Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Nr. 63
VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK Molenvereniging in het Land van Cuijk en Noord-Limburg
BESTUUR VOORZITTER
Mari Goossens Tel. 0485-573815 Walter Cornelissen Tel. 0485-478818 Fax 0842-110623 Frits Harteman Tel. 0485-572271 Peter Pouwels Tel. 024-3974266
SECRETARIS
PENNINGMEESTER BESTUURSLEDEN
D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER Park 8 5446 PH WANROIJ E-mail: molenvrienden@home.nl Bilderbeekstraat 23 5831 CW BOXMEER Vijverweg 6 6562 ZL GROESBEEK
LEDENADMINISTRATIE
Tel. 0485-322460 Park 8 Fax 0842-110623 5446 PH WANROIJ GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester
MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK
Hans Heijs Steenstraat 85A Tel. 0485-577330 5831 JC BOXMEER Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen
DE MOLENVRIEND 63
Colofon Jaargang 24, nummer 2, juni 2008 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden van de vereniging. De contributie hiervoor is € 10,--. Aanmelding kan geschieden door het bewuste bedrag te storten op de girorekening van de vereniging. De Molenvriend is een advertentiemedium. Prijs losse nummers € 1,50. ISSN 1384 8526 REDACTIE REDACTIEADRES
VERDER WERKTE(N) MEE ILLUSTRATIES
Harry Daverveld Mari Goossens Frits Harteman Peter Simons Marko Sturm Paul Verheijen D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER e-mail: mjfagoossens01@hetnet.nl De Erica 2 5831 RX BOXMEER e-mail: j.m.sturm@alumnus.utwente.nl Walter Cornelissen, Gerd Hage en Peter Pouwels Mari Goossens, Jan van Haren, Frits Harteman Peter Pouwels, Hans Titulaer, Stefan Willems
VOORPAGINA Een actuele foto van standerdmolen “De Korenbloem” te Oploo
In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 4 pagina 5
pagina 7 pagina 8
pagina 10 pagina 13 pagina 17 pagina 18
pagina 20 pagina 21
pagina 23
Colofon In dit nummer Van de redactie Mededelingen van het bestuur Molenarchief Geldern Excursie Molenvrienden verslag van de excursie op 20 mei jongstleden door: Frits Harteman en Marko Sturm Bovenste Plasmolen draait weer! door: Peter Pouwels Molen Bergzicht 200 jaar verslag van de viering van het 200-jarig jubileum van de Gasselse molen door: Mari Goossens Verslag regionale molendag door: Walter Cornelissen Molensprookje “De Spookmolen” door: Eberhard Bohn, vertaling Frits Harteman Molenpoëzie De molenbiotoop de actuele situatie van de biotoop van De Korenbloem te Oploo door: Mari Goossens en Marko Sturm Aan de licht door: Frans Heessen Een Hollands meesterwerk bij Florence over de restauratie van een molen in de buurt van Florence door: Mari Goossens Molens in de regio de stand van zaken omtrent de molens in de regio door: Mari Goossens en Marko Sturm
Van de redactie Nog voor het begin van de zomervakantie kunnen we alweer terugkijken op een periode waarin op molengebied van alles te beleven viel. Vandaar is er in dit nummer van de Molenvriend aandacht voor actuele berichten over de excursie, de regionale molendag en het jubileum van de Bergzicht. Ook gaan we wat verder weg van huis: we hebben deze keer een molensprookje dat zich afspeelt in Zuid-Duitsland en een bijdrage over een Italiaanse molen. Verder wil ik op deze plaats iedereen bedanken voor de bezorgde, belangstellende en meelevende reacties naar aanleiding van het ongeluk bij de Britzer Mühle in Berlijn. De verongelukte molenaar Josef is inmid-
De Molenvriend 63, juni 2008
dels weer regelmatig op de molen, maar moet nog wel oppassen met bepaalde bewegingen. We hebben het vangtouw en de ketting voor bediening van de jaloezieën verlengd, zodat we de molen vanaf de begane grond kunnen bedienen: zo zie je maar dat zelfzwichting in bepaalde situaties een groot voordeel kan zijn! Voor zover van toepassing, wil ik alle lezers een prettige vakantie toewensen. Wie weet levert de vakantie ideeën voor een artikel op. In dat geval houden wij ons natuurlijk aanbevolen. namens de redactie, Marko Sturm
pagina 3
Mededelingen van het bestuur Beste Molenvrienden, De zomer staat weer voor de deur en dat betekent op molengebied een relatief rustige periode. Voor de molens is het een tijd van “4 volle “, want de wind laat ons dan ook nogal eens in de steek. Maar het bezoek van de toeristen en voorbijgangers maakt dit dan weer helemaal goed. Ook voor het bestuur is de zomer een rustige periode, want er is altijd wel iemand op vakantie. Maar we kunnen ook terugkijken op de voorbije periode met een zeer geslaagde regionale molendag bij frisse temperaturen. De pers had er ruimschoots aandacht aan besteed en dat leverde zeer veel bezoekers op en een nieuwe leerling-molenaar, misschien volgen er nog meer. Ook de excursie was zeer geslaagd, zie artikel verder in dit blad. De gelden die we ontvangen hebben voor het Jaar van de Molen zijn inmiddels bij de molenaars terecht
gekomen, ook hebben we al diverse bedragen retour ontvangen voor de bewezen diensten van de vereniging. Onze hartelijke dank hiervoor. Namens het bestuur en de leden van onze vereniging wil ik de Fam. Van Haren feliciteren met het 200jarig bestaan van molen Bergzicht in Gassel. En we hopen dat de nazaten van Jan de molen in lengte van dagen zullen behouden voor het nageslacht. Voor het najaar is er een idee om een cursus touwsplitsen en knopen te organiseren. Deze cursus zal waarschijnlijk uit 3 avonden van 2 uur bestaan. Graag wil ik weten of er belangstelling hiervoor is en daarom vraag ik geïnteresseerden zich aan te melden bij de secretaris 0485-478818 of molenvrienden@home.nl. Ik kan dan bekijken of het idee levensvatbaar is. Rest mij u allen nog een fijne zomer en een prettige vakantie toe te wensen. Walter Cornelissen, secretaris
Molenarchief Geldern De vereniging “Rheinische Mühlenverband e.V.” heeft in Geldern (Duitsland) een molenarchief opgericht. Drie molenvrienden hebben hun verzameling aan de vereniging ter beschikking gesteld. Meer dan 800 boeken, brochures en andere werken uit het Rijnland, overige delen van Duitsland en Europese landen – bijv. Nederland en Groot-Brittannië – kunnen worden ingezien. Daarbij komen nog ruim 500 foto’s. In de toekomst zal de verzameling aangevuld worden met circa 10 000 foto’s en dia’s. Vrijwillige medewerkers hebben urenlang gewerkt om alle archiefstukken te sorteren en in schappen op te bergen. Binnenkort volgt het opstellen van een catalogus.
Bij overname van artikelen en/of foto’s, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit blad.
pagina 4
Het archief bevindt zich in het regioarchief van Kleve: Kreisarchiv Kleve Boeckelter Weg 2 47608 Geldern. Tijdens de openingstijden, maandag tot en met donderdag van 8:30 tot 16:00 uur en vrijdag van 8:30 tot 12:00 uur kan het archief bezocht worden. Meer informatie is te vinden op Internet: www.rheinischer-muehlenverband.de of www.muehlen-dgm-ev.de
De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.
De Molenvriend 63, juni 2008
Excursie Molenvrienden Dinsdag 20 mei jl. hield onze vereniging haar jaarlijkse excursie. Dit jaar bleven wij in tegenstelling tot vorig jaar in de regio. Er waren 17 deelnemers(sters) die van plan waren om er een gezellige middag van te maken. Het was stralend weer zodat wat dat betrof het niet mis kon gaan. En het ging ook niet mis. Het gezelschap kwam samen op het terrein voor de molen Laurentia in Milheeze. Daar hadden Piet Meulendijks en Marius Verheijen de tafels en stoelen alvast buiten gezet. Buiten was het beter toeven dan in de nog wat kille entree van de molen. Het was een gezellig samenzijn waarbij de koffie met speculaas goed smaakte. Piet Meulendijks begroette ons met een woord van welkom waarbij hij zich excuseerde dat de molen niet draaide. Dat lag niet aan de wind, maar de molen was een beetje ziek volgens Piet. Er waren nogal wat gebreken o.a. gebroken en loszittende roedwiggen, hiervan was de molenmaker op de hoogte, maar zoals zo vaak bij dergelijke zaken speelde geld, eigenaar en een eventuele overname door een stichting een rol. Al met al schoot het niet hard op. Piet vertelde ook wat over de geschiedenis van de molen die van oorsprong een poldermolen was, maar ook hoe de molen aan zijn huidige naam kwam. Door toedoen van de echtgenote van de vorige molenaar Fons Verheijen werd de molen voor afbraak behoed. Uit dank hiervoor kreeg de molen haar naam – Laurentia. Na het bezichtigen van de molen en het ophalen van oude
Op bezoek bij molen “Laurentia” te Milheeze
De Molenvriend 63, juni 2008
herinneringen werd afscheid genomen. Als dank kreeg Piet een kruik bitterkruid aangeboden. Vervolgens ging de reis naar de Rips waar het mengvoederbedrijf van Fransen-Gerrits bezocht zou worden. We werden hartelijk begroet in de kantine door de heer Ab Koenders, assistent-bedrijfsleider van het bedrijf. Deze vertelde over de geschiedenis van het bedrijf met zijn vele fusies en daardoor wisselende namen. Het bedrijf is zeer modern en wordt gerund door een zeer beperkt aantal personeelsleden dat er voor zorgt dat er tonnen en nog eens tonnen graan in de silo’s worden opgeslagen om vervolgens tot veevoer verwerkt de fabriek weer te verlaten. Net zo min als we deze beweging van het graan konden zien – wel horen –, zagen we dan ook bijna niemand op het terrein of in het bedrijf. We hadden de keus – of lopend of met de lift naar het 50 meter hoger gelegen dak van het bedrijf te gaan. Gezien de leeftijd van veel deelnemers(sters) was het verrassend te zien hoeveel er van de trap gebruik maakten. Maar wat kun je van molenaars ook anders verwachten. Het uitzicht over de regio was prachtig. Van deze gelegenheid werd door de onder ons aanwezige fotografen druk gebruik gemaakt om een mooi plaatje te schieten. Na dit hoog gelegen uitstapje werden al trap aflopend de diverse afdelingen van boven naar beneden bekeken en werd uitleg over het functioneren van de aanwezige machines – menger, hamermolens, persen, verdelers en wat niet meer, gegeven. Beneden gekomen kwamen we in de ruimte waar door drie mensen met behulp van computers en beeldschermen de gehele productie
Op het dak van mengvoederbedrijf Fransen-Gerrits in De Rips
pagina 5
werd geregeld en gevolgd. Buitengewoon interessant. Dan is het maar behelpen bij ons op de molens. Vervolgens gingen we terug naar de kantine voor een kop koffie, maar helaas liet deze automaat het afweten. Bij het afscheid werd de heer Koenders uitgenodigd vrijwillig molenaar te worden en kreeg hij eveneens als dank een kruik Boxmeers bitterkruid aangeboden. Het laatste programmapunt was aangebroken. Op weg naar Oploo. Hier werden we bij de watermolen ontvangen door Jan van Riet. Na de molen bekeken te hebben, die voor velen onder ons geen onbekende was, gingen we naar het in het gebouw gelegen “restaurant” waar de koffie en de krentenmik klaar stonden. Jan vertelde over het speltproject “de graancirkel”, de teelt van het spelt en de verwerking hiervan zoals het pellen dat tweemaal moet gebeuren om een product te krijgen dat gemalen kan worden. Ter informatie waren een aantal monsters in schaaltjes te zien. Van het eindproduct wordt brood gebakken en bier gebrouwen. Hierna werden we in de gelegenheid gesteld de standerdmolen De Korenbloem te bezoeken, ook een oude bekende. Onder de paraplu was een winkeltje ingericht voor de verkoop van meel etc. In de molen lag het steenkoppel bloot om gereinigd te worden, de kuip was weggenomen en de meelpijp gedemonteerd. Verder zagen we de aanschaf van een pelkoppel op een maalstoel en een pletter om het spelt te bewerken zoals hierboven is aangegeven. (Een foto van het pelkoppel stond in het vorige nummer bij de rubriek Molens in de regio.)
