Aan dit nummer werkten o.a. mee: Tom Baas, Jarmo van Berkel, Maarten Henket, Humpel, Nanny Kok, René Louman, Ezra Malko, Mathilde MuPe, Henk Oldeman, Jordi Peters, Rogier van der Steen, Sien van Vlieland en Miriam van Zanten
Rectificatie
OpNieuw is het tijdschrift voor de wijk Nieuwmarkt Lastage, door en voor buurtbewoners. OpNieuw wordt gratis huis aan huis verspreid in het gebied dat begrensd wordt door Geldersekade, Uilenburg, Zwanenburgwal, Staalkade, en ‘s Gravelandsveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt en op het Oosterdokseiland.
Deze uitgave wordt mede mogelijk gemaakt door Stadsdeel Centrum en de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen.
Hoofdredacteur
Hans van der Kamp
Redactie
Eveline Franken, Max van Norden
Opmaak
Stichting NTV Amsterdam
Voorplaat
Hans van der Kamp
Achterplaat
Nanny Kok
Aan dit nummer werkten mee
Tom Baas, Jarmo van Berkel, Maarten Henket, Humpel, Nanny Kok, René Louman, Ezra Malko, Mathilde MuPe, Henk Oldeman, Jordi Peters, Rogier van der Steen, Sien van Vlieland, Miriam van Zanten
Bezorgers
M.L. van Asperen de Boer-Eichholtz, Beiki Bakker, Mieke van Beeren, Iek Boeles, Mariken de Goede, Johanneke Guldemond, Lea Israels, George Janszen, Nico de Jong, Gerda Kievit, Baukje Kleinbekman, Femke Koens, Machiel Limburg, Marte Meijer, Evelien van Os, Gertrud Pijnenburg, Hans Puts, Dymph Rutten, Joost Schings, Cees Tijssen, Bob Vos en Barbara Wichers Hoeth
De advertentieprijs is vastgesteld op €1 per vierkante centimeter.
Bestuur Stichting OpNieuw bestuur@opnieuw.nu
Deadline volgende OpNieuw 12 mei 2021
Er ging iets mis met de bijschriften van de vele foto’s die we gemaakt hadden op de biologische markt.
Vandaar dat we opnieuw Vera Duarte voorstellen. Zij is geboren en getogen in het zuiden van Brazilië en het was voor haar vrijwel vanzelfsprekend om kennis op te doen over de rijkdom aan medicinale planten in het Amazonegebied. Door haar ervaring als kwaliteitsmedewerkster in de farmaceutische- en cosmetische industrie kreeg zij contact met mensen van het Britse bedrijf Naticuma, waar men bezig was om een distributienetwerk voor hun producten op te zetten. Sinds 2019 staat Vera Duarte elke zaterdag op de biologische markt. Andere marktdagen met haar kraam in Amsterdam zijn te vinden op de website: www.habituallycare.com.
Uw mening is belangrijk!
Roos Hendriks die tien jaar lang met grenzeloze inzet het tijdschrift heeft geproduceerd draagt nu het stokje over aan Hans van der Kamp, maar ze werkt nog steeds voor het tijdschrift als voorzitter van het bestuur van Stichting OpNieuw. Met een wisseling van de wacht komen onherroepelijk ook kleine veranderingen. Bij het vorige nummer zal u al opgevallen zijn dat de voorpagina, tegen de traditie in, geen illustratie of kunstwerk had. Van der Kamp, met zijn achtergrond in de publiekstijdschriften als fotograaf en journalist, ziet graag de buurtbewoner zelf op de voorgrond treden. De meeste lezers hebben daar positief op gereageerd, maar er waren ook mensen die de verandering minder op prijs konden stellen. Daarom is het belangrijk dat u, als buurtbewoner, uw stem laat horen. Het is immers uw wijk en uw tijdschrift. Bent u het ergens niet mee eens, dan horen wij dat graag. U weet ons te bereiken op redactie@opnieuw.nu.
Wie is die Van der Kamp dan eigenlijk? Hij werkte al op jonge leeftijd als fotograaf en verslaggever voor Nieuwe Revu, o.a. in deze wijk en ook op de Wallen. Hij maakte de nasleep van de Nieuwmarktrellen mee.
Hij werkte als hoofdredacteur voor verschillende tijdschriften.
Voorpublicaties uit zijn eerste roman ‘Nette mensen in een nieuwe tijd’ bij uitgeverij L.J. Veen leverden hem en Het Parool indertijd een kort geding op en veel pers, maar deze sleutelroman betekende vooral ook het begin van de langzaam aftakelende macht van ‘Dikke’ Charles Geerts over de Wallen.
Afhaalpunten
Woont u in Amsterdam, maar buiten het verspreidingsgebied van OpNieuw en wilt u toch een exemplaar bemachtigen, dan kan dat altijd een paar dagen na datum van verschijning door het nummer gratis af te halen bij De Boomsspijker, het Pintohuis en de groentekraam op de Nieuwmarkt tegenover AH. Tevens zijn alle nummers van de OpNieuw te downloaden op onze website: www.opnieuw.nu
Ondernemen in barre tijden
Verkoop vanuit de voordeur
Donatie
Wij ontvingen een schenking van € 50,-- van mevr. I.S. te B. Daarvoor onze hartelijke dank!
Website OpNieuw.nu
Dowload alle jaargangen van OpNieuw en gebruik het contactformulier voor het melden van nieuws dat niet kan wachten tot de volgende gedrukte uitgave.
Sien van Vlieland
Vijftig jaar
Uw mening is belangrijk!
Redactioneel
Sien van Vlieland - Kunstenaarsmodel
Fotowedstrijd
Pompen of verzuipen - Jordi Peters
Groot Madurodam - Max van Norden
Ondernemen in
Fotowedstrijd jeugd
Win een prijs!
Mooi onkruid
Eveline Franken brengt het kwetsbare in beeld
Winterherinnering - René Louman
Interview Rutger Groot Wassink - HvdK
Over boeken - Maarten Henket
Rob Visje - Kunstenaar en docent
Amsterdam Art Project - Jarmo van Berkel
Buurthondje - Henk Oldeman
Mooi onkruid - Eveline Franken
Heeft u ook last van de volgende klachten?
* Slapeloosheid
* Spanning
* Migraine
* Maagklachten
* Gewrichtsklachten
* Rugpijn
* Jicht
* Schouderpijn
* Stijve nek
* Sportblessures
* Verstuikingen
* Tennisarm
* Muisarm
* Beroerte
* Reuma
* Zenuwpijn
* Neurose
* Of iets anders?
Mercy
Chinese Medical
Traditioneel Chinees Geneeswijze: Tuina massage, kruidenbehandelingen, acupunctuur, en nog veel meer!
Vragen en reserveren:
Adres:
Website:
020-7723536 / 06-42850388
Dr. Zhi Xiong Li & Dr. Sau Ying Liu Sint Antoniesbreestraat 74 1011 HB, Amsterdam www.mercytcm.nl
De hele buurt weet inmiddels wel dat je lekker kunt eten bij Captein & Co en dat het er gezellig is. Wil je eens geen buurtgenoten zien, bezoek dan ook eens ons filiaal in Zuid-India!
Uw voeten zijn in goede handen bij medisch pedicure Helma Corine
Studio Floor de Haan, Koningsstraat 2 Ook voetreflexmassage
Voor een afspraak: tel. 06-57749399
IS JOUW FIETS AL LENTEKLAAR?
• Advies, onderhoud en reparatie
• Reparaties dezelfde dag klaar
• BOVAG gecertificeerd
• Nieuwe & gebruikte fietsen
Open: 09.00-18.00 uur webshop.macbike.nl
Waterlooplein 289 / Overtoom 45 Oosterdokskade 63A Nieuwe Uilenburgerstraat 30
Gebruikt u nog Windows XP of Office 2003? Op 8 april 2014 stopt Microsoft met het repareren van beveilingslekken voor Windows XP en Office 2003. Uw computer staat vanaf die datum wagenwijd open voor allerlei soorten van misbruik.
U dient tijdig over te stappen naar een latere versie van Windows en Office. Wij kunnen deze wijziging zonder onderbreking van uw bereikbaarheid uitvoeren. Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies.
Bl ijf er niet mee zitten
Parinussa Nek- en of schouderklachten
06-25087778 Masseur en Emmett therapeut
jnc-ict Jonas Daniël Meijerplein 36 Jonathan Cohen 020-627 4732 / 06-2506 4567 www.jnc-ict.nl
Vitamin Advice Shop
info@jnc-ict.nl
Bij ons vind je het beste en grootste assortiment voedingssupplementen en natuurlijke cosmetica.
Kom langs en laat je adviseren! www.vitaminadviceshop.nl
Nieuwe Nieuwstraat 47, 020 427 47 47 info@vitaminadviceshop.nl
masseert volgens Westerse en Aziat ische principes
Redactioneel
Voor mij is alles nog nieuw. Ik heb immers, samen met Roos, slechts één nummer van OpNieuw gemaakt en hoewel ik jaren ervaring heb met het maken van tijdschriften, was ik nog nooit aanwezig geweest bij de distributie en al helemaal niet bij een distributie die geheel verzorgd wordt door vrijwilligers.
