Skip to main content

OpNieuw_2022_04

Page 1


OpNieuw

sinds 1983

Blad van de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt december 2022

‘Under the microscope, I found that snowflakes were miracles of beauty; and it seemed a shame that this beauty should not be seen and appreciated by others. Every crystal was a masterpiece of design and not one design was ever repeated. When a snowflake melted, that design was forever lost. Just that much beauty was gone, without leaving any record behind.’

Wilson A. Bentley (1865-1931)

> snowflakebentley.com

OpNieuw is het blad voor de Nieuwmarktbuurt / Lastage, door en voor buurtbewoners. OpNieuw wordt gratis huis aan huis verspreid in het gebied dat begrensd wordt door Geldersekade, Uilenburg, Zwanenburgwal, Staalkade, en ‘s Gravelandsveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt en op Oosterdokseiland. Deze uitgave wordt mede mogelijk gemaakt door Stadsdeel Centrum en de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen 3 !

OpNieuw

Voorplaat Wilson A. Bentley Achterplaat Nanny Kok Redactie Sati Dielemans, Ingrid Gercama, Roos Hendriks, Nanny Kok, Louke Spigt Aan dit nummer werkten mee Carrie Bennink, Suze Commandeur, Cliff van Dijk, Dunya, Melle Hammer, Maarten Henket, Janne Buurman, Henk Oldeman, Gertrud Pijnenburg en Anja-Hélène van Zandwijk Bezorgers Maud van der Baan, Patricia Bannier, Marie-Laurence van Asperen de Boer-Eichholtz, Beiki Bakker, Mieke van Beeren, Michiel Commandeur, Rob Gerretsen, Mariken de Goede, Johanneke Guldemond, Mischa Janknegt, Felix Kalkman, Kim van Haaster, Lea Israels,George Janszen, Nico de Jong, Machiel Limburg, Marte Meijer, Evelien van Os, Hedwig Paesbrugge, Gertrud Pijnenburg, Hans Puts, Sandra Rottenberg, Elena Simons, Cees Tijsen, Lydie Vendrik, Alf van der Vliet en Barbara Wichers Hoeth

Stichting OpNieuw Amsterdam K.v.K. 41209382 Recht Boomssloot 52, 1011 ec Amsterdam redactie@opnieuw.nu / bestuur@opnieuw.nu Donaties NL 68 INGB 0006037046 advertenties@opnieuw.nu

Deadline volgende OpNieuw 4 februari 2023

Kerstverhaal

Geldersekade

9 Doenja ...aan het gas

Laatste Hulp Bij Ongelukken

Het was eind 1969 dat Auke Boersma, die ik toen oppervlakkig kende, bij zijn vriendin introk op haar boot in de Kromme Waal. Voor mij een mazzeltje, want ik kon zijn woning aan de Dijkstraat overnemen in onderhuur. Na mijn eerste uurtje daar was ik overgelukkig: een toren vlakbij, met een carillonwijsje ieder kwartier. Al snel kreeg ik door dat het niet de toren alleen was; de buurt zelf was een heel bijzondere.

Ik was geboren in Enschede, een fabrieksstad, waar iedere laag van de bevolking zijn eigen buurt had en niet alleen gescheiden woonde maar ook zo leefde. Hier in de Nieuwmarkt woonde, bij wijze van spreken, een vuilnisman naast een professor en ze waren bevriend. Dat kon dus ook. Een openbaring voor een provinciaal als ik.

Henk en Thea in 2000. Thea is in 2007 overleden.

Een tijdlang heb ik, alleen als ik was, de buurt intens beleefd. Des avonds kon ik mijn heil zoeken bij jazzcafé Bohemia, hoek Koningsstraat/Krom Boomssloot. Op een avond daar raakte ik geboeid door een jonge vrouw die duidelijk genoot van haar avondje uit. Haar begeleider sprak met iemand anders, ik drong me aan haar op, we kwamen in gesprek. Een week later hingen mijn kleren bij haar in de kast op Kleersloot 2, een jaar later waren we getrouwd. Thea, dochter van de smid in de Dijkstraat.

Voor de metrobouw werd Kleersloot 2 gesloopt, 12 jaar verbanning naar A’dam Zuid volgde, in 1983 gelukkige terugkeer naar de buurt, in het Pentagon zelfs!

Daar werden Thea en ik geconfronteerd met de eerste nummers van OpNieuw, nog klein, acht bladzijden. Maar toen al boeiend, bindend met de buurt.

Mijn liefde voor OpNieuw nam toe met de jaren, Na mijn pensionering ging ik zelfs, 20 jaar lang, deel uitmaken van de redactie. Dat ben ik nu niet meer, maar ik heb van dichtbij kunnen meemaken hoe hoofdredactrice Roos Hendriks ons geliefde blad veel jaren lang als een volleerde stuurvrouw door zwaar weer heeft weten te laveren en nu zelfs een kundige en enthousiaste nieuwe redactie heeft geschapen. Hulde voor deze topprestatie!

PLEHBij een blad als OpNieuw komt de inhoud tot stand via de redactie en externe medewerkers, allen vrijwilligers. Om die inhoud een leesbare en aantrekkelijke vorm te geven zijn professionals nodig, vormgeven en drukker. Voor hen, en voor het papier, moet betaald worden. De bezorging wordt dan weer met liefde en zonder betaling gedaan door onze bezorgers. Het geld komt binnen via een subsidie van de gemeente, sponsors en advertenties. De laatste jaren is, door de vele prijsstjgingen, het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven verstoord geraakt, we komen per nummer steeds tekort.

Het lijkt mij terecht om hiervoor een beroep te doen op onze buurt, op onze lezers onder wie zich zo velen met bijzondere talenten bevinden. Help OpNieuw de winter door, kom met ideeën, plannen, acties. Onze oplage is 5.000 , dat betekent minstens 10.-15.000 lezers. Met zovelen moet het toch mogelijk zijn de tekorten aan te vullen. Als iedere abonnee steeds een dubbeltje zou bijdragen zouden we uit de brand zijn...

OpNieuw

de winter door

Toe doe 2 euro per kwartaal of doneer eenmalig een iets van hoeweetikveel

NL 68 INGB 0006037046

t.n.v. Stichting OpNieuw, Amsterdam

Afgelopen week hebben we reeds €50,- mogen ontvangen van KOOR DWARSKLANK Dank!

Henk Oldeman

IN COLUMN

JANNE

Waar is het Brederodeplein?

een groeiend aantal

openbare stukken van de Amsterdamse gemeente wordt verwezen naar het Brederoplein. Over taxistandplaatsen, het Nieuwmarkt fietsenplan, het verwezenlijken van een parkje, met gras en madeliefjes, rondom het markante beeld Bredero van Piet Esser.

