Bedrijventerrein Veurne Zone I Transitieplan Bedrijventerreinen van de Toekomst september 2026
Colofon Het transitieplan voor bedrijventerrein Veurne Zone I kwam tot stand in samenwerking met verschillende partners en met financiële steun van VLAIO en van Provincie West-Vlaanderen.
Opdrachtgever
Team van studiebureaus
Partners
Voorwoord Met trots presenteer ik u het transitieplan voor het
Dit plan is het resultaat van een model van nauwe
bedrijventerrein Veurne Zone I, één van de eerste
samenwerking tussen POM West-Vlaanderen, de
concrete realisaties binnen het concept Bedrijven-
West-Vlaamse intercommunales Leiedal en WVI,
terreinen van de Toekomst.
Provincie West-Vlaanderen, VLAIO, lokale besturen,
Onze bedrijventerreinen zijn een belangrijke motor voor de West-Vlaamse economie. Ze bieden ruimte aan ondernemingen, creëren jobs en ondersteunen welvaart en groei. Tegelijk staan ze voor grote uitdagingen: de ruimte is schaars, de druk op energie en mobiliteit neemt toe en de klimaatdoelstellingen
ondernemers en bedrijventerreinverenigingen. Ik hecht veel belang aan die collectieve actieve betrokkenheid. Een essentieel gegeven om dit document geen eindpunt te laten zijn, maar het begin van een duurzame en geïntegreerde aanpak die bedrijven en hun werknemers in West-Vlaanderen toekomst biedt.
worden steeds ambitieuzer. Ook de verwachtingen rond kwalitatieve en aantrekkelijke werkomgevingen groeien. Daarom kiezen we bewust voor een nieuwe aanpak. Met Bedrijventerreinen van de Toekomst werken we op een geïntegreerde en collectieve manier aan de transformatie van bestaande bedrijventerreinen. We bekijken elk terrein als één samenhangend geheel en focussen op acht centrale thema’s: ruimte, energie, water, materialen, mobiliteit, landschappelijke inkleding, sociale dienstverlening en parkmanagement. Dit transitieplan geeft richting aan die evolutie. Het combineert een langetermijnvisie richting 2050 met concrete acties die vandaag en op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Zo bouwen we stap voor stap aan bedrijventerreinen die duurzamer, efficiënter en veerkrachtiger zijn.
Jean de Bethune, voorzitter POM West-Vlaanderen gedeputeerde voor Economie West-Vlaanderen
Context en situering We werkten de voorbije maanden aan een toekomstge-
De focus verschuift nu naar uitvoering. Het transi-
richt transitieplan voor bedrijventerrein Veurne Zone I,
tieplan vormt de leidraad voor een gestructureerde
binnen het concept Bedrijventerreinen van de Toe-
projectaanpak met heldere prioriteiten. De eerste
komst. Het plan schetst een duidelijke koers naar een
realisaties door Veurne@work en Stad Veurne tonen
toekomstbestendig bedrijventerrein, waar ontwikkeling,
dat er beweging is. Tegelijk blijven samenwerking en
kwaliteit en duurzaamheid hand in hand gaan
bereidheid tot verandering essentieel om ook de meer complexe ingrepen waar te maken.
Het transitieplan is tot stand gekomen via een intensief traject waarin Gemeente Veurne, WVI, Provincie
Tot slot bedanken we alle partners die dit plan mo-
West-Vlaanderen, VLAIO, Veurne@work ondernemers
gelijk maakten: het stadsbestuur van Veurne, WVI,
en studiebureaus nauw samenwerkten. In een reeks
de collega’s van Provincie West-Vlaanderen en POM
workshops stelden we knelpunten scherp, ontwik-
West-Vlaanderen. Een extra woord van dank gaat
kelden we ideeën en toetsten we voorstellen af aan
uit naar VLAIO en Provincie West-Vlaanderen voor
de praktijk. Daarbij keken we bewust verder dan de
de financiële ondersteuning van dit traject. Ook de
klassieke oplossingen.
studiebureaus verdienen erkenning voor hun professionele inzet. En vooral: bedankt aan de ondernemers
Samen bepaalden we de grootste uitdagingen, waar-
van Veurne Zone I. Jullie betrokkenheid en input zijn
onder de beperkte uitbreidingsmogelijkheden in een
cruciaal om deze visie te realiseren.
overstromingsgevoelige omgeving, het ontbreken van een veilige ontsluiting voor de zachte weggebruiker en richtlijnen rond zuinig ruimtegebruik. Om op de
Lieven Tack,
eerste uitdaging een antwoord te bieden, zet het plan
algemeen directeur,
onder meer in op een innovatieve wateraanpak, waarbij
POM West-Vlaanderen
regenwater van private terreinen kan worden opgestraatprofielen creëert meer ruimte voor wateropvang
Jurgen Bonte, head of unit Bedrijventerreinen van de Toekomst,
en buffering.
POM West-Vlaanderen
waardeerd tot drinkwater. Ook de herinrichting van
Helena Theuwissen, project manager Bedrijventerreinen van de Toekomst, POM West-Vlaanderen
Leeswijzer Dit transitieplan geeft richting aan de toekomst van
Een eerste deel beschrijft de nulmeting en ambities.
bedrijventerrein Veurne Zone I. Het bundelt een visie
Deze worden vertaald in een transitieplan met moge-
richting 2030 en 2050, en vertaalt deze visie naar mo-
lijke acties en uitgewerkte businesscases. De bijlagen
gelijke acties op korte termijn.
omvatten het proces, de businesscases en geven meer
Het transitieplan is opgebouwd rond vier
achtergrondinformatie.
centrale vragen:
Lees dit plan als een leidraad die helpt om keuzes te
1. Waarom dit transitieplan?
maken, prioriteiten te stellen en samenwerking te or-
2. Waar staat het terrein vandaag? 3. Waar willen we met dit terrein naartoe?
ganiseren. Het is geen beleidsplan dat je één-op-één kan doorvoeren en geen technisch uitvoeringsplan. In
4. Hoe kunnen we dit waarmaken?
het plan vind je mogelijke stappen die, afhankelijk van
Met het antwoord op deze vragen, bieden we een
geschetste toekomstbeeld voor 2050 zo dicht mogelijk
richtinggevend kader voor beleidsmakers, terreinbeheerders, ondernemers en partners die betrokken zijn
timing, middelen en partners, richting geven om het te benaderen.
bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein.
Heb je vragen? Dan kan je terecht bij: Helena Theuwissen - POM West-Vlaanderen – helena.theuwissen@pomwvl.be Isabelle Sack - intercommunale WVI - i.sack@wvi.be
Bedrijventerrein Veurne Zone I Transitieplan Bedrijventerreinen van de Toekomst september 2026
Inhoudstafel A
B
C
D
INLEIDING 6 1
Kader en doel
8
2
Werkwijze
8
3
Plangebied
11
NULMETING 12 1
Energie
16
2
Water
18
3
Materiaal
20
4
Mobiliteit
24
5
Landschap
28
6
Sociale dienstverlening
30
7
Zuinig ruimtegebruik / samenvattende SWOT
32
AMBITIES 36 1
Zuinig ruimtegebruik
38
2
Energie
42
3
Water
44
4
Materiaal
46
5
Mobiliteit
48
6
Landschap
50
7
Sociale dienstverlening
52
MASTERPLAN 54 1
Langetermijnvisie 2050
56
2
Kortertermijnvisie 2030
76
E
3
Quickwins
86
4
Straatprofielen
88
ACTIES & BUSINESSCASES
92
1
Longlist van acties
94
2
Energie
108
3
Water
118
4
Materiaal
128
5
Mobiliteit
130
6
Landschap
137
7
Sociale dienstverlening
150
F
BIJLAGE 158
F1
BEGRIPPENLIJST 160
F2
ONTWERPEND ONDERZOEK MASTERPLAN
164
1
Analyse
166
2
Straatprofielen
172
3
ROC onderzoek
182
F3
VERDIEPEND THEMATISCH ONDERZOEK
186
1
Energie
188
2
Water
220
3
Materiaal
312
4
Mobiliteit
342
5
Landschap
352
6
Sociale dienstverlening
400
A INLEIDING
1
Kader en doel
8
2
Werkwijze
8
3
Plangebied
11
1
Kader en doel
2
Werkwijze
Hoe kan Veurne Zone I evolueren naar een toekomstgericht en klimaatbestendig bedrijventerrein tegen 2050? Dit transitieplan geeft daar een antwoord op. Het vertaalt een gedeelde toekomstvisie naar acties op korte en lange termijn.
Een verduurzamingstraject gebeurt altijd op maat. Elk terrein heeft namelijk zijn eigen kenmerken, kansen en uitdagingen. We vertrekken vanuit de huidige situatie en zoeken oplossingen die passen bij de specifieke kenmerken van het terrein.
Dit plan kreeg vorm binnen het concept Bedrijventerreinen van de Toekomst waarmee POM West-Vlaanderen bestaande regionale bedrijventerreinen in West-Vlaanderen systematisch wil verduurzamen. We maken voor een twintigtal bedrijventerreinen een transitieplan op. Elk terrein dient als casus waarbij we overkoepelende principes creëren en inspirerende voorbeelden meenemen naar andere bedrijventerreinen. We werken hiervoor samen met (lokale) partners en schakelen expertise in via studiebureaus. Dit transitieplan voldoet aan de bredere beleidsdoelstellingen op Europees, Vlaams en lokaal niveau rond klimaat, ruimtegebruik en economische ontwikkeling.
Elk transitieplan komt tot stand via een reeks intensieve workshops en overlegmomenten met alle relevante partners. De lokale ondernemers krijgen tussentijds de kans om feedback te geven op de plannen. Gespecialiseerde studiebureaus onderzoeken elk thema tijdens het verloop van het traject grondig. POM West-Vlaanderen zorgt dat de thema’s op elkaar afgestemd zijn.
1.
Nulmeting - analyse van de huidige situatie, sterktes en knelpunten
Waarom investeren in bedrijventerreinen van de toekomst? Naast de voordelen voor het klimaat, zijn er ook tal van voordelen voor werkgevers én werknemers:
2.
Ambities - bepaling van de gewenste lijnen richting 2030 en 2050
3.
Transitieplan - ruimtelijke uitwerking van toekomstbeelden, scenario’s en ingrepen
4.
Actieplan - overzicht van acties, businesscases, rollen en mogelijke vervolgstappen
•
Lagere kosten en meer efficiëntie: lagere operationele kosten door energiezuinige technologieën en collectieve oplossingen, multimodaal transport, lokale productie van hernieuwbare energie, uitwisseling van water en materialen…
•
Verkeersveiligheid en veilige ontsluiting: integreren van deelmobiliteit en een Hoppinpunt, investeren in laadinfrastructuur, veilige trage verbindingen, vlotte bereikbaarheid...
•
Klimaatadaptatie en risicobeheersing: voldoen aan regelgeving, risico’s op overstroming beperken, milderen van het hitte-eilandeffect …
•
Zuinig ruimtegebruik: voldoende ruimte voor bedrijvigheid, dubbel gebruik van ruimtes …
•
Aantrekken en behouden van talent: sociale voorzieningen, duurzaam imago …
In elk traject onderzoeken we dezelfde thema’s: zuinig ruimtegebruik, energie, water, materialen, mobiliteit en ontsluiting, landschap en ecologie, en sociale voorzieningen en samenwerking. Samen vormen ze de bouwstenen voor een toekomstgericht bedrijventerrein.
8
INLEIDING
We werken in vier stappen:
Het einddoel van Bedrijventerreinen van de Toekomst ligt in 2050. Het transitieplan voorziet tussenstappen die onmiddellijk (quick wins) en op korte termijn (2030) gezet kunnen worden. Het geheel vormt een routeplan dat zowel beleidsmakers, terreinbeheerders als ondernemers kunnen gebruiken. Dit traject duurde, los van voorbereiding en nazorg, ongeveer 12 maanden.
Vanuit het overkoepelende thema ‘zuinig ruimtegebruik’ worden de ruimtelijke behoeften van deze thema’s naast elkaar gelegd, waarna de beschikbare ruimte efficiënt wordt verdeeld. Bij deze verdeling worden de principes van gedeeld en meervoudig ruimtegebruik zoveel mogelijk toegepast.
1. Ondergrond - bodem en watersystemen: levensduur van 100-500 jaar 2. Netwerken - infrastructuur en verbindingen: levensduur van 50-100 jaar 3. Occupatie - programma en functies: levensduur van 25-50 jaar.
Daarnaast wordt rekening gehouden met de verschillende ruimtelijke lagen binnen het bedrijventerrein. Deze lagen zijn hiërarchisch geordend op basis van hun levensduur:
Deze gelaagdheid impliceert een logische volgorde in ontwerp en besluitvorming: de ondergrond vormt de basis en stelt de randvoorwaarden voor de netwerklaag, die op haar beurt invloed heeft op de invulling van de occupatielaag.
thema's verdelen over de ruimte
ruimtelijke lagen
figuur 1
figuur 2
werkwijze: thematische benadering
werkwijze: lagenmodel
9
figuur 3
10
situering plangebied Veurne Zone I op macroschaal
INLEIDING
3
Plangebied Aan de westzijde wordt het projectgebied omgeven door de Lovaart die de verbinding maakt met het kanaal Nieuwpoort–Duinkerke.
Het bedrijventerrein Veurne Zone I is een regionaal bedrijventerrein in de stad Veurne van ongeveer 150 ha groot. Het terrein is strategisch gelegen aan de rand van de stad, met een directe aansluiting op de N8 en vlak aan de E40.
Veurne Zone I is bestemd voor milieubelastende industrieën van type II. Naast industriële en ambachtelijke activiteiten zijn ook complementaire dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover ze ondersteunend zijn aan de aanwezige industrie (zoals een tankstation).
Ten noorden van het terrein ligt het Suikerpark, een groene overgangszone naar de stedelijke woonomgeving van Veurne. Dit waardevolle natuurgebied fungeert als buffer tussen de industriezone en de stadskern.
Vandaag wordt het bedrijventerrein grotendeels ingenomen door voedingsbedrijven en telt het de grootste concentratie van voedingsindustrie in België. Daarnaast zijn er tal van bedrijven actief in de bouwnijverheid, maakindustrie, groothandel en aanverwante sectoren.
Aan de oostzijde wordt het projectgebied begrensd door de spoorlijn 73, die Deinze verbindt met De Panne en Duinkerke. Het treinstation van Veurne ligt op slechts vijf minuten fietsen van de site.
N3 5
ru
i tg
Ha an
gs
st
ra
nd
at
el
st
ra
at
e ls nd
r ts tr a at
t Vaar ts r a at
On
figuur 4
Ha
aa
Al
be
e lv W
rt
I -l
aa
tr a
n
at
N
ijv er
he
id
ss
st
ra
at
Vo o
d
e rn
em
ing
s en
tr a
at
0 E4
situering plangebied Veurne Zone I op mesoschaal
11
B NULMETING
1
Energie
16
2
Water
18
2.1
Sterktes
2.4 Bedreigingen
18 18 18 18
3
Materiaal
20
3.1
Sterktes
3.4 Bedreigingen
20 20 22 22
4
Mobiliteit
24
4.1
Sterktes
4.4 Bedreigingen
24 24 26 26
5
Landschap
28
5.1
Sterktes
5.4 Bedreigingen
28 28 28 28
6
30
2.2 Zwaktes 2.3 Opportuniteiten
3.2 Zwaktes 3.3 Opportuniteiten
4.2 Zwaktes 4.3 Opportuniteiten
5.2 Zwaktes 5.3 Opportuniteiten
Sociale dienstverlening
6.4 Bedreigingen
30 30 30 30
7
Zuinig ruimtegebruik / samenvattende SWOT
32
7.1
Mobiliteit
32 34 34 35
6.1 Sterktes 6.2 Zwaktes 6.3 Opportuniteiten
7.2 Groenblauw 7.3 Ruimtegebruik 7.4 Sociale cohesie
14
WAARDERING
In dit hoofdstuk wordt de waardering van het bedrijventerrein Veurne Zone I in kaart gebracht. Deze waardering is gebaseerd op een gedetailleerde inventarisatie, opgemaakt door elk perceel. Het verruimde studiegebied, dat verder reikt dan de formele grenzen van het bedrijventerrein, werd op efficiënte wijze geanalyseerd. De analyse geeft inzicht in het belang van de site op macro-, meso- en microschaal. Daarbij werd gebruik gemaakt van zowel een GIS-screening als een juridische screening op basis van bestemmingsplannen. Op basis van de verzamelde gegevens worden de kwaliteiten en knelpunten, maar ook de kansen en bedreigingen van elk perceel geïdentificeerd. Deze worden samengebracht in een SWOT-kaart per perceel, aangevuld met een duidende toelichting. De SWOT-kaarten en de toelichtingen zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De volledige inventarisatie per perceel vind je in het hoofdstuk ‘F3 – Verdiepend thematisch onderzoek’.
15
1
Energie
De uitrol van het energieverhaal op Veurne Zone I steunt op een combinatie van warmtevoorziening, hernieuwbare elektriciteit, slimme technologie en samenwerking. De maatregelen nemen toe in ambitie van 2030 tot 2050, met een mix van individuele en collectieve acties. Elk van deze maatregelen brengt eigen sterktes, zwaktes, opportuniteiten en bedreigingen met zich mee. Hieronder lichten we die in hun onderlinge samenhang toe. Op korte termijn ligt de nadruk op interne optimalisatie, zoals warmterecuperatie en isolatie van bestaande gebouwen. Deze maatregelen zijn relatief eenvoudig te realiseren, hebben een directe impact op het energieverbruik en vereisen geen complexe samenwerking. Hun sterkte zit in de beperkte investeringskost en het directe rendement. De voornaamste zwakte is dat de impact beperkt blijft tot het eigen bedrijfsgebouw, en dat oudere infrastructuur vaak technische beperkingen kent. Toch liggen hier opportuniteiten in de koppeling met warmtepompen en beschikbare subsidies. Een tweede belangrijke pijler is de uitbreiding van het warmtenet, vertrekkend vanuit PepsiCo. De al bestaande restwarmtebron wordt via Noven ter beschikking gesteld voor bijkomende klanten. De sterktes van deze maatregel zijn de lage marginale kost en het bestaande samenwerkingsmodel tussen publieke en private actoren. Anderzijds is er een zwakte in de afhankelijkheid van één producent, en is de juridische en organisatorische complexiteit niet te onderschatten. De opportuniteit schuilt in de schaalvoordelen bij uitbreiding naar meerdere grote warmteverbruikers. Bedreigingen zijn vergunningsproblemen of een veranderende positie van de warmteproducent. Op langere termijn (2050) wordt de warmtevoorziening verder verbreed met bijkomende collectieve bronnen zoals BEO-velden, aquathermie, KWO of vergisters. Het inzetten op diverse lokale bronnen maakt het systeem robuust en klimaatneutraal. De zwakte van deze aanpak zit in de hoge investeringskosten, complexe vergunningstrajecten en lange voorbereidingstijd. Maar het potentieel is groot, zeker in combinatie met slimme warmtenetten en modulair beheer. Bedreigingen kunnen ontstaan door ruimtelijke of maatschappelijke bezwaren of een te lage warmtevraag om de businesscase te dragen.
Een bijzondere maatregel is het collectieve parkeergebouw, dat verschillende functies combineert: ruimte-efficiënt parkeren, PV-opwekking, laadinfrastructuur en buffering. Deze multifunctionaliteit is een sterkte, maar vereist samenwerking, co-investering en ruimtelijke afstemming. Bij succes creëert het een fysieke en energetische draaischijf op het terrein. Tegelijk wordt ingezet op slimme sturing en energiedelen. Monitoringtools en een lokaal EMS kunnen bedrijven helpen om hun energieverbruik te optimaliseren en lokale productie beter te benutten. Hier is de sterkte vooral het verhogen van de efficiëntie, maar de zwakte ligt in de nood aan digitalisering en afspraken tussen bedrijven. Het is een opportuniteit om naar een energiegemeenschap toe te groeien. Bedreigingen liggen in een gebrek aan standaardisatie of juridische duidelijkheid. In 2050 vervolledigt het plaatje zich met grote windturbines langs de E40 en collectieve batterijopslag. Deze grootschalige ingrepen hebben een grote impact op de energiebalans. De sterktes zijn de hoge productie en de flexibiliteit. De zwaktes liggen in de vergunningsduur, de grote investering en de eventuele netverzwaring. Tegelijk opent deze maatregel de weg naar een bijna volledig energie autonoom bedrijventerrein. De bedreiging zit vooral in uitstel door externe factoren zoals politiek, regelgeving of maatschappelijke weerstand. Als we op het bedrijventerrein als geheel een SWOT-analyse maken, zien we het volgende: Sterktes: -
Grote bron van restwarmte: PepsiCo Hoge warmtevraagdichtheid biedt warmtenet Bodem is geschikt voor geothermie
kansen
voor
aanleg
Zwaktes: -
Beperking hoogte vlieghaven Koksijde
van
windmolens
door
aanvliegroute
Opportuniteiten: Voor elektriciteit is de uitrol van PV-installaties op eigen daken een evidente eerste stap. Dit is technisch eenvoudig en financieel interessant voor veel bedrijven. De zwakte zit vooral in beperkte dakoppervlakte, injectiebeperkingen en netcapaciteit. De opportuniteit ligt in de koppeling met batterijen of elektrische toepassingen zoals laadinfrastructuur. Bedreigingen situeren zich vooral in onzekerheid over regelgeving of subsidie.
-
Nog veel dakoppervlakte beschikbaar voor PV Nog ruimte beschikbaar voor windmolens Heraanleg wegen biedt kansen voor aanleg warmtenet Ruimte voor collectief parkeergebouw dat dienst doet als energiehub met slimme laadinfra, batterijen, PV-opwekking …
Bedreigingen: De introductie van middelgrote windturbines op het terrein versterkt de lokale energieopwekking. De sterkte ligt in de stabiele productie, maar vergunningstrajecten, bezwaren of visuele hinder kunnen deze maatregel bemoeilijken. De koppeling met energiehubs of coöperatief eigendom biedt een opportuniteit voor brede gedragenheid.
16
WAARDERING
-
Lage gasprijs Ongunstige regelgeving energiedelen Beperkingen door netcongestie Collectieve maatregelen vereisen intensieve samenwerking tussen verschillende stakeholders
SWOT SWOT
P2CIRCULAIRE CIRCULAIREECONOMIE ECONOMIE- -ENERGIE ENERGIE P2
Restwarmtebronnen Huidig warmtenet Noven Restwarmtebronnen Opportuniteit nieuw warmtenet Huidig warmtenet Noven PV aanwezig zonder extra potentieel Opportuniteit nieuw warmtenet PV aanwezig metextra extrapotentieel potentieel PV aanwezig zonder PV niet aanwezig potentieel PV aanwezig met extramet potentieel Geen potentieel PV PV niet aanwezig metvoor potentieel Geen potentieel voor PV
figuur 5
SWOT energie
Warmtenet - uitbreiding Warmtenet - uitbreiding Energie-efficiënt, hoge CO2-reductie
Elektrificatie van gasinstallaties Elektrificatie vanengasinstallaties Hoge CO₂-reductie energie-efficiëntie.
Veel restwarmte (Pepsico) en hoge warmtevraag Energie-efficiënt, hogebeschikbaar CO2-reductie verschillende andere(Pepsico) bedrijven.en hoge warmtevraag Veel van restwarmte beschikbaar van verschillende andere bedrijven. Onduidelijkheid over beheer, juridische en contractuele onzekerheden. Onduidelijkheid over beheer, juridische en contractuele
voor bedrijven met lage warmtevraag; warmtenet HogeGeschikt CO₂-reductie en energie-efficiëntie. betervoor bij hoge vraag.met lage warmtevraag; warmtenet Geschikt bedrijven beter bij hoge vraag. Afgiftesystemen moeten aangepast worden, mogelijk met hoge kosten.moeten aangepast worden, mogelijk met Afgiftesystemen
onzekerheden. Extra warmteafnemers zoals AZ Veurne, scholen en verbeteren de economische Extrawoonzorgcentra warmteafnemers zoals AZ Veurne, scholen enhaalbaarheid.
hoge kosten. Gemeenschappelijke BEO-velden of KWO met bronnet verhogen efficiëntie en drukken kosten. Gemeenschappelijke BEO-velden of KWO met bronnet
woonzorgcentra verbeteren de economische haalbaarheid. Afhankelijkheid van warmteproducent (Pepsico).
verhogen efficiëntie en drukken kosten. Evenwicht tussen koel- en warmtevraag gewenst bij BEO/KWO. Evenwicht tussen koel- en warmtevraag gewenst bij Groot prijsverschil tussen aardgas en elektriciteit belemmert BEO/KWO. Groothaalbaarheid. prijsverschil tussen aardgas en elektriciteit belemmert
Afhankelijkheid van warmteproducent (Pepsico).
PV-panelen - uitbreiding PV-panelen - uitbreiding Hoge CO₂-reductie, lage kost en snelle terugverdientijd. beschikbaar dakoppervlak. HogeVeel CO₂-reductie, lage kost en snelle terugverdientijd. Veel beschikbaar dakoppervlak. Mogelijke netaanpassing verlaagt rendabiliteit. Dakruimte kan andere functies hypothekeren, hoewel Mogelijke netaanpassing verlaagt rendabiliteit. combinatie met groendaken mogelijk is. hoewel Dakruimte kan andere functies hypothekeren, combinatie met groendaken mogelijk is. Energiedelen via een energiegemeenschap mogelijk, te initiëren via bedrijventerreinvereniging Veurne@Work. Energiedelen een energiegemeenschap mogelijk, te Aansluiting op (collectieve) laadinfrastructuur en initiëren via bedrijventerreinvereniging Veurne@Work. energiesturing voor balans tussen vraag enenproductie. Aansluiting op (collectieve) laadinfrastructuur energiesturing voor balans tussen vraag en productie. Sommige daken onvoldoende draagkrachtig, maar lichtgewicht panelen als oplossing. Sommige daken onvoldoende draagkrachtig, maar Beperktepanelen opslagmogelijkheden; lichtgewicht als oplossing. toekomstpotentieel in vehicle-to-grid en batterijen.toekomstpotentieel in Beperkte opslagmogelijkheden; Huidige regelgeving biedt weinig financiële incentives voor vehicle-to-grid en batterijen. energiegemeenschappen. Huidige regelgeving biedt weinig financiële incentives voor
haalbaarheid.
Maatregelen om energievraag te verlagen Maatregelen om energievraag te verlagen Gebouwen isoleren, maar met hoge investeringskost. Energiemonitoring enmet slimme voor efficiënt beheer. Gebouwen isoleren, maar hogesturing investeringskost. Procesoptimalisatie en interne energierecuperatie verhogen rendement. Energiemonitoring en slimme sturing voor efficiënt beheer. Procesoptimalisatie en interne energierecuperatie verhogen rendement.
Technologieën met weinig potentieel op Veurne I Technologieën met weinig potentieel op Veurne I Windmolens: vermoedelijk niet mogelijk door Heli-haven Koksijde, vermoedelijk maar dit moetniet nogmogelijk bevestigd worden. Windmolens: door Heli-haven Waterstof: niet geschikt voor de bedrijven Koksijde, maar dit moet nog bevestigd worden. van Veurne I wegensniet de warmtevragen opbedrijven relatief lage Waterstof: geschikt voor de vantemperatuur Veurne I (eerder geschikt voor op staalindustrie, wegens de warmtevragen relatief lageprodcutie temperatuur kunstmest,...). (eerder geschikt voor staalindustrie, prodcutie kunstmest,...).
energiegemeenschappen.
17
2 2.1
Water Sterktes
Voor het rioleringsplan van het bedrijventerrein werd contact opgenomen met de plaatselijke rioolbeheerder Aquaduin (tevens drinkwaterleverancier in dit gebied). Een volledig gescheiden netwerk ligt al in de Turbinestraat, de Kalkovenstraat, de Vooruitgangstraat, de Handelsstraat en de Bedrijvenlaan, omdat deze straten recenter zijn aangelegd. In de Nijverheidsstraat ligt een RWA die via een pompput loost in de Lovaart, waar waarschijnlijk nog niet veel bedrijven op aangesloten zijn. In de Werkplaatsstraat ligt een DWA. Ook wordt de Vaartstraat heraangelegd, waarbij een gescheiden rioleringsstelsel wordt aangelegd. Tussen het woongebied Suikerpark en het bedrijventerrein liggen er een aantal natuurbekkens, genaamd ‘Suikerwater’ (15 ha) met WVI als eigenaar en Aquaduin als waterbeheerder. Dit natuurgebied omvat verschillende waterbekkens die van immens ecologisch belang zijn voor enkele bedreigde diersoorten. De zorgplicht valt onder de bevoegdheid van WVI, en Aquaduin ondersteunt in de peilsturing en opvolging. Verder ligt het projectgebied niet in een beschermd gebied i.f.v. de winning van drinkwater en ligt het in zeer weinig erosiegevoelig gebied.
2.2 Zwaktes In de Vaartstraat, de Werkplaatsstraat, de Nijverheidsstraat, de Welvaartstraat, de helft van de Albert I-laan en de Ondernemingenstraat ligt nog een gemengde riolering, waarbij dus de regenweerafvoer (RWA) en de droogweerafvoer (DWA) nog niet gescheiden zijn. Ook ligt er meestal geen gescheiden riolering op bedrijfsniveau en zijn er geen blauwgroene elementen terug te vinden op het gehele bedrijventerrein.
2.3 Opportuniteiten Er doen zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voor op en rond het projectgebied: het gebied ten noordwesten van bedrijventerrein Veurne Zone I wordt momenteel herontwikkeld tot een woongebied ‘Suikerpark’ door ION (18 ha). Ook zullen de nog onbebouwde percelen in het noorden van het bedrijventerrein in de toekomst nog industrieel bebouwd worden, genaamd ‘Suikerfabriek’ (16 ha) met WVI als ontwikkelaar. Er zijn opportuniteiten voor onderlinge regenwateruitwisseling tussen bedrijven. Hierbij wordt een overschot aan regenwater van het ene bedrijf ter beschikking gesteld van een buurbedrijf dat het regenwater kan gebruiken voor productie of andere doeleinden. Betoncentrale De Brabandere heeft bijvoorbeeld een vraag naar regenwater voor de productie van beton. Ook metallurgiebedrijven zouden in aanmerking kunnen komen, omdat zij voor hun productie meestal geen drinkwaterkwaliteit nodig hebben, alsook de landbouwpercelen ten zuidoosten van het bedrijventerrein. Daarnaast zijn er heel wat voedingsbedrijven aanwezig op het terrein. Zij hebben dan weer water van drinkwaterkwaliteit nodig.
18
WAARDERING
Regenwater zou bijvoorbeeld opgezuiverd kunnen worden tot proceswater van drinkwaterkwaliteit, om het daarna via een tweede circuitnetwerk tot bij de voedingsbedrijven te brengen. Door de huidige hoge verhardingsgraad van het bedrijventerrein kunnen straten zoveel mogelijk onthard worden. Ook kunnen blauwgroene elementen aangelegd worden langs de straatassen, waarbij het regenwater van de straten geïnfiltreerd kan worden.
2.4 Bedreigingen Uit de bodemkaart blijkt dat er heel wat kleigronden aanwezig zijn in het projectgebied, die typisch een lage infiltratiecapaciteit vertonen. Ook is vanuit het Proeftuinen Droogte-project Suikerwater geweten dat de grondwaterpeilen hoog kunnen staan. Deze twee elementen samen bemoeilijken de infiltratie van regenwater. Grote delen van het bedrijventerrein liggen in pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Ook ligt een gedeelte in overstromingsgevoelig gebied vanuit de zee. Voor de verdere studie wordt verondersteld dat er voor de overstromingen vanuit zee de nodige maatregelen zullen worden voorzien. Dit wordt met andere woorden niet behandeld in deze studie. Stad Veurne gaf aan dat veel bedrijven nu een uitbreidingsstop ondervinden doordat er niet gebouwd mag worden op overstromingsgevoelig gebied. Stad Veurne ziet hiervoor graag een oplossing binnen dit project. Het overstromingsvolume bij een bui T100 in het toekomstig klimaat (2050), afkomstig van het bedrijventerrein, werd berekend en bedraagt 88.095 m³. Waterkwaliteitsanalyses op twee waterbekkens tonen aan dat het water hoge zoutgehaltes bevat (4.700 µS cm-1 en 6.596 µS cm-1), wat wijst op zoutintrusie in het grondwater. Algemeen werd geen hoogstaande kwaliteit teruggevonden, met hoge gehaltes aan organisch materiaal. Als men dit water wil hergebruiken, is een doorgedreven zuivering nodig, wat gepaard gaat met hoge kosten. Een bijkomende uitdaging voor waterhergebruik uit de natuurbekkens is het feit dat dit gebied als natuurgebied wordt beschouwd. De kwaliteit van het water moet dus gewaarborgd zijn. Er zijn ook broedende vogels aanwezig, waardoor het niveau in de bekkens niet te veel mag schommelen. Ook moet rekening gehouden worden met het feit dat regenwater afkomstig van bedrijventerreinen vervuiling bevat zoals PAK’s, zware metalen … Als men drinkwater wil produceren, zijn er veel kwaliteitscontroles nodig, wat gepaard gaat met hoge kosten. Het is ook moeilijk om een valabele businesscase te maken, omdat de huidige waterprijs laag is. Ook moet de mogelijkheid van de lozing van het concentraat van de zuiveringsinstallatie in de Lovaart onderzocht worden. In de bijlage vanaf pagina 220 vind je de resultaten van infiltratieproeven, bodemanalyse, zoutwaarden en peilbuismetingen op tien locaties op het terrein.
OMGEVING cv uitbreidingstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 13 February 2025 . 23054_02_UD_cad Plan Veurne Zone 1.dwg
RIOLERING fase . plan
Naar collector Aquafin
figuur 6
SWOT water
Sterktes RWA DWA Collector Aquafin Naar RWZI Wulpen Natuurbekkens
Zwaktes
Opportuniteiten
Gemengde riolering
Onbebouwde percelen Suikerfabriek Voedingsbedrijven Metallurgie bedrijven Betoncentrale Opportuniteit RW uitwisseling
Bedreigingen • • • • • •
Kleigronden + hoge grondwaterstand Pluviaal overstromingsgevoelige gebieden Natuurbekkens: geen hoogstaande kwaliteit + broedende vogels Regenwater van BT: vervuiling Drinkwaterproductie kwaliteitscontroles hoge Kosten Huidige drinkwaterprijs = laag
19
3
Materiaal
Op basis van de huidige situatie op het bedrijventerrein kunnen verschillende sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen worden geïdentificeerd. Deze SWOT-analyse biedt een eerste strategische blik op de mogelijkheden en aandachtspunten voor circulaire samenwerking. Tegelijkertijd geeft de analyse de bedrijven inzicht in de vraag “What’s in it for me?”.
3.1
-
-
-
20
Naast de sterktes zijn er ook enkele structurele uitdagingen die de implementatie van circulaire samenwerking kunnen bemoeilijken. -
Sterktes
Het versterken van de circulaire economie op een bedrijventerrein biedt tal van voordelen. Denk aan kostendaling door schaalvoordelen bij collectieve oplossingen, efficiënter gebruik van grondstoffen en reststromen, ruimtebesparing op de bedrijfspercelen, lagere afvalproductie, minder afhankelijkheid van primaire grondstoffen en een daling van scope 3-emissies via verminderd materiaalverbruik. Daarnaast heeft Veurne Zone I een aantal bijkomende specifieke troeven die samenwerking rond circulaire materialen verder kunnen versterken. -
3.2 Zwaktes
Circulair gedrag is vandaag al aanwezig op het terrein Tijdens het infomoment gaven meerdere bedrijven aan dat zij al circulair werken of samenwerken rond reststromen. Zo worden betonresten doorgegeven voor verdere verwerking, schenken voedingsbedrijven hun overschotten aan voedselbanken en wordt verpakkingsafval beperkt. Dit toont dat de circulaire mindset al sterk verankerd is. Aanwezigheid van IVVO als lokale overslagpartner IVVO heeft een recyclagepark en een overslaghal op het terrein, wat een hefboom vormt om logistieke drempels te verlagen. De nabijheid van deze infrastructuur maakt georganiseerde inzameling en overslag van materiaalstromen eenvoudiger én goedkoper. Goede ontsluiting en ligging langs de waterweg Dankzij de aansluiting op de waterweg en de vlotte verbindingen met andere bedrijventerreinen is uitwisseling van materialen logistiek eenvoudig. Dit maakt niet alleen interne, maar ook interterreinsamenwerking haalbaar. Sterke sectorale vertegenwoordiging van hout, bouw, voeding en logistiek Deze sectoren genereren typische stromen met een hoge circulariteitswaarde, zoals steenpuin, houtafval, organische reststromen, pallets en verpakkingen. De aanwezigheid van een dergelijke kritische massa biedt potentieel voor clustering, gezamenlijke inzameling en symbiose.
WAARDERING
-
-
Beperkte beschikbaarheid van gegevens over materiaalstromen De respons op de uitgevoerde bevraging was beperkt. Bedrijven konden bovendien geen kwantitatieve cijfers aanleveren. Dit maakt het moeilijk om stromen effectief te clusteren of symbiosekansen correct te dimensioneren. Ruimtelijke beperkingen bij bedrijven Op diverse percelen worden de beschikbare open ruimtes intensief gebruikt voor materiaal, machines of opslag. Hierdoor is er weinig marge om tijdelijk reststromen te stockeren of voor te sorteren. Dit maakt collectieve inzameling of buffering minder vanzelfsprekend. De overslaghal van IVVO kan hier een oplossing bieden. Nood aan afstemming tussen bedrijven Samenwerking vereist duidelijke voordelen voor elke partij. Het “what’s in it for me?”-principe blijft cruciaal. Bedrijven moeten elkaars processen, volumes en noden kennen om tot concrete afspraken te komen.
21
3.3 Opportuniteiten
3.4 Bedreigingen
De context biedt verschillende externe kansen die benut kunnen worden om circulaire samenwerking te versnellen.
Tot slot zijn er ook externe factoren die de haalbaarheid of het succes van circulaire initiatieven kunnen ondermijnen.
-
-
-
-
-
-
22
Aanwezigheid van een maatwerkbedrijf op het terrein Maatwerkbedrijven kunnen instaan voor sortering, reparatie, demontage, verpakking of logistieke ondersteuning. Dit verlaagt drempels voor bedrijven die circulaire acties willen opzetten en versterkt de sociale economie. Aanwezigheid van bedrijven met reststroomverwerking als kernactiviteit Op het terrein zijn bedrijven actief die gespecialiseerd zijn in de verwerking van onder meer bouwafval en organische reststromen van de voedingsindustrie. Hun expertise en infrastructuur kunnen een sterke katalysator vormen voor circulaire ketens op en rond het terrein. Actieve rol van de bedrijventerreinvereniging Veurne@Work De vereniging kan bedrijven koppelen, informatie delen, collectieve trajecten organiseren en drempels voor participatie verlagen. Financiële incentives Er zijn diverse subsidies en ondersteuningsmaatregelen beschikbaar voor circulaire initiatieven. Innovatie en aantrekking van nieuwe bedrijven en talent Circulaire samenwerking stimuleert nieuwe ideeën, processen en businessmodellen. Bedrijven kunnen zich bovendien profileren als duurzame en innovatieve spelers. Dit is aantrekkelijk voor klanten en partners en helpt om innovatieve ondernemingen en milieubewuste (toekomstige) werknemers aan te trekken. Potentiële vrijgekomen ruimte bij verhuis van het containerpark Als het containerpark in de toekomst wordt samengevoegd met dat van een buurgemeente, kan op het terrein ruimte ontstaan voor een specifiek bedrijvencontainerpark of een volwaardige materialenhub.
WAARDERING
-
-
-
-
Regelgeving rond bouwafval, organische reststromen en dierlijke bijproducten Verschillende materiaal- en afvalstromen vallen onder strikte wettelijke kaders. Dit kan symbiosekansen beperken of vertragen als bijkomende vergunningen nodig zijn. Marktdynamiek van grondstoffen en technologieën Schommelingen in prijzen, beschikbaarheid en technologische evoluties kunnen innovatie beïnvloeden. Mogelijk hogere operationele kosten Hoewel circulaire oplossingen schaalvoordelen kunnen bieden, zijn collectieve systemen niet altijd goedkoper. Dit kan voor sommige bedrijven een drempel vormen. Intern draagvlak bij bedrijven Niet elke onderneming ziet onmiddellijk de meerwaarde van circulaire samenwerking. Een gebrek aan tijd, kennis of prioriteit kan de implementatie vertragen.
• •
• • • • •
• •
• • • • •
• •
• • • • •
figuur 7
SWOT materiaal
• • •
• •
• •
• • • • •
• • • • • • • •
• •
• • • • •
23
4
Mobiliteit
4.1
Sterktes
4.2 Zwaktes
4.1.1
Voetgangers en fietsers
4.2.1
Zowel op stedelijk niveau als op regionaal niveau is het bedrijventerrein goed ontsloten voor fietsverkeer, met verschillende bovenlokale en functionele fietsroutes in de directe omgeving. Een belangrijke troef is de fietssnelweg F35 (Veurne–Torhout), die vlak langs het terrein loopt. Ook de fietssnelwegen F38 (Ieper–Veurne), F39 (Veurne–Oudenburg) en F391 (Veurne–Koksijde) bevinden zich in de nabijheid en versterken de regionale fietsbereikbaarheid. Aan de noordzijde van het terrein loopt een bovenlokale fietsverbinding vanuit de stadskern, die via het Suikerpark richting het bedrijventerrein loopt en eindigt aan evenementenlocatie Furnevent. Deze verbinding versterkt de relatie tussen het stadsweefsel en het bedrijventerrein en biedt kansen voor duurzame woon-werkverplaatsingen per fiets.
4.1.2
Openbaar vervoer
Het bedrijventerrein profiteert van een goede ligging ten opzichte van het station van Veurne, dat op ongeveer 2 kilometer afstand ligt, wat overeenkomt met een wandeling van circa 25 minuten. Daarnaast passeren verschillende belangrijke buslijnen, zoals lijnen 50, 56 en 60, de westzijde van de site, terwijl buslijn 322 ten noorden van het terrein rijdt. Ook op het vlak van spoorvervoer is de site gunstig gelegen: een spoorlijn (De Panne–Deinze–Brussel) loopt langs het terrein en het station van Veurne bevindt zich op slechts 1,5 tot 2 km afstand.
4.1.3
Gemotoriseerd verkeer
Het bedrijventerrein is sterk ontsloten voor gemotoriseerd verkeer via een netwerk van hoofdwegen, waaronder de E40, N8, N35, N39 en N390. De Albert I-laan (N390) vormt de centrale verkeersader en doorkruist het terrein.
4.1.4
Logistiek
Het bedrijventerrein ligt op het vrachtroutenetwerk dat verankerd is binnen de vervoerregio Westhoek. De vrachtontsluiting verloopt via de E40 en de afritten ‘2 Oostduinkerke’ en ‘1a Veurne’. Binnen het vrachtroutenetwerk is de selecte van de Albert I laan halverwege het bedrijventerrein onderbroken. Op die manier wordt in theorie het vrachtverkeer gespreid over beide afritten en is doorgaand vrachtverkeer niet gewenst. Er is al een Regionaal Overslagcentrum (ROC) ingericht voor goederenvervoer over water, met verbindingen richting Duinkerke, Oostende, Brugge en Ieper.
24
WAARDERING
Voetgangers en fietsers
Hoewel het bedrijventerrein goed verbonden is met bovenlokale fietsroutes in de omgeving, ontbreekt het op de site zelf aan veilige voetgangers en fietsinfrastructuur. Dit vormt een belangrijk knelpunt voor fietsende werknemers en bezoekers. Vooral de Albert I-laan vormt een sterke barrière waarop veilige oversteekplaatsen ontbreken en er veel conflictpunten zijn met in- en uitritten, zeker wanneer vrachtwagenchauffeurs de openbare weg gebruiken om te laden en te lossen.
4.2.2 Openbaar vervoer Het terrein zelf heeft geen bushalte of buslijn. De dichtstbijzijnde haltes bevinden zich op een relatief grote loopafstand van ongeveer 15 minuten. Bovendien is de frequentie op deze lijnen laag.
4.2.3 Gemotoriseerd verkeer Op een aantal locaties is de parkeercapaciteit beperkt. Dit kan voor wildparkeren zorgen.
4.2.4 Logistiek De verschillende tankstations worden intensief gebruikt door zowel bestemmings(vracht)verkeer als doorgaand verkeer. Dit zorgt ervoor dat er onvoldoende capaciteit is om aan de vraag te voldoen en dat de doorstroming gehinderd kan worden door wachtende vrachtwagens. Ondanks de ligging van het bedrijventerrein naast een spoorlijn is logistiek via het spoor een uitdaging. De spoorlijn beschikt slechts over een enkel spoor dat daardoor al sterk bevraagd wordt voor personenvervoer. Daarnaast is er behoefte aan voldoende opstelruimte voor goederentreinen om een volwaardig alternatief te vormen (idealiter minstens 700m). Deze ruimte is momenteel niet beschikbaar. Naast de beperkingen van het spoor heeft ook de waterweg zijn beperkingen. De historische diepgang bedraagt 1m80 waardoor enkel kleine spitsen kunnen worden gebruikt. Verdere testvaarten zijn nodig om te kijken hoe de waterweg rendabel kan zijn voor de individuele bedrijven die interesse hebben om de waterweg te gebruiken. Daarnaast is een goede afstemming met De Vlaamse Waterweg nodig om eventuele problemen met de diepgang aan te pakken.
figuur 8
analysekaart mobiliteit
25
4.3 Opportuniteiten
4.4 Bedreigingen
4.3.1
Met de huidige verkeerscirculatie is het ROC enkel aanrijdbaar via het noorden. Daardoor moet vrachtverkeer een aanrijroute nemen via het stadscentrum in plaats van het vrachtroutenetwerk te volgen via de E40.
Voetgangers en fietsers
Er zijn duidelijke kansen om de fietsvriendelijkheid te verbeteren. Zo kan de bovenlokale fietsverbinding vanuit het Suikerpark worden doorgelegd doorheen het bedrijventerrein, waardoor de aansluiting met de stadskern wordt versterkt. De brede wegprofielen van de Albert I-laan en Nijverheidsstraat bieden bovendien ruimte voor de aanleg van kwalitatieve, veilige fietspaden en veilige oversteken op de Albert I-laan. Daarnaast is er potentieel om langs alle zijden van het bedrijventerrein kwalitatieve fietsverbindingen te realiseren. Dit kan onder meer via een fietsverbinding parallel aan de E40 en door het netwerk aan te takken op de westelijke oever van de Lovaart.
4.3.2 Openbaar vervoer Een aantal kansen om de bereikbaarheid te verbeteren, moet verder onderzocht worden: -
Het doortrekken van bestaande lijnen over de Albert I-laan om tot een eindhalte/rusthalte te komen op het bedrijventerrein. Het opzetten van een (autonome) shuttle hetzij voor verbinding met het station, hetzij om binnen het bedrijventerrein verbindingen te maken tussen parkeerlocaties en bedrijfstoegangen.
4.3.3 Gemotoriseerd verkeer De groeiende nood aan parkeerplaatsen die voorzien zijn voor elektrisch laden, biedt een kans om het parkeren sterker te clusteren en de ruimte zo efficiënter in te zetten.
4.3.4 Logistiek De aanwezigheid van het ROC (Regionaal Overslagcentrum): Hoewel de waterwegen in de omgeving beperkt zijn tot binnenvaartcategorie I (250–400 ton), vormt het inzetten van (autonome) watertrucks (duwbakken) een kans om het goederenvervoer over water (kosten)efficiënter en duurzamer te maken.
26
WAARDERING
Een bijkomende mogelijke bedreiging is dat bij uitbreiding van het ROC conflicten kunnen ontstaan tussen het fietsverkeer en de overslagactiviteiten.
figuur 9
SWOT mobiliteit
27
5 5.1
Landschap Sterktes
Het gebied beschikt, in vergelijking met een gemiddeld industriegebied, over een relatief hoog aandeel open (groene) ruimte. Het Suikerpark vormt vanuit landschappelijk oogpunt één van de grootste troeven, met aanzienlijke kwaliteiten en ontwikkelingspotentieel. Er is een rijke aanwezigheid van bestaande bomen, waaronder knotwilgen, linden en essen. De lokale en gevarieerde ondergrond biedt kansen voor waardevolle en zeldzame vegetatie, mits een aangepast beheer. Waar flora zich vestigt, volgt fauna doorgaans vanzelf.
5.2 Zwaktes Het gebied is ontworpen in een andere tijdsperiode, met een visie die niet langer aansluit bij de huidige duurzaamheidsprincipes. De verhardingsgraad is te hoog en versnipperd, zonder toepassing van duurzame strategieën voor de open ruimte, infrastructuur of gebouwen. Het hitte-eilandeffect is relatief sterk aanwezig, voornamelijk door het ontbreken van groenblauwe voorzieningen. In de huidige situatie is nauwelijks voorzien in regenwaterinfiltratie vanaf de daken. Voor bestaande gebouwen zijn maatregelen conform de hemelwaterverordening wenselijk, met het oog op infiltratie en buffering. Deze zijn belangrijk voor zowel de aanvulling van het grondwater als voor het beperken van pluviale overstromingsrisico’s. Het bestaande groen kent een intensief onderhoudsregime, met weinig gelaagdheid in de vegetatiestructuur. Dit vraagt veel mankracht en middelen, zonder dat een uniform straatbeeld of hoge ecologische waarde wordt bereikt. Op private percelen zijn vaak sierplanten aanwezig die weinig bijdragen aan de biodiversiteit en de lokale identiteit. Er zijn geen voorzieningen voor fauna. Daarnaast vormt het gebied een barrière tussen het open beekvalleilandschap met landbouw en het Suikerpark, waarbij de ecologische verbindingen beperkt zijn. Dit staat haaks op de Europese ‘Nature Restoration Law’, die tegen 2030 streeft naar herstel van 20% van het land- en zeegebied.
5.3 Opportuniteiten De inrichting van groenblauwe structuren is sterk afhankelijk van de toekomstige infrastructuurplanning. In een gunstig scenario kan de invoering van eenrichtingslussen ervoor zorgen dat de helft van de wegverharding vrijkomt voor biodiverse beplanting en waterinfiltratie. Dit bevordert de afkoppeling van hemelwater en vermindert de belasting van het rioleringsnet. Door de lokale aanwezigheid van kleipakketten is infiltratie niet overal eenvoudig, maar kan het grondwater waar mogelijk worden aangevuld. Zoutintrusie kan, afhankelijk van de concentratie, kansen bieden voor zeldzame plant- en diersoorten. Ontharding biedt bovendien ruimte om de materialisatie van nieuwe verharding zorgvuldig te kiezen, zowel in het openbaar domein als in de overgang naar private terreinen.
28
WAARDERING
Op een industrieterrein zijn robuuste, algemene diersoorten haalbaar die profiteren van structuur en voedsel. Denk aan vogels zoals de huismus, de merel en de koolmees, die schuilen in hagen en bomen zoals meidoorn, haagbeuk en veldesdoorn. Bijen en vlinders worden aangetrokken door bloeiende planten zoals lavendel, wilde marjolein en klaver, ideaal in bloemrijke grasstroken. Egels vinden voedsel en nestplaatsen in ruigere zones met bladhopen en struiken zoals braam en liguster. Vleermuizen (bv. de dwergvleermuis) jagen op insecten langs bomenrijen en profiteren van nestkasten en waterpartijen. Amfibieën zoals de gewone pad komen voor bij wadi’s met oeverplanten zoals lisdodde en zegge. Door te kiezen voor inheemse en gevarieerde beplanting ontstaat een stabiel ecosysteem. Kleine ingrepen zoals houtkanten, bloemenstroken en waterinfiltratiezones verhogen de biodiversiteit sterk. Deze soorten vragen weinig beheer en zijn goed aangepast aan een stedelijke/industriële context. Zo wordt het terrein niet alleen groener, maar ook ecologisch waardevoller. Het volledige biodiversiteitsadvies voor dit bedrijventerrein vind je in bijlage (zie pagina 363). Een centrale parkeertoren aan Furnevent kan het overmaatse parkeeroppervlak aanzienlijk verminderen. In bijlage vind je de resultaten van infiltratieproeven, bodemanalyse, zoutwaarden en peilbuismetingen op tien locaties op het terrein. Onthardingsprojecten komen bovendien in aanmerking voor subsidies, zowel voor overheden als voor private bedrijven. Uit enquêtes blijkt dat bedrijven geen collectief groenbeheer hanteren, waardoor de kosten hoog zijn. Een gezamenlijk beheerplan kan deze kosten verlagen, het maaibeheer verminderen en de biodiversiteit versterken. Daarnaast kunnen groengevels en groendaken de gebouwtemperatuur met 4–20 °C verlagen, de CO₂-opslag vergroten en het energieverbruik reduceren. Verkoeling in de open ruimte is niet alleen functioneel, maar draagt ook bij aan het sociaal-emotionele welzijn. Voorzieningen zoals picknickplaatsen onder bomen en fietspaden langs bomenrijen verhogen de aantrekkelijkheid en gebruikswaarde van de omgeving. De toepassing van de 3-30-300-regel (drie bomen zichtbaar vanaf iedere bedrijfslocatie, 30% kroonbedekking, maximaal 300 meter tot een groene zitplek) is ook voor bedrijventerreinen geschikt. Tijdelijkheid kan benut worden door onbebouwde ruimtes tijdelijk in te richten als natuurgebied.
5.4 Bedreigingen Hittegolven komen steeds vaker voor en hebben een aanzienlijke impact op de gezondheid, met meer ziektegevallen en vroegtijdige sterfte als gevolg. Ook water vormt een dubbel risico: het is essentieel voor leven, maar kan bij overstroming ernstige schade veroorzaken. Nieuwe bebouwing zonder strikte normen vanuit Stad Veurne kan de barrièrewerking tussen het open landschap en het Suikerpark verder vergroten. Bij voedingsbedrijven gelden echter HACCP-beperkingen, waardoor bij de aanplant van groendaken, groengevels en ander groen telkens goed moet worden afgewogen of het de voedselveiligheid in het gedrang zal brengen.
figuur 10
SWOT landschap
29
6 6.1
Sociale dienstverlening Sterktes
Bij de betrokken actoren is er een duidelijke bereidheid om samen te werken rond sociale dienstverlening. Uit een algemene bevraging, gericht aan de ondernemers, blijkt dat bedrijven sterk geconfronteerd worden met structurele uitdagingen, vooral op het vlak van werk en arbeidsmarkt. Samenwerking wordt breed gezien als een noodzakelijk en gewenst antwoord hierop, waarbij thema’s zoals werk en opleiding, welzijn en ondersteunende dienstverlening als belangrijk worden ervaren. Een belangrijke troef is de actieve werking van de bedrijventerreinvereniging Veurne@Work. De vereniging brengt bedrijven op structurele basis samen en behartigt de gezamenlijke belangen van ondernemers op de bedrijventerreinen Veurne Zone I en Veurne Zone II. Ze fungeert als schakel tussen ondernemers, de lokale overheid en andere partners. Dit zorgt voor een duidelijk en gedragen samenwerkingskader.
Bovendien is Veurne geografisch niet centraal gelegen. Hierdoor is de bereikbaarheid minder gunstig dan in meer stedelijke en beter ontsloten regio’s. Dit maakt de omgeving minder aantrekkelijk voor jonge gezinnen en bemoeilijkt de instroom van nieuwe arbeidskrachten van buiten de regio. Deze factoren vergroten de nood aan collectieve en ondersteunende dienstverlening, maar verkleinen tegelijk de lokale hefboom om bijkomende arbeidskrachten te mobiliseren.
6.3 Opportuniteiten De omgevingsanalyse bevestigt dat de arbeidsmarktproblematiek in Veurne structureel is. Het stijgend aantal jobs, gecombineerd met een beperkte instroom en toenemende concurrentie om talent, maakt collectieve oplossingen noodzakelijk.
Veurne@Work ondersteunt bedrijven via: -
samenwerking rond hr-thema’s
-
netwerkactiviteiten en evenementen
-
groepsaankopen en andere collectieve acties
-
structureel overleg met de lokale overheid
Daarnaast zijn er verschillende werkgroepen actief, onder meer rond mobiliteit, hr, veiligheid en communicatie. Dit toont aan dat de samenwerking niet vrijblijvend is, maar structureel verankerd en thematisch uitgebouwd. Tot slot beschikken meerdere bedrijven over interne expertise, opleidingscapaciteit en infrastructuur. Ze geven aan bereid te zijn deze te delen in een gezamenlijke context. In combinatie met de organiserende rol van Veurne@Work vormt dit een sterke basis om sociale dienstverlening verder te verdiepen en op te schalen.
6.2 Zwaktes Sociale dienstverlening wordt vandaag nog te weinig geïntegreerd aangepakt. Hoewel Veurne@Work samenwerking stimuleert en thematische initiatieven opzet, blijven deze inspanningen vooral projectmatig en beperkt tot afzonderlijke thema’s. Daarnaast wordt het bedrijventerrein geconfronteerd met een ongunstige demografische context. De vergrijzing in de regio is sterk en het aandeel inwoners op arbeidsleeftijd ligt relatief laag. De loontrekkendengraad is zeer hoog, wat wijst op een beperkte lokale arbeidsreserve. Ook het potentieel om niet-beroepsactieve inwoners opnieuw te activeren is beperkt.
30
WAARDERING
Door samen te werken rond werk, opleiding, welzijn en ondersteunende dienstverlening kunnen bedrijven werknemers langer en duurzamer inzetten. Tegelijk versterkt dit de aantrekkelijkheid van Veurne Zone I als werkplek. Een meer geïntegreerde en collectieve aanpak biedt bovendien schaalvoordelen. Middelen, infrastructuur en tijd kunnen efficiënter worden ingezet, wat de gezamenlijke impact verhoogt.
6.4 Bedreigingen Een belangrijke bedreiging is het risico op onvoldoende structurele verankering van collectieve initiatieven. Zonder duidelijke afspraken, mandaat en continuïteit blijven initiatieven afhankelijk van tijdelijke engagementen of individuele trekkers. Daarnaast spelen externe ontwikkelingen een rol. De mogelijke afbouw van het statuut van grensarbeider in Frankrijk kan de arbeidsmobiliteit beïnvloeden en onzekerheid creëren voor bedrijven die een beroep doen op grensarbeiders. Tegelijk zorgt de uitbreiding van industriële activiteiten in Duinkerke voor extra concurrentie op de arbeidsmarkt. Deze evoluties kunnen de druk op lokale bedrijven verder verhogen en de instroom van arbeidskrachten bemoeilijken.
31
7
Zuinig ruimtegebruik/samenvattende SWOT
Zuinig ruimtegebruik betreft het efficiënt en toekomstgericht inzetten van de beschikbare ruimte binnen een bedrijventerrein. Het doel is om de economische activiteiten en functionaliteit per vierkante meter te maximaliseren, terwijl ruimteverspilling wordt beperkt en duurzaamheid wordt bevorderd.
terrein verschillende doodlopende straten (zoals de Werkplaatsstraat, Ondernemingsstraat, Handelsstraat en Bedrijvenlaan), wat de interne doorstroming bemoeilijkt. O
Er zijn kansen voor verbetering van de bereikbaarheid van het ROC, zoals het verbinden van de Ondernemingsstraat en de Handelsstraat tot een tweede lus, die de doorstroming zou bevorderen en vertakkingen kan opheffen.
B
Een mogelijke bedreiging bij een uitbreiding van watergebonden bedrijvigheid en bijgevolg het gebruik van het ROC is het ontstaan van conflictpunten tussen doorgaand verkeer en overslagactiviteiten, wat een aangepaste verkeersafwikkeling noodzakelijk maakt.
Het is dus een overkoepelend thema dat betrekking heeft op de verdeling van ruimte over de eerder genoemde thema’s: mobiliteit, landschap, water en energie. De SWOT-kaart voor zuinig ruimtegebruik fungeert dan ook als een samenvattende kaart, waarin de belangrijkste sterktes, zwaktes, opportuniteiten en bedreigingen uit de andere thematische SWOT-kaarten worden geïntegreerd en geconsolideerd.
S
7.1
Mobiliteit
7.1.1
Macro-infrastructuren
7.1.3 S
Het bedrijventerrein is sterk ontsloten voor gemotoriseerd verkeer via een netwerk van hoofdwegen, waaronder de E40, N8, N35, N39 en N390. De Albert I-laan (N390) vormt de centrale verkeersader en doorkruist het terrein.
Z
O
7.1.2 S
Z
Z
Een zwak punt is dat de binnenvaartwegen in deze zone behoren tot categorie I, geschikt voor kleinere schepen van slechts 250–400 ton, wat de logistieke capaciteit via het water beperkt. Hoewel de waterwegen in de omgeving beperkt zijn tot binnenvaartcategorie I (250–400 ton), vormt het inzetten van watertrucks (duwbakken) een kans om het goederenvervoer over water efficiënter en duurzamer te maken.
Een knelpunt is dat er geen directe logistieke verbinding van het Regionaal Overslagcentrum (ROC) naar de bedrijven is, wat de efficiëntie van goederenstromen beperkt. Daarnaast kent het
32
O
Wegeninfrastructuren
Het bedrijventerrein beschikt over een duidelijke hiërarchie in de wegenstructuur, met de Albert I-laan (N390) als centrale hoofdader. Samen met de verkeerlus via de Nijverheidsstraat, de Welvaartstraat en de Vooruitgangstraat zorgt dit voor een vlotte circulatie. De Nijverheidsstraat en de Albert I-laan beschikken bovendien over brede wegprofielen (ca. 20 meter), wat gunstig is voor zwaar vervoer en toekomstgerichte infrastructuuraanpassingen.
WAARDERING
Het bedrijventerrein is goed ontsloten voor fietsverkeer, met verschillende bovenlokale en functionele fietsroutes in de directe omgeving. Een belangrijke troef is de fietssnelweg F35 (Veurne– Torhout), die vlak langs het terrein loopt. Ook de fietssnelwegen F38 (Ieper–Veurne), F39 (Veurne–Oudenburg) en F391 (Veurne– Koksijde) bevinden zich in de nabijheid en versterken de regionale fietsbereikbaarheid. Aan de noordzijde van het terrein loopt een bovenlokale fietsverbinding vanuit de stadskern, die via het Suikerpark richting het bedrijventerrein loopt en eindigt aan evenementenlocatie Furnevent. Deze verbinding versterkt de relatie tussen het stadsweefsel en het bedrijventerrein en biedt kansen voor duurzame woon-werkverplaatsingen per fiets.
Ook op het vlak van spoorvervoer is de site gunstig gelegen: een spoorlijn (De Panne–Deinze–Brussel) loopt langs het terrein en het station van Veurne bevindt zich op slechts 1,5 tot 2 km afstand. Daarnaast biedt het nabijgelegen kanalenstelsel potentieel voor goederenvervoer over water, met verbindingen richting Duinkerke, Oostende, Brugge en Ieper. Een Regionaal Overslagcentrum (ROC) is hiervoor al ingericht.
Fietsinfrastructuren
Hoewel het bedrijventerrein goed verbonden is met bovenlokale fietsroutes in de omgeving, ontbreekt het op de site zelf aan veilige fietsinfrastructuur. Dit vormt een belangrijk knelpunt voor fietsende werknemers en bezoekers. Er zijn duidelijke kansen om de fietsvriendelijkheid te verbeteren. Zo kan de bovenlokale fietsverbinding vanuit het Suikerpark worden doorgelegd doorheen het bedrijventerrein, waardoor de aansluiting met de stadskern wordt versterkt. De brede wegprofielen van de Albert I-laan en de Nijverheidsstraat bieden bovendien ruimte voor de aanleg van kwalitatieve, veilige fietspaden. Daarnaast is er potentieel om een fietsverbinding aan te takken op de westelijke oever van de Lovaart, wat de aansluiting met de regionale fietsinfrastructuur verder zou verbeteren.
B
Een mogelijke bedreiging is dat bij de uitbreiding van het ROC (Regionaal Overslagcentrum) conflicten kunnen ontstaan tussen het fietsverkeer en de overslagactiviteiten.
figuur 11
SWOT zuinig ruimtegebruik
sterktes
zwaktes
opportuniteiten
bedreigingen
hoofdwegen
versnipperd parkeren
pluviaal overstromingsgevoelig
interne wegenis
tankstation
symbool voor boom (geen bomenplan)
conflict
strategische zichtlocaties busnetwerk met halte
doodlopende straten
large en extra lange percelen fietsnetwerk
sociaal punt missing link traag netwerk ROC missing link logistiek bestaand groen missing link groen watergebonden bedrijvigheid
33
7.1.4 S
Openbaar vervoer
Het bedrijventerrein profiteert van een goede ligging ten opzichte van het station van Veurne, op ongeveer 2 kilometer afstand, wat overeenkomt met een wandeling van circa 25 minuten. Daarnaast passeren verschillende belangrijke buslijnen, zoals lijnen 50, 56 en 60, de westzijde van de site, terwijl buslijn 322 ten noorden van het terrein rijdt.
Z
Het terrein zelf heeft geen bushalte of buslijn, en de dichtstbijzijnde haltes bevinden zich op een relatief grote loopafstand van ongeveer 15 minuten, waarbij sommige routes slechts spaarzaam worden bediend.
O
Er ligt een kans om de bereikbaarheid te verbeteren door het realiseren van een bushalte of een pendelbuslijn over de Albert I-laan, die dwars door het bedrijventerrein loopt. Dit zou het gebruik van openbaar vervoer stimuleren en de toegankelijkheid vergroten.
B
Als het openbaar vervoer niet voldoende wordt bevorderd, bestaat de bedreiging dat de parkeerdruk op het terrein zal toenemen, wat de ruimtelijke kwaliteit en functionaliteit negatief kan beïnvloeden.
7.2
Groenblauw
7.2.1
Bodembedekking
S
Binnen het bedrijventerrein zijn nog enkele onbebouwde en onverharde percelen aanwezig, wat mogelijkheden biedt voor nieuwe ontwikkelingen en (tijdelijke) groenblauwe invullingen.
Z
Het terrein is voor het grootste deel verhard, met ongeveer 78% verhard oppervlak, wat een belangrijke beperking vormt voor de waterafvoer en ecologische kwaliteit.
O
Er ligt een kans om de beschikbare groenruimtes te bundelen met waterbuffers, waardoor de openbare ruimte efficiënter kan worden ingericht en een bijdrage wordt geleverd aan het beheer van hemelwater. Daarnaast kan het toepassen van waterdoorlatende materialen op verharde oppervlakken de afvoer verbeteren en wateroverlast beperken.
B
Een bedreiging is dat de grote hoeveelheid verharding binnen het bedrijventerrein zal leiden tot een verhoogde behoefte aan grotere waterbuffers, wat een uitdaging vormt voor de inrichting en het beheer van de ruimte.
Z
Binnen het terrein zelf zijn er echter weinig kwalitatieve groengebieden, wat toekomstige herstructureringen en integratie van groen bemoeilijkt. Een bijkomende zwakte is de versnippering van (privaat) groen op perceelsgrenzen, wat leidt tot een minder efficiënt ruimtegebruik en beperkte ruimtelijke samenhang.
O
Er zijn echter duidelijke kansen om de bestaande groenstructuur te versterken door het groen te clusteren aan de randen van het gebied en dit in het noordwesten te verbinden met omliggende groene zones. Ook de bestaande bomenrijen langs de E40 en het spoor kunnen versterkt worden, waardoor ze niet alleen landschappelijk waardevol blijven, maar ook als functionele buffer kunnen dienen.
7.2.3 Overstromingsrisico Z
Een duidelijke zwakte is dat heel wat percelen en wegen binnen het bedrijventerrein gevoelig zijn voor pluviale overstromingen en wateroverlast, wat het ruimtegebruik en de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.
O
Er is een opportuniteit om het risico te verkleinen door de verharding te minimaliseren en het hergebruik van bestaande infrastructuur te stimuleren. Hierdoor kan de waterinfiltratie verbeteren en zouden in de toekomst mogelijk ook deze lager gelegen zones ontwikkeld kunnen worden.
B
Een bedreiging ontstaat wanneer in deze kwetsbare zones gebouwd of opgehoogd wordt zonder afstemming met de bevoegde instanties. In dat geval is het noodzakelijk om advies in te winnen bij de lokale watering, de Westkustpolder, aangezien de uiteindelijke ontwikkelbaarheid en ruimtevraag sterk afhankelijk zijn van hun richtlijnen.
WAARDERING
7.3.1
Perceelsgrootte en gebouwgrootte
Een belangrijke sterkte van het bedrijventerrein is dat het grootste deel van de site bestaat uit "medium" en "large" percelen, met daarnaast ook enkele "extra large" percelen. Meer dan de helft van de bebouwde oppervlakte behoort tot het "extra large"-formaat. Deze schaalgrootte biedt flexibiliteit en ruimte voor diverse types bedrijvigheid, inclusief grotere productie-eenheden.
O
Er is een opportuniteit om de schaalverdeling te versterken door de overname van aangrenzende percelen te stimuleren, waardoor gevestigde ondernemingen kunnen uitbreiden op een manier die de continuïteit van hun activiteiten versterkt én bijdraagt aan een rationeler gebruik van de ruimte. Dit bevordert de continuïteit en economische verankering en verhindert dat bedrijven verhuizen.
B
Een mogelijke bedreiging is dat - zonder regie of beleid - een versnippering van grote percelen optreedt, waardoor de ruimtelijke
Aan de randen van het bedrijventerrein is nog waardevol groen aanwezig, wat een sterke troef vormt voor de landschappelijke inpassing en buffering van de site.
34
Ruimtegebruik
S
7.2.2 Groen S
7.3
kwaliteit afneemt en toekomstige grootschalige ontwikkelingen bemoeilijkt worden. Dit zou niet alleen het potentieel voor grootschalige economische activiteiten ondermijnen, maar ook leiden tot een versnipperd en minder flexibel ruimtelijk geheel.
Z
7.3.2 Parkeerstructuur
O
Z
Een zwakte binnen het bedrijventerrein is het inefficiënte ruimtegebruik door de sterke versnippering van private parkeerzones. Deze verspreide inrichting leidt tot een suboptimale benutting van de beschikbare ruimte en beperkt de mogelijkheden voor een geïntegreerde aanpak.
O
Er ligt een duidelijke opportuniteit om parkeerzones efficiënter in te richten, bijvoorbeeld door het parkeren te bundelen op strategische locaties. Dit kan niet alleen ruimte vrijmaken, maar ook bijdragen aan een betere ruimtelijke samenhang en gedeeld gebruik.
B
Tegelijkertijd vormt de aanwezigheid van grote verharde parkeeroppervlakken een risico op lange termijn. Bij intense neerslag kunnen deze zones bijdragen aan pluviale overstromingen, waardoor het noodzakelijk wordt om ook hier klimaatadaptieve maatregelen te voorzien.
fietspaden stopt aan de rand van de site, waardoor deze sociale punten niet goed verbonden zijn en moeilijk of onveilig bereikbaar zijn voor voetgangers en fietsers. Er ligt een duidelijke opportuniteit in het doortrekken van het trage netwerk tot aan deze sociale voorzieningen. Door het netwerk bovendien te verbinden met een aangename, ontspannende groenstructuur, kan het bedrijventerrein niet alleen functioneler maar ook aantrekkelijker worden als werkomgeving.
7.3.3 Bouwhoogte S
Een duidelijke sterkte op de site is dat enkele bedrijven, zoals PepsiCo, al gebruikmaken van meerlagige gebouwen.
Z
Toch is een zwakte dat het huidige terrein grotendeels gedomineerd wordt door laag- tot middelhoogbouw.
O
Er liggen belangrijke opportuniteiten in het stapelen van functies, wat het ruimtegebruik aanzienlijk kan verbeteren. Hoger bouwen langs de E40 biedt bijkomende voordelen: deze zone is een strategische zichtlocatie, heeft een beperkte impact op de bebouwing rondom en sluit goed aan bij de wensen van bedrijven die aangeven te willen uitbreiden in de hoogte.
B
Een bedreiging is dat meerlagenbouw hogere bouwkosten met zich meebrengt, onder meer door de nood aan verstevigde dakconstructies. Dit kan een drempel vormen voor bedrijven om effectief tot hogere bebouwing over te gaan, zeker zonder aangepaste beleidskaders.
7.4 S
Sociale cohesie
Een sterkte van het bedrijventerrein is de aanwezigheid van sociale ontmoetingspunten, zoals de evenementenlocatie Furnevent, een restaurant en een supermarkt. Deze voorzieningen bieden werknemers de mogelijkheid om samen te komen, te ontspannen of een maaltijd te nuttigen, wat bijdraagt aan de leefkwaliteit op de site. Een belangrijke zwakte is dat het trage netwerk van wandel- en
35
C AMBITIES
1
Zuinig ruimtegebruik
38
1.1
Een optimaal ruimtegebruik m.b.t. de percelering en de bebouwing
1.3 Beeldkwaliteit verhogen van het bedrijventerrein
39 40 41
2
Energie
42
3
Water
44
3.1
Mogelijke scenario’s
44
4
Materiaal
46
5
Mobiliteit
48
5.1
Faciliteren van een modal shift voor personenvervoer
5.3 Naar een verkeersveilig bedrijventerrein
49 49 49
6
Landschap
50
6.1 Klimaatambities 6.3 Gelaagde (klimaat)beplanting
51 51 51
7
52
1.2 Een optimaal ruimtegebruik m.b.t. infrastructuur en openbaar domein
5.2 Naar multimodale logistiek
6.2 Groenblauwe ambities
Sociale dienstverlening
1
Zuinig ruimtegebruik
Ambitie: Een ruimte-efficiënt bedrijventerrein met hoogwaardige beeldkwaliteit. Ruimtelijk efficiënt houdt in dat de beschikbare ruimte op een slimme, doordachte manier wordt benut door een compacte, functionele inrichting zonder verspilling van ruimte.
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
Optimalisatie van de ruimtelijke ordening. Grotere nadruk op compacte, efficiënte steden en dorpen. Herbestemmen van oude industriële gebieden voor nieuwe economische activiteiten en gemengde functies (Beleidsplan Ruimte Vlaanderen).
EU 2030
De EU stimuleert compacte steden en duurzaam ruimtegebruik via het Europees Ruimtelijk Plan en de Urban Agenda for the EU. Bedrijventerreinen moeten bijdragen aan het optimaliseren van ruimtegebruik.
Vlaanderen 2050
Het doel van de ‘bouwshift’ is om de open ruimte maximaal te vrijwaren en bestaand ruimtebeslag beter te benutten. Het bijkomend ruimtebeslag moet dalen tot 0 ha/dag tegen 2040 en de verhardingsgraad in openruimtebestemmingen moet afnemen met 20% tegen 2050 (Beleidsplan Ruimte Vlaanderen).
EU 2050
Noodzakelijke transitie naar minder gebruik van ruimte, met behoud van natuur. Stedelijke en industriële gebieden moeten optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte door het te benutten voor meervoudige doeleinden.
38
AMBITIES
Het traject van Bedrijventerreinen van de Toekomst geeft de mogelijkheid tot herstructurering en vernieuwing van Veurne Zone I met een toekomstbestendig raamwerk en efficiënt, compact ingerichte kavels. Het ruimtelijk rendement van dit bedrijventerrein kan omhoog, terwijl klimaatneutrale doelen van Vlaanderen en de EU worden gerespecteerd door een efficiënte en duurzame herinrichting. In dit deelhoofdstuk worden de ambities van zuinig ruimtegebruik specifiek gemaakt voor de ruimtelijke uitdagingen van Veurne Zone I.
1.1 -
Een optimaal ruimtegebruik m.b.t. de percelering en de bebouwing Behouden van grote perceelsgroottes -
-
-
Large en extra large percelen behouden en niet verder opsplitsen. Medium percelen kunnen in de langetermijnvisie ook behouden blijven. Ze kunnen worden ingevuld met lokale bedrijvigheid. De wenselijke minimummaat hier is 5.000 m2. Small percelen samenvoegen om grotere percelen te vormen van minimum 5.000 m2.
figuur 12
hoger bouwen stimuleren aan E40 hoger bouwen toelaten aan Albert I-Laan en N35
Hoger bouwen op strategische locaties -
-
Hoger bouwen stimuleren aan E40 en Brugsesteenweg: richtinggevende max. hoogte = 25m (om de skyline van Veurne niet te wijzigen) + opleggen van een minimale hoogte van 14m Hoger bouwen toelaten in overige delen (max. 25m hoog) Stapeling toelaten van complementaire functies. Begane grond moet hoofdzakelijk zware industrie blijven. figuur 13
-
ambitie: mix van perceelsgroottes, van medium tot extra large
ambitie: hoger bouwen toelaten en stimuleren
Het delen van ruimtes faciliteren watergerelateerde bedrijven (tweedelijns)
-
-
bedrijven aan E40 die baat hebben aan zichtbaarheid en willen inzetten op een architecturaal kwalitatieve gevel (reclame) watergebonden bedrijven aan kade en het ROC
Bedrijven lokaliseren op de juiste plek -
-
De bebouwing schakelen zodat opslag, vergaderzalen en entrees door meerdere bedrijven gedeeld kunnen worden.
Watergebonden bedrijven aan de kade en het ROC. Bedrijven aan de E40 die baat hebben bij die zichtbaarheid en ook willen inzetten op een architecturaal kwalitatieve gevel.
Compacter bouwen met hogere V/T -
Inzetten op tweegevelbedrijven in plaats van viergevelbedrijven. Ruimte delen met als doel zo efficiënt mogelijk met ruimte om te gaan.
figuur 14
ambitie: bedrijven lokaliseren op de juiste plek
39
1.2 -
Een optimaal ruimtegebruik m.b.t. infrastructuur1 en openbaar domein
-
-
-
-
-
-
1
40
Parkeren voor werknemers maximaal collectief inrichten. Stapeling/inpandig parkeren (of op een dak) wordt aangemoedigd. Het gebruik van de fiets en deelmobiliteit stimuleren om de ruimtevraag van parkeren te verkleinen. Hiervoor kan bijvoorbeeld een Hoppinpunt worden ingericht met deelmobiliteit en overstapmogelijkheden om de ‘last mile’ zonder auto te kunnen afleggen.
figuur 15
ambitie: inzetten op een logistiek via het water en een efficiënt lussensysteem
Een lus voor de noordelijke helft van het bedrijventerrein en een lus voor het zuidelijke deel van het bedrijventerrein, waarbij de Albert I-laan een gedeelde verkeersader blijft. Aan elke lus kan ook een collectieve parking met deelmobiliteitsvoorzieningen worden gekoppeld. Brede straatprofielen beter benutten, de ruimte die vrijkomt bij het eenrichting maken, inzetten voor vergroening en infiltratie.
figuur 16
ambitie: optimaliseren voor fietsers
figuur 17
ambitie: collectieve waterbuffering, infiltratie en vergroeing van het bedrijventerrein
Inrichting openbaar domein optimaliseren voor fietsers en voetgangers -
-
Verbeteren van de infrastructuur van het ROC en de route naar en van het ROC. Conflictpunten met fietsers en doorgaand autoverkeer ter hoogte van overslagactiviteiten minimaliseren.
Inzetten op een efficiënt lussensysteem voor gemotoriseerd verkeer, doodlopende straten vermijden en onnodige wegenis wegnemen. -
-
ROC
De ruimte die parkeren inneemt minimaliseren. -
-
kade
Inzetten op logistiek via het water -
-
conflictpunten fietsers en doorgaand autoverkeer
Bestaand, veilig fietsinfrastructuurnetwerk rondom het bedrijventerrein verder vervolledigen. Zo ontstaat er een volledige 'fietsring' rondom het bedrijventerrein. Een dwarse trage N-Z-doorsteek voor een betere doorwaadbaarheid van het bedrijventerrein voor trage weggebruikers, idealiter ter hoogte van Furnevent. Brede straatprofielen op het bedrijventerrein beter benutten, inrichten van kwalitatieve fietsinfrastructuur.
Openbaar domein ook inzetten voor collectieve waterbuffering, infiltratie en vergroening van het bedrijventerrein. Openbaar domein ook benutten voor de inrichting van een warmtenet. infrastructuur: Deze term omvat alle ondersteunende fysieke voorzieningen die nodig zijn om een gebied te ontsluiten en te laten functioneren, met uitzondering van gebouwen. Dit omvat onder meer wegenis, parkings, paden, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige elementen en andere constructies of installaties die de bereikbaarheid, mobiliteit, toegankelijkheid en technische werking van een site mogelijk maken. Infrastructuur kan zich zowel op publiek als op privaat domein bevinden.
AMBITIES
-
Arbeidsomstandigheden op de site verbeteren om talent aan te trekken. Fijne werkomgeving voorzien met sociale plekken voor samenkomst, interactie om uit te rusten.
1.3 -
Beeldkwaliteit verhogen van het bedrijventerrein
Op het vlak van bebouwde ruimte: -
-
-
Strenge architectuurkwaliteitsvereisten op strategische locaties: aan het Suikerpark en aan de E40. Uitnodigende voorgevels gericht op de ontsluitingswegen. Gesloten gevels zoveel mogelijk vermijden aan de wegkant. Kwaliteitsvereisten ook koppelen aan het toelaten van 'hoger bouwen'.
Op het vlak van open ruimte:
figuur 18
ambitie: warmtenet
strenge architectuur kwaliteitsvereisten op strategische locaties kwaliteitsvereisten koppelen aan het toelaten van 'hoger bouwen'
-
-
Vergroening van Veurne Zone I en het creëren van publieke groene verblijfsplekken waar werknemers tot rust kunnen komen. Inzetten op kwalitatieve en uniforme overgangen tussen privaat-publiek (kan met uitgiftecriteria/ beeldkwaliteitsplan/ ...) en het toepassen van dezelfde materialen voor openbaar domein doorheen de site.
figuur 19
ambitie: strengere kwaliteitsvereisten op strategische locaties en ook koppelen aan het toelaten van 'hoger bouwen'
41
2
Energie
Ambitie: Veurne Zone I zou uiterlijk 2050 een energie- en CO₂-neutraal bedrijventerrein moeten zijn. Dit betekent dat het terrein op jaarbasis evenveel duurzame energie opwekt als het verbruikt, en dat de netto-uitstoot van broeikasgassen wordt teruggebracht tot nul. De energietransitie op de site wordt gedragen door een combinatie van lokale opwekking, efficiënt gebruik van energie, slimme technologie en collectieve samenwerking. Energieneutraal betekent dat alle energie die op de site wordt verbruikt (elektriciteit, warmte, koeling) lokaal en hernieuwbaar wordt opgewekt of gecompenseerd. Dit gebeurt via PV-panelen, windenergie, restwarmtebenutting, warmtenetten en collectieve bronnen zoals BEO-velden. CO₂-neutraliteit wordt bereikt door de fossiele energievraag stelselmatig af te bouwen, te vervangen door duurzame alternatieven en waar nodig restuitstoot te compenseren via emissiearme technieken of samenwerking.
42
AMBITIES
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
Tegen 2030 streeft Vlaanderen naar een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40% ten opzichte van 2005. Daarnaast wordt ingezet op minstens 27% hernieuwbare energie in het eindverbruik en een verbetering van de energie-efficiëntie met 35%. Deze doelstellingen moeten zorgen voor een versnelde elektrificatie, de uitrol van warmtenetten en een hogere renovatiegraad van gebouwen.
EU 2030
Op Europees niveau zijn de doelstellingen nog ambitieuzer. De EU 2030-doelstellingen leggen vast dat de uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% moet dalen ten opzichte van 1990. Bovendien moet het aandeel hernieuwbare energie stijgen tot minstens 42,5%, met een richtdoel van 45%. Ook is een bindende energiebesparing van 11,7% vastgelegd via de Europese Energy Efficiency Directive (EED).
Vlaanderen 2050
Tegen 2050 wil Vlaanderen volledig klimaatneutraal zijn. Dat betekent een netto nuluitstoot van broeikasgassen, een volledig fossielvrije gebouwde omgeving en een energiesysteem dat gedomineerd wordt door hernieuwbare energie. Bedrijventerreinen zoals Veurne Zone I worden hierbij gezien als belangrijke hefbomen, door hun schaal, verbruik en mogelijkheden voor collectieve energieprojecten.
EU 2050
Ook de Europese Unie heeft zich ertoe verbonden om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. Dit betekent dat de netto-uitstoot van broeikasgassen tot nul wordt herleid, via een combinatie van emissiereductie, hernieuwbare energie, circulaire economie en compensatiemechanismen waar nodig. Fossiele brandstoffen worden tegen dan volledig uitgefaseerd in gebouwen, transport en industrie.
Veurne Zone I kiest voor een gefaseerde aanpak waarbij het warmtenet, PV-opwekking, elektrificatie van processen en mobiliteit, energiedelen, buffering en digitalisering elkaar versterken. Hierbij wordt maximaal ingezet op collectieve oplossingen, zoals een energiehub, gedeelde opslag, warmtenetten en e-infrastructuur. Een robuust en slim energiesysteem is namelijk essentieel om de economische activiteit van het terrein te verzoenen met de klimaatuitdagingen van de toekomst.
43
3
Water
Ambitie: Een waterneutraal of waterpositief bedrijventerrein. Waterneutraal betekent dat een gebouw of gebied niet meer water gebruikt dan aangevuld kan worden en dat het vervuiling of verspilling van water voorkomt. Waterpositief betekent dat er een wateroverschot (watervraag < wateraanbod) is en/of er een positieve impact op de waterkwaliteit optreedt. Een voorbeeld van waterpositiviteit op een bedrijventerrein is wanneer er bijvoorbeeld aan afvalwaterhergebruik en deels regenwaterhergebruik gedaan wordt om aan de watervraag van het bedrijventerrein te voldoen, en het overschot aan regenwater geïnfiltreerd wordt om de natuurlijke grondwaterstanden aan te vullen. Ook de infiltratie van een overschot aan opgezuiverd afvalwater kan waterpositiviteit teweegbrengen; het hoeft geen regenwater te zijn. Voor Veurne Zone I is de ambitie dat er in 2050 geen overstromingsgevoelige zones meer zijn, zodat dit geen invloed meer heeft op de verdere economische ontwikkeling van het terrein.
3.1
Mogelijke scenario’s
Op enkel individuele maatregelen van de bedrijven zelf wordt niet ingezet, gezien dit de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek niet zal oplossen en het net de bedoeling is om door collectieve maatregelen de bedrijven (deels) te ontlasten. Er zal daarentegen wel gefocust worden op hemelwaterhergebruik, gezien de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek. Op afvalwaterhergebruik zal dan weer niet gefocust worden, gezien er genoeg regenwater voorhanden is om aan de volledige watervraag van het bedrijventerrein te voldoen (excl. PepsiCo, gezien die zelfvoorzienend zal worden). Het doel om de overstromingsgevoeligheidsproblematiek aan te pakken is om aan te tonen dat er meer regenwater hergebruikt wordt dan het overstromingsvolume (= 88.095 m³), en dat het regenwater dus zo uit het systeem verdwijnt en geen overlast meer zal bezorgen. Drie hoofdscenario’s worden naar voren gebracht (zie figuur 20): -
-
-
44
Collectief laagwaardig: regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor laagwaardige toepassingen. Individueel laagwaardig + collectief hoogwaardig: regenwater wordt eerst op eigen terrein ingezet voor laagwaardige toepassingen. Ook het onderling delen van regenwater met buurbedrijven valt hieronder. Het overschot aan regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor hoogwaardige toepassingen. Collectief hoogwaardig: regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor hoogwaardige toepassingen.
AMBITIES
Een preliminaire tabel met voor- en nadelen van deze scenario’s wordt weergegeven in tabel 1. In de volgende secties wordt dieper ingegaan op de verschillende scenario’s.
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
EU 2030
De ambitie van Vlaanderen is het watersysteem herstellen tot een veerkrachtig geheel en van Vlaanderen een weerbare samenleving maken, die beter gewapend is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Doelen zijn minder wateroverlast én waterschaarste, een betere bescherming van het grondwater, een betrouwbare (drink)watervoorziening, gezonde waterlopen, slim omgaan met afvalwater en hemelwater, kansen voor waterbeleving en recreatie. (Blue Deal)
-
Vlaanderen 2050
EU 2050
Toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen als mensenrecht Bescherming en herstel van aquatische ecosystemen met het oog op duurzame ontwikkeling, klimaatmitigatie en -adaptatie. Het bevorderen van een meer geïntegreerde aanpak van het beheer van watervoorraden in alle sectoren Bevordering van circulariteit in het gebruik van water voor industrie, energie en landbouw door waterefficiëntie en hergebruik van water te vergroten. Het waterverbruik in de EU reduceren met 10%. Ontwikkeling van grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van water als katalysator voor vrede en veiligheid. Het mobiliseren van publieke en private financiering, onderzoek en innovatie en kennisdeling. (UN Water Conference and Water Resilience Strategy)
In 2050 beschikt Vlaanderen over een robuust watersysteem dat in staat is om (klimaat)schokken op te vangen. Het beschermt de ecosystemen en biedt tegelijkertijd vele functies en diensten. Het watersysteem beschermt tegen overstromingen, biedt wateropslag, drinkwater, proces- en koelwater. Het voorziet in irrigatie en drainage. Het beschikt over mogelijkheden voor recreatie en beleving, naast verbindingen voor goederentransport en zachte mobiliteit. Hiervoor doet Vlaanderen een beroep op een combinatie van slimme technologie, robuuste infrastructuur en voldoende ruimte. Iedere watergebruiker krijgt tegen een transparante en redelijke prijs optimaal toegang. Een combinatie van opslag en infiltratie, slimme netwerken, rationeel watergebruik, waterhergebruik, kostentoerekening en het gebruiker-betaalt-principe garandeert de beschikbaarheid. Onze watersystemen hebben een goede waterkwaliteit en verontreiniging wordt maximaal voorkomen. (Visie 2050. Een langetermijnstrategie voor Vlaanderen)
-
Waterzekerheid voor iedereen Wereldwijde weerbaarheid tegen waterstress Het mensenrecht op veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, zonder de rechten van toekomstige generaties in gevaar te brengen Beschermde en herstelde aquatische ecosystemen Een eerlijk evenwicht tussen vraag en aanbod van water (UN Water Conference)
45
4
Materiaal
Ambitie: Veurne Zone I benadert een circulair bedrijventerrein met duurzaam materiaalgebruik. Een circulair bedrijventerrein betekent een gesloten materiaalkringloop waarin grondstoffen zo lang mogelijk in gebruik blijven, reststromen worden gevaloriseerd en afval tot een minimum wordt beperkt. Dit gebeurt via recyclage, hergebruik en industriële symbiose, ondersteund door collectieve infrastructuur en samenwerking. Duurzaam materiaalgebruik verwijst naar het gebruik van materialen die een lage milieu-impact hebben gedurende hun volledige levenscyclus, van winning en productie tot gebruik en uiteindelijke verwerking. Dit omvat het inzetten van hernieuwbare, gerecycleerde of minder schadelijke materialen om de ecologische voetafdruk van bedrijfsactiviteiten te beperken. Veurne Zone I kiest voor een gefaseerde aanpak waarbij quickwins zoals de benutting van de bestaande overslaghal worden gecombineerd met langetermijninitiatieven zoals de ontwikkeling van een materialenhub en het gebruik van digitale symbioseplatformen. Het doel is een robuust, circulair systeem dat economische activiteit verzoent met duurzaam materiaalgebruik en de klimaatuitdagingen van de toekomst.
2
https://cemonitor.be/indicator/effecten/materialen/materialenvoetafdruk-van-de-vlaamse-consumptie-rmc/
3
https://emis.vito.be/nl/bbt/bbt-tools/selectiesystemen/afss/afvalstromen/primair-bedrijfsrestafval
4
https://www.vlaio.be/nl/nieuws/31-goedgekeurde-projecten-circulaire-ketensamenwerking
5
https://publicaties.embuildvlaanderen.be/visierapport-2023/circulair-bouwen
6
https://cemonitor.be/indicator/circulariteit/r-strategieen/circulariteitsgraad-van-het-materiaalgebruik-cmur/
7
https://cfp.nl/nieuws-en-cases/europese-regelgeving-als-motor-voor-circulariteit-in-de-bouwsector/
8
https://src.eu/nl/het-digital-product-passport-dpp/
9
https://economie.fgov.be/nl/themas/energie/energiebeleid/europese-context/energiebeleid-van-de-eu/energie-efficientie/producten-die-energie/ ecodesign
10
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/09/09/nieuwe-eu-regels-rond-de-recycling-van-textiel-producten-staan/
11
https://cemonitor.be/indicator/effecten/materialen/materialenvoetafdruk-van-de-vlaamse-consumptie-rmc/
12
https://www.vlaio.be/nl/nieuws/de-toekomst-voor-kunststofrecyclage-vlaanderen-die-ontdek-je-de-roadmap-2050
13
https://www.vvsg.be/nieuwsoverzicht/integreer-circulariteit-in-je-meerjarenplanning-met-het-stappenplan
14
https://circulairekennis.nl/onderzoek/manifest-voor-een-europese-wet-circulair-materiaalgebruik/
15
https://circulairekennis.nl/onderzoek/manifest-voor-een-europese-wet-circulair-materiaalgebruik/
46
AMBITIES
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
Vlaanderen wil tegen 2030 een stevige stap zetten richting een circulaire economie, met een duidelijke focus op het verminderen van de materiaalvoetafdruk, het versterken van ketensamenwerking en het stimuleren van innovatieve circulaire praktijken. De transitie wordt ondersteund via het programma Vlaanderen Circulair en diverse sectorale roadmaps. Specifieke doelstellingen: -
EU 2030
30% reductie van de materiaalvoetafdruk van Vlaamse consumptie. 2 30% reductie van het bedrijfsrestafval tegen 2030 ten opzichte van de periode 2018-20203 Versterking van de bevoorradingszekerheid door efficiënter gebruik van hulpbronnen (materialen, water, biogrondstoffen, bodem en energie). Minstens de helft van alle Vlaamse bedrijven zet in op circulaire strategieën (zoals hergebruik, recyclage, ecodesign en industriële symbiose) in hun productie en dienstverlening. Versterking van circulaire ketensamenwerking tussen bedrijven.4 Circulair bouwen als speerpunt: focus op gerecycleerde materialen en samenwerking in de bouwketen. 5
Europa wil tegen 2030 de circulaire economie verankeren als kern van haar industriële en klimaatbeleid. Via het Circular Economy Action Plan (CEAP) en de Green Deal worden maatregelen genomen over de hele levenscyclus van producten – van ontwerp tot afvalbeheer. Specifieke doelstellingen: -
Vlaanderen 2050
Verdubbeling van het circulair materiaalgebruik tot 25% in 2030 (t.o.v. 2020).6 Minstens 70% recyclage van bouw- en sloopafval tegen 2025.7 Verplichte digitale productpaspoorten (DPP) en duurzaamheidslabels.8 Ecodesign als norm: producten moeten repareerbaar, recycleerbaar en energie-efficiënt zijn.9 Versterking van producentenverantwoordelijkheid in sectoren zoals textiel en elektronica.10
Tegen 2050 wil Vlaanderen een omslag naar een circulaire economie realiseren, met een zo laag mogelijk verbruik van grondstoffen, materialen, energie, water en ruimte en met de kleinst mogelijke impact op het leefmilieu. Specifieke doelstellingen: -
EU 2050
75% reductie van de materiaalvoetafdruk van Vlaamse consumptie.11 Roadmap kunststofrecyclage: 20% gerecycleerd materiaal in polymeerproductie en 50% in kunststofconversie tegen 2050.12 Stappenplan circulair beleid: integratie van circulaire principes in alle beleidsdomeinen.13 Vlaanderen als koploper in innovatie, digitalisering en vakmanschap binnen de circulaire economie.
Tegen 2050 streeft Europa naar een volledig circulaire en klimaatneutrale economie. Circulaire principes worden integraal toegepast in industrie, mobiliteit, bouw en consumptie, met als doel het behoud van natuurlijke hulpbronnen en het versterken van economische veerkracht. Specifieke doelstellingen: -
35% circulair materiaalgebruik in de EU.14 75% recyclage van alle afvalstoffen tegen 2035.15 Volledige integratie van circulaire principes in alle sectoren. Circulaire economie als sleutel voor klimaatneutraliteit en biodiversiteitsbescherming.
47
5
Mobiliteit
Ambitie: Een multimodaal zero-emissietransport.
bedrijventerrein
met
Multimodaal verwijst naar het gebruik van meerdere vormen van vervoer om een reis te maken. In mobiliteitsplannen betekent het dat infrastructuur meerdere vervoersvormen ondersteunt. Zero-emissie betekent dat er geen uitstoot van schadelijke stoffen (zoals CO2 of stikstofoxiden) plaatsvindt bij transport.
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
EU 2030
-
40 % van alle verplaatsingen duurzaam (fiets, wandelen, openbaar vervoer, etc.) 15 % minder autokilometers en vrachtwagenkilometers in de regio
-
Minstens 30 miljoen emissievrije personenauto’s op Europese wegen Automatisering en duurzame scheepvaart: Automatisch vervoer op grote schaal in gebruik Zero-emissieschepen (‘market-ready’) 30 % van het wegvervoer over ≥300 km verschuiven naar rail of water tegen 2030 50 % minder doden en zwaar gewonden op de weg tegen 2030
-
Vlaanderen 2050
-
EU 2050
-
48
AMBITIES
30 % van alle verplaatsingen met de fiets gebeuren Een deel van de behoefte voor elektrisch laden kunnen opvangen op slimme laadpleinen. Volledig emissievrije transportsector: elektrisch of waterstofaangedreven voertuigen zero-emissietransport Aandeel spoor en binnenvaart neemt toe tot 30% Vision Zero: tegen 2050 nagenoeg nul verkeersslachtoffers
en
Volledig emissievrije vloot: bijna alle nieuw verkochte auto’s, bestelwagens, bussen en heavy-dutyvoertuigen moeten emissievrij zijn Verdubbeling spoorgoederenvervoer Volledig operationeel TEN-T-netwerk, multimodaal en slim, met hogesnelheidsconnectiviteit Vision Zero: tegen 2050 nagenoeg nul verkeersslachtoffers
5.1
Faciliteren van een modal shift voor personenvervoer
Om de doelstelling te bereiken om minstens 40% van de verplaatsingen via een duurzame modus te laten verlopen, moet sterk ingezet worden op het versterken van het fietsnetwerk en de link met de OV-knooppunten. Het fietsnetwerk wordt versterkt vanuit de visie om een maximaal vrijliggend en zo conflictvrij mogelijk raster te hebben dat de zijkanten van het bedrijventerrein vanuit alle windrichtingen bereikbaar maakt. Van hieruit vertrekken korte bestemmingsroutes naar de individuele bedrijven waarbij de barrièrewerking van de Albert I-laan weggenomen wordt door veilige oversteken te voorzien.
drijven dat gebruikmaakt van het ROC neemt toe, net als de vervoerde tonnages.
5.3 Naar een verkeersveilig bedrijventerrein Het verbeteren van de fietsinfrastructuur en de connectiviteit met het openbaar vervoer zijn essentiële hefbomen om te komen tot een verkeersveilig en duurzaam bedrijventerrein. Daarnaast wordt expliciet ingezet op het principe dat vrachtverkeer op het bedrijventerrein uitsluitend bestemmingsverkeer moet zijn. Vrachtverkeer dat louter het bedrijventerrein aandoet om te tanken, veroorzaakt ongewenste verkeersstromen, verhoogt de verkeersonveiligheid en leidt tot bijkomende milieuhinder. Dergelijk verkeer moet daarom een oplossing vinden op snelwegniveau, buiten het bedrijventerrein. In dit kader werd het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) opgemaakt dat de uitbreiding en vestiging van nieuwe tankstations op het bedrijventerrein uitsluit en zo beleidsmatig inzet op het afbouwen van deze verkeersaantrekkende functies. Dit RUP vormt een belangrijk planologisch instrument om het ongewenste doorgaande vrachtverkeer structureel te beperken en de functie van het bedrijventerrein te vrijwaren voor lokale economische activiteiten. Aanvullend dragen ook het kleiner dimensioneren van wegprofielen, het verbeteren van de oversteekbaarheid en het verlagen van de effectief gereden snelheden bij aan een verhoogde verkeersveiligheid voor alle weggebruikers. Samen zorgen deze maatregelen voor een meer leefbaar, overzichtelijk en verkeersveilig bedrijventerrein, in lijn met de langetermijnvisie voor Veurne Zone I.
De link met de OV-knooppunten wordt versterkt door verschillende vormen van natransport en er wordt onderzocht of de huidige lijnen een eindhalte op het bedrijventerrein kunnen krijgen. In de verdere toekomst kunnen ook collectief vervoer en/of autonome shuttles de bereikbaarheid verbeteren.
5.2 Naar multimodale logistiek Om de modal shift in goederenvervoer te realiseren moeten er vooral opportuniteiten via het water gezocht worden gelet op de beperkingen van het enkel spoor langs het bedrijventerrein. In eerste instantie kan dit door de aanrijroute van en naar het ROC te optimaliseren, zodat dit via het vrachtroutenetwerk kan verlopen. Daarnaast zal het uitvoeren van de nodige baggerwerken om voor voldoende diepgang te zorgen noodzakelijk zijn om tot een concurrentieel alternatief te komen. Tegen 2030 moet ernaar gestreefd worden dat de bedrijven De Brabandere en Trotec hun pioniersrol verder opnemen en occasioneel gebruikmaken van het ROC. Tegen 2050 kunnen die businesscases haalbaarder worden door evoluties in autonome vaart en watertrucks, waardoor er naar regelmatige vaarten gestreefd moet worden. Ook het aantal be-
49
6
Landschap
Ambitie: Een klimaatrobuust en natuurinclusief bedrijventerrein. Natuurinclusief bouwen houdt in dat natuur wordt geïntegreerd in de leefomgeving van de mens en dat er wordt bijgedragen aan de biodiversiteit. Klimaatrobuust verwijst naar het vermogen van een systeem om bestand te zijn tegen en zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering zoals extreme weersomstandigheden.
Doelstellingen Vlaanderen en de EU Vlaanderen 2030
-
EU 2030
-
Vlaanderen 2050
-
EU 2050
-
Tegen 2030 stopt Vlaanderen met netto bijkomende verharding via het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (bouwshift). De Blue Deal bevordert infiltratie, buffering en ontharding in steden en bedrijventerreinen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt bindende regels voor minder verharding en meer waterdoorlatende materialen. Initiatieven zoals Blauwgroen Vlaanderen en het Groen-Systeem voor Verharding stimuleren kennisdeling over klimaatadaptatie en biodiversiteit. Natuurgebaseerde oplossingen (NBS) worden aangemoedigd om hitte-eilandeffecten te verminderen. De EU Biodiversity Strategy zet in op herstel van minimaal 20% van land- en zeegebieden en bevordert ontharding voor betere stedelijke ecosystemen. De Nature Restoration Law legt bindende hersteldoelen op, met aandacht voor groenblauwe netwerken en minder verharding. De EU Green Deal stimuleert natuurinclusieve stadsplanning met nadruk op klimaatadaptatie en waterinfiltratie. EU-financiering ondersteunt innovatieve projecten rond ontharding en biodiversiteit. Vlaanderen streeft naar klimaatbestendige en waterneutrale stedelijke en industriële gebieden, met ontlasting van verharding en sterke groenblauwe netwerken. Waterinfiltratie en buffering worden standaard in nieuwe en bestaande infrastructuren geïntegreerd. Collectief groenbeheer en biodiversiteit zijn standaard op bedrijventerreinen, ondersteund door o.a. VITO en Natuurpunt. Onthardingstechnieken verminderen hittestress, wateroverlast en biodiversiteitsverlies.
Europa wil een klimaatneutrale en ecologisch herstelde leefomgeving met geïntegreerde groenblauwe infrastructuur. Steden beschikken over robuuste ecosysteemnetwerken die hitte-eilanden en waterbeheer optimaliseren. Innovatie en technologie ondersteunen grootschalige ontharding en biodiversiteitsherstel. Circulaire economie is verweven met duurzaam water- en bodembeheer om verharding te beheersen.
Het traject van Bedrijventerreinen van de Toekomst heeft een waardevolle analyse en visie opgeleverd van het bestaande groen, waarop een transitieplan is gebaseerd. Deze transitie richt zich voornamelijk op het ontharden van de bestaande wegenis. Hierdoor ontstaat ruimte voor een groenblauwe dooradering, wat bijdraagt aan de ontwikkeling van een klimaatrobuust en natuurinclusief bedrijventerrein voor de toekomst.
50
AMBITIES
6.1
Klimaatambities
6.3.2 Natuurlijke hulpmiddelen
6.1.1
Broeikasgasemissies verminderen
-
-
6.1.2 -
-
MAAIVELD
VERTICAAL
Energie-efficiëntie verhogen
Passieve koeling door strategisch geplaatste bomen, waterpartijen en groene daken. Verminderen van de koelbehoefte van gebouwen door groendaken -en gevels.
6.1.3
HORIZONTAAL IN VERHEVEN VLAK
Duurzame mobiliteit stimuleren
33
38025C0086/00A003
98
38025C0086/00Z002
38025C0118/00Z000
38025C0086/00T002 38025C0086/00F003
38025C0115/00C005
38025C0114/00P003
1B
33A
38025C0086/00R002
38025C0119/00W000
33B
38025C0086/00P003
3
38025C0217/02E003 38025C0217/00D011
38025C0217/00X004 3.85
38025C0217/00C004
38025C0217/00B005 38025C0217/
4.09
3
1 38025C0217/00C010 4.27
3.85
5
nieuw/ontbrekend/weginrichting
4.30
3.83
38025C0115/00Y003
94 111
38025C0119/00B002
3
38025C0217/02A003 4.27
38025C0217/00C009
18
3.91
38025C0115/00P004
3.71
1
38025C0217/00E011
3.78
Suikerbietstraa
weg
-
Groene infrastructuur, zoals kleine groene plekken, corridors met houtachtige en bloemrijke beplanting en, binnen een vlekkenstrategie, stedelijke bossen, draagt bij aan de opname van CO₂. Duurzame vervoersnetwerken met fietspaden en voetgangerszones om andere vervoersmiddelen te stimuleren en de uitstoot te beperken. De 3-30-300-regel is om steden koeler, gezonder en klimaatrobuuster te maken door voldoende bomen en groen te integreren: iedereen ziet drie bomen, elke buurt heeft 30% boomkroonbedekking en iedereen woont op max. 300 meter van een groene ruimte.
38025C0217/00B008
38025C0217/00C008
38025C0217/00A008
3.88
38025C0217/00Z007 38025C0217/00Y007
17
t
Zuidburg
-
Rietkragen en oeverbeplanting voor waterfauna en vogels. Dood hout als schuilplaats en voedselbron. De beplanting moet in hoofdzaak inheems zijn en zal plekgebonden onderzocht moeten worden. De bodem, watergebondenhied en zoutintrusie is sterk wisselend per zone.
38025C0217/00D008
38025C0217/00X007 38025C0217/00W007 4.21
38025C0217/00E008
27
38025C0217/00V007
4.24
38025C0217/00T007
7
38025C0217/00S007
38025C0217/00R007 38025C0217/00P007
38025C0217/00N007
9
5
3
4.17
11
13
23
21
19
38025C0217/00Z009
3.68
25
38025C0217/
3
29 31
33
15 4.39 4.41
35
Suikerbiet
4.33
4.34
4.36
4.17 38025C0217/02B003
Suikerbiet
straat
Suikerbietstraat 4.45
3
38025C0217/00Y013 4.39
straat
5
6
2 3.89 38025C0217/00H011
4.42
4
4.44
6
38025C0217/00P011
8
38025C0217/00M011
8
2
4.43
38025C0217/00E012
10
38025C0217/00N011
12
4.35
14
38025C0217/00R011 38025C0217/00S011
20 16
38025C0217/00X011
38025C0217/00T011
9
22
38025C0217/00V011
18
109
10
1
24
38025C0217/00W011
38025C0217/00Y011 3.68 38025C0217/00Z011
weg
3.52
38025C0116/00G000
11
107
Zuidburg
19
38025C0217/00B012
38025C0217/00D010
12
4
7 1
3.49
38025C0217/00N015
38025C0217/00C012
38025C0217/00A012
38025C0217/00F011 3.66
38025C0217/00M015
4.02
3.63
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.55 4.02 38025C0217/00A016
3.66
3.59
-
Multimodale knooppunten met aantrekkelijke groene ruimtes Losliggende fietspaden ingebed in een groene omgeving met ontharding en een slim voorziene minimale wegbreedte. Groenblauwe bufferzones langs wegen om luchtkwaliteit te verbeteren, geluid te beperken en oppervlaktewater op te vangen.
3.59
38025C0125/00Z000
38025C0217/00D012 gewijzigde/foutieve geometrie/weginrichting
38025C0217/00Z013
3.65
weg
38025C0122/00P002
38025C0126/00S003
38025C0126/00X002
Zuidburg
70
68
58
38025C0126/00Z002
66
38025C0126/00N003
105 3.80 38025C0122/00K002
38025C0126/00A003
64 60
38025C0126/00B003
62
103 38025C0122/00L002
38025C0126/00S002
101 38025C0122/00H002
99
38025C0122/00W000
38025C0122/00B002 38025C0217/00T009
3.91
38025C0217/00V 009 4.28
4.29
3.84
97-97A
38025C0121/00K004
95
3.80
52
38025C0121/00H004 4.27
93 91
50E 50D
38025C0121/00M002
89
38025C0122/00M002
87
50C
38025C0121/00T000
38025C0121/00Z003
50B
85 3.82
38025C0121/00Y003
50A 3.92
38025C0217/00X006
83
50 48 46A
46
38025C0121/00X000
38025C0217
38025C0121/00Y000
Zuidburgweg
-
90-92
38025C0125/00A002
81 38025C0121/00A004
79 38025C0121/00B002
77 38025C0121/00W003
38025C0 38025C0121/00L004
75 38025C0216/00Z 38025C0121/00K000
73
3.89 38025C0216/00A005
38025C0121/00P004 3.92
71
3.90
38025C0216/00H005 38025C0144/00C000 38025C0121/00N004
55
69
38025C0216/00B005
34 38025C0121/00X003
38025C0216/00E005
67
3
38025C0217/00C015
36
38025C0216/00G005
38025C0144/00B000
65
38025C0121/00K003
38025C0142/00C000
37
38025C0121/00B004
63
38025C0216/00X004
38025C0217/00V006
38025C0121/00C004
61 3.85 38025C0121/00D004
38025C0216/00L00 38025C0217/00K013
38025C0121/00F004
38025C0217/00T006
38025C0146/00W000
59C
38025C0217/00F015
1
HORIZONTAAL IN BREDE CONTEXT
38025C0151/00T000
49
3
38025C0152/00M000
38025C0151/00W000
38025C0217/00G010
4.23
3.99 4.50
Werkplaatsstraat
4.48
3.84
3.77 4.19 4.52
3.78
aat 3.88
Werkplaatsstr
4.29
6 3.75 3.83 3.75
aat Werkplaatsstr
3.92 3.92
3.77 3.85 3.78 38025C0217/00H012
aat 3.91
Werkplaatsstr
4.02
4.28
50
38025C0152/00Y000
4.29
4 4.50
38025C0152/00Z000
4.54
38025C0184/00S000
4.46
38025C0581/00A000
50B
38025C0152/00R000
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
1 1
38025C0183/00F000
Vaartstraat
38025C0183/00G000 4.43
4.47
4 4.56
50A
38025C0152/00P000
3.75
38025B0338/00X004 3.59
38025B0338/00Y004
at Nijverheidsstra
3.84
3.72
4.35
3.73 3.88
3.86
3.90
3.75
3.94 3.92
4.01
3.92
t
Lovaartdijkweg
6.2 Groenblauwe ambities
3.93
3.91
Nijverheidsstraa
4.09
38025C0168/00N000
4.31
38025C0178/00N002
51
38025C0178/00G002
38025C0178/00Z002
38025C0178/00P002
38025C0178/00V002
38025C0178/00S002
38025C0178/00T002
Vaartstraat
52-53
38025C0178/00R002
38025C0178/00W002
21
4.78 4.79
38025C0569/00C000
4.46
38025C0178/00X002
38025C0178/00E002
38025C0157/00R000
38025C0178/00Y002
52-53
4.35
38025C0569/00B000
52-53 38025C0178/00Y000
19A
19
38025C0178/00V000
Vaart straa t 38025C0569/00A000
4.32
17
3.38
38024A0037/03_000
3.92
4.29
I laan
4.59
4.63
58
Vaartstraat
38024A0037/05C000
Vaartstraat
Vaartstraat
4.27
60
38024C0174/00K000
Vaarts
Multidimensionaal vergoenen tot een groter geheel
Private ruimte
figuur 20
Vogels
+20m
TURBO
3,77
D A F 2300
Waterinsecten
3,96
3,94
Amfibieën
MV -0,4m Kleiige polderafzetting (vruchtbare klei met leem)
Kleiige poelgronden (natte klei met hoge organische stof) verziltingslaag
Klei van aalbeke (vrijwel ondoordringbare laag)
Verzilting
figuur 21
Vernieuwde wegenis als ecosysteem
51
traat
aat uisstr Gasth
Menselijke hulpmiddelen
Vleermuizenkasten, migratietunnels, takkenrillen voor beschutting, insectenhotels, egeltjes-wegen (egelwegel) tussen tuinen en groenzones.
38024A0037/05B000
4.78 4.61
6.3 Gelaagde (klimaat)beplanting
-
57
Albert
Vliegende insecten
6.3.1
laan
56
Vaartstraat
-
I Albert
3.64 4.46
t
-
38025C0178/02_000
straa
-
Regenwaterinfiltratiebuffers met oevervegetatie. Tegen 2027 moet alle riolering gescheiden zijn en moet regenwater zoveel mogelijk ter plekke infiltreren Ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Inzet van tijdelijke natuur op braakliggende terreinen voor snelle winst in biodiversiteit. Aanplant van bomen die generaties meegaan en tot 100 jaar of ouder worden. Vruchtdragende bomen en struiken voor voedselvoorziening. Bloemrijke graslanden voor bestuivers. Groene gevels, gevelbeplanting, intensieve en extensieve groendaken.
straat
Vaart
-
54-55
38025C0178/00L002
4.16
Vaart
7
Sociale dienstverlening
Algemene visie per subthema binnen het thema sociale dienstverlening: -
Deelmobiliteit
Door gedeelde mobiliteitsoplossingen te integreren in de ruimtelijke structuur van het bedrijventerrein, kan worden ingespeeld op diverse verplaatsingsnoden van werknemers en bedrijven, met aandacht voor duurzaamheid, flexibiliteit en inclusie. -
Deeleconomie
De kern van deeleconomie is het versterken van samenwerking tussen bedrijven door het gezamenlijk gebruiken van middelen, infrastructuur en kennis. Hierdoor kunnen kosten worden gedeeld, efficiëntie verhoogd en de ecologische voetafdruk verkleind. Deeleconomie fungeert daarbij als hefboom voor innovatie, veerkracht en wederzijds vertrouwen tussen bedrijven. -
Veiligheid en onderhoud
Een veilig en goed onderhouden bedrijventerrein is een gedeelde verantwoordelijkheid. Door dit structureel en collectief te organiseren, blijft de omgevingskwaliteit duurzaam gewaarborgd en kunnen risico’s beter worden beheerst. Dit draagt bij aan een professionele, betrouwbare en aantrekkelijke werkomgeving voor bedrijven, werknemers en bezoekers. -
Dienstverlening
Bedrijventerreinen ambiëren een geïntegreerd en samenhangend aanbod van collectieve dienstverlening dat zowel inspeelt op de dagelijkse behoeften van bedrijven en werknemers als aansluiting vindt bij het lokale netwerk van sociale diensten. Door diensten te bundelen, slim te organiseren en actief samen te werken met maatschappelijke partners, kan de werking van bedrijven worden ondersteund, de kwaliteit van de werkomgeving worden verhoogd en de sociale vitaliteit van het terrein worden versterkt. -
Werk & Opleiding
Op het vlak van werk en opleiding willen bedrijventerreinen inzetten op samenwerking als antwoord op structurele uitdagingen op de arbeidsmarkt. De ambitie is om collectieve initiatieven te ontwikkelen die talent aantrekken, competenties versterken en levenslang leren faciliteren. Door kennis en opleidingsinspanningen te delen, kunnen bedrijven zich samen wapenen tegen schaarste aan arbeidskrachten en inspelen op de vraag naar nieuwe vaardigheden bij werknemers. Het bedrijventerrein fungeert zo als een leer- en ontwikkelomgeving voor werknemers en organisaties. -
Welzijn
Welzijn vormt een essentiële pijler van duurzame bedrijventerreinen. De ambitie is om welzijn integraal te benaderen, met aandacht
52
AMBITIES
voor fysieke, mentale en sociale aspecten van werken. Door collectieve initiatieven te stimuleren, kunnen bedrijventerreinen bijdragen aan gezonde, veilige en sociaal verbonden werkomgevingen. Welzijn wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid die bijdraagt aan duurzame tewerkstelling, betrokkenheid en productiviteit.
Ambities 2030 en 2050 Vlaanderen 2030
EU 2030
Vlaanderen 2050
EU 2050
VLAIO: De Vlaamse overheid wil bedrijventerreinen ook een sociaal-maatschappelijke functie laten vervullen, bijvoorbeeld door te zorgen voor maatschappelijk verantwoorde werkgelegenheid en veilige werkomstandigheden.
SDG 3: bevordering van veilige en gezonde werkomstandigheden; SDG 8: waardig werk en duurzame economische groei; SDG 10: verminderen van ongelijkheden tussen werknemers en bedrijven
De EU heeft in de Sociale Richtlijn van de EU als doelstelling dat bedrijven en bedrijventerreinen zorgen voor sociaal verantwoorde werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden en bijdragen aan de inclusie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt.
