Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Nr. 45
VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK www.molens.net/landvancuijk BESTUUR VOORZITTER
Mari Goossens Tel. 0485-573815 Don Werts Tel. 0485-322460 Fax 0842-110623
SECRETARIS
PENNINGMEESTER
Perry Hendriks Tel. 0485-322872 Frits Harteman Tel. 0485-572271 Hans Heijs Tel. 0485-577330
BESTUURSLEDEN
D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS E-mail: molenvrienden.landvancuijk@planet.nl De Vang 20 5437 BP BEERS Bilderbeekstraat 23 5831 CW BOXMEER Steenstraat 85A 5831 JC BOXMEER
COMMISSIES ARCHIEFCOMMISSIE
Tel. 0485-313647
Isabellalaan 30 5431 GW CUIJK
LEDENADMINISTRATIE
Tel. 0485-322460 Straatkantseweg 28 Fax 0842-110623 5443 NC HAPS GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester
MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK
Tel. 0485-313647
BIOTOOPWACHT LAND VAN CUIJK
Tel. 0485-313298
Isabellalaan 30 5431 GW CUIJK Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen Moleneind 4 5431 HW CUIJK
DE MOLENVRIEND 45
Colofon Jaargang 17, nummer 3, oktober 2001 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden van de vereniging. De contributie hiervoor is ƒ 22,04 of • 10,--. Aanmelding kan geschieden door het bewuste bedrag te storten op de girorekening van de vereniging. De Molenvriend is een advertentiemedium. REDACTIE
REDACTIEADRES
Harry Daverveld Frits Harteman Peter Simons Marko Sturm Ben Verheijen Bilderbeekstraat 23 5831 CW BOXMEER of e-mail: j.m.sturm@tn.utwente.nl
VERDER WERKTE(N) MEE
Mari Goossens, Hans Heijs en Stefan Willems
ILLUSTRATIES
J. Coopmans, Mari Goossens, Frits Harteman, Marko Sturm, Jos Verberk en Stefan Willems De molen “De Reus” te Gennep (foto J. Coopmans)
VOORPAGINA
In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5
pagina 6
pagina 10
pagina 12
pagina 16 pagina 18
pagina 19
Colofon In dit nummer Van de redactie Mededelingen van het bestuur Informatieborden bij molens Land van Cuijk verslag van de onthulling van het informatiebord van de Hapse molen door: Marko Sturm Mijn grootvader Sjef Kessels kon koren malen met zijn ogen dicht over de geschiedenis van de Cuijkse molen door: Stefan Willems Gebruik van wiekstanden samenvatting van de gemaakte afspraken over het toepassen van de wiekstanden door: Marko Sturm Een molen in Noord-Limburg een uitgebreid artikel over molen “De Reus” te Gennep door: Marko Sturm De Maltezer molen door: Mari Goossens Aan de licht een molenaar stelt zich voor... door: Hans Heijs Molens in de regio actuele informatie over de molens in onze omgeving door: Frits Harteman en Ben Verheijen
Van de redactie U zult wel opkijken, alweer een Molenvriend. Inderdaad, we zijn er tot onze eigen verbazing in geslaagd zo kort na het verschijnen van nummer 44 een nieuwe uitgave van de Molenvriend het licht te doen schijnen. Het moet gezegd worden, het heeft ditmaal niet eens zo heel veel moeite gekost om aan kopij te komen. Onze noodkreet op de laatst gehouden molenaarsvergadering heeft blijkbaar geholpen, hetgeen niet wegneemt dat we de inzenders uiteraard dankbaar zijn voor hun medewerking.
In dit nummer treft u weer diverse artikeltjes aan waarvoor we u gemakshalve verwijzen naar “In dit nummer”. Zoals we in ons vorig nummer reeds vermeld hebben, zijn een viertal molens in Noord-Limburg in de rubriek Molens in de regio opgenomen, zodat u voortaan ook over deze molens het laatste nieuws kunt vernemen voor zover dat ons bekend is. Voor wat “de Reus” betreft, vindt u in dit nummer een artikel van de hand van ons redactielid Marko Sturm.
Verder zijn we verheugd u mede te kunnen delen dat de redactie uitgebreid is met twee nieuwe leden t.w. Peter Simons en Harry Daverveld. Wij hopen dat we door hun medewerking in staat zijn de Molenvriend in de toekomst frequenter en regelmatiger te kunnen laten verschijnen.
Tot slot, een zwaluw maakt nog geen zomer, dus blijf uw kopij inzenden. U helpt er niet allen de redactie mee maar de gehele vereniging.
De Molenvriend 45, oktober 2001
de redactie
pagina 3
Mededelingen van het bestuur Afgelopen zomer stonden de activiteiten binnen de vereniging niet stil. In juli werd een molenaarsvergadering georganiseerd op de molen in Haps. Op deze avond werden tevens de informatieborden officieel in gebruik genomen. Verder werd er een werkgroep opgericht bestaande uit Jos Verberk, Ben Verheijen, Mari Goossens, Frits Harteman en Don Werts, om op zondag 10 maart 2002 de vijfde editie van Molendag Land van Cuijk te kunnen gaan organiseren. Inmiddels zijn er reeds persberichten uit naar de kwartaalbladen in molenland en is er een speciale plaats binnen de website (www.molens.net/landvancuijk) in het leven geroepen om de (laatste) details voor deze dag te kunnen beheren. Besloten is gedurende deze dag de verenigingsstand op de Hapse molen te plaatsen. Op genoemde molenaarsvergadering werd ook nog de redactie nieuw leven ingeblazen dankzij de toegezegde assistentie van Harry Daverveld, Peter Simons en Ben Verheijen. Een vijf man sterke club kan nu werken aan de realisatie van ons lijfblad, waarvan u nu het resultaat onder ogen heeft! Van de in het voorjaar uitgebrachte video over de molens in het Land van Cuijk zijn er inmiddels ruim 20 verspreid onder de leden. Dit relatief hoge getal mogen we interpreteren als een compliment. Binnen het bestuur kwamen enkele molens in de regio uitgebreid ter sprake. Naast de gebruikelijke update over het reilen en zeilen van de Molenstichting De Hoop in Beers met het doel restauratie van genoemde molen in dit dorp, kwam ook de molen van Rijkevoort aan bod. De molen werd namelijk plotseling door de gemeente stilgelegd in verband met de technische staat van de windpeluw. Gesprekken tussen en daaruit
Bij overname van artikelen en/of foto's, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit blad.
pagina 4
voortvloeiende acties voor de Molenstichting Boxmeer, de molenaars, de gemeente en molenmaker Beijk, zullen aan deze situatie hopelijk snel een einde maken. Recent kwam ook De Hamse Molen te Wanroij in beeld. Of beter gezegd uit beeld, gezien de plannen ter uitbreiding van het industrieterrein aan de zuidkant van dit dorp die tot op minder dan 100 meter van de molen ophouden te bestaan. De biotoop van de molen lijkt hierdoor gevaar te lopen. De vereniging zal in ieder geval protest aantekenen, al is het alleen al voor de visuele schade die de nieuwe bebouwing in relatie tot de molen zal aanrichten! de secretaris
Agenda woensdag 21 november 2001 Molenaarsvergadering zaterdag 19 januari 2002 Gezamenlijke maaltijd zondag 10 maart 2002 Molendag Land van Cuijk dinsdag 19 maart 2002 Jaarvergadering weekend 22 en 23 juni 2002 Brabants Molenweekend
De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.
De Molenvriend 45, oktober 2001
Informatieborden bij molens Land van Cuijk Voorzitter verricht onthulling informatiebord Mariamolen Het zal de bezoekers van de molens in het Land van Cuijk wellicht opgevallen zijn dat bij de molens sinds deze zomer informatieborden te vinden zijn met informatie over de molen en over de Vereniging Molenvrienden Land van Cuijk. Het idee voor deze borden ontstond zo’n twee jaar geleden. Alhoewel er in het begin twijfels waren over de haalbaarheid van het project, werd er toch een werkgroep gevormd, bestaande uit Harry Daverveld, Mari Goossens en Ben Verheijen. Vergaderingen bij de commissieleden thuis gaven de volgende eisen voor het bord: het bord moest niet te groot zijn, om lelijke plaatjes van de molen te vermijden; verder moest het bord vandaal- en weerbestendig zijn. Qua inhoud moest er ruimte komen voor een vaste rubriek met informatie over de molen en onze vereniging en een variabele rubriek met informatie naar keuze van de molenaar. Deze ruimte kan bijvoorbeeld ingevuld worden met actuele informatie over molendagen. De volgende stap was het vragen van toestemming aan de gemeenten. Borden mogen immers niet zomaar geplaatst worden, zeker niet bij molens die eigendom van de gemeente zijn. Verder werd de gemeenten verzocht een financiële bijdrage van ƒ 600,00 (EUR 272,27) te doen, omdat de kosten voor de borden buiten het normale budget van onze vereniging vielen. Alle gemeenten reageerden positief op het voorstel, al duurde het bij gemeente Boxmeer (drie molens) wel erg lang. Wel moet gezegd worden dat gemeente Boxmeer daarna snel betaalde. In de afgelopen periode zijn de borden besteld en vervolgens geplaatst door de leden van de werkgroep.
De Molenvriend 45, oktober 2001
Speciaal het vermelden waard is de hulp van onze nieuwe molenaar-in-opleiding Hans Selten. De plaatsing van de borden is gedaan in overleg met de molenaars en de gemeenten. Hierbij is speciaal aandacht besteed aan mogelijkheden voor maken van foto’s. Als het goed is, blijft het bij alle molens mogelijk foto’s te maken, zonder dat het bord een storend element vormt. Toen iedereen van een bord was voorzien, was het tijd voor een officiële onthulling. Dit gebeurde tijdens de molenaarsvergadering op de “Maria” te Haps, op dinsdagavond 10 juli. Het bord hing verborgen achter een grote vlag van de molenstichting Noord-Brabant, door middel van het doorknippen van een touw maakte Mari Goossens, voorzitter van de Vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, het bord zichtbaar. Dit deed hij niet voordat hij een toespraak had gehouden, waarin hij de geschiedenis van de totstandkoming van het bord vertelde (zoals U ook kunt lezen in dit artikel) en de sponsors, penningmeester en alle anderen die hulp geboden hadden, bedankte voor hun medewerking. Momenteel zijn de borden nog gevuld met informatie die de molenaars zelf gemaakt hebben. Het is de bedoeling dat in ieder geval de informatie over de vereniging in alle borden gelijk wordt. Een en ander zal waarschijnlijk gecoördineerd worden door onze secretaris Don Werts. Namens de informatiebordencommissie wil ik vanaf deze plaats de wens overbrengen dat de borden bijdragen aan de saamhorigheid binnen en de herkenbaarheid van onze vereniging. Marko Sturm
pagina 5
Mijn grootvader Sjef Kessels kon koren malen met zijn ogen dicht Over de turbulente geschiedenis van de Jan van Cuijk Toen mijn grootvader Sjef Kessels in 1977, samen met Niek Wortman, begon met de opleiding van vrijwillig molenaar in het Land van Cuijk werd er regelmatig gevraagd aan hem of hij de aspirant-molenaars goed kon leren koren te malen. “Je moet twee jaar lang elke dag op de molen zijn en als je het in de vingers hebt, leer je het dan wel,” was zijn antwoord. Als molenaarskleinzoon zag ik hem dan aan de maalbak staan, in de ene hand had hij de licht, een touw waarmee hij de bovenste steen kon lichten, en met zijn andere hand voelde hij of het meel goed gemalen was. Goed malen is een hele kunst en mijn grootvader kon koren malen met zijn ogen dicht. Het gemalen meel werd opgevangen in zakken waar Kessels’ naam opgedrukt stond. Deze zakken mocht ik dan als jongen van 4 jaar samen met mijn vader, die werkzaam was in het molenbedrijf, met de oude Opel Blitz wegbrengen naar de boeren in de wijde omtrek. Als ik nu, dertig jaar later, door de molen loop, zie ik dit nog allemaal in mijn gedachte gebeuren. Alleen nu zonder mijn grootvader Sjef de mulder zoals hij in Cuijk genoemd werd. Ik vraag me wel eens af hoe hij het gevonden zou hebben, als hij wist dat zijn kleinzoon nu aankomend molenaar is op de Jan van Cuijk. Molen Jan van Cuijk met molenaar Sjef Kessels Molen Jan van Cuijk heeft een turbulente geschiedenis achter de rug. Als ik me verdiep in de diverse molenboeken en archieven kan ik alleen maar concluderen dat de molen volgens opschrift op de baard in 1860 gebouwd moet zijn. Bewijzen hiervoor heb ik destijds niet kunnen vinden. Pas in 1877 komt de molen voor in de oude stukken. In dat jaar koopt landbouwer Gerard Derks de korenmolen. Hij stond er
pagina 6
dus al, zodat het bouwjaar op de baard juist kan zijn. Vijf jaar houdt hij de molen draaiend, voordat Pieter Isaak Groen, beter bekend omdat hij later burgemeester werd van Cuijk, de Cuijkse wind-, graan en schorsmolen koopt. Later gaat de molen in eigendom over naar Vincent van Riet, Willem van der Stappen en
De Molenvriend 45, oktober 2001
kregen met Maria Derksen. Maria Derksen was werkzaam in het naast de molen gelegen cafĂŠ-restaurant, dat uitgebaat werd door de vrouw van mijn grootvaders broer Martien. Hij verliet na een boedelscheiding in 1942 de Heijense molen. Sjef Kessels huurde in Cuijk de, pas gerestaureerde, molen van de net weduwe geworden Willems-Bernards. Dagelijks kwam hij op de fiets van Heijen naar Cuijk, totdat het tijdelijk woonhuis onder in het pakhuis gereed was. Op 15 juni 1943 nam Kessels de molen over van de weduwe Willems. Mulder Kessels had niet lang plezier van de gerestaureerde molen. Tijdens de Geallieerde operatie Market Garden wisten Amerikaanse paratroepen van het 82-parachutistenbrigade Cuijk snel te veroveren. De overzijde van de Maas bij Cuijk bleef echter in Duitse handen. Van achter de Cuijkse spoorlijn beschoot de Amerikaanse artillerie Mook onophoudend. Op hun beurt beschoten de Duitsers Cuijk van over de Maas. De Korenmolen Jan van Cuijk, die dicht aan de Maas ligt, kreeg twee voltreffers te verwerken. Deze veroorzaakten twee grote gaten in de molenromp en vernietigden bijna het gehele binnenwerk. Het wiekenkruis,
Tijdens de oorlog werd de Jan van Cuijk zwaar gehavend
weer later naar de Mookse herbergier Gerard Willems. Het geslacht Willems zou de molen tot in de tweede wereldoorlog in bezit houden. Als ik mijn familiestamboom bekijk, dan moet ik opmerken dat deze generatie Willems ook voorkomt in mijn familie. De oorlog ging aan de Jan van Cuijk niet geruisloos voorbij. In de meidagen van 1940 kwam de molen onder Duits vuur te liggen. De beschadigingen aan de molen vielen mee, maar de schuur naast de molen brandde geheel af. Na het begin van de oorlog werd de molen gerestaureerd. Hij kreeg hierbij zijn witte uiterlijk en Van Bussel-stroomlijnneuzen. Het huidige pakhuis werd aangelegd en verving de belt aan de oostzijde. Op 21 november 1942 werd de molen heropend. Op 15 juni 1943 nam mijn grootvader de Jan van Cuijk over van weduwe P. Willems-Bernards. De molen was toen vanaf 1918 in hun bezit, verkregen uit een erfenis. Sjef Kessels kocht in 1931 samen met zijn broer Martien de molen in Heijen. De beide, uit Meerlo afkomstige, molenaars bemaalden samen deze molen. Sjef Kessels had inmiddels verkering ge-
De Molenvriend 45, oktober 2001
Op deze foto van de Jan van Cuijk is duidelijk zichtbaar dat de balie vroeger verticale planken had.
pagina 7
dat immers net nieuw was, en de kap bleven gelukkig onbeschadigd. Wel was het een wonder dat de romp niet in elkaar zakte. Na de oorlog werd de schade snel hersteld. De stroomlijnneuzen werden nu uitgerust met remkleppen. In deze zelfde periode verhuisde het molenaarsgezin van de woning in het pakhuis naar de 100 meter zuidelijk gelegen molenaarswoning. In 1959 worden de lasten van de molen voor mulder Kessels toch te groot. Vooral het schilderwerk wordt te duur. De gemeente weigert de sloop van deze dan nog in goede staat verkerende molen. Wel sluit zij de molen aan op het elektriciteitsnet. Zo ontstond onder in de molen een mechanische maalderij. Op deze manier kon mulder Kessels het redden tot 1971. Toen was het voor hem niet meer mogelijk om de molen te onderhouden en schoot de gemeente Cuijk te hulp door de, inmiddels op de monumentenlijst geplaatste, molen te kopen. In 1977 komt vrijwillig molenaar Niek Wortman op de Jan van Cuijk. Samen met mulder Kessels verzorgt hij de opleiding voor zestien vrijwillig molenaars. Na het overlijden van mijn grootvader neemt Niek het beheer over. De tweede geslaagde vrijwilliger, Ben Verheijen, neemt in 1981 het beheer over van Niek. Nu is wel de geschiedenis van de Jan van Cuijk nogmaals beschreven, maar over mezelf heb ik het nog niet gehad. Zoals hierboven al bleek, ben ik de kleinzoon van de laatste beroepsmulder van deze molen. Ik heb mijn hele leven al interesse gehad in molens. Dit kan ook niet anders, want het is me met de paplepel ingegoten. Ik liep in mijn jeugd bijna dagelijks op de molen rond, totdat ik naar school moest. Dikwijls was ik na schooltijd en op zaterdagen bij mijn opa op de molen. Het was op een decemberavond toen ik weer eens bij mijn grootouders logeerde, dat ik mijn grootvader vroeg of ik het dikke Brabants Molenboek mocht inzien. Ik wilde namelijk een spreekbeurt voorbereiden. Dit moet op de lagere school geweest zijn toen ik in de vijfde klas zat. Hij gaf mij het boek en zei: “Jongen doe er maar wat mee, het is voor jou.” Het was ook die avond dat mijn grootvader een noodlottig ongeval kreeg. Aan de gevolgen hiervan is hij enkele dagen later overleden. Dit voorval heeft destijds op mij zo’n diepe indruk gemaakt, dat ik al snel besloot dat ik
pagina 8
ook molenaar wilde worden. In 1983 ben ik begonnen als officieel leerling-molenaar op de Jan van Cuijk. Al snel ben ik gaan zwerven langs diverse molens in het Land van Cuijk. Op nationale molendag in 1984 ben ik bij Johan Reijnders op de Korenbloem in Mill terechtgekomen. Johan was immers net geslaagd en kon wel wat hulp gebruiken. Na wat afgewisseld te hebben met o.a. de Luctor et Emergo te Rijkevoort, kwamen we uiteindelijk terecht op de Heimolen in St.-Hubert. Op deze molen hebben we ruim 2 jaar gedraaid. In 1988 ben ik samen met Johan Reijnders gaan draaien op de nieuw gebouwde standerdmolen de Neije Kreiter in Volkel. De voorganger van deze molen brandde in 1983 af in een novemberstorm. Omdat de vroegere molenaar van deze molen inmiddels was overleden, zijn we via Nol Naaijkens op deze molen terechtgekomen. Een geheel nieuw gebouwde standerdmolen was destijds een hele uitdaging. Ik heb hier dan ook altijd met plezier gedraaid. Mijn opleiding heb ik destijds op een laag pitje gezet, deels omdat ik het zelf niet altijd eens was met de manier van opleiden en examineren, en deels omdat de gemeente Uden dit ook niet verlangde. Het geheel kreeg plots een andere wending toen ik vorig jaar met Ben Verheijen in contact kwam. Hij nodigde me uit om weer eens aan te komen op de Jan van Cuijk. En toen ik weer door deze molen liep kwamen de herinneringen uit mijn jeugd weer omhoog. Molen Jan van Cuijk heeft toch een speciale plek in mijn leven. Het is immers de plek waar ik mijn jeugd doorgebracht heb. Het is de plek waar mijn grootouders ruim 35 jaar hard gewerkt hebben. Het is de plek waar mijn ouders gewoond hebben en getrouwd zijn. En als laatste is het de plek waar ik mijn vrouw Bianca heb leren kennen, zij woonde immers naast deze mooie molen. Ik kan haast niet anders zeggen dan dat de Jan van Cuijk mijn plek is. En gelukkig was er die plek; molenaar Ben Verheijen bood mij aan om op deze molen te komen draaien. Onlangs heb ik de draad weer opgepakt. Ik hoop in het voorjaar mijn diploma tot molenaar te behalen om zo de Jan van Cuijk nog jarenlang draaiende te kunnen houden. Verder hoop ik nog lang de bezoekers van deze molen te kunnen vertellen: “mijn grootvader Sjef Kessels kon koren malen met de ogen dicht...” Stefan Willems
De Molenvriend 45, oktober 2001
Molendag Land van Cuijk zondag 10 maart 2002 11:00 – 17:00 uur
Informatie:  0485 - 322460 www.molens.net/landvancuijk/molendag Organisatie: vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
tekening: De Hamse molen te Wanroij, Jos Verberk
Verdere informatie volgt in volgende nummers van dit blad.
De Molenvriend 45, oktober 2001
pagina 9
Gebruik van wiekstanden Enige tijd geleden stelde Jan Selten voor om binnen het Land van Cuijk afspraken te maken over het toepassen van de wiekstanden. Deze afspraken zouden we dan door middel van een artikel in De Molenvriend vastleggen. Op de molenaarsvergadering van 10 juli 2001 hebben we definitieve afspraken gemaakt, zodat wij nu dit artikel kunnen presenteren. In het artikel herhalen we nog eens de wiekstanden, zoals die in het Land van Cuijk altijd gebruikt zijn (zie de aparte bladzijde) en we leggen de afspraken over het toepassen van de wiekstanden vast. Vreugd Zoals U in eerdere nummers van De Molenvriend kunt lezen (zie bijvoorbeeld De Molenvriend 40, pagina 5 (1999) en De Molenvriend 44, pagina 5–6 (2001)) is het min of meer een traditie om de molen in de vreugd te zetten en te versieren, om zo een huwelijk luister bij te zetten. We moeten de vreugdestand dus gebruiken bij het huwelijk van de molenaar(ster) en bij 25-, 40- en 50-jarig huwelijk. Zoals ook tot nu toe steeds gebeurd is, zetten we de molen van de desbetreffende molenaar(ster) in de vreugd. Bij de vreugdstand hoort natuurlijk versiering. In het verleden bleef dit beperkt tot vlaggenlijnen, vlaggen in de toppen, gevlochten zeil en cijfers en letters. Op dit moment zijn Robbert Verkerk en Sytske Verheyen druk bezig om een volledige set mooimakersgoed te vervaardigen. Wanneer dit gereed is, kunnen we de molens bij feestelijkheden nog mooier versieren. Geboorte Als er in de familie van de molenaar(ster) een geboorte is, dan kan de molenaar de molen in de geboortestand (laten) zetten. De stand kan toegepast worden bij geboorte van kinderen of kleinkinderen van de molenaar(ster). Net als bij de vreugdestand, wordt de geboortestand alleen toegepast op de molen van de desbetreffende molenaar(ster). Rouw Als in de familie van de molenaar een sterfgeval is, dan kan de molenaar als teken van rouw zijn molen in de rouwstand zetten. We spreken af dat, als een van de molenaars in het Land van Cuijk komt te overlijden, we als teken van medeleven met de nabestaanden van de desbetreffen-
pagina 10
de molenaar(ster) alle molens in onze streek in de rouw zetten. We proberen dan zo snel mogelijk na het overlijden alle molens in de rouw te zetten, voor minimaal 8 dagen. Tussendoor kan er dan wel met de molens gedraaid worden, als dan bij het stilzetten maar weer de rouwstand aangehouden wordt, totdat de 8 dagen volgemaakt zijn. In de praktijk zal het er op neerkomen, dat de molen na het draaien op de eerste zaterdag na het verstrijken van de periode van 8 dagen weer gewoon recht weggezet wordt. Op de molen van de overleden molenaar kan de rouwstand veel langer gebruikt worden, bijvoorbeeld een maand. We zullen de rouwstand op alle molens niet alleen gebruiken bij het overlijden van een van de vrijwillige molenaars in onze regio, maar ook bij het overlijden van mensen die als beroepsmolenaar in deze regio werkzaam zijn geweest, zoals bijvoorbeeld Gerrit van de Berg (voormalig beroepsmolenaar op de Martinus te Beugen). We passen dan dezelfde afspraken toe als bij een vrijwillig molenaar uit het Land van Cuijk. Mocht een van de vrijwillige molenaars in onze streek overlijden, dan moeten we elkaar laten weten dat de molens in de rouw gezet moeten worden. Dit kunnen we per telefoon aan elkaar doorgeven, in de volgorde zoals die vaak achter in De Molenvriend staat, op de pagina “Molenbezoek Land van Cuijk”. Hier staan de telefoonnummers van de molenaars bij. Deze lijst is ook altijd te vinden op Internet: http://home.wxs.nl/~donwerts/bezoek.htm. Nu we afspraken hebben over het toepassen van de rouwstand bij overlijden van molenaars in deze streek, kunnen individuele molenaars natuurlijk nog altijd de rouwstand gebruiken bij het overlijden van bekende molenaars uit de provinciale of nationale molenwereld. Wiekstanden Land van Cuijk We zullen dus de wiekstanden van het Land van Cuijk aanhouden, omdat dit een belangrijke streekgewoonte is. Omwille van de duidelijkheid, staan de wiekstanden in het Land van Cuijk in dit artikel nogmaals afgedrukt. Tekst en foto’s: Marko Sturm
De Molenvriend 45, oktober 2001
Wiekstanden in het Land van Cuijk Voor alle duidelijkheid op deze pagina nog een keer de wiekstanden zoals deze in het Land van Cuijk gebruikt worden. Rust Een roede staat voor de borst: de wieken staan recht. In deze stand kan de molenaar zo weer beginnen met zijn werk en het eerste zeil voorleggen op de onderste wiek.
Vreugde De roeden staan overhek: de wieken staan schuin onder een hoek van 45°. De molenaar zet de molen in de vreugdestand voor feesten zoals een huwelijksfeest, speciale verjaardagen en als een leerling-molenaar geslaagd is voor het molenaarsexamen.
Geboorte De roede is gaand: de onderste wiek staat net voorbij het laagste punt. De molenaar ziet de rondgang van een wiek als een levensloop. Als de wiek net aan de rondgang begint, symboliseert deze de geboorte van een kind.
Rouw De roede is komend: de onderste wiek staat op het punt zijn rondgang te beĂŤindigen. Deze stand staat symbool voor het einde van een mensenleven.
De Molenvriend 45, oktober 2001
pagina 11
Een molen in Noord-Limburg De Reus te Gennep Voorwoord Zoals reeds aangekondigd in het vorige nummer van De Molenvriend, in de rubriek Molens in de regio, nemen we vanaf dit nummer ook het nieuws van de vier windmolens in Noord-Limburg op in deze rubriek. Deze windmolens zijn de ronde stenen bergmolen “Nooitgedagt” te Afferden, de ronde stenen bergmolen “De Reus” te Gennep, de achtkante bergmolen “Gerarda” te Heijen en de ronde stenen bergmolen “Rust na arbeid” te Ven-Zelderheide. Om de lezers van dit blad wat achtergrondinformatie over deze molens te geven, willen we in de volgende nummers telkens een uitgebreid artikel over een van deze molens schrijven, waarin de geschiedenis, de opbouw en inrichting van de molen en tot slot restauraties van de molen aan bod komen. De molen “De Reus” mag de spits afbijten… Impressie Bij het opdraaien van de Ottersumseweg vanuit Gennep centrum valt meteen de grote molen “De Reus” op. Een vlucht van 27,06 meter is ook niet niks. Verder is alles aan de molen groot: zijn diameter,
Molen “De Reus” met het in 1943 geplaatste Van Bussel-gevlucht. In 1970 werd dit systeem vervangen door oudhollands tuig. (foto archief Jan Coopmans)
de staart, ga maar door. Voordat we de opbouw van de molen wat beter bekijken, beginnen we met het begin: de geschiedenis. Geschiedenis Het gebouwtje waar vroeger de stoommachine stond, gefotografeerd vanaf de molenberg
pagina 12
In de vroegere vestingstad Gennep, bij de splitsing van de Niers, stond op de zogenaamde “Molenberg”
De Molenvriend 45, oktober 2001
een windmolen. Op 13 maart 1845 werd deze molen door brand verwoest. Molenaar Cornelis van den Boogaard luisterde goed naar opmerkingen van boeren uit de omgeving en begreep dat er behoefte was aan een windmolen aan de Nieuwenweg, of tegenwoordig de Ottersumseweg. De bouw van de molen begon rond 1847, rond 1850 was het werk gereed en was de bergmolen “De Reus” een feit. In 1876 wilde molenaar Van den Boogaard wat nieuws, hij liet de molen “Rust na arbeid” te VenZelderheide bouwen; de molen “De Reus” werd verkocht aan Hendrik Wilhelm Willemsen uit Pfalzdorf, die zich in 1878 in Gennep vestigde. Om niet alleen van wind afhankelijk te zijn, liet deze molenaar in 1880 een stoommachine plaatsen, waarop een dubbele maalstoel werd aangedreven. In 1882 sloeg het noodlot toe: de molen brandde uit. Brandend graan werd door de hitte de lucht in geslingerd en de wieken trokken, al brandend, een vurige cirkel in de lucht. Molenaar Willemsen liet de molen direct herbouwen. Na vijfenveertig jaar malen werd molenaar Willemsen te oud voor het molenaarsvak. Hij verkocht de molen in het jaar 1923 voor ƒ 14.000 aan Johannes Leonardus Coopmans (kortweg Jean Coopmans genaamd), zoon van de toenmalige molenaar uit VenZelderheide. Deze Jean Coopmans is de vader van de huidige eigenaar Jan Coopmans. Molenaar Jean Coopmans leerde het vak in het Land van Cuijk en kende zodoende vele molenaars in het Land van Cuijk. Van oudsher waren er dus al volop contacten tussen het Land van Cuijk en Noord-Limburg: een traditie die we in ere moeten houden! In 1934 liet molenaar Coopmans een van de steenkoppels van een electrische aandrijving op de steenspil voorzien. In de periode hierna werd voornamelijk electrisch gemalen, de toestand van de windmolen verslechterde daardoor. Tevens werd in 1934 het pakhuis onder de molen gebouwd. Stijgende energieprijzen maakten in 1943 het gebruik van windkracht aantrekkelijker. Het toch al 27 meter grote gevlucht werd voorzien van het systeem-Van Bussel, om nog meer kracht te geven. De huidige eigenaar Jan Coopmans kan de verhalen van zijn vader over de ingebruikname van de gestroomlijnde wieken nog goed herinneren. Vol goede moed werd de molen opgezeild zoals men voor oudhollands tuig gewend was, vervolgens wist men zich geen raad met de kracht en snelheid die de molen nu kon ontwikkelen: dit had wat gevloek tussen molenaar en knecht tot gevolg!
De Molenvriend 45, oktober 2001
Sporen van hergebruik: een achtkantstijl in de vloer van de maalzolder (boven, let op het nummer VIII) en een houten roede, eveneens in de vloer van de maalzolder (onder)
Wonderwel bleef “De Reus” gespaard tijdens de tweede wereldoorlog. Bij de operatie “Market Garden” verrasten de geallieerden de Duitsers zodanig, dat deze geen tijd meer hadden om de molen op te blazen. In de buurt van de molen sloegen enkele granaten in, maar deze veroorzaakten geen ernstige schade aan de molen. De lindeboom, die op de foto met het Van Bussel-systeem rechts nog net zichtbaar is, sneuvelde wel. In 1948 werd de windmolen voor het laatst commercieel gebruikt, wel bleef de molen electrisch malen. In 1955 nam Jan Coopmans het molenaarsbedrijf van zijn vader over, al maalde hij slechts electrisch. Niettemin werd de molen in 1970 opgeknapt. Eén van de twee potroeden werd vervangen door een gelaste roede van constructiebedrijf De Bie uit SprangCapelle. Om restauratiekosten te sparen, verdween het systeem-Van Bussel: de molen werd weer uitgerust met het oudhollands wieksysteem. In 1971 stopte Jan Coopmans met het molenaarsbedrijf. Sindsdien liet hij de molen draaien met vrijwillig molenaar Niek Wortman uit Oeffelt. Bij een grote restauratie in 1987 (uitgevoerd door molenmaker Beijk uit Afferden) werd een groot aantal balken in de kap vernieuwd. Momenteel nadert een grote restauratie de voltooiing. De werkzaamheden bij deze restauratie worden gemeld in het verdere verloop van dit artikel.
pagina 13
Een rondtocht door de molen Het pakhuis in de molen is onlangs omgebouwd tot woonhuis, de ingang van de molen is nu via de aanbouw aan de achterzijde, waar ooit de stoommachine stond. Een alternatieve ingang gaat langs de opnieuw op te bouwen trap langs de molenberg. In het bijgebouwtje is de oorspronkelijke plaats van de stoomketel nog te zien. Bij de restauratie is boven de aanbouw plastic aangebracht (onder het zand van de berg), om binnensijpelen van regenwater tegen te gaan. Door een gangetje vervolgen we de weg naar de begane grond van de molen. Vroeger liepen door deze gang drijfriemen van de stoommachine naar een maalstoel in de begane grond van de molen. Voor de vloerbalken van diverse zolders zijn oude balken van een achtkant uit Noord-Holland gebruikt, in een van de vloerbalken is het nummer VIII zichtbaar. Helaas is niet bekend waar deze achtkante molen gestaan heeft en uit welk jaar hij was, ook is niet bekend wanneer deze balken in De Reus gekomen zijn. Dit is in ieder geval niet bij de bouw van de molen, maar later. Verder zijn er oude houten roeden verwerkt in de vloer. Aan de binnenkant is het muurwerk van deze molen lange tijd erg slecht geweest. Van binnen is de muur bij de restauratie gerepareerd, bovendien wordt hij opnieuw gewit. Jan Coopmans vertelt mij dat er een oude molensteen in de vloer verwerkt is. Helaas kan ik deze niet zien vanwege een bescherming die op de vloer aangebracht is, zodat deze niet vies wordt tijdens de restauratie. Op de meelzolder valt op dat de molen drie koppels stenen heeft gehad: de vroegere uitsparingen voor de meelpijpen zijn nog zichtbaar. Jan Coopmans weet nog te vertellen dat één koppel gebruikt werd voor bakrogge, een ander voor veevoer en het nu nog resterende koppel voor baktarwe. Het koppel voor tarwe heeft in het verleden een regulateur gehad, hiervoor is een uitsparing in de muur gemaakt. Iets anders dat zijn sporen heeft nagelaten, is de vroegere mengketel. Een van de vloerbalken van de steenzolder is enigszins uitgehold. Een andere vloerbalk was vroeger afgezaagd, en ondersteund door een stut, om zo voldoende ruimte voor de ketel te creëren. Bij de laatste restauratie is deze balk aangelast met een nieuw stuk balk, zodat de stut kon vervallen. Voor de vloerbalken van de steenzolder heeft men onder andere een in de lengte doorgezaagde koningsspil van de vroegere Noordhollandse achtkant gebruikt. Bij het betreden van de steenzolder, valt op dat de
pagina 14
Het luiwerk, de luitafel is nog niet geplaatst na vervanging van de koningsspil
molen een nieuwe koningsspil heeft. Deze is bij de laatste restauratie geplaatst, het hout was al langer in bezit van de eigenaar. Het spoorwiel ondergaat momenteel een grote opknapbeurt in de werkplaats van Beijk. Ook wordt het steenrondsel van het resterende koppel blauwe stenen gerestaureerd en krijgen de molenstenen een nieuwe kuip. Aan de oude spilbalken is nog goed te zien dat in deze molen ooit drie koppels stenen gelegen hebben. Op de luizolder wordt een nieuwe luitafel geplaatst. Het forse gaffelwiel blijft behouden, maar zal wel tijdelijk weggenomen moeten worden om de muur achter het gaffelwiel op te kunnen knappen. Vanaf de luizolder kijken we tegen een geheel vernieuwde vloer van de kapzolder aan: zowel de balken als vloerdelen zijn nieuw, omdat de vorige vloer te slecht was om op te knappen.
De bovenas van “De Reus”, gefotografeerd bij de pen. Het betonblok is aangegoten na de komst van het systeem-Van Bussel.
De Molenvriend 45, oktober 2001
Op de kapzolder zien we een Engels kruiwerk met forse rollen. Van het aswiel (of groot wiel / bovenwiel) zullen nog een aantal kammen vervangen moeten worden. Verder wordt de wieg (ofwel de schijfloop) vervangen. De molen heeft een gietijzeren bovenas. Er was duidelijk geen as te vinden die goed bij het formaat van onze Gennepse Reus paste, want tussen de penbalk en de korte spruit zit een ruimte van zeker één meter; een broekbalk ontbreekt. Jan Coopmans heeft na het aanbrengen van het systeem-Van Bussel een betonblok om de staart van de as aangegoten, om het geheel in beter balans te brengen. Na het aanbrengen van het oudhollands gevlucht is het betonblok gebleven.
Bij de restauratie worden de lange schoren vervangen. Zowel bij de oude als bij de nieuwe schoren bestaan de schoren uit twee balken, met een las ter plaatse van de hanger. Verder wordt de kruibok vernieuwd, omdat het houtwerk te ver uit verband raakt, wat zwaar kruien tot gevolg zou hebben.
Op de molenberg (en het platte dak van het woonhuis in het voormalige pakhuis) valt nog eens goed op hoe groot de molen is. De buitenomtrek is zo’n 32 meter! Het wiekenkruis van de molen heeft nog één potroede. De roeden zijn uitgerust met zeilarmen en niet met schuifijzers, zoals in het zuiden van het land vaak voorkomt. Jan Coopmans weet zich niet anders dan de zeilarmen te herinneren.
Biotoop
De muren zijn van buiten opnieuw gevoegd. Door de lichte kleur van het voegsel ziet de molen er mooi uit. Een dakgoot aan de kap (met afvoer via de staart) moet in de toekomst voorkomen dat de muur opnieuw verslechtert. Verdere werkzaamheden bij de restauratie zijn het op bepaalde plaatsen ophogen van de molenberg en het opnieuw maken van een trap langs de berg.
Vanaf de molenberg kijken we in de richting van het westen en zuiden op huizen, terwijl de oostkant veel vrijer is, daar is nu nog open veld. In de toekomst worden hier waarschijnlijk wel huizen gebouwd, maar door de inspanningen van eigenaar Jan Coopmans blijft de windvang van de molen als het goed is in de toekomst behouden. Molenstichting Gennep De drie molens in de gemeente Gennep worden beheerd door een stichting. Twee molens van de stichting zijn in particulier eigendom (“De Reus” en de “Rust na arbeid”), terwijl de “Gerarda” eigendom is van de gemeente. Sinds enkele jaren zijn de molens in erfpacht overgedragen aan de stichting, in de hoop dat deze stichting gemakkelijker gelden kan verkrijgen voor onderhoud en restauratie dan de afzonderlijke eigenaren. De stichting ontvangt subsidie van gemeente, rijk en provincie en zorgt momenteel voor een grote opknapbeurt van de drie molens, zodat ze allemaal weer draai- en maalvaardig worden. In de toekomst is het de bedoeling dat de molens op basis van tienjarenplannen onderhouden worden. Hoe dit in de toekomst gaat lopen zult U hopelijk lezen in de toekomstige nummers van dit blad, onder de rubriek “Molens in de regio”. Als alles volgens plan verloopt, zal molenmaker Beijk in november de restauratie van De Reus voltooien. Via dit blad, in de rubriek “Molens in de regio” of in een apart artikel, zullen we de voltooiing van de restauratie van De Reus aan U melden. Tekst: Marko Sturm Foto’s: Marko Sturm en archief Jan Coopmans
De dubbele beltdeuren in de opnieuw gevoegde molenromp
De Molenvriend 45, oktober 2001
pagina 15
De Maltezer molen Tijdens onze vakantie in het voorjaar op het eiland Malta zagen we daar, en op het erbij gelegen eilandje Gozo, wat molenresten en enkele nog redelijk intacte korenmolens staan. Op het eilandje Gozo staat, aan de noordoostkant, ook nog een molen die als museumpje is ingericht. Deze konden we helaas niet bezoeken omdat we er met een groepstoertocht langs kwamen. Deze wordt, naar zeggen, beheerd door de laatste echte molenaar van Malta. Wel konden we toevallig op een van onze wandelingen in het zuidwesten van het eiland in Zurrieq een gerestaureerde molen bekijken en daar wat foto’s maken. Terwijl we daar bezig waren kwam er een jongeman die af en toe de molen openstelde wat uitleg geven. Als je dan vertelt dat je zelf ook molenaar bent, branden ze los. Ik denk dat velen van ons dat wel ergens ervaren hebben. Zo ben ik veel van wat nu volgt via hem aan de weet gekomen.
Op deze bronja, een soort schelp, blies de molenaar om aan te geven dat er graan naar de molen gebracht kon worden.
De molen staat op een vierkante onderbouw die als woonhuis dienst deed. Het geheel is opgetrokken uit de lokale zandsteen. Malta is eigenlijk een grote “SintPietersberg� met catacomben, grotten en fortificaties. De kleur van veel gebouwen is daarom ook okergeel. De eerste molens op het eiland dateren van rond 1200! Deze molen is gebouwd begin 1700 en staat aan de rand van het dorp. Er moeten er vroeger diverse hebben gestaan. Maar ook hier is tengevolge van het oorlogsgeweld en de vele bombardementen heel wat verloren gegaan. De molenaar maalde voor het dorp en de directe omgeving. Als hij ging malen blies hij op een hoornachtige schelp (Bronja) zodat men in het dorp wist dat ze graan konden brengen (zie de tekening). Hij is met het typische mediterrane wiekenkruis uitgevoerd en is een binnenkruier. Het kruiwerk is een soort neuten schuifkruiwerk. Om te kruien gebruikt de molenaar een staak. Die steekt hij tussen een ijzeren pin, die in de onderring gezet kan worden, en een soort roosterhouten, in de voeghouten en de bovenring van de kap. Zo krikt hij de kap en het gevlucht op de wind. Om de kap tijdens het malen en als beveiliging worden om de pinnen schalmen gehangen. Hoe men de molen vangt en zeilen voorlegt heb ik niet kunnen ontdekken. Ze hadden dat hier in geen jaren meer gedaan omdat de vroegere molenaar nu in de museummolen op Gozo zit. Hieruit valt te concluderen dat de kennis behorende bij het molenaarsvak hier zo goed als verdwenen is.
De Maltezer molen, met een typisch mediterraan gevlucht
pagina 16
De steenzolder c.q. kap kan men via een zeer smal stenen wenteltrapje aan de binnenkant langs de romp
De Molenvriend 45, oktober 2001
Malta komt of al kennis op dit gebied heeft, nog enige vragen die mij nog bezig houden beantwoorden. Maar ook zonder molens is Malta een bezoekje waard. Tekst en foto’s: Mari Goossens
Schematische tekening van de molen. Onderaan zijn de contragewichten die de molen in balans moeten houden, links en rechts zitten de roosterhouten , die nodig zijn voor het kruien (zie tekst).
bereiken. Hoe men zo een redelijke hoeveelheid graan in de kaar kon krijgen is mij nog steeds een raadsel. Misschien ook buiten langs door het raampje? De steen wordt direct, door middel van een klein tandwiel op het staakijzer, dat veel lijkt op de domp van een karrenwiel, door het bovenwiel aangedreven. De licht e.d. zit ook op de steenzolder die erg klein is en nogal vol staat. Typisch zijn ook de 4 stenen (zie foto) die als contragewicht voor het gevlucht dienen en opgehangen zijn aan een dwarsbalk die de naar buiten gebrachte voeghouten verbindt. Om de wieken tijdens stilstand te beveiligen zijn onder in de romp sparingen aangebracht waar men een blok hout in kan steken. Dit blok fungeert dan als kruipaal waaraan het gevlucht wordt vastgebonden. Al met al vind ik het zeer markante molentjes. Het is jammer dat er nog maar een paar over zijn. Ook nu is het me weer vergaan als anders. Als je weg bent bedenkt je, ik had dat en dat nog willen vragen. Maar misschien kan iemand anders als hij of zij op
De Molenvriend 45, oktober 2001
Tekening van de molen en het bovenwiel
De contragewichten die de kap in balans houden
pagina 17
Aan de licht Hans Heijs Reeds geruime tijd was ik aan de beurt, mij aan U voor te stellen. Aangezien ik het moeilijk vind over mezelf te schrijven, moest ik flink “aangespoord” worden. “Je bent aan de beurt en je doet ’t maar niet,” kreeg ik telkens te horen! Nou, hier ben ik dan: Hans Heijs, oudste molenaar van ’t Land van Cuijk 75 jaren jong. Pas gevierd en “mijn” molen was ook nog versierd door mijn collega’s. ’t was schitterend, ik was er geweldig trots op. We werken met een geweldig fijn team op de Beugense molen en hopen over enkele maanden een tweede koppel stenen te hebben geplaatst, onder de bezielende leiding van molenaar Frits. Hoe is dit alles zo ontstaan? In 1986 stond er in de Gelderlander een oproep voor vrijwillige molenaars, door de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk. Ik werd er door mijn overleden vrouw Ger op gewezen. Aangezien mijn interesse daar reeds lag vanwege het verleden van de Beugense molen en de VUT in zicht kwam, leek me dat een juiste invulling. In die periode gingen Frits Harteman en ik vaak kijken naar de prestaties van onze kinderen bij de handbalvereniging. Tijdens een van onze gesprekken vertelde ik dat ik me had aangemeld bij de molenaarsvereniging. Frits had ook meteen veel interesse en heeft zich toen ook opgegeven. Samen hebben wij de opleiding gedaan bij Theo van bergen, in die periode molenaar op de molen van Beugen. Vanaf die tijd tot op heden werken Frits en ik samen op deze molen, die qua geschiedenis ook nog van mijn voorouders is geweest. Deze molen is namelijk in 1868 gebouwd door Bartholomeus Heijs en tot 1917 in onze familie gebleven. Mijn vader heeft hem verkocht aan Martinus van de
pagina 18
Berg. Vandaar de naam “Martinus” molen. In de Heijsperiode was z’n naam “Zeldenrust” Op 11 april 1974 is de molen weer verkocht aan de Gemeente Boxmeer voor ƒ 27.500,00 incl. de bijbehorende grond. Na volledige restauratie is hij op 18 september 1978 heropend. Frits en ik werken nu al ruim 15 jaar op deze molen samen met een kleine onderbreking van 2 jaar wegens restauratie. In die periode zijn we samen naar de molen in St.-Hubert gegaan. Dit is dus mijn verhaal. Als het gaat zoals is afgesproken, tekent Sytske Verheyen voor de volgende bijdrage “Aan de Licht” in ons molenblad.
De Molenvriend 45, oktober 2001
Molens in de regio De Nooitgedacht te Afferden De molen verkeert nog in een goede gezondheid – maar met Harry Beijk als eigenaar kan het eigenlijk ook niet anders. Helaas beschikt de molen niet over een vaste molenaar zodat hij niet op geregelde tijden kan draaien c.q. malen. Hopelijk komt daar spoedig verandering in. Ook de biotoop op het westen – noordwesten kan beter, maar met dit euvel kampen meer van zijn soortgenoten. Op de laatst gehouden Limburgse molendag is de molen voor publiek open geweest en heeft toen ook gedraaid. De Hoop te Beers Momenteel is men nog steeds op zoek naar een nieuwe voorzitter van de stichting. Ook is men op zoek naar mensen die de organisatie en het beleid van de Molenstichting de Hoop kunnen ondersteunen. Perry
Om de 75e verjaardag van molenaar Hans Heijs te vieren, werd de “Martinus” te Beugen versierd (foto F. Harteman)
De Molenvriend 45, oktober 2001
Hendriks is bezig om uit te zoeken welk subsidiepercentage maximaal haalbaar is. Een vervelend gegeven is dat veel acties pas concreet kunnen worden wanneer de restauratie, welke gepland is in het jaar 2003, om de hoek komt kijken. Deze restauratie zal wellicht in drie fasen uitgevoerd worden met als voordeel een financiële spreiding en met het nadeel dat de laatste fase in het algemeen moeilijk haalbaar is. De Martinus te Beugen Over de Martinusmolen zelf valt niet veel nieuws te vertellen. Hij maakt trouw wekelijks zijn omwentelingen en gebreken vertoont hij totnogtoe gelukkig niet. Wel valt er weer iets te schrijven over de voortgang van het 2e koppel. De stenen zijn inmiddels door Hans Titulaer gescherpt. Zowel de steenbus als de viertaks rijn zijn geplaatst zodat de stenen op hun plaats gelegd konden worden. De verbinding ligger/ meelring is vervolgens met roggedeeg dichtgemaakt waarna de meelkuip opgebouwd kon worden. Het geheel ziet er voor de molenaars als een plaatje uit. Na zoveel jaren weer twee koppels stenen op de steenzolder. Het staakijzer moet nu nog passend gemaakt worden en voorzien van het steenrondsel. Hopelijk zal dat geen lange tijd meer in beslag nemen en dan maar hopen dat alles goed werkt. De molenaars hebben voorts de 75ste verjaardag van een van hen t.w. Hans Heijs gevierd. Ter gelegenheid hiervan was de molen in de feesttooi gezet. Het was een gezellige middag op de molen (dat is het daar overigens altijd). ’s Avonds werd het feest elders voortgezet. Hans nog vele jaren!! De Jan van Cuijk te Cuijk Deze molen had op een gegeven moment last van het zwaar lopen van het gevlucht. Bij onderzoek bleek de vang uiteindelijk toch aan te lopen en na het weghalen van een vullatje van de rust bleek het euvel opgelost. In dit verband is het ook zaak om het halslager van de bovenas af en toe extra te smeren om zwaarder lopen te voorkomen. De molenaars Ben Verheijen en Stefan Willems hebben met de vertegenwoordiger van de gemeente Cuijk op de molen een bijeenkomst gehad. Met mevrouw Gitta Lucas is het onderwerp “Het duurzaam repareren en restaureren van de Jan van Cuijk” besproken. Dit heeft te maken met een wat bredere en meer moderne visie op de diverse aspecten van onderhoud en restauratie. De ontbrekende planken van de omheining rond de
pagina 19
betonnen kruivloer zijn nog steeds niet vervangen. Wat deze omheining betreft willen we overigens ook terug naar de oorspronkelijke vorm welke bestond uit een netwerk van verticaal aangebrachte latten. De kruibok komt steeds losser te zitten, hopelijk houdt deze het vol tot het volgend jaar wanneer de hele staart vernieuwd wordt. De onderkant van een van de Van Bussel-neuzen vertoont sterke inrotting. Langzaam maar zeker doet het groen van de algen en wieren op de “witte” rompmuur weer van zich spreken. Een van de recreatiebanken heeft weer eens een flinke beschadiging opgelopen. De spreeuwentijd is nu voorbij zodat de molen niet meer als toilet wordt gebruikt. Wel hebben we last van fruitvliegjes in de kap maar als het wat kouder wordt, zal dit ook over zijn. Onlangs is de helling van de belt door de gemeente gemaaid zodat deze er weer (te) netjes uitziet maar de brandnetels en braamstruiken het eventuele kwaadwilligen niet meer moeilijk maken om de belt op te komen. De biotoop wordt steeds slechter waardoor er relatief steeds meer windkracht nodig is om goed te kunnen draaien en malen. In verband met de nieuwe draaipremieregeling wordt in de Cuijkse molen een omwentelingsteller ingebouwd. Twee trouwpaartjes hebben in de afgelopen tijd in en rond de Jan van Cuijk misschien de mooiste foto’s van hun leven gemaakt. De Bergzicht te Gassel Molenaar Jan van Haren is bezig om een restauratieplan voor de Bergzicht op te zetten. Er mankeert nogal het een en ander aan de molen. Zo moet een veld aan de zuidkant van een nieuwe laag riet worden voorzien. De lange spruit is niet al te best meer en de molenaar wil deze het liefst vervangen door een stalen spruit zoals dit bij de Mariamolen in Haps is gedaan. Hiermee kan voorkomen worden dat door het doorbuigen van de spruit de staartschoren bij het kruien de rieten mantel beschadigen. Een achtkantstijl vertoont vermolmde delen en huisvest bovendien een familie boktorren. De zeeg van de binnenroede is veel te diep en dient in verband met overmatige zeilslag aangepast te worden. Dit kan worden gedaan door het uitslijpen van de roede waarna het hekwerk verschoven aangebracht kan worden. Het ligt ook in de bedoeling om een tweede koppel stenen aan te brengen. De stenen, schijfloop, bolspil en de vaste rijn zijn reeds aanwezig. Momenteel is men bezig met het schilderen van de betonnen paaltjes en de planken van de omheining van de belt. Van de winter moet er weer gesnoeid worden en kunnen mensen van onze vereniging wellicht meehelpen om het struikgewas te lijf te gaan. Verder liet Jan doorschemeren dat hij het op prijs zou stellen wanneer er een molenaar op zijn molen zou willen draaien.
pagina 20
Molen “De Reus” te Gennep in de steigers voor het voegwerk (foto F. Harteman)
De Reus te Gennep Voor bijzonderheden over deze molen zijn wij zo vrij u te verwijzen naar het artikel van Marko Sturm over deze molen in dit blad. Wij hopen u in nummer 46 van de Molenvriend te kunnen laten weten dat de molen weer geheel maal- en draaivaardig is. De Mariamolen te Haps Molenaar Don Werts weet te melden dat de kammen van het bovenwiel nog steeds raak lopen tegen de velgen van de schijfloop. Verder is de molen in een redelijk goede staat. Een nieuwe aanwinst is een Flymo grasmaaier. Met dit “Hoovercraftje” is het mogelijk om ook de schuine kanten van de belt te maaien. Nu de spreeuwen weg zijn heeft de Mariamolen ook last van hele zwermen fruitvliegjes. Don heeft de zeilen zo op orde gemaakt dat de lussen goed tegenover de kikkers zitten hetgeen gemakkelijk is bij het opzeilen. De biotoop van de molen is niet denderend (waar wel) maar de windvang is dusdanig dat hij redelijk met de molen kan draaien De Gerarda te Heijen Aan deze molen is de afgelopen tijd veel gesleuteld. De romp is voorzien van een nieuwe rietpels. Het
De Molenvriend 45, oktober 2001
dat er voor de molen geen bomen geplant zullen worden. Wat de molen zelf betreft is een vrijwilliger bezig met het schilderen van het hekwerk terwijl Peter zelf de stelling met carbolineum heeft behandeld. Het is een rustig jaar voor de molen geweest en de molenaar geeft wat teleurgesteld te kennen dat er tijdens de afgelopen Monumentendag geen enkele bezoeker is geweest. De Korenbloem te Mill Op dit moment is er geen nieuws over deze molen. Wellicht dat we in een volgende uitgave van de Molenvriend wat meer kunnen vertellen met betrekking tot de gang van zaken rond deze molen.
gehele staartwerk (spruiten, schoren en staartbalk) is vernieuwd. De kap moet nog voorzien worden van nieuw riet. Voorts staat nog op het programma: aanbrengen van stalen banden om de stenen, een nieuwe steenkraan alsmede steenkuip. De luizolder krijgt een nieuwe vloer en trap naar de kap. Ook het stucwerk en vloer van de entree krijgen een onderhoudsbeurt. Het ligt in de bedoeling dat het geheel eind van dit jaar klaar komt. Harry Kaak kan dan weer op zijn eigen stek draaien.
De Vooruitgang te Oeffelt Molenaar Theo van Bergen heeft alle kammen van de Vooruitgang met bijenwas behandeld. Samen met de leerlingen is de vang opnieuw afgesteld. De molen functioneert goed en is op het ogenblik vrij van mankementen. Leerling Leo Vaes is onlangs in Woudrichem geslaagd terwijl leerling Frank de Hoogh uit Arnhem op 16 oktober in Deurne is geslaagd. Stefan Willems uit Cuijk en Frans van de Water uit Berghem zijn momenteel de leerlingen die de opleiding bij John Houben en Theo van Bergen volgen. De gemeente Boxmeer heeft de drie doosjes met muizengif door nieuwe vervangen. Enige tijd geleden is in het parkje voor de molen het zogenaamde Lancaster-monument onthuld. Dit monument waarvan Theo een van de initiatiefnemers is geweest, is opgericht ter nagedachtenis aan de zeven Engelse militairen die tijdens de laatste wereldoorlog in Oeffelt met hun Lancaster bommenwerper zijn neergestort en daarbij allemaal om het leven kwamen. Het monument bestaat uit een trapeziumvormige sokkel met daar bovenop een constructie van drie vliegtuigpropellers welke gemaakt zijn van roestvast staal. Op de voorkant bevindt zich een marmeren plaquette met daarop de namen van de zeven omgekomen inzittenden van het vliegtuig
De stellingmolen te Katwijk Het project “Cuijk terug naar het water” in de Heeswijkse Kampen begint steeds meer vaste vorm te krijgen. Tegenover de molen liggen momenteel grote zandhopen welke op langere termijn zullen verdwijnen. Werd in een eerdere uitgave van de Molenvriend al aangegeven dat de Katwijkse molen op een “poldermolen” begon te lijken, nu heeft molenaar Peter Simons het als grap over “De molen achter de duinen”. Op langere termijn zal het afvoerkanaal wat nu de weg rechtdoor naar de molen blokkeert verdwijnen evenals de noodbrug die over dit kanaal ligt. Tegenover de molen komt een soort speelstrand waarbij enkele jaren geleden met de gemeente is afgesproken
De Korenbloem en de watermolen te Oploo Het scheef staan van de molen is nog steeds niet verholpen en de sleuf in de kruicirkel in het gras is nog steeds nodig om goed rond te kunnen komen. Het is nog niet echt duidelijk wat de oorzaak is. Verder is de molen redelijk in orde en wordt er door de molenaars Piet Geenen en Jan van Riet regelmatig mee gewerkt. In de afgelopen zomer waren er redelijk veel bezoekers en excursies. In het algemeen heeft de Korenbloem geen biotoopproblemen, soms moet er wel aan bomen gesnoeid worden. Met de watermolen kan ook regelmatig gedraaid worden, zeker in deze herfst waarin er zoveel regenwater gevallen is. De molenaars zijn van plan om een nieuwe vloer in de water-
De Gerarda te Heijen krijgt een nieuw rietdek. De bossen riet liggen onder de dekzeilen, rechtsonder op de foto (foto F. Harteman)
De Molenvriend 45, oktober 2001
pagina 21
molen te leggen. Het is de bedoeling om hiervoor kleine waalstenen te gebruiken en om deze dan in een visgraatmotief aan te brengen. Deze stenen zijn nogal prijzig en men is bezig om daar toch op een goedkopere manier aan te komen. De Luctor et Emergo te Rijkevoort Op verzoek van de gemeente Boxmeer heeft molenmaker Harry Beijk een onderzoek gedaan naar de huidige toestand van de Rijkevoortse molen. Aan de hand van het rapport heeft de gemeente de molenaars verzocht om niet meer met de molen te draaien. Robbert Verkerk heeft hierover een brief naar de gemeente Boxmeer geschreven. Er bestaat een restauratieplan waar ƒ 170.000 mee gemoeid is. Dit houdt de volgende activiteiten in: het vervangen van de windpeluw; het vernieuwen van de staartbalk, schoren en de kruibok; het nazien van het hele gevlucht en het vervangen van onderdelen in de kap; het vervangen van de baard en het voorkeuvelens. Dit alles is gepland voor het jaar 2004. Er is een korte-termijnplan opgezet wat ƒ 50.000 aan kosten met zich meebrengt. Het betreft het vervangen van de windpeluw, de baard en het voorkeuvelens. De heer Nienhuis van Monumentenzorg heeft de zaak bekeken en het plan gunstig beoordeeld. Men vreest echter dat het dit jaar niet meer tot een uitvoering van het plan komt. De Heimolen te Sint-Hubert Molenaar Harry Daverveld deelde mede dat de maalzolder opnieuw gewit is. Het is moeilijk om de kap vogelvrij te maken. Dit komt omdat de zaak niet helemaal concentrisch is en het gaaswerk bij het kruien stukgetrokken wordt. Met de gemeente Mill is afgesproken dat het gras rond de molen elke maand gemaaid wordt. Vorig jaar heeft de gemeente de toppen van de drie bomen welke aan westzijde voor de molen staan verwijderd. Het ligt in de bedoeling van de molenaar om het snoeiwerk aan deze bomen zelf bij te gaan houden. Aan het bos wat rechts van de molen ligt is nog steeds niets gedaan. Inmiddels is Harry met zijn vrouw naar Boxmeer verhuisd en woont daar in de Begijnenstraat. De Monumentenwacht heeft de Heimolen bezocht in verband met de jaarlijkse inspectie van de molen. De Rust na Arbeid te Ven-Zelderheide Op deze molen is het nog steeds volstrekte rust. Echter, de voortekenen op een spoedig herstel kondigen zich middels een bord van de molenmaker reeds aan hoewel het nog wel even zal duren voor Ludger Pauls de wieken kan laten draaien. Als het echter zo ver is zal het jaar 2002 al een eind zijn gevorderd. Wij zullen als het zo ver is de restauratie op de voet volgen en u op de hoogte houden.
pagina 22
De Hamse molen te Wanroij Nu het bedrijventerrein bij de molen met ongeveer 20 bedrijven wordt uitgebreid, is het zaak om wat het biotoopgebeuren betreft de vinger aan de pols te houden. In het kader van deze uitbreiding wordt de boerderij waar molenaar Jan Selten woont afgebroken en hebben hij en zijn vrouw een andere woning in Wanroij gekocht. Jan en molenaar Jos Verberk zijn met de biotoopgegevens naar de gemeente Sint-Anthonis geweest om deze zaak te bespreken en om hun eisen met betrekking tot de biotoop voor de Hamse Molen in te dienen. Bij die bespreking bleek dat de vertegenwoordiger van ruimtelijke ordening op de hoogte was met de formule waarmede de maximale obstakelhoogte bij een bepaalde afstand berekend kan worden. Als ruwheidfactor heeft men echter 75 gekozen terwijl voor het gebied rond de molen een factor van 140 genomen mag worden omdat het een vlak gebied is met een zeer goede biotoop en in principe weinig obstakels. Deze hogere ruwheidfactor brengt dan weer een lagere toegestane obstakelhoogte met zich mee hetgeen weer gunstiger is voor de windvang. Ook de 100 meter cirkel wordt niet gehaald. Dit is de cirkel waar binnen zich in principe geen enkel obstakel mag bevinden en deze is met betrekking tot de Hamse molen ongeveer 80 meter. Op ongeveer 150 meter van de molen in zuidelijke richting komt een weg te liggen en het is de bedoeling om op langere termijn aan beide zijden bedrijven te bouwen. Vlak bij de molen komt dan ook nog een wildsingel als ecologische afsluiting van het bedrijventerrein. De gemeente Sint-Anthonis heeft beloofd om over deze hele zaak een gesprek te hebben met de vertegenwoordigers van de Molenstichting. Men wacht ook nog op de officiële meetgegevens met betrekking tot de askophoogte van de molen. Het ligt in de bedoeling om de informatie aangaande het biotoopgebeuren ook naar de Vereniging De Hollandsche Molen te sturen. Welke bedrijven er zullen komen is niet helemaal bekend. Het is wel duidelijk dat er twee mestverwerkingsbedrijven zullen komen maar deze worden verder weg van de molen gerealiseerd. Wat de molen zelf betreft deelde Jan Selten mede dat molenmaker Beijk de insteekkop van de bovenas heeft vastgezet en dat de staart met een nieuw middel is behandeld omdat het gebruik van carbolineum in feite wettelijk niet meer is toegestaan. Frits Harteman Ben Verheijen
De Molenvriend 45, oktober 2001
(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)
Beijk Molenbouw BV Rimpelt 15a 5851 EK AFFERDEN tel. 0485-531910 fax 0485-532305
De Molenvriend 45, oktober 2001
pagina 23