Aan alles komt een einde, zo ook aan deze dag die zeer geslaagd mag worden genoemd. Nadat ieder een flesje Mathias kreeg aangeboden werd afscheid genomen. En nu maar afwachten waar de volgende excursie in 2009 ons zal brengen. Tekst: Frits Harteman en Marko Sturm Foto’s: Frits Harteman
Jan van Riet (links) geeft uitleg over spelt
Het pelkoppel in de Korenbloem Het pelwerk dat in het kader van het project Graancirkel in de Korenbloem te Oploo is ingebouwd, is geen pelwerk zoals we dat in Nederland kennen voor het pellen van gerst of rijst. Een dergelijk “standaard” pelwerk, zoals de meeste molenaars kennen uit de lesboeken, bestaat uit een pelsteen en een rondom de steen aangebrachte “rasp”, het zogenaamde pelblik. Het graan wordt door de steen tegen het blik geslagen, waardoor het vliesje van het graan afgepeld wordt. Bij het pelwerk in de Korenbloem wordt de spelt tussen de loper en de ligger gepeld. Dit principe wordt in Duitsland vaker toegepast. De pelstenen zijn gemaakt uit een roodachtige zandsteen. Net zoals bij normale maalstenen, wordt het graan in het kropgat toegevoerd. De afstand tussen de stenen is zó ingesteld dat de graankorrels niet gebroken worden, maar wel het vliesje om de graankorrels geraakt wordt en (gedeeltelijk) loslaat. De afstand tussen de stenen moet dus heel gelijkmatig zijn om het pelproces goed te laten verlopen. Het resulterende mengsel van gedeeltelijk gepelde spelt en vliesjes wordt vervolgens door een soort aspirateur geleid, die de vliesjes afvoert. De spelt wordt steeds weer opnieuw gepeld, totdat een goed gepeld eindproduct ontstaat. (MS)
pagina 6
De Molenvriend 63, juni 2008
Bovenste Plasmolen draait weer! In het pinksterweekend van zaterdag 10 en zondag 11 mei was de Bovenste Plasmolen geopend voor het publiek. Op die dag werd er op ambachtelijke manier graan gemalen, zowel op waterkracht als met een meer dan 100 jaar oude Crossley motor. Oude traditie in ere hersteld Zoals ondertussen een traditie is geworden is ook dit voorjaar met hulp van vrijwilligers de Bovenste Plasmolen weer maalvaardig gemaakt. Voor het draaien van een watermolen is onderhoud hieraan noodzakelijk, echter van levensbelang is een goede watertoevoer en afvoer. Geen of onvoldoende water betekent nl. dat de molen niet kan werken en dat deze stil komt te staan. Stilstand van een molen betekent achteruitgang en verval. Het belang van een goede water toe- en afvoer, was al sinds 1545 geregeld en vastgelegd in het z.g. stuwrecht [1]. De hieruit voorkomende plicht voor onderhoud aan de molenbeek vindt men nog terug in een oud erfpachtcontract van de Bovenste Plasmolen, uit 1733. Hier staat: “vor rauhmung der Muehlen graben,
1 maalder roggen” (voor het ruimen van de molenbeek, 1 maalder [2] rogge). De Bovenste Plasmolen wordt gevoed door verschillende beken, deze beken vergen het nodige aan onderhoud. Zo moeten regelmatig blad en takken worden verwijderd en wordt één keer per jaar het slib en zand uit de beekbedding gehaald. Ook riet kan een probleem veroorzaken. Het meest arbeidsintensieve werk vergt de 400 m lange opgeleide beek. Deze beek die 3 meter boven de oorspronkelijk beek tegen de helling aanligt, wordt regelmatig ondermijnd door het graafwerk van mollen en andere kleine knaagdieren. Het water van de beek zoekt zich via de gangenstelsels van deze dieren een weg naar beneden waarbij grote hoeveelheden zand worden weggespoeld, binnen korte tijd zit er dan een groot gat in de opgeleide beek. Zaterdag 19 april hebben een tiental enthousiaste vrijwilligers de handen uit de mouwen gestoken en de molenbeken vrij gemaakt van takken, bladeren en slib en de gaten in de beek geslecht. Dankzij de inzet van deze vrijwilligers kan de Bovenste Plasmolen weer draaien. Kreeg men vroeger 1 maalder rogge voor het opruimen van de molenbeek, nu zou zoiets vele duizenden euro’s kosten. De meeste vrijwiligers willen er eigenlijk ‘niets’ voor hebben, en vinden een stuk genoegdoening in het gezellig samenwerken en genieten in de natuur. Wat dat betreft is vrijwilligerswerk eigenlijk onbetaalbaar! Vandaag de dag is het de traditie op de Bovenste Plasmolen, dat de vrijwilligers na deze noeste arbeid, op toepasselijke wijze in natura worden beloond met koffie met een stuk échte Limburgse vlaai. Tekst en foto: Peter Pouwels
Onmisbaar voor goede watertoevoer: vrijwilligers maken de molenbeek schoon
De Molenvriend 63, juni 2008
Noten: [1] Stuwrecht in 1545 ingevoerd door Karel V [2] Toen gebruikelijk beloning in natura, waarbij 1 maalder een oude inhoudsmaat is van 166,7 liter.
pagina 7
Molen Bergzicht 200 jaar Verslag van de feestelijkheden Zoals eerder al aangekondigd was, heeft Jan van Haren op initiatief van het Graafs museum de 1e juni aangegrepen om het 200-jarig bestaan van de molen te vieren. Al de geleerden zijn het er niet over eens dat dit het goede jaar is, maar in samenwerking met de heer J. Timmermans van het museum is het dit jaar geworden. Een ander geheim gehouden motief van Jan is het feit dat hij op 14 juni, 60 jaar op de molen aan het werk is. Daarom was er een dubbele reden om dit jaar een feestje te geven. Jan had het goed georganiseerd. Het Graafs museum zorgde voor een aantal oude foto’s van de verdwenen molens uit Gassel en Escharen en oude foto’s van de Bergzicht. Onze vereniging was present met onze publicatieborden van onze molens e.d. en met de vertoning van onze film. Theo van Bergen stelde zijn Romeinse kweern-steen en een schaalmodel van een standaardmolentje ter beschikking. Zaterdagmiddag na het sluiten van de winkel en zondagmorgen kon er met het inrichten begonnen worden. Een toiletwagen, een tap met partytent en een spring-
Na de toespraken werd er een toast uitgebracht
pagina 8
kussen voor de kleintjes. Op het trafohuisje werd een heuse draaiende molen opgesteld (Jan zijn zelfgebouwde beltmolen). In de invaart was ook nog ruimte ingericht voor tingieter R. van Veen uit Grave en D’n Bekker die voor heerlijke krentenmik zorgde. Ook had Jan als oud-lid van de harmonie de club ingeschakeld voor de muzikale opluistering. Een paar molenaars zorgden voor het versieren van de molen en hielpen tijdens het feest het publiek in de molen bij hun bezoek. Mevr. de Burgemeester zou met de betrokken wethouders aanwezig zijn om een toespraakje te houden. Ook de lokale pers en de genodigden waren op de hoogte gebracht zodat iedereen kon weten dat het feest vanaf 13:30 tot 18:00 uur gevierd zou gaan worden. De weergoden lieten het naar zich liet aanzien afweten, er was een matig zwabberend windje uit ZO – ZW en een bewolkte regenachtige lucht zodat er zelfs met 4 volle zeilen niet gedraaid kon worden. Daarom stond de molen prachtig met zijn vlaggetjes te pronken in de vreugdstand en konden de honderden bezoekers zich vrijelijk en ongedwongen in en rondom de molen begeven. Na een woord van welkom door Jan waarin uiteraard ieder voor de medewerking bedankt werd, kreeg de burgemeester het woord. In haar toespraak roemde ze de historische en culturele waardevolle monumenten van de gemeente en sprak haar waardering uit voor het feit dat er nu al drie generaties-Van Haren, bijna 100 jaar, dit monument in stand houden. Jan kreeg uit haar handen een oorkonde overhandigd waarop de gemeente de familie van Haren een symbolisch bedrag van… 200,— gulden schenkt. Al voorlezend had ze het foutje snel door en maakte er 200 euro’s van. Hierna bracht de harmonie een serenade ten gehore en werd Jan door de voorzitter gefeliciteerd met het jubileum. Na het opentrekken van een fles champagne en het uitbrengen van een toast kon de bezichtiging en het feest beginnen. Inmiddels klaarde de lucht op en werd het nog een prachtige middag. De bezoekers konden het gasten-
De Molenvriend 63, juni 2008
In de molen was ook plaats voor een tingieter en voor bakkerij D’n Bekker
boek tekenen en kregen dan een consumptie aangeboden. De tap, het springkussen en D’n Bekker hadden aan klandizie niet te klagen, de hangtafels en andere hangplekken waren druk bezet. De harmonie zorgde praktisch continue, in wisselende bezettingen, voor een leuke en gezellige sfeer.
