Aan dit nummer werkten o.a. mee: Guust Augustijn, Suze Commandeur, Pim van Galen, Mariken de Goede, Jan van Goor, Carl van Hees, Maarten Henket, Humpel, Nanny Kok, Imke Koldijk, Beate Loonstra, Martijn van der Molen, Mathilde MuPe, Henk Oldeman, Diana Ozon, Jordi Peters, Winne Willems, Miriam van Zanten
OpNieuw is het tijdschri voor de wijk Nieuwmarkt Lastage, door en voor buurtbewoners. OpNieuw wordt gratis huis aan huis verspreid in het gebied dat begrensd wordt door Geldersekade, Uilenburg, Zwanenburgwal, Staalkade, en ‘s Gravelandsveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt en op het Oosterdokseiland.
Deze uitgave wordt mede mogelijk gemaakt door Stadsdeel Centrum en de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen.
Hoofdredacteur
Hans van der Kamp
Redactie
Eveline Franken, Max van Norden
Opmaak
Stichting NTV Amsterdam
Voorplaat
Hans van der Kamp (portret Suze)
Achterplaat
Nanny Kok
Aan dit nummer werkten mee
Guust Augustijn, Suze Commandeur, Pim van Galen, Mariken de Goede, Jan van Goor, Carl van Hees, Maarten Henket, Humpel, Nanny Kok, Imke Koldijk, Beate Loonstra, Martijn van der Molen, Mathilde MuPe, Henk Oldeman, Diana Ozon, Jordi Peters, Winne Willems, Miriam van Zanten
Bezorgers
Marie-Laurence van Asperen de Boer-Eichholtz, Beiki Bakker, Mieke van Beeren, Mariken de Goede, Johanneke Guldemond, Roos Hendriks, Lea Israels, George Janszen, Nico de Jong, Baukje Kleinbekman, Femke Koens, Machiel Limburg, Marte Meijer, Evelien van Os, Gertrud Pijnenburg, Hans Puts, Dymph Rutten, Joost Schings, Ria van Teeffelen, Cees Tijsen, Alf van der Vliet, Bob Vos, Barbara Wichers Hoeth.
De advertentieprijs is vastgesteld op €1 per vierkante centimeter.
Bestuur Stichting OpNieuw bestuur@opnieuw.nu
Open Ateliers Nieuwmarkt verschoven
De Open Ateliers worden verschoven naar 9 en 10 oktober 2021, met een feestelijke opening op vrijdagavond 8 oktober.
Samengevat is de reden voor het uitstel, dat men kiest voor een evenement in vol ornaat, met een spetterende opening, veel deelnemende kunstenaars die hun atelierdeuren openzetten, drukbezochte centrale expositie, kinderworkshop, veel bezoekers die ruim aandacht en tijd kunnen schenken aan de kunstwerken en eventuele aankopen, en veel gelegenheid voor mooie gesprekken.
Dat zit er allemaal niet in zoals het er nu uitziet. Alles wijst erop dat we half juni helaas nog niet ‘open’ kunnen zoals dat heet. Het openingsplan van de overheid spreekt vanaf 16 juni pas van versoepelingen van de maatregelen onder voorwaarden. Die voorwaarden staan voortdurend onder druk en zijn op het moment van dit schrijven erg ongunstig. De besmettingen lopen geregeld nog op, de IC’s zijn nog druk bezet.
24preludia
Fotograaf: Imke Koldijk
Gratis zomerlunchconcerten op donderdag in de Mozes & Aäronkerk, aan het Waterlooplein. 12:15u - 12:45u in juli en augustus. Vrijwillige bijdrage achteraf wordt op prijs gesteld. reserveringen@24preludia.nl
Ook deze zomer speelt pianiste Jacqueline voorheen Frederique preludes van Bach en eigentijdse antwoorden van vaderlandse componisten. Weer zijn er andere pianisten ook.
Agenda:
1 juli - Jacqueline voorheen Frederique / 8 juli - Edward Janning / 15 juli - Pauline Post / 22 juli - Laura Sandee / 29 juli - Martijn Smits / 5 aug - Jacqueline voorheen Frederique / 12 aug - Arnaud Rosdor / 19 aug - Gerard Bouwhuis / 26 aug - Jacqueline voorheen Frederique
Afhaalpunten
Deadline volgende OpNieuw 12 augustus 2021
Woont u in Amsterdam, maar buiten het verspreidingsgebied van OpNieuw en wilt u toch een exemplaar bemachtigen, dan kan dat altijd een paar dagen na datum van verschijning door het nummer gratis af te halen bij De Boomsspijker, het Pintohuis en de groentekraam op de Nieuwmarkt tegenover AH. Tevens zijn alle nummers van de OpNieuw te downloaden op onze website: www.opnieuw.nu
Jopie van de Kalkmarkt
Interview Jopie Jaspers
Ruijtergaard
Groen buurtinitiatief
Bijdragen
Hee u een bijdrage die u in OpNieuw geplaatst wilt zien? Stuur die dan ter beoordeling in naar redactie@opniew.nu.
Website OpNieuw.nu
Dowload alle jaargangen van OpNieuw en gebruik het contactformulier voor het melden van nieuws dat niet kan wachten tot de volgende gedrukte uitgave.
Mathilde Mupe & Diana Ozon
Interview Jopie van de Kalkmarkt
Uitslag fotowedstrijd jeugd
De Boomsspijker tijdens de pandemie
Persvrijheid - Column Max van Norden
De milde blik van Jan van Goor
Initiatief De Ruijtergaard
Cartoon Humpel
Jan van Goor
De milde blik
Carl van Hees
Werken met glas
Diana Ozon en Mathilde Mupe
Even denken en ‘Een harp onder de riem’
Loopje - Henk Oldeman
Interview glaskunstenaar Carl van Hees
Nieuws van stichting !WOON
Geur - Eveline Franken
Wandelen - Nanny Kok
Redactioneel
De terrassen zijn weer open, nu ik dit redactioneel schrijf. Zwermen BOA’s zijn ook meteen weer in de weer om mensen op onbeleefde toon te manen zich aan de door de Rijksoverheid gestelde regels te houden. Ondertussen heerst bij mensen, die zich hebben laten vaccineren, enige ontgoocheling. Ook na de tweede prik hebben ze weinig vrijheden.
Maar je laat je juist vaccineren om anderen te beschermen, is dan de meest gehoorde uitspraak. Iemand op social media reageerde daarop met de tekst: ‘De mensen die zich voor anderen hebben laten vaccineren, dat zijn dezelfde mensen die aan de Postcodeloterij meedoen om goede doelen te steunen.’
Ik kon daar wel om glimlachen, eigenlijk. Toch blij het jammer dat we kennelijk na een vol jaar nog zo weinig over de oorsprong vab het virus zelf weten. Meningen zijn er genoeg. Aan beleidslijnen ook geen gebrek, al wisselen die regelmatig. Vorig jaar om deze tijd mochten we geen mondkapjes dragen, omdat die volgens het RIVM voor schijnveiligheid zorgden en zelfs ‘gevaarlijk’ zouden zijn. Nu dragen we ze regelmatig verplicht. Ik deed dat overigens ook toen al vrijwillig, want ik vertrouw niet alles blind wat uit Den Haag komt. Wat de gevolgen op lange termijn zullen zijn van een vaccinatie met redelijk experimentele middelen, die vaccins worden genoemd, dat weet ook nog niemand. Waarmee ik overigens zeker niet mensen wil ontraden om zich te laten vaccineren. Mocht u echter op het standpunt staan om u bij nader zinzien niet te laten vaccineren met een experimenteel middel, dan werkt u de overheid en de gemeenschap tegen en dat is meestal nooit zonder nare gevolgen.
Die overheid hee al, zonder uw toestemming, een pagina op het Internet voor u klaargezet, waarop staat of u al
gevaccineerd bent. Diezelfde overheid schaa zachtjes met wetsvoorstellen, ingediend door een demissionair kabinet, aan grondwettelijke vrijheden. Ik zou zeker niet meteen ‘Chinese toestanden’ willen roepen, maar er wordt wel systematisch met uw vrijheden als burger gerommeld. De smartphone waar u veel geld voor hee betaald, controleerde altijd al uw koop-, lees- en reisgedrag, maar nu dringt het apparaat ook steeds dieper door in uw medische geschiedenis en die van uw naasten, zonder dat die data voldoende beschermd worden. Tegelijkertijd lijkt er geen enkele taalgevoeligheid bij de Rijksoverheid te zijn. In plaats van het voor de hand liggende woord ‘ínentingsbewijs’ te gebruiken, praat men over een ‘vaccinatiepaspoort’. Je moet echt heel goedgelovig zijn als je in de keuze van dat laatste woord niet de ambitie ruikt om de vrijheden van de burger nog wat verder in te perken. Ik voorspel u dat toeristen straks meer vrijheden hebben om deze stad binnen te komen dan wij als inwoners hebben om die stad even te verlaten. Ik ben zeker niet tegen vaccineren. Wel ben ik tegen de manier waarop de Rijksoverheid het beleid tracht te verkopen. Alle maatregelen zijn bedoeld om het openbare leven, het bedrijfsleven en de economie op gang te brengen. Ze treden daar wel heel selectief in op. De miljarden naar KLM waren vanzelfsprekend, maar als het om veel kwetsbare kleine bedrijven gaat, dan worden de maatregelingen al snel veel grilliger en voor de kleine ondernemer steeds onbegrijpelijker. Krijgt de kleine ondernemer het te zwaar, dan hee dat verregaande gevolgen voor de lee aarheid van de hele buurt. Het wordt tijd om ons wat kritischer op te stellen naar wat Den Haag zoal over ons neer laat dalen.