Een fraaie in brons gegoten afbeelding van een scene uit Spaansche Brabander, waarin hoofdrolspeler

Jerolimo Trijntje Snaps, een vrouw van lichte zeden, een kus probeert te ontstelen. Het standbeeld bevindt zich op een steenworp afstand van mijn huiskamerraam. Bevroren in zijn charmeoffensief is het de held van de klucht na ruim 400 jaar nog steeds niet gelukt om de dame in kwestie tot overgave te bewegen. Ze houdt haar hoofd gedecideerd afgewend (in de richting van mijn raam) van de vurige vrijer, hoogstwaarschijnlijk omdat hij financieel gezien nog niet over de brug is gekomen.

De recentelijk gestarte pilot ‘Horeca Vracht door de Gracht’ (100% elektrisch) vindt hier plaats, ‘hier’ alweer beschreven als het Brederoplein. Een te waarderen poging om door de toelevering van bedrijven over het water de drukte en het gewicht op de kwetsbare straten van de binnenstad te verlichten. Net zoals het ophalen van huisvuil, dat op vergelijkbare wijze proefondervindelijk werd aangepast. Over het water. Prima idee. Maar de realiteit is dat twee keer per week een dikke vijftonner mijn afval komt ophalen. De verkeersdrempels zuchten eronder. Pilot in de ijskast. Het uitzicht wordt er ook niet beter op. Met de gespalkte overkant van de Geldersekade, die nu al sinds jaar en dag schuil gaat achter een stalen damwand en een metershoog hek, waarachter alle bomen gekapt moesten worden door een ‘foutje’ van Liander, waarbij de hoofdwaterleiding onder het wegdek zodanig werd beschadigd, dat de ondergrond in een modderstroom de gracht in werd gespoeld, waren wij niet erg blij. De oude gevels zijn weliswaar ontdaan van hun

gewraakte gebladerte, maar staan er daardoor naakt en zielig bij. Terug naar de nieuwe situatie. Elke dag, zodra de ochtend aanbreekt, verschijnt een uit de kluiten gewassen dekschuit met goederen die door een permanent in de gracht geparkeerde drijvende kraan gelost wordt op het Brederoplein. De ooit zo pittoreske wallekant krijgt zienderogen het aanzien van een industrieterrein. Op een inderhaast vrijgemaakt plekje tussen het standbeeld en het pissoir, de onlangs in ere herstelde ‘krul’ waar de taxichauffeurs en hun klanten en andere passanten hun blaas komen ledigen en met een dagelijkse stroom ammoniak producerende urine de lucht verpesten. Daarnaast vallen er voor de dames in geen velden of wegen soortgelijke faciliteiten te bespeuren. Schandalig. Ondertussen is het nog steeds een komen en gaan van loodzware monstertrucks van De Gerstengel, Francken, Ebo van den Bor, Simon Loos en aanverwante foodgiganten, die zich verdringen op het niet bestaande Brederoplein en wedijveren met de elektrische pilotwagentjes met hun aanhangers, die nu elke ochtend de horeca op milieuvriendelijke en ongetwijfeld duurzame wijze de binnenstad van drank en borrelnootjes voorzien.

Op Google Maps en ook in het Amsterdamse Stratenregister is het Brederoplein niet te vinden. Men wordt onmiddellijk doorgeflitst naar Utrecht waar een plein met die naam wel degelijk bestaat. Officieel. Daar zat ik natuurlijk niet op te wachten, maar dat is nu eenmaal de gebruikersvriendelijke manipulatieterreur van het internet.

Waar blijven de cookies van eigen deeg? Die wil ik wel voor Sinterklaas. Ik ga alvast mijn schoen zetten. Want voor Zwarte Piet hoef ik nooit meer bang te zijn.

Niet dat ik dat ooit was – ik kreeg altijd plenty pepernoten van die lieve wintervriend - maar ja. Dat heet tegenwoordig een issue. We gaan vooruit in de wereld. Kleinschaligheid verdient aanbeveling. Het bevordert het overzicht. En de beheersbaarheid. En de persoonlijke waardering. Het ambacht waren we al jaren kwijt. Jonge ondernemers, artistiek talent. Ga zo nog maar even door. Het grote geld, dat is een dikke, vette barrière. Grootschalig opportunisme van pietepeuterige mierenneukers.

Met bergen van goud. Het eeuwige leven bereik je er niet mee. En het aardse leven wordt er ook niet beter op.

Waar is het Brederoplein? Meteen achter de peperbus tegenover mijn linker huiskamerraam. Waarop de reclames van tijd tot tijd veranderen. Van kleur, van boodschap . Vandaag van Google / Pixel 7 Pro. In stemmig mint green. Betrouwbaarheid uitstralend. Een ongeschoren en daarom misschien wel aantrekkelijke jongeman, met een minzaam zuinig glimlachje, houdt een recent model smart phone op ooghoogte. Zijn indringende blik recht in de camera schijnt te willen zeggen: ‘Kijk, hier vind je alles’. Maar ook in de splinternieuwe versie van deze must-have schittert het Brederoplein nog steeds door afwezigheid. Want het Brederoplein bestaat niet.

Een stille, vredige nacht

‘Zeg Jo!’, riep Maria, ‘hou ‘s even op met timmeren!’ Jozef legde zijn hamer neer en vroeg ‘wat is er?’

‘Ik hoorde iemand kloppen, zei Maria, ‘ga maar even kijken.’ Jozef liep naar de voordeur en deed open. Buiten was het al bijna donker. Er stonden drie mannen in de sneeuw. ‘Goedenavond meneer’, zei de grootste van de drie. ‘Mijn naam is Balthasar. Hartelijk gefelici-teerd. Wij zijn namelijk van de felicitatiedienst. En we hebben een kraampakket meegebracht’. ‘Ehh, komt u binnen’, zei Jozef, ‘maar wel mondkapjes op alstublieft, in verband met de kleine’

‘Dag heren’, zei Maria, ‘goedenavond. Maar hoe weet u eigenlijk dat wij een baby hebben?’ ‘Via de app’, zei de kleinste, ‘by the way, ik heet Melchior’, en hij liet het beeldscherm van z’n smartphone zien. ‘Een kwestie van cookies’. ‘Ia, ia, koekies, koekies!’, balkte de ezel van achteruit de stal, maar de os loeide ‘kom op E, doorspelen’. Ze waren aan het scrabbelen.

‘Zie je nou wel Jo’, zei Maria, ‘ik zei nog, je moet die cookies uitschakelen!’ ‘Wist ik veel’, zei Jozef, ‘ik weet niet eens hoe dat moet. Ik ben maar een gewone timmerman. En trouwens, anders hadden we dat pakket niet gekregen’.

