Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Nr. 62
VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK Molenvereniging in het Land van Cuijk en Noord-Limburg
BESTUUR VOORZITTER
Mari Goossens Tel. 0485-573815 Walter Cornelissen Tel. 0485-478818 Fax 0842-110623 Frits Harteman Tel. 0485-572271 Peter Pouwels Tel. 024-3974266
SECRETARIS
PENNINGMEESTER BESTUURSLEDEN
D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER Park 8 5446 PH WANROIJ E-mail: molenvrienden@home.nl Bilderbeekstraat 23 5831 CW BOXMEER Vijverweg 6 6562 ZL GROESBEEK
LEDENADMINISTRATIE
Tel. 0485-322460 Park 8 Fax 0842-110623 5446 PH WANROIJ GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester
MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK
Hans Heijs Steenstraat 85A Tel. 0485-577330 5831 JC BOXMEER Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen
DE MOLENVRIEND 62
Colofon Jaargang 24, nummer 1, maart 2008 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden van de vereniging. De contributie hiervoor is € 10,--. Aanmelding kan geschieden door het bewuste bedrag te storten op de girorekening van de vereniging. De Molenvriend is een advertentiemedium. Prijs losse nummers € 1,50. ISSN 1384 8526 REDACTIE REDACTIEADRES
Harry Daverveld Mari Goossens Frits Harteman Peter Simons Marko Sturm Paul Verheijen D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER e-mail: mjfagoossens01@hetnet.nl De Erica 2 5831 RX BOXMEER e-mail: j.m.sturm@alumnus.utwente.nl
VERDER WERKTE(N) MEE
Peter Pouwels en Stefan Willems
ILLUSTRATIES
Theo van Bergen, Mari Goossens, Peter Pouwels, Marko Sturm en Stefan Willems
VOORPAGINA Een archieffoto van de Vooruitgang te Oeffelt met fokwieken (ca. 1945)
In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5
pagina 9
pagina 11 pagina 14 pagina 17
pagina 18
pagina 20 pagina 21
pagina 23
Colofon In dit nummer Van de redactie Mededelingen van het bestuur Het raadsel van De Reus waar komt de kantsteen onder in de molen vandaan? door: Peter Pouwels Jan I van Kuyc en de bergmolen Jan van Cuyk over de naamgeving van de Cuijkse molen door: Stefan Willems Jaarvergadering over 2007 door: Walter Cornelissen De Duitse blauwe molensteen door: Mari Goossens Glück zu! de molenaarsgroet van onze oosterburen door: Marko Sturm De molenbiotoop de actuele situatie van de biotoop van de Vooruitgang te Oeffelt door: Mari Goossens en Marko Sturm Molenpoëzie Aan de licht een molenaar stelt zich voor... door: Rob Snel Molens in de regio de stand van zaken omtrent de molens in de regio door: Mari Goossens en Marko Sturm
Van de redactie Bij het verschijnen van dit nummer 62 is de “aftrap” voor ons nieuwe verenigingsjaar gegeven met de jaarvergadering (waarvan verslag in dit nummer) en de molendag Land van Cuijk en Noord-Limburg op Tweede Paasdag (waarover hopelijk meer in een volgend nummer). Het jaar 2007 stond bol van de activiteiten op molengebied en voor 2008 staat alweer het nodige op het programma. In Gassel en Beugen een respectievelijk 200-jarig en 140-jarig jubileum en in Cuijk activiteiten in het kader van het Jan van Cuijk-jaar.
De Molenvriend 62, maart 2008
In dit nummer staan wederom artikelen over de geschiedenis omtrent een tweetal molens uit onze regio. Mari Goossens beschrijft diverse wetenswaardigheden over de, met name vroeger, veel gebruikte blauwe molenstenen. In de vaste rubrieken komt onder andere het nieuws uit de regionale molenwereld aan bod. namens de redactie Marko Sturm
pagina 3
Mededelingen van het bestuur Beste Molenvrienden, Bij het verschijnen van dit nummer is er voor het bestuur weer een drukke periode van vergaderen en voorbereidingen voor het nieuwe jaar achter de rug. Er staat de komende tijd nog van alles te gebeuren. Na het Jaar van de Molen waarin we volop in de belangstelling stonden, moeten we dit jaar niet achterover gaan leunen, maar de belangstelling voor de molen in de picture houden. Afgelopen december hebben we tijdens het jaarlijkse molenaarsoverleg (zie notulen verder in dit blad) nog even teruggeblikt naar de activiteiten rond het jaar van de molen. De geldelijke bijdrage die wij mogen ontvangen van de Hollandsche molen is bij het schrijven van dit artikel nog niet voor 100% duidelijk. Ondergetekende heeft met de Hollandsche Molen nog een gesprek gehad over deze kwestie en daarin werd ons toegezegd dat voor het gros van de molens in het Land van Cuijk en Noord-Limburg een subsidie van • 1250,- per molen beschikbaar is. Wij wachten af wat het resultaat gaat worden. Ook is er tijdens het molenaarsoverleg besloten om weer een regionale molendag te houden, en wel op 2e Paasdag. We hopen dat het weer en het publiek ons weer gunstig gezind zijn. Het leek ons leuk om bij de start van de lente het publiek eens in plaats van naar de koopzondag of meubelboulevard eens naar de molens te lokken. Vanuit het bestuur kan ik ook melden dat we bezig zijn om bij de molens in Noord-Limburg ook publi-
Bij overname van artikelen en/of foto’s, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit blad.
pagina 4
catieborden geplaatst te krijgen zoals ze al enkele jaren in het Land van Cuijk staan. De moleneigenaren en lokale overheden hebben we middels een brief om subsidie hiervoor gevraagd. Bij de volgende Molenvriend is hier misschien meer over te vertellen. Om met de PR-activiteiten verder te gaan wil het bestuur een commissie in het leven roepen die de PR gaat verzorgen met name rondom de activiteiten van de Molenvrienden met foldermateriaal, ansichtkaarten, dvd’s en het fysiek aanwezig zijn bij activiteiten in de regio en de vergadering van De Hollandsche Molen. Zoals ieder jaar is er ook weer de gezamenlijke maaltijd en ook dit jaar weer de excursie, hier komen we uiteraard later nog op terug, er wordt aan gewerkt. Volgend punt is dat dit jaar de molen van Gassel 200 jaar bestaat, en eigenaar/molenaar Jan van Haren wil waarschijnlijk op 2e pinksterdag zijn molen in het zonnetje zetten en enigerlei activiteiten ontplooien i.s.m. de Molenvrienden. Verder wil ik u allen er op wijzen dat er op 5 april tijdens de jaarvergadering van de Hollandsche Molen in Amsterdam het diploma windmolenaar uitgereikt zal worden aan onze leden Peter Pouwels en Gerd Hage, heren van harte gefeliciteerd met jullie diploma. Rest mij u allen nog een fijn leesplezier toe te wensen in onze 62e Molenvriend en de redactie te bedanken dat er toch weer iedere keer een prima blad gemaakt wordt. Walter Cornelissen, secretaris
De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.
De Molenvriend 62, maart 2008
Het raadsel van De Reus een molensteen als bruidschat? Aanleiding voor deze zoektocht vormt de molensteen die onder in De Reus te Gennep ligt. Hij is eeuwenoud en de herkomst ervan is onbekend. Deze steen is een z.g. Naamse steen die waarschijnlijk in gebruik is geweest als loper of pletsteen in een kollergang van een oliemolen. De steen met een diameter van 1,60 m heeft de inscriptie (Jan Nabben Trien zijn huisvrouw):
fossielen. Op die dikke laag dode kalkbeestjes moet eerst nog heel veel anders sediment komen om het heet genoeg (en de druk hoog genoeg) te maken, dan wordt het steen. Om het dan weer aan de oppervlakte te vinden moet al dat bovenliggende sediment er weer af en moet het tot boven zeeniveau getild worden! In tegenstelling tot een vulkaaneruptie duurt het vele miljoenen jaren!
IAN NABBEN TRIN SIN HVISF A º 1617 1670
Molensteen mogelijk afkomstig van windmolen Lonensteyn In het boek “Vesting ’t Genneperhuys” van Rien van den Brand vinden we op blz 73 onderstaande passage: Tegelijk met het afbreken van Lonesteyn, genoemd in de akte van 1412, moest met het vrijgekomen bouwmateriaal aan hout en afgebikte stenen het Genneperhuis volbouwd en versterkt worden. Er staat geschreven dat de afbraak zou dienen tot nutschap des huyss ten Haghe in der heirlichheit van Genp (en die) to starcken. Eén toren van Lonensteyn mocht blijven staan; deze was verhoogd om als graanwindmolen of zogenaamde dwangmolen te dienen. Men was verplicht hier zijn koren te laten malen. De molentoren van het slot Lonensteyn zou nog in gebruik blijven tot circa 1850. In dat jaar werd een nieuwe windmolen gebouwd aan de nieuw aangelegde Ottersumseweg ten noorden van de Niers buiten Gennep, later bekend als de Reus. De verplaatsing van de torenmolen naar de Ottersumse kant in het veld vond plaats tot groter gerief van de boeren die nu niet meer met al hun vrachten over de Niersbrug hoefden om in het stadje te kunnen komen. Bij het transport van de molen werd onder meer de grote afgesleten molensteen van een oliemolen, die ook in de torenmolen gevestigd was, overgebracht. Het opschrift van de steen luidt IAN NABBEN TRIN SIN HVISF 1617-1670. Ongetwijfeld heeft deze molen op het voormalig kasteelterrein Lonesteyn gelegen.
