Skip to main content

Molenvriend 18 web

Page 1

Uitgave van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk

herdruk mei 2005

Nr. 00


VERENIGING MOLENVRIENDEN LAND VAN CUIJK BESTUUR VOORZITTER

Wim Blankespoor Tel. 08851-14471 Don Werts Tel. 08850-15362 Hans Heijs Tel. 08855-71463 Perry Hendriks Tel. 08850-22872

Langeweg 90 6591 XZ GENNEP Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS Bilderbeekstraat 26 5831 CX BOXMEER De Vang 20 5437 BP BEERS

ARCHIEFCOMMISSIE

Tel. 08850-15362

BIOTOOPCOMMISSIE

Tel. 08850-13298

PROMOTIECOMMISSIE

Tel. 08850-15362

Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS Moleneind 4 5431 HW CUIJK Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS

LEDENADMINISTRATIE

Tel. 08850-15362

MOLENARCHIEF LAND VAN CUIJK

Tel. 08850-15362

SECRETARIS PENNINGMEESTER BESTUURSLID

COMMISSIES

Straatkantseweg 28 5443 NC HAPS GIRONUMMER: 4008385 onder vermelding adres penningmeester Hoogeindse Kampen 5 5447 PS RIJKEVOORT Eenieder kan na afspraak het archief raadplegen

DE MOLENVRIEND 18

Colofon Jaargang 8, nummer 2, oktober 1992 Lijfblad van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk, opgericht in 1984. De Molenvriend wordt gratis toegezonden aan de leden en donateurs van de vereniging. De contributie hiervoor is respectievelijk ƒ 20,en ƒ 12,50; welke bij aanmelding gestort kan worden op de girorekening van de vereniging. Losse nummers kosten ƒ 1,50. De Molenvriend is een advertentiemedium. REDACTIE

Valerie Aben Marijn Geurts

Frits Harteman Don Werts

REDACTIEADRES

Straatkantseweg 28

5443 NC HAPS

VERDER WERKTEN MEE

Hans Heijs en Jan van Riet

VOORPAGINA

Ansichtkaart van een schitterend gelegen molen op het Griekse eiland Mykonos uit verzameling van Don Werts, met dank aan Valerie Aben


In dit nummer pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5

pagina 7

pagina 11

pagina 14

pagina 16

Colofon In dit nummer Van de redactie Mededelingen van het bestuur Molendwang meeltransport: een gevaarlijke onderneming! door: Frits Harteman Jaarverslag over 1991 het reilen en zeilen van de vereniging in 1991 door: Don Werts Financieel Jaarverslag over 1991 hoe staat het met onze centjes! door: Hans Heijs Molens in Griekenland een verslag en eigen belevenissen door: Valerie Aben Molens in de regio de stand van zaken omtrent onze 12 molens

Van de redactie Terwijl ons bestuur zich momenteel bezig houdt met beleidsvorming naar aanleiding van de reacties en antwoorden op de enquête die u enige tijd terug van hen ontving, kunnen wij als redactie reeds profiteren van deze zelfde enquête. Niet dat wij onder een hoedje spelen met dat bestuur, zodat u zou mogen denken dat de hele vereniging Molenvrienden Land van Cuijk één pot nat is; maar enige samenwerking wordt toch wel op prijs gesteld, te meer daar een der redacteurs tevens als bestuurslid functioneel is. Gelukkig bleef onze nieuwsgierigheid naar de uitslag slechts beperkt tot de reacties op één bepaalde vraag. Namelijk hoe vaak men “De Molenvriend” graag in de brievenbus zag zien vallen. Nu

De Molenvriend 18, oktober 1992

het antwoord kunnen wij u alvast verklappen. Het blijkt namelijk dat een (krappe) meerderheid prijs stelt op vier edities per jaar. Terecht vonden wij ook als redactie. Tenslotte heb je er meer aan als je regelmatig op de hoogte wordt gehouden van o.a. de molens in het Land van Cuijk, dan dat er een enkele keer per jaar een stortvloed gegevens op je af komt. Dus .... !! Het zal moeilijk voor ons worden, maar als streefgetal zullen we de vier nummers per jaar handhaven, ondanks dat het ook dit jaar niet zal lukken. Maar wie weet mogen wij nog eens op uw medewerking rekenen (KOPIJ !!!!).

pagina 3


Mededelingen van het bestuur Ondanks de vakantieperiode hebben we als bestuur niet stilgezeten. De voornaamste activiteit was wel het onderzoek dat wij hielden onder de leden en donateurs. Niet alleen de opzet en de uitvoering kwamen ter sprake, ook een voorlopige evaluatie kon recentelijk al in een bestuursvergadering behandeld worden. Op een te houden ledenvergadering zullen we u meer over de reacties informeren. Een ander punt wat centraal stond in de drie bestuursvergaderingen is de eventuele restauratie van molen “De Hoop” te Beers. In het bijzonder hebben we ons dan ook bezig gehouden met mogelijkheden omtrent het oprichten van een stichting die zorg draagt voor de restauratie, dan wel het beheer in de toekomst, dan wel een combinatie van beiden. Verder hebben er contacten plaatsgevonden met onder andere de gemeenten Oploo en Mill / St. Hubert en de provincie. Met laatstgenoemde overheid is afgesproken dat wij op de hoogte worden gehouden van ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe draaipremieregeling, aangezien bij het huidige beleid teveel geld in provinciekas bleek te blijven. Van de gemeente Mill en St. Hubert kregen we te horen dat de eik op het zuidoosten van de “Heimolen” in St. Hubert dit najaar nog onder het mes zal gaan. Ondertussen zijn ze druk bezig met het financieren van de op de agenda staande restauratie. Wat betreft de andere molen in deze gemeente, “De Korenbloem”, gaan er geruchten dat er een gegadigde (particulier) is voor de verkoop ervan. Zodra uitsluitsel gegeven kan worden, kunnen wij u meer vertellen over de toekomst van de molen.

In de gemeente Oploo wacht men op de afronding van de restauratie van de watermolen. Daarna zal contact opgenomen worden met de molenaars van “De Korenbloem” in verband met draaiactiviteiten. Niet alleen met de molens gaat het redelijk tot goed, ook onze eigen vereniging mag niet klagen. Zo hebben we de afgelopen periode weer twee nieuwe leden mogen inschrijven. De nieuwe leden en donateurs van dit jaar zijn:

de heer Van Eeten uit Mill de heer Geurts uit Haps de heer Meesters uit Roosendaal de heer Versaevel uit Cuijk

Ook het financiële gedeelte van de vereniging loopt op rolletjes. Volgens de penningmeester heeft op drie mensen na iedereen zijn/haar contributie voldaan. Deze drie personen is inmiddels een acceptgirokaart ter herinnering gezonden. Een dankzegging voor uw steun en de vlotte afhandeling ervan is hier dan ook wel op zijn plaats. Tenslotte nog het nieuws van de commissies. Dit zal kort maar krachtig worden, aangezien we alleen iets over de archiefcommissie te melden hebben. Zoals u wellicht reeds gezien hebt op pagina 2, is het materiaal wat voorheen door ondergetekende beheerd werd, overgedragen aan Valerie Aben. Mocht u dus wat willen weten of zien over de molens in het Land van Cuijk in vroeger tijden of heeft u misschien nog iets voor het archief (graag!!), dan kunt u bij hem terecht.

de secretaris

Bij overname van artikelen en/of tekeningen, auteur en eventuele bron(nen) vermelden. Tevens hiervan melding maken bij de uitgeefster of redactie van dit

pagina 4

blad. De redactie stelt zich niet aansprakelijk voor eventueel gemaakte fouten of anderszins ontstane ongemakken.

De Molenvriend 18, oktober 1992


Molendwang Onlangs lazen wij in de krant onder politieberichten: “Tijdens een routinecontrole van de politie werd landbouwer P. uit Beugen in Rijkevoort aangehouden. Auto plus aanhanger en gemalen tarwe werden in beslag genomen”. Tot zover dit bericht. Nieuwsgierig als we zijn, hebben wij bij de ons bekende agrariër navraag gedaan. Deze verklaarde dat hij met zijn zoon inderdaad was aangehouden, waarbij hij verzocht werd in het pijpje te blazen. Tot zover niets aan de hand. Bij verder onderzoek kwam vast te staan dat hij meel vervoerde, dat hij door molenaar Jan Selten te Wanroij had laten malen. Op onze vraag waarom in Wanroij en niet in Beugen, wat hij ingevolge de molendwang toch verplicht was, antwoordde boer P. dat de molen in Wanroij voor hem gunstiger was gelegen en dat Selten toch weinig te malen had, er bovendien voldoende wind was en daar Jan bij zijn pieren gemist kon worden, kon hij er dus op wachten. Vandaar!! Niet zo best voor boer P., want zijn Mercedes met dubbelassige aanhangwagen staat nu op het politiebureau, terwijl het meel prooi gaat worden van de meelwormen (Jan, nieuw bloed!!). Achteraf bleek dat de politie getipt was door de molenaars van Beugen, hoewel die dit natuurlijk stellig ontkennen. Onder het lezen van dit verhaal zult u wellicht denken: Wat is dit voor flauwekul. Inderdaad, grote onzin. Maar toch...... Er is een tijd geweest dat een dergelijke situatie mogelijk bleek te zijn. Een artikel afkomstig uit “Crimineel Signaat R5” geeft het volgende verslag weer. “Zekere Willem Kerstens, wonende op de Papenvoort te Rijkevoort, had op 1 augustus 1788 drie zakken koren naar de molen van Ledeacker te St.-Anthonis gebracht om aldaar te laten malen. Dat werd beschouwd als een fraude van Zijne Hoogheids Molsterregt en in strijd met art. 21 der conditiën van de verpachting der molens. Om die reden werden de drie zakken meel en de kar met het paard waarmede het meel vervoerd werd, in beslag genomen. De heer Ambtman verzocht authorisatie om, vanwege het voorkomen van bederf van het meel, al het in beslag genomene publiek te mogen verkopen. Schepenen gaven hun toestemming tot de verkoop van het meel, doch de verkoping van kar en paard hielden zij nog in beraad, totdat door de pachter van

De Molenvriend 18, oktober 1992

de molen te Beugen en zijn Heer een gerechtelijke actie naar behoren zou zijn aangevangen. De notulen relateren niets omtrent een vonnis met strafbepaling Vorengenoemde gerechtelijke actie werd aangevangen op 5 februari 1790. Op die datum (dus 1½ jaar later) vergaderden de schepenen over het ingekomen rekest van Arnoldus Hombergen, pachter van de windkorenmolen te Beugen en een rekest van de heer Ambtman en de rentmeester der Domeinen, daarbij verzoekende vaststelling van een gerechtsdag voor de comparitie in de hangende zaak tegen Willem Kerstens en zijn minderjarige zoon Tijs Willem Kerstens, wonende op de Papenvoort onder Rijkevoort. Het betrof nog het feit - “dat laatstgenoemde op de 1e augustus 1788, komende van de molen van St. Anthonis, met kar en paard en daarop geladen drie zakken meel, het een en ander gearresteert is geworden.” - Alsdan zouden zij dienen te compareren om de eis en conclusie te aanhoren, zoals deze namens de suppliant en de vertegenwoordigers van de Heer uit hoofde van de gepleegde fraude tegen hen zou worden gedaan en genomen. Zo ongeveer luidde de inhoud van de tekst der genoemde rekesten. Voorts werd nog gelezen de resolutie van de Ed. Mog. Heeren Raaden en Reekenmeesters van Zijne Hoogheid den 1789, waarbij aan de Hoge Vierschaar werd bericht, - “dat het geval in questie, indien het in het minnelijke niet kan worden geschikt, competeert en behoort tot derselver cognitie en judicatuure.” - Een extract van genoemde Resolutie werd in het signaat opgenomen. De heren schepenen hadden in vergadering besloten om, alvorens een nadere beschikking te geven, wederzijdse partijen en de beide gedaagden met hun gemachtigden voor te stellen op de 18e februari 1790 des morgens om elf uur te compareren op het Raadhuis alhier en het geschil in der minne te schikken. Bij uitblijven daarvan zou een gerechtsdag worden vastgesteld. De notulen van 18 februari 1790 relateren de comparitie van Arnoldus Hombergen voornoemd en Willem Kerstens, alsmede dat bij relaas van de rechterbode was gebleken dat Tijs Willem Kerstens, de minderjarige zoon, reeds was overleden. Op de gerechtsdag van 25 februari d.a.v. konden de partijen het nog niet eens worden. De zitting werd afgebroken en het werd belanghebbenden vrijgelaten om tegen Willem Kerstens te procederen. Op 20 maart 1790 werd de autorisatie

pagina 5


verzocht om het paard en de kar van Willem Kerstens publiek te verkopen, waartoe de schepenen op dezelfde dag, ter voorkoming van verdere kosten van consumptie, stal en staangeld van de kar en het paard de gevraagde autorisatie verleenden. Waarmede de kwestie werd besloten zonder dat er nog iets bekend werd omtrent enige strafoplegging c.q. boetebepaling.” Wij leven nu in een tijd die zo vol regelgeving is dat we wel eens wensen dat het anders zou zijn. Maar gezien het bovenstaande kon men er in het verleden ook wat van en hebben de molenaars na afschaffing in 1798 van de molendwang tenminste hierover geen klagen meer. Over hoe het “Molsterregt” en molendwang in het Land van Cuijk geregeld was, hopen wij U in een volgende verschijning van “De Molenvriend” te kunnen berichten.

Frits Harteman

pagina 6

De Molenvriend 18, oktober 1992


Jaarverslag 1991 1) Het bestuur Het jaar 1991 werd door het vier man tellende bestuur rustig begonnen. Vijf maal werd er door het jaar heen vergaderd. Maar ook de molenaarsvergaderingen en de Jaarvergadering over 1990 werden door het bestuur benut om snel van gedachten te wisselen over bepaalde zaken. De bestuursvergaderingen werden op toerbeurt bij de bestuursleden thuis gehouden. Zaken als de tentoonstelling; een te houden fietstocht op Nationale Molendag 1992 en een te organiseren wervingsdag voor vrijwillige molenaars werden besproken. Natuurlijk werd ook nodig aandacht besteed aan het informele karakter van de bijeenkomsten. Het bestuur zette zich verder in voor het regelen van de molenaarsvergaderingen en de Jaarvergadering alsmede voor het realiseren van de excursie naar enkele molens in Duitsland, welke laatste in juni plaatsvond. Voorts heeft het bestuur contact gehad met onder andere Stichting Dorpsbelang St.-Hubert, belanghebbende personen met betrekking tot de watermolen in Vierlingsbeek en de afdeling NoordBrabant van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Met laatstgenoemde instantie werd op 17 mei van gedachten gewisseld over onze voorstellen inzake een gewijzigde examen- en Gildestructuur. Toevallig was het bestuur ook vertegenwoordigd bij een gesprek met de gemeente Wanroij over de molen te Rijkevoort, daar de voorzitter en de secretaris ook de functie als molenaar hebben.

De Molenvriend 18, oktober 1992

Naast deze mondelinge contacten vonden er ook schriftelijke contacten plaats. Contacten in de vorm van welkomstbrieven naar kersverse begunstigers van onze vereniging en brieven naar media in verband met het plaatsen van artikels. De inkomende stukken, oftewel de post, waren in het jaar 1991 afkomstig van ondermeer leden, molenaars, andere verenigingen en overige instanties zoals bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel. Met deze en nog veel andere activiteiten kwam het bestuur zo het afgelopen jaar door. Aan het einde van het jaar gaf trouwens voorzitter Robbert Verkerk te kennen met ingang van 5 februari 1992 deze functie te willen neerleggen. In het jaarverslag over 1992 zal ongetwijfeld deze bestuursmutatie zijn verwerkt.

2) De commissies Ook het afgelopen jaar is vrolijk doorgewerkt met de vier commissies, te weten de promotie-, de archief-, de biotoop- en de kascommissie. Het viel wel op dat de activiteiten dit jaar minder talrijk waren dan andere jaren. De kascommissie vervulde netjes zijn plicht vlak voor de Jaarvergadering en kon dan ook na de akkoordverklaring van de kas opnieuw benoemd worden op genoemde vergadering. De biotoopcommissie onder leiding van Ben Verheijen, heeft resultaat geboekt in de aanzienlijke verbetering van de biotoop van de “Jan van Cuijk�

pagina 7


te Cuijk. Begin 1991 werden door de gemeentewerken namelijk flink wat bomen rond de molen weggehaald. Verder was de biotoopcommissie betrokken bij de biotoop van molen “De Bergzicht” te Gassel. Een raadsvergadering van de gemeente Beers, waarbij de commissie vertegenwoordigd werd, bracht een positief resultaat met zich mee. Er werd de toezegging gedaan dat een flinke strook bos zou worden gekapt. De activiteiten van de Archiefcommissie hadden in 1991 misschien wel wat meer kunnen zijn. Het enige wat te vermelden is, zijn de aanwinsten van enkele oude foto’s van ondermeer de “Luctor et Emergo” te Rijkevoort. Tenslotte memoreren we nog de Promotiecommissie. Het afgelopen jaar is de stand, die onder zijn beheer valt, een aantal keer gebruikt. Zo was de tentoonstelling te bewonderen in de bibliotheek van Wanroij en konden de bezoekers van het Oogstfeest rondom “De Ster” te Wanroij eveneens genieten van de stand. In voorbereiding zijn trouwens standhouders, waarmee dan geheel zelfstandig de tentoonstelling opgezet kan worden.

fietstocht op Nationale Molendag 1992. Verder kwamen mededelingen van huishoudelijke aard aan bod en werden de avonden opgevuld met diaseries.

4) De leden en de donateurs Mochten we in het jaarverslag over 1990 nog spreken van een vooruitgang in het aantal leden en donateurs, in 1991 werd dit optimistisch nieuws wreed de kop ingedrukt. Van de 54 leden in 1990 hielden we er vorig jaar nog maar 49 over. Van de donateurs hoefden we er ‘gelukkig’ maar eentje te missen. In totaal hebben we in 1991 dus 8,5 % van onze begunstigers moeten afstrepen op de ledenlijst. Men zou concluderend verwachten dat we wat meer aan ledenwervingsacties zouden moeten doen (bijvoorbeeld in de vorm van uitvoerige promotie op tentoonstellingen). Maar moeten we ook niet eens denken aan hetgeen we de huidige leden en donateurs bieden? Misschien scheelt daar wat aan en zouden we daar meer aandacht aan moeten besteden om te voorkomen dat nog langer begunstigers hun lidmaatschap c.q. donateurschap beëindigen.

3) De Molenaars 5) Activiteiten binnen de vereniging Zoals ieder jaar hebben ook in 1991 de molenaars hun beste beentje vooruit gezet. De een misschien iets verder dan de ander, maar hoofdzaak was dat er negen molens in het Land van Cuijk actief aan het draaien (kwamen en) bleven. In 1991 mocht het aantal actieve, geslaagde vrijwillige molenaars met 1 stijgen, zodat we nu uitkomen op 8. Dankzij deze stijging wegens het succesvol verlopen examen van een molenaar-in-opleiding, doet de “Mariamolen” in Haps nu ook actief mee met de door vrijwilligers bemande molens. In totaal waren trouwens 14 molenaars in touw om de 9 molens draaiende te houden. Een aparte vermelding verdient het behalen van het certificaat voor vernuft en volharding door de molenaar van Oeffelt: Theo van Bergen. Dit certificaat is door vereniging De Hollandsche Molen aan hem uitgereikt naar aanleiding van zijn vele verdiensten voor de restauratie van molen “De Vooruitgang” in Oeffelt. Verdere activiteiten van de molenaars waren de bijeenkomsten, die van tijd tot tijd in een café in Haps werden georganiseerd. Tijdens de 3 zogeheten molenaarsvergaderingen werd gepraat over onderwerpen als het nieuwe gebruik van wiekstanden, de wenselijk geachte wijziging van examinering, het wel en wee van de redactie, de excursie naar Duitsland, de bliksemafleidercontrole, een te organiseren wervingsdag voor vrijwillige molenaars en een te houden

pagina 8

Ook in 1991 hebben er weer tal van activiteiten plaatsgevonden in de molenwereld. Naast internationale en nationale molenorganisaties, zoals de TIMS (The International Molinological Society), vereniging De Hollandsche Molen en het Gilde van Vrijwillige Molenaars, droeg ook de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk haar steentje bij. Zij het wat kleinschaliger dan voornoemde instellingen. De meeste activiteiten ontplooiden zich vanuit de molenaars. Zij deden mee aan Nationale Molendag en aan Open Monumentendag. Ook plaatselijk initiatief werd getoond met bijvoorbeeld de Bijendag in Beugen en het Oogstfeest in Wanroij. Verder werd in 1991 wederom een gezamenlijk offensief uitgevoerd om de molen in St.-Hubert weer schoon en netjes te krijgen. Een tiental molenaars offerden daarvoor hun zaterdagmiddag op. Eén van de belangrijkere activiteiten is ook de reeds genoemde excursie naar Duitsland. In de streek rond Hannover werden een twintigtal molens bezocht. De driedaagse tocht was volgens de slechts zes deelnemers voor herhaling vatbaar, zij het natuurlijk met een andere bestemming de volgende keer. Gedacht wordt aan een molentocht in noordwest Duitsland (Ostfriesland) in het voorjaar van 1992.

De Molenvriend 18, oktober 1992


6) Molens in de regio Het vorig jaar zijn nagenoeg alle molens in het Land van Cuijk actief bemand geweest. Van de elf windmolens hebben er slechts twee niet gedraaid. Daarnaast mocht de enigste watermolen in het Land van Cuijk zijn schoepenrad niet in beweging zien komen. Met deze laatste molen bedoelen we de watermolen van Oploo. In verband met de matige toestand waarin deze korenmolen verkeert, alsmede het gebrek aan water, zat draaien er niet in. Wel is medio vorig jaar begonnen aan de restauratie, welke onder andere twee nieuwe maalkoppels impliceert. De andere molen in het dorp Oploo is standerdmolen “De Korenbloem”. Na de restauratie in het jaar daarvoor hebben de molenaars deze molen in 1991 flink laten draaien. Alles bleek prima in orde te zijn, zodat molenmakershulp niet nodig bleek. Evenals de molenaars van deze zuidelijkste windmolen in het Land van Cuijk, hielden ook de molenaars van de meest oostelijk gelegen molen, te weten de “Martinus” te Beugen, hun molen flink aan het draaien. Naast klein onderhoud dat wekelijks werd gepleegd, werden tussentijds alle 12 kruipalen vervangen door nieuwe exemplaren. Van verrotte kruipalen zal de ‘Luctor et Emergo’ te Rijkevoort nooit last hebben. Wel had hij last van een verrotte stelling. Deze werd in 1991 als onderdeel zijnde van de tweede restauratiefase, grotendeels vernieuwd. Andere zaken, als het opnieuw voegen van de molen en het aanbrengen van enkele nieuwe vloerdelen en nieuwe vangstukken, voltooide uiteindelijk de restauratie, die over twee jaar werd uitgespreid. De andere molen in de gemeente Wanroij, standerdmolen “De Ster” in Wanroij zelf, behoefde gedurende 1991 gelukkig geen restauratie te ondergaan. Na het vernieuwen van de bovenas in 1990, had deze molen verder geen klachten meer en kon door de molenaar flink in beweging gehouden worden. Dit gold ook voor beltmolen “De Vooruitgang” te Oeffelt, alhoewel de restauratie voor het weer laten draaien van deze molen reeds in 1987 plaatsvond. Het vervolg op deze eerste restauratiefase (de tweede fase, inhoudende het aanbrengen van het binnenwerk) liet geheel 1991 op zich wachten, maar uiteindelijk werd bekend dat dit begin 1992 doorgang zou vinden. Het jaar 1991 was voor de molen te Oeffelt dus het laatste jaar, waarin hij incompleet draaide. Ondertussen zijn we aanbeland bij de “Mariamolen” te Haps. Stond deze molen het eerste halfjaar nog betrekkelijk veel stil; met de komst van

De Molenvriend 18, oktober 1992

een kersvers geslaagde vrijwilliger veranderde dit drastisch. Met een draaigemiddelde van twee middagen per week werd zo als het ware de schade ingehaald van de eerste zes maanden. Door de hogere draaifrequentie werd bovendien de conditie van deze zeskante beltmolen aanzienlijk opgepoetst. Kleine gebreken werden in het kader van klein onderhoud door de vrijwilliger zelf opgelost. Met molenmaker Beijk werden grotere zaken die op langere termijn aandacht verdienen, doorgesproken en in een meerjarenplan opgenomen. Datzelfde werd ook gedaan bij de “Jan van Cuijk” molen te Cuijk. Tevens werden daar meteen al enkele punten verwezenlijkt door de molenaar, zoals het optempelen van de bovenas en het beter opsluiten van de pensteen. Ook de biotoop van deze witte beltmolen werd flink verbeterd. Lichte problemen inzake de bovenas had ook de “Katwijkse molen”. Hier was het de baansteen, die door het voorover kantelen ervoor zorgde dat de askop raak liep tegen het steenbord. Het ombuigen van deze laatste zorgde voor een noodoplossing. Naast deze handeling zijn door de molenaars talrijke schilder- en timmeractiviteiten uitgevoerd. Rest nu nog de negende actieve molen in het Land van Cuijk, te weten de “Bergzicht” te Gassel. Ook hier is molenmaker Harrie Beijk aan het knutselen geweest met als resultaat een nieuwe roede met nieuwe Van Bussel voorzomen en nieuw hekwerk, gestoken in een gloednieuw, schitterend product van de bovenassengieterij te Hardinxveld. Als bijzonder detail is ook nog het aanbrengen van een wipstok voor de vang te vermelden. Het oude systeem, met vangtrommel en los touw, veroorzaakte door schuring teveel schade aan de rietpels van deze achtkante bergmolen. De tiende en elfde molen zijn de molens in de gemeente Mill, om precies te zijn “De Korenbloem” te Mill en de “Heimolen” te St.-Hubert. Laatstgenoemde molen heeft het hele jaar stilgestaan en geduldig toegekeken naar de politieke ontwikkelingen omtrent de biotoop en de op de agenda staande restauratie. De molen in Mill zelf stond eveneens het gehele jaar stil en werd bovendien door eigenaar Van Kempen te koop aangeboden. Hoe de nabije toekomst er voor deze molen uit zal zien, is ons nog niet duidelijk. Gezamenlijke activiteiten voor de molens bestonden in 1991 uit de bekende Nationale Molendag en de al bijna even bekende Open Monumentendag. Voor een achttal molens geldt bovendien dat zij in september zijn gecontroleerd op hun bliksemafleiderinstallatie. Als vrijwillig molenaar zijnde kunnen we gebruik maken van deze kosteloze service, uitgevoerd door de heer Van de Winkel uit Eind-

pagina 9


hoven, welke door onze vereniging middels een attentie is bedankt voor de vrije uren die hij hierin heeft gestopt. In vergelijking tot 1990 kunnen we concluderen dat enorme vooruitgangen zijn geboekt in 1991. Maar liefst 75 % van het Land van Cuijkse molenbezit konden we draaiend zien het afgelopen jaar. Met de recente ontwikkelingen in St.-Hubert en Oploo mogen we in 1992 misschien twee molens hierbij rekenen en komen we dan tot een percentage van circa

92 procent. Hiermee zou dan onze doelstelling bijna bereikt zijn. Punt is alleen dan de situatie zo in stand proberen te houden, mogelijk nog te verbeteren. We zullen er in 1992 weer het beste van maken! Don Werts, secretaris van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk

Molenkaartenverzamelaars opgelet: Nu verkrijgbaar catalogus van alle Limburgse wind- en watermolens. Als u ƒ 5,25 overmaakt op giro 2150134 of Rabo Heythuysen 122297415 ontvangt u de catalogus plus gratis bestellijsten voor ansichtkaarten of foto’s, want van elke molen is een ansichtkaart of foto verkrijgbaar.

T. Linssen In het Tienderveld 137

pagina 10

De Molenvriend 18, oktober 1992


De Molenvriend 18, oktober 1992

pagina 11


NOTULEN JAARVERGADERING

Datum:

dinsdag 10 maart 1992

2 Jaarverslag door de secretaris

Plaats:

café “Prinsenhof” te Haps

Aanwezig:

Valerie Aben Theo van Bergen Louis Blom Eddy Derks Marijn Geurts Frits Harteman Hans Heijs Perry Hendriks Robert Hoffman Peter Simons Johan Reijnders Ben Verheijen Robbert Verkerk Don Werts Stefan Willems

Dit verslag bestond evenals voorgaande jaren wederom uit zes onderdelen: het bestuur, de commissies, de molenaars, de leden en donateurs, activiteiten binnen de vereniging en molens in de regio. Voor het volledige verslag verwijzen wij u naar elders in dit blad, waar het complete jaarverslag over 1991 van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk afgedrukt staat.

Afmeldingen:

Wim Blankespoor Mevr. J. Marinus Jan Selten

1 Opening van de vergadering In tegenstelling tot zoals in de uitnodiging vermeld stond, werd de vergadering geopend door onze penningmeester. Dit omdat de voorzitter helaas verhinderd was.

pagina 12

3 Financieel jaarverslag Dit werd tijdens de vergadering in stencilvorm uitgedeeld aan de aanwezigen. Het is evenals het jaarverslag van de secretaris elders in dit blad opgenomen. De penningmeester lichtte het geheel toe en kon de verheugende mededeling doen dat wederom een toename van de liquide middelen heeft plaatsgevonden. Vanuit het publiek kwamen twee opmerkingen over de uitgavenkant van de winst- en verliesrekening. Ten eerste werd er rente geconstateerd. Dit bleek debetrente te zijn van de lopende girorekening. Ten tweede werden de secretariaatskosten vrij hoog bevonden in schril contrast tot de lage portokosten. Deze twee posten bleken per abuis verwisseld te zijn. In het verslag wat u elders aantreft, zijn deze wijzigingen reeds gecorrigeerd!

De Molenvriend 18, oktober 1992


4 Verslag kascommissie

8 Pauze

De kascommissie heeft onder leiding van “voorzitter” Peter Simons enkele weken voor deze vergadering de kas gecontroleerd en in orde bevonden.

Na een kort maar krachtige afwikkeling van het officiële gedeelte, dat dus zeer soepel is verlopen, volgde een klets- en drinkpauze. Overigens werd deze ook benut voor het opstellen van de dia-apparatuur ten behoeve van de lezing.

5 Nieuwe kascommissie Johan Reijnders blijft zitting houden in de commissie. Robbert Verkerk zal de plaats van Peter innemen. Samen kunnen zij dan volgend jaar aan de slag.

6 Wat verder ter tafel kwam Robbert Verkerk deelde mee dat op 26 tot en met 28 juni voor het derde achtereenvolgende jaar de bekende molenexcursie zal plaatsvinden. De reis zal de deelnemers dit jaar naar Noord-Duitsland voeren. Robbert verspreidde tijdschema’s onder de aanwezigen. Het programma impliceert in tegenstelling tot vorige excursies meer draaivaardige molens. Geïnteresseerden konden zich voor 1 juni opgeven bij het secretariaat van de vereniging. Met de biotoop van de “Heimolen” in St.Hubert gaat het de goede kant op. Zo zijn onlangs de drie bomen op het zuidwesten weggehaald. Bovendien is een boom flink gesnoeid. Als straks de molen ook nog gerestaureerd is, zullen we een roulatiesysteem opzetten wat betreft het draaien met deze molen, aangezien er nog steeds geen vaste vrijwilliger beschikbaar is voor deze molen. Als we streven naar de molen eenmaal per twee weken te laten draaien, dan zal in totaal 27 keer per jaar de molen bemand moeten zijn. Uitgaand van negen vrijwilligers betekent dit voor elke vrijwilliger afzonderlijk dat hij driemaal jaarlijks naar de molen moet komen. Dit zal dan ook de bemande molens niet schaden in hun activiteiten.

9 Lezing over Griekse molens Als kopstuk en tevens sluitstuk van de vergadering hield de heer Blom uit Zwolle een lezing over molens op de Griekse eilanden. Aangezien hij fervent molenliefhebber is en vaak op de eilanden is te vinden wegens vakantiedoeleinden, kan hij aangemerkt worden tot Grieks molenspecialist. Dit maakte de lezing dus bijzonder interessant. Voor een verslag van de lezing met inhoudelijke informatie kunt u elders in dit blad terecht.

Don Werts, secretaris van de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk

7 Rondvraag Valerie: De vraag van hem luidde of wij als bestuur reeds contact hebben gehad met de gemeente Oploo inzake de watermolen nu deze molen snel vorderingen gaat maken, als gevolg van de op het programma staande restauratie. Wellicht zullen we binnenkort contact opnemen. Een kopie van een eventuele brief zal dan eveneens aan Jan van Riet worden toegezonden.

De Molenvriend 18, oktober 1992

pagina 13


Molens in Griekenland Verslag van de lezing van dhr. Blom 10 maart 1992 in café “Prinsenhof” Haps, over molens in Griekenland. De heer Blom begon zijn lezing met de mededeling dat Griekenland niet in z’n geheel behandeld zou worden in de lezing. Hij zou het vooral over de molens op de acht eilandengroepen hebben. Dit is vrij logisch omdat er op het vasteland vrijwel geen windmolens voorkomen, dit in tegenstelling tot de eilanden. Helaas bestaat het molenbestand op de eilanden voornamelijk uit rompen en restanten. Er zijn in Griekenland maar enkele molens die nog kunnen malen. De heer Blom vertelde zijn verhaal aan de hand van de eilandengroepen. Hij begon met de Kyklades. Op deze groep eilanden staan ongeveer 800 molenrompen en resten, ook staan er nog enkele complete molens. Voornamelijk torenmolens. Op de Dodekanissa overheersen daarentegen de niet-verkruibare windmolens. Deze molens hebben hun wieken in de richting NW staan, wat de meest voorkomende wind is in Griekenland. Rhodos, met zijn bekende torenmolens aan de haven behoort ook tot deze eilandengroep. Maar deze molens stellen als molen niets meer voor. In de molens bevinden zich verschillende instanties, zoals bijvoorbeeld een VVV. Op Rhodos staan net als op Kreta veel irrigatiemolens. Op Kreta staan ook veel niet-verkruibare molens. Deze staan vaak in groepen, met één verkruibare molen erbij. Deze kan dan gebruikt worden bij een afwijkende wind. Van de Egeïsche eilanden is vooral Lesbos interessant. Daar komen de grootste torenmolens van Griekenland voor. De Ionische eilanden zijn lang Engels gebied geweest, en de Engelse invloed is ook terug te vinden in de bouw van de molens. Bij sommige molens zitten de wieken niet door de askop heen, zoals dat in Griekenland gebruikelijk is, maar zijn ze op een ring of plaat bevestigd. Zo is dat ook bij veel Engelse molens. Na de opsomming van eilandengroepen volgde de uitleg over de verschillende molentypen.

pagina 14

Dat zijn: I

De torenmolens van het mediterrane type (deze molens hebben vaak maar één vloer waarop alles gebeurt). Op de Griekse eilanden zijn het allemaal binnenkruiers.

II De niet-verkruibare molens. Ze liggen vaak in groepen tegen een berg helling aan. III De irrigatiemolens die vooral op Kreta en Rhodos voorkomen en meestal wel verkruibaar zijn. IV De horizontale windmolen. Van deze windmolens zijn enkele oude prenten bewaard gebleven, maar echte rompen zijn er niet meer van. Er zijn nog wel enkele puinhopen waarvan Dhr Blom veronderstelt dat ze van dit type molen geweest zijn. Hierna konden de aanwezigen vragen stellen. Er werd meteen gevraagd naar de gelijkenis met de molens uit Portugal en Turkije. De molens in Turkije zijn daar opgebouwd door de Grieken die eeuwenlang de Turkse kusten hebben bevolkt. Later hebben de Turken het type nagebouwd. De gelijkenis met de molens in Portugal is moeilijker te verklaren. Maar Griekenland en Portugal zijn in het verleden grote zeevarende mogendheden geweest, en het is niet onwaarschijnlijk dat ze op die manier met elkaars molentype in aanraking zijn gekomen. Er zijn wel verschillen tussen de molens van beide landen. In Portugal hebben de molens vaak maar acht wieken in tegenstelling tot de tien of twaalf bij de Griekse molens. De Portugese molens hebben vaak twee koppels stenen terwijl de Griekse molens er normaal maar één hebben. Op de vraag hoe oud de molens in Griekenland zijn kon Dhr Blom geen antwoord geven, maar het oudste jaartal dat hij gevonden heeft is 1622. Het is heel moeilijk om in Griekenland het bouwjaar van gebouwen te achterhalen, want er werd meestal

De Molenvriend 18, oktober 1992


zonder enige vorm van schriftelijke toestemming of vergunning gebouwd. Als iemand zin had om een molen te bouwen deed hij dat gewoon. Op sommige eilanden had elke familie zijn eigen molen. Vaak stonden de molens van verschillende families wel dicht bij elkaar, zodat er hele molendorpen ontstonden. Op de vraag hoe de molen gevangen wordt, kon Dhr Blom ook geen antwoord geven, maar hij vermoedde dat dit gebeurde door middel van een touw, of door de molen uit de wind te kruien. Hoe hij met dat touw gevangen wordt, kon dhr. Blom niet vertellen.

ringen die direct op elkaar liggen. In de bovenste ring zit vlak onder de as een uitholling waarin smeermiddelen gestopt moeten worden die bij het verkruien tussen het hout komen. In de bovenste ring zitten ook enkele ronde gaten vlak onder de as. In de kruivloer zitten ook van die ronde gaten. In de gaten van de kruivloer worden korte stalen pennen gestopt. En door een lange stalen staaf in één van de gaten van de bovenste ring te doen en die weg te duwen tegen een staaf in de kruivloer duw je de kap rond. Dit gaat verbazend licht. Als laatste feitje zal ik nog vermelden dat de overbrenging 5:1 is. Valerie Aben

Na de vragenronde volgde de pauze, en daarna kregen de aanwezigen een prachtige diaserie te zien. Afgelopen zomervakantie is ondergetekende naar het Griekse eiland Kos op vakantie geweest, en ik heb daar twee complete molens en diverse rompen bekeken. Op één van de twee complete molens werd nog voor de bakker gemalen (en voor toeristen). Op die molen ben ik verschillende wetenswaardigheden te weten gekomen. Zo heb ik de drie manieren van vangen ontdekt. dat zijn: I

Het door Dhr Blom al vermelde uit de wind kruien.

II Door gewoon de stenen op elkaar te drukken. Ik stond er verbaasd van hoe goed deze manier van vangen werkte, want de molen draaide vrij stevig, en de molenaar was druk aan het malen. III Door een touw om een wiek heen te gooien. Dat touw zit aan een kant vast aan de molen. het uiteinde houdt de molenaar vast. Als een wiek beneden is gooit de molenaar het touw om de wiek heen. Hij laat het touw eerst een meter of zo vieren dan trekt hij het aan, en zodoende trekt hij de wiek weer terug naar beneden. Dan bindt hij het touw aan de wiek vast en kan hij beginnen met bijvoorbeeld afzeilen. Er zat verder in geen van de rompen die ik gezien heb iets wat een ander soort vang geweest kan zijn. Ook zit er geen luiwerk in de molen, zodat de molenaar de zakken graan op zijn rug de stenen trap op moet dragen. Het kruiwerk bestaat uit twee houten

De Molenvriend 18, oktober 1992

pagina 15


Molens in de regio DE “MARTINUS” TE BEUGEN

DE “MARIAMOLEN” TE HAPS

Het gemeentebestuur van Boxmeer heeft een kapvergunning afgegeven voor de vier bomen, die nu het grasveld voor de molen “sieren”. Die hebben dus hun langste tijd gehad. Het “hout-op-vreet”-proces waarover wij in het vorige nummer schreven, gaat nog onverminderd voort. Gelukkig heeft de gemeente de procedure op gang gebracht om de molen in 1993 grondig te restaureren, inclusief het bestrijden van bonte knaagkevers, boktorren, houtwormen en wat er ook op dit gebied in de molen gehuisvest is. Door een installatiebedrijf zijn de roeden op advies van de bliksemafleidingscontroleur van het Gilde van Vrijwillige Molenaars doorverbonden. Tevens is een nieuwe kabel aangebracht.

Helaas hebben er op de “Mariamolen” de afgelopen maanden weinig activiteiten plaatsgevonden. De oorzaak hiervan is de pensteen, die parallel aan de bovenas doormidden is gebroken. Aangezien de pen reeds bij een half uur draaien warm liep, is besloten niet meer te draaien. Het probleem is doorgespeeld aan de gemeente, maar deze laatste schuift de zaak voorlopig opzij wegens financiële redenen! De pensteen is waarschijnlijk gebroken, omdat de penbalk is gaan torderen. Dit laatste verschijnsel is vermoedelijk toe te schrijven aan rotting van één der voeghoutkoppen. Een nieuwe pensteen is dus niet de remedie, aangezien het euvel dan binnen de kortste keren weer op zal treden. Door de complexiteit van het probleem zal dus aanzienlijk moeten worden ingegrepen (door de molenmaker).

“DE VOORUITGANG” TE OEFFELT “DE KORENBLOEM” TE OPLOO De werkzaamheden in de molen vorderen gestaag. De zolders zijn inmiddels aangebracht inclusief de trappen, zodat we niet meer met behulp van een schildersladder de kap in hoeven. Afgezien van het steenrondsel, schijfloop en spoorwiel is alles in de molen aanwezig. De steenkuip en de stenen moeten nog geplaatst worden. Het luiwerk is geheel gereed. Nog even en Theo kan de bakkers in het Land van Cuijk en die van Oeffelt in het bijzonder, voorzien van echt molenmeel. Voorts zijn er 4 nieuwe WKzeilen aangeschaft.

De molen is in juni geheel opnieuw geschilderd. Aan de staartbalk is een staalkabel bevestigd voor een betere ophanging hiervan. Enkele traptreden zijn vervangen, alsmede de onderste trede die deel uitmaakt van de kruibank. Het aangevreten houten verbindingsstuk (lang sabelijzer) tussen vangbalk en vangstukken is vervangen. De steen is gelicht en de rijn opnieuw afgesteld. Door de molenaars wordt er ten behoeve van veevoederfabriek Havens te Maashees gemalen.

DE “BERGZICHT” TE GASSEL

WATERMOLEN TE OPLOO

De molen verkeert op het ogenblik, afgezien van een paar kleine mankementen, in goede staat. Molenaar Van Haren laat de molen zoveel mogelijk draaien, waarbij hij ook nog regelmatig maalt. Verder is men als de tijd dit toelaat bezig de molen te ontdoen van materiaal c.q. machines die meer op het bedrijf nodig worden geacht.

De watermolen wordt waarschijnlijk verhuurd aan “Het Groenings Hofke” te Groeningen. De bedoeling is dat deze er een sapmakerij gaat beginnen. Wat er met het molentechnische gedeelte gaat gebeuren is onduidelijk. De molen is decor geweest voor het openluchtspel “Toon d’n Dwerg”. De vrijwillig molenaar mocht hierin een bescheiden rol spelen.

pagina 16

De Molenvriend 18, oktober 1992


“LUCTOR ET EMERGO” TE RIJKEVOORT

STELLINGMOLEN TE KATWIJK

Op de “Luctor et Emergo” zijn de afgelopen maanden diverse werkzaamheden verricht. Zo is de bovenas, die aanliep op de ijzeren bekleding aan de buitenkant van de kap (steenschild) iets opgelicht. Verder is er een stormbord van de buitenroede vervangen. Ook zijn in de buitenroede gewichten geplaatst tegen wanwichtigheid. De compleet doorgerotte kabel van de bliksemafleiding is vervangen, en rondom de molen is het pleintje ingericht met een zitplaats en enkele plantenbakken.

Ook deze molen is de afgelopen tijd helemaal opgeschilderd. Molenmaker Beijk heeft de staart, de keerkuip en het voor- en achterkeuvelens geschilderd. Eigenaar Van Kempen heeft de stellingschoren en het baliehek voor zijn rekening genomen. De molenaars tenslotte hebben de stellingdelen opnieuw gecarbolineerd. De biotoop van deze molen wordt zo niet is een belangrijk aandachtspunt. Gezien de verdere uitbreiding van de industrie aan de noordkant kan windvang op langere termijn wel eens problematisch worden. Ook het nieuwe plan dat ze met de Heeswijkse Kampen (en directe omgeving) voorhebben moet in de gaten gehouden worden in verband met mogelijke bosaanplant.

DE “HEIMOLEN” TE SINT HUBERT Van de gemeente Mill en St.-Hubert kregen we te horen dat de eik op het zuidoosten van de “Heimolen” in Sint-Hubert dit najaar nog onder het mes zal gaan. Ondertussen zijn ze druk bezig met het financieren van de op de agenda staande restauratie.

“DE KORENBLOEM” TE MILL Er gaan geruchten dat er een gegadigde (particulier) is voor de koop van de molen plus bijgebouwen. Zodra uitsluitsel gegeven kan worden, kunnen wij u meer vertellen over de toekomst van de molen.

“DE STER” TE WANROIJ Eind oktober ontdekte molenaar Selten dat de kop van de standerd een aanzienlijk stuk is ingezakt. Reeds geruime tijd kwamen er splinters omlaag zetten op de meelzolder. Gezien deze blijvende gebeurtenis is nu de kop van de standerd (en daarmee de brasem) toch zo’n vijf centimeter naar beneden gezakt. Molenmaker Beijk heeft de zaak reeds in ogenschouw genomen en schat restauratie op een slordige ton. Wellicht zal de gemeente Wanroij nu spijt hebben dat ze in 1978 niet de bovenas, de standerd en het bovenwiel vervangen hebben. Vervanging van de bovenas in 1990 en nu dit geintje zal bij elkaar al snel de kosten van de herbouw in 1978 evenaren. Verder is de molen enige maanden geleden geheel opnieuw geschilderd (met acrylverf). Ook zijn de rotte planken en deuren in en aan de molen vervangen. Wat dat betreft zou de molen er weer enige tijd tegen kunnen, maar ja ..........

De Molenvriend 18, oktober 1992

DE “JAN VAN CUIJK” TE CUIJK Er is begonnen met het meerjarenplan dat vorig jaar door alle partijen is opgezet. Maar het heeft nu al weer enige aanpassing nodig. Mede door extra kosten van het orgel in de Sint-Martinuskerk worden dit jaar nog restactiviteiten van 1991 uitgevoerd en zullen volgend jaar pas zaken aan bod komen die dit jaar uitgevoerd hadden moeten worden. Te noemen zijn het afbikken en schoonstralen van de romp en wat timmerwerk in de molen (bij elkaar zo’n ƒ 30.000,—). Volgend jaar zal ook de molen helemaal opnieuw opgeschilderd worden. Vrijwillig molenaar Verheijen is zelf bezig geweest met het afstellen van de contragewichten van de remkleppen in de stroomlijnneuzen. Niet alleen worden deze gewichten beïnvloed door de middelpuntvliedende kracht, ook de zwaartekracht zal bij de omhoog gaande beweging van de wieken invloed uitoefenen, iets wat pas uit de praktijk is gebleken. Verder zal de molenaar zich bezig gaan houden met verbetering van de biotoop in een straal van 50 meter rond de molen.

pagina 17


Waar het asfalt ophoudt

beginnen onze reizen .... daar trekken wij te voet verder door het ongerepte achterland en nemen de tijd om van het overweldigende landschap en de exotische natuur te genieten. SNP Natuurreizen organiseert reisavonturen waar anderen slechts van dromen. Voor kleine reisgezelschappen van gelijkgestemden; eerst je reisgenoten, later vaak je vrienden. De reisleiding is een ’verhaal apart’. Het zijn allen biologen, geografen, geologen of andere deskundigen. Ze brengen u naar de mooiste plekjes en kunnen u veel vertellen over de streek waar u doorheen trekt. SNP Natuurreizen heeft ruim 90 bestemmingen "all over the world" voor u in haar programma: van de vulkanen van Sicilië tot de jungle van Costa Rica en van de Roemeense Karpaten tot de besneeuwde toppen van Siberische Altai. Bent u ook op zoek naar die andere reiservaring? Vraag dan vrijblijvend een van onze kleurrijke reisbrochures aan: • Comfortabele Wandelreizen 1992 Europa, Afrika, Azië, Nieuw Zeeland en Amerika • Avontuurlijke Voettochten 1992 Europa • Avontuurlijke Wandelreizen & Expedities 1992 Afrika, Azië, Australië en Amerika.

postbus 1270, 6501 BG Nijmegen telefoon 080 - 60 52 22 lid SGR / officieel sponsor WWF


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Molenvriend 18 web by Pierre Gielen - Issuu