Ondertussen was de middelste van de drie met het kraampakket naar Maria toe gelopen. ‘Caspar, aangenaam’, zei hij, ‘alstublieft’. ‘Aangenaam, Maria; dank u hartelijk, wat spannend!’, zei Maria, en ze begon meteen met uitpakken. Er kwamen drie doosjes tevoorschijn. ‘Oh, wierook!’, zei ze verrast, toen ze het eerste doosje openmaakte. ‘Komt goed van pas. De kleine heeft nogal last van diarree, ziet u, en dan is zo’n ander luchtje weleens lekker’. ‘Mmm, mirre!’, zei ze bij het tweede doosje, ‘heerlijk bij geitenvlees!’ ‘Mèèè’, mekkerde de geit, en liet een paar keutels vallen. ‘Kijk nou eens Jo, goud!’ riep Maria bij het derde doosje. ‘Kunnen we mooi onze trouwringen van laten maken.’ ‘Pot vol blomme’ bromde Jozef in z’n baard, ‘begint ze weer over trouwen. En dat kind is niet eens van mij. God mag weten wie de vader is …’. Zo stond hij in zichzelf te mopperen, maar niemand leek er aandacht aan te schenken.

Achterin de stal waren de os en de ezel aan het bekvechten. ‘Teststraathoek? Dat woord bestaat niet’, hoorden ze de ezel balken. ‘Wat nou’, loeide de os, ‘als coronadorst mag, mag teststraathoek ook’. ‘OK, dan moet je ’t zelf maar weten’, balkte

de ezel, ‘ik ben aan de beurt’, en hij maakte er teststraathoekwerkers van, met drie keer woordwaarde en alle zeven letters gebruikt. ‘Ik speel niet meer mee!’, loeide de os, en hij smeet zijn letterplankje naar de ezel z’n kop. Die dook net op tijd weg, en toen vloog het plankje pardoes de kribbe in, zomaar tegen het hoofdje van de kleine Jezus, die zoet lag te slapen.

‘Jeetje Mina, idioot!’, riep Maria geschrokken. ‘Ia, ia, balkte de ezel’. ‘Mèèè’, mekkerde de geit. De os kwam schuldbewust naderbij en boog zich over de kribbe. ‘Duizend maal vergiffenis’, loeide hij zacht-jes, ‘doet het pijn?’ En ja, natuurlijk deed het pijn, maar Jezus liet het niet merken. Hij glimlachte, strekte zijn armpjes uit naar de os, en aaide hem over zijn neus.

Toen de mannen van de felicitatiedienst dat zagen, keken ze elkaar even veelbetekenend aan, waarna de middelste, die luisterde naar de naam Caspar, aan Maria vroeg: ‘mevrouw, neemt u me niet kwalijk, maar bent u misschien nog maagd?’ ‘Wat krijgen we nou?’ riep Jozef; ‘wat denk je wel!’ Maar Maria begon te blozen en knikte zwijgend. Vol ontzag knielden de drie mannen van de felicitatiedienst nu neer en namen hun hoeden af. Balthasar nam het woord. ‘Voorwaar ik zeg u’, sprak hij plechtig, ‘dit kindeke is geboren op aard’ opdat vervuld zoude worden hetgeen van den Heere gesproken is door den Profeet, zeggende: zie, de maagd zal zwanger worden en eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Jezus; want hij zal zijn volk verlossen van hunne zonden.’ Toen richtte hij zich speciaal tot Jozef, en zei: ‘Wees niet bevreesd Maria tot uwe wettige vrouw te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest.’

Balthasar was uitgesproken. Iedereen was er stil van. Zelfs de geit was opgehouden met mekkeren. ’Asjemenou’, dacht Jozef. Hij ging naast Maria zitten, sloeg een arm om haar heen, en samen keken ze vertederd naar de kleine Jezus in de kribbe. Even later hadden Caspar, Melchior en Balthasar hun hoeden weer opgezet en waren stilletjes weg-gegaan. De os en de ezel waren uitgeruzied, en hadden zich samen met de geit teruggetrokken achterin de stal. Jezus lag alweer lekker te slapen. ‘Ga je nog timmeren?’, vroeg Maria. ‘Vandaag niet meer’, zei Jozef. Het werd een stille, vredige nacht.

Op de laatste zonnige herfstdag kom ik aanlopen over de Geldersekade, waar het rustig is op deze vrijdag vroeg in de middag, te vroeg nog voor de toeristen die doorgaans luidruchtig deze buurt frequenteren. Ruben Bunder zit voor zijn Galerie Vriend van Bavink te praten met één van de kunstenaars die zijn galerie vertegenwoordigt. Ik ben te laat, ‘het geeft niet’, zegt hij. Voor het interview nemen we plaats in het hotel naast de galerie, waar hij, kind aan huis kennelijk, zelf koffie zet.

Sati Dielemans | Foto’s: Suze Commandeur

Hoe lang bestaat de galerie al?

Ik denk zo’n vijftien jaar. Ik ben de galerie gestart op Geldersekade nummer 58 [red: de galerie zit nu op nummer 34]. Toen ben ik ook al eens geïnterviewd door OpNieuw.

Waar komt de naam vandaan?

De naam is ontleend aan de schrijver Nescio, die het karakter Bavink en zijn vrienden beschrijft in verschillende verhalen. Bavink is de kunstenaar die de realiteit, die zich zo intens aan hem voordoet, probeert vast te leggen op doek en daar, volgens zichzelf, telkens onvoldoende in slaagt en dus blijft zoeken. Bavink is ook het soort kunstenaar dat we zoeken voor onze galerie, dus zijn wij vriend van.

Wat bedoel je met kunstenaars zoals Bavink?

Kunstenaars die dingen uit de realiteit naar een ander niveau brengen, doordat ze er anders naar kijken. Bijvoorbeeld zoals Maurice van Tellingen doet, met zijn miniaturen van gewone dingen: een keuken, een zwembad, een putdeksel, in de tentoonstelling die nu loopt. Door de maatvoering en wat hij uitlicht en weglaat, verandert hij de manier waarop je er als kijker naar kijkt en krijgen die alledaagse dingen een andere lading. Ook de titel van deze tentoonstelling: Vier-en-dertig ondergaande zonnen, is een directe verwijzing naar een citaat van Bavink:

Begrijp

jij wat die zon van mij wil?

Vier-en dertig ondergaande zonnen heb ik tegen de muur staan, achter elkaar, omgekeerd. En toch staat-i daar

weer iederen avond.

Een installatie van 240 zonsondergangen op de muur, van Penelope Umbrico, ‘Suns from Sunsets from Flickr’ maakt ook deel uit van deze tentoonstelling. Die zoektocht van kunstenaars, daar gaat het over.

En wat is jullie rol daarin als galerie?

Wij hebben het netwerk. En we werken nauw samen met de kunstenaars. We doen vanaf het begin veel aan talentontwikkeling, nemen kunstenaars mee naar beurzen, kijken hoe het werk valt. Zo zijn we de afgelopen vijftien jaar gegroeid en de kunstenaars ook. We zijn ook gewoon een commerciële galerie en we hebben inmiddels wel een plek in het Nederlandse kunstlandschap. Nu willen we ook ons netwerk van kopers uitbreiden. Dat doen we door te investeren, onder andere in internationale beurzen, zoals Art Brussel. Aldo van den Broek doet het goed op Art Rotterdam, nu willen we hem introduceren op Art Brussel.