Op een vrijdagmiddag kwam er een telefoontje dat de OpNieuw gedrukt was en afgeleverd werd bij bestuurslid Joost Schings. Gewoon op de stoep, wel keurig in tilbare dozen van karton verpakt. Ik had een kleine filmcamera meegenomen om het heuglijke feit vast te leggen en ik kwam in gesprek met een paar vrijwilligers. De eerste was een vrouw die heel recent haar man was verloren. Toch stond zij met een boodschappenwagentje klaar om te gaan bezorgen in haar deel van de buurt. Zij wist uit het hoofd wie achter welke deur woonde en welke deuren beter overgeslagen konden worden.
Ze verontschuldigde zich voor het feit dat zij door haar kennis van haar directe omgeving wel eens wat nummers overhield. Dat leek mij eerder lovenswaardig dan reden voor een verontschuldiging. We willen immers dat onze uitgaven in de juiste handen komen en niet op een adres wekenlang in de gang liggen onder een stapel folders. Ik wilde haar condoleren met het verlies van haar man, iets waar ik ontzettend onhandig in ben, en ook deze keer wist ik niet de juiste woorden te vinden, geloof ik. Al kun je je afvragen of er ooit wel juiste woorden te bedenken zijn voor een dusdanig groot verlies.
Ondertussen stond Roos klaar met de fiets om in ons kleine deel van de buurt te gaan bezorgen en ik zag hoe zij spiedend langs gevels de juiste deuren uitzocht en ik voelde me even geheel overbodig. Ik dacht na vijftig jaar de stad op mijn duimpje te kennen, maar dat bezorgen
van OpNieuw vereiste toch iets specifiekere kennis van de buurt.
Onderweg kwam een fiets voor ons tot stilstand met daarop een vrouw die al jaren trouw bezorgde. Ze was op weg om een nieuwe portie van een paar honderd exemplaren op te halen. Ze maakte een bijzonder atletische indruk. Het is niet netjes om de leeftijd van een vrouw te raden, maar ik woon boven in de Flesseman en daar wonen nog maar weinig mensen van haar generatie die zo kloek op de fiets zitten. Roos vertelde me dat de vrouw rustig met weer en wind naar zee fietst, iets wat ik haar niet makkelijk na zal doen. Ja, ik red het misschien wel, maar wel geheel buiten adem en daarna moet ik een aantal dagen bijkomen.
Vooral haar optimisme en daadkracht vielen me op. Ze complimenteerde Roos nog even met het nieuwe nummer en zei met een glimlach tegen mij: ‘Dat zal niet aan jou gelegen hebben!’ en ze stond alweer op de pedalen richting Pentagon. Hopelijk heb ik dat laatste verkeerd verstaan. Ik stond erbij als een schooljongen die zojuist een standje heeft gekregen. Nu had ik van het bestuur wel vaker gehoord dat we als tijdschrift nergens zouden zijn zonder onze bezorgers, maar als je dan zo van dichtbij meemaakt hoe geolied dat in de praktijk verloopt, dan krijg je daar toch een veel genuanceerder beeld bij.
Dit redactioneel is dan ook vooral gericht aan de lezers, die viermaal per jaar trouw OpNieuw op de mat ontvangen, zonder er bij stil te staan wat een pracht van een buurtverbindend systeem hier achtersteekt. U weet dat misschien al, maar het kan nooit kwaad om even stil te staan bij de inzet van onze bezorgers.
Hans van der Kamp
Beeld: Stadsarchief - Jan de Beijer (1703-1780)
Sien van Vlieland 50 jaar kunstenaarsmuze
Foto: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Hans van der Kamp
Sien van Vlieland viert het feit dat ze vijftig jaar kunstenaarsmodel is en dat zou gepaard gaan met een tentoonstelling van kunstenaars, die haar geschilderd, getekend of gefotografeerd hebben. De lockdowns verhinderden dat en nu is er een nieuwe tentoonstelling gepland en ze wacht met spanning af of die wel door zal gaan. Gelukkig komt OpNieuw, wat er ook gebeurt, gewoon vier keer per jaar uit, dus wij kunnen haar wel alvast in het zonnetje zetten.
Wanneer ben je begonnen met poseren?
In 1971. Ik woonde in de Borgerstraat en daar leerde ik via het buurmeisje haar zuster kennen, die op de Rietveld Academie zat. Zij wilde graag mijn kop tekenen. Ik dacht: mijn kop? Ik vond helemaal niets bijzonders aan mijn hoofd, maar ik ben toen toch weken bij haar langs geweest om te poseren. Zij zei na een tijdje: ‘Sien, je bent zo’n goed model, je moet er je werk van maken. Dat was
een hele verassing voor mij. Want wat maakt een goed model? Ik kon gewoon heel goed stilzitten en me heel goed concentreren. Dat wat ze van mij vroegen, dat kon ik eigenlijk al.
Hoe zou je nu met vijftig jaar ervaring zeggen wat een kunstenaarsmodel moet kunnen?
Je moet de kunstenaar kunnen inspireren, zodat ze ook
blij zijn met je eigen invloed, dat je niet per se alleen op commando in een bepaalde houding gaat zitten, liggen of staan, maar dat je elke houding zelf kunt aannemen. Voor schilderen en tekenen, in ieder geval.
Werk je ook voor fotografen?
Nauwelijks, eigenlijk. Dat is van de laatste jaren. Dat kwam via via binnen. Ik werd bijvoorbeeld gevraagd door Jan van Goor. Hij had op een gegeven moment een tentoonstelling in de Haarlemmerstraat en ik had gehoord dat daar een foto van mij hing. Toen ik daar kwam, bleek die van mij er niet tussen te hangen. (lacht) Toen heeft hij mij voor de daarop volgende tentoonstelling gefotografeerd en zo is het eigenlijk begonnen. Ik heb ook voor Lenny Moeskops gewerkt, voor het project ‘Jonge, Oude Meiden’ en later voor de tentoonstelling ‘Kleurrijke Amsterdammers’.
De vraag die meer mensen zullen stellen is of je ook nare ervaringen hebt in dit werk.
Eigenlijk niet. Wel eens wat raars meegemaakt dat iemand de hele tijd maar wilde dat je met je benen wijd ging zitten en ook eens dat ik samen met een man naakt moest poseren. Die kreeg opeens een stijve. Daar moest ik alleen maar om lachen, maar die leerlingen hadden dat heel braaf niet getekend. Na de pauze ging ik de tekeningen bekijken, maar nergens een stijve op de tekeningen te bekennen. Ik heb nog aan die docent gevraagd: ‘Vind je dat eigenlijk niet vreemd?’ Daar had hij geen duidelijk antwoord op.
Bouw je met bepaalde kunstenaars na jaren samenwerking ook een echte band op?
Ja, een kunstenaar met wie ik al heel lang werk, zei laatst tegen me: ‘Je wordt steeds dunner, maar je wordt tegelijkertijd ook steeds meer landschap.’ Dat vond ik een geweldig compliment, want ik was eigenlijk heel verbaasd dat dit werk maar door bleef gaan, naarmate ik ouder werd. Het is echt een vak waar je eeuwig mee door kunt gaan, zo lang je kunstenaars maar kunt blijven inspireren.
Is Van Vlieland je echte achternaam?
Nee, zo zijn mensen me gewoon gaan noemen. Want ik ga elke zomer maanden naar Vlieland. (Ze wijst naar een kolossale tent in een zak, die net terug is van onderhoud en reparaties.) In april vertrek ik weer.
Heb je voordat je model werd, nog andere banen gehad?
Ja, ik kom oorspronkelijk uit Groningen en daar was ik kleuterjuf. In 1967 ben ik naar Amsterdam gegaan. Daar ben ik als leerling-verpleegkundige begonnen. Daarvoor moest je eerst drie maanden intern en dat heb ik volgehouden.
Ik vond het heerlijk om mensen te verzorgen, maar die hiërarchie daar, dat was niets voor mij.
Bijvoorbeeld als ik in de nachtdienst zat, dan moest ik zo’n kapje dragen en ik had heel kort haar, dus dan blijven die dingen ook niet zo makkelijk zitten.
Dan kwam zo’n professor je even heel erg vanuit de hoogte de les lezen... Een leuke collega daar, heeft me toen geadviseerd om gewoon wat anders te gaan doen. Dat heb ik uiteindelijk gedaan. Ik kon echt niet tegen al die belachelijke regeltjes, die ze daar hadden.
Is het niet ontzettend saai om zo lang achter elkaar te poseren en allerlei houdingen vast te houden?
Het klinkt natuurlijk best saai, maar ik hou heel erg van rust in mijn hoofd en dan hoor je tijdens het poseren alleen de geluiden van kwasten of pennen over het papier en voor de rest is er vrijwel alleen stilte.
Dat vind ik heel rustgevend. Er gebeurde en er gebeurt ook zoveel in mijn leven en tijdens het poseren vind ik het heel makkelijk om tot rust te komen.
