Skip to main content

Reineringen - 2022 (13/1)

Page 1

E I T I D E E L E A S I E C N E R ZE SP H-K A

N E G I R A J D R E HOND

IC KONT

Reineringen

Duive

nstraat 22

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 13, nummer 1 (januari - maart 2022)

K

Voorwoord

ontich-Kazerne is een hechte gemeenschap. Dat hebben wij duidelijk ondervonden bij vorige nummers van Reineringen die de spots op de kazernewijk richtten. Die nummers van Reineringen gingen als zoete broodjes over de toonbank van Het Bazarke, de krantenwinkel die eigenlijk ook een half gemeenschapscentrum van Kontich-Kazerne vormt. Daar wordt informatie uitgewisseld, daar hoor je hoe het gemeenschapsleven in de wijk zijn gang gaat, daar is als het ware het centrum van het sociale leven in het dorp. En we noemen Kontich-Kazerne hier met opzet in zijn dubbele naam. Want Kontich-Kazerne heeft een eigen ziel, een eigen motoriek. Anders dan Kontich-centrum, Waarloos of de Pierstraat. Als je met iemand van Kazerne spreekt, dan zal hij/zij meestal niet nalaten om te vertellen dat hij/zij daar vandaan komt. Een eigen identiteit. En een eigen naam. Kontich-Kazerne, Kontich-Kaz of zelfs Kokaz. Allemaal namen die het onderscheid met de “grote broer” moeten duidelijk maken. Dat is zelfs op internet te merken. Elk dorp heeft tegenwoordig een internetpagina met de originele titel: ge zijt van … als ge. Zowel Kontich als Waarloos heeft zo’n pagina, maar ook de Kazernenaren hebben er minstens eentje. Enkel en alleen voor hen. Want naast het algemene ge zijt van is er ook nog het specifieke Oud Kontich Kazerne. En zo komen we automatisch bij Ilse Van Weert terecht. Als “inboorlinge” kent ze Kontich-Kazerne op haar duimpje. Het reilen en zeilen van haar dorpsgenoten is haar niet onbekend en ze gaat op zoek naar wat de gemeenschap beweegt. En toch zijn er nog altijd nieuwe dingen en mensen te ontdekken. Zoals de twee meisjes die dit jaar honderd jaar worden. Ilse is de beide eeuwelingen gaan opzoeken heeft er lange gesprekken mee gevoerd. In dit nummer vind je haar uitvoerig verslag van die interviews. Ze brengen een mooi beeld van een lang leven in een erg veranderende Ilse Van Weert op interview bij Marieke Wuyts maatschappij. Als jonge vrouwen hebben ze een vreselijke oorlog meegemaakt, maar daarna ook hoe het allemaal stilletjes aan beter werd. Mathil en Marieke vertellen voluit over toen, over hoe het anders was, maar daarom niet beter. Als goede chroniqueur is Ilse Van Weert erin geslaagd om een beeld te schetsen van deze twee kranige eeuwelingen die een eeuw lang door het straatbeeld van Kontich-Kazerne zijn gestapt. We wensen hen allebei een gelukkige verjaardag en hopen met deze Reineringen een beetje te hebben bijgedragen aan hun eeuwfeest. Paul Wyckmans, Erwin Van de Velde, Frank Hellemans en Paul Catteeuw


EEUWELINGEN IN KONTICH(-KAZERNE) MET VEEL EERBIED VOOR GRIJZE HAREN

Ouder worden maakt mij nostalgischer, hierin ben ik ongetwijfeld geen uitzondering. Als geboren en getogen “Kontich-Kazernenaar” draag ik mijn dorp in mijn hart en boeit zijn verleden en dat van zijn inwoners mij enorm. Wie kan mij het beste vertellen over hoe het hier vroeger was en over de mensen die ons dorp het eerste deel van de vorige eeuw bevolkten de oudere Kontich-Kazernenaren? Overal waar ik ging aanbellen voor een babbel werd ik - op veilige afstand - met open armen ontvangen en stonden de bewoners mij maar al te graag te woord met hun verhalen over het verleden. Zowel hun eigen levensverhaal als herinneringen aan grote en kleine gebeurtenissen die zich in Kontich-Kazerne hadden afgespeeld passeerden de revue. Vaak werden fotoalbums bovengehaald en vloog de tijd voorbij zonder dat we er erg in hadden. Onmogelijk trouwens om het verhaal van een leven van rond de negentig jaren in enkele uren samen te vatten. Ik had de eer te mogen luisteren naar het verhaal van Jan Jeurissen (schoenmaker), Maurice Sys (lasser en uitbater van het zwembadcafetaria), Rosa Jacobs (tuinbouwster) en Franciscus “Sus van de Gabbe” Henderieckx (stoffenhandelaar). Zij gaven mij een openhartige inkijk in hun leven waarbij de meesten niet gespaard bleven van moeilijkheden en tegenslagen maar ook veel vreugde kenden. Ze katapulteerden mij één na één terug naar het KontichKazerne van weleer. Wat kende ons dorpje ooit een hechte gemeenschap waar de kerk nog het middelpunt was, het verenigingsleven bloeide, iedereen iedereen kende en bijstond in de nood. Sindsdien lukt het me niet meer om door het dorp wandelen zonder de taferelen waarover ze mij vertelden en de dorpsgezichten uit hun fotoboeken door mijn hoofd te zien flitsen. Via via kwam ik zo te weten dat twee vrouwen die hier al heel - of het grootste deel van - hun leven wonen dit jaar maar liefst honderd kaarsjes mogen uitblazen: Marieke Wuyts van de Lintsesteenweg en Maria “Mathil” Jennis van de Duffelshoek. Uiteraard prikkelde dit mijn nieuwsgierigheid en trok ik alweer mijn stoute schoenen aan om bij hen voor een babbeltje aan te kloppen. En óf ze iets te vertellen hadden... Verder in dit artikel laat ik jullie meegenieten van de verhalen van hun rijkgevulde eeuw in Kontich-Kazerne!

LANG(ER) ZULLEN WE LEVEN!

Het is niet iedereen gegeven om honderd te worden. Toch zijn er steeds meer mensen die deze gezegende leeftijd bereiken. Onze levensverwachting is al van in het begin van de twintigste eeuw beginnen stijgen. Sinds de jaren negentig is het aantal honderdplussers méér dan verdubbeld en hun aantal zal alleen nog maar toenemen. Honderdjarige vrouwen zijn hierbij in de meerderheid: op de honderd vrouwelijke eeuwelingen is er amper de helft mannen die zo oud mag worden. Het zou me te ver leiden hier de verklaring voor dit toch wel opmerkelijke verschil uit de doeken te doen, maar het feit dat vrouwen (die meer dan een halve eeuw geleden jong waren) minder rookten of alcohol dronken dan mannen en - voortvloeiende uit het toen nog gangbare rollenpatroon - tot op latere leeftijd actief bleven in het huishouden zit er zeker voor iets tussen. En natuurlijk ook de Tweede Wereldoorlog met meer mannelijke slachtoffers. Of dit ook het geval was bij Marieke en Mathil mag je na het lezen van hun verhaal zelf besluiten. Experts verwachten dat tegen 2060 de helft van de bevolking honderd zal worden. In de toekomst zullen eeuwelingen helemaal geen uitzondering meer zijn.

GEHEIM RECEPT?

Het geheim om honderd te worden valt niet zomaar in een recept te gieten. Toch wees onderzoek uit dat er enkele factoren zijn die je levensduur mogelijk kunnen verlengen. Je genen spelen hierbij uiteraard een belangrijke rol en een grote portie “geluk” komt zeker ook van pas om ervoor te zorgen dat je gespaard blijft van ziekte of ander onheil. Als je dit buiten beschouwing laat, kunnen je leefgewoonten en de manier waarop je in het leven staat de kans vergroten dat je ooit honderd kaarsjes zal mogen uitblazen. Het is logisch dat je staat van welvarendheid hierbij ook een niet te negeren rol speelt. Wie niet voldoende financiële middelen heeft, heeft ook minder mogelijkheden om zichzelf goed te soigneren. “Rust roest” is een alom gekende uitspraak maar bevat een grote bron van waarheid: wie blijft bewegen, blijft langer gezond. Gezonde voeding, dus veel groenten en fruit, is van cruciaal belang. Met vet, zout, suiker en alcohol kan je maar beter zuinig omspringen. Kleinere porties bij de maaltijden zorgen bovendien voor een beter lichaamsgewicht, want overgewicht is niet bevorderlijk voor een langer leven. Ook is bewezen dat mensen die weinig of geen stress ervaren en dus op tijd en stond hun tijd nemen om tot rust te komen en sociale contacten blijven

en

ng

eri

in Re .1 13

2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


onderhouden een hogere leeftijd bereiken. En een laatste tip, maar niet de minst belangrijke: wie de kunst verstaat om tegenslagen, waarmee iedereen onvermijdelijk af te rekenen krijgt, met een positieve ingesteldheid en een vleugje humor aan te pakken heeft een grotere kans om beloond te worden met extra tijd om op deze aardbol rond te lopen. Het proberen meer dan waard!

HONDERD KAARSJES IN KONTICH

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Kontich telde in de loop van de geschiedenis verschillende honderdjarigen. Zo herinneren de wat oudere Kontichnaren onder onze lezers zich ongetwijfeld nog de feestelijke viering van Trientje Stevens? Dat was op negen februari 1975, exact de dag van haar honderdste verjaardag. Joris Olyslaegers bedacht en regisseerde de ludieke optocht waarin haar leven werd uitgebeeld. Heel wat dorpsgenoten namen deel en de straten van het centrum van Kontich kleurden zwart van het volk.

3


Maar het was toch zuster Alberta van het Altenaklooster die alle records brak. Zij werd maar liefst honderdelf jaar en werd hiermee tegelijk de oudste inwoner van de Benelux in die dagen. Het spreekt voor zich dat zij hiermee de nationale en zelfs internationale pers haalde.

Niet alle eeuwelingen kregen echter evenveel aandacht, werden uitbundig gevierd of kwamen in de “gazet”. Het gemeenteblaadje buiten beschouwing gelaten. Velen bleven uit de schijnwerpers en werden in beperkte kring of gewoon in de eigen familie gevierd. De keuze om deze twee “Kontich-Kazernese” honderdjarigen in de spotlights te zetten berust, zoals u eerder kon lezen, op louter toeval. Mathil is een rasechte “Kontich-Kazernenaar” en werd geboren in de Scheihagenstraat. Marieke is een “inwijkeling” maar woont hier al meer dan zeventig jaar. Zowel Mathil als Marieke verblijft sinds kort in het rust- en verzorgingstehuis De Zonnestraal in Lint. Daar bezocht ik hen voor een interview over hun rijkgevulde eeuw in Kontich-Kazerne, verpakt in een gemoedelijke babbel. Vermits Marieke als eerste jarig is, komt zij als eerste aan de beurt.

en

ng

eri

in Re .1 13

4

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


TWEE KRASSE KONTICHSE HONDERDJARIGEN VERTELLEN HET VERHAAL VAN HUN LEVEN MARIEKE WUYTS: 100 JAAR OP 5 MAART 2022 Wat voorafging:

Mijn eerste ontmoeting met Marieke vond plaats op een regenachtige namiddag in oktober 2021. Vanuit haar zetel aan het raam van haar kamer in WZC De Zonnestraal in Lint begroette ze mij vriendelijk met haar guitige pretoogjes. Hoewel ik al meer dan een halve eeuw in Kontich-Kazerne rondloop, waren we mekaar nooit eerder tegengekomen. Wel bleek ze mijn grootmoeder en stief-grootvader (Anna Jacobs en Louis Vertommen uit de Dorre Eikstraat) goed gekend te hebben. Zij waren beiden, net als vele andere Kontich-Kazernenaren, geboren in de Kempen en omwille van de spoorweg en de werkgelegenheid naar hier gekomen. Hun gemeenschappelijke roots brachten hen samen. Terwijl het in hun kindertijd en jeugdjaren hun dorpen waren die aan mekaar grensden, werden het later hun tuinen, in de schaduw van de kazerne, die elkaar ei zo na raakten. Op dit eerste bezoekje keken we samen op de laptop naar mijn verzameling oude foto’s van Kontich-Kazerne. Marieke volgde met veel interesse en voegde af en toe wat commentaar toe. Voor een babbeltje over haar leven spraken we later af want voor deze keer was het wel genoeg geweest qua hoeveelheid aan indrukken over en terugblikken naar het verleden. Enkele weken later breiden we een vervolg aan deze eerste ontmoeting en bevroeg ik Marieke honderduit over haar honderdjarig leven.

Mariekes verhaal: Kinder- en jeugdjaren in de Kempen

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Marieke werd geboren in Pijpelheide bij Booischot als oudste van drie kinderen. Haar ouders waren Eduardus Wuyts, (in 1899 geboren in Baal, in 1965 overleden in Kontich-Kazerne) en Virginia Wouters (in 1900 geboren in Begijnendijk en in 1976 overleden in Duffel). Zes jaar na Marieke werd haar zus Nelly geboren in 1944 kwam er nog een broertje bij: François. Hij was maar liefst tweeëntwintig jaar jonger dan zijn oudste zus en dus een “nakomertje”, zoals ze dat zeggen. In het dorp werd er een tijdje gefluisterd dat hij een zoontje zou zijn van Marieke, maar dat was niet het geval. De ouders van Marieke hadden een kleine boerderij waarmee ze in hun dagelijkse behoeften konden voorzien: enkele koeien met “meuttekes” (kalveren) en een stuk land met groenten en voedingsgewassen voor henzelf en voor de dieren. Haar vader was treinstoker (= in een stoomtrein de kolen brandend houden) in Antwerpen. Haar moeder bleef thuis en beredderde het huishouden en de kleine boerderij. Behalve af en toe wat meehelpen in het huishouden, wat koken en wat kuisen, moest Marieke nooit echt veel doen. Af en toe hielp ze op het veld met het wieden van onkruid en andere kleine klusjes.

5


Het ploegen werd gedaan door een paard. Dat paard was van een nonkel die ermee langskwam. Marieke herinnert zich lachend: “Eén keer heb ik eens geprobeerd om een koe te melken, maar daar kwam niks uit! Daarna heb ik het nooit meer gedaan”. Marieke ging tot haar veertiende naar school in Pijpelheide. Haar grootouders woonden dicht bij de school en ’s middags ging ze bij hen eten. Zijzelf woonde een heel eind weg van de school, aan de andere kant van het dorp. Na haar schooltijd ging Marieke werken bij “Den Bougie” zoals het in de volksmond werd genoemd en door iedereen gekend was. Deze kaarsenfabriek was gelegen in de buurt van het Krugerplein in Antwerpen en heette officieel “Bougies de la Cour”. Marieke vertelt: “Dat was een heel groot fabriek en

Binnenzicht van de kaarsenfabriek “den Bougie”

Buitenzicht van de kaarsenfabriek “den Bougie”

daar werkte veel volk, mannen en vrouwen. Tijdens de oorlog hebben we vier jaar stilgelegen, daarna zijn we terug gaan werken. Iedere dag reed Marieke met haar fiets tot aan het station van Booischot om daar de trein naar Antwerpen te nemen. Ze was altijd lang onderweg. Marieke zegt: “Toen waren dat maar sjokkeltreinen, nu gaat dat allemaal rapper he!”. Marieke was achttien jaar toen de oorlog uitbrak. Ze heeft echter niet veel herinneringen meer aan die tijd, want waar ze woonde was er niets van het oorlogsgeweld te merken en ze hadden niets te kort doordat ze een kleine boerderij hadden en zelf groenten kweekten.

Cupido schiet raak

Rond die periode raakte het “aan” tussen Marieke en haar vriend Franciscus “Sus” Van Den Broeck, een boerenzoon uit haar buurdorp Baal. Hij woonde in de Pandhoevestraat. Ze kende hem al van toen ze nog klein was. In die tijd kenden de mensen van het dorp en de boeren elkaar en werd er veel “overeengelopen”. Regelmatig waren er in het dorp of in de omliggende dorpen bals. Dat viel meestal samen met een kermis. De bals werden gegeven in een tent. Marieke ging heel graag dansen maar haar zus ging liever naar de cinema. Marieke vertelt: “Op ’t Goor was een cinema, in Booischot ook, maar de meesten gingen naar ’t Goor, want daar had je een schone macadamweg.”

en

ng

eri

in Re .1 13

6

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Marieke in haar jonge jaren

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Verhuis naar Kontich-Kazerne

Rond 1949 werd besloten om met het hele gezin naar Kontich-Kazerne te verhuizen. Zowel Marieke als haar vader als haar schoonbroer “Nest” werkten in Antwerpen. Haar schoonbroer was spoorwegarbeider. In 1950, enkele maanden voor de verhuis naar Kontich-Kazerne, trouwde ze ‘nog rap’ met haar Sus. Marieke geeft een verklaring voor de vervroegde trouw: “Ik dacht: als die naar Kontich moet komen vrijen …, dan komt hij nimeer! Daarom zijn we nog in Booischot getrouwd.” Marieke was toen 28 jaar. Voordien had Sus een job bij PERSIL in Herent, maar zodra ze in Kontich woonden, zocht hij een job aan de haven van Antwerpen. Hun nieuwe uitvalbasis in Kontich-Kazerne bood een snelle verbinding naar ieders werkplek zodat er minder tijd verspild werd aan lange verplaatsingen. Het huis waar ze met zijn allen hun intrek namen was gelegen in de Lintsesteenweg, vlak naast de spoorweg. Het was het linkse huis van de twee achter inliggende huizen, grenzend aan de kazerne, die eigendom waren van het leger. Daar woonden voordien officiers. Overigens, in een van deze huizen verbleef volgens sommigen ooit Leopold II. Het huis was druk bevolkt. Haar jongere zus Nelly en schoonbroer Nest hadden een zoontje, Maurice, en dan was er ook nog François, het jongere broertje van Marieke en Nelly. Tel daarbij nog Marieke, haar man en haar ouders en we komen aan zes volwassenen en twee kinderen. Enkele jaren later kwamen daar nog twee bewoners bij, toen Marieke in 1952 het leven schonk aan haar eerste zoontje Rudolf “Rudy” en een jaar later aan haar tweede zoontje Paul. Wanneer enkele jaren later het huis ernaast, nummer 22, te koop stond, grepen Marieke en haar man deze kans en namen ze daar hun intrek. Dat is het huis waar op de zijgevel nog restanten te zien zijn van een oude reclameschildering en waar ook Maurice Sys, ex-zwembadcafetaria uitbater (zie Reineringen, 9 (2018)/1) een tijd heeft gewoond.

7


Algauw werd er achteraan een doorgang gemaakt, zodat de beide tuinen met mekaar werden verbonden en ze gemakkelijk bij elkaar konden komen. Die doorgang is er nog steeds. Zoon Paul, die ik enkele weken later bij hem thuis bezoek, vult aan met een persoonlijke herinnering: “Wij amuseerden ons met rotte peren naar de ruiten van de kazerne te gooien maar op een moment kwamen de soldaten reclameren en zeggen dat het moest gedaan zijn of dat het ons geld zou kosten“.

Bij de blauwe bakker, huismoederen en … breien

Vele jaren (ze weet zelf niet meer hoeveel) werkte Marieke in de bakkerij van Van Craen, door de mensen “Den blauwe bakker” genoemd omwille van de blauw geschilderde ramen en inkomdeur. Daar stond ze achter de toonbank en zorgde ze mee voor het proper houden van winkel en bakkerij en alles wat er komt bij kijken. Behalve haar werk in de bakkerij en het huishouden beredderen had ze nog een grote passie: breien. Ze voorzag de ganse familie van warme pullovers, golven, sjaals, mutsen en wat ook maar kan worden gebreid. Marieke vertelt hierover: “Ze brachten zelf hun wol mee en ik breide dan wat ze nodig hadden.” Naaien deed ze ook. Ze had een naaimachine, maar deed daarmee vooral herstellingen. Ook ging ze regelmatig op bezoek bij haar talrijke familie in Booischot of ergens in die streek. Niet zelden beladen met wat ze voor hen gebreid had en terugkerend met breiwol voor weer een nieuwe bestelling.

Herinneringen aan de stationsbuurt

Uitgaan of op café gaan deden Marieke en haar man zelden of nooit: “Wij waren geen cafégangers.” Zoon Paul vult aan: “Het was daar een aardige côté daar aan de statie. Ik herinner me nog café De Welkom (in de volksmond “De drie deuren”), heeft twee legislaturen gekend. Eerst was het Trees en Pier Van Craen. Toen zij ermee stopten heeft het café een tijd leeggestaan, maar dan is Jeanne van de Mane erin gekomen en zij heeft er een bloeiende zaak van gemaakt. Zij heeft daar veel geld verdiend. Alle mannen die van de trein kwamen en die naar Lint gingen, kwamen daar drinken. De Mane mocht zelf ook graag bier en was altijd met de jonge gasten bezig. Mane en Jeanne kwamen van de Meylweg in Hove. Daar woonde ook zijn broer, ik denk dat die Bosman heette.

De “Ooststatie” met op de achtergrond “Café de la Station” waar nu de parking is

Ook heb ik café De La Station nog geweten maar toen was ik nog heel klein. Dat lag in een put. Daarna is op de hoek van het plein café de Rogluc gekomen met Lucienne en Roger.” Noot: Uit goede bron (onze redacteur Frank Hellemans die in zijn jeugd met Willy bevriend was) kwam ik te weten hoe de vork écht in de steel zat. Het is namelijk zo dat Jeanne Gijsels in Kontich-centrum woonde met haar man Marcel Ceuppens en de twee kinderen Willy en Greta. Op een dag vond Willy zijn vader dood op het toilet. Om het hoofd financieel boven water te kunnen houden besloot Jeanne het café op de Lintsesteenweg over te nemen.

en

ng

eri

in Re .1 13

8

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Enkele jaren later is ze dan hertrouwd met de zestien jaar jongere Armand “Mane” Bosmans en vestigden ze zich op de Meylweg. Samen kregen ze nog een dochtertje Frie. Jeanne overleed in 2015 en Mane een jaar later. Paul vervolgt: “Er lag nog een hele oude kasseibaan in de Lintsesteenweg , die lag helemaal bol en daar kon je niet goed overrijden in de winter. Als de soldaten maneuvers gingen doen, dan kwamen die met de tanks voorbij en reden dan zo over de Lintsesteenweg en draaiden dan via het huis van de familie Maes de brug over en gingen daar op de trein. Daar was een los- en laadkaai. Ook de kolenboer ging daar zijn kolen van de trein halen en kwam dan via de brug terug.” Marieke en haar gezin waren niet echt kerkgangers. Vroeger gingen ze nog iedere zondag naar de mis maar later gingen ze niet meer. Marieke herinnert zich nog wel de kermis in Kontich-Kazerne. Die stond op het kruispunt van de Kapelstraat en de Dorre Eikstraat. “Die heeft daar niet zoveel jaren gestaan want die trok niet zoveel volk”, volgens haar zeggen.

Een eenvoudig leven met voor- en tegenspoed

Marieke en haar man hebben nooit een auto gehad. Er waren genoeg winkels in de buurt om inkopen te doen en met de trein was je al snel in de stad. Een radio hadden ze al vlug maar de aankoop van een televisie hebben ze veel langer uitgesteld. Mariekes man overleed in 2000 op vijfenzeventigjarige leeftijd maar ook haar zoon Rudy ging haar voor en overleed begin 2021. Jongste zoon Paul woont nog steeds in zijn ouderlijk huis. Tot in december 2020 zorgde hij daar nog voor Marieke, maar daarna verhuisde ze naar De Zonnestraal, waar Paul haar iedere dag bezoekt. Op mijn vraag of ze het leven vroeger beter vond dan nu, antwoordt ze: “Vroeger was het niet beter, maar wat wél beter was is dat het vroeger één grote familie was. De geburen waren precies één grote familie, als er iets gebeurde moest alleman erbij zijn. Dat is nu niet meer, iedereen zorgt voor zijn eigen nu.” Op mijn vraag of ze een goed leven heeft gehad, antwoordt Marieke dat ze in haar leven veel geluk heeft gehad. Ze had een goed huwelijk en heeft geen heel erge dingen meegemaakt. Enkel het moeten “afgeven” van haar zoon Rudy heeft haar veel verdriet gedaan. Haar twee zonen hebben altijd bij haar ingewoond en omringden haar met liefdevolle zorgen. Ook op lichamelijk vlak had ze veel geluk, ze is al vaak gevallen maar nog nooit heeft ze iets gebroken. Volgens haar zeggen is ze nog nooit ernstig ziek geweest. Haar enige “mankementje” is dat ze niet meer goed ter been is, maar met haar looprekje kan ze nog overal geraken. Dagelijks maakt ze een klein wandelingetje door de gangen van het rusthuis. Marieke heeft een eenvoudig maar goed leven geleid en kijkt daar tevreden en dankbaar op terug.

Niet te geloven, maar toch waar!

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Zelf had ze nooit kunnen denken dat ze honderd jaar zou worden. Ze zegt: “Vroeger hoorde je bijna nooit van iemand die honderd jaar werd, nu hoor je dat meer en meer. Maar dat ik zélf honderd jaar word, dat kan ik bijna niet geloven”. Toch is het waar, Marieke! Van harte proficiat en een heel gelukkige verjaardag gewenst! Op naar de 101 in een uitstekende gezondheid en hartelijk dank voor dit openhartige gesprek!

9


MARIA “MATHIL” JENNIS: 100 JAAR OP 24 JULI 2022! Wat voorafging:

Op 11 oktober 2021 zet ik mijn mondmasker op en met de laptop onder de arm stap ik Woonzorgcentrum De Zonnestraal binnen. Ik neem de lift naar de tweede verdieping en zoek naast de deuren naar de naam en de foto van Mathil. Haha, gevonden! Ik hoef niet te kloppen want de deur staat wagenwijd open. De kamer is gevuld met bezoekers. Twee van haar kinderen en enkele medebewoonsters/vriendinnen zitten gezellig te keuvelen met Mathil in haar zetel als stralend middelpunt. Niet echt een geschikt moment voor een rustig praatje onder vier ogen dus houd ik mijn bezoekje kort en maak ik een nieuwe afspraak. Enkele weken later keer ik terug. Deze keer zijn we alleen en kunnen we in alle rust praten. Mathil ziet er goed uit: mooi gekleed en gekapt en een gezonde blos op de wangen. Amper te geloven dat zij bijna een eeuw oud is. Als voorbereiding op het interview en om de “flashback met de teletijdmachine” wat voor te bereiden haal ik mijn laptop boven en toon ik ook haar mijn verzameling oude foto’s van Kontich-Kazerne. Mathil beschikt nog over een verbazend goed zicht want zelfs zonder bril herkent zij vele gezichten en plaatsen. De beelden maken tal van herinneringen in haar los. Veel vragen hoef ik niet te stellen want de verhalen en anekdotes komen spontaan naar boven. Mathil is een vlotte vertelster en beschikt nog over een goed geheugen. Ze maakt het mij héél gemakkelijk.

Mathils verhaal: Kindertijd

Mathil werd op vierentwintig juli 1922 in de Scheihagenstraat geboren. Daar woonden ook haar grootouders die boeren waren. De boerderij stond achterin in een klein zijstraatje halverwege de straat. (Dat moet in of in de buurt van het “Ezelstraatje” geweest zijn, red.) Het gezin Van Geel telde drie jongens en twee meisjes. Mathils moeder, Virginie, was ongepland zwanger geraakt maar haar ouders zagen een huwelijk met de vader van het kind niet zitten. Hij was ook afkomstig van Kontich-Kazerne en had - als grote bierliefhebber - geen al te goede reputatie. Maria hoort het haar grootmoeder nog zeggen: “Met ne zatlap zijde niks!”. Om die reden bleef haar moeder dus wijselijk bij haar ouders op de boerderij wonen, alwaar de kleine Mathil het levenslicht zag en liefdevol werd omringd door de goede zorgen van zowel haar moeder als haar grootouders. Haar vader heeft nooit een prominente plaats ingenomen in haar leven, maar Mathil kan hem zich nog wel herinneren. Enkele jaren later ontmoette haar moeder een nieuwe liefde, dat was Gustaf Jennis uit de Bergstraat in Lint. Hij kwam uit een kroostrijk gezin van elf kinderen. Ze huwden en kregen samen nog twee zoontjes, Jan en Fons. Mathil kreeg zijn achternaam. Op de banken van de Sint-Montfort meisjesschool en daarna nog twee jaar op die van het Sint-Jozefinstituut in Kontich, versleet Mathil haar rokken. Lang en braaf stilzitten lag echter niet in haar aard.

en

ng

eri

in Re .1 13

10

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


De grootmoeder van Mathil langs moederszijde met haar tweede man

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Mathil als zesjarige, uiterst rechts, op de speelplaats van de - toen splinternieuwe - Sint Montfortschool in KontichKazerne, waarschijnlijk ergens eind jaren 20

11


Werken in de koekjesfabriek

Toen ze besloot de schoolbanken vaarwel te zeggen, zei haar moeder: “Dan gade maar rap werk zoeken!”. Het toeval hielp hierbij een handje want op een dag fietste Mathil door de Meylweg en zag daar ergens aan een villa een uithangbord hangen waarop te lezen stond: “Werkmeisjes gezocht”. Achter deze villa was er een gebouwtje waarin een koekjesfabriek was ondergebracht. Voor dit fabriekje werden er onder andere inpaksters gezocht. Dat zag Mathil wel zitten en niet veel later was ze al aan het werk. Enkele jaren later gaf de eigenaar van dit fabriekje zijn zaak over aan iemand van Merksem. Dat bracht natuurlijk met zich mee dat Mathil dagelijks de verplaatsing naar Merksem moest maken. Iedere dag reed ze, samen met een meisje van Edegem en een meisje van Mortsel met de fiets tot daar. Mathil vertelt: “Wij spraken af in Mortsel aan de kerk en van daaruit reden we samen naar Merksem via de Bredabaan langs café Het Spieke. Ik vertrok thuis om zeven uur ’s morgens. Door weer en wind!” En na een korte stilte lachend: “Dat zou je nu de jeugd nog eens moeten laten doen se, die zouden zeggen … Seg, gij zijt ni goe zeker?!” Mathil werkte twee jaar in Merksem, het was toen oorlog. Het grootste noodlot in Mathils leven had zich echter enkele jaren voordien al voltrokken: de dood van haar moeder.

Oorlogstijd

Héél veel herinneringen aan de oorlog heeft Mathil niet. Wel herinnert ze zich nog een kanon dat niet ver van de boerderij in de Scheihagenstraat, in een klein veldweggetje, stond opgesteld. Ze vertelt: “Dat kanon diende om naar de Duitse vliegers te schieten maar ze schoten daar drie keer mee en dat kanon was al kapot.” Maria herinnert zich ook nog dat er regelmatig vliegende bommen overkwamen. Ze beschrijft het zo: “Die maakten geluid zodat je ze hoorde komen maar als dat geluid stopte vielen ze naar beneden. Dan luisterden we in spanning en dan waren we opgelucht als ze nog verder vlogen. Regelmatig sprongen er ruiten kapot door de luchtdruk van een bombardement in de geburen”. Wat Mathil vooral van die periode onthouden heeft is dat haar familie tijdens de oorlog veel groter bleek te zijn dan ze aanvankelijk dacht. Vol animo vertelt ze: “In de oorlog hadden wij ineens een héél grote familie! Iedereen wist dat er bij ons goed te eten viel en daarom kwamen ze allemaal langs omdat ze allemaal honger hadden. Ja, ze wisten dat wij niks te kort kwamen, he. Er was graan waarmee we brood bakten in de oven die mijn grootvader zelf gemetst had. Wij hadden patatten en groenten uit de groentetuin en van de koeien hadden we vlees, melk en boter.” Ze vervolgt: “En die mannen allemaal maar schoven! Ze kwamen van verder weg, kozijns en nichten enzovoort. Na de oorlog hebben we hen nog amper teruggezien. Ah natuurlijk, toen hadden ze geen honger meer hé!”. Mathil windt zich nog steeds op bij de gedachte: “Hoeveel patatten ik geschild en gebakken heb! En zij maar fretten! En ze waren met velen, amai, dan steekt dat op den duur wel tegen, zenne!”

Een veel te vroeg afscheid

Mathil was een jaar of zeventien toen het noodlot toesloeg. Haar moeder werd met hevige pijnen in de maagstreek naar de spoedafdeling van het ziekenhuis gebracht. Galstenen bleken de boosdoeners te zijn. Het ergste wat kon gebeuren gebeurde. Die nacht nog knapte haar gal en Mathils moeder liet er het leven bij. Een drama. Haar broer werd aangesteld als Mathils voogd. Virginie Van Geel, de moeder van Mathil

en

ng

eri

in Re .1 13

12

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Terug naar de Scheihagenstraat.

Na enige tijd hertrouwde Mathils stiefvader met een vrouw die al drie kinderen had. Samen met de twee jongere halfbroertjes vormden ze dus een gezin van zes kinderen. Mathil was ondertussen zelf een jonge vrouw van bijna twintig en kreeg hoe langer hoe meer het gevoel in de rol van meid en kinderoppas te worden geduwd. Dit voelde niet goed en het kwam zover dat ze het niet langer kon verdragen. Moreel gesteund door haar nonkel, tevens haar voogd, trok Mathil opnieuw in bij haar grootouders op de boerderij in de Scheihagenstraat waar ze ook was grootgebracht. Mathil omschrijft haar grootmoeder al lachend: “Ze was maar een vuist hoog maar ze was godverdomme ne gendarm! Zij heeft mij geleerd wat werken is.” Ja, want in een boerderij zijn helpende handen méér dan welkom. Ze hadden, buiten koeien en voedergewassen, ook een grote moestuin. Deze moest onderhouden worden en de groenten, vooral erwtjes en bonen, moesten geplukt en voorbereid worden voor de verkoop. Een kennis die vanuit Duffel via de Duffelsesteenweg kwam haalde de groenten op en reed ermee naar de markt in Antwerpen. Dan waren er ook nog de koeien. Dicht bij het Broekbos huurden ze een weide om de koeien te laten grazen. Mathil herinnert zich dat haar grootmoeder tijdens de oorlog extra vroeg naar de weide moest gaan om de koeien te melken omdat de “zwarten” daar in de buurt hun opleiding kregen. Ze moest zorgen dat ze daar terug weg was vooraleer die trainingen begonnen. Voor ze vertrok legde ze dan een briefje klaar waarop stond welke klusjes Mathil allemaal nog moest doen voor ze naar haar werk in de koekjesfabriek vertrok.

Wilde gij met mij trouwen?

Niet veel later leerde Mathil haar man Louis Francis kennen. Hij was de zoon van een ongehuwde boerendochter en de helft van een tweeling. De boerderij van Louis moeder zijn ouders was gelegen twee huizen naast de “Groene Wandeling”. Mathil doet de familiegeschiedenis van haar man uit de doeken: “Die moeder van mijn man was precies “Heilig Trezeke”. Ze was altijd heel zedig gekleed en gedroeg zich ook zo, maar toch is ze in verwachting geraakt van een tweeling. Nooit heeft iemand geweten wie de vader was. Die tweeling, dat waren er twee verschillende: een blonde, dat was mijne man, en de andere was een donkere. Mijn man is grootgebracht in Lint bij de coiffeur aan de kerk omdat zijn moeder een tweeling niet aankon. “ Hoe de ontmoeting met haar Louis gelopen is weet ze niet juist meer maar Mathil acht het niet onwaarschijnlijk dat de vonk is overgeslagen in “De Groene Wandeling”. Dat kleine maar gezellige volkscafé, gelegen in de Duffelshoek, was in die tijd de stamkroeg van vele boeren en mensen uit de omstreken. Mathil zegt: “Dat was daar altijd heel plezant en ge kondt daar ook al eens een danske doen!” En wat later, volledig tegen de toen geldende regels en normen in, als een “suffragette avant la lettre”, vroeg Mathil haar man zelf ten huwelijk. ”Leg me dat eens uit, Mathil!” Het ging zo: “Het was toen nog oorlog en de ongetrouwde vrouwen werden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. In die tijd, nadat ik gestopt was in die koekskesfabriek werkte ik in een knopenfabriekske. Wie getrouwd was, moest niet gaan. Op een dag, toen Louis op het veld bezig was, ging ik er naartoe en vroeg “Zoude gij met mij willen trouwen?”. “Wa vraagde gij na?” zei hij. Ik zei: “Ge kunt kiezen, het is trouwen of ik moet naar Duitsland gaan.” En dan zijn we maar rap getrouwd! Ja, zo is dat gegaan.”

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Mathil en haar man Louis

13


Plezier en vertier in de Duffelshoek

Als pasgetrouwde tortelduifjes namen ze hun intrek in een huis in de Duffelshoek (nu nr. 70). Café “De Groene Wandeling” was in die tijd de “place to be” voor de landbouwers en mensen die in de buurt woonden. Ook Mathil was daar regelmatig te vinden. Ze vertelt: “Ik ging daar dan regelmatig met mijn beste vriendin en overbuurvrouw, dat was Fien Jacobs, de moeder van Willy Huysmans van de Toyotagarage, een danske doen. Die ontspanning was heel welkom want we waren alle dagen met tienen en dat was veel werk. Nu is er van alles maar vroeger was er niet veel om uw zinnen eens efkes te verzetten. Ik had chance dat ik altijd een babysit had, want mijne man die ging nooit mee. Zijn grote liefhebberij was jaarmarkten afgaan om naar de beesten te gaan kijken. Op café gaan deed hij ni gère.”

Mathil, op stap met haar beste vriendin Fien Jacobs, die maar liefst honderdzeven jaar oud werd!

Ze voegt er nog aan toe: “Daar woonden eerst jonge gasten in maar dat trok op niet veel. Daarna kwam er een ouder koppel in wonen. Die hadden zeven zonen. Zij was toch al in de zestig en was maar een vuist hoog, maar proper! Het café was helemaal veranderd vanaf toen: alles blonk gelijk ne spiegel, die spiegels, die pinten, alles! Die mensen hebben daar heel lang in gewoond.” Mathil denkt dat ze van Lint afkomstig waren.

.1 13

14

en

ng

eri

in Re

Links met de luikjes: de Groene Wandeling. Enkele huizen ervoor: de boerderij van Mathils man zijn moeder

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Hard labeur

Enkele jaren later verhuisden Mathil en Louis naar de boerderij van de moeder van haar man. Ze namen de boerderij over, dat was hard werken. Later werden hun koeien eigendom van een slager, zij zorgden dan voor de dieren en werden hiervoor betaald. Ook ’s nachts zaten Mathil en Louis blijkbaar niet stil, want al gauw kwamen er ”kleine pagadders“ waarmee Mathil méér dan haar handen vol had. In de loop van de jaren werden er maar liefst acht kinderen geboren: Dré, Maria, Frieda, Freddy, Jos, Annie, Marleen en Kristianne. Acht kinderen grootbrengen én dan nog een boerderij runnen, doe het maar eens na! In die tijd was er nog weinig luxe, maar zoals Mathil het zelf zegt: “Van werken gade ni dood, zenne!” Ze is er het levende bewijs van. Ze vertelt: “De was en de plas doen, dat was helemaal anders dan nu! Toen moest ge de was nog in de “waak” (te weken) zetten en “op den blaak” (laten bleken in de zon) leggen. De mensen deden toen niet elke dag andere kleren aan he, maar toch waren ze ’s zondags allemaal proper. En wij hadden vroeger ook geen Pampers, he! Mijne wasdraad die hing altijd bomvol “pisdoeken”. Mijn vier jongste kinderen kwamen er op vier jaar tijd en dat waren heel veel doeken, zenne! In mijn jonge tijd kwamen daar dan

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Sobemi

15


ook nog de doeken voor de maandstonden bij die moesten geweekt en gewassen worden. Een elektrische wasmachine is de allerbeste uitvinding die ze ooit gedaan hebben!” Dat Mathil haar leven lang heeft gewerkt als een paard staat buiten kijf. In de beginjaren van hun huwelijk beredderde ze de boerderij samen met haar man, maar in de loop van de jaren moest hij noodgedwongen gaan werken en stond Mathil er alleen voor. Ze vertelt hoe dat kwam: “In het begin huurden wij grond van de kerkfabriek waarop wij eten voor de dieren kweekten. Bieten en maïs en zo. Deze grond was gelegen achter de kerk van Kontich-Kazerne. Maar toen werd er gepland om daar een wijk te bouwen en na twee jaar konden we die grond daar niet meer huren en waren we onze grond daar kwijt. Toen zaten we dus zonder grond om koeieneten op te telen. We hadden toen juist een nieuwe stal gezet en die moest nog afbetaald worden.” Om het hoofd boven water te kunnen houden moest Louis dus noodgedwongen op zoek naar een job. Mathil vreesde er aanvankelijk voor dat het hem heel zwaar zou vallen om te gaan werken in een fabriek. Maar haar vrees bleek ongegrond. Louis kon beginnen bij Sobemi in Lint. Daar moest hij blik aanvoeren waarmee ze dan blikken dozen maakten. Wonder boven wonder deed hij dat heel graag! Alhoewel … zo’n “wonder” was het niet echt, zijn leven was er een pak gemakkelijker op geworden volgens Mathil: “A ja, die pakte ’s morgens zijn schoofzakske en die was weg, maar ik zat daar met een stal vol beesten en een huishouden met acht kinderen …” Louis heeft bij Sobemi gewerkt tot hij met pensioen is gegaan.

Kermissen in Kontich-Kazerne

.1 13

16

en

ng

eri

in Re

Mathil vertelt over de kermissen en de cafeetjes van weleer: “De boeren van de omtrek organiseerden op een bepaald moment samen de “Duffelshoekkermis”. De eerste keer was dat in een koeienstal waar al jaren geen koeien meer in stonden. Het was een onverwacht groot succes. Iedereen wou wel eens zien wat dat daar juist was want men verwachtte niet veel van een kermis in een koeienstal. Er was ongelofelijk veel volk. In de stal, die helemaal als een echte balzaal was aangekleed, stond een groot orgel. Er stonden ook een altijd een paardenmolen en een schietkraam en zo. De volgende jaren kwam er een danstent omdat de stal eigenlijk te klein was. We vroegen toen twee frank inkom. Van de winst zijn alle organisatoren toen voor een hele dag op reis geweest met een bus”. Mathil vervolgt: “Een keer per jaar was er ook de “Statiekermis” en daar gingen we dan met de kliek boeren van de Duffelshoek naartoe. Dan zegden ze daar op de kermis: “Hier moeten we zijn want hier zit den Duffelshoek binnen! Er waren daar veel cafékes zoals bij den Bol op den hoek van de Dorre Eikstraat en “De drie deuren”. Daar woonde Jeanne Lawijt. Dat was een van de Meylweg en die had nogal een grove stem. Maar dat was wel een goei zenne! Dan Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


De organisatoren van de eerste Duffelshoekkermis voor het ingehuurde Mortierorgel. Mathil in het midden.

was er nog het café van Van Craen en dan nog op den hoek bij de Rogluc bij Lucienne Van Santfoort en café De La Station.In de Kapelstraat was er het café van Karel Joris, en dan ook bij de Pin café Bellevue. In de Duffelshoek was dus café de Groene Wandeling en een beetje verderop richting Kapellekesbos was het café van Het Majorreke. Die zei altijd dat hij majoor bij het leger was geweest en daarom noemde iedereen hem Majorreke. Een beetje verder daar was eerst een root huizen en daar was nog een winkeltje. Het wijkje aan de Duffelshoek was nogal berucht maar ik weet niet meer waarom.”

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Voor- en tegenspoed

Voor het antwoord op mijn vraag of ze in haar leven veel tegenslagen heeft gekend moet Mathil niet lang nadenken. Een herinnering schiet haar meteen te binnen: rond de twaalfde verjaardag van dochter Frieda, zo rond de tijd dat deze haar plechtige communie moest doen, kreeg ze een microbe in haar hiel. Daardoor kwam ze in het ziekenhuis terecht. Frieda was héél ziek, had veel koorts en kreeg zelfs de laatste sacramenten toegediend. Het was werkelijk “kantje boordje”. Gelukkig keerde het tij en na vier maanden mocht Frieda het ziekenhuis verlaten. Dat was een hele zware periode voor Mathil en haar gezin De herinnering aan de angsten die ze toen heeft doorstaan, omdat ze vreesde haar kind te moeten verliezen, zal haar voor altijd bijblijven. Gelukkig hadden ze verder niet veel tegenslagen. Mathil had aan Louis “een brave en goeie man”, hij overleed in 2001. Ze beseft ook heel goed hoeveel geluk ze altijd heeft gehad met haar kinderen. Op haar klein- en achterkleinkinderen die ze trots aanwijst op de grote familiefoto aan haar kamermuur, is ze heel trots. Geen dag gaat voorbij zonder dat iemand haar komt bezoeken. Ook op gezondheidsvlak had Mathil het geluk aan haar zijde. Ze is nooit ernstig ziek geweest en heeft tot nu nog maar twee keer iets gebroken. De eerste keer was dat haar pols. “Dat kwam door een koe die haar kop bruut bewoog om een vlieg af te slagen en tegen mijn pols stootte!” De tweede keer was in 2020 toen ze bij een ongelukkige val in huis haar heup brak. Sindsdien gaat het stappen niet meer zo vlot maar al bij al klaagt Mathil niet. Mathil beschikt bovendien nog steeds over verbazend goeie ogen. Zelfs zonder bril kan ze nog moeiteloos de krant lezen en kan ze nog steeds haar hobby uitoefenen: breien! Mathil amuseert zich graag met het breien van pulls en sjaals voor haar dochters, klein- en achterkleinkinderen.

17


Bij het ter perse gaan van dit artikel vernam ik dat Mathil besmet geraakte met het Coronavirus maar er - behalve een lichte hoest - niet ziek van is. Gelukkig maar! Wat een sterke vrouw.

Vroeger versus nu.

Alhoewel ik het gevoel heb dat Mathil nog lang niet is uitverteld, is het tijd voor mij om te vertrekken. Om af te sluiten stel ik haar nog een laatste vraag “Wat vind je het grootste verschil tussen vroeger en nu?” Ook deze keer hoeft Mathil niet lang na te denken en antwoordt: “De mensen waren vroeger veel rapper content. Nu hebben ze alles en ze zijn nog niet content. En ze willen altijd nog méér en beter.” Hier valt niets tegen in te brengen … Bedankt, Mathil, om de film van je leven voor ons opnieuw af te spelen. Het was een boeiend verhaal! Alvast een héél dikke proficiat met je honderd jaren en dat je er nog vele jaren mag bijdoen in uitstekende gezondheid! Ilse Van Weert

.1 13

18

en

ng

eri

in Re

5 Maart 2022: Marieke viert haar honderdste verjaardag in aanwezigheid van Mathil.

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Activiteitenkalender Museum voor heem- en oudheidkunde is vanaf april weer elke zondagnamiddag tussen 14 en 17 uur (behalve op feestdagen) open voor het publiek Bezoek ook onze site www.museumkontich.be voor het laatste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteiten Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad Cultuurhuis Altena: • 15-03-2022 Paul Catteeuw: Over heksen, reuzen en andere witte vrouwen: volksverhalen in en uit Kontich en Waarloos Tickets: uitwinkel@kontich.be • Najaar 2022 Hans Geybels: Volksdevotie • Voorjaar 2023 Paul Catteeuw: Kontich en erfgoed: hoe waardevol is onze gemeente (niet)? Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

13

.1

Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 19


Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH

Reineringen 13 (2022), 1 Driemaandelijks (januari - maart 2022) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele

INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagian 2 Eeuwelingen in Kontich(-Kazerne) Pagina 5 Twee krasse Kontichse honderdjarigen vertellen het verhaal van hun leven Pagina 5 Marieke Wuyts: 100 jaar op 5 maart 2022! Pagina 10 Maria “Mathil” Jennis: 100 jaar op 24 juli 2022! Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 13 (2022), 1 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Frank Hellemans, Erwin Van de Velde en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2021 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2022”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Voor een los nummer betaal je 5 euro Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com

Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Reineringen - 2022 (13/1) by Paul Catteeuw - Issuu