OpNieuw is het blad voor de Nieuwmarktbuurt, door en voor buurtbewoners. OpNieuw wordt gratis huis aan huis verspreid in het gebied dat begrensd wordt door Geldersekade, Oosterdok, Uilenburg, Zwanenburgwal, Staalkade, en 's Gravelandsveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt en op Oosterdokseiland.
Deze uitgave wordt mede mogelijk gemaakt door Stadsdeel Centrum en de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen.
Redactie
Lylith Oude Vrieling (vormgeving), Sati Dielemans, Roos Hendriks, Nanny Kok, Martijn van der Molen, Henk Oldeman, Riëtte van der Plas, Lisa de Rooy.
Medewerkers aan dit nummer
Bert Baanders, Fausto van Bronkhorst, Peter Commandeur, Cliff van Dijk, Doenja, Marion Fambach, Maarten Henket, Barbara van Ittersum, Flip Lambalk, Evelien van Os, Mark Ponte, Elte Rauch, Denise Rosenboom, Heleen Verleur, Bram Vollaers, Barbara Wichers Hoeth, Jet Willers.
De advertentieprijs is vastgesteld op €1 per vierkante centimeter. Website: www.opnieuw.nu
Bezorgers
M.L. van Asperen de Boer-Eichholtz, Beiki Bakker, Mieke van Beeren, Iek Boeles, Mariken de Goede, Johanneke Guldemond, Lea Israels, George Janszen, Nico de Jong, Baukje Kleinbekman, Femke Koens, Machiel Limburg, Marte Meijer, Evelien van Os, Gertrud Pijnenburg, Hans Puts, Dymph Rutten, Joost Schings, Piet Seysener, Cees Tijssen, Bob Vos, Barbara Wichers Hoeth en Thera van Zaal.
Deadline volgende OpNieuw 15 augustus 2019
Flesseman in het groen
Het is volop lente, we mogen af en toe al genieten van echt zomerse dagen. Dan zitten de terrassen rond de Nieuwmarkt stampvol. Iedereen is blij met de zon en de warmte, lekker buiten. Dat geldt natuurlijk ook voor de bewoners van Flesseman, Centrum van Ouderen aan de Nieuwmarkt 77. Én voor de mensen die vanuit de buurt Flesseman bezoeken, voor de gezelligheid, een optreden, een afspraak of voor dagbesteding.
Wie Flesseman volgt op Facebook, is goed op de hoogte van alle activiteiten die daar plaatsvinden in, voor én met de buurt. Op de Facebookpagina van Flesseman is te lezen dat er om de twee weken op zondag vanaf 14:00 uur een bingomiddag wordt georganiseerd met aansluitend een loterij. Iedereen is daarbij welkom in het restaurant, ook buurtbewoners. Er worden drie rondes bingo gespeeld, een plankje kost € 1,50. Op zondagochtend zijn er vaak koffieconcerten, om 10:30 uur, om de week. Op elke eerste zaterdag van de maand treden jonge talenten van het Conservatorium van Amsterdam op, tussen 14:00 uur en 15:30 uur. Bij deze gratis concerten zijn buurtbewoners ook van harte uitgenodigd. Maar ook optredens van het Amsterdams Smartlappenkoor of een dansfeest met het swingende Danspaleis zijn zonder kosten bij te wonen, evenals de tweewekelijkse Roze Koffie Inloop. Het loont dus de moeite om de Facebookpagina in de gaten te houden!
En nu de zomer in aantocht is wordt er rond en in Flesseman meer aandacht besteed aan ‘groene’ activiteiten. Groen maakt immers gezond en gelukkig?
Elke laatste vrijdag van de maand begint om 10:30 uur het bloemschikken met bewoners, deelnemers aan de dagbesteding en iedereen die vanuit de buurt komt ‘aanwaaien’. De bijdrage is € 2,50. Voor dat bedrag is er koffie met wat lekkers en zijn er bloemen en materialen, te gebruiken voor een mooi bloemstuk of boeket.
Wat gebeurt er nog meer? Een aantal actieve buurtbewoners maakt zich sterk voor geveltuintjes in de buurt en goed gevulde bloem-/plantenbakken rondom Flesseman, in samenwerking met het stadsdeel en Flesseman zelf. En met subsidie van het Oranjefonds en hulp van het Instituut voor Natuureducatie wordt de mooie binnentuin van Flesseman opnieuw ingericht, een zonnebloemwedstrijd voor de jeugd georganiseerd, komen dieren van Kinderboerderij De Pijp op bezoek bij de bewoners van Flesseman en wordt een ‘groenwand’ gekweekt.
Wilt u mee doen? Voor meer informatie kunt u bellen met Flesseman (020 - 62 04 890) of Deborah Elzenaar, dagbestedingscoach (06 - 81 45 26 46).
Voor de buurt
• Twee keer per maand op zondagochtend gratis koffieconcert tussen 10:45 en 11:45 uur afgewisseld met twee keer per maand op zondagmiddag Bingo van 14:00 tot 16:00 uur
• Elke eerste zaterdagmiddag van de maand gratis concert tussen 14:00 en 15:30 uur
• Zaterdag 10 augustus Tour de Chant van het Ouderensongfestival in de Flesseman
• Voor details, data en programma kijk op www.facebook.com/ flesseman
• Bij ons kunt u ook lunchen en dineren, alle buren zijn welkom
De Art Gallery van Justin ten Haaf
Mogen buurtgenoten gewoon hier bij jou naar binnen komen lopen en een praatje maken, hun werk laten zien en vragen of ze bij jou hun werk tentoon mogen stellen? Oh ja graag zelfs. Wees welkom.
Jan Sierhuis
dacht ik: godverdomme, wat een slechte schilderijen zeg.
Toen heb ik gezegd dat ze vals waren! Hahaha!
De mensen maken de buurt
Vanaf het moment dat de Hollanders en Zeeuwen aan het eind van de zestiende eeuw actief werden in het Atlantisch gebied kwamen er mensen van Afrikaanse afkomst al dan niet vrijwillig in Amsterdam. Dat blijkt uit de doop- en trouwregisters en uit zeventiendeeeuwse notariële akten.
Hoe beleeft een jongen van 10 de Nieuwmarktbuurt? "Waarom ik het hier leuk vind, nou de sfeer is leuk, de mensen, de dingen die je kunt doen, iedereen kent elkaar hier."
Heeft u ook last van de volgende klachten?
* Slapeloosheid
* Spanning
* Migraine
* Maagklachten
* Gewrichtsklachten
* Rugpijn
* Jicht
* Schouderpijn
* Stijve nek
* Sportblessures
* Verstuikingen
* Tennisarm
* Muisarm
* Beroerte
* Reuma
* Zenuwpijn
* Neurose
* Of iets anders?
Mercy
Chinese Medical
善心國醫館痛症治療中心
Traditioneel Chinees Geneeswijze: Tuina massage, kruidenbehandelingen, acupunctuur, en nog veel meer!
Vragen en reserveren:
Adres:
Website:
020-7723536 / 06-42850388
Dr. Zhi Xiong Li & Dr. Sau Ying Liu Sint Antoniesbreestraat 74 1011 HB, Amsterdam www.mercytcm.nl
BEHANDELINGEN KOMEN EVENTUEEL IN AANMERKING VOOR TERUGBETALING DOOR DE ZORGVERZEKERING
De hele buurt weet inmiddels wel dat je lekker kunt eten bij Captein & Co en dat het er gezellig is. Wil je eens geen buurtgenoten zien, bezoek dan ook eens ons filiaal in Zuid-India!
06-25087778
jnc-ict
06 53 81 62 81 remco@promakelaars.nl
Gebruikt u nog Windows XP of Office 2003? Op 8 april 2014 stopt Microsoft met het repareren van beveilingslekken voor Windows XP en Office 2003. Uw computer staat vanaf die datum wagenwijd open voor allerlei soorten van misbruik.
oplossen wifi problemen
Slecht bereik, traag wifi, verbinding valt regelmatig weg? jnc-ict is gespecialiseerd in het installeren, verbeteren en uitbreiden van wifi voor particulieren en bedrijven.
U dient tijdig over te stappen naar een latere versie van Windows en Office. Wij kunnen deze wijziging zonder onderbreking van uw bereikbaarheid uitvoeren. Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies.
jnc-ict
Jonas Daniël Meijerplein 36 Jonathan Cohen 020-627 4732 / 06-2506 4567 www.jnc-ict.nl info@jnc-ict.nl
Massage volgens Westerse en Aziat ische principes
Bij de voorplaat
De voorplaat is deze keer gemaakt door de jonge kunstenares Ginger van Ittersum (16 jaar). Ginger: "Op mijn cover zijn mensen afgebeeld als insecten om te laten zien dat insecten even belangrijk zijn als mensen. Mijn wens is dat er meer aandacht gaat naar insecten in de Nieuwmarktbuurt en dat er meer aandacht wordt besteed aan groen door meer natuurplekken te creëren."
Afgebeeld zijn:
• Libelle: Su Tomesen kunstenaar
• Vlinder: Karoly Almoes nostalgische fotograaf
• Hommel: Bruno Jonker Knuffels klompenboer
• Tor: Marleen Stikker De Waag
• Rups: Jan Roorda fotograaf
• Slak: Barbara van Ittersum visual artist
• Honingbij: Denise Rosenboom kunstenaar
• Worm: Ko Terra timmerman
• Lieveheersbeestje: Pepa Canel costumier
• Sprinkhaan: Boris Kousemaker Lambiek
Een hedonistisch tableau (op pagina 16 en 17)
Door Barbara van Ittersum & Denise Rosenboom
Twee jaar geleden werden wij aan elkaar voorgesteld tijdens de voorbereidingen van de Open Ateliers Nieuwmarkt. “Jullie werk is aan elkaar gewaagd, jullie moeten elkaar ontmoeten!” Wat een super match, klikte gelijk als een speer, samen plannen voor een atelierstudio gesmeed.
We zijn nu bezig om een tentoonstelling voor de buurt hieraan te wijden in Rongwrong. De kunstruimte Rongwrong ligt precies tussen onze ateliers in en is daardoor een perfecte locatie voor onze presentatie. Wij nodigen iedereen uit om kennis te komen maken met ons werk en deze interessante kunstruimte.
Wij verzamelden ieder onze eigen relikwieën met herinneringen, waarbij de fascinatie voor dezelfde onderwerpen - het hedonisme, de vrouwelijke kracht, zelfspot, humor, de vrijheid en de extase - nog duidelijker zichtbaar werd. Een natuurlijke samensmelting van twee bizarre werelden. Niet zo vreemd dat deze twee kunstenaressen goede vriendinnen werden! Gebruikte relieken; golden shoes, konijnenmasker, uilenmasker, duizendpoot, Pandora’s box, kreeft, roze boeien, Petrus’ Pussies Cross, rainbow eyelashes en de handen die alles aanraken, verplaatsen en verbinden.
Resultaat: Een (foto)moment, waarbij het onderzoek naar elkaars werk op een persoonlijke, rauwe en onconventionele manier is vastgelegd
Barbara over Denise: Denise is een heerlucke topvrouw, een enorm gedreven creatieve ondernemende exotische vrouw, I adore her! Trots op haar fantastische rauwe tekeningen en schilderijen, grafische werken en natuurlijk haar mooie vulva-kettingen; die nu ook in Het Stedelijk Museum worden verkocht!
Zij is een enorm leuke gezellige supervriendin geworden, met energieke overeenkomstige passies des levens. We hebben fijne energie samen, met dit posterproject voor de OpNieuw hebben we heerluck gelachen. We waren het helemaal met elkaar eens om onze gadgets, onze symbolische attributen, te
gebruiken als verkenningsboog voor ons als individuele kunstenaars. Met onze eigen identiteit en samen brainstormen, het bij elkaar voegen, stijlen, fotograferen van props is het een lekker hedonistisch tableau vivant geworden.
Wat ons bindt een is een semi-erotische hang naar openheid en spontaniteit en het samenbrengen van fijne mensen.
Denise over Barbara:
Wanneer ik naar Barbara kijk, zie ik een levenslustige rebelse vrouw die ondeugend uit haar ogen kijkt. Er was een directe klik vanaf de eerste ontmoeting. Haar scherpe kijk op de maatschappij en de manier waarop zij die in beeld brengt, fascineert mij. En als ik naar haar verhalen luister, ben ik altijd onder de indruk. Ze heeft een succesvolle carrière als fotografe en werkte met veel bekende mensen en kunstenaars samen. Haar gedurfde performances en rauwe manier van fotograferen vind ik te gek!
Het was een feestje om samen de spread te maken, haar studio is voor mij een groot rariteitenkabinet met objecten, kleding, pruiken en schoenen. Ik stapte in een wereld waarin ik me helemaal thuis voelde. Het laten samensmelten van onze relikwieën was een natuurlijk proces. Alleen de echte kenner zal zien van wie wat is.
Een hedonistisch tableau vivant vind ik mooi omschreven. We vieren dezelfde levenslust, we hebben fascinaties voor dezelfde kunstenaars en zijn ons bewust van onze vrouwelijke energie en kracht. Zet ons bij elkaar: “Free your minds and the rest will follow”.
Barbara is een heerlijke, lieve, creatieve vrouw en een geweldige moeder. Want ik ben niet alleen dol op Barbara, maar ook op haar bijzondere dochter Ginger. Het is zo gezellig dat we bij elkaar om de hoek wonen. En als Barbara en ik elkaar in de middeleeuwen hadden ontmoet, waren we zeker op de brandstapel beland.