uur werd er afgezeild en kwam er zoetjes aan een einde aan de happening. Jan en de gehele familie Van Haren kunnen terugkijken op een zeer geslaagde en erg gezellige middag waar ze nog lang aan zullen terug denken. Tekst en foto’s: Mari Goossens
Heel wat van onze molenaars gaven acte de présence wat tot geanimeerde gesprekken leidde. Om 18:00 Achter de molen was plaats voor een springkussen en voor de harmonie
De Molenvriend 63, juni 2008
pagina 9
Verslag regionale molendag Na het Jaar van de Molen waarin de molens landelijk volop in de belangstelling stonden, vond het bestuur dat wij van die aandacht gebruik moesten maken en de molens in onze eigen regio ook in 2008 onder de aandacht moesten blijven houden. Dus een regionale molendag zou daar zeker aan bijdragen. Tijdens het molenaarsoverleg kon iedereen instemmen met dit plan. De dag zou op Tweede Paasdag gehouden worden, de verwachting was dat de mensen wel winkel en woonboulevard moe zouden zijn en voor een bezoek aan onze molens zouden kiezen. De aandacht van de regionale kranten, lokale radio, kabelkranten, omroep Limburg TV, omroep Brabant radio etc., het was overweldigend. Ook de bezoekersaantallen waren boven verwachting, we waren al bang dat door het winterse weer het tegen zou gaan vallen, maar niets is minder waar. Van enkele molenaars heb ik een verslagje ontvangen en hieronder kunt u hun dag ervaren. Walter Cornelissen De Bergzicht te Gassel Tijdens de jaarvergadering heeft Jan van Haren het verzoek gedaan om een gastmolenaar op zijn molen “Bergzicht” te Gassel te laten draaien. Zo gezegd zo gedaan, Cees Logtens en ik hebben met veel plezier aan dit verzoek gehoor gegeven. Het was een koude morgen en met een pittige sneeuwbui werden we verwelkomd. Jan had de molen al helemaal in orde gebracht en we konden daardoor direct starten. In overleg met Cees hebben we gekozen voor 4 lange halve en klokslag 11.00 uur draaide de molen met zo’n 40 à 50 enden. Tijd voor een bakkie hadden we haast niet, want de eerste gasten stonden al te trappelen van ongeduld. Drie Duitsers met een Hollandse gastheer en twee molenaars uit het hoge noorden van het land genoten van de rondleiding. De noordelijke molenaars hadden twijfels over de oorsprong van de molen. Jan was niet in de buurt om die twijfels weg te kunnen nemen. Ze zouden vandaag, met nog meer collega’s (±12 stuks), zoveel mogelijk van onze molens bezichtigen. Ik neem aan dat jullie ze ook allemaal over de vloer hebben gehad. Gedurende de gehele dag bleven er bezoekers komen, ondanks het steeds slechter
pagina 10
wordende weer. Forse sneeuwbuien met veel wind noopten ons de molen een tijdje stil te zetten. Je bent toch voorzichtig als gastmolenaar. Nu konden de bezoekers ook naar de lui- en kapzolder. Ongeveer 50 à 60 bezoekers, inclusief kinderen, zijn onze gast geweest en daar waren we erg tevreden over. De laatste noordelijke molenfreak hebben we om 17.00 uur met zachte dwang naar buiten gemanoeuvreerd. Toen snel naar huis om de koude voeten en handen op te kunnen warmen. Het was koud, maar reuze gezellig en door ons enthousiasme hebben we hoogstwaarschijnlijk 1 aspirant leerling molenaar weten te strikken. Groetjes, Rob Snel Leerling molenaar “De Vooruitgang” Oeffelt
De Martinus te Beugen We hebben op onze regionale molendag niet te klagen gehad over bezoek. We schatten dat we zo’n 80 mensen op bezoek hebben gehad. Gezien het weerbeeld en vooral ’s middags mogen we niet klagen. Het was een komen en gaan. We hebben met het molentje dat aangedreven wordt door de luitafel wat maïs gemalen en met de buil wat tarwe gebuild. Voorts zijn we sinds kort in het bezit van een beeld, voorstellende St.-Victor – de patroon van de molenaars. Dit beeld staat op een sokkel met er overheen een glazen stolp. Deze Heilige, voorgesteld als een Romeins officier, hebben we op zijn sokkel tegen de muur van de meelzolder geplaatst. Zodoende konden we de bezoekers ook weer eens wat anders tonen en uitleggen. Frits Harteman Bovenste Plasmolen te Plasmolen Zondag 2e Paasdag werd de 7de editie van de molendag van het Land van Cuijk en Noord-Limburg gehouden. Ondanks de slechte weersvooruitzichten werd het een zeer drukke en geslaagde dag en hadden we aan publiciteit niets te wensen over. Vanaf 11.00 uur zouden officieel de deuren worden opengezet, zelf was ik om 10.15 uur al op de molen om alvast wat voorbereidingen te treffen. Om 10.30
De Molenvriend 63, juni 2008
uur stonden de eerste bezoekers al op de stoep, hier bleef het niet bij, het publiek had blijkbaar de loop gevonden en tot 17.00 uur bleef het de gehele dag door doorlopen. Gelukkig hadden we wat extra hulp erbij, in de vorm van Willem Eickmans, leerling watermolenaar van de Rosmolen uit Oostrum, ook mijn zoon Martijn, aspirant molenaar in spé was van de partij. Zodra we alle sluizen en schuiven in de juiste stand hadden gezet, konden we met het voorste koppel op waterkracht gaan malen. Hierna hebben we samen met machinist Theo van den Bergh de meer dan 100 jaar oude Crossleymotor m.b.v. het waterrad aangetrokken. Na een rustperiode (winterstop) van enkele maanden komt de gehele molen weer tot leven, je hoort het zingen van de stenen terwijl de speelman er rustig op los slaat, en de klapspaan ritmisch heen en weer gaat. De motor ronkt weer als vanouds, en de geur van gemalen meel en oliedamp vult langzaam de molen. Op de achtergrond klinkt het geruis van kletterend water, er is volop “betrieb” op en in de molen en de nodige nieuwtjes worden over en weer uitgewisseld, zoals in tijden van welleer.
17.00 uur vertrokken de laatste bezoekers en moest ik alles inpakken tijdens een hagel- en sneeuwbui. Omdat ik heel alleen was, is het een zeer drukke dag geweest zonder pauzes. Ongeveer 90 personen hebben de Gerarda bezocht. Groet, Harry Kaak De Luctor et Emergo te Rijkevoort Het was bij ons ook een gezellige drukte. We hadden aanloop vanaf 10.30 tot 17.15 uur. Op momenten waren er meer dan 30 bezoekers in de molen. In totaal hebben we 125 bezoekers gehad waaronder ook diverse molenaars o.a. uit Friesland en een Canadees en een Argentijnse. Maar de meeste mensen waren toch mensen uit het dorp of de directe omgeving, hele families, o.a. een opa die 40 jaar in Rijkevoort woonde maar voor het eerst in de molen was. Voor ons was het een zeer geslaagde dag, die volgens mij ook extra geslaagd is door de keuze voor 2e paasdag. Groeten Mari Goossens
Terug in de tijd? Onze leerling Willem had een kopie meegebracht van een akte uit 1856, die in het archief van Maastricht lag, hierin dient Karel van Uum, de voorvader van onze collega molenaar Karel Siebers, een verzoekschrift in om de pelmolen te mogen ombouwen tot korenmolen. Bij deze akte zat een prachtige situatieschets waarop de beide molens van de Plasmolen staan ingetekend. Uit de akte blijkt dat naast de Onderste Plasmolen, die ingericht is als korenmolen, nog een rosmolen staat waarop men graan maalt. Deze rosmolen is hier uit nood neergezet, omdat men in de winterdag bij hoog water op de Maas, niet met de Onderste molen kon draaien. In het verzoekschrift pleit Karel van Uum ervoor om de Bovenste Plasmolen te mogen ombouwen tot graanmolen, waarbij het onderdelen van de rosmolen worden gebruikt, hetgeen geschiedt.
De Reus te Gennep Om kwart voor elf aan het opzeilen. Wij zeggen tegen elkaar met de weerverwachting in ons achterhoofd, het zal vandaag wel niet druk worden. Wij hebben deze woorden nog niet uitgesproken en de eerste 4 bezoekers staan al naast Twan en mij op de molenbelt. En zo is het de hele dag blijven lopen. Veel kinderen hebben zoals altijd het meel zelf uitgezeefd om hier pannenkoeken van te bakken. Wat deze dag wel bijzonder maakte was het bezoek van de Limburgse TV L1. Twan heeft het een en een ander kunnen vertellen over de vrijwillige molenaars en de molens. Toen wij om 5 uur alles opgeruimd hadden bleek dat er ruim 100 mensen op de Reus waren geweest. Dit was toch weer een mooie molendag, en daar doen we het toch ook voor.
Peter Pouwels Jan Coopmans en Twan Jacobs De Gerarda te Heijen De Hamse Molen te Wanroij Voor 11 uur waren de eerste bezoekers al op de molen. Ik had 2 volle zeilen voorgelegd maar moest er later nog 2 bijleggen, omdat de wind minder werd. De hele dag was het druk en rond 15.00 uur was de molen vol mensen. Ik ben toen tarwe gaan malen met 2 volle en 2 duikers, maar plots kwam er een windhoos waardoor de molen boven de 100 enden uitkwam. Omdat er zoveel bezoekers in de molen waren had ik grote moeite om bij het vangtouw te komen. Gelukkig lukte het nog vrij snel om de molen stil te zetten. Net na
De Molenvriend 63, juni 2008
Reactie op molendag vanuit Wanroij. De publiciteit was goed, in bijna alle kranten heeft wel wat gestaan. De dag zelf was goed bezocht, ong. 150 bezoekers. Om 11.15 u hadden we al 25 bezoekers op de molen, ook hebben we bezoek gehad van KKN en die hebben ook foto’s en film uitgezonden. We hebben ook ong. 10 molenaars ontmoet, waarvan enkele uit Friesland. Al met al een geslaagde dag, niet alleen voor ons maar ook de bezoekers waren enthousiast. Van de bezoekers
pagina 11
hebben we ook veel goede reactie’s gehad over andere molens en molenaars.
kinderen, voldoende aandacht in de kranten. Duits en Nederlands gemengd volk.
Groet, Jan Selten
Groetjes, Ludger Pauls
Jan van Cuijk te Cuijk
De Heimolen te Sint-Hubert
Toen wij ’s ochtends begonnen, draaide de molen al vlot op de westnoordwesten wind. Met 4 volle zeilen draaide de molen tussen de 60 en 70 enden. Tijdens de sneeuw- en hagelbui terug gezwicht naar 2 volle zeilen. Zo heeft de molen een groot deel van de middag gedraaid. Later weer 4 volle voorgelegd. We hebben geprobeerd om de bezoekers te tellen deze dag. We zijn gestrand bij 150 bezoekers. Deze middag hebben we ook bezoek gehad van 2 kranten. De bezoekers die wij vandaag mochten verwelkomen konden genieten van de film “Koren op de molen”, deze werd ook druk bekeken. Een geslaagde molendag.
Al om 10 uur waren wij (Harry en Walter) op de molen aanwezig. Vlaggen in de wieken en de molen klaar maken voor het bezoek, we kregen de kans niet om gewoon door te werken want om kwart over tien stonden al de eerste bezoekers uit Friesland op de belt. De molen heeft lekker zijn rondjes kunnen maken, voor het publiek hadden wij de lui- en kapzolder afgesloten. Het werd een drukke dag voor mij omdat Harry vanaf 13.00 thuis moest zijn om zijn verjaardag te vieren. Het leek wel of heel Sint-Hubert naar de molen wilde, het stond de hele dag vol met mensen. Zelfs de sneeuwbuien deerden de mensen niet om te komen. Zelfs de dames Wijnen (80) die de molen altijd in de gaten houden klommen de trappen op de molen in. Totaal 250 bezoekers in de molen geweest.
Stefan Willems Rust na Arbeid te Ven-Zelderheide
Walter Cornelissen Ja, het was niet alleen lekker druk (ca. 50 bezoekers), nee, het was ook nog slecht weer. Veel geïnteresseerde
Molensprookje “De Spookmolen” Inleiding U hebt al een paar maal een vertaald stukje kunnen lezen, geschr even door Eberhard Bohn, wonende in Murrhardt (Zuid-Duitsland). De heer Bohn is in het dagelijks leven werkzaam als molenmaker . Als hobby vertelt hij zelf verzonnen verhalen die hij soms ook op schrift stelt. Meestal gaat het over heksen en spoken en natuurlijk ook over molens. De schrijver is woonachtig in het Schwäbischen W ald dat op 500 meter boven de zeespiegel ligt. V olgens de schrijver staat er in een oude beschrijving van dit gebied: “De gemiddeld 1600 Parijse voet boven zeeniveau gelegen vlakte wordt door kleine beekjes doorsneden, de gr ond bestaat uit lichte mager e zandgrond”. Dus een zeer arme str eek – met veel bos. Maar aan de genoemde beekjes wer den vroeger veel molens gebouwd welke onopvallend in diepe kloven lagen verborgen. Slechts enkele van dergelijke watermolens zijn nog aanwezig. In het licht van deze achtergrond moet u zich verplaatsen als u zijn molensprookje “De Spookmolen” leest.
pagina 12
De Molenvriend 63, juni 2008
De Spookmolen door Eberhard Bohn In een diep ingeslepen boskloof lag sinds onheuglijke tijden de oude watermolen van de familie van Molenpeter. Vroeger was het eens de “Bosmolen” geweest. Waarom ze, nadat ze eens enige maanden had stilgestaan, opeens “Spookmolen” genoemd werd, kon tot op vandaag niemand zeggen. Nu zal ik een oud geheim onthullen en vertellen hoe ze destijds – het is al vele jaren geleden – aan deze naam is gekomen. Omdat de watertoevoer in regenarme zomers en droge herfsten dikwijls zeer schaars was, werd lang geleden een aanzienlijk grote vijver boven de molen aangelegd waarin het water van de kleine beek voor langere tijd opgeslagen kon worden. Daardoor kon dan ook in droge tijden steeds graan gemalen worden. In het meer spartelden dikke karpers, snelle snoeken, de prik en nog veel andere vissoorten. In de tijd van Molenpeter was niet alleen een goedlopend maalwerk van belang, alle delen, die draaiden en bewogen waren verzorgd en in goede conditie. Ook de wegen die naar de molen leidden – een smal jaagpad wordt nu nog de Ezelsweg genoemd – evenals natuurlijk de hele waterinrichting: de molendam, stuwen, vallen, sluizen en goten werden alle in een goede conditie gehouden. En wat het malen betreft, kon Molenpeter niet ook maar de geringste onregelmatigheid of oneerlijkheid verweten worden. Zo als het koren naar de molen gebracht werd, zo werd het gemalen en kregen de boeren hun meel terug. Echter bij alle rechtschapenheid en vlijt: Er was een korte, geheimzinnige tijd, waarin ergens iets met de molen niet klopte, een geheim waarover Molenpeter niet wilde spreken. En dat was nu het tijdstip waarop uit “de Bosmolen” – “de Spookmolen”ontstond. In datzelfde, voor Peter zo moeilijke jaar, waarover ik nu ga vertellen, hadden de boeren voor Kerstmis veel koren gebracht om te malen, opdat de boerinnen voldoende fijn, wit meel voor hun kerstgebak in hun meelkisten hadden. Maar nu waren al enige weken in het nieuwe jaar verlopen en geen boer bracht koren naar de molen. Blijkbaar waren de vrouwen dit jaar met hun kerstmeel zeer spaarzaam omgegaan. Peter was zeer verlegen om werk. Maar toen de dagen iets langer werden en Lichtmis op de kalender stond, leek het of de boeren uit hun winterslaap ontwaakten en zij brachten nu de een na de ander, zak voor zak graan
De Molenvriend 63, juni 2008
naar de molen. Peter had nog gauw zijn maalgang uit elkaar genomen, had de maalstenen volgens de rij met de kneushamer uiterst nauwkeurig geëffend en met de bilhamer de uitslagen en kerven bijgewerkt. Hij had de hele dag hard gewerkt, was moe en ’t beu. De volgende morgen zou hij de maalgang samenbouwen, om vervolgens direct met malen te kunnen beginnen. De boeren drongen aan, zij wilden hun meel hebben. Na gedane arbeid sloot hij de molendeur, dat wist hij achteraf heel zeker, ging naar bed en sliep de hele nacht aan een ruk door. Toen hij de andere morgen in alle vroegte opstond – voor zijn vrouw Gretel begon en het ontbijt klaar had, wilde hij alles gedaan hebben – sloeg hem als hij de molen betrad een koude tocht in het gezicht. De molendeur stond wagenwijd open. Op de vloer lag alles door elkaar en hij zag met één oogopslag dat zijn beide maalstenen verdwenen waren. Toen hij wat nauwkeuriger keek zag hij, dat al het ijzerwerk er ook niet meer was t.w. de steenbus en de bilhamer, de rijn samen met de speelman en bolspil alsmede de licht en de kaar. Hij ging meteen op zoek, maar al op korte afstand waren de sporen in het zand verdwenen. Peters molenstenen waren weg! Voor zijn boeren probeerde Peter de hele aangelegenheid zo goed als kwaad te verbergen. Doch, het gerucht dat er in Peters molen iets heel ongewoons gebeurd moest zijn verspreidde zich snel. Peter was iedere dag onderweg en zocht rusteloos naar zijn stenen en vroeg om zich heen. Hij ging over het land, daar waren zij niet. Hij zocht in de bergen en in diepe kloven, hij vond ze niet. Zijn maalwerk bleef onvindbaar. Hij liet geen enkele boer in zijn molen kijken, maar het koren kon hij niet malen en omdat het niet anders ging, moest hij met een bezwaard hart de boeren hun koren ongemalen teruggeven. Waar was zoiets ooit gebeurd! Zij zochten andere molens in de buurt en rond Peter werd het steeds stiller. Hij probeerde alles! Voortdurend bezocht hij de molendeskundige Gottfried. Die kwam overal in alle molens en kende ze alle in- en uitwendig. Maar Peters maalstenen, die hij direct herkend zou hebben, doken nergens op. Hij keek in schuren en hokken of zij niet ergens verborgen waren. Maar niets, helemaal niets.