Hoe ben je ooit begonnen?

Ik woonde in de kelder bij mijn ouders en ik wilde graag het huis uit, maar niet de buurt uit. In 2007 liep het project 1012 nog en de Geldersekade was een gedoog-

zone. Aan het begin van de straat was een camera en aan het einde van de straat ook één. Precies in het midden, op nummer 58, hadden de camera’s geen zicht, dus daar verzamelden de junkies en dealers zich. Niemand wilde daar iets beginnen, dus dacht ik ‘daar wil ik wel iets beginnen’. Ik kreeg een deal met Stadsgoed en mocht erin. Zo ben ik begonnen met tentoonstellingen organiseren, proberen werk te verkopen, eerst in mijn eigen omgeving en daarna steeds breder. Ik studeerde er nog bij in het begin, eerst rechten, toen sociologie, toen kunstgeschiedenis. Geen van drieën afgemaakt en toen geconcludeerd dat ik niet geschikt was om in de studiebanken te zitten. Omdat ik begonnen ben ongeveer op hetzelfde moment dat de financiële crisis zijn intrede deed, ben ik gaan werken als chef-kok bij de Engelbewaarder, en bouwde ik daarnaast de galerie op. Rond dezelfde tijd kreeg ik een compagnon, Meier Boersma, en toen zijn we samen serieuzer gaan investeren in de galerie. Toen kregen we ook een grotere ruimte op nummer 34, waar we nu zitten. Van daaruit zijn we gegroeid.

Hoe selecteer je de kunstenaars waar jullie mee werken?

Wij benaderen hen, zij benaderen ons. We houden van kunstenaars met een verhaal, met humor, relativerend, soms er dik bovenop, soms autobiografisch, maar altijd dicht op de tijd. Denk aan Kadir van Lohuizen, over de voedselketen. Zijn visuele onderzoek naar de wereld achter onze voedselproductie en -consumptie zet aan het denken. Wat zou de toekomst van dit voedselsysteem ons kunnen brengen? Kadir zit al langere tijd bij ons.

Hoe beoordeel je wat een goede kunstenaar voor jullie is?

Dat is een kwestie van veel zien en gut feeling op basis van ervaring. Onze kopers vertrouwen daar ook op. Als galerie heb je ook een vertrouwensband met je kopers, een persoonlijke relatie eigenlijk. Wij organiseren ook veel diners in de galerie en gelegenheden voor kopers en kunstenaars om elkaar te ontmoeten.

Terug naar de Nieuwmarktbuurt, waarom wilde je hier niet weg?

Omdat ik hier geboren en getogen ben. De buurt was anders toen ik klein was, er waren veel problemen met verslaafden en dealers en de buurtbewoners van toen hebben het leefbaar gemaakt. Nu zijn de junks ingeruild voor lallende toeristen en hebben we andere problemen. Ik heb nu zelf een kind en ik woon hier dus nu is het mijn verantwoordelijkheid om het hier goed te houden. Ik denk dat het goed is dat er kritiek is op de soort toeristen die naar het centrum van Amsterdam komen, maar dan moeten we ook zeggen wat we wel willen.

En wat wil jij?

De wallen teruggeven aan de Amsterdammers. Winkels voor bewoners. Dat mensen weer buiten kunnen zitten. Ik ben voor veel dingen die onze burgemeester ook wil, zoals het i-criterium voor coffeeshops, een erotisch centrum ergens anders in Amsterdam, focus op kunst en cultuur, geweldig, maar het kost wel geld. Veel nieuwe kunstenaars zijn er niet in de buurt, omdat daar geen betaalbare woon-atelierruimte voor is. Dus meer ruimte voor kunst en cultuur, voor jonge mensen in de buurt, ik ben helemaal voor. Ik zal er in ieder geval alles aan doen wat ik kan. Het is mijn buurt en ik ga hier niet weg.’ <<

Foto’s: Jim Klinkhamer

Dit artikel is geschreven door twee buurtbewoners. In dit stuk zetten ze hun mening uiteen over de plannen van de Gemeente Amsterdam met betrekking tot de parkeerplaatsen aan de Binnenkant en de Kalkmarkt, en doen verslag van een belangenvergadering van de Gemeente op 1 november.

Gertrud Pijnenburg & Carry Bennink

Het verzoek van 55 bewoners van de Binnenkant aan de Gemeente tot het opheffen van parkeerplaatsen aan de huizenkant van de Binnenkant - op initiatief van de Gemeente uitgebreid met nog 7 parkeerplaatsen aan de huizenzijde op de Kalkmarkt - heeft tot discussie onder betrokkenen geleid. Het opheffen van de parkeerplaatsen heeft tot doel een goed begaanbaar voetpad te creeëren zodat kinderwagens, rollators, rolstoelen en mensen die slecht ter been zijn niet langer gedwongen worden op de rijbaan te lopen, zoals nu het geval is. Het voetpad zoals het er nu is, is te smal voor twee tegemoetkomende voetgangers, wat nog wordt verergerd door auto’s die ruim over de lijnen parkeren (auto’s worden de laatste jaren groter en breder) en door tegen de huizen geplaatste (bak)fietsen. Dergelijke trottoir-situaties zijn met name uitdagend en ook onveilig voor kwetsbare ouderen. Het valrisico neemt erdoor aantoonbaar toe. Aan de overzijde van de Binnenkant, de Oude Waal, is recentelijk het hele parkeren weggehaald ivm de kwetsbaarheid van de kade door het parkeerverkeer. De meeste mensen zijn daar tevreden over. Het is een breed voetpad en aan de waterkant is voldoende mogelijkheid gecreëerd om de fietsen te parkeren. Een authentiek ruim grachtenbeeld is ontstaan, zoals het vroeger was, voordat de auto zijn plaats opeiste.

Compensatie voor verdwenen parkeerplaatsen

Op meerdere plekken in onze buurt zijn parkeerplekken opgeheven zoals in de Koningsstraat en op de Recht Boomssloot. Die zijn nu veiliger voor voetgangers dan voorheen. Om de verloren gegane parkeervakken enigszins te compenseren kan zowel in de OBA garage als in de PietHein garage door vergunninghouders worden geparkeerd. Dit wordt echter niet als voldoende ervaren: ruimere parkeermogelijkheden wordt door velen gewenst. Door bijvoorbeeld het openstellen voor vergunninghouders van de overige parkeergarages in de buurt en dan met name Markenhoven, of de parkeergarage onder AH in de Valkenburgerstraat of de Stopera garage. En niet slechts de keuze uit één garage maar uit meerdere, zodat bij het VOL zijn er meteen doorgereden kan worden naar een volgende.

Een parkeerverbod voor auto’s van niet-bewoners

Of een veel radicaler idee: de auto’s van niet bewoners en met name van toeristen verbieden in de binnenstad te parkeren. Daarmee worden meteen twee andere problemen aangepakt, namelijk het overnachten van toeristen in de auto’s (met de de daaruit voortvloeiende overlast voor de bewoners) en het inslaan van de ruiten en beroven van diezelfde toeristenauto’s.