Hoe kwam deze steen in een korenmolen van 1850 terecht? Was hij misschien afkomstig uit de in 1672 door brand verwoeste oliemolen van de stad Gennep, welke hierna weer is hersteld en zeker tot 1749 in bedrijf is geweest? Naamse steen Belgische hardsteen of Naamse steen, is een grijsblauwe, harde kalksteensoort, waar kantstenen, maar ook halsstenen, van zijn gemaakt en zijn marien (uit de zee) van oorsprong. Micro-organismen met een kalkschelpje leven in zee, gaan dood, zinken en vormen een dik pakket kalk. Daarin zitten vaak fossielen van grotere schelpen. Kijk maar eens goed naar zo’n steen: vaak zie je witte vlekken en strepen, dat zijn de
De inscriptie op de molensteen onder in “De Reus”
De Molenvriend 62, maart 2008
Stadswindmolen op de molenberg In de Napoleontische tijd (1798-1814) zijn de molens blijkbaar ‘geprivatiseerd’. Want we lezen dan over een watermolen aan de noordoostkant van Gennep nabij de Niersbrug en over een windmolen op de zogeheten Molenberg (zuidoostkant). Ze zijn gezamenlijk eigendom van molenaar Theodor Berns uit Gen-
pagina 5
nep en Jan van den Bogaard uit Heumen. De windmolen is de waarschijnlijke opvolger van de torenmolen op dezelfde zuidoostelijke stadsmuur. Want in een lijst van Gennepse burgers uit 1562 is al sprake van personen die wonen ‘an die muyr an die de moelen staet’. Uit de straatsgewijze opsomming kan men opmaken, dat met deze molen die uit 1413 bedoeld wordt. In de nacht van 13/14 maart 1845 raakt deze stadsmolen, staande op gemeentegrond en bemalen door twee molenknechts voor de erven Berns en de erven Van den Boogaard, in brand. De twee mulders zijn op hun respectieve kostadressen en de molen is afgesloten. Om kwart over drie ’s nachts passeert de nachtwacht nog de molen zonder iets bijzonders op te merken. Een half uur later zien twee vissers schijnsel in de molen, dat zij voor een lantaarn houden. Maar om vier uur staat de molen in lichterlaaie. Het gangwerk, de kap en de roeden worden totaal vernield. Een zwartgeblakerde romp is alles wat resteert. De molen zal daar niet herbouwd worden. In 1875 wijst men bij de zuidoostelijke stadswal nog de plek aan waar de ronde fundamenten van de afgebrande molen zitten. Windmolen “De Reus” in Ottersum 1845 Deze bergmolen aan de Ottersumseweg te Gennep heeft de respectabele leeftijd van 162 jaar. Er is dus meer dan anderhalve eeuw geschiedenis te vertellen. Zijn ontstaan hangt nauw samen met het afbranden van de windmolen aan Genneps oude zuidoostelijke stadsmuur op de zogenaamde Molenberg (14 maart 1845). De eigenaresse van de molen Hendrina van Bergen, weduwe van de molenaar Jacobus van den Bogaard, had een vooruitziende blik. Zij ruilde grond met koopman Jan Peters uit Gennep op het Gennepsch Veld ten noordoosten van de Niers. Daar was van de gloednieuwe Rijksweg Gennep-Nijmegen een aftakking door Ottersum naar de Duitse grens bij Grunewald geprojecteerd. Een nieuwe molen aan deze grintweg vond zij profijtelijker dan herbouw aan de stadswal. Koren- en schorsmolen Augustus 1845 kregen zij en haar kinderen vergunning voor het bouwen ‘van een windkor en- en schorsmolen tusschen Gennep en Ottersum, aan den Regteroever van de Niers op Gennepsch terrein.’ (De gemalen eikenschors was bestemd voor haar leerlooierij in Gennep op de Niers). Haar zoon Theodorus Lamb. v.d. Bogaard trouwde in 1850 en kwam op de nieuwe molen. Zijn oudere broer Jan werd in 1872 eigenaar. Maar dat was niet van lange duur. Deze koopman Jan van den Bogaard was tevens wethouder
pagina 6
van Gennep en actief lid binnen het oprichtingscomité de NBDS, de Noord Brabantsch Duitsche Spoorwegmaatschappij. De zestien jaar jongere broer Eduard verkreeg de molen in 1873, maar deed hem 1878 van de hand om in Ven-Zelderheide een nieuwe te bouwen (“Rust na Arbeid”). De nieuwe eigenaar van de windmolen heette Catharina Fabia(a)n, geboortig uit Goch (Pruisen) en dat jaar 1878 gehuwd met Hendrik Wilhelm Willemsen, geboren in het eveneens Pruisische Palzdorf. Deze “Wimke van de meule” , zoals hij in de volksmond zou gaan heten, ging in zijn woonhuis naast de molen ook een broodbakkerij beginnen. Tevens kreeg hij vergunning om een locomobiel (8 pk; 2 atm.) in de molen te plaatsen. De stoom was bedoeld als aandrijfkracht voor het malen, en voor een houtzagerij (1880). Lag hier de oorzaak voor de brand die in 1882 de hele molen vernielde? Ooggetuigen vertelden later van het spectaculair gezicht: de enorme vonkenregen, de brandende, draaiende wieken die vlammende stukken hout in het rond wierpen, het door de enorme hitte omhoog geblazen graan. En bij dit drama een trieste aanblik: in de rossige gloed een ledikant in de tuin met Cath. Fabian, geveld door een aanval van jicht. Zij is sindsdien tot haar dood in 1934 panisch gebleven voor onweer en vuur. Nieuwe Reus De herbouw werd voortvarend aangepakt. Er verrees weer een stenen bergmolen met een gevlucht van 27 meter, met recht “De Reus”. In de molen kwamen drie koppels 16’er stenen, waaronder een blauwe Duitse. De vrees van Catharina werd helaas bewaarheid: de bliksem sloeg in, voordat de herbouw gereed was en deed de molenwand scheuren. Geen geluk met de molen? Wimke Willemsen zou toch meer dan 40 jaren hier malen! In 1909 plaatste Willemsen op de begane grond in de molen een petroleummotor van 10 pk tegen de noordmuur. In 1920 trouwde de enige zoon Willem Wenzel Lodewijk met een vrouw uit Liempde en kon hij het bedrijf overnemen op de toen gebruikelijke conditie: levenslang gratis kost en inwoning voor de ouders. Maar... het klikte niet tussen moeder en schoondochter. Dit leidde tot grote spanningen die naar een climax leidden: na een feestavond in een Genneps hotel werden de (schoon)ouders niet meer binnengelaten... Cath. Fabian kocht de molen terug (1921). Twee jaar later verkocht zij “De Reus” aan Johannes L. (Jean) Coopmans, die tot dan toe bij zijn vader op de molen “Rust na Arbeid” in Ven-Zelderheide gewerkt had. Naschrift Het is niet onwaarschijnlijk dat de steen die nu onder in de Reus ligt inderdaad afkomstig is van de stads-
De Molenvriend 62, maart 2008
windmolen, de voormalige torenmolen van de stad Gennep. Ook gezien het feit dat deze molen in 1845 afbrandt, en de nieuwe molen (De Reus) in hetzelfde jaar op Genneps grondgebied wordt gebouwd versterkt mijn vermoeden. Wel is het vreemd dat de nieuwe molen geen functie als oliemolen krijgt toebedeeld. Was er niet genoeg omzet voor of waren er andere concurrerende oliemolens in de buurt? Waarschijnlijk niet want in 1853 wordt op een steenworp afstand van de pas opgerichte molen een nieuwe olie en graanwindmolen gebouw, echter wel op Ottersums grondgebied. Vreemd dat men de oliemolensteen niet verkocht heeft voor hergebruik in de nieuwe oliemolen, of was is de verstandhouding tussen de beide molens niet zo goed? Allemaal vragen die in ons opkomen, maar waar we tot nu toe geen antwoord op hebben. Zoektocht via internet Via internet kwam ik na enig Googelen op de namen Joannes Nabben en Trijn, op de website van de familie Hendrix (members.home.nl/cpthendrix/) waarop onderstaande staat vermeld
Hallo Peter, Toos Hendrix heeft jouw mailtje doorgestuurd naar mij, zij denkt dat ik meer gegevens heb als zij, omdat zij de laatste jaren bijna niet meer met de Nabbens bezig is geweest. Wij hebben dus voor die tijd samen de stamboom Nabben onderzocht, en hebben aardig wat gevonden. Mijn naam is Jacob van Aken en woon in Oostrum. Ik heb dus het Nabben-bestand nagekeken en zag dat er ene Gossen Makaters op 8-8-1617 met Johanna Nabben was getrouwd te (Cuijck???). Dit jaartal is natuurlijk erg toevallig, je weet maar nooit, de naam Makaters heb ik trouwens in onze omgeving (Venray) nog nooit gezien. Met een beetje fantasie zou je kunnen denken dat deze molensteen een huwelijkscadeau is geweest. Aan jou de taak om te zoeken of deze Gossen Makaters een molenaar is geweest. Ik stuur je een klein stukje van de stamboom Nabben (zie kader). Met vriendelijke groeten,
Joannes Nabben, landbouwer, overleden te Venray voor 1639. relatie met Katharina Groenen, overleden te Venray voor 1651, begraven te Venray. Dit zijn Jan en Trijn, maar of het dĂŠ Jan en Trijn zijn?? Na het achterlaten van een bericht op deze site krijg ik na enige dagen het volgende berichtje terug.
Jacob van Aken (De molensteen met de namen vinden wij erg interessant) Op zoek naar molenaar Gossen Makaters Naar aanleiding van de naam Gossen gezocht in de molenkroniek en regesten van 1300 tot 1680 en onderstaande gegevens gevonden:
Parenteel van Joannes Nabben (Maes) I.1 Joannes Nabben (Maes), overleden voor 1639. Gehuwd voor de kerk circa 1590 met Catharia (Trineken) Groenen. Uit dit huwelijk: 1. Adolph (Alard) Nabben 2. Jacobus Nabben 3. Johanna Nabben, gedoopt (rk) 00-03-1598 te Venray (getuige(n): Mathias Wekens - Anna Ronghen). Gehuwd voor de kerk (1) op 08-08-1617 te Cuijck? Echtgenoot is Gossen Makaters, zoon van Hendrick Makaters en Willemken Lovendaels. Gehuwd (2) met Arnt Voesten. 4. Wilhelmus Nabben, gedoopt (rk) 00-12-1600 te Venray (getuige(n): Wilhelmus Winants Margaretha Pouwels). 5. Peter Nabben (zie II.10). 6. Maria Nabben, gedoopt (rk) op 09-06-1613 te Venray (getuige(n): Maria Maas - Gart Vermeulen).
