Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Inleiding 3 1. Voor wie is pleegzorg gestart? 4
Pleegzorg door iedereen
6
Pleegzorg voor iedereen
6
Thuistaal
7
Onderwijsniveau
7
8
Wie stelt de hulpvraag?
2. Lopende pleegzorgsituaties 10
Pleegzorg voor iedereen
12
Pleegzorg door iedereen
13
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
3. BeĂŤindigde pleegzorgsituaties 14
2
Samenwerkingen en combinaties
14
Afsluiten van de pleegzorgsituatie
16
Uitval
16
4. Mogelijkheden binnen pleegzorg 17 Behandelingspleegzorg
18
5. Selectie bestandspleegzorgers 19
Duur van het screeningstraject
20
Uitdagingen voor pleegzorg
21
Terminologielijst 22 Bijlages 23
Inleiding
Bij pleegzorg nemen andere mensen dan de ouders kinderen, jongeren of volwassenen in huis. Ze doen dit op vrijwillige basis en zonder de plaats van die ouders in te nemen; de ouders worden zo veel mogelijk betrokken. Met het pleegzorgdecreet kreeg pleegzorg een heel duidelijke plaats in het jeugdhulpverleningslandschap. Indien een uithuisplaatsing nodig is, hebben kinderen en jongeren meestal de beste ontwikkelingskansen in een gezin. We zien in 2018 het aantal begeleidingen stijgen, een trend die wie sinds de invoering van het decreet kunnen waarnemen. We hebben steeds meer aandacht voor welzijn, waardoor de mogelijkheden binnen jeugdhulp stijgen, maar niet zo snel als de hulpvragen die worden gesteld. De toename in de vraag naar zorg door een pleeggezin gaat gepaard met heel wat uitdagingen. De grootste uitdaging is het vinden van gezinnen die de mogelijkheden hebben om hun thuis open te stellen voor kinderen. Daarnaast is het belangrijk dat we de gezinnen kunnen ondersteunen in hun uitzonderlijk engagement. Jaar na jaar moeten pleegzorgdiensten nieuwe begeleiders aanwerven om gezinnen de nodige ondersteuning te bieden. Daarnaast weerklinkt de vraag naar extra ondersteuning bij moeilijke momenten. Een minder hoge werkdruk bij begeleiders kan hierin een meerwaarde betekenen zodat zij de gezinnen kunnen ondersteunen wanneer ze dit nodig hebben. Ook behandelingspleegzorg kan een grote meerwaarde betekenen bij deze ondersteuning. De pleegzorgdiensten zetten hier al jaren op in. De volgende jaren verwachten we meer gedetailleerde informatie over de gegeven modules behandelingspleegzorg. De meeste nieuwe plaatsingen gebeuren binnen het eigen netwerk. Dat er gezinnen binnen het netwerk de zorg voor een kind willen opnemen is positief, maar brengt zeker een aantal uitdagingen met zich mee. Vaak is er bij deze pleegzorgsituaties meer nood aan ondersteuning en begeleiding. Door de voorgeschiedenis en bestaande relaties zijn de relationele problemen tussen ouders en context vaak complexer. We zijn benieuwd naar de invloed van de recente vernieuwingen binnen jeugdhulp op pleegzorg. Zo is er de laatste jaren meer aandacht voor de jongvolwassenen en kunnen pleegjongeren tot 25 jaar in het pleeggezin blijven indien er nog een vraag is naar ondersteuning. Pleegzorg kan zeker een rol spelen bij de ondersteuning van deze doelgroep. Het is mogelijk dat er vaker aan een pleeggezin wordt gedacht om een jongvolwassene te ondersteunen als die een hulpvraag stelt. Daarbuiten is er het “1 gezin 1 plan” dat mogelijk een invloed heeft op de vraag naar ondersteuning door een pleeggezin en/of pleegzorgdienst. We stellen ons de vraag of er nog veel gezinnen zijn die in feite aan pleegzorg doen, maar dus nog zonder begeleiding en ondersteuning van de pleegzorgdienst.
In dit rapport zullen we spreken over pleegzorg voor volwassenen: dit zijn meerderjarigen met een handicap en/of psychiatrische problematiek. Daarnaast kunnen kinderen, jongeren en jongvolwassenen tot 25 jaar beroep doen op pleegzorg. In dat geval zullen we spreken over de minderjarigenwerking. Voor de jongvolwassenen geldt dat zij al wel beroep moeten hebben gedaan op de jeugdhulp en hun vraag voor ondersteuning goedgekeurd wordt door de toegangspoort. Dit verslag geeft een beeld van enkele facetten van pleegzorg en we hopen dit rapport jaar na jaar meer inhoudelijk relevant te maken, de foutenmarge en ontbrekende gegevens te beperken. Maar niet alle parameters zijn gekend over elke situatie. Dit maakt dat er af en toe verschillen zijn tussen de totalen. In bijlage is er een verklarende woordenlijst voor het geval u niet bekend bent met de begrippen die in dit rapport worden gebruikt. We blijven ons inspannen om pleegzorg verder bekend te maken binnen de maatschappij en om gezinnen tijdig te ondersteunen.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
In dit verslag staan we eerst stil bij pleegzorgsituaties. We bekijken voor en door wie pleegzorg wordt geboden en vervolgens enkele thema’s die geregistreerd worden bij de gestarte, lopende en beëindigde pleegzorgsituaties om zo een beeld te kunnen geven van de variatie binnen pleegzorg. Nadien vestigen we de aandacht op alle mogelijkheden binnen pleegzorg, om af te sluiten met de werving en selectie van bestandspleegzorgers.
3
Voor wie is pleegzorg gestart?
1. Voor wie is pleegzorg gestart? In deze paragraaf kijken we naar de gestarte pleegzorgsituaties en parameters die we hier registreren. Wie maakt er gebruik van en door wie wordt pleegzorg geboden? Wat is de thuistaal en het onderwijsniveau van de cliĂŤnten die zorg krijgen van een pleeggezin? Om als laatste stil te staan bij wie de hulpvraag stelt. In 2018 werden er 1780 pleegzorgsituaties opgestart. Dit betekent dat 16.8% van de trajecten binnen jeugdhulp zijn opgestart in pleegzorg. 2015
2016
2017
2018
1354
1460
1565
1707
Aantal meisjes/vrouwen
666
673
722
841
Aantal jongens/mannen
686
787
843
866
Aantal pleeggasten
83
54
77
73
Aantal vrouwen
39
28
34
28
Aantal mannen
46
33
43
45
Minderjarigenwerking
Tabel 1: Aantal pleegzorgplaatsingen die zijn opgestart voor pleegkinderen en pleeggasten, ook verdeeld volgens geslacht. Gegevens Binc.