Titel presentatie: “Hedonism”
Barbara van Ittersum en Denise Rosenboom
Rongwrong - Binnen Bantammerstraat 2
1011 CK Amsterdam Op vrijdag 28 juni 17.00- 20.00
Website Barbara van Ittersum: www.absolutephotography.net
Denise Rosenboom: www.deniserosenboom.com
Jan en Heleen op de Aprolfeesten
Kunstenaar Jan Sierhuis (1928) reisde over de hele wereld, maar heeft zichzelf altijd als Amsterdammer beschouwd. Sierhuis stond samen met Appel, Corneille en Lucebert in het centrum van de naoorlogse ontwikkelingen in de kunst. Hij volgde de Rijksakademie van Beeldende Kunsten en was betrokken bij onder meer de CoBrA-groep, waarvan hij echter geen lid werd omdat hij nog te jong was. Jan gaf les aan de Rietveld Academie en de Rijksakademie. Zijn stijl is expressionistisch, geïnspireerd door onder anderen Cézanne, Matisse, van Gogh en Picasso. Zijn vroegere stijl was abstracter, waarna hij overschakelde op figuratieve thema’s zoals dansende figuren, portretten en landschappen. Zijn werk is ook beïnvloed door Spaanse flamencomuziek, de muziek van het land waar hij veel geweest is.
Gesprek met de negentigjarige schilder Jan Sierhuis:
“Ik had altijd mazzel!”
DOOR Heleen Verleur FOTO Jan van Eijck
Jan, jij bent een echte Amsterdammer, maar je hebt toch ook een tijd in New York gewoond?
Ja, daar ontmoette ik de grote zanger. En z’n dochter. Echt waar? Frank Sinatra?
Frank Sinatra en Nancy Sinatra. Zijn we nog wezen eten in Chinatown! Ben ik nog een tijd mee opgetrokken, ja. Wil je thee?
Aardige man, Frank Sinatra?
Jaaaahh…, geen makkelijke man, ik bedoel euh…, je moest geen flauwekul uithalen, maarre…, als-ie je mocht! En mij mocht-ie erg graag. Ik kon zeer goed met ’m overweg. Maar ik hing al met werk in het museum, in New York. Amerikaanse kunstenaars ook, was ik bevriend mee.
Effe een theezeefje opzoeken,… Maar ik heb ook nog een tijdlang in San Francisco gezeten. En later in Mexico, vrij lang.
Kende je toen je vrouw al? Toen je in Mexico woonde?
Ja, Tine is toen meegeweest naar Mexico. Ja, ik ben met haar vrij lang getrouwd geweest. Dik over de dertig jaar. Maar ineens kreeg ze die hersenziekte. Alzheimer. Nou, toen was het gauw gepiept, hoor. Het is een rotziekte. Binnen een paar weken herkende ze me niet meer! Aflopende zaak. Heel verdrietig. Moet ik zeggen. Want zij was toch wel mijn grote steun en toeverlaat. We hebben veel gereisd!
Effe kijken,... o ja: wil je er een stukkie chocola bij?
Het moet natuurlijk niet te gek worden, hè?
Nou, het mag echt te gek worden,… (lacht) Ja, het was een zeer verdrietige tijd.
Ze was heel pienter, hè? Intelligent. Het leuke was: ik schreef vaak brieven, maar zij corrigeerde altijd mijn brieven. Ze was heel goed in taal. Als zij corrigeerde dan was het een foutloze brief. Dat was heel knap, dat kon ze errug goed. Later hebben we nog een tijd in Mexico gewoond. We zijn de halve wereld door geweest. Op Cuba hebben we ook nog een tijd gezeten, in de tijd van Castro.
Hebben jullie ook salsa gedanst op Cuba?
Nee, ik was niet zo’n danser. Ik heb wel gitaar gespeeld! Ik was in die tijd een vrij goede gitarist. Ik kon ook flamenco spelen. Ook les gehad in Spanje, van hele goeie gitaristen. Maar ik ken er nou geen flikker meer van, hoor. Jarenlang niet meer gedaan. Nou, ’s effe kijken, waar is dat theezeefje,…
Dat was toen een leuke tijd, Mexico was echt leuk, hoor! Maar nu is het niet leuk meer. Sinds die Trump zich ermee bemoeit, gaat het helemaal mis. In die tijd dat ik daar was, woonden we in Mexico City en we konden zo de grens over. We gingen vaak naar Amerika toe, de grens over. D’r in, d’r uit, d’r in, d’r uit: je werd nooit gecontroleerd.
Dat is nu wel effe wat anders, hè?
Ja, dat is vreselijk. Die Trump, die is gek. Die man is een ramp voor Amerika. Met z’n gedrag isoleert hij Amerika volledig. Ik
heb toch zo de pest aan die man: vreselijke man!
Maar in die tijd was het ontzettend leuk: je kon ook overal eten. Het enige dat me een beetje tegenstond: dat die Amerikanen daar de hele tijd van die grote biefstukken zaten te eten!
Daar had ik eigenlijk niet zo’n zin in. Ik eet ook wel eens een stukkie biefstuk, maar niet op de manier waarop zij dat deden. Een mooi land, moet ik zeggen. Ik heb daar heel veel verkocht, een goede galerie, en die relatie met Frank Sinatra was heel leuk.
Jan, jouw familie komt uit de Jordaan, toch?
Twee kanten: mijn vader en mijn moeder komen allebei uit de Jordaan. En pienter: mijn vader had een motor- en rijwielstalling, repareerde altijd zijn oude motoren. Hij zong ook, en hij deed aan kunstfluiten. Hij was ook veel aan het schrijven. Maar hij kon ook heel mooi tekenen! Dat heb ik heel snel overgenomen. Jordanezen waren Hugenoten, hè, die kwamen uit Frankrijk. Heel veel mensen uit de Jordaan waren gevlucht voor die Franse koning. Maar mijn moeder’s familie kwam niet uit Frankrijk. Waar kwamen die vandaan?
Mijn grootmoeder heette van der See, met een S, en die kwam uit Denemarken. Mijn grootmoeder kreeg in de Tweede Wereldoorlog gelazer. Want mijn grootvader had gespioneerd voor de Denen tegen de Duitsers en dat wisten ze. En toen werden m’n grootmoeder d’r bonkaarten ingetrokken. Zeg Jan, ik wil jou nog wat dingen over de buurt vragen. Omdat ik af en toe een stukje voor OpNieuw schrijf, vinden ze het leuk als er ook wat dingen over Amsterdam in staan. Voordat je hier (H.: in Flesseman) kwam wonen, woonde je aan de Oudeschans, toch?
Nog steeds. Bij de Montelbaanstoren. Dat was één van de eerste huizen, op nummer 18, tegenover de Montelbaanstoren. Eén hoog, twee hoog, drie hoog en vier hoog. Het hele pand. Dat had een rijke Amerikaan voor me gekocht, op een veiling: ik had altijd mazzel! Hij wou in ruil daarvoor alleen maar een paar schilderijtjes van me uitzoeken. Gelukkig is dat zo gegaan, want ze wouden eigenlijk die hele rij huizen aan de Oudeschans afbreken. Dat ging nu niet door, dankzij deze koop. Is daar ook je atelier?
Ik heb ook een tijd geschilderd, daar beneden. Dan heb ik ook nog een huis in Noord. En nog steeds m’n huis in Spanje: dat heeft m’n oudste zoon voor me gebouwd! Met een atelier d’r bij. In Playa de Pals (H.: Costa Brava). Binnen een mum van tijd leerde ik daar een heleboel kunstenaars kennen. Dan ging ik naar Mallorca, en de eerste die ik daar leerde kennen was euh, hoe heette die: een hele goeie Spaanse schilder? Joan Miro! Joan Miro, ja. Hij had een heel uitgebreide vriendenkring met allemaal kunstenaars en een aantal beeldhouwers die ik leerde kennen. Ja, dat was ontzettend leuk.
Heb jij zelf ook beelden gemaakt?
Jazeker, ik heb op de beeldhouwafdeling gezeten, aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Karel Appel leerde ik daar ook kennen. Ik heb een aantal grote, en ook heel veel kleine beelden gemaakt: in zwarte was en brons. Ook heb ik veel dingen geboetseerd, in klei, en afgegoten.
Ik las laatst dat jij een heel groot schilderij hebt gemaakt dat uitkijkt over de daken van Amsterdam.
Ja, Zicht op Amsterdam. Een heel groot schilderij.
Waar hangt dat, weet je dat?
In het stadhuis (H.: Het hangt op de eerste verdieping, hal 1132 boven de marmeren trap. Helaas is dit schilderij niet meer toegankelijk voor publiek.)
De Stopera?
Ja, de aannemer die het Stadhuis heeft gebouwd kwam ik toevallig tegen, die had me vaak buiten zien schilderen, op de brug bij de Kolk, met m’n ezeltje. Daar verkocht ik mijn schilderijen aan mensen die langskwamen, Ik heb de ronde Lutherse kerk geschilderd, de Nicolaaskerk, en nog veel meer. Ik vroeg toen zo’n 200, 300 gulden voor een schilderij. Die aannemer had mij zien schilderen, en later kreeg ik die opdracht voor het Stadhuis.
Ja, het liep als een trein, echt. Daar op straat kwam ik allerlei mensen tegen! Kwam er een professor van de Universiteit van Amsterdam, die zei: “Ik vind ’t mooie schilderijtjes!
Maar ik wou je wat vragen! Ik ben getrouwd met een vrij jonge vrouw,... maar die wil zo graag een naakt van d’r zelf!”
Hihi!
En hij zegt: schilder je ook wel eens een naakt? Ja, ik zeg: ik heb een opleiding gehad, Rijksakademie! En daar heb ik ongeveer een jaar of zes gezeten, en daar heb ik ontzettend veel naakten geschilderd! Nou, dan ken je het wel, natuurlijk. “Oh, dát is leuk! Als je d’r nou een schildert als kado aan mijn vrouw, dan koop ik het van je!”, zei die. Later ben ik zelf prof geworden aan de Rijksakademie, en de Rietveld.
Jan, er is ook een kunstwerk van jou in de metro, hier, hè?
(H.: station Nieuwmarkt)
De sloperskogel!
De sloperskogel, ja
Die grote kogel. Ik heb dat hele gedoe meegemaakt, hè?
Met de metrorellen enzo
Nou! De hele buurt stond op z’n kop. Er was een vrouw die had die tekst gemaakt, Tine Hofman (oud-communiste): “Er werd nooit naar ons geluisterd!”
Had jij contact met de krakers, in die tijd?
Jawel, ja hoor, ik kende de krakers goed. Eentje die de leider ervan was, die woonde in de Pijp. En daar ben ik ook bij thuis geweest. Daar kreeg ik vriendschap mee. Hoe heet-ie nou ook weer, die jongen? Rob Stolk. Hij zat ook bij provo. Een vriend van ’m woonde in de Jordaan.
Het idee kwam dus van Tine Hofman, van de Nieuwmarktbuurt. Want die zei: “Er werd nooit naar ons geluisterd.” Tiny had dus de tekst bedacht: "Wonen is geen gunst, maar een recht." Die tekst is later in de vloer gestort, want Tiny zei: "Er werd steeds over ons heengelopen."
Jan, jij hebt natuurlijk ontzettend veel schilderijen gemaakt. Heb je wel ’s dat je denkt: heb ik die óók gemaakt?
Nou, een tijd geleden heb ik ’s een paar schilderijen verkocht. Maar toen ik ze terugzag, dacht ik: godverdomme, wat een slechte schilderijen zeg. Toen heb ik gezegd dat ze vals waren! Hahaha!
Advertentie
Dat je kan schilderen en beeldhouwen, dat is inmiddels bekend. Maar je zei eerder dat je ook gitaar speelde?
Van een vriend van me, Gerard Gest, leraar conservatorium, kreeg ik flamenco gitaarles, in ruil voor een schilderij van zijn zoon. Later, in Spanje, heb ik ook nog les gehad van een Spaanse gitarist. Een zigeuner, leerde ik in Alicante kennen. Als ik bij die man kwam: “Olé, in flamenco, il importanto es compas!” en dan gaf-ie me een stok in m’n handen: “un, dos, tres, cuatro, cinco, seis,… bam bam bam bam, bam bam bam!”
Want hij zei: “Als je niet de maat kan spelen, kan je geen flamenco spelen.” En verdomd: ik kon ’t. Hij was trouwens gelovig, katholiek, want aan de muur had-ie een ansichtkaart hangen van een blauwe Madonna. Die had ik gezien in Venetië, dat vond-ie prachtig hè, die kaart. Nou, ik heb niksgezegd, maar gevraagd of ik die kaart effe mocht lenen. Van die blauwe Madonna heb ik een schilderij gemaakt: dat nam ik dan mee voor z’n verjaardag. Hij barstte in tranen uit, toen ik het gaf. Dat had-ie niet verwacht!
Waren er Spaanse schilders door wie jij beïnvloed bent?
Wat ik in Toledo zo mooi vond: daar was een kathedraal en daar hingen schilderijen van El Greco. Er was één schilderij dat hing in het altaar. En er was nog een andere, kleinere kerk, daar hing een heel groot schilderij, ook van El Greco: ‘Het vijfde zegel’. Dus in die kleine kerk, als je daar binnenging, dan hing daar dat grote doek: een priester in een rode mantel. Knallend, prachtig! Daar heb ik een schilderij van gemaakt. Dat heb ik toen ook weer weggegeven, of zo.
Schilder je nu nog?