De Molenvriend 62, maart 2008
pagina 7
vrijdag 28 november 1516: (vrijdag na St.-Catharina Maagd) VENLO: Lenart van Beryngen verkoopt met toestemming van zijn kinderen Jutte en haar man Wolter Mesmeker, Lenart en Gaelent, aan Willem van Oeyen, schepen, en Lisbeth zijn vrouw, hun zwager en nicht, ¼ deel van hun molen genaamd Muizenmoelen, gelegen buiten de Laarpoort, waarvan zij nu ook het ander ¼ deel aan Gossen de Molenaar verkocht hebben. GA Venlo, Oud Archief Venlo, inv. nr. 268.a.II. Vgl. 19-11-1601. 7 januari 1605: VENLO / BELFELD - Herman de Laat Lenerszoon en Gerardt van den Camp, schepenen van Venlo, oorkonden dat Johannes op Musemulen [eigenlijk: ingen Mandt] en diens vrouw Magdalena enerzijds en Barbara ingen Mandt, weduwe van Lenart van Arssen, met haar beide zonen Gossen en Tilman anderzijds, een scheiding en deling zijn aangegaan van de volgende goederen, hen aangevallen bij het kinderloos overlijden van Gerart Bugels en Elisabeth ingen Mandt, echtelieden, te weten: een weide onder Venlo gelegen buiten de ‘Melaten boom’, tussen de straat en de weide van Jan in gen Reipken; 6 morgen land genaamd Lenkens land aan den Ulants gaat en 1 morgen boomgaard en 1 morgen ‘resch’, de 6 morgen tienvrij, gelegen te Caldenkirchen; 4½ morgen land te Belfen gelegen in drie percelen, waarvan het een genaamd ‘den Hontsboeckel aent Loe’, het tweede ‘de Lange Camp’ en het derde ‘het wyhe erff’, schietend aan het broek; 15 haster rogge erfpacht uit Plonis land in de nieuwe erven; 1/3 deel van de rente en van een obligatie afkomstig van wijlen Lucas ingen Mandt;
pagina 8
-
verder 550 gulden welke Barbara voornoemd als weduwe heeft geleend aan haar broer Johannes en zijn vrouw Magdalena, tot aankoop van ¼ van de Musenmuelen van Herman Verheyen, en van 1/8 van die molen van de kinderen Roesteren, alsook tot het brouwen van hun brouwerij.
VROA 1925-1927, blz. 649. De Muysemoolen of muizenmolen te Venlo Als de Panhuismolen vroeger gelijkenis vertoonde met het huidige gebouw, dat prachtig gelegen is tussen de Van Schelbergenstraat en de Vijverhof, dan moet hij een van de fraaiste watermolens van Venlo zijn geweest. Watermolen en woonhuis lagen onder een groot pannen-zadeldak, voorzien van wolfseinden. Het gebouw is echter niet de oorspronkelijke molen, die de ‘Muysemoolen’ werd genoemd, deze lag aan de zuidzijde van de vijver, waar thans de Panhuisstraat ligt. De functie is steeds graan- of korenmolen geweest. Hij was voorzien van een bovenslagrad, dat het water uit een vergaarvijver ontving. De vijver werd gevoed door de Panhuismolenbeek, ook wel de Muizenmolenbeek genoemd. De beek had haar oorsprong op “de Sprung” aan de rand van het “Hoog Terras” – de Maagdenberg – ten oosten van de molen. Het molenbeekdal is gelegen in de steilrand tussen Venlo en Tegelen en vormt de scheiding tussen de Grote Heide en de Uhlingseheide. Van de 26 molens in Venlo is de Onderste Molen, naast de Panhuismolen, Hoogmolen en Watermeule, de enige overgebleven molen in Venlo. De Hoogmolen was een onderslagmolen, de andere molens waren bovenslagmolens. De Panhuismolen (opvolger van de Muizenmolen) heeft vrij korte tijd (50 jaar) als watermolen gefungeerd, waarmee de Onderste Molen voor het Venlose deel uniek is te noemen. Hoe het nu precies zit is en blijft een raadsel! Tekst en foto: Peter Pouwels
De Molenvriend 62, maart 2008
Jan I van Kuyc en de bergmolen Jan van Cuyk Jarenlang gingen we er vanuit dat de molen, die aan de rand van de Cuijkse wijk Padbroek staat, vernoemd is naar de Heere van Kuyc. Dit is gedeeltelijk waar, zij het dat de schrijfwijze van Cuijk in de loop van jaren is gewijzigd. Schreef men enkele honderden jaren geleden Cuijk nog als Kuyc. Later kwamen we nog enkele schrijfwijzen tegen als Kuik, Cuijck, Cuyk en Cuijk zoals we dit vandaag de dag nog schrijven. Wat onderzoek in archieven leert ons al snel dat de molen in 1860 door de Beerse molenaar Van Riet gebouwd is als molen ’t Hagelkruis en in de volksmond de Hagelkruische molen genoemd werd. Dit lijkt mij een heel logische naam voor de molen destijds. De molen was dan ook gelegen aan het Hagelkruis bij de weg van Cuijk naar St.-Agatha. Op veel plaatsen heeft in Brabant en Limburg een hagelkruis gestaan. Zo ook in de nabijheid van de Cuijkse molen. Een hagelkruis is vaak een houten kruis om bescherming af te smeken voor hagel, onweer en regen
Tot de jaren ’70 had de molen een eenvoudige baard zonder naam
voor bescherming voor mens, dier en gewas. In een oude advertentie die ik onlangs vond, waarin molenaar Vincent van Riet in december 1881 zijn diensten aanprijst aan het Cuijkse volk,wordt de molen de wind-, graan- en schorsmolen ’t Hagelkruis genoemd.
In 1881 had de molen Jan van Cuijk nog de naam ’t Hagelkruis
De Molenvriend 62, maart 2008
Pas voor het eerst wordt in archiefstukken gesproken van molen Jan van Cuyk op de uitnodiging die de Hollandsche molen rondstuurden in 1942 aan vele molenaars in het land. Het was op 21 november een bijzondere molendag. Die dag werden 3 molens feestelijk in gebruik genomen met de verrassende Van
pagina 9
advertentie bij de introductie van het systeem-Van Bussel op de Jan van Cuijk
Bussel stroomlijnneuzen. Wel kan nog gemeld worden dat de molen tot begin 70’er jaren van de vorige eeuw geen naamsvermelding had op de molenbaard. Tot die tijd had de molen een sobere wit geschilderde molenbaard met een rode bies afgezet. Zoals op de foto zichtbaar. In die tijd was het een rage dat de molens in deze regio door de molenmaker van een bonte kleurstelling werden voorzien. Tijdens de restauratie in 1974 werd dan ook door molenmaker Beijk een geheel andere kleurstelling aangebracht op de Jan van Cuyk. Ook werd toen in sierlijke letters de naam Jan van Cuyk met hieronder het jaartal 1860 aangebracht. We mogen er dan ook vanuit gaan dat in 1942 de molen een nieuwe naam heeft gekregen. In deze tijd heeft de molen ook een grote metamorfose doorgemaakt. Hij kreeg toen zijn witte uiterlijk en de molenbelt werd half afgegraven en voorzien van een pakhuis. Maar wie was nou die heer Jan van Kuyc? Hieronder een korte samenvatting van de heer van Cuijk. Jan I van Kuyc, 1230 - 13 juli 1308 Het geslacht “Van Kuyc” heerste van 1100 tot 1400 over het Land van Cuijk. De bekendste en belangrijkste vertegenwoordiger hiervan is ongetwijfeld Jan I. Hij is geboren omstreeks 1230 en werd in 1254 bij de dood van zijn vader Hendrik III diens opvolger. Al snel verwierf hij grote faam vanwege zijn diplomatieke kwaliteiten. Hij trad op als afgezant of als tussenpersoon van veel wereldlijke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, zoal de hertog van Brabant, de Rooms-koning, de aartsbisschop van Keulen
pagina 10
en vooral de Engelse koning, bij wie hij voor een jaarsalaris als gezant in dienst was. Vooral buitenlandse schrijvers zwaaien hem lof toe; een Franse schrijver noemt hem “een van de bekwaamste diplomaten van zijn tijd” en een Engelse historicus kenschetst hem als “zeer nauw betrokken bij de diplomatieke geschiedenis van de Lage Landen aan het einde van de 13e en het begin van de 14e eeuw”. Jan van Kuyc was getrouwd met Jutta van Nassau, uit dit huwelijk zijn 9 kinderen geboren. In 1288 streed hij aan de zijde van de hertog van Brabant dapper mee in de slag van Woeringen (in de buurt van Keulen) tegen de graaf van Gelre en de aartsbisschop van Keulen. De middeleeuwse schrijver Jan van Heelu jubelt: “Hier noemic nu eenen van de besten …: dat was van Kuc her Jan.” Deze slag, die door Brabant werd gewonnen, wordt door een Duitse geschiedschrijver genoemd “eine historische Entscheidung im europäischen Nordwesten” [een historische beslissing in Noordwest-Europa, red.] en één van de mijlpalen op de weg naar een “rheinische” en een “niederländische Welt”. Een belangrijke rol heeft Jan ook gespeeld in de gebeurtenissen die in 1296 geleid hebben tot de moord op graaf Floris V. Mede hierom is hij door latere Hollandse geschiedschrijvers erg verguisd. Bij zijn tijdgenoten bleef hij echter in hoog aanzien. Maar bij dat alles verloor Jan zijn onderdanen niet uit het oog. In 1290 sticht hij het St.-Catharinagasthuis in Grave, bestemd voor de verzorging van zieken en bejaarden. Enkele jaren later schenkt hij – mede voor zijn eigen zieleheil – de opbrengst van de novale tien-
De Molenvriend 62, maart 2008
den voor de ene helft aan dit gasthuis en voor de andere helft aan de pastoors van Cuijk, Beugen, Boxmeer en Sambeek. Rond 1300 wordt ter ere van de H. Agatha een kapel gebouwd in Kukebrakel (het latere Sint-Agatha) om bescherming af te smeken tegen natuurrampen. Het is niet bekend of Jan van Cuijk hiertoe het initiatief heeft genomen, maar als heer van het Land van Cuijk moet hij in ieder geval zijn toestemming hiervoor hebben verleend. Kort voor zijn dood schenkt hij de gemene gronden in het Land van Cuijk tegen een geringe vergoeding aan zijn onderdanen. Deze mochten die gronden o.a. gebruiken om er hun vee te laten grazen. Door deze regeling die tot omstreeks 1840 van kracht is geweest, werd voorkomen dat in deze regio grootgrondbezit ontstond. Op 13 juli 1308 stierf Jan I. Dit jaar wordt er in Cuijk stil gestaan bij deze ‘strijdlustige ridder’. Gedurende het gehele jaar staan tal van activiteiten in het teken van Jan van Cuijk. Tijdens Nationale Molendag zal er op de molen ook extra aandacht besteed worden aan zijn overlijden 700 jaar geleden. Voor meer informatie www.janvancuijk.eu. Tekst en afbeeldingen: Stefan Willems
Jaarvergadering over 2007 Datum: 26 februari 2008 Locatie: Café De Batavier te Wanroij Aanvang: 20.00 uur Aanwezig: C. v. Iersel, R. Snel, H. Heijs, P. Verheijen, F. Harteman, M. Goossens, P. Pouwels, K. Siebers, J. Houben, H. Kaak, J. v. Haren, H. Kanen, T. v. Bergen, J. Verberkt, L. Pauls, P. Simons, D. Werts, P. Hendriks Afmelding: M. Sturm, J. Coopmans, F. Heesen, J. Selten, S. Willems
1. Opening: De voorzitter Mari Goossens heet iedereen van harte welkom op deze jaarvergadering en vermeldt dat de zojuist ingeschonken koffie op de rekening van de vereniging komt, tevens worden de afmeldingen voor deze vergadering vermeld.
