

OpNieuw









Colofon
OpNieuw is het blad voor de Nieuwmarktbuurt, door en voor buurtbewoners. OpNieuw wordt gratis huis aan huis verspreid in het gebied dat begrensd wordt door Geldersekade, Oosterdok, Uilenburg, Zwanenburgwal, Staalkade, en ‘s Gravelandsveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt. Deze uitgave wordt mede mogelik gemaakt door Stadsdeel Centrum, Koninklike Nederlandse Akademie voor Wetenschappen, Rabobank Amsterdam.
Redactie
Tom Blits (vormgeving), Jorge Bolle, Anna Cruson, Sati Dielemans, Roos Hendriks, Vita Hooglandt, Martin van der Molen, Henk Oldeman, Evert van Voskuilen en Dunya Willeman. Medewerkers aan dit nummer
Mariejette Catz-Lin, Rose Brouwer, Peter Commandeur, Hea, Halley Heideveld, Maarten Henket, Anneke Hesp, Mieke Lokkerbol, Peter Janzen, Marc Krone, John ter Marsch, Peter Passchenegger, Charley Ranzin, Veere Sniders, Fay Toxopeus, Eva Voogt, Barbara Wichers Hoeth. Voorplaat
Jane Waltman
Bestuur Stichting OpNieuw bestuur@opnieuw.nu
Iek Boeles, Paula Bosch en Gerda Kievit
Uitgave
Stichting OpNieuw Amsterdam K.v.K. 41209382
NL68INGB 0006037046 t.n.v. Stichting OpNieuw, Amsterdam Redactieadres
Recht Boomssloot 52, 1011 EC Amsterdam redactie@opnieuw.nu 020-6245559
Advertenties advertenties@opnieuw.nu 06-41491757
De advertentiepris is vastgesteld op €0,90 zwart/wit en €1 kleur, per vierkante centimeter. Website: www.opnieuw.nu Deadline volgende OpNieuw: 22 augustus 2016 Bezorgers
Pietje & Iman Baardman, Beiki Bakker, Ko Biker, Jorge Bolle, Anna Cruson, Marcel Gutz, Lea Israels, George Janszen, Femke Koens, Jaap Kroeger, Sjaak van der Leden, Machiel Limburg, Evelien van Os, Cor Portasse, Antje Postma, Joost Schings, Piet Seysener, Hans van der Sluis, Ton Smeets, Evert van Voskuilen, Barbara Wichers Hoeth, Niko Winbeek, Dunya Willeman.
We hebben de volgende donaties ontvangen: 3 x 10,- van mw. Wels / mw. Vink. 3 x 30,- van H. Willers, € 50,- I.Schnabel.

5
Omarm je buurtgenoten! John ter Marsch roept ons op om met kleine initiatieven de buurt op te laten leven zodat we elkaar beter leren kennen. Want Smart City is geen alternatief voor de Bewonersraad.



9
Bij de voorplaat Over het boek Trauma Time van Jane Waltman.

Aan de Amsterdamse Wallen Het nieuwe boek over de Wallen is strijdbaar. 27
En verder…
6 Wie zijn deze jongens? 7 Nachtwind
15 Gedachtegangen
16 Gedichten
19 Berichten uit de tekenklas
21 Psychiatrische invloeden op het woonspreekuur
24 Zomer in Pintohuis
Woensdagen in de Oude Kerk
Bestuur Open Ateliers
Anna Cruson
Henk Oldeman
Dunya Willeman
Sati Dielemans
Martin v.d. Molen
Evert v. Voskuilen
Vita Hooglandt
Roos Hendriks
Jorge Bolle
Lange Niezel en de Dood van Pierlala.

Vluchten kan niet meer
Als elke straat een vluchteling zou opnemen…. Marc Krone zoekt een oplossing op microniveau.

22

14
Thérèse Cornips (1926-2016) Een vertaalster in de Nieuwmarkt.

De Geestverschijningen op de Oude Schans Het spookt daar langs het water aan de overkant; al eeuwen.

Aprilfeesten 2016
De invloed van Facebook op een buurtfeest.
Zin u al de lentebomen opgevallen in de vitrines aan de Antoniebreestraat? Die lente en die Aprilfeesten liggen weer achter ons. De zomer komt en Amsterdam gonst.
Dat er altid wat te beleven is op de Nieuwmarkt wisten we al. Maar in dit nummer doet John ter Marsch een opdracht om ons die buurt rond het plein weer toe te eigenen door samen dingen te ondernemen. Weg van de toeristen, weg van de commerciële belangen en de menigten die langs de wafelsalons stromen. Marc Krone komt meteen met het eerste idee. Per straat een vluchteling adopteren.
De buurt kennen betekent immers de mensen kennen in de buurt. En om die te leren kennen moet je soms goed kiken. Niet als de massa’s die afkwamen op het gerucht dat er spoken zouden zin op de Oude Schans (of Oudeschans, hoe lang duurt die verwarring nu al over de manier waarop je dat moet schriven).
Voor wie hier opgroeide, is er een foto van twee jongens en een meisje op de brug van de Koningsstraat over de Krom Boomssloot. Wie waren ze? Help ons.
Vanaf pagina 24 tot 31 staat het aanbod van activiteiten die er al zin voor iedereen; van jazz-liefhebber tot kind, op plekken als het Pintohuis, de Boomsspiker of de Oude Kerk. En wat zou het een aardig project zin om eens alle negen kleine musea van Amsterdam te bezoeken. De wachtrien zin er aanzienlik korter en al het personeel spreekt uitstekend Nederlands en is altid enthousiast over hun museum.
We wensen alle mensen die in onze buurt wonen en werken een actieve en prachtige zomer.























Heeft u ook last van de volgende klachten?
* Slapeloosheid


* Spanning



* Migraine
* Maagklachten



* Gewrichtsklachten

* Rugpijn

* Jicht


* Schouderpijn
* Stijve nek






* Sportblessures
* Verstuikingen



* Tennisarm
* Muisarm



* Beroerte
* Reuma



* Zenuwpijn
* Neurose







* Of iets anders?






MACBIKE OOK ONDERGRONDS




MACBIKE OOSTERDOK, onder de OBA



Mercy Chinese Medical


善心國醫館痛症治療中心
Vragen en reserveren:









Adres:
Fietsreparaties en onderhoud. Lekke bandenservice. Verkoop van nieuwe en gebruikte fietsen. Fietsverhuur. Dagelijks geopend van 09.00-17.45 uur. Oosterdokskade 149, info@macbike.nl, macbike.nl


Website:
020-7723536 / 06-42850388





Traditoneel Chinees Geneeswijze: Tuina massage, kruidenbehandelingen, acupunctuur, en nog veel meer!








Dr. Zhi Xiong Li & Dr. Sau Ying Liu Sint Antoniesbreestraat 74 1011 HB, Amsterdam www.mercytcm.nl




BEHANDELINGEN KOMEN EVENTUEEL IN AANMERKING VOOR TERUGBETALING DOOR DE ZORGVERZEKERING













SMARTCITY SMARTCITY
De Bewonersraad verdient respect voor het werk dat ze jarenlang heeft verzet en het getuigt van moed dat ze zich ronduit afvraagt welke rol zij nog kan spelen. Maar het antwoord hierop moet van de Raad zelf komen, en vooral van de bewoners in de buurt, en niet van zoiets als Smart City; ook al gaat daar momenteel de meeste aandacht naar uit. door John ter Marsch, beeld René Louman.
Zal ik je op je bek slaan? brieste een lid van de CPN/ Afdeling Waterlooplein - jij bent tegen de metro hè? Jij wilt de vooruitgang tegenhouden hè hè? Maar dat gaat je mooi niet lukken mafees, want de vooruitgang die hou’je niet tegen. Die klap kwam niet, de metro wel. Toch had hij gelijk. De vooruitgang dendert onverbiddelijk voort; het geloof er in is groot en hij wordt door velen voetstoots aanbeden.
Intussen heerst er allerhande twijfel in de Bewonersraad. De vergadering constateert vergrijzing in haar eigen gelederen. Men vraagt zich af welke taak de Raad in de toekomst nog heef en hoe zij die moet invullen. Heef ze nog wel voldoende draagvlak in de buurt om door de politiek serieus genomen te worden? Er komen veel nieuwe bewoners waar geen contact mee is, merkt iemand in de vergadering op. De boel veryupt wordt er gezegd. Vragen, kwesties, weinig antwoorden. Hadden we maar een groot confict! roept iemand. Zoals de bom indertijd in de Bijlmer - dat gaf tenminste
duidelijkheid. Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dit: de Bewonersraad maakt zich zorgen over zichzelf. De Raad is in malaise of in crisis - het is maar hoe urgent je het op wilt vatten.
Het is begrijpelijk dat de Raad in deze toestand inspiratie en steun zoekt. Maar denkt ze die nu werkelijk te vinden in de Vooruitgang? Hoe dan ook: Smart City presenteert zich aan de vergadering. Er worden lichtbeelden geprojecteerd en een jongeman vertelt enthousiast over de nieuwe tijden die zullen aanbreken. Je houdt het niet tegen! roept hij pompend, Smart City komt er aan! Alles raakt met alles verbonden! Na hem spreekt een meisje de vergadering toe over hetzelfde onderwerp in een voordracht met veel Engelse vaktermen. Ook hier wolligheid troef. Op vragen uit de zaal komen voornamelijk muzak-antwoorden. En daarop, vreemd genoeg, geen enkel woord van twijfel of kritiek. Het lijkt wel of de betovering compleet is. Toegegeven: Smart City is een overrompelend ambitieus totaalproject. Sensoren in prullenbakken, sensoren in lantarenpalen, overal elektronische informatie vandaan, gekoppeld aan alles. (Als dat maar goed gaat. Zelfs
SMARTCITY
Er komen veel nieuwe bewoners waar geen contact mee is, merkt iemand in de vergadering op. De boel veryupt wordt er gezegd. Vragen, kwesties, weinig antwoorden.

Pampus gaat op de schop.) Smart City is zó ontzettend veel, dat je je afvraagt wat het eigenlijk is en wat het niet is. De merites en de bezwaren van dit programma zijn nog lang niet helemaal helder. De Bewonersraad verdient respect voor het werk dat ze jarenlang heef verzet en het getuigt van moed dat ze zich ronduit afvraagt welke rol zij nog kan spelen. Maar het antwoord hierop moet van de Raad zelf komen, en vooral van de bewoners in de buurt, en - denk ik - niet van zoiets als Smart City; ook al gaat daar momenteel de
Wie zijn deze jongens?
Jeugd op een brug de Korte Koningsstraat, over de Krom Boomssloot)
Louis van Paridon, datering onbekend De jongens dragen allebei een ring, die met die pet op veegt z’n neus aan heeft een scheur indere jongen heeftgeslagen en ook z’n haar zit goed. naar de fotograaf. Herkent u (een van) deze personen?
Laat het de redactie weten: redactie@opnieuw.nu
meeste aandacht naar uit.
Een antwoord zou kunnen zijn: pook het leven in de buurt een beetje op. Bedenk en organiseer met regelmaat gebeurtenissen waarvoor mensen uit hun huis komen en met elkaar aan de slag gaan. Ga met kinderen in de gracht vissen met magneten, organiseer belletje trekken met verhalen achter de voordeur, open het nieuwe Wolken Telstation op de Nieuwmarkt, projecteer flms op blinde muren, organiseer ruilmarkten voor kinderspeelgoed; de buurman kookt, en de straat schuif aan.
Enzovoorts. Het gaat niet om grote evenementen, maar om regelmaat, om consistentie. Dat levert uiteindelijk een actieve levendige buurt op met meer samenhang, meer draagvlak en het zal uiteindelijk ook een probaat middel zijn tegen vergrijzing. Wat nodig is, is een kleine groep mensen met humor, fantasie en doorzettingsvermogen, die het leuk vinden om de boel regelmatig op stelten te zetten. Lijkt me leuk. En nuttig. Omhels geen smart - omarm buurtgenoten. Ik doe mee. Wie ook? johntermarsch@zonnet.nl

