Reineringen
Duive
nstraat 22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich 7FSTDIJKOU ESJFNBBOEFMJKLT t +BBSHBOH OVNNFS PLUPCFS EFDFNCFS
T
VOORWOORD
erwijl aan de Groeningenlei, vlak bij de E19, de resten van een V1- raket werden geborgen, legde de redactie de laatste hand aan deze welgevulde Reineringen, treffend voor een nummer dat deels steunt op de herdenking van de wapenstilstand. Ilse Van Weert vervolgt haar uiteenzetting over de geschiedenis van de Heilig Hartbeelden in Kontich en Waarloos, uiting van volksdevotie en soms van eerbetoon aan oorlogsslachtoffers. Kerk en staat hand in hand. Praktische overwegingen zullen ook wel hun rol gespeeld hebben. Het rijke koorleven in Kontich wordt toegelicht door organist Paul Wyckmans. Wie herinnert zich nog Spelewei en de Meiklokjes. Weer blijkt hoe een inspirerende leiding het wel en wee van een vereniging (mee) bepaalt. Frank Hellemans beschrijft speels de link tussen een glaasje Amaretto en de Kontichse specfour. In dit eerste normale jaar na COVID-19 werd 11 november weer uitgebreid herdacht. In zijn speech, uitgesproken bij het oorlogsmonument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, alludeerde Paul Catteeuw niet alleen op het conflict tussen Rusland en Oekraïne, maar ook op de andere brandhaarden op onze aardbol. Paul Catteeuw en Frank Hellemans spraken ook op het kerkhof van Kontich. Het gedicht van Wilfred Owen ‘De lofzang op gedoemde jonge gasten’, naar een bewerking van Tom Lanoye, beklijfde. In aanwezigheid van Oekraïense vluchtelingen werden nog de Kontichse slachtoffers herdacht van het Amerikaanse bombardement op Morstel. In de namiddag zou in Waarloos de brute moord op veldwachter Albert Fierens nog worden herdacht, maar die herdenking stond los van de Kring. Als opstapje naar een GER-lezing, gepland op 7 februari e.k. wordt nog een voorproefje gegeven over het (vermeende?) leven van de Heilige Reinildis, die Frank Hellemans boeit omwille van haar maagdelijkheid en de zoektocht naar de oorsprong van de naamgeving van onze gemeente. En tot promotie van de website van de Kring en de ingebonden oude kranten heeft Ilse Van Weert een artikeltje geschreven over een in 1937 ontvreemde motor met sidecar in Waarloos. Bij deze, nog een toost op het nieuwe jaar! Het redactieteam
DE VERERING VAN HET HEILIG HART (deel 2) Heilig Hartbeelden in Kontich en Waarloos. WAT VOORAFGING
In ons vorige nummer waren jullie getuige van de zoektocht naar de geschiedenis van het Heilig Hartbeeld aan de Liersebaan in Kontich-Kazerne. In dit tweede deel wordt er ook even haltgehouden bij de andere Heilig Hartbeelden die nog in Kontich en Waarloos te vinden zijn en bij deze die al verdwenen zijn. Dat zijn er verrassend meer dan je zou kunnen vermoeden. Meteen rijst ook de vraag waar en door wie deze beelden werden vervaardigd. Welke stijlen en vormen waren gangbaar en wat hadden deze beelden tot doel? Ook neem ik jullie graag even mee voor een bezoekje aan twee van de bekendste ateliers waar heiligenbeelden werden vervaardigd: atelier Haenecour en Atelier Bressers-Blanchard.
TWEE IN ÉÉN
Tijdens het interbellum kende de verering van het Heilig Hart een opflakkering en verrezen de Heilig Hartbeelden in onze contreien als paddenstoelen uit de grond. De beelden die in deze periode werden geplaatst, hadden vaak een dubbele functie en dienden ook als oorlogsmonument. Ze combineerden in vele gevallen de toewijding van de gemeente of de parochie aan het Heilig Hart met de herdenking van de lokale gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Op de sokkel werden dan de namen van de slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog aangebracht, vaak later aangevuld met die uit de Tweede Wereldoorlog.
HEILIG HARTBEELDEN IN KONTICH EN WAARLOOS KONTICH – SINT-MARTINUS
Voor de kerk van Kontich Sint-Martinus werd niet lang na de Eerste Wereldoorlog een Heilig Hartbeeld geplaatst uit dankbaarheid voor het behoud en de bescherming tijdens de oorlog. In 1919 werd een voorlopig gipsen afgietsel ingewijd en in 1923 werd voor het definitieve marmeren beeld deze plechtigheid nog eens overgedaan. Ook binnen in de kerk treffen we een Heilig Hartbeeld aan. Dat vind je onmiddellijk bij het binnenkomen aan de rechterzijde.
Het beeld voor de Sint-Martinuskerk (Foto: Kring voor Heemkunde)
Het Heilig Hartbeeld in de Sint-Martinuskerk. (Foto: I. Van Weert)
KONTICH – ALTENAKAPEL
.4
13
2
en
ng
eri
in Re
Ooit stond er ook op het grasveld voor de Altenakapel een Heilig Hartbeeld. Vermits de zusters deel uitmaakten van de kloosterorde ‘De Dienstmaagden van de Heilige Harten van Jezus en Maria’ kon dit uiteraard niet ontbreken. De kostschool (internaat) voor meisjes die er was gevestigd had als naam ‘Kostschool van de Heilig Harten’. Van wanneer Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
en tot hoe lang het beeld daar gestaan heeft, kwam ik niet te weten. Het Heilig Hartbeeld dat binnen in de Altenakapel werd geplaatst is nog steeds aanwezig. Je vindt het vooraan links.
Het beeld op het grasperk voor de Altenakapel waarbij meisjes uit de kostschool poseren. (Foto: Kring voor Heemkunde)
Het mooie Heilig Hartbeeld in de Altenakapel. (Foto: I. Van Weert)
KONTICH – SINT-JOZEFINSTITUUT
Ook het Sint-Jozefinstituut had zijn Heilig Hartbeeld. Dat kwam er, nadat de Mariagrot in de kloostertuin werd afgebroken. Later verhuisde het beeld van de kloostertuin naar de speelplaats. Daar kreeg het een plaatsje tegen de
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
.4
Een groep kleuters poseert voor een klasfoto in het jaar 1932. (Foto uit het “Jubileumboek Sint-Jozefinstituut”)
3
muur van de kapel. In navolging van de grot werd het op zijn beurt het decor voor vele klasfoto’s. Op de sokkel ervan kunnen we de naam van zuster Moeder Melanie lezen. De rest van de tekst op de sokkel is moeilijk leesbaar. Waarschijnlijk werd dit Heilig Hartbeeld ter gelegenheid van haar pensionering geplaatst. Moeder Melanie bestuurde de school tot 1926. Omwille van haar sterke persoonlijkheid, haar vernieuwende ideeën op het vlak van opvoeding en onderwijs en haar enorme werkkracht werd ze door de Kontichse bevolking op handen gedragen. Ook in de Congregatie van de Zusters van Vorselaar was ze één van de grootste persoonlijkheden. Bij haar overlijden in 1935 kreeg ze dan ook een eervolle begrafenis waarbij de kerk nokvol zat en de vlaggen in Kontich halfstok hingen. De gemeente schonk haar een eersteklasgrond met grafmonument. Die bevond zich op het kerkhof, rechts aan het einde van de middenweg. Ik ging op zoek maar vond het niet meer terug. Toen ik tijdens mijn zoektocht naar Heilig Hartbeelden contact opnam met het Sint-Jozefinstituut beloofden ze om voor mij eens te gaan kijken op de schoolzolder. Daar zouden nog enkele oude heiligenbeelden staan, waaronder ook een Heilig Hartbeeld. Een foto als bewijs! Ooit had dit beeld ergens op school in een nis gestaan. Men speelt nu met de gedachte om dit beeld te laten restaureren en Het vergeten Heilig Hartbeeld te midden van andere opnieuw een plaatsje geven. Alhoewel …. men twijfelt nog heiligen op de schoolzolder van het Sint-Jozefinstituut. tussen dit beeld en dat van Sint-Jozef, de patroonheilige (Foto: SJI-secretariaat) van de school. Of deze beelden nog op veel aanbidders zullen kunnen rekenen is héél twijfelachtig. Toch is het in ieder geval een fantastisch idee om één van deze beelden vanonder het stof te halen, in zijn oude glorie te herstellen en opnieuw een waardig plaatsje te geven als zichtbare herinnering aan het ooit zo devote schoolverleden.
WAARLOOS – SINT-MICHAËL
.4
13
4
en
ng
eri
in Re
Het Heilig Hartbeeld in de Ferdinand Maesstraat met als opschrift: “Heilig Hart van Jezus, bescherm Waerloos” (Foto: Kring voor Heemkunde)
In 1937 kregen ook de gelovigen van de SintMichaëlparochie in Waarloos een Heilig Hartbeeld. Dit beeld kwam er als dank voor de bescherming van de Waarlozenaren tijdens de oorlog. Het kreeg een plaats in de Ferdinand Maesstraat, enkele tientallen meters van de kerk. De dag dat kardinaal Van Roey het splinternieuwe bronzen beeld kwam inhuldigen was Waarloos in opperste feeststemming. De straten en huizen van Waarloos waren rijkelijk versierd met vlaggen en bloemen. Er waren kosten noch moeite gespaard om er een plechtige en bovenal onvergetelijke gebeurtenis van te maken die een massa volk op de been bracht. Wie de kerk binnenkomt en onmiddellijk naar rechts gaat, zal in de hoek ook een beeld van Jezus met Heilig Hart opmerken. Het vocht en de tijd hebben de verflaag spijtig genoeg aangetast, maar ooit moet dit een prachtig beeld zijn geweest. De centrale glasramen die boven het hoofdaltaar prijken stellen Jezus met het Heilig Hart naast Moeder Maria met het Heilig Hart voor. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
WAARLOOS – SINT-MICHIELSSCHOOL
Het beeld in de Ferdinand Maesstraat was dus niet het enige en ook niet het eerste Heilig Hartbeeld in Waarloos. De zusters van de Sint-Michielsschool hadden al acht jaar eerder een Heilig Hartbeeld. Toen de Sint-Michielsschool in 1929 vijftig jaar bestond hadden ze dat van de gemeente cadeau gekregen. Het werd veilig binnen de muren van de school geplaatst zodat het kon waken over de zustergemeenschap en de leerlingen. En ook over de juffrouwen, vermits er in datzelfde jaar voor het eerst een lekenonderwijzeres werd aangesteld.
Het prachtige, maar gehavende beeld in de Sint-Michaëlkerk. (Foto: I. Van Weert)
Leden van de boerinnenbond met pastoor Smets poseren voor het beeld op de speelplaats. Op de achtergrond: daken van enkele huizen op de Grote Steenweg in Waarloos, waar nu de tattooshop is. (Foto: R. Vingerhoets)
KONTICH KAZERNE – ONZE-LIEVE-VROUW-ONBEVLEKT-ONTVANGEN
In de kerk van Kontich-Kazerne vind je vooraan in de linkernis een beeld van Jezus met het Heilig Hart. (foto, zie verder in dit artikel) En wie zijn neus tegen de tralies van de deur van de grote boskapel in het Kapellekesbos duwt, kan daar in het halfdonker ook een Heilig Hartbeeld ontwaren. Van het beeld dat op de straathoek Liersebaan/Mortelstuk staat en waaraan het artikel in vorige Reineringen was gewijd, kennen jullie ondertussen al het hele verhaal!
KONTICH – SINT-RITA
De parochie van Sint-Rita had ooit een Heilig Hartbond voor mannen en vrouwen (meer over deze bonden in het volgende artikel). In de kerk is vandaag echter geen Heilig Hartbeeld te bespeuren. Misschien stond er wel een in de tuin van de paters? Dat heb ik niet kunnen achterhalen.
BUURDORP LINT
Ook buurdorp Lint kreeg in de tussenoorlogse periode zijn Christus-Koning met het Heilig Hartbeeld. Vanaf 1932, na de instelling van het feest van Christus-Koning door paus Pius XI, werd deze combinatie regelmatig gemaakt.
STIJLEN EN VORMEN
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
.4
De vormgeving van de Heilig Hartbeelden borduurde in het interbellum doorgaans verder op de klassieke, eind 19eof begin 20e-eeuwse stijlidiomen. In de meeste gevallen ging het om een standaarduitvoering van een staande Christus met bloedend hart en zegenende armen, geplaatst op een sokkel. Ze werden uitgevoerd in verschillende materialen, al dan niet voorzien van een verflaag. Vaak ook ging het om een kopie of afgietsel van een populair ontwerp van een Heilig Hartbeeld. Getuigen hiervan zijn het beeld in de Altenatuin, het oude beeld van Kontich-Kazerne (voordien kinderheil), dat van het Sint-Jozefinstituut en dat van de Sint-Michielsschool die allen identiek waren.
5
Het kinderheil, op de plaats waar nu het postgebouw is
Slechts in enkele gevallen werd het beeld in een eigentijdse stijl ontworpen, bijvoorbeeld in een strakkere, op art deco of modernisme geïnspireerde stijl. Eén van de voorbeelden hiervan is het Heilig Hartbeeld bij de Sint-Cordulakerk in Schoten, een ontwerp van Lode Vleeshouwers. Dit is dezelfde beeldhouwer die het beeld van Sint-Jozef, ingemetseld in de zijmuur van de boekerij in KontichKazerne, maakte. Ook in de kerk van Kontich-Kazerne is een minder klassiek Heilig Hartbeeld aanwezig. Dit beeld komt – net als de meeste beelden in deze kerk – uit het Antwerpse atelier van Albert Poels, die ook de maker is van o.a.
Het beeld in Schoten naar ontwerp van Lode Vleeshouwers. (Foto: internet)
Onderkant van het ingemetselde beeld aan de boekerij van Kontich-Kazerne (Foto: I. Van Weert)
Het beeld in de kerk van Kontich-Kazerne (Foto: I. Van Weert)
Lange Wapper aan het Steen in Antwerpen. Ook het beeld dat in 1919 voor onze Kontichse Sint-Martinuskerk werd geplaatst kan allerminst een traditioneel Heilig Hartbeeld worden genoemd. Volgens Het Handelsblad had beeldhouwer Edward Deckers (1873-1956) uit Antwerpen het volgende uitgebeeld: ‘Puinen van een in elkaar gezakte tempel met Israëlitische, half uitgewiste zinnebeelden dragen het beeld van den Godmensch, de gedrapeerd in de ruime Oostersche mantel, deze volgens het landgebruik over het hoofd heeft getrokken tot beschutting tegen de zonnehitte …’ Het gebeurde ook dat de beeldhouwer de opdracht kreeg om verder te gaan dan de standaardvormgeving. De Jezusfiguur werd dan een deel van een enscenering,
.4
13
6
en
ng
eri
in Re
Op de sokkel lezen we de naam Edw bevolking/ van/ Contich” en “H. Hart/ (Foto: Del
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
vaak verwijzend naar de oorlog. Christus wordt bijvoorbeeld al troostend of zegenend tussen een groep soldaten of rouwenden geplaatst.
HEILIGENBEELDENATELIERS
Omdat de vraag naar heiligenbeelden in die tijd zo groot was hadden beeldhouwers en kunstenaars geen gebrek aan opdrachten en draaiden de kunstateliers op volle toeren. Spotlichten aan om twee van de bekendste heiligenbeeldenateliers die ons land rijk was te belichten.
HET ATELIER BRESSERS-BLANCHARD
Eén van de beste, grootste en bekendste ateliers van de neogotiek op het einde van de 19e eeuw was het atelier BressersBlanchard in Gent. Dat atelier werkte vaak in opdracht of in navolging van baron Jean-Baptiste Bethune (Marke, 1821-1894) die een leidinggevende figuur in de neogotiek was. Dat atelier was gespecialiseerd in het ontwerpen
.4
Enkele ateliermedewerkers nemen een pose aan voor een foto. (Foto: internet)
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
dw. Deckers en de tekst: 1918/ de/ t/ van/ Jezus/ ons/ toekome/ uw rijk”. elcampe)
7
en vervaardigen van kerkinterieurs en -meubilair, monumentale schilderingen, beeldhouwwerk en liturgische voorwerpen. Het is hoogstwaarschijnlijk in dit atelier dat het Heilig Hartbeeld uit de tuin van het kinderheil, (dat later in Kontich-Kazerne kwam te staan), dat uit de tuin van de Altenakapel, dat van het Sint-Jozefinstituut en dat van de Sint-Michielsschool werden vervaardigd. Ditzelfde kunstenaarsatelier realiseerde ook de muurschilderingen in de Altenakapel en in de Sint-Michaëlkerk van Waarloos. De muurschilderingen in de kerk van Waarloos werden tijdens restauratiewerken overschilderd. Ook waren er beelden, meubilair en interieurstukken van hun hand. Vakmanschap van de bovenste plank! Dit familiebedrijf heeft vanaf 1860 welgeteld honderd jaar bestaan. Adrien Hubert Bressers (kerkschilder) en zijn beide schoonbroers Leopold (beeldhouwer) en Leonard (kunstschrijnwerker) Blanchaert waren er de stichters van. Léon, de zoon van Adrien Bressers stapte in de voetsporen van zijn vader en later zette diens zoon Adrien Frans Bressers, die zelf architect was, het atelier verder.
HET ATELIER HAENECOUR
Toen het oude (tweedehands)beeld van Kontich-Kazerne in verval was geraakt bestelde pater Jef Van Kerckhoven een nieuw beeld bij dit atelier. Het was gevestigd in Brussel en was een van de grootste en bekendste Belgische ambachtelijke ateliers waar heiligenbeelden werden gemaakt. Emik Haenecour stichtte het atelier in 1894. Hij was schilder en restaurateur. In zijn atelier werden nieuwe fabricatie- en moulagetechnieken (=mallen) ontwikkeld die nu nog altijd worden toegepast. In 2005 start Atelier Haenecour een samenwerking met de firma BEL-ART S.A. Ze namen hun intrek in een splinternieuw atelier in Eigenbrakel. In 2010 sloeg het noodlot toe en werd ei zo na het volledige patrimonium (meer dan 100 jaar oude rijkdom) door een brand verwoest. Een jaar later slaagde de firma er al in een gedeelte van dit rijke patrimonium weer op te bouwen door mallen te laten produceren van de beelden die ze nog in hun bezit hadden. Tot op de dag van vandaag wordt de fabricatie van heiligenbeelden volgens de aloude traditie en in de geest van de stichter Emik Haenecour verdergezet. Allicht op een lager pitje vermits de gloriedagen van de heiligenbeelden al enige tijd voorbij zijn.
EEN BEELD MET VELE DUBBELGANGERS Net als in het atelier van Haenecour werkte men in het atelier Bressers-Blanchaerd ook regelmatig met mallen zodat eenzelfde beeld in veelvoud kon worden geproduceerd. Op de foto poseert een werknemer van het atelier bij zo’n beeld. Omdat dit Heilig Hartbeeld identiek is aan het oude beeld van Kontich-Kazerne (voordien van het kinderheil), dat van het grasperk voor de Altenakapel, dat van het Sint-Jozefinstituut en het beeld dat de Zusters van Vorselaar in Reclameflyer en enkele foto’s op de internetsite van Heanecour Waarloos van de gemeente cadeau kregen doet (foto: internet) dit vermoeden dat ze allemaal afkomstig waren uit het atelier Bressers-Blanchard. Her en der in Vlaanderen zijn er nog verschillende van zijn dubbelgangers verspreid waaruit kan worden afgeleid dat dit beeld op grote schaal werd geproduceerd. Met enig speurwerk op het internet en met de hulp van het toeval tijdens fietstochten kon ik er een aardig aantal lokaliseren. Aan de voet van dit beeld werden de passiewerktuigen (“Arma Christi” = wapenen van Christus) afgebeeld: hamer, gesels, spijkers, doornenkroon. Deze symboliseren het leed dat Jezus heeft moeten doorstaan om de mensheid van het kwade te verlossen. De voet die onder de mantel uitsteekt symboliseert dat Jezus naar ons toekomt.
en
ng
eri
in Re .4
13
8
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
DE HEILIG HARTVERERING: OORSPRONG, BETEKENIS, BONDEN, …
De voet van het populaire Heilig Hartbeeld. (Foto: I. Van Weert)
De aanwezigheid van zoveel Heilig Hartbeelden in het straatbeeld en in de kerken bewijst dat deze cultus ooit een heel prominente plaats innam in het leven van de katholieke gemeenschap. Maar waar vond deze wijdverspreide verering zijn oorsprong? Hoe leefde dit bij de gelovigen en hoe evolueerde dit in de loop van de tijd? In het volgende nummer en meteen het laatste deel van deze reeks over het Heilig Hart zal ik dit met plezier voor jullie uit de doeken doen. Afspraak in het volgende nummer! Ilse Van Weert
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
.4
Bronnen: Internet, “In de stroom van de tijd, (4)50 jaar bisdom Antwerpen” uitgave van Het Davidsfonds, “Jubileumboek Sint-Jozefinstituut Kontich”, eerdere artikels uit “Kontich vroeger en nu” en “Reineringen”, “De geschiedenis van Waarloos” door R. Van Passen.
9
MUZIEK IN EN ROND DE SINT-RITAKERK TE KONTICH
I
n reineringen (jg. 11/3,4 en jg. 12/1) doorploegden we het archief van het Sint-Martinuskoor, actief in onze centrumkerk. Er viel echter nog veel meer koormuziek te beluisteren in Kontich. In de Sint-Ritawijk klonken zowel in het college als in de parochiekerk jongens-, meisjes- en volwassen stemmen. In twee afleveringen blikken we terug op Spelewei in het Sint-Ritacollege, De Meiklokjes, tweemaal herdoopt in Krearimeko en Zeil en het SintRitaparochiekoor, vanaf 1987 gefusioneerd met het Ceciliakoor in Waarloos tot 1997 en daarna terug naar eigen kerk.
Deel I JEUGDGROEP SPELEWEI IN HET SINT-RITACOLLEGE
Pedagogische visie op een koor dat beweegt en zichzelf begeleidt… In het Sint-Ritacollege werd al van bij zijn oprichting in 1936 een koortje gevormd om de liturgische plechtigheden in de bijhorende kerk tijdens het schooljaar op te luisteren. In 1963 kwam Roger De Jonge als jonge augustijn in het college lesgeven. Hij stelde veel belang in jeugdcreativiteit en -zang en had ook cursussen moderne muziekpedagogie gevolgd. Hij nam daarnaast dit koortje onder zijn hoede en bracht er weldra enige fundamentele veranderingen in aan. Letterlijk zei hij: “We wilden de activiteit op zang gebaseerd behouden, maar bovendien een begeleiding toevoegen”. Zo werd de Orffgroep gevormd, die stilaan over een volledig gamma instrumenten kon beschikken, van triangel tot pauken toe! Voordien luisterden ze al een hele rij ouderavonden in het college op met Vlaamse liederen. Hij trachtte echter de jongeren deze liederen ook te laten beleven. Stijf op een rijtje een volksliedje zingen vond De Jonge gewoon krankzinnig. “Volksliederen zijn uit het leven zelf ontstaan en dit maakt het boeiende en aantrekkelijke ervan uit”. De Jongh liet de koorleden vijftig jaar geleden al bewegen op een podium, iets wat vandaag in het Vlaamse koorleven bijna vanzelfsprekend is geworden. Deze ‘Jeugdgroep Spelewei’ telde op zijn hoogtepunt ca. 60 jongens tussen 10 en 16 jaar die hun vrije tijd besteedden aan zingen, bewegen en musiceren. Ze hielden van een degelijke ontspanning en getroostten zich dan ook de inspanning om een groot aantal oude en hedendaagse volksliederen in te studeren en om de schoonheid ervan met hun publiek te delen. Sint-Ritacollege richtte toen middelbaar onderwijs voor jongens in met voorafgaand hieraan ook lager onderwijs, zij het enkel een derde graad. Het was een internaat in die periode, met ook een beperkt aantal leerlingen-externen. Roger De Jonge hield hiermee Kontichse Speleweijongens terdege rekening. De studie kwam op de eerste plaats, dus werd enkel opgetreden op de vooravond van een vrije dag, zeker niet tijdens de herhalings- of examenperiode. Repeteren met internen kon ’s avonds, met externen enkel vroeger, dikwijls direct na de lesuren. Jongens krijgen ook vandaag nog de ‘breuk’ in hun stem zo rond 14-15 jaar, ze konden dan ook nooit lang solistisch optreden en verhuisden dan naar de Orffgroep of figureerden als bewegend acteur. Koorzang vereist wel regelmatig oefening, het muzikaal gehoor werd daarnaast ontwikkeld met blokfluitspel en melodie en ritme kwamen aan bod bij het bespelen van een Orffinstrument. Belangrijke bewegingsrollen dienden door verschillende jongeren parallel ingestudeerd, zo was een vervanger bij ziekte snel gevonden. De muziekbeoefening van Jeugdgroep Spelewei in de instrumentengroep geschiedde volgens de Orffmethode. Deze methode leert jongeren met een minimum aan vaardigheid een instrument bespelen. Ze remt de muzikale beweeglijkheid van jongeren niet af. Als instrumenten behoren hiertoe klokkenspelen, xylofonen, metallofonen en slagwerk. Buiten deze specifieke Orffinstrumenten gaat de aandacht ook naar de blokfluit, jeugdinstrument bij uitstek. Het repertorium van de zanggroep omvatte volksliederen in verschillen talen. Synthese van koor, gekostumeerde, bewegende zangers, Orfforkest in een zangspel Door zijn “Zangspelen’ was Jeugdgroep Spelewei enig in zijn genre, zeker in België misschien wel in Europa. De Jonge en zijn Spelewei wisten een reeks liederen op een creatieve wijze samen te brengen tot één geheel: een echt ZANG-SPEL, begeleid met Orffinstrumenten en in een kleurrijke kostumering, aangemaakt door een groep betrokken ouders. Voor bindteksten en spelactie kon hij een beroep doen op oudere leerlingen. Onder de kundige leiding van Roger De Jonge en ondersteund door een schare vrijwilligers slaagde hij er telkens in
en
ng
eri
in Re .4
13
10
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
.4
ng
en
13
met zijn grote Jeugdgroep Spelewei honderden aanwezigen te boeien. Het leverde zijn jeugdgroep heel wat lauweren op, denken we maar aan: 1968 Nationaal koortreffen te Deurne 1968 Eerste prijs op het Europees Muziekfestival Neerpelt. 1969 Provinciaal Zangtornooi te Antwerpen met gelukwensen van de jury 1970 Eerste prijs op het Europees Muziekfestival Neerpelt Zangspelen tijdens diverse Kontichse cultuurweken en te lande … Op de culturele weken van Kontich (vanaf 1968) trad Spelewei voor het eerst naar buiten ‘en plein public’ met het zangspel ‘Dat is gezelschap’, een Breugheliaans zangspel, bestaande uit boerenliederen en met jongens in kleurige Breughelpakjes. Daarna kwam ‘Rij maar an’, een Zuid-Afrikaans zangspel (1969), op 14 november in aanwezigheid van de eerste secretaris van de ZuidAfrikaanse ambassade, van Willem De Meyer, Armand Preud’homme en René Moerenhout, directeur van het Brussels Atomium en intussen peter geworden van de Voorpagina van een flyer jeugdgroep Spelewei. Voor ‘Water, wind en wolken’ kon Roger De Jonge een beroep doen op zijn vriend Jos Wuytack die de muzikale bewerkingen voor zijn rekening nam. Officiële ingebruikname van ‘De oude Rompe’ Rompelei te Kontich Deze boerderij werd tijdens het interbellum opgericht en kwam vrij bij het overlijden van landbouwer Cautreels. De aanleg van de expresweg N171 op de oude bedding van de spoorlijn Oude God-Edegem-Kontich-DorpReet-Boom (1969) maakte het immers onmogelijk om de landerijen en weilanden van dit landbouwbedrijf aan de overzijde van het afgebroken spoor nog vlot te bereiken. De paters augustijnen die met hun voetbalvelden paalden aan het eigendom, namen daarop de boerderij in huur. De hoeve werd nadien opgefrist als een minicultuurcentrum met een oefen- en concertruimte in de Musicus, toondichter Jos Wuytack voormalige stal en een gezellige praathoek in de gewezen schuur- en opslagruimte. Op 15 december 1972 werd de hoeve officieel in gebruik genomen in aanwezigheid van een select gezelschap. Roger De Jonge, bezieler en dirigent van koor en Orfforkest nam in het voormalige woongedeelte zijn intrek. Voorzitter Leo Van Gils en burgemeester Verhaert verwezen in hun welkomstwoord naar de mogelijkheid om er een volwaardig cultuurcentrum van te maken. Pater Gustaaf Nagels, rector van het college, vermeldde De oude Rompe (pentekening Joris Olyslaegers) trots dat de 32 overblijvende leden van koor en orkest bij het einde van het schooljaar konden worden aangevuld met 32 nieuwkomers, en verwees naar de soms bovenmenselijke inspanning die van Roger De Jonge werd verwacht om de helft van de jeugdgemeenschap opnieuw in het muzikaal gebeuren in te schakelen. Eerste kamerconcert in januari 1973 Vijf studenten van het Lemmensinstituut en een laureaat van het Antwerpse conservatorium vormden een kwintet bestaande uit fluit, hobo, viool, gamba en klavecimbel en voerden barokwerken uit van Telemann, Galuppi, Couperin en Händel
11
Spelend door Vlaanderen en Europa We vonden ook nog sporen van een dans-, en instrumentenspel en zanguitvoering met eigen kleding- en decorontwerp, gepresenteerd door Greta Gruwet (Oscar De Gruyterprijs 1972), uiteraard onder leiding van Roger De Jonge. In 1973 worden optredens vermeld in Nederland en Duitsland: Duisburg en Hamburg Helaas werd in die periode koorleider Roger De Jonge door zijn ordeoverste met een andere opdracht in Gent belast en kon er geen gepaste koordirigent blijvend worden gevonden, zodat dit koor zijn activiteiten diende te staken. Zo bleef ‘de Rompe’ leegstaan terwijl het muzikale leven door een gelukkig toeval nog even kon blijven doorgaan dankzij Kontichnaren-bestuursleden van Spelewei. Zingende meisjes, parallel naast de jongens van het college Zo was vanaf 1967 een parochiaal meisjeskoor ‘De Meiklokjes’ in de Sint-Ritaparochie opgericht door Wilfried Wouters en ondersteund door augustijn-pastoor Donders. De leegstaande ‘De Rompe’ kon als repetitielokaal in gebruik worden genomen. De ‘Meiklokjes’ werden actief als liturgie-ondersteuner in Sint-Rita, maar zongen ook volksliedjes, vooral tijdens de bekende Kontichse cultuurweken. Toen een aantal van deze meisjes ook gitaar begonnen te spelen en het koor een oude contrabas mocht verwerven, geschonken door de Koninklijke Harmonie Vrede en Vermaak, ontstond een heus begeleidingscombo met gitaren en dwarsfluit. De koorjongeren schreven ook zelf nieuwe liedteksten. Een nieuwe naam ‘Krearimeko’ gaf van toen af de werking beter aan. Laatste tekenen van leven van een erg actief oudercomité van SPELEWEI . De afspraak tussen Spelewei en het Duitse Duisburger Kinderchor, (waarschijnlijk gemaakt tijdens contacten op het Europees koorfestival te Neerpelt) om een heuse uitwisseling te organiseren zou er dan toch komen dankzij datzelfde Krearimeko, hierbij geholpen door Jos Brion en Jos Driessens. Het Duisburger Kinderchor kon zo optreden in de Antwerpse Sint-Pauluskerk, in de zaal van het Sint-Ritacollege, tijdens een matinee in de Arenbergschouwburg en in de zaal van het Sint-Jozefinstuut. Ook bezochten zij toen in de namiddag voor hun vertrek het heemkundemuseum, in die tijd op de zolders van de gemeentelijke jongensschool in de Molenstraat. Kringlid Jos Brion, gemeenteambtenaar, best gekend op de dienst bevolking te Kontich en Jos Driessens, een Belgisch legerofficier met relaties bij de Belgische troepen in West-Duitsland, bezorgden datzelfde Krearimeko nog een belangrijk optreden in de dom van Aken. Daar luisterden ze op 21 juli 1975 de Belgische nationale feestdag op voor de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. Ze voerden er het meerstemmige Te Deum van Singenberger uit met, tussen de misdelen in, klassieke muziek van Bach, Mozart en Händel. Voor die tijd onbekend bij mij, als organist: in de ronde dom stond naast het orgel op het doksaal een tv-scherm. Zo kon ik via de camera onder mijn voeten de misviering, in een strak militair tijdsprotocol uitgeschreven, opvolgen. Zo viel het doek over dit prachtig muzikaal initiatief voor jongeren. Over De Meiklokjes (Krearimeko, Zeil) en andere muzikale exploten in de Sint-Ritaparochie willen we in deel II nog meer vertellen. Paul Wyckmans
.4
13
12
en
ng
eri
in Re
Augustijn-pater Roger De Jonge
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
HOE RAAR EEN DUBBELTJE ROLLEN KAN
O
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
Frank Hellemans
.4
ns dorp is vis noch vlees. Het behoort niet tot de Kempen, noch tot Scheldeland of Rupelstreek. Sinds 2008 werd Kontich “toeristisch” bij Regionaal Landschap Rivierenland gevoegd, meer bepaald in subregio “Zuidrand” (die weliswaar in het noorden van dit cluster is gelegen …). Toch heeft ons dorp aloude adelbrieven tot in de tijd van Kelten, Romeinen en Franken. Het was zelfs een belangrijk centrum tussen Nete, Rupel en Schelde, misschien wel het belangrijkste. Maar onze gemeente miste “uitstraling”. Vooral op toeristisch vlak. Daar wou onze Cultuurraad iets aan doen, en er werd een werkgroep Toerisme opgericht. En hoe krijg je een meer aantrekkelijk gezicht? Door troeven uit te spelen. Bijvoorbeeld een streekproduct, een plaatselijke specialiteit. Zoals het Lierse vlaaike, de Mechelse Gouden Carolus en de filet d’Anvers. En toen werd er gekeken in de richting van de afgevaardigde van de heemkundige kring. Ik herinnerde me dat mijn moeder altijd zei dat specfour iets typisch van Kontich was. Volgens haar was die uitgevonden door Jos De Backer, begin vorige eeuw. Een avontuurlijk man in de plaatselijke middenstand, die er niet voor terugdeinsde te investeren in een grotere bakkerij met alles erop en eraan om zijn succeskoek massaal te produceren. En uit te voeren over de regio en liefst ook over heel Vlaanderen. Maar hij scheurde er zijn broek aan zodat hij bij mijn grootvader moest komen werken – die trouwens ook bakker was – om zijn schulden af te betalen. Jean De Wachter van Vakantiegenoegens was meteen enthousiast. De volgende bijeenkomst kwam hij er dan ook op terug. Toen was ook onze conservator Guido Theys van de partij, en die sprong meteen mee op die kar. En zo ging de bal aan het rollen. Met de hulp van het CVO (Centrum Volwassenenonderwijs) van de Provincie Antwerpen. Samen met enkele echt Kontichse bakkers werd het project tot het schitterende resultaat gebracht, dat we allemaal kennen. Nu ben ik zelf niet zo’n liefhebber van zoetigheden, en mijn consumptie van specfour is dan ook aan de bescheiden kant. Maar zo af en toe smaakt een sneetje me wel, en zoals de madeleine bij Proust is het voor mij ook een symbool van de herinnering. Een weemoedig herbeleven van een tijd die eenvoudiger en zorgelozer was. Van een jeugd die allang voorbij is … Toch stel ik me de vraag of dit product nu wel typisch Kontichs is. In oude receptenboeken komt het ook voor, vooral dan gevuld met amandelspijs. Die was wel veel duurder. Bovendien waren kokosnoten in Antwerpen massaal verkrijgbaar, en was kokosspijs hier dus goedkoop. Dankzij de Kongoboten in de Antwerpse haven natuurlijk. Onze ambachtelijke bakkers hebben er nochtans iets op gevonden om nu de smaak op een hoger niveau te tillen: ze mengen er wat amaretto onder, een Italiaanse likeur op basis van … amandelen! Nu doet bakker Ivan Grijp van bakkerij Sint-Rita daar nog een schepje bovenop. Hij heeft een gin laten ontwikkelen: “We wilden geen mengelmoes aan te veel smaken waar de ene de andere verdoezelt. Nee, we wilden gaan voor ‘to the point’, een gin waar de smaken goed doorkomen en die een link hebben met de bakkerij. Na vele testcases en een goede samenwerking met de stoker zijn we tot een verbluffend eindresultaat gekomen”, zegt hij in de Gazet van Antwerpen. “De gin bevat bittere amandel en kaneel. Het zijn smaken die ook in onze specfour terugkomen. Bij een eerste slok proef je de amandel, daarna komt de kaneel erdoor. Door deze bijzondere smaken laat de gin zich ook goed puur drinken. Het loopt zoet binnen”, legt Ivan uit. De signature gin van bakkerij Sint-Rita werd ‘Onze gin 95’ gedoopt. Of hij is geslaagd, moet je maar eens zelf uitproberen. Het proefpanel van onze heemkundige kring was alvast overwegend positief. Alleszins een origineel cadeautje voor de feestdagen. Met of zonder stukje specfour erbij. Hadden we twintig jaar geleden niet aan “onze” specfour gedacht, dan was die gin er ook niet gekomen. De populaire en goedkope (althans in de warenhuizen en op de markt) gevulde speculaas is honderd jaar later een iets meer elitair en vrij duur gebak geworden, met de gin als exclusief bijproduct. Zo zie je maar hoe wonderlijk een dubbeltje rollen kan! (Verkrijgbaar in bakkerij Sint-Rita en bakkerij Mijlemans in Kontich-Kazerne)
13
HERDENKING 11 NOVEMBER 2022 Pieter Serrien, Het elfde uur
De jaarlijkse herdenking van 11 november draagt altijd een sterke stempel van onze heemkundige kring. Dat gebeurde ook in 2022. Op uitnodiging van onze kring en de gemeentelijke erfgoedraad begon de herdenking – ook al naar jaarlijkse gewoonte op de vooravond – met een lezing van Pieter Serrien, Hij is een oud-Kontichnaar en geeft geschiedenis in het SintRitacollege waar hij zelf heeft schoolgelopen. De 37-jarige historicus begon ooit met het baanbrekende Tranen over Mortsel, waarbij aan de hand van interviews met overlevenden het bombardement wist te reconstrueren. Een mooi staaltje van orale geschiedenis. Op dit ogenblik gooit hij hoge ogen met zijn negende boek dat deze keer niet over een van de twee wereldoorlogen gaat. In opstand, zijn volumineus boek over de geuzen is ondertussen al aan de tweede druk. Op de vooravond van 11 november bracht hij echter de lezing Het elfde uur, waarin hij als een bevlogen spreker de laatste vierentwintig uur voor de wapenstilstand met heel veel verve haast aanschouwelijk opvoerde. Het talrijke publiek wist dit te appreciëren, maar leerde meteen ook hoe gruwelijk en moorddadig die laatste dag van de Eerste Wereldoorlog nog is geweest.
Herdenking Gemeentepark
Op de dag van wapenstilstand zelf begon de herdenking traditioneel met een mis en klokkengelui. Naast de traditionele tussenkomst van de burgemeester, praatte ondergetekende de herdenking aan elkaar. Dit was meteen zijn inleiding, met een stukje Engels voor de aanwezige delegatie van Oekraïense vluchtelingen. Dames en heren Vorig jaar vochten we nog tegen een onzichtbare vijand. We zaten volop in Covidmodus. Niet dat die vijand nu weg is, maar de wereld is sindsdien nog meer ingrijpend veranderd. En deze keer is de vijand wel degelijk herkenbaar en duidelijk. Hij lijkt ver weg, maar toch is hij verbazend dichtbij. We hadden het niet onmiddellijk zien aankomen, maar plots is er weer oorlog op ons continent. Een oorlog die niets of niemand ontziet. En waarbij nog maar eens is gebleken dat een dictator in staat is om dood en vernieling te zaaien in honderden dorpen en bij honderdduizenden mensen. De dagelijkse tv-beelden zijn een wake-upcall voor iedereen die vindt dat vrede vanzelfsprekend is. Die vrede waar we nu al 77 jaar volop kunnen van genieten. I do especially want to welcome the Ukrainian people here present and representing a country at war. We are glad that they have come to commemorate the peace we have enjoyed for over 75 years, while they long for peace in their own motherland, notwithstanding going through every possible hardship of violence, distance and manslaughter. Het zou een quizvraag kunnen zijn: hoe ver is Oekraïne van Kontich verwijderd? Wel dat is ongeveer dezelfde afstand als naar Barcelona … Zo veraf en zo dichtbij is die oorlog. Maar laten we alsjeblief niet vergeten dat de oorlog in Oekraïne niet de enige oorlog is die op dit ogenblik in de wereld aan de gang is. Oorlogsgeweld en conflicten woeden op dit ogenblik in de volgende landen: Afghanistan, Congo, Ethiopië, Jemen, Myanmar, Niger, Soedan, Somalië, Syrië en Zuid-Soedan. Ook daar vallen dagelijks slachtoffers van geweld. En de vrees bestaat dat de lords of war net van die mindere aandacht gebruikmaken om nog harder toe te slaan. En door de oorlog in Oekraïne dreigt in Afrika ook hongersnood. We kunnen alleen maar hopen dat hij snel voorbij is. En dat we terug kunnen overgaan naar een tijd van vrede, waar er plaats is voor overleg, voor redelijkheid en voor nuance. En waar er vrijheid is voor iedereen. En daarom zijn we hier om die mensen te herdenken die voor onze vrijheid hebben gevochten en er hun kostbaarste bezit voor hebben gegeven. Hun leven. In de beide oorlogen, meer dan 100 jaar geleden en meer dan 75 jaar geleden. Het lijkt banaal, zo banaal dat we er haast achteloos aan voorbijgaan. Vrijheid, dat kostbare goed dat ook nog op vele andere plaatsen met de voeten wordt getreden. Voor al die slachtoffers lees ik nu de vertaling van het lied Baraye van de Iraanse muzikant Sjervin Hajipour
en
ng
eri
in Re .4
13
14
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Om te dansen in de straten Om de angst voor een kus Om mijn zus, jouw zus, onze zussen Om rottende hersens te veranderen Om schaamte voor geldgebrek Om te verlangen naar een gewoon leven Om het vuilnisjongetje en zijn dromen Om de verplichte economie Om de vervuilde lucht Om de straten in Teheran en haar versleten bomen Om onze vernietigde dorpen Om onze honden, onschuldig maar verboden Om onze eindeloze tranen Om het verlangen deze momenten te herhalen Om een lachend gezicht Om onze studenten Om onze toekomst Om dit verplichte paradijs waarin we leven Om de gevangen elites Om de Afghaanse kinderen Om al deze “oms” die nooit ophouden Om al deze lege slogans Om de huizen die instorten als kaartenhuisjes Om het gevoel van vrede en rust Om de zonsopgang na een lange nacht Om Lorazepam en melatonine Om stress en slapeloosheid Om onze mannen, vaderland en ontwikkeling Om het meisje dat een jongetje zou willen zijn Om vrouwen, leven en vrijheid Om vrijheid Om vrijheid Om vrijheid Wij kunnen alleen maar hopen dat die vrede ook voor ieder van ons mag blijven duren om recht te doen aan de mannen en vrouwen die die vrede voor ons hebben bewerkstelligd. Peace, here and there and simply everywhere. Na de naamafroeping, De Vlaamse Leeuw en de Brabançonne ging de herdenking verder op het kerkhof.
Herdenking Doodenhof
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
.4
Ondergetekende nam hier opnieuw het woord. We staan hier bij de graven van mensen die uiteindelijk ook hun leven in de strijd hebben gegooid om te vechten voor de vrede waar we nu met zijn allen van genieten. In twee oorlogen die zware offers hebben geëist. Van de opgeroepen jeugd, maar ook van de burgerbevolking. En neen, oorlogen kennen geen overwinnaars. Iedereen verliest. Je waardigheid, je moreel kompas, of à la limite zelfs je leven. Neen, er is niets moois aan oorlog. Na deze korte inleiding gaf hij het woord aan kringlid Frank Hellemans. We staan hier nu bij de soldaten die gedurende twee wereldoorlogen stomweg plots uit ons midden werden weggerukt. Uit ons dorp, zowel dat van 80 jaar als dat van meer dan 100 jaar geleden. Uit Kontich, waar het nog relatief rustig en comfortabel leven was. Waar echter een aantal jonge mannen ontbraken omdat ze ons, hun familie en nakomelingen, wilden verdedigen tegen onrechtmatige indringers. Gelukkig mochten onze soldaten rekenen op de steun van bevriende naties. En niet het minst op de hulp van de Britten. Die stuurden een massa manschappen naar het front in de Westhoek en naar Frankrijk, ze kenden dan ook in verhouding de meeste slachtoffers.
15
Één van hen was Wilfred Owen, een dichter. Samen keerden ze zich van langsom meer tegen de sociale druk die de high society de Britse jongeren oplegde, verwijzend naar de spreuk van de Romeinse dichter Horatius Dulce et decorum est pro patria mori: ‘t Is zoet en eervol te sterven voor het vaderland. Owen schreef er met bijtende spot een gedicht over, dat Paul vorig jaar heeft voorgelezen. Vandaag hebben we gekozen voor de Anthem for Doomed Youth, de Lofzang op gedoemde jonge gasten, zoals Tom Lanoye zijn bewerking noemde. Ook hier grijpt zijn realistische – om niet te zeggen cynische – formulering naar de keel. Op deze manier wilde hij zijn jeugdige landgenoten waarschuwen tegen de oorlog, en tegen de gruwel en het geweld die ze als soldaten aan den lijve moesten ondervinden. In 1917 liep hij de zogenaamde shellshock op, die afschuwelijke vorm van posttraumatische stress waardoor ook veel van onze soldaten in de loopgraven werden getroffen. Toch wilde hij na zijn revalidatie terugkeren naar het front, omdat hij vond dat zijn gedichten alleen geloofwaardig konden klinken als hij uit eigen ervaring sprak. Uiteindelijk is ook hij gesneuveld, amper één week vóór Wapenstilstand. Hij werd niet ouder dan 25…
Lofzang op gedoemde jonge gasten Welk klokgelui betaamt voor wie vergaan als dieren? Alleen het monsterlijke woeden van mortieren. Of neen, alleen de ratel van een mitraillette – Geen mens raffelt zo schoon een laatste schietgebed. Voor hen geen bel of toeters, krans of kerkhofblom. Geen treurmuziek – tenzij stampij van die orkesten Die slechts bestaan uit slagwerk van kartets en bom En bugels, jankend over droevige gewesten. Waar brandt hun kaars? De vlam die hun ten afscheid heet? Niet in de hand van jonge broertjes. In hun ógen Laat nooit het vuur dat hen gedenken zal zich doven. De bleekheid van verloofdes dient hun lijk tot kleed. Eén bloem: de tedere berusting der beminden. En elke schemering: het luiken van de blinden. In vorige jaren speelde Dirk Jamin op doedelzak, wat telkens weer een speciaal cachet aan deze herdenking gaf. Wegens een schouderoperatie moest Dirk voor dit jaar verstek geven, maar hij werd afgelost door enkele leerlingen van de muziekacademie die op hoorn speelden.
Slachtoffers Mortsel
.4
13
16
en
ng
eri
in Re
Tot slot werden ook de slachtoffers van het bombardement in Mortsel in herinnering gebracht. Ondergetekende zorgde voor de tekst. Ook nu eren we de Kontichse slachtoffers van de verschrikkelijk ramp van het bombardement op Mortsel op 5 april 1943. Door slachtoffers bij naam te noemen willen we die mensen weer even in herinnering brengen opdat ze niet zouden worden vergeten. We doen dat deze keer bij name met Marie Bal (64 jaar) en Alexander Vereycken (67 jaar). Het echtpaar Marie en Alexander woonde in de Magdalenastraat 39. De vijfde april was een maandag. Een dag zoals een andere in oorlogstijd. Samen in de bus om terug naar Kontich te rijden. We weten niet waarom ze in Mortsel waren. Deden ze boodschappen, hadden ze vrienden bezocht of kwamen ze terug uit Antwerpen? Neen, we weten het niet. Wel, dat ze beiden op het Gemeenteplein in Mortsel zijn gestorven. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Ik heb gezocht naar bijkomende informatie, maar weinig gevonden. Tenzij door de getuigenissen van Edith en Valentina Thys. Edith schrijft: Lieve overgrootvader en -moeder, ik heb u nooit gekend, maar door u ben ik hier. En Valentina schrijft: Lieve overgrootvader Sander, ik heb je nooit gekend maar door de verhalen en anekdotes verteld door mijn vader heb ik het gevoel je toch een beetje te kennen. Je was schoenmaker, maar jullie hadden ook een café in Kontich. Je was graag onder de mensen. Door de verhalen en foto’s heb ik fijne herinneringen aan jou, een gezellige, aangename man. Lieve overgrootmoeder, ik heb nog steeds jouw broche die op je kleed gespeld was en waardoor jouw kleinzoon, m’n vader, jou heeft herkend bij de identificatie na het bombardement. Als ik aan jullie denk, dan krijg ik een warm gevoel, dan zie ik gezellige volkse mensen. Hoe wreed lijkt het, een broche die een teken van herkenning en tegelijkertijd van verbinding is en verder een mooi voorbeeld van mensen die zonder geschiedenis voor de buitenwereld op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren en zonder dit grafmonument in de nevelen der tijd zouden zijn verdwenen. Laten we door hen hier en nu te eren ook die andere onschuldige slachtoffers in herinneringen brengen en de hoop uitspreken dat dit nooit meer zal gebeuren. Neen, we zullen jullie nooit vergeten. Marie en Sander niet. En ook de andere 32 slachtoffers die hier begraven zijn. Daarom willen we jullie er tot slot nu al op wijzen dat het volgend jaar op 5 april precies tachtig jaar zal zijn dat in totaal 936 onschuldige mensen het leven lieten. Op die dag zullen we ook in Kontich hier op het kerkhof de slachtoffers eren. Hopelijk kun je er dan ook bij zijn. De herdenking werd besloten met een receptie in de lokalen van FC Kontich. Paul Catteeuw
SENIORENBEURS 2022
T
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
Erwin Van de Velde
.4
oen de oproep van de Vrijetijdsdienst bij de Kring om deel te nemen aan de Seniorenbeurs binnenviel, gaf dit aanleiding tot een geanimeerd debat. Een tweedaags evenement dat deels op een werkdag viel, met een beperkte voorbereidingstijd. Zouden we hieraan überhaupt wel deelnemen? Na evaluatie van de aangedragen argumenten werd het licht op groen gezet. Het doel van de Seniorenbeurs was immers om 55-plussers kennis te laten maken met de Kontichse seniorenverenigingen, zorgvoorzieningen, cultuurverenigingen en mogelijkheden tot vrijwilligerswerk. Daar kon de Kring zich wel in vinden. Het was een uitgelezen kans om, met een minimale voorbereidingstijd, zijn bekendheid te vergroten en – wie weet – nieuwe leden aan te trekken. Dus werd een tafeltje gereserveerd en werden de nodige afspraken gemaakt. Het kartonnen tentoonstellingspaneel bleek niet opgewassen om onze erfgoedplakkaten te blijven torsen. Maar geen nood, Chris Claes, Guido Pede, Paul Wyckmans en Frank Hellemans waren paraat om bij de passanten interesse te wekken voor het Kontichs erfgoed. Ruim twee dozijn verenigingen of diensten hebben aan de succesvolle aftrap van de Seniorenweek deelgenomen, waarvan er slechts één erfgoed onder de aandacht bracht, de Zuidrand niet te na gesproken. Een schare van enthousiaste bezoekers werden hartelijk, door het panel van de Kring, ontvangen van dan dienstbare uitleg geserveerd. Vragen zoals: waar is deze foto juist gesitueerd, konden prompt beantwoord worden, gelukkig maar. Op zaterdagnamiddag alleen al konden we een zestiental geïnteresseerden helpen met onze antwoorden.
17
WAS REINILDIS DE HEILIGSTE VAN ALLE BELGEN?
D
ankzij robert Van Passen (1923-2002) en zijn medewerkers op het gemeentehuis beschikken Kontich en Waarloos over twee van de uitgebreidste Toponymieën van België: registers van zoveel mogelijk plaatsnamen die waren terug te vinden op ons grondgebied. Daaruit zijn ook de respectieve geschiedenisboeken gegroeid. Nochtans was Van Passen geen historicus, maar een germanist, een taalkundige gespecialiseerd in Nederlands, Duits en Engels. En in zijn werk werd hij gesteund door andere germanisten. Veel van onze plaatsnamen hebben we inderdaad te danken aan de Franken en komen dus uit het Nederfrankisch, een Germaanse taal die de voorloper was van het Nederlands. Maar de Alfred Michiels Kelten, die Julius Caesar Belgae of Belgen noemde, woonden hier al langer, en die “Oude Belgen” spraken een taal die waarschijnlijk niets met onze (huidige) taalfamilie te maken heeft. Ook niet met het Latijn dat de Romeinen meebrachten toen ze onze regio inpalmden rond het begin van onze jaartelling. Wel beweert de Romeinse historicus Tacitus dat de Nerviërs er prat op gingen van Germaanse afkomst te zijn, en dat ze niets wilden te maken hebben met de “makke” Galliërs. Alfred Michiels (°1945) is een classicus, die naast Grieks en Latijn ook het oud-Keltisch beheerst. Helaas zijn er geen geschriften in die taal bewaard, maar toch kunnen heel wat woorden afgeleid worden uit de plaatsnamen van het gebied dat ze vroeger bewoonden. En kun je ook nog altijd vergelijken met bijvoorbeeld het oude en hedendaagse Gaelic (Ierland, Wales, Schotland, Bretagne, Man) en Bretoens (Frankrijk). Deze Keltische talen worden niet alleen soms nog gesproken, maar hebben ook al eeuwenlang geschreven bronnen. En in de wetenschap is een andere invalshoek altijd welkom. En die brengt Michiels met verve. Zo heeft hij al – naast de Keltische plaatsnamen van de Rupelstreek – de naam Antwerpen en de vroegste geschiedenis van de Antwerpenaars Abdij Lobbes (18e eeuw) uit de doeken gedaan (Andouerpis Antwerpen, 2012). In 2017 liet hij In naam van de maagd van Kontich – De Rupelstreek in de greep van de abdij van Lobbes 1088-1794 verschijnen. Daarin onderzoekt hij wat hij noemt “vier cruciale vragen”: 1. Komt de huidige naam Kontich van Condacum of van Contiacum of Contacum? 2. Is Condacum, de geboorteplaats van de H. Reinildis, het huidige Condé of het huidige Kontich, of zijn er nog bijkomende niet onderzochte mogelijkheden? 3. Berust de levensbeschrijving van de H. Reinildis op historische feiten of is het verhaal geheel of gedeeltelijk verzonnen? 4. Op welke grond verkreeg de abdij van Lobbes het Abdij van Lobbes patronaat (1088) en de volledige inkomsten (1149) van de parochie Kontich? Voor de antwoorden moet je de datum van dinsdag 7 februari 2023 in je agenda noteren. Dan organiseert de Gemeentelijke Erfgoedraad in samenwerking met de Koninklijke Kring voor Heemkunde een lezing in de Altenakapel. Om 20.00 uur komt de heer Michiels zijn boek voorstellen. Zijn lezing kadert in een avond over Toponymie waarop heem- en volkskundigen Paul Catteeuw en Frank Hellemans vertellen over oude toponiemen (of plaatsnamen) en over hoe de nieuwe ontstaan en … aan welke voorwaarden ze moeten voldoen. Het belooft een interactieve activiteit te worden! Uittreksel uit de toponymische kaart van Kontich met centraal de percelen waaraan ons tijdschrift zijn naam te danken heeft
.4
13
18
en
ng
eri
in Re
Frank Hellemans
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
WIE WAS REINILDIS VAN KONTICH?
T
Frank Hellemans
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
De Vita Renildis van Ludovic Hellemans
.4
wintig jaar geleden schreef ik voor Kontich Waarloos Hier en Nu een artikel over deze (vermeend) Kontichse heilige dat ik hier met de nodige aanpassingen oprakel. Dat ze aan Kontich wordt (werd) gelinkt, bewijst het fraaie beeld van Jozef Poels in de Sint-Martinuskerk, in 1952 uit citroenhout gesneden. Sinds 1912 is de parochiale vrouwengilde, en later ook de groep van de meisjesgidsen, naar haar genoemd. Dit zijn maar twee staaltjes van haar verering hier door de gelovigen van Kontich. Toch is het nooit een vaststaand feit geweest dat ze in Kontich zou zijn geboren. Het is dan ook heel, heel lang geleden dat ons onderwerp werd geboren: zowat midden in de 7e eeuw. In die tijd waren onze streken nog grotendeels “heidens”, zoals men dat placht te zeggen. Onze voorouders aanbaden Wodan, Donar en Freya, de goden die hun naam aan enkele van onze dagen hebben gegeven. Geloofspredikers waren echter flink hun best aan ’t doen om onze dorpelingen te “kerstenen”. De bekering tot het christendom gebeurde van bovenaan. Zoals we uit de geschiedenislessen onthouden hebben, gaf Clovis op het einde van de 5e eeuw het voorbeeld. Dan volgden de graven en grootgrondbezitters. Ook onze Reinilde was van hoge afkomst. Haar oom heette Pepijn van Landen en was de betovergrootvader van Karel de Grote. Haar moeder heet Amelberga en was ook al een heilige. Ze was getrouwd met Witger, die waarschijnlijk geen tijd had om heilige te worden, omdat hij nogal veel grond bezat en dus heel de tijd belastingen moest innen. Toch had hij wat geld over om Sint-Ursmaar, de abt van Lobbes, bij zijn missiewerk in Brabant te steunen. Later zou hij bij hem in het klooster treden, zijn vrouw in Maubeuge. Reinilde en haar zuster Goedele (nog een heilige!) zorgden voor de armen, ellendigen en zieken en ze wijdden zich toe aan de Heer, zonder evenwel in een klooster te treden. Reinilde schonk haar erfgoederen, waaronder Kontich en Saintes (Sinternelle), aan de abdij van Lobbes. Zo legde ze de grondslag voor de evangelisatie van Kontich en van de Brabantse gewesten. Een eerste teken van heiligheid bleek toen ze zelf naar Lobbes ging om haar eigendommen te schenken. Ze werd niet binnengelaten omdat ze een vrouw was. Reinilde bleef echter drie dagen voor de poort van het klooster vasten en bidden. Dan ging plots de poort vanzelf open en begonnen de klokken te luiden. De monniken erkenden haar heiligheid en lieten haar binnen. Ze ging zelf in Saintes wonen in het gezelschap van haar priester Grimoald en haar dienaar Gondolf. Met hen ging ze ook op bedevaart naar het Heilig Land. Ze bracht kostbare relieken mee, waaronder gedeelten van het Heilig Graf, het Heilig Kruis en de mantel van Onze-Lieve-Vrouw. In Saintes leidde ze een teruggetrokken leven en werd ze door het volk als een heilige beschouwd. In 685 werd ze door invallende Noormannen (of waren het Hunnen, Friezen of Saksen?) omwille van haar geloof, samen met Grimoald en Gondolf, vermoord. In plaats van – zoals de bevolking – op de vlucht te slaan, gingen de drie bidden voor het altaar van Sint-Quirinus in de kerk in Saintes. Ze werd met het zwaard onthoofd. Met dat wapen – symbool van haar marteldood – wordt ze ook afgebeeld. Ze wordt aanroepen tegen oogziekten en haar feestdag valt op 21 juli. Dat schreef ik allemaal in 2002 naar aanleiding van de publicatie van een nieuwe uitgave van onze kring over de heilige Reinilde. En over de kwestie of ze nu al dan niet in Kontich was geboren. De schrijver was mijn vader Ludovic Hellemans, bij leven de (bijna) legendarische “meester” van de jongensschool. Hij was ook ondervoorzitter van de heemkundige kring en hield zich als een bescheiden specialist al jaren bezig met de materie. Als geen ander wist hij de vroege middeleeuwen, toen Reinilde geboren en getogen was, op te roepen. Hij relativeerde de geschiedschrijving van het heiligenleven, eeuwen later, en trok haar betekenis door tot het jaar 1997, toen hij zijn studie voltooide en zelf kort daarop overleed. De uitgave van dit werk was voor ons een posthume hulde aan een man die als geen ander fictie en realiteit bij de talloze “vitae” wist te onderscheiden en zo een realistische bijdrage leverde tot de glorieuze geschiedenis van Kontich. Leven en marteldood van de Kontichse maagd Reinilde – Een kanttekening bij een middeleeuws verhaal van Ludovic Hellemans is nog altijd verkrijgbaar. De Vrienden van het Museum kunnen dit boek gratis ontvangen na de lezing.
19
DIEVEN TE WAERLOOS
S
inds enige tijd staan de ingebonden uitgaven van oude kranten zoals “Kanton Kontich”, “Gazet van Contich” en “De Kontichse Gazet” uitnodigend te lonken in het documentatiecentrum van onze heemkundige kring in de Duivenstraat. De nieuwsgierige lezer wordt deelgenoot gemaakt van tal van gebeurtenissen die zich in lang vervlogen tijden in Kontich en omstreken hebben afgespeeld. Bij het doorbladeren van de “Gazet van Contich” van februari 1937 viel mijn oog op onderstaand artikel. Een motorrijwiel met sidecar werd gestolen uit de garage van smid Constant Liekens aan de Grote Steenweg in Waarloos. Was dat niet daar waar tot voor enkele jaren de ijzerwinkel Nevens-Liekens was gevestigd en waar nu de apotheek is? Dan moest Constant allicht de vader zijn van Alice, die jarenlang de winkel openhield? Inderdaad, dat blijkt te kloppen! De geschiedenis van het pand waar de winkel was gevestigd, zijn bewoners en de verschillende invullingen die het in de loop der tijd heeft gekend, kun je nalezen in Kontich-Waarloos Hier en Nu van september 2013. Online te vinden via de site van onze Koninklijke Kring voor Heemkunde. De kleindochter van Constant “Stan” bezorgde enkele foto’s waarop hij met zijn motor met sidecar is te zien. Zijn vrouw Anna Peeters en hun twee dochtertjes Alice en Mathilda “Titi” waren zijn trouwe medereizigers. Anna achterop en de kinderen in de sidecar. Op meerdere foto’s poseren ze in het gezelschap van een groep motards. Deze kiekjes werden genomen op een van de uitstappen en reizen van de Auto-Moto-Club Contich waarvan hij lid was. In de Kontichse gazetten van die tijd zijn verschillende aankondigingen en verslagen van dergelijke reizen terug te vinden. Deze club werd gesticht rond 1911 en telde ook bekende Kontichnaren onder zijn leden. Om er enkelen te noemen: Abraham Hans, John Gonthier, Desiré Van Goethem, Delafaille, Jos Van der Meersch. Ferdinand Maes was de erevoorzitter. 1927 en volgende jaren waren de bloeitijd van deze auto-motoclub. Hoogtepunten van deze glorietijd waren ongetwijfeld de motokoersen die in 1929 en 1930 op de Kontichse motodrome werden georganiseerd. Dit aangelegde zandcircuit was gelegen aan de Duffelsesteenweg, ergens tussen het kerkhof en waar nu de Koningin Astridlaan ligt. Hier bestaan nog prachtige foto’s van die je kan bekijken op de site van A.M.C. Contich. In 2011, precies honderd jaar na de oprichting, werd de club symbolisch heropgestart op de VankRally X-treme. De leden ervan komen nog maandelijks samen en organiseren tal van activiteiten waaronder de jaarlijkse Karossen & Koffie. Of Stan ooit aan de races op de Kontichse motodrome heeft deelgenomen, is twijfelachtig. Wellicht hield hij het bij rustige toeristische ritjes met zijn vrienden, vrouw en kinderen als welgekomen afleiding na het werk in het café en in de smidse. Tot in februari 1937 aan deze vrijetijdsbesteding een bruusk einde kwam. De reden hiervan is ons nu wel bekend. Ilse Van Weert
Bronnen: “Geschiedenis van Kontich” van R. Van Passen, internetsite A.M.C. Contich, fotoarchief familie Nevens, “Kontich-Waarloos Hier en Nu” september 2013.
Het artikel uit de “Gazet van Contich” van 1937.
.4
13
20
en
ng
eri
in Re
Constant Liekens (1899-1956) Foto: familie Nevens.
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
21
en
ng
.4
13
Het ouderlijk huis van Constant Liekens op de hoek Grote Steenweg/Ferdinand Maesstraat (toen Kloosterstraat) Foto: Kring voor Heemkunde Kontich.
Leden van de club poseren voor café In den Hertog in de Mechelsesteenweg. Foto: familie Nevens.
Constant, met leren jekker, voor de deur van een huis op de Grote Steenweg in Waarloos. Zittend op de moto: zijn dochters Alice en Mathilda. Foto: Familie Nevens.
De motoclub poseert bij het oorlogsmonument aan de kerk van Stekene tijdens een van hun rondritten. Rechts in de rij: Constant met zijn vrouw Anna en hun twee dochters, gezeten op de sidecar. Foto: familie Nevens
.4
13
22
en
ng
eri
in Re
Het embleem van de club.
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
ACTIVITEITENKALENDER Het museum voor heem- en oudheidkunde is vanaf april weer elke zondagnamiddag tussen 14 en 17 uur (behalve op feestdagen) open voor het publiek. Museum gesloten in juli en augustus. Bezoek ook onze site www.museumkontich.be voor het laatste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteiten Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): t "MGSFE .JDIJFMT o *O EF OBBN WBO EF NBBHE FO 'SBOL )FMMFNBOT 1BVM $BUUFFVX o Straatnamen in Kontich t 1BVM $BUUFFVX o 8BSFO FS PPJU IFLTFO JO ,POUJDI t #SVOP %F 8FWFS o UJUFM OPH UF CFQBMFO t 4VTBO )BNMZO +BOFU %FBO 1BVM $BUUFFVX o .BSHSJFU #BMMFHFFS FO 8JMMZ ,BU[FOTUFJO Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
13
.4
Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 23
Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH
Reineringen 13 (2022), 4 Driemaandelijks (oktober - december 2022) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele
INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 De verering van het Heilig Hart (deel 2) Pagina 10 Muziek in en rond de Sint-Ritakerk te Kontich Pagina 13 Hoe raar een dubbeltje rollen kan Pagina 14 Herdenking 11 november 2022 Pagina 17 Seniorenbeurs 2022 Pagina 18 Was Reinildis de heiligste van alle Belgen? Pagina 19 Wie was Reinildis van Kontich? Pagina 20 Dieven te Waerloos Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 13 (2022), 4 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Frank Hellemans, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2021 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2022”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Voor een los nummer betaal je 5 euro Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com
Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be