De Molenvriend 62, maart 2008
2. Jaarrede door de voorzitter: Afgelopen jaar is een succesvol jaar voor de molens geweest. Mede door de landelijke actie van de Hollandsche Molen waarin wij ook goed hebben geparticipeerd. Dit heeft bijgedragen tot de aanmelding van 4 molenaarsleerlingen (Rob Snel, Frans Heesen, Jos van der Heijden en Lex Engel) uit onze regio waarvan de laatste om gezondheidsredenen moest afhaken. We wensen hun bij dezen veel succes met hun opleiding en veel plezier met het werken met de molens. Ook konden we ons verheugen in een stijgende belangstelling en bekendheid bij pers en de plaatselijke TV (Boxmeerse Locale Omroep Stichting (BLOS)). Die aandacht moeten we vast proberen te houden. Het etentje na afloop van de nationale molendag en de excursie naar Xanten waren eveneens succesvol en deze traditie zal ook dit jaar weer voortgezet wor-
pagina 11
den. Daarvoor Peter bedankt en tevens wensen we je proficiat met het behalen van je diploma als vrijwillige molenaar en de uitreiking daarvan in maart. Op het etentje en de excursie komen we later in deze vergadering nog even terug. Met de molens gaat het in algemeenheid goed. In het moeizaam verzamelen van de gegevens voor De Molenvriend blijkt er telkens dat er niets te melden valt of gemeld wordt. Wel zijn er toch enkele molens die aandacht vragen. Zoals op termijn de Lindense Molen in Katwijk. Voor De Korenbloem in Mill en De Hoop in Beers is de situatie nu al urgent. Wij kunnen daar zelf, helaas, niet zo’n grote rol in spelen. Het ledenbestand blijft ongeveer constant, we zien een lichte verschuiving naar actieve molenaars en dat vinden we prettiger, waar niet mee gezegd wil worden dat andere leden niet welkom zijn. Zoals vorig jaar als verwachting uitgesproken, hebben we de vier edities van de molenvriend gehaald, volgens mij de eerste keer in onze geschiedenis. Het valt niet altijd mee om onderwerpen te vinden, en het blaadje vol te krijgen. Daarom doe ik nogmaals een beroep op jullie om kopij aan te leveren en op tijd op de e-mail te reageren voor de info voor het stukje over je eigen molen. Het is van de zotte dat je daar nog overheen moet bellen om de mensen er aan te herinneren. We zullen proberen ook dit jaar weer vier Molenvrienden klaar te krijgen, of jullie moeten vinden dat drie ook genoeg zijn. Het scheelt weer wat werk en kosten. Vorig jaar heeft Frits eigenlijk tegen zijn zin weer een bestuursfunctie aanvaard. Wij zijn daar natuurlijk blij mee. Maar we zoeken dringend versterking binnen het bestuur. Eigenlijk hebben we twee mensen nodig. Het werk is niet zo zwaar en het tijdsbeslag valt eigenlijk wel mee. We vergaderen twee tot drie keer per jaar. Het gaat om nieuwe frisse ideeën en mensen die er handen en voeten aan willen geven. Ik ben benieuwd wie zich geroepen voelt. Verder wensen we Jan Selten een voorspoedig herstel dit geldt ook voor de Heimolen in Sint-Hubert. 3. Jaaroverzicht 2007 Alle aanwezige leden hebben een overzicht van het jaarverslag ontvangen en de voorzitter vraagt de vergadering of er nog op en aanmerkingen zijn en alles werd akkoord bevonden. 4. Financieel verslag 2007 Het financiële verslag zat bij het jaaroverzicht en kon
pagina 12
door de leden bestudeerd worden, er werden geen vragen hierover gesteld. De penningmeester voegde er aan toe dat er voldoende in kas zit. De Molenvriend geeft een grote onkostenpost door de gestegen portokosten, het papier en het kopiëren is gratis met dank aan de sponsors. De penningmeester kan er bij vermelden dat de betaling van de contributie redelijk op tijd is, een enkeling daargelaten. 5. Verslag kascommissie De commissie bestond uit Theo van Bergen en Perry Hendriks. Theo gaf aan dat tijdens de controle de financiële administratie prima in orde was en er geen minpuntje te vinden was en de koffie was overheerlijk. 6. Mutatie kascommissie Theo heeft zijn termijn van twee jaar in de kascommissie er op zitten, waarvoor dank. De vacature wordt voor de komende twee jaren vervuld door Paul Verheijen. 7. Bestuursverkiezing De voorzitter en de penningmeester zijn aftredend en herkiesbaar. Er hebben zich geen nieuwe kandidaten gemeld, en de vergadering gaat er mee akkoord dat zij weer een volgende periode zitting nemen in het bestuur. Mari en Frits succes. 8. Invulling vacatures bestuur De voorzitter doet een dringend beroep op de aanwezige leden om zich beschikbaar te stellen voor een bestuursfunctie, de tijd die er in gestoken moet worden is minimaal en het bestuur vergadert een keer of drie per jaar. Als er leden zijn die niet op de jaarvergadering aanwezig zijn geweest en zich geroepen voelen laten zij zich melden bij het bestuur. Frits heeft zich toch maar beschikbaar gesteld maar wil graag plaats maken voor jonger bloed in het bestuur. 9. Jaar van de Molen en subsidie Zoals jullie allen weten hebben wij als vereniging vorig jaar besloten om gezamenlijk een aantal activiteiten rond het jaar van de molens te organiseren. Dit is door onder andere de inspanning van het bestuur en een aantal molenaars een daverend succes geworden. Dit succes wordt nog vergroot voor een aantal molenaars. Onze secretaris heeft het bij de Hollandsche Molen voor elkaar gekregen dat een groot aantal molens van onze vereniging delen in de uitkering die verstrekt wordt via de Bank Giro loterij. Een paar molens hebben zelf hun aanvraag ingediend: de Jan van Cuijk en de Luctor et Emergo. De drie molens van de Gennepse stichting hadden ook een aanvraag
De Molenvriend 62, maart 2008
lopen maar die is niet gehonoreerd (zoals hieronder te zien, delen deze molens wel mee in het geld dat via onze vereniging toegekend wordt, red). Voor nog eens 13 molens zijn • 1250,- per molen toegezegd. Wij willen deze gelden direct aan de molenaars overmaken die er dan naar hun goeddunken over kunnen beschikken. We zullen de molenaars van de betreffende molens aanschrijven om hun rekeningnummer aan ons door te geven. In dit schrijven zullen we ook vragen om een gedeelte van het bedrag, we denken aan ca. 10 %, aan onze vereniging te retourneren voor ondersteuning van onze vereniging en als dank voor het verwerven van deze gelden die ze zonder onze inspanningen immers niet gekregen zouden hebben. Het moge duidelijk zijn dat dit laatste op vrijwillige basis dient te gebeuren. Wij denken deze gelden te besteden o.a. aan publicatieborden in Noord-Limburg en PR-materiaal bijv. recente ansichtkaarten van al onze molens. De gelden die via onze vereniging binnen komen zijn bestemd voor de molenaars van de volgende molens: Gassel, Katwijk, Sint-Hubert, Wanroij, Oploo, Vierlingsbeek, Plasmolen, Gennep, Ven-Zelderheide, Beugen, Oeffelt, Heijen en Afferden. Wij als vereniging bedanken dan ook de Hollandsche Molen en de Bank-Giro loterij voor hun bijdrage. Het voorstel zoals hiervoor is beschreven wordt door de vergadering gesteund. 10. Regionale molendag Op Tweede Paasdag 24 maart wordt weer de regionale molendag gehouden van 11 tot 17 uur. Er hebben zich 15 molens aangemeld, Haps doet definitief niet mee aldus Don. Op de molens komen kopietjes van de plattegrond van de regio met op de achterzijde een lijst van de geopende molens met een wervende tekst voor nieuwe molenaars. Peter Simons zal voor 500 exemplaren zorgen en Walter zal voor de tekst zorgen. We hopen dat de pers er voldoende aandacht aan zal schenken en dat het lekker druk mag worden. 11. Gezamenlijke maaltijd De vergadering wordt om ideeën en initiatiefnemers gevraagd. Omdat er uit de vergadering geen reactie kwam, wordt het door het bestuur naar achteren geschoven en zien we wel wanneer dit weer georganiseerd gaat worden. Perry vraagt of het vroeger op de avond kan starten.