Nachtwind
Na een feestje in Den Haag mocht ik met Marietje mee terug. Marietje moest door naar Alkmaar en zij zou in de buurt van het Waterlooplein, vlak voor de tunnel, wel eventjes stoppen. Met de ramen open reden we naar huis en wat bleek? Marietje was daags tevoren oma geworden en zij verkeerde daar zo van in de zevende hemel dat zij nergens last van had. “Kijk, weer een babyboomer in de rose wolk”, dacht ik en tegelijk vroeg ik me af of onze opa’s en oma’s indertijd ook zo gelukkig waren met ons en of onze ouders ook zo blij jubelden toen wij omstreeks 1970 aan de babietjes begonnen. “Begrijp jij nu precies waarom wij tegenwoordig zo door het dolle raken zodra onze kinderen hun eerste krijgen?”, vroeg ik voorzichtig. Eerst vond Marietje dat een rare vraag en daarna begon ze te peinzen. “Als het zo is, zijn daar meerdere verklaringen voor en het geluk van onze ouders en grootouders, ach misschien waren ze net zo blij als wij, dat valt nu niet meer te meten, terwijl het onze ... ja, er is inderdaad geen ontkomen aan de vreugde, maar het is slecht. Het is een slechte vreugde, want wij krijgen wel de lusten en niet de lasten en de wereld, oh de toekomst van de wereld…” piekerde Marietje wat zachtjes voor zich uit. “Doemdenken mag niet meer van de regering, wij moeten positief blijven over de toekomst”, hoorde ik mezelf vreemd warrig reageren. Marietje begon te schaterlachen. “Een prima ontwikkeling”, riep ze, zich goed op de weg concentrerend. Ja, zo raakten we aan de praat zodat de rit van Den Haag naar Amsterdam in tien minuten voorbij leek. Marietje en ik kwamen ter hoogte van Leiden overeen dat het allemaal van de pil kwam. Onze grootouders die honderd jaar geleden omstreeks 1913 nog aan het begin van hun leven stonden, hadden zelf veel kinderen gekregen en onze eigen ouders hadden er tussen 1945 en 1960 ook weg mee geweten. Maar wij? Hadden wij ons hart, als eersten uit de geschiedenis, soms niet maar één, hooguit tweemaal aan het grote wonder mogen ophalen? Zo zaten we te kletsen en we kwamen er helemaal uit. “Nogal wiedes dat je vroeger, als je daarvoor al twaalf keer zelf had mogen baren, anders tegen een kleinkind aankeek dan nu?”
Inmiddels waren wij op de kruising van de Jodenbreestraat en de Houtkopersdwarsstraat aangekomen. Marietje stopte en de motor sloeg af. Ik stapte uit en bedankte, kus, kus, kus tot ziens! Maar nee. Marietjes auto wilde niet starten. Na twintig minuten proberen belde ze de ANWB. Zo stonden we om kwart voor drie ‘s nachts een beetje moe tegen haar auto geleund. Gelukkig was het één van die nachten waarin je eigenlijk toch liever buiten bleef. Een warme nachtwind streelde onze blote armen en benen, iets waar we kennelijk nogal flosofch van werden. Zonder de minste wanhoop begon Marietje te vertellen wat een rijkdom het was wanneer je de levens van vijf opeenvolgende generaties mocht meemaken. Grootouders, ouders, het eigen leven, dat van de kinderen en dan óók nog eens van kleinkinderen, en wat je dan wel niet allemaal zag veranderen om je heen, altijd maar veranderen. “Als ze zo direct je auto niet aan de praat krijgen, kun je wel bij mij logeren”, wierp ik tussen Marietjes beschouwingen in. Zij lachtte naar me en vervolgde: “En dit kruispunt, weet jij hoe verschrikkelijk druk het hier vroeger was? Hoe arm, hoe

levendig en hoe vrolijk? Denk jij wel eens aan dit kruispunt en aan de wereld van honderd jaar geleden?” Ik knikte en samen begonnen we het kruispunt van honderd jaar geleden te visualizeren, volgden we een spoor terug in de tijd, stel je voor. De bedrijvigheid van toen, geen wasmachine en twaalf kinderen.Voor ons geestesoog verscheen een beroering, een vergleden tijd vol bedrijvigheid met daarin de wil en de energie en creativiteit van het dagelijks leven van mensen van toen en van nu, het liep wat door elkaar, omdat we ons verbonden voelden. Begonnen de foto’s simpelweg te bewegen? Was er meer? Het kruispunt leefde met overvolheid, tijdloze zorgelijkheid en dat de grootmoeders van vroeger niet zo anders waren, begrepen we inmiddels. Het was iets heel vreemds vannacht, iets onbegrijpelijks.
Ze kwamen, ze kregen de auto aan de praat. Het was iets met de startmoter. Marietje reed naar Alkmaar. Bijna geen mensen meer wakker, het werd het licht boven Amsterdam-Oost. Het moment dat laat vroeg werd, ‘the crack of dawn’. Op de Oudeschans zaten toch nog wat mensen buiten op stoelen voor hun huis, tamelijk stil tussen de stokrozen. “Wat er over tien of dertig jaar ook gebeurt of over tweehonderd jaar”, peinsde ik, “deze admosfeer van zeldzame zomernachten blijf bestaan, de ruimte met goede geheimen, de wil, de energie van mensen, de wind van de straat.
Martijn van der Molen
Bedrijvigheid van weleer








Jane Waltman Trauma Time
‘Ials vroeger. Dan pas voel ik me veilig.‘
Deze zin komt uit Trauma Time, het geschilderde en geschreven dagboek dat Jane Waltman, docent, kunstenares en buurtbewoonster, in eigen beheer maakte en uitbracht. Het gaat over de periode in 2014/2015 waarin ze door problemen met haar kunstheup in het ziekenhuis terechtkwam, geopereerd werd, moest revalideren en opnieuw moest leren lopen. Het boek bestaat uit getekende en geschilderde herinneringen aan vroeger, portretten van Jane als kind en volwassene, portretten van haar familie en haar medebewoners in revalidatiecentrum De Poort. De korte begeleidende teksten bij de schilderijen vertellen het verhaal. Het is een treurig verhaal, maar geen treurig boek. Daarvoor zijn de kleuren te helder. Het confronteert en ontroert. Herinneringen komen tot leven in expressieve, kleurrijke portretten en beeldende tekst. In de geschrokken blik van haar vader die huilt, in de tekst over de dokter waar ze als kind een klap van krijgt omdat hij vindt dat ze zich aanstelt, in de liefde die ze voelt voor haar man en haar zoon en in het eenzame kleine meisje dat ze soms was.
ik een meisje van 9 jaar was.’
Jane heef een lange geschiednis van operaties, pijn en revalidatie, maar die houdt ze graag klein. ‘Het moet geen uitgebreid medisch verhaal worden hoor’, zegt ze lachend en ik beloof dat het dat niet wordt. Een korte opsomming dus, om een beeld te krijgen:
• De heupproblemen begonnen op haar 9e jaar aan één kant.
• Op haar 10e kreeg ze ook problemen met de andere heup.
• Ze lag op die jonge leefijd twee keer drie maanden in het ziekenhuis met haar geope-