(hoort de vraag niet) Nog iemand die ik enorm goed vond, was natuurlijk Velasquez. Las Meninas (De Hofdames) van Velasquez! Nee, ik heb nog nooit van m’n leven een schilderij gezien waarvan ik dacht: godverdomme zeg, wat een fantástisch schilderij! Die man die kan godverdomme schilderen zeg! Jezus, wat mooi!
Nu even iets heel anders, Jan: hoe is het met jou en de liefde?
Vóór Tientje (H.: zijn overleden vrouw Tine) heb ik nog wel een paar liefdes gehad, maar Tine was DE… Want ik weet nog dat ik tegen een vriend zat te kankeren: “Jij hebt allemaal van die meiden en elke keer zijn ze weer weg!” Ja, dat was dan allemaal een beetje van korte duur. En dan zeiden ze tegen mij, iemand die ik dan kende, die woonde in Zaandijk: “Nou, wij kennen een ontzettend leuke meid. Ik denk eigenlijk wel: misschien is dat wel wat voor jou?”
Dat klinkt spannend!
Als je dan zondag naar ons toekomt, dan zullen we d’r uitnodigen, bij ons te eten. Dan word je voorgesteld, en dan zullen we het wel zien, of zo. Nou, ik er naartoe, zondag. En wie zat daar: Tientje. Aan het eind van de avond, toen was het een bepaalde tijd, of zo, “Ja, bij mij kan je niet slapen,” zei Tine,
“want ik heb iets te huur! Ik mag je daar niet ontvangen. Want ik heb een huurcontractje moeten ondertekenen, dat ik het mag huren, maar wel met bezigheid buitenshuis. Dat betekent,” zei Tine, “dat ik jou daar niet kan ontvangen. Want dan zeggen ze me de huur op." Maar toen zei ze tegen me (dat vond ik wel leuk, hoor): “Maar die eigenaar die heeft een hond. Die kent mij wel goed, die hond. Dus wat we nou gaan doen: jij gaat met mij mee. Als je dan bij dat huis bent dan doe je je schoenen stiekem uit, dan loop ik als eerste de trap op, dan slaat die hond niet aan want die hoort dat ik dat ben. Ik heb een heel klein kamertje daar. Een bed dat is niet groter dan een twijfelaar. Dus ja: daar zal je op moeten slapen!”
Nou, dat kon me niet schelen, ik wilde wel op de grond ook, hoor. Het klikte gelijk. Ik had het gelijk in de gaten. Ik dacht: o, ja, ik heb m’n grote liefde ontmoet. Ze was een beeldschoon mens. Het was eerst gewoon vriendschap, en daarna groeiden we op een gegeven moment naar elkaar toe. Ja, ze was een heel bijzonder iemand. Goed stel hersens!
Had Tine zelf ook iets gestudeerd?
Ze was zweminstructrice! In het Sportfondsenbad in Zaandijk. Dat had nog zo’n houten Sportfondsenbad. Heel ouderwets. Dus voor de kennismaking ging ik eerst ’ s een dagie zwemmen, daar.
Maar ja, ik had al meteen in de gaten…, ik dacht: ja, godverdorie…, dít is ’r!
FOTOGRAFIE
Nico Koster
FOTOGRAFIE
De Lente en de Aprilfeesten
TEKST Bram Vollaers ILLUSTRATIE Nanny Kok
De Aprilfeesten bestaat al meer dan dertig jaar en is destijds opgezet als buurtgericht evenement door en voor de buurt. De intentie was om het plein, dat in die tijd voornamelijk door junkies werd bevolkt, eens per jaar op een positieve manier in te richten. Hiermee liepen de Aprilfeesten voorop in de strijd in de buurt tegen de verloedering. Initiatiefnemers zijn buurtbewoners die op verschillende manieren actief waren op festivals in Nederland en daarbuiten. Op deze manier kon een low budget festival worden georganiseerd met veel gratis vermaak op culinair en cultureel gebied. Verschillende bands zetten hun eerste schreden op een podium van de Aprilfeesten en braken later door naar een groot publiek. Zo zijn de Aprilfeesten ook een kraamkamer gebleken voor nieuw talent. Deze doelstelling staat na al die jaren nog steeds overeind en is door de toegenomen drukte op het plein zelfs versterkt.
De Aprilfeesten is de laatste jaren niet veranderd qua opzet, maar is wel steeds drukker geworden. De organisatie heeft dat onderkend en het comité met zeven jongere personen uitgebreid. Jongeren die als het ware op de Aprilfeesten zijn opgegroeid. Zo willen we de continuïteit van de Aprilfeesten ook voor de toekomst waarborgen. Tevens hebben we de afgelopen jaren de organisatie strakker gemaakt als het gaat om veiligheid en de beheersing van calamiteiten. Moet gezegd dat we de afgelopen dertig jaar nooit politie-inzet op het plein hebben gehad en dat we kleine problemen altijd zelf hebben kunnen oplossen. Dit is mede te danken aan de sociale controle van veel buurtbewoners die altijd op het plein aanwezig zijn. We zijn dan ook nog steeds een feest door en voor de buurt. Tegen onze gewoonte in, zijn we begonnen met het inzetten van sociale media om de bezoekers opnieuw bekend te maken met de doelstellingen en mores op de Aprilfeesten. Een tweetal vrijwilligers die bij een reclamebureau werken, hebben een doelgerichte Facebook-campagne opgezet. Hier werd de nadruk gelegd op de geschiedenis en bedoeling van de Aprilfeesten. Vooral de jeugdige bezoeker wist klaarblijkelijk niet meer goed waarom de Aprilfeesten er zijn. Ook het eigen verbruik werd in deze campagne op ludieke wijze aan de kaak gesteld. Het resultaat was dat de algemene sfeer verbeterde, er minder eigen verbruik was en dat het buurtgerichte karakter, ook in de avond uren, weer de boventoon voerde.
Het gevolg is dat de Aprilfeesten in feite een nieuwe periode is ingegaan. We beseffen dat we aantrekkingskracht uitoefenen op jongeren uit heel Amsterdam en dat voor hen de Aprilfeesten een laagdrempelige en goedkope manier zijn om elkaar te ontmoeten. We hebben op dit voor ons relatief nieuwe fenomeen een typische Aprilfeesten strategie losgelaten. Blijf in alles een buurtgericht festival en probeer nieuwkomers duidelijk te maken waar het om gaat. De Aprilfeesten is een non-profit-festival dat de Leidseplein-
ificering een halt toeroept. De vraag is natuurlijk altijd: van wie is het plein? In onze visie is het plein in de eerste plaats van de bewoners op en om het plein en die doelstelling zullen we ook nooit verlaten en het idee om de jeugd van de buurt langzaam de verantwoordelijkheid te geven, past dan ook in de streven. Zeker als je ziet dat die generatie ook alweer met kersverse kinderen op de arm loopt. Zo sterft het idee niet uit en zal het in feite altijd Lente zijn op de Nieuwmarkt tijdens de Aprilfeesten.
Een verborgen gracht
TEKST & FOTO Flip Lambalk
De Uilenburgergracht ligt verborgen. Slechts van een paar plekken kun je hem zien. Er wonen geen mensen aan de gracht; sommigen kijken er op uit maar er langs lopen kan niet. Erdoor varen kan wel. Hij staat in verbinding met de Oudeschans.
‘Het was een stil breed water, inktig ommuurd door blinkende pakhuizen, zonder wal; er leidde geen enkele weg naar heen, en hoe men zich ook op straat posteerde en de hals rekte, het bleef onzichtbaar. Hij had er nimmer een schuit zien varen.’ Zo beschreef F. Bordewijk in zijn roman Bloesemtak (1955) de Uilenburgergracht. Nadat de Lastage was volgebouwd, verplaatste de bedrijvigheid zich naar het oosten, naar nieuwe eilanden: Uilenburg, Marken (Valkenburg) en Rapenburg (1663). Amsterdam was en is goed in het maken van kunstmatige eilanden. Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg volgden. Later de haveneilanden en tot op heden IJburg I en II. Aan de Uilenburgergracht waren veel kleine scheepswerven, waarvan onlangs nog weer sporen gevonden zijn. Toen die
havengerelateerde bedrijvigheid zich verder oostwaarts verplaatst had, was er ook ruimte voor bewoning. De stad groeide snel. De eilanden Uilenburg, Valkenburg en Rapenburg werden dichtbebouwde en nog dichter bevolkte woonbuurten met bedrijvigheid op straat en in de kelders. ‘Het opdelen van de grond werd veelvuldig toegepast, omdat de grondeigenaren daarmee de grootste winst konden behalen bij verkoop. Doordat de kleine percelen dichtbebouwd werden, ontstonden er gangen en sloppen, smalle doorgangen die meestal uitkwamen op een binnenterrein waaraan de huizen aan alle kanten lagen ingebouwd.’ Niet alleen percelen werden opgedeeld, ook woningen werden in kleinere stukjes verdeeld zodat er steeds meer mensen verbleven met alle sociale en hygiënische problemen van dien. De scriptie ‘De sanering van de Amsterdamse Jodenbuurt 1900-1940. Masterscriptie Cultuur- en Sociale geschiedenis van Mandy Hakker, UvA 2015 geeft een goed inzicht hoe ingewikkeld – op alle gebieden dit is geweest. Zie kaart 1773.
'Slop Jodenhouttuinen' uit L.M. Hermans: Krotten en Sloppen Ets A. Hahn 1901
Privaat binnengebied Valkenburgerstraat
Gezicht vanaf de steiger aan de Uikenburgerwerf. Foto Flip Lambalk
Uilenburg werd bijna geheel gesaneerd, Valkenburg en Rapenburg verdwenen op een paar monumenten na. De Markergracht werd uiteindelijk pas in 1956 gedempt en de aanleg van de IJtunnel bepaalde voor een groot gedeelte de verdere ontwikkeling.
De Uilenburgergracht bleef. Daar zijn nog mooie dingen te zien, hoewel die volgens sommigen een beetje geheim moeten blijven. Aan de oostkant kun je via een klein straatje, het Nieuwe Grachtje, een groene oase bereiken en daar op een bankje gaan zitten. Aan de noordkant kun je in de zon zitten. De houten steiger van de fa. Gassan zou doorgetrokken kunnen worden, langs de Uilenburgerwerf, naar het terrein achter de Uilenburger sjoel. Prachtige plekjes kunnen zo ontstaan. En helemaal
mooi kan het worden als het terrein van de gemeente aan de Nieuwe Uilenburgerstraat een herbestemming krijgt en er een zorgvuldig inrichtingsplan gemaakt wordt. De club ‘ouderenwonenindebuurt.nl’ heeft daar al wat voorwerk voor verricht.
In een plan van Theo Bosch uit 1988 was er sprake van twee voet-/fietsbruggen over de Uilenburgergracht om de Nieuwmarktbuurt weer een verbinding met Valkenburg en Rapenburg te geven. Hij had daar ook een kade met woningen bedacht. Dat alles is niet door gegaan. Wat er nu is lijkt op Bordewijks beschrijving. 'Gated communities'. Alleen met een plastic card toegankelijk. Hoe heeft dit allemaal zo kunnen gebeuren?
Aquarel van Eduard Alexander Hilverdink
Voor het 24preludia-project nodigde de Amsterdamse pianiste Jacqueline voorheen Frederique (artiestennaam) 24 hedendaagse componisten uit om een stuk te schrijven, geïnspireerd door de preludes van Bach uit Das Wohltemperierte Klavier. De muziek van deze ‘levende’ componisten weerklonk afgelopen zomer in de Mozes en Aäronkerk op het Waterlooplein.
De componisten konden allen kiezen uit een prelude die nog vrij was. Elke prelude werd beantwoord met een meestal speciaal voor deze lunchconcerten geschreven nieuwe compositie. De preludes van Bach gaan door alle toonsoorten heen, dus de hedendaagse componisten schreven hun stukken meestal in diezelfde toonsoorten zodat er een grote variatie ontstond in klankkleur. In de maanden juli en augustus 2019 gaat Jacqueline de lunchconcerten nogmaals in de Mozes en Aäronkerk doen, iedere woensdag van de week van 12.15 uur tot 12.45 uur.
Wat is er bijzonder aan deze lunchconcerten? Zelf omschrijft zij wat zij ervaart tijdens deze concerten als: “imploderende stilte bij exploderende muziek.”
Niet vaak hoor je in zo weinig tijd zoveel verschillende soorten muziek: de hedendaagse stukken variëren sterk
“Ik wil muziek spelen van levende componisten”
aldus
pianiste Jacqueline voorheen Frederique
in sfeer en emotie. Tango, Gamelan, Jazz, Walsen, Boogie Woogie: u zegt het, en het komt langs. Af en toe wordt erbij gezongen of geroepen, als de componist dit voorschrijft. Bekende componisten als Louis Andriessen, Boudewijn Tarenskeen no. XXIV: een meisje met liefdesverdriet oefent braaf haar Bach en Willem Jeths waren en zijn van de partij, maar ook minder bekende. Tevens een zestal vrouwelijke componisten onder wie onze huidige componiste des vaderlands, Calliope Tsoupaki met Hear me. Af en toe vragen componisten bijna het onmogelijke: bij één stuk speelt zij met haar linkerhand op een klavecimbel en met haar rechterhand op de vleugel. Ga het maar eens proberen! Buurtbewoners, maar ook toeristen komen graag naar de concerten, ook al is er in deze enorme kerk vaak nog plek over. Stoelen kunnen altijd worden bijgezet. De Volkskrant schreef eerder een mooie recensie over deze “avontuurlijke concertserie, een aardige dwarsdoorsnede van het vaderlands componeren.”
