Skip to main content

Cultuureducatie in het Gespecialiseerd Onderwijs - een gids

Page 1

CULTUUREDUCATIE IN HET GESPECIALISEERD ONDERWIJS een gids


Deze uitgave is onderdeel van Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK4). Powered by Provincie Noord-Holland & Fonds voor Cultuurparticipatie


CULTUUREDUCATIE IN HET GESPECIALISEERD ONDERWIJS een gids

© 2025


Kunst is iets dat je niet snapt maar dat je voelt tot in je hart Toon Hermans Kunst raakt. Ook als het leven overweldigend is, biedt kunst ruimte, troost, kracht en expressie. Kunst verwondert, raakt en doorbreekt de dagelijkse gedachten en gewoonten. Ook voor kinderen in het Gespecialiseerd Onderwijs is dat van onschatbare waarde. Wie op jonge leeftijd in aanraking komt met kunst, draagt dat een leven lang met zich mee. Het nodigt uit om anders te kijken, opnieuw te voelen en vrijer te denken. Daarom is het belangrijk dat álle kinderen – ook degenen met een beperking of extra ondersteuningsbehoefte – op een manier die bij hen past kunnen kennismaken met kunst. Dat vraagt om samenwerking, inzicht en een duurzame aanpak. Vanuit de Provincie Noord-Holland is daarom meegewerkt aan een pilot voor structurele samenwerking binnen het Gespecialiseerd Onderwijs. Deze pilot wordt de komende jaren voortgezet.In deze gids leest u wat er tot nu toe is geleerd en hoe kunsteducatie in het Gespecialiseerd Onderwijs verder versterkt kan worden. Zelf ben ik bijzonder enthousiast over het project waarbij Eye Filmmuseum en filmdocenten samenwerken met slechthorende kinderen. Maar er gebeurt nog veel meer. Denk aan theater- en filmprofessionals die getraind worden om met kinderen met gedragsproblematiek te werken – zodat misschien niet een musical, maar een zelfgemaakte film het hoogtepunt van groep 8 wordt. Kunst biedt mogelijkheden voor ieder kind. En dat kunst geen beperking kent, bewijzen kunstenaars als Judith Scott. Zij werd geboren met het syndroom van Down en was doof. Pas op 43-jarige leeftijd ontdekte zij haar eigen vorm van expressie. Haar werk groeide uit tot internationaal gewaardeerde textielkunst. Zonder woorden, maar met enorme zeggingskracht. Judith liet zien dat wanneer iemand ruimte krijgt om op een eigen manier kunst te maken, er iets unieks kan ontstaan. Kunst, in al haar vormen, kan het Gespecialiseerd Onderwijs verrijken en verdiepen.


Toon Hermans sluit zijn gedicht af met de regels:

Een kind dat zingt, een klodder verf, een dans die zweeft, dat is al kracht Laat deze gids, net als zijn woorden, een bron van inspiratie zijn voor iedereen die zich inzet voor kunstonderwijs binnen het speciaal onderwijs. Arthur van Dijk, Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland


INHOUD Voorwoord Inleiding 1. Het Speciaal Onderwijs in vogelvlucht 2. Het Gespecialiseerd Onderwijs anno nu 3. Cultuureducatie in het Gespecialiseerd Onderwijs 4. Plein C zet zich in voor het Gespecialiseerd Onderwijs 5. Pilot duurzame samenwerking 6. Conclusies 7. Aanbevelingen 8. Tips

12 14 17 22 23 24 26 27

Bijlage: Acht projecten in zeven regio’s

30

Nawoord

74

Bronnen

77


INLEIDING “We hebben elkaar hard nodig!” Dat was één van de conclusies van de deelnemers aan een door Plein C georganiseerde Netwerkbijeenkomst Gespecialiseerd Onderwijs (GO) in 2022. Alleen door samen te werken en van elkaar te leren kunnen er stappen gezet worden om de kwaliteit van cultuureducatie te verbeteren. En zo werd de basis gelegd van de “Pilot duurzame samenwerking in het Gespecialiseerd Onderwijs”. In de pilot die het jaar daarop van start ging vonden acht projecten plaats in zeven Noord-Hollandse regio’s met het doel de impact van cultuuronderwijs in het GO te vergroten door te investeren in duurzame samenwerking tussen cultuuraanbieders en het onderwijs. Het is ongelooflijk hoeveel mooie projecten er met relatief beperkte middelen tot stand zijn gekomen. Zo organiseerden VSO leerlingen in samenwerking met Filmhub Noord-Holland een festival waarin ze hun zelfgemaakte films aan elkaar lieten zien, experimenteerde het team van SBO ’t Plankier in Purmerend met nieuwe presentatievormen en lieten leerlingen uit groep acht van de Antoniusschool in Schagen voor het eerst een eigen eindfilm aan hun ouders zien. Deze gids is bedoeld om de opgedane ervaringen uit de pilot te kunnen delen. Onderzoek naar de impact van cultuureducatie in het GO is beperkt beschikbaar, maar gelukkig is er vanuit de culturele sector steeds meer aandacht voor. Deze gids omvat geen uitputtende analyse van alle uitdagingen in de praktijk, maar wel voorbeelden, tips en aanbevelingen. Daarnaast biedt de gids algemene informatie over het GO en het belang van cultuureducatie voor de ontwikkeling van leerlingen. Deze informatie is bedoeld voor kunstvakdocenten die in het GO willen werken en voor andere professionals die zich inzetten voor cultuureducatie in het onderwijs. De deelnemers aan de pilot hebben zich enorm ingezet zodat hun leerlingen hun talenten optimaal konden ontwikkelen. Wat we zien en horen in het veld is dat alles begint met motivatie, goed samenwerken en doorzettingsvermogen. Soms moet je gewoon beginnen, elkaar ontmoeten, uitproberen en met elkaar in gesprek blijven. Wie heeft ervaren hoeveel cultuureducatie voor deze leerlingen kan betekenen, ondermeer voor het vergroten van hun kansen voor de toekomst, die beseft dat cultuureducatie in het GO een topprioriteit zou moeten zijn. Sarah Koolschijn Adviseur Cultuureducatie Gespecialiseerd Onderwijs Plein C

9


10


11


1. HET SPECIAAL ONDERWIJS* IN VOGELVLUCHT Cultuureducatie draagt bij aan persoonlijke groei en maatschappelijke participatie. Leerlingen van nu zijn de volwassenen van de toekomst. Door middel van cultuur-onderwijs ontwikkelen zij creatieve vaardigheden, ontdekken zij hun talenten en vergroten zij hun kansen om zich te ontplooien in de samenleving. Speciaal Onderwijs in Nederland In de afgelopen dertig jaar heeft het Speciaal Onderwijs in Nederland een ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt, beïnvloed door politieke veranderingen en voortschrijdende maatschappelijke en pedagogische inzichten. Tot 1995 was het Speciaal Onderwijs sterk gescheiden van het reguliere onderwijs. Er waren diverse aparte scholen voor leerlingen met specifieke beperkingen of aandoeningen. De aparte scholen voor het Speciaal Onderwijs vielen onder de Wet op het Speciaal Onderwijs (WBO), die het mogelijk maakte om leerlingen met specifieke hulpvragen buiten het reguliere onderwijssysteem te plaatsen. Leerlingen uit het regulier onderwijs en het Speciaal Onderwijs kwamen elkaar op die manier eigenlijk zelden tegen. 1990-2003 Weer Samen naar School In de jaren negentig kwam het volledig gescheiden systeem onder vuur te liggen. Steeds meer leerlingen met milde problematiek kwamen in het Speciaal Onderwijs terecht en het maatschappelijk bewustzijn over het belang van gelijke behandeling van alle leerlingen groeide. Daarnaast waren er ook een aantal praktische overwegingen, zoals beschikbaarheid van passende plekken en oplopende kosten. De wens ontstond om meer leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in het reguliere basisonderwijs te houden, in plaats van ze automatisch door te verwijzen naar het Speciaal Onderwijs. Zo veranderde het beleid in de jaren 1990-2003 naar “Weer Samen naar School” (WSNS) om het basisonderwijs inclusiever te maken. Om dit te bereiken werd geïnvesteerd in samenwerkingsverbanden. Scholen gingen regionaal samenwerken in netwerken van basisscholen en speciale scholen. Scholen kregen een interne begeleider, er kwamen zorgteams en er werd nauw samengewerkt met jeugdzorg en GGD. Passend onderwijs Rond 2003 werd WSNS opgevolgd door het beleid rondom “Passend Onderwijs”, dat in 2014 volledig werd ingevoerd. Dit was bedoeld om verder te bouwen op de uitgangspunten van WSNS, maar dan met scherpere wettelijke kaders en een bredere doelgroep (ook Voortgezet Onderwijs).

12


Onderdeel was de invoering van leerlinggebonden financiering, het “rugzakje”, waarmee ouders extra begeleiding aan konden vragen voor hun kind. Daarnaast werd met de invoering van de zorgplicht voor scholen een deel van de verantwoordelijkheid voor het vinden van een passende plek voor elke leerling verschoven naar het onderwijs. Hoewel deze integratie van regulier en speciaal basisonderwijs in essentie positief werd beoordeeld, leidde “het rugzakje” tot veel bureaucratie en was het voor scholen vaak een behoorlijke uitdaging om alle leerlingen te bedienen. Kennis en middelen ontbraken soms bij basisscholen om écht goed passend onderwijs te bieden en leraren voelden zich vaak overbelast. De werkdruk ging omhoog. Bovendien werden niet alle leerlingen daadwerkelijk beter geholpen en kwamen er nog altijd veel thuis te zitten. Clusters Het Speciaal Onderwijs werd formeel heringedeeld in vier clusters, zowel voor Speciaal Onderwijs (SO) als voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). Dit type onderwijs is bedoeld voor leerlingen die intensieve, specialistische ondersteuning nodig hebben die het regulier onderwijs niet kan bieden. Cluster 1: Blinde en slechtziende leerlingen. Cluster 2: Dove en slechthorende leerlingen of leerlingen met een taalspraakontwikkelingsstoornis. Cluster 3: Verstandelijk beperkte, lichamelijk beperkte en langdurig zieke leerlingen (somatisch). Cluster 4: Leerlingen met psychische stoornissen en gedragsproblemen. Cluster 3 en 4 scholen werden onderdeel van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Cluster 1 en 2 bleven landelijk georganiseerd. Daarnaast bleef het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) bestaan.

* Tot voor kort werd de term Speciaal Onderwijs als overkoepelende term gebruikt. Recentelijk is dit aangepast en hebben we het over het Gespecialiseerd Onderwijs als we het over de hele sector hebben. De term Speciaal Onderwijs verwijst nu naar Speciaal Onderwijsscholen die deel uitmaken van bovenstaande vier clusters.

13


2. GESPECIALISEERD ONDERWIJS ANNO NU “Bijna 1 op de 8 mensen in Nederland heeft een vorm van een beperking. Iets dat letterlijk beperkt in het ten volle benutten van hun talenten. En ook zodanig dat het hun levensgeluk in de weg kan staan. Wat we samen kunnen doen is de samenleving zo inrichten dat je met of zonder beperking echt kunt meedoen.” Conny Helder Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hoezo “Gespecialiseerd” Onderwijs? Sinds kort is er een nieuwe, meer Inclusieve parapluterm voor het “Speciaal Onderwijs”: “Gespecialiseerd onderwijs”. De nieuwe term legt de nadruk op deskundigheid in dit type onderwijs. “Gespecialiseerd” focust op de expertise van professionals die werken met kinderen met extra ondersteuningsbehoefte in plaats van op de beperking van de leerling. Dit hangt samen met verandering van het onderwijsbeleid: het onderwijs past zich aan de behoeften van de leerling aan in plaats van andersom. Onder Gespecialiseerd Onderwijs valt: -

Speciaal Onderwijs (SO) met de vier clusters: voor leerlingen 4 t/m 12 jaar Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) met de vier clusters voor leerlingen 13 t/m 20 jaar Speciaal Basisonderwijs (SBO) voor leerlingen 4 t/m 12 jaar:

Indeling in clusters en de praktijk In de praktijk is de scheiding tussen de hierboven genoemde vier clusters niet rigide en is er vaak ook overlap tussen de clusters. Je kunt in het Speciaal Onderwijs drie groepen leerlingen onderscheiden: -

Leerlingen die naar een reguliere school gaan en ambulante begeleiding (AB) krijgen van een specialist vanuit een cluster die naar de school komt, Leerlingen die meervoudig beperkt zijn (MB) Leerlingen die ernstig meervoudig beperkt zijn (EMB).

Op Speciaal Onderwijsscholen zitten dus leerlingen die meerdere aandoeningen tegelijk kunnen hebben. Veel aandoeningen komen in combinatie met andere aandoeningen voor, zoals ASS of AD(H)D. Op papier zou een leerling in zo’n geval in meerdere clusters terecht kunnen.