de Rips. Dit moet door de week gebeuren om het bedrijf in productie te zien. Te zijner tijd zal er een uitnodiging hiervoor rondgestuurd worden. 13. Publicatieborden De borden voor de molens in Noord-Limburg zijn gemaakt, de sponsoring van deze borden door de moleneigenaren en lokale overheden gaat moeizaam. De Gennepse molenstichting heeft een tekort van • 10.000,- en daardoor weinig over voor sponsoring van publicatieborden. 14. Commissie PR-activiteiten De voorzitter doet een dringende oproep aan de leden om zich hiervoor in te zetten. Het gaat om het beheren van de tentoonstellingsborden en het uitdragen van de vereniging bij activiteiten in de regio en bij de jaarvergadering van de Hollandsche Molen. Uit de vergadering kwam geen enkele reactie en de voorzitter denkt er aan om het bijltje er maar bij neer te gooien als de leden toch niks willen doen. 15. Ansichtkaarten en folders Het ligt in de bedoeling om een regionaal foldertje te maken en van alle molens een ansichtkaart te maken en die als pakket te koop aan te bieden. De kaarten zullen • 100,- per 1000 stuks gaan kosten. We komen hier later op terug. 16. Rondvraag en mededelingen Hans Heijs kan vermelden dat de molen van Beugen op 14 september 140 jaar bestaat en dat iedereen hiervoor uitgenodigd is. Jan van Haren kan melden dat op 1 juni het 200-jarig bestaan van de molen in Gassel gevierd gaat worden, in samenwerking met het Graafs museum, later horen jullie er meer over. 17. Pauze 18. Filmpje Na de pauze werd de film “gedreven door wind en water” vertoond. Dit is een promotiefilm over de molens in Limburg. Walter Cornelissen Secretaris
12. Excursie Dit jaar willen we op dinsdag 20 mei een excursie organiseren bij mengvoederbedrijf Fransen Gerrits in
De Molenvriend 62, maart 2008
pagina 13
De Duitse blauwe molensteen Inleiding Binnen het bestuur was, bij het organiseren van een excursie, één van de suggesties om een bezoek te brengen aan het “Lava Dome”, het Duitse Vulkaanmuseum in Mendig bij Koblenz. Om organisatorische reden hebben we daar toch van afgezien. Het is wel een interessante materie. Dus ben ik er, in de buurt, een weekje met de caravan naar toe geweest. Daar heb ik het volgende artikeltje aan gewijd. Oorsprong van de Duitse blauwe molensteen De blauwe molensteen komt uit het Eifelgebergte, specifieker uit het gebied van de vulkaan Eifel met als centrum Daun, dat ook de westelijke vulkaan Eifel genoemd wordt. Dit in tegenstelling met het gebied rond Mending dat het oostelijke vulkanisch gedeelte is. Het westelijk gebied is ontstaan op een scheur in de aardkorst die doorloopt tot Roermond en Uden, de zogenaamde Feldbiss-breuk. Het oostelijke deel is ontstaan op een uitloper van deze breuk in noordoostelijke richting. Op deze breukvlakken zijn, miljoenen jaren geleden, vulkanen ontstaan. Tijdens de bijbehorende erupties is het vloeibare (1000 °C) hete magma metersdik uitgevloeid. Bij het stollingsproces vormt zich in het ideale geval een honingraatstructuur, net zoals klei of modder opdroogt en in een zeshoekig patroon scheurtjes gaat vormen.
Het Meerfelder Maar dat voor 50% is dichtgeslibd
pagina 14
Dit basalt is de typische Eifel alkalibasalt, het is licht poreus en ruw en uitermate geschikt voor molenstenen. Tijdens de diverse uitbarstingen zijn er vaak kratermeren (Maar-en) ontstaan. Een bijproduct zijn de zogenaamde lavabommetjes. Dit zijn halfgesmolten stukken gesteente met gestold magma eromheen die in het begin van de uitbarsting zijn weggeslingerd. Hier kom ik later op terug. In de latere millennia zijn door afzettingen op de basaltlagen deze lagen op sommige plaatsen 40 meter diep komen te liggen. De meeste kratermeren zijn door erosie en plantengroei verland. Mede door de diepe insnijdingen van de diverse riviertjes is het landschap met zijn lieflijke contouren ontstaan. Winning en productie van de molenstenen Men schat, dat het vervaardigen van molenstenen uit de vulkaantoppen van de Eifel omstreeks de 13de eeuw begon. Al in de voorromeinse tijd werden van het basalt uit de Eifel al wrijfstenen, de z.g. kweern, gemaakt. Het winnen van de molenstenen begon aan vrijstaande sintelrotsen. Liepen de basaltlagen dieper in de rots door, dan werden ze ondergronds uitgehakt. Zo ontstonden grotten met gangen van wel 40 meter diep (zie foto rechtsonder). Men hakte rondom de te maken steen een sleuf van voldoende diepte en maakte de steen zoveel mogelijk vrij. Tot slot gebruikte men
Winning van molenstenen in grotten nabij Gerolstein
De Molenvriend 62, maart 2008
de foto linksboven is de 30 meter diepe steenschacht met steenkraan te zien. De stenen werden onder de grond voor 90 % afgewerkt. Het puin werd door vrouwen en kinderen in ganzenmars met manden op het hoofd meer dan 100 treden naar boven gebracht. De mannen werden niet oud en stierven vaak aan stoflongen. Bovengronds werden de stenen verder afgewerkt en via een treintje naar Andernach aan de Rijn vervoerd vanwaar ze hun weg over de wereld vonden.
Doorsnede van een “kelder� voor de winning van molenstenen
houten wiggen die men tussen de rots en de steen sloeg. Door deze nat te maken zwollen de wiggen en scheurde de steen los. Je kunt je nauwelijks voorstellen wat voor een werk dat geweest is. In het donker, met fakkels, stenen van ca. 1000 kg door nauwe grotten, nog niet eens manshoog, over 40 meter naar buiten zeulen. In Mendig ontstond begin 19de eeuw een zeer groot complex voor de productie van molenstenen. Hier zijn, onder het stadje op 32 meter diepte, over een oppervlak van 3 vierkante kilometer, reusachtige kelders ontstaan tengevolge van de productie van de molenstenen.
Kraan voor het overladen van molenstenen bij Andernach am Rhein (ansichtkaart collectie Robert Hoffman)
Het basalt is hier als in honingraatstructuren tot grote zuilen gestold. Per 24 vierkante meter moesten er zuilen blijven staan om instorten te voorkomen. Op
Vanaf ca. 1850 werden de kelders door alle grote bierbrouwerijen gebruikt om het bier onder ideale condities, bij temperaturen tussen de 5 en 7 °C, te laten rijpen. In Mendig waren toen 28 brouwerijen gevestigd. Later, na de eerste wereldoorlog, toen de koelmachine werd uitgevonden en de brouwerijen eigen koelhuizen lieten bouwen, verdwenen ze hier allemaal. Na 1920 kon men door de mechanisatie en verbeterde
Impressie van het werk in de reusachtige kelders
Winning van basalt in dagbouw
De Molenvriend 62, maart 2008
pagina 15
Bij het bezoek aan de Eifel ben ik op een zeer nuttige toepassing van de lavabommetjes gestoten. Voor ons als molenaars is inzicht in het weer zeer belangrijk, dat is evident. In deze streek worden de bommetjes ook gebruikt als weerstation. Ik wil jullie die kennis niet onthouden. Misschien komt het omdat ze van binnen soms iets poreus zijn en van buiten afgesloten. Ik heb er in de steengroeven enkele gevonden. Misschien iets voor de liefhebber. Maar wie het eerst komt, die het eerst maalt, een oude molenaarswijsheid. Kantstenen voor de papierindustrie
technieken molenstenen uit steengroeven in dagbouw exploiteren. Zo kon men gebruik maken van steenboren en kabelzagen. Na die tijd liep de vraag naar molenstenen terug, wel werden er nog veel kantstenen voor de papierindustrie gemaakt (zie foto, let op de conische vorm). Nu worden er uit het basalt ook standbeelden en platen o.a. voor gevelbekleding van gebouwen van gemaakt.
Meer informatie op: www.lavadome.de www.eckfelder-maar.de www.millstonequarries.eu Tekst: Mari Goossens Foto’s: Mari Goossens en Robert Hoffman
Weersteen • Is hij warm het is zomer • Is hij onder nul het is winter • Werpt hij schaduw het is zonnig • Is hij nat en druppelt het regent flink • Is hij nat het regent, heeft geregend • Is hij van boven wit het heeft gesneeuwd • Is hij vaag te zien het is mistig • Is hij spiegelend wit het heeft geijzeld • Schommelt hij licht het waait • Schommelt en hangt uit het lood het stormt • Is hij niet te zien hij is gepikt
pagina 16
De Molenvriend 62, maart 2008
Glück zu! De grens met Duitsland is bij ons in de regio niet ver weg. Als gevolg hiervan hebben we Duitse collegamolenaars die in onze regio actief zijn en/of hier hun opleiding doen of hebben gedaan. De Duitse molenaarsgroet “Glück zu” zal velen dan ook niet onbekend in de oren klinken. Ook bij de Britzer Mühle in Berlijn, waar ik tevens als molenaar actief ben, gebruiken we deze speciale groet. Maar waar komt deze groet nu precies vandaan en wat is zijn betekenis? In september waren we met de molenaars van de Britzer Mühle op excursie in Mecklenburg-Vorpommern, in het noordoosten van Duitsland. De molenstad Woldegk (zie kader) mocht uiteraard niet ontbreken op ons programma. Roland Stapel, molenaar van de museummolen, stond klaar om ons te ontvangen en groette ons (hoe kan het ook anders) met “Glück zu”. Daarna vroeg hij ons, of wij ook een idee hadden wat de oorsprong van deze groet was. Op deze vraag moesten wij echter het antwoord schuldig blijven. Roland Stapel had echter wel een verklaring gehoord, die heel aannemelijk klinkt. Want, wanneer kan de korenmolenaar gelukkig zijn? Het antwoord op deze vraag luidt: als hij de zak met het gemalen meel dicht kan maken. De samenvoeging van de woorden “gelukkig” en “dicht” levert zo in het Duits de molenaarsgroet “Glück zu”. Voordat vroeger de korenmolenaar een zak met versgemalen meel kon dichtbinden, moesten de omstandigheden op een aantal punten mee zitten. Hierop kon hij vaak niet, of maar ten dele invloed uitoefenen. Allereerst moest de boer met zijn graan naar hem toe komen en niet naar de concurrentie gaan. Dan moest er wind of water zijn om door middel van wieken of waterrad de molensteen aan te drijven. De molen mocht niet defect zijn, want zolang als de reparaties duurden, viel er niets te verdienen. En de steen moest natuurlijk scherp zijn, zodat het graan goed vermalen werd en het meel niet te warm. Als het dan op al deze punten mee had gezeten en de molenaar de zak dicht kon binden, had hij dus redenen genoeg om gelukkig te zijn! Vandaag de dag zijn nog maar weinig molenaars voor hun broodwinning afhankelijk van het maalbedrijf. Maar voor de meeste vrijwilligers blijft de spreuk “Glück zu” toch erg toepasselijk: er komen alleen maar factoren bij waarop de molenaar weinig of geen invloed uit kan oefenen! Door de strenge regels op
De Molenvriend 62, maart 2008
Windmolenstad Woldegk De stad Woldegk in Mecklenburg-Vorpommern staat bekend als “stad van de windmolens”. De stad ligt op de Helpter Berg, met 179 meter het hoogste punt in de landstreek Mecklenburg. Door deze bijzondere ligging is de wind duidelijk gunstiger dan in de omgeving, zodat het aantrekkelijk was om op deze plaats een windmolen te bouwen en molenaar te worden. Op het hoogtepunt van de Woldegkse geschiedenis, in 1885, stonden er maar liefst 10 molens en kwamen mensen van tot wel 10 kilometer uit de omtrek om hun graan hier te laten malen. Tegenwoordig staan er nog vijf molens en molenrestanten. Speciaal voor bezoekers is er een museummolen ingericht. Bij deze molen draaien alleen de wieken en het bovenwiel, de koningsspil is om veiligheidsredenen uit zijn werk gezet. De museummolen heeft een compleet interieur, aangevuld met educatieve modellen en kleine maalstenen. De “Ehlertsche Mühle” is nog compleet maalvaardig. Tot zijn interieur behoren onder andere reinigingsmachines, een walsenstoel, steenkoppels en een buil. Twee andere molens hebben geen wieken meer en zijn in gebruik als café-restaurant en pottebakkerswerkplaats.
het gebied van hygiëne is het moeilijker geworden om met een historische molen meel te produceren. Ook molenaars die alleen maar voor hun plezier wat graan tot veevoer vermalen, kunnen alleen maar hopen dat ze zo af en toe nog een paar zakjes graan krijgen om de molen echt te kunnen laten werken. Het is dus niet ten onrechte dat in Duitsland de oude molenaarsgroet in ere wordt gehouden! Glück zu Marko Sturm
pagina 17
De molenbiotoop De Vooruitgang te Oeffelt Molen “De Vooruitgang” te Oeffelt is in onze regio ongetwijfeld één van de molens met de beste biotoop. Hierbij spelen diverse factoren een rol. Ten eerste ligt de molen aan de westzijde van de bebouwde kom, zodat de wind meestal niet vanuit het dorp waait. Dit is zeer waarschijnlijk geen toeval, want vroeger werden locaties om een windmolen te bouwen zorgvuldig uitgezocht. Verder heeft de molen een relatief hoge berg en groot gevlucht, zodat de via de biotoopformule uitgerekende objecthoogtes minder stringent zijn als bij kleinere molens. Ten zuidwesten en westen van de molen staan kassen. Dit ziet er misschien niet al te mooi uit, maar de kassen
komen niet boven de molenberg uit en geven daarom geen windbelemmering. Beter dan hoge huizen met flinke bomen in de tuin! De huizen aan de oost- en zuidoostzijde van de molen liggen op circa 40 meter afstand. Tussen de molen en de Molenstraat ligt een park, zodat de molen vanaf de weg goed te zien is. Bij de oplevering van de molen heeft de gemeente dit park ingericht. Op zich ziet het park er erg netjes uit, maar de keuze van de beplanting is niet zo heel erg gelukkig. Zo staan er op slechts 18 meter van de molen twee notebomen van 15 meter hoog (N-NNO) en daarachter op 30 meter afstand nog een eik die, vooralsnog, dezelfde hoogte heeft.
Streefsituatie
hoogte (m)
10
hoogte berg: 4m
max. hoogte 7,5 m
max. hoogte 6,2 m
max. hoogte 4,8 m
5 0 30
0
15
50
100
150
200
250
300
200
250
300
eik NW
huizen O
0 0 notebomen N-NNO
50
100
150 afstand (m)
Berekening van de maximale objecthoogte: de molen is een bergmolen met een berg van 4 meter. De askophoogte komt voor deze molen op 17,5 meter. Volgens de normen voor ruw terrein is het donkergrijze gebied de toegestane objecthoogte. Bij de onderste figuur zijn de hoogte- en afstandschaal gelijk en zijn ter illustratie de molen en enkele hoge objecten uit de omgeving aangegeven, bij de bovenste figuur is voor de duidelijkheid de hoogteschaal 3x uitvergroot. De getallen geven de maximale objecthoogte op basis van ruw terrein aan.
pagina 18
De Molenvriend 62, maart 2008
Actuele situatie per windrichting N-NO: In het plantsoen staan dicht bij de molen twee notenbomen en verderop nog een eik
NW: een eenzame eik (20 m hoog) op 100 m afstand, verder geen windbelemmering
N NW
NO 2 1
4
Beoordeling biotoop: 1 slecht 2 bedenkelijk 3 matig 4 aanvaardbaar 5 goed
W
5
O
4 5
1 5
ZW
ZO Z
ZW: De kassen (van ZW-W) zijn met 3 meter lager dan de berg en geven geen windbelemmering
Eindbeoordeling In vergelijking met andere molens in onze omgeving is de biotoop van de Vooruitgang zeker goed te noemen. De westelijke windrichtingen zijn vrijwel geheel vrij van obstakels. Alleen van noord tot en met noordnoordoost en op het zuidoosten zorgen bomen voor ernstigere windbelemmering.
een Oudhollands wieksysteem aangebracht. Gezien de goede biotoop levert dit voor de molen geen problemen op. De molenaars kunnen met de molen goed draaien en malen.
De Vooruitgang was ooit de eerste molen in Nederland waarop fokwieken werden aangebracht. Uit kostenoverwegingen is bij de restauratie van de molen weer
Tekst: Mari Goossens en Marko Sturm Foto’s: Mari Goossens
De Molenvriend 62, maart 2008
De eindbeoordeling komt uit op aanvaardbaar (4).
pagina 19
Molenpoëzie Zaense Molelied As storme om main waie Den ken ’k gien verdriet, Main moleroede zwaie Den zing ’k un vrooluk lied. ’k Kaik ’s oches ne ut luchie Of der un koeltje komt, ’k Gebroik ’t klainste zuchie, Dat deur de hekkes gromt. An ’t knarse van de asse, In ’t klapp’re van ut zail, Hoor ’k dat ’k op moet passe, Aars is ie voor de bail! Den krake al de roede Bai thoilend stormgevlaag, Doet wel main hart den bloede, Al helpt den gien geklaag. As ’t stormt den is ’t zweete In vroete as un peerd, ’k Ken um niet loope lete Aars gaat ut glad verkeerd. Den moet ’k kroie zwichte, Of vange zachies an, Bai helle bliksem skichte Zoo kwiek in gauw ’k kan. ’k Zorg altaid dat de stiene Net vol benne mit zeed. In ’k kan bai taie griene Wenneer ’k wet vergeet. Maar ’k hou van ’t moolnaarsleve Dut drok maar ors bedraif, As ’k male ken of zeve Mit touwer wis geraif.