Zo in hartje Amsterdam kan er van alles gebeuren: een zwerfster die tijdens het concert vraagt of ze haar tassen bij Jacqueline voorheen Frederique mag neerzetten, krijgt een grondig “nee” te
horen en wordt beleefd doch dringend door een assistent een andere kant op gewezen.
Pianiste Jacqueline voorheen Frederique woont al 32 jaar in Amsterdam. Als je haar website bezoekt: www.stichtingpianoconcerten.nl zie je wat een muzikale duizendpoot ze is. Muziek, muziektheater, kinderconcerten: wat heeft ze veel gedaan. Komt dus allen deze zomer op woensdagen 12:15 tot 12:45 uur naar de Mozes en Aäronkerk. Vanwege een bescheiden subsidie is het mogelijk voor de uitvoeringen geen entree te heffen. Overigens: ondergetekende, ook een levende componiste, is gevraagd het komend seizoen een 25e nieuwe compositie aan de lunchconcerten toe te voegen.
Jacqueline voorheen Frederique 24preludia-project www.stichtingpianoconcerten.nl elke woensdag in juli en augustus van 12:15 tot 12:45 uur Entree is gratis, eigen bijdrage wordt op prijs gesteld (richtbedrag €5, alleen contant, dit gaat direct naar de componisten)
DOOR Heleen Verleur FOTO Ben van Duin
De Art Gallery van Justin ten Haaf
TEKST EN FOTO‘S Martijn van der Molen
Op de hoek van de Recht Boomssloot en de Montelbaanstraat zit de TEN HAAF
PROJECTS, Art Gallery van Justin ten Haaf. Door grote open ramen kun je daar in het voorbijgaan wisselende tentoonstellingen zien. (Dat je er vandaag de dag niet lang stil kunt staan heeft met enorme hijskranen te maken, die er piepend en bonkend pal voor de deur aan de kademuren werken.) Onder de rook van de lawaaiige machines toont de nieuwe galerie professioneel brandschoon en dapper. Een echte Amsterdamse galerie, zeg maar.
Van galeries weten we nou wel dat ze soms hopeloos hoogdrempelig zijn, met van die hoogstaande Amsterdamse incrowdsfeertjes, waar je niet per se wezen wil. Maar deze is de nieuwe buurman en dat kan toch ook mooi zijn in een omgeving waar als vanouds onvoorstelbaar veel kunstenaars wonen. (Gek, maar ik heb af en toe nog steeds moeite met het woord 'kunstenaar', wat is dat toch?) Kunstenaars betalen tegenwoordig enorme prijzen door alle bezuinigingsrondes in de kunstsector, maar ze gaan natuurlijk stug door; al moeten de creatievelingen, of ze willen of niet, zelf ondernemer worden. De wet van vraag en aanbod, altijd al keihard, wordt steeds harder. Juist dan zouden tentoonstellingsruimtes nuttig kunnen zijn.
Vandaag 1 mei mocht ik galeriehouder Justin Ten Haaf een paar vragen stellen. We hadden elkaar al twee of drie keer gezien. De sfeer van zijn ruime galerie, voorheen Alex Barbaix's onvergetelijke werkplaats, leek me niet hoogdrempe-
lig. Een tentoonstellingsruimte moet natuurlijk op het steriele af wat saai en overzichtelijk zijn om de tentoongestelde werken zo voordelig mogelijk uit te laten komen. Galeriehouder zijn blijkt een echt beroep.
Wat voor werk wil je hier het liefst laten zien?
Visueel werk. En dat betekent sterk werk met een eigen signatuur waarop de kunstenaar zijn eigen werkelijkheid laat zien. Visuele kunst spreekt je direct aan.
En wat is dan bijvoorbeeld het tegenovergestelde van visuele kunst?
Nou bijvoorbeeld puur conceptuele kunst, want daarbij is het concept, het idee achter het kunstwerk, belangrijker dan de uitwerking van het kunstwerk.
Hoe lang zit je nu al hier?
Drie jaar.
En hoe kom je aan je kunstenaars?
Onder andere ga ik kunstacademies af, ook in het buitenland.
Kun je hiervan leven?
Ja, ook al is het af en toe lastig met de verkoop van het werk van jonge kunstenaars. Ik ben ook bemiddelaar in de ' secondary market', een soort van makelaar in het werk van kunstenaars die inmiddels zijn overleden.
Is dit niet een griezelig corrupt wereldje?
Ja klopt, net als de 'echte wereld'.
Je lijkt me internationaal georiënteerd,
wat ging vooraf aan deze galerie?
Ik heb in NewYork in de kunstwereld gewerkt en ook in Milaan en Zwitserland. Daar heb ik het vak goed geleerd, maar Nederland is iets anders. In Nederland willen mensen het liefst niks betalen voor kunst of in ieder geval veel minder dan in het buitenland. Nee, het is hier geen kunstkoopland. Amsterdammers zijn cultureel ook verwender. En de toeristen van vroeger kochten nog vaak kunst in Amsterdam maar tegenwoordig niet meer. In deze tijd heb je een heel andere soort van toeristen, daarover klaagt men ook in de Spiegelstraat.
Is dit jouw eerste galerie?
Nee, vroeger zat ik in de Jordaan maar hier in deze buurt vind ik het echt veel leuker, levendiger, kleurrijker. Plus hier wonen niet van die ouwerwetse Jordaners, dat klikte nooit zo.
En wat is jouw connectie met de Nieuwmarkt? Ik bedoel, sta je daar voor je gevoel los van of juist niet?
Mogen buurtgenoten gewoon hier bij jou naar binnen komen lopen en een praatje maken, hun werk laten zien en vragen of ze bij jou hun werk tentoon mogen stellen?
Oh ja graag zelfs. Wees welkom.
Projects -
Op de hoek van de Recht Boomssloot en de Montelbaanstraat
Justin ten Haaf
Haat-liefdeverhouding met plastic
Maak kennis met kunstenaar Su Tomesen, woonachtig in de Nieuwmarktbuurt en ontwerper van de poort van speeltuin De Waag. Tot 30 juli hangt haar werk bij Black Gold in de Korte Koningsstraat 13-hs. Het zijn foto’s van straathandel en straatverkopers in verschillende steden van de wereld. Zij fotografeerde in onder meer in Beiroet, Medellín, Bandung en Johannesburg. Ook het weefwerk ‘Color bar’ (2007), gemaakt van plastic zakjes uit Belgrado, wordt daar tentoongesteld. Verderop in de straat, in de etalage van Koningsstraat 6, waren tot eind mei drie torens te zien, bestaande uit plastic huishoudobjecten uit Indonesië, Oeganda, Azerbeidzjan, Palestina, Cuba en Servië. Su: "Het werk, met de titel ‘Plastic age’, heeft een relatie met mijn haat-liefdeverhouding met
het materiaal plastic. Ik houd enorm van de kleurrijke plastic items voor gebruik in keuken of badkamer, maar ik gruw van alle wegwerpplastic; dat is een serieus probleem." Na haar master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam deed zij artist-in-residencies in Amman, Johannesburg, Medellín en Tirana. Ook werkte ik aan het internationale videoproject ‘City One Minutes’ in Buenos Aires, Port-au-Prince en Rio de Janeiro. Naast Amsterdam woont zij met man en dochter een klein deel van het jaar in Yogyakarta. Haar werk wordt ondersteund door het Mondriaan Fonds. Zij maakt films en video’s, foto’s en installaties voor tentoonstellingsruimtes, musea en de openbare ruimte in binnen- en buitenland. Haar werk kenmerkt zich door een voorliefde voor houtje-touwtje oplos-
singen, het gebruik van goedkope of plastic materialen, en het improvisatievermogen binnen de wondere wereld van de micro-economie. Recentelijk realiseerde zij de videoinstallatie ‘Street vendors: Medellín, Tirana, Johannesburg, Yogyakarta’ (2018). Het is vanaf 8 juni vier maanden lang in Museum IJsselstein te zien. "Ik hoop ook nog eens in Amsterdam; die vijf dagen bij BIG ART Bajes vorig jaar waren te kort!"
Meer informatie over mijn werk en de komende tentoonstellingen op www.sutomesen.nl Van 27 mei tot en met 30 juni zal werk van Barbara van Ittersum te zien zijn in de etalage aan de Koningsstraat.
Over boekenbonnen
DOOR Maarten Henket
Begin dit jaar ging speelgoedketen Intertoys failliet. Cadeaukaarten mochten nog een week lang ingewisseld worden. Het liep storm, en dat leidde tot allesbehalve speelse taferelen, met scheldende, naar het personeel spugende en met speelgoed smijtende klanten. Zou iets dergelijks zich ook voordoen bij een faillissement van AKO? Zouden leesliefhebbers met een AKO-cadeaukaart zich dan wèl behoorlijk gedragen? Ik vraag het me af. Het is bijna een experiment waard. Deze gebeurtenis illustreert op pijnlijke wijze een nadeel van de cadeaubon. Er zijn er meer. Ik had ooit een huisgenoot die niet van lezen hield. Zijn vader betreurde dat, en gaf hem op z’n verjaardag altijd een boekenbon van twintig gulden. Die bon verkocht hij dan aan mij voor vijftien gulden. Zo had hij toch nog plezier van dat cadeau, en ik ook. Ander voorbeeld. Toen ik vijftig werd kreeg ik van een oude tante een cadeaubon van Fleurop. De bloemist wou er geen geld voor geven, de bank ook niet, gelukkig kende ik een boekhandelaar die van bloemen hield en die bereid was de bloemenbon te ruilen voor een boek. Volgens LIBRIS.nl is de boekenbon een aantrekkelijk cadeau vanwege ‘de vrijheid van kiezen’. Hoe verzin je ‘t. Dan kun je
net zo goed een willekeurig boek geven met de boodschap ‘je mag het ook ruilen’. Een boekenbon is niks anders dan geld met een beperking. De vraag is dan ook: waarom geven mensen elkaar boekenbonnen in plaats van geld? Is het omdat het geven van geld te makkelijk is, omdat het te weinig getuigt van aandacht voor het cadeau, omdat het te onpersoonlijk is of omdat het teveel op liefdadigheid lijkt? Of is het een kwestie van bescheidenheid?
In de boekwinkel vraagt de verkoper je altijd ‘is het een cadeautje?’ Zeg je ‘ja’, dan peutert hij het prijsje er af. De komst van de boekenbon, die toch openlijk uitkomt voor zijn aanschafprijs, heeft geen eind gemaakt aan deze merkwaardige vorm van discretie.
Als je een leesliefhebber iets wilt geven maar je weet niet wat, geef dan eens geen boekenbon maar gewoon geld. Neem een bankbiljet, doe er een fleurig, zelf in elkaar geknutseld envelopje omheen, en klaar is Kees. De ontvanger kan er een boek mee kopen, maar ook iets anders, bijvoorbeeld een grote doos pralines om onder het lezen op te eten. En bij Leonidas betalen met een boekenbon – dat zou niet lukken, denk ik.
Over boeken
Weggevoerde Joodse kinderen uit de Nieuwmarktbuurt
DOOR Henk Oldeman
Met schrik ontdekten we dat in het vorige nummer een hele bladzij met kindernamen was weggevallen. Hierbij dus de aanvulling.
Tot mijn grote geluk hoorde ik dat Randolf Wörner nog volop in leven is. We hebben elkaar intussen gesproken. Randolf vertelde hoe het hem stoort dat ons stadhuis is gebouwd op het vroegere eiland Vlooienburg, zonder enige aanduiding van de tragiek die zich daar nog geen tachtig jaar geleden heeft
(vervolg Oudeschans)
Alexander van der Stam 8 jaar
Max van der Stam 6 jaar
44/h Samuel Druif 12 jaar
58/I Sonja Drukker 5 maanden
92/I Henriette Kopee 8 jaar
94/III Salomon Lopes Cardozo 10 jr
Zwanenburgwal
4/h Sientje Zeldenrust 12 jaar
8/h Anna Mina Muller 4 jaar
10/I Samuel Louis Komkommer 10 jr
Flora Betsy Komkommer 10 jr
10/III Sophia Gobets 10 jaar
Esther Gobets 6 jaar
12/II Mina Cohen 4 jaar 14 Rachel Cohen 14 jaar 14a/III Abraham Dagloonder 16 jaar
Naatje Dagloonder 13 jaar
18/I Salomon Gobits 15 jaar
22/II Isaac Cohen Rodriguez 10 jaar
Greta Cohen Rodriguez 4 jaar 22/III Keetje Ensel-Presser 16 jaar
Salomon Presser 6 jaar
34/h Elfriede van Emrik 3 jaar
52/I Sophia Cohen 16 jaar
Jansje Cohen 14 jaar
52/II Irene Kaufmann 16 jaar
Kläre Kaufmann 12 jaar
58/I Jochem Heide 16 jaar
Roosje Heide 14 jaar
58/II Elkan de Magtige 12 jaar
Hadasse de Magtige 9 jaar
Roosje de Magtige 7 jaar
Betje de Magtige 3 jaar
Clara de Magtige 1 jaar
62/III Isaac Ketellapper 9 jaar
64/II Sientje de Zwarte 15 jaar
Jaac de Zwarte 13 jaar
70/II Jochem Groen 6 jaar
80/h Theo Abr. Benjamin Goudeketting 2 jaar
86/I Jim Daniel van Rooijen 1 jaar
Raamgracht
7/h Jesaja Swart 2 jaar
19/I Anna Hagenaar 10 jaar
23/h Sara Fransman 16 jaar
Joseph Fransman 13 jaar
afgespeeld. Het eiland was bebouwd en dichtbevolkt, het bestond uit de straten Zwanenburgwal, Waterlooplein, Zwanenburgerstraat, Amstel, Lange Houtstraat en Korte Houtstraat. Uit Vlooienburg zijn bijna 360 kinderen onder de 16 jaar weggevoerd en nooit teruggekomen. Tel daarbij nog alle ouders en kinderen boven 16. Over de weggevoerde kinderen uit jongensweeshuis Megadle Jethomien is een tekst te vinden in de bestrating rond de Opera.