14


Er wordt dan goed gekeken waar een specifieke leerling het beste op zijn plek is, waarbij de belangrijkste problematiek bepalend is. Dit is ook de reden dat sommige scholen niet een specifiek cluster noemen wanneer ze hun school omschrijven, maar ingaan op het type onderwijs dat op de school gegeven wordt. Speciaal Basisonderwijs Het Speciaal Basisonderwijs (SBO) is een speciale vorm van basisonderwijs voor leerlingen die op een reguliere basisschool niet goed mee kunnen komen. Deze leerlingen hebben meer begeleiding nodig dan leerlingen op een reguliere school maar minder dan leerlingen in het Speciaal Onderwijs en volgen het reguliere schoolcurriculum. Ze zijn bijvoorbeeld gebaat bij kleinere groepen, meer individuele aandacht of extra ondersteuning op het gebied van taal of gedrag. Dat kan allerlei oorzaken hebben, zoals een laag intelligentieniveau, leerachterstand of gedragsproblematiek. In het speciaal basisonderwijs kom je dan ook heel veel verschillende soorten problematiek tegen. Het uitgangspunt van betrokken professionals is om deze leerlingen zoveel mogelijk door te laten stromen naar regulier Voortgezet Onderwijs. Passend en Inclusief Onderwijs Anno nu is het onderwijsbeleid met name gericht op het verbeteren van Passend Onderwijs voor ieder kind en iedere jongere en parallel hieraan is er de beweging naar Inclusief Onderwijs. Verbeteringen binnen Passend Onderwijs gaan vooral over het oplossen van praktische knelpunten en komen tot stand door de samenwerking tussen onderwijs en (jeugd)zorg te verbeteren, ouderbetrokkenheid te vergroten en meer ondersteuning te bieden aan scholen en leerkrachten bij het omgaan met de grote verscheidenheid aan leerlingen en hun behoeften. De landelijke beweging naar Inclusief Onderwijs is in 2024 ingezet als onderdeel van de bredere ontwikkeling naar een inclusieve samenleving. In het beleidskader ‘Met elkaar voor alle kinderen en jongeren’ heeft het Ministerie van OCW de ambitie voor inclusief onderwijs in 2035 vastgelegd. Het is een uitwerking van onder meer het VN Verdrag Handicap uit 2016, dat de overheid verplicht zich voor inclusief onderwijs in te spannen. Het doel is dat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen, waarbij recht gedaan wordt aan ‘eigen persoonlijkheid, talent, creativiteit en fysieke en mentale mogelijkheden’. De beweging naar Inclusief Onderwijs is gericht op een fundamentele verandering van het onderwijssysteem op de lange termijn.

15


Het doel is ervoor te zorgen dat álle kinderen en jongeren samen onderwijs kunnen volgen, ongeacht hun beperking, achtergrond of ondersteuningsvraag. Gespecialiseerd Onderwijs blijft in dat scenario wel bestaan maar het uitgangspunt is zoveel mogelijk samen te leren, waar mogelijk. Of het haalbaar is om in de toekomst elk kind écht passend onderwijs te geven en Inclusief Onderwijs te realiseren is onderwerp van discussie in het maatschappelijke debat over onderwijs. Inclusief onderwijs: Onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. Inclusieve leeromgeving: Een leeromgeving waarbinnen alle kinderen welkom zijn op een school dichtbij huis. Er wordt vanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkeling van alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoort erbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam is multidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om alle kinderen onderwijs te bieden. De inclusieve leeromgeving is toegankelijk voor alle kinderen, leraren en ouders. Cijfers: In 2024 (peildatum 1 okt) zaten in Nederland 107.544 leerlingen in het Gespecialiseerd Onderwijs: SBO 33212 SO 35101 VSO 39661 Daarvan zaten er 15.370 op school in Noord-Holland (bron: CBS) Aantal scholen in Noord-Holland (bron: DUO): (V)SO 52 SBO 44 SO 24 VSO 15

16


3. CULTUUREDUCATIE IN HET GESPECIALISEERD ONDERWIJS Verbinding Wat voor alle leerlingen geldt, geldt ook voor leerlingen binnen het GO; cultuureducatie is voor hen van groot belang. Via cultuureducatie maken leerlingen verbinding met zichzelf, verbinding met de ander en verbinding met de wereld. Door leerlingen met de blik van een kunstenaar te laten kijken naar de wereld om hen heen en hun positie daar binnen, krijgen ze handvatten om zichzelf en de wereld te leren begrijpen. In een toegankelijke, inclusieve culturele omgeving kunnen leerlingen in interactie met hun omgeving hun talenten ontwikkelen en persoonlijkheid vormen. “Om gelijke kansen te scheppen zou onderwijs een bron van hoop moeten zijn. Hoopvol zijn vraagt om sociale steun en een positieve identiteit. Dat maakt van musiceren, dansen, toneelspelen, en sporten een dubbele oefening in hoop: door sociale steun én identiteit te versterken.” Mark Mieras (2024) Cultuureducatie bevordert inclusieve leeromgeving In het huidige beleidskader van OCW wordt benadrukt dat Inclusief Onderwijs gericht is op het creëren van een leeromgeving waarin álle leerlingen zich gezien en gewaardeerd voelen, ongeacht hun ondersteuningsbehoeften. Cultuureducatie sluit hier naadloos op aan. Het is een waardevol onderdeel van de brede ontwikkeling van leerlingen. Door leerlingen op allerlei manieren in contact te brengen met kunst en cultuur worden creatieve processen en leerstrategieën gestimuleerd die vaak minder toegankelijk zijn via reguliere vakken. Dit heeft niet alleen een positief effect op cognitieve, maar ook op sociale en emotionele vaardigheden. Cultuureducatie biedt namelijk alternatieve vormen van expressie en communicatie wat belangrijk is voor de persoonlijke ontwikkeling en het zelfvertrouwen van leerlingen.​Zo draagt cultuureducatie bij aan een rijke leeromgeving waarbinnen elk kind zich op eigen wijze kan ontwikkelen. “Creatieve en culturele activiteiten helpen een school om de verschillen tussen kansrijke en kansarme jeugd te verkleinen en voorkomen dat deze verschillen juist worden uitvergroot. Die uitvergroting kan ontstaan doordat het onderwijssysteem vooral vaardigheden centraal stelt waarin deze leerlingen tekortschieten.”

Mark Mieras (2024)

17


Cultuureducatie niet vanzelfsprekend in het GO Cultuureducatie en -participatie zijn helaas niet vanzelfsprekend voor leerlingen in het GO. Ondanks goede investeringen en mooie voorbeelden, is er voor veel van deze leerlingen nog geen rijke leeromgeving voor kunst en cultuur. Cultuureducatie is vaak nog niet of onvoldoende geïntegreerd in de onderwijsvisie en het curriculum van de school. Deze scholen staan voor een dusdanig complexe opgave dat voor cultuureducatie niet altijd voldoende ruimte is. De doelgroep binnen het GO is heel divers en omvat leerlingen in het Speciaal Onderwijs (SO), Speciaal Basisonderwijs (SBO) en het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). Het gaat om leerlingen met een ontwikkelingsvraag op het gebied van gedrag, taal of emoties, soms gecombineerd met cognitieve of lichamelijke ondersteuningsbehoeften. Daarnaast zijn er leerlingen met complexe, intensieve ondersteuningsbehoeften en leerlingen die thuis zijn omdat ze geen passend onderwijsaanbod hebben. Ook in hun vrije tijd komen leerlingen uit het GO vaak minder in contact met cultuur. Voor ouders met een zorgintensief kind is het vaak lastig of zelfs onmogelijk om hun kind cultuurlessen te laten volgen in de vrije tijd. Culturele instellingen zijn niet altijd voorbereid op de ontvangst van deze leerlingen. Ook het vervoer van en naar culturele instellingen is in veel gebieden een uitdaging voor leerlingen met een beperking vanwege de afstand die overbrugd moet worden. Als gevolg hiervan hebben leerlingen uit het GO minder toegang tot hun culturele omgeving, wat het nog belangrijker maakt om op school cultuureducatie aan te bieden. “Waarom is kunsteducatie voor alle (v)so-leerlingen van belang? In het onderwijssysteem worden ze gerangschikt naar hun beperking. De beleving en beoefening van kunst biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van een positief zelfbeeld: ik houd van kleuren, ik kan zingen, ik ben striptekenaar. Deze leerlingen zijn vaak minder talig en krijgen met (bewegend) beeld, muziek en lichaamsbewegingen een ander instrumentarium in handen om hun wereld te verkennen en te beïnvloeden.”

Dirk Monsma (2022)

18


Kansen voor een toekomstige generatie Werken aan het vergroten van de impact van cultuureducatie in het GO is bij uitstek werken aan het vergroten van kansen voor een toekomstige generatie. Kinderen en jongeren zijn de volwassenen van de toekomst. Het is in de snel veranderende wereld belangrijk dat ze zichzelf staande kunnen houden en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit geldt ook voor leerlingen in het GO. Het is van belang dat ze niet alleen geconfronteerd worden met hun beperkingen, maar ook ontdekken wat hun mogelijkheden zijn. Met cultuureducatie kunnen ze plezier ervaren en op een andere manier leren dan in reguliere lessen. Ze leren drempels overwinnen en ontwikkelen hun talenten. Ook uit de opbrengsten van de Pilot duurzame samenwerking blijkt: deelname aan creatieve processen verhoogt het leerplezier en de motivatie van leerlingen in het GO, en stimuleert de ontwikkeling van zelfvertrouwen en eigenwaarde. 19


20


21


4. PLEIN ZET ZICH IN VOOR HET GESPECIALISEERD ODERWIJS De missie van Plein C is toegankelijk en goed cultuuronderwijs voor alle kinderen en jongeren in Noord-Holland, op alle typen scholen en in alle jaarlagen. Want alle kinderen hebben recht op de voordelen en kansen die cultuureducatie biedt. Voor leerlingen in het GO is cultuureducatie van grote waarde. Kunst en cultuur bieden hen niet alleen een manier om zichzelf te uiten, maar ook om zelfvertrouwen op te bouwen en verbinding met anderen te ervaren. Daarom zet Plein C zich samen met alle culturele en onderwijspartners in voor leerlingen in het GO, met als doel om de kloof tussen het onderwijs- en culturele veld te overbruggen. Vanuit haar provinciale rol bouwt Plein C aan een lerend Netwerk GO voor Noord-Holland door kennisdeling te stimuleren tijdens netwerkbijeenkomsten en trainingen te ontwikkelen voor iedereen die werkzaam is in het GO, zoals leerkrachten, kunstvakdocenten en medewerkers van culturele organisaties. Deze kennis deelt Plein C ook buiten Noord-Holland, via de landelijke leergemeenschap voor GO en het landelijk kenniscentrum voor cultuureducatie en amateurkunst (LKCA). Voor het slechten van bestaande drempels voor leerlingen in het GO zijn ook initiatief, onderzoek en vernieuwing nodig. Al zijn er goede voorbeelden, op veel scholen is cultuureducatie geen vast onderdeel van het schoolprogramma. Leerlingen hebben weinig toegang tot hun directe culturele omgeving. Er is een tekort aan ervaren kunstvakdocenten voor het GO en aan passend cultureel aanbod voor de verschillende doelgroepen. Experimenten zijn hard nodig om professionals te voeden en te inspireren. Mooie praktijkvoorbeelden uit het landelijke GO netwerk laten zien dat samenwerking onontbeerlijk is om de kwaliteit van cultuureducatie in het GO te vergroten en om cultuureducatie duurzaam te verankeren. Samenwerking brengt meerdere expertises samen die nodig zijn om optimaal aan te sluiten bij de behoeften van de leerling. Alle partners in de keten van talentontwikkeling voor leerlingen kunnen hieraan bijdragen. Door kennis uit te wisselen kan de kwaliteit van het cultuuronderwijs worden vergroot. Tegen deze achtergrond heeft Plein C in 2023 het initiatief genomen tot een pilot, met als focus duurzame samenwerking tussen cultuuraanbieders en het onderwijs.

22


5. PILOT DUURZAME SAMENWERKING De impact van goed cultuuronderwijs is groot en vraagt veel van alle betrokkenen. Intensieve en deskundige samenwerking tussen scholen, docenten, zorginstellingen en cultuuraanbieders draagt bij aan de kwaliteit. Samenwerking en kennisdeling tussen scholen en cultuuraanbieders stond dan ook centraal in de Pilot duurzame samenwerking in het GO die Plein C organiseerde tussen januari 2023 en juli 2024. Met als doel om de kwaliteit van het cultuuronderwijs voor leerlingen in het GO duurzaam te verbeteren. Het idee was dat deelnemers dankzij de pilot de kans zouden krijgen om hun ambities, mogelijkheden en drempels in de praktijk te onderzoeken. Voor sommigen was het een kans om ervaring op te doen en kennis te maken met een nieuwe doelgroep, voor anderen de kans om hun cultuuronderwijs te verdiepen. Scholen en cultuuraanbieders konden gezamenlijk financiële steun aanvragen bij Plein C voor een activiteitenplan dat hierop gericht was. De invulling van het plan was vrij, zolang de activiteiten primair ten goede kwamen aan de leerlingen. Het leidde ertoe dat acht projecten gerealiseerd werden in zeven verschillende Noord-Hollandse regio’s. Met een relatief bescheiden budget van maximaal € 9.000,- per project werd in anderhalf jaar tijd veel bereikt, dankzij de passie en toewijding van de deelnemers. Deelnemende scholen, culturele instellingen en kunstvakdocenten stopten extra tijd en eigen middelen in het project. Leerlingen van de deelnemende scholen maakten stappen in hun ontwikkeling, terwijl leerkrachten, cultuurcoördinatoren, kunstvakdocenten en cultuuraanbieders ervaring opdeden en kennis verwierven. De projecten leverden voor alle betrokkenen nieuwe inzichten op. Soms werden verwachtingen waargemaakt of overtroffen. Op andere momenten waren er teleurstellingen en leermomenten. Ervaringen werden uitgewisseld in tussentijdse online bijeenkomsten met de deelnemers en tijdens evaluaties van de projecten. De resultaten werden gedeeld tijdens een drukbezochte provinciale Netwerkbijeenkomst GO, waar professionals uit het onderwijs en culturele veld met elkaar in gesprek gingen over mogelijke vervolgstappen om cultuureducatie in het GO verder te versterken. In de bijlage van deze gids lees je uitgebreid welke projecten er waar gerealiseerd zijn, hoe ze tot stand gekomen zijn en met welke partners er samengewerkt werd. Ter inspiratie en verdere verdieping, voor iedereen die direct of indirect te maken heeft met het GO.