Wanneer we kijken naar het aantal gestarte pleegzorgsituaties zien we sinds 2015 een toename. We zien dat het aantal meisjes en jongens in 2018 ongeveer gelijk is terwijl de vorige twee jaar meer jongens dan meisjes zijn gestart. Waar er bij de minderjarigenwerking jaar na jaar een toename is waar te nemen bij het aantal gestarte plaatsingen, is dit bij de volwassenwerking niet waar te nemen. Wat het geslacht betreft zijn er wel verschillen: we stellen vast dat er jaarlijks meer mannen dan vrouwen instromen in pleegzorg. In het pleegzorgdecreet werd de nadruk gelegd op het aanbod van pleegzorg wanneer een uithuisplaatsing nodig is bij jonge kinderen tot 6 jaar.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Gestarte plaatsingen jonge kinderen
4
2015
2016
2017
2018
0 t.e.m. 3 jaar pleegzorg
475
37,40%
436
29,50%
441
28,5%
496
29,10%
4 t.e.m. 6 jaar pleegzorg
212
16,70%
204
13,80%
236
15%
257
15,10%
0 t.e.m. 3 jaar OVBJ verblijf
273
5,8%
259
5,2%
283
5,7%
277
5,4%
4 t.e.m. 6 jaar OVBJ verblijf
361
7,6%
358
7,2%
346
7%
344
6,7%
CKG jonger dan 3
566
38%
478
39%
486
35,5%
418
32,5%
CKG Vanaf 3 tot en met 6 jaar.
555
32%
464
33%
454
33,1%
447
34,7%
Tabel 2: Aantal jonge kinderen opgestart in pleegzorg en OVBJ residentieel (Bron: Binc) en residentieel verblijf in CKG (Bron: Kind en gezin). Naast de absolute getallen kan u ook het percentage vinden t.o.v. de hele populatie binnen dezelfde hulpverleningsvorm.
Ten opzichte van de gehele populatie binnen pleegzorg is er geen significante stijging waar te nemen sinds de invoering van het decreet. Wanneer we vergelijken met andere residentiële vormen binnen de jeugdhulp, zien we dat pleegzorg wel vaker wordt ingezet voor jonge kinderen, zeker voor de allerjongsten. Het is de enige hulpverleningsvorm waar we in vergelijking met vorig jaar een toename bij deze leeftijdscategorie kunnen waarnemen. Bij de CKG’s zien we dat het aantal residentiële begeleidingen vanaf 2015 elk jaar vermindert. Waar er in 2015 binnen de leeftijdscategorie 0 t.e.m. 3 jaar nog meer residentiële begeleidingen waren dan opgestarte pleegzorgplaatsingen, is de situatie in 2018 omgekeerd. Het is moeilijker vergelijken voor de andere leeftijdscategorieën over de jaren heen gezien de parameters vorig jaar zijn aangepast. Voor de volledigheid geven we de gestarte plaatsen per leeftijdscategorie weer voor 2018 en 2017. De jaren voordien werden andere leeftijdscategorieën gebruikt.
Aantal pleegkinderen of –gasten waarvoor pleegzorg is opgestart
2017
2018
0 tot 3 jaar
441
496
3 tot 6 jaar
236
257
6 tot 10 jaar
190
231
10 tot 13 jaar
174
211
13 tot 16 jaar
241
269
16 tot 19 jaar
240
255
19 tot 21 jaar
9
23
ouder dan 21 jaar
39
38
Tabel 3: Pleegkinderen en pleeggasten waarvoor pleegzorg is opgestart verdeeld in leeftijdscategorieën. (Bron: Binc)
Ten opzichte van 2015 is een stijging waar te nemen, maar deze is niet structureel. Er is een nominale stijging, maar het aandeel van pleegzorg voor de jonge kinderen is niet gestegen t.o.v. verblijf in een residentiële voorziening. De hulpverlening lijkt er vooralsnog niet in te slagen om van pleegzorg de eerste keuze te maken bij de plaatsing van jonge kinderen. Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
5
Pleegzorg door iedereen Type pleegzorg gestartte plaatsingen minderjarigenwerking
Type pleegzorg gestartte plaatsingen minderjarigenwerking
533
316
24
15
31%
19%
33%
20%
846
35
50%
47%
sociale netwerk familiale netwerk bestandspleegzorgers
sociale netwerk familiale netwerk bestandspleegzorgers
Grafiek 1a en 1b: Type pleegzorg gestarte plaatsingen (Bron: eigen registratie) Er zijn enkele ontbrekende waarden wat het type pleegzorg betreft
Bij pleegzorgers maken we een onderscheid of ze het kind, de jongere of de volwassene al kenden voor de start van de plaatsing, als familie of ander netwerk, en bestandspleegzorgers. Laatstgenoemden zijn mensen die zich vrijwillig aanmelden bij de pleegzorgdiensten om de zorg voor een kind of volwassene op te nemen. Het aantal bestandspleegzorgers blijft gelijk ondanks de inspanningen van de diensten terwijl het aandeel van pleegzorgplaatsingen in het netwerk gestaag blijft toenemen. Gelijktijdig blijft de vraag naar pleegzorg toenemen. De aandacht verschuift dan ook naar het netwerk om een geschikt pleeggezin te vinden. Aandeel netwerkpleegzorg op basis van totaal aantal gestarte pleegzorgsituaties 2015
2016
2017
2018
Bestandspleegzorg
541
43%
659
37%
523
32%
557
31%
Netwerkpleegzorg
813
57%
801
63%
1099
68%
1223
69%
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Tabel 4: Verhouding netwerkpleegzorg en bestandspleegzorg van gestarte pleegzorgsituaties (Bron: Binc)
6
Bij de gestarte plaatsingen in 2018 zien we dat 31% van de plaatsingen gebeurt bij een bestandsgezin en dat de helft terecht kan bij familie. De toename van zorg door familie en ander netwerk speelt een grote rol. De grote stijging van zorg door netwerk die we afgelopen jaren hebben gezien, lijkt te stabiliseren: de toename van het aandeel netwerkpleegzorg was in 2018 minder groot dan de voorgaande jaren. We zien dat het aantal gestarte pleegzorgsituaties bij bestandsgezinnen ongeveer op hetzelfde aantal blijft.
Pleegzorg voor iedereen Voor elke vraag naar een pleeggezin trachten we een geschikt gezin te vinden indien pleegzorg de best mogelijke hulpvorm is. Ongeacht de afkomst, leeftijd of mogelijkheden van het kind, de jongere of de volwassene proberen we een goede match te zoeken om zo een warme thuis te bieden. Hieronder kijken we naar de thuistaal, het onderwijsniveau en wie de hulpvraag heeft gesteld voor wie pleegzorg is opgestart.