Bloeme Fransman 11 jaar
Mietje Fransman 7 jaar
Jonas Fransman 2 jaar
23/II Berdina Pront 6 jaar
27/h Sara Zeeman 3 jaar
29/I Femma Leijden van Amstel 16 jr
David Leijden van Amstel 15 jr
Salomon Hagenaar 8 jaar
35/II Mirjam Rajgzodski 8 jaar
37/I Selma Kroonenberg 15 jaar
Reintje Kroonenberg 13 jaar
Abram Kroonenberg 10 jaar
37/II Elias Gans 10 jaar
Joseph Gans 8 jaar
Israel Gans 7 jaar
Mijntje Gans 5 jaar
Barend Gans 4 jaar
39/I Anna Brilleslijper 8 jaar
55/II Juda Roelofs 16 jaar
Marie Roelofs 15 jaar
57 Lena Philips 15 jaar
Joseph Philips 12 jaar
Betje Sellie Philips 8 jaar
61/I Abraham van Rijs 16 jaar
Rachel van Rijs 15 jaar
65/I Raphael Goudeketting 16 jaar
Isaac Joseph Levie
Goudeketting 14 jaar
Alexander Joseph
Goudeketting 9 jaar
69/I Hartog Gobitz 3 jaar
69/II Jetta Pop 13 jaar
Rika Pop 4 jaar
Moddermolensteeg
2 Isaak Abrahams 8 jaar
2/h Maurits Simon Wolffs 5 jaar
Jacques Wolffs 2 jaar
4/I Salomon Vrachtdoender 8 jaar
6/III Simon Heide 5 jaar
Mozes Heide 3 jaar
Elly Heide 2 jaar
8/II Nanny de Groot 6 jaar
9/I Louis Meijer 15 jaar
Jozeph Meijer 13 jaar
Zandstraat
9/II Louis van den Berg 9 jaar
11/h Elias Gans 16 jaar
Twaalf jaar geleden heeft Randolf, samen met de inmiddels gestorven Frank Nijhof, een poging gedaan om in de Stopera een verwijzing naar dit drama geplaatst te krijgen. Toen is dat niet gelukt. De tijd gaat door, en hoe langer ons stadhuis op deze, zinnebeeldig gesproken, schuldige grond staat en voordoet daarvan niets te weten, hoe dringender de noodzaak wordt dit recht te zetten. Als er lezers zijn die hierop willen reageren, graag.
Rebecca Gans 15 jaar
Mijntje Gans 14 jaar
Sara Gans 13 jaar
Levie Gans 11 jaar
Meijer Gans 8 jaar
Elisabeth Gans 7 jaar
Rosa Gans 5 jaar
11/I Margaretha van West 5 jaar
Esther van West 5 jaar
Anna van West 4 jaar
16/II Heintje Koper 13 jaar
Schoontje Koper 12 jaar
Sara Koper 11 jaar
16/III Samson van Bever 8 jaar
Sara van Bever 7 jaar
Sientje van Bever 4 jaar
25/II Bernard Ossendrijver 11 jaar
27/III Philip Veffer 15 jaar
Flora Clara Veffer 12 jaar
28/III Flora Hijman 14 jaar
32/h Benedictus Heiman 3 jaar
Albert Heiman 2 jaar
34/I Willy Presser 2 jaar
38/II Alida de Hond 6 jaar
Sonja de Hond 2 jaar
Zanddwarsstraat
9/I Mina Mattemann 13 jaar
Michel Mattemann 11 jaar
2/h Leo Schwarz 13 jaar
26/III Sara van Embden 2 jaar
Geldersekade
55/II Jetty van Straten 16 jaar
Kromme Waal
26 Charlotte van Praag 16 jaar
Lastageweg
10/II Meijer Hamel 12 jaar
Nieuwe Jonkerstraat
10/II Nathan van der Leer 14 jaar
Korte Keizersstraat
4/III Sara Achttienribben 5 jaar
Korte Koningsstraat
24/I Lena Verduin 16 jaar
Kloveniersburgwal
53/h Nora Bloch 16 jaar
113/h Maurits Buitenkant 13 jaar
Abraham Buitenkant 12 jaar
Barend Buitenkant 9 jaar
Een Afro-Amsterdamse gemeenschap in de zeventiende eeuw
Vanaf het moment dat de Hollanders en Zeeuwen aan het eind van de zestiende eeuw actief werden in het Atlantisch gebied kwamen er mensen van Afrikaanse afkomst al dan niet vrijwillig in Amsterdam. Dat blijkt uit de doop- en trouwregisters en uit zeventiendeeeuwse notariële akten. TEKST Mark Ponte
Vanaf het moment dat de Hollanders en Zeeuwen aan het eind van de zestiende eeuw actief werden in het Atlantisch gebied kwamen er mensen van Afrikaanse afkomst al dan niet vrijwillig in Amsterdam. Dat blijkt uit de doopen trouwregisters en uit zeventiendeeeuwse notariële akten.
Het vroegste huwelijk van een Afrikaan in Amsterdam dat ik tot nu toe ben t egengekomen was nog in de zestiende eeuw. Op 2 januari 1593 ging de 29jarige verversgezel Bastiaan Pietersz van ‘Maniconge in Afryken’ in ondertrouw met de Amsterdamse weduwe Trijntje Pieters. Zestien maanden later werd hun dochtertje Madelen gedoopt in de Nieuwe Kerk. In 1604 kocht Abdon de Kuiper van het Afrikaanse eiland São Tomè poorterrechten. Het jaar daarna trouwde hij met met Aeltje Gerrits van Wezel.
In de loop van de zeventiende eeuw nam het aantal Amsterdammers van Afrikaanse afkomst gestaag toe en vanaf de jaren 1630 kunnen we spreken van kleine Afrikaanse gemeenschap van enkele tientallen mannen en vrouwen geboren in Afrika, maar ook in Brazilië en het Caribisch gebied. In deze periode werd er voornamelijk onderling getrouwd, en ook als er getuigen nodig waren bij een doop, huwelijk of notariele akte dan zocht men die in de eigen kleine kring. Aan de hand van dit soort
heb ik een netwerk van mensen in kaart gebracht die elkaar goed moeten hebben gekend. De resultaten van dit onderzoek worden hopelijk later dit jaar gepubliceerd.
Zwarte zeemannen en soldaten Tussen 1630 en 1670 waren de meeste Afrikaanse mannen die in Amsterdam trouwden zeeman of soldaat in dienst van de WIC en ook VOC. Zij trouwden met zwarte vrouwen, die waarschijnlijk meestal als bediende in de stad terecht waren gekomen. Soms trouwde men na afloop van een maritieme carrière. Zoals Pieter Claesz Bruin van Brazil, die vanaf 1640 in notariële akten te vinden is als zeeman voor de WIC. In 1649 trouwde de inmiddels 44-jarige Pieter Claesz in Amsterdam met Lijsbeth Jans van Angola.
Anderen trouwden voordat ze weer naar zee vertrokken, zoals de Anthonio Manuel van het Kaapverdische SintJago eiland die in de Turfstraat woonde. In 1632 trouwde hij met de eveneens Kaapverdische Hester Jans en vertrok vervolgens met een WIC-schip naar Brazilië. Twee jaar later was hij opnieuw in Amsterdam, vroeg een scheiding aan wegens overspel, en trouwde vervolgens met Magdalena Jans van Angola.
Waar woonden ze?
Deze meeste zwarte Amsterdammers in de zeventiende eeuw woonden in wat we
nu de oude Jodenbuurt noemen, het gebied rond de Jodenbreestraat, het eiland Vlooyenburg (waar nu de Stopera staat), bij de voormalige Sint Antoniespoort en het Leprozenhuis (Meester Visserplein). Net als veel andere arme immigranten woonden ze vaak met meerdere gezinnen in kleine kelderwoninkjes in stegen en gangen. Zoals in de nu nog bestaande turfsteeg waar Anthony Manuel met zijn gezin woonde en de verdwenen Pauwengang bij de Joden Houttuinen. Maar niet iedereen woonde in een achteraf steegje. Vaandrig Francisco d’Angola woonde in 1659 op de hoek van de Jodenbreestraat en de Markensteeg. Francisco had in Nederlands-Brazilië de leiding had gegeven aan een Compagnie van zwarte soldaten in dienst van de West-Indische Compagnie (WIC).
Uiteraard was dit ook de buurt waar Rembrandt zijn atelier had. In zijn periode in de Jodenbreestraat tekende en schilderde Rembrandt diverse Afrikaanse mannen en vrouwen, zoals het schilderij bovenaan deze blog, zeer waarschijnlijk zijn eigen buurtgenoten.
www.voetnoot.org
Een uitgebreid artikel over dit onderzoek te lezen is op de website www.tseg.nl.
De schepen De Parel en De Dubbele Arend, Reinier Nooms, 1652 – 1654
Rembrandt van Rijn, Twee Afrikaanse mannen, 1661
Gedichtenpagina
Wat erna kwam
‘Het is nog heel lang zomer’ zei ze en streek met een lome vinger langs zijn witte gezicht dat als een wintertuin verscholen lag in zilverlicht. ‘Er zal een nieuwe wereld komen’ zei hij en wees naar boven met een zachte, trage hand die even naar een wolk greep met een purperrode rand. Muziek ligt in de bomen voor wie het ruisen van de wind verstaat.
Elte Rauch
te links om te juichen voor iemand die Mussolini citeert op een verkiezingsbijeenkomst
Ontvreemd
Jij was een vijand de antagonist die ik niet mocht kennen of spreken
Jouw gras was dor mijn land niet jouw land jouw droom was mijn vrees mijn vreugde jouw smart
Mij was verteld dat jij me zou doden mij werd geleerd om dat te voorkomen
Nu zien we elkaar ik kijk in je ogen ik zie geen haat en ook jij ziet het niet.
Fausto van Bronkhorst
te veel liefhebber van kennis en wetenschap om waardering te hebben voor een professor die een rechtsfilosofische kliklijn opent
te sterk geïndoctrineerd om niet pief paf poef te roepen naar een over het paard getilde promovendus die met nationalistisch enthousiasme door de provincies galoppeert
te hevig bedwelmd door xenofobe weerzin om de gifbeker van drogredenaties niet te bedekken met een laag democratische honing, om haar te kunnen leegdrinken
in de stemming voor verraad aan de macht met goede raad op zoek naar het beloofde land rotte appels uit de mand
Bert Baanders
Roem
Daar ligt het op de grond. Een dunne dichtbundel, uitgegeven in 1920, geschreven door de hooggeprezen dichter Wordsworth, allang dood natuurlijk want eind 18e eeuw begin 19e eeuw een beroemd man. Nu is zijn boekje aangespoeld op het Waterlooplein. Onderdeel van de creatieve uitstallingen van Rozemarijn en Crispijn, in patronen van kleur en weersgesteldheid. Blijven haken tussen de andere boeken. Boeken over hoe je kunt koken, hoe je jezelf de das om kunt doen, boeken vol bloedstollende avonturen en reizen, kunstboeken, saaie boeken, achterhaalde boeken, boeken met waanideeën, wetenschapsboeken, relatieboeken, gezondheidsboeken, gruwelijke boeken, sprookjesboeken en spookboeken, en ga zo maar door. En Wordsworth. Dat wil ik weleens lezen.
Voor € 1 mag ik het bijna 100 jaar oude boekje mee naar huis nemen.
's Avonds blader ik het door, maar word niet geraakt door zijn natuurmetaforen. Het is te ver weg, die tijd, ik kan mij er weinig bij voorstellen. Ondertussen luister ik naar een cultuurprogramma op de radio. Er wordt een schrijver geïnterviewd. Hij heeft zojuist de grote literatuurprijs gewonnen en een bedrag van € 50.000. De journalist introduceert de schrijver bij de luisteraar als "de schrijver die zichzelf uit de bijstand heeft geworsteld". Rare introductie. Op de achtergrond hoor je rumoer, opgewonden prietpraatruis, het chique Amstelhotel. "Dus U weet wat verliezen is?", vraagt de journalist. "U stond aan de zijlijn?" Het is alsof het gesprek over voetbal gaat. "En dan schrééf U?" "Ik sta altijd aan de zijlijn", antwoordt de schrijver op lauwe toon. "Ik ben een beschouwer."
Ik mep de radio uit en kijk naar de laatste bladzijde van Wordworth's boekje. Daar staat een anoniem commentaar geschreven in een kriebelig ouderwets handschrift. Potlood. Misschien ook bijna 100 jaar oud. Maar wat daar staat is mooi. En dan is er geen afstand.
not natural beauty merely but wonder at existence itself fraught with human fatemoves the poet in us.