Nieuwe definitieve herinrichting pas over 10 jaar

Er zijn veel meningen over een betere indeling van de dan ontstane openbare ruimte: zoals meer fietsplekken, plantenbakken, geveltuinen etc. maar van een complete herinrichting van straat en kade kan pas sprake zijn bij definitieve vernieuwing van de kademuur aan de Binnenkant, zo heeft de gemeente verklaard. Vóór die tijd wordt er volgens het lopende beleid niet in reconstructie geïnvesteerd.

Op de door de Gemeente georganiseerde vergadering in de Nieuwe Ruimte van 1 november jl. om de meningen te peilen over deze plannen werd de parkeercompensatie algemeen onvoldoende gevonden. Zeker met de onlangs veranderde rijrichtingen is het inrijden in onze buurt en het parkeren alleen maar moeilijker geworden. Een verbod voor toeristen om langs de straat te parkeren kan zeker ook op veel instemming rekenen. <<

Stel je voor: je leeft heel prettig in een buurt waar je iedere dag wel een praatje maakt met je buren. Dat gevoel van echt thuishoren in jouw straat en meeleven met elkaar terwijl je helemaal vrij bent in je doen en laten. Het maakt van mijn buurt de liefste buurt van de stad. Thuiskomen nog voordat ik mijn woning binnen ga.

Louke Spigt

Nou zijn er in dit idyllische scenario wel een paar dingen voorgevallen waar we door overrompeld werden en voelden dat in noodgevallen er toch iets miste. Een aantal sterfgevallen. Letterlijk heel dichtbij maar omdat het buren betreft is het emotioneel lastig om te plaatsen. Laten we wel wezen tenslotte, je bent al goeie buren als je geen overlast ervaart van elkaar, maar je bent niet meteen bevriend en ook meestal geen familie. In ons geval waren die sterfgevallen een katalysator voor nog iets meer hechtheid. We zijn bij elkaar gaan zitten en hebben een groepsapp aangemaakt. We weten nu ook dat er op z’n minst een reservesleutel bij een andere buur ligt voor de hulpdiensten en wie we moeten bellen als het mis is.

Doodgaan is een gegeven waar we allemaal liever geen ervaring mee willen hebben. Ik vind dat taboe niet goed, het is de enige zekerheid die je als mens hebt tenslotte. En er over praten is heel belangrijk. Dat geldt ook voor eenzaamheid. Zelfs mensen die het liefst op zichzelf zijn en zo min mogelijk bemoeienissen willen, zijn niet blij als ze zich eenzaam voelen. Het past echt niet bij een mens om eenzaam te zijn. Het is ook niet zo dat je op volgorde heengaat. Leef iedere dag alsof het je laatste is, want het leven is een kadootje.

Deze stad blinkt uit in alleenwoners

Bij elkaar zitten heb ik ook met Bert en Yvette gedaan. Wij zijn drie buren die elkaar ontmoetten op een Stadshart Top over het onderwerp eenzaamheid. Juist omdat wij alledrie ervaren dat ons buurtje echt heel warm is met leuke contacten, viel het ons zwaar om niets te kunnen met buren die dood, of bijna dood liggen. Zo is BLY ontstaan.

Wij hebben ons collectief BLY genoemd omdat onze voorletters dat spellen, maar ook omdat wij hopen dat mensen blij over dit soort praktische dingen te kunnen praten. Het taboe omzeilen door het als praktisch te zien. Een klusje dat even gefikst moet worden. Voor mensen die veel contacten hebben is het gewoon aardig om de hulptroepen niet eerst op een speurtocht te sturen. En voor mensen die zich toch stiekem een beetje te veel hebben afgezonderd een prachtsmoes om contact te maken met de buren. Het is zeg maar de stap voor je met een persoonlijk alarm om je nek gaat lopen.

Laatste Hulp Bij Ongelukken

Wij zijn van mening dat het gewoon moet zijn om een naaste buur je sleutel en noodtelefoonnummers te geven voorhet-geval-dat. Juist iemand die naast/ boven/tegenover/onder je woont omdat dat het meest effectief is voor de hulp en afwikkelingen die erbij horen.

Ons idee is vaste vorm aan het krijgen als LHBO kist. Laatste Hulp Bij Ongelukken. Die andere kist (EHBO) heb je waarschijnlijk ook al lang in huis omdat het zo handig is. Dit kistje is mooi voor in de boekenkast en helpt bij dat ongemakkelijke moment van het bespreekbaar maken. Je krijgt als het aan ons ligt allemaal zo’n kistje met de opdracht om er eens over na te denken bij wie je de noodinformatie achter wilt laten. Al is het niet je sleutel, de hulptroepen zullen het erg handig vinden als je ergens een schat aan informatie hebt begraven over wie zij het droeve nieuws moeten meedelen. Voor meer informatie kunnen we alvast verwijzen naar lhbobly@gmail.com. De site en alles wat er nog opbloeit komt in de nabije toekomst. <<

> lhbobly@gmail.com

Uilenburgerwerf winnaar van de Auke Bijlsma

Geveltuinenhoofdprijs 2022

De Auke Bijlsma Geveltuinenprijs werd dit jaar voor de veertiende keer uitgereikt. Geveltuinen, boomspiegels, kade-, stoep- en pottentuinen en alle andere tuintjes in het gebied Nieuwmarkt Groot Waterloo dongen mee.

Een jury van ongeveer tien buurtbewoners selecteert gedurende het jaar genomineerde tuintjes (circa zestig) in verschillende categorieën. Na heel wat gedebatteer, waarbij het er soms fel aan toegaat, worden in volgende rondes de prijswinnaars gekozen (ongeveer twintig).

Op de bijeenkomst op 16 september 2022 in de Zuiderkerk waren in totaal 135 personen. Bij de organisatie is samengewerkt met DOCK en de Zuiderkerk. Sandra Rottenberg en Wies Teepe deden de presentatie van de prijsuitreiking. De foto’s, op een mooi groot scherm geprojecteerd, waren van Gerrie van Heun. Wies is bekend van haar wandelingen door de stad langs eetbare planten. Ze vertelde er mooie verhalen over en had voor iedereen een broodje hondsdrafkruidenboter meegebracht. Machiko Takahashi, een zeer getalenteerde fluitiste, verbaasde en vermaakte de aanwezigen met muziek voor planten.

De hoofdprijs, de Auke Bijlsma Geveltuinwisseltroffee werd uitgereikt door Patricia van der Heuvel, winnares van vorig jaar, aan de actieve bewoners van de Uilenburgerwerf, die lof verdienden voor hun groene straat. Uilenburgerwerf is een doodlopend zijstraatje van de Nieuwe Uilenburgerstraat, uitkomend op de Uilenburgergracht. Er is optimaal gebruik gemaakt van de autovrije ruimte met tientallen, flinke plantenbakken vol met struiken en bloemen.

