Skip to main content

Audiciens januari 2026 | jaargang 20 - nr1

Page 1


Vakblad voor audiciens

Jaargang 20 • nr. 1 • januari 2026

KIES VOOR COSI

Van onderschat naar waardevol instrument

ANTIDEPRESSIVA

Welke invloed heeft deze pil op het gehoor?

HOORTOESTELMUSEUM

Het grootste hoortoestelmuseum ter wereld

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Bernafon Encanta miniBTE R

Twee aanpasniveaus,

Twee aanpasniveaus,

Twee aanpasniveaus,

Twee aanpasniveaus,

Twee aanpasniveaus,

Twee aanpasniveaus,

één krachtig apparaat*

één krachtig apparaat*

één krachtig apparaat*

één krachtig apparaat*

één krachtig apparaat*

één krachtig apparaat*

Twee aanpasniveaus, één krachtig apparaat*

Twee aanpasniveaus, één krachtig apparaat*

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

Nu verkrijgbaar in ZN-categorieën 4 & 5

5 AudiNed nieuws

6 Over naar NAL-NL3 Zijn we er klaar voor?

9 Column Monique Joostema

Over het vak en het magnetronboekje.

10 Omarm COSI

Voor persoonsgerichte zorg.

14 Muziek & gehoor

Een relaas van redacteur Etienne.

17 ’t Dagboek van Geeske

Over de voordelen van slecht horen.

18 Antidepressiva en het binnenoor Er blijkt een relatie met de stemmingspillen.

21 Column Hoormij·NVVS Horen op de werkvloer.

22 Interview Anouck Castenmiller Een audicien met intensieve aanpak.

24 Hoortoestellenmuseum Zweers Roland neemt je mee door de jaren.

26 De nieuwe NOAH-veldnorm is klaar Dit moet je weten!

27 Column Thijs Thielemans Baant zich een weg door de overlegorganen.

28 Hoorapparaatapps Een zorg of een zaligheid?

32 Wetenschap: jeugd en gehoor Wij spraken de hoofdonderzoeker over de bevindingen.

36 Column Hans Mülder Zorg voor iedereen? Kijken bij de buren.

38 Hoorzorg in verpleegtehuizen Wat we kunnen leren van dit onderzoek.

39 Column NVAB Over elkaar vinden en samenwerken.

40 De relatie tussen het oor en slaapapneu Interview met Marcel Bouwmeester.

42 Kort nieuws

46 Agenda

47 Volgende keer & colofon

De eerste stap

Ons werk als audicien begint met luisteren. Naar verwachtingen, zorgen en informatie die je cliënt al heeft opgedaan. Steeds vaker is die informatie gevormd door verwijzers, online bronnen en media-aandacht, waaronder tv-programma’s. Dat vraagt iets van ons als vakmensen. Cliënten komen binnen met een bepaald idee, beeld en verwachting. Wanneer we vervolgens uitleggen dat meten, beoordelen en begeleiden tijd, geld en nuance vergen, komt dat vaak als een verrassing.

Het vertrouwen in zorgprofessionals staat breed onder druk. Dat is geen specifiek audiciensprobleem. Internationaal wordt beschreven dat misinformatie en eenzijdige beeldvorming het zorggesprek bemoeilijken en extra energie vragen nog vóór de zorg kan beginnen. Voor de hoorzorg is dat ook op een andere manier relevant. In Nederland is het aantal audiciens beperkt. Goede en toegankelijke hoorzorg vraagt daarom om een sterke, samenwerkende zorgketen. Media, patiëntenverenigingen, audiologen, huisartsen en knoartsen spelen daarin een belangrijke rol: zij bepalen mede het beeld waarmee cliënten binnenkomen. Zij kunnen het vertrouwen in de audicien versterken, het fundament waarop goede zorg kan ontstaan. Dat vertrouwen is ook essentieel om het vak van audicien inhoudelijk interessant en aantrekkelijk te houden voor nieuwe instroom. Wanneer de audicien zichtbaar erkend wordt als zorgprofessional, verandert ook de beleving van het vak. Het werk wordt inhoudelijk rijker, er ontstaat ruimte voor professioneel handelen en het werkplezier neemt toe. Een beroep waarin expertise wordt vertrouwd, is simpelweg leuker om in te werken. Als we deze basis van vertrouwen gezamenlijk onderhouden, blijft hoorzorg toegankelijk, menselijk en professioneel. Een gezamenlijke kans!

Bestuurslid AudiNed deaudiciens@audined.com

Betrek iedereen bij het gesprek

Signia IX - Hooroplossingen voor iedereen

Of je nu een discreet toestel zoekt, krachtige prestaties nodig hebt, of een model dat perfect past bij de levensstijl van jouw klanten –we hebben altijd een geschikt IX model. Signia IX is meer dan een hoortoestel. Het is de sleutel tot sociale verbondenheid, zelfvertrouwen en het plezier van écht meedoen. gehoor geven

the difference is clear

Widex Allure beschikt over Precision Hearing Technology, een combinatie van nieuwe en verbeterde functies die kristalheldere spraak in balans brengen met het omgevingsgeluid. Allure biedt gebruikers een hoorervaring die authentiek aanvoelt en hen nauw verbindt met de wereld om hen heen. Leverbaar als RIC, BTE en ITE.

Vernieuwd hoorprotocol

Zoals jullie al hebben kunnen merken, wordt er gewerkt aan het hoorprotocol. Sinds afgelopen jaar is het invullen van de post-hvl niet meer nodig. Dit is niet alleen minder werk voor de audicien, maar nog belangrijker is dat het de administratie voor onze klanten beperkt. Daarnaast wordt door alle betrokken partijen samengewerkt om tot een klantgerichter hoorprotocol te komen. Wellicht dat we hierover in de loop van 2026 meer kunnen vertellen. We zien dat naast alle hoortesten en de verschillende anamneses de COSI een grotere rol gaat spelen bij het adviseren van een passende hooroplossing. Dit zou een verrijking kunnen betekenen voor het vak audicien: meer vakmanschap en ook plezier om onze klanten van een passend advies te voorzien. We houden jullie op de hoogte!

Tele-audiologie

In de afgelopen vergadering van de Raad van Advies van de StAr, waarin AudiNed ook zitting heeft, heeft dr. Jan Willem Wasmann, klinisch fysicusaudioloog, de Raad van Advies geïnformeerd over de ontwikkelingen in de tele-audiologie. Tele-audiologie is een ontwikkeling met een duidelijke toekomstwaarde, maar bevindt zich tegelijkertijd nog in een opbouwfase. In landen om ons heen wordt deze vorm van zorg al breder toegepast, vaak gedreven door grotere reisafstanden naar audiciensklinieken. Ook in Nederland zien we een toenemende vraag, waarbij tele-audiologie met name geschikt blijkt voor kleine, gerichte bijstellingen die direct in de thuissituatie van de cliënt getest kunnen worden. Tegelijkertijd vraagt een goede hooroplossing soms om fysieke aanwezigheid in de kliniek, bijvoorbeeld voor een correcte plaatsing van het hoortoestel of het controleren van een mogelijk verstopte gehoorgang of filters. De uitdaging ligt dan ook in het zorgvuldig bepalen wanneer remote zorg toegevoegde waarde heeft en wanneer niet. Kwaliteit, veiligheid en klantbeleving moeten hierin leidend blijven. Feit is dat tele-audiologie een steeds grotere rol zal gaan spelen binnen het vakgebied. Hybride zorg, waarin in-clinic en remote zorg elkaar versterken, lijkt daarmee geen keuze meer, maar een logische volgende stap.

Blijven leren in onze branche

Naast bestuurslid van AudiNed heeft Wendy van Genechten ook zitting in het bestuur van AuDidakt. “Als zelfstandig audicien vind ik het belangrijk om aangehaakt te blijven bij voor- en nascholing. Daarom zet ik mij actief in als bestuurslid van AuDidakt. Dit onafhankelijke orgaan heeft recent haar visie en missie vernieuwd. AuDidakt voelt zich als onafhankelijk orgaan verantwoordelijk voor goede samenwerking in de audiciensbranche en streeft naar een vergroting en verbreding van de vakkennis en professionaliteit van audiciens door middel van een goed bij- en nascholingspakket. De bijbehorende nieuwe visie luidt: iedere audicien, ongeacht de fase van de professionele loopbaan, heeft toegang tot een volledig bij en nascholingsaanbod dat de professionaliteit en vakkennis verdiept en verbreedt. “Met deze vernieuwde koers willen we ervoor zorgen dat kennisdeling en scholing toegankelijk blijven voor iedereen in het vak. Zo bouwen we samen aan een sterke, toekomstbestendige audiciensbranche.”

Verbetersignalement perceptieve slechthorendheid

Het verbetersignalement perceptieve slechthorendheid van het Zorginstituut (ZIN) gaat in 2026 over naar de evaluatiefase. De meeste onderdelen zijn afgerond, maar een aantal projecten loopt nog door. AudiNed is, samen met de audiciensbedrijven, betrokken bij het onderdeel informatievoorziening aan de slechthorende. Dit punt uit het signalement is in feite afgerond. Er is een centrale plaats op internet (Hoorwijzer.nl) waar de slechthorende objectieve informatie kan krijgen over de verschillen tussen de hoortoestellen. Het punt van informatievoorziening tussen audicien en huisarts, waar AudiNed bij betrokken is met het NHG, is laat op gang gekomen. Het NHG werkt aan een vernieuwing van de richtlijn slechthorendheid waar huisartsen gebruik van maken. Halverwege 2026 zal daar een eerste concept van komen. Dan wordt nog eens bekeken op welk gebied er contact zou kunnen zijn tussen huisarts en audicien.

Bij het project ‘aanvraag Extra Zorgvraag’ doet AudiNed ook mee. De regie daarvan ligt bij SPHHM. In deze groep, waar ook de zorgverzekeraars en Hoormij aan meedoen, wordt een route uitgestippeld voor de klant waarin de route naar vergoeding van een buitencategorie hoortoestel wordt omschreven. Ook dit is nog geen gelopen race, maar de finish lijkt in zicht.

ACHTERGROND

Is het hoorlandschap al klaar voor NAL-NL3?

De NAL-NL3 rekenregel werd tijdens de AAA 2025 (maart) in New Orleans geïntroduceerd. Niet alleen verfijnt NAL3 de bestaande rekenregel, NAL3 introduceert ook modulaire rekenregels, die aansluiten bij uiteenlopende luisterbehoeften. Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en zijn we benieuwd hoe de rekenregel ontvangen is en opgepakt wordt door de fabrikanten. Is NAL-NL3 inmiddels geïmplementeerd in de fittingregels en wanneer kan de audicien de nieuwe rekenregel gaan inzetten?

De NAL-NL3 is de nieuwe rekenregel van de National Acoustic Laboratories (NAL). Maar wat is er nu precies veranderd?

NAL-NL2 werd 15 jaar geleden ontwikkeld en werd ontworpen voor hoortoestellen van rond 2010. Inmiddels is er behoorlijk wat veranderd. Niet alleen de hoortoestellen zelf, maar ook is er inmiddels nieuwe kennis over het aanpassen van hoortoestellen. Uit feedback bleek dat bij sommige audiogrammen NAL-NL2 geen bevredigende aanpassing produceert. Daarnaast focust NAL-NL2 zich op het optimaliseren van spraak in een stille omgeving. Anno 2026 zijn ook andere luistersituaties belangrijk, die mogelijk een ander aanpassingsontwerp vereisen.

GESCHIEDENIS

De NAL-regel werd in 1976 geïntroduceerd. Een herziene regel volgde in 1986. In 1999 werd het NAL-NL1-algoritme uitgebracht. Ongeveer 12 jaar later (2011) werd dit vervangen door NALNL2, dat wereldwijd de meest populaire en algemeen erkende aanpassingsformule werd. NAL-NL2 is tot nu toe ‘s werelds meest gebruikte aanpassingsvoorschrift voor hoortoestellen.

De nieuwe rekenregel moest voldoen aan twee belangrijke aandachtspunten. “Er moest een oplossing komen voor personen waarbij er minimaal gehoorverlies geconstateerd was, maar die wel hinder in rumoer ervaren. Dit blijken vaak mensen die buiten de standaard versie van de hoorzorg vallen. Daarnaast moest er gekeken worden naar een hoortoestelaanpassing in signaal-ruisverhouding in rumoerige situaties waarbij er niet gecomprimeerd moest worden. Het moet makkelijker

DE UPDATE

“NAL bracht de eerste niet-lineaire rekenformule. Het legde de basis voor wat vandaag de dag nog steeds wordt gebruikt: een proces waarbij computermodellen worden ingezet om de beste manier te vinden om hoortoestellen te programmeren voor een maximaal spraakverstaan zonder dat geluiden te luid klinken. Toch was het tijd voor een update. Er waren behoeften op het gebied van gehoor en gebruikssituaties waar NL2 geen antwoord op gaf. Een belangrijke nieuwe functie van NL3 is de verschuiving van één instelling voor iedereen naar een modulair systeem, dat we in de loop der tijd zullen uitbreiden en dat een reeks verschillende modules om verschillende doelen te bereiken. Eén daarvan is hoe je hoortoestellen aanpast aan mensen met minimaal of geen audiometrisch gehoorverlies. Een andere aanpassing is hoe we gebruikers kunnen helpen comfortabeler te luisteren in rumoerige situaties”, vertelt Dr. Padraig Kitterick, hoofd van de afdeling audiologische wetenschap bij NAL en eindverantwoordelijk voor de uitvoering van NAL-NL3. Samen met NAL-directeur Dr. Brent Edwards onthulde hij de nieuwe rekenregel tijdens de American Academy of Audiology in New Orleans op 28 maart 2025. NAL-NL3 geeft een betere dekking voor meer complex gehoorverlies, bijvoorbeeld reverse slope of een gemengd gehoorverlies.

Dr. Kitterick: “Naar schatting valt ongeveer de helft van de nieuwe cliënten die een audicien of audioloog bezoeken in de categorie ‘cliënten met minimaal of geen audiometrisch gehoorverlies, die moeite hebben met horen in lawaai’. Ze vormen een bijzonder lastige cliëntengroep, die regelmatig teleurgesteld raakt in de geboden hulp. Hun gehoor is immers ‘normaal’. Als audicien wil je ook deze cliënt zo goed mogelijk helpen.”

gemaakt worden en een comfortabelere luistersituatie geven”, aldus Dr. Brent Edwards, directeur NAL. Om tot de nieuwe rekenregel te komen, zijn er miljoenen verschillende aanpasdata gebruikt, gekoppeld aan machinegedreven analyse, REM-metingen en feedback van gebruikers. NAL-NL3 is volgens NAL nog handiger en nog beter te gebruiken ten opzichte van de NAL-NL2.

PERSOONSGERICHT SYSTEEM

Bij NAL-NL2 was het doel om verschillende variabelen van de klant mee te nemen. Denk hierbij aan gender, taal, ervaring met het gebruik van hoortoestellen en culturele voorkeuren. De NAL-NL3 werkt op basis van een enorme hoeveelheid vergaarde data en wordt aangedreven door AI. Het kan daardoor precies doorgronden wat echt nodig is voor de slechthorende of licht slechthorende. Het komt tegemoet aan de wens van professionals en gebruikers: betere zorg en meer persoonlijke aandacht.

NAL-NL3 wordt een modulair systeem, in plaats van één aanpassingsvoorschrift. Je kunt hierbij denken aan:

- Unieke cliënttypen (bijvoorbeeld patiënten met een normaal audiogram of minimaal gehoorverlies)

- Lawaaierige luisteromgevingen

- Luisterdoelen die geen spraak vereisen (bijvoorbeeld muziek)

- Nieuwe hoortechnologieën

NAL bracht in 2025 de modules Comfort in Noise en Minimal Hearing Loss uit. Elk jaar zullen er nieuwe modules gelanceerd worden, gebaseerd op de behoeften van hoorspecialisten en de prioriteiten van hoortoestelfabrikanten.

WAT MERKT DE AUDICIEN ERVAN?

NAL-NL2 zal in de aanpassingssoftware en real-earsystemen worden vervangen door NAL-NL3. Als audicien zul je weinig verschil merken, behalve verbeterde streefwaarden voor lastige audiogrammen waar NAL-NL2 niet optimaal was en een tevredenere klant.

De Audiciens heeft de verschillende hoortoestelfabrikanten benaderd en hen gevraagd hoe het staat met NAL-NL3 in hun fittingsoftware. Allen gaven aan hier actief mee bezig te zijn, maar nog geen concrete datum te kunnen noemen wanneer dit daadwerkelijk geïntegreerd wordt. Verwacht wordt dat er in de eerste helft van dit jaar meer duidelijkheid zal komen. Op de vraag of NAL-NL3 de standaard wordt bij invoering in plaats van NAL-NL2, wordt door sommige aangegeven dat de verwachting is dat beide rekenregels beschikbaar blijven. Hoe dat precies wordt ingericht, is nog niet bekend. De Audiciens blijft de ontwikkelingen voor je volgen.