Hans van der Kamp
Jopie van de Kalkmarkt
Foto: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Miriam van Zanten
Jopie Jaspers is in haar eerste levensjaar in hetzelfde pand komen te wonen waar ze nu nog steeds woont, maar dan een etage hoger met een prachtig uitzicht. Nog niet zo heel lang geleden is ze 80 geworden. Ze kent de buurt dan ook als geen ander.
Hee u hier altijd gewoond?
In mijn eerste levensjaar ben ik hier komen wonen op de eerste verdieping. Daarvoor kan ik me natuurlijk niets herinneren. We hebben altijd in het benedenhuis gewoond. Achter de badkamer was altijd mijn kamer. De rest van het huis werd verhuurd. Mijn vader en mijn moeder verhuurden eenhoog en tweehoog. Driehoog, dat waren de zolders voor de eerste en de tweede etage. Ons huis is verkocht in 1988 door mijn broers en die hebben het verkocht aan een groenbedrijf en dat bedrijf hee Stadsherstel als beheerder
aangewezen. Stadsherstel was van alles van plan met het pand en ik zei: ‘Ik ga hier niet weg. Moet je horen, dit is ons eigen huis geweest. U maakt het niet uit waar ik woon en mij maakt het ook niets uit waar u woont. U ziet maar hoe u dit oplost, maar ik ga niet weg.’
Dus Stadsherstel had een probleem?
Ja. Het ging mij in het geheel niet om een andere woning, of om het geld, ik wilde gewoon hier blijven en uiteindelijk is dat gelukt. Ik heb heel even hiernaast gewoond tijdens
de verbouwing en toen ik ben ik met mijn man Cor op de derde verdieping gaan wonen. Mijn moeder ging toen naar Noord en die zei: Neem jij nou tweehoog. Maar ja, ze had daar wel heimwee, natuurlijk. Dus ik heb eigenlijk op alle etages gewoond. Nu dus op eenhoog.
Hee u ook dicht bij huis kunnen werken?
Ja, hier op Uylenburg bij de Rijnco, een schoenfabriek, waar nu die diamantfabriek is. Hier op het Oosterdok was toen het postkantoor en daar heb ik ook gewerkt.
Hoe ervaart u de veranderingen in de buurt?
Het is allemaal zo veranderd hier. De Lastageweg is helemaal verdwenen. Een heleboel mensen moesten verhuizen. Een paar zijn naar Noord gegaan, maar ook naar de Bijlmer. Ze hebben hier aan het einde van de Oude Waal
en aan het begin van de Binnen Bantammerstraat hebben ze nieuwe panden neergezet. Weet hoe ik die panden dan noem? Blokkendozen. Die echte oude huizen hier, die spreken tenminste.
Wat zijn de gebeurtenissen hier die u het beste zijn bijgebleven?
Ik heb hier voor de deur een kind gered. Je had de groenteman in de Peperstraat. Mijn moeder zei: Joop ga jij even boodschappen doen. En ik denk: wat staan er toch veel mensen op de brug. Mensen die niets stonden te doen en ik keek en zag zo het zwarte haar van Francisca, dus ik ben snel naar hiernaast gehold en heb geroepen: Francisca ligt in het water! Die vader had snel zijn jas uitgetrokken en was in het water gedoken. ‘s Avonds kwamen ze met een plant naar me toe en zeiden ze: neem die maar mee naar huis. Afgelopen, klaar.
En de jongen hier op de hoek, Rudy. Ik zat bij mijn schoonzuster en er werd geklopt. Was het de vader van Rudy. Hij zegt: Joop, heb jij Rudy gezien? Ik zei: Klopt, die is hier om vier uur weggegaan. Nou, hij is niet thuisgekomen, zei hij.
Wat was er nou gebeurd? Hiernaast op 11 waren drie jongens, vriendjes van hem. Is hij roepend achteruit gaan lopen, zo het water in tussen de boot en de walkant. Het water was rood aan de walkant. In het Oosterdok hebben ze hem uit het water gehaald. Daar kom je dan weer boven water.
Echtgenoot Cor onderbreekt haar even: Als je drie keer onder bent geweest, dan is het gebeurd.
Konden mensen eigenlijk allemaal zwemmen in die tijd?
Ja, zat mensen konden zwemmen, maar die gaan dan staan kijken. Een paar maanden geleden hebben ze ook weer iemand uit de Oude Schans gehaald. Natuurlijk drank op en dan plassen. En weg.
Het hoe niet altijd door drank te komen. Er is er laatst eentje geweest op de Rechtboomssloot. Die man was daar op vakantie en die zegt tegen zijn vrouw: Ik ga even een rondje lopen. Toch ergens gevallen. Die is hier voor de deur boven water gekomen. Ze waren drie dagen naar hem aan het zoeken geweest.
Herinner je de bevrijding van Amsterdam nog?
Daar was ik te jong voor om daar echte herinneringen aan te hebben, maar je weet dat dit de oude joodse buurt is en mijn zuster hee nog op de Oude Schans op die kleine school gezeten en daar heb ik trouwens ook op gezeten. Mijn zuster hee nog gezien dat ze die joodse kinderen kwamen ophalen.
Dat was zo triest om te zien...
Het is eigenlijk raar dat het nieuwe herdenkingsmonument zo ver uit de buurt is. Ach, die gemeente hier. Er komen allemaal jonge gasten en het enige wat ze willen is alles veranderen. De buurt is wel achteruit gegaan. Er waren hier veel meer bedrijven en die zijn allemaal vertrokken.
Hoofdprijs: Suze Commandeur
Juryrapport
Het werd ons niet makkelijk gemaakt. Het aantal inzendingen was boven verwachting en één foto stak er met kop en schouders bovenuit en dat was die van Suze. Compositie, kleurgebruik en symboliek waren van zo’n niveau dat we meteen wisten wie onze winnaar zou worden.
Over de tweede en derde prijs konden we het niet eens worden. De inzendingen ontliepen elkaar niet zoveel qua kwaliteit en haalden zeker het niveau van de hoofdprijs niet. Na lang wikken en wegen, hebben we besloten dat dit misschien ook een beetje aan onszelf had gelegen. De fotowedstrijd voor de jeugd was een nieuw onderdeel in het blad en misschien hebben we daardoor niet de grootste groep bereikt, want dat onze buurt bol staat van de creativiteit is onbetwistbaar.
Het enige denkbare besluit was dan ook een nieuwe ronde uit te schrijven voor de fotowedstrijd.
De tweede ronde
Ontwikkel een goed oog voor wat je in je omgeving ziet en en met name de situaties die onze buurt of speci ek jouw leefomstandheden kenmerken.
Waar?
Het tijdschri wordt in de Nieuwmarktbuurt bezorgd, dus zien we het liefst foto’s die in de buurt gemaakt zijn, maar we gaan er geen meetlat naast leggen. Vergeet ook niet dat we niet alleen aan stadsbeelden denken. Niets staat je in de weg om ook binnen, thuis of bij anderen, te fotograferen. Mits je natuurlijk even toestemming toestemming vraagt aan de mensen die op de foto staan.
Spelregels
• Je mag niet ouder zijn dan zestien jaar.
• Zet je camera op de hoogste resolutie en stuur maximaal drie foto’s vóór 12 augustus naar: redactie@ opnieuw.nu.
• De foto’s moeten recent zijn en mogen niet eerder op social media geplaatst zijn.
• Je gee toestemming dat je foto in OpNieuw en de daaraan verbonden website geplaatst wordt.
• Is de foto binnenshuis gemaakt en staan er meer mensen op, vraag dan of ze het goed vinden dat de foto gepubliceerd wordt.
• Voor het drukken in het tijdschri is het belangrijk dat je de foto niet verkleind of comprimeert.
Over Suze (portret op
voorpagina}
Ik ben 14 jaar oud en woon in een huis in de Nieuwmarktbuurt met mijn ouders, broer en twee katten. Mijn hobby’s zijn voetballen, muziek maken (ik speel piano, sinds een jaartje gitaar en sinds kort ukelele) en in mijn vrije tijd kijk ik graag series of spreek ik af met vrienden.
Mijn school zit in Noord (Hyperion lyceum), maar mijn basisschool ligt wel in de Nieuwmarktbuurt. (St. Antoniusschool) Van die school heb ik nog een aantal vrienden die hier ook in de buurt wonen. Meestal zien we elkaar eens per jaar op de aprilfeesten. Maar die zijn helaas nu al twee keer niet doorgegaan door corona.
Verder vind ik de buurt gezellig want bijna iedereen kent elkaar. Door corona heb ik veel meer tijd gekregen met mijn gezin, waar ik wel heel blij mee ben. Normaal is mijn vader namelijk vaak weg omdat hij in een orkest zit dat wereldwijd concerten hee .
De hoofdprijs
Je ontvangt een waardebon van € 50,-- en je foto wordt prominent geplaatst in de OpNieuw en bovendien wijden wij een stukje aan jou en je fotogra e.
Tweede prijs
Je foto verschijnt in OpNieuw en we besteden aandacht aan je werk in ons tijdschri . Bovendien krijg je de mogelijkheid om vaker iets voor ons te fotograferen.
Derde prijs
Gelijk aan tweede prijs.
Hoe gaat het nu met de buurt?
Hoe gaat nu met de buurt? Dat vroegen we Pim van Galen van de Boomsspijker en daar kregen we dan ook een uitgebreid antwoord op. Wie denkt dat ze zich daar door Covid-19 laten dwarsbomen, hee de inzet van de medewerkers verkeerd ingeschat. In alles is het programma, al sinds het begin van de pandemie, aangepast op de steeds wisselende situaties.
Ja, we zitten nu al een jaar in de pandemie. Eigenlijk vanaf maart vorig jaar. In de eerste maanden waren de mensen behoorlijk bang en nu hoor je toch vooral dat mensen het helemaal zat zijn. Toch hoor ik ook mensen zeggen dat ze het eigenlijk wel rustig vinden met nauwelijks toeristen. Vooral natuurlijk van mensen die op de drukste punten wonen.
Is er sprake van isolement bij ouderen?
We hebben af en toe wel contact met mensen die geïsoleerd zijn. We helpen ook wat mee met het rondbrengen van eten, soep of voedselbankpakketten, bijvoorbeeld. We doen wel eens in bepaalde straten een soort belactie, maar de mensen die geïsoleerd zijn, doordat ze bijvoorbeeld bang zijn om ziek te worden, die zijn heel moeilijk te bereiken omdat ze vaak de deur niet open durven te doen.
Hoe ontvangen jullie zo’n indicatie dat het ergens met iemand niet goed gaat?
Wij werken nauw samen met de buurtteams, dat komt uit het maatschappelijk werk vandaan, maar er zitten nu ook meer organisaties in en die hebben soms ook contact met familieleden die met vragen komen. Dat kan over van alles zijn, maar dan ontstaat soms wel eens het vermoeden dat er meer mis is bij de mensen thuis.
Als mensen dat willen, dan is er een mogelijkheid een afspraak te maken aan de deur, of als het huis groot genoeg is, in huis. Maar je moet wel rekening houden met privacyregels. Mensen moeten wel toestemming geven.
Maar als we een ingang hebben, dan kunnen we daar iets mee doen. Ik zit bijvoorbeeld ook veel op social media. We merken dat veel 70-plussers wel WhatsApp gebruiken en dan hebben we soms op die manier contact met mensen. Gewoon een bericht: Hoe gaat het met je? Dat vinden mensen dan prettig om van ons te horen.
Of heb je wat nodig? Bij een eventuele een op een afspraak blijkt dan al snel dat mensen het prettig vinden om even hun verhaal te kunnen doen.
Komen jullie ook in contact met jongeren die door thuiswerken of studeren in isolement raken?
Die zijn wat moeilijker te bereiken. We hebben wel buitenactiviteiten georganiseerd, maar dat is meer voor tieners en scholieren, maar die zijn ook weer lastiger hier in de buurt te bereiken. De basisschoolleerlingen die kunnen hier in de buurt naar school en die komen ook wel bij tussenschoolse opvang of dat soort dingen, dus met die groep hebben we wel contact, maar middelbare scholen zitten verder weg.
Het enige wat je in de binnenstad hebt is het Barleus, geloof ik. Van studenten die bijvoorbeeld geen familie in de stad hebben, hoor je wel dat die alleen nog maar achter een schermpje zitten. Maar het is een lastig bereikbare groep, net zoals de ZZP-ers.
Wat we wel meekrijgen, omdat we wat activiteiten gedaan hebben waarbij mensen zaadjes of bollen kunnen ophalen, is dat veel mensen aan het tuinieren zijn geslagen, met geveltuintjes en zo. Daardoor zijn ze voor de deur bezig en spreken ze weer eens af en toe iemand die de hond gaat uitlaten of boodschappen gaat doen.
Mantelzorgers die voor familieleden of buren zorgen hebben het uiteraard ook extra zwaar. Daar organiseerden we bijeenkomsten voor, maar dat verloopt nu natuurlijk ook stroever dan anders.
Ook veel relatie- en gezinsproblemen, maar die komen niet zozeer bij ons terecht.
Als je nu aan nieuwe bewoners van deze buurt zou moeten uitleggen wat jullie kerntaken zijn, wat zou je ze dan vertellen?
Een van de eerste functies die we hebben, is dat we een soort vraagbaak zijn. Een van de populairste dingen voor nieuwe bewoners is het woonspreekuur dat hier normaal elke woensdagmiddag is. Mensen die willen weten hoe het met huur en onderhoud zit en we krijgen ook expathuurders. Die hebben vaak geen enkel idee wat een huurcontract is. Gelukkig hee het woonspreekuur mensen die daarmee kunnen helpen.
Daarnaast heb je natuurlijk ontmoetingen en activiteiten om aan deel te nemen. De man die hier net even binnenliep is van de computerinloop voor als mensen even iets niet goed snappen. Het is niet de technische kant van het verhaal, want daar hebben we een repaircafé voor. Mensen die ook weer helpen met kleine reparaties en dat soort dingen. Bij de computerclub helpen mensen elkaar, dat zijn vaak Internetvragen.
Op het moment zijn er toch wel beperkingen, maar we hopen snel weer wat voor ouderen en beweging te kunnen doen. Dan zitten we met een klein groepje hierachter in de gymzaal die net is opgeknapt.
We zitten er ook aan te denken, als het binnenkort allemaal weer wat ruimer is, een soort wandelclub te starten. We horen dat mensen wel zin hebben in de combinatie van bewegen en anderen ontmoeten.
Voor veel ouderen in de buurt is de Boomsspijker ook een populaire plek om even binnen te lopen, ko e te drinken en wat mensen te ontmoeten.
Max van Norden
Persvrijheid
Soms vraag ik mij af of we ons in deze buurt wel genoeg realiseren dat het een enorme luxe is om een eigen, ona ankelijk tijdschri als OpNieuw te hebben. Het is nog gratis ook. In ieder geval voor de lezer. Voor de bestuursleden van de Stichting OpNieuw niet, die moeten hard werken om de titel staande te houden. Ik kwam op die gedachte toen ik een stuk van de Amsterdamse hoogleraar Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer las, waarin hij een Duitse journalist citeerde die stelde dat de Nederlandse pers mogelijk zo dociel en weinig kritisch was geworden doordat vrijwel alle Nederlandse media het privébezit zijn van twee ‘obscure Belgische families’.
Met obscuur bedoelt hij dat beide families tijdens de oorlog collaboreerden met de bezetter. Nu is de oorlog lang geleden, maar we weten ook dat oud geld niet roest, dus het is niet zo ver gezocht om te denken dat de oorsprong van het kapitaal waarmee deze families nu Mediahuis en DPG Media runnen, samen verantwoordelijk voor vrijwel alle gedrukte en digitale Nederlandse nieuwsmedia, even obscuur is. Dat de ooit bij velen zo geliefde Volkskrant opeens met een op een antisemitische karikatuur uit de Tweede Wereldoorlog geïnspireerde spotprent kwam, lijkt in dat licht opeens geen ‘vergissing’ meer te zijn, zoals de redactie al snel beweerde.
Wat hebben wij dan als redacties van wijkuitgaven in Amsterdam ongekende vrijheden en wat zijn we ona ankelijk! Zo zag ik bij onze buren van d’Oude Binnenstad dat er terecht genadeloos van leer werd getrokken tegen het gedrag van BOA’s tijdens deze pandemie. Zelf hadden we dat eerder ook aangekaart in ons stuk Ondernemen in barre tijden, maar dan genoteerd vanuit de mond van een ondernemer die daar zelf het slachto er van was geworden.
aan hoogleraar Barbara Baarsma ligt, worden ze afgescha om een betere doorstroom te garanderen. Waarschijnlijk vindt zij Manhattan, New York ook een aangename plek.
Daar is immers elke oorspronkelijke bewoner eerst naar Brooklyn en later naar New Jersey gepest.
Hoe zal het groeiende aantal rijkere bewoners gaan stemmen? Vanuit hun hart of vanuit hun portemonnee?
Wethouder Rutger Groot Wassink sprak in een interview (in ons vorige nummer) zijn optimisme uit dat we altijd een linkse stad zullen blijven.
Nog geen week daarna werd GroenLinks in de verkiezingen een ks aantal zetels afgenomen en de koers van D66 onder leiding van Kaag doet voorlopig weinig goeds vermoeden. Nu is het landelijke beleid van partijen niet altijd representatief voor hun grootstedelijke beleid, maar dat neemt mijn bezorgdheid niet weg.
Als ik in de buurt over GroenLinks spreek, dan wordt het onderwerp nog steeds meteen verplaatst naar het burgemeesterschap van Femke Halsema. Nu is een verandering altijd reden om de kat even uit de boom te kijken, maar wat hee Halsema toch in hemelsnaam misdaan in de ogen van zovelen hier in de buurt? Dat ze een vrouw is? Dat zou toch iets moeten zijn waar we trots op mogen zijn. Dat ze soms een beetje de uitstraling van een grachtenfreule hee , misschien? Dat is het volgens mij ook niet.
Zo klein als we in het medialandschap ook mogen zijn, onze vrijheden zijn groot en dat hebben we vooral te danken aan het feit dat we in een stad wonen waar persvrijheid een onvervreemdbaar recht is. Eeuwenlang hebben we in deze stad uitgaven gedrukt die in het land van herkomst verboden waren. Zelfs al hadden we die traditie niet gehad, dan is het toch vrijwel onmogelijk om een Amsterdammer de mond te snoeren. Heldha ig, Vastberaden en Barmhartig, we mogen er trots op zijn. Hoe lang houden we die vrijheid nog, vraag ik mij soms af. De stad lijkt in verre buitenwijken armer te worden en aan de andere kant worden veel bewoners van het centrum rijker. Zelfs krakers van het eerste uur hebben in het verleden hele etages voor een habbekrats opgekocht en daardoor zitten zij nu in onroerend goed dat een fenomenale waarde vertegenwoordigt. Alle nieuwkomers zijn a ankelijk van een bovenmodaal inkomen om hier een woning aan te scha en. Sociale huurwoningen staan op de tocht. Als het
De heilig verklaarde Van der Laan was, zijn goede inzet voor de stad ten spijt, toch uiteindelijk het prototype van links lullen en rechts zakkenvullen. Een man die een kolossaal advocatenkantoor opzette en daarvoor de naam Kennedy aankocht. Kennedy & Van der Laan advocaten. Halsema krijgt van alles de schuld, met name van zaken die het gevolg zijn van jaren PvdA-beleid, zoals instortende kademuren, vuilnis en het hoofdpijndossier 1012. Alsof er onder vorige burgemeesters nooit wat fout ging. Dat is de prijs van vrijheid. Geef je de burger voldoende ruimte, dan gaan er onherroepelijk dingen mis en die los je dan gewoon weer op, zoals we dat altijd al deden. We hebben hier beslist grotere gekken als burgemeester gehad. Onder hun beleid was onze buurt bijna geheel van de kaart geveegd en om even een wild voorbeeld te geven: een ervan liet met een legertank een pand aan de Vondelstraat ontruimen.
Als we bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen niet een onderscheid kunnen maken tussen Halsema en Groenlinks, dan schuiven we politiek gezien verder op naar rechts. Dan is het gedaan met de weinige vrijheden en zekerheden die we nu nog hebben. Dan worden bijstandsgerechtigden hier ook om een tas boodschappen voor de rechter gesleept en dan zullen kritische wijkuitgaven al snel te duur en niet e ciënt genoeg zijn.
De milde blik van Jan van Goor
Foto’s: Beeldbank OpNieuw / Jan van Goor / Interview: Hans van der Kamp
Het zit al in de vroegste foto’s van buurtgenoot Jan van Goor, die hij maakte in de Verenigde Staten. Het zijn portretten van kinderen die het duidelijk niet makkelijk hebben, maar zij stralen wel voor zijn camera.
Je organiseert onder andere de tentoonstelling over Sien van Vlieland. Ben je een duizendpoot?
Negenhonderdpoot, zo ongeveer. Ik kom helemaal niet uit die sector. Ik ben er pas later ingedoken, alhoewel ik wel mijn hele leven heb gefotografeerd. Ik heb gewerkt in Zorg & Welzijn. Dus de combinatie van mijn eigen fotogra e en het organiseren van tentoonstellingen voor anderen, dat hee veel te maken met wat ik vroeger deed. Mijn laatste baan was directeur van een welzijninstelling in Bloemendaal. Daar kon ik toen nog met vervroegd pensioen en toen ben ik in 2009 een fotogalerie begonnen op de Prins Hendrikskade en daarnaast gaf ik workshops aan mensen die meer wilden doen met fotogra e.
Hoe heette die galerie?
W1F, de a orting voor: Wat een foto! Als mensen aan het
einde van de workshop een foto hebben gemaakt en ze hadden daar commentaar op gekregen van een aantal professionele fotografen die ik had ingehuurd, dan slaakten ze soms een kreet als: Wat een foto! O ewel, wat heb ik vandaag veel geleerd.
Wat was belangijker: de galerie of de workshops?
Allebei even belangrijk. Ik had een ruimte waar de galerie was en een ruimte in de kelder waar de workshops werden gegeven. De workshop had ‘s ochtends theorie. Je camera een beetje beter leren kennen. ‘s Middags de straat op en foto’s maken, overeenkomstig met wat jij wilde. Een beetje documentaire-achtige fotogra e of meer portretten maken en aan het einde van de middag dan besprak men de resultaten met elkaar en de docenten. Dat heb ik vijf jaar gedaan. Eerst op de Prins Hendrikkade, daarna verhuisd naar de Nieuwezijds Voorburgal, ook nog een tijdje op de
Singel en toen vond ik het wel mooi geweest. Toen ben ik met de fysieke galerie gestopt. De tentoonstellingen in de galerie waren twee, maximaal drie weken, dus ik had een grote wisseling van fotografen. Ik had ook een lijst van mensen die daar graag wilden exposeren, maar daar zit nogal veel organisatie aan vast. Elke drie weken een expositie, dat is veel werk. Ik was natuurlijk wel leidinggevende in een organisatie geweest, dus ik was wel gewend aan het organiseren en ik vond het leuk om te doen. Dus ik ben los van de galerie tentoonstellingen blijven organiseren in andere ruimten, zoals de expositie over Sien van Vlieland bij Loods 6 in september.
Wat is je band met de buurt?
Ja, ik woon hier sinds 1972. Als je zo lang in een buurt woont, dan ken je veel mensen en daar komt een band uit voort. Ik heb nooit weg willen gaan uit deze buurt. Het is mooi centraal, ik heb geen eigen auto meer, het openbaar vervoer is goed en de Nieuwmarktbuurt is heel compact. Gewoon even de deur uit en er is zoveel moois te beleven. Dat hee mij gebonden aan de Nieuwmarktbuurt.
Was je indertijd actief in de kraakbeweging?
Nou, ik was een van de weinige krakers, toen in de jaren zeventig, die werkte. De meesten studeerden. Er zaten nogal wat Brabanders bij die bijvoorbeeld Nederlands of onder andere antropologie studeerden. Ik werkte, dus ik was eigenlijk part-time kraker. De meesten waren full-time
krakers en veel van de acties die overdag en ‘s nachts plaats vonden, daar konden die mensen volop aan deelnemen en ik moest altijd eerst even in mijn agenda kijken of ik niet moest werken.
Hoe was je als kraker?
Ja, ik was wel actief, maar ik was geen voorstander van geweld. Stenen gooien naar mensen, dat ging me te ver. Ik had daarvoor in militaire dienst gezeten, weliswaar protestdienst, want dat paste bij de hele cultuur waaruit ik voortkwam, maar ik had daar wel een medesoldaat leren beter leren kennen en die kwam ik hier weer tegen als ME-er en dat maakte het nog moeilijker om met stenen te gooien. Ik gooide overigens wel stenen naar materieel, dus als ik een blauw zwaailicht van de politie kapot kon gooien, dan was dat wel heel leuk om te doen. Vooral als het ding dan nog een keer bleef draaien zonder het blauwe kapje erop. Ik stond dan ook beslist niet hoog in de hierarchie van de krakers in de Nieuwmarktbuurt.
Hoe zat het met die foto van jou en dat paard?
Nou ja, het was natuurlijk totale chaos in de linies van krakers en ME. Alles liep door elkaar heen en een agent werd van zijn paard getrokken en dat paard was, zonder zijn berijder, in paniek geraakt en dat vond ik heel sneu voor dat paard, want die kon er ook niets aan doen. Het dier was op hol geslagen en bij toeval kwamen die twee teugels aan mijn neus voorbij en ik ben er aan gaan hangen en
daardoor bleef het paard staan. De agent was er even later met hulp van de krakers weer opgeklommen. Onder het gejoel van ‘Ivanhoe!’ reed hij verder en de Nieuwe Revu hee daar een prachtige foto van geplaatst. Ik vond het een iconische foto in die zin dat het hele gepolariseerde gedoe van aan de ene kant de krakers en aan de andere kant de agenten, even wegviel door de hulp die op dat moment geboden werd. De zorg om dat dier zorgde ervoor dat de hele confrontatie opeens op een menselijker niveau plaatsvond en dat maakte het zo’n iconische foto voor mij. Maar goed, dat was op een zondag en dat was een van de weinige acties waar ik actief aan deelgenomen heb.
Hoe zie je jezelf als fotograaf?
Amsterdam is een hele mooie stad en dat wordt bepaald door de architectuur, het water, de stedenbouwkundige opzet, en de overdaad aan cultuur. Tegen dat decor fotografeer ik mensen aan wie ik niet van tevoren toestemming vraag. Maar ik wil het ook niet stiekem of ongemerkt doen, zodat mensen zichzelf opeens weer terug zien en denken: welke eikel hee mij nou weer gefotografeerd. Ik doe ook niet aan geënsceneerde fotogra e. Ik heb geen studio. Ik heb wel wat studiomaterialen voor het geval dat het toch een keer nodig is, maar ik fotografeer het liefst mensen in hun eigen spontaniteit en ik probeer, nadat ik de foto of foto’s gemaakt heb, contact te zoeken door ze aan te kijken of naar de camera te wijzen. In ieder geval een gebaar te maken, waaruit ze op kunnen maken dat ze gefotografeerd zijn.
Daar komen hele leuke dingen uit voort, onder andere de
toestemming om die foto te gebruiken voor publicatie. Ik bied ze aan om wat foto’s per email te versturen of wat printjes te leveren. Als ik ze echt ga gebruiken, dan neem ik contact met ze op en dan hoor ik wel of het goed is en dat lukt natuurlijk maar in beperkte mate. Mensen verhuizen, of ze krijgen een ander emailadres, of ze reageren niet, maar ik heb gelukkig nooit dat ik ruzie krijg met mensen die ik gefotografeerd heb. Wel maak ik wel eens mee dat mensen later zeggen dat ze niet op mijn expositie willen hangen en dan haal ik het werk gewoon weg.
Heb je geen zin om weer eens een galerie te beginnen?
Ik denk er wel eens aan, maar ik wil in ieder geval geen vaste ruimte meer. Ik heb genoeg ervaringen opgedaan met openingen. Je kent het vast wel. Wat een mooie foto’s en iedereen is opeens bevriend met je en er wordt weinig verkocht, behalve aan mensen die de maker kennen en misschien voor het eerst kennismaken met zijn of haar werk, maar in de weken erna komt er maar incidenteel iemand binnenwandelen en dan zit je daar een beetje interessant te doen achter je computer. Dat laatste vond ik veel te passief. Liever doe ik tentoonstellingen die niet te lang duren. Dat doe ik ook nog steeds heel graag. Bij die kortere tentoonstellingen, dan comprimeer je ook als het ware de belangstelling. Mensen stellen een bezoek dan niet zo snel uit en dat is een andere dynamiek. Dat vind ik nog steeds heel leuk om te doen.
website: janvangoor150.com
De Ruijtergaard
Vol goede moed en een niet te breken enthousiasme werken Mariken de Goede en de mensen om haar heen aan wat ooit een droom was, maar nu onder onze ogen werkelijkheid wordt. Een oase van groen, sociale contacten en bezigheden, daar waar ooit een onbeduidende grauwe strook van 350 meter lang en vier meter breed was. In goede harmonie met gemeente, buurtbewoners en mensen uit alle delen van de stad en zelfs daarbuiten, wordt fanatiek gewerkt aan een royaal stuk natuur in de binnenstad.
Foto’s: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Eveline Franken
Op een bleekgrijze zondag hadden wij afgesproken om een bezoek te brengen aan de Ruijtergaard. ‘Het kón niet missen’ was ons gezegd en ja hoor daar lag de groenstrook achter een rij geparkeerde auto’s. ‘Hoe moet ik dat nu fotograferen?’ riep mijn partner uit in wanhoop. Even later slingerden we vol goede moed de camera’s over onze schouders en stapten we op het pad van houtsnippers. In de verte zag ik twee jonge vrouwen die met gieters vol water aan het sjouwen waren. Het bleken twee vrijwilligers
te zijn die daar voor de eerste keer meewerkten. Aline Silva en Jamina Nieper wonen beiden buiten het centrum van Amsterdam. Ik zou verwachten dat daar wel iets meer groen te vinden zou zijn maar integendeel, ze waren blij dit groenproject te hebben ontdekt omdat ze behoe e hadden om te werken met planten, aarde en water. Zij vertelden dat ze het belangrijk vonden dat de aarde in de stad op een natuurlijke manier vocht moest krijgen via de planten en hun wortels. Te veel is het hele oppervlak van de stad betegeld en geasfalteerd. Ook de bodem in een stad moet kunnen ademen, vonden zij. Verder was aandacht voor de diversiteit aan ora in een stedelijke omgeving een belangrijke reden om mee te doen aan dit project. Zelf hadden zij in hun woonomgeving helemaal niets aan groen, geen balkon, tuin of terras noch parken in de buurt. Verder lopend op het pad van houtsnippers zag ik steeds meer details. Opvallend waren de vele gevlochten manden in allerlei vormen en maten. Ze hebben een hele open structuur en zijn ideaal om stukken af te bakenen waar de planten ongestoord kunnen groeien.
Ik sprak met Noriko, een Japanse vrouw die bezig was met prachtig vlechtwerk, monumentaal van opzet en zeer
smaakvol uitgevoerd. Ik kon me gelijk voorstellen dat veel mensen hier warm voor zullen lopen en het oude ambacht wellicht zelf willen leren. En dat kan bij de Ruijtergaard! Iedereen mag meekijken en helpen. Er liggen grote stapels wilgentakken klaar voor het vlechtwerk. Noriko vertelde dat zij als kind gewend was aan vlechtwerk met bamboe en ze vond het heel leuk om dit nu te doen met oer-Hollandse wilgentenen.
De methode van het a akenen van planten, struiken en kruiden in het open vlechtwerk van wilgentenen gee een heel eigen signatuur aan de Ruijtergaard. In het gras zijn op die manier cirkels van allerlei afmetingen aangelegd waar zaaigoed ongestoord kan ontkiemen. Zodra de planten groter worden gee het een mooie natuurlijke vermenging met de omgeving, Je ziet geen storende harde randen van potten in allerlei materialen en kleuren. De planten ontwikkelen zich vanuit een open structuur die toch voldoenden houvast gee .
De Ruijtergaard hee ook een functie als pluktuin en dat is iets bijzonders midden in de stad. Het is de bedoeling dat er bijvoorbeeld groene kruiden staan die ook echt gebruikt mogen worden. Ik denk dat veel buurtbewoners dit zullen waarderen want het is natuurlijk geweldig om even aan de overkant wat bieslook of een ander keukenkruid te plukken voor de maaltijd. Hierbij is ook gedacht aan kinderen want voor hen is dit zeker spannend en leerzaam.
Ik werd gewezen op een klimmende struik die geplant was aan de voet van de grote boog. Hier gaan vruchtjes aan groeien die bijna niemand kent maar die bijzonder smakelijk beloven te zijn.
Inmiddels verschenen er steeds meer mensen bij de Ruijtergaarde. De centrale plek is een grote picknicktafel waar de ko e, thee en soep klaar staat. Het voorjaar wilde qua temperatuur nog niet erg van start gaan, maar ik zag toen al voor me hoe alles binnenkort uit de grond schiet en er een groene oase in de stad ontstaat.
Deze plek hee alles in zich om een heerlijke ontmoetingsplaats te worden. Het is laagdrempelig, er is voor iedereen iets te beleven. Laten we hopen op heerlijk zwoele zomeravonden.
Wilt u opkomen voor de belangen van huurders? Maakt u zich zorgen of er nog voldoende betaalbare en goed onderhouden huurwoningen zijn in het Centrum? Bent u ook voor het behoud van een lee are binnenstad? Door ons te verenigen kunnen we de belangen van huurders beter behartigen.
Huurdersvereniging Centrum houdt de discussie over wonen en huren in het Centrum op de agenda van de politiek. Wij signaleren misstanden en steunen acties om de positie van huurders te verstevigen, bijvoorbeeld het voorkomen van de uitverkoop van sociale huurwoningen en het aanpakken van de wooncrisis.
Onze vereniging wordt bestuurd door vrijwilligers en wij zijn op zoek naar versterking. Iets voor u? Neem contact met ons op via info@ huurdersverenigingcentrum.nl. Samen met u gaan we dan op zoek naar een taak die goed bij u past.
Hulp bij u in de buurt
www.buurtteamamsterdam.nl
Op verschillende plekken in het centrum, zijn er buurtteams.
Het buurtteam is een plek in de buurt waar u terecht kunt met al uw vragen.
Bijvoorbeeld als u moeite heeft om rond te komen, meer sociale contacten wilt, of zo lang mogelijk zelfstandig thuis wil blijven wonen.
Allerlei vragen waar onze buurtteams u bij kunnen helpen. Samen zoeken we naar een oplossing.
Neem contact met ons op via : T. 020 – 557 33 38
Diana Ozon en Mathilde MuPe zijn zusters. Beiden zijn ze gerenommeerde kunstenaars, zowel in de letteren als in de beeldende kunst. Zij zagen hun leven totaal veranderen door de pandemie. Al snel kwamen ze met hun eigen antwoord op deze crisis. Ze legden hun veranderende wereld vast in tekeningen.
Tekst en foto’s: Hans van der Kamp / Tekeningen: Diana Ozon en Mathilde MuPe
Maart vorig jaar zijn jullie waarschijnlijk begonnen met de tekeningen waarin de pandemie en de lockdowns centraal stonden, of was het al eerder?
Mathilde: Bij mij was het al eerder. In januari 2020 maakte ik al een ministripverhaal over de toen voor mij nieuwe viruskenner Van Dissel die op televisie uitspraken deed over hoe Corona zeker niet naar Nederland zou komen, terwijl het in China al een serieus probleem was. Zijn argument was dat er geen directe vliegverbinding was tussen Wuhan en Nederland. In maart werd pas duidelijk hoe snel het virus zich via menselijke overdracht verspreidde.
Diana: Bij mij begon het met een bezoek aan de oogarts, die constateerde dat ik droge ogen had en daar kreeg ik druppeltjes voor. Kunsttranen. Dat woord vond ik natuurlijk helemaal fantastisch. De tekening die ik daarvan maakte was eigenlijk de opmaat naar wat later de reeks
CovidKronieken zou worden. Ik leerde mezelf al snel aan om met mijn ellebogen deuren open te maken, want er was al een uitbraak in een Italiaans wintersportgebied. Ik gaf in die tijd lessen Herdenking voor jongeren. Daarna kwam carnaval en ik zat in een trein vol hoestende mensen, waar ik zo ver mogelijk vandaan probeerde te blijven. Die eerste tekening over die kunsttranen publiceerde ik op negen maart en kort daarna kreeg ik de ministrip van Mathilde te zien.
Een paar weken later sloegen mensen aan het hamsteren en dat vond ik fascinerend om te zien. Ik zag de humor daarvan in. Fooling around. Ik besloot daar tekeningen en korte teksten van te maken, maar daar geen gedichten over te schrijven, want ik dacht dat iedereen dat wel zou gaan doen en dat bleek ook, waardoor een enorme stroom Coronagedichten ontstond. Al snel werd, mede door alles wat ik alleen al uit mijn raam kon zien, de frequentie van het tekenen steeds hoger. Tot bijna dagelijks.
Diana Ozon
dianaozon.nl
Mathilde MuPe
mathilde.mupe.nl
Mathilde: Bij mij was in het begin zo dat ik constateerde dat de pandemie er toch gekomen was, ondanks de woorden van Van Dissel en ik vroeg me af: Wat kan ik doen? Dit kan een behoorlijk rottige periode worden en ik heb geen medische kennis. Ik heb ook niet de inborst om achter mensen aan te rennen en ze te gaan helpen. Wat kan ik doen waar ik mensen wel gelukkig mee kan maken, of op z’n minst een positieve bijdrage mee kan leveren? Dat was natuurlijk tekenen, iets waar ik al heel lang mee bezig ben. Toen dacht ik: ik ga gewoon met een zekere regelmaat tekeningen maken over deze periode en dan zien we wel waar het schip strandt en ik had gehoopt dat er in mei vorig jaar al duidelijkheid zou zijn over hoe de pandemie getemt zou worden, zodat ik kon zeggen; dit zijn dan mijn vij ig tekeningen. Het werden er uiteindelijk dus door het wereldwijde geklungel veel meer. Ja, je moet wat als regeringsleider en het zit ook helemaal niet echt in de mens om afstand te houden, dus sleept het zich nog voort en er komt waarschijnlijk nog een staart aan, of we nu willen of niet.
Diana: Ik plaats mijn tekeningen openbaar op social media en een paar van mijn Facebookvrienden zijn werkzaam in het Amsterdam Museum, waar zowel Mathilde als ik een deel van onze collectie van oude punkspullen hebben ingeleverd, om het even zo simpel te stellen. Dus die connectie was er al. Zo kwamen ook de tekeningen onder ogen bij hun conservator.
Zij wees mij erop dat ze met de digitale tentoonstelling ‘Corona in de stad’ bezig waren en of Mathilde en ik een zaal in dat project wilden vullen. Dat was natuurlijk prima en toen hebben we samen een naam verzonnen: Virusverslagen. In dat woord zit zowel verslaggeving, als het verslaan van het virus.
Mathilde: Toen zijn we bij coronaindestad.nl gaan uploaden en we zijn weer verder gegaan met tekenen. Dan zie je dat andere mensen ook interessante zalen hebben. (lacht) Het gaat maar door. Er is voorlopig nog geen einde aan ons verhaal. Ergens zie ik wel een mogelijkheid een einde te breien aan dit verhaal, qua tekenoeuvre, want we besteden er echt wel veel tijd aan.
Diana: Het gaat natuurlijk ook met ups en downs. Er zijn gewoon momenten dat iets anders ook gewoon moet gebeuren. Gelukkig zijn er nog andere dingen die gemaakt, getekend of geschreven moeten worden, maar ik zie wel een verschil tussen de opmaat, waarin alles steeds erger werd. Ik zie nu een soort a ouw door de versoepelingen.
Mathilde: Ik zie dat ook terug in mijn tekeningen. De onderwerpen die ik kies gaan eigenlijk heel langzaamaan steeds meer terug naar het normale leven.
Diana: Op een gegeven moment worden onze tekeningen gewoon weer de tekeningen die we altijd al maakten.
Soepel neemt menigeen de versoepeling aan. Het park stroomt vol sporters, hondenuitlaters, wandelaars, wielrenners, dansers en andere recreanten. Niemand draagt een mondkapje. Afstand houden wordt vrijwel onmogelijk.
Afgelast zijn de optredens. Jaarlijks is het topdrukte rond Gedichtendag. Poëzie is uitgezocht, kleding hangt klaar. Ook theaters, muzikanten, artiesten, horeca, boekhandels en de bezoekers houden zich goed. We leven mee met de medemens, vooral die in de gezondheidszorg.
Een kerstscène, gezien op 25 december. Mannen wisselen kort gesprek en gebak en wijn op de stoep aan elkaar uit.
Tijdens de verlengde lockdown vormt alleen het vaste evangalistenkoor een cultuurnoot op de Dam. Hun stemmen rauw van het vele gezang klinkt in de verte, als experimentele muziek.
2021-2
Sommige liederen kun je niet alleen op hun eigen melodie zingen, maar ook op een andere bestaande melodie.
Voorbeeld: Waar de blanke top der duinen kun je ook zingen op de melodie van Zoetjes gaan de paardenvoetjes
Bij het Wilhelmus zou je kunnen denken aan Komt vrienden in den ronde, minnaars van enen stiel… of aan een aria van Papageno uit Mozarts Tover uit (‘Ein Mädchen oder Weibchen, wünscht Papageno sich …’), maar dat gaat in beide gevallen na en paar regels haperen.
Kent u een bestaande melodie waar het hele Wilhelmus prima op gezongen kan worden? Er is er minstens één, te weten een zeer bekende melodie uit een klassiek muziekstuk, dat in de Paastijd talloze malen wordt uitgevoerd. Maar misschien zijn er nog wel meer.
Stuur uw antwoord op, misschien wordt het wel in het volgende nummer geplaatst.
Foto: Winne Willems
Een harp onder de riem
Luister jij vaak naar livemuziek of ga je nooit naar een concert? Heb je veel meegemaakt of was het afgelopen jaar stil voor jou? Het Amsterdamse muziekproject Music in the Making: Een Harp onder de Riem verzorgt de hele maand juli dagelijks livemuziek in de Mozes & Aäronkerk aan het Waterlooplein.
Ontvang in een gratis één op één concert een muzikale improvisatie die ter plekke speciaal geïnspireerd wordt op jouw verhaal.
‘Waar mag ik voor jou over spelen? Wat betekent het Waterlooplein voor jou?’
Dagelijks schrij de speler samen met een gastmuzikant een nieuw muziekstuk waarin alle verhalen van die dag samenkomen. Die nieuwe compositie wordt om 16.00u live uitgevoerd én uitgezonden op de eigen website en Facebookpagina (Music in the Making Amsterdam). Zo ontstaat het muzikale dagboek van Amsterdam dat tijdens het slotconcert op 31 juli integraal zal klinken. Welk verhaal voeg jij toe aan het dagboek van Amsterdam?
Music in the Making: Een Harp onder de Riem is een initiatief van harpiste Beate Loonstra i.s.m. Sant’Egidio. De succesvolle eerste editie vorige zomer trok 2750 bezoekers. Loonstra werkt samen met in totaal ruim 20 andere musici.
Wil jij meehelpen om mensen in juli een onvergetelijke muziekervaring te bezorgen door hen in de Mozes & Aäronkerk te verwelkomen? Meld je dan via de site aan als vrijwilliger en geniet ondertussen van alle prachtige muziek.
1 t/m 31 juli, elke dag van 12.00u - 16.00u
Nog geen inzendingen Even denken 2021-1
Reserveer je gratis één op één concert op www.musicinthemaking.nl.
Loopje
Het was tweede hel april, stralende zon in strakblauwe hemel. Uitnodigend weer voor een loopje. Bij de ‘Witte Olifant’ aan de Uilenburgerstraat stootte ik op de sporen van een herdenking, die daar een dag eerder had plaatsgehad. Op een plaquette aan de gevel daar had ik al eens gelezen, dat de Witte Olifant in de Tweede Wereldoorlog uit drie aparte scholen bestond en dat twee daarvan door de toenmalige bezetter waren aangewezen als Joodse school. Na de grote razzia van 26 mei 1943 werden die twee opgeheven. Er was vrijwel niemand meer... Nu zag ik een door klinkers aangegeven halve cirkelvorm tegen de gevel, die was opgevuld door veel grote kiezelstenen; op elke kiezel was de naam geschilderd van een in die tijd omgekomen leerling of leerkracht. Daarboven hing een vel papier met aandoenlijke foto’s van sommige van die kinderen. Een volledige lijst met namen hing daarnaast: 169 jongens en meisjes, 15 leerkrachten. Een tijdlang heb ik daar gestaan om het tot me door te laten dringen. Toen liep ik door, verder de straat in.
Uit vorige ervaringen wist ik al wat zou komen. Daar liggen vier groepen Stolpersteine in het trottoir: de families Witsen, de Leeuw, Sacksioni en Salomon Huisman en Judith Blühm. Aan Stolpersteine kan ik niet voorbijlopen, het is te sterk. Ik zie voor me hoe die mensen, mensen als
ikzelf, op barse manier uit hun woningen werden gehaald waar ze zich veilig achtten, en een onzekere, bedreigende toekomst in werden gesnauwd. De verwarring, angst, paniek van toen is nog aanwezig op die plekken, in een andere vorm maar duidelijk voelbaar.
Ieder jaar weer, eind april begin mei, komen de gebeurtenissen van 80 jaar geleden weer duidelijk naar boven, meer dan tijdens de rest van het jaar. Misschien is dat voor mij nog sterker, omdat ik als Enschedese jongen hier in deze buurt heb mogen komen wonen. In mijn jeugd daar was de oorlog wel bedreigend, maar niet zo persoonlijk als voor iedereen hier toen. Ik hoor mijn vrouw ea, die haar hele leven hier gewoond hee , nog vertellen: “Wij woonden aan de Recht Boomssloot. Het ergste wat toen gebeurde was dat de mensen naast ons werden weggehaald. De moeder stond op haar balkon. Zij hield haar baby uit naar mijn vader, ‘red haar’, maar mijn vader durfde niet. Ik kon dat nooit vergeten.” Toen ben ik gaan bese en, dat alles hangt hier nog rond.
Dat maakt onze buurt bijzonder, gee ons een dimensie er bij. Ik ben er dankbaar voor.
Henk Oldeman
Rechts gedenkteken, messing plaatje van 10x10 cm in het trottoir, voor het huis van en met de gegevens van een vroegere bewoner die in WO II is weggevoerd en omgekomen.
Emmy Mechanicus (1924–2021)
De redactie hoorde dat Emmy Mechanicus op 2 mei is overleden aan Corona. Ze is 97 jaar geworden. Haar nichtje vertelde ons dat het interview in OpNieuw (maart 2020) haar zó goed had gedaan, ze genoot ervan dat ze herkend werd op straat. Het hee haar laatste jaren een boost gegeven! We hoorden dat ze op de Nieuwmarkt haar koekjes ruilde met de haringboer voor een haring, en bij Puccini bij haar beneden ruilde ze ook koekjes voor een ko e.
Waarschijnlijk ruilde ze op veel meer plekken. Ze was op het laatst aan de mor ne, en ze had de dag voordat ze overleed tegen haar neef en aangenomen nichtje gezegd: laat mij maar gaan.
De mysterieuze maskers van Carl van Hees
Portretfoto: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Max van Norden / Foto’s maskers: Rogier Fokke
U hee ze vast gezien, de maskers in de vitrines langs de Sint Antoniesbreestraat. Maskers gemaakt met diverse glasbewerkingstechnieken. Maskers die doen raden welke mensen of krachten ze verbeelden. Mijn oog viel op een promotionele tekst die me leerde dat de maskers mogelijk ook virussen op de vlucht konden jagen. Dat sprak mij wel aan. Ik geloof wel in de mysterieuze krachten van maskers, maar bovenal riepen ze in mij de interesse op naar de maker achter deze maskers.
Hoe is je ontwikkeling als kunstenaar van start gegaan?
Nou ja, ik ben al een tijdje bezig, natuurlijk. Op mijn achttiende ontstonden mijn allereerste pogingen om iets in de kunst te betekenen. Ik was nogal bezig met mode en samen met een vriendin had ik Paradiso afgehuurd om daar een modeshow neer te zetten.
Ik was behoorlijk fanatiek met mode bezig. ‘s Nachts ging ik gewoon door, want ik moest en zou de volgende och-
tend een nieuwe out t hebben. Rokken, maar ook lange hemden die als jurken gedragen werden. Het was zeker geen Drag. Ook geen verkleedpartij, maar ik vond wel dat de wereld dat mee moest maken. Vandaar dat voor mij de modeshow die ik met een vriendin uit de grond stampte, ook eigenlijk meer een tentoonstelling was.
Vrij snel daarna ben ik naar de Rietveld Academie gegaan en daar werd ik verder niet in mijn eigen expressievorm begeleid. Toen is dat fanatisme op het vlak van mode wat verzwakt.
En na de Rietveld?
Ja, toen ben ik heel diep in de kunsten gedoken en ik vond andere manieren om mijn identiteit over te brengen. Ik ging meer na driedimensionale objecten kijken, naar theatervormgeving, achitecteur. Het glas zat er toen ook al in, maar was nog niet zo prominent aanwezig. Mijn ogen gingen open voor de dingen om me heen. Mijn blikveld werd veel ruimer dan mode alleen. Zo heb ik alles afgevinkt wat ik wilde doen. Het was een bijzonder lange lijst van interesses.
Wanneer ben je echt volwassen geworden in je werk?
Ik was altijd wel serieus en volwassen bezig met mijn kunst, maar ik denk toen ik met glas ben begonnen. Ik werkte al in een glasatelier om de academie te betalen. In de Bellamystraat in Amsterdam. Ik begon daar met schoonmaak, het vegen van de vloer en vervolgens assistent geworden van de Amerikaanse glaskunstenaar Toots Zynsky. Die werkte met glas op een manier die ik niet kende. In eerste instantie dacht ik: dit is echt niets voor mij. Ik heb het heel lang van me af gehouden en ik ben al die andere dingen gaan doen die me intesseerden. Toen ik met die experimenten klaar was, begon pas mijn zoektocht in glas. Ik heb daarin echt mijn expressie, of mijn beeldtaal gevonden. Glas is mooi materiaal, je kunt er alle kanten mee op. Je kunt het verwarmen en er vormen mee maken, maar je kunt ook een brok glas met een hamer bewerken. Je zit niet aan die verhitting vast, maar daardoor kun je het wel beter manipuleren.
Wat zijn je klanten?
Ik werk veel voor galeristen. Ik had er hier in Amsterdam ook eentje, maar die is er mee opgehouden en nu probeer ik vooral zelf contacten te leggen, want ik heb natuurlijk
wel vaste klanten, verzamelaars van glaswerk. Daarnaast probeer ik ook mensen die op zich niet zo op glas uit zijn, te enthousiasmeren en dat lukt soms. Mensen die me dan gaan volgen en dat vind ik zo leuk. En nu doe ik mee aan zo’n wedstrijd van een museum in Japan, dus daar zit ik nog op te wachten. Ik heb daar werk voor gemaakt en gefotografeerd. Als ik uitgenodigd wordt, dan moet ik naar Japan en dan kom ik meer in de internationale pool en dan verbreed ik op die manier mijn klantenkring. Mijn werk verkoopt eigenlijk beter in het buitenland dan hier.
Volgens mij is dat voor veel kunstenaars zo. Het buitenland is ook een veel grotere markt.
Ze weten hier vaak niet wat ze er mee aan moeten. Ik krijg vaak verhalen als: ik heb een hond en een kat thuis. Dan valt het kapot en dan ben ik het kwijt. Het is wel glas, hè mijnheer, zeggen ze dan.
Maar goed, het hangt nu in de Sint Antoniesbreestraat.
Ja, tot en met september. Ik maak altijd driedimensionaal staand werk en nu kwam Rogier Fokk van Kunst & Cultuurcentrum Amsterdam met de vraag of ik niets iets plats en hangends wilde maken en toen zijn we op die maskers uitgekomen en dat moet passen in die kleine vitrines, dus dat werd een hele nieuwe manier van werken voor mij. Een leuke uitdaging was dit. Heel anders en nieuw. Het is ook een uitdaging om van zo’n opgelegd idee iets moois te maken.
Ze houden virussen op afstand?
Daarvoor heb je maskers. Die zijn om alles tegen te houden wat je niet wenst. Dat kunnen virussen, mensen of boze geesten zijn. Dat is natuurlijk ook een deel van de cultuur waaruit ik voortkom.
Anina Kist (1932-2021)
Op 21 april van dit jaar is Anina Kist overleden. Zij was een van de oprichters van OpNieuw, samen met vijf andere vrouwen. In mei 1983 verscheen het eerste nummer. Toen haar man, BasKist in 1998 met pensioen ging, is ze gestopt met OpNieuw.
In 1990 is zij met Tineke Nijenhuis begonnen aan de serie “Buurtbewoners en de Tweede Wereldoorlog”. Het begon met een verhaal over een jongen van 13, die in april 1945 was doodgeschoten, omdat hij even na acht uur ’s avonds naar huis rende. Hij werd door zijn familie zelf opgebaard en begraven, hoe moeilijk dat ook was door gebrek aan hout en vervoer, en niet naar de Zuiderkerk gebracht, die dienst deed als mortuarium.
Naar aanleiding daarvan kwamen mensen uit de buurt ook met verhalen over de oorlog en werd besloten in OpNieuw een serie te beginnen over buurtbewoners in de oorlog. Op de website van de bewonersraad herdenkt buurtgenoot Piet Seijsener haar zo: ‘Tre end is de uitdrukking onverschrokken boven het overlijdensbericht van Anina Kist. Anina was onverschrokken bij alles wat te maken had met de belangen van de Nieuwmarktbewoners.
Geen blad voor de mond, onverzettelijk, confronterend, principieel, waakzaam. Dat was Anina op de bewonersraad en als lid van de werkgroep ouderen.
Belangen van de bewoners dienen gerespecteerd te wor-
Piet Veling (1953-2021)
Op 8 februari overleed Piet Veling, die in de buurt beter gekend wordt als Rooie Pietje. Zodra je bijnaam in Amsterdam beter bekend is dan de naam waarmee je bij de Burgerlijke Stand ingeschreven staat, dan heb je de status van een legende bereikt.
Rooie Pietje was als actievoerder dan ook echt een legende. Een man die niet schuwde om zijn mening duidelijk te maken door bakstenen te werpen, maar ook iemand was met een groot gevoel voor menselijkheid.
In de Republikein lazen we in een stuk van om de Lagh, een ontroerende anekdote die op de redactie van OpNieuw nog niet bekend was.
‘Op het Rokin staat een wat tengere man met lange, opvallend rode haren en een gifgroen brilletje he ig te gebaren naar de brandweercommandant. Er zijn twee zuursto essen in een van de vele brandhaarden verzeild geraakt. Of gegooid. Ze dreigen te ontplo en. Uit alle macht probeert hij de levensgevaarlijke situatie duidelijk te maken. Een catastrofe wordt ternauwernood afgewend. Vol goede moed gaat de tengere man weer verder met stenen gooien. De brandweercommandant gaat weer blussen en spuit hordes oproerkraaiers het Rokin af.’ Misschien kenmerkt die houding van enerzijds een groot verantwoordelijkheidsgevoel, zonder ook maar een moment het activistische doel uit oog te verliezen, wel de
den. Die belangen waren het behouden van de historiciteit van de buurt, behoud van sociale huurwoningen, geen sloop, geen gedwongen uittocht uit de buurt, geen belangenverstrengeling.
Zij weigerde bij de ondernemers van de Nieuwmarkt een aangeboden haring of borrel te komen halen, niet boos, maar belangenverstrengeling camou eert de belangen van de bewoners. Met haar overleden echtgenoot, Bas Kist, en vele andere bewoners hee zij meegewerkt, dat de bouw van de metro geen complete kaalslag werd. Waar sloop onvermijdelijk was, werden op de metro nieuwe woningen gebouwd. Voorbeelden zijn onder andere de nieuwbouwwoningen rondom de Nieuwmarkt, het centrum van ouderen Flesseman en het Pentagon.
Zij behoort tot de vele strijders die met visie en actie de Nieuwmarkt hebben gemaakt tot wat zij nu is.’
Piet Veling was half Iers en half Amsterdams. Hij werd geboren in de Valeriusstraat. Zijn jeugd in Amsterdam werd onderbroken door gezondheidsproblemen, waardoor hij zijn opleiding deels genoot in het jongensseminarium in Twello en de evenzo Rooms-katholieke Geert Groote LTS in Deventer. Die combinatie van invloeden mag ideaal genoemd voor iemand met een activistische inslag, al zal hij er ongetwijfeld de nodige trauma’s aan overgehouden hebben. Mede dankzij Rooie Pietje en de zijnen is het project om een snelweg dwars door onze buurt te trekken in 1971 gestaakt.
Hij bouwde geheel zelfstandig een brug over de Rechtboomsloot naar de Lastageweg. Bedoeld als vluchtroute. Bouw & Woningtoezicht van Amsterdam vond dat de brug moest worden gekeurd. Aldus geschiedde. De brug werd van gemeentewege goedgekeurd.
Nieuws van stichting !WOON
Online cursussen voor bewoners
!WOON biedt gratis online cursussen aan voor bewoners. De thema’s zijn o.a.: een nieuwe bewonerscommissie starten, nieuwsbrieven maken, huurders en eigenaren samen in een complex, introductie digitaal leren en servicekosten. U kunt zich aanmelden via cursus.wooninfo.nl. Ook organiseert !WOON gratis webinars voor VvE’s, bewoners en bewonersgroepen. Aanmelden kan via wooninfo.nl/ agenda.
Geen huurverhoging per 1 juli voor veel huurders
n februari hee minister Ollongren gehoor gegeven aan de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer om de huren in de sociale sector per 1 juli 2021 voor één jaar te bevriezen.
De huurbevriezing geldt niet alleen voor woningcorporaties, maar voor alle niet geliberaliseerde huurcontracten, dus ook in de particuliere sector. De minister verwacht dat het de huurder gemiddeld € 6 per maand bespaart. Voor sommigen minder, voor anderen meer.
Het is voor het eerst in vele jaren dat er geen huurverhoging komt. In de afgelopen tientallen jaren stegen de meeste huren sneller dan de in atie.
Mocht uw verhuurder u dit jaar toch een huurverhoging voorstellen, dan kunt u met succes bezwaar maken. Doe dat dan wel vóór 1 juli.
Let wel: in de vrije sector gelden andere regels over de huurverhoging.
Marktconforme huurverhoging vrije sector huur aan banden gelegd
Eind maart hee de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de marktconforme huurverhoging van geliberaliseerde huurovereenkomsten aan banden legt. Voor de duur van minimaal 3 jaar mag de huur met niet meer dan 1% boven in atie worden verhoogd. Als er in het huurcontract een lagere huurverhoging is overeenkomen, dan blij die van toepassing. Geschillen kunnen door de Huurcommissie getoetst worden. Deze nieuwe wet is op 1 mei jl. in werking getreden.
Lood zien is lood verwijderen – ook onder de norm
Begin maart was er een nieuwe doorbraak in de rechtspraak over loden leidingen. De rechter vindt bij een woning in Amsterdam Zuid een waarde boven de 5 microgram lood per liter een gebrek. De huurder krijgt een huurverlaging van 40% tot het moment van vervangen van de loden leidingen. Het vonnis komt voor huurders en !WOON op het juiste moment. Spoor de loden leidingen op en laat ze verwijderen.
Contact met !WOON
U kunt elke woensdagmiddag van 14-17 uur op afspraak terecht op het woonspreekuur in de Boomsspijker, Recht Boomssloot 52. U kunt ons ook bellen of mailen op (020) 5230 110 | centrum@wooninfo.nl | www.wooninfo.nl.
Geur
Foto en tekst: Eveline Franken
Dat geuren in staat zijn om herinneringen op te roepen is bij iedereen bekend. Zelfs bepaalde voorvallen die je al lang vergeten bent kunnen door een speci eke geur ineens weer helder naar boven komen, vergezeld van de bijbehorende emoties.
Een eerste herinnering die ik heb aan Amsterdam hee alles te maken met geur. Het was een zomerse dag toen mijn ouders besloten om met het hele gezin een dagje uit te gaan naar Amsterdam. Met z’n allen in de trein, gesjouw met een kinderwagen en een tas met broodjes en limonade. Amsterdam was de grote stad, vanaf mijn geboorteplaats weliswaar dichtbij, maar rond mijn 5e levensjaar leek het een wereldreis. Er was geen geld voor terrassen of een tochtje met de rondvaartboot, maar daar dachten we niet eens over na. Er was genoeg om naar te kijken. Mijn vader had bedacht dat de pont over het IJ al een hele ervaring zou zijn, vooral als we een aantal keer heen en weer zouden varen. Het leek inderdaad wel een tocht met een cruiseship. Ik was danig onder de indruk van het in mijn ogen zo wijde klotsende water om me heen. Ik was zelfs een beetje misselijk. ‘Zeeziek,’ zei mijn vader lachend, maar het had een andere reden. Het stonk. In mijn overtuiging waren we op Het Ei dus ik vond het niet zo vreemd dat het zo naar rotte eieren rook. Pas jaren later leerde ik bij aardrijkskunde dat deze brede stroom een hele ander naam had: Het IJ, een naam met een Friese
oorsprong die zoveel betekent als ‘water’, gewoon helder, zuiver water.
Van die dag in Amsterdam kan ik me verder nauwelijks iets herinneren. Wat me echter tot op de dag van vandaag bijstaat is de geur van rotte eieren. Het was overal en niemand die zich er een steek van aantrok. Iedereen daar wist natuurlijk van jongs af aan dat de grachten in de zomer deze geur verspreidden en die geur hoort gewoon bij het leven, bij zomerse dagen in een grote stad waar je van houdt.
De waterzuivering was in die tijd nog lang niet optimaal en waarschijnlijk werd er ook nog het een en ander geloosd. Het water had de kleur van dunne erwtensoep en er dreef vanalles in rond. Ook wilde je niet weten wat er zich allemaal nog onder water bevond. Inmiddels is alles zo verbeterd dat er zelfs weer zwemwedstrijden in de grachten georganiseerd worden en het water is helder genoeg om de vissen te zien zwemmen.
Ik was er altijd van overtuigd dat een stad als Amsterdam in de Middeleeuwen het meest gestonken moet hebben, maar dat blijkt toch anders te zijn. Zo konden de bierbrouwerijen aan de Brouwersgracht nog tot het jaar 1514 het water waar het bier mee gebrouwen werd gewoon uit de gracht halen. Schoon drinkwater was altijd al een probleem in de grote steden, dus jong en oud dronk liever bier, zelfs al kwam het water uit de gracht. Pas toen het bier
begon te vertroebelen en er allerlei vreemde bezinksels in dreven ging men over tot het aanvoeren van schoon water met waterschepen die in colonnes heen en weer voeren naar de Vegt.
De stad groeide door en er kwamen steeds meer ambachten die bijdroegen aan een onverdraaglijke stank. Denk aan de leerlooierijen die zich zoveel mogelijk buiten de bebouwing bevonden. Als de wind verkeerd stond dreven de kwalijke dampen over de huizen. Om de huiden zacht te maken werd gebruik gemaakt van onder andere urine en hondenpoep. Het afvalwater werd gedumpt in de grachten. De stank in de stad was zowel oorzaak als gevolg voor de uitbraak van epidemieën. Een vreselijke ziekte als cholera die vele slachto ers maakte werd veroorzaakt door met menselijke uitwerpselen bevuilde grachten.
Ook werd Amsterdam regelmatig getro en door de pest. De laatste grote uitbraak was in 1663-1664. Net als in de huidige pandemie werden er ook toen allerlei maatregelen getro en om de verspreiding tegen te gaan. Een van de belangrijkste overtuigingen was dat de ‘kwalijke wasemen’ verdreven moesten worden met in onze ogen nog ‘kwalijker wasemen’. Zo stonden er tijdens de epidemie 180 brandende teertonnen verspreid over de stad die dag en nacht verstikkende gi ige rook uitbraakten. Men maakte gebruik van ‘pestazijn’ om de mond te spoelen en de handen en het gezicht te wassen en kleding werd uitgerookt boven brandende zwavel. Ook werden kleding en beddengoed van overledenen verbrand. Qua stank moest de meest beroerde tijd echter nog aanbreken. Rond 1850 kwam ook hier de industriële revolutie op gang en de stad raakte al snel overbevolkt. De stad bood werk en het platteland was een en al armoede. De levensomstandigheden waren erbarmelijk, vooral in de Jordaan en rond het Waterlooplein. Pas in 1870 begon Amsterdam met de aanleg van riolering. In het buitenland werd schande gesproken over de stinkende Nederlandse steden.
Een stukje uit de Del sche Courant van 1888: ‘Krengen (kadavers) van honden, zwijnen, kalveren, ja, ook gevulde matrassen drijven in de grachten en geen mensch hee eerbied genoeg voor de wetten der gezondheidsleer om een handje te helpen ze te verwijderen.’
Het Leeuwarder Nieuwsblad in 1929: ‘Voortdurend borrelen de gassen omhoog uit vreeselijk vuile, drabbige en slijkerige massa’s.’
De Telegraaf uit 1896: Een Amsterdammer klaagt over de ‘walgelijken en luchtverpestende stank van de Achterburgwal’.
Temidden van al dit borrelend en stinkend geweld leefde ook een apotheker aan de Nieuwezijds Voorburgwal 46. Hij beschikte waarschijnlijk over een goede ‘neus’ en was daardoor in staat om een eigen versie van de beroemde 4711 Eau de Cologne te maken. Jacobus Cornelis Boldoot is voor eeuwig verbonden aan Boldoot Eau de Cologne, ook wel armeluis’ odeklonje genoemd. Zijn geurig water was gebaseerd op alcohol met lichte citrusnoten. Het
vormde een tegenwicht op de zware muskus- en ambergeuren uit die tijd die de lucht alleen maar zwaarder maakten. Boldoot gaf een gevoel van opgewekte frisheid en het werd ook medicinaal toegepast bij migraine en auwvallen.
Het populaire esje met Boldoot zorgde er met de onvervalste Amsterdamse humor voor dat de beerwagen die de emmers met poep wekelijks kwam ophalen bekend stond als de ‘Kar van Boldoot’ of ook wel de ‘Odeklonjewagen’. De geuren van Amsterdam blijven altijd veranderen. De vele toeristen in het centrum hebben de afgelopen jaren nieuwe geuren toegevoegd. Denk aan de vele Nutellawinkels en de co eeshops. Op een drukke dag kan een smalle steeg geheel gevuld zijn met de geur van weed en wafelbakkers. Je kunt er van houden of niet, maar als je na weggeweest te zijn weer het Centraal Station uitkomt, dan kun je niet anders dan denken: ‘Ha, ik ben weer thuis!’
Vorig jaar brak de pandemie uit, gevolgd door een periode van lockdown. Nu waren er geen brandende teertonnen of wat dan ook. Een van de meest vervreemdende dingen was het ontbreken van geur. Buiten rook je helemaal... niets. De lucht voelde uitermate fris en helder. Het virus waarde rond als een geurloos spook. De enige geur die vaak vluchtig voorbij kwam was die van ontsmettende handgel. Een geur die net zo snel vervliegt als Boldoot op een zakdoekje. Laten we maar blij zijn dat we niet het advies gekregen hebben om de handen en het gezicht stuk te wassen met pestazijn.
Amsterdamsche Vischhandel Vis & Visspecialiteiten sinds 1938