Fotowedstrijd 2021
Het zal je maar gebeuren. Je bent jong en opeens zit je midden in een pandemie zoals die in honderd jaar niet meer is voorgekomen. Al heb je nog de leukste ouders, op den duur gaat het op elkaars lippen zitten ook spanningen opleveren. Digitaal onderwijs is leuk, maar na een jaar is de lol er wel definitief af. Dan zijn er ook nog die mensen die niet begrijpen hoe zwaar het voor je is. Dus: Leg je leven vast met camera of smartphone en win een prijs!
Hoe?
Je hebt een smartphone en misschien hebben je ouders een dure camera die je kunt lenen, maar dat is op zich niet belangrijk. Het gaat erom hoe jij deze tijd ervaart en hoe je die vastlegt. Wat voor hardware je daarvoor gebruikt, dat is bijzaak.
Waarom?
Te veel mensen richten zich op de zwaksten in de maatschappij en daarbij wordt uitgegaan hoeveel risico het coronavirus voor hen veroorzaakt. Er wordt door de regering druk gerekend hoeveel bedden er nog vrij zijn in de ziekenhuizen. Natuurlijk is er ook aandacht voor hoe het voor jullie moet zijn, maar veel te weinig. Het is moeilijk voor volwassenen om te zien hoe emotioneel het voor
jullie is. Al zijn die volwassenen zelf ooit kind geweest, ze hebben in hun jeugd geen pandemie meegemaakt of ze moeten ouder zijn dan honderd jaar.
Gebruik je camera als wapen en laat zien hoe jouw wereld eruit ziet door jouw ogen. Misschien dat er dan wat meer begrip komt voor jullie positie, al was het alleen maar in deze buurt en omstreken.
Ontwikkel een goed oog voor wat je in je omgeving ziet en en met name die situaties die bij een pandemie horen. Vergeet het belang van je taak geen moment. Alles wat als beeld in de media komt, is gemaakt door mensen die ouder zijn. Zij kijken met hun blik en jij hebt de jouwe. Hoe jij de wereld nu ziet, krijgt amper aandacht.
Op een dag zijn we van die pandemie af en dan willen we zien hoe dat was. Waarschijnlijk duurt dat een tijdje, maar dat moment komt. Misschien komt dat moment ook voor
jou. Misschien wil je, als je zelf inmiddels volwassen bent en die hele periode een rare of nare droom is geworden, zelf eens zien hoe het voor jou is geweest. Hoe jij die wereld toen zag.
Waar?
Het tijdschrift wordt in de Nieuwmarktbuurt bezorgd, dus zien we het liefst foto’s, die in de buurt gemaakt zijn, maar we gaan er geen meetlat naast leggen. Vergeet ook niet dat we niet alleen aan stadsbeelden denken. Niets staat je in de weg om ook binnen, thuis, op school, of bij anderen te fotograferen. Mits je natuurlijk even toestemming vraagt aan de anderen die op de foto staan.
Spelregels
• Je mag niet ouder zijn dan zestien jaar.
• Zet je camera op de hoogste resolutie en stuur maximaal drie foto’s vóór 12 mei naar redactie@opnieuw.nu.
• De foto’s moeten recent zijn en mogen niet eerder op social media geplaatst zijn. Geen selfies.
• Je geeft toestemming dat je foto in OpNieuw en daaraan verbonden website geplaatst wordt.
• Is de foto binnenshuis gemaakt en staan er mensen op, vraag dan of ze het goed vinden dat de foto gepubliceerd wordt. Voor foto’s die op straat zijn gemaakt, hoeft dat niet.
De hoofdprijs
Je ontvangt een waardebon van € 50,-- en je foto wordt prominent geplaatst in de OpNieuw en bovendien wijden wij een stukje aan jou en je fotografie.
Tweede prijs
Je foto verschijnt in OpNieuw en we besteden aandacht aan je werk in ons tijdschrift. Bovendien krijg je de mogelijkheid om vaker iets voor ons te fotograferen.
Derde prijs
Ook bij de derde prijs plaatsen we je foto in de OpNieuw en besteden wij aandacht aan hoe jij tot die foto bent gekomen.
Pompen of verzuipen
Als de Vlaamse schrijver Tom Lanoye niet in een column voor het tijdschrift Humo geschreven had hoe merkwaardig het is, dat in Nederland tijdens een lockdown boekwinkels niet als essentieel gezien worden, maar snackbars wel, dan was me dat eerlijk gezegd niet direct opgevallen, omdat ik, tot mijn schaamte, boeken doorgaans via het web bestel.
Nu verging het mij net zoals met de avondklok. Ik ga zelden of nooit na 21:00 de straat op, maar nu het niet mocht, voelde ik mij toch bijna onweerstaanbaar aangetrokken tot een late avondwandeling.
Even onredelijk verbolgen was ik dus nu over het feit dat de boekhandels in Duitsland en België wél als essentieel gezien werden en gewoon open waren. Als een eenmansactiegroep beende ik op mijn boekenkast af en zocht een werk uit dat ik eerder te vluchtig had gelezen en nu per se moest herlezen. Daar konden de premier en de trage post mij in ieder geval niet van weerhouden.
Ik koos voor ‘Amsterdam ten tijde van Spinoza’ door Henry Méchoulan, omdat het werk bijna klef positief is over de Gouden Eeuw. Dat kan alleen een Fransman. Wij zouden aanzienlijk terughoudender zijn over de Amsterdamse economie van die tijd, omdat wij ons nu eenmaal bewuster zijn van hoe die rijkdom vergaard werd. Dat was toch hoofdzakelijk te danken aan het uitmelken van onze bezette gebieden, die we later koloniën zijn gaan noemen. Wat voor mij bijzonder interessant is aan het boek, dat zijn de vele anekdotes over het gewone, dagelijkse leven van de Amsterdammer.
Zo las ik dat we toen al een uitermate humaan penitentiair systeem hadden. Zo waren er op een bevolking van 120.000 mensen slechts 174 personen gedetineerd in het Rasphuis, dat in die tijd dienst deed als huis van bewaring.
De gedetineerden werden goed gevoed, kregen de mogelijkheid om op zon- en feestdagen te sporten en hun identiteit werd anoniem gehouden om een terugkeer in de maatschappij te vergemakkelijken.
Uiteraard moesten de gevangenen wel werk verrichten en iemand die stelselmatig weigerde aan die eis te voldoen, kon in de ‘watercel’ belanden, waar hij of zij onophoudelijk moest pompen om niet te verdrinken. Deze speciale celstraf werd opgeheven toen op een dag een gevangene liever verdronk dan pompte.
De magistraat zag in dat deze straf zo zwaar was, dat het de gedetineerde tot zelfmoord kon aanzetten en dat was in strijd met de Schrift.
Dat werd het einde van ‘pompen of verzuipen’.
Het is mooi om het heden van Amsterdam terug te lezen in haar verleden. Aan het einde van de zestiende eeuw schreef de heer De Buzenval aan de ambassadeur van Hendrik IV in Den Haag: ‘Het is dit volk eigen de vrijheid te nemen alles te zeggen en alles uiteen te zetten wat men denkt... We zijn hier bij een volk dat meent dat vrijheid
mede bestaat uit frank en vrij te spreken.’
Wie wel eens de Facebookgroep ‘I love Nieuwmarktbuurt’ heeft bezocht, kan dat van harte beamen. Soms heb ik zelfs diep medelijden met moderator Ingla Cuenca Wong, die al die verbale uitvallen een beetje in toom probeert te houden, om de sfeer niet al te zeer te laten vergallen door ‘dat volk dat de vrijheid neemt alles te zeggen wat men denkt’.
Iets waarin ik het Amsterdam van nu in het geheel niet herken is de houding naar huisdieren. Kenmerkend voor deze stad is immers dat de brandweer door verkeersdrukte zelden of nooit op tijd bij een brand is, maar moet er een kat uit een benarde positie gehaald worden, dan zijn ze er. Ook heb ik wel eens mensen van de Gemeentereiniging met gevaar voor een nat pak een drijvend vogelnest in de gracht zien redden.
Ik denk ook aan de reeds lang overleden gentleman crimineel Pistolen Paultje die geen enkel probleem had om zware misdadigers van wapens te voorzien, maar werd er ergens een hondje geschopt, dan was hij de eerste om een beloning uit te loven om de dader af te laten straffen. Des te stuitender vond ik de passage over vermaak in herbergen, waar men een kooi aan de balken hing met een kat erin. Bezoekers, eigenlijk vooral hun kinderen, konden dan voor weinig geld een knuppel huren om zich een tijdje op die kooi uit te leven. Ik kan me niet voorstellen hoe dat eruit moet hebben gezien en ik ben een hondenman, maar dat vond ik toch tenenkrommend.
Heel herkenbaar was de wereld van uitgeverijen, vaak gerund door vrouwen wiens mannen op zee waren. Hoewel het Calvinisme als godsdienst dominant was, drukten onze uitgevers zonder enige problemen katholieke missalen, korans, Armeense, joodse en niet joodse bijbels, talmoeds en andere werken van dien aard. Bij de woorden ‘van dien aard’ dacht de Franse auteur waarschijnlijk ook aan de werken van Markies de Sade, die hier gedrukt werden, terwijl ze in Frankrijk alleen illegaal verhandeld mochten worden. We zien die vrijheid ook weer terug in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de werken van Duitse auteurs, die in het thuisland op de zwarte lijst stonden, hier gewoon gedrukt konden worden.
Ik heb een kleine greep gedaan uit de vele vermakelijke, maar soms ook dieptrieste anekdotes die het boek te bieden heeft. Of ‘Amsterdam ten tijde van Spinoza’ nog in druk is, betwijfel ik, maar er zijn nog genoeg tweedehands exemplaren te koop. Een aanrader voor wie van deze stad en haar geschiedenis houdt.
Jordi Peters
Groot Madurodam
Het is moeilijk voor te stellen. Een Hamburg zonder Reeperbahn, een Bangkok zonder Pattaya en zo kan ik nog wel even doorgaan. Vrijwel elke grote stad op de wereld en zeker havensteden met een lange geschiedenis hebben een ‘warme buurt’. Bij ons in Amsterdam, met misschien wel de meest historische buurt voor sekswerkers, mag het op de een of andere manier maar niet lukken. Politie en Brandweer moeten te vaak uitrukken om dronken Britten uit de gracht te vissen en de situatie op drukke avonden is op z’n zachtst gezegd gevaarlijk te noemen. Bewoners ergeren zich kapot aan het lawaai en willen ook wel eens slapen. Het grootstedelijke élan dat zo mooi bezongen wordt in Sinatra’s ‘New York, a city that never sleeps’ staat duidelijk niet op hun muzieklijstje. Het ligt voor de hand dat er voortdurend met de vinger gewezen wordt naar de meest kwetsbare groep: de sekswerkers. Burgemeester Halsema wist dat zo mooi te verwoorden door te stellen dat raamprostitutie niet van deze tijd is. Misschien is dat zo, maar de monarchie is dat ook niet en dat betekent niet we het Paleis op de Dam een nieuwe bestemming geven.
Het is haar visie en die van de sekswerkers werd amper gehoord, want die werken over het algemeen graag op de Wallen, onder andere omdat het vrij veilig is. Ik zeg vrij veilig, omdat sekswerk nooit zonder risico’s is. Dat gaat overigens voor heel veel beroepen op. Voortdurend legt de gemeente de burger uit dat de situatie op de Wallen niet verantwoord is, wat merkwaardig is, want die situatie wordt al jaren niet meer gevormd door de uitbaters, maar door de gemeente zelf. Vele jaren PvdA-bemoeienis hebben de buurt gemaakt tot wat die nu is.
De meest voor de hand liggende overlast wordt niet door de sekswerkers veroorzaakt, maar door de toeristen en wie heeft er baat bij toeristen? Dat zijn vaak de door onze premier heilig verklaarde ondernemers. Dezelfde mensen die soms na sluitingstijd even vier of vijf kuub afval op de kade dumpen, voordat ze naar hun huis buiten de stad afreizen. Vuil dat luie, oorverdovend krijsende zeemeeuwen steeds verder de stad in doet trekken.
Als bewoners van de Nieuwmarktbuurt hebben we natuurlijk makkelijk praten. Wij hebben maar met een deel van de overlast te maken, maar toch in ieder geval meer dan veel presentatoren van televisieprogramma’s, die in de Wallen regelmatig een hot item zagen. Voordat je het weet vliegen dan woorden als mensenhandel en misbruik van minderjarigen over tafel, alsof hier een soort Klein Thailand wordt geëxploiteerd.
In de zomer sprak ik een vrouw die al sinds de jaren zeventig in deze buurt woont en voor het eerst over de Wallen was gefietst. Ik was stomverbaasd.
‘Voor het éérst? Echt waar?’
‘Ja, wat heb ik daar ooit te zoeken gehad, dan?’
Ik vroeg haar waarom ze dan juist nu over de Wallen was gefietst. Haar antwoord was dat ze op televisie had gezien
dat er veel te jonge meisjes meisjes achter de ramen werkten. Nu vind ik de Wallen, zeker overdag, heel gezellig en ik doorkruis de buurt regelmatig. Vroeger als consument, nu als iemand die het prettig vindt daar te lopen. Ik zie vrijwel alleen volwassen vrouwen achter de ramen. Maar het werkt wel zo’n televisiecampagne. Je hebt professionele kletsmajoors die steeds weer voor dezelfde onderwerpen uitgenodigd worden. Bij elke nieuwe uitnodiging moeten ze hun verhaal wat aandikken, anders worden ze niet meer uitgenodigd. Dan hebben ze geen nut meer voor de felbegeerde kijkcijfers.
Zoals het was, mag het in ieder geval niet meer zijn, want dat is dus niet ‘van deze tijd’. Dat klopt eigenlijk ook, want deze hele stad is niet ‘van deze tijd’. Dat is een van de redenen waarom we op de Werelderfgoedlijst staan. Niet omdat de gemeente kademuren tegenwoordig niet meer metselt, maar met platen voorgebakken stenen beplakt bij restauraties, maar omdat de stad nu eenmaal is, zoals zij is. Daar horen mensen bij en het liefst alle soorten mensen. Trap alstublieft niet in de valkuil dat deze stad straffeloos een soort groot Madurodam kan worden met kleurloze lieden in plaats van echte mensen. Dat zal ook het probleem van de toeristen niet oplossen, want ons imago slijt niet zo makkelijk. Er staan nog steeds elk jaar, op de verkeerde dag, in oranje geklede toeristen op Schiphol om Koninginnedag te komen vieren, terwijl we toch al een tijdje een koning hebben.
Ondernemen in barre tijden
Foto’s: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Eveline Franken
Het is goed mogelijk dat wanneer dit tijdschrift op uw mat valt, de winkels alweer helemaal open zijn, maar we vonden het nodig om winkels die in de deuropening bleven verkopen een hart onder de riem te steken door een aantal van hen even in het zonnetje te zetten. We beginnen met Nieuwmarkt kledingreparatie en wasserette.
Ozan: ‘In het kort gezegd: het is een klotetijd. Ik heb deze winkel al 18 jaar en in de loop der tijd heb ik een vaste klantenkring opgebouwd hier in de buurt. Vanaf het begin van de lockdown mocht ik open blijven, omdat mijn zaak een essentiële winkel is.
Het is keihard werken, je moet je voortdurend aanpassen, je rommelt je er doorheen en het is noodzakelijk om positief te blijven en te vertrouwen op betere tijden. Ik hou me strikt aan de regels van mondkapjes, hygiëne en afstand. Ik maak me veel zorgen om mijn vrouw en kind.
Ondanks het feit dat ik hier heel goed op regels let, kreeg ik op een dag een ware overval van een groep handhavers. Ik had namelijk een paar artikelen aan mijn deurpost opgehangen en dat werd gezien als een overtreding. Ik kreeg gelijk een officiële waarschuwing.
Zoiets hakt er diep in. Nu met de eerste lentedagen begin ik wat meer hoop te krijgen.’
Hij was blij dat meer winkeliers met een tafeltje buiten hun producten te koop gingen aanbieden. Hoe meer winke-
liers dat doen, des te meer mensen besluiten de straat op te gaan en dat is niet alleen goed voor de klandizie, maar mensen komen elkaar op straat weer tegen en beginnen een praatje. Kortom het sociale verkeer komt ook weer op gang.
Het is typisch zo’n winkel die je om de haverklap nodig hebt. Als je geen extra sleutel nodig hebt, dan is er wel kleding in huis, waar je geen afstand van wilt doen, maar waar je ook zelden aan toekomt om het zelf te repareren, of eenvoudigweg de handigheid met naald en draad niet hebt. Ook heb ik zelden vakkundiger schoenreparaties gezien en dan hoor je opeens dat een fikse groep handhavers op een pietluttigheidje binnenvallen en een officiële waarschuwing uitdelen.
Met de Coronaregels had het niets van doen, een paar dingetjes die boven aan de deurpost hangen en een rekje kleding, daar zal niemand door op een IC-afdeling belanden. Een beetje stil van die wetenschap loop ik naar huis en denk aan de vele politieagenten die altijd zo beleefd en
welwillend optreden in deze stad. Tenzij je echt moeilijkheden loopt te zoeken, natuurlijk. Binnenkort worden de handhavers voorzien van wapenstokken. Niemand zit daar op te wachten, maar ze komen er toch.
Vroeger riep elke Amsterdammer naar politieagenten die zich met futiliteiten bezighielden meteen: ‘Hé dooie! Als je niets beters te doen hebt, ga dan eens boeven vangen!’ Op mijn regelmatige tochten voor de essentiële boodschappen kwam ik vaak langs de winkel van Riele in de Sint Antoniesbreestraat. Door de voortslepende lockdown was het uitzicht in die voorheen gezellige winkelstraat steeds somberder geworden. Veel winkelruiten hadden inmiddels de doffe glans van beslagen brillenglazen. Ook
viel me op hoe snel voorheen vrolijk verlichte horecazaken er nu stoffig en somber uitzagen met de stoelen omgekeerd op de tafels. Het leek alsof alle kleur in de omgeving langzaam aan het vervagen was.
Die dag was de dooi net ingevallen na een paar prachtig heldere winterdagen met sneeuw en ijs. Ik liep door de grijze blubber en dat maakte het uitzicht nog somberder. Op het moment dat ik de winkel van Riele passeerde bleef ik verrast stilstaan. De winkel zag er prachtig uit. In de etalage stonden drie etalagepoppen die in kleurige sluiers gehuld waren. Een echte blikvanger in het straatbeeld. De eigenaresse was in de deuropening bezig met een klant die zijn bestelling kwam afhalen. Ik sprak haar aan en vroeg of we voor OpNieuw een foto van de etalage mochten maken. Twee dagen later kwamen wij nog eens langs, want ze wilde graag dat alles netjes toonde voor de foto.
Zij vertelde ons vanuit de deuropening dat de hele periode van lockdown keihard werken was. Er ging veel aandacht en inspanning zitten in het onderhouden van de webwinkel, die een absolute noodzaak was geworden.
‘De uitstraling van de winkel is gedurende de hele Corona-tijd altijd tip-top gebleven. Dat is iets wat ik erg belangrijk vind en daar hou ik me dan aan.’
Marie-Luise, door iedereen gekend als Riele, komt van oorsprong uit Duitsland waar zij ook haar klassieke opleiding in de luxe kledingbranche heeft opgedaan. Het avontuur trok haar naar Amsterdam en ze is hier altijd gebleven. Meer dan 30 jaar geleden opende zij haar winkel in de Sint Antoniesbreestraat.
Bij onze wandeling door de Sint Antoniesbreestraat kwamen we natuurlijk ook langs de winkel van ‘de buurman’. Zijn naam is Melvin, dat wisten we eerder niet en hij spreekt iedereen aan met ‘buurman’ of ‘buurvrouw’.
Reuze gezellig was het bij Kiosk 43, omdat we daar ook allemaal andere buurmannen en buurvrouwen tegenkwa-
men. Iedereen geduldig buiten wachtend, met voldoende afstand van elkaar en Melvin achter een tafeltje met een groot oranje kleed van de Staatsloterij er op. We kregen er bijna een Koningsdaggevoel van.
Eerst een paar foto’s van hem achter zijn tafel in de deuropening en daarna brak hij gelijk los:
‘Deze tijd doet wat met je. Ik lach altijd en ik heb een opperbest humeur, maar het is natuurlijk waardeloos en schrijnend allemaal. Nu is er eindelijk weer contact en dat is hoopgevend. Ik blijf altijd positief, je moet er wel in blijven geloven en dus creatief zijn. Bij mij krijgt iedereen een persoonlijke benadering. Het is voor elk wat wils.’
Op dit laatste braken er lachsalvo’s uit bij de omstanders en de onvervalste Amsterdamse humor was niet van de lucht.
‘We hopen dat we snel weer los kunnen!’
Een andere winkel waar ik in deze sombere tijden graag voor de etalage bleef staan, is boekhandel Pantheon. Juist nu zou het ideaal zijn om je na het ingaan van de avondklok helemaal terug te trekken in een boek. Zelden zul je nog stillere avonden hebben in hartje Amsterdam. Ik moet bekennen dat ik veel te lang geen boek meer gelezen heb. En dat terwijl ik me zo goed voor de geest kan halen hoe het was om je voor uren te kunnen verliezen in een boek.
Je eigen filmbeelden maken in je hoofd in plaats van naar voorgebakken beelden op een scherm te staren.
Ik kan me dus ook heel goed voorstellen dat boekwinkels in de ons omringende landen als essentieel beschouwd worden en derhalve open blijven tijdens de lockdown. Over de redenen waarom dat in Nederland niet op die manier wordt gezien kan men lang filosoferen.
Zoals Leo Kenter al gelijk begon te vertellen toen wij hem wat vragen stelden over de achterliggende periode van lockdown en wat dat voor zijn boekwinkel tot nu toe betekent:
‘In een aantal landen worden boekwinkels als essentieel gezien. Hier niet. Ik snap het wel, je moet ergens een grens trekken. Ik ben wel blij met de pas ingestelde afhaalservice. Bij grote winkels als de Hema en de Bijenkorf is dat na-
tuurlijk heel ingewikkeld. Wij hebben gelukkig een overzichtelijk aanbod. De mensen die hier komen weten al van tevoren precies wat ze willen kopen. Bestellen via de webwinkel was enorm arbeidsintensief. Alles moet verpakt en verstuurd worden en nog vele andere administratieve handelingen erbij. Dat maakte het niet leuker.’
Ik moet zeggen dat ik het heel gezellig vond om even in de rij te staan bij de boekwinkel. Mensen die graag lezen maken blijkbaar ook makkelijk een praatje. Ik werd er weer helemaal vrolijk van. Ook Leo Kenter vertelde dat hij het ontzettend gemist had om met klanten te spreken.
Een mooie herinnering
Het is lente als dit nummer op uw mat valt, maar we dachten zo dat u best nog even herinnerd wilt worden aan dit mooie wintertafereel, vastgelegd door onze meest actieve buurtfotograaf René Louman. Meer van zijn werk treft u aan op: www.dagboekvaneenfotogek.nl
Rutger Groot Wassink
Interview: Hans van der Kamp / foto: Tom Baas
Hij wordt gezien als architect achter de coalitie van GroenLinks, PvdA, D66 en SP. Hij heeft de zware portefeuille van Sociale Zaken, Diversiteit, Antidiscriminatiebeleid en Democratisering. Hij is een doener en een denker, die ogenschijnlijk moeiteloos, maar zeer gemotiveerd door de huidige economische crisis manoeuvreert.
Wat is je band met de Nieuwmarktbuurt?
Ik ben zeer gesteld op de Nieuwmarktbuurt en ik vind het een hele leuke buurt om een aantal redenen. Toen ik nog niet in Amsterdam woonde maar in Utrecht, ging ik daar met vrienden altijd naar de kroeg. Nu haal ik Dim Sum op de Zeedijk. Je hebt er een fantastische stripwinkel. Ik wandel ook graag door de buurt. Ook interessant, is dat het coalitie-akkoord waar wij nu mee werken, voor een groot gedeelte is uitonderhandeld op de Krom Boomssloot, boven de Armeense kerk.
Je wordt altijd wethouder van Sociale Zaken genoemd, maar daar horen natuurlijk nog diversiteit, antidiscriminatiebeleid en democratisering bij. Is er tijdens een pandemie nog wel ruimte voor die laatste drie?
Ja, dat gaat, maar ik moet eerlijk zeggen dat in een Coronacrises veel tijd en aandacht uitgaat naar hoe we mensen aan het werken kunnen houden. Dat is iets wat nu echt wel centraal staat, maar die andere doelen lukken nog vrij aardig. Ik ben daar niet ontevreden over. Gelukkig heb ik heel veel mensen die daar samen met mij aan werken. Maar het is absoluut waar dat de economische crisis daar zwaar op drukt.
We hebben natuurlijk in het voorjaar de ToZo-regeling gehad voor ZZP-ers en dat waren enorme operaties. Gewoonlijk krijgen we 2000 aanvragen voor financiële ondersteuning van zelfstandigen per jaar en nu hadden we 40.000 mensen op de stoep in vijf weken. We hebben tweehonderd man moeten verplaatsen binnen de dienst om te zorgen dat het allemaal goed ging en ja, ik ben nu natuurlijk ook bezig met jongeren aan het werk te houden.
Bij de aanzet van de ToZo zag ik een beetje een Angela Merkel in je, die riep: ‘Wir schaffen dass!’ En dat is ook echt gelukt, begrijp ik.
Ja, dat is eigenlijk heel goed gelukt. Kijk, ik mag graag kankeren op het kabinet, maar dit is best een goede regeling en we hebben ook met het kabinet daar vrij snel veel contact over gehad.
We hebben gezegd: dit willen wij doen, maar dan moeten jullie ons ook een bepaalde vrijheid geven. In tijden van crises kan er opeens veel en wij gingen dat uitvoeren en dat is gelukt.
Dat neemt overigens niet weg dat ik mij ernstige zorgen maak over het vervolg.
Premier Rutte maakte de opmerking dat Amsterdam aan links verloren was. Mij amuseerde dat wel, maar hoe kwam dat op jou over?
(lacht) Nou ja, het is ook een beetje gek dat een premier van een land zoiets gaat zeggen, maar ik ben er natuurlijk best trots op dat wij zo’n beetje de enige stad in het land zijn die door SP, GroenLinks, PvdA en D66 worden bestuurd.
Amsterdam is gewoon een linkse stad en ik ben natuurlijk zeer trots dat we zo’n linkse coalitie hebben. Het blijft natuurlijk raar dat Rutte dat zegt, maar het geeft ook aan dat hij zelf ook wel ziet dat wij een factor zijn, waar rekening mee moet worden gehouden.
De ToZo had, zo begrijp ik, ook een beetje een Amsterdams sausje?
Nou ja, in die zin dat wij vrij snel inzagen dat wij de grootste groep ZZP-ers hadden en gezegd hebben: Jongens, dit gaat zo niet, we moeten nu wel heel snel schakelen. Nu had ik ook het geluk dat ik in de commissie zit van de VNG, de verenigde Nederlandse gemeenten, die gaat over werk en schulden en aanverwante zaken en daardoor had ik regelmatig contact met het kabinet. Dat maakte het makkelijker om te zeggen: we moeten nu echt in actie komen.
Dat geldt ook voor een nieuwe regeling.
Die heet de TONK, dat is voor mensen die echt tussen de wal en het schip vallen. Die kunnen dan een tegemoetkoming krijgen in hun woonkosten, omdat mensen het steeds moeilijker gaan krijgen en daar hebben wij als Amsterdam regelmatig voor op de trom geslagen. Dat moet echt gebeuren. Het is dan heel fijn als zo’n lobby lukt.
Hoe lang gaan we dat volhouden om een linkse stad te zijn, want er komen natuurlijk steeds meer mensen met veel geld in deze stad en zij zullen toch een beetje ‘vanuit hun portemonnee stemmen’.
Ik ben optimistisch, hoor. Ik denk dat Amsterdam een linkse stad blijft, want je ziet dat wel meer: Utrecht, Nijmegen en Groningen, dat zijn allemaal steden waar links sterker is dan op het nationale niveau.
Dat is natuurlijk ook een beetje lastig, want het land is
relatief rechts en de steden zijn overwegend links, maar dat zie je ook in Duitsland en in andere landen. Zelfs in de Verenigde Staten. Natuurlijk is die woningmarkt lastig en daar proberen wij ook alles aan te doen, maar dat zal niet de politieke kleur van een stad veranderen.
Nu zijn we in de Nieuwmarktbuurt een mondig buurtje en de omschakeling naar de nieuwe burgemeester verliep niet helemaal vlekkeloos. Op social media zie ik nog veel mensen hun trouw betuigen aan de heilig verklaarde Van der Laan.
Heiligverklaringen moet je altijd wantrouwen. Dat is nooit een goed teken, want niemand is heilig. Ik denk dat we nu een fantastische burgemeester hebben.
Oud-premier Den Uyl zei geloof ik al in de jaren zeventig of tachtig dat we ons moesten hoeden voor een klassenmaatschappij. In hoeverre zijn we dat nu toch geworden?
Ik denk dat we heel ver die kant uitgaan en ik denk dat als je dat met een beetje afstand bekijkt, dan kan ik niet anders concluderen dan dat er grote groepen zijn die het echt wel heel moeilijk hebben. Als je kijkt naar flexwerkers... De sociale zekerheden zijn natuurlijk met enorm enthousiasme afgebouwd. We hebben toenemende armoede en toenemende ongelijkheid. Naast klimaatsverandering is dat mijn grootste zorg.
Hier in de buurt speelt vooral het grote verschil tussen mensen die hier redelijk recent een woning hebben gekocht en de mensen die hier al jaren in sociale woningbouw wonen. Die laatste groep voelt zich vaak vervreemd van de eigen buurt.
Dat herken ik heel sterk. Ik woon zelf in de Staatsliedenbuurt, ook een buurt die van oudsher een hechte gemeenschap was en ik denk dat het nog steeds wel zo is.
De vraag is hoe je die gemeenschapszin en cohesie met elkaar vast kunt houden en als de inkomensverschillen te groot worden, dan helpt dat natuurlijk niet mee.
Ik vind het mooi dat je Den Uyl aanhaalt, want de reden dat ik doe wat ik doe, heeft nog steeds als basis de spreiding van kennis, macht en inkomen. Ik zie inderdaad – en het is moeilijk om in te schatten waar dat precies door komt, eerder hadden we het over de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de afbraak van de sociale zekerheid – dat die groeiende inkomensongelijkheid een enorme zorg is en als die ongelijkheid in financiële en sociaaleconomische zin doorzet, ja dan wordt het wel heel moeilijk om cohesie te behouden.
Dat is natuurlijk enorm zorgwekkend.
Maar aan de andere kant zie ik in een tijd van Corona ook veel acties waarin buurten dat wel heel goed doen. Je hebt in de stad heel veel voedselinitiatieven, waar buurtbewoners andere buurtbewoners gaan ondersteunen, dus het is ook een dubbelbeeld. Er gebeurt heel veel moois. Het is indrukwekkend dat in
tijden van druk en zorg, er veel mensen zijn die elkaar blijven helpen.
Waar ik me vooral zorgen over maak is de positie van jongeren die vaak veel te hard moeten werken voor te weinig geld. Hoe krijgen we die jongeren weer bij een vakbond?
Ik ben een oud-vakbondsman en ik heb in 2010 of zo FNV Jong opgericht. Een paar dingen zijn belangrijk: ik denk dat vakbonden veel duidelijker moeten zeggen waar ze precies staan. Ik denk dat we een beetje vergeten zijn te vertellen dat de achturige werkdag en vakantiedagen door de vakbonden geregeld zijn, maar de vakbonden moeten zich ook hard maken om zich fel tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt te keren, want daar hebben jongeren bovenmatig last van.
Zelfs binnen heel Europa zijn wij Kampioen Flex en dat is echt niet goed. Dat maakt alles zo ingewikkeld, want als je een flexbaan hebt, is het veel moeilijker om een huis te kopen. Nou zijn die hypotheekregels sowieso te ingewikkeld. Je moet eigenlijk ook te veel geld meebrengen om te kunnen lenen.
Kunnen we ook nog iets doen aan de vrijwel onbegrensde macht van het bedrijfsleven?
Ja, ik zit natuurlijk naar die peilingen te kijken en dat ziet er absoluut niet goed uit, want Rutte zal best wel weer eens behoorlijk kunnen gaan winnen, maar tegelijkertijd denk ik dat steeds meer mensen gaan begrijpen dat we veel meer grip op het bedrijfsleven moeten gaan krijgen.
Wat daar gebeurt is allang niet meer in het algemeen belang.
Ik werk ook veel samen met ondernemers in deze stad, die wel heel goed kijken naar het algemeen belang, door jongeren aan werk te helpen, maar er zijn veel grote, anonieme bedrijven en die zullen echt een grotere bijdrage moeten gaan leveren aan het algemeen belang.
Daar hebben we nationale wetgeving voor nodig. Laten ze eens beginnen met belasting te betalen.
Dat gaat waarschijnlijk met een vierde kabinet Rutte niet lukken, maar hoeveel kans van slagen maakt zo’n kabinet eigenlijk, met het vooruitzicht op parlementaire enquêtes over allerlei nare affaires?
Ja, ik vind dat heel moeilijk om te zeggen.
Dus je bent op dat vlak niet optimistisch?
Nee, nee, nee.
2021-1
In een cursusboek Nederlands dat gebruikt wordt bij inburgeringscursussen staat (het is echt waar!) de volgende zin: Ik kan niet met computers overweg.
U moet aan een oudere dame van Turkse afkomst uitleggen wat ‘overweg’ betekent. Hoe doet u dat?
Stuur uw antwoord in (max. 50 woorden), misschien komt het wel in het volgende nummer.
Inzendingen Even denken 2021-2
Er zijn geen inzendingen binnengekomen.
Vergeet elkaar niet
Als ik het nieuws volg, dan lijkt de ernst van de pandemie vooral afgemeten te worden aan het aantal beschikbare IC-bedden. Natuurlijk wordt er ook aandacht besteedt aan andere medische aspecten en niet te vergeten de vereenzaming van veel mensen.
Denk dan niet meteen uitsluitend aan ouderen, maar ook aan alleenstaande jonge mensen die thuis werken en de hele dag naar schermpjes zitten te staren tijdens vergaderingen. Zoals de situatie nu is, met een avondklok, komen zij, wanneer ze zich braaf aan de regels houden, alleen bij de dagelijkse boodschappen nog leeftijdsgenoten in levenden lijve tegen.
Je zult maar single zijn en ook wel eens behoefte hebben aan lichamelijk contact, dan wordt de ontmoeting met een eventuele partner wel op heel veel manieren moeilijk gemaakt.
We zijn als mensen steeds autonomer geworden. Meer dan ooit hebben we gekozen voor een leven dat om eigen werk en zelfredzaamheid draait, een leefwijze die nu toch voor onverwachte complicaties kan zorgen.
De buurt biedt steeds minder sociale verbinding. Een situatie die ontstaan is door de diverse inkomensgroepen die deze buurt inmiddels heeft. Het is een groot verschil of je hier al lang een huurwoning hebt, of dat je recent een huis hebt gekocht.
Zoveel diversiteit in een buurt, zorgt ook voor het onthechten van sociale verbanden.
Nieuwtje dat niet kan wachten tot het volgende nummer?
Neem dan contact op met onze website voor snelle publicatie.
opnieuw.nu/contact/
Vandaar dat we toch nog even aandacht willen vragen voor mensen die het nu extra moeilijk hebben en tegen de mensen die erg op zichzelf zijn, zeggen dat het nooit kwaad kan om even op de deur van buurvrouw of buurman te kloppen, ook al ken je die persoon alleen van zijn of haar naam op het postvak.
Begrijp me goed, het is niet zo dat ik denk dat mensen in deze buurt langs elkaar heen leven. Wel kunnen we juist nu laten zien dat we een buurt zijn, waar de mensen, ondanks gesloten horecagelegenheden, goede sociale banden weten te onderhouden.
Heeft u ooit wegens een akkefietje ruzie met iemand in de straat gekregen, dan is dit misschien wel het beste moment om die ruzie even bij te leggen. Met andere woorden: Vergeet niet aan elkaar te denken, het is nu harder nodig dan ooit.
Miriam van Zanten
Over het verschil tussen proza en poëzie
Als kind dacht ik dat het verschil tussen proza en poëzie duidelijk was: poëzie rijmt, proza niet. De meisjes in mijn omgeving hadden in die tijd een poesiealbum, spreek uit ‘poe-sie’ (twee lettergrepen), waarin vriendinnen, familieleden, en de jongetjes waar ze ‘op waren’ gedichtjes schreven, meestal geen eigen werk maar altijd rijmend. Op een iets oudere leeftijd kregen die meisjes een balboekje, waarin je als jongeman een dans kon reserveren, en – maar dat was helaas voor mijn tijd – een waaier, waarmee ze konden flirten (twee ogen die je aankeken boven een half geopende waaier betekende ‘ik vind je leuk’).
Inmiddels weet ik dat poëzie niet per se hoeft te rijmen. Misschien is iets dat rijmt wel altijd poëzie, maar het omgekeerde gaat niet op. Wat is dan wel kenmerkend voor poëzie?
Versmaat is geen vereiste, en komt dus niet in aanmerking. Ritme is wel een vereiste, maar proza, althans goed proza, heeft ook ritme. Moeilijkheidsgraad dan? Gedichten zijn dikwijls relatief moeilijk toegankelijk, maar er bestaan talloze makkelijke (en toch mooie) gedichten, en talloze ontoegankelijke prozateksten. Lengte is ook al geen geschikt criterium, want verzen zijn wel vaak wat korter, maar toch niet de Mei van Gorter.
Misschien denkt u nu wel ‘wat maakt het eigenlijk uit’, en inderdaad, het lijkt een non-probleem. Er zijn echter mensen die liever proza lezen dan poëzie, en omgekeerd.
Hoe kunnen die mensen weten wat ze wel en niet moeten kopen als er geen verschil is? En verder, allerlei gezaghebbende schrijvers hebben zich over dit vraagstuk gebogen en definities geformuleerd.
Dat geeft toch te denken. Zo zegt Fernando Pessoa: ‘Poëzie is elke soort literatuur waarbij je een esthetische emotie voelt die los staat van de betekenis van de woorden.’ Ik lees die zin, ik leevs hem nog een keer, en denk vervolgens aan al die romans waarbij ik esthetische emoties gevoeld heb die los stonden van de betekenis van de woorden.
Taalkundig gezien lijkt het simpel: wat prozaïsch is, is proza, wat poëtisch is, is poëzie. Nogal logisch, een waarheid als een koe. Maar taal is geen logica. Een droog, nuchtergeschreven gedicht kun je prozaïsch noemen, een dromerige novelle kan heel poëtisch zijn. Ik zie nog maar één onderscheidende eigenschap: poëzie is duurder. Een wel erg prozaïsch criterium, dat bovendien een ongerijmdheid oplevert: als het klopt, waarom zijn dichters dan net zo arm als romanschrijvers?
MuPe
Rob Visje Kunstenaar en docent
Foto: Beeldbank OpNieuw / Tekst: Rogier van der Steen
Het interview met Rob Visje vond plaats in het atelier aan de Zwanenburgwal, waar hij sinds vorig jaar september schildert en les geeft. Heilige grond, zo bleek al snel, want op de plek waar het interview afgenomen werd, stond ooit de grote offsetpers waarmee jarenlang de OpNieuw werd gedrukt.
Jij hebt, neem ik aan, eerst de kunstacademie gedaan?
Ja, de Rietveld en daar was op zich genoeg ruimte om te doen wat je wilde. Ik merkte dat er veel mensen zaten die al heel goed konden schilderen, dus in het begin lette ik vooral heel goed op, maar op een gegeven moment ben ik toch mijn eigen richting uit gegaan, anders word je te veel alle kanten uitgeduwd.
Ik heb veel klassieke technieken geleerd en daar heb ik nu nog steeds wat aan. Voor de rest denk ik dat je het beste
leert, als je je eigen motivatie volgt, want dan valt alles op z’n plek.
Ben je daarna meteen het kunstenaarsbestaan ingegaan of heb je eerst nog wat andere baantjes gehad?
Ja, ik dacht toen ook nog dat ik in de handel moest. Dan reed ik met een vriend in een busje naar Polen, want de muur was net gevallen. We dachten in Polen hele leuke dingen te vinden, maar dat viel zwaar tegen. We wilden eigenlijk parketvloeren gaan halen, maar we kwamen terug
met glazen vazen en van die hele oude Russische klokken, gekke dingen en daar hebben we ook wel een handeltje mee gedaan, maar dat is nooit echt lucratief geworden. Maar dat moet je dan wel eerst even ontdekken. Ik ben wel al die tijd blijven schilderen, natuurlijk. Ik denk dat mijn zakelijke kant zich daardoor ontwikkeld heeft, qua les geven en zo. Ik geef bijvoorbeeld ook cursussen in het buitenland. Dan kan ik heel snel een rekenmodel maken en weet ik meteen: dat moet ik ervoor hebben en dan zit het wel goed. Dat is dan niet meer ingewikkeld, daar ben ik dan niet meer bang voor. Als je alleen maar kunstenaar wilt zijn, dan leef je in een ivoren toren en word je wat onhandig met geld.
Wat is nu het belangrijkste thema in je werk?
Weerspiegeling. Dat beeld bouw ik dan op uit verschillende afbeeldingen, die ik gezien heb in kranten of tijdschriften. Zoals van een vrouw tijdens de overstroming in Mozambique. In de weerspiegeling van dat beeld plaats ik dan de Openbare Bibliotheek. Ja, dan zit er toch ook wel iets maatschappijkritisch in, want overstromingen hier, dat is ook niet zo ver gezocht. Met die dijken hier gaat het ook een keer mis en de kades storten nu al in. Diezelfde vrouw loopt in het beeld ook door Amsterdam, maar dan in de weerspiegeling.
Soms denk je dat het ver van je bed is, maar je kunt het zo omdraaien.
Hoe kwam het dat je les bent gaan geven?
Mijn ex gaf les in de Boomsspijker en toen heb ik die cursus overgenomen, want zij had er niet zoveel zin meer in. Dus ik heb volgens mij vanaf 1990 in de Boomsspijker les gegeven. Op een gegeven moment wilden zij zich daar op hun kerntaken richten en daar paste geen volwassenenonderwijs bij. En iemand had het idee opgevat dat die kerntaken ook nog eens winstgevend moesten worden, wat volgens mij niet zo lukte, maar ach, ik weet het ook allemaal niet zo precies. Op een gegeven moment zijn we steeds naar verschillende ateliers in de stad gegaan en dan ging die hele groep mee. Waar ik maar een atelier kon vinden, daar ging die les dan heen. Dat was soms best wel leuk, maar ik ben nu wel heel blij dat ik hier nu les kan geven. Ik woon boven, dus alles is nu dichterbij en dat scheelt heel wat tijd. Hier kun je Coronaproof tien mensen les geven.
Durven de mensen het nog aan?
Ja, tot nu toe is het best goed gegaan tot december, toen heb ik op een dinsdag nog lesgegeven en op de donderdag erna mocht het niet meer.
Dat is best jammer, want ik moet wel de vaste lasten opbrengen en tot nu toe gaat dat nog wel, maar als dit nog maanden gaat duren, dan wordt het wel heel moeilijk. Ik hoop dat half maart de HBO weer opengaat en dan ga ik ook weer open. Ik geef ook les in Arnhem en Haarlem op de academie, dus ik merk vanzelf wanneer het weer toegestaan is. Op zich ben ik zelf niet zo bang voor besmetting, maar als er twee mensen in je groep zitten die dat wel zijn, dan gaat dat toch onrust geven. Bovendien mag je nu gewoon slechts één persoon op bezoek hebben.
Hoeveel mensen uit de buurt heb je voor lessen?
Ik ben twee nieuwe cursussen gestart. Eigenlijk wilde ik twee keer tien personen, maar het werd twee keer acht en dat was goed genoeg om te beginnen. Ik wist dat als ik hier twee lessen gaf, dat ik dan de lasten kon betalen, maar zoals het nu gaat, dat moet echt niet te lang gaan duren. Maar ik geloof dat de horeca het nog veel zwaarder heeft.
Wat kost zo’n cursus?