Bronnen:

www.nal.gov.au/nal_products/nal-nl3-the-next-generation-fitting-system/ hearingpractitionernews.com.au/groundbreaking-nal-nl3-fitting-formulareveals-new-ways-of-fitting-hearing-aids/

Dr. Padraig Kitterick tijdens de presentatie van NAL-NL3 op de AAA in New Orleans.

Buitengewoon geluid, comfort door maatwerk .

De Infinio Ultra techniek is nu ook beschikbaar voor In-het-oor modellen, inclusief de oplaadbare Virto I-R. Qua audiologie en connectiviteit gelijk aan de Audéo R Infinio, incl. de nieuwe One-Step pairing. De nieuwe RightFit™ methode geeft een perfecte pasvorm met de kleinst mogelijke afmeting. Door het handige snap&charge systeem zitten de toestellen altijd goed in de oplader. Jouw cliënt zal onder de indruk zijn!

www.phonak.nl

www.phonak.nl

gehoor geven
Phonak Virto™ R Infinio

Gadget en gesprek

Het tekort aan audiciens houdt de branche al een tijdje bezig. Terwijl de samenleving vergrijst en de vraag naar hoorzorg groeit, blijft de instroom van jonge professionals opvallend laag. Het is bijna alsof jongeren ons vak met hetzelfde enthousiasme bekijken als het instructieboekje van een magnetron: belangrijk, maar niet iets waar je spontaan warm voor loopt. Toch is het opmerkelijk, want het audiciensvak heeft eigenlijk veel ingrediënten waar jongeren wél enthousiast van worden. Het is technisch, mensgericht, innovatief en je kunt er iedere dag duidelijk verschil maken in iemands leven. Maar om een of andere reden weten jongeren dat vaak niet. Vraag een 18-jarige wat een audicien doet en je krijgt meestal een glazige blik en de vraag of dat iets met ogen is. Het beroep staat simpelweg niet op hun radar.

Misschien komt dat doordat ze vooral de doelgroep zien: mensen op leeftijd. Als de meeste cliënten een stuk ouder zijn, ontstaat al snel het idee dat het vak zelf ook wat stoffig is. Terwijl het tegendeel waar is; moderne hoortoestellen zijn kleine technologische hoogstandjes, vol AI, apps, draadloze koppelingen en slimme algoritmes. Het is hooguit ironisch dat de mensen die ze dragen vaak niet degene zijn, die dat soort functies het meest zouden waarderen, dat zouden eerder de jongeren zijn.

Monique is onderwijskundig adviseur bij de audicienopleiding aan het Da Vinci College en voorzitter van AudiDakt. Ze wil mensen aan het denken te zetten, in de klas en daarbuiten. Haar missie: als je nieuwsgierig in het leven staat, ben je ook in staat om nieuwsgierig te zijn naar de ander, zonder dat je eigen ego in de weg zit.

Daar komt bij dat we als branche misschien iets te bescheiden zijn. We vertellen wel dat we mensen helpen beter te horen, maar minder vaak hoe bijzonder dat eigenlijk is. Het moment waarop iemand weer fluisterspraak hoort of op een feestje weer mee kan doen, geeft een voldoening waar veel beroepen niet aan kunnen tippen. Dit zouden we van de daken moeten schreeuwen, want wie kiest er immers voor een beroep waarvan je de waarde niet kent? Daarnaast is zichtbaarheid een groot punt. Je ziet geen audicien op open dagen van middelbare scholen, in tv-series of op TikTok. En zolang jongeren het vak niet tegenkomen, blijft het een onbekende optie. De kans ligt dus voor het oprapen: het vak laten zien zoals het werkelijk is: modern, menselijk, technisch, betekenisvol. Een beroep met toekomst, waarin je zowel gadgets als gesprekken inzet om iemands leven te verbeteren. Als we daarin slagen, is de volgende generatie misschien sneller overtuigd dan we denken. En wie weet horen we binnenkort meer jongeren vol trots zeggen: “Ik word audicien.” Dat zou me als muziek in de oren klinken.

Monique Joostema

ACHTERGROND

Waarom COSI ertoe doet

De Client Oriented Scale of Improvement (COSI) wordt vaak omschreven als een instrument om cliënten te helpen duidelijke doelen te formuleren. Dat is waar, maar het doet de methode ook tekort. COSI is in de kern misschien meer een gespreksinstrument. Een manier om samen met de cliënt tot de kern te komen: waarom zit iemand eigenlijk in de aanpaskamer?

Het gesprek dat COSI op gang brengt, gaat over motivatie, verwachtingen en het vermogen van een cliënt om zijn of haar hulpvraag te verwoorden. Hoe scherp kan iemand doelen formuleren? Zijn die realistisch? Is bijsturing - vanwege hoge verwachtingen - nodig? Hoe staat iemand in het leven, wat vindt iemand belangrijk en welke situaties worden als belastend of beperkend ervaren?

Hoorverlies is meetbaar met audiometrie. Hoorproblemen niet. Juist die komen naar boven in het gesprek van mens tot mens, met COSI als leidraad. Twee cliënten met gemiddeld 45 dB HL hoorverlies kunnen totaal verschillend tegenover je zitten. De één ervaart geen enkel probleem en de ander loopt dagelijks vast in communicatie en voelt zich ernstig beperkt. Het audiogram maakt dat verschil niet zichtbaar; het gesprek wel. Door doelen te (laten) formuleren kun je dit gesprek gericht en effectief aanjagen. COSI helpt om snel voorbij de cijfers te komen en te begrijpen wat er voor de cliënt op het spel staat.

COSI ONTWIKKELD DOOR NAL

COSI werd midden jaren negentig ontwikkeld door het National Acoustic Laboratories (NAL) in Australië. De methode werd voor het eerst beschreven door Harvey Dillon, samen met James en Ginis, in 1997. NAL zocht destijds naar een manier om het effect van hoortoestelaanpassingen niet alleen technisch, maar vooral cliëntgericht te evalueren.

WAT IS COSI?

In de beginfase benoemt de cliënt maximaal vijf concrete luistersituaties waarin hij of zij verbetering wenst. Dat kunnen alledaagse persoonlijke situaties zijn, bijvoorbeeld gesprekken in gezelschap met kinderen en kleinkinderen, het favoriete programma op televisie verstaan of telefoneren met de zus. Na de proefperiode of revalidatiefase worden deze situaties opnieuw beoordeeld op twee aspecten. Hoeveel verbetering is er ervaren en hoe gaat het nu in die specifieke situatie?

In Nederland wordt gewerkt met vaste antwoordopties. Zo maakt COSI duidelijk of de geboden oplossing daadwerkelijk aansluit bij de oorspronkelijke hulpvraag. COSI wordt wereldwijd toegepast. Het instrument wordt ook gebruikt in wetenschappelijk onderzoek naar

hoortoesteluitkomsten. In Nederland is COSI bovendien ingebed in het Hoorprotocol 2.0 van SPHHM, het formele traject rond hoortoestelverstrekking.

GEEN PROBLEEM? GEEN OPLOSSING!

In zijn column “COSI fan tutte” in de vorige editie van De Audiciens beschreef Hans Mülder COSI als méér dan een meetinstrument. Hij ziet COSI als een manier van werken die het vak van audicien verdiept: minder gericht op het leveren van hoortoestellen, meer op het realiseren van passende oplossingen. Door je werkelijk te verdiepen in de problematiek die iemand ervaart, verdiep je je niet alleen in de cliënt, maar ook in je vak als audicien. Goede hoorzorg vraagt namelijk meer dan technische expertise. Het gaat ook om begrip van wat iemand belemmert en waarom.

Het is eenvoudig en fundamenteel: iemand die geen probleem ervaart, hoeft ook geen oplossing. Als je iemand niet helpt om het hoorprobleem scherp te krijgen, zal de door jou geboden oplossing ook niet landen. Niet omdat die technisch tekortschiet, maar omdat de cliënt zich er niet in herkent. Acceptatie ontstaat pas wanneer de oplossing aansluit bij de problematiek die de cliënt zélf ervaart en erkent. Goede hoorzorg begint niet bij het aanbieden van een oplossing, maar bij het gezamenlijk verhelderen van het probleem.

BE SMART

Natuurlijk is het belangrijk om de doelen volgens het SMART-principe vast te leggen. Door doelen specifiek te formuleren in herkenbare luistersituaties wordt duidelijk waar iemand vastloopt. Ze worden meetbaar door samen te bespreken waaraan de cliënt merkt dat het beter gaat. Doelen zijn acceptabel wanneer ze in de woorden van de cliënt zijn vastgelegd en aansluiten bij wat hij of zij zelf belangrijk vindt. Door verwachtingen te managen blijven ze realistisch en door vooraf een evaluatiemoment af te spreken worden ze tijdgebonden.

1. Specifiek

Formuleer doelen in concrete situaties (waar, met wie, wanneer). Vermijd algemene uitspraken als “beter horen”.

2. Meetbaar

Koppel het doel aan iets wat de cliënt kan beoordelen: gaat dit duidelijk beter, een beetje beter of niet?

HOORVERLIES IS MEETBAAR

MET AUDIOMETRIE, HOORPROBLEMEN NIET

3. Acceptabel

Laat het doel in de woorden van de cliënt staan. Corrigeer niet te snel; help verduidelijken.

4. Realistisch

Manage verwachtingen. Wat mag iemand redelijkerwijs verwachten in deze situatie?

5. Tijdgebonden

Spreek af wanneer je het doel evalueert.

COSI™ 2.0: EEN AI-GESTUURDE VERNIEUWING VAN EEN KLASSIEK INSTRUMENT

De nieuwe versie van COSI™ is een AI-gestuurd digitaal hulpmiddel dat patiënten helpt om vóór hun afspraak zinvolle hoordoelen te formuleren. Hierdoor kunnen audiciens de belangrijkste luisterbehoeften van hun patiënten beter begrijpen en kunnen patiënten de voordelen op de lange termijn beter inschatten.

Het werkt met vier fasen:

1) Behoefteanalyse: Patiënten worden voorafgaand aan hun afspraak door een AI-assistent begeleid in een gesprek over hun hoorproblemen en de bijbehorende gevoelens.

2) Doelgeneratie: Het hulpmiddel analyseert de antwoorden en genereert daaruit gestructureerde, patiëntspecifieke doelen.

3) Beoordeling door de audicien: De samenvatting is beschikbaar voor zowel de patiënt als de audicien om samen te bekijken, wat leidt tot meer gerichte gesprekken zonder extra consulttijd.

4) Resultaten bijhouden: Na het aanpassen van het hoorapparaat beoordeelt de patiënt zijn of haar voortgang met betrekking tot de doelen en deelt dit met de audicien. Zo zien beide duidelijk de successen en is het duidelijk waar eventueel aanpassingen nodig zijn.

VERSCHIL TUSSEN DE OUDE COSI EN COSI 2.0

Toen de COSI in 1997 werd uitgebracht, was het baanbrekend: een gepersonaliseerde, door de audicien begeleide manier om gehoordoelen vast te stellen en te meten. Maar audiologie is veranderd. We hebben nu AI-gestuurde hoortoestellen, aanpassingen op afstand, zelf aan te passen hoorapparaten en patiënten die beter geïnformeerd en meer betrokken zijn. Ondertussen was

GOEDE HOORZORG BEGINT NIET

BIJ HET AANBIEDEN VAN EEN OPLOSSING,

MAAR BIJ HET GEZAMENLIJK VERHELDEREN

VAN HET PROBLEEM

VERDIEPING VAN JE COSI-KENNIS

Maarten Dijkstra sprak me Marjan Groot van Audicate, die een training heeft ontwikkeld om de COSI nog beter te kunnen inzetten.

Marjan: “COSI is vaak een beetje een ondergeschoven kindje, een moetje vanuit de Amsterdamse Vragenlijst. Veel audiciens zitten er niet echt op te wachten. Dan heb je net de AVL ingevuld en moet je de COSI-doelen ook nog invullen. We merken dat audiciens het ook lastig vinden om die doelen op te stellen. Toch is het belangrijk. Vooral oudere klanten vinden het lastig om doelen te formuleren. COSI kan daarbij helpen: het vergemakkelijkt je gesprek.”

Maarten: “Waarom neem je een COSI af? Waarom wil je dat deze goed is en wat geeft het de audicien?”

Marjan: “In de NOAH-veldnorm van de hoortoestelverstrekking staat heel duidelijk dat het maken van een zorgplan met duidelijk omschreven doelen die de cliënt wenst te bereiken, leidend is in de zorgvraag. Door de doelen van de cliënt helder te maken, heb je direct vanaf het begin een leidraad in je aanpassing. De cliënt geeft aan wat hij/zij echt verbeterd wil zien met de hoortoestellen. Die doelen kunnen gaandeweg veranderen, maar doordat je ze vanaf het startpunt helder omschreven hebt, hebben zowel de cliënt als de audicien een document waar ze op terug kunnen vallen.”

Maarten: “Het helpt de cliënt om meer vanuit de regie hun zorgplan, hun doelstellingen in de gaten te houden. Hierdoor kan de audicien de cliënt makkelijker ondersteunen om hun persoonlijke verbeterpunten in de gaten te blijven houden.”

Marjan: “Als je ze niet vastlegt, dan worden ze

vergeten, ook door de cliënt. Ik ben ook een zo’n audicien geweest die doelen omschreef als ‘tv’, maar dat is natuurlijk geen doel, want wat bedoel je met tv? Wat wil je verbeterd zien? We zien regelmatig dat de doelen heel algemeen zijn. Als je dat specifieker maakt, dan voelt de cliënt meer betrokkenheid, hij voelt zich gehoord. ‘Oh, deze audicien is écht geïnteresseerd in mij en wat ik graag wil verbeteren.’ Persoonsgerichte zorg betekent dat de cliënt leidend is.”

Maarten: “Wat is het belangrijkste wat je de audicien zou willen meegeven over de COSI-training?”

Marjan: “Het is een praktische training, dus niet achterover leunen en luisteren, maar echt actief meedoen en van elkaar leren. We oefenen met hoe je de juiste doelen vaststelt. Er zitten diverse gesprekstechnieken in die je leert gebruiken en je leert hoe je daarmee SMART-doelen kunt opstellen, waarmee je het probleem kunt verfijnen zodat je meetbare verbeterpunten krijgt. Je kunt wel een heel mooi doel bedenken samen met de cliënt, maar het moet ook haalbaar en reëel zijn.”

Maarten: “Wat is het belangrijkste leerdoel uit de training?”

Marjan: “Na deze training kun je echt tot het kernprobleem komen bij de cliënt. Je gaat veel dieper op hun problemen in, zonder dat je direct een maatschappelijk werker wordt. Je weet precies wat iemand wil, waardoor de aanpassing zeer waarschijnlijk ook sneller en beter gaat.”

het COSI-proces grotendeels hetzelfde gebleven. Het onderzoeksteam van NAL heeft meer dan een miljoen COSI-doelen geanalyseerd, clinici geïnterviewd, echte klinische sessies geobserveerd en 98 clinici uit 16 verschillende landen ondervraagd. De conclusie? COSI had meer structuur, betere cliëntbetrokkenheid en een sterkere afstemming nodig. De rol van de cliënt moest duidelijker en actiever worden. Er moest een consistente manier komen om cliënten te helpen zinvolle doelen te formuleren of hun voortgang te volgen. Er moest meer kennis gedeeld worden over hulpmiddelen en patiënten en zorgverleners hebben ondersteuning nodig om het gesprek over hoorbehoeften te verbeteren en tot

Maarten: “Komt in de training ook aan bod hoe je de verbeterdoelen van een klant koppelt aan hoortoesteltechniek?”

Marjan: Nee, op dit moment nog niet, maar daar willen we uiteindelijk wel naartoe. Deze training gaat puur alleen om het stellen van de COSI-doelen. Het Australische NAL heeft inmiddels COSI 2.0 gelanceerd. Dat stippen we ook kort aan in de training. We hopen dat dat ook in Nederland uitgerold gaat worden.”

Maarten: “Wat krijg je terug van de cursisten?”

Marjan: “Ik vraag de cursisten om voorafgaand aan de cursus COSI-doelen van twee cliënten op te sturen. Na afloop vraag ik of ze de COSI-doelen van die cliënten willen maken zoals ze tijdens de training hebben geleerd. Dan zie je dat er een hele andere omschrijving naar voren komt. We zijn soms bang om vragen te stellen. Een cursist gaf aan dat hij via hun website wilde verduidelijken waarom de audicien zoveel vragen stelt; hij kon dat nu veel beter verantwoorden.”

Maarten: “Is één goed COSI-doel genoeg om een hoortoestelaanpassing te doen?”

Marjan: “Het mooiste is tussen de drie en de vijf doelen. Als een klant helemaal geen COSI-doelen weet te benoemen, is het de vraag of die cliënt wel problemen heeft. En of het dan wel de moeite waard is om de hoortoestellenproef te beginnen. Als iemand geen drie doelen weet te bedenken, heb je dan wel een probleem?”

overeenstemming te komen over de beste oplossingen voor een optimaal resultaat. Uit grondige testen bleek dat COSI 2.0 zorgde voor een hogere tevredenheid bij cliënten. Voor audiologen/ audiciens ondersteunt COSI 2.0 evidence-based, patiëntgerichte zorg zonder de werkdruk te verhogen. COSI 2.0 is geen vervanging voor de menselijke kant van de audiologie. Het is een brug ernaartoe. Het helpt de audicien minder tijd te besteden aan het zoeken naar doelen en meer tijd aan het realiseren ervan. Het is gestructureerd genoeg om efficiënt te zijn, maar flexibel genoeg om in verschillende zorgmodellen te passen.