SDG 5: bevordering van gendergelijkheid op de werkvloer; SDG 8: inclusieve en waardige werkgelegenheid; SDG 10: sociale inclusie van kwetsbare groepen.
Visie 2050: De sociale duurzaamheid op bedrijventerreinen moet bijdragen aan gelijkheid op de werkvloer, inclusieve werkgelegenheid en de bevordering van sociale impact door bedrijven die zich inzetten voor hun gemeenschappen.
SDG 8: inclusieve werkgelegenheid en economische veerkracht; SDG 10: gelijke kansen en sociale inclusie; SDG 11: versterking van sociaal-maatschappelijke cohesie op bedrijventerreinen; SDG 17: samenwerking en partnerschappen tussen bedrijven en lokale gemeenschap.
De EU streeft naar een sociale economie waarbij sociale inclusie en gelijkheid van kansen worden bevorderd. Bedrijven op bedrijventerreinen moeten bijdragen aan het creëren van werkgelegenheid voor kwetsbare groepen en het bevorderen van sociaal verantwoorde arbeidsomstandigheden. (European Pillar of Social Rights)
SDG 5: gelijke kansen en gendergelijkheid; SDG 8: sociaal verantwoorde werkgelegenheid; SDG 10: inclusie van kwetsbare groepen; SDG 17: samenwerking voor sociale inclusie op bedrijventerreinen.
Visie voor het bedrijventerrein: Voortbouwend op de bestaande samenwerking binnen Veurne@Work en de ervaring van de hr-werkgroep is de ambitie om opleidingsnoden niet langer individueel, maar gezamenlijk te benaderen. Door opleidingen te bundelen, kennis te delen en initiatieven af te stemmen, kan men bedrijven ondersteunen in het versterken en behouden van competenties, de duurzame inzetbaarheid van werknemers verhogen en schaalvoordelen realiseren. Collectieve opleidingen fungeren daarbij als hefboom binnen sociale dienstverlening en dragen bij aan de aantrekkelijkheid en veerkracht van het bedrijventerrein.
53
D MASTERPLAN
1
Langetermijnvisie 2050
56
1.8 Landschap
58 66 68 70 72 74
2
Kortertermijnvisie 2030
76
2.1
Zuinig ruimtegebruik
2.6 Landschap
78 79 80 81 82 84
3
Quickwins
86
4
Straatprofielen
88
4.1
Noordelijke lus
88 90 91
1.3 Zuinig ruimtegebruik 1.4 Energie 1.5 Water 1.6 Materiaal 1.7
Mobiliteit
2.2 Energie 2.3 Water 2.4 Materiaal 2.5 Mobiliteit
4.2 Centrale as 4.3 Zuidelijke lus
1
Langetermijnvisie 2050
SCENARIO'S ROC
figuur 22
56
Toekomstvisie 2050
MASTERPLAN
figuur 23
P
Scenario 1 ROC: een knip voor doorgaand verkeer in de Vaartstraat om zo een conflictvrije overslagzone en beter gebruik van het ROC te garanderen.
figuur 24
Scenario 2 ROC: nieuwe rotonde maakt keren vanuit de Vaartstraat mogelijk, waardoor je in de correcte richting het ROC kan bereiken.
c
opties voor een waterbuffer
nieuwe toekomstbomen
E-hub
toekomstige windturbines
laadmogelijkheden
knip voor doorgaand verkeer
deelmobiliteit
fietslus
mogelijke verblijfsruimte (lunchplek)
toekomstige percelen
warmtenet
grachtensysteem
aansluiting vanuit jaagpad op nieuwe fietsbrug
warmtenet
regenwaterputten
infiltratievoorzieningen
voetgangers
logistieke lus met richtingaanduiding
fietsverbinding
fietsinfrastructuur
ROC
groene bufferzones
Furnevent
toekomstige logistieke verbinding
veilige oversteekplaats voor fietsers en voetgangers
bedrijfskoers (private wegenis voor bedrijven)
57
1.1
Zuinig ruimtegebruik
Zuinig ruimtegebruik streeft naar een zo efficiënt mogelijke inrichting van de beschikbare ruimte. Binnen het masterplan komt dit tot uiting in zowel de inrichting van het openbaar domein als de ontwikkeling van de private percelen. Voor deze percelen zijn spelregels opgesteld die toekomstige transformaties in goede banen moeten leiden. Deze regels bevorderen een samenhangend en ruimte-efficiënt ontwerp, waarbij verdichting, gestapeld bouwen en gedeeld ruimtegebruik worden gestimuleerd.
1.1.1 -
-
-
Spelregels percelering
Het bedrijventerrein heeft de ambitie om een plek te geven aan een mix van regionale en lokale bedrijvigheid. Hiervoor is een flexibel frame van belang waar zowel ruimte is voor grote als kleinere percelen. Om de diversiteit van bedrijven te kunnen waarborgen op de site, moeten large (12.000 - 30.000m2) tot extra large percelen (> 30.000 m2) beschermd worden. Versnippering van grote percelen is bijgevolg ongewenst. Ze kunnen niet verder worden opgesplitst. Kleinere percelen onder 5.000 m² passen niet binnen het gewenste profiel van het regionaal bedrijventerrein. Stelselmatig wordt ingezet op het samenvoegen van deze percelen tot grotere, efficiëntere kavels. Intensief ruimtegebruik wordt gestimuleerd door in te zetten op tweegevelgebouwen i.p.v. viergevelgebouwen. De verhouding van bebouwing tot het terrein (B/T-index) kan daardoor verhoogd worden van gemiddeld 50% naar 70% B/T.
figuur 26 spelregel “van viergevelgebouwen naar tweegevelgebouwen”
tweegevelbedrijven op perceel: 70% bebouwd en 30% onbebouwd driegevelbedrijven op perceel: 50% bebouwd en 50% onbebouwd windturbines M
5.000 - 12.000m²
L
12.000 - 30.000m²
XL
> 30.000m² gekoppelde toegangen kwaliteitsvereisten ook koppelen aan het toelaten van 'hoger bouwen' strengere architectuur kwaliteitsvereisten op strategische locaties
figuur 25
mix van perceelsgroottes: van medium tot extra large
maximaal 7 bouwlagen maximaal 4 bouwlagen
58
MASTERPLAN
figuur 27
zuinig ruimtegebruik themakaart 2050
59
1.1.2
Spelregels bebouwing
De volgende spelregels hebben tot doel dat de ondernemer het maaiveld zo doordacht mogelijk benut en zijn ruimte maximaal collectiviseert, deelt of stapelt. Hierdoor wordt de ruimte die nodig is voor de bedrijfsvoering geoptimaliseerd en ontstaat er bijkomende ruimte voor groen en water, wat essentieel is voor een klimaatadaptieve inrichting van het terrein. (Voor verdere toelichting over dit thema verwijzen we naar het project Saving Space16.) -
-
-
-
-
-
16
17
Spelregel: opslag aan de achterzijde of inpandig “Opslag wordt aan de achterzijde of inpandig geclusterd buiten het zicht vanaf de straat. Deze logistieke ruimtes worden bij voorkeur gedeeld.’’
Toegangen tot de percelen worden gebundeld om ruimte te besparen, in het kader van de draaicirkels van vrachtverkeer, en zo min mogelijk conflictzones te hebben tussen fiets- en wandelverkeer en gemotoriseerd verkeer. Voorkanten en logistieke toegangen richten zich tot de lus. Fietsenstallingen worden zoveel mogelijk ingericht aan de fietsinfrastructuur (vrij van het conflict met logistiek verkeer), bv. aan de achterliggende trage weg. De bouwlijn wordt uniform uitgezet zonder verspringingen en bevindt zich op een bepaalde afstand van de rooilijn om ruimte te geven aan een private wadi. Bedrijven kunnen vanaf de bouwlijn een kwalitatieve gevelwand17 bouwen. Functies zoals kantines, opslag, vergaderzalen, enz. kunnen efficiënt gedeeld worden in plaats van individueel te voorzien. Deze ruimtes kunnen intern geschakeld worden tussen gebouwen en/of opengesteld worden via een deelsysteem. Waar mogelijk kan er gekeken worden om logistieke opslagruimtes te bundelen en af te stemmen op buurbedrijven. Dit zorgt voor een efficiënter ruimtegebruik. Om de beeldkwaliteit van het terrein te verhogen, worden deze opslagruimtes bij voorkeur intern in het eigen bedrijfsgebouw of achteraan het gebouw ingericht, zodat de opslag niet zichtbaar is vanuit de straat. Functies zoals kantoorruimtes of vergaderzalen worden zoveel mogelijk gestapeld. Daken worden zoveel mogelijk gebruikt voor verschillende soorten programma's zoals zonnepanelen, parkeren, een recreatieruimte voor werknemers of waterbuffering. Multifunctionele invulling geeft nog meer waarde. Zo leveren zonnepanelen in combinatie met een groendak meer op.
Saving Space: Dit is een traject waarin de provincie West-Vlaanderen, onder impuls van de Vlaamse overheid, samen met actoren onderzocht hoe bedrijfspercelen op een duurzame en ruimte-efficiënte manier kunnen worden ingevuld. De publicatie ‘Saving Space: zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik op bedrijventerreinen’ formuleert zes ambities om op termijn te komen tot een efficiënt ruimtegebruik op bedrijventerreinen. Zo wil de provincie het bestaand ruimtebeslag beter en intensiever gebruiken en zo de druk op de open ruimte verminderen. Kwalitatieve gevelwand: Dit is een continu, zorgvuldig vormgegeven gevelrij die bijdraagt aan een ordelijke, leesbare en aantrekkelijke ruimtelijke structuur. De gevelrij vormt een samenhangend straat- of terreinbeeld en omvat architecturale kwaliteiten. Dit kan op verschillende manieren worden vormgegeven, namelijk via materialisatie, ritmiek, transparantie, detaillering enz. De gevelwand versterkt de oriëntatie, ruimtelijke samenhang en visuele kwaliteit van het publieke domein.
figuur 28
60
MASTERPLAN
Maroastraat, Amsterdam
Spelregel: van horizontaal naar verticaal “Functies zoals kantoorruimtes of vergaderzalen worden zoveel mogelijk gestapeld.’’
figuur 29 Werkliedenloods, Machelen - WE-S architecten
Spelregel: daken gebruiken “Daken worden zoveel mogelijk gebruikt voor een bijkomende functie: bijvoorbeeld voor parkeren, zonnepanelen, waterbuffering of recreatie voor werknemers.”
figuur 30 BALDR, Brugge
61
Spelregel: logistieke toegangen koppelen “De verharding voor opritten naar de individuele bedrijven wordt zoveel mogelijk gekoppeld.”
figuur 31 Wiedauwkaai, Gent
62
MASTERPLAN
Spelregel: fietsenstallingen aan fietsinfrastructuur “Stimuleren om fietsenstallingen aan de fietsinfrastructuur te leggen, zodat je rechtstreeks van het fietspad of trage weg je fiets kan afzetten bij de fietsenstalling.”
figuur 32 Bluegate, Antwerpen
Spelregel: één uniforme bouwlijn
Spelregel: ruimte delen
“De bouwlijn wordt uniform uitgezet en bevindt zich op een bepaalde afstand van de rooilijn met architecturale uniformiteit als doel."
“Functies zoals kantines, opslag, vergaderzalen enz. kunnen efficiënt gedeeld worden in plaats van individueel te voorzien.”
figuur 33
MBS + BMC gebouw, Roeselare
figuur 34 Kantine Belpairegebouw, Brussel
63
1.1.3
Spelregels parkeren
Op de site kan worden gekozen voor de realisatie van een collectief parkeergebouw, bijvoorbeeld ter hoogte van Furnevent. In de toekomst zou eventueel een tweede parkeergebouw aan de zuidelijke lus kunnen worden toegevoegd. Andere opties zijn om het parkeeraanbod zo efficiënt mogelijk te organiseren. Hierbij wordt in de eerste plaats gekeken naar het delen van vandaag nog private parkeervoorzieningen. Daarnaast kunnen principes worden toegepast om de inrichting van private parkeervoorzieningen te optimaliseren. Parkeren op maaiveld wordt vermeden. De voorkeur gaat naar parkeren op het dak, inpandig parkeren of parkeren op niveau 0 van het gebouw (bijvoorbeeld onder een kantoorzone). Deze opties blijven bewust open, omdat de uiteindelijke keuze afhankelijk is van toekomstige behoeften, mobiliteitsontwikkelingen, financiële haalbaarheid en de link met het collectieve energieverhaal (zie ook businesscase Furnevent).
Spelregel: parkeren optie 1 “Collectieve parkeervoorziening, toegankelijk voor alle bedrijven op het bedrijventerrein."
64
MASTERPLAN
figuur 35
Parking Keerdok, Mechelen - POLO architects
Spelregel: parkeren optie 2 “Gedeelde parkeervoorzieningen tussen een aantal bedrijven.”
figuur 37 Wiedauwkaai, Gent, parkeren op level 0
figuur 36 Parking Zandpoortvest, Mechelen
Spelregel: parkeren optie 4
Spelregel: parkeren optie 3 “Parkeren dat niet collectief is geregeld, wordt op het dak of intern in het gebouw of onder het gebouw op level 0 ingepast.”
“Parkeren in de open ruimte op maaiveld wordt op perceelsniveau ontmoedigd. Dit is namelijk geen voorbeeld van zuinig ruimtegebruik en gaat ten koste van bebouwd oppervlak.”
P P P
65
1.2
Energie
Tegen 2050 moet Veurne Zone I uitgroeien tot een energie- en klimaatneutraal bedrijventerrein, met een robuust, lokaal verankerd en flexibel energiesysteem. De visie is gebaseerd op vier pijlers: collectieve warmte, hernieuwbare elektriciteit, slimme energiesturing en gedeeld eigenaarschap. Op die manier speelt het bedrijventerrein in op zowel de Vlaamse als Europese klimaatambities. In deze visie wordt het bestaande warmtenet verder uitgebreid tot een volwaardig collectief systeem voor warmtevoorziening, gevoed door lokale duurzame bronnen. Naast de bestaande restwarmtelevering door PepsiCo komen bijkomende warmtebronnen in beeld, zoals geothermie (KWO en BEO-velden) en vergisting. Deze bronnen zorgen voor een redundante, toekomstbestendige en fossielvrije warmtevoorziening voor industriële en tertiaire gebouwen. Door slimme sturing kan warmte afgestemd worden op wisselende behoeften en worden pieken vermeden. Op het vlak van elektriciteit zet het terrein maximaal in op lokale opwekking en buffering. Naast de uitrol van PV-installaties op daken en overdekte parkeerzones, worden grotere windturbines langs de E40 geplaatst. Dit zorgt voor een constante aanvulling op de productie uit zonlicht. Via collectieve batterijopslag en slimme netwerking wordt de productie optimaal afgestemd op het verbruik. Het terrein ontwikkelt zich hiermee tot een energiehub met beperkte afhankelijkheid van het externe net. De integratie van een energiebeheersysteem (EMS) en het opzetten van energiedelen tussen bedrijven versterken de energie-efficiëntie en zorgen voor een gedeeld voordeel bij flexibiliteit, prijsoptimalisatie en investeringen. Waar mogelijk worden energie-investeringen georganiseerd via samenwerkingsvormen zoals energiecoöperaties of publiek-private structuren. De langetermijnvisie op energie sluit aan bij de ruimtelijke ambities: toekomstige gebouwen worden fossielvrij verwarmd en gekoeld, het openbaar domein wordt benut voor warmtenet, laadinfra en buffering, en een centrale e-hub bundelt functies zoals laden, opslag en sturing. Kortom, Veurne Zone I wordt tegen 2050 een collectief georganiseerde, zelfvoorzienende en CO₂-neutrale energiezone die de uitdagingen van de toekomst het hoofd biedt met duurzame technologieën en sterke samenwerking.
zone hoogtebeperking van 45m
randvoorwaarden kaart windturbines
Randvoorwaarden windturbines: Afstand tot wegen: - lokale wegen: rotorzone op minstens 30m van de weg - E40: rotorzone op minstens 50m van de weg - geen overhangende wieken boven de openbare weg Afstand tot gebouwen en obstakels: - voor (middel)grote turbines minimale afstand = tiphoogte tot 'vreemde' gebouwen Opstelling en afstand tussen turbines: - rijen bij voorkeur parallel aan dominante ZW-windrichting - afstand: 7-10x rotordiameter in de windrichting, 3-5x zijwaarts Leidingen, spoor en waterlopen: - Min. 45m afstand van de hoogspanningslijn (Elia) Geluid en slagschaduw (VLAREM): - Max. 30 min/dag werkelijke slagschaduw per woning
maximaal PV-panelen op daken (via groepsaankoop) laadplein in gebouw e-hub: Elia-transformator, collectieve batterijopslag collectieve parkeervoorziening: deelmobiliteit, laden, vrachtwagenparking
zone hoogtebeperking van 80m
restwarmtebronnen: restwarmte van de bedrijven vormt een bron voor het warmtenet
geen luchtvaartgebonden hoogtebeperkingen
mogelijke opstelzones windturbines
windturbine vrije zone
66
figuur 38
MASTERPLAN
figuur 39
energie themakaart 2050
67
1.3
Water
Waterneutraal of waterpositief tegen 2050 door regenwaterhergebruik (lost ook de overstromingsgevoeligheid van het terrein op) -
Openbare wegen maximaal infiltreren via grachten en infiltratiezones in de groenstrook Waterneutraal: regenwater inzetten voor volledige watervraag van het bedrijventerrein Waterpositief: meer regenwater inzetten dan watervraag van het bedrijventerrein door injectie in het drinkwaternet van Aquaduin
staande silo’s van Aquaduin. Voor de uitgebreide beschrijving van dit subscenario, zie samenvatting businesscase collectieve waterbuffer pagina 126.
Deze twee scenario’s werden bestudeerd in een businesscase (zie bijlage vanaf pagina 220). Momenteel is dit nog niet rendabel, maar richting 2050 kan dit wel interessant zijn. Hieronder kort de scenario’s toegelicht.
1.3.1
Subscenario 1: Drinkwater voor bedrijventerrein
In dit scenario voert een nieuwe RWA op het bedrijventerrein het regenwater van de daken en wegenis van de bedrijven naar een collectieve, open hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen op nog onbebouwd terrein ten zuidwesten van het bedrijventerrein, aan de overkant van de Lovaart. Hier wordt het regenwater opgezuiverd tot drinkbaar water en opgeslagen in een buffertank. In dit scenario is het de bedoeling om het bestaande drinkwaternet in het bedrijventerrein niet meer te gebruiken, maar enkel nog gebruik te maken van het nieuwe drinkwaternet dat aangelegd zal worden op het bedrijventerrein. Wanneer er niet genoeg regenwater voorhanden is om aan de drinkwatervraag op het terrein te voldoen, zal stadswater van Aquaduin aangevuld worden in de buffer waarin het opgezuiverde regenwater gestockeerd wordt. Zo wordt aan de gebruikers gegarandeerd dat er altijd drinkwater uit de kraan zal komen. Voor de uitgebreide beschrijving van dit subscenario, zie businesscases.
1.3.2
Subscenario 2: Drinkwater voor Aquaduin
In de huidige situatie staan twee silo’s van Aquaduin ten zuidwesten van het bedrijventerrein, die gebruikt worden om bij veel afname het drinkwaternet extra onder druk te kunnen zetten. De silo’s worden m.a.w. gevuld bij weinig afname en op het net gezet bij veel afname. In dit subscenario is het de bedoeling om het opgezuiverde regenwater tot drinkwater op te slaan in deze silo’s, waarna het op het drinkwaternet van Aquaduin gezet wordt. Hiervoor wordt een nieuwe RWA op het bedrijventerrein aangelegd om het regenwater van de daken en wegenis van de bedrijven naar een collectieve, ondergrondse hemelwaterbuffer van 33.000 m³ te voeren op het terrein van Aquaduin. Hier wordt het regenwater opgezuiverd tot drinkbaar water en opgeslagen in de twee be-
68
MASTERPLAN
individuele regenwaterputten worden slim gestuurd voor maximale buffering en water wordt gedeeld met de buren wateropvang via retentiedaken regenwater van de bedrijven gaat naar de buffer bufferbekken (zuivering van regenwater/restwater tot drinkwater) afwatering van de straten naar de grachten Suikerpark en vaart infiltratiegrachten
figuur 40
water themakaart 2050
69
1.4
Materiaal
1.4.1
Industriële symbiose
Tegen 2050 streven we naar een maximaal geïntegreerd netwerk van materiaaluitwisseling tussen bedrijven op het terrein. Naast directe symbiose wordt ook indirecte symbiose nagestreefd, waarbij stromen via tussenstappen of tussenbedrijven worden gevaloriseerd. Deze tussenstappen kunnen bestaan uit recyclage, upcycling, zuivering, vermalen of herverwerking van materialen, zodat ze geschikt worden voor nieuwe toepassingen bij andere bedrijven. In deze fase ligt de focus op minder voorkomende industriële stromen op het terrein, die complexer zijn om te verwerken maar een grotere circulaire meerwaarde kunnen bieden. Het doel is om de meeste, idealiter alle, grote spelers op het terrein, en eventueel daarbuiten, met elkaar te verbinden.
1.4.2
Collectief afvalbeheer
1.4.3 Samenvatting en vooruitblik Met de uitwerking van het toekomstbeeld richting 2030 en 2050 zijn twee strategische pijlers naar voren geschoven: industriële symbiose en collectief afvalbeheer. Beide pistes bieden concrete kansen om het bedrijventerrein in Veurne te transformeren tot een circulaire en efficiënte werkomgeving, waarbij samenwerking tussen bedrijven centraal staat. De overslaghal op het recyclagepark van IVVO vormt hierin een belangrijke fysieke schakel. Verder zullen ook het maatwerkbedrijf InterWest en de Kringwinkel West een relevante rol spelen binnen dit transitieproces. In het volgende hoofdstuk gaan we dieper in op het potentieel voor industriële symbiose. Aan de hand van een theoretische oefening worden de aanwezige bedrijven gecategoriseerd en worden mogelijke materiaaluitwisselingen in kaart gebracht. Zo bouwen we verder aan een gedragen en realistisch transitiepad.
Hier worden opnieuw twee scenario’s uitgewerkt: -
-
Scenario A: recyclagepark blijft op het terrein. Het bestaande recyclagepark wordt verder geïntegreerd in een circulair ecosysteem op het bedrijventerrein, waarbij de beschikbare capaciteit maximaal wordt aangewend. Wanneer de aanwezige capaciteit volledig is benut, zouden er lokale minihubs opgericht kunnen worden op individuele bedrijfssites, waar specifieke fracties van verschillende bedrijven worden ingezameld en ter beschikking gesteld van andere bedrijven. Scenario B: recyclagepark wordt samengevoegd met dat van een buurgemeente. Als het recyclagepark wordt verplaatst, kan de vrijgekomen ruimte op het terrein worden omgevormd tot een volwaardige materialenhub. Deze hub kan niet enkel instaan voor verzameling, opslag en overslag, maar ook voor actieve uitwisseling van industriële stromen tussen bedrijven. Dit biedt kansen om de fysieke infrastructuur volledig af te stemmen op de circulaire noden van het bedrijventerrein en de bredere omgeving.
Deze visie benadrukt de synergie tussen beide pijlers: de overslaghal en het recyclagepark kunnen fungeren als fysieke draaischijven voor zowel afvalbeheer als materiaaluitwisseling en vormen zo een essentiële schakel in de circulaire infrastructuur van het bedrijventerrein.
Industriële symbiose Maximaal geïntegreerd netwerk van materiaaluitwisseling Naast directe ook indirecte symbiose (recycling, upcycling) Collectief afvalbeheer Als het containerpark op het bedrijventerrein blijft: oprichting lokale minihubs op individuele bedrijfssites Als het containerpark verdwijnt: oprichting volwaardige materialenhub
70
MASTERPLAN
figuur 41
materiaal themakaart 2050
71
1.5
Mobiliteit
1.5.1
Voetgangers en fietsers
De ringstructuur rond het bedrijventerrein wordt vervolledigd met een fietsverbinding parallel aan de E40. Op termijn kan deze zelfs verder doorgetrokken worden over de Lovaart waar een zoekzone ligt voor een bijkomend regionaal bedrijventerrein. We houden hier de optie open om deze verbinding zowel volledig langs de E40 aan te houden dan wel via een fietsstraat over de Ondernemingenstraat te koppelen met een nieuwe fietsbrug.
1.5.5
Scenario's ontsluiting ROC
Scenario 1: een knip voor doorgaand verkeer in de Vaartstraat om zo een conflictvrije overslagzone en beter gebruik van het ROC te garanderen. Scenario 2: nieuwe rotonde maakt keren vanuit de Vaartstraat mogelijk, waardoor je in de correcte richting het ROC kan bereiken.
De ringstructuur voor fietsers wordt verder versterkt door een kwalitatieve noord-zuidverbinding over de Albert I-laan. Deze maakt de doorsteek ter hoogte van Furnevent en voorziet in een gefaseerde oversteek van beide rijbanen over de Albert-I-laan. Ook ter hoogte van de Welvaartstraat wordt een oversteeklocatie voorzien.
1.5.2
Openbaar vervoer
De verschillende parkeergebouwen op het bedrijventerrein worden voorzien van bijkomende deelmogelijkheden om natransport van en naar het openbaar vervoer te vereenvoudigen. Een autonome shuttle kan ook de verbinding maken tussen het station, deze parkeerclusters en de individuele bedrijven.
1.5.3
Verkeerscirculatie
De Albert I-laan vormt de dragende as van het bedrijventerrein. De lus van de Welvaartstraat – Nijverheidsstraat wordt op enkelrichtingsverkeer gebracht. Hierdoor kan er voor een straatprofiel met minder verharding gekozen worden. Ook ten zuiden van de Albert I-laan wordt voor een vergelijkbaar scenario gekozen. Alls er zich een opportuniteit voordoet, worden de Ondernemingenstraat en de Handelsstraat met elkaar verbonden zodat ook hier een enkelrichtingslus ingericht kan worden.
figuur 42
Scenario 1
figuur 43
Scenario 2
deelmobiliteit + laadpunten oversteekplaats fietsstraat (30km/u)
1.5.4 Parkeren
nieuwe fietsbrug
Parkeren wordt geclusterd op een aantal strategische locaties. De parkings functioneren als een hub voor deelmobiliteit en elektrisch laden. Ze vormen ook het vertrekpunt van autonome shuttles en goede fietsverbindingen die de last-mile naar de individuele bedrijven kunnen overbruggen.
ROC P P
gedeelde ruimte: op het dak parkeren, parkeren onder het gebouw trage doorsteek fietsostrade gemotoriseerd verkeer fietsverbinding eventuele door te trekken fietsverbinding logistieke lussen eenrichtingsverkeer
72
MASTERPLAN
SCENARIO'S
figuur 44
mobiliteit themakaart 2050
73
Albert
Bij het bevorderen van fauna en flora door het openbaar en privaat domein te verbeteren, is het essentieel om in te zetten op meerdere gelaagdheden en een bredere context te hanteren. Zo kunnen dieren aangetrokken worden én duurzaam ter plaatse behouden blijven. Subsidies voor groendaken en groene gevels blijven daarbij een belangrijk instrument om vergroening in stedelijke gebieden te stimuleren. Via de EFRO-oproep GTI West-Vlaanderen zullen de eerste groengevels worden verwezenlijkt. Deze zullen verschillende types groengevels tentoonstellen bij verschillende bedrijven als inspiratie voor andere ondernemers. Er worden voorzieningen getroffen om fauna te laten foerageren en te huisvesten, zoals wildtunnels, nestkasten en takkenwallen.
3.8
1
3.6 3.7
3.8
3.7
3.8 3.8
3.7
9
3.8
3.7
3.8
4
6
Picknickplek
3
Albert
DUCO
I laan
Voor het maximaliseren van de toekomstige beeldvisie worden randvoorwaarden opgelegd aan tijdelijke natuur. Zo wordt onbebouwd gebied omgezet in tijdelijke groene plekken. Wanneer er een vergunningsprocedure loopt, moet een bepaald aantal vierkante meters groen behouden blijven of elders gecompenseerd worden.
figuur 45
Voorbeeld (piloot)project bij DUCO
00 B0 00 6B/ 146 4 A01 4 02 3.90 38
16
38
74
H/ 433 14 01
00
H00
0
Handelsstraat 2 3.0
4 3.0
0 3.0
figuur 46
Voorbeeld (piloot)project bij De Torre
4 3.0
00 K0 00 4K/ 154 015 4A 2 0 38
10
groene gevels waterdoorlatende inritten over de regentuinen groendaken
tijdelijke natuur groenbuffer
groene inrichting van infiltratiegrachten
MASTERPLAN
4A
9 7 3.0 3.0 6 3.0
groene trage doorsteek
74
02
0 .2 63 3.2
nieuwe bomen De beplanting bestaat hoofdzakelijk uit inheemse soorten en moet per locatie zorgvuldig worden onderzocht. Dit is nodig omdat bodemgesteldheid, waterhuishouding en zoutintrusie sterk kunnen verschillen tussen deelgebieden. Ook de vegetatieve ontwikkeling zal afhankelijk zijn van deze ondergrondse en externe invloeden.
0
4
2
Wat bomen betreft, wordt er gewerkt met drie grootordes: kleine (tot 6m), middelgrote (6-12m) en grote (>12 m) bomen. In plaats van altijd dezelfde grootorde in een lijnverband te plaatsen op gelijke afstand, wordt er gekeken welke grootordes waar kunnen worden geplaatst. Op straathoeken is er bijvoorbeeld vaker meer ruimte en kan dus een grotere boom worden geplaatst. Deze gelaagdheid in bomen zorgt dat er aan de 3-30-300-regel (drie bomen zichtbaar vanaf iedere bedrijfslocatie, 30% kroonbedekking, maximaal 300 meter tot een groene zitplek) wordt voldaan. Dit zorgt voor aanzienlijk meer schaduw in het gebied. Het beheer van het openbaar en privaat domein wordt aangepast met als doel een omvormingsbeheer te realiseren dat een biodiversere sfeer creëert, inclusief waterinfiltratie waar bedrijven mee kunnen profiteren in het kader van de GSV-hemelwaterverordening. Daarbij wordt gestreefd naar een uniforme wisselwerking waarbij bedrijven profiteren van hetzelfde beheer en aanplant in de eerste vijf meter van hun privaat domein.
3.9
2
4
Standplaats foodtruck
3.8
Een belangrijk onderdeel van de ecologische structuur vormen bufferzones met inheemse struiken, bij voorkeur besdragend, zodat vogels er de nodige voedselbronnen vinden. Kruidenrijke graslanden met een divers bloemenmengsel bieden daarnaast nectar voor bestuivers en dragen bij aan de biodiversiteit. Oevervegetatie speelt een dubbele rol door nestgelegenheid/beschutting te bieden aan waterfauna en het water te zuiveren.
4
5
Handelsstraat
Landschap
I laan
1.6
3
figuur 47
landschap themakaart 2050
75
2
Kortertermijnvisie 2030
figuur 48
Toekomstvisie 2030
76
MASTERPLAN
P
E-hub
veilige oversteekplaats voor fietsers en voetgangers
laadmogelijkheden
nieuwe toekomstbomen
deelmobiliteit
toekomstige windturbines
mogelijke verblijfsruimte (lunchplek)
fietslus
warmtenet
grachtensysteem
regenwaterputten
warmtenet
voetganger
infiltratievoorzieningen
fietsverbinding
logistieke lus met richtingaanduiding
ROC
fietsinfrastructuur
Furnevent
77
2.1
Zuinig ruimtegebruik
Tegen 2030 zullen de spelregels uit het masterplan 2050 al relevant zijn om de transitie van bedrijventerrein Veurne Zone I te doen slagen. Het is van groot belang dat bij de herontwikkeling van percelen nu al wordt toegewerkt naar het gewenste toekomstbeeld. Op die manier kan gericht worden ingespeeld op percelen die vernieuwen en ontstaat er geleidelijk een coherente en duurzame ruimtelijke ontwikkeling richting 2050. De spelregels uit het masterplan zijn hierbij richtinggevend en formuleren duidelijke ambities voor toekomstige ingrepen. Ze hebben de volgende doelstellingen, die al op korte termijn een concrete impact hebben: -
Functies onderling delen Programma intensifiëren en stapelen Bebouwing harmoniseren Beeldkwaliteit verhogen Parkeren optimaliseren
figuur 49
zuinig ruimtegebruik themakaart 2030
windturbines gekoppelde toegangen S
< 5.000 m²
M
5.000 - 12.000 m²
L
12.000 - 30.000 m²
XL
> 30.000 m² kwaliteitsvereisten ook koppelen aan het toelaten van 'hoger bouwen' strengere architectuur kwaliteitsvereisten op strategische locaties maximaal 7 bouwlagen maximaal 4 bouwlagen
78
MASTERPLAN
2.2 Energie Tegen 2030 willen we op Veurne Zone I significante stappen zetten richting klimaatneutraliteit, met focus op acties die technisch haalbaar, ruimtelijk inpasbaar en economisch rendabel zijn. De nadruk ligt op interne optimalisatie, lokale energieproductie en de uitbouw van collectieve infrastructuur als fundament voor verdere evolutie tot 2050. Op het vlak van warmte worden bedrijven gestimuleerd om maximaal in te zetten op interne warmterecuperatie en gebouwrenovatie, met nadruk op isolatie en optimalisatie van technische installaties. Tegelijk wordt het bestaande warmtenet, gevoed door restwarmte van PepsiCo, uitgebreid naar grote verbruikers in de omgeving. Deze collectieve warmtevoorziening is een cruciale stap richting fossielvrije verwarming op de site. Dankzij de bestaande samenwerking tussen Fluvius, Noven, WVI en Stad Veurne is dit een realistische en schaalbare maatregel. Op het vlak van elektriciteit ligt de focus op het maximaal benutten van beschikbare dakoppervlakken voor zonnepanelen, bij voorkeur via een gezamenlijke aanpak of groepsaankoop. Daarnaast wordt de installatie van middelgrote windturbines op het bedrijventerrein onderzocht, wat een constante, lokale energieproductie mogelijk maakt. De opgewekte stroom kan rechtstreeks verdeeld worden onder deelnemende bedrijven, mits afstemming met netbeheerder Fluvius. Tegelijkertijd wordt werk gemaakt van de uitbouw van een gemeenschappelijk parkeergebouw met laadinfrastructuur en een overkapping met zonnepanelen. Deze site wordt gekoppeld aan een eerste fase van een lokale energiehub, waar ook batterijopslag en slimme sturing voorzien worden. Deze infrastructuur fungeert als draaischijf voor e-mobiliteit, buffering en netoptimalisatie. Als vierde pijler wordt gestart met slimme energiesturing en energiedelen tussen bedrijven. Monitoringtools, energiemanagementsystemen en afspraken over datadeling leggen de basis voor een energiecommunity. Zo kan beschikbare energie efficiënter worden benut en wordt de veerkracht van het terrein vergroot.
figuur 50
energie themakaart 2030
maximaal PV-panelen op daken (via groepsaankoop) laadplein in gebouw
De visie 2030 is daarmee ambitieus, maar realistisch. Een stevig fundament voor de structurele energietransitie richting 2050, met tastbare stappen die tegelijk de bedrijfsvoering versterken.
e-hub: Elia-transformator, collectieve batterijopslag collectieve parkeervoorziening: deelmobiliteit, laden, vrachtwgaenparking restwarmtebronnen: restwarmte van de bedrijven vormt een bron voor het warmtenet 20-200 GWh/jaar 1-20 GWh/jaar mogelijke opstelzones voor windturbines
79
2.3 Water Op middellange termijn kunnen bedrijven inzetten op maatregelen op privaat domein: -
-
-
-
-
Afkoppeling (scheiden van regenwater- en afvalwaterafvoer). Dit is een eerste stap om aan regenwaterhergebruik te kunnen doen. Slim gestuurde regenwaterputten met regenwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen (bv. toiletspoeling of proceswater van laagwaardige kwaliteit). Zo wordt het gebruik van kostbaar drinkwater gereduceerd. Extra ontharding. Door te ontharden kan het regenwater op een natuurlijke manier infiltreren en komt er ruimte vrij voor groen. Als er toch nog verharding nodig is, kan dit opnieuw worden aangelegd in waterdoorlatende verharding (bv. parkings). Afvalwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen (bv. toiletspoeling). Hiervoor is een biologische zuivering nodig, bv. een helofytenfilter. Daarnaast zijn retentiedaken, infiltratie- en buffermogelijkheden goede praktijken voor hemelwaterbeheer. Deze stroken echter niet met de langetermijnvisie, waarbij het regenwater zo snel mogelijk naar de collectieve hemelwaterbuffer moet worden afgevoerd. Het zijn wel oplossingen om in tussentijd duurzaam om te gaan met hemelwater.
Daarnaast kan er gekeken worden om water te delen tussen bedrijven. Dit kan via kleine projecten waar bijvoorbeeld regenwater van daken wordt opgevangen en wordt gebruikt door de buurbedrijven met hoge waternood zoals betoncentrales.
figuur 51
water themakaart 2030
Het water van het openbaar domein zal worden geïnfiltreerd via grachten en infiltratiezones in de groenstrook die worden aangelegd bij heraanleg van het openbaar domein.
individuele regenwaterputten worden slim gestuurd voor maximale buffering en water wordt gedeeld met de buren wateropvang via retentiedaken afwatering van de straten naar de grachten afvalwater hergebruiken regenwater op natuurlijke manier infiltreren suikerpark en vaart infiltratiegrachten
80
MASTERPLAN
2.4 Materiaal 2.4.1
Industriële symbiose
In 2030 willen we de eerste concrete samenwerkingen tussen bedrijven op het terrein realiseren. In 2030 streven we naar directe symbiose tussen enkele grote spelers, waarbij reststromen van het ene bedrijf rechtstreeks als grondstof dienen voor een ander. We zullen hierbij in eerste instantie focussen op de meest voorkomende industriële stromen op het terrein, zoals hout en steenpuin, die relatief eenvoudig te verzamelen en uit te wisselen zijn. Deze koppelingen worden ondersteund door de theoretische oefening en bijhorende mindmap die het potentieel in kaart brengen, en door praktische infrastructuur, zoals de overslaghal, die kan dienen als tijdelijke op- en overslagplaats voor uit te wisselen materialen.
2.4.2 Collectief afvalbeheer Voor collectief afvalbeheer worden twee scenario’s uitgewerkt, afhankelijk van de toekomst van het huidige recyclagepark: -
-
Scenario: recyclagepark blijft op het terrein: in dit scenario wordt uitgegaan van het behoud van het bestaande recyclagepark, dat momenteel gericht is op gebruikelijke afvalstromen van particuliere gebruikers. Bedrijven kunnen hier wel al terecht voor standaardfracties zoals PMD, papier & karton, restafval, houtafval, gft en groenafval. Er is vandaag al (beperkte) capaciteit beschikbaar voor één of meerdere materiaalstromen, die op korte termijn aangewend kan worden voor de inzameling van één of meerdere materiaalstromen. Dit kan zonder fysieke aanpassingen aan het park en zonder grote administratieve inspanningen. Bedrijven kunnen individueel gebruikmaken van deze capaciteit, maar ook collectieve overeenkomsten zijn mogelijk, waarbij meerdere bedrijven met gelijkaardige afvalstromen samen een inzamelcontract afsluiten. Dit kan schaalvoordelen bieden voor de betrokken deelnemers en kan de logistieke organisatie eventueel vereenvoudigen. Scenario: recyclagepark wordt samengevoegd met dat van een buurgemeente: als het recyclagepark wordt verplaatst naar een buurgemeente, komt er op het bedrijventerrein ruimte vrij. Deze ruimte kan worden geheroriënteerd naar een specifiek bedrijvenrecyclagepark (materialenhub), afgestemd op de noden van de bedrijven op het vlak van collectieve afvalinzameling, opslag en overslag van materialen. Hoewel de timing van deze beslissing nog onzeker is, biedt dit scenario extra mogelijkheden voor het uitbouwen van collectieve circulaire infrastructuur op maat van het terrein en de omgeving.
figuur 52
materiaal themakaart 2030
Industriële symbiose Eerste samenwerkingen tussen bedrijven Enkel directe symbiose (bv. hout, steenpuin) Collectief afvalbeheer Als het containerpark op het bedrijventerrein blijft: gebruik extra capaciteit van overslaghal Als het containerpark verdwijnt: nieuw, compact containerpark gericht op bedrijven
81
2.5 Mobiliteit 2.5.1
voetgangers en fiets
De ringstructuur rond het bedrijventerrein wordt vervolledigd met een fietsverbinding parallel aan de E40. Op termijn kan deze zelfs verder doorgetrokken worden over de Lovaart waar een zoekzone ligt voor een bijkomend regionaal bedrijventerrein. Tegen 2030 houden we deze verbinding nog deels op bestaande infrastructuur door middel van een korte fietsstraat op de Ondernemingenstraat. Door in gesprek te gaan met de ondernemers worden er vanaf dit fietspad trage doorsteken over private terreinen naar de parallel gelegen straten voorzien. De ringstructuur voor fietsers wordt verder versterkt door een kwalitatieve noord-zuidverbinding over de Albert I-laan. Deze maakt de doorsteek ter hoogte van Furnevent en voorziet in een gefaseerde oversteek van beide rijbanen over de Albert I-laan. Ook ter hoogte van de Welvaartstraat wordt een oversteeklocatie voorzien.
2.5.2 openbaar vervoer De parking van Furnevent wordt voorzien van bijkomende deelmogelijkheden om natransport van en naar het openbaar vervoer te vereenvoudigen. Als hier een bushalte voorzien wordt, kan de dichtstbijzijnde bushalte buiten het terrein ook voorzien worden van deelfietsen om die lijn toegankelijk te maken voor de werknemers op het terrein.
figuur 53
mobiliteit themakaart 2030
2.5.3 verkeerscirculatie De lus van de Welvaartstraat – Nijverheidsstraat wordt op enkelrichtingsverkeer gebracht. Dit schept op korte termijn al ruimte om ter hoogte van de tankstations bufferruimte te voorzien voor wachtende vrachtwagens en zorgt ervoor dat op langere termijn voor een straatprofiel met minder verharding gekozen kan worden.
deelmobiliteit oversteekplaats
De circulatie verloopt van west naar oost omwille van de locatie van het tankstation in de oksel tussen de Vooruitgangstraat en de Albert I-laan. Op die manier zorgen wachtrijen en in- en uitrijdende bewegingen van het tankstation voor de minste hinder.
fietsstraat (30km/u) ROC P P
Op de Albert I-laan wordt een voorsorteerstrook voorzien voor linksafslaand verkeer richting de Welvaartstraat. Zo wordt de doorstroming van het doorgaand verkeer niet gehinderd. De capaciteitstoets onder verdiepend onderzoek maakt duidelijk dat dit voor een vlotte verkeersafwikkeling zorgt.
gedeelde ruimte: op het dak parkeren, parkeren onder het gebouw trage doorsteek fietsostrade gemotoriseerd verkeer fietsverbinding logistieke lussen eenrichtingsverkeer
82
MASTERPLAN
83
2.6 Landschap Het scenario voor 2050 is sterk afhankelijk van de verdere ontwikkeling van het wegen- en rioleringsnetwerk. Naar verwachting zullen de grootste werken tegen 2030 gerealiseerd zijn. Pas na de aanleg van deze infrastructuur kan de beplantingsstrategie volledig worden uitgevoerd. Op het bedrijventerrein krijgt de site van Furnevent een belangrijke functie als collectieve parking en een groenblauwe trage doorsteek. Door de parking zo compact mogelijk te ontwerpen (eventueel in de toekomst als een parkeertoren), kan daaromheen een groene inbedding en een centraal gelegen groenzone met een trage doorsteek worden gecreëerd die het gehele gebied verbindt. De aanplant van bomen is afhankelijk van de voortgang van de werkzaamheden. Zoals beschreven in het 2050-plan worden er bomen van verschillende grootordes geplant. Tegen 2030 kunnen op strategische locaties al enkele van deze bomen worden geplant. Onder de bomen zal een specifieke ondergroei aanwezig zijn, bestaande uit houtachtige en kruidachtige planten, of een combinatie daarvan. De schaduw van de bomen beschermt deze onderste vegetatielaag, zodat deze bij langdurige hitte behouden blijft. De wadi's fungeren als watervoerende bronnen voor de bomen, waardoor een klimaatadaptief ecosysteem ontstaat waarin alle elementen elkaar versterken in een natuurlijke symbiose. De bomen zijn beeldbepalend en worden onderverdeeld in drie grootordes. We streven naar een maximaal visueel effect waarbij in elke straat ten minste één à twee bomen van grootorde 1 boven de gebouwen uitsteken.
figuur 54
landschap themakaart 2050
Benodigdheden en eisen van de bomen per grootorde: -
Kleine bomen (zoals sierkers): tot 6 m hoog, 5–10 m² ruimte, 5–15 m³ wortelvolume Middelgrote bomen (zoals lijsterbes): 6–12 m hoog, 10–25 m² ruimte, 20–50 m³ wortelvolume Grote bomen (zoals eik): >12 m hoog, 25–60+ m² ruimte, 50–100+ m³ wortelvolume³
Groengevels en groene daken kunnen op korte termijn al gepromoot worden. De groengevels geplaatst door het EFRO-GTI West-Vlaanderen-project zullen normaal tegen 2030 al verwezenlijkt zijn.
groene gevels waterdoorlatende inritten over de regentuinen groendaken wadi's nieuwe bomen tijdelijke natuur groenbuffer groene trage doorsteek groene inrichting van infiltratiegrachten
84
MASTERPLAN
222X 38025C0222/00X000
dr
13
ij
7
224W 38025C0224/00W000
224E2 38025C0224/00E002
Be
21
n
222Y 38025C0222/00Y000
laa
18 224S 38025C0224/00S000
cia
20
222Z 38025C0222/00Z000
3.87
Aca
38025C0222/00A002 222A2
3.37
3.52
12
38025C0224/00V000 224V
3.47
iala
3.71
3.77
38024A0172/00G000 172G
an
1
an
Acac
38024A0175/02B000 175/2B 38024A0175/00F000 175F
an
la
an
3.75
enla
3
3.63
en
ac
3.76
rijv
3.77
ve Bne la dr aijn v
Bed
3.76
Ac
3.15
11
38025C0224/00T000 224T
3.59
3.54
iala
19 224L 38025C0224/00L000
3.70
Bed
rijv
enla
3.66
an
173F 38024A0173/00F000
3.64
ij
3.67
2
dr
3.69
Be
3.68
3.59 3.61 3.62 3.62
564A 38025C0564/00A000
3.56
n
3.66 3.55 3.64
an
a
enla
e
n
rijv
la
Bed
3.52
r
ij
v
3.66 3.66
e
d
3.65
ene
B
3.69
Allo
3.68
aat
4.11
3.75 3.71
3.73
str
3.71
3.71
3.733.74
175K 38024A0175/00K000
196/2A 38025C0196/02A000
str
Allo
aat
ene
str
aat
174F 38024A0174/00F000 209/2 38024A0209/02_000
lo
en
3.76
es
tr
aa
t
175G 38024A0175/00G000
38024A0209/00E000 209E
6
Bed
rijv
196Y 38025C0196/00Y000
3.81
an
Al
enla
Allo
ene
an
4.83
210A 38024A0210/00A000
be
rt
I
la
4.66
Al
10-14
4.04
176R 38024A0176/00R000
3.92
Allo
ene
8
str
trein
aat
38024A0146/00N000 146N
4.35
4.13
ra
at
4.07
t
oe
ne
st
02/12/2016 00:00:00
Al
lo
en
es
tr
All
aa
4.15
3.99
38024A0153/00C000 153C
146M 38024A0146/00M000
4.28
196X 38025C0196/00X000
4.18
14
3.30 3.39 4.13
146E 38024A0146/00E000
4.16 4.06 3.45
In de 3-30-300-regel moeten we aan 30% beschaduwing voldoen. We behalen volgens onze studie 65 % om de hittestress in te perken. Totale oppervlakte openbare ruimte = 123.048m² 4.15
3.49 3.48
18
t
ss
3.38
el
3.393.35
Ha
146L 38024A0146/00L000
el
tr
3.39
nd
aa
14
3.32
3.37
Ha
4.03
205A 38024A0205/00A000
t
aa
aa
tr
tr
ss
ss
el
t
nd
nd
167E 38024A0167/00E000
Ha
Ha
3.37
4.01
33
nd
el
ss
tr
aa
la
an
33
t
25
38024A0146/00B000 146B
I
16
rt
3.19 3.38
straa
Al
3.20
3.16
shoek
12
4.41
at ra 38025C0224/00P000 224P
3.04
222K2 38025C0222/00K002
6-8
I be
3.39
224Y 38025C0224/00Y000
4 38025C0224/00Z000 224Z
3.52
n laa 26
222B2 38025C0222/00B002
3.16
ialaa
cia
an
17 3.36
222P 38025C0222/00P000
3.01
Be Aca
3.87
3.52
12
224V 38025C0224/00V000
3.47
3.65
175F 38024A0175/00F000
an la
21
3
3.63
en
11
en Be la dr an ijv
cial 224T 38025C0224/00T000
3.75
laan 3.70
Bedr
38024A0146/00H000 146H
t
ijven
3.66
laan
38024A0173/00F000 173F
3.64
ijv
aa
3.59
3.76
ijven
3.67 3.69
3.04
2
dr
tr
Bedr 3.77
3.68
Be
ss
3.54
Aca
el
1 175/2B 38024A0175/02B000 3.76
3.59
154R 38024A0154/00R000
3.61 3.62 3.62
564A 38025C0564/00A000
t
3.56
Bedr
3.52
3A-3B
ijven
3.66 3.55 3.64
laan
an
3.30 3.33
la
aa
3.15
3.27
en
tr
3.71
3.77
172G 38024A0172/00G000
aan
3.66 3.66
dr
207B2 38025C0207/00B002
ijv
ss
cial
aan
19
295 nieuwe bomen (2e orde)= 32.450m²
3.663.66
224S 38025C0224/00S000
224L 38025C0224/00L000
ng
3.65 3.59
5
224E2 38025C0224/00E002
18
3.37
Aca
ga
1
173E 38024A0173/00E000
7
13
3.03
20 222A2 38025C0222/00A002
it
38024A0170/00E000 170E
10
3.20
38025C0224/00W000 224W
21
38025C0222/00Z000 222Z
ru
23
3.14
3.36
22
222Y 38025C0222/00Y000
4
3.51
146G 38024A0146/00G000
224F2 38025C0224/00F002
n
23
38025C0222/00X000 222X
3.64 3.67
an
Acac
aan
3.27
24
154S 38024A0154/00S000
oo
Be
3.65
3.34
3.69
03/29/2017 00:00:00
Alloe
3.68
raat
4.11
3.75 3.71
3.73
nest
3.71
3.71
3.733.74
3.74
175K 38024A0175/00K000
Alloe
raat
nest
raat
174F 38024A0174/00F000 209/2 38024A0209/02_000
All
oe
ne
Al
be
rt
I
nest
3.76
st
ra
at
38024A0175/00G000 175G
209E 38024A0209/00E000
6
Bedr
196Y 38025C0196/00Y000
n
4.83
laa
3.81
laan
la
Alloe
74
ijven
an
38025C0196/02A000 196/2A
38024A0143/00H000 143H
105 nieuwe bomen (3e orde)= 4200m
4.66
210A 38024A0210/00A000
I
207A2 38025C0207/00A002
g
191A 38024A0191/00A000
38024A0173/00G000 173G
1
cial
rnlaa
Esdoo
9
14
38025C0222/00W000 222W
nd
Steenwe
3.70
224K 38025C0224/00K000
Aca
n
la
I
rt
be
Al
25
220P7 38025C0220/00P007
Ha
Brugse
3.72
38025C0224/00X000 224X
3.90
3C-3D
4.01
3.75
3.71
3.51
38025C0220/00N007 220N7
221M 38025C0221/00M000
4.07
3.90
175H 38024A0175/00H000
31
trein
3.73
3.87
105B 38024A0105/00B000
15
3.28
3.47
V
3.85
7
3.48
38025C0217/00P006 217P6
3.88 3.85
224G2 38025C0224/00G002
222R 38025C0222/00R000
38025C0220/00T007 220T7
58
60
3.88
8
3.25
222R2 38025C0222/00R002
99 nieuwe bomen (1e orde)= 43.461m² 220M7 38025C0220/00M007
38025C0217/00W010 217W10
4.85
224B2 38025C0224/00B002
16 30
222P2 38025C0222/00P002
29
62
3.90
7
38025C0222/00N002 222N2
la
64
220L7 38025C0220/00L007
3.28
an
28
n
en
ialaa
dr
Acac 220K7 38025C0220/00K007
ciala
n
aan
ciala
Esdoo
cial
ialaa
Aca
Acac
54
56
Aca
an
38025C0222/00M002 222M2
38025C0220/00S007 220S7
an
n rnlaa
3.64
38025C0220/00R007 220R7
3.58
Aca
3.29
an
66
38025C0220/00H007 220H7
g
Aca
38024A0154/00P000 154P
ornla
3.61
68
27 38025C0220/00D007 220D7
ciala
Esdo
3.81
25
3.57
Al
3
3.63
I laan
27
3.77
3.82
38025C0220/00E007 220E7
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
Steenwe
raat
222L2 38025C0222/00L002
52
23
220C7 38025C0220/00C007
220B7 38025C0220/00B007
220M6 38025C0220/00M006
Brugse Steenweg
4.67
224H2 38025C0224/00H002
38025C0220/00F007 220F7
38025C0220/00A007 220A7
38025C0220/00Z006 220Z6
16 3.59
3.86
Brugse 38024A0175/00C000 175C
3.04
38025C0224/00N000 224N
Albert
220N5 38025C0220/00N005
50
15
6
3.00
Brugse Steenweg Brugse Steenweg
I laan
32
222E2 38025C0222/00E002
220M5 38025C0220/00M005
48
13
38025C0220/00L006 220L6
7
38025C0217/00Y009 217Y9
3.53
568C3 38025C0568/00C003
5
2
220L5 38025C0220/00L005
21
19
14
46
n
17
5
33
222D2 38025C0222/00D002
38025C0220/00K005 220K5
38025C0568/00D003 568D3
4.55
Steenweg
nest
38025C0220/00G007 220G7
220P6 38025C0220/00P006
38025C0220/00N006 220N6
222C2 38025C0222/00C002
rnlaa
3.53
aan
38025C0220/00K006 220K6
9
4.60
Brugse
cial
12
3.83
Aca
3.72
220R6 38025C0220/00R006
3
4.35
eg
224K2 38025C0224/00K002
3.45
Alloe
3.71
219V2 38025C0219/00V002
34
38025C0568/00B003 568B3
3.90 3.90 3.85 3.88 3.86
enw
3.09 3.07 3.06
3.44
38025C0221/00N000 221N
3.61
4.22
4.24
1 3.02
3.54
n
nweg
I laan
3.84
575B 38025C0575/00B000
219W2 38025C0219/00W002
rnlaa
Stee
rt
38025C0219/00E002 219E2
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
Esdoo
3.58
Esdoo
219T2 38025C0219/00T002
3.84
4.23
3.87
10
35
36
Bestaande bomen = 5.778,76m² = 4,7% beschaduwing 1
se
Ste
Albe
220H6 38025C0220/00H006
10
220S6 38025C0220/00S006
gse
n
154K 38024A0154/00K000
an
38025C0222/00H002 222H2
11
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
83
81 79
Brug Bru
venlaa
3.38
ciala
3.36
154E 38024A0154/00E000
t
Bedrij
Aca
32
aa
an
37
3.67
3.66
9
tr
la
38025C0220/00G005 220G5 38025C0220/00H005 220H5
38025C0220/00B005 220B5
7
38025C0220/00W005 220W5
ss
rt
3.71
5
3.82
85
el
rt
3
220V5 38025C0220/00V005
8
3.58
1
38025C0220/00T005 220T5
38025C0220/00G006 220G6
3.79 38025C0219/00M002 219M2
traat
77
222M 38025C0222/00M000
30
220A5 38025C0220/00A005
n
3.99
Rodes
3.88
38025C0219/00N002 219N2
3.26 3.20
163
220C5 38025C0220/00C005
Albe
219L2 38025C0219/00L002
87
3.90
3.99
36 38025C0220/00D005 220D5 220E5 38025C0220/00E005
38025C0220/00F005 220F5
st
rnlaa
220S5 38025C0220/00S005
3.93
34
40 42 44
4.29
els
38025C0220/00P005 220P5
38025C0220/00R005 220R5
nd
nd
6
38025C0222/00V000 222V
ciala
38025C0220/00F006 220F6
38
Esdoo
3.74
220T6 38025C0220/00T006
220V6 38025C0220/00V006
89
Ha
40 3.27
28
220Z4 38025C0220/00Z004
Aca
95 93 91 4.01
4.01 3.98 3.97
26
Esdo
3.64
Ha
3.63
3.75 220E6 38025C0220/00E006
4
an
3.88
ijv
ornla
an
at
Monnik
78
stra
t
3.26
be
3.81
Rode
3.93
er
t
3.66
10-14
Alb
143C 38024A0143/00C000
577A 38025C0577/00A000
3.82 3.81
3.55
4.04
196/3 38025C0196/03_000 38024A0176/00R000 176R
3.84 3.92
Alloe
= 80.111mm² = 60.35%
3.72
3.64
38024A0235/00A000 235A
19
nest
8
trein
raat
146N 38024A0146/00N000
145C 38024A0145/00C000
3.36 3.37
4.35
143E 38024A0143/00E000 4.13
aat
4.07
str
3.53
02/12/2016 00:00:00
an
190A 38024A0190/00A000
ne oe
el
ss
All
nd
3.24
tr
3.99
Totaal aan beschaduwing 85.889,76m² = 65% beschaduwing
38025C0217/00V012 217V12
4.50
rt
I
la
4.15
st
2
Ha 38024A0142/00N000 142N
ra
Allo
3.62
at
ene
3.48
aa
38024A0153/00C000 153C
38024A0146/00M000 146M
t
be
4.47
Al
4.28
72
3.08
38025C0196/00X000 196X
4.18
3.06
14
t
4.45
3.30 3.39 4.13
tr
en
st
ss
ov
4.49
ra
el
lk
142P 38024A0142/00P000
at
146E 38024A0146/00E000
nd
Ka
38025C0576/00A000 576A 217T10 38025C0217/00T010
aa
3.61
Ha
6.46
4.16 4.06 3.45
1
3.53 3.49
38025C0217/00L015 217L15 4.15 3.49 3.48
aa
t
t
els
3.38
el
3.393.35
nd
38024A0167/00E000 167E
Ha
3.37
Ha
4.03
146L 38024A0146/00L000
el
3.39
ss
4.01
33
2.94 2.98
nd
aa
14 3.32
tr
Ha
2.97
18 38024A0205/00A000 205A
17
nd
2.97 2.99
tr
t
st
4.27 4.19
70
ss
aa
el
ra
nd
tr
at
3.37
ss
4.49
4.50
Ha
Ha
138K2 38024A0138/00K002
nd
33
el
25 188H 38024A0188/00H000
ss
tr
laa
n
3.92
aa
t
146B 38024A0146/00B000
I
16
17
3.81
er
4.03
145D 38024A0145/00D000 4.03
3
4.01
38024A0140/00E000 140E
4.13
38024A0104/00C000 104C
3.26
Alb
38025C0217/00T012 217T12
141G 38024A0141/00G000
t
3.19 3.38
3.20 3.16
12 78
38025C0217/00B010 217B10
70
4 4.04
3.99 3.95
el
ss
t
nd
3.64 3.74
tr
aa
t nd
el
3.90
3.02 3.03
38024A0154/00K000 154K
3.79
10
3.82
3.02
38025C0207/00S000 207S
3.04
38024A0154/00E000 154E
3.03
Ha
3.96
3.94
aa
3.75
3.91
38025C0217/00A007 217A7
3.263.20
tr
Ha
ss
3.89
3.09 3.07 3.06
3.74
or
3.84
uit
3.84
ga
ng
15
3.83 3.00 gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.04
38024A0140/00F000 140F
tr
3.76
t
tr
6-8
at
aa
t
aa
estra
ss
8
38025C0207/00E000 207E
t
eid
ss
3.82
3.75
ve
38024A0154/00P000 154P
3.06
tr
rh
aa
4.02
105B 38024A0105/00B000
3.36
el
ss
Nij
138N2 38024A0138/00N002
Alloen
3.91
38024A0138/00H002 138H2
4.02
38024A0104/00D000 104D
Vo
10
3
3.86
nd
3.53
laa
Ha
n
38024A0138/00F002 138F2
t
I
3.90
38024A0191/00A000 191A
er Alb
38024A0146/00G000 146G
oekstra
at
23 3.01 3.73
38025C0217/00Z011 217Z11
Monniksh
Acacia
I ert
alaan
Alb
laan 3.70
Acac 38025C0224/00X000 224X
9
3.71
38025C0224/00F002 224F2
38024A0170/00E000 170E
5
10
3.20
1
13
laan
3.87
3.52 3.47
Acaci
4.33
11
1 3.54
3.76
Bedrijv
38024A0175/00F000 175F
n
3.75
enlaan
3.77
3
3.63 3.70
Bedrijv enlaan
3.66 38024A0173/00F000 173F
3.64
3.69 3.68
t ijstraa
3.62 3.62
3.56
laa
n
3.66 3.55 3.64
enlaan
4.11
3.75 3.71
3.73 3.68
3.71
3.71
3.733.74
38024A0190/00A000 190A
Ha
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.55
38025C0207/00M000 207M
38024A0142/00N000 142N
38025C0217/00A016 217A16
3.66
4.33
straat
ss
straat
Alloene
3.24
tr
38024A0174/00F000 174F 38024A0209/02_000 209/2
Allo ene
3.76
str
t
aat
I
aa
38025C0196/00Y000 196Y
rt be
4.33
4.83
72
laan
Al
sen Plas
38025C0217/00Z013 217Z13
3.08
3.65
3.81 38024A0175/00G000 175G
38024A0209/00E000 209E
6
Bedrijv
inke -Du dale
Alloene
el
la
38025C0217/00D012 217D12
38024A0175/00K000 175K
38025C0196/02A000 196/2A
nd
an
n rke
3.59 gewijzigde/foutieve geometrie/weginrichting
enlaan
3.63
38025C0125/00Z000 125Z
4.66
38024A0210/00A000 210A
38025C0122/00P002 122P2
3.06
Zuid
rt 3.61
3.57
105
4.30
3.80 38025C0122/00K002 122K2
t 38025C0122/00L002 122L2
Brikker
101 4.98
38025C0122/00H002 122H2
99
10-14
3.53 3.49
4.04
196/3 38025C0196/03_000
nd
103
el
ijstraa
64 62
38025C0126/00S002 126S2
101A 38024A0101/00A000
ss
38024A0142/00P000 142P
38025C0126/00A003 126A3
38025C0126/00B003 126B3
60
38025C0577/00A000 577A
tr
66
t
burg
70
68 38025C0126/00Z002 126Z2 38025C0126/00N003 126N3
aa
38025C0126/00X002 126X2
58
5.25
5.21
5.30
38024A0176/00R000 176R
Ha
38025C0126/00S003 126S3
weg
aal
aat
Bed
3.69
straat
38025C0207/00D002 207D2 4.02 4.02
90-92
38025C0125/00A002 125A2
25
Kan
str
rij
3.66 3.66
3.65
Alloene
3.59
Sas
ven
Brikker
Bedrijv
3.52
38024A0143/00E000 143E
38025C0203/00V002 203V2
38025C0567/00A000 567A
5.32
2
3.59 3.61 38025C0564/00A000 564A
145C 38024A0145/00C000 3.36 3.37
5.31 5.34
t
rij
3.67
4.31
3.53 3.48
3.62
I
aa
5.44
3.59
38024A0175/02B000 175/2B 3.76
laa
3.15
38025C0224/00T000 224T
19
3.71
3.77
38024A0172/00G000 172G
alaan
19 38025C0224/00L000 224L
235A 38024A0235/00A000
38025C0217/00P006 217P6
Zuid
tr
3.663.66
Bed
38025C0224/00E002 224E2
12
Albe
19 20
5.29
3.64 3.67
3.65 3.59
7
38025C0224/00W000 224W
38025C0224/00S000 224S
38025C0224/00V000 224V
4.30
38025C0217/00X013 217X13
3.64
21
38024A0173/00G000 173G
1
n
Acaci
38024A0173/00E000 173E
3.14
laa
14
38025C0222/00P000 222P
18
3.37
38025C0217/00B012 217B12
38025C0217/00C012 217C12
Bedrijven
I laan
I laan
t
Albert
n
Alber
Acaci
ialaa
Esdoorn
3.72
15 38025C0224/00K000 224K
17
20 38025C0222/00A002 222A2
Bed
weg
3.75
38025C0224/00G002 224G2
38025C0222/00R000 222R
3.51
3.36
21
t 38025C0217/00A011 217A11
3.72
38025C0217/00Y011 217Y11
burg
31
laan
38025C0222/00Z000 222Z
Brikker
ss
38024A0175/00H000 175H
8
3.25
38025C0222/00R002 222R2
3.28
22
38025C0222/00Y000 222Y
alaan
24
38025C0217/00W011 217W11
Steenweg
ven Bed laa rij nven
4.31
38025C0217/00B011 217B11
22
18
38025C0217/00A012 217A12
31B 38025C0217/00M015 217M15
Brugse
7 16 30
38025C0222/00P002 222P2
29
Acacia
23
38025C0222/00X000 222X
4.28
3.84
38025C0217/00X011 217X11
38025C0217/00V011 217V11
1
3.66
4.01
3.90
38025C0222/00N002 222N2
3.27
24
38025C0222/00W000 222W
Acaci
16
38025C0217/00T011 217T11
7
5.30
4.07
28
25
38025C0220/00P007 220P7
3.36
aat
3.81
3.55
20
14
38025C0217/00S011 217S11
el
3.16
laan
38025C0220/00T007 220T7
58 60 38025C0220/00N007 220N7
38025C0217/00R006 217R6
4.35
12
38025C0217/00R011 217R11
12
38025C0207/00W000 207W
38025C0217/00F011 217F11
3.11 3.11
Acacia
38025C0220/00M007 220M7
38025C0218/00W000 218W
4.37
4.33
5.61
el 18 ss
38025A0012/00V002 12V2
5.07
ialaan
62
38025C0220/00L007 220L7
50
rijstr
57
alaan
t Brikker
55
Brikke
53
17
38025A0012/00X002 12X2
38025A0012/00Y000 12Y
51
4.43
4.42
11
31A
38025A0012/00P002 12P2
nd
ijstraa
n laa I t er
weg burg Zuid
t aa tr
1 49
Suikerbietstraat
38025C0217/00D010 217D10
4
38025C0217/00N015 217N15
Ha
Acac
56 38025C0220/00R007 220R7
64
38025C0220/00K007 220K7
38025C0221/00M000 221M
47
41
4.34
38025A0012/00Y002 12Y2
38025A0012/00R002 12R2
54
66
38025C0220/00H007 220H7
3.58
38025C0217/00W010 217W10
38025C0217/00S009 217S9
43 3.6645
39
at
38025C0207/00C002 207C2
t
38025C0220/00S007 220S7
3.61
68
27 38025C0220/00D007 220D7
trein
37
stra
3.82
10
38025C0217/00N011 217N11
10
1
107
3.49
aa
3.10
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
143H 38024A0143/00H000
74
38025C0218/00Z000 218Z
38025C0217/00M008 217M8 38025C0217/00N008 217N8 38025C0217/00P008 217P8 38025C0217/00R008 217R8 38025C0217/00S008 217S8 38025C0217/00T008 217T8 38025C0217/00V008 217V8 38025C0217/00W008 217W8
35
rbiet
8 38025C0217/00M011 217M11
9 109
nd
tr
4.36
38024A0143/00C000 143C
3.52
38025A0005/00A006 5A6
ss
3.16
25
38025C0218/00A002 218A2
38025C0218/00X000 218X
38025C0218/00Y000 218Y
4.20
4.14
38025C0217/00K008 217K8
38025C0217/00L008 217L8
4.34
4.43
3.68
19
38025C0116/00G000 116G
el
38025C0220/00E007 220E7
67 65
51
4.23 nieuw/ontbrekend/weginrichting
38025C0217/00H008 217H8
33
Suike
4.38
8
2
31C 5.24
Ha
nd
38025C0217/00P003 217P3
4.27
Alb
t aa
tr ss el nd Ha
t aa tr ss eid rh ve Nij
Ha
38025C0217/00G008 217G8
31
4.41
4.33
4.42
4.44
t
3.94 3.93
138P2 38024A0138/00P002
38025C0217/00F008 217F8
29
4.39
4.39
at
aa
3.91
27
25
207A2 38025C0207/00A002
Suikerbie
4.45
stra
38025C0217/00E012 217E12
3.87
38025C0224/00B002 224B2
tr
38025C0217/00E008 217E8
23
21
19
15
13
tstraat
rbiet
38025C0217/00P011 217P11
6
7
3.85
es
t
11
9
5
3 38025C0217/02B003 217/2B3
Suike
4
Steenweg
3.88 3.85
en
at
38025C0217/00D008 217D8
138A2 38024A0138/00A002
38025C0217/00N007 217N7
4.17
2
3.28
laan
38025C0222/00M002 222M2
3.88
lo
tra
Sasstraa
7
38025C0217/00R007 217R7 38025C0217/00P007 217P7
2A 4.17
5
6
138R2 38024A0138/00R002
38025C0217/00C008 217C8
17
38025C0217/00X007 217X7 38025C0217/00W007 217W7 38025C0217/00V007 217V7 38025C0217/00T007 217T7 38025C0217/00S007 217S7
4.21 4.24
38025C0217/00Y013 217Y13
26
38025C0222/00B002 222B2
Brugse 38024A0175/00C000 175C
Brugse Steenweg
4.85
Al
rts
38025C0217/00B008 217B8 38025C0217/00A008 217A8 38025C0217/00Z007 217Z7 38025C0217/00Y007 217Y7
207Y 38025C0207/00Y000
at
38025C0217/00Z009 217Z9
Acacia
3.29 3.64
ijstraa
Vaa
4.27
ietstra
3.88
38025C0217/00H011 217H11
4.23
03/29/2017 00:00:00 69
38025C0217/00Z000 217Z 38025C0217/00H002 217H2 38025C0217/00X000 217X 38025C0217/00W000 217W
Suikerb
3
nlaan
38025C0217/00Y009 217Y9
59
57
55
53
38025C0217/00B002 217B2 38025C0217/00A002 217A2
38025C0217/02A003 217/2A3
1
38025C0217/00E011 217E11
3.78
3.68
4.23
4.28 4.24
51
38025C0217/00K002 217K2
3.74 4.27
3 38025C0217/00C009 217C9
3.91
3.71
138L2 38024A0138/00L002
3.89
38025C0224/00Z000 224Z
38024A0103/00A000 103A
3.52
Esdoor
3.81
laan
49
38025C0217/00D003 217D3 38025C0086/00G007 86G7
111
38025C0119/00B002 119B2
18
38025C0115/00P004 115P4
3.77
38025C0218/00T000 218T
38025C0217/00C003 217C3 38025C0217/00C010 217C10 4.27 4.30
5
3.83
94
3.38
3.34
38025C0568/00C003 568C3
3.39
4
38025C0220/00C007 220C7
38025C0220/00B007 220B7
38025C0220/00M006 220M6
4.24
1
nieuw/ontbrekend/weginrichting
38025C0115/00Y003 115Y3
3.37
3.35
3.33
23
38025C0220/00A007 220A7
38025C0220/00Z006 220Z6
16 3.59
3.34
47
45
3.85
3.33
52 15
3.27
71
41
Brugse Steenweg Brugse Steenweg
4.67
38025C0224/00H002 224H2
3
38025C0224/00Y000 224Y
Acacia
4.34
43
38025C0217/00Z004 217Z4
38025C0217/00E005 217E5 38025C0086/00T003 86T3
6
38025C0224/00N000 224N
3.63
38025C0220/00F007 220F7
39
38025C0217/00A005 217A5
38025C0217/00B005 217B5 38025C0217/00D005 217D5
13
7
38025C0220/00N006 220N6 4.49
37
38025C0217/00C004 217C4
3.97 3.98
4.15
3.99
14
35 33D
38025C0217/00X004 217X4
38025C0222/00K002 222K2
27
Acacia
33C
38025C0217/00D011 217D11
207B2 38025C0207/00B002
38025C0222/00L002 222L2
Steenweg
5 2
32 38025C0222/00E002 222E2 38025C0220/00N005 220N5
50
laan
33B
38025C0086/00P003 86P3
4.09
Brugse
38025C0224/00K002 224K2 3.45
33 38025C0222/00D002 222D2
38025C0220/00M005 220M5
48
Acacia
33A
38025C0086/00R002 86R2
3A-3B
3.44
34
38025C0222/00C002 222C2
38025C0220/00L005 220L5
46
laan
Zuidburgweg
1B
3.85
13
4.55
35
36
38025C0220/00K005 220K5
21
19
38025C0568/00D003 568D3
4.60
weg
laan t I
38025C0114/00P003 114P3
3.92
9
4.35
eg
e Steen
38025C0221/00N000 221N
38025C0220/00G007 220G7
17
38025C0568/00B003 568B3
4.24 3.90 3.90 3.85 3.88 3.86
Steenw
Brugs
1 38025C0224/00P000 224P
38025C0222/00H002 222H2
3.53
5
4.22 4.23
laan
3.61
102B 38024A0102/00B000
38025C0220/00K006 220K6
3
38025C0220/00P006 220P6
38025C0220/00L006 220L6
38025C0222/00M000 222M
21
3.72
38025C0220/00R006 220R6
38024A0154/00R000 154R
3.30 3.33
3.87
Brugse
163
3.38
Acacia
146H 38024A0146/00H000
Esdoorn
3.58
12
3.71
3.04 38025C0219/00V002 219V2
4.29 38025C0222/00V000 222V
37 32
3.54
laan
1
t
4.41
40 3.27
30
38025C0220/00A005 220A5
3.67
3.36
38025C0220/00S006 220S6
aa
raa
Rod
26
28
38025C0220/00Z004 220Z4
38025C0220/00C005 220C5
38025C0220/00B005 220B5
10
tr
38025C0575/00B000 575B
38025C0219/00W002 219W2
t
4.29
est
4.13
34 36 38025C0220/00D005 220D5
38025C0220/00E005 220E5 38025C0220/00F005 220F5 38025C0220/00G005 220G5
11
38025C0220/00H006 220H6
ss
38025C0219/00E002 219E2
42
3.65
t
38025C0086/00F003 86F3
38025C0217/02E003 217/2E3
38024A0138/00D002 138D2
el
38025C0219/00T002 219T2
aa
38 40 42 44 38025C0220/00H005 220H5
3.66
9
85
79
44 38025C0086/00Y007 86Y7
tr
33
38025C0086/00T002 86T2
38025C0119/00W000 119W
9
nd
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
83 81 77
38025C0086/00Y003 86Y3
24-28
ss
4.46
29
38025C0086/00Z002 86Z2
4.70 38025C0219/00N002 219N2
ng
3.51
aat
27 25
38025C0086/00A003 86A3
3.71
5 7
laan
Rodestr 23
21 19
38025C0086/00B003 86B3
3
38025C0220/00V005 220V5
38025C0220/00W005 220W5
Esdoorn
17
38025C0086/00Y002 86Y2
38025C0086/00W007 86W7
ga
4.24
15
38025C0217/02H003 217/2H3
3.88
38025C0086/00X003 86X3
uit
4.24
11-13
38025C0217/02X002 217/2X2 38025C0217/02W002 217/2W2
38025C0118/00Z000 118Z
1
38025C0220/00T005 220T5
38025C0220/00G006 220G6
8
3.58 38025C0219/00M002 219M2
4.78
22
or 7
4
38025C0118/00C002 118C2
129
Ha
Alber
4.10
3 1A
6 3.84
4.40
98
4.12
7
3.99
at Rodestra 3.99
Vo
4.10
38025C0114/00N003 114N3
38025C0115/00C005 115C5
5
138E2 38024A0138/00E002
38025C0219/00X000 219X
4.54 4.59
38025C0119/00X000 119X
102 38025C0114/00Z000 114Z 100
38025C0220/00P005 220P5
38025C0220/00R005 220R5
38025C0219/00L002 219L2
87
3.90
38025C0566/00A000 566A
Rod
38025C0086/00X007 86X7
38025C0220/00S005 220S5
3.93
est 20
207T 38025C0207/00T000
207E2 38025C0207/00E002
104 38025C0114/00T002 114T2 38025C0207/00F002 207F2
3.30 3.31
6
38025C0220/00F006 220F6
4.01 3.98 3.97 3.98
raa
4.77
18
laan
38025C0114/00B003 114B3
106 38025C0114/00B002 114B2
10
4.07
38025C0220/00T006 220T6
38025C0220/00V006 220V6
89
16
3C-3D aat
4.06
Esdoorn
91 4.01
t
3.98
Rodestr
4.08
4.06
n
38025C0220/00E006 220E6
4 95 93
Rodes
3.90
38025C0086/00R007 86R7
aat verwijderd/overbodig/weginrichting
laa
3.93 4.23
traat
3.48
Rodestr 4.09
3.80
laan
3.03 3.88
3.63
laan
38025C0086/02_000 86/2
10-14
4.14 verwijderd/overbodig/weginrichting
112
38025C0114/00L002 114L2
laan
Rodest 4
ken
38025C0086/00M007 86M7
raat
raat
38024A0154/00S000 154S
38025C0086/00A008 86A8
4.22
Rodest
38025C0114/00R002 114R2
Esdoorn
3.47
traat
38025C0114/00M003 114M3
Esdoorn
Rodes
3.31
laan
3.09
Ber
68B
ven
3.15 3.14 4.03
rij
3.57
5 38024A0138/00M002 138M2
3.92
Alloene
38025C0217/00M010 217M10
8
trein
straat 38024A0146/00N000 146N
38025C0122/00W000 122W
t
138K2 38024A0138/00K002
aa
38025C0122/00B002 122B2 38025C0217/00T009 217T9
tr
4.28 38025C0217/00V009 217V9
el nd
2.97 2.99
97-97A
38025C0121/00K004 121K4
2.97
70
4.35
2.94 2.98 4.27
17
145D 38024A0145/00D000
3.17 104C 38024A0104/00C000
Allo
38024A0141/00G000 141G
3
38025C0121/00T000 121T
4.15
ene
2
38025C0122/00M002 122M2
3.50
38024A0188/00H000 188H
Alloe
38025C0121/00M002 121M2
89 87
50C
02/12/2016 00:00:00
nest
3.45
3.54
91
50E
50D 38025C0129/00E000 129E
4.13
4.07
3.42 38025C0121/00H004 121H4
93 54-56
138T2 38024A0138/00T002
29
aat
6-8
raat
95
Ha
3.84
3.80
52
17
ss
4.30 4.28
4.29
203T2 38025C0203/00T002
str
3.91
140E 38024A0140/00E000
3.99
38024A0153/00C000 153C
38025C0121/00Z003 121Z3
50B
203S2 38025C0203/00S002
70
85
38025C0217/00W005 217W5
38025C0217/00V012 217V12
38024A0146/00M000 146M
4.50
4
d
3.82
4.47 3.92
t
rgweg
38025C0217/00F007 217F7
4.28
38025C0196/00X000 196X
4.18
3.49
38025C0217/00V005 217V5
38025C0121/00A004 121A4
4.45
49
79
14
3.02
38025C0217/00T005 217T5
3.03
3.49 3.03
38025C0121/00B002 121B2
3.30 3.39
Kal
38025C0576/00A000 576A 38025C0217/00T010 217T10
4.13
kov
77
t
38025C0130/00A002 130A2
38025C0121/00L004 121L4
3.48
75
38025C0130/00K002 130K2
3.49
38025C0121/00P004 121P4
4.49
at
38024A0146/00E000 146E
140F 38024A0140/00F000
traa
4.16 4.06
t
38025C0216/00V004 216V4
38025C0216/00A005 216A5
38024A0138/00P000 138P
38024A0104/00D000 104D
tra
Brikker
30 3.89
6.46
erijs
3.42
38025C0121/00K000 121K
73
Brikk
38024A0138/00H002 138H2 38025C0217/00Y005 217Y5
3.43 38025C0216/00Z004 216Z4
44
Brikkerijstraat
3.45
1 38025C0217/00L015 217L15
38025C0216/00D004 216D4
4.15
48
44
38024A0205/00A000 205A
t raa 3.393.35
t
38024A0146/00L000 146L
38024A0146/00B000 146B
16 3.19 3.38
4.03 6.47
3.81
38025C0217/00T012 217T12 4.03
3.09
38025C0217/00M013 217M13 4.01
3.26
3.20
4.13
3.16
12
38025C0217/00N013 217N13
38025C0216/00V003 216V3
38025C0216/00K003 216K3
78
38025C0217/00B010 217B10
38025C0217/00K013 217K13
68
25
raa
I
3.15
138M2 38024A0138/00M002
3.31 38025C0216/00L003 216L3
138K 38024A0138/00K000
sst
t
nd
42 38025C0216/00C005 216C5
40
39
3.38
del sst
3.14
38
68B
3.72 38025C0121/00D004 121D4
30 28
4.04 38025C0130/00F002 130F2
3.39
Han
laan
5
38024A0138/00N000 138N
61 3.85
40
14 3.32
3.37
3.92 38025C0216/00L005 216L5
rt
38025C0121/00C004 121C4
3.89
38025C0130/00R002 130R2 38025C0130/00E002 130E2
38025C0130/00R000 130R
t
38024A0167/00E000 167E
33
43
4.06
39 4.74
1
18
raa
4.01
33 4.03
38025C0216/00L004 216L4
38025C0216/00X004 216X4
38025C0217/00V006 217V6
3.49 3.48
sst 4.27 4.19
38025C0217/00E015 217E15
38025C0216/00F005 216F5
38025C0216/00K005 216K5
38025C0216/00M004 216M4
3.73
del
4.50
38025C0217/00G015 217G15
Ha
45
38025C0216/00H004 216H4
38025C0216/00N004 216N4 3.24 38025C0216/00K004 216K4
3.36
el
38025C0217/00L013 217L13
38025C0216/00D005 216D5 38025C0216/00P004 216P4
37
raa
38025C0216/00Y004 216Y4
38025C0216/00G004 216G4
36
38025C0216/00G005 216G5
3.52
3.06
tr 38024A0138/00N002 138N2
107A 38024A0107/00A000
38025C0216/00R004 216R4
35
38025C0217/00C015 217C15
ss
38025C0216/00F004 216F4
34 38025C0216/00E005 216E5
138F2 38024A0138/00F002
38025C0144/00B000 144B
38025C0121/00B004 121B4
63
32
38025C0130/00V002 130V2
del
38025C0216/00W004 216W4
47 38025C0216/00S004 216S4
38025C0216/00B005 216B5
3.62
38025C0142/00C000 142C
3.37
t 38025C0216/00E004 216E4
aa
33
55
38025C0121/00X003 121X3
38025C0121/00K003 121K3
65
Han
4.49
38025C0216/00T004 216T4 38025C0216/00H005 216H5
68A
38025C0144/00C000 144C 38025C0121/00N004 121N4
69
36
34
38025C0130/00N002 130N2
Han
31
71
67
38
38025C0130/00Z002 130Z2
38025C0130/00X002 130X2
38025C0130/00S002 130S2
38
sst
3.92 3.90
42
40
38025C0130/00A003 130A3
37
del
38025C0130/00L002 130L2
15
3.49
38025C0130/00N000 130N
38025C0130/00B003 130B3
ens
4.90
3
ijstraa
38025C0217/00H013 217H13
38025C0121/00W003 121W3
35
36
Han
46
38025C0121/00X000 121X
38025C0121/00Y000 121Y
81
Zuidbu
Rozeb
straa Vaart
34
4.34
38025C0217/00X006 217X6
83
48 46A 38025C0130/00B002 130B2
Albe
rugpa
4.29 38025C0121/00Y003 121Y3
50A 50
11 33
3.99 3.95
26
3.89
3.263.20
Han
4.15
38025C0121/00F004 121F4
3.75
4.00
del
3.64
sst
3.74
59B
4.15
3.96
t
3.90
3.06
oru
3.84 3.84
itg
t
at tra dss
hei
aa ss el
laan
3.90
I
Ha
rt
at
raat
Albe
38024A0146/00G000 146G
38024A0191/00A000 191A
23 3.01 3.73
4.03
t aa ss
Loka naal
38025B0324/00Y000 324Y
38025B0321/00N000 321N
Al
be
la
an
nd
nd
el
3C-3D
Han
38025C0217/00Z006 217Z6
del
207T 38025C0207/00T000
ss
135R 38024A0135/00R000
tr
Vo
10
aa
Ha
3.10 38025C0151/00T000 151T
3.16
60
t
ang 4
3.04
sst 3.51
nd
58
raa
38024A0154/00R000 154R 3.65
t
el
38024A0135/00F000 135F
117A 38024A0117/00A000
ss
3.11
3.30 3.33
tr
3.11
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
38024A0146/00H000 146H
raa
itg 6
21
sst
oru
38025C0207/00E002 207E2
38025C0207/00F002 207F2
t 4.07
rt
3.03
3.90
el
1 138P2 38024A0138/00P002
I
4
3.48
Ha
Ha
138R2 38024A0138/00R002
4.81
38024A0154/00S000 154S
3.47
tr
38025C0217/00F015 217F15
aa
3A-3B
4.12
38025C0217/00Z014 217Z14
3.27 207B2 38025C0207/00B002
3.92
3.34
t
38024A0100/00B000 100B
03/29/2017 00:00:00
3.97 3.98
4.42
5
38025C0217/00B013 217B13
4.66
n
3.74 38024A0143/00H000 143H
laa
43 4.15
74
I
324X 38025B0324/00X000
ra
nd
st
rtst
38024A0138/00L002 138L2
38024A0138/00D002 138D2
135P 38024A0135/00P000
135T 38024A0135/00T000 38025C0146/00A002 146A2
38025C0203/00M000 203M
ne
Vaa
3.57
9
62 4.78
27
3.86
102A 38024A0102/00A000 3.53
138A2 38024A0138/00A002 3.34
38024A0135/00N000 135N
135V 38024A0135/00V000
48 38025B0324/02_000 324/2
41
38024A0105/00B000 105B
oe
ad
tr
38024A0154/00P000 154P
ver
eg gw ur
6-8 3.82
3.75
All
ugp
3.38
3.35
3.33
5.11
38025B0321/00M000 321M
3.04
3.76
t
38025C0207/00E000 207E 4.02
Nij
ebr idb
raa
3.00
103A 38024A0103/00A000
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
sst
4.02
38025C0217/00D015 217D15
3.37
raat
Roz Zu
3.83
ang
8
13 3.33
5.04
39
3.04
Vo
3.91
7
64 135K 38024A0135/00K000
62
38025C0146/00Z000 146Z
Alloenest
3.30 3.31
5
138E2 38024A0138/00E002
59C
4.34
29A
45
203B2 38025C0203/00B002
g
3.02
38024A0154/00E000 154E
3.09 3.07
66
38025C0217/00T006 217T6
4.27 38025C0146/00W000 146W
38025C0138/00F000 138F
49 47 38025C0137/00M000 137M
4.67 4.66
38025C0137/00L000 137L
gwe
10
3.82
38024A0102/00B000 102B 3.74
10
139G 59-59A 38025C0139/00G000
38025C0139/00E000 139E
4.68
4.96
bur
38024A0154/00K000 154K
3.79
38025C0207/00S000 207S
57
4.27
45
Zuid
del
3.94
6.65
38024A0138/00H000 138H
38025C0139/00H000 139H
20
16 14
38025C0136/00Y000 136Y
27A
sst
raa 38025C0217/00A007 217A7
4.07
Zuid
38025C0130/00D002 130D2
38025C0136/00X000 136X 4.87
38025C0203/00P000 203P
Han
gwe
38025C0130/00E000 130E
44
bur
130C 38024A0130/00C000
t
3.91
22
raa
24
38025C0130/00G002 130G2
38025C0130/00X000 130X
g
43
ert
38025B0324/00B002 324B2
38025B0324/00T000 324T
38025C0207/00Y000 207Y
4.66
Alb
2
38025B0334/00E005 334E5 38025B0326/00T002
3.99
49
4.69
2A
Vaart
207A2 38025C0207/00A002
101A 38024A0101/00A000 3.66
tra
38025C0217/00L012 217L12
dss
38024A0143/00C000 143C
hei 3
38024A0135/00E000 135E
38024A0116/00A000 116A
3.81
3.55
Nij
4.48
3.82
ver
straat
B
at
56 4.31
99A 38024A0099/00A000
31C
3.91
3.84
3
38025C0152/00M000 152M
3.94 3.93
38025C0151/00W000 151W
4.52
38024A0235/00A000 235A
3.72
19
38025C0217/00Z012 217Z12
31A
4.23
t
38025C0217/00G010 217G10
38025C0207/00C002 207C2
raa
38024A0145/00C000 145C
3.64 3.36 3.37
est
134H 38024A0134/00H000
4.23
38024A0143/00E000 143E
bin 3.99
38025C0207/00W000 207W
3.17
Tur
38024A0138/00T002 138T2
4.50
3.53
4.40
31B
4.23
4.53
Werkplaa
334L5 38025B0334/00L005
3.62
4.39
3.77
38024A0190/00A000 190A
38025C0203/00V002 203V2
4.52
38025C0207/00M000 207M
raat
38025C0217/00G012 217G12
sst
aat
4.42
3.24
t
ert
str 4.43
Alb
bine Tur
4.47
raa
n
4.46
4.48
1
3.83
3.75
del
38024A0142/00N000 142N
7 4.31
11
laa
3.88
6
56
I
aatsst Werkpl
3.75
Han
38025C0207/00D002 207D2
4.19 3.78
4.29
54
3.48
4.48
tsstraat
3.84
4.40
4.46
raat
72
3.08
aatsst
3.06
Werkpl
3.92 3.92
3.61
raa
3.57
3.78
t
3.77 4.32
107B 38024A0107/00B000
38025C0217/00H012 217H12
sst
3.85
38024A0142/00P000 142P
217K12 38025C0217/00K012
38025C0217/00X012 217X12
3.91
tra
at
Werkpla 4.30
de
rn
em
st
ra
rn
em
t raa sst 2.97 38025C0203/00T002 203T2 2.99
ing
3.42
5
29
4.20
3.50
17
38024A0104/00C000 104C
38024A0145/00D000 145D
38024A0141/00G000 141G
3
239B 38024B0239/00B000
38024A0140/00E000 140E
70
203S2 38025C0203/00S002
38024A0130/00C000 130C
4
4.05
4
38024A0131/00H000 131H
3.49 3.02 4.02
3.03 3.49 3.03
578A 38025C0578/00A000
108A 38024A0108/00A000
38024A0104/00D000 104D
3
3.49
38025C0561/00B000 561B
38024A0138/00P000 138P
38024A0102/00A000 102A
t
203M2 38025C0203/00M002
68A
raa
3.38
38024A0138/00N002 138N2 3.62
2
tra
at
572C 38025C0572/00C000
st
3
ra
177C 38025C0177/00C000
38024A0138/00F002 138F2
3.52 4.00
5
Nij
38024A0138/00N000 138N
Oo
3.15 3.14
38024A0138/00M002 138M2
68B
3.72
41H 38024A0041/00H000
3.09
3.31
1
38024A0131/00K000 131K
3.36
3.73
ver
4.13
38025C0183/00H000 183H
at
5
dss
en
3.74
3.06
sst
st
ing
152R 38025C0152/00R000
del
em
38024A0140/00F000 140F
hei
rn
15
38024A0138/00H002 138H2 4.15
ing
de
184S 38025C0184/00S000
em
On
3.48 217Y12 38025C0217/00Y012
38024A0113/00A000 113A
rn
4.46
581A 38025C0581/00A000
at
de
52
ra
On
en 38025B0335/00X005 335X5
50B
38024A0188/00H000 188H
4.30
3.28
572A 38025C0572/00A000
3.32
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
2.94 2.98 3.45
3.54 217B16 38025C0217/00B016
1
at
ing
152Z 38025C0152/00Z000
4.54
42F 38024A0042/00F000
2.97
70
6-8 4.24
17
del
at
ver
ra
Nij
st
38024A0138/00K002 138K2
Han
en
de
3.49
t
On
raa
On
en 4.50
est
3.30
50
152Y 38025C0152/00Y000
4.29
38025B0335/00V006 335V6
4.55
bin
4.28
38025B0335/00G006 335G6
38024A0042/02_000 42/2
4.34
41/2A 38024A0041/02A000
3.53
38024A0107/00A000 107A
hei
Tur
4.02
134K 38024A0134/00K000
38025B0335/00T005 335T5
dss
1 4.28
Han
4.23
Han
atsstr
del
aat
38025B0334/00A005 334A5
38024A0138/00K000 138K
50
68
1
38025C0183/00F000 183F
Vaartst
4.15
St
3.88
ee
ng
ra
ch
st
t
3.82
3
raat
38025B0338/00D004 338D4
4.04
38024A0117/00A000 117A 38025C0183/00G000 183G
38024A0102/00B000 102B
38024A0138/00H000 138H
4.43
3.33
203R2 38025C0203/00R002
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
38024A0100/00B000 100B
66
3.30 3.31
4.47 38024A0103/00A000 103A 4.27 38025C0203/00P000 203P
5
7
38024A0138/00E002 138E2 3.95
at
27A
erh
4.56
29A
5
203P2 38025C0203/00P002
Nijv
50A
38025C0203/00B002 203B2
3.66 3.65
3.66 3.79 38025C0203/00X002 203X2 3.71
38024A0116/00A000 116A
St
38025C0152/00P000 152P 203W2 38025C0203/00W002
3.65
ee
nk
er
ke
st
t 62
del
ra
vaa at
Alb
est
4.69
t
t raa sst del
t ch
2
ra
raa
56
38024A0135/00E000 135E
4.48
ra
dijkweg
st
4.09 4.52 168N 38025C0168/00N000
at
Alf
on
4.31
sh
178N2 38025C0178/00N002
38024A0101/00A000 101A
ng
erk
ee
enk
St
Ste
1-1B 38025C0168/00D000 168D
at
3.72
ra
3.91
t
38024A0107/00B000 107B
st
t idsstraa
Nijverhe 38024A0043/00G000 43G
raa 239H 38024B0239/00H000
ke
ke
rn
4.01
5
Lovaart
de
at
sst
er
4.66
3.94 3.93 3.92 3.92
er
On 38024A0038/00G002 38G2
ra
ing
del 3.11 3.11
3.75
nk 38025B0339/00Z000 339Z
st
4.66
3.86
3.90
ee
38025B0339/00M002 339M2
en em
Han
58
38024A0135/00F000 135F
nk
06/12/2018 00:00:00
St
6
Han
t
3.88
8
98A 38024A0098/00A000
raa
3.10
3.73
38X 38024A0038/00X000
sst
3.16
60
ee
tra
ert
27
38025C0168/00H000 168H
52
41M 38024A0041/00M000
del
38024A0138/00R002 138R2 38024A0135/00R000 135R
laa
St
rts
I
38025C0203/00M000 203M
168L 38025C0168/00L000
99A 38024A0099/00A000 38024A0138/00L002 138L2
Han 38024A0138/00P002 138P2
n
4
3.38
38024A0138/00D002 138D2
Wel
3.85
3.72
3.34
9
62 38024A0135/00P000 135P
38024A0135/00T000 135T
3.59
at idsstra Nijverhe
3.84
38024A0138/00A002 138A2 3.33
38024A0135/00N000 135N
38024A0135/00V000 135V 38025C0561/00A000 561A
3.75
38024A0131/00E000 131E
38024A0110/00B000 110B 4.35
3.35
Han
st
ing
3.19
3.37
38024A0108/00B000 108B
of
51
38024A0138/00T002 138T2
3.86
d
4.40
38024A0108/00A000 108A 4.46
2.97
10
11
178G2 38025C0178/00G002
113A 38024A0113/00A000 178Z2 38025C0178/00Z002
ra
at
en
de
rn
em
st
ra
at
4.22
4.01
4.08
ing
25
38025C0168/00E000 168E
2
38024A0107/00A000 107A
4.28
t
38024A0134/00K000 134K
raa
t
4.38
raa
4.30 38025C0166/00D000 166D
Ond 1
3.28
nst
38025C0178/00V002 178V2
38024A0130/00C000 130C
nge
4.34
emi 38024A0041/02A000 41/2A
38024A0131/00H000 131H
ern Ond
178S2 38025C0178/00S002
t
3.32 38025C0178/00T002 178T2
178R2 38025C0178/00R002
raa nst
38025C0178/00W002 178W2
3.38
emi
52
4.17
38024A0042/00F000 42F
Ond
4.04
at
ee
245C 38024B0245/00C000
nk
38024B0239/00H000 239H
er ke
Ste
3
38024A0117/00A000 117A
st
4.11
enk
3.33
kest
raat
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
est
aat
48
raa
str
Alfo
t
3.79
38024A0100/00B000 100B
Ste
nker
at
Stee
ra
erk
3.69 38024A0041/00L000 41L
46 38024A0040/00F000 40F
St
Projectgrens
253M 38024B0253/00M000
19 38024A0102/00A000 102A
95B 38024A0095/00B000
38025C0166/00C000 166C
3.96
ra
St
38024A0131/00K000 131K
38025C0178/00Y002 178Y2
st
38024A0098/00A000 98A
t
5 38024A0041/00H000 41H
50
52-53
ke
raa
3.95
178E2 38025C0178/00E002
38025C0157/00R000 157R
er
nst
3.74
laa
Alb
23
38025C0178/00X002 178X2
nk
nge
ern
4.26
n I ert
38024A0110/00B000 110B 38025C0569/00C000 569C
ee
emi
raat
21
ern
nge 110A 38024A0110/00A000
4.46
St
Ond
Vaartst
52-53
4.78 4.79
D e fo n k e l
ht
38025B0339/00L002 339L2
5A
43H 38024A0043/00H000
rac
at
ra
ra
2.88
eng
st
ng
at
en
ee
ra
ing
St
st
em
ern
38024A0042/02_000 42/2
4.33
rn
ch
emi
4.18
2.96
de
ee
t
nge
On
gen
nsh
4.35
ofle
38024A0099/00A000 99A
108B 38024A0108/00B000
emin
38024A0116/00A000 116A
ern
ed
Ond 38024A0131/00E000 131E
38025C0569/00B000 569B
3.96
ern
38025C0569/00A000 569A
St
ee
nk
er
st
ra
44-44B
6 38024A0041/00M000 41M 38024A0038/00W000 38W
12 5
St
3.14
ee
ng
ra
t
Oo
st
38024A0107/00B000 107B
38024A0043/00G000 43G
aat
38024A0039/00N000 39N
8
38024A0038/00X000 38X
str
17
I
38025C0178/00L002 178L2
54-55
emin
laan
rt
Ond
38024A0110/00A000 110A 38024A0038/00G002 38G2
38024A0108/00A000 108A 2.97
10
38024A0113/00A000 113A 3.85
3.91
t
3.92
aat
raa
str
nst
rts 38
t raa
38024A0039/00L000 39L
est
Ond
38024A0038/00K000 38K
23
erk enk
5A 38024A0038/00V000 38V
38024A0043/00H000 43H
2.86
ee
ng
ra
ch
t
Oo
Ste
st
38024A0098/00A000 98A
Bestaande bomen
raat
t
erkest Steenk
Alfon
38024A0108/00B000 108B
shof leed
38024B0245/00B000 245B
38024B0244/00E000 244E
4.22
7
gen
38024B0239/00H000 239H
Boom grootorde 1 Legende:
raa
38024A0094/00B000 94B
ern
cht
Ond 4.59
244G 38024B0244/00G000
38024A0038/00D002 38D2
38024A0037/05B000 37/5B
ee ke at
ee
nk
er
ke
st
ra
at
Projectgrens
38024B0253/00M000 253M
19
38024A0110/00A000 110A
Boom grootorde 1
ra
38024A0095/00B000 95B
38024A0097/00A000 97A
38024B0245/00C000 245C
11
t 93B 38024A0093/00B000
Oos
38024B0244/00G000 244G
2.77
ht
t
38024A0033/00F000 33F
st 92C 38024A0092/00C000
193B 38024B0193/00B000
eng Ste
erk enk
ch
t
13
rac
raa est
Oo
traat
emin ern Ond
ng
38024A0033/00C000 33C
St
2.69
gen
t
ee
ra
aat
Vaarts
raa
49B 38024A0049/00B000
9
st
str 2.68 2.75
aat str
est
ch
er
gen
straat
38024A0037/00D000 37D
t
2.65
nk
emin
Vaart
raat Vaartst
Oo
St
ern 2.91
erk
Stee
st
58
38024A0037/05C000 37/5C
4.27
enk
boom grootorde 2
17A
4.78 4.61
Ste
ngra
2.53
93B 38024A0093/00B000 4.63
20
Oost
emin
2.56
at
38024B0252/00E000 252E
97A 38024A0097/00A000
38024A0031/00D000 31D
St
Bestaande bomen
ra
Ste
Boom grootorde 2
ng
38024A0033/00E000 33E
ee
15
38024B0245/00B000 245B
St
38024A0050/00C000 50C
60
38024B0244/00E000 244E 38024B0244/00H000 244H 38024A0094/00B000 94B
02/22/2016 00:00:00
Boom grootorde 2
38024A0035/00B000 35B
t raa
38024A0092/00C000 92C
38024B0193/00B000 193B
est 38024A0037/00E000 37E
erk
91C 38024A0091/00C000
Ste
enk Ste
enk est raa
Ste
t
enk
St
erk
38024A0091/00C000 91C
38024A0097/00A000 97A
est
89A 38024A0089/00A000
ee
raa
raat
t 38024A0093/00B000 93B
nk
t Oos
St
rac
nk 9
ke
tra
ra
at
at
8
3.32 81K 38024A0081/00K000
ee
nk
er
ke
st
ra
38024B0193/00B000 193B
at
3.32 38024A0081/00K000 81K
8
St
3.37
76B 38024A0076/00B000
ee
nk
er
ke
st
ra
Boom grootorde 2
at 11 38024A0091/00C000 91C
38024A0090/00E000 90E 38024A0050/00D000 50D
Boom grootorde 3
38024A0089/00A000 89A
erk
7
9
est
90E 38024A0090/00E000
enk
St 38024A0076/00B000 76B
38024A0092/00C000 92C
Ste
8 3.37
8
38024A0092/00D000 92D
at
Gas
raa
8
38024A0092/00D000 92D
t
7
50C 38024A0050/00C000
st
ra
er
rts
st
Vaa
ke
ee
ht
38024A0089/00A000 89A
eng
er
9
92D 38024A0092/00D000
Boom grootorde 3 38024B0244/00G000 244G
kest nker Stee
38024C0174/00K000 174K
Boom grootorde 3 boom grootorde 3
Boom grootorde 1
erk
11
50D 38024A0050/00D000
at tra iss thu
Ste
ke
St
raat
er
38024A0110/00B000 110B
kest
nk
at
38024B0244/00H000 244H
aat str
Ond
ee
ra
19
38024A0038/00E002 38E2
Alber
ra
st
38024A0038/00N000 38N
straat
at
St
st
at
ke
42
aat
ra
ke
ra
er
2.75
tstr
Vaart
st
er
st
nk
est
Vaar
ke
nk
at
ee
nker
aat
er
ee
ra
38024A0037/02_000 37/2
Stee
str
nk
St
57
erk
art
2.88
2.77
I laan
enk
Va
ee
St
st
t
Ste
St
21 38024A0038/00A002 38A2
ke
Stee
3.38
er
bestaande bomen
str gen emin ern
4.29
nk
ht rac eng
aat
2.96
aat
2.86
38024A0037/03_000 37/3
ee
t Oos
244E 38024B0244/00E000 244H 38024B0244/00H000
Ste str
25
56
3.92
St
245C 38024B0245/00C000
38024A0095/00B000 95B
Ond
gen
38024A0038/00F000 38F
40
59
3.64
emin ern
ern Ond
emin
laan
raat
I
rtst
rt Albe
38024A0038/00H002 38H2 38024A0038/00K002 38K2
ern
Vaa
38025C0178/02_000 178/2
94B 38024A0094/00B000
38024A0038/00E000 38E
emi
10
Ond
38024A0038/00T000 38T
at
245B 38024B0245/00B000
gen
nge
tra
02/22/2016 00:00:00
38024B0239/00B000 239B
ern
42
Albe 4.16
Vaa
4.46
projectgrens Bestaande bomen
Projectgrens
253M 38024B0253/00M000
19
gen
4.32
38024A0049/00B000 49B
20
38024B0252/00E000 252E
4.22
t
ch
ht
ke
38024A0038/00Y000 38Y
Ste
aat
52 38024A0041/00F000 41F
aat
str
38024A0040/00H000 40H
str
art
19A at
rac
Albe
gen
Va
3.19
emin
38025C0178/00Y000 178Y
19
178V 38025C0178/00V000
Legende:
eng
laan
rt
52-53
4
38024A0038/00R000 38R
38024A0040/00K000 40K
Oos
Ond
I
3.88
7 38024A0031/00D000 31D
3.17
Oo t ch ra ng
nst
3.30 38025C0178/00P002 178P2
2.86
20
252E 38024B0252/00E000
st 4.23
4.30
at
On
st
st
ing
Oo
em
tra
rn
rts
de
vaa
On
Wel
en 10 38024A0038/00H002 38H2 38024A0038/00K002 38K2
56
54
38024B0239/00B000 239B
Legende:
38024A0134/00H000 134H
lee
cht
em
3.33
ngra
rn
38025B0338/00X004 338X4 38025B0338/00Y004 338Y4
4
38R 38024A0038/00R000
38Y 38024A0038/00Y000
13
64 38024A0135/00K000 135K
aat
de
at
str
en
On
ra
ene
8
4.34
Allo
str eids
raa
aat
3.95
4
sst
3.69
t raa est 3.32
erk
38024A0081/00K000 81K
enk
8
Ste
3.37
38024A0076/00B000 76B
38024A0090/00E000 90E
7
figuur 55
landschap themakaart 2050
85
3
Quickwins
1
2
figuur 56
86
Quickwin
MASTERPLAN
Om de leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid van de site op korte termijn te verbeteren, werden enkele concrete quickwins opgelijst. Deze ingrepen zijn snel uitvoerbaar en dragen bij aan een veiligere en toekomstgerichte werkomgeving. 1.
2. 3.
4.
5.
Collectieve parking aan Furnevent met trage doorsteek door de poort open te laten zodat fietsers en voetgangers zich gemakkelijk van het Suikerpark naar de Albert I-laan kunnen begeven. Veiligheid van fietsers garanderen t.h.v. truckstop door het inrichten van fietssuggestiestroken Waterbesparende maatregelen: Met enkele eenvoudige ingrepen kunnen bedrijven hun waterverbruik snel en kostenefficiënt verlagen. Denk aan waterbesparende kranen en spoelsystemen, het detecteren van lekken via digitale meters, het optimaliseren van reinigings- en proceswater en het inzetten van regenwater voor laagwaardige toepassingen zoals schoonmaak en toiletspoeling. Tijdelijke natuur: Dit wordt gezien als een ‘quickwin’, omdat veel terreinen momenteel braakliggend zijn of als gemaaid gazon functioneren. Deze tijdelijke natuur draagt bij aan een gezonder werk- en leefmilieu en is van cruciaal belang voor fauna en flora. Door de aanplant van hoogwaardig groen kan het hitte-eilandeffect afnemen. Daarnaast nemen bomen dagelijks tussen de 50 en 300 liter water op in de zomermaanden, wat helpt overstromingen te voorkomen. Nieuwe toekomstbomen: Voor een snelle verbetering kan gestart worden met aanplant op bestaande open plekken binnen het openbaar domein.
mogelijke verblijfsruimte (lunchplek)
P
parkeermogelijkheid ROC gedeeld ruimtegebruik (collectieve parking en andere deelfaciliteiten) Furnevent nieuwe toekomstbomen groengevels fietssuggestiestroken verbetering fietsverbinding
87
fase . plan OMGEVING cv uitbreidingstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 4 augustus 2025 . 23054_01_PL_004_Veurne 04082025.dwg
TITEL IN HOOFDLETTERS WELVAARTSTRAAT BESTAANDE TOESTAND fase . plan
huidige rooilijn
huidige rooilijn
WELVAARTSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
Noordelijke lus
Er wordt gekozen voor een eenrichtingslus in het noordelijke deel van het bedrijventerrein, waarbij voertuigen inrijden via de Welvaartstraat en uitrijden via de Vooruitgangsstraat. Deze nieuwe circulatiestructuur biedt kansen op het vlak van verkeersveiligheid, mobiliteit, vergroening en waterbuffering. Tegen 2030 kan deze ingreep realistisch worden voorbereid en deels gerealiseerd. Zo ontstaat er op korte termijn al een veiligere verkeerssituatie en een duidelijke circulatiestructuur. De invoering van eenrichtingsverkeer maakt het bovendien mogelijk om een asymmetrisch wegprofiel te hanteren, met ruimte voor toekomstgroen en waterbuffering. Dit draagt niet alleen bij aan een klimaatrobuuste werkomgeving, maar kan ook nieuwe mogelijkheden creëren voor bedrijven, omdat pluviale kaarten vandaag uitbreidingskansen beperken.
huidige rooilijn
4.1
Straatprofielen
huidige rooilijn
4
4.03
4.03
4.01
9.95
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND
figuur 58
4.01
18.00
Snede A: Welvaartstraat huidige toestand
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
Momenteel lopen gesprekken met betrokken partijen en wordt in een volgende fase een testopstelling voorzien om onder reële omstandigheden de impact van het circulatieprincipe en de eventuele nood aan een afdraaistrook te evalueren. Simulaties geven namelijk niet altijd een volledig beeld, terwijl praktijkervaring essentieel is om tot een gedragen en effectieve inrichting te komen. De keuze voor een afdraaistrook wordt alleen overwogen als deze strikt volgens de richtlijnen wordt aangelegd én effectief nodig blijkt. Quickwins rond vergroening en buffering kunnen alvast meegenomen worden bij de herinrichting richting 2030. Deze aanpak legt tegelijk de basis voor een bredere en structurele uitrol tegen 2050.
9.95 18.00
2.50
4.00 0.50
0.50
2.50
7.49
0.50 18.00
figuur 59 2.50
Snede A: Welvaartstraat 4.01
4.00
0.77
C
B
A
figuur 57
88
snedes masterplan lange termijn
MASTERPLAN
3.50
2.50 0.73
18.00
NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
BESTAANDE TOESTAND HOOFDLETTERS
0
2.5
n
5
SCHAAL 1.250
SCHAAL 1.250
ngstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 4 augustus 2025 . 23054_01_PL_004_Veurne 04082025.dwg
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
10 m
huidige rooilijn
17.48
18.00 NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND T NIEUWE TOESTAND
VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
Snede B: Nijverheidsstraat huidige toestand
figuur 62
8.11
4.00 0.50
2.50
figuur 61 2.50
4.01
2.50
2.52 4.00
0.50
0.77 18.00
huidige rooilijn
4.00 0.50
3.50
16.98
figuur 63 2.98 2.50
1.23
2.50 2.50
2.52
6.47
0.50
2.50
1.26
3.72
4.00
2.98
2.50
16.98
16.98
24.09
4.00
huidige rooilijn
huidige rooilijn
nieuwe rooilijn
2.50
5.27
0.50
Snede B: Nijverheidsstraat 2.50
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
4.00
3.51
0.50 17.48
1.23
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
3.72 2.50
Snede C: Vooruitgangsstraat huidige toestand
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
nieuwe rooilijn
huidige rooilijn
ORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND RAAT NIEUWE TOESTAND
3.97
3.64
10.14
3.71
4.01
16.98
figuur 60
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
3.01
9.95
16.98
16.98
10.16
3.81
3.01
10.16 3.01
3.81 10.16
3.81
17.48
17.48
4.03
NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
3.64
10.14 3.64
3.71 10.14
3.71
huidige rooilijn
huidige rooilijn huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
ORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND RAAT BESTAANDE TOESTAND
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
SCHAAL 1.250
Snede C: Vooruitgangsstraat 8.11
4.00
0.73
2.50
5.27
0.50 24.09
89
1.2
4.2 Centrale as De Albert I-laan vormt de centrale as binnen het bedrijventerrein, maar biedt vandaag nauwelijks veilige infrastructuur voor fietsers. In overleg met AWV en de projectpartners is daarom gekozen voor een gefaseerde herinrichting, waarbij vanaf 2030 al concrete stappen kunnen worden gezet om de laan veiliger en leesbaarder te maken. De aanleg van vrijliggende fietspaden, verder van de rijweg, kan op korte termijn worden opgestart, met prioritaire aandacht voor de meest risicovolle zones, zoals knelpunten met vrachtverkeer. Tussen de rijweg en het fietspad komt een brede groenzone, die niet alleen de verkeersveiligheid verhoogt – onder andere in het kader van dodehoekongevallen – maar ook zorgt voor een aangenamer straatbeeld en ruimte voor waterbeheer. De eerste segmenten van deze groenzone kunnen al tegen 2030 worden gerealiseerd, als belangrijke quickwin richting een klimaatrobuuste en toekomstgerichte inrichting.
figuur 65
Snede D: Albert I-Laan huidige toestand
figuur 66
Snede D: Albert I-Laan gewenste toestand
Ook worden er op de Albert I-laan kwalitatieve oversteekplaatsen voorzien, met bijzondere aandacht voor de verbinding ter hoogte van Furnevent. Deze vormt een essentiële schakel in de trage doorsteek en versterkt de connectie tussen beide zijden van het terrein. Door in te zetten op een aangepaste inrichting van de Albert I-laan als veilige en leesbare verbindingsas, in de eerste plaats voor lokaal fietsverkeer van en naar de bedrijven, wordt de basis gelegd voor een volwaardig en veilig fietsnetwerk. Dit netwerk zal zich na 2030 verder kunnen uitbreiden tot een volledig raster rond het bedrijventerrein, afgestemd op de visie voor 2050. Daarbij wordt bewust rekening gehouden met het beperken van doorgaand fietsverkeer, zodat de infrastructuur maximaal ter beschikking staat van werknemers, bezoekers en de logistieke werking binnen de site.
D
E
figuur 64
90
snedes masterplan lange termijn
MASTERPLAN
3.30 4.00
20.58
3.30
6.40
20.58
4.99
SNEDE B - ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
4.10 2.50
0.50 huidige rooilijn
SNEDE A - ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
Oversteekzone
Tegen 2030 kan de oversteekzone aan Furnevent als een van de eerste zichtbare ingrepen worden gerealiseerd. Deze plek is strategisch gekozen als veilige verbinding tussen beide zijden van de Albert I-laan en versterkt de trage doorsteek doorheen het terrein. De voorkeur voor fietspaden aan de buitenzijde van de rijweg bepaalt mee de inrichting van de oversteek en de opstelzones. Tegelijk wordt onderzocht of een verschuiving van de rooilijn nodig is om veiligheid en ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.
2.50
4.38 1.38
5.00
5.00
6.40 1.42
3.20 2.50
figuur 67
4.48
5.00 ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
5.00
0.50
6.40
20.58
10.00
5.50
3.20
2.50
Huidige rooilijn
1.29
0.50
Nieuwe rooilijn op privaat domein
Snede D: Albert I-Laan oversteekzone
4.3 Zuidelijke lus In de huidige situatie ontbreekt het aan voldoende groene ruimte in de zuidelijke lus. Door de Ondernemingenstraat in te richten als eenrichtingsfietsstraat ontstaat een veiligere verbinding voor alle weggebruikers, met ruimte voor toekomstbomen en bijkomende vergroening. Deze herinrichting vormt een eerste stap naar een leesbare en groene zuidelijke lus.
figuur 68
Snede E: Ondernemingenstraat huidige situatie
Een volledige doorverbinding is op korte termijn nog niet haalbaar, omdat er nog bedrijven actief zijn op de plek waar die idealiter zou komen. Toch kan nu al worden ingezet op verkeersveiligheid en vergroening, in afwachting van verdere ontwikkelingen richting 2050.
figuur 69
Snede E: Ondernemingenstraat gewenste situatie
91
E
ACTIES & BUSINESSCASES
1
Longlist van acties
94
2
Energie
108
2.1
Actiefiches
2.2 Samenvatting businesscase: collectieve batterij-opslag
108 116
3
Water
118
3.1
Actiefiches
3.2 Samenvatting businesscase: collectieve waterbuffer
118 126
4
Materiaal
128
4.1
Actiefiches
128
5
Mobiliteit
130
5.1
Actiefiches
5.2 Samenvatting businescase: collectieve parking bij Furnevent
130 136
6
137
Landschap
6.2 Samenvatting businesscase: tijdelijke natuur
137 149
7
Sociale dienstverlening
150
7.1
Actiefiches
150
6.1 Actiefiches
1
Longlist van acties
Actie/ businesscase
Korte uitleg
P1: Zuinig ruimtegebruik PRUP om percelen minstens 5000 m² te houden
RUP watergebonden bedrijvigheid
Behoud mix van grote en kleine percelen via een provinciaal RUP. Via een provinciaal RUP gaan we verdere versnippering tegen door in te zetten op percelen van minstens 5000 m² en grotere percelen te behouden. Deze actie is niet verder opgenomen in deze studie, omdat het opstellen van een PRUP een vaste werkwijze volgt. RUP of overdruk opmaken waarbij de percelen aan de Vaartstraat (tussen de Werkplaatsstraat en de Albert I-laan) watergebonden bestemming krijgen. Hierbij wordt de link gelegd met het scenario 'knip Vaartstraat' voor het ROC Veurne. Deze actie is niet verder opgenomen in deze studie, omdat het opstellen van een RUP een vaste werkwijze volgt.