23


6. CONCLUSIES De projecten in de pilot variëren sterk in doelgroep, opzet en betrokken kunstdisciplines. Door die diversiteit, én de uiteenlopende contexten binnen het GO, zijn algemene uitspraken niet zonder meer toepasbaar op alle situaties. Toch laten de projecten gezamenlijk waardevolle inzichten zien over de kansen en voorwaarden voor betekenisvolle cultuureducatie binnen het GO. Cultuureducatie draagt bij aan ontwikkeling De pilot liet zien dat cultuureducatie bijdraagt aan de cognitieve en sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen. In beeldende, theater- en filmlessen verbeterden ze hun kijk-, luister- en communicatieve vaardigheden. Ook oefenden ze met het herkennen, uiten en reguleren van emoties. In een aantal projecten leerden ze samenwerken in kleine groepen, omdat ze onderling moesten afstemmen en gezamenlijk creatieve oplossingen moesten bedenken. Het creatieve proces dat de leerlingen doorliepen, droeg bij aan het vergroten van hun zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde. Het gaf de leerlingen een drijfveer om weerstand te overwinnen waardoor ze uiteindelijk succeservaringen opdeden. Co-creatie zorgt voor passend lesmateriaal Een dialooggerichte aanpak bij de ontwikkeling van lesmateriaal resulteert in goede lessen die aansluiten op de specifieke behoeften van leerlingen. Door wederzijds kennismaken, lesobservaties en uitwisseling over leerdoelen ontstaan kwalitatief sterke, aansprekende lessen. Dit maakproces bevordert de samenwerking tussen cultuuraanbieder(s) en leerkrachten en leidt tot innovatieve werkvormen. Thematisch werken verdiept leerervaring De koppeling van cultuureducatie aan een thema of andere vakken kan voor leerlingen en leerkrachten in het GO veel opleveren. In drie projecten werd succesvol geëxperimenteerd met thematisch werken, waarbij cultuureducatie en andere vakken elkaar versterkten en samenhang ontstond. Omdat een thema vanuit verschillende perspectieven werd benaderd, legden leerlingen sneller verbanden en stapelden zij leerervaringen uit de verschillende lessen. Dit maakte het onderwijs betekenisvoller en zorgde voor meer plezier en motivatie bij zowel leerkrachten als leerlingen. Leerkrachten kregen een breder beeld van hun leerlingen en waren geïnspireerd om thematisch werken verder te integreren in het curriculum.

24


Eindpresentaties bevorderen enthousiasme en draagvlak Als aan een project of lessenserie een tentoonstelling, eindpresentatie of filmvertoning is gekoppeld, vormt dit een extra stimulans voor leerlingen. Ze zijn dan gemotiveerd om een goed eindproduct te laten zien. Tegelijk is het spannend voor ze om aan anderen te presenteren wat ze gemaakt of geleerd hebben. Dat maakt het toewerken naar een eindpresentatie uitdagend maar ook bevredigend. Als de hele school een bijdrage geleverd heeft, creëert een eindpresentatie verbinding, zichtbaarheid en enthousiasme, wat het draagvlak voor cultuureducatie binnen de school bevordert. Cultuureducatie vergroot ouderbetrokkenheid In de pilot bleek het een uitdaging om ouders te bereiken of te betrekken bij een (eind)presentatie. Als het wel lukte, vergrootte het de verbinding tussen de school, ouders en leerlingen. Het is een kans om gezamenlijk trots te zijn op de leerlingen en iets te vieren. Als de presentatie plaatsvindt in een lokaal (film)theater, verlaagt het de drempel voor ouders om ook in hun vrije tijd het theater te bezoeken. Communicatie is een struikelblok maar ook de sleutel tot succes In de pilot bleek dat goede communicatie tussen scholen en cultuuraanbieders over afspraken en lesinhoud een uitdaging is. Hetzelfde geldt voor de interne communicatie binnen scholen over cultuuronderwijs. De hoge werkdruk in het onderwijs, wisselingen van personeel en het feit dat cultuuronderwijs vaak geen vast onderdeel is van het schoolprogramma spelen hierbij een rol. Goede afstemming tussen scholen en cultuuraanbieders versterkt de inhoudelijke kwaliteit van het cultuuronderwijs. Door vooraf in gesprek te gaan over leerdoelen, groepskenmerken, praktische randvoorwaarden en de pedagogischdidactische aanpak ontstaat er ruimte voor lessen die echt aansluiten bij de leerlingen. Communicatie is dus een struikelblok bij het gezamenlijk realiseren van goed cultuuronderwijs, maar tevens de sleutel voor succesvolle samenwerking. Wanneer scholen en aanbieders elkaars taal en werkwijze leren kennen, kan wederzijds vertrouwen ontstaan. Dit vergroot de impact van het cultuuronderwijs, bevordert het draagvlak binnen het schoolteam en de betrokkenheid van de leerlingen.

25


7. AANBEVELINGEN Investeer in de relatie tussen de kunstvakdocent en de leerling De relatie tussen de kunstvakdocent en de leerling werd door álle deelnemers aan de pilot benoemd als de belangrijkste factor bij het vergroten van de impact van cultuuronderwijs voor de leerlingen. Wat bijdraagt aan een goede relatie is het vermogen veiligheid te creëren in de groep en oog te hebben voor elk individueel kind. Leerlingen leren beter als ze zich gezien en gehoord voelen. Het is een groot voordeel als de kunstvakdocent ervaring heeft in lesgeven aan de doelgroep. Als dit niet het geval is, is het bieden van informatie en ondersteuning aan de kunstvakdocent van essentieel belang om de samenwerking te laten slagen. Wees bedacht op onbedoelde aannames De pilot liet zien dat leerlingen in cultuurlessen soms meer kunnen dan vooraf door hun leerkrachten wordt ingeschat. In de praktijk bleken opdrachten die aanvankelijk te uitdagend leken juist goede resultaten en inspirerende succeservaringen op te leveren. Dit onderstreept het belang van een open benadering, waarbij onbewuste aannames worden doorbroken om leerlingen optimaal tot hun recht te laten komen. Door uit te gaan van mogelijkheden in plaats van beperkingen, krijgen zij de kans om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Werk samen met de culturele omgeving Als een school samenwerkt met een lokale culturele instelling, verruimt dit de culturele leefwereld van hun leerlingen. Leerlingen actief laten bijdragen— bijvoorbeeld met een eigen creatie die een plek krijgt binnen een professionele context—vergroot hun zelfvertrouwen en culturele zelfbewustzijn. Via het cultuurprogramma van de school wordt mogelijk de drempel verlaagd voor ouders om de culturele instelling te bezoeken. Tegelijk biedt de samenwerking culturele instellingen de kans om in contact te komen met nieuwe doelgroepen en zo hun bereik te verbreden en inclusiever te maken. Luister naar de stem van de leerling Het betrekken van de stem van de leerlingen bij het formuleren van leerdoelen voor cultuurlessen, draagt bij aan hun eigenaarschap, motivatie en betrokkenheid. Door expliciet aandacht te geven aan invalshoeken die leerlingen belangrijk of interessant vinden, sluit cultuureducatie beter aan op hun leefwereld en draagt bij aan hun persoonlijke ontwikkeling.

26


8. TIPS Voor kunstvakdocenten Lesgeven aan leerlingen in het Gespecialiseerd Onderwijs vraagt om flexibiliteit en geduld. Het begint met het creëren van veiligheid en vertrouwen in de groep. Wees helder, voorspelbaar en geef structuur aan je lessen. Houd de instructies kort en concreet, en voorkom tijdsdruk. Wees bereid je lesopzet ter plekke aan te passen, laat het resultaat los en geef ruimte aan het proces. Een procesgerichte benadering sluit goed aan bij de behoeften van deze leerlingen. Investeer actief in de relatie met de leerlingen. Wees positief en geef individuele aandacht, waarbij je focust op mogelijkheden in plaats van beperkingen: wat kan er wél? Stimuleer verbeelding en laat leerlingen succes, verwondering en plezier ervaren. Voor succesvolle samenwerking tussen de school en de cultuuraanbieder Een effectieve samenwerking tussen een kunstvakdocent en een groepsleerkracht is cruciaal voor de versterking van het cultuuronderwijs in het GO. Beide professionals brengen hun eigen expertise in: de kunstvakdocent biedt vakinhoudelijke kennis en creatieve invalshoeken, terwijl de groepsleerkracht pedagogische en didactische vaardigheden heeft en de leerlingen goed kent. De kwaliteit van de samenwerking wordt vergroot als beide partijen een open houding hebben en belangstelling voor elkaars expertise. Aansluiten bij specifieke leerdoelen van de school is een goede manier om de impact van cultuurlessen te vergroten. -

Creëer intern draagvlak voor cultuureducatie op de school. Laat de kunstvakdocent meekijken in een aantal lessen. Blijf afspraken monitoren en stem de inhoud van de les goed af. Maak voor leerlingen uit het Gespecialiseerd Onderwijs een voorbereidend introductiefilmpje. Rond een project af met een eindpresentatie waaraan leerlingen op elk niveau mee kunnen doen. Wees positief en blijf bij uitdagingen zoeken naar wat wél kan: ook kleine stappen in de samenwerking kunnen een waardevolle vooruitgang zijn.

27


28


Voor borging van cultuureducatie op school - Maak cultuureducatie structureel onderdeel van het schoolprogramma. - Ontwikkel een visie op cultuureducatie en een gedragen cultuurbeleidsplan. - Reserveer tijd en budget in de schoolbegroting voor cultuur. - Stel een interne cultuurcoördinator aan als eigenaar van het proces. - Werk met een methode voor cultuureducatie of ontwikkelen een eigen leerlijn - Investeer in deskundigheidsbevordering en scholing van het team. - Plan jaarlijks cultuurbezoek voor leerlingen en voor het team. - Deel ervaringen, lesmateriaal en expertise via netwerken en platforms. - Werk samen met flexibele, goed geïnformeerde kunstvakdocenten. - Richt een stuurgroep cultuur in om continuïteit en ideeënontwikkeling te waarborgen.

29


BIJLAGE: ACHT PROJECTEN IN ZEVEN REGIO’S 1. Regio Schagen 1: Antonius Schagen - Eindfilm groep 8 2. Regio Schagen 2: Burgemeester de Wildeschool Schagen - Film Speciaal 3. Regio Purmerend: Het Plankier Purmerend - Thema’s en presentatievormen 4. Regio Waterland: De Aventurijn in Volendam - Thema’s en cultuurbezoek 5. Regio West-Friesland: ’t Palet in Grootebroek - Muziek en beeldend 6. Regio Gooise Meren: Elan College Bussum - one minute filmfestival 7. Regio Beverwijk: Heliomare SO De Velst en De Zeearend Beverwijk - Chordbuddy 2.0. 8. Regio Den Helder: De Meerpaal en Het Liniecollege - Dramalessen op basis van prentenboeken

30


1. REGIO SCHAGEN (1): ANTONIUS SCHAGEN SAMENWERKINGSPARTNERS Antonius Schagen School voor Speciaal Onderwijs voor leerlingen van 4 t/m 13 jaar. Door hun problematiek komen ze niet tot een optimale leerontwikkeling. De school ging voor de pilot een samenwerking aan met kunstvakdocenten van Cultureel Verschil en het lokale theater en filmhuis in Schagen, Scagon de Luxe. Triade Kunst in School, Schagen Stichting Triade maakt op verbindende wijze cultuureducatie en cultuurparticipatie toegankelijk voor alle inwoners van Den Helder, Schagen en Hollands Kroon, zowel in het onderwijs als in de vrije tijd. Triade is projectleider CmK voor de gemeente Schagen. Vanuit die rol is Triade de organisatie voor ondersteuning bij ontwikkeling van kunsteducatie in het primair, het speciaal (basis)onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. Cultureel Verschil Cultureel Verschil is aanbieder van kunst- en cultuurlessen en workshops. Voor dit project zette Cultureel Verschil theater- en filmdocenten in. Theaterdocent Marcel Harmsen werkte voor de pilot met leerlingen van groep 7 en 8 in 2023 en in 2024. PROJECTBESCHRIJVING Voor de leerlingen van Antonius Schagen was het niet vanzelfsprekend om, zoals in het regulier onderwijs wel gebruikelijk is, met een eindmusical hun schoolcarrière af te ronden. Interne Cultuurcoördinator Lilian Pruis vond dat haar leerlingen ook recht hadden op een gezamenlijke productie in groep 8. Ze onderzocht in de pilot met het team van Antonius Schagen en theateren filmdocenten van Cultureel Verschil de mogelijkheden voor het maken van een eindfilm. Daarmee wilde ze haar leerlingen ook de kans geven hun belevingswereld te verbreden door hen culturele ervaringen te bieden buiten school, in hun nabije omgeving. Daarom ging ze een samenwerking aan met filmhuis Scagon de Luxe, waar de eindfilm getoond werd aan de leerlingen en hun ouders.

31


‘De leerlingen zijn boven zichzelf uitgestegen. Dat bleek uit de concentratie, het meedenken, het wachten en, in een enkel geval, het tóch meedoen.’

Marcel Harmsen (vakdocent theater)

(LES)ACTIVITEITEN -

-

Leerlingen van groep 7 en 8 volgden twee theaterworkshops waarin ze met de docent een verhaal bedachten en toewerkten naar een hele dag vol opnames voor de eindfilm. Met de muziekleerkracht hebben de leerlingen een lied voor de film gemaakt. Leerlingen van groep 8 speelden de hoofdrol en leerlingen van groep 7 fungeerden als figuranten. Zo konden ze alvast meedoen aan de film en wennen aan het maken van hun eigen eindfilm in groep 8. In Scagon de Luxe kregen de leerlingen een rondleiding en bezochten een voorstelling. De eindfilm werd getoond op het grote scherm. Alle ouders waren uitgenodigd.

