de eigen auto. “Dat vind ik mooi om te doen”, vertelt Harry. “Vaak nemen ze vooraf ook nog een paar lessen, gewoon om weer wat vertrouwen op te bouwen.”
Ik blijf altijd rustig
Na twintig jaar in het vak weet Harry één ding zeker: geen leerling is hetzelfde. Hij adviseert: “Vergelijk jezelf niet met anderen. Kijk niet naar hoeveel lessen een ander nodig heeft. Iedereen leert in zijn eigen tempo, dus gun jezelf de tijd.” Hij voegt toe: “En begin op tijd met je theorie!”
Nog lang niet klaar
Leerlingen zeggen vaak over hem dat hij zo rustig blijft. “Ook als ik iets tien keer moet uitleggen of als iemand voor de tachtigste keer dezelfde vraag stelt, blijf ik rustig”, zegt hij met een glimlach. Het contact met jongeren maakt het werk voor Harry zo leuk. “Dat houdt je jong.” Tijdens evenementen in het dorp wordt hij regelmatig aangesproken door oud-leerlingen. “Soms weet ik hun naam niet meer”, geeft hij eerlijk toe. “Maar ik weet nog precies waar ik ze altijd ophaalde en weer thuisbracht.”
Niet alleen jongeren stappen bij Harry in de lesauto. Ook mensen die een rijtest moeten doen na bijvoorbeeld ziekte of een medische ingreep, begeleidt hij regelmatig. Soms gaat het om iemand die na een hersenbloeding opnieuw moet aantonen dat hij of zij rijgeschikt is. In andere gevallen zijn het
Aan stoppen denkt Harry nog niet. “Mijn plan is om gewoon door te gaan zoals ik het nu doe.” Vorig jaar werd hij zestig; voor velen een moment om voorzichtig richting pensioen te kijken. Maar Harry zit nog vol energie. “Ik blijf mijn cursussen volgen en houd mijn papieren netjes bij. Zolang ik het leuk vind en het goed gaat, ga ik door.”
En zelfs als hij ooit officieel met pensioen gaat, ziet hij zichzelf niet achter de geraniums verdwijnen. “Dan zou ik best nog een paar halve dagen willen lesgeven”, glimlacht hij. “Maar hele dagen vraagt veel concentratie. Je moet continu scherp zijn.” Voorlopig is daar echter nog geen sprake van. In en rond Holten rijdt gewoon nog steeds die vertrouwde lesauto. Met naast de beginnend bestuurder een instructeur die al twintig jaar met plezier, rust en betrokkenheid werkt aan zelfverzekerde, nieuwe automobilisten. En als het aan Harry ligt, komen daar nog heel wat jaren bij.

Hallo Dorpstuin Het Sportdal
Zodra je het terrein aan de rand van Holten oploopt, merk je het meteen: hier is het leuk. Tussen de strak aangelegde moestuinbedden lopen vrijwilligers met tuingereedschap, wordt er gepraat, gelachen en vooral ook hard gewerkt. Dorpstuin Het Sportdal zit nog in de opstartfase, maar voelt nu al als een vaste plek voor een groeiende groep betrokkenen.
Voor Jos Kamphuis, Monique Reitsema en Herman Scholten is deze plek zó veel meer dan alleen een moestuin.
Het terrein achter het station in Holten had een tijdje geen bestemming nadat de hockeyclub er was vertrokken. In december 2024 viel het eerste besluit om er echt iets mee te gaan doen. Jos zag kansen en ging op zoek naar een kapstok om het initiatief onder te brengen; dat werd Duurzaam Holten. “Het is stap voor stap gegaan”, vertelt hij. “Eerst moest ik op zoek naar andere mensen die het samen met mij wilden oppakken. Daarna maakten we huurafspraken met de familie Vincent; de eigenaar van de grond en het gebouw.”
Monique herinnert zich die eerste periode nog goed. “We wilden graag iets doen voor de samenleving, maar ook voor onszelf. Samen bezig zijn, iets opbouwen. Het gebouw stond er al, dat hielp enorm. En in het bestuur zitten mensen die duurzaamheid belangrijk vinden, maar het ook leuk vinden om met groenten en bloemen te werken. Dat geeft gezamenlijke energie.”
Iedereen heeft
De dorpstuin wordt gerund door vrijwilligers, maar die moesten wel eerst geworven worden. Via via meldden de eerste mensen zich. Een bericht op Facebook leverde al snel veel reacties op en ook via de lokale krant vonden geïnteresseerden hun weg naar de tuin. Inmiddels is er een groep van zo’n zestig betrokkenen, ieder met zijn eigen rol en tempo. De vrijwilligers werken in groepen. Monique: “Natuurlijk zijn er vrijwilligers die de tuin onderhouden. Daarnaast is er een groep die de klussen oppakt. Schilderen of hekken zetten bijvoorbeeld.



In mei is ook het Repair Café verhuisd naar Het Tuinhuis, zoals het gebouw wordt genoemd. Als derde is er nog een groep die graag met mensen werkt. Zij schenken koffie voor bezoekers en ze verkopen de groenten en bloemen die we oogsten. Deze groep verzorgt ook de aanschuiflunches die vanaf dit tuinseizoen worden aangeboden.” Uiteindelijk is het sociale aspect misschien wel het belangrijkst. Vrijwilligers werken samen op dinsdag, donderdag en zaterdagochtend, maar iedereen doet dat op zijn eigen manier. “De één is er elke week, de ander eens in de paar weken”, zegt Monique. “Dat maakt niet uit. Het is gewoon een goede manier om van je stoel af te komen en ergens bij te horen.” Jos beaamt dat: “Het gaat natuurlijk om de tuin, maar misschien nog wel meer om alles eromheen. Het sociale, het samen bezig zijn.”
Van maïsveld naar producerende moestuin Herman is degene die de grote lijnen uitzet voor de groenten. Hij bedenkt een zaaiplan en zorgt ervoor dat alle groenten op de goede plek komen te staan. Hij doet dat op een ecologische manier. “De bodem is het belangrijkste”, zegt hij. “Als die goed is, dan komt het cadeautje vanzelf op.” Bodemverbetering staat de komende jaren hoog op de agenda van Herman. “Er is hier de afgelopen jaren alleen maar maïs verbouwd, waardoor de grond weinig variatie heeft gehad. Het heeft dus tijd nodig om weer in balans te komen.” Juist dat maakt het voor hem
interessant. Waar anderen misschien beperkingen zien, ziet hij mogelijkheden. “Je begint eigenlijk opnieuw. Dat geeft ruimte om het meteen goed aan te pakken.”
Ecologisch tuinieren betekent ook dat er niet gespit wordt. In plaats daarvan worden compost en mest bovenop de grond gelegd. Het bodemleven doet vervolgens het werk. En daar zit een gedachte achter: “Als je gaat spitten, verstoor je de lagen in de grond. Door het zo te doen, blijven die intact en krijg je sterkere planten.” Herman past ook wisselteelt toe, waarbij verschillende soorten gewassen elk jaar een andere plek krijgen. Bladgewassen, peulvruchten, wortelgewassen en aardappelen worden afgewisseld, zodat de grond niet uitgeput raakt en ziektes minder kans krijgen. “Eigenlijk ben je constant aan het schuiven”, legt Herman uit. “We werken met een cyclus van zeven tot acht jaar. Daarna kan een groentesoort weer terug naar dezelfde plek.” En als alles dan klopt, dan kun je gaan oogsten. De eerste oogst was in mei, met doperwten en tuinbonen. Daarna volgden sugarsnaps en in juni en juli komt de tuin echt tot leven. “Dan begint het feest”, zegt Monique lachend.
Ambitieus, maar wel realistisch
Sinds de start van dorpstuin Het Sportdal is er al veel veranderd op het terrein. In de eerste winter werd meteen een hek geplaatst tegen konijnen, compostbakken werden gebouwd en het gebouw

kreeg een opknapbeurt. “We hebben eigenlijk de hele winter doorgewerkt”, zegt Monique. “Ik verwacht niet dat dit elk jaar zo zal zijn, maar er is altijd wel íets te doen.” Hoewel er al veel staat, voelen de plannen nog lang niet afgerond. Sterker nog: ze beginnen net. Er wordt gewerkt aan een keuken waar ze gaan koken met producten uit eigen tuin. Monique: “Het idee is om aanschuiflunches te organiseren en mensen te laten ervaren waar hun eten vandaan komt. Ook workshops staan op de planning, passend bij het seizoen. Van kerstkransen tot paasstukken en van koken tot bakken. Er is ook een plan om reparatieworkshops te houden.” Daarnaast willen de initiatiefnemers activiteiten voor kinderen organiseren. “We willen een pilot doen waarbij ze zelf zaaien, oogsten en koken”, vertelt Monique. “Dat doen we met kleine groepen kinderen die écht geïnteresseerd zijn.”
Financieel blijft het initiatief bewust realistisch. “We willen niet afhankelijk zijn van subsidies”, zegt Jos. “We hebben steun gehad om dit op te starten, maar uiteindelijk willen we dat het zichzelf draagt. Dat betekent dat opbrengsten uit verkoop, workshops en activiteiten een belangrijke rol gaan spelen. Maar we kunnen niet verder springen dan dat we geld hebben, dus het is echt afhankelijk van de inkomsten wat we kunnen doen.” Wat helpt, is dat de dorpstuin nu al een grote groep ‘Vrienden’ heeft. Dit zijn mensen die de dorpstuin wél een warm hart toedragen, maar niet fysiek helpen. Ze zijn dus een
soort sponsor van de tuin. Als bedankje mogen ze elk jaar een keer gratis komen lunchen.
De dorpstuin is een plek voor iedereen
Wat Jos, Monique en Herman vooral hopen, is dat mensen de stap durven zetten om eens te komen kijken. “Mensen stappen niet zo snel ergens binnen”, zegt Monique. “Misschien hier nog wat sneller, omdat het een open ruimte is in plaats van een gebouw.” Maar áls mensen de dorpstuin eenmaal hebben ontdekt, dan verdwijnt die drempel snel. “Wanneer mensen hier komen om groenten en bloemen te kopen, blijven ze vaak hangen. Even praten, even kijken. En voor ze het weten zijn ze onderdeel van het geheel.” Vooral nu de plannen voor de keuken vaste vorm aannemen, kan de dorpstuin nog wel wat extra handjes gebruiken. Monique: “Als straks alle activiteiten gaan lopen, hebben we zéker nieuwe vrijwilligers nodig. Dus ik nodig mensen vooral uit om eens te komen kijken hoe leuk het hier is.” Jos knikt. “Het is heel simpel eigenlijk. Iedereen is welkom. Loop gewoon eens binnen.”
Het verkoopseizoen van Dorpstuin Het Sportdal is in volle gang. Kom vooral eens langs aan de Molenbelterweg 3 voor verse groenten en prachtige bloemen.
Hallo Jesse Spenkelink en Floris Schoemaker