Ik heb een introductieprijs van 95 Euro voor vijf lessen en daarna wordt het 20 Euro per les. Wat ik doe, is leerlingen als serieuze kunstenaars benaderen, dus ik ga mensen niet behandelen alsof ze nog niets kunnen. Ik spreek ze direct aan op wat ze al wel kunnen. Natuurlijk is het niveau van de een lager dan dat van de ander, maar dat trekt op een gegeven moment wel bij.
Ik zie dat kunstenaars ook bij je kunnen exposeren?
Ja, er staan hier verrijdbare wanden dus dat behoort ook zeker tot de mogelijkheden.
Amsterdam Art Bar Project
Tekst en beeld: Jarmo van Berkel
Kunstenaars werken vaak alleen en de horeca heeft voor hen vaak de functie van een kantine waar ze beroepsgenoten en andere mensen ontmoeten. Indirect sponseren ze daarmee al eeuwen de plaatselijke horeca. Maar nu gaat de samenwerking een stap verder.
Horecaondernemers en kunstenaars slaan de ellebogen ineen!
Hoe gaat dat in z’n werk? Kunstenaars plaatsen schilderijen en kunstvoorwerpen in ramen van gesloten horecagelegenheden. De kunst wordt voorzien van een specificatielijst en prijs. Bij de verkoop van een kunstwerk wordt de winst verdeeld tussen horecaondernemer en kunstenaar. Alle deelnemende horecagelegenheden worden verzameld en verwerkt in een gezamenlijke kunstroute. Zo kunnen Amsterdammers tot de musea en horeca weer open mogen (Coronaproof) genieten van kunst in de openbare ruimte. Door werken uit de ramen te kopen kunnen liefhebbers, horecaondernemers en kunstenaars elkaar een beetje ondersteunen tijdens de lockdowns.We hopen dat die
lockdowns minder gaan voorkomen, maar voorspellingen op dat gebied geven voorlopig weinig hoop en dan is dit project toch wel een heel positieve benadering om de stad levendig te houden.
Aan dit project is uiteraard een kunstroute verbonden die nog steeds uitgebreid wordt en actuele informatie daarover, vindt u op: https://artbarproject.com/kunstroute
Buurthondje
In de jaren negentig waren de Markiesjes in onze buurt ruim gezaaid. Pietje en Mieke hadden Vicky, Sietze had Saartje, Evert en Nel hadden Goliath, en Thea en ik hadden Neeltje. Goliath en Neeltje waren kinderen van Vicky. Het Markiesje is een oud Nederlands ras, ze komen al voor op schilderijen uit de 17de en 18de eeuw.
Saartje was zeer bevriend met onze Neeltje, ze logeerde vaak bij ons. De generatie hondjes uit die jaren bestaat nu niet meer, Neeltje stierf in 2004, en al jaren eerder hoorde je op straat Sietze niet meer roepen ‘Saartje! Op kantoor!’
Na Neeltje kregen wij Tanne, natuurlijk ook een Markiesje. Maar een heel ander karakter. Neeltje was een dametje, een beetje chic, Tanne een poldermeid, ze kwam uit Schagen. Woest spelen, oerhard rennen.
Bij haar eigen sterven, in 2007, zei Thea ‘ik ben weg, maar je hebt gelukkig Tanne nog’. Een half jaar lang is Tanne stil en verdrietig geweest, maar langzamerhand ging ze mij accepteren; weliswaar tweede keus, maar toch… Het is niet te zeggen, wat in die situatie een hond voor je kan betekenen. Vriendschap, liefde, alles uit de eerste hand en volkomen oprecht.
In 2012 gebeurde Tanne’s drama. Een Pitbull viel haar aan. Verbrijzelde voorpootjes en veel andere wonden. De hond was eigendom van een dealer die hem ook voor hondengevechten gebruikte, hoorde ik later. Tanne lag gillend en bloedend op straat. In het Medisch Centrum voor Dieren
zijn haar pootjes met ragfijne schroefjes weer opgebouwd, maar ze is mank gebleven. Bang is ze er gelukkig niet van geworden, de dappere meid.
In het laatste jaar is ze snel achteruit gegaan. Totale blindheid door staar, doof en toenemend dement. Nu ontstoken oogje, verstopt traanbuisje. Dierenarts: ‘Het oogje moet er uit’. Dat kon ik haar niet aandoen, dus euthanasie. Op de sterfdag van Pietje Veling is Tanne ook gegaan. Dank je wel, Tanne, voor al je liefde en je geduld met mij.
Henk Oldeman
Mooi onkruid
Foto’s en tekst: Eveline Franken
Het is geen pretje om met mij door de buurt te wandelen. Voortdurend moet ik halt houden omdat ik iets moois denk te zien wat tussen de stoeptegels omhoogschiet. Ik buig me over de gemeentelijke bloembakken of ik richt mijn camera tot ver in iemands achtertuintje. ‘Onkruid,’ verzucht mijn partner terwijl hij op de brug uitkijkt over de gracht waar vrolijke bootjes varen. Ik heb me eigenlijk nooit bezig gehouden met de vraag of een bepaalde plant in de stadse omgeving onkruid is of niet. Toen ik ging opzoeken wat de werkelijke definitie van onkruid is, kwam ik er achter dat daar veel opvattingen over zijn. Ik denk zelfs dat het een voortdurende bron van onenigheid is, die ook nog aan veranderende opvattingen onderhevig is. Dat verschil van mening bestaat niet alleen tussen de biologen, ecologen en botanici, maar ook gewoon tussen buren, die onderling klagen over woeke-
rend onkruid. De meest zakelijke definitie van onkruid is de volgende:
‘In de landbouw concurreert onkruid met cultuurgewassen. Dit verlaagt de opbrengst. In graslanden met vee zijn sommige soorten onkruid schadelijk vanwege de giftigheid voor de grazende dieren.’
Verdelgen dus, is het motto. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, hoewel ik meteen denk aan allerlei prachtige planten die in die categorie vallen en met gebruik van gif uitgeroeid moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de monumentale Reuzenberenklauw, prachtig om te zien en te fotograferen, maar verder een ongewenst en schadelijk gewas voor zowel mens als dier. Als wandelaar vergeet je het nooit meer als je per ongeluk door een berm met Reuzenberenklauw gelopen hebt, brandnetels zijn er niks bij. Een hele simpele definitie voor iedere bezitter van een tuin
is de volgende:
‘Tot onkruid behoren de planten die groeien waar je ze niet wilt hebben.’
Voor sommige tuinierders betekent dat een voortdurende berg onkruid. Het zijn vervelende planten die met wortel en tak uitgeroeid moeten worden. Daarbij heerst ook de wanhoop dat het maar door blijft woekeren, wat je ook doet. Anderen beperken zich tot een voorzichtig schoffelen om zodoende geliefde gewassen te beschermen. De meeste mensen zijn wel blij met een hoekje van spontaan opgekomen klaprozen of andere mooie veldbloemen.
Ik voel me nog het meest aangetrokken tot de volgende uitspraak van Ralph Waldo Emerson, een Amerikaanse essayist en filosoof (1803-1882): ‘Onkruid is een gewas waarvan de verdiensten nog niet zijn ontdekt.’ Dit is de manier waarop ik er het liefst naar kijk. En dat is wat ik doe, ik kijk er naar en laat me betoveren door de pracht van vorm, kleur en de regelmatige patronen die overal in de natuur zijn terug te vinden. Je kunt van mensen zeggen dat sommigen fotogeniek zijn en dat geldt wat mij betreft ook voor planten en bloemen. Inmiddels heb ik een lijstje van favoriete ‘fotomodellen’. Men kan zich afvragen wat je als botanisch fotograaf te
zoeken hebt in het centrum van Amsterdam. Voor mij is mijn omgeving een ware schatkist. Ik hoef de deur maar uit te gaan of ik vind direct om de hoek een prachtig bloeiende Doornappel. Even verderop staan metershoge stokrozen. Overstekend zie ik ineens een bloeiende paarse Passiflora klimplant. En in de bloembakken van de gemeente schiet ook regelmatig iets onverwachts omhoog zoals een tomaten- of courgetteplant. Helemaal geweldig is het als mensen verhalen gaan vertellen over hun geveltuintjes. Als ik daar bijzondere planten fotografeer, gaat het vaak om zaden die meegenomen zijn uit verre landen met de bedoeling om nog een tastbare herinnering te hebben aan het avontuur.
De biologen zullen zeggen dat het hier kan gaan om gevaarlijke invasieve exoten maar ik ben eerlijk gezegd alleen maar blij met de foto’s die ik daarvan heb kunnen maken. Als afsluiting wil ik nog de uitspraak van de Engelse schilder en dichter Oscar Kokoschka (1886-1980) citeren: ‘Onkruid is het verzet van de natuur tegen het bewind van de tuinlieden.’
Eigenlijk vond ik dat wel de meest humoristische uitspraak over onkruid. Ik denk dat de tuinlieden uit onze buurt de natuur op geheel eigen wijze een handje helpen.
Amsterdamsche Vischhandel Vis & Visspecialiteiten sinds 1938