pagina 13
Zo ongeveer moet de “Spookmolen” er uit hebben gezien
Toen zei de molendeskundige terloops op een dag: “Het beste is dat je eens naar Uilenboer in Krottenwenkelbach gaat, die zou bij dergelijke aangelegenheden wel eens kunnen helpen.” Verontwaardigd bedankte Peter. Ook zijn Gretel wilde daarvan niets weten. De ongure kleimeester was wijd en zijd bekend en men zei dat hij met de duivel een verbond had gesloten. Gretel had van een kruidenvrouw, die elk jaar eens aankwam om zaden, thee en allerhande kruiden te verkopen, over deze ongure man gehoord. Maar toen het voorjaar overging in de zomer en er nog steeds niets was gevonden, zette Peter zijn goede voornemens aan de kant. Na een doorwaakte nacht zei hij tot zijn Gretel: “Nu ga ik naar Uilenboer, wat er ook gebeurt.” Gretel was ook al tot dat besluit gekomen en had stiekem aan de kruidenvrouw gevraagd hoe het er bij de kleimeester uitzag en toeging. Deze raadde haar aan, haar man in ieder geval een onrust bijv. drie blanke viskoppen, een van een karper, een van een snoek en een van een zeelt, in de jaszak te steken. Zij stonden voor God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Daarvoor moet hij deze nog enige uren in zoutwater leggen. Voortdurend door elkaar geschud veroorzaken deze een onrust, die alle boze geesten en zelfs de duivel zelf nerveus en vooral onopmerkzaam maken. Een aantal knoflooktenen in de broekzak was eveneens een goede bescherming tegen allerlei ongemak en boze geesten. (1) Aldus ging Peter een paar dagen later op een voormiddag, goed verzorgd op weg naar het op goed drie
pagina 14
uur gelegen Krottenwinkelbach naar de kleimeester. Zoals beschreven vond hij de hoeve, die vooral als vilderij bekend stond, aan een snel stromende beek. Toen hij aankwam had de kleimeester juist bezoek van een paar ongure kerels. Men zei, dat die van tijd tot tijd hier samenkwamen om over bepaalde, voor hen onaangename personen recht te spreken. Toen hij Peter gewaar werd, kwam hij hem tegemoet en vroeg wat hij wilde. Peter vertelde over zijn tegenspoed. De uilenboer luisterde en zei, ik heb nu geen tijd. Peter moest terug naar huis en er de andere morgen om 9 uur weer zijn, dan zou hij het hem kunnen zeggen. Het was al laat in de middag en Peter had niet veel zin om nog ver te lopen, al helemaal niet naar huis. Hij verborg zich in een strohut, die bij de Uilenhoeve hoorde en wilde daar de nacht doorbrengen. Hij kon de slaap niet vatten en hij hoorde hoe de lugubere kerels op een later uur, zoals het zich liet aanhoren, met ruzie uit elkaar gingen. Spoedig daarop, het was kort voor middernacht, merkte hij dat de uilenboer uit zijn huis kwam en naar de beek liep. Daar lag een grote platte steen op de bodem. Het was blijkbaar een aan de duivel toegewijde plaats. Hij mompelde daar iets voor zich uit, nam iets uit zijn jaszak en strooide het in het water. Hij hief nog een paar vuistgrote stenen van de grond en wierp die eveneens in het water. Toen begon in het naburige dorp de kerktorenklok 12 uur, middernacht, te slaan. Bij de laatste klokslag schreeuwde hij met luide stem in de richting van het nabij gelegen bos
De Molenvriend 63, juni 2008
“Groene jager, kom!” In de verte weerlichtte en donderde het. Het water bruiste, een stormwind stak op zodat de bomen bogen en daar stond de boze bij de uilenboer en vroeg wat hij wenste. Deze vertelde hem van Peters grote nood en verzocht hem om raad en hulp. “Het stinkt hier naar knoflook en in een jaszak zitten een paar heel onrustige, nare zaken, die moeten verdwijnen. En bovendien hoort iemand ons en kan ons zien. Zorg er voor, dat deze oren gestopt en die ogen uitgestoken worden, dan zal ik je zeggen waar de molendelen zijn.” Echter de kleimeester liet zich niet afschepen. “Je moet mij helpen. Ik heb zoëven grote narigheid met mijn handlangers gehad, ik heb een succes nodig, mijn roep als heksenmeester staat op het spel.” In zijn schuilplaats hoorde Peter alles mee aan. Hij voelde zich steeds minder op zijn gemak, waar had hij zich mee ingelaten. De duivel fluisterde de kleimeester iets in het oor en verdween. De kleimeester ging terug naar zijn huis en verdween eveneens. Daarna was het doodstil in het huis. De volgende morgen, even voor 9 uur, kwam Peter overeind, zag na of alles nog in zijn zakken zat en schudde de viskoppen krachtig door elkaar. De knoflooktenen! Ja, zij waren er. Dan ging hij naar de uilenboer. Die was helemaal buiten zich zelf. “Wat jij gedaan hebt,” schreeuwde hij naar Peter, “gaat alle perken te buiten. Morgenvroeg ben je om 9 uur boven op de oude Kohlhaldenstraat. Daar staan drie oude eiken aan de kant van de weg, daaronder een oud stenen veldkruis en daarachter moet je je verbergen. Spoedig zal een eigenaardige kar voorbij rijden, bespannen met een kreupel paard en een oude os, die nauwelijks vooruit komt. Ook de voerman heeft ze niet goed op een rij. Volg dit span op grote afstand, zodat je niet wordt opgemerkt. Na een half uur gaans zal de kar links een bijna onzichtbare weg inbuigen. Blijf hem volgen. De man komt met zijn gespan bij een beek welke hij een stuk zal volgen. Dan komt hij op een plaats die voor de bouw van een molen goed geschikt is. Daar heeft hij jouw molenstenen en al het andere onder het gras en struikgewas verstopt en daar wil hij een nieuwe molen bouwen. Loop bliksemsnel op hem toe, steek het paard en de os een knoflookteen in de bek, schudt voortdurend je viskoppen en spreek de man aan. Hij zal je in alle zaken van dienst zijn. Let wel: er zijn geweldige machten tussen hemel en aarde, tussen goed en kwaad, die tegen elkaar strijden en elkaar ten val willen brengen. Pas op, dat je niet tussen de snel draaiende molenstenen terechtkomt en
De Molenvriend 63, juni 2008
door hen vermalen wordt. Let daarom op al mijn aanwijzingen en volg ze zeer precies op. En verdwijn nu.” Dat liet Peter zich geen tweemaal zeggen. Maar wat heeft dit alles te betekenen? Peter was geheel ontdaan en maakte zich ijlings uit de voeten naar huis. Totaal uitgeput kwam hij daar aan. Hij was korzelig en opgewonden en wisselde slechts een paar grove woorden met zijn Gretel. Het zat haar echt niet lekker, zij had een grote vage angst en huilde stil voor zich heen. Wat was er in deze paar uren van haar Peter geworden? Een asgrauw gezicht en grijze haren had hij ’s nachts gekregen en hij was heel beverig geworden. Hij ging liggen en sliep een paar uur. Maar hij had niet veel tijd, de weg naar Kronhalde was ver. Hoewel hij daar nog nooit was geweest vond hij zonder problemen de weg. Eveneens de genoemde drie eiken en het veldkruis. Het was echter ook de hoogste tijd, het was zo 9 uur en nauwelijks had hij zich verstopt of hij hoorde al in de verte met luid kabaal en gescheld een kar aankomen. De voerman bleek een zeer weerzinwekkend mens te zijn. Hij vloekte onafgebroken en sloeg zijn dieren aanhoudend met een stok. En nu verliep alles precies zo als de Uilenboer voorspeld had. Hij volgde de kar op voldoende afstand en toen deze op de aangegeven plaats aan de beek stopte, trad Peter vastberaden naar voren. Hij liep op de man toe terwijl hij de viskoppen schudde en hem de knoflooktenen liet zien. In het voorbijgaan stak hij het paard en de os een knoflookteen in de bek. De man was volledig verrast. Alles was als betoverd en verstard. Het was opeens heel stil geworden. Zelfs de beek hield op met kabbelen, de wind was gaan liggen en Peter voelde dat hij de situatie meester was en alles in zijn macht had. Hij keek de man strak aan en zei slechts: “Je bent op de hoogte, schiet op! Mijn molen!” Hij draaide zijn kar in een wip en met reuzenkracht trok hij de molenstenen met alle toebehoren uit de schuilplaats en laadde het op de wagen. Peter moest slechts oppassen dat hij hem niet uit het oog verloor. Hij voelde dat de man op een gelegenheid wachtte te ontsnappen. Toen de wagen geladen was zei Peter: “Nu over de kortste en snelste weg naar mijn molen.” Dat ging bliksemsnel en bij de molen aangekomen begon de man direct met het afladen en opbouwen van het maalwerk. Peter lette goed op, dat alles op de juiste plaats kwam en verloor de eigenaardige man niet uit het oog en schudde de viskoppen weer krachtig
pagina 15
door elkaar. Toen alles klaar was, sprong Peter op hem toe, gooide hem op de grond en sprak de verlossingsspreuk van de betoverde dief, zoals hem die door de enge Uilenboer bevolen was: “Ga heen, vanwaar je bent gekomen en zorg er voor, dat je je handen noch aan mijn of die van vreemd bezit legt. Ga heen in drie duivelsnamen!” (2) Hij wees met zijn duim naar de weg en zei grof: “Rot op.” En zie: meteen was de hele spokerij voorbij en de molen draaide weer. Had hij gedroomd? Maar helaas begon hij heel goed te merken dat het geen droom geweest was. Toen zijn molenrad weer draaide, zijn molen weer klapperde en het gerucht rondging dat Peters molen weer koren kon malen, kwamen de boeren slechts aarzelend naar hem terug en brachten maar een klein deel van hun benodigdheden naar Molenpeter. Hoe goed hij het meel ook maalde en nog zo gunstige prijzen berekende, de boeren waren wantrouwig en kwamen niet meer zo als vroeger. Op een dag zei zijn schrandere Gretel: “Moet niet iedere boer ieder jaar opnieuw zaaien als hij in de herfst wil oogsten? Kan het dan, na alles wat ons is overkomen, eenvoudig zo verder gaan alsof er niets gebeurd is? Zonder gezaaid te hebben kunnen wij toch niet oogsten? Dit is een goed nieuw begin. Wij moeten vind ik, een offer brengen. Wij hebben toch onder de vloer dat kleine linnenzakje met heel wat dukaten verstopt, die wij voor het geval van uiterste nood opzij gelegd hebben. Wat denk je, als wij af en toe zo’n dukaat in de zak meel van een onzer boeren stoppen, wat er dan gebeurt?” Er waren echter dukaten bij van Peters vader en grootvader, deze waren heilig voor Peter en die wilde hij niet afgeven. Maar uiteindelijk kreeg hij het toch over zijn hart en liet er een in het meel vallen van een grote gierige boer, die nog maar zelden koren naar de molen bracht. Zo deed hij het ook nog vele keren bij andere boeren. Enige tijd verstreek en daar stond de gierige boer weer met enige zakken voor de deur en wilde zijn koren gemalen hebben. Ook anderen kwamen nu in korte tussenpozen weer met hun barstensvol gevulde korenzakken. Gretel had louter die lieden uitgezocht, die ervoor bekend stonden, dat zij nieuwtjes moeilijk voor