De online cursus COSI in de praktijk: van vragenlijst naar dialoog wordt gegeven door Audicate, duurt 2,5 uur, kost € 185,en levert 27 StAr-punten op. MEER WETEN?

ACHTERGROND

Muziek en hoortoestellen:

Waarom het nog steeds schuurt en waar het eindelijk beter gaat

Muziek is magie. Tenminste… als je oren meewerken. Voor mensen met gehoorverlies is muziek vaak een minder magische ervaring en meer een soort compacte remix die niemand besteld heeft. En hoewel hoortoestellen elk jaar slimmer, kleiner en sneller worden, blijft muziek een van de grootste uitdagingen in onze branche. Waar gaat het mis en wat gaat er inmiddels beter? Een relaas van Etienne van Kempen, audicien, muziekliefhebber en professioneel chaoscoördinator.

2

025 heeft iets leuks gebracht: nieuwe inzichten, nieuwe algoritmes en nieuwe hoop. Dus laat ik je meenemen door wat er speelt, waar we nu staan en waarom muziek nog steeds een ingewikkelde relatie heeft met hoortoestellen (en andersom). Waarom muziek zo moeilijk is voor hoortoestellen? Hoortoestellen zijn ontworpen voor… spraak. En daar zijn ze fenomenaal goed in. Compressie, ruisreductie, directionele microfoons, allemaal super als je iemand probeert te verstaan in een café. Maar muziek?

Dat is een totaal andere sport:

* Het heeft veel bredere dynamiek (van fluisterzacht tot wijds bombastisch).

* Het bevat complexe harmonieën die makkelijk sneuvelen in compressie-algoritmes.

* Muziek “raakt” het brein anders: meer emotie, minder structuur.

Veel hoortoestelgebruikers ervaren muziek als vlak, schel, te hard of juist te rommelig. En jij als audicien mag dan weer puzzelen alsof je in een escape room zit.

WAT DE NIEUWSTE STUDIES UIT 2024–2025 LATEN ZIEN

Gelukkig staat de wetenschap niet stil. Verschillende onderzoeksinstituten en audiologische labs hebben zich de afgelopen jaren op muziek gestort — letterlijk en figuurlijk. Hieronder een overzicht van de belangrijkste vindingen.

1. Music-focused fitting werkt écht

Recente onderzoeken tonen aan dat een apart muziekprogramma (met minder compressie, bredere

input range en minder ruisreductie) gebruikers significant meer muziekplezier geeft. Niet revolutionair, maar de cijfers zijn sterker dan ooit.

2. Meer bits, betere sound

De nieuwste generatie toestellen verhoogt de input dynamic range (soms tot 113–118 dB), waardoor muziek minder snel wordt ‘afgekapt’. Dit blijkt een gamechanger te zijn voor live muziek en instrumentale genres.

3. AI-algoritmes beginnen eindelijk te snappen wat muziek is

Studies die in 2024 zijn afgerond en in 2025 zijn gepubliceerd tonen aan dat AI-gebaseerde signaalherkenning muziek beter kan onderscheiden van spraak dan traditionele classificatie-algoritmen. Gevolg: minder ongewenste compressies en minder ‘digitale artefacten’.

4. Het brein is de missing link

Neuroaudiologische onderzoeken laten zien dat muziekverwerking méér beroep doet op emotionele en geheugenroutes in het brein. Conclusie: objectieve metingen zijn niet genoeg, subjectieve beleving blijft essentieel bij het finetunen.

WAAROM IS DIT BELANGRIJK?

Ik merk het in de winkel. Steeds meer klanten praten niet alleen over moeite met het verstaan van gesprekken, maar willen ook weer kunnen genieten van hun muziek. Daarbij gaat het niet alleen over muziek luisteren, maar ook over zelf muziek maken, het zingen in koren, bandjes, de ervaring van een live concert of festival,

maar ook dingen als muziektherapie en bijvoorbeeld mindfulness op basis van muziek spelen mee. Muziek is geen luxe: het is welzijn, emotie, identiteit. Voor veel cliënten is goed muziek kunnen horen minstens zo belangrijk als spraakverstaan, alleen zegt bijna niemand dat hardop tijdens de intake.

WAT JIJ ALS AUDICIEN NU AL KUNT DOEN

Een paar punten uit de nieuwste branche suggesties: Vraag naar muziekgewoonten. Vraag niet alleen: “Luistert u graag naar muziek?” Maar: “Wat luistert u? Hoe? Hoe vaak? Live of thuis?”

Maak ALTIJD een apart muziekprogramma met zo min mogelijk compressie en zonder ruisonderdrukking. Laat mensen testen met hun eigen muziek. De impact is enorm.

Wees niet bang om te tweaken. Muziekfittingen zijn vaak minder ‘protocol’ en meer ‘kunst’.

Bronnen:

Arehart, K. et al. (2024). Music Perception in Modern Hearing Aids: Dynamics, Compression Strategies, and User Satisfaction. Journal of the Acoustical Society of America.

Chasin, M. (2024). Advancements in Music Fidelity for Hearing Aid Users. Hearing Review.

Moore, B.C.J. (2024). Hearing Aid Signal Processing and the Challenge of Music. Trends in Hearing.

Patel, A.D. (2025). Neural Processing of Music in Individuals with Hearing Loss. Neuroaudiology Annual Review.

Wong, L.L. et al. (2025). AI-Based Sound Classification in Hearing Devices: Music Versus Speech. International Journal of Audiology.

SET 880

TV-geluid met indrukwekkende kwaliteit en helderheid

De kinbeugel set 880 staat voor TV-kijken zonder compromissen. Luisterplezier is gegarandeerd door diverse slimme en handige eigenschappen.

Spraakverstaanbaarheidsfunctie

Helder spraakgeluid door onderdrukking van TV-ruis

5 hoorprofielen

Klank-optimalisering voor spraak en muziek

Draagcomfort

Drukt niet op de oren

Persoonlijke volumeregeling

Kies wat jij prettig vindt. Inclusief L/R balansregeling

Wissel tussen audiobronnen

Eenvoudig schakelen van TV naar bv. de radio

Bestel je Sennheiser producten in de Phonak eStore. Sonova Nederland BV 088-600 88 50

Geeske van Voorthuijsen

Geeske van Voorthuijsen is illustrator en slechthorend. Ze heeft een scherp oog voor de non-verbale communicatie en tekent veel over slechthorendheid.

Meer Geeske? Instagram: @hearing_hard en geeske-illustrations.nl

Dagboek van Geeske

Omdenken

Heeft gehoorverlies voordelen? Jazeker! Het heeft jaren geduurd voordat ik de voordelen kon zien, maar nu ben ik erg dankbaar voor de fijne kanten, zoals dat ik altijd mijn oren uit kan zetten. Heerlijk, als de buren aan het verbouwen zijn of als je de stofzuiger niet wilt horen loeien. Ook je omgeving profiteert ervan. Als iedereen rustig moet praten vanwege mij, lopen vergaderingen efficiënter. Docenten merken ineens dat ze veel kalmer en met meer focus voor de klas staan dankzij een slechthorende leerling. Daarnaast ontwikkelen slechthorenden sommige kwaliteiten extra sterk, wat op bepaalde vlakken weer voordelen heeft.

Foto: Studio Waves and Woods

Antidepressiva en het binnenoor

Twintig jaar meldingen en wat wij daarvan moeten weten

We stuiten op een persbericht uit de Amerikaanse markt over binnenoorklachten én antidepressiva-gebruik. Onderzoekers gebruikten twintig jaar aan meldingen aan de organisatie die meldingen van bijwerkingen van geneesmiddelen verzamelt. Zij vonden een verband. Redacteur Thomas Ophof dook in het onderwerp.

Tijdens de anamnese zijn het van die herkenbare momenten: een cliënt vertelt over tinnitus, terugkerende duizeligheid of een “wiebelig” evenwicht. Op zo’n moment springen vanzelf de alarmbellen of ‘triage-lampjes’ aan. Dit zijn precies de klachten waarbij je niet alleen denkt aan “past er een hoortoestel?”, maar ook aan Ménière, andere binnenoorproblematiek en aan de verwijscriteria richting huisarts, kno-arts of audiologisch centrum. In dezelfde anamnese staat ergens die ene, vrij neutrale, vraag over gezondheid en medicatie. In de praktijk gaat die vraag bij de meeste audiciens vooral over bloedverdunners, hart- en vaatmedicatie en hoge bloeddruk. Antidepressiva komen meestal alleen in beeld als een cliënt daar zélf iets over vertelt, bijvoorbeeld dat hij of zij “iets voor de stemming” of “voor angst en slapen” slikt. Het is geen vanzelfsprekende koppeling met het oor en juist daarom valt het op als iemand met tinnitus of duizeligheid zo’n opmerking maakt.

Een recente Amerikaanse studie zet precies die combinatie – binnenoorklachten én antidepressivagebruik – extra in het licht. De onderzoekers doken in twintig jaar meldingen uit de bijwerkingendatabase FAERS van de Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration: controleert de kwaliteit van voedsel, medicijnen en medische producten op de Amerikaanse markt) en keken specifiek naar tinnitus, duizeligheid en andere binnenoorsymptomen bij gebruikers van antidepressiva. In dit artikel kijk ik wat zij vonden, wat er in Nederland al bekend was en hoe dat past bij onze dagelijkse praktijk.

HET FAERS-SIGNAAL IN HET KORT

De studie verscheen eind 2025 in Naunyn-Schmiedeberg’s Archives of Pharmacology onder de titel Inner ear signs and symptoms induced by antidepressants: a disproportionality analysis based on the FAERS database. FAERS is de grote bijwerkingendatabase van de FDA, waarin zorgverleners en patiënten vermoedelijke bijwerkingen van geneesmiddelen melden. Voor dit onderzoek werd gekeken naar meldingen uit de periode 2004–2023, dus ongeveer twintig jaar.

De auteurs selecteerden meldingen met “inner ear signs and symptoms”: tinnitus, verschillende vormen van vertigo, evenwichtsstoornissen en ontstekingen van het binnenoor. Die zetten ze af tegen meldingen bij een aantal veelgebruikte antidepressiva (vooral SSRI’s, SNRI’s en bupropion). Met een disproportionaliteitsanalyse berekenden ze of binnenoorsymptomen relatief vaker bij deze middelen werden gemeld dan bij andere geneesmiddelen.

De conclusie was duidelijk: bij alle onderzochte antidepressiva kwamen meldingen van tinnitus, duizeligheid en andere binnenoorsymptomen opvallend vaak voor. De auteurs spreken van een “significant association” en duiden dit als een safety signal voor voorschrijvers. Dat betekent nog geen hard oorzakelijk bewijs voor de individuele patiënt, maar wél dat artsen alert worden gemaakt op binnenoorklachten bij antidepressivagebruik en worden aangemoedigd om middel of dosering zo nodig te heroverwegen.

ALLE ONDERZOCHTE ANTIDEPRESSIVA KOMEN MELDINGEN VAN TINNITUS, DUIZELIGHEID EN ANDERE BINNENOORSYMPTOMEN OPVALLEND VAAK VOOR.

‘DAT IS HET MOMENT WAAROP DE TRIAGE-REFLEX AANGAAT:
HOORT DIT BIJ EEN ‘GEWONE’

HOORTOESTELINDICATIE OF RAKEN

WE AAN DE VERWIJSCRITERIA
RICHTING HUISARTS, KNO OF AC?’

NEDERLANDSE BRONNEN: LAREB, HOORMIJ EN KNO

Wie alleen de FAERS-studie leest, kan denken dat dit een nieuw onderwerp is. Maar in Nederlandse bronnen duikt het onderwerp al langer op – vooral in de wereld van bijwerkingen en patiëntinformatie. Bijwerkingencentrum Lareb publiceerde in 2005 al een bulletin over SSRI’s en tinnitus. Daarin werd beschreven dat SSRI’s in hun meldingen en in de WHO-databank disproportioneel vaak samen met tinnitus voorkwamen. In de productinformatie van citalopram staat tinnitus bijvoorbeeld expliciet als mogelijke bijwerking genoemd. Inmiddels zijn ook bij andere antidepressiva meldingen van (verergerde) tinnitus geregistreerd. Het gaat niet om enorme aantallen meldingen, maar het signaal blijft wel terugkomen in de databank.

Stichting Hoormij/NVVS beantwoordt de vraag: “Kunnen antidepressiva tinnitus veroorzaken?” kort en bondig met: “Ja, zie de bijsluiter.” In hun uitgebreide informatie over tinnitus en medicijnen plaatsen ze antidepressiva tussen de middelen die tinnitus kunnen veroorzaken of verergeren, met daar meteen de voetnoot bij dat het om een klein deel van de gebruikers gaat en dat stoppen of aanpassen van medicatie altijd via de huisarts moet lopen.

Ook aan de kno-kant is het thema niet onbekend. De website www.kno.nl besteedde in 2017 aandacht aan een muizenstudie waarin serotonine in de hersenstam tinnitusreacties kon versterken. De kop boven dit bericht luidde: “Antidepressiva bij tinnitus kunnen klachten mogelijk verergeren.” Daarnaast is er de kno-pagina “Oor en medicijnen” waarin bij diverse middelen – waaronder antidepressiva – wordt vermeld dat ze oorsuizen of duizeligheid kunnen geven of verergeren.

In gesprek met kno-arts Jan Rombout (Zaans Medisch Centrum / Alsoka Medical) komt daarbij een praktische nuance naar voren: kno-artsen in Nederland schrijven géén antidepressiva voor bij tinnitus of andere oorproblemen. Als er antidepressiva in het spel zijn, is dat vrijwel altijd vanwege depressie of angst en ligt de verantwoordelijkheid bij huisarts of psychiater. De mogelijke relatie met oor- of evenwichtsklachten speelt dus vooral als bijwerkingenvraagstuk tussen voorschrijvend arts en patiënt. Alles bij elkaar past het FAERS-signaal in een beeld dat we in Nederland al langer zien: in een beperkt deel van de gebruikers lopen antidepressiva en klachten als tinnitus en duizeligheid opvallend vaak samen.

WAT HEBBEN WIJ DAAR ALS AUDICIENS AAN?

De logische vraag is: wat doen wij hiermee in de hoorpraktijk? Niet omdat wij iets met antidepressiva zelf moeten doen – dat blijft het domein van huisarts en psychiater –, maar omdat het helpt om de verhalen en vragen van cliënten beter te plaatsen. In de dagelijkse praktijk begint alles bij de klacht: tinnitus, duizeligheid, een instabiel gevoel. Dat is het moment waarop de triage-reflex aangaat: hoort dit bij een ‘gewone’ hoortoestelindicatie of raken we aan de verwijscriteria richting huisarts, kno of AC? Pas daarna, als onderdeel van de algemene vraag naar gezondheid en medicatie, komt het soms naar voren dat iemand ook een antidepressivum gebruikt. Dat is geen standaardonderdeel van onze vragenlijst, maar iets wat af en toe ‘per ongeluk’ voorbij komt, omdat een cliënt het zelf vertelt.

Zo neem je de cliënt serieus, maar blijf je uit de medicatie-discussie. De beslissing om een middel voort te zetten, aan te passen of te stoppen is en blijft een medische afweging.

IN DE PRAKTIJK

Voor ons, als audiciens, blijft er uiteindelijk een nuchter beeld over. Antidepressiva worden al jaren in verband gebracht met tinnitus en andere binnenoorsymptomen; de recente FAERS-analyse bevestigt dat met veel data en een systematische aanpak. In Nederland zien we die lijn terug bij Lareb, Hoormij en kno. Onze triage verandert daardoor niet. Tinnitus en duizeligheid stonden al op het lijstje klachten waarbij we alert zijn en zo nodig doorverwijzen. Wat erbij komt, is vooral achtergrondkennis: we begrijpen beter waarom een enkele cliënt de vraag stelt of zijn “stemmingstablet” iets met de oren van doen kan hebben. We weten dat dat in de medische wereld een onderwerp van gesprek is. Uiteindelijk is dat misschien wel de kern: niet een extra taak voor de audicien, maar wel een scherper beeld van wat er op de achtergrond kan spelen bij een hoorprobleem. Die kennis nemen we mee aan tafel met de cliënt, terwijl we gewoon blijven doen wat we altijd doen: klachten serieus nemen, zorgvuldig triageren en, waar nodig, op tijd schakelen met huisarts, kno of AC.

