Van rest tot restart

Page 1


Van rest tot restart

Lessen, kansen en inzichten uit het

Living Lab Circulaire

Houtcluster Grensland

Met steun van Vlaio

Colofon

Verantwoordelijke uitgever:

POM West-Vlaanderen

In samenwerking met:

WOOD.BE:

Evi Bilteryst, Alan Dergent, Imke

De Windt, Bob Geldermans

POM West-Vlaanderen:

Sophie Bonnewijn, Eline Persyn, Stefaan Verhamme

Platform Grensland

Menen Wervik:

Ode De Brabandere, Jan Desmet, Stefaan Vercruysse

Decospan:

Mathilde Depoortere, Jonas Feys, Diego Verschuere

Copywriting: Bliksem Schrijfbureau

Vormgeving: Shtick

Group De Keyzer: Marnix Blancke, Koen De Keyzer

G-Desmet: Ward Desmet

Woodstoxx: Yves Lecluyse

3PT Consult: Philippe Tavernier

Copyright Fotografie: Adobe Stock (p. 1, 4, 6, 8, 70 ), Bendig (p. 41) Pieter

Clicteur Photography (p. 1, 9, 15, 21, 25, 29, 31, 37, 55, 56, 60, 62, 63, 64, 65), Decospan (p. 22, 23), Freepik (p. 30, 36, 37, 38, 39, 40, 42, 69), G-Desmet (p. 32, 33), Group De Keyser (p. 26, 27, 28, 48), Herman Desmet Photography (p. 45, 47, 51, 52, 71), Kwin.be (p. 59), POM West-Vlaanderen (p. 57, 68), WOOD.BE (p.7), Woodstoxx (p.16, 17, 19, 34)

Datum van publicatie: 18/11/2025

Van rest tot restart

Lessen, kansen en inzichten uit het Living Lab

Circulaire Houtcluster Grensland

Met steun van Vlaio

Durven, doen, delen

Living Labs werken anders dan klassieke laboratoria. Ze testen niet in een afgesloten ruimte, maar in een echte omgeving, met kennis uit praktijk, ervaring en onderzoek. Partners investeren en denken mee, met aandacht voor openheid, duurzaamheid en samenwerking.

Een mooi voorbeeld is het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland (LLCHG) in Menen-Wervik. Drie jaar lang werkten bedrijven, organisaties en overheden er samen rond circulaire strategieën in de houtsector. Partners waren onder meer Platform Grensland Menen-Wervik, Decospan, Groep De Keyzer, G-Desmet, Woodstoxx, POM West-Vlaanderen en WOOD.BE. Ondanks de korte periode leverde het project opvallende resultaten en boeiende innovaties op.

Belangrijker dan veranderende producten was misschien wel de verandering in mindset: samen leren kijken naar ketens en systemen gaf nieuwe ideeën en vertrouwen. Innovatie stopt namelijk niet bij een idee. Ze wordt pas waardevol als ze ook echt wordt toegepast, met oog voor economische haalbaarheid.

De ervaring binnen LLCHG toont dat circulaire economie kansen biedt voor meer waarde en minder CO²-uitstoot. Werkbare oplossingen vragen daarbij steeds een evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen.

Deze publicatie geeft je een inkijk in de resultaten. We nodigen je uit om je door deze inzichten te laten inspireren. En vooral: om mee te bouwen aan een circulaire hout- en meubelsector.

Bob Geldermans

Hoofd departement Research & Innovation, WOOD.BE

Wat is het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland?

Wist je dat 6,25 procent van de jaarlijkse CO²-uitstoot in België tijdelijk wordt vastgehouden in houten producten?

Zolang hout in gebruik blijft, blijft de koolstof erin opgeslagen. Maar zodra het product afbreekt of verbrand wordt, komt die CO2 weer vrij. Daarom is levensduurverlenging van houten producten cruciaal, ecologisch en economisch.

Door houten producten slimmer te ontwerpen, herstellen, hergebruiken of recycleren, houden we de opgeslagen koolstofwaarde langer vast en verlagen we de druk op nieuwe grondstoffen.

Het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland (LLCHG) zette drie jaar lang die principes om in de praktijk met duidelijke doelen:

¼ de levensduur van houten toepassingen in de waardeketen verlengen

¼ reststromen valoriseren en recyclage optimaliseren

¼ de vraag naar nieuwe grondstoffen verminderen

¼ hout van bij de start zo hoogwaardig mogelijk inzetten

¼ bijdragen aan de Vlaamse en Europese klimaatambities

¼ de weerbaarheid van bedrijven vergroten in een markt met prijsschommelingen en materiaalschaarste

Van theorie naar concrete toepassingen

Het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland (LLCHG) was een praktijkgericht experiment op het bedrijventerrein Grensland (Menen-Wervik). Drie jaar lang, van 2023 tot en met 2025, gingen vier toonaangevende houtbedrijven concreet en actief aan de slag met circulaire strategieën in drie toepassingsgebieden: vloerbekleding, gevel- en terrasbekleding en meubelproductie.

Ze pasten technieken toe zoals hergebruik, herstelling, recyclage en productontwikkeling op basis van houtresten.

Daarbij stelden ze zich open om diverse R-strategieën op een innovatieve en duurzame manier in hun bedrijf te integreren – altijd met oog voor kwaliteit, toepasbaarheid en economische haalbaarheid.

De experimenten kregen vorm in vijf transitiepaden of labs:

1. nieuwe producten uit gerecycleerd materiaal of houtresten

2. langere gebruiksfase onder andere via doordacht materiaalgebruik

3. herstelling en herfabricage als standaardstrategie

4. optimalisatie van recyclageprocessen

5. lokaal hergebruik door samenwerking op het bedrijventerrein

Alan Dergent (WOOD.BE), Yves Lecluyse (Woodstoxx), Stefaan Verhamme (POM West-Vlaanderen), Eline Persyn (POM West-Vlaanderen), Mathilde Depoortere (Decospan), Ward Desmet (G-Desmet), Imke De Windt (WOOD.BE), Marnix Blancke (Group De Keyzer), Philippe Tavernier (3PT Consult), Jan Desmet (Platform Grensland Menen Wervik).

De deelnemende bedrijven werkten elk jaar aan één of meerdere experimenten, afgestemd op hun eigen realiteit en noden. Cocreatie en kennisdeling stonden centraal, met ruimte om te testen, bij te sturen en te leren.

Het LLCHG is een voorbeeld van een triple helix-samenwerking, waarbij bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen investeren in duurzame innovatie. Het project zette sterk in op lokale verankering en sectorbrede integratie. De opgedane kennis werd gedeeld via netwerkevents zoals Grensland.IN en Inspired by Wood,

Circulaire Houtcluster

Grensland: ecosysteem

Focusbedrijven, projectpartners

Bedrijf in Grensland, houten product

Bedrijf in Grensland, algemeen (70-tal bedrijven)

Bedrijf buiten Grensland, binnen ecosysteem (1000+ bedrijven)

en via uitwisselingen met bedrijven uit de brede Vlaamse houtsector.

Deze publicatie is een verlengstuk van dat traject. Het doel? Inspireren, uitdagen en verbinden. Want wie inzet op circulair ondernemerschap, bouwt mee aan een veerkrachtige sector met toekomst.

Het project werd gerealiseerd met de financiële steun van VLAIO, het aanspreekpunt van de Vlaamse overheid voor ondernemers. Hun missie: innovatie en ondernemerschap stimuleren en ondersteunen in Vlaanderen.

Ecosysteem hout Ecosysteem

Grensland

Houtbedrijven in Grensland

Focusgroep

R-STRATEGIEËN

CIRCULAIRE ECONOMIE

PRODUCT SLIMMER MAKEN EN GEBRUIKEN

LEVENSDUUR VERLENGEN VAN PRODUCT EN ONDERDELEN NUTTIG TOEPASSEN VAN MATERIALEN

LINEAIRE ECONOMIE

R0 REFUSE

R1 RETHINK

R2 REDUCE

R3 REUSE

R4 REPAIR

R5 REFURBISH

R6 REMANUFACTURE

R7 REPURPOSE

R8 RECYCLE

R9 RECOVER

product overbodig maken door van de func�e af te zien of die met een radicaal ander product te leveren

productgebruik intensiveren (bijvoorbeeld door producten te delen of mul�func�onele producten)

product efficiënter fabriceren door minder grondstoffen en materialen in het product of gebruik ervan

hergebruik van afgedankt, nog goed product in dezelfde func�e door een andere gebruiker

repara�e en onderhoud van kapot product voor gebruik in zijn oude func�e

opknappen of moderniseren van oud product

onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw product met andere func�e

afgedankt product of onderdelen daarvan gebruiken in nieuw product met andere func�e

materialen verwerken tot dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit

verbranden van materialen met energieterugwinning

Bron: Po�ng, José, et al. Circular economy: measuring innova�on in the product chain. No. 2544. PBL Publishers, 2017

Hout zo lang mogelijk in circulatie houden: de basis

Hoe langer de waarde van hout of houten producten behouden blijft, hoe kleiner de ecologische voetafdruk. Dit uitgangspunt lag aan de basis van het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland en vormt de rode draad doorheen de lessen in dit traject.

Circulair ontwerpen loont

Tot tachtig procent van de ecologische impact van een product wordt vastgelegd in de ontwerpfase. Door vanaf het begin circulaire principes mee te nemen, beperk je materiaalverliezen, maak je onderhoud en herstel eenvoudiger en verhoog je de kans op hoogwaardig hergebruik. Voor bedrijven betekent dit een lagere milieuimpact, maar ook een economisch voordeel: materialen en onderdelen behouden langer hun waarde en kunnen opnieuw worden ingezet.

Dacht jij al aan:

¼ een modulaire productopbouw?

¼ herbruikbare meubels of interieurelementen?

¼ demontabele bouwcomponenten uit hout?

¼ standaardisatie van afmetingen en verbindingen?

Herdenken van bestaande

producten

Juiste materiaaltoepassing: kies houtsoorten of hernieuwbare alternatieven die geschikt zijn voor hun toepassing. Verkeerd gebruik leidt sneller tot defecten en een kortere levensduur.

Procesoptimalisatie: beperk reststromen door nauwkeurige zaag- en freesprocessen, slimmere nestingsoftware en standaardisatie van paneelmaten.

Samenwerking in de keten: door actief te overleggen met leveranciers en afnemers kunnen retourstromen of hergebruikscenario’s worden ingericht. Zo versnellen vragen uit de markt upstream innovatie.

Circulaire audit: lijst systematisch verbeterpunten op. Bijvoorbeeld: welke verbindingen maken demontage moeilijk? Welke coatings verhinderen recyclage? Door deze te optimaliseren scoren volgende productgeneraties beter.

Ontwikkelen van nieuwe producten

Materiaalselectie: kies hout uit duurzame bronnen of hernieuwbare alternatieven. Vermijd exotische of moeilijk traceerbare soorten tenzij herkomst sluitend kan worden aangetoond.

Afvalpreventie: ontwerp zo dat snijverlies minimaal is en resthout opnieuw kan worden ingezet. Hierbij spelen CAD/CAMintegratie en modulair dimensioneren een sleutelrol.

Een voorbeeld:

G-Desmet verkleinde de standaardmaten van zeven veel verkochte producten. Dit leverde gemiddeld zeven procent materiaalwinst op, met directe besparingen en minder afval in de hele keten. Het grote volume van deze ‘big runners’ versterkt het effect.

Levensduurverlenging: ontwerp tijdloos en robuust, en voorzie onderhoudsschema’s. Emotionele binding, bijvoorbeeld door esthetiek of personalisatie, verhoogt de kans dat producten langer bewaard en onderhouden worden.

Demontage en hergebruik: pas design for disassembly toe. Denk aan modulair ontwerp, standaardisatie, droge, losmaakbare verbindingen of mechanische bevestiging in plaats van verlijming.

Daardoor kunnen onderdelen hoogwaardig hergebruikt worden, zoals in meubels of bouwcomponenten.

Recyclage als sluitstuk

Wanneer hergebruik op product- of componentniveau niet meer mogelijk is, rest recyclage. De restwaarde van het materiaal hangt sterk af van de zuiverheid en hoe goed er gesorteerd werd aan de bron: hoe minder lijmen, harsen en additieven, hoe groter de kans op hoogwaardige recyclage.

Een voorbeeld:

Vezels en spanen herverwerken in plaatmateriaal (mdf, spaanplaat), idealiter meerdere cycli na elkaar of biochemische extractie van cellulose of lignine voor toepassing in biogebaseerde producten (bv. lijmen, bioplastics, coatings)

Als allerlaatste optie rest energievalorisatie via verbranding met warmterecuperatie.

Circulaire principes, van ontwerp over hergebruik en recyclage, maximaliseren de waarde en minimaliseren de ecologische impact. Dit vormt dan ook het fundament van het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland.

Lessons Learned

Deelnemende bedrijven aan het woord

Wat gebeurt er wanneer bedrijven effectief de daad bij het woord voegen? Als ze niet meer gewoon over circulariteit praten, maar er actief mee testen in productieomgevingen? Dat lichten we in dit hoofdstuk toe. We bundelen zes concrete lessen uit drie jaar experiment, samenwerking en reflectie.

Hoogwaardig hergebruik van preconsumer houten reststromen

In elk productieproces in de houtsector ontstaan onvermijdelijk reststromen: preconsumer stukken hout die nog nooit een eindklant bereikten, maar die uitvallen door formaat, fout of overschot. Vaak verdwijnen deze, nochtans waardevolle, materialen richting verbranding. Een gemiste kans voor zowel het klimaat als voor het bedrijf.

Het Living Lab wou dat patroon doorbreken. Door reststromen beter in kaart te brengen en creatief te verwerken, ontstonden circulaire toepassingen die behalve CO2 besparen, ook in nieuwe producten resulteerden en andere markten openden.

Inzicht is het begin van circulair denken

Uit onderzoek blijkt dat veel bedrijven vandaag een beperkt zicht hebben op de hoeveelheid en samenstelling van hun resthout. Nochtans zijn data cruciaal. Door reststromen te registreren met een uitbreiding op de bestaande ERP-systemen en de reststukken te labelen, krijgen bedrijven een duidelijker beeld van de beschikbare houtsoorten, volumes en afmetingen.

Met gespecialiseerde programma’s als Ecochain of One Click LCA wordt de milieuprestatie van resthouttoepassingen meetbaar. Zo kunnen bedrijven de impact van hun keuzes onderbouwen en integreren in duurzaamheidsrapportering, en gerichter sturen richting duurzaam hergebruik.

Slim omgaan met reststukken

Woodstoxx ontwikkelde een succesvolle toepassing voor kortere jatobaplanken, die normaal als opvulhout bij leveringen werden gebruikt. Door de plaatsingsrichting van de terrasdelen aan te passen, slaagt Woodstoxx erin deze korte planken toch te verwerken. Eens er voldoende voorraad is, brengt het bedrijf deze selectief op de markt.

LES 1 Inzichten van Decospan, Woodstoxx en G-Desmet

Ook parketoverschotten krijgen voortaan een tweede leven door ze opnieuw te schuren, te profileren en af te werken. De juiste partner vinden, was hierbij cruciaal. Na een grondige zoektocht kwam A-kwadraat als beste uit de bus. Dit maatwerkbedrijf uit

Gierle bezit de nodige uitrusting en expertise om het gewenste product aan te leveren. De esthetische imperfecties werden nadien weggewerkt met een kleurbehandeling of een dekkende laklaag die gekozen werd in overleg met het verkoopteam.

Zo creëerde Woodstoxx een aantrekkelijk product dat nu tot de standaardcollectie behoort, zonder extra grondstofverbruik. Ondertussen werd al meer dan 43 kubieke meter aan recuperatieparket verkocht, Goed voor een besparing van ruim 47 ton CO₂.

Decospan slaagde erin om een overschot aan te korte lengtes fineer te combineren zodat ze toch bruikbaar zijn in de reguliere productie. Door deze kortere stukken te upgraden, worden ze gered van de afvalberg en kunnen ze verwerkt worden in een hoogwaardig product. Er ligt wel nog een technische uitdaging te wachten om deze techniek op grotere schaal toe te passen.

Denk in meerwaarde, niet in volumes

Niet elk idee was evenwel haalbaar. Tropisch resthout inzetten in maatwerkbedrijven bleek technisch en op het vlak van gezondheid moeilijk. Kinderspeelgoed uit resthout was economisch onrendabel door de beperkte capaciteit en onvoldoende marktvraag.

Circulair ondernemen?

Werk samen

Een tweede leven voor resthout ontstaat niet vanzelf. Het vraagt samenwerking tussen producenten, ontwerpers, maatwerkbedrijven en afnemers. Transparante communicatie speelt daarbij een sleutelrol: leg uit waar het hout vandaan komt, wat de ecologische winst is en waarom het product waardevol is.

Vijf tips voor wie met resthout aan de slag wil

1 2 3 4 5

Meten is weten

Breng reststromen in kaart. Koppel ze aan data en gebruik tools om milieuwinst zichtbaar te maken.

Verleg de focus van afval naar grondstof

Zie elk stuk resthout als een kans. Ontwerp met wat er is, in plaats van rond wat je idealiter zou willen.

Werk samen met ontwerpers, sociale economie en interne stakeholders

Laat je inspireren door anderen. Creatieve of maatschappelijke partners bieden verrassende oplossingen. Door de ervaring van de diverse interne afdelingen al vroeg in het ontwikkelingsproces mee te nemen, creëer je een groter intern draagvlak.

Kijk naar rendabele modellen

Niet elke oplossing hoeft grootschalig te zijn, wel haalbaar. Denk in series, bundels of nieuwe businessmodellen.

Communiceer de impact

Maak zichtbaar wat je doet: herkomst, CO2-besparing, circulaire meerwaarde. Klanten waarderen authenticiteit en duurzaamheid.

Levensduurverlenging in de praktijk

Bij Woodstoxx weten ze dat schoonheid ook onderhoud vraagt.

Houten gevelbekleding is een geliefd materiaal, maar vraagt om meer dan een knap profiel, een goed gekozen houtsoort of een trendy afwerking. Wie wil dat de gevel er na tien jaar nog net zo sterk en stijlvol uitziet, moet slim omgaan met afwerking, degradatie en onderhoud.

Houten gevelbekleding vraagt een doordachte onderhoudsaanpak wanneer deze met een coatingsysteem afgewerkt wordt. Correct en tijdig onderhoud beperkt niet alleen zichtbare verwering, maar verlengt ook aantoonbaar de levensduur van zowel de afwerkingslaag als het hout.

Gebrekkig onderhoud heeft bovendien een nefaste impact op behandelingen zoals brandvertragende middelen of verduurzamingsproducten, waardoor de gevel minder beschermd is. Dat moet anders, vond Woodstoxx. Het bedrijf zette vanuit dit vertrekpunt een reeks praktijktesten op binnen het Living Lab.

Verwering begint sneller dan

gedacht

Uit literatuuronderzoek blijkt dat gevelbekleding na ongeveer één jaar al

LES 2 Inzichten van Woodstoxx

lichte kleurvervaging en glansverlies vertoont. Na dertig maanden verschijnen vaak de eerste tekenen van erosie. Niet spectaculair, maar wel het ideale moment om in te grijpen. “Wacht je te lang, dan krijg je hechtingsproblemen of afschilfering”, vertelt Yves Lecluyse (Innovation Manager bij Woodstoxx). “Dan moet je schuren, herstellen of zelfs volledig herbeginnen.”

Uit die onderzoeksresultaten, in lijn met de technische aanbevelingen uit TV 243*, blijkt dat je best uiterlijk na 2,5 jaar een eerste, lichte onderhoudsbeurt uitvoert. De onderhoudscyclus moet ook afgestemd zijn op de geveloriëntatie. Zuid- en westgevels krijgen meer uv-straling en regen te verwerken, waardoor degradatie van de afwerkingslaag er sneller optreedt, zeker bij transparante systemen. Een jaarlijkse visuele inspectie en zachte reiniging helpen intussen om de levensduur te verlengen. “Wij bekijken hoe wij deze aanbevelingen kunnen integreren in onze bedrijfsvoering.”

*Technische Voorlichting 243: Gevelbekledingen uit hout en plaatmaterialen op basis van hout. Buildwise, 2011.

Slim omgaan met kritieke zones

Mechanische verwering ontstaat vaak op zwakke plekken: scherpe hoeken, vatlijnen, oneffenheden of te diep geborstelde oppervlakken. Hier verschijnen spanningen in de coating die barstjes veroorzaken, waarna water binnendringt en de afwerkingslaag gaat schilferen. Yves: “Eén van de inzichten uit het experiment is dat licht afgeronde hoeken en een borsteldiepte die beter aansluit bij de gekozen afwerking tot een mooier, duurzamer resultaat leiden. Dat nemen we mee naar onze toekomstige productie.”

Bij brandvertragend behandeld hout, afgewerkt met een semi-transparante coating, speelt nog een ander risico: uitlogende zouten kunnen vlekken veroorzaken en de werking van het product verminderen. Dit vraagt om aangepaste producten en applicatietechnieken.

Van borstelen naar spuiten: onderhoud in evolutie

Wanneer de afwerking veroudert, is de volgende stap cruciaal. Schuren (met korrel 100), reinigen en een nieuwe laag aanbrengen volstaan meestal om de levensduur aanzienlijk te verlengen.

Maar ook hier loert de valkuil van manuele arbeid met een ongelijk resultaat.

“Beits met de borstel aanbrengen leidt snel tot overlappingen en glansverschillen. Dat ziet er niet professioneel uit en het is niet rendabel”, aldus Yves. “Daarom experimenteren we momenteel met dunne gespoten lagen die we direct uitvlakken.

Dat geeft een egaal, esthetisch resultaat met minimale kleurverschillen. Bovendien maakt dit het onderhoud ook economisch haalbaar voor grotere projecten. Kleine ingrepen met een groot effect, dus.”

“Wie wil dat de gevel er na tien jaar nog net zo sterk en stijlvol uitziet, moet slim omgaan met afwerking, degradatie en onderhoud. Met Woodstoxx dragen we daar graag aan bij.”

Yves Lecluyse (Innovation Manager bij Woodstoxx)

Vijf tips om houten gevels langer te laten stralen

1 2 3 4 5

Kies voor onderhoudsvriendelijke profielen

Ronde hoeken en gecontroleerde borsteldiepte maken een wereld van verschil in verwering en onderhoudsgemak.

Combineer zorgvuldig en werk met geduld

Voorkom dat de coating loslaat door producten te gebruiken die bij elkaar passen en respecteer de droogtijden tussen het impregneren en afwerken.

Maak van jaarlijkse inspectie een gewoonte

Kleine gebreken vroeg detecteren, voorkomt grote kosten. Integreer visuele controles in onderhoudscontracten.

Stem onderhoud af op oriëntatie

Zuid- en westgerichte gevels vragen frequenter onderhoud dan noord- of oostgerichte gevels. Transparante afwerkingen zijn gevoeliger dan opake systemen.

Optimaliseer je onderhoudstechniek

Vermijd arbeidsintensieve toepassingen. Test een dunne spuitlaag als alternatief voor borstels of rollers voor een strakker en sneller resultaat.

Op weg naar biobased plaatmaterialen, lijmen en afwerkingen

Biogebaseerde materialen zitten in de lift. Wat betekent dat in de praktijk van een hout- of meubelbedrijf? In het Living Lab gingen G-Desmet en Decospan op zoek naar alternatieven voor klassieke plaatmaterialen, lijmen en afwerkingen. Met verrassende resultaten en een heldere blik op wat er vandaag al kan. En wat nog niet.

Waar lag voor jullie de grootste ecologische winst?

Mathilde Depoortere (R&D bij Decospan): We zijn gestart met een levenscyclusanalyse van onze decoratieve panelen. Daaruit bleek dat de grootste milieu-impact niet in de fineerlaag zit, maar in de kernplaat. De drager dus, meestal mdf of spaanplaat. Die platen bestaan op zich al uit hout, maar worden nog altijd geproduceerd met fossiele lijmen. Door een biogebaseerde mdf als drager te gebruiken in plaats van een standaard mdf-paneel, stijgt het aandeel grondstoffen van natuurlijke oorsprong van ca. 86 naar ca. 96 procent in een afgewerkte fineerplaat. Als je daar nog een alternatief voor vindt, maak je een enorme sprong vooruit.

Bestaan die alternatieven al?

Mathilde: Op zekere hoogte wel, maar je moet goed weten waar je aan begint. We hebben samen diverse biogebaseerde plaatmaterialen getest: cellulosevezels uit landbouwafval (SAM-panels), gerecycleerd karton (Neverwaste) en geperste hennepen vlasvezelplaten.

Ward Desmet (Sales & Development bij G-Desmet): Verlijmd met natuurlijke bindmiddelen scoorden vooral die laatste goed. Zelfs voor buitentoepassingen, zoals verkeersborden. Al vragen ze wel een aangepaste verwerking. Die platen hebben een andere densiteit, vervezelen sneller bij het zagen en vereisen aangepaste snijgereedschappen. Je merkt: het zijn niet zomaar één-op-éénvervangers. Je moet het hele proces durven herdenken.

En hoe zit het met biogebaseerde lijmen?

Mathilde: Dat was een apart traject. Om de fineren op de kernplaten te verlijmen, werkten we met verschillende leveranciers, zoals Evertree, Plantics en Orineo, en testten diverse lijmen op onze bestaande persen. De uitdaging was dat ze moesten werken zonder aanpassingen aan temperatuur of druk, anders liep je productie vast.

LES 3 Inzichten van Decospan & G-Desmet

Ward: Wij werkten ook even samen met Clarys, maar niet alles functioneerde even goed. Een ligninegebaseerde lijm veroorzaakte verkleuring, andere bleken niet voldoende waterbestendig. We zochten verder en vonden een lijm op basis van landbouwreststromen die technisch oké was, maar uiteindelijk bleek de Evertreelijm voor ons de meest geschikte optie.

Mathilde: Alleen de houdbaarheid ervan is momenteel nog beperkt en de beschikbaarheid fluctueert, wat een extra uitdaging in de productie creëert. Dat moet je dus goed incalculeren. Daarnaast zijn veel van deze lijmen nog in ontwikkeling en worden ze geoptimaliseerd.

Testten jullie ook de afwerking?

Mathilde: Klopt. We probeerden verschillende plantaardige oliën en uvafwerkingen. In theorie haal je daarmee een heel hoog biogebaseerd aandeel, maar uiteindelijk hangt alles af van de combinatie met plaat en lijm. Eén verkeerde schakel en je krijgt delaminatie of een minder duurzaam resultaat.

“Je test geen product, je test een systeem.”

Ward Desmet (Sales & Development bij G-Desmet)

Ward: Dat was voor mij een grote les: je test geen product, je test een systeem. Materiaal, lijm en afwerking moeten perfect op elkaar afgestemd zijn. Dat vergt samenwerking over de hele keten heen.

Hoe hebben jullie al die opties vergeleken?

Mathilde: We gebruikten de Circular Transition Indicators (CTI) om per materiaalopbouw een massabalans op te maken. Zo konden we snel inschatten welk aandeel biogebaseerd en circulair was, zonder telkens een volledige LCA te moeten uitvoeren.

In het beste scenario kwamen we tot een combinatie met meer dan 99 procent biogebaseerde grondstoffen, waarvan 90 procent gerecycleerd. Stel dat 10 procent van het jaarlijkse mdf-volume vervangen wordt door een biogebaseerde versie, dan betekent dit zo’n 550 ton minder CO₂–impact van de grondstoffen. Dat is straf. Alleen zit er nog een groot verschil tussen technisch haalbaar en economisch rendabel.

Waar wringt het schoentje dan?

Ward: Vooral in de prijs. Biogebaseerde producten zijn vandaag nog een stuk duurder. En de markt is er nog niet klaar voor om dat verschil zomaar te absorberen. Zonder stimulansen van de overheid blijft het moeilijk om echt door te breken.

Mathilde: Daarom is samenwerking zo belangrijk. Je hebt leveranciers nodig die meedenken, klanten die mee willen en een beleid dat circulariteit beloont. Alleen zo kan je opschalen.

“We geloven erin, maar we moeten het samen doen: producenten, afnemers en beleidsmakers.”

Mathilde Depoortere (R&D bij Decospan)

Vijf tips voor wie biobased wil produceren

1 2 3 4 5

Begin waar de impact het grootst is

De drager van het plaatmateriaal bepaalt het grootste deel van de ecologische voetafdruk. Start daar.

Test een systeem

Niet elk biogebaseerd product past zomaar bij de rest van jouw systeem. Test steeds drager, lijm en afwerking samen.

Wees kritisch en realistisch

Niet alles wat plantaardig is, is automatisch duurzaam of praktisch inzetbaar. Denk in termen van performantie en opschaling.

Werk mét leveranciers, niet naast hen

Betrek lijm- en plaatproducenten in jouw zoektocht. Zij kennen niet alleen de grenzen maar ook de mogelijkheden.

Gebruik data om keuzes te onderbouwen

Met toepassingen zoals de CTI-tool schat je snel de circulaire prestaties van materialen in. Handig voor interne keuzes en externe communicatie.

De duurzame transitie van een maatkeukenproducent

Een keuken is veel meer dan een gebruiksobject. Het is een plek waar mensen leven, creëren, proeven, proberen en soms helemaal opnieuw beginnen. Maar geldt dat ook voor de keuken zelf? Kan die meegroeien met de gebruiker, zonder na twintig jaar op de schroothoop te eindigen?

Bij Group De Keyzer groeide de voorbije jaren de ambitie om keukenbouw meer circulair te benaderen. Niet als wollige toekomstvisie op papier, maar als realistische praktijk. Binnen het Living Lab gingen ze aan de slag, stap voor stap, met vallen, opstaan en bijleren. Heel. Veel. Bijleren.

Van idee naar realiteitscheck

Alles begon met het concept van ‘kitchen as a service’: een flexibel, keukensysteem dat zich moeiteloos laat demonteren, aanpassen of uitbreiden. Maar hun idealen bleken pas kansrijk wanneer ze getoetst werden aan de realiteit van vandaag.

Via gesprekken met consumenten, installateurs en partners ontdekte Group De Keyzer dat technische slijtage zelden de reden is waarom keukens vervangen worden. Het zijn vooral esthetiek en modetrends die bepalen of een keuken als ‘verouderd’ wordt ervaren. Een belangrijke eyeopener voor de keukenproducent.

LES 4 Inzichten van Group De Keyzer

De keten in kaart brengen

Op zoek naar verbeterpunten betrok Group De Keyzer het ontwerp- en innovatieteam van Pili-Pili uit Kortrijk. In enkele intensieve sessies namen ze de volledige levenscyclus van de keuken – van grondstof tot afdanking – onder de loep. De analyse bracht heel wat boven water:

• Materialen: bepaalde platen en fronten bleken moeilijk demonteerbaar of niet recycleerbaar.

• Verbindingen: klassieke verlijmingen en schroefsystemen beperkten herbruikbaarheid.

• Recyclage: gemengd houtafval verhindert hoogwaardige verwerking, waardoor materialen vaak in laagwaardige toepassingen belanden.

• Logistiek: zonder sectorbrede afspraken over selectieve inzameling en retourstromen blijft grootschalig hergebruik moeilijk.

Die inzichten vormden het fundament voor concrete actie.

Bewuste materiaalkeuze in de toonzaal

Een eerste zichtbare stap was de ontwikkeling van een toonzaalmodel in Menen, opgebouwd uit bewust gekozen materialen, waaronder de biobased panelen van Decospan. Dit toonde niet alleen technische eigenschappen, maar ook de herkomst, samenstelling en het circulaire potentieel van materialen. Dit maakte klanten en medewerkers bewust van de impact van materiaalkeuzes en van wat er anders kan.

De uitdaging van hergebruik

Bij vervanging bleken veel keukenonderdelen technisch nog perfect bruikbaar, maar niet meer gewenst om esthetische redenen. Voor elektrische toestellen bestaat een goed functionerend refurbishingcircuit. Voor maatwerkonderdelen is hergebruik moeilijker: formaten, stijlen en kleuren lopen te ver uiteen.

Group De Keyzer onderzocht samen met verschillende maatwerkbedrijven en recyclagepartners de piste van selectieve inzameling. Eén conclusie staat als een paal boven water: de hele sector moet samenwerken en betere afspraken maken over demontage en materiaalstromen.

Realisme en draagvlak als succesfactoren

Spoiler: niet elk idee bleek economisch haalbaar. Keukenbouw blijft een markt met scherpe marges, en consumenten zijn vandaag nog weinig bereid extra te betalen voor circulaire oplossingen. Daarom koos Group De Keyzer voor een gefaseerde aanpak:

1. vochtgevoelige materialen vermijden

2. kiezen voor ontwerpen met demonteerbare verbindingen

3. systematisch communiceren over materiaalimpact in toonzaal en verkoopproces

Daarnaast zetten ze stappen richting levenscyclusanalyes (LCA’s) en Environmental Product Declaration (EPD’s of milieuproductverklaring) om materiaalkeuzes objectief te onderbouwen en transparant te communiceren.

“Eén conclusie staat voor ons als een paal boven water: we moeten als sector samenwerken en betere afspraken maken over demontage en materiaalstromen.”

Marnix Blancke (projectcoördinator Duurzame Productontwikkeling bij Group De Keyzer)

Vijf tips voor de circulaire keuken

1 2 3 4 5

Weet waarom keukens vervangen worden

Niet slijtage, maar stijl is vaak de reden. Ontwerp met veranderende voorkeuren in gedachten, bijvoorbeeld modulair of esthetisch aanpasbaar.

Analyseer materialen en verbindingen

Breng in kaart welke materialen je gebruikt, hoe ze verbonden zijn en wat hun herbruikbaarheid is. Maak van losmaakbaarheid een ontwerpcriterium.

Haal externe expertise aan boord

Een frisse blik van buitenaf helpt om ketens kritisch te doorgronden. Laat een ontwerp- of innovatiebureau meedenken over je circulaire strategie.

Werk lokaal samen rond hergebruik en recyclage

Zoek partners in de sociale economie, kringloop en recyclage. Samen bouw je realistische circuits voor inzameling en verwerking.

Creëer draagvlak bij je klanten en team

Start klein met zichtbare verbeteringen. Toon in jouw toonzaal, offerte en verhaal hoe duurzaam denken werkt. Dat motiveert intern en overtuigt extern.

Wetgevend kompas voor de circulaire houtketen

Navigeren tussen verplichtingen, kansen en toekomstgerichte keuzes

Circulair ondernemen betekent ook juridisch bijblijven.

Voor bedrijven in de hout- en meubelketen tekent zich een complex regelgevend landschap af, met nieuwe Europese verordeningen, Vlaamse afvalregels en strengere CEmarkeringen. Maar wie tijdig schakelt, bouwt voorsprong op, wint aan concurrentiekracht en toekomstbestendigheid. We helpen je op weg.

Wil je dieper ingaan op dit onderwerp?

Ontdek meer op WOOD.BE, waar we je ondersteunen met testing, conformiteit en labowerk

EUDR: Europese

ontbossingsverordening

De EU Deforestation Regulation (EUDR) vervangt de EUTR en verbiedt de invoer van producten die bijdragen aan ontbossing of bosdegradatie. Vanaf 31/12/2025 geldt deze wet voor grote bedrijven en kmo’s die ook al aan de EUTR moeten voldoen, vanaf 30/06/2026 ook voor de andere kmo’s en micro-ondernemingen. Het gaat onder andere om hout, houtproducten en meubelen.

Wat moet je als bedrijf doen?

Due Diligence Systeem (DDS): ontwikkel en onderhoud een procedure om risico’s op ontbossing en illegaal hout in kaart te brengen en te beperken. Denk aan leveranciersscreening, risicoanalyse en het bijhouden van herkomstdocumenten.

Volledige due diligence bij import: importeer je hout van buiten de EU of breng je het voor het eerst op de EUmarkt? Dan moet je de exacte geolocatie en bewijsstukken opvragen en aantonen dat het hout legaal is en niet uit ontboste gebieden komt.

Traceerbaarheid: elk product krijgt een uniek referentienummer, gelinkt aan een due diligence statement in het centrale EUinformatiesysteem.

Materiaalcertificering: FSC®- of PEFC®certificaten zijn in België niet verplicht, maar worden in de praktijk vaak gevraagd bij aanbestedingen en bouwprojecten.

Reststromen: postconsumer hout is uitgesloten. Preconsumer hout (bv. virgin reststromen) valt wel onder de EUDR en vereist een DDS.

ACTIEPUNTEN

Ŋ Breng jouw positie in de keten in kaart (producent, importeur, distributeur).

Ŋ Ontwikkel of actualiseer jouw DDS.

Ŋ Screen grondstoffenleveranciers, herkomst, FSC®,- of PEFC®certificaten en auditresultaten.

Ŋ Organiseer intern de verwerking en opvolging van referentienummers.

Ŋ Plan interne en externe audits in om risico’s te beperken.

CSDDD: Corporate

Sustainability Due Diligence Directive (vanaf 2027)

Met de CSDDD vraagt Europa aan bedrijven om gericht ecologische en sociale risico’s in de keten waartoe ze behoren in kaart te brengen, en maatregelen te nemen om deze te vermijden of uit te sluiten. Bedrijven moeten mensenrechten, arbeidsomstandigheden en sociale risico’s in hun keten dus actief beheren.

WAT HOUDT DIT IN?

Sociale risicoanalyse: denk aan kinderarbeid, onveilige werkomstandigheden of discriminatie bij toeleveranciers.

Gedragscodes en klachtenmechanismen worden verplicht voor bedrijven die binnen de scope van de richtlijn vallen.

Leveranciersscreening op ESG*-criteria wordt gangbaar, ook voor onderaannemers van grotere bedrijven.

Jaarlijkse rapportering van de genomen maatregelen met effectiviteitsmeting (zelfde type analyse en rapportering als voor EUDR).

VOOR WIE?

Grote bedrijven vallen rechtstreeks onder de richtlijn, maar ook Vlaamse kmo’s krijgen onrechtstreeks te maken met rapporteringsverplichtingen via hun klanten.

ACTIEPUNTEN

Ŋ Breng sociale risico’s van jouw toeleveringsketen in kaart.

Ŋ Stel een duurzaamheidsbeleid op met aandacht voor milieu en sociale aspecten.

Ŋ Vraag naar certificering zoals SA8000, BSCI of Fair Trade.

Ŋ Bereid standaardantwoorden voor rond sociaal beleid, gedragscode, klachtenregeling.

*ESG (Environmental, Social, Governance) is een kader om de duurzaamheid en maatschappelijke impact van een organisatie te beoordelen, met specifieke aandacht voor het milieu (E), sociale aspecten (S) en goed bestuur (G).

ESPR en DPP: Ecodesign en Digitaal Productpaspoort (vanaf 2028)

De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) legt ecologische eisen op voor productontwerp, materiaalkeuze en circulariteit. Meubelen en matrassen zijn aangeduid als prioritaire productgroepen. Het Digitale Productpaspoort (DPP) wordt verplicht voor elk afzonderlijk product.

WAT BETEKENT DIT VOOR DE SECTOR?

Productontwerp onder de loep: herbruikbaarheid, herstelbaarheid, losmaakbaarheid en milieuprestaties zijn cruciale parameters.

DPP verplicht: elk product moet een digitaal paspoort krijgen met info over herkomst, materialen, impact, herstelmogelijkheden en recyclage.

Data voorbereiden = nu starten: wie wacht tot de wettelijke verplichting, is te laat.

ACTIEPUNTEN

Ŋ Breng productdata in kaart: materialen, herkomst, stoffen, LCA.

Ŋ Test een DPP-piloottraject met een externe partner (TripleR, Undo, Quifactum, ...).

Ŋ Denk vooruit: gebruik DPP niet enkel voor compliance, maar ook voor klantcommunicatie, service en procesoptimalisatie.

Ŋ Beoordeel jouw IT- en cybersecuritystrategie in functie van digitale identificatie.

CPR: Nieuwe Europese bouwproductenverordening

De vernieuwde Construction Products

Regulation (CPR) is sinds januari 2025 van kracht. Ze breidt CE-markering uit met milieucriteria en verplicht het gebruik van het DPP voor houten bouwproducten (zoals gevelbekleding).

WAT BETEKENT DIT VOOR JOU?

CE-markering met Declaration of Performance and Conformity (DoPC, vroeger: DoP) is verplicht als er een geharmoniseerde technische specificatie voor het product bestaat (HTS, vroeger HEN).

Essentiële

duurzaamheidskarakteristieken voor onder andere klimaatimpact, landgebruik, grondstoffenverbruik ... moeten gedeclareerd worden.

Producten worden waar vereist vergezeld van algemene productinformatie, instructies voor gebruik en veiligheidsinformatie (incl. end-of-life informatie).

Bereid digitale toegang tot productinfo via QR-code of DPP voor.

ACTIEPUNTEN

Ŋ Volg op wanneer jouw productgroep onder de nieuwe CPR-scope valt.

Ŋ Verzamel data voor CE-markering + DPP.

Ŋ Ontwikkel sjablonen voor productfiches en DoPC.

Wist je dat:

WOOD.BE voor je klaarstaat met hulp bij testing, conformiteit en labowerk.

VLAREMA: Vlaams reglement voor duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen

VLAREMA bepaalt welke houtfracties apart ingezameld en verwerkt moeten worden. De sorteerregels breiden vanaf 2027 fors uit.

CONCREET VOOR HOUT BETEKENT DIT:

Verplichte sortering per houttype:

• A-hout (onbehandeld): verplicht recycleren

• B-hout (geverfd/gelakt, niet verontreinigd): recyclage op komst

• C-hout (chemisch behandeld): enkel verbranding toegestaan

Afvalstoffenregister: alle afvalstromen met EURAL-code, hoeveelheden, afvoer en verwerking/documentatie moeten geregistreerd en vijf jaar bewaard worden

Transportregels: alleen erkende IHM’s (inzamelaar, handelaar, makelaar).

Bedrijven die hiervan willen afwijken, kunnen (online) een grondstofverklaring afleggen.

Grondstofverklaring: houtafval kan als ‘grondstof’ bestempeld worden (dus geen afval meer) als het voldoet aan criteria zoals zuiverheid en geschikte toepassing.

Meer over grondstofverklaringen?

ACTIEPUNTEN

Ŋ Analyseer jouw houtstromen en verwerkingsroutes.

Ŋ Check of een grondstofverklaring vereist is.

Ŋ Plan een interne audit op sortering en registratie.

Werk jij volgens het boekje?

Voor Vlaamse hout- en meubelbedrijven zijn EUDR, Vlarema, CPR en ESPR met DPP niet zomaar juridische verplichtingen. Ze vormen tegelijk een hefboom richting circulaire economie. Door nu te investeren in traceerbaarheid, productontwerp en digitale productpaspoorten, hou je je concurrentie scherp in het vizier en bouw je mee aan een duurzame toekomst. De implementatie vraagt natuurlijk kennis, tools en aanpassingen in de productie. Gelukkig bestaan er verschillende steunmaatregelen:

• VLAIO: steun voor digitalisering, milieuvriendelijke investeringen en circulaire projecten (bv. kmogroeisubsidie, ecologiepremie+).

• EFRO-projecten: steun voor samenwerkingen rond circulaire ketens.

• Green Deal Circulair Bouwen: gratis begeleiding en netwerkvorming.

• WOOD.BE: advies, coaching, masterclasses of deelname aan onderzoeksprojecten via o.a. Industrie Partnerschap of kmo-portefeuille.

Tip:

Informeer je tijdig bij VLAIO of WOOD.BE welke steun past bij jouw project.

Hier kan je met resthout terecht

Wie werkt met hout, houdt ook resthout over. Wat je met die reststromen doet, hangt af van de kwaliteit, hoeveelheid en bestemming. Hieronder vind je de belangrijkste opties voor de inzameling en verwerking van postconsumer houtafval in Vlaanderen.

Professionele inzamelaars

Voor wie? Bedrijven met middelgrote tot grote reststromen.

Hoe? Via containers (10 tot 50 m³) die op afroep geplaatst en opgehaald worden.

Wat gebeurt ermee? Gesorteerd naar A-, B- of C-hout. A- en B-hout worden doorgaans gerecycleerd of hergebruikt. C-hout is chemisch behandeld en wordt verplicht verbrand.

Let op: De prijs hangt af van het volume en de houtkwaliteit. Sommige inzamelaars bieden ook apps aan waarmee je rapporten krijgt over tonnages, verwerkingswijze en bestemming. Handig voor je duurzaamheidsrapportering.

Recyclageparken

Voor wie? Kleine bedrijven of organisaties met beperkte hoeveelheden. Grote homogene stromen kunnen er niet altijd terecht.

Wat gebeurt ermee? Hout wordt ingezameld volgens gemeentelijke of intercommunale afspraken.

Let op: bedrijven die industrieel afval (gelijkgesteld aan huishoudelijk afval) willen aanbieden, hebben meestal een badge nodig en betalen voor de meeste fracties een verwerkingsbijdrage. Check altijd vooraf de voorwaarden bij jouw lokale recyclagepark.

Houtverwerkende

bedrijven met recyclagefaciliteiten

Voor wie? Voor bedrijven met grote volumes zuiver preconsumer hout, zoals meubelmakers, schrijnwerkers of interieurbouwers. Bij voorkeur gaat het om monostromen (bv. enkel mdf of spaanplaat) die eenvoudig te sorteren zijn.

Wat gebeurt ermee? Het hout wordt gerecycleerd tot onder meer:

¼ nieuw plaatmateriaal (zoals spaanplaat of mdf)

¼ pellets voor energieproductie

¼ verpakkingshout

Bedrijven kunnen hun houtfracties rechtstreeks aanleveren of dit doen via tussenliggende circulaire hubs. Voorwaarde is wel dat het resthout voldoet aan de geldende kwaliteitsvereisten van de verwerker.

Een mooi praktijkvoorbeeld van Decospan

Decospan realiseerde in samenwerking met Unilin een reductie van 69 ton mdf door recyclage. Goed voor ca. 90 ton CO2 die niet vrijkomt in de atmosfeer

De kwaliteitscriteria bij Unilin voor het inzamelen van resthout:

• minimale aanleverhoeveelheid: 50 ton/jaar

• jaarlijkse sorteerwijzer waarin resthout wordt ingedeeld per type en aanvaardbaarheid

• mogelijkheid tot rechtstreekse leveringof via erkende inzamelpunten

Voordeel: bedrijven die hun resthout op deze manier afzetten, vermijden dat recycleerbare fracties vroegtijdig worden verbrand. Ze dragen actief bij aan een hoogwaardige materiaalkringloop en kunnen dit aantonen in hun duurzaamheidsrapportering.

Inspirerend idee uit het buitenland: Woodloop

Woodloop is een circulair initiatief van CBM (de Centrale Bond voor Meubelfabrikanten), Unilin en houthandel Baars & Bloemhoff. Het richt zich op Nederlandse kmo’s die kleinere hoeveelheden resthout produceren.

Hoe werkt het?

¼ drie fracties (massief hout, spaanplaat en mdf) worden aan de bron gescheiden

¼ hout wordt verzameld in opvouwbare kratten van 1 m³ (goed voor ± 250-300 kg)

¼ ophaling gebeurt op afroep

¼ aangesloten bedrijven ontvangen certificaten voor hun duurzaamheidsverslaggeving

Dit model bewijst dat ook kleinere bedrijven op een haalbare, efficiënte manier kunnen bijdragen aan de circulaire economie. Tijd om een gelijkaardig systeem in Vlaanderen uit te rollen?

Hoogwaardig hergebruik via sociale economie

Voor wie? Bedrijven met kleine reststromen of specifiek materiaal dat nog potentieel heeft voor hergebruik.

Met wie?

• Maatwerkbedrijven via koepels zoals Groep Maatwerk en Groep Intro.

• Kringwinkels en hun koepelorganisatie Herwin.

• Materialenbanken en circulaire hubs die stromen verzamelen, sorteren en opnieuw aanbieden. Zij variëren van sociale ondernemingen tot circulaire start-ups, maar delen dezelfde missie: bruikbaar hout en halffabricaten een tweede leven geven.

Waarom interessant? Resthout krijgt een tweede leven, je werkt samen met sociale economie en versterkt je maatschappelijke impact. Driedubbele winst!

Landbouw- en tuinbouwtoepassingen

Voor wie? Fijn en zuiver zaagsel of A-hout.

Wat gebeurt ermee? Dit wordt strooisel voor dieren of mulchmateriaal voor tuinen.

Biomassa-installaties

Wat gebeurt ermee? Verbranding van resthout voor energierecuperatie.

Wat moet je weten?

¼ Bio-energetische processen halen cellulose of lignine uit houtvezels.

¼ Verbranding met energieterugwinning kan bij C-hout of onbruikbare B-hout-fracties.

¼ Dit is enkel toegestaan bij erkende biomassacentrales.

Opgelet: de ecologische en economische waarde is lager. Deze route is alleen verantwoord als hergebruik of recyclage niet meer mogelijk is.

Wist je dat...

...de regio’s West- en Oost-Vlaanderen tot de grootste houtregio’s in België behoren? Hier vind je veel houtverwerkende bedrijven en dus ook veel reststromen. Wil je inzetten op een circulaire aanpak, dan is lokaal samenwerken de sleutel.

Een circulaire mindshift

Wat betekent het om overtuigd circulair te werken als hout- of meubelbedrijf? Hoe begin je eraan? En vooral: hoe hou je het vol? De vier deelnemende bedrijven uit het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland delen hun ervaringen, inzichten en kantelmomenten.

Nieuwe platen, nieuwe blik

Mathilde Depoortere (R&D Engineer bij Decospan) over ecodesign, biogebaseerde lijmen en de kracht van samenwerking.

Waarom deden ze mee?

Duurzaamheid zit al sinds de beginjaren in het DNA van Decospan. Het familiebedrijf werkt met hout uit duurzaam beheerde bossen en investeert in lange levensduur en reparatiemogelijkheden. Toch is het in de dagelijkse drukte niet vanzelfsprekend om nieuwe circulaire initiatieven op te starten. Het Living Lab bood de kans om daar bewust ruimte voor te maken. “Het gaf ons de mogelijkheid om ons bestaande werk kritisch te bekijken en de vraag te stellen: hoe kunnen we onze producten en processen echt circulair benaderen en ecodesign vastnemen?”

Wat doen ze nu anders?

Tijdens het traject verschoven de prioriteiten van puur technologische innovatie naar een bredere circulaire aanpak. Biogebaseerde lijmen en platen bleven belangrijk, maar de echte meerwaarde zat in de mindshift. “We leerden werken met de 9R-strategieën en beseften dat circulariteit meer is dan een nieuw materiaal: het vraagt anders denken en anders ontwerpen.”

Dat betekent concreet: evaluatiemomenten inbouwen, reststromen gedetailleerd in kaart brengen en partnerschappen zoeken met leveranciers en onderzoekscentra.

Wat leverde het op?

Decospan haalde uit het Living Lab waardevolle inzichten, maar evenzeer vertrouwen. Vertrouwen dat circulariteit geen eindpunt is, maar een proces van voortdurend leren, testen en bijsturen. “Vooral de ontwerpfase bleek cruciaal: daar maken we het verschil in waarde, levensduur en hergebruik. Het project werkte als katalysator om daar nog sterker op in te zetten.” Deelnemen betekende ook: loslaten wat altijd zo was en de blik verbreden naar nieuwe samenwerkingen.

Tips voor collega-bedrijven

Zoek de dialoog, ook buiten je vertrouwde netwerk.

Blijf niet vasthangen in oude patronen, maar verken nieuwe paden.

Gebruik data en analyses om beslissingen te onderbouwen.

Investeer in duurzame partnerships: je kan het niet alleen.

Een keuken die langer meegaat

Marnix Blancke (projectcoördinator

Duurzame Productontwikkeling bij Group De Keyzer) over circulaire materialen en praktische levensduurverlenging.

Waarom deden ze mee?

Group De Keyzer wilde zijn keukens meer circulair maken. Hun centrale vraag: hoe verlengen we de levensduur van een product dat vaak al na twintig jaar vervangen wordt? Het Living Lab bood de kans om die ambitie kritisch te onderzoeken. “Het project bracht ons structuur, reflectie en concrete handvaten.”

Wat doen ze nu anders?

De eerste stap was bewustwording: circulariteit is meer dan hergebruik of recyclage. Het traject zette hen aan om de volledige keten in kaart te brengen en stap voor stap te werken:

1. Materialen in kaart brengen en leveranciers screenen op duurzaamheid.

2. Aankoopvoorwaarden aanscherpen: minstens 50 procent gerecycleerd en recycleerbaar materiaal.

3. Productieprocessen optimaliseren, met tot 60 procent minder grondstofverbruik voor bepaalde onderdelen.

4. Levensduur verlengen via praktische ingrepen zoals waterdichte bodemplaten en vervangbare ledverlichting.

5. Nieuwe denkrichtingen verkennen, zoals demontagevriendelijke verbindingstechnieken en samenwerking met kringloopwinkels en maatwerkbedrijven voor hergebruik van toestellen en materialen.

Wat leverde het op?

Door hun deelname transformeerden hun losse ideeën in een gestructureerde circulaire transitie. Bezoeken aan recyclagebedrijven en contact met experten maakten duidelijk waar de knelpunten lagen, maar ook waar kansen zaten. “We beseften dat circulariteit geen rechte lijn is, maar een leerproces van kleine stappen en quick wins die draagvlak creëren bij medewerkers en klanten.”

Tips voor collega-bedrijven

Onderzoek eerst de oorzaken van vervanging en bepaal waar je echt impact kan maken.

Breng materialen en processen in kaart, eventueel met hulp van externe experts.

Begin met quick wins die motiveren en intern draagvlak geven.

Sensibiliseer medewerkers en klanten: circulariteit werkt pas als iedereen mee is.

Van resthout naar vloer

Yves Lecluyse (Innovation Manager bij Woodstoxx) over het opzetten van een circulair parketaanbod.

Waarom deden ze mee?

Bij Woodstoxx belandden restfracties van parket en tropische houtsoorten vaak in de container. Iedereen wist dat dit zonde was, maar zonder plan bleef het bij goede bedoelingen. Het Living Lab bood een kader en de financiële ruimte om in actie te komen. “Het traject hielp ons om onze circulaire ambitie te vertalen naar concrete stappen.“

Wat doen ze nu anders?

Woodstoxx ontwikkelde een laagdrempelig intern systeem om parketoverschotten opnieuw te verwerken en verkopen. Zonder extra werkdruk voor plaatsers of magazijniers en met een verkoopteam dat enthousiast het circulaire aanbod mee uitdraagt. Dat resulteerde in een eerste reeks circulair parket (700 m²) die al verkocht was voor de officiële lancering. Dit succes wakkerde alvast de ambitie aan om nog andere toepassingen te onderzoeken, zoals onderhoudsgidsen om de levensduur van gevelhout te verlengen.

Wat leverde het op?

Een duidelijke mentaliteitswijziging en een sterk intern draagvlak. Cruciaal daarin was het geloof van de verkoopafdeling. “Zodra ze zagen dat het product kwalitatief en verkoopbaar was, ging de bal aan het rollen.”

Hun belangrijkste les? “De juiste partners maken het verschil. Zoek mensen die meedenken en geloven in jouw product.”

Tips voor collega-bedrijven

Betrek jouw verkoopteam van bij het begin. Kies partners die samen met jou willen groeien, niet alleen uitvoeren.

Durf keuzes maken: focus en standaardisatie maken het haalbaar.

Wil je reststromen valoriseren? Begin dan met een haalbaar proefproject.

De impact is vaak groter dan je denkt.

Maak dat de duurzame oplossingen mee opgenomen worden in de KPI’s en het interne beloningssysteem

Van idee naar actie

Ward Desmet (Sales & Development bij G-Desmet) over hoe een biolijm hun circulaire visie versnelde.

Waarom deden ze mee?

Circulariteit leefde al bij G-Desmet, maar tussen ambitie en actie zat een kloof. Zonder extra middelen bleven ideeën vaak hangen. Het Living Lab gaf net dat duwtje: tijd, budget en een kader om de visie om te zetten in doelgerichte stappen. Tegelijk bood het traject peers om mee te sparren en een ritme van tussentijdse toonmomenten om voortgang af te dwingen.

Wat doen ze nu anders?

De kernverschuiving bij G-Desmet ging van nieuwe producten bedenken naar waarde behouden in elke stap. Concreet betekende dat:

• Gerichte experimenten met biogebaseerde lijmen. Dit met leveranciers aan tafel en met oog voor procescompatibiliteit (vocht, temperatuur, persparameters).

• Procesleren voor productleren: eerst faalmodi begrijpen, dan pas oplossingen testen.

• Reststromen waarderen in plaats van weggooien: systematisch opties aftasten en tegelijk een waardepariteit vastleggen.

• Open leren in de keten: transparant delen wat werkt en wat niet.

Wat leverde het op?

In plaats van telkens vanuit losse ideeën te starten, vertrekt G-Desmet voortaan vanuit een onderbouwde leerroadmap met heldere hypotheses, meetpunten, go/nogo’s. Door een externe blik te betrekken, is er een snellere iteratie. Zo maken gesprekken met partners vlot duidelijk waar de knelpunten zitten (procescondities, hechting, schaalbaarheid) en waar de kortetermijnkansen liggen. Tenslotte creëren ze commerciële meerwaarde, nog voor het eindproduct klaar is: de testresultaten en het verhaal rond biolijm openden al deuren in klantengesprekken. Dat bewijst: transparantie loont, ook in de transitiefase. Het succes schuilt in impactdenken over de hele keten.

Tips voor collega-bedrijven

Begin klein, maar strak: kies één processtap of productfamilie en formuleer testbare hypotheses.

Durf falen, deel tussentijds: toon prototypes, betrek leveranciers en klanten. Voortgang is belangrijker dan perfectie.

Zoek je niche en je drempel: bepaal wat je reststroom moet opbrengen (minimum evenveel als brandhout) en ontwerp toepassingen die hoger scoren in circulariteit en opbrengst.

Proces voor product: verbeter eerst basiscondities, dan pas varianten.

Deel jouw traject: Je hoeft niet te wachten tot alles af is om mensen mee te nemen. Nodig partners uit om mee te denken, te testen en te leren.

Ecosystemen in beweging

Circulariteit bereik je niet alleen. Om echt impact te maken, moet je als bedrijf deel uitmaken van een groter geheel. Dat was ook de insteek van het Living Lab Circulaire Houtcluster Grensland: leren, experimenteren en verbinden. Niet enkel binnen het eigen bedrijf, maar met buren op het bedrijventerrein en met collega’s in de bredere houtsector. In dit hoofdstuk lees je hoe dat ecosysteemdenken vorm kreeg, lokaal en sectoraal.

Lokale samenwerking op bedrijventerrein Grensland

De basis van het Living Lab lag in Menen, op het intergemeentelijk bedrijventerrein Grensland Menen-Wervik. Dat terrein herbergt een opvallende concentratie houtverwerkende bedrijven. De korte afstand tussen deze bedrijven bleek een hefboom voor kruisbestuiving: kennisdeling, afstemming en gezamenlijke acties werden tastbaarder.

Tijdens het project lag de focus op toegankelijkheid: bedrijven kregen informatie via laagdrempelige contactmomenten, netwerkactiviteiten en communicatiekanalen van het Platform Grensland Menen-Wervik. Ook bedrijven die niet actief deelnamen, werden zo bereikt.

Deze aanpak illustreert hoe bedrijventerreinbeheer, parkmanagement en collectieve infrastructuur (zoals afvalinzameling) kansen bieden voor circulaire samenwerking.

De focusbedrijven: vier trekkers van circulaire actie

Overzicht bedrijventerrein Grensland

¼ 144 ha bedrijventerrein

¼ 2 gemeenten: Menen, Wervik (BE)

¼ 70-tal bedrijven

¼ +/- 2.000 werknemers

¼ Sterke vertegenwoordiging van hout en recyclage

Centraal in het Living Lab stonden vier bedrijven die de uitdaging aandurfden om actief te experimenteren met circulaire acties. Onder begeleiding van WOOD.BE en POM West-Vlaanderen gingen zij elk aan de slag met minstens één vernieuwend project per jaar. Hun inspanningen zijn uitgebreid gedocumenteerd in voorgaande hoofdstukken.

Door hun actieve betrokkenheid fungeren deze pioniers als concrete inspiratiebron voor hun omgeving en de bredere sector.

Naast de vier kernspelers telt bedrijventerrein Grensland nog een brede waaier aan houtverwerkende bedrijven, schrijnwerkerijen en interieurbouwers. Ook afvalverwerkers zoals Vanheede en MIROM Menen maken deel uit van dit ecosysteem.

Deze bedrijven zetten zelf geen middelen in binnen dit project, maar werden wel regelmatig betrokken via informatiesessies, gesprekken en gezamenlijke events. Zo groeide een lokale houtcluster waarin kennisdeling en uitwisseling centraal stonden.

Die cluster beperkte zich bovendien niet tot de bedrijven op Grensland. Ook ondernemingen op de nabije Wervikse bedrijventerreinen Wervik Hoogweg en Wervik Robert Klingstraat werden meegenomen in het traject. Het Platform benadert ook hen vandaag als potentiële leden van de houtcluster.

¼ 18 betrokken houtverwerkende bedrijven

¼ inclusief maatwerkbedrijven en afvalintercommunale

¼ kennisdeling via events en gesprekken

Lokale houtcluster Menen-Wervik

Hout als CO²-buffer

Hout is niet alleen hernieuwbaar, het slaat ook CO₂ op. Hoe langer we hout in circulatie houden, hoe groter de klimaatwinst. In België wordt jaarlijks 4,3 miljoen m³ hout verwerkt. Dat komt overeen met een jaarlijkse CO₂-opslag van 5,63 miljoen ton of 6,25 procent van de totale jaarlijkse uitstoot in België.

Sectorale opschaling in Vlaanderen

Wat werkt op lokaal niveau, kan ook werken in de rest van Vlaanderen. Het Living Lab werd daarom gebruikt als demonstratieproject voor de bredere sector. Via publicaties zoals deze en inspirerende events deelden we de inzichten met een ruimer publiek.

Tijdens twee edities van ‘Inspired by Wood’ bracht WOOD.BE professionals uit de sector samen rond circulair denken en doen. Tegelijk vormden deze momenten een springplank voor nieuwe partnerschappen en ideeën. Zo laten we opschaling niet aan het toeval over, maar lokken we het doelbewust uit via doelgerichte communicatie en samenwerking.

© Kwin.be

Het ecosysteem ‘hout’ in cijfers

De Vlaamse hout- en meubelindustrie is een sterke economische motor met internationale impact. Tegelijk is het een sector met veel kmo’s, wat het belang van ondersteuning en samenwerking des te groter maakt. Kerncijfers

De hout- en meubelindustrie was in 2024 samengesteld uit volgende deelsectoren.

4% Overige houtverwerking

11% Verpakkingen

Bron: Fedustria

17% Bouwelementen

36%

Plaatmaterialen

32% Meubelindustrie

De vier focusbedrijven binnen dit project zijn samen goed voor 85 procent van de sectorale activiteit. Ze vormen dus een representatief staal van de uitdagingen en kansen binnen de sector.

Inventarisatie en

van resthout op Grensland

Menen-Wervik

Eén van de ambities van het Living

Lab was om een beter zicht te krijgen op het houtafval dat op het bedrijventerrein Grensland ontstaat, en na te gaan welke opportuniteiten er zijn voor hergebruik en samenwerking.

In het eerste projectjaar zetten we, onder supervisie van 3PT Consult, in op een brede bevraging bij bedrijven: van de vier focusbedrijven tot leden van de bredere houtcluster. De bedoeling? In kaart brengen hoeveel en welk type houtafval vrijkomt, wat ermee gebeurt, en of er interesse is om samen stappen te zetten richting circulariteit.

Waardevolle inzichten

Hoewel de respons beperkt bleef – slechts 26 bedrijven vulden de enquête in – leverde de bevraging waardevolle inzichten op. Zo:

¼ bleek dat veel bedrijven slechts een vage inschatting hebben van hun houtafvalstromen.

¼ werden vaak verwachte stromen zoals palletten niet vermeld.

¼ wisten bedrijven zelden waar hun afgevoerd afval uiteindelijk terechtkomt.

Ook opvallend: succesvolle initiatieven uit een vorig project (Grensland is Circulair) werden dit keer nauwelijks aangevinkt voor herneming. Toch was er bij een aantal spelers wel bereidheid tot samenwerking, vooral bij bedrijven uit de houtcluster.

Houtafval in cijfers

Op bedrijventerrein Grensland ontstaat jaarlijks ongeveer 30.000 ton resthout.

De drie grootste fracties zijn:

¼ bewerkt hout (meubelresten, parketoverschotten): ± 6.600 ton

¼ houtstof en zaagmeel: ± 6.300 ton

¼ plaatmateriaal (spaanplaat, mdf): ± 6.100 ton

Jaarhoeveelheid

houtafval geproduceerd op Grensland 2023/2

Bron: 3PT Consult

62 procent van dit resthout gaat naar verbranding met energierecuperatie, 25 procent wordt gerecycleerd (bijvoorbeeld als grondstof voor nieuwe platen) en slechts 13 procent wordt hergebruikt, onder meer als tweedehandsmateriaal.

Let op: de hoge verbrandingsgraad is deels te verklaren doordat verschillende bedrijven tijdens de energiecrisis investeerden in verbrandingsovens met warmterecuperatie.

13% gescheiden productuitval

27% bewerkt hout, meubelresten & parketresten

4% massief hout & zaagresten

1% palletten

26% houtstof & zagemeel

25% plaatresten & spaanplaatresten

2% fineerresten

2% verpakkingsafval

Kansen en obstakels

De inventarisatie leverde niet alleen inzicht in volumes op, maar bracht ook drempels en mogelijkheden aan het licht:

¼ Slechts drie bedrijven meldden dat ze al afvalhout van derden gebruiken.

¼ De interesse in collectieve palletinzameling was beperkt en een herlancering mislukte wegens laattijdige communicatie.

¼ De kringloopinzameling van meubels vond amper gehoor. Al blijft die piste wel open voor de toekomst.

Via gesprekken met houtbedrijven identificeerden we een tiental afvalstromen met potentieel voor samenwerking. Tijdens een partnermatchevent op 20 februari 2025 werd voor negen daarvan actief gezocht naar samenwerkingsverbanden (zie verder).

Wat zijn de belangrijkste lessen?

¼ Er is nog steeds (te) veel onwetendheid over eigen afvalstromen.

¼ Bedrijfsverplaatsingen en aangepaste bestellingen (hout op maat) leiden tot minder lokaal houtafval.

¼ Samenwerking vraagt om actieve ondersteuning, gerichte communicatie en voldoende tijd om vertrouwen op te bouwen.

Netwerken voor bedrijven: kennis delen en kansen creëren

Een circulaire cluster groeit niet enkel in de fabriek, maar ook in de ontmoetingen tussen bedrijven.

Daarom zetten POM West-Vlaanderen, WOOD.BE en Platform Grensland Menen-Wervik binnen het Living Lab sterk in op netwerkactiviteiten.

Grensland.IN: kennisdelen in de praktijk

Met Grensland.IN ontstond een vast netwerkformat dat bedrijven rond actuele thema’s samenbrengt. Het concept – een

Tom Vanwezer (Valipac) deelde tijdens de editie in november 2024 inzichten over de nieuwe PPWR-regelgeving en de impact op verpakkingen. De deelnemers maakten tijdens de rondleiding kennis met gastbedrijf Decospan en diens circulaire innovaties.

In april 2025 was het de beurt aan G-Desmet om de bezoekers te verwelkomen. Kim Delvoye (Vanheede Environment Group) gaf er toelichting bij Vlarema en afvalbeleid in de praktijk. Het bedrijfsbezoek bood een blik op de nieuwste toepassingen in multiplex en vilt.

Samen leren en inspireren

Naast Grensland.IN zetten ook andere formats in op inspiratie en kruisbestuiving. Zo wil WOOD.BE met het jaarlijkse

‘Inspired by Wood’ bedrijven inspireren en handvaten aanreiken om gericht stappen te zetten richting een circulaire transformatie. Tijdens de events van 7/12/2023 en 23/10/2024 brachten de focusbedrijven van het Living Lab er getuigenissen van hoe zij deze aanpak zelf toepassen en zo tastbare vooruitgang boeken op het vlak van circulaire innovatie.

De Innovation Wall (december 2024) in het Circular Materials Center in Kortrijk bood voor het eerst een podium aan circulaire houttoepassingen, naast innovaties uit textiel en kunststoffen. Dit onderzoeks- en opleidingscentrum voor de textiel- en kunststofsector fungeert als dynamisch innovatiecentrum rond circulair materiaalgebruik. Het wil bedrijven en onderzoekers inspireren om bestaande materialen te herdenken en hergebruiken in een circulaire economie. Binnen dat kader vormt de Innovation Wall een unieke ontmoetingsplek: een dynamische tentoonstellingsruimte waar baanbrekende producten met een circulaire visie een prominente plaats krijgen, deze keer dus ook met een focus op hout.

Carpentier presenteerde er zijn

QuickClip®-systeem, Unilin bracht

Fibromax® en Decospan stelde Shinnoki voor. De tentoonstelling gaf bezoekers heel wat inzichten in trends en nieuwe kansen om contacten te leggen.

In februari 2025 kwamen dan weer bijna negentig bedrijven en kennisinstellingen uit de hout-, meubel- en textielsector samen op het matchmakingevent Wood & Carpet. Via workshops, ronde tafels en netwerkmomenten werden reststromen besproken en nieuwe toepassingen verkend. Bedrijven stelden hun reststromen open voor creatieve ideeën en dat leverde alvast concrete samenwerkingen op.

Blijvende meerwaarde

De rode draad doorheen deze initiatieven? Bedrijven dichter bij elkaar brengen.

Grensland.IN neemt daarin vanaf nu de rol van vast netwerkanker op, terwijl events zoals Innovation Wall en ‘Inspired by Wood’ de blik verruimen naar andere sectoren. Samen vormen ze een ecosysteem waarin kennis, vertrouwen en samenwerking groeien, ook na afloop van het Living Lab.

Bet Breyne (Beaulieu), Stefaan Verhamme (POM West-Vlaanderen), Eline Persyn (POM West-Vlaanderen), Koen De Ruyck (Purfi), Sharon Vandekerckhove (Decospan), Liesbeth Braeckman (textile artist), Heidi Carpentier (Carpentier), Stefan Vanhecke (Avamoplast), Miguel Knockaert (Orac), Caroline Van der Perre (Raff Plastics), Christophe Ameye (Quifactum), Melanie Vandenbussche (Boplan)

Beleidsadviezen vanuit de projectuitdagingen

Creëer een stimulerend en flexibel regelgevend kader

Pas regelgeving aan zodat hergebruik eenvoudiger wordt mits kwaliteitsborging, en beperk verbranding van herbruikbaar hout via strengere normen.

Maak circulaire criteria verplicht in publieke aanbestedingen

Gebruik de inkoopkracht van de overheid om circulaire ontwerpprincipes, productpaspoorten en minimale hergebruikspercentages verplicht te stellen in bouw- en interieurprojecten.

Zo ontstaat een stabiele afzetmarkt die investeringen rechtvaardigt.

Voorzie financiële stimulansen voor circulaire investeringen

Introduceer subsidies, fiscale voordelen en investeringsaftrek voor circulaire productontwikkeling, demontabele systemen en reststroomvalorisatie. Dit verlaagt de instapdrempel en versnelt de opschaling.

Ondersteun digitale productpaspoorten en traceerbaarheid

Faciliteer de implementatie van het Europese DPP-systeem via testprojecten (zoals Furnipass) en begeleidingstrajecten, zodat bedrijven ervaring opdoen met technologie, datamodellen en processen

Ondersteun de ontwikkeling van regionale reststroomhubs en ketenplatforms

Faciliteer de ontwikkeling van lokale sorteeren bundelpunten waar resthout aan de bron wordt gescheiden en direct wordt gekoppeld aan circulaire toepassingen. Combineer dit met een digitaal platform dat vraag en aanbod structureel op elkaar afstemt.

Stimuleer crosssectorale samenwerking en kennisdeling

Organiseer structureel overleg en matchmaking-evenementen om nieuwe waardeketens te creëren en reststromen sectoroverschrijdend te valoriseren.

Investeer in implementatie en impactmeting

Integreer circulaire ontwerp- en productiemethodes in opleidingen en bijscholingstrajecten. Ontwikkel uniforme meetmethodes en rapportageverplichtingen voor materiaalvoetafdruk, hergebruikspercentages en CO²-besparing, zodat beleid en sectorprestaties gestuurd worden op basis van data.

Uitdaging

Verouderde afval- en productnormen hinderen hoogwaardig hergebruik van hout. Herbruikbaar hout wordt verbrand.

Marktvraag blijft achter bij technische haalbaarheid.

Beleidsactie Verwachte impact

Creëer een stimulerend en flexibel regelgevend kader.

Hoge opstartkosten en onzeker rendement remmen bedrijven af.

Gebrek aan materiaaltraceerbaarheid belemmert hoogwaardig hergebruik.

Resthout van hoge kwaliteit gaat verloren in gemengde afvalstromen. Gebrek aan geschikte afzetkanalen.

Beperkte kruisbestuiving tussen sectoren en onvolledig beeld van elkaars mogelijkheden.

Innovaties blijven steken in pilootfase. Geen uniforme impactmeting.

Maak circulaire criteria verplicht in publieke aanbestedingen.

Voorzie financiële stimulansen voor circulaire investeringen.

Ondersteun digitale productpaspoorten en traceerbaarheid.

Ondersteun de ontwikkeling van regionale reststroomhubs en ketenplatforms.

Stimuleer crosssectorale samenwerking en kennisdeling.

Investeer in implementatie en impactmeting.

Wettelijke barrières voor duurzame toepassingen vallen weg. Verbranding sterker afremmen.

Ontstaan van structurele en stabiele markt voor circulaire producten.

Instapdrempel verlaagt en circulaire processen schalen sneller op.

Materiaalwaarde en kwaliteitsgarantie blijven behouden bij hergebruik.

Kortere ketens en betere matching van vraag en aanbod resulteren in minder materiaalverlies.

Er ontstaan nieuwe waardeketens, meer werkgelegenheid en innovatie.

Grotere opschalingskansen door datagedreven beleid en sectorsturing.

Slotwoord

Met het project Living Lab Circulaire

Houtcluster Grensland zetten we een belangrijke stap in de richting van een duurzame, toekomstgerichte houtsector.

Als Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij geloven we sterk in de kracht van samenwerking en innovatie als hefboom voor economische transitie.

Dit project, waarin bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerkten op het bedrijventerrein Grensland, is daar een tastbaar bewijs van.

In een relatief korte periode van drie jaar deden we waardevolle inzichten op en boekten we tastbare resultaten. Vier vooraanstaande bedrijven maakten via experimenten werk van circulariteit in hun processen en producten. Even belangrijk als de technische doorbraken, is de verschuiving in mindset die we vaststellen: van denken in lineaire ketens naar het omarmen van circulaire waardesystemen.

Het Living Lab fungeerde als proeftuin waar vertrouwen groeide, nieuwe ideeën kiemden en samenwerking centraal stond.

Dit gebeurde niet in een laboratorium onder kunstlicht, maar in de echte praktijk van de industrie, met al haar complexiteit, uitdagingen en opportuniteiten. Dat maakt de verworven inzichten des te relevanter en robuuster.

De transitie naar een circulaire economie vraagt durf, investeringen en samenwerking over sector- en organisatiegrenzen heen.

Dit project toont aan dat zulke samenwerking loont. De lessen die we hieruit trekken, delen we met overtuiging in deze publicatie. Want kennis die je niet deelt, is een gemiste kans.

Tot slot wil ik alle partners en bedrijven die dit project mee vorm hebben gegeven bedanken. Hun openheid, inzet en gedeelde ambitie waren – neen, zijn – van onschatbare waarde. Een bijzondere dank gaat uit naar VLAIO, voor het uitrollen en financieel ondersteunen van de Living Labs voor circulaire economie. Zonder hun visie en ondersteuning was dit project eenvoudigweg niet mogelijk geweest.

Laat dit Living Lab een inspiratie zijn. Voor de hout- en meubelindustrie, maar evenwel voor andere sectoren die voor gelijkaardige uitdagingen staan. De toekomst is circulair en wie zich vandaag engageert, bouwt aan de veerkracht van morgen.

De Partners

WOOD.BE

projectleider en kenniscentrum voor de hout- en meubelindustrie

www.wood.be

Hof ter Vleestdreef 3 | 1070 Brussel

POM West-Vlaanderen

provinciale ontwikkelingsmaatschappij voor economie in West-Vlaanderen

www.pomwvl.be

Koning Leopold III-laan 66 | 8200 Brugge

Platform Grensland Menen-Wervik

netwerk van bedrijven op het bedrijventerrein, met inhoudelijke ondersteuning van 3PT Consult.

grensland-menen-wervik.be

3ptconsult.be

VLAIO

Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen

www.vlaio.be

Decospan

producent van fineeroplossingen

www.decospan.com

Lageweg 33 | 8930 Menen

Group De Keyzer

fabrikant van keuken- en badkamermeubilair

www.dekeyzer.be

Industrielaan 55 | 8930 Menen

G-Desmet

specialist in gebogen hout

www.g-desmet.be

Veldstraat 7 | 8930 Menen

Woodstoxx

leverancier van houten vloeren, gevels en terrassen

www.woodstoxx.be

Hogeweg 245 | 8930 Menen

Met steun van

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.