OPBRENGSTEN Weerstand leren overwinnen De leerlingen beleefden in de theaterlessen steeds kleine succeservaringen. ICC’er Lilian Pruis omschreef dit aan de hand van de zogenaamde Leerkuil, een metafoor voor het proces waarin leerlingen bij het leren van iets nieuws negatieve gevoelens ervaren die ze in kleine stapjes overwinnen. “Ze overwinnen weerstand gedurende het proces. Dat doet iets met hun gevoel van eigenwaarde. Je ziet ook opluchting. De volgende keer durven ze misschien wel een drempel te nemen. (…) die leerkuil waar ze doorheen gaan, die vinden ze zó moeilijk. Maar ze gaan er wel doorheen in de theaterlessen.” Leerlingen die zich vaak op de achtergrond houden of minder zichtbaar zijn in de groep, kregen in dit project de kans om op een nieuwe manier in hun kracht te staan en waardering te ontvangen van klasgenoten. Door in de theaterlessen gek te doen, te spelen dat ze boos waren of door te doen alsof ze vechten, oefenden de leerlingen met het uiten en hanteren van emoties. Gedurende het maakproces leerden de leerlingen ook om meer te luisteren naar elkaar.

32


Samenwerking met de culturele omgeving Medewerkers van Scagon Theater de Luxe in Schagen werkten graag mee aan het project en ontvingen de leerlingen in hun theater en filmhuis, dat deels gerund wordt door vrijwilligers. Dankzij deze samenwerking kwamen leerlingen en ouders voor het eerst in een theater en werd de belevingswereld van leerlingen verbreed. Leerlingen vonden het bijzonder en stoer om hun film in het theater te tonen aan hun ouders. De samenwerking tussen de school en het theater wordt voortgezet. Hiermee is de drempel verlaagd voor ouders om met hun kind naar het theater te gaan. Kansen voor ouderbetrokkenheid De vertoning van de eindfilm bracht leerkrachten, ouders en leerlingen bij elkaar om samen trots te zijn en te vieren wat de leerlingen hadden volbracht. Het was voor hen allemaal een feestelijke, betekenisvolle gebeurtenis, die zorgde voor een gevoel van saamhorigheid en verbinding. Een jaarlijks terugkerende eindfilm biedt kansen voor meer betrokkenheid van ouders, bijvoorbeeld als ze zouden participeren in het maakproces. Voor de leerlingen was het een belangrijke ervaring. Niet alleen omdat ze in hun eigen film speelden en trots waren op het eindproduct. Vooral omdat ze het gevoel hadden hetzelfde te zijn als leerlingen in het regulier onderwijs. LEERMOMENTEN Onterechte aannames De theaterlessen en de film maakten verborgen talenten en behoeftes van leerlingen zichtbaar. In sommige gevallen bleken de leerlingen meer te kunnen en willen dan hun leerkrachten ingeschat hadden. Een leerling van wie de leerkrachten niet verwacht hadden dat hij zou willen meedoen aan de film vroeg zelf of hij ook een rol kon krijgen. Het moment in de film waarop hij zijn diploma laat zien en vertelt dat hij volgend jaar niet meer terug zal komen bleek voor hem zo belangrijk dat hij zijn oma uitnodigde voor de filmvertoning. Intern draagvlak en herhaling afspraken Elke groep heeft zijn eigen dynamiek en elke leerkracht heeft input nodig. De mate van betrokkenheid en enthousiasme van een leerkracht bij een project hebben invloed op de beleving van de leerlingen.

33


Het blijft dus belangrijk om een leerkracht goed te informeren. Want hoe enthousiaster de leerkracht is, hoe groter de kans op betrokkenheid en motivatie bij de leerlingen. Daarom is het belangrijk om draagvlak te creëren, steeds opnieuw verwachtingen met elkaar te bespreken en duidelijk te zijn over de afspraken. Elke nieuwe leerkracht heeft opnieuw input nodig. Intensiteit filmdagen Omdat één hele filmdag te intensief was voor de leerlingen, is bij het vervolg van het project in 2024 gekozen voor 2 halve filmdagen voor de leerlingen. Dit bood echter te weinig voorbereidingstijd voor het maken van de filmscènes. De ideale tijdspanne is dus nog niet gevonden. TIPS Eindfilm goed alternatief voor musical Voor sommige leerlingen kan een eindfilm een goed alternatief zijn voor het maken van een eindmusical in groep 8. Meedoen aan een musical kan prikkelend zijn of (te)veel spanning oproepen, omdat leerlingen bij een uitvoering live op het podium moeten staan. Een film biedt dan een rustiger alternatief waarin ze toch hun creativiteit kunnen uiten. Eigenaarschap van de leerling Als er weinig tijd is, kan het handig zijn om al een script klaar te hebben liggen voor de film in plaats van het samen met leerlingen te schrijven. Sommige leerlingen kunnen het in de praktijk ook lastig vinden als hun idee niet gevolgd wordt. Een mogelijke manier om leerlingen desondanks eigenaarschap te geven is om hen een aantal verhaalopties te geven waarover ze kunnen beslissen. Bijvoorbeeld: is de hoofdpersoon een rover of een kapitein? Tips van de theaterdocent De theaterdocent gaf aan dat hij veel geleerd heeft van de samenwerking met de Antonius Schagen over het lesgeven aan deze specifieke doelgroep en bewondering heeft voor de leerkrachten. Zijn belangrijkste aanbevelingen naar aanleiding van het project: -

Het belangrijkste is om te beginnen met het creëren van veiligheid in de groep.

34


-

-

Focus bij weerstand of beperking van een leerling op “hoe het wél kan”. Dan voelen leerlingen zich gehoord, overwinnen ze weerstand en blijkt er vaak meer mogelijk dan gedacht. Blijf investeren in het contact met de leerlingen: probeer een afwachtende houding om te buigen naar nieuwsgierigheid. Probeer veel te lachen met de leerlingen en ze te verbazen, bijvoorbeeld met goocheltrucs of spelletjes. Probeer leerlingen kleine succeservaringen te laten beleven.

“De pilot heeft ons op weg geholpen om onze kinderen en ouders een echt afscheid te geven.” Borging cultuureducatie op de Antonius Als gevolg van de pilot is een gezamenlijke afsluiting met ouders voor groep acht een vast onderdeel van het programma geworden. De Antoniusschool wil dit voortzetten evenals de bezoeken aan het lokale theater Scagon de Luxe. Met projectleider CmK van Triade gaat de school onderzoeken of dans ook een plek kan krijgen in de eindfilm. De school die in hetzelfde pand gehuisvest is als de Antonius gaat ook met de leerlingen van groep acht een eindfilm maken. Ook die zal vertoond worden in het lokale theater.

35


36


37


2. REGIO SCHAGEN (2): BURGEMEESTER DE WILDESCHOOL SAMENWERKINGSPARTNERS De Burgemeester de Wildeschool Schagen Een school voor Speciaal Onderwijs voor slechthorende kinderen en kinderen met taalontwikkelingsstoornissen (TOS). Een klein deel van de leerlingen heeft een stoornis in het autistisch spectrum (ASS). Er zijn locaties in Schagen, Alkmaar en Zwaag. Op de hoofdlocatie van de Burgemeester de Wildeschool in Schagen zitten de leerlingenin de groepen 1 tot en met 8, net als in het reguliere onderwijs. De Burgemeester de Wildeschool is onderdeel van Stichting Viertaal. Triade Kunst in School, Schagen Stichting Triade maakt op verbindende wijze cultuureducatie en cultuurparticipatie toegankelijk voor alle inwoners van Den Helder, Schagen en Hollands kroon, zowel in het onderwijs als in de vrije tijd. Triade is projectleider CmK voor de gemeente Schagen. Vanuit die rol is Triade de organisatie voor ondersteuning bij ontwikkeling van kunsteducatie in het primair, het Speciaal (Basis)onderwijs en Voortgezet (Speciaal) Onderwijs. Eye Filmmuseum Amsterdam Nationaal museum voor filmerfgoed en filmcultuur en beheert meer dan 54.000 films. Eye is bijzonder actief op het gebied van filmeducatie. De educatieve afdeling werkt nauw samen met het onderwijs, met filmmakers, jongeren en andere partners om expertise te bundelen, kennis te delen, en inzicht in behoeftes en mogelijkheden te benutten. Overige samenwerkingspartners: Netwerk Filmeducatie, Taartrovers, Burgemeester de Wildeschool Alkmaar en Burgemeester de Wildeschool Zwaag. PROJECTBESCHRIJVING De educatieve afdeling van Eye onderzocht in de pilot hoe filmeducatie toegankelijk en relevant gemaakt kon worden voor slechthorende kinderen en kinderen met TOS in het basisonderwijs, cluster 2. Het doel was een duurzaam programma te ontwikkelen en meer cluster 2 scholen te bereiken met filmeducatie. De leerlingen leren daarbij nieuwe mogelijkheden om zich uit te drukken in een visuele taal. De pilot had een dialooggerichte aanpak, waarbij na kennismaking en in overleg lessen werden ontwikkeld en getest.

38


LESACTIVITEITEN -

-

-

Kennismaking en onderzoek: ontwikkelaar Pia Bechtle startte met gesprekken over de (leer)uitdagingen van de leerlingen op een cluster 2 school. Ook observeerde ze leerlingen en leerkrachten in de klas. Samen met de school is vervolgens een plan vastgesteld voor filmlessen en een filmprogramma met zowel culturele doelen als doelen die aansloten op het curriculum van de school, zoals taal- en sociaalemotionele ontwikkeling. Ontwikkeling filmlessen en filmprogramma met focus op sociaalemotionele vaardigheden voor groep 6, 7 en 8. Filmdocent Remco Efdé testte 5 filmlessen en filmprogramma in de klas. De lessenserie “Licht, Camera, … Emoties!” werd op basis van feedback van leerkrachten en filmdocenten continu geëvalueerd en aangepast in de praktijk. De leerlingen keken actief film en fragmenten, deden oefeningen en gingen zelf aan de slag met filmen. Cinemini-installatie en filmles voor groepen 1-4 op de Burgemeester de Wildeschool in Schagen, Alkmaar en Zwaag, in samenwerking met Taartrovers. Verspreiding van het programma, extra lessen op andere locaties en kennisdeling.

OPBRENGSTEN Co-creatie: in dialoog met de school De dialooggerichte aanpak van Eye resulteerde in boeiende filmlessen en een toegankelijk filmprogramma, afgestemd op de diverse behoeften van cluster 2-leerlingen. Door wederzijds kennismaken, lesobservaties en uitwisseling over leerdoelen ontstonden kwalitatieve lessen die de leerervaring versterkten. Na elke les werd feedback besproken en verwerkt. Hierdoor sloten de lessen aan bij de mogelijkheden van leerlingen en stimuleerden hun ontwikkeling. De aanpak bevorderde de samenwerking met leerkrachten en leidde tot innovatieve lesmethoden en werkvormen. Observeren in de les Met name het observeren van de leerlingen gaf veel informatie over wat de leerlingen concreet nodig hadden: visualisering, korte films, weinig dialoog, veel herhaling, een duidelijke structuur in lesopbouw en werkvormen om communicatie te ondersteunen.

39


Visuele ondersteuning van verbale communicatie Eye heeft in de pilot geleerd hoe je in de les op allerlei manieren kunt communiceren zonder taal, om leerlingen te ondersteunen in verbale communicatie. In de lessen werden diverse alternatieve communicatievormen en tools getest. Zo werd in de lessen veel gewerkt met emoties en met emoji’s op stokjes. Ook in het regulier onderwijs is dit overigens goed toepasbaar. Oefenen met het hanteren van emoties Film bleek een geschikt medium voor de leerlingen om emoties te leren herkennen en hanteren. Door stille films te bekijken kregen ze oog voor gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal waaraan je emotie kunt aflezen. Dit pasten de leerlingen vervolgens ook toe, toen ze zelf gingen acteren. Taal- en communicatieve vaardigheden De filmlessen droegen bij aan de taalontwikkeling van leerlingen. Van belang daarbij was de manier waarop de filmdocent met de leerlingen over films in gesprek ging, waarbij elk kind gestimuleerd werd om meer te vertellen. De leerlingen waren heel enthousiast over film en wilden er graag over praten. Taalontwikkeling was als het ware een verstopt leerdoel, omdat film zich goed leende als gespreksonderwerp. De leerlingen zijn zich er niet van bewust dat ze een talige prestatie leveren, maar door te vertellen over film oefenen ze in zichzelf uitdrukken. Filmeducatie: uitdrukken in beeld en geluid De leerlingen bleken goed met film uit de voeten te kunnen. Elke leerling heeft van het project iets geleerd, over film, over de bioscoop of over geluid. Leerlingen hebben geleerd om kritisch naar films te kijken en creatieve opdrachten uit te voeren. Daarbij leerden ze zich uitdrukken in de filmische taal van beeld en geluid.

LEERMOMENTEN Hoge werkdruk en intern draagvlak De school en Eye zijn heel enthousiast over de onderlinge samenwerking en het ontwikkelde lesprogramma. Desondanks noemde Eye communicatie met de school een aandachtspunt. Ondanks heldere afspraken met de directie en interne cultuurcoördinator waren niet alle leerkrachten op de hoogte van het project.