De prijswinnaars kregen allemaal een jaarkalender cadeau met foto’s van de mooiste geveltuintjes. Deze kalender is voor 15 euro te koop bij boekhandel Pantheon.

De volgende keer is een lustrum! De vijftiende keer dat de Auke Bijlsma geveltuinenprijzen worden uitgereikt. In veertien keer hebben 14x20=280 (min doublures ca. 200) tuintjes een oorkonde ontvangen. Daarmee is een grens bereikt. Elke geveltuin heeft nu wel een prijs gekregen… Een lustrum is de gelegenheid bij uitstek om met een terugblik op vorige hoofdprijswinnaars de allermooiste tuinen van de buurt te kiezen.

Cliff

Anja-Hélène van Zandwijk, oud-ambassadrice van de Franse letteren en moeder van twee dochters, is nieuw in de Nieuwmarktbuurt en schrijft een essay over haar ervaringen, en haar liefde voor dit gedeelte van de stad. Van Zandwijk organiseert de Proust-leesgroep in het Pintohuis en de jaarlijkse Marcel Proust-dag, ook in samenwerking met Peter Paschenegger en Herman Feddema. Ze post foto’s van haar buurtwandelingen op Instagram.

Anja-Hélène van Zandwijk

Amsterdam kende ik van de vakanties bij onze grootouders, bij wie we vanuit Frankrijk kwamen logeren. Enorm gefascineerd was ik toen door de sprookjesachtige grachten met de hoge huizen die zich in het glanzende water spiegelden, de schattige bootjes, de gekversierde woonboten en de ophaalbruggen.

Op mijn veertiende emigreerden we naar Nederland en werd Amsterdam voorgoed mijn stad. Vergeleken met de brede Seine in het grote, anonieme Parijs, waaraan ik ook mijn hart heb verpand, was dit een gezellige grachtenstad vol fantasie, eigenzinnigheid en met een knusse uitstraling. Ik woonde een tijdje in de Staatsliedenbuurt en de Pijp toen ik als alleenstaande moeder met twee kinderen in de ‘Schinkelschool’, een voormalig kraakpand bij het Vondelpark, kwam te komen wonen. Ik woonde er in een eigenhandig verbouwd klaslokaal. Toch werdt het al snel weer tijd voor iets anders.

Pas na twee jaar rondspeuren vond ik mijn ideale woonplek in Nieuwmarkt-Lastage. De wijk kende ik uit de periode van mijn studie (Franse letterkunde en theaterwetenschap aan de UvA) van bezoekjes aan een medestudente die op de Krom Boomsloot woonde. Nadien heb ik dit betoverende grachtje nooit meer of slechts heel sporadisch opgezocht. Wel kwam ik in de Engelbewaarder voor de jazz-muziek op zondag, in het Universiteitstheater, het Crea studentencafé, het poëziecentrum Perdu en de Oudemanhuispoort, voor mij en vele andere boekenliefhebbers een nostalgisch lustoord.

Nieuw op de Nieuwmarkt

Hier in mijn nieuwe buurt bestaan nog paradijselijk rustige wijkjes zoals als de Nieuwmarkt-Lastage, de Raamgracht en de Groenburgwal. Een cinegeniek gebiedje, vind ik, weemoedig verlaten en sprookjesachtig verlicht. Het ademt nog een diep intieme sfeer door de golvende, smalle grachtjes en gedempte slootjes: verscholen plekjes als kleine, stille stadsoases. Het heeft ook een prachtige historie: tot het einde van de 16e eeuw was de buurt het belangrijkste, maritiem-industriële havengebied van Amsterdam.

Toch vond ik de verhuizing lastig. Het verlaten van mijn vertrouwde leefomgeving om –weliswaar binnen dezelfde stad – was voor mij een emotioneel gebeuren. Het viel me zwaar om afscheid te nemen van mijn sociale leven in de Schinkelbuurt en van mijn ommetjes door het Vondelpark. Ieder laantje en iedere boom denk ik te kennen in dit stadspark waar ik al als jonge tiener in flower power tijd rondscharrelde en naar undergoundmuziek luisterde in het blacklight-verlichte keldertje onder de brug.

Mijn nieuwe woning ligt in een rustig doodlopend straatje. Boven vanuit mijn ‘schrijfkamertje’ heb ik nu uitzicht op de Zuiderkerk met het sublieme klokkengeluid en vanuit mijn serre aan de achterkant kijk ik uit op de Krom Boomssloot. Wat ontheemd wandel ik rond door mijn nieuwe buurt, op zoek naar aansluiting, net als de dichter-flaneur Baudelaire in het getransformeerde Parijs van Haussmann. Soms vind ik het, bijvoorbeeld als ik aanschuif bij mijn nieuwe vriend Max aan zijn tafeltje in Captein & Co. ‘ <<

Elke eerste donderdagavond van de maand opent Waag haar deuren! Kom langs om te discussiëren en te doen. Want we gaan niet alleen in discussie over maatschappelijke thema’s en de toekomst - je leert daarnaast ook altijd iets praktisch. Iets dat je altijd al hebt willen uitproberen, zoals de 3D-printer in het FabLab, of juist iets dat je nooit had verwacht, zoals uitpluizen hoe DNA in elkaar zit in ons biotech-lab. Waag Open vindt plaats in (een van) de maakplaatsen op de eerste en tweede verdieping van het historische Waaggebouw op de Nieuwmarkt.

Black Mirror Stories

Donderdag

5 januari organiseert Waag een nieuwe Waag open

Speel mee met Black Mirror Stories, een kaartspel geïnspireerd op het bestaande spel Black Stories* en de populaire serie Black Mirror**. Lukt het jou om ze te ontrafelen?

De afgelopen jaren zijn de grootste spelers in de technologie, waaronder Facebook, Google en TikTok in opspraak geraakt door allerlei schandalen. Hun diensten zouden schadelijk zijn voor onze gezondheid, ons zelfvertrouwen, onze kennis en de democratie.

Digitale technologie is gigantisch en ontwikkelt zich zo snel, dat politici er maar weinig grip op krijgen. Zelfs de ontwikkelaars van de technologie zeggen dat ze “niet wisten waar ze aan begonnen” voordat alles uit de hand liep. Zo heeft onder andere de bedenker van de like-knop spijt van zijn uitvinding.

Hoe zouden die negatieve gevolgen in de toekomst voorkomen kunnen worden?

Het bedenken van verhalen en fantasiën heeft ons vaak geholpen bij dit vraagstuk. (Science-fiction)verhalen vormen tastbare voorbeelden die we in gesprekken, ontwerpen en zelfs wetsvoorstellen gebruiken om recente en toekomstige gebeurtenissen te kunnen begrijpen en in te kaderen. Door scenario’s te bedenken, kun je de consequenties van (bijvoorbeeld) technologie tastbaar maken.

Het spel Black Mirror Stories bestaat uit geillustreerde kaarten met dysptopische, tech-gerelateerde raadsels. In deze workshop creëer je na het spelen van het spel ook je eigen scenario’s door Black Mirror Stories te bedenken.

* Black Stories is een kaartspel met gitzwarte raadsels. Een speler heeft een raadselkaart vast en de andere spelers moeten raden wat er met het personage in het verhaal mis is gegaan door ja/nee-vragen te stellen.

** Black Mirror is een televisieserie. Elke aflevering is een ander verhaal waarin technologische ontwikkelingen van deze eeuw centraal staan. In veel verhalen loopt het niet zo goed af.

Over de kunstenaar

Roos Groothuizen is een mediakunstenaar die strijdt voor digitale mensenrechten. In haar praktijk en binnen het kunstcollectief Telemagic doet ze onderzoek naar de menselijke kant van onzichtbare algoritmes, informatiefilters en oneerlijke distributie.

Actieaffiche Niet Te Koop

Door AKart

Actiegroep Niet Te Koop, voortgekomen uit de gestaalde kaders van huurdersverenigingen Huurdersbelang Zuid, De Pijp en Centrum en Bond Precaire Woonvormen, is al zes jaar bezig om overal in de stad een halt toe te roepen aan de verkoop van sociale huurwoningen, ook die geschikt zijn voor mensen met een beperking en voor hen die graag een verdiepinkje lager willen wonen. Sinds 2020 zijn er elke zaterdagmiddag om 15 uur flitsacties bij voornamelijk benedenwoningen die voor tonnen in de etalage staan.

Tijdens een expertmeeting over de uitvoeringskwaliteit van de openbare ruimte werden in de Stopera bonbons van snoepwinkel Puccini in de Staalstraat uitgedeeld. Gekscherend werd opgemerkt dat deze pralines symbool staan voor een goede uitvoeringskwaliteit: passie, ambacht, goede ingrediënten, gedegen voorbereiding, nauwkeurige uitvoering met als resultaat een hoge eindkwaliteit. Vanwege deze vergelijking staat het beleidskader sinds 2004 bekend als de Puccinimethode.

De opera’s van Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini (Puccini) werden lange tijd weggezet als ‘ear candy’. Het zoet privilege dat fullservice makelaar Kuijs Reinder Kakes voor ons in de etalage zet boven het chocolade-atelier heeft een nogal smakeloze vulling. Als je erin bijt moet je er bijna een beetje van kotsen.

Zo’n twintig personen staan dan pontificaal op de stoep bij een sociale huurwoning die te koop is gezet door een woningcorporatie, met posters, stickers, stoepkrijt en een megafoon in de aanslag. De 105e actie was op zaterdag 29 oktober bij Zwanenburgwal 222, op de hoek van de Staalstraat pal tegenover de Stopera, waar de werkkamer van D66-wethouder Woningbouw Reinier van Dantzig er mooi op uitkijkt.

In 1985 werd het woonblok door Woningbedrijf Centrum-Oost opgeleverd voor sociale verhuur. Nu verkoopt vastgoedbedrijf Ymere, de grootste verhuurder van sociale huurwoningen in de Amsterdamse metropoolregio, het gehele complex. In vastgoedkringen wordt dit uitponden genoemd. Van het blok aan de Zwanenburgwal, Staalstraat en Verversstraat is nu 50 procent door de corporatie verpatst. Elke huurder die verdwijnt wordt vervangen door een eigenaar. Zo ook in de voormalige arme Joodse buurt op de eerste etage van nr. 222. <<

> Lees meer over Niet Te Koop op: niettekoop.org en huurdersbelangzuid.nl

Ontdek de ziel van het Marineterrein met een nieuwe podcast

In het nieuwe seizoen van de podcast Ziel van het Marineterrein verkennen we zes bijzondere gebouwen op het terrein en vragen ons telkens af: wat is de ziel van het Marineterrein? Op de voormalige scheepswerf, waar vroeger de Zuiderzee tegen de kade klotste wordt nu gewerkt aan de stad van de toekomst.

De verhalen liggen er voor het oprapen.

https://open.spotify.com/show/4PTY97mcTvAXxq0w6BD11X

Ingezonden

brief

Ik maak me zorgen over de biologische markt op onze Nieuwmarkt.

Het valt me op dat er steeds meer foodtrucks komen en dat de hoeveelheid klaargemaakt eten toeneemt. In een wijk die bezwijkt onder de vreetcultuur, gaat nu ook onze geliefde biomarkt dezelfde kant op van klaargemaakt eten. Met een dikke knipoog naar toeristen.

Het idee van een markt is dat je lokale producten in pure vorm kan kopen. Wat is er in godsnaam lokaal aan ‘typical Dutch Beenham’?

Ook staan er steeds meer tafeltjes en stoeltjes waarop met name toeristen zich te goed doen aan ‘real Dutch stroopwafels’, ‘real Dutch French fries’ en vage ‘natural’ Aziatische gestoomde en gefrituurde loempia’s. Alsof we dat niet rondom het plein en in alle straten en steegjes er tussen in hebben?

Mijn voorstel is, geen foodtrucks meer op de markt, geen krankzinnig uitgestalde ‘real Dutch cheese’, maar groente, fruit en paddestoelen en kleine boeren uit de streek die zuivelware etc. aanbieden. Laten we stadshout uitnodigen, om wat producten te verkopen, pluktuinen uit West, kruidenkraampjes uit Weesp etc. Laat er een ander beleid komen. Als ik de oudgedienden Gerrit en Jeroen van de groenten spreek, zeggen ze dat ik me moet melden bij het marktbeleid. Ik roep jullie allemaal op dit te doen. Misschien kan OpNieuw uitvinden wie dat is en een interview doen.

Onze biologische markt is velen zo lief, het is een fijn ontmoetingspunt voor vele bewoners. Laten we er zuinig op zijn en creatief nieuwe kraampjes vragen.

Maartje Nevejan

Els Iping aan Holtel:

{De nieuwe podcast The bleak reality behind the red light district van onderzoeker & podcast maker Anne Holtel voor de Britse publieke omroep (BBC) vertelt over uitbuiting, mensenhandel en buurtoverlast op de Wallen. De 50 min. podcast schetst een kille en harde wereld, bij ons om de hoek.

Ingrid Gercama

Voor en tijdens de COVID-19 lockdown wandelde podcastmaker Anne Holtel weken over de Wallen. Ze sprak met sekswerkers, met buurtbewoners Bert Nap en Els Iping, met Frits Rouwvoet van Bright Fame (de christelijke organisatie die vrouwen helpt uit de prostitutie te stappen) en Raymond Venema, die jarenlang voor de politie in de Rosse buurt werkte.

Met dramatische muziek en aan de hand van diverse interviews vertelt Holtel het verhaal over de Burgwallen, anno 2022. ‘Het is de dance-monkey, dance-monkey show’, vertelde een sekswerker, die anoniem wil blijven. Massatoerisme op de wallen creeert volgens haar een disrespectvolle situatie voor de vrouwen die met seks hun dagelijkse brood verdienen.