Tenslotte

Tinnitus en duizeligheid waren al klachten waarbij we scherp zijn en eerder verwijzen. Aan onze protocollen verandert het FAERS-onderzoek niets. Wat de wetenschap wél toevoegt, is context. Als een cliënt nu zelf vraagt of zijn antidepressivum iets met de tinnitus of het wiebelige evenwicht te maken kan hebben, weten we dat er in de medische wereld serieus naar die combinatie wordt gekeken –in bijwerkingendatabases, bij Lareb, in bijsluiters en

in kno-informatie. Dat maakt de vraag begrijpelijk, zonder dat wij er het antwoord op hoeven te geven. Een veilige en eerlijke reactie kan dan bijvoorbeeld zijn: “Er zijn onderzoeken en meldingen waarin antidepressiva en klachten als tinnitus en duizeligheid samen voorkomen. Wat dat in uw situatie betekent, kan alleen uw arts beoordelen. Ik kan wel uw klachten en het verloop van de klachten duidelijk beschrijven in mijn verslag.”

Mooi voornemen

Tijdens de eerste vaccinatieronde tegen COVID19 stond ik met mijn moeder op een GGD-priklocatie in de rij voor de aanmeldbalie. De priklocatie was ondergebracht in een grote tent, waarin scheidingswanden stonden, maar waarin alle ruimtes toch met elkaar verbonden waren, waardoor er veel geluid rondzoemde. Geen hard geluid, maar hinderlijk geluid. Toen we aan de beurt waren, vroeg ik de baliemedewerkster of ze daar geen last van had. “Ik word er gek van”, antwoordde ze. “Na een dag werken, ben ik kapot, want concentreren in zo’n ruimte kost veel meer energie dan op een rustige werkplek.”

Onlangs heeft Hoormij∙NVVS samen met Heart2Hear, de Nederlandse Vereniging van Audicienbedrijven (NVAB) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (Stichting NVAB) het project Hoe hoort het op de werkvloer afgesloten. Een gezamenlijk praktijkonderzoek naar de effecten van hinderlijk geluid op werknemers. De resultaten en aanbevelingen zijn vastgelegd in het rapport Moe van geluid dat we momenteel breed onder de aandacht brengen. Niet verwonderlijk is dat de uitkomsten van ons praktijkonderzoek in lijn zijn met wat er al bekend was uit de literatuur: structureel hinderlijk geluid tijdens het werk heeft een negatief effect op onder meer het energieniveau, de arbeidsproductiviteit en de uitval van werknemers. Dat geldt voor alle werknemers, maar nog sterker voor werknemers met gehoorverlies.

Hoormij∙NVVS heeft als doel de verbetering van de zorg voor en kwaliteit van leven voor mensen met gehoorverlies, tinnitus, hyperacusis, cholesteatoom en duizeligheidsen evenwichtsaandoeningen door middel van betrouwbare voorlichting, informatie, ervaringsbijeenkomsten en belangenbehartiging.

Behalve het advies om hinderlijk geluid serieus te nemen (ook door werknemers zelf), er beleid op te maken en dat te verankeren in het arbobeleid, is één van de belangrijkste adviezen om bij werknemers van vijftig jaar en ouder periodiek een eenvoudige (online) gehoorscreening te doen. We hopen dat het mensen helpt eerder de stap naar een audicien te nemen, zodat ze, indien nodig, op tijd van een passende hooroplossing kunnen worden voorzien. Opdat ze voor het arbeidsproces behouden blijven; extra belangrijk met het oog op het tekort aan arbeidskrachten en de oprukkende vergrijzing.

U weet dit allemaal al natuurlijk, toch is het goed u nog eens te wijzen op dat wat hinderlijk geluid met mensen in het algemeen en met slechthorenden in het bijzonder doet. Gehoorverlies tijdens het werk is een factor die extra aandacht verdient. Neem het dus mee in uw relatie met de consument. Werknemers beginnen er vaak niet over op het werk, omdat ze bang zijn voor zeurpiet weg gezet te worden. Met het rapport Moe van geluid in de hand, kunt u ze een hart onder de riem steken. Een mooi voornemen voor deze januarimaand.

Directeur Corrine Verwer

Zorgprofessional met focus op zintuigen

Anouck Castenmiller (44) is StAr audicien, opticien en gedreven NPP-beoefenaar (Neuro-Physiological Psychology). Ze is een zorgprofessional die zich niet laat beperken door disciplines of traditionele kaders. Voor haar is zintuiglijke gezondheid één geheel: horen, zien, verwerken, begrijpen. Met haar brede kennis en interesse in neurologie, sensorische prikkelverwerking en preventieve zorg bouwt ze al jaren aan een werkwijze waarin begeleiding en inzicht centraal staan. Redacteur Etienne sprak met haar over haar werkwijze en toekomstvisie bij Oogwereld Asten, Noord-Brabant.

Waar de meeste audiciens werken binnen vaste zorgstructuren, heeft Anouck zich juist verdiept in de onderliggende processen van horen en verwerken. Ze duikt in literatuur, onderzoekt neurologische verbanden, volgt opleidingen en zoekt steeds opnieuw naar manieren om cliënten niet alleen een toestel te geven, maar vooral begrip, regie en zelfvertrouwen. Ze noemt zichzelf gekscherend ‘schrijfster in the making’, maar in werkelijkheid is ze een ‘zorgvernieuwer in wording’, iemand die het vak audicien anders durft te bekijken en anderen uitnodigt om dat ook te doen. Wat volgt, is een gesprek dat me nog lang bijblijft.

Etienne: “Je vertelde dat de rol van de audicien groter is dan veel mensen doorhebben. Wat bedoel je daarmee?”

Anouck: “Wij zijn vaak de eersten die subtiele veranderingen opmerken. Neem mensen met diabetes: zij hebben een hogere kans op gehoorproblemen. Als wij dat vroeg signaleren, kunnen we helpen voorkomen dat het brein onnodig achteruit gaat. We houden hersenen eigenlijk fit, als we weten waar we op moeten letten. Dat is precies waarom ik vind dat wij meer kunnen dan ‘een toestel afleveren’. Wij audiciens kunnen problemen vroeg herkennen en op tijd doorverwijzen. Een audicien kan een poortwachter zijn.”

Etienne: Je kijkt breder dan alleen het oor. Wat zie jij in de praktijk?

Anouck: “Het oor is geen eiland. Nooit. Je oren en ogen werken continu samen. Ik zie het zo vaak. Iemand denkt dat hij een gehoorprobleem heeft, maar het blijkt samen te hangen met visuele instabiliteit of overbelasting. Alles in het zintuiglijke systeem communiceert met elkaar. Dat maakt ons werk juist interessant. Je moet durven kijken naar het geheel. En nee, we stellen geen diagnoses. Dat is niet ons werk, maar we kunnen wel herkennen wanneer er iets breder speelt en iemand, precies op tijd, naar de juiste specialist sturen.”

WAAROM GEEN BOSWANDELING?

Etienne: “Je vertelde me dat een wandeling in het bos slopend kan zijn voor sommige cliënten.”

Anouck: “Ja, dat is voor veel mensen verrassend. Maar voor iemand met hyperacusis of overprikkeling is een bos een enorme uitdaging. Je hoort vogels, wind, bladeren. Je ruikt van alles. Je ogen scannen constant je omgeving. Je moet opletten waar je loopt. Dat is een complete sensorische workout.”

Etienne: “Dus het brein draait overuren?”

Anouck: “Precies. En een overbelast brein raakt dan nóg sneller moe. Maar tegelijk is dat soort prikkelrijke omgevingen óók nodig. Niet in één keer, niet te hard, maar gecontroleerd. Neurologisch stimuleren is soms het beste medicijn, mits je het rustig opbouwt. De uitdaging ligt niet langer bij de technische output, maar bij de menselijke inbreng van het brein.”

VIER MAANDEN

Waar veel audiciens werken met korte proefperiodes, pakt Anouck het anders aan.

Etienne: “Hoe kijk je aan tegen proefperiodes?”

Anouck: “Vier maanden, dat is de tijd die ik mensen geef om te ontdekken, te wennen, te begrijpen, want horen is geen knop die je om zet. Horen is een hersenproces en dat proces verdient tijd. En geduld… héél veel geduld. Door die langere wen-tijd blijft er rust in het traject. Cliënten haasten zich niet, ik hoef niet te duwen. We focussen niet alleen op ‘werkt het toestel?’, maar richten ons op het begrijpen van wat er in je brein gebeurt.” Ze legt uit hoe ze ondersteunt, bijstuurt, mensen terughaalt voor gesprekken en hen helpt begrijpen waarom klanken in het begin zo scherp kunnen zijn. Waarom een stem ineens overweldigend is en waarom gewend raken echt weken kost.

‘DE BESTE ZORG IS WANNEER JE ELKAARS

TAAL BEGRIJPT’

Anouck Castenmiller

Etienne: “Ligt jouw werk daarmee niet dichter bij het werk van een audioloog?”

Anouck: “Ja, maar niet omdat ik medische diagnoses stel, want dat doe ik niet, maar omdat ik me verdiep in wat er achter het horen zit. In neurologie, in zintuigkoppelingen, in hoe het brein geluid verwerkt. Dat maakt mijn begeleiding anders. Techniek is slechts een onderdeel.”

DE AUDICIEN VAN DE TOEKOMST

Etienne: “Hoe zie jij de toekomst van het vak?”

Anouck: “In een tijdperk van slimme technologie is de audicien van de toekomst een zintuiglijk professional met een helikopterview, die het brein leert om regie te voeren. Het vak verandert en ik denk dat wij mee mogen veranderen. Preventie wordt veel groter. Niet wachten tot iemand vastloopt, maar eerder begeleiden en meer samenwerken met andere disciplines. Als wij weten hoe een neuroloog naar iets kijkt of een cardioloog of een kno-arts, dan spreek je dezelfde taal. De beste zorg is wanneer je elkaars taal begrijpt. Daar geloof ik heilig in. Als wij elkaars taal leren, kunnen we zoveel eerder en beter signaleren zonder buiten ons eigen werkgebied te treden.”

Etienne: “Je werkt anders dan veel vakgenoten. Denk je dat iedereen dit zou moeten doen?”

Anouck: “Nee”, zegt ze zonder aarzeling. “Dit is mijn manier, niet dé manier. Het vraagt tijd, verdieping, nieuwsgierigheid… en soms ook een langere adem, maar ik zie elke dag dat het werkt. Mensen begrijpen zichzelf beter. Ze worden zelfverzekerder en hun brein krijgt de kans om écht bij te trekken. Het is niet voor iedereen, maar het is zó waardevol.”

Er zit trots in haar stem, maar ook bescheidenheid en warmte. Een interesse in de mens, die je niet kunt acteren. Als ik de deur van haar winkel achter me dichttrek, voel ik vooral één ding: bewondering. Anouck doet het niet anders om anders te zijn, maar ze doet het anders om mensen beter te helpen. Anouck laat zien dat het vak groter, rijker en menselijker kan zijn dan we soms denken en misschien is dat wel precies de richting waarin de toekomst ligt.

Een kijkje in het verleden

Roland Zweers (56) van Zweers Hoortoestellen is niet alleen audicien, maar ook trotse eigenaar van het grootste audiologisch museum ter wereld. Wat begon met de wens om een hoortoeter te kunnen laten zien aan zijn cliënten, groeide uit tot een collectie van meer dan 10.000 items. Roland: “Sommige dingen zijn audiologisch heel erg interessant, zoals het allereerste digitale hoortoestel uit 1988 uit Amerika. Daar ben ik heel lang op zoek naar geweest. Toch slaan de meeste klanten vooral aan op de antieke zilveren wandelstokken waar een hoortoestel in zit verwerkt. Ik heb spullen vanuit de hele wereld. Veel gekocht op eBay, maar ook bijvoorbeeld een collectie van een Zuid-Afrikaanse man op leeftijd die wilde dat zijn verzameling bewaard zou blijven.

Toen het hoofdkantoor van Beter Horen verhuisde van Doesburg naar Utrecht moest de kelder leeg. Daarin was de collectie van de stichting Het Historische Hoortoestel ondergebracht. De voormalig directeur fluisterde me al in dat ik zeker iets bijzonders zou vinden in de dozen. En inderdaad: ik trof het hoorapparaat dat prinses Alexandra gebruikte tijdens de kroning van prins Edward in Wales in 1902, dat in 1977 was gestolen bij een inbraak en later teruggevonden werd in Gent. Ik kan niet alles exposeren en leen regelmatig dingen uit aan musea. Uiteindelijk moeten al mijn anekdotes en deze bijzondere verzameling gebundeld worden in een boek The Need to Communicate. Voor mijn zestigste moet het gedrukt zijn.”

‘HET

GROOTSTE HOORTOESTELLENMUSEUM TER WERELD LIGT IN ZEVENBERGEN’

NOAH-veldnorm Hoorhulpmiddelenzorg 5.0

De NOAH-veldnorm voor de hoorzorg is geactualiseerd. De vorige versie, versie 4.1, dateerde uit 2017 en vormde lange tijd de onderligger voor samenwerking en verstrekking binnen de hoorzorg. Nu ligt er een definitief concept voor een nieuwe veldnorm: NOAH-veldnorm Hoorhulpmiddelenzorg 5.0. Deze versie is tot stand gekomen met inbreng en feedback van alle partijen binnen NOAH - waaronder

AudiNed - en ligt nu ter formele accordering bij de samenwerkende organisaties.

Wie de nieuwe veldnorm leest, zal veel herkennen. De kern van de Nederlandse hoorzorg blijft ongewijzigd. De audicien is voor veel mensen het eerste aanspreekpunt bij gehoorklachten en vervult een centrale triagefunctie. De samenwerking tussen audicien, kno-arts en klinisch fysicus-audioloog vormt ook in veldnorm 5.0 het fundament van goede hoorzorg. Persoonsgerichte zorg blijft daarbij het uitgangspunt: niet het hulpmiddel, maar de hulpvraag van de cliënt staat centraal. De veldnorm blijft primair een kwaliteitskader. Het document beschrijft hoe goede hoorzorg eruitziet en hoe verantwoordelijkheden binnen de keten zijn verdeeld. Het is een gezamenlijk gedragen norm voor professioneel handelen.

INHOUDELIJKE VERNIEUWINGEN

Een duidelijke wijziging is de bredere scope. Waar eerdere versies sterk waren gericht op hoortoestelverstrekking, spreekt versie 5.0 over hoorhulpmiddelenzorg. Daarmee wordt erkend dat de hulpvraag van cliënten breder kan zijn dan alleen slechthorendheid en dat hoorzorg niet uitsluitend draait om hoortoestellen. Ook tinnitus en psychosociale problematiek krijgen expliciet aandacht. Daarnaast is het denken vanuit functioneren en participatie verder uitgewerkt. NOAH sluit hierbij aan bij het ICF-model van de WHO, waarin niet alleen de stoornis, maar ook activiteiten, participatie en context bepalend zijn voor passende zorg. Goede diagnostiek gaat daarmee niet alleen over meetwaarden, maar over wat deze betekenen in het dagelijks leven van de cliënt. In veldnorm 5.0 krijgt ook het evalueren van de ingezette hoorzorg een explicietere plaats. Het beoordelen van het effect op functioneren en participatie hoort bij goede zorg.

AANGEPASTE VERWIJSCRITERIA

De verwijscriteria zijn in veldnorm 5.0 geactualiseerd. Het verlaagde leeftijdscriterium (van 68 naar 59 jaar) is een belangrijke wijziging. Binnen NOAH is afgesproken dat de effecten hiervan, samen met andere aangepaste criteria,

worden gemonitord tijdens de implementatiefase. Ook de criteria voor asymmetrisch gehoorverlies en significante achteruitgang zijn aangescherpt en vereenvoudigd. Waar veldnorm 4.1 werkte met meerdere drempelcombinaties per frequentie, hanteert versie 5.0 één eenduidige definitie. Dit vergroot de duidelijkheid en consistentie. Ook wordt er meer gekeken naar een combinatie van drempels en andere factoren.

ACCORDERING EN IMPLEMENTATIE

Binnen NOAH is afgesproken de invoering zorgvuldig vorm te geven, met aandacht voor scholing, monitoring van patiëntenstromen en kwaliteitsborging. Na formele accordering zetten alle partijen naar verwachting uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 hun handtekening onder de veldnorm. Parallel wordt gewerkt aan een communicatie- en implementatieplan, met praktische duiding en ondersteunende hulpmiddelen voor het werkveld.

De NOAH-veldnorm 5.0 is een verduidelijking en actualisatie van bestaande uitgangspunten. Voor audiciens biedt de nieuwe norm meer helderheid over samenwerking binnen de keten en wordt de handelingsruimte vergroot. De aangepaste criteria dragen bij aan gerichtere verwijzing en minder onnodige druk op de (kno-)zorg.

DE HULPVRAAG VAN DE CLIËNT

KAN BREDER ZIJN DAN ALLEEN SLECHTHORENDHEID

Zo flexibel als een loden deur!

Thijs Thielemans

Thijs is ondernemend audioloog met een missie om de audiologie in Nederland op klinisch en onderwijsgebied op een hoger niveau te tillen. Hij werkt als klinisch fysicus-audioloog en richtte in 2018 het Hoortoestel Advies Centrum in Eindhoven op. Zijn hart ligt bij de combinatie van techniek en het directe contact met mensen.

Op het moment van schrijven van deze column zitten we in Nederland in een politieke impasse. Het vormen van een nieuwe regering wil simpelweg niet lukken, niet met een meerderheids- en niet met een minderheidskabinet. Partij A wil niet samenwerken met partij B, partij C wil niet door één deur met partij A. Iedereen lijkt zijn of haar poot stijf te houden zodat we voorlopig nog geen bordesritueel zullen gaan krijgen. Jammer, want pogingen om de woningcrisis, de klimaatcrisis, de asielcrisis of de stikstofcrisis op te lossen, blijven nu in de koelkast staan. In 2021 (Rutte IV) moesten we 299 dagen wachten totdat er een nieuw kabinet was, een verbreking van het Rutte III-record van 225 dagen onderhandelen. Internationaal is België recordhouder met 541 dagen besprekingen.

Ik kan het overigens zeer waarderen dat je als vertegenwoordiger van een bepaalde partij voor je standpunt staat, je het beste resultaat er uit wil slepen voor jouw achterban. Het is echter de vraag of het uitsluiten van samenwerkingen en geen millimeter toe willen geven, het beste en snelste resultaat oplevert. Het kan bij de onderhandelingspartner juist enorm veel weerstand opleveren wanneer er geen scheutje water bij de wijn gedaan wordt, laat staan geen enkele druppel. Dit resulteert meestal niet in een snelle deal.

Binnen de hoortoestellenbranche wordt ook al geruime tijd aan verschillende tafels druk gepraat over uiteenlopende audiologische onderwerpen. Van hoorprotocol en extra zorgvragen tot hoorstandaarden. Ik vind het zelf soms lastig om te begrijpen wat elke werkgroep, commissie of kerngroep met welk mandaat bespreekt en welke positie deze inneemt in de hoorzorg. Veel van deze groepen lijken van de buitenkant met dezelfde onderwerpen bezig te zijn, maar toch zit er wel degelijk verschil in bespreekonderwerpen.

Onlangs heb ik aan zo’n digitale tafel mogen aanschuiven. Ook bij dit overleg viel het me op dat de vertegenwoordigers vooral bezig zijn met het neerleggen van hun standpunten, in plaats van een poging te doen om tot een geschikte oplossing te komen. Als passant is het maar een momentopname, maar ergens hoop je dat de toekomstige onderhandelingen niet zo lang duren als onze voorbeelden in de politiek. Laten we hopen dat men zich realiseert dat het soms verstandiger is om over zijn eigen schaduw heen te stappen. Zonder compromis zou het zomaar kunnen dat er een beslissing vóór jou genomen wordt. Het is de vraag of je daar op zit te wachten…

ACHTERGROND

Hoorapparaat-apps: mooie belofte, volle agenda

Hoorapparaten staan tegenwoordig niet meer op zich, maar worden vergezeld door een app. Een app die de gebruiker meer regie zou moeten geven en de audicien daarmee meer flexibiliteit. Maar werkt dat ook zo? In dit artikel kijken we naar die spanning tussen belofte en werkelijkheid. Hoe pakt de app uit in de stoel? Wat zeggen leveranciers erover en hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de audicien volgens het StAr-handboek?

Het hoortoestel doet het eigenlijk prima, maar de app doet het niet meer.” Als je als audicien een tijdje meedraait, hoor je die zin vaker dan je lief is. De klacht gaat niet over het gehoor, niet over de pasvorm en niet over de instellingen, maar over het kleine icoontje op het telefoonscherm. De app opent niet meer, de koppeling is weg of na een update lijkt alles anders. En dus schuiven klant, telefoon en hoortoestellen samen jouw spreekkamer in.

Vrijwel ieder modern hoortoestel wordt tegenwoordig geleverd met een app. In folders en op websites ziet dat er prachtig uit: klanten kunnen zelf het volume regelen, programma’s kiezen, streaming starten en soms zelfs via de app een bijstelling aanvragen. In theorie levert dat meer regie op voor de drager en meer flexibiliteit voor de audicien. In de praktijk is het beeld een stuk minder eenduidig. Voor een deel van de gebruikers is de app een uitkomst, voor een ander deel vooral een bron van onrust, misverstanden en extra serviceafspraken.

DE APP ALS BELOFTE

Wie de communicatie van verschillende fabrikanten naast elkaar legt, ziet een helder verhaal. De app is geen

losse accessoire, maar een volwaardig onderdeel van de hooroplossing. Leveranciers beloven klanten meer controle, meer comfort en meer mogelijkheden om op afstand zorg te krijgen. De smartphone wordt neergezet als bedieningspaneel: één apparaat waarmee je bankiert, navigeert, berichtjes stuurt én je gehoor regelt.

Bij GN Hearing vat Ciske Post, senior accountmanager en trainer/audicien, dat kernachtig samen: “Een hoortoestel blijft altijd de basis. App en accessoires zijn een verlenging van de hooroplossing, geen vervanging.” De ReSound-app is in haar ogen vooral bedoeld om die basis te versterken: praktische dingen als bellen, streamen, muziek luisteren of films kijken, maar ook aansluiten op Auracast in een museum of op een luchthaven. Daarnaast ziet zij veel meerwaarde in het zelf kunnen bijregelen in terugkerende situaties, bijvoorbeeld met favorieten, en in het op afstand doen van kleine bijstellingen via e-assist. “Dat alles”, benadrukt ze, “werkt alleen als de eindgebruiker ermee om kan gaan én de telefoon geschikt is.”

Ook bij Signia klinkt enthousiasme over wat er technisch mogelijk is. Productmanager Benjamin den Heijer wijst op de Signia-app, die volgens hem veel verder gaat dan een volumeknop op een scherm: “De Signia app is meer dan alleen een verlengstuk van de hooroplossing. Ze biedt extra tools op het gebied van zelfredzaamheid, controle en autonomie. Hoe briljant is dat?” De app ontsluit extra functies, geeft informatie en onderhoudstips en maakt remote care mogelijk. Den Heijer benadrukt de rol van de slimme assistent, die met behulp van een deep neural network leert van miljoenen appgebruikers wereldwijd. Een instelling die in een bepaalde omgeving als prettig wordt ervaren, helpt het systeem om toekomstige situaties beter automatisch aan te sturen. Dat kan eraan bijdragen dat hoortoestellen sneller geaccepteerd worden: informatie, ondersteuning en fijnregeling liggen letterlijk dichter bij de hand van de drager. Widex legt in zijn visie vooral de nadruk op geluid als vertrekpunt. De app is daar een middel om dat geluid in het moment verder te verfijnen. Al sinds 2018 is er

kunstmatige intelligentie in de Widex-apps aanwezig, waarmee gebruikers in de actuele luistersituatie hun instellingen kunnen aanpassen zonder eerst terug naar de winkel te hoeven. Die aanpassingen leveren tegelijk waardevolle gegevens op voor de audicien, die bij een volgend contact beter ziet hoe en waar de toestellen gebruikt worden. Suzanne Bus, productmanager bij Widex, zet er meteen een belangrijke kanttekening bij: “De app kan een toevoeging zijn, maar is zeker geen vast onderdeel van een goede aanpassing. De hoortoestellen functioneren uitstekend zonder de app. Meer bedieningsmogelijkheden zorgen niet automatisch voor een betere klantbeleving.”

Ook Audio Service positioneert de app nadrukkelijk als extra laag, niet als kern. De techniek in het toestel zelf doet veel automatisch; de app biedt binnen een overeengekomen bereik ruimte om te personaliseren. De meerwaarde ontstaat pas echt als de drager begrijpt hoe die app zijn dagelijks leven kan ondersteunen. Productmanager Judith Ammerlaan ziet in de praktijk hoe belangrijk het is dat audiciens dit expliciet bespreken: “Bespreek met je klanten of de app in hun dagelijks leven toegevoegde waarde zou kunnen opleveren en of ze ermee om kunnen gaan. Anders wordt de app vooral een last.”

In de communicatie van andere merken zie je hetzelfde beeld terug. Phonak presenteert de myPhonak-app als manier om hoortoestellen eenvoudig te bedienen,

de luisterervaring te personaliseren en via remote support bij te stellen. Oticon beschrijft zijn Companionapp als middel voor discrete controle, personalisatie en RemoteCare. Starkey zet met zijn apps sterk in op streaming, bediening, find my hearing aids, TeleHear en zelfs welzijnsfuncties. Unitron legt in de Remote Plusapp, naast de afstandsbedieningsfunctie, veel nadruk op inzicht en terugkoppeling, vertelt Roy Peters, Senior Marketing Manager & Teamleider Support bij Sonova. “Met Log-it-all kan de cliënt in de app bijvoorbeeld zien in hoeverre het toestel in verschillende luistersituaties voldoet. Met de functie ‘Beoordelingen’ kan de cliënt real time in een specifieke luisteromgeving met een emoticon en korte omschrijving vastleggen wat er niet prettig klinkt. Daarbij wordt automatisch opgeslagen welk programma op dat moment actief was, zodat de audicien dit in TrueFit kan uitlezen en een compleet beeld krijgt van die situatie.” De woorden verschillen, maar de kern is hetzelfde: meer regie en comfort via de smartphone, boven op een goed ingestelde hooroplossing. Op papier is het plaatje daarmee helder: de app als verlengstuk, als comfortlaag, als extra stuk gereedschap in de kist, maar papier en praktijk zijn twee verschillende werelden – zeker als die praktijk een volle agenda is.

DE PRAKTIJK

In de winkel ziet de dag er meestal minder strak uit dan in de brochure. Je herkent waarschijnlijk een aantal klanten meteen. Daar is de klant die binnenkomt met

een helder doel: hij wil “de app”. Op de vraag wat hij van het hoortoestel zelf verwacht, blijft het opvallend stil. De techniek eromheen is interessanter dan het beter kunnen horen. De app is voor hem het hoofdgerecht geworden, het hoortoestel een noodzakelijk bijgerecht. Tijdens de aanpassing merk je dat het gesprek steeds teruggaat naar wat er allemaal in die app kan en maar moeizaam naar luisteren, verstaan en belastbaarheid.

Een andere situatie is de partner die na vijf jaar meekomt bij een vervanging. Zij kijkt je wat vermoeid aan en vertelt dat haar man de hele dag met de app bezig is: schuiven, een ander programma, weer terug, nog eens proberen. De instellingen vliegen heen en weer, maar echt rustig gaan zitten luisteren naar wat hij wíl horen, gebeurt bijna niet meer. De app is daar een speeltuin geworden. Niet zozeer een hulpmiddel om beter te horen, maar een eindeloze verzameling knopjes waar je in kunt verdwalen. De hooroplossing is dan eerder een bron van drukte dan van rust.

En dan is er nog de klant die eerlijk toegeeft niet handig te zijn met zijn telefoon, maar tóch de app wil “want iedereen met hoortoestellen heeft die tegenwoordig”. De sociale norm slaat hier door: als anderen het hebben, zal het wel moeten. Dat de app voor hen waarschijnlijk meer spanning dan gemak oplevert, is op dat moment nog geen onderwerp. Tot het moment dat hij er thuis niet uitkomt, de kleinzoon ‘even iets probeert’ en er vervolgens niets meer werkt.

Tussen al dit gedoe door zijn er gelukkig ook de klanten bij wie het wél goed gaat. De werkende cliënt die veel reist, zijn agenda op zijn smartphone heeft en de app gebruikt zoals die bedoeld is: handig, snel, zonder er de hele dag mee bezig te zijn. Hij stuurt een keer een bericht omdat hij in een specifieke ruimte slecht verstaat, er volgt een remote bijstelling en hij kan weer verder. Geen drama, gewoon extra gereedschap. De technologie is in al deze voorbeelden dezelfde. Het verschil zit in digitale vaardigheid, houding en verwachtingen van de klant. En precies daar komt de vraag naar verantwoordelijkheid om de hoek kijken.

WIE IS WAARVOOR VERANTWOORDELIJK?

Het nieuwe StAr-handboek beschrijft de kaders voor goede hoorzorg. De audicien is als eerstelijns zorgverlener verantwoordelijk voor een passende hooroplossing, voor heldere uitleg en voor passende nazorg. In de praktijk betekent dat dat je moet kunnen uitleggen hoe iemand zijn hoortoestellen bedient of dat nu via knopjes aan het oor, een afstandsbediening of een app is. Als de app een essentieel onderdeel is van de gekozen oplossing, hoort een basisinstructie daarbij. Maar het handboek maakt de audicien niet verantwoordelijk voor alles wat met de telefoon van de klant gebeurt. Het gaat niet over het beheren van Apple-ID’s, Google-accounts, wachtwoorden, opslagruimte of wifi-instellingen. De smartphone is geen

medisch hulpmiddel en valt formeel buiten het domein van de hoorzorg, hoe nauw hij er in de praktijk ook tegenaan schuurt.

Daar wringt het ook voor leveranciers. Ciske Post (GN Hearing) wijst erop dat platformen als iOS en Android zelf bepalen welke toestellen nog geschikt zijn om een app te draaien: “Na een telefoonupdate kan een app simpelweg worden uitgesloten. Dan deed de app het gister nog prima en vandaag opeens niet meer. Audiciens zijn geen telefoonwinkel; het belangrijkste is dat het hoortoestel werkt.”

Bij Widex zien ze hetzelfde patroon. Een groot deel van de vragen die bij hun ondersteuning terechtkomt, blijkt geen hoortoestel- maar een app- of telefoonprobleem te zijn. Connectiviteit, streaming en basisfuncties in de app zorgen bij een deel van de gebruikers voor verwarring. Vooral als de app wordt ingezet bij mensen voor wie de digitale vaardigheid eigenlijk niet toereikend is.

Ook bij Audio Service en Signia klinkt dat geluid. Judith Ammerlaan ziet in de supportpraktijk hoe vaak klachten over “niet werkende hoortoestellen” uiteindelijk terug te voeren zijn op dekking, bluetooth of updates, terwijl het toestel zelf prima functioneert. Benjamin den Heijer merkt dat sommige gebruikers app en hoortoestel als één pakket zien: als de app hapert, is in hun beleving “het toestel kapot”.

Een werkbare benadering is om de verantwoordelijkheid in drieën te verdelen. De fabrikant is aan zet als het gaat om de kwaliteit en stabiliteit van de app én om duidelijke informatie en ondersteuning. De klant, eventueel met hulp van partner, familie of mantelzorg, is verantwoordelijk voor het beheer van de eigen telefoon. De audicien beweegt zich daartussenin: hij integreert de app in de hooroplossing, geeft uitleg, helpt een eind op weg en durft ook te benoemen waar zijn invloed ophoudt. Dat laatste vraagt om taal. Om zinnen die je kunt gebruiken als je merkt dat jullie vooral in de telefoon zijn beland. Bijvoorbeeld: “Ik help u graag met alles wat met uw hoortoestellen te maken heeft. Als we merken dat het probleem echt in uw telefoon zit, kunnen we samen kijken wie u daar het beste bij kan helpen.”

Het is een kleine zin, maar hij zet het gesprek net anders neer.

WAT HELPT IN DE PRAKTIJK?

Met nog een extra protocol of een apart app-spreekuur gaan we het probleem waarschijnlijk niet oplossen. De meeste audiciens hebben al meer dan genoeg formats, lijsten en tijdsloten om bij te houden. De oplossingen zitten eerder in kleine verschuivingen in hoe je het onderwerp benadert.

Een eerste verschuiving is om de app niet langer als standaardpakket te zien. Niet iedereen die een modern hoortoestel krijgt, hoeft automatisch een app-gebruiker te worden. Bij Audio Service merken ze dat het al veel

scheelt als audiciens expliciet bespreken of een app in het dagelijks leven van die persoon echt toegevoegde waarde heeft en of iemand ermee kan omgaan. Soms is het verstandiger om de bediening bij een eenvoudige afstandsbediening of de knopjes op het toestel te laten. Dat is geen plan B, maar een volwaardige keuze. Een tweede verschuiving is om aan het begin van de uitleg de verwachtingen hardop uit te spreken. Je kunt benoemen wat de app wél kan betekenen – dat iemand op een drukke dag zelf iets kan schuiven met volume en programma’s, dat remote bijstellingen mogelijk zijn – en tegelijk eerlijk zijn over de kwetsbaarheid van die digitale laag. Omdat de app op de eigen telefoon draait, kunnen updates dingen veranderen. Je kunt aanbieden een eind met iemand mee te lopen, maar je hoeft niet te beloven dat je elke interactie tussen telefoon, besturingssysteem, app en netwerk kunt oplossen.

Een derde praktische stap is om klanten een kleine eerste hulp bij appproblemen mee te geven. GN legt bij audiciens bijvoorbeeld leaflets neer met “Eerste Hulp Bij App Problemen”, die ze aan eindgebruikers kunnen meegeven. Het idee daarachter is eenvoudig: een paar basisstappen die iemand zelf kan proberen als de app het ineens niet meer doet. Veel storingen verdwijnen al als hoortoestellen en telefoon opnieuw opgestart worden en bluetooth en app even opnieuw worden geopend. Pas als dat niet helpt, is het logisch dat iemand contact opneemt. Unitron geeft aan dat zij audiciens op een vergelijkbare manier proberen te ontlasten. Zo kan de Remote Plus-app in een klassieke (beperkte) of uitgebreide modus worden gezet; in de klassieke stand kunnen bijvoorbeeld geen programma’s toegevoegd worden door de cliënt zelf, iets dat in de praktijk vaak veel vragen oplevert. Daarnaast is er een speciale Bluetooth-folder die aan iedere cliënt kan worden meegegeven om de koppeling beter te begrijpen en zijn er verschillende how-to-video’s voor eindgebruikers. In het veld ziet Unitron dat hun toestellen vaak nog goed te koppelen zijn met oudere smartphones, mits die af en toe volledig opnieuw worden opgestart –een simpele tip die al veel problemen voorkomt. Tot slot helpt het om jezelf toe te staan af en toe hardop te kiezen voor rust. Als je in een consult merkt dat jullie al een kwartier naar een telefoonscherm hebben gekeken, kun je ook zeggen dat je het belangrijk vindt dat de hoortoestellen vooral goed aansluiten bij het gehoor. Voor de telefoon kun je dan samen een andere oplossing zoeken: hulp uit de omgeving, ondersteuning vanuit de leverancier of simpelweg een stap terug richting bediening via het toestel zelf. Widex wijst er bovendien op dat installeren en uitleggen van apps tijd kost en dat intensief appgebruik tijdens een proefperiode het gewenningsproces soms eerder in de weg zit dan helpt. Daar zit dezelfde boodschap in: kies bewust wanneer je de app inzet, bij wie en met welk doel.

MIDDEL, GEEN MAATSTAF

Hoorapparaat-apps zijn niet meer weg te denken uit de moderne hoorzorg. Voor een deel van onze cliënten maken ze het leven echt makkelijker. Ze geven vrijheid, flexibiliteit en soms een prettig gevoel van controle. Voor een ander deel voegen ze vooral ruis toe: meer scherm, meer keuzes, meer onzekerheid.

De reacties van verschillende leveranciers laten zien dat zij die spanning ook voelen. Ze spreken over zelfredzaamheid, connectiviteit, Auracast, kunstmatige intelligentie en remote care, maar net zo goed over compatibiliteit, updates, digitale vaardigheden en het risico dat een app wordt ingezet bij iemand voor wie hij eigenlijk niet bedoeld is. Steeds klinkt hetzelfde uitgangspunt: het hoortoestel is de basis, de app is een verlenging. Ciske Post verwoordt het misschien wel het scherpst: “Belangrijk is dat het hoofddoel van een hoortoestel nooit uit het oog wordt verloren: de eindgebruiker weer toegang geven tot een horende wereld en een mooiere kwaliteit van leven.” De app kan daarbij helpen, maar is geen voorwaarde om dat doel te bereiken.

De uitdaging voor de komende jaren is om de app niet de maatstaf te laten worden voor moderne hoorzorg, maar hem te blijven behandelen als wat hij in essentie is: een middel. Een stuk gereedschap dat je bewust inzet bij de juiste klant, met de juiste verwachtingen, binnen een helder kader van verantwoordelijkheden. Zolang dat lukt, wordt de vraag “Het toestel doet het prima, maar de app…” geen dagelijkse energieslurper in de winkel meer, maar een normaal gespreksonderwerp binnen de bredere opdracht waar het uiteindelijk om draait: mensen zo goed mogelijk laten horen, in een wereld die steeds digitaler wordt.

Onderzoek naar

jeudig hoorverlies

Erasmus bestudeert de Rotterdamse jeugd

Hoorverlies door hard geluid wordt vaak geassocieerd met volwassenen en langdurige blootstelling aan dat harde geluid. Toch laat recent onderzoek zien dat tekenen van geluidsgerelateerde gehoorschade al op jonge leeftijd voorkomen, vaak zonder dat jongeren dit zelf als probleem ervaren. Een nieuw rapport van VeiligheidNL, gebaseerd op gegevens uit het Generation R-onderzoek (*), brengt dit voor het eerst systematisch in kaart voor Rotterdamse jeugd.

Eén op de acht Nederlanders boven de 40 jaar heeft gehoorverlies en één op de zeven kinderen tussen 9 en 15 jaar heeft beginnende gehoorschade. Gehoorschade is onomkeerbaar en kan veel impact hebben op je leven. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie en onderdeel van het ministerie. Binnen het programma Gezond Gehoor werkt VeiligheidNL aan beter inzicht in de omvang van gehoorschade door hard geluid, met het oog op preventie en monitoring. Het programma heeft als doel gehoorschade door hard geluid te voorkomen. Het uitgangspunt daarbij is dat gehoorschade zich vaak pas laat manifesteert, terwijl de onderliggende schade al jaren eerder kan ontstaan.

Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens uit het Generation R-cohortonderzoek van het Erasmus MC. Generation R is een grootschalige studie waarin kinderen vanaf de zwangerschap worden gevolgd in hun groei, ontwikkeling en gezondheid. Voor gehooronderzoek is dit cohort bijzonder waardevol, omdat op meerdere leeftijden objectieve gehoormetingen zijn verricht, rond 9, 13 en 18 jaar.

Het gehoor van de deelnemers is onderzocht met toonaudiometrie. Daarnaast is tympanometrie

uitgevoerd. Door tympanometrie te gebruiken, konden de onderzoekers gehoorverlies door tijdelijke of geleidingsproblemen (zoals middenoorontstekingen) uitsluiten. Het onderzoek richt zich daarmee specifiek op sensorineuraal gehoorverlies, dat ontstaat in het binnenoor of de gehoorzenuw. Het rapport richt zich op een specifiek subtype van sensorineuraal gehoorverlies: probable noise-induced hearing loss (pNIHL). De term ‘probable’ wijst op het feit dat op basis van het audiogram niet met zekerheid kan worden vastgesteld waardoor het gehoorverlies is ontstaan, maar bepaalde patronen worden geassocieerd met blootstelling aan hard geluid.

TWEE TYPEN

Concreet gaat het om twee typen hoorverlies:

- een notch; een karakteristieke dip in de gehoordrempel bij hoge frequenties (meestal rond 3–6 kHz), terwijl de lage frequenties relatief goed blijven;

- een hoogfrequent gehoorverlies, waarbij de gemiddelde gehoordrempel in de hoge frequenties verhoogd is, maar de lage frequenties nog binnen de normale grenzen vallen.

Deze patronen kunnen wijzen op beginnende schade door geluid, ook wanneer iemand in het dagelijks leven nog geen hoorproblemen ervaart. Ze worden daarom gezien als vroege signalen.

GEHOORSCHADE MANIFESTEERT ZICH VAAK PAS LAAT, TERWIJL DE ONDERLIGGENDE SCHADE AL JAREN EERDER KAN ONTSTAAN

(*) Generation R is een grootschalig onderzoek naar een nieuwe generatie Rotterdammers van het Erasmus MC. Zij onderzoeken de factoren die van invloed zijn op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen en hun ouders in Rotterdam. Generation R bestaat uit twee onderzoeksgroepen: Generation R en Generation R Next.

Omdat niet alle deelnemers op elk meetmoment beschikbaar waren en de samenstelling van het cohort niet één-op-één overeenkomt met die van de Rotterdamse bevolking, zijn de gegevens statistisch bewerkt. Met weging en kalibratie zijn de resultaten vertaald naar prevalentieschattingen voor alle 9-, 13- en 18-jarige jongeren die in respectievelijk 2014, 2018 en 2022 in Rotterdam woonden.

De analyses laten zien dat tekenen van pNIHL relatief vaak voorkomen:

10,6% van de 9-jarigen (2014)

12,3% van de 13-jarigen (2018) 12,7% van de 18-jarigen (2022)

Het gaat hierbij om drie afzonderlijke meetmomenten.

De cijfers geven dus een momentopname per leeftijdsgroep. De gevonden prevalenties liggen in dezelfde orde van grootte als eerdere Generation R-publicaties, al zijn er kleine verschillen door aangepaste definities en analysemethoden.

De auteurs benadrukken dat voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie. Omdat individuele blootstelling aan hard geluid niet is gemeten, kan geen direct causaal verband worden gelegd tussen het hoorverlies en geluidsblootstelling. Ook andere factoren, zoals genetische aanleg of algemene gezondheid, kunnen bijdragen aan hoorverlies.

‘IK

DENK DAT DE PIEK-RISICOPERIODE

VOOR LAWAAISCHADE LIGT TUSSEN DE 15-30 JAAR’

Tegelijkertijd laten eerdere longitudinale analyses binnen Generation R zien dat jongeren die op jonge leeftijd al tekenen van pNIHL vertonen, later vaker een verdere achteruitgang van het gehoor laten zien. In dat licht kunnen deze patronen worden gezien als mogelijke vroege indicatoren van een verhoogd risico op verdere gachteruitgang.

Het rapport geeft een wetenschappelijk onderbouwde inschatting van hoe vaak vroege tekenen van hoorverlies voorkomen bij Rotterdamse kinderen en jongeren.

De resultaten zijn gebaseerd op objectieve metingen binnen een groot cohort en zijn statistisch vertaald naar populatieniveau.

Daarmee wordt zichtbaar dát dergelijke patronen al op jonge leeftijd voorkomen. Het onderzoek doet geen uitspraken over individuele oorzaken, causaliteit of het verdere beloop bij afzonderlijke jongeren. Wat deze bevindingen betekenen voor het gehoor op latere leeftijd blijft onderwerp van aanvullend en longitudinaal onderzoek.

Een lach verbindt. Geef jouw cliënten een hoorbeleving voor een lach van oor tot oor met Moxi Smile, onze nieuwste toplijn! De nieuwe ERA™ chip geeft de door A.I. getrainde Integra OS automaat de beste hoorbeleving die Unitron te bieden heeft. Ook streaming is stabieler en schakelt sneller, daar word je toch vrolijk van!?

Easy to hear. Easy to wear. Easy for you.

BELANG VAN HET ONDERZOEK

Vanuit Erasmus MC waren onder meer Stefanie Reijers, Jantien Vroegop, André Goedegebure en Marc van der Schroeff betrokken. We legden met hoofdonderzoeker kno-arts Marc van der Schroeff enkele vragen voor.

De Audiciens: “Veel jongeren met deze hoorverliezen ervaren zelf (nog) geen hoorproblemen. Hoe kijk jij als onderzoeker naar dat spanningsveld tussen meten/de resultaten en hun persoonlijke ervaringen?”

Marc van der Schroeff: “Dit is een belangrijk onderwerp. Helaas is het bij gehoor en gehoorverlies zo dat iemand er pas echt last van krijgt als er al vergaande schade is. De aanloop daartoe geeft eigenlijk weinig klachten. Daarmee zijn preventie en preventieve adviezen, zeker bij jongeren, lastig. Door middel van goed onderzoek en eenduidige adviezen is het naar mijn idee nog steeds de moeite waard jongeren te informeren over de gevaren van te hard geluid.”

De Audiciens: “De gevonden prevalenties liggen rond de 10–13%. Waren deze uitkomsten voor jou verrassend?”

Marc: “Nee, dat was niet verrassend. Ik denk wel dat de piek-risicoperiode voor lawaaischade ligt tussen de 15-30 jaar, een leeftijd waar we nog weinig of geen onderzoeksdata over hebben.”

De Audiciens: “Binnen Generation R is ook longitudinaal naar gehoorontwikkeling gekeken (Rijers et al). Wat laten die analyses zien bij jongeren die al vroeg tekenen van pNIHL hebben?”

Marc: “Jongeren die al vroeg teken van lawaaischade lieten zien, zijn ook at risk voor verslechtering van het gehoor over de tijd. Dat is wellicht niet heel verrassend, maar wel goed om te constateren. Ik kan me ook voorstellen dat wanneer je kijkt naar dit onderwerp vanuit preventie oogpunt, dit de jongeren zijn waar je je op moet richten.”

De Audiciens: “In hoeverre denk jij dat deze resultaten representatief zijn voor jongeren buiten Rotterdam, bijvoorbeeld in andere stedelijke gebieden?”

Marc: “Dat is een goede, maar ook ingewikkelde vraag.

Kno-arts Marc van der Schroeff

Aan de ene kant zijn de deelnemers in de Generation R studie een greep uit de Rotterdamse bevolking. Dat betekent ook veel verschillende nationaliteiten, vaak lagere sociaaleconomische klasse en een duidelijk stedelijk profiel. Aan de andere kant is het omgaan met geluid, via muziek, uitgaan, gamen en dergelijke misschien wel helemaal niet anders in andere gebieden in Nederland. Ik heb het niet onderzocht, maar ik denk dat risicogedrag omtrent geluid wel eens heel gelijk verdeeld kan zijn over Nederland.”

De Audiciens: “Wat beschouw jij zelf als de grootste kracht van dit onderzoek en waar moeten lezers juist voorzichtig zijn in de interpretatie?”

Marc: “Cohortstudies, zoals de Generation R studie, met vaak grote aantallen deelnemers, zijn erg sterk in het vinden van ook kleine effecten. Het heeft een grote onderzoekskracht. Daarnaast is er ruimschoots de mogelijkheid te kijken naar andere factoren die wellicht van invloed zijn op de relatie tussen geluid en gehoor. Beschreven resultaten, ook wat betreft dit onderzoek, zijn wel altijd associaties, geen causale verbanden. Een studie naar causaal verband, waarbij je de ene jongere jarenlang blootstelt aan hard geluid en de andere niet, is onuitvoerbaar en niet ethisch.”

De Audiciens: “Als je één conclusie uit dit rapport zou moeten benadrukken, welke zou dat zijn en waarom?”

Marc: “Ik denk dat de resultaten tot nu toe vooral laten zien dat gehoorverlies, waarschijnlijk als gevolg van blootstelling aan hard geluid, bij jongeren al voorkomt en de potentie heeft om in de (nabije) toekomst veel persoonlijke en maatschappelijke problemen te veroorzaken.”

De Audiciens: “Is er een vervolgstudie ingepland of gaat het onderzoek nog verder?”

Marc: “We zijn nu bezig met de meting, binnen hetzelfde cohort, van de jongeren op 21-jarige leeftijd.”

Bron: https://open.overheid.nl/documenten/9f5eb20c-fea3-4931-a027a9b5bfc26531/file

Foto: Hennie
Karreman

Staatsbemoeienis in de hoorzorg: Engeland biedt troost

Het debat over meer of minder marktwerking in de hoorzorg is er één waarbij iedereen zijn eigen comfortabele bubbel lijkt te hebben gevonden. Feiten blijken zelden doorslaggevend in deze discussie; ondanks pogingen om met argumenten de ander te overtuigen, blijven mensen vasthouden aan hun eigen meningen. Toch loont het de moeite om het systeem in het Verenigd Koninkrijk onder de loep te nemen, waar staatsgezondheidszorg (zoals door sommige Nederlandse politieke partijen bepleit) al jaren de norm is. Voordat we kunnen bepalen of er meer of minder marktwerking nodig is, is het essentieel om te vragen: waarom? Opvallend genoeg lijkt deze fundamentele vraag na het vijfde levensjaar steeds minder gesteld te worden, maar politici weten het antwoord altijd en rennen met volle overtuiging een bepaalde kant op, zonder te beseffen dat anderen net zo hard de andere kant uit gaan. De reflex is duidelijk: politici zien een probleem bij de burger en willen dat voor ons oplossen, want wij kunnen het zelf niet. Daarnaast is er sprake van het NIH-virus of Not-Invented-Here-Syndroom, waarbij politici geloven dat alleen hun land/regering/partij de beste oplossingen kan bedenken en dat er weinig te leren valt van vreemde entiteiten. In Brussel is dit syndroom zelfs wijdverbreid. Ook binnen organisaties, inclusief uw eigen organisatie, is het belangrijk alert te zijn op dit virus, want wie zich niet aanpast en de lessen niet leert, verliest het van de concurrent op snelheid, service en kwaliteit.

De prijs van gratis zorg

Hans Mülder studeerde kernfysica en is opgeleid tot klinisch fysicus audioloog. Hij heeft diverse uitvindingen en patenten op zijn naam voor draadloze microfoonsystemen, gehoorbescherming en soundfield. Met ons deelt hij zijn vaak tegendraadse visie op alles wat relevant is voor de audicien.

De National Health Service (NHS) in het Verenigd Koninkrijk wordt vaak als nationale trots gezien. Iedereen met een legale status in het VK heeft recht op gratis gezondheidszorg, met een minimale eigen bijdrage. Toch waren er recent ernstige schandalen in de hoorzorg: heel veel verkeerde en veel te late diagnoses bij kinderen en grootschalige discriminatie van dove volwassenen. Ondanks deze misstanden vraagt men zich in Engeland zelden af waarom andere landen hun systeem niet kopiëren. U raadt het al: het NIHvirus! Maar in dit geval is er misschien nog meer aan de hand, de NHS-hoorzorg is gewoon beroerd. Want, wat betreft hoorzorg is duidelijk geworden dat het gebrek aan marktwerking en de verregaande bemoeienis van de overheid tot gevolg heeft dat zorg weliswaar gratis is, maar dat de prijs ervan hoog is: extreem lange wachtlijsten (soms tot twee jaar voor een eerste afspraak), geen keuzevrijheid in hoortoestellen (alleen basismodellen achter het oor, zonder moderne opties zoals waterdichtheid of draadloze communicatie) en lagere lonen voor audiciens (gemiddeld 10% minder dan hun Nederlandse collega’s). Sommigen zullen stellen dat al deze problemen en schandalen niet direct het gevolg zijn van overheidsbemoeienis, maar ook het totaalplaatje van de Britse hoorzorg is ronduit negatief. Ondanks gratis zorg is het gebruik van hooroplossingen in het VK naar verhouding slechts de helft van dat in Nederland. Het systeem

Hans Mülder

faalt compleet om grote groepen te bereiken en te dienen. Wie geld heeft, koopt zijn hoorhulpmiddelen op de vrije markt - en dat mag volgens de Europese en Britse wetgeving, dus gelijkheid in de zorg is en blijft een illusie. Men kan dat ook positief bekijken: tenminste een deel van het volk in het Verenigd Koninkrijk krijgt goede hoorzorg, op tijd en met volledige keuzevrijheid. Nederland heeft overigens één van de laagste GINI coëfficiënten (een maat voor de ongelijkheid van inkomen, consumptie en/of vermogen in een samenleving) ter wereld, dus die noodzaak om nog verder te compenseren is er gewoon niet.

‘GELIJKHEID IN DE ZORG IS EN BLIJFT EEN ILLUSIE’

Een dergelijk schandaal, zoals bij de NHS, zou in een vrije markt veel minder waarschijnlijk zijn: concurrentie stimuleert innovatie, personeelstekorten worden sneller opgelost en medewerkers worden beter getraind (want anders verlies je omzet). Mechanismen zoals regulatory affairs en keuzevrijheid houden het systeem scherp. Binnen de NHS is er geen concurrentie, nauwelijks innovatie, verouderde IT-systemen, grote personeelstekorten, gebrek aan training en bijscholing en sterk ingeperkte keuzevrijheid voor de patiënt. Ik vermoed dat het kwaliteitsmanagementsysteem ontbreekt of anders verzaakt. Een volledig private markt brengt het risico van winstgestuurde, risicovolle bezuinigingen met zich mee, maar een hybride model met de efficiëntie van de vrije markt en minimaal toezicht om de scherpe hoeken af te vijlen, kan zeker de chaos van de NHS vermijden.

De private markt in het VK is inmiddels goed voor 21% van alle hoortoestellen, is qua omzet zelfs groter dan de staatsmarkt en groeit bovendien sneller.

Staatszorg als blok aan het been voor innovatie Een bijkomend probleem met staatszorg is de positie van de NHS als grootste klant wereldwijd voor fabrikanten van hooroplossingen, zelfs groter dan de Amerikaanse Veterans Administration en Amplifon. De NHS stelt specifieke eisen aan producten, een klein groepje mensen binnen de NHS meent te weten hoe Engelse

oren willen horen in Engelse luistersituaties, waardoor fabrikanten aparte varianten moeten ontwikkelen met extra kosten voor productie, aanpassoftware en ondersteuning, terwijl ze er nauwelijks voor worden betaald. Dat remt innovatie en bevordert standaardisering (‘iedereen dezelfde banaan achter het oor’). Innovatie in de hoortoestelindustrie wordt met name gedragen door de Amerikaanse private markt; als Amerika overstapt op een NHS-model zal wereldwijd iedereen met gehoorverlies daaronder lijden.

Lessen uit het VK Van mislukkingen kun je meer leren dan van successen. Als het andermans fouten betreft, is de les gratis. In Nederland gaat een kwart van de staatsuitgaven naar de zorg. Gehoorverlies is de op twee na meest voorkomende aandoening. Toch zijn de Nederlandse media niet geïnteresseerd in de lessen uit het Verenigd Koninkrijk. Is dat omdat het niet past in het wensdenken dat staatszorg goed is en marktwerking slecht of is het Not-Invented-Here-syndroom ook bij journalisten aanwezig? Ik weet het niet.

De Nederlandse hoorzorg is al sterk gereguleerd door de overheid, u weet dat beter dan ik. Maar nu weet u ook dat het nog slechter kan - een gedachte die wellicht enige troost biedt als u morgen weer aan het werk gaat en die patiënten uit de droom kan helpen als ze moeite hebben met een eigen bijdrage of als ze een paar dagen moeten wachten op een afspraak.

Hoorzorg in verpleeghuizen: geen randzaak, maar randvoorwaarde

Om goede zorg te kunnen leveren is het belangrijk dat je in contact staat met de cliënt. Juist in verpleeghuizen is communicatie een basisvoorwaarde. Toch laat een recent Engels rapport zien hoe structureel gehoorverlies in deze setting wordt onderschat.

Het rapport Hearing Loss in Care Homes –A Call to Action is opgesteld door Engage, een organisatie die zich specialiseert in gehoorondersteuning binnen de zorg. Het kwam tot stand in samenwerking met Care England (de brancheorganisatie van zorgaanbieders) en zorgorganisatie Nightingale Hammerson, waar de beschreven aanpak meerdere jaren in de praktijk is toegepast. Het rapport combineert wetenschappelijke literatuur met bijna tien jaar praktijkervaring in meer dan 35 Engelse verpleeghuizen. De cijfers zijn confronterend. Bij ongeveer tachtig procent van de bewoners in Engelse verpleeghuizen is er sprake van een hoorverlies, regelmatig in combinatie met dementie. Toch hebben veel bewoners geen recente hoortest, dragen zij hun hoortoestel niet of functioneren hun toestellen onvoldoende. Zorgmedewerkers signaleren de problemen wel, maar geven aan dat zij onvoldoende kennis en handvatten hebben om bewoners goed te ondersteunen. Het rapport beschrijft diverse effecten van slechte hoorzorg: sociaal isolement, verhoogd valrisico, angst, depressie en versnelde cognitieve achteruitgang. Hoorverlies blijkt geen op zichzelf staand probleem, maar een factor die alle domeinen van welzijn en zorg beïnvloedt.

DE GROTE LINIE

Wat dit rapport sterk maakt, is dat het hoorverlies niet individualiseert. Het probleem zit niet bij ‘die ene bewoner’ of ‘die ene zorgverlener’, maar in het ontbreken van structurele borging. Zonder duidelijke afspraken en verantwoordelijkheden verdwijnt hoorzorg tussen andere prioriteiten. Als beleid en procedures ontbreken, leidt dat in het ergste geval tot verwaarlozing. Daarom pleit het rapport voor vaste protocollen: hoe wordt hoorverlies bij opname in kaart gebracht, wie is verantwoordelijk voor onderhoud van hoortoestellen, hoe wordt dagelijks gecontroleerd of ze worden gedragen en functioneren?

VOORBEELDFUNCTIE

Bij Nightingale Hammerson, waar het programma inmiddels meerdere jaren draait, zijn deze protocollen concreet uitgewerkt. Batterijen worden wekelijks op vaste momenten vervangen, oorstukjes dagelijks gereinigd en slangen structureel gecontroleerd. Op sommige afdelingen

steeg het percentage bewoners met hoortoestellen van circa tien procent naar meer dan zeventig procent, aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde. Gehoor is daar onderdeel van het zorgproces.

Ook scholing van zorgmedewerkers kwam aan bod. In interviews geven medewerkers aan dat zij hun best doen, maar vooral hopen dat het juiste gebeurt, omdat niemand hen concreet heeft geleerd wat helpt. Inmiddels zijn er de zogeheten Hearing Loss Champions: medewerkers die extra geschoold worden in praktische ondersteuning. Zij leren technische handelingen uitvoeren, problemen signaleren en fungeren als aanspreekpunt voor collega’s. Dit blijkt essentieel: kleine problemen worden direct opgelost, in plaats van dat bewoners dagen of weken moeten wachten.

Ook geluid, akoestiek en licht blijken zeer belangrijk voor communicatie. Veel woonkamers en eetruimtes zijn te lawaaiig, zelfs voor mensen met een normaal gehoor. Voor bewoners met gehoorverlies leidt dit tot terugtrekgedrag en sociale isolatie. Kleine aanpassingen blijken veel effect te hebben: rustiger ruimtes door geluidsabsorberende materialen, betere verlichting en het beschikbaar maken van eenvoudige luisterhulpmiddelen. Bij Nightingale Hammerson werden onder meer rammelende karren gerepareerd en ringleidingsystemen geïnstalleerd in de gemeenschappelijke ruimtes. Ook veiligheid vraagt aandacht. Brandalarmen moeten ook visueel zijn of gekoppeld zijn aan een wek- en waarschuwingssysteem.

WAT KUNNEN WE HIERUIT LEREN?

Structurele aandacht voor gehoor is niet alleen een ethische keuze, maar draagt bij aan duurzame zorg. Zorgmedewerkers ervaren meer handelingszekerheid. Organisaties die hoorzorg structureel inbedden, onderscheiden zich richting bewoners en familie. Hoorzorg wordt gezien als investering in kwaliteit, veiligheid en menswaardigheid volgens het rapport.

Bronnen:

Engage, Care England & Nightingale Hammerson. Hearing Loss in Care Homes – A Call to Action. Engeland, 2025. Cross, H., Dawes, P., Leroi, I. et al. Diverse studies over gehoorverlies, dementie en communicatie in verpleeghuizen, Universiteit van Manchester.

Samen sterk en betrokken

Zo net voor de kerst mag ik deze column schrijven. Het lijkt dan altijd alsof echt alles snel nog afgerond moet worden, alsof er geen twaalf nieuwe maanden voor je liggen. Laatste lijstjes, mailtjes en in het zorglandschap zijn verzekeraars en zorgverleners druk doende contracten af te sluiten en deze in te regelen in de verschillende organisaties. Je redt nog net de kerstborrel en bent blij eindelijk thuis onder de kerstboom even je werk achter je te laten. Vaak richt ik me in deze columns op onze buitenwereld en probeer ik een ander perspectief op de zaak te geven, maar voor dit keer sta ik graag eens stil bij onszelf. Ook al lezen jullie dit pas, als de kerstboom al lang is opgeruimd en de nieuwjaarsborrels achter de rug zijn.

Als ik zo terugkijk, zie ik hele betrokken mensen van àlle partijen en expertises die samen hebben gewerkt om de basis te leggen voor een nieuw hoorprotocol, waarbij het vakmanschap van de audicien weer voorop komt te staan; om binnen NOAH tot een nieuwe veldnorm te komen samen met kno-artsen en audiologen; of om de informatievoorziening rondom opladers beter geduid te krijgen. En dat niet alleen: met Maak geluid en de opleiders is samen opgelopen voor de instroom op de opleidingen; het programma Hoe hoort het op de werkvloer is afgerond en heeft gehoor een plek in de Arbo-agenda gegeven bij bedrijfsartsen. Samen zijn we voorbereidingen aan het treffen om met vele stakeholders op World Hearing Day te werken aan meer preventie en bewustwording. Natuurlijk kan er veel beter, maar dat lukt alleen door samen de taken te verdelen.

De NVAB is een branchevereniging van audiciensbedrijven.

De vereniging bestaat uit een pluriforme mix van ketenbedrijven en zelfstandige audiciens, die constructief en transparant werken aan toegankelijke en kwalitatief goede hoorzorg voor elke slechthorende.

Samenwerken is soms makkelijk, soms wat lastiger: je moet elkaar willen begrijpen, willen aanvullen waar je denkt dat het beter kan, vanuit de overtuiging dat je beter samen stappen kunt zetten dan ieder voor zich. Er moet zeker en vast nog veel gebeuren, maar alleen door goed samen te werken, gaan we die volgende stappen zetten. En die zijn er zeker nog vele: Implementatie van een nieuw hoorprotocol (na vaststelling begint pas het echte werk), zodat iedere audicien zich ook echt in staat gesteld voelt zijn of haar werk in samenspraak met de cliënt goed neer te zetten. Verdere samenwerking met onze netwerkpartners in de zorg moeten we koesteren en verder vorm en inhoud geven. En wellicht geeft dat weer nieuwe uitdagingen voor het vak én voor de opleiding van de toekomst. En vooral ook hebben we veel werk te verzetten om met partners helder te maken wat gehoorverlies voor impact heeft op het dagelijks leven van mensen en hoe we daar samen beter beleid op kunnen realiseren. Want uiteindelijk gaat het toch gewoon daarom: Mensen in staat stellen erbij te blijven horen.

Dat we in 2025 een mooie basis hebben weten te leggen, biedt hoop en vertrouwen voor 2026! Laten we elkaar vasthouden. Ik wens jullie allen een heel gelukkig, gezond en voorspoedig nieuw jaar.

Carmen de Jonge Voorzitter NVAB

Beter slapen, beter verstaan

Wat betekent dit voor de audicien?

Gekeken naar verschillende onderzoeken en uitkomsten is er een voorzichtige conclusie getrokken dat er een oorzaak-gevolg situatie aanwezig is tussen slaapapneu en slechthorendheid in combinatie met tinnitus. Audicien Marcel Bouwmeester werd al vroeg door dit onderwerp geboeid. Hij zet zijn jarenlange ervaring inmiddels in als ‘horen en slapen’-coach, waarbij hij zich richt op deskundige voorlichting en persoonlijke begeleiding. Redacteur Romina ging met hem in gesprek.

Slaapapneu kan mogelijk slechthorendheid en oorsuizen veroorzaken, dan wel versterken. Maar wat is slaapapneu eigenlijk? Slaapapneu betekent dat je ademhaling tijdens het slapen meerdere malen stopt, soms langer dan tien seconden. Hierdoor daalt het zuurstofgehalte in het bloed. Als je meer dan vijf ademstops per uur hebt, kan dit wijzen op apneu. Hoe vaak een ademstop optreedt en hoelang een ademstop duurt, is belangrijk voor hoe schadelijk het is. De verminderde zuurstoftoevoer kan klachten geven zoals een hoge bloeddruk, hartproblemen, diabetes, overgewicht of geheugenproblemen, maar dus ook een verminderd gehoor en oorsuizen. Sommige patiënten ervaren dat hun tinnitus verergert door hun slaapapneu. Obstructieve slaapapneu (OSA) kan mogelijk samenhangen met functionele middenoor problemen, zoals dysfunctie van de buis van Eustachius en afwijkende middenoor-druk, met name bij ernstige OSA. Echter, hard causaal bewijs ontbreekt. Veronderstelde mechanismen zijn negatieve drukschommelingen in de bovenste luchtweg, nasofaryngeale slijmvlieszwelling (de nasofarynx is het bovenste deel van je keel achter je neus) en inflammatie. De verminderde of geblokkeerde bloedtoevoer in combinatie met ontstekingsreacties heet in medische termen ‘ischemie’. Behandeling van slaapapneu, bijvoorbeeld met CPAP-therapie (*), laat in sommige studies verbetering zien. De vermindering van zuurstof en doorbloeding, gecombineerd met ontstekingsreacties veroorzaakt door slaapapneu, kan leiden tot een beschadiging van de fijne bloedvaten in het oor en schade aan het slakkenhuis. Dit kan gehoorverlies veroorzaken of een variabel gevoel geven in de waarneming van geluid. Ook kan het een constante piep, brom of ruis in de oren veroorzaken, beter bekend als tinnitus. Opvallend: bij mannen komt apneu vaker voor, maar bij vrouwen is het al sneller schadelijk.

(*) CPAP staat voor continous positive airway pressure. Bij het inademen ontstaat er een negatieve druk in onze luchtwegen en zuigen we lucht binnen. Dit kan leiden tot een verminderde of afgesloten doorgang in onze

bovenste luchtwegen en tot obstructief slaapapneu.

Bij CPAP-therapie wordt er met een apparaat lucht ingeblazen, zodat de druk in de luchtwegen positief blijft en de luchtweg open.

PERSOONLIJKE BETROKKENHEID

Marcel Bouwmeester houdt zich al jarenlang bezig met dit onderwerp. Als ervaringsdeskundige op het gebied van zowel slaapapneu als slechthorendheid, heeft het thema hem altijd sterk gefascineerd. Tijdens zijn werk als audicien ontdekte hij dat veel van zijn klanten met dezelfde problemen worstelen als hijzelf. Een veelgehoorde vraag van zijn klanten was dan ook: “Ik heb het idee dat ik de ene dag slechter hoor en de andere dag juist beter. Hoe kan dat?” Deze vraag vormde voor Marcel de aanleiding om zich verder te verdiepen in de relatie tussen slaapkwaliteit en gehoor.

ONDERZOEKEN

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er verband bestaat tussen apneu en slechthorendheid. Zo is er onderzocht dat mensen met apneu bijvoorbeeld sneller een hoogfrequent gehoorverlies hebben. Ook blijkt dat diezelfde mensen een slechte uitkomst op hun OAE-meting vertoning. OAE staat voor Oto-akoestische emissie; het verschijnsel waarbij het oor zelf geluid voortbrengt. Oto-akoestische emissies (OAE’s) worden uitsluitend geproduceerd door goed functionerende buitenste haarcellen in de cochlea, waardoor afwezige of verlaagde OAE’s wijzen op een verminderde haarcelfunctie, zelfs bij een (bijna) normaal toonaudiogram. Daarom gelden OAE’s als een gevoelige marker voor vroege cochleaire schade.

De ABR-test (auditieve hersenstamrespons) laat ons zien hoe het binnenoor (slakkenhuis of cochlea) en de hersenbanen die verantwoordelijk zijn voor het gehoor, functioneren. Bij mensen met slaapapneu kan golf V een slechtere uitkomst vertonen, wat inhoudt dat mensen met apneu mogelijk een afwijkende verwerking hebben van auditieve signalen. Een andere studie deed onderzoek om te kijken of mensen die apneu hebben

eventueel ook SSNHL (sudden sensorineural hearing loss) ervaren. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar de eerste uitkomsten lijken interessant. Zo is er een significant aantal patiënten gediagnosticeerd met apneu, die tevens SSNHL ervaren. Dit zou in verband kunnen staan met eerder genoemde risicofactoren. Op dit moment worden er nieuwe onderzoeken opgezet die dieper ingaan op het onderwerp, dan wel met een grotere testgroep of met een uitgebreider systeem met factoren.

SLAAPSCREENING

Voor Marcel was het duidelijk dat hij meer wilde doen voor cliënten die naast gehoorproblemen, ook slaapapneu bleken te hebben. Door gerichte vragen te stellen over het slaappatroon van zijn klanten en hun antwoorden zorgvuldig te analyseren, merkte hij dat er vaak meer speelde dan uitsluitend gehoorverlies. Marcel: “Het werd me duidelijk dat een hoortoestel en bijbehorende app niet altijd voldoende zijn om het probleem volledig op te lossen. Daarom begon ik met het aanbieden van slaapscreenings, zodat klanten inzicht krijgen in hun slaapkwaliteit en mogelijke oorzaken van de wisselingen in hoe goed ze op een dag konden horen. Als slaapcoach help ik mensen hun slaap te verbeteren met persoonlijke begeleiding, inzicht en praktische leefstijladviezen. Dat richt zich vooral op het aanleren van gezonde slaapgewoonten, het verbeteren van de slaapomgeving en het vinden van rust en balans in het dagelijks leven. Ik doe dit samen met slaapverpleegkundige Winanda Wittenaar. Ik werk niet medisch of therapeutisch, maar ondersteun bij het herkennen en aanpakken van slaappatronen, die invloed hebben op energie, concentratie en herstel en dus op het gehoor. Als ik aanwijzingen krijg voor medische oorzaken van slaapproblemen — zoals slaapapneu of andere slaapstoornissen — verwijs ik altijd door naar de huisarts of een specialist.” Alhoewel voor een definitieve diagnose uiteraard altijd een medisch specialist nodig is, biedt deze aanpak waardevolle handvatten om de situatie beter te begrijpen. Voor Marcel staat vast dat audiciens een actievere rol zouden moeten spelen bij het signaleren en bespreekbaar maken van mogelijk slaapapneu.

Het team van Horen en Slapen: links Marcel Bouwmeester, rechts slaapverpleegkundige Winanda Wittenaar. De foto is gemaakt op een voorlichtingsbijeenkomst van Horen en Slapen in Zwolle.

TOEKOMSTPERSPECTIEF AUDICIENS

Marcel meent dat er voor de audicien een multidisciplinaire toekomst voor het oprapen ligt. Voor de klant is het belangrijk dat zijn/haar klachten serieus genomen worden en dat hij/zij snel op een goede manier geholpen kan worden. Ziekenhuizen en slaapcentra staan onder druk door de vele aanvragen. Het multidisciplinaire aspect is niet nieuw in ons vak. Er worden al meerdere extra services aangeboden via de audicien op het gebied van een compleet advies voor de klant. Denk aan Earhelp voor sneller kno-advies, Alsoka Medical voor het reinigen van de oren in een hoorwinkel en Horen Coach met hun adviesavonden voor het DIY bekijken van de oren, zodat een cliënt tijdig naar een specialist kan gaan voor reinigen of advies. In een toekomst, waarbij de audicien een steeds grotere rol gaat spelen voor betere triage, kunnen slaapscreenings mogelijk iets toevoegen aan het complete zorgplaatje voor de cliënt. Hoe en op welke manier dat vorm kan krijgen zal nog bekeken moeten worden, maar de vraag van de klant naar completere hoorzorg zal blijven groeien.

MEER WETEN?

SCAN DE QR-CODE.

Bronnen:

Role of Obstructive Sleep Apnoea in Sensorineural Hearing Loss:

A Cross-sectional Study (july 2025)

Association between obstructive sleep apnea and sudden sensorineural hearing loss: a population-based case-control study (januari 2012)

Het team van Da Vinci college weer aangevuld

Naast Suzan Bijl is onlangs een tweede nieuwe docent begonnen bij de vakopleiding tot audicien aan het Da Vinci College. Samantha Haksteeg stelt zich aan ons voor. “Na zeven jaar met heel veel plezier als audicien te hebben gewerkt, heb ik de stap gezet naar het docentschap aan het Da Vinci College. De eerste weken zijn me ontzettend goed bevallen: het contact met de studenten, de afwisseling in het lesgeven en het samenwerken aan hun ontwikkeling geven me veel energie. Als docent kan ik mijn ervaring direct inzetten om studenten verder te helpen. Het audiciensvak is voor mij één van de mooiste beroepen die er is en het verbeteren van iemands kwaliteit van leven blijft bijzonder. Dat gevoel, de combinatie van vakmanschap, aandacht en passie, wil ik graag aan studenten meegeven.”

Help jij mee aan het

Audiciencongres & de Hoorzorgbeurs 2026?

Nieuw boek: Hoor jij wat ik hoor?

Over leven met tinnitus, een proces dat aandacht vraagt

Paula Hijne is HoorCoach, schrijver en radiomaker van het programma Hoor jij wat ik hoor?. Ze begeleidt mensen met gehoorverlies, tinnitus en de ziekte van Ménière en heeft zelf ook last van tinnitus. Over dat laatste gaat haar nieuwe boek. Ze vertelt haar persoonlijke verhaal over ‘haar geluid’. Over het begin, waar ze tegenaan liep en hoe ze het vervolgens heeft geaccepteerd. Een uniek verhaal, maar toch heel herkenbaar voor andere mensen die te maken hebben met tinnitus. Het boek is te bestellen via haar website.

MEER WETEN?

SCAN DE QR-CODE.

Het Audiciencongres en de Hoorzorgbeurs 2025 liggen alweer even achter ons. Er wordt teruggekeken op een bijzonder geslaagde editie en inmiddels zijn de voorbereidingen voor de volgende beurs volop bezig. Dit jaar is de aanpak groter én anders aan. Een volledig vernieuwde opzet op een nieuwe locatie: de Midden Nederland Hallen. Het belooft audiciens en andere hoorzorgprofessionals opnieuw een inspirerende dag vol interactie, kennisdeling en beleving. Voor deze nieuwe editie is AuDidakt op zoek naar jouw hulp. Ze zoeken enthousiaste en betrokken vakgenoten, die het leuk vinden om mee te denken in de voorbereiding én te ondersteunen tijdens het evenement zelf. Of je nu graag achter de schermen meedraait, energie krijgt van contact met bezoekers of juist wilt helpen bij de praktische organisatie – jouw inzet maakt het verschil. Lijkt het je leuk om deel uit te maken van het team? Trek gerust een van de bestuursleden aan het jasje of meld je direct aan via info@audidakt.nl. Ze vertellen je graag meer!

20-jarig jubileum Hoorexpert

1 januari 2026 vierde Hoorexpert haar 20-jarig bestaan. Tevens het moment dat Per Gisolf de dagelijkse leiding van het bedrijf overdraagt aan Karin van den Berg. Karin is al jarenlang actief als salesmanager bij Hoorexpert en heeft een lange staat van dienst in de audiologiebranche. In 2026 zal Hoorexpert zich nog meer richten op de toegankelijkheid van openbare gebouwen en zal het nieuwe software implementeren bij HoorexpertHearSolutions om de aanvragen efficiënter te verwerken en de klantenservice verder te verbeteren.

Elacin voorspelt veranderingen in de gehoorgang

Er komt steeds meer aandacht voor gehoorschade, waardoor ook de vraag naar gehoorbescherming stijgt. Oordoppen die je oren beschermen wanneer je bij een festival bent, onderweg, als je slaapt of als je zwemt. Elacin ontwikkelde Elacin4Life. Deze technologie berekent hoe je gehoorgang zich vanaf je allereerste oorafdrukken evolueert. De eenmalige afdrukken worden in 3D opgeslagen en de pasvorm groeit met het oor mee in de jaren daarna. Het algoritme werkt de 3D-scan bij en iedere vijf jaar ontvangt de klant een melding voor een nieuw paar oordoppen. Het algoritme is ontstaan door het meer dan jaar verzamelen van oorafdrukken. Door de afdrukken van dezelfde personen op verschillende tijdstippen te vergelijken is Elacin gaan begrijpen hoe de gehoorgang verandert. De grootste winst: geen fysieke afspraken meer voor de klant na de eerste oorafdruk.

MEER WETEN?

SCAN DE QR-CODE.

Encanta miniBTE: kleine slimmerd

De nieuwe Encanta miniBTE R van Bernafon is een compact, oplaadbaar achter-het-oor toestel dat twee aanpasniveaus (85 en 105) voor het eerst combineert in één apparaat, waardoor audiciens en hun cliënten een oplossing krijgen die zich in de loop van de tijd kan aanpassen. Hierdoor hoeven audiciens niet langer te kiezen tussen aanasniveau 85 of 105 wanneer hun cliënt op de grens tussen matig en ernstig gehoorverlies zit. De miniBTE beschikt over tikbediening op alle technologieniveaus en wordt aangeboden binnen de vergoede zorgmarkt (vanaf ZNcat. 4). Door AI past het toestel zich vloeiend aan aan elke omgeving en helpt het bij lawaai-onderdrukking. Auracast kan na een firmware-update worden gebruikt, waardoor gebruikers via de Bernafon-app toegang hebben tot publieke audio-uitzendingen. De toestellen zijn de eerste hoortoestellen in de branche die Google Fast Pair ondersteunen.

Handen op elkaar voor de nieuwste audicien

De afgelopen maanden behaalde slechts één student het audiciens-diploma. Het was een eenzame, maar niet minder belangrijke uitreiking op het DHTA.

Gefeliciteerd Virgillia Arntz! Virgillia heeft de flexibele audicienopleiding gevolgd en op 4 november het diploma behaald.

• Begeleid patiënten in elke fase van hun reis

• Stel patiënten in staat om weloverwogen beslissingen te nemen

• Gebruik onze online hulpmiddelen ter ondersteuning van uw counselinggesprekken

Aanmelden voor EUHA Sponsorprijs 2026

Om jong talent in de branche te ondersteunen reikt de EUHA de sponsorprijs uit voor uitmuntende scripties met een bijzondere relevantie voor hoortoestelakoestiek. De prijsuitreiking vindt plaats tijdens de 70e editie van de EUHA op 14 oktober in Hannover. De prijswinnaars nemen de prijs persoonlijk in ontvangst. De prijsvraag is bedoeld

voor studenten van een hogeschool of universiteit die hun studie in de afgelopen 24 maanden hebben afgerond. Het gaat bijvoorbeeld om een afstudeer-, bachelor-, master- of doctoraatsthesis. Meedoen? Scripties moeten uiterlijk 15 augustus 2026 worden ingediend. Winnaars presenteren hun thesis tijdens de prijsuitreiking.

MEER

WETEN? SCAN DE QR-CODE.

Cijfers!

• 50% van alle werknemers ergert zich aan hinderlijk geluid;

• 34% ervaart klachten, zoals vermoeidheid, hoofdpijn en concentratieproblemen;

• 10% ervaart beginnend gehoorverlies: deze werknemers lopen extra risico op uitval.

Bron: Rapport Moe van geluid over hoe geluid en gehoor samenhangen met vitaliteit op het werk. Dit is de eindrapportage van het pilotproject Hoe hoort het op de werkvloer?, een samenwerking tussen patiëntenorganisatie Hoormij∙NVVS, Heart2Hear, de Nederlandse Vereniging van Audicienbedrijven (NVAB) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (Stichting NVAB).

Onderzoek naar luisterinspanning

Prof. dr. Sophia Kramer en dr. Adriana Zekveld van het Amsterdam UMC ontdekten dat de verstaanbaarheid van spraak niet de bepalende factor is, maar dat een hoge luisterinspanning ook een belangrijke negatieve uitkomst is van gehoorverlies. Dat zet de huidige klinische aanpak op z’n kop. Om dit verder te onderzoeken ontving het Amsterdam UMC een Impact Explorer 2025-subsidie. Vanaf begin dit jaar wordt in kaart gebracht hoe gehoorverlies niet alleen verstaanbaarheid beïnvloedt, maar ook inspanning, stress en vermoeidheid. Met de uitkomsten kan gewerkt worden aan nieuwe terminologie, diagnostiek én meetinstrumenten. Adviesbureau PlanPlan is betrokken bij het onderzoek naar The real impact of hearing loss. De inzichten en resultaten worden eind dit jaar gepresenteerd tijdens een symposium.

AGENDA

Cursussen, trainingen en belangrijke data

voor audiciens in de komende maanden

2 februari

Audiologie Marathon Optitrade

3 februari

Het finetunen van hoortoestellen 2.0

AudiCate

5 februari

CI-Informatiesessie voor hoorwinkelmedewerkers

Advanced Bionics

Benelux B.V.

10 februari

Triage audiometrie verdieping

Audika NL

12 februari

Praktijkdag

Gehoorgangreiniging: Vroegherkenning oorpathologie en veilig werken in de Gehoorgang met de hoofdgedragen 3D microscoop

Alsoka Medical BV

12 februari

Geef Gehoor aan ACT!

Introductie en kennismaking met ACT in de audiologie

AudiCate

13 februari

NVA-winterbijeenkomst

o.a NOAH-veldnorm, vroegsignalering en tinnitus

NVA

17 februari

CI-Informatiesessie voor hoorwinkelmedewerkers

Advanced Bionics

24 februari

Een goed begin is het halve werk

AudiCate

26 februari

Een goed begin is het halve werk

AudiCate

2 maart

Gehoorbescherming en oorstukjes deel I: maatwerk gehoorverbeteringPluggerz

2 maart

Gehoorbescherming en oorstukjes deel II: gehoorbescherming Pluggerz

3 maart

Minisymposium

WERK. GEHOOR. TECHNIEK

PlanPlan

6 maart

CI-Informatiesessie voor hoorwinkelmedewerkers

Advanced Bionics

12 maart

CI-Informatiesessie voor hoorwinkelmedewerkers

Advanced Bionics

16 maart

Open dag Dutch HealthTec Academy

DHTA

21 maart

CI-training voor audiciens

Advanced Bionics

9 t/m 11 april

ExpoÓptica + Audio 2026 - IFEMA MADRID

Internationale vakbeurs voor optiek, optometrie en audiologie

10 april

Symposium CIcentrum Rotterdam Erasmus MC

13 april

Verantwoord afdrukken maken

Pluggerz

22 t/m 25 april

AAA 2026

American Academy of Audiology

23 april

StAr training herhaling afdrukken maken

Pluggerz

De Audiciens is het vaktijdschrift voor audiciens en anderen die werkzaam zijn in de hoorbranche en verschijnt vier keer per jaar.

De volgende editie valt 30 april op je mat. Hierin tref je onder andere de verschillen tussen het Nederlandse en Vlaamse hoorlandschap en een update over Auracast.

VERHUISD?

Geef het ons door via deaudiciens@audined.com

Leden van AudiNed die hun vakblad niet hebben ontvangen, kunnen dit doorgeven op deaudiciens@audined.com. Vermeld in je mail duidelijk je naam en telefoonnummer.

COLOFON

VAKBLAD DE AUDICIENS is een uitgave van AudiNed Oplage: 1200 stuks ISSN 2773 – 0468

REDACTIE

Maarten Dijkstra

Thomas Ophof Etienne van Kempen  Suzanne Bodegraven Romina Cecchini

ADVERTENTIES deaudiciens@audined.com

OPMAAK/VORMGEVING/DRUK

De Ideeënfabriek van Pieters www.ideeenfabriek.com

CONTACT

AudiNed: info@audined.com Redactie: deaudiciens@audined.com of +31 627 388 241

ARCHIEF

uitgaven 2007 - 2013: www.deaudiciens.nl uitgaven 2014 - heden: www.audined.com/publicaties/deaudiciens uitgaven 2007 - heden: Depot Kon. Bibliotheek Den Haag ISSN 2773-0468

Audiciens kunnen accreditatiepunten verdienen met een vakinhoudelijk artikel in ‘De Audiciens’. Dit is ter beoordeling van de accreditatiecommissie Audicienregister. De redactie en AudiNed kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van ingezonden stukken.

eindVerwacht maart 2026

‘s Werelds eerste miniBTE die twee aanpasniveaus combineert

Neem deel aan het leven als nooit tevoren

*Aanpasniveaus 85 & 105

Het hoortoestel met AI dat begrijpt waar u naar wilt luisteren

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook