Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Nr. 38
VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK BESTUUR VOORZITTER
Mari Goossens Tel. 0485-573815 Don Werts Tel. 0485-322460 Fax 0842-110623 Perry Hendriks Tel. 0485-322872 Frits Harteman Tel. 0485-572271 Hans Heijs Tel. 0485-571463
D. Boutsstraat 25 5831 VN BOXMEER Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS E-mail: d.werts@wxs.nl De Vang 20 5437 BP BEERS Bilderbeekstraat 23 5831 CW BOXMEER Bilderbeekstraat 26 5831 CX BOXMEER
ARCHIEFCOMMISSIE
Tel. 0485-371622
Hoogeindse Kampen 5 5447 PS RIJKEVOORT
LEDENADMINISTRATIE
Tel. 0485-322460 Straatkantseweg 28 Fax 0842-110623 5443 NC HAPS GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester
MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK
Tel. 0485-313647
BIOTOOPWACHT LAND VAN CUIJK
Tel. 0485-313298
SECRETARIS
PENNINGMEESTER BESTUURSLEDEN
COMMISSIES
Isabellalaan 30 5431 GW CUIJK Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen Moleneind 4 5431 HW CUIJK
DE MOLENVRIEND 38
Colofon Jaargang 14, nummer 3, december 1998, verschenen in januari 1999 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden van de vereniging. De contributie hiervoor is Ć’ 20,-. Aanmelding kan geschieden door het bewuste bedrag te storten op de girorekening van de vereniging. De Molenvriend is een advertentiemedium. REDACTIE
Frits Harteman Don Werts
Ben Verheijen
REDACTIEADRES
Bilderbeekstraat 23
5831 CW BOXMEER
VERDER WERKTE(N) MEE
Mari Goossens
ILLUSTRATIES
Jacqueline van Bergen, Mari Goossens, Frits Harteman & Don Werts
VOORPAGINA
De "Mariamolen" te Haps (foto D. Werts).
In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5 pagina 6
pagina 8
pagina 10
pagina 11
pagina 12
pagina 15
pagina 17
Colofon In dit nummer Van de Redactie Mededelingen van het Bestuur In Memoriam Op zoek naar Buzio's in Portugal een zoektocht naar een bijzonder molenonderdeel door: Frits Harteman Jaarverslag 1997 van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk beter laat dan nooit: het reilen en zeilen van de vereniging in 1997 door: de secretaris Uitslag Molenaarsenquête samenvatting van de door de regionale molenaars ingezonden enquêteformulieren door: de voorzitter Molenaars hakken erop los een verslag van rondvliegende spaanders en doormidden gehakte electriciteitsdraden door: Mari Goossens Molens in het Land van Cuijk - "Mariamolen" te Haps een voortzetting van de rubriek waarbij steeds een molen onder de loep genomen wordt door: Don Werts Aan de Licht een rubriek waarbij individuele molenaars zichzelf voorstellen door: Mari Goossens Molens in de Regio de stand van zaken omtrent onze 13 molens door: Ben Verheijen
Van de Redactie Hoewel het nieuwe jaar bij het verschijnen van dit nummer van de Molenvriend al weer enige weken oud is, wil de redactie u en uw gezinsleden alsnog een goed en gezond nieuwjaar wensen. Of al onze wensen en verlangens bewaarheid zullen worden is maar afwachten. Over het algemeen genomen hebben we zelf op de verwezenlijking daarvan maar weinig of geen invloed. Waar we als redactie wel enige invloed op hebben is de verschijning van dit blad. Zij heeft zich voor de zoveelste keer voorgenomen het blad 3 à 4 keer per jaar te laten verschijnen. Of dit zal lukken is eveneens afwachten, zij is namelijk afhankelijk van de beschikbare kopij. De inspiratie bij de redactie om alles te
De Molenvriend 38, december 1998
schrijven raakt op een gegeven moment op. Vandaar dat we deze gelegenheid aangrijpen u nogmaals om toezending van kopij te vragen. Desondanks is het ons weer gelukt dit nummer te kunnen verzenden . U vindt hierin weer van alles wat; van een stukje proza tot een beschrijving van de huidige toestand waarin de Mariamolen te Haps verkeert. Wij wensen u tenslotte veel genoegen bij het lezen van de eerste Molenvriend in het nieuwe jaar, die eigenlijk nog in het oude jaar had moeten verschijnen.
pagina 3
Mededelingen van het Bestuur Alhoewel er geen bijzondere evenementen plaatsvonden eind 1998, werden er achter de schermen toch de nodige activiteiten ontplooid. Centraal hierbij stonden de plannen om een video en ansichtkaarten over de molens in het Land van Cuijk uit te geven. De realisatie van de video wordt verzorgd door een video-hobbyist met kennis van zaken. Dankzij zijn vrijwillige inzet, worden voor ons de kosten beperkt tot de zuivere reiskosten voor deze man (ApeldoornLand van Cuijk v.v.). Het bestuur draagt zorg voor een draaiboek, waarin ondermeer filmlokaties en te filmen molenonderdelen en -werkzaamheden worden vastgelegd. Daarnaast zal naar muziek en een commentaarstem gezocht moeten worden. En er zal uiteraard ook een verhaal gemaakt moeten worden. De video zou zomer 1999 gereed moeten komen. De andere PR-impuls krijgen we van de eventueel uit te geven ansichtkaarten van alle molens in het Land van Cuijk. Inmiddels was gebleken dat van meerdere molens in de regio geen ansichtkaarten meer verkrijgbaar zijn. In collectief verband resulteerde dit in een aantal offerte-aanvragen bij een aantal “ansichtkaartenboeren”. Uiteindelijk blijken we een hoeveelheid van 1000 kaarten per molen te kunnen afnemen, met een prijs per kaart die varieert tussen de f 0,25 en f 0,35. Momenteel wordt een exacte inventarisatie gemaakt naar de behoeftes bij de molenaars en aan de hand daarvan wordt een keuze gemaakt bij een drukker. In de tussentijd worden recente dia’s gemaakt. Najaar 1998 was er een gesprek met de gemeente Mill inzake imolen te Sint Hubert. Tijdens dit gesprek bleek dat de molen met de in februari door Beijk aangebrachte noodoplossingen kan draaien. De gemeente gaat in de tussentijd verder met het vrijmaken van de benodigde gelden voor versnelde uitvoering van de meerjarenplanning (inclusief vervanging van het
Bij overname van artikelen en/of foto's, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit blad.