pagina 16
zich konden houden. Zo ging het praatje snel rond dat in Peters meelzakken soms het geluk te vinden was en dat wilde niemand missen. Peter stopte nu nog maar zelden een dukaat in het meel, maar zijn molen liep spoedig weer dag en nacht. Al gauw had hij weer zijn aanzien zoals vroeger en kon zelfs weer een heel behoorlijk maalloon voor zijn werk verlangen. Hij was allengs een welgesteld molenaar geworden.(3) Toen ik op een late namiddag in de herfst onder naar de molen liep om naar mijn meel te vragen stond de molen stil. Dat was in lange tijd niet meer gebeurd. Voor de molendeur stond een knoestige wandelstok. Ik ging naar binnen en hoorde dat er in het meelkamertje gesproken werd. Ik stond achter de deur die op een kier stond en kon het hele gesprek aanhoren. Ik had weliswaar een enigszins slecht geweten, maar wat ik daar te horen kreeg, fascineerde mij in hoge mate. De oom van Peter, die in een verafgelegen stad bisschop was, was tijdens een wandeling hier aangekomen. Peter vertelde hem juist die zeer merkwaardige geschiedenis. Toen zij klaar waren heb ik me heel stilletjes teruggetrokken. Echter, Peter moet iets van mijn aanwezigheid gemerkt hebben, want mijn tot nu toe goede verhouding tot Peter had een deuk gekregen. Tot nu toe heb ik die geschiedenis voor mij gehouden. Het is nu al meer dan een jaar geleden, dat Molenpeter is overleden – zijn Gretel is al lang dood – en nu heb ik besloten, jullie als eerste deze geheimzinnige geschiedenis van de Spookmolen, wiens naam ze niet meer kwijt raakt, te vertellen. Peter was de laatste bewoner van de molen. Sindsdien is er niemand meer gevonden die hier wilde intrekken. De molenbeek en de vijver verzanden, het molengebouw begint te vervallen en de naam Spookmolen krijgt steeds meer zijn ware betekenis. Bronnen: 1. Der sympathetische Hausarzt, von Karl Körber im Verlag Moritz Schäfer, Leipzig 1866. 2. Hexenspruch und Zauberbann, von H. Frischbier, Berlin 1870. 3. Nach Wolfgang Strakosch, Dillingen/Bayern Murrhardt, februari 2006 Die Geistermühle, vrij vertaald uit het Duits door Frits Harteman
De Molenvriend 63, juni 2008
Molenpoëzie De Oude Molen Eenzaam staat de oude molen Op de wijde esch En zijn lange wieken jagen Zonder morren, zonder klagen, In een niet te stuiten vlucht, Suizend door de lucht. Als een goede, trouwe waker, Staat hij, hecht en sterk Op dezelfde vruchtb’re aarde, Die het gele koren baarde, Dat eens de esch gelijken dee’ Op een gouden zee. Voortgedreven door zijn wieken, Klopt en knerst zijn hart. En zijn stenen breken ’t koren, Zilver wordt uit goud geboren, Elke korrel geeft haar deel Voor het witte meel. Sinds geslachten, oude molen, Staat gij op uw post. En of stormen om U braken, Of Uw wieken deden kraken, Mocht de donder om U gaan, Gij hebt ’t al weerstaan. En de tijd drukt’op Uw flanken Zijnen stempel neer En verweerd, maar ongebogen, Staat ge als een lust voor d’oogen Als een schoon en kostpaar pand, Boven ’t korenland. Eenzaam staat ge, oude molen, Op de wijde esch. Moog nog lang Uw lied weergalmen, Over zwaar beladen halmen, Zing nog wieken, zing Uw zang, Jaren, jaren lang! L. Koops, uit “Zwaaiende Wieken” van H.A.Visser
De Molenvriend 63, juni 2008
Eerder geplaatst in de Kampioen 1934
pagina 17
De molenbiotoop De Korenbloem te Oploo Standerdmolen De Korenbloem lag vroeger net buiten het dorp. In de loop der jaren is Oploo gegroeid, zodat de molen nu in het dorp ligt. In alle windrichtingen is bebouwing te zien. Van zuidwest tot noordoost vormen de dichtsbijzijnde huizen een soort halve cirkel om de molen. De huizen staan op ongeveer 50 meter afstand. Wat betreft bomen bij de huizen valt de windbelemmering gelukkig erg mee, afgezien van twee hoge dennen op het westen.
Verder vormen de drie grote eiken op het zuidoosten forse windbelemmering. Vanaf de molen gezien begint in zuidwestelijke richting bij de eerste huizen ook een bomenrij langs de weg. Volgens molenaar Jan van Riet zullen deze bomen niet al te groot worden. De molen is goed zichtbaar vanaf de weg door het open grasveld rondom. De vijver bij de watermolen geeft in zuidelijke richting nog extra vrije ruimte.
Streefsituatie
hoogte (m)
10
max. hoogte 4,2 m (4,9 m)
hoogte berg: 1m
max. hoogte 6,9 m (8,9 m)
max. hoogte 5,5 m (6,9 m)
5 0 30
0
50
100
150
200
250
300
200
250
300
eik ZO
15 0 0
50 dichtsbijzijnde huizen
100
150 afstand (m)
Berekening van de maximale objecthoogte: de molen is een standerdmolen op een verhoging van ca. 1 meter. De askophoogte komt voor deze molen op 14,25 meter. Volgens de normen voor ruw terrein is het donkergrijze gebied de toegestane objecthoogte, voor gesloten terrein komt daar het lichtgrijze gebied bij. Bij de onderste figuur zijn de hoogte- en afstandschaal gelijk en zijn ter illustratie de molen en enkele hoge objecten uit de omgeving aangegeven, bij de bovenste figuur is voor de duidelijkheid de hoogteschaal 3x uitvergroot. De getallen geven de maximale objecthoogte op basis van ruw terrein aan, de getallen tussen haakjes de waardes op basis van gesloten terrein.
pagina 18
De Molenvriend 63, juni 2008
Actuele situatie per windrichting NO: De huizen staan hier op 6070 meter van de molen, in de verte de kerk
Beoordeling biotoop: 1 slecht 2 bedenkelijk 3 matig 4 aanvaardbaar 5 goed W:
N NW
Twee hoge dennen
NO 3 3
4
W
3
O
3 4
1 4
ZW
ZO Z Z:
O:
Tussen ZO en O staan op 35 tot 45 meter van de molen volwassen eiken
Richting de watermolen is het open
ZW: Het grasveld en de straat geven wat vrije ruimte, langs de straat staan kleine bomen
Eindbeoordeling Volgens de officiële normen van De Hollandsche Molen zijn diverse objecten in de buurt van de molen duidelijk te hoog, ook binnen de eerste 100 meter. In de directe omgeving van de molen zijn niet al te veel hoge bomen, zodat de biotoop zeker niet slecht te noemen is. Een standerdmolen is, als grondzeiler, wat betreft windvang natuurlijk in het nadeel ten opzichte van een stelling- of bergmolen. De vrije ruimte rond de molen zorgt er echter voor dat de “Korenbloem” regelmatig kan draaien en malen.
De Molenvriend 63, juni 2008
De eindbeoordeling van de biotoop komt uit op matig. Voor een molen die vrijwel midden in de bebouwde kom ligt, is dat zeker niet slecht. Molenaar Jan van Riet is dan ook redelijk tevreden met zijn biotoop. Tekst: Mari Goossens en Marko Sturm Foto’s: Mari Goossens
pagina 19
Aan de licht Frans Heessen Waarom wil je eigenlijk vrijwillig molenaar worden? Voor sommigen een moeilijke vraag. Het gebeurde op de Nationale Molendag 2006. Toevallig was ik op die dag op de fiets met een bevriend echtpaar vanuit onze woonplaats Mook, via de veerpont naar Cuijk op weg naar Grave. We passeerden Katwijk en toen stond daar een heel uitnodigend bord voor bezichtiging van de molen, een houten achtkant boven op een woonhuis; heel bijzonder in deze streek, maar dat wist ik toen nog niet. Door de enthousiaste verhalen van Peter Simons die ons daar ontving, en die alles vertelde wat we horen wilden en nog veel meer, heb ik het plan opgevat om na mijn pensionering de opleiding van het Gilde te gaan volgen. Het leek mij een leuke en ook nog nuttige bezigheid voor mensen die, net als ik, wat meer tijd hebben gekregen. In januari 2006, net met pensioen, heb ik via internet informatie gevraagd en voor je het weet zit je er in, want na betaling word je geacht in opleiding te zijn. Zoals u weet ligt Mook in Limburg, maar het duurde vrij lang eer ik contact kreeg met de Limburgse afdeling van het Gilde, waarschijnlijk als gevolg van een bestuurswisseling. Daarom heb ik zelf gebeld met Theo van Bergen omdat, gezien vanuit Mook, in Oeffelt de dichtstbijzijnde instructiemolen staat. Na overleg met de Limburgers werd ik gastvrij ontvangen op de Vooruitgang door Theo en door John Houben. In het begin was het best lastig om als nieuweling naast de gevorderde leerlingen Peter en Gerd mee te draaien, maar toen Rob Snel in het voorjaar er bij kwam ging het ineens sneller. Intussen hebben we al heel wat praktijkuren kunnen noteren. Niet alleen bij de Vooruitgang, maar ook bij de Korenbloem met Jan van Riet in Oploo en niet te vergeten op de Katwijkse molen bij Peter Simons. Ook aan de theorie hebben we al heel wat uren besteed. Het gaat nu zo goed dat we binnenkort toelatingsexamen mogen doen (bij de molen De Pegstukken in Schijndel). Ik vind het nog steeds heerlijk, als je naast zo’n monumentaal en imposant werktuig staat en de wieken komen langs je heen zoeven, terwijl je alles onder controle hebt. Via Rob Snel zijn we in contact gekomen met de gemeente Heumen, die drie molens in bezit heeft die
pagina 20
alle drie niet draaien. Na Limburg en Brabant komen we zo in Gelderland terecht. Na een gesprek op het gemeentehuis kregen we meteen de sleutels mee. Het gaat nu om de Maasmolen, een standerdmolen uit 1741 in Nederasselt en de Joannesmolen in Heumen. Deze laatste molen, een stenen grondzeiler met zelfzwichting op één roede, wordt momenteel gerestaureerd door de Firma Coppes. Door moeilijkheden tussen de gemeente en de vertrekkende vrijwillige molenaar van de Joannesmolen, die intussen een bedrijf heeft opgezet, kunnen we daar pas later terecht. Het is heel onbevredigend nu. We hebben de Maasmolen grondig schoongemaakt en gesmeerd en Coppes heeft hem nog geïnspecteerd en in orde bevonden. Hij staat helemaal klaar, maar we kunnen nog niet draaien totdat de aanstelling door de gemeente en de verzekeringen van ons als vrijwillige molenaars goed geregeld zijn. Van het plan om met Koninginnedag en op de Nationale Molen- en Gemalendag 2008 te draaien is dus niets terecht gekomen. Jammer, volgend jaar beter.
De Molenvriend 63, juni 2008
Een Hollands meesterwerk bij Florence Tijdens een bezoekje bij Jan van Haren bleek dat we beiden in Toscane (voorjaar 2007) op vakantie gingen. Jan vertelde dat hij daar in 2003 ook geweest was en met Hans Titulaer daar een afspraak had willen maken bij een molentje waar Hans een molensteen zou leveren en het bedrijfsvaardig zou restaureren. Ze liepen elkaar mis omdat Hans er een dag later arriveerde. Vorig jaar zou Jan er tijdens zijn vakantie weer eens langs gaan om te bekijken wat het geworden was en hij heeft er wat foto’s gemaakt. Als redacteur van ons blad heb ik beide heren een interview afgenomen wat tot onderstaand artikeltje heeft geleid. Het molentje is lieflijk gelegen in een dalletje tussen twee bergruggen in Toscane 20 km noordoost boven Florence en iets ten noorden van Pontasieve. Hij heet
Met gewichten aan de heklatten wordt het gevlucht gebalanceerd
Mulino a Vento di Monterifrassine. Het heeft dwarsgetuigde wieken en samengestelde houten roeden. Hoe kwam Hans Titulaer daar terecht? Via Nederlanders, die daar gingen wonen en die weer een molenares kenden, die vroeger bij Hans gelest had, kwam het contact in 2002 tot stand. In de zomer van 2002 besloot Hans tot een inspectiebezoek. De eigenaar, een wijnboer, had de molen een paar jaar eerder cosmetisch laten restaureren. Voordien was het
Jan van Haren bij de Mulino a Vento di Monterifrassine
De Molenvriend 63, juni 2008
Op de kapzolder
pagina 21
erg dunne tap van de koning slechts in een ijzeren plaat liep, werd daaronder tegen de ijzerbalk een kogellager bevestigd. Helaas is de molen vrijwel niet te kruien omdat het voeghoutenkruiwerk niet goed uitgevoerd is. Aan de westzijde loopt pal langs de molen een weg zodat het gevlucht over de openbare weg zou scheren. De molen staat nu constant op het noordoosten. Daar komt in dit gebied de beste maalwind vandaan. Wat ook mee bepaald wordt door de ligging van de bergen. ’s Zomers bij mooi weer waait de wind uit het westen, maar is minder krachtig. Aan het einde van dit bezoek konden ze de molen al wel laten draaien. Tijdens deze eerste inspectieronde kwamen nog meer mankementen aan het licht. De molensteentjes (80 cm) waren van gewoon beton, pasbalk en licht ontbraken etc. In mei 2003 is Hans alles gaan inmeten en heeft in Nederland een aantal zaken gemaakt en besteld, o.a. nieuwe stenen, rijn, bolspil, steenbus, kuip, kaar en schuddebak. Deze spullen werden naar Toscane verzonden. Tijdens dit bezoek werd ook een constructie aangeDe maalgang met aandrijving
een ruĂŻne waarvan niemand zich nog kon herinneren dat hij ooit gemalen had. De restauratie werd gedaan door een Duitse firma die helaas geen echte molenbouwers waren. De aangebrachte 8 zeilen kwamen van Van Neerven. Het probleem was dat de molen nauwelijks kon draaien, niet kon malen en niet te kruien was. Hans bood zijn diensten aan onder voorwaarde dat hij met zijn gezin daar de vakantie konden doorbrengen. Tijdens die inspectieperiode werden alle wiggen aangeslagen en bouten aangetrokken, zwichtlatjes aangebracht en het gevlucht uitgebalanceerd door ijzeren staven aan de onderste heklatten te maken (zie foto). De geleverde zeilen waren te kort op de wieken vastgezet zodat ze heel moeilijk te zwichten en op te rollen waren. Hans heeft het lange halstouw vervangen en aan de andere roede bevestigd en de helft van het grote aantal kikkers op de roede er afgehaald. Het vangen van de molen moest binnen in de kap gebeuren en was erg onpraktisch. Uit aanwezig gekapt cederhout konden bij een plaatselijke zagerij de onderdelen voor een nieuwe vangtrommel gemaakt worden alsook een hanetree om bij de pen en hals te kunnen komen. Bij een smid werden een sabelijzer, een katrol en vangketting gehaald. Zo kon er een nieuwe vanaf buiten te bedienen vangconstructie gemaakt worden. Omdat de
pagina 22
Het bovenwiel met de vang. De trekstangen die het doorbuigen van de voeghouten verhinderen zijn nog net te zien
De Molenvriend 63, juni 2008
bracht om het doorzakken van de voeghouten te verhelpen. Op de foto is boven de vang aan beide kanten nog juist de trekstangconstructie te zien. Toen in de zomer Hans weer terugkwam op zijn vakantieadres, hij was Jan dus mis gelopen, kon het meesterwerk afgemaakt worden. De naar Italië verzonden spullen werden ingebouwd. Met zichtbaar genoegen vertelt Hans hoe hij met behulp van plaatselijke lieden, o.a. zagerij en smid de klus kon klaren. Aan de hand van tekeningen werden uit de ceders de kaarbok, kaarbalken en pasbalken gezaagd. Er werd een spindel met handwieltje gevonden voor de bediening van de licht. Juist voordat ze weer huiswaarts moesten stak er nog een gunstig windje op zodat ze nog konden proefmalen. Het meesterwerk was af, de klus geklaard. Hans keerde tevreden een ervaring rijker en mooi gebruind naar huis. In 2004 heeft een Duitse molenaar nog even wat met de molen gemalen. Helaas zijn in december 2006 tijdens een storm de zeilen stuk geslagen en er nu afgehaald. Op de foto hierboven kun je naast de schade ook goed de samengestelde roeden zien. Er schijnen nieuwe zeilen te worden besteld. Toen Jan van Haren daar vorig jaar was, trof hij er de molenaar die naast de molen een restaurantje drijft.
Het dwarsgetuigde wiekenkruis met zeilen
De molen was open voor een groep Duitse toeristen. Jan maakte aansluitend gebruik van het restaurant en kon het molentje bekijken en een paar foto’s maken. Hij vond het een leuk, net, maar een piepklein molentje. Tekst: Mari Goossens Foto’s: Jan van Haren, interieur Hans Titulaer
Molens in de regio Om uiteenlopende redenen ontbreken de nieuwsberichten over enkele molens. We hopen dat we in een volgend nummer weer over alle molens verslag kunnen uitbrengen.
beuren. Hier was Ria Harteman goed voor. Jos van de Heijden heeft een mooie stolp gemaakt en samen met het plateautje is het een mooi geheel geworden. Bij deze is iedereen uitgenodigd onze beschermheilige op de meelzolder te bewonderen.
De Nooitgedacht te Afferden De Jan van Cuijk te Cuijk Over de molen valt niets nieuws te melden. Harrie Beijk heeft het momenteel druk, zodat hij er niet aan toe komt om werkzaamheden aan zijn eigen molen te verrichten. De Martinus te Beugen De molenaars van de Martinus zijn er in geslaagd om in België een beeldje van Sint-Victor van Marseille op de kop te tikken. Zoals bij velen bekend is St.Victor de patroonheilige van de molenaars. Het beeldje was niet geschilderd, dit moest in eigen beheer ge-
De Molenvriend 63, juni 2008
In de eerste helft van 2008 is er met de eigenaar van de molen meerdere malen contact geweest over de onderhoudstoestand van de molen. Dit heeft tot het resultaat geleid dat de gemeenteraad een toezegging heeft gedaan, om voor dit jaar nog een bedrag van • 78.000,- beschikbaar te stellen. Dit wil men gaan besteden om de molen te voorzien van een nieuwe verflaag en te starten met de restauratie van het pakhuis. Hier moeten de toegangsdeuren vervangen worden, het dak van het pakhuis moet lekdicht gemaakt worden
pagina 23
Het Sint-Victor-beeld in de Martinus te Beugen De Jan van Cuijk met beschilderde zeilen alvorens de muren opnieuw gevoegd en afgesmeerd kunnen worden. Ook het betonrot in het betondek wordt aangepakt. Voor de molen zelf is er een subsidie bij monumentenzorg aangevraagd. De beide spruiten staan op het lijstje voor vervanging evenals werkzaamheden aan de kruivloer. Momenteel wordt er een bouwbestek gemaakt en vervolgens zal er een aanbesteding plaatsvinden.