reerde been in een tractie.
• Daarna moest ze een jaar lopen met een ijzeren beugel, een jaar in een rolstoel zitten en een jaar lopen met krukken.
• Van haar 16e tot haar 36e mocht ze niet springen, dansen of te wilde dingen doen.
• Ze had vaak veel pijn.
• Ze mocht geen kinderen krijgen.
• Op haar 36e kreeg ze kunstheupen en moest ze weer opnieuw leren lopen.
• Toen ze daarna alsnog zwanger werd, tegen het advies van haar orthopeed in, beleefde ze, door haar heupen, een zware zwangerschap en bevalling.
• Op haar 59e ging haar twintig jaar oude kunstheup kapot en moest ze opnieuw geopereerd worden en weer revalideren en leren lopen.
‘Als voorbereiding op de operatie
Jane: ‘De operatie was gepland, maar werd steeds uitgesteld. Ik zat thuis en ik kon niks. Dat was heel frustrerend. Toen zei Joost, mijn man, ‘waarom begin je niet alvast met tekenen, als voorbereiding op de operatie?’ Dat heb ik gedaan. Het zijn eigenlijk getekende dagboeken: de fantasieën van een kind over een geopereerde heup. Botten, schroeven en littekens, maar ook de zilveren schoentjes, die ik van mijn vader kreeg toen ik in de rolstoel zat. Op mijn 26e, in 1984, ben ik met schilderen begonnen. In dat jaar pleegde mijn broer zelfmoord op het strand in Maleisië. Ik had een sterke band met hem en na zijn dood ben ik dagboeken gaan schilderen. Volgens Joost zijn de schilderijen uit die tijd een soort cri de coeur, een hartenkreet. En dat is ook wel zo, het is een soort van therapie. Wat ik niet kan schrijven, schilder ik.’
Topsportersmentaliteit
Jane: ‘Door alles wat ik meemaakte als kind ontwikkelde ik een soort topsportersmentaliteit, met een hoge pijngrens. Ik moest van mijn ouders ook gewoon meedraaien
met alles, ik kreeg geen speciale behandeling of zo. Niet zeuren, dat was toch wel de teneur.’
Die mentaliteit helpt haar enorm om alles ‘gewoon’ te doen, ondanks haar heupproblemen. Ze komt als 19-jarige naar Amsterdam en ontmoet op de Nederlandse Film Academie haar man Joost Ranzijn. Op haar 24e fetst Jane met haar moeder en jongste broer door Azië. Twee jaar later komt ze terug van deze wereldreis en helpt Joost met zijn flms, ze rolt in het vak van flmproducent. Op haar 26e is ze de baas, in een tijd dat dat in de flmwereld voor een vrouw nog niet zo gewoon is.
‘Macht zegt me niets, mensen ontslaan en zo dat vond ik verschrikkelijk, maar ik deed het allemaal wel. Op mijn 36e, na mijn heupoperatie, ben ik uit de bv gestapt en heb ik mijn aandelen verkocht. Toen ben ik gaan schrijven en ook weer gaan schilderen en zwanger geworden. Met mijn kunstheupen mocht dat nu wel, hoewel mijn orthopeed het mij ontraadde. Charley, mijn zoon, is met een keizersnede geboren. Natuurlijk was mijn leven met die kunstheupen niet altijd makkelijk, maar voor mij was dat een gegeven en geen hindernis.’
‘Het trauma sluimerde jaren in de duisternis valt. Ik word overmeesterd door alles overheersende angst, een lawine van oude gevoelens.’
Met die topsportersmentaliteit vertrekt Jane op 30 oktober 2014 naar het ziekenhuis. Daar ziet ze een tractie op het bed gemonteerd. IJzeren stangen, katrollen en gewichten. En uit het niets overvalt haar een enorm trauma.
‘Het denderde over me heen’, zegt ze. ‘Ik lag letterlijk te schudden in mijn bed. Alles van vroeger, van toen ik als kind in die tractie gelegen had, kwam naar boven. Het was totaal onverwacht en ik kon er niets tegen beginnen. Ik vroeg om een psycholoog, maar mijn orthopeed vond dat niet nodig.
Psychologie vond hij onzin. De verplegers zagen wel dat het nodig was en ik kreeg een maatschappelijk werkster. Lief bedoeld, maar onzinnig.’
De Poort
Door een onvoorziene bottransplantatie mag ze haar heupen niet belasten. Niet lopen, alleen maar liggen en zitten. Een grote tegenvaller. Ze gaat naar De Poort, een verzorgingstehuis voor mensen met allerlei soorten psychische en lichamelijke aandoeningen. En de arts daar ziet meteen dat ze een trauma heef. Ze geef haar antidepressiva om de zwarte randjes eraf te krijgen, maar veel meer kan ze niet doen op dat moment.
Om haar tijd in De Poort door te komen, begint Jane portretten te schilderen van het personeel en de andere mensen die daar verblijven. Dit deel van het boek bevat portretten van bijvoorbeeld De Rochelaar, met zijn onsmakelijke eetgeluiden, Mevrouw Beck, die niet weet waar ze is, Peter die iedereen uitscheldt, Meneer Delier, die elke dag zijn bril kwijt is, De Poortwachter, die bij de deur iedereen begroet en het personeel. De portretten zijn los geschilderd, sprekend en zeggen veel over het leed dat zich verzameld heef in De Poort. ‘Toch heb ik er ook veel gelachen’, zegt ze. ‘Het was zo’n vreemde omgeving met al die verschillende mensen. Stond een vrouw van
BON
Bij de Bijenkorf werd ik klem gereden door een jonge agent op de fets. Hij had kennelijk hard gereden, pet in de hand. Nu zette hij die op. Ik heb u gevolgd - hijgde hij - u reed door drie stoplichten; ik vergeef u er twee, voor de derde krijgt u een bekeuring. Zijn voorwiel zette mijn fiets klem. De stoeprand was hoog. Ik had niet de moed. Om ons heen het tumult van knetterend en razend verkeer - een tram donderde bellend voorbij. Wij stonden stil, tot elkaar veroordeeld in een rijks-toneelstukje. In de etalage keken twee witte faunen krullippig toe. Kunt u zich legitimeren? vroeg hij. Ja zei ik. Dat bespaart u dan een extra bon zei hij en trok het boekje uit zijn jas. Ik dacht aan mijn vorige bekeuring, een hele tijd geleden, in de Jodenbreestraat. Het was winter, al donker, de straatlantaarns brandden. Ik reed langs de sombere lange gevel van het Maupoleum, het textielslagschip van Caransa, dat aan de noord-oever van de Jodenbreestraat lag afgemeerd. Lege verstofe etalages met verkleurde rollen stof, slaapzakken en zwerfvuil. Ziek gebouw, van buiten en van binnen. Cees Dam vond het mooi. Het is uiteindelijk tot de kelders gesloopt, tienduizenden tonnen beton, staal, steen, glas, gips en koper - op wielassen ver-
negentig jaar met haar onderbroek op haar enkels in de wc en vroeg aan mij of ik haar kon helpen, omdat er verder niemand in de buurt was, dat soort dingen. Dat doe je dan maar, dat wordt dan ineens normaal. Toen ik eenmaal begon met schilderen kon ik er met iets meer afstand naar kijken.’
‘Als ik De Poort verlaat ben ik total loss. Ik neem het trauma mee naar huis. Ik lig niet in scherven –die kan je
Jane neemt het trauma mee naar huis en valt steeds verder de diepte in. Al haar kinderangsten duikelen ongeremd naar buiten, zoals ze het zelf zegt. Ze gaat door met schilderen. De verpleegster waar ze als kind standjes van kreeg omdat ze geen lauwe melk wilde drinken. De dokter die niet te vertrouwen was. De gaatjes in het plafond die ze telde als ze angstig was. Haar eigen portret als kind met de beugel die ze nodig had om te kunnen lopen. ‘Die beugel vond ik verschrikkelijk.’
De rolstoel, waar ze vanaf haar 12e in zat, die een verademing was.
‘Ga je mee tikkertje spelen?, vroegen de kinderen. ‘Nee, vandaag niet’, antwoordde ik. ‘Dat vond ik geweldig, dat ze gewoon vergeten waren dat ik dat helemaal niet kon. Toen ontdekte ik dat ik mensen kon laten vergeten wat ik had.’ Dit deel van het boek eindigt met wat in het boek een
‘Traumaportret’ heet. Een portret van Jane, dat uit losse vlekken blauw bestaat en waar ze bijna niet meer in te herkennen is.
heb gebouwd op de gewonde meisje.’
‘Via mijn huisarts en na gesprekken met vrienden en mijn schoonzusje, ben ik EMDR therapie gaan volgen tegen posttraumatische stress. EMDR werkt eigenlijk meteen. Ik ben direct gestopt met de antidepressiva en heb ongeveer 8 of 9 sessies van 1,5 uur gedaan. Na mijn ervaring met dit trauma en de verwerking ervan is mijn leven wel veranderd. Ik heb een belangrijk deel van mijn karakter gebouwd op een trauma waarvan ik niet wist dat ik het had. Die hele topsportersmentaliteit, het niet zeuren, de maakbare wereld; ik was hard voor mezelf en waarschijnlijk ook voor anderen. Daar ben ik wel iets van teruggekomen. Ik mag nu bang zijn van mezelf, ik mag te pas en te onpas verdrietig zijn, ik mag nu ook wijs zijn en zacht voor mezelf. ‘Ik was 9 en ik was gewoon bang’, zegt ze en ze laat haar tranen de vrije loop. Haar ogen zijn lichtblauw en helder, de ogen van een kind, niet van een vrouw van 60. Sati Dielemans
voerd en op puinhopen gestort. Ter hoogte van het tunneltje van de Uilenburgersteeg stapte een vrouwelijke agent het fietspad op en stak een kekke witte handschoen omhoog. Wilt u even stoppen? Ik remde. U heef geen licht op uw fets. In het Wegenverkeersreglement staat dat u vanaf een half uur na zonsondergang licht dient te voeren op uw rijwiel en ik constateer dat U daar niet aan voldoet. Heef u daar iets op te zeggen?
Nee, zei ik. Ze had gelijk. Kunt u zich legitimeren?
Ja zei ik.
Goed, zei ze slagvaardig, daar komen we dan straks op. Eerst uw rijwiel. Wat voor merk fiets heeft u? Ja wat voor merk fiets heb ik eigenlijk. Ik had daar even geen antwoord op. Moet je iets wat je zelf maakt ook nog een naam geven? Dat was nooit bij me opgekomen. Stel je voor dat het in de wet zou staan. Dat als je iets maakt, je het binnen drie dagen moet registreren bij het loket Vervaardigingen: “Kinder-toilet-brilhechthout - 24 x 38 cm - gereed en in gebruik genomen dd.” enzovoorts. Wat is het merk van uw fiets? vroeg ze nu streng. Daadkrachtig maar correct - zó moest het. Het bonnenboekje lag in haar
linkerhand, in de rechter hield ze de pen paraat; een mooie stille choreografe van witte handschoenvingers.
Het is een eigenbouw, hoorde ik mijn mond zeggen, eigenbouw. Ze aarzelde. Dat merk ken ik niet. Nooit van gehoord. Wilt u dat even spellen? Ja hoor, zei ik zo neutraal mogelijk: e .... E - herhaalde ze, terwijl ze schreef i ....I g ....G e ....E n ....N b ....B
bij de B stapte een brigadier tussen de bomen vandaan. Gaat u nou maar door, zei hij bars, en gaf me nog een duwtje ook. Ik liet me dat geen twee keer zeggen en sprong op de pedalen. Achter mij hoorde ik nog zijn docentenstem brommen en het geluid van scheurend papier. Nooit mee iets van gehoord. Maar die Bijenkorf was 40 euro. John ter Marsch
Vluchten kan niet meer

Machteloosheid is misschien wel de grootste voeding van cynisme. Als je het gevoel hebt dat iets te groot, te veel of te moeilijk is, haak je al gauw af. Dat gebeurde velen van ons bij het zien van wéér een boot op weg naar de Italiaanse kust vorig jaar. En toen moest de grote stroom nog komen.
Afgelopen zomer was ik op Chios en vond ‘s ochtends op het strand de kapotte rubberboten van de vluchtelingen naast de strandstoelen van de badgasten.
En inderdaad: al dat overspoelen met nieuws had ook mij onverschillig gemaakt. Het probleem dat zo groot en zo allesomvattend is doet je niet ingrijpen, maar doet je naar een biertje grijpen. Jezelf ervan overtuigen dat je in je eentje echt niets kan doen.
Tot ik weer op Hans Rosling stuitte. Voor wie hem niet kent: kijk naar zijn voordrachten op www.TED.com. Hij is de enige mens ter wereld die je in je stoel doet wippen vanwege statistiek. Zijn ontdekkingen werpen je hele wereldbeeld omver en ondertussen lach je je dood. Hij is een visionair. Niet zomaar, maar omdat hij werkelijk álles onderzoekt en alles terugbrengt tot zijn werkelijke proporties. Hij had op YouTube dit flmpje gezet: youtube.com/ watch?v=0_QrIapiNOw. Ja, het is ingewikkeld om het in te toetsen maar doe even! (De link staat ook op www. opnieuw.nu)
Hoe groot en dreigend het allemaal op het nieuws lijkt, Rosling maakt een groot probleem weer overzichtelijk. En een overzichtelijk probleem vraagt een overzichtelijke oplossing.
Oplossen op microniveau
Naar aanleiding van wat hij uitlegt bedacht ik mij: als je het nou niet probeert op te lossen op Europees niveau, maar op microniveau? Als volgt:
Er zijn 246.000 straten in Nederland. Als elke straat in Nederland één vluchteling zou opnemen…
Dan was het probleem toch opgelost? Raar idee? Misschien… Maar… Waarom niet? Stel je voor 30 mensen in een straat storten een jaar lang iedere maand
een klein bedrag, er wordt een woonplek gezocht in de buurt. En we nodigen een Syrische familie uit om er te komen wonen. En we helpen de familie bij het leren van Nederlands, vinden van werk, en nodigen ze tenminste twee keer uit om te komen eten.
Tegen die tijd (red: welke tijd?) hebben ze 60 keer met Nederlanders om de tafel gezeten. Dat is iedere week een keer buiten de deur eten en mensen leren kennen, voor hen. Zou je dat niet zien als een geschenk uit de hemel, als je zelf op de vlucht zou zijn?
De politiek hamert erop dat steden meer moeten doen, dus het lijkt politiek gedragen. Zou dat niet kunnen slagen? Dat zou namelijk ook betekenen dat je geen gettovorming zou creëren, geen nieuwe onderklasse en dat wij met z’n allen min of meer eigenhandig dit probleem kunnen aanpakken. Ja, het is idealistisch en ingewikkeld, maar het probleem is er en het gaat niet vanzelf weg.
En weet je wat zo leuk is?
We hebben ondertussen 50 mensen gevonden in onze buurt die meedoen. Er zijn ook verschillende andere buurten die dit zijn gaan proberen. En ja, we zijn rechttoe rechtaan in de ambtelijke onmogelijkheden terecht gekomen, we hebben haatmails gekregen, en we zijn uitgelachen. Maar ondertussen hebben zich ook mensen gemeld die op hun handen zitten geen optie vinden. En zijn er mensen uit de politiek en ambtenarij die zich inzetten voor het welslagen van het plan.
Of het lukt?
Ik zou het niet weten, maar als het lukt, lukt het in één van Amsterdams oudste wijken. Hiero.
Als iemand een woonplek voor een Syrische familie weet hier in de buurt, laat het ons weten via de redactie van OpNieuw (redactie@opnieuw.nu).
En lees het geweldige boek van Rodaan Al Galidi “Hoe ik talent voor het leven kreeg” (te leen in de OBA). Marc Krone






Thérèse Cornips - 1926-2016
Als iemand vijfig jaar van zijn leven vertaler is, en dan, zeg van ieder jaar, zo’n driehonderd dagen werkt, en wanneer zo iemand dan, stel je voor, iedere dag ongeveer vijfhonderd woorden vertaalt, nee vast niet meer, omdat de vertaler consciëntieus is en ook omdat het dikwijls van die onmogelijke lange zinnen zijn, dan heef zo’n vertaler in haar of zijn leven toch al gauw, ongeveer vijfig jaar keer driehonderd dagen keer vijfonderd woorden, dat is pak hem beet zeven miljoen vijfonderdduizend woorden vertaald. Ik denk aan Thérèse Cornips. Hoe meer ik over haar lees, hoe meer zij mij versteld doet staan. Thérèse vertaalde boeken uit het Frans, Duits en Engels.
Zij had een huis aan de Sint Antoniesluis en zij heef een heel eigen leven geleid, en ook een lang leven. Met dat huis zal zij vast heel blij zijn geweest, want in een interview uit 1999, door Robert Dulmers, dat plaatsvond vlak voordat Thérèse Cornips voor haar fenomenale vertaalwerken de Martinus Nijhoff prijs ontving, lees ik: ‘Thérèse zit noodgedwongen in Belgie en ervaart dit als een ballingschap. “Ik ben slachtofer van de woningnood in Amsterdam. (…) De stad Amsterdam is natuurlijk een cultureel centrum in de wereld, maar een beetje vertaler een fatsoenlijk huis aanbieden zit er niet in.
Valse Sinterklazen zijn dat.” Zij spreekt hier met bitterheid over.’
Niet veel later verhuisde Thérèse Cornips naar de Nieuwmarktbuurt, in haar leven waren hier aardig wat verhuizingen aan vooraf gegaan.
Over Thérèse Cornips’ leven, net als bij Rembrandt en Spinoza ook buurtgenoten, kwam ik van alles aan de weet nadat zij er niet meer was. Mensen spraken over haar en ik kreeg mooie tekeningen te zien die zij als jong meisje maakte.
Iemand sprak over haar zwemmedailles. Thérèse was heel atletisch gebouwd en zij won in haar jonge jaren met haar compacte, goed gebouwde en pezige lijf dan ook alle zwemwedstrijden. Zij bleef jarenlang zwemkampioen en redde in de tijd dat zij in Groet woonde en vaak in de Noordzee zwom ook meerder drenkelingen het leven. Een kennis die ooit in Belgie in Thérèse’s huis had geklust, vertelde me vorige week hoe hij bij haar thuis altijd zelfgemaakte overheerlijke pasteien at, met wilde kruiden erin uit haar tuin.
Een buurvrouw wist te vertellen dat zij vroeger als klein kind, thuis bij Térèse en dichter Chris van Geel in Groet had gelogeerd, en hoe sterk hun sfeer, en ook de inrichting van hun beider woning, een levenslange inspiratiebron was gebleven. Térèse
had dan ook een speciale band met kinderen en zij was enorm lief. En toch, hangt rondom haar recente heengaan zo’n grote vrede niet.
Guus Middag schreef een boek over haar leven. Het verscheen in de ik vorm, zodat het lijkt alsof Térèse zelf aan het woord is. Dat is niet zo, en hier wringt volgens mij dan ook een schoen of twee. Het boek is wel prachtig. Het heet: Met een bevroren jas en een geleend tientje en is uitgegeven bij Van Oorschot Amsterdam. ISBN 978-90286033-7.
Maar ooit komt er vast een echte biografe over het leven van deze Grande Dame.
Zodra je haar vertalingen leest, besef je dat zij een standbeeld verdient, zo grandioos heeft deze vrouw andere tijden, culturen, gewoontes dichterbij Nederland gebracht.
Térèse Cornips die ooit haar ouderlijk huis midden in de winter is ontvlucht, ging vlak na de oorlog in Amsterdam psychologie studeren. Zij werd tijdens haar studie – en dit was wederzijds – verliefd op de jonge Nico Frijda en ging gezellig met hem samenwonen aan de Amstel. Dat vond haar moeder echt niet goed, dus die kwam naar Amsterdam en joeg de twee geliefden voorgoed uit elkaar.
Een aantal jaren later woonde zij in Groet samen met de dichter Chris van Geel. Toen deze verhouding ook op de klippen liep, vroeg Thérèse hulp aan Roland Holst, ‘de aardigste man uit Bergen’. Deze dichter kende veel uitgevers en hij gaf haar een klein boekje om te vertalen, waardoor zij tenminste een beetje geld kon verdienen. Zo begon het vertalen. In de jaren die volgden vertaalde Thérèse teveel om hier allemaal op te noemen, onder anderen van Goethe: Het lijden van de jonge Werther, Van Herman Hesse: Rosshelder, van Truman Capote: In Koelen bloede, van Jules Renard: Peenhaar. Halverwege de jaren zeventig begon zij het werk van Marcel Proust te vertalen en nadien heeft zij bijna uitsluitend de boeken van deze laatste schrijver vertaald. Veertig jaar met Proust. Stel je voor. Op zoek naar de verloren tijd, en dan al die onmogelijke lange zinnen van deze monsieur! Ik zie het voor me. De dagenlange worstelingen met één zin, het jarenlang zwoegen en ploeteren met de oneindige mogelijkheden van de taal. Het doorzettingsvermogen van deze vrouw, het perfectionisme ... duizelingwekkend.
Het beroep van vertaler is een nederig beroep; behalve dat het nauwelijks verdient, wordt de naam van een vertaler snel vergeten en als het boek niet verkoopt, krijgt de vertaler meestal de schuld. Wanneer iemand daar dan toch vijfig jaar lang mee door kan gaan, dan moet zo iemand zichzelf goed kunnen wegcijferen. Térèse Cornips deed dit volgens mij als geen ander. Zodra je haar vertalingen leest, besef je dat


zij een standbeeld verdient, zo grandioos heeft deze vrouw andere tijden, culturen, gewoontes, sferen en denkwijzen dichterbij Nederland gebracht.
Een mooi klein standbeeldje in Amsterdam in de buurt van het Pintohuis, waar zij vlak achter woonde.
Over schraalheid, omdat vertalers maar 1 of 2 cent per woord verdienden, had Térèse zelf een aardig boekje kunnen opendoen. Ik denk aan alle oplossingen in het dagelijks leven en aan de vindingrijkheid van mensen, omdat men nu eenmaal wil overleven. In een zekere periode heeft bij Cornips thuis de kachel niet kunnen branden, zodat zij urenlang de warme douche aanzette. De warme stoom deed zijn werk, en het behang in haar huisje kwam op een bijzondere wijze los van de muur, iets wat een zeldzaam fraai efect sorteerde.
Ook in de tijd dat Thérèse nog met Chris van Geel in Groet woonde, moesten zij beiden van vijf ig gulden in de week rondkomen. Térèse ging dan dikwijls de duinen in, om daar paddestoelen of bessen zoeken, maar dan moet je toch ook de sjoege hebben om niet de verkeerde paddestoelen of bessen mee naar huis te nemen. Ook dat talent had Térèse kennelijk. Zij kon leven van de wind. Leven van wind en woorden zou de titel kunnen zijn voor de biografie over het leven van deze vrouw.Térèse Cornips overleed 4 maart 2016. Zij is bijna 90 jaar geworden. Martijn van der Molen
Gedachtegangen
Maarten Henket
Boven, onder en dwars door de tastbare Nieuwmarktbuurt loopt een onafzienbaar netwerk van gedachtegangen. Soms valt er een samen met een bestaande straat, steeg of gracht. Mij overkomt dat af en toe met de Kleersloot: ik wandel daar dan in gedachten, op weg naar dat kraakpand waar ooit zo lekker gekookt werd. Maar gedachtegangen zijn niet gebonden aan gemeentelijke stratenpatronen, rooilijnen en verbodsbepalingen. Je gaat in gedachten net zo makkelijk door muren heen als tegen het verkeer in. Ook tijd, leefijd en fysieke vermogens stellen geen grenzen aan de mogelijkheden; je kunt immers je gedachten de vrije loop laten waar en wanneer je maar wilt. En tenslotte: hoe druk het ook is in de buurt, gedachten hebben daar geen last van: ze vinden moeiteloos en zonder zelf iemand te storen hun weg. Het zou iemand die daar gevoelig voor is kunnen gaan duizelen bij de gedachte dat dit netwerk niet alleen buitengewoon wijdvertakt is, maar ook steeds wisselt, ja zelfs op een en hetzelfde moment talloze verschillende gedaanten kan hebben. Iedereen heef immers zijn eigen gedachtegangen. Sterker nog, zelfs als twee mensen toevallig eens op een bepaald moment dezelfde gedachtegang bewandelen, hoeven ze elkaar niet eens tegen te komen.
Wie zijn gedachten de vrije loop laat hoef zich niet te beperken tot zijn eigen hoogstpersoonlijke dromen, fantasieën en herinneringen, maar kan ook speculeren over andermans gedachten. Immers, aan elk gebouw, plein, stratenplan of wat dan ook ligt een gedachtegang ten grondslag. Wat zou architect Van der Mey bezield hebben toen hij de Bantammerbrug ontwierp? Waarom zouden die tafels op de Nieuwmarkt scheef staan? Leuk om over na te denken. Je kunt het waarschijnlijk ook wel opzoeken op internet, maar wat is daar nu aan?
Boekhandelaar Schimmelpennink op de Weteringschans heef als motto: ‘Als af & toe de dag wat somber oogt, is er altijd nog … ‘. Een mooi, troostrijk gedachtegangetje, waarmee overigens niet bedoeld wordt dat blije dagen zich niet lenen voor een bezoek aan de boekwinkel. Gewoon, af en toe naar de boekwinkel – goed voor de geestelijke gezondheid en bovendien aangenaam. Net als af en toe, al of niet geïnspireerd door een boek, al of niet op een sombere dag, de gedachten de vrije loop laten, je begeven in de verrassende wereld der gedachtegangen. Je hebt er geen virtual reality bril voor nodig, ook geen andere elektronica, helemaal niks, je kunt gewoon gaan wanneer je wilt.
Tekening Marijke Groeneveld

In een verlaten schoolgebouw zit ik hier tussen de dozen ernstig nostalgisch te wezen. De honderden dozen staan klaar om naar een nieuw
een prachtig nieuw onderkomen.
deze school in West. Maar bracht tussen dezelfde muren, op hetzelfde directeur.
nieuwbouwwoning op het Pentagon. Uiteraard probeerde de vader, wilde per se terug naar drie hoog achter.
gehouden.
zou worden. De gemeente bood hem, voor een jaar, een hotel aan. Geen weet ik nog.
Een dag uit het leven van centje* jongere.
Zaterdag:
3 uur: Brak wakker worden van
brunch in Café de jaren.
de Nieuwe Hoogstraat. Klagen over al die nieuwe nutellawinkels overal.
5 uur: Langs de groenteboer voor wat boodschappen voor het moedertje; ook meteen een rondje lopen over de zaterdagmarkt.
toeristen en zeiken over toeristen.
6 uur: Gluren naar de buren op de Recht Boomssloot.
7 uur: Eten met het moedertje met de deuren open.
Half 9: Afspreken in Cappie*.
Half 10: Door naar Fonteyn.
de Richel, snel door naar Dolly voordat je 6 EURO moet betalen.
Dolly om gratis binnen te komen door naar de Bloemenbar.
Half 4: Moe, naar huisje toe. Maar
Afgevoerd en nooit meer teruggekomen.
Ver huizing over een jaar staan hier en daar best wel gek
we hebben gelachen, gehuild voetbalplaatjes geruild
wat een gek idee maar hier om de hoek wacht de zoete koek en de herinneringen nemen we allemaal met ons mee
dag gymzaal met de touwen dag liefde en vertrouwen dag kraantje dat zo lekt dag beeld van respect dag kapotte muren
met steeds weer nieuwe dromen gevallen en weer opgestaan
we zullen de slopers sturen Jorge Bolle
*centje= centrum van Amsterdam
*Cappie= Captein & Co Fay en Veere Wie de aarde had
speelden we het huis dat we niet hadden Een rotsblok als tafel
uitzicht op zilvergroene struiken vol paarsblauwe bloemetjes tot aan de koude rivier in het dal gesmolten sneeuw, ons bad daarna opdrogen in de zon oplichtend wit op de bergketen
We waren nergens bang voor
Tot het donker ook de muren van dit huis brak Sati
Bakkum
Weet je nog: brandnetels en kleefkruid
Met harnassen van verbeelding
Als het plakplantje aan je trui bleef hangen
Was je dood. Of door iemand op het lichaam geraakt
Weet je nog: schaafwonden op vakantiedagen
Wolven en draken
Slimme moeders trokken ons niet alleen vieze
Maar ook oude kleren aan
Weet je nog: vuren en verboden hutten
Door het bos sjouwen om te stapelen en te stoken
Of iets te bouwen waarin we konden wonen
Dan hoefde we nooit meer terug naar school
Als iemand woutduiven riep, met rode ogen
Renden we meestal allemaal onnodig weg
Weet iemand nog:
Dat’ie alles wat’ie wilde worden
Een kartonnen doos
En elke roltrap een attractie
ik vervuld van dwangmatig genieten grofgeschoren geschrokken van onherbergzaam evenwicht harde woorden zetten aan tot langzaam denken graven wil ik graven in wolken van ongestelde vragen slapen wil ik ver-slapen wil ik
over de zomer: natte lippen kust de wolken voor de zon ik ben het
in je cola
beboste bergtoppen maar het zou kunnen dat ik me vergis ik chill op de toppen
voorovergebogen schaamluis
liggend in het zwartgeblakerd gras
ik voel me de zons-op en de ondergang
Ik ben ondergekotste haren hangend boven je wc
een de onverstaanbare dialoog tussen de heuvels en een niemand dalletje ik ben
een deur die zachtjes
ik voel me weerloos en zonder woorden
Oorlog
Waarom kunnen we niet meer over de goede dingen praten
En dan gaan we elkaar haten
Dan beginnen de oorlogen
Daarna komen de tranen
Maar nu is het te laat
En jaren later wordt het weer herhaald
Elfjes van Hea
Onder
en tussen rimpels schuil
De geur van geld doet het fatsoen van de mensen vluchten
ik voel me een zonnebril in het donker ben ik de schaduw van de zon?
ik ben de de aansteker
je sigaret op steekt ik voel me de rook in je hongerige longen ik voel me de zachte streling van ik voel me de Champagne van druiven op zonnige heuvels gegroeid
ik voel me de zwaluwen op het telefoondraad
Rose Brouwer





B erichten uit de tekenklas 3
is net gevallen en wil een pleister, of laat het gat zien waar net een tand uit is, of een ander vertelt dat ie over twee daagjes jarig is. Soms is er een knuffel mee die nagetekend wil worden. Juul komt met een papiertje. Of we even willen afvinken.
na de les, ik heb hem goed bewaard. Een week later







Naar aanleiding van een
plaatste in het maartnummer zond Jeannette Kok het onderstaande gedicht op.
Hoewel uit 1834 is het nu nog goed leesbaar. Al komt het gebruik van leestekens, hoofdletters en het gebruik van dubbele klinkers naar hedendaagse maatstaven wat merkwaardig over. Het verhaal in dichtvorm geeft een aardig beeld
gebeurtenissen plaatsvonden.

D e G eestverschijningen op de O ude S chans
Opgetekend uit de Almanak voor Blijgeestigen (1834) (Amsterdam, October 1833)
Waarheen, o Amstels burgerij!
Zoo onvermoeid en vlug?
Waarheen, met vrouwen aan uw zij’, Met kind’ren op den rug?
Waarheen toch snelt ge in digten drom, Al zijn de kermisweken om, En ’t pronkfeest der December nachten, Sint Nicolaas, nog ver te wachten?
‘k Zie groot en klein, en arm en rijk, In ongedwongen togt
Zich spoeden naar een verre wijk, Bij avond schaarsch bezocht.
Heeft daar de maan een donkre rand?
Wordt daar gehangen? is er brand? Of wordt er vuurwerk afgestoken? Of komen -- -- Ja, daar komen spoken! 12**
Daar komen ’s avonds op de gracht
Gedaanten wit en lang, En blijven daar tot in den nacht en maken kindren bang.
Zij komen, en zij gaan weer heen, En loopen zonder vleesch en been; En schoon zij zwerven langs de straten, Zij hebben hoofd noch ledematen.
Wie graag van de oudheid, zoo vermaard, De wondren had bespeurd, Toen geesten zwierven op onze aard’ Nu komt aan ons de beurt.
Heeft Hamlet eens één schim gezien, ‘k Zag meer dan hij, ik zag er tien, Ik zag hen voor mijn oog verschijnen, En ras weer in het niet verdwijnen.
Komt, Amstels burgers, die voortaan Wilt zien een heksendans; Wat zoudt gij naar de Bloksberg gaan?
Gaat slechts naar de Oude Schans, Daar zweven zij thans keer op keer, Voor ’t ijzer pakhuis heen en weêr; En gaan zich spieglen in de baren, Als of het jonge nimfen waren.
Wat volk vereent zich op de gracht Die ’t zeldzaam schouwspel schonk; De jeugd verdringt het rijp geslacht, Geen Besje blijft bij honk.
Daar de loopt de minnaar met zijn lief; En in die volkshoop loert de dief, Die ’t geen in zakken is van andren Voor hen in schimmen doen verand’ren.
Daar stalt de man die zuur verkoopt, Augurk en eij’ren uit, En, wie met peer en appel loopt, Staat daar nu met zijn fruit; Ginds tapt men wijn en geestrijk nat; En wien ‘t, bij ’t zwerven door de stad, Bij dag aan nering had ontbroken, Vindt ’s avonds aftrek bij de spoken.
Er zijn er, die bij ’t vreemd geval Nog ongeloovig staan; Wij zeggen, zijn de menschen mal? Wij zien geen schimmen gaan. O neen, zoo spreekt een looze gast, De conferentie spookt daar vast, Of Spanjes Koning komt hier dwalen En kijken hoe zijn fondsen dalen. 12***
Maar ’t grootst getal daar heen gesneld, Waant dat de geestenschaar Wordt door een kunstglas voorgesteld, Onzeker hoe en waar.
Door menigeen wordt nagedacht, Wie ’t zinsbedrog te voorschijn bragt; En lang beraadslaagd uit wat ramen De schijnsels van de spoken kwamen.
Men roemt hem die verborgen woont, Den man, in kunde groot, Die al die schimmen daaglijks toont, ’t Zij Christen, Turk of Jood. Die ’t optisch spel verzonnen heeft, En vrij entree bij ’t spelen geeft; Men roemt hem, de Oude schans bewoner, Die ’t volk vermaakt als spookvertooner.
’t Had vrij wat dagen reeds geduurd, ’t Kwam meer en meer in zwang, Om ’s avonds in de stille buurt
Te loopen in ’t gedrang.
Toen ’t geen in d' aanvang niemand zag, ’t Geheim kwam brengen aan den dag; ’t Was dat, waar schimmen zich bevonden Ook wit gekleede menschen stonden.
Toen bleek dat het spookgezigt
Dat ieder bragt op straat, Kwam door de werking van het licht Op ’t vrouwelijk gewaad.
’t Liet in dien altoos donkren hoek, De lichte kleur van kleed en doek Alleen aan d’ overkant aanschouwen, En maakte schimmen van de vrouwen.
’t Rust alles weer in Amstels wal; Maar, als men ’t wel beziet, Gelukkig in dit spookgeval
In Spanje niet geschied.
Daar had men iemand op die gracht, Gewis van tooverij verdacht; En liet hem op de houtmijt blaken, Om aan ’t spook een eind te maken.
En daarom streelt die klucht mijn geest, Want zij verzekert mij,
Dat niemand hier meer spoken vreest
Van bang vooroordeel vrij.
Dat ieder weet, schoon ’t anders schijn’ Dat schimmen hersenschimmen zijn.
En spoken, wat ze ook ooit bedrijven, Slechts door verbeelding spoken blijven. J. v. O. Bruyn.
Psychiatrische invloeden
Een aantal weken geleden werd ik gebeld door iemand die zei dat haar verhuurder haar van de woning wilde hebben en haar daarom aan het wegpesten was. Hij woonde boven haar en had vaak luide muziek. Hij had een sleutel van haar woning en ze zei dat hij er een apparaatje verborgen had, dat tonen uitstootte die haar nachtrust verstoorden. Maar ze wist niet waar dat apparaatje verborgen was. Ik zei dat ze dan iemand moest inhuren om het op te sporen en weg te laten halen. Ze wist niemand en ik kon ook alleen maar zeggen dat ze een bedrijf moest opgoogelen. Maar de verhuurder beheerste haar computer, zei ze, zodat ze een dergelijk bedrijf niet kon vinden, en ze vroeg of ik dat niet wilde doen. Ik zei dat ze naar een bibliotheek moest gaan. Maar dat zou niet helpen, omdat haar verhuurder deel was van, wat ze noemde, de georganiseerde misdaad. Iemand zou haar achtervolgen en de computer op de bibliotheek zou daardoor ook niet goed werken. Mij leek een langdurige vakantie, ver van die verhuurder, erg nuttig. Maar ook dan meende ze dat ze achtervolgd zou blijven. Mijn opmerking dat ook de georganiseerde misdaad zulke dingen niet deed, omdat het veel te duur was en te weinig opleverde, maakte geen indruk.
Deze vrouw leefde in een nachtmerrie die al drie jaar had geduurd en uiteindelijk kon ik haar alleen maar zeggen dat ze geen zaak had. Psychiatrische problematiek versterkt een zaak niet. Maar dat betekent niet dat er geen zaak is. Juist mensen met zulke problemen worden vaak slecht behandeld, en hebben terecht zaken. Maar die zijn juist door die problemen moeilijk te beoordelen. Gelukkig is de psychiatrische invloed zelden zo sterk als in het voorgaande voorbeeld. Wat betrekkelijk veel voorkomt is het zogenaamde ‘verzamelen’: mensen halen dan heel veel spullen de woning binnen. Onlangs had ik een geval waarin ontruiming werd gevorderd, omdat de huurster te veel boeken zou hebben, opgeborgen in dozen, die op elkaar stonden, zodanig dat het plafond van de verdieping eronder doorboog. Het werd een procedure en met de rechter zijn we op de woning geweest. Er stonden inderdaad veel dozen met boeken. Maar een doorzakkend plafond was niet te zien. De advocaat van de verhuurder merkte nog op dat de woning er wel heel slordig uitzag. “Daar ga ik niet over,” antwoordde de rech-

ter, enigszins bits. De vordering is afgewezen.
Zulk verzamelen is een ontwikkeling waarvan het beginstadium veel voorkomt en onschuldig is, omdat er geen noodzaak bestaat dat de ontwikkeling doorloopt. Het eindstadium is bereikt als vuilniszakken van straat worden binnengehaald, Onlangs werd iemand daarvan beschuldigd. De woning zou stinken en vochtig zijn geworden; kozijnen waren gaan rotten, stucwerk viel van de muren en er waren muizen. Ik kende die huurder al een aantal jaar, en het ging inderdaad niet meer zo goed met hem.
In het recht moet er altijd een bepaalde objectiviteit zijn: plafonds moeten doorbuigen, over muizen moeten klachten zijn en rotte plekken in raamkozijnen moeten met het binnenhalen van spullen te verbinden zijn.
het recht moet er altijd een bepaalde objectiviteit zijn: plafonds moeten doorbuigen, over muizen moeten klachten zijn en rotte plekken in raamkozijnen moeten met het binnenhalen van spullen te verbinden zijn. Zolang de aandoening niet te ernstig is, vallen de juridische gevolgen daardoor wel mee. Dat is zoals in het gewone leven. Mensen kunnen best wel hun dingen blijven doen: werk of vrijwilligerswerk, ook al maken ze af en toe een gekke indruk. De achtergrond van de laatste twee voorbeelden was ook geen bezorgdheid voor de woningen en zeker niet voor de bewoners, die alleen maar ontruimd moesten worden. De achtergrond was dat beide huurders voor een paar honderd euro in de maand fraaie en grote grachtenwoningen hadden, die ook een paar duizend euro per maand zouden kunnen opbrengen.
Maar ik kende ook de woning en het vocht was het gevolg van forse lekkages door het dak en de gevel. Hij haalde geen afval binnen en er waren geen klachten van buren over muizen. De zaak is nu bij de rechtbank, maar ook deze vordering tot ontruiming zal wel worden afgewezen.
Mensen met psychiatrische aandoeningen raken het zicht op de werkelijkheid kwijt, waardoor het moeilijk wordt om te achterhalen wat er aan de hand is, Maar in
Ook al is er juridisch weinig aan de hand, uit de beschuldigingen komt wel naar voren hoe bepaalde ontwikkelingen pathologisch kunnen worden, en beschuldigingen moet men serieus nemen. Daarbij is het problematisch dat psychiatrische aandoeningen onbespreekbaar plegen te zijn. Wie daarover begint, maakt snel dingen stuk in de onderlinge verhouding en de verdere omgang wordt dan moeilijk of zelfs onmogelijk. In het eerste voorbeeld ontstond zo het efect van de olifant in de porseleinkast. Dat is als in het gewone leven. Als mensen geen familie of goede vrienden zijn, ken je ze te slecht en dan ben je geen deskundige en niet bevoegd. Er ontstaat een gevoel van machteloosheid, niet alleen omdat de zaak niet meer goed beoordeeld kan worden, maar ook omdat de onbespreekbaarheid de eenzaamheid uitdrukt die met deze aandoeningen gepaard gaat. Maar ondanks die onbespreekbaarheid en hoewel er niets aan de hand hoef te zijn, maakt het recht psychische moeilijkheden toch zichtbaar als in een soort “Reinkultur”. Er lijkt een evenwichtskoord te zijn waarop men, bijvoorbeeld om ontruimingen of nachtmerries te vermijden, maar beter niet te veel moet uitwijken of afwijken. En dan is een Reinkultur weliswaar niet het echte leven, maar het heef exemplarische waarde. En bovendien zou het best kunnen dat dat evenwichtskoord het klassieke ideaal van de gulden middenweg uitdrukt, omdat de deugden waar het gulden midden betrekking op heef, ook de geestelijke gezondheid omvatten.
Peter Commandeur
Peter Commandeur • Woonspreekuur De Boomspiker • Rechtboomssloot 52
Woensdagmiddag van 2 tot 5 en ‘s avonds van 7 tot 8.
Aprilfeesten 2016
Elk jaar kijkt een groot deel van het centrum van Amsterdam uit naar de Aprilfeesten. Een jaarlijks feest op de Nieuwmarkt waar bekende en upcoming bandjes optreden en oude kennissen elkaar weer tegenkomen. Dit jaar ook. Of toch niet? Er leek iets te zijn veranderd aan de sfeer van de Aprilfeesten. Misschien was het de drukte of de verhoogde prijs van het bier, of misschien waren het de hekken die zo lelijk om het plein heen stonden. Hoe dan ook was het dit jaar anders dan de voorgaande jaren. Hoe komt het nou dat dit buurtfeest de laatste twee jaar zo’n ander karakter heeft gekregen?
Natuurlijk kan de sfeer niet elk jaar hetzelfde blijven. Een feest als de Aprilfeesten heef geen andere keus dan mee te groeien met Amsterdam. Maar met de nieuwe bierglazen een paar jaar terug kwam bijna een heel nieuw feest.
De grootste verandering is wel het feit dat er sinds twee jaar een Facebook-evenement wordt gemaakt als de Aprilfeesten bijna beginnen. Van een buurtfeest verwacht je geen evenement op Facebook. Mensen uit heel Amsterdam komen op deze manier achter het bestaan van een feest voor de Nieuwmarktbuurt, waardoor het drukker en drukker wordt. Daarnaast worden festivals steeds populairder en een gratis feest in het centrum van Amsterdam komt daarmee bovenaan.
Maar Amsterdam zelf verandert ook. Steeds meer wordt het een stad waarin iedereen elkaar kent of in ieder geval wel bevriend is op Facebook. Het verandert steeds meer in een dorp, of één grote buurt. En dan worden de Aprilfeesten ineens een buurtfeest voor “de buurt Amsterdam”. Er zijn ook steeds meer jongeren, of hangjongeren zoals sommigen ze zouden noemen, die hun plek vinden op de Aprilfeesten. Met de strengere leeftijdsgrens voor alcohol is het voor jongeren onder de 18 moeilijker om de clubs binnen te komen en dan zijn festivals en openbare feesten een goeie tweede optie. Ook wij gingen er vroeger altijd heen omdat we de clubs toch niet inkwamen, en dat kan de reden zijn dat wij persoonlijk de verandering nu zo duidelijk merken. Wij zijn nu wat ouder en hoeven ons daarmee minder druk te maken dat we ergens niet binnenkomen. Dat maakt dat de Aprilfeesten niet meteen de eerste optie zijn als we denken aan een feestje. En omdat de jongeren daar vooral onder de 18 zijn, brengt dat ouder
Van buurtfeest naar stadsfeest
worden ook met zich mee dat wij steeds minder mensen van onze eigen leefijd tegenkomen.
Want dat was juist het leuke aan de Aprilfeesten. Je kwam er altijd iedereen tegen. Maar zoals je vroeger misschien alleen oude buurtgenoten of klasgenoten tegenkwam, kom je nu de hele stad tegen. Maar ja, dat maakt het dus wel heel druk. Van bandjes zien komt het bijna niet meer omdat het zo druk is, je raakt binnen drie seconden ie -
dereen kwijt en een plekje scoren bij Cantina Mobile om je Turkse pizza op te eten kun je wel vergeten.
Ruimtegebrek valt wel op te lossen, simpelweg door het feest te verplaatsen naar een grotere locatie buiten het centrum. Grotere tenten en meer wc’s. Maar is het dan nog wel een buurtfeest van de Nieuwmarkt? Nee, maar dat is het eigenlijk al een paar jaar niet meer.
Veere Snijders en Fay Toxopeus


Joanna Quispel, portretten, pastels en linosnedes Amsterdam, Nieuwmarkt 1982, pastel
Foto's Sjaak van der Leden

Aprilfeesten doet warm aan. Ik kwam er al van
Kloveniersburgwal, zo naar de
kan me nog goed herinneren hoe ik met grote ogen naar het mini-reuzenrad keek, waarin twee meisjes van rond de twinzoenen. Wat was er veel te zien. Ooit zou ik er zelf naartoe gaan mét vrienden, dat wist ik zeker. nadat ik werd benaderd op de dansen mét vrienden onder het genot van een biertje en opzwepende muziek. Op een avond als deze, Koningsnacht, heb je behoefte aan gezelligheid en het weerzien van oude bekenden, niet aan grote groepen provinciale dronkenlappen. -
gezellig. Mag ik ooit nog eens terugkomen met míjn kind.
Huiselike sfeer en altid gezellig

vervallen. Dit zal worden opgenomen in het septembernummer.
Kunstenaars in de Nieuwmarktbuurt
Met trots stellen we jullie het nieuwe bestuur van de Open ateliers Nieuwmarkt voor. Elvira Swart, Daan de
hebben er alle vertrouwen in, dat ze een prachtig weekend gaan organiseren. Hieronder treffen jullie de uitnodiging van het nieuwe bestuur aan.

OAN weekend 2016 vindt u hier: -
Daan de Jager, Secretaris
Plantagekoor
Zondag 19 juni 15.15 Zomerconcert
Amadeus o.l.v. Bert ’ t Hart in Engelse
uitgevoerde barok composities, de missa in G van Antonio Caldara en Cantate ‘’Die mit Tränen säen’’ van Johann Ludwig Bach.
Spaanse 19de eeuwse componist Enrique Granados en Five Hebrew Love Songs van de huidige Amerikaanse componist E. Whitacre. De jonge talentvolle violiste Ruña ‘t Hart zal haar medewerking geven aan dit concert.
Rustpunt in de Oude Kerk
‘Rustpunt woensdagavond’ is een nieuwe activiteit van de Oudekerkgemeente. Of liever, geen activiteit, maar een verademing, een gelegenheid om te genieten van het oudste gebouw van de stad. Woensdagavond tussen 19.00 en 21.00 is de kerk open voor wie een kaarsje wil aansteken, een bericht
mensen die je kunt aanspreken om iets te vragen of een diepergaand gesprek aan te vragen. Intussen repeteert vanaf 20.00 het koor van de gemeente, de Sweelinck-
zondagen, oude en nieuwere meerstemmige muziek. Na een uur onen zingt een simpel avondgebed Het initiatief is nog een beetje ruimte, muziek, stilte, en aandacht. langs, Oudekerksplein 13. Ben je enthousiast? Dan nodigen we uit om
openstelling op woensdagavond. Kom langs of contacteer Esther van oudekerk.amsterdam t.a.v. Esther.

Even denken 2016-2
uitdrukkingen voor: Melkkoe
Zwart schaap Een klap van de molen gekregen hebben
Stuur uw bedenksels op naar de redactie; misschien worden ze wel in het volgende nummer geplaatst.
Oplossing Even denken 2016-1
De opdracht luidde: leg de betekenis van ‘Psst’ en ‘Ksst’ zodanig uit,
Keetje Maanhart stuurde ons een diepzinnige oplossing:
te verjagen en psst om kusjes te vragen. Dit komt doordat de Nederlander uitsterven tot gevolg heeft, komt overigens bedrogen uit, want omdat de
gratis. www.plantagekoor.nl; www.ercadam.nl
Pintohuis in de zomer

Zondag 19 juni - Muziekmatinee aanvang 16.15 (deuren open 16.00) entree: 5 euro reserveren: muziekmatinee@huisdepinto.nl
Begeleiding Robert Rook, piano Rugile Daujotaité zingt met name Jazz, maar ook World , Pop, Folk, enrende teksten. Rugile kan niet alleen
elektrische gitaar. Naast jazz zingt ze betoverende, dromerige en mysterieuze oude Litouwse folksongs. Tot 1 juli tentoonstelling van Pavèl van Houten
Toegang gratis
regels nodigt Huis De Pinto kunstenaars die met taal of boeken werken uit om hier een installatie te maken.
deel van het werk van Pavèl van
op het inventariseren en in kaart brengen van alle eerste zinnen uit de boeken uit de ruilbibliotheek.
volgende onderwerpen op ons programma staan: Vanaf 5 juli tot en met 31 augustus een tentoonstelling van Olivia Ettema
voor X&Y van Franca Treur. Franca Treur houdt zelf ter gelegen-
heid hiervan op 6 juli een voordracht (onder voorbehoud).
evenementen bekend. Mochten er
dan kun je die vinden op Facebook en op de www.huisdepinto.nl.
Zaterdag 3 september
Boekenmarkt
Laat je verrassen en kom grasduinen tussen de pareltjes uit de ruilbibliotheek van Huis De Pinto. Het is dé
heeft willen lezen voor een schap-
Maandag 12 september
Pintotonics n+1
met deze keer een duoset door

fonist en clarinetist Tobias Delius. Zondag 18 september
Muziekmatinee
Een gevarieerd muziekprogramma in Huis De Pinto. Welke verrassende ter perse gaan van dit nummer nog
In de zomermaanden is Huis De Pinto gewoon open Iedereen is welkom in de leeszaal, in de ruilbibliotheek en op de sfeervolle binnenplaats. Met gratis WiFi plek om af te spreken of even de hectiek van de stad te ontvluchten.
Tiende Geveltuinendag
Het was prachtig weer op zaterdag, 7 mei, tevens een jubileum voor de Geveltuinendag. De de bezoekers en kraamhouders.
ook eens een poosje vertoeven op het knusse J.W. Siebbeleshof, op een bankje zitten met een kopje eigengemaakte soep, een gebakje of om een praatje met de buren te maken over planten, bloemen en geveltuinen. De dag werd opgeluisterd door een paar geweldige muziekoptredens, met als hoogtepunt een performance van Transsylvanische Romadans door Linda Coenen en Waldo Kloor.

Pavèl van Houten
Tid van Leven
“Op een broeierige vrijdagmiddag in juni 2015 slenter ik richting Krom Boomssloot voor een weerzien met ‘de fabriek’, zoals wij thuis de koffiebranderij altijd hebben genoemd. Ik ben er vijftig jaar niet meer geweest. Om het nog even uit te stellen pak ik in café ‘t Tuinfeest, hoek Recht Boomssloot/Geldersekade, een koel biertje. Ik ben de enige bezoeker. Loeiharde muziek knettert vanuit het café naar buiten. Niet echt ‘mijn nummers’. Maar dan, ik denk bij het vierde nummer, schiet ik in de lach. Chubby Checker met zijn ‘Let’s twist again’. Nu weet ik het zeker. Mijn vader volgt mij vanaf zijn wolkje daarboven en stuurt mij letterlijk naar de fabriek. Want… rond 1962 leert de zoon van de brander Hein den Ouden, Keesie, mij op dat nummer twisten. ‘Je doet net alsof je een peuk uit-

drukt met je voet en verder schud je wat met je heupen en armen.’ Zoiets herinner ik me. Hoe is het mogelijk dat ik dat nummer uit de
Kinderen in de Boomsspiker
heleboel voor kinderen te doen is, is
Maar een Huis van de Buurt is natuur-den.
Als grote mensen zitten te wachten
drinken na de yoga, komen vergaderen of staan te koken voor de buurtsoep, rennen er kinderen rond in balletpakjes, lopen met hun pas gemaakte kunstwerk door de gang, spelen achter op de binnenplaats of
komen hun boterham opeten tussen de middag.
Daarom een schets van wat er zo al te
docent of contactpersoon Het programma kan per seizoen veranderen, het tel. nummer van de
Dat u het maar weet! En laat de kinderen komen, want zonder hen is er niets aan…
Barbara Wichers Hoeth, docent tekenen en schilderen

Vioollessen (Coetier Rademaker 06-814 029 30; Monique Dowjwillo 06-260 629 82)
Balletlessen (06-820 023 89, www.danzastudio.nl)
Chinese les (06-813 837 70, helciacino@gmail.com)
Wing Tshung Kung Fu ( www.wtaa.nl)
Lego challence werken met gemotoriseerde lego, (Koen van der Veldt 06-117 944 52)
Speel-o-theek speelgoeduitleen (06-435 435 57)
Naschoolse opvang BSO
Tekenen en schilderen (Stichting IJsterk AB & P 06-204 180 10 of 06-204 109 20)
Keramiek (Stichting IJsterk AB & P 06-204 180 10 of 06-204 109 20)
Naaiatelier (Stichting IJsterk AB & P 06-204 180 10 of 06-204 109 20)
oude doos hoor op dit moment in deze buurt op weg naar de fabriek? “ Een fragment uit het boek ‘n Tijd van Leven” van Yvelotte Hennings, dat op 1 mei ten doop wordt gehouden bij de wijnhandel Schottenburgh aan de Krom Boomssloot. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan Ton van Summeren, de voorzitter van de bewonerscommissie van de Branderij. Hennings is de achterkleindochter van Alex Meijer, de naamgever van Koffiebranderij en Teehandel ‘Alex Meijer & Co.’ die van 1901 tot 1971 gevestigd was in ‘De Branderij’ aan de Krom Boomssloot. Vijfig jaar na het overlijden van haar vader Günther, kleinzoon van Alex Meijer, gaat Hennings op zoek naar het verhaal rondom het familiebedrijf Alex Meijer. Bent u geïnteresseerd? Bestel dit door Isabelle Backer vormgegeven boekje (64 blz.; full colour) dan voor € 14,85 excl. verzendkosten via info.tijdvanleven@gmail.com. Er liggen ook exemplaren bij het Joods Historisch Museum, Pantheon en vanzelfsprekend bij wijnhandel Schottenburgh.
Beste redactie
Het liedje ‘Op de Oude Schans, daar heb je de Spokendans, en aan de Overzij, daar lopen de meisjes vrij.’ heef vermoed ik zijn oorsprong in het volgende:
‘In 1833 kreeg de Oudeschans na een gerucht dat er spoken gezien waren de bijnaam spokenkade.’ Bron Wikipedia: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Oudeschans_(Amsterdam)
Wellicht hebben de vrije meisjes aan de overzij iets te maken met de prostitutie op de Wallen, die vanaf Uilenburg gezien aan de overzijde zijn. Maar dat is slechts giswerk.
Blijf vooral de OpNieuw maken! Groet, Misha de Ridder
Boekdoop bij wijnhandel Schottenburgh
Aan de Amsterdamse Wallen

Aan de Amsterdamse Wallen ... hè? Dat waren toch de Amsterdamse gráchten? Dat was mijn eerste gedachte toen ik het boek met deze titel onder ogen kreeg. Het is geschreven door een team van journalisten die in de binnenstad wonen en die bezorgd zijn over de toekomst van het Wallengebied. Met als resultaat een veelzijdig en schitterend geïllustreerd standaardwerk waarin eindelijk eens de ‘andere kant’ van de Wallen uit de doeken wordt gedaan.
De ‘Walletjes’ staan voor alles wat God verboden heeft en wat in Amsterdam toch gebeurt: seks, drugs en rock ‘n roll, aangelengd met een vleugje Leger des Heilshoempapa. Dat beeld, schrijven de auteurs, berust op een momentopname. In het grootste deel van hun zevenhonderdjarig bestaan waren de Wallen het toneel van alledaagse, vrome en voorname besognes. Er waren veel kloosters, burgemeesters en kooplieden hadden er hun woon en handelshuizen. Later zaten er ambachtelijke bedrijfjes en woonden er gewone Amsterdammers. Deze mix van alledaagse, chique en louche activiteiten heeft de buurt een uniek aanzien opgeleverd. Van de grachten, Unescoerfgoed en wel, kan dat niet worden gezegd. Wat veelzijdigheid betreft leggen die het in alle opzichten af tegen de Wallen. Middeleeuwse kerken en woonhuizen? Zoek je tevergeefs aan de grachten, vind je wel aan de Wallen. Hetzelfde geldt voor de bewoners en hun verhalen: yuppen vind je er, maar ook penoze, kleine bedrijfes, gewone gezinnetjes met kinderen. De hele geschiedenis door waren de Wallen een verzamelplek voor alles wat Amsterdam Amsterdam maakt.
Wel staat die kostbare veelzijdigheid nu onder druk van de aanzwellende lawine van dagjesmensen en seks- en drugstoeristen. Die dreigende ‘pretparkisering’ motiveerde de schrijvers om alle aspecten voor het voetlicht te halen die door dit massageweld aan het oog dreigen te worden onttrokken. Het is een strijdbaar boek, maar dan zonder harde woorden. De auteurs voeren
een strijd om erkenning. In een veertigtal hoofdstukken halen ze alle aspecten naar voren die je maar kunt bedenken, zoals het verschil tussen de noordelijke en de zuidelijke Wallen, de erfenis van Amsterdams bloeitijd als wereldhaven, de vraag wat nu het oudste huis is, de bezoeken van de Oranjes door de eeuwen heen (de manlijke en de vrouwelijke om heel verschillende redenen), de verhalen van de gevelstenen. Ook laten de auteurs bijvoorbeeld zien dat de Wallen vroeger en nog steeds een be -
langrijk religieus centrum zijn, ‘van alle gezindten’. Natuurlijk komt Sint-Nicolaas aan de orde, en de drie, vier kerken die aan hem werden gewijd. Inclusief een foto van de Sint die ’s avonds op 5 december een stiekem bezoekje brengt aan een van de hoerensteegjes. Het is een van de vele foto’s van stadsfotograaf Marian van de Veen die, samen met historische afbeeldingen, Aan de Amsterdamse Wallen ook tot een heerlijk kijkboek maken.
Roos Hendriks

Negen kleine musea in Amsterdam
Amsterdam kent een aantal kleine tot piepkleine musea verspreid over de hele stad. Het zin stuk voor stuk verborgen juweeltjes met aparte en interessante collecties. Op het oog vallen ze letterlik in het niet bi de grote musea. Maar wat collectie en presentatie betreft doen zi aan bizonderheid niet onder voor hun ‘volwassen’ familieleden. Zi kenmerken zich door hun beperkte ruimte maar alle met een heel eigen karakter. Veelal opgericht en in leven gehouden door gedreven individuen. Negen kleine musea zin nu beschreven in een handzaam, passend klein boekje met een voorwoord van Ilona Verhoeven, schriver, journalist en beeldend kunstenaar, die liever niet spreekt van kleine musea maar over de overweldigende en bizondere musea van Amsterdam. Want om Multatuli aan te halen: “van de maan af gezien, zin we allen even groot.”
Het eerste exemplaar werd tidens Museum om de Hoek, een bieenkomst over buurtmusea, in Pakhuis de Zwiger op 26 januari jl. aangeboden aan Paul Spies, nog net in zin hoedanigheid als
directeur van het Amsterdam Museum.
Het mooi opgemaakte boekje 9 Kleine Musea in Amsterdam is een initiatief van de Stichting Kunst en Cultuur Stadshart, die kunst- en cultuurprojecten in de binnenstad van Amsterdam organiseert en ondersteunt. Een van de initiatieven van Stadshart is tentoonstellingen organiseren in de vitrines die in de Sint Antoniesbreestraat hangen in Amsterdam. Eind 2015 hebben negen kleine musea deze vitrines gevuld.
De negen musea die aan bod komen in het boekje zin: Van Eesterenmuseum, Electric Lady Land, Theo Thissen Museum, Multatuli Museum, Woonbootmuseum, Max Euwe Centrum, Pianola Museum, Amsterdam Pipe Museum en Museum Perron Oost.
Het boekje is verkrigbaar bi de bovengenoemde kleine musea. Ook kan het rechtstreeks worden besteld bi de Stichting Kunst en Cultuur Stadshart (info@kunstencultuurstadshart.nl). Pris: €5.
Stichting Kunst en Cultuur Stadshart www. kunstencultuurstadshart.nl

jnc-ict
Gebruikt u nog Windows XP of Ofce 2003? Op 8 april 2014 stopt Microsof met het repareren van beveilingslekken voor Windows XP en Ofce 2003. Uw computer staat vanaf die datum wagenwijd open voor allerlei soorten van misbruik.
oplossen wif problemen
Slecht bereik, traag wif, verbinding valt regelmatig weg? jnc-ict is gespecialiseerd in het installeren, verbeteren en uitbreiden van wif voor particulieren en bedrijven.
U dient tijdig over te stappen naar een latere versie van Windows en Ofce. Wij kunnen deze wijziging zonder onderbreking van uw bereikbaarheid uitvoeren. Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies.
jnc-ict
Jonas Daniël Meijerplein 36
Jonathan Cohen 020-627 4732 / 06-2506 4567 www.jnc-ict.nl info@jnc-ict.nl
Heeft uw kind moeite met taal of rekenen? Aan hun inzet ligt het meestal niet. Deze kinderen hebben professionele hulp nodig.
REMEDIAL TEACHING

Voor meer informatie of een afspraak: Judith de Haan - gediplomeerd Remedial Teacher Tel: 020-6279155 E-mail: judith_rt@telfort.nl






GRIP OP UW LEVEN

Steun als het even niet meer gaat
CentraM biedt ondersteuning bij:
• omgaan met geld en schulden
• zo lang mogelijk gezond en zelfstandig thuis blijven wonen
• problemen in relaties en een veilig thuis

CentraM ondersteunt en verbindt bewoners en geeft informatie & advies.
U kunt er zonder verwijzing terecht en is kosteloos.
U kunt contact met ons opnemen via: 020 -557 33 38 • tussen 9 en 11 uur of loopt u langs bij een van onze pluspunten in de buurt. Voor meer informatie en adresgegevens verwijzen wij u naar: www.centram.nl

Lange Niezel
Tussen de drommen half of heel dronken toeristen in slenteren we over de Lange Niezel.
In mijn jeugd – komend vanaf de Warmoesstraat – staat in de deuropening naast een café steevast een kleine man met donker glimmend haar. Ik vraag me af of hij geen werk heef. Zijn handen steken in de zakken van zijn broek en hij kijkt over me heen, de sigarettenpeuk nonchalant uittrappend op de kleine stoep. Hij kijkt nooit naar vrouwen. Soms fuit hij snerpend een melodietje.
Hij lijkt op Sam van de Dam, die Blaaser heet en altijd aan het schilderen is. Over het plein klinkt zijn stem: Dames en heren, ik sta hierzo te verreve voor een goed doel, namelijk mijn vrouw en kinderen. Hij houdt korte praatjes. Dan krijgt hij een stuiver of dubbeltje op zijn geldbordje of alpinopet; hij tikt met een vinger aan zijn slaap, dankuwelbeleefd mevrouw. De meeste mensen blijven nog even staan kijken hoe hij zijn palet van een likje verse verf voorziet en weer schildert.
Een andere stem roept daartussendoor: For the kwien; for the kwien… De stem hoort bij een kleine vrouw met krullend haar. Een donker kussen is op haar pols bevestigd. Daarop zijn talloze oranje strikjes aan spelden geprikt. De andere hand ontvangt na aankoop van zo’n felgekleurd stukje textiel het muntstuk. Ze loopt wel eens aan het begin van de Nieuwendijk of de Kalverstraat, als de klandizie op het plein tegenvalt. Ook bij slecht weer. Tenkjoeferriemuts! Voor haar is elke dag Koninginnedag. Even verderop staat de poppenkast. Daar vechten Jan Klaassen en Katrijn hun ech-

telijke ruzies uit, tot de diender hen komt kalmeren. Ook is er vaak een dief in het spel, tot groot genoegen van ons, kinderen. We houden van de spannende avonturen die de poppen ons voorschotelen. Bij mooi weer zitten we op de grond.
Altijd als de Dood van Pierlala in het stuk voorkomt, is het extra griezelig. Dat is een ellenlange zwarte lap met handjes en een vreselijke kop erboven, die iedereen wil vangen om hem of haar in een doodskist te stoppen. Wij kinderen gillen het uit: Daar, dáár! wanneer de nietsvermoedende poppenfguren een wandelingetje trachten maken langs het rechthoekige vak met de rode gordijnen waar we heel soms wel
eens achter mogen kijken; maar alleen als de poppenspeler een goede bui heef. De centen en halve centen in onze knuistjes zijn gloeiend heet geworden. De vrouw van de poppenspeler haalt het geld op. We applaudisseren opgelucht. Het Kwaad is verdreven – hij is opgevouwen in de kist gefrommeld door Jan Klaassen, met behulp van de agent – en het echtpaar zoent de onenigheid weg terwijl de kinderen zingen: Zo gaat Jantje naar de bliksem toe, op een oude operamelodie.
De Lange Niezel is niet meer dan een steeg die naar de Oudezijds Voorburgwal loopt. Na de brug is er een kleine steeg die Korte >
Niezel heet. (Nog steeds ken ik de betekenis van dat woord niet.) Daarna komt de Oudezijds Achterburgwal die meestal is volgepakt met dralende en lallende mensen. Fotograferen van de dames achter het glas is hier een levensgevaarlijke bezigheid. Word je daarop betrapt door een van de pooiers of wachten, dan beland je toestel in het donkere water. Ook kun je klappen oplopen. Wie daarvan geen weet heef, heef zijn laatste opnamen met de camera gemaakt. Niet alle toeristen lezen Nederlands. Soms valt er eentje in de gracht. Soms wordt hij levend en wel terug gevonden, maar niet altijd loopt een vakantie goed af. Dan lees je in de krant dat er een lijk is aangetrofen.
In mijn kindertijd vindt iedereen het reuze interessant om op de foto te komen. Dan drommen we om de – meestal mannelijke – camerabezitter heen en hebben de jochies honderd vragen. Een fototoestel, dat is alleen aan sommige vaders voorbehouden. Die maken wel eens een kiekje van hun kroost, dat in deze buurt zeer talrijk is, met al die roomse families en gereformeerde gezinnen. En niet te vergeten de Chinese gemeenschap.
Er is in de steeg een speelgoedwinkel, die ook emmers en potten met ZAND ZEEP SODA in donkere letters erop verkoopt. En bezemstelen en borstels en waxinelichtjes en hele grote poppen, die met hun glazen ogen blind over je heenstaren. En mattenkloppers, daar weet ik alles van. Je kunt er de kleden mee uitkloppen, maar ik heb ervaren dat je er ook je ondeugende kinderen mee kunt meppen.
Je raakt niet uitgekeken op de etalage. Even verderop haal ik wel eens een boek voor mama. Het ruikt naar oud papier in de bibliotheek. In de achterkamer staan enkele mannen, meestal oud, over een toonbank gebogen. Een meneer haalt van onder de plank allerlei beduimelde tijdschrifen tevoorschijn. Op het bordje dat boven de kast hangt staat: Alleen voor volwassenen. Het is er stikdonker. Er brandt een peertje, hoog aan het plafond.
In deze straat kun je ook foto’s laten maken. En collages van diverse foto’s voor heel andere doeleinden. Ooit heef iemand zo’n ding gefabriceerd en in de krant laten zetten. Mijn moeder stond er op in haar mooie zwarte japon en de zelfgehaakte kanten
kraag. Naar haar opkijkend zag je onze dominee, in toga. Dit was een pestfoto. Iedereen in de buurt geloofde dat mama en hij een verhouding hadden. Mama moest er vreselijk om huilen.
Met mijn boek huppel ik naar huis, langs de café’s waar muziek vandaan komt en de lucht van alcohol en tabak. In de deuropening staan opgemaakte vrouwen, ze moeten klanten zien te werven, al is het nog nauwelijks middag. De werkster heef net haar emmer vuil sop bij de put in de goot leeggegooid, de felgekleurde zeepbellen knappen daarbij. Haar peukje valt in het water, omdat ze iets zegt tegen de voorbijlopende mannen.
Gezellig hierbinnen, kom efe kijke…gevolgd door een knipoog. Ik probeer steeds te knipogen; het lukt maar zelden. Maar wat de mannen daarbinnen moeten naaien ontgaat mij. Vrouwen zijn meestal degenen die naaien hier in de buurt. Ik heb nog nooit een man aan een naaimachine zien zitten of op de markt een stuk stof zien kopen.
Wel kijk ik altijd naar de kleermaker in de Sint Jansstraat. Hij zit voor zijn etalageraam in kleermakerszit omdat het daar licht is. Hij is de enige man die ik ken die met naald en draad kan omgaan. In zijn schoenzolen zitten slijtageplekken. Zijn brilletje hangt laag over zijn neus. De onderste knoop van zijn vest is los. Hij likt aan de draad om die beter in het oog van de naald te kunnen steken. Dat zie ik de naaisters uit de buurt ook doen.
Mijn moeder koopt lappen stof voor de vrouwen. Dan staat ze geduldig in de rij voor de lappenwinkels. Soms, als de rij erg lang is, sta ik in mama’s plaats. Zij gaat dan alvast naar een andere zaak. De naaisters betalen haar voor het wachten. Zelf moeten ze thuis blijven voor de klanten. Ik hoor graag vrouwen praten over spietnaadjes voor de rokken en bustenaden. En gepaspoejeerd. Dan gaat het over de afwerking van knoopsgaten. Dat weet ik al. Hier bij de taille moet meer ruimte omdat de klant in positie is. Nee, geen zakken. De naaister praat raar, ze kijkt onderuit naar mij met de spelden in haar mond. Is mama dikker geworden sinds zij de vorige keer kwam passen?
Ik weet van niks. Kinderen mogen alles eten maar hoeven niet alles te weten.
Mariejette Catz-Lin

Tuis in fysiotherapie!
Zondag 24-04-16
MuziekVereniging Amsterdam, Muziekgroep BuBo, Theatergroep Illuster en het Zeedijkkoor – wat hebben zij met elkaar te maken? En dan De Zondagsschilders –hoort die club ook in dat rijtje? Inderdaad: de twee muziekverenigingen, het koor, de theatergroep en de vereniging De Zondagsschilders, centrum voor beeldende kunst, zijn een verbond aangegaan. Zij hebben zich op zondag 24 april in de grote Orangerietent op de April-Nieuwmarkt-feesten

gezamenlijk gepresenteerd tijdens een manifestatie tegen de bezuinigingen op de amateurkunst. Muziek, zang en een vlammend betoog tegen de onderwaardering van de amateurkunst door de politiek verwarmden de harten. Daar kon regen noch hagel tegenop.
Er was tevoren heel wat propaganda gemaakt voor deze manifestatie en een behoorlijk aantal ‘prominenten’ hadden hun adhesie betuigd. Tijdens de optredens legden leden van de Zondagsschilders een en ander vast. Eerder al hadden leden van de vereniging repetities bezocht; bijvoorbeeld van het Zeedijkkoor en Illuster in de Boomsspijker. Ook waren muzikanten afgereisd naar de ateliers van de amateurschilders en beeldhouwers op de Geldersekade 101. Deze werken werden daar – op de Geldersekade - tussen woensdag 20 en zondag 24 april tentoongesteld. Marleen Stikker, directeur van Waag Society, opende deze expositie op donderdag de eenentwintigste met een toespraak waarin zij het belang van de niet-professionele kunst beklemtoonde. Het was zover wij weten voor het eerst dat amateurverenigingen met een verschillende achtergrond en traditie samenwerkten. Voor het eerst ook dat zij zich verenigden in een manifestatie. En voor het eerst dat dat gebeurde tijdens de Aprilfeesten op de Nieuwmarkt. Het smaakt naar meer.
Peter Janzen
Fysiotherapeuten die krachten bundelen
Tuis in fysiotherapie!
Korte Keizersdwarsstraat 8, 1011 GJ Amsterdam tel 020 6225477, e fysiotherapeuten@gmail.com
Korte Keizersdwarsstraat 8, 1011 GJ Amsterdam, tel 020 6225477 e fysiotherapeuten@gmail.com
Korte Keizersdwarsstraat 8, 1011 GJ Amsterdam, tel 020 6225477 e fysiotherapeuten@gmail.com
Muziekmatinee op zondag in het Huis de Pinto
Tussen de Nieuwmarkt en het Waterlooplein aan de Sint Antoniesbreestraat bevindt zich het Cultureel & Literair ontmoetingscentrum Huis De Pinto. Sinds 2014 is het een culturele en literaire ontmoetingsplek voor bewoners uit de buurt. Het wordt gerund door zo’n 50 vrijwilligers. Het is zowel een huiskamer als een culturele pleisterplaats voor buurtbewoners geworden. Huis De Pinto is vrijwel dagelijks geopend. Van maandag tot vrijdag van half elf tot half zes. Op zaterdag van één tot vijf. In de voorruimte kan men met elkaar van gedachten wisselen, kofe drinken en kranten en tijdschrifen, deels gefnancierd door de OBA, lezen. In de fraaie leeszaal kan men overdag in alle rust lezen of studeren. Hier bevindt zich een ruilbibliotheek waarvoor buurtbewoners een groot aantal boeken hebben ingebracht. Er is ook een vaste collectie kunstboeken die je kunt inkijken. De gemeente Amsterdam subsidieert de huur. Huis De Pinto organiseert ook diverse culturele activiteiten waaronder muziekoptredens. Steeds wordt gestreefd naar een hoge kwaliteit waarbij van groot belang is dat het aanbod toegankelijk is voor een breed publiek en tevens de horizon van het publiek weet te verbreden. Op initiatief van enkele buurtbewoners is het Muziekmatinee van de grond gekomen. Het Muziekmatinee op zondag is inmiddels een vast programma in het aanbod van Huis De Pinto. Het vindt iedere derde zondag van de maand plaats en begint om kwart over vier. De deur gaat open om kwart voor vier. (In de zomermaanden juli en augustus hebben we geen aanbod.)
Het Muziekmatinee op zondag De eerste muziekmatinee vond plaats op 23 maart 2014. Toen trad het bekende duo Mariëlle Tromp en Alan McLachlan op. Het Muziekmatinee is de afgelopen twee jaar een groot succes gebleken. De geboden muziek is van hoogstaande kwaliteit en komt goed tot zijn recht in de ruimtes van Huis De Pinto. De akoestiek van de voorzaal is uitzonderlijk goed. De sfeer is intiem. Er is geen podium. Muzikanten en publiek hebben contact, zowel tijdens het optreden als tijdens de pauze. Muzikanten geven vaak commentaar bij de muziekstukken. Publiek en muzikanten reageren iedere keer weer enthousiast en verrast.
De muziekmatinee is niet kostendekkend. De Stichting Kunst en Cultuur Stadshart subsidieert ons voor een deel. Om de laagdrempeligheid te waarborgen is de entree maar 5 EURO. Vooraf, in de pauze en na het concert zijn met drankjes en soep verkrijgbaar aan de bar (1 tot 2 EURO). Het programma bestaat uit twee

blokken van elk 45 minuten. Meestal worden beide delen uitgevoerd door één groep of hoofdartiest. Soms treedt in elk blok een verschillende groep of artiest op. In het laatste geval speelt voor de pauze een ervaren muzikant en meestal na de pauze een beginnende talentvolle muzikant. Het muziekprogramma is zeer divers. Alle genres zijn welkom. De muzikanten zijn professionals, veelal afomstig uit de buurt of ze hebben een binding met de buurt. Soms komt er ook een bijzondere gast van buiten Amsterdam of Nederland.
Het publiek
Het publiek van het Muziekmatinee op zondag bestaat voor een deel uit een vaste kern van trouwe bezoekers, maar iedere keer mogen wij weer nieuwe bezoekers verwelkomen. Het publiek is tot nu toe redelijk gemengd, een kleine meerderheid zijn ouderen. Af en toe worden we verrast door de komst van een aantal jongeren, maar dat is afankelijk van de programmering. De opkomst is redelijk stabiel, tussen de 30 en 40 personen, met tijdens het eerste concert en ook nog eens in maart 2015 een uitschieter naar 70. Dit is ook het absolute maximum dat in de zaal past. Bij een verwachte hoge opkomst projecteren wij het
concert op een groot scherm in de leeszaal naast de voorruimte, zodat we nog meer publiek kunnen bedienen. Dit is afgelopen jaar éénmaal gebeurd, bij het optreden van Slavuj, een bekend Amsterdams koor.
Aankondigingen
De Muziekmatinee heef een eigen nieuwsbrief die een week voorafgaand aan het concert verstuurd wordt aan de mensen die zich hiervoor hebben aangemeld. Tevens wordt ons concert in de maandelijkse Nieuwsbrief en op de Facebook-pagina van Huis De Pinto aangekondigd. Er worden posters opgehangen in de Nieuwmarkten Waterloopleinbuurt, in buurthuis De Boomsspijker, scholen, ouderencentrum Flesseman, winkels, diverse vitrines en ramen van particuliere huizen. Ook in het conservatorium en het hoofdgebouw van de OBA hangen posters. Er wordt een mailing gestuurd aan kranten en lokale omroepen. Op zaterdag voorafgaand aan het concert is er een aankondiging in Het Parool.
Nieuwsgierig geworden? Kom dan eens langs in het Huis de Pinto aan de Sint Antoniesbreestraat op de derde zondag van de maand.
Peter Passchenegger