pagina 4
voeghout). Op verzoek van de gemeente stellen wij een lijst samen met eventueel in eigen beheer uit te voeren werkzaamheden (conform de planning). Binnenkort gaan we praten met eigenaar Van Kuppeveld van de andere molen in de gemeente Mill. De restauratie van deze molen is inmiddels begonnen, maar er moet nog wel een molenaar gezocht worden. De mobilisatie van molenaars is in het najaar in de praktijk gebracht bij een gezamenlijke snoeiactie bij de Gasselse molen. De oproep met betrekking tot dit onderwerp in de vorige Molenvriend, verooraaakte nogal verwarring. Het artikel was alleen bedoeld voor molenaars werkzaam in het Land van Cuijk en die kregen dus het genoemde enquête-formulier toegezonden. Inmiddels zijn de formulieren binnen en heeft de voorzitter een samenvatting samengesteld. Verder is er een monitor aangeschaft voor bij de PC van de vereniging. De uitgave van ons tijdschrift komt daardoor steeds meer in onafhankelijke handen. Voor de maalgoed-distributie die onder enkele molens in het Land van Cuijk wordt verzorgd, wordt nog naarstig gezocht naar jute zakken met een eventuele eigen opdruk. Er waren klachten over de momenteel in gebruik zijnde, lelijke en onhandige plastic zakken. Rest ons nog de wens uit te spreken om het laatste jaar in deze eeuw voor u gezond en gelukkig (en voor de molenaars ook nog windrijk) te laten verlopen. Twee evenementen hebben we nu al voor u in petto: op dinsdag 9 maart zal de Jaarvergadering plaatsvinden, maar nog belangrijker en des te gezelliger zal op zaterdag 20 maart ons gezamenlijk etentje te Haps zijn. Reserveert u alvast een plaatsje in uw agenda! de secretaris
De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.
De Molenvriend 38, december 1998
In Memoriam Huub Beijk Onlangs ontvingen wij het droeve bericht van het overlijden van Huub Beijk, oud-molenmaker te Afferden (L) en vader van ons lid en molenmaker Harrie Beijk. Hoewel wij hem niet persoonlijk hebben gekend, hebben wij wel veel over hem vernomen en dan met name over de werkzaamheden die hij ondermeer aan de molens in het Land van Cuijk gedurende de zestig- en zeventiger jaren verricht heeft. Bij die gelegenheden heeft hij zich doen kennen als een goed vakman die bovendien met heel wat minder gereedschap als heden ten dage zijn werk moest verrichten. Om u ook een indruk te geven van de persoon Beijk, menen wij er goed aan te doen om hierbij de tekst van zijn bidprentje in zijn geheel weer te geven.
Heribertus Hendrikus (Bèr) Beijk, geboren 22 april 1916, overleden 13 januari 1999 (echtgenoot van Martina Catharina Petronella (Tinie) van den Bergh) Geboren en getogen te Budel-Schoot blijft zijn hart zijn hele leven uitgaan naar de geboortegrond. De schoonheid van de Peel, waarin vader Adriaan Beijk als boswachter werkte, heeft hem diep getroffen. Maar ook aan de bewoners, over wie hij smakelijk kon verhalen, dacht hij met plezier terug - tot het eind toe bleef hij hen opzoeken. Zijn jeugd kent ook donkere dagen. In 1930, op veertienjarige leeftijd verliest hij zijn moeder Anna Maria de Graaf. Met hem en zijn vader blijven de jongere broer Harrie en de oudere zus Alda achter. Totdat in 1941 ook vader overlijdt. Op dat moment, na een opleiding tot timmerman-meubelmaker en een korte tijd als meubelmaker gewerkt te hebben, verdient hij samen met zijn broer de kost als molenmaker. Ook nu het hart volgend. Met de rouwband nog om de arm brengt dit werk hem naar de molen van molenaar Arnold van den Bergh te Afferden (L). Opnieuw raakt hij onder de bekoring van het landschap en zijn bewoners. Vooral de oudste dochter van de molenaar, Tinie, trekt zijn aandacht. De oorlog kan dan ook niet verhinderen dat hij, die zijn thuis verloor, een nieuw thuis vindt. In 1949 trouwen de twee, en in 1950 wordt hun eersteling Arie geboren, 1953 gevolgd door zijn zusje Willie. Dan slaat het noodlot weer toe. In de winter van 1954 overlijdt Arie aan de gevolgen van een ongeluk; op de rustige maar gladde weg voor het ouderlijk huis kan een auto niet meer remmen of uitwijken voor het kind dat spelend oversteekt. Betere tijden breken aan. De zonen Arno (1955) en Harrie (1956) worden geboren en in 1958 kan de jonge molenmaker vol trots de naam schilderen op de onder zijn leiding herbouwde molen van Afferden: “Nooitgedacht”. Zijn toegewijde aandacht brengt het molenmakersbedrijf tot bloei, de kinderen groeien voorspoedig op, en het gezin Beijk-van den Bergh beleeft gelukkige jaren. Onderbroken nog door de vroege dood van zijn geliefde zus Alda blijven voor het overige de goede tijden voortduren en kan hij op zijn vijenzestigste in goede gezondheid het bedrijf overdragen aan zijn jongste zoon. Tot zijn eigen verbazing - nog nooit, zo weet hij te vertellen, is een Beijk zo oud geworden. In de zomer verzorgt hij de zelf-opgekweekte bloemen en planten, ‘s winters schildert hij. Vol aandacht voor het wereldgebeuren beleeft hij een gezegende oude dag. Met vrouw, kinderen, kleinkinderen, vrienden en bekenden of gewoon, in de rustige dagelijkse geborgenheid van het Afferdense thuis. In 1998 maakt hij zich op om het volgende jaar de drieëntachtigste verjaardag en het vijftigste huwelijksjaar te vieren. Eind 1998 wordt hij ziek - “niets bijzonders” zegt hij, gewoontegetrouw. Een griepje, denkt de omgeving. Maat het griepje gaat niet over. Zeer tot zijn schrik belandt hij vlak na Kerst in het ziekenhuis. Een week later mag hij al weer naar huis. Maar hij is niet beter. Na een paar moeizame dagen moet hij opnieuw opgenomen worden. Hoewel erg ziek blijft er toch uitzicht op beterschap. Dezelfde nacht overlijdt hij, plotseling en onverwacht, hopend op hereniging met wie hem voorgingen en nog zullen volgen. Moge hij rusten in vrede.
De Molenvriend 38, december 1998
pagina 5
Op zoek naar Buzio’s in Portugal Blaasinstrumenten aan Molenwieken Mijn eerste kennismaking met een buzio was in 1991 toen ik met een aantal collega molenaars uit het Land van Cuijk op molenexcursie in Duitsland was (zie Molenvriend nr.16). In het molenmuseum te Gifhorn lag bij een model van een Portugese molen een buzio tentoongesteld. Ik had er nooit van gehoord, laat staan gezien en de funktie van een dergelijk aardewerk in de vorm van een kruikje was mij dan uiteraard ook volkomen vreemd. Vanaf dat tijdstip had ik de wens om in bezit van zo’n buzio als curiositeit te komen. Aan maalsteentjes of asjes was nog wel te komen, maar een buzio, dat lag toch wel even anders.
Aangezien Portugal niet naast de deur ligt is de kans klein om aan zo’n attribuut te komen, tenzij familie of vrienden de moeite willen doen om er een voor je mee te willen brengen als zij in dat land hun vacantie hebben doorgebracht. Maar ook dat bleek niet te lukken. De jaren verstreken en iedere keer als ik een buzio via een foto onder mijn ogen kreeg of ter sprake kwam, gingen mijn gedachten terug naar het bezoek in Gifhorn. Totdat op een gegeven ogenblik een - op dat moment - goede kennis van Hans Heijs liet weten een bezoek aan Portugal te brengen. Door bemiddeling van Hans was deze mevrouw genegen haar best te doen om De molen van Mafra (Portugal) voorzien van buzio's aan de touwen die de roeden onderling verbinden.
pagina 6
De Molenvriend 38, december 1998
voor ons - Hans was namelijk ook geïnteresseerd een of meerdere kruikjes mee te brengen. Na in Portugal diverse informaties te hebben ingewonnen waarbij bleek dat het niet zo eenvoudig lag besloot ze aan de hand van een meegenomen foto de molens van Sao Jaoa das Lampas te bezoeken. Daar gelukte het haar met wat overredingskracht een aantal buzio’s - van klein tot groot - van de molenaar los te peuteren. Op deze pagina ziet u foto’s van deze buzio’s en van een molen, uitgerust met deze “blaasinstrumenten”. Wat de funktie van de buzio’s betreft ken ik een tweetal lezingen. Volgens de hierboven genoemde molenaar zouden zij als doel hebben om met hun jankend geluid de dorpsbewoners te laten weten dat er meel op de molen te koop is terwijl ik ergens gelezen heb, dat zij met hun wisselend geluid de molenaar attent maken op de snelheid van het gevlucht. Mochten er onder de lezers zijn die dit kunnen beamen of een andere lezing weten, dan verneem ik dit gaarne van hen.
Bevestiging van buzio's aan het gevlucht van de molen te Sao Jaõa das Lampas (Portugal).
Tekst: Frits Harteman Foto's: Jacqueline van Bergen en Frits Harteman
Opname van vijf in grootte verschillende buzio's. Een variatie van klein tot groot betekent tijdens het draaien het produceren van respectievelijk een geluid van hoog tot laag.
De Molenvriend 38, december 1998
pagina 7
Jaarverslag 1997 Het verslag van de activiteiten in en om de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk bestaat uit een verslag van de diverse geledingen. Daarom zullen achtereenvolgens het bestuur , de ver enigingsorganen, de molenaars en de leden en begunstigers de r evue passeren. De activiteiten op de diverse molens in het Land van Cuijk gedur ende 1997 wer den behandeld in de rubriek Molens in de Regio in het tijdschrift De Molenvriend en derhalve zal daar niet ver der op ingegaan wor den.
Het Bestuur Het bestuur van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk mocht zich in 1997 bogen op een 5-koppige bemensing. Even leek het erop dat tijdens de jaarvergadering in maart Frits Harteman het bestuurslidmaatschap zou opzeggen, maar na een kort beraad en het ontbreken van opvolging, zwichtte Frits voor een nieuw praktijkjaar. In totaal werd er door het bestuur 9 maal vergaderd, afwisselend bij de bestuursleden aan huis. De belangrijkste, terugkerende agendapunten bestonden uit de wervingsactie voor nieuwe, vrijwillige molenaars en de organisatie van de Molendag Land van Cuijk, die uiteindelijk op 8 maart 1998 werd vastgesteld. De wervingsactie zelf werd na een valse start in het voorjaar in oktober, november en december uitgevoerd. Aan de hand van tijdschema’s werden steeds aan het begin van genoemde maanden de regionale weekbladen voorzien van een persbericht, terwijl gelijktijdig de kabelkranten en bibliotheken gevoed werden met dezelfde persberichten, affiches en folders. Ook een interview op de radio werd niet geschuwd. Zodoende konden geïnteresseerden niet om het actuele thema heen. Dit werd ook duidelijk in de omgang, want iedereen had op een gegeven moment wel van de werving gehoord. Toch was de opkomst van kandidaten niet evenredig groot, want uiteindelijk zijn drie mensen aan de opleiding begonnen (voor elke maand één dus). In totaal kwamen er zo’n 15 meldingen van geïnteresseerden, vaak telefonisch, maar ook in de vorm van molenbezoek, binnen! Toch mag de actie als geslaagd beschouwd worden en is het voor herhaling vatbaar, zij het niet op al te korte termijn, omdat ook het
pagina 8
aanbod van instructeurs en gastgevende molenaars groot genoeg moet zijn. In de tweede helft van het jaar stond ook veelvuldig de te organiseren Molendag Land van Cuijk op de agenda. Begin 1997 werd het initiatief opgepakt en werd nog een datum in het najaar genoemd, maar in de zomer viel de beslissing op 8 maart 1998, zodat ruim de tijd zou overblijven voor persberichten naar de diverse molentijdschirften. Verder werd er binnen het bestuur veel gepraat over de “probleemmolens”. De molen te Mill was aan het begin van het jaar aan de beurt. Een gesprek met eigenaar Van Kuppeveld (de aannemer) en molenmaker Beijk gaf weliswaar inzicht in de bouwplannen rond en tegen de molen, maar gaf geen details over de voorgenomen restauratie. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg is overigens op de hoogte gesteld van genoemde plannen. Verder werd er weer gepraat over de beheerssituatie van de molen te Haps, temeer in het licht van de voorgenomen restauratie van ruim een ton. Ook het molenrestant in Haps kwam nog even in opspraak in verband met de voorgenomen verbouwing tot jeugdhonk. Tenslotte viel ook de molen te Beers de twijfelachtige eer te beurt de revue te passeren op de bestuursvergaderingen. Verdere vergaderonderwerpen waren de Jaarvergadering op 25 maart, de al dan niet verlate uitgave van “De Molenvriend”, de voortgang van de vereniging in het algemeen, de excursie naar industriemolens bij Hagen in Duitsland en het afzien van de huur van de watermolen te Oploo voor vergaderingen en instructie-avonden. Interne zaken die aan bod kwamen, waren de onkostenvergoedingen voor bestuursleden en de opvolging van het voorzitterschap, nadat Ben Verheijen later in het jaar te kennen had gegeven te willen stoppen. De ingekomen en uitgaande stukken bestonden naast de gebruikelijke briefwisselingen uit diverse correspondentie inzake de Molenstichting Noord-Brabant (waaronder één naar de Peellandse Molenstichting inzake hun visie op deze stichting). De Molenstichting Noord-Brabant wil namelijk graag een draagvlak creeëren met hulp van de bestaande organisaties, waarbij gedacht wordt aan een doorkoppel-structuur van leden. Speciaal aan dit onderwerp is in het najaar een avond gewijd. Ook
De Molenvriend 38, december 1998
werden diverse stukken betreffende “De Heimolen” te Sint Hubert ontvangen, waaronder de goedkeuring van de provincie tot plaatsing van een teller teneinde een bijdrage te krijgen uit de draaipremieregeling. Qua promotie leek het in 1997 dankzij de molenaarswerving en de vooraankondigingen voor Molendag Land van Cuijk dus druk, maar de stand rukte slechts tweemaal uit. In de zomer konden de bewoners van het bejaardentehuis in Cuijk een week lang het thema molens waarnemen in de gang. De tweede keer was begin september tijdens een open dag van de volksuniversiteit in Boxmeer, die met de cultuur in het Land van Cuijk een nieuwe cursus wilde gaan aanbieden. Deze cursus vond doorgang en in november heeft Frits Harteman een avond lang de cursisten ingewijd in de molenwereld. Continu in 1997 aanwezig was de promotie via Internet. De site werd gaandeweg het jaar verder uitgebreid en bijgewerkt. Er is een toenemend aantal bezoekers waar te nemen! Een andere digitale stap van de vereniging werd de invoering van de boekhouding in de PC. Na de nodige voorbereidingen, waaronder het opzetten van een postentabel, kon “financieel 1997” in het boekhoudprogramma ingevoerd worden. Een kasboek wordt hiermee overbodig en de financiële jaarverslagen rollen nu automatisch uit de printer. Tenslotte was het bestuur vertegenwoordigd bij de officiële uitreiking van de eerste fietrsroute langs molens in de gemeente Boxmeer, die in juni op de Beugense molen plaatsvond. Een minder plezierige vertegenwoordiging vond eind december plaats toen het voltallige bestuur en ook diverse collegamolenaars aanwezig waren op de begrafenis van de vrouw van bestuurslid Hans Heijs. Als blijk van medeleven zorgde de vereniging voor een bloemstukje. Het einde van het jaar betekende voor het bestuur geen einde van de activiteiten, maar een uitpuilende agenda voor het nieuwe jaar. Driftig werd er doorgewerkt aan de Molendag Land van Cuijk van maart 1998 en het idee om de dag af te sluiten met een gezamenlijke maaltijd voor alle leden. Verder werd het idee geïnitieerd om weer eens aanwezig te zijn op de molenmarkt die tijdens de Jaarvergadering van De Hollandsche Molen zou plaatsvinden.
De Verenigingsorganen In de winter is door de Archiefcommissie een knipen plakavond belegd. Als gevolg van frequente
De Molenvriend 38, december 1998
aanlevering van materialen en schaarse ver-werkingsmomenten, liepen de stapels hoog op. Besloten werd daarom vooralsnog een sortering op molenplaats te maken. In een tweede en volgende stadia zullen de schaar en lijmpot daadwerkelijk ter hand genomen moeten worden. Pas als dit alles achter de rug is, kan er gedacht worden aan digitalisering van het archief. De middelen en expertise hiervoor zijn in principe in huis. Traditiegetrouw vond vroeg in het jaar de kascontrole plaats. Ditmaal uitgevoerd door Marko Sturm en Theo van Bergen. Op de jaarvergadering in maart werd Marko opgevolgd door Peter Simons. De redactie van ons tijdschrift “De Molenvriend” is tweemaal bijeen geweest en heeft zo de nummers 34 en 35 kunnen verwezenlijken. Beiden geproduceerd met de in 1996 verworven A3laserprinter. Ook 1997 was een jaar met weinig kopij, maar het creatief vermogen van de redactieleden vermeerderd met een enkele externe bijdrage, deden de nummers op peil komen. Alhoewel aangesteld door de vereniging De Hollandsche Molen, moeten we ook onze biotoopwachter in het Land van Cuijk niet vergeten! Met name de woningbouw-plannen binnen de noordelijke biotoop van de molen te Rijkevoort deden het stof opwaaien. Dit leidde tot een brief-wisseling met de gemeente Boxmeer en een uit-eindelijk gesprek tussen laatstgenoemde en de vereniging. Duidelijk hierbij werd dat terdege rekening gehouden wordt met de molen, uitgaande van de in het ontwerp aangetroffen en alom bekende biotooptekeningen.
De Molenaars Omdat de molens van Mill en Haps vanwege hun conditie niet draaiden in 1997, moesten er tien molens aan het draaien gehouden worden. Dit werd uitgevoerd door zo’n 18 molenaars. Hiervan zijn er 9 gediplomeerd via het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Dit aantal werd echter uitgebreid naar 11 dankzij het slagen van 2 kandidaten. Het totale molenaarsbestand werd vervolgens aan het eind van het jaar nog eens met zo’n drie mensen uitgebreid als gevolg van de wervingsactie. In tegenstelling tot de drie molenaarsvergaderingen in het jaar ervoor, werd er in 1997 maar 1 molenaarsvergadering in “De Zwaan” te Haps belegd. Op deze avond in augustus werd er wel keurig vastgehouden aan het inmiddels gebruikelijk geworden videootje.
pagina 9
De lage frequentie van de molenaarsvergaderingen is waarschijnlijk te wijten aan de evenementen die eerder het jaar plaatsvonden. Zo werd er in februari door de molenaars gezamenlijk gedineerd in het Chinese restaurant te Wanroij, daar waar we in 1995 ons tienjarig jubileum vierden. Gezien het wederom gebleken succes, wordt wellicht besloten tot een hogere frequentie van deze eet-festijnen, wat eind 1997 werd bevestigd door de aankondiging van een afsluitende maaltijd op Molendag Land van Cuijk. Mede dankzij de mei-zon was een andere topper, de excursie naar het industriemolenmuseum in Hagen bij Dortmund. Het deelnemersaantal lag helaas beneden de verwachtingen, maar niettemin werd het een geslaagde dag. Het najaar stond in het teken van de opleiding. Een feestelijk begin vormden de molenaarsexamens in september waarbij Harry Daverveld en Mari Goossens slaagden voor het getuigschrift. In oktober volgde dan de reeds eerder vermelde wervingsacties. Ook werd er in oktober een informatie-avond georganiseerd voor een nieuwe opleiding binnen de
molenwereld, namelijk de watermolencursus. Deze avond vond plaats in de watermolen van Oploo.
Leden en Begunstigers Was er in 1996 nog sprake van een forse groei in het ledental, afgelopen jaar moesten we toch echt inboeten. Op 1 januari telde de computer nog 67 leden en 6 begunstigers, terwijl aan het eind van de rit de cijfers op 65 leden en 6 dezelfde begunstigers uitkwamen. Tegen het licht van de 3 nieuwe leden in 1997, constateren we dus veel afvallers, maar niet in de laatste plaats door enkele wanbetalers, waarvan de hoop toch maar eens werd opgegeven. De wervingsactie eind 1997 en de activiteiten begin 1998 zullen de cijfers in 1998 toch zeker er anders doen laten uitzien!
Don Werts, secretaris vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Uitslag MolenaarsenquĂŞte In de Molenvriend nummer 37 hebben wij de molenaars en de leerlingen c.q. assistenten, allen werkzaam in het Land van Cuijk, een inventarisatieformulier met betrekking tot hun molenaarswensen toegestuurd. Hierop is erg positief gereageerd. Van "iedere" molen hebben we respons gekregen.
beschikbaar: 10 personen op zaterdag 10 personen op zondag (niet te frequent)
Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste resultaten:
Voor de redactie hebben er zich tot onze spijt geen nieuwe personen aangemeld. Hiervoor doen wij ook een beroep op onze andere leden.
1) Er kan een beroep gedaan worden op: 6 personen t.b.v. timmer- of andere klusjes 11 personen t.b.v. hand- en spandiensten 1 persoon t.b.v. aanleveren van dokumentatiemateriaal en ansichtkaarten 2) Hulp wordt gevraagd bij het aanleveren en aanschaffen van: ansichtkaarten door 3 personen dokumentatiemateriaal door 3 personen 2e koppelstenen door 2 personen 3) Voor assistentie bij molenaktiviteiten zijn er
pagina 10
Tevens is er via ondergetekende centraal varkensreuzel, paardenvet en bijenwas te betrekken.
De uitwerking van bovengenoemde punten zal tijdens de volgende molenaarsvergadering besproken worden.
de voorzitter, Mari Goossens
De Molenvriend 38, december 1998
Molenaars hakken erop los Verslag van een biotoopverbetering in Gassel Bij de inventarisatie van de wensen die er bij de molenaars met betrekking tot hun molen leven had Ben Verheijen een goed idee. Als Biotoopwachter wist hij dat Jan van Haren in Gassel het hout rond zijn molen graag omgehakt zou hebben. De molen is dan vanaf de weg van Beers naar Grave beter te zien. Ook de windbelemmering uit die hoek neemt dan iets af. Tijdens de molenaarsvergadering van 20 oktober jongstleden, die trouwens goed bezocht is, stelde Jan van Haren zijn probleem samen met Ben aan de orde. Spontaan meldde zich een tiental vrijwilligers aan om Jan te helpen. Afgesproken werd om 21 november zaterdag ‘s ochtends 10 uur er bij Jan op los te gaan hakken. Op die zaterdag ‘s morgens vroeg kwamen de molenaars met geslepen bijlen, gesmeerde zaagmachines en goed gemutst (‘t was koud!) bij Jan aanzetten. Ben was weer eens de eerste en nadat er verlengsnoeren en haspels uitgelegd waren kregen we van Jan instructies. Alle acacia’s moesten om, maar zodanig dat ze in het voorjaar weer uit kunnen lopen. Dat hield in dat ze circa 20 cm boven de grond moesten blijven staan. Het snerpen van de zaagmachines , het “van onderen” en het kraken van vallende bomen was niet van de lucht. De stammetjes werden opgestapeld en takken
en snoeihout op ‘n aantal hopen gegooid. Het was best een rotklus, want acacia’s hebben van die gemene doorns aan hun takken zitten. Om 11.30 uur hadden we de rug nat en konden we onder het genot van een bakje koffie met een koekje bij Jan even opdrogen en bijkomen. Daarna gingen we weer snel aan de gang want een aantal van ons moest weer redelijk vroeg weg wegens verplichtingen elders. Ook nu gold het spreekwoord “De eerste zullen de laatste zijn”. Ben vertrok rond 3 uur. Er was toen ongeveer een derde omgehakt. Het was een leuke en gezellige ochtend. We werden door Jan hartelijk bedankt voor onze inspanning. Tijdens de laatste molenaars vergadering van 22 december (eveneens druk bezocht) bedankte Jan ons nogmaals (middels een overheerlijk kerstbrood). Als er nog behoefte aan zo’n ochtend was dan bood Jan ons een herkansing aan. Er was wederom voldoende animo . Zodoende kan er weer op los gehakt worden op 30 januari om 10 uur bij Jan van Haren.
Tekst: Mari Goossens Foto: Don Werts
Het strijdtoneel van enkele houtkappende en zagende vrij-willigers bij de molen van Gassel. Op de foto ziet u een hakkende Frits Harteman en een houtrapende Robbert Verkerk.
De Molenvriend 38, december 1998
pagina 11
Molens in het Land van Cuijk “Mariamolen” te Haps Enige jaren geleden alweer kende “De Molenvriend” een rubriek over de actuele situatie van de molens in het Land van Cuijk aan de hand van Frits Harteman. Onder de naam “Molens in het Land van Cuijk” werd toen elke aflevering van “De Molenvriend” even stilgestaan bij het r eilen en zeilen van een molen uit de buurt, eventueel voorzien van enige korte historische achtergrondinformatie. Bij gebr ek aan dir ecte betrokkenheid met mensen van onze ver eniging, werd toen de molen te Haps niet in deze rubriek behandeld. De r ecente ontwikkelingen wat betr eft beheer en r estauraties maken de tijd nu echter meer dan rijp voor de “aflevering Haps”. Ditmaal echter een ander e auteur en wel de kersverse molenaar van de “Mariamolen”. Op een centrale plek in het Land van Cuijk ligt het dorp Haps (zo’n kleine 3000 inwoners). Rijk aan afval maar erg arm aan monumenten. Toch heeft Haps al bijna 200 jaar een markante molen binnen haar
territorium en wel de Mariamolen. Niet genoemd naar de heilige Maria, maar naar een eega van een latere molenaar. Gelukkig misschien maar, want anders zou het nog wel eens een bedevaartsoord kunnen worden. Alhoewel, is het dat al niet gezien de vele en klaarblijkelijk gelovige molenaars die er zogenaamd koffie komen drinken! Markant, dat is hij dankzij zijn unieke zeskante romp, bekleed met eikenhouten schaliën (en vroeger gewoon met planken) en dat alles in het type bergmolen. Niet alleen bouwkundig (één van de 7 zeskante molens in Nederland) maar ook bouwhistorisch is de molen uniek, want het lijkt er vooralsnog op dat de molen gebouwd is met oorspronkelijke (en dus nieuwe) materialen. Dat is iets wat de meeste molens in de buurt niet kunnen zeggen. Denk maar eens aan Rijkevoort met een compleet achtkant in ondermeer de vloerbalken verwerkt, Beugen met een halve wipmolen erin, Sint Hubert met onderdelen van een standerdmolen en De steenzolder van de Mariamolen met de aanwezigheid van maar liefst twee koppels kunststenen. Menig molenaar heeft een tweede koppel op zijn verlanglijstje staan, terwijl het achterste koppel op deze foto nog nooit gebruikt is. Als het aan de molenaar ligt, komt hier echter snel verandering in.
pagina 12
De Molenvriend 38, december 1998
Katwijk die er een lange reis vanuit de Zuidplaspolder bij Waddinxveen op heeft zitten. Maar goed, we zullen niet verder in detail treden over de historie. Bovendien zou ik me wellicht op glad ijs begeven. Er moet eerst nog maar eens nader archiefwerk gedaan worden. Toch wil ik enkele decennia terugblikken om een inleiding te vormen naar de huidige beheerssituatie. Het was eind jaren zestig toen Piet Peters de molen overnam van Karel Wagemans (zijn schoonvader?), en die hem vervolgens na een paar jaren al weer overdeed aan de toenmalige gemeente Haps. Piet bleef wel de molenaar en huurder/pachter (maar dan zonder huur). Begin jaren tachtig treffen we naast Piet ook Cor Roeven uit Groesbeek (geslaagd in 1981 voor het getuigschrift vrijwillig molenaar) op de molen aan en ook nog een op dat moment in opleiding zijnde Robbert Verkerk.
baar voor een restauratie. Begin 1998 werd hiermee een aanvang genomen. Ook de beheerssituate kwam weer aan bod. Deze keer pakte het echter onverwachts positief uit. Piet Peters gaf te kennen het molenaarsschap over te willen dragen, mede gezien zijn verhuizing buiten Haps.
Het waren Piet Peters en de inmiddels geslaagde Robbert Verkerk die ik op de molen aantrof op Nationale Molendag 1984 (reeds in het bezit van een molentic) en ook een jaar later: het moment vanaf waar ik bleef “hangen” op de molen(s). Lang mocht de vrijwilligers-cultuur bij Piet Peters niet duren, want medio 1986 werd de samenwerking opgezegd als gevolg van verschillende inzichten tussen de diverse molenaars. Molentechnisch gezien ging het eind jaren tachtig wat dat betreft veel beter voor de wind, want een forse restauratie werd ter hand genomen, waarbij ondermeer een nieuw maalkoppel en het houtwerk van het gevlucht vervangen werden. Ook werd de hele molen van een schilderbeurt voorzien. Vooral het teren van de schaliën op de kap was een spectaculair gezicht, waarbij ik me afvraag of dat gezien de alsmaar verscherpte ARBO-wet dit jaar op dezelfde wijze gaat plaatsvinden. Hoe jammer was het dat de molen in deze periode nauwelijks draaide. Piet Peters schonk weinig aandacht aan de molen en de enkele keer dat de molen draaide, werd ook nog eens een onbemande situatie aangetroffen. Dit leidde tot een herleving in de periode 1991-1993 na het slagen van ondergetekende voor het felbegeerde getuigschrift vrijwillig molenaar. Ook dat resulteerde weer in een vastlopende samenwerking met Peters en nu brak wederom een periode van stilstand aan. Ditmaal ging helaas de conditie van de molen ook snel achteruit. De molen kwam in handen van de heringedeelde gemeente Cuijk en wonderwel kwam er geld beschik-
De Molenvriend 38, december 1998
Een doorkijkje van de luizolder naar de steenzolder. U kunt het blok zien hangen, waarmee het staakijzer tijdens het billen gelicht kan worden. De verticale balk midden op de foto is één der zeskantstijlen.
En zo kan ik vanaf medio 1998 definitief met de molen draaien, ware het niet dat nu de molen zelf weer “dwarsligt”. Beter gezegd een dwarsliggende lange spruit. Met de restauratie begin 1998 zijn namelijk een nieuwe staartbalk en korte schoren gemonteerd, waarbij als gevolg van een zwaardere houtmassa, de lange spruit onder een te hoge druk is komen te staan. Zo erg zelfs, dat van verantwoord kruien geen sprake meer kan zijn. Accuut wordt besloten de restantgelden van de lopende restauratie om te zetten van een schilderbeurt naar plaatsing van een nieuwe lange spruit. Een stalen exemplaar ditmaal. Omdat de molen nogal taps toeloopt en de als gevolg van het zeskant scherpe hoeken, is de spruit van een dusdanig lengte
pagina 13
Één van de bintlagen van het zeskant, tevens dienend als luizolder. Let u op de horizontale balk middenin beeld. Deze maakt deel uit van de "beroemde" onderbroken bintbalk. Tussen de twee vaste bint-balken zijn de andere delen van de losse bintbalk in gebruik als ijzerbalk voor de maalkoppels.
dat destijds besloten is de houten lange spruit uit twee stukken te maken, iets wat de stevigheid niet ten goede komt, zoals nu is gebleken. Bij een stalen versie is dit probleem verleden tijd. Bij de restauratie in 1998 zijn verder alle tafelementsstukken vervangen, zowel boven als onder. Een knap stukje werk waarbij de molen alle richtingen in is gekrikt. Jammer is het natuurlijk wel van de oude stukken, maar gelukkig liggen er nog enkele ter bezichtiging binnenin de molen. Een leuke manier om kennis te maken met de molenmakerstechnieken
van decennia geleden! Momenteel is een informeel, bouwhistorisch onderzoek lopende door onze “molen-in-molengoeroe” Robbert Verkerk. De eerste ervaringen wijzen al op een zeskantstijl die later is aangebracht alsook diverse kruizen en regels. Ontbrekende houtkepen en “vreemde” houtsoorten spreken wat dat betreft boekdelen. Een uit 1866 stammende bovenas en een ophoging van grondzeiler tot bergmolen rond 1858 kunnen nog gerust in het onderzoek meegenomen worden. Hoe zou bijvoorbeeld die ophoging plaatsgevonden hebben? De molen als legosteentjes afgebroken en opnieuw opgebouwd? Of met domme krachten centimeter voor centimeter omhoog gekrikt? En ook de nu vrijgekomen tafelementstukken roepen nog de nodige vragen over zich heen. Ondanks een nog niet gecompleteerde restauratie en een situatie waarbij ik gemiddeld eenmaal per maand kan draaien als gevolg van de niet kruibare molen op het westen, zijn reeds diverse plannen voor de toekomst gesmeed. Een tipje van de sluier geef ik alvast in de vorm van een te bouwen, bescheiden verblijfsruimte (“hut” voor insiders). Verder wil ik in het jaar 2002 niet het 200-jarig bestaan van de molen onopgemerkt voorbij laten gaan. Ik houd u op de hoogte en in de tussentijd staat bij een draaiende molen voor eenieder een kopje koffie klaar. Kunt u toch nog op bedevaart komen!
De nieuwe staartbalk, nog zonder kruilier.
pagina 14
Tekst: Don Werts Foto’s: Frits Harteman
De Molenvriend 38, december 1998
Aan de Licht Mari Goossens geboren: gehuwd: kinderen: adres: telefoon: beroep:
17 mei 1943 te Den Dungen 05 juli 1968 met Gerra Janssens te Sint Michielsgestel Jos 28, Monique 27 en Anemoon 23 Dieric Boutsstraat 25, 5831 VN te Boxmeer 0485-573815 Project Engineer bij de Technische Dienst Intervet International B.V. Boxmeer
Sinds 23 jaar woon en werk ik in Boxmeer. Bij Intervet ben ik begonnen als chef Technische Dienst maar geef daar nu, als project-engineer, leiding aan en realiseer diverse nieuw- en verbouwprojecten. Een drukke en afwisselende job. Per 15 augustus 1995 ben ik ingeschreven als lid in opleiding. 22 september 1997 zijn wij, Harry Daverveld en ik geslaagd en kregen 7 maart ons diploma voor windmolenaar uitgereikt. Ik draai nu af en toe op de molen “Nooitgedacht” van Harrie Beijk in Afferden. Omdat de biotoop daar slecht is, kun je er alleen draaien met windkracht 3 of meer en de wind moet ook nog uit de goede hoek komen. Gelukkig kan ik met mijn leerling(en) ook terecht bij Jan Selten op de Hamse molen. Hier draai ik meestal ‘s zaterdags van ca. 10 tot 13:30 uur. Het
De Molenvriend 38, december 1998
weer en geschiedenis hebben mijn extra belang-stelling. Naast de molenhobby ben ik een actief lid van het Boxmeers Vocaal Ensemble en zing daar als tweede tenor. Thuis speel ik ook nog wat klarinet of saxofoon. Samen met mijn vrouw bridgen we een avond per week in clubverband. Ook knutselen, met name houtdraaien is nog een andere hobby. Ik hoef me dus niet te vervelen. Zeker nu ik het voorzitterschap van onze vereniging nog op mij heb genomen.
pagina 15
Tijdens een van de molendagen kreeg Ben Verheijen op de “Jan van Cuijk” bezoek van een meisje. Deze bezoekster, wier naam Ben helaas ontgaan is, over handigde hem bij die gelegenheid een gedicht over de molen, dat mogelijk door haar vader of moeder werd geschreven. Hoewel de auteur ons dus onbekend is, menen wij er goed aan te doen om dit proza in de Molenvriend te publiceren, temeer daar de inhoud de geschiedenis geen geweld aandoet en bovendien actueel is. Mocht u, tenslotte, het gedicht uit een andere bron kennen of weten wie de schrijver is, dan zullen wij het zeer op prijs stellen als u ons dit laat weten.
Onze molen spreekt vroeger ja toen was het hard zwoegen voor mij in weer en wind moest ik er tegenaan als het briste en woei dan zoefden m’n wieken me om ‘t hoofd er reden paard in kar of wagen af en aan en aan en af ze brachten in zakken het koren en de bakkers haalden het meel Cuijk ‘n dorpje verderop om me heen weide, veld en verderop ‘n bos boerenerven alom en mensen in touw veel langer dan ik nu kijk naar al die huizen en flats in m’n zicht al die mensen met kinderen die klein als ze zijn denken dat ik een monster ben dat kan ontwaken en met zwaarden gaat zwaaien verslagen moet worden door tekenfilmhelden
pagina 16
Terwijl ik veranderd ben in een monument al jaren moet schooien en bedelen om geld voor onderhoud en reparatie bij de gemeente en bij die mensen hier want anders verslaat mij straks de wind die ik honderd jaar met gemak heb getrotseerd Ik ben de molen de wegwijzer Jan van Cuijk op prenten en fotos wordt ik getoond een bezoek bij mij op ‘n zaterdag bij wind is een moeite die loont
De Molenvriend 38, december 1998
Molens in de Regio De Vooruitgang te Oeffelt Een voorzoom van de Vooruitgang is reeds dermate versleten dat deze door molenmaker Coppens vervangen dient te worden. Er wordt bekeken wat er eventueel verder aan de molen gerepareerd moet worden. Het komende jaar zal de hele molen door dezelfde molenmaker opnieuw geschilderd worden. Samen met de leerlingen heeft men de kammen en staven met behulp van een fรถhn in de was gezet. Dit schijnt heel goed te gaan met een dergelijk apparaat. Ook is de luitafel uitgelijnd. Het gerepareerde dak van de vroegere motorruimte is nog steeds niet helemaal waterdicht. Het bestuur van onze vereniging heeft destijds met de firma Hendriks de leverantie van maalgoed geregeld. Dit wordt onder in de Vooruitgang opgeslagen en kan daar door de molenaars opgehaald en na maling teruggebracht worden. Het maalgoed wordt door de firma Hendriks gebracht en gehaald. Men is bezig om het hardnekkige probleem met de plastic zakken voor wat betreft kleur en handelbaarheid op te lossen door het op termijn invoeren van jute zakken waarin het maalgoed overgestort kan worden. Leerling Jos Verberk is op 16 januari jongstleden met succes door zijn proefexamen gekomen.
De Bergzicht te Gassel Molenaar Jan van Haren is al ver gevorderd met het vervangen van de toegangsdeur van de Bergzicht. Enige tijd geleden zijn de molenaars gezamenlijk begonnen met het kappen van het bosschage links van de weg naar de molen. Dit bossage, eigendom van de buren, wat hoofdzakelijk uit vogelkers bestaat is nu voor ongeveer 30% gekapt. Het ligt in de bedoeling omop 30 januari met deze werkzaamheden door te gaan. De heer Brands van de gemeente Grave zal nagaan of een bepaald gedeelte van het omringende bos aan de zuidwestzijde gekapt kan worden en of het aan de zuidzijde gelegen reeds laag gehouden stuk bos misschien in zijn oorspronkelijke staat als heidegebied teruggebracht kan worden.
regulateur van de maalinrichting opgeknapt. Deze regulateur is van het duwende type. Het is alleen jammer dat er niet gemalen kan worden want er zijn geen maalstenen aanwezig. Een ander euvel begint ook weer de kop op te steken want het riet van de achtkant komt hier en daar weer los te zitten.
De Heimolen te Sint Hubert Tot op heden heeft molenmaker Beijk nog geen opdracht gekregen om het voeghout te herstellen. Inmiddels kan Harry Daverveld zelf enkele taken ter hand nemen zoals het doorsmeren van de kruilier, het vervangen van de kapotte ruitjes, het repareren van de beltdeuren etc. Een en ander is met de molenmaker en gemeente overlegd.
De Jan van Cuijk te Cuijk Vanwege een andere baan binnen het bedrijf waar hij werkzaam is, is Twan Zijlmans jammer genoeg niet meer in staat om de opleiding tot vrijwillig molenaar te volgen en is hij op de Jan van Cuijk gestopt met de opleiding. Het is niet bekend of hij op langere termijn de draad weer zal oppakken. De Jan van Cuijk is in een behoorlijke maalvaardige staat en hij ziet er na de grote schilderbeurt van afgelopen zomer weer fris uit. De witte romp begint er echter langzaam maar zeker door mos- en algengroei weer groenachtig uit te zien. Deze romp is overigens ruim drie jaar eerder geschilderd met speciale siliconemuurverf. Het raaklopen van de binnenroede tegen de weerdeur zal altijd wel een probleem blijven. Dit komt omdat de bovenas diagonaalsgewijs in de kap ligt waarbij de afwijking ongeveer 12 centimeter is. Molenmaker Beijk moet op korte termijn nog de volgende openstaande werkzaamheden van 1998 uitvoeren. Het koppel stenen openleggen, de steenbus smeren, de kuipen schoonmaken en de afstellingen nazien. De dakleernagels in de kapbedekking nalopen, de bedekking eventueel repareren, de kap teren en de aansluitingen van de spruiten nazien. Verder het uitvoeren van een schilderbeurt met betrekking tot de kuip en de roostervloer.
De molen te Katwijk Ger Smits uit Ravenstein is nu de vaste leerling bij molenaar Peter Simons. De molenaars hebben de
De Molenvriend 38, december 1998
pagina 17
De Korenbloem en de watermolen te Oploo Het ligt in de bedoeling dat de molens tegen de bonte knaagkever behandeld worden. Dit zal gebeuren volgens de verhittingsmethode. Al met al staat het hele reparatie- en onderhoudsgebeuren van De Korenbloem momenteel op een zacht pitje.
steenrondsel nog rechtgezet worden. Molenmaker Beijk heeft een offerte gemaakt in verband met onderhoud en reparatie. Molenaar Robbert Verkerk wil dit gegeven aankaarten bij de ADVIN om nog bepaalde zaken toe te kunnen voegen zoals het vervangen van sleutelplaten onder de balken. Robbert heeft een brief naar de gemeente Boxmeer geschreven om de slechte biotoopsituatie nogmaals naar voren te brengen.
De Hoop te Beers Het is een dikke tegenvaller dat de totale restauratiekosten met twee ton zijn verhoogd. Het ligt in de bedoeling dat de gemeenteraad van Cuijk in 1999 een besluit neemt over hetgeen er in de verdere toekomst met deze molen gaat gebeuren.
De Martinus te Beugen Het voegwerk van de romp van deze molen moet nog steeds plaatsvinden. Door het ontbreken van dit voegwerk blijkt veel vocht van de muur naar de rand van de houten zoldervloeren over te vloeien. De molenaars hebben de schokbrekers van de remkleppen vernieuwd en de koningsspil van een nieuwe neut voorzien. De nieuwe korte schoren welke reeds geruime tijd bij de molen liggen moeten nog door de molenmaker aangebracht worden.
De Korenbloem te Mill Molenmaker Beijk is bezig met de restauratie van deze molen. De nieuwe windpeluw, de korte en de lange spruit zijn reeds aangebracht. Deze elementen zijn uitgevoerd in de houtsoort Bilinga. Het is niet duidelijk wat er allemaal aan deze molen gaat gebeuren. Onder in de molen heeft de eigenaar woonruimten gesitueerd en volgens informatie in de Gelderlander is het mogelijk dat onder bepaalde condities de molenaar zich hier eventueel kan vestigen. Het bestuur van onze vereniging heeft een brief naar de eigenaar van de molen, de heer van Kuppeveld gestuurd om na te gaan wat in de verdere toekomst de plannen met deze molen inhouden.
De Hamse Molen te Wanroij In verband met de behandeling tegen de bonte knaagkever zijn de onderhouds- en reparatiewerken opgeschort. Deze warmtebehandeling zal op korte termijn plaatsvinden en het ligt in de bedoeling dat de resterende werkzaamheden dan medio 1999 uitgevoerd kunnen worden. Na de warmtebehandeling zullen de kruipalen vervangen worden, het dak dichtgemaakt en de staart en de achterzoom met dakleer worden bekleed. Alle voorkomende rotte planken worden vervangen. De roedwiggen worden ook vervangen. Destijds werden oude roedwiggen gebruikt maar dat bleek op langere termijn geen succes op te leveren.
De Mariamolen te Haps De lange spruit moet in het kader van de restauratie van het afgelopen jaar nog steeds vervangen worden. Al die tijd is als gevolg van de slechte conditie van de lange spruit en het ontbreken van de kruibok op de staartbalk, het gevlucht niet te kruien en daarom staat het gevlucht nog steeds op het westen zodat er in die richting gedraaid kan worden. Helaas blijken we maar weinig westenwinden in de weekenden te waaien (in tegenstelling tot doordeweeks). De nieuwe spruit zal in staal worden uitgevoerd maar is nog steeds niet bij de molen aanwezig. Het lussentouw van de zeilen moet nog door de molenaar versteld worden. De kersverse molenaar en toezichthouder Don Werts is bezig met het opruimen en het opnieuw inrichten van de Mariamolen.
De Luctor et Emergo te Rijkevoort Het steenkoppel is door de molenaars helemaal nagekeken en is er weer voor de eerste keer met deze stenen gemalen. Het ligt overigens in de bedoeling dat er regelmatig met deze molen gemalen gaat worden. Binnen het gaande werk moet het
pagina 18
De Molenvriend 38, december 1998
(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)
Beijk Molenbouw BV Rimpelt 15a 5851 EK AFFERDEN tel. 0485-531910 fax 0485-532305
De Molenvriend 38, december 1998
pagina 19