40


Als gevolg van ziekte, lerarentekort en wisseling van directie konden een aantal onderdelen van de pilot niet worden ingepland. Een voorbeeld is de training van leerkrachten door filmdocenten met het oog op de duurzaamheid van het project. Hoe maak je een samenwerking duurzaam? Voor Eye was het niet gemakkelijk te achterhalen hoe de samenwerking geborgd kon worden. Om continuïteit te borgen en ervoor te zorgen dat investeringen beklijven, zouden filmlessen structureel onderdeel moeten zijn van het programma van de school. Maar dit is niet altijd mogelijk. In deze pilot was aansluiting bij specifieke leerdoelen van de school een goede manier om de impact van de filmlessen te vergroten. TIPS Relatie met de leerling Zowel Eye Educatie als de school noemen de relatie van de docent met de leerlingen een belangrijke voorwaarde voor het succes van de filmlessen. Om die relatie te creëren is een geschikte docent nodig, liefst ervaren in lesgeven aan de doelgroep. In deze pilot werden de lessen gegeven door een ervaren filmdocent Remco Efdé die in staat was in zes lessen een goede relatie met de leerlingen op te bouwen. Zelf noemde hij als belangrijke aandachtspunten bij het lesgeven: -

Veel geduld hebben Oogcontact maken Positief zijn Met zelfvertrouwen voor de klas te staan Oprecht zijn: leerlingen voelen dat het echt is Open houding: alles wat leerlingen inbrengen is interessant en van waarde Aandacht te hebben voor elk individueel kind Loslaten van resultaat, ruimte voor flexibiliteit in de lesopzet Werken met kleine groepen waardoor je echt kunt luisteren

Borging: delen van lesmateriaal en expertise Kennisdeling en uitwisseling van lesmateriaal zijn essentieel om programma’s zoals “Film Speciaal” dichter bij doelgroepen binnen het Gespecialiseerd Onderwijs te brengen en van elkaar te leren.

41


42


43


-

-

-

Eye Filmmuseum heeft het ontwikkelde lesmateriaal en opgedane kennis geïntegreerd in hun educatie-aanbod voor het Gespecialiseerd Onderwijs, waardoor andere klassen en groepen er ook van kunnen profiteren. Eye organiseerde in samenwerking met het Netwerk Filmeducatie tijdens het Nederlands Film Festival een kennisevenement over Gespecialiseerd Onderwijs voor aanbieders met informatie over de pilot. De resultaten van de pilot zijn gedeeld via een artikel en een info grafiek in het Eye Magazine en de nieuwsbrief, waarmee ongeveer 130 GO-docenten in Nederland bereikt worden.

44


3. REGIO PURMEREND: PURMEREND SAMENWERKINGSPARTNERS SBO Het Plankier Een school voor speciaal basisonderwijs voor kinderen die een extra ondersteuningsbehoefte hebben. Dit kan zijn op het gebied van leren en/of gedrag. Op school is er veel oog voor het individuele kind en de ontwikkeling die daarbij hoort. Kinderen leren van en met elkaar en kunnen zich zo op een goede manier ontwikkelen. De kernwaarden van de school zijn: Samen, Sterk en Uniek. Cultuurhuis Wherelant Biedt voor iedereen in Purmerend en Waterland cursussen en workshopsop het gebied van beeldende kunst, fotografie, vormgeving, theater en dans. Daarbij is Cultuurhuis Wherelant projectleider CmK en expert op het gebied van kunsten cultuur voor speciale groepen. Als geen ander weten de kunstvakdocenten die zijn aangesloten bij Wherelant welke impact kunst, theater, muziek en dans hebben op leerlingen in het Gespecialiseerd Onderwijs. Zij zetten zich hier met veel expertise en liefde voor in. Aan de Pilot op SBO Het Plankier werkten drie kunstvakdocenten vanuit Wherelant mee: Natasha Meijer (beeldend), Linda Meulenhoff (beeldend), en Tim Schuitvlot (theater). PROJECTBESCHRIJVING Het team SBO Het Plankier in Purmerend onderzocht met kunstvakdocenten hoe ze thema’s vakoverstijgend konden integreren in de les en hoe ze theater en beeldende lessen konden verbinden. Het doel was om het cultuuronderwijs zo te verdiepen en verduurzamen. Ook gingen leerkrachten en kunstvakdocenten op zoek naar nieuwe presentatievormen om een thema mee af te ronden en manieren om ouders te betrekken. Het voornemen was om themakaarten en presentatievormen schriftelijk vast te leggen met het oog op borging, eventueel op meerdere scholen. (LES)ACTIVITEITEN -

Lessen beeldend en theater op basis van schoolbrede thema’s in vier periodes tussen januari 2023 en juli 2024. Thema’s waren ‘Nederland’, ‘vriendenkring’, ‘dierenwereld (met filmpje)’ en ‘de groene wereld’. Inhoudelijk werden de cultuurlessen met elkaar verbonden.

45


-

Onderdeel van elk thema was een presentatie, live of in de vorm van een filmpje. Een voorbeeld van een nieuwe presentatievorm was de tentoonstelling bij het thema ‘De groene wereld’, die bestond uit gedichten van leerlingen en een boom, gemaakt van afvalmaterialen. Bij de presentatie beeldden de leerlingen op aanwijzing van de theaterdocent het thema uit met hun lichaam.

OPBRENGSTEN Thematisch werken Gedurende het project raakte de school enthousiast over thematisch werken en de samenwerking daarbij met de kunstvakdocenten. De lessen beeldend en theater konden goed aan één schoolbreed thema en aan een presentatie gekoppeld worden. Overige opbrengsten: - Verbinding tussen beeldende en theaterlessen levert voor de kunstvakdocenten nieuwe ideeën en verdieping op, omdat docenten geïnspireerd raken en op elkaars lessen voortborduren. - In de theater- en beeldende lessen worden voor betrokken leerkrachten andere, nieuwe talenten van leerlingen zichtbaar. - Kunstvakdocenten brachten vaardigheden mee in de lessen waarmee ze het schoolteam aanvulden, zoals procesgericht werken en associatief denken. - Kunstvakdocenten ontdekten dat de leerlingen niet veel uitleg in woorden nodig hebben en je als docent het beste meteen met leerlingen aan de slag kan gaan. “Leerkrachten zien hun leerlingen op een andere manier in hun kracht komen. Kinderen die misschien niet tot leren komen, maar wel tot spelen. Iedereen kan zijn of haar talent ontdekken en ontwikkelen. Je bent misschien niet goed in een balspel, maar dat is niet erg: jouw kracht is dat je mensen aan het lachen krijgt op de bonte avond.”

Tim Schuilvlot, vakdocent theater en dans

46


Presentatievormen Tijdens het project zijn nieuwe presentatievormen met succes uitgeprobeerd. Daarbij werden ook nieuwe inzichten opgedaan: -

-

-

Elke leerling kan meedoen op elk niveau en hoeft niet per se iets uit het hoofd te leren. Dat maakt presentaties laagdrempelig. Leerlingen raakten gewend aan presentaties, omdat ze vaker plaatsvonden dan gebruikelijk was op de school. Groeps- en kunstvakdocenten waren verrast door de ontwikkeling en creativiteit van de leerlingen in de presentaties. Een presentatie hoeft niet altijd een grote activiteit te zijn, maar kan ook uitgevoerd worden per klas en in het klein. Hierdoor leveren de presentaties ook minder stress op voor leerlingen en voor de leerkrachten. Lessen beeldend en theater kunnen gezamenlijk in één presentatie getoond worden en ouders kunnen komen kijken. Dit is een kans voor meer ouderbetrokkenheid.

Procesmatig werken In cultuurlessen bleek de werkwijze van de kunstvakdocenten goed aan te sluiten bij de doelgroep, met name de focus op het proces in plaats van op het resultaat. Procesmatig werken is van belang omdat leerlingen dan ruimte krijgen om te experimenteren. Ze leren dat het er niet om gaat of iets goed is of fout, maar om wat je gedurende het proces bent tegengekomen. “Als iets niet lukt in het proces, wordt door een volwassene eerder het stempel ‘mislukt’ gegeven terwijl het kind als het nog niet gekleurd is door die volwassen mening of op een positieve manier gecoacht wordt gewoon door gaat met experimenteren en leert! Juist door alle stappen als begeleider, kunstvakdocent of leerkracht, te benoemen neem je al die experimenten serieus. Het eindresultaat krijgt dan een extra opbrengst die net zo belangrijk is; het proces. Mijn standaardvraag aan het eind van de les helpt daarbij “wie heeft iets nieuws ontdekt en wat heb je geleerd?”

Linda Meulenhoff, vakdocent theater en dans

47


LEERMOMENTEN -

-

-

Het voornemen was om in de pilot themakaarten en presentatievormen uit te schrijven met het oog op de borging van cultuuronderwijs. Leerkrachten zouden dan ook zelfstandig aan de slag kunnen met themakaarten. In de praktijk bleek dit geen behoefte van het team. Leerkrachten gaven de voorkeur aan het inhuren van kunstvakdocenten die cultuurlessen uit handen nemen. Ondanks het voornemen is het niet gelukt om ouders te betrekken bij alle presentaties. Er is meer organisatietijd nodig om ouders te informeren en motiveren om presentaties of tentoonstellingen te bezoeken. Een van de oplossingen hiervoor was een filmpje dat gemaakt werd bij het thema ‘dierenwereld’. Hierdoor kon de betekenis van het cultuuronderwijs met ouders/verzorgers maar ook met het team en het bestuur van de school gedeeld worden. Vanwege een wisseling van directie en aanpassing van het onderwijsbeleid na de zomer van 2023 waren de kunstvakdocenten in seizoen 2023-2024 niet meer wekelijks op school, maar in totaal acht lesdagen. Hierdoor was er minder overleg tussen de groeps- en kunstvakdocenten. Wel was er, als activiteit binnen de pilot, meer onderling overleg tussen de kunstvakdocenten over de lesinhoud.

48


4. REGIO WATERLAND: VOLENDAM SAMENWERKINGSPARTNERS SBO De Aventurijn in Volendam is opgericht vanwege de behoefte aan een school voor leerlingen met leer- en sociaal emotionele problemen. Kinderen vanaf 4 tot en met 13 jaar, waarvan uit onderzoek is gebleken dat ze zich niet optimaal kunnen ontwikkelen in het basisonderwijs, krijgen op SBO De Aventurijn passend onderwijs. Muziekschool Waterland maakt zich sterk voor kwalitatief goed muziekonderwijs op alle basisscholen en middelbare scholen in die regio. Daarnaast ondersteunt de muziekschool als projectleider CmK in de gemeenten Edam-Volendam, Beemster, Waterland en Wormerland de totstandkoming van multidisciplinaire projecten of doorgaande leerlijnen. Een van de partners daarbij is Cultuurhuis Wherelant, die de beeldende lessen aanbiedt. Voor het project in de pilot koos SBO De Aventurijn de discipline beeldend, inclusief digitale technologie, en werkte samen met beeldend docent Natasha Meijer en filmdocent Moniek van der Kaaden via Cultuurhuis Wherelant. Overige samenwerkingspartners: Geitenboerderij Ridammerhoeve, Museum Rembrandthuis, Museum Corpus en Taxi Volendam (busvervoer) PROJECTBESCHRIJVING Het team van SBO De Aventurijn in Volendam wilde in het project aan hun leerlingen betekenisvolle ervaringen bieden door lesstof te koppelen aan hun eigen kunstuitingen en cultuurbezoek. Ze onderzochten met kunstvakdocenten van Cultuurhuis Wherelant hoe je schoolbrede thema’s kunt verbinden aan kunstlessen en museumbezoek. Ook het inspireren en coachen van leerkrachten was onderdeel van de pilot. De pilot bleek een goede manier om de potentie van thematisch werken te onderzoeken. (LES)ACTIVITEITEN -

Voorbereiding: de ICC’ers van de school gingen in gesprek met projectleider CmK Anouk Diepenbroek over de thema’s die de school gekozen had voor het onderwijs. Samen bedachten ze bedachten ze welke cultuurbezoeken bij de thema’s zouden passen.

49


-

Ontwikkeling: leerkrachten gaven zelf hun thematisch onderwijs vorm en inhoud aan de hand van de onderwerpen. Kunstvakdocenten koppelden cultuurlessen aan de thema’s. De kunstvakdocent beeldend gaf in alle groepen beeldende lessen die bij het thema aansloten. Leerlingen en leerkrachten bezochten de musea.

OPBRENGSTEN Thematisch onderwijs: samenhang en enthousiasme De leerkrachten van de school zijn enthousiast over het thematische onderwijs dat ze in de pilot hebben onderzocht en ze zijn van plan deze onderwijsvorm in te voeren. Omdat elk thema vanuit verschillende perspectieven belicht werd gingen leerlingen onderwerpen herkennen en met elkaar in verband brengen. De thema’s gingen leven in de klas. Zo werd de leerervaring van de kinderen verdiept en het onderwijs werd betekenisvoller, er ontstond samenhang. Daarbij viel het de leerkrachten op dat de leerlingen meer ‘aan’ stonden, en met meer plezier en motivatie aan het werk waren. De koppeling van het thema aan cultuur bood de leerlingen meer context. Het leverde voor de leerkracht een breder beeld op van een leerling, omdat andere talenten en vaardigheden van het kind werden aangesproken. Het team wil in de toekomst elk thema koppelen aan een zaakvak, met daarbij als vaste onderdelen ‘begrijpend lezen’, ‘een cultuurvak’ en ‘een bezoek aan een (cultuur)instelling of ander uitje’. Feestelijke afsluiting van thema Een gezamenlijke afsluiting vergroot de impact van cultuuronderwijs voor de leerling. Het thema ‘gezondheid’ werd feestelijk afgesloten met een expositie en presentatie, gekoppeld aan een goed doel. Dat was geslaagd en droeg bij aan het vergroten van enthousiasme en draagvlak voor cultuureducatie. Bekend gezicht en focus op proces Een kunstvakdocent die regelmatig op school komt, wordt een vertrouwd gezicht voor leerlingen. De leerlingen koppelen de docent dan aan een haalbare opdracht. In de pilot richtte kunstvakdocent beeldend Natasja Meijer zich op het proces in plaats van het resultaat. Dit voorkwam afhaken, verminderde frustratie en vergrootte het leerplezier en de impact van de lessen.

50


Wat leerden de groepsleerkracht en kunstvakdocent van elkaar? Een kunstvakdocent: - Focust soms meer op het proces dan op het resultaat - Brengt inspirerende opdrachten in en materiaalkennis - Heeft expertise en enthousiasme dat soms bij een groepsleerkracht niet aanwezig is Een groepsleerkracht: - Kent de achtergrond en de kwetsbaarheid van elke leerling - Beschikt over pedagogische en didactische vaardigheden passend bij de doelgroep - Heeft geduld, wordt niet boos, focust op de relatie met de leerling Soms is het prettig te weten als er iets is voorgevallen in de les, dat kan met een heel kort ‘laat hem/haar maar even’. Soms is het ook prettig om als kunstvakdocent juist niets te weten, omdat eventuele beperkingen in de cultuurles niet aan de orde zijn en een leerling opbloeit tijdens een creatieve opdracht. LEERMOMENTEN Onterechte aannames Soms bleek in de praktijk dat leerlingen juist positief verrasten bij uitdagende opdrachten, wat laat zien hoe belangrijk het is om uit te gaan van hun mogelijkheden en niet uit te gaan van beperkingen. Een voorbeeld was het maken van Stop Motion filmpjes met leerlingen uit groep 3. De resultaten waren boven verwachting, de leerlingen werkten met veel concentratie en plezier aan hun filmpjes. Intussen ontwikkelden ze daarbij allerlei competenties, zoals taalvaardigheid, kunnen samenwerken en creativiteits- en ICT-vaardigheden. Thema gekoppeld aan cultureel bezoek - Niet elk thema valt te koppelen aan passend cultureel bezoek, gelet op de leeftijd van de leerlingen. Bijvoorbeeld bij het thema ‘Gezondheid’ zijn leerlingen uit de onderbouw niet mee geweest naar Museum Corpus, omdat ze daar te jong voor waren. - Het was de bedoeling dat kunstvakdocent met de leerkracht en leerlingen mee zouden gaan op excursie om de impact van de lessen te vergroten. Dit is door planningswijzigingen niet gelukt. Dat was jammer met het oog op de verbinding van het bezoek met de inhoud van de beeldende les.

51


TIPS Samenwerking groeps- en kunstvakdocent Duidelijke communicatie voorkomt misverstanden tussen groeps- en kunstvakdocenten. Door vooraf af te stemmen wat de leerkracht al doet, wat de kunstvakdocent toevoegt en welke rol de leerkracht speelt tijdens de cultuurles, ontstaat een effectieve samenwerking. Goede onderlinge afstemming voorkomt weerstand, zorgt ervoor dat het thema gaat leven en vergroot de kans op een succesvol project. Borging cultuureducatie op SBO De Aventurijn - Structureel tijd en geld voor cultuuronderwijs beschikbaar maken in de begroting van de school om de impact te vergroten. - De methode ‘Laat maar zien’ aanschaffen om zelf met beeldende vorming aan de slag te kunnen. - Elke groep bezoekt tenminste een keer per jaar een culturele instelling passend bij een thema. - Koppel thema’s aan een passende kunstdiscipline en maak daarbij gebruik van de expertise van kunstvakdocenten. - Studiedag voor deskundigheidsbevordering leerkrachten.

52


5. REGIO WEST-FRIESLAND: GROOTEBROEK SAMENWERKINGSPARTNERS SBO ’t Palet Een speciale basisschool voor kinderen uit de regio Oostelijk West-Friesland met als motto: Kleurrijk Maatwerk. De leerlingen hebben allemaal iets extra’s nodig om tot leren te komen. Het gaat om leerlingen met leerproblemen en leerlingen met gedragsproblemen. Op de school zijn kunstvakdocenten voor muziek en tekenen aanwezig. Westfriese bibliotheken Stichting Westfriese bibliotheken is de projectleider CmK 4 van de gemeenten Stede Broec, Drechterland, Enkhuizen en Medemblik. Dat houdt in dat zij onder de titel ‘Cultuleren Plus!’ scholen ondersteunen om goed cultuuronderwijs te verankeren in hun programma zodat leerlingen hun talenten kunnen ontwikkelen op het gebied van muziek, dans, fotografie, beeldende kunst, theater, film, literatuur en erfgoed. In de pilot werkte de school samen met vaste muziekdocent van ’t Palet Nienke Botma en kunstvakdocent beeldend Tabita Blok. PROJECTBESCHRIJVING Het team van SBO ’t Palet wilde in de pilot de samenwerking verdiepen en verduurzamen met de kunstvakdocenten beeldend en muziek. Ook wilden ze een doorgaande leerlijn (muziek en beeldend) ontwikkelen, passend bij het niveau en de belevingswereld van de leerlingen. Het doel was te onderzoeken welke vaardigheden nodig zijn om goed les te geven aan leerlingen in het speciaal basisonderwijs en welke vakspecifieke vaardigheden nodig zijn om cultuurlessen te geven. Tijdens het project werd overdraagbaar lesmateriaal ontwikkeld. (LES)ACTIVITEITEN -

De kunstvakdocenten beeldend en muziek observeerden gedurende vijf uren de leerlingen en leerkrachten in de reguliere les in verschillende groepen. Groepsleerkrachten hebben op hun beurt geobserveerd in de lessen van de kunstvakdocenten en samen met hen les gegeven.

53


-

-

De groepsleerkrachten gaven ook zelfstandig muzieklessen, al dan niet gevolgd door een nabespreking met de kunstvakdocent. Overdraagbaar lesmateriaal werd ontwikkeld evenals een nieuw schoollied, het laatste samen met de leerlingen. De methode “1,2,3, Zing” vormde de basis voor het opzetten van een leerlijn voor muziekonderwijs op de school. Het team heeft een workshop muziek gevolgd tijdens een studiedag, de kunstvakdocent beeldend heeft de groepsleerkrachten individueel gecoacht. De vakdocent beeldend heeft ter voorbereiding haar lesinhoud afgestemd met de groepsleerkrachten.

OPBRENGSTEN Draagvlak en motivatie muziekles De pilot heeft ertoe bijgedragen dat het vak muziek weer echt op het programma staat bij SBO ’t Palet. Het belang van zingen is voor alle groepsleerkrachten duidelijk geworden. De leerlingen krijgen meer en structureel muziekles, de ene week van de kunstvakdocent muziek, de andere week van de groepsleerkracht. Factoren die bijdroegen aan het vergroten van draagvlak van het schoolteam voor muziekles: -

Dat de kunstvakdocent de doelgroep beter heeft leren kennen De gestructureerde aanpak van de kunstvakdocent en gebruik van een methode Aanpassing van de muzieklessen aan het niveau van de leerlingen Zichtbaarheid voor het team van (het resultaat van) de muzieklessen Scholing; teamtraining door de kunstvakdocent, co-teaching en observatie in de les Extra overleguren voor de kunstvakdocent en groepsleerkracht/ICC’er

“De leukste momenten vond ik als de kinderen iets maakten waarvan ze niet dachten dat ze dat konden.”

Kunstvakdocent beeldend Tabita Blok

54


Leren samenwerken in beeldende les De kunstvakdocent beeldend verzon een opdracht, waarbij de leerlingen in groepjes samen een kunstwerk moesten bouwen. Daarbij moesten de leerlingen met elkaar overleggen. Voor de betrokken groepsleerkrachten was het een ontdekking dat de leerlingen in groepjes konden samenwerken aan de opdracht, omdat ze dit niet eerder uitgeprobeerd hadden. De beeldende opdracht was vrij van opzet, sloot goed aan bij de doelgroep en de leerlingen waren enthousiast. Sommige leerlingen wilden liever alleen blijven werken, dat was ook mogelijk. Na afloop van de les bereidde een leerkracht de leerlingen erop voor, dat ze misschien zouden moeten ontladen in de pauze na alle nieuwe ervaringen. “jullie hebben hard gewerkt”, “misschien zijn jullie moe”. Voor de kunstvakdocent was het een eye opener, dat je als docent leerlingen op die manier goed kunt helpen. Door zaken van tevoren te benoemen, weten de leerlingen beter waar ze aan toe zijn. Het lesmateriaal en de leerlijn zijn met andere scholen van stichting Trigoon gedeeld en regiobreed via De West-Friese Knoop, een samenwerkingsverband van school besturen voor passend onderwijs in West-Friesland. Tips van de cultuuurdocent beeldend Voor de kunstvakdocent beeldend was het geen eerste kennismaking met Gespecialiseerd Onderwijs, maar wel met de school en de leerlingen. Het extra overleg met de groepsleerkrachten en het observeren in de les droeg in grote mate bij aan een succesvolle samenwerking en het enthousiasme van de leerlingen. Haar belangrijkste inzichten: -

Het is van belang de leerkracht van te voren goed te informeren over wat je gaat doen, zodat ze de leerlingen daarop kunnen voorbereiden Leerlingen kunnen van slag raken als er iets onverwachts gebeurt Structuur aanbrengen in de les is belangrijk Procesmatig werken sluit goed aan bij de doelgroep Het is van belang een opdracht zo open en vrij mogelijk te laten: de leerling moet het gevoel hebben dat het nooit fout kan gaan. Het is het meest effectief om een korte introductie geven, niet teveel te praten en weinig voor te doen. Het is bij het lesgeven aan deze doelgroep extra belangrijk om helder te zijn en ervoor te zorgen dat je verhaal geen vragen oproept

55


LEERMOMENT

Communicatie en werkdruk belemmeren samenwerking In dit project heeft tijdgebrek van betrokken leerkrachten en kunstvakdocenten, wisseling van directie en onvolledige communicatie gezorgd voor vertraging en aanpassingen van het beoogde plan. Een aantal geplande onderdelen is daarom niet of op een andere manier uitgevoerd. Zo is er geen doorgaande leerlijn voor beeldend ontstaan. Ook was vooraf de verwachting van de kunstvakdocent dat de leerkrachten leervragen zouden hebben op basis waarvan de samenwerking verdiept zou kunnen worden. Door hun hoge werkdruk waren de leerkrachten hier niet aan toe gekomen. De pilot is desondanks succesvol geweest, want veel onderdelen zijn alsnog uitgevoerd. Het verloop maakt wel duidelijk dat interne communicatie en onderlinge afstemming essentieel is voor goede, duurzame samenwerking en impactvolle cultuurlessen.

56


6. REGIO GOOISE MEREN: ELAN COLLEGE BUSSUM SAMENWERKINGSPARTNERS Elan College Bussum Een school voor Gespecialiseerd Voortgezet Onderwijs (GVO) voor havo- en vwoleerlingen met een diagnose in het autistisch spectrum. Het gaat om leerlingen die onvoldoende tot leren en ontwikkelen komen in het regulier (voortgezet) onderwijs Het motto van FilmHub Noord-Holland, onderdeel van Netwerk Filmeducatie, is “Leer film spreken.” Kinderen en jongeren worden dagelijks omringd door film en bewegend beeld. Maar wat zien ze nou echt? Welke keuzes gaan er schuil achter een beeldverhaal? De Filmhub Noord-Holland, zet filmeducatie in om van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs kritische kijkers en vaardige filmmakers te maken. Overige samenwerkingspartners: filmdocent Freek Commandeur (filmmaker Hollywood in de klas), filmdocent Josefien Hendriks (documentaire filmmaker) en Filmhuis Bussum dat mede mogelijk maakte dat alle door leerlingen gemaakte films getoond werden op het grote doek in de filmzaal. PROJECTBESCHRIJVING FilmHub Noord-Holland ontwikkelde in de pilot lesmateriaal en een format voor een filmfestival in samenwerking met Elan College Bussum en Filmhuis Bussum. Het doel van het project was dat leerlingen oefenden in samenwerken, kennismaakten met verschillende vormen van filmeducatie. Daarnaast wilde de Filmhub filmeducatie verbinden aan burgerschapsonderwijs. Onderdeel van het project was een filmfestival dat de leerlingen zelf organiseerden, waarbij hun films getoond werden op groot scherm in Filmhuis Bussum. (LES)ACTIVITEITEN -

Voorafgaand aan de start van de workshops in de klas gingen initiator en ontwikkelaar Baukje Hiemstra van de Filmhub en het Elan College met elkaar in gesprek over de doelgroep en om gezamenlijk leerdoelen te bepalen. Ze bepaalden dat het project gekoppeld zou worden aan burgerschapsonderwijs, met als thema duurzaamheid. Doel van het project voor de leerlingen was naast leren samenwerken, lol maken met elkaar, leren over het maken van films, creativiteit uiten en tonen en elkaar inspireren.

57


-

-

-

Elke klas kreeg 3 workshops van 1,5 uur van een kunstvakdocent, waarin ze een film maakten van 1 minuut, in een filmgenre dat aansloot bij hun leeftijd en belevingswereld: animatiefilm, slapstick, fictiefilm, documentair zelfportret, horror of mockumentary. Leerlingen organiseerden zelf het festival in Filmhuis Bussum, waarbij ze beslissingen namen over de festivalnaam, de planning, filmvolgorde, presentatie, flyers/posters, de catering en de jury. De gemaakte films werden getoond op het grote doek in Filmhuis Bussum tijdens het Elan One-minute Film Festival, waarbij alle leerlingen en leerkrachten aanwezig waren.

OPBRENGSTEN “Dit is een geweldig project geweest. De lessen, de filmdocenten in de klas. De communicatie. Alles was top. We hebben met het team naar verbeteringen gezocht maar deze niet kunnen vinden. “ Directeur Elan College 58

Passend lesmateriaal De Filmhub heeft een nieuwe doelgroep leren kennen en voor hen passend lesmateriaal ontwikkeld, dat aansluit bij de belevingswereld en mogelijkheden van de leerlingen. Dit materiaal wordt gedeeld met anderen binnen het netwerk om zo meer leerlingen in het GVO in aanraking te brengen met filmeducatie. Leerlingen met autisme konden heel goed met film werken. Dat bleek onder meer uit de artistieke kwaliteit van de gemaakte filmpjes, die origineel, gevarieerd en doordacht waren. Format filmfestival Het format voor een filmfestival is in de pilot getest en aangepast, waarbij expertise over de doelgroep is ontwikkeld. Het format kan nu op allerlei scholen in het VO ingezet worden, aangepast aan elke doelgroep, leerdoelen en thema’s. Succesfactoren van het format:


-

-

-

-

Onderlinge afstemming: het gezamenlijk bepalen van leerdoelen voor het project en de tussentijdse evaluaties droegen bij aan de kwaliteit van de filmlessen, het lesmateriaal en het eindresultaat. De feedback die de school had gekregen van oudleerlingen namen ze daarin mee. Zij hadden gedurende hun middelbare schooltijd graag beter leren samenwerken. Daarom werd ‘leren samenwerken’ een leerdoel van de lessen filmeducatie op het Elan College. Koppeling filmeducatie aan burgerschapsonderwijs: de koppeling aan burgerschapsonderwijs bood de mogelijkheid om filmeducatie te integreren in het lesprogramma. De gezamenlijke ontwikkeling van de lesinhoud door de filmdocenten kostte veel tijd, maar leverde een verbetering op van het lesmateriaal omdat de docenten elkaar inspireerden en aanvulden met hun lesideeën. Tegelijkertijd creëerde de afstemming een gezamenlijke visie op de lessen en de aanpak. Dit leidde ertoe dat de filmdocenten binnen de school als een herkenbaar team met een duidelijk inhoudelijk doel functioneerden. Toewerken naar een eindproduct: alle leerkrachten en leerlingen werden meegenomen in het workshoptraject dat leidde tot het filmfestival. Dit gaf een gevoel van verbinding en trots bij alle betrokkenen. Leerkrachten ontdekten onvermoede talenten van hun leerlingen en waren onder de indruk van de groei die zij doormaakten in het creatieve proces. De leerlingen moesten grenzen stellen, doorzetten, weerstand overwinnen en samenwerken met anderen.

Ontwikkeling nieuwe vaardigheden leerlingen Het project heeft veel van de leerlingen gevraagd. Ze moesten technische vaardigheden ontwikkelen, leren samenwerken en zich openstellen voor nieuwe ervaringen. Dit alles moesten ze doen in een kort tijdsbestek. De opdrachten waren voor hen heel uitdagend, wat regelmatig weerstand opriep. Leerlingen raakten soms geblokkeerd, liepen weg of vertoonden onverwacht gedrag. Maar het project leverde ook veel op. De leerlingen ontwikkelden (film)vaardigheden. Ze leerden zichzelf uitdrukken in een beeldend verhaal en ze leerden hun gedachten en emoties delen. Aan de hand van het thema duurzaamheid verdiepten ze zich in de wereld om hen heen. Ze leerden dit thema beeldend verwerken en vastleggen, waarbij ze – over het algemeen – met plezier samengewerkt hebben. Het zelf organiseren van het festival creëerde eigenaarschap en trots bij de leerlingen.

59


Vaardigheden filmdocenten - Door met het Elan College samen te werken, ontwikkelden de filmdocenten vaardigheden voor het lesgeven aan deze doelgroep. Hun belangrijkste inzichten waren: - Deze leerlingen hebben geen verborgen agenda. Ze zijn gevoelig voor oprechtheid. Daarom is het extra belangrijk om als docent authentiek te zijn en jezelf niet te serieus te nemen. - Het is belangrijk om deze leerlingen geen tijdsdruk op te leggen, want dat kan stress veroorzaken. - Niet teveel praten en zenden, vooral actief dingen doen. - Heel duidelijk zijn over wat je van de leerling verwacht. - Flexibel zijn op het moment dat leerlingen weerstand ervaren. - Niet teveel vasthouden aan het beoogde resultaat van de les. LEERMOMENT Interne cultuurcoördinator als intermediair Aanvankelijk hadden de filmdocenten en groepsleerkrachten ongelijke verwachtingen over de rol van de groepsleerkracht tijdens de les en de invulling van de lesinhoud. De interne cultuurcoördinator fungeerde vervolgens als intermediair tussen het filmteam en de docenten van de school. Hij had tevens veel kennis van de doelgroep. Dit bleek van groot belang. Hij zorgde ervoor dat problemen opgelost werden en dat de filmdocenten wisten hoe ze met onverwacht gedrag van leerlingen om moesten gaan. Gedurende het proces konden leerlingen overprikkeld of van slag raken. Leerkrachten konden dit goed opvangen en de filmdocenten ook helpen als er moeilijkheden waren. TIPS Introductiefilmpje creëert veiligheid De filmdocenten hadden van tevoren een filmpje gemaakt waarin ze zichzelf voorstelden aan de leerlingen en aankondigden wat ze in de klas kwamen doen. Hierdoor waren de leerlingen goed voorbereid op de komst van de voor hen nieuwe docenten en voelden ze zich veiliger. Veilige sfeer bij presentatie Leerlingen vonden het ontzettend spannend om hun films aan elkaar te laten zien. Dit veroorzaakte zichtbaar veel opwinding in de zaal en stoer, pesterig gedrag. Toen de films vervolgens vertoond werden, ontstond

60


een positieve, veilige sfeer dankzij de betrokkenheid van filmdocenten en docenten van de school. Zij spraken leerlingen direct aan en benadrukten hoe knap het was dat ze – in veel gevallen – doorgezet hadden. Filmdocenten gaven direct na de vertoning van de filmpjes ook goede feedback, zowel op het proces als op het resultaat, waarbij ze verwezen naar hun ervaring met de leerlingen tijdens de lessen. Voor de leerlingen was dit merkbaar belangrijk om te horen en het zorgde ervoor dat ze trots waren op wat ze volbracht hadden.

61


62


63


7. REGIO BEVERWIJK: HELIOMARE SO DE VELST EN DE ZEEAREND SAMENWERKINGSPARTNERS Heliomare ondersteunt volwassenen en kinderen met een beperking zodat ze nu en in de toekomst zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. Heliomare SO De Velst biedt Speciaal Onderwijs voor leerlingen tussen 4 en 13 jaar met een lichamelijke, verstandelijke, sociaal-emotionele of meervoudige beperking. Kinderen krijgen ondersteuning op maat. De Zeearend is een school voor speciaal basisonderwijs in de regio IJmond, voor kinderen die extra ondersteuning en begeleiding nodig hebben. De Zeearend richt het onderwijs zo in dat het optimaal aansluit bij de ontwikkeling, mogelijkheden en talenten van het kind. Op de Zeearend leren kinderen met hun hoofd, hun hart, én hun handen. De school is gevestigd in Beverwijk en maakt deel uit van Integraal Kind Centrum (IKC) IJmond. De missie van het Centrum voor de Kunsten Beverwijk is voor mensen uit Beverwijk, Wijk aan Zee en omgeving drempels weg te nemen en hen tools aan te reiken om zelf cultuur te maken. ‘We willen mensen leren hoe je in het dagelijks leven cultuurmaker kunt worden, hoe je cultuurmaker bent of hoe je een betere cultuurmaker kunt worden. Binnen het onderwijs willen wij bovendien de jeugd leren wat de betekenis van kunst en cultuur is binnen een mondiale samenleving.’ Centrum voor de Kunsten Beverwijk is projectleider CmK. Overige samenwerkingspartners: kunstvakdocent muziek en gitaar, ontwikkelaar Toonzetters en de afdeling Click van Centrum voor de Kunsten Beverwijk. PROJECTBESCHRIJVING In het project Chordbuddy 2.0 konden leerlingen in het Gespecialiseerd Onderwijs met een muzikaal hulpstuk gitaar leren spelen. Dit hulpstuk, Chordbuddy, is hiervoor speciaal ontwikkeld. Als onderdeel van het project werden leerkrachten en cultuuurdocenten getraind en er werd nieuw digitaal lesmateriaal ontwikkeld. Het doel van het project was om instrumentaal onderwijs in het GO te stimuleren. Daarbij was de ambitie om de omgeving van leerlingen te betrekken. Daarom werd in de pilot de inzet en uitbreiding onderzocht van Chordbuddy naschools, thuis en bij het Centrum voor de Kunsten.

64


LESACTIVITEITEN -

6 muzieklessen onder schooltijd in 9 klassen van Heliomare SO De Velt en SBO De Zeearend, gericht op gitaar spelen met behulp van de Chordbuddy. 4 ouder/kind lessen na schooltijd om samen te leren spelen met het Chordbuddy systeem. Muzieklessen in de vrije tijd op het Centrum voor de Kunsten Beverwijk. Ontwikkeling nieuw digitaal lesmateriaal (4 nieuwe liedjes) voor middenen bovenbouw, aangepast aan het leeftijd- en muzikale niveau van de leerlingen binnen de doelgroep.

OPBRENGSTEN Kennismaking met instrumentaal onderwijs De lessen met de Chordbuddy gaven leerlingen de kans om op een echt instrument te spelen wat een unieke ervaring is binnen het Gespecialiseerd Onderwijs. Voor veel leerlingen van de deelnemende scholen was het de eerste keer dat ze in aanraking kwamen met een echt instrument. De kracht van de Chordbuddy ligt in de directe resultaten: leerlingen kunnen al snel muziek maken, wat hun motivatie vergroot en hun zelfvertrouwen versterkt. Sommigen pakten het meteen goed op en bleken talent te hebben. Het gebruik van Chordbuddy bevorderde de samenwerking tussen leerlingen waardoor onverwachte sociale verbindingen ontstonden. Verbinding binnenschools, naschools en vrije tijd In alle domeinen van de culturele omgeving van leerlingen zijn lessen aangeboden met Chordbuddy: op school, in de vrije tijd en in een culturele instelling. Het bleek niet alleen een hulpmiddel voor leerlingen maar ook voor leerkrachten en ouders om makkelijk (samen) gitaar te spelen. Nieuw digitaal lesmateriaal werd beschibaar gemaakt voor kinderen thuis. De grootste uitdaging in de pilot bleek het betrekken van ouders en het verbinden van leerlingen binnen deze doelgroep aan vrijetijdsactiviteiten. Toch zijn kleine belangrijke stappen gezet. -

Via een oproep op de sociale media van één van de scholen is het gelukt drie ouder-kind koppels te vinden die naschoolse lessen op de Chordbuddy volgden. Dit was mogelijk door samen te werken met de afdeling Click, die een naschools programma verzorgde op de school.

65


-

Dankzij deze samenwerking kon gemakkelijker een groep gevormd worden en ouders geënthousiasmeerd om deel te nemen. Eén leerling heeft in het Centrum voor de Kunsten lessen gevolgd op de Chordbuddy van een gitaardocent, die in de pilot getraind is. Hij bereidde de leerling thuis voor met een introductiefilmpje, een routebeschrijving naar het leslokaal en een foto van de ruimte. Deze voorbereiding zorgde ervoor dat de leerling in een nieuwe, maar toch vertrouwde omgeving kon kennismaken met het Chordbuddy-systeem

Nieuw digitaal lesmateriaal De ontwikkeling van nieuw digitaal lesmateriaal was een uitdaging vanwege de verschillen tussen de beoogde doelgroepen. Desondanks is passend en sprankelend lesmateriaal ontwikkeld voor diverse leeftijden, doelgroepen en leerkrachten. In de uitwerking is rekening gehouden met overdraagbaarheid, werkbaarheid in de klas, de lichamelijke mogelijkheden van leerlingen, en met de muzikaliteit en creativiteit van de lessen. LEERMOMENTEN Externe kunstvakdocenten blijven essentieel Het lesmateriaal is zo uitgewerkt dat Chordbuddy een onderdeel kan zijn van een reguliere muziekles van een groepsleerkracht. Door de toenemende werkdruk was er ondanks het enthousiasme over de Chordbuddy minder bereidheid om te investeren in extra taken, zoals een teamtraining na schooltijd. Dit maakt duidelijk dat samenwerking met externe kunstvakdocenten essentieel is om Chordbuddy duurzaam in te zetten onder schooltijd. Periode tijdens het schooljaar In de pilot zijn de chordbuddy lessen gestart na de herfstvakantie, wat door leerkrachten als onrustig werd ervaren. Ook waren de lessen verspreid over een periode van een aantal maanden. Mogelijk leent Chordbuddy zich beter voor een projectweek en een themaperiode van school met aansluitend een reeks naschoolse lessen of lessen in de vrije tijd.

66


BORGING Verankering en duurzame samenwerking Chordbuddy Om bij te dragen aan de duurzaamheid van het project en de toegankelijkheid van muziekonderwijs voor leerlingen in het GO te vergroten, zijn de volgende stappen gezet: -

-

-

-

Kunstvakdocenten binnen het Centrum voor de kunsten Beverwijk zijn geschoold om kinderen met een beperking ook in de vrije tijd deel te laten nemen aan instrumentale lessen met Chordbuddy. Leenpakketten zijn samengesteld met gitaren en chordbuddy’s voor scholen en culturele instellingen. Kennisdeling met scholen en culturele instellingen die actief zijn binnen het Gespecialiseerd Onderwijs in de regio. De samenwerking met de pilotscholen is versterkt en verlengd. Beide scholen hebben een leenpakket aangeboden gekregen om zelfstandig met de Chordbuddy aan de slag te gaan. Door het aanbieden van nieuwe liedjes rond thema’s zoals de Kinderboekenweek, Sinterklaas en Kerst raken leerkrachten enthousiast en betrokken. Via de sociale kanalen van de school worden ouders bereikt met deze nieuwe liedjes. Chordbuddy is onderdeel gemaakt van het aanbod van Centrum voor de Kunsten.

67


8. REGIO DEN HELDER: DE MEERPAAL EN HET LINIE COLLEGE SAMENWERKINGSPARTNERS SO De Meerpaal in Den Helder is een school voor Speciaal Onderwijs (SO) aan zeer moeilijk lerende kinderen. De school zet zich in om leerlingen te stimuleren binnen hun eigen mogelijkheden te komen tot optimale ontwikkeling. Het Linie College is een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) aan Zeer Moeilijk Lerende Kinderen (ZMLK) van 12 tot 20 jaar. Leerlingen komen uit de gemeenten Texel, Hollands Kroon, Schagen en Den Helder. Triade is hét centrum voor kunst cultuur en educatie in Den Helder en omstreken. Een plek voor iedereen die graag bezig wil zijn met muziek, theater, dans, fotografie, multimedia en beeldende kunst. Triade is tevens projectleider CmK voor Den Helder, gemeente Schagen en gemeente Hollands Kroon en vanuit die rol organisatie voor ondersteuning bij ontwikkeling van kunsteducatie in het primair, het speciaal (basis)onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. Voor de pilot heeft dramadocent Mirjam Morsch vanuit Triade de lessen binnen het project ontwikkeld en uitgevoerd. Overige samenwerkingspartners: Marinemuseum en Theater Kompaan

PROJECTBESCHRIJVING In dit project zijn dramalessen gekoppeld aan twee verschillende prentenboeken op SO de Meerpaal en op VSO Linie College. Op deze boeken zijn voorstellingen gebaseerd, die de leerlingen uiteindelijk ook bezochten in het theater. Het was een breed project met diepgang doordat vanuit verschillende perspectieven gewerkt werd. Leerlingen en leerkrachten gingen in dit project aan de slag met thema’s uit de boeken en leerkrachten koppelden dit aan taalonderwijs, wereldoriëntatie en creatieve expressie. Onderdeel van het project was verbinding met de lokale omgeving en deskundigheidsbevordering van het team op het gebied van thematisch werken.

68


LES)ACTIVITEITEN -

-

-

-

Kunstvakdocent theater Mirjam Morsch ontwikkelde dramalessen aan de hand van twee prentenboeken. Voor de onderbouw en middenbouw van de Meerpaal en de dagbestedingsgroepen van het Linie College was dit: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft van Werner Holzwarth en Wolf Elbruch. Voor de bovenbouw van de Meerpaal en fase 1 en 2 van het Linie College: De vliegende Hollander, van Niels Rood. De leerkrachten startten met een teamworkshop. Zij gebruikten vervolgens het prentenboek als uitgangspunt voor thematisch onderwijs, met gevarieerde doelen voor het taalonderwijs, techniek, wereldoriëntatie en creatieve expressie. De leerlingen gingen in de dramalessen aan de slag met de gebeurtenissen en thema’s uit het boek. Op beide scholen gaf de theaterdocent gedurende zes weken les. Aansluitend werd het project afgesloten door de theatervoorstellingen rond de twee prentenboeken - van Meneer Monster (Bureau Vanaf2) en Vliegende Hollander van Ida van Drill (STT producties) – die te zien waren in Theater Kompaan via Triade. Voor de leerlingen die aan de slag gingen met de Vliegende Hollander werd een bezoek aan het Marinemuseum in Den Helder toegevoegd. Daarbij werd een link gelegd tussen de schepen uit het museum en het spookschip uit het verhaal.

OPBRENGSTEN Thematisch onderwijs verdiept leerervaring Het project was voor de betrokken scholen een aanleiding om een begin te maken met thematisch werken gekoppeld aan cultuuronderwijs. Tot ieders genoegen pakte dit goed uit. Het hele schoolteam deed enthousiast mee en was betrokken. Het thema werd breed uitgewerkt in gevarieerde lessen. Omdat de leerlingen kennis en leerervaringen konden stapelen ontstond er diepgang en kreeg onderwijs meer betekenis voor hen. Voor de leerkrachten was het inspirerend om op een andere manier een les te starten. Namelijk niet vanuit een leerdoel, maar vanuit een thema waaraan een leerdoel is gekoppeld. Voorbeelden van lesactiviteiten zijn: drollen maken van klei, het maken van een mol en het zoeken naar sporen in de natuur tijdens een wandeling. De leerkrachten keken anders naar hun lessen, stonden meer ‘aan’ en hadden meer zin om te experimenteren. sommige leerlingen duidelijk stappen gemaakt hadden in hun ontwikkeling.

69


TIP Het is handig om per school één thema te kiezen in plaats van twee, zodat de hele school met hetzelfde bezig is. Je kunt dan ook de hele school op dezelfde manier aankleden. Ook is het handig om een thema te kiezen waarmee je goed kunt differentiëren. Zeker voor het VSO is het belangrijk om een thema te kiezen dat op verschillende leeftijdniveaus aanspreekt. Prentenboek gekoppeld aan theaterles De creatieve aanpak en kwaliteit van de theaterdocent werd op beide scholen zeer gewaardeerd. Zij creëerde op basis van de prentenboeken gevarieerde theaterlessen in de onder- en bovenbouw met zowel beeldende, muzikale als bewegingselementen, die aansloten op de behoeften de leerlingen. Ook besteedde ze aandacht aan taalontwikkeling door bepaalde woorden en bewegingen aan elkaar te koppelen en uit te lichten in de les. De lessen waren een groot succes. Naar eigen zeggen werkte de docent volgens het principe ‘verwondering, herhaling en vernieuwing’. Leerlingen wisten wat ze konden verwachten. In het begin van de theaterles waren de leerlingen steeds verwonderd als de docent een zelfgemaakte mol tot leven liet komen. Daarna herhaalden ze deels wat ze in een eerdere les geleerd hadden, maar leerden ook steeds weer nieuwe dingen. Het enthousiasme van de leerlingen viel af te lezen aan het feit dat ze zelf graag een presentatie wilden houden over wat ze geleerd hadden in de theaterlessen. LEERMOMENT Opdrachten voor VSO ZMLK leerlingen Het was voor de theaterdocent aanvankelijk lastig om een connectie te maken met de hogere groepen, die ze lesgaf op het Linie College, omdat de leerlingen best wat weerstand hadden. Het was ook een uitdaging passende opdrachten te verzinnen, die interessant genoeg waren voor een leerling in een puberleeftijd. De leerlingen vonden bepaalde opdrachten al gauw kinderachtig. De docent ontdekte dat vooral opdrachten die de zelfredzaamheid bevorderden en de onderlinge interactie stimuleerden, goed aansloten bij de leerlingen. Ervaren groepsleerkrachten vertelden dat ze een tweede natuur ontwikkeld hebben om deze leerlingen aan te spreken als een (bijvoorbeeld) zestienjarige, maar daarbij tegelijkertijd eenvoudige taal te gebruiken. .

70


Overige inzichten die de theaterdocent tijdens deze lessen heeft opgedaan: Het is belangrijk om - de stemming van de klas niet op je in te laten werken. - in het hier en nu te staan. - flexibel te zijn en te improviseren. - te blijven zoeken naar opdrachten die je wél voor elkaar krijgt. - te focussen op de positieve leerlingen, die wel willen, die krijgen anderen weer mee. Borging thematisch cultuuronderwijs Het project, waarbij een thema gekoppeld wordt aan actief en receptief cultuuronderwijs was succesvol. Mits financieel haalbaar, willen de betrokkenen graag meer projecten op deze manier vormgeven. Naar aanleiding van deze ervaring is ook een stuurgroep cultuur gevormd op de scholen, waarin met elkaar nagedacht kan worden over nieuwe projecten en mogelijke thema’s. 71


72


73


NAWOORD De impact en kwaliteit van cultuuronderwijs wordt bepaald door wat er daadwerkelijk gebeurt in de klas. De expertise en toewijding van kunstvakdocenten zorgt ervoor dat cultuuronderwijs voor leerlingen toegankelijk en betekenisvol wordt. Goede samenwerking tussen kunstvakdocenten, onderwijsprofessionals en culturele instellingen is daarbij een sleutel, omdat de uitwisseling van kennis en ervaring de kwaliteit van het cultuuronderwijs versterkt. Daarom is het cruciaal dat onderwijsinstellingen, culturele partners en beleidsmakers de krachten bundelen om cultuuronderwijs in het Gespecialiseerd Onderwijs structureel te verankeren. De pilot toont aan hoe gezamenlijke inspanningen kunnen leiden tot inspirerende resultaten en grotere kansen voor deze leerlingen. Alleen samen kunnen we bouwen aan een toekomst waarin goed cultuuronderwijs toegankelijk is voor iedereen.

74


MET DANK AAN De pilot duurzame samenwerking werd mogelijk gemaakt door alle projectleiders, schooldirecteuren, culturele organisaties, cultuurcoördiantoren, kunstvakdocenten en leerkrachten die hun tijd en aandacht aan het project schonken. Zij leverden ook veel input voor de inhoud van deze gids. -

Schagen (1): Lilian Pruis, Marcel Harmsen, Lennard Gols, Jasmijn, Denise en Rik Janssen Schagen (2): Marjo Berendsen, Sylke de Heus, Pia Bechtle, Remco Efdé en Amber Joele Purmerend: Anouk Diepenbroek, Bernlef Knossen, Willemien Lieffering, Linda Meulenhoff en Tim Schuilvlot Waterland: Anouk Diepenbroek, Linda Tol, Kim Buijs, Charlotte Veerman, Natasha Meijer en Moniek van der Kaaden West-Friesland: Joep van der Oord, Peter Smit, Mariet Leendertse, Sonja Kracht, Tabita Blok en Nienke Botma Gooise Meren: Baukje Hiemstra, Christine Ravenhorst, Janine Beulink, Niels Dikker, Freek Commandeur en Josefien Hendriks Beverwijk: Deborah Vollebregt, Ninya de Wever, Sanna Prins, muziekdocenten/ICC, Iris Steiner, Romeo Cimarosti en Jeroen Duijvenstein Den Helder: Tanja de Jonge, Sjaukje van de Walle, Judith Renken en Mirjam Morsch

75


76


BRONNEN 1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap [PDF, z.j.], https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/ nationale-strategie-voor-de-implementatie-van-het-vn-verdrag-handicap 2. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs/ speciaal-onderwijs 3. https://www.nji.nl/impact-maken-met-jeugdbeleid/geschiedenis-jeugdstelsel 4. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs 5. https://www.nji.nl/impact-maken-met-jeugdbeleid/wet-passend-onderwijs 6. https://www.ocwincijfers.nl/ 7. https://duo.nl/open_onderwijsdata/ 8. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Met elkaar voor alle kinderen en jongeren [beleidskader, z.j.]. https://open.overheid.nl/ documenten/ronl-9e1bccf1789a572a01fc5662f71a46577213e9b9/pdf. 9. Van Miert, Marian, en Melissa Bremmer. Kunst en cultuur voor jou en mij? Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), z.j. https://www.lkca.nl/wp-content/uploads/LONGREAD-Kunst-en-cultuurvoor-jou-en-mij_DEF-en-DT.pdf. 10. Mieras, Mark. Hoopvol onderwijs: hoe kunst gelijke kansen schept. Meer Muziek in de Klas, mei 2024. https://www.meermuziekindeklas.nl/ activiteiten/hoopvol-onderwijs-hoe-kunst-gelijke-kansen-schept/. 11. Rijksoverheid. Onze toekomst, ons onderwijs – jongerenvisie [Bijlage 12, 10 mei 2024]. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief-onderwijs/ documenten/rapporten/2024/05/10/bijlage-12-onze-toekomst-onsonderwijs-jongerenvisie. 12. Monsma, Dirk. De stomme van Kampen zichtbaar. Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), maart 2022. https://www.lkca.nl/wp-content/uploads/2022/03/1051_ESSAY4_ STOMME-VAN-KAMPEN-ZICHTBAAR_DT.pdf. 13. Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). Nieuwe fundamenten cultuureducatie [digitale publicatie, z.j.] 14. https://balansdigitaal.nl/thuiszitters-tellen

77


78


Hoe maak je cultuuronderwijs toegankelijk voor álle leerlingen, ook in het gespecialiseerd onderwijs? In deze gids delen scholen, cultuurinstellingen en docenten hun ervaringen uit acht Noord-Hollandse pilotprojecten. Het resultaat is een inspirerende verzameling praktijkvoorbeelden, inzichten en aanbevelingen voor duurzame samenwerking. Deze publicatie is een must-read voor iedereen die zich inzet voor inclusief cultuuronderwijs. Met praktische tips, inspirerende verhalen en waardevolle aanbevelingen draagt deze gids bij aan de beweging naar een inclusieve, culturele leeromgeving voor álle leerlingen.

COACHT CULTUUR


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Cultuureducatie in het Gespecialiseerd Onderwijs - een gids by Plein C - Issuu