Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
Nr. 19 herdruk juli 2005
VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK BESTUUR VOORZITTER
Wim Blankespoor Tel. 08851-14471 Don Werts Tel. 08850-15362 Hans Heijs Tel. 08855-71463 Perry Hendriks Tel. 08850-22872
Langeweg 90 6591 XZ GENNEP Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS Bilderbeekstraat 26 5831 CX BOXMEER De Vang 20 5437 BP BEERS
ARCHIEFCOMMISSIE
Tel. 08850-1622
BIOTOOPCOMMISSIE
Tel. 08850-13298
PROMOTIECOMMISSIE
Tel. 08850-15362
Hoogeindse Kampen 5 5447 PS RIJKEVOORT Moleneind 4 5431 HW CUIJK Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS
LEDENADMINISTRATIE
Tel. 08850-15362
MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK
Tel. 08850-1622
SECRETARIS PENNINGMEESTER BESTUURSLID
COMMISSIES
Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester Hoogeindse Kampen 5 5447 PS RIJKEVOORT Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen
DE MOLENVRIEND 19
Colofon Jaargang 8, nummer 3, december 1992 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden en donateurs van de vereniging. De contributie hiervoor is respectievelijk ƒ 20,- en ƒ 12,50; welke bij aanmelding gestort kan worden op de girorekening van de vereniging. Losse nummers kosten ƒ 1,50. De Molenvriend is een advertentiemedium. REDACTIE
Valerie Aben Marijn Geurts
Frits Harteman Don Werts
REDACTIEADRES
Straatkantseweg 28
5443 NC HAPS
VERDER WERKTE(N) MEE
Nico Jurgens
ILLUSTRATIES
Frits Harteman
VOORPAGINA
Recente foto van de watermolen te Oploo (Frits Harteman)
Bij de herdruk kon de foto van de oorspronkelijke uitgave niet meer op aanvaardbare wijze gedigitaliseerd worden, vandaar dat een andere foto uit dezelfde periode is afgedrukt.
In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5
pagina 7
pagina 13
pagina 15
pagina 17
Colofon In dit nummer Van de redactie Mededelingen van het bestuur Een houtzager bij Grave? (2) nogmaals een beschouwing over deze molen, nu door de ogen van een expert door: Nico Jurgens Molens in het Land van Cuijk een rubriek over de actuele situatie van een molen in het Land van Cuijk door: Frits Harteman Molendwang (deel II) Hoe zat het nu echt in elkaar vroeger? door: Frits Harteman Molens in de regio de stand vn zaken omtrent onze 12 molens door: de redactie Notulen ledenvergadering 8 december 1992 een evaluatie van een evaluatie door: Don Werts
Van de redactie Ja hoor! Wij horen u al zeggen, wat voor planning hebben die gasten van de redactie!!! Inderdaad volgt Molenvriend 19 zeer snel op nummer 18, terwijl de tijd tussen 17 en 18 (laat staan tussen 16 en 17) immens groot was. Maar ja, we konden het blaadje nu eenmaal vol krijgen en bovendien bestond de vorige Molenvriend uit erg veel concreet informatiemateriaal in de vorm van verslagen. Misschien ligt het ook wel aan het (winter)seizoen en dat we daardoor sneller de pen hebben gepakt (het woord pen mag volgens een artikel elders in dit blad ook vervangen worden door toetsenbord!). Zoals gezegd echter hebben we ’m vol kunnen krijgen en hebben deze keer meer aandacht besteed aan illustraties (ter compensatie!). Daarom treft u bijvoorbeeld een causerie aan over de wind- en watermolen in Oploo. De bedoeling is dat er vaker een molen uit
De Molenvriend 19, december 1992
het Land van Cuijk “uitgepikt” wordt om met behulp van recente foto’s een overzicht te geven van de actuele situatie van deze molen(s) (zoals biotoopzaken, algemene conditie, activiteiten van de molenaars, et cetera). Wellicht wordt het op den duur een rubriek. De overige artikelen bieden u ook nog enkele foto’s. Met andere woorden kijk snel verder in deze editie van ‘De Molenvriend”. Met de beste wensen voor 1993 zeggen wij tot de volgende uitgave.
pagina 3
Mededelingen van het bestuur Van de voorzitter Sinds mijn optreden als voorzitter van deze vereniging heeft het bestuur zich beraden over haar rol in de vereniging en over haar activiteiten naar de leden en donateurs toe. Op dinsdagavond 8 december jl. heeft het bestuur de reacties op de vragen gepresenteerd. In de komende maanden zal het bestuur een voorstel indienen om op basis van de reacties inhoud te geven aan de activiteiten van onze vereniging. In 1992 heeft het bestuur deelgenomen aan activiteiten om de Stichting Molen “De Hoop” in Beers op te richten en zodoende restauratie en beheer te bevorderen. Na oprichting kunnen wij aan de slag! In 1992 is restauratie van de Heimolen in St. Hubert op gang gekomen. De biotoop van deze molen is volgens ons nog niet optimaal; overleg hierover blijft onze aandacht vragen. Via de afdeling voorlichting van de Provincie NoordBrabant zijn wij op de hoogte gebracht van mogelijke wijzigingen in de “Draaipremieregeling Molens”. Het advies hierover is, voor zover bekend, nog niet uitgebracht en is afhankelijk van een amendement van de CDA-fractie. Zodra hierover meer bekend is, horen wij en daarna de leden hier meer over. In het kader van de bredere oriëntatie van onze vereniging wil het bestuur discussies op gang brengen over:
Bij overname van artikelen en/of foto’s, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit blad.
pagina 4
- De “vergoedingsregelingen” * Bij welke instanties zijn er fondsen beschikbaar? - Onze relatie met “De Hollandsche Molen” * Is hier niet sprake van een doublure in belangenbehartiging? * Ook een doublure met het Gilde van Vrijwillige Molenaars en vereniging van Nederlandse Particuliere Moleneigenaren. - Onze relatie met andere verenigingen op ons vakgebied in Noord-Brabant. - P.R. activiteiten * met de VVV en ANWB? Voor 1993 wensen wij als bestuur U voldoende wind uit de goede richting, een aanvaardbare biotoop en goede gezondheid! Wim Blankespoor
Mededeling van huishoudelijke aard: Bij deze Molenvriend treft u de acceptgirokaart aan voor het voldoen van de contributiegelden over 1993. Hopende op een spoedige afwikkeling, willen we u alvast bedanken voor de te geven steun in 1993.
De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.
De Molenvriend 19, december 1992
Een houtzager bij Grave? (2) In “De Molenvriend” nummer 17 bespraken Don Werts en Valerie Aben hun zoektocht naar de zaagmolen bij Grave, die op oude Topografische kaarten vermeld staat. Robbert Verkerk maakte in zijn boekje “Molens in het land van Cuijk” (1988) ook al melding van deze molen. Blijkbaar werden de gegevens van deze molen vaak verward met die van de “Bergzicht” in Gassel, waardoor de houtzager zelfs bij weinigen bekend was. Van de Stichting Molendocumentatie ontving ik een gedicht, dat een aanwijzing geeft over de herkomst van deze zaagmolen. Robbert Verkerk vermeldde in zijn boekje dat de molen van Gassel oorspronkelijk gebouwd was in 1808 en afkomstig was uit de Zaanstreek, vanwaar hij per vlot vervoerd zou zijn. Zoetmulder vermeldt, dat de molen bij de gevechten om de vesting van Grave door de Fransen in mei 1814 in brand geschoten zou zijn, en neemt dus aan dat de molen in 1815 herbouwd zou zijn. Robbert Verkerk vond echter, dat de molen vrijwel zeker uit 1808 dateert, en nooit werd verwoest of herbouwd. Het belangrijkste is echter, dat de “Bergzicht” een oorspronkelijke, dus niet verplaatste molen is. De indruk bestaat, dat de bouw van deze molen verwant is aan die van de achtkanten in Rheinland. Toch kan de vermelding van het vervoer per vlot en de Zaanse herkomst van belang zijn, echter niet voor de historie van de “Bergzicht”, maar voor die van de zaagmolen. Van de secretaris van de Stichting Molendocumentatie te Amsterdam, de heer C.A. van Hees, ontving ik een gedicht over de verplaatsing van de zaagmolen “De Zamson” uit Edam. Het gedicht is hieronder in zijn geheel opgenomen. Het werd geschreven door Allaard Jan Molenaar naar aanleiding van de sloop van deze molen. Uit het gedicht blijkt, dat de molen in Edam gesloopt werd omdat er geen werk meer voor was. De molen was echter nog te goed om nutteloos te blijven staan en was daarom naar Brabant verkocht, waar hij weer opgebouwd zou worden “in de graaf”. Vooral het laatste kan beschouwd worden als een sterke aanwijzing dat de molen van Edam herbouwd werd in Grave. Er zijn in Noord-Brabant twee plaatsen waarin Grave
De Molenvriend 19, december 1992
voorkomt: behalve Grave zelf is dat ’s-Gravenmoer. In deze laatste plaats is echter niets bekend van een molen. Ook kan nog gedacht worden, dat de aanduiding ‘in de graaf’ betrekking heeft op grafelijke bezittingen. Maar na de omwenteling van de Franse Revolutie was de adelstand op zijn retour; er zijn mij geen voorbeelden bekend van grafelijke molens na 1800. De plaatselijke vrijwilliger en molenkenner Joep Kemper in Edam veronderstelt, dat de zaagmolen een bovenkruier was: er is in Edam niets bekend van een paltrok. Ook de naam “Zamson” wijst op een bovenkruier: namen als “Samson” en “Dommekracht” waren gewoonlijk voorbehouden aan de grote bovenkruierzaagmolens. In de periode 1816 t/m 1818 werden slechts enkele houten bovenkruiers gebouwd in Noord-Brabant: twee in 1817 in Eindhoven (het type is niet geheel zeker) en mogelijk één in 1816 in Den Bosch. Van laatstgenoemde molen is slechts bekend, dat het een volmolen was. Gezien de vereiste ruimte in een volmolen is een achtkante bovenkruier het meest waarschijnlijk. Dat de Edamse zaagmolen als grondzeiler of bergkorenmolen in Eindhoven werd herbouwd, ligt niet voor de hand. Uit het gedicht blijkt niets van een gedeeltelijke sloop (“tot het laatste zijn geborgen”) of van een functieverandering. Bovendien werd de molen, blijkens het gedicht, per schip vervoerd. De vele watermolens op de Dommel maakten, dat vervoer per schip tot aan Eindhoven geen eenvoudige opgave geweest zal zijn. En noch in Eindhoven, noch in Den Bosch kan verband gelegd worden met de aanduiding “in de graaf”. Er zijn thans in Noord-Brabant 6 molens bekend waar zagen als hoofdfunctie plaatsvond. Het zijn: Veghel, anno 1895, paltrok Leende, begin 19e eeuw, 8k, later koren - en pelmolen Beek (geen gegevens bekend), verdwenen vóór 1900 Sint Michielsgestel, vóór 1825 (geen nadere gegevens bekend) Klundert, 8k (geen nadere gegevens bekend) Grave Voorts dienen vermeld: Tongelre (Eindhoven), koren- en zaagmolen, gebouwd in 1874, “De Rietvink”
pagina 5
Volkel, 8k, anno 1904, welke koren, olie- en zaagmolen geweest zou zijn. Het lijkt niet aannemelijk dat deze drie functies gelijktijdig werden uitgeoefend. Deze molen was afkomstig uit Borne (O). Ook dit overzicht biedt weinig andere aanknopingspunten dan de molen van Grave. Leende is praktisch niet over water bereikbaar. In Beek (gemeente Beek en Donk), Sint Michielsgestel en Klundert is, voorzover ik weet, geen relatie met “in de graaf” te leggen. Het gedicht lijkt er dus op te wijzen, dat de zaagmolen van Grave de voormalige zaagmolen de “Zamson” uit Edam was, verplaatst in 1816 en over het water vervoerd. Mogelijk kan, nu dit gegeven bekend is, nader archiefonderzoek uitsluitsel geven. Nico Jurgens *** Gedicht gemaakt door Allard Jan Molenaar, geboren 19-1-1780. Samenspraak tusschen de molen “Zamson” en de sloopers De molen spreekt: Ach mij wat zie ik daar, van verre tot mij komen. Het lijkt wel een slooperschaar; ik ben verlangt en schroom. O ja zij naderen ras: zij spreken van geweld. De Zamson met zijn kracht moet schielijk neergeveldt. De sloopers: Wel Zamson sterken man: gij lijkt wel gans verslagen. Of ’t is omdat gij geen hout voor Edam meer zult zagen. Houdt moet, ik zal voor U, en voor U(w) goed wel zorgen. Het zal netjes in een schip, tot het laatste zijn geborgen. De molen spreekt: Och mij: moet ik van kant, waar zal ik Zamson heen. Mijn hart dat ijzer was, wordt brosser als een steen. Maar of ik langer zucht, dan (dat?) kan mij toch niet baatte. Ik zie mij, nu al reeds, van loozen gans verlaten.
pagina 6
De sloopers: Ja die zijn reeds vooruit men moet voortgan(g) met U maken. Dan kunt gij in korten tijd weer aan ’t werk geraken. Want gij zijt veel te goed om langer hier te staan, En dat door U geen werk meer wordt gedaan. De molen spreekt: Wel aan gaat dan U(w) gang; ik beveel mij in U(w) handen. ’t Scheelt mij niet waar ik sta; al moet ik naar verre landen, Als ik weer aan ’t werk zal komen metter haast. Maak dan maar spoedig voort; ik ben niet meer verbaast. De sloopers: Zamson ik ben verblijd: Uw antwoord dat is braaf. Wij zullen U in korten tijd opbouwen in de graaf. Kom mannen, maak nu voort, hij is nu gansch tevreden. Begin nu maar terstond hem ganschelijk te ontleden. Zamson tegen het Fortuin: Kom prater: ik zeg U voor altoos goeden nacht. Draag zorg, dat na uw werk, door niemand wordt gewacht. Want gij zijt nu alleen, om voor Edam te zagen. Misschien dat er nog zijn die zich te laat beklagen. Tot de regeering: Mijn tijd, die is voorbij, ik moet U gaan verlaten. Of gij nu om mij treurt, dat kan U toch niet baatte. Ik ga naar Brabant toe, om daar mijn kracht te toonen. Ik hoop, de bewoners daar mijn werk met gunst beloonen. Vaarwel dan burgerschaar, die mij met gunst beloonden. Vaarwel dan brave vrouw, die eertijds bij mij woo(n)den. De schippers zijn reeds daar, om mij van hier te halen. Ik hoop, de zegen Gods blijft op U nederdalen. Edam, 4 april 1816
De Molenvriend 19, december 1992
Molens in het Land van Cuijk De watermolen van Oploo Met ingang van dit nummer willen wij in de komende nummers van de Molenvriend een molen in het Land van Cuijk voor het voetlicht halen. Hierbij zullen wij niet stilstaan bij de geschiedenis van de betreffende molen, die is al eens beschreven in de uitgave “Molens en Restanten in het Land van Cuijk”. Evenmin zult u technische gegevens aantreffen. Hiervoor kunt u terecht in het Brabants Molenboek en “Molens in het Land van Cuijk”. Wij willen u echter aan de hand van recente foto’s een indruk geven van de staat waar-
in de molen op het ogenblik verkeert. De molen die deze reeks zal openen is de watermolen van Oploo. Op de cover ziet u hem in volle glorie. Als u hem (of is ’t een haar) echter van dichtbij ziet,
De lossluis, die normaliter open staat, maar bij het eventuele malen gesloten wordt.
dan zult u merken dat die glorie niet op het waterrad slaat. Dit is aan een grondige restauratie toe, hetgeen voor zover ons bekend in de planning zit. Het interieur van de molen inclusief het gaande werk is echter volledig gerestaureerd. Wij hopen dat de foto’s u hiervan een indruk geven. Het waterrad van de molen dat nog gerestaureerd moet worden.
De Molenvriend 19, december 1992
pagina 7
Nu stroomt het water rechtstreeks via de lossluis in de achterwaterloop, waarna het via de beek onder Oploo zijn weg vervolgt om uiteindelijk in de Maas terecht te komen. Bij het binnenkomen door het schilderachtige deurtje komen we op de maalvloer. Wat direct opvalt is het gangwerk. Het aswiel en de bonkelaar zijn hier de blikvangers. De trap rechts van het gangwerk brengt ons naar de steenzolder. Hier vallen een paar bijzonderheden betreffende het dak op. Het pannendak is gerepareerd en van nieuwe stropoppen voorzien. De bonkelaar met op de achtergrond het aswiel, waarop een mooie ster is geschilderd
Tijdens onze bezoeken in december was er o.i. voldoende water om de molen eventueel te laten draaien c.q. malen. Maar gezien de slechte toestand waarin het onderslagrad verkeert, is dit uiteraard niet mogelijk, bovendien dient de waterloop nabij de maalsluis geschoond te worden.
Duidelijk zijn de stropoppen zichtbaar, die de kieren van de achtergelegen dakpannen dichten.
Een aantal spanten heeft een natuurlijke buiging, dus uit een stuk. Op het punt waar de muur ophoudt en het dak begint, heeft het spant deze kromming.
Nogmaals dezelfde wielen, nu vanuit een andere dimensie.
pagina 8
De Molenvriend 19, december 1992
De molen heeft twee steenkoppels, die geheel zijn vernieuwd. Nieuwe 16der kunststenen, steenkuipen, karen, steenrondsels, etc.
Het spoorwiel met een van de twee steenkoppels.
De knik in de doorgaande spant ter hoogte van de daklijst
Bij de restauratie van de vloer zijn voor de nieuwe luiluiken de oude scharnieren gehandhaafd, deze scharnieren bestaan uit een strip plaatijzer en een oog. Een van de twee nieuwe steenrondsels.
De luiluiken kwamen al ter sprake, hetgeen impliceert dat er ook een luiwerk aanwezig is. Ook dit onderdeel is gedeeltelijk vernieuwd. Houten gaffels op het gaffelwiel ter vervanging van de ijzeren gaffels. Voorts is een nieuwe luireep aangebracht. De maalsluis kan door middel van een hefboom op de steenzolder bediend worden. De boom + stelpennen zijn op de foto duidelijk te zien. Het gedeelte buiten het gebouw is te zien op de coverfoto. Na ons laatste bezoek aan de molen scheen warempel, na dagen met regen en somber weer, bij ons vertrek de zon. Er was nog steeds veel aanvoer van water. Het scharnier van een luiluik
De Molenvriend 19, december 1992
pagina 9
Het luiwerk van de molen met op de achtergrond weer het spoorwiel.
De hefboom van de maalsluis, waarmee het molenrad dus op gang gebracht of stilgezet kan worden.
pagina 10
De Molenvriend 19, december 1992
Op de autoradio viel of het zo moest zijn “de winter” uit de 4 jaargetijden van Vivaldi te beluisteren met als decor ons wintermolentje. Zij stond als een plaatje in de laagstaande decemberzon te wachten op haar hopelijk spoedige laatste reparatie. Rest ons nog beide molenaars Piet Geene en Jan van Riet te danken voor hun gastvrijheid en Theo Gerritsen uit Boxmeer voor het belangeloos afdrukken van de foto’s. Mocht u van plan zijn de molen de bezoeken, dan gelieve u contact op te nemen met één van de molenaars. Hun telefoonnummers zijn: Piet Geene Jan van Riet
08858-2891 08858-3551
Foto’s: Frits Harteman Tekst: Frits Harteman
De grote foto op de linkerpagina geeft een overzicht weer van het gangwerk op de maalvloer (dit is bij deze molen, zoals de meeste watermolens de verdieping waar je binnen komt). Te zien zijn het aswiel, de bonkelaar, de maalbakken met meelpijpen, het lichtwerk en de trap naar de steenzolder.
De Molenvriend 19, december 1992
pagina 11
(advertentie)
Waar het asfalt ophoudt
beginnen onze reizen ... daar trekken wij te voet verder door het ongerepte achterland en nemen de tijd om van het overweldigende landschap en de exotische natuur te genieten. SNP Natuurreizen organiseert reisavonturen waar ande- ren slechts van dromen. Voor kleine reisgezelschappen van gelijkgestemden; eerst je reisgenoten, later vaak je vrienden. De reisleiding is een ’verhaal apart’. Het zijn allen biologen, geografen, geologen of andere deskundigen. Ze brengen u naar de mooiste plekjes en kunnen u veel vertellen over de streek waar u doorheen trekt. SNP Natuurreizen heeft ruim 90 bestemmingen "all over the world" voor u in haar programma: van de vulkanen van Sicilië tot de jungle van Costa Rica en van de Roemeense Karpaten tot de besneeuwde toppen van Siberische Altai. Bent u ook op zoek naar die andere reiservaring? Vraag dan vrijblijvend een van onze kleurrijke reisbrochures aan:
• Avontuurlijke Voettochten 1993 Europa • Avontuurlijke Wandelreizen & Expedities 1993 Afrika, Azië, Australië en Amerika. • Comfortabele Wandelreizen 1993 Europa, Afrika, Azië, Nieuw Zeeland en Amerika • Avontuurlijke Wintertochten 1993 Europa en Canada • SNP-Individuele Reizen 1993
pagina 12
postbus 1270, 6501 BG Nijmegen telefoon 080 - 60 52 22 lid SGR / officieel sponsor WWF
De Molenvriend 19, december 1992
Molendwang en Molsterregt Zoals we in nr. 18 van de Molenvriend schreven, zouden wij in het eerstvolgende nummer terugkomen over de wijze waarop molendwang en molsterregt waren geregeld in het land van Cuijk De heer H. Essink heeft in het tijdschrift Merlet van het Streekarchief Land van Cuijk een artikel gepubliceerd betreffende de Heerlijke molens in de stad Grave en het Land van Cuijk voor 1800 met als bronvermelding: Algemeen Rijksarchief Den Haag, Archief Nassause Domeinraad. Inv.- Hingman 3252, VII
d)
e)
dagen per jaar niet gebruikt werd in verband met het schoonmaken van de molen en de pachters van de watermolens moesten met nieuwe en volle maan hun molens “schuren” d.i. schoonmaken; de pachter moest rekening houden met de “molendwang” m.a.w. Hij mocht niet onder de duiven van zijn collega schieten; de pachter moest zorgen voor een goede weegschaal ter voorkoming van bedrog.
In genoemde publicatie kwamen o.a. de volgende gegevens aan de orde:
Molendwang betekende dat de ingezetenen van een bepaald gebied hun koren op een bepaalde molen moesten laten malen. Men was niet vrij in de keuze van molenaar. Zo was:
- In de stad Grave en het Land van Cuijk was de baron van de stad Grave en het Land van Cuijk eigenaar, Heer, van de molens aldaar.
1.
- In Oploo was de Heer van Oploo - leenman of vazal van de baron van Cuijk - eigenaar van de Ploose watermolen, maar toen de heer of baron van het Land van Cuijk ook Heer van Ploo (Oploo) werd, waren alle molens in het Land van Cuijk eigendom van één Heer.
2.
De Graafse en Land van Cuijkse molens werden ten stadhuize van Grave verpacht door de rentmeester der Domeinen - namens de baron van Grave en van het land van Cuijk - ten overstaan van een gecommitteerde uit de raad van de baron (Nassause Domeinraad). De Pachters hadden rechten en plichten n.l.:
4.
3.
5. 6.
7. a)
de pachter mocht slechts 1/16 deel van het gemalen graan voor molster nemen;
b)
de pachter ontving 1/16 deel van buiten het Land van Cuijk gemalen en daarna in het Land van Cuijk geïmporteerd meel; de pachter moest zorgen dat zijn molen 21
c)
De Molenvriend 19, december 1992
de Beugense molen bestemd voor de ingezetenen van Beugen, Rijkevoort en misschien ook Ledeacker; de Cuijkse molens bestemd voor de ingezetenen van Beers, Cuijk, St. Agatha Haps en Linden; de Graafse molens bestemd voor de ingezetenen van Grave en vermoedelijk ook voor de ingezetenen van Escharen, Gassel met Tongelaar en Neerloon; de Millse molens bestemd voor de ingezetenen van Mill, St. Hubert en Wanroy; de Oploose molen bestemd voor de ingezetenen van Oploo; de Sambeekse molen bestemd voor de ingezetenen van Sambeek, den Sambeeksenhoek en Mullem; de Vierlingbeekse molen bestemd voor de ingezetenen van Vierlingsbeek, Vortum, Groeningen, Holthees, Maashees en Overloon.
In de bovenstaande reeks zult u de molen van Boxmeer gemist hebben. Boxmeer was een Vrije heerlijkheid, zodat deze molen niet onder het beheer
pagina 13
van de Baron van de stad Grave viel, doch eigendom was van de heer van Boxmeer. Aangezien hier ook van een dwangmolen sprake is, waren de burgers van Boxmeer derhalve verplicht hun graan op deze molen te laten malen. Hetzelfde gold voor de ingezetenen van St. Anthonis, zij waren verplicht hun graan op de molen van St. Anthonis te laten malen, welke molen eveneens eigendom was van de heer van Boxmeer. Mocht u meer willen weten over de molengeschiedenis van het land van Cuijk, dan verwijzen wij u naar het boekje dat Robbert H. Verkerk geschreven heeft onder de titel: Molens in het Land van Cuijk. Tot zover ons relaas over Molendwang en Molsterregt. Bovenstaande gegevens en de “zaak Willem Kersten� (zie Molenvriend nr. 18) zijn verzameld door de heer Joh. J. J. van Dongen te Grave, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van het Crimineel Signant R6 en het tijdschrift Merlet van het Streekarchief Land van Cuijk.
Frits Harteman
pagina 14
De Molenvriend 19, december 1992
Molens in de regio DE “MARTINUS” TE BEUGEN
STELLINGMOLEN TE KATWIJK
Er is niets toe te voegen aan hetgeen in nr. 18 van de Molenvriend over deze molen is bericht. Wel zijn de 4 bomen voor de molen omgezaagd en afgevoerd. De molenaars Peter Simons en Ben Verheijen (deze laatste kon natuurlijk als goede biotoopwachter niet achterblijven) hebben deze taak op zich genomen. Resultaat: een maagdelijk grasveld voor de molen. De beide andere molenaars? Deze hebben zich verdienstelijk gemaakt met het afvoeren van de lichte takken!
Op deze molen is de laatste tijd (ook) niet veel gebeurd, de molenaar had slechts enkele dingen te melden. Tijdens de afgelopen najaarsstormen is er wat riet van het afdakje boven de zuidelijke stellingdeur losgeraakt, dit is echter weer door de molenaars gerepareerd, ook is er op een zaterdag een heklat gesneuveld, maar ook deze hebben de plaatselijke molenaars provisorisch gerepareerd.
“DE VOORUITGANG” TE OEFFELT De inwendige restauratie vordert voorspoedig. Gesteld kan worden dat het gaande werk, op de bovenschijfloop na, gereed is. Verder is er een betonvloer gestort in de voormalige dieselruimte. De verwachting is dat er binnen afzienbare tijd in Oeffelt weer een complete molen is.
DE “HEIMOLEN” TE SINT HUBERT De molen is van buiten helemaal opnieuw gevoegd, zodat de romp er weer netjes uitziet. Verder ligt buiten voor de molen reeds een nieuwe roede gereed. Met andere woorden het geheel schiet op. Het bestuur zal daarom ook binnenkort contact opnemen met de eigenaar: de gemeente Mill & St. Hubert inzake draairegelingen en evenementen.
DE “KORENBLOEM” TE MILL DE “BERGZICHT” TE GASSEL Over deze molen zijn op het ogenblik geen nieuwe bijzonderheden te berichten.
Helaas kunnen we ook deze keer geen uitsluitsel geven over de verkoop van deze molen. Een kwestie van tijd dus!!
“DE STER” TE WANROY DE “MARIAMOLEN” TE HAPS De laatste weken staat de “Mariamolen” er nog steeds levenloos bij. Restauratie van de pensteen en kruiinrichting laat op zich wachten. In de meterkast is een aardlekschakelaar gemonteerd en verder lopen de molenaars af en toe rond om alles te controleren.
De Molenvriend 19, december 1992
Over “De Ster” te Wanroy is deze keer niets te melden, wel wilden we iets uit molenvriend nr. 18 rechtzetten, namelijk dat de schade van een ton aan de kop van de standerd (deze is ingezakt), niet geschat was door molenmaker Beijk, maar door molenaar Jan Selten zelf.
pagina 15
DE “JAN VAN CUIJK” TE CUIJK
“DE KORENBLOEM” TE OPLOO
Op de “Jan van Cuijk” wordt op het moment niet gemalen, omdat - om de molen muisvrij te houden het meel uit de steenkuip verwijderd is en de steenkuip nog uit elkaar ligt. De molenaar laat de stenen wel meedraaien, zodat de bezoekers nu eens goed kunnen zien hoe de stenen in zijn werk gaan. Ook staan ze in Cuijk op het punt de muren aan de buitenkant schoon te maken, dit zal waarschijnlijk begin 1993 gebeuren. Tot slot is het de molenaar (weer) gelukt zijn biotoop weer wat te verbeteren d.m.v. een brief naar de gemeente te sturen. De gemeente Cuijk heeft hierop direct gereageerd en inmiddels zijn er vijf berken gekapt en er zijn berken gesnoeid (hoera)!
Over de afgelopen periode zijn geen bijzondere mededelingen omtrent deze standerdmolen.
“LUCTOR ET EMERGO” TE RIJKEVOORT Helaas mochten we geen berichten ontvangen over de situatie aldaar !!
WATERMOLEN TE OPLOO Omdat elders in dit blad een artikel gewijd is aan de actuele situatie van deze molen, wordt er hier niet verder op ingegaan.
Molenkaartenverzamelaars opgelet: Nu verkrijgbaar catalogus van alle Limburgse wind- en watermolens. Als u ƒ 5,25 overmaakt op giro 2150134 of Rabo Heythuysen 122297415 ontvangt u de catalogus plus gratis bestellijsten voor ansichtkaarten of foto’s, want van elke molen is een ansichtkaart of foto verkrijgbaar.
T. Linssen In het Tienderveld 137 6093 JK Heythuysen
pagina 16
De Molenvriend 19, december 1992
NOTULEN BESTUURSVERGADERING
Datum:
dinsdag 08 december 1992
Plaats:
Haps
Aanwezig:
Valerie Aben Theo van Bergen Wim Blankespoor Frits Harteman Perry Hendriks Hans Heijs Jan Selten Peter Simons Ben Verheijen Robbert Verkerk Don Werts
Afmeldingen:
Dhr. Van Eeten Jan van Riet Stefan Willems
1 EVALUATIE ONDERZOEK De evaluatie van het onderzoek dat we als bestuur hielden onder de leden en donateurs enige tijd geleden, vormde hét onderwerp van de avond. Aan de hand van een door de secretaris gemaakte “cijferlijst”, waarin elke vraag van het onderzoek herhaald werd met nu de aantallen van bevestigende, ontkennende en onthoudende antwoorden, liep Wim het hele
De Molenvriend 19, december 1992
onderzoek door. Ondertussen liet hij grafieken zien, gebaseerd op genoemde getallen. Het eerste belangrijke getal werd gevormd door het respons. Dit bedroeg 30 van de 62 ondervraagden. Bijna 50% dus. Niet slecht volgens de meeste aanwezigen op de vergadering. Van deze 30 zijn er 14 “werkzaam” als molenaar. De conclusie die we hieruit mochten trekken, is dus dat molenaars over het algemeen eerder gereageerd hebben dan de overige leden en donateurs. Deze 14 reagerende molenaars zijn voornamelijk actief op 11 verschillende molens, waarvan zich er 7 in het Land van Cuijk bevinden. Gebleken is dat alle gememoreerde molens monumentaal zijn erkend; rijkswege dan wel op gemeentelijk vlak. Van de reagerende personen buiten de molenaars om gaf het merendeel te kennen niet een rol te willen vervullen binnen de vereniging. Mede met het oog op de weinige belangstelling voor vergaderingen van niet-molenaars mogen we stellen dat de leden en donateurs liever een passieve positie bekleden. Ter sprake kwam ook dat we deze mensen veelal direct dan wel indirect kennen (familie en kennissen!). Een volgend punt was de zaterdagindeling van de molenaar. Het bleek namelijk dat het merendeel van de 11 molens zaterdag ’s ochtends draaide. Een veel gehoorde verklaring was dat de molenaar ’s middags moeilijker zit met zijn familie, e.d. Door de vraag over draaipremies in het onderzoek
pagina 17
kwam ook dit onderwerp nog even aan bod. Door de provincie zullen de premies voor in particulier eigendom verkerende molens verhoogd worden. Omdat vanaf het invoeren van het zgn. tellersysteem geld overgebleven is. Dit zal verdeeld worden volgens een bepaalde sleutel. Volgens onze mening zou dat betekenen dat degene die nu wat krijgt, straks nog meer zal krijgen. Veelal werken op deze molens beroepsmolenaars. Deze weten zich gesteund door de vereniging van Nederlandse Particuliere Moleneigenaren, welke laatste uiteraard geen kleine rol zal spelen bij de provincie en dus bij de verdeling van de premies. Gevreesd wordt dat de molens in particulier bezit met vrijwilligers erop, door het kleinere aantal asomwentelingen de dupe zullen worden van de toekomstige regeling. Het is daarom zaak als het ware te gaan concurreren met bovengenoemde vereniging bij de provincie. Geopperd wordt dat als men een lage drempel qua omwentelingen maakt voor het in aanmerking komen voor de premie, ook vrijwilligers meer mogelijkheden hebben. Als men dan ook nog eens de premies denivellerend maakt (meer draaien, relatief minder premie) dan is sprake van een rechtvaardigere situatie. Wat naast deze hele regeling misschien ook een feit is, is dat molens met een beheersstichting ook in aanmerking zouden komen voor de draaipremie. Als dat het geval is kunnen we beter alle molens van zo’n stichting voorzien. Waarschijnlijk zal dit echter meer toepassing hebben op stichtingen die de molen in eigendom hebben (zoals in Oeffelt). Verder gaand met de evaluatie kwam naar voren dat veel gemaakte kosten op de molen vergoed worden. Maar ook is gebleken dat er nog maar weinig echt gemalen wordt door de vrijwilligers. Veelal heeft dit met het graan te maken. De organisatie hiervan (zoals transport en bemachtiging) zijn omslachtig en moeilijk. We mogen zelfs blij zijn als we ergens graan kunnen krijgen!
Wim oppert het idee om de vereniging op te laten treden als beheerder van de molens en dat de molenaars dan in vrijwillige dienst zouden treden. Zoiets is natuurlijk alleen haalbaar als er flink wat voordelen mee gemoeid zijn voor de (vrijwillige) molenaar. Het onderling contact van de molenaars wordt op prijs gesteld en zal dus zeker op vier maal per jaar gehandhaafd moeten blijven worden.
De vragen over de vereniging gaf ook nog wat gespreksstof bij de behandeling. Zo werd duidelijk dat veel mensen een actief bestuur willen zien. Ze mag dan ook vaak inspringen bij conflicten rond molens en/of molenaars. Uiteraard zal dit altijd moeten geschieden in samenspraak met de desbetreffende molenaar. Een probleem deed zich echter voor bij de fictieve situatie van het disfunctioneren van een molenaar. Want wanneer is hier sprake van en wie controleert dit. Dat laatste scheen te zijn weggelegd voor het bestuur. In het algemeen was men in aansluiting op dit onderwerp van mening dat de vereniging toch een wat meer overkoepelend karakter moet krijgen en dat het niet blijft bij alleen gevallen binnen de ledenkring. Dus wat meer naar buiten gericht!
Valerie: Hij vraagt hoe de situatie in Beers is. Te melden valt dat er een stichting in oprichting is. Namens het bestuur zijn Wim en Perry daar intensief mee bezig Reeds plaatsgevonden contact met de gemeente Beers leverde een positieve reactie op jegens de potentiële stichting.
pagina 18
De open vraag over wenselijke evenementen gaf blijk van de creativiteit van de reagerenden. Zo werden naast de gebruikelijke en reeds bestaande evenementen acties genoemd als het organiseren van een “molen van de maand” (een soort open dag op één molen); excursies in het kader van de opleiding tot vrijwillige molenaar en het houden van een kleurwedstrijd. Misschien is het bovendien niet onverstandig een soort van evenementenkalender op te stellen (in “De Molenvriend” ?!) zodat over het jaar heen een duidelijk overzicht mogelijk is. Molens in de regio en PR-activiteiten scoren ook hoog bij de mensen. Evenals biotoopzaken wat verheugend is om te vernemen, omdat blijkt dat ook nietmolenaars het belang inzien van een goede biotoop. 2 RONDVRAAG Ben:
Jan:
Hij deelt mee dat Brian Versaevel veel zin heeft in de opleiding tot vrijwillig molenaar. Peter geeft daarop te kennen hem graag voor een periode wegwijs te maken in de molenwereld (lees het volgen van theorie en praktijk). Een ander punt waar Ben op attendeert is dat we/hij in het bezit moet(en) zien te komen van diverse bestemmingsplannen in de regio. We kunnen zo beter over zicht houden en in geval van (dreigende) calamiteiten snel de situatie opzoeken.
Jan weet te vertellen dat de verhuur van de watermolen te Oploo aan de natuurwinkel uit Groeningen niet doorgaat wegens financiële redenen. Zo’n gebouw vergt immers ook veel onderhoud! In de laatst verschenen Molenvriend stond dat de restauratie van “De Ster” geschat werd op een ton. Niet
De Molenvriend 19, december 1992
molenmaker Beijk deed deze schatting, maar Jan zelf! Don:
Als laatste in de rij vermeldde hij enkele losse uitingen, reacties, kritiek, e.d. afkomstig van reagerende personen op het besproken onderzoek. Daar deze verder geen evaluatie behoefden, werden ze hier maar even gememoreerd.
3 SLUITING VAN DE VERGADERING Na deze weliswaar niet druk bezochte, maar toch zeer nuttige vergadering, was het tijd voor de nodige afspraken, drankjes en verhalen, zodat eenieder tevreden huiswaarts kon keren.
Don Werts, secretaris van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk
De Molenvriend 19, december 1992
pagina 19