brunch verzorgd op de molen. Dit is mogelijk gemaakt door Jumbo supermarkt Bosmans uit Cuijk. Voor een beeldverslag kan men zich wenden tot www.cuijktv.nl en de website van de molen, www.molenjanvancuijk.nl. De Bergzicht te Gassel
Een regionaal weekblad wist vlak voor 1 april te melden dat de moleneigenaar besloten had om de groen geworden molenromp te voorzien van een nieuwe verflaag. Om te voorkomen dat de molen weer snel groen wordt, zou er gekozen worden om de molen rood te schilderen. Hierop is door veel mensen gereageerd en het heeft de nodige reacties opgeleverd. Zelfs onze molenmaker heeft de gemeente Cuijk om opheldering gevraagd. Een geslaagde grap! Tijdens de molendag zijn er diverse activiteiten georganiseerd in en rondom de molen. Door schoolkinderen is er in de weken voor de molendag druk geschilderd op de oude molenzeilen. Tijdens de molendag hebben de geschilderde zeilen de molen gesierd. Ook werden er in de molen pannenkoeken gebakken. Deze activiteiten werden samen met comité 700 jaar Jan van Cuijk georganiseerd. Voor de schoolkinderen die aan de molenzeilen geschilderd hebben is er een
pagina 24
De molen stond de afgelopen tijd in het bijzonder in de belangstelling vanwege het 200-jarig bestaan. Zie hiervoor meer elders in dit nummer. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden. De Lindense stellingmolen te Katwijk Met Nationale Molendag hebben we een diepterecord gebroken met betrekking tot het aantal bezoekers, één echtpaar waarvan de vrouw beneden is blijven staan en één trouwe fan met zijn vader die bij veel molenaars in deze regio bekend is. Door deze ongeëvenaarde opkomst hebben we lekker kunnen klussen. Omwille van het lesprogramma van de leerling-molenaars hadden we de maalstenen opengelegd en hierbij geconstateerd dat de steenkraan 15 cm uit het midden van het steenkoppel staat. We hebben de steenkraan verplaatst en daarna de loper zonder problemen terug gelegd. Het was een welbestede Nationale Molendag.
De Molenvriend 63, juni 2008
De Vooruitgang te Oeffelt Vanuit Oeffelt gaan dit keer twee mensen op toelatingsexamen in het voorjaar, Rob Snel en Frans Heessen. Verder zijn Jos v.d. Heyden (Groeningen), Bart Tonies (Ravenstein) en Ad van Summeren (Volkel) volop bezig zich voor te bereiden en de opleiding af te ronden. Gestart is Pierre Gielen (Boxmeer). Verdere zaken: de kap is weer eens vogelvrij gemaakt met gaas. Nationale Molendag is rustig verlopen. De molenaars telden 35 bezoekers. De Bovenste Plasmolen te Plasmolen Met inzet van vrijwilligers is de molen aan het begin van het seizoen weer maalvaardig gemaakt. Zie hiervoor het desbetreffende artikel in dit nummer. De Luctor et Emergo te Rijkevoort De stelling, welke geheel gerenoveerd is door de Firma Beijk, is op het schilderwerk na af. Het duurde even voordat de roestvrijstalen spijkers gearriveerd waren waarmee de stellingplanken vastgeslagen worden. Ook is het gevlucht provisorisch gerepareerd. De lange zeilklampen zijn vervangen en de windborden met bouten met vleugelmoeren vast gezet. Omdat de stellingplanken dichter tegen elkaar zijn gelegd, zijn er in de stelling gaten voor de kettinghaken uitgespaard. Vroeger konden we de kettinghaken tussen iedere ligger en iedere plank vastzetten voor het vastzetten van de wieken en zaten er aan de wieken “hoorntjes”om de ketting te bevestigen. Nu kan dat
maar op een paar plaatsen en zijn de “hoorntjes” vervangen door beugels waar de kettingschalmen in passen. Dat is voor ons veel prettiger. De schilder komt binnenkort om de molen compleet te schilderen. De molenbaard is ook vernieuwd, bij een regenbuitje sloeg het water er doorheen en hierdoor werden de koppen van de achtergelegen balken telkens nat. Zie de foto van de nieuwe baard. De nieuwe baard is groeiende en reikt nu tot aan de stelling. Nadat omwonenden klaagden over haaroverlast en één van de molenaars een koude kin kreeg, is deze baard vervangen door een houten exemplaar. De molendag van het Land van Cuijk en NoordLimburg bracht ondanks het koude weer 123 bezoekers op de molen. Met nationale molendag kwamen er 17 bezoekers, dit keer was het weer waarschijnlijk te goed. Met theehuis ‘De Theemuts’ in Rijkevoort is een arrangement met een bezoekje aan de molen georganiseerd, de eerste groepen hebben we inmiddels mogen ontvangen. Door muziekvereniging Sint Rochus uit Rijkevoort werd op zondag 25 mei een concert onder de molen georganiseerd wat goed bezocht werd. Op dit moment is Hans Titulaer bezig het koppel stenen in de molen opnieuw af te stellen en te scherpen. De Heimolen te Sint-Hubert Harry Daverveld meldt dat de molenaars de twee kruipalen die pal langs de muur van de inrijpoort staan opnieuw, maar dan dieper, hebben ingegraven. Deze kruipalen waren 15 cm te hoog in de belt geplaatst, zodat het gevlucht er niet langs of er overheen kon draaien, dit is nu opgelost. De vier zeilen zijn ook weer op het gevlucht geplaatst, nu kan de molen weer rustig zijn rondjes draaien. Ook zijn de beltdeuren aan de binnen- en buitenkant bewerkt met een hogedrukspuit, zo ook het onderste gedeelte van de ronde molenmuur. Het mos en de algen zijn verdwenen, het ziet er weer schoon uit, nu nog ’n keer de rest van de muur. Verder is er nog geen enkel bericht of teken van werkzaamheden in of aan de molen ontvangen. De Hamse Molen te Wanroij
Foto’s van de nieuwe baarden van de Luctor et Emergo te Rijkevoort
De Molenvriend 63, juni 2008
Jan Selten heeft weinig nieuws te melden. Op Nationale Molendag hebben ongeveer 40 mensen de molen bezocht. Het toilet is zo goed als klaar, er moeten alleen nog enkele kleine dingen afgewerkt worden. Tekst: Mari Goossens en Marko Sturm
pagina 25
Molenbezoek in de regio Ronde stenen bergmolen “Nooitgedacht” te Afferden Openingstijden: vrijdagmiddag 13:00 tot 16:00 uur Molenaar(s): Harrie Beijk en Harry Kaak Telefoonnummer(s): resp. 0485-531910 en 0485-516619 Ronde stenen bergmolen “Martinus” te Beugen Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Frits Harteman; Hans Heijs; Robert Hoffman en Marko Sturm Telefoonnummer(s): resp. 0485-572271; 0485-577330 en 0485-573616 Ronde stenen bergmolen “Jan van Cuijk” te Cuijk Openingstijden: zaterdag 9:30 tot 16:00 uur Molenaar(s): Stefan Willems Telefoonnummer(s): 0485-318028 Achtkante bergmolen “Bergzicht” te Gassel Openingstijden: op afspraak Molenaar(s): Jan van Haren Telefoonnummer(s): 0486-472419 Ronde stenen bergmolen “De Reus” te Gennep Openingstijden: woensdagmiddag van 13:00 tot 16:00 Molenaar(s): Harry Kaak en Jan Coopmans Telefoonnummer(s): resp. 0485-516619 en 0485-511760 Zeskante bergmolen “Mariamolen” te Haps Openingstijden: zaterdag- of zondagmiddag van 15:00 tot 18:00 uur Molenaar(s): Don Werts; Robbert en Sytske Verkerk Telefoonnummer(s): resp. 0485-322460 en 0485-313647 Achtkante bergmolen “Gerarda” te Heijen Openingstijden: zaterdagmiddag van 13:00 tot 16:00 uur Molenaar(s): Harry Kaak Telefoonnummer(s): 0485-516619 Achtkante stellingmolen te Linden / Katwijk Openingstijden: zaterdagmorgen van 09:30 tot 12:30 uur Molenaar(s): Peter Simons Telefoonnummer(s): 0485-313673
Ronde stenen bergmolen “De Vooruitgang” te Oeffelt Openingstijden: zaterdagmorgen van 10:00 tot 13:00 uur (winter) of 9:00 tot 12:00 uur (zomer) Molenaar(s): Theo van Bergen en John Houben Telefoonnummer(s): resp. 0485-361718 en 0485-320994 Standerdmolen “De Korenbloem” te Oploo Watermolen te Oploo Openingstijden: zaterdagmorgen van 09:00 tot 12:00 uur Molenaar(s): Jan van Riet; Piet Geenen Telefoonnummer(s): resp. 0485-383551 en 0485-382891 “De Bovenste Plasmolen” te Plasmolen Openingstijden: iedere tweede zaterdag van de maand van 11:00 tot 16:00 uur (van mei tot en met oktober) Molenaar(s): Karel Siebers en Peter Pouwels Telefoonnummer(s): 024-6963357 Ronde stenen stellingmolen “Luctor et Emergo” te Rijkevoort Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:30 uur Molenaar(s): Mari Goossens en Paul Verheijen Telefoonnummer(s): 0485-573815 Ronde stenen bergmolen “De Heimolen” te Sint-Hubert Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Harry Daverveld en Walter Cornelissen Telefoonnummer(s): 0485-453353 en 0485-478818 Ronde stenen bergmolen “Rust na Arbeid” te Ven-Zelderheide Openingstijden: zaterdagmiddag van 13:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Ludger Pauls Telefoonnummer(s): 0485-515789 Standerdmolen “De Hamse Molen” te Wanroij Openingstijden: zaterdag van 10:00 tot 14:00 uur Molenaar(s): Jan Selten en Jos Verberk Telefoonnummer(s): resp. 0485-452587 en 0485-578243
Ronde stenen bergmolen “De Korenbloem” te Mill Openingstijden: niet geopend voor bezoek (in restauratie) Molenaar(s): geen
N.B. De openingstijden zijn slechts een indicatie. In sommige gevallen is/zijn de molenaar(s) niet of op een ander tijdstip aan wezig. Wilt u zeker zijn van een bezoek aan de molen, dan adviser en wij u telefonisch contact op te nemen met de desbetr effende molenaar(s).
pagina 26
De Molenvriend 63, juni 2008
(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)
Beijk Molenbouw BV Rimpelt 15a 5851 EK AFFERDEN tel. 0485-531910 fax 0485-532305
De Molenvriend 63, juni 2008
pagina 27