Uitgewerkt binnen deze opdracht
Link met andere percelen
Niet verder uitgewerkte actie
Niet verder uitgewerkte actie
P5
Timing Quick win 2030 2050
Collectief Trekker
Te betrekken partners
2050
V
Provincie WVL
Stad Veurne, WVI
2050
V
Provincie WVL
Provincie WVL, WVI, DVW
2030
X
Bedrijven
WVI, Stad Veurne, Veurne@W ork
Quickwin
X
Bedrijven
WVI, Stad Veurne, Veurne@W ork
2030
X
Bedrijven
Stad Veurne
2030
V
Bedrijven of energiemaatschappij
Stad Veurne WVI
P2: circulaire economie: Energie Algemene renovatiestrategie Uitbreiding PV-panelen op gebouwniveau
Kleine windturbines
Middelgrote windturbines
94
Bedrijven ondergaan een energiebesparende renovatie van hun gebouwen. Deze actie is niet verder opgenomen in deze studie, omdat hierover al veel informatie beschikbaar is en dit specifiek per bedrijf moet worden bekeken. De daken van de bestaande als nieuwe bedrijven worden optimaal ingezet om PVpanelen te plaatsen. Een overzicht van de randvoorwaarden, investering, de verdiensten (wetgeving, terugverdientijd) en innovatieve zaken worden opgesomd. Bedrijven kunnen kleine windturbines plaatsen (tiphoogte 15-40m; <100kW) om duurzame energie op te wekken. Maar hoe kleiner de windturbines, hoe minder het rendement. Daarom is deze actie niet verder opgenomen in deze studie. Omdat er door de aanwezigheid van de luchthaven van Koksijde geen grote windturbines mogen komen, kunnen middelgrote windturbines (max tiphoogte 80m; 100-1000kW) een oplossing zijn. Deze actiefiche geeft een overzicht van de voordelen van een windturbine en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan.
ACTIES & BUSINESSCASES
Niet verder uitgewerkte actie
Actiefiche
P3, P6
Niet verder uitgewerkte actie
Actiefiche
P1
Actie/ businesscase
Individuele/ collectieve batterijopslag
Uitgewerkt Link met binnen deze andere Korte uitleg opdracht percelen Voor deze actie werken we drie scenario's uit in Businesscase
een businesscase. Zowel de ondernemers als partners zijn geïnteresseerd in de voordelen van een collectief batterijpark. Scenario 2 wordt cijfermatig uitgewerkt, scenario 1 en 3 eerder principieel. Er wordt ook een vergelijking tussen de scenario's toegevoegd. Scenario 1 - huidige situatie: voor bedrijven met veel PV-panelen en hoge elektriciteitsvraag; individuele batterijen om eigenconsumptie te verhogen. Scenario 2- huidige situatie: collectief batterijpark, met eigen EAN-nummer, waarmee winst gemaakt kan worden door in te spelen op de energiemarkt (onafhankelijk van PV-productie op het bedrijventerrein). De bedrijven zouden in dit project kunnen investeren en zo delen in de winst. Scenario 3 - toekomstige situatie: met maximalisatie van PV-panelen én in de veronderstelling dat energiedelen financieel interessanter wordt als heffingen op lokaal niveau opgeheven worden: een collectief batterijpark in combinatie met energiedelen. Verdere uitrol Ingenium heeft in opdracht van WVI een huidig haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor de warmtenet verdere uitrol van het warmtenet. De bedrijven PepsiCo en Trotec zijn de warmtebronnen in deze studie. Er kan bekeken worden om deze studie uit te rollen. Gemeenschap- De businesscase van het thema mobiliteit pelijk parkeerge- tekent een plan uit voor de site Furnevent met bouw met laad- een parkeertoren. De actiefiches sluiten aan infra en PV op deze businesscase. De actie zal weergeven Furnevent wat de kosten, randvoorwaarden en verdiensten zijn om dit parkeergebouw te voorzien van laadinfrastructuur (ongeveer 50% van de parkeerplaatsen voorzien van een laadpaal). Potentieel 5e Door de verschillende warmtevragen op het gen-warmtenet- terrein en de hoge temperaturen die nodig zijn ten met lokale voor proceswarmte, heeft een bronnet minder warmtebronnen potentieel. Bronnen die hiervoor kunnen worden gebruikt, zijn aquathermie van Lovaart, geothermie … Riothermie heeft geen potentieel op dit terrein. Daarom is ervoor gekozen om deze actie niet uit te werken. EnergieVerschillende mogelijkheden van energiedelen gemeenschap worden beschreven aan de hand van een SWOT-analyse, die de voordelen en obstakels binnen de huidige regelgeving in kaart brengt. Ook voorbeelden van mogelijke aanpassingen aan de regelgeving worden beschreven.
Niet verder uitgewerkte actie
Timing Quickwin/ 2030
Collectief Trekker X/V Bedrijven of WVI
Te betrekken partners Fluvius Elia Stad Veurne (Veurne@ work)
2030
V
Stad Veurne
Bedrijven, WVI, Stad Veurne, Fluvius, Noven, ziekenhuis
2050
V
Stad Veurne
WVI, Provincie WVL, bedrijven
Geen realistische actie voor dit terrein
2030
V
Fluvius
Bedrijven, Stad Veurne
Actiefiche
2030
V
Bedrijven WVI
Fluvius
Actiefiche
P1, P3, P5, P6
95
Actie/ businesscase
Directe lijnen
Korte uitleg
Door een kabel te trekken van het ene bedrijf naar het andere, kan er aan energiedelen worden gedaan. Omdat vergunningen voor deze actie moeilijk te verkrijgen zijn, wordt deze actie niet verder uitgewerkt. (C)PPA: Power Dit is een overeenkomst tussen een elektriciPurchase Agree- teitsproducent en een afnemer, waarbij de ment (PPA) afnemer een bepaalde hoeveelheid elektriciteit tegen een vastgestelde prijs afneemt. Bij de bedrijven en partners was er minder interesse in deze actie. Flexibiliteit Deze actie is gelinkt aan andere acties en zal mee beschreven worden in de businesscase rond batterijen. Waterstof Het gebruik van waterstof heeft alleen potentieel bij bedrijven die proceswarmte op extreem hoge temperaturen nodig hebben, zoals in de staalindustrie. Dit type bedrijf is momenteel niet aanwezig op het terrein. Omdat de productie van waterstof ook energie kost en gepaard gaat met verlies, kunnen bedrijven met een warmtevraag op lagere temperaturen beter gebruikmaken van warmtepompen. Deze hebben geen verlies en dit is gratis warmte. Voor vrachtwagens kan waterstof in de toekomst mogelijk wel potentieel hebben.
Uitgewerkt binnen deze opdracht Niet verder uitgewerkte actie
Link met andere percelen
Timing Quickwin
Collectief Trekker V Bedrijven WVI
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
X
Niet verder uitgewerkte actie Geen realistische actie voor dit terrein
Quickwin
X
2030
Te betrekken partners /
Bedrijven
Fluvius
X
Fluvius
Bedrijven, Stad Veurne
2030
V
POM WVL WVI, Stad Veurne, Aquaduin, WASCO, bedrijven …
2030
V
POM WVL Aquaduin, WVI, Stad Veurne, WASCO …
Quickwin
X
Bedrijven
P3: Circulaire economie: water Collectieve waterbuffer om regenwater op te zuiveren naar drinkwater en via 2e net terug naar bedrijven sturen
Businesscase P1 Collectieve opvang van regenwater van de daken en wegenissen van bedrijven in een nieuw waterbekken en zuivering voor hoogwaardig hergebruik door alle bedrijven → Optie 1: Aanleg tweede circuitnetwerk voor regenwaterhergebruik. Hierbij wordt verondersteld dat de bovengrondse buffer op het landbouwperceel tussen de Gasthuisstraat en de E40 ligt. Businesscase P1 Collectieve Collectieve opvang van regenwater van de waterbuffer om daken en wegenissen van bedrijven in een regenwater op te nieuw waterbekken en zuivering voor hoogzuiveren naar waardig hergebruik door alle bedrijven drinkwater en → Optie 2: Injectie in het bestaande drinkwaterinjecteren in het net via de bestaande silo's van Aquaduin. waternet Hierbij wordt verondersteld dat de ondergrondse buffer op het terrein van Aquaduin ligt, ten zuidwesten van het terrein. Waterbesparing Deze fiche bevat een stappenplan om water te Actiefiche binnen bedrijven besparen in een bedrijf. Waar kan je water besparen? Bv. bij sanitair of proceswater. Welke tools zijn er om dit te berekenen? Hoe ga je precies te werk?
96
ACTIES & BUSINESSCASES
Stad Veurne
Actie/ businesscase
Afkoppeling bedrijven
Ontharding privaat domein
Aanleg regenwaterputten voor opvang en hergebruik laagwaardige toepassingen
Afvalwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen (bv. toiletspoeling) bedrijven Afkoppeling openbare riolering
Korte uitleg
Om zich voor te bereiden op de toekomst, wordt scheiden van regen- en afvalwaterafvoer aangemoedigd. Dit vormt voor de bedrijven een voorbereiding op de actie uit de businesscase of op een gescheiden riolering. Deze actiefiche is uitgewerkt in samenwerking met het studiebureau van landschappelijke en ecologische kwaliteit. Door te ontharden, kan er meer water infiltreren en komt er ruimte vrij voor groen. Als verharding toch nodig is, kan gekozen worden voor waterdoorlatende verharding (vb. op parkings). [Inspiratie op Vlaanderen breekt uit] Regenwater kan worden gebruikt voor sanitair en als proceswater. Hierdoor vermindert het gebruik van kostbaar drinkwater. In deze actiefiche wordt ook toegelicht hoe bedrijven hiervoor met hun buren kunnen samenwerken. Als een bedrijf een hoge vraag heeft naar laagwaardig water, kan het bijvoorbeeld ook regenwater van de buren gebruiken. Voorbeelden, informatie en modelovereenkomsten vind je via de bijgevoegde links. Voor laagwatervraag kan afvalwater worden hergebruikt. Dit water heeft een basiszuivering nodig. Er was minder interesse in deze actie bij de bedrijven en de partners. Daarom wordt deze actie niet verder uitgewerkt. Bovendien moet dit vaak ook heel specifiek per bedrijf bekeken worden. Dit is een belangrijke actie, maar wordt niet verder uitgewerkt omdat dit deel uitmaakt van de algemene werking van de rioolbeheerder.
Uitgewerkt binnen deze opdracht Actiefiche
Link met andere percelen
Actiefiche
P6
Te betrekken partners
Timing 2030
Collectief Trekker X Bedrijven
2030
X
Bedrijven
Actiefiche
2030
X
Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
2030
X
Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
2030
V
Aquaduin POM WVL, WVI, Stad Veurne …
WVI
97
P4: Circulaire economie: Materialen Actie/ businesscase
Collectieve ophaling, verzameling en verwerking van bedrijfsafval
Industriële symbiose
Deeleconomie via groepsaankopen
98
Korte uitleg
De eerste piste betreft de collectieve ophaling, verzameling en verwerking van bedrijfsafval. Op dit moment wordt afval veelal individueel behandeld door de bedrijven, wat resulteert in een aanzienlijk ruimtegebruik en plaatsgebrek op verschillende bedrijfspercelen. Door afvalverwerking te centraliseren, kunnen de ruimtevereisten voor de bedrijven gereduceerd worden. Dit biedt ook mogelijkheden om afvalsortering, -verwerking en -transport te optimaliseren. Een samenwerking met afvalintercommunale IVVO is hierbij noodzakelijk. Er is al een containerpark aanwezig op het bedrijventerrein, Samenwerking hiermee zou daarom ideaal zijn, bv. door het bestaande park uit te breiden en een zone voor bedrijfsafval te voorzien. Daarnaast willen we onderzoeken of er financiële stimulansen, zoals subsidies of andere voordelen, beschikbaar zijn. Bovendien zien we een opportuniteit in de verwerking van compost uit groenafval op het bedrijventerrein voor verkoop aan particulieren. Deze piste kwam naar voren tijdens de nulmeting. Echter is dit wel maar de mening van een viertal bedrijven. De tweede piste richt zich op industriële symbiose, waarbij de rest- of nevenstroom van het ene bedrijf wordt gebruikt als input (grondstof) voor een ander bedrijf. Er zijn al enkele succesvolle voorbeelden hiervan op het bedrijventerrein, zoals Beauvoords Bakhuis, Enjoy Concrete en Interwest. Zij kunnen als inspiratie dienen voor andere bedrijven. Hun kennis en best practices zijn erg waardevol. Het doel is om bijkomende interessante linken tussen bedrijven te identificeren en verder te concretiseren. De derde piste betreft de deeleconomie via groepsaankopen, zoals kantoormateriaal, energie-installaties en onderhoudsdiensten. Veurne@Work (bedrijventerreinvereniging) doet dit vandaag al deels. We willen onderzoeken of dit versterkt kan worden. Ook het gedeeld gebruik van materieel (zoals heftrucks) behoort tot de deeleconomie. Hiervoor lijkt momenteel weinig interesse te zijn bij de bedrijven. Daarom wordt deze piste niet verder uitgewerkt.
ACTIES & BUSINESSCASES
Uitgewerkt binnen deze opdracht Actiefiche
Link met andere percelen P1
Timing 2030
Collectief Trekker V Stad Veurne
Actiefiche
2030
X
Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
V
Veurne @Work
Te betrekken partners IVVO, bedrijven
WVI, POM WVL
P5: Ontsluiting, mobiliteit en veiligheid Actie/ businesscase
Faunavriendelijke/ automatische verlichting aanleggen fietssnelweg naast spoorweg Knelpunt fietssnelweg bij brug over Lovaart + fietsbrug 2050
Doortrekken toekomstig fietspad langs de E40 tot aan de Lovaart
Doorsteek zacht verkeer langs Furnevent
Korte uitleg
Uitgewerkt binnen deze opdracht Niet verder uitgewerkte actie
Link met andere percelen P6
Faunavriendelijke/automatische verlichting aanleggen om de fietssnelweg naast spoorweg te verlichten. Momenteel geven de bedrijven aan dat hun werknemers zich er onveilig voelen. Dit zou de veiligste route voor fietsers moeten zijn tussen het bedrijventerrein en het station van Veurne. Deze actie wordt niet verder uitgewerkt binnen deze studie. Actiefiche P1 Een fietsaansluiting maken van het jaagpad aan de westkant van de Lovaart naar de hoofdas van het bedrijventerrein, de Albert I-laan. Momenteel is het niet mogelijk om rechtstreeks van het jaagpad over de brug te fietsen. Daardoor wordt de nieuwe doorsteek van tussen de Vaartstraat en de Ondernemingenstraat niet optimaal ontsloten. Deze actie zorgt voor een veilige fietsverbinding richting het centrum van Veurne. Als het industriepark in de toekomst uitgebreid wordt rond de Gasthuisstraat, kan deze verbinding nog verder geoptimaliseerd worden door een fietsburg te plaatsen ter hoogte van de Gasthuisstraat en de doorsteek tussen de Vaartstraat en de Ondernemingenstraat. Actiefiche Het toekomstige fietspad langs de E40 doortrekken tot aan de Lovaart. De huidige plannen voorzien een fietspad tussen de Alloenestraat en het perceel van POM West-Vlaanderen. In de toekomst kan bekeken worden of het interessant is om dit fietspad door te trekken tot aan de Lovaart, zodat fietsers niet langer een deel over de Ondernemeningenstraat moeten fietsen. Businesscase P1, P2, Als businesscase is ervoor gekozen om te P3, P6 bekijken hoe het perceel van Furnevent optimaal kan worden ingericht, met een focus op mobiliteit. Hier kan een zachte doorsteek komen om fietsers en voetgangers gemakkelijk van het noorden (suikerpark) naar het zuiden van het terrein te laten bewegen. Dit kan uiteindelijk uitgewerkt worden tot een groene as door het bedrijventerrein. Daarnaast wordt bekeken of een collectieve parkeertoren met laadpalen en deelmobiliteit voordelen biedt en hoe dit praktisch kan worden uitgewerkt. Zo kan de onderste verdieping hoger uitgetekend worden om in de toekomst extra vrachtwagenparking te voorzien? Deze ruimte kan uiteindelijk ook andere functies krijgen als er in de toekomst minder parkeerbehoefte is.
Timing 2030
Quickwin
Collectief Trekker V Provincie WVL
V
2050
Quickwin
V
Te betrekken partners
Wegbeheerder (Veurne), Provincie WVL
MOW
Stad Veurne
WVI, Provincie WVL
Veurne
99
Actie/ businesscase
Doorsteek zacht verkeer tussen Albert I-laan en nieuw fietspad E40
Doorsteek zacht verkeer N-Z
Deelfietsen
Bushalte of shuttledienst
Collectieve parking(s) op verschillende plaatsen
100
Korte uitleg
Om het terrein vlot te ontsluiten voor fietsers en voetgangers kan er gekeken worden om een zachte doorsteek tussen Albert I-laan en nieuw fietspad langs de E40 te creëren. Dit kan een groene noord-zuidas door het terrein worden. Omdat de haalbaarheidsstudie voor het fietspad nog moet plaatsvinden, is deze actie niet verder uitgewerkt. Zolang de structuur aanwezig is, kan deze doorsteek komen op de wegenis van de percelen van Natuursteen Wackenier, Dekeyser en Pinson Biscuiterie. Om het terrein vlot te ontsluiten voor fietsers en voetgangers kan er gekeken worden om een zachte doorsteek tussen de Albert I-laan en nieuw fietspad langs de E40 te creëren. Dit kan dan een groene noord-zuidas door het terrein worden. Omdat de haalbaarheidstudie voor het fietspad nog moet plaatsvinden, is deze actie niet verder uitgewerkt. Als de structuur van het terrein veranderd en verschillende percelen vrijkomen, kan bekeken worden om hiervan een zone te vrijwaarden om een groene as te maken. Deze kan bestaan uit een volwaardig fietspad, wandelpad, picknickzones, infiltratievoorzieningen en groen. Momenteel is er geen bushalte op het bedrijventerrein. Om het terrein toch te ontsluiten met het openbaar vervoer, kan bekeken worden om deelfietsen aan bushaltes in de nabije omgeving te plaatsen. Zo kan een modal shift gestimuleerd worden. Deze actie is niet verder uitgewerkt in deze studie. Omdat er geen bushalte op het terrein aanwezig is, kan de aanleg van een shuttledienst naar een bushalte of station een oplossing zijn. Dit kan door de overheid, ondernemers of de bedrijventerreinvereniging worden geregeld. Een altenatief is om toch een bushalte met reguliere dienstregeling op de Albert I-Laan te installeren. Er kan samen met De Lijn bekeken worden om de rust/eindhalte van het huidige traject van de A61 te verplaatsen van het ziekenhuis naar het industrieterrein. Zo wordt een extra halte op het terrein gecreëerd. Om de wandelafstand voor alle werknemers tot een collectieve parking haalbaar te houden, zijn er op verschillende plaatsen op het bedrijventerrein collectieve parkings nodig. Deze parkings kunnen telkens gelinkt worden met deelmobiliteit en vrachtwagenparkings (als hier nood aan is). Omdat de case voor Furnevent in de diepte wordt uitgewerkt, wordt deze actie binnen dit traject niet verder uitgewerkt.
ACTIES & BUSINESSCASES
Uitgewerkt binnen deze opdracht Niet verder uitgewerkte actie
Link met andere percelen P1, P3, P6
Niet verder uitgewerkte actie
P1, P3, P6
Timing 2030
Collectief Trekker V WVI, Veurne, Provincie WVL
Te betrekken partners Bedrijven (privaat domein)
2050
V
WVI, Stad Veurne, Provincie WVL
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
V
De Lijn, NMBS, Vervoerregio
Actiefiche
2030
V
Bedrijven, De Lijn, VVR Westhoek
2030
V
WVI, Stad Bedrijven Veurne
Niet verder uitgewerkte actie
P1, P2, P3, P6
Veurne, aanbieders (Donkey, Blue bike)
Actie/ businesscase
Tankstations laten uitdoven
Rondpunt en weegbrug toevoegen aan het ROC
Korte uitleg
Uitgewerkt binnen deze opdracht Niet verder uitgewerkte actie
Tankstations zijn geen wenselijke bestemming op het terrein. Ze zorgen voor extra verkeersdruk in Veurne, op het terrein en bij de afritten. Daarom wordt een uitdoofbeleid voorzien. De vraag wordt bij voorkeur opgevangen langs de snelweg, omdat dit de laatste tankstations zijn voordat bestuurders Frankrijk binnenrijden. Hiervoor is er een RUP uitgeschreven. Daarom wordt dus deze actie niet verder uitgewerkt. [RUP Tankstations Veurne I] Niet verder Om het ROC gemakkelijker te bedienen en te uitgewerkte vermijden dat extra vrachtverkeer in het actie centrum Veurne terechtkomt, kan worden bekeken of een rondpunt - eventueel met een weegbrug - kan worden aangelegd op het kruispunt van de Vaartstraat en de Werkplaatsstraat. Omdat er nog onzekerheid is over hoe intensief het ROC in de toekomst zal worden gebruikt en of het transport via vrachtwagens of aanzuigleidingen zal verlopen, wordt deze actie niet verder uitgewerkt in deze studie.
Link met andere percelen
P1
P6: landschappelijke en ecologische kwaliteit
Ecologische corridors/ stapstenen
Om de omliggende groenzones rond het bedrijventerrein te verbinden, kunnen er stapstenen of corridors worden aangelegd. Zo wordt de afstand voor een dier of zaad van een plant overbrugbaar. Dit kunnen bv. hagen, bomen of biodiverse bermen zijn. BoomBomen voorzien schaduw, zuiveren de lucht en voorziening verhogen het welzijn van mensen die tijdens of aan collectieve na het werk zicht hebben op deze bomen. Bij parking van de parking van Furnevent kunnen extra bomen Furnevent voorzien worden. Zo staan auto's ook in de schaduw staan. Waar deze kunnen komen en aan welke voorwaarden de standplaats moet voldoen, moet nog bekeken worden. Omdat er voor dit perceel een businesscase rond de parkeertoren wordt uitgewerkt, is deze actie niet meegenomen. Bermbeheer met Bermen kunnen met het juiste beheer een biodivers groen grote ecologische meerwaarde bieden. Dit kan (o.a. bloemdoor grasbermen te ontzoden en in te zaaien mengsel) met een bloemmengsel of via een ander omvormingsbeheer. Dit alternatief duurt meestal langer, maar is goedkoper. Daarna is een correct bermbeheer belangrijk om zo biodivers mogelijke bermen te verkrijgen. Hiervoor wordt het best eerst een studie van de ondergrond uitgevoerd.
Niet verder uitgewerkte actie
Niet verder uitgewerkte actie
Niet verder uitgewerkte actie
P1, P2, P3, P5
Te betrekken partners WVI
Timing 2050
Collectief Trekker V Stad Veurne
2030
V
Stad Veurne
WVI
2050
V
Stad Veurne
WVI, Regionaal Landschap
2050
V
Stad Veurne
2030
X
WVI
Stad Veurne
101
Actie/ businesscase
Tiny forest
Aanplant van houtachtig vegetatie (bomen en bosgoed) in 5m -strook op privaat domein Geen harde afsluitingen
Ontharding privaat domein
Tijdelijke natuur en tijdelijke natuurfunctie
Groene picknickplekken
102
Uitgewerkt binnen deze Korte uitleg opdracht Om de omliggende groenzones rond het bedrij- Niet verder uitgewerkte venterrein te verbinden, kunnen er stepping stones worden aangelegd. Zo wordt de afstand actie
voor een dier of zaad overbrugbaar. Dit kan bv. door een tiny forest aan te leggen. Dit zijn kleine zones met enkele bomen en struiken als ondergroei. Ze kunnen aangelegd worden op een straathoek of op een verloren zone. Bomen, struiken of bosgoed bieden veel voordelen, zoals luchtzuivering, schuilplaatsen voor fauna en vermindering van hitte. De vijfstrook op privaat domein kan worden aangeplant met deze houtachtige vegetatie om van deze ecosysteemdiensten te profiteren. Omdat er veel voedingsbedrijven zijn en er voldoende zichtbaarheid moet blijven, is deze actie niet verder uitgewerkt. Door groene, levende afsluitingen zoals hagen te gebruiken in plaats van harde afsluitingen, onstaat er extra ruimte voor groen en wordt vermeden dat dieren op een perceel gevangen geraken. Extra groen kan onder andere het hitte eilandeffect verminderen. Deze actie is niet verder uitgewerkt. Deze actiefiche is uitgewerkt in samenwerking met het studiebureau van circulaire economie - water. Door te ontharden, is er meer waterinfiltratie mogelijk en komt er ruimte vrij voor groen. Als verharding toch nodig is, kan er gekozen worden voor waterdoorlatende verharding (vb. parkings). Een bedrijventerrein is voortdurend in beweging. Daardoor zijn er telkens open ruimtes. Dit kunnen percelen zijn die nog niet zijn ontwikkeld, percelen waar iets afgebroken wordt om later opnieuw te ontwikkelen of kleine zones die later als uitbreiding kunnen dienen. Deze zones liggen een tijdje braak en kunnen veel betekenen. Zo kunnen ze een verbinding vormen voor fauna en flora met omliggend groengebieden of tijdelijk bepaalde soorten huisvestigen. Het blijven uiteraard percelen die later ontwikkeld kunnen worden. Tegen die tijd kunnen de soorten herlokaliseren naar een nieuw stukje tijdelijke natuur op een ander perceel. Ook voor werknemers kan tijdelijke natuur een voordeel zijn, bv. door er lunchplekken te creëren. Daarnaast kan worden bekeken of een imker of herder tijdelijk gebruik kan maken van deze zones. Open picknickplekken aanleggen bij bestaande consumptievoorzieningen. Dit verhoogt het welzijn van werknemers en creëert extra groen, met voordelen zoals minder hitte, meer rust en meer biodiversiteit.
ACTIES & BUSINESSCASES
Link met andere percelen P1
Timing 2030
Collectief Trekker V Stad Veurne
Te betrekken partners WVI
Niet verder uitgewerkte actie
2030/ 2050
X
Stad Veurne
Niet verder uitgewerkte actie
2030
V
Bedrijven
2030
X
Bedrijven
QW2030
V
Bedrijven of WVI
Stad Veurne, WVI
QW2030
V
Stad Veurne
WVI
Actiefiche
P3
Businesscase
Niet verder uitgewerkte actie
P1
Bedrijven
Actie/ businesscase
Aanleg (blauw) groendak bedrijven
Groengevels
Beheersplan
Bomen op het openbaar domein
Verbeteren van groeiplaatscondities voor bestaande bomen Biodiverse groene inrichting voor infiltratievoorzieningen
Uitgewerkt binnen deze Korte uitleg opdracht Niet verder Op daken kunnen ook veel klimaatadaptieve winsten worden gemaakt. Zo kan een groendak uitgewerkte actie aangelegd worden in combinatie met een
retentiedak of zonnepanelen. Omdat we via een subsidiedossier al inzetten op groengevels, wordt deze actie niet verder uitgewerkt in deze studie. Groengevels bieden tal van voordelen, zoals luchtzuivering, een hoger welzijn en een aantrekkelijker bedrijventerrein. Via een subsidiedossier wordt geprobeerd om tien groengevels te plaatsen. Daarom wordt deze actie niet verder uitgewerkt in deze studie. Na een studie van de ondergrond, vegetatie, ecologische impact en groenvoorziening kan een ecologisch en biodivers beheersplan voor het bedrijventerrein worden uitgewerkt. Flora en fauna faciliteren veel ecosysteemdiensten. Bepaalde aspecten uit het voorstel voor het beheersplan zijn terug te vinden in de eindrapportage. Deze actie is niet verder uitgewerkt. Vaak worden er bomenrijen langs de openbare weg geplaatst. Op sommige plaatsen is er meer ruimte en kunnen bomen worden aangeplant die groter kunnen uitgroeien. Hier kan ook een ondergroei van struiken worden voorzien. Zo kan de ecologische waarde van deze zones sterk verhoogd worden, terwijl op plaatsen waar bomen minder wenselijk zijn, minder bomen worden aangeplant. Deze actiefiche geeft aan welke hoogstammen kunnen worden aangeplant en waarmee rekening moet worden gehouden. De groeiplaatscondities voor bestaande bomen op privaat en openbaar domein verbeteren. Deze actiefiche wordt niet verder uitgewerkt.
Link met andere percelen P2, P3
Te betrekken partners
Timing 2030
Collectief Trekker X Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
2030
X
Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
V
WVI
Stad Veurne
QW2030
V
Stad Veurne
WVI, AWV
Quickwin
X
WVI of bedrijven
Stad Veurne
2030
X
Bedrijven
Actiefiche
P5
Niet verder uitgewerkte actie
Actiefiche Door infiltratievoorzieningen biodivers aan te leggen, kan de capaciteit worden vergroot door extra wateropname via de wortels van de planten en kan een goed ecosysteem voor inheemse fauna ontstaan. Omdat de planten veel water moeten kunnen verdragen, maar ook droge periodes moeten kunnen doorstaan, zijn niet alle soorten geschikt. Deze actiefiche geeft een overzicht van de beplanting die kan worden gebruikt voor zowel openbare als private infiltratievoorzieningen.
P2
103
Actie/ businesscase
Vervangen van (sier)vegetatie door biodivers groen
Faunavriendelijke verlichting op privaat domein Faunavriendelijke verlichting langs openbare wegen Aanleg van faunavoorzieningen
Aanleg van inspiratie -en infopunten op het openbaar domein Monitoring van de biodiversiteit
104
Korte uitleg
Vaak wordt ervoor gekozen om groenperken in te richten met siervegetatie. Deze vegetatie heeft doorgaans niet zo'n hoge ecologische waarde. Dit komt doordat diersoorten zich door de jaren heen hebben aangepast om zo goed mogelijk inheemse planten te gebruiken. Inheemse planten zijn ook beter aangepast aan de omstandigheden in ons land. Om de biodiversiteit te verhogen, wordt bestaande (sier)vegetatie vervangen door inheemse, standplaatsgeschikte soorten. Verlichting is nodig voor de veiligheid, maar kan een negatief effect hebben op verschillende diersoorten. Door faunavriendelijke verlichting op privaat terrein te installeren, wordt deze negatieve impact beperkt. Verlichting is nodig voor de veiligheid, maar kan een negatief effect hebben op verschillende diersoorten. Door faunavriendelijke verlichting langs openbare wegen te installeren, wordt deze negatieve impact beperkt. Door in te zetten op flora om onder andere het hitte-effect aan te pakken, wordt ook fauna aangetrokken. Om te vermijden dat hierdoor een ecologische val ontstaat, kunnen faunavoorzieningen worden aangelegd om deze diersoorten te helpen. Voorbeelden zijn faunatunnels, takkenrillen, faunakasten aan gevels, faunapalen en egelwegels. In dit project wordt hier niet dieper op ingegaan. Via Provincie West-Vlaanderen kan hierover meer info worden verkregen. [Inspiratie op Blauwgroenvlaanderen.be] Op een industrieterrein zijn fauna en flora niet altijd een eerste prioriteit. Toch kunnen ze veel voordelen opleveren. Om de werknemers en passanten te sensibiliseren over deze voordelen, kunnen inspiratie- en infopunten op het openbaar domein worden geplaatst. Om te bepalen waarop het best wordt ingezet en wat de impact van bepaalde acties is, kunnen monitoringstudies van de biodiversiteit op het bedrijventerrein worden uitgevoerd. Een voorbeeld is een gerichte inventarisatie van bepaalde soortengroepen die om de paar jaar wordt opgevolgd.
ACTIES & BUSINESSCASES
Uitgewerkt binnen deze opdracht Actiefiche
Link met andere percelen
Niet verder uitgewerkte actie
Timing Quickwin
Collectief Trekker X Bedrijven
Te betrekken partners
2030/ 2050
X
Bedrijven
2050
V
Stad Veurne, AWV
Niet verder uitgewerkte actie
2030
X
Bedrijven
Niet verder uitgewerkte actie
2050
V
WVI
Stad Veurne
Niet verder uitgewerkte actie
2030
V
WVI
Stad Veurne
Niet verder uitgewerkte actie
P5
Fluvius
P7: sociale dienstverlening Actie/ businesscase
Korte uitleg
Logistieke Op dit moment zijn er Bpost-pakketautomaten dienstverlening: aan de Spar en aan het station, maar niet op pakketautomaat het bedrijventerrein zelf. Er kan worden onderzocht of het zinvol is om in overleg met Bpost een pakketautomaat op het terrein te plaatsen. Zo kunnen werknemers bij aankomst of vertrek eenvoudig pakketten ophalen of verzenden. Dit verhoogt het gebruiksgemak en beperkt extra verplaatsingen. Netwerking en Via een ondernemingscafé kunnen ondernekennisdeling: mers van verschillende bedrijven elkaar beter ondernemings- leren kennen. Dit kan worden gecombineerd café met rondleidingen bij een gastbedrijf, zodat deelnemers ook inzicht krijgen in elkaars werking en expertise. Als er geen geschikte locatie bij een bedrijf beschikbaar is, kunnen de netwerkmomenten plaatsvinden bij Furnevent. Het ondernemingscafé kan aanvullend worden georganiseerd op de bestaande activiteiten van Veurne@Work. Samenwerking Om toekomstige werkkrachten aan te trekken, met onderwijs kan een atelier of werkruimte op het terrein ter en opleiding beschikking worden gesteld aan scholen. Zo maken leerlingen op een laagdrempelige manier kennis met de ondernemingen op het terrein. De ruimte kan ook worden ingezet als opleidingscentrum voor werknemers, in samenwerking met Syntra of VDAB. Daarnaast kunnen bedrijven hun stageplaatsen bundelen en gezamenlijk communiceren naar omliggende scholen. Er kan ook worden ingezet op duaal leren, waarbij leerlingen hun opleiding combineren met een halftijdse werkervaring op de werkvloer. Gezamenlijke Bedrijven kunnen samen een jobbeurs rekrutering organiseren om openstaande vacatures in te vullen. Deze kan worden uitgebreid tot een integratiemarkt, met demonstraties en workshops. Zo krijgen omwonenden en geïnteresseerden een concreet en praktijkgericht beeld van de jobs op het terrein. Veurne@Work organiseerde in het verleden al een gezamenlijke jobbeurs. Hierop kan verder worden gebouwd. Door wervingscampagnes te bundelen voor bedrijven met een gelijkaardige doelgroep, kunnen kosten worden gedeeld. Via een gerichte inzet van sociale media kan bovendien sterker worden ingezet op het aantrekken van jonge werknemers. Activeren van Bedrijven kunnen extra doelgroepen activeren doelgroepen door samen te werken met maatwerkbedrijven of door in te zetten op nieuwe technologieën. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van een AIbril om taalbarrières te overbruggen op de werkvloer.
Uitgewerkt binnen deze opdracht Niet verder uitgewerkte actie
Link met andere percelen P1
Collectief Trekker V Stad Veurne
Te betrekken partners Veurne@W ork
Quickwin
V
Veurne@ Work
Bedrijven
Quickwin
V
Veurne @Work
Bedrijven Onderwijsinstellingen
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
V
Veurne @Work
bedrijven Stad Veurne
Niet verder uitgewerkte actie
Quickwin
V
Bedrijven
Veurne@ Work
Niet verder uitgewerkte actie
Niet verder uitgewerkte actie
P1
Timing Quickwin
105
Actie/ businesscase
Collectieve opleidingen en kennisuitwisseling
Gezamenlijke opleidingskalender
Kinderopvang
106
Korte uitleg
Door opleidingen collectief te organiseren, kunnen bedrijven expertise delen en werknemers sneller nieuwe vaardigheden laten ontwikkelen. Vormen van samenwerking zijn: Gedeelde opleidingen voor meerdere bedrijven; Een train-the-trainer-aanpak; Een opleidingscarrousel waarbij werknemers van verschillende kmo’s deelnemen aan een vast programma (bv. eerste maandag van de maand IT, derde donderdag boekhouding); De oprichting van een academie waarbij werknemers via levenslang leren een persoonlijk opleidingsdossier of “skills passport” opbouwen; Een expertiseplatform waar werknemers van verschillende bedrijven samenwerken rond concrete cases. Een gezamenlijke opleidingskalender maakt zichtbaar welke opleidingen worden georganiseerd en waar nog plaatsen beschikbaar zijn. Zo kunnen opleidingen maximaal worden ingevuld, wat de kost per deelnemer verlaagt en de kans vergroot dat een opleiding effectief plaatsvindt. De kalender kan ook het delen van opleidingsruimtes stimuleren en lacunes in het aanbod zichtbaar maken. Opleidingen die vandaag ontbreken, kunnen vervolgens collectief worden opgezet. In de ruime omgeving is er een tekort aan kinderopvang. Dit vormt een drempel voor (nieuwe) werknemers met jonge kinderen. Er kan worden onderzocht of kinderopvang op of nabij het bedrijventerrein mogelijk is, specifiek voor werknemers. Daarnaast kunnen tijdens schoolvakanties zomerkampen of vakantieactiviteiten voor kinderen van werknemers worden georganiseerd. Dit ondersteunt werkende ouders en verhoogt de aantrekkelijkheid van het bedrijventerrein als werkgever.
ACTIES & BUSINESSCASES
Uitgewerkt binnen deze opdracht Actiefiche
Link met andere percelen
Actiefiche
Niet verder uitgewerkte actie
P1
Timing Quickwin
Collectief Trekker V Veurne @Work
Te betrekken partners Bedrijven
Quickwin
V
Veurne @Work
Bedrijven
2030
V
Bedrijf
Bedrijven, Veurne@ Work, Stad Veurne, Agentschap Opgroeien
107
2 2.1
Energie Actiefiches
ACTIE: ENERGIE DELEN Inhoudelijke beschrijving Deze actie stimuleert het lokaal delen van energie tussen bedrijven binnen Veurne Zone I. Bedrijven die hernieuwbare energie produceren (bv. via PV of wind) kunnen hun overschot delen met buren die op dat moment verbruiken. Dit gebeurt via een energiegemeenschap of andere samenwerkingsvorm (bv. via de bedrijventerreinvereniging), met gebruik van digitale meters en automatische dataverzameling. De oprichting van een aparte energiegemeenschap is hierbij niet noodzakelijk als het delen georganiseerd wordt via een bestaande bedrijventerreinvereniging. De actie kan gelinkt worden aan de businesscase. Individuele of collectieve batterijen kunnen de flexibiliteit verhogen door overschotten op te slaan en verbruik af te stemmen op productie. Het doel is om de lokaal opgewekte energie maximaal te benutten, de energiekosten voor bedrijven te verlagen en de energiehub van het bedrijventerrein te versterken. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Economisch -
De energiefacturen dalen doordat bedrijven meer van hun opgewekte hernieuwbare energie kunnen verbruiken (hogere zelfconsumptie), waardoor er minder energie geïnjecteerd wordt op het net tegen lage tarieven. In collectieve systemen kunnen de investeringskosten eventueel gedeeld worden. Toch moet er rekening gehouden worden met een vaste jaarlijkse bijdrage per deelnemer voor het gebruik van de infrastructuur en voor administratieve kosten.
Ecologisch -
Meer lokaal gebruik van hernieuwbare energie, minder afhankelijkheid van fossiele bronnen, reductie van netverliezen.
Maatschappelijk -
Versterking van samenwerking op het bedrijventerrein, verhoogde betrokkenheid van bedrijven bij de energietransitie, voorbeeldwerking voor andere regio’s.
Initiatiefnemer
Betrokken actoren
Potentiële trekkers zijn:
-
-
Bedrijventerreinvereniging Veurne@ Work Stad Veurne WVI Eén of meerdere voortrekkersbedrijven.
Bedrijven op het terrein Stad Veurne POM West-Vlaanderen WVI Fluvius Energieleveranciers VREG
Organisatie/plan van aanpak Voorbereiding en bewustmaking: -
Infosessies voor bedrijven op het terrein Aftoetsing van de interesse via bevraging en eerste gesprekken
Dataverzameling en analyse: -
Kwartierwaarden opvragen Energieprofielen (verbruik/productie) opstellen Analyse van potentieel gedeeld volume
-
Er is al veel informatie beschikbaar over energiedelen op het terrein, waaruit blijkt dat het potentieel groot is. De kernvraag is of energiedelen voor elk individueel bedrijf ook economisch voordelig is. Die afweging moet per deelnemer bekeken worden.
Verkenning van juridische en technische modellen: -
Keuze voor het type samenwerking: energiegemeenschap (bv. coöperatie of vzw) of contractueel model via bestaande structuren zoals de bedrijventerreinvereniging (waarbij de oprichting van een EG niet noodzakelijk is) Afstemming met Fluvius (aanmelding, meetregime, verrekening)
Opstart van een energiegemeenschap: -
Aansluiting van deelnemers en activering van digitale metingen Opmaak verrekenmodel (cfr. Terbekehof: marge tussen laagste injectie- en hoogste afnametarief)
Synergie met andere acties: -
108
Integratie met PV-uitbreiding, windturbineproject, opslag en EV-laadinfrastructuur
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: De actie rond energiedelen sluit aan bij de doelstellingen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan, de Europese richtlijn rond energiegemeenschappen (RED II) en het concept van “Bedrijventerreinen van de Toekomst” zoals uitgewerkt in het kader van het LECSEA-project. Het draagt bij aan de transitie naar een CO₂-neutrale samenleving en bevordert efficiënt gebruik van hernieuwbare energie. Energiegemeenschappen worden beleidsmatig erkend als instrument om burgers en bedrijven te betrekken bij de energietransitie, met nadruk op lokaal eigenaarschap en samenwerking. De casestudy Terbekehof (Antwerpen) toont aan dat collectief energiedelen op bedrijventerreinen technisch, juridisch en organisatorisch haalbaar is binnen het bestaande Vlaamse regelgevend kader, mits voldaan wordt aan een aantal praktische voorwaarden (zoals digitale meters en meetregime 3 = kwartiergegevens). Link met overkoepelende visie en doelstellingen: Deze actie draagt bij aan de bredere doelstelling om Veurne Zone I te ontwikkelen tot een toekomstgericht, klimaatneutraal en veerkrachtig bedrijventerrein. Door energiedelen te combineren met andere acties zoals uitbreiding van PV, plaatsing van windturbines, collectieve laadinfrastructuur en energieopslag, ontstaat een slim en geïntegreerd lokaal energiesysteem, een echte energiehub. Het versterkt niet alleen de energieautonomie van het terrein, maar ook de samenwerking tussen bedrijven, wat past binnen de doelstellingen van circulaire economie, ruimte-efficiëntie en collectief parkmanagement zoals vooropgesteld in het transitieplan voor het bedrijventerrein. Randvoorwaarden Technisch -
-
Digitale AMR-meters en meetregime 3 per EAN vereist Deelnemers moeten in hetzelfde netgebied zitten (dit betekent: binnen één elektriciteitsdistributienetgebied van Fluvius in Vlaanderen). Aangezien alle bedrijven op het bedrijventerrein zich binnen hetzelfde netgebied bevinden, vormt dit in de praktijk geen beperking zolang het energiedelen beperkt blijft tot bedrijven op het terrein. Eventuele koppeling met opslag of laadinfra versterkt flexibiliteit
Juridisch -
Juridische structuur vereist bij opstart energiegemeenschap (niet noodzakelijk bij samenwerking via bedrijventerreinvereniging) Samenwerkingsovereenkomst met afspraken rond verdeling, eigendom en aansprakelijkheid Aanmelding bij Fluvius en/of VREG afhankelijk van samenwerkingsvorm
Financieel -
-
Infrastructuurkosten (zoals voor metingen of dataplatform ...) kunnen gedeeld worden tussen deelnemers, maar moeten vooraf duidelijk worden vastgelegd. Transmissiekosten worden enkel vermeden bij energiedelen ‘achter de meter’. Bij energiedelen via het distributienet, blijven de netkosten momenteel van toepassing. Op lange termijn kunnen beleidswijzigingen hier mogelijks verandering in brengen. Er is geen commerciële winstmarge voor een energieleverancier zoals bij klassieke levering, maar er wordt doorgaans wel een vaste jaarlijkse vergoeding gevraagd voor het beheer en de administratieve afhandeling van het energiedelen.
Ruimtelijk -
Geen extra ruimte vereist voor energiedelen zelf Kan wel gekoppeld worden aan bijkomende infrastructuur zoals een centraal parkeergebouw met PV en laadpunten
109
ACTIE: PLAATSEN WINDTURBINES OP BEDRIJVENTERREIN Inhoudelijke beschrijving Met deze actie gaan we op zoek naar ruimte voor windturbines. Doel is om op het bedrijventerrein hernieuwbare energie lokaal op te wekken en zo de energietransitie in de regio te versnellen. Door de nabijheid van de militaire luchthaven Koksijde gelden strikte obstakelbeperkingen. Tot aan de noordelijke grens van de industriezone geldt een absolute hoogtebeperking van 45 m; in de industriezone loopt de hoogtebeperking op van 45 m naar 80 m. Het grootste deel van Veurne Zone I valt onder die 80 m-beperking. Hierdoor zijn grote turbines (> 150-200 m) vandaag niet realistisch langs de E40 ter hoogte van Veurne. Middelgrote turbines met een tiphoogte tot 80 m blijven wel potentieel vergunbaar op het industrieterrein. Daarnaast bepaalt de recente omzendbrief over de inplanting van windturbines dat middelgrote turbines nooit een hypotheek mogen leggen op mogelijke grote turbines. Gegeven de actuele luchtvaartlimieten concludeert dit project op vandaag dat grote turbines langs de E40 onder Veurne niet te verwachten zijn, en dat één of meer middelgrote turbines op Zone I wel aangewezen kunnen zijn. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch…): Economisch -
jaarlijkse productie van hernieuwbare elektriciteit op het bedrijventerrein, vermindering van CO₂-uitstoot
Ecologisch -
versterking van de energieonafhankelijkheid en mogelijke besparing op lange termijn voor bedrijven op het terrein
Maatschappelijk -
voorbeeldfunctie in de regio, verhoogd draagvlak voor windenergie bij lokale bedrijven en overheden
Initiatiefnemer -
110
West-Vlaamse Intercommunale (WVI) In samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, Stad Veurne en private partners
ACTIES & BUSINESSCASES
Betrokken actoren -
Defensie (luchtvaartveiligheid), Fluvius (netbeheer), Stad Veurne (ruimtelijke ordening) Private ontwikkelaar van windturbines, bedrijven op het bedrijventerrein
Organisatie/plan van aanpak Vooroverleg met betrokken partijen -
Overleg met Stad Veurne, Provincie West-Vlaanderen, Defensie, Fluvius, Elia en de ontwikkelaar om de inpassing van middelgrote windturbines (tiphoogte > 80 m) af te stemmen op de hoogtebeperkingen rond de militaire luchthaven van Koksijde en op de omzendbrief rond inplanting.
Haalbaarheidsstudie en MER-screening -
Technische en ruimtelijke analyse van mogelijke locaties, rekening houdend met: Veiligheidsafstanden tot wegen, spoor en hoogspanningslijnen Afstand tot bebouwing (vuistregel tiphoogte, tenzij anders toegelaten) Onderlinge afstand (ca. 5*rotordiameter in de overheersende windrichting) Turbulentie door gebouwen en obstakels Slagschaduw (toepassen VLAREM-richtlijnen, ook voor middelgrote turbines) Aanvullend worden geluids- en risicoanalyses uitgevoerd volgens het Vlaams Handboek. Opmaak MER-screening en natuurtoets
Vergunningsaanvraag -
Indienen omgevingsvergunningsaanvraag klasse 1, met alle noodzakelijke studies en adviesvragen aan o.a. Defensie, Agentschap voor Natuur en Bos, Stad Veurne, netbeheerder en Elia.
Openbaar onderzoek en besluitvorming -
Doorlopen van het openbaar onderzoek (30 dagen), verwerken van binnengekomen adviezen, bezwaren en besluitvorming door de Provincie.
Realisatie -
Na vergunning: netaansluiting, bouw en inbedrijfstelling van de turbines, gevolgd door monitoring van productie, slagschaduw en geluid.
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: Deze actie sluit aan bij het Vlaamse Energie- en Klimaatplan en het provinciaal beleid voor windenergie. Veurne Zone I is als industriegebied een prioritaire zone voor hernieuwbare energie in de Omzendbrief OMV/2023/1. WVI heeft al voorbereidende documenten opgesteld m.b.t. randvoorwaarden voor windturbines in deze zone. Link met overkoepelende visie en doelstellingen: De actie draagt bij tot de realisatie van de energietransitie op bedrijventerreinen in West-Vlaanderen, met aandacht voor lokale energieproductie, klimaatneutraliteit en de voorbeeldfunctie voor andere regio’s. Randvoorwaarden
111
Technisch
Financieel
Turbinespecificaties - Middelgrote windturbine, maximaal vermogen ca. 200 kW-1 MW. - Maximaal ca. 80 m, conform de hoogtebeperkingen rond de militaire luchthaven van Koksijde.
-
Veiligheidsafstanden - Min. 50 m vanaf de E40 en spoorlijnen. - Geen overdraaiende wieken boven de rijbaan, minimaal 30 m afstand. - Min. 45 m afstand tot hoogspanningslijn, advies inwinnen bij Elia. - Geen wettelijke vaste afstand voor middelgrote turbines maar Agentschap Omgeving hanteert doorgaans minimaal de tiphoogte tot woningen van derden. - Vuistregel onderlinge afstand is 5x rotordiameter in overheersende windrichting (ZW–NO), wat bij een rotor van 50 m neerkomt op ca. 250 m om windafvang te beperken. Turbulentie door obstakels - Gebouwen veroorzaken turbulentie tot 2x hun hoogte en tot 20x hun hoogte in neerwindse richting. - Plaats turbines bij voorkeur aan de zuidwestzijde van grotere gebouwen, zodat ze boven en buiten de turbulente zone staan. Slagschaduw - Voor turbines ≤ 300 kW is geen wettelijke norm, maar beleidsmatig wordt aanbevolen de VLAREM-richtwaarden te volgen: -
Maximaal 30 minuten/dag Maximaal 8 uur/jaar bij woningen Maximaal 30 uur/jaar bij andere gebouwen
Voor industriezone: toepassen van stilstandsmodules om te voldoen aan de richtwaarden.
Veiligheid en risicoanalyse - Risicobepaling uitvoeren conform het Vlaams Handboek voor Windturbines, ook voor middelgrote types. - Rekening houden met “gewoonlijk door mensen bezette” vertrekken, hoewel dit op industriezone vaak beperkt relevant is.
112
ACTIES & BUSINESSCASES
-
De investering wordt gedragen door een private ontwikkelaar, eventueel via een PPS-constructie met WVI of bedrijven. Inschatting van de kost: ca. € 2-2,5 miljoen per turbine, inclusief fundering, aansluiting en omgevingsinrichting. Gemiddelde jaarlijkse productie: ca. 3.500 MWh/jaar Terugverdientijd: gemiddeld 6 à 9 jaar, afhankelijk van opbrengsten, subsidies en netkosten. Onderhoudsen exploitatiekosten worden verrekend via de exploitant, met langetermijncontracten (20-25 jaar). Voor bedrijven op het terrein kan eventueel lokale stroomafname onderzocht worden via een directe lijn of energiedelen (onder voorwaarden van de Vlaamse regelgeving). Dit is economisch het voordeligst als een bedrijf minstens de helft van de opgewekte elektriciteit via een directe lijn kan afnemen en gebruiken.
Juridisch -
Voor dit project is een omgevingsvergunning klasse 1 vereist (bouwen + milieu), in te dienen bij de Provincie West-Vlaanderen. Een MER-screening is verplicht, afhankelijk van de beoordeling kan een volledige MER nodig zijn. Advies verplicht van o.a. Defensie (luchtvaartveiligheid), ANB (natuur), stad Veurne, brandweer en netbeheerder Fluvius. Publieke consultatie via een openbaar onderzoek (30 dagen) is onderdeel van de procedure. Bij positieve beslissing worden in de vergunning voorwaarden opgelegd i.v.m. geluid, slagschaduw, veiligheid, monitoring en afbraakplicht.
Ruimtelijk Hoogtebeperkingen door luchtvaart - Tot aan noordelijke grens geldt een maximale obstakelhoogte van 45 m. - Binnen de industriezone loopt de limiet op van 45 m tot maximaal 80 m. - 95% van Veurne Zone I valt in deze 80 m-schil. - Grote turbines (> 150-200 m) zijn hierdoor in deze omgeving uitgesloten; middelgrote turbines (< 80 m) blijven haalbaar. Invloed nieuwe omzendbrief windturbines - Middelgrote turbines mogen geen toekomstige grote projecten hypothekeren. - Gezien de luchtvaartbeperkingen zijn grote turbines langs de E40 onder Veurne niet te verwachten, waardoor middelgrote turbines op het industrieterrein geen belemmering vormen. Voorkeurszones en microzonering - Op voldoende afstand tot E40, spoorlijn en hoogspanningslijn. - Voorkeur voor locaties aan de zuidwestzijde van grote gebouwen om turbulentie te vermijden en windvang te optimaliseren. - Op dit moment zijn volgende plaatsen het meest geschikt: het perceel op de hoek van de Vaartstraat en perceel tussen de Turbinestraat en de Werkplaatsstraat.
113
ACTIE: UITBREIDING PV-PANELEN OP GEBOUWNIVEAU Inhoudelijke beschrijving De actie richt zich op het maximaal benutten van de dakoppervlakken voor zonne-energie binnen Veurne Zone I. Vandaag wordt al 103.187 m² van het potentieel gebruikt, goed voor een lokale elektriciteitsproductie die 36% van het totale verbruik dekt, met een hoge autoconsumptie van 82%. Tegen 2030 is het de ambitie om nog eens 108.155 m² aan geschikt dakoppervlak in te zetten. Hierdoor kan het aandeel lokaal opgewekte elektriciteit stijgen tot ongeveer 60%. Deze uitbreiding wordt ondersteund door slimme sturing en optimalisatie, waaronder de inzet van slimme omvormers, energiemanagementsystemen en curtailment. Op langere termijn, richting 2050, komt nog eens 20.500 m² extra dakoppervlak beschikbaar, onder meer dankzij verdichting en de vestiging van nieuwe bedrijven. Daarmee wordt gestreefd naar een quasi volledige benutting van het beschikbare dakpotentieel, eventueel aangevuld met innovatieve PV-technologieën zoals BIPV (Building Integrated Photovoltaics), PVT-panelen en combinaties met groendaken. Deze gefaseerde aanpak draagt sterk bij aan de energieautonomie en de veerkracht van het bedrijventerrein. Verwachte impact (economisch, ecologisch, maatschappelijk …): Economisch -
Lagere energiekosten voor bedrijven; terugverdientijden van 5 à 9 jaar afhankelijk van model; hogere energieonafhankelijkheid.
Ecologisch -
Lokale productie van hernieuwbare energie draagt rechtstreeks bij aan de vermindering van de CO₂-uitstoot en ondersteunt de klimaatdoelstellingen op Vlaams en Europees niveau.
Maatschappelijk -
Het bedrijventerrein profileert zich als toekomstgericht, duurzaam en innovatief. Dit draagt bij aan het imago en de aantrekkelijkheid voor nieuwe bedrijven en investeerders.
Initiatiefnemer
Betrokken actoren
De primaire initiatiefnemers zijn de bedrijven zelf, die investeren op individueel niveau. Stad Veurne kan optreden als facilitator van groepsinitiatieven, en de bedrijventerreinvereniging Veurne@ Work kan een trekkersrol opnemen bij gezamenlijke trajecten zoals groepsaankopen of sensibilisering. Ook POM West-Vlaanderen en WVI worden betrokken als begeleidende partners.
-
POM West-Vlaanderen WVI Fluvius (netbeheer) Coöperaties of energiegemeenschappen Provincie West-Vlaanderen (eventueel subsidiekanalen)
Organisatie/plan van aanpak De actie verloopt gefaseerd, met betrokkenheid van zowel individuele bedrijven als overkoepelende actoren zoals Stad Veurne, POM West-Vlaanderen en Veurne@Work. Eerst wordt de bestaande analyse van geschikt dakoppervlak geactualiseerd. Op basis daarvan worden bedrijven begeleid bij technische en financiële haalbaarheidsstudies, met aandacht voor opbrengsten, investeringsvormen en terugverdientijden. Daarbij wordt expliciet ingezet op rendabele toepassingen, waarbij zonnepanelen idealiter gekoppeld worden aan interne flexibiliteit, batterijen of laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen (EV’s). Deze koppelingen worden belangrijker om de economische meerwaarde van PV-installaties te behouden. Tegelijk worden collectieve acties gestimuleerd, zoals groepsaankopen of het opzetten van een energiegemeenschap. Dit vergemakkelijkt de participatie van kleinere bedrijven en versterkt samenwerking. Er is ook aandacht voor innovatieve toepassingen zoals BIPV, PVT en combinaties met groendaken, in het kader van efficiënt ruimtegebruik. Tot slot voorziet Veurne@Work in sensibilisering en kennisdeling via infosessies, inspiratietrajecten en uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden. Fasering: -
114
Korte termijn (2025-2026): begeleiding van lopende initiatieven en opstart van collectieve trajecten. Middellange termijn (2027-2030): brede uitrol van bijkomende installaties met als doel 60% van het elektriciteitsverbruik lokaal te dekken. Lange termijn (2030-2050): volledige benutting van het potentieel, met focus op innovatieve oplossingen en integratie in het bredere energiesysteem.
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: Deze actie speelt in op de doelstellingen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan, de EPB-regelgeving en de verplichting tot PV-installaties op bedrijfsgebouwen. Ze sluit aan bij de beleidsvisies van LECSEA en Saving Space, die streven naar duurzaam ruimtegebruik en energiedelen op bedrijventerreinen. Link met overkoepelende visie en doelstellingen: De uitbreiding van PV op daken draagt bij aan de langetermijndoelstelling om Veurne Zone I te transformeren tot een klimaatneutraal en toekomstgericht bedrijventerrein. Het verhoogt de energieautonomie, bevordert samenwerking tussen bedrijven en ondersteunt de ontwikkeling van een lokaal en veerkrachtig energiesysteem. Randvoorwaarden Technisch -
Stabiliteit en draagkracht van de daken zijn cruciaal; indien ontoereikend, wordt gewerkt met lichtgewicht of gekleefde panelen. Beperkte dakoppervlakken kunnen gedeeld worden met andere functies zoals HVAC-installaties of groendaken. Koppeling met opslag of slimme sturing verhoogt het rendement.
Financieel De investeringskost voor klassieke PV-installaties bedraagt gemiddeld €600 tot €1.000 per kWp, afhankelijk van schaal en systeemtype. BIPV-toepassingen zijn duurder door hun bouwkundige integratie. Verschillende financieringsmodellen zijn mogelijk: -
rechtstreekse investering coöperaties, ESCO-formules Power Purchase Agreements (PPA’s)
Er zijn diverse subsidies en fiscale stimulansen beschikbaar (zoals de verhoogde investeringsaftrek), die de terugverdientijd kunnen verkorten, zeker bij hoge autoconsumptie. Juridisch -
Bij collectieve installaties zijn heldere afspraken nodig over eigendom, gebruiksrechten en aansprakelijkheid.
Ruimtelijk -
PV-installaties moeten worden ingepast in het ruimtelijk kader, zeker bij gevel- of grootschalige installaties. Combinatie met vergroening (groendaken) biedt meerwaarde, omdat de PV-panelen minder warm worden en hierdoor een hoger rendement hebben.
115
2.2 Samenvatting businesscase: collectieve batterijopslag De businesscase verkent batterijopslag op de industriezone en werkt vooral een gedeeld batterijpark met een eigen aansluiting uit, omdat dit binnen het huidige kader volledig en eenduidig kan worden uitgewerkt. Een aparte EAN met sturing door een erkende aggregator maakt rechtstreekse marktdeelname mogelijk zonder vooraf energiedelen te moeten organiseren. Zo bundel je kapitaal en bereik je vanaf enkele MW volwaardige toegang tot flexibiliteitsmarkten. Een locatie nabij de schakelpost aan de Zuidbrugweg is logisch door korte tracés en een realistische doorlooptijd van ongeveer één tot twee jaar voor netstudie en aansluiting. Eén aansluiting op middenspanning verdeelt de eenmalige kost en laat gecoördineerde piekafvlakking toe, waardoor de totale netkosten dalen. Een centraal systeem is bovendien eenvoudiger te monitoren en kan het lokale net ontlasten bij slimme sturing. Wanneer kiest een bedrijf beter voor een eigen batterij? Dit is zinvol bij duidelijke overschotten van zonne-energie met structurele injectie, een dynamisch contract, uitgesproken kwartierpieken en voldoende ruimte en aansluitcapaciteit op de site. Een slim energiemanagementsysteem (EMS) is noodzakelijk zodat de batterij niet alleen op zonne-energie stuurt, maar ook prijsgestuurd kan laden en ontladen. De rendabiliteit hangt vooral af van verbruiksprofiel en piekprofiel, de verhouding tussen zonneproductie en eigenverbruik, het contracttype, de investering per kWh en per kW en de verwachte levensduur. Wanneer is een collectief park beter? Zodra de schaal en een gedeelde netkoppeling voordeel opleveren of wanneer bedrijven marktinkomsten willen ontsluiten zonder elk apart een batterij en een aansluiting te financieren en een aggregator aan te stellen. De voorgestelde schaal van ongeveer vier MW en vijf MWh vormt een evenwicht tussen de netcapaciteit, markttoegang en investeerbaarheid en blijft aanpasbaar. De totale projectkost omvat meer dan de batterij alleen. Deze bevat ook de transformator, de aansluiting, het sturingssysteem, de beveiliging en de grondwerken. De netbeheerder bevestigt de aansluiting via een capaciteitsstudie en een beveiliging conform Synergrid. Met deze randvoorwaarden kan het collectieve park snel waarde leveren terwijl individuele batterijen parallel mogelijk blijven voor bedrijven met het juiste profiel. De volledige businesscase vind je in bijlage vanaf pagina 188.
116
ACTIES & BUSINESSCASES
117
3 3.1
Water Actiefiches
ACTIE: WATERBESPARING BINNEN BEDRIJVEN Inhoudelijke beschrijving Een eerste stap om duurzaam om te gaan met water binnen bedrijven is om minder water te gebruiken. Dit kan men bewerkstelligen door waterbesparende maatregelen in te voeren, zowel in de productie als in de sanitaire voorzieningen. Naast zuinig omgaan met water kan er ook gekeken worden naar het gebruik van regenwater als alternatief voor leidingwater. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Water besparen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook goed voor de portemonnee. -
België is een waterschaars land (d.w.z dat we meer water verbruiken dan dat we voorhanden hebben). Door water te besparen, help je deze kostbare hulpbron te beschermen. Drinkbaar water produceren kost zeer veel energie en hulpbronnen. Door minder water te verbruiken, bespaar je onrechtstreeks ook op energie en hulpbronnen. Elke druppel die je niet gebruikt, hoef je ook niet te betalen.
Initiatiefnemer -
Bedrijven
Betrokken actoren -
Overheidsinstanties of de bedrijventerreinvereniging Veurne@ Work kunnen advies geven en sensibiliseren.
Organisatie/plan van aanpak -
Zelf kijken binnen de productie wat mogelijk is, bv.: -
-
-
Bepaalde waterstromen lokaal hergebruiken, bv. water van de eerste wassing van groenten in een groenteverwerkingsbedrijf als daar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is. Als er een waterbehandelingsinstallatie aanwezig is (bv. RO), de waterrecovery optimaliseren. Bij reiniging d.m.v. CIP (Cleaning In Place): water van de naspoeling recupereren voor de eerste spoeling en de stroom met chemicaliën meerdere keren gebruiken. Bij reiniging met kuishaspels: hogedrukhaspels gebruiken in plaats van middendrukhaspels
Vanuit de overheid worden rond dit thema acties opgezet. Zo konden kmo’s tot september 2025 een gratis waterscan laten uitvoeren door VLAIO. Wateraudit laten uitvoeren door een studiebureau Waterbesparingen in sanitaire voorzieningen: - Beluchters op lavabokranen - Sensorkranen - Dubbele spoelknoppen voor wc’s en spoelvolumes reduceren - Waterbesparende douchekoppen Digitale watermeter -> lekdetectie Sensibilisatie werknemers: communicatiecampagne
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Klimaatverandering zal waterschaarste enkel doen toenemen Waterbesparende acties passen binnen de Blue Deal van de Vlaamse overheid, een programma dat zich richt op het verhogen van de waterbeschikbaarheid en het verminderen van de watervraag.
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
118
Waterbesparende acties binnen bedrijven = quickwin Hoe minder water de bedrijven verbruiken, hoe gemakkelijker/sneller tot waterneutraliteit of waterpositiviteit kan gekomen worden.
ACTIES & BUSINESSCASES
Randvoorwaarden Technisch -
Waterbesparingen in sanitaire voorzieningen zijn gemakkelijk uit te voeren Waterbesparingen in de productie kunnen uitdagender zijn
Financieel -
Juridisch -
/
Tot september 2025: eerstelijns VLAIO-waterscan voor kmo’s: gratis Waterscan door een studiebureau: ± € 3.750 Uitgebreide wateraudit door een studiebureau: ± € 18.000
Ruimtelijk -
/
119
ACTIE: AANLEG REGENWATERPUTTEN VOOR OPVANG EN HERGEBRUIK VOOR LAAGWAARDIGE TOEPASSINGEN BIJ BEDRIJVEN Inhoudelijke beschrijving Regenwater valt gratis uit de lucht en is vrij zuiver van kwaliteit. Daarom kan het zonder veel zuivering ingezet worden in bedrijven voor laagwaardige toepassingen, bv. toiletspoeling, maar ook als proceswater, bv. als suppletiewater voor koeltorens, stoomketels … Zo kan kostbaar stadswater uitgespaard worden. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Water besparen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook goed voor de portemonnee. -
België is een waterschaars land (d.w.z. dat we meer water verbruiken dan we voorhanden hebben). Door minder stadswater te gebruiken, help je deze kostbare hulpbron te beschermen. Drinkbaar water produceren kost zeer veel energie en hulpbronnen. Door minder stadswater te verbruiken, bespaar je onrechtstreeks ook op energie en hulpbronnen. Elke druppel stadswater die je niet gebruikt, hoef je ook niet te betalen.
Initiatiefnemer -
Bedrijven
Betrokken actoren -
Overheidsinstanties of de bedrijventerreinvereniging Veurne@ Work kunnen advies geven en sensibiliseren.
Organisatie/plan van aanpak -
-
Studie (laten) uitvoeren naar technische en economische haalbaarheid van regenwateropvang en -hergebruik -
Watervraag: waarvoor kan regenwater ingezet worden? Wat zijn de laagwaardige toepassingen binnen het bedrijf? Wateraanbod: hoeveel verharde oppervlakte (gebouwen/wegenis) kan opgevangen worden? - Als de regenwaterafvoer nog niet gescheiden loopt van de afvalwater afvoer -> afkoppeling nodig (zie andere actiefiche) - Indien wel al gescheiden afvoer -> regenwater afleiden naar nieuwe regenwaterput
-
Dimensionering regenwaterput + waar kan die praktisch komen te liggen Regenwaterpomp: bepaling benodigd pompdebiet en opvoerhoogte Zuivering: sowieso filter voor zwevende stoffen; bijkomende zuivering nodig? (afhankelijk van de kwaliteitseisen van de toepassingen) - Dimensionering zuivering - Indien nodig: analyses op het regenwater laten uitvoeren
-
Breaktank voor stadswaterbijvulling met automatische sturing Digitale watermeters voor opvolging Regenwatertoevoerleidingen tot aan de beoogde toepassingen dimensioneren. Kostenraming, kostenbesparing en terugverdientijd in kaart brengen.
Aannemer contacteren voor de uitvoering van de werken.
Regenwateruitwisseling -
Als het ene bedrijf een overschot aan regenwater heeft en het andere bedrijf nood heeft aan regenwater. Studie uitvoeren zoals hierboven beschreven Overeenkomst afsluiten tussen de partijen (modelovereenkomst, zie https://vito.be/nl/nieuws/modelovereenkomsten-als-ondersteuning-bij-uitwisseling-van-waterstromen) Voordeel voor afnemer: -
-
Voordeel voor aanbieder: -
-
120
Niet meer betalen voor duurder stadswater Duurzaam watergebruik Geen heffing meer betalen op lozing van regenwater, indien dit op heden gebeurt. Bij nieuwbouw kan dit een manier zijn om bv. geen of minder grote infiltratievoorziening te plaatsen.
Tool: Wateratlas.be: interactieve kaartcatalogus die watervraag en wateraanbod (voor zowel hemelwater als gezuiverd afvalwater) met elkaar linkt en zo het potentieel van wateruitwisseling in kaart brengt.
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Klimaatverandering zal waterschaarste enkel doen toenemen Regenwaterhergebruik past binnen de Blue Deal van de Vlaamse overheid, een programma dat zich richt op het verhogen van de waterbeschikbaarheid en het verminderen van de watervraag. Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (GSVH): regenwaterput en hergebruik verplicht bij nieuwbouw, herbouw, uitbreiding en verbouwing met werken aan de afwatering -
-
Minimaal volume regenwaterput = 100 L/m² dakoppervlakte. Mits grondige motivatie kan hiervan afgeweken worden.
Zelf optimale regenwaterput dimensioneren: Groenblauwpeil: https://groenblauwpeil.be/rainwaterwell
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Hoe minder stadswater de bedrijven verbruiken, hoe gemakkelijker/sneller tot waterneutraliteit of waterpositiviteit kan gekomen worden. Past in het kader om water van mindere kwaliteit in te zetten voor laagwaardige toepassingen, en drinkwater enkel voor hoogwaardige toepassingen.
Randvoorwaarden Technisch -
Voorstudie + aannemer nodig voor uitvoering van de werken Inspiratie nodig over hoe je dit technisch kan aanpakken? Kijk zeker eens naar de projecten bij Proeftuinen droogte van de Vlaamse Milieumaatschappij. [https://vmm.vlaanderen.be/projecten/lokaal/proeftuinen-droogte ]
Juridisch -
Bij regenwateruitwisseling met buren: overeenkomst afsluiten (modelovereenkomst: zie https://vito.be/ nl/nieuws/modelovereenkomsten-als-ondersteuning-bij-uitwisseling-van-waterstromen)
Financieel -
Zeer case afhankelijk. Moet case per case uitgewerkt worden.
Ruimtelijk -
Bij regenwateruitwisseling met buren moet er mogelijk een openbare weg gekruist worden. Bedrijven op Veurne Zone I die aangegeven hebben dat ze laagwaardig water nodig te hebben: De Brabandere, Mattheeuws … Ben je een buur van een van deze bedrijven, ga zeker in gesprek.
121
ACTIE: AFKOPPELING BEDRIJVEN Inhoudelijke beschrijving Als een bedrijf in de huidige toestand over een gemengde private riolering op eigen perceel beschikt (d.w.z. dat zowel afvalwater als regenwater door dezelfde afvoerbuizen afgevoerd worden), dan spreekt men over afkoppeling als de private riolering gescheiden wordt (d.w.z. een aparte afvoer voor regenwater en afvalwater). Als de openbare riolering ook gescheiden is (zie ‘RUIMTELIJK’ voor toepassing op het bedrijventerrein), komt het proper regenwater terecht in een waterloop en komt het afvalwater terecht in een rioolwaterzuivering (RWZI) van Aquafin, waar het gezuiverd wordt. Dit kan o.a. bewerkstelligd worden door de bestaande verharding te ontharden of waterdoorlatende verharding aan te leggen, zodat het regenwater de bodem in kan trekken. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Afkoppeling heeft de volgende maatschappelijke voordelen: -
De micro-organismen die het water zuiveren in een RWZI van Aquafin kunnen veel beter en efficiënter werken als het afvalwater niet verdund wordt door regenwater. Als regenwater geloosd wordt in de openbare afvalwaterriolering kunnen bij hevige regenval riooloverstorten optreden. Daarbij komt er ongezuiverd afvalwater terecht in onze waterlopen. Dat is zeer slecht voor de ecologische kwaliteit van deze waterlopen.
Voor de bedrijven zelf zijn er volgende voordelen: -
Minder overstromingen door riolen die al het regenwater niet aankunnen Mogelijkheid tot opvang en hergebruik van regenwater (1e stap in de Ladder van Lansink), waardoor minder kostbaar stadswater gebruikt wordt en er dus ook minder betaald moet worden. Mogelijkheid tot infiltratie van overtollig regenwater (2e stap in de Ladder van Lansink), om onze grondwaterreserves verder aan te vullen. Dit als voorbereiding op een gescheiden riolering die zal worden gelegd bij de heraanleg van het openbaar domein.
Nadeel voor de bedrijven: afkoppeling heeft een bepaalde kost. Initiatiefnemer -
Bedrijven
Betrokken actoren -
/
Organisatie/plan van aanpak -
-
122
De private riolering moet in kaart gebracht worden als nog geen rioleringsplan voorhanden is. Dit kan bv. uitgevoerd worden a.d.h.v. cameraonderzoek door een gespecialiseerd bedrijf. Hierbij wordt een volledig rioleringsplan van de site opgemaakt, met aanduiding van de precieze ligging van de controleputten en rioleringsbuizen, of het gaat om RWA (regenweerafvoer), DWA (droogweerafvoer = afvalwater) of gemengde leidingen, het materiaal, de diameter en de hoogteligging van de leidingen. Als de regenwaterpijpen niet visueel te zien zijn (bv. omdat ze ingewerkt zijn in de muren), kan men het best een dronevlucht laten uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf om de regenwaterpijpen in kaart te brengen (vóór het rioleringsplan wordt opgemaakt). Vanuit de lucht kunnen de openingen van de regenwaterpijpen namelijk wel gezien worden. Een afkoppelingsplan moet opgemaakt worden door een afkoppelingsdeskundige. Meestal wordt de bestaande riolering behouden als DWA en wordt een nieuw netwerk aangelegd voor de RWA, maar het kan ook andersom. Een hydraulische studie moet opgemaakt worden om de nieuwe RWA-leidingen te dimensioneren. Een detailed design studie moet uitgevoerd worden voor het nieuwe RWA-netwerk. Als een nieuwe huisaansluiting op de openbare riolering geplaatst moet worden, moet de rioolbeheerder gecontacteerd worden. Een aannemer moet de rioleringswerken uitvoeren en een as-builtplan opmaken van de uitgevoerde werken.
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Europese Kaderrichtlijn Water: tegen 2027 moeten waterlopen een goede ecologische kwaliteit hebben. Afkoppeling is hiervoor onontbeerlijk. Als op een bepaalde locatie de openbare riolering vernieuwd wordt en gescheiden aangelegd wordt, zijn alle gebouwen die erop aansluiten ook verplicht om af te koppelen, echter enkel wanneer hiervoor geen leidingen onder of door het gebouw aangelegd moeten worden (Vlarem II). Als men regenwater wil hergebruiken, moet het regenwater eerst worden afgekoppeld
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Om te komen tot waterneutraliteit of waterpositiviteit van het bedrijventerrein Veurne Zone I tegen 2030 door regenwater op te vangen en op te zuiveren tot drinkbaar water, moeten de bedrijven een gescheiden riolering hebben.[HT1.1] Dit kan de moeilijkheden rond de pluviale overstromingskaarten opheffen.
Randvoorwaarden Technisch -
Rioleringsplan Afkoppelingsplan Hydraulische studie Detailed design Aannemer voor de uitvoering van de werken
Juridisch -
/
Financieel -
Zeer caseafhankelijk; moet case per case uitgewerkt worden.
Ruimtelijk -
Reeds gescheiden openbare riolering in de volgende straten op het bedrijventerrein: -
Nijverheidsstraat Turbinestraat Kalkovenstraat Vooruitgangstraat Handelsstraat Bedrijvenlaan
123
ACTIE: ONTHARDING EN AANLEG WATERDOORLATENDE VERHARDING OP PRIVAAT DOMEIN Inhoudelijke beschrijving Momenteel zijn de bedrijven op het bedrijventerrein Veurne Zone I voor ± 86 % verhard. Hierdoor kan het regenwater niet op een natuurlijke wijze in de bodem infiltreren, maar stroomt het af naar de riolering, die op zijn beurt uitkomt in een rivier, die dan weer uiteindelijk naar zee stroomt. Op deze manier stroomt heel veel schoon regenwater naar zee, waar we het ‘kwijt’ zijn (het is namelijk niet zomaar meer beschikbaar voor de omgeving of om drinkwater van te maken). Rekening houdend met het feit dat België een waterschaars land is (de watervraag is hoger dan het wateraanbod), moeten we dit vermijden en zoveel mogelijk regenwater ter plaatse houden en infiltreren om onze grondwaterreserves aan te vullen. Dit kan o.a. bewerkstelligd worden door de bestaande verharding te ontharden of waterdoorlatende verharding aan te leggen, zodat het regenwater de bodem in kan trekken. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): -
België is een waterschaars land (d.w.z. dat we meer water verbruiken dan dat we voorhanden hebben). Door regenwater natuurlijk te laten infiltreren, worden onze natuurlijke grondwaterreserves aangevuld. Dit verhoogt de waterbeschikbaarheid voor drinkwaterproductie, landbouw, industrie en natuur. Minder overstromingen door riolen die al het regenwater niet aankunnen.
Initiatiefnemer -
Bedrijven
Betrokken actoren -
Overheidsinstanties of de bedrijventerreinvereniging Veurne@Work kunnen advies geven, sensibiliseren en eventuele subsidies verschaffen.
Organisatie/plan van aanpak -
Bedrijven moeten op hun perceel bekijken welk deel/welke delen van de wegenis uitgebroken en vergroend kunnen worden (= ontharding) of aangelegd kunnen worden in waterdoorlatende verharding.
-
Het type verkeerslast dat de waterdoorlatende verharding zal te verwerken krijgen, moet in kaart gebracht worden, omdat dit de dikte en het type materiaal van de fundering bepaalt. Keuze type oppervlakteafwerking van de waterdoorlatende verharding (zie hieronder) Aannemer contacteren voor uitvoer werken.
-
-
-
124
Parkings zijn typische onderdelen van de wegenis die aangelegd worden in waterdoorlatende verharding.
Deze moet rekening houden met de regels van de GSVH (zie ‘Context’)
Afvoer uitgebroken verharding. Onderhoud waterdoorlatende verharding: Op lange termijn kan er verstopping van de bovenste centimeters optreden. Dit kan opgelost worden door de voegvulling over de bovenste centimeters te vervangen, of door de poriën opnieuw vrij te maken door een veeginstallatie, een ZOAB-reiniger of onder hoge druk. Types oppervlakteafwerking van waterdoorlatende verharding: -
waterdoorlatende straatstenen - poreuze straatstenen - straatstenen met verbrede voegen - straatstenen met drainageopeningen - hybride systemen
-
steenslagverharding dolomietverharding drainerend asfalt grasdallen in kunststof of beton kunstgras
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Klimaatverandering zal waterschaarste enkel doen toenemen. Meer natuurlijke infiltratie door ontharding of waterdoorlatende verharding past binnen de Blue Deal van de Vlaamse overheid, een programma dat zich richt op het verhogen van de waterbeschikbaarheid en het verminderen van de watervraag.
-
Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (GSVH): -
Waterdoorlatende verharding bestaat uit waterdoorlatende oppervlakteafwerking en een waterdoorlatende (onder)fundering. De helling van de waterdoorlatende verharding moet kleiner zijn dan 2%. Er moet gestreefd worden naar een minimaal nuttig bergingsvolume van 33 L/m² in de fundering. De volledige opbouw moet een minimale doorlatendheid hebben van 5,4 x 10-5 m/s. Kan alleen toegepast worden als de grondwatertafel zich lager dan de fundering bevindt. De waterdoorlatende verharding moet afgestemd zijn op de verkeerslast die ze te verwerken krijgt. Behalve bij goed doorlatende bodems wordt een afvoer geplaatst tussen de fundering en de onderfundering, een ‘noodoverlaat’, die ervoor moet zorgen dat de fundering niet langdurig onder water zit. Deze noodoverlaat moet in principe minder diep zitten dan 30 cm onder maaiveldniveau. Als dat toch nodig is om technische redenen (omdat het funderingspakket dieper is dan 30 cm voor bv. zware belastingen), dan moet hiervoor een uitzondering aangevraagd worden.
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Momenteel zijn grote delen van het bedrijventerrein Veurne Zone I pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Hoe meer verharde oppervlakte onthard wordt of aangelegd wordt in waterdoorlatende verharding, hoe minder kans op pluviale overstromingen er is. Deze maatregel draagt bij tot het behalen van waterneutraliteit of waterpositiviteit van het bedrijventerrein Veurne Zone I tegen 2030.
Randvoorwaarden Technisch -
De regels van de GSVH moeten gevolgd worden (zie ‘Context’) voor waterdoorlatende verharding. Aannemer nodig voor de uitvoering van de werken Op lange termijn is onderhoud van de waterdoorlatende verharding nodig.
Juridisch -
/
Financieel -
Zeer caseafhankelijk. Moet case per case uitgewerkt worden.
Afhankelijk van het type ontharding: -
Betonstraatstenen +- € 25 – € 35 /m² Ongewapend beton (15cm) +-€ 30 – € 40 /m² Gewapend beton +- € 40 – € 55 /m² Asfaltverharding +- € 30 – € 45 /m²
Ruimtelijk -
Bedrijven op bedrijventerrein Veurne Zone I momenteel voor ± 86 % verhard. Inspiratie: -
https://blauwgroenvlaanderen.be/ professionals/maatregelen/ontharden https://omgeving.vlaanderen.be/nl/ vlaanderen-breekt-uit-homepagina https://blauwgroenvlaanderen.be/professionals/maatregelen/waterdoorlatende-en-waterpasserende-verhardingsmaterialen
125
3.2 Samenvatting businesscase: collectieve waterbuffer Na afstemming met de partners (POM West-Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, Stad Veurne, WVI) en Aquaduin, werd het volgende scenario (met twee subscenario’s) weerhouden voor de businesscases:
-
-
Collectief hoogwaardig: regenwater van daken en wegenis van de bedrijven wordt opgevangen in een nieuwe hemelwaterbuffer, waarna het opgezuiverd wordt tot drinkwater.
-
-
-
Subscenario 1: het geproduceerde drinkwater wordt via de aanleg van een nieuw drinkwaternetwerk tot bij alle bedrijven van het bedrijventerrein gebracht. Subscenario 2: het geproduceerde drinkwater wordt opgeslagen in de bestaande silo’s van Aquaduin ten zuidwesten van het bedrijventerrein. Van daaruit wordt het geïnjecteerd in het bestaande drinkwaternetwerk van Aquaduin en gaat het dus naar alle gebruikers van Aquaduin (niet enkel het bedrijventerrein).
In dit scenario wordt het meeste regenwater hergebruikt, wordt de pluviale overstromingsproblematiek aangepakt en wordt het bedrijventerrein toekomstbestendig door in te staan voor de eigen watervoorziening. Tabel 5 toont een vergelijkende tabel met de drinkwaterprijs in de verschillende scenario’s. Je ziet dat de prijs voor drinkwater lager ligt in subscenario 2 dan in subscenario 1. De redenen hiervoor zijn de volgende:
-
-
De CAPEX voor infrastructuurwerken ligt lager in subscenario 2, omdat er geen permeaatbuffer en geen nieuw drinkwatercircuit moeten worden aangelegd. In subscenario 2 kan veel meer drinkwater afgenomen worden dan in subscenario 1 (resp. 301.411 en 176.120 m³ jaar-1). In subscenario 1 is het afgenomen drinkwater namelijk gelimiteerd tot de watervraag van het bedrijventerrein. In subscenario 2 is dit niet zo. Hier wordt maximaal drinkwater afgenomen uit het bufferbekken, en is de limitatie het volume regenwater dat beschikbaar is en het feit dat de zuiveringsinstallatie maximaal 30 dagen na elkaar droog mag komen te staan. Omdat er in subscenario 2 meer drinkwater afgenomen wordt, moet de zuiveringsinstallatie dus ook groter gedimensioneerd worden. De OPEX in € m-³ ligt lager in subscenario 2 dan in subscenario 1 omdat er meer drinkwater wordt afgenomen in subscenario 2. Ook is er in subscenario 2 geen onderhoud van het drinkwaternet en worden er geen kosten voor de levering en facturatie ingerekend (omdat dit niet door de SPV maar door Aquaduin gebeurt). Het is wel belangrijk om op te merken dat de prijs in subscenario 1 al de prijs voor de eindverbruiker betreft. In subscenario 2 betreft de prijs die voor Aquaduin. Aquaduin moet op zijn beurt een marge inrekenen in de prijs naar de eindverbruiker waarin de kosten voor onderhoud van het drinkwaternet en levering en facturatie van drinkwater etc. worden ingerekend.
De volledige businesscase vind je in bijlage vanaf pagina 220.
eindverbruiker betreft. In subscenario 2 betreft de prijs die voor Aquaduin; Aquaduin dient op zijn beurt een marge in te rekenen in de prijs naar de eindverbruiker, waarin de kosten voor onderhoud van het drinkwaternet en levering en facturatie van drinkwater etc. worden ingerekend. Tabel 1: Vergelijkende tabel met de prijs voor drinkwater (€ m³) in de verschillende scenario’s.
Scenario’s infra Alle infrastructuurwerken in SPV Nieuwe RWA op het BT apart Nieuwe RWA + hemelwaterbuffer apart tabel 1
126
Subscen 1: drinkwater voor BT
Subscen 2: drinkwater voor Aquaduin; ondergronds BB op perceel Aquaduin
Subscen 2: drinkwater voor Aquaduin; bovengronds BB aan overkant Lovaart
4,92
2,92
2,72
3,35
2,08
1,80
3,02
1,61
1,61
Vergelijkende tabel met de prijs voor drinkwater (€ m³) in de verschillende scenario’s.
ACTIES & BUSINESSCASES
127
4
Materiaal
4.1
Actiefiches
4.1.1
Industriële symbiose
Door reststromen te valoriseren en nieuwe koppelingen te creëren, helpt Smart Symbiose bedrijven om afvalkosten te verlagen, opbrengsten te genereren uit nevenstromen en hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Het platform versterkt bovendien circulaire netwerken en draagt bij aan het sluiten van materiaalkringlopen.
Voor bedrijven op het bedrijventerrein in Veurne die willen inzetten op directe en/of indirecte symbiose op het bedrijventerrein is een eenvoudig en kort stappenplan uitgewerkt. Dit stappenplan helpt ondernemingen om hun afvalstromen efficiënter te beheren in samenwerking met andere bedrijven.
Voor de bedrijven binnen het bedrijventerrein in Veurne kan deze tool een waardevolle rol spelen in het identificeren en realiseren van concrete symbiosemogelijkheden.
Stap 1: Bedrijven leggen contact met andere spelers op het bedrijventerrein op basis van de theoretische oefening De theoretische oefening werd tijdens het ‘Bedrijventerrein van de Toekomst’-traject verfijnd door vier bedrijven. Andere bedrijven die interesse hebben om stappen te zetten richting circulair materiaalgebruik in de praktijk kunnen de theoretische oefening doornemen en lokale, bedrijfsspecifieke opportuniteiten detecteren. De bedrijventerreinvereniging kan dit proces faciliteren en de bedrijven met potentieel proactief met elkaar in contact brengen. Stap 2: Bedrijven zetten in op industriële symbiose via het Smart Symbiose Platform Om het potentieel van industriële symbiose verder uit te breiden over de grenzen van het bedrijventerrein, kan de digitale tool Smart Symbiose gebruikt worden door de bedrijven. Deze tool kan bedrijven ondersteunen bij het vinden van symbiosemogelijkheden in de bredere omgeving. Deze tool wordt actief gepromoot door POM West-Vlaanderen tijdens het ‘Bedrijventerrein van de Toekomst’-traject en door de bedrijventerreinvereniging na het einde van het traject.
4.1.2
(Collectieve) benutting van de overslaghal
Voor bedrijven op het bedrijventerrein in Veurne die gebruik willen maken van de beschikbare capaciteit in de overslaghal van IVVO, werd op basis van het overleg met IVVO een eenvoudig en concreet stappenplan uitgewerkt. Dit stappenplan helpt ondernemingen om hun afvalstromen efficiënter te beheren, individueel of in samenwerking met andere bedrijven. De samenwerking met IVVO kan op twee manieren worden opgezet: -
Individueel: een bedrijf maakt rechtstreeks afspraken met IVVO over de aanvoer en afvoer van specifieke materiaalstromen. Collectief: meerdere bedrijven met gelijkaardige afvalstromen bundelen hun vraag en sluiten samen een inzamelcontract af.
Collectieve samenwerking kan van bij de start worden opgezet, maar ook geleidelijk groeien. Zo kunnen bedrijven die zien dat collega-ondernemingen al samenwerken met IVVO, eventueel later aansluiten bij een bestaande regeling. Dit maakt het systeem flexibel en toegankelijk voor een brede groep bedrijven.
Smart Symbiose Platform Dit online platform werd ontwikkeld door de Vlaamse overheid, met ondersteuning van OVAM, en wordt beheerd door een onafhankelijk symbioseteam bij VITO. Het platform biedt bedrijven en organisaties de mogelijkheid om vraag en aanbod van reststromen, recyclaten en alternatieve grondstoffen met elkaar te verbinden, met als doel industriële symbiose te realiseren. Smart Symbiose richt zich op een breed publiek: bedrijven met reststromen of materiaalnoden, milieucoördinatoren, consultants, onderzoeksinstellingen en organisaties die op zoek zijn naar herbruikbare materialen. Gebruikers kunnen anoniem materiaalvragen of -aanbiedingen plaatsen en zoeken naar relevante matches in de databank. Bij interesse kunnen ze elkaar contacteren. De identiteit wordt pas gedeeld als beide partijen dat willen. Het platform biedt bovendien ondersteuning bij technologische, juridische en logistieke vragen, wat de drempel tot samenwerking verlaagt.
128
ACTIES & BUSINESSCASES
Stap 1: Communicatie over de beschikbare overslagcapaciteit van IVVO richting bedrijven Om de bedrijven op de hoogte te brengen van de beschikbare overslagcapaciteit in het recyclagepark van IVVO, communiceren POM West-Vlaanderen, IVVO en de bedrijventerreinvereniging deze opportuniteit naar de bedrijven (bv. via een nieuwsbrief). Tijdens het ‘Bedrijventerrein van de Toekomst’-traject wordt de opportuniteit ook voorgesteld aan de bedrijven. Stap 2: Bedrijven formuleren hun vraag naar IVVO Eerst wordt de afvalstroom waarvoor bedrijven een oplossing zoeken in kaart gebracht. Dit omvat een korte interne analyse binnen het bedrijf: -
Welk type materiaal wil het bedrijf afvoeren via de overslaghal? Hoeveel volume wordt er gegenereerd (bv. per week of maand)? Hoe frequent wordt dit materiaal aangevoerd? Hoe frequent moet het materiaal afgevoerd worden?
-
Zijn er specifieke eigenschappen of risico’s verbonden aan het materiaal (bv. gezondheidsrisico, brandbaar, chemisch …)?
Deze informatie is essentieel om een gerichte vraag te stellen aan IVVO en om te bepalen of de stroom binnen de bestaande vergunning valt of niet. Bij collectieve samenwerking is het aangewezen dat bedrijven onderling afstemmen en samen een gezamenlijke vraag formuleren. Dit zou eventueel gefaciliteerd kunnen worden via de bedrijventerreinvereniging Veurne@Work. Met een duidelijke omschrijving van de afvalstroom en de logistieke parameters (volume, frequentie, type) kunnen bedrijven contact opnemen met IVVO. Stap 3: IVVO evalueert de aanvragen IVVO bekijkt de vraag van de bedrijven: -
-
Of de materiaalstroom binnen de bestaande vergunningen valt. Of er bijkomende voorwaarden of beperkingen (bv. brandveiligheid) gelden en er daardoor een nieuwe of aangepaste vergunning nodig is. Hoe de aanvoer en afvoer praktisch georganiseerd kan worden (werkplanning).
Op basis van deze informatie zal IVVO een voorstel op maat doen aan de bedrijven, inclusief een prijsindicatie en operationele afspraken.
4.1.3
Conclusie
Het uitwisselen van materiaal- en afvalstromen tussen bedrijven versterkt de circulariteit en klimaatrobuustheid van het bedrijventerrein. Industriële symbiose vermindert de afhankelijkheid van (dure) primaire grondstoffen, reduceert afvalproductie, verhoogt efficiënt materiaalgebruik en verlaagt operationele (afvalverwerkings)kosten. Bovendien creëert het kansen voor lokale samenwerking. Op termijn kan kleinschalige symbiose evolueren naar een volwaardige materialenhub, die circulariteit in de bredere omgeving ondersteunt in samenwerking met de bedrijventerreinvereniging. De collectieve benutting van de overslaghal op het bedrijventerrein in Veurne biedt een realistische en snel inzetbare piste om materiaalstromen efficiënter te beheren en ruimte vrij te maken bij de bedrijven. Dankzij de bestaande beschikbare capaciteit, de nabije ligging en de bereidheid tot samenwerking vanuit IVVO kunnen bedrijven op korte termijn stappen zetten richting een efficiëntere aanpak van hun afvalbeheer. Zowel individuele als collectieve trajecten zijn mogelijk, waarbij de samenwerking flexibel kan groeien in functie van de noden en opportuniteiten op het terrein. De piste vereist beperkte inspanningen aan de kant van de bedrijven en kan mits goede afstemming snel operationeel worden. Samen vormen industriële symbiose en de overslaghal een waardevolle pijler binnen het transitieplan, die bijdraagt aan schaalvoordelen, lokale verankering en een robuust circulair systeem. Door het stappenplan te volgen, kunnen bedrijven concreet aan de slag en mee bouwen aan een toekomstbestendig bedrijventerrein.
Stap 4: Bedrijven en IVVO starten een samenwerking Als beide partijen akkoord gaan met het voorstel, kan de samenwerking effectief van start gaan. Dit betekent dat: -
De bedrijven hun afvalstromen rechtstreeks aanvoeren naar de overslaghal, volgens de afgesproken voorwaarden. IVVO zorgt voor de verdere afvoer of verwerking van het materiaal. Er duidelijke afspraken zijn over planning en afvoerritme, zodat IVVO de transportplanning correct kan afstemmen.
Bij collectieve samenwerking is het belangrijk dat er een coördinatiepunt is (bv. een aanspreekpunt of een gedeeld document) waarin volumes en aanvoermomenten worden bijgehouden. Dit helpt IVVO om de afvoer efficiënt te organiseren en voorkomt misverstanden. Dit coördinatiepunt kan vanuit de bedrijventerreinvereniging georganiseerd worden. De samenwerking kan idealiter op elk moment bijgestuurd of uitgebreid worden. Nieuwe bedrijven kunnen toetreden, materiaalstromen kunnen worden toegevoegd en de capaciteit en frequentie kunnen aangepast worden in overleg met IVVO.
129
5 5.1
Mobiliteit Actiefiches
ACTIE: KNELPUNT BRUG OVER LOVAART EN FIETSBRUG 2050 Inhoudelijke beschrijving Het lokale fietsnetwerk voor het bedrijventerrein wordt vormgegeven rond een bredere ringstructuur, bedoeld om duurzame woon-werkverplaatsingen te stimuleren en de bereikbaarheid per fiets te verbeteren. Ten oosten kan zowel de Vaartstraat als de Lovaartdijkweg gebruikt worden. Gezien de Vaartstraat veel bedrijvigheid heeft en hier ook het ROC ontwikkeld wordt, vormt de dijkweg een aantrekkelijk alternatief. Om het bedrijventerrein vanaf de Lovaartdijkweg te bereiken ontbreekt echter een goede connectie tussen deze dijk en de bestaande brug van de Albert I-laan. Het verknopen van deze routes kan op korte termijn door een nieuwe doorsteek te maken tussen de dijkweg en de helling van de brug. Ten westen van de Lovaart ligt een zoekzone voor een bijkomend regionaal bedrijventerrein. Als dit effectief ontwikkeld zou worden, kan een nieuwe fietsbrug over de Lovaart deze zone verbinden met het fietsnetwerk van Veurne Zone I. Bovendien zorgt dit voor een verknoping van de fietssnelwegen F35 en F38. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Economisch -
Betere bereikbaarheid van het bedrijventerrein: een bijkomende kwalitatievere fietsverbinding versterkt de ontsluiting van het terrein voor werknemers, wat de aantrekkelijkheid voor bedrijven verhoogt. Kostenbesparing op mobiliteit: door de stimulans voor fietsgebruik kunnen bedrijven besparen op parkeerkosten. Verhoogde waarde van omliggende percelen: een goed verbonden bedrijventerrein is aantrekkelijker voor investeerders en nieuwe ondernemingen. Ook de mogelijke ontwikkeling van bijkomende bedrijvigheid aan de westzijde van de Lovaart is hierbij gebaat.
Ecologisch -
Vermindering van autoverkeer: door de stimulans voor duurzame woon-werkverplaatsingen daalt de CO₂-uitstoot en luchtvervuiling. Beperking van verharding: de aanleg van fietspaden zorgt voor bijkomende verharding. Dit kan waterdoorlatend uitgevoerd worden. De tijdelijke verbinding met de brug van de Albert I-laan kan zelfs in halfverharding uitgevoerd worden.
Maatschappelijk -
Verhoogde verkeersveiligheid: een veilige fietsverbinding vermindert conflicten tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer. Gezondere mobiliteit: fietsen draagt bij aan de gezondheid van werknemers en vermindert stress door filedruk.
Initiatiefnemer -
Stad Veurne is verantwoordelijk voor het lokale fietsnetwerk en is de aangewezen initiatiefnemer.
Betrokken actoren -
Provincie West-Vlaanderen, De Vlaamse Waterweg en AWV zijn betrokken partijen om deze projecten te ondersteunen gezien de ligging langs gewestwegen en de Lovaart.
Organisatie/plan van aanpak Op korte termijn moeten de eigendomsstructuren rond de brug over de Lovaart nagegaan worden om te bekijken hoe de route langs de Lovaart verknoopt kan worden met de brug. Op basis van de grondposities kan vervolgens een ontwerp gemaakt worden om een pad in halfverharding of waterdoorlatende verharding te realiseren tussen de brug en de Lovaart. Op langere termijn kan een eventuele nieuwe fietsbrug over de Lovaart het best gekoppeld worden aan de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein aan de westzijde van de Lovaart. Dit zou in deze ontwikkeling opgenomen kunnen worden als milderende maatregel om de verkeersgeneratie van gemotoriseerd verkeer te beperken. Context Een van de centrale doelstellingen is om minstens 40% van de verplaatsingen via duurzame modi (zoals fietsen, wandelen en openbaar vervoer) te laten verlopen tegen 2030. De uitbreiding van het fietsnetwerk draagt hier rechtstreeks aan bij door: -
Een conflictvrij raster te creëren dat het terrein vanuit alle windrichtingen bereikbaar maakt. Korte bestemmingsroutes te voorzien naar individuele bedrijven. De barrièrewerking van de Albert I-laan te doorbreken via veilige oversteken.
Het verbeteren van de fietsinfrastructuur draagt bij aan een verkeersveilig bedrijventerrein, een andere expliciete doelstelling. Door veilige fietspaden en oversteken te voorzien, worden conflicten tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer verminderd.
130
ACTIES & BUSINESSCASES
Randvoorwaarden Technisch -
Impact van de brug op goederenvervoer over het water
Financieel -
Via het Fietsfonds kan een deel van de kosten voor de aanleg gerecupereerd worden. -
Juridisch -
Grondposities nagaan
Korte termijn: de subsidiemogelijkheid voor een bijkomende verbinding onderzoeken. Lange termijn: door het opnemen van deze verknoping van twee fietssnelwegen in de vorm van een lokaal fietsnetwerk is een mate van subsidiëring verzekerd. Bovendien kunnen ook de middelen voor de ontwikkeling van bijkomende bedrijvigheid aangewend worden als de realisatie van de fietsbrug als voorwaarde gekoppeld wordt.
Ruimtelijk -
Onderzoek naar het type brug: verplaatsbare brug in functie van vervoer over het water of brug met voldoende hoogte om conflict te vermijden?
131
ACTIE: DOORTREKKEN VAN TOEKOMSTIG FIETSPAD LANGS DE E40 TOT AAN DE LOVAART Inhoudelijke beschrijving Het lokale fietsnetwerk voor het bedrijventerrein wordt vormgegeven rond een bredere ringstructuur, bedoeld om duurzame woon-werkverplaatsingen te stimuleren en de bereikbaarheid per fiets te verbeteren. Ten zuiden is parallel aan de E40 in dit plan een fietsverbinding voorzien. Op het oostelijke deel van het bedrijventerrein wordt dit als een vrijliggend fietspad voorzien. Op het westelijke deel komt deze verbinding te liggen op de Ondernemingenstraat in de vorm van een fietsstraat. Dit concept beperkt de vereiste bijkomende verharding voor deze fietsverbinding en koppelt dit nieuwe segment via een beperkt stuk fietsstraat op de Ondernemingenstraat op de reeds gerealiseerde fietsverbinding van de Vaartstraat. Om fietsers nog meer comfort te geven, maar ook om op langere termijn mogelijke bijkomende bedrijvigheid aan de westzijde van de Lovaart mee te verknopen, kan het fietspad ook over de volledige lengte van het terrein aangehouden worden langs de E40. Zo ontstaat een uniforme zuidzijde van deze ringstructuur in het fietsnetwerk. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Economisch -
Betere bereikbaarheid van het bedrijventerrein: de zuidelijke as van de ringstructuur kan op termijn twee fietssnelwegen met elkaar verknopen en versterkt de duurzame ontsluiting van het terrein voor werknemers, wat de aantrekkelijkheid voor bedrijven verhoogt. Kostenbesparing op mobiliteit: door de stimulans voor fietsgebruik kunnen bedrijven besparen op parkeerkosten. Verhoogde waarde van omliggende percelen: een goed verbonden bedrijventerrein is aantrekkelijker voor investeerders en nieuwe ondernemingen. De bedrijven langs de E40 kunnen hun eigen personeel rechtstreeks toegang geven tot dit fietspad.
Ecologisch -
Vermindering van autoverkeer: door de stimulans voor duurzame woon-werkverplaatsingen daalt de CO₂-uitstoot en luchtvervuiling.
Maatschappelijk -
Verhoogde verkeersveiligheid: een veilige fietsverbinding vermindert conflicten tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer. Gezondere mobiliteit: fietsen draagt bij aan de gezondheid van werknemers en vermindert stress door filedruk.
Initiatiefnemer
Betrokken actoren
De stad Veurne is verantwoordelijk voor het lokaal fietsnetwerk en is de aangewezen initiatiefnemer.
Provincie West-Vlaanderen en AWV zijn betrokken partijen om deze projecten te ondersteunen gezien de ligging in de onderhoudszone van de E40. Aanvullend moeten alle bedrijven langs dit fietspad betrokken worden om na te gaan wat de impact op hun terrein is en hoe zij hun personeel al dan niet rechtstreeks toegang kunnen geven tot dit fietspad.
Organisatie/plan van aanpak In eerste instantie moeten de eigendomsstructuren tussen de zone van AWV en de bedrijven het dichtst bij de E40 nagegaan worden. Op basis van de grondposities kan vervolgens een ontwerp gemaakt worden om dit fietspad verder door te trekken conform de breedtes die op het oostelijke segment langs de E40 gerealiseerd zullen worden (3m fietspad). Vervolgens kan de impact op de bestaande bedrijfspercelen en het bestaande groen in beeld gebracht worden om een inrichtingsplan op te maken voor de realisatie. Context Een van de centrale doelstellingen is om minstens 40% van de verplaatsingen via duurzame modi (zoals fietsen, wandelen en openbaar vervoer) te laten verlopen tegen 2030. De uitbreiding van het fietsnetwerk draagt hier rechtstreeks aan bij door: -
Een conflictvrij raster te creëren dat het terrein vanuit alle windrichtingen bereikbaar maakt. Korte bestemmingsroutes te voorzien naar individuele bedrijven. De barrièrewerking van de Albert I-laan te doorbreken via veilige oversteken.
Het verbeteren van de fietsinfrastructuur draagt bij aan een verkeersveilig bedrijventerrein, een andere expliciete doelstelling. Door veilige fietspaden en oversteken te voorzien, worden conflicten tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer verminderd.
132
ACTIES & BUSINESSCASES
Randvoorwaarden Technisch -
/
Financieel Via het Fietsfonds kan een deel van de kosten voor de aanleg gerecupereerd worden.
Juridisch
Ruimtelijk
Grondposities nagaan
Impact van de verbinding op de bedrijfspercelen en het bestaande groen
133
ACTIE: BUSHALTE OF ALTERNATIEVE SHUTTLEDIENSTEN Inhoudelijke beschrijving Vandaag passeren er meerdere buslijnen in de omgeving van het bedrijventerrein, maar er zijn geen haltes op of direct aan het bedrijventerrein. De wandelafstanden van 15 tot 25 minuten vormen dan ook een drempel voor gebruik. Gelet op de herkomst en de bestemming van de bestaande lijnen zou het omleiden van deze lijnen via het bedrijventerrein weinig realistisch zijn zonder grote impact op kosten en reistijden. Daarom moeten er alternatieven onderzocht worden. Deze kunnen verschillende vormen aannemen: -
-
Nagaan hoe met het vervoer op maat toch voor een bepaalde bediening van het bedrijventerrein voorzien kan worden. Koppelen van bestaande buslijnen met een eindhalte/rustpunt op de parking van Furnevent. De bestaande lijnen hebben soms een eindhalte in Veurne en kunnen voor buffer- en rusttijden zorgen. Deze wachttijden zouden kunnen opgevangen worden op bijvoorbeeld de parking van Furnevent gekoppeld aan voorzieningen voor de chauffeurs. Op die manier kunnen de bestaande lijnen gekoppeld worden aan een eindhalte op het bedrijventerrein. Ontwikkelen van een shuttle tussen het stadscentrum en het bedrijventerrein. Deze shuttle zou ook kunnen instaan voor het natransport vanaf een eventuele collectieve parking.
Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Economisch -
Een verhoogde bereikbaarheid maakt het terrein aantrekkelijker voor bedrijven en werknemers. Kostenbesparing: minder nood aan extra parkeerinfrastructuur verlaagt investerings- en onderhoudskosten. Waardecreatie: een goed ontsloten terrein verhoogt de waarde van vastgoed en bedrijfspercelen. Kostendekking van het openbaar vervoer: door verschillende shiften en een laag OV-gebruik is het vandaag weinig rendabel om het bedrijventerrein aan te doen met openbaar vervoer. Het verder ontwikkelen en optimaliseren van het terrein kan voor een hogere globale tewerkstelling zorgen, waardoor het aantrekkelijker wordt om toch een halte te zoeken op het bedrijventerrein.
Ecologisch -
Vermindering van autoverkeer: door de stimulans voor duurzame woon-werkverplaatsingen daalt de CO₂-uitstoot en luchtvervuiling.
Maatschappelijk -
Verhoogde leefkwaliteit: werknemers en bezoekers profiteren van betere bereikbaarheid en minder verkeersdruk. Sociale inclusie: openbaar vervoer maakt het terrein toegankelijker voor mensen zonder auto.
Initiatiefnemer
Betrokken actoren
Er zijn verschillende pistes om de bereikbaarheid met het openbaar vervoer te verhogen. Daardoor kunnen verschillende initiatiefnemers samenwerken:
Het is aangewezen de verschillende bedrijven nauwer te betrekken om een gedetailleerd zicht te hebben op alle werkregimes en shiften. Op die manier kan nagegaan worden op welke momenten van de dag het meest aangewezen is om een bediening van het bedrijventerrein te voorzien.
-
-
134
Stad Veurne lijkt de meest aangewezen partij om opnieuw in dialoog te gaan met De Lijn. Als voorzitter van de vervoerregio zitten ze bovendien aan het stuur om dit ook binnen de vervoerregio te bespreken. Er moet nagegaan worden op welke manier er kostenneutraal toch een meerwaarde gecreëerd kan worden en welke randvoorwaarden hiervoor nodig zijn. Dit is zowel voor het vervoer op maat als voor het koppelen van de bestaande lijnen met het bedrijventerrein van toepassing. Als beheerder van het terrein lijkt WVI in samenwerking met de stad en De Lijn de aangewezen partij om een onderzoek naar een (autonome) shuttle op te zetten.
ACTIES & BUSINESSCASES
Organisatie/plan van aanpak Stad Veurne heeft bij het uitwerken van deze bundel al contact gehad met De Lijn om de koppeling van het vervoer op maat en het bedrijventerrein te versterken. Deze gesprekken aanhouden en verder opvolgen blijft de start van een verbeterde OV-bediening van het terrein. Binnen de vervoerregio moet ook blijvend aandacht gevraagd worden voor de bereikbaarheid van het terrein. Voor het opzetten van een shuttle kunnen twee pistes bewandeld worden: -
Klassieke shuttle: om deze piste te becijferen, moet een concrete route en frequentie uitgewerkt worden in samenspraak met de bestaande bedrijven. Op basis hiervan kan een kostenraming opgemaakt worden en kan gezocht worden naar de nodige financiering. Autonome shuttle: dit vereist dezelfde stappen als de klassieke shuttle, maar de kosten voor een autonome shuttle zullen anders zijn. Hoewel de initiële investering hoger zal zijn, zullen de recurrente kosten lager zijn doordat er geen personeel vereist is om de shuttle te besturen. Om deze businesscase verder uit te werken kunnen het best Europese voorbeelden als referentie gebruikt worden. Zo rijdt in Frankrijk bijvoorbeeld EasyMile al met een autonome shuttle tussen een productiesite en een lunchgelegenheid.
Context Een van de centrale doelstellingen is dat minstens 40% van de verplaatsingen via duurzame modi (zoals fietsen, wandelen en openbaar vervoer) moet verlopen tegen 2030. Beter openbaar vervoer draagt hieraan bij door: -
De connectiviteit met OV-knooppunten te versterken. Natransport te voorzien via pendelbussen of autonome shuttles.
Randvoorwaarden Technisch -
/
Financieel Exploitatiekosten van shuttles versus kosten voor integratie in het vast openbaar vervoeraanbod
Juridisch
Ruimtelijk
Al dan niet autonome shuttles op openbare rijweg
Ontwikkelen van een reisroute op en buiten het bedrijventerrein Verknoping tussen shuttleroute en eventuele collectieve parkings in de toekomst Nood aan haltevoorzieningen
135
5.2 Samenvatting businesscase: collectieve parking bij Furnevent De businesscase voor de collectieve parking bij Furnevent onderzoekt de mogelijkheid om op het bedrijventerrein in Veurne een gedeelde parkeeroplossing te realiseren. Door parkeerplaatsen te bundelen in plaats van elk bedrijf zijn eigen terrein te laten inrichten, ontstaat er een efficiënter ruimtegebruik. Dit leidt tot minder verharding, meer ruimte voor groen of extra bedrijfsactiviteiten en een aangenamere werkomgeving. De voorgestelde locatie is de huidige parking van Furnevent, die centraal ligt op het bedrijventerrein. Binnen een straal van 300 tot 500 meter kunnen tot 359 werknemers gebruikmaken van deze parking. Hoewel dit de enige beschikbare locatie is, zijn er beperkingen door omliggende infrastructuur en bedrijven die al over eigen parkeeroplossingen beschikken. De vereiste capaciteit op deze locatie ligt eigenlijk in lijn met het aantal parkeerplaatsen dat al beschikbaar is op Furnevent (los van het gebruik voor events). Als er een engagement is van de omliggende bedrijven om hun eigen parkeerplaatsen te herontwikkelen, komt er ruimte vrij op bedrijfspercelen. De gedeelde investeringen verlagen de kosten en er ontstaan inkomsten uit parkeren en laden. Uit het financiële onderzoek blijkt evenwel dat de jaarlijkse inkomsten voornamelijk de exploitatiekosten dekken en dat de meerwaarde uit elektrisch laden eerder beperkt is en ook een bijkomende investeringskost vraagt. Om tot een rendabele ontwikkeling te komen, is het noodzakelijk om een voldoende hoge parkeerkost te vragen. De volledige businesscase vind je in bijlage vanaf pagina 342.
136
ACTIES & BUSINESSCASES
6 6.1
Landschap Actiefiches
ACTIE: BIODIVERS VOORDEEL BIJ ONTHARDEN Inhoudelijke beschrijving De verhardingsgraad in Vlaanderen bedraagt momenteel 15% en blijft dagelijks toenemen. Vlaanderen behoort daarmee tot de regio’s met de hoogste verhardingsgraad in Europa. Deze verharding van de bodem heeft verschillende negatieve effecten, zoals wateroverlast, hittestress en verlies van biodiversiteit. Ontharding is daarom een belangrijk en actueel thema geworden in Vlaanderen. Veurne Zone I heeft een zeer hoge verhardingsgraad en er zijn zeker opportuniteiten om deze te verminderen door te ontharden op privaat domein. Zo komt er ruimte vrij voor groen. De ecosysteemdiensten die biodivers groen met zich meebrengt, zijn onder andere verbeterde welzijn, betere infiltratie van de bodem … Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Ecologische impact -
Herstel van waterbalans: meer infiltratie van regenwater in de bodem vermindert droogteproblemen en ondersteunt grondwatervoorraden. Minder wateroverlast: door vertraagde afvoer vermindert het risico op overstromingen bij hevige regenval. Een goed doorwortelde grond is minder verdicht, waardoor infiltratie verbetert. Planten zorgen daarnaast ook voor extra wateropname bij hevige regenval en beschermen tegen uitdroging op droge momenten. Verhoogde biodiversiteit: ontharde zones bieden ruimte aan inheemse planten, insecten en kleine dieren. Klimaatadaptatie: minder hittestress in steden door vergroening en het bufferen van regenwater.
Economische impact -
Lagere rioleringskosten: minder nood aan dure uitbreiding of vernieuwing van het rioolstelsel. Kostenbesparing op lange termijn: minder schade door wateroverlast, lagere onderhoudskosten van infrastructuur. Waarde van vastgoed: groene, ontharde omgevingen verhogen vaak de leefkwaliteit en dus ook de waarde van de bedrijven.
Maatschappelijke impact -
Verhoogde leefkwaliteit: meer groen en open ruimte verhogen het welzijn en de mentale gezondheid van bewoners. Sociale cohesie: ontharde en vergroende zones nodigen uit tot ontmoeting en evenementen. Bewustwording en gedragsverandering: ontharding stimuleert burgers om na te denken over hun eigen impact op waterbeheer en klimaat.
Initiatiefnemer -
Bedrijven en Stad Veurne
Betrokken actoren -
AWV WVI Veurne@Work (sensibiliseren) Overheidsinstanties (sensibiliseren en subsidiëren)
Organisatie/plan van aanpak In eerste instantie worden de quickwins aangepakt, gezien deze binnen een korte termijn uitvoerbaar zijn. Verloren hoekjes op private domeinen kunnen onthard en ingericht worden met biodivers groen en eventueel een picknickbank zodat dit als lunchplek kan dienen. De aanpak van opritten en aansluitingen op private percelen gebeurt participatief, samen met eigenaars en externe partners. Geclusterd parkeren en mobiliteitsvraagstukken (zoals fietsen, openbaar vervoer ...) spelen hierbij een belangrijke rol om private parkeeroppervlaktes geleidelijk af te bouwen. Bij de aanleg van nieuwe verhardingen in het kader van nieuwbouw of renovaties kan de gemeente een beleidskader opstellen. Dit kader kan richtlijnen bevatten over de maximale hoeveelheid en het type verharding. Ook de te behalen doelstellingen worden hierin het best duidelijk omschreven. Naast onthardingen op privaat domein kan er op langere termijn het publieke domein gefaseerd worden aangepakt, in combinatie met geplande rioleringswerken. Het invoeren van eenrichtingsverkeer in bepaalde straten kan aanzienlijk bijdragen aan het onthardingsproces. Het verwijderen van verharding draagt bij aan het behalen van de doelstellingen rond hittestress, o.a. doordat er op het openbaar domein tot 65% meer schaduw gecreëerd kan worden.
137
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Klimaatverandering en ruimteschaarste in Vlaanderen eisen hun tol van de fauna en flora. Maatschappelijke nood aan ontspanning en consumptie in een groene inrichting. Er zijn geen vooropgestelde richtlijnen die een welbepaalde wet hanteren. Er zijn wel gemeentelijke richtlijnen die onderling verschillen. Er zijn Europese beleidskaders waarin ontharding wordt aangemoedigd in het kader van natuurgebaseerde oplossingen en groenblauwe infrastructuur. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wil tegen 2040 netto geen bijkomende verharding meer (de zogenaamde betonstop, intussen hernoemd naar "bouwshift"). Blue Deal – Vlaamse Regering: infiltratie, buffering en ontharding. Regels in het omgevingsvergunningsbeleid: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in de lokale stedenbouw. Blauwgroen Vlaanderen GSV Hemelwater
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Om te voldoen aan een klimaatrobuust en natuurinclusief bedrijventerrein helpen alle kleine biodiverse zones. Deze kleine zones vormen stepping stones doorheen het terrein om de naburige grotere groenzones te verbinden. Een ambitie is ook om te voldoen aan de 3-30-300-regel (3 bomen zichtbaar van ieder punt, 30% kroonbedekking en 300 meter tot een groene zitplek). Afhankelijk van de groene inrichting van de ontharde zone zal ook aan deze regel worden voldaan.
Randvoorwaarden Technisch -
Onthardingsplan met tijdsstrategie Materialisatieplan Studie ondergrond, waterdoorlatendheid Gedetailleerd ontwerp met technische fiches en typedetails per materiaal. Aannemer voor uitvoerige werken Eventueel beplantingsplan Eventueel beheersplan
Juridisch -
Ontharding is vrijgesteld van vergunningsplicht Nieuwe verhardingen zijn vergunning plichtig
Financieel -
KMO-portefeuille
Ruimtelijk -
138
ACTIES & BUSINESSCASES
Subsidies voor ontharding, zowel publiek als privaat VMM- projectsteun Gemeentelijke premies
De overgedimensioneerde verhardingen wordt geknipt tot de functionele breedte waardoor er meer open (groene) ruimte in de plaats kan komen. De toegangen naar de bedrijven krijgen over het gehele bedrijventerrein een éénzelfde uitstraling
ACTIE: BIODIVERS INRICHTEN Inhoudelijke beschrijving Beplantingen die we vaak in groenperken zien, die niet inheems zijn en geen rekening houden met de biodiversiteit, worden siervegetatie genoemd. Deze beplantingen bevatten vaak exoten of uitheemse planten, die al of niet bedreigend kunnen zijn voor onze inheemse beplanting. Ook de manier van onderhoud, namelijk in klassieke structuren: strakgeschoren hagen, bolvormige snoeivormen, leibomen … zorgt vaak voor veel onderhoud en heeft weinig waarde voor het natuurlijke ecosysteem. Als natuur de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen, zullen ook de soortenrijkdom en biodiversiteitswaarde stijgen. De toekomstige ontwikkelingen of vernieuwing van de al bestaande beplantingen kunnen enkel maar beter worden. Gebruik zoveel mogelijk inheemse planten, struiken en bomen om de schaarse groene ruimte die aanwezig is in te vullen. Deze soorten vervullen een welbepaalde ecologische functie, waardoor lokaal voorkomende diersoorten automatisch zullen meeliften met de genomen maatregel. Als verspreid over het bedrijventerrein een gelaagde beplanting (bomen, struiken, kruiden en bodembedekkers) wordt aangeplant, zal het bedrijventerrein meer opgaan in het omliggende landschap. Eerder dan een barrière voor soorten, kan het projectgebied de verspreiding van soorten doorheen het omliggende landschap stimuleren door aan diverse diersoorten, waaronder belangrijke bestuivers, geschikt leefgebied aan te bieden. In dit geval is het beter om kwalitatieve groenstructuren te voorzien langs de randen van het bedrijventerrein (versterken of verbreden van reeds aanwezige groene elementen). Op die manier worden dieren gestimuleerd om zich te vestigen in of te passeren langs de buitenranden van de projectzone, en worden ze niet geleid naar het centrum van het bedrijventerrein waar de oppervlakte en kwaliteit van het groen lager liggen. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch…): Ecologische impact: Door het aanwenden van biodiverse beplanting en werken in meerdere gelaagdheden kan het bedrijventerrein geen barrière zijn en mogelijk een corridor vormen tussen twee natuurlijke gebieden aan de buitenranden. Economische impact -
-
Kostenbesparing op lange termijn: minder schade door wateroverlast, lagere onderhoudskosten van infrastructuur. Door de juiste planten op de juiste plaats te zetten, kunnen de planten uitgroeien tot hun volle potentieel. Hierdoor worden er geen planten gezet die te groot worden voor de beschikbare ruimte en dus vaak moeten worden beheerd. Biodiverse graslanden vergen ook minder onderhoud, doordat ze maar één tot twee keer per jaar moeten worden gemaaid. Waarde van vastgoed: groene, ontharde omgevingen verhogen vaak de leefkwaliteit en dus ook de waarde van de bedrijven.
Maatschappelijke impact -
Verhoogde leefkwaliteit: meer groen en open ruimte verhogen het welzijn en de mentale gezondheid van bewoners. Sociale cohesie: ontharde en vergroende zones nodigen uit tot ontmoeting en evenementen.
Initiatiefnemer -
Stad Veurne bedrijven
Betrokken actoren -
AWV WVI
Organisatie/plan van aanpak Kort stappenplan van siergroen naar biodivers groenbeheer: 1. Maak een inventaris van de bestaande sierbeplanting en breng kansen voor biodiversiteit in kaart. 2. Analyseer de standplaatsfactoren zoals bodem, waterhuishouding en bezonning. 3. Stel een omvormingsplan op waarbij siervegetatie stapsgewijs wordt vervangen door streekeigen soorten. Let erop dat je de juiste soort op de juiste plaats zet. Zo vermijd je later beheer, doordat de planten niet groter worden dan de ruimte die beschikbaar is. 4. Richt de groenzones gevarieerd in met bloemrijke vegetaties, struiken en bomen die aantrekkelijk zijn voor fauna. 5. Creëer schuil-, nest- en voedselplekken voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. 6. Pas graslanden aan door minder frequent te maaien en gefaseerd maaibeheer toe te passen. 7. Vermijd het gebruik van pesticiden en kunstmest. 8. Controleer en beheer invasieve uitheemse soorten waar nodig.
139
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
EU-natuurherstelverordening (2024): verplicht lidstaten om natuur te herstellen, inclusief stedelijke ecosystemen en groeninfrastructuur. Stimuleert meer groen, bomen en ecologische verbindingen op en rond bedrijventerreinen. Natuurdecreet (EU): kernwetgeving voor natuur- en biodiversiteitsbescherming in Vlaanderen. Legt onder meer de zorgplicht voor natuur vast en kan compenserende maatregelen vereisen bij ontwikkelingen. Vlaams Beleidsplan Ruimte: stimuleert ontharding, groenblauwe netwerken en kwaliteitsvolle inrichting van bedrijventerreinen. Nationale Biodiversiteitsstrategie 2030: geen rechtstreeks bindende wet voor bedrijven, maar een beleidskader dat vergroening van economische activiteiten en terreinen aanmoedigt.
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Deze actie draagt bij aan de ontwikkeling van een natuurinclusief bedrijventerrein door biodiversiteit te verhogen.
Randvoorwaarden Technisch -
Inventaris bestaande situatie Omvormingsplan Aannemer voor uitvoering werken
Juridisch -
140
Niet van toepassing
ACTIES & BUSINESSCASES
Financieel -
Advies landschapsarchitect of ecoloog Initiële kost van de heraanplanting Biodiverse groenzones hebben minder beheer nodig en door slimme aanplanting kan er op beheerkosten worden bespaard.
Ruimtelijk -
Plaats vegetatie die van nature niet groter wordt, dan dat er plaats beschikbaar is.
ACTIE: BOMEN IN OPENBAAR DOMEIN Inhoudelijke beschrijving Net als in de actiefiche van de biodiverse beplanting zijn de bomen een stimulans voor de fauna en flora. De bomen zijn de leidraad rond de 3-30-300-regel op een bedrijventerrein, waar we 30 % kunnen beschaduwen. De bomen hebben meerdere functionele voordelen: ze dragen bij aan de identiteit van het gebied, zijn een natuurlijke airco en nemen ook CO₂ op. De identiteit zal sociaal-maatschappelijk een belangrijk speerpunt zijn, zoals bv. fietsen onder bomen, zitgelegenheid in de schaduw, groener uitzicht ... Ze zullen de soortenrijkdom van de ondergroei bepalen door het afvallen van bladeren. Daardoor kan de temperatuur in de omgeving die getroffen wordt door het hitte-eilandeffect met 4 graden dalen. De bomen kunnen 50-300 liter water per dag opnemen en de waterhuishouding in overstroombare gebieden monitoren. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Ecologische impact: Verbindend element van Suikerpark naar landbouwgebied ten oosten van het bedrijventerrein waardoor dit een corridor vormt voor fauna. -
Verbeterde luchtkwaliteit: bomen filteren fijnstof, stikstofoxiden (NOx) en CO₂. Een gemiddelde boom neemt circa 20–30 kg CO₂ per jaar op. Klimaatbuffer: bomen bieden schaduw en verkoeling, verlagen hittestress op verharde terreinen (tot wel 4–7°C koeler). Waterbeheer: wortels verbeteren infiltratie, verminderen wateroverlast bij hevige regenval. Biodiversiteit: meer leefruimte voor vogels, insecten en kleine zoogdieren.
Economische impact -
Lagere energiekosten: minder airco-gebruik door natuurlijke koeling (besparing tot 10–30% in zomer). Langere levensduur van infrastructuur: minder slijtage aan asfalt of gebouwen door temperatuurschommelingen. Waardeverhoging vastgoed: groene bedrijventerreinen zijn aantrekkelijker voor investeerders en huurders. Gezonder personeel: groene omgeving verlaagt stress, verhoogt concentratie en productiviteit (tot 15%). Minder ziekteverzuim: werknemers in groene werkomgevingen hebben gemiddeld 10% minder ziektedagen.
Maatschappelijke impact -
Duurzaam imago: bedrijven tonen betrokkenheid bij milieu en klimaat. Goed voor ESG/CSRD-rapportage. Betere werkomgeving: werknemers waarderen groen – het verhoogt tevredenheid en werkgeluk. Buurtrelaties: groen buffert visueel en akoestisch tussen het bedrijventerrein en de woonomgeving.
Initiatiefnemer -
Stad Veurne
Betrokken actoren -
AWV WVI POM West-Vlaanderen Bedrijven (eventueel via een participatieproject)
141
Inhoudelijke beschrijving Net als in de actiefiche van de biodiverse beplanting zijn de bomen een stimulans voor de fauna en flora. De bomen zijn de leidraad rond de 3-30-300-regel op een bedrijventerrein, waar we 30 % kunnen beschaduwen. De bomen hebben meerdere voordelen: ze dragen bij aan de identiteit van het gebied, zijn een natuurlijke airco en nemen ook CO₂ op. De identiteit zal sociaal-maatschappelijk een belangrijk speerpunt zijn, zoals bv. fietsen onder bomen, zitgelegenheid in de schaduw, groener uitzicht etc. Ze zullen de soortenrijkdom van de ondergroei bepalen door het afvallen van bladeren. Daardoor kan de temperatuur in de omgeving die getroffen wordt door het hitte-eilandeffect met 4 graden dalen. De bomen kunnen 50-300 l water per dag opnemen en de waterhuishouding in overstroombare gebieden monitoren. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch …): Ecologische impact: Verbindend element van Suikerpark naar landbouwgebied ten oosten van het bedrijventerrein waardoor dit een corridor vormt voor fauna. -
Verbeterde luchtkwaliteit: bomen filteren fijnstof, stikstofoxiden (NOx) en CO₂. Een gemiddelde boom neemt ca. 20–30 kg CO₂ per jaar op. Klimaatbuffer: bomen bieden schaduw en verkoeling, verlagen hittestress op verharde terreinen (tot wel 4–7°C koeler). Waterbeheer: wortels verbeteren infiltratie, verminderen wateroverlast bij hevige regenval. Biodiversiteit: meer leefruimte voor vogels, insecten en kleine zoogdieren.
Economische impact -
Lagere energiekosten: minder airco-gebruik door natuurlijke koeling (besparing tot 10–30% in zomer). Langere levensduur van infrastructuur: minder slijtage aan asfalt of gebouwen door temperatuurschommelingen. Waardeverhoging vastgoed: groene bedrijventerreinen zijn aantrekkelijker voor investeerders en huurders. Gezonder personeel: groene omgeving verlaagt stress, verhoogt concentratie en productiviteit (tot 15%). Minder ziekteverzuim: werknemers in groene werkomgevingen hebben gemiddeld 10% minder ziektedagen.
Maatschappelijke impact -
Duurzaam imago: bedrijven tonen betrokkenheid bij milieu en klimaat. Goed voor ESG/CSRD-rapportage. Betere werkomgeving: werknemers waarderen groen – het verhoogt tevredenheid en werkgeluk. Buurtrelaties: groen buffert visueel en akoestisch tussen het bedrijventerrein en de woonomgeving.
Initiatiefnemer -
Stad Veurne
Betrokken actoren -
AWV WVI POM West-Vlaanderen Bedrijven (eventueel via een participatieproject)
Organisatie/plan van aanpak Fase 1: inventarisatie en voorbereiding -
Analyse van het terrein (zon, wind, bodem, kabels/leidingen) Inventarisatie van parkeerplaatsen, looproutes, gevels, etc. Stakeholderoverleg met terreinbeheer, huurders, gemeente Doelstellingen vastleggen (bv. aantal bomen, soorten, CO₂-doel) Budgetraming en subsidieonderzoek (bv. Groene Stadscontracten, provinciale regelingen)
Fase 2: ontwerp & planning (maand 2–3) -
Opstellen van een beplantingsplan door een landschapsarchitect (keuze van boomsoorten, juiste boom op de juiste plaats …). Er worden geen laanbomen op een gelijke afstand van elkaar aangeplant. In zones waar er meer ruimte is, worden grotere bomen geplant met een gelaagde ondergroei. In zones waar er minder ruimte is, worden smallere of kleinere bomen of eventueel struiken geplant. Planning van de aanplantperiode (najaar of voorjaar)
Fase 3: uitvoering (maand 4–5) -
Inkoop van bomen (naakte wortel) en voorbereiding van het terrein Bepalen van de aannemer Communicatiecampagne: “Wij vergroenen samen” Plaatsing van infoborden over boomsoorten en functie
Fase 4: onderhoud & monitoring (maand 6+) -
Jaarlijks onderhoudscontract voor water geven, snoeien, controle Monitoring van groei, overlevingskans, verkoeling en CO₂-opname
Beheer: nazorg eerste jaar: -
142
Geef de bomen (zeker in droge periodes) gedurende zeker het eerste jaar (eventueel ook het tweede jaar) na aanplant zeer regelmatig water. Planten die niet goed groeien of afgestorven zijn, moeten vervangen worden zodat de houtkant aaneengesloten blijft en zijn breedte behoudt.
Evaluatie en uitbreidingsmogelijkheden
ACTIES & BUSINESSCASES
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Vlaamse Blue Deal: gericht op het aanpakken van droogte en watertekort. Bomen helpen bij infiltratie en verminderen waterafvoer naar riolen. Vlaamse Strategie Klimaatadaptatie (VPO, 2021): bomen dragen bij aan natuurlijke verkoeling en waterbeheer — aanbevolen maatregel bij klimaatbestendige bedrijventerreinen. EU Green Deal (2019)- Doel: Europa klimaatneutraal tegen 2050. Natuurgebaseerde oplossingen, zoals boomaanplant, zijn expliciet onderdeel van de strategie. Fit for 55-pakket: Richt zich op -55% broeikasgasemissie tegen 2030. Bedrijven moeten hun emissies verlagen — bomen helpen als compensatie en verkoelende maatregel. EU Nature Restoration Law (2024): (in goedkeuringsfase) legt juridisch vast dat o.a. verstedelijkte gebieden en bedrijventerreinen vergroend moeten worden om biodiversiteit en klimaatdoelen te halen. VITO & Natuurpunt: groene infrastructuur op bedrijventerreinen – ecosysteemdiensten en biodiversiteitswaarde Departement Omgeving (Vlaanderen): leidraad klimaatadaptieve bedrijventerreinen Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): klimaatstress en hittekaarten bedrijventerreinen Groene Ruimte vzw / Bond Beter Leefmilieu: publicaties over bedrijven en natuurinclusief ontwerp Blue Deal – Vlaamse Regering: infiltratie, buffering en ontharding. Blauwgroen Vlaanderen
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Om te voldoen aan een klimaatrobuust en natuurinclusief bedrijventerrein zijn meer bomen op het openbaar domein een vereiste. Bomen zorgen voor verschillende ecosysteemdiensten en vormen stepping stones doorheen het terrein om de naburige grotere groenzones te verbinden. Een ambitie is ook om te voldoen aan de 3-30-300-regel (3 bomen zichtbaar van ieder punt, 30% kroonbedekking en 300 meter tot een groene zitplek). De juiste boom op de juiste plaats zorgt dat aan deze regel wordt voldaan.
Randvoorwaarden Technisch -
Bodemonderzoek: draagkracht, pH, vocht Geen conflicten met kabels/ leidingen Boomsoorten: inheems, droogtebestendig, weinig onderhoud Voldoende plantafstand en groeiruimte Aanplant in najaar of vroege lente Watergeef- en onderhoudsplan (zeker eerste drie jaar) Geen snoei tenzij opsleunen van vrije hoogte in functie van de verkeersveiligheid.
Juridisch -
Respecteer plantafstand tot de perceelsgrens (min. 2 m) Controleer RUP’s en ruimtelijke bestemming Eventuele beperkingen bij Natura 2000 of beschermd gebied
Financieel -
Aankoop boom: €100–€300/stuk Plant- en aanlegkosten: €50–€150/stuk Jaarlijks onderhoud: €20–€40/boom Subsidies mogelijk via Blue Deal, gemeente, Green Deal Indirecte baten: energiebesparing, ESG-score, vastgoedwaarde
Ruimtelijk -
Benodigde ruimte per boomcategorie: -
-
Kleine bomen (zoals sierkers): tot 6 m hoog, 5–10 m² ruimte, 5–15 m³ wortelvolume Middelgrote bomen (zoals lijsterbes): 6–12 m hoog, 10–25 m² ruimte, 20–50 m³ wortelvolume Grote bomen (zoals eik): >12 m hoog, 25–60+ m² ruimte, 50–100+ m³ wortelvolume³
Strategische oriëntatie (voor schaduw of windbreking) Voldoende afstand tot gebouwen en infrastructuur Afstand is verschillend voor voedingsbedrijven (HACCP-normering)
143
aa
3.71
tr el nd Ha
224X 38025C0224/00X000
9
14
an
an
38024A0173/00E000 173E
5
10
3.20
7
13
dr
224W 38025C0224/00W000
Be
38025C0224/00E002 224E2
38025C0222/00Y000 222Y
3.42
n
2.94 2.98
20
38025C0222/00Z000 222Z
38024A0188/00H000 188H
18
laa
3.45
38025C0224/00S000 224S
cia
3.54
3.87
Aca
38025C0222/00A002 222A2
38024A0141/00G000 141G
3.37
17
104C 38024A0104/00C000
38024A0145/00D000 145D
3.52
12
3
224V 38025C0224/00V000
3.47
Acac
140E 38024A0140/00E000
iala
3.71
3.77
38024A0172/00G000 172G
an
4
an
3.76
38024A0175/00F000 175F
3.75
enla
an
rijv
an
la
Bed 3.77
3
3.63
en
11
Ac
3.15
38025C0224/00T000 224T 3.02
3.70
Bed
rijv
3.03
enla
3.66
an
173F 38024A0173/00F000 104D 38024A0104/00D000
3.64
3.67
3
ij
3.03 3.49
3.69 3.68
2
Be
15
138H2 38024A0138/00H002
3.59
38024A0175/02B000 175/2B 3.76
ac
38025C0224/00L000 224L
3.49
1 3.54
iala
19
ve Bne la dr aijn v
70
dr
.50
3.663.66
nla
Ac
Ha
2.97
21
3.65 3.59
ve
st
3.14
nd
2.97 2.99
17
els
3.36
22
1
ac
38025C0222/00P000 222P
38025C0222/00W000 222W
222X 38025C0222/00X000
3.64 3.67
38024A0170/00E000 170E
iala
17 3.36
70
38024A0173/00G000 173G
1 38025C0224/00F002 224F2
n at
cialaa
23
3.70
15
38025C0224/00K000 224K
3.51
Aca
3.72 38025C0224/00G002 224G2
t
38025C0222/00R000 222R
ss
31
3.27
38024A0138/00K002 138K2
24
38025C0221/00M000 221M
3.75
n 38025C0222/00R002 222R2
3.28
25
38025C0220/00P007 220P7
38025C0220/00N007 220N7
8
3.25
30
38025C0222/00P002 222P2
38025C0220/00T007 220T7
58 60
3.49
ra
n nlaa
3.06
29
n
62 38025C0220/00M007 220M7
Esdoor
3.16
cialaa
laa
Aca 38024A0142/00P000 142P
cia
n
38025C0220/00R007 220R7
64 38025C0220/00L007 220L7
3.53
ij
ci
laa
56
3.61
38025C0220/00K007 220K7
Aca
66
38025C0220/00H007 220H7
3.58
Aca
Esdo
cia 68 3.57
27 38025C0220/00D007 220D7
38024A0140/00F000 140F
3.59 3.61 3.62 3.62
564A 38025C0564/00A000 138P 38024A0138/00P000
t
3.56
rijv
3.66 3.55 3.64
an
n
ss
enla
n
Bed
3.52 3.36
a
tr
3.06
ij r
Ha
v
3.66 3.66
nd
138F2 38024A0138/00F002
e
el
138N2 38024A0138/00N002
la
aa
68A
e
d
3.65
ene
B
3.69
Allo 5
38024A0138/00N000 138N
3.68
aat
4.11
3.75 3.71
3.73
str
3.15
3.71
3.71
3.14
3.733.74
175K 38024A0175/00K000
38024A0138/00M002 138M2
68B
3.09
196/2A 38025C0196/02A000 3.31 38024A0138/00K000 138K
ene
Allo
aat
ene
str
aat
38024A0174/00F000 174F 38024A0209/02_000 209/2
Al
lo
en
3.76
es
tr
aa
38025C0196/00Y000 196Y
t
4.83
an
3.30 3.31
38024A0175/00G000 175G
4.66
38024A0210/00A000 210A 38024A0103/00A000 103A
la
5
I
7
209E 38024A0209/00E000
6
Bed
38024A0102/00B000 102B
6
3.81
enlaan
Allo
str
rijv
68
38024A0138/00E002 138E2
be
rt
13
Al
aa
10-14
lo
tr
3.37
Al
t
3.33
3.38
el
es
ss
en
nd
4.04
tr
3.35
Ha
38024A0138/00A002 138A2
176R 38024A0176/00R000
3.34
t
3.33
aa
38025C0196/03_000 196/3
9
138L2 38024A0138/00L002
3.92
Allo at
138D2 38024A0138/00D002
ene
8
str
trein
aat
els
st
ra
146N 38024A0146/00N000
nd
ss
tr
aa
t Ha
3.10 3.16
nd
4.35
el
ss
3.11
4.13
4.07
tr
aa
t
02/12/2016 00:00:00
t
oe
ne
st
3.11
at
el
ra
nd
Ha
Ha 38024A0138/00P002 138P2
38024A0138/00R002 138R2
Al
lo
en
es
tr
All
aa
4.15
38024A0101/00A000 101A
3.99
153C 38024A0153/00C000
38024A0146/00M000 146M
135E 38024A0135/00E000
ONDERZOEK OPENBARE RUIMTE - TOEKOMSTBOMEN SCHADUW - 2030 4.28
38025C0196/00X000 196X
4.18
14
3.17
138T2 38024A0138/00T002
3.30 3.39
4.13
11 38024A0146/00E000 146E
4.16
• Voordelen:
4.15 3.49 3.48
el
ss
18 38024A0205/00A000 205A
tr
aa
t
nd
t
aa
Ha 3.37
38024A0107/00A000 107A
tr
t
4.03
3.38
nd
el
ss
tr
aa
la
an
33
t
3.393.35
25
38024A0146/00B000 146B
16
I
130C 38024A0130/00C000
H000
38024A0146/00L000 146L
nd
3.39
Ha
3.37
Ha
33
1
el
14
3.32
nd
167E 38024A0167/00E000
ss
-Luchtzuivering -Hitteilandefect : 5-9 graden verkoelen - energiebesparing -Langere levensduur wegenis 4.01
Ha
aa
t
tr
aa
ns
tr
ge
ss
in
3.45
el
em
4.06
rt
3.19 3.38
3.26
Al
be
3.81
3.20
3.16
12
78
ge tr aa
-Waardestijging van het vastgoed -Verlaging stressniveau
t
V
oo
10
3.02 3.04
154E 38024A0154/00E000
3.09 3.07 3.06
3.84
it
Alloe
ru
38024A0102/00A000 102A
t
154K 38024A0154/00K000
3.79
3.82
3
aa
3.263.20
nd
ns
3.90
131K 38024A0131/00K000
3.74
tr
at
in
ss
ra
em
el
st
rn
nd
3.64
3.74
els
de
3.75
Ha
On
Ha
3.84
ga
3.83
38024A0117/00A000 117A
ss
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.00 3.04
nest
ng
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
tr
3.76
t
100B 38024A0100/00B000
raat
aa
6-8
3.82
3.75
154P 38024A0154/00P000
38024A0105/00B000 105B 38024A0099/00A000 99A
116A 38024A0116/00A000
3.86
la
an
3.53
3.90
38025C0220/00S005 220S5 38025C0219/00L002 219L2
87
3.99
55
57
gweg
I t Alber
n
I laan Albert
Acaciala
Albert
an Acacialaan
64 62
38025C0220/00L007 220L7
3.28
25
38024A0170/00E000 170E
n 17
23
Zuidbur
3.64 3.67
224F2 38025C0224/00F002
Acacialaan
24
222P 38025C0222/00P000
3.36
38025C0222/00W000 222W 3.14
3.36
22
38025C0222/00X000 222X
38024A0173/00G000 173G
1
3.51
3.27
38025C0220/00P007 220P7
38025C0221/00M000 221M
9
14
38025C0220/00T007 220T7
58 60 38025C0220/00N007 220N7
38025C0224/00W000 224W
218W 38025C0218/00W000
21
1 3.65 3.59
38024A0173/00E000 173E
5
10
3.20
7
13
224E2 38025C0224/00E002
38025C0217/00R006 217R6 38025C0222/00Y000 222Y
20
38025C0222/00Z000 222Z
38025C0222/00A002 222A2
224S 38025C0224/00S000
3.87
3.52
12
38025C0224/00V000 224V
3.47
Acacialaan
3.71
3.77
1
n
t 4.28
19 224L 38025C0224/00L000
11
Bedrijvenlaan
3.76
175F 38024A0175/00F000 3.75
3.77
3
3.63 3.70
Bedrijvenlaa 3.66
n
38024A0173/00F000 173F
3.64
3.67 3.69 3.68
at Brikkerijstra
Bedrijvenlaan
laan
3.66 3.55 3.64
ijven
3.52
3.66 3.66
Bedr
3.65 3.69
3.733.74
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.55 38025C0217/00A016 217A16
3.66
209/2 38024A0209/02_000
n
Duinke
at 38025C0196/00Y000 196Y
ndale-
4.33
laan
4.83 38025C0217/00Z013 217Z13
3.65
38025C0126/00X002 126X2
Zuidbur
70
68 66
38025C0126/00N003 126N3
Albert
gweg
38025C0126/00S003 126S3
58
5.25
175G 38024A0175/00G000
38024A0209/00E000 209E
6
38024A0210/00A000 210A
4.66
I
38025C0122/00P002 122P2
3.81
Bedrijvenlaa
rken
3.76
estra
38025C0217/00D012 217D12 gewijzigde/foutieve geometrie/weginrichting
Plasse
raat
38024A0175/00K000 175K
174F 38024A0174/00F000
Alloen 3.59
38025C0125/00Z000 125Z
38025C0125/00A002 125A2
25
Kanaal
Sasst
t
Alloenestra
90-92 38025C0567/00A000 567A
5.32
126Z2 38025C0126/00Z002 5.07
Alloenestraa
at
4.33
3.59
5.29
3.34
3.71
3.71
38025C0196/02A000 196/2A
3.63
5.44
21
38025A0012/00V002 12V2
38025C0207/00B002 207B2
4.11
3.75 3.71
3.73 3.68
t
3.27
239B 38024B0239/00B000
3.62 3.62
3.56
Alloenestraa
38025C0217/00M015 217M15
4.02
3.30 3.33
2
3.59 3.61 564A 38025C0564/00A000
3.66
5.34 5.31
4.02
38024A0113/00A000 113A
3.54 3.59
38024A0175/02B000 175/2B 3.76
3.15
38025C0224/00T000 224T
38025C0217/00P006 217P6 4.31
4.30
38025C0217/00F011 217F11 5.30
3A-3B
3.66 3.66
18
3.37
4.33
38024A0172/00G000 172G
38025C0217/00A011 217A11
217X13 38025C0217/00X013
38025C0217/00C012 217C12
38025C0217/00A012 217A12
5.61
20
Steenweg
38025C0224/00X000 224X
38025C0220/00M007 220M7
50
4.37
4.33 4.31
38025C0217/00B011 217B11
38025C0217/00B012 217B12
1
Brugse
3.71
laan
53
38025C0217/00Z011 217Z11
7
38025C0217/00N015 217N15
4.01
3.70
ijven Bedr laan ijven
51
4.43
217W11 38025C0217/00W011 217Y11 38025C0217/00Y011
12
17
19
38025A0012/00Y000 12Y
4.07
3.90
3.72
Bedr
1 49
3.87
3.75
224G2 38025C0224/00G002
15 38025C0224/00K000 224K
Acacialaa
24
3.85
38024A0175/00H000 175H
222R 38025C0222/00R000
217D10 38025C0217/00D010
4 3.49
38025A0012/00P002 12P2
18
38025A0012/00R002 12R2
108A 38024A0108/00A000
Steenweg
3.88 3.85
8
3.25
31
38025C0222/00R002 222R2
Bedr
47
38024A0146/00H000 146H
22
Brugse 38024A0175/00C000 175C
Brugse Steenweg
3.88
7 16 30
38025C0222/00P002 222P2
29
3.58
raat 38025C0217/00S009 217S9
45
Suikerbietstraat
217X11 38025C0217/00X011
18
38025C0568/00C003 568C3
Brugse Steenweg
Brugse Steenweg
4.85
224B2 38025C0224/00B002
222N2 38025C0222/00N002
38025A0012/00X002 12X2
3.65
t
38025C0568/00D003 568D3
4.55
7
28
trein
38025C0217/00R008 217R8 38025C0217/00S008 217S8 217T8 38025C0217/00T008 38025C0217/00V008 217V8 38025C0217/00W008 217W8
43 41
Brikkerijstraa
16 217V11 38025C0217/00V011
3.16
4.42
4.35
20
14
Acacialaan
38025C0217/00W010 217W10
38025C0217/00M008 217M8 38025C0217/00N008 217N8 217P8 38025C0217/00P008
38025C0217/00L008 217L8
39
4.38
12
38025C0217/00T011 217T11
n
4.14
38025C0217/00K008 217K8
37
tstraat
21
10
38025C0217/00S011 217S11
38025C0218/00X000 218X
218Y 38025C0218/00Y000
217H8 38025C0217/00H008
35
4.36
4.34
4.43
217E12 38025C0217/00E012
8
217R11 38025C0217/00R011
11
107
3.28
38025C0222/00M002 222M2
Acacialaa
38025C0218/00Z000 218Z
217G8 38025C0217/00G008
33
4.34
4.44 38025C0217/00P011 217P11
6
217N11 38025C0217/00N011
10
1 3.52
38025C0116/00G000 116G
38025A0005/00A006 5A6
51
217F8 38025C0217/00F008
31
Suikerbie
4.33
4.39
4.42
4 38025C0217/00M011 217M11
109 3.68
19
t
4.20
38025C0217/00E008 217E8
29
4.39 4.41
at Suikerbietstra 4.45
tstraat 2
9 5.24
aa
54
56 220R7 38025C0220/00R007
38025C0220/00K007 220K7
Steenweg
4.67
224H2 38025C0224/00H002
3.39
4
Acacialaan
26
38025C0222/00B002 222B2 38025C0220/00S007 220S7
66
38025C0220/00H007 220H7
4.23
nieuw/ontbrekend/weginrichting
38025C0217/00D008 217D8
27
25
23
21
19 15
13
11
9
5
38025C0217/02B003 217/2B3
Suikerbie 5
6
8
2
tr
Brikkerijst
7
38025C0217/00R007 217R7 38025C0217/00P007 217P7
3
4.17
217Y13 38025C0217/00Y013
38025C0217/00H011 217H11
ss
154R 38024A0154/00R000
aa
9
4.60
6
3
38025C0224/00Y000 224Y
38025C0224/00Z000 224Z
3.64
3.61
68
27 38025C0220/00D007 220D7
Acacialaa
4.27
38025C0217/00C008 217C8
17
217X7 38025C0217/00X007 38025C0217/00W007 217W7 38025C0217/00V007 217V7 217T7 38025C0217/00T007 38025C0217/00S007 217S7
4.21 4.24
3
3.89
el
38025A0012/00Y002 12Y2
tr
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
Esdoornlaan
38025C0217/00B008 217B8 217A8 38025C0217/00A008 217Z7 38025C0217/00Z007 217Y7 38025C0217/00Y007
at
217Z9 38025C021 7/00Z009
4.17
nd
3.04
ss
218A2 38025C0218/00A002
65
Brugse 5
38025C0224/00N000 224N
3.63
38025C0222/00K002 222K2
3.52
25
67
Brikkerijstr
4.27
1
3.88
Zuidbur
3.71
38025C0217/00E011 217E11
Suikerbietstra
gweg
Sasstraat
ng
217P3 38025C0217/00P003
Acacialaan
Zuidburgweg
traat 38025C0115/00P004 115P4
38025C0217/00N007 217N7
ga
aat
Vaarts
3 38025C0217/00C009 217C9
3.91 3.78
it
27
3.29
38025C0217/00Y009 217Y9
69
217X 38025C0217/00X000 38025C0217/00W000 217W
4.35
Steenweg
224K2 38025C0224/00K002
2 32
38025C0222/00E002 222E2
38025C0222/00L002 222L2
52
220E7 38025C0220/00E007
59
57
55
53
3.90 3.90 3.85 3.88 3.86
Steenweg
Brugse
1 38025C0224/00P000 224P
3.54
3.45
33 222D2 38025C0222/00D002
38025C0220/00N005 220N5
50
Esdoornlaan
3.81
38025C0220/00M006 220M6 218T 38025C0218/00T000
4.28 4.24
51
217B2 38025C0217/00B002 217A2 38025C0217/00A002
3.68
ru
3.51
38025C0222/00M000 222M
34
222C2 38025C0222/00C002
38025C0220/00M005 220M5
3.77
38025C0220/00C007 220C7
220B7 38025C0220/00B007
3.59
4.24
49
38025C0217/00K002 217K2
38025C0568/00B003 568B3
4.24 3.87
Brugse
163
3.38
Acacialaan 3.36
35
36
38025C0220/00L005 220L5
46 48
23
220A7 38025C0220/00A007
38025C0220/00Z006 220Z6
16
71 47
45
38025C0217/00D003 217D3
4.22 4.23
4.29 38025C0222/00V000 222V
37 32
220K5 38025C0220/00K005
21
19 15
4.34
43 41
4.27
38024A0191/00A000 191A
4.41
40 3.27
30
38025C0220/00A005 220A5
3.67
38025C0222/00H002 222H2
17 13
38025C0220/00L006 220L6
220F7 38025C0220/00F007
39
86G7 38025C0086/00G007
217Z 38025C0217/00Z000 217H2 38025C0217/00H002
18
Ha
oo
26
28
38025C0220/00Z004 220Z4
38025C0220/00C005 220C5
220B5 38025C0220/00B005
3.53
5
7 220N6 38025C0220/00N006 4.49
37
217A5 38025C0217/00A005 217Z4 38025C0217/00Z004
38025C0217/00C003 217C3
V
34
221N 38025C0221/00N000
3
38025C0220/00P006 220P6
35 33D
38025C0217/00B005 217B5 38025C0217/00D005 217D5
Acacialaan
33C
38025C0217/00X004 217X4 38025C0217/00C004 217C4
4.27 4.30
I laan
33B
36
3.44
raat
Rodest 14
33A 38025C0217/00D011 217D11
220D5 38025C0220/00D005
Esdoornlaan
4.13
86F3 38025C0086/00F003 86R2 38025C0086/00R002
38025C0220/00E005 220E5 38025C0220/00F005 220F5 220G5 38025C0220/00G005
3.72 38025C0220/00K006 220K6
38025C0220/00R006 220R6
38025C0220/00G007 220G7 4.29
33
12
3.71 38025C0219/00V002 219V2
42 4.46
29 38025C0086/00T002 86T2
38025C0217/00E005 217E5 38025C0086/00T003 86T3
3C-3D
38 40 42 44 38025C0220/00H005 220H5
3.61
3.58
38025C0575/00B000 575B
38025C0219/00W002 219W2
38025C0086/00Y007 86Y7
27 25
38025C0086/00Z002 86Z2
217C10 38025C0217/00C010
38025C0207/00T000 207T
3.71
3.66
Esdoornlaan
1 38025C0219/00E002 219E2
44
24-28
Rodestraat 23
21 19 38025C0086/00A003 86A3
38025C0086/00P003 86P3
4
1
7 9
11
38025C0220/00S006 220S6
79 38025C0219/00T002 219T2
17
86B3 38025C0086/00B003
4.09
5
217/2A3 38025C0217/02A003
Albert
77
38025C0220/00H006 220H6
10
81
38025C0219/00N002 219N2
4.24
15
38025C0217/02H003 217/2H3 38025C0086/00Y002 86Y2
5
38025C0220/00V005 220V5
0/00W005 220W5 38025C022
85
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
83
3.88 4.70
38025C0086/00Y003 86Y3
4.24
11-13
3
220T5 38025C0220/00T005
220G6 38025C0220/00G006
8
3.58 219M2 38025C0219/00M002
Rodestraat 3.99
4.78 38025C0086/00X003 86X3
38025C0086/00W007 86W7
7
217/2X2 38025C0217/02X002 38025C0217/02W002 217/2W2
38025C0217/02E003 217/2E3
I laan
3.90
38025C0219/00X000 219X
4.54 4.59
22
4.10
1A
111
38025C0119/00B002 119B2
laan
38025C0220/00P005 220P5
38025C0220/00R005 220R5
38025C0566/00A000 566A
Rodes
38025C0086/00X007 86X7
4.10
3 38025C0119/00X000 119X
1B
38025C0119/00W000 119W
1
94
ijven
6
38025C0220/00F006 220F6
3.93
traat
20
4.06
38025C0118/00Z000 118Z
3.85
3.85
3.83
Esdoornlaan
38025C0220/00T006 220T6
38025C0220/00V006 220V6
89 4.01 3.97 3.98
3.98 4.77
18
Rodestraat
4.08
4.06
38025C0118/00C002 118C2
129
38024A0107/00B000 107B
38025C0114/00P003 114P3
nieuw/ontbrekend/weginrichting
38025C0115/00Y003 115Y3
Bedrijvenlaan
3.63
38025C0220/00E006 220E6
4 95 93 91 4.01
16 verwijderd/overbodig/weginrichting
3.84
4.40
98 38025C0115/00C005 115C5
laan
3.88
3.93 4.23
Rodestraat 38025C0086/00R007 86R7 3.98
4.09
3.80
114N3 38025C0114/00N003
3.03
Acacialaan
Rodestraat
38025C0086/02_000 86/2
10-14
Rodestraat
4.14 verwijderd/overbodig/weginrichting
112
38025C0114/00L002 114L2
38025C0114/00B003 114B3
106 38025C0114/00B002 114B2 104 38025C0114/00T002 114T2 102 38025C0114/00Z000 114Z 100
4
3.90
Acacialaa
38025C0086/00M007 86M7
Rodestraat
38025C0114/00R002 114R2
38024A0154/00S000 154S
3.48
Esdoornlaan
Al
38025C0086/00A008 86A8
4.22
nlaan
at
Berke
23
Rodestra
38025C0114/00M003 114M3
3.01 3.73
3.47
Esdoornlaan
38024A0146/00G000 146G
be
3.57
Monnikshoekstr
rt
aat
I
131E 38024A0131/00E000
105
10-14
38025C0577/00A000 577A
4.30
3.80 38025C0122/00K002 122K2
126A3 38025C0126/00A003
t
126B3 38025C0126/00B003
60
4.04
Brikkerijstraa
64
5.21
03/29/2017 00:00:00
62
103
5.30
38025C0122/00L002 122L2
38025C0126/00S002 126S2
101 4.98
38025C0122/00H002 122H2
99
Oo
196/3 38025C0196/03_000 176R 38024A0176/00R000
3.92
Alloenestraa
217M10 38025C0217/00M010
8
trein
t
38024A0146/00N000 146N
38025C0122/00W000 122W
38025C0122/00B002 122B2 217T9 38025C0217/00T009
3.91
4.28 217V9 38025C0217/00V009
4.30 4.28
3.74
an
4.29
3.84
38024A0143/00H000 143H
4.35
38025C0121/00K004 121K4 97-97A
95
4.13
traat
38025C0121/00H004 121H4
at
2
38025C0122/00M002 122M2
38025C0121/00T000 121T
ad
38025C0216/00E004 216E4
216W4 38025C0216/00W004
47 38025C0216/00S004 216S4
38025C0216/00B005 216B5
38025C0216/00F004 216F4
at Vaartstra
Zuidburgweg
34
St
38025C0216/00Y004 216Y4 38025C0216/00R004 216R4 38025C0216/00G004 216G4
38025C0216/00E005 216E5
35
217C15 38025C0217/00C015
38025C0216/00D005 216D5
36
38025C0216/00G005 216G5
144B 38025C0144/00B000
38025C0216/00P004 216P4 38025C0216/00H004 216H4
38025C012 121K3 1/00K003
65
at
14
ee
nk
3.30 3.39
Kalko
38025C0576/00A000 576A 217T10 38025C0217/00T010
4.13
venst raat
4.49
38024A0146/00E000 146E 6.46
4.16 4.06
Brikkerijstraat
3.45
1 38025C0217/00L015 217L15 4.15
Hande
4.49
37
44
38025C0216/00N004 216N4 3.24 38025C0216/00K004 216K4
4.01
33 4.03
38025C0216/00L004 216L4
38024A0205/00A000 205A
aat
4.27 4.19
38025C0217/00E015 217E15
38025C0216/00F005 216F5
38025C0216/00K005 216K5
14 3.32
43
3.38 3.393.35
4.03 6.47
3.81
38025C0217/00T012 217T12 4.03
38025C0217/00M013 217M13 4.01
4.13
38024A0146/00B000 146B
16 3.26
3.16
38025C0216/00V003 216V3
78
38025C0217/00B010 217B10
38024A0098/00A000 98A
3.99 3.95 3.89
St
3.09 3.07
aat sstr
t ch
154P 38024A0154/00P000
Nijve
38024A0146/00G000 146G
23 3.01
38024A0154/00S000 154S 3.03
4
St
st
3.90
3C-3D
Hande
38025C0217/00Z006 217Z6 207T 38025C0207/00T000
41
at
on
Lokanaal
ra
1
38024A0191/00A000 191A
ee
3.73
3.47
3.48
38025C0146/00A002 146A2
38025B0321/00M000 321M
sh
39
of
3.53
Voor
10
21
lsstr
38025C0207/00E002 207E2
38024A0108/00B000 108B
146H 38024A0146/00H000
uitga
38025C0207/00F002 207F2
6
4.81
aat ngsst
4
Legende:
3.04
4.07 3.51
38024A0154/00R000 154R
raat
38025B0324/00Y000 324Y
lee
3.48
3.65
38025C0151/00T000 151T 38025B0321/00N000 321N 3.30 3.33
d
3A-3B
4.12
38025C0217/00Z014 217Z14
3.27 207B2 38025C0207/00B002
3.92
3.34
03/29/2017 00:00:00
3.97 3.98
4.42
5
38025C0217/00B013 217B13
laan
3.74
3.62
43
143H 38024A0143/00H000
74
I
4.15 38025B0324/00X000 324X
Albert
38025B0324/00B002 324B2 38025C0207/00Y000 207Y
38025B0324/00T000 324T
38025B0334/00E005 334E5 38025B0326/00T002 3.99
49
at
207A2 38025C0207/00A002
sstra
3.82
19
145C 38024A0145/00C000
3.64 3.36 3.37 38024A0143/00E000 143E 38025C0207/00W000 207W
Turbi
3.53
4.50 4.40
31B
4.23
4.53
t
3.99
Werkplaatsstraa
Oo
aat nestr
4.23
334L5 38025B0334/00L005
3.48
4.48
3.62
4.39
38025C0203/00V002 203V2
Hande
38025C0207/00D002 207D2
4.52
207M 38025C0207/00M000 38025C0217/00G012 217G12
142N 38024A0142/00N000
7
lsstr laan
be
at t Alber
1
4.43
Turbin
4.47
aat
I
4.42
estra
3.83
raat
72 3.08 3.06
Werkplaatsst 3.77 3.85
3.61
3.57
3.78
4.32
217K12 38025C0217/00K012
lsstr
38025C0217/00H012 217H12
38025C0217/00X012 217X12 3.91
sstra
at
Werkplaatsst 4.30
138K2 38024A0138/00K002
2.99 2.97
tr
70
6-8 4.24
3.42
5
ss
29
4.20
3.50
3
38024A0140/00E000 140E
70
el
4
nd
3.49 3.02
Ha
4.02
3.03 3.49 3.03 104D 38024A0104/00D000
572A 38025C0572/00A000
38024B0245/00C000 245C
3
3.48
15
138H2 38024A0138/00H002
217Y12 38025C0217/00Y012 184S 38025C0184/00S000
140F 38024A0140/00F000
4.15
3.49
561B 38025C0561/00B000
38024A0095/00B000 95B
38024A0138/00P000 138P
aat
203M2 38025C0203/00M002
38024A0138/00N002 138N2
38024A0138/00F002 138F2
3.52 4.00
Nijve
3.73
5
138N 38024A0138/00N000
3.15 3.14
38024A0138/00M002 138M2
68B
3.72
ra
3.36
Hande
at
4.13
38025C0183/00H000 183H
at
2
sstra 177C 38025C0177/00C000
rheid
152R 38025C0152/00R000
3.06
lsstr
68A
3.62 572C 38025C0572/00C000
3 50B
3.09
3.31
1
38024A0138/00K000 138K
68
1
st
38025C0183/00F000 183F
Vaartstraat
els
17 338D4 38025B0338/00D004
4.15
3.88 3.82 4.04
38025C0183/00G000 183G
38024A0102/00B000 102B
38024A0138/00H000 138H
4.43 203R2 38025C0203/00R002 3.30 3.31
66
nd
4.47 38024A0103/00A000 103A 4.27 38025C0203/00P000 203P
5
7
38024A0138/00E002 138E2 3.95
13
64
traat
3.33 38024A0135/00K000 135K
aat
3.95
4
4.34
heidss
29A
5
203P2 38025C0203/00P002
62
38025C0203/00B002 203B2
38024A0138/00A002 138A2
9 38024A0138/00D002 138D2
203W2 38025C0203/00W002
3.65
lsstr
62
ra
38025B0338/00X004 338X4 38025B0338/00Y004 338Y4
at
3.59
3.85
Hande 38024A0138/00P002 138P2
4
3.72
lsstr
38024A0138/00R002 138R2
aat Nijverheidsstr
3.84
4.35
38025C0203/00M000 203M
raat
st
artst
ke
Welva
er
168L 38025C0168/00L000
t
38024A0135/00R000 135R
laan
I
aat
3.16
60
Alber
58
38024A0135/00F000 135F
3.88
06/12/2018 00:00:00 3.90
4.66
St
3.86 3.75
2
4.66
ee
ra
ch
t
st
38024A0138/00L002 138L2
38024A0188/00H000 188H
Hande
3.10
27
38025C0168/00H000 168H
3.73
17
38024A0145/00D000 145D
ng
Bestaande bomen
lsstr
3.11
aat
3.11
104C 38024A0104/00C000
4.69
339M2 38025B0339/00M002
4.01
3.93 3.94 3.92 3.92
38025B0339/00Z000 339Z
38024A0101/00A000 101A
56 3.91
aat
Lovaartdijkweg
70
nk
Hande
38024A0135/00P000 135P
38024A0135/00T000 135T
ee
Oo
aat
38024A0135/00V000 135V 561A 38025C0561/00A000
St
3.37
3.35
3.34 3.33
38024A0135/00N000 135N 38025C0203/00X002 203X2
3.71
3.75
3
140E 38024A0140/00E000
straat
3.66 3.65
3.66 3.79
38025C0152/00P000 152P
38024A0141/00G000 141G
3.38
Hande
Nijver
50A
lsstr
27A
4.56
2.94 2.98 3.45
3.54
Alloene
Ha
2.97
38024A0104/00C000 104C
17
145D 38024A0145/00D000
38024A0141/00G000 141G
203S2 38025C0203/00S002
4.05
578A 38025C0578/00A000
152Z 38025C0152/00Z000
4.46
581A 38025C0581/00A000
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
2.97
38024A018 188H8/00H000
4.30
4 4.50
4.54
38024A0138/00K002 138K2
2.99
Projectgrens
19
17
2.94 2.98 3.45
3.54 217B16 38025C0217/00B016
4.29
38025B033 335V6 5/00V006
335X5 38025B0335/00X005
3.49
70
38024A0190/00A000 190A
38024B0253/00M000 253M
Hande
aa
2.97 38025C0203/00T002 203T2
50
152Y 38025C0152/00Y000
38025B0335/00G006 335G6
3.53
3.42
lsstr
Nijve
4.28
3.49
aat
38024A0110/00A000 110A
38024A0142/00P000 142P
4.55
nestr
t
38025B0335/00T005 335T5
3.61
3.53
aat
Turbi
4.02
rheid
1
St
Hande
38024A0142/00P000 142P
raat
38025B0334/00A005 334A5
ee
3.92 3.92
aat
Al
3.24
4.31 4.46
4.48
6 3.75
3.75
ng
rt
4.19
3.88
ra
t 3.77
traat Werkplaatss
ch
3.84
3.78
4.29
3.08
3.06
3.57
st
235A 38024A0235/00A000
3.72
31A
38025C0207/00C002 207C2
38025C0217/00G010 217G10
t
I
la
3.81
3.84 3.94 3.93
38025C0217/00Z012 217Z12 4.23
aa
190A 38024A0190/00A000
38024A0143/00C000 143C
3.55
31C
3.91
3
38025C0151/00W000 151W
3.24
tr
38024B0252/00E000 252E
4.22
3.66
rheid
3 38025C0152/00M000 152M
ss
72
20
2A
38025C0217/00L012 217L12
4.31
Nijve
el
an
nd
t
142N 38024A0142/00N000
Vaartstraa
Ha 207M 38025C0207/00M000
239H 38024B0239/00H000
ng
3.57
4.03
217F15 38025C0217/00F015
4.78
38024A0145/00C000 145C
38024A0105/00B000 105B
ra
laan I
3.90
Albert
eg urgw Zuidb
6-8 3.82
3.86
3.53
5.04
Alf
Alloenestraat
t
3.04
3.76
3.75
at
raa
3.00 gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanh origheid
raat
38025C0207/00E000 207E 4.02
ra
est
3.06
3.84 3.83
38025C0217/00D015 217D15
st
erk
3.04
3.84
uitga
8
ke
ke
enk
3.02
38024A0154/00E000 154E
Voor
ngsst
er
traat
er
Vaarts
nk
Ste
10
3.82
nk
ugpad
ee
38025C0146/00Z000 146Z
48
38024A0154/00K000 154K
3.79
3.74
10
rheid
rgweg Zuidbu
ee
Rozebr
St
4.96
rgweg
3.90
207S 38025C0207/00S000
4.02
45 38025C0137/00L000 137L
Zuidbu
lsstr aat
3.96
3.91
47 38025C0137/00M000 137M
4.67 4.66
38025B0324/02_000 324/2
3.64 3.74
3.94
6.65
59C 38025C0138/00F000 138F
49 4.68
5.11
3.26 3.20
Hande
3.75
3.91
38025C0217/00A007 217A7
217T6 38025C0217/00T006
146W 38025C0146/00W000
45
raat
4.04
38025C0139/00H000 139H
38025C0139/00G000 139G
38025C0139/00E000 139E
14
38025C0136/00Y000 136Y
elsst
38025C0216/00K003 216K3
4.07
59-59A 57
4.27
3.38
3.20
12
38025C0217/00N013 217N13 38025C0216/00L003 216L3 38025C0217/00K013 217K13
59B
4.15
20
16
38024A0146/00L000 146L
aat
laan
38025C0216/00C005 216C5
40
39 38025C0121/00D004 121D4
38025C0121/00F004 121F4 4.00
22
38025C0130/00D002 130D2
38025C0136/00X000 136X
25
lsstr
I 38
61 3.85
26 24
38025C0130/00G002 130G2
38025C0130/00X000 130X
38025C0130/00E000 130E
4.87
19
3.39
3.92 38025C0216/00L005 216L5
42
3.19 3.89
30 28
38025C0130/00F002 130F2
43
44
38024A0235/00A000 235A
Hande
3.37
33
38025C0216/00M004 216M4
38025C0216/00X004 216X4
217/00V006 217V6 380 25C0
121C4 38025C0121/00C004 4.06
38025C0130/00E002 130E2
38025C0130/00R000 130R
40
110B 38024A0110/00B000
18
lsstr
4.50
38025C0217/00G015 217G15
217L13 38025C0217/00L013
45 167E 38024A0167/00E000
38025C0142/00C000 142C
121B4 38025C0121/00B004
63
32
38025C0130/00V002 130V2
38025C0130/00R002 130R2
4.74
3.49 3.48
3.37
Hand
36
34
130N2 38025C0130/00N002
39
ra
ijstraat
lsstr
33
55
38025C0121/00X003 121X3
67
38
130Z2 38025C0130/00Z002
38025C0130/00X002 130X2
38025C0130/00S002 130S2
38
3.82 3.81
ke
aat
38025C0216/00H005 216H5
38025C0144/00C000 144C 121N4 38025C0121/00N004
69 40
38025C0130/00A003 130A3
37
143C 38024A0143/00C000
er
aat
48
lsstr
38025C0216/00D004 216D4
31
st
Brikker
38025C0217/00Y005 217Y5
3.42
38025C0216/00V004 216V4
38025C0216/00A005 216A5
71
Hande
at Brikkerijstra
4.90
3.49
3.43
38025C0216/00Z004 216Z4
30
3.84
143E 38024A0143/00E000
t
4.18 4.45
49
38025C0217/00H013 217H13
38025C0121/00L004 121L4
3.92 3.90
38025C0216/00T004 216T4
3.36 3.37
ch
38025C0196/00X000 196X
38025C0217/00V005 217V5 38025C021 217T5 7/00T005
38025C0121/00B002 121B2
121W3 38025C0121/00W003
38025C0121/00K000 121K
121P4 38025C0121/00P004
3.64
ra
4.28
38025C0217/00F007 217F7
38025C0121/00A004 121A4
79
73
3.89
42
Hande
Rozebrugp
38025C0121/00X000 121X
38025C0121/00Y000 121Y
81
77
75 44
38025C0130/00L002 130L2 130B3 38025C0130/00B003
31B
ng
38024A0146/00M000 146M
4.50
4.47 4.34
217X6 38025C0217/00X006
83
46
38025C0130/00K002 130K2 38025C0130/00N000 130N
36
3.66
3.55
38025C0217 217V12/00V012
4.29 38025C0121/00Y003 121Y3
3.92
46A 38025C0130/00B002 130B2
130A2 38025C0130/00A002
35
38025C0207/00A002 207A2
Albert
be Al
38025C0217/00W005 217W5
85 3.82
50A 50 48 33
34
2A
3.72
ee
3.99
153C 38024A0153/00C000
38025C0121/00Z003 121Z3
50B
St
4.15
Alloen
I rt
38025C0121/00M002 121M2
89 87
50C
02/12/2016 00:00:00
Alloenes
4.27
93 91
50E
38025C0129/00E000 129E
estra
la
4.07
3.80
52 54-56
74
50D
38025C0207/00Y000 207Y
st
3.72
Nijverheidsstr 38024A0135/00E000 135E
4.48
1-1B
168D 38025C0168/00D000
4.09
4.52 168N 38025C0168/00N000
4
4.31
38024A0134/00H000 134H 178N2 38025C0178/00N002
3.17 38024A0138/00T002 138T2
3.86
51
4.40
4.46 178G2 38025C0178/00G002
11
178Z2 38025C0178/00Z002
56
54 4.01
38024B0245/00B000 245B
Welva
4.08
artst
168E 38025C0168/00E000
25
3.49
4.30
4.23
38024B0244/00E000 244E
38024A0107/00A000 107A
4.28
raat
2
3.02
38024A0134/00K000 134K
at
244H 38024B0244/00H000
stra
3.30
3.03
38025C0178/00P002 178P2
ingen
94B 38024A0094/00B000
4.18
rnem
42/2 38024A0042/02_000
4.33
3.49
Onde 1
at
4.38
3.03
4.30 3.28
stra
166D 38025C0166/00D000 339L2 38025B0339/00L002
38025C0178/00V002 178V2
38024A0130/00C000 130C
ingen
4.34
104D 38024A0104/00D000
38024A0131/00H000 131H
rnem
38024A0041/02A000 41/2A
Onde
178S2 38025C0178/00S002
3
3.32 38025C0178/00T002 178T2
178R2 38025C0178/00R002
52-53
Vaartstraat
raat 38025C0178/00W002 178W2 3.38
genst
38024A0102/00A000 102A
nemin
nemin
52
4.17
21
4.26 38024A0042/00F000 42F
genst
Onder
4.04
3.74
laan
raat
I
4.78 4.79
38024A0140/00F000 140F
Onder
15
138H2 38024A0138/00H002
3.95
Albert
38025C0569/00C000 569C
4.46
5
38024A0041/00H000 41H
38024A0131/00K000 131K
23
38025C0178/00X002 178X2
50
178E2 38025C0178/00E002
D e fo n k e l
38025C016 166C 6/00C000
3 38025C0157/00R000 157R
St
3.33
ee
t
aat
48
38024A0040/00F000 40F
aa
enstr
Boom grootorde 1
38024A0099/00A000 99A
neming
116A 38024A0116/00A000
Onder 38024A0131/00E000 131E 569B 38025C0569/00B000 3.96
ss
I
3.88
52-53
38025C0178/00Y000 178Y
laan
19
4
38024A0038/00R000 38R
40K 38024A0040/00K000
3.19
Albert
38024A0040/00H000 40H
19A
178V 38025C0178/00V000
52
38024A0041/00F000 41F
38024A0038/00Y000 38Y
44-44B
38024A0107/00B000 107B
6
Vaar
38024A0041/00M000 41M 38024A0038/00W000 38W
12
tstr
5
aat
3.14 43G 38024A0043/00G000
38025C0569/00A000 569A
ke
38024A0097/00A000 97A
aat
38024A0039/00N000 39N
8
38024B0239/00B000 239B
38X 38024A0038/00X000
enstr
4.32
st
17 54-55
neming
laan
I
38025C0178/00L002 178L2
ra
42
Onder
Albert
at
38024A0108/00A000 108A
2.97
38024A0038/00G002 38G2
10 38024A0113/00A000 113A
4.16 3.85
3.91
3.92
enstr
genst
straa 38T 38024A0038/00T000
38
t
38024A0038/00E000 38E
10
38024A0038/00F000 38F
40
25
38024B0244/00G000 244G ngra Stee
aat
enstr neming
56 3.38
Onder
38024A0038/00K000 38K
38024A0039/00L000 39L
23
3.31
Oost cht
Onder
Onder
aat
2.96
2.86
59
3.64
neming
nemin
38024A0038/00H002 38H2
enstr
Albert
38K2 38024A0038/00K002
neming
laan
traat
I
Vaarts
38025C0178/02_000 178/2
4.46
aat
raat
Vaart
38024A0093/00B000 93B
t straa kerke
5A
Steen
t
38024A0038/00V000 38V
38024A0138/00K000 138K 2.86
ng
traat
ee
Steenkerkes Alfonsho
38024A0108/00B000 108B
38024A0038/00E002 38E2
t
4.22
7
straat
Legende:
fleed
St
19
at
raat
42 38024A0038/00N000 38N
t
2.75
rkestra
Vaartst
Vaartstraa
38024A0037/02_000 37/2
57
38024B0239/00H000 239H
straa
at 4.29
Steenke
tstra
2.77
38024A0037/03_000 37/3
3.92
I laan
kerke
Vaar
2.88
50C 38024A0050/00C000
38024A009 98A8/00A000
110B 38024A0110/00B000
ra
38024A0038/00A002 38A2
Steen
21
ch
38024A0043/00H000 43H
68
acht
er
3.09
st
nk
3.14
38024A0138/00M002 138M2
Oo
ee
3.15
Onder
5
3.79
3.96
4.35
3.36
el
nd
Ha
St
at
68B
aat
ra
at
st
enstr
ra
ke
neming
st
er
Onder
ke
nk
3.06
tr
er
St
ee
38024A0100/00B000 100B
46
138N2 38024A0138/00N002
138F2 38024A0138/00F002
38024A0138/00N000 138N
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
3.69 38024A0041/00L000 41L
nk
68A
117A 38024A0117/00A000 4.11
38025C0178/00Y002 178Y2
52-53
Steengr
138P 38024A0138/00P000
20
38024B0252/00E000 252E
2.56
Oost
38024A0031/00D000 31D
Albert
emingen
2.53
Steengr
38024A0038/00D002 38D2
4.63
38024A0037/05B000 37/5B
17A 4.78
102B 38024A0102/00B000
58
4.61
Ondern emingen
38024B0245/00C000 245C 49B 38024A0049/00B000
38024A0037/00D000 37D
9
95B 38024A0095/00B000
38024A0033/00C000 33C 2.68
t
2.75
Vaartstraat
2.69
38024A0103/00A000 103A
straat 11
emingen Ondern
grach
straa
Bestaande bomen
Steen
kerke
13
Oost
t
t
38024A0033/00F000 33F
13
11
Projectgrens
2.65
straat
Vaartstraa
Vaartstraat
38024B0253/00M000 253M
19
193B 38024B0193/00B000
38024A0110/00A000 110A
2.91
38024A0037/05C000 37/5C
4.27
2.77
7
Boom grootorde 2
acht
Ondern 4.59
38024A0092/00C000 92C
3.30 3.31
5
38024A0138/00E002 138E2 Steen
38024A0033/00E000 33E
15
38024B0245/00B000 245B
38024B0244/00E000 244E 38024B0244/00H000 244H
3.33
60
aa
94B 38024A0094/00B000
02/22/2016 00:00:00 38024A0035/00B000 35B
t
Al
t
91C 38024A0091/00C000
3.37 straa
lo
38024A0037/00E000 37E
Steen
3.38
nd
ra st
els
nd
3.32
er
ke
st
at
8
92D 38024A0092/00D000
t
3.11
Boom grootorde 3
9
straa
Ha
ra
38024A0089/00A000 89A
kerke
at
Steen
50D 38024A0050/00D000
© AVANTGARDEN
t
9
straa 3.32
kerke
38024A0081/00K000 81K
8
Steen
3.37
38024A0076/00B000 76B
38024A0090/00E000 90E
7
Ha
Onderzoek openbare ruimte - toekomstbomen schaduw 2030 81K 38024A0081/00K000
8
St
3.37
ee
nk
76B 38024A0076/00B000
t
3.11
Oost t grach 91C 38024A0091/00C000
8
38024A0092/00D000 92D
at
aa
Boom grootorde 2
38024B0193/00B000 193B
11
ra
tr
3.10
Steen 92C 38024A0092/00C000
uisst Gasth
st
ss
3.16
t
50C 38024A0050/00C000
straat
raat
9
ke
el
aa
Ha
rkestra
Vaart
er
nd
38024B0244/00G000 244G
Steenke
38024C0174/00K000 174K
38024A0138/00A002 138A2
nk
Ha
38024A0138/00P002 138P2
38024A0138/00R002 138R2
tr
el
t 38024A0093/00B000 93B
89A 38024A0089/00A000
ee
3.34
138L2 38024A0138/00L002
figuur 70
es
straa
ss
kerke
St
3.35
3.33
97A 38024A0097/00A000
raat
at
138D2 38024A0138/00D002
Boom grootorde 3
Boom grootorde 1
Steenk erkest
9
38024A0050/00D000 50D
en
Steen
tr
kerke
90E 38024A0090/00E000
7
nd
el
ss
tr
aa
t
38024A0101/00A000 101A
135E 24A0135/00E000
3.17
138T2 38024A0138/00T002
11
• Totale oppervlakte= 123.048m² 38024A0107/00A000 107A
ns
tr
aa
t
1
130C 38024A0130/00C000
• Bestaande bomen=5.778,76m² = 4,7% beschaduwing
On de
102A 38024A0102/00A000
rn em in ge
• 99 nieuwe bomen (1e orde)= 43.461m² • 295 nieuwe bomen (2e orde)= 32.450m² • 105 nieuwe bomen (3e orde)= 4200m • =80.111mm²= 60.35%
ns tr aa t
131K 38024A0131/00K000
3
• Totaal aan beschaduwing 85.889,76m² = 65% beschaduwing
38024A0117/00A000 117A
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
100B 38024A0100/00B000
38024A0099/00A000 99A
38025C0220/00S005 220S5
4.39
51
Suikerbietstraat
4.34
4.42
4.44
217P11 38025C0217/00P011
Brikkerijstr
53
55
57
Monnikshoekst I Alber
t 20
38025C0222/00Z000 222Z
38025C0222/00A002 222A2
4.33 4.31
I laan Albert
Acaciala
7 38025C0224/00E002 224E2
38025C0224/00S000 224S
3.87 3.37
3.52
12
38025C0224/00V000 224V
3.47
Acacialaa
4.33
3.71 3.77
38024A0172/00G000 172G
217B11 38025C0217/00B011
22 24
38025C0217/00A011 217A11
38025C0217/00W011 217W11
38025C0217/00Z011 217Z11
n
n
at
4.28
38025C0217/00X011 217X11
18
19 38025C0224/00L000 224L
3.15
38025C0224/00T000 224T
11
1 3.76
Bedrijvenlaa 3.77
3
3.63 3.70
Bedrijvenlaa 3.66
n
38024A0173/00F000 173F
3.64
3.67 3.69 3.68
at
3.56
Bedrijvenlaan
3.66 3.55 3.64
laan
3.52
ijven
Brikkerijstra
3.62 3.62
38025C0564/00A000 564A
3.66 3.66
Bedr
3.65 3.69
3.66 3.75
Alloenestraa
217M15 38025C0217/00M015
4.11
3.71
3.73 3.68
3.71
3.71
t 5.31 5.34
3.74 3.73
4.02
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.55
Alloenestraa
at
4.33
217A16 38025C0217/00A016
3.66
t
Alloenestra
38024A0174/00F000 174F
38024A0209/02_000 209/2
3.76
estra
217D12 38025C0217/00D012
Duinke
gewijzigde/foutieve geometrie/weginrichting
at
196Y 38025C0196/00Y000
ndale-
4.33
25
laan
4.83
Plasse
38025C0217/00Z013 217Z13
3.65
3.81
n
3.59 38025C0125/00Z000 125Z
38025C0125/00A002 125A2
38024A0175/00G000 175G
Bedrijvenlaa
rken
Alloen 90-92 38025C0567/00A000 567A
5.32
4.66
38024A0209/00E000 209E
6
210A 38024A0210/00A000
Zuidbur
70 68
58
38025C0126/00Z002 126Z2 5.25
66
38025C0126/00N003 126N3
Albert
gweg
38025C0126/00X002 126X2
38025C0126/00S003 126S3
I
122P2 38025C0122/00P002
Kanaal
raat
38024A0175/00K000 175K
196/2A 38025C0196/02A000
3.63
4.02
3.59
Sasst
239B 38024B0239/00B000
3.59 3.61
4.30
217F11 38025C0217/00F011 5.30
5.07
2
Bedr
Zuidbur
38024A0175/00F000 175F
3.75
n
38025C021 217P6 7/00P006
4.31
38025C0217/00X013 217X13
217C12 38025C0217/00C012
217A12 38025C0217/00A012
3.59 3.54
38024A0175/02B000 175/2B 3.76
217B12 38025C0217/00B012
1
5.61
5.44
5.29
3.66 3.66
18
Brikkerijstra
16 38025C0217/00V011 217V11
7
17
18
19
21
Steenweg
3.65 3.59
5
10
3.20
13
4.43
20
14
11
12
217N15 38025C0217/00N015
38025A0012/00P002 12P2
12X2 38025A0012/00X002
38025A0012/00V002 12V2
Brugse
1
173E 38024A0173/00E000
3.14
224W 38025C0224/00W000
38025C0222/00Y000 222Y
38025C0217/00D010 217D10
4 3.49
12Y2 38025A0012/00Y002
38025A0012/00R002 12R2
38025A0012/00Y000 12Y
108A20 38024A0108/00A000
38024A0113/00A000 113A
38025C0568/00D003 568D3
38025C0568/00C003 568C3
I laan
an
Acacialaan
38025C0222/00P000 222P
21
3.67 3.64
170E 38024A0170/00E000
n Acacialaa
17
3.36
3.36
22
38024A0173/00G000 173G
1
38025C0224/00F002 224F2
Acacialaan
23
38025C0222/00X000 222X
38025C0217/00R006 217R6
4.35
12
38025C0217/00T011 217T11
38025C0217/00Y011 217Y11
gweg
3.51
3.27
24
38025C0221/00M000 221M
38025C0218/00W000 218W
4.42
4.43 38025C0217/00E012 217E12
10
38025C0217/00S011 217S11
10
9
4.07 4.01
3.90
3.70 3.71
9
14
3.28
25
38025C0220/00P007 220P7
38025C0220/00N007 220N7
50
4.37
8
38025C0217/00R011 217R11
38025C0220/00T007 220T7
58 60
3.87
3.75 3.72
Bedr
1 49
3.85
38025C0224/00X000 224X
laan
217S9 38025C0217/00S009
47
Steenweg
3.88 3.85
38025C0224/00G002 224G2
15 38025C0224/00K000 224K
38025C0222/00W000 222W
38025C0217/00S008 217S8 38025C0217/00T008 217T8 38025C0217/00V008 217V8 217W8 38025C0217/00W008
45
41
3.88
8
3.25
38025C0222/00R000 222R
Acacialaa
6
38025C0217/00N011 217N11
31
trein
217P8 38025C0217/00P008 217R8 38025C0217/00R008
43
39
Brugse 38024A0175/00C000 175C
Brugse Steenweg
4.85
38025C0224/00B002 224B2
175H 38024A0175/00H000
16 30
222P2 38025C0222/00P002
38025C0217/00W010 217W10
217M8 3802 5C0217/00M008 217N8 38025C0217/00N008
217L8 38025C0217/00L008
37
tstraat
Brugse Steenweg
Brugse Steenweg
4.67
38025C0224/00H002 224H2
7
38025C0222/00N002 222N2
29
4.14
217K 8 38025C0217/00K008
35
4.34 4.36
4.38
4 38025C0217/00M011 217M11
9 1 3.52
107
Acacialaan
aat
38025C0217/00H008 217H8
33
Suikerbie
2 217H11 38025C0217/00H011
8
2
109 3.68
19
38025C0116/00G000 116G
38025C0218/00Y000 218Y
218Z 38025C0218/00Z000
38025C0217/00G008 217G8
31 4.41
4.33
4.55
6
3.39
7 28
38025C0222/00R002 222R2
220M7 38025C0220/00M007
ijven Bedr laan ijven
tstraat
5
6 3.89
5.24
5A6 38025A0005/00A006
51
4.20
217F8 38025C0217/00F008
29
4.39
at
3.16
Acacialaan
62
220L7 38025C0220/00L007
3.28
222M2 38025C0222/00M002
Acacialaa n
Esdoornlaan
Zuidbur 3
nieuw/ontbrekend/weginrichting
27
25
15
Suikerbietstra
4.45
raat
13
38025C0217/02B003 217/2B3
Suikerbie
Brikkerijst
gweg
Sasstraat
11
23
21
19
9
5
3
4.17
54
56 38025C0220/00R007 220R7
64
220K7 38025C0220/00K007
Steenweg
5
4
Acacialaan
26
38025C0222/00B002 222B2 38025C0220/00S007 220S7
66
38025C0220/00H007 220H7
3.58
217E8 38025C0217/00E008
7
38025C0217/00R007 217R7 217P7 38025C0217/00P007
217N7 38025C0217/00N007
4.17
4.60
Brugse
38025C0224/00K002 224K2
3
224Y 38025C0224/00Y000
224Z 38025C0224/00Z000
3.64
3.61
68
27 220D7 38025C0220/00D007
4.23 217D8 38025C0217/00D008
17
217X7 38025C0217/00X007 217W7 38025C0217/00W007 38025C0217/00V007 217V7 38025C0217/00T007 217T7 217S7 38025C0217/00S007
4.21 4.24
217Z9 38025C021 7/00Z009
38025C0217/00Y013 217Y13
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
Acacialaan
Zuidburgweg
traat
4.27
217C8 38025C0217/00C008
38025C0217/00B008 217B8 38025C0217/00A008 217A8 38025C0217/00Z007 217Z7 38025C0217/00Y007 217Y7
aat
38025C0218/00A002 218A2
38025C0218/00X000 218X
I laan
Vaarts
1
38025C0217/00E011 217E11
3.88
25
67 65
4.35
Steenweg
38025C0224/00P000 224P
2 38025C0224/00N000 224N
3.63
Esdoornlaan 3.29
69
38025C0217/00P003 217P3
3.90 3.90 3.88 3.863.85
Steenweg Brugse
1 3.54
3.44
3.45
32
38025C0222/00K002 222K2
27
3.52
3.81
38025C0220/00E007 220E7 217Y9 38025C0217/00Y009
59
57
55
53
38025C0217/00W000 217W
Suikerbietstr
38025C0222/00M000 222M
33
38025C0222/00E002 222E2
38025C0222/00L002 222L2
220C7 38025C0220/00C007
38025C0218/00T000 218T
4.24
51
38025C0217/00B002 217B2 38025C0217/00A002 217A2 38025C0217/00Z000 217Z 38025C0217/00H002 217H2 38025C0217/00X000 217X
3.78
38025C0220/00B007 220B7
220M6 38025C0220/00M006 4.24 4.28
49
217K2 38025C0217/00K002
38025C0568/00B003 568B3
4.24 3.87
Brugse
163
34
38025C0222/00D002 222D2
38025C0220/00N005 220N5
52 3.77
23
38025C0220/00A007 220A7
220Z6 38025C0220/00Z006
16
3.59
71 47
45 217D3 38025C0217/00D003
4.22 4.23
4.29 38025C0222/00V000 222V
3.38
Acacialaan 3.36
35
38025C0222/00C002 222C2
38025C0220/00M005 220M5
50
15
4.34
43 41
38025C0217/00C003 217C3 38025C0086/00G007 86G7
4.27
4.27
3.68
4.41
40 3.27
37
38025C0220/00L005 220L5
46 48
13 38025C0220/00F007 220F7
39
38025C0217/00A005 217A5 38025C0217/00Z004 217Z4
38025C0217/00B005 217B5 38025C0217/00D005 217D5 86T3 38025C0086/00T003
3.71
26
28
38025C0220/00Z004 220Z4
30
38025C0220/00A005 220A5
38025C0220/00K005 220K5
21
19 38025C0220/00L006 220L6
4.49
37
38025C0217/00C004 217C4
217E5 38025C0217/00E005
18
17
5
7
38025C0220/00N006 220N6
35 33D
38025C0217/00X004 217X4
38025C0217/00C010 217C10
4.30
217/2A3 38025C0217/02A003
Albert
33C
3.67
Esdoornlaan
33B
38025C0217/00D011 217D11
38025C0220/00C005 220C5
222H2 38025C0222/00H002
3.53
38025C0220/00P006 220P6
14
33A
38025C0086/00P003 86P3
4.27
34
36
3
raat Rodest
38025C0086/00F003 86F3 38025C0086/00R002 86R2
36
32
38025C0220/00R006 220R6
4.29
4.13
33
38025C0086/00T002 86T2
38025C0220/00D005 220D5
38025C0220/00B005 220B5
12
3.72
38025C0220/00K006 220K6
219V2 38025C0219/00V002
42 4.46
29
38025C0086/00A003 86A3 38025C0086/00Z002 86Z2
5
38025C0220/00E005 220E5 38025C0220/00F005 220F5 38025C0220/00G005 220G5
3.66
38025C0221/00N000 221N
3.71
3.61
Esdoornlaan
3.58
575B 38025C0575/00B000
219W2 38025C0219/00W002
220G7 38025C0220/00G007
27 25
38025C0086/00B003 86B3
4.09
38025C0115/00P004 115P4
38 40 42 44 38025C0220/00H005 220H5
3.71
5 7
9 11
1 219E2 38025C0219/00E002
38025C0086/00Y007 86Y7
Rodestraat 23
21 19
38025C0220/00H006 220H6
220S6 38025C0220/00S006
79
44
24-28 17
10
83 81 77
219T2 38025C0219/00T002
4.24
15
86Y2 38025C0086/00Y002
3
38025C0220/00V005 220V5
38025C022 220W5 0/00W005
85
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.88 219N2 38025C0219/00N002
38025C0086/00Y003 86Y3
4.24
11-13
38025C0217/02H003 217/2H3
1
38025C0220/00T005 220T5 38025C0220/00G006 220G6
8
3.58 38025C0219/00M002 219M2
Rodestraat 3.99
4.70
38025C0086/00X003 86X3
38025C0086/00W007 86W7
7
38025C0217/02X002 217/2X2 38025C0217/02W002 217/2W2
38025C0217/02E003 217/2E3
3
Albert
3.99
38025C0219/00X000 219X
4.54
4.78
22
4.10
1A
1
217C9 38025C0217/00C009
Bedrijvenlaan
38025C0220/00P005 220P5
38025C0220/00R005 220R5
4.59
87
3.90 38025C0566/00A000 566A
Rodes
38025C0086/00X007 86X7
38025C0219/00L002 219L2
3.93
traat 20
4.10
3 38025C0119/00X000 119X
1B
38025C0119/00W000 119W
107B 38024A0107/00B000
111
38025C0119/00B002 119B2
laan
6
38025C0220/00F006 220F6
3.98 4.77
18
4.06
38025C0118/00Z000 118Z
Esdoornlaan
38025C0220/00T006 220T6
38025C0220/00V006 220V6
89 3.98 4.01 3.97
16
Rodestraat
4.08
4.06
38025C0118/00C002 118C2
129
3.83
94
ijven
3.63
38025C0220/00E006 220E6
4 95 93 91 4.01
38025C0086/00R007 86R7 3.98
verwijderd/overbodig/weginrichting
3.84
4.40
3.85
3.85
38025C0115/00Y003 115Y3
3.91
laan
3.88
3.93
4.23
Rodestraat
Rodestraat 4.09
3.80
98 38025C0114/00P003 114P3
nieuw/ontbrekend/weginrichting
Acacialaan
Rodestraat
38025C0086/02_000 86/2
10-14
4.14 verwijderd/overbodig/weginrichting
112
38025C0114/00N003 114N3
n
38025C0086/00M007 86M7
Rodestraat
38025C0114/00L002 114L2
38025C0114/00B003 114B3
106 38025C0114/00B002 114B2 104 38025C0114/00T002 114T2 102 38025C0114/00Z000 114Z 100
Acacialaa
38025C0086/00A008 86A8
4.22
nlaan
at
38025C0114/00R002 114R2
Esdoornlaan
Berke
Rodestra
38025C0114/00M003 114M3
38025C0115/00C005 115C5
Esdoornlaan
131E 38024A0131/00E000
raat
116A 38024A0116/00A000
105
10-14
38025C0577/00A000 577A
4.30
3.80 122K2 38025C0122/00K002
38025C0126/00A003 126A3
62
103
38025C0126/00S002 126S2
38025C0122/00L002 122L2
101 4.98
38025C0122/00H002 122H2
99
38025C0196/03_000 196/3
Brikkerijstra
38025C0126/00B003 126B3
60
4.04
at
64 5.21
5.30
176R 38024A0176/00R000
Oo
3.92
Alloenestraa
38025C0217/00M010 217M10
8 trein
t
38024A0146/00N000 146N
38025C0122/00W000 122W
38025C0122/00B002 122B2 38025C0217/00T009 217T9
3.91
4.28 3
8025C0217/00V009 217V9
4.30 4.28
4.29
3.84 4.35
97-97A
38025C0121/00K004 121K4
95
4.13
traat
4.07
3.80 121H4 38025C0121/00H004
2
at
121M2 38025C0121/00M002
89
38025C0121/00T000 121T
ee
ng
ra
ch
st
t
3.99
38025C0121/00Z003 121Z3
50B
St
4.15
Alloen
38025C0122/00M002 122M2
87
50C
02/12/2016 00:00:00
Alloenes
4.27
93 91
50E
50D 38025C0129/00E000 129E
estra
52 54-56
38024A0153/00C000 153C
85
217V12 38025C0217/00V012
38025C0217/00W005 217W5
146M 38024A0146/00M000
4.50
ad
3.82 4.29 38025C0121/00Y003 121Y3
50A
4.47 4.34 38025C0217/00X006 217X6
83
38025C0217/00F007 217F7
4.28
81
38025C0196/00X000 196X
4.18 38025C0217/00V005 217V5 38025C0121/00A004 121A4
4.45
14
38025C021 217T57/00T005
49
79 38025C0217/00T010 217T10
4.90
Brikker
38025C0217/00Y005 217Y5 3.42
ijstraat
216V4 38025C0216/00V004
216D4 38025C0216/00D004
31
71
48
216T4 38025C0216/00T004 216H5 38025C0216/00H005
33
38025C0144/00C000 144C 38025C0121/00N004 121N4
55
69
216E4 38025C0216/00E004
38025C0216/00W004 216W4
47
216S4 38025C0216/00S004 38025C0216/00F004 216F4
38025C0216/00B005 216B5
34
40
130A3 38025C0130/00A003
38025C0216/00Y004 216Y4
37
216G4 38025C0216/00G004
35
38025C0217/00C015 217C15
38025C0216/00D005 216D5 38025C0216/00G005 216G5
65
45
216H4 38025C0216/00H004
38025C0121/00K003 121K3 38025C0142/00C000 142C
St
38025C0216/00P004 216P4
36
38025C0144/00B000 144B
36
38025C0216/00N004 216N4 3.24 216K4 38025C0216/00K004 38025C0216/00M004 216M4
37
34
38025C0216/00F005 216F5
44
38025C0216/00K005 216K5
ee
nk
ke
st
ra
at
3.303.39 4.13
vens 4.49
traa
38024A0146/00E000 146E
t
6.46
4.16 4.06
Brikkerijstraat
3.45
1 38025C0217/00L015 217L15 4.15
Hande 4.49
aat
4.27
38025C0217/00E015 217E15 4.01
167E 38024A0167/00E000
33 4.03
33
42
14 3.32
3.39 3.38 3.35 3.39
aat 38024A0146/00B000 146B
16
38
61
38025C0216/00C005 216C5
4.03
40
39
6.47
Albert
3.19 3.89
3.81
217T12 38025C0217/00T012
3.85
4.03
38025C0130/00R002 130R2 130E2 38025C0130/00E002
38025C0121/00D004 121D4
38025C0217/00M013 217M13 4.01
30
3.38
3.26
3.20
4.13
3.16
38025C0217/00N013 217N13 38025C0216/00L003 216L3
12
38025C0216/00V003 216V3 38025C0216/00K003 216K3
78
217B10 38025C0217/00B010
38025C0217/00K013 217K13
28
38025C0130/00R000 130R
4.04
40
146L 38024A0146/00L000
lsstr
4.06
39 4.74
25
Hande
I
38025C0121/00C004 121C4
3.37
3.92
38025C0216/00L005 216L5
216X4 38025C0216/00X004
38025C217V6 0217/00V006
laan
32
205A 38024A0205/00A000
4.19
38025C0217/00G015 217G15
43
63
38025C0130/00V002 130V2
18
lsstr
38025C0216/00L004 216L4 38025C0121/00B004 121B4
38025C0130/00N002 130N2
3.49 3.48
3.37
4.50
38025C0217/00L013 217L13
38025C0216/00R004 216R4
38025C0216/00E005 216E5
38025C0121/00X003 121X3
67
38
38025C0130/00Z002 130Z2
38025C0130/00X002 130X2
38025C0130/00S002 130S2
38
er
aat
30
3.92
3.49
3.43
38025C0216/00Z004 216Z4
216A5 38025C0216/00A005
38025C0121/00P004 121P4 3.90
lsstr
121L4 38025C0121/00L004
38025C0121/00K000 121K
73
3.89
Hande
at Brikkerijstra
38025C0217/00H013 217H13
38025C0121/00W003 121 W3
44
42
Kalko
576A 38025C0576/00A000
121B2 38025C0121/00B002
77
75
38025C0130/00K002 130K2
38025C0130/00L002 130L2
aat
46
38025C0121/00X000 121X
38025C0121/00Y000 121Y
Zuidburgweg
46A 38025C0130/00B002 130B2
38025C0130/00A002 130A2
38025C0130/00N000 130N
38025C0130/00B003 130B3
lsstr
at
3.92
50 48 33
34
35
36
Hande
3.99
38025C0130/00F002 130F2 3.95 3.89 3.75
3.64
3.79
aat sstr
rheid
t 38024A0146/00G000 146G
154S 38024A0154/00S000
4
3.03
3.48 3.90
1
3C-3D
Hande
217Z6 38025C0217/00Z006 38025C0207/00T000 207T
Lokanaal
ra
10
Voor
21
lsstr
207E2 38025C0207/00E002
38024A0146/00H000 146H
uitga
38025C0207/00F002 207F2
6
4.81
aat ngsst
4
3.04
4.07
at
3.51
38024A0108/00B000 108B
38025B0324/00Y000 324Y
sh
191A 38024A0191/00A000
ng
23 3.01 3.73
3.47
38025C0217/00F015 217F15
St
st
38025C0146/00A002 146A2
39
on
38024A0105/00B000 105B
ch
laan I
3.57
4.03
ee
t
Albert
raa
3.90
5.04
41 38025B0321/00M000 321M
Alf
239H 38024B0239/00H000
38024A0154/00P000 154P
3.86
3.53
at
est
elsst
6-8 3.82
Nijve
eg
3.00 3.04
3.76
t
3.75
ra
ke
erk
Alloenestraat
urgw
3.09 3.07 3.06
3.84 3.83
origheid gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanh
traa
38025C0207/00E000 207E 4.02
st
traat
er
enk
3.02 3.04
3.84
uitga ngss
4.02
38025C0217/00D015 217D15
ke
Vaarts
nk
Ste
4.78
10 154E 38024A0154/00E000
Voor
8
er
ugpad
ee
146Z 38025C0146/00Z000
48 38025B0324/02_000 324/2
5.11
38024A0154/00K000 154K 3.82
3.74
10 3.91
nk
Rozebr
St
Zuidb
3.90
38025C0207/00S000 207S
59C
45 137L 38025C0137/00L000
rgweg
3.96
3.94
6.65
ee
38025C0217/00T006 217T6
38025C0146/00W000 146W
138F 38025C0138/00F000
49 47 137M 38025C0137/00M000
4.67 4.66
4.96
ra
rgweg Zuidbu
139H 38025C0139/00H000
57 38025C0139/00E000 139E
45
Zuidbu
lsstr
3.74
aat 4.07
139G 59-59A 38025C0139/00G000 4.27
16
38025C0217/00A007 217A7
St
4.15
20
38024A0098/00A000 98A
3.91
59B
38025C0130/00D002 130D2
136X 38025C0136/00X000
14
136Y 38025C0136/00Y000
4.68
3.26 3.20
Hande
38025C0121/00F004 121F4 4.00
22
38025C0130/00E000 130E
4.87
raat
26 24
38025C0130/00G002 130G2
130X 4338025C0130/00X000
44
110B 38024A0110/00B000
Hand
Rozebrugp
raat
38024A0154/00R000 154R
Legende:
3.65
38025C0151/00T000 151T 38025B0321/00N000 321N
of
lee
3.30 3.33
3A-3B
4.12
217Z14 38025C0217/00Z014
3.27 38025C0207/00B002 207B2
3.92
d
3.34
03/29/2017 00:00:00
3.97 3.98
4.42
5
217B13 38025C0217/00B013
laan
3.74
43
38024A0143/00H000 143H
4.15
74
I
38025B0324/00X000 324X
Albert
38025B0324/00B002 324B2
38025B0324/00T000 324T
38025C0207/00Y000 207Y
38025B0334/00E005 334E5 38025B0326/00T002 3.99
49
2A
Vaartstraa
aat
38025C0207/00A002 207A2 3.66
sstr
217L12 38025C0217/00L012
t
Nijve
3
20
38024A0143/00C000 143C
4.22
rheid
4.31
38024B0252/00E000 252E
3.82 3.81
3.55
31C
3.91
3.84
3
3.94 3.93
38025C0152/00M000 152M
38025C0151/00W000 151W 38024A0235/00A000 235A
3.72
19
217Z12 38025C0217/00Z012
st
31A
4.23
aat
3.64
38024A0145/00C000 145C 3.36 3.37
nestr
38024A0143/00E000 143E 207W 38025C0207/00W000
Turbi
3.99 4.50 4.53
Werkplaatsstraa
Oo
38025C0207/00C002 207C2 38025C0217/00G010 217G10
4.23
38025B0334/00L005 334L5
3.48
31B
4.23
4.40
3.53
4.48 3.62
203V2 38025C0203/00V002
4.39
Hande
207D2 38025C0207/00D002
4.19 4.52
38025C0207/00M000 207M 38025C0217/00G012 217G12
lsstr 4.31
laan
4.46
at
Alber
4.43
Turbin
4.47
3.24
t
estra 1
aat
I
4.42
6
raat
72
3.08
ng
3.06
Werkplaatsst 3.57 3.85
3.78
aat
3.77
3.92
3.61
4.32
38024A0142/00P000 142P
38025C0217/00K012 217K12
Hande
38025C0217/00X012 217X12
aat
38024A0138/00K002 138K2
2.99
70
6-8
2.97
17
Projectgrens
38024B0253/00M000 253M
19
Hand
aat
2.97 203T2 38025C0203/00T002
50
38025C0152/00Y000 152Y
elsst
Nijve
nestr
raat
4.55
4.28
3.53 3.49
rheid
Turbi
38025B0335/00T005 335T5
sstr
4.30
ee
lsstr
217H12 38025C0217/00H012
3.91
4.02
St
3.92
raat Werkplaatsst 1
38024A0190/00A000 190A
ra
4.48
38024A0142/00N000 142N
7
3.88
3.83
ch
t 3.77
traat Werkplaatss
3.75
3.75
t
3.84
3.78
4.29
38025B0334/00A005 334A5
4.24 3.42
38025B0335/00G006 335G6
2.94 2.98
38024A018 188H 8/00H000
3.45
3.54
38025C0217/00B016 217B16
5
4.29
4.30
29
4.20
17
3.50
38024A0104/00C000 104C
38024A0145/00D000 145D
38024A0141/00G000 141G
3
38024A0110/00A000 110A
38024A0140/00E000 140E
70
38025C0203/00S002 203S2
4
4.05
4 4.50 3.49 5/00V006 38025B033 335V6
3.02
4.02
3.03 3.49 3.03
38025C0578/00A000 578A
38025C0152/00Z000 152Z
38024A0104/00D000 104D
3 38025C0572/00A000 572A
3.48
15
4.54 38025C0217/00Y012 217Y12 38025C0184/00S000 184S
38024A0138/00H002 138H2 4.15
38024A0140/00F000 140F
38024B0245/00C000 245C
38024A0138/00P000 138P
3.49
38025C0561/00B000 561B
aat
38025C0203/00M002 203M2 38025B0335/00X005 335X5
38024A0138/00N002 138N2
at
2
sstra 38025C0177/00C000 177C
38024A0138/00F002 138F2
3.52 4.00
rheid
38025C0152/00R000 152R
4.13
38025C0183/00H000 183H
3.06 3.36
Hande
3.62 38025C0572/00C000 572C
3 50B
lsstr
68A
38024A0095/00B000 95B 4.46
38025C0581/00A000 581A
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.73
Nijve
5
38024A0138/00N000 138N
3.15 3.14
68B
3.72
138M2 38024A0138/00M002 3.09
3.31
1
38024A0138/00K000 138K
68
1
38025C0183/00F000 183F
Vaartstraat
38025B0338/00D004 338D4
4.15
3.88 3.82 4.04
183G 38025C0183/00G000
38024A0138/00H000 138H
38024A0102/00B000 102B
4.43 38025C0203/00R002 203R2
66
3.30 3.31
4.47 38024A0103/00A000 103A
4.27
203P 38025C0203/00P000
5
7
38024A0138/00E002 138E2
3.95
13
64
traat
3.33
38024A0135/00K000 135K
aat
3.95
4.34
heidss
29A
62
3.38
3.66 3.65
3.35 38024A0138/00A002 138A2
3.33
38024A0135/00N000 135N
3.66 3.79
3.34
9
203X2 38025C0203/00X002
straat
Hande
38025C0203/00B002 203B2
3.37
lsstr
27A 5
38025C0203/00P002 203P2
Nijver
50A
Alloene
4 4.56
38024A0138/00L002 138L2
3.71 38025C0152/00P000 152P 38024A0138/00D002 138D2
38025C0203/00W002 203W2
3.65
aat
38024A0135/00V000 135V 38025C0561/00A000 561A
lsstr
62
Hande
3.75
38024A0135/00P000 135P
Hande
38024A0135/00T000 135T
st
ra
3.59
3.85
aat
at
Nijverheidsstr
3.84
4
3.72
38025C0168/00L000 168L
4.35
38024A0138/00P002 138P2
lsstr
38024A0138/00R002 138R2
203M 38025C0203/00M000
raat
ke
artst
er
t
I
aat
38024A0135/00R000 135R
laan
3.10
27
Hande
3.16
60
Alber
lsstr
58
38024A0135/00F000 135F
38025C0168/00H000 168H
aat
3.11 3.11 3.73 3.88
06/12/2018 00:00:00
4.66
3.86
3.90 3.75
2
4.66
St
4.69
38025B0339/00M002 339M2 3.943.93 3.92 3.92
38025B0339/00Z000 339Z
56
4.01
ee
ng
ra
ch
t
Oo
st
Bestaande bomen
38024A0101/00A000 101A
3.91
aat
Lovaartdijkweg
St
nk
Welva
38025B0338/00X004 338X4 38025B0338/00Y004 338Y4
ee
3.72
Nijverheidsstr
38024A0135/00E000 135E
1-1B
4.48
168D 38025C0168/00D000 4.09 4.52 38025C0168/00N000 168N
4.31
134H 38024A0134/00H000 38025C0178/00N002 178N2
3.17 38024A0138/00T002 138T2 3.86
51
4.40
4.46
11
38025C0178/00G002 178G2
38025C0178/00Z002 178Z2
56
54 4.01
Welva
4.08
2
38024B0245/00B000 245B
artst
25
38025C0168/00E000 168E
4.23
raat
4.30
38024A0107/00A000 107A
4.28
at
134K 38024A0134/00K000
38024B0244/00E000 244E
stra 3.30 178P2 38025C0178/00P002
ingen
244H 38024B0244/00H000
4.18
rnem
38024A0042/02_000 42/2
4.33
Onde
94B 38024A0094/00B000
1
at
4.38 4.30
stra
38025C0166/00D000 166D 38025B0339/00L002 339L2
3.28
178V2 38025C0178/00V002
130C 38024A0130/00C000
ingen
4.34
131H 38024A0131/00H000
rnem
38024A0041/02A000 41/2A
Onde
38025C0178/00S002 178S2
178T2 38025C0178/00T002
Vaartstraat
52-53
3.32
38025C0178/00R002 178R2
raat genst
3.38
4.17
ingen
4.26 38024A0042/00F000 42F
Onder
4.04
3.74
stra
I
laan
at
3.95
5
Albert
569C 38025C0569/00C000
4.46
38024A0041/00H000 41H
23
178X2 38025C0178/00X002
38024A0102/00A000 102A
rnem
nemin
52
21
Onde
178W2 38025C0178/00W002
4.78 4.79
131K 38024A0131/00K000
50 38025C0178/00E002 178E2
D e fo n k e l
6/00C000 38025C016 166C
3 38024A0117/00A000 117A 38025C0157/00R000 157R 4.11 3.33
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
38024A0100/00B000 100B
38025C0178/00Y002 178Y2
St
52-53 3.69 41L 38024A0041/00L000
46
ee
enstr 38024A0099/00A000 99A
nk
3.19
40H 38024A0040/00H000
52
enstr
41F 38024A0041/00F000
38024A0038/00Y000 38Y
aat
44-44B
38024A0107/00B000 107B
6 38024A0041/00M000 41M
38024A0038/00W000 38W
12
tstr 3.14 38025C0569/00A000 569A
38024A0043/00G000 43G
aat
38024A0039/00N000 39N
er
8
38024A0038/00X000 38X
38024B0239/00B000 239B
enstr
4.32
ke
17
I
38025C0178/00L002 178L2
54-55
st
38024A0097/00A000 97A
laan
neming
42
Onder
Albert
10
38024A0038/00G002 38G2
38024A0108/00A000 108A
2.97 38024A0113/00A000 113A
4.16
ra
3.91
3.85
3.92
at
enstr
genst
straa 38024A0038/00T000 38T
38
t
38024A0038/00E000 38E
38024A0038/00F000 38F
40
10
Oost cht
Onder
Onder
38024B0244/00G000 244G
enstr neming
56 3.38
38024A0039/00L000 39L
ngra Stee
aat 2.96
59
3.64
neming
nemin
38024A0038/00H002 38H2 38024A0038/00K002 38K2
2.86
aat
25
enstr
Albert
neming
laan
traat
I
38025C0178/02_000 178/2
4.46
aat
raat
Vaart
38024A0093/00B000 93B
st
nk
Onder
38K 38024A0038/00K000
23
t straa kerke
Oo
ee
5
aat
Onder
at
4
38R 38024A0038/00R000
38024A0040/00K000 40K
neming
ra
laan
Albert 19A
Vaar
Vaarts
st
Onder
at
ke
I
38025C0178/00Y000 178Y
19
38025C0178/00V000 178V
ra
er
Boom grootorde 1
3.96
3.88
52-53
st
nk
38024A0116/00A000 116A
38024A0131/00E000 131E 569B 38025C0569/00B000
ke
ee
neming Onder
er
St
aat
48 38024A0040/00F000 40F
3.79
3.96
4.35
St
5A 38V 38024A0038/00V000
Steen
t
38024A0043/00H000 43H
t
7
straat
38024A0031/00D000 31D
emingen
traat
acht
38024B0239/00H000 239H
Steenkerkes
108B 38024A0108/00B000
fleed
20
4.22
Steengr
2.53
38024A0038/00D002 38D2 4.63
17A
38024A0037/05B000 37/5B
4.78
58
4.61
Ondern emingen
2.65
37D 38024A0037/00D000
193B 38024B0193/00B000 38024B0245/00C000 245C 38024A0049/00B000 49B
9
straat
Vaartstraa
Boom grootorde 2
Projectgrens
38024B0253/00M000 253M
19 38024A0110/00A000 110A
2.91
Vaartstraat
37/5C 38024A0037/05C000
Legende:
acht
Ondern 4.59
38024A0092/00C000 92C
38024B0252/00E000 252E
Oost
38E2 38024A0038/00E002
2.56
Steengr
ra ng ee
19
Alfonsho
at
raat
42 38N 38024A0038/00N000
t
2.75
rkestra
Vaartst
Vaartstraa
37/2 38024A0037/02_000
straa
at 57
Steenke
tstra 4.29
Albert
kerke
Vaar
2.88
2.77
38024A0037/03_000 37/3
3.92
I laan
50C 38024A0050/00C000
8/00A000 38024A009 98A
38024A0110/00B000 110B
ch
2.86 38A2 38024A0038/00A002
Steen
21
St
95B 38024A0095/00B000
33C 38024A0033/00C000
t
2.68 2.75
Vaartstraat
2.69
straat
4.27
11
emingen Ondern
t
t
2.77 38024A0033/00F000 33F
Oost
grach
straa
Bestaande bomen
Steen
kerke
13
Steen
11
38024A0033/00E000 33E
15 38024B0245/00B000 245B
38024B0244/00E000 244E 244H 38024B0244/00H000
60
94B 38024A0094/00B000
02/22/2016 00:00:00 38024A0035/00B000 35B
t
91C 38024A0091/00C000 straa 37E 38024A0037/00E000
kerke Stee
Steen
nker kest
Boom grootorde 1
raat
Steenk erkest
at
93B 38024A0093/00B000
38024B0244/00G000 244G
Steenke
38024C0174/00K000 174K
Vaart
ee
grach
t
89A 38024A0089/00A000
Oost
rkestra
St
raat
straat
nk
38024A0050/00C000 50C
uisst
er
38024A0050/00D000 50D
Boom grootorde 3
97A 38024A0097/00A000
raat
Steen
ge
Vaartstra
min
ONDERZOEK OPENBARE RUIMTE - TOEKOMSTBOMEN SCHADUW 2050
92C 38024A0092/00C000
38024B0193/00B000 193B
Boom grootorde 2
Gasth
ke
9 11 91C 38024A0091/00C000
38024A0050/00D000 50D
Boom grootorde 3
38024A0089/00A000 89A
9
straa
at
kerke
ra
Steen
st 8
38024A0092/00D000 92D
8
92D 38024A0092/00D000
t
figuur 71
© AVANTGARDEN
144
ACTIES & BUSINESSCASES
81K 38024A0081/00K000
8
St
3.37
76B 38024A0076/00B000
7
ee
nk
er
ke
st
ra
t straa
at
3.32
Onderzoek openbare ruimte - toekomstbomen schaduw 2050 3.32
90E 38024A0090/00E000
kerke
38024A0081/00K000 81K
8
Steen
3.37
38024A0076/00B000 76B
7
38024A0090/00E000 90E
10
72
3.08
t
3.06
3.61
tr
aa
3.57
Ha
nd
el
ss
142P 38024A0142/00P000
3.53 3.49
st
ra
at
38024A0138/00K002 138K2
els
17
Ha
2.97
nd
2.97 2.99
70 3.42
2.94 2.98
38024A0188/00H000 188H
3.45
3.54
17
104C 38024A0104/00C000
38024A0145/00D000 145D
38024A0141/00G000 141G
3
140E 38024A0140/00E000
70
4
3.02 3.03
3.03 104D 38024A0104/00D000
3 15
138H2 38024A0138/00H002
t
38024A0140/00F000 140F
tr
aa
A
3.06
ss
3.36
el
138N2 38024A0138/00N002
Ha
nd
138F2 38024A0138/00F002
5
138N 38024A0138/00N000
3.15 3.14
38024A0138/00M002 138M2
68B
3.09
3.31
102B 38024A0102/00B000
3.30 3.31 38024A0103/00A000 103A
5
7
38024A0138/00E002 138E2
13
aa
lo
tr
3.37
Al
t
3.33
nd
tr
el
es
ss
en
3.38
3.35
Ha
aa
38024A0138/00A002 138A2 3.34
t
3.33
9
138L2 38024A0138/00L002
38024A0138/00R002 138R2
nd
Ha
Ha 38024A0138/00P002 138P2
nd
els
st
ra
at
138D2 38024A0138/00D002
el
ss
tr
3.10
aa
t
Ha
3.16
3.11 3.11
nd
el
ss
tr
aa
t
38024A0101/00A000 101A
ONDERZOEK GEHELE SITE - TOEKOMSTBOMEN SCHADUW - 2050
3.17
138T2 38024A0138/00T002
11
• Totale oppervlakte= 1.449.127,22m² 107A 38024A0107/00A000
1
130C 38024A0130/00C000
• Totaal aan beschaduwing 150.730m² = 10% beschaduwing • dubbel zoveel bomen na aanplant
• Bestaande bomen=76.024,18m²
On de
102A 38024A0102/00A000
rn em in
• 99 nieuwe bomen (1e orde)= 43.461m² • 295 nieuwe bomen (2e orde)= 32.450m² • 105 nieuwe bomen (3e orde)= 4200m²
ge ns tr aa t
117A 38024A0117/00A000
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
100B 38024A0100/00B000
38024A0099/00A000 99A
116A 38024A0116/00A000
38025C0219/00L002 219L2
1 49
51
53
55
57
I t Alber
Acaciala
I laan
I laan
an Acacialaan
17
23
38025C0222/00P000 222P
3.36
38025C0222/00W000 222W
1 3.65 3.59
38024A0173/00E000 173E
5
3.14
3.36
22
38025C0222/00X000 222X
10
3.20
7
38025C0224/00W000 224W
13
21 38025C0217/00R006 217R6
224E2 38025C0224/00E002
38025C0222/00Y000 222Y
20
38025C0222/00Z000 222Z
38025C0222/00A002 222A2
224S 38025C0224/00S000
239B 38024B0239/00B000
3.87
3.52
12
38025C0224/00V000 224V
3.47
Acacialaa
3.77
11
1 3.54
Acacialaa
3.15
38025C0224/00T000 224T
3.71
n
n
at
Brikkerijstra
19 224L 38025C0224/00L000
3.76
Bedrijvenlaa 3.77
38024A0175/00F000 175F 3.75
n
3.70
3.66
n
38024A0173/00F000 173F
3.64
3.67 3.69 3.68
at
3.62 3.62
564A 38025C0564/00A000
3.56
Bedrijvenlaan
3.66 3.55 3.64
laan
3.52
ijven
Brikkerijstra
3.59 3.61
4.30
3.66 3.66
Bedr
3.65
38025C0217/00F011 217F11
3.69
5.30 3.66
Alloenestraa
38025C0217/00M015 217M15
3.71
3.71
3.733.74
3.63
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
3.55
174F 38024A0174/00F000 209/2 38024A0209/02_000
3.76
Duinke
at
38025C0567/00A000 567A 38025C0125/00A002 125A2
38025C0196/00Y000 196Y
5.32
ndale-
4.33
25
laan
4.83 38025C0217/00Z013 217Z13
3.65
Zuidbur
70
68 66
4.66
Albert
gweg
38025C0126/00X002 126X2
126Z2 38025C0126/00Z002 38025C0126/00N003 126N3
175G 38024A0175/00G000
38024A0209/00E000 209E
6
38024A0210/00A000 210A
Oo
I
38025C0122/00P002 122P2
38025C0126/00S003 126S3
58
5.25
3.81
n
estra
38025C0217/00D012 217D12 gewijzigde/foutieve geometrie/weginrichting
Bedrijvenlaa
rken
Alloen 3.59
38025C0125/00Z000 125Z
Plasse
raat
t
Alloenestra
90-92
Kanaal
Sasst
Alloenestraa
at
4.33
38025C0217/00A016 217A16
3.66
5.29
38024A0175/00K000 175K
38025C0196/02A000 196/2A
4.02 4.02
3.59
5.07
4.11
3.75 3.71
3.73 3.68
t 5.31 5.34
38025A0012/00V002 12V2
2
Bedr
Zuidbur
3
3.63
Bedrijvenlaa
38025C021 217P6 7/00P006
4.31
38025C0217/00X013 217X13
3.59
38024A0175/02B000 175/2B 3.76
38025C0217/00B012 217B12
38025C0217/00C012 217C12
38025C0217/00A012 217A12
3.663.66
18
3.37
4.33
38024A0172/00G000 172G
38025C0217/00A011 217A11
3.64 3.67
38024A0170/00E000 170E
n
24
38025C0221/00M000 221M
218W 38025C0218/00W000
4.33
4.28
38025C0217/00B011 217B11
38025C0217/00Z011 217Z11
1
5.61
5.44
Steenweg
3.71
38025C0220/00N007 220N7
50
4.37
4.43
24 38025C0217/00Y011 217Y11
7
17
Brugse
38024A0175/00H000 175H
3.70
38024A0173/00G000 173G
laan
47
Suikerbietstraat
22
217W11 38025C0217/00W011
11
12
38025C0217/00N015 217N15
38025A0012/00P002 12P2
18
19 20
21
4.01
3.72
1 224F2 38025C0224/00F002
38025A0012/00X002 12X2
38025A0012/00R002 12R2
38025A0012/00Y000 12Y
4.07
3.90
3.75
9
14
ijven Bedr laan ijven
45
41
217X11 38025C0217/00X011
18
3.87
7
trein
38025C0217/00S009 217S9
43
39
4.34
4.31
16 217V11 38025C0217/00V011
3.85
15 38025C0224/00K000 224K
3.51
217D10 38025C0217/00D010
4 3.49
108A 38024A0108/00A000 38025A0012/00Y002 12Y2
38024A0113/00A000 113A
Steenweg
3.88 3.85
224G2 38025C0224/00G002
222R 38025C0222/00R000
38025C0224/00X000 224X
38025C0217/00W010 217W10
38025C0217/00M008 217M8 38025C0217/00N008 217N8 217P8 38025C0217/00P008 38025C0217/00R008 217R8 38025C0217/00S008 217S8 38025C0217/00T008 217T8 38025C0217/00V008 217V8 38025C0217/00W008 217W8
38025C0217/00L008 217L8
37
tstraat
20
14 38025C0217/00T011 217T11
Brugse 38024A0175/00C000 175C
Brugse Steenweg
3.88
8
3.25
31
3.28
Acacialaan
4.35
12 38025C0217/00S011 217S11
Brugse Steenweg
Brugse Steenweg
4.85
224B2 38025C0224/00B002
16 30
38025C0222/00P002 222P2
29
3.27
4.42
10
7
222N2 38025C0222/00N002
25
38025C0220/00P007 220P7
4.14
38025C0217/00K008 217K8
35
4.36
4.43 217E12 38025C0217/00E012
8
3.28
28
38025C0220/00T007 220T7
58 60
Bedr
217H8 38025C0217/00H008
33
4.34
3.16
38025C0222/00R002 222R2
38025C0220/00M007 220M7
38025C0218/00Z000 218Z
217G8 38025C0217/00G008
31
Suikerbie
4.33
4.38
38025C0217/00P011 217P11
Acacialaan
Steenweg
4.67
224H2 38025C0224/00H002
3.39
4 38025C0224/00Z000 224Z
n
Acacialaan
aat
217F8 38025C0217/00F008
29
4.39 4.41
at Suikerbietstra
4.44
6
217N11 38025C0217/00N011 38025C0217/00R011 217R11
gweg
Brikkerijstr
38025C0217/00E008 217E8
27
25
15
4.39
4.42
4 38025C0217/00M011 217M11
38025C0568/00C003 568C3
4.55
6
3
38025C0224/00Y000 224Y
Acacialaan 38025C0222/00M002 222M2
Acacialaa
62
38025C0220/00L007 220L7
38025C0568/00D003 568D3
4.60
Brugse 5
38025C0224/00N000 224N
3.63
3.52
54
56 220R7 38025C0220/00R007
64
38025C0220/00K007 220K7
Acacialaa
13
4.45
tstraat 2
217H11 38025C0217/00H011
10
9
4.35
Steenweg
224K2 38025C0224/00K002
2
38025C0222/00K002 222K2
26
38025C0222/00B002 222B2 38025C0220/00S007 220S7
66
38025C0220/00H007 220H7
3.58
Acacialaan
11
23
21
19
9
38025C0217/02B003 217/2B3
Suikerbie 5
6
8
9
3.90 3.90 3.85 3.88 3.86
Steenweg Brugse
1 38025C0224/00P000 224P
3.54
3.44
32 38025C0222/00E002 222E2
27
3.64
3.61
68
27
Esdoornlaan
Zuidbur
38025C0217/00W007 217W7 38025C0217/00V007 217V7 217T7 38025C0217/00T007 38025C0217/00S007 217S7
5
3
4.17
217Y13 38025C0217/00Y013
2
1
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
38025C0220/00D007 220D7
raat
gweg
Sasstraat
7
38025C0217/00R007 217R7 38025C0217/00P007 217P7
38025C0217/00N007 217N7
4.17
3
38025C0222/00M000 222M
3.45
33
Esdoornlaan
Zuidburgweg
traat
4.21 4.24
217Z9 38025C021 7/00Z009
3.68
3.52
107
Brikkerijst
Vaarts
3.71
109
218A2 38025C0218/00A002
38025C0218/00X000 218X
38025C0218/00Y000 218Y
4.20
38025C0568/00B003 568B3
4.24 3.87
Brugse
163
34
38025C0222/00D002 222D2
222L2 38025C0222/00L002
3.29
25
67 65
51
4.23 nieuw/ontbrekend/weginrichting
4.22 4.23
4.29 38025C0222/00V000 222V
3.38
Acacialaan
35
38025C0222/00C002 222C2
38025C0220/00N005 220N5
52
69
217P3 38025C0217/00P003
4.27
Esdoornlaan
3.81
38025C0220/00E007 220E7 217Y9 38025C0217/00Y009
59
57
55
53
217B2 38025C0217/00B002 217A2 38025C0217/00A002
38025C0217/00W000 217W
3.89
4.41
40 3.27
37
38025C0220/00M005 220M5
3.77
38025C0220/00C007 220C7
220B7 38025C0220/00B007
38025C0220/00M006 220M6 218T 38025C0218/00T000
4.28 4.24
51
38025C0217/00K002 217K2
217Z 38025C0217/00Z000 217H2 38025C0217/00H002 217X 38025C0217/00X000
3.68
19
38025C0116/00G000 116G
26
28
38025C0220/00Z004 220Z4
38025C0220/00L005 220L5
48
23
38025C0220/00A007 220A7
3.59
4.24
49
38025C0217/00D003 217D3
4.27
I laan
47
45
38025C0220/00Z006 220Z6
16
71
41
38025C0217/00C003 217C3
38025C0086/00G007 86G7
46
50
15
4.34
43
217Z4 38025C0217/00Z004
38025C0217/00E005 217E5 38025C0086/00T003 86T3
220K5 38025C0220/00K005
21
19 13
38025C0220/00L006 220L6
7
220F7 38025C0220/00F007
39
217A5 38025C0217/00A005
38025C0217/00B005 217B5 38025C0217/00D005 217D5
38025C0217/00D008 217D8
Albert
220N6 38025C0220/00N006 4.49
37
38025C0217/00C004 217C4
30
3.36
17
5
35 33D
38025C0217/00X004 217X4
38025C0217/00C008 217C8
38025C0220/00A005 220A5
36
3.53
38025C0220/00P006 220P6
14 33C
38025C0217/00D011 217D11
217C10 38025C0217/00C010
38025C0217/00B008 217B8
3.67
Esdoornlaan
raat
Rodest 33B
38025C0086/00P003 86P3
4.27 4.30
38025C0220/00C005 220C5
38025C0222/00H002 222H2
38025C0220/00K006 220K6
3
4.29
4.13
33A
86R2 38025C0086/00R002
34
32
3.72
220R6 38025C0220/00R006
38025C0220/00G007 220G7
33
38025C0086/00F003 86F3
38025C0217/00A008 217A8 217Z7 38025C0217/00Z007 217Y7 38025C0217/00Y007
17
36
3.61
12
3.71 38025C0219/00V002 219V2
42 4.46
29 38025C0086/00T002 86T2
4.27
217X7 38025C0217/00X007
38025C0220/00D005 220D5
220B5 38025C0220/00B005
Esdoornlaan
3.58
38025C0575/00B000 575B
38025C0219/00W002 219W2
38025C0086/00Y007 86Y7
27 25
38025C0086/00Z002 86Z2
38025C0220/00E005 220E5 38025C0220/00F005 220F5 220G5 38025C0220/00G005
221N 38025C0221/00N000
1 38025C0219/00E002 219E2
44
24-28
Rodestraat 23
21 19 38025C0086/00A003 86A3
5.24
38 40 42 44 38025C0220/00H005 220H5
3.66
38025C0220/00S006 220S6
79 38025C0219/00T002 219T2
17
86B3 38025C0086/00B003
4.09
38025A0005/00A006 5A6
3.71
5 7
9 11
38025C0220/00H006 220H6
10
81 77
38025C0086/00Y003 86Y3
3
38025C0220/00V005 220V5
38025C0220/00W005 220W5
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
83
3.88 4.70 38025C0219/00N002 219N2
4.24
15
38025C0086/00Y002 86Y2
1
220T5 38025C0220/00T005
8
3.58 219M2 38025C0219/00M002
85
3.99 4.78 38025C0086/00X003 86X3
38025C0086/00W007 86W7
4.24
11-13
38025C0217/02H003 217/2H3
5
217/2A3 38025C0217/02A003
Albert
3.99
Rodestraat
4.54 4.59
22
7
217/2X2 38025C0217/02X002 38025C0217/02W002 217/2W2
38025C0217/02E003 217/2E3
aat
Albert
38025C0219/00X000 219X
220G6 38025C0220/00G006
87
3.90
38025C0566/00A000 566A
Rodes
38025C0086/00X007 86X7
4.10
1A
3
1
38025C0217/00E011 217E11
3.88
laan
38025C0220/00P005 220P5
38025C0220/00R005 220R5 38025C0220/00S005 220S5
3.93
traat
20
4.10
3 38025C0119/00X000 119X
1B
38025C0119/00W000 119W
38025C0217/00C009 217C9
Suikerbietstr
ijven
6
38025C0220/00F006 220F6
3.98 4.77
18
4.06
111
38025C0119/00B002 119B2
3.78
Esdoornlaan
38025C0220/00T006 220T6
38025C0220/00V006 220V6
89 4.01 3.98 3.97
16
Rodestraat
4.08
4.06
38025C0118/00Z000 118Z
1
3.83
94
Bedrijvenlaan
3.63
38025C0220/00E006 220E6
4 95 93 91 4.01
38025C0086/00R007 86R7 3.98
verwijderd/overbodig/weginrichting
38025C0118/00C002 118C2
129
3.85
3.85
38025C0115/00Y003 115Y3
3.91
Monnikshoekstr
3.88
3.93 4.23
Rodestraat Rodestraat 4.09
107B 38024A0107/00B000 3.84
4.40
98 38025C0114/00P003 114P3
nieuw/ontbrekend/weginrichting
laan
Rodestraat
38025C0086/02_000 86/2
10-14
4.14 verwijderd/overbodig/weginrichting
3.80
38025C0114/00N003 114N3
Acacialaan
38025C0086/00M007 86M7
Rodestraat
112
38025C0114/00L002 114L2
38025C0114/00B003 114B3
106 38025C0114/00B002 114B2 104 38025C0114/00T002 114T2 102 38025C0114/00Z000 114Z 100
n
38025C0086/00A008 86A8
4.22
nlaan
at
38025C0114/00R002 114R2
18
38025C0115/00P004 115P4
Acacialaa
Berke
Rodestra
38025C0114/00M003 114M3
38025C0115/00C005 115C5
Esdoornlaan
aat
131E 38024A0131/00E000
105
10-14
38025C0577/00A000 577A
4.30
3.80 38025C0122/00K002 122K2
38025C0126/00A003 126A3
62
103 38025C0122/00L002 122L2
38025C0126/00S002 126S2
101 4.98
38025C0122/00H002 122H2
99
196/3 38025C0196/03_000
Brikkerijstra
126B3 38025C0126/00B003
60
4.04
at
64 5.21
5.30
176R 38024A0176/00R000
3.92
Alloenestraa
217M10 38025C0217/00M010
8 trein
t
146N 38024A0146/00N000
38025C0122/00W000 122W
38025C0122/00B002 122B2 217T9 38025C0217/00T009
3.91
St
4.28 217V9 38025C0217/00V009
4.30 4.28
4.29
ee
ng
ra
ch
st
t
3.84 4.35
97-97A
38025C0121/00K004 121K4
95
4.13
traat
4.07
3.80 38025C0121/00H004 121H4
2
at
38025C0121/00M002 121M2
89
4.15
Alloen
38025C0122/00M002 122M2
87
50C
02/12/2016 00:00:00
Alloenes
4.27
93 91
50E
50D 38025C0129/00E000 129E
estra
52 54-56
38025C0121/00T000 121T
3.99
153C 38024A0153/00C000
38025C0121/00Z003 121Z3
85
38025C0217/00W005 217W5
38025C0217 217V12 /00V012
ad
3.82
at
3.92
46
38025C0121/00X000 121X
38025C0217/00F007 217F7
38025C0121/00Y000 121Y
Zuidburgweg
81 38025C0217/00V005 217V5 38025C0121/00A004 121A4
38025C0217/00T005 217T5
49
79 38025C0121/00B002 121B2
77
at
130A2 38025C0130/00A002
Brikkerijstra
38025C0217/00H013 217H13
38025C0121/00W003 121W3 38025C0121/00L004 121L4
75
38025C0130/00K002 130K2 38025C0130/00N000 130N
4.90
3.49
3.43
38025C0216/00Z004 216Z4
44
38025C0121/00K000 121K
73
30 3.89
3.92
ee
Brikker
38025C0217/00Y005 217Y5
3.42
St
38025C0216/00D004 216D4
31
71
3.90
42
38025C0216/00V004 216V4
38025C0216/00A005 216A5
38025C0121/00P004 121P4 38025C0130/00L002 130L2
nk
er
ke
st
ra
4.28
38025C0196/00X000 196X
4.18 4.45
14
3.30 3.39
Kalko
38025C0576/00A000 576A 217T10 38025C0217/00T010
4.13
vens traa
4.49
38024A0146/00E000 146E
t
6.46
ijstraat 4.16 4.06
Brikkerijstraat
3.45
1 38025C0217/00L015 217L15 4.15
48
Hande
4.49
216T4 38025C0216/00T004
33
38024A0205/00A000 205A
216W4 38025C0216/00W004
38025C0216/00S004 216S4
38025C0216/00B005 216B5
18
lsstr
4.50
38025C0216/00E004 216E4
47
55
aat
4.27
38025C0216/00F004 216F4
4.19
38025C0217/00G015 217G15
aat
217L13 38025C0217/00L013
38025C0216/00G004 216G4
35
38025C0216/00P004 216P4
4.01
45
38025C0216/00H004 216H4
37
167E 38024A0167/00E000
44
38025C0216/00N004 216N4 3.24
33
38025C0216/00F005 216F5
38025C0216/00K005 216K5
216K4 38025C0216/00K004
4.03
38025C0216/00M004 216M4 38025C0216/00L004 216L4
14 3.39 3.38 3.393.35
laan
aat
98A 38024A0098/00A000
38024A0146/00B000 146B
I
16 3.19 3.38
38025C0216/00C005 216C5 6.47
4.03 4.01
3.95
aat
t
sstr
raa
rheid
est
38025C0217/00D015 217D15
t ch
38025C0207/00E000 207E 3.75
4.02
154P 38024A0154/00P000
Nijve
Zuidbu
3.90
Albert
3.57
38024A0105/00B000 105B
ee
3.86
3.53
38025C0146/00Z000 146Z
St
eg urgw
erk
6-8 3.82
I
enk
239H 38024B0239/00H000
3.09 3.07 3.06
3.00 3.04
3.76
t
traat
st
Vaarts
ke
Ste
3.04
3.84 3.83
gewijzigde/foutieve geometrie/gebouw/gebouwaanhorigheid
traa
Alloenestraat
ugpad
er
45 38025C0137/00L000 137L
3.02
38024A0154/00E000 154E
3.84
uitga ngss
4.02
at
Rozebr
47 38025C0137/00M000 137M
4.67 4.66
10
3.82
Voor
8
ra
nk
49 4.68
rgweg
ra
Zuidbu
38024A0154/00K000 154K
3.79
3.74
10 3.91
st
ee
59C
lsstr
3.90
207S 38025C0207/00S000
38025C0146/00W000 146W
38025C0138/00F000 138F
Zuidb
3.96
3.94
6.65
217T6 38025C0217/00T006
38025C0139/00E000 139E
4.96
3.64 3.74
aat 38025C0217/00A007 217A7
ke
38025C0139/00H000 139H
57
3.263.20
Hande
3.75
139G 59-59A 38025C0139/00G000 4.27
3.99
3.89
er
rgweg
4.04
nk
St
4.15
3.16
12 78
38025C0217/00B010 217B10
3.91
20
16
45
3.26
3.20
4.13 38025C0217/00N013 217N13
ee
38025C0130/00D002 130D2
38025C0136/00X000 136X
14
38025C0136/00Y000 136Y
3.81
38025C0217/00T012 217T12
38025C0217/00M013 217M13
ra
38025C0216/00V003 216V3
38025C0216/00K003 216K3
38025C0217/00K013 217K13
38025C0121/00F004 121F4
ng
38025C0216/00L003 216L3
4.03
St
40
39 38025C0121/00D004 121D4
Albert
38
61 3.85
59B 4.07
laan
3.89
4.00
22
4.87
38024A0146/00L000 146L
lsstr
3.92 38025C0216/00L005 216L5
42
4.06
30 28 26 24
38025C0130/00G002 130G2
38025C0130/00X000 130X
38025C0130/00E000 130E
25
Hande
3.37
33
43
38025C0216/00X004 216X4 38025C0 217V6 217/00V006
121C4 38025C0121/00C004
3.32
Hande
38025C0142/00C000 142C
38025C0121/00B004 121B4
lsstr
38025C0217/00E015 217E15 38025C0216/00D005 216D5
36
38025C0216/00G005 216G5 38025C0121/00K003 121K3
65
63
32
38025C0130/00V002 130V2
38025C0130/00R002 130R2 38025C0130/00E002 130E2
38025C0130/00R000 130R
38025C0130/00F002 130F2
43
44
Hande
38025C0216/00Y004 216Y4 38025C0216/00R004 216R4
38025C0216/00E005 216E5
38025C0217/00C015 217C15
144B 38025C0144/00B000
36
34
38025C0130/00N002 130N2
39
40
lsstr
34 38025C0121/00X003 121X3
67
38
130Z2 38025C0130/00Z002
38025C0130/00X002 130X2
130S2 38025C0130/00S002
38
3.49 3.48
3.37
38025C0216/00H005 216H5 38025C0144/00C000 144C 38025C0121/00N004 121N4
69 40
38025C0130/00A003 130A3
37
4.74
110B 38024A0110/00B000
raat
38025C0130/00B003 130B3
4.47
elsst
Vaartstra
46A 38025C0130/00B002 130B2
4.34
217X6 38025C0217/00X006
83
50 48 33
34
35
36
38024A0146/00M000 146M
4.50
at
Hand
Rozebrugp
4.29 38025C0121/00Y003 121Y3
aat
50B
50A
38024A0146/00G000 146G
23 3.01
38024A0191/00A000 191A
3.73 4.03
at
Alf
4
3.03
38025C0217/00F015 217F15
5.11
sh
38024A0154/00S000 154S
3.47
48 38025B0324/02_000 324/2
on
38024A0108/00B000 108B
4.78
Legende:
3.48 3.90
of
5.04
lee
38025C0146/00A002 146A2
1
3C-3D
Hande
38025C0217/00Z006 217Z6
d
207T 38025C0207/00T000
Lokanaal
41 38025B0321/00M000 321M
39
Voor
10
21
lsstr
38025C0207/00E002 207E2
38024A0146/00H000 146H
uitga
38025C0207/00F002 207F2
6
4.81
aat ngsst
4
3.04
4.07 3.51
38024A0154/00R000 154R
raat
38025B0324/00Y000 324Y
3.65
38025C0151/00T000 151T 38025B0321/00N000 321N 3.30 3.33
3A-3B
4.12
38025C0217/00Z014 217Z14
3.27 207B2 38025C0207/00B002
3.92
3.34
03/29/2017 00:00:00
3.97 3.98
4.42
20
5
38025C0217/00B013 217B13
laan
3.74
43
252E 38024B0252/00E000
4.22
38024A0143/00H000 143H
4.15
74
I
324X 38025B0324/00X000
Albert
38025B0324/00B002 324B2
38025B0324/00T000 324T
38025C0207/00Y000 207Y
38025B0334/00E005 334E5 38025B0326/00T002 3.99
49
2A
Vaartstraa
sstr
3.66
Oo
38024A0143/00C000 143C
rheid
t
3.82 3.81
3.55
Nijve
3
st
aat
207A2 38025C0207/00A002 38025C0217/00L012 217L12
4.31
31C
3.91
3.84
3
3.94 3.93
38025C0152/00M000 152M
38025C0151/00W000 151W
38024A0235/00A000 235A
3.72
19
t
38025C0217/00Z012 217Z12
38025C0207/00C002 207C2
aat
38024A0145/00C000 145C
3.64
38024A0143/00E000 143E 38025C0207/00W000 207W
3.53
4.50 4.40
31B
4.23
4.53
3.48
4.48
3.62
ng
Werkplaatsstraa
ra
3.36 3.37
nestr Turbi
3.99
ch
31A
4.23
38025C0217/00G010 217G10
4.23
334L5 38025B0334/00L005 3.84
4.39
38025C0203/00V002 203V2
Hande
38025C0207/00D002 207D2
4.19 4.52
207M 38025C0207/00M000
traat
38025C0217/00G012 217G12
142N 38024A0142/00N000
7
lsstr
3.88
4.31 4.46
at
Alber
4.43
Turbin
4.47
3.24
t
estra 1
aat
I
4.42
6 3.83
raat
72
3.08
3.06
Werkplaatsst
3.92 3.92
3.61
3.57
3.78
4.32
38024A0142/00P000 142P
38025C0217/00X012 217X12
at
3.53 3.49
rheid
38024A0138/00K002 138K2
aat
elsst
Nijve
nestr
raat
Turbi
sstra
4.30
4.55
Projectgrens
Hande
217K12 38025C0217/00K012
2.99
70
6-8
152Y 38025C0152/00Y000 4.24
2.97
3.42
38025B0335/00G006 335G6
17
Hand
2.97 38025C0203/00T002 203T2
50
19
lsstr
38025C0217/00H012 217H12
3.91
4.02
4.28
38024B0253/00M000 253M
aat
3.77 3.85
raat Werkplaatsst 1
38025B0335/00T005 335T5
38024A0190/00A000 190A
St
4.48
laan
Werkplaatss
3.75
3.75
ee
t 3.77 3.78
4.29
38025B0334/00A005 334A5
110A 38024A0110/00A000
2.94 2.98
38024A0188/00H000 188H
3.45
3.54 217B16 38025C0217/00B016
5
4.29
4.30
29
4.20
3.50
17
38024A0104/00C000 104C
38024A0145/00D000 145D
38024A0141/00G000 141G
3
38024A0140/00E000 140E
70
203S2 38025C0203/00S002
38024B0245/00C000 245C
4
4.05
4 4.50
95B 38024A0095/00B000
38025B0335/00V006 335V6
3.49 3.02 4.02
3.03 3.49 3.03
578A 38025C0578/00A000
152Z 38025C0152/00Z000
38024A0104/00D000 104D
3
572A 38025C0572/00A000
3.48
15
4.54 217Y12 38025C0217/00Y012 184S 38025C0184/00S000
138H2 38024A0138/00H002
38024A0140/00F000 140F
4.15
3.49
561B 38025C0561/00B000
38024A0138/00P000 138P
aat
203M2 38025C0203/00M002
lsstr
68A
38025B0335/00X005 335X5
38024A0138/00N002 138N2
at
2
sstra
152R 38025C0152/00R000
177C 38025C0177/00C000
4.13
138F2 38024A0138/00F002
3.52
3.06 3.36
3.73
Nijve
38025C0183/00H000 183H
4.00
rheid
3 50B
Hande
3.62 572C 38025C0572/00C000
4.46
38025C0581/00A000 581A
nieuw/ontbrekend/gebouw/gebouwaanhorigheid
5
138N 38024A0138/00N000
3.15 3.14
38024A0138/00M002 138M2
68B
3.72
3.09
3.31
1
38024A0138/00K000 138K
68
1
183F 38025C0183/00F000
Vaartstraat
38025B0338/00D004 338D4
4.15
3.88 3.82 4.04
38025C0183/00G000 183G
38024A0102/00B000 102B
38024A0138/00H000 138H
4.43 203R2 38025C0203/00R002
66
3.30 3.31
4.47 38024A0103/00A000 103A 4.27 38025C0203/00P000 203P
5
7
38024A0138/00E002 138E2 3.95
64
traat
3.33 38024A0135/00K000 135K 4.34
heidss
29A
62
3.38
3.35
3.33
3.34
38024A0135/00N000 135N
3.79
at
9
38025C0203/00X002 203X2 3.71 38025C0152/00P000 152P
38024A0138/00D002 138D2
203W2 38025C0203/00W002
3.65
aat
38024A0135/00V000 135V 561A 38025C0561/00A000
62
3.75
lsstr
ra
38024A0135/00P000 135P
Hande
38024A0135/00T000 135T 38025B0338/00X004 338X4 38025B0338/00Y004 338Y4
3.59
3.85
38024A0138/00P002 138P2
38025C0203/00M000 203M
raat
4
3.72
168L 38025C0168/00L000
lsstr
38024A0138/00R002 138R2
artst
aat Nijverheidsstr
3.84
4.35
Hande
st
Welva
St
ke
t
I
aat
38024A0135/00R000 135R
laan
3.10
27
St
ee
ng
ra
ch
t
Oo
13
st
38024A0138/00A002 138A2
38024A0138/00L002 138L2
Bestaande bomen
Hande
3.16
60
Alber
straat
Hande
38025C0203/00B002 203B2
3.66 3.65
3.66
er
3.37
lsstr
27A 5
203P2 38025C0203/00P002
Nijver
50A
nk
Alloene
aat
3.95
4 4.56
ee
lsstr
58
38024A0135/00F000 135F
38025C0168/00H000 168H 3.11 3.11
aat
3.73 3.88
06/12/2018 00:00:00
4.66
3.86
3.90 3.75
2
4.66 4.69
38025B0339/00M002 339M2 3.94 3.93 3.92 3.92
4.01
38024A0101/00A000 101A
56 3.91
aat
Lovaartdijkweg
38025B0339/00Z000 339Z
3.72
Nijverheidsstr 1-1B
38024A0135/00E000 135E
4.48
168D 38025C0168/00D000
4.09 4.52 168N 38025C0168/00N000
4.31
38024A0134/00H000 134H 178N2 38025C0178/00N002
3.17 38024A0138/00T002 138T2
3.86
51
38024B0245/00B000 245B 4.40
4.46
11
178G2 38025C0178/00G002
38024B0244/00E000 244E 178Z2 38025C0178/00Z002
56
54
244H 38024B0244/00H000 4.01
Welva
94B 38024A0094/00B000
4.08
artst
25
168E 38025C0168/00E000
2
4.30
4.23
raat
38024A0107/00A000 107A
4.28 38024A0134/00K000 134K
at stra
3.30 38025C0178/00P002 178P2
ingen 4.18
rnem
42/2 38024A0042/02_000
4.33
Onde 1
at
4.38 4.30
stra
166D 38025C0166/00D000 38025B0339/00L002 339L2
3.28
38025C0178/00V002 178V2
38024A0130/00C000 130C
ingen
4.34
38024A0131/00H000 131H
rnem
38024A0041/02A000 41/2A
Onde
178S2 38025C0178/00S002
3.32 38025C0178/00T002 178T2
Vaartstraat
52-53
178R2 38025C0178/00R002
raat genst
4.26 38024A0042/00F000 42F
3 117A 38024A0117/00A000
Boom grootorde 1
4.11 3.33
gewijzigde/foutieve geometrie/volledige weg
38024A0100/00B000 100B
3.69 38024A0041/00L000 41L
46
aat
48
38024A0040/00F000 40F
enstr
st
38024A0099/00A000 99A
neming
3.79
3.96
4.35
38024A0116/00A000 116A
Onder
ra
38024A0131/00E000 131E 569B 38025C0569/00B000
3.96
I
3.88
38025C0178/00Y000 178Y
19A
19
178V 38025C0178/00V000
97A 38024A0097/00A000 44-44B
52 38024A0041/00F000 41F
38024A0038/00Y000 38Y 38024A0107/00B000 107B
6
Vaar
38024A0041/00M000 41M 38024A0038/00W000 38W
12
tstr
ra
5
aat
3.14 43G 38024A0043/00G000
38025C0569/00A000 569A
at
aat
38024A0039/00N000 39N
8
38024A0038/00X000 38X
38024B0239/00B000 239B
enstr
4.32
38024A0093/00B000 93B
17
I
38025C0178/00L002 178L2
54-55
38024B0244/00G000 244G
neming
laan 42
Onder
Albert
38024A0038/00G002 38G2
38024A0108/00A000 108A
2.97
10
38024A0113/00A000 113A
4.16 3.85
aat
raat
enstr
Onder
38024A0038/00K000 38K
23
5A
38024A0043/00H000 43H
38024A0098/00A000 98A
110B 38024A0110/00B000
traat
38024B0239/00H000 239H
rkestra
Steenkerkes Alfonsho
at
raat
Vaartstraa
Vaartst
t
St
at 2.75
42 38024A0038/00N000 38N
straa
Steenke
tstra 38024A0037/02_000 37/2
kerke
Vaar 57
kerke
ee
2.86
2.88
2.77
4.29
Steen
21 38024A0038/00A002 38A2
38024A0037/03_000 37/3
3.92
38024A0108/00B000 108B
fleed
19
38024A0038/00E002 38E2
t
I laan
Steen
ng
38024A0038/00V000 38V
50C 38024A0050/00C000
cht
t straa
ra
neming 38024A0039/00L000 39L
ngra Stee
aat
2.96
59 56 3.38
Oost
Oo
Onder
Onder
2.86
aat
25
enstr
traat
38024A0038/00F000 38F
40
ch
38024A0038/00E000 38E
neming
nemin
38024A0038/00H002 38H2 38K2 38024A0038/00K002
neming
Vaarts
laan
3.64
t
38
I Albert
10
Onder
38T 38024A0038/00T000
t
38025C0178/02_000 178/2
4.46
enstr
genst
straa
st
3.91
3.92
Vaart
acht
st
3.19
Steengr
ke
4
38024A0038/00R000 38R
40K 38024A0040/00K000
38024A0040/00H000 40H
aat
er
Albert
enstr
nk
laan
52-53
neming
ee
Onder
at
at
at
38025C0166/00C000 166C
38025C0178/00Y002 178Y2
52-53
ke
4.22
7
straat
20
Boom grootorde 2
Legende:
38024B0252/00E000 252E
emingen
2.56
193B 38024B0193/00B000 acht
Ondern 4.59
Oost
38024A0031/00D000 31D
Albert
92C 38024A0092/00C000
2.53
38024A0037/05B000 37/5B
Steengr
38024A0038/00D002 38D2
4.63
17A
4.78
58
4.61
Ondern emingen
Projectgrens
2.65
38024B0245/00C000 245C
straat
Vaartstraa
Vaartstraat
38024B0253/00M000 253M
19 38024A0110/00A000 110A
2.91
38024A0037/05C000 37/5C
38024A0037/00D000 37D
38024A0049/00B000 49B
9
95B 38024A0095/00B000
38024A0033/00C000 33C
t
2.68 2.75
Vaartstraat
2.69
straat
4.27
11
emingen Ondern 2.77
t
t
38024A0033/00F000 33F
Oost
grach
straa
Bestaande bomen
Steen
kerke
13
91C 38024A0091/00C000
Steen
38024A0033/00E000 33E
15 38024B0245/00B000 245B
Boom grootorde 3
38024B0244/00E000 244E 38024B0244/00H000 244H
60
94B 38024A0094/00B000
02/22/2016 00:00:00 38024A0035/00B000 35B
t straa 38024A0037/00E000 37E
kerke Stee
St
Steen
nker
89A 38024A0089/00A000
raat
Steenk erkest
nk
at
97A 38024A0097/00A000
raat 38024A0093/00B000 93B
38024B0244/00G000 244G
Steenke
grach
t
38024C0174/00K000 174K
Vaart
ke
9
Oost
rkestra
er
raat
38024A0050/00C000 50C
ra
92C 38024A0092/00C000
uisst
8
92D 38024A0092/00D000
straat
st
38024B0193/00B000 193B
Boom grootorde 2
Gasth
at
11
St
76B 38024A0076/00B000
ee
er
ke
st
ra
91C 38024A0091/00C000
at
38024A0050/00D000 50D
Boom grootorde 3
38024A0089/00A000 89A
9
8
92D 38024A0092/00D000
t
8
3.37
nk
straa
81K 38024A0081/00K000
kerke
Onderzoek gehele site - toekomstbomen schaduw 2050 3.32
Steen
figuur 72
Boom grootorde 1
kest
ee
© AVANTGARDEN
Steen
ra
stra
38024A0131/00K000 131K
50 178E2 38025C0178/00E002
38025C0157/00R000 157R
er
st
5
38024A0041/00H000 41H
23
38025C0178/00X002 178X2
nk
ke
3.74
laan 3.95
ee
ee
er
Onder
4.04
I Albert
38025C0569/00C000 569C
4.46
38024A0102/00A000 102A
ingen
St
St
nk
3.38
nemin
52
4.17
rnem
21
Onde
38025C0178/00W002 178W2
4.78 4.79
D e fo n k e l
St
t
11
straa 3.32
kerke
38024A0081/00K000 81K
8
Steen
3.37
38024A0076/00B000 76B
38024A0090/00E000 90E
7
90E 38024A0090/00E000
7
145
4. BOMEN Bomen
Bestaande boom, te behouden Aanpak:
Instadhoudingsbeheer & begeleidingssnoei van bestaande bomen Standplaatsverbetering indien mogelijk extensief beheer in de kruinprojectiezone.
Beheer:
- VTA - Begeleidingssnoei - Extensief beheer van kruidlaag in kruinprojectie. (enkel voor bomen buiten bosverband).
Landschapsboom 1e orde - als solitaire parkboom / in groep van 2-3
Doelbeeld:
Vrij uitgroeiende hoogstambomen, beeldbepalend. Te beschouwen als primair te ontwikkelen toekomstboom
Aanpak:
Aanplanten van hoogstambomen 18/20 en 20/25 als solitair of in groepen van 2 tot 3 exemplaren. aanplant in een zone met voldoende onder- en bovengrondse groeiruimte. Te planten in minimaal 5m3 losse grond (gespit) waarvan 2m3 teelaarde in plantgat.
Beheer:
- Begeleidingssnoei - Extensief beheer van kruidlaag / ruigtekruidlaag in kruinpr ojectie
Soorten:
- Quercus robur - Zomereik - Creataeguus monogyna - Meidoorn - Carpinus betulus - Haagbeuk - Acer campestre - Veldesdoorn - Fraxinus excelsior - Gewone es - Tilia cordata - Populus tremula - Populus alba
Bosboom - als onderdeel van de boszone
Acer campestre - Veldesdoorn
Doelbeeld:
Bomen als onderdeel van de boszone - biodiverse loofboszone.
Aanpak:
Aanplanten van hoogstambomen 14/16 of 16/18 in combinatie met bosplantsoen. Verspreid in boszone volgens landschapsplan om sneller tot een bosvegetatie te komen.
Beheer:
- Begeleidingssnoei
Soorten:
- Quercus robur - Zomereik - Creataeguus monogyna - Meidoorn - Carpinus betulus - Haagbeuk - Acer campestre - Veldesdoorn - Fraxinus excelsior - Gewone es - Pinus s ylvestris - ...
Crataegus monogyna - Eénstijlige meidoorn
Straat- en laanboom met uniform beeld


Straat- en laanboom Doelbeeld:
Straat- en laanboom met een duidelijke afgelijnde habitus. Uniforme, inheemse boom om als laan te plaatsen. Deze uniforme boom accentueert het laanbeeld en contrasteert met de vrije, imperfecte bosbomen, als extensie van de groene vingers.
Aanpak:
Aanplant als bomen met plantmaat 18/20 of 20/25
Beheer:
- Jaarlijkse visuele controle en begeleidingssnoei.
Soorten:
Hoogstamb omen: - Acer Campestre 'Elsrijk'
Boom - waterminnend (rondom wadi / gracht) Doelbeeld:
146
ACTIES & BUSINESSCASES
Landschapsboom waterminnend - in harmonie met hydrologische structuur; wadi / gracht
Aanpak:
Aanplant als bomen met plantmaat 18/20 of 20/25
Beheer:
- Jaarlijkse visuele controle en begeleidingssnoei.
Soorten:
Hoogstambomen: - Alnus glutinosa (Zware els), - Salix alba (wilg)
- Populus alba
Bosboom - als onderdeel van de boszone
Acer campestre - Veldesdoorn
Doelbeeld:
Bomen als onderdeel van de boszone - biodiverse loofboszone.
Aanpak:
Aanplanten van hoogstambomen 14/16 of 16/18 in combinatie met bosplantsoen. Verspreid in boszone volgens landschapsplan om sneller tot een bosvegetatie te komen.
Beheer:
- Begeleidingssnoei
Soorten:
- Quercus robur - Zomereik - Creataeguus monogyna - Meidoorn - Carpinus betulus - Haagbeuk - Acer campestre - Veldesdoorn - Fraxinus excelsior - Gewone es - Pinus s ylvestris - ...
Crataegus monogyna - Eénstijlige meidoorn
Straat- en laanboom met uniform beeld


Straat- en laanboom Doelbeeld:
Straat- en laanboom met een duidelijke afgelijnde habitus. Uniforme, inheemse boom om als laan te plaatsen. Deze uniforme boom accentueert het laanbeeld en contrasteert met de vrije, imperfecte bosbomen, als extensie van de groene vingers.
Aanpak:
Aanplant als bomen met plantmaat 18/20 of 20/25
Beheer:
- Jaarlijkse visuele controle en begeleidingssnoei.
Soorten:
Hoogstamb omen: - Acer Campestre 'Elsrijk'
Boom - waterminnend (rondom wadi / gracht)
figuur 73
Doelbeeld:
Landschapsboom waterminnend - in harmonie met hydrologische structuur; wadi / gracht
Aanpak:
Aanplant als bomen met plantmaat 18/20 of 20/25
Beheer:
- Jaarlijkse visuele controle en begeleidingssnoei.
Soorten:
Hoogstambomen: - Alnus glutinosa (Zware els), - Salix alba (wilg) - Carpinus betulus (Haagbeuk)... - Populus ssp.
Boomfiches algemeen
147
ACTIE: TIJDELIJKE NATUUR Inhoudelijke beschrijving Open ruimte is schaars in Vlaanderen. Zowel de natuur als het stedelijk weefsel zijn versnipperd. In het bedrijventerrein zijn er heel wat open ruimtes die in afwachting van ontwikkeling weinig ecologische waarde hebben. Met kleine handelingen kan de natuur tijdelijk geïncorporeerd worden totdat het terrein een andere toepassing krijgt. De tijdelijke toepassing zal een economische en socio-emotionele invulling voor het bedrijventerrein zijn. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch…): -
Bedrijven besteden vandaag de dag veel geld aan het onderhoud van kort gemaaide grasvelden. Dit beheertype is kostbaar en wordt vaak gekozen om een ordelijk uiterlijk te creëren, maar levert weinig ecologische waarde op. Groene zones met een rijke biodiversiteit, zitgelegenheid en ruimte voor kleinschalige evenementen dragen bij aan het welzijn van mensen. Ze bieden ontspanning, sociale interactie en verhogen de leefkwaliteit in de omgeving. Een diverse beplanting stimuleert de aanwezigheid van flora en fauna. Planten trekken dieren aan, en die stimuleren op hun beurt weer andere levensvormen, wat leidt tot een sterker en veerkrachtiger ecosysteem.
Initiatiefnemer -
Bedrijven
Betrokken actoren -
Eventueel herders Eventueel imkers WVI Stad Veurne AWV Veurne@Work (sensibilisatie)
Organisatie/plan van aanpak Kijken op zowel privaat als openbaar domein waar er mogelijkheden zijn. -
Inzaaien van een bloemenweide en aanplanten van struiken met behulp van een subsidie. Picknickbanken plaatsen. Planten van bomen voor het beschaduwen van de plekken. Braakliggende percelen laten beheren door een herder of te verhuren aan een imker.
De terreinen kunnen op aanvraag gebruikt worden voor kleine en/of lokale evenementen. -
Bij bebouwing worden er regels opgesteld om een deel van het groen te behouden. Zie de businesscase als voorbeeld hiervan. Behoud van bomen aansluitend op het openbaar domein in samenspraak met Stad Veurne of AWV. Behoud van buffergroen of m² compenseren op eigen terrein.
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid of studies: -
Klimaatverandering en ruimteschaarste in Vlaanderen eisen hun tol van de fauna en flora. Maatschappelijke nood aan ontspanning en consumptie in een groene inrichting. Er zijn geen vooropgestelde richtlijnen die een welbepaalde wet hanteren. Er zijn wel gemeentelijke richtlijnen die onderling verschillen. Toepassingsgebied: tijdelijke natuur is toegestaan op terreinen die een niet-natuurlijke bestemming hebben, zoals industrie-, woon- of kantoorgebieden. Geen herbestemming: tijdelijke natuur verandert de juridische bestemming van de grond niet. Je terrein blijft dus industriegrond. Latere ontwikkeling blijft mogelijk: je mag het terrein later alsnog bebouwen of ontwikkelen. De aanwezigheid van beschermde soorten op dat moment blokkeert je plannen niet, op voorwaarde dat je tijdelijke natuur correct gemeld hebt. Er zijn vergunningsvoorwaarden gekoppeld aan tijdelijke natuur. Natuurbeheerplannen voor elke laag in de beplantingsstrategie (Natuurenbos.vlaanderen.be)
Link met overkoepelende visie en doelstellingen: Om te voldoen aan een klimaatrobuust en natuurinclusief bedrijventerrein helpen alle biodiverse zones, ook al zijn ze tijdelijk. Deze zones vormen stepping stones doorheen het terrein om de naburige grotere groenzones te verbinden. Ook is het een ambitie om te voldoen aan de 3-30-300-regel – 3 bomen zichtbaar van ieder punt, 30% kroonbedekking en 300 meter tot een groene zitplek. Afhankelijk van de groene inrichting van de ontharde zone zal ook aan deze regel worden voldaan. 148
ACTIES & BUSINESSCASES
Randvoorwaarden Technisch -
Eventueel aanplantingsplan Onderhoudsplan Eventueel connectie herder/imker
Financieel -
Juridisch -
Er zijn geen juridische beperkingen als er geen bedreigde diersoorten aanwezig zijn. Anders zal er met de natuurinstantie naar een oplossing gezocht worden. Vermijden van juridische conflicten bij latere ontwikkeling door vooraf afspraken te maken.
Minder onderhoud en dus minder kosten Tijdelijke natuur kan deel uitmaken van een groter biodiversiteitsproject (gemeentelijk, provinciaal of Europees gesubsidieerd). Kan een onderdeel worden van een marketingonderdeel. Geen waardeverlies omdat de bestemming als industrie blijvend is. Er is dan ook geen ontwikkelingsprobleem.
Ruimtelijk -
Er zijn heel wat braakliggende terreinen waarvan er niet geweten is wanneer deze bebouwd zullen worden. De geprivatiseerde percelen hebben elk een andere uitstraling. Een coherent geheel vormen leidt tot een betere uitstraling met uniformiteit. Meubulair zoals picknickbanken kan via een project vanuit Stad Veurne voorzien worden en telkens verplaatst worden naar een nieuwe zone met tijdelijke natuur bij ontwikkeling van het perceel.
6.2 Samenvatting businesscase: tijdelijke natuur Een uitgewerkt voorbeeld van tijdelijke natuur vind je in de businesscase in bijlage F3 - HT 5 'P6 - landschap'. Hier wordt als voorbeeld de open ruimte op het perceel van het bedrijf DUCO ingericht als tijdelijke natuur. In het voorbeeld wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen in deze zone, het juridisch kader en geschikte beplanting. Afhankelijk van de periode waarin de tijdelijke natuur aanwezig zal zijn en de ecologische kwaliteit ervan, kan worden bepaald in welke mate er wordt geïnvesteerd. Dit wordt weergegeven met drie ramingen en een actieplan bij het hoofdstuk F3 vanaf pagina 352.
149
7
Sociale dienstverlening
7.1
Actiefiches
7.1.1
Context en uitdaging
Een bevraging van Veurne@Work toont aan dat genoeg deelnemers vinden voor een opleiding een gedeelde en structurele uitdaging is voor de bedrijven op bedrijventerrein Veurne Zone I. Vierentwintig bedrijven geven aan bereid te zijn om deel te nemen aan gezamenlijke opleidingen. Samen vertegenwoordigen zij meer dan zestienhonderd potentiële deelnemers. Dit bevestigt dat opleiding geen louter individuele bedrijfsbehoefte is, maar een collectief thema op het niveau van het bedrijventerrein. Daarnaast blijkt dat bedrijven niet alleen willen deelnemen, maar ook actief willen bijdragen aan een gezamenlijke aanpak. Twintig bedrijven staan open om deelnemers van andere ondernemingen te ontvangen. Veertien bedrijven beschikken over opleidingslokalen die zij ter beschikking willen stellen. Achttien bedrijven organiseren vandaag al interne opleidingen en zijn bereid hun ervaring, kennis en aanpak te delen. Deze combinatie van engagement en interne capaciteit wijst op een duidelijke maturiteit binnen het bedrijventerrein. De uitdaging ligt vandaag dan ook niet in het creëren van interesse, maar in het omzetten van deze bereidheid naar een structurele en efficiënte collectieve opleidingswerking. Opleidingen worden nu vooral individueel georganiseerd, wat leidt tot versnippering, dubbele inspanningen en een minder efficiënt gebruik van middelen. In een context van een structureel krappe arbeidsmarkt en een beperkte instroom van nieuwe arbeidskrachten wordt het versterken en behouden van bestaande competenties steeds belangrijker. Collectieve opleiding biedt hier een duidelijke hefboom om schaalvoordelen te realiseren en de opleidingsdruk voor individuele bedrijven te verlagen.
7.1.2
Voorwaarden voor samenwerking
De combinatie van een voldoende groot aantal geïnteresseerde bedrijven, een aanzienlijk potentieel aan deelnemers en de beschikbare opleidingsinfrastructuur op het bedrijventerrein zorgt voor een gunstige uitgangspositie voor collectieve opleiding. Inhoudelijk ligt de focus eerst op opleidingen met een duidelijke en gedeelde nood. Wettelijk verplichte opleidingen, zoals veiligheid, EHBO en brandpreventie, worden door bedrijven gezien als een logische start voor gezamenlijke organisatie. Daarnaast is er een sterke vraag naar opleidingen rond leiding geven en soft skills. Dit wijst op een bredere behoefte aan competentieversterking en professionele ontwikkeling. Ook de praktische randvoorwaarden zijn duidelijk. Bedrijven verkiezen opleidingen die lokaal op het bedrijventerrein plaatsvinden, tijdens de werkuren en binnen een voorspelbare planning. Het eerste kwartaal wordt het vaakst genoemd als het meest geschikte moment. Deze duidelijke verwachtingen verhogen de haalbaarheid en de slaagkansen van samenwerking.
150
ACTIES & BUSINESSCASES
7.1.3
Participatietraject
Tijdens het participatietraject en de workshop rond toekomstbeelden verkenden en beoordeelden de bedrijven samen mogelijke oplossingen. Ze rangschikten verschillende opties op basis van haalbaarheid en meerwaarde. Gedeelde trainingsfaciliteiten, gezamenlijke opleidingen en een gedeelde train-the-traineraanpak kwamen naar voren als de oplossingen met het grootste potentieel. Deze rangschikking toont aan dat bedrijven niet alleen samen opleidingen willen volgen, maar ook openstaan voor samenwerking in organisatie en kennisdeling. Het participatietraject zorgde voor een gedeeld inzicht in de uitdaging en een eerste convergentie rond concrete oplossingsrichtingen. Dit vormt een stevige basis om de stap te zetten van verkennende samenwerking naar een structurele en breed gedragen collectieve opleidingsaanpak.
Binnen het traject wordt een gezamenlijke opleidingskalender uitgewerkt. Dit is een laagdrempelig instrument dat een duidelijk overzicht biedt van geplande opleidingen en beschikbare plaatsen. Zo kan de capaciteit per opleiding maximaal worden benut. Vandaag polst Veurne@Work sporadisch via berichten of bedrijven interesse hebben om open plaatsen in een opleiding in te vullen. Door dit te structureren in een centrale opleidingskalender wordt deze aanpak efficiënter en transparanter. Ondernemers krijgen sneller zicht op het aanbod en worden actiever gestimuleerd om beschikbare plaatsen in te nemen. Meer toelichting over de concrete uitwerking en organisatie volgt in de volgende actiefiche.
151
ACTIEFICHE: GEDEELD OPLEIDINGSAANBOD Inhoudelijke beschrijving Opleidingen zijn belangrijk voor het versterken van talent, het verhogen van de veiligheid op de werkvloer en het versterken van de competitiviteit van bedrijven. Voor verschillende functies zijn opleidingen ook verplicht volgens de wetgeving, bijvoorbeeld rond veiligheid, EHBO of het gebruik van machines. Op het bedrijventerrein Veurne Zone I zijn veel bedrijven actief in de voedingsindustrie en de bouwnijverheid. In beide sectoren komen gelijkaardige opleidingsnoden terug, zoals EHBO, heftruck, hoogtewerkers, veiligheid op de werf en ergonomie. Door deze opleidingen collectief te organiseren op het niveau van het bedrijventerrein kunnen bedrijven kosten delen en opleidingsinfrastructuur beter benutten. Vooral voor kmo’s biedt dit voordelen, omdat zij vaak te weinig deelnemers hebben om zelf opleidingen te organiseren. Naast verplichte opleidingen kan het gedeelde aanbod later ook uitbreiden met opleidingen rond thema’s zoals digitalisering, automatisering, leiderschap, duurzaamheid en welzijn op de werkvloer. Zo kan het bedrijventerrein stap voor stap evolueren naar een structureel samenwerkingsmodel rond competentieontwikkeling en levenslang leren. Deze actie draagt bij aan de ontwikkeling van het bedrijventerrein als een plek waar bedrijven samenwerken rond talentontwikkeling, veilige werkomstandigheden en duurzame tewerkstelling. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch…): Deze actie speelt in op actuele noden rond kostenefficiënt opleiden, samenwerking tussen bedrijven en de vraag naar flexibele leermethoden. Gedeelde opleidingen bieden directe meerwaarde voor het bedrijventerrein Veurne Zone I door: -
kostenefficiëntie voor bedrijven dankzij een hogere bezettingsgraad van opleidingen betere benutting van bestaande opleidingsinfrastructuur meer samenwerking en kennisdeling tussen bedrijven versterking van de competenties van werknemers een toegankelijker opleidingsaanbod voor kmo’s met beperkte schaal of middelen versterking van het lokale arbeidsmarktprofiel van het bedrijventerrein
Initiatiefnemer -
Veurne@Work: coördinatie en planning van het opleidingsaanbod, communicatie naar bedrijven, opvolging van deelname en evaluatie, verkennen van subsidiemogelijkheden
Betrokken actoren -
-
-
152
ACTIES & BUSINESSCASES
Bedrijven: opleidingsnoden aangeven, deelnemen aan opleidingen, eventueel opleidingsinfrastructuur ter beschikking stellen Opleidingspartners (optioneel): opleidingsinhoud, trainers en materiaal voorzien Communicatie- en IT-partners (optioneel): sensibilisering en communicatie, ontwikkeling van een digitaal inschrijvingsplatform VLAIO: advies over steunmaatregelen, kennisdeling met andere regio’s Stad Veurne: beleidsmatige ondersteuning, mogelijke subsidiekanalen, koppeling met de lokale arbeidsmarktstrategie Opleidings- en sectorfondsen: ondersteuning bij financiering van opleidingen, mogelijke inhoudelijke samenwerking
Organisatie/plan van aanpak De organisatie gebeurt via een gefaseerde aanpak. FASE 1: voorbereiding en analyse -
sensibilisering van bedrijven via Veurne@Work inventarisatie van bestaande opleidingen bevraging en analyse van opleidingsnoden bij bedrijven
FASE 2: samenstelling opleidingsclusters -
groeperen van bedrijven rond gelijkaardige opleidingsnoden bepalen van een gedeeld opleidingsaanbod verkennen van mogelijke opleidingspartners opvragen van offertes
FASE 3: uitrol pilootopleidingen -
planning en organisatie van pilootopleidingen uitwerken van de financiering verzekeringen voor infrastructuur, opleiders en deelnemers communicatiecampagne en eventueel een digitaal inschrijvingsplatform
FASE 4: evaluatie en verankering -
evaluatie van de pilootopleidingen door deelnemende bedrijven verwerken van feedback in volgende opleidingsrondes verkennen van uitbreiding naar andere stakeholders in de regio (bijvoorbeeld scholen of andere bedrijventerreinen)
FASE 5: structureel opleidingsplatform binnen het bedrijventerreinmanagement Na de pilootfase kan het project uitgroeien tot een structureel opleidingsprogramma binnen het bedrijventerreinmanagement van Veurne@Work. Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid en studies: De sociale pijler van de Europese Unie en de Vlaamse beleidsvisie richting 2030 leggen sterk de nadruk op veilige en gezonde werkomstandigheden en levenslang leren. Collectieve opleidingen rond veiligheid, ergonomie en welzijn op de werkvloer dragen rechtstreeks bij aan deze doelstellingen. Daarnaast sluit deze actie aan bij de Vlaamse visie op bedrijventerreinen als plaatsen waar bedrijven samenwerken rond maatschappelijke en economische uitdagingen, zoals arbeidsmarkt, opleiding en duurzame tewerkstelling. Link met overkoepelende visie en doelstellingen Door opleidingen gedeeld te organiseren, worden opleidingsnoden niet langer alleen individueel aangepakt. Deze actie stimuleert samenwerking tussen bedrijven en draagt bij aan een collectieve aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt.
153
Randvoorwaarden Technisch -
Learning & Development: Kennis van opleidingsplanning is nodig om opleidingsclusters te identificeren met de grootste meerwaarde voor bedrijven en de regio. Communicatie: Gerichte sensibilisering is nodig om een hoge betrokkenheid bij bedrijven te bereiken. IT: Eventueel een digitaal systeem voor inschrijvingen en het beheer van opleidingsdocumenten.
Financieel -
Een gedetailleerde kostenanalyse is nodig. Indicatieve kosten: -
-
Mogelijke financieringsbronnen: -
Juridisch -
154
Verzekeringen: Aanbieders van opleidingsruimtes, opleiders en deelnemers moeten verzekerd zijn. Certificatie: Certificaten worden uitgereikt via erkende opleidingsaanbieders.
ACTIES & BUSINESSCASES
coördinatie: ± 0,2 FTE gedurende 12 maanden communicatie en bevraging (enquête of netwerkmoment) eventueel digitaal platform Opleidingskosten worden in principe gedragen door deelnemende bedrijven en/of subsidies. Kmo-portefeuille (VLAIO) sectorfondsen VDAB / Syntra ESF Vlaanderen
Ruimtelijk -
Voor sommige opleidingen zijn aangepaste opleidingsruimtes nodig op het bedrijventerrein, bijvoorbeeld magazijnruimte voor heftruckopleidingen of voldoende grote opleidingszalen.
ACTIEFICHE: UITWERKEN VAN OPLEIDINGSKALENDER Inhoudelijke beschrijving Veel bedrijven organiseren zelf opleidingen voor hun werknemers. Vaak blijven er plaatsen vrij in een opleiding, waardoor de kost per deelnemer stijgt. Tegelijk hebben sommige bedrijven maar één medewerker die een specifieke opleiding nodig heeft. In dat geval is het moeilijk om zelf een opleiding te organiseren. Een gedeelde opleidingskalender kan hiervoor een oplossing bieden. Dit systeem geeft een overzicht van opleidingen die bedrijven op het bedrijventerrein organiseren en toont waar nog plaatsen beschikbaar zijn. Via deze kalender kunnen bedrijven: -
beschikbare plaatsen in opleidingen openstellen voor andere bedrijven medewerkers inschrijven voor opleidingen van andere bedrijven zien welke opleidingsruimtes beschikbaar zijn op het bedrijventerrein
Zo kunnen bedrijven opleidingen efficiënter organiseren en meer samenwerken rond competentieontwikkeling. Verwachte impact (economisch, maatschappelijk, ecologisch…): Deze actie speelt in op de nood aan een efficiëntere organisatie van opleidingen en meer samenwerking tussen bedrijven. Een gedeelde opleidingskalender kan bijdragen aan: -
een hogere bezettingsgraad van opleidingen een lagere kost per deelnemer betere benutting van opleidingsinfrastructuur meer samenwerking en kennisdeling tussen bedrijven een toegankelijker opleidingsaanbod voor kmo’s
Initiatiefnemer -
Veurne@Work: beheer van de opleidingskalender, communicatie naar bedrijven, opvolging en evaluatie van het gebruik
Betrokken actoren -
Bedrijven: opleidingen toevoegen aan de kalender, medewerkers inschrijven voor opleidingen, opleidingsfaciliteiten delen Stad Veurne: ondersteuning bij communicatie en sensibilisering
Organisatie/plan van aanpak De organisatie gebeurt via een gefaseerde aanpak. FASE 1: opzetten van een platform -
Als start kan de opleidingskalender een eenvoudig gedeeld Excelbestand of een online kalender zijn. Als er voldoende vraag is, kan later worden geïnvesteerd in een digitale tool. Er wordt ook een korte handleiding opgesteld voor het gebruik van de kalender.
FASE 2: uitrol van de opleidingskalender -
bekendmaking van de kalender via Veurne@Work en Stad Veurne bedrijven stimuleren om opleidingen en beschikbare plaatsen toe te voegen bedrijven kunnen ook opleidingsfaciliteiten registreren die zij willen delen
FASE 3: evaluatie en verankering -
evaluatie van de opleidingskalender door deelnemende bedrijven feedback gebruiken om het systeem verder te verbeteren blijvende communicatie om het systeem structureel te verankeren
155
Context Link met maatschappelijke uitdagingen en bestaande richtlijnen, beleid en studies De sociale pijler van de Europese Unie en de Vlaamse beleidsvisie richting 2030 benadrukken het belang van veilige werkomstandigheden en levenslang leren. Door opleidingen toegankelijker te maken voor werknemers op het bedrijventerrein draagt deze actie bij aan deze doelstellingen. Daarnaast stimuleert het delen van opleidingsplaatsen en opleidingsruimtes samenwerking tussen bedrijven en een efficiënter gebruik van bestaande infrastructuur. Link met overkoepelende visie en doelstellingen: -
Deze actie helpt om meer samenwerking tussen de bedrijven te krijgen, waardoor een collectieve aanpak wordt bevorderd. Stimuleren van de deeleconomie door opleidingsruimtes te delen.
Randvoorwaarden Technisch -
Digitale tools kunnen op termijn helpen om de kalender verder te ontwikkelen en gebruiksvriendelijker te maken.
Juridisch -
156
Bij het delen van contactgegevens en inschrijvingen moet rekening worden gehouden met de GDPR-regelgeving.
ACTIES & BUSINESSCASES
Financieel -
De kosten blijven beperkt en hebben vooral betrekking op het beheer van de kalender of een eventuele digitale tool. De opleidingen blijven door de individuele bedrijven georganiseerd worden. Hiervoor kunnen ze subsidiekanalen, die ze anders ook aanschrijven blijven gebruiken.
Ruimtelijk -
De kalender kan ook een overzicht bevatten van opleidingsruimtes die bedrijven beschikbaar stellen voor andere bedrijven.
157
F BIJLAGE
F1 BEGRIPPENLIJST
F2 ONTWERPEND ONDERZOEK MASTERPLAN
F3 VERDIEPEND THEMATISCH ONDERZOEK
F1
BEGRIPPENLIJST
Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit bepaalt de uitstraling, de visuele kwaliteit van de publieke ruimte en/of bebouwing. Hoe groter de beeldkwaliteit, hoe aantrekkelijker de omgeving wordt bevonden. De beeldkwaliteit draagt bij tot de leefkwaliteit. Doorgaand verkeer
Verharding Een verharding is een oppervlakte waarvan de aard en/of toestand van het bodemoppervlak gewijzigd is door het aanbrengen van artificiële, (semi-)ondoorlaatbare materialen waardoor essentiële ecosysteemfuncties van de bodem verloren gaan (woningen, wegen, andere constructies enz.).
Doorgaand verkeer is verkeer dat op deze locatie of ergens in de nabijheid geen bestemming heeft. Doorgaand verkeer gebruikt de route voornamelijk om van een verdere locatie naar een andere verdere locatie te gaan. Het doorgaand verkeer passeert en stopt in theorie niet.
Waterbuffer
Fietssnelweg
Watergebonden bedrijvigheid
Fietssnelwegen of ‘fietsostrades’ zijn fietsroutes tussen steden die tot 15 à 20 km van elkaar liggen. Ze bieden de mogelijkheid om snel naar het werk te fietsen. Uiteraard kunnen ook scholieren en recreatieve fietsers de routes gebruiken.
Bedrijven waarvan de werking afhankelijk is van een ligging aan vaarwater, zoals overslagbedrijven, scheepswerven of watergebonden logistiek.
Een gebied of voorziening waar tijdelijk overtollig regenwater wordt opgevangen om piekbelasting op het riool en waterlopen te vermijden.
Zuinig ruimtegebruik Fluviale overstromingsgevoelige zone Gebied dat gevoelig is voor overstromingen veroorzaakt door het buiten de oevers treden van rivieren of beken. Gemotoriseerd verkeer Verkeer dat gebruikmaakt van gemotoriseerde voertuigen zoals auto’s, vrachtwagens, motorfietsen en bussen. Pluviale overstromingsgevoelige zone Gebied dat gevoelig is voor overstroming door hevige regenval waarbij het regenwater niet snel genoeg kan wegstromen. Regentuin Een groenzone die regenwater opvangt en infiltreert, bedoeld om wateroverlast te verminderen en verdroging tegen te gaan. Sociale cohesie De mate van verbondenheid, vertrouwen en solidariteit tussen mensen binnen een gemeenschap. Traag netwerk Netwerk van wegen en paden die vooral bestemd zijn voor langzaam verkeer zoals wandelaars en fietsers.
162
BIJLAGE
Zuinig ruimtegebruik betreft het efficiënt benutten en toekomstbestendig maken van beschikbare ruimte binnen een bedrijventerrein, met als doel het maximaliseren van economische activiteiten en functionaliteit per vierkante meter, terwijl verspilling van ruimte wordt geminimaliseerd en duurzaamheid wordt bevorderd. Emissies Emissies worden onderverdeeld in drie scopes: Scope 1 omvat directe uitstoot door eigen installaties of voertuigen, Scope 2 betreft indirecte emissies door aangekochte energie, en Scope 3 omvat alle overige indirecte emissies in de waardeketen, zoals transport (exclusief bedrijfsvoertuigen) en afvalverwerking.
163
F2
ONTWERPEND ONDERZOEK MASTERPLAN
1
Analyse
166
1.1
Mobiliteit
1.3 Zuinig ruimtegebruik
166 168 170
2
Straatprofielen
172
2.1
Onderzoek noordelijke lus in grondplan
2.4 Onderzoek zuidelijke lus in snede
172 174 178 180
3
ROC onderzoek
182
3.1
Scenario's
182 184
1.2 Landschap
2.2 Onderzoek noordelijke lus in snede 2.3 Onderzoek centrale as in snede
3.2 (Ontwerpend) onderzoek
1 1.1
Analyse Mobiliteit
De mobiliteitsanalyse toont duidelijke structuren én verbeterkansen op het bedrijventerrein. De Albert I-laan vormt een heldere hoofdstructuur, aangevuld met een verkeerslus via de Nijverheids-, Welvaart- en Vooruitgangsstraat. Toch zorgen enkele doodlopende straten (Ondernemingenstraat en Handelstraat) en het ontbreken van een vlotte logistieke verbinding met het ROC voor knelpunten. Wat fietsinfrastructuur betreft, ligt het terrein gunstig ten opzichte van meerdere fietssnelwegen (F35, F38, F39, F391) en een bovenlokale fietsverbinding via het Suikerpark. Op het terrein zelf ontbreekt veilige fietsinfrastructuur. Op het vlak van openbaar vervoer is de nabijheid van station Veurne en meerdere buslijnen een troef, maar er ontbreken haltes op of aan het terrein zelf. De huidige wandelafstanden vormen een drempel. Een pendelbus over de Albert I-laan kan hier een oplossing bieden. Zonder bijkomende OV-maatregelen dreigt de parkeerdruk verder toe te nemen. figuur 74
OV
Brugseste B e dr
t aa tr t
tr a at
n
d
n er
em
ing
s en
at ra st e ls nd
(N
0)
Ha
tI
an
39
tr a
at
ijven laan n es t r a at
ls s de
aa
an
tr
t er
-l a
ts
laa
BIJLAGE
gs
aa
ar
pa
166
wegenstructuur
an
tr ss b Al
va
ro Eu
On
figuur 75
i tg
id he er ijv
at
el W
g
r a at
e nw e
t Vaar ts
s e s te
pla
N
Ieper
rk We
r sst
a at
ru
H
Vo o
Alloe
enweg (N35
)
Nijverheidsstraat
Albert I-laan
Vaartstraat
Handelsstraat
Ondernemingenstraat figuur 76
fietsgebruik
Koksijde
Oudenburg
Torhout
Ieper figuur 77
fiets
167
1.2
Landschap
Het bedrijventerrein kent enkele landschappelijke kwaliteiten, zoals waardevol groen aan de randen en bestaande bomenrijen langs de E40 en het spoor. Binnen de site is het groen versnipperd en vaak beperkt tot perceelsgrenzen, wat een efficiënt ruimtegebruik belemmert. Daarnaast blijkt uit de pluviale overstromingskaart dat vooral de lager gelegen delen van het terrein kwetsbaar zijn voor wateroverlast bij hevige regenval. Bij nieuwe ontwikkelingen in overstromingsgevoelige zones blijft wateradvies cruciaal.
figuur 78
168
groenblauwe structuur
BIJLAGE
figuur 79
groenblauwe structuur
169
1.3
Zuinig ruimtegebruik
Het bedrijventerrein heeft een sterke basisstructuur met een groot aandeel middelgrote tot zeer grote percelen, waarvan ook een aanzienlijk deel bebouwd is met grootschalige gebouwen. Dit vormt een goede uitgangspositie voor efficiënt ruimtegebruik. Toch is er op verschillende vlakken nog optimalisering mogelijk. De huidige versnippering van private parkeerzones leidt tot een inefficiënt gebruik van de ruimte en grote verharde oppervlakken, wat niet alleen ruimteverspilling veroorzaakt, maar ook het risico op pluviale overstroming vergroot. Ook de mix van perceels- en gebouwgroottes zonder duidelijke logica wijst op een gebrek aan ruimtelijke afstemming. Vandaag zijn er voornamelijk lage gebouwen op de site. Nochtans tonen enkele bestaande voorbeelden – zoals het meerlagige gebouw van PepsiCo – aan dat verticale ontwikkeling mogelijk is. Hoger bouwen, met name langs de E40, biedt kansen om functies te stapelen en strategische zichtlocaties optimaal te benutten, zonder impact op de skyline van Veurne. Het bedrijventerrein gaat overwegend uit van lage bouwhoogtes. Door bundeling en verdichting kan de beschikbare ruimte efficiënt worden benut.
170
BIJLAGE
figuur 80
parkeerstructuur
figuur 81
bouwhoogte
figuur 82
perceelsgrootte
figuur 83
gebouwgrootte
171
2
Straatprofielen
In het kader van de herinrichting van de noordelijke lus binnen het bedrijventerrein in Veurne werd een grondige analyse uitgevoerd van de mogelijke wegprofielen en hun impact op infiltratiecapaciteit, groenruimte en fietsinfrastructuur. Verschillende ontwerpvarianten werden vergeleken met de bestaande toestand, waarbij zowel de infiltratieoppervlakte als het finale infiltratievolume in kaart werden gebracht. Er werd een onderscheid gemaakt tussen ontwerpen met tweerichtingsverkeer en ontwerpen met eenrichtingsverkeer, telkens bekeken vanuit een ‘maximale groene variant’ én een variant die rekening houdt met de bestaande inritten.
2.1
Onderzoek noordelijke lus in grondplan
Uit de vergelijking blijkt dat de huidige toestand zeer weinig ruimte biedt voor infiltratie en groen, voornamelijk door het grote aantal bestaande inritten en het gebrek aan groene ruimte. De tweerichtingsvarianten voorzien overal fietsinfrastructuur, maar bieden beperkt meerwaarde op het vlak van infiltratie en groen, tenzij er wordt gekozen voor fietssuggestiestroken.
De varianten met eenrichtingsverkeer bieden daarentegen meer potentieel voor vergroening en infiltratie, mede doordat de wegDeze analyse biedt een objectieve onderbouwing van de impact breedte efficiënter kan worden benut. Vooral de variant gebaseerd éénrichtingstraat van de verschillende circulatie- en inrichtingskeuzes, met het oog op de bestaande inritten combineert een betere doorstroming, variant gebaseerd op bestaande inritten op een robuuste en klimaatresistente toekomstvisie voor de site. volledige fietsinfrastructuur en een duidelijke toename aan ruimte groenblauwe ruimte rijbaan met inritten fietspad voor water en groen.
13334 m²
2.1.1
groenblauwe toestand ruimte Bestaande 16756m²
groenblauwe ruimte 10794 m²
groenblauwe ruimte 13435m²
groenblauwe ruimte 10073 m²
9061 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 5639m² 27257m²
tweerichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 11601 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 8960m² 27257m² Bestaande toestand rijbaan met inritten 16489 m² 27257m²
4862 m²
fietspad 4862m² Veel verharding en weinig infiltratie of groen door talrijke inritten. Fietsinfrastructuur is beperkt tot een tweerichtingspad aan de Nijverheidsstraat.
fietspad 4862m²
fietspad 4862m²
GSVH
fietspad (Nijverheidsstraat) 696m²
infiltratieopp. (m2)
1.375
finaal infiltratievomume (m ) 3
687
n
2.1.2
groenblauwe ruimte 13334 m²
groenblauwe ruimte 16756m²
groenblauwe ruimte 10794 m²
groenblauwe ruimte 13435m² 172
SCHAAL 1.10
Tweerichtingsstraat
BIJLAGE
éénrichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 9061 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 5639m² 27257m² tweerichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 11601 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 8960m² 27257m²
0
0.1
0.2
0.5 m
Volledige fietsinfrastructuur, met licht verhoogde infiltratiecapaciteit. Enkel bij suggestiestroken is er ruimte voor volwaardig groen.
fietspad 4862 m²
fietspad 4862m²
GSVH
fietspad 4862m²
fietspad 4862m²
n
SCHAAL 1.10
0
0.1
0.2
0.5 m
infiltratieopp. (m2)
1.317
finaal infiltratievomume (m3)
659
Er wordt gekozen voor de eenrichtingsvariant op basis van bestaande inritten, omdat die de beste balans biedt tussen fietsinfrastructuur, vergroening en verkeerswerking.
groenblauwe ruimte 13334 m²
groenblauwe ruimte 16756m²
groenblauwe ruimte 10794 m²
éénrichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 9061 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 5639m² 27257m² tweerichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 11601 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 8960m² 27257m² B
groenblauwe ruimte 13435m²
2.1.3
Eenrichtingsstraat groenblauwe ruimte 10073 m²
groenblauwe ruimte 13334 m²
groenblauwe ruimte 16756m²
groenblauwe ruimte 10794 m² groenblauwe ruimte 13334 m² groenblauwe ruimte 13435m² groenblauwe ruimte 16756m² groenblauwe ruimte 10073 m² groenblauwe ruimte 10794 m²
fietspad 4862 m²
Overal fietsinfrastructuur voorzien. Enkel met suggestiestroken ontstaat ruimte voor groen en bomen. Bij gescheiden fietspaden blijft het ruimtegebruik vrijwel gelijk aan de bestaande toestand.
fietspad 4862m²
fietspad 4862m²
GSVH
A
Bestaande toestand rijbaan met inritten 16489 m² 27257m²
éénrichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten rijbaan met inritten 9061 m² 27257m² Maximale variant rijbaan 5639m² 27257m² tweerichtingstraat variant gebaseerd op bestaande inritten éénrichtingstraat rijbaan met inritten variant gebaseerd op bestaande inritten 11601 m² rijbaan met inritten 27257m² 9061 variant m² Maximale 27257m² rijbaan Maximale variant 8960m² rijbaan 27257m² 5639m² 27257m² Bestaande toestand rijbaan met inritten tweerichtingstraat 16489 m² variant gebaseerd op bestaande inritten 27257m² rijbaan met inritten 11601 m²
fietspad 4862m²
infiltratieopp. (m2)
1.106
finaal infiltratievomume (m ) 3
553
n
SCHAAL 1.10
0
0.1
0.2
0.5 m
fietspad (Nijverheidsstraat) 696m²
Meer ruimte voor infiltratie, groen en bomen. Volledige fietsinfrastructuur en betere kruispuntwerking. Wel omrijfactor en nood aan herinrichting Albert I-laan
GSVH
fietspad 4862 m²
fietspad 4862m²
n 0
SCHAAL 1.10
0.1
0.2
0.5 m
fietspad 4862m² fietspad 4862 m² fietspad 4862m² fietspad 4862m²
infiltratieopp. (m2)
1.114
finaal infiltratievomume (m3)
557
Maximale vergroening en veilige fietsinfrastructuur, maar lager infiltratievolume. Vereist aanpassing aan Albert I-laan en zorgt voor omrijfactor.
GSVH infiltratieopp. (m2)
840
finaal infiltratievomume (m3)
420
fietspad (Nijverheidsstraat) 696m² n
SCHAAL 1.10
fietspad 4862m²
0
0.1
0.2
0.5 m
173
HOOFDLETTERS
OMGEVING cv uitbreidingstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 4 augustus 2025 . 23054_01_PL_004_Veurne 04082025.dwg
4.03
TITEL IN HOOFDLETTERS
STRAAT BESTAANDE TOESTAND
9.95
4.01
18.00
NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
fase . plan
huidige rooilijn
NIJVERHEIDSTRAAT WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND BESTAANDE TOESTAND huidige rooilijn
huidige rooilijn
WELVAARTSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
huidige rooilijn
2.2 Onderzoek noordelijke lus in snede
0
2.5
5
n
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Bestaande toestand
10 m
Welvaartstraat
SCHAAL 1.250
4.03
9.95
RAAT BESTAANDE TOESTAND
3.71
4.01
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
18.00
3.64
10.14 17.48
n
0
2.5
5
10 m
SCHAAL 1.250 9.95
2.50
4.01
3.71
2.25
10.14 2.25
7.00
18.00
STRAAT NIEUWE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND Grotendeels verhard
optie 1: + ++
Fietsinfrastructuur Hier en daar een boom, maar geen toekomstboom Grotere afstand tussen fietspad en rijweg vermindert risico op dodehoekongevallen
nieuwe rooilijn
3.81
3.64
10.14
huidige rooilijn
huidige rooilijn
nieuwe rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Nijverheidsstraat
0.73
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND huidige rooilijn
17.48
18.00
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
Geen fietsaansluiting of fietsinfrastructuur
3.71
3.64
2.50
huidige rooilijn
-
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
0.77
huidige rooilijn
4.03
3.01
10.16
16.98
17.48
0
2.5
5
10 m
SCHAAL 1.250
2.25
3.81
2.25 10.16
7.00
-
2.50
3.72
3.01 0.73
16.98
Te weinig infiltratiegroen en te smalle fietspaden Geen fietsaanduiding, behalve bestaande fietsas vanuit Suikerpark 2.50
4.01
4.00
8.11
7.00
5.26
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND 6.61 17.48
3.50
2.50
0.77
0.73
optie 1: + + -
Afgescheiden fietsinfrastructuur Plaats voor toekomstbomen 3.72 8.11 Veel oversteken
4.00
huidige rooilijn
6.61
3.71
7.00 17.48
-
2.50
2.52
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
174
10.14
3.64
5.26
1.23
17.48
optie 1: + + -
Te weinig infiltratiegroen Geen fietsaanduiding of fietsinfrastructuur
1.23
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Vooruitgangsstraat
huidige rooilijn
24.09
VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
8.11
5.27
2.50 0.50
18.00
huidige rooilijn
2.50
0.77 NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND TRAAT NIEUWE TOESTAND 18.00
BIJLAGE
4.00 16.98
2.98
2.50
1.26
2.50
1.25
3.81
7.00
1.25
16.98
Afgescheiden fietsinfrastructuur Minder versnipperd groen Onvoldoende plaats voor toekomstbomen VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
10.16 2.50
16.98
1.26
3.01
4.01
18.00
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
10 m
huidige rooilijn
huidige rooilijn
5
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
2.5
n
AATVOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND BESTAANDE TOESTAND
0
2.5
5
3.81
3.64
10.14
2.48
0.50
2.00
18.00
3.81
3.01
3.64
7.10
7.00
7.11
2.01
3.00
16.98
VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
2.01
7.00
2.50
7.00
5.26
2.50
7.00
2.01
16.98
16.98
Afgescheiden fietsinfrastructuur Minder versnipperd groen, nog steeds onvoldoende plaats voor een toekomstboom Grotere kans op dodehoekongevallen
9.48
0.50
0.50
17.48
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
2.01
0.50
0.50
Afgescheiden fietsinfrastructuur Plaats voor toekomstbomen Vermindering van het aantal oversteekbewegingen.
0.50
-
2.50
7.00
2.50
0.55 29.98
RAAT NIEUWE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
3.01
10.16 16.98
16.98
17.48
3.81
huidige rooilijn
huidige rooilijn
10.16
10.14
10.50
2.00
optie 3: + VOORUITGANGSSTRAAT VolwaardigNIEUWE groenTOESTAND met plaats voor toekomstbomen en infiltratie +Fietssuggestiestroken Veiligheidsgevoel voor fietsers is lager (grotere kans op dodehoekongevallen)
huidige rooilijn
nieuwe rooilijn
3.00
0.50
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
2.50
18.00
3.81
3.01
10.16
huidige rooilijn
7.00
huidige rooilijn
2.50 0.50
3.71
optie 2: + +-
n
16.98
optie 2: +NIJVERHEIDSSTRAAT Fietsinfrastructuur NIEUWE TOESTAND +Hier en daar een boom, maar geen toekomstboom Grotere kans op dodehoekongevallen
6.61
10 m
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
17.48
2.53
8.11
n
huidige rooilijn
3.71
optie 2: + + +
3.64
4.01
SCHAAL 1.250
SCHAAL 1.250
1.42
10.14
9.95
huidige rooilijn
Tweerichtingsstraat
0
3.71
4.03
De stuurgroep kiest, 0op basis van de 17.48 scenariostudie, 2.5 5 10 m 18.00 voor SCHAAL eenrichtingstraten. Ondanks terughoudendheid 1.250 bij bedrijven, weegt de meerwaarde van extra groen en waterinfiltratie zwaarder door. Dit kan bovendien uitbreidingsproblemen door pluviale kaarten verlichten. De noordelijke lus wordt tijdelijk eenrichting als proef, wat NIJVERHEIDSSTRAAT TOESTAND WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND NIEUWE VOORUITGANGSSTRAAT TOESTAND ook sluipverkeer BESTAANDE via de Nijverheidslaan kan beperken. De exacte timing hiervan is nog in overleg. huidige rooilijn
9.95
huidige rooilijn
4.03
optie 3: + +-
Afgescheiden fietsinfrastructuur Volwaardig groen met plaats voor toekomstbomen en infiltratie Grotere kans op dodehoekongevallen
175
OOFDLETTERS
OMGEVING cv uitbreidingstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 4 augustus 2025 . 23054_01_PL_004_Veurne 04082025.dwg
AAT BESTAANDE TOESTAND
NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND 4.03
TITEL IN HOOFDLETTERS
9.95
4.01
18.00
WELVAARTSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
fase . plan
NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND
Welvaartstraat
0
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Bestaande toestand
2.5
5
n
10 m
SCHAAL 1.250
4.03
9.95
T BESTAANDE TOESTAND
17.48
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
18.00
3.64
10.14
3.71
4.01
n
0
2.5
5
10 m
SCHAAL 1.250 huidige rooilijn
huidige rooilijn
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
nieuwe rooilijn
huidige rooilijn
3.64
10.14
0.73
vrijliggend fietspad ruimte voor toekomstboom en infiltratie kleinere kans op dodehoekongevallen
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Nijverheidsstraat
3.71
2.50 17.48
18.00
nieuwe rooilijn
geen fietsaansluiting of fietsinfrastructuur
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND
3.50
huidige rooilijn
optie 4: + + +
huidige rooilijn
-
4.00
0.77
huidige rooilijn
18.00
NIJVERHEIDSSTRAAT 2.50 NIEUWE TOESTAND 4.01
3.64
10.14
3.71
4.01
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND grotendeels verhard
huidige rooilijn
3.01
10.16
3.81
16.98
17.48
0
2.5
5
10 m
SCHAAL 1.250
2.50
4.01
4.00
3.50
3.72
2.50
0.77
8.11
4.00
5.27
2.50
0.73
0.50 3.01
10.16
3.81
18.00 AT NIEUWE TOESTAND NIJVERHEIDSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
24.09 VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
16.98
optie 2: + +
te weinig infiltratiegroen en te smalle fietspaden geen fietsaanduiding, behalve bestaande fietsas vanuit suikerpark 2.50
4.01
4.00
3.50
vrijliggend fietspad plaats voor toekomstbomen en waterbuffering 3.72
2.50
0.77
8.11
4.00 0.50
huidige rooilijn
3.71
2.50 10.14
4.00
1.23
3.64
5.27
0.50
1.23
176
optie 4: + + ++
te weinig infiltratiegroen geen fietsaanduiding of fietsinfrastructuur
2.50
2.52
NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
BIJLAGE
4.00 16.98
2.50
2.52
huidige rooilijn 3.814.00
2.98
16.98
17.48
24.09
-
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Vooruitgangsstraat
huidige rooilijn
huidige rooilijn
24.09
VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
8.11
5.27
2.50
0.73 18.00
huidige rooilijn
-
huidige rooilijn
huidige rooilijn
9.95
huidige rooilijn
4.03
AAT NIEUWE TOESTAND
2.98
2.50
1.26
afgescheiden fietsinfrastructuur minder versnipperd groen plaats voor boom van 1e grootte circa 20 jaar kleinere kans op dodehoekongevallen VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
10.16 2.50
16.98
1.26
3.01
4.03
9.95
4.01
3.71
4.03
3.64
10.14 9.95
4.01
17.48
18.00
18.00
De stuurgroep kiest, op basis van de evaluatie van de scenario’s, voor een éénrichtingsstraat met bij voorkeur een asymmetrisch profiel, zodat er ruimte vrijkomt voor toekomstig groen. Voor de Welvaartstraat werd optie 6 NIJVERHEIDSSTRAAT NIEUWE TOESTAND WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND weerhouden, voor de Nijverheidsstraat optie 2 en voor de Vooruitgangsstraat eveneens optie 6.
WELVAARTSTRAAT NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
Eénrichtingsstraat
n
n
0
2.5
5
0
10 m
2.50
3.73
0.50 18.00
optie 6: + + -
vrijliggend fietspad ruimte voor toekomstboom en infiltratie grotere kans op dodehoekongevallen
0.50
4.00
2.50
0.50
17.48
18.00
3.51
vrijliggend fietspad ruimte voor toekomstbomen en infiltratie grotere kans op dodehoekongevallen
3.01
10.16
3.81
2.50 0.50
4.00
3.51
2.50
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
17.48
optie 5: + + -
2.50
7.49
VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn 4.00
0.50
16.98
huidige rooilijn 3.25
0.50
2.50
2.50
0.50
16.98
AAT VOORUITGANGSSTRAAT NIEUWE TOESTAND NIEUWE TOESTAND
2.50
3.97
4.00 0.50
3.01
10.16 3.64
3.81 10.14
2.50
0.50
huidige rooilijn
4.00 0.50
huidige rooilijn
2.50
huidige rooilijn
4.27
17.48
3.97
10 m
VOORUITGANGSSTRAAT BESTAANDE TOESTAND
huidige rooilijn
huidige rooilijn
huidige rooilijn
AT BESTAANDE TOESTAND BESTAANDE TOESTAND VOORUITGANGSSTRAAT
3.71
5
SCHAAL 1.250
SCHAAL 1.250
optie 5: + + -
2.5
2.50
3.73 0.50
0.50
afgescheiden fietsinfrastructuur volwaardig groen met plaats voor toekomstbomen en infiltratie grotere kans op dodehoekongevallen
4.00 0.50
2.50
6.47
0.50 16.98
16.98
optie 6: + + -
afgescheiden fietsinfrastructuur volwaardig groen met plaats voor toekomstbomen en infiltratie grotere kans op dodehoekongevallen
177
9.99 20.58
2.3 Onderzoek centrale as in NIEUWE snede TOESTAND ZONDER MIDDENBERM
Albert I Laan
Bestaande toestand
2.95
2.50
0.50
7.00
0.50
2.96
2.50
18.91
optie 1: Bij deze optie liggen de fietspaden naast de rijweg en is er ruimte voorzien voor toekomstbomen, maar AWV wijst erop dat deze configuratie het dodehoekrisico verhoogt bij het oprijden van het perceel. ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
Huidige rooilijn
6.40
20.58
5.00
2.50
5.00
0.50
3.66 1.34
Er is nog geen specifieke keuze gemaakt bij de stuurgroep ivm de oversteekzone. De voorkeur gaat al naar het leggen van fietspaden langs de buitenzijde van de Albert I-laan leggen. Dit zal impact hebben op de uitwerking van de oversteekzone. De verschuiving van de rooilijn bij de fietsoversteekplaatsen zal verder worden onderzocht bij de implementatiefase.
178
BIJLAGE
3.20
5.50
0.50
3.20
5.00
5.00
2.50 1.34
Nieuwe rooilijn op privaat domein?
10.00
3.66
6.40
Oversteekzone optie 2: Het fietspad ligt aan de binnenkant van de albert I Laan, maar de dode hoek bij inrijden naar een bedrijf weegt volgens AWV meer op dan de problemen bij het uitrijden van de vrachtwagens.
De stuurgroep kiest, op basis van de evaluatie van de scenario’s, voor scenario 3: AWV is voorstander om het fietspad op de Albert I Laan verder van de weg te leggen. Dit vermindert het dodehoekrisico bij het inrijden van bedrijfspercelen.
Tweerichtingsstraat
n
0
100
200
500 m
SCHAAL 1.10 000
ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
huidige rooilijn
huidige rooilijn
OMGEVING cv uitbreidingstraat 390 2600 berchem-antwerpen . 4 augustus 2025 . 23054_01_PL_004_Veurne 04082025.dwg
TITEL IN HOOFDLETTERS fase . plan
optie 3 voorkeurvariant: Ook bij deze optie is er ruimte voor toekomstbomen voorzien. Daarnaast geeft AWV de voorkeur aan om het fietspad op de Albert I‑laan verder van de rijweg te leggen. Dit vermindert het dodehoekrisico bij het ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND inrijden van bedrijfspercelen
Oversteekzone
3.99
2.50
Huidige rooilijn
optie 2: Het verschil met optie 1 is de rijwegbreedte. Door dit te optimaliseren (te beperken tot wat nodig is) ontstaat er meer ruimte voor groen en blauw. Bij deze optie liggen, net zoals bij optie 1, de fietspaden naast de rijweg, maar AWV wijst erop dat deze configuratie het dodehoekrisico verhoogt bij het oprijden van het perceel.
6.40
6.60
3.99
2.50
0.50
0.50 20.58
20.58
2.50
5.00
1.29
4.48 3.20
5.50
1.42
5.00 3.20
2.50
5.00
2.50 0.50
0.50
1.38
Nieuwe rooilijn op privaat domein
10.00
huidige rooilijn
5.00
huidige rooilijn
ALBERT I LAAN NIEUWE TOESTAND
4.38
4.99
3.30
4.00
2.50
3.30
1.97
0.51
20.58
Oversteekzone optie 1: De fietsopstelstrook ligt teveel naar voor, waardoor fietsers die niet moeten oversteken niet doorkunnen. Dit is dus geen optie.
6.40
Oversteekzone optie 1: De fietsopstelstrook ligt teveel naar voor, waardoor fietsers die niet moeten oversteken niet doorkunnen. Dit is dus geen optie.
179
2.4 Onderzoek zuidelijke lus in snede Eenrichtingstraat
Ondernemingenstraat
Bestaande toestand
optie 1 voorkeursvariant: eenrichtingsstraat,0 ingericht 100 als een 200fietsstraat zorgt voor een veiligere verbinding + voldoende ruimte voor toekomstbomen SCHAAL 1.10 000
Tweerichtingsstraat
Ondernemingenstraat
huidige rooilijn
huidige rooilijn
SNEDE A - ONDERNEMINGENSTRAAT NIEUWE TOESTAND
2.57
2.20 3.50
3.50
2.57
7.00 12.15
optie 3: tweerichtingsstraat met fietssuggestiestroken, minder veilig voor fietsers
SNEDE A - ONDERNEMINGENSTRAAT NIEUWE TOESTAND
oilijn
BIJLAGE oilijn
180
500
2.57
2.20 3.50
3.50
De stuurgroep kiest, op basis van de evaluatie van de scenario’s, voor optie 1. De eenrichtingsstraat die wordt ingericht als fietsstraat biedt de veiligste verbinding en creëert voldoende ruimte voor toekomstbomen.
2.57
7.00 12.15
huidige rooilijn
huidige rooilijn
EMINGENSTRAAT NIEUWE TOESTAND
3.07
1.50
2.30 0.50
1.70
Deze keuze kan echter pas volledig worden gerealiseerd wanneer de zuidelijke lus kan worden aangelegd, wat op zijn beurt enkel mogelijk is als het betrokken bedrijf verhuist. In de tussentijd blijft een tweerichtingsstraat noodzakelijk, maar wordt er wel ingezet op fietsveiligheid: het deel tussen de doorsteek van ’t Werkpand naar het fietspad langs de E40 en de fietsdoorsteek langs het containerpark naar de Vaartstraat wordt al ingericht als fietsstraat.
3.07
4.00
12.15
optie 2: eenrichtingsstraat, fietsuggestiestrook en een vrijliggend fietspad. Geen voorstander van fietsuggestiestroken en minder ruimte voor groen omwille van vrijliggend fietspad
181
3 3.1
ROC onderzoek Scenario's
Scenario 1: Een knip voor doorgaand verkeer in de Vaartstraat om zo een conflictvrije overslagzone en beter gebruik van het ROC te garanderen Scenario 2: Een nieuwe rotonde maakt keren vanuit de Vaartstraat mogelijk waardoor je in de correcte richting het ROC kan bereiken. Scenario 3: Doortrekken van de doodlopende straat voor de bereikbaarheid van het ROC.
figuur 84
182
Scenario 1
BIJLAGE
figuur 85
Scenario 2
De stuurgroep kiest, op basis van de evaluatie van de scenario’s, voor scenario 1 en 2. Welk scenario er uiteindelijk zal worden uitgevoerd, zal afhangen van toekomstige activiteit van het ROC. Scenario 3 werd niet als realistisch gezien vanwege zijn ligging vlak bij het natuurgebied, de geplande aanleg van het fietspad aan de oostzijde van de bufferzone en aanstaande vergunningverlening. Het opnemen ervan kan bovendien verwarring veroorzaken bij toekomstige bedrijven in het gebied.
figuur 86
Scenario 3
SCENARIO'S
figuur 87
mobiliteit themakaart 2050
183
3.2 (Ontwerpend) onderzoek Hieronder vind je ontwerpschetsen voor de inplanting van een draaipunt voor het ROC.
184
BIJLAGE
185
F3
VERDIEPEND THEMATISCH ONDERZOEK
1
Energie
188
1.1
Businesscase: individueel / collectieve batterijopslag
188
2
Water
220
2.1
Businesscase: collectieve waterbuffer voor regenwater op te zuiveren naar drinkwater
2.3 Extra data
220 246 272
3
Materiaal
312
3.1
(Ontwerpend) onderzoek
312
4
Mobiliteit
342
4.1
Businesscase: collectieve parking bij Furnevent
4.2 (Ontwerpend) onderzoek
342 348
5
Landschap
352
5.1
Businesscase: tijdelijke natuur
5.2 Biodiversiteitsadvies
352 363
6
400
2.2 (Ontwerpend) onderzoek
Sociale dienstverlening
6.1 Mentimeter 6.2 Omgevingsanalyse
400 404
1 1.1
Energie Businesscase: individueel / collectieve batterijopslag INHOUD LIJST FIGUREN, GRAFIEKEN EN TABELLEN .................................... 4 INLEIDING 5 INVESTERING | KOSTEN | CAPACITEIT ........................ 6 1.1 1.2 1.3 1.4
Schaal en technische configuratie................................................. 6 Investeringskost .............................................................................. 7 Financiëringsopties......................................................................... 8 Operationele uitbating .................................................................... 8
VERDIENMODELLEN & INKOMSTENBRONNEN........... 9 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Handel op de onbalans- en flexibiliteitsmarkten .......................... 9 Arbitrage en piekvermijding (peak shaving) ............................... 10 Verhoging eigenverbruik van hernieuwbare energie ................. 10 Terugverdientijd en rendement .................................................... 10 Risico’s en gevoeligheden ........................................................... 10
AANDACHTSPUNTEN & RANDVOORWAARDEN ....... 11 3.1 3.2 3.3
Regulatoire en juridische kaders ................................................. 11 Technische integratie en netimpact............................................. 11 Veiligheid en milieu ....................................................................... 12
3.3.1 3.3.2
Veiligheidsafstanden en plaatsingsvereisten .................................................... 12 Brandveiligheidsvoorzieningen .......................................................................... 12
3.4 3.5 3.6
Omgevingsimpact en vergunningen ............................................ 12 Financiële randvoorwaarden ........................................................ 12 Organisatie en deelname .............................................................. 13
KOPPELINGEN MET ANDERE ACTIES ........................ 14 4.1 4.2 4.3
Integratie met zonnepanelen (PV) en windenergie ..................... 14 Energiedelen tussen bedrijven..................................................... 14 Parking met PV-overkapping gekoppeld aan collectieve batterij 14
TREKKENDE PARTIJ .................................................... 15 5.1 5.2 5.3
Mogelijke trekkers ......................................................................... 15 Aanbevolen samenwerkingsmodel .............................................. 15 Structurering: stuurgroep en formalisering ................................ 16
VERGELIJKING SCENARIO’S ...................................... 17 6.1 6.2
6.2.1
Scenario 1: Individuele batterijen bij bedrijven .......................... 17 Scenario 2: Collectief batterijpark met eigen EAN ..................... 19
Technische haalbaarheid ..................................................................................... 19
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
188
BIJLAGE
2/31
6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5
Financieel model ................................................................................................... 20 Juridische en organisatorische structuur .......................................................... 23 Ruimtelijke inpassing en netkoppeling .............................................................. 23 Tijdslijn .................................................................................................................. 25
6.3
Scenario 3: Collectieve batterij + maximale PV + energiedelen 26
BESLUIT EN ADVIES..................................................... 27 BIJLAGEN ...................................................................... 28 8.1 8.2
Vergoedingen flexibiliteitsmarkt .................................................. 28 Technische fiche batterij .............................................................. 29
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
3/31
189
LIJST FIGUREN, GRAFIEKEN EN TABELLEN Figurenlijst Figuur 1: Overzicht flexibiliteitsmarkt ........................................................................................................................ 9 Figuur 2: Batterij-opstelling..................................................................................................................................... 19 Figuur 3: Marktopvolging ........................................................................................................................................ 21 Figuur 4: https://opendata.fluvius.be/pages/map_perceel/ ..................................................................................... 23 Figuur 5: Aanduiding potentiële zone batterij ......................................................................................................... 24 Grafiekenlijst Grafiek 1: Kostevolutie batterij-opslag ...................................................................................................................... 7 Tabellenlijst Tabel 1: Verschillende (groothandel)markten........................................................................................................... 6 Tabel 2: Overzicht flexibiliteitservices ...................................................................................................................... 9 Tabel 3: Investeringskost batterijen ........................................................................................................................ 18 Tabel 4: Schaalvergelijking batterijpark .................................................................................................................. 19 Tabel 5: Kostenraming batterijopstelling ................................................................................................................ 20 Tabel 6: Vergoedingen flexibiliteitsmarkt ................................................................................................................ 21
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
190
BIJLAGE
4/31
INLEIDING De energietransitie brengt ingrijpende veranderingen met zich mee in hoe bedrijven omgaan met hun energieverbruik en -voorziening. Bedrijventerreinen zoals Industriezone I in Veurne worden geconfronteerd met toenemende uitdagingen zoals netcongestie, volatiele energiekosten en de nood aan flexibiliteit om lokaal opgewekte hernieuwbare energie optimaal te benutten. Binnen deze context komt batterijopslag steeds meer naar voren als een sleutelelement in de duurzame energievoorziening van morgen. Batterijen bieden de mogelijkheid om energie tijdelijk op te slaan bij overschotten of lage marktprijzen, en die energie later opnieuw te gebruiken of te verkopen op momenten van hoge vraag of prijs. Dit leidt niet alleen tot een betere benutting van hernieuwbare bronnen zoals zonne- en windenergie, maar ook tot meer autonomie, stabiliteit op het elektriciteitsnet en financiële optimalisatie via piekvermijding, marktdeelname en verhoging van de zelfconsumptie. Naast individuele batterijoplossingen per bedrijf, ontstaat op bedrijventerreinen een bijkomende kans: collectieve batterijopslag. Door samenwerking kunnen bedrijven investeren in een gedeeld batterijpark, waarbij schaalvoordelen worden gerealiseerd en gezamenlijke markttoegang mogelijk wordt. Dit opent perspectieven op nieuwe verdienmodellen die voor een individueel bedrijf vaak onbereikbaar blijven. In dit rapport wordt eerst het algemene concept van batterijopslag toegelicht, inclusief drie mogelijke scenario’s voor Industriezone I in Veurne: • Scenario 1: Individuele batterijen bij bedrijven. Verhoging van de autoconsumptie bij bedrijven met een hoge elektriciteitsvraag en aanwezige PVinstallaties. • Scenario 2: Collectieve batterijopslag met marktparticipatie. Een gedeeld batterijpark met eigen EAN-nummer dat autonoom inspeelt op prijsschommelingen en flexibiliteitsmarkten. Bedrijven kunnen investeren en mee profiteren van de opbrengsten. • Scenario 3: Toekomstig collectief energiedelen. Een collectieve batterij die gekoppeld wordt aan energiedelen tussen bedrijven, op basis van uitgebreide PV-installaties en een gunstiger regelgevend kader (bv. wegvallen lokale heffingen). Eerst wordt een algemeen concept uitgelegd en welke mogelijkheden er zijn. In het vervolg van dit rapport wordt scenario 2 verder cijfermatig uitgewerkt. Dit scenario wordt beschouwd als het technisch en juridisch meest haalbare op korte termijn, onafhankelijk van de PV-configuratie bij individuele bedrijven. De technische, economische en organisatorische aspecten ervan worden in de volgende hoofdstukken in detail besproken.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
5/31
191
INVESTERING | KOSTEN | CAPACITEIT Voor de realisatie van een batterij op Industriezone I in Veurne is het bepalen van de juiste schaal cruciaal. De dimensionering hangt af van verschillende factoren: het energieprofiel van het terrein, de beschikbare netcapaciteit, de beoogde functies en het gekozen scenario. Binnen scenario 2 (een collectief batterijpark met marktparticipatie) wordt uitgegaan van een batterij met meerdere megawatt (MW) aan vermogen en meerdere megawattuur (MWh) aan opslagcapaciteit.
1.1
Schaal en technische configuratie
De geschikte capaciteit van een batterij hangt sterk af van het scenario en de bijhorende functie van de batterij. In deze studie worden drie scenario’s onderscheiden: • Scenario 1: Individuele batterijen bij bedrijven. De grootte wordt afgestemd op het verbruikspatroon van elk bedrijf. Hier volstaat vaak een batterij van enkele tientallen tot honderden kWh om de autoconsumptie van PV te verhogen. • Scenario 2: Collectief batterijpark met marktparticipatie. In dit scenario is de dimensionering vooral afhankelijk van de beschikbare netcapaciteit én het gekozen verdienmodel (bv. arbitrage, onbalansdiensten, capaciteitsvergoeding). Voor Industriezone I in Veurne biedt een batterij van ca. 4,2 MW vermogen en 5,5 MWh opslagcapaciteit een goed evenwicht tussen technische haalbaarheid, economische rendabiliteit en markttoegang: o Netcapaciteit: Het industrieterrein beschikt over bestaande middenspanning-aansluitingen die de aansluiting van een batterij met dit vermogen technisch toelaten zonder nood aan zware netverzwaring. Bovendien kan de batterij bijdragen aan het versterken van het lokale net: in geval van beperkte uitbreidingsmogelijkheden aan netzijde (bv. bij uitgestelde netverzwaring door Fluvius) kan ze strategisch ingezet worden om pieken in afname of injectie lokaal af te vlakken en zo netcongestie helpen vermijden. o Markttoegang: Vanaf 2 MW kan de batterij deelnemen aan balancerings- en flexibiliteitsmarkten met > 4 MWh opslag wordt ook arbitrage op intradaymarkten* interessant. o Schaalvoordelen: Collectieve projecten van deze grootte zijn al gerealiseerd op vergelijkbare terreinen en laten spreiding van investeringskost toe over meerdere bedrijven. o Budgettair haalbaar: Met een kostprijs van €300-€500/kWh blijft de totale investering (1,5€ tot €3 miljoen) realistisch, zeker bij co-investering of subsidiëring. *Intradaymarkt is niet gelijk aan de day-aheadmarkt of de onbalansmarkt. In onderstaande tabel zijn de verschillen weergegeven: Tabel 1: Verschillende (groothandel)markten Day-aheadmarkt
Intradaymarkt
Onbalansmarkt
Tijdstip van handelen
1 dag op voorhand
Van einde day-aheadmarkt tot 5 min. voor levering
Enkele minuten voor en tijdens levering
Tijdresolutie
Uurwaarden
15 minuten tot 1 uur
5 minuten
Doel
Plannen van productie en verbruik
Bijsturen op basis van actuele omstandigheden
Reactiesnelheid
Beperkt
Hoog: snelle reactie vereist
Relevantie voor batterij
Stabiele arbitrage op geplande marktbewegingen Laden bij lage prijs, ontladen bij hoge prijs
Dynamisch inspelen op prijspieken of tekorten Snelle bijsturing bij onverwachte prijswijzigingen
Producenten, leverancier, grootverbruikers
Energieleveranciers
Real-time balans houden tussen vraag en aanbod Zeer hoog: onmiddellijke reactie vereist Essentieel voor balanceren van het net, piekprijzen mogelijk Automatisch laden/ontladen bij netonbalans TSO (ELIA), BRP’s, aggregatoren, grote verbruikers
Gebruik batterij Partijen
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
192
BIJLAGE
6/31
• Scenario 3: Toekomstig collectief energiedelen met batterij. In dit scenario wordt uitgegaan van een situatie waarin energiedelen tussen bedrijven financieel aantrekkelijk is. De dimensionering hangt hier af van het totaal beschikbare PV-potentieel en het gecombineerde verbruiksprofiel, wat kan leiden tot soortgelijke batterijgroottes als in scenario 2. Uit een recente communicatie met Elia (april 2025) blijkt dat de elektriciteitsvraag in de regio sterk zal stijgen. Zo wordt de helft van de belasting op het netstation Koksijde momenteel al geleverd via Veurne. Naast de verwachtte elektrificatie van voertuigen en de uitrol van warmtepompen wordt verwacht dat er een stijgende belasting zal zijn door de elektrificatie van de bedrijfsprocessen op het bedrijventerrein. Om deze stijgende vraag op te vangen onderzoekt Elia om een extra hoogspanningspost op het industrieterrein te plaatsen (benodigde oppervlakte van 3.000-5.000 m²), met twee transformatoren en twee velden. Dit bevestigt dat: • Het bestaande net al zwaar belast is. • Verdere elektrificatie eraan komt. • Een lokaal batterijpark een strategische rol kan spelen als buffer en netversterking. De netcontext onderstreept dus het belang van een batterij met voldoende vermogen én opslagduur.
1.2
Investeringskost
De kosten voor grootschalige batterijopslag zijn de laatste jaren sterk gedaald. Anno 2025 bedraagt de gemiddelde investeringskost voor lithium-ion systemen (inclusief omvormer, omkasting, aansluiting en sturing) €300 tot €500 per kWh geïnstalleerde capaciteit.
Grafiek 1: Kostevolutie batterij-opslag
Een batterij met 5,5 MWh opslag komt dus op een totale investering van ca. €1,5 tot €3 miljoen. Deze schaal blijft realistisch, zeker binnen een publiek-private samenwerking of via gespreide investering over meerdere bedrijven. Ter vergelijking: het batterijpark in Ruien1 (25 MW/100 MWh) vergde een investering van enkele tientallen miljoenen euro. Projecten van 2-5 MW met enkele uren opslagcapaciteit zijn intussen courant op bedrijventerreinen.
1 Grootste batterijpark in de Benelux - Yuso
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
7/31
193
1.3
Financiëringsopties
Er bestaan meerdere investeringsmodellen om het collectief batterijproject te realiseren: 1. Collectieve investering door bedrijven • Model: Bedrijven op het terrein brengen samen kapitaal in (rechtstreeks, via coöperatie of vennootschap). • Voordeel: Lokaal eigenaarschap, winstdeling, betrokkenheid. • Nadeel: Vereist bereidheid en kapitaalkracht van deelnemende bedrijven. 2. Investering door een derde partij (ESCO of aggregator) • Model: Een externe investeerder plaatst en beheert de batterij. Deelnemende bedrijven betalen een vaste vergoeding of delen in de opbrengst. • Voordeel: Geen eigen investering nodig, toegang tot expertise. • Nadeel: Minder controle, deel van winst gaat naar externe partij. 3. Publieke of gemengde investering • Model: Stad Veurne, POM West-Vlaanderen of andere publieke partij financiert mee, eventueel met subsidies (bv. VLAIO, Interreg, ELENA). • Voordeel: Winsten kunnen lokaal blijven of terugvloeien naar duurzame projecten. • Nadeel: Vereist politieke steun, vergunningsproces, publieke verantwoording.
1.4
Operationele uitbating
Ongeacht wie de investering draagt, moet ook het operationele beheer en marktsturing van de batterij worden georganiseerd. Vaak wordt hiervoor een gespecialiseerde aggregator ingeschakeld die: • Marktanalyses uitvoert • Biedingen plaatst op flexibiliteitsmarkten • Dispatching en optimalisatie beheert Dit kan via een prestatiecontract, onafhankelijk van de eigendomsstructuur. In België zijn er meerdere gespecialiseerde partijen die de operationele uitbating van batterijopslagsystemen uitvoeren. Ze treden op als BSP (Balance Service Provider), BRP (Balance Responsible Party) of dienstverlener voor flexibiliteitsbeheer.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
194
BIJLAGE
8/31
VERDIENMODELLEN & INKOMSTENBRONNEN Het collectieve batterijsysteem in scenario 2 kan verschillende inkomstenstromen genereren. Deze verdienmodellen zijn essentieel voor het financieel rendement van de installatie en vormen de basis voor de terugverdientijd en investeringsbeslissing.
2.1
Handel op de onbalans- en flexibiliteitsmarkten
De meest lucratieve inkomstenbron is doorgaans de onbalansmarkt. Deze markt bewaakt op elk moment het evenwicht tussen productie en verbruik in het elektriciteitsnet. Een batterij kan hier als “slimme speler” fungeren: • Laden bij overaanbod en lage of zelfs negatieve prijzen. • Ontladen bij tekorten en hoge prijzen. Volgens marktanalyses kunnen grootschalige batterijsystemen in gunstige omstandigheden rendementen behalen van 25-35% per jaar, met een terugverdientijd van ongeveer 3 à 4 jaar (bron: Total energy). Daarnaast kan de batterij ook toegang krijgen tot andere flexibiliteitservices in België zoals hieronder weergegeven: Tabel 2: Overzicht flexibiliteitservices Markt
Doel
FCR
Stabiliseren van netfrequentie (50 Hz) bij kleine afwijkingen Herstellen van frequentie en nationaal evenwicht op een gecoördineerde manier Herstellen van het netevenwicht bij groter onevenwicht, na activatie van aFFR
(prim. service)
aFFR
(sec. service)
mFFR
(tert. service)
Reactietijd
Duur
< 30 sec.
Kort (enkele min.)
Vergoeding Beschikbaarheid
< 7,5 min.
Middellang (ca. 15 min.)
Beschikbaarheid + activatie vergoeding
< 15 min.
Zo lang als nodig
Beschikbaarheid + activatie vergoeding
*Balanceren is het in real-time in evenwicht houden van elektriciteitsproductie en -verbruik op het net.
Figuur 1: Overzicht flexibiliteitsmarkt
Een batterij die hierop inspeelt ontvangt vergoedingen voor het beschikbaar stellen van vermogen, los van daadwerkelijke energieoverdracht.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
9/31
195
2.2
Arbitrage en piekvermijding (peak shaving)
Naast snelle marktinterventies kan een batterij ook dag/nachtarbitrage doen: laden bij goedkope prijzen en ontladen tijdens duurdere piekuren. Indien de batterij niet op een apart EAN-nummer staat maar rechtstreeks achter de verbruiksmeters van bedrijven (scenario 1 of aangepaste versie van 2), kan de batterij ook het piekverbruik afvlakken. Hierdoor dalen de distributienettarieven (capaciteitstarief). Dit is momenteel vooral relevant in scenario 1 (individuele batterij bij bedrijf).
2.3
Verhoging eigenverbruik van hernieuwbare energie
In scenario’s 1 en 3 speelt het maximaliseren van eigenconsumptie een centrale rol. Met name bedrijven met grote PV-installaties kunnen voordeel halen door: Overtollige hernieuwbare energieproductie tijdelijk op te slaan, Later zelf te gebruiken i.p.v. op het net te injecteren tegen een lage vergoeding of tegen betaling.
• •
2.4
Terugverdientijd en rendement
De terugverdientijd van een batterij hangt sterk af van het gekozen model, marktprijzen en het batterijmanagement. In een gunstig scenario (hoge prijsvolatiliteit + optimale sturing) kan deze oplopen tot: • 4 tot 6 jaar bij intensief gebruik van onbalansmarkt + FCR • 7 tot 10 jaar bij conservatievere aannames of lagere marktprijzen.
2.5
Risico’s en gevoeligheden
De toekomstige inkomsten zijn onderhevig aan: • Marktverzadiging: Meer batterijen = meer concurrentie = lagere prijzen, • Regulatoire wijzigingen: Elia of VREG kunnen marktregels of toegang aanpassen, • Technologische evoluties: Snellere daling van batterijprijzen kan voordelen opleveren voor latere toetreders.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
196
BIJLAGE
10/31
AANDACHTSPUNTEN & RANDVOORWAARDEN Bij de realisatie van een collectief batterijproject zoals voorzien in scenario 2, moeten verschillende juridische, technische, organisatorische en financiële voorwaarden in acht worden genomen. Deze randvoorwaarden bepalen in grote mate de haalbaarheid en doorlooptijd van het project.
3.1
Regulatoire en juridische kaders
Batterijopslag valt in Vlaanderen (en breder in Europa) nog steeds in een regelgevend overgangsgebied. Belangrijke aandachtspunten zijn: • EAN-nummer: In scenario 2 moet de batterij een aparte aansluiting met eigen EAN-nummer krijgen, wat bijkomende contractuele verplichtingen met zich meebrengt (voor afname én injectie). • Netkosten: Volgens Europese richtlijnen mag men voor elektriciteit die tijdelijk wordt opgeslagen niet tweemaal nettarieven betalen. In Vlaanderen is deze vrijstelling nog niet volledig geregeld. Fluvius hanteert een aparte tariefstructuur voor vrijstaande stationaire opslagsystemen. Bij rechtstreekse aansluiting op het transformatorstation (TS) kunnen sommige netkosten (bv. distributie) gedeeltelijk wegvallen. Dit moet per geval bekeken worden. • Energiedelen: In scenario 3 is energiedelen tussen bedrijven enkel mogelijk onder specifieke juridische structuren zoals een hernieuwbare energiegemeenschap of een gesloten distributienet. Ook het optreden als leverancier of aggregator binnen een gemeenschap vereist mogelijk een vergunning. • Omgevingsvergunning: De plaatsing van een batterij kan onder de milieuvergunningsplicht vallen. Dit moet op voorhand afgestemd worden met de bevoegde dienst ruimtelijke ordening. 2
3.2
Technische integratie en netimpact
Een veilige en performante netkoppeling is essentieel. Belangrijke aspecten: •
• • •
Aansluiting op middenspanningsnet: De batterij moet aangesloten worden op het lokale middenspanningsnet. Hiervoor moet een studie worden aangevraagd bij Fluvius om de benodigde kabelverbinding van de hoogspanningspost naar de gekozen batterijlocatie correct te dimensioneren en netcongestie te vermijden. Capaciteitstoetsing: Er moet voldoende netcapaciteit zijn voor laden en ontladen op momenten van piekvermogens. De batterij kan echter ook positieve impact hebben door pieken op het net af te vlakken. Installatiestandaarden: De batterij moet voldoen aan de gangbare normen (IEC/NEN), inclusief beveiliging, transformator-dimensionering, en met een bijzondere aandacht voor brandveiligheid (aftoetsen lokale brandweerzone). Onderhoud en veiligheid: Koeling, brandbestrijding, periodieke inspectie en technische opvolging maken deel uit van de operationele randvoorwaarden.
Naast het financiële voordeel kan een collectief batterijpark ook belangrijke systeemvoordelen bieden voor het elektriciteitsnet. Door gecentraliseerd te laden en te ontladen op een goed gekozen aansluitpunt, kan de batterij actief bijdragen aan het afvlakken van piekvermogens op het net. Tijdens momenten van hoge afname (bijvoorbeeld in de vooravond) kan de batterij ontladen, wat de belasting van het distributienet verlaagt. Omgekeerd kan de batterij overdag laden bij overschotten aan zonneproductie, wat injectiepieken helpt temperen. Dankzij deze flexibiliteit kan een collectieve batterij netverzwaringen uitstellen en bijdragen aan een stabielere lokale spanningskwaliteit. In tegenstelling tot verspreide kleine batterijen, is een centraal systeem bovendien makkelijker te monitoren en aan te sturen. Dit maakt samenwerking met de netbeheerder of een aggregator eenvoudiger, zeker in het kader van toekomstige flexibiliteitsdiensten. Belangrijk is wel dat de batterij niet puur op basis van marktprijzen wordt gestuurd. Indien ze bijvoorbeeld massaal laadt tijdens lage prijzen zonder rekening te houden met lokale netbelasting, kan dit net een bijkomende piek veroorzaken. Daarom is een slimme, netvriendelijke aansturing cruciaal. Mits een goede afstemming draagt een collectief batterijpark dus bij aan een efficiënter en robuuster net, in plaats van een extra belasting te vormen.
2
https://www.fluvius.be/nl/factuur-en-tarieven/vrijstaande-stationaire-opslagsystemen
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
11/31
197
3.3
Veiligheid en milieu
Voor de plaatsing van batterijcontainers op een bedrijventerrein kunnen volgende randvoorwaarden als richtlijn gehanteerd worden (op basis van mailverkeer met Brandweerzone Westhoek) De randvoorwaarden kunnen verschillen per brandweerzone en moeten lokaal afgestemd worden:
3.3.1 Veiligheidsafstanden en plaatsingsvereisten Voor de plaatsing van batterijcontainers op een bedrijventerrein gelden volgende randvoorwaarden: •
•
Risico bij incidenten: In geval van een probleem met de batterij wordt deze doorgaans als total loss beschouwd. Het is daarom essentieel om brandoverslag naar andere batterijen of het gebouw te voorkomen. Er moeten maatregelen worden genomen om ontploffingsgevaar, de uitstoot van gevaarlijke stoffen en elektrische risico’s te beperken. Om deze risico’s te minimaliseren, wordt aanbevolen om dergelijke systemen niet binnen een gebouw, maar in een externe, goed geventileerde en beveiligde buitenopstelling te plaatsen. Veilige afstand en bescherming: Om de warmtestraling te beperken tot 15 kW/m², wordt aanbevolen een minimale afstand aan te houden van ongeveer 1,5 keer de hoogte van de container. Indien dit niet haalbaar is, dient een element met een brandweerstand van EI60(i-o) te worden voorzien.
3.3.2 Brandveiligheidsvoorzieningen • • • •
•
3.4 • • • •
3.5
Toxische gassen: Bij een incident kunnen uiterst toxische gassen vrijkomen. Het is van groot belang om te voorkomen dat deze in het gebouw terechtkomen. Drukontlasting: De drukontlasting van de batterij mag niet worden voorzien in de richting van gebouwen om de impact van een mogelijke explosie te minimaliseren. Snelle detectie: Een doeltreffend detectiesysteem is noodzakelijk om tijdig te kunnen ingrijpen. Koeling en bereikbaarheid: Om de situatie onder controle te houden en overslag te vermijden, moet de omgeving gekoeld kunnen worden. De interventiezone dient goed bereikbaar te zijn, met wateropstelling vanaf een bovenwindse locatie. Onze maximale blusafstand vanaf een veilige opstelplaats bedraagt 40 meter. Daarnaast moeten de opstelplaatsen toegankelijk zijn voor onze laddervoertuigen (minimaal 5m x 15m). Risicoanalyse en interventieplan: Er moet een grondige risicoanalyse worden uitgevoerd, inclusief maatregelen voor het opvangen van mogelijk vervuild bluswater. De bevindingen uit deze analyse dienen te worden opgenomen in het digitale interventieplan, inclusief informatie over beveiligingsmaatregelen, opstelplaatsen en bluswateropvang.
Omgevingsimpact en vergunningen Geluid: VLAREM II-normen gelden, vooral ‘s nachts. Geluidsstudie aangeraden bij vergunning. Visuele inpassing: Containers best in neutrale kleuren met eventuele groenbuffer. Hekwerk verplicht. Omgevingsvergunning: Verplicht voor bouw en milieuaspecten. Extra voorwaarden mogelijk bij grotere installaties of ligging nabij gevoelige functies. MS-netkoppeling (Fluvius): Capaciteitsstudie vereist. Aansluiting via transformator en eigen meetcel, met Synergrid-conforme beveiliging en contractuele afspraken (EAN, BRP, aggregator).
Financiële randvoorwaarden
Naast de investering, zijn er nog andere financiële aspecten: • • • •
Degradatiekosten: Batterijcellen verliezen capaciteit over tijd (ca. 20% na 10 jaar). Een herinvestering in cellen na 10-15 jaar moet ingepland worden. Verzekeringen: Er moet een verzekering afgesloten worden voor schade, brand, aansprakelijkheid en exploitatierisico’s. Operationele kosten: Denk aan onderhoud, dataplatform, softwarelicenties en vergoeding voor een aggregator. Subsidies: Projecten kunnen in aanmerking komen voor steun via verschillende programma’s.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
198
BIJLAGE
12/31
3.6
Organisatie en deelname
De organisatievorm bepaalt hoe het project beheerd wordt en hoe de baten verdeeld worden: • • • •
Deelnemersengagement: Het project slaagt enkel bij voldoende deelname. Intentieverklaringen of participatieovereenkomsten moeten tijdig opgesteld worden. Governance: Een duidelijke structuur is nodig: wie is eigenaar, wie beslist, wie beheert? Dit kan via coöperatie, joint venture of contractueel model. Gebruiksoverleg: In scenario’s met energiedelen moet ook beslist worden wat wanneer prioriteit krijgt (eigenverbruik vs. marktverkoop). Doorlooptijd: Een aansluiting aanvragen, een vergunningsaanvraag indienen of financiering rond krijgen vergt vaak meerdere maanden. Een realistische planning is essentieel.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
13/31
199
KOPPELINGEN MET ANDERE ACTIES Een collectieve batterij op Industriezone I functioneert niet als een losstaand element, maar is een strategische hefboom in een breder energiesysteem. De koppelingen met andere duurzame acties zoals zonne-energie, windenergie, energiedelen en slimme netsturing zorgen voor synergie en versterken elkaars impact.
4.1
Integratie met zonnepanelen (PV) en windenergie
Veel bedrijven op het terrein hebben al zonnepanelen of overwegen deze te plaatsen. In de toekomst kan ook een windturbine in of nabij het gebied worden ontwikkeld. De batterij fungeert hierbij als buffer tussen opwekking en verbruik: Overdag: Bij piekproductie van PV-installaties kan de batterij overschotten tijdelijk opslaan i.p.v. goedkoop of tegen betaling te injecteren op het net. Avond/nacht: Opgeslagen stroom wordt ingezet wanneer de zon niet schijnt of de vraag en/of de prijs piekt. Windenergie: Vaak ook ‘s nachts actief. De batterij maakt het mogelijk deze productie overdag te benutten.
• • •
Deze koppeling verhoogt de zelfconsumptie van hernieuwbare energie, wat financieel voordelig is sinds de afschaffing van de terugdraaiende teller. Ook verlaagt het de netbelasting, waardoor meer PV-capaciteit kan worden geplaatst zonder congestierisico’s. De koppeling is scenario-afhankelijk: In scenario 1 gebeurt dit bedrijf per bedrijf. In scenario 3 wordt opslag collectief gekoppeld aan grootschalige PV en/of wind, binnen een lokale energiegemeenschap.
• •
4.2
Energiedelen tussen bedrijven
Energiedelen houdt in dat bedrijven op hetzelfde terrein onderling stroom uitwisselen. Vandaag is dit wettelijk mogelijk in Vlaanderen, maar de financiële winst is beperkt doordat de ontvanger nog steeds netkosten, heffingen en een groot deel aan administratieve kosten aan de energieleverancier betaalt. Toekomstige versoepeling van dit kader (bv. via vrijstelling van lokale nettarieven), en/of een verlaging van de administratieve kosten na onderhandeling met de energieleverancier (wanneer de bedrijven hun krachten hierin bundelen), kan energiedelen wel economisch interessant maken. In dat geval wordt de batterij de centrale spil van een energiegemeenschap: • Bedrijven met een overschot laden de batterij op. • Andere bedrijven kunnen later ontladen, volgens afgesproken interne verrekeningsmechanismen. Zonder batterij zou energiedelen enkel werken bij gelijktijdigheid. Met batterij wordt het mogelijk om tijdsonafhankelijk energie uit te wisselen, wat het verdienpotentieel verhoogt. In scenario 3 is een energiegemeenschap rond de batterij die op termijn uitgroeit tot een gesloten distributienet of coöperatieve structuur.
4.3
Parking met PV-overkapping gekoppeld aan collectieve batterij
Op Industriezone I wordt een personeels- of bezoekersparking voorzien van zonnepanelen op carports. Omdat een groot deel van de productie niet benut wordt indien de parking niet voldoende bezet is, wordt de PV-installatie gekoppeld aan de batterij, beide aangesloten op hetzelfde EAN-nummer. De voordelen hiervan zijn: • • •
Overdag: De batterij slaat overtollige zonne-energie op wanneer het verbruik lager is dan de productie. ’s Avonds en ’s ochtends vroeg: De opgeslagen energie wordt gebruikt voor het laden van voertuigen op de parking. Peak shaving: De batterij beperkt gelijktijdige pieken in het verbruik, bijvoorbeeld bij meerdere actieve laadpunten.
Opmerking: Er is geen collectief energiedelen voorzien, batterij en PV zijn lokaal gekoppeld via één aansluiting.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
200
BIJLAGE
14/31
TREKKENDE PARTIJ De slaagkans van het batterijproject hangt in sterke mate af van de aanwezigheid van een trekkende partij. Een gemandateerde actor die initiatief neemt, partijen verbindt en het proces richting realisatie coördineert. Een overheidsinstantie of intercommunale kan hier een ondersteunende en faciliterende rol spelen, maar een meer lokaal verankerde trekker is wenselijk voor de concrete uitvoering.
5.1
Mogelijke trekkers
a. Een toonaangevend bedrijf op het terrein Een grote gebruiker van elektriciteit of een bedrijf met veel PV-capaciteit kan optreden als “launching customer”. Voordelen: Beschikt over interne motivatie (eigenbelang via besparing). Kan bereid zijn een grotere investeringsbijdrage te leveren. Potentieel ruimte op eigen terrein voor plaatsing batterij.
• • •
Voorwaarde is wel dat deze partij het collectieve karakter van het project bewaakt en niet enkel haar eigenbelang nastreeft. Duidelijke afspraken over eigendom, toegang en winstverdeling zijn dan cruciaal. b. De stad Veurne of een intercommunale (WVI) Een publieke instantie kan fungeren als neutrale facilitator: Vertegenwoordigt het algemeen belang op het bedrijventerrein. Heeft ervaring met vergunningen, netbeheer en lokale planning. Kan subsidies mee coördineren en procesmatig ondersteunen.
• • •
De stad Veurne, eventueel via de klimaat- of economische dienst, of de WVI als beheerder van het terrein, komen hiervoor in aanmerking. Zij kunnen ook een juridische structuur helpen opzetten (bv. projectvereniging of publiekprivate samenwerking). c. Een energiecoöperatie of ontwikkelaar/aggregator Ook een burgercoöperatie of gespecialiseerde ontwikkelaar kan optreden als trekker. Voorbeeld: • BeauVent of Energiehuis (in West-Vlaanderen actief met PV en wind). • Een private aggregator of energieleverancier zoals Yuso, ENGIE, Eneco,... Deze partijen kunnen het technische beheer en de marktsturing organiseren, maar het risico bestaat dat het project dan commercieel gedreven wordt en minder draagvlak heeft bij lokale bedrijven, tenzij goed ingebed in een collectieve structuur.
5.2
Aanbevolen samenwerkingsmodel
Gezien de verwevenheid met ruimtelijke ordening, netcapaciteit en lokale bedrijfsvoering, lijkt ons een publiekprivate samenwerking het meest logisch: • • •
POM West-Vlaanderen en de stad Veurne treden op als facilitatoren. Eén of meerdere bedrijven of coöperaties nemen het initiatief of beheer op. Een expert of aggregator zorgt voor de technische uitvoering en marktsturing.
In de opstartfase is het aangewezen dat POM optreedt als procesbegeleider, bijvoorbeeld via: • • •
Het organiseren van workshops en overlegmomenten. Het coördineren van haalbaarheidsstudies en subsidies. Het faciliteren van besluitvorming en structuurvorming.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
15/31
201
5.3
Structurering: stuurgroep en formalisering
Om het project richting implementatie te brengen, is het aan te raden om zo snel mogelijk een stuurgroep op te richten, bestaande uit: • • •
Vertegenwoordigers van de stad, POM, netbeheerder Fluvius. Geïnteresseerde bedrijven. (eventueel) Energiedienstverleners of coöperaties.
Deze stuurgroep kan dan beslissen wie formeel de trekkende partij wordt en welk mandaat die krijgt. Mogelijke structuren zijn: • • •
Een tijdelijke werkgroep (informele samenwerking). Een projectvereniging (bedrijventerreinvereniging). Of een coöperatieve vennootschap met deelnemende bedrijven
De gekozen trekker moet beschikken over mandaat, middelen en vertrouwen om knopen door te hakken en het proces voort te stuwen, inclusief communicatie en opvolging naar alle betrokkenen.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
202
BIJLAGE
16/31
VERGELIJKING SCENARIO’S Er worden drie scenario’s onderzocht voor de inzet van batterijopslag op Industrieterrein I te Veurne. Elk scenario illustreert een ander pad richting energie-efficiëntie en CO2-reductie. Scenario 2 wordt als hoofdscenario cijfermatig doorgerekend, terwijl scenario 1 en 3 conceptueel worden beschreven, omdat deze minder eenduidig zijn te kwantificeren op basis van actuele verbruiksdata en regelgeving.
6.1
Scenario 1: Individuele batterijen bij bedrijven
Beschrijving: Elk bedrijf investeert autonoom in een batterij op zijn eigen site, om eigen PV-stroom beter te benutten, piekverbruik af te vlakken en eventueel in te spelen op prijsschommelingen op de elektriciteitsmarkt. Voordelen: • • • •
Hogere zelfconsumptie: PV-overschotten worden opgeslagen en op gunstige momenten benut. Peak shaving: Netpieken worden afgevlakt, wat het capaciteitstarief verlaagt. Prijsgestuurd verbruik: Batterijen kunnen zodanig worden gestuurd dat ze laden bij lage prijzen op de day-aheadmarkt (vb. via dynamisch tarief of contract) en ontladen bij hoge tarieven. Dit vereist geen deelname aan balanceringsmarkten, maar wel een energieleverancier die dynamische prijzen aanbiedt. Autonomie en schaalbaarheid: Bedrijven kunnen starten met een kleine installatie en later uitbreiden.
Beperkingen: • • •
Geen rechtstreekse toegang tot balanceringsmarkten (FCR, aFRR) tenzij via bundeling door een aggregator. Bedrijven moeten zelf instaan voor aankoop, sturing en opvolging (of dit uitbesteden). Geen coördinatie mogelijk op siteniveau. Lokale netpieken zijn mogelijk als veel batterijen tegelijk reageren op prijsprikkels.
Toepassing: Ideaal voor bedrijven met bestaande PV-installaties, variabel verbruik of dynamisch energiecontract. Kan vandaag reeds rendabel zijn, zeker in combinatie met dynamische tarieven of slimme energiemanagementsoftware. Een rechtstreekse vergelijking tussen scenario 1 (individuele batterijen bij bedrijven) en scenario 2 (collectief batterijpark met eigen EAN) is in deze fase niet mogelijk. Hiervoor ontbreken voldoende gegevens over het individueel verbruiksprofiel, de beschikbare ruimte, de netaansluiting en de investeringsbereidheid van de bedrijven op het bedrijventerrein. Zonder deze data zou een kwantitatieve vergelijking methodologisch onvoldoende onderbouwd zijn. Daarnaast spelen ook andere factoren mee, zoals schaalvoordelen en technische beperkingen op het net. Rendabiliteit & concrete parameters De rendabiliteit van een individuele batterij hangt in hoofdzaak af van: 1. Profiel elektriciteitsverbruik bedrijf • Mate van piekbelasting (capaciteitstariefreductie). • Variabiliteit van het verbruik doorheen de dag (piekmomenten, daluren). • Aanwezigheid van verbruik ’s avonds of in het weekend, wanneer PV niet produceert. 2. PV-installatie • Grootte t.o.v. eigenverbruik: hoe groter de overschotten, hoe relevanter de batterij. • Profiel van PV-opwekking (Oost-West vs. Zuid). 3. Elektriciteitscontract • Vast tarief → beperkte meerwaarde, rendabiliteit moeilijker. • Dynamisch contract (day-ahead of intraday) → batterij kan inspelen op prijsschommelingen. 4. Capaciteitstarief • Hoe hoger de pieken en hoe groter de netaansluiting, hoe groter het voordeel van peak shaving. 5. Netto-investering • Kost van batterij en omvormer (€/kWh en €/kW). • Levensduur (cycli) en onderhoud. • Beschikbare subsidies of fiscale voordelen. 6. Sturing en EMS • Slimme sturing is cruciaal om batterij optimaal in te zetten (niet enkel PV-overschotten, maar ook prijsgestuurd laden/ontladen). 7. Gebruikssituaties • Bedrijven met continu proces of verbruik buiten PV-productie-uren. • Bedrijven met sterk fluctuerend verbruik en hoge kwartierpieken.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
17/31
203
Wanneer wordt een individuele batterij interessant? − Bedrijven met veel PV die structureel overschotten terug op het net zetten, − beschikken van een dynamisch contract, − hoge piekbelasting hebben, − hoge zelfconsumptiepotentieel hebben (veel PV en veel verbruik in daluren). Indicatieve investeringskost (high level – excl. bouwkundige aanpassingswerken) Vermogen (kVA/kWh) 100 / 140 250 / 325 500 / 700 750 / 1.125 1.000 / 1.500 2.000 / 2.800
Investeringskost (€) € 84.000 € 180.000 € 350.000 € 500.000 € 600.000 € 1.150.000
Toegepast op 8 bedrijven op het bedrijventerrein van Veurne bekomen we volgend overzicht (gebaseerd op hun gemiddelde afname per kwartier): Tabel 3: Investeringskost batterijen Individuele batterij
TOTAAL
Vermogen kVA
Capaciteit kWh
1
500
700
350.000
2
100
140
84.000
3
100
140
84.000
4
150
210
180.000
5
400
560
350.000
6
100
140
84.000
7
2.000
2.800
1.150.000
8
700
1.000
500.000
4.050
5.690
2.782.000
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
204
BIJLAGE
Investeringskost €
18/31
6.2
Scenario 2: Collectief batterijpark met eigen EAN
In dit scenario wordt een collectieve batterij-installatie gerealiseerd op Industriezone I te Veurne. De batterij krijgt een eigen EAN-aansluiting en wordt onafhankelijk van individuele bedrijven ingezet om actief deel te nemen aan de energiemarkten. De deelnemende bedrijven investeren samen in het batterijpark en delen de opbrengsten proportioneel op basis van hun inbreng. De installatie functioneert autonoom en wordt aangestuurd door een aggregator die in realtime optimaliseert op basis van prijssignalen. Ook bedrijven zonder eigen PV-installatie kunnen deelnemen en financieel meeprofiteren van de inkomstenstromen. Deze opstelling richt zich op maximale winstgeneratie via onbalans- en flexibiliteitsmarkten, los van het individuele verbruik of productie van bedrijven. Dat maakt het project schaalbaar, technisch haalbaar en economisch rendabel voor een collectief initiatief op bedrijventerreinniveau.
6.2.1 Technische haalbaarheid De beoogde schaalgrootte voor dit collectief batterijproject is 4,2 MW vermogen en 5,5 MWh opslagcapaciteit. Deze keuze is bewust afgestemd op de vereisten van de energiemarkten en de financiële draagkracht van een collectief van bedrijven. Onderstaande tabel vergelijkt deze schaal met een hypothetische 20 en 100 MWh-installatie: Tabel 4: Schaalvergelijking batterijpark
Aspect
5,5 MWh batterijpark
20 MWh batterijpark
100 MWh batterijpark
Ruimtebehoefte
Ca. 250 m²
800-1.000 m² + veiligheidszones
> 1.000 m² + veiligheidszones
Investeringskost
€4 miljoen
€16 miljoen
> €40 miljoen
Vereist samenwerking of cofinanciering Breder inzetbaar, schaalvoordeel 1,5-2 jaar incl. extra netstudies
Vereist grote investeerders of overheden Risico op overaanbod, lagere opbrengsten 2-4 jaar incl. vergunningen & netstudies
Financiëringscomplexiteit
Beheersbaar voor kmo’s
Marktpotentieel
Aangepast aan Belgisch marktvolume
Doorlooptijd realisatie
1-1,5 jaar
De case is gebaseerd op de ABB eStorage Max - STPP (zie technische fiche in bijlage) als representatief voorbeeld voor de schaal en technologie van het batterijpark. Deze modulaire containerinstallatie met lithium-ion technologie integreert batterijpakketten, omvormers, een Energy Management System (EMS), koeling en veiligheidsvoorzieningen in één compacte eenheid. De volledige installatie vraagt ongeveer 250 m² ruimte, inclusief perimeter voor ventilatie, inspectie, onderhoud en brandweervoorschriften.
Figuur 2: Batterij-opstelling
De aansluiting gebeurt op het middenspanningsnet (11 kV) via een transformator met een aparte EAN-aansluiting voor de batterij. Voorafgaand aan de realisatie is een capaciteitsstudie bij Fluvius vereist om de dimensionering van de aansluiting, het benodigde transformatorvermogen, de netimpact en het tracé van de MS-kabel te bepalen. De batterij wordt gekoppeld aan de energiemarkten via een erkend aggregatorplatform dat de commerciële aansturing verzorgt. De gekozen configuratie van 4,2 MW en 5,5 MWh (C rate3 = 0,76) is een voorbeeldopstelling. Hoewel batterijen met een lagere C rate bv. 0,5 vaak gebruikt worden, is hier bewust gekozen voor een C rate van 0,76 wat neerkomt op een ontlaadduur van circa 1,3 uur bij nominaal vermogen voor toepassingen op de flexibiliteitsmarkt. Tegelijk laat dit zien dat er vele configuraties mogelijk zijn: afhankelijk van technologische ontwikkelingen, marktprijzen, ruimte en voorkeuren van deelnemers kan de uiteindelijke batterijopstelling sterk afwijken. Het voorbeeld dient dus als referentie, niet als vaste keuze.
3 De C-rate van een batterij geeft de snelheid aan waarmee deze wordt opgeladen of ontladen in verhouding tot de capaciteit.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
19/31
205
6.2.2 Financieel model De investeringskost voor een batterijpark van 5,5 MWh bedraagt ongeveer €4 miljoen. Dit omvat de volledige systeeminstallatie: batterijcontainers, omvormers, transformator, netaansluiting, EMS, beveiliging, grondwerken en engineering. Ook een voorziening voor reserve- en onvoorziene kosten (zoals grondaankoop, vergunningen of technische wijzigingen) is hierin opgenomen. De operationele kosten blijven relatief beperkt en omvatten jaarlijks onderhoud, verzekering en licentiekosten. Daarnaast moet rekening gehouden worden met toekomstige vervanging van batterijmodules na 10 à 15 jaar wegens capaciteitsdegradatie. De uiteindelijke schaal van het batterijproject ook afhankelijk van de investeringsbereidheid van de betrokken bedrijven of co-investeerders. Hoe groter het beschikbare kapitaal dat kan worden ingebracht door het collectief of via externe partners, hoe groter de technische schaal van het batterijpark kan zijn. Deze financiële randvoorwaarde bepaalt mede of een opschaling naar bijvoorbeeld 10 MW / 20 MWh mogelijk en wenselijk is. De voorgestelde schaal van 4,2 MW / 5,5 MWh vormt in dat opzicht een realistisch uitgangspunt dat afgestemd is op het verwachte budgettaire draagvlak van kmo’s binnen het bedrijventerrein. Onderstaande tabel geeft een voorbeeld van een kostenraming op basis van vergelijkbare projecten. Deze bedragen zijn indicatief en bedoeld als high-level inschatting. Concrete prijzen kunnen variëren naargelang leverancier, locatie en marktomstandigheden. Tabel 5: Kostenraming batterijopstelling Batterijopstelling Element
Aantal Eenheid
Complete installatie: 5.500 Schakelapparatuur (AC) Transformator Power Conversion System (PCS) Geïntegreerde batterij Reserve: 30% Grondwerken
kWh
Prijs € 2.750.000
€ 825.000
Aankoop (deel)perceel Administratieve bepalingen Aansluiting Fluvius Element Vermogensrecht Aansluiting cabine Diff. Beveiliging TS cel Meetopstelling Netuitbreiding op openbaar domein Grondwerken op openbaar domein Studiekost Reserve Totaal
Aantal Eenheid 4.600 kVA 1 st. 1 st. 1 st. 1 st. 650 m 650 m 1 st. 20%
Prijs € 32.200 € 7.500 € 10.000 € 125.000 € 4.000 € 78.000 € 78.000 € 5.000 € 67.940 € 3.982.640
De inkomsten van het batterijpark komen voort uit meerdere marktmechanismen die elkaar in de praktijk opvolgen of combineren. De batterij kan immers op verschillende tijdsschalen waarde leveren aan het energiesysteem: • • • • • •
FCR (Primaire reserve): snelle frequentieregeling binnen 30 seconden aFRR (Secundaire reserve): automatische bijsturing binnen 7,5 minuten mFRR (Tertiaire reserve): manuele inzet voor balancering op kwartierbasis DA (Day-aheadmarkt): planning van productie en verbruik op voorhand ID (Intradaymarkt): bijsturing tot kort voor levering IMB (Onbalansmarkt): realtime netbalansbeheer
Deze markten worden niet afzonderlijk, maar in combinatie benut. De batterij wordt dynamisch ingezet volgens een strategische volgorde. Eerst probeert men in te spelen op de capaciteits- en reservemarkten (zoals aFRR, FCR en mFRR) die vooraf geveild worden. Deze bieden relatief hoge en stabiele vergoedingen voor beschikbaarheid en activatie. Daarna volgt marktgebaseerde handelsoptimalisatie via de day-ahead (DA) en intraday (ID) markten, die dichter bij de levering inwerken op prijsschommelingen. Tot slot biedt de onbalansmarkt (IMB) nog extra mogelijkheden voor realtime waardecreatie, afhankelijk van de netbalans. De onderstaande figuur geeft een overzicht van hoe deze markten elkaar opvolgen in de tijd, met hun bijbehorende gate closure-tijden, volumes en activatiestructuur.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
206
BIJLAGE
20/31
Figuur 3: Marktopvolging
Op basis van reële marktgegevens van de voorbije jaren kunnen per dienst verschillende terugverdientijden worden vastgesteld. Onderstaande tabel geeft een indicatief overzicht van de capaciteit- en activatievergoedingen per marktsegment, zoals die in eerdere jaren behaald werden: Tabel 6: Vergoedingen flexibiliteitsmarkt
Dienst aFRR FCR mFRR Day-ahead (DA) Intraday (ID) Onbalans (Imb)
Capaciteitsvergoeding / Activatievergoeding / jaar jaar € 160.000 € 1.400.000 € 230.000 €0 € 44.000 € 110.000 € 150.000 €0 € 170.000 €0 € 400.000 €0
Totale opbrengst / jaar
Terugverdientijd
€ 1.560.000 € 230.000 € 154.000 € 150.000 € 170.000 € 400.000
2,55 17,32 25,86 26,55 23,43 9,96
In dit project wordt uitgegaan van een gecombineerde strategie waarbij meerdere markten simultaan benut worden, zoals geïllustreerd in de figuur met marktopvolging. Op basis daarvan wordt de globale terugverdientijd voor dit batterijpark geschat op 4 tot 6 jaar onder realistische marktomstandigheden. Per deelservice kan afzonderlijk een terugverdientijd berekend worden. Belangrijk is om niet vast te pinnen op één verdienmodel: flexibiliteit en het inspelen op evoluerende marktmechanismen (zoals dit jaar aFRR, volgend jaar eventueel ID) verhogen het potentieel rendement aanzienlijk. De in dit rapport opgenomen inschattingen van opbrengsten en terugverdientijden zijn gebaseerd op simulatieresultaten van de onafhankelijke simulator van Watts.happening - Monetise your power portfolio, een platform dat op basis van historische marktdata en open modelleringslogica de inkomstenpotentie van batterijprojecten in kaart brengt. De simulator laat gebruikers toe om de inzet van batterijcapaciteit te testen op verschillende markten (CRM, FCR, aFRR, mFRR, onbalans, day-ahead, intraday), telkens op basis van een realistisch profiel. De onderliggende berekeningen worden uitgevoerd met het open Python-model van Watts happening dat werkt op basis van: • • • •
Marktprijzen van Elia, EPEX Spot en andere openbare bronnen. Activatie- en vergoedingsdata van capaciteits- en balanceringsmarkten. Typische laadtarieven, ontlaadefficiënties en performantieparameters per batterijtype. Veronderstellingen rond gemiddelde cycli, activatiefrequentie en laadstrategieën.
De simulator geeft per markt zowel de capaciteitsvergoeding als de energievergoeding (opgesplitst in opwaartse/neerwaartse activatie), met detailinfo zoals: • • • •
Gemiddelde vergoeding in €/MWh. % tijd geactiveerd. Gemiddelde cycli per dag. Kosten/baten van ingekochte energie.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
21/31
207
Belangrijk om te benadrukken is dat de simulator momenteel geen gecombineerde inzet van markten optimaliseert, maar enkel afzonderlijke marktstrategieën doorrekent. In de praktijk kan de combinatie van markten leiden tot een hogere opbrengst dan de optelsom van individuele resultaten laat vermoeden. Werking van de flexibiliteitsmarkten en interpretatie van de resultaten De flexibiliteitsmarkten waarop het batterijpark actief zal zijn, bestaan typisch uit twee vormen van vergoedingen: • •
Een capaciteitsvergoeding (voor het stand-by beschikbaar stellen van vermogen). En een energievergoeding (voor de daadwerkelijke levering of opname van energie tijdens activatie).
Wanneer een batterij intekent op markten zoals FCR of aFRR, wordt ze via een aggregator aangemeld voor participatie. Slechts een deel van de biedingen wordt effectief aanvaard (of ‘gealloceerd’) door de marktbeheerder, afhankelijk van de systeembehoefte en de concurrentie. Dat verklaart waarom in de resultaten bijvoorbeeld slechts 49% van de aangeboden capaciteit gealloceerd werd in aFRR: enkel deze werd geselecteerd voor actieve beschikbaarheid. Vervolgens wordt de batterij ook niet voortdurend geactiveerd. Enkel wanneer het systeem effectief balancering nodig heeft (frequentieafwijking, onverwachte productie-uitval...) wordt het vermogen ingezet. Dat verklaart het lagere “% time activated” (bijvoorbeeld 20% voor aFRR). Dit is het aandeel van de tijd dat de batterij ook effectief energie leverde of opnam, binnen de gealloceerde perioden. Deze combinatie van toewijzing en activatie bepaalt dus het uiteindelijke opbrengstniveau per marktsegment. Markten zoals aFRR bieden potentieel hoge vergoedingen, maar vereisen ook geavanceerde sturing en zijn onderhevig aan concurrentiedruk. Door in te zetten op meerdere markten tegelijk én flexibel te kunnen schakelen tussen strategieën, kan het project risico’s spreiden en opbrengsten optimaliseren. Opportuniteiten en risico’s op de onbalansmarkt De onbalansmarkt blijkt vandaag financieel het meest interessant voor batterijen vanwege de sterke prijsschommelingen op kwartierbasis. Een batterij die snel kan laden of ontladen, speelt hier perfect op in. In deze businesscase wordt in eerste instantie dan ook ingespeeld op deze markt. Toch is deze markt niet zonder risico. De hoogte van de opbrengsten is afhankelijk van het aantal activaties en het prijsverschil op het net. Naarmate meer batterijen actief worden, daalt de waarde per activatie. Daarnaast kunnen marktverzadiging of wijzigingen in regelgeving (bijvoorbeeld prijsmechanismen van Elia) de inkomsten drukken. Als de opbrengsten uit de onbalansmarkt lager uitvallen dan voorzien, verlengt dit de terugverdientijd aanzienlijk. Daarom zijn in de businesscase enkele risicobeperkende strategieën opgenomen: • •
Marktdiversificatie: naast de onbalansmarkt wordt ook gekeken naar alternatieven zoals aFRR, dayahead en intraday. Dit laat toe om afhankelijk van de omstandigheden te schakelen tussen markten. Flexibele inzetstrategie: het systeem wordt zo ingericht dat de sturing over meerdere markten kan worden gespreid en aangepast bij gewijzigde marktomstandigheden.
Aanvullende opties waarmee in de toekomst rekening kan worden gehouden: •
• •
Hybride sturing: de batterij wordt niet uitsluitend ingezet voor marktwerking, maar kan ook lokaal verbruik optimaliseren of piekvermogens afvlakken (peakshaving), wat netkosten verlaagt. Dit zal echter pas echt interessant worden indien er geen bijkomende transmissiekosten worden aangerekend door de energieleverancier bij afname uit het net. Langetermijncontracten (zoals CRM): door deelname aan capaciteitsmechanismen kan een vaste vergoeding verkregen worden, los van activaties. Dit kan toekomstige opbrengstvolatiliteit temperen. Integratie met e-mobiliteit en slim laden: indien de marktinkomsten tegenvallen, kan het batterijpark nog steeds een waardevolle rol spelen in combinatie met een toekomstig parkeergebouw. De batterij kan dan strategisch laden bij lage prijzen en ontladen via laadpalen naar elektrische voertuigen bij hoge prijzen. Dit verhoogt de benuttingsgraad en opent nieuwe verdienmodellen indien de onbalansmarkt instort.
Door de combinatie van geplande en potentiële toepassingen blijft het project rendabel en wendbaar, ook bij onzekerheid over de marktwerking. Deze flexibiliteit vormt een belangrijk fundament van de voorgestelde projectstrategie.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
208
BIJLAGE
22/31
6.2.3 Juridische en organisatorische structuur Er wordt een gezamenlijke projectvennootschap opgericht (bv. een BV of coöperatie), waarin de deelnemende bedrijven aandelen nemen in verhouding tot hun inbreng. Deze entiteit treedt op als eigenaar van de batterij en sluit contracten af met Fluvius, de leverancier en de aggregator. Juridisch is geen afzonderlijke leveringsvergunning vereist zolang de batterij enkel met het net handelt en niet aan eindverbruikers levert. De operationele aansturing gebeurt door een erkende aggregator. Deze krijgt een vergoedingsregeling (vaste fee of percentage op de winst). De algemene coördinatie ligt bij een stuurgroep waarin bedrijven, POM WestVlaanderen en eventueel de stad vertegenwoordigd zijn.
6.2.4 Ruimtelijke inpassing en netkoppeling De installatie vergt een geschatte oppervlakte van ongeveer 500 m², afhankelijk van de gekozen configuratie en onderhoudsruimte. Deze ruimte dekt: • • • •
2 batterijcontainers van elk 12 m x 2,5 m (ca. 60 m²), eventueel modulaire combinaties met hogere energiedichtheid Transformatorstation met meetinrichting (ca 15-25 m²) Vrije zone rondom voor ventilatie, inspectie, veiligheidsperimeter en toegang voor interventie (minstens 2 m rond elke zijde) Onderhoudspad, toegangsweg voor vrachtwagen en permanente beveiligingszone (hekwerk, badge, camerabewaking))
De installatie wordt bij voorkeur geplaatst op een vrije strook binnen het industrieterrein. Alternatief kan gekozen worden voor een perceel van een deelnemend bedrijf, mits voldoende ruimte beschikbaar is en een overeenkomst kan worden gesloten. Belangrijke criteria voor locatiekeuze zijn de nabijheid van een middenspanningspost (om de netaansluitingskosten te beperken), voldoende toegankelijkheid voor onderhoud en levering, en brandveiligheid (afstand tot gebouwen en aanwezigheid van blusvoorzieningen). De aansluiting gebeurt op het middenspanningsnet van Fluvius. Op basis van de beschikbare Fluvius-netkaart van Veurne blijkt dat een logische koppeling voor Industriezone I zich bevindt in de zone ten zuiden van het suikerwaterpark aan de Nijverheidsstraat, waar meerdere klantencabines en minstens één schakelpost aanwezig zijn. De afnamecapaciteit van deze schakelpost bedraagt 4 MVA.
Figuur 4: https://opendata.fluvius.be/pages/map_perceel/
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
23/31
209
Figuur 5: Aanduiding potentiële zone batterij
Deze zone biedt: • • •
Nabijheid tot zware verbruikers waaronder PepsiCo (bij toekomstig energiedelen kan dit interessant zijn) Korte tracés naar Fluvius schakelpost Centrale ligging t.o.v. het bedrijventerrein
De netkoppeling omvat: • • • •
Transformator (400V-11kV) MS-kabels, sleufwerken en beveiliging Meetcel met digitale meter Communicatieverbindingen voor EMS en aggregator
Indien het tracé over andermans eigendom loopt, is een recht van gebruik of servitude vereist. Een servitude is een juridisch recht dat toelaat om gebruik te maken van een deel van het perceel van een derde partij (bijvoorbeeld om kabels aan te leggen of toegang te krijgen voor onderhoud), zonder dat men eigenaar wordt van dat perceel. Het wordt notarieel vastgelegd en blijft gelden bij eigendomsoverdracht. De doorlooptijd voor aansluiting bedraagt gemiddeld 6 maand tot 1 jaar inclusief netstudie, offerte, uitvoering en keuring. Ondertussen kan wel al parallel aan de batterij gewerkt worden. Naast de ruimtelijke voordelen biedt een collectieve aansluiting op het middenspanningsnet ook een financieel voordeel op het vlak van netkosten. Bij een collectief batterijenpark wordt slechts één netaansluiting voorzien, wat resulteert in een gedeelde eenmalige aansluitkost. Door de schaalgrootte is de kost per kW doorgaans lager dan bij individuele aansluitingen. Bovendien kunnen de piekvermogens bij een collectieve batterij gecoördineerd worden afgevlakt, wat leidt tot een efficiënter gebruik van de beschikbare netcapaciteit en lagere capaciteitstarieven. Bij individuele batterijen blijft elk bedrijf of gebruiker verantwoordelijk voor zijn eigen aansluiting en piekbelasting, wat resulteert in hogere netkosten in totaliteit. De collectieve aanpak maakt het dus mogelijk om zowel investerings- als jaarlijkse netkosten te optimaliseren. Op basis van de Fluvius-netkaart van Veurne blijkt dat een logische koppeling voor Industriezone I zich bevindt in de zone ten noorden van het Suikerpark, meer bepaald aan de schakelpost aan de Zuidbrugweg. Deze locatie biedt nabijheid tot zware verbruikers zoals Pepsico, korte tracés naar het middenspanningsnet en een centrale ligging ten opzichte van het bedrijventerrein. Hoewel deze locatie momenteel als meest voor de hand liggend wordt beschouwd, is de locatie van het batterijpark niet definitief vastgelegd. De keuze hangt af van de technische netstudie, beschikbaarheid van ruimte en ruimtelijke inpassing. De locatie nabij de bestaande schakelpost is gunstig, onder andere omdat er nog ruimte beschikbaar is om het batterijpark te koppelen aan een toekomstig parkeergebouw met laadvoorzieningen. Andere mogelijke opties kunnen eveneens onderzocht worden, zoals een inplanting aan de noordzijde van het Suikerpark, dicht bij de schakelpost aan de Zuidbrugweg. Deze alternatieve ligging kan ook een goede koppeling bieden met het bestaande middenspanningsnet en toekomstige mobiliteitsinfrastructuur.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
210
BIJLAGE
24/31
6.2.5 Tijdslijn
Initiatie & organisatie
• • •
Opstart overleg POM + bedrijven Intentieverklaringen Oprichting projectstructuur (BV / coöperatie)
• • •
Technische & juridische studie
Netverkenning Juridisch kader & eigendomsvormen Eerste marktverkenning technologie)
Capaciteitsstudie Fluvius
• •
Definitieve projectdefinitie
Formele aanvraag + beoordeling Analyse netcapaciteit + technisch tracé
• • •
Technologiekeuze Aggregatorselectie Locatiebepaling
Vergunningen en contracten
• • •
Omgevingsvergunning (indien vereist) Notariële servitude-overeenkomsten Contracten Fluvius, leverancier, aggregator
Bestelling + productie batterij
• •
Bestelling installatie Transport en levering plannen
Grondwerken & aansluiting
• • •
Uitvoering sleufwerken Netaansluiting Plaatsing installatie
Inbedrijfstelling & testen
• • •
Functionele testen Communicatie met aggregator Keuring door Fluvius / AREI
1,5-2 jaar
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
25/31
211
6.3
Scenario 3: Collectieve batterij + maximale PV + energiedelen
Beschrijving: In dit toekomstscenario is PV maximaal geïnstalleerd op daken en zijn de wettelijke drempels voor energiedelen weggevallen. De collectieve batterij wordt ingezet om overschotten op te slaan en gedeeld te verbruiken. Voordelen: • Maximale benutting van lokaal opgewekte energie. • Vergaande zelfvoorziening op het bedrijventerrein. • Synergie tussen opslag, opwek en verbruik. • Inkoppeling van individuele batterij mogelijk. Randvoorwaarden: • Vereist wetswijzigingen (geen dubbele nettarieven, toegelaten energiegemeenschappen). • Meer organisatorische complexiteit (interne verrekening, slimme sturing). • Culturele shift nodig: bedrijven moeten willen samenwerken en transparant delen. Toekomstbeeld: Op lange termijn kunnen aanvullende acties zoals collectieve vehicle-to-grid-systemen en een centraal parkeergebouw geïntegreerd worden als energieknooppunt. Deze kunnen samen met de collectieve batterij bijdragen aan een dynamische, slimme energiegemeenschap.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
212
BIJLAGE
26/31
BESLUIT EN ADVIES Binnen deze studie werden drie scenario’s onderzocht voor batterijopslag op Industriezone I te Veurne: (1) Individuele batterijen bij bedrijven. (2) Een collectief batterijpark met eigen EAN. (3) Een toekomstscenario met collectieve opslag, maximale PV en energiedelen. Van deze drie werd scenario 2 grondig doorgerekend. Dit scenario werd geselecteerd als het technisch en juridisch meest haalbare model op korte termijn. De centrale batterijopstelling laat schaalvoordelen toe, verlaagt de toetredingsdrempel voor bedrijven zonder eigen infrastructuur en maakt rechtstreekse deelname aan de flexibiliteitsmarkten mogelijk. Een rechtstreekse kwantitatieve vergelijking tussen scenario 1 en 2 is momenteel niet mogelijk door het ontbreken van gedetailleerde data over individueel verbruik, ruimte, piekprofielen en investeringsbereidheid van bedrijven. Een dergelijke vergelijking zou methodologisch niet verantwoord zijn. Scenario 1 blijft echter relevant voor bedrijven met een hoog eigenverbruik en PV en die over voldoende fysieke ruimte en kapitaalkracht beschikken om zelfstandig in een batterij te investeren. Voor deze bedrijven kan een individuele oplossing economisch haalbaar zijn, op voorwaarde dat ook netaansluiting en markttoegang goed geregeld kunnen worden. Scenario 2 biedt daarentegen een gebalanceerde combinatie van technische, financiële en organisatorische voordelen: • • • •
Schaalvoordeel: Door de bundeling van middelen ontstaat een batterij van voldoende grootte om economisch rendabel in te zetten op flexibiliteitsmarkten. Dit is voor veel individuele bedrijven afzonderlijk niet haalbaar. Toegankelijkheid: Ook bedrijven zonder eigen PV-installatie of zonder ruimte voor een batterij kunnen financieel participeren in het project en mee profiteren van de opbrengsten. Gedeelde infrastructuur en één netaansluiting: Dit kan onder bepaalde voorwaarden leiden tot een lagere aansluitkost per kW en een vlottere netintegratie, al blijft een goede capaciteitsstudie noodzakelijk. Juridische uitvoerbaarheid: Doordat de batterij enkel met het net handelt en niet met eindverbruikers, vallen de complexiteiten van energiedelen of levering tussen bedrijven weg. Dit maakt realisatie op korte termijn mogelijk binnen het bestaande wettelijk kader.
In vergelijking met scenario 3 is scenario 2 bovendien sneller uitvoerbaar binnen het huidige wettelijk kader, aangezien het geen energiedeling of nieuwe contractstructuren tussen bedrijven vereist. Daarmee vormt scenario 2 een realistisch, schaalbaar en toekomstgericht model dat inspeelt op netcongestie, marktwerking en collectieve samenwerking mogelijk maakt. We raden aan om scenario 2 verder te ontwikkelen, met als volgende stap de oprichting van een stuurgroep en het uitvoeren van een gezamenlijke capaciteitsstudie en locatieonderzoek. Tegelijk blijft het nuttig om opportuniteiten voor individuele batterijen (scenario 1) en energiedelen (scenario 3) verder op te volgen, afhankelijk van de evolutie van regelgeving, technologie en marktprijzen.
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
27/31
213
BIJLAGEN 8.1
Vergoedingen flexibiliteitsmarkt
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
214
BIJLAGE
28/31
8.2
Technische fiche batterij
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
29/31
215
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
216
BIJLAGE
30/31
23083.003 • Collectieve batterij-opslag
31/31
217
218
BIJLAGE
219
2 2.1
Water Businesscase: collectieve waterbuffer voor regenwater op te zuiveren naar drinkwater
Contents 1
INLEIDING ........................................................................................................................ 5
2
SUBSCENARIO 1: DRINKWATER VOOR BEDRIJVENTERREIN ..................................................... 5 Algemene beschrijving............................................................................................... 5 Vraag en aanbod....................................................................................................... 6 Zuiveringstechnologie ............................................................................................... 8 Business case ........................................................................................................ 12 2.4.1
Kostenraming ..................................................................................................................... 12
2.4.2
Business model .................................................................................................................. 13
2.4.2.1
Drinkwater prijs ............................................................................................................................ 13
2.4.2.2
Prijs infrastructuur (indien niet in SPV) ............................................................................................. 14
Actiepunten ........................................................................................................... 15 3
SUBSCENARIO 2: DRINKWATER VOOR AQUADUIN ................................................................ 16 Algemene beschrijving............................................................................................. 16 Vraag en aanbod..................................................................................................... 16 Zuiveringstechnologie ............................................................................................. 18 Praktische implementatie......................................................................................... 19 Business Case ........................................................................................................ 20 3.5.1
Kostenraming ..................................................................................................................... 20
3.5.2
Business model .................................................................................................................. 21
3.5.2.1
Drinkwater prijs ............................................................................................................................ 21
3.5.2.2
Prijs infrastructuur (indien niet in SPV) ............................................................................................. 23
Actiepunten ........................................................................................................... 25 4
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ....................................................................................... 26
i
220
BIJLAGE
Lijst met Figuren
Figuur 1: Rode cirkels: toekomstige Suikerfabriek (nu nog niet bebouwde percelen). .......................... 7 Figuur 2: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 1. Van boven naar onder: dagelijkse hoeveelheid beschikbaar regenwater over de periode 2018-2023; dagelijks volume regenwater in de hemelwaterbuffer van 33.000 m³ over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid stadswaterbijvulling over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid regenwater die overloopt over de periode 2018-2023. 2018 wordt aanzien als een zeer droog jaar en 2022 als een droog jaar. ........................................... 8 Figuur 3: Preliminaire PFD van de zuiveringsinstallatie van subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein. KWS-afscheider / zandfilter / RO.Praktische implementatie................................... 10 Figuur 4: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein; deel 1. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe hemelwaterbuffer, gelegen ten zuidwesten van het bedrijventerrein aan de overkant van de Lovaart. Een onderdoorboring onder de Lovaart is hiervoor nodig. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in containers kan geplaatst worden. Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in een permeaatbuffer alvorens naar de bedrijven gestuurd te worden. ................................................................................................................................ 11 Figuur 5: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein; deel 2. Een 2e drinkwaternet dient aangelegd te worden over het hele bedrijventerrein om het geproduceerde drinkwater tot bij alle bedrijven te brengen........................... 11 Figuur 6: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 2. Van boven naar onder: dagelijkse hoeveelheid beschikbaar regenwater over de periode 2018-2023; dagelijks volume regenwater in de hemelwaterbuffer van 33.000 m³ over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid stadswaterbijvulling over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid regenwater die overloopt over de periode 2018-2023. 2018 wordt aanzien als een zeer droog jaar en 2022 als een droog jaar. ......................................... 18 Figuur 7: Preliminaire PFD van de zuiveringsinstallatie van subscenario 2: drinkwater voor Aquaduin. KWS-afscheider / zandfilter / RO. ............................................................................................. 19 Figuur 8: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 2: drinkwater voor Aquaduin. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe ondergrondse hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen op het perceel van Aquaduin. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in containers kan geplaatst worden. Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in de 2 bestaande silo’s van Aquaduin alvorens op het drinkwaternet van Aquaduin gestoken te worden. ................................................. 20
ii
221
Lijst met Tabellen
Tabel 1: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 1. Per jaar van de hemelwatersimulatie wordt het beschikbaar regenwater, het hergebruikt regenwater, de stadswaterbijvulling en de overloop weergegeven. .......................................................................................................................... 7 Tabel 2: Overzicht CAPEX kosten voor de infrastructuurwerken en zuiveringsinstallatie van subscenario 1. ......................................................................................................................................... 12 Tabel 3: Overzicht OPEX kosten voor de zuiveringsinstallatie, onderhoud infrastructuur en werking van de SPV in subscenario 1. ............................................................................................................. 12 Tabel 4: Subscenario 1: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder. ........................................................................................................................................... 14 Tabel 5: Subscenario 1: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA op het bedrijventerrein, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling. ........................................... 14 Tabel 6: Subscenario 1: Voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA en het hemelwaterbekken, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling. ....................................... 15 Tabel 7: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 2. Per jaar van de hemelwatersimulatie wordt het beschikbaar regenwater, het hergebruikt regenwater, de stadswaterbijvulling en de overloop weergegeven. ........................................................................................................................ 17 Tabel 8: Overzicht CAPEX kosten voor de infrastructuurwerken en zuiveringsinstallatie van subscenario 2. ......................................................................................................................................... 20 Tabel 9: Overzicht OPEX kosten voor de zuiveringsinstallatie, onderhoud infrastructuur en werking van de SPV in subscenario 2. ............................................................................................................. 21 Tabel 10: Subscenario 2, met ondergronds bufferbekken op het perceel van Aquaduin: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder......................................................... 22 Tabel 11: Subscenario 2, met bovengronds bufferbekken op perceel aan overkant Lovaart: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder. ....................................... 22
iii
222
BIJLAGE
Tabel 12: Subscenario 2: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA op het bedrijventerrein, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling. ........................................... 24 Tabel 13: Subscenario 2: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA en het hemelwaterbekken, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling. ....................................... 24 Tabel 14: Vergelijkende tabel met de prijs voor drinkwater (€ m³) in de verschillende scenario’s. ....... 26
iv
223
1 INLEIDING Na afstemming met de partners (POM West-Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, Stad Veurne, WVI) en Aquaduin, werd volgend scenario (met 2 subscenario’s) weerhouden voor de business cases: Collectief hoogwaardig: regenwater van daken en wegenis van de bedrijven worden opgevangen in een nieuwe hemelwaterbuffer, waarna het opgezuiverd wordt tot drinkwater. o
Subscenario 1: het geproduceerde drinkwater wordt via de aanleg van een nieuw drinkwaternetwerk tot aan alle bedrijven van het bedrijventerrein gebracht.
o
Subscenario 2: het geproduceerde drinkwater wordt opgeslaan in de bestaande silo’s van Aquaduin ten zuidwesten van het bedrijventerrein. Van daaruit wordt het geïnjecteerd in het bestaande drinkwaternetwerk van Aquaduin, en gaat het dus naar alle gebruikers van Aquaduin (niet enkel het bedrijventerrein).
In dit scenario wordt het meeste regenwater hergebruikt, wordt de pluviale overstromingsproblematiek aangepakt en wordt het bedrijventerrein toekomstbestendig door in te staan voor de eigen watervoorziening. Er werd geopteerd om de bestaande natuurbekkens niet te gebruiken voor hergebruik, gezien de kwaliteit van het water niet hoogstaand is, er geen te hoge niveauschommelingen mogen optreden voor de broedende vogels, en de kwaliteit die naar de buffers gaat, gewaarborgd dient te worden.
2 SUBSCENARIO 1: DRINKWATER VOOR BEDRIJVENTERREIN Algemene beschrijving Een nieuwe RWA op het bedrijventerrein voert het regenwater van de daken en wegenis van de bedrijven naar een collectieve, open hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen op nog onbebouwd terrein ten zuidwesten van het bedrijventerrein, aan de overkant van de Lovaart. Hier wordt het regenwater opgezuiverd tot drinkbaar water en opgeslaan in een buffertank. In dit scenario is het de bedoeling om het bestaande drinkwaternet in het bedrijventerrein niet meer in gebruik te nemen, maar enkel nog gebruik te maken van het nieuwe drinkwaternet dat zal aangelegd worden. Wanneer er niet genoeg regenwater voorhanden is om aan de drinkwatervraag op het terrein te voldoen, zal stadswater van Aquaduin aangevuld worden in de buffer waarin het opgezuiverde regenwater gestockeerd wordt. Zo wordt gegarandeerd aan de gebruikers dat er altijd drinkwater uit de kraan zal komen.
5
224
BIJLAGE
Vraag en aanbod Een hemelwatersimulatie werd uitgevoerd met dagelijkse regenval over de laatste 6 jaar en een hemelwaterbuffer van 33.000 m³. Het volume van 33.000 m³ werd gedimensioneerd met de hemelwatersimulatie om zo weinig mogelijk stadswaterbijvulling nodig te hebben. Evaporatie uit de open hemelwaterbuffer werd niet ingerekend in de hemelwatersimulatie. Er werd rekening gehouden met een afvoercoëfficiënt voor daken van 80% en voor wegenis van 90%, en met de volgende data voor wateraanbod en watervraag: Opgevangen oppervlaktes: o
Daken huidig bedrijventerrein: 347.765 m²
o
Wegenis huidig bedrijventerrein: 362.949 m²
o
Toekomstige Suikerfabriek: 51.414 m²
Watervraag: o
Huidig bedrijventerrein zonder Pepsico: 164.239 m³ jaar-1 of 573 m³ d-1 rekening houdend met 5,5 dagen per week activiteit.
o
Toekomstige Suikerfabriek (Figuur 1): gezien het verhard oppervlakte van Suikerfabriek 7,2% bedraagt van het verhard oppervlakte van het huidig bedrijventerrein, wordt de watervraag van Suikerfabriek tevens berekend als 7,2% van de watervraag van het huidig bedrijventerrein.
o
Totale toekomstige watervraag = 176.120 m³ jaar-1 of 614 m³ d-1.
o
Rekening houdend met de recovery van de zuiveringsinstallatie van 86% (zie verder), bedraagt de regenwatervraag 205.988 m³ jaar-1 of 718 m³ d-1.
De resultaten van de hemelwatersimulatie zijn weergegeven in Tabel 1 en Figuur 2. Er is te zien dat er meer regenwater voorhanden is dan dat er vraag is. Enkel in het zeer droge jaar 2018 is er stadswaterbijvulling nodig. Een aanzienlijk deel van het regenwater loopt over en dient ofwel geïnfiltreerd, ofwel gebufferd en vertraagd afgevoerd worden naar de Lovaart. Indien op private percelen regenwater deels geïnfiltreerd wordt, zal deze overloop verminderen. Echter dient erover gewaakt te worden dat er in droge periodes nog voldoende watertoevoer naar de hemelwaterbuffer dient te zijn.
6
225
Tabel 1: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 1. Per jaar van de hemelwatersimulatie wordt het beschikbaar regenwater, het hergebruikt regenwater, de stadswaterbijvulling en de overloop weergegeven. Beschikbaar Hergebruikt Stadswaterbijvulling Jaar Overloop (m³ jaar-1) -1 -1 regenwater (m³ jaar ) regenwater (m³ jaar ) (m³ jaar-1) 2018
418.709
246.229
15.938
173.085
2019
513.768
262.167
0
250.279
2020
546.610
262.885
0
282.664
2021
602.547
262.167
0
339.234
2022
444.349
262.167
0
181.049
2023
656.378
262.885
0
393.493
Figuur 1: Rode cirkels: toekomstige Suikerfabriek (nu nog niet bebouwde percelen).
7
226
BIJLAGE
Figuur 2: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 1. Van boven naar onder: dagelijkse hoeveelheid beschikbaar regenwater over de periode 2018-2023; dagelijks volume regenwater in de hemelwaterbuffer van 33.000 m³ over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid stadswaterbijvulling over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid regenwater die overloopt over de periode 2018-2023. 2018 wordt aanzien als een zeer droog jaar en 2022 als een droog jaar.
Zuiveringstechnologie Gezien de wegenis van de bedrijven ook opgevangen wordt in de hemelwaterbuffer, en er potentieel oliespills kunnen voorvallen van (vracht)wagens op de wegenis, is een KWS-afscheider (koolwaterstof afscheider) nodig als eerste stap van de behandeling. O.b.v. densiteitsverschil tussen olie en water (olie drijft op water) wordt de olie van het water gescheiden. Idealiter wordt een KWS-afscheider geplaatst vóór het regenwater in de hemelwaterbuffer terechtkomt, zodat de vervuiling niet in de buffer terechtkomt. Echter gaat het hier om zeer grote verharde oppervlaktes van een gans bedrijventerrein, waardoor de KWS-afscheiders onmogelijk groot zouden zijn. Daarom wordt geopteerd om een kleinere KWS-afscheider na de hemelwaterbuffer te plaatsen. Echter is dit complexer om te plaatsen, gezien er gravitair dient aangesloten te worden op een KWS-afscheider. Er dient dan een automatische schuif en wervelventiel geplaatst worden om water vanuit de hemelwaterbuffer over de afscheider te laten vloeien. In deze optie dient tevens rekening gehouden worden met de beperking van hoogteliggingen; waarschijnlijk zal dan niet het volledige volume van de buffer aangewend kunnen 8
227
worden. Een alternatief aan de schuif en wervelventiel is om een pomp te plaatsen in de buffer en een decompressietank te plaatsen vóór de KWS-afscheider, zodat het water gravitair naar de KWS-afscheider kan lopen. Deze decompressietank dient een voldoende grote lengte te hebben en best een straalbreker (schot bij binnenkomst zodat het water naar de zijkanten geduwd wordt), zodat het water voldoende tijd heeft om tot rust te komen. In beide opties dient na de KWS-afscheider nog een pompput geplaatst te worden om het water naar de verdere zuivering te pompen. Als tweede stap in de zuivering dienen zwevende stoffen uit het afvalwater gehaald worden. Hier wordt geopteerd voor een zandfilter. Normaal gezien zou een zandfilter voldoende voorzuivering voor de RO moeten bieden wanneer het om regenwater gaat. Als laatste stap wordt een RO (reverse osmosis) installatie geplaatst om tot drinkbaar water te komen. In deze installatie wordt het water onder druk over een RO membraan gestuurd, waarbij de meeste polluenten weerhouden worden aan het membraanoppervlak, en het water door het membraan gaat. Hierbij worden de pollluenten opgeconcentreerd in een kleinere concentraatstroom, die geloosd dient te worden. Een impactbeoordeling zal uitgevoerd moeten worden voor de lozing van het concentraat op de Lovaart, om te zien of deze lozing geen negatief effect op de waterloop heeft. Wanneer de polluenten zich teveel ophopen aan het membraan, dient het ge-CIP-ed te worden (Cleaning In Place), waarbij chemische reinigingen uitgevoerd worden. Deze afvalwaterstroom mag niet zomaar in oppervlaktewater geloosd worden. Wanneer mogelijk, kan deze best in de openbare riolering geloosd worden. Zoals reeds aangegeven, bedraagt de watervraag 176.120 m³ jaar-1, 614 m³ d-1 of 26 m³ h-1. Om wat marge in te bouwen, wordt geopteerd voor een capaciteit van de zuiveringsinstallatie van 30 m³ h-1 permeaat. Voor het volume van de buffertank voor het RO permeaat wordt een dagvolume genomen: 615 m³.
9
228
BIJLAGE
In Figuur 3 wordt de preliminaire PFD van de zuiveringstrein voor subscenario 1 weergegeven. Volgende stappen
voor
de
zuiveringstrein
zijn
een
basic
design
en
een
detailed
design.
Figuur 3: Preliminaire PFD van de zuiveringsinstallatie van subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein. KWSafscheider / zandfilter / RO.Praktische implementatie
In Figuur 4 en Figuur 5 wordt een indicatieve weergave gegeven van de nodige infrastructuurwerken voor subscenario 1. In een latere fase dienen de infrastructuurwerken verder in detail uitgewerkt worden. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen ten zuidwesten van het bedrijventerrein aan de overkant van de Lovaart. Een onderdoorboring onder de Lovaart is hiervoor nodig. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in twee 40 voet containers kan geplaatst worden (andere optie is een gebouw). Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in een permeaatbuffer van 615 m³ alvorens naar de bedrijven gestuurd te worden. Hiervoor dient een tweede drinkwaternet aangelegd te worden tot aan alle bedrijven.
10
229
Figuur 4: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein; deel 1. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe hemelwaterbuffer, gelegen ten zuidwesten van het bedrijventerrein aan de overkant van de Lovaart. Een onderdoorboring onder de Lovaart is hiervoor nodig. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in containers kan geplaatst worden. Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in een permeaatbuffer alvorens naar de bedrijven gestuurd te worden.
Figuur 5: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 1: drinkwater voor bedrijventerrein; deel 2. Een 2e drinkwaternet dient aangelegd te worden over het hele bedrijventerrein om het geproduceerde drinkwater tot bij alle bedrijven te brengen.
11
230
BIJLAGE
Business case 2.4.1 Kostenraming Tabel 2: Overzicht CAPEX kosten voor de infrastructuurwerken en zuiveringsinstallatie van subscenario 1. CAPEX Aantal Eenheidsprijs Prijs Infrastructuurwerken 3.697.970 € Nieuwe RWA BT naar hemelwaterbekken 3.935 m 500 € m-1 1.967.500 € Horizontaal gestuurde boring 1 stuk 160.000 € stuk-1 160.000 € Bovengronds hemelwaterbekken 33.000 m³ 1 stuk 450.000 € stuk-1 450.000 € Pomp naar tank voor KWS-afscheider (35 m³ h-1, -1 1 stuk 7.025 € stuk 7.025 € 20 m opvoerhoogte) Betonnen tank voor KWS-afscheider (40 m³) 1 stuk 20.000 € stuk-1 20.000 € Pompput na KWS-afscheider 1 stuk 12.000 € stuk-1 12.000 € Buffer gezuiverd drinkwater: 615 m³ 1 stuk 250.000 € stuk-1 250.000 € Pomp gezuiverd drinkwater (100 m³ h-1, 222 m 1 stuk 56.000 € stuk-1 56.000 € opvoerhoogte) -1 Leiding bijvulling stadswater Aquaduin 75 m 115 €m 8.625 € Leiding lozing concentraat in Lovaart 20 m 115 € m-1 2.300 € Nieuw drinkwatercircuit BT (DN160) 6.648 m 115 € m-1 764.520 € Zuiveringsinstallatie 1.063.500 € KWS-afscheider 35 m³ h-1 (= 10 L/s) 1 stuk 10.000 € stuk-1 10.000 € Zandfilter 33 m³ h-1 1 stuk 60.000 € stuk-1 60.000 € RO 30 m³ h-1 1 stuk 933.500 € stuk-1 933.500 € Containers (2x 40 ft container) 2 stuk 30.000 € stuk-1 60.000 € Totaal infra + zuivering 4.761.470 €
Tabel 3: Overzicht OPEX kosten voor de zuiveringsinstallatie, onderhoud infrastructuur en werking van de SPV in subscenario 1. OPEX Zandfilter 33 m³ h-1 0,11 € m-3 19.373 € jaar-1 RO 30 m³ h-1 0,56 € m-3 98.627 € jaar-1 Lozing concentraat 1,62 € m-3 48.268 € jaar-1 Onderhoud nieuw drinkwatercircuit 15.290 € jaar-1 Kwaliteitscontrole 26.000 € jaar-1 Levering en facturatie water 6360 € jaar-1 -1 Meterbeheer 113 stuks 21,24 € stuk 2400 € jaar-1 -1 Berekening, facturatie & customer service 113 stuks 18 € stuk 2034 € jaar-1 -1 inning & incasso 113 stuks 17,04 € stuk 1926 € jaar-1 Beheerskosten SPV (rapportage, cijfers 6.000 € jaar-1 controleren, boekhoudkosten,…) Verzekering 30.000 € jaar-1 Totaal 249.919 € jaar-1
12
231
2.4.2 Business model 2.4.2.1
Drinkwater prijs
Volgende assumpties werden genomen binnen het business model: een SPV (special purpose vehicle) wordt opgericht. o
Bijvoorbeeld de leverancier van de drinkwaterzuiveringsinstallatie factureert aan de SPV
o
De SPV factureert het geproduceerde drinkwater aan de eindklant (= de bedrijven op het bedrijventerrein). De prijs voor drinkwater bepaald in het business model betreft dus de prijs voor de eindverbruiker.
Inflatie van 2% Interest van 4,5% Bank financiering van 70% van de totale kost; lening over 7 jaar Voor het overige deel dient een investeerder gevonden worden Bepaling van de prijs per m³ van het geproduceerde drinkwater door een IRR van 10% over 15 jaar te krijgen. Er werden verschillende scenario’s bekeken m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV. ‘Alle infrastructuurwerken in de SPV’: dit wil zeggen dat alle infrastructuurwerken die weergegeven worden in Tabel 2 worden meegenomen in de SPV en dus ook in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. ‘Nieuwe RWA op het BT apart’: dit wil zeggen dat de nieuwe RWA op het bedrijventerrein niet wordt meegenomen in de SPV en dus ook niet in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. ‘Nieuwe RWA + hemelwaterbuffer apart’: dit wil zeggen dat de nieuwe RWA op het bedrijventerrein en de hemelwaterbuffer niet worden meegenomen in de SPV en dus ook niet in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. In Tabel 4 worden deze scenario’s weergegeven, samen met de berekende prijs voor drinkwater zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder.
13
232
BIJLAGE
Tabel 4: Subscenario 1: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder.
Prijs geproduceerd drinkwater
Nog nodige investering van
-
(€ m ³)
investeerder
Alle infrastructuurwerken in SPV
4,92
1.817.604 €
Nieuwe RWA op het BT apart
3,35
1.005.470 €
3,02
833.691 €
Scenario’s
Nieuwe
RWA
+
hemelwaterbuffer apart
Ter vergelijking, de huidige drinkwaterprijs van Aquaduin voor niet-huishoudelijk gebruik bedraagt 2,11 € m-³ (excl. de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage). Er dient opgemerkt te worden dat de waterprijs in de toekomst nog zal stijgen. 2.4.2.2
Prijs infrastructuur (indien niet in SPV)
Volgende assumpties worden genomen voor de infrastructuurwerken die niet worden meegenomen in de SPV: Indien betaling over meerdere jaren: bank financiering van 70% van de infrastructuurkost; lening over 7 jaar Interest van 4,5% Verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkosten, die niet zijn opgenomen binnen de SPV, worden weergegeven in onderstaande tabellen. 2.4.2.2.1
Nieuwe RWA op het bedrijventerrein apart
Tabel 5: Subscenario 1: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA op het bedrijventerrein, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling.
Scenario
Jaarlijks te betalen (€ jaar-1)
Totale betaling
/
2.127.500 €
Betaling over 5 jaren
528.812
2.644.059 €
Betaling over 10 jaren
326.241
3.262.414 €
Betaling over 15 jaren
263.554
3.953.310 €
360.443
2.440.465 €
Volledige financiering vooraf
Betaling over 5 jaren met 30% prefinanciering (= € 638.250)
14
233
2.4.2.2.2
Nieuwe RWA + hemelwaterbekken apart
Tabel 6: Subscenario 1: Voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA en het hemelwaterbekken, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling.
Scenario
Jaarlijks te betalen (€ jaar-1)
Totale betaling
/
2.577.500 €
Betaling over 5 jaren
640.664
3.203.319 €
Betaling over 10 jaren
395.247
3.952.467 €
Betaling over 15 jaren
319.300
4.789.497 €
436.682
2.956.662 €
Volledige financiering vooraf
Betaling over 5 jaren met 30% prefinanciering (= € 773.250)
Actiepunten Afstemmen met Westkustpolder: uitzondering mogelijk op GSVH (geen infiltratie / vertraagde afvoer van regenwater overschot uit gemeenschappelijk bekken)? Of vertraagde afvoer in Lovaart? Impactbeoordeling lozing concentraat RO op oppervlaktewater (Lovaart) Basic & detailed design waterzuiveringsinstallatie Detailed design nieuwe RWA op het bedrijventerrein naar het hemelwaterbekken Drinkwaterproductie voor menselijke consumptie → de SPV zal aanzien worden als ‘private drinkwaterleverancier’
en valt onder de bevoegdheid
van de VMM.
De private
drinkwaterleverancier heeft een aantal verplichtingen, o.a. o
Meldingsplicht
o
Monitoringsplicht (opzetten van monitoringsprogramma)
o
Risico analyse uitvoeren
Investeerder zoeken indien nodig. Bepaling welke partijen in de SPV zullen zitten, en rollen en verantwoordelijkheden vastleggen. Business case opnieuw maken in 2030 met de dan geldende prijzen. Vergunning aanvragen Leverancier selecteren voor de zuiveringstechnologie & aannemer(s) voor de uitvoer van alle infrastructuurwerken (al dan niet via tendering).
15
234
BIJLAGE
3 SUBSCENARIO 2: DRINKWATER VOOR AQUADUIN Algemene beschrijving In de huidige situatie staan 2 silo’s van Aquaduin ten zuidwesten van het bedrijventerrein, die gebruikt worden om bij veel afname het drinkwaternet extra onder druk te kunnen zetten. De silo’s worden m.a.w. gevuld bij weinig afname en op het net gezet bij veel afname. In dit subscenario is het de bedoeling om het opgezuiverde regenwater tot drinkwater op te slaan in deze silo’s, waarna het op het drinkwaternet van Aquaduin gezet wordt. Hiervoor wordt een nieuwe RWA op het bedrijventerrein aangelegd om het regenwater van de daken en wegenis van de bedrijven naar een collectieve, ondergrondse hemelwaterbuffer van 33.000 m³ te voeren op het terrein van Aquaduin. Hier wordt het regenwater opgezuiverd tot drinkbaar water en opgeslaan in de 2 bestaande silo’s van Aquaduin.
Vraag en aanbod Een hemelwatersimulatie werd uitgevoerd met dagelijkse regenval over de laatste 6 jaar en een hemelwaterbuffer van 33.000 m³. Er werd rekening gehouden met een afvoercoëfficiënt voor daken van 80% en voor wegenis van 90%, en met de volgende data voor wateraanbod en watervraag: Opgevangen oppervlaktes: o
Daken huidig bedrijventerrein: 347.765 m²
o
Wegenis huidig bedrijventerrein: 362.949 m²
o
Toekomstige Suikerfabriek (Figuur 1): 51.414 m²
Watervraag: o
Er wordt uitgegaan van een hemelwaterbuffer van 33.000 m³ en a.d.h.v. de hemelwatersimulatie wordt de maximale hoeveelheid regenwater bepaald dat per dag kan opgezuiverd worden, rekening houdend met het feit dat de zuiveringsinstallatie slechts ± 30 dagen achter elkaar droog mag komen te staan.
o
Hieruit blijkt dat 1.000 m³ d-1 of gemiddeld 352.528 m³ jaar-1 regenwater uit de buffer kan opgezuiverd worden.
o
Rekening houdend met de recovery van de zuiveringsinstallatie van 86% (zie verder), kan 855 m³ d-1 of gemiddeld 301.411 m³ jaar-1 drinkwater geproduceerd worden.
16
235
De resultaten van de hemelwatersimulatie zijn weergegeven in Tabel 7 en Figuur 6. Er is te zien dat er jaarlijks in droge periodes een tekort aan regenwater optreedt. Toch loopt ook een aanzienlijk deel van het regenwater over en dient ofwel geïnfiltreerd, ofwel gebufferd en vertraagd afgevoerd worden naar de Lovaart. Indien op private percelen regenwater deels geïnfiltreerd wordt, zal deze overloop verminderen. Echter dient erover gewaakt te worden dat er in droge periodes nog voldoende watertoevoer naar de hemelwaterbuffer dient te zijn. Tabel 7: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 2. Per jaar van de hemelwatersimulatie wordt het beschikbaar regenwater, het hergebruikt regenwater, de stadswaterbijvulling en de overloop weergegeven. Beschikbaar Hergebruikt Stadswaterbijvulling Jaar Overloop (m³ jaar-1) -1 -1 regenwater (m³ jaar ) regenwater (m³ jaar ) (m³ jaar-1) 2018
418.709
320.903
44.097
100.947
2019
513.768
365.000
0
146.601
2020
546.610
349.651
16.349
195.616
2021
602.547
363.374
1.626
237.464
2022
444.349
333.300
31.700
109.352
2023
656.378
351.315
14.685
305.062
17
236
BIJLAGE
Figuur 6: Simulatie regenwateropvang en -hergebruik subscenario 2. Van boven naar onder: dagelijkse hoeveelheid beschikbaar regenwater over de periode 2018-2023; dagelijks volume regenwater in de hemelwaterbuffer van 33.000 m³ over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid stadswaterbijvulling over de periode 2018-2023; dagelijkse hoeveelheid regenwater die overloopt over de periode 2018-2023. 2018 wordt aanzien als een zeer droog jaar en 2022 als een droog jaar.
Zuiveringstechnologie De zuiveringstechnologie is idem als in hoofdstuk 2.3. Zoals reeds aangegeven, kan 855 m³ d-1 of 36 m³ h-1 drinkwater geproduceerd worden. De capaciteit van de zuiveringsinstallatie dient dan ook 36 m³ h-1 permeaat te bedragen.
18
237
In Figuur 7 wordt de preliminaire PFD van de zuiveringstrein voor subscenario 2 weergegeven. Volgende stappen
voor
de
zuiveringstrein
zijn
een
basic
design
en
een
detailed
design.
Figuur 7: Preliminaire PFD van de zuiveringsinstallatie van subscenario 2: drinkwater voor Aquaduin. KWSafscheider / zandfilter / RO.
Praktische implementatie In Figuur 8 wordt een indicatieve weergave gegeven van de nodige infrastructuurwerken voor subscenario 2. In een latere fase dienen de infrastructuurwerken verder in detail uitgewerkt worden. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe ondergrondse hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen op het perceel van Aquaduin. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in twee 40 voet containers kan geplaatst worden (andere optie is een gebouw). Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in de 2 bestaande silo’s van Aquaduin alvorens op het drinkwaternet van Aquaduin gestoken te worden.
19
238
BIJLAGE
Figuur 8: Indicatieve voorstelling van de benodigde infrastructuurwerken in subscenario 2: drinkwater voor Aquaduin. Een nieuwe RWA dient aangelegd te worden die de daken en wegenis van de bedrijven afvoert naar een nieuwe ondergrondse hemelwaterbuffer van 33.000 m³, gelegen op het perceel van Aquaduin. Het regenwater wordt opgezuiverd, waarbij de zuiveringstechnologie in containers kan geplaatst worden. Het opgezuiverde drinkwater wordt opgeslaan in de 2 bestaande silo’s van Aquaduin alvorens op het drinkwaternet van Aquaduin gestoken te worden.
Business Case 3.5.1 Kostenraming Tabel 8: Overzicht CAPEX kosten voor de infrastructuurwerken en zuiveringsinstallatie van subscenario 2. CAPEX Aantal Eenheidsprijs Prijs Infrastructuurwerken 3.080.979 € Nieuwe RWA BT naar hemelwaterbekken 3.877 m 500 € m-1 1.938.250 € Ondergronds hemelwaterbekken 33.000 m³ 1 stuk 1.100.000 € stuk-1 1.100.000 € Pomp naar tank voor KWS-afscheider (42 m³ h-1, 1 stuk 8.429 € stuk-1 8.429 € 20 m opvoerhoogte) Betonnen tank voor KWS-afscheider (40 m³) 1 stuk 20.000 € stuk-1 20.000 € Pompput na KWS-afscheider 1 stuk 12.000 € stuk-1 12.000 € Leiding lozing concentraat in Lovaart 20 m 115 € m-1 2.300 € Zuiveringsinstallatie 1.191.500 € KWS-afscheider 42 m³ h-1 (= 12 L/s) 1 stuk 11.500 € stuk-1 11.500 € Zandfilter 40 m³ h-1 1 stuk 65.000 € stuk-1 65.000 € RO 36 m³ h-1 1 stuk 1.055.000 € stuk-1 1.055.000 € Containers (2x 40 ft container) 2 stuk 30.000 € stuk-1 60.000 € Totaal infra + zuivering 4.272.479 €
20
239
Tabel 9: Overzicht OPEX kosten voor de zuiveringsinstallatie, onderhoud infrastructuur en werking van de SPV in subscenario 2. OPEX Zandfilter 40 m³ h-1 0,10 € m-3 30.141 € jaar-1 -1 -3 RO 36 m³ h 0,52 €m 156.734 € jaar-1 -3 Lozing concentraat 1,51 €m 77.437 € jaar-1 Kwaliteitscontrole 26.000 € jaar-1 Beheerskosten SPV (rapportage, cijfers 6.000 € jaar-1 controleren, boekhoudkosten,…) Verzekering 30.000 € jaar-1 Totaal 326.312 € jaar-1
3.5.2 Business model 3.5.2.1
Drinkwater prijs
Volgende assumpties werden genomen binnen het business model: een SPV (special purpose vehicle) wordt opgericht. o
Bijvoorbeeld de leverancier van de drinkwaterzuiveringsinstallatie factureert aan de SPV
o
De SPV factureert het geproduceerde drinkwater aan Aquaduin, die de eindklant van de SPV is
o
De prijs voor drinkwater bepaald in het business model betreft dus de prijs voor Aquaduin; niet de prijs voor de eindverbruiker! Aquaduin dient nog een marge in te rekenen in de prijs naar de eindverbruiker voor onderhoud van het drinkwaternet, levering en facturatie van het drinkwater etc.
Inflatie van 2% Interest van 4,5% Bank financiering van 70% van de totale kost; lening over 7 jaar Voor het overige deel dient een investeerder gevonden worden Bepaling van de prijs per m³ van het geproduceerde drinkwater door een IRR van 10% over 15 jaar te krijgen. Er werden verschillende scenario’s bekeken m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV. ‘Alle infrastructuurwerken in de SPV’: dit wil zeggen dat alle infrastructuurwerken die weergegeven worden in Tabel 8 worden meegenomen in de SPV en dus ook in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. 21
240
BIJLAGE
‘Nieuwe RWA op het BT apart’: dit wil zeggen dat de nieuwe RWA op het bedrijventerrein niet wordt meegenomen in de SPV en dus ook niet in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. ‘Nieuwe RWA + hemelwaterbuffer apart’: dit wil zeggen dat de nieuwe RWA op het bedrijventerrein en de hemelwaterbuffer niet worden meegenomen in de SPV en dus ook niet in de bepaling van de prijs van het geproduceerde drinkwater. In Tabel 10 worden deze scenario’s weergegeven, samen met de berekende prijs voor drinkwater zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder. Tabel 10: Subscenario 2, met ondergronds bufferbekken op het perceel van Aquaduin: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder.
Prijs geproduceerd drinkwater
Nog nodige investering van
(€ m ³)
investeerder
Alle infrastructuurwerken in SPV
2,92
1.630.941
Nieuwe RWA op het BT apart
2,08
891.049
1,61
471.144
Scenario’s
Nieuwe
RWA
-
+
hemelwaterbuffer apart
Dezelfde scenario’s werden uitgerekend, maar dan rekening houdend met een bovengronds bufferbekken aan de overkant van de Lovaart, waarbij een onderdoorboring onder de Lovaart nodig is (zoals in subscenario 1). De resultaten zijn te zien in Tabel 11. Tabel 11: Subscenario 2, met bovengronds bufferbekken op perceel aan overkant Lovaart: voor verschillende scenario’s m.b.t. het wel of niet meenemen van bepaalde infrastructuurwerken in de SPV, wordt de prijs voor het drinkwater weergegeven, zodat een IRR van 10% bekomen wordt over een periode van 15 jaar, alsook welke investering nog nodig is door een investeerder.
Prijs geproduceerd drinkwater
Nog nodige investering van
(€ m ³)
investeerder
Alle infrastructuurwerken in SPV
2,72
1.455.058
Nieuwe RWA op het BT apart
1,80
642.924
1,61
471.144
Scenario’s
Nieuwe
RWA
hemelwaterbuffer apart
-
+
22
241
Ter vergelijking, de huidige drinkwaterprijs van Aquaduin voor niet-huishoudelijk gebruik bedraagt 2,11 € m-³ (excl. de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage). Er dient opgemerkt te worden dat de waterprijs in de toekomst nog zal stijgen. 3.5.2.2
Prijs infrastructuur (indien niet in SPV)
Volgende assumpties worden genomen voor de infrastructuurwerken die niet worden meegenomen in de SPV: Indien betaling over meerdere jaren: bank financiering van 70% van de infrastructuurkost; lening over 7 jaar Interest van 4,5% Verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkosten, die niet zijn opgenomen binnen de SPV, worden weergegeven in onderstaande tabellen. Hierbij wordt rekening gehouden met een ondergronds bufferbekken op perceel van Aquaduin.
23
242
BIJLAGE
3.5.2.2.1
Nieuwe RWA op het bedrijventerrein apart
Tabel 12: Subscenario 2: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA op het bedrijventerrein, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling.
Scenario
Jaarlijks te betalen (€ jaar-1)
Totale betaling
/
1.938.250 €
Betaling over 5 jaren
481.772
2.408.859 €
Betaling over 10 jaren
297.221
2.972.209 €
Betaling over 15 jaren
240.110
3.601.646 €
328.380
2.223.375 €
Volledige financiering vooraf
Betaling over 5 jaren met 30% prefinanciering (= € 581.475)
3.5.2.2.2
Nieuwe RWA + hemelwaterbekken apart
Tabel 13: Subscenario 2: voor verschillende scenario’s van betaling van de infrastructuurkost voor de aanleg van de nieuwe RWA en het hemelwaterbekken, wordt weergegeven hoeveel jaarlijks betaald dient te worden en hoeveel in totaal zal betaald zijn na afloop van de betaling.
Scenario
Jaarlijks te betalen (€ jaar-1)
Totale betaling
/
3.038.250
Betaling over 5 jaren
755.188
3.775.939
Betaling over 10 jaren
465.900
4.659.004
Betaling over 15 jaren
376.377
5.645.661
514.743
3.485.190
Volledige financiering vooraf
Betaling over 5 jaren met 30% prefinanciering (= € 911.475)
24
243
Actiepunten Afstemmen met Westkustpolder: uitzondering mogelijk op GSVH (geen infiltratie / vertraagde afvoer van regenwater overschot uit gemeenschappelijk bekken)? Of vertraagde afvoer in Lovaart? Impactbeoordeling lozing concentraat RO op oppervlaktewater (Lovaart) Basic & detailed design waterzuiveringsinstallatie Detailed design nieuwe RWA op het bedrijventerrein naar het hemelwaterbekken Drinkwaterproductie voor menselijke consumptie → de SPV zal aanzien worden als ‘private drinkwaterleverancier’ en valt onder de bevoegdheid
van de VMM. De private
drinkwaterleverancier heeft een aantal verplichtingen, o.a. o
Meldingsplicht
o
Monitoringsplicht (opzetten van monitoringsprogramma)
o
Risico analyse uitvoeren
Investeerder zoeken indien nodig. Bepaling welke partijen in de SPV zullen zitten, en rollen en verantwoordelijkheden vastleggen. Business case opnieuw maken in 2030 met de dan geldende prijzen. Vergunning aanvragen Leverancier selecteren voor de zuiveringstechnologie & aannemer(s) voor de uitvoer van alle infrastructuurwerken (al dan niet via tendering).
25
244
BIJLAGE
4 SAMENVATTING EN CONCLUSIE In Tabel 14 is een vergelijkende tabel te zien met de drinkwaterprijs in de verschillende scenario’s. Er is te zien dat de prijs voor drinkwater lager ligt in subscenario 2 dan in subscenario 1. De redenen hiervoor zijn de volgende: De CAPEX voor infrastructuurwerken ligt lager in subscenario 2, gezien er geen permeaatbuffer en geen nieuw drinkwatercircuit dient aangelegd te worden. In subscenario 2 kan veel meer drinkwater afgenomen worden dan in subscenario 1 (resp. 301.411 en 176.120 m³ jaar-1). In subscenario 1 is het afgenomen drinkwater namelijk gelimiteerd tot de watervraag van het bedrijventerrein. In subscenario 2 is dit niet zo; hier wordt maximaal drinkwater afgenomen uit het bufferbekken, en is de limitatie het volume regenwater dat beschikbaar is, en het feit dat de zuiveringsinstallatie maximaal 30 dagen na elkaar droog mag komen te staan. Gezien er in subscenario 2 meer drinkwater afgenomen wordt, dient de zuiveringsinstallatie dus ook groter gedimensioneerd worden. De OPEX in € m-³ ligt lager in subscenario 2 dan in subscenario 1, gezien er meer drinkwater wordt afgenomen in subscenario 2, en er in subscenario 2 geen onderhoud van het drinkwaternet en geen kosten voor levering en facturatie wordt ingerekend (gezien dit niet door de SPV, maar door Aquaduin gebeurt). Het is echter belangrijk om op te merken dat de prijs in subscenario 1 reeds de prijs voor de eindverbruiker betreft. In subscenario 2 betreft de prijs die voor Aquaduin; Aquaduin dient op zijn beurt een marge in te rekenen in de prijs naar de eindverbruiker, waarin de kosten voor onderhoud van het drinkwaternet en levering en facturatie van drinkwater etc. worden ingerekend. Tabel 14: Vergelijkende tabel met de prijs voor drinkwater (€ m³) in de verschillende scenario’s.
Scenario’s infra Alle infrastructuurwerken in SPV Nieuwe RWA op het BT apart Nieuwe RWA + hemelwaterbuffer apart
Subscen 1: drinkwater voor BT
Subscen 2: drinkwater voor Aquaduin; ondergronds BB op perceel Aquaduin
Subscen 2: drinkwater voor Aquaduin; bovengronds BB aan overkant Lovaart
4,92
2,92
2,72
3,35
2,08
1,80
3,02
1,61
1,61
26
245
2.2 (Ontwerpend) onderzoek
1 NULMETING WATER: EXTRA TOELICHTING Het bepalen van een nulmeting is essentieel om acties te kunnen opmaken voor een transitieplan. De bestaande toestand wordt in kaart gebracht, waarbij een omgevingsanalyse wordt uitgevoerd en de waterbalans van het bedrijventerrein wordt opgesteld.
Omgevingsanalyse De omgevingsanalyse wordt uitgevoerd a.d.h.v. een aantal kaarten. De bodemkaart wordt weergegeven in Figuur 1, waarin te zien is dat er heel wat kleigronden aanwezig zijn in het projectgebied, die typisch een lage infiltratiecapaciteit vertonen. Verder komen ook kunstmatige gronden voor die ontstaan zijn na bepaalde menselijke activiteiten.
Figuur 1: Bodemkaart binnen het projectgebied Veurne Zone I (paarse contour). o.B1: kleigrond met venige ondergrond. o.A4 en o.A5: slibhoudend zand tot klei overgaand naar lichter materiaal. OU, OG, OT: kunstmatige gronden.
Voor de grondwaterpeilen werd de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) verkenner onderzocht, echter zijn er geen lokale metingen ter beschikking. Echter is het vanuit het Proeftuinen Droogte project Suikerwater geweten dat de grondwaterpeilen hoog kunnen staan. Grondwaterpeilmetingen werden
246
BIJLAGE
aangevraagd en uitgevoerd door VITO op 10 locaties op het terrein. De resultaten van deze meting zijn te vinden op 243. bij pagina "2.4.2 Peilbuismeting en zoutgehalte" op pagina 305. Voor het rioleringsplan van het bedrijventerrein werd contact opgenomen met de plaatselijke rioolbeheerder, Aquaduin (tevens drinkwaterleverancier in dit gebied). De huidige riolering staat weergegeven in Figuur 2. Er is te zien dat er in de Vaartstraat, de Werkplaatsstraat, de Nijverheidsstraat, de Welvaartstraat, de helft van de Albert I laan en de Ondernemingenstraat nog een gemengde riolering ligt, waarbij dus de regenweerafvoer (RWA) en de droogweerafvoer (DWA) nog niet gescheiden zijn. Wel ligt er reeds een RWA in de Nijverheidsstraat die via een pompput loost in de Lovaart, waar waarschijnlijk nog niet veel bedrijven op aangesloten zijn, en een DWA in de Werkplaatsstraat. Een volledig gescheiden netwerk ligt reeds in de Turbinestraat, de Kalkovenstraat, de Vooruitgangstraat, de Handelsstraat en de Bedrijvenlaan, gezien deze straten recenter zijn aangelegd. De Vaartstraat wordt mogelijks dit of volgend jaar heraangelegd, waarbij ook een gescheiden rioleringsstelsel wordt aangelegd (Figuur 3). De pompput aan de Nijverheidsstraat wordt hierbij gesupprimeerd en een nieuwe pompput voor lozing in de Lovaart wordt aan de Werkplaatsstraat geplaatst.
Figuur 2: Rioleringsplan bedrijventerrein Veurne Zone I. Blauw: RWA. Rood: DWA. Oranje: gemengd. Groen: collector Aquafin, die loost op de RWZI Wulpen.
247
Figuur 3: Rioleringsplan bedrijventerrein Veurne Zone I na afkoppeling Vaartstraat. Blauw: RWA. Rood: DWA. Oranje: gemengd. Groen: collector Aquafin, die loost op de RWZI Wulpen.
De overstromingsgevoeligheidskaarten worden weergegeven in Figuur 4 en Figuur 5, resp. pluviaal en vanuit zee. Het bedrijventerrein ligt niet in fluviaal overstromingsgevoelig gebied. Voor de verdere studie wordt verondersteld dat er voor de overstromingen vanuit zee de nodige maatregelen zullen voorzien worden; dit wordt m.a.w. niet behandeld in deze studie. Stad Veurne gaf aan dat vele bedrijven nu een uitbreidingsstop ondervinden doordat niet gebouwd mag worden op overstromingsgevoelig gebied. Graag hadden ze hier een oplossing binnen dit project voor gezien. Het overstromingsvolume bij een bui T100 in toekomstig klimaat (2050) afkomstig van het bedrijventerrein werd berekend rekening houdend met de oppervlaktes van het bedrijventerrein (dakoppervlakte: 464.807 m²; wegenis + straten: 568.408 m²; groenzones: 149.929 m²), de neerslagintensiteit van een bui T100 (2050 High Summer) :148,2 mm, en rekening houdend dat er een bui T20 kan afgevoerd worden met de riolering (er ligt nog niet overal een gescheiden riolering, maar tegen 2050 is dat wel de bedoeling). Het resulterende overstromingsvolume afkomstig van het bedrijventerrein bedraagt 88.095 m³. Verder ligt het projectgebied niet in beschermd gebied i.f.v. winning van drinkwater en ligt het in zeer weinig erosiegevoelig gebied. Westkustpolder verleent advies i.v.m. de watertoets.
248
BIJLAGE
Figuur 4: Pluviale overstromingsgevoeligheidskaart. Lichtblauw: kleine kans op overstromingen onder klimaatverandering. Middenblauw: kleine kans op overstromingen in het huidig klimaat. Donkerblauw: middelgrote kans op overstromingen in het huidig klimaat.
Figuur 5: Overstromingsgevoeligheidskaart vanuit zee. Lichtblauw: kleine kans op overstromingen onder klimaatverandering. Middenblauw: kleine kans op overstromingen in het huidig klimaat. Donkerblauw: middelgrote kans op overstromingen in het huidig klimaat.
249
Er doen zich een aantal nieuwe ontwikkeling voor op en rond het projectgebied: het gebied ten noordwesten van bedrijventerrein Veurne Zone I wordt momenteel herontwikkeld tot een woongebied ‘Suikerpark’ door ION (18 ha). Tussen Suikerpark en het bedrijventerrein liggen een aantal natuurbekkens, genaamd ‘Suikerwater’ (15 ha) met WVI als eigenaar en Aquaduin als waterbeheerder. De nog onbebouwde percelen in het noorden van het bedrijventerrein zullen in de toekomst ook nog industrieel bebouwd worden, genaamd ‘Suikerfabriek’ (16 ha) met WVI als ontwikkelaar. Het natuurgebied ‘Suikerwater’ omvat verschillende waterbekkens die van immens ecologisch belang zijn voor enkele bedreigde diersoorten (Figuur 6). De zorgplicht valt onder de bevoegdheid van WVI en Aquaduin ondersteunt in de peilsturing en opvolging. Bekkens 2, 3, 4 en 5 zijn met elkaar verbonden en zijn dus communicerende vaten met overstortniveau 2,55 mTAW (maximum 3,3 mTAW) naar de Lovaart. Deze bekkens hebben een bodempeil van 2,00 mTAW en staan in contact met grondwater. Bekkens 6, 7 en 8 liggen hoger dan de omliggende bekkens (5 mTAW). Deze bekkens dreigen droog te staan in sommige periodes, waardoor het overpompen van water naar deze bekkens van essentieel belang is voor de zorgplicht van de natuur. Zo zal jaarlijks 20.000 m³ overgepompt worden net voor het broedseizoen. Het riet dat groeit in deze bekkens en het water in het bekken doet dienst als broedgebied van enkele zeldzame diersoorten. Riet zorgt voor veel verdamping van water, wat samen met de hogere ligging van deze bekkens zorgt voor de droogteproblematiek. Bekkens 10 en 11 werden bestempeld als noodbekkens in geval er een overstortverbod op de Lovaart wordt ingesteld. Dan wordt in bekkens 2, 3, 4 en 5 toegelaten om tot 3,3 m TAW te stijgen, waarna vervolgens gravitair naar bekkens 10 en 11 gegaan wordt. Wanneer het overstortverbod wordt opgegeven, dan wordt 10 en 11 terug leeggepompt om te lozen op de Lovaart, zodat ze opnieuw beschikbaar zijn voor volgend overstortverbod. In de realiteit werd nog nooit een overstortverbod opgelegd. Een eventueel overstortverbod kan optreden in de winter (februari, maart). Dan mogen de buffers op lager niveau staan om eventuele stockage toe te laten tijdens een overstortverbod. Bekkens 10 en 11 zijn voorzien van een bentonietlaag om contact met het grondwater te voorkomen. Tijdens het Proeftuinen Droogteproject werd een analyse uitgevoerd op het water uit bekken 10 en bekken 4, in een periode van langdurige droogte, met lage waterstanden in de bekkens. De resultaten kunnen dus beschouwd worden als een ‘worst case’ kwaliteit. De conductiviteit of zoutgehalte bedroeg 4.700 µS cm1
in bekken 10 en 6.596 µS cm-1 in bekken 4. Dit zijn hoge zoutgehaltes en wijzen op zoutintrusie in het
grondwater. Algemeen werd geen hoogstaande kwaliteit teruggevonden, met hoge gehaltes aan organisch materiaal. Het zoutgehalte van de bodem werd op 10 locaties gemeten. Deze waarden zijn bij pag.249. "2.4.2 Peilbuismeting en zoutgehalte" op pagina 305 249. terug te vinden op
250
BIJLAGE
Figuur 6: Vereenvoudigd overzicht van de bekkens in natuurgebied Suikerwater met instromende buizen (groen) en connecties tussen buffers (rood).
De Lovaart, waarop de bekkens overstorten, is een bevaarbare waterweg gelegen in het Ijzerbekken, onder beheer van de Vlaamse Waterweg – Afdeling Regio West.
Waterbalans De waterbalans van het bedrijventerrein werd opgemaakt waarbij alle in- en uitgaande stromen in kaart gebracht werden. Deze is essentieel als basis voor de toekomstbeelden, en kan teruggevonden worden in in bijlage op pagina <?>. de Excel ‘20250210_POMWestVlaanderen_30000287_WaterbalansVeurneZoneI’.
Vooreerst werden alle verharde oppervlakken (dakoppervlakken, private wegenis en de openbare straten) in kaart gebracht om te berekenen hoeveel regenwater wordt opgevangen op het terrein. Tevens werd een vragenlijst doorgestuurd naar alle bedrijven via POM West-Vlaanderen. Voor perceel water hebben slechts 9 bedrijven de vragenlijst beantwoord, nl. Trotec, Houthandel Dequidt, Frigilunch, Duco, Bouwbedrijf Furnibo, De Brabandere, De Torre, Cérélia en Korim. In het algemeen dient opgemerkt worden dat er niet genoeg data voorhanden was om een exacte weergave van de waterbalans op te maken. Waar nodig dienden berekeningen en assumpties genomen worden o.b.v. kengetallen. De waterbalans geeft dus inschattingen weer van in- en uitgaande stromen en dient als richtinggevend aanschouwd worden. Voor de 9 bedrijven die de vragenlijst invulden, werden volgende berekeningen en assumpties genomen: In de vragenlijst werden geen exacte cijfers opgevraagd, maar werd er met een keuzemenu met ranges gewerkt om het gemakkelijker te maken voor de bedrijven. In de waterbalans werd het
251
gemiddelde van de aangestipte range opgenomen. Voor sanitaire verbruiken (toiletten en lavabo) werd het verbruik op de volgende manier berekend. Het gemiddeld waterverbruik in huishoudens werd in 2022 in kaart gebracht door de VMM. Zo bedraagt het gemiddelde verbruik van toiletspoeling 16 L p-1 d-1 en van lavabo’s 22 L p-1 d-1. Het aantal werknemers was gekend en hiervoor werd 1/3 inwonersequivalenten gerekend. Tevens was het aantal dagen per week activiteit gekend. Wanneer aangegeven werd dat er een infiltratievoorziening aanwezig is, werd verondersteld dat 98% van het inkomende regenwater effectief geïnfiltreerd werd (éénmalig gesimuleerd in Sirio met een kleigrond) en 2% overloopt naar de riolering. Het dient echter opgemerkt te worden dat er uit de vragenlijst niet achterhaald kon worden welke verharde oppervlaktes precies aangesloten waren op de infiltratievoorziening. In het algemeen werden volgende berekeningen en assumpties genomen: Het opgevangen regenwater op de verharde oppervlakken werd berekend a.d.v.h. een gemiddelde jaarlijkse regenval van 800 mm en een afvoercoëfficiënt van 80% voor daken en 90% voor wegenis. Uit de data van de 9 bedrijven die de vragenlijst ingevuld hebben, kon berekend worden dat ± 4,8% van het opgevangen regenwater op het eigen terrein hergebruikt werd (vooral voor toiletspoeling) (dit is excl. data van De Brabandere, gezien zij een significant hoger regenwaterhergebruik hebben dan andere bedrijven, gezien zij regenwater inzetten in hun hele productieproces). Voor de bedrijven die de vragenlijst niet ingevuld hadden, werd tevens verondersteld dat 4,8% van het opgevangen regenwater intern hergebruikt wordt, en 95,2% in de openbare riolering terechtkomt. Gezien de vragenlijst met keuzemenu’s werkte en niet met exacte getallen, werden de exacte stadswaterverbruiken van 30 bedrijven opgevraagd aan Aquaduin. Van deze bedrijven werd vermoed dat ze de hoogste verbruiken hebben, nl. de (vee)voedingsbedrijven, metallurgie bedrijven, betonproductie (in het algemeen bedrijven met een productieproces; niet de vestigingen met louter verkoop). De exacte verbruiken van de andere bedrijven werden niet verkregen, maar er was wel data voorhanden van het stadswaterverbruik van het hele bedrijventerrein van 2022 en 2023, resp. 472.702 m³ jaar-1 en 446.813 m³ jaar-1. Het verbruik van de 30 opgevraagde bedrijven samen was 460.743 m³ jaar-1, wat bevestigt dat deze bedrijven de hoogste verbruiken hebben. Er werd verondersteld dat deze bedrijven voor 95% van het waterverbruik van het bedrijventerrein instaan. Zo werd een totaal waterverbruik van het hele bedrijventerrein bekomen van 484.993 m³ jaar-1.
252
BIJLAGE
De high level waterbalans wordt weergegeven in Tabel 1. Er is een miniem verschil van 0,03% te zien tussen de inkomende en uitgaande stromen doordat niet altijd genoeg info voorhanden was om de balans volledig te laten sluiten. Tabel 1: High level waterbalans bedrijventerrein Veurne Zone I. Alle weergegeven cijfers zijn o.b.v. berekeningen en assumpties. De vermelde 9 bedrijven zijn diegenen die de vragenlijst ingevuld hebben.
Stroom
Inkomende stromen Stadswater Regenwater afkomstig van dakoppervlak bedrijven Regenwater afkomstig van wegenis bedrijven Regenwater afkomstig van openbare straten Totaal IN Uitgaande stromen Huishoudelijk afvalwater naar riolering (9 bedrijven) Bedrijfsafvalwater naar riolering (9 bedrijven) Afvalwater naar riolering (alle behalve 9 bedrijven) Stadswater in eindproduct Regenwater afkomstig van bedrijven naar riolering Regenwater afkomstig van straten naar riolering Regenwater infiltratie (9 bedrijven) Regenwaterhergebruik (alle behalve 9 bedrijven) Regenwater in eindproduct Regenwater naar verdamper Totaal UIT
Waterverbruik (m³ jaar-1) 484.993 297.476 352.477 56.777 1.191.723 2.519 46.965 432.220 7.361 530.973 56.777 68.248 26.216 20.248 600 1.192.127
Voor de 9 bedrijven samen wordt 31,7% van het totale waterverbruik ingevuld door regenwaterhergebruik (incl. De Brabandere) en 68,3% door stadswater. Van de 9 bedrijven gaven enkel Trotec, Frigilunch en Duco aan een volledig gescheiden rioleringsstelsel te hebben op de eigen site. De meeste bedrijven hebben op de eigen site vermoedelijk nog een gemengd stelsel liggen. De 10 grootste water verbruikende bedrijven worden opgelijst in Tabel 2. Dit zijn allemaal (vee)voedingsbedrijven. Pepsico alleen staat in voor 66% van het stadswaterverbruik van het hele bedrijventerrein. Zij plannen om volledig zelfvoorzienend te zijn door eigen afvalwater- en regenwaterhergebruik.
253
Tabel 2: De 10 grootste water verbruikende bedrijven op het bedrijventerrein.
Bedrijf VEURNE SNACK FOODS (Pepsico) NOVIDON (Duynie) FRIGILUNCH NV CERELIA BELGIUM DE BEAUVOORDER PATE SWEET PRODUCTS NV What's cooking MELI NV BEAUVOORDS BAKHUIS Dierendonck Butchery
Waterverbruik (m³ jaar-1) 320.754 38.876 29.825 13.418 10.394 9.567 7.083 6.678 5.206 5.148
Ook op vlak van benodigde waterkwaliteit kan een onderscheid gemaakt worden: Voedingsbedrijven hebben water van drinkwaterkwaliteit nodig (= hoogwaardige toepassingen). Metallurgie bedrijven met oppervlaktebehandeling van metalen hebben meestal geen drinkwaterkwaliteit nodig. Vaak wordt hiervoor regenwater ingezet (reeds het geval bij bv. Duco) (= laagwaardige toepassingen) Voor betoncentrales zoals bv. De Brabandere is regenwater ook van voldoende kwaliteit (= laagwaardige toepassingen). De Brabandere zet reeds het eigen opgevangen regenwater maximaal in productie in. Zij zijn op zoek naar buurbedrijven, bv. Duco, om regenwater te delen. In Figuur 7 worden de locaties van de (vee)voedingsbedrijven, metallurgie bedrijven en betoncentrale De Brabandere weergegeven. De (vee)voedingsbedrijven samen verbruiken 129.050 m³ jaar -1 (excl. Pepsico, gezien die zelfvoorzienend wordt). Het waterverbruik van het gehele bedrijventerrein, excl. Pepsico, bedraagt 164.239 m³ jaar-1.
254
BIJLAGE
Figuur 7: Ruimtelijke weergave van de locaties van (vee)voedingsbedrijven (rood), metallurgie bedrijven (groen) en betoncentrale De Brabandere (paars). De stadswater verbruiken zijn tevens weergegeven. Voedingsbedrijven hebben drinkwaterkwaliteit nodig; voor oppervlaktebehandeling van metalen en productie van beton volstaat regenwater kwaliteit. Groene cirkels: mogelijke dakoppervlaktes waarvan het regenwater zou kunnen gebruikt worden in De Brabandere en Balanck.
SWOT analyse In Figuur 8 wordt de SWOT analyse voor het bedrijventerrein weergegeven.
Figuur 8: SWOT analyse voor bedrijventerrein Veurne Zone I.
255
2 TOEKOMSTBEELDEN Mogelijke scenario’s Op enkel individuele maatregelen van de bedrijven zelf wordt niet ingezet, gezien dit de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek niet zal oplossen en het net de bedoeling is om door collectieve maatregelen de bedrijven (deels) te ontlasten. Er zal daarentegen wel gefocust worden op hemelwaterhergebruik,
gezien
de
pluviale
overstromingsgevoeligheidsproblematiek.
Op
afvalwaterhergebruik zal dan weer niet gefocust worden, gezien er genoeg regenwater voorhanden is om aan de volledige watervraag van het bedrijventerrein te voldoen (excl. Pepsico, gezien die zelfvoorzienend zal worden). Het doel om de overstromingsgevoeligheidsproblematiek aan te pakken is om aan te tonen dat er meer regenwater hergebruikt wordt dan het overstromingsvolume (= 88.095 m³), en dat het regenwater dus zo uit het systeem verdwijnt en geen overlast meer zal bezorgen.
256
BIJLAGE
Drie hoofdscenario’s worden naar voor gebracht (zie Figuur 9): Collectief laagwaardig: regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor laagwaardige toepassingen. Individueel laagwaardig + collectief hoogwaardig: regenwater wordt eerst op eigen terrein ingezet voor laagwaardige toepassingen. Ook het onderling delen van regenwater met buurbedrijven valt hieronder. De overschot aan regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor hoogwaardige toepassingen. Collectief hoogwaardig: regenwater wordt opgevangen in een collectieve buffer en hergebruikt voor hoogwaardige toepassingen. Een preliminaire tabel met voor- en nadelen van deze scenario’s wordt weergegeven in Tabel 3. In de volgende secties wordt dieper ingegaan op de verschillende scenario’s. Tabel 3: Voor- en nadelen van de mogelijke hoofdscenario’s.
Scenario
Collectief laagwaardig
Individueel laagwaardig + collectief hoogwaardig
Voordelen
Simpele zuivering
Optimaal gebruikmaken van beschikbare kwaliteit en toepassingen Bestaande buffer (?)
Nadelen Nieuwe buffer (locatie?) Minder RW ter beschikking voor hoogwaardige toepassingen Doorgedreven zuivering nodig Kwaliteitswaarborging Nieuwe buffer? (locatie?)
Collectief hoogwaardig
Bestaande buffer (?)
Doorgedreven zuivering nodig
Meer RW ter beschikking
Kwaliteitswaarborging Nieuwe buffer? (locatie?)
257
Figuur 9: Visuele voorstelling van de mogelijke scenario’s.
Verscheidene afwegingen kunnen gemaakt worden: Er is een afweging tussen de bestaande buffers gebruiken, of een nieuwe buffer plaatsen. Het is namelijk zo dat de waterkwaliteit in de bestaande buffers niet hoog is, waardoor sowieso een doorgedreven zuivering nodig is. Bovendien is het natuurgebied, dus de inkomende kwaliteit dient gewaarborgd te worden (zo mogen er geen riooloverstorten in het natuurgebied komen). Ook zijn niveauschommelingen in de bestaande bekkens door waterhergebruik nefast voor broedende vogels. Tijdens het Proeftuinen Droogteproject werd aangegeven dat drijvende nesten hier eventueel een oplossing voor zouden kunnen zijn. De bestaande buffers gebruiken, werkt natuurlijk ruimte- en kostenbesparend t.o.v. de aanleg van een nieuw bufferbekken. Tevens kan een afweging gemaakt worden tussen enkel het regenwater van de daken op te vangen, of ook de wegenis. Binnen het project werd beslist op de openbare straten sowieso niet op te vangen voor hergebruik, maar te infiltreren langs de straten (in hetzij grachten, wadi’s, bioswales…). Dit in samenspraak met perceel 6, om ervoor te zorgen dat de groenvoorzieningen langs de openbare straten voorzien worden van water. Voor de hoogwaardige verbruiken kan er tot slot een afweging gemaakt worden tussen alle bedrijven of enkel de voedingsbedrijven. Wanneer het regenwater opgewaardeerd wordt tot drinkwater, zou dit drinkwater kunnen geïnjecteerd worden in het bestaande drinkwaternet. Echter is het drinkwaternet op het bedrijventerrein geen gesloten systeem en kan het ook niet afgezonderd worden; na het bedrijventerrein loopt het verder naar andere gebruikers. Hergebruik op het bedrijventerrein zelf
258
BIJLAGE
zal dus sowieso via een 2e circuit netwerk moeten verlopen. Dit leidt tot de volgende subscenario’s: Collectief laagwaardig Individueel laagwaardig + collectief hoogwaardig, enkel voedingsbedrijven Individueel laagwaardig + collectief hoogwaardig, alle bedrijven Collectief hoogwaardig, enkel voedingsbedrijven Collectief hoogwaardig, alle bedrijven In Tabel 4 wordt de watervraag en -aanbod nog eens in kaart gebracht (o.b.v. de waterbalans), met onderscheid tussen laagwaardige en hoogwaardige watervraag. Pepsico wordt hierin weggelaten (waterverbruik van 320.754 m³ jaar-1), gezien die zelfvoorzienend zal worden door afval- en regenwaterhergebruik op eigen site. Van de 9 bedrijven die de vragenlijst hebben ingevuld, wordt 7,5% van de totale watervraag door regenwater ingevuld (=laagwaardige toepassingen). Er wordt vanuit gegaan dat wanneer gefocust wordt op regenwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen, dit kan opgetrokken worden tot 10%. Tabel 4: Overzicht watervraag en -aanbod op het bedrijventerrein, excl. Pepscio. Ook excl. de openbare straten, gezien deze geïnfiltreerd zullen worden langs de straten.
Stroom
m³ jaar-1
Watervraag Totale stadswaterverbruik BT
484.993
Totale stadswaterverbruik BT zonder Pepsico
164.239
Laagwaardige watervraag (stel 10% van waterverbruik)
16.424
Hoogwaardige watervraag (stel 90% van waterverbruik)
147.815
Hoogwaardige watervraag enkel voedingsbedrijven (excl. Pepsico)
129.050
Wateraanbod Daken bedrijven (excl. Pepsico)
222.569
Wegenis bedrijven (excl. Pepsico)
261.323
Daken + wegenis bedrijven (excl. Pepsico)
484.892
259
Samenvatting scenario’s In deze sectie wordt een samenvatting van de scenario’s gegeven in tabellen en grafieken (Tabel 5, Tabel 6 en Figuur 10 t.e.m. Figuur 12). In de volgende secties worden de verschillende scenario’s in meer detail weergegeven en uitgewerkt. Tabel 5: Samenvatting verschillende scenario’s op vlak van hergebruikt water, benodigde zuivering, benodigde buffergrootte, infrastructuurwerken en of een antwoord kan geboden worden aan de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek.
Coll LW Hergebruikt water (m³ jaar
-
)
1
16.424
% van beschikb RW, enkel 7%
daken % van beschikb RW, daken
3%
+ wegenis Zuivering
Simpel
(Ind LW +) coll HW,
(Ind LW +) coll HW,
voeding
alles
Ind LW+ coll HW, voeding: 16.424 + 129.050 Coll HW, voeding: 129.050 Ind LW + coll HW, voeding: 72% Coll HW, voeding: 64% Ind LW + coll HW, voeding: 33% Coll HW, voeding: 30% Bestaande buffer:
Ind LW+ coll HW, alles: 16.424 + 147.815 Coll HW, alles: 164.239 Ind LW + coll HW, alles: 85% Coll HW, alles: 86% Ind LW + coll HW, alles: 39% Coll HW, alles: 40%
Enkel daken: ZF + (AC)
Zuivering vooraf (bv. rietveld) Indien ook wegenis: KWS op elk bedrijf NF + RO Ook wegenis: Nieuwe buffer KWS + ZF + (AC) Enkel daken: ZF + UF/NF Ook wegenis: KWS + ZF + RO
Buffergrootte (m³)
Infrawerken
Pluviale overstromingsgevoeligheid
260
BIJLAGE
2.200
RWA Nieuwe buffer 2e circuit alle bedrijven
Enkel daken: 30.000 Daken + wegenis: 23.000 RWA Nieuwe buffer? 2e circuit voedingsbedrijven
Enkel daken: 52.000 Daken + wegenis: 33.000 RWA Nieuwe buffer? 2e circuit alle bedrijven
NOK
OK
OK
Figuur 10: Per scenario wordt weergegeven hoeveel regenwater jaarlijks hergebruikt wordt.
Figuur 11: Per scenario wordt weergegeven hoeveel % van het beschikbare regenwater hergebruikt wordt (wanneer enkel de daken, of daken en wegenis wordt opgevangen), en hoeveel % van de totale watervraag van het bedrijventerrein (excl. Pepsico) wordt ingevuld door regenwaterhergebruik. Tabel 6: Overzicht van het benodigde volume van het collectieve bufferbekken voor regenwateropvang voor hergebruik bij de verschillende scenario’s. Een onderscheid wordt gemaakt tussen opvang van enkel daken, of daken en wegenis. Tevens wordt de benodigde oppervlakte van de buffer weergegeven bij een diepte van 4 m.
Scenario
Volume
Oppervlake
Diepte
2.200
550
4
Daken + wegenis
23.000
5.750
4
Enkel daken
30.000
7.500
4
Daken + wegenis
33.000
8.250
4
Enkel daken
52.000
13.000
4
Coll LW (Ind LW) + coll HW, voeding
(Ind LW) + coll HW, alles
261
Figuur 12: Sterdiagram waarin de verschillende scenario’s met elkaar vergeleken worden op vlak van circulariteit (hoeveel water kan hergebruikt worden), nood aan infrastructuurwerken, nood aan zuiveringstechnologie en kosten. Hoe hoger de score, hoe beter. Bij ‘kosten’ bv. betekent een hogere score een lagere kost. Scenario ‘Ind LW + coll HW, alles’ valt samen met scenario ‘Coll HW, alles’.
Volgende conclusies kunnen getrokken worden: Scenario ‘Coll LW’ heeft de hoogste totale score in het sterdiagram, gezien er de kleinste buffer dient voorzien te worden en er slechts nood is aan een simpele zuivering van het regenwater, waardoor de kosten ook het laagst zijn. Echter kan hier slechts weinig regenwater hergebruikt worden en wordt de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek niet aangepakt. Daarna volgt scenario ‘Ind LW + coll HW, voedingsbedrijven’. Deze scoort iets hoger op circulariteit dan ‘Coll HW, voedingsbedrijven’, gezien er iets meer regenwater kan hergebruikt worden (ook nog voor de laagwaardige toepassingen). De andere scenario’s (‘Ind LW + coll HW, alle bedrijven’, ‘Coll HW, voedingsbedrijven’,’Coll HW, alles’) hebben dezelfde totale score. Bij de ene kan meer regenwater hergebruikt worden, wat dan weer gecompenseerd wordt door lagere infrastructuurwerken bij de andere.
262
BIJLAGE
Scenario 1: Collectief laagwaardig In dit scenario is niet gefocust geweest op hergebruik in de landbouw, gezien dit slechts voorkomt tijdens de droge maanden van het jaar. In dit project is echter structureel hergebruik gewenst, gezien de pluviale overstromingsgevoeligheidsproblematiek. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen enkel daken opvangen, of de daken en de wegenis. In Tabel 7 staat een overzichtstabel en in Figuur 14 en Figuur 15 staan de benodigde infrastructuurwerken. In Figuur 13 staan opportuniteiten voor regenwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen voor de bedrijven die de vragenlijst hebben ingevuld. Tabel 7: Overzichtstabel scenario 1: collectief laagwaardig. Collectief laagwaardig Voordelen Kleinste buffer Simpele zuivering, niet veel onderhoud Laagste kosten Nadelen
Niet complex Locatie nodig nieuwe buffer RWA + 2e circuit netwerk naar alle bedrijven nodig Niet ten volle gebruik maken van beschikbare RW
Waterbeschikbaarheid Hoeveelheid hergebruikt water
Nood aan zuiveringstechnieken
Benodigde buffer Nood aan infrastructuurwerken
Lost probleem van pluviale overstromingsgevoeligheid niet op Enkel daken: 222.569 m³ jaar-1 Daken en wegenis: 483.892 m³ jaar-1 RW hergebruik = 16.424 m³ jaar-1 (stel 10% van watervraag) o
Enkel daken: 7 % van beschikbare RW hergebruikt
o
Ook wegenis: 3 % van beschikbare RW hergebruikt
Simpele zuivering o
Enkel daken: zandfilter, ev. actief koolfilter
o
Ook wegenis: + KWS-afscheider
Niet veel onderhoud & opvolging nodig ± 2.200 m³ Afkoppeling bedrijven zelf Afkoppeling openbare riolering o
Enkel daken: RWA voor daken naar buffer en RWA voor wegenis
o
Ook wegenis: RWA naar buffer
Nieuwe buffer → ruimte nodig Betrokken partijen Kosten
2e circuitnetwerk naar alle bedrijven Laagste
263
Figuur 13: Opportuniteiten voor regenwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen voor de bedrijven die de vragenlijst hebben ingevuld.
Figuur 14: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 1: collectief laagwaardig: aanleg nieuwe RWA, nieuw bufferbekken en zuivering. Locatie buffer ad random.
264
BIJLAGE
Figuur 15: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 1: collectief laagwaardig: aanleg 2e circuit netwerk naar alle bedrijven.
Scenario 2: Individueel laagwaardig & collectief hoogwaardig Een onderscheid kan gemaakt worden tussen: Enkel daken of daken en wegenis opvangen Hoogwaardig hergebruik voor alle bedrijven of enkel de voedingsbedrijven Bestaande of nieuwe buffer In Tabel 8 staat een overzichtstabel en in Figuur 16 t.e.m. Figuur 19 staan de benodigde infrastructuurwerken. In Figuur 13 staan opportuniteiten voor regenwaterhergebruik voor laagwaardige toepassingen voor de bedrijven die de vragenlijst hebben ingevuld. Tabel 8: Overzichtstabel scenario 2: individueel laagwaardig en collectief hoogwaardig. Individueel laagwaardig & collectief hoogwaardig Voordelen Optimaal gebruikmaken van beschikbare kwaliteit en toepassingen Beschikbare RW wordt goed ingezet Bestaande buffer (?) Nadelen
Lost probleem pluviale overstromingsgevoeligheid op Minder RW voorhanden voor HW toepassingen Grote collectieve buffer nodig RWA + 2e circuit netwerk nodig HW toepassingen: doorgedreven zuivering nodig Onderhoud & opvolging + kwaliteitswaarborging Nieuwe buffer (?) Hoge kosten
265
Waterbeschikbaarheid Hoeveelheid hergebruikt water
Veel betrokken partijen Enkel daken: 222.569 m³ jaar-1 Daken en wegenis: 483.892 m³ jaar-1 LW RW hergebruik = 16.424 m³ jaar-1 (stel 10% van watervraag) HW RW hergebruik
Nood aan zuiveringstechnieken
o
Enkel voedingsbedrijven (enkel daken afkoppelen): 129.050 m³ jaar-1 (72 % van beschikbare RW hergebruikt)
o
Alle bedrijven (daken + wegenis afkoppelen): 147.815 m³ jaar-1 (39% van beschikbare RW hergebruikt)
LW hergebruik: simpele zuivering op bedrijven zelf HW hergebruik
Benodigde buffer
o
Indien bestaande buffer
o
Vóór buffer: sensoren + zuivering (bv. rietveld)
o
Indien ook wegenis: KWS op elk bedrijf
o
Hergebruik: NF + RO (lagere recovery)
o
Indien nieuwe buffer
o
Enkel daken: (nitrificerende ZF) + UF / NF
o
Ook wegenis: KWS + ZF + RO (hogere recovery)
Veel onderhoud & opvolging nodig + kwaliteitswaarborging HW: voedingsbedrijven o
Daken en wegenis opvangen: 26.000 m³
o
Enkel daken: 34.000 m³
HW: gans bedrijventerrein
Nood aan infrastructuurwerken
o
Daken en wegenis opvangen: 33.000 m³
o
Enkel daken: 52.000 m³
Afkoppeling bedrijven zelf Aanleg regenwaterputten op bedrijven zelf Afkoppeling openbare riolering o
Enkel daken: RWA voor daken naar collectieve buffer en RWA voor wegenis
o
Ook wegenis: RWA naar collectieve buffer
Bestaande buffer of nieuwe buffer → ruimte nodig HW: enkel voedingsbedrijven o
2e circuitnetwerk naar voedingsbedrijven
HW: ganse bedrijventerrein Kosten
266
BIJLAGE
o Hoog
2e circuitnetwerk naar alle bedrijven
Figuur 16: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 2 en 3: (individueel laagwaardig,) collectief hoogwaardig, indien bestaande buffer gebruikt wordt: aanleg nieuwe RWA en zuivering.
Figuur 17: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 2 en 3: (individueel laagwaardig,) collectief hoogwaardig, indien nieuwe buffer aangelegd wordt: aanleg nieuwe RWA, nieuwe buffer en zuivering. Locatie buffer ad random. Grotere buffer nodig indien hergebruik voor alle bedrijven, dan hergebruik voor voedingsbedrijven.
267
Figuur 18: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 2 en 3: (individueel laagwaardig,) collectief hoogwaardig voedingsbedrijven: aanleg 2e circuit netwerk naar de voedingsbedrijven.
Figuur 19: Benodigde infrastructuurwerken voor scenario 2 en 3: (individueel laagwaardig,) collectief hoogwaardig alle bedrijven: aanleg 2e circuit netwerk naar alle bedrijven.
Scenario 3: Collectief hoogwaardig Een onderscheid kan gemaakt worden tussen: Enkel daken of daken en wegenis opvangen Hoogwaardig hergebruik voor alle bedrijven of enkel de voedingsbedrijven Bestaande of nieuwe buffer
268
BIJLAGE
In Tabel 9 staat een overzichtstabel en in Figuur 16 t.e.m. Figuur 19 staan de benodigde infrastructuurwerken. Tabel 9: Overzichtstabel scenario 3: collectief hoogwaardig. Collectief hoogwaardig Voordelen Beschikbare RW wordt goed ingezet Bestaande buffer (?) Nadelen
Lost probleem pluviale overstromingsgevoeligheid op Grote collectieve buffer nodig RWA + 2e circuit netwerk nodig Doorgedreven zuivering nodig Onderhoud & opvolging + kwaliteitswaarborging Nieuwe buffer (?) Hoge kosten
Waterbeschikbaarheid Hoeveelheid hergebruikt water
Nood aan zuiveringstechnieken
Veel betrokken partijen Enkel daken: 222.569 m³ jaar-1 Daken en wegenis: 483.892 m³ jaar-1 Enkel voedingsbedrijven (enkel daken afkoppelen): 129.050 m³ jaar-1 (64 % van beschikbare RW hergebruikt) Alle bedrijven (daken + wegenis afkoppelen): 164.239 m³ jaar-1 (40 % van beschikbare RW hergebruikt) Indien bestaande buffer o
Vóór buffer: sensoren + zuivering (bv. rietveld)
o
Hergebruik: NF + RO (lagere recovery)
Indien nieuwe buffer
Benodigde buffer
o
Enkel daken: (nitrificerende ZF) + UF / NF
o
Ook wegenis: KWS + ZF + RO (hogere recovery)
Veel onderhoud & opvolging nodig + kwaliteitswaarborging HW: voedingsbedrijven o
Daken en wegenis opvangen: 23.000 m³
o
Enkel daken: 30.000 m³
HW: gans bedrijventerrein Nood aan infrastructuurwerken
o
Daken en wegenis opvangen: 33.000 m³
Afkoppeling bedrijven zelf Afkoppeling openbare riolering o
Enkel daken: RWA voor daken naar collectieve buffer en RWA voor wegenis
o
Ook wegenis: RWA naar collectieve buffer
Bestaande buffer of nieuwe buffer → ruimte nodig Enkel voedingsbedrijven
269
o
2e circuitnetwerk naar voedingsbedrijven
Ganse bedrijventerrein o
Kosten
2e circuitnetwerk naar alle bedrijven
Hoog
Weerhouden scenario’s Na afstemming met de partners (POM West-Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, Stad Veurne, WVI) en Aquaduin, werd volgend scenario (met 2 subscenario’s) weerhouden: Collectief hoogwaardig: daken en wegenis worden opgevangen in een nieuwe ondergrondse buffer van 33.000 m³. o
Subscenario 1: het geproduceerde drinkwater wordt via de aanleg van een nieuw netwerk tot aan alle bedrijven gebracht.
o
Subscenario 2: het geproduceerde drinkwater wordt opgeslaan in de bestaande silo’s van Aquaduin ten zuidwesten van het bedrijventerrein. Van daaruit wordt het geïnjecteerd in het bestaande drinkwaternetwerk van Aquaduin, en gaat het dus naar alle gebruikers van Aquaduin (niet enkel het bedrijventerrein).
In dit scenario wordt het meeste regenwater hergebruikt, wordt de pluviale overstromingsproblematiek aangepakt en wordt het bedrijventerrein toekomstbestendig door in te staan voor de eigen watervoorziening. Er werd geopteerd om de bestaande natuurbekkens niet te gebruiken voor hergebruik, gezien de kwaliteit van het water niet hoogstaand is, er geen te hoge niveauschommelingen mogen optreden voor de broedende vogels, en de kwaliteit die naar de buffers gaat, gewaarborgd dient te worden. Er wordt daarentegen geopteerd om op een nog onbebouwd perceel een ondergrondse buffer aan te leggen, zodat de ruimte erboven nog benut kan worden.
270
BIJLAGE
Figuur 20: Aanduiding enkele hoogtepunten in de straten van het bedrijventerrein m.b.v. het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen. Hoe donkerder gekleurd, hoe hoger gelegen. Per straat staat het laagste punt aangeduid in een rode cirkel.
271
2.3 Extra data
Waterbalans bedrijventerrein Veurne Waterbalans Zone I 2.3.1 bedrijventerrein Veurne zone 1 Legende SW RW GW Geen lozing
Gemiddeld waterverbruik huishouden 2022 Toiletten Lavabo
BAW HAW
BENAMING
84 L/d 0 0 0
Infiltratie stel
Dakopp (m²) Wegenis
16 6 22
98%
Hoeveelheid (m³/jaar) Regenwater Stadswater
Behandeling
TROTEC 87 742 655
3.000 9.179
5.875
RWP 1000 m³ 2.875
4.053
2.918
Houthandel DEQUIDT 12 500
Waterontharder 478
6 6.920 7.150
4.429 5.148
RWP 9.570
272
BIJLAGE
FRIGILUNCH NV
8 bedrijven met data (excl. De Brabandere) Inkomend regenwater 88.279 Hergebruikt regenwater 4.275
4,8%
https://vmm.vlaanderen.be/feiten-cijfers/water/drinkwater/indicatorwaterverbruik-industrie?activeAccordion=834db9bf-a59a-480d-a62bRegenwatergebruik in industrie 2022 (VMM) 4,1% 0529a55ef057
Toepassingen
Behandeling
Bestemming
87 Sanitair
Reiniging bioboxen voedingsindustrie 3.655 Flotatie
3.858
DWA
10.060
DWA
Reiniging containers 57 Bovengrondse infiltratie 2.817 58 Bovengrondse infiltratie 2.860
12 Sanitair 478 Poetsen, wassen
Tuinirrigatie 9.570
273
500
Waterontharder 478
6 6.920 7.150
4.429 5.148
RWP 9.570
FRIGILUNCH NV
2 29.825
Waterontharder 29.618
-3
8.150
5.216
4.519
3.254
DUCO PROJECTS VERO DUCO
2 650
6 12.141 31.070
27.655
RWP 400 m³
3
5.324 8.862
10.214
BOUWBEDRIJF FURNIBO
3.104
1.987
5.986 274
BIJLAGE
4.310
RWP
Sanitair 478 Poetsen, wassen 10.060
DWA
33.565
DWA
1.514
DWA
190
DWA
Tuinirrigatie 9.570
207
207 Sanitair
382
-382 Verwerking in eindproduct Kookwater 30.000 Filter, vetvang, bezinking, pH-correctie
Reinigingswater Koeltoren
104 Bovengrondse infiltratie 5.112 3.254
200
146 Kranen kantoor + drinkwater 450
600 Verdamper
Lakkerij (spoelbaden)
384
384 Toiletspoeling 26.671
533 Infiltratiekratten 26.138 Groenzone
64
64 Sanitair 40 Bovengrondse infiltratie 1.947 ? 86 Bovengrondse infiltratie
275
12.141 31.070
27.655
RWP 400 m³
3
5.324 8.862
10.214
BOUWBEDRIJF FURNIBO
3.104
1.987
5.986
4.310
RWP
WEGENBOUW DE BRABANDERE NV WEGENBOUW DE BRABANDERE
1 7.500 7.361 20.248
2.093 825
1.868
6.161 19.367
RWP 1100 m³
18.380
KWS-afscheider
DE TORRE
1.119
716 1.442
RWP
1.038
CERELIA BELGIUM 276
BIJLAGE
1
Verdamper
Lakkerij (spoelbaden)
384
1.514
DWA
190
DWA
139
DWA
1.806
DWA
384 Toiletspoeling 26.671
533 Infiltratiekratten 26.138 Groenzone
64
64 Sanitair 40 Bovengrondse infiltratie 1.947 ? 86 Bovengrondse infiltratie 4.224
139
139 Sanitair
Productie stortklaar beton Reinigen centrale betonmixers -en pompen
Bezinkingsbekkens
Infiltratiekratten Groenzone
52
108
52 Sanitair 1.754
108
277
DE TORRE
1.119
716 1.442
RWP
1.038
CERELIA BELGIUM
1 13.418 13.310
2 3.959
5.289
RWP 40 m³
3.827
KORIM
10.905
10.231 4.516
Andere bedrijven VERSMARKT DELVA PMO Veurne (tankstation) Garage Popelier-Veurne-1,2,3 Autoservice DC Logistics BANDENBEDRIJF VANDEKERCKHOVE Sax Veurne Gouwy / Jose (?) EVAN FURNITURE Meubar BOUWTEAM VANHOVE Natuursteenbedrijf Bailleul Fit & Fresh (gaarkeuken) VEURNE SNACK FOODS PEPSICO BELUX Overslagstation Veurne (IVVO recyclagepark Veurne) D & V PETROLEUMPRODUKTEN BVBA (Total Energies) E.L.G.B. ELEKTRO GROOTHANDEL NV BOUWBEDRIJF BALLOEYMATTHYS 278 BIJLAGE Balloey Bouw
1.919
3.629 3.374
3.841 2.429
1.159 1.363
2.094 8.230
2.249 6.798
1.612 8.716 2.130 21.125 235
1.714 5.799 2.184 12.408 66
2.266 9.754 2.936 22.454 198
2.251 18.428 39.115
1.851 12.588 45.273
2.773 20.857 57.630 0
165
8.055
5.905
552
1.580
1.491
927
985
1.302
788
840
1.109
320.754
52
52 Sanitair
1.806
DWA
13.802
DWA
227
DWA
1.754
108
108 Lavabo's sanitair
Bereiding van beslag 13.310 Reinigingen
284
284 Toiletspoeling 5.005
100 Bovengrondse infiltratie 4.905
22
22 Sanitair 205 Bovengrondse infiltratie 10.026
3.655 2.312 2.141 6.469 2.156 9.281 2.794 21.367 188 2.639 19.847 54.840
5.619 1.419 1.239 1.055
279
VANDEKERCKHOVE Sax Veurne Gouwy / Jose (?) EVAN FURNITURE Meubar BOUWTEAM VANHOVE Natuursteenbedrijf Bailleul Fit & Fresh (gaarkeuken) VEURNE SNACK FOODS PEPSICO BELUX Overslagstation Veurne (IVVO recyclagepark Veurne) D & V PETROLEUMPRODUKTEN BVBA (Total Energies)
1.612 8.716 2.130 21.125 235
1.714 5.799 2.184 12.408 66
2.266 9.754 2.936 22.454 198
2.251 18.428 39.115
1.851 12.588 45.273
2.773 20.857 57.630 0
165
8.055
5.905
552
1.580
1.491
E.L.G.B. ELEKTRO GROOTHANDEL NV BOUWBEDRIJF BALLOEYMATTHYS Balloey Bouw BALLOEY BUILDING
927
985
1.302
788
840
1.109
VERHELST BOUWMATERIALEN NV Northsea Motorhomes Dochy Glas Dktools DE BEAUVOORDER PATE SEVAN JANSSENS Hancke Cars
1.920 736 1.480 3.066 5.525 2.271 1.273
7.686 957 1.172 1.543 4.915 3.772 932
6.763 1.160 1.791 3.073 7.075 4.169 1.486
CARROSSERIE VANDEN BUSSCHE
1.049 621 1.105 915 850
842 1.143 1.125 1.208 860
1.277 1.220 1.517 1.455 1.163
1.100 1.386 3.724 4.574 11.652 3.060
832 1.465 1.689 2.426 6.036 6.684
1.303 1.942 3.599 4.674 11.803 6.771
4.784
5.930
7.331
1.520 3.834 2.090 3.018
1.604 2.172 2.230 3.844
2.128 4.018 2.943 4.699
2.368
17.860
14.375
2.957 605 5.200
1.694 595 2.138
3.112 816 4.867
VANDENBERGHE GEERT EN DIRK Prevebo Profession Wear & Safety Coolma Meat (slagerij) Wackenier BV Dierendonck Butchery DEVA - FYTO DEFRANCQ NOVIDON DUYNIE PG-CARS CARROSSERIE BRIL Carrosserie Bril ISAPRINT Automotive Group West GOENS JOHAN BALANCK BEAUPAN BEAUVOORDS BAKHUIS SEGRO DANIEL SERU EN ZONEN B-Line Metaalconstructies Noble Chocolates NOBLE SAVOURY
1.853
280
BIJLAGE
1.186
320.754
10.394
62
5.148
38.876
851 5.206
477 523
2.156 9.281 2.794 21.367 188 2.639 19.847 54.840
5.619 1.419 1.239 1.055
6.435 1.104 1.704 2.924 6.732 3.967 1.414 1.215 1.161 1.444 1.385 1.107 1.240 1.848 3.425 4.448 11.232 6.443 6.976
2.025 3.823 2.801 4.472 13.679 2.961 776 4.632 1.128
281
CREMERY CONSTRUCT ELECTRO MOTOR SERVICE PINSON BISCUITERIE MELI NV DECAT empowering places DRUKKERIJ PATTYN Sobry ALGEMENE SCHRIJNWERKERIJ CORNELIS Bouwbedrijf P&J Maes XPO Supply Chain Belgium N.V. David renovatiewerken nv Truckwash & tankcleaning / Truckstop Transport Denecker MATTHEEUWS ERIC TRANSPORT NV C & C INVEST Autorijschool Eureka Brandweerpost Veurne Dochy Glas Heku (What's cooking) GDS beton OSE European / 't werkpand Veurne B-VENTURE SWEET PRODUCTS NV Baronie Belgium ELECTRO CREVITS FOODSTHO Environ Engineering Ese DEWEKON ENGINEERING SCHRAMME M. en L. Allto NV Garage Popelier I.C. & S. Advanced Food Heating BVBA EMIEL LAEREMANS FIJNE WIJNEN'T PAKHUIS SICCO MK WINE & PRPJECTS HOPO Enjoy Concrete INSIDE BUILDING 282 BIJLAGE Frans & Bertha
1.550 2.936 654 4.046 13.406 2.810 1.846 3.217
1.807 0 678 2.723 5.769 4.407 2.137 1.917
2.293 1.879 907 4.550 12.734 4.971 2.720 3.439
2.711 2.422 18.356 2.959 4.654
3.524 5.326 13.982 4.450 2.980
4.272 5.385 21.815 5.098 5.124
9.193 2.728
13.259 1.503
15.430 2.828
604
7.547
5.820
427 4.329 4.407 6.370 4.172
1.308 4.353 12.774 2.726 7.569 6.062
1.215 3.134 11.968 4.783 9.526 7.035
1.189 1.189 14.658
2.308 989 6.321
2.423 1.473 13.932
95 9.567
653 3.606 459 2.978 846 2.433
994 7.326 578 3.730 283 2.693
1.134 7.583 710 4.592 745 3.496
53
1.874 1.292 635 598 996 2.131 440
3.664 2.866 798 1.040 1.320 1.288 160
3.837 2.890 981 1.132 1.588 2.291 397
650 283 123 1.006 3.954 6.777 5.574 1.335
385 519 459 932 2.205 3.268 7.303 6.956
693 555 409 1.315 4.118 6.690 8.826 5.863
53
635 6.678
65
82 7.083
178
2 334 955
2.182 1.788 863 4.330 12.117 4.731 2.588 3.273
4.065 5.124 20.759 4.851 4.876 14.683 2.691
5.539 1.156 2.982 11.388 4.552 9.065 6.694 2.305 1.402 13.258 1.079 7.215 676 4.369 709 3.327 3.652 2.750 933 1.077 1.511 2.180 378 660 528 389 1.251 3.919 6.366 8.398 5.579
283
DEWEKON ENGINEERING SCHRAMME M. en L. Allto NV Garage Popelier I.C. & S. Advanced Food Heating BVBA EMIEL LAEREMANS FIJNE WIJNEN'T PAKHUIS SICCO MK WINE & PRPJECTS HOPO Enjoy Concrete INSIDE BUILDING Frans & Bertha Leievoeders Percelen achter nr 51 MARC SERU AARDAPPELHANDEL VEURNE G&V Truck (tankstation) R.S.K. VANDAELE KURT Bierhandel Van Elslande bvba VANDEN BUSSCHE INDUSTRIEBOUW ROMAC FUELS BULMAC Movarec Beschutte Werkplaats InterWest
2.433
2.693
3.496
53
1.874 1.292 635 598 996 2.131 440
3.664 2.866 798 1.040 1.320 1.288 160
3.837 2.890 981 1.132 1.588 2.291 397
178
650 283 123 1.006 3.954 6.777 5.574 1.335 1.761 705
385 519 459 932 2.205 3.268 7.303 6.956 2.330 3.167
693 555 409 1.315 4.118 6.690 8.826 5.863 2.805 2.731
2 334
10.369 22 2.634 1.865 1.232
6.690 4.790 2.314 4.805 638
11.453 3.463 3.352 4.653 1.248
8.885 7.614 163
5.751 11.012 10.118
9.827 12.802 7.389
2.265
3.295
3.822
13.330
4.224
11.572
955 37
Straten
Werkplaatsstraat Nijverheidsstraat Turbinestraat Vooruitgangsstraat + Kalkovenstraat Welvaartstraat Albert I laan Ondernemingenstraat Vaartstraat Bedrijvenlaan Handelsstraat Alloenestraat
Zijstrook Baan (verhard) (verhard) 4.918 3.440 2.674 11.163 73 1.818 4.319 3.095 18.562 6.816 12.425 4.055 10.054 3.110
425 989
(zonder zijstroken) 2.477 8.037 1.309 3.110 2.228 13.365 4.908 8.946 2.920 7.239 2.239
High level waterbalans IN Stadswater Regenwater afkomstig van dakoppervlak bedrijven Regenwater afkomstig van wegenis bedrijven Regenwater afkomstig van openbare straten Totaal in
284
BIJLAGE
UIT Huishoudelijk afvalwater naar riolering (9 bedrijven) Bedrijfsafvalwater naar riolering (9 bedrijven)
m³/j
484.9 297.4 352.4 56.7
1.191.7
2.5 46.9
3.327 3.652 2.750 933 1.077 1.511 2.180 378 660 528 389 1.251 3.919 6.366 8.398 5.579 2.669 2.599 10.898 3.295 3.190 4.428 1.187 9.351 12.182 7.031 3.637 11.012
Stadswater (30 bedrijven)460.743
jaar
993 476 477 777
723
519 965
Grootste verbruikers VEURNE SNACK FOODS 320.754 NOVIDON (Duynie) 38.876 FRIGILUNCH NV 29.825 CERELIA BELGIUM 13.418 DE BEAUVOORDER PATE 10.394 SWEET PRODUCTS NV 9.567 What's cooking 7.083 MELI NV 6.678 BEAUVOORDS BAKHUIS 5.206 Dierendonck Butchery 5.148
Voedingsbedrijven NOVIDON (Duynie) 38.876 FRIGILUNCH NV 29.825 CERELIA BELGIUM 13.418 DE BEAUVOORDER PATE10.394 SWEET PRODUCTS NV 9.567 What's cooking 7.083 MELI NV 6.678 BEAUVOORDS BAKHUIS 5.206 Dierendonck Butchery 5.148
285
18.562 6.816 12.425 4.055 10.054 3.110
13.365 4.908 8.946 2.920 7.239 2.239
High level waterbalans IN Stadswater Regenwater afkomstig van dakoppervlak bedrijven Regenwater afkomstig van wegenis bedrijven Regenwater afkomstig van openbare straten
m³/jaar 484.993 297.476 352.477 56.777
Totaal in
1.191.723
UIT Huishoudelijk afvalwater naar riolering (9 bedrijven) Bedrijfsafvalwater naar riolering (9 bedrijven) Afvalwater naar riolering (alle - 9 bedrijven) Stadswater in eindproduct Regenwater afkomstig van bedrijven naar riolering Regenwater afkomstig van straten naar riolering Regenwater infiltratie (9 bedrijven) Regenwaterhergebruik (alle behalve 9 bedrijven) Regenwater in eindproduct Regenwater naar verdamper
2.519 46.965 432.220 7.361 530.973 56.777 68.248 26.216 20.248 600
Totaal uit
1.192.127 0,03%
Regenwaterhergebruik (9 bedrijven) Stadswatergebruik (9 bedrijven)
Dakopp bedrijven Wegenis bedrijven Zonder Pepsico! Dakopp bedrijven Wegenis bedrijven
286
BIJLAGE
24.522 52.773 Regenwaterhergebruik en -infiltratie afgetrokken 0,82
464.807 m²
297.476 m³/jaar
379.719 m²
243.020 m³/jaar
489.551 m²
352.477 m³/jaar
399.934 m²
287.952 m³/jaar
425.692 m²
272.443 m³/jaar
347.765 m²
222.569 m³/jaar
444.278 m²
319.880 m³/jaar
362.949 m²
261.323 m³/jaar
Stadswater (30 bedrijven)460.743 Grootste verbruikers VEURNE SNACK FOODS 320.754 NOVIDON (Duynie) 38.876 FRIGILUNCH NV 29.825 CERELIA BELGIUM 13.418 DE BEAUVOORDER PATE 10.394 SWEET PRODUCTS NV 9.567 What's cooking 7.083 MELI NV 6.678 BEAUVOORDS BAKHUIS 5.206 Dierendonck Butchery 5.148 De Brabandere 5.000 ? 131.195
31,7% van waterverbruik 68,3%
4.275
Voedingsbedrijven NOVIDON (Duynie) 38.876 FRIGILUNCH NV 29.825 CERELIA BELGIUM 13.418 DE BEAUVOORDER PATE10.394 SWEET PRODUCTS NV 9.567 What's cooking 7.083 MELI NV 6.678 BEAUVOORDS BAKHUIS 5.206 Dierendonck Butchery 5.148 Frans & Bertha 955 Trotec 742 Pinson Biscuiterie 635 Noble Chocolates 523 Leievoeders 37 129.050
7,5%
287
2.3.2 Infiltratieproeven en bodemsamenstelling
RAPPORT GRONDONDERZOEK
Bedrijventerrein van de Toekomst Veurne Zone I 8630 Veurne uitgevoerde proeven : 10x infiltratieproef
rapport : 15718 opdrachtgever : POM West-Vlaanderen Koning Leopold III-laan 66 8200 Brugge datum proeven : 25/08/2025 datum rapport : 15/09/2025
Geotechnica bv - Dieleghemsesteenweg 65 - 1090 Jette TEL : 02/452 99 83 - www.geotechnica.be - info@geotechnica.be
288
BIJLAGE
RAPPORT
15718
1 INLEIDING Op 25-08-2025 werd in opdracht van POM West-Vlaanderen een infiltratieonderzoek uitgevoerd in industriezone Veurne I, in het kader van infiltratievoorzieningen voor het project "bedrijventerrein van de toekomst". Er werden 10 infiltratieproeven uitgevoerd, type Porchet (falling-headvariante), op een diepte van ongeveer 0,5m onder het huidige maaiveld.
2 INPLANTING De infiltratieproeven werden uitgevoerd in de onmiddellijke omgeving van de op het terrein aanwezige peilbuizen. Op het plan verderop in dit rapport zijn de locaties weergegeven.
3 WATERPEIL Er werd op de locaties van de infiltratieproeven een boring uitgevoerd tot op een diepte van 0,5m onder het maaiveld. In de boorgaten werd geen water aangetroffen. De waterstand in de op het terrein aanwezig peilbuizen werd ter informatie opgemeten. De resultaten van deze metingen zijn in onderstaande tabel opgenomen.
nr PB P1 P2 P3 P4 P5 P6 P7 P8 P9 P10
diepte water t.o.v. maaiveld (m) 1,55 2,04 2,01 1,83 1,35 1,34 2,42 1,10 1,00 1,75
1
289
RAPPORT
15718
4 INFILTRATIEPROEVEN 4.1 Principe van de proeven Bij de zogenaamde Porchetmethode wordt onder gestandaardiseerde omstandigheden de daling van het waterpeil gemeten per tijdsinterval in een beschermd boorgat, boven de grondwatertafel. De proeven werden uitgevoerd met de falling head variante. Uitvoeren van een boring met diameter 7cm tot 0.5m diepte. 1 2 Verzadiging van de bodem in het boorgat gedurende 1 à 2u. 3 Start meting van de waterstand in het boorgat onder de (mogelijk geroerde) toplaag. 4 Meting van de waterstand in het boorgat op geregelde tijdstippen gedurende minimum 60' of tot het water in het boorgat is weggelopen. De doorlatendheid K wordt vervolgens bepaald met behulp van de Formule van Porchet.
( )( )
= 1,15 ∗ ∗ ( met
K r t H(t) h(t)
) = doorlatendheid = straal boorgat = tijd = waterniveau t.o.v. maaiveld = waterniveau t.o.v. boorgat
2
290
BIJLAGE
RAPPORT
15718
4.2 Resultaten I1 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800 2700 3600 4500 5400
3,5 cm 53 cm 17 cm
Ht cm 17 22 25 27,5 30,5 34 36,5 38,5 39,5 40,6 41,7
K-waarde (m/dag)
3,58
ht cm 36 31 28 25,5 22,5 19 16,5 14,5 13,5 12,4 11,3
delta t s 0 60 60 120 240 420 900 900 900 900 900
K m/d
gemiddelde= I1 (Porchet)=
0,16 1,8E-06
3,58 2,42 1,10 0,73 0,56 0,22 0,19 0,11 0,13 0,14 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K
2,42
1,10 0,73
0,56
0,00
0,22
0,19
0,11
0,13
0,14
17,0 22,0 25,0 27,5 30,5 34,0 36,5 38,5 39,5 40,6 41,7 H(t) (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
3
291
RAPPORT
15718
I2 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800 2700 3600
3,5 cm 55 cm 31 cm
Ht cm 31 35,8 36,6 38,2 40 42 44,5 46,4 48,2
ht cm 24 19,2 18,4 16,8 15 13 10,5 8,6 6,8
delta t s 0 60 60 120 240 420 900 900 900
K m/d
gemiddelde= I2 (Porchet)=
0,31 3,5E-06
5,19 0,98 1,04 0,64 0,46 0,31 0,28 0,32 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K K-waarde (m/dag)
5,19
0,98 0,00
1,04
0,64
0,46
0,31
0,28
0,32
31,0 35,8 36,6 38,2 40,0 42,0 44,5 46,4 48,2 H(t) (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
4
292
BIJLAGE
RAPPORT
15718
I3 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800 2700 3600
3,5 cm 50 cm 19 cm
Ht cm 19 24,2 29,2 31 33,2 35,1 38,5 40,4 41,8
ht cm 31 25,8 20,8 19 16,8 14,9 11,5 9,6 8,2
delta t s 0 60 60 120 240 420 900 900 900
K m/d
gemiddelde= I3 (Porchet)=
0,31 3,6E-06
4,35 5,04 1,05 0,71 0,39 0,38 0,26 0,22 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K 5,04 K-waarde (m/dag)
4,35
1,05 0,00
0,71
0,39
0,38
0,26
0,22
19,0 24,2 29,2 31,0 33,2 35,1 38,5 40,4 41,8 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
5
293
RAPPORT
15718
I4 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 30 60 120 240 360 480 600 720 900 1200
3,5 cm 53 cm 19 cm
Ht cm 19 24,2 28 32,5 38,5 44 46,5 48,2 49,6 51 52,7
7,91
ht cm 34 28,8 25 20,5 14,5 9 6,5 4,8 3,4 2 0,3
delta t s 0 30 30 60 120 120 120 120 120 180 300
K m/d
gemiddelde= I4 (Porchet)=
2,99 3,5E-05
7,91 6,69 4,64 3,96 5,20 3,33 2,90 3,03 2,66 3,04 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K
K-waarde (m/dag)
6,69 4,64
5,20 3,96
3,33
2,90
3,03
2,66
3,04
0,00
19,0 24,2 28,0 32,5 38,5 44,0 46,5 48,2 49,6 51,0 52,7 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
6
294
BIJLAGE
RAPPORT
15718
I5 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 30 60 120 240 360 480 600 900 1200
3,5 cm 60 cm 16 cm
Ht cm 16 20,5 24,5 29 34,6 38 39,9 41,8 45 47,8
K-waarde (m/dag)
5,21
ht cm 44 39,5 35,5 31 25,4 22 20,1 18,2 15 12,2
delta t s 0 30 30 60 120 120 120 120 300 300
K m/d
gemiddelde= I5 (Porchet)=
1,00 1,2E-05
5,21 5,13 3,24 2,36 1,68 1,05 1,14 0,88 0,92 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K 5,13
3,24 2,36 1,68 1,05
1,14
0,88
0,92
0,00
16,0 20,5 24,5 29,0 34,6 38,0 39,9 41,8 45,0 47,8 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
7
295
RAPPORT
15718
I6 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800 2700 3600
3,5 cm 53 cm 12 cm
Ht cm 12 17 20,5 25,9 32 39 46 50,2 52,5
3,13
ht cm 41 36 32,5 27,1 21 14 7 2,8 0,5
K m/d
gemiddelde= I6 (Porchet)=
1,09 1,3E-05
3,13 2,45 2,16 1,49 1,32 0,99 1,10 1,18 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K 2,45
K-waarde (m/dag)
delta t s 0 60 60 120 240 420 900 900 900
2,16 1,49
1,32 0,99
1,10
1,18
0,00
12,0 17,0 20,5 25,9 32,0 39,0 46,0 50,2 52,5 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
8
296
BIJLAGE
RAPPORT
15718
I7 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 30 60 90 120 180 300 600
3,5 cm 58 cm 20 cm
Ht cm 20 44,5 47,1 48,2 48,5 49 49,5 50,7
ht cm 38 13,5 10,9 9,8 9,5 9 8,5 7,3
delta t s 0 30 30 30 30 60 120 300
K m/d 48,23 9,41 4,58 1,32 1,14 0,60 0,63
gemiddelde= I7 (Porchet)=
1,66 1,9E-05
m/dag m/s
DOORLATENDHEID K K-waarde (m/dag)
48,23
9,41 0,00
4,58
1,32
1,14
0,60
0,63
20,0 44,5 47,1 48,2 48,5 49,0 49,5 50,7 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
9
297
RAPPORT
15718
I8 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800 2700
3,5 cm 57 cm 19 cm
Ht cm 19 25,1 29,3 34,5 41,4 47,5 54 56,8
4,19
ht cm 38 31,9 27,7 22,5 15,6 9,5 3 0,2
delta t s 0 60 60 120 240 420 900 900
K m/d
gemiddelde= I8 (Porchet)=
1,50 1,7E-05
4,19 3,36 2,45 2,11 1,56 1,45 1,49 m/dag m/s
DOORLATENDHEID K
K-waarde (m/dag)
3,36 2,45
2,11 1,56
1,45
1,49
0,00
19,0 25,1 29,3 34,5 41,4 47,5 54,0 56,8 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
10
298
BIJLAGE
RAPPORT
15718
I9 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 30 60 120 180 240 300 360 420 480 600
3,5 cm 53 cm 17,5 cm
Ht cm 17,5 27,2 34 41,2 45,5 47 48 48,8 49,5 50 51
K-waarde (m/dag)
15,19
ht cm 35,5 25,8 19 11,8 7,5 6 5 4,2 3,5 3 2
delta t s 0 30 30 60 60 60 60 60 60 60 120
K m/d 15,19 14,27 10,73 9,61 4,45 3,48 3,18 3,15 2,52 2,98
gemiddelde= I9 (Porchet)=
3,06 3,5E-05
m/dag m/s
DOORLATENDHEID K
14,27
10,73
9,61
4,45
3,48
3,18
3,15
2,52
2,98
0,00
17,5 27,2 34,0 41,2 45,5 47,0 48,0 48,8 49,5 50,0 51,0 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
11
299
RAPPORT
15718
I10 straal boorgat r diepte boorgat D waterstand begin H(0) tijd (s) s 0 60 120 240 480 900 1800
3,5 cm 55 cm 15 cm
Ht cm 15 45 47,3 47,5 47,9 48,5 49,5
delta t s 0 60 60 120 240 420 900
K m/d 31,91 5,48 0,27 0,28 0,25 0,22
gemiddelde= I10 (Porchet)=
0,25 2,9E-06
m/dag m/s
DOORLATENDHEID K
K-waarde (m/dag)
31,91
ht cm 40 10 7,7 7,5 7,1 6,5 5,5
5,48 0,00
0,27
0,28
0,25
0,22
15,0 45,0 47,3 47,5 47,9 48,5 49,5 H_t (cm)
Opmerking: Het interval (roodgekleurd) om de gemiddelde K-waarde te bepalen wordt gekozen afhankelijk van de duur van de proef (des te doorlatender, des te korter), de interpretatie van de grondsamenstelling en de afvlakking van de gegenereerde grafiek.
12
300
BIJLAGE
RAPPORT
15718
5 BODEMSAMENSTELLING Ter plaatse van de infiltratieproeven werd tot op de onderkende diepte manueel geboord met ontname van geroerde monsters. Uit deze monsters kan de onderstaande bodemsamenstelling worden afgeleid. I1
0,0-0,5m
bruine zandhoudende leem of bruin leemhoudend zand
I2
0,0-0,5m
bruin leemhoudend zand
I3
0,0-0,5m
grijsbruin leemhoudend zand
I4
0,0-0,5m
grijsbruin zand
13
301
RAPPORT
15718
I5
0,0-0,5m
grijsbruin zand
I6
0,0-0,5m
grijsbruin zand
I7
0,0-0,4m 0,4-0,5m
grijsbruin zand grijze zandhoudende klei
I8
0,0-0,5m
grijsbruin zand
14
302
BIJLAGE
RAPPORT
15718
I9
0,0-0,3m 0,3-0,5m
grijsbruin (leemhoudend) zand lichtgrijs/wit zand
I10
0,0-0,4m 0,4-0,5m
grijsbruin leemhoudend zand grijze zandhoudende klei
Wij hopen u met de uitvoering van dit grondonderzoek van dienst te zijn geweest, en zijn steeds bereid u alle verdere inlichtingen hierover te verstrekken. Hans Vlietinck Geotechnica bv
15
303
RAPPORT
INPLANTINGSPLAN
304
BIJLAGE
15718
2.3.3 Peilbuismeting en zoutgehalte
Veldverslag Veurne peilbuismetingen 23022026
De plaats van de peilbuizen werd gekozen zo dicht mogelijk bij de opgegeven locaties mits rekening te houden met het vermijden van locaties met aangevoerde grond, privéterrein en onderliggende nutsvoorzieningen. Effectief plaatsen van 9 peilbuizen ipv 10. Locaties gemarkeerd met paaltje en roodwit lint. Locatie 1: Twee reeds bestaande peilbuizen ter plaatse. Beide peilbuizen conform geplaatst, afgedekt en gelabelled en dus bruikbaar. Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.06649, 2.675309
Effectieve coordinaten te hergebruiken peilbuis
+ - 51.065970, 2.675250
Locatie 2: aan glashandel Dochy Er staat reeds een peilbuis, maar zonder labelling of deksel. Niet meer representatief om te gebruiken. Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.066145,2.678115
Effectieve coordinaten
+ - 51.066308, 2.678197
Locatie 3: Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.063771, 2.67779
Effectieve coordinaten
+- 51.063745, 2.677859
vito.be
305
Locatie 4: stuk lange berm Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.065214, 2.682255
Effectieve coordinaten
+- 51.065199, 2.682211
Locatie 5: vlakbij horecazaak Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.068234, 2.684005
Effectieve coordinaten
+- 51.068243, 2.684004
Locatie 6: bonaventure johan Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.061285, 2.678945
Effectieve coordinaten
+- 51.061949, 2.680587
Locatie 7: op scheiding twee bedrijven whatscooking Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.062348,2.684425
Effectieve coordinaten
+- 51.062334, 2.684406
Locatie 8: fabriek Meli Moeilijke locatie van gekregen meetpunt. Heel veel nutsvoorzieningen op zeer kort stukje berm. Veiligste en énige optie was peilbuis op perceelsgrens met fabriek Meli
vito.be
306
BIJLAGE
te zetten. Contact opgenomen met Meli om dit te melden en na te vragen. → Uiteindelijk uitgeweken naar nabijgelegen locatie in de handelsstraat. Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.065794, 2.686859
Effectieve coordinaten
+- 51.066767, 2.686045
Locatie 9: naast klein monumentje, op stuk openbaar domein. Overkant met gekregen coordinaat meetpunt was terrein met aangevoerde grond. Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.068804, 2.690648
Effectieve coordinaten
+- 51.068877, 2.690458
Locatie 10: beauvoorde bakhuis 2 grote elektriciteitskasten rondom perceeltje met opgegeven meetpunt. Paaltje gezet aan de overzijde. Coordinaten peilbuis
WGS84 [°]
Gekregen coordinaten
51.071332, 2.693739
Effectieve coordinaten
+- 51.071131, 2.693357
vito.be
307
Toestroming per peilbuis, geindiceerd bij plaatsen door PCM
Locatie
Doorstroming
1
Zeer slecht
2
Zeer slecht
3
Goed
4
Slecht
5
Slecht
6
Slecht
7
Goed
8
Slecht
9
Goed
10
Matig
Foto peilbuisidentificatie loc 5 ter illustratie
vito.be
308
BIJLAGE
vito.be
309
Regenval data bekomen via Waterinfo.be voor het dichtstbijzijnde meetstation Koksijde_ALMC2 (01ALMC_06KK01004) De neerslaggegevens voor 2025 en begin 2026 laten een duidelijk seizoenspatroon zien, wat ook relevant is voor de meetmomenten van het project (03/07/2025, 25/09/2025, 15/10/2025 en 10/02/2026). De eerste meting op 03/07/2025 komt na een droog voorjaar, vooral maart en april waren zeer droge maanden met resp 3,95 en 9,36 mm. De zomerperiode na de eerste meting was relatief nat (juli: 60,96 mm). De volgende twee metingen op 25/09/2025 en 15/10/2025 vielen tijdens het natte najaar, met 65,75 mm in september en 80,06 mm in oktober. De laatste meting op 10/02/2026 vond plaats in een natte winterperiode (januari 2026: 68,76 mm). Zo dekt de meetcampagne een breed spectrum van hydrologische omstandigheden, van zomer tot herfst en winter, wat belangrijke informatie oplevert voor de analyse van neerslaggerelateerde processen.
Timestamp 2025-01-01T00:00:00.000+01:00 2025-02-01T00:00:00.000+01:00 2025-03-01T00:00:00.000+01:00 2025-04-01T01:00:00.000+02:00 2025-05-01T01:00:00.000+02:00 2025-06-01T01:00:00.000+02:00 2025-07-01T01:00:00.000+02:00 2025-08-01T01:00:00.000+02:00 2025-09-01T01:00:00.000+02:00 2025-10-01T01:00:00.000+02:00 2025-11-01T00:00:00.000+01:00 2025-12-01T00:00:00.000+01:00 2026-01-01T00:00:00.000+01:00
Value [mm] 88.64 47.23 3.95 9.36 19.04 55.63 60.96 39.08 65.75 80.06 71.93 24.20 68.76
Bron: Waterinfo.be Koksijde_ALMC2 (01ALMC_06KK01004) Data provider: VMM; Data owner: VMM-ALMC
vito.be
310
BIJLAGE
Locatie
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Begin zomer (03/07/2025)
Einde zomer (25/09/2025)
diepte grondwater tov maaiveld [cm] 146 198 198 174 125 127 227 105 92 165
diepte grondwater tov maaiveld [cm] 163 198 198 204 135 128 232 106 98 167
Extra metingen (15/10/2025)
Winter (10/02/26)
pH
T [°C]
CDC [mS/cm]
LDO [mg/l]
7,00 7,05 7,16 6,89 7,04 7,06 7,30 6,99 7,21 7,28
16,0 16,1 16,6 16,0 15,7 19,3 15,5 16,6 16,1 16,5
5,48 3,18 1,122 4,34 11,74 1,203 1,347 17,5 0,85 2,25
1,68 3,09 1,75 3,20 1,73 2,08 6,56 1,75 3,12 3,05
diepte grondwater tov maaiveld [cm] 18 105 183 134 96 87 188 80 62 134
pH
T [°C]
CDC [mS/cm]
LDO [mg/l]
6,98 7,03 7,53 6,9 7,39 7,16 7,18 7,11 7,27 7,18
10,6 9,9 12,1 10,7 11,2 12,3 10,4 10,5 9,9 9,4
4,23 1,576 0,8 2,77 6,39 0,971 0,761 10,26 0,892 1,524
1,81 2,86 8,35 3,88 6,1 2,27 5,21 2,29 4,53 3,51
pH, T [°C], CDC [mS/cm] en LDO [mg/l] is niet gemeten aan het begin en eind van de zomer 03/07/2025 en 25/09/2025/
1. Bemerkingen -
Merk op dat de metingen zijn niet 1 op 1 vergelijkbaar zijn tussen locaties, omdat: -
Elke locatie een andere grondwaterdiepte heeft.
-
De mate van toestroming per peilbuis niet voor elke peilbuis gelijk is.
-
pH neutraal tot licht basisch over alle locaties
-
grondwaterpeil voor alle locaties sterk gestegen gedurende het najaar van 2025, met afnemende EC => mogelijks door de sterke toevoer van (regen)water. Regenwater heeft een lagere EC die een verlaging van EC zou kunnen verklaren.
-
meerdere meetcampagnes of verschillende jaren aanbevolen om duidelijke conclusies te kunnen trekken
2. Afkortingen -
CDC sensor: 4-polige geleidbaarheidselektrode van grafiet met een temperatuursensor
-
LDO sensor: luminescentie-/optische sensor voor opgeloste zuurstof
-
GWL: Grondwaterlevel
vito.be
311
3
Materiaal
3.1
(Ontwerpend) onderzoek
1
Huidige Status van het Bedrijventerrein
Een goed begrip van de huidige situatie op het bedrijventerrein in Veurne is essentieel om gerichte stappen te zetten richting een circulaire economie. Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de aanwezige bedrijven en hun kernactiviteiten, als vertrekpunt voor verdere analyse en samenwerking.
1.1 Overzicht van de bedrijfsactiviteiten Op basis van beschikbare gegevens werd een eerste inventarisatie gemaakt van de bedrijven op het terrein. De respons op een uitgezonden bevraging was beperkt, waardoor deze analyse hoofdzakelijk steunt op: • •
Gegevens aangeleverd door POM West-Vlaanderen in het kader van deze opdracht, waaronder een Excelbestand met bedrijfsnamen, adressen, (sub)sectoren, NACE-codes en aantal werknemers (peildatum: 31/12/2022). Aangevuld met publiek beschikbare informatie en bedrijfsprofielen.
Eind 2022 waren er 95 bedrijven geregistreerd op het bedrijventerrein. Deze bedrijven zijn onderverdeeld in vier subsectoren: • • • •
Tertiaire sector (41 bedrijven): commerciële en dienstverlenende activiteiten Industrie (33 bedrijven): productie en verwerking van goederen Bouwsector (19 bedrijven): aannemers, bouwmaterialen en gerelateerde diensten Quartaire sector (2 bedrijven): maatschappelijke dienstverlening
Subsector 45
41
40 33
Aantal bedrijven
35 30 25
19
20 15 10 5 0
2 Tertiaire sector
Industrie
Bouw
Quartaire sector
Voor een beter inzicht in de aard van de activiteiten worden de tertiaire sector en industrie verder opgesplitst:
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
312
BIJLAGE
3/31
Tertiaire sector Verschaffen van accommodatie en maaltijden Administratieve en ondersteunende diensten Financiële activiteiten en verzekeringen Kleinhandel Rechtskundige, boekhoudkundige, bedrijfskundige… Garagewezen Exploitatie van en handel in onroerend goed Transport, logistiek en post Groothandel en handelsbemiddeling 0
5
10
15
20
15
20
Aantal bedrijven
Industrie Afvalbeheer en recyclage Vervaardiging van bouwmaterialen Vervaardiging van informatica-, elektronische en… Vervaardiging van meubelen Vervaardiging van transportmiddelen Drukkerijen, reproductie van opgenomen media Metallurgie en vervaardiging van metaalproducten Winning van delfstoffen Voeding 0
5
10
Aantal bedrijven Uit deze analyse komen enkele duidelijke trends naar voren: • • • • •
Groothandel is sterk vertegenwoordigd, met bedrijven die een breed scala aan producten aanbieden, waaronder voeding en drank, elektrische huishoudtoestellen, veevoeders, bouwmaterialen, landbouwmachines en kleding. Er zijn veel industriële voedingsbedrijven actief, zowel in de foodsector (humane voeding) als in de feedsector (diervoeder), wat wijst op een concentratie van productieprocessen met potentieel interessante nevenstromen. Ook het garagewezen, transport en logistiek, en metallurgie zijn prominent aanwezig op het terrein. Daarnaast zijn er heel wat bouw- en constructiebedrijven, zowel bedrijven die actief zijn binnen de bouwsector zelf als andere industriële bedrijven die bouwmaterialen vervaardigen. Tot slot zijn er ook verschillende houtverwerkende bedrijven, waaronder schrijnwerkers, meubelmakers en een maatwerkbedrijf, wat interessante mogelijkheden biedt voor hergebruik en valorisatie van houtstromen.
Opmerking bij de categorisatie – voeding In de praktijk is het onderscheid tussen groothandel in voeding en drank en industriële voedingsproductie niet altijd eenduidig. Sommige bedrijven, zoals Pepsico, worden administratief als groothandel geklasseerd, terwijl ze in werkelijkheid industriële productieactiviteiten uitvoeren. In dit rapport worden dergelijke bedrijven daarom verder samengenomen onder de categorie Voeding & Dranken of Diervoeder (zie hoofdstuk 4), ongeacht of het gaat om productie (food/feed) of distributie. Dit laat toe om het potentieel voor materiaalstromen binnen deze cluster beter te analyseren. Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
4/31
313
Naast deze bedrijven zijn ook enkele specifieke spelers relevant binnen het materialen- en afvalvraagstuk in Veurne, waaronder: • • •
Het IVVO recyclagepark, momenteel voornamelijk gericht op burgers, maar potentieel inzetbaar voor bedrijfsafval De kringwinkel West, als actor in hergebruik en sociale economie Het maatwerkbedrijf Interwest, dat een rol kan spelen in logistiek, verwerking of assemblage van reststromen
Deze diverse mix van bedrijven en ondersteunende infrastructuur vormt een interessante basis voor het verder verkennen van circulaire opportuniteiten op het terrein.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
314
BIJLAGE
5/31
2
Totstandkoming Toekomstbeeld
Om het bedrijventerrein in Veurne toekomstbestendig en circulair te maken, werden verschillende pistes overwogen. Na overleg en afweging met de projectpartners — POM West-Vlaanderen, West-Vlaamse Intercommunale (WVI), Provincie West-Vlaanderen, stad Veurne en de bedrijventerreinvereniging Veurne@Work — werd besloten om twee van deze pistes verder uit te werken: industriële symbiose en collectieve afvalverwerking. •
•
Industriële symbiose houdt in dat de rest- of nevenstroom van het ene bedrijf wordt ingezet als grondstof voor een ander bedrijf. Dit principe sluit nauw aan bij de circulaire economie en biedt kansen voor lokale samenwerking, efficiënt materiaalgebruik en lagere operationele (afvalverwerkings)kosten. Naast het uitwisselen van materialen via symbiose, biedt ook een gezamenlijke aanpak van afvalverwerking kansen voor optimalisatie en samenwerking. Vandaag behandelen bedrijven hun afvalstromen echter hoofdzakelijk individueel. Dit leidt tot inefficiënt ruimtegebruik op de bedrijfspercelen, versnipperde afvalverwerking, en beperkte mogelijkheden tot optimalisatie van sortering en transport. Een collectieve aanpak kan hier verandering in brengen. Door afvalstromen gezamenlijk te verzamelen en te verwerken, ontstaat ruimtewinst en kunnen schaalvoordelen benut worden. Een samenwerking met afvalintercommunale IVVO kan hierbij een hefboom zijn.
Beide pistes bieden concrete aanknopingspunten voor samenwerking tussen bedrijven en optimalisatie van materiaalstromen. Waarom andere pistes niet werden weerhouden Een derde piste betrof de deeleconomie via groepsaankopen, zoals kantoormateriaal, energieinstallaties en onderhoudsdiensten. De bedrijventerreinvereniging Veurne@Work is hier vandaag al deels mee aan de slag. Hoewel deze piste potentieel heeft, werd ze niet verder uitgewerkt binnen dit traject. De feedback van de projectpartners gaf aan dat deze piste eerder afhankelijk is van opportuniteiten en minder geschikt is voor collectieve uitwerking binnen het kader van Bedrijventerreinen van de Toekomst. Ook andere circulaire initiatieven zoals direct hergebruik, recyclage en product-as-a-service werden niet verder beschouwd, aangezien deze hoofdzakelijk individuele initiatieven zijn. Binnen dit traject ligt de focus op collectieve oplossingen die samenwerking tussen bedrijven stimuleren. Op het bedrijventerrein zijn bovendien reeds diverse circulaire initiatieven aanwezig die aantonen dat samenwerking en materiaalvalorisatie lokaal mogelijk zijn. Enkele inspirerende voorbeelden: • • • •
Beauvoords Bakhuis: producent van pannenkoeken; overschotten gaan naar voedselbanken. Er wordt ook gekeken om gerecycleerd plastic te gebruiken voor hun verpakkingen. Enjoy Concrete: betonafval wordt ter plaatse verwerkt en resthout wordt doorgegeven aan een ander bedrijf voor verwerking. Interwest: maatwerkbedrijf actief in recyclage en hergebruik, o.a. sorteren van speelgoed en textiel, leegmaken van oude woningen, groenbeheer en compostering. Trotec: verwerkt plantaardige nevenstromen, productie-uitvallen en onverkochte voedingsproducten uit de voedingsindustrie en retail tot ingrediënten voor veevoeder — een expliciet voorbeeld van industriële symbiose.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
6/31
315
IVVO: opgehaald gft-afval wordt door IVVO via vergisting omgevormd tot compost in hun verwerkingsinstallatie in Ieper. Deze compost wordt vervolgens verpakt en verkocht. Om de transitie naar een circulaire economie op het bedrijventerrein duurzaam te verankeren, wordt een toekomstbeeld geschetst op twee tijdshorizonten: 2030 als tussentijdse mijlpaal, en 2050 als langetermijndoelstelling. Binnen dit kader worden de twee pijlers — industriële symbiose en collectief afvalbeheer — verder geconcretiseerd. •
Industriële symbiose 2030 | Materiaalstromen van enkele grote spelers linken (directe symbiose) 2050 | Industriële stromen van meerdere - idealiter alle - grote bedrijven linken en uitbreiden naar de omgeving en/of andere bedrijventerreinen (indirecte symbiose)
Collectieve ophaling, verzameling en verwerking van bedrijfsafval 2030 | Beschikbare capaciteit van de overslaghal aanwenden voor de (collectieve) inzameling van één of een aantal materiaalstromen 2050 | Oprichting van lokale minihubs voor de overige materiaalfracties
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
316
BIJLAGE
7/31
3
Industriële symbiose
Industriële symbiose vormt een veelbelovende pijler binnen de transitie naar een circulaire economie op het bedrijventerrein in Veurne. Door rest- en nevenstromen van bedrijven lokaal te valoriseren als grondstof voor andere ondernemingen, ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden die bijdragen aan efficiënt materiaalgebruik, kostenbesparing en een lagere ecologische voetafdruk. Aangezien er momenteel onvoldoende concrete data beschikbaar is van de bedrijven zelf, willen we hier toch een theoretische oefening maken om het potentieel lokaal in kaart te brengen. Deze oefening biedt een eerste verkenning van het potentieel voor industriële symbiose op het terrein op basis van beschikbare gegevens. Ze vormt een onderbouwde basis voor verdere afstemming met de bedrijven en de uitwerking van concrete samenwerkingen. Deze oefening zal visueel voorgesteld worden via een mindmap, die later eventueel uitgebreid kan worden naar de omgeving of andere bedrijventerreinen, omdat industriële symbiose idealiter op grotere schaal dan een bedrijventerrein wordt bekeken.
3.1 Methodologie De oefening werd opgebouwd volgens drie opeenvolgende stappen: 1. Categorisatie van bedrijven De bedrijven op het terrein werden ingedeeld in negen categorieën op basis van hun bedrijfsactiviteiten. Deze indeling laat toe om gelijkaardige materiaalstromen en processen te groeperen, en vormt een vertrekpunt voor het identificeren van symbiosekansen. 2. In kaart brengen van verwachte materiaalstromen Voor elke bedrijfscategorie werd een inschatting gemaakt van de typische grondstoffen, nevenstromen en afvalstromen die voorkomen. Deze inschatting is gebaseerd op sectorale kennis, literatuur en praktijkervaring, en dient als basis voor het detecteren van mogelijke uitwisselingen. 3. Identificatie van potentiële links Op basis van de materiaalstromen werden potentiële koppelingen tussen bedrijven en categorieën in kaart gebracht. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen: o Quick wins: directe symbiose met duidelijke match tussen aanbod en vraag o Toekomstmuziek: indirecte symbiose met potentieel op langere termijn of via tussenoplossingen zoals verwerking, zuivering of herfabricage. Deze methodologie biedt een gestructureerde aanpak om het potentieel voor industriële symbiose op het terrein te verkennen. In de volgende paragrafen worden de gekozen bedrijfscategorieën toegelicht, de verwachte materiaalstromen beschreven, en de geïdentificeerde opportuniteiten gepresenteerd.
3.2 Categorisatie van bedrijven Op basis van de inventarisatie van de aanwezige bedrijven op het bedrijventerrein, werden negen bedrijfscategorieën gedefinieerd. Deze categorieën omvatten samen het merendeel van de ondernemingen op het terrein en vormen het uitgangspunt voor het analyseren van materiaalstromen en het identificeren van potentiële symbiosekansen.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
8/31
317
1. Voeding en drank (food) Deze categorie omvat zowel industriële productiebedrijven als groothandels. De activiteiten variëren van de productie van snacks, chocolade, bereide maaltijden, vleeswaren en bakkerijproducten tot de handel in dranken, wijnen en voedingsingrediënten. De bedrijven zijn actief in zowel de humane voedingssector als catering en retail, met een mix van ambachtelijke en grootschalige productie. 2. Diervoeder (feed) Bedrijven in deze categorie verwerken plantaardige landbouwgewassen tot co-producten voor veevoeder.
nevenstromen
en
diverse
3. Elektronica en techniek Deze groep bestaat uit groothandels in machines, gereedschappen en technische installaties, evenals installatiebedrijven actief in HVAC, elektrotechniek en automatisering. Ze leveren oplossingen voor industriële toepassingen en energievoorziening. 4. Logistiek en transport Bedrijven in deze categorie bieden diensten aan rond goederenvervoer, opslag en supply chain management. Dit omvat ook koelopslag en douaneformaliteiten. De focus ligt op efficiënte en duurzame logistieke oplossingen. 5. Metallurgie Deze groep omvat bedrijven die actief zijn in metaalbewerking, constructie, oppervlaktebehandeling en assemblage. Ze produceren onder meer machineonderdelen, metaalconstructies en technische installaties, vaak op maat van industriële toepassingen. 6. Textiel Deze kleinere categorie omvat een leverancier van werk-, sport-, en promokledij, en persoonlijke beschermingsmiddelen. 7. Hout Bedrijven in deze categorie zijn actief in schrijnwerkerij, meubelproductie en houthandel. Ze produceren en verhandelen houtproducten voor interieur, tuin en bouw, en zijn vaak gespecialiseerd in maatwerk. 8. Bouw- en Constructiebedrijven Een brede categorie met aannemers, prefab-producenten, dakwerkers, glasverwerkers en leveranciers van bouwmaterialen. De activiteiten bestrijken zowel ruwbouw als afwerking, infrastructuurwerken en gespecialiseerde bouwdiensten. 9. Autoverdelers en garages Deze groep omvat autodealers, carrosseriebedrijven en garages die instaan voor verkoop, onderhoud en herstelling van voertuigen. Ze werken met diverse merken en bieden ook lakspuiterij en oldtimerherstel aan. Het onderstaande cirkeldiagram toont hoeveel bedrijven van op het bedrijventerrein in Veurne binnen elke categorie werden ondergebracht op basis van hun kernactiviteiten. Uit deze verdeling kunnen enkele interessante observaties worden gemaakt: •
• •
Voeding & drank en Bouw & Constructie zijn veruit de grootste categorieën. Samen vertegenwoordigen ze ongeveer de helft van alle bedrijven op het terrein. Dit wijst op een sterke aanwezigheid van productiegerichte en bouwgerelateerde activiteiten, wat potentieel veel materiaalstromen en symbiosekansen met zich meebrengt. Textiel is met slechts één bedrijf de kleinste categorie. Toch zal verder in het rapport blijken dat ook hiervoor relevante symbiosekansen bestaan. De som van de bedrijven in de negen categorieën komt uit op 79 van de 95 geregistreerde bedrijven. De overige bedrijven voeren meer niche-activiteiten uit, zoals tankstations, brandweerposten of adviesbureaus. Deze ondernemingen werden niet ondergebracht in een specifieke categorie, omdat hun activiteiten minder relevant zijn voor industriële symbiose of materiaaluitwisseling.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
318
BIJLAGE
9/31
Aantal bedrijven per categorie 8%
Logistiek en Transport
1% 6%
Bouw- en Constructiebedrijven
12% 25%
Voedings- en Drankenindustrie (Food) Diervoederproducenten (Feed) Metallurgie
6%
Hout 9%
Elektronica en Techniek Autoverdelers en Garages
5% 28%
Textiel
Deze categorisatie vormt een belangrijke basis voor de volgende stappen in het rapport. In de eerstvolgende sectie worden de verwachte materiaalstromen per categorie in kaart gebracht. Deze stromen dienen als fundament voor de theoretische oefening rond symbiosekansen, waarbij mogelijke uitwisselingen tussen bedrijven worden geïdentificeerd. Hoewel de bedrijven gegroepeerd zijn per categorie, zal in de analyse van symbiosekansen ook specifieke vermelding gemaakt worden van individuele bedrijven, telkens wanneer een concrete kans zich voordoet. Zo wordt de oefening niet alleen theoretisch onderbouwd, maar ook praktisch relevant voor de betrokken ondernemingen.
3.3 Materiaalstromen Op basis van de categorisatie van bedrijven werd per groep een inschatting gemaakt van de typische grondstoffen (input) en rest- en afvalstromen (output). Deze inschatting is gebaseerd op sectorale kennis, literatuur en praktijkervaring, en vormt de basis voor het identificeren van potentiële symbiosekansen in de volgende sectie. Categorie
Grondstoffen (input)
Rest- en afvalstromen (output)
Voeding en Drank
Granen, groenten, vlees, vis, zuivel, Suiker, zout, specerijen, Plantaardige oliën en vetten, Verpakkingsmaterialen (plastic, karton, glas, blik), Water
Organisch afval, bederfelijke overschotten, spoelwater, verpakkingsafval, bijproducten
Diervoeder
Granen, oliehoudende zaden, peulvruchten, Dierlijke bijproducten (vleesmeel, vismeel, wei), Additieven (vitaminen, enzymen, smaakstoffen), Verpakkingsmaterialen, Water
Productieafval, gemorste materialen, stofafzuiging, spoelwater, verpakkingsafval
Elektronica en techniek
Metaalonderdelen, elektronische componenten, Kunststoffen, kabels, leidingen, Koelmiddelen, smeermiddelen, Verpakkingsmaterialen
Metaalschroot, elektronisch afval, oude installaties, isolatiemateriaal, koelmiddelen, verpakkingsafval
Logistiek en Transport Brandstoffen, smeermiddelen, Verpakkingsmateriaal (pallets, folie, karton), Koelmiddelen, energie, IT-hardware
Versleten pallets en banden, restwarmte, retourgoederen, afgedankte IT-apparatuur, verpakkingsafval
Metallurgie
Metalen (staal, aluminium, koper), Snij- en koelvloeistoffen, chemicaliën, Lasmaterialen, coatings, Verpakkingsmaterialen
Metaalspanen, snijresten, chemisch afval, spoelwater, verfresten, verpakkingsmateriaal
Textiel
Textielvezels (synthetisch, natuurlijk, technisch), Afwerkingsmaterialen (verfstoffen, coatings), Verpakkingsmaterialen
Textielsnijresten, afgekeurde kleding, verfresten, lijmresten, verpakkingsafval
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
10/31
319
Hout
Massief hout, plaatmateriaal, Bevestigingsmaterialen (lijmen, schroeven), Lakken, vernissen, oliën, Verpakkingsmaterialen
Zaagsel, houtspaanders, afwerkingsresten, beschadigde meubels, verpakkingsafval
Bouw- en Constructiebedrijven
Grondstoffen (zand, cement, beton, staal), Daken isolatiematerialen, Glas, aluminium, PVC, HVAC- en sanitaire componenten
Betonresten, snijresten, chemisch afval, sloopmateriaal, verpakkingsafval
Autoverdelers en Garages
Voertuigonderdelen (banden, filters, accu’s), Vloeistoffen (olie, koelvloeistof, lakken), Verpakkingsmaterialen, Perslucht, energie
Versleten onderdelen, chemische vloeistoffen, verfresten, poetsmateriaal, verpakkingsafval
Deze theoretische inventarisatie van de materiaalstromen is nadien afgetoetst aan de realiteit. Hiervoor werd een interview georganiseerd met een aantal bedrijven op het terrein. Hierbij waren drie bedrijven aanwezig (De Torre, De Brabandere, Furnibo), actief in de hout- en bouwsector, evenals het maatwerkbedrijf InterWest. Tijdens dit gesprek werd gepeild naar hun materiaalstromen, zowel wat betreft grondstoffen als rest- en afvalstromen. Er werd expliciet gevraagd naar de volumes en de ruimteinname van deze stromen op het eigen terrein. Hoewel de input hoofdzakelijk kwalitatief was — de bedrijven konden geen exacte kwantitatieve gegevens aanleveren — kwamen er toch enkele duidelijke inzichten naar voren. De aanwezige materiaalstromen bleken in grote mate overeen te komen met de inschattingen uit de theoretische oefening. Vooral steenpuin en houtafval werden benoemd als significante stromen, zowel in termen van volume als van plaatsinname op het terrein. Deze bevestiging versterkt de relevantie van de gekozen categorieën en onderstreept het potentieel voor concrete symbiosekansen binnen deze sectoren.
3.4 Opportuniteiten voor industriële symbiose Op basis van de verwachte materiaalstromen en de bedrijfscategorieën op het bedrijventerrein in Veurne werden verschillende opportuniteiten voor industriële symbiose geïdentificeerd. Deze opportuniteiten tonen hoe rest- en nevenstromen van het ene bedrijf kunnen dienen als grondstof voor een ander, en hoe samenwerking tussen bedrijven kan leiden tot efficiënter materiaalgebruik, kostenbesparing en een lagere ecologische voetafdruk. De kansen worden onderverdeeld in twee groepen: 1) Quick wins: directe symbiosekansen die relatief eenvoudig te realiseren zijn, zonder complexe tussenstappen zoals zuivering of herfabricage. Deze kunnen op korte termijn worden opgezet en vereisen vermoedelijk weinig extra infrastructuur of vergunningen. 2) Toekomstmuziek: indirecte symbiosekansen die meer bewerking, technologische ontwikkeling of logistieke afstemming vereisen. Deze zijn eerder op middellange tot lange termijn haalbaar, maar bieden een inspirerend perspectief op innovatieve toepassingen van reststromen. Om deze kansen visueel te ondersteunen, werd een overzichtsfiguur opgesteld in de vorm van een mindmap. Deze figuur bestaat uit de negen gedefinieerde bedrijfscategorieën, waarbij de geïdentificeerde acties of materiaaluitwisselingen worden weergegeven als pijlen tussen de categorieën. Daarnaast zijn ook drie ondersteunende actoren opgenomen: het recyclagepark (IVVO), de Kringwinkel West en het maatwerkbedrijf InterWest, gezien hun specifieke rol binnen het materialenen afvalvraagstuk op het terrein.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
320
BIJLAGE
11/31
Figuur 3-1: Overzicht van de geïdentificeerde symbiosekansen op het bedrijventerrein in Veurne. Links: directe symbiose (quick wins). Rechts: indirecte symbiose (toekomstmuziek). De pijlen geven mogelijke materiaaluitwisselingen aan tussen bedrijfscategorieën en ondersteunende actoren.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
12/31
321
3.4.1
Quick wins
De onderstaande voorbeelden illustreren concrete en haalbare samenwerkingen tussen bedrijven op het terrein. Ze tonen hoe bestaande reststromen kunnen worden gevaloriseerd op korte termijn met relatief beperkte inspanningen.
1) Reststromen en voedseloverschotten van de voedingsindustrie verwerken tot diervoeder of voederadditieven
BESCHRIJVING Het gebruik van reststromen en voedseloverschotten uit de voedingsindustrie voor diervoederproductie is een duurzame oplossing die voedselverspilling tegengaat en bijdraagt aan een circulaire economie. Tijdens de productie van voedingsmiddelen ontstaan vaak nevenstromen zoals gebroken producten, schillen, deegresten of niet-verkoopbare maar nog voedzame ingrediënten. In plaats van deze te vernietigen, kunnen ze – mits veilig en geschikt bevonden – worden verwerkt tot voedzaam diervoeder. Dit gebeurt via gecontroleerde processen waarbij de reststromen worden verzameld, eventueel gedroogd of gefermenteerd, en gemengd tot voeders die voldoen aan de wettelijke normen voor diergezondheid en voedselveiligheid. Zo worden waardevolle nutriënten behouden en wordt de ecologische voetafdruk van zowel de voedings- als de veeteeltsector verkleind.
BETROKKEN BEDRIJVEN Voeding en Drank • • • • •
Beauvoords bakhuis, Cerelia, Pinson Biscuiterie (gebak) De Beauvoorder Paté, Dierendonck Butchery (vleesresten) Refresh, Foodstho, Frans en Bertha, Frigulunch, What’s Cooking (voedseloverschotten bereide maaltijden) Marc Seru Aardappelhandel (aardappelschillen en andere restromen) …
Diervoeder •
Leievoeders, Trotec, Duynie
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
322
BIJLAGE
13/31
2) Duynie – Verwerking van aardappelreststromen tot nieuwe producten
BESCHRIJVING Duynie is gespecialiseerd in de verwerking van agrarische reststromen en zou in samenwerking met aardappelverwerkers zoals Marc Seru Aardappelhandel aardappelreststromen kunnen valoriseren tot toepassingen in diervoeder, petfood of zelfs humane voeding. Dit biedt kansen om lokale reststromen zoals schillen, zetmeel en gebroken producten circulair in te zetten.
BETROKKEN BEDRIJVEN Marc Seru Aardappelhandel – reststromen (voeding en drank) • •
Aardappelzetmeel Aardappelpersvezel, aardappelschraapsel, aardappelstoommoes, kroketpuree
Duynie (voeding en drank, diervoeder) •
•
Opgewaardeerd aardappelzetmeel als bindmiddel voor de voedingsindustrie De andere reststromen zijn bruikbaar in de productie van voeder voor rundvee en varkens
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
14/31
323
3) Compostering van voedselresten en groenafval
BESCHRIJVING Voedseloverschotten en tuinafval kunnen lokaal worden verwerkt tot compost. In plaats van deze organische materialen als afval te behandelen, worden ze omgezet in een nuttig eindproduct dat de bodemkwaliteit verbetert en bijdraagt aan duurzame landbouw en groenbeheer. Het tuinafval kan afkomstig zijn van burgers via het recyclagepark en van groendienstactiviteiten door maatwerkbedrijf InterWest. InterWest zou ook kunnen instaan voor de verpakking van de compost, wat sociale tewerkstelling combineert met circulaire verwerking. Er wordt bovendien een opportuniteit gezien om de verpakte compost lokaal aan te bieden aan burgers.
BETROKKEN BEDRIJVEN Voeding en Drank •
aanlevering van organische reststromen
IVVO Recyclagepark • •
Inzameling van gft-afval Compostering
Maatwerkbedrijf InterWest • •
Tuinafval van de groendienst activiteiten Verpakking van compost
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
324
BIJLAGE
15/31
4) Inzameling en herstelling van elektronica
BESCHRIJVING Afgedankte elektrotoestellen zouden via de Kringwinkel en het recyclagepark ingezameld kunnen worden, ook wanneer ze defect zijn. Maatwerkbedrijf InterWest zou deze toestellen kunnen herstellen, eventueel ondersteund door lokale technische bedrijven zoals Dktools en EL.G.B. De herstelde toestellen kunnen dan opnieuw verkocht worden via de Kringwinkel, wat afvalreductie en sociale inclusie bevordert.
BETROKKEN BEDRIJVEN Kringwinkel West •
Inzameling en verkoop van (gerepareerde) toestellen
IVVO Recyclagepark •
Inzameling van elektronische toestellen (ook niet-functioneel / in slechte staat)
Maatwerkbedrijf InterWest •
Herstelling van toestellen
Elektronica en Techniek (Dktools, EL.G.B.) •
Voorziening van gereedschap en organisatie van reparatieworkshops
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
16/31
325
5) Verwerking van afgedankte IT-apparatuur voor refurbishing of recuperatie van onderdelen
BESCHRIJVING Oude IT-apparatuur zoals scanners, GPS-systemen en infotainmenttoestellen zou via samenwerking tussen garages, logistieke bedrijven en technische hersteldiensten kunnen worden gerecupereerd. Door defecte toestellen te herstellen of onderdelen te recupereren, ontstaat een circulaire keten die e-afval vermindert en waardevolle materialen opnieuw inzet.
BETROKKEN BEDRIJVEN Elektronica en Techniek (Dktools, EL.G.B.) •
Refurbishing van afgedankte apparatuur via de hersteldienst
Autoverdelers en Garages •
Radio’s, infotainmentsystemen, …
Logistiek en Transport •
Scanners, GPS, printers, …
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
326
BIJLAGE
17/31
6) Tweede Leven voor Werkkledij en PBM’s
BESCHRIJVING Kledingstukken zoals overtollige voorraad, foutief bedrukte items of verouderde promotiekledij zouden via samenwerking met de Kringwinkel een tweede leven kunnen krijgen. Profession Wear & Safety zou deze kleding kunnen schenken, waarna ze tegen een betaalbare prijs verkocht wordt. Dit voorkomt verspilling en creëert maatschappelijke meerwaarde.
BETROKKEN BEDRIJVEN Profession Wear & Safety (Textiel) • • •
Overtollige voorraad (kledij en PBM’s) Verouderde promotiekledij Items met foutieve bedrukking of bestickering
Kringwinkel West •
Verkoop aan een betaalbare prijs
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
18/31
327
7) Onbehandeld zaagsel of houtspaanders als bodembedekker / stalstrooisel voor dieren
BESCHRIJVING Onbehandeld zaagsel en houtspaanders uit de houtsector zouden kunnen worden ingezet als bodembedekker of stalstrooisel voor vee. Schrijnwerkers en meubelmakers zoals Cornelis en Evan Furniture kunnen deze reststromen aanleveren, terwijl diervoederbedrijven ze verwerken. InterWest zou kunnen instaan voor de verpakking van het strooisel.
BETROKKEN BEDRIJVEN Hout (schrijnwerkerijen en meubelbedrijven) •
Algemene schrijnwerkerij Cornelis, Evan furniture
Diervoederbedrijven •
Verkoop stalstrooisel
Maatwerkbedrijf Interwest •
Inpakservices
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
328
BIJLAGE
19/31
8) Herbenutten van houtoverschotten, -afval en –schilfers tot nieuwe materialen
BESCHRIJVING Houtoverschotten, houten verpakkingsmateriaal en houtschilfers uit diverse sectoren zouden kunnen worden ingezameld en verwerkt tot nieuwe materialen zoals spaanplaat. Dit biedt kansen voor samenwerking tussen bedrijven uit de voeding, drank, logistiek, bouw en houtsector, waarbij afval wordt omgezet in circulaire grondstoffen.
BETROKKEN BEDRIJVEN Houten verpakkingsmateriaal en paletten • •
Houten kisten en kratten (voeding en drank) Paletten (voeding en drank, logistiek en transport, bouw, diervoeder, …)
Houtbedrijven • • •
Houtafval en -schilfers van schrijnwerkerijen en meubelbedrijven Verwerken tot nieuwe producten (bv. spaanplaat voor het maken van meubels) WOOD & BUILD MAGNUMBOARD: gebruikt houtschilfers die anders mogelijk als restmateriaal zouden worden beschouwd
Bouw • •
Houten bouw- en sloopafval Verwerken tot nieuwe producten (bv. spaanplaat voor gebruik in de bouw)
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
20/31
329
9) Hergebruik van bouwmateriaal na afbraak
BESCHRIJVING Bij de afbraak van gebouwen komen vaak nog bruikbare materialen vrij. Deze zouden selectief kunnen worden ontmanteld en opnieuw ingezet in andere bouwprojecten of als grondstof voor nieuwe toepassingen. Dit verlaagt de vraag naar nieuwe materialen en stimuleert samenwerking binnen de bouwsector.
BETROKKEN BEDRIJVEN Bouwbedrijven •
Selectieve sloop en recuperatie van herbruikbare materialen (hout, baksteen, metaal, oude dakpannen …)
Houtbedrijven •
Verwerking en hergebruik van gerecupereerd hout uit afbraakprojecten
Kringwinkel •
Inzameling en verkoop van bruikbare onderdelen zoals deuren, radiatoren, toiletten en verlichting
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
330
BIJLAGE
21/31
10)
Spoelwater van de voedingsindustrie herbenutten als koelwater voor verspanende bedrijven
BESCHRIJVING Spoelwater uit de voedingsindustrie zou, mits beperkte tussenbehandeling zoals filtering of pHcorrectie, kunnen worden hergebruikt als koelwater bij verspanende bewerkingen. Bedrijven zoals Metaalbewerking Balanck zouden dit water kunnen inzetten als technisch koelmiddel bij draai- en freesbewerkingen, wat het waterverbruik verlaagt en een slimme koppeling tussen sectoren mogelijk maakt.
BETROKKEN BEDRIJVEN Voeding en Drank •
Leveranciers van spoelwater uit het productieproces
Metaalbewerking Balanck • •
Hergebruik van spoelwater als koelmiddel bij verspanende activiteiten Voorbehandeling nodig (filtering, toevoeging additieven)?
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
22/31
331
11)
Textielresten als vulling voor zachte meubels
BESCHRIJVING Textielresten zoals snijverlies of afgekeurde kledingstukken zouden in de toekomst kunnen worden hergebruikt als vulmateriaal voor zachte meubels zoals kussens, poefs en stoelen. Dit biedt een circulaire oplossing die de vraag naar nieuwe vulstoffen zoals schuim of synthetische vezels vermindert. Door samenwerking tussen textielproducenten en meubelmakers ontstaat een gesloten materiaalkringloop met ecologische en economische meerwaarde.
BETROKKEN BEDRIJVEN Meubelproducenten •
Gebruik textielsnippers als vulstof voor kussens, stoelen, poefs en andere zachte meubels
Profession Wear and Safety •
Levert textielresten en snippers uit hun atelier
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
332
BIJLAGE
23/31
12)
Textielresten als beschermmateriaal voor het inpakken van breekbare goederen
BESCHRIJVING Reststromen uit de textielsector, zoals beschadigde kleding of snijresten, zouden kunnen worden ingezet als beschermmateriaal bij het verpakken van breekbare goederen. Dit biedt een circulaire toepassing binnen de logistieke keten, waarbij zachte textielbuffers gebruikt worden bij het transport van glaswerk, elektronica of meubels. De verwerking en toepassing kunnen gebeuren via een maatwerkbedrijf, dat instaat voor verpakking of ondersteuning bij verhuisdiensten.
BETROKKEN BEDRIJVEN Profession Wear and Safety •
Levert textielresten en beschadigde kleding uit het atelier
Maatwerkbedrijf Interwest •
Gebruikt de textielresten als beschermmateriaal bij inpak- of verhuisdiensten
(Optioneel) Verhuis- of logistieke bedrijven •
3.4.2
Kunnen deze materialen inzetten als duurzaam alternatief voor plastic of piepschuim
Toekomstmuziek
Naast de directe symbiosekansen zijn er ook meer complexe en innovatieve pistes die op langere termijn kunnen worden gerealiseerd. Deze “toekomstmuziek” vergt vaak bijkomende bewerkingsstappen, technologische ontwikkeling of intensievere samenwerking tussen bedrijven. Toch bieden ze een inspirerend perspectief op hoe reststromen kunnen evolueren tot hoogwaardige grondstoffen en toepassingen. Ze tonen hoe circulaire economie niet alleen draait om afvalreductie, maar ook om waardecreatie, lokale verankering en sectoroverschrijdende samenwerking.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
24/31
333
1) Metaalpoeder uit metaalspanen en -schroot voor 3D-printing
BESCHRIJVING Metaalspanen uit verspanende bewerkingen en metaalschroot kunnen worden omgezet in fijn metaalpoeder, geschikt voor 3D-printing. Dit proces maakt het mogelijk om reststromen uit de metaalbewerking lokaal opnieuw in te zetten voor de productie van nieuwe onderdelen via additive manufacturing. Metaalverwerkende bedrijven op het terrein kunnen de mogelijkheid onderzoeken om hun activiteiten uit te breiden met additive manufacturing, waardoor een gesloten kringloop ontstaat: van verspaning naar poeder, naar nieuw product. Dit verlaagt het grondstofverbruik, vermindert transportstromen en stimuleert technologische innovatie op het bedrijventerrein.
BETROKKEN BEDRIJVEN B-line, Sevan Janssens • •
Leverancier van metaaloverschotten en -schroot Potentiële afnemers van geprinte onderdelen?
Metaalbewerking Balanck • •
Leverancier van metaalspanen Potentiële uitvoerder van 3D-printing?
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
334
BIJLAGE
25/31
2) Rubbergranulaat uit versleten banden voor sportvelden en asfalt
BESCHRIJVING Versleten banden vormen een moeilijk te recycleren stroom, maar kunnen worden verwerkt tot rubbergranulaat. Dit granulaat is inzetbaar als dempend materiaal in sportvelden of als toevoeging in rubberasfalt. Door banden lokaal in te zamelen en te verwerken, ontstaat een circulaire keten tussen mobiliteit en infrastructuur. Dit verlaagt de afvaldruk van garages en transportbedrijven en biedt duurzame bouwmaterialen met functionele eigenschappen.
BETROKKEN BEDRIJVEN Autoverdelers en Garages •
Inzameling van versleten banden
Logistiek en Transport •
Aanlevering van banden uit het wagenpark
Bouw- en Constructiebedrijven • •
Wegenbouwers, (sport)infrastructuurbedrijven verwerking van rubbergranulaat in asfalt of sportinfrastructuur
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
26/31
335
3) Bio-bouwmaterialen uit reststromen van voeding en drank
BESCHRIJVING Organische reststromen zoals pulp, schillen, draf of perskoeken kunnen worden verwerkt tot bioisolatiematerialen, biogebaseerde bindmiddelen of biocomposieten. Deze materialen zijn inzetbaar in de bouwsector, bijvoorbeeld als vulmateriaal in panelen of als isolatie. Dit creëert een innovatieve koppeling tussen de voedingsindustrie en circulaire bouwmaterialen, en draagt bij aan de ontwikkeling van biogebaseerde producten met lage milieu-impact.
BETROKKEN BEDRIJVEN Voeding en Drank •
producenten van organische reststromen (bv. brouwerijen, bakkerijen, maaltijdproducenten)
Bouw- en Constructiebedrijven •
producenten van isolatie en prefab-elementen, verwerkers van biocomposieten
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
336
BIJLAGE
27/31
4) Herbenutten van metaalspanen in de bouw
BESCHRIJVING Metaalspanen kunnen op verschillende manieren worden hergebruikt in de bouw: via hersmelting tot bouwstaal, als vulstof in beton of zelfs als thermisch isolerend materiaal in de vorm van metaalvlokken. Dit vereist technische afstemming en verwerking, maar biedt een circulaire oplossing voor metaalreststromen die anders moeilijk te valoriseren zijn. Het potentieel ligt vooral in prefab- en betonproducten waar consistent materiaalgebruik mogelijk is.
BETROKKEN BEDRIJVEN Verspanende bedrijven (metallurgie) •
producenten van metaalspanen (bv. Metaalbewerking Balanck)
Bouw- en Constructiebedrijven •
betonproducenten, prefabbouwers, isolatiefabrikanten die metaalreststromen kunnen integreren
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
28/31
337
5) Houtreststromen verwerken tot isolatie of vulmateriaal
BESCHRIJVING Reststromen uit houtbewerking, zoals zaagresten, foutieve panelen of afgedankte meubels, kunnen worden vermalen en verwerkt tot isolatieplaten of vulmateriaal voor prefab-elementen. Dit verlaagt de afvalproductie in de houtsector en biedt nieuwe grondstoffen voor circulaire bouwtoepassingen. Door samenwerking tussen schrijnwerkers en prefabproducenten ontstaat een lokale kringloop van houtmateriaal.
BETROKKEN BEDRIJVEN Houtbedrijven •
schrijnwerkers, meubelmakers, houthandels die reststromen genereren
Bouw- en Constructiebedrijven •
producenten van isolatie, prefab-elementen, verwerkers van houtgranulaat
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
338
BIJLAGE
29/31
4
(Collectieve) overslaghal
benutting
van
de
4.1 Beschrijving van de piste en huidige mogelijkheden Binnen het transitieplan rond circulaire materialen voor het bedrijventerrein in Veurne werd, naast industriële symbiose, ook een piste onderzocht rond het collectief benutten van de bestaande overslaghal op het recyclagepark. Hiervoor werd een overleg georganiseerd met afvalintercommunale IVVO om de mogelijkheden te verkennen voor bedrijven op het bedrijventerrein in Veurne om gebruik te maken van de beschikbare capaciteit in de overslaghal op het recyclagepark. Deze piste biedt een laagdrempelige en flexibele manier om bepaalde materiaalstromen collectief of individueel te beheren, zonder dat er op korte termijn infrastructuur moet worden aangepast.
4.1.1
Huidige situatie: reguliere dienstverlening
Vandaag kunnen bedrijven op het terrein reeds gebruik maken van het recyclagepark voor de afvoer van een aantal standaardfracties, zoals PMD, papier en karton, restafval, houtafval, gft en groenafval. Deze dienstverlening is goed ingeburgerd en biedt een mogelijke basisvoorziening voor de bedrijven op het terrein.
4.1.2
Huidige mogelijkheden: inzet van de overslaghal
Naast deze reguliere dienstverlening beschikt IVVO over een overslaghal met beschikbare capaciteit, die potentieel ingezet kan worden voor de tijdelijke opslag, overslag en afvoer van meer specifieke materiaalstromen. Deze hal bevindt zich op het bedrijventerrein zelf, waardoor bedrijven hun afvalstromen rechtstreeks kunnen aanvoeren zonder grote logistieke inspanningen. De bedrijven dienen het afval wel te transporteren naar de overslaghal. Op die manier komt individuele ruimte op de bedrijfspercelen vrij. Aanvoer vormt nooit een probleem. IVVO neemt vervolgens de verdere afvoer of verwerking van deze stromen op zich. De overslaghal kan zowel individueel als collectief worden benut. In een individuele regeling maakt een bedrijf rechtstreeks afspraken met IVVO over de aanvoer van specifieke afvalstromen. In een collectieve aanpak kunnen meerdere bedrijven met gelijkaardige afvalstromen samen een inzamelcontract afsluiten. Dit biedt mogelijks schaalvoordelen voor de betrokken deelnemers en kan leiden tot een efficiëntere benutting van de beschikbare capaciteit.
4.1.3
Praktische aspecten: vergunning, timing en logistiek
Een belangrijk aandachtspunt is de vergunningscontext van IVVO. Voor bepaalde materiaalstromen (PMD, papier en karton, restafval, houtafval, gft, groenafval, harde plastics) heeft IVVO reeds een vergunning, terwijl voor andere stromen een nieuwe of aanpassing van de vergunning noodzakelijk kan zijn. Volgens IVVO vormt dit voor inerte stromen — zoals steenpuin en hout — vermoedelijk geen probleem. Voor stromen met verhoogd risico, zoals chemisch afval of materialen met een impact op gezondheid of brandveiligheid, is extra afstemming vereist in functie van een nieuwe vergunning. In dergelijke gevallen moet per materiaalstroom bekeken worden of een vergunningsaanvraag of aanpassing haalbaar en wenselijk is. IVVO staat open voor overleg hierover en benadrukt dat maatwerk mogelijk is. Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
30/31
339
Wat de timing betreft, kan deze piste relatief snel worden opgestart, op voorwaarde dat de betrokken materiaalstromen binnen de bestaande vergunning vallen en er snel een financiële overeenkomst is. Voor stromen die buiten de huidige vergunningsscope vallen, is extra overleg en een eventuele vergunningsaanpassing nodig, wat de opstarttijd kan beïnvloeden. Tot slot is het voor IVVO belangrijk om vooraf een goed zicht te hebben op het benodigde afvoerritme van de betrokken materiaalstromen. Bedrijven moeten duidelijk aangeven hoeveel materiaal ze willen aanvoeren en met welke frequentie. Deze informatie is essentieel voor IVVO om hun werkplanning en inzet van transportmiddelen correct af te stemmen.
Sweco | Transitieplan Veurne P4: Circulaire Economie – Materialen – Bijlage Projectnummer N/A Datum 2025-02-03
Revisie
Document Reference BTvdT Veurne - P4 - Bijlage.docx
340
BIJLAGE
31/31
341
4 4.1
Mobiliteit Businesscase: collectieve parking bij Furnevent
BUSINESS CASE
COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
342
BIJLAGE
1 INHOUDELIJKE BESCHRIJVING Een collectieve parking biedt een aantal voordelen voor zowel de omgeving als de individuele bedrijven. Door parkeerplaatsen te bundelen in plaats van elk bedrijf zijn eigen terrein te laten inrichten, ontstaat er een efficiënter ruimtegebruik. Dit vermindert de verharding, maakt plaats vrij voor groen of extra bedrijfsruimte, en draagt bij aan een aangenamere en duurzamere werkomgeving. Daarnaast bevordert een gedeelde parking samenwerking tussen bedrijven. Het wordt eenvoudiger om faciliteiten zoals elektrische laadpalen, fietsenstallingen, deelwagens of laadinfra voor vrachtverkeer gezamenlijk te gebruiken. Dit verlaagt de kosten per gebruiker en maakt duurzame mobiliteitsoplossingen financieel haalbaarder. Een collectieve parking kan ook slim worden ingericht met zonnepanelen voor energieproductie, technologie voor toegangsbeheer, reservatiesystemen en deelmobiliteit. Dit ondersteunt een flexibel gebruik en helpt piekmomenten op te vangen zonder overcapaciteit.
1.1
LOCATIEKEUZE De vrije ruimte op het bedrijventerrein is beperkt. Om die reden komt de huidige parking van Furnevent in beeld om de capaciteit uit te breiden en te ontwikkelen tot een centrale parking voor het terrein. Deze locatie kan een aantal bedrijven in de omgeving bedienen. Op 300 meter wandelafstand zouden 66 werknemers gebruik kunnen maken van de parking, op een iets ruimere afstand van 500 meter kunnen tot 359 werknemers gebruik maken van de parking.
Hoewel dit op dit moment quasi de enige vrije locatie is voor een collectieve parking wordt het potentieel van deze plek ook door een aantal factoren beperkt:
Aan de noordzijde zijn bufferbekkens gelegen en bevindt zich geen tewerkstelling meer die het potentieel van de parking kan doen toenemen
Aan de oostzijde heeft het bedrijf Snack Food al een parkeergebouw voor eigen personeel. Zij zullen dus geen gebruik maken van de collectieve parking en beperken ook het totale potentieel
BUSINESS CASE BVDT VEURNE - COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
pagina 2/6
343
1.2
DIMENSIONERING PARKEERAREAAL De grootte van een centrale of collectieve parking op een bedrijventerrein hangt af van verschillende factoren die de parkeervraag beïnvloeden:
Aantal werknemers per bedrijf (en hun werkregime: voltijds, deeltijds, ploegen, thuiswerk) – deze gegevens zijn vandaag niet van alle bedrijven beschikbaar
Aantal bezoekers of klanten per dag.
Aantal dienst- en leveringsvoertuigen.
Aanwezige alternatieven (fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit).
Daarnaast zorg het groeperen van parking voor een aantal voordelen die de vereiste parkeercapaciteit doen afnemen. Bij een centrale parking kan de totale behoefte met 20–40% dalen door onder meer:
bedrijven piekuren delen;
spreiding van bezoekers over dagdelen
Vertrekkende vanuit de beschikbare gegevens lijkt het daarom aangewezen om maximaal 200 parkeerplaatsen te realiseren. De businesscase zal verder opgebouwd worden voor dit parkeerareaal zodat wel voldoende inkomsten ontstaan uit elektrisch laden en parkeertarieven.
1.3
LAADBEHOEFTE In opstartfase wordt uitgegaan van 1 laadpaal per 5 parkeerplaatsen, conform het toekomstig Europees wetgevend kader.
2 VERWACHTE IMPACT MAATSCHAPPELIJK, ECOLOGISCH…) 2.1
(ECONOMISCH,
ECONOMISCH De percelen zijn vandaag zeer dens bebouwd waardoor parkeren in de marge opgelost dient te
worden. Op de bedrijfspercelen ontstaat er een soort concurrentie tussen ruimte voor ondernemen / bedrijfsactiviteiten en het opvangen van de parkeerbehoefte. Door parkeren te centraliseren komt er op de individuele bedrijfspercelen ruimte vrijdag
Gedeelde investeringen in laadinfrastructuur: De kosten voor elektrische laadpalen, zonnepanelen en energiebeheer kunnen collectief gedragen worden — wat de drempel voor elektrificatie verlaagt.
Deze ruimte op percelen wordt plots geëconomiseerd. De centrale parkeerplaatsen zullen een kost
hebben die inkomsten genereert voor de bouw en exploitatie van het parkeergebouw. Anderzijds is parkeren in de omgeving vandaag gratis en zal dit een mentale shift vragen om de voordelen op eigen perceel te waarderen.
2.2
ECOLOGISCH Minder verharding: één gedeelde parking vergt tot 30–40% minder verhard oppervlak dan meerdere afzonderlijke parkings. Dat betekent minder hittestress, minder afstroming van regenwater en meer ruimte voor groen.
Integratie van hernieuwbare energie: Door zonnepanelen en slimme laadinfra te combineren, kan de parking energieneutraal of zelfs energiepositief worden.
Bevordering van elektrische mobiliteit: Collectieve laadzones stimuleren de elektrificatie van het bedrijfsverkeer.
BUSINESS CASE BVDT VEURNE - COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
344
BIJLAGE
pagina 3/6
2.3
MAATSCHAPPELIJK Verbeterde verkeersveiligheid: Door verkeer te concentreren en goed te sturen, ontstaan minder
conflicten tussen auto’s, fietsers en voetgangers. Vooral parkeerplaatsen die langs de perceelsgrenzen liggen en voor uitgerokken conflictzones zorgen kunnen verdwijnen.
Betere werkomgeving: Een groenere, autoluwe bedrijfssite is aantrekkelijker voor werknemers en bezoekers.
3 INITIATIEF 3.1
INITIATIEFNEMER De stad Veurne is vandaag eigenaar van de huidige parking Furnevent en lijkt daardoor de meest aangewezen partij om dit te trekken. Ook zullen op het bedrijventerrein de juiste randvoorwaarden gerealiseerd moeten worden om parkeren maximaal te centraliseren in een parkeergebouw. Anderzijds liggen de baten (vrijgekomen ruimte op eigen perceel) bij de bedrijven en kunnen de zonnepanelen ingezet worden in een energiecooperatieve binnen het bedrijventerrein. Het kan daarom ook een optie zijn dat er een vorm van parkmanagement komt waarin de bedrijven participeren.
3.2
BETROKKEN ACTOREN De bedrijven, bij voorkeur collectief vertegenwoordigd door een vorm van parkmanagement
4 ORGANISATIE & PLAN VAN AANPAK 4.1
VISIE Er is een verdere concretisering noodzakelijk van een visie op een collectieve parking. Belangrijke acties in deze fase zijn:
Inventarisatie van huidige parkeerdruk, ruimtegebruik, mobiliteitsprofiel (fiets, OV, auto). Dit kan een beter zicht geven op de kosten
Bekrachtigen van de locatiekeuze
Zijn er bedrijven die uitbreidingsplannen of grondige verbouwingsplannen hebben die mogelijks gekoppeld kunnen worden aan de bouw van een collectieve parking. Hebben deze locaties meer of minder potentieel dan de parking van Furnevent?
Bepalen van gezamenlijke doelstellingen en vastleggen van een principebeslissing om de haalbaarheid verder te onderzoeken op een voorkeurslocatie
Betrokke nen : bedrijven, gemeente en/of intercommunale
4.2
CONCEPTONTWIKKELING In samenspraak met de bedrijven dient een eigendoms- en beheersmodel opgemaakt te worden. Daarbij dient ook naar een gezamenlijk engagement gestreefd te worden om effectief gebruik te maken van de collectieve parking en parkeerplaatsen op eigen terrein te herontwikkelen tot andere functies. In deze fase dient een technisch, ruimtelijk en financieel realistisch concept ontwikkelend te worden. Op basis hiervan kan ook het financieringsmodel vastgelegd worden: investeren de bedrijven mee of wordt enkel met een gebruikersfee gewerkt? Wordt er met een private exploitant gewerkt of neemt de gemeente dit in handen? Etc.
4.3
VERVOLGSTAPPEN In het vervolgproces kan het ontwerp en vergunningstraject opgestart worden en kunnen de financiële afspraken vastgelegd worden. Na de aanlegfase is het wenselijk om de exploitatie te evalueren door
BUSINESS CASE BVDT VEURNE - COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
pagina 4/6
345
onder meer de bezettingsgraad en kosten op te volgen. Op die manier kan de tariefstructuur tijdig bijgestuurd worden.
5 RANDVOORWAARDEN 5.1
TECHNISCH Logistieke bedrijven kunnen specifieke parkeer- of laadbehoeften hebben (bv. vrachtwagens), die in het ontwerp meegenomen moeten worden. Daarom wordt de gelijkgrondse verdieping best hoger voorzien dan een klassieke parking.
5.2
FINANCIEEL
5.2.1
BOUWKOST Voor de bouwkost worden twee scenario’s uitgewerkt. Het eerste scenario gaat van een eenvoudig ontwerp in betonconstructie uit. Een tweede ontwerp gaat van een complexer ontwerp uit met meer mogelijkheden voor groenintegratie, afwerking maar ook voor bijkomende faciliteiten zoals het onthalen van vrachtwagens op een gelijkgronds niveau, wachtruimte en faciliteiten voor vrachtwagenchauffeurs en voldoende ruimte voor deelmobiliteit. Scenario
5.2.2
Kost per parkeerplaats
Totale bouwkost
Realistisch (gangbaar, degelijke betonconstructie + ramps)
€ 9000 – € 15 000 per parkeerplaats
Ca. 2,5 miljoen
Hoog (complexer ontwerp, dure stijlkosten, grondwerk)
€ 13000 – € 22 000 per parkeerplaats
Ca. 3 miljoen
KOSTENZIJDE Hierna wordt een overzicht gegeven van de voornaamste kosten B BOUW LAADINFRASTRUCTUUR Laadinfrastructuur
€ 545.000
AC laadstation 11-22 kW
35
stuk
€ 175.000
Snellaadstation 150 kW
5
stuk
€ 250.000
Extra bekabeling
70
stuks
€ 70.000
Transfostation
1
stuk
€ 50.000
Onderhoud en beheer
200
stuks
€ 100 000
Onderhoud laadpunten (storingen reparaties, …)
40
Stuks
€ 20 000
BEHEER
BUSINESS CASE BVDT VEURNE - COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
346
BIJLAGE
pagina 5/6
5.2.3
INKOMSTENZIJDE
Parkeerinkomsten (stel €3/werkdag per parkeerplaats, 60% bezetting): 80.000 €/jaar Laadinkomsten (stel 40 wagens laden gemiddeld 10 kWh per dag aan 0,40 €/kWh): 60.000 €/jaar Bijkomende voordelen, waarvan de financiële return moeilijk in te schatten is:
5.2.4
o
Deelmobiliteit (Cambio,…)
o
Terreinwinst bij de bedrijven zelf (parkeerplaatsen komen vrij).
CONCLUSIES Om in te staan voor het beheer en management van het collectieve parkeerareaal dient een voldoende hoge parkeerinkomst gegenereerd te worden. Vandaag is er geen vorm van betalend parkeren waardoor dit voor een hogere drempel kan zorgen. Met een parkeertarief van 3€/dag kunnen de vaste kosten nauwelijks gedekt worden. Hoewel er inkomsten zijn uit het elektrisch laden zijn deze inkomsten onvoldoende hoog om ook het parkeergebouw zelf te kunnen realiseren. De inschatting is dat het parkeertarief eerder richting 10€/dag opgetrokken zal moeten worden. Meervoudig gebruik door bvb evenementen of laadbehoefte van bewoners kunnen tot een sneller evenwicht leiden maar lijken op deze locatie niet realistisch.
5.3
RUIMTELIJK Aan de oostzijde van het gebouw dient ruimte gelaten te worden voor een kwalitatieve groene doorsteek voor voetgangers en fietsers. Dit is een belangrijk aandachtspunt om de resterende afstand naar de individuele bedrijven af te leggen vanuit dit parkeergebouw. Daarbij is minstens 3m obstakelvrije circulatieruimte vereist.
BUSINESS CASE BVDT VEURNE - COLLECTIEVE PARKING FURNEVENT
pagina 6/6
347
De circulatie verloopt van west naar oost omwille van de locatie van het tankstation in de oksel tussen de Vooruitgangstraat en de Albert-I-laan. Op die manier zorgen wachtrijen en in- en uitrijdende beweging van het tankstation voor het minste hinder. Op de Albert-I-laan wordt een voorsorteerstrook voorzien voor linksafslaand verkeer richting de Welvaartstraat. Op die manier wordt de doorstroming van doorgaand verkeer niet gehinderd. De capaciteitstoets onder verdiepend onderzoek maakt duidelijk dat dit voor een vlotte verkeersafwikkeling zorgt.
4.2 (Ontwerpend) onderzoek 4 VERDIEPEND ONDERZOEK MOBILITEIT
1
1
Verkeersafwikkeling albert I laan ifv enkelrichtingscirculatie op de noordelijke lus
VERKEERSAFWIKKELING ALBERT I LAAN Het invoeren van een enkelrichtingslus heeft implicaties op de verENKELRICHTINGSCIRCULATIE keersstromen. Daarom werd de impact van deze ingreep op de OP DE NOORDELIJKE LUS
IFV
verkeersafwikkeling op de Albert I Laan bijkomend onderzocht,
Hetmeer invoeren een enkelrichtingslus heeft implicaties op de verkeersstromen. Daarom werd de bepaald opvan het kruispunt Albert I Laan x Welvaartstraat. impact van deze ingreep op de verkeersafwikkeling op de Albert I Laan bijkomend onderzocht, meer Huidige toestand bepaald op het kruispunt Albert I Laan x Welvaartstraat. In kader van het MER Snack Foods werden op 11/10/2022 verkeer-
stellingen uitgevoerd op het kruispunt Albert I Laan x VooruitHUIDIGE TOESTAND
gangstraat. Onderstaande figuren geven de gemeten intensiteiten
In weer kader van het MER Snack Foods werden tijdens de spitsuren. Dit zijn tevens de enige tellingen in de op 11/10/2022 verkeerstellingen uitgevoerd op het buurt waar we over beschikken. kruispunt Albert I Laan x Vooruitgangstraat. Onderstaande figuren geven de gemeten intensiteiten weer tijdens de spitsuren. Dit zijn tevens de enige tellingen in de buurt waar we over beschikken.
348
BIJLAGE
1.2
GEPLANDE TOESTAND Wanneer de lus Welvaartstraat – Nijverheidsstraat eenrichting wordt zal het verkeer zich herverdelen. Verkeer die op heden inrijdt in de Vooruitgangstraat zal in dit geval inrijden in de Welvaartstraat. Er zijn geen tellingen van het aantal inrijdende voertuigen in de Welvaartstraat, dus hanteren we een Onderstaande figuren geven de theoretische verkeersafwikkeling weer, wanneer die werd gesimuleerd met de software PTV worstcase benadering: Vistro. Daarop zien we een vlotte doorstroming op de Albert I Laan. Voor uitgaand verkeer op de Vooruitgangstraat is de wachtrij Inrijdend verkeer uit het noorden (rechtsaf) = gemeten intensiteit x2 verwaarloosbaar.
verkeer uitproblemen het zuiden (linksaf) = gemeten intensiteit x3 In de praktijkInrijdend zien we organisatorische ter hoogte van het tankstation, waardoor wachtrijen ontstaan.
Met deze intensiteiten hebben we een scenario met en zonder afslagstrook gesimuleerd. In beide scenario’s zien we een probleemloze verkeersafwikkeling.
OSP
BEGELEIDENDE TEKST CALCUTTA-SITE SLEIDINGE - Eindrapport 25 MAART 2026
ASP
pagina 9/10
349
Geplande toestand Wanneer de lus Welvaartstraat – Nijverheidsstraat eenrichting wordt zal het verkeer zich herverdelen. Verkeer die op heden inrijdt in de Vooruitgangstraat zal in dit geval inrijden in de Welvaartstraat. Er zijn geen tellingen van het aantal inrijdende voertuigen in de Welvaartstraat, dus hanteren we een worstcase benadering: -
Inrijdend verkeer uit het noorden (rechtsaf) = gemeten intensiteit x2 Inrijdend verkeer uit het zuiden (linksaf) = gemeten intensiteit x3
Met deze intensiteiten hebben we een scenario met en zonder afslagstrook gesimuleerd. In beide scenario’s zien we een probleemloze verkeersafwikkeling.
350
BIJLAGE
Verkeer die op heden inrijdt in de Vooruitgangstraat zal in dit geval inrijden in de Welvaartstraat. Er zijn geen tellingen van het aantal inrijdende voertuigen in de Welvaartstraat, dus hanteren we een worstcase benadering:
Inrijdend verkeer uit het noorden (rechtsaf) = gemeten intensiteit x2
Inrijdend verkeer uit het zuiden (linksaf) = gemeten intensiteit x3
Met deze intensiteiten hebben we een scenario met en zonder afslagstrook gesimuleerd. In beide scenario’s zien we een probleemloze verkeersafwikkeling.
OSP
ASP
BEGELEIDENDE TEKST CALCUTTA-SITE SLEIDINGE - Eindrapport 25 MAART 2026
OSP
pagina 9/10
ASP
351
5 5.1
Landschap Businesscase: tijdelijke natuur 1. AMBITIE
INLEIDING: Open ruimte is schaars in Vlaanderen. Zowel natuur als het stedelijk weefsel is versnipperd. In het bedrijventerrien zijn er heel wat open ruimtes zonder ecologische waarden. Met kleine handelingen kan natuur tijdelijk ingecorporeerd worden tot het terrein een andere toepassing krijgt. De tijdelijke toepassing zal een economische en socio-emotionele invullen voor het bedrijventerrein. Veel bedrijven investeren tegenwoordig aanzienlijke bedragen in het onderhoud van strak gemaaide grasvelden. Hoewel dit type beheer vaak wordt gekozen om een ordelijk en verzorgd uiterlijk te behouden, brengt het hoge kosten met zich mee en levert het nauwelijks ecologische waarde op. Daartegenover staan groene zones die ingericht zijn met meer biodiversiteit, zitgelegenheden en ruimte voor kleinschalige evenementen. Zulke plekken dragen sterk bij aan het welzijn van mensen: ze nodigen uit tot ontspanning, sociale interactie en vergroten de leefkwaliteit in de omgeving. Bovendien stimuleert een gevarieerde beplanting de aanwezigheid van zowel flora als fauna. Planten trekken dieren aan, die op hun beurt weer andere levensvormen ondersteunen. Dit zorgt voor een sterker, veerkrachtiger en duurzamer ecosysteem dat niet alleen de natuur, maar ook de mens ten goede komt. In onze bussinescase zal Duco een onderdeel zijn van ons pilootproject als voorbeeld.
PLEKKEN VOOR MENSEN De open ruimte in bedrijventerreinen worden steeds schaarser en vraagt om een doordachte aanpak. Vaak liggen gronden die al door private eigenaars zijn aangekocht jarenlang braak door de lange doorlooptijden van vergunningstrajecten. In die periode raken terreinen vaak overwoekerd. Bij verbossing kan dit leiden tot een hoge biologische waarde, wat op zijn beurt problemen veroorzaakt bij de start van de bouwwerken. Het pilootproject dat hier wordt voorgesteld is daarentegen allesbehalve overwoekerd: het bestaat uit een strak gemaaid gazon met een kunstmatig ogende uitstraling. Maatschappelijk heeft zo’n terrein echter weinig waarde, omdat het geen uitnodigende plek vormt en een eentonig uitzicht biedt. Ook ecologisch scoort de site laag, terwijl het beheer bovendien hoge kosten met zich meebrengt. Een ecologisch beheer biedt op langere termijn een duurzaam en kostenbesparend alternatief. Daarnaast verhoogt het de maatschappelijke meerwaarde: werknemers krijgen toegang tot een aangename groene plek met verplaatsbare zitbanken, en het industriepark als geheel krijgt een aantrekkelijkere, meer natuurlijke uitstraling. Voor de stad opent dit perspectieven om in vergunningsprocedures groenparameters op te nemen, zoals het behouden van een minimumpercentage groen of het voorzien van compensatie op een andere locatie. Momenteel hebben de verschillende geprivatiseerde percelen elk uitstraling. Door tijdelijke natuur in te zetten kan een meer coherent geheel worden gecreëerd, wat bijdraagt aan de visuele kwaliteit van
een en het
eigen uniform gebied.
Bovendien is er binnen een bedrijventerrein een voortdurende dynamiek: bedrijven komen en gaan, en terreinen wachten vaak op een nieuwe eigenaar of vergunning. In die tussentijd kan tijdelijke natuur een waardevolle rol spelen in het ecologische én maatschappelijke verhaal. Het beheer is flexibel: bij grotere evenementen kan een deel van het terrein gemaaid worden, zodat extra ruimte vrijkomt zonder de natuurwaarde volledig te verliezen. Ruimtelijk biedt tijdelijke natuur de kans om versnipperde en braakliggende percelen op een samenhangende manier te benutten. Door een uniforme uitstraling te creëren, ontstaat een aantrekkelijker en consistenter geheel binnen de omgeving, waar zowel mens als natuur baat bij heeft.
Bestaande toestand
1
352
BIJLAGE
2. PRIJS VOLGENS PILOOTPROJECT VOORBEREIDENDE WERKEN & RAMING
Plan met voorbereidende werken
Om het gewenste resultaat te bereiken, wordt een groot deel van het terrein afgegraven, of – indien minder ingrijpend is doorprikkken en inzaaien van het bloemenrijk mengsel. Bij het prikken dient de grasmat niet verwijderd te worden en kan men doorzaaien door een prikrol. •
Mechanisch prikken (met prikrol of schijveneg) of beluchten: €2 – €4/m
•
Een andere optie is een het toepassen van een omvormingsbeheer waar de bestaande grasmat blijft liggen en het gras niet meer gemaaid word en
Verschil tussen bestaand en ecologisch beheer
3
353
3. ONTWERP PILOOTPROJECT ONTWERP & RAMING
Ontwerpplan
Er worden drie toegangen voorzien die bezoekers vanuit de intensief gemaaide grasvlakte naar de centrale picknickzones leiden. De wadi kan dienen als infiltratiebuffer voor de wegenis of als regenwaterbuffer voor toekomstige gebouwen die aan de GSV-vereisten moeten voldoen. De geplante bomen kunnen na twee jaar een nieuwe bestemming krijgen elders op het industrieterrein. Idealiter blijft de groenbuffer met bosgoed behouden, of wordt deze bij een herontwikkeling opnieuw aangeplant. Voor het grasland zal eerst de bestaande graszode verwijderd worden, waarna het wordt ingezaaid met het voorgestelde mengsel. Op korte termijn levert dit het beste resultaat op.
POM RAMING- raming ramingop opschetsontwerp schetsontwerp POM WESTVLAANDEREN WESTVLAANDEREN RAMINGd.d. voorontwerp d.d. 25-08-2025 25-08-2025 volgens volgens voorontwerp Werkzaamheden Werkzaamheden
hoeveelheid eenheid eenheid e-prijs e-prijs (incl. BTW) e-prijs e-prijs hoeveelheid (incl. BTW)
t-prijs t-prijs
VOORBEREIDENDEVOORBEREIDENDE- & & GRONDWERKEN GRONDWERKEN afgraving afgraving -ontzoding -ontzoding Graafwerken grachten en overstromingszone Graafwerken watinfiltratiebuffer Verwerken grond op op de de site site Verwerken van van vrijgekomen vrijgekomen grond
5.976 5.976 m²m² 651651 m²m² 132132 m²m²
2,424,84 7,269,68 7,269,68
2,004,00 6,008,00 6,008,00
30.168,00 16.650,00 23.904,00 11.952,00 5.208,00 3.906,00 1.056,00 792,00
36.503,28 20.146,50
GROENAANLEG GROENAANLEG EN NATUURONTWIKKELING NATUURONTWIKKELING Hoogstamboom solitaire heesters heesters Hoogstamboom 10/12/14/16/18 of solitaire Middelhoge houtkant (bosgoed (bosgoed3/5T) 3/5T) Middelhoge heesters heesters bosrand en houtkant Bloemrijk Bloemrijk grasland grasland en mengsel wadi Tuintechnische materialen; boompalen, Tuintechnische boompalen, stambescherming, stambescherming,meststof, meststof,mulch,… mulch,…
1414 st st 345345 m²m² 5.976 5.976 m²m² 359359 m²m²
212,00 212,00 5,304,24 2,332,33 2,122,12
200,00 200,00 5,004,00 2,202,20 2,002,00
18.045,20 18.390,20 2.800,00 2.800,00 1.380,00 1.725,00 13.147,20 13.147,20 718,00 718,00
21.834,69 22.252,14
1.331,00 1.331,00 1.100,00 1.100,00
6.600,00 6.600,00 6.600,00 6.600,00
7.986,00 7.986,00
726,00 484,00
TECHNIEKEN EN EN CONSTRUCTIES TECHNIEKEN Zitbanken en en activiteiten activiteiten meubilair Zitbanken
6 ff6 ff
WATERBEHEER WATERBEHEER wadimet met buizen buizen en overstorten wateropvangers wadi
510 st st
145,20 48,40
120,00 40,00
st st 6 6 514 m²m² 5.976 m²m² 5.976
302,50 302,50 272,25 272,25 0,300,30
200,00 200,00 150,00 150,00 0,250,25
600,00 400,00 600,00 400,00 0,000,00 3.444,00 4.794,00 1.200,00 1.200,00 750,00 2.100,00 1.494,00 1.494,00
€ € € €
€ € € €
45.684,20 60.007,20 55.277,88 72.608,71
BEHEERSMAATREGELEN BEHEERSMAATREGELEN Onderhoudssnoei bomen bomen aan Onderhoudssnoei aan straatzijde straatzijde Watergifte op op jaarbasis jaarbasis Watergifte tweemaal per jaar (basisoppervlakte tweemaal per jaar (basisoppervlakte xx 22 xx aantal aantaljaar) jaar)inclusief inclusiefafvoeren afvoeren
POM NATUURINRICHTING (excl. BTW) POMWVL WVLDUCO DUCO- -RAMING RAMINGHERWAARDERING HERWAARDERINGENEN NATUURINRICHTING (excl. BTW) POM NATUURINRICHTING (incl. BTW) POMWVL WVLDUCO DUCO- -RAMING RAMINGHERWAARDERING HERWAARDERINGENEN NATUURINRICHTING (incl. BTW)
4
354
BIJLAGE
3. PRIJS VOLGENS PILOOTPROJECT ONTWERP & RAMING - VARIANT 1
POM WESTVLAANDEREN RAMING- raming op schetsontwerp
Werkzaamheden VOORBEREIDENDE- & GRONDWERKEN Graafwerken watinfiltratiebuffer Verwerken van vrijgekomen grond op de site
hoeveelheid
eenheid
e-prijs (incl. BTW)
e-prijs
t-prijs 1.068,00 12,00 1.056,00
1.292,28
2 m² 132 m²
7,26 9,68
6,00 8,00
14 st 81 m² 5.976 m² 81 m²
212,00 5,30 2,33 2,12
200,00 5,00 2,20 2,00
13.714,20 16.594,18 2.800,00 405,00 13.147,20 162,00
TECHNIEKEN EN CONSTRUCTIES Zitbanken en activiteiten meubilair
6 ff
1.089,00
900,00
5.400,00 5.400,00
6.534,00
WATERBEHEER wadi met buizen en overstorten
10 st
42,35
35,00
423,50
st 5.976 m²
0,30
0,25
350,00 350,00 0,00 1.494,00 1.494,00
GROENAANLEG EN NATUURONTWIKKELING Hoogstamboom 10/12/14/16/18 of solitaire heesters Middelhoge heesters bosrand en houtkant (bosgoed 3/5T) Bloemrijk grasland door prikken en doorzaaien Tuintechnische materialen; boompalen, stambescherming, meststof, mulch,…
BEHEERSMAATREGELEN tweemaal per jaar (basisoppervlakte x 1 x aantal jaar) inclusief afvoeren
POM WVL DUCO - RAMING HERWAARDERING EN NATUURINRICHTING (excl. BTW) POM WVL DUCO - RAMING HERWAARDERING EN NATUURINRICHTING (incl. BTW)
€ €
€ 22.026,20 € 26.651,70
Het is goedkoper om te prikken en te zaaien, omdat de bestaande zoden dan niet verwijderd hoeven te worden. Het is het beste om het grasland voorafgaand al een jaar te verschralen, zodat er open plekken in de dichte zoden ontstaan. Daarna kan er doorgezaaid worden. Het zaaien gebeurt via de open gaten die ontstaan door het mechanisch prikken met een tractor en een apparaat met holle pijpen.
3
355
Alber laan t I
3. ONTWERP PILOOTPROJECT 3.8
1
ONTWERP & RAMING 3.6 3.7
4
Carpinus betulus Carpinus betulus 3.8
5
3.7
3.9
2
Carpinus betulus
0
3.7
3
4
3,81
4,12
Standplaats foodtruck
3,20
3.8 3.8
3.7
9
3.8
4
4
2 3.8
3
3,53
Picknickplek
4,10
Aanplant in bosgoed: -Viburnum opulus -Gelderse roos -Prunus spinosa -sleedoorn -Crataegus laevigata -tweestijlige meidoorn -Cornus mas - gele kornoelje
Carpinus betulus
6
Albert
3.8
DUCO
I laan Nieuwe toestand 0 3H/ 143 4
0H
00
0
01 Projectgrens 4A 38
02
Monolieten beton
3.9
0
Gazon gezaaid
Bloemrijk grasland
POM WESTVLAANDEREN RAMING- raming op schetsontwerp
Oevervegetatie
Bosgoed
Water
Werkzaamheden VOORBEREIDENDE- & GRONDWERKEN Graafwerken watinfiltratiebuffer Verwerken van vrijgekomen grond op de site
hoeveelheid
74
eenheid
e-prijs (incl. BTW) 7,26 9,68
e-prijs 6,00 8,00
t-prijs 1.068,00 12,00 1.056,00
212,00 5,30 2,12
200,00 5,00 2,00
567,00 1.000,00 405,00 162,00
686,07
5.400,00 5.400,00
6.534,00
350,00 350,00 0,00 1.494,00 1.494,00
423,50
Nieuwe bomen
2 m² 132 m²
Bestaande bomen
GROENAANLEG EN NATUURONTWIKKELING Hoogstamboom 10/12/14/16/18 of solitaire heesters Middelhoge heesters bosrand en houtkant (bosgoed 3/5T) Tuintechnische materialen; boompalen, stambescherming, meststof, mulch,…
5 st 81 m² 81 m²
TECHNIEKEN EN CONSTRUCTIES Zitbanken en activiteiten meubilair
6 ff
1.089,00
900,00
WATERBEHEER wadi met buizen en overstorten
10 st
42,35
35,00
st 5.976 m²
0,30
0,25
BEHEERSMAATREGELEN tweemaal per jaar (basisoppervlakte x 1 x aantal jaar) inclusief afvoeren
0,20
POM WVL DUCO - RAMING HERWAARDERING EN NATUURINRICHTING (excl. BTW) POM WVL DUCO - RAMING HERWAARDERING EN NATUURINRICHTING (incl. BTW)
Nieuwe hoogtepunten
5m erfdienstbaarheidszone
€ €
1.292,28
€ 8.879,00 € 10.743,59
Deze variant is de goedkoopste, omdat er slechts een beperkt aantal bomen wordt aangeplant en er een omvormingsbeheer wordt toegepast. Zo kan het rijke gemaaide grasland maximaal behouden blijven door regelmatig te maaien en af te voeren. Doordat het gras minder dicht opgaand groeit, ontstaan er open plekken waar spontane vegetatie zich kan vestigen.
4
356
BIJLAGE
4. BEPLANTING BLOEMRIJKE GRASLANDEN Bloemenweide: Het gebruik van Engels raaigras – Lolium perenne – is niet toegestaan. De zaden moeten soortecht zijn. Dat wil zeggen dat het gebruik van veredeld materiaal of zogenaamde cultivars niet toegelaten is, noch voor grassen, noch voor andere soorten. Zaaidichtheid: 2 gr/m² kruiden en max. 2 gr/m² grassen volgens onderstaande samenstelling. Mengsel bloemenweide (percentages zijn indicatief): •
minstens 20 kruiden, waarvan 6 uit onderstaande lijst:
o
duizendblad - Achillea millefolium (7%)
o
echt knoopkruid - Centaurea jacea (9%)
o
wilde peen - Daucus carota (9%)
o
Sint-Janskruid - Hypericum perforatum (8%)
o
gewone margriet - Leucanthemum vulgare (9%)
o
smalle weegbree - Plantago lanceolata (6%)
o
gewone rolklaver - Lotus corniculatus (6%)
o
avondkoekoeksbloem - Silene latifolia alba (6%)
Overige mogelijke soorten zijn: Anthriscus sylvestris, Barbarea vulgaris, Campanula rotundifolia, Crepis biennis, Echium vulgare, Erodium cicutarium, Galium album, Galium mollugo, Geranium pratense, Heracleum sphondylium, Hieracium laevigatum, mengesel bloemrijke ruigte wadi: Zaaidichtheid: 2 gr/m² kruiden en max. 2 gr/m² grassen volgens onderstaande samenstelling. Mengsel bloemrijke ruigte wadi: minstens 20 kruiden, waarvan 6 uit onderstaande lijst: o
reukeloze kamille - Tripleurospermum perforatum
o
kruipende boterbloem - Ranunculus repens
o
leverkruid - Eupatorium canabium
o
moerasspirea - Filipendula ulmaria
o
dagkoekoeksbloem - Silene dioica
o
gewoon barbarakruid - Barbarea vulgaris
Overige mogelijke soorten zijn: Allium schoenoprasum, Angelica sylvestris, Anthriscus sylvestris, Arabidopsis thaliana, Bellis perennis, Capsella bursa-pastoris, Cerastium holosteoides, Crepis capillaris, Epilobium hirsitum, Galium album, Hypericum tertrapterum, Iris pseudocarus, Scorzoneroides autumnalis, Lotus pedunculatus, Lycopus europaeus, Lysimachia vulgaris, Lythrum salicaria, Matricaria discoidea, Medicago lupulina, Plantago lanceolata, Plantago major, Rumex acetosa, Scrophularia umbrosa, Stachys palustre, Taraxacum officinalis, Valeriana officinalis. Minstens 3 grassen uit onderstaande lijst: o
beemdlangbloem - Festuca pratensis
o
hangende zegge - Carex pendula
o
gestreepte witbol - Holcus lanatus
o
engels raaigras - Lolium perenne (max. 5%)
o
hoog struisgras - Agrostis gigantea
Bij inzaai buiten de periode van 15 augustus tot 30 september, bij droogte en bij erosiegevoelige gronden dient er een snelbegroeningscomponent toegevoegd te worden aan 2 gr/m².
4
357
4. BEPLANTING BLOEMRIJKE GRASLANDEN Bloemrijke ruigte (schaduw): Zaaidichtheid: 1,5 gr/m² kruiden volgens onderstaande samenstelling.
Mengsel bloemrijke ruigte schaduw: •
minstens 20 kruiden, waarvan 6 uit onderstaande lijst:
o
robertskruid - Geranium robertianum
o
geel nagelkruid - Geum urbanum
o
bos-vergeet-mij-nietje - Myosotis sylvatica
o
gewone brunel - Prunella vulgaris
o
dagkoekoeksbloem - Silene dioica
o
bosandoorn - Stachys sylvatica
o
boerenwormkruid - Tanacetum vulgare
o
valse salie - Teucrium scorodonia
o
echte valeriaan - Valeriana officinalis
Overige mogelijke soorten zijn: Alliaria petiolata, Angelica sylvestris, Anthriscus sylvestris, Arctium lappa, Arctium minus, Campanula trachelium ,Chaerophyllum temulum, Chamaenerion angustifolium, Chelidonium majus, Crepis capillaris, Eupatorium cannabinum, Filipendula ulmaria, Hieracium sectie Tridentata, Lapsana communis, Scrophularia nodosa, Torilis japonica, Vicia cracca. Samenstelling kruidenrijke grasmat: Kruidengazon Het gebruik van Engels raaigras – Lolium perenne – is niet toegestaan. De zaden moeten soortecht zijn. Dat wil zeggen dat het gebruik van veredeld materiaal of zogenaamde cultivars niet toegelaten is, noch voor grassen, noch voor andere soorten. Zaaidichtheid: 1,5 gr/m² kruiden en 6 gr/m² grassen volgens onderstaande samenstelling. Mengsel kruidenrijke grasmat (percentages zijn indicatief): Minstens 3 grassen uit onderstaande lijst: o
gewoon struisgras - Agrostis capillaris (5%)
o
fijn schapengras - Festuca ovina (10%)
o
rood zwenkgras - Festuca rubra (35%)
o
veldbeemdgras - Poa pratensis (20%)
•
Minstens 8 kruiden waarvan 4 uit onderstaande lijst:
o
madeliefje - Bellis perennis (5%)
o
gewone rolklaver - Lotus corniculatus (4%)
o
hopklaver - Medicago lupulina (3%)
o
gewone brunel - Prunella vulgaris (3%)
o
duizendblad - Achillea millefolium (4%)
o
smalle weegbree - Plantago lanceolata (4%)
o
kleine klaver - Trifolium dubium (3%)
o
witte klaver - Trifolium repens (4%)
Overige mogelijk soorten zijn: Ajuga reptans, Cardamine pratensis, Crepis capillaris, Dianthus deltoides, Galium album, Galium verum, Hieracium pilosella, Leontodon hispidus, Leucanthemum vulgare, Plantago media, Primula veris, Silene vulgaris, Stellaria graminea, Thymus pulegioides, Erodium cicutarium, Hypochaeris radicata, Leontodon autumnale, Ranunculus repens, Rumex acetosella, Trifolium pratense, Viola odorata, Cynosurus cristatus, Festuca brevipila, Poa compressa, Festuca arundinacea, Briza media, Poa compressa, Festuca arundinacea.
358
BIJLAGE
4. BEPLANTING Het is vaak niet eenvoudig om de aanwezigheid van zoutintrusie of zilte grondeigenschappen vast te stellen; hiervoor is een bodemproef en analyse nodig. Afhankelijk van de bodemeigenschappen, waterinfiltratie, grondtextuur, grondwaterstand en grondwaterfluctuatie zal de vegetatieve ontwikkeling sterk beïnvloed worden door deze factoren. Hieronder staat een overzicht van de planten die kunnen worden aangeplant, gerangschikt volgens de mate van zoutintrusie. Hoge zoutintrusie (brak tot zeer brak water) Kruiden: -
Zeekraal – Salicornia europaea
-
Zeeaster – Aster tripolium
-
Engels zoutgras – Puccinellia maritima
-
Zulte – Plantago maritima
-
Schorrenkruid – Atriplex spp.
Grassen: -
Zoutgras – Puccinellia spp.
-
Schorrezegge – Carex extensa
-
Zeeweegbree – Elymus pycnanthus
Natuurtype: -
Zilt grasland: robuust, zouttolerant, geschikt voor kust- of wadizones met hogere zoutbelasting
Lage zoutintrusie (licht brak water) Kruiden: -
Zeeaster – Aster tripolium
-
Zulte – Plantago maritima
-
Schorrenkruid – Atriplex patula
-
Engels zoutgras – Puccinellia maritima
-
Zeekweek – Elymus athericus
Grassen: -
Zoutgras – Puccinellia distans
-
Schorrezegge – Carex extensa
Natuurtype: -
Zilt grasland: licht variabel, mengbaar met bloemrijke ruigte
359
5. ACTIEPLAN Gedeeld gebruik & werkwijze Bij een raming kunnen we de kosten door meerdere instanties delen, in een soort van een gedeeld ruimte gebruik. Tijdelijke invullingen is niet heel vreemd voor de stad Veurne omdat ze het in het verleden ook al gedaan hebben bij het Suikerpark. Daar hadden ze een kleine kinderboerderij en wat speelementen voorzien. Grotere oppervlaktes kunnen begraasd worden door schapen en haalt de herder economisch voordeel uit de het voeden van zijn dieren. Hij voorziet da n bijvoorbeeld zijn eigen hekwerk, dat goed verplaatsbaar. Een vaste constructie is een andere optie maar kost en 20-30 euro de lopende meter, afhankelijk van de houtsoort die in de grond geheid wordt. Bij een afbakening van 200 lopende meter zal het bedrag snel oplopen richting een 5000 euro. Er kan een systematische beheer aangewend worden voor de grote oppervlaktes. Dieren op het terrein wekt ook een sociale cohesie op bij de werknemers van de bedrijven. Een mede investeerde kan een lokale evenement organisator zijn. De imker investeert mee voor de aanplant en kan dan gebruik maken van het terrein met een terugverdienmodel in de omzet die hij maakt. Het bloemenrijk grasland kan interessant zijn voor lokale imkers die dan een afzetmarkt hebben krijgen in de vorm van lokale foodhub. De imkers kunnen een huur betalen voor de standplaats van hun kasten, waardoor de aanleg van het terrein grotendeels teruggevorderd wordt. Het is een enorm interessante denkpiste om ook lokale boeren een plek te geven om lokale producten op een bepaald tijdstip te verkopen. Het zuiden van het bedrijventerrein is een en al landbouw gebied en hoeft dan ook geen verre distributie toe te passen. De werknemers hoeven na hun werk ook niet altijd naar de winkel te gaan.
De werkwijze wordt geïllustreerd in de visie voor het bedrijventerrein Om de biodiversiteit binnen je bedrijf of organisatie te versterken, kan je stap voor stap te werk gaan met een duidelijk actieplan. Allereerst is het belangrijk om iemand of een team aan te stellen dat verantwoordelijk is voor de opvolging van het actieplan biodiversiteit. Daarna volgt de scan: doorloop de biodiversiteitsscan en vink de relevante acties aan die bij jouw organisatie passen. Op basis daarvan maak je een plan. Vertaal de geselecteerde acties naar een concreet actieplan door ze meetbaar te maken en te voorzien van een duidelijke timing. Indien gewenst kan je hierbij gebruikmaken van extra ondersteuning: vraag advies aan een collega of iemand binnen de organisatie met kennis van biodiversiteit, neem contact op met een lokale contactpersoon via greendeals.be voor gratis en vrijblijvend advies,laat je inspireren door voorbeelden en goede praktijken op dezelfde website, of ga nóg ambitieuzer aan de slag door een expert in te schakelen die een volledig beheerplan voor je terrein uitwerkt. Het actieplan van de Green Deal richt zich vooral op de korte termijn, terwijl een beheerplan juist inzet op de langere termijn. Na één jaar volgt de stap check: evalueer de acties waaraan je gewerkt hebt, herhaal de stappen scan–plan–do en koppel de resultaten terug met het management. Zo blijf je continu werken aan een leefomgeving die zowel ecologisch als organisatorisch waardevol is.
Vele onthardingsinitiatieven en verhogen van het vegetatieve aandeel en biodiversiteit kan rekenen op subsidies van diverse beleidsniveaus, waaronder Blauw Groene Parels op Vlaams niveau alsook Herstelfonds - Omgevingskwaliteit, Investeringen van de Vlaamse Landmaatschappij en tot slot heeft Natuur in je buurt. Hierdoor kan het project een hogere ambitie nastreven en eventueel uitgebreid worden.
360
BIJLAGE
5. ACTIEPLAN BOUWEN Bij het architecturaal ontwerp is het belangrijk om natuur mee te nemen en tijdelijke natuur te laten evolueren naar permanente natuur. Het gebouw kan hierin een rol spelen, bijvoorbeeld met een intensief of extensief groendak waar zelfs een imkerkast kan staan. Een brandweg blijft noodzakelijk en kan uitgevoerd worden in halfverharding met grindgazon of in betongrasdallen. Regenwater wordt opgevangen in een infiltratiebuffer. Voor de oprit is een duurzame verharding nodig, aangepast aan het type verkeer. Bomen kunnen na enkele jaren verplant worden en zo dichter bij de straat een landschappelijke waarde krijgen. ‘Dode ruimtes’ tussen gebouwen kunnen vermeden worden door bosgoed of robuuste beplanting. Bloemenmengsels zullen deels verdwijnen door gebruik, maar kunnen eenvoudig opnieuw ingezaaid worden en genieten brede maatschappelijke waardering. Ook zaadbanken of kraamkamers – kleine ingezaaide zones die zich vanzelf verspreiden – zijn een optie. Het plan hieronder geeft een mogelijke inrichting weer, los van de specifieke noden van het bedrijf. Tijdens de werf dient het volgende maatregelen gehanteerd te worden: -
RIJPLATEN / TIJDELIJKE VERHARDING OM BODEMVERDICHTING TE VERMIJDEN.
-
WERFZONES AFBAKENEN: BESTAANDE VEGETATIE EN WORTELZONES BESCHERMEN.
-
GEEN OPSLAG VAN GROND OF MATERIALEN OP VEGETATIE OF BOOMZONES.
-
STAMBESCHERMING BIJ BOMEN, WORTELZONES VRIJHOUDEN.
-
LEKVRIJ WERKEN: OPVANG VOOR OLIE, BRANDSTOF, CEMENTRESTEN.
Albert I laan
3.
81
3. 3.
64
Carpinus betulus
Carpinus betulus
3.
Carpinus betulus 3.
75
3.
Carpinus betulus
90
82
3.
73
74
3,81
Acer campestre
4,12
Acer campestre
Standplaats foodtruck
Maximaal behoud van wadi, omvang volgens hemelwaterverordening
+40 cm ophoging
+40 cm ophoging
Nulbalans met grondverzet
Nulbalans met grondverzet
Picknickplek 3,20 +20 cm ophoging
3. 3.
3.
79
3.
84
84
82 3.
83
Carpinus betulus
DUCO Acer campestre
Aanplant in bosgoed: -Viburnum opulus -Gelderse roos -Prunus spinosa -sleedoorn -Crataegus laevigata -tweestijlige meidoorn -Cornus mas - gele kornoelje
Bomen verplantbaar op site of op ander terrein Behoud ecologisch struweel
Carpinus betulus
86
Albert
3.
DUCO
I laan
Acer campestre
Sorbus aucuparia
Indicatief toekomstplan
Nieuwe toestand /0 3H 43
0H
00
0
14 01 Projectgrens 4A 38
02
Monolieten beton
3.
90
Gazon gezaaid
Bloemrijk grasland
Oevervegetatie
Bosgoed
Water
74
Nieuwe bomen
Bestaande bomen
0,20
Nieuwe hoogtepunten
5m erfdienstbaarheidszone
361
4. ACTIEPLAN Juridisch kader
1Juridisch zijn er ruime mogelijkheden: zolang er geen beschermde soorten aanwezig zijn, kan tijdelijke natuur eenvoudig worden toegepast. Mochten er toch beschermde soorten worden aangetroffen, dan wordt in goed overleg met de bevoegde instanties gekeken naar passende en werkbare oplossingen. Het mag ook niet afschrikken en zal de bouw niet bellemeren.De instanties zijn er niet om het de bouw tegen te werken en willen enkel maar mee naar oplossingen zoeken op korte termijn. De vergunning en bouw loopt altijd door omdat tijdelijke natuur geen beschermd statuut heeft op een industrieterrein. Daarbij is het goed om rekening te houden met de volgende punten: 1. Geen automatische vrijstelling voor beschermde soorten •
Tijdelijke natuur biedt bedrijven de kans om natuur tijdelijk te ontwikkelen. Dit betekent echter niet dat beschermde diersoorten die zich vestigen zonder meer verwijderd mogen worden.
2. Voorwaarden voor het verwijderen van beschermde soorten: Wanneer beschermde soorten aanwezig zijn, kan een afwijking op basis van het Soortenbesluit nodig zijn. Zo’n afwijking wordt alleen verleend als: •
Er geen andere bevredigende oplossing beschikbaar is,
•
De maatregel geen afbreuk doet aan de instandhoudingsdoelstellingen van de soort, en
•
Specifieke voorwaarden worden nageleefd om negatieve effecten te vermijden.
3. Risico op ecologische val Beschermde soorten kunnen zich vestigen in een tijdelijk natuurgebied, maar soms niet gemakkelijk elders terecht wanneer het gebied wordt verwijderd. Dit fenomeen, bekend als een ecologische val, vraagt om passende maatregelen om de overlevingskansen van de soort te waarborgen.
362
BIJLAGE
5.2 Biodiversiteitsadvies
Inhoud 1.
Inleiding ....................................................................................................... 2
2.
Terreinonderzoek ............................................................................................. 2
2.1.
Kaartenanalyse ............................................................................................ 2
2.1.1.
Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN)........................................................................ 2
2.1.2.
Natura-2000 Netwerk ..................................................................................... 3
2.1.3.
Biologische Waarderingskaart (BWK) .................................................................... 4
2.1.4.
Bodemkaart ................................................................................................ 4
2.2.
Quickscan biodiversiteit................................................................................... 5
2.3.
Conclusie terreinonderzoek .............................................................................. 8
3.
Visie op natuur in het projectgebied ........................................................................ 9
4.
Groene ambassadeurs.......................................................................................10
5.
Doelvegetaties ...............................................................................................12
6.
Groenblauw actieplan (Bouwstenen biodiversiteit) .......................................................14
6.1.
Bloemrijke graslanden ...................................................................................14
6.2.
Nectarrijke gazons ........................................................................................14
6.3.
Tijdelijke ruderale vegetaties ............................................................................14
6.4.
Houtkanten en bomen(rijen) als leefgebied voor soorten .............................................15
6.5.
Tiny forests of faunabosjes ..............................................................................15
6.6.
Natuurlijk ingerichte oeverzone of wadi’s ..............................................................16
6.7.
Best practices bij groenaanleg en – beheer .............................................................17
6.8.
Slimme soortskeuzes groenaanleg ......................................................................17
6.9.
Extra faunavoorzieningen ................................................................................19
6.9.1.
Vogelnestkasten ..........................................................................................19
6.9.2.
Bijenhotels ................................................................................................20
6.9.3.
Vleermuizenkasten .......................................................................................21
6.9.4.
Biodiversiteitstoren ......................................................................................21
6.9.5.
Faunavriendelijke verlichting ............................................................................22
6.10.
Bollengazon ...............................................................................................23
6.11.
Groendak .................................................................................................24
6.12.
Vaste beplanting .........................................................................................25
Bijlage 1 Beheerfiches ..............................................................................................26 Bijlage 2 Timing en aanleg / beheer ...............................................................................36
363
1. Inleiding Verspreid over ons landschap liggen bedrijventerreinen met een vaak intensief ruimtegebruik, gekenmerkt door een hoog aandeel verharding en focus op vlot doorgaand verkeer. Wanneer gekeken wordt naar een doorgedreven en structurele verduurzaming van deze bedrijventerreinen, is ook biodiversiteit en de impact van het terrein op het omliggende landschap een belangrijk thema. Dit advies tracht bouwstenen aan te rijken om het thema biodiversiteit in te passen in het ontwerp van Bedrijventerreinen van de toekomst – case Veurne Zone I.
FIGUUR 1: LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED (LUCHTFOTO)
2. Terreinonderzoek Willen we de potentiële natuurwaarde van een terrein onderzoeken, is het belangrijk om zowel het projectgebied zelf als de natuurwaarde in de omgeving van het projectgebied te bekijken. De natuurwaarde van het projectgebied werd onderzocht tijdens een terreinbezoek, via een quickscan biodiversiteit. Voor de natuurwaarde in de omgeving zijn beschikbare kaarten indicatief.
2.1.
Kaartenanalyse
2.1.1.
Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN)
Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is een natuurnetwerk afgebakend op grondgebied Vlaanderen met een selectie van de waardevolste en gevoeligste natuurgebieden in Vlaanderen. Het zijn die gebieden waar natuurbehoud en natuurontwikkeling op de eerste plaats moeten komen om een 2
364
BIJLAGE
representatief staal van de Vlaamse natuur duurzaam in stand te kunnen houden. Het bedrijventerrein is gelegen op meer dan 4,5 kilometer van het meest nabije VEN-gebied De Westkust.
FIGUUR 2: SITUERING VAN HET PROJECTGEBIED T.O.V. VEN-GEBIEDEN
2.1.2.
Natura-2000 Netwerk
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden (habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebieden) op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden (biotopen), maar draagt ook bij aan bescherming van soorten (en hun habitats). Habitatrichtlijngebieden bestaan uit afgebakende Speciale Beschermingszones. Binnen deze gebieden is de instandhouding van Europees beschermde natuurlijke habitats en soorten prioritair. Het bedrijventerrein is gelegen op meer dan 5 kilometer van de meest nabije Speciale Beschermingszones gelegen in de kustduinen van de Westkust.
3
365
FIGUUR 3: SITUERING VAN HET PROJECTGEBIED T.O.V. NATURA-2000 NETWERK
2.1.3.
Biologische Waarderingskaart (BWK)
De biologische waarderingskaart (BWK) brengt de natuur van heel Vlaanderen en Brussel in kaart. Ze geeft aan waarmee de bodem bedekt is op een bepaalde plaats (bv. bebouwing, grasland, bos,…), welke vegetatie er te vinden is (bv. populierenbos, soortenrijk grasland,… ) en welke kleine landschapselementen er voorkomen (bv. hagen, bomenrijen,…). De kaart duidt ook aan hoe biologisch waardevol een bepaalde zone is.
FIGUUR 4: BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART PROJECTGEBIED
Het bedrijventerrein staat grotendeels ingekleurd als biologisch minder waardevol met de codes voor industrie (ui), bezinkingsbekkens of zeer soortenarm en vaak tijdelijk grasland (hx). Biologisch waardevollere elementen zijn schaars en komen slechts in kleine oppervlakten of langs de randen voor zoals ruigte of pioniersvegetatie (ku) en jong loofbos (n). Net ten westen van het studiegebied stroomt het Lokanaal met lokaal waardevolle oever (mr) en bermvegetatie (hp* + hu°).
2.1.4.
Bodemkaart
De bodemkaart is een gebiedsdekkende kaart van België met daarop een bodemtypering volgens het Belgisch bodemclassificatiesysteem. Deze bodemtypering bestaat uit 3 letters voor respectievelijk de textuur, de vochtigheid en de profielontwikkeling. De bodemkaart toont voor het projectgebied Kreekrug- (roze) en poldergronden (paars) bestaande uit zware klei, in combinatie met verstoorde antropogene bodems (grijs). Het terreinbezoek toonde aan dat de meeste gronden aan de oppervlakte bestaan uit droog (vergraven) zand.
4
366
BIJLAGE
FIGUUR 5: BODEMKAART PROJECTGEBIED
2.2.
Quickscan biodiversiteit
Op maandag 19 augustus 2014 werd een terreinbezoek uitgevoerd om een beeld te vormen welke soorten of vegetaties voorkomen op het terrein. Het terreinbezoek bevestigt de informatie die terug te vinden is op de Biologische Waarderingskaart. Groene elementen zijn schaars op het bedrijventerrein, en vaak van lage biologische waarde. Het merendeel van de groene ruimte wordt ingenomen door intensief gemaaide (strakke) en soortenarme gazons, ruderale vegetaties op verstoorde bodem en aanplantingen van uitheemse soorten langsheen bedrijven.
FIGUUR 6: IMPRESSIE WEINIG WAARDEVOL GROEN
5
367
Uitzonderingen op de algemene lage biologische waarde zijn het bezinkingsbekken met vogelkijkwand in het noorden van het studiegebied, enkele verruigde zones en de aanwezige bomenrijen op het terrein. Verschillende vogelsoorten zoals Kleine zilverreiger, Geoorde fuut, Tafeleend, Grauwe gans en enkele soorten meeuwen werden waargenomen op het bezinkingsbekken. Ook libellen werden waargenomen in de riet- en oevervegetatie langsheen de zuidrand van de plas. Verspreid over het bedrijventerrein werden eveneens hier en daar soortenrijke pioniervegetaties gevonden op braakliggend terrein, of elementen van eerder schrale en soortenrijkere wegbermvegetaties. Dit soort van vegetaties vormen belangrijk leefgebied voor o.a. vlinders, wilde bijen en sprinkhanen, en verschillende vogelsoorten vinden er hun voedsel.
FIGUUR 7: BIOLOGISCH WAARDEVOLLERE ELEMENTEN MET LINKS DE VOGELKIJKWAND AAN HET BEZINKINGSBEKKEN EN RECHTS RUIGERE VEGETATIE
Onderstaande tabel geeft de waargenomen soorten weer per soortengroep: Soort (NL) Aardhommel-groep Akkerhommel Klein Koolwitje Azuurwaterjuffer Bruinrode Heidelibel Houtpantserjuffer Lantaarntje Akkerdistel Behaarde Boterbloem Bijvoet Brede Lathyrus Canadese Fijnstraal Dubbelkelk Duizendblad Engels Raaigras Europese Hanenpoot Gewone Klit Gewone Melkdistel Gewone Raket Gewone Rolklaver Gewone Vlier Gewoon Struisgras
Soort (Wet.) Bombus (Bombus) spec. Bombus pascuorum Pieris rapae Coenagrion puella Sympetrum striolatum Chalcolestes viridis Ischnura elegans Cirsium arvense Ranunculus sardous Artemisia vulgaris Lathyrus latifolius Conyza canadensis Picris echioides Achillea millefolium Lolium perenne Echinochloa crus-galli Arctium minus Sonchus oleraceus Sisymbrium officinale Lotus corniculatus Sambucus nigra Agrostis capillaris
Soortengroep Bijen en Hommels Bijen en Hommels Dagvlinders Libellen Libellen Libellen Libellen Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten 6
368
BIJLAGE
Gewoon Varkensgras Glad Walstro Glanshaver Grote Brandnetel Grote Ereprijs Grote Klaproos Grote Teunisbloem Grote Weegbree Harig Knopkruid Harig Wilgenroosje Hazenstaart Heermoes Heggenrank Herderstasje Hopklaver Jakobskruiskruid Kaasjeskruid (alle soorten) Kamille (alle soorten) Klein Kruiskruid Klein Streepzaad Knoopkruid Kompassla Kropaar Kruipende Boterbloem Kruipertje Kweek Madeliefje Melganzenvoet Paardenbloem Peen Reigersbek Ridderzuring Riet Rietzwenkgras Rode Klaver Schietwilg Sint-Janskruid Slangenkruid Smalle Weegbree Speerdistel Straatgras Teunisbloem (alle soorten) Timoteegras Toorts (alle soorten) Venkel
Polygonum aviculare Galium mollugo Arrhenatherum elatius Urtica dioica Veronica persica Papaver rhoeas Oenothera glazioviana Plantago major subsp. major Galinsoga quadriradiata Epilobium hirsutum Lagurus ovatus Equisetum arvense Bryonia dioica Capsella bursa-pastoris Medicago lupulina Senecio jacobaea Malva spec. Matricaria spec. Senecio vulgaris Crepis capillaris Centaurea jacea Lactuca serriola Dactylis glomerata Ranunculus repens Hordeum murinum Elytrigia repens Bellis perennis Chenopodium album Taraxacum officinale Daucus carota Erodium cicutarium Rumex obtusifolius Phragmites australis Festuca arundinacea Trifolium pratense Salix alba Hypericum perforatum Echium vulgare Plantago lanceolata Cirsium vulgare Poa annua Oenothera spec. Phleum pratense subsp. pratense Verbascum spec. Foeniculum vulgare
Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten 7
369
Vijfvingerkruid Vingergras (alle soorten) Vogelwikke Witte Honingklaver Zachte Ooievaarsbek Grote Groene Sabelsprinkhaan Krasser Ratelaar Blinde Bij Bretel-wimperzweefvlieg Aalscholver Ekster Geoorde Fuut Grauwe Gans Grote Canadese Gans Kleine Mantelmeeuw Kleine Zilverreiger Kokmeeuw Meerkoet Putter Tafeleend Torenvalk Wilde Eend Zilvermeeuw
Potentilla reptans Digitaria spec. Vicia cracca Melilotus albus Geranium molle Tettigonia viridissima Pseudochorthippus parallelus Chorthippus biguttulus Eristalis tenax Dasysyrphus albostriatus Phalacrocorax carbo Pica pica Podiceps nigricollis Anser anser Branta canadensis Larus fuscus Egretta garzetta Chroicocephalus ridibundus Fulica atra Carduelis carduelis Aythya ferina Falco tinnunculus Anas platyrhynchos Larus argentatus
Planten Planten Planten Planten Planten Sprinkhanen en krekels Sprinkhanen en krekels Sprinkhanen en krekels Vliegen en muggen Vliegen en muggen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Net ten noorden van het bedrijventerrein ligt natuurgebied het Suikerwater. Suikerwater is een aaneengesloten cluster van waterbekkens, dijken en moerasgebied grotendeels ontstaan uit de decantatiebekkens van de voormalige Suikerfabriek. Het gebied fungeert als belangrijke broed- en overwinteringsplaats voor verschillende soorten moeras- en watervogels.
2.3.
Conclusie terreinonderzoek
De huidige natuurwaarde van het projectgebied is laag en wel omwille van drie hoofdredenen: •
Een zeer groot deel van de oppervlakte van het projectgebied wordt ingenomen door verhardingen, wat eigen is aan de functie van het terrein.
•
De kleine onverharde oppervlakte wordt gedomineerd door intensief gemaaide gazons en beplantingen met uitheemse soorten, die slechts in een zeer beperkte mate van waarde zijn voor de lokale biodiversiteit. Inheemse planten en struiken vormen de basis van onze biodiversiteit, waarvan een veelheid van soorten afhankelijk zijn voor voedsel, schuilplaats, en het voltrekken van hun levenscyclus.
•
Ook de natuurwaarde in de directe omgeving van het studiegebied is laag en beperkt tot smalle berm- of oeversegmenten rondom het bedrijventerrein het Suikerwater ten noorden ervan. 8
370
BIJLAGE
Waardevollere elementen aanwezig op het terrein zijn voornamelijk beperkt tot leefgebied voor watervogels (bezinkingsbekken) en nectarvoorziening door bloemen in grasstroken en (on)kruiden tussen beplantingen.
3. Visie op natuur in het projectgebied Rekening houdende met de eigenheid van het terrein zijn grootschalige ingrepen om de oppervlakte aan verharding terug te dringen niet wenselijk. Hierdoor is het moeilijk om de ecologische waarde van het terrein sterk te verhogen. Kleine ingrepen die zeer lokaal een positief effect zullen hebben op de voorkomende soortenrijkdom zijn o.a.: •
Creëer waar mogelijk extra groene ruimte door bestaande verhardingen op te breken. Wanneer natuur de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen, zal ook de soortenrijkdom en biodiversiteitswaarde stijgen.
•
Neem de factor “natuurlijkheid” mee in toekomstige ontwikkelingen of vernieuwing van reeds bestaande beplantingen. Gezien de ligging van het bedrijventerrein liggen er kansen om water en waterafhankelijke vegetaties (bv. bloemrijke oevervegetaties) door te trekken op het terrein. Wegbermen of waterrijke elementen met oevervegetaties vormen linten doorheen het landschap. Gebruik zoveel mogelijk inheemse planten, struiken en bomen om de schaarse groene ruimte die aanwezig is in te vullen. Deze soorten vervullen allen een welbepaalde ecologisch functie, waardoor lokaal voorkomende diersoorten automatisch zullen meeliften met de genomen maatregel. Wanneer verspreid over het projectgebied en bij uitbreiding het bedrijventerrein soortgelijke ingrepen worden uitgevoerd, zal het bedrijventerrein meer opgaan in het omliggende landschap. Eerder dan een barrière voor soorten, kan het projectgebied de verspreiding van soorten doorheen het omliggende landschap stimuleren door vlekken van geschikt leefgebied aan te bieden.
•
Denk bij nieuwe inrichtingen niet alleen aan het gebruik van inheemse soorten, maar probeer ook een veelheid aan natuurlijke structuren te voorzien op het terrein. Beperk de groene zones niet alleen tot beplantingen of grasstroken, maar voorzie ook inheemse bosjes, verticaal groen, groendaken, … . Deze structuurvariatie voorziet o.a. vogels en insecten aan schuilmogelijkheden, voedsel, nestgelegenheid… .
•
Probeer ook in de intensief gebruikte delen van het studiegebied raakvlakken te vinden met natuur. Zo kunnen braakliggende stukken terrein vaak tijdelijke belangrijk leefgebied vormen voor tal van soorten. Ontwikkeling van dergelijke stukken tijdelijke natuur kan spontaan gebeuren, of zones kunnen ingezaaid worden met mengsels van akkerbloemen.
•
Wanneer ingezet wordt op een biodivers en natuurlijker landschap, is het van groot belang om dit ‘beleefbaar’ te maken voor de werknemers. Biodiverse picknickplekjes, een natuurpad, of zelfs gewoon werken in de nabijheid van natuurlijke elementen verhoogt het welbevinden van collega’s, klanten of passanten.
9
371
4. Groene ambassadeurs
Putter Foto: Saxifraga-Luc Hoogenstein
Torenvalk
De putter is een opvallende zangvogel uit de groep van de vinken. De vogel is 12 tot 14 centimeter groot en heeft hoofdzakelijk een beige kleur. Zijn vleugels zijn zwart met witte patronen en een grote gele vlek. Het opvallendste kenmerk is het knalrode gezicht. De putter is een zaadeter, de soort eet allerlei zaden van distels, teunisbloemen, zonnebloem, berk, klaver, … . Oorspronkelijk broedde de putter vooral in bossen, maar hij heeft zich aangepast aan menselijke aanwezigheid en komt nu vooral voor op braakliggende terreinen, parken en tuinen. Ook in het studiegebied komt de soort voor en vindt er voedsel in de ruige en braakliggende zones.
De torenvalk is een kleine, rosbruine roofvogel die voornamelijk leeft van kleine zoogdieren zoals muizen, insecten en vogels. Het mannetjes heeft een grijze kop en staart, met op het einde van de staart een zwarte band. De soort is vaak te vinden aan de rand van weilanden en bossen, maar is bij het brede publiek vooral bekend van zijn biddend gedrag op zoek naar prooien langs snelwegen. De torenvalk jaagt ook vaak op braakliggende terreinen, zo ook op het bedrijventerrein in Veurne.
Foto: Saxifraga-Martin Mollet De gewone dwergvleermuis is onze meest algemene vleermuizensoort en met een gewicht van amper ongeveer 5 gram tevens een van onze kleinste zoogdieren. De soort verblijft algemeen vooral in gebouwen, waar ze een plaatsje zoeken achter gevelbekleding, in spouwmuren, rolluikkasten, …, maar solitaire dieren kunnen ook gevonden worden achter loshangende stukken boomschors. Het voedsel van deze soort bestaat voornamelijk uit kleine vliegende insecten zoals muggen. De gewone dwergvleermuis is een zeer flexibele soort voor wat betreft de biotoopeisen. Ze komt voor van stadscentra tot woningen op 10
372
BIJLAGE
Gewone dwergvleermuis Foto: Saxifraga-Jeroen Willemsen
het platteland en in bijna alle soorten biotopen. Ook op bedrijventerreinen komt de soort vaak voor o.a. langs bomenrijen, waar ze vooral in de donkere en meer kruidenrijkere zones jaagt. De ratelaar is een wijdverspreide sprinkhaansoort die algemeen is in allerlei types grazige vegetatie. Ook op bedrijventerreinen komt de soort vaak voor in ruigere overhoekjes en extensief gemaaide delen. De soort dankt de naam aan het ratelend geluid dat door mannetjes geproduceerd wordt om een vrouwtje te lokken, en in de zomer vaak te horen is in weilanden en wegbermen.
Ratelaar Foto: Saxifraga-Tom Heijnen
Lantaarntje
Het lantaarntje is een algemene libellensoort die weinig kritisch is ten aanzien van voortplantingswater. De soort gebruikt vrijwel alle zoete watertypen, maar is vooral algemeen in voedselrijk, helder water met gevarieerde oevervegetatie. De soort vliegt tussen eind april en begin oktober, en is redelijk honkvast. De soort werd waargenomen in het noorden van het bedrijventerrein, maar kan snel uitbreiden als het aanbod aan waterrijke structuren wordt vergroot.
Foto: Saxifraga-Willem van Kruijsbergen
11
373
5. Doelvegetaties Hieronder worden enkele doelvegetaties opgesomd. Deze komen ook verder aan bod bij de voorgestelde acties.
Bloemrijke grasland- en bermvegetaties
Goed ontwikkelde graslandof bermvegetaties zijn bloemenrijk, met vaak een opvallende bloei van soorten als Margriet, Knoopkruid, Duizendblad. Bloemrijke graslanden dragen in hoge mate bij tot het verbeteren van de biodiversiteit. Ze vormen immers een belangrijke voedselbron (nectar, stuifmeel, zaden, plantmateriaal) voor verschillende soortengroepen zoals insecten, vogels en andere fauna. Bloemrijke graslanden bermvegetaties kunnen gecreëerd worden door bestaande vegetaties ecologisch te gaan beheren, of door ze in te zaaien met een kwaliteitsvol zadenmengsel.
Foto: www.ecopedia.be
Nectarrijke gazon
Intensief gemaaide gazons bevatten vaak weinig soorten bloeiende planten, waardoor de waarde voor de lokale biodiversiteit beperkt is. Bovendien is het voor veel soorten planten moeilijk om stand te houden op een groeiplaats waar tweemaal per maand (of continue in het geval van robotmaaiers) gemaaid wordt. Extensiveren van het maaibeheer (bv maandelijks) of inzaaien met een zadenmengsel voor deze specifieke situatie kan de nectarrijkdom in de anders soortenarme gazons sterk verhogen.
Foto: ecoflora.be
Oevervegetaties
De directe omgeving van het bedrijventerrein wordt gekenmerkt door enkele waterrijke elementen zoals het Lokanaal en Suikerwater. Het gebruik van water (WADI’s, grachten, poelen, … ) met natuurvriendelijke oevers met zachte helling kan een absolute meerwaarde betekenen voor de lokale biodiversiteit. Het stimuleren van bloemrijke oevervegetatie met grote wederik, grote kattenstaart, moerasspirea, gele lis, … verhoogt de nectarbeschikbaarheid in het landschap en 12
374
BIJLAGE
Foto: ecoflora.be
Ruderale ruigte of pioniervegetatie
vormt leefgebied voor tal van soortengroepen zoals wilde bijen, libellen en vogels. De aanwezigheid van braakliggend terrein is eigen aan de functie en ontwikkeling van bedrijventerreinen. Op deze braakliggende terreinen ontwikkelt zich vaak spontaan een ruige kruidenrijke vegetatie die fungeert als belangrijke voedselbron voor tal van soorten (o.a. putter). Er kan er ook voor gekozen worden om deze braakliggende stukken in te zaaien met eenjarige soorten zoals klaprozen, korenbloem of gele ganzebloem om zo tijdelijke bloemrijke zones te creëren in afwachting van hun definitieve bestemming.
Foto: ecoflora.be
Bomengroepen, houtkanten en bomenrijen Foto: houtiglandschap.be
Een biodivers landschap is natuurlijk meer dan alleen bloemen en graslanden. Bomengroepen, houtkanten en bomenrijen leveren een schat aan voordelen voor de lokale biodiversiteit. Inheemse en standplaatsgeschikte boomsoorten zoals Hazelaar, Boswilg, Spork, Meidoorn, Lijsterbes en Liguster leveren een heel jaar door voedsel voor verschillende diersoorten. Ze produceren nectar voor vlinders en wilde bijen van in het vroege voorjaar (wilg) tot zelfs het hele jaar door (Spork), waarbij vogels in het najaar kunnen profiteren van de bessen die ze voortbrengen. Bij voorkeur zijn deze opgaande structuren gelegen in de nabijheid van de bloemrijke graslanden, en vormen ze groenen linten of stapstenen doorheen en rondom het bedrijventerrein.
13
375
6. Groenblauw actieplan (Bouwstenen biodiversiteit) Een reeks van mogelijke acties worden hieronder weergegeven. Ze worden grosso modo gerangschikt in volgorde van meerwaarde voor de lokale biodiversiteit.
6.1.
Bloemrijke graslanden
Bloemrijke graslanden dragen in hoge mate bij tot het verbeteren van de biodiversiteit. Ze vormen immers een belangrijke voedselbron (nectar, stuifmeel, zaden, plantmateriaal) voor verschillende soortengroepen zoals insecten, vogels en andere fauna. Daarnaast dragen ze bij tot een klimaatbestendige projectontwikkeling, door hun verkoelend effect op de omgeving en hun eigenschap om water in de bodem te laten infiltreren. De beste en meest natuurlijke manier om bloemrijke graslanden te creëren is het instellen van ecologisch (extensief) maaibeheer. Minder frequent maaien (minder dan 3x per jaar) is een belangrijke maatregel om via de basis van het ecosysteem (de vegetatie) de lokale biodiversiteit te versterken. Door een aangepast maaibeheer kunnen de aanwezige plantensoorten tot bloei komen, en zich via hun zaden verder verspreiden binnen andere extensief gemaaide zones. Wanneer een terrein echter helemaal wordt ontwikkeld, zoals in dit geval, kunnen bloemrijke graslanden worden gecreëerd door inzaaien van een zaadmengsel. Belangrijk is dat hierbij zadenmengsels gebruikt worden met inheemse soorten, met zaden van lokale herkomst. Verdelers van dit type ecologische zadenmengsel zijn o.a. Cruydt-Hoeck en Ecoflora . Ook ingezaaide bloemrijke graslanden impliceren een extensiever maaibeheer (slechts één tot twee maal per jaar maaien), waardoor ze minder strak ogen dan een gazon. Een smalle netheidsstrook kan voorzien worden langs de (weg)infrastructuur, waar een intensiever maaibeheer wordt uitgevoerd, om een strakker uitzicht te bekomen.
6.2.
Nectarrijke gazons
Intensief gemaaide gazons bevatten vaak weinig soorten bloeiende planten, waardoor de waarde voor de lokale biodiversiteit beperkt is. Bovendien is het voor veel soorten planten moeilijk om stand te houden op een groeiplaats waar tweemaal per maand (of continue in het geval van robotmaaiers) gemaaid wordt. Inzaaien met een zadenmengsel voor deze specifieke situatie kan de nectarrijkdom in de anders soortenarme gazons sterk verhogen. Een nectarrijke gazon ziet er nog steeds even strak uit als een klassieke gazon, alleen valt de aanwezigheid van bloeiende planten op. Naast het ondersteunen van biodiversiteit door het aanbod aan nectar, zijn kruidenrijke gazons ook beter bestand tegen droge perioden, wat hen dus klimaatbestendiger maakt. De technische aspecten van het aanleggen van een nectarrijke gazon en geschikte kant-en-klare zaadmengsels worden besproken in het onderdeel ‘beheerfiches’.
6.3.
Tijdelijke ruderale vegetaties 14
376
BIJLAGE
Net als bloemrijke graslanden dragen tijdelijke ruderale vegetaties met soorten als klaproos en korenbloem in hoge mate bij tot het verbeteren van de biodiversiteit en vormen ze een belangrijke voedselbron voor tal van soortengroepen. Bovendien zijn dit soort vegetaties vaak kleurrijk en geven ze door het hoog aandeel eenjarige plantensoorten, zeker wanneer ingezaaid, zeer snel resultaat. Ze worden best in het voorjaar ingezaaid en geven reeds na 6 tot 8 weken bloei. Ze zijn zo uitermate geschikt als tijdelijke oplossing en zijn zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Geschikte zadenmengsel zijn onder andere: • https://www.ecoflora.be/nl-nl/d/product-detail/18985-a2-akkerbloemen • https://www.cruydthoeck.nl/a7-akkerrand-en-boerenerf • https://www.cruydthoeck.nl/a6-akkerbloemen-losse-grammen • https://www.cruydthoeck.nl/av1-akkervogelmengsel-tijdelijk
6.4.
Houtkanten en bomen(rijen) als leefgebied voor soorten
Houtkanten en solitaire bomen leveren een schat aan voordelen voor de lokale biodiversiteit. Inheemse en standplaatsgeschikte boomsoorten zoals Zomereik, Haagbeuk, Hazelaar, Boswilg, Spork, Meidoorn, Lijsterbes en Liguster leveren een heel jaar door voedsel voor verschillende diersoorten. Ze produceren nectar voor vlinders en wilde bijen van in het vroege voorjaar (wilg) tot zelfs het hele jaar door (Spork), waarbij vogels in het najaar kunnen profiteren van de bessen die ze voortbrengen. Verder zijn er tal van soorten insecten die hun volledige levenscyclus van ei tot volwassen insect voltooien op deze boomsoorten, en dit in tegenstelling tot uitheemse soorten waar dit zelden gebeurt. Dit zorgt voor voldoende bulkvoedsel voor o.a. onze koolmezen en pimpelmezen die hiermee hun jongen kunnen voortbrengen. Plant de bomen zeker ook dicht genoeg bij elkaar, zodat vogels en andere dieren er zich in kunnen verschuilen. Een ecologische houtkant is bij voorkeur dens, waardoor ze voldoende beschutting bieden voor diersoorten die de houtkanten gebruiken om zich doorheen het landschap te verplaatsen. Omwille van die reden zijn ze uitermate geschikt om dienst te doen als functionele groenbuffer De technische aspecten van het aanleggen en beheer van houtkanten en bomen(rijen) worden kort besproken in het onderdeel ‘beheerfiches’.
6.5.
Tiny forests of faunabosjes
Bosjes, hoe klein ze ook zijn, leveren een schat aan voordelen en vormen kleine eilandjes voor de lokale biodiversiteit. Bossen zijn in Vlaanderen sterk gefragmenteerd, en kleine bosjes (Tiny forests) vormen leefgebied en voorzien voedsel voor tal van soorten, of functioneren als kleine stapstenen die soorten in staat stellen om zich doorheen het landschap te verplaatsen. Kleine bosjes verschillen van houtkanten vaak enkel op vlak van vorm (vlakvormig in plaats van lijnvorming). Zowel soortensamenstelling, ecologische functie, en gewenst beheer. Door hun relatief kleine oppervlakte (variërend van ca 3x3m, tot 10x10m) kunnen Tiny forests bijna overal worden ingepast. Ze komen het best tot hun recht als structuurelement in een extensief gemaaide graslandzone. Naast hun ecologische functie zorgen ze voor natuurbeleving voor omwonende, bezoekers en personeel, verbeteren ze de luchtkwaliteit, vergroten ze waterbergingscapaciteit en gaan hittestress 15
377
tegen. Meermaals is bewezen dat bossen ook een positief effect hebben op de gezondheid omdat ze stressverlagend werken.
6.6.
Natuurlijk ingerichte oeverzone of wadi’s
Een waterinfiltratiezone of wadi is een laaggelegen gebied waar het regenwater zich bij overvloedige regenval kan verzamelen, en dat zo dienstdoet als een buffer om overbelasting van het waterafvoernetwerk en overstroming te vermijden. Naast de puur waterhuishoudkundige functie, kan ook een ecologische functie aan een wadi worden toegekend. De gradiënten (hoogte, vochtigheid, … ) die aanwezig zijn in een wadi, maar ook langsheen natuurlijke oevers van vijvers of waterlopen, creëren een gevarieerde habitat waarin diverse plantensoorten kunnen voorkomen. Een natuurvriendelijke inrichting van een oever of wadi kan bijdragen tot een mooi beeld, extra belevingswaarde en een hogere bijdrage aan de lokale biodiversiteit. Bovendien zorgt beplanting langs de waterrijke elementen ervoor dat de bodem beter waterdoorlatend is.
FIGUUR 7: VOORBEELD NATUURLIJK INGERICHTE OEVER (BRON: NATURETODAY)
Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers rond of wordt bij voorkeur zo weinig mogelijk gebruik gemaakt van niet-natuurlijke elementen zoals folie, stortsteen, schanskorven, … en worden op geen enkele manier verhard. Belangrijk is ook dat de hellingsgraad van de oevers eerder laag (max 20°) is. De (oever)vegetatie kan zich spontaan ontwikkelen, maar dit kan jaren duren. Daarom wordt er best geopteerd om planten aan te planten. De plantensamenstelling zal sterk afhankelijk zijn van de vochtigheidsgraad van de standplaats: hoe verder opwaarts op de oever, hoe lager de vochtigheid van de bodem, wat een andere type vegetatie geeft. Vaak gebruikte soorten die typisch zijn voor de de overgang van natte vegetaties naar hoger gelegen droge zones zijn Gele lis, Grote kattenstaart, Moerasandoorn, Wilde bertram, Wolfspoot en Grote wederik. Het gebruik van houtige vegetatie in natte zones, met wilgensoorten en zwarte els, wordt eveneens aangeraden om extra structuurvariatie te creëren wanneer daarvoor voldoende ruimte beschikbaar is. Een andere optie is de aanleg van een bloemrijk grasland met soorten die geschikt zijn een vochtigere bodem. Twee zaadmengsels die kunnen gebruikt worden zijn ‘D5 Bloemrijk grasland voor oevers’ en ‘D4 Bloemrijk grasland overstromingsgebieden’ van Ecoflora. 16
378
BIJLAGE
Soortengroepen die profiteren van natuurvriendelijk ingerichte oevers of wadi’s zijn dagvlinders, nachtvlinders, wilde bijen, libellen en vogels. Zij profiteren van de nectarrijkdom, waterrijke elementen en de aanwezigheid van kleine insecten. Een bijkomend voordeel van het gebruik van waterrijke elementen in ontwerp is het verlagen van het ‘hitte eiland effect’. Bebouwing en verharde oppervlakten absorberen veel zeer veel warmte, en geven het ook trager af. Op die manier ontstaan hitte eilanden in de stad waar de temperatuur hoger oploopt dan in het buitengebied. Deze hitte-stress heeft niet enkel een nadelig effect op fauna en flora, maar evenzeer op het functioneren van de mens. Zowel groenstructuren als waterrijke elementen, het zogenaamde groenblauwe netwerk, bufferen deze temperatuurstijging en dragen bij tot de leefbaarheid van het terrein.
6.7.
Best practices bij groenaanleg en – beheer
Naast het maximaliseren van de ecologische functie van het studiegebied door eenmalige inrichtingen en beheermaatregelen ten voordele van de biodiversiteit, kunnen ook enkele algemene maatregelen genomen worden om de milieudruk van ‘dagdagelijkse’ ingrepen te verminderen. Zo kunnen in functie van groenaanleg en -beheer volgende maatregelen (best practices) worden voorgeschreven: •
Geen pesticiden of biociden gebruiken;
•
Geen of weinig meststoffen gebruiken, bij voorkeur enkel bij aanleg waar nodig. Bij gebruik van meststoffen enkel traagwerkende (organische) meststoffen gebruiken;
•
Gebruik turfvrije bodemverbeteraars, dus bodemverbeteraars zoals compost of andere bodemverbeteraars op basis van restproducten. Voorbeelden zijn Karisol, gedroogde koemest, Vlaco compost, mengcompost (zonder turf);
•
Hou rekening met het aspect duurzaamheid bij de keuze van tuinaannemer of hovenier. Vraag na hoe de aannemer duurzaam ondernemen implementeert in zijn bedrijfsvoering en aannemingswerk. In Vlaanderen bestaat geen officieel keurmerk of label voor duurzame tuinaannemers, maar de opdrachtgever kan wel polsen naar hun engagement inzake duurzaamheid en biodiversiteit;
•
Gebruik tuinmachines die minder belastend zijn voor het milieu. De tuinaannemer kan bijvoorbeeld elektrische machines gebruiken;
•
Spaarzaam omgaan met waterverbruik. Kies planten die tegen droogte kunnen. Bij watergift, gebruik enkel opgevangen hemelwater. Bij aanleg van gevelbegroeiing, gebruik natuurlijke hulpstoffen die water vasthouden zoals bentoniet. Bij aanleg van intensieve bakken (kruiden, bloemen, groenten), gebruik hulpstoffen zoals bentoniet die het water vasthouden.
6.8.
Slimme soortskeuzes groenaanleg
Gebruik streekeigen en standplaatsgeschikte soorten bij de aanleg van nieuwe groenzones. Onderstaande lijst geeft er een aantal weer. Streekeigen soorten zijn inheems, maar bovendien ook typisch voor een bepaalde streek. Ze komen dus vaak al in de onmiddellijke omgeving van het projectgebied voor. De soorten gedijen zeer goed op de aanwezige bodems en klimaat, trekken bovendien meer fauna aan, en zullen zo van hoger belang zijn voor de lokale biodiversiteit. Bovendien zijn ze vaak ook sterker en beter bestand tegen ziekten en plagen, omdat de natuurlijke vijanden van de plaagsoorten zoals lieveheersbeestjes reeds aanwezig zijn. 17
379
Bomen en struiken: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Alnus glutinosa - Zwarte els Tilia platyphyllos - Zomerlinde Quercus robur - Zomereik Prunus avium - Zoete kers Tilia cordata – Winterlinde Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes Acer campestre - Veldesdoorn Rhamus fragula - Sporkehout Prunus spinosa - Sleedoorn Salix alba - Schietwilg Ulmus glabra - Ruwe iep Betula pendula - Ruwe berk Ilex aquifolium - Hulst Rosa canina - Hondsroos Corylus avellana - Hazelaar Carpinus betulus – Haagbeuk Ulmus minor - Gladde iep Sambucus nigra – Gewone vlier Viburnum opulus - Gelderse roos Prunus padus - Gewone vogelkers Salix caprea – Boswilg
Een kwaliteitslabel dat het gebruik van kwaliteitsvol en autochtoon plantgoed promoot is Plant van Hier 1. Op de site is er extra informatie te vinden over verschillende soorten, het gebruik, verdelers, … Ook bij vaste planten, siergrassen en varens is het gebruik van inheemse soorten sterk aanbevolen. Een niet limitatieve lijst van leveranciers van streekeigen vaste planten zijn:
• • • • •
https://www.cruydthoeck.nl/ https://www.ecoflora.be/nl-nl/home https://www.natuurtuinen.be/ https://www.deheliant.nl/ https://www.ecosem.be/nl/
Gebruik geen invasieve exoten! Invasieve exoten zijn uitheemse planten, dus soorten die van nature hier niet voorkomen, en die zich explosief kunnen voortplanten. Deze soorten kunnen schade berokkenen aan de biodiversiteit, economie en/of volksgezondheid. Enkele voorbeelden: • Mahonia • Pontische rododendron • Canadese kornoelje • Hemelboom • Douglasspirea • Witte spirea 1 https://www.plantvanhier.be/
380
BIJLAGE
18
• • • •
Waterpest Vlakke dwergmispel Japanse duizendknoop Rimpelroos
Alle soorten zijn terug te vinden via: • Ecopedia: https://www.ecopedia.be/pagina/uitheemse-invasieve-planten • Harmonia: https://ias.biodiversity.be/species/all
6.9.
Extra faunavoorzieningen
Het aanbod aan faunavoorzieningen is enorm, met zowel vrijstaande of -hangende constructies als constructies die ingebouwd kunnen worden in nieuwbouwprojecten. Faunavoorzieningen dienen als ‘vervangobject’ voor natuurlijk voorkomende holtes of verblijfplaatsen. In natuurlijk en goed ontwikkelde situaties zijn ze dus vaak overbodig. In stedelijke context zijn ze echter een waardevolle aanvulling in afwachting van een gunstige ontwikkeling van de omliggende natuurlijke elementen, of zelfs van toegevoegde waarde op lange termijn als permanente aanvulling op natuurlijke verblijfplaatsen voor verschillende soorten. Naast een ecologische functie, kunnen faunavoorzieningen een sterke communicatieve functie hebben en geven ze zichtbaarheid aan de geleverde biodiversiteitsinspanningen. Hieronder wordt een selectie weergegeven van nuttige faunavoorzieningen, afgestemd op het studiegebied. Wanneer gekozen wordt om één of enkele faunavoorzieningen te plaatsen, wordt best nog eens contact opgenomen om verder af te stemmen en een maximaal rendement te verkrijgen.
6.9.1.
Vogelnestkasten
Vogelsoorten die voorkomen in de omgeving van de projectzone en waarvoor de plaatsing van een nestkast een meerwaarde zou kunnen betekenen zijn volgende: •
Spreeuw: De spreeuw is een koloniebroeder die graag gebruik maakt van nestgelegenheden wanneer deze worden aangeboden in een spreeuwentil. Deze spreeuwentil heeft plaats voor 27 nesten. De basisconstructie met de verschillende nestruimtes is gemaakt uit betonplex en wordt uitbekleed met dikke lariksplanken. De diameter van de invliegopening van 45mm is op maat voor de spreeuw.
Voorbeeld spreeuwentil (bron: Ecovery; www.ecovery.be) 19
381
•
Torenvalk: Een nestkast voor torenvalk kan geplaatst worden langsheen bloemrijke graslanden of ruigtevegetaties. De nestkast wordt op een minimale hoogte van 4 meter gehangen met de opening naar het noorden of oosten. Hou rekening met een vrije aanvliegroute en zorg ervoor dat de torenvalk vanuit zijn nestkast een goed zicht heeft op de omgeving.
Voorbeeld nestkast torenvalk (bron: Ecovery)
•
Zwarte roodstaart: Een nestkast voor roodstaarten wordt bij voorkeur geplaatst tegen het gebouw of als inbouwsteen. Ze hangt minimaal twee meter hoog, in het zuiden.
Voorbeeld nestkast zwarte roodstraat (bron: Ecovery)
•
Mezen (Koolmees, Pimpelmees): Wanneer voldoende wordt ingezet op het creëren van leefgebied voor vogels (houtkanten, bomen, …) zijn nestkasten voor mezen overbodig. Echter, in afwachting van de ontwikkeling van een dense groenbuffer of als permanente aanvulling op natuurlijke nestplaatsen, kunnen nestkasten voor deze algemene vogels hun nut bewijzen. Nestkasten kunnen opgehangen worden aan de aangeplante bomen of in houtkanten of bosjes.
6.9.2.
Bijenhotels
Wilde bijen zijn essentieel in het functioneren van een ecosysteem, en voorzien de mens van diensten zoals het bestuiven van gewassen. In tegenstelling tot de honingbij vormen wilde bijen geen echte kolonie, maar leven ze solitair. De wilde bijen zijn voor het bouwen van hun nest afhankelijk van kleine gaatjes in boomstammen en stengels, of graven hun nest in het losse zand. Het voorzien van een bijenhotel verhoogt het aantal nestmogelijkheden en is dus een goede maatregel om biodiversiteit op het terrein te verhogen.
20
382
BIJLAGE
Bijenhotels worden best geplaatst op slechts enkele meters van een voedselbron, zoals bloemenrijke graslanden of inheemse bloemenborders, om de afstand tussen nestgelegenheid en voedselvoorziening zo klein mogelijk te houden. Een bijenhotel kan naast zijn ecologisch nut, evenwel een mooi uithangbord vormen wanneer het gepersonaliseerd wordt. Een bijenhotel hoeft uiteraard niet steeds zo groot te zijn als onderstaand exemplaar. Ook kleinere exemplaren kunnen zeker hun nut bewijzen.
6.9.3.
Vleermuizenkasten
Van nature schuilen vleermuizen in holtes in bomen, bijvoorbeeld spechtenholen of door verrotting ontstane holten, of in spleten in vaak oudere huizen. Daarbij onderhouden ze een heel netwerk van verblijfsplaatsen. Door het vaak snel verwijderen van oude, aftakelende bomen en het renoveren van huizen, worden verblijfplaatsen voor deze soortengroep steeds schaarser. Om het terrein meer geschikt te maken voor het gebruik door vleermuizen, kunnen meerdere verblijfplaatsen gecreëerd worden. Vleermuiskasten kunnen aan bomen of aan de gevels van gebouwen bevestigd worden, het is evenwel noodzakelijk dat de ze in een onverlichte zone worden geplaatst. Bij het ontwikkelen van nieuwe constructies raden we aan inbouwnestkasten te gebruiken, die rechtstreeks in de constructie opgenomen kunnen worden. Deze kasten hebben een stabieler klimaat en zijn daarom aantrekkelijker voor vleermuizen.De aanwezigheid van vleermuizen zorgt ervoor dat plaagsoorten, zoals muggensoorten, gecontroleerd worden, wat de omgeving aangenamer maakt voor bewoners.
6.9.4.
Biodiversiteitstoren
Verschillende schuilmogelijkheden en nestgelegenheden voor fauna kunnen ook gecombineerd worden in één bouwwerk. Zo kan je met een heuse biodiversiteitstoren of biodiversiteitspaal maatregelen treffen voor wilde bijen, kleine zoogdieren, vleermuizen, hommels, vogels en andere insecten. Voor zijn functionaliteit is de plaatsing van de toren zeer belangrijk. De locatie bevindt zich best in de nabijheid van houtkanten, die een zeer belangrijke passages vormen voor kleine fauna, van voedselbronnen in de vorm van nectar, stuifmeel en zaden, en van mogelijke aanvliegroutes voor vleermuizen, met een zo minimaal mogelijke verstoring.
21
383
Een faunapaal kan bovendien net als een bijenhotel een uithangbord zijn van de natuurinclusieve projectontwikkeling.
Voorbeeld faunatoren (bron: Ecovery)
6.9.5.
Faunavriendelijke verlichting
Nachtelijk kunstlicht verstoort verschillende diersoorten sterk, o.a. vleermuizen. In het studiegebied, zeker in de buurt van belangrijke groenstructuren, kan er in plaats van traditionele verlichting gekozen worden voor vleermuisvriendelijke verlichting. Om het negatieve effect van wegverlichting op vleermuizen te vermijden of te beperken langs weginfrastructuur, stelt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in een recent advies voor om bij plaatsing van verlichting een stappenplan te volgen. Dit stappenplan bestaat uit vier hiërarchische stappen, waarbij een volgende stap een aanvulling is op de vorige stappen. De vier stappen zijn: 1 – Vermijdt verlichting waar mogelijk 2 – Verlicht enkel een deel van de nacht 3 – Beperk de intensiteit van het licht en vermijd strooilicht zoveel mogelijk 4 – Gebruik een aangepast kleurenspectrum Vleermuisvriendelijke verlichting bestaat grosso modo in 3 varianten. Afhankelijk van de situatie kan bekeken worden in hoeverre 1, 2 of alle verbeterpunten kunnen worden toegepast. Technische aanpassingen, die gecombineerd kunnen toegepast worden zijn onder andere: •
Verlaagde lichtmasten van max. 6 meter met een aangepast armatuur: die lichten schijnen scherp naar beneden en hebben slechts een beperkte zijwaartse straling.
22
384
BIJLAGE
•
Dimbare verlichting: die detecteert de aanwezigheid van auto’s, fietsers of wandelaars. De wegverlichting gaat enkel aan wanneer mensen in de buurt zijn. De lampen zijn zo ingesteld dat ze bij het inschakelen langzaam aangaan (geen ‘flits’) en bij uitschakelen zachtjes doven.
•
Amberkleurige LED-lampjes: amberkleurige verlichting stoort de vleermuizen niet, en geeft de mens wel nog voldoende zicht op de omgeving. Producenten van vleermuisvriendelijke verlichting zijn onder andere Philips Lighting en Avalite.
6.10.
Bollengazon
In een gazon kunnen wilde planten zich zelden vestigen of tot bloei komen, waardoor de ecologische waarde laag is. Met het oog op het creëren van extra nectarvoorzieningen voor wilde bijen en andere insecten, kunnen gazonstroken beplant worden met bloembollen. Er wordt geadviseerd inheemse bloemensoorten te gebruiken die in het vroege voorjaar bloeien. Deze soorten versterken het nectarnetwerk in een bloemenarme periode, en zijn uitgebloeid bij de start van het groeiseizoen van andere planten en grassen. Vanaf dan kan klassiek gazonbeheer uitgevoerd worden wanneer dit wenselijk is om een strak uitzicht te bekomen. Volgende soorten zijn hiervoor geschikt: • • •
Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) Wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) Boerenkrokus (Crocus tommasinianus)
Deze soorten zijn verwilderingsbollen, wat betekent dat ze gewoon in de grond kunnen blijven zitten en het jaar nadien opnieuw zullen bloeien. Verdelers van inheemse bloembollen zijn onder andere Ecoflora en Cruydt-Hoeck. Bloembollen kunnen overal op het terrein in de grasstroken/graslanden worden aangeplant. In de lente kunnen de bewoners ook genieten van het esthetische aspect. De technische aspecten van het aanleggen van een bollengazon worden besproken in het onderdeel ‘beheerfiches’.
Voorbeeld bollengazon (bron: Ecoflora)
23
385
6.11.
Groendak
Het groen rond de gebouwen wordt dankzij een groendak uitgebreid en biedt extra nestgelegenheid en voedselvoorziening voor zowel vogels als insecten. Elke oppervlakte met voldoende draagkracht is geschikt als draagvlak voor een groendak. Afhankelijk van de draagkracht van het platte dak, kan gekozen worden voor een intensief of een extensief beheerd groendak, of een combinatie van de twee. Extensieve daken onderscheiden zich van intensieve groendaken door de dunnere dikte van de substraatlaag. Ook worden er bij de aanleg van extensieve groendaken plantsoorten gebruikt die zichzelf makkelijk in stand houden en dus geen onderhoud vergen. De keuze van de vegetatie moet dus een permanente vegetatie waarborgen, een bloeitijd afwisselend met de jaargetijden en de bezonning, mag geen onderhoud, noch sproeien of maaien vergen en de hoogte van de traag groeiende planten blijft beperkt. Enkele voorbeelden van plantensoorten die hiervoor geschikt zijn: • Vetkruid (Sedum sp.) vb. Hemelsleutel, Tripmadam, Muurpeper… • Slangenkruid (Echium vulgare) • Gewone reigersbek (Erodium cicutarium cicutarium) • Hopklaver (Medicago lupulina) • Bieslook (Allium schoenoprasum) Enkele voorbeelden van zaadmengsels die geschikt zijn voor een groendak: • Mengsel voor groendaken2 (Ecoflora) • Dakbegroeiing3 (Cruydt-Hoecke) De mate van onderhoud bij een intensief dak ligt hoger: planten dienen bijvoorbeeld gesnoeid te worden indien nodig. Op een intensief dak kunnen dan ook plantensoorten gebruikt worden die in een gewone tuin voorkomen. Vaak zijn intensieve groendaken soortenrijker dan extensieve daken en komen naast grassen en kruidachtige planten ook struiken en (kleine) bomen voor. De keuze van planten die worden aangeplant of ingezaaid op het groene dak, is bij voorkeur streekeigen en standplaatsgeschikt. Dood hout, bijv. houtstapels en oud, vermolmd hout zoals boomstammen, fungeren als uitstekende nestplaatsen voor tal van solitaire bijensoorten en andere insecten en zijn perfect toepasbaar op een groendak. De toepassing van dood hout op een groendak verveelvoudigt de biodiversiteit, zorgt voor structuurvariatie en creëert een waardevol microhabitat en -klimaat voor insecten. Dood hout kan naast nest- en schuilvoorziening ook dienen als belangrijke voedselbron voor boomzwammen, korstmossen, schimmels en kevers. Het voorzien van dood hout levert dan ook een positieve bijdrage aan de biodiversiteit op een groendak. De vegetatie op groendaken verdampt water en maakt de onmiddellijke omgeving dus koeler, wat volgens onderzoek een positief effect heeft op de efficiëntie van zonnepanelen die worden voorzien op de daken. Zo kunnen bijvoorbeeld de zonnepanelen hoger geplaatst worden zodat er ook plantengroei onder de paneelmodules kan worden voorzien en kan het groendak dienen als ballast voor de zonnepaneelstandaard zodat geen andere bevestigingen aan het dak nodig zijn. Naast extra biodiversiteit, zorgt een groendak ook voor het bufferen van water en extra isolatie. Groendaken helpen mee het hitte-eilandeffect te verminderen en de leefomgeving beter te maken.
2 Ecoflora – C7 mengsel voor groendaken 3 Cruydt-hoeck - D2 Dakbegroeiing
386
BIJLAGE
24
6.12.
Vaste beplanting
Vanuit ecologisch standpunt wordt er altijd gekozen voor inheemse soorten. De variatie aan vormen en kleuren binnen onze inheemse planten is eindeloos, wat hen geschikt maakt voor het creëren van een inheemse bloemenborder of voor gebruik in beplantingsvakken. Op die manier kan een relatief klassiek tuinbeeld gecreëerd worden, met een hogere biodiversiteitswaarde. Er zijn leveranciers van inheems plantgoed die kant-en-klare bloemborders in hun assortiment hebben, bijvoorbeeld het bloemborderpakketten van Ecoflora (https://www.ecoflora.be/nl-nl/lijst-vanproducten/planten/inheemse-en-wilde-planten/153-kant-en-klaar-inheemse-border) of de inheemse plantpakketten van Cruydt-Hoeck (https://www.cruydthoeck.nl/tuinen/bestellen/plantpakketten/) . In het geval gekozen wordt voor sierbeplanting, raden we ten strengste af om soorten te gebruiken die vermeld staan op de lijst van invasieve exoten. Deze lijst is te raadplegen op onderstaande sites: • •
Ecopedia: https://www.ecopedia.be/pagina/uitheemse-invasieve-planten Harmonia: https://ias.biodiversity.be/species/all
Sierplanten die rijk zijn aan nectar worden liefst gekocht bij een professionele kweker van duurzaam plantgoed. Deze kwekers hebben vaak een duurzaamheidscertificaat.
25
387
Bijlage 1 Beheerfiches Bloemrijke graslanden Doel
Inrichtingsbeheer
Bloemrijke graslanden dragen bij tot een verhoogde biodiversiteit. Ze vormen een belangrijke voedselbron voor insecten, vogels en andere fauna, in de vorm van nectar, stuifmeel en zaden. Voorbereiding:
• •
Inzaaien op kale, onkruidvrije en goed doorwortelbare bodem. Verwijderen van bestaande vegetatie, wortelonkruiden verwijderen, indien nodig verdichte bodem doorbreken via grondbewerking, vals zaaibed aanleggen, bodem laten rusten (min 4 weken), bodem oppervlakkig bewerken en zaaiklaar leggen met cultivator met kruimelrol.
Voor het inzaaien van bloemenweides worden mengelingen van grassoorten, eenjarige en meerjarige kruiden gebruikt. Een geschikt zaadmengsel voor de grotere oppervlakten/plantvakken waar een bloemrijk grasland kan worden aangelegd, is volgend zaadmengsel:
• •
D1 Bloemrijk grasland 50/50 4 van Ecoflora (zaaidichtheid 5g/m²) D2 Bloemrijk grasland voor droge gronden 50/50 5 van Ecoflora (zaaidichtheid 5g/m²)
Tijdstip van inzaaien is bij voorkeur in het najaar, maar kan ook in het vroege voorjaar. Omvormingsbeheer
Niet van toepassing.
Eindbeheer
Het eerste jaar wordt enkel in oktober gemaaid, daarna 1 tot 2 keer per jaar: aan het begin van de zomer en het aan het einde van de herfst. Het maaisel wordt daarbij telkens afgevoerd. Indien een strakker uitzicht wordt gewenst, bijvoorbeeld in de buurt van infrastructuur, kunnen netheidsstroken worden gemaaid (maximum 50 centimeter breedte). Deze stroken kunnen maandelijks gemaaid worden en zorgen voor een strakker beeld van het terrein.
4 Ecoflora - D1 Bloemrijk grasland 50/50
5 Ecoflora - D2 Bloemrijk grasland voor droge gronden 50/50
388
BIJLAGE
Bollengazon Doel
Tijdens het vroege voorjaar bloeien nog maar weinig bloemen, waardoor stuifmeel en nectar zeer beperkt beschikbaar zijn. Het aanplanten van bollen van voorjaarsbloeiers helpt de wilde bijen en andere insecten deze stuifmeel- en nectararme periode te overbruggen.
Inrichtingsbeheer
Als voorjaarsbloeiers raden we volgende soorten aan:
• • •
Sneeuwklokje (Galanthus nivalis), Wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) Boerenkrokus (Crocus tommasinianus).
Bollen van voorjaarsbloeiers worden in het najaar geplant, vanaf september. Standplaatsvoorbereiding voor aanplant:
•
De grond moet voldoende luchtig zijn. De diepte van de plantput is ongeveer 3 x de breedte van de bloembol. Ook de afstand tussen de verschillende plantgaten is minstens 3 x de breedte van de bloembol.
Aanplanten:
• • •
De bloembol wordt met de punt omhoog en de bolle kant naar beneden in de plantput geplaatst. De plantput wordt opgevuld met de uitgegraven aarde en zachtjes aangedrukt. Geef onmiddellijk na het planten van de bloembollen water voor het stimuleren van de wortelvorming.
Per m² kan een aantal van 20 bloembollen geplant worden. De soorten die worden aangeraden zijn uitstekende verwilderingssoorten, wat wil zeggen dat ze winterhard zijn en elk jaar opnieuw zullen bloeien. Ook zullen ze zich spontaan vermeerderen. Omvormingsbeheer
Niet van toepassing. 27
389
Eindbeheer
Een eerste maaibeurt van de stroken bollengazon (in gazonbeheer) gebeurt wanneer de bloemen zijn uitgebloeid en het loof van de bolgewassen helemaal is vergeeld en afgestorven. Dit gebeurt meestal eind mei. Nadien kan klassiek gazonbeheer uitgevoerd worden, waarbij 2 maal per maand gemaaid kan worden, of ecologisch beheer met 2 maaibeurten per jaar.
Nectarrijke gazons Doel
Klassieke gazons zijn nectar- en soortenarm. Doelgericht bijzaaien met bloeiende soorten die kunnen overleven in frequent gemaaide situaties verhoogd de biodiversiteitswaarde van de gazons.
Inrichtingsbeheer
Inzaaien met een zadenmengsel voor deze specifieke situatie (bv. bloemenmengsel ‘nectar onder het maaimes’ van Cruydt-Hoeck en ‘Biodivers gazon’ van Ecoflora). Soorten die intensief maaibeheer (gazonbeheer) kunnen verdragen zijn onder andere:
• • • • • • • • • • •
Madeliefje (Bellis perennis) Pinksterbloem (Cardamine pratensis) Klein streepzaad (Crepis capillaris) Gewone reigersbek (Erodium cicutarium) Gewone rolklaver (Lotus corniculatus) Smalle weegbree (Plantago lanceolata) Gewone brunel (Prunella vulgaris) Kruipende boterbloem (Ranunculus repens) Kleine klaver (Trifolium dubium) Rode klaver (Trifolium pratense) Witte klaver (Trifolium repens)
Zadenmengsel wordt meegezaaid met reguliere gazongrasmengsels. Gemiddeld 1 tot maximaal 2 gram per m2. Circa 25% minder graszaad toepassen dan gebruikelijk. Algemene tips inzaaien: zie “Bloemrijke graslanden” 28
390
BIJLAGE
Omvormingsbeheer
Niet van toepassing.
Eindbeheer
Gazonbeheer met maximaal eens per drie à vier weken maaien.
29
391
Houtkanten en bomen(rijen) Doel
Opgaande groenstructuren vormen voedsel voor fauna door de beschikbaarheid van stuifmeel, nectar, bessen en zaden. Door periodiek de houtkanten af te zetten, ontstaat er dichtbegroeide struwelen waar fauna zich kan verschuilen en kan nestelen. Bovendien zorgen ze voor schaduw en verdamping, waardoor ze bijdragen aan een koelere en dus leefbaardere omgeving.
Inrichtingsbeheer
Bij het aanplanten worden bij voorkeur inheemse soorten gebruikt. Standplaatsgeschikte soorten die ook geschikt zijn voor hakhoutbeheer in de houtkanten zijn: • Meidoorn (Crataegus monogyna) • Sporkehout (Rhamus fragula) • Hazelaar (Corylus avellana) • Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Gewone vlier (Sambucus nigra) • Sleedoorn (Prunus spinosa) • Boswilg (Salix caprea) • Zwart els (Alnus glutinosa) • Wilde liguster (Ligustrum vulgare) Vooral Sporkehout, dat een lange periode nectar produceert en een waardplant is voor vlindersoorten als Citroenvlinder en Boomblauwtje en wilgensoorten die al heel vroeg op het jaar nectar voorziet, zijn waardevolle soorten voor een houtkant. Planttijdstip: • Bomen met naakte wortel moeten geplant worden tijdens hun winterrust (half november – begin april). Voor de meeste loofbomen betekent dit nadat ze alle bladeren hebben verloren en voor ze opnieuw uitlopen. • Niet planten tijdens zeer natte periodes of een vorstperiode. • Globaal gezien is een najaarsaanplant gunstiger voor een boom. Nazorg eerste jaar: • Geef de bomen (zeker in droge periodes) gedurende zeker het eerste jaar (eventueel ook het 2e jaar) na aanplant zeer regelmatig water. • Planten die niet goed groeien of afgestorven zijn, dienen vervangen te worden zodat de houtkant aaneengesloten blijft en zijn breedte behoudt. 30
392
BIJLAGE
Omvormingsbeheer
De bomen moeten vrijgesteld worden en blijven van onkruid, om zo onkruiddruk te voorkomen.
Eindbeheer
Hakhoutbeheer is een bedrijfsvorm uit de bosbouw, waarbij loofboomsoorten regelmatig aan de grond worden afgezet. De slapende knoppen aan de overgebleven stroken lopen vervolgens weer uit (strokopslag) zodat meerdere stammen gevormd worden. Sommige soorten schieten ook talrijk terug op uit de wortels. De tijd tussen twee kappingen noemt met de omlooptijd. Nieuw hakhout (recente aanplant of heraanplant) wordt best de eerste maal afgezet 4-5 jaar na aanplanting. Het hout wordt afgezet op variabele hoogte tussen 10-30cm boven de grond. Vervolgens wordt het hakhout om de 12 jaar afgezet. Enkele bomen kunnen eventueel gevrijwaard blijven tijdens terugzetten, zodat ze kunnen uitgroeien tot opgaande bomen die boven de hakhoutlaag uitsteken (middelhoutbeheer). Dit zorgt voor extra structuur en dus meer biodiversiteit. Het afzetten van een houtkant gebeurt tijdens de periode waarin de sapstroom stilvalt van begin november tot eind februari. Deze periode valt voor het broedseizoen, waardoor de nesten van vogels gespaard blijven. Kappingen worden niet uitgevoerd bij grote koude. Solitaire bomen dienen slechts beheerd te worden in functie van veiligheid.
31
393
Faunabosjes of Tiny forests Doel
Faunabosjes zijn dichte houtgewassen die voedsel bieden voor fauna door de beschikbaarheid van stuifmeel, nectar, bessen en zaden, en zorgen voor beschutting waarin zich kunnen verschuilen. Ze vormen stapstenen in een verstedelijkt landschap waarlangs soorten zich kunnen verplaatsen. Bovendien hebben ze een koelend effect op de omgeving en dragen bij aan het mentale welzijn van bewoners. Door hun beperkte oppervlakte zijn ze zeer makkelijk inpasbaar in projectontwikkelingen.
Inrichtingsbeheer
Het inrichtingsbeheer is zeer sterk gelijkaardig aan dat van houtkanten. De reeds vermelde soorten bij de houtkanten worden ook hier gebruikt, maar waarbij alle soorten een gelijkaardig aandeel krijgen. Spork wordt vaak en voornamelijk langs de randen gebruikt omwille van zijn enorme nectarproductie. De afmetingen van de bosjes kan variëren van 3x3meter tot 10x10m, afhankelijk van de beschikbare ruimten. De plantafstand tussen het gebruikte bosgoed is 1x1 meter.
Omvormingsbeheer
Niet van toepassing.
Eindbeheer
Ook het beheer van de faunabosjes volgt dat van de nieuwe houtkanten, waarbij hakhoutbeheer met een omlooptijd van 12 jaar wordt ingesteld. Kleine bosjes worden in hun geheel afgezet om de 12 jaar, grotere bosjes worden om de 6 jaar voor de helft afgezet. Centraal in de faunabosjes kunnen 1 of enkele bomen gevrijwaard worden van hakhoutbeheer. Deze kunnen uitgroeien boven de dense struiklaag.
32
394
BIJLAGE
Natuurvriendelijk oevers en wadi’s Natuurvriendelijk ingerichte oevers en wadi’s dragen bij tot een verhoogde lokale biodiversiteit. Vlinders, bijen, libellen en vogels kunnen profiteren van de nectar, de aanwezigheid van kleine insecten en de waterrijke elementen. Doel
Waterrijke elementen verlagen ook de hitte stress, waardoor leefbaarheid voor fauna en flora verhoogd wordt, dus ook voor de mens.
Inrichtingsbeheer
Voor het aanleggen van een wadi worden wegen en daken afgekoppeld van de riolering. Via greppels en bovengrondse goten wordt het water naar de wadi geleid. Wadi’s zijn ondiep (30 à 40 cm) en hebben oevers met een lage hellingsgraad. Ze bestaat uit verschillende lagen: • De toplaag: deze laag heeft een zuiverende functie • Een ondergrondse infiltratievoorziening, zoals bv. een grindkoffer (anti-worteldoek en grind): zorgt voor een gemakkelijke infiltratie van het hemelwater in de bodem. • Een rechtstreekse verbinding tussen de top en de infiltratievoorziening, nl. de slokkop. Vegetatie rond wadi’s of andere waterrijke elementen kan spontaan ontstaan, al duurt dit vaak lang. Daarom gaat het sneller om inheemse (oever)vegetatie rondom de wadi’s aan te planten. Volgende inheemse planten kunnen gebruikt: • In de natte delen: helofyten zoals Grote lisdodde, Riet,… • Aan de oever: Gele lis, Grote kattenstaart, Moerasandoorn, Wilde Bertram, Wolfspoot, Grote wederik, Moerasrolklaver en Penningkruid. Deze soorten zijn bestand tegen een variabele bodemvochtigheid. • Boomsoorten die aangeplant kunnen worden: Zwarte els, boswilg, schietwilg,… Cruydt-Hoeck biedt een plantenpakket met streekeigen soorten aan dat geschikt is voor aanplant rondom een wadi: https://www.cruydthoeck.nl/plantenpakket-oever-hoeckje-hoog. Indien een lage vegetatie de voorkeur krijgt, kan rond de water een zaadmengsel met soorten voor vochtige standplaatsen ingezaaid worden. Voorbeelden van zaadmengsels die gebruikt kunnen worden zijn:
•
‘D5 Bloemrijk grasland voor oevers’ van ecoflora (https://www.ecoflora.be/nl-nl/d/product-detail/18956-d5-bloemrijk-grasland-
voor-oevers-70-30)
33
395
• •
‘D4 Bloemrijk grasland overstromingsgebieden’ van Ecoflora (https://www.ecoflora.be/nl-nl/d/product-detail/18955-d4-bloemrijkgrasland-overstromingsgronden-70-30). ‘W2 Wadi – zware grond’ van Cruydt-Hoeck (https://www.cruydthoeck.nl/w2-wadi-zware-grond-zakje-voor-15-25m2)
Er wordt liefst zo min mogelijk gebruik gemaakt van niet-natuurlijke elementen zoals folie, schanskorven,… Omvormingsbeheer
Niet van toepassing.
Eindbeheer
Eventueel kan afgestorven plantenmateriaal jaarlijks worden verwijderd.
34
396
BIJLAGE
Groendak Doel
Groendaken bieden extra stuifmeel en pollen voor bestuivers. Habitatcreatie voor ev. solitaire bijen en honingbijen.
Inrichtingsbeheer
Inrichting door gespecialiseerde firma. Toezicht houden op het maken van ecologische plantkeuzes.
Omvormingsbeheer
Niet van toepassing.
Eindbeheer
Jaarlijkse inspectie op groei van pionierssoorten met agressieve wortels zoals zaailingen van o.a. berk en wilg. Eventueel verdroogde en ingewaaide bladval opruimen (niet noodzakelijk).
Bijenhotels Doel
Voor het goed functioneren van een ecosysteem zijn (wilde) bijen essentieel. Wilde bijen vormen geen kolonies, maar leven solitair en schuilen in kleine gaatjes in bomen en planten. Door een bijenhotel te plaatsen wordt het aantal nestholtes vergroot, wat een positief effect heeft op de populatie wilde bijen en dus ook het functioneren van het ecosysteem.
Maatregelen
Een goed bijenhotel moet aan veel voorwaarden voldoen voor zijn kwetsbare gasten, het is dus belangrijk dat het hotel kwaliteitsvol is en professioneel wordt gebouwd. Gebruik zeker geen verf of vernis op het bijenhotel. Door een logo aan te brengen in vb. hout, kan het hotel een mooi uithangbord worden voor het bedrijf. Een hotel staat best op een open plek met weinig schaduw en zuidelijk georiënteerd. Het hotel moet voldoende hoog van de grond geplaatst worden van de grond, omdat de kans bestaat om verstoord te worden door predatoren en opspattend vocht. Plaats een bijenhotel bij voorkeur zo dicht mogelijk bij een voedselbron (bloemenrijk grasland,…) zodat de afstand tussen nestplaats en voedselbron niet meer dan enkele tientallen meters bedraagt. Een bijenhotel kan gecombineerd worden met nest- en schuilplaatsen voor vleermuizen, vogels en andere fauna in een biodiversiteitstoren. Schoonmaken van een bijenhotel is niet nodig.
Opvolging
Indien er geen activiteit aan de nestkast wordt waargenomen gedurende meer dan een jaar, dient het hotel te worden vervangen.
35
397
Bijlage 2 Timing en aanleg / beheer Timing van de aanleg/inrichting en het beheer/onderhoud van de maatregelen die genomen worden ter verbetering van de ecologische waarde op het terrein, staan weergegeven in onderstaande tabel: JAN
FEB
MA
APR
MEI 1
1
JUN 1
1
JUL 1
1
AUG 1
1
SEP 1
J
OKT
NOV
J
J
J
J
1
1
1
J
J
J
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
MAATREGEL
1
1
AANLEG BLOEMRIJKE GRASLANDEN
J
J
MAAIEN BLOEMRIJKE GRASLANDEN 1
1
DEC
1
1
1
1
1
1
AANLEG HOUTIGE VEGETATIE
J
J
J
J
J
J
ONDERHOUD HOUTIGE VEGETATIE
1
1
1
1
1
1
AANLEG VAN FAUNA-INFRASTRUCTUUR*
J
J
J
J
ONDERHOUD FAUNA-INFRASTRUCTUUR
1: Eenmalige maatregel tijdens het eerste jaar J: Jaarlijkse maatregel * Deze maatregelen zijn niet afhankelijk van de seizoenen, maar moeten tijdens het eerste jaar worden uitgevoerd. -
RIJPLATEN / TIJDELIJKE VERHARDING OM BODEMVERDICHTING TE VERMIJDEN. WERFZONES AFBAKENEN: BESTAANDE VEGETATIE EN WORTELZONES BESCHERMEN. GEEN OPSLAG VAN GROND OF MATERIALEN OP VEGETATIE OF BOOMZONES. STAMBESCHERMING BIJ BOMEN, WORTELZONES VRIJHOUDEN. LEKVRIJ WERKEN: OPVANG VOOR OLIE, BRANDSTOF, CEMENTRESTEN.
36
398
BIJLAGE
399
6 6.1
Sociale dienstverlening Mentimeter
Overzicht van de resultaten van de digitale bevraging via een mentimeter rond gemeenschappelijke opleidingen op het infomoment toekomstbeelden voor de aanwezige ondernemers.
400
BIJLAGE
401
402
BIJLAGE
403
6.2 Omgevingsanalyse
Omgevingsanalyse Veurne: Managementsamenvatting 1. Bevolking Op 1 januari 2025 telde Veurne volgens de officiële statistieken van Statbel 12.564 inwoners. Tussen 2010 en 2025 groeide het aantal inwoners met 898. De procentuele groei in deze periode (+7,7%) is groter dan in de referentieregio Westhoek (+2,7%) en groter dan in West-Vlaanderen (+6,2%). Volgens de bevolkingsprojecties van Statistiek Vlaanderen zal de bevolking in Veurne naar schatting 13.216 inwoners bedragen in 2035. De groei van de bevolking wordt bepaald door de natuurlijke aangroei (verschil tussen aantal geboorten en aantal sterfgevallen), enerzijds, en migraties (verschil tussen immigraties en emigraties), anderzijds. In Veurne werden in 2024 104 personen geboren en stierven er 191. Het natuurlijk saldo bedroeg dus -87. Het migratiesaldo met het buitenland (immigratie vanuit het buitenland naar Veurne min emigratie vanuit Veurne naar het buitenland) bedroeg 35 in 2024. Het migratiesaldo met andere Belgische gemeenten (immigratie vanuit een andere Belgische gemeente naar Veurne min emigratie vanuit Veurne naar een andere Belgische gemeente) bedroeg 87 in 2024. Een groei van de bevolking betekent ook een toename van het aantal inwoners per km². Momenteel bedraagt de bevolkingsdichtheid in Veurne 129 inwoners per km². In 2010 was dat nog 120 inwoners per km². De bevolkingsdichtheid ligt in Veurne lager dan in de referentieregio Westhoek (175 inwoners per km²) en lager dan in West-Vlaanderen (386 inwoners per km²). Over een langere periode – namelijk 1990-2025 – beschouwd, zien we dat het aantal jongeren (0-17 jaar) in Veurne afneemt. De afname bedraagt 17,2% over de periode 1990-2025. De actieve bevolking tussen 18 en 64 jaar kende in die periode een toename met 3,6%. De grootste evolutie zien we echter bij de 65-plussers. Hun aantal nam tussen 1990 en 2025 toe met 83,8%. Het gevolg van deze evoluties is dat het aandeel jongeren en het aandeel inwoners op arbeidsleeftijd in de totale bevolking afnemen, en dat het aandeel 65-plussers toeneemt. 26,9% van de inwoners van Veurne is momenteel 65 jaar of ouder, 17,1% is jonger dan 18 jaar en 56,0% is tussen 18 en 64 jaar. Het aantal inwoners met een niet-Belgische (geboorte)nationaliteit en/of herkomst is gestegen in Veurne. Tussen 1990 en 2025 neemt het aandeel inwoners met een niet-Belgische huidige nationaliteit toe van 1,1% naar 4,5%. Het aandeel inwoners met een niet-Belgische geboortenationaliteit stijgt van 1,8% in 1990 tot 7,6% in 2025. Het aandeel inwoners met een niet-Belgische herkomstnationaliteit stijgt van 2,4% in 1990 naar 11,3% in 2025. Het huidig percentage inwoners met een niet-Belgische herkomstnationaliteit ligt hiermee lager dan in de referentieregio Westhoek en lager dan in WestVlaanderen.
2. Huishoudens Op 1 januari 2025 telde Veurne volgens de officiële statistieken van Statbel 5.806 huishoudens. De groei van het aantal huishoudens tussen 2010 en 2025 (+21,1%) is groter dan de groei van het aantal inwoners (+7,7%). De gemiddelde gezinsgrootte neemt hierdoor af en bedraagt momenteel 2,13 inwoners per gezin. De daling van de gemiddelde gezinsgrootte is vooral het gevolg van de toename van de eenpersoonshuishoudens. Tussen 2010 en 2025 zijn er 775 eenpersoonshuishoudens bijgekomen. Dit 1
404
BIJLAGE
is een toename met 57,4%. Het aantal tweepersoonshuishoudens nam toe met 21,5%. Momenteel bestaat 72,2% van de huishoudens in Veurne uit één (36,7%) of twee (35,5%) personen. Het aandeel huishoudens van 3 personen of meer is gedaald van 36,3% in 2010 tot 27,8% in 2025. Naast alleenwonenden nemen ook eenoudergezinnen een steeds groter aandeel van het totaal aantal gezinnen voor hun rekening. Van alle gezinnen met kinderen in Veurne is momenteel 21,1% een eenoudergezin met minstens één minderjarig kind. In 2010 was dit aandeel 16,2% en in 1990 slechts 4,9%. Er zijn ook steeds meer huishoudens in Veurne waar er één of meerdere personen een niet-Belgische herkomst hebben. Van alle alleenwonenden in Veurne heeft 6,4% een niet-Belgische herkomst. In de referentieregio Westhoek is dat 8,1% en in West-Vlaanderen 9,5%. Van de meerpersoonshuishoudens in Veurne bestaat 87,2% momenteel uit gezinsleden met allemaal de Belgische herkomst. In 3,4% van de meerpersoonshuishoudens hebben alle gezinsleden een niet-Belgische herkomst en in 9,4% van de gezinnen zijn er gezinsleden met, en gezinsleden zonder Belgische herkomst.
3. Ruimte De oppervlakte ruimtebeslag – dit is alle ruimte die ingenomen wordt voor menselijke activiteiten – in Veurne bedraagt 1.302 ha of 13,4% van de totale oppervlakte (cijfers 2022). Open ruimte – dit is ruimte die niet is ingenomen door ruimtebeslag (akker, bos, grasland, struikgewas, braakliggend en duinen, water en moeras) – neemt 86,6% van de totale oppervlakte in. In absolute cijfers is er 77 ha ruimtebeslag bijgekomen t.o.v. 2013. Dat komt neer op een gemiddelde groei van 0,04 ha ruimtebeslag per dag in de periode 2013 t.e.m. 2019. Transportinfrastructuur neemt met 32,4% het grootste deel in van het ruimtebeslag. Huizen en tuinen is de tweede grootste categorie met 30,6% van het totale ruimtebeslag. De invulling van de open ruimte in Veurne wordt gedomineerd door de oppervlakte akker [2022] (76,5%) en de oppervlakte grasland [2019] (21,1%). Een belangrijk onderdeel van ruimtebeslag is verharding. Verharding staat gelijk aan afdekking van de bodem met kunstmatige materialen. Concreet gaat het voornamelijk over gebouwen, wegen, parkeerterreinen en terrassen. Vlaanderen is één van de meest verharde gebieden van Europa. Dit leidt onder meer tot een groter risico op overstromingen, minder waterinfiltratie en -berging, hitteproblemen in stads- en dorpskernen, minder CO₂-opslag door planten en de bodem, en een verlies aan biodiversiteit. Bovendien blijft de verharding toenemen. De recentst beschikbare cijfers (2023) tonen aan dat 7,8% van de totale oppervlakte in Veurne verhard is tegenover 9,1% van de oppervlakte in de referentieregio Westhoek en 15,1% van de oppervlakte in WestVlaanderen. Bekijken we de verharding ten opzichte van het ruimtebeslag, dan zien we dat het ruimtebeslag in Veurne uit 52,6% verharde oppervlakte bestaat (cijfers 2022). In de referentieregio Westhoek zien we een percentage van 49,7% en in West-Vlaanderen van 53,3%. Binnen verharding kunnen we kijken naar de evolutie van bebouwing. Van de totale oppervlakte in Veurne is in 2025 243 ha (of 2,5%) ingenomen door gebouwen. Het kan hier zowel gaan om woongebouwen, commerciële gebouwen of andere. In 2023 telde Veurne 874 ha bebouwde percelen. Dat is 13,2% meer dan 10 jaar eerder. In Veurne zijn er 213 onbebouwde percelen te vinden die woningen en aanverwante functies toelaten. Het gaat om een totale oppervlakte van 35 ha in 2019. In die cijfers zijn ook de woonuitbreidingsgebieden inbegrepen. Voor de leefbaarheid en het welzijn van de inwoners is toegankelijke groene ruimte belangrijk. Hoeveel ruimte is er voor gezinnen om te ontspannen in het groen en dit in de nabijheid van hun woonplaats? We kunnen toegankelijke groengebieden indelen in vijf typologieën:
2
405
buurtgroen: groter dan 0,2 ha; wijkgroen: groter dan 10 ha; stadsdeelgroen: groter dan 30 ha; stadsgroen: groter dan 60 ha; stadsbos: groter dan 200 ha. In 2019 neemt buurtgroen 1,3% van de oppervlakte in Veurne en 8,5% van de oppervlakte in de referentieregio Westhoek in. In West-Vlaanderen is dat 9,9%. Wat het wijkgroen betreft, gaat het om 0,5% van de oppervlakte in Veurne versus 7,3% in de referentieregio Westhoek en 8,0% in WestVlaanderen. Het stadsdeelgroen bestrijkt 0,4% van de totale oppervlakte in Veurne, t.o.v. 6,8% in de referentieregio Westhoek en 7,3% in West-Vlaanderen. Stadsgroen neemt 0,0% van de totale oppervlakte in Veurne in en 6,2% in de referentieregio Westhoek. In West-Vlaanderen is dat 6,6%. Stadsbos tenslotte maakt 0,0% van de totale oppervlakte uit in Veurne, t.o.v. 4,9% in de referentieregio Westhoek en 5,1% in West-Vlaanderen. Verder blijkt dat 64,4% van de inwoners van Veurne in de nabijheid – binnen de 400 meter – van buurtgroen woont. In de referentieregio Westhoek ligt dit percentage op 77,3%, in West-Vlaanderen op 84,4%.
4. Wonen Op 1 januari 2024 telde Veurne 6.469 woongelegenheden. Het aantal woongelegenheden is in de periode 2018-2024 toegenomen met 10,7%. De evolutie in Veurne is sterker dan de evolutie in de referentieregio Westhoek en sterker dan die in West-Vlaanderen. 22,1% van de woongelegenheden zijn appartementen. Dit aandeel is stijgend. Het aandeel appartementen is lager in Veurne dan in de referentieregio Westhoek (39,0%) en lager dan in WestVlaanderen (33,4%). 40,4% van de eengezinswoningen in Veurne is een gesloten bebouwing, 27,5% een halfopen bebouwing en 30,6% een open bebouwing. De referentieregio Westhoek kent een kleiner aandeel woningen in gesloten bebouwing (27,6%), een kleiner aandeel woningen in halfopen bebouwing (26,5%) en een groter aandeel woningen in open bebouwing (44,8%). West-Vlaanderen kent een kleiner aandeel woningen in gesloten bebouwing (35,2%), een groter aandeel woningen in halfopen bebouwing (28,0%) en een groter aandeel woningen in open bebouwing (35,6%). De mediaanprijs voor een huis in gesloten of halfopen bebouwing bedraagt in Veurne 281.500 euro (cijfers 2024). Voor een huis in open bebouwing betaalt men 401.000 euro. De mediaanprijs van een appartement bedraagt 266.000 euro. Er zijn geen mediaanprijzen beschikbaar voor de referentieregio Westhoek. In West-Vlaanderen ligt de mediaanprijs voor een huis in gesloten of halfopen bebouwing lager, namelijk op 260.000 euro. De mediaanprijzen van huizen in open bebouwing en appartementen liggen in West-Vlaanderen op respectievelijk 400.000 euro en 242.500 euro. Tussen 2010 en 2024 zien we in Veurne een toename in de mediaanverkoopprijs van huizen in open bebouwing met 35,9%. Voor huizen in gesloten of halfopen bebouwing bedraagt de stijging 116,5%. Er waren te weinig verkopen om de evolutie van de mediaanprijs van een appartement te bepalen. Voor West-Vlaanderen bedragen deze percentages respectievelijk 50,9%, 58,5% en 48,8%. 65,8% van de huishoudens in Veurne is eigenaar en 34,2% is huurder van zijn woning. In de referentieregio Westhoek is 29,2% huurder, in West-Vlaanderen 30,6%. Op 1 januari 2023 telde Veurne 577 sociale huurwoningen. Tussen 2013 en 2023 is het aantal sociale huurwoningen in Veurne met 17,0% gestegen. In de referentieregio Westhoek is het aantal sociale huurwoningen in dezelfde periode toegenomen met 12,8%, in West-Vlaanderen met 19,5%. 10,2% van de huishoudens in Veurne woont in een sociale huurwoning. Dit aandeel is hoger dan het gemiddelde in de referentieregio Westhoek (6,1%). In West-Vlaanderen woont 6,7% van de huishoudens in een sociale huurwoning. In 2025 stonden in Veurne 362 unieke gezinnen op een wachtlijst van 3
406
BIJLAGE
een sociale huisvestingsmaatschappij. Dit is 6,3% van het totaal aantal particuliere huishoudens. In de afgelopen jaren zien we een stagnering van het aantal gezinnen dat op een wachtlijst van een sociale huisvestingsmaatschappij staat.
5. Klimaat In Veurne is er in 2023 een daling van de CO₂-uitstoot met 12,3% (-16.927 ton) t.o.v. 2011. De grootste daling in absolute cijfers (-6.518 ton) in die periode stellen we vast in de sector huishoudens, de sector particulier en commercieel vervoer (-5.422 ton) en de tertiaire sector (-2.221 ton). In de referentieregio Westhoek daalt de CO₂-uitstoot tussen 2011 en 2023 met 13,5%, in West-Vlaanderen met 17,8%. De totale productie van hernieuwbare elektriciteit in 2023 op het grondgebied van Veurne wordt geschat op 24.894 MWh. Dit komt overeen met 22,6% van het totale elektriciteitsverbruik in Veurne. Dankzij deze lokale groenestroomproductie werd een CO₂-emissie van 5.502 ton vermeden. Het totaal geïnstalleerd vermogen aan PV-installaties in Veurne bedraagt 29,97 MW (1 januari 2025). Er is nog veel plaats voor zonnepanelen. In Veurne wordt geschat dat nog maar 8,2% van het zonnepotentieel van de daken benut is. Voor de referentieregio Westhoek is dit 5,7%, in West-Vlaanderen 6,5%. Veurne telt momenteel geen grote windturbines. De referentieregio Westhoek heeft 15 windmolens, West-Vlaanderen heeft er 121. De productie van hernieuwbare warmte via warmtepompen, zonneboilers en warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) in Veurne neemt toe van 295,72 MWh in 2011 tot 2.058 MWh in 2020 (+596,0%). Dankzij deze productie van hernieuwbare warmte werd in 2020 een CO₂emissie van 471 ton vermeden.
6. Natuur In 2024 is in Veurne 0,00 ha van het grondgebied als Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en 0,00 ha als natuurverwevingsgebied afgebakend. Dat is 0,0% respectievelijk 0,0% van het totale grondgebied. Gemiddeld is 2,5% van de totale oppervlakte in de referentieregio Westhoek als VEN en is 0,5% van de oppervlakte in de referentieregio Westhoek als natuurverwevingsgebied afgebakend, in West-Vlaanderen bedragen deze percentages respectievelijk 3,4% en 1,0%. Vlaanderen zet ook in op de Europese natuurdoelen door de afbakening van speciale beschermingszones (SBZ). In Veurne is 0,00 ha of 0,0% van de totale oppervlakte afgebakend als speciale beschermingszone (SBZ). In de referentieregio Westhoek is 8,2% van de totale oppervlakte afgebakend als speciale beschermingszone, in West-Vlaanderen is dat 8,2% van de totale oppervlakte. Volgens de Biologische Waarderingskaart (BWK), een wetenschappelijke kartering van vegetaties, bodembedekking en kleine landschapselementen op het Vlaams grondgebied, telt Veurne 11,55 ha zeer waardevol ecotoop, 205,64 ha complex waardevol en zeer waardevol ecotoop en 351,72 ha waardevol ecotoop. Dit betekent dat 5,9% van het totale grondgebied van Veurne onder de labels ‘biologisch waardevol’, ‘biologisch zeer waardevol’ of een complex van beide valt. Gemiddeld is in de referentieregio Westhoek 12,0% van de totale oppervlakte ‘biologisch waardevol’, ‘biologisch zeer waardevol’ of een complex van beide, in West-Vlaanderen 11,8%. De BWK kan gebruikt worden om specifieke gebieden omwille van de aanwezige fauna als ‘faunistisch belangrijk gebied’ aan te duiden. In Veurne is 0,7% van de totale oppervlakte geklasseerd als ‘faunistisch belangrijk gebied’; in de referentieregio Westhoek is dat 9,4%, in West-Vlaanderen 9,4%. 0,7% van de totale oppervlakte in Veurne heeft een natuurbeheerplan. In de referentieregio Westhoek is dit 4,3%, in West-Vlaanderen 4,2%.
4
407
In 2013 telde Veurne 345 ha groene ruimte in het ruimtebeslag of 28,3% van het ruimtebeslag. Het gaat onder andere om tuinen en ingesloten stukjes groen of onbebouwde ruimte binnen het ruimtebeslag. In 2022 was deze oppervlakte gestegen tot 375 ha of 28,8% van het ruimtebeslag. In 2013 bedroegen deze percentages 36,6% voor de referentieregio Westhoek en 38,5% voor West-Vlaanderen, in 2022 36,7% respectievelijk 35,5%. Van de totale oppervlakte in Veurne is 7,2% bedekt met bomen, gras en struiken. In de referentieregio Westhoek is dit 12,4%, in West-Vlaanderen 17,4%.
7. Water In Vlaanderen geldt een verplichting om huishoudelijk afvalwater te zuiveren. Het meeste afvalwater wordt afgevoerd via riolen en collectoren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie waar het water wordt gezuiverd. In 2024 bedraagt de zuiveringsgraad – het percentage inwoners aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie – in Veurne 82,9%. Voor het oppompen van meer dan 500 m³/jaar grondwater is een omgevingsvergunning nodig. In Veurne zijn er 124 vergunde grondwaterwinningen voor een totaal van 647.756 m³/jaar of gemiddeld 5.224 m³ per bedrijf per jaar. Het gemiddelde voor de referentieregio Westhoek bedraagt 7.306 m³ per bedrijf per jaar, voor West-Vlaanderen 12.874 m³ per bedrijf per jaar. Voor winningen waarbij uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt en winningen van minder dan 500 m³/jaar voor uitsluitend huishoudelijke toepassingen geldt enkel een meldingsplicht. In Veurne zijn er 38 gekende grondwatergebruikers in 2021. Hiervan zijn 31 woningen wel aansluitbaar op het leidingwaternetwerk en zijn 7 grondwatergebruikers niet aansluitbaar. Veurne telt 6,93 gekende grondwatergebruikers per 1.000 huishoudens in 2021; dit is minder dan in de referentieregio Westhoek (25,00) en minder dan in West-Vlaanderen (26,29). Gemeenten met een hoog huishoudelijk grondwatergebruik hebben vaak een lager leidingwatergebruik. Een alleenstaande in Vlaanderen gebruikt gemiddeld 101 liter leidingwater per dag (2022). Voor een alleenstaande in Veurne bedraagt dit 82 liter per dag. Veurne heeft 2,8% oppervlakte effectief overstroombaar gebied (2019). Plaatsen aangeduid als ‘effectief overstromingsgevoelig gebied’ kennen in het huidig klimaat al een middelgrote kans op overstroming of hebben in het verleden al te maken gekregen met overstromingen. Het gaat over 276 ha met mogelijke schade aan landbouw, natuur en infrastructuur. 5,6% van de inwoners van Veurne woont in of bij effectief overstromingsgevoelig gebied (2021). Dit aandeel is hoger dan in de referentieregio Westhoek (4,2%) en hoger dan in West-Vlaanderen (2,8%).
8. Land- en tuinbouw In 2025 heeft 92,0% van de oppervlakte in Veurne bestemming agrarisch gebied tegenover 85,9% van de oppervlakte in de referentieregio Westhoek en 73,5% in West-Vlaanderen. Het geregistreerd landbouwgebruik neemt in Veurne 83,0% van de totale oppervlakte in (2025) en in de referentieregio Westhoek 76,3% van de totale oppervlakte, in West-Vlaanderen 64,4%. In 2001 waren er in Veurne 258 landbouwbedrijven. Dit aantal evolueerde tot 184 bedrijven in 2024. Dit komt neer op een afname met 28,7%. In de referentieregio Westhoek daalde het aantal bedrijven met 34,9% en in West-Vlaanderen met 40,4%. In 2023 zijn er in Veurne 153 beroepsmatige landbouwbedrijven – bedrijven met een standaard opbrengst van minstens 25.000 euro – en 30 kleine landbouwbedrijven. Dit betekent dat 83,6% van de bedrijven beroepsmatig is, terwijl dat in de referentieregio Westhoek 80,4% is en in West-Vlaanderen 77,5%.
5
408
BIJLAGE
Veurne telt 3 biologische landbouwbedrijven. De referentieregio Westhoek telt er 58 en WestVlaanderen 157. Volgens de landbouwtyperingskaart van 2020 wordt Veurne getypeerd volgens het bedrijfstype ‘-’. De oppervlakte landbouwgrond wordt ingedeeld in vier grote teeltgroepen. 72,3% van de oppervlakte landbouwgebruik in Veurne wordt ingenomen door akkerbouw, 20,5% door grasland, 5,7% door tuinbouw en 1,5% door overige (gebouwen, bos, onbekend, andere). Bekijken we de veestapel, dan stellen we vast dat er in Veurne een afname is van het aantal runderen van 12.341 in 2014 naar 12.276 in 2024 (-0,5%). In de referentieregio Westhoek is er een daling van 4,9%, in West-Vlaanderen een daling van 10,1%. Het gemiddeld aantal varkens in Veurne daalde van 75.820 varkens in 2014 tot 65.454 in 2024, wat een afname met 13,7% betekent. In de referentieregio Westhoek was er in diezelfde periode een afname met 13,2%, in West-Vlaanderen een afname van 19,1%. Het gemiddeld aantal kippen in Veurne steeg van 768.995 in 2014 naar 972.403 in 2024. Dit is een toename met 26,5%. In de referentieregio Westhoek bedraagt de toename 60,8%, in West-Vlaanderen is er een toename van 38,5%. In 2024 zijn er in Veurne 8 hoeveproducenten actief. Dat aantal is gedaald in vergelijking met 2014, toen er 9 hoeveproducenten waren (-11,1%). In de referentieregio Westhoek zijn er momenteel 82 hoeveproducenten (+3,8%), in West-Vlaanderen zijn er 296 (+19,8%). Er zijn ook 4 zorgboerderijen in Veurne (2024), terwijl er in de referentieregio Westhoek 65 zijn en in West-Vlaanderen 220.
9. Mobiliteit en verkeersveiligheid Cijfers van de Gemeente- en Stadsmonitor tonen dat de auto over het algemeen nog steeds het meest gebruikte vervoersmiddel is voor woon-werkpendel. Voor verplaatsingen tijdens de vrije tijd kiest men vaker om dit te voet of met de fiets te doen dan wanneer het om woon-werkverplaatsingen gaat. Toch wordt de auto ook in de vrije tijd nog het meest gebruikt. In een huishouden in Veurne zijn er in 2024 gemiddeld 1,06 wagens tegenover 1,13 in de referentieregio Westhoek en 1,10 in West-Vlaanderen. Voor een vlotte en efficiënte mobiliteit is een degelijke infrastructuur van groot belang. De beschikbare registratiecijfers over mobiliteitsinfrastructuur zijn tot op heden beperkt. Enkel over het aantal laadpalen, het aantal meter fietssnelweg (en de kwaliteit ervan) en de nabijheid van mobiliteitsmogelijkheden beschikken we over cijfers. Veurne beschikt momenteel (2025) over 113 publieke laadpalen voor elektrische auto’s. Veurne beschikt over ongeveer 22 km fietssnelweg. 17 km (of 75,3%) is befietsbaar, - km is niet befietsbaar met alternatief, 2 km is niet befietsbaar zonder alternatief en van 3 km is de befietsbaarheid en/of het alternatief onbekend. 59,6% van het totaal aantal km fietssnelweg is verlicht en 12,5% is autoluw. 58,2% van alle inwoners in Veurne woont in een buffer van 200 meter rond een treinstation of halte openbaar vervoer. In de referentieregio Westhoek bedraagt dit percentage 52,4%, in West-Vlaanderen 56,0%. In tellen we in Veurne ? verkeersongevallen met letsel. Het gaat om ? ongevallen per 1.000 inwoners. Het aantal ongevallen met letsel kent een stagnerende trend. In 1970 waren er nog ? ongevallen met letsel of ? per 1.000 inwoners. Bij alle verkeersongevallen met letsel in waren in ? gevallen auto’s betrokken en in ? gevallen (ook) fietsen.
6
409
In 2024 waren er in Veurne 2 verkeersdoden of 0,16 verkeersdoden per 1.000 inwoners. Daarnaast waren er ook 2 zwaargewonden (0,16 per 1.000 inwoners) en 48 lichtgewonden (3,8 per 1.000 inwoners).
10. Onderwijs Cijfers van 2021 over het onderwijsniveau van de bevolking van 15 jaar en ouder tonen aan dat het aandeel hooggeschoolden in de bevolking van Veurne (23,9%) lager ligt dan in de referentieregio Westhoek (24,4%) en lager ligt dan in West-Vlaanderen (26,4%) en dat het aandeel laaggeschoolden in Veurne (39,0%) hoger ligt dan in de referentieregio Westhoek (37,1%) en hoger ligt dan in WestVlaanderen (35,4%). In het schooljaar 2023-2024 tellen we in Veurne 1.987 inwoners die schoollopen in een school die gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse overheid; 1.216 in het basisonderwijs en 771 in het secundair onderwijs. 60 kinderen zijn ingeschreven in het buitengewoon basisonderwijs en 44 in het buitengewoon secundair onderwijs. Ze vertegenwoordigen 4,9% van de leerlingen basisonderwijs en 5,7% van de leerlingen secundair onderwijs. In de referentieregio Westhoek vertegenwoordigen de leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon onderwijs 5,4% van de leerlingen in het basisonderwijs en 6,0% van de leerlingen in het secundair onderwijs, in West-Vlaanderen is dat 5,2% respectievelijk 6,0%. Wat het secundair onderwijs betreft, zien we dat het aandeel leerlingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs dat les volgt in het TSO hoger ligt bij de leerlingen met woonplaats in Veurne (41,2%) dan bij leerlingen in de referentieregio Westhoek (36,8%) en hoger ligt dan in West-Vlaanderen (35,0%). Het aandeel leerlingen in het ASO ligt lager in Veurne (32,1%) dan in de referentieregio Westhoek (32,6%) en lager dan in West-Vlaanderen (36,3%). Het aandeel leerlingen in het BSO ligt in Veurne (25,9%) lager dan in de referentieregio Westhoek (28,9%) en lager dan in West-Vlaanderen (26,2%). Het aandeel leerlingen in het KSO ligt lager in Veurne (0,8%) dan in de referentieregio Westhoek (1,8%) en lager dan in West-Vlaanderen (2,4%). Kijken we naar de risicokenmerken voor kansarmoede in het basis- en het secundair onderwijs, dan blijkt dat 11,8% van de leerlingen in Veurne in het gewoon basisonderwijs en 15,7% in het gewoon secundair onderwijs een laag opgeleide moeder heeft. Het aandeel leerlingen met een schooltoelage bedraagt 34,7% in het basisonderwijs en 38,9% in het secundair onderwijs. 10,2% van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 7,7% in het gewoon secundair onderwijs spreekt thuis een andere taal dan de onderwijstaal. 6,3% van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 8,3% van de leerlingen in het gewoon secundair onderwijs woont in een buurt met veel schoolse vertraging. In de referentieregio Westhoek is het aandeel jongeren in het basisonderwijs dat aantikt op deze risicokenmerken voor kansarmoede voor 3 van de 4 kenmerken groter en voor 1 kenmerk kleiner dan dat in Veurne. Voor het secundair onderwijs is dat aandeel in de referentieregio Westhoek eveneens voor 3 van de 4 kenmerken groter en voor 1 kenmerk kleiner dan dat in Veurne. De onderwijskansenindicator (OKI) ligt lager in Veurne dan in de referentieregio Westhoek, en dit voor zowel basis- als secundair onderwijs. In WestVlaanderen is het aandeel jongeren in het basisonderwijs dat aantikt op deze risicokenmerken voor kansarmoede steeds groter dan in Veurne. Voor het secundair onderwijs is dat aandeel in WestVlaanderen voor 3 van de 4 kenmerken groter en voor 1 kenmerk kleiner dan dat in Veurne. De onderwijskansenindicator ligt lager in Veurne dan in West-Vlaanderen, en dit voor zowel basis- als secundair onderwijs. In Veurne hebben 20 leerlingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs een schoolse vertraging van twee of meer jaar, wat neerkomt op 2,9% van de leerlingen. In de referentieregio Westhoek is dit 2,0%, in West-Vlaanderen is dit 3,0%. Zittenblijven is een belangrijke reden waardoor een leerling schoolse achterstand kan oplopen. In het schooljaar 2024-2025 waren er 13 zittenblijvers in het secundair onderwijs met woonplaats in Veurne. Dit is 1,9% van het totaal aantal leerlingen in het secundair onderwijs. In de referentieregio Westhoek ligt dit aandeel hoger (2,2%), in West-Vlaanderen eveneens hoger 2,9%.
7
410
BIJLAGE
In het schooljaar 2022-2023 waren er in Veurne 10 vroegtijdig schoolverlaters. Dit zijn leerlingen die niet langer leerplichtig zijn en die het Vlaams secundair onderwijs verlaten zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of een finaliteit doorstroom hoger onderwijs. Het aantal vroegtijdig schoolverlaters ten opzichte van het totaal van alle schoolverlaters bedraagt 8,8% in Veurne tegenover 8,5% in de referentieregio Westhoek en 10,8% in West-Vlaanderen. In het academiejaar 2023-2024 waren 413 inwoners van Veurne als student ingeschreven voor een opleiding in het Vlaams hoger onderwijs. 78 van de studenten schreven zich voor het eerst in voor een professionele of academische bachelor. Dit zijn de generatiestudenten. In vergelijking met studenten in de referentieregio Westhoek schrijven studenten uit Veurne zich relatief minder in aan de universiteit en relatief meer aan een hogeschool. In het academiejaar 2023-2024 was 39,3% van de inschrijvingen door studenten uit Veurne een inschrijving aan een universiteit ten opzichte van 39,9% van de inschrijvingen door studenten uit de referentieregio Westhoek en 42,0% van de inschrijvingen door studenten uit WestVlaanderen. In Veurne waren er, in het schooljaar 2023-2024, 429 inschrijvingen in het volwassenenonderwijs. Dat zijn er 34,2 per 1.000 inwoners. In de referentieregio Westhoek waren er dat 5.854, of 28,7 per 1.000 inwoners, in West-Vlaanderen 45.658, of 37,1 per 1.000 inwoners. 80,2% van de inschrijvingen situeren zich in het secundair volwassenenonderwijs en 21,2% in basiseducatie. In de referentieregio Westhoek zijn de aandelen secundair volwassenenonderwijs en basiseducatie 86,2% respectievelijk 15,1%, in WestVlaanderen 88,7% respectievelijk 12,8%.
11. Werk In 2022 tellen we 7.403 inwoners op beroepsactieve leeftijd (15 tot 64 jaar) in Veurne. Hiervan behoren 5.669 personen tot de beroepsbevolking (werkenden en werkzoekenden) en 1.734 tot de nietberoepsactieve bevolking. De activiteitsgraad, of de verhouding van de beroepsbevolking ten opzichte van de bevolking op beroepsactieve leeftijd is in Veurne over de voorbije 10 jaar gestegen van 72,9% in 2012 tot 76,6% in 2022. Hiermee ligt de activiteitsgraad hoger dan in de referentieregio Westhoek (76,1% in 2022) en hoger dan in West-Vlaanderen (76,1%). De activiteitsgraad verschilt sterk naargelang de leeftijd. In de leeftijdsgroep 35-54 jaar ligt de activiteitsgraad het hoogst en bedraagt 90,7%. De sterkste stijging in activiteitsgraad vinden we terug in de leeftijdsgroep van 55-64 jaar. De activiteitsgraad neemt er toe van 51,0% in 2012 tot 68,0% in 2022. Veurne telt 5.471 werkende inwoners. De werkzaamheidsgraad, namelijk de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar en het aantal inwoners in diezelfde leeftijdsklasse, kent in Veurne een toename van 75,7% in 2012 tot 79,4% in 2022. De werkzaamheidsgraad in de referentieregio Westhoek bedraagt momenteel 78,8%, die in West-Vlaanderen 78,6%. De werkzaamheidsgraad ligt momenteel hoger bij de mannen (81,9%) dan bij de vrouwen (76,8%). De stijging in de voorbije 10 jaar is het sterkst bij de vrouwen. De werkzoekendengraad, of het aandeel werkzoekenden zonder werk ten opzichte van de beroepsbevolking, bedraagt 4,7% in 2024 en ligt lager dan in West-Vlaanderen (5,7%). De werkzoekendengraad is niet beschikbaar voor de referentieregio Westhoek. Naast de arbeidsmarktpositie van de inwoners van Veurne, kunnen we ook gaan kijken naar de werkgelegenheid die zich binnen Veurne situeert en naar het aantal vacatures in Veurne. Op 1/1/2024 telde Veurne 9.523 arbeidsplaatsen: 8.435 jobs in loondienst (88,6%) en 1.088 zelfstandigen in hoofdbezigheid (11,4%). De jobratio, berekend als het aantal arbeidsplaatsen per 100 inwoners van 15 tot 64 jaar, bedraagt 133,5% in 2024 en kent een toename met 13,4 procentpunten sinds 2019. In de referentieregio Westhoek ligt de jobratio lager (76,3%), in West-Vlaanderen eveneens lager (79,2%). De loontrekkende tewerkstelling in Veurne situeert zich in 539 vestigingen. 75,2% van deze vestigingen hebben minder dan 10 werknemers. Zij staan in voor 15,7% van alle jobs.
8
411
Bij het bekijken van de tewerkstelling naar hoofdsector stellen we vast dat 36,3% van de loontrekkende tewerkstelling gesitueerd is in de commerciële diensten, 31,4% in de niet-commerciële diensten, 20,9% in de industrie, 10,9% in de bouw en 0,4% in de land- en tuinbouw. Van de zelfstandigen in hoofdbezigheid werkt 56,9% in de commerciële diensten, 18,9% in de land- en tuinbouw, 12,5% in de bouw, 5,8% in de niet-commerciële dienstverlening en 3,9% in de industrie. Als we de loontrekkende tewerkstelling indelen naar intensiteit van technologie en kennis dan zien we dat in 2023 in Veurne 21 jobs ingedeeld zijn bij de (medium) hoogtechnologische industrie en 3.636 jobs bij de kennisintensieve dienstensector. In de loop van 2024 ontving de VDAB voor Veurne 607 vacatures. Bij het begin van 2025 waren 185 vacatures nog niet ingevuld. De arbeidsmarkt in Veurne wordt steeds krapper. Een maatstaf om die krapte uit te drukken is de spanningsratio, die het aantal werkzoekenden zonder werk ten opzichte van het aantal openstaande vacatures weergeeft. In 2024 bedroeg deze spanningsratio in Veurne 1,3, wat betekent dat er slechts 1,3 werkzoekenden zonder werk zijn per openstaande vacature. In 2014 waren er nog 5,1 werkzoekenden zonder werk per openstaande vacature. In de referentieregio Westhoek bedroeg de spanningsratio in 2024 2,1, in West-Vlaanderen 2,8.
12. Verdienen In 2022 (aanslagjaar 2023) bedraagt het mediaan inkomen per aangifte in Veurne 27.802 euro. Hiermee scoort Veurne lager dan West-Vlaanderen, waar het mediaan inkomen per aangifte 29.167 euro bedraagt. Het mediaan inkomen is niet beschikbaar voor de referentieregio Westhoek. In 2024 genoten 2.497 inwoners van Veurne van een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dit is 19,6% van het aantal verzekerden. In de referentieregio Westhoek bedroeg dit percentage in 2024 20,1%, in West-Vlaanderen 18,9%. De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering maakt de gezondheidszorg goedkoper voor bepaalde personen met een laag inkomen, wat de indicator geschikt maakt om een inschatting te maken van de bevolking met een laag inkomen.
13. Toerisme In 2024 zijn er 84.139 overnachtingen in Veurne. Dit zijn er meer dan in 2023 – 74.920 overnachtingen – en meer dan voor corona – 52.767 overnachtingen in 2019. Overnachtingen kunnen opgesplitst worden naar herkomstland. Deze info is niet beschikbaar op gemeenteniveau, wel op niveau van de toeristische regio. Veurne behoort tot de toeristische regio Westhoek. Deze regio telde in 2024 1.184.492 overnachtingen. Belgen zijn in 2024 goed voor 66,5% van alle overnachtingen in de toeristische regio Westhoek en niet-Belgen voor 33,5%. Van de niet-Belgen zijn het vooral Engelsen (13,3% van alle overnachtingen), Nederlanders (9,1%) en Fransen (3,2%) die in de toeristische regio Westhoek overnachten. Wanneer we de aankomsten in Veurne bekijken, dan tellen we 37.604 aankomsten in 2024. Cijfers van de aankomsten, opgesplitst naar herkomst, zijn ook niet beschikbaar op gemeenteniveau, maar wel op niveau van de toeristische regio. Belgen zijn in 2024 goed voor 66,7% van alle aankomsten – 510.584 in totaal – in de toeristische regio Westhoek en niet-Belgen voor 33,3%. 14,3% van de aankomsten zijn door Engelsen, 8,9% door Nederlanders en 3,6% door Fransen.
14. Detailhandel In 2024 telt Veurne 362 handelspanden. Ten opzichte van 2014 is er een daling met 7,9%. In de referentieregio Westhoek is er in dezelfde periode een daling met 12,7%, in West-Vlaanderen een daling met 11,9%. In de winkelvloeroppervlakte is er in Veurne een stijging met 21,0% over de periode 2014-2024. In de referentieregio Westhoek is er in die periode een afname van de winkelvloeroppervlakte met 1,7%, ook in West-Vlaanderen is er een afname met 3,7%. 9
412
BIJLAGE
Per 1.000 inwoners zijn er in Veurne 28,8 handelspanden en is er 4.625,1 m² winkelvloeroppervlakte. In de referentieregio Westhoek ligt het aantal handelspanden per 1.000 inwoners (23,8) lager en ligt de winkelvloeroppervlakte per 1.000 inwoners (2.197,0 m²) eveneens lager. In West-Vlaanderen bedraagt het aantal handelspanden per 1.000 inwoners 21,6 en bedraagt de winkelvloeroppervlakte per 1.000 inwoners 2.225,0 m². In 2024 bestaat 38,7% van de handelspanden in Veurne uit winkels (41,2% in 2014), 19,6% uit horeca (19,1% in 2014), 31,2% uit consumentgerichte diensten (32,8% in 2014) en 10,5% staat leeg (6,9% in 2014). In de referentieregio Westhoek bestaat in 2024 35,5% van de handelspanden uit winkels, 24,2% uit horeca, 29,9% uit consumentgerichte diensten en 10,5% staat leeg. In West-Vlaanderen bestaat 36,0% van de handelspanden uit winkels, 22,5% uit horeca, 30,9% uit consumentgerichte diensten en staat 10,5% leeg. Het winkelaanbod in Veurne bestaat voor 30,0% uit de branche ‘levensmiddelen’. De branche ‘kleding en mode’ vertegenwoordigt 20,7% en ‘in en om woning’ 20,0% van het totaal aantal winkels.
15. Economische bedrijvigheid In 2023 wordt in Veurne 17,6% van de bebouwde oppervlakte gebruikt voor bedrijvigheid. In de referentieregio Westhoek is dat 12,6%, in West-Vlaanderen 17,5%. Er zijn in 2024 1.661 btw-plichtige ondernemingen. Ten opzichte van 2014 betekent dit een toename met 37,5%. In de referentieregio Westhoek is er in diezelfde periode een toename van 34,5%, in WestVlaanderen een toename van 38,8%. Om de ondernemingsdynamiek in kaart te brengen wordt gekeken naar de oprichtingen (aandeel nieuw opgerichte bedrijven) en de stopzettingsratio (aandeel stopgezette bedrijven). De optelsom van beide (de turbulentieratio) geeft aan in welke mate het economisch weefsel zich vernieuwde. Voor Veurne bedroeg deze ratio in 2023 13,7 (t.o.v. 13,9 in de referentieregio Westhoek en 15,6 in West-Vlaanderen). Er zijn in 2023 in Veurne 536 vestigingen met personeel. 30,0% van deze vestigingen situeren zich in de (medium)hoogtechnologische industrie of kennisintensieve diensten. In de referentieregio Westhoek is 27,0% van de vestigingen gesitueerd in de (medium)hoogtechnologische industrie of kennisintensieve diensten, in West-Vlaanderen 28,6%. Op basis van de tewerkstelling is in Veurne de commerciële diensten de grootste sector (36,7% van de tewerkstelling), gevolgd door de niet-commerciële diensten (32,2% van de tewerkstelling). De industrie is goed voor 22,0% van de tewerkstelling, de bouw realiseert 8,8% van de tewerkstelling en de land- en mijnbouw tenslotte is goed voor 0,4% van de loontrekkende tewerkstelling.
10
413
POM West-Vlaanderen
Koning Leopold III-laan 66 8200 Brugge
+32(0) 50 14 01 50 info@pomwvl.be
www.pomwvl.be BE 0881.702.779
bedrijventerreinenvandetoekomst.be