‘Een paar dagen geleden zagen we een groep mannen die junglegeluiden maakte ... in Holland gebeurt dat tijdens een voetbalwedstrijd en zet de scheidsrechter de wedstrijd stil. Maar hier accepteren we dat het met bijna naakte vrouwen gebeurt ...
Het is vernederend, niet alleen voor de vrouwen maar voor alle Amsterdammers.’

Holtel spreekt ook met Jasmina uit Roemenië, een slachtoffer van mensenhandel die jarenland werdt gedwongen tot prostitutie. Ze vertelt dat ze elke avond rond de dertig mannen zag en de helft van haar geld aan haar ‘vriend’ en pooier moest afstaan.

Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 zijn er steeds meer Oost-Europese sekswerkers en meer uitbuiting en misdrijf in de buurt, volgens Holtel en haar bronnen.

‘In Nederland kan je goed geld verdienen, dat vertelden ze de vrouwen daar’, vertelt ook ex-politieman Venema over de komst van Oost-Europese prostituees in de Rosse buurt. Volgens hem zijn er eigenlijk bijna geen vrouwen die het werk nog vrijwillig doen. <<

> Luister hier naar de podcast: https://www.bbc.co.uk/sounds/play/w3ct43cb

Binnenkrant 100: Bewonersraad Nieuwmarkt Groot Waterloo ten einde?

Cliff van Dijk

De geschiedenis van de Bewonersraad Nieuwmarkt Groot Waterloo gaat terug tot de krakersopstanden midden vorige eeuw. Om die geschiedenis op te halen en op te tekenen gaan we binnenkort nog eens een enorm archief raadplegen. Dit archief heeft jaren veilig opgeborgen gelegen in de Boomsspijker, de historische plek waar de eerste actievergaderingen waren en waar decennialang is vergaderd.

Totdat de regering in Den Haag fysiek vergaderen tijdens corona onmogelijk maakte door het te verbieden.

Op 12 maart 2020 werd voor het laatst een vergadering gehouden in de Boomsspijker. Het ging toen over het kademuurherstel, plannen Waterlooplein marktdeel, begane grond stadhuis en Chinees hotel aan de Geldersekade.

Met digitale techniek en de vaardigheden van Paul Busker gingen we online vergaderen. In 2021 tweemaal. Op 22 april (ruim 70 deelnemers) en op 10 juni.

Tijdens de aprilvergadering spuiden de digitaal aanwezigen hun ervaringen tijdens de coronapandemie. Die waren veelzijdig. Iedereen was tevreden met de teruggekeerde rust en schone lucht, een aantal miste gezellige drukte, de meesten vreesden de terugkeer van het massatoerisme als de pandemie voorbij zou zijn.

Velen zagen ook mogelijkheden en kansen, bijvoorbeeld voor vergroening van stenige delen van de buurt. Ook om het project Intelligente toegang tot de Nieuwmarktbuurt te realiseren.

Er kwam ook ruimte voor andere initiatieven, zoals een proef met een door buurtbewoners zeer gewenste knip in de Weesperstraat. Hiervoor werd een speciale buurtkrant in het leven geroepen, Het Perspectief, die tot nu toe drie keer is verschenen.

Aan het einde van de coronapandemie gekomen en de balans opmakend is er een zwaar verlies te noteren van verschillende overleden vrienden, belangrijke deelnemers aan de Bewonersraad.

Het is de Agendacommissie, die de Bewonersraad bijeenroept en daarvoor ook de agenda samenstelt. Een Bewonersraad kan in theorie ook door bewoners worden belegd, samen met de agendacommissie of niet, maar dat is deze eeuw niet voorgekomen.

De huidige Agendacommissie bestaat uit Hans van Os, Marijke Storm, Cliff van Dijk, Paul Busker en Marten van der Krieke. Zij worstelen met een voortzetting

van de bijeenkomsten en hebben moeite met het vinden van de juiste energie om de Bewonersraad nieuw leven in te blazen. En zo ja, moeten we dan misschien een andere vorm voor de bijeenkomsten ontwikkelen? Bijvoorbeeld kleinschaliger (op straat-niveau) en/of in de vorm van ‘schouwen’.

Dit roept veel vragen op. Vragen die de identiteit en de meerwaarde van de Bewonersraad ter discussie stellen. Want wat is de meerwaarde van een overlegorgaan als de Bewonersraad? Is het de kennisoverdracht tussen bewoners die in hun buurt de lusten en de lasten delen? Is het het saamhorigheidsgevoel die tussen buurtbewoners bestaat? Is dan het Stadsdorp Nieuwmarkt niet een beter platform dan de Bewonersraad? De Agendacommissie besloot om deels met het Stadsdorp samen te gaan en een gezamenlijke nieuwsbrief uit te brengen. Is de Bewonersraad de juiste plek om een actie in de buurt te bespreken? In

het verleden was dat de bestaansreden van de Bewonersraad. Talloze actie- en werkgroepen zijn in de Bewonersraad ontstaan, al dan niet succesvol. Denk aan de Werkgroep Verkeer, de Werkgroep Ouderenhuisvesting en de Werkgroep Drukte. De buurt vergrijst en de Bewonersraad eveneens. De actiebereidheid van bewoners lijkt in deze individualistische samenleving verdwenen.

Acties vinden voornamelijk online plaats. Tegelijkertijd heeft de Gemeente Amsterdam een participatietraject ingezet. Online worden burgers betrokken bij onderwerpen, die in hun buurt spelen. Hierdoor lijkt de Bewonersraad in belang af te nemen. Onlinevragenlijsten worden door honderden buurtbewoners ingevuld. Dit traject is eigenlijk al ingezet met het instellen van de stadsdeelraden en het afbouwen van de wijkcentra. Het instellen van de deelraden zou de bewonersraden overbodig maken. De wijkcentra werden geprivatiseerd.

Is daarmee de Bewonersraad ook overbodig geworden?

Dit is bijna een essentiële, zelfs existentiële vraag:

Wat willen we voor een samenleving?

Wij willen in het voorjaar een bijeenkomst organiseren, waar we het opheffen van de Bewonersraad ter discussie willen stellen. Is er nog wel belangstelling voor? Zijn bewoners niet gewoon met andere dingen bezig? Bewoners zijn vooral bezig zich te ontplooien en aan te passen aan de almaar drukker wordende stad. Want het massatoerisme is terug, dat is niemand ontgaan. Bewoners proberen te overleven in een samenleving die in rap tempo individualiseert en almaar rechtser en gewelddadiger wordt. Is dat dan niet juist een reden om de Bewonersraad weer bijeen te roepen?

Geven we toe aan een door de gemeente gewenste, keiharde samenleving met digitale participatie of gaan we samen door en koesteren we de Bewonersraad Nieuwmarkt Groot Waterloo?

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook