Reineringen
Duive
nstraat 22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 15, nummer 2 (april -juni 2024)
I
Voorwoord
n april organiseerde de Gemeentelijke Erfgoedraad een lezing over Lief en Leed tijdens de Eerste Wereldoorlog. Greet Verschatse sprak met gloed over het opzoekingswerk van haar echtgenoot. In die periode was Willy Katzenstein, een vooraanstaand jurist en notaris uit het Duitse Bielefeld, Ortskommandant in Kontich. Door een wonderlijke samenloop van omstandigheden heeft Paul Catteeuw genoeg stof verzameld om dit najaar een indringend verhaal te vertellen over het bewogen leven van deze intrigerende persoon. In mei werd in het Documentatiecentrum een lezing gehouden door Paul Janssens, voorzitter van de leesgroep Paleografie van de Bibliotheek Duffel over pardonbrieven. Voor meer uitleg omtrent dit begrip verwijs ik u graag naar het verslag van deze lezing, aangevuld met de getranscribeerde inhoud van enkel pardonbrieven uit de tijd van Karel V en Philips II. Daarin duiken plaatsnamen op zoals het Vekengat of de Duivelshoek, of de herberg ‘Het Rode Schild’. Erica Uten geeft verslag van de merklappengroep ‘De lapzussen’. Opgericht in 2004 kon dit jaar het twintigjarig lustrum worden gevierd. Frieda Sorber, oud conservator van het Vrieselhof en het Modemuseum verzorgde de lezing. Het was ook het moment om even terug te denken aan de bezielster, wijlen Hilde Schollen. Dit jaar overleed haar levenspartner, Guy Seliaerts. Een terugblik op deze markante figuur en gewezen lid van de Kring vindt u ook in dit nummer. Ter gelegenheid van de restauratie van het draaitabernakel van de Sint-Benedictuskerk in Mortsel werd een overschilderde inscriptie terug leesbaar. Paul Wyckmans vertelt u er meer over. Reineringen tracht zich ook open te stellen voor onderwerpen die het vermelden waard zijn om te worden opgenomen in het Kontichs geheugen. Met een uitgebreide inzending blikt Arsène Lepoivre terug op het ontstaan en het wedervaren van het volleybalwijkentornooi in Kontich: hoe het allemaal begon, het clubengagement, het eerste wijkentornooi in Altena, het groeiende succes, enige opmerkelijke gebeurtenissen en het megatornooi. De rockband AC/DC treedt in augustus op in Dessel. Die aankondiging riep herinneringen op aan een memorabel optreden van die band in het ondertussen afgebroken Zwitserse chalet, het Thier Brau Hof aan de Koningin Astridlaan. REUZENplan, krijgt, bij monde van Bruno Stappaerts in deze Reineringen een platform om haar werking en geplande activiteiten te promoten. Contios kan gerekend worden tot het roerend erfgoed van Kontich, en verdient dan ook steun vanuit heemkundig perspectief. En door het artikel in de vorige Reineringen van Ilse Van Weert ‘Schoenmaker, een uitstervend beroep’ is nog de herinnering opgedoken aan een schoenmaker uit de Magdalenastraat en uit de Drabstraat. Midzomernacht is al gepasseerd als dit voorwoord wordt neergepend, zodat u dit nummer naar we hopen, kan lezen bij aangenaam zomerweer. De redactie
Lief en Leed Prostitutie in de Eerste Wereldoorlog
E
Lezing Greet Verschatse (18 april 2024)
.2 15
2
en
ng
eri
in Re
en tiental jaren geleden, in de stroom van de uitgaven over de Grote Oorlog, schreef journalist Piet Boncquet een boek over ‘Lief en Leed – Prostitutie tijden de Eerste Wereldoorlog’. Greet Verschatse, o.a. gewezen conservator van het Broelmuseum te Kortrijk, werd door de Gemeentelijke Erfgoedraad bereid gevonden om daarover te komen praten in het Cultuurhuis Altena. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zaten massa’s soldaten vier jaren vast in de gruwelijke oorlogsellende, weg van familie, vriendin of vrouw en kind. Uitzichtloosheid en heimwee dreven sommigen in de armen van prostituees. Dikwijls waren dat vrouwen die ook op zoek waren naar een beetje liefde en een extra inkomen. Tijdens hun verlof zochten de soldaten – van beide zijden – op straat, in bordelen en zogenaamde koffiehuizen seksueel genot. De slechte hygiëne deed vele militairen en vrouwen in een hospitaal of ziekenhuis belanden. Het leger probeerde maatregelen te nemen om de uitbreiding van geslachtsziekten tegen te gaan. In tijden van oorlog staan allerhande conventies onder druk. Aan de hand van een aantal afbeeldingen werd geïllustreerd hoe de maatschappij naar de zorgverlener keek. Waar verpleging in oorsprong een taak was die werd opgenomen door ziekenzusters kwamen in oorlogstijd gediplomeerde verpleegsters in de plaats. Omdat zij de gekwetsten ook onder de gordel moesten verzorgen, waren er bijgedachten. Die framing veranderde naarmate ze meer werden afgebeeld als een engel of als een moederfiguur. Hun kleding, aanvankelijk geïnspireerd op het deftige nonnenkleed, evolueerde langs Franse zijde al snel naar iets modieuzers. En de afbeeldingen van aantrekkelijke Franse verpleegsters speelden in op de fantasie van de armzalige frontsoldaat. Sterke vrouwen brachten de nood aan kwalitatieve zorg voor de gekwetsten onder de aandacht: denken we maar terug aan Edith Cavell, Gabrielle Petit, Emilienne Moreau of Martha Cnockaert. Verpleegsters hoorden veel van vriend of vijand. Zo werden ze interessant om als spionnen te worden gerekruteerd. Met alle risico’s van dien. Ook de rol van Mata Hari kwam even ter sprake. Zoals uit de (jeugd)dagboeken van Achiel Van Acker blijkt, vond de Duitse soldaat in Gent, een rustplaats in etappegebied, allerlei ontspanning. De Veldstraat in Gent werd een begrip. Ook de Duitse journalist Heinrich Wandt heeft met ‘Paradijs der liefde’ een frappant beeld geschetst van die tijd. Voor een portie liefde kreeg een officier meer (duurdere?) tijd dan een gewone soldaat. Langs beide zijden van het front werd prostitutie als een probleem ervaren. De legerleiding wenste gezonde, krachtige soldaten, er werd dan ook opgeroepen tot kuisheid. Het Amerikaanse leger lanceerde zelfs de slogan: ‘A German bullit is cleaner than a whore’. Maar prostitutie was/is onuitroeibaar. Controlesystemen (Schwanzparade – Short Leg of Short Arm Inspection) en strafsystemen (soldijverlies) moesten een remmende invloed uitoefenen. Maar hoe controleer je wat doorgaans clandestien gebeurt? De verantwoordelijkheid werd deels afgeschoven op de gemeentelijke overheden. Er werd een regelgeving uitgewerkt die door de feministen dan weer als mensonwaardig werd ervaren. De aanpak bleef dubbelzinnig. De Duitse geneeskunde was in die tijd vrij toonaangevend. Duitse dokters hadden meer moderne middelen met een profylactische werking. Gonorroe werd bestreden met arsefenamine (Salvarsan) of het zilverpreparaat Protargol. Julius Fromm ontwikkelde het naadloze rubberlatex condoom. Hij nam er in 1916 een patent op. Er werden in die jaren zelfs condoomautomaten geïnstalleerd. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Eind 19e eeuw had Bayer de effecten van acétylsalicyliquezuur (aspirine) ontdekt. Tijdens de oorlog werden door de Franse farmaceutische industrie pillen verkocht onder de naam “Aspirine Usines du Rhône”. Het verbruik verdubbelde van 30 naar ruim 60 ton. Want het was vaak het enige medicament dat door familie of vrienden aan de Franse soldaat (le poilu) kon worden toegestuurd. Vooral langs Britse zijde was de seksuele onwetendheid en het gebrek aan voorlichting schrijnend. Zelfs honderd jaar later mocht Goedele Liekens dit nog ervaren tijdens haar
poging om de Britse jeugd seksuele opvoeding bij te brengen. Die jonge kerels kwamen vanuit hun beschermde biotoop terecht in een wereldoorlog: allerhande nationaliteiten en nog meer verschillende culturen, seksuele diversiteit en hygiëneregels. De aantrekkingskracht van een blanke vrouw op anders gekleurde mannen mag niet worden onderschat. Er werden prentkaarten gemaakt met als ondertiteling ‘sandwich pain noir’, een verbloeming van de rauwe werkelijkheid. Als een Belgische soldaat zei dat zijn maat naar ‘Parijs is’, werd er ongetwijfeld gemonkeld. En zo lagen lief en leed erg dicht bij elkaar. Om het soldatenmoraal op te krikken zette het Franse leger een systeem op van oorlogsmeters (marraines de guerre) en petekinderen. In de verbeelding van de soldaat ontpopte de briefschrijfster zich tot een beeldschone prinses. Dat kon in de werkelijkheid nogal eens tegenvallen. In de acties tegen zedenverwildering past ook het Talbot House te vermelden, een huis in Poperinge waar de Britse soldaat, zonder onderscheid van rang of stand zich kon ontspannen. Marie Elisabeth Belpaire, mecenas van de Vlaamse Beweging en medeoprichtster van de soldatenkrant ‘De Belgische Standaard’, organiseerde verschillende tentoonstellingen in De Panne. Frans Daels en Hilaire Gravez bundelden initiatieven in het Secretariaat der Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten (S.K.V.H.). Hun doel was “het behoud der Vlaamse jongens, midden de menigvuldige gevaren, onafscheidelijk van een langgerekt, onnatuurlijk oorlogsleven”.
Burgemeester Bart Seldeslachts dankte de spreker en maakte een sprongetje naar de hete steenweg van Waarloos. Sinds 2024, met de legalisering van de raamprostitutie, is die dienstverlening verhuisd naar de anonieme huizen en massagesalons. Twee massagesalons werden ondertussen bestuurlijk gesloten. Geïnteresseerden kunnen het politiereglement van de HEKLA-zone erop nalezen. De West-Vlaamse roots van onze voorzitter zullen wel niet vreemd zijn geweest aan de uitnodiging. Greet Verschatse is de echtgenote van Piet Boncquet. Het was hartverwarmend hoe ze sprak in naam van haar man. Hoewel zijn naam niet ter sprake kwam tijdens de lezing, dacht ik nog even terug aan onze stichter, toen brancardieraalmoezenier Jozef Van Herk. Hij moet daar toch ook een en ander hebben gezien en gehoord.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Erwin Van de Velde
.2
Ter info: https://www.museumkontich.be/Lezingen/LEZING%20Van%20Herck%20in%20WO%20I%20-%20Persbericht.htm https://www.museumkontich.be/Sprokkels/Oorlogscorrespondentie%20Jozef%20Van%20Herck.pdf
3
Willy Katzenstein – lezing op 13-11-2024
D
e liberale joodse Duitser Willy Katzenstein is een vooraanstaand jurist en notaris in het Duitse Bielefeld, wanneer hij op veertigjarige leeftijd in 1914 wordt opgeroepen als soldaat in het Duitse leger. Aan het front komt hij niet, maar hij oefent verschillende administratieve functies uit in België (o.a. in Boom en meer dan een jaar in Kontich als Ortskommandant) en even ook in Frankrijk. Tijdens die periode verdedigt hij o.a. Margriet Ballegeer en wordt zelfs op de vingers getikt, omdat hij tijdens zijn pleidooien te weinig “Duits” denkt. Op het einde van de oorlog wordt hij gedecoreerd, keert terug naar Bielefeld en neemt een belangrijke plaats in de liberale joodse gemeente. Maar de tijden veranderen snel. Het nationaalsocialisme krijgt voet aan de grond en steeds meer joden doen een beroep op Katzenstein. Zo helpt hij duizenden geloofsgenoten aan de juiste papieren om Duitsland te ontvluchten. Zelf denkt hij lang dat de nazi’s hem omwille van zijn oorlogsverleden gerust zullen laten. Op de avond van Kristallnacht speelt zijn dochter nog op het orgel van de synagoge, een paar uur later gaat het hele gebouw in vlammen op en blijft enkel de sleutel nog over. Zijn vrouw overtuigt hem om de beide dochters te laten vluchten. Zodra ze hun kinderen in Londen in veiligheid weten, vluchten ze zelf ook naar Engeland om daar een nieuw leven op te bouwen, waar hij uiteindelijk in 1951 sterft. Bij het opruimen van de kasten van haar moeder vindt Susan Hamlyn het (oorlogs) dagboek van haar vader en ze stuurt ons bij wijze van sinterklaasgeschenk een kopie. Daarbij komen er onwaarschijnlijke toevalligheden aan het licht, waarbij de verrassende ontmoeting tussen Susan (kleindochter van Katzenstein) en Janet Dean (kleindochter van Margriet Ballegeer). Susan Hamlyn zocht verder naar mogelijkheden om het dagboek van haar grootvader als het ware nieuw leven in te blazen. En uiteindelijk kwam ze terecht in de thuisstad van Willy Katzenstein en vond ze Johannes Altenberend bereid om de tekst naar hedendaagse normen om te zetten, in te leiden en van een broodnodig voetnotenapparaat te voorzien. Dat leidde tot een boek van 679 bladzijden met de haast symbolische titel “Der Freiheit Wimpel weht am Mast”, naar een gedicht dat Katzenstein zelf tijdens zijn emigratiereis vanuit Hamburg naar Londen maakte. Zelf ben ik bezig met een vertaling van de Kontichse periode van Willy Katzenstein die tijdens zijn verblijf in ons dorp in een mooie (jammer genoeg verdwenen) villa op de hoek van de Schoolstraat en de Nieuwstraat woonde. In aanwezigheid van Johannes Altenberend en Susan Hamlyn breng ik op 13 november in de Altenakapel het merkwaardige leven van Katzenstein tot leven. Kaarten bestel je bij de Uitwinkel van Kontich (uitwinkel@kontich.be). Paul Catteeuw
Pardonbrieven
D
Lezing Paul Janssens (3 mei 2024)
.2 15
4
en
ng
eri
in Re
e welbespraakte Paul Janssens voorstellen hoeft eigenlijk niet. Toen onze stichter Jozef Van Herck destijds de zolder van de gemeenteschool toegewezen kreeg om er een museum in te richten, was vader Janssens daar schooldirecteur. Paul werd geboren in het moederhuis aan de Drabstraat. Hij werd in 1970 politiek actief in Lint. In de periode 1970-1994 was hij tweemaal schepen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 werd hij er burgemeester. Einde 2006 verliet hij de politiek om zich te focussen op geschiedenis, heemkunde, kalligrafie en nu paleografie. Hij is lid van de heemkundige kring Eugeen Goeyvaerts. Een pardonbrief of gratiebrief (lettre de remission) is een door de machthebber uitgereikte oorkonde waarbij de misdaad werd vergeven. Daartoe moest een gratieverzoek worden ingediend. Die documenten bieden nu een fascinerende inkijk op de leefwereld van de genadeverzoeker. Zaak is dan wel dat we die pardonbrieven kunnen begrijpen. En zo belanden we bij de paleografie, of de kennis van de schriftsoorten uit het verleden. In Duffel is er een leesgroep paleografie die zich bezighoudt met de studie, ontcijfering en vertaling van oude teksten. De leesgroep werkt mee aan de transcriptie van pardonbrieven, gepatroneerd door het Rijksarchief. In onze contreien zijn dat het Romeinse en het Karolingisch geschrift. Een oude tekst kan maar begrijpbaar worden vertaald als ook met de mentaliteitsgeschiedenis rekening wordt gehouden En dat is een moeilijke en delicate onderneming. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
Een 1500-tal pardonbrieven werden door het Rijksarchief ter beschikking gesteld in het raam van het internationaal Read-Coop programma – transkribus en tekstherkenning. HTR staat voor handwritten text recognition, de automatische herkenning van handgeschreven teksten met behulp van artificial intelligence en machine learning. Een technologie die opgang maakt in de internationale archiefwereld. Zo stootte de Duffelse leesgroep op vier pardonbrieven van feiten die zich op Kontichs grondgebied hebben voorgedaan, en waar al dan niet Kontichnaars bij betrokken waren. Dat kon wel eens de interesse wekken in Kontich. Om die brieven te interpreteren, moet de vertaler/lezer zich goed kunnen inleven. In 1498 decreteerde de Franse koning Lodewijk XII: ‘Au roi seul appartient de faire grâce et rémission’. Tussen 1568 en 1648 woedde de tachtigjarige oorlog. De zeventien provinciën kwamen in opstand tegen het Spaanse Rijk. Aanleiding waren de verhoging van de (kerk)belastingen en de vervolging van de Calvinisten en de Humanisten. Bergen-op-Zoom was in de jaren 1500 een roversnest van waaruit strooptochten werden georganiseerd tot aan de poorten van Mechelen en Brussel. De Spanjaarden wilden daaraan een eind stellen en rukten (meermaals) door onze streken op naar dat roversnest. Bergen-op-Zoom wisselde enkele keren van heerser. Om een lang verhaal kort te maken, het waren zeer turbulente tijden en het was ook niet zo duidelijk wie in onze streken op een bepaald moment de plak zwaaide. Er ontstonden bevoegdheidsconflicten. Niets nieuws onder de zon, hoorde je de toehoorders denken. Uit de documenten blijkt dat bijvoorbeeld de Raad van Brabant en andere machthebbers zich het pardonrecht begonnen toe te eigenen. De verwarring nam toe, tot in de loop van de 17e eeuw door de Habsburgse aartshertogen daaraan min of meer paal en perk kon worden gesteld. Het was/is steeds een afweging van wat realistisch/afdwingbaar is. Artikel 110 van onze huidige Grondwet stelt: ‘De Koning heeft het recht de door de rechters uitgesproken straffen kwijt te schelden of te verminderen, behoudens hetgeen ten aanzien van de ministers en van de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen is bepaald.’ Remissie grijpt in op het normale verloop van het strafrecht. Het is een correctie op een systeem dat in beginsel geen rekening houdt met rechtvaardigings- en schulduitsluitingsgronden. Slechts goede katholieken en burgers van onbesproken gedrag kwamen ervoor in aanmerking. Het verzoekschrift werd opgesteld in de stijl van de gewestelijke hoven van justitie en mocht niet vroeger dan één jaar sedert de doodslag is verstreken, worden ingediend. Het verzoekschrift werd dan ook opgesteld door een jurist, die per woord werd vergoed. Er waren nog tal van vormvereisten, zoals ook aan de huidige genadeverzoeken voorwaarden zijn verbonden. Twee dagen voor de uitspraak moest de verzoeker zich in gevangenschap begeven en op de dag zelf moest hij zijn brief ‘op zijn knieën en met ontbloot hoofd’ aan de rechtbank aanbieden en zo blijven wachten tot de uitspraak. Als remissie werd verleend, dan werd de beklaagde hersteld in het bezit van zijn verbeurde goederen en aan alle rechterlijke officieren werd ‘het eeuwig zwijgen en silentie’ opgelegd. Of met meer moderne bewoordingen uitgedrukt: ‘de uitspraak trad in kracht van gewijsde’. De vier Kontichse pardonbrieven beginnen met eenzelfde aanhef. De eindeloze opsomming van de gebieden waarover de machthebber heerste. Brief anno 1546 van Pieter Gielis alias Swijns, gericht aan Keizer Karel.
5
Ter hoogte van het ‘Vekengat’ te Kontich viel één van de drie biertonnen van de paardenkar. Hij was bezig die ton uit de gracht te halen, toen twee vreemde lieden zijn paarden lieten schrikken. Er ontstond een schermutseling, waarbij de verzoeker zich uit levensbehoud moest verdedigen, wat uiteindelijk leidde tot onvrijwillige doodslag. De justitie van het Land van Brabant herstelde zijn goede naam en faam. Brief anno 1622 van Anthonis Wijchmans e.a., gericht aan de Spaanse koning Philips II. Genadeverzoekers zijn allen landlieden woonachtig onder de heerlijkheden van Kontich en Sint Laureys te Hove. In dat jaar passeerden door deze dorpen de regimenten van de Hertog van Saksen en Holstein op weg naar het beleg van Bergen op Zoom. Die doortocht ging gepaard met roof, afpersing, marteling en verkrachting en doodslag. De landlieden besloten have en goed te verdedigen en vluchtten naar het Hof van Boutersem. Toen enkelen van hen op zoek gingen naar een gestolen koe, stootten ze in het gehucht Duivelshoek op een hoeve die dreigde in brand te worden gestoken door drie soldaten, waarvan er slechts één een geweer en een rapier had. Wraak ontbrandde en de drie soldaten werden doodgeschoten. Dit alles was volgens de beklaagden niet opzettelijk, maar wel uit boosheid op de soldaten. De drossaard van Mechelen beschuldigde hen van criminele zaken, waartegen ze in beroep gingen. De procureur-generaal oordeelde dat de Raad onvoldoende geïnformeerd was en kende het genadeverzoek toe. Brief anno 1648 van Peeter Struijks gericht aan Koning Philips Dit betreft een ontaarde caféruzie in de herberg ‘ Het Rode Schild’ tussen de genadeverzoeker, zijnde een timmerman en Jan De Bruyn, handwerker en houtzager, waarbij Jan De Bruyn, werd neergestoken en uiteindelijk in niet opgehelderde omstandigheden verdronk in een borreput. De chirurgijn verklaarde dat niet de messteken, maar verdrinking in de borreput de doodsoorzaak was. De drossaart van Kontich was geneigd genade te verlenen en aldus geschiede. Brief anno 1630 van Jan De Wolf Die brief gaat over identiek dezelfde feiten als vermeld in de brief van Anthonis Wijchmans. Inhoudelijk is het bijna een kopie van die brief. Een jongen die van school (!) kwam, moest aarde over de dode werpen. Het genadeverzoek werd toegekend. De spreker sloot zijn lezing af met volgende wijze woorden, ontleend aan Marcel Kocken, een oud archivaris van het Mechels archief: ‘Het historisch stof is een beter geneesmiddel dan penicilline’. In rand: De zomerstorm van 2009 rukte de windhaan van de Sint-Martinuskerk. Hij werd teruggevonden in het gemeentepark. Toen de gerestaureerde windhaan in 2017 werd herplaatst, werd in de bol onder de haan een oorkonde als tijdsdocument geborgen. Die oorkonde werd geschreven door de Kontichse kalligraaf Ludo Versteijlen in de oude lettersoorten. Ter info en to remember: https://arch.arch.be/index.php?l=nl&m=nieuws&r=alle-nieuwsberichten&a=2023-04-07-transkribus-en-tekstherkenning-het-rijksarchief-is-lid-geworden-van-read-coop https://neerlandistiek.nl/2022/07/verschenen-schriftspiegel-oud-nederlandse-handschriften-van-de-13e-tot-in-de-18e-eeuw/ https://museumkontich.be/Lezingen/LEZING%20PAUL%20JANSSENS.htm
Erwin Van de Velde
en
ng
eri
in Re .2 15
6
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
VEKENGAT, DUIVELSHOEK, HET RODE SCHILD. Pardonbrieven van vier inwoners van Kontich 1546-1628
Paul Janssens is voorzitter van de leesgroep Paleografie met standplaats in de bibliotheek van Duffel. Deze groep (samen met talrijke andere) neemt deel aan een project van het Rijksarchief van België. Dit project omvat het transcriberen van “pardonbrieven” waarvan er zo’n 1500 ter beschikking zijn via een digitaal kanaal van het rijksarchief.
D
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
e oudste brief dateert van 1546, de drie andere werden geschreven tussen 1622 en 1630. Nadat de brieven in verstaanbaar Nederlands werden omgezet wil ondergetekende deze brieven overhandigen aan onze kring. Spreker herinnerde ons aan die tijd. Het was de Tachtigjarige Oorlog en later de Dertigjarige Oorlog die ook hier woedden, maar ook ‘Het Beleg van Bergen op Zoom”. In 1498 decreteert de Franse koning Lodewijk XII uitdrukkelijk dat enkel hij gratie kan verlenen voor misdaden en wandaden, want: “Remicteren es Princelic”. Daar is heel wat om te doen, want ook andere machthebbers vinden dat ook zij vergeving mogen schenken. Vandaag noemen we dat bevoegdheidsconflicten. De procedure vereiste dat op de dag van overhandiging van zijn brief hij op twee knieën met bloot hoofd de brief moest aanbieden en in deze houding blijven tot de brief was voorgelezen. Pardonbrieven mochten bovendien enkel ingediend worden door goede katholieken en burgers van onbesproken gedrag. De eerste brief komt van Pieter Gielis alias Swijns, een schamele gezel, met het ootmoedig verzoek om vergeving, gericht aan Keizer Karel. Zijn brief houdt in dat hij op een quatertemperdag van het jaar 1546 naar ‘Contich’ kwam gereden met paard en kar geladen met een mutsaert en daarop drie tonnen bier. In het “VEKENGAT” te Kontich gekomen viel een van de tonnen in de gracht. Hij hield halt om de ton uit de gracht te halen. Achter hem kwamen twee vreemde lieden met een kar die moesten blijven staan, omdat de wagen van verzoeker (Pieter Gielis) in het Vekengat stond en de weg versperde. Een van hen heeft de paarden doen schrikken zodat deze paarden verder gingen tot ontevredenheid van Pieter Gielis. De achterste karrenbestuurder wierp een mes naar de voorste en riep om verzoeker te doden. Pieter Gielis heeft zich echter verdedigd en bezorgde hem een kwetsuur in de borst waarna de voorste karrenman is gestorven. Een geval van verkeersagressie avant la lettre! Pieter Gielis betreurde deze daad omdat hij niet het inzicht had te doden. Hij wilde naar vreemde landen trekken om te ontkomen aan justitie waardoor hij in miserie en armoede zou terechtkomen. De Keizer verleende hem vergeving en herstelde hem in zijn goede naam en faam. De tweede brief komt van Anthonis Wijchmans en medestanders waarin staat wat hen overkwam in 1622. Koning Philips II laat weten dat hij het ootmoedig verzoek ontving van Anthonis Wijchmans, Adriaan Keersmackers, Jan de Vette, Jan de Herde, Laureys de Herde, Peeter Torfs, Willem de Taeth en Cornelis de Vos, allen landlieden woonachtig onder de heerlijckheden van Kontich en Sint Laureys te Hove. In 1622 passeerden regimenten gezonden door Graaf Arnholt ter versterking van de belegering van Bergen-opZoom. Hierdoor leden de inwoners van deze dorpen grote overlast, door brandstichting, verlies van paarden, ossen, koeien, runderen, schapen en andere dieren. Het verhaal betekende terreur omdat ook geroofd werd, het afdwingen van geld en andere goederen. Enkelen werden gepijnigd en de soldaten spaarden noch oude sukkelachtige personen, noch jongeren en rijken alsook moesten de vrouwen beschamende beproevingen doorstaan. Zij namen ook paarden mee, grote hoeveelheden haver, gerst, koren, tarwe, erwten en vitsen (linzen). Het gedorst graan werd in zakken vervoerd op hun wagens die wat verder op de grond vielen in zulke hoeveelheden dat de dieren van de straat konden eten. Enkele van de verzoekers, waaronder Henrich Wijchmans, smid te Kontich, hebben ze doodgeschoten en de zoon van Cornelis Beuckelaers hebben ze wreed behandeld. Nadat zij hem ter dood gebracht hadden, hebben ze hem nog wel vijftig dodelijke wonden toegebracht. Vele anderen overleden van verdriet wegens het geleden verlies van goederen en de meesten waren zo vermoeid dat ze zelfs niet op een stoel konden zitten. Voor de soldaten was het nog niet genoeg geweest. Zij sloegen landmannen (landbouwers) dood, martelden, kwetsten en verwondden, beroofden en verbrandden en al wat niet draagbaar was, deelden ze in stukken zo afgrijselijk
7
.2 15
8
en
ng
eri
in Re
dat zij meer op Turken dan op christenen leken, in zodanige mate dat ook het merendeel van de landbouwers gedwongen waren hun woningen te verlaten en op te geven. De landbouwers namen het besluit om hun leven, goederen en bloed, evenals hun huisvrouwen en kinderen tegen de soldaten te beschermen en te verdedigen. Deze lieden vluchtten naar het Hof van Bautersem gelegen onder het voormelde dorp Kontich. Intussen was een koe gestolen door de soldaten bij Laureys Vervorst die met een geweer, samen met enkele anderen het Hof van Bautersem verlieten om de koe te gaan zoeken. Ze maakten een omweg om veevoeder bij een van hun lieden op te halen waarna ze zijn gevlucht tot in het gehucht Duivelshoek op de hoeve van schatbewaarder Kintschot. Daar vonden ze drie soldaten waarvan twee zonder geweer en de derde voorzien van een rapier (floret degen). Ook daar hadden de soldaten moedwilligheden bedreven en in het achterhuis in het stro werd een lont gevonden waarmee ze meenden de hoeve in brand te steken. Dan hebben de lieden bevel gegeven om de soldaten te beschieten, te steken en te slagen zodat de ene na de andere dood bleef. Slechts één enkele bood weerstand in plaats van om genade te vragen. Dan droegen de landbouwers de soldaten naar een put bij Jan Boers en verder hebben ze de opbrengst van de verkoop van de rapier opgedronken. Dat alles was niet opzettelijk, maar wel uit danige boosheid waardoor zij onder verzachtende correctie geëxcuseerd behoren te worden. Nochtans weerhield het de drossaard van Mechelen niet om deze landbouwers van criminele zaken te beschuldigen waartegen ze beroep aantekenden. De Raad, die advies aan de Koning verstrekte, meende niet volledig te zijn geïnformeerd over de feiten waarna ze meenden uitzonderlijke gratie te moeten verlenen en kwijtschelding van de veroordeling. De Raad legde dan ook het eeuwig zwijgen op aan de procureur-generaal in Brabant en aan de drossaard van het land van Mechelen. Het enige wat waaraan de verzoekers zich moeten houden is een burgerlijke boete van 200 rijnsguldens. Opdat dit vast en gestadig blijven zou, heeft de Raad zijn zegel gehangen in de stad Brussel in de maand maart van het jaar onzes heren 1630 ter ere van Goede Vrijdag. De derde brief is de pardonbrief van Jan de Wolf van mei 1630 Deze brief gaat over dezelfde feiten als de brief van Anthonis Wijchmans Ook hier verklaart de Koning (Philips II) het ootmoedig verzoek te hebben ontvangen van Jan de Wolf, arme handwerker belast met vrouw en kinderen alsook van Jan en Willem Bostraeten, landbouwers, ook belast met vrouw en kinderen, woonachtig onder de heerlijckheden van Kontich en wat hen overkwam in 1622. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Ook zij vluchtten naar het Hof van Bautersem en besloten daarna de soldaten te overvallen. Dat deden ze en de jonge Willem Bostraeten begroef hen in een bos achter de hoeve. In de maand mei 1630 kregen ook deze Kontichnaren gratie. De vierde brief is de pardonbrief van Peeter Struijks van 4 maart 1628, eveneens gericht aan Koning Philips II. Peeter Struijks, een timmerman wonende te Kontich, en Jan De Bruyn, handwerker en houzager dronken samen op 19 december 1628 ten huize van Peeter Vereijcken waard van “Het Rode Schild” te Kontich. Na een woordenwisseling ontstond een erge ruzie en Jan De Bruyn nam een tang om Peeter Struijks daarmee te slaan. Vrouwen kwamen tussenbeide, maar toch heeft hij hem een slag in de nek gegeven. Betrokkene ontweek doch de dader kon met dezelfde tang nog twee slagen geven. Peeter Struijks werd zeer kwaad en verhit dat hij De Bruyn met zijn mes in de linkerzijde van de buikstreek stak, waarna De Bruyn het huis uit liep naar de chirurgijn en daarna opnieuw naar huis waar hij is blijven liggen tot de woensdag daarna. De gewonde De Bruyn is het huis uitgegaan, of gedragen geweest, en in den borreput verdronken gevonden tot groot leedwezen van diens huisvrouw en de vier kinderen die in miserie en ontbering beland waren. De chirurgijn verklaarde echter dat het geen dodelijke wonden waren en dat hij daarvan niet gestorven zou zijn indien hij niet was verdronken in de put. Suppliant werd altijd beschouwd als een man van goede naam en faam. Er werd wel advies gevraagd aan Peter Van den Broeck, drossaard van de heerlijkheid Kontich die geneigd was voor de bede van verzoeker gratie te verlenen. Gratie werd hem verleend en bevestigd te Brussel op 4 maart 1628. De genadebrief was ondertekend door A. De Fran en gezegeld met een groene waszegel aan groene zijden snoeren. Paul Janssens
O
Afscheid van Guy Seliaerts
p 24 april 2024 is Guy Seliaerts gestorven. Enkele jaren geleden nam hij als actief lid afscheid van onze kring. Jaren kon je hem in verschillende gedaantes in het documentatiecentrum in de Duivenstraat aantreffen. Veel (praktische) zaken dragen nu nog de stempel van Guy. De honderden boeken die hij heeft gelabeld bijvoorbeeld. Of de vakjes in de laden van onze collectie munten. Guy voerde uit om andere mensen te helpen, hij hield van die ondersteuning op de achtergrond. Rustig, zonder veel woorden. Een sigaartje rokend. Guy Seliaerts was geen Kontichnaar. Het eerste gedeelte van zijn leven speelde zich af in Nijlen. Hij was onderwijzer en heeft heel zijn actieve loopbaan voor de klas gestaan in het Sint-Gummaruscollege van Lier. Toch kwam hij in Kontich terecht. Als partner van Hilde Schollen, kleuterleidster op Altena en vooral voor ons de Opperlapzus. Zij stond meer op de voorgrond, hij bleef eerder teruggetrokken. Maar op die achtergrond was hij artistiek bezig. Als vaardige leerling van Joris Olyslaegers begon hij met kalligrafie en steenkappen. Heel veel mensen in Kontich bezitten de bewijzen van die vruchtbare hobby. Hij was ook jarenlang de verantwoordelijke uitgever van het tijdschrift van het Davidsfonds. De laatste jaren trok Guy zich meer en meer terug en hij leefde voor ons een haast verborgen leven. Een keuze die we wel moesten respecteren. De stilte van die laatste jaren is nu een eeuwige stilte geworden. Vaarwel, Guy.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
Paul Catteeuw 9
D
Viering 20 jaar Lapzussen – 11 mei 2024
e weergoden waren ons gunstig gezind op deze feestdag, het was één van de zeldzame, mooie lentedagen in 2024. Alhoewel het officiële gedeelte pas om 14 uur begon, sijpelden er al ruim op voorhand heel wat belangstellenden het museum binnen. Er waren gasten die onze collectie nog nooit hadden gezien en ogen te kort kwamen, en anderen die hier al vaker geweest zijn, maar nu vooral oog hadden voor onze nieuwe aanwinsten en de prachtige merklap uit Kontich die we van lapzus Annick mochten lenen. Het Sint-Janszaaltje raakte aardig gevuld, we plaatsten stoelen bij en bij aanvang van de toespraken telden we zestig toehoorders. Voorzitter Paul Catteeuw verwelkomde iedereen en schetste hoe de merklappencollectie tot stand is gekomen en uiteindelijk uithangbord van en voor het museum is geworden, gekend tot in het buitenland. Daarna sprak burgemeester Bart Seldeslachts. Hij beklemtoonde de waarde van onze collectie en van de Lapzussen. Opperlapzus Erica Uten vertelde dan hoe het de Lapzussen de voorbije twintig jaar is gegaan en wat voor activiteiten de dames zoal deden. Zowel Paul als Erica benadrukte de belangrijke rol die Hilde Schollen heeft gespeeld voor de collectie en voor de Lapzussen. Deze viering was dan ook een hommage aan onze stichtster. Daarna was het tijd voor de lezing van Frieda Sorber. Frieda, licentiate Kunstgeschiedenis en oud-conservator van het Vrieselhof en het Modemuseum in Antwerpen, is de geknipte persoon om het over Vlaamse merklappen te hebben. Haar lezing was tevens een hommage aan de Lapzussen maar ook aan twee belangrijke vrouwen voor textielonderricht, Thérèse de Dillmont en Emmeline Raymond. Dan besprak Erica Uten nog even de interessante borduurlap van Egidius Annot en de Kontichse merklap die we te leen hadden die dag. Hoog tijd daarna voor de receptie, het moment voor ontmoeting en bijpraten. Tegen 17 uur gingen we dan met de (oud-) lapzussen naar de Duivenstraat om daar onze feesttaart aan te snijden. Omdat het zo mooi weer was, belandden we in de tuin. De taart was lekker, het samenzijn gezellig en het was pas om 19 uur dat iedereen naar huis ging. Gezien de vele positieve reacties achteraf kunnen we spreken van een geslaagde dag. Erica Uten
en
ng
eri
in Re .2 15
10
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Cornelius Marckx en de Sint-Benedictuskerk in Mortsel?
I
n 2019 schreven we in dit tijdschrift een artikel over Cornelius Marckx (1692-1773), schrijnwerker-ebenist en edelsmid uit Kontich. We onthouden uit dit artikel zijn ellenlange lijst met houten, ijzeren en andere metalen realisaties, zowel in de eigen gemeente als in een hele trits van naburige dorpen, zelfs tot in de Noordelijke Nederlanden toe. Hij voerde regelmatig opdrachten uit voor bouwmeester Pieter Jan van Baurscheit de Jonge. Uitschieters hierbij zijn zeker een communiebank in de Sint-Benedictuskerk Mortsel, het torenuurwerk, zowel binnen als buiten, van het kasteel van Vorselaar. Ook voerde hij herstellingen uit aan het houtwerk van de Sint-Martinuskerk te Kontich, realiseerde hij een gesmeed ijzeren hekken voor het kasteel Tanghof te Kontich, het prachtige smeedwerk aan de pui en de voorgevel van het Lierse stadhuis, de linkervleugel van het kasteel Sorghvliet te Hoboken en inbraakbeveiliging voor de vensters van de Kontichse Reepkapel. Speciaal voor de bestrijding van veeziekten smeedde hij zelfs twee ijzers ‘om de gesonde beesten te branden’. Voor de Sint-Benedictuskerk vervaardigde hij in 1740 een kleine twee meter hoog draaitabernakel in opdracht van de Graven de Fiennes, eigenaars van de heerlijkheid Cantincrode, vandaag ongeveer ter grootte van het grondgebied van het ons beter gekende ‘Zuidrand’. Hierover verscheen in ‘Kerk en Leven’ voor de pastorale eenheid H. Maria Magdalena, een boeiend artikel, geïllustreerd met mooie kleurfoto’s. Gedurende verschillende weken hebben een aantal leden van de kerkfabriek het tabernakel onder handen genomen. Eerst werden de vele schilferende verflagen weggenomen van het tabernakel en daarna ook van de marmeren delen van de kaarsenbank van het hoofdaltaar. Hoeveel lagen verf er af kwamen, valt moeilijk te zeggen, maar hierdoor werden sommige inscripties duidelijk. Er werd ‘tot op het bot’ gewerkt. Op dit gietijzeren draaitabernakel van 1740 zijn nu duidelijk het wapen en de inscripties van de graven van Fiennes zichtbaar geworden. Ook werd de inscriptie op de tondo (een rond identificatieschild onder het kruisbeeld) weer leesbaar. U duidt het ons niet ten kwade wanneer onze Kontichse heemkundige speurneus lichtjes krult bij het lezen van de inscriptie die we ook elders, bij verscheidene realisaties van deze edelsmidschrijnwerker-ebenist konden opmerken: CORNELIS MARCKX ME FECIT IN KONTICH 1740 Alles werd nadien terug in originele staat geschilderd met behoud van de originele kleuren en materialen van vóór de beschildering uit de jaren 1960 …
De tondo op het tabernakel met de gebruikelijke inscriptie van C. Marckx
Het tabernakel vóór de restauratie
Paul Wyckmans
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
Het tabernakel na het herschilderen
11
Het volleybal wijkentornooi in Kontich. Hoe het allemaal begon (1969)
Tijdens een spreekbeurt over de Tweede Wereldoorlog en de rol van de brigade Piron kwam ik in contact met Marcel Hellemans, een Kontichse oud-strijder. Hij was actief lid van de KWB (Katholieke Werklieden Bond). Aldus kwam ik als kersverse inwijkeling in Kontich te weten dat er binnen de KWB ook een volleybalploeg elke dinsdagavond trainde in een turnzaaltje van de Altenaschool. Als Pajot kende ik die balsport slechts van naam, want ze was vrij recent uit Amerika overgewaaid tot in het Antwerpse, maar niet tot in het Pajottenland waar ik ben opgegroeid. Zo ben ik op een avond in dat zaaltje binnengestapt waar een tiental mannen aan het trainen waren. Blijkbaar was ik welkom in dit miniclubje. Ik kon kort na dit debuut een buur aanspreken, Gerard De Catelle. Hij was eveneens op zoek naar wat fysieke beweging. En zo verzeilden we samen in de KWB-ploeg II, maar we zijn nooit in die eerste ploeg geraakt: duidelijk te late roepingen. Daar speelden enkele mannen met al jaren ervaring, zoals Paul De Wit, een sterspeler uit een Antwerpse ploeg, en Walter Stas, een organisatorisch talent binnen het Mechelse KWB-verbond. Daarbij moet ik hier de lokale KWB’er Karel Laurent vermelden, zeker geen groot volleybaltalent, maar wel een belangrijke initiatiefnemer. Hij was het die in 1969 contacten had gelegd met de naburige KWB-afdelingen om binnen de lokale KWB een eigen competitie te starten in twee reeksen van 5 en 6 ploegen. Toch was de start even moeilijk. Op 23 november 1970 brandde ons zaaltje af. We konden gelukkig verder trainen in het turnzaaltje van de St.-Jozefschool. Eind 1971 was de nieuwe sportzaal op Altena klaar. Voor volleybal evenwel toch iets te smal, want de zijlijnen grensden aan de plinten en daar heb ik een pijnlijke voetverzwikking opgelopen.
Mijn clubengagement (1972-1994).
In die zeventiger jaren kwamen nog meer nieuwkomers trainen, zodat we in de KWB-competitie met twee ploegen zijn gestart onder de vlag ‘Kontich St.-Martinus’. In die KWB-St.-Martinus ploeg II leerde ik nieuwe vrienden voor het leven kennen. De olijke Robert Van Herck, eeuwige grappenmaker en ook goede muzikant in de Kontichse harmonie, en Jean Deprey, een stille, maar bijzonder toegewijde KWB’er. Onder impuls van Walter Stas werd in 1972 onze club grondig georganiseerd. Ik werd tot secretaris gebombardeerd en Gerard De Catelle penningmeester. Zo belandde ik ook in de rol van verslaggever van onze ploegactiviteiten in dat KWB-blaadje, ook de ‘K’ genoemd, een maandelijks blaadje dat door een gepensioneerde op stencil werd gezet. Ik
.2 15
12
en
ng
eri
in Re
Altena 1986
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
suggereerde toen in ons bestuur een nieuwe clubnaam ‘KOMART’ naar analogie met ‘KOKAZ’. In Kontich Kazerne speelde toen KOKAZ in de Antwerpse competitie. En deze grote broer organiseerde ook al jaarlijks tornooien. Dit inspireerde onze mensen met o.a. Walter Stas en de mannen van ploeg I om ook een tornooi te organiseren. Na enig overleg werd het een echt ‘wijkentornooi’.
Het eerste wijkentornooi (1979).
Onze KWB-man Jean Deprey werd bereid gevonden om de spits af te bijten. Hij was de geschikte brugfiguur om de medewerking van de KWB-St.-Martinus te verkrijgen en speelde het klaar om van de zusters van de Altenaschool de speelplaats en enkele klassen te mogen gebruiken. Met enige steun van François Peters voor briefwerk en van Luc Dumont voor de matchplanningen is hij aan dit pionierswerk begonnen. Het was een grote prestatie van de Jean want er kwam heel wat bij kijken. Op 17 juni 1979 startte ons eerste wijkentornooi met 15 ploegen met twee pleinen op de speelplaats en één in de turnzaal. Een tweedaagse vanaf zaterdagmiddag. Als vaste regel was de verplichting om minstens twee dames in elke ploeg op te stellen. Ikzelf was bij de voorbereiding wel betrokken, maar jammer genoeg lag ik in mei 1979 in de kliniek voor een rugoperatie. In de ledenvergadering van november 1979 was ik er echter opnieuw bij om een tweede tornooi voor te bereiden.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Voor Jean was de last blijkbaar toch te groot geweest en Walter Stas nam nu de algemene leiding. Niet verwonderlijk, want snel heb ik ondervonden dat de tornooivoorbereidingen heel wat voeten in de aarde hadden. Mijn taak als secretaris groeide uit tot brieven schrijven naar het gemeentebestuur, aanvragen voor bekers, uitnodigen van notabelen voor de prijsuitreiking, aanspreken van wijkverantwoordelijken en hun de nodige info bezorgen voor o.a. de loting. Zelf kon ik de buurt aanspreken op Tanghof en in de Reep om ploegen te vormen en finaal deed ik de inschrijvingen en betalingen van alle ploegen. Voor andere klussen zoals de brouwer aanspreken en de nodige elektriciteitsvoorzieningen aanvragen, ballen en netten aankopen en dergelijke waren er genoeg helpers: Hugo Van Bulck, Jos Van den Merlen en Staf Op de Beek zijn vele jaren de terreinen op de speelplaats komen uitlijnen. Na die eerste tornooien was ons ledenbestand sterk gegroeid en konden we nu vier mannenploegen en een eerste damesploeg in competitie opstellen. Het aantal De ploeg van de Altenawijk deelnemende ploegen ging crescendo: van 36 bij het tiende naar 42 bij het 15e tornooi. Daardoor was de vraag naar meer terreinen een noodzaak. Tot en met het 8e tornooi bleven we in Altena. Voor dat laatste hadden we zelfs een extra terrein aangelegd op een grasveldje naast de turnzaal. Maar dat veranderden de weergoden al snel in een modderveld. Ik heb nog foto’s van een match met de spelers op blote voeten! Ook de ballen van toen werden loodzwaar en menig glasraam van een dakterras aan die speelplaats is tijdens dit 8e tornooi gesneuveld! Ik weet niet hoe Jean dat bij de zusters heeft kunnen uitleggen … De nieuwigheid vanaf het 7e tornooi was zeker de tombola! Door de damesafdeling en voornamelijk op initiatief van Alice Castrel werden bij winkeliers en handelaars tombolaprijzen geronseld. Het bracht wel veel werk mee, maar de verdiensten waren ongeveer 10.000 Belgische franken (250 euro)! Deze activiteit werd daarom voortgezet en bleef een groeiend succes, voornamelijk door de medewerking van alle ploegen en een modernere aanpak om prijzen te vergaren. Ook de ludieke verkoop van lotjes tijdens het tornooi door de als clown verklede Jos Thijs samen met Martine De Meyer heeft de clubkas geen windeieren gelegd. Een tweede nieuwigheid was mijn initiatief om van elke ploeg een groepsfoto te maken op zaterdag en elke deelnemer een foto te bezorgen bij de prijsuitreiking. Een leuke
.2
Een groeiend succes.
13
Jean Deprey
Arsène Lepoivre
bedoening, maar wel een bezigheid om tussen de matchen in elke ploeg bijeen te krijgen. De filmrolletjes ging ik dan bezorgen aan de toenmalige dorpsfotograaf Luc Van de Auwera die me tegen zondagnamiddag alle foto’s kon bezorgen! Door die voorbereiding van de prijsuitreiking en het aanspreken van de notabelen voor het protocol heb ik nooit de finalewedstrijd kunnen meemaken. Vanaf dat 7e tot het 16e heb ik met deze foto’s en actiefoto’s genomen door o.a. Ivo De Meyer en Luc Michielsen telkens een fotoalbum gemaakt. Later maakte Joris Wouters (toenmalig voorzitter) hiervan een digitale versie die tijdens de feestelijke viering van het 40e tornooi in de KWB-zaal werd gepresenteerd. Door de vraag na de organisatie van het 8e tornooi voor meer speelruimte kon het 9e tornooi gelukkig verhuizen naar de gemeentelijke sportzaal en de speelruimte erachter, dankzij de steun van Jef Van linden, toen schepen van sport. Ook de speeldatum bleef vanaf dan het pinksterweekend. Het aanleggen van de vele terreinen en zeker de opstelling van een supertent bleven een klus voor een tiental bereidwillige helpers. Daarbij was onze duivel-doet-al klusjesman Hugo Van Bulck een grote steun. Een extra tent werd voorzien voor de ‘keukeninstallatie’ met als verantwoordelijke Staf Op de Beek. Hij regelde met een aantal dames een pannenkoekenbak en zorgde voor de levering van ijsjes, broodjes, een koffiemachine en zo meer. Met de hulp van Jaqueline Saerens, Frie Schuddinck, Lisette Op de Beeck en vele anderen was dit een geslaagd initiatief! Later is dit uitgegroeid tot een barbecue voor de medewerkers op zondagavond. De aansteker was meesterkok Dirk De Schepper. Dit werd rond het 40e tornooi een reuzenbarbecue voor alle deelnemers, met voornamelijk hulp van leden van de damesploegen en heel wat sponsoring. Naar ik hoorde met onlangs op het 43e tornooi zelfs 600 eetlustigen. Ook de bevoorrading tijdens het tornooi werd alsmaar belangrijker. Ik mag hierbij dan de bijdrage van de frituur niet vergeten. Aanvankelijk frituur ‘Emmy’ (met Emmy en Robert Van Herck) en later de familie Thijs en nog vele anderen. Ook het Rode Kruis, een springkasteel en een kineteam werden voorzien. En last but not least, de biertappers in die grote tent met een hele ploeg onder de leiding van Harry Crauwels. In de schaduw van dit spektakel moeten we nog enkele belangrijke figuren vermelden: de schatbewaarder Dirk Schuddinck en de ticketverkoopsters, Chris Deprey-De Winne, Lieve Van den Merlen, Cécile De Catelle-De Weer, Mia en Rosette). Maar het hart van dit gebeuren lag in handen van Walter Stas en stille medewerkers Dirk de Saeger en Ivo Demeyer. Aanvankelijk stonden alle uitslagen op een groot bord vol papieren schrijfwerk, maar werd later vervangen door computerwerk. De prijsuitreiking was de taak van Jos Thijs, terwijl Walter daar nooit zijn gezicht heeft laten zien …
en
ng
eri
in Re .2 15
14
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Walter Stas
Jos Thijs
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
Een paar opmerkelijke gebeurtenissen.
De trekking van de ploegen van het 10e tornooi ging door op het gemeentehuis in aanwezigheid van de KWBvoorzitter Fons Heps en schepen van sport Jef Van linden, samen met alle wijkverantwoordelijken. Na de speech van de notabelen namen ook onze clubvoorzitter Jos Thijs en de vicevoorzitter Walter Stas het woord. Het was een heerlijke lustrumactiviteit. Het gaf perspectief aan een groeiend sportgebeuren, voornamelijk in het teken van een recreatief tornooi voor gans Kontich. Als kers op de taart van dit lustrum konden we een bekende gastheer op het tornooi begroeten, minister Leo Tindemans, toen woonachtig in Edegem. We lieten hem de aftrap (opslag) geven van de finalewedstrijd en de nieuwe beker ‘Tindemans’ uitdelen aan de sportiefste ploeg. Nieuw was toen dat alle ploegen konden stemmen voor deze sportiviteitsbeker. In de marge heb ik gedaan gekregen om ook een rode lantaarn uit te delen voor de ploeg met de minste punten. Nota bene: we hadden toen ook de ploegen naar eigen keuze in een aparte recreatieve reeks gestoken, want spelen als beginners tegen die al sterk geroutineerde ploegen had duidelijk geen zin. Vandaar die waardering voor die toch bijzonder ludieke rode lantaarn. Bij de voorbereidingen van ons 12e tornooi (november 1989) heb ik voorgesteld om een ploeg uit ‘Oost-Europa’ uit te nodigen als een verbroedering. Ik kon voldoende uitleg geven over een ploegje uit Kolová bij Karlsbad in Tsjechoslowakije omdat ik er al enkele jaren op bezoek was geweest en er vrienden had gemaakt. Na enige aarzeling bleek een meerderheid van ons bestuur akkoord, mits ikzelf dan de nodige stappen voor dit bezoek zou zetten. Net toen mijn eerste brieven waren geschreven om door dat ijzeren gordijn van toen naar ons te mogen komen, is het gordijn gevallen … Zonder veel officiële poespas zijn in de Oude Lei 7 die vrijdagnamiddag voor het tornooi 15 spelers in een rammelbusje toegekomen. Het was een hartelijk ontvangst met mensen die voor het eerst in onze westerse wereld zijn beland. Samen op ons terras konden we verbroederen en als echte bierdrinkers genieten van een trappist of een Duvel! Ik had intussen bij acht gastgezinnen een vierdaags verblijf kunnen regelen. Die avond volgde een officiële ontvangst op het gemeentehuis, een ongewoon plechtig moment! Onze superorganisator Walter kon enkele matchen regelen voor die twee Tsjechische ploegen tegen onze beste teams. Het waren matchen op hoog niveau! Op maandag ben ik met hun busje, samen met Jos Van de Merlen, een kort bezoek gaan brengen aan Brugge. En ‘s avonds dan een groot afscheidsdiner in het KWB-clublokaal. Supergezellig met spijs en drank plus dans en bloemen voor de dames. Walter en Robert zorgden voor de muziek. Vooral de gastgezinnen houden hieraan onvergetelijke herinneringen over! Meer nog, wij, gastgezinnen en een spelersploeg werden uitgenodigd om een tegenbezoek in Tsjechië af te leggen. Zo zijn er het jaar later verschillende leden samen op bezoek gegaan naar dat kleine Kolová. Er werden een paar matchen georganiseerd met aansluitend bezoekjes aan de wereldberoemde
15
porseleinfabriek Moser in Karlsbad. We werden in een schooltje aangenaam verrast door een zangkoor en een groep dansertjes, uitgedost in hun typische blauw-rode uniform. Het was voor velen een soort ontdekkingsreis waarna er verschillende Kontichnaars later het land zijn gaan verkennen. Enkelen zijn toen nog Praag gaan bezoeken. Ik heb een aantal vrienden op de terugreis het mooie Thüringerwald leren kennen, ooit het vakantieoord voor de Oost-Duitsers!
Een megatornooi.
Het 16e tornooi in mei 1995 was het laatste waaraan ik heb meegewerkt. Nieuwe mensen in de organisatie maakten van het tornooi jaarlijks een megagebeuren in onze gemeente. Zo werd het groeiend aantal speelterreinen naar de nabij gelegen voetbalvelden verplaatst. Ook na de onderbreking tijdens die twee coronajaren bleef het een bijzonder succesvolle gebeurtenis
Ploeg Wildveld 1995
Op het 40e tornooi zijn Jacqueline en ik, samen met Jean en Chris Deprey, als laatste pioniers van het wijkentornooi, gevierd geweest. Op de latere tornooien ben ik nog een paar keren komen kijken, verloren tussen al dat jong geweld. Toch nog enkele goede vrienden tegengekomen, o.a. die onverslijtbare Ida Stas, nog altijd aan de slag voor de bonnetjesverkoop. Jammer dat Walter dat niet meer heeft meegemaakt. Ook de Jan Deprey is onlangs overleden. Arsène Lepoivre
en
ng
eri
in Re .2 15
16
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
AC/DC komt terug naar … Dessel
O
p 9 augustus komt de Australische supergroep AC/DC nog eens naar België. De heavy metal band is dan de hoofdact in Dessel. Hoe anders wordt dit dan hun eerste passage in ons land in het jaar 1977. Neen, we zullen er geen gewoonte van maken om op deze bladzijden de muziekkalender van Vlaanderen te presenteren, maar voor één keer willen we daar toch een uitzondering op maken. Op dat ogenblik was AC/DC toch nog een minder gekende hardrockband, want hun monstersucces Highway to Hell kwam pas in 1979 uit. Maar op die oktoberavond traden ze wel degelijk op in onze Thier Brau. We citeren uit Knack Focus van 6 juli 2015: “Op 9 oktober staat de band in Thierbrauhof, een toenmalige sporthal in Kontich. Het begint al slecht wanneer het voorprogramma niet kan spelen door problemen met de geluidsinstallatie. AC/DC zelf begon tweeënhalf uur te laat. Een paar dronkaards plassen tijdens het concert aan de overkant van de straat in de bloemen, waarop de eigenares van de bloemen de politie belt. Nadat een roadie de pet van een van de agenten van zijn hoofd heeft geslagen, wil de politie het concert stilleggen. Waarna Bon Scott een en ander doodleuk meedeelt aan het publiek en de poppen helemaal aan het dansen gaan”. Er zijn ondertussen heel wat indianenverhalen over dat concert verteld. Het ene al ongeloofwaardiger dan het andere. Voorprogramma van De Kreuners of niet (niet dus!), maar feit is wel dat er van alles misliep. Van aansluitingen over aanvraag tot optreden tot lawaaihinder, je kunt het zo gek niet bedenken wat er allemaal gebeurde. In ieder geval de rijkswachters Nico d’Hooghe en Ward Liekens kwamen na klachten van de buren om 11 uur het concert stilleggen. Of tenminste ze probeerden dat in eerste instantie, maar de AC/ DC’ers ramden er lustig verder op los. d’Hooge trok er tenslotte de stekker uit en Liekens stormde met getrokken pistool het podium (op bierbakken) op. En er vielen blijkbaar links en rechts wat klappen. Dat is stuff waarmee legendarische concerten worden gemaakt en die leidde tenslotte tot een song van de wereldgroep AC/DC Bedlam in Belgium. Bedlam verwijst naar een gekkenhuis in London dat al teruggaat naar de dertiende eeuw, nu dus een psychiatrische instelling. Het wordt nu ook gewoon in het Engels gebruikt voor een gekkenhuis, in Vlaanderen verwijzen we dan vaak naar Geel en Beernem. Getrokken pistolen zullen er hopelijk in Dessel niet aan te pas komen en het podium zal ook niet meer op bierbakken staan, maar het zou toch zomaar kunnen dat AC/DC toch nog even herinneringen ophaalt en Bedlam in Belgium ten berde brengt. Paul Catteeuw
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
(De foto’s van het concert komen uit de collectie van Danny Couwels)
17
Contios in actie
O
p de huidige Biënnale van Venetië in het Belgische paviljoen zijn er verschillende reuzen opgesteld. Reus Contios werd helaas niet verkozen door Petticoat Government. Maar niet getreurd,onlangs REUZENplan een uitnodiging om met Contios s deel te nemen aan “Histories Festival 2024” in Mechelen. REUZENplan kreeg een groot onderzoeksrapport doorgestuurd, over de wijze waarop reuzen werden gemaakt. Een document van 19 MB + bijhorende film. Hierin werd enkel iets vermeld over gedragen reuzen. Niets kon bewegen, enkel een draaibeweging en zwierende armen. REUZENplan kon het niet laten om hierop te reageren, met voorbeelden van beweegbare reuzen uit binnen- en buitenland. Ook dat graag wordt samengewerkt met andere acterende reuzen in een verhaal. REUZENplan heeft daarnaast ook weer een druk programma: Op 24 augustus wordt samengewerkt met de reuzen van Rotselaar aan een avondvoorstelling. Aanvang 20.30 u. op het terrein waar binnenkort Rock Werchter plaatsvindt. Dit is ook in samenwerking met een gigantisch live orkest van 60 muzikanten, een dansschool en een zangkoor. Reus Contios speelt de hoofdrol in de voorstelling als ambassadeur van Kontich, een uitstraling van de samenwerkingsprogramma’s. Met deze voorstelling dingt Contios mee naar de cultuurprijs van Kontich. Op 28 september “Histories Festival 2024” in Mechelen. De sociale werking en het ontstaan van de vorm van Contios worden in een Power-Pointpresentatie voorgesteld op deze studie- en ontmoetingsdag van o.a. vernieuwde erfgoedpraktijken. Op 8 november worden we uitgenodigd door gemeente Beveren, nog juist voor de grote fusie. Reus Contios krijgt carte blanche in het prachtige parkdomein van Hof ter Saksen. Er zullen een aantal lichtgevende objecten van kunstenaars worden opgesteld, verdeeld over het speciaal uitgelicht domein. De reus verbindt deze objecten op eigen manier, ondersteund door muzikale begeleiding. Hij zal dan het enige bewegende lichtgevend element op het terrein zijn. De toegang is gratis, het publiek wandelt door het domein naar eigen keuze. REUZENplan stelt vast dat ze vaker gevraagd worden op andere locaties dan in eigen gemeente. Met de opbrengst wordt getracht een gratis voorstelling te maken in Kontich. Bruno Stappaerts
AANVULLING SCHOENMAKERS
I
n de vorige editie van Reineringen werd een poging gedaan het vervlogen schoenmakersverleden van Kontich en Waarloos in beeld te brengen. Ons bewust van de waarschijnlijke onvolledigheid zetten we onze mailbox op een kiertje om aanvullingen te doen. Een lezer liet ons weten dat er in de Magdalenastraat, aan de kant van de huidige fietswinkel ook een schoenhersteller is geweest. Zijn naam kon hij zich niet meer herinneren. Kringlid Guido Theys herinnert zich nog schoenmaker DE PEKKER in de Drabstraat. Op onderstaande foto zie je waar hij gevestigd was. De bijnaam zou te maken hebben met de draden voor het naaien van de zolen. Ze werden over een blok pek getrokken om ze waterafstotend te maken. Ilse Van Weert
en
ng
eri
in Re .2 15
18
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Activiteitenkalender Museum voor heem- en oudheidkunde Het museum is tijdens de zomermaanden gesloten. Op 1 september zijn we weer open. Bezoek onze site www.museumkontich.be voor het recentste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteitenkalender Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): • 13/11/2024: Paul Catteeuw - Katzenstein, de merkwaardige geschiedenis van een joodse Duitser in Kontich Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.2
Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 19
Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH
Reineringen 15 (2024), 2 Driemaandelijks (april - juni 2024) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele
INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 Lief en Leed - Prostitutie in de Eerste Wereldoorlog Pagina 4 Willy Katzenstein – lezing op 13-11-2024 Pagina 4 Pardonbrieven - Lezing Paul Janssens (3 mei 2024) Pagina 7 Vekengat, duivelshoek, het rode schild. Pagina 9 Afscheid van Guy Seliaerts Pagina 10 Viering 20 jaar Lapzussen – 11 mei 2024 Pagina 11 Cornelius Marckx en de Sint-Benedictuskerk in Mortsel? Pagina 12 Het volleybal wijkentornooi in Kontich. Pagina 17 AC/DC komt terug naar … Dessel Pagina 18 Contios in actie Pagina 18 Aanvulling schoenmakers Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 15 (2024), 2 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Chris Claes, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2024 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2024”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Een los nummer kost 5 euro. Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com
Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be