Thuistaal Bij de taal die gesproken wordt in het gezin zien we de volgende resultaten: Thuistaal
Nederlands
Aantal gezinnen
1245
71,6%
Andere 286
Nederlands en andere 16,5%
207
11,9%
Tabel 5: Thuistaal bij gezinnen waarvoor in 2018 pleegzorg is opgestart. (Bron: Binc) Over enkele thuissituaties ontbreken de gegevens
Met de thuistaal bedoelen we de taal die de ouders spreken. 16,5% van de gezinnen waarvoor pleegzorg is opgestart spreekt in het gezin geen Nederlands en bij 71,6% van deze gezinnen wordt uitsluitend Nederlands gesproken. Bij de gezinnen met een andere thuistaal waren er 86 gezinnen waar er een tolk nodig was bij de gesprekken. Het betrekken van en samenwerken met de ouders is immers een van de belangrijkste taken van een pleegzorgbegeleider. Bij 1 gezin was er geen tolk beschikbaar en bij 47 gezinnen was deze soms beschikbaar. Het spreekt voor zich dat samenwerken met een tolk meer begeleidingstijd van een begeleider vergt. Daarbuiten zijn er culturele verschillen die een begeleiding soms meer uitdagend maken.
Onderwijsniveau Wanneer we kijken naar het onderwijsniveau van degenen voor wie pleegzorg is opgestart, zien we de volgende verdeling. Onderwijsniveau
Percentage per onderwijsniveau
Aantal cliĂŤnten
Geen
354 Kleuteronderwijs
Regulier kleuteronderwijs
285
94,1%
18
5,9%
385
82,1%
84
17,9%
ASO
93
17,4%
TSO
83
15,6%
BSO
168
31,5%
6
1,1%
Buitengewoon secundair onderwijs
71
13,3%
Deeltijds onderwijs of leercontract
32
6%
Onthaalklas anderstaligen
80
15%
11
68,7%
5
31,3%
Buitengewoon kleuteronderwijs Lager onderwijs Regulier lager onderwijs Buitengewoon lager onderwijs Secundair Onderwijs
Onderwijs voor volwassenen Hoger onderwijs Tweedekansonderwijs of volwassenonderwijs
Tabel 6: Onderwijsniveau van cliĂŤnten voor wie pleegzorg is opgestart. (Bron: Binc.) Er zijn enkele ontbrekende gegevens. Percentages zijn afgerond, dus de som is niet steeds 100%. Informatie over de gehele populatie kan u terugvinden op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/onderwijsstatistieken
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Kunstonderwijs
7
Het onderwijsniveau is uiteraard nauw verbonden met de leeftijd van de kinderen. Daarbuiten zien we dat het aantal kinderen in het buitengewoon onderwijs beduidend hoger ligt in vergelijking met de gehele populatie. Bij de hele populatie volgt ongeveer 5% buitengewoon onderwijs in het lager (5.3%) en secundair (4.6%). Bij pleegzorg liggen de verhoudingen heel anders; in het lager gaat bijna 18% en in het secundair meer dan 13% van de pleegkinderen naar het buitengewoon onderwijs wanneer we vergelijken met de kinderen van dezelfde leeftijden. Het aantal kinderen in de onthaalklas voor anderstaligen valt te verklaren door de niet-begeleide minderjarigen voor wie een pleeggezin is gevonden.
Wie stelt de hulpvraag? Bijna de helft van de pleegzorgsituaties start na een aanmelding voor rechtstreeks toegankelijke hulp. We spreken over een rechtstreekse aanmelding wanneer een crisisvraag wordt gesteld of er vraag is naar ondersteunende pleegzorg. Voor volwassenen kan een rechtstreekse vraag gesteld worden voor elke vorm van pleegzorg. De dienst bekijkt samen met het gezin welke pleegzorgmodule het meest is aangewezen. Indien er na de rechtstreeks toegankelijke module nog steeds een hulpvraag is of indien meer ondersteuning nodig is, wordt verder gezocht naar de meest geschikte hulpvorm.
Soort aanmelding
2015
2016
2017
2018
Aanmeldingen via de toegangspoort
781
54%
821
53,50%
847
52,20%
950
53,40%
Rechtstreekse aanmeldingen
666
46%
713
46,50%
775
47,80%
830
46,60%
Tabel 7: rechtstreekse vs. niet-rechtstreekse aanmeldingen (Bron Binc)
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Iets meer dan de helft van de aanmeldingen gebeurt rechtstreeks bij de diensten voor pleegzorg. In onderstaande tabel bekijken we door wie de aanmelding gebeurt.
8
Aanmelder
Aantal
Percentage
Jongere/context
103
12,5
Pleeggezin
70
8,5
Jeugdrechtbank, politie en parket
247
29,9
VK en OCJ
76
9,2
Crisismeldpunt
42
5,1
School en CLB
47
5,7
K&G, CAW en OCMW
48
5,8
VAPH, JWZ en fedasil
41
5
CGG, psychiatrie, psycholoog en ziekenhuis
26
3,1
Andere
126
15,2
Tabel 8: Rechtstreekse aanmelders (Bron Binc).
Daarnaast merken we dat de jongere of zijn context in 12.5% van de gevallen rechtstreeks de pleegzorgdienst contacteert met een hulpvraag. Ook zijn er 70 (8.5%) pleegzorgsituaties die door het pleeggezin zelf werden aangemeld. In dit geval vermoeden we dat het pleeggezin vaak al de zorg heeft opgenomen voor een kind of volwassene maar het nu pas de officiĂŤle vraag naar een dienst heeft gesteld voor begeleiding en ondersteuning. Van alle aanmeldingen (zowel rechtstreekse als niet-rechtstreekse) gebeurden 942 aanmeldingen door de sociale dienst van de jeugdrechtbank, 390 door het OCJ en 67 door het VK. Sommige jongeren worden door meerdere diensten aangemeld. Deze cijfers impliceren dat er bij 70% van de aanmeldingen een maatschappelijke dienst betrokken is bij de opvoedingssituatie.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Voor rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is de sociale dienst van de jeugdrechtbank duidelijk de grootste aanmelder. De gemandateerde voorzieningen melden bijna 10% aan van de rechtstreeks toegankelijke pleegzorg.
9
Lopende pleegzorgsituaties
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
10
2. Lopende pleegzorgsituaties In dit deel bespreken we alle dossiers waar pleegzorgdiensten instonden voor de begeleiding gedurende het jaar 2018. We kijken naar de evolutie van het aantal pleegzorgsituaties en de vergelijking met residentiële voorzieningen binnen jongerenwelzijn. Daarbuiten kijken we ook naar de leeftijdsverdeling van de cliënten en wie zich engageert als pleeggezin. Allereerst bekijken we enkele gegevens die we enkel beschikbaar hebben tijdens een meetmoment om dan de cijfers gedurende het hele jaar te bekijken.
Variabelen tijdens een meetmoment
2014
2015
2016
2017
2018
pleeggezinnen op 31/12 (1)
3909
4177
4717
5181
5489
pleegkinderen en pleeggasten op 31/12 (2)
5344
5616
6024
6507
7132
Tabel 9a: Overzicht van aantal pleegkinderen, -gasten, en in pleeggezinnen op 31/12/2018. (1): gegevens uit eigen registratie; (2): gegevens uit Binc
Variabelen gedurende het jaar
2014
2015
2016
2017
2018
totaal aantal pleegkinderen gedurende het jaar(2)
5851
6058
6507
7115
7587
totaal aantal pleeggasten gedurende het jaar (1)
481
476
505
516
549
totaal aantal pleegzorgsituaties gedurende het jaar (2)
6332
6534
7012
7631
8136
Tabel 9b: Overzicht van aantal pleegkinderen, -gasten, en –zorgsituaties in 2018. 11): gegevens uit eigen registratie; (2): gegevens uit Binc
Meer dan 7000 kinderen en volwassenen vinden een thuis en zorg in bijna 5500 pleeggezinnen. Onder pleeggezin verstaan we iedereen die zorg biedt, ongeacht de vorm van pleegzorg (continu of onderbroken, voor korte of lange duur) en de samenstelling van het gezin. In 2018 waren er meer dan 8000 pleegzorgsituaties. Pleegzorg is een van de belangrijkste hulpverleningsvormen binnen de jeugdhulp en biedt voor bijna 40% van de kinderen waarvoor een traject binnen jongerenwelzijn is opgestart een plaats in een gezin. De andere hulpverleningsvormen die onder jongerenwelzijn vallen zijn organisaties voor bijzondere jeugdzorg die zowel residentiële als ambulante begeleidingen voorzien, onthaal oriëntatie en observatiecentra (O.O.O.C), Crisishulp aan huis (Cah) en Centra voor integrale Gezinszorg (CiG). Jeugdhulp is echter breder dan deze hulpverleningsvormen. Zo zijn er ook nog residentiële begeleidingen door Kind en Gezin die we hebben besproken in hoofdstuk 1. De doelstelling om voor ieder kind een plaats in een gezin te kunnen bieden indien een tijdelijke uithuisplaatsing nodig is, is helaas nog veraf. Sinds de invoering van het pleegzorgdecreet is het aandeel van pleegzorg wel stevig toegenomen.
Aantal pleegzorgsitiaties 9000 8000
8136
7000 6000
6332
6277
5000
5315 4645
4000 3000 2000 1000
0 2000 2005 2010 2014 2018 Grafiek 2: Evolutie van het aantal pleegzorgsituaties gedurende een jaar over de jaren heen. (Bron:Eigen registratie en Binc)
Over de jaren heen zien we een duidelijke stijging van het aantal pleegzorgsitiaties sinds het pleegzorgdecreet in 2014 in vergelijking met periodes voor het pleegzorgdecreet. Sinds 2014 is het aantal pleegzorgsituaties toegenomen met 28% terwijl we in de periode van 2001 tot 2005 een toename konden waarnemen van 13% en in de periode van 2006-2010 een toename van 9%. Het aantal pleegzorgsituaties stijgt dus veel sneller dan voor de uitvoering van het decreet.
Toename 2015 > < 2014
Toename 2016 > < 2015
Toename 2017 > < 2016
Toename 2018 > < 2017
268
7%
540
13%
464
8%
308
6%
totaal aantal pleegkinderen (2)
207
4%
449
7%
608
9%
452
6%
-5
-1%
29
6%
11
2%
33
6%
202
3%
478
7%
619
9%
505
6%
totaal aantal pleeggasten (1) totaal aantal pleegzorgsituaties (2)
Tabel 10: Toename van het aantal lopende begeleidingen. Bron: Eigen registratie (1) en Binc (2)
De stijging van het aantal pleegzorgsituaties die we waarnemen sinds het pleegzorgdecreet wordt in 2018 bevestigd met een toename van 6%. Een van de doelstellingen is om voor ieder kind een gezin te voorzien tenzij de zorgnoden van het kind of de jongere dit niet meer mogelijk maken. De uitdaging is uiteraard het vinden van voldoende geschikte gezinnen om deze zorg op te nemen. ResidentiĂŤle zorg binnen voorzieningen kan enkel toenemen door meer erkenningen of een hogere bezettingsgraad. Om een goed beeld te krijgen of deze doelstelling wordt behaald, vergelijken we het aantal unieke cliĂŤnten in de residentiĂŤle voorzieningen binnen bijzondere jeugdzorg met pleegzorg.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
pleeggezinnen op 31/12 (1)
11
10500
10133 9851
10000 9482
9500 9000
8785
8500
8163
8000
7568
7500
7012
7000
6534
6500 6000
2015 2016 2017 2018
Pleegzorg
OVBJ met verblijf
Grafiek 3: Vergelijking van het aantal cliënten per jaar bij pleegzorg en OVBJ met verblijf
Jaar na jaar zien we een toename in het aantal kinderen, jongeren en (jong)volwassenen die beroep doen op residentiële voorzieningen binnen de jeugdhulp. De toename bij residentiële voorzieningen van organisaties van bijzondere jeugdzorg is de laatste jaren minder groot dan bij pleegzorg. De vraag naar hulp blijft toenemen. Of dit komt door een grotere bekendheid, door snellere verwijzing of door meer nood aan plaatsing weten we niet. We hopen dat mensen sneller hulp vragen en de indicatiestelling sneller gebeurt, eerder dan dit gebeurt door meer zorgwekkende situaties. Het is belangrijk om voldoende ondersteuning aan de gezinnen te kunnen bieden zodat een uithuisplaatsing voorkomen kan worden. Hoe sneller om hulp wordt gevraagd en deze kan worden geboden, hoe groter de kans dat de hulp die nodig is om de gezinnen te ondersteunen minder ingrijpend is.
Pleegzorg voor iedereen
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Niet enkel volwassenen met een beperking vinden zorg in pleegzorg; 965 (12.8%) van de pleegkinderen heeft een handicap. Afhankelijk van de zorgnood wordt een gezin gezocht dat de nodige zorg en ondersteuning kan bieden. De pleeggezinnen worden hierin zelf ondersteund. Hoe hoger de zorgvraag, hoe moeilijker het evenwel is om een geschikt gezin te vinden.
12
Wanneer we kijken naar de verdeling op basis van leeftijd, zien we geen grote verschillen bij de leeftijdsgroepen tot 18 jaar. Hoewel de meeste nieuwe plaatsingen gebeuren voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar, is het aandeel van deze leeftijdsgroep kleiner in vergelijking met de andere leeftijdscategorieën. Na 18 jaar kunnen we, zoals we verwachten, ook een daling waarnemen. Voor de volledigheid kan u eveneens de tabel met gestarte plaatsingen per leeftijdscategorie terugvinden in deel 1. (tabel 3)
Leeftijd van alle pleegkinderen en –gasten die gedurende 2018 in een pleeggezin verbleven
%
0 - 3 jaar
877
10,7
4 - 6 jaar
1064
13
7 - 9 jaar
1211
14,8
10 - 12 jaar
1215
14,8
13 - 15 jaar
1291
15,7
16 - 18 jaar
1388
16,9
19 - 21 jaar
644
7,9
+21 jaar
505
6,2
Tabel 11: alle pleegkinderen en pleeggasten verdeeld over leeftijdscategorieĂŤn
Pleegzorg door iedereen Om pleegzorger te worden zijn er enkele wettelijke voorwaarden. Uiteraard moet je meerderjarig zijn en de stabiliteit en vaardigheden hebben om de nodige zorg te kunnen bieden. Maar vooral een groot hart en open geest zijn essentieel. We zien dat pleegzorg heel vaak wordt opgenomen door familie of anderen binnen het netwerk. Er zijn ook heel wat bestandspleegzorgers die hun huis spontaan openstellen voor kinderen en/of volwassenen die zorg nodig hebben.
Type pleegzorg minderjarigen
Type pleegzorg pleeggasten
2671
977
107
85
39%
14%
21%
17%
307
47%
62%
sociale netwerk familiale netwerk bestand
Grafiek 4a en 4b: Wie biedt de zorg? Type pleegzorg pleegkinderen en pleeggasten bij lopende begeleidingen.
De meeste zorg wordt opgenomen door familie. Daarna zien we dat de bestandspleegzorgers het meeste zorg bieden. Wanneer we vergelijken met de gestarte plaatsingen zien we wel dat het aandeel van de zorg door bestandspleegzorgers groter is bij de minderjarigenwerking. Bij de volwassenwerking zien we de omgekeerde beweging. In 2018 was 1 op de 3 gestarte plaatsingen bij een bestandsgezin. Bij alle plaatsingen wordt de zorg voor volwassenen in 1 op de 5 gevallen opgenomen door een bestandspleeggezin. Vanuit het beleid is er meer aandacht om op zoek te gaan naar gezinnen binnen het netwerk die de zorg voor de kinderen of volwassenen op zich nemen. Dit om te vermijden dat een kind niet meer terecht kan bij een gezin. De zoektocht naar bestandspleegzorgers blijft cruciaal. Nog te vaak moeten kinderen wachten op een pleeggezin.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
sociale netwerk familiale netwerk bestand
3243
13
Beëindigde pleegzorgsituaties
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
14
3. Beëindigde pleegzorgsituaties Bij de beëindigde situaties wordt steeds nagegaan in welke mate er samenwerkingen en combinaties waren met andere diensten en voorzieningen. We geven ook aandacht aan de redenen waardoor een pleegzorgsituatie beëindigd is. 2015
2016
2017
2018
Pleegkinderen (2)
811
987
1056
1008
Pleeggasten (1)
98
68
51
78
Tabel 12: Aantal beëindigde plaatsen Bron: Binc (2) en eigenregistratie (1)
Gedurende 2018 eindigde voor 1008 kinderen of jongeren en 78 pleeggasten de pleegzorgsituatie. Waar we vorige jaren een grote toename zagen bij de beëindigde plaatsen is het aantal in 2018 ongeveer gelijk met het voorgaande jaar. Bij het afsluiten van een begeleiding worden een aantal factoren bevraagd. Aan de hand van de gegevens die ontbreken, weten we dat de eindregistratie niet steeds volledig met de realiteit strookt. Bij het afsluiten van een pleegzorgsituatie is er niet steeds zicht op welke samenwerkingen en combinaties met andere hulpverleningsvormen er zijn geweest, onder andere door wissels van begeleider. We kunnen er van uitgaan dat deze cijfers een onderschatting zijn.
Samenwerkingen en combinaties Wanneer een hulpvraag wordt gesteld, wordt steeds naar een geschikte oplossing gezocht. De complexiteit van de hulpvraag bepaalt vaak de mate waarin het moeilijker of makkelijker is om een gezin te vinden dat de nodige ondersteuning kan bieden. Bij complexe hulpvragen is het mogelijk om te combineren met een andere hulpverleningsvorm of pleeggezin. Er gebeuren binnen het personeelsbestand heel wat wissels zodat de begeleider bij beëindiging niet altijd goed weet of er combinaties zijn geweest gedurende de begeleiding met een andere hulpverleningsvorm of dat er sprake is geweest van een intensieve samenwerking. Combinatie Aanbod JWZ
242
22,3%
Combinatie Aanbod AWW
21
1,9%
Combinatie Aanbod CGG
20
1,8%
Combinatie Aanbod CLB
122
11,2%
Combinatie Aanbod VAPH
38
3,5%
Combinatie Aanbod K&G
29
2,7%
Tabel 13: Aantal combinaties genoteerd bij afgesloten begeleidingen, in absolute cijfers en in verhouding met alle beëindigede situaties. (Bron Binc)
De cijfers lijken een onderschatting van de realiteit. Wat betreft de andere hulpverleningsvormen die worden ingezet voor kinderen of volwassenen zien we dat het vaakst beroep wordt gedaan op het aanbod van jongerenwelzijn. Dit kan een dagcentrum, contextbegeleiding,
thuisbegeleiding of andere zijn. Pleegzorg wordt ook ingeschakeld om bijvoorbeeld een thuis te kunnen bieden aan kinderen, jongeren of volwassenen die permanent in een residentiële voorziening verblijven van jongerenwelzijn of het VAPH. Deze kinderen gaan dan meestal tijdens weekends of vakanties naar het pleeggezin. Na het aanbod van jongerenwelzijn wordt het vaakst een module van het CLB ingezet om het pleegkind of -jongere te ondersteunen. 334
30,8%
Samenwerking met gezondheid
168
15,5%
Samenwerking met onderwijs
267
24,6%
Samenwerking met financiën
112
10,3%
Samenwerking met justitie
99
9,1%
Samenwerking met tewerkstelling
16
1,5%
Samenwerking met huisvesting
21
1,9%
Tabel 14: Aantal samenwerkingen genoteerd bij afgesloten begeleidingen, in absolute cijfers en in verhouding met alle beëindigde situaties. (Bron Binc)
Wanneer we kijken naar welke samenwerkingen worden aangegaan door pleegzorg valt het ons op dat er niet overal samenwerkingen worden genoteerd. Het is immers eigen aan een pleegzorgbegeleiding om een goed zicht te hebben op de noden van het gezin en pleegkind of –gast en samen te werken met anderen diensten om de nodige ondersteuning te bieden. De diensten voor pleegzorg mogen enkel begeleiding bieden wat het pleegzorgspecifieke betreft. In de realiteit is er samenwerking bij de meeste dossiers, zeker indien het een langlopende begeleiding betreft. Vaak is er samenwerking met meerdere diensten. Wat we wel kunnen zien bij deze cijfers is dat er het vaakst samengewerkt wordt met welzijn en onderwijs.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Samenwerking met welzijn
15
Afsluiten van de pleegzorgsituatie De antwoordmogelijkheden in Binc bij het afsluiten van een pleegzorgsituatie komen niet goed overeen met de realiteit van een pleegzorgplaatsing. Binc is immers ontwikkeld voor alle hulpverleningsvormen en redenen zoals bijvoorbeeld de draagkracht van het pleeggezin zijn enkel relevant voor pleegzorg. Bij het uitwerken van het nieuwe registratiesysteem zal men rekening houden met meer pleegzorgspecifieke redenen voor beëindiging. Geen verder hulp noodzakelijk
243
29%
Beslissing niet verlengd
59
7%
Verhuis buiten werkingsgebied
73
8,7%
Overlijden
5
0,6%
Bereiken leeftijdsgrens
66
7,9%
Einde duur module
39
4,7%
Meer aangepast aanbod noodzakelijk
150
17,9%.
Andere
202
24,1%
Tabel 15: Reden van beëindigingen van de pleegzorgsituatie in 2018. (Gegevens: Binc)
Wat we wel kunnen afleiden uit deze tabel is dat in bijna de helft van de situaties geen verdere hulp noodzakelijk was. In meer dan 15% van de gevallen werd aangegeven dat een ander, meer aangepast aanbod nodig is.
Uitval
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
In sommige gevallen wordt een pleegzorgsituatie vroegtijdig beëindigd. In de literatuur wordt gesproken over breakdown. De pleegzorgdiensten bieden zo veel mogelijk ondersteuning om een uitval te vermijden, maar in 2018 werden 270 situaties vroegtijdig beëindigd. Hieronder kan u de redenen terugvinden.
16
Zwaar incident
47
17,3%
Ontvluchting
80
29,5%
Onwerkbare hulpverleningsrelatie
110
40,6%
Veiligheidsrisico’s
33
12,2%
Tabel 16: Redenen voor vroegtijdige beëindiging van een pleegzorgplaatsing in 2018. (Bron: Binc)
Een begeleiding kan ook stopgezet worden door andere factoren die hier niet (afzonderlijk) staan geregistreerd. Voorbeelden hiervan zijn dat de draagkracht van het pleeggezin wordt overstegen of dat er een andere onverwachte gebeurtenis plaatsvindt bij het pleeggezin waardoor ze de zorg niet meer kunnen verder zetten. We vermoeden dat het percentage van breakdown in werkelijkheid groter is dan de situaties die hier worden weergegeven.
In deze paragraaf staan we stil bij alle mogelijkheden binnen pleegzorg. Pleegzorg is divers en kan een meerwaarde betekenen voor heel wat kinderen en volwassenen. Het is belangrijk om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag en nood aan ondersteuning om de meest geschikte vorm van hulpverlening te bieden. Pleegzorg kan voor korte of lange duur, af en toe of permanent. Binnen pleegzorg zijn er de volgende pleegzorgmodules:
Pleegzorgmodules 259
438
3%
5%
1220 12% 1501 15%
339 3% 6031 62%
ondersteunend - korte duur perspectiefbiedend - hoge frequentie perspectiefzoekend ondersteunend - lage frequentie perspectiefbiedend - lage frequentie crisis Grafiek 5: verdeling van het aantal pleegzorgmodules gedurende 2018. (Bron: Binc)
De meest gekende vorm van pleegzorg (perspectiefbiedende pleegzorg hoge frequentie) is veruit de meest voorkomende vorm van pleegzorg met 62%. Vervolgens zijn het perspectiefzoekende (15%) en ondersteunende pleegzorg lage frequentie (12%). In onderstaande grafiek zien we dat deze drie pleegzorgmodules het meest toenemen. We stellen ook vast dat het aantal crisisbegeleidingen telkens rond hetzelfde aantal schommelt en er in 2018 zelfs een kleine afname was.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Mogelijkheden binnen pleegzorg
4. Mogelijkheden binnen pleegzorg
17
Pleegzorgmodules 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 Ondersteunend - lage frequentie Ondersteunend - korte duur
Perspectiefbiedend - lage frequentie
Perspectiefbiedend - hoge frequentie 2016
2017
Crisis
Perspectiefzoekend
Behandelpleegzorg
2018
Grafiek 6: Evolutie van de pleegzorgmodules (Bron: Binc)
Behandelingspleegzorg Elk pleeggezin heeft een pleegzorgbegeleider waarbij het terecht kan met vragen, maar die ook de ontwikkeling en het welzijn van het kind en/of volwassene vooropstelt. De begeleidingstijd is echter beperkt; zo heeft elke fulltime begeleider ongeveer 25 pleegzorgdossiers om te begeleiden. Wanneer er een grotere nood aan ondersteuning is, zal de begeleider samen met hen zoeken naar de meest geschikte ondersteuning. Diensten voor pleegzorg bieden behandelingspleegzorg aan bovenop perspectiefzoekende en –biedende pleegzorg. Zo kunnen ze de gezinnen ondersteunen wanneer het een pleegzorgspecifieke problematiek betreft. Sinds de evaluatie van het decreet kan behandelingspleegzorg meer flexibel ingezet worden en de diensten zijn bezig met een verdere uitwerking hiervan. Het gaat dan steeds over empirisch onderbouwde methodieken die goedgekeurd dienen te worden door het agentschap jongerenwelzijn. In onderstaande tabel kan u de evolutie vinden van het aantal ingezette modules behandelingspleegzorg van de laatste drie jaar.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Behandelingspleegzorg
18
2016
2017
2018
1261
1534
1885
Tabel 17: Evolutie van het aantal modules behandelingspleegzorg gedurende een jaar. (Bron: Binc)
In dit deel geven we cijfers weer van de selectie van bestandspleegzorgers. Bij netwerkpleegzorg gebeurt de selectie meer op maat. Elk jaar zijn er heel wat kinderen en volwassenen die graag een thuis zouden vinden bij een gezin, maar voor wie het niet gevonden wordt. De diensten leveren heel wat inspanningen om mensen te vinden die een engagement willen opnemen. In deze tabel geven we de belangrijkste cijfers weer van de selectie van bestandspleegzorgers. 2016
2017
2018
aantal gezinnen aanwezig op het informatiemoment
968
1118
1283
aantal bestandsgezinnen dat start met screening
421
369
407
aantal gezinnen dat de screening beĂŤindigd heeft
445
339
403
aantal gezinnen dat zelf besliste om zich terug te trekken uit de screeningprocedure
128
107
106
aantal bestandsgezinnen dat na de screeningprocedure positief werd geselecteerd
285
198
245
aantal screenings lopend op 31/12
143
176
159
Tabel 18: Cijfers over deelnemers aan het voortraject. (Bron: Eigen registratie)
Ondanks de talrijke wervingscampagnes die worden gelanceerd, blijft het aantal bestandspleegzorgers dat start met een screening ongeveer gelijk over de jaren heen. Wanneer mensen geĂŻnteresseerd zijn om pleegzorger te worden, nemen ze deel aan een informatieavond. Tijdens deze informatieavonden wordt uitleg gegeven over alle mogelijkheden binnen pleegzorg en wat dat vergt van een pleeggezin. De stijging van het aantal aanwezigen op een informatieavond leidt niet tot meer pleegzorgers die de screening hebben vervolledigd of nog bezig zijn met screening. Ten opzichte van vorig jaar is er een kleine toename maar het ligt wel lager dan het aantal in 2016.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Selectie bestandspleegzorgers
5. Selectie bestandspleegzorgers
19
Duur van het screeningstraject Wanneer je je kind moet toevertrouwen aan een ander gezin, wil je zeker zijn dat ze goede zorgen kunnen bieden en ruimte kunnen geven aan jou als ouder. Tijdens het screeningstraject worden pleegzorgers op verschillende vaardigheden geselecteerd en zo goed mogelijk voorbereid op de toekomstige zorg voor het pleegkind of -gast en samenwerking met de ouders. 400 350 300 250 200 150 100 50 0
0-3 maanden
3-6 maanden
2016
7-9 maanden
2017
10-12 maanden > 12 maanden
2018
Grafiek 7: Tijd om het screeningstraject voor bestandspleegzorgers te vervolledigen. Aantallen en percentages in bijlage 2.
In 2018 had 69.5% van de kandidaat-pleegzorgers het screeningstraject succesvol afgerond binnen de 6 maanden. De duur van het traject is niet enkel afhankelijk van de werking van de selectiemedewerkers; er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de agenda van de kandidaatpleegzorgers.
250 200 150 100 50 0 Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
20
0-3 maanden
3-6 maanden
2016
7-9 maanden
2017
10-12 maanden > 12 maanden
2018
Grafiek 8: Tijd tussen afronden van de selectie en de eerste pleegzorgervaring. Aantallen en percentages kan u terugvinden in bijlage 3.
Wanneer een pleegzorgsituatie start, wordt er indien mogelijk tijd voorzien om geleidelijk aan kennis te maken met het pleegkind of de pleeggast en de plaatsing zo goed mogelijk voor te bereiden. Wanneer een pleeggezin start, hangt ook heel erg af van hun profiel: voor wie willen ze zorg dragen? De ‘klik’ tussen het kind, ouders en pleegzorgers is ook een belangrijk aspect waarmee zo veel mogelijk rekening wordt gehouden. 2 op de 3 pleegzorgers hebben wel een eerste ervaring binnen de 6 maanden na het afronden van de selectie en 80% start binnen de 9 maanden op. Er zijn enkele gevallen waar de pleegzorgers niet worden weerhouden tijdens het screeningstraject of een netwerkonderzoek. Zo werden in 2018 24 pleegzorgattesten geweigerd en 14 attesten ingetrokken.
Uitdagingen voor pleegzorg De pleegzorgdiensten zijn volop bezig met de ontwikkeling van een registratiesysteem dat door alle diensten gebruikt kan worden en waardoor de registratie op meer uniforme wijze zal gebeuren. Er blijven heel wat uitdagingen. Pleegzorg maakt een enorme toename van pleegzorgsituaties mee sinds de inwerkingtreding van het pleegzorgdecreet in 2014. Bovenop het aanpassen aan een nieuwe organisatiestructuur maakt de toename dat de werkdruk voor het personeel erg groot is. Er wordt heel wat samengewerkt met andere diensten en voorzieningen om de gezinnen de nodige ondersteuning te bieden. De cijfers over samenwerking en combinaties hebben nog een vrij grote foutenmarge, maar we merken vooruitgang in de accuraatheid. De vraag naar voldoende ondersteuning is zeer groot en de diensten zetten alle middelen in om zo veel mogelijk pleegzorgsituaties succesvol te laten verlopen. Er zijn nog een heel aantal pleegzorgsituaties die vroeger worden beĂŤindigd dan voorzien, maar zeker niet hoger wanneer we vergelijken met breakdowncijfers uit internationaal onderzoek. We hopen volgend jaar een beter beeld te kunnen geven van wat behandelingspleegzorg juist inhoudt. Hier zijn momenteel nog geen cijfers over. Pleegzorg is vaak enkel mogelijk door een geschikt pleeggezin te vinden binnen de omgeving van het kind. In het luik over de aanmeldingen stelden we al vast dat een deel van de gestarte pleegplaatsingen aangemeld wordt door het pleeggezin zelf. We vermoeden dat dit vaak situaties zijn waar het gezin de facto al aan pleegzorg doet maar niet officieel erkend, ondersteund en begeleid is door een pleegzorgdienst. Of het betreft mensen die zich zorgen maken om het welzijn van een kind en zelf voorstellen de zorg ervoor op te nemen. Pleegzorg Vlaanderen en de pleegzorgdiensten leveren heel wat inspanningen om pleegzorg beter bekend te maken en kandidaat-pleegzorgers te zoeken. We veronderstellen dat door de grotere bekendheid meer mensen die officieus aan pleegzorg doen, overgaan naar erkende pleegzorg. Deze netwerkgezinnen zoeken vaak ondersteuning. Door hun voorgeschiedenis zijn er al bestaande relaties wat de situatie vaak complexer maakt. Er worden heel wat inspanningen geleverd om samen te ijveren voor de beste leefomstandigheden voor de pleegkinderen en pleeggasten. Pleeggezin en ouders dienen samen te werken om een goede toekomst voor hun (pleeg)kinderen, (-)jongeren en (-)gasten te bewerkstelligen. Vaak wordt daarbij een beroep gedaan op andere hulpverlenende instanties om de nodige ondersteuning te voorzien.
Vol goede moed ijveren we ervoor om voor elk kind, elke jongere en elke volwassene die tijdelijk niet meer thuis kan wonen een geschikt gezin te vinden.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
De multiculturaliteit binnen onze samenleving is eveneens een uitdaging. Niet enkel de taal is een barrière, vaak zijn er culturele verschillen waar een begeleider aandachtig voor moet zijn en ondersteund in moet worden. Ook voor niet-begeleide minderjarigen proberen we zo veel mogelijk pleeggezinnen te vinden.
21
Gezinnen die pleegkinderen of pleeggasten voor korte of lange tijd opvangen met specifieke psychiatrische of emotionele en gedragsproblemen, kunnen een beroep doen op behandelingspleegzorg. Dat omvat een behandeling voor het pleegkind of de pleeggast bovenop de gewone pleegzorgbegeleiding. Het kan ook dat je als pleegzorger of ouder extra begeleiding krijgt. Behandelingspleegzorg kan soms ook in samenwerking met een psychiatrisch ziekenhuis.
Bestandspleeggezin
Deze pleeggezinnen kenden het pleegkind dat in hun gezin kwam niet vooraf.
CKG
De centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning bieden aan gezinnen met kinderen van 0 tot 12 jaar een tijdelijke ondersteuning om een moeilijke periode door te komen.
Crisispleegzorg
Een acute crisis kan het leven helemaal door elkaar gooien. Wanneer een kind of een volwassene met een beperking op dat moment heel snel een opvangplaats nodig heeft, staat een crisisgezin paraat. Soms kunnen de pleegkinderen of pleeggasten na korte tijd weer terug naar huis. Als dat niet het geval is, wordt er gezocht naar een oplossing op lange termijn.
Van overheidswege hebben 2 voorzieningen (het VK en het OJC) het mandaat om onderzoek te verrichten in verontrustende situaties waarin kinderen betrokken zijn. Bij ernstige verontrusting kunnen zij het parket en de jeugdrechtbank inschakelen.
Terminologielijst
Behandelingspleegzorg
Gemandateerde voorziening
Minderjarigenwerking
Hieronder verstaan we iedereen die jonger is dan 18 en iedereen die een beroep doet op de verlengde jeugdhulp. Dit is mogelijk tot 25 jaar.
Netwerkpleeggezin
Deze gezinnen zorgen voor een kind dat tot hun familie of sociale netwerk behoort.
OCJ
Ondersteuningscentrum Jeugdzorg, één van de twee gemandateerde voorzieningen in Vlaanderen.
Ondersteunende pleegzorg
Een gezin vangt een pleegkind of pleeggast op zolang als nodig: een paar dagen, een paar weken, een paar maanden of af en toe tijdens weekends en vakanties. Van bij het begin is al duidelijk dat de opvang beperkt zal zijn en worden er goede afspraken gemaakt. Dankzij de ondersteuning van een pleeggezin kunnen ouders die het moeilijk hebben genieten van een adempauze om hun problemen op te lossen. We spreken van ondersteunende pleegzorg – korte duur indien een pleegkind of pleeggast gedurende een korte periode (max. 3 maanden) 7 dagen op 7 in een pleeggezin verblijft. Met ondersteunende pleegzorg – lage frequentie bedoelen we dat een kind of volwassene 1 tot 3 nachten per week in een pleeggezin verblijft gedurende een langere periode.
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
OVBJ
22
Perspectiefbiedende pleegzorg
Organisatie voor bijzondere jeugdzorg.
Wanneer een pleegkind of pleeggast langer dan een jaar in een pleeggezin woont. Een pleegkind kan soms vele jaren in een pleeggezin verblijven, zelfs tot wanneer het op eigen benen gaat staan. Toch houdt het kind in de mate van het mogelijke contact met de ouders. Jongvolwassenen met een beperking kunnen ook nadat ze 18 jaar worden, bij hun pleeggezin blijven wonen. Toch kan er een moment komen dat ze meer zelfstandigheid willen en stap per stap op eigen benen gaan staan. Volwassenen die in een gastgezin terecht kunnen, blijven daar meestal lange tijd wonen. Bij perspectiefbiedende pleegzorg – hoge frequentie verblijft een pleegkind of pleeggast minimaal 4 dagen op 7 in het pleeggezin. We spreken van perspectiefbiedende pleegzorg – lage frequentie wanneer een pleegkind of pleeggast het verblijf in een pleeggezin voor lange tijd (meer dan 2 jaar) combineert met een verblijf in een voorziening of een ander gezin.
Perspectiefzoekende pleegzorg
Wanneer ouders de zorg even niet meer aankunnen, kan een pleeggezin de nodige rust brengen voor een pleegkind of pleeggast. Hulpverleners gaan dan samen met de ouders intensief aan de slag om hun leven weer op de rails te krijgen en hun problemen aan te pakken. De duurtijd is meestal enkele maanden. Als een terugkeer naar huis toch niet mogelijk blijkt, wordt er gezocht naar een langdurige oplossing.
Pleeggezin
Een gezin dat de zorg opneemt voor kinderen of volwassenen na screening van een dienst voor pleegzorg en dat daarbij begeleid wordt.
Pleeggast
Een volwassene met een handicap en/of psychiatrische problematiek die inwoont bij een gezin dat ondersteund wordt door een dienst van pleegzorg.
Pleegkind
Een kind dat voor even of lange tijd verblijft in een ander gezin en ondersteund wordt door een dienst van pleegzorg.
Vormen van pleegzorg. De duur en frequentie van het verblijf in het pleeggezin en de intensiteit van de begeleiding is afhankelijk van de vorm van pleegzorg en dus van de gekozen typemodule.
Typemodules pleegzorg
Bijlages
VK
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, ĂŠĂŠn van de twee gemandateerde voorzieningen in Vlaanderen.
Bijlage 1 Geef de wereld een thuis: Rapport over niet-begeleide minderjarigen: https://www.pleegzorgvlaanderen.be/_webdata/uploads/vlaanderen/ Eindrapport%202018%20Geef%20De%20Wereld%20Een%20Thuis.pdf Bijlage 2 Tijd om het screeningstraject voor bestandspleegzorgers te vervolledigen. Aantallen en percentages bij grafiek 7. Duur van het screeningstraject
2016
2017
2018
0-3 maanden
90
31,60%
50
25,30%
62
20,80%
3-6 maanden
132
46,30%
78
39,40%
145
48,70%
7-9 maanden
36
12,60%
51
25,80%
28
9,40%
10-12 maanden
17
6%
8
4%
48
16,10%
> 12 maanden
10
3,50%
11
5,50%
15
5%
Duurtijd tussen afronden selectie en eerste pleegzorgervaring
2016
2017
2018
0-3 maanden
89
43,8%
47
27,3%
71
36,8%
3-6 maanden
58
28,6%
47
27,3%
64
30%
7-9 maanden
21
10,3%
22
12,8%
30
13%
10-12 maanden
19
9,4%
18
10,5%
11
8,5%
10-12 maanden
16
7,9%
38
22,1%
12
11,7%
Pleegzorg in Vlaanderen Registratierapport 2018
Bijlage 3 Hoeveel tijd was er tussen geselecteerd zijn als bestandgezin en eerste pleegzorgervaring? Aantallen en percentages bij grafiek 8.
23
V.U.: Jan Brocatus, Ravenstraat 98, 3000 Leuven
Pleegzorg Vlaanderen vzw Ravenstraat 98, 3000 Leuven www.pleegzorgvlaanderen.be info@pleegzorgvlaanderen.be