Skip to main content

2025/30 LImburg_NAtuurlijk

Page 1

NR. 30

ZOMER 2025

LImburg NAtuurlijk! EER ABONN TIS JE GRAgazine

De boomkikker is terug

a op dit m

Natuurbeheer wérkt

De natuur is geld waard

Scan de QR-code

www.linamagazine.be/abo

35 jaar RLKM

Bezige bouwer Oog in oog met de bever

+ Agendatips

voor de zomer

Natuur op het spoor Mijnerfgoed wordt ecologische fietsas


breedbeeld

Een brug voor beestjes De Tuikabelbrug over het Albertkanaal in Hasselt was oorspronkelijk bedoeld als expresweg, maar die kwam er nooit. Tussen 2021 en 2022 werd de brug gerenoveerd, verhoogd én voorzien van een groene strook. Die doet vandaag dienst als natuurverbinding tussen De Maten en gebieden zoals de Miezerik, de Stiemer, de Demervallei, Dauteweyers en Caetsweyers. Via doorlopende groene stroken of een reeks kleinere ‘stapstenen’ zorgt zo’n natuurverbinding ervoor dat dieren en insecten zich vrij kunnen verplaatsen, wat essentieel is om te overleven. Idealiter wordt zo’n verbinding afgestemd op de dieren die er gebruik van maken en ingericht met hun leefgewoonten in gedachten. Wil je met eigen ogen zien waar kansen voor natuurverbindingen liggen? Met de online kaarttoepassing van het Provinciaal Natuurcentrum ga je zelf aan de slag. www.provinciaalnatuurcentrum.be/natuurverbindingen

in dit nummer

apsteen t s s l a k o o r t s e n e Gro den tussen natuurgebie

2

6 FOCUS Ignace Schops 35 jaar RLKM

9 IN BEELD Nieuwe kansen voor je tuin

10 INFOGRAFIEK Onthaal Nieuwenhoven Een thuis voor de natuur

11 DAAROM! Natuurbranden schuiven op

12 INTERVIEW Natuurbeheer is mensenwerk

16 DE SOORT De bever Bezige bouwer


vooraf Beste lezer, De zomervakantie gaat weldra van start. Wie weet ontmoeten we elkaar op een van onze activiteiten. Ik vermoed alvast dat jij als abonnee van LINA veel interesses met mij deelt. Een van onze trouwe partners is het Regionaal Landschap Kempen en Maasland. Hun kantoor ligt op de helling van de Winterslagstraat Genk, de stad waar ik geboren en getogen ben. Al 35 jaar zijn ze actief. In die tijd hebben ze meer verwezenlijkt dan de meesten van ons beseffen. Ook ik was verrast. Daarom is het fijn dat we een selectie van hun realisaties aan bod kunnen laten komen. Er zijn nog andere mooie realisaties. Het redden van de boomkikker bijvoorbeeld. De soort was in Vlaanderen bijna voorgoed verdwenen. Jarenlang beschermingswerk zorgde opnieuw voor een gezonde Limburgse populatie. Ik wandel graag en als ik een boomkikker hoor, krijg ik meteen een rush. Dan waan ik me even opnieuw in een tropisch regenwoud in Costa Rica, waar ik al eens op vakantie ging, maar dan met Limburgse gezelligheid binnen handbereik. Nog een succesverhaal zijn onze fietspaden, zowel de toeristische als de fietssnelwegen. Ook daar is natuur een winstpunt. Heel wat fietsroutes vormen een levensader tussen leefgebieden van kwetsbare soorten. En zelfs met ons patrimonium kunnen we de natuur een duwtje in de rug geven. Soorten als zwaluwen, vleermuizen of huismussen overleven vaak dankzij nestgelegenheid in of aan onze gebouwen. Het Interregproject Natuur-inbouw toont aan hoe dat perfect kan samengaan met energiezuinigheid, design en functionaliteit. Ik wens je een aangename zomer, Laura Olaerts Gedeputeerde van Milieu en Natuur

17 ONTMOET Laura Olaerts De nieuwe gedeputeerde

18 REPORTAGE Het Kolenspoor Groene fietsas

PLUS 5 De Wijerstrail 11 Bevruchten slakken zichzelf? 22 Agenda

LINA 3


kort en krachtig

MIJN VERBOUWPREMIE

Hogere premies voor lage inkomens

Wie een woning of appartement met energielabel E of F koopt, is verplicht om het gebouw binnen de 6 jaar te renoveren naar label D of beter. Vanaf 1 juli wijzigen de voorwaarden om de Mijn VerbouwPremie aan te vragen. Mensen met een laag inkomen kunnen vanaf dan 50 procent van het factuurbedrag in rekening brengen. Dat percentage daalt naarmate je meer verdient. Daarnaast zullen premies alleen nog toegekend worden voor energievriendelijke renovaties. Voor werken aan dak, muren, vloer of ramen moet je voortaan ook isolatie plaatsen om in aanmerking te komen. www.mijnverbouwpremie.be

10.000 kg groepsaankoop zaadmengsels

RENOVATIEAUDIT VOOR VERENIGINGSGEBOUWEN

Een rapport voor je renovatie

Ook dit jaar organiseerden de Regionale Landschappen een groepsaankoop zaadmengsels om de aanleg van bloemrijke akkers en weiden te stimuleren. Die zijn niet alleen mooi voor het oog, maar ook goed voor de inheemse fauna en flora. Kleine en grote dieren gebruiken ze als schuilplaats én voedsel. De actie Limburg Zaait brakt alle records. Van de 12 zorgvuldig samengestelde mengsels ging maar liefst 10.000 kg zaad over de toonbank. Daarvan is 70% (of 7.023 kg) bestemd voor de Limburgse landbouw. www.limburgzaait.be

4

Heeft je jeugd-, sport- of cultuurvereniging een gebouw dat aan renovatie toe is? De 'renovatieaudit verenigingsgebouw' van Dubolimburg geeft je snel en duidelijk inzicht in het energieverbruik, het comfort en de verbeterkansen. De audit volgt na de EPC Niet-Residentieel, die sinds januari 2025 verplicht is. Je ontvangt een overzichtelijk renovatierapport met haalbare acties en ingrepen om je gebouw energie-efficiënter te maken. Nadien kan je ook bij Dubolimburg terecht voor renovatiebegeleiding op maat. www.dubolimburg.be


NIEUW NATUURRAPPORT

Limburg is wel degelijk de groenste provincie van Vlaanderen. Dat blijkt uit het nieuwe rapport Natuur in Cijfers, met gedetailleerde informatie over natuurwaarden, groengebieden en leefkwaliteit in elke Vlaamse gemeente. Via de website kun je per gemeente een volledig natuurrapport downloaden en dat vergelijken met andere gemeenten en het Vlaams gemiddelde. www.provincies.incijfers.be

NIEUWE WANDELWEBSITE

SWALES IN DE VOERSTREEK

Op de helling

Swales zijn natuurvriendelijke greppel-bermstructuren die regenwater op hellingen opvangen en in de bodem laten infiltreren. Ze verkleinen het risico op overstromingen en vullen de grondwatervoorraad aan voor droge periodes. In Voeren legden landbouwers en streekbewoners swales aan op drie locaties: Mabrouck, Reesberg en bij het Rode Bos. Ze vangen het regenwater op van ongeveer 18 hectare en zijn samen 765 meter lang. Bovendien versterken ze de biodiversiteit. Door het aanplanten van bomen, hagen en houtkanten ontstaan nieuwe natuurverbindingen en verbetert de leefomgeving voor planten en dieren. Ook het bocagelandschap, dat typisch is voor de streek, wordt op die manier in ere hersteld. www.rlhv.be/water-land-schap-voerstreek

We kondigden het al aan in het vorige nummer van LINA, en met de zomer op komst herhalen we het graag nog een keer. Limburg heeft een nieuwe wandelwebsite, met een handige zoekfunctie en een pak themawandelingen. Goed voor uren wandelplezier! www.wandeleninlimburg.be

MIJN VERBOUWLENING AAN 1,5%

De Mijn Verbouwlening is een voordelige renovatielening van de Vlaamse overheid voor mensen die een duwtje in de rug kunnen gebruiken. Op 4 februari daalde de rentevoet van 2,75% naar 1,5%. Voor info en voorwaarden kun je terecht bij Energiehuis Limburg. www.energiehuislimburg.be

DE WIJERSTRAIL

Stappen in etappes De Wijerstrail is een meerdaags wandelavontuur van 110 km door De Wijers, het prachtige land van 1001 vijvers. In vijf mooie dagetappes ontdek je unieke natuurgebieden, kastelen, abdijen en een rijke fauna en flora. Via de website of met de Wijerstrailkaart (€8) kun je bovendien zelf je route samenstellen en starten waar je wilt. De Wijerstrail is bewegwijzerd met duidelijke iconen en volgt de knooppunten van het nieuwe wandelnetwerk De Wijers. Zo kun je de route makkelijk uitbreiden of inkorten. Ideaal voor beginnende trailwandelaars!

TIEN TOP TRAILS

In Nationaal Park Hoge Kempen bekroonde de European Ramblers Association tien wandelroutes met het keurmerk Leading Quality Trails Day Walk. Dat wil zeggen dat ze voldoen aan strenge eisen op het vlak van landschapsvariatie, aanwezigheid van natuur en cultuurwaarden, bewegwijzering en infrastructuur. www.nationaalparkhogekempen.be/nl/TopTrails

www.wijerstrail.be

LINA 5


Uit het stof van de koolmijnsluiting verrees in 1990 een organisatie die groot durfde denken en een vernieuwende kijk op natuurbescherming ontwikkelde. “Van stoflong naar groene long”: zo vat directeur Ignace Schops de eerste 35 jaar van Regionaal Landschap Kempen en Maasland (RLKM) samen. We blikken terug en kijken vooruit.

E

isden, Waterschei, Winterslag, Beringen, Zolder: tussen 1987 en 1992 gingen de Kempische steenkoolmijnen één voor één dicht. Tienduizenden mijnwerkers verloren hun job, de streek bleef verweesd achter. Crisismanager Thyl Gheyselinck kreeg 2,5 miljard euro voor een economische reconversie. Hij zag het groot. Waar nu Nationaal Park Hoge Kempen ligt, wilde hij een recreatiepark inplanten. Ignace Schops was een van de groene jongens die tegen die plannen betoogden: “Wij zagen dat niet zitten, zo’n groot­ schalige ontwikkelingen midden in de natuur. Op een bepaald moment zei ­Gheyselinck: ‘Jullie zijn overal tegen, maar zijn jullie ook ergens voor?’ Dat was de kiem voor Regionaal Landschap Kempen en Maasland. Dat werd in 1990 opgericht door NV Kempische Steenkoolmijnen en het latere Natuurpunt. Natuur en economie hand in hand, dat was meteen het uitgangspunt.”

Je hebt het nu over jullie befaamde (Re)connection model. “Dat model hanteert vier principes: we verbinden natuur met natuur, mensen met natuur, economie met natuur en beleid met praktijk. Door de lokale gemeenschap bij de natuur te betrekken, ervaren de mensen er zelf de waarde van. Zo creëer je draagvlak en ‘gebiedscoalities’ met echte supporters. 6


focus 35 JAAR REGIONAAL LANDSCHAP KEMPEN EN MAASLAND

De natuur is

VEEL GELD WAARD Niet alleen bij de natuurverenigingen, maar ook in de politiek, de toeristische sector, de landbouw, de bedrijfs­ wereld,... Eigenlijk is dat de logica zelf. Ondernemers en beleidsmakers zijn net als iedereen: ook zij hebben het beste voor en willen graag een gezonde toekomst voor de volgende generatie.”

die door aantrekkelijk groen en langs verzorgd erfgoed lopen, lokken mensen naar de natuur. Zo groeit bij de mensen vanzelf het besef dat natuurbehoud belangrijk is. In het zog van die paden kan je dan het landschap ‘besuikeren’: bosjes aanplanten, poelen aanleggen, erfgoed restaureren.”

RLKM werkt vandaag samen met honderden partners.

Jullie pleitten voor fietsknooppuntenroutes. Niet iedereen was meteen mee.

“En daar zijn we heel blij om.”

Limburg was een vruchtbare voedingsbodem voor jullie aanpak? “Het concept van regionale landschappen bestond al in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Dat wilden wij ook: keurmerkregio’s met natuurlandschappen en erfgoed van een hoge kwaliteit. We hadden meteen grote ambities. Dat wil zeggen: niet alleen werken aan hagen en houtkanten, maar streven naar grote, robuuste landschappelijke eenheden. Als groene provincie zat Limburg helemaal op dezelfde lijn. Limburg is goed voor veertig procent van de Vlaamse natuur, en negentig procent van de soorten komt hier voor.”

In 1995 waren jullie nog niet met parken bezig, maar met wandel- en fietspaden. “Ook dat was een bewuste keuze. Kwalitatieve wandel- en fietspaden

“Ze verklaarden ons gek. (lacht) Elke gemeente had toen zijn eigen fietsroute, binnen de gemeentegrenzen. Wij wilden grote, gemeentegrensoverschrijdende routes in heel de regio Kempen en Maasland uitrollen, met knooppunten die aansluiten op andere netwerken. Dat idee viel eerst op een koude steen. Gelukkig was er Europees geld beschikbaar, goed voor de helft van de investeringen. Zo kregen we de gemeenten toch mee.”

van verkeer, of we een blauw verkeersbordje konden gebruiken. Dat mocht, et voilà. Het allereerste knooppunt van Vlaanderen, nummer 001, staat in Oudsbergen. Ze zijn er heel trots op. Kort erna is het fietsroutenetwerk in heel Limburg uitgerold, ook met blauwe bordjes. De rest van Vlaanderen volgde, met witte bordjes.”

Vandaag trekt de regio steeds meer wandelaars en fietsers. Dat brengt geld op, en daar pak jij graag mee uit. “Dat zal wel. We geven politici en ondernemers extra argumenten om te investeren in een natuur- en erfgoedrijk landschap. De socio-economische voordelen van natuurbescherming zijn enorm. Het Nationaal Park Hoge Kempen levert 191 miljoen euro per jaar op, goed voor vijfduizend jobs. Toerisme is de snelst groeiende sector in Limburg.”

Overal in Vlaanderen zijn de wegwijzers van de fietsknooppuntenroute wit met groene letters. In Limburg zijn ze blauw met witte letters. Waaraan ligt dat?

Die geïntegreerde aanpak is een belangrijk aspect van jullie werking. Unesco Mens- & Biosfeergebied KempenBroek is daar een mooi voorbeeld van.

“We wilden destijds ook graag de zeshoekige bordjes van Toerisme Vlaanderen gebruiken, maar dat mocht niet. Ons lumineus idee: we vragen aan Elio Di Rupo, toen de federale minister

“Het best bewaarde geheim van België en Nederland! Op een kwarteeuw tijd hebben we samen met al onze partners een uniek gebied gecreëerd: grensoverschrijdend, want het strekt zich uit LINA 7


focus

Fietsroutenetwerk Kempen en Maasland

Grenspark KempenBroek

Nationaal Park Hoge Kempen, geopend door Europees Commissaris voor Milieu Stavros Dimas

1995

2000

2006

Project ‘Boeren voor natuur’ Nationaal Park Hoge Hoofdtoegangs- Kempen groeit van 6.000 naar 12.000 poort Nationaal hectare Park Hoge Kempen

2014

Bevestiging erkenning Hoge Kempen als nationaal park

Viering 35 jaar RLKM in Oudsbergen

2023

2025

2020

1990

1999

2004

2012

2016

2022

2024

Regionaal Landschap Kempen en Maasland

Boxen met wandelkaarten Kempen & Maasland

Rangers en verkenners als educatieve vrijwilligers

RivierPark Maasvallei

Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst

Bezoekerscentrum De Wissen in RivierPark Maasvallei

Unesco-label Mens& Biosfeergebied voor Kempenbroek

Verhuis naar het voormalig politiekantoor in Genk

Schops in een notendop Ignace Schops studeerde informatica, maar de liefde voor de natuur duwde hem een andere richting uit. Als directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland was hij bezieler van Nationaal Park Hoge Kempen en veel andere baanbrekende initiatieven. Hij was ondervoorzitter van Natuurpunt en is sinds 2022 voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu. Limburger en wereldburger: voor Schops gaat de leuze beslist op. In tal van internationale organisaties denkt hij mee na over thema’s als klimaat, biodiversiteit, rewilding en sociaal ondernemerschap. Voor dat engagement kreeg hij in 2008 de Golden Environment Prize (de ‘groene Nobelprijs’). In 2022 zette hij zijn filosofie in het boek Gered door de boomkikker op papier.

8

Officiële erkenning RivierPark Maasvallei als landschapspark

over vier Belgische en drie Nederlandse gemeenten, maar ook met een evenwichtige relatie tussen natuur en sociaaleconomische activiteiten. In KempenBroek wonen mensen en zijn boeren en bedrijven actief. Maar het is de natuur, het erfgoed en het landschap dat iedereen verbindt. Dat beseft de regio heel goed, en daardoor is er veel mogelijk.

schap samen met onze partners verder kunnen opkrikken.”

Wat zijn jullie toekomstplannen? “De grote gebiedsontwikkelingen liggen vast, nu moeten we verder optimali­ seren: het RivierPark Maasvallei, ­Kempenbroek en het Nationaal Park Hoge Kempen kwaliteitsvol verbinden.

“Limburg is goed voor 40 procent van de Vlaamse natuur, en 90 procent van de soorten komt hier voor.” KempenBroek werd vorig jaar ­bekroond tot eerste grensoverschrijdend Unesco Mens & ­Biosfeergebied in de Benelux. “Na het Nationaal Park Hoge Kempen en het Landschapspark RivierPark Maasvallei, een schitterende parel op de kroon. Een hele eer, we hebben er acht jaar aan gewerkt. We denken continu na over hoe we de kwaliteit van van de natuur en het erfgoedrijke land-

Want de natuur heeft geen grenzen. Ook willen we de landbouw klimaatrobuust maken en versterken. Dat past perfect in het beleid van de provincie.”

Veel werk aan de winkel! “Hier zijn veertig knappe koppen elke dag met de natuur bezig. Het beste team ter wereld. Om maar te zwijgen van al onze partners. Alleen ga je sneller, samen ga je verder.”


in beeld

“De poel krioelt van de kikkervisjes en alles staat mooi in het groen.”

Rob Schreurs

Nieuwe kansen voor je kavel In Limburg liggen veel versnipperde groene gebieden. Kleine landschapselementen in privépercelen – zoals poelen, hagen en bomen – zijn belangrijke stapstenen om die natuurkernen met elkaar te verbinden. Zo kunnen diersoorten makkelijk van het ene gebied naar het andere migreren. In Hasselt toverden Rob Schreurs en zijn buurman een stukje weiland achter hun woning om tot een biodiverse kansenkavel. “De mensen van Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren gaven gratis advies en ondersteuning. De wilgen werden gesnoeid, zodat de poel opnieuw zonlicht krijgt. Een haag en een takkenwal dienen als schuilplaats voor amfibieën. En de sliblaag op de bodem van de poel werd weggehaald, om het waterleven alle kansen te geven. Het resultaat laat zich nu al voelen. De poel krioelt van de kikkervisjes en alles staat mooi in het groen. Onze kinderen vinden het heerlijk om er op ontdekking te gaan.” www.rlhv.be

LINA 9


EEN THUIS

VOOR DE NATUUR

Het nieuwe opleidingsgebouw van veiligheidsschool PLOT in Genk is niet alleen energiezuinig maar ook natuurinclusief ingericht. Op en rond het gebouw werden maatregelen voorzien die solitaire bijen een duwtje in de rug geven. Verbinding De beplanting op het dak sluit aan op de natuur in de nabijgelegen mijnterrils en natuurgebied Hengelhoef. Dieren en planten gebruiken het dak als oversteekplaats tussen deze gebieden.

Nestgang In bloei Op het dak is vorig jaar een mix van sedumplanten ingezaaid. Rond het gebouw staan inheemse planten zoals slangenkruid en margrieten er welig in bloei: goed voor bijen en andere insecten.

Variatie

© Robin Reynders

Door verschillende planten te voorzien en te variëren in de diameter (tussen 3 en 10 mm) van de geboorde gaatjes vinden meer bovengronds nestelende solitaire bijen een plek op de site.

Om solitaire bijen een huis te bieden werden tussen het groen van het groendak en de zonnepanelen boomstammetjes met voorgeboorde gaatjes geplaatst als nestgelegenheid. Beneden op de site staat ook een insectenhotel.

Schuilplaats De zonnepanelen op het dak zorgen voor een microklimaat met schaduw, maar ook luwte als het zeer winderig is. Een ideale schuilplaats voor insecten.

Natuurinclusief (ver)bouwen In het kader van het project Natuur-Inbouw van Interreg Vlaanderen-Nederland engageert de provincie zich om op verschillende sites gebouwen natuurinclusiever te maken. Vogels, vleermuizen, solitaire bijen en planten krijgen er een blijvende plek. Denk aan neststenen voor vogels, verblijfplaatsen voor vleermuizen en groendaken en -gevels voor bijen en insecten. Die ingrepen zijn vaak nodig in (ver)nieuw(d)e gebouwen. Door te isoleren, verdwijnen immers vaak alle kieren en gaten die vogels, vleermuizen en insecten gebruiken als nest of verblijfplaats. www.limburg.be/ natuurinbouw


Kunnen slakken zichzelf bevruchten?

Daarom komen bosbranden bij ons vaker voor

Professor Thierry Backeljau

Bioloog, Instituut voor Natuurwetenschappen (Brussel) en Universiteit Antwerpen

”

S

lakken zijn hermafrodieten. Dat betekent dat ze zowel over functionele – en dus vruchtbare – vrouwelijke als mannelijke voortplantingsorganen beschikken. De term verwijst naar Hermaphroditos, de zoon van de Griekse goden Hermes en Aphrodite. Hermaphroditos was een knapperd, met wie de waternimf Salmacis seks wou hebben. Omdat hij daar geen zin in had, klampte Salmacis zich zo stevig aan hem vast, dat ze uiteindelijk met hem versmolt. In principe kunnen hermafrodieten zichzelf bevruchten. Dat lijkt op het eerste gezicht een voordeel. Voor sommige organismen is het vinden van een partner immers niet zonder risico’s. Zo kunnen slakken op partnerjacht gemakkelijk uitdrogen of opgegeten worden. Zelfbevruchting is een manier om die problemen te omzeilen. Het is dan ook geen toeval dat we hermafrodieten vooral aantreffen bij organismen die weinig mobiel zijn, zoals bloemplanten of longslakken.

Zelfbevruchting is helaas ook de meest extreme vorm van inteelt: het paren met verwante individuen, zoals broer en zus, of – in het geval van zelfbevruchting – met jezelf. Dat maakt de kans op misvormde nakomelingen groter, wat nadelig is voor de overlevingskansen van een populatie. Daarom gaan hermafrodieten toch vaak op zoek naar een partner, of hebben ze trucjes om zichzelf te beschermen tegen inteelt door zelfbevruchting. Kortom: het seksleven van slakken, en andere hermafrodieten, wordt bepaald door een eeuwige tweestrijd tussen kruis- en zelfbevruchting!”

”

V

roeger waren natuurbranden vooral een probleem van het zuiden. Vandaag komen ze ook bij ons steeds vaker voor. Tijdens het droge voorjaar moest de brandweer op verschillende plaatsen uitrukken. Dat heeft volgens het Europees Milieuagentschap met de klimaatverandering te maken: gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden schuiven op naar het noorden van Europa. Daardoor lopen steeds meer mensen het risico om te worden getroffen. Bij een wereldwijde temperatuurstijging van 1,5°C tot 3,0°C zal de blootgestelde bevolking toenemen van 63 miljoen naar 69 à 78 miljoen. Daarnaast kunnen natuurbranden ernstige gevolgen hebben voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten, zoals luchtkwaliteit en waterbeheer. Een recent rapport van het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (CERAC) bevestigt die trend. Vanwege de ruimtelijke ordening staat België voor een extra uitdaging. Door een gebrekkige planning liggen bebouwde en natuurlijke omgevingen in ons land vaak dicht bij elkaar. Die zones worden ook wel Wildland Urban Interfaces (WUIs) genoemd. Opvallend is dat bijna 15% van het grondgebied in België als WUI wordt beschouwd. Dat is aanzienlijk meer dan in typisch brandgevoelige landen als Griekenland (6,9%), Spanje (4,5%) of Portugal (9,1%). In het rapport benadrukt CERAC het belang van samenwerking tussen wetenschappers, rampenplanners, brandweerdiensten en natuuren landbouworganisaties. De Hogeschool PXL speelt daarop in met diverse multidisciplinaire onderzoeksprojecten en de lancering van een nieuw postgraduaat Adviseur Natuurbrandbeheersing in oktober 2025. Meer info over die studierichting Departementshoofd vind je op de website van de PXL-Green & Tech hogeschool.”

Marleen Schepers

www.pxl-next.be/opleidingen/adviseur-natuurbrandbeheersing

LINA 11


Natuurbeheer werkt met

MENSENHANDEN

Echte oernatuur? Die bestaat niet meer in Vlaanderen. Dieren en planten hebben zich in de loop van duizenden jaren aangepast aan hoe wij mensen de natuur gebruiken. ‘Cultuur-volg-natuur’, noemt voormalig Natuurpuntmedewerker Jos Ramaekers het. “Daarom kunnen we de natuur niet zomaar laten betijen. We moeten haar beheren.”

12


interview

N

atuurpunt Diepenbeek viert haar veertigste verjaardag. Jos Ramaekers draait al even lang mee als vrijwilliger. Een grote zorg in al die jaren was een klein amfibie: de boomkikker. Daar ging het indertijd heel slecht mee, vertelt Jos. “Op een bepaald moment hoorden we in de twee vijvers van ons natuurgebiedje De Dauteweyers nog maar drie mannetjes roepen. We hebben hemel en aarde bewogen om de soort te redden en de populatie weer op peil te brengen. Met vallen en opstaan, want eerst hebben we fouten gemaakt. Uit onwetendheid. Dat is een belangrijke les: natuurbeheer heeft wetenschappelijke onderbouwing nodig.”

Jos, je bent net met pensioen. Is het proficiat of gecondoleerd? “Ik ben 65 jaar, dus het was een normale stap. Ik heb eerst een halve loopbaan in de privé gewerkt en ben daarna naar de groene sector overgestapt: vijf jaar als directeur van de Nationale Boomgaardenstichting, elf jaar als directeur van Natuurpunt Limburg en vijf jaar als diensthoofd beleid bij Natuurpunt Vlaanderen. Het is mooi geweest. Maar ik blijf wel actief als vrijwilliger.”

De boomkikker floreerde dus dankzij de mens. Waar liep het dan fout? “Met de opkomst van de intensieve viskweek. Vijvers werden minder vaak drooggelegd. De concentratie aan voedings- en afvalstoffen steeg en de waterkwaliteit daalde. Zo verdween de biotoop van de boomkikker. Zonder die droge pauzes kreeg de soort de kans niet meer om zich voort te planten – de eitjes werden continu opgegeten door de kweekvissen. Toen de viskweek stopte, werden de vijvers niet meer bijgevuld, waardoor ze sterk verlandden en uitdroogden. Wij dachten dat daar het probleem lag. Dus besloten we om de vijvers weer open te maken en te vullen met water uit de beek.”

“Ik ben ervan overtuigd dat je best met open vizier uitlegt wat je wil doen. Op lange termijn werkt dat het beste.”

Met de vrijwilligers van Natuurpunt Diepenbeek hebben jullie eigenhandig de boomkikker van uitsterven gered. Wat was het probleem? “Daarvoor moet je de geschiedenis van De Dauteweyers kennen. Dat is een natuurgebiedje in Diepenbeek, omringd door woonwijken. De Dauteweyers zijn ontstaan door de aanleg van visvijvers in de vorige eeuwen. De boomkikker profiteerde van die visteelt. De vijvers werden regelmatig drooggezet, zodat het slib kon inklinken en verdichten. Daarna werden ze opnieuw opgeladen met water en visbroed. In het eerste jaar waren die jonge visjes nog te klein om amfibieëneitjes te eten. Dat zorgde voor een explosie van amfibieën, inclusief de boomkikker. In de oernatuur zou die zich in tijdelijke, vis-arme plassen voortplanten. De visvijvers die af en toe leeggemaakt werden, waren een met mensenhanden gemaakt ‘kunstmatig’ alternatief. Een mooi voorbeeld van cultuur-volg-natuur, waarbij dieren en planten zich konden aanpassen aan landbouw en andere menselijke activiteiten.”

Dat was een slecht idee?

“Heel slecht. Samen met dat water kwamen namelijk ook vissen mee – invasieve exoten zoals zonnebaars, goudvis en blauwbandgrondel. Vooral die laatste was een probleem. De blauwbandgrondel is goed bestand tegen het droogvallen van zijn leefgebied – hij kan lang in de modder overleven en plant zich snel voort als er weer water beschikbaar is. Op een jaar zit je vijver helemaal vol en maken amfibieën geen kans meer. Het gevolg: de boomkikkerpopulatie crashte helemaal. Niet alleen bij ons in De Dauteweyers, maar ook in De Maten, een groter natuurgebied dat zich over Diepenbeek en Genk uitstrekt. Na overleg met ANB hebben we dan extra poelen uitgegraven, naast de bestaande vijvers. Daardoor steeg de populatie, maar na vijf jaar stagneerde dat.”

De vermaledijde blauwbandgrondel? “Klopt. Die stond nog steeds niet op onze radar. Pas na bijkomend wetenschappelijk onderzoek werd duidelijk dat die soort de grootste schuldige was. Met die kennis zijn we opnieuw aan de slag gegaan. Eerst hebben we de vijvers afgewaterd en een tijdje droog laten staan. Daarna hebben we ze weer gevuld, waarbij we met filterkousen vis uit de beek tegenhielden. Zo ontstonden visvrije poelen en vijvers. De ideale voortplantingsplek voor boomkikkers en andere zeldzame amfibieën, zoals de knoflookpad en de rugstreeppad. Ook niet-kwetsbare soorten als de groene en de bruine kikker varen LINA 13


er wel bij, net als een aantal libellen- en plantensoorten. In de Limburgse oernatuur kwamen voedselarme droogvallende vijvers en de bijhorende fauna en flora vanzelf voor. Daarna namen de extensief beheerde visvijvers die rol over. Vandaag bootsen we die oernatuur na met behulp van natuurbeheer.”

Jullie technieken worden elders overgenomen. Met succes. “Op een bepaald moment waren er in Vlaanderen nog maar vier locaties met in totaal ongeveer 300 boomkikkers. Dat zijn er nu 29.000 geworden, waarvan 1200 hier bij ons. Via De Dauteweyers zijn ze zelfs terug in natuurgebied De Maten geraakt, waar ze op een bepaald moment helemaal verdwenen waren. Er zitten nu boomkikkers in heel het noorden van Diepenbeek, tot aan de golf van Hasselt. Stel je voor dat de plasjes van dat golfterrein ook amfibievriendelijk beheerd zouden worden – dan zouden we zelfs een corridor naar Bokrijk kunnen creëren.”

Jullie zijn de boomkikker ook op een andere manier gaan waarnemen en inventariseren? “Vroeger telden we ’s avonds in het paarseizoen de roepende mannetjes. Wetenschappers wezen ons erop dat boomkikkers tijdens hun gemiddeld vijf levensjaren maar drie à vier jaar roepen. De jongste en de oudste blijven stil. Zo mis je er dus een aantal. Bovendien merk je het te laat op als de populatie crasht – dan kan het probleem al drie of vier jaar bezig zijn. Tegenwoordig luisteren we niet alleen, maar scheppen we half juni ook dikkopjes op om ze te tellen. Zo kunnen we kort op de bal spelen en ingrijpen voor het te laat is. In één moeite vangen we blauwbandgrondels en zonnebaarsjes.”

Soorten als de boomkikker worden wel eens de mascottes van het natuurbeheer genoemd. “Het zijn diersoorten die bekend zijn bij het brede publiek en symbool staan voor een geheel van biotopen. We focussen op de boomkikker, de das, de wolf of de bever om zoveel mogelijk mensen in ons verhaal mee te krijgen. Die mascottes zijn ook indicatorsoorten: als zij het goed stellen, dan zit het wel snor met de natuur.”

Over bevers gesproken: ook die zijn terug in Diepenbeek. “Daar zijn we heel blij mee! Door dammen te bouwen, zorgen bevers voor extra en meer gevarieerde natuur. Ik ben er onlangs nog eens waterbeestjes gaan scheppen. Voor de dam, waar de beek nog stroomt, zat weinig leven. Achter de dam staat het water bijna stil en vond ik veel kikkers en salamanders. Daar groeien ook meer planten. Op dat leven komen dan weer andere diersoorten af. In de Ardennen doet de zwarte ooievaar het goed mede dankzij de beverdammen. Wie weet duikt hij binnenkort ook in Limburg weer op.” 14

Andere soorten blijven het moeilijk hebben. De uitbundige zang van de veldleeuwerik is ook op veel Limburgse akkers verstomd. “De leeuwerik is typisch zo’n soort die zich aan onze landbouw had aangepast, net als de grauwe kiekendief, de patrijs en de geelgors. Zij zijn de pineut sinds de intensifiëring en de schaalvergroting van die landbouw: ze vinden geen geschikte broedgebieden meer of de nesten worden telkens vernietigd. De populatie van veldleeuweriken bedraagt maar tien procent meer van wat het voor de jaren zestig was. In landbouwgebied is er op het vlak van natuurbeheer nog veel werk aan de winkel.”

“Als natuurbeheerders creëren we omstandigheden waarbinnen de natuur zichzelf kan redden. Hoe kleiner de natuureenheid, hoe meer je moet ingrijpen.” Is het draagvlak voor natuurbeheer toegenomen in de veertig jaar dat jij ermee bezig bent? “Ja, maar sommige ingrepen blijven voor weerstand zorgen. Tien jaar geleden hebben wij bomen gekapt, onder andere om meer licht in de vijvers toe te laten. Toen is er een petitie rondgegaan tegen Natuurpunt. Wij voelden ons gesterkt door de wetenschappelijke instanties en gelukkig is de politiek ook achter ons blijven staan, maar dat was een moeilijk moment. Vandaag zien de mensen het resultaat en begrijpen ze waarom we het gedaan hebben: het gebied is nog mooier geworden en er is nog meer variatie aan dieren en planten.”

Heb je advies voor andere natuurverenigingen die voor zo’n moeilijke oefening staan? “Goed communiceren. Dat hebben wij uitvoerig en lang op voorhand gedaan. Té uitvoerig, dachten sommige natuurbeschermers – zij dachten dat de weerstand daarom zo groot was. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat je best met open vizier uitlegt wat je wil doen. Op lange termijn werkt dat het beste. En je kunt mooie voorbeelden tonen. In onze buurt is een andere vereniging een vijver aan het herinrichten.


interview Meer vrijwilligers, minder versnippering

©RLKM

Naast het klimaat – “dé uitdaging buiten categorie” – en de gekende milieudrukken – “stikstof, pesticiden en watertekort” – ziet Jos Ramaekers nog twee grote uitdagingen voor het natuurbeheer in Limburg. De eerste is versnippering. “Limburg heeft veel natuur en grote natuurgebieden, maar het zijn eilanden. Als er ergens een soort verdwijnt, raakt die niet terug vanuit gebieden waar hij wel nog voorkomt. We werken hard aan verbindingen, zoals de universitaire campus in Diepenbeek. De natuur wordt daar zo kwalitatief ingericht, dat de campus een ecologische verbinding vormt tussen de Demervallei ten zuiden en natuurgebied De Maten ten noorden ervan. En de tuikabelbrug boven het Albertkanaal, gebouwd voor een expresweg die er niet meer komt, is met steun van ANB en de Stad Hasselt als ecoduct ingericht.” Tweede grote uitdaging: bevlogen vrijwilligers vinden. “De interesse voor de natuur is groot en veel mensen willen ook wel eens de handen uit de mouwen steken, maar een langdurig engagement ligt moeilijk. De concurrentie van andere hobby’s is groot. Hoe we dat moeten oplossen, weet ik nog niet.”

Zij kunnen mensen meenemen naar De Dauteweyers en tonen hoe mooi hun vijver zal worden.”

Natuurbeheer bootst de natuur na, zei je daarnet al. Moet dat overal even intensief gebeuren? “Als natuurbeheerders creëren we omstandigheden waarbinnen de natuur zichzelf kan redden. Hoe kleiner de natuureenheid, hoe meer je moet ingrijpen. In grote gebieden, zoals de Maasvallei tussen Maaseik en Maasmechelen, kan je de natuur meer haar gang laten gaan. Hoe completer het ecosysteem, hoe beter dat lukt. In een compleet ecosysteem houden planten, planteneters en roofdieren elkaar in evenwicht. Als er schakels ontbreken, moeten wij ingrijpen en bijsturen. Op veel plaatsen zijn de wilde gras- of heide-eters verdwenen. Om te voorkomen dat alles verbost, moeten we daar grasland en heidegebied maaien en eventueel gecultiveerde grazers introduceren. Een ander voorbeeld is de toename van everzwijnen. Eén wolf kan onmogelijk duizenden everzwijnen in toom houden. Ook daar moet de mens ingrijpen.”

Pas in een compleet ecosysteem is procesnatuur mogelijk. Wat is dat? “Procesnatuur is een vorm van natuurbeheer, waarbij de natuur zichzelf ontwikkelt zonder menselijke ingrepen. Daar stopt men bijvoorbeeld met maaien of planten. Het landschap wordt gevormd door natuurlijke krachten zoals wind, water en dieren. Procesnatuur is belangrijk in tijden van klimaatverandering. In de Maasvallei krijgt de rivier meer ruimte

en fungeert ze als overstromingsgebied. Zo blijven de dorpen langs de Maas droog. De natuur is daar zeer dynamisch en veranderlijk. Bij elke overstroming zet de rivier klei en zand af, waar bomen kunnen kiemen en groeien. Bij een volgende overstroming spoelt het slib weer weg, samen met een deel van die bomen. De natuur bepaalt zelf waar wat groeit. Limburg is de meest geschikte plek in Vlaanderen voor dit soort van procesnatuur. Je hebt nog het Sigmaproject met de overstromingsgebieden rond de Schelde, maar daar is meer menselijke bijsturing nodig dan hier.”

Zijn er nog voordelen voor mens en maatschappij? “We noemen dat ‘ecosysteemdiensten’. Er is zoveel! De natuur geeft ons fysiek en mentaal welzijn een boost: mensen voelen zich goed in het groen. Zelfs een poster van een bos in een ziekenhuiskamer doet al deugd. Als we rivieren meer vrijheid geven, kan er ook meer water in de bodem doordringen. Zo wordt het grondwater aangevuld. De natuur zuivert ook de lucht. Wereldwijd wordt de helft van alle CO2-uitstoot door menselijke activiteit door planten opgevangen en na hun afsterven in de bodem opgeslagen. Vooral veen neemt heel veel CO2 op – denk aan de Zwarte Beek, een zijrivier van de Demer tussen Hechtel-Eksel en Diest. Ook gezonde landbouwgrond neemt CO2 op, én water. Dat helpt om lange periodes van droogte te overbruggen. En het is ook goed voor de dieren die daar leven, zoals de veldleeuwerik.”

LINA 15


de soort

De bever (CASTOR FIBER)

De bever is het grootste Europese knaagdier. Met zijn bouwwerken brengt dit bezige baasje heel wat teweeg in de gebieden waar hij zich ophoudt.

1

2 Met dammen en burchten zetten bevers de waterhuishouding naar hun hand, en dus ook de aanwezige fauna en flora. De takkenbouwsels werken filterend, waardoor de waterkwaliteit verbetert. Bovendien houden ze water vast, zodat het gemakkelijker in de grond kan dringen en de kans op overstromingen verkleint.

3 Bevers zijn monogaam en vormen hechte gezinnetjes. Ze hebben een sterk verzorgend instinct voor hun jongen, die geboren worden in de lente. Daardoor blijft de populatie stabiel, wat essentieel is voor het behoud van de soort.

5

4 Bevers zijn vegetariërs. Ze eten vooral wortels van water- en moerasplanten, maar ook gras en kruiden. Van de bomen die ze omknagen gebruiken ze de bast, de twijgjes en de bladeren als voedsel. De grotere takken houden ze apart om burchten en dammen te bouwen.

16

Bevers zijn avonddieren. Het liefst van al houden ze zich in stilte bezig. Als er gevaar dreigt, slaan ze met hun staart op het water om de rest van de familie te waarschuwen.

Bevers brengen veel tijd in het water door. Hun lichaam is daarop voorzien. Ze hebben zwemvliezen tussen de achterste tenen en een staart die ze als roer gebruiken Ze blijven makkelijk tien tot twintig minuten onder water en hebben een extra paar doorzichtige oogleden, die dienstdoen als duikbril.


ontmoet

Samen sterker

“Limburg is de groenste provincie van Vlaanderen: die reputatie koester ik.”

Met Laura Olaerts heeft de provincie Limburg een nieuwe gedeputeerde voor Milieu en Natuur. Die bevoegdheden zijn bij haar in goede handen, zo blijkt.

Z

oals de meeste Limburgers groeide ik op in het groen en in de natuur”, zegt Laura. “Ik heb altijd in het gebied van de Wijers gewoond, het groene hart van de provincie, met zijn duizend-en-één vijvers. Ook vandaag ben ik graag dichtbij de natuur. Limburg is de groenste provincie van Vlaanderen. Als ik niet-Limburgers ontmoet, vraag ik altijd naar hun indruk van onze regio. ‘Daar kan je mooi wandelen en fietsen’, zeggen ze dan. Die reputatie koester ik.” Als gedeputeerde voor Milieu en Natuur is Laura niet aan haar proefstuk toe. De voorbije jaren werkte ze als juridisch raadgever voor energie en klimaat op het kabinet van Vlaams minister Zuhal Demir. “Daar deed ik heel wat ervaring op, zowel met de materie als met besturen in het algemeen. Die kennis kan ik vandaag inzetten in het belang van alle Limburgers. De eerste maanden als gedeputeerde waren druk. Ik heb tal van organisaties bezocht, mensen ontmoet en ideeën uitgewisseld. Van die kennismakingen onthoud ik vooral het enthousiasme en de passie van iedereen die werkt aan een duurzame en natuurrijke provincie.” Toch is er nog werk aan de winkel, stelt de nieuwe gedeputeerde vast. “We kunnen nog heel wat efficiëntiewinst boeken, bijvoorbeeld door natuur en toerisme dichter bij elkaar te brengen. Beide bevoegdheden zijn sterk met elkaar verweven, maar worden nog te vaak als aparte beleidsdomeinen gezien. Daar wil ik de komende jaren graag mijn schouders onder zetten. Zo’n nauwe wisselwerking biedt ook kansen voor onze economie. In een provincie als Limburg haakt alles mooi in elkaar. Dat maakt het extra boeiend.”

NAAM

PROFIEL

Gedeputeerde van Milieu en Natuur

© Robin Reynders

Laura Olaerts

LINA 17


Natuur

OP HET SPOOR

“De mensen zijn blij dat hun Kolenspoor een tweede leven krijgt: het gaat om erfgoed dat veel Limburgers genegen zijn.”

18


reportage Deze zomer wordt een eerste deeltracé van het Kolenspoor in gebruik genomen. De voormalige treinverbinding tussen Beringen en Maasmechelen krijgt een tweede leven als fietssnelweg, en daar worden niet alleen de fietsers beter van. Bij de aanleg van de nieuwe fietsas gaat bijzondere aandacht naar ecologie en duurzaamheid.

H

et miezert op de parking van de Cegeka Arena in Genk. We waren vastbesloten om vandaag een gladde slang te spotten, maar die hoop bergen we op. Volgens Stijn Van Dingenen, landschapsarchitect en project­ leider bij de aanleg van het Kolenspoor, laat het diertje zich alleen zien bij warm en zonnig weer. Dat is ook de reden waarom de slang zich in de nabijheid van de voormalige spoorverbinding nestelde. De keien in de bedding warmen op tijdens de zomer en trekken specifieke diersoorten aan, zoals de zandhagedis en de kommavlinder. Vleermuizen en nachtvlinders voelen zich dan weer in hun nopjes door het open karakter van de 77 kilometer lange as. Zo groeide het traject uit tot een unieke habitat, die bovendien een aantal waardevolle natuurgebieden doorkruist. En daar steek je niet zomaar een spade in de grond, ondervond Stijn toen het plan voor een fietssnelweg in 2016 voor het eerst op tafel kwam. Hoe je dat wel aanpakt, wilden wij weten: stof genoeg voor een boeiende babbel met Stijn over het stukje fietssnelweg dat Genk-Noord met As verbindt. Verbinding voor de natuur “Nu is het nog rustig, maar binnenkort passeren hier dagelijks duizenden fietsers”, zegt Stijn wanneer we van de arena richting Klaverberg wandelen. “Het Kolenspoor wordt een belangrijke verbindingsas, niet alleen voor de vele pendelaars, maar ook voor recreatieve fietsers die de vroegere mijnsites willen verkennen. Om de aanleg van de LINA 19


Het Kolenspoor Jarenlang vormden zeven steenkoolmijnen het kloppend hart van de provincie Limburg. Het 77 kilometer lange Kolenspoor vervoerde werkkrachten, steenkool en materiaal van Beringen tot Maasmechelen en was voor de mijngemeenten een belangrijke slagader. Na de sluiting van de mijnen kregen de sites een nieuwe invulling. Vandaag zijn het innovatieve hubs, waar gewerkt wordt aan het Limburg van morgen. Het Kolenspoor krijgt opnieuw de rol van slagader, maar dan met fietsen in plaats van treinen. De vroegere spoorverbinding wordt omgevormd tot een fietssnelweg op het speerpunt van natuur, ontwikkeling en beleving. Het eerste deeltracé tussen Genk-Noord en het station van As, goed voor 12 kilometer, opent net voor de zomer van 2025 en dicht een belangrijke missing link binnen het Limburgse netwerk van fietssnelwegen. De komende jaren worden ook de andere deeltracés verder ontwikkeld.

ke Vleermuisv riendelij verlichting

Tunnel voor ild ­schapen en w

www.kolenspoor.be

fietssnelweg behapbaar te houden, deelden we het traject in vijf stukken op, elk met hun specifieke uitdagingen. Eén daarvan was ecologie. Samen met het Provinciaal Natuurcentrum en een studiebureau onderzochten we hoe we van die uitdagingen unieke troeven konden maken. Daar ging een grote inventarisatie op het terrein aan vooraf. Welke soorten zitten er? Wat hebben ze nodig om van het ene gebied naar het andere te migreren? En hoe kunnen we daar met onze infrastructuur op inspelen? Die informatie vertaalden we in een ecologische inpassingsstudie, om van het Kolenspoor niet alleen een verbinding voor fietsers te maken, maar ook voor de natuur.” Het traject langs de Klaverberg biedt een mooie staalkaart van de ingrepen die volgens de studie noodzakelijk waren. De fietssnelweg zelf omvat een vier meter brede asfaltstrook, aan beide zijden geflankeerd door een vegetatiezone, die momenteel nog een beetje kaal oogt. “We hebben bomen moeten kappen”, zegt Stijn. “Dat klinkt vanuit ecologisch standpunt misschien vreemd, maar het was nodig om de aanwezige soorten – maar ook de soorten die we op termijn willen aantrekken – alle kansen te geven. Tijdens infomarkten legden we de buurtbewoners – veelal gezinnen met een mijnverleden – uit waarom bepaalde ingrepen noodzakelijk waren. Die open communicatie werkt: de mensen zijn blij dat hun Kolenspoor een tweede leven krijgt. Het gaat hier om een stuk erfgoed dat veel Limburgers genegen zijn. Daarom hebben we ook zoveel mogelijk spoorrelicten behouden.” Veilig oversteken Even verderop vestigt Stijn onze aandacht op de ­verlichtingspalen langs het traject. Die zien er op het eerste­ gezicht heel gewoon uit, maar schijn bedriegt. “De natuur­ verenigingen wilden liever geen verlichting, om de 20

Goten als r doorgang voo amfibieën en reptielen

vleermuizen en de nachtvlinders niet te verstoren. Maar dat konden we vanuit mobiliteitsoogpunt niet ­maken: de mensen moeten langs de fietssnelweg v ­ eilig van en naar hun werk kunnen fietsen”, vertelt Stijn. ­“Uiteindelijk hebben we de verlichting zo ontworpen, dat de lichtstralen de breedte van het fietspad niet over­ schrijden. In de hoogte blijven de verlichtingspalen onder de vliegroutes van vleermuizen en nachtvlinders. En ­ ‘s nachts kan de verlichting uit, zodat de dieren vrij spel ­krijgen. Zo’n kilometerslange verlichte as door het landschap heeft immers een grote impact op de omgeving.” Niet alleen de veiligheid van de fietser stond centraal. Ook de dieren moeten zonder gevaar voor eigen leven van de ene kant van de fietssnelweg naar de andere geraken. Amfibieën en reptielen doen dat om de 500 meter via goten in het wegdek, afgedekt met gietijzeren roosters


© Marcel Bex

De rosse vleermuis

De rosse vleermuis is een van de grotere vleermuizen in Europa. Zijn vacht is rosbruin van kleur, met een goudachtige gloed in de zomer. Binnen de familie van de gladneuzen geldt de soort als een vroegvlieger. Hij vliegt vaak voor zonsondergang uit en maakt gedurende de nacht tot drie jachtvluchten, vaak tot na zonsopgang. Vliegen doet de rosse vleermuis op een hoogte van 10 tot 40 meter, met snelheden tot 50 kilometer per uur. Jagen doet hij het liefst in groep langs bosranden en open terrein, bijvoorbeeld het Kolenspoor, met grote insecten zoals krekels als belangrijkste prooi.

De gladde slang © Marcel Bex

Met een lengte van 60 tot 80 cm is dit de kleinste slang van ons land. Ze is lichtbruin tot grijs, met twee rijen donkerbruine of zwarte vlekken op de rug. Kenmerkend is de zwartbruine streep aan weerszijden van de kop. Het liefst houdt de gladde slang zich op in droge terreinen zoals heidegebieden, bosranden, spoorwegbermen en rotsachtige hellingen. Daar leeft ze verborgen in vermolmde boomstronken, onder grote stenen en houtblokken of tussen planten. Haar dieet bestaat uit kleine knaagdieren of kuikens van op de grond broedende vogels. Voor de mens is deze niet-giftige slang volstrekt ongevaarlijk: de kans dat je haar te zien krijgt, is uiterst klein.

“Ook het wild in de regio maakt dankbaar gebruik van de schapentunnel om bij de grote vijverplas te geraken.”

die zo veel mogelijk zonlicht doorlaten. Aan beide zijden zorgt ecogeleiding ervoor dat de diertjes makkelijk de weg naar de tunnels vinden. “Een huzarenstuk”, zegt Stijn. “De betonnen ecogeleiding hebben we ter plaatse met een zelfontworpen mal gegoten, om tijd en kosten te besparen.” Dat geldt ook voor de grote schapentunnel, even verderop. De schapen die ingezet worden om het natuurgebied te begrazen, kunnen er vrij onderdoor. “Intussen hebben we gemerkt dat ook het wild nu al dankbaar gebruik maakt van de tunnel om bij de grote vijverplas te geraken. Menselijke passanten, zoals wandelaars en mountainbikers, zien we er liever niet doorheen kruipen, vandaar de lage tunnelhoogte. Anders blijven de dieren binnen de kortste keren weg.” Recyclagematerialen Eens op dreef, is Stijn moeilijk te stoppen. De ecologische ­ingrepen maakten de aanleg van de fietssnelweg behoorlijk

complex, maar gelukkig zat de aannemer van het project niet om een uitdaging verlegen. “Bij elke stap gingen we na hoe we die zo ecologisch mogelijk konden zetten”, legt Stijn uit. “Het oorspronkelijke keienbed werd getest op asbest: een stof die vroeger voor de remschijven van de treinen werd gebruikt. Gelukkig bleek de zate niet vervuild en konden we de aanwezige keien ter plaatse als fundering gebruiken. Met een speciale Zwitserse freesmachine ­werden de keien vermalen tot de juiste dikte. Zo spaarden we 800 vrachtwagenbewegingen uit om ze af te voeren en ­nieuwe stabilisatie aan te brengen. Het hout van de vegetatiezones gebruikten we om rustplaatsen aan te leggen: takkenrillen voor de amfibieën en reptielen, en robuuste zitbanken voor de mens. We hopen immers dat de fietsers af en toe even halt houden om te genieten van de natuur die rond het Kolenspoor z’n gang gaat. Van gladde slangen hoef je geen schrik te hebben: ze bijten niet. (lacht)” LINA 21


agenda Bezoek Natuur.huis de Kevie

Nachtzwaluw-wandeling Duinengordel

ZONDAG 29 JUNI

In dit gloednieuwe Natuur.huis kom je meer te weten over de verborgen schatten van het natuurreservaat de Kevie. De vrijwilligers vertellen er bij een lekkere kop koffie of een frisse pint over de geschiedenis van de Kevie, welke fauna en flora er te vinden is, of via welke wandelroute je je wandelschoenen proper houdt. 14 - 17 u. Neremstraat 72, Tongeren-Borgloon

ZATERDAG 26 JULI

Steek je zaklamp op zak en beleef samen met de ranger de bijzondere sfeer van een avondwandeling in de Duinengordel, waar de mysterieuze nachtzwaluw ’s nachts actief is. De zang van de nachtzwaluw hoor je tot op één kilometer, van de late avondschemering tot aan het ochtendgloren. Deelnemen is gratis. 21 - 23.30 u.

www.natuurpunt.be/agenda

Oude Kerkstraat 72, Oudsbergen/Opglabbeek www.nationaalparkhogekempen.be/nl/kalender

JUNI

JULI

BEZOEK

WANDELING

AUGUSTUS

SEPT-OKT

EVENEMENT

FILM

zomer

2025

De Wissen Fair

Cinema Mosa

De Wissen Fair staat dit jaar in het teken van de Maaslandse fauna en flora. Neem deel aan de tweelandenfietstocht, bezoek de expo in het Visitor Center, volg een boeiende lezing, maak je eigen insectenhotel of ga wildplukken. Met kinderanimatie, een planten- en zadenruilstand, een makersmarkt én foodtrucks om honger en dorst te stillen.

Na een geslaagde tweede editie in 2024, komt Cinema Mosa terug met nog meer inspirerende films over de Maas, haar geschiedenis en uitdagingen. Ben je natuurliefhebber, cinefiel of gewoon nieuwsgierig? Op diverse locaties aan beide oevers van de Maas kun je een week lang genieten van prachtige (kort)films, docu's en historisch beeldmateriaal

ZONDAG 31 AUGUSTUS

11 - 18 u.

22

VRIJDAG 26 SEPTEMBER T.E.M. ZONDAG 5 OKTOBER

14 u.

Visitor Center De Wissen, Dilsen-Stokkem

Rivierpark Maasvallei, diverse locaties

www.dewissen.be

www.cinemamosa.be


colofon Libellenvlucht in de Maten ZONDAG 6 JULI

Abonneer je GRATIS

NR. 27

ZOMER 2024

Tijdens een natuurwandeling in de Maten speuren we onder leiding van een natuurgids naar libellen. Trek je beste wandelschoenen aan en breng eventueel een verrekijker mee. Alleen je hond laat je beter thuis, want die is niet toegelaten in het gebied. Deelnemen is gratis, maar vooraf inschrijven is warm aanbevolen.

LImburg NAtu

Natuur­ rapport Nationaal Park Hoge Kempen

Thuis in energie

Interview Alex

Polfliet

Werken aan het landscha p Landsch

ABONNEER JE GRATIS

op dit magazine

Nog geen abonnee? Wil je drie keer per jaar LINA gratis thuis ontvangen? Abonneer je via de website.

+

apsteams

Scan de QR-code www.lina

29R 2025 NROR. JAA

Zomerse agendatips!

magazine.be/abo

VO

LImbu

m

Scan de

tuur rg NA

lijk!

Eten uit de natuur

en ouw Verb buren de Wildplukken met

ar n na en tere Luis t verled he

EER NN IS ABOGRATazine ag JE t op di

9 - 12 u.

urlijk!

in Kelchterhoef

26_LINA _jun_2024_v3.i

ndd 1

ad De st s als bo

QR-code/abo

azine.be .linamag www

3/06/2024

Vragen? Neem c­ ontact op via lina@limburg.be of 011 23 83 38.

11:31

+

Slagmolenweg 76, Genk

tips Agendat voorjaar he voor

www.natuurpunt.be/agenda

zoek k e nder Op o penBro m in Ke lgischeed bi rste Be Het ee Biosfeerge & Mens

JULI

v3.indd

025

4/02/2

10:19

1

2025_

A_feb_

29_LIN

www.linamagazine.be/abo

WANDELING

lees meer Nieuwsbrieven Voor de nieuwsbrieven van het Provinciaal Natuur­centrum en de Regionale Landschappen kun je inschrijven via de respectievelijke websites.

tot uw dienst provincie Limburg Milieu en Klimaat Universiteitslaan 1 3500 Hasselt milieuenklimaat@limburg.be www.limburg.be/milieuenklimaat 011 23 83 38

Provinciaal Natuurcentrum Craenevenne 86 3600 Genk pnc@limburg.be www.pnc.be 011 26 54 50

Regionale Landschappen

SEPTEMBER WANDELING

De Holstenen aan De Teut ZONDAG 28 SEPTEMBER

We verkennen de merkwaardige Holstenen in Zonhoven. Over welk gesteente gaat het? Hoe oud zijn ze? Onder welke bijzondere omstandigheden werden ze gevormd? We gaan op zoek naar bijzondere gebruikssporen uit de oertijd. Tijdens de wandeling maak je kennis met een Kempisch dekzandlandschap en de bijbehorende plantengroei. 14 u. Donderslagseweg 21 www.provinciaalnatuurcentrum.be/kalender

Haspengouw en Voeren Daaleindestraat 2 3720 Kortessem info@rlhv.be www.rlhv.be 011 31 38 98

Kempen en Maasland Winterslagstraat 87 3600 Genk info@rlkm.be www.rlkm.be 089 65 56 65

Lage Kempen St-Ferdinandstr. 1 3560 Lummen info@rllk.be www.rllk.be 011 78 52 59

Volg ons Volg ons ook op onze Facebook-pagina’s

LINA

is een uitgave van de deputatie van de Limburgse provincieraad: Jos Lantmeeters, gouverneur, Inge Moors, Igor Philtjens, Tom Vandeput, Laura Olaerts, gedeputeerden en Wim Schoepen, provinciegriffier REDACTIERAAD EN HOOFDREDACTIE Patrick Boucneau, Jan Mampaey, Sonja Schreurs, Ilse Van Aelst,

Pascal Vanhees en Dirk Coelmont FOTOGRAFIE Mine Dalemans MET DANK AAN Liliane Van Engeland, Josiane Schoefs, Luc Crevecoeur, Kristel Van Lishout, Ilse Olaerts, An Bloemen EINDREDACTIE EN ­VORMGEVING f-twee bladenmakers, www.f-twee.be DRUKWERK Bredero Graphics VERANTWOORDELIJK UITGEVER Patrick Boucneau, provincie Limburg, ­Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt OPLAGE 9 000 exemplaren WETTELIJK DEPOTNUMMER D/2017/5.857/026 CONTACTADRES Dienst Milieu en Klimaat, Directie Omgeving, provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, 011 23 83 38, milieuenklimaat@limburg.be, www.limburg.be

LINA WORDT GEDRUKT OP 100 % GERECYCLEERD PAPIER

LINA 23


Afz.Provincie Limburg, Directie Omgeving- Milieu en Klimaat, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

WIL IK HEB FRUIT

Heb jij hoogstamfruit maar krijg je het niet allemaal geplukt of opgeraapt? Of wil je zelf wel eens gezond en vers fruit oogsten?

Registreer je vandaag nog op goedgeplukt.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
2025/30 LImburg_NAtuurlijk by Provincie Limburg - Issuu