(door mij vertaald als) niet louter de schoonheid van de natuur maar verwondering over het bestaan zelf –vervlochten met het lot van de mens –raakt de dichter in ons Doenja
Column Peter Commandeur
Huurspreekuur De Boomsspijker // Rechtboomssloot 52
Elke woensdagmiddag van 2 tot 5 uur en 's avonds van 7 tot 8 uur
Thuis
Onlangs was er een huurster op het spreekuur gekomen van wie de huur was opgezegd. Haar verhuurder had een dochter die een woning nodig had, en daarom vond hij dat de huurster moest vertrekken. Gelukkig kon ik haar gerust stellen. Volgens de wet kan een verhuurder een huurovereenkomst alleen opzeggen als er sprake is van "dringend eigen gebruik". Dat is een juridische formule waar veel onderwerpen onder kunnen vallen maar volwassen kinderen niet. Die gelden niet als "eigen" en zijn daarom geen geldige reden voor een huuropzegging. Ik heb wel meegemaakt dat de verhuurder in een tamelijk kleine woning onder de huurster woonde, met een klein kind en een vriendin die zwanger was van de tweede. Als de verhuurder dan te klein zou komen te wonen, zou er wel sprake van eigen gebruik. Dat was toen waarschijnlijk niet het geval, maar als de kinderen groter zouden worden, of als er een derde zou komen, kon dat best veranderen. Dan moest er ook nog vervangende huisvesting voor de huurster zijn en de gemeente zou een vergunning moeten afgeven voor het samenvoegen van twee woningen. Het was nog lang niet zeker of de huurovereenkomst zou eindigen, maar "eigen gebruik" zou aan de orde zijn.
Voor huurders geldt eigenlijk altijd hetzelfde basisargument waarom ze niet willen verhuizen: ik ben gehecht aan mijn woning en aan mijn buurt en daarom wil ik niet naar een andere woning en een andere buurt. Zulke gehechtheid hangt samen met de tijd dat men in een bepaalde woning op een bepaalde plaats gewoond heeft. Over die invloed van tijd en ook plaats op de mate waarin men zich hecht, heb ik van Hanny Michaelis het volgende gedicht1 gevonden.
Een lichaam vertrouwd van veel vorige nachten dat naakt en ontspannen in zijn slaap het mijne zoekt. Een hand liefkoost vluchtig mijn heup. Ik voel me wonderbaarlijk bevoorrecht en angstwekkend kwetsbaar.
In dit gedicht slaapt de ik-persoon naast een lichaam dat vertrouwd is van veel voorgaande nachten. Er is een vluchtige liefkozing, nauwelijks meer dan een aanraking zou je denken, en toch is die de reden dat de ik-persoon zich wonderbaarlijk bevoorrecht en angstwekkend kwetsbaar voelt. We kunnen dan aannemen dat dit gevoel ontstaat omdat in die vluchtige liefkozing de liefkozingen van vorige nachten in dat bed ook beleefd worden en misschien de verwachting van toekomstige nachten. En ineens voelt de ik-persoon zich dan gezocht en gewild en wonderbaarlijk bevoorrecht. Het verleden en de toekomst van die vluchtige liefkozing en de plaats waar het gebeurt, maken van een haast onpersoonlijke aanraking een sterke uitdrukking van liefde. Met de gehechtheid aan een buurt, een huis, een stad kan iets soortgelijks gebeuren. We kennen ons huis, weten er
in het donker de weg, verwachten op bepaalde tijden het zonlicht en ervaren opnieuw het gemak van een stoel op een bepaalde plek. En zo ook kennen we het licht op de grachten, de scherpe vormen van de bomen in het witte lentelicht, zeker als het net geregend heeft, bepaalde mensen in de buurt, het eerste groen van de bladeren, toeristen die iets drinken op een kade in de zon met de benen bungelend boven het water. Al zulke dingen of mensen worden persoonlijker en krijgen voor ons meer betekenis, als we ze langer kennen en herkennen en verwachten en kunnen verbinden met bepaalde plaatsen en momenten. Dan kunnen we ons er vertrouwd mee gaan voelen, ontspannen, en onder omstandigheden zelfs bevoorrecht of kwetsbaar.
Het woord "thuis" drukt zulke verhoudingen het beste uit. Het woord past ook bij het gedicht, dat een goede, langdurige relatie lijkt te beschrijven. In een huis en een buurt zijn we thuis omdat we al jaren op een zelfde wijze ermee omgaan. Ze zijn ons vertrouwd en eigen geworden, zodat we er ontspannen kunnen zijn en de vreugde van de herkenning kunnen ervaren. En dat komt niet zozeer door de bijzondere eigenschappen van dat huis of die buurt (en, in het gedicht, van dat lichaam). Het komt vooral doordat we daar al lange tijd zijn en ons er steeds meer thuis zijn gaan voelen. Een aanvulling hierop kwam ik tegen bij Andreas Burnier. Zij beschrijft hoe ze zich heel erg thuis voelde op, in haar geval, een eiland: "Mij beving het wel prettige mengsel van heerszuchtigheid en irritatie dat we in besloten kring plegen te ontwikkelen. Het eiland was van mij, met zijn bewoners, vee, struiken, bergen, ravijnen, stormen en zee. 2" We zijn ergens thuis als we er onszelf kunnen zijn ook in onze chagrijnigheid en bedillerigheid, in onze zwakke momenten, in eigenlijk een zelfde kwetsbaarheid als Hanny Michaelis noemt. En dat is een “prettig mengel” omdat we 'thuis' zijn, waar we zelfs aan ergernissen gehecht kunnen raken. Het gebruik van een bewoner, van een huurder, gaat hem in de loop van jaren eigen worden. In het recht staat dat eigen geworden gebruik van een huurder tegenover het gewenste eigen gebruik van de verhuurder. U zult begrijpen dat ik in procedures dat gebruik, waardoor men zich steeds meer thuis is gaan voelen, niet echt kan aanvoeren. Dat is gelukkig ook niet nodig, omdat het elke keer hetzelfde is. Het is eerder een uitgangspunt voor de wetgever en voor rechters, waardoor huurbescherming belangrijk is. Het eigen gebruik van een verhuurder is in een voorkomend geval veel gemakkelijker te verwoorden, alleen al omdat er een bijzondere aanleiding voor is. Maar op het niveau van de wetgeving, kunnen ook die verschillende aanleidingen alleen maar tot de weinig zeggende formule van 'dringend eigen gebruik' gereduceerd worden. En dan moge het iets merkwaardigs hebben dat allerlei belangrijke gevoelens en belangen niet onder woorden te brengen zijn, het zou best kunnen dat hun belang juist daardoor wordt aangegeven.
1 Bladzijde 39 in De rots van Gibraltar, Amsterdam 1969
2 Bladzijde 152 in Een tevreden lach, Amsterdam 1964
Het buurthuis
Sinds de invoering van de participatiewet is sociaal werk partner van de gemeente bij de uitvoering van die wet. Daardoor is er weer heel wat veranderd in de Boomsspijker. Op verzoek van de redactie heeft Marion Fambach een duik genomen in de geschiedenis van het buurthuis. TEKST Marion Fambach
Ik herinner me een ontmoeting met een buurtgenote in de buurtsuper Simon de Wit op de Nieuwmarkt, het was 1974 en ze had net zo'n kleine drommel bij zich als ik. Met andere moeders en vaders uit de buurt wilde ze een crèche beginnen. Ik had er gelijk oren naar, want ik zocht kameraadjes voor mijn peuterdochter om mee te spelen. Behalve het roemruchte anti-autoritaire Witte Kinderplan in de Nieuwmarkt bestonden er toen nog geen crèches, voor zover ik weet. Het gebouw van de Jan de Liefdeschool op de Recht Boomssloot was verlaten. Hoe het allemaal tot stand is gekomen weet ik niet meer, waar is dat we het klaslokaal op de begane grond betrokken en onze peuters elke ochtend samen konden spelen, vooral op de speelplaats met zandbak, onder toezicht van twee van hun ouders.
Buurthuis de Boomsspijker bevond zich een paar huizen verderop in een pakhuis op nummer 42. Ik kan mij niet herinneren daar in die tijd ooit geweest te zijn, ik denk omdat het meer bedoeld was voor de "oorspronkelijke" buurtbewoners.
Ik had mijn entree in de buurt gemaakt door in een gekraakte woning te gaan wonen, als kraker dus. Maar ik wist wel wie Miek Stranger was.
Het katholieke Sint Franciscus Liefdewerk vestigde in 1964 een buurthuis in de Nieuwmarkt, in een daartoe verbouwd pakhuis op de Recht Boomssloot. Er bestond al een protestantse buurtvoorziening op de Oudeschans en ook de socialisten hadden een buurthonk, het Anker op de Prins Hendrikkade. In de Boomsspijker werd veel gesport, gedanst en vooral theater gemaakt onder de bezielende leiding van bovengenoemde Miek Stranger. Theater was haar grote passie en ze was tevens regisseur van het Amsterdams Jongeren Toneel. Kennelijk was zij zo gepassioneerd van het buurtwerk, dat sommigen dachten dat ze in de Boomsspijker woonde.
Een kleine geschiedenis van het buurthuis
Overgewaaid van de andere kant van de Noordzee, waar in Londen in de wijk East End aan het einde van de 19de eeuw een "gemeenschapshuis" werd gesticht, volgde Amsterdam in 1892 met de opening van een "volkshuis" in de Jordaan. Onder het motto "geen woorden maar daden" en met het credo "liefdadigheid naar vermogen" hoog in het vaandel, zette een illuster gezelschap van voornamelijk christelijken en sociaalliberalen als mede een enkele filantroop, zich in voor de verheffing van de arbeidersklasse. "In Amsterdam is onder dezen naam "Ons Huis" een gebouw gevestigd in de Rozenstraat, bestemd om de handwerkslieden en hunne huisgenoten in vrije uren leerzaam en gezellig bezig te houden."
Vereniging Ons Huis noemde zich neutraal, hoewel het door sommigen bekritiseerd werd als zijnde dat er "patrinaal liefdewerk" werd verricht. Wellicht komt dat overeen met wat door sommigen tegenwoordig "betutteling van de overheid" wordt gevonden. Hoe het ook zij er werden gymnastiek-, scherm-, kook-, verstel- en kniplessen gegeven, er was een leeszaal, er was taal-, muziek- en toneelles, en teveel lessen om op te noemen in het volkshuis in de Rozenstraat.
Kennelijk bleek het toch wat ingewikkelder dan gedacht om de betreffende doelgroep, de Jordaners, wantrouwend als die was, te bereiken. Vooral mensen van buiten de Jordaan bleken de weg te vinden naar de activiteiten in het nieuwe volkshuis. Door middel van huis aan huis verspreiding van brochures kwam er verbetering. Voor de kinderen uit de buurt organiseerde het Volkshuis zomers een vakantiehuis.
In 1914 wendde Vereniging Ons Huis zich voor het eerst en met succes, tot de gemeente voor subsidie. Volkshuizen volgden in Rotterdam, Den Haag en andere steden, in 1928 werd de Nederlands Bond van Volkshuizen opgericht. Uit onvrede met het beleid, zo was er o.a. te weinig aandacht voor de jonge en nog jongere fabrieksarbeiders, ontstonden in diezelfde periode de meer algemene clubhuizen. Ook de verschillende kerken zagen het nut van dergelijke centra, zo waren er clubhuizen voor katholieke jongeren, voor gereformeerde, protestantse en andere gezindten.
In de oorlogsjaren werd er onvermoeibaar gewerkt in het volkshuis in de Jordaan en met hulp van buurtgenoten werd er eten voor de kinderen bereid in een clandestiene keuken. In de hongerwinter werden er duizend kinderen per dag geteld. Na de oorlog breidde het club- en buurhuiswerk verder uit, zowel vanuit kerkelijke als niet-kerkelijke organisaties. Aandacht en vooral bezorgdheid was er over de "geestesgesteldheid van de naoorlogse massajeugd". Men vreesde voor maatschappelijke verwildering. Vóór de oorlog werden deze middelen hoofdzakelijk door private ondernemingen en organisaties gefinancierd. De eerste subsidie voor jeugdwerk werd in 1949 gegeven. Naar aanleiding van een in 1952, in opdracht van het ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschappen, verschenen rapport over deze jeugd, besloot de overheid door middel van subsidieregelingen het club- en buurthuiswerk te stimuleren. Tevens werden hiermee zowel de bouw als de exploitatie van buurthuizen voor een groot deel bekostigd.
De Nederlandse Bond van Volkshuizen werd voortaan de Nederlandse Bond voor Sociaal-Cultureel Vormingswerk genoemd. In 1969 werd de Stichting Samenwerkende Landelijke Centrale Organen voor Wijk-, Buurt- en Clubhuiswerk opgericht. In 1978 werden deze twee organisaties samengevoegd. Het buurthuiswerk werd professioneler en mettertijd verdween de kerkelijke invloed naar de achtergrond. In de jaren '80 was er een korting van veertig procent ontstaan op de rijksbijdragen voor het sociaal-cultureel werk. Dit was het startsein om de verantwoordelijkheid voor het buurthuiswerk over te dragen aan de gemeenten en dit was tevens het einde van de landelijke organisatie voor club- en buurthuiswerk. Aandacht voor het sociaal-culturele vormingswerk verschoof naar aandacht voor de samenstelling van de bevolking en het welzijn in de buurt. In 1987 werd de Welzijnswet ingevoerd en werden de buurthuizen afhankelijk van de financiering van de gemeenten en van regionale welzijnsorganisaties. In 2012, na 25 jaar bezuinigingen, was het aantal buurthuizen sterk gedaald, waren de overtollige professionals de laan uit gestuurd en was het aantal vrijwilligers flink toegenomen.
Statistieken, grafieken, ladders en wielen; meten is weten De invoering van de participatiewet vond plaats op 1 januari 2015. Ter voorbereiding hierop was er in 2011 een "eindverslag pilot project participatieladder Huizen van de buurt" verschenen. Ja heus, dit verzin ik niet, u kunt het op het internet vinden. Het initiatief hiervoor kwam van IJsterk en de wijkcentra. Doel van dit project was om een ladder te ontwikkelen waarmee de mate van participatie van de bewoners kan worden vastgesteld en om na te gaan in hoeverre ze in staat zijn om mee doen in de samenleving.
Er werd gebruik gemaakt van de reeds bestaande participatieladder van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Participeren naar vermogen en zorgen dat er niemand buiten de boot valt. Hoe hoger op de ladder, hoe geslaagder de burger, hoe tevredener de overheid, zo lijkt het. De participatieladder Huizen van de Buurt bevat zes treden. De onderste tree is gereserveerd voor de geïsoleerde mens, de tweede voor de mens die familie of kennissen bezoekt en aan een enkele activiteit meedoet, de derde is voor de mens die deelneemt aan een buurtactiviteit, een cursus volgt en/of lid is van een vereniging, terwijl hij of zij op de vierde trede in staat is om met behoud van uitkering onbetaalde stage en vrijwilligerswerk te doen. Als er vervolgens sprake is van betaald werk, eventueel met aanvullende uitkering en betaalde stage, dan krijgt hij of zij een plek op de vijfde trede en op de hoogste trede is het doel bereikt en heeft hij of zij een arbeidscontract op zak, is ZZP'er of ondernemer.
medewerkers en van 1500 tot 2000 vrijwilligers.
In de Boomspijker organiseert Dock verschillende buurtactiviteiten, zoals maandelijks het Repair Café en de reeds lang bestaande filmavond met diner. 1 keer per 2 weken is er bingo voor 55 plussers en is er de advieswinkel. Wekelijks zijn er de computercursus en inloop, de buurtsoep Dock, een buurtlunch, een schilderclub, een café voor lezingen, muziek of andere activiteit en de inloop maak&vermaak. Allemaal te vinden op het rooster van april t/m juni 2019.
De doelgroep voor vernoemde activiteiten zijn merendeels volwassenen, die gratis, tegen vrijwillige bijdrage of een zeer gering bedrag mee kunnen doen. Voor ouderen is er twee keer per week gymnastiek en yoga en één keer tai-chi. Dit staat echter op een ander rooster, waarop een hoop andere bewegingscursussen staan vermeld en waarvan de kosten beduidend hoger zijn. Die worden niet door Dock gegeven, maar door andere welzijnsorganisaties of door particulieren, in de niet gebruikte lokalen van het gebouw. Daartoe hebben ze een huurovereekomst met Dock.
We leven in een transitietijd en iedereen beseft dat het nooit meer wordt zoals het was, maar niemand weet waarheen het precies gaat. Zo'n tijd heeft behoefte aan onorthodoxe denkers, die lak hebben aan heilige huisjes en vastgeroeste cao's.
Klaas Mulder
Ook wordt er met wielen gewerkt, waarvan de ingekleurde segmenten dienen als handig hulpmiddel om het beschikbare aanbod onder te verdelen en om dit vervolgens te linken aan de betreffende doelstellingen van de welzijnsorganisaties.
De Boomsspijker
Stichting Dock is een welzijnsorganisatie uit Rotterdam. Op hun website onder de kop "Wij zijn DOCK(ig) Organisatie" is het volgende te vinden: "Actief op het gebied van de buurt; bemiddeling, jeugd- en jongerenwerk, maatschappelijk- en participatiewerk, opvoedingsondersteuning en ouderenwerk." Ook wordt vermeld dat de sociaal werkers midden in de samenleving staan en de buurt goed kennen en dat de medewerkers van Dock mensen ondersteunen in het nemen van initiatieven en contact leggen tussen mensen en organisaties in de buurt en mogelijkheden samenbrengen. Dock vindt dat iedereen mee kan doen met hun activiteiten, die ze liever niet zelf organiseren, niet uit luiigheid, maar omdat er vele enthousiaste en capabele bewoners en vrijwilligers zijn die dat graag doen.
Stichting Dock werd in 1996 opgericht in Rotterdam, in de wijk Kralingen-Crooswijk, waar ze begonnen met 30 medewerkers. Dankzij de eerste openbare aanbesteding in welzijnsland, in stadsdeel Oud-West, kwam Amsterdam in beeld. In de jaren daarna verwierf Dock het opbouwwerk in de Baarsjes en het jongerenwerk in Noord en Nieuw West. Naast Rotterdam en Amsterdam is Dock inmiddels werkzaam in Utrecht, Haarlem, Zaanstad, Aalsmeer, Schiedam en Hellevoetsluis en als laatste toegevoegd Zandvoort. Dock wil groeien. In Amsterdam is Dock naast de Boomsspijker actief op zo'n 50 andere locaties in de stad. In Huizen van de wijk en van de buurt, in speeltuinen en overige activiteitencentra. Het is een bedrijf waar miljoenen in omgaan. Er zijn cijfers te vinden variërend van 500 tot 650
In de Boomsspijker oefenen zo'n tien verschillende koren en zijn er nog ander activiteiten, zoals de voorschool voor peuters en de naschoolse opvang voor jongeren en organiseert Roads activiteiten voor mensen met psychiatrische- en/of verslavingsproblematiek.
Dock huurt het gebouw van de gemeente, tien jaar geleden bedroeg de huur van het gebouw al een slordige 200.000 euro. De overige kosten daargelaten.
De gebouwenbeheerder
Klaas Mulder is (of was) docent sociaal werk aan de Hogeschool Utrecht en houdt zich bezig met sociale vraagstukken. In een publicatie van zijn hand uit 2013 met als titel "Buurthuizen in zelfbeheer, een zinvolle tijdsbesteding?" trekt hij van leer tegen "beleidsmaker en adviseurs die doen voorkomen alsof het voorheen zo was, dat met een knip van de vinger een heel legertje welzijnswerkers opgetrommeld kon worden om buurt-barbecues en bingo's te organiseren. In werkelijkheid werd er echter in de meeste Nederlandse buurten niet meer dan vier uur per week een sociaal cultureel werker ingezet." Mulder hekelt beleidmakers en hun adviseurs die menen dat de burgers het allemaal heel goed zelf kunnen regelen. Hij vindt dat de organisatie van zorg en welzijn in handen moet blijven van professioneel opgeleide sociaal-, cultureel- en opbouwwerkers.
De bijdrage van het buurthuiswerk wat betreft bijvoorbeeld hulp aan de zelfredzaamheid van zeer kwetsbare ouderen, of bijvoorbeeld aan de overlast van puberende jongeren die graag samen hangen, lijkt beperkt. Daar valt misschien wat aan te doen, zo stelt Mulder, maar dan moet de focus niet liggen op 'hoe ondersteunen we krachtige buurtbewoners die een buurthuis willen runnen' maar op 'hoe zetten we die kracht in voor het oplossen van problemen'. Hij vindt het zonde van de tijd als mensen, die zich voorheen inzetten voor buurtactiviteiten, alle taken van een gebouwenbeheerder op zich moeten nemen. Mulder is de auteur van het boek "Pakkenproletariaat" en in een recensie trof ik de volgende uitspraak: "we leven in een transitietijd en iedereen beseft dat het nooit meer wordt zoals het was, maar niemand weet waarheen het precies gaat. Zo'n tijd heeft behoefte aan onorthodoxe denkers, die lak hebben aan heilige huisjes en vastgeroeste cao's."
De Nieuwmarkt
Samenwerking tussen ondernemers en bewoners is cruciaal als het gaat om verbetering. Op de vergadering van april waren ondernemers aanwezig die aangaven graag met bewoners te overleggen over heikele punten. Zo verklaarde Barry van der Berg van café Del Mondo aan de Nieuwmarkt zich bereid om als vertegenwoordiger van de ondernemersvereniging te bemiddelen als er daar overlast ervaren wordt. Kom naar hem toe! Ook mensen van Gassan Diamonds en van de Coffee Company willen meedenken. Dit is een belangrijke positieve uitkomst van de vergaderingen.
Verder gaat de bewonersraad een pleidooi houden bij de gemeente voor een overdekt zwembad op het Marineterrein. Dit is geen volledig verslag. Kijk daarvoor op de website. Als deze OpNieuw uitkomt, staat de bijeenkomst van 13 juni voor de deur en die zal gaan o.a. over verkeer en de paaltjespilot.
Kom met goede ideeën over al deze punten naar de vergaderingen (iedere tweede donderdag van de maand om 20:00 uur in de Boomsspijker) en als het niet lukt om aanwezig te zijn, stuur je ideeën dan naar Cliff (cliffvandijk@ gmail.com).
Cliff van Dijk en Eveline van Os
Verkeerspilot een groot succes
DOOR Jet Willers
Het zal weinig buurtbewoners, vooral de autobezitters onder hen, zijn ontgaan dat in het najaar 2018 een verkeerspilot gestart werd op de zuidelijke burgwallen en in de Lastage. Op donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond werden de buurten tussen 22:00 uur ’s avonds en 6:00 uur ’s morgens afgesloten voor autoverkeer. Het Rusland en de Nieuwmarkt kregen een verzinkbare paal (vezip) en in de straten rondom verschenen rood-witte paaltjes. Met een camera in de vezip werden kentekens van taxi’s en vergunningshouders herkend, zodat hij naar beneden ging. Alleen geregistreerde TTO-taxichauffeurs en parkeervergunninghouders kregen een doorgangspasje voor de vezips voor als de camera niet zou werken.
Waarom deze pilot?
Naar aanleiding van bewonersklachten over rondrijdend verkeer en gebrek aan parkeerplaatsen hield de gemeente in 2016 een uitgebreid kentekenonderzoek. Daaruit bleek dat zestig procent van het verkeer doorgaand was en dat rondom de Nieuwmarkt de verkeersdrukte in de nachten groter was (en is) dan overdag. Dit werd vooral veroorzaakt door taxiverkeer, zowel van TTO-taxi’s als Ubers. Zij gebruiken de woonbuurten als sluiproute naar de Wallen. Reden voor de gemeente om een pilot te houden met het doel rondjes rijden te voorkomen en inzicht te verkrijgen in het alternatieve gedrag van de chauffeurs.
Amstel afgesloten
Na wat aanloopproblemen functioneerde de paal op Rusland naar behoren. Die aan het begin van de Geldersekade leverde constant problemen op. Het camerasysteem was onbetrouwbaar en de pasjes werkten te traag. Kort na het begin van de pilot werd tot verrassing van de betrokken ambtenaren ook nog de Amstel opgebroken. Hierdoor nam het verkeer rond de Nieuwmarkt enorm toe. Opstoppingen in de Breestraten en op de Kloveniersburgwal waren het gevolg. Daardoor mislukte de pilot feitelijk. Uiteindelijk werd de vezip op de Nieuwmarkt maar weggehaald. De rood-witte paaltjes bleven gehandhaafd. Na de heropening van de Amstel in het najaar kreeg de pilot een herstart. De vezip op de Nieuwmarkt werd bij wijze van
Advertentie
Zorg je intensief voor een ander?
proef voor een maand verplaatst naar het begin van de Geldersekade. Hij werd nadien definitief verwijderd.
Voor- en nadelen
Voor de bewoners in het afgebakende gebied was de pilot een groot succes. De verkeersoverlast, de geluidshinder, de luchtvervuiling en de agressie namen spectaculair af, veiligheid en leefbaarheid toe. Nadelen waren er ook. De vezip op de Nieuwmarkt werkte niet goed, die op het Rusland werd soms omzeild. Uberchauffeurs creëerden opstapplaatsen bij de Bantammerbrug en de brug over de Oude Schans met overlast als gevolg. In de afsluittijd moesten mensen een langere route naar huis nemen. Wel vonden ze makkelijker een parkeerplaats. De Valkenburgerstraat en de Breestraten kregen meer verkeer te verwerken. Vooraf werd daarvoor een norm gesteld: tot gemiddeld 90 auto’s per uur méér achtten de verkeerskundigen aanvaardbaar. Het viel uiteindelijk mee: gemiddeld 50 auto’s per uur tijdens de afsluiting. Echter, per saldo was de pilot een succes, zo bleek ook duidelijk uit een gemeentelijke buurtenquête.
Stadsdeelcommissie vóór uitbreiding
De resultaten van pilot en enquête werden besproken in de vergadering van de Stadsdeelcommissie van 6 april 2019. Uiteindelijk resulteerde dat in een advies aan het stadsdeelbestuur om de afsluitingstijden uit te breiden zowel in aantal dagen als in uren, en de grenzen van het gebied te vergroten. Daarnaast zou het stadsdeelbestuur het voorstel aan B&W moeten doen om verbeteringen door te voeren, waar mogelijk met camerahandhaving in plaats van palen. Op 3 mei vergaderde B&W hierover, het resultaat is bij het schrijven van dit stuk nog niet bekend.
Opmerkingen
De keuze voor de Wallen en de Nieuwmarktbuurt als gebied voor verdere maatregelen is ingegeven door de aard, opzet en karakteristiek van deze gebieden. De mengvorm van wonen, werken en voorzieningen en het verkeer-aantrekkend karakter zijn vergelijkbaar voor de binnenstad als geheel. Blijkt de uitgebreide pilot te werken, dan kan hij als basis dienen voor een autoluwe binnenstad binnen de Singelgracht.
Heb je vragen of behoefte aan een gesprek?
Neem contact op met de mantelzorgconsulent!
centram.nl 020 - 557 3338
Aanbevolen literatuur:
• De notitie Evaluatie pilot verkeersoverlast Oudezijde van de gemeentelijke dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek
• Eind-evaluatie Pilot Aanpak Verkeersoverlast Oudezijde Periode 31 mei t/m 30 november 2018 van de gemeentelijke projectleider D. Drijver van 7 maart 2019
• De zogenaamde “Stadsdeelcommisie-flap” voor de vergadering van 6 april. Waarin de eindevaluatie werd besproken en een vervolg gegeven.
Pilates aan de Recht Boomssloot 73 Privélessen reformer* & mat
Informatie en reserveren via: info@wandadewit.nl www.sprankelendfit.nl
*Oefeningen op de reformer zijn gericht op spieruithoudingsvermogen, stabiliteit, flexibiliteit en coördinatie. De oefeningen worden individueel aangepast om voor iedereen het beste uit zijn/haar lijf te halen.
MEER NAar BUITEN?
Eindeloze mogelijkheden als vrijwilliger
Maak een afspraak of kijk op onze website! www.vca.nu/centrum | 020- 5301220
Even buurten bij ...
In deze serie komt elke keer een buurtbewoner aan het woord die vertelt hoe hij/zij de Nieuwmarkt ervaart. Wat is er leuk, mooi of lelijk in de buurt? Deze keer Alaïn Hechavarria Napoles (10 jaar).
DOOR Sati Dielemans FOTO Martijn van der Molen
"Ik ben nog nooit niet in de Molina geweest op de Aprilfeesten. Nu woon ik niet meer in de Nieuwmarktbuurt, maar ik heb hier wel altijd gewoond. Van mijn 0de tot mijn 7e woonden we boven Martijn, mijn oma, op een zolderetage. Waarom ik het hier leuk vind, nou de sfeer is leuk, de mensen, de dingen die je kunt doen, iedereen kent elkaar hier. In Noord, waar ik nu woon, heb ik ook vier vrienden, maar die komen niet uit de buurt. In de Nieuwmarktbuurt zijn er wel zes jongens uit mijn oude klas waar ik vrienden mee ben en die komen wel allemaal uit de buurt. Behalve de kinderen van de Witte Olifant, die niet allemaal. Ik zat op de Sint Antonieschool, een erg leuke school. Ze doen daar heel veel verschillende dingen: evenementen, een fancy fair, een kerstmusical. En ze doen ook heel veel dingen samen met andere scholen, bijvoorbeeld de Koningsspelen. Ze zijn niet afgesloten van de andere wereld. Elke woensdag en bijna altijd in het weekend, kom ik nog in deze buurt (red.: Nieuwmarktbuurt). Bij oma en dan ook altijd bij mijn beste vriend. Als het slecht weer is, spelen we binnen en anders buiten. Jachtseizoen. Ken je dat niet? Het is een tv-serie die de beste serie van Nederland is geworden. Wij hebben onze eigen versie ervan gemaakt. We spelen het als een soort verstoppertje waarbij je in beweging moet blijven door de hele buurt. Nou niet de hele buurt. Tot de Nieuwmarkt en tot het water van de Oudeschans. Met drie zoekers en één of twee verstoppers. Dat is heel leuk. Ken je het echt niet?
Alaïn Hechavarria
Napoles (10 jaar)
Het is hier in deze buurt ook mooier. Het komt denk ik ook omdat ik hier altijd gewoond heb. Maar niet alleen. Als ik aan de Nieuwmarktbuurt denk, denk ik niet alleen aan grachten en zo, maar vooral aan de mensen. Die zijn hier gewoon aar-
diger. Dat kan je ook zien als je hier door de buurt loopt. Mensen wandelen, kinderen spelen, er is een of andere activiteit. Breakdance in de Boomsspijker met mijn beste vriend of film in Pathé de Munt of gamen. Kinderen uit de buurt hebben ook een boek geschreven: Het geheim van de Waag, daar heb ik ook aan meegeschreven. We moesten verhalen verzinnen en dan het boekje doorgeven: estafetteschrijven. Maar we spelen ook gewoon buiten. Er is altijd wel iemand van mijn oude klas om mee te spelen. Aan het begin van groep 6 ben ik naar een andere school gegaan en daar ben ik begonnen in groep 7. Die kinderen waren wel wat ouder, maar ik kende ze deels al. Nu zit ik in groep 8. Na deze zomer ga ik naar een andere school. Dan ga ik groep 8 nog een keer overdoen, omdat ik nog te jong ben voor de middelbare school. Op die school waar ik dan naartoe ga komen alle niveaus door elkaar en je mag er zelf kiezen wat je wilt doen: koken bijvoorbeeld, dat lijkt me wel leuk, maar programmeren wil ik misschien ook wel leren. Op die school zitten kinderen vanaf kleuterleeftijd tot achttien jaar. Ik weet nog niet of ik daar ook mijn middelbare school ga doen; misschien wel, misschien niet. Als ik later ouder ben, wil ik ook hier in deze buurt wonen. Als ik fiets kijk ik nu al naar huizen die ik mooi vind. In Noord zijn wel mooiere huizen. Ik hou van futuristische gebouwen, zoals het Eye, en die heb je niet in de Nieuwmarktbuurt. Mijn moeder vindt het ook rustiger in Noord, maar als ik iemand in de tuin hoor praten dan vind ik het druk. Terwijl als ik hier slaap, bij oma, en ik hoor midden in de nacht een man schreeuwen, dan vind ik het niet druk; daar word ik rustig van. Drukte maakt me niet uit, dat vind ik wel leuk. Het is ook niet echt druk hier, maar rumoerig, met fietsen op de verkeerde plek en auto’s op de verkeerde plek. Rumoerig maar niet op een vervelende manier."
Berichten uit de tekenklas #13
“Wie van jullie ouders zijn gescheiden?”, vraagt een van de kinderen aan de rest. “Die van mij”
“Die van mij niet”
“Die van mij bijna”
Het gesprek wordt terloops gevoerd, tijden het schilderen van een portret van elkaar. Ik bemoei me er even niet mee, geef hier en daar wat aanwijzingen over lichtval, schaduw e.d..
“En … wie van jullie heeft een geloof? En dan bedoel ik niet
Sinterklaas en zo”.
”eh ja, ik, want ik heb God in de wolken gezien”, is een antwoord.
Barbara
GRIP OP UW LEVEN
Steun als het even niet meer gaat
CentraM biedt ondersteuning:
• bij het omgaan met geld(problemen)
• bij het zo lang mogelijk gezond en zelfstandig thuis blijven wonen
• bij problemen in relaties en een veilig thuis
• voor mantelzorgers
CentraM ondersteunt en verbindt bewoners en geeft informatie & advies.
U kunt altijd gratis bij CentraM terecht, een verwijzing is niet nodig.
U kunt contact met ons opnemen via: 020 -557 33 38 • tussen 9 en 12 uur.
U kunt ook langs komen bij een van onze pluspunten in de buurt. Voor meer informatie en adressen kijk op onze website: www.centram.nl
Recreantenvereniging Nieuwmarktbuurt zoekt enthousiaste spelers (V/M) om te
Donderdagavond van 20:30 tot 22:30 uur Inlichtingen: 06 4493 3126
Even denken
2019-2
(Kleintje Crypto) Voorbeeld: een autodidact is een rijinstructeur. Wat is een hippodroom? En een triptiek?
Stuur uw oplossing(en) in, met kans op publicatie ervan in het volgende nummer.
Oplossingen
Even denken 2019-1
Dora Lupinewijn heeft zes man/vrouw personeel, voor elke klinker één. Gegeven waren: e, kleedster en o, zorgrobot. Gevraagd werd naar de andere vier (a, i, u en ij).
Alied Blom koos: ambachtsman miss tikhit buurttuut kijkgrijptijpwijf
Mr. E.T. Aan ’t Hekje gaf de voorkeur aan: het Rijnwijnwijf, de vuurblusrus, en de vinvisvisfin, (maarals ze vegetarisch is, neemt ze de kiwischilkiwi, (of, als ze juist erg van vlees houdt, de dikbilvilbrit), allen natuurlijk bijgestaan door de onmisbare handspanman.
Barbara Wichers Hoeth suggereert enig nautisch personeel, waarvan er helaas slechts twee aan de voorwaarden voldoen, namelijk: een stuurjuf een radarman
Afscheid wijkagent
Dat was het dan, 42 overheidsjaren en ruim 40 politiejaren. Best wel lang, maar zo lang als het klinkt was het niet. Soms lijkt het alsof ik vorig jaar nog als jonge diender op de Zeedijk surveilleerde. Ruim 40 jaar gewerkt in het centrum van Amsterdam. In 1979 begonnen op de opleidingsschool, in 1980 als agent begonnen aan het Bureau Warmoesstraat. Het waren roerige tijden, de drugsproblematiek en veel drugsverslaafden die overleden door een overdosis. Als jonge agent op de Zeedijk en omgeving werd je dagelijks geconfronteerd met veel geweld en menselijk leed.
30 april 1980, Koninginnedag, was een dag om nooit te vergeten, een die je nooit meer wilt meemaken. Het was mijn eerste inzet als ME’er in de Dam- en Hoogstraten. 'Geen woning geen Kroning' was het motto die dag. Geconfronteerd met die mate van geweld tegen de politie vroeg ik mij af: “Hiervoor ben ik toch niet bij de politie gekomen?”. Gelukkig konden wij onze stelling in de Nieuwe Hoogstraat behouden en verdere escalatie voorkomen.
De buurt veranderde geleidelijk in positieve zin. Het contact met de buurtbewoners werd steeds beter. Diverse vormen van overleg en samenwerking ontstonden. Waar wij ooit als politie tegenover bewoners stonden, staan wij nu naast elkaar met als gemeenschappelijk doel een veilige en leefbare buurt.
Als diender van het Wijkteam Nieuwmarkt heb ik vanaf 1986 op diverse locaties gewerkt, zoals vanuit het Maupoleum in de Jodenbreestraat en vele jaren later vanaf de “De Boot”, het tijdelijk politieonderkomen op het water van de Kloveniersburgwal. Later kreeg het Wijkteam Nieuwmarkt zijn vaste plek in de Keizersstraat , een wens van de buurt en geopend door burgemeester Van Thijn. Door een zinloze reorganisatie werd het goed functionerende wijkteam in 2004 opgeheven. De buurt was zijn politieteam kwijt, nog steeds een gemis.
In 1995 begon ik als wijkagent met het buurtgericht werken. Als buurtregisseur / wijkagent heb ik vier buurten in het centrum onder mijn hoede gehad, achtereenvolgens de Burgwallen Zuid, Waterloo/Uilenburg, de Utrechtsebuurt en als laatste Nieuwmarkt Zuid.
Vanaf 1 juli ga ik eerst met verlof en dan met pensioen. Ik hoop nog vele jaren te kunnen genieten van mijn vrije tijd. Ik ga mij niet vervelen, ik heb voldoende hobby’s. Ik klus graag en geniet van het familieleven waarbij het opa zijn mij veel voldoening geeft.
Ik draag “mijn buurt ” Nieuwmarkt Zuid met een gerust hart over aan mijn collega wijkagent Corinne Kouwenberg. Zij heeft veel ervaring opgedaan als wijkagent in Amsterdam Noord en sinds 2018 in de Nieuwmarkt Noord. Op maandag 8 juli a.s. neem ik tussen 16:00 uur en 18:30 uur afscheid in bar/ restaurant “De Haven van Texel”, Sint Olofspoort 11 te Amsterdam.
Wellicht tot ziens, met vriendelijke groet, Dick Jansen
OPVALLENDE BUURTGENOTEN
OVER HET ALGEMEEN HULDIG IK EEN CONSERVATIEF STANDPUNT OMTRENT TATOEAGES. HET IDEE DAT ER EEN TEKENING IN JE HUID WORDT GEPRIKT DIE ER OP JE TACHTIGSTE NOG ZIT EN ALLEEN MET GROTE MOEITE GEWIST KAN WORDEN, DOET MIJ HUIVEREN. TOCH VIND IK DE TATOEAGES DIE HEATHER GEE DRAAGT GERAFFINEERD EN FRAAI. ZE PASSEN OOK WONDERWEL BIJ HAAR. 15 JAAR WERKT ZE IN EN RONDOM DE NIEUWMARKTBUURT ALS TATOEËERDER. DE WALLEN EN DE NIEUWMARKTBUURT MET DE GESCHIEDENIS VAN EEN OUD HAVENGEBIED MET VECHTERSBAZEN, DAMES VAN LICHTE ZEDEN EN MATROZEN VINDT ZE EEN PASSENDE OMGEVING VOOR EEN TATOEËERDER. ZELF ONTWERPT ZE TATOEAGES DIE GEÏNSPIREERD ZIJN OP POLYNESISCHE TRIBALS. BIJ HET AFSCHEID KON IK NIET LATEN TE VRAGEN ‘EN...WAT VINDEN JE OUDERS VAN JE TATOEAGES?’ 'MIJN OUDERS VINDEN MIJN TATTOO'S MOOI EN MIJN VADER VINDT IN HET BIJZONDER MIJN HALS PRACHTIG.'
GEEF U OP VOOR HET OUDEREN SONGFESTIVAL 2019
Bent u 55 of ouder?
U kunt de sterren van de hemel zingen in uw eigen Nieuwmarktbuurt!
Dit jaar is er een voorronde in Flesseman op de Nieuwmarkt Vrijdag 27 september 2019
Grande Finale in het DeLaMar Theater Zaterdag 7 december 2019