pagina 20
Maar och! Die faine moles Verdraift man van de Zaan, Vreed sloope ze die moles, ’t Bedraif gaat ne de maan. Wie redt main ouwe mole, Beskermt nouw main bedraif? Aars wor ’k zelf un mole, Main hart draait in me laif! Main orse, faine mole Verdwainend skoon der Zaan, Ik waid jouw onverhole Main leste zucht in traan. Maar, o fain nog draie moles, ’t Bedraif blaift toch bestaan. Nooit zelle alle moles Verdwaine van de Zaan. Nouw houwe we die moles Oit pronk of eerbied an De Klub: “De Zaense Mole” Doet derloi best deeran. Hain de Molenaar
Uit: Holland, zo ben je; Uitg. Bosch & Keuning, Baarn 1934
De Molenvriend 62, maart 2008
Aan de licht Rob Snel Beste molenvrienden Land van Cuijk, Eindelijk weer eens een lekker windje (3–4) uit het zuidwesten. Al weken achtereen waait het te hard of kan er alleen gedraaid worden met/zonder de stormborden. Voor mij is het mooier als er gezeild kan worden en er werk aan de winkel is. Ik hou van de wind en het door de lucht klieven van de wieken. Helemaal mooi wordt het, als we ook nog iets te malen hebben of dat er karweitjes te doen zijn bv. knopen, splitsen of zeilen voorhangen. Veel van de collega’s molenvrienden heb ik hier en daar al ontmoet, maar laat ik me toch even voorstellen. Mijn naam is Rob Snel en ik werk sinds juni 2007, samen met Frans Heessen, als leerling molenaar op “De Vooruitgang” te Oeffelt, bij het molenopperhoofd Theo van Bergen. Nu we ruim halverwege zijn met de opleiding, draaien we ook mee op “De Korenbloem” bij Jan van Riet en “De Lindense molen” bij Peter Simons. Techniek loopt als een rode draad door mijn leven, LTS timmerman, onderofficier (onderzeebootbestrijding) bij de Kon. Marine en daarna bij de spoorwegen, machinist, opleider machinisten/storingsmonteurs, leerstofontwikkelaar en manager techniek in Nijmegen. Zo ben ik, via 8 verhuizingen, langzaam van Den Helder deze kant op in Molenhoek komen wonen. Op 27 maart 2002 werd ik geveld door een stevig hartinfarct en via een reïntegratietraject kon ik twee dagen in de week aan het werk in Amersfoort. Ik kende niemand daar en voelde me helemaal niet meer betrokken bij het proces. Op 1 december 2005 kreeg ik de mogelijkheid aangeboden, om na 31 jaar de spoorwegen te verlaten. De prepensioenregeling was voor mij aantrekkelijk en mijn dienstjaren tellen gewoon door. Eenmaal thuis heb ik me eerst alleen bezig gehouden met mijn vele hobby’s, o.a. het bouwen van modelschepen en spelen op de gitaar. Na een jaartje was deze passie aardig bekoeld. Ik ben me toen gaan oriënteren op wat ik dan wel graag wilde met al die vrije tijd. Scheepvaart en de zee hebben me nooit losgelaten en
De Molenvriend 62, maart 2008
hebben nog steeds mijn grootste belangstelling. We wonen, nu sinds 2000, met erg veel plezier in Molenhoek, onze kinderen en kleinkinderen wonen ook hier in de buurt. We zijn dus niet meer van plan terug te keren naar de kust, dus moest ik iets anders bedenken. Tijdens onze vele fietstochten maakten we kennis met Jan van Haren op de molen “Bergzicht” te Gassel. Jan vertelde ons over zijn molen en de technieken die er aan te pas kwamen. Direct had ik het gevoel dat dit het was, een molen zit vol met techniek. Continu kijkt de molenaar speurend naar de lucht en controleert de windrichting of er nog veranderingen zijn die eventueel handelen noodzakelijk maken. De zeeman kijkt echter enkele dagen vooruit naar het weer, hij wil ruim van te voren zijn koers nog kunnen verleggen voor gunstiger omstandigheden bv. extra laag water bij het aanlopen van een haven of om een orkaan of sterke ijsgang te kunnen ontwijken. Toen ik me bezig ging houden met het leren van de verschillende constructies van molens en de molenzeilen, deed ik een voor mij onverwachte ontdekking. Molens zijn ontwikkeld en gebouwd door mensen, die hun bouwkunde en technieken eerst gebruikten bij de ontwikkeling en bouw van zeilschepen. Een goed voorbeeld is hierbij het vierkant getuigde schip en de vierkant [dwars, red] getuigde molen, beide maakten uiteindelijk geen optimaal gebruik van de wind. Schepen moesten daarom erg veel laveren om op de plaats van bestemming te kunnen komen en dat ging ten kosten van snelheid en dus tijd/geld. Later ontdekte men het latijnzeil wat een enorme verbetering was, in eerste instantie gebruikte men beide zeiltypes (dwarsgetuigd en latijnzeil) door elkaar, wat een Brik, Barkentijn of Schoener opleverde. Tegenwoordig zijn de snelste zeilschepen voorzien van een kits of een torenzeil. Deze zeilen zijn onder erg breed en lopen naar boven toe terug naar niets of bijna niets. De wind die tegen het zeil blaast zal zich naar boven toe bewegen en verlaat het zeil op het smalle stuk, het levert daar geen weerstand meer op. We noemen dit een schoorsteenwerking. Bij de molen gebruiken we dan wel een recht stuk zeil, maar door de zeeg en het draaien van de wieken ontstaat precies dezelfde situatie en werking. We maken zo optimaal gebruik van de wind. Draaien we
pagina 21
te hard dan kunnen we eerst zwichten met een duikertje, of in de zeilvaart, reven door een kat in het grote zeil te zetten. Zo zijn er nog veel meer overeenkomsten te ontdekken. Ik heb mijn draai al aardig gevonden en heb het erg naar mijn zin op de molen. Nu maar hopen dat Frans en ik het examen in ĂŠĂŠn keer goed kunnen afronden
en we op eigen kracht aan de gang kunnen gaan. Ik bedank alvast alle leermeesters die zich inzetten voor het behalen van dit doel. Met vriendelijk groet, Rob Snel
Aanleveren bestanden voor De Molenvriend Als redactie stellen wij het uiteraard op prijs als lezers ons geschikte artikelen voor ons tijdschrift toezenden. De tekst en afbeeldingen ontvangen we tegenwoordig grotendeels in digitale vorm, wat helpt om de bijdrages snel en in goede kwaliteit te verwerken. Dit betekent natuurlijk niet dat bijdrages op papier niet meer welkom zijn! Om een goede afdrukkwaliteit te verkrijgen, is het belangrijk om op de resolutie van de afbeeldingen te letten. Een normale afbeelding moet ongeveer 800 pixels breed zijn (in de horizontale richting). Afbeeldingen voor de voorpagina ontvangen we het liefst in nog hogere resolutie (ca. 1200 pixels breed).
pagina 22
Om afbeeldingen in te kunnen voegen in de Molenvriend, moeten deze als apart bestand opgeslagen worden. Het levert voor ons dus geen voordeel op als foto’s al bij de tekst worden ingevoegd. Als U dit handiger vindt voor het aanleveren mag het wel, maar als het moeite kost kunt U zich dit werk dus sparen. Hetzelfde geldt voor het opmaken van tekst. De opmaak in aangeleverde Word-documenten gaat verloren bij het overzetten naar de Molenvriend. Het is dus onnodig om kolommen e.d. te maken. Marko Sturm
De Molenvriend 62, maart 2008
Molens in de regio Een aantal molens ontbr eekt in het overzicht. Over deze molens viel geen nieuws te melden. De Nooitgedacht te Afferden Afgelopen maand hebben de molenaars de maalstenen gelicht en gescherpt. Bij het stenen lichten ontdekten zij dat de spil van de steenkraan aan het breken was. De molenmaker (toch handig als die zo dicht in de buurt is) heeft toen met spoed een nieuwe spil met hondsoor aangebracht. De Martinus te Beugen Dit jaar zal herdacht worden dat de molen 140 jaar bestaat. Dit zal gevierd worden op 14 september 2008. Nadere mededelingen hierover verwachten wij in de volgende nummers van de Molenvriend te kunnen plaatsen. Verder zijn er op dit ogenblik geen bijzonderheden over de molen te vermelden. De Jan van Cuijk te Cuijk In het afgelopen jaar zijn de molenaars 77 keer op de molen geweest om te draaien met de Jan van Cuijk. De molen draaide totaal ruim 294 uur. De omwentelingenteller is in januari 2006 verwijderd door de monumentenwacht. De tellers zijn na het vele protest uit de molenwereld in januari 2007 weer beschikbaar gesteld. Op de Jan van Cuijk is de teller op 25 februari weer terug geplaatst. De tellerstand gaf op 31 december 65320 omwentelingen aan. Naar schatting 1700 bezoekers hebben we afgelopen jaar mogen ontvangen. Een blik in het gastenboek laat al snel zien dat de molen door een internationaal gezelschap bezocht werd. Wij mochten bezoekers uit Polen, Slowakije, Italië, China, Amerika, Canada en Spanje verwelkomen. Een verrassing was dat we eind december nog een donatie van • 1250,- mochten ontvangen van de BankGiro Loterij voor de door ons georganiseerde bijdragen in het molenjaar 2007.
Dit jaar wordt gedurende het gehele jaar door het feit herdacht dat de Heer Jan van Kuic 700 jaar geleden is overleden. In Cuijk worden dit jaar diverse feesten georganiseerd rondom zijn sterfdag. Op 10 mei tijdens Nationale Molendag zullen er op de Cuijkse molen extra activiteiten georganiseerd worden rondom de naamdrager van de molen. Zie hiervoor ook de websites: www.molenjanvancuijk.nl en www.janvancuijk.eu. De Bergzicht te Gassel Molenaar Jan van Haren heeft niet zo veel nieuws. Het riet aan de kap moet nog gerepareerd worden. Hij heeft van Robert Hoffman twee oude zeilen gekregen die inmiddels door John Houben vermaakt zijn en begin januari door John samen met de leerlingen van Theo van Bergen zijn opgehangen. De andere twee zijn nog in bewerking. Jan wil iets doen aan het feit dat zijn molen dit jaar 200 jaar bestaat. In samenspraak met de harmonie en de heer Timmermans van het historisch archief van Grave is de datum vastgesteld op 1 juni 2008. De Lindense stellingmolen te Katwijk Na een lange tijd alles alleen te hebben moeten doen op de molen zijn er nu twee molenaars-in-opleiding hier begonnen met hun stage. De twee nieuwkomers zijn Frans Heessen en Rob Snel. Door hen is er in de afgelopen periode flink wat werk verzet. Door het herfstachtige winterweer zijn er tot twee keer toe stukken riet uit de romp gewaaid. We hebben dit amateuristisch gerepareerd maar de rietdekker zal het vakkundig moeten overdoen. Een slechte eiken stellingplank hebben we vervangen door een nieuwe plank van de Zuid-Amerikaanse houtsoort tatajuba. Van twee nieuwe zeilen, die al een paar jaar mee draaien, zijn nu eindelijk de lussentouwen goed gezet. Zo zie je maar, met een paar man meer op de molen kom je tot werkzaamheden waarvoor je in je eentje geen tijd of zin hebt. De Vooruitgang te Oeffelt
Op de molen wordt met grote regelmaat tarwe of maïs gemalen voor onze vaste afnemers. De verkoop van meelproducten in de molenwinkel zit in een stijgende lijn, ondanks de stijgende graanprijzen.
De Molenvriend 62, maart 2008
Over de Oeffeltse molen valt niets te vertellen. Er zijn momenteel vier leerlingen in opleiding, o.a. Rob Snel en Frans Heessen. Lex Engel heeft inmiddels, zie elders, afgehaakt. Deze drie wijzen kwamen van
pagina 23
over de rivier uit het oosten. Verdere leerlingen zijn Jos van der Heijden uit Groeningen en Bart Tonies jr. uit Ravenstein. De watermolen te Oploo Dit voorjaar komt er een nieuwe dakbedekking. Wederom Oudhollandse pannen met stropoppen daaronder. Waar nodig, zal houtwerk vervangen worden. Het ongelijkbladig vederkruid in de molenkolk vormt wederom een probleem. Omdat het bijna niet gevroren heeft, is de bovenlaag alweer uit aan het groeien. Binnen niet al te korte tijd zal de kolk weer dicht zitten. We hopen dat dit probleem eens goed aangepakt wordt. De Korenbloem te Oploo 15 juni wordt De Graancirkel officieel geopend. De activiteiten zijn nu al te zien op: www.graancirkeloploo.nl. In het project Graancirkel wordt spelt gepeld, geschoond en gemalen op de Oplose standerdmolen. Het eerste speltbier is al gebrouwen (het smaakte goed) en er wordt volop geëxperimenteerd met het speltmeel door de bakker. Bij de controle van de bliksemafleiderinstallatie door Het Gilde van Vrijwillige Molenaars is gebleken dat de aardverspreidingsweerstand te hoog was. Hierop is door de installateur een 26 meter lange nieuwe aardleiding geslagen. De molen is verder in orde. Op dit moment zijn twee leerling-molenaars regelmatig aan hun praktijklessen op een standerdmolen bezig.