Twee jonge ondernemers schuiven enthousiast aan tafel: Jesse Spenkelink en Floris Schoemaker. De heren zijn compagnons in het bedrijf Spendima, gevestigd aan de Keizersweg in Holten. We nemen plaats in de bestuurskamer op de eerste verdieping, met uitzicht op de grote bedrijfsruimte op de begane grond. Midden in deze ruimte staat een imposante bar, het decor van al veel gezellige momenten. Teamspirit en ondernemerschap zijn duidelijk de rode draad in hun verhaal.
Jesse, geboren en getogen in Holten, kwam vijf jaar geleden in contact met Floris toen hij een afstudeerplek zocht voor zijn studie Commerciële Economie. Hij vond die plek bij Multiwagon. Vanaf dag één was er een klik. Jesse vertelt: “Mijn afstudeeropdracht was marketinggerelateerd. Ik onderzocht hoe de website van Multiwagon de beste vertegenwoordiger zou kunnen worden. Dit deed ik door een doordachte online marketingstrategie te ontwikkelen en te implementeren. De website leads die hieruit voortkwamen, werden vervolgens door het salesteam opgevolgd."
Na zijn afstuderen ging Jesse elders aan het werk. Hij groeide door tot online marketeer en marketingmanager. Daarnaast startte hij medio 2022 als zzp’er met zijn bedrijf Spendima. Hij voerde (online) marketingopdrachten uit voor diverse bedrijven. Al die tijd bleef Jesse in contact met Floris.
Een klik vanaf dag één
Floris: “Multiwagon groeide mede dankzij de digitale marketingaanpak van Jesse. Hierdoor zag ik wel kansen in de marketingkennis van Jesse. Wat hij voor Multiwagon heeft gedaan, is een mooi businessmodel dat ook bij andere bedrijven inzetbaar is.” In april 2025 besloten ze om hun krachten te bundelen; de start van Spendima B.V..”
De digitale marketingkennis van Spendima gebruikt Floris ook voor zijn andere bedrijven. “Ik zag een toegevoegde waarde van één marketingpartij voor mijn bedrijven. Doordat je al een tijd met elkaar samenwerkt, heb je vaak aan een paar woorden genoeg. Het team werkt bij ons op kantoor, dus de lijnen zijn kort. Ze zijn als het ware onderdeel van het bedrijf, waardoor ze net dat stapje extra kunnen zetten in onze marketingwerkzaamheden en -advies”, aldus Floris. Jesse vult aan: “Op deze manier werken wij voor al onze klanten. Want dan kun je echt iets toevoegen aan een bedrijf. En dat werpt zijn vruchten af. Wij hebben met Spendima inmiddels een mooie vaste klantenkring opgebouwd.”
Meer dan alleen marketing
De klanten van Spendima variëren van kleine ondernemers tot grote multinationals. Jesse: “Ons dienstenpakket omvat alle facetten van digital marketing. Van strategisch niveau tot uitvoerend. Zo bouwen we bijvoorbeeld websites, verzorgen we social media beheer, digitale campagnes, maar geven we ook advies over optimalisaties of efficiëntere processen. We kijken altijd verder dan de klantvraag; doordat we beginnen met een ‘discovery fase’, waarin we gezamenlijk de vraag, context en ambities verkennen. Hierdoor krijgen we een goed beeld van een bedrijf en kunnen we een stevige basis leggen voor onze vervolgstappen én ook echt impact maken.”
Het best haalbare resultaat voor hun klanten is voor Spendima het allerbelangrijkste. “We merken dat bedrijven door onze aanpak onze toegevoegde waarde zien en daardoor ook op langere termijn gebruik willen maken van onze digitale marketing expertise”, vullen Jesse en Floris aan.
Positieve mindset
Bij Jesse is het glas altijd halfvol. Met deze positieve mindset is hij ook het ondernemerschap ingestapt. “Altijd kansen zien en je kennis inzetten voor meerdere bedrijven; dat vind ik supermooi aan mijn vak. Dit is zoveel mooier dan wanneer je in loondienst werkt voor een bedrijf. Het maakt mijn vak dynamischer. Je krijgt een kijkje in de keukens van verschillende bedrijven. En die kennis neem je weer mee bij andere klanten.”
Young professionals met drive
Het team van Spendima bestaat uit young professionals en dat merk je aan de sfeer bij het bedrijf. Floris vertelt: “Als je bij ons werkt, werk je continu aan jezelf, aan je persoonlijke en professionele ontwikkeling. Daar moet je wel voor openstaan. Young professionals krijgen hier de ruimte voor, wij investeren daar bewust in. Zo hebben we onlangs iemand aangenomen die zich in een jaar tijd gaat ontwikkelen tot AI-specialist. Hij bezoekt internationale kennisevents en volgt diverse cursussen om kennis te vergaren. Deze kennis deelt hij vervolgens binnen ons team en hij enthousiasmeert ons om deze kennis in te zetten in de praktijk. Door je team te vertrouwen en eigenaarschap te geven, laat je je medewerkers groeien.”
Successen vieren ze met het team; de vrijmibo aan de bedrijfsbar en uitjes. De energie binnen het team is voelbaar. Jesse: “En wat het leuke is; je ziet niet alleen ons bedrijf, maar ook de mensen groeien in de tijd waarin ze hier werken. Dat geeft ons energie. Verder heb ik een fijne compagnon aan Floris die al wat langer ondernemer is en mij de kneepjes van het vak leert. We sparren veel samen en zo help je elkaar verder. Ieder met de inbreng van eigen expertise.” Beide komen ze niet uit een ondernemersgezin. “Maar ik kreeg van huis uit wel het vertrouwen mee om mijn eigen weg te volgen en ik werd gesteund in mijn beslissingen”, vertelt Floris. “Dat is heel belangrijk.”
De toekomst
Ze gaan voor goud, maar niet zonder het doel uit het oog te verliezen: “Impact maken voor onze klanten, maar vooral ook bezig zijn met leuke dingen. Met een leuk team samen de klantenkring en diensten verder uitbouwen”, aldus Jesse. Floris sluit het gesprek af met een kleine oproep, ondernemend als hij is: “Ben jij een young professional en denk je ‘dat is een leuk bedrijf met een leuk team’: kom vooral eens met ons praten.”

Hallo Naciye Dogan
Kort nadat ik heb aangebeld, doet Naciye Dogan (of Nancy - zoals iedereen haar kent) met veel enthousiasme de deur voor mij open. Ze straalt één en al gastvrijheid uit en vraagt meteen: “Zullen we buiten gaan zitten? Het is zonde om met dit stralende weer binnen te blijven.” Als ik een blik op haar terras werp, heeft ze daar ook al op gerekend. Op het tuintafeltje staat een schaal vol heerlijke Turkse koekjes voor ons klaar. Terwijl ik me in een tuinstoel nestel, is Naciye druk met het klaarmaken van echte Turkse thee. Als we eenmaal in de zon zitten, steekt ze van wal.
-
Door Annemarie Bouwmeester | Fotografie Jennita Stegeman
In 1969, toen Naciye tien jaar oud was, kwam ze samen met haar stiefmoeder, (half)zussen en (half)broers naar Nederland. Haar vader en oom waren enkele jaren eerder als één van de eerste gastarbeiders uit Turkije naar Enschede gekomen, waar ze beiden werkten bij Textielspinnerij Menko. Naast het werk in de fabriek was Naciye haar vader ook kok in het pension van deze fabriek. Bij hun komst in Nederland werden ze door koningin Juliana met bloemen ontvangen.
De eerste jaren in Nederland
Later volgde de rest van het gezin naar Nederland. Het jonge gezin settelde zich in Enschede. Naciye vertelt: “Ik herinner me de eerste schooldag nog heel goed.” Ondanks dat ze nog geen woord Nederlands sprak, moest ze wel meteen naar school. “Dat was een pittige tijd en ik kwam de eerste weken regelmatig huilend thuis. Ik miste mijn vriendinnen uit Turkije.”
Naciye is opgegroeid in het oosten van Turkije. “In die regio zijn de meeste bewoners Alevieten. Zij bidden niet in moskeeën, maar in speciale gebedshuizen. Er is gelijkheid tussen mannen en vrouwen. En respect en sociale rechtvaardigheid zijn binnen dit geloof heel normaal.”
Naciye gaat eerst naar een openbare basisschool en daarna kiezen haar ouders er bewust voor dat ze naar een Christelijke huishoudschool gaat. De eerste weken maken veel indruk op haar. Lachend vertelt ze haar ervaring tijdens de eerste gymles. “Alle meisjes hadden van die strakke zwarte gympakjes aan. Wisten wij veel dat dit moest. Omdat ik
Holten
dacht er dan bij te horen, deed ik tijdens de gym een strakke katoenen witte onderbroek van mijn vader aan. De andere leerlingen moesten daar vreselijk om lachen. Ik vertelde het thuis en zei dat ik niet meer naar school wilde. Ik kreeg toen meteen een gympakje.”
In de zomer werd de gymzaal verruild voor het zwembad. “Gelukkig mocht ik daar vanwege mijn geloof gewoon aan meedoen. Andere Turkse meiden uit een strenger geloofsmilieu mochten dat niet.” Al snel raakte Naciye bevriend met één van de meisjes uit haar nieuwe klas, een vriendschap voor het leven. Haar vader en stiefmoeder gaven haar een vrije opvoeding, waar ze hen tot op de dag van vandaag nog steeds dankbaar voor is. Hierdoor integreerde het gezin sneller in Nederland.
Vijf jaren werden er meer
Naciye vertelt verder: “Mijn vader en stiefmoeder zeiden altijd: ‘We blijven vijf jaar in Nederland om hard te werken, daarna gaan we terug’.” Maar na vijf jaar werd over terugkeren naar haar vaderland niet meer gesproken. Als vijftienjarige puber was ik daar erg boos om. Ik had in die tijd veel heimwee. Maar achteraf ben ik blij dat ze besloten om in Nederland te blijven. In de jaren daarna gingen we wel geregeld in de vakanties naar Turkije, op familiebezoek. Mijn zus was inmiddels in Turkije getrouwd. Zij is een stuk ouder en was als een moeder voor mij. Toen zij terugging naar Turkije deed mij dat veel verdriet.”

Vakantieliefde
Tijdens één van de vakanties in Turkije werd ze op haar 22e verliefd op een Turkse man. “Terwijl ik mij nog zo had voorgenomen om niet verliefd te worden”, zegt ze er lachend bij. Ze trouwden in Turkije. Haar toekomstige echtgenoot woonde tot hun huwelijk in Turkije en Naciye ging alleen met het vliegtuig vanuit Nederland naar Turkije om te trouwen. Haar vlucht verliep niet helemaal zoals gepland. “Het leek wel of het lot mij parten speelde, want tot drie keer toe miste ik in Istanbul mijn aansluitende vlucht”, vertelt ze. “Achteraf denk ik wel eens: ‘had ik die vlucht maar gemist’.”
Succes en diepe dalen
Het stel vestigde zich in Enschede en bouwde samen een goed leven op. Zij was succesvol kapster en hij had een goed draaiende autorijschool. Ze genoten volop van het leven en konden zich luxe uitstapjes en vakanties veroorloven. Naciye had een mooie vaste klantenkring opgebouwd met haar kapperszaak. “Het contact met de klanten was fijn en dat gaf mij veel voldoening.” Het echtpaar kreeg twee prachtige zonen, maar het huwelijk hield geen stand.
Naciye gaat verder: “Het werd een vechtscheiding en na een paar slopende jaren kwam ik met twee kinderen alleen te staan. Door schulden, die door de verslavingen van mijn man waren gemaakt, kwam ik in de schuldsanering terecht. Met hulp van de Stadsbank kon ik die gelukkig binnen drie jaar aflossen.” Alsof dat nog niet genoeg was, werd ook de band met haar stiefmoeder slechter. Dit had invloed op de relatie die ze had met haar vader. “Als klein meisje neem je de dingen, zoals ze gaan binnen een gezin voor lief. Maar als je ouder

wordt ga je de dingen anders zien. Mijn stiefzus had altijd een streepje voor bij mijn stiefmoeder. Mijn vader was te nederig om daar tegenin te gaan. Hierdoor verwaterde het contact met mijn vader.” Terugkijkend hierop refereert ze aan een Turkse uitspraak die dit mooi omschrijft: ‘Do du an ev kaderindir’. Dit betekent letterlijk: ‘Waar je bent geboren, dat is je lot.’ Naciye: “Je verleden draag je altijd met je mee. Daar ontkom je niet aan …”
Nieuwe start in Holten
Haar redding, vertelt ze zelf, was een Turkse man uit haar geboortedorp die haar hielp aan werk bij een kapperszaak in Holten. Dat is inmiddels zestien jaar geleden. Ze gaat verder: “Zij hielpen mij aan een woning in Holten, waar ik met mijn jongens kon wonen. Door de scheiding kwam ik met niks naar Holten. Maar oh, wat was ik blij dat ik de kans kreeg om opnieuw te beginnen. Het waren pittige tijden; de zorg voor mijn kinderen en rondkomen van weinig geld.” Maar ze ging op wilskracht door en was dankbaar voor wat ze wel had. Helaas kwam er weer een tegenslag toen haar zoon van de één op de andere dag nierpatiënt werd. “Als een wonder had een oom van zijn vaders kant de juiste bloedgroep en kon hij een nier afstaan aan mijn zoon. Dat was een spannende tijd.” De donornier sloeg aan en gelukkig is hij nu weer een gezonde man. “Ik ben blij om te zien dat beide jongens zich nu fijn gesetteld hebben met hun vrouw en kinderen. Ook ben ik zielsgelukkig met vijf prachtige, lieve kleinkinderen.”
Hulp van onschatbare waarde
De jarenlange zorg voor haar kinderen en de spanningen die ze meenam uit haar huwelijk werden Naciye te veel toen

haar zoons eenmaal uit huis waren. Ze werd ziek en door een onjuiste diagnose kreeg ze eerst verkeerde medicatie en behandelingen. Ze belandde in een zware periode. Met tranen in haar ogen gaat ze verder: “Gelukkig had ik lieve mensen om mij heen, die naar mij omkeken. Ook kreeg ik hulp van ambulante begeleiders, huishoudelijke hulp en vrijwilligers.” In deze periode werden de rollen omgekeerd; in plaats van altijd zorgen voor een ander, was ze afhankelijk van de hulp van anderen. “Na enkele jaren gedokterd te hebben, kwamen ze erachter dat ik verkeerde medicatie voorgeschreven kreeg. Met de juiste medicatie ging het gelukkig weer snel de goede kant op met mij”, vertelt ze opgelucht en vol trots. Ze is dankbaar voor de hulp die ze heeft gekregen tijdens deze zware periode.
Via haar buurvrouw in Holten maakt ze kennis met de ontmoetingskerk in Holten. “Hierdoor leerde ik veel mensen kennen, ik vond rust en steun in het geloof en ik had het gevoel weer ergens bij te horen. Ik liet mij ook dopen in de Reggestroom in Enter. Het zelfvertrouwen kwam stukje bij beetje terug. Dat in combinatie met de steun die het geloof mij bood deed wonderen. Ik kon mijn leven weer vormgeven. En het geloof helpt mij om de mensen die mij pijn hebben gedaan te vergeven.” Op dit moment heeft ze haar bestemming bereikt bij de Hervormde Kerk waar ze zich nog prettiger thuisvoelt.
Inzet als vrijwilliger
Naciye woont inmiddels ruim 58 jaar in Nederland, maar de Turkse gastvrijheid is ze nooit verloren. “Ik heb ruim drie jaar als vrijwilligster gekookt voor de mindervalidenscouting in Holten en ik heb vrijwilligerswerk gedaan in het Kulturhus en
de Diessenplas. Nu kook ik nog regelmatig voor bijeenkomsten in het Kulturhus in Holten. De liefde voor het koken heb ik van mijn vader. Ook onderneem ik een dag in de week met een bewoonster van Zozijn leuke dingen. Met haar heb ik inmiddels fijn contact opgebouwd. Dit vrijwilligerswerk geeft mij zoveel voldoening.”
Dat de band met Turkije nog steeds aanwezig is, is wel duidelijk. Zo heeft ze vorig jaar meegelopen met Hope4Antioch. Deze stichting zet zich in voor de slachtoffers van de aardbeving in Oost-Turkije in 2023. Stralend vertelt ze: “Ik was aan het sparen voor een nieuwe fiets. ‘Die fiets kan wel wachten’, dacht ik: ‘Dit is nu belangrijker.’ En het was zo dankbaar om voor dit doel geld in te zamelen. Ik heb toen ruim 1.000 euro bij elkaar gelopen voor deze stichting. De steun die je dan krijgt van de mensen om je heen, is hartverwarmend.”
Dankbaar
Terugkijkend op haar tijd in Enschede en Holten is ze erg blij en dankbaar dat ze in Nederland is opgegroeid en dat ze met de Nederlandse vrijheid is grootgebracht. “Ook mijn kinderen heb ik de Nederlandse opvoeding meegegeven. Waardoor ze volledig op konden gaan in de cultuur.”
Naciye heeft het beste uit beide culturen proberen samen te voegen: de gastvrijheid van het Turkse en de vrijheid van het Nederlandse. “Ik hoop dat ik mij nog jaren met veel plezier en enthousiasme kan inzetten voor de medemens.”

- Door Demi van der Mei en Stef Meilink Fotografie Jennita Stegeman
Ons mooie dorp kent al lange tijd een rijk en gelaagd verenigingsleven. Van voetbal tot muziek en van motorsport tot schaken: voor vrijwel iedere interesse is er een vereniging te vinden. Toch zijn er verenigingen die minder zichtbaar zijn, maar al decennialang een vaste plek innemen in Holten. Zo ook ZPC Twenhaarsveld. Oprichter Henny Arendshorst en huidige voorzitter José Reinaardus vertellen, samen met het waterpoloteam, het verhaal achter de vereniging.
Met de haren nog nat, rode wangen en verhalen die door de kantine klinken, druppelen de dames van het waterpoloteam binnen na hun training. Uit hun verhalen blijkt één ding: de vereniging biedt al zestig jaar ruimte aan jong en oud om te zwemmen, sporten en vooral plezier te maken.
Van de Schipbeek naar Twenhaarsveld
Oprichter Henny Arendshorst vertelt hoe het allemaal begon: “Ik werkte als onderwijzer en kwam in 1965 vanuit Neede naar Holten. In Neede was ik al actief bij een zwem- en poloclub, dus het lag voor de hand om hier iets soortgelijks op te zetten.”
Er was vroeger al een Holtense zwemvereniging: Neptunus. “Destijds zwommen zij in de Schipbeek”, merkt Henny op. “Toen zwembad Twenhaarsveld open ging, werd Neptunus opgeheven. De penningmeester, de heer Beijers, kwam met een mooi gebaar: als het lukte om een nieuwe club op te richten, mochten we het geld van Neptunus gebruiken als startkapitaal.”
Dat was niet eenvoudig. Een voormalig badmeester had al eerder geprobeerd een club te starten, maar dit was gestrand. “Hij zei: ‘Het zal jou ook wel niet lukken’. Maar dat hield me niet tegen”, lacht Henny.
Ook de gemeente werkte mee en na overleg werd afgesproken dat de nieuwe vereniging op woensdagavond gebruik mocht maken van het zwembad. Op 24 mei 1966 richtten Henny, Eb Voordes,

Gé Slotman en Cor Karmelk gezamenlijk Zwem- & Poloclub Twenhaarsveld op. Met succes: voor de eerste trainingsavond meldden zich al meer dan zestig leden aan. José: “En zestig jaar later zwemmen we - naast de zaterdag - nog steeds op de woensdagavond. Net als vroeger. Bijzonder toch?”
Een club voor iedereen
Vanaf het begin zat er volop leven in de vereniging, met activiteiten voor jong en oud. Henny herinnert zich: “Ik gaf les in verschillende slagen, maar ook in wedstrijdzwemmen. We haalden zelfs clubs uit Neede en Rijssen naar Holten voor een waterpolo-demonstratie.” Al snel volgden de eerste wedstrijden en in augustus 1966 doken de leden in het water voor de eerste clubkampioenschappen. Een traditie die nog altijd bestaat. “Een jaar later sloten we ons aan bij de KNZB. Daarna kwamen de waterfestijnen: handdoekzwemmen, touwtrekken in het diepe bad… dat waren prachtige tijden”, lacht Henny.
Vandaag de dag telt ZPC Twenhaarsveld honderd leden. José Reinaardus is sinds 2025 voorzitter, maar eigenlijk haar hele leven al betrokken bij de club: “Ik ben op mijn vijfde begonnen, dus inmiddels zwem ik hier al vijfendertig jaar. Daarnaast maak ik ook deel uit van ons waterpoloteam.”
De vereniging organiseert ook borstcrawlcursussen voor volwassenen en de welbekende triathlonclinics.

“Gediplomeerde trainers, ondersteund door enkele leden, organiseren deze clinics zowel voor jeugd als voor volwassenen.
Superleuk en een mooie manier om de jeugd kennis te laten maken met zwemmen. Het mooiste is dat mensen vaak onverwacht zo enthousiast raken dat ze er écht plezier in krijgen en zich uiteindelijk bij de club aansluiten”, zegt José.
Waterpolo als hecht onderdeel van de club Het waterpoloteam is inmiddels één van de vaste pijlers binnen ZPC Twenhaarsveld. Rond de tafel in de kantine vertellen Eva, Irma, Annemarie, Johanna, Sabine en Kirsten over de sport, wedstrijden en herinneringen.
Johanna begon als dertienjarig meisje met waterpolo en is sindsdien niet meer weggegaan. “Het is een snelle sport”, vertelt ze. “Je speelt 5 keer 6 minuten en je hebt maar 28 seconden om een aanval op te zetten, dus je moet scherp zijn en op elkaar kunnen vertrouwen.” Dat omkijken naar elkaar gebeurt volgens de andere dames ook buiten het spel. Annemarie: “Omdat er binnen ZPC Twenhaarsveld maar één damesteam is, kom je automatisch in dames 1 terecht en beland je in een hechte groep. Maar ook als nieuweling ben je meteen welkom. Je leert op elkaar te bouwen, juist omdat je elkaar al zo lang kent.”
De leeftijden lopen uiteen van begin twintig tot midden vijftig, maar dat verschil merk je nauwelijks. Kirsten: “De één is zwanger, de ander wordt oma. In ons team kan dat allemaal."
Irma deelt dat gevoel: “Het voelt echt als een vriendinnengroep. We hebben zelfs een keer de Holtense Kwis gewonnen!”
Tradities die de club levend houden
Die verbondenheid stopt niet bij de rand van het zwembad. Ook daarbuiten speelt het team een grote rol tijdens bijvoorbeeld verjaardagen, clubkampioenschappen en misschien wel het meest tijdens het jaarlijkse zwemkamp. “Tenten opzetten, schaterlachen en samen overnachten: dat is altijd een hoogtepunt”, vertelt José. “Daar leer je elkaar op een andere manier kennen.”
Irma glimlacht als ze terugdenkt aan één van de oudste tradities: “Stuivertje duiken. Al vijftig jaar kijkt iedereen daarnaar uit. Vroeger doken we in het donker naar muntjes op de bodem, dat voelde bijna magisch. Je zag amper iets, maar juist dat maakte het zo spannend.” Ze lacht: “En nog steeds is het een succes; mijn kinderen vinden het nu net zo fantastisch als wij vroeger.”
Het zijn precies dat soort momenten die blijven hangen. Meelhappen met witte gezichten, een fanatieke bingo bij Het Trefpunt, waar iedereen nét iets te serieus meespeelt, of samen kwallenballen in het water. Maar ook andere activiteiten krijgen moeiteloos een plek naast de tradities, zoals de jaarlijkse Zwemvierdaagse. “Daar zijn we echt trots op”, zegt José. “Afgelopen jaar deden er meer dan 350 Holtenaren mee!”
Soms zoeken leden het avontuur ook buiten Holten. “We zijn een keer naar Hongarije geweest voor een openwaterwedstrijd”, vertelt Sabine. Met datzelfde groepje gingen ze nog een stap verder: het IJsselmeer over, in etappes. Een tocht van 21 kilometer. “Je staat vroeg op. Is het weer goed? Staat er weinig


wind? Dan ga je. Met een boot naast je zwem je urenlang door, met alleen het geluid van het water om je heen. Dat is écht waanzinnig gaaf.”
Zestig jaar ZPC Twenhaarsveld
Dit jaar viert de vereniging haar zestigjarig jubileum. Dat gaat uiteraard niet onopgemerkt voorbij. “Elke 24e van de maand delen we een stukje geschiedenis op social media”, vertelt José. “En Henny doet een mooie geste: hij schenkt twee bekers voor jongens en meisjes tot en met zestien jaar, voor de snelsten op de onderdelen school-, rug- en vrije slag samen tijdens de clubkampioenschappen. Deze nieuwe bekers noemen we de Arendshorst Bokalen.”
Hoe het jubileum precies wordt gevierd, wordt later bekendgemaakt. “Bij het vijftigjarig bestaan gaven we een groot feest bij Camping De Holterberg. Dat was toen heel gaaf. Ook nu willen we er samen iets moois van maken!”
Fanatiek, maar altijd met plezier
Wat ZPC Twenhaarsveld typeert? “De gemoedelijkheid, zonder twijfel”, vertelt José. “We willen natuurlijk graag winnen, maar er is geen prestatiedruk.” Hoewel waterpolo een snelle en uitdagende sport is, draait het binnen het team vooral om plezier. Kirsten legt uit: “Natuurlijk ga je voor de winst, maar we maken nooit ruzie en iedereen kan meedoen op zijn of haar eigen niveau. Het is de perfecte mix: fanatiek, maar altijd met een hoop lol.”
Deze gemoedelijke sfeer is volgens Henny en José de grootste kracht van ZPC Twenhaarsveld. “De betrokkenheid is groot. Ouders en vaste leden helpen mee en staan klaar bij activiteiten. We doen het dus echt samen.”
Blik op de toekomst
De vereniging kijkt met vertrouwen naar de toekomst. “Zwemmen is laagdrempelig. Dat maakt het een mooie sport voor jong en oud.” Henny voegt toe: “Het is gezond, ontspannend én belangrijk voor de veiligheid in en om het water. In deze drukke wereld kun je er echt van opknappen; even het hoofd leegmaken.”
“Ik hoop vooral dat we een gezellige, sportieve club blijven”, zegt José. “Meer leden en vrijwilligers zijn altijd welkom, maar het belangrijkste is dat iedereen met plezier komt zwemmen.”
Henny sluit af: “Het zou mooi zijn als ook toekomstige generaties hier in Holten blijven zwemmen. Dat de club blijft zoals hij nu is: toegankelijk, betrokken en voor iedereen.”
Wil je meer weten over Zwem- & Poloclub Twenhaarsveld of een keer proefzwemmen? Kijk op zpctwenhaarsveld.nl voor alle informatie. Iedereen is welkom!

Hallo Betsy Meilink en Marjan van Bruggen
- Door Amber van Laar | Fotografie Jennita Stegeman
Betsy Meilink en Marjan van Bruggen werken al bijna veertig jaar in het Deventer Ziekenhuis. De één als operatieassistent op de operatiekamer, de ander als avond- en nachthoofd. Beide zijn ze 58 jaar en begonnen ze halverwege de jaren tachtig aan hun zorgcarrière. “In-service heette dat toen”, vertelt Betsy. “Je was in dienst van het ziekenhuis en ging daarnaast naar school. De opleiding duurde drie jaar en het was een combinatie van theorie en praktijk.”
Marjan startte in 1986. Ze werkte op verschillende afdelingen. In die tijd had je nog klasseafdelingen: daar lagen patiënten op kleine kamertjes en waren alle specialismen bij elkaar ondergebracht. Op de andere afdelingen lagen patiënten juist samen op grote zalen. Dat systeem van klasseafdelingen bestaat inmiddels niet meer. “Dat was anders dan nu”, blikt ze terug. Later maakte ze de overstap naar de avond- en nachtdiensten, waar ze nu nachthoofd is. Een rol die ze inmiddels al jaren vervult.
Wat het werk zo mooi maakt? “De afwisseling”, geeft Betsy aan. “Op de operatiekamer is geen dag hetzelfde. Ik werk elke dag met andere collega’s, binnen verschillende specialismen en ik assisteer bij allerlei operaties. Die variatie vind ik het allermooist.”
“In mijn dienst zie ik bijna iedereen die aan het werk is”, zegt Marjan. “Ik ben voor iedereen beschikbaar.” Ze heeft één vast telefoonnummer waarop ze bereikbaar is. Betsy vult aan:
“Als wij het ’s nachts niet weten, zeggen ze: ‘Bel de Algemene Hoofd Wachtdienst (AHW) maar’.” Dat kan van alles zijn: een traumateam dat iets te eten nodig heeft tot de vraag om een speciale katheter. Marjan schakelt met de technische dienst of andere afdelingen. “Alle werkprocessen moeten doorgaan”, zegt ze. “En als er haperingen zijn, beoordeel ik: moet het nu opgelost worden of kan het wachten tot morgen?”
Robotchirurgie is helemaal ‘hot’ “Op de operatiekamer is technologie echt een uitdaging”, zegt Betsy. “Robotchirurgie is nu heel hot.” Toen zij werd opgeleid, was dat anders. “De leus was: ‘kies een vak met toekomst en perspectief’. En een andere uitspraak was: ‘een goede meid is op haar toekomst voorbereid’.” Haar opleiding zat vol exacte vakken: natuurkunde, scheikunde en biologie. “Die kennis hadden we heel hard nodig. Het waren allemaal technische processen, tegenwoordig gaat het meer over de besturing van robots.”
Ze legt uit hoe robotchirurgie werkt: “Bij veel ingrepen zit de chirurg achter een console in de operatiekamer, iets verder van de operatietafel af. De assistenten zetten de armen klaar in de robot via kleine gaatjes. Die robot wordt bediend door de chirurg. Als assistenten zijn we vooral bezig met de techniek: hoe zit zo’n robotarm in elkaar en welke clipjes gebruiken we? En als het niet werkt, bellen we niet de AHW”, zegt Betsy. “Nee hoor, dan bellen we met Amerika. Daar zit de technische ondersteuning voor de robot.” Operaties worden tegenwoordig vaker uitgevoerd als kijkoperaties in plaats van grote ingrepen. Daarbij wordt gewerkt via kleine sneetjes en met behulp van een camera. “De uitdaging is om het vak leuk te blijven vinden. We kunnen er niet meer omheen. Leerlingen worden nu anders geschoold en geselecteerd.”
Sneller naar huis
Marjan vertelt: “Deze nieuwe manier van opereren heeft natuurlijk ook invloed op de rest van het ziekenhuis. Het herstel gaat veel sneller.” Door deze nieuwe technieken knappen patiënten sneller op en worden ze korter opgenomen. “Het verloop van patiënten is groter en het contact vluchtiger.” Als voorbeeld noemt ze de heupoperaties. “Vroeger lag iemand twee weken in het ziekenhuis. Nu is dat vaak nog maar één nacht. Dat verschil is gigantisch.” Marjan legt uit: “Wie langer in het ziekenhuis blijft, loopt meer risico op infecties. Thuis herstellen is daarom vaak beter, bijvoorbeeld met ondersteuning van fysiotherapie. Zo zorgen we dat meer patiënten de juiste zorg op de juiste plek krijgen.”
Wat Marjan vooral opvalt, is de snelheid waarmee de zorg verandert. “We kijken nu al vóór de operatie hoe iemands thuissituatie is. Kan iemand zichzelf redden of is er hulp nodig?” Het ziekenhuis is niet langer de plek waar mensen wekenlang verblijven. “We helpen mensen, maar nemen alles niet meer over. We kijken hoe iemand zo snel mogelijk weer veilig naar huis kan.”
Momenten die je altijd bijblijven
Betsy herinnert zich nog een situatie uit haar schooltijd die haar altijd is bijgebleven. Tijdens een operatie werd duidelijk dat de
patiënt niet meer te genezen was. “We wisten dat deze man nog maar korte tijd te leven had”, vertelt ze. Een paar dagen later kwam ze hem tegen in de supermarkt, samen met zijn jonge kinderen. “Dat vond ik heel confronterend”, zegt ze. “Ik krijg het er nog koud van.”
Werken dicht bij huis
“Er wordt vaak aan mij gevraagd: ‘Vind je het niet vervelend om in een ziekenhuis te werken waar je zoveel mensen uit je eigen dorp tegenkomt?’ Zo sprak ik laatst nog een bekende”, vertelt Betsy. “Die zei: ‘Ik ga niet bij een huisarts bij mij in de buurt werken’.” Betsy begrijpt die gedachte, maar ziet ook een andere kant. “Het is misschien niet altijd makkelijk, maar het heeft ook mooie kanten.” Nog niet zo lang geleden gebeurde er in het ziekenhuis iets wat haar bijbleef. “Er was een chirurg die riep: ‘Betsy! Hier is iemand die jouw taal spreekt’.” De chirurg draaide zich naar de patiënt en zei: ‘Nou meneer, we hebben iemand hoor! Die kan uw taal spreken.’ Betsy vertelt: “Ik moest het in het Hooltns uitleggen. De man was direct opgelucht en kreeg het gevoel dat het wel goed kwam.” Ze glimlacht. “Het heeft twee kanten, maar dit soort momenten maken het ook bijzonder.”
Ze vertelt verder: “Vroeger gingen veel mensen onder narcose. Gaandeweg zijn er technieken bijgekomen, waardoor meer mensen wakker zijn tijdens de operatie. Dus je spreekt ze aan”, legt ze uit. “Onze manier van communiceren is anders geworden.” Tegenwoordig stelt het team zich voor aan de patiënt. “Dat was in mijn opleidingstijd niet”, zegt Betsy. “Je leert mensen beter kennen en weet hoe ze heten. Eerder lagen ze al onder narcose als wij binnenkwamen.”









Wat hier gebeurt, blijft hier
Iets waar Marjan geen moeite mee heeft, is haar beroepsgeheim. “Ik kan alles binnen de muren van het ziekenhuis houden.” Dat werd ooit pijnlijk duidelijk voor haar moeder. Die werd in het dorp aangesproken: waarom ze geen aandacht had besteed aan een bekende die in het ziekenhuis lag. Er was niet gebeld, niet geïnformeerd. Dat kon toch niet, met een dochter die in het ziekenhuis werkte? “Mijn moeder wist echt van niets”, vertelt Marjan. Ze kon dan ook niet anders dan haar schouders ophalen. ‘Sorry’, zei ze. ‘Maar onze Marjan praat niet over het ziekenhuis’. Voor Marjan is dat de gewoonste zaak van de wereld. Juist omdat ze in de buurt werkt, vindt ze het belangrijk dat mensen zich veilig voelen. “Ik heb er dan ook geen moeite mee dat ik dicht bij huis werk”, zegt ze.
Een jaar in Zwitserland
Betsy vertelt met een glimlach: “Ik heb mijn hele leven in het Deventer Ziekenhuis gewerkt.” Toch maakte ze in 1992 een bijzondere uitstap. Ze vertrok voor een jaar naar Zwitserland. “Ik was nieuwsgierig hoe het er ergens anders aan toeging. Je wil toch even buiten je eigen bubbel kijken.” Zwitserland staat bekend als hét land van de traumachirurgie, mede door de vele ski-ongevallen. “Daar is veel ontwikkeld op het gebied van botbreuken, waarbij botten met metalen platen en schroeven stevig worden vastgezet. Die methode, de zogeheten AOtechniek, komt daar vandaan.” Collega’s voorspelden haar al dat ze daar haar ogen uit zou kijken. “De chirurgen zeiden: ‘Nou Betsy, jij gaat het meemaken daar’.” Maar eenmaal aan het werk ontdekte ze iets verrassends. “Het enige wat mij eigenlijk opviel, was dat ze daar hetzelfde opereerden als hier.”
Een opleidingsziekenhuis houdt je scherp Betsy vertelt: “Natuurlijk veranderen technieken. Als hier coassistenten binnenkomen, brengen ze soms nieuwe werkwijzen mee.” Zo herinnert ze zich dat er een methode werd
geïntroduceerd om hechtnaalden veiliger terug te geven aan de operatieassistent. “Vroeger pakten wij een naald gewoon aan en legden hem netjes weg. Maar de coassistenten draaiden de naald om en legden hem eerst in de naaldvoerder terug, zodat je hem niet direct uit de hand hoefde te pakken.” Even wennen misschien, maar volgens Betsy juist waardevol. “Dat is het mooie van een opleidingsziekenhuis. Iedereen brengt iets mee. Je blijft van elkaar leren.”
Marjan straalt als ze over haar werk praat. “Zorgen voor een ander vind ik gewoon ontzettend mooi om te doen.” Eigenlijk wist ze het altijd al: ze wilde het ziekenhuis in. “Die wereld heeft me altijd getrokken. Het is dynamisch, geen dag is hetzelfde en er zijn continu nieuwe ontwikkelingen.” Juist die beweging houdt haar scherp. Dat het ziekenhuis een opleidingsziekenhuis is, maakt het voor haar extra interessant. “Je werkt steeds met nieuwe leerlingen. Zij stellen vragen waar je zelf soms niet meer bij stilstaat. ‘Waarom doen we dit zo?’ ‘Kan het anders?’
Dat houdt je fris.” Hoewel ze nu een andere rol heeft binnen het ziekenhuis, voelt ze zich nog altijd verpleegkundige in hart en nieren. “Ik zorg er nu voor dat iedereen zijn werk kan doen en spring bij waar nodig. Uiteindelijk draait het om één ding: samen goede zorg leveren aan de patiënt.”
Nog lang niet uitgekeken
Werken in een ziekenhuis vergt best wat van je. Onregelmatige diensten horen erbij: weekenden, nachten, feestdagen. “De zorg gaat 24 uur per dag door”, zegt Marjan. “Dat moet je willen.”
Betsy draait in het weekend soms 24-uursdiensten. “Dat is zwaar, zeker met personeelstekorten. Soms zijn ineens meerdere collega’s ziek. Of iedereen krijgt tegelijk een baby. Dan moet je flexibel zijn.” Toch overheerst bij beiden het positieve. “Het werk geeft je ontzettend veel terug,” zegt Marjan. “Je werkt met zoveel verschillende mensen. Je denkt mee, ondersteunt waar nodig en weet: ik heb echt iets kunnen betekenen.”

Hallo Gerrie Meilink
Haar houten kunstwerken reizen door heel Holten en omgeving. Je hebt ze vast wel eens zien staan in het dorp, bij één van de winkeliers, in het Kulturhus of elders. Achter elk kunstwerk schuilt weer een ander verhaal. Met veel passie, maar ook met ingetogen bescheidenheid vertelt Gerrie haar verhaal.
- Door Annemarie Bouwmeester | Fotografie Jennita Stegeman
Natuur, creativiteit en zorg voor haar medemens zijn aspecten die tot op de dag van vandaag in haar leven terugkomen. Gerrie groeide op in het buitengebied van Holten, op de boerderij van haar ouders waar ze samen met haar broers, zus en grootouders woonde. Het was fijn dat haar grootouders zo dichtbij waren; het boerenbedrijf vroeg veel tijd van haar ouders. Al heel snel waren op school handenarbeid en tekenen haar favoriete vakken. De geur van klei en hout in de lokalen herinnert ze zich nog precies wanneer ze erover vertelt.
Studiekeuze
Als puber moest ze een studierichting kiezen. Maar Gerrie maakte, ondanks dat kunst en het creatieve haar enorm aanspraken, bewuste afwegingen: hoe verdien ik met het creatieve vak mijn geld, brengt een creatieve opleiding mij voldoende duidelijkheid en wil ik toch iets met de landbouw of iets in de zorg?
Omdat ze als kind al begaan was met het wel en wee van de mensen om zich heen, koos ze uiteindelijk voor de zorg. Op haar achttiende vertrok ze naar Utrecht om te werken en leren in een verpleeghuis, waar ze intern woonde met andere zusters. Ze wilde de wereld ontdekken. Totdat een oom een advertentie zag, waarin het Utrechtse verpleeghuis personeel zocht. De wereldse plannen werden ingeruild voor Utrecht en dit voelde goed voor haar. Al was het soms schipperen tussen twee werelden; het Holtense en het Utrechtse. “Waar ben je thuis als je op twee plekken woont?” Het werd een leerzame periode, waarin ze veel voldoening haalde uit het helpen van mensen. Toch bleef het creatieve haar trekken en zocht ze een daarin een uitlaatklep. “Ik
volgde in Utrecht een cursus houtskooltekenen. Het kunstwerk dat ik toen maakte, heb ik nog steeds. Het zijn twee figuren die door elkaar lopen. Er zit beweging in. Heel apart.”
Na een tijdje wilde ze zich verder ontwikkelen en volgde ze de opleiding psychiatrisch verpleegkundige in Wolfheze. Gebeurtenissen uit haar jeugd vormden de aanleiding voor deze interesse. Wat beweegt mensen, waardoor raken sommigen verwijderd van de maatschappij en hoe kun je hen ondersteuning bieden, waren vragen die haar bezig hielden. “Je weet nooit wat er speelt bij mensen”, legt Gerrie uit. “Dat kun je niet aan de buitenkant zien, ook al denk je soms van wel.” Ze werkte maar tijdelijk in de psychiatrie en stapte vervolgens over naar het Deventer Ziekenhuis waar ze intern werd opgeleid tot verpleegkundige A. Hier werkte ze een langere periode.
Op een gegeven moment werd het werken met mensen haar even te veel en kwam ze terecht bij AB Oost in een administratieve (HR-)functie. “Maar wel bij een bedrijf met de link naar de natuur”, zegt ze lachend. “En bijzonder; vroeger hadden we thuis op de boerderij ook bedrijfshulp via dit uitzendbureau. De cirkel was weer rond.”
Kunst als uitlaatklep
Kunst speelde altijd al een rol in haar leven als uitlaatklep naast haar werk. Het echte houtsnijwerk begon pas toen ze in 2005, samen met haar zus, Deventer Op Stelten bezocht en daar een affiche zag hangen over ‘Ornament & beeldsnijden’. Dat moest het zijn. Helemaal toen ze hoorde dat Holtense kunstenaar Riemko Berends daar lesgaf.


Twee jaar lang ging ze naar Deventer om daar het vak te leren. “Elke vrijdag ging ik met het pontje vanaf de Worp richting de stad, het kunstenaarswereldje in. Een plek waar ik me volledig kon onderdompelen in het ambachtelijke en creatieve proces. Het was een dag waar ik elke week weer naar uitkeek.” In de eerste week kreeg ze les in het slijpen van het gereedschap. “Zonder goed gereedschap ben je nergens. Dat was een eerste waardevolle les.” En iets waar Gerrie nog steeds veel waarde aan hecht. “Als een beitel of guts niet goed is geslepen, verneem je dat terug in je werk.” Naast het vakmanschap maakte ook kunstgeschiedenis onderdeel uit van de opleiding. Tijdens, maar ook na haar opleiding, bezocht ze diverse musea. Museum Rodin in Parijs en het schip De Batavia in Lelystad maakten grote indruk op haar. “Het vakmanschap dat je daar ziet, is zo mooi en inspirerend.”
Het eerste grote houtsnijwerk
Na haar opleiding maakte ze haar eerste grote houtsnijwerk: ‘Rondedans’. Later volgde ‘Zusje’. Beide kunstwerken zijn gemaakt uit boomstammen. Ze vormen samen ‘Reizende Tweelingboom’. Gerrie maakte ze op het erf bij houtbewerker René Bruns uit Laren. Het was René die haar aanspoorde om met de kunstwerken naar buiten te treden. “Hij gaf mij letterlijk de opdracht: ‘Nu moet je zorgen dat ‘Reizende Tweelingboom’ echt gaat rondreizen.’ Dat was net het zetje dat ik nodig had”, zegt ze met een glimlach. Ze kijkt met veel plezier terug op die periode, bijna twee jaar, dat ze bij René aan deze twee kunstwerken werkte.
‘Reizende Tweelingboom’ heeft inmiddels letterlijk een hele reis achter de rug. Zo hebben ze onder meer langs kunstfietsroutes in de omgeving gestaan, bij het Holtens Ondernemershus, bij de entree van het Kulturhus in Holten en momenteel in Tastoe. Filosofisch voegt ze toe: “De bomen hebben veel mensen voorbij zien komen, maar hebben de mensen de bomen ook zien staan?”
Kunst die verbindt
Mensen uit haar omgeving denken graag met Gerrie mee. “Het gebeurt geregeld dat iemand een omgezaagde boom aan mij doneert om er iets moois van te maken. Dat is super bijzonder.” Zo is haar kunstproject ‘Hois’ ook begonnen. Remco Rensen had een mooie boomstam voor haar. ‘Hois’, wat letterlijk houtmensen betekent in het Indiaans, maakte ze buiten op het terrein bij Remco in Espelo. “Ook het maakproces van zo’n kunstwerk levert mooie gesprekken en verbindingen op.” Mensen die haar aan het werk zien, blijven vaak staan kijken. Ze zijn nieuwsgierig en knopen dan een praatje aan. “Dat zijn waardevolle momenten”, vult Gerrie aan.
Van schets tot kunstwerk
De ene keer is het meteen duidelijk wat ze uit het hout kan halen, soms ontstaat het idee pas later. Vaak sluit het aan op wat er in die periode speelt; een mooi verhaal, een ervaring of een reis die ze gemaakt heeft. “Wanneer een idee vorm krijgt, maak ik een schets. Zo staat mijn schetsboek vol met creatieve gedachtespinsels.” Gerrie licht toe: “Zo is ‘Standhouden’


ontstaan, dat was in de tijd dat er veel onrust was bij de boerengezinnen over hun bestaansrecht. Het houtsnijwerk beeldt een koe met één poot uit. ‘Hoe kun je je als boer staande houden in het bolwerk van wetgeving? Heb je nog wel een poot om op te staan?’”
Ze vertelt verder: “Soms zegt de vorm van het hout het al, zoals bij ‘Sallandse Leeuw’.” Dit kunstwerk is gemaakt uit een houten schijf die mooie glooiende vormen had die doen denken aan de manen van een leeuw. “Bij het houtsnijwerk is het letterlijk spelen met de vormen van het hout en met de geschiedenis die het met zich meedraagt. De scheuren in het hout, het gat waar een vogel zich in heeft genesteld, maar ook de jaarringen, noesten en de verschillende kleuren kun je allemaal gebruiken in het kunstwerk. Bij deze houten schijf was direct duidelijk dat daar een mooie stoere leeuwenkop van gemaakt moest worden.” Dit project maakte ze in de schuur bij haar neef Herman in Espelo.
‘Sallandse Leeuw’ staat nu bij kapper Drent in de etalage. Deze houten schijf kwam van de historische begraafplaats aan de Kerkhofsweg in Holten. “En hoe mooi, daar kijkt het nu op uit. De leeuw waakt als het ware weer over die plek.”
Na het schetswerk begint het echte werk. Voor het grove werk gebruikt Gerrie een haakse slijper. Dat is een nauwkeurig werkje. Daarna begint het ambachtelijke proces. Met gutsen en beitels geeft ze het stuk langzaam zijn uiteindelijke vorm. Het houtsnijwerk vraagt een andere manier van denken. Als
er te veel wordt weggehaald, is het werk verloren. “Wanneer ik geconcentreerd aan het werk ben, ga ik er helemaal in op en kan ik de wereld even achter mij laten. Dan kan ik ook wel eens de tijd helemaal vergeten”, zegt ze lachend.
De cirkel rond
Na een omweg werkt Gerrie inmiddels weer in de zorg, in de wijk. Zorg voor mensen en in verbinding staan met anderen loopt als een rode draad door haar leven, zowel in haar werk als in haar kunst. Misschien werd in Utrecht al het zaadje geplant, toen ze het kunstwerk maakte van twee levens die parallel lopen. Op de vraag of ze haar werken ook verkoopt, reageert ze bescheiden. “Dat vind ik niet zo makkelijk. Achter elk kunstwerk zit een mooie geschiedenis en in het maken stop je je ziel en zaligheid. Je raakt gehecht aan je werken.” Maar als er iemand echt verliefd wordt op een kunstwerk, staat ze daarvoor open. “Het geeft ook een stukje voldoening als iemand blij wordt van wat ik heb gemaakt. En het geeft weer ruimte om aan iets nieuws te beginnen.”
Haar wens voor de toekomst is om ooit nog eens mooi kunstwerk te maken uit een boomstam. Wie weet duikt die dan weer ergens op in Holten of omgeving.

Hallo Tandartsenpraktijk Montis
Tandheelkundig Centrum Holten is al jarenlang een vertrouwd gezicht in Holten. Patiënten uit het dorp, maar ook uit de wijde regio weten de praktijk aan de Gaardenstraat goed te vinden. Sinds begin dit jaar gaat Tandheelkundig Centrum Holten verder onder de naam Montis – specialisten in mondgezondheid.
- Door Annemarie Bouwmeester | Fotografie Jennita Stegeman
De praktijk kent een rijke geschiedenis. Ooit opgericht door tandarts Klaas van Aken, die inmiddels van zijn verdiende pensioen geniet. In 2006 kwam tandarts Niels Eijkelkamp in de praktijk werken en drie jaar later werd hij partner. Jarenlang waren Klaas en Niels de vertrouwde gezichten van een goedlopende praktijk.
In 2024 droeg Klaas zijn aandeel over aan Jorien Hamburger. Zij werkt sinds 2012 in de praktijk en kent dus al veel patiënten. Toen Jorien werd gevraagd om toe te treden tot de maatschap, hoefde ze dan ook niet lang na te denken. “De samenwerking met Niels was altijd prettig en deze kans kwam op een goed moment”, vertelt Jorien. “Wel vond ik het belangrijk om samen met een externe professional te kijken hoe we onze samenwerking vorm wilden geven.” Niels lacht: “Ik dacht daar in eerste instantie iets makkelijker over, maar achteraf heeft het ons juist veel gebracht. Ik ben blij dat Jorien dit voorstelde.”
Samen bouwen aan de toekomst
Samen gingen ze in gesprek over hun kwaliteiten, rollen en toekomstplannen. Wat willen we behouden en waarin willen we verder groeien? “Niels en Klaas hebben de praktijk heel zorgvuldig opgebouwd”, vertelt Jorien. “Dat wilden we met dezelfde zorg voortzetten, voor onze medewerkers én voor onze patiënten.” Dit leidde uiteindelijk ook tot een nieuwe naam: Montis. Soms krijgen ze de vraag of de praktijk nu onderdeel is van een keten, maar dat ontkennen ze lachend.
“We wilden juist het lokale karakter benadrukken”, legt Jorien uit. “Montis betekent in het Latijn ‘van de berg’, wat mooi past bij Holten.” “En als je inzoomt op een berglandschap zie je het reliëf, net als dat van een kies. Daarom vonden wij Montis een mooie, nieuwe naam voor onze praktijk”, vult Niels aan.
Niels gaat verder: “We blijven bewust zelfstandig. Zo houden we de regie over hoe we zorg leveren, zonder druk van een grote keten. Aandacht voor de patiënt staat daarbij voorop. Daarom kunnen patiënten bij reguliere behandelingen zelf kiezen door welke tandarts ze geholpen willen worden. Het blijft mensenwerk; een klik is belangrijk. En als er specialistische zorg nodig is, verwijzen we intern door naar een collega."
Met de tijd mee
Is er naast een nieuwe naam en een nieuwe mede-eigenaar nog meer veranderd? Zeker. “We hebben de afgelopen tijd flink geïnvesteerd in nieuwe, modernere apparatuur en behandelstoelen”, vertelt Niels. “Niet omdat Jorien erbij kwam, maar omdat we met de tijd mee willen gaan.” Ook maken de traditionele gebitsafdrukken steeds vaker plaats voor 3D-scans. “Dat werkt patiëntvriendelijker en is bovendien duurzamer”, legt Niels uit. “We kunnen het gebit nauwkeurig in kaart brengen en de situatie voor en na een behandeling duidelijk laten zien.” Wat behouden blijft, is de persoonlijke benadering. “We blijven een betrouwbare praktijk met kwalitatieve mondzorg”, benadrukt Jorien.

Persoonlijk financieel en deskundig advies!

Daar staan we voor!
Wij helpen je graag met het kiezen van de juiste verzekeringen en hypotheek.
Bannink Verzekeringen en Hypotheken B.V.
Oude Deventerweg 23,7451 CM Holten
Verzekeringen t 0548 36 77 88
Hypotheken m 06 22 99 69 33
verzekeringen & hypotheken www.banninkverzekeringen.nl info@banninkverzekeringen.nl

Een wijngaard waar ambacht en passie samenkomen
Binnenkort ontdek je de allereerste wijn uit onze wijngaard onderdeel van dewijnkamerholten.nl
Pannenkoeken eten is altijd een feest!
Het gezelligste en leukste pannenkoekenrestaurant bij u in de buurt! Lekker genieten van een heerlijke pannenkoek voor jong en oud en lekker spelen in onze speelkelder!

Lekker dichtbij in Holten

Onze diensten:
Glasbewassing
Schoonmaak
Industriële reiniging
Damwandreiniging
Gevelreiniging
Constructieweg 3-16
7451 PS Holten
0548 36 50 91
info@tuitertcleaning.nl
Tuitert cleaning.nl

















250 soorten pannenkoeken:

Naast onze traditionele pannenkoeken
o.a.
• Beef teriyaki
• Carpaccio
• Div. pizza pannenkoeken
• Shoarma / Gyros
• Apfelstrudel
Ook voor al uw allergieën of dieetwensen


Beleef onze gastvrijheid in het gezellige, sfeervolle restaurant, natuurlijk veilig én op gepaste afstand van elkaar. Wij maken er een fantastische beleving van voor iedereen!
Kom jij ook?







Meer dan alleen tandheelkundige zorg
Naast algemene tandheelkunde is Montis gespecialiseerd in onder meer mondhygiëne, implantologie, behandeling van gebitsslijtage, wortelkanaalbehandelingen en kunstgebitten op implantaten. Ook chirurgische ingrepen worden vaak in de praktijk zelf uitgevoerd.
Niels en Jorien werken allebei zelf in de praktijk, samen met een team van tandartsen, mondhygiënisten, (gespecialiseerde) assistentes en ondersteuners. Niels richt zich vooral op implantologie, terwijl Jorien gepromoveerd en gespecialiseerd is in de behandeling van gebitsslijtage. Ook achter de schermen hebben ze de taken verdeeld. “Wel zijn we samen eindverantwoordelijk en stemmen we alles met elkaar af”, zegt Jorien. “De samenwerking voelt heel natuurlijk.”
En de orthodontiepraktijk, Orthosmile Holten, in hetzelfde pand? “We zijn twee aparte praktijken”, legt Jorien uit. “Maar we wisselen veel kennis uit. Door de nabijheid en de prettige sfeer zijn de lijntjes kort en kunnen we patiënten makkelijk verwijzen. Verder delen we de wachtkamer, de kantine en gezellige uitjes.”
Die goede verstandhouding blijkt ook uit een recente verandering. Toen Tandartspraktijk Kamphuis in Holten haar deuren sloot, nam Montis de zorg voor haar patiënten over. Voor deze patiëntengroep veranderde er weinig: zij zijn nog steeds welkom aan de Schoolstraat. Voor Niels en Jorien voelt deze stap heel logisch, als goede buren werkten de praktijken al jarenlang nauw samen.
Betrokken praktijk
Door de jaren heen heeft Montis een hecht team opgebouwd. “Dat merk je als patiënt”, vertelt Jorien. “De sfeer is goed, iedereen is betrokken en gedreven.” Die betrokkenheid stopt niet bij de praktijkdeur, want ook lokaal laat Montis zich zien. Zo is de praktijk al jaren sponsor van de Triathlon Holten en voelen Niels en Jorien zich nauw verbonden met het dorp.
Ze kijken met veel vertrouwen naar de toekomst. “Met de recente veranderingen, de overname van de praktijk van tandarts Kamphuis, de naamgeving en de modernisering van de apparatuur hebben we een goede basis gelegd voor de komende jaren. En met het mooie team dat we hebben, kunnen we de patiënten de zorg geven die zij verdienen”, sluit Niels af.

- Door Wieke van der Zee | Fotografie Jennita Stegeman
Wie Loes Cevaal ziet rijden, ziet een rustige geconcentreerde amazone die precies lijkt te weten wat ze doet. Met haar paard Happy Hero rijdt ze op internationaal niveau in de paradressuur en is ze opgenomen in het TeamNL paralympisch kader. Ook heeft ze door haar prestaties op dit moment een A-status van NOC*NSF. Maar achter die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid zit een verhaal van opnieuw beginnen, telkens weer aanpassen en leren leven met een lichaam dat niet altijd meewerkt. En dat allemaal met een focus en optimisme waar veel mensen nog wat van kunnen leren.
Loes groeide op in Zeeland op het platteland van Walcheren, buiten het dorpje Grijpskerke. Paarden kregen al vroeg een vaste plek in haar leven. Na de havo volgde ze bij het Hippisch Centrum in Deurne een paardenhouderij–en instructeursopleiding. Daarna reed ze zelf fanatiek paard en werkte op de manege in Vrouwenpolder. Omdat ze ook een vak naast de paarden wilde leren, begon ze met de HBO-V opleiding in Vlissingen, die ze heeft afgemaakt aan het Saxion in Deventer. Ze was namelijk verhuisd naar het oosten van het land om met haar vriend (inmiddels echtgenoot) Wouter Raamsman samen te wonen. Samen pakten ze het opleiden van paarden en lesgeven verder op. Wouter had dezelfde opleiding in Deurne gevolgd en was (inmiddels) begonnen als hoefsmid, na zijn carrière als springruiter.
Als je lichaam niet meer meewerkt
Na een val van een paard in het laatste jaar van haar opleiding kreeg Loes rug- en nekklachten. “Ik moest al snel schakelen in wat ik nog kon in mijn werk en het paardrijden. Op dat moment werkte ik op een gehandicaptenmanege. Helaas kon ik dat niet meer doen, omdat ik vaak zwaar moest tillen. Daardoor werd ik op mijn 21e arbeidsongeschikt verklaard.”
Niet meer werken was voor Loes geen optie; ze keek vooral naar wat nog wél kon en werkte aan haar herstel. Ze begon met de verkoop van ruitersportartikelen en pakte een nieuwe studie op: Arbeidsrehabilitatiewetenschap aan de Universiteit van Maastricht. Daarnaast begon ze met werken ‘buiten de paarden’ bij een re-integratie bedrijf. Als re-integratie specialist begeleidde ze mensen met handicaps of verminderde belastbaarheid naar werk. Ook pakte ze trajecten op in verzuimen loopbaanbegeleiding. “Omdat ik nooit wist wat ik wilde worden, was dit voor mij een baan waar alles samenkwam. En het hielp ook dat ik er inmiddels zelf ervaring mee had”.
Opnieuw richting vinden
Na jarenlang in de re-integratie en verzuimbegeleiding gewerkt te hebben (inmiddels in een managementfunctie), raakte Loes in het voorjaar van 2016 betrokken bij een aanrijding met de auto. “Ik vertelde de ambulancemedewerker dat het wel zou
gaan. Ik had altijd al last van mijn rug en nek. En ik ben niet zo’n dokterganger.” Helaas pakte het anders uit: de pijn werd in de maanden daarna steeds erger. “Begin juni ging het echt niet meer. Toen ik de moed had om de dokter te bellen, omdat ik niet meer uit bed kon komen, zei de assistente dat ik langs kon komen. Helaas was dat al een gepasseerd station en ben ik met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek ik een driedubbele hernia te hebben onderin mijn rug. Mijn ruggenmerg was op meerdere niveaus bekneld door de hernia’s, wat heeft geleid tot een partiële dwarslaesie.”
Na een week in het Deventer Ziekenhuis te hebben gelegen, met heel veel pijn, is Loes in Zwolle geopereerd. De neurochirurg vertelde haar dat ze er stellig rekening mee moest houden dat ze niet meer zou kunnen lopen. “De volgende dag, bij het betreden van de operatiekamer vroeg de chirurg of ik zenuwachtig was. Ik heb hem toen verteld van niet en dat ik ook zeker weer zou gaan lopen!” Na de operatie revalideerde Loes een half jaar in het Roessingh in Enschede, waarbij ze zeer gemotiveerd was om weer te kunnen lopen. “In het begin dacht ik: ‘Ik ben hier met een paar weken weer weg’, maar dat duurde toch wat langer. Ik ben er nog altijd dankbaar voor dat ze mij daar zo goed hebben geholpen, al moet je het natuurlijk wel zelf doen. Ik kwam daar in een bed binnen en liep met een rollator weer naar buiten, ook al waren het maar kleine stukjes.” Ook na de eerste revalidatieperiode blijft Loes hard werken om haar lichaam te kunnen gebruiken. Inmiddels gaat ze al tien jaar drie keer per week met veel plezier naar de fysio in Holten. “Als ik een keer niet kan, dan baal ik. Ik ben namelijk erg gebaat bij structuur en mijn spierkracht en mobiliteit verslechteren snel als ik niet train. Ik train dus niet om beter te worden, maar juist om niet slechter te worden.”
Blijf vooral kijken naar wat wel kan
Door haar huidige situatie moet Loes spaarzaam omgaan met haar energie. Ze kan bijvoorbeeld niet op één dag werken én ’s avonds nog naar een feestje. Maar ondanks dat is haar agenda toch nog behoorlijk vol. “Mijn ambities ten aanzien van werk heb ik bij moeten stellen met de belastbaarheid die ik nu heb.

Ik werk wel, maar dat is parttime omdat ik niet de hele dag kan zitten/lopen en staan. Ik heb tussendoor mijn rust nodig om het vol te houden. Ik doe mijn werk met heel veel plezier en ik merk ook dat mijn situatie soms voordelig kan werken. Af en toe pak ik nog trajecten op voor collega’s, dan merk ik dat mijn rollator motiverend werkt. Het laat namelijk zien dat er altijd mogelijkheden zijn om aan het werk te gaan.”
“Thuis probeer ik zo veel mogelijk mee te helpen in de stal. Wouter en ik fokken dressuur- en springpaarden. We proberen elk jaar één of twee veulens te fokken. Ik kan voeren met de kruiwagen voor de rollator en ik help met het binnen- en buitenzetten van paarden. Die zijn bijna allemaal rollator proof, maar de echt scherpe paarden kan ik niet doen. Ik kan niet opzij springen als dat nodig is. Er zijn dagen waarop het minder gaat, maar dat wordt niet meer anders. Ik zorg er wel voor dat ik altijd in beweging blijf, ook op mindere dagen.” Naast hun gezamenlijke werkzaamheden thuis en haar werk, runt Loes al 25 jaar de eerder genoemde winkel in ruitersportartikelen. Daarnaast was ze de afgelopen jaren voorzitter van rijvereniging Bathmen en van fokvereniging Holbatheo. Ook zit ze op dit moment namens de ruiters in de topsportcommissie van de KNHS. “Dit zijn allemaal functies die niet structureel wat van mij vragen, maar die ik in kan plannen. Zo kan ik op mijn manier een bijdrage leveren.”
Terug in het zadel
Ongeveer zes jaar geleden dacht Loes: “‘Als dit het is, dan moeten we er maar wat van maken’. Ik wilde weer paardrijden.
Hoe ik er dan op moest komen en of ik er wel op bleef zitten, dat zou ik wel ontdekken. Alleen ben ik nergens en ik ben ontzettend dankbaar dat Wouter mij wil én kan helpen. Hij stelde voor om eerst een paard wat we al op stal hadden te proberen, die leek braaf genoeg en zo geschiedde. Toen dat lukte, wilde ik weer een doel hebben. Ik heb mij vervolgens laten keuren voor de paradressuur, een paralympische discipline waarin je op basis van je beperking wordt ingedeeld in een bepaalde klasse (grade). Ik ben ingedeeld in grade 2, wat betekent dat ik mijn proeven rijd in een 20 x 40 meter baan en alleen stap- en draf oefeningen doe. De neuroloog en de classifyer schatten mij lager in dan dat ik zelf dacht te kunnen. Achteraf ben ik ze daar dankbaar voor. Elke spier in het lichaam wordt getest en daar merkte ik dat ik toch minder kon dan ik zelf dacht. Ik heb ook hulpmiddelen nodig om te kunnen rijden en in de grade waar ik in zit mág ik ze ook gebruiken.”
“Als ik rijd, dan doe ik dat met elastieken bandjes om mijn voeten en de stijgbeugels. Ik heb geen gevoel in mijn benen en voeten, dus ik voel het niet als ik uit de beugel schiet en dat is gevaarlijk. Met elastieken blijven ze op de plek. Ook heb ik heupbanden om mijn bovenbenen die met klittenband worden bevestigd. Deze mogen maar een bepaalde afmeting hebben, zodat ze ook nog altijd los kunnen gaan mocht het nodig zijn. Door deze hulpmiddelen kan ik blijven zitten in stap en draf. Om op mijn paard te komen, heb ik een groot opstapblok en Wouter helpt me om mijn voet in de beugel te zetten. Weer van het paard af komen, vind ik het meest spannende van alles. Wouter zet mijn rechterbeen weer op het blok en dan moet snel mijn linkervoet ook nog uit de stijgbeugel worden gehaald. Ik heb die kracht en beweging zelf niet. Het vraagt dus wel oplettendheid van degene die je daarmee helpt en ook je paard moet netjes stil blijven staan.”
Elk foutje telt mee
De oefeningen in de paradressuur lijken voor een buitenstaander, wat ik natuurlijk ook eerst was, best wel te doen. Maar op het moment dat je geen balans, gevoel of kracht hebt, dan wordt alles anders. Dat is ook mijn uitdaging. Bijvoorbeeld een overgang van stap naar draf met verminderde balans kan ervoor zorgen dat je altijd net achter de beweging zit en daar kan je paard weer op reageren. Daarnaast word je net als in de reguliere dressuur beoordeeld op harmonie met je paard. Mijn paard Happy kan nog wel eens een boefje zijn en een schrikbeweging maken tijdens de proef. Ook daar word je op beoordeeld en het werkt dus in je nadeel als dat gebeurt.
Wéér opnieuw beginnen
Loes haar tijd in de paradressuur is niet onverdienstelijk. Zo mocht ze al rijden op toonaangevende concoursen zoals tweemaal in Doha Qatar waar ze met Happy naartoe vloog, Jumping Amsterdam, Indoor Brabant en CHIO Rotterdam. Als kers op de taart deed ze vorig jaar mee aan het EK paradressuur in Ermelo, waar ze onder andere met het team een zilveren medaille behaalde en individueel vierde werd onder de vlag van TeamNL. Na dit jaar gaat Happy niet meer internationaal mee vanwege zijn leeftijd. Loes moet dus weer opnieuw beginnen om een plekje binnen TeamNL te bemachtigen. “Deze plek krijg je namelijk op basis van de
combinatie met je paard. Dit geeft me dus weer een heel nieuwe uitdaging de komende jaren. Ik heb inmiddels een nieuw paard op stal staan; de 11-jarige merrie Kate. Ze is een heel ander paard, met andere uitdagingen maar tot nu toe lijkt het goed te klikken.”
De eerste tekenen zijn dus positief. En dat moet ook wel, want Loes heeft ambities om ooit naar de Paralympische Spelen te gaan. “Ik heb al een EK gereden, dat was echt fantastisch. De spelen zijn het hoogst haalbare, daar moet je dan natuurlijk altijd voor gaan. Er is nog een heel pad te bewandelen voordat we zover zijn. Ik moet met Kate een nieuwe combinatie worden en het is de vraag of dat in twee jaar gaat lukken, dan zijn namelijk de eerstvolgende spelen. Er kan van alles gebeuren. Het paard kan kreupel worden, ik kan zelf een terugval krijgen of misschien is ze toch net niet goed genoeg. De uitdaging is groot, zeker omdat het niveau in Nederland hoog is en er meerdere ruiters zijn die meedingen naar die plekken. Uiteindelijk mogen er maar vier ruiters naar de spelen of het EK/WK, waarvan er drie voor het team mogen rijden. En de periode vóór de spelen is heel belangrijk. Er worden elk jaar minimaal drie observatiewedstrijden aangewezen die bepalen of je geselecteerd wordt voor een kampioenschap (EK/WK/spelen). Doe je het daar goed, dan worden je kansen op deelname ook een stuk groter. Het allerbelangrijkste vind ik dat je het doet omdat je het leuk vindt en er plezier en energie uit haalt. Jezelf blindstaren op kampioenschappen leidt alleen maar af.”
Waar Loes nog kansen ziet in de paradressuur, is het betrekken van jonge ruiters bij de sport. En ook ruiters die net als zij op latere leeftijd een handicap hebben opgelopen en het paardrijden nog altijd met veel plezier oppakken. “Op dit moment moet je op een behoorlijk hoog niveau instappen en dat schrikt af. Ik zou graag zien dat er een soort basisniveau bij komt. We hebben al wel proeven op zo’n niveau, maar die worden helaas weinig gebruikt. Ik zet mijzelf (samen met andere pararuiters) in om in de buurt wedstrijden te organiseren. Ik merk dat het voor de verenigingen niet uit kan als je maar een kleine club pararuiters verdeeld over het hele land hebt. Je moet namelijk met veel zaken rekening houden; alles moet rolstoeltoegankelijk zijn en de veiligheid moet je extra goed in de gaten houden. En bijvoorbeeld bij blinde ruiters moet je ook niet te veel ruiters tegelijk in de bak hebben om los te rijden. Ook zijn er altijd twee juryleden die de proeven beoordelen en is er een toezichthouder nodig. Het is zo belangrijk om nieuwe ruiters te betrekken en de club uit te breiden. Ik probeer mij daarvoor in te zetten en ik ben altijd bereid om nieuwe ruiters informatie te geven als ze dat vragen. Dan wordt de deelname groter en is het voor verenigingen ook interessanter om iets te organiseren. Zo kunnen de wedstrijden lokaal plaatsvinden in plaats van dat je het hele land door moet.”
“Internationaal is de club Nederlandse pararuiters nog kleiner. We hebben wel echt een heel leuke groep. En niemand kan het alleen, dus we zijn dan alsnog met een grote groep aan grooms, trainers, ouders, partners, enzovoort. Paradressuur is niet een individuele sport; het hangt af van het team dat je om je heen
hebt. Ik kom bijvoorbeeld letterlijk nergens zonder Wouter. Hij rijdt de vrachtwagen, rijdt mijn paarden bij en helpt mij om op en van het paard te komen. Zonder hem ben ik nergens en dat geldt bijna voor ons allemaal. Elke pararuiter heeft zijn of haar eigen uitdagingen en velen van ons ervaren door te paardrijden dat het paard de mogelijkheden geeft om grenzen te verleggen die eerder onbereikbaar leken. Elke training en wedstrijd is een kans om mijn beperkingen te overstijgen en nieuwe doelen te bereiken waarbij het paard niet alleen een hulpmiddel is, maar ook kracht en motivatie geeft om door te gaan.”
Loes is opvallend positief en nuchter ingesteld, wat haar ongetwijfeld heeft geholpen om zó ver te komen. Ze laat zien dat topsport én het leven niet alleen draaien om winnen en presteren, maar ook om het zoeken naar mogelijkheden binnen veranderende omstandigheden. En ja, de kans bestaat dat er iets gebeurt waardoor het op een dag niet meer goed gaat. “Maar ik weet wat ik doe en ook wat mijn lichaam op mindere dagen wel en niet kan. Als je gaat twijfelen, werkt het niet en als je bang bent moet je niet op een paard gaan zitten. Een paard is een vluchtdier, die maakt snelle beslissingen. Dat is regulier al lastig, maar met een handicap helemaal. Dus ja, er kan altijd wat gebeuren. Maar met een goed plan proberen we het goed te laten verlopen. En als het zo is, dan zien we dan wel weer. Het is namelijk té leuk om het niet te doen!”


Hallo Stembureau
Op 18 maart gingen Holtenaren weer naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Inwoners konden stemmen op nieuwe leden van de gemeenteraad Rijssen-Holten. Terwijl kiezers op verkiezingsdag even binnenliepen om hun stem uit te brengen, draaide achter de schermen een goed geoliede machine. Vrijwilligers waren er al in de vroege ochtend en bleven tot diep in de nacht om alles eerlijk en soepel te laten verlopen. Wie zijn deze gezichten achter het stembureau? Lotte Zwijnenberg, Irene Baldizzone en Justin Verhoeven vertellen over hun rol: van stembureaulid tot ervaren teller en voorzitter.
- Door Demi van der Mei | Fotografie Jennita Stegeman
Om stipt 7.30 uur openden de stembureaus hun deuren.
Voor Lotte, stembureaulid, was haar eerste shift toen al begonnen. “Ik heette mensen welkom, controleerde hun gegevens en zorgde dat ze hun stembiljet kregen”, vertelt ze. Gedurende de dag was het een constante stroom van mensen. Sommigen kwamen even snel tussendoor, anderen namen de tijd voor een praatje. “Dan ging het over de drukte, het weer of de vraag of ik zelf al had gestemd. Niet over politiek natuurlijk, dat is niet de bedoeling”, zegt ze lachend. “Maar juist dat contact maakte het leuk. De dag vloog echt voorbij.”
Democratie als feestje
Voor Lotte was het meer dan alleen mensen helpen bij het stemmen. “Ik vind het een fijn idee dat ik echt onderdeel ben van de democratie”, legt ze uit. “En dat ik het voor iedereen toegankelijk kan maken.” Ze ziet dat daar ook steeds meer aandacht voor is. “Er waren bijvoorbeeld stemhokjes waar mensen met een rolstoel makkelijk gebruik van konden maken. Dat lijkt misschien klein, maar het maakt wel verschil.” Volgens haar staan we er soms te weinig bij stil hoe bijzonder het is dat we kunnen stemmen. “We vinden het heel normaal, terwijl dat niet vanzelfsprekend is. Daarom draag ik hier graag aan bij.” Daarnaast vindt ze dat stemmen best wat luchtiger mag zijn.
Ze merkt dat politiek steeds populairder wordt, vooral onder jongeren, en dat het vaak op een feestelijke manier kan worden ervaren. “Het gaat er niet om dat stemmen minder serieus wordt, maar dat het toegankelijker en uitnodigender voelt”, legt ze uit. “De overheid speelt daar ook op in: tegenwoordig kun je zelfs in sommige kroegen of discotheken stemmen. Zo wordt het voor meer mensen leuker om mee te doen.”
Zien hoe Holten stemt
Waar de dag van Lotte al een tijd bezig was, begon het werk voor Irene ‘s avonds pas echt. Al tien jaar helpt zij bij het tellen van de stemmen. “Ik ben er ooit een beetje ingerold”, vertelt ze. “Ze zochten mensen en vroegen of het iets voor mij was. Inmiddels vind ik het zo leuk om hierbij betrokken te zijn dat ik het elke keer weer doe.” Om 20.45 uur kwamen de tellers binnen. Even later sloot het stembureau. Nog één minuut werd er gewacht op die ene laatste stemmer en daarna gingen de stembussen officieel dicht. “Alles werd op één grote hoop gegooid”, zegt Irene lachend. “En die stembiljetten zijn echt gigantisch. Je vraagt je weleens af wie dat ooit bedacht heeft.” Wat volgde, was precies werk. Stapels werden gesorteerd, geteld en nog een keer gecontroleerd. “Eerst per partij, daarna per persoon. En alles volgens het vier-ogen-principe.


Als het niet klopt, begin je gewoon opnieuw. Het kan een lange avond worden. Soms ben je rond middernacht klaar, soms pas veel later. We hebben ook wel eens tot diep in de nacht gezeten.” Toch is het tellen allesbehalve saai, het is elk jaar weer gezellig. “Je zit met een groep mensen, vaak dezelfde gezichten. Er wordt hard gewerkt, maar ook gelachen.” En het eten? “Dat staat er wel, maar daar kom je pas aan toe als alles klaar is. Dan is er opluchting, wordt er geapplaudisseerd en blijf je nog even napraten.”
Wat het voor haar bijzonder maakt, is dat je direct ziet hoe het dorp stemt: “Soms zijn de uitslagen echt verrassend. Je krijgt een uniek kijkje achter de schermen.”
Als voorzitter moet alles kloppen
Terwijl Irene zich bezighield met stapels stembiljetten, hield Justin Verhoeven het overzicht. Als voorzitter was hij verantwoordelijk voor het hele proces op het stembureau. “Je regelt eigenlijk alles”, legt hij uit. “Van de planning tot het zorgen dat het stemmen goed verloopt en dat alles in goede banen wordt geleid.” Zijn dag begon al vroeg, rond 6.30 uur. “Je zorgt dat het stembureau klaar is om open te mogen, ontvangt mensen en helpt waar nodig.” Vooral achter de schermen kwam er veel bij kijken: “Tijdens het tellen controleerde ik of alles klopte. Aantallen moesten overeenkomen. Als er iets niet klopte, moest je achterhalen waar het verschil vandaan kwam.” Het was een lange dag, die doorliep tot laat in de avond. “Het bijzondere is dat je dit allemaal doet in je eigen woonplaats, tussen mensen die je kent. Je werkt met elkaar ergens naartoe”, zegt Justin. “En als alles aan het eind van de dag klopt, geeft dat echt een voldaan gevoel.”
Achter de schermen
Wat zien kiezers eigenlijk niet, maar gebeurt er allemaal achter de schermen? Best veel, blijkt. “Al weken van tevoren is de
gemeente druk met de voorbereidingen”, vertelt Justin. “Het team van de buitendienst zorgde ervoor dat alle stembureaus werden klaargemaakt en dat al het materiaal op tijd op de juiste plek was. De buitendienst was de hele verkiezingsdag onderweg om spullen te brengen en bleef soms tot diep in de nacht bezig. Zelfs de dag erna met afbreken.” Maar daar bleef het niet bij. “Voordat je zelf als lid aan de slag gaat, volg je eerst een cursus. Daarin leer je wat je kunt tegenkomen, hoe je controleert of iemand geldig mag stemmen en hoe het hele stemproces werkt. Pas daarna word je officieel stembureaulid”, vult Lotte aan.
Voor voorzitters, zoals Justin, komt daar nog een extra laag bij. “Voor hen is er ook een fysieke cursus, waarin je leert wat er precies komt kijken op de dag zelf. En het projectteam van de gemeente is gedurende de hele dag bereikbaar, mocht er iets misgaan. Als bijvoorbeeld een stembus tussentijds moet worden geopend, kunnen wij als stembureauleden daar niet zelf over beslissen. Dat wordt allemaal achter de schermen geregeld.”
De
Wat voor stemmers een kort bezoek aan het stembureau is, blijkt in werkelijkheid een lange en intensieve dag. Van het eerste welkom in de ochtend tot de laatste telling diep in de nacht: achter de schermen gebeurt veel meer dan je ziet.
Voor Lotte, Irene en Justin is één ding duidelijk: dit doen ze niet zomaar, maar vanuit betrokkenheid bij de democratie. “Dat we mogen kiezen, is belangrijk voor de maatschappij”, legt Justin uit. “Als je je stem kunt laten horen, moet je dat doen. Het is mooi om daar onderdeel van te zijn.” Dat gevoel delen de anderen. “We mogen elke dag blij zijn dat er democratie is en dat we die niet voor lief nemen”, zegt Lotte. Irene sluit enthousiast af: “Als je toch iets voor de maatschappij en het dorp wilt doen, is dit misschien wel de gezelligste functie die er is!”
Rijssen-Holten is begonnen
Rijssen-Holten is


Met het coalitieakkoord Dr’an ligt er een mooie basis voor de komende jaren. Het college gaat met energie aan de slag voor een gemeente waarin het prettig wonen, leven en samenleven is. Dat doen we graag samen met en voor onze inwoners.
Met het coalitieakkoord Dr’an ligt er een mooie basis voor de komende jaren. Het college gaat met energie aan de slag voor een gemeente waarin het prettig wonen, leven en samenleven is.
Dat doen we graag samen met en voor onze inwoners.
Denkt u mee, doet u mee? Samen zetten we de schouders eronder voor Rijssen-Holten.
Denkt u mee, doet u mee? Samen zetten we de schouders eronder voor Rijssen-Holten.

Dankzij Bulsink voelde ik me goed begeleid in het proces.




Vraag vrijblijvend uw woningwaarde aan

Dé makelaar waar u welkom bent voor advies en bemiddeling op maat.