Ook zijn we druk bezig met het bouwhistorisch onderzoek. De hele molen wordt opgemeten en de inscripties geïnventariseerd. Het zal nog wel even duren voordat er resultaten uit zullen komen. Eén ding is nagenoeg zeker; wat er in de boekjes staat, klopt niet. Over dit bouwhistorische onderzoek verschenen inmiddels al artikelen in het regionale dagblad “De Gelderlander”. Het is waarschijnlijk dat de molen niet uit Den Dungen stamt, zoals altijd werd aangenomen. Mogelijk is de molen van Den Dungen overgeplaatst naar Sint-Anthonis en niet naar Oploo. Wordt vervolgd. De Luctor et Emergo te Rijkevoort We hebben van H. Beijk een nieuw synthetisch vangtouw gekregen ter vervanging van de paardenstaart zoals ons vangtouw er uitzag omdat we dit buiten aan de staart laten hangen. We hebben de ketting om de vangtrommel laten zitten omdat het stalen geleidingskatrolletje te smal was voor het touw. Het slechte stuk van de ketting, dat altijd in de regen hing ook vervangen tot juist onder de roosterluiken. Tijdens dit klusje kreeg ik de BLOS (Boxmeerse lokale TV) op bezoek die er een leuke reportage over de molen van gemaakt hebben. Ook hadden we een paar planken gekregen om het gat van het oude tweede steenkoppel op de luizolder dicht te leggen om wat meer ruimte rond de luitafel te krijgen. Tevens hebben we de trap naar de kap omgedraaid en van het hekje dat om het tweede koppelgat zat een hekje om het trapgat van de luizolder gemaakt. Hierdoor is het voor bezoekers een stuk veiliger geworden op de luizolder.
Werkzaamheden aan het pelwerk dat in het kader van het project “Graancirkel” in de Korenbloem te Oploo wordt ingebouwd
pagina 24
De Molenvriend 62, maart 2008
Omdat Paul het druk heeft met de realisatie van zijn nieuwe huis, bouwrijp maken en verhuizen, zijn zijn zaterdagen nu anders gevuld. Daarom draaien we voorlopig ’s zondags rond de middag. Onze nieuwe leerling Lex Engels heeft om gezondheidsredenen zijn opleiding bij Theo beëindigd en zijn lidmaatschap bij onze vereniging opgezegd. Wij wensen hem met zijn vrouw Gemma vanaf deze plaats beterschap en veel sterkte toe in hun nieuwe huis in Rijkevoort. MG De Heimolen te Sint-Hubert
Reparatie van de stelling van de Luctor et Emergo: de molenmaker plaatst nieuwe schoren en liggers
Het was zaterdag voor carnaval (27 februari 2008) en de molen maakte weer zijn rondjes, na een jaar stil te hebben gestaan. De inrijpoort is weer helemaal opgeknapt, ook de twee oude molenstenen liggen weer op de plaats, en de twee kruipalen zijn ook weer ingegraven. Nu nog wat graszaad op de belt inzaaien en alles is weer zoals vanouds. Walter is nog met de zeilen bezig om deze een opknapbeurt te geven zodat ze er netjes uitzien wanneer deze weer op het gevlucht geplaatst worden. Wanneer er in de molen met de zo hoognodige onderhoudswerkzaamheden wordt gestart, is nog een vraagteken. De Rust na Arbeid te Ven-Zelderheide
Tussendoor een rekje voor de lege zakken voor het maalgoed op de maalzolder geplaatst, zodat die van de vloer zijn. Met de kerst de molen weer versierd met ster en boom en zo een bijdrage geleverd aan de feestvreugde van het dorp. Zo hebben we ook met sinterklaas en tijdens de carnavalsoptocht de molen laten draaien en in de vlaggetjes gezet. Begin januari hebben we ons jaarverslag voor de gemeente opgesteld. Dan zie je zelf ook even wat je het afgelopen jaar gedaan hebt. De molen is 427 uren open geweest (102x), we hebben 1100 bezoekers mogen ontvangen uit alle werelddelen. Sinds onze teller weer is geplaatst, 1 febr. 2007, 70.041 omwentelingen gemaakt en 1420 kg graan vermalen. Op dit moment is de firma Beijk bezig met het repareren van de stelling. De slechte liggers en schoren worden vervangen. De stellingplanken komen dichter tegen elkander te liggen zodat het voor het publiek wat veiliger lijkt en er komen twee extra planken bij. De balie die heel slecht is wordt iets ruimer geplaatst en naar de eisen van de ARBO-wet aangepast (o.a. hoogte). Voor het hout gebruikt Beijk bilenga, een tropische hardhoutsoort.
De Molenvriend 62, maart 2008
Molenaar-eigenaar Ludger Pauls weet te melden dat de molenstichting Gennep de gelden van de BRIMregeling beschikbaar heeft gekregen zodat zij nu H. Beijk de resterende onderhoudswerkzaamheden kan gaan opdragen. De Hamse Molen te Wanroij Over de molen is geen nieuws te melden. Wel is er een minder prettige mededeling over molenaar Jan Selten. Jan is op carnavalsmaandag ’s avonds thuis onwel geworden en kreeg ’s nachts een lichte hartattack. De ambulance was er snel bij en hij werd in het Radboudziekenhuis te Nijmegen onderzocht en behandeld (gedotterd). Voor de nazorg kon hij snel naar het Maasziekenhuis in Boxmeer en eventueel later voor verdere dotterbehandeling in Nijmegen. Wellicht kan hij ook met medicijnen geholpen worden. Inmiddels is Jan na een week in het ziekenhuis weer thuis en gaat het hem goed. Tekst en foto’s: Mari Goossens en Marko Sturm
pagina 25
Molenbezoek in de regio Ronde stenen bergmolen “Nooitgedacht” te Afferden Openingstijden: vrijdagmiddag 13:00 tot 16:00 uur Molenaar(s): Harrie Beijk en Harry Kaak Telefoonnummer(s): resp. 0485-531910 en 0485-516619 Ronde stenen bergmolen “Martinus” te Beugen Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Frits Harteman; Hans Heijs; Robert Hoffman en Marko Sturm Telefoonnummer(s): resp. 0485-572271; 0485-577330 en 0485-573616 Ronde stenen bergmolen “Jan van Cuijk” te Cuijk Openingstijden: zaterdag 9:30 tot 16:00 uur Molenaar(s): Stefan Willems Telefoonnummer(s): 0485-318028 Achtkante bergmolen “Bergzicht” te Gassel Openingstijden: op afspraak Molenaar(s): Jan van Haren Telefoonnummer(s): 0486-472419 Ronde stenen bergmolen “De Reus” te Gennep Openingstijden: woensdagmiddag van 13:00 tot 16:00 Molenaar(s): Harry Kaak en Jan Coopmans Telefoonnummer(s): resp. 0485-516619 en 0485-511760 Zeskante bergmolen “Mariamolen” te Haps Openingstijden: zaterdag- of zondagmiddag van 15:00 tot 18:00 uur Molenaar(s): Don Werts; Robbert en Sytske Verkerk Telefoonnummer(s): resp. 0485-322460 en 0485-313647 Achtkante bergmolen “Gerarda” te Heijen Openingstijden: zaterdagmiddag van 13:00 tot 16:00 uur Molenaar(s): Harry Kaak Telefoonnummer(s): 0485-516619 Achtkante stellingmolen te Linden / Katwijk Openingstijden: zaterdagmorgen van 09:30 tot 12:30 uur Molenaar(s): Peter Simons Telefoonnummer(s): 0485-313673
Ronde stenen bergmolen “De Vooruitgang” te Oeffelt Openingstijden: zaterdagmorgen van 10:00 tot 13:00 uur (winter) of 9:00 tot 12:00 uur (zomer) Molenaar(s): Theo van Bergen en John Houben Telefoonnummer(s): resp. 0485-361718 en 0485-320994 Standerdmolen “De Korenbloem” te Oploo Watermolen te Oploo Openingstijden: zaterdagmorgen van 09:00 tot 12:00 uur Molenaar(s): Jan van Riet; Piet Geenen Telefoonnummer(s): resp. 0485-383551 en 0485-382891 “De Bovenste Plasmolen” te Plasmolen Openingstijden: iedere tweede zaterdag van de maand van 11:00 tot 16:00 uur (van mei tot en met oktober) Molenaar(s): Karel Siebers en Peter Pouwels Telefoonnummer(s): 024-6963357 Ronde stenen stellingmolen “Luctor et Emergo” te Rijkevoort Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:30 uur Molenaar(s): Mari Goossens en Paul Verheijen Telefoonnummer(s): 0485-573815 Ronde stenen bergmolen “De Heimolen” te Sint-Hubert Openingstijden: zaterdagmiddag van 14:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Harry Daverveld en Walter Cornelissen Telefoonnummer(s): 0485-453353 en 0485-478818 Ronde stenen bergmolen “Rust na Arbeid” te Ven-Zelderheide Openingstijden: zaterdagmiddag van 13:00 tot 17:00 uur Molenaar(s): Ludger Pauls Telefoonnummer(s): 0485-515789 Standerdmolen “De Hamse Molen” te Wanroij Openingstijden: zaterdag van 10:00 tot 14:00 uur Molenaar(s): Jan Selten en Jos Verberk Telefoonnummer(s): resp. 0485-452587 en 0485-578243
Ronde stenen bergmolen “De Korenbloem” te Mill Openingstijden: niet geopend voor bezoek (in restauratie) Molenaar(s): geen
N.B. De openingstijden zijn slechts een indicatie. In sommige gevallen is/zijn de molenaar(s) niet of op een ander tijdstip aan wezig. Wilt u zeker zijn van een bezoek aan de molen, dan adviser en wij u telefonisch contact op te nemen met de desbetr effende molenaar(s).
pagina 26
De Molenvriend 62, maart 2008
(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)
Beijk Molenbouw BV Rimpelt 15a 5851 EK AFFERDEN tel. 0485-531910 fax 0485-532305
De Molenvriend